Orthodoxie & Vergeving van onvolkomenheden

Want levend en krachtig is het Woord van God en
scherper dan een tweesnijdend zwaard:
het dringt diep door tot waar
ziel en geest, been en merg elkaar raken en
het is in staat de opvattingen en gedachten van
het hart te ontleden
“.
cf. Hebr. 4 : 12

Isaiah, een dienaar van de Heer
was al op leeftijd.
Om hem heen werd
het leven ondraaglijk en gewelddadig:
In zijn eigen land,
waren de mensen onderling in conflict en
in landen om hem heen dreigde er een [wereld-]oorlog.
Maar Isaiah gelooft met hart en ziel dat
deze dingen niet kunnen voortduren
zonder dat God te hulp zal komen en
de mensen de vrede weer zullen oppakken;
al het vertrouwde weer zullen herstellen en opbouwen. Hier volgt wat hij profeteerde:
Dan zal de wolf bij het schaap verkeren en
de panter zich neerleggen bij het bokje;
het kalf, de jonge leeuw en het mestvee zullen tezamen zijn,
en een kleine jongen zal ze hoeden;
De koe en de berin zullen samen weiden,
haar jongen zullen zich tezamen neerleggen en
de leeuw zal stro eten als het rund;
Dan zal een zuigeling bij het hol van een adder spelen en
naar het nest van een giftige slang zal een gespeend kind zijn hand uitstrekken.
Men zal geen kwaad doen noch verderf stichten op geheel mijn heilige berg, want
de aarde zal vol zijn van kennis des Heren, zoals
de wateren de bodem der zee bedekken“.
Isaiah 11: 6-9

Zolang een mens zichzelf in het middelpunt stelt,
zal hij zijn medemens niet kunnen vergeven;
zijn gekwetste ego laat dit niet toe.
Echter, wanneer de mens zich bekeert en
besluit om God in het centrum van zijn leven te plaatsen, dan wordt hij in staat gesteld hen, die hem bedroefd en benadeeld hebben door hem onrechtvaardig te behandelen, te vergeven.

We dienen onszelf te bevrijden van
wraakgevoelens en een harde opstelling,
want ons egoïsme overheerst ons,
ja tiranniseert onze ziel.
Om deze reden, leerde Christus ons om onophoudelijk de vergiffenis van God te zoeken,
met als voorwaarde dat wij aan anderen hun schuld ten opzichte van onszelf vergeven.

Volgens de Heilige Johannes Chrysostomos,
kon de Heer ons best vergeven zonder van tevoren enige voorwaarde te stellen en te verwachten dat wij op onze beurt onze medemensen zouden vergeven.
Echter, op deze manier, laat Hij ons nog duidelijker kennis maken met Zijn overgrote Liefde . . . . . ,
Hij verwacht van ons dat we in deze
profiteren van een dergelijke opstelling,

waardoor er ontzaglijk veel mogelijkheden
aan vriendelijkheid en naastenliefde
worden geopend.

Dit biedt namelijk het perspectief om
uit jouw liefdeloos gedrag en opkomende woede lessen te trekken en je met je medemens te verbroederen“.
Het is overduidelijk dat wrok en vijandigheid je van je broeder of zuster zal vervreemden
die eveneens lidmaat is van het Lichaam van Christus en
waarvan je allebei afhankelijk bent.
Met vergeving van zonden en verzoening, wordt je weer verenigd en
herstel je de gebrokenheid.
Hoe kunt je als ledemaat gescheiden worden van je totale lichaam?
Alleen als je niet langer lidmaat bent van het Lichaam van Christus of
als je een afgestorven lichaamsdeel van Hem bent, zul je je broeder of zuster
niet langer als verbonden met Christus ervaren.

De Christen die het gebed des Heren [het Onze Vader] bidt leeft gericht op God,
leeft naar het voorbeeld van de Hemelse Vader.
Aangezien God vergeeft, vergeeft de Christen ook.
Zo niet, hoe kan hij dan in hemelsnaam vragen ​​om hem te vergeven,
zonder dat hij de kleine vergrijpen van zijn broeders kan kwijtschelden?
Hij zou de gewiekste dienaar in de bekende parabel zijn
die het bedragje van een collega-bediende niet kon kwijtschelden,
terwijl zijn Genadevolle Heer hem zijn eigen, enorme schulden had ontheven.

Dit verzoek helpt ons een nederige geest te behouden, omdat
het ons niet alleen herinnert aan onze eigen zondigheid, maar
ook aan de zondigheid van de gehele menselijke natuur.
De Heilige Gregorius van Nyssa verwijst heel duidelijk naar de zondigheid van de menselijke natuur, wanneer hij zegt:
Laat ons vanaf dit ogenblik eens beginnen,
de zonden van die mens ten opzichte van God eens op te tellen.
Allereerst is deze mens schuldig en verdient hij het door God berispt te worden,
want hij heeft zich vervreemd van zijn Schepper,
trok op met Gods vijand door zich van Hem te verwijderen en
onverkwikkelijk ten opzichte van zijn eigen Heer.
Ten tweede, omdat hij zijn onafhankelijke vrijheid inwisselde door de dodelijke slavernij van de zonde en koos hij zonder erbij na te denken voor de kracht van de vernietiging,
in plaats zich in Gods nabijheid te blijven.
Is er geen groter onrecht dan niet langer de schoonheid van de Schepper voor ogen te houden en in plaats daarvan je aandacht te richten op de hoedanigheid van de zonde?Wat voor straf moet er worden opgelegd voor
de minachting van de Goddelijke kledij [je bent immers met ‘Christus’ bekleed] en
in plaats daarvan geef je gedachtenloos de voorkeur aan de verlokkingen
die door de duivel worden aangeboden?
Die andere mens zou toch eveneens jouw ontelbare misdaden kunnen oprakelen?
De vernietiging van het beeld en het vernietigen van het Verbond, welke wij
bij onze eerste schepping al hebben meegekregen.
Het verlies van de drachme en het vertrek uit het vaderlijke huis [verloren zoon].
De overgave aan het smerige leven tussen de varkens en de verspilling van de kostbaar verkregen rijkdom en alle andere soortgelijke misdaden die we in de Blijde Boodschap tegenkomen en die we zonder erbij na te denken zo kunnen opnoemen.
Aangezien het menselijk ras schuldig is aan dergelijke misdaden tegen God zou het
om deze reden straf verdienen.
Ιk denk dat het Woord [Logos] ons voedt met de woorden van het gebed [het Onze Vader].
Hij leert ons om geen slag om de arm te nemen in ons gesprek met God,
alsof we allemaal een schoon geweten zouden bezitten,
zelfs indien er ook maar voor zover mogelijk, een mens zou rondlopen, die
vrij is van menselijke zonden
“.
Gregorius van Nyssa, Homilie over het Gebed.

Lees op een rustig ogenblik eens:
Isaiah 60: 1-22 ;   Isaiah 61: 1-11 en
Isaiah 62: 1-12;
in deze drie hoofdstukken, geeft Isaiah ons
een vooruitblik op de toekomstige heerlijkheid van het Nieuwe Jeruzalem.
God zal behagen stellen in Zijn volk.
Zijn Volk zal blinken als een baken van deemoed en rechtvaardigheid
[als voorbeeld voor de mensheid], hetgeen aanduidt dat alle volken zich voor de Heer, onze God zullen neerbuigen.
Jezus Christus, onze Heer heeft uit Jesaja 61: 1-2 geciteerd, toen
Hij Zichzelf identificeerde als de Messias, Die door God is gezonden:
Hij heeft Mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen;
om aan gevangenen bevrijding te verkondigen;
aan blinden het gezicht terug te geven,
om gebrokenen in vrijheid heen te zenden“.
Luc.4: 18,19.

Ware levensbeschouwing of geloofsovertuiging bestaat niet uit het aanschouwen van rituelen; als het vasten en het brengen van [slacht-]offers,
in brandoffers stelt God immers geen behagen.
Onze Heer en God eert zaken als een berouwvolle geest en een vermorzeld en nederig hart, gehoorzaamheid aan Zijn geboden en dat wij anderen met rechtvaardigheid, eerlijkheid en respect behandelen. Doe met de Heer goed in welwillendheid aan Sion;
dan zullen de muren van het Nieuwe Jeruzalem weer opgebouwd worden.
cf. Psalm 50; Isaiah 58: 1-14 en Amos 5: 18-27

Orthodoxie & opnieuw geboren worden

En er was iemand uit de Farizeeën,
wiens naam was Nicodemos,
een overste der Joden; 
deze kwam ‘s-nachts bij Christus en zei tot Hem:
Rabbi, wij weten, dat Gij van God gekomen zijt als leraar; want  niemand kan
die tekenen doen, welke Gij doet,
tenzij God met Hem is.
Jezus antwoordde en zei tot hem:
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u,
tenzij iemand wederom geboren wordt, kan hij het Koninkrijk Gods niet zien.
Nicodemos zei tot Hem:
Hoe kan een mens geboren worden, als hij oud is? Kan hij dan voor de tweede maal in de moederschoot ingaan en geboren worden
Jezus antwoordde:
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest,
kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan. Wat uit het vlees geboren is, is vlees en
wat uit de Geest geboren is, is geest.
Verwonder u niet, dat Ik u gezegd heb: Gijlieden moet wederom geboren worden.
De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet, vanwaar
hij komt of waar hij heengaat; zo is een ieder, die uit de Geest geboren is.
Nicodemos antwoordde en zei tot Hem: Hoe kan dit geschieden?
Jezus antwoordde en zei tot hem:
Gij zijt de leraar van Israël, en deze dingen verstaat gij niet?
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: wij spreken van wat wij weten en wij getuigen van wat wij gezien hebben, en gij neemt ons getuigenis niet aan.
Indien Ik u allen van het aardse gesproken heb, zonder dat gij gelooft, hoe zult gij geloven, wanneer Ik u van het hemelse spreek? En niemand is opgevaren
naar de hemel, dan die uit de hemel nedergedaald is de Zoon des mensen.
En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden, opdat een ieder, die gelooft, in
Hem eeuwig leven hebbe.
Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.
Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zal worden.
Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; wie niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de naam van de eniggeboren Zoon van God.
Dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is en de mensen de duisternis liever gehad hebben dan het licht, want hun werken waren boos.
Want een ieder, die kwaad bedrijft, haat het licht, en gaat niet tot het licht, opdat
zijn werken niet aan de dag komen; maar wie de waarheid doet, gaat tot het licht,
opdat van zijn werken blijke dat zij in God verricht zijn“.
John.3: 1-21

De woorden “opnieuw geboren” of “herboren” betekenen letterlijk “van hierboven [de Hemel] geboren worden“. Nicodémos had maar één grootte behoefte.
Hij had behoefte aan een verandering in
zijn hart – aan geestelijke verandering.
Nieuw geboorte, opnieuw geboren worden,
is een daad van God waarbij
eeuwig leven wordt gegeven aan de persoon die werkelijk gelooft en daardoor een relatie met God Zelf aangaat in Jezus Christus, Zijn Zoon door de Heilige Geest.
2Cor.5: 17; Tit.3: 5; 1Petr.1: 3; 1John.2: 29; 3: 9; 4: 7; 5: 1-4, 18).
Johannes 1: 12, 13 geeft tevens aan dat “opnieuw geboren worden”
met zich meebrengt “kinderen van God te worden” door vertrouwen te hebben
in de Naam van Jezus Christus.

De Apostel Paulus zegt waarom het vereist is
dat een persoon opnieuw geboren wordt:
Ook u bent door Hem tot leven geroepen;
u, die eigenlijk al dood was, omdat u niet leefde zoals God het wilde
“.
Eph.2: 1
Alle mensen hebben gezondigd en missen daardoor Gods nabijheid“.
Rom.3: 23
Dus, een persoon dient opnieuw geboren te worden opdat zijn zonden
[alles wat hij doet, zonder met God rekening te houden] vergeven zijn en
om daarmee een persoonlijke relatie met God op te bouwen.
Door Zijn genade bent u gered; doordat u in Hem ging geloven.
Dat is niet uw eigen verdienste, maar een geschenk van God.
Niemand zal zich erop kunnen beroemen het
zelf gepresteerd te hebben
“.
Eph.2: 8,9
Als iemand “gered” is, is hij/zij opnieuw geboren, geestelijk vernieuwd en is daardoor een kind van God geworden door een nieuwe geboorte.
Vertrouwend op het Woord, Jezus Christus, Die
Ene Die de boete betaald heeft voor onze zonde toen
Hij stierf aan het levendmakend Kruis.
Wanneer u Christen wordt, wordt u van binnen helemaal nieuw.
U bent als het ware opnieuw door God geschapen
“.
2Cor.5: 17a

Wanneer je nooit eens vertrouwen hebt gesteld in Jezus Christus als jouw Verlosser,
zul jij er dan bij stil staan om Gods Wil te doen wanneer de Heilige Geest tot jouw hart spreekt?
Je dient eerst opnieuw geboren worden.
Ga je vanzelf een gebed van berouw [Psalm 50] bidden zoals koning David en
wordt jij van de ene dag op de andere een nieuwe schepping in Christus?
Maar allen die Hem wel aanvaard hebben,
heeft Hij het recht gegeven kinderen van God te worden.
Door geloof in Zijn naam worden zij opnieuw geboren,
natuurlijk niet als mens, maar geestelijk uit God
“.
John.1: 12-13

Wanneer je Jezus Christus als jouw Verlosser wilt aanvaarden en
opnieuw geboren wilt worden, is
hier een voorbeeld van een gebed dat
je kunt bidden. Onthoud, het opzeggen van dit gebed of elk ander gebed alleen je niet zal redden. Het is alleen het vertrouwen in Christus Die je kan redden van jouw zonde.
Dit gebed is gewoon een manier om aan God jouw persoonlijk vertrouwen in Hem te uiten en Hem te bedanken dat Hij gezorgd heeft voor jouw verlossing.
Heer, Jezus Christus,
Zoon van God,
ontferm U over mij zondaar en
redt mij
“.

 

Orthodoxie & bekeert u, want de dag des Heren komt

Willens en wetens ontgaat het
velen van ons in deze tijd, dat
door het Woord van God uit de hemelen
van de beginne af aan
van Zich heeft doen spreken;
dat de aarde, die vanuit de Wil van God is ontstaan en door een toenmalige watersnood werd verzwolgen.
De hemel en aarde zijn vandaag de dag door
hetzelfde Woord als een Heerlijkheid ontstaan. Zij worden als voor vuur bewaard tot de dag van het oordeel,
behoed tegen de ondergang van goddeloze mensen.
Het mag ons daarom niet ontgaan dat maar één dag bij de Heer
is als duizend jaar en duizend jaar als een dag.
Christus, onze God treuzelt niet met Zijn belofte,
al zijn er mensen, die het idee hebben
dat het onze tijd wel zal duren.
Hij is echter lankmoedig jegens allen,
omdat Hij niet wil, dat sommigen verloren gaan,
maar dat allen tot bekering komen.
cf. 2Petr.3: 5-9

Wij leven in de eindtijd, alles wat er om ons heen gebeurd wijst hier op.
De Apostel Paulus zegt dat we heel goed weten dat
de dag van het oordeel komt als een dief in de nacht [1Thess 5: 2].
Meteen daarop wordt vermeld dat degenen die zich met Hem hebben bekleed, zij die niet in duisternis leven, maar leven als kinderen van het Licht,
niet door die dag zullen worden overvallen.
Dit is niet om ons bang te maken, maar ons te wijzen op de verplichting te
trachten als een volmaakt mens te leven.
Houdt onafgebroken voor ogen, hoe gij het leven onschuldig als een kind ontvangen hebt en
bewaar datgene wat gij in uw ontmoeting met de Heer hebt ontvangen.
Indien je dit alles ondanks Zijn aandringen blijft verwerpen, niet wakker wordt,
dan zal Hij komen als een dief, en zal je niet weten, op welk uur Hij je komt overvallen.
cf. Opb.3:3
Er zullen dus op het einde der tijden voldoende aanwijzingen zijn, waaraan
wij ontegenzeglijk kunnen weten, dat de Wederkomst nabij is.
Zou immers een liefhebbende hemelse Vader een einde aan onze wereld willen maken,
zonder ons eerst op de hoogte te stellen en ons te waarschuwen?

De Blijde Boodschap beschrijft de toestand in de wereld
vlak voor de wederkomst van Jezus.
Er is geschreven over de mensen die
door roof en afpersing grote rijkdommen hebben vergaard.
De wereld is vol onrust door machtslust en oorlogsgeest.
Maar niet iedereen heeft de kant van de vijand tegen God gekozen.
Er zijn enkelen die gehoorzaam blijven aan God.
Hier blijkt de volharding der heiligen, die
de geboden Gods en het geloof in Jezus hebben bewaard,
zalig zijn de gestorvenen, die voor de eeuwigheid
in de Heer worden geboren
“.
cf. Opb.14: 12,13

Zie, Ik zend u de profeet Elia, voordat
de grote en geduchte dag des Heren komt.
Hij zal het hart der vaderen terugvoeren tot de kinderen en
het hart der kinderen tot hun vaderen,
opdat Ik niet kom en het land zal treffen met de ban
“.
Maleachi 4: 5,6
Johannes de Doper roept ons eveneens in die geest en kracht van Elia op. Maar de geduchte dag des Heren ligt
nog in de toekomst.
De “Elia boodschap” zal opnieuw uitgaan om een volk
op die grote gebeurtenis voor te bereiden.
Iedereen die de krant leest, of het nieuws op een andere manier volgt, wordt regelmatig geconfronteerd met de toestand in de wereld en het ontbreken van een menselijk antwoord daarop. Het antwoord komt rechtstreeks van God; via de
Blijde Boodschap doet Hij in de eerste plaats een beroep op ons geloof.
Er wordt een overvloed aan bewijzen gegeven dat Gods oproep betrouwbaar is.
Wij worden onophoudelijk uitgenodigd ons aan een onderzoek te onderwerpen.
Het middel hiertoe is een studie van de profetieën, die al in vervulling zijn gegaan.
En wij achten het profetische woord [daarom] gegrond en
jullie doen er goed aan er acht op te slaan als
op een lamp, die schijnt in een duistere plaats,
totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart“.
2Petr.1: 19
De Bijbelse profetieën zijn ons overgeleverd om alle twijfel op te heffen.
Wij dienen ze echter te onderzoeken en met de huidige geschiedenis te vergelijken.
Onze tegenwoordige wereld is een weergave van het karakter van de tegenstrever,
de Groot-bedrieger. De mens heeft zichzelf overgeleverd aan genot en hebzucht,
die hem daarmee onophoudelijk verleiden.
Het mensen geslacht gaat hierdoor gebukt onder haar duivelse juk. Geld en Macht
hebben de plaats ingenomen voor zorg en menswaardige omgang met elkaar.
Weet echter dat we niet aan ons lot worden overgelaten.
Als geheel God en geheel mens werd ook Hij
niet geplaatst voor iets wat Hij niet voorzien had.
Een Goddelijk plan, dat van het begin af aan gegrondvest is
op liefde en zelfopoffering.
Ditzelfde fundament ligt voor iedere mens klaar, liefde en zelfopoffering [als groot en heilig Kruis] ligt klaar om ruimte te geven aan een Opstanding.
De goed geschapen wereld zal weer door God in een Paradijs worden omgevormd en
alle sporen van macht en zelfzucht zullen verdwijnen als sneeuw voor de zon.
God wil de wereld niet onkundig laten
over de dag van Zijn oordeel.
Er staan immers voor iedere van ons grote belangen op het spel, het is wel een beetje groter
dan een landelijke overheid die met een na-heffing komt.
Zijn aangekondigde oordeel zal plaats vinden in het hemelse Koninkrijk.
Ons van Gods wege gegeven leven zal
in Zijn ontzagwekkende tegenwoordigheid worden geoordeeld.
Nu al dienen wij ons dagelijks voor te bereiden op die gebeurtenis.
Wij weten dat een gezond lichaam bijdraagt tot het geluk en welzijn van eenieder.
Geestelijke gezondheid dient zoveel mogelijk samen te gaan met lichamelijk welzijn.
Wij kunnen het geestelijk leven niet scheiden van de gewoonten van het gewone dagelijkse leven. Het oorspronkelijke Christendom en de verspreiding ervan over de gehele aarde
was niet beperkt tot slechts een volk.
De invloed van het Christelijk Geloof strekte zich over vele volken uit en
haar effect wordt tot aan het uiterste einde van de aarde ervaren.

In onze omstreken
Omstreeks het jaar 400 drongen de Hunnen Europa binnen.
Veel stammen trokken daardoor naar andere streken, zodat er
een grote volksverhuizing plaats vond,
het Romeinse wereldrijk was ten onder gegaan.
In ons land kwamen andere stammen wonen;
zo vinden we omstreeks 400 in ons land de Friezen, Franken en Saksen.
Ook in onze tijd zien we een grote volksverhuizing plaats vinden en
de westerse wereld zal hier opnieuw een grote invloed van ondervinden.
Die invloed stelt ons opnieuw voor de keuze, de weg van aandacht voor elkaar,
voor zorg en respect of ons laten beheersen door economische motieven en
onze eigen geneugten.

In bijgaand afbeelding –
een prachtige kistje uit de 14e eeuw
waarin kostbare relieken werden bewaard.
Relieken zijn overblijfselen en getuigen van diegenen; die ons land hebben gekerstend [het Christendom hebben gebracht].
Zij kwamen getuigen van bovenstaande heilsboodschap en worden tot op de dag van vandaag hierom geëerd.
Mattheüs geeft in zijn evangelie impliciete aanwijzingen dat Johannes de doper niemand anders is dan de wedergekomen Elia, die aan de grote en geduchte dag des Heren voorafging.
Profeten bevinden zich in de woestijn; ze dragen allebei kameelharen kleding met een lederen gordel en voeden zich met sprinkhanen en wilde honing.
Sinds de dagen van Johannes de Doper tot nu toe
breekt het Koninkrijk der hemelen zich baan met geweld en
geweldenaars grijpen ernaar.
Want al de profeten en de wet hebben geprofeteerd tot Johannes toe; en
indien gij het wilt aanvaarden: Hij is Elia, die komen zou.
Wie oren heeft, die hore!“.
Matth.11: 12-15

In het zuiden van ons land waren deze getuigen o.a.
H. Eligius, H. Amandus, H. Lambertus, en H. Hubertus.
Verder H. Ludger, H. Willibrord, de apostel van de Friezen; de H. Bonifatius de apostel van de Duitsers en de H. Willibrord was de eerste bisschop van Trajectum [Utrecht].
De geboorte van de Zoon van God in het vlees welke we met Kerst opnieuw gaan vieren bracht langzaam maar zeker een grote verandering teweeg – ook in onze gewesten.

Orthodoxie, oorspronkelijke Christelijke levensbeschouwing

God is dood!‘,
word mij regelmatig op luide toon duidelijk gemaakt.
Hierbij wordt de Engelse realist Thomas Hobbes [1588-1679] geciteerd, die al eeuwen vòòr Friedrich Nieztsche deze befaamde uitspraak deed.
De meerderheid heeft dan niet in de gaten dat zij helemaal niet-zo-modern zijn en dat de meeste van hen niet stil staat bij wat zij in werkelijkheid zeggen.
Het is het zelfde als wanneer je verkondigt ‘ik besta niet’
want ìk ben nu eenmaal anders dan alle andere wezens.
De uitspraak roept weerstand en aandacht op en
dat is waar dit soort personen veelal op uit zijn.
Net zoals ‘ik zou best lid willen worden van de Kerk
maar dan moet die kerk wel eerst veranderen;
ik heb al zoveel verkeerde voorgangers meegemaakt’.
Net of extreem afwijkend gedrag van enkelingen zou kunnen bepalen
wat de overgrote werkzaamheid van de Kerk inhoudt.

Luisteren  naar uitspraken over
de dood van een God, Die in mijn ogen
toch echt springlevend is;
luisteren naar degenen die niet beseffen dat er anno nu mensen zijn,
jongeren en ouderen die met geheel hun hart in die zgn. ‘dode’ God geloven.
Met mijn Christenbroeders ben ik niet alleen een kind van een andere wereld,
maar ook van een geheel andere tijd.
Toch zien wij een nieuwe generatie opkomen die niet zozeer een hang hebben naar georganiseerde religie
– zij zijn immers wars van iedere vorm van gezag en organisatie –
als wel naar spiritualiteit, bezinning, meditatie en gebed.
Deze ontwikkeling mag als een ontmoeting in de woestijn zijn
hetgeen blijkt uit de populariteit van yoga, zingeving en semi-spiritualiteit en
de nieuwe trend van theologen als coaches van de ziel in het bedrijfsleven.
In deze onzekere tijd van meervoudige crisissen [economisch, sociaal, milieu en  politiek] is er als vanzelfsprekend behoefte aan Spiritualiteit ontstaan.
De nieuwe generatie kent de haat niet waarmee onze [groot]ouders
ooit de Kerk hebben verlaten. Zij zijn in het ergste geval weinig geïnformeerd, onverschillig,
maar veelal wel geïnteresseerd en tonen meer respect dan
degenen die op luide toon ’God is dood’ verkondigen.
Uiteraard is de Kerk niet altijd even trots op wat er in haar naam is gebeurd,
maar is het leven ook voor de Kerk een voortdurend proces van mensen [zondaars]
die met vallen en opstaan de gemeenschap van Heiligen volgen,
die op hun beurt weer de weg van Christus [=God] nastreven.
Het idee dat een Christen een heilig boontje is
dient maar eens uit de wereld te worden geholpen, het is nu eenmaal zo wie als mens leeft, kan onmogelijk leven zónder te zondigen.
Het begrip zonde is al datgene wat wij doen en laten, zonder God en het goddelijk welbevinden steeds voor ogen te houden en te behoeden;
de schoonheid van de schepping.
Wat er ook gebeuren zal, we voelen ons als Christenen gedragen door de wijde vleugels van Gods liefde [Psalm 90];
Hij is er immer nu en altijd.

Mahatma Gandhi [1869-1948] is een bekend leider van de toenmalige Indiase onafhankelijkheidsbeweging, die zichzelf een man van God noemde.
Het boek ‘De weg naar God’ [ISBN 9789069638829] toont zijn blijvende invloed als spiritueel leider van wie de ideeën  inzicht en troost bieden aan  zoekers van elke geloofsstroming.
Gandhi heeft boute uitspraken gedaan over Christenen: ‘ik ben er nog nooit eentje tegengekomen’,
of ook: ‘de bijbel is als dynamiet, maar jullie praten erover alsof het een stuk literatuur is’.
De mens, ook Christenen  hebben vaak het idee de gehele wereld in hun zak te hebben.
De mens is trots op kennis en prestaties, daarbij wordt God en overeenkomstig Zijn opdracht leven vaak uit het oog verloren, terwijl
Hij het juist is, die wereld op de achtergrond leidt.
Neem nu het weer, als er één gebied is wat de mens niet kan controleren dan is dat het weer. God schiep licht en het ontbreken van licht, de duisternis, Hij schiep aarde en water, bergen en dalen, maar ook het weer.
Om te voorkomen dat we Hem zouden vergeten, heeft Hij alles om ons heen geschapen als een mechanisme
om aan Hem herinnerd te worden.
Zo heb je weer en niet-weer, hetgeen we onweer noemen. Onweer doet ons realiseren dat we ons leven nu eens niet onder controle hebben; we bestaan alleen omdat God dit wil.
Ook toen de Thora [de wet des levens] op de berg Sinaï werd geopenbaard
ging dit gepaard met onweer.
Met andere woorden komen we in een crisis [of vele crisissen tegelijk] dan overvalt ons terecht een bezinning op onze levenshouding [waar ben ik in Godsnaam mee bezig].
Oók wanneer, via die Thora [de instructie], de weg omhoog  [de berg Sinaï] wordt geopenbaard dan gaat dit gepaard met onweer [met crisis].
Je weet niet wat je overkomt, het plenst van de lucht en de bliksem daalt links en rechts naast je neer, je wordt overvallen door een gevoel van onmacht.
Na openbaring van Zijn instructies blijkt God afwezig.
Alleen door Gods afwezig zijn kunnen we tot leven komen, is Hij ons nabij.
Hij geeft ons vrijheid van keuze, door Zijn instructie na te leven kunnen we
geestelijk leven en vinden, komen we tot God. We leren dat heelal en alles wat om ons heen draait vanuit Zijn perspectief dient te worden gezien; onze werkelijkheid wordt een Goddelijke werkelijkheid.
Door onze wereld tot Zijn Wereld te maken openen wij de oorspronkelijke link met Hem;
erkennen we dat wij naar Zijn beeld en gelijkenis zijn geschapen.

Wanneer je ervoor kiest als Christen te leven,
zul je God [= Christus] ervaren als ‘de goede herder‘.
Christus werd al voor Zijn komst vergeleken met
een herder, die Zijn schapen goed verzorgt.
Als herder leidt Hij ons naar veilige weiden,
waar wij in vrede kunnen leven,
wetende dat we worden verzorgd.

Dit is hoe Christus ons in dit leven wil begeleiden:
in herderlijke liefde, zorg en wijsheid.
Wanneer je ervoor kiest in vrijheid te leven en
je onderwerpt aan Zijn autoriteit,
zal Hij je begeleiden op de weg van vreugde
Christus is niet een dominant heerser,
een despoot die erop uit is om jou te manipuleren.
Hij dwingt je niet – hij nodigt je uit.
Hij is rijk aan liefde;
Hij beschermt je en staat je bij,
als een goede herder [cf. Psalm 22].

Orthodoxie, niet alleen omwille van de schoonheid

Ons ego heeft de innerlijke neiging alles op eigen houtje te doen,
dit maakt onderdeel uit van onze menselijke natuur“.
Carl Rogers

Omdat zo velen van jullie de bedoeling hebben
je te verbinden met de Goddelijke Liefde,
Die jullie ‘om niet’ gegeven wordt
– laat het toch onverlet
dat het jullie eigen ideeën zijn
die dat niet in praktijk brengen . . .
De toekomst van de mensheid is zo schitterend,
zo geniaal en glansrijker
dan wij ons ooit kunnen voorstellen.

Gij dan, wees krachtig in de genade van Christus Jezus en wat gij van mij gehoord hebt onder vele getuigen,
vertrouw dat toe aan vertrouwde mensen, die bekwaam zullen zijn om ook anderen te onderrichten.
Lijd met de anderen als een goed soldaat van Christus Jezus.
Tijdens de veldtocht wordt geen soldaat gemoeid in de zorg voor zijn onderhoud; hij heeft [slechts] hem te voldoen,
door wie hij aangeworven is.
En is iemand een kampvechter, dan ontvangt hij de krans alleen als  hij volgens de regels van de kamp heeft gestreden.
De landman, die de zware arbeid verricht, dient het eerst van de vruchten genieten.
Let wel op wat ik zeg, want de Heer zal u in alles inzicht geven
“.
1Tim.2: 1-7

Paulus spoort ons hier duidelijk aan om te bidden voor
iedereen die een gezagspositie bekleedt.
Een dergelijk gebed wordt van ons verlangd
opdat het mag resulteren in
een stil en rustig leven in
alle godsvrucht en waardigheid
‘.
Gods Heerschappij overstijgt de Kerk en alles waar de mens zich zoal mee bezig houdt.
Paulus is goed op de hoogte dat een goed-geregelde en veilige samenleving
bijdraagt aan een geordend en gedisciplineerd leven en
het daarop mogelijk maakt een ‘godsvruchtig en waardig leven’ te leiden.

Wanneer Paulus zegt dat ‘Dit goed is’, is het niet helemaal duidelijk of
hij verwijst naar een godsvruchtige leven welk
hij onder Christus’ volgelingen wil zien of
naar de gebeden die hij van hen veronderstelt.
‘Dat het goed is’ verwijst in ieder geval naar
de scheppingskracht van God onder
Wiens Almacht en hoede het gezag wordt bekleed.
Wanneer we in staat worden gesteld een godsvruchtig leven te leiden dan
zullen wij eveneens in staat zijn getuigenis af te leggen van de Blijde Boodschap
aan de mensen rondom ons heen van wie God eveneens houdt en
voor wie Hij al het mogelijke doet om
hen ‘te behouden en tot inzicht van de Waarheid te laten komen’.
Paulus zegt hiermee dat we dienen te bidden voor hen die gezag uitoefenen,
niet omdat het zulk een belangrijke personen zijn
maar alleen opdat de samenleving dan stabiel zal zijn,
opdat allen gered worden
– God wil immers dat
alle mensen tot kennis van de waarheid komen.

Monotheïsme [Er bestaat maar één God] heeft het volgende tot gevolg:
Wanneer er maar één God is, dan kan het niet anders of
God is één God voor allen, of
God nu als zodanig erkend wordt of niet.
Wanneer er slechts één Middelaar is tussen God en de gevallen mens, dan is Die ene Middelaar de enige hoop voor welke mens dan ook.
Dit geeft aan dat het in beginsel mogelijk is dat Hij [de bemiddelaar, Christus] losprijs is
voor jan en alleman, man en vrouw, in wat voor hoedanigheid dan ook,
voor Jan met de pet even goed als voor de gezagsdrager, voor de Jood en de Griek, de Moslim en de Boeddhist, de niet-gedoopte vroeggestorven baby, de in de echt verbonden of de gescheiden levende, voor de homo- of lesbienne, voor  de [zelf-] moordenaar of de oplichter en dief en
al die Hem trachten te ontlopen.
Er bestaat gewoon geen andere Middelaar en op de door God bestemde tijd is deze Waarheid aan ons duidelijk gemaakt [geopenbaard] – en vormt dit het basisprincipe van de Apostolische Blijde Boodschap,
Die Paulus gepredikt heeft, in het bijzonder onder ons heidenen.

Laten wij daarom in vrede bidden tot de Heer:
Voor Patriarch …., voor Metropoliet ….,
voor [aarts]bisschop …., voor de geestelijkheid en
geheel het volk, bidden wij de Heer.

Heer ontferm U.
Voor ons land, koning[in]…. en zijn [haar] regering en
voor allen die ons beschermen, bidden wij de Heer.
Heer, ontferm U
“.

De Liefde voor God, Die ons heeft gered
is het grootste en enig aanvaardbare motief om een heilig leven te leiden; hoe groter de redding voor iemand is geweest,
hoe groter zal z’n liefde en dankbaarheid zijn.
Te weten dat wij ‘voor eeuwig gered zijn
geeft een grotere motivering om goed te leven, dan de vrees Gods redding te verliezen wanneer we hebben gezondigd.
Het is van het grootste belang te weten dat
wij ‘door het geloof opnieuw worden geboren’ [Joh 3: 3].
Door de wedergeboorte woont de Heilige Geest – blijvend – in ons.
Het is de Heilige Geest Die ons voortdurend leidt, stuurt, en
Christus in ons uitwerkt, opdat wij zullen wandelen
in de werken die God van tevoren bereid heeft:
Want door genade zijt gij behouden, door het geloof en
dat niet uit uzelf: het is een gave van God;
niet uit werken, opdat niemand zal roemen.
Want Zijn maaksel zijn wij,
in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die
God tevoren bereid heeft, opdat
wij daarin zouden wandelen.

Eph.2: 8-10; ook 1Cor.1: 30-31

De zegeningen van gebed

Over engelen ontfermt Hij Zich niet, maar
Hij ontfermt Zich over het nageslacht van Abraham.
Daarom moest Hij in alle opzichten aan zijn broeders gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en getrouw Hogepriester zou worden bij God, om
de zonden van Zijn Volk te verzoenen.
Want doordat Hij zelf in verzoekingen geleden heeft,
kan Hij hun, die verzocht worden,
te hulp komen“.
Hebr.2: 16-18

Wie is de mens, dat Gij hem gedenkt;
het mensenkind, dat Gij naar hem omziet
“.
Psalm 8: 5

De ogen van de Meester in Gods tempel
zijn op ieder van ons gericht,
Zijn hart richt zich tot ieder van ons!
Is het mogelijk om tot een grotere nabijheid met Zijn boezem te worden aangezet;
is Hij zo essentieel voor mijn bestaan?
Soms sta je [oog in oog met Hem en]
met iemand te praten, maar
richt je je hart niet op Hem.
Je bent met heel iets anders bezig;
terwijl Gods hart Zich geheel en al
met al Zijn Liefde en Genade overeenkomstig ons geloof
over ons wordt uitgestort.
Hij staat onophoudelijk klaar om al Zijn gunsten over jou en je gesprekspartner
te doen neerdalen.

Wanneer we de Heiligen in gebed aanroepen,
spreken we van harte hun naam uit, hetgeen inhoudt dat we onszelf aan hen spiegelen, hen warmhartig  benaderen.
Daarbij verzoeken wij zonder omhaal hun gebeden en voorbede tot God voor onszelf en hen die ons dierbaar zijn. Zij zullen ons horen en haastig en in een handomdraai uw gebeden aan de Heer voorleggen,
want Hij is alomtegenwoordig en alwetend.
Wanneer u in het gebed aan de Heer Jezus Christus
tot Offergave wordt geroepen, of door Zijn Aller zuiverste Moeder en de heiligen hiertoe wordt geleid,
of wanneer u aan uw huisgenoten of overledenen wordt herinnerd, dan kan dit vertegenwoordigd worden met de Prosfoor, het stukje brood, wat je aan de priester voor de Kelk hebt aangeboden, het gedenkt tegelijk hen en het vervangt de gedachtenis bij de Heer Zelf, of de Moeder Gods, of [een] andere bijzondere heilige[n].
Ja, ook je huisgenoten of overledenen kunnen worden herdacht,
terwijl de naam met verzoek barmhartigheid wordt uitgesproken,
wordt vanuit geheel je hart
de aandacht voor de persoon ingeroepen en
voor de Troon onder de aandacht gebracht.
Het vertegenwoordigt op de diskos, op die kleine schaal, datgene wat
op onze lippen en in ons hart omgaat en
het weerspiegelt hoe de schepselen van de hogere en lagere werelden
worden verenigd en dit alles in Geloof verbonden, door de Heilige Geest,
‘Die alomtegenwoordig is en alles vervult’.

In gebed, ben ik ervan overtuigd:
1.] dat God één is en alles vult, en Hij is dan ook aan mijn rechterhand;
2.] dat ikzelf naar Zijn beeld en gelijkenis ben geschapen;
3.] dat God over een overvloed aan Barmhartigheid, de Bron van alle Genade beschikt en
dat Hij mij de volmacht heeft gegeven om tot Hem te bidden.

De Heer vult de gehele schepping, die voor Hem is “als een druppel van de ochtenddauw die neerknielt op de aarde“, “als de hele wereld die voor U is als een graankorreltje in evenwicht“.
Wijsheid van Salomo 11: 22
God houdt van het kleinste grassprietje tot aan het kleinste stofje in Zijn rechterhand en
wordt niet beperkt door de grootsheid of  de petieterigheid van de dingen die Hij heeft gemaakt:
Hij bestaat in de oneindigheid,
vervult alles volledig, als een vacuüm;
want Hij is het enige wezen
dat bestaat en daarom
noemt Hij Zichzelf
Ik Ben die Ik Ben
Ex 3: 14,
dat wil zeggen, Ik ben dat wat is.

Hoe klein iets ook is wat bestaat, het bestaat enkel en alleen zolang de Heer het toestaat,
Hij vervult alles en behartigt alles, dient ook het bestaan.
Hoe kan het immers mogelijk zijn dat iedere kwestie zich voordoet​​ bestaat en dat de Heer, Die alles wat mogelijk is
in Zijn Wijsheid heeft gemaakt, zou niet bestaan;
zonder Hem kan geen enkel stofje bestaansrecht hebben.
Wanneer het stoffelijke, dus ook het heelal aan zichzelf wordt overgelaten,
wordt het beroofd van Gods tegenwoordigheid en Zijn Almacht.
Alle dingen zijn door het Woord geworden en
zonder Hem is er niets geworden, van hetgeen geworden is

Joh.1: 3
Dat onze vereniging met God in de toekomstige wereld zal gebeuren en
dat het voor ons de bron van licht, vrede, vreugde en zaligheid  zal zijn,
kunnen we deels herkennen en nog ervaren in het huidige leven.

Wanneer wij bidden, wanneer onze ziel volledig is gericht
op God en met Hem is verenigd,
ervaren we geluk, de kalmte, de eenvoud en vreugde,
als kinderen die tegen de borst van hun moeder rusten;
ik zou beter kunnen spreken van de
ervaring van een gevoel van onuitsprekelijk welzijn,
als op de berg Thabor:
Het is goed voor ons
om hier te zijn

Luc.9: 33

Daarom dienen wij ons onafgebroken in
te zetten om te werken aan ons toekomstige eeuwige geluk,
welke je in principe [in den beginne] uit ervaring kent,
hetgeen je zelfs in het huidige leven kunt verkrijgen;
maar houdt hierbij voortdurend in gedachten
dat dit alleen van de wereld is [aards] is,
dus onvolmaakte, datgene wat we nu  slechts kunnen waarnemen:
Want nu zien wij nog door een spiegel,
in raadselen, doch straks van aangezicht tot aangezicht.
Nu ken ik onvolkomen, maar dan zal ik ten volle kennen,
zoals ik zelf gekend ben
“.
1Cor 13: 12

Hoe zal het ons dan vergaan,
als de meesten van ons daadwerkelijk worden verenigd met God,
als de beelden en schaduwen voorbij zullen zijn gegaan en
het Koninkrijk van de Waarheid en het inzicht zal komen?
Tot aan m’n dood zal ik daaraan dienen te werken, onophoudelijk, geheel m’n leven;
werken aan m’n persoonlijke toekomstige zaligheid,
aan m’n toekomstige vereniging met God.
Je ziet hoe fel de zon en de sterren zijn,
feller dan het binnenste immateriële Goddelijk Licht.
Dan zullen de rechtvaardigen stralen als de zon in het Koninkrijk van hun Vader.
Wie oren heeft, die hore!
“.
Matth.13: 43
Wanneer de engelen op aarde verschijnen, zijn ze bijna altijd omgeven door Licht.
Stel je die verlichting ten doel;
schudt de werken van de duisternis van je af.
We kunnen immers onze natuur verheffen door de gemeenschap met de Goddelijke natuur
met God Die het Licht heeft geschapen en
Die Zelf ieder licht, dat is gecreëerd, verre overtreft.

Medemens wanneer je de aardse gevoelens, die op je rusten ervaart,
– wanneer je de dag van je geboorte gedenkt;
– de dagen die daarop volgden vanaf je jeugd en je groei, tot nu toe;
– wanneer je vervolgens je gedachten voert naar de dag van je eigen overlijden en
daarna naar de eeuwigheid, welke is bestemd vanaf de grondlegging van de wereld,
– dan weet je niet wat je het meest zult bewonderen
->  je hebt echt aan niets anders méér behoefte,
dan aan de Almachtige Goedheid van de Schepper,
Die genadig neerziet op je leven en
je vergankelijk sterfelijk lichaam uiteindelijk zal bekleden met onsterfelijkheid.

Mijn verwondering neemt alsmaar toe wanneer ik zie dat de Heer onze God, de Eeuwige Koning,
ons Zijn eigen vlees en bloed heeft gegeven, om
ons deelgenoot te maken van Zijn Koninkrijk
Door Zijn Wil zijn wij eens en voor altijd geheiligd,
door het offer van het lichaam van Jezus Christus
“.
Hebr.10: 10
De doden leven, immers:
Hij is geen God van doden, maar van levenden,
want voor Hem leven zij allen
“.
Luc.20: 38
De ziel zweeft onzichtbaar rond het lichaam en de plaatsen waar het graag woont.
Als de ziel in zonden stierf,
dan kan het zichzelf niet helpen om zich te bevrijden van de [zondige] verbintenissen en
heeft het een schreeuwende behoefte aan gebeden van de levenden,
in het bijzonder van de gebeden van de kerk, de heilige Bruid van Christus.
Bidt daarom vurig voor de overledenen.
Naast het feit dat het hen tot voordeel strekt biedt het eveneens nog meer voordeel aan de levenden.
Wanneer God door de ogen van de natuur genadig neerziet op aards-geboren wezens.
Kijken we naar de weersgesteldheid om ons heen,
is het licht en gezonde dan voelt iedereen zich licht en vrolijk.
Wanneer er sprake is van een gezond groep mensen,
spreekt men van een gezonde atmosfeer voor alle lichamen en zielen;
maar spreekt me over een koude, vochtige, sterke storm die rondspookt,
dan voelt eenieder zich naar ziel en lichaam onderdrukt.

Veel aards-geboren wezens gaan gebukt onder ziekten;
heel wat van hen geven zich dan over aan wanhoop en depressiviteit.
Zo krachtig en onweerstaanbaar is de invloed van natuur op de mensheid.
> Het is opmerkelijk dat degenen die:
– minder aan vleselijke verlangens en geneugten zijn gebonden;
– die minder geneigd zijn tot genot en gulzigheid;
– die zich meer en meer bij zowel het eten als drinken matigen,
de natuur ook welwillender is en
bezorgd ze een afname van wanhoop en depressiviteit,
op z’n minst niet zo erg als degenen
die een slaafse afhankelijkheid naar meer en nog meer consumptie bezitten.
Het wordt ons hiermee overduidelijk gemaakt dat
een levenswijze in de Heer en het niet gericht zijn op aardse beproevingen;
Die alles in allen werkt“.
Rom.2: 9
> hoe duidelijk wordt ons niet gemaakt dat de Heer in alles aanwezig is:
1Cor.12: 6
Met lucht is Hij onze adem;
met voedsel stilt Hij onze honger;
met drinken lest Hij onze dorst;
met kleding voorziet Hij ons van onze klederen;
door een woning biedt Hij ons bescherming;
Door slaap geeft Hij ons warmte en rust;
in zuivere, leerzame, betamelijke en stichtelijke conversaties geeft Hij ons welsprekendheid;
in wederzijdse liefde bevestigt Hij ons de liefde.
Heer, en Meester,
Schepper en Weldoener van alle dingen,
sta mij toe dat ik U altijd zal mogen herinneren
op elk moment van m’n leven;
Want in U leven wij, bewegen wij ons en zijn wij
Hand. 17: 28

“De Genade van God is je verschenen,
heilbrengend voor alle mensen, om je op te voeden, zodat je,
de goddeloosheid en wereldse begeerten verzakende,
bezadigd, rechtvaardig en godvruchtig in deze wereld zult leven,
in de verwachting van de zalige hoop en de verschijning
Van de heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Christus Jezus,
Die Zich voor jou heeft overgegeven om je vrij te maken van alle ongerechtigheid en
voor Zich te reinigen een eigen volk, volijverig in goede werken
“.
Titus 2: 11-14

Verheugt je daarin, ook al wordt je thans, indien het moet zijn,
voor korte tijd door allerlei verzoekingen bedroefd,
opdat de echtheid van je geloof,
kostbaarder dan vergankelijk goud, dat door vuur beproefd wordt,
tot lof en heerlijkheid en eer blijkt te zijn bij de openbaring van Jezus Christus.
Hem hebt je lief, zonder Hem gezien te hebben;
in Hem gelooft je, zonder Hem thans te zien, en
je verheugt je met een onuitsprekelijke en verheerlijkte vreugde,
daar je het einddoel van het Geloof bereikt, welke de zaligheid van de zielen is
“.
1Petr. 1: 6-9

Indien de wereld je haat,
weet dan , dat zij Mij voor u gehaat heeft.
Zou je van de wereld zijn geweest, dan zou de wereld het hare liefhebben,
Maar omdat je niet van de wereld bent,
Maar Ik jou uit de wereld heb uitverkoren,
Daarom haat je de wereld
“.
Joh.15: 18-19

indien je God als Vader aanroept, die zonder aanzien des persoons naar ieders werk oordeelt,
wandel dan in vreze de tijd van uw vreemdelingschap, in het besef, dat
je niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, zijt vrijgekocht van je ijdele handel en wandel,
die je van vader op zoon is overgeleverd, maar
met het kostbare bloed van Christus, als van een onberispelijk en vlekkeloos lam.
Hij was van tevoren gekend, voor de grondlegging van de wereld,
doch is bij het einde der tijden geopenbaard ter wille van u,
Die door Hem gelooft in God, Die Hem opgewekt heeft uit
de doden en Hem heerlijkheid gegeven heeft,
zodat je geloof tevens Hoop is op God
“.
1Petr. 17-21

”Weest ook gij uitgebreid”, een kostbaar geschenk


+ Bp. Basil (Essey) van Wichita

 

In de Orthodoxe Kerk is de Heilige Schrift altijd gelezen in de context van het leven en onderricht van haar heilige ledematen. Gewoonlijk wordt aan hen gerefereerd als ‘de heilige Vaders’ daar zij, als waarachtige vaders, ons onderrichten en opvoeden door hun levenschenkende woorden en hun levend voorbeeld. In het leven van de Kerk betekent daarom het woord ‘traditie’ allereerst het overdragen van het waarachtige leven – zowel als de weg daartoe – door hen die ons zijn voorgegaan.

Zulk een lijn der Traditie in onze dagen ontspringt aan de persoon van de heilige Silouan de Athoniet (1866-1938), wiens leerling, archimandriet Sophrony (1896-1993), geroepen was diens woord bekend te maken aan allen die dorsten naar het goddelijk leven. En zijn geestelijke kinderen streven ernaar op hun beurt de rijkdommen die zij ontvangen hebben met anderen te delen. Eén van hen is archimandriet Zacharias, monnik van het klooster van de H. Johannes de Doper te Tolleshunt Knights (Essex, Engeland), dat gesticht werd door oudvader Sophrony. Na zijn dissertatie over de theologie van zijn geestelijke vader heeft hij vele voordrachten gehouden, waarin hij ons bekend maakt met de geestelijke Schatkamer van de Orthodoxe Traditie.

Het boek “Weest ook gij uitgebreid” is gebaseerd op een serie voordrachten, gehouden in de Verenigde  Staten van Amerika in A.D. 2001, ter introductie op de theologie van de heilige Silouan en oudvader Sophrony. Twee aanvullende lezingen tonen de essentie van dit onderricht, zoals dit wordt uitgedrukt in de weg van het monnikschap – niet alleen voor degenen die dit specifieke pad willen volgen, maar ook als voorbeeld en inspiratie voor allen die ‘in de wereld’ leven.

ENKELE CITATEN:
Toen de zalige oudvader en stichter van ons klooster, vader Sophrony, nog mét ons was, zochten sommigen van ons, zijn monniken, gretig naar een aanleiding – “gelegen of ongelegen” – om hem te bezoeken en zijn woord te horen. Ieder contact met hem was een bron van inspiratie, en een opening naar nieuwe horizonnen in ons leven.

De Oudvader woonde in een klein huisje aan de rand van het kloosterterrein. In zijn laatste jaren was hij door ouderdom aanzienlijk verzwakt, en af en toe sliep hij, gezeten in een leunstoel. Vaak gebeurde het, dat in onze contacten en gesprekken met de mensen die ons bezochten, een vraag of probleem naar voren kwam, en wij snelden dan naar onze Oudvader om van hem het juiste antwoord te vragen, en dit vervolgens over te brengen aan de desbetreffende pelgrims. Soms vonden wij hem in slaap. Dan schudden wij zachtjes aan zijn leunstoel en wekten hem. En wij legden hem de vraag voor die gerezen was. Hij opende dan zijn ogen, en vrijwel onmiddellijk vloeide het woord van zijn lippen. Het was een verbazingwekkende en wonderbaarlijke gebeurtenis. Zijn stem kwam ‘van de andere kant’, van de hemel. De genade in zijn woorden doordrong en overtuigde op onweerstaanbare wijze het hart, niet alleen dat van ons, maar ook de harten van hen die de wil van God hadden gezocht, en aan wie wij zijn woord overbrachten.

Het grote wonder dat op mij (levend in de nabijheid van vader Sophrony) meer indruk maakte dan wat dan ook, was het woord van God dat uit zijn mond kwam, en de energie van de genade waarmee het geladen was. Wij waren getuige van zoveel wonderen wanneer hij voor mensen bad, en geen van ons hechtte daar veel belang aan, omdat hijzelf daar geen aandacht aan schonk. Maar wat ons werkelijk van verbazing versteld deed staan, was het woord dat uitging uit zijn mond…
+ uit hfst.1, De heilige Silouan de Athoniet en zijn leerling, oudvader Sophrony

Wanneer het de Godheid welbehagelijk is
Zich te verenigen met het menselijk wezen,
dan wordt de mens in zichzelf
de aanwezigheid van de Goddelijke kracht gewaar,
die hem transfigureert en hem Godgelijk maakt,
niet alleen als vermogen, “naar Zijn beeld”,
maar ook als werkzame energie, “naar Zijn gelijkenis”.
+ Archim. Sophrony (geciteerd door Bp. Basil voorafgaand aan de tweede voordracht)

Voor ons Christenen is er niets dat boven Christus uitgaat. Voor ons is Christus de absolute God en de volmaakte mens. Hij zeide: “Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven.” En het is zeer belangrijk voor ons de Weg, de Waarheid en het Leven te kennen.

De weg is Christus Zelf, en als wij de weg kennen, en onszelf op deze weg plaatsen, dan – daar Hijzelf de weg is – wordt Hij onze medereiziger, onze metgezel; dan verbindt Hij Zichzelf met ons, zoals Hij bij Lukas en Cleopas kwam op de weg naar Emmaüs. Hijzelf is de Waarheid, zowel goddelijk als menselijk. En wanneer wij deze waarheid kennen, dan worden wij waarachtig – in twee opzichten: In de eerste plaats kennen wij de Waarheid, dat is, Christus Zelf, en wij aanbidden Hem in Geest en in waarheid. En tegelijkertijd beginnen wij ook de waarheid te kennen over onszelf, de waarheid van onze volstrekte armoede; en zo staan wij vóór Hem in ontzag en eerbied, en vervullen onze dienst aan Hem. Hij is ook het Leven Zelf, en zonder deze gave des levens te kennen, die Hij op aarde gebracht heeft, blijven wij in troosteloze verlatenheid – zoals Hij zeide: wij “sterven in onze zonden”. Als wij echter Zijn gave kennen, dan weten wij dat het de gave van het leven is, ja zelfs, van leven “in overvloed”. Dus Christus is de Weg, en het is voor ons van levensbelang deze weg te kennen.

Hoe heeft Christus deze weg op aarde getoond? Hij heeft deze getoond door neder te dalen, van de hemel tot de aarde; en nog zoveel te meer, door neder te dalen tot de “nederste delen der aarde”. Dat wil zeggen, Zijn weg is een nederige weg. Hij is een nederige God, en Hij weet Zijn leven “neer te leggen voor Zijn vrienden” – want als God heeft Hij de macht dit weer op te nemen.

Wij zijn allen geschapen “naar het beeld en de gelijkenis” van God. Hiermee heeft God, vanaf het allereerste begin, in ons het vermogen gelegd Hem te kennen, en dat ten volle – want Hij heeft ons in staat gesteld de openbaring van het Evangelie te ontvangen, die zou komen in Zijn eniggeboren Zoon. Maar uiteraard kennen wij de tragische gebeurtenis die plaatsvond: De mens werd afvallig en verwijderde zich van de levende aanwezigheid van God. Maar God verliet de mens niet. En de mens, in zijn diepste wezen, vergat nimmer dat zijn oorsprong in God is. Hij heeft altijd het ingeboren verlangen gehad naar rechtvaardigheid, naar gelijkheid, naar vrijheid van geest. Doch door de tragische gebeurtenis van de Val zien wij in de ervaring van ons aardse bestaan, dat er géén rechtvaardigheid is; er is geen gelijkheid; er is geen vrijheid van geest.

En deze monsterlijke ‘empirische bestaansvorm’, die onze wereld is, heeft de vorm van een pyramide. De machtigen der aarde zitten aan de top van de pyramide, op de schouders van degenen onder hen; er is geen gelijkheid, en de sterken overheersen de zwakken. Maar dit is niet zoals God het bedoeld heeft. God wilde, dat wij allen gelijk zouden zijn voor Gods aanschijn, en daarom heeft Hij ons allen dezelfde geboden gegeven. Dát is het teken van onze gelijkheid voor God. Elk van ons moet ze in zijn eigen leven toepassen, maar Hij heeft aan ieder van ons dezelfde geboden gegeven.

Zo worden wij dan geconfronteerd met deze monsterlijke pyramide van het empirische bestaan van deze wereld, waarin de machtigen der aarde hun gezag doen gelden, zoals de Heer zegt – en zij worden zelfs “weldoeners” genoemd. “Doch alzó zal het niet zijn onder u”, zeide Hij, maar “indien iemand de eerste wil zijn, die zal de laatste zijn van allen, en de dienaar van allen”. Dus de Heer heeft deze pyramide omgekeerd, zoals vader Sophrony zegt, om deze misvorming van de wereld te genezen, en Hij heeft Zichzelf aan het hoofd geplaatst van de omgekeerde pyramide. Hij is nedergedaald tot het laagste punt daarvan, dat wil zeggen, Hij ging tot de diepste afgrond van de Val van de mens, en Hij nam op Zich de ‘last’ van de gehele wereld, het volledige gewicht van de pyramide.

Vanaf dat moment, wie zou vóór Hem kunnen staan om Hem te oordelen? Hij heeft God gerechtvaardigd, maar Hij heeft ook de mens gerechtvaardigd. Hij heeft God gerechtvaardigd, door Zijn liefde te tonen, een liefde “tot het einde” – die “grotere liefde”, die niemand heeft zoals Hij, zoals de Heer zegt in het Evangelie. En in gehoorzaamheid aan het gebod van God de Vader, heeft Hij Zijn leven neergelegd voor de wereld. Wie kan sindsdien met God in het oordeel treden? Hij heeft Zijn eniggeboren Zoon niet gespaard, maar Hem voor ons overgeleverd. Zal Hij ons, “mét Hem, niet ook álle dingen schenken?” zegt de Apostel.

Maar Hij heeft ook de mens gerechtvaardigd. Want Hij heeft een pad voor ons afgetekend. Hij heeft ons op aarde een weg getoond – de Weg, waarvan de profeten hebben gedroomd en gesproken. Deze weg, die Hij op aarde getoond heeft door Zichzelf onderaan de omgekeerde pyramide te plaatsen, is de weg naar beneden, de weg van de nederdaling. Door deze weg te tonen, heeft Hij de mens gerechtvaardigd; Hij heeft hem een voorbeeld gegeven. Als de mens Zijn weg volgt, dan zal God de Vader hem ontvangen als Zijn zoon. En God zal tot iedere persoon dezelfde woorden herhalen, die Hij sprak tot Zijn eniggeboren Zoon: “Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U verwekt,” en “Dit is Mijn Zoon, de Geliefde, in Wie Ik Mijn welbehagen heb”. Hij zegt hetzelfde tot ons allen, die het pad van Christus volgen en ‘omlaag gaan’, om Hem te ontmoeten op het laagste punt van de omgekeerde pyramide. God heeft Zijn liefde voor de mens getoond door op aarde de weg van Zijn Zoon te tonen. En de mens, op zijn beurt, toont zijn liefde voor God wanneer hij deze weg volgt – de weg der nederigheid.
+ uit hfst.9, De weg van Christus

Deze recente uitgave is nu ook verkrijgbaar in de Nederlands taal
en rechtstreeks te bestellen via:
Uitgeverij Orthodox Logos, Tilburg, NL
ISBN/EAN: 978-90-818718-7-7
Paperback, 320 pag. / €18,56 (incl. BTW),
danwel via uw plaatselijke boekhandel onder vermelding van bovenstaande boekgegevens.

Fantastisch vertaald uit de oorspronkelijke talen (Grieks & Engels)
door A. Arnold-Lyklema, Cyprus.
– Griekse editie: «Πλατυσμός της καρδίας»
– Εngelse editie: «THE ENLARGEMENT OF THE HEART»
Be ye also enlarged” [2 Corinthians 6:13]
in the Theology of Saint Silouan the Athonite and Elder Sophrony of Essex

“Houdt in alles de Dood voor ogen”

 

De heilige Antonius zei tegen zijn leerlingen:
Om te voorkomen jezelf te verwaarlozen en
de beoefening van de Christelijke deugden uit de weg te gaan, is het goed om vóór alles  de apostolische les te bestuderen:
Houd allen je sterfdag voor ogen“.
1Cor.15: 31
Want zo we met de dood voor ogen iedere dag beginnen, zullen we beslist niet in zonde vervallen.

Wat er hiermee bedoelt wordt is dit:
Wanneer je iedere ochtend wakker wordt in het besef dat je niet lang meer te leven hebt.
En wanneer we in slaap vallen het idee hebben nooit meer te zullen opstaan​,
staat ons op een natuurlijke wijze voor ogen dat de duur van ons leven dagelijks wordt bepaald door de Goddelijke voorzienigheid.

Dus als we op deze manier onze innerlijke positie vastleggen, zullen  we niet langer tot zonde vervallen,
noch zullen we enige behoefte hebben een ander kwaad te bejegenen
of nog langer kwaad op iemand te zijn,
noch zullen we er nog langer verlangen
nog meer schatten der aarde te bijeen te vergaren,
we hebben immers wel ‘iets beters’ te doen.

Maar, in de verwachting dat de dood op ieder moment van de dag op de loer ligt,
zullen we minvermogend worden en zullen we al wat wij bezitten aan iedereen weggeven.
We zullen evenmin naar man noch vrouw hunkeren of  enig andere onfatsoenlijke genot nastreven, welk enkel ijdelheid inhoudt, en zullen we net als zieken, onophoudelijk met de verschrikkelijke lijdensweg voor onze ogen
de verkrijging van Gods liefde nastreven.
Heer, Jezus Christus, Zoon van God,
heb medelijden met ons en
redt mij van deze vervallen wereld“.

De dag des oordeels en het grote onbehagen voor de verschijning van de Rechterstoel
en het verlost zijn van dit tranendal en
de zoetheid van het plezier
wanneer voor ons allen de wederopstanding van
het gestorven lichaam en ziel aanbreekt.
uit: “Evergetinos, citaten over berouw“.

Misschien komt het wel door mijn leeftijd, maar ik ervaar dat links en rechts mensen uit mijn kennissenkring wegvallen en geboren worden voor de eeuwigheid.
Dan wordt je duidelijk dat er voor alles wat gebeurt er
een uur is, een tijd voor alles wat er is onder de hemel.
Er is een tijd om vader, moeder, grootvader en grootmoeder te worden, maar er is ook een tijd om te sterven, om
datgene wat je geplant heb te rooien.
Al wat bloeit gaat een keer dood.
Er is tijd die je zo tussen je vingers weg laat glijden
en een tijd om dingen op te bouwen en weer af te breken,
Er is een tijd om te huilen en een tijd om te lachen,
een tijd om te rouwen en een tijd om te dansen.

Aan de uitdrukking ijdelheid der ijdelheden ligt ten grondslag de waarschuwing “Memento Mori” [gedenk het sterven], soms gevolgd door het najagen van wind,
dat alles slechts schone schijn is, zonder zin en inhoud.
Het wordt vaak uitgesproken als een serieus of ironisch commentaar op
ijverige inspanningen om bezit of roem te verwerven;
[ironisch] het toppunt van ijdelheid of overdreven aandacht of waardering voor
het eigen uiterlijk of de eigen persoon.
Deze zedenles ‘leegte’ en ‘zinloosheid’ van alles luidt in de woorden van de vertaling van de Staten Generaal der Nederlanden [1637], [welke werd ondersteund door monniken van de Athos, Griekenland]
moraliserend in de marge:
‘dat Koning Salomon [die gezien wordt als de auteur] te kennen geeft,
dat alle aerdsche dingen ons niet en konnen helpen om tot de ware gelucksalicheyt te komen’
.

Toch is juist deze oudtestamentische koning die ons de spiegel voorhoud van het vergankelijke van al het tijdelijke.
Salomon had van de Heer een wijs hart gekregen en daarnaast een enorme rijkdom.
Toch zegt hij als het ware, wie zijn hart en nieren zet op rijkdom is een dwaas.
We mogen genieten van dat wat God ons gegeven heeft en tegelijk
dienen wij dit bezitten als niet bezittende.
Alles wat wij hier zien is vergankelijk en
zal straks achtergelaten moeten worden.

Of we nu jong zijn of oud, laten wij onze Schepper voor ogen houden.
Tijdens onze jeugd komt er zoveel op ons af,
de wereld trekt, er moeten keuzes gemaakt worden.
Keuzes die soms zo diep ingrijpend zijn,
denk aan studie richting, vriendschappen aangaan, voortzetten of verbreken.
Wel of niet meedoen met dat waar vrienden aan meedoen.
Zijn wij onszelf of doen wij ons anders voor.

Hoe vaak is het niet zo, dat zij die in de jeugd de een of andere zonde gediend hebben,
op de oud dag, wanneer de zwakheden en de tegenslagen zich vermeerderen, geen enkele zin meer hebben om
God te zoeken.
De teleurstellingen van het leven en de sleur van alle dag
heeft zoveel mensen in de kracht van hun leven,
gevormd tot een schepsel dat geheel ‘los’ is van God.
Wat is het ellendig om deze mensen te zien te midden van hun aards geluk,
ze zijn zo onbereikbaar voor de boodschap van Gods genade.
Ze hebben zo vaak het geluk hier op aarde gevonden
zonder dat zij inzien dat dit alles niets anders is dan
ijdelheid der ijdelheden.
Straks, in het uur van de dood, zullen zij alles achter zich moeten laten.
Hoe is het in uw leven?
Heeft u het geluk gevonden?
Bedenk toch dat uw geld en al uw aardse bezittingen
straks helemaal niets meer waard zullen zijn.
Waar zijn de tuinen van Salomon,
waar is zijn heerlijke paleis en zijn schitterende paarden,
waar is al het fonkelende goud en zijn kostbare parels?
Toch heeft hij iets heel waardevols achter gelaten.
Het zijn de woorden die hij geschreven heeft,
waar wij tot op vandaag de zegen van mogen ervaren.
Salomon sloot het boek Prediker af met de woorden;
Vrees God en onderhoud Zijn geboden,
want dit geldt voor alle mensen;
want God zal elke daad doen komen
in het gericht over al het verborgene,
hetzij goed, hetzij kwaad
“.
Pred. 12: 13,14

nuttig verdriet of spijt van zonden
Er is een nuttige treurnis en
destructieve spijt van zonden.

Verdriet is nuttig wanneer we onze zonden betreuren
en wanneer we onze naasten uit onwetendheid benadeeld hebben en ons doel van werkelijke goedheid gemist hebben;
dit zijn de reële vorm van verdriet.

Onze tegenstrever, onze vijand voegt er echter iets aan toe.
Want hij zadelt ons op met verdriet zonder geestelijk inzicht,
welke wel lethargie [gevoelloosheid of onverschilligheid] wordt genoemd.
Deze vorm van verdriet dienen we altijd te verdrijven
met gebeden en Psalmen“.
Amma Syncletica van Alexandrië

Zondag, de dag van de Heer

De Goddelijke Liturgie
begint bij de aanvang van de ene eredienst en
eindigt bij het begin van de volgende [dienst].
met andere woorden is
een onafgebroken dienst aan God.

De sabbat
Toen God de Hebreeën in het vierde gebod van de Tien Geboden het
Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt” voorschreef
gaf Hij ook de reden hiertoe aan:
Want in zes dagen heeft de Heer hemel en aarde gemaakt,
de zee, en alles wat zich erin bevindt en
Hij rustte op de zevende dag.
Daarom zegende de Heer de sabbatdag en heiligde die
“.
Ex.20: 8,11; cf. Gen.2: 1-3

De Profeet Mozes bewerkt de Tien Geboden in Deuteronomium 5 en
hij voegde er nog een andere reden aan toe:
Vergeet niet, dat je een dienaar bent in
het land van Egypte, en
de Heer, uw God,
zal u van daar door een sterke hand en
een uitgestrekte arm wegleiden;

Daarom heeft, de Heer, uw God, bevolen om de sabbatdag te bewaken en te heiligen“.
Deut.5: 15

De Hebreeën werden opgeroepen om zich van werken “te onthouden” [Ex.20: 8],
en haar “behoeden” – in acht nemen [Lev.19: 3, 30], en
de sabbat te “heiligen” ofwel te “zegenen” [Jer.17: 19-27; Ez.20: 19,20; Neh.13: 15-22]
door te rusten van bijna elk soort werk.
God verwachtte deze wekelijkse heiliging van de tijd om hen Zijn geweldig scheppingswerk en haar wonderbaarlijke verlossing uit Egypte te doen overwegen.
Deze omschrijving van de sabbatviering betekende voor de gelovigen een van de belangrijkste manieren waarop God de mensen opdracht gaf
de verbintenis met Hem te versterken.
Ex.31: 12-17 [zie Lev.24: 8]
Oorspronkelijk werd het houden van een gezamenlijke eredienst
niet gekoppeld aan de sabbat; echter waarschijnlijk is met de ontwikkeling van de synagoge tijdens de ballingschap in Babylon [6e eeuw vóór Christus],
de sabbat de samenkomst dag als viering in de synagoge geworden,
zoals het heden te dage voor Joden nog steeds geldt.

Zondag, dag van aanbidding
In het vroege christendom bleven de Joodse christenen de Sabbat in acht te nemen en hielden hun diensten op de sabbat [Hand.13: 13-15, 42-44, 18: 1-4].
Maar ze ontmoette elkaar ook voor de viering van de Goddelijke Liturgie op zondag [Hand.20: 7; 1Cor.16: 1-2],
welke “de dag des Heren” werd genoemd [Openb.1: 10],
omdat Jezus op een zondag is opgestaan.
De Heilige Ignatius van Antiochië bevestigt [± 107 na Christus] dat de zondag
de belangrijkste dag van aanbidding voor de vroege kerk was:
Ze hebben de sabbat losgelaten en
stellen daar nu de dag des Heren voor in de plaats
– de Dag, waarop het leven voor ons het eerst aanvangen,
dankzij Zijn Opstanding uit de doden“.

De Heilige Constantijn de Grote respecteerde als eerste Christelijke keizer deze gewoonte en gaf in 321 opdracht Christus Opstanding elke zondag te vieren,
waarmee elke zondag een heilige dag
zou worden.
Orthodoxe Christenen beschouwen
de zaterdag nog steeds als de sabbat,
de dag waarop de Kerk al
de martelaren en gestorvenen gedenkt,
omdat Christus op Grote en Stille Zaterdag in het graf rustte.

Zondag, de achtste dag
Naarmate de dag nà de zevende dag [toen God na Zijn zes dagen van de Schepping uitrustte] en de dag van Christus als Opstandingsdag werd gezien
werd op een mystieke wijze onder christenen de zondag als de “Achtste Dag” beschouwd.
Het was immers de dag  die “buiten de natuur en de tijd” stond [MaxCon],
het begin van een totaal andere wereld” [Barn].
Of je het nu die bepaalde dag,
of dat je het ook als de eeuwigheid kunt benoemen,
je duidt hetzelfde idee aan“[Basilius de Grote].

Heel toepasselijk, in de week na het Pascha [Pasen], de Lichte Week genoemd,
en viert de Kerk gedurende acht dagen het Pascha, net alsof het een doorlopende dag zou zijn.
Overeenkomstig de traditie krijgen baby’s op de achtste dag na de geboorte hun naam.
En werden vroegchristelijke doopkapellen met acht zijden gebouwd,
Omdat ze voor ogen hadden dat de nieuw gedoopte het rijk van de achtste dag betrad,
de dag van de eeuwige rust in het ‘hemelse Koninkrijk’ welke
Christus ons in het vooruitzicht heeft gesteld.
Hebr.4: 1-11

Liturgisch gezien begint de zondag met de eerste Vespers van de zondag
namelijk op zaterdagavond en eindigt de zondag met de 2e Vespers op Zondag.
Vanaf het Vaticaans Concilie is dit voor de rooms-katholieke kerk de voornaamste reden geweest om de zondagse eucharistieviering
’s avonds voorafgaand aan de zondag te gaan vieren.
Persoonlijk ben ik van mening dat God overal en onafgebroken en
iedere dag geëerd dient te worden; iedere dag, die God geeft [zoals mijn moeder, het regelmatig noemde] ongeacht wat de agenda aangeeft.

We vervallen terug tot ‘de heidense, prehistorie periode’
De Raad van Kerken in het Midden-Oosten Raad [de MECC]
– een regionale oecumenische orgaan waarvan de leden uit onder meer
Rooms-Katholieke, Orthodoxe en Protestantse kerken afkomstig zijn
– heeft in een verklaring een oproep aan de internationale gemeenschap gedaan:
om gedurfde initiatieven te nemen en zich tegen” aanvallen op Christenen in het Midden-Oosten te verzetten .
De Raad van Kerken heeft “gelovigen van alle religies en mensen van goede wil
opgeroepen tot God te bidden
om op te komen voor de redding van die mensen in het Midden-Oosten,
met name de Christenen die zwaar te lijden hebben en als schapen naar de slachtbank worden gevoerd om te worden afgeslacht en dat zij niemand om zich heen hebben
hun recht op gerechtigheid en genade en hun leven verdedigt“.
Dit betekent dat we niet alleen lijfelijk verzet bieden tegen extremisme
[welke ook binnen het Christendom voorkomt] maar respect tonen voor
iedere vorm van religie – een mens heeft er namelijk niet om gevraagd in
welke nest hij werd geboren.
Respect en belangstelling voor elkaars achtergrond doet in deze wonderen.

De Dag des Heren is in het Christendom is over het algemeen zondag,
een dag waarop men zich voor de gezamenlijke eredienst[en] bijeenkomst verzamelt.
Het wordt door de ‘meeste’ Christenen beschouwd als
de wekelijkse herdenking van de Opstanding van Jezus Christus,
van Wie in de Canonieke Evangeliën wordt gezegd
dat Hij uit de dood is opgestaan vroeg in de morgen op de eerste dag van de week en
dat de Kerk hiervan getuigt.
o.a. Openb.1: 10

In het vroege Christendom ontmoetten
de gelovigen elkaar op een zondag
rond “het breken van brood” hetgeen in het boek Handelingen van de Apostelen
wordt aangehaald [Hand.20: 7].
Kerkvaders [uit de 2e eeuw zoals Justinus Martelaar] getuigen van de wijdverbreide praktijk van de zondagsviering [1e Apologie, hfdst. 67],
tevens dat het in 361 AD een gemandateerde wekelijkse gebeurtenis is geworden.
Dit houdt niet in dat we tijdens iedere maaltijd die wij gewoon zijn te houden
de Heer niet dankzeggen voor de goede gaven die Hij ons doet toekomen
in het Grieks, “κατά κυριακήν δέ κυρίου”,
betekent letterlijk “Op de Heer van de Heer”,
oftewel wanneer we maar samenkomen óf elkaar ontmoeten
doen we dat met God voor ogen.

Zelfs heidenen, die in God [Christus] geloven en
berouw tonen over de zonden die zij hebben begaan,
zullen deze erfenis ontvangen, samen met de Patriarchen en Profeten
en het gewone volk welke eveneens van Jacob afstamt,
zelfs wanneer ze de sabbat niet in acht nemen,
noch besneden zijn, noch de feesten in acht nemen
“.
Justin [Martelaar] – “de dialoog met Trypho”.

Ik, de Heer, heb u geroepen in gerechtigheid,
uw hand gevat, u behoed en u gesteld tot
een verbond voor het volk,
tot een licht der natiën:
Om blinde ogen te openen,
om gevangenen uit de kerker te leiden,
uit de gevangenis wie in duisternis gezeten zijn
“.
Is.42: 6,7

Trekt, trekt door de poorten, bereidt de weg voor het volk, baant, baant de weg,
zuivert hem van stenen, heft een banier omhoog
boven de volken.
Want de Heer doet het horen tot het einde der aarde:
Zegt tot de dochter Sions: zie, uw heil komt;
zie, zijn loon is bij Hem en zijn vergelding gaat voor Hem uit.
En men zal hen noemen:
Het heilige Volk, De Verlosten des Heren; en gij zult genoemd worden:
Begeerde, Niet verlaten Stad.
Wie is het, die van Edom komt, in helrode klederen van Bosra, die daar praalt in zijn gewaad, fier voortschrijdt in zijn grote kracht?
Ik ben het, die in Gerechtigheid spreek, Machtig om te verlossen.
Waarom is dat rood aan uw gewaad, en zijn uw klederen als die van iemand die de wijnpers treedt?
Ik heb de pers alleen getreden en van de volken was niemand bij Mij,
Ik trad hen in mijn toorn en vertrad hen in mijn grimmigheid;
toen spatte hun bloed op mijn klederen en ik bezoedelde mijn ganse gewaad.
Want een dag van wraak had Ik in de zin en het jaar van mijn verlossing was gekomen.
En Ik zag rond, maar er was geen helper; Ik ontzette Mij, maar niemand bood steun.
Toen verschafte mijn arm Mij hulp en mijn grimmigheid ondersteunde Mij.
En Ik vertrapte volken in mijn toorn, maakte hen dronken in mijn grimmigheid en deed hun bloed ter aarde stromen
“.
Is. 62: 10-12 Is.63: 1-6

God, Die Zijn Heilige Geest in ons gegeven heeft

God wil uw heiliging,
dat gij u onthoudt van ontucht,
dat ieder van u in heiliging en eerbaarheid
zijn noodzakelijke behoeften zal weten te verwerven,
niet in hartstochtelijke begeerlijkheid, zoals
ook de heidenen, die van God niet weten en dat men zijn broeder niet slecht zal behandelen of in deze of gene zaak zal bedriegen,
want de Heer is wraakzuchtig in dit alles,
zoals wij u ook vroeger gezegd en nadrukkelijk betuigd hebben.
Want God heeft ons niet geroepen tot onreinheid, maar in heiliging.
Daarom, wie dit verwerpt, verwerpt niet een mens, maar God,
die u immers ook zijn Heilige Geest geeft“.
1Thess.4: 3-8

De menselijk ziel die trouw is aan de beoefening van de Liefde
en aanhankelijkheid toont aan God zoals eerder is beschreven,
is verbaasd te ervaren dat God geleidelijk aan bezit neemt van z’n gehele wezen:
het wordt een voortdurend gevoel van Gods aanwezigheid gewaar,
die als het ware een tweede natuur is geworden; en dit is,
evenals gebed het resultaat van gewoonte [geplogenheid].
De ziel voelt geleidelijk aan een ongewone rust welke in al haar onderdelen wordt verspreid
en deze stilte wordt nu de gesteldheid van geheel haar gebed;
terwijl God communiceert  via een intuïtieve Liefde,
welke het begin is van ‘onuitsprekelijke gelukzaligheid’.

We dienen er wel bij stil te staan dat
dit een hoge graad van gebed is
welke een Genade inhoud Die
de Geest van God ons verleent.
Het is als een zaak van het hoogste gegeven,
welk ontstaat bij het loslaten van ‘eigen’ inzet en inspanning,
op een dusdanige wijze
dat God Zich geheel alleen kan manifesteren,
kan handelen waarbij zoals door de mond van Zijn Profeet David wordt aangegeven
Hij zal de boog breken, de wapens verbrijzelen,
en de schilden [je verdediging] verbranden in vuur.
Wees Stil en Weet dat Ik God ben“.
Psalm 45: 9,10
Maar het schepsel is zo gespinsd op die Liefde en
is zo gehecht aan z’n eigen inbreng,
omdat het zich voorstelt
dat er van de overzijde helemaal niets wordt ondernomen,
wanneer het niet waargenomen kan worden en
al haar werkingen ook zichtbaar zijn geworden.
Het is onwetend van zijn onvermogen
van minutieus te observeren
de wijze van Gods beweging
welke wordt veroorzaakt
door de snelheid van de vooruitgang;
dat God handelt,
in de uitbreiding van en de verspreiding van Zijn invloed,
welke die van het schepsel absorbeert.
Sterren kunnen duidelijk gezien worden vóór zon opkomt;
echter zij bewegen met een zeer kleine beweging licht voort,
hun stralen worden geleidelijk geabsorbeerd en ze worden onzichtbaar,
niet uit de wil van dat sterrenlicht, uit zichzelf,
maar door de superieure uitstraling van de Schepper,
want zonder Hem was er totaal geen licht.

Bovenstaande is hiermee vergelijkbaar;
want er is een Sterk en universele Licht dat alle [kleine] lichtjes absorbeert,
welke onze ziel verlicht;
ze zwelt zwak aan en verdwijnt weer even snel
onder de Krachtige invloed, werkzaamheid en
is vervolgens niet meer te onderscheiden.
Veel mensen vergissen zich sterk, die
beschuldigen het gebed maar als een traag gedrag,
een lading die alleen kan ontstaan ​​uit onervarenheid.
Als we ons alleen maar een aantal inspanningen
voor de verwezenlijking van dit gebed zouden getroosten,
zouden ze al snel het tegendeel ervaren van wat verondersteld werd en
de beschuldiging ongegrond verklaren.

De uiterlijk verschijning van nietsdoen is inderdaad,
niet het gevolg is van de steriliteit of van willen,
maar van vruchtbaarheid en overvloed
die waargenomen zal kunnen worden door een ervaren ziel,
die bekend is met de ervaring dat stilte vol en zalvend kan zijn en
juist het omgekeerde bereikt wordt van apathie en onvruchtbaarheid.
Er zijn twee soorten mensen die van stilte houden;
de één omdat ze niets hebben om te berde te brengen,
de andere omdat ze veel te veel hebben te zeggen:
zo is het ook met de ziel in deze staat;
de stilte wordt veroorzaakt door de overvloed van materie,
te groot om er een uitspraak over te doen.

Nog een voorbeeld:
De verdrinkingsdood verschilt in grote mate
van het sterven van de dorst;
water kan, in zekere zin, beiden veroorzaken;
overvloed vernietigt in de ene situatie en
de behoefte eraan de andere.
Zo is in deze staat het gebrek en het overweldigd worden door Genade
nog steeds de activiteit van het zelf; en daarom
is het van het allergrootste belang om zo stil mogelijk te zijn en te blijven;
geen overvloed van woorden,
gewoon afwachten;
Uw Wil geschiedde“.

Het kind welke aan de borst van de moeder ligt
is een levendige illustratie van ons onderwerp:
het begint de melk op te wekken
door het bewegen van de kleine lipjes;
maar wanneer de Melk rijkelijk vloeit,
behoeft het kind slechts de inhoud
door te slikken en
zich te voeden.
Op dezelfde wijze dienen we om te gaan
met het begin van gebed,
door de gemoedsbeweging
van het oefenen met de lippen; maar zodra de melk van de Goddelijke Genade vrijerlijk stroomt,
behoeven we niets meer te doen,
dan in rust en  stilte te nuttigen;
en wanneer het ophoudt te stromen,
dienen we het weer te wakkeren
zoals een kind zijn lippen beweegt.
Wie anders handelt zal bij het bidden niet van deze Genade
gebruik kunnen maken, welke aan deze grondhouding verbonden is en
de ziel tot Zich trekt in de rust van de Liefde en
niet in de veelheid van het Zelf.

Denk dan gewoon eens aan een baby, die zachtjes en zonder beweging borstvoeding drinkt
Wie zou ooit geloven dat zo onze Goddelijke voeding dient te worden ontvangen?
Hoe rustiger het kind wordt gevoed, hoe beter het gedijt.
Wat gebeurd er uiteindelijk,
gevoed en voldaan valt het kind
zachtjes in slaap in de schoot van de Moeder, de Kerk.
De ziel, die is rustig en vredig in het gebed verzinkt in een mystieke sluimer,
waarin alle haar bevoegdheden zich in rust bevinden.
In dit proces wordt de ziel heel natuurlijk, zonder inspanning,
kunstgrepen, of studie op haar weg geleid.
Het Christelijk innerlijk is niet een bolwerk
welke door de storm en geweld wordt bewerkstelligd,
maar is een Koninkrijk van vrede, de Tempel Gods,
welke door Liefde alleen wordt bereikt.
Het is de Geest Gods, Die vuur en Liefde opwekt.

Wanneer deze smalle weg wordt nagestreefd
zal dit tot het intuïtief innerlijk gebed leiden.
God verwacht echt niets bijzonders, niets moeilijk;
integendeel, Hij is tevreden met
gewoon alledaags kinderlijk gedrag.
Kinderen Gods te zijn is het meest verheven doel en
dit doel wordt noodzakelijkerwijs heel eenvoudig bereikt.
Welke risico’s loop je,
je stelt enkel afhankelijk van God [Onze Vader] en
je draag jezelf volledig over aan Hem?
Hij zal je niet bedriegen, je niet teleur stellen,
tenzij je je verwachtingen te hoog stelt:
maar degenen die van alles verwachten
zullen onvermijdelijk worden misleid.

Heer, Die zegent wie U zegenen en
heiligt wie op U vertrouwen;
red Uw Volk en zegen Uw Erfdeel.
Behoed de volheid van Uw Kerk.
Heilige hen die de luister van Uw Huis liefhebben en
verheerlijk hen door Uw Goddelijke Kracht.
Verlaat ons niet die op U hopen.
Schenk vrede aan de wereld en geheel Uw Volk.
Want elke goede gave en
ieder volmaakte Gift komt van boven en
daalt tot ons neer van U, Vader van het Licht.
daarom zenden wij eer,
dankzegging en aanbidding op tot U:
Vader, Zoon en Heilige Geest;
nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen,
Amen
“.
Gebed achter het ambon

De Naam des Heren zij geloofd in de eeuwen der eeuwen [3x]”.
Goddelijke Liturgie van Johannes Chrysostomos