Orthodoxie & Christelijke grondhouding?

Zalig zijn de vredestichters, want
zij zullen kinderen van God
worden genoemd
“.
Matth.5: 9

Zalig zijn de vredestichters“, zo maakt Jezus in de Bergrede bekend.
Paulus vermaant de Christenen van Ephese te wandelen en waardig te blijven aan
hun roeping in dienst van eenheid en vrede [Eph.4: 1-3]
Christus heeft ons immers
vanaf de beginne in Hem uitverkoren, opdat
wij heilig en onberispelijk zouden zijn
voor Zijn aangezicht.
Voor de vrede dient inspanning te worden geleverd.
Het is het resultaat van opoffering, van deemoed.
Zoals de verwerkelijking van het Koninkrijk, de rust schenkt die God ons heeft geschonken en die tot op de laatste dag onophoudelijk dient te worden gezocht;
de dag waarop Christus ons aan zijn Vader aanbiedt als “een koninkrijk van vrede”.

Die wens en verwachting van Vrede komen we eveneens tegen inde prediking van de profeten. Isaiah verkondigt dit nog wel het meeste wanneer hij de komst van de Messias voorspelt. Volgens hem zal de Messiaanse tijd een tijd van vrede:
Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven en
de Heerschappij rust op Zijn schouder en men noemt Hem
Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst.
Groot zal de Heerschappij zijn en eindeloos de Vrede op de troon van David en
over Zijn Koninkrijk, doordat Hij het sticht en grondvest met recht en gerechtigheid,
van nu aan tot in eeuwigheid“.
Is.9: 5,6

Isaiah plaatst ‘Rechtvaardigheid’ aan de basis van de vrede onder vermelding van:
de vrucht van de gerechtigheid zal vrede zijn, de uitwerking der gerechtigheid
rust en veiligheid tot in eeuwigheid“[Is.32:17].
Dit is de grote hoop van Israël [de Kerk]:
Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten van de Vreugdebode, die Vrede aankondigt,
Die de Blijde Boodschap brengt, Die heil verkondigt,
Die tot Sion zegt: Uw God is Koning
Is.52: 7

In het Nieuwe Verbond wordt de Vrede, net als in het Oude, verbonden met rechtvaardigheid. Maar hiermee wordt veelal niet de gerechtigheid bedoeld die voortkomt uit het beschouwen van de wet, maar met de gerechtigheid van God, die ons rechtvaardigt en de zekerheid van vrede vergeving schenkt.
De gevolgen van deze Christelijke activiteit zijn helder:
De volgeling van Jezus Christus, onze Verlosser wordt geacht samen te werken,
zich in te zetten voor de Vrede en Eenheid welke in Naam van Hem worden gerealiseerd.

In de wereld om ons heen zijn we hier niet zo zeker meer van vandaag de dag.
Er gebeurd veel om ons heen waar we geen grip meer op hebben en ons bekruipen steeds meer twijfels
over de aard en wijze waarop we de doelen bereiken die ons voor ogen staan.
We zien de symptomen van ziekte en mislukkingen in onze beschavingen, met name op het gebied van internationale betrekkingen, de vernielzucht van oorlogen en wanneer we ons tot het verleden wenden komen er steeds meer vragen bij ons op.

We proberen de fouten van andere tijden realistischer te bekijken, in de hoop dat dit ons bewust of onbewust zal helpen na te gaan wat er mis is met onze manier waarop we met elkaar omgaan en zo ja, deze door een bétere manier van doen om te buigen.
We proberen het lot dat ons te wachten staat om te buigen voordat de verwachtte waarheid ons allen heeft ingehaald.
“Wanneer gruwel en barbaarsheid rondom ons heen toeslaan,
kunnen we ons alleen nog maar geruststellen met
klanken en woorden van onze vroeger leermeesters“.
Paul Simon

Huidige situatie
Bij de grote Oost-Europese mogendheid, welke haar overwicht teloor ziet gaan is de laatste tijd een breed enthousiasme ontstaan voor de agressieve, nationalistische en militaristische opstelling, die haar leiding vertolkt en in praktijk brengt.
We dienen hierbij nog maar te zwijgen over het grote verschil tussen de echte waarheid en die van de staatspropaganda.
In de westerse pers wordt gewag gemaakt van steun vanuit Moskou aan de rechtervleugel van de Europese politiek.
Het Franse Front National van Marine Le Pen verkreeg van Russische banken een lening van 9,4 miljoen euro, geld dat Europese banken niet beschikbaar wilden stellen.
Jean-Marie Le Pen, de oprichter van het Front National kreeg daarnaast een lening van twee miljoen van een instelling die wordt geleid door een voormalig lid van de KGB, de geheime dienst van de Sovjet-Unie.
Diezelfde financiële steun wordt echter niet alleen aan politieke instellingen in Europa verleend; ook kerkelijke instellingen
zijn niet vies om KGB/Russisch bankgeld aan te nemen, om aloude doelen te bereiken.
In verschillende landen van Europa worden veelvuldig leegstaande kerkgebouwen opgekocht met Russisch overheidsgeld.
Parijs is hier het grootste voorbeeld van, hier wordt
– n.b. onder de rook van de Eifeltoren – een splinternieuwe, horizonbepalende Russisch Orthodoxe Kerk gebouwd, gefinancierd met Russisch kapitaal.
Ook in Nederland is hier gebruik van gemaakt; stilzwijgend – buiten het gezichtsveld van de massa – probeert de Russisch Orthodoxe Kerk [Moskou] haar invloedsfeer ook in onze contreien uit te breiden.

Heer, ontferm u!
Weinigen verlangen Uw terugkeer
teneinde wereldse knelpunten te slechten,
de meedogenloze afwisseling van geluk en verdriet! De vreugde van dit tranendal
belemmert ons en houdt de geesten verdeeld.
Jammer voor U!
Maar de belangstelling voor wereldse geneugten overheerst alom!“.
F. W. Nietzsche [1844 – 1900]
In ‘Zarathustra’ noemde Nietzsche
de drie trappen die de mens bij
zijn ontwikkeling doorloopt:
1.] afhankelijkheid van wereldse autoriteiten
2.] het zich hiervan losrukken
3.] het komen tot eigen waarden

Kerk en staat
De scheiding van kerk en staat betekent in
Nederland en België in de praktijk dat de staat en
de kerk ieder hun eigen zaken regelen en zich niet met elkaar bemoeien of elkaar de regels voorschrijven.
Het gaat bij deze vormgeving van de scheiding dus in de eerste plaats om het organisatorisch en bestuurlijk gescheiden houden van deze twee grootheden.
Overheidsdienaren bemoeien zich niet met de kerk en dienaren van de kerk bemoeien zich niet met de staat.
In Nederland is het beginsel van de scheiding van kerk en staat een fundamenteel uitgangspunt voor de inrichting van de huidige democratische rechtstaat.
De wet heeft het hoogste gezag en religie wordt in feite getolereerd indien en voor zover religie of uitingen van religie niet in strijd zijn met de wet.
In België wordt een stelsel van “relatieve scheiding” of “onderlinge onafhankelijkheid” aangehouden, omwille van het feit dat de Belgische overheid ondanks de principiële scheiding van kerk en staat toch instaat voor het onderhoud en de oprichting van bedehuizen en het betalen van een wedde voor bedienaren van de [erkende] erediensten.

De Oekraïne is tot de middeleeuwen grotendeels politiek onafhankelijk gebleven.
Rusland begon echter al snel inbreuk te maken op haar rechten [de tsaren keken minachtend neer op de Oekraïners als “de kleine Russen” om de tegenstelling te accentueren] ten opzicht van de “Groot-Russen” van het opkomende ‘Moskouse’ rijk.
De Russisch-orthodoxe Kerk [Russkaya Pravoslavnaya Tserkov] werd pas in 1448 [!] onder invloed van dit Tsaristisch machtsdenken  onafhankelijk van het patriarchaat van Constantinopel en werd tot 1905 als enige staatskerk in Rusland erkend.

Tijdens en na de Russische Revolutie van 1917 werd de vrijheid van de kerk in Rusland
steeds verder aan banden gelegd en priesters, bisschoppenen gelovigen gevangen genomen.
In 1938 waren bijna alle kerken in de Sovjet-Unie gesloten en vele bedienaren van de kerk monddood gemaakt. In 1961 trad de Russisch-orthodoxe Kerk toe tot de Wereldraad van Kerken en na 1990 mochten er weer [met staatssubsidie, als wieder-gut-machung] nieuwe kerken en kloosters gebouwd worden. Ook godsdienstonderwijs werd weer mogelijk en
de scheiding tussen kerk en staat werd in 1997 officieel in de wet vastgelegd.
Op 20 augustus 2000 werd het laatste – in 1918 door de communisten vermoorde –
Russische tsarengezin heilig verklaard door de Russisch-orthodoxe kerk.

Het is bekend dat de machthebbers in Moskou waaronder Poetin zich tot het aloude slavofiele gedachtengoed aangetrokken voelt:
> een gedachtengoed dat zich tegen westerse invloed keert en teruggrijpt op een traditioneel en autocratisch ideaal van Christendom en de eenheid van alle Slavische volkeren.
Het is het ideaal van één ‘spiritueel’ Rusland met de bijna messianistische opdracht om
zich in deze wereld te handhaven ten opzichte van een materialistisch en decadent Westen.
Dit -van oorsprong Byzantijnse- gedachtegoed is afkomstig uit het Russisch verleden
dat breed wordt gedragen binnen de leiding van de Russisch-orthodoxe kerk.
Samen met de Patriarch [Kirill] werpt Poetin zich op als een verdediger van traditionele waarden tegenover een antichristelijk en moreel failliet van het Westen.
Van het hernieuwde pact tussen religie en politiek dat in Rusland is gesloten werden onlangs
de eerste consequenties zichtbaar.
Toen de Russische troepen op de Krim de annexatie voorbereidden, bezocht Poetin het [oud] Valaamklooster, dat zich nadien ook mocht verheugen op bezoek van Aleksander Doegin met Igor Strelkov – de gevreesde Russische rebellenleider die als een van de kopstukken in de Oekraïne-crisis opereerde en
naar alle waarschijnlijkheid betrokken was bij het neerhalen van MH17.
Na die vliegramp overlegde Poetin als eerste met Patriarch Kirill:
de kerkleider die n.b. Mikhail Kalashnikov [uitvinder van ’s werelds meest populaire
moordwapen] recentelijk prees als een ‘ware patriot’ en zijn uitvinding roemde in
zoverre het was gebruikt voor de verdediging van het russische vaderland.
Toen er recentelijk in Moskou werd gedemonstreerd vóór de Russische interventie in Oost-Oekraïne, liepen Russisch-orthodoxe geestelijken voorop en in de Doema gaan inmiddels stemmen op om de relatie met de kerk te verdiepen en nog steviger in de Grondwet te versterken.
Daarmee zou de seculiere Russische staat plaats moeten maken voor de Russisch-orthodoxe. Dat de leiding hier een grote rol in speelt blijkt wel uit het feit dat
de Patriarch – als mid-voor van de Doema – uitbundig klapvee vormt voor de besluiten die ten aanzien van de wereldpolitiek worden genomen.

Zalig zijn de vredestichters“,
zo heeft Jezus Christus, onze verlosser ons in de Bergrede voorgehouden [Matth.5: 9].
Is het dan niet wenselijk dat Christelijke kerkleiders zich verre houden van politieke invloed en
zich al helemaal niet voor een heropleving van
eigen gelederen laten omkopen met werelds georiënteerde diensten en goederen.
Het is niet de eerste keer dat de waarde van het geld  en de invloed van macht wordt overschat,
vroeg of laat keert de Waarheid dit adderengebroed; het gewone kerkvolk is niet naïef.
Kan de Russisch-orthodoxe geestelijkheid niet loskomen en durft zij datgene niet los te laten  waaraan ze in haar historisch verleden zo gehecht is geraakt.
Dienen we ons opnieuw op te maken voor een bloedige revolutie, waarbij de één de ander een kopje kleiner maakt en de Kerk van Christus alleen maar aan het kortste eind trekt.
Is de huidige kerkleiding in oost-Europa zich wel bewust van wat zij ‘Christus Lichaam’ aandoet; immers als een lidmaat ziek is dan lijdt de gehele Kerk.
Christus heeft ons vanaf de beginne in Hem uitverkoren, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor Zijn aangezicht.
Voor Vrede dient inspanning te worden geleverd; het is het resultaat van opoffering en van deemoed.
Zoals de verwerkelijking van het Koninkrijk, rust schenkt die God ons verleend en
die tot op de laatste dag onophoudelijk dient te worden gezocht.
Dit is de dag die God heeft gemaakt,
de dag waarop Christus ons aan zijn Vader aanbiedt
als het Hemels Koninkrijk,
“een Koninkrijk van Vrede“.

Orthodoxie & een Goddelijke verbintenis

De verbintenis
Toen God een verbond [of overeenkomst], met Patriarch Abraham aanging, gaf Hij hem het bevel een vaars, een driejarige geit, een ram en
een tortelduif en een jonge duif te nemen
en deze vervolgens doormidden te snijden en
elk gesneden stuk tegenover de ander aan te leggen;
maar het gevogelte niet te delen.
Gen.15: 9,10
Een Joodse schrijver zegt hierover,
Voor degenen die een verbond met elkaar aangaan is het een vast gebruik
een vaars te nemen, die in twee stukken te snijden, waarna de contracterende partijen tussen de gescheiden stukken doorlopen
“.
Waarom doen ze dat?“, zo vraagt het Joodse kind dan aan zijn vader
Ongetwijfeld om de intieme relatie te bevestigen dat als ze ontrouw zijn aan hun verbintenis, ze bereid zijn om net als de vaars in stukken gehouwen te worden of
te wel te  zullen omkomen.
De profeet Jeremia vertegenwoordigt de Almachtige op dezelfde wijze wanneer hij verklaart, dat Hij die het verbond overtreed in
de handen van hun vijanden geven dient te worden
Het kalf dat zij in tweeën deelden en
tussen welks stukken zij doorgingen
“.
Jer.34: 18

Maar was het niet zo dat je me zei dat God een verbond sloot met Abraham?
Maar dat hoofdstuk verhaalt ons niet dat God daadwerkelijk
tussen de stukken van de dieren doorging?
Neen, niet met zoveel woorden;
maar er vond wel iets gelijkwaardigs plaats.
Er staat namelijk geschreven
Toen de zon was ondergegaan en er dikke duisternis was, zie,
een rokende oven met een vurige fakkel,
welke tussen die stukken doorging
“.
Gen. 15: 17
Dit was, zonder enige twijfel, een
wezenlijk symbool van Gods aanwezigheid.
Zoals de Theologische Evangelist het uitdrukt:
God is Licht, er is in Hem geen spoor van duisternis“.
lees: 1John.1: 5-2: 17

Op straffe van vervolging
Nu kwam het woord des Heren tot Jeremia:
Zo zegt de Heer, de God van Israël:
Ik heb met uw voorvaderen een verbintenis gesloten
ten dage dat Ik hen uit het land Egypte,
het dienst huis, leidde”.
lees: 
Jer.34: 12-22

De lamp van de gelovigen
Overeenkomstig de Christelijke voorschriften wordt er zeven maal per dag
Gods lof gezongen over de Oordelen van Zijn gerechtigheid en
verzoeken wij dat wij niet mogen afdwalen van Gods geboden.
Wij zijn daarin niet uniek – dit doen de Moslims ook – en,
naar wat ik in de Utrechtse praktijk tegenkwam – nog veel intensiever ook.
Wij bekruisen onszelf driftig in de avonddienst wanneer wij vernemen:
Leer mij Uw Gerechtigheden“, waarmee wij hetzelfde aangeven.
Met Davids Psalm worden we ons bewust van onze onvolkomenheden:
De Heer vergeldt mij volgens mijn gerechtigheid,
Hij vergeldt mij volgens de reinheid van mijn handen.
Want ik heb de wegen des Heren gehouden,
ik ben niet goddeloos afgeweken van mijn God.
En al Zijn oordelen staan mij voor ogen,
Zijn gerechtigheid houd ik niet verre van mij.
Met Hem zal ik onbevlekt zijn,
ik zal mij hoeden voor ongerechtigheid.
Dan vergeldt mij de Heer volgens mijn gerechtigheid,
volgens de reinheid van mijn handen voor Zijn ogen.
Met een heilige zult Gij U heilig tonen,
en onschuldig met een schuldeloos mens.
Met een uitverkorene zijt Gij uitgelezen,
maar met een arglistige toont Gij Uw list.
Een nederig volk zult Gij verlossen,
maar de ogen van trotsen vernedert Gij.
Gij schenkt Licht aan mijn lamp:
Heer mijn God, verlicht mijn duisternis
“.
Psalm 17 : 21-30

In vers 29 van deze psalm is sprake van de lamp van de gelovigen.
Wat wordt er met die “lamp” bedoeld?
In de tijd van onze oud-[voor-]vaderen werden er
twee soorten verlichtingsinstrumenten gebruikt: olielampen en fakkels.
Fakkels werden gemaakt van harshoudende houtsoorten of door samengevlochten biezen in teer of pek  te dompelen.
In Gen.15: 17 kwamen we al zo’n fakkel tegen:
Toen de zon was onder gegaan en er dikke duisternis was, zie een rokende oven met een vurige fakkel, welke tussen die stukken doorging“.
In de strijd met de vijand was het niet mogelijk olielampjes mee te nemen
wanneer men in het donker ten strijde trok. Dan had men fakkels bij zich.
Vanwege de enorme rook, die fakkels verspreiden, is het onmogelijk
deze in woningen te gebruiken om als lamp dienst te doen.
Daar werden juist de olielampen gebruikt.
Vaak werd in de lampen het vet van ritueel onreine dieren opgestookt, die niet gegeten mochten worden. Wanneer olie gebruikt werd was dit veelal
palmolie en bij feestelijke gelegenheden en rituelen
maakte men gebruik van olijfolie.

De pit van deze lampen moest van vlas zijn.
Denk hierbij aan de woorden van de profeet Isaiah, die zei, dat de Heer “de kwijnende vlaspit niet zou uitdoven” [Is.42: 3 en Is.43: 17].
Mattheus haalt dit ook aan:
De walmende vlaspit zal Hij niet uitdoven, voordat
Hij het oordeel tot overwinning heeft gebracht
“.
Matth.12: 20

Overeenkomstig de Joodse traditie komt bij een lamp en het licht een
gevoel naar boven, dat het hier om iets eerbiedwaardigs ging.
Een lamp verspreidt licht en Licht was het eerste dat God indertijd geschapen had.
Lamp en licht hadden voor de Jood dan ook duidelijk met God te maken.
God wordt dan ook “Het Licht van Israël” genoemd [Is.10: 17].
God is dus Licht en in Hem is in het geheel geen duisternis.
Wij weten, dat Christus Zichzelf Het Licht der wereld noemde:
Ik ben het Licht der wereld; wie Mij volgt, zal
nimmer in duisternis wandelen, maar hij zal het Licht des levens hebben
“.
John.8: 12
Omdat lamp en licht in de eerste plaats
iets sacraals, iets heiligs, hebben,
dienen wij bij de lamp in de eerste plaats te denken aan de kandelaar in de tabernakel en in de tempel. De zevenarmige kandelaar stond in het eerste vertrek, in het heilige.
Bij haar licht verrichten de priesters hun werk aan de tafel der toonbroden en
aan het reukaltaar, waar zij de gebeden voor de heiligen tot God op hebben gezonden.

> Deze Lamp spreekt van licht en geluk, van vreugde en leven.
> Deze Lamp spreekt van zegen en voorspoed.
> Deze Lamp spreekt van kennis en van bescherming.
Job heeft dit voor ogen wanneer hij in ellende verkeert:
O, dat ik was als in vroegere maanden,
als in de dagen, toen God mij behoedde;
Toen Hij Zijn Lamp boven mijn hoofd deed schijnen,
ik in de duisternis wandelde bij Zijn Licht“.
Job 29: 2,3

God doet je lamp schijnen als je trouw blijft aan Zijn woord;
daarom laten we de gehele dag [wanneer we thuis zijn]
het lampje brandende in onze iconenhoek, ons huisaltaartje.
Dit is een heel oude gewoonte welke wij eveneens van
de Joodse traditie hebben overgenomen:
Nog was de Lamp Gods niet uitgegaan.
Samuel had zich te ruste begeven in de tempel des Heren,
waar de ark Gods was
“.
1 Sam.3: 3
Hier wordt gesproken over de zevenarmige kandelaar in het heilige.
In de tweede plaats wil het zeggen, dat er een tijd van ontrouw was.
Denk aan de zonen van Eli en dat
God spoedig Zijn handen van het volk zou terug trekken.
Hij had het echter op dat moment nog niet gedaan.
Toch zal het licht der goddelozen uitgeblust worden en
de gloed van Zijn vuur zal niet blijven schijnen.
Het licht in zijn tent verduistert en
Zijn lamp boven hem wordt uitgeblust“.
Job 18:5,6
De Lamp boven je spreekt van Gods zegen en voorspoed over je leven.
Het spreekt van Gods bescherming van je leven.
In de tekst van Job lezen we derhalve, dat
de goddelozen niet lang meer van deze zegen zullen genieten.
Deze lichtende Lamp zal boven hun hoofd van hen worden weggenomen.

In boven aangehaalde Psalm 17 is er dus sprake van wat God zal doen.
Als je in duisternis leeft, zal God je duisternis wegnemen.
– God Zelf zal je een Lamp geven en God Zelf zal je tot een Lamp zijn in je leven.
– God zorgt voor je zegen en voorspoed, voor vreugde en bescherming.
– God verstrekt je al wat je nodig hebt, als bij de vogelen des Hemels.
> Er is echter wel
een voorwaarde aan verbonden
De Psalm verhaalt, dat
David de Heer trouw gebleven is in heel zijn leven en dat de Heer hem als antwoord op zijn trouw gezegend heeft.
Wanneer je trouw bent aan het Woord van God, aan de verbintenis die je met Hem bent aangegaan, dan doet God je lamp helder schijnen en zorgt Hij voor je.
God geeft je hiertoe Zijn Woord, als
een lamp voor je voeten [Psalm 118: 105].
De gedachte hierbij is, dat wij op onze levenswandel onze weg gaan in duisternis.
Hierbij kun je in het donker van je huis wandelen en is Gods Woord een lamp voor je voeten. Je kunt ook in de duisternis buiten lopen, dan is Gods Woord een Licht,
een fakkel op je pad. Waar je ook gaat of staat, met Gods Woord voor ogen
ontvang je Licht opdat je zult weten waar je moet gaan en staan;
opdat je je nergens tegenaan stoot.

Met Zijn Licht maakt God jou tevens tot een lamp voor je omgeving.
Davids dood zou betekenen, dat de lamp van Israël zou worden uitgeblust.
David was voor het volk Israël als hun lamp; zij leefden bij het licht, dat David verspreidde.
Gods Licht had David gemaakt tot het licht voor het volk Israël;
hij betekende veel voor de mensen om hem heen.
Het is wonderlijk om te ontdekken, hoe de verzen van Psalm 17 gelijkluidend klinken aan
de tekst van Samuel.
“Gij doet mijn lamp schijnen”, zegt[Psalm 17: 29] David en
Samuel vermeldt: Gij zijt mijn lamp [2Sam.22: 29].
God maakt duidelijk dat Hij Zijn eigen Licht
in en door ons in de wereld doet schijnen.
God stelt ons in staat om op die manier
Zijn werk in en door ons te doen.

Lucas roept ons op gelijk te zijn aan de maagden, die op hun Heer wachten,
wanneer deze van de bruiloft weerkeert, om Hem, als Hij komt en klopt,
onmiddellijk te kunnen opendoen.
“Laten uw lendenen omgord zijn en uw lampen brandend”[Luc.12: 35].
Hier wordt het beeld van de lamp gebruikt in
verband met waakzaamheid en inzet.
Het omgorden van je lendenen spreekt ervan, dat
je gereed dient te zijn om te vertrekken ten einde te dienen;
op welke manier – dat zal je vanuit het niets, vanzelf getoond worden.
Dat er daarnaast sprake is van een Lamp maakt ons duidelijk, dat
het een weg is in dit ondermaanse leven, in een tijd van duisternis, van de nacht.
De stad [het nieuwe Jeruzalem] heeft de zon en de maan niet nodig, dat
die haar dient te beschijnen, want
de heerlijkheid Gods verlicht haar en haar Lamp is het Lam
“.
Openb.21: 23
Onze Heer, Jezus Christus heeft Zich tijdens Zijn leven geopenbaard als het Licht van de wereld en
zal Zich in de toekomst openbaren als
de Lamp van Zijn Gemeenschap, de Christenen.
We zullen op een ‘nieuwe aarde’ wandelen bij dit Licht, dat
Hij als een Lichtend Voorbeeld zal verspreiden.
Johannes de Theoloog, die
van deze dingen getuigt, zegt:
Ja, Hij komt spoedig;
kom, Heer Jezus! Kom!
De genade van de Here Jezus
zij met allen
“.
Openb.22: 20,21

Orthodoxie & Gods invloed op de mens

De mens zijn dagen zijn als gras;
als een veldbloem is zijn bloei.
Want wind waait erover en hij is niet meer;
zelfs zijn plaats is niet meer te vinden“.
Psalm 102: 15,16

De kwetsbaarheid van de mens komt
het meest naar voren in het koude jaargetijde
juist op die momenten worden wij er mee geconfronteerd.
De Griekse filosoof Heraclitus zei het al: Πάντα ρεί [Panta reï].
Het betekent alles stroomt of
alles is in beweging. En wij bewegen mee.
Wij zijn mensen van voorbij; de tijd heeft geen pauze. Het kan je soms benauwen, dat je steeds meer tijd van leven verliest.
Is het voortgaan van de tijd alleen maar verlies of win je er ook iets bij?
Inzicht. levenservaring, wijsheid . . .

Toen Willibrord en de eerste geestelijken Nederland binnenkwamen werden zij ontvangen in de behuizingen van toenmalige machthebbers. Die machthebbers, eigenlijk een soort veredelde rovers, hadden vragen.
Toen men hen vertelde dat er geestelijken naar de Lage Landen waren gekomen die iets bijzonders te vertellen hadden zeiden zij:
Soms vliegen hier vogels door m’n veste,
ze komen langs de ene kant naar binnen en
gaan er aan de andere kant weer uit.
Zo is het ook met ons mensen.
Wanneer
die mensen ons kunnen vertellen
waar wij vandaan komen en
waar wij naar toe gaan
wil ik graag met hen kennismaken
“.

‘Waar komen wij vandaan? ‘ – en
‘Waar gaan wij naar toe? ‘
zijn inderdaad de belangrijkste vragen, die
de mens zich stellen kan.
Vooral in het najaar proberen wij op die vragen een antwoord te vinden.
En dan krijgen wij suggesties van de Schrift.
Er wordt verteld dat er
slechts ‘ – Één -‘ is die aan ons denkt;
die Ene met een hoofdletter.
Hij vindt ons kennelijk
de moeite waard en houdt van ons.
Dat is onbegrijpelijk, want: wie zijn wij nou eigenlijk en wat presteren wij?
Wij zijn kwetsbaar als het gras, de wind waait en wij zijn verdwenen en met ons
al wat wij doen.
Wat brachten wij er van terecht.
Toch denkt die Hij met een hoofdletter aan ons en wil Hij met ons op weg.
Wij zijn Zijn Volk;
wij worden door Hem gedragen;
Hij overschaduwd ons met Zijn wieken;
onder Zijn vleugels mogen wij vertrouwen;
als met een schild worden wij in Zijn Waarheid omringd
“.
Zo belijden wij in de Grote Completen en in de intimiteit van de uitvaartdienst
zingen wij afgewisseld door de zaligsprekingen:
Gij heerst over de zielen en lichamen en
onze adem ligt in Uw Handen,
Trooster van de bedroefden,
doe wonen in het Land van de Rechtvaardigen,
degene die Gij hebt weggenomen
“.

Maar de mens kijkt graag weg,
geeft zich over aan geneugten, aan feestgedrag, teneinde niet met levensvragen opgezadeld te worden. Hij ziet dit soort vragen wel, maar ontwijkt ze en doet of ze niet bestaan. Als je er wel mee bezig bent, dan is het weliswaar interessant, maar niet van de wereld. Daarnaast heeft hij de neiging niet echt te luisteren  – heeft hij het veel te druk met zichzelf [en anderen].

Ingewikkelde vragen als wat voor persoon je bent of wat je het meeste aanspreekt of waarom je bepaalde dingen doet zijn echter onontbeerlijk. Je drijfveren kun je niet negeren. Als je bijvoorbeeld iets wil maken [een schilderij, muziek of een eigen onderneming], dan zul je niet gelukkig worden door te kiezen voor zekerheid.
Je dient dan onbekende wegen te betreden, het beste uit jezelf naar boven halen en
je zekerheden inwisselen voor risico’s.
Drijfveren zijn bijvoorbeeld zelfexpressie en anderen helpen.
Coachen, trainen en schrijven geven je de ruimte om dat te doen,
dan heb je weinig aan macht en invloed.

De materialistisch ingestelde mens zegt dat
wind slechts de stroming van de lucht is.
Wind ontstaat doordat lucht van plaatsen met hogere luchtdruk naar
plaatsen met een lagere luchtdruk beweegt.
De geestelijk ingestelde mens zegt:
De wind waait waarheen hij wil . . .
John.3: 8
Het gaat hierbij dan over de vraag hoe God je leven beïnvloed.
In het gesprek met een man van naam, Nicodemus
[deze naam is afgeleid van ‘νίκη’ = overwinning]
doet Jezus een heel radicale uitspraak:
Waarachtig, ik verzeker je:
alleen wie opnieuw wordt geboren, kan
het Koninkrijk van God zien“. En even later werkt Jezus dat nog verder uit en Hij zegt dan:
Je hebt een natuurlijke geboorte, dat is de geboorte uit de schoot van je moeder. Maar er is ook een tweede geboorte, een wedergeboorte, een geboorte uit de Geest“.
Een nieuw begin ontstaat doordat
de Heilige Geest [de wind, de πνευμα]  in
je leven aan het werk is.Van binnenuit wordt je tot een ander mens, word je door die Geest totaal vernieuwd;
krijg je andere inzichten, dan die welke de wereld je aanbieden;
door die Heilige Geest, Die is als de wind, als vuur.
De geestelijk ingestelde mens zegt: “De wind waait waarheen hij wil . . .“, dan
kun je dit ook verstaan als: “De Geest waait waarheen Hij wil . . .
“. . . je hoort Zijn geluid, maar je weet niet waar Hij vandaan komt!“.
Hiermee wordt wel duidelijk dat er een vergelijking wordt getrokken met de wind.
Wanneer de gelovige dit met Christus zegt wordt de Heilige Geest bedoelt:
Zo is het ook met iedereen die uit de Geest geboren is!”.

Dat Griekse woord ‘πνευμα’ komt
na Christus Opstanding weer bij elkaar wanneer Hij over hen heen blaast
[Zijn adem werd tot wind] en zegt:
Ontvang de Heilige Geest“.
John.20: 22
De Heilige Geest, dat is eigenlijk
de levensadem die van God uitgaat.
En wanneer God’s adem in ons leven blaast, dan komen wij tot léven, tot een nieuw leven, tot een nieuwe geboorte.

Dat is wat Jezus benadrukt wanneer de Goddelijke Geest aan het werk is,
dan gebéúrt er iets.
De wind waait waarheen hij wil; je hoort Zijn geluid, maar
je weet niet waar Hij vandaan komt en waar Hij heen gaat.
Zo is het ook met iedereen die uit de Geest geboren is
“.
Eigenlijk geeft Jezus de drie eigenschappen aan van
het werk van de Heilige Geest.
1.]. De Heilige Geest werkt overheersend [als vuur].
2.]. De Heilige Geest werkt verborgen en
3.]. De Heilige Geest werkt kraak [heel] helder.

Daarom is het bezit van de Geest een identificerende factor voor het bezit van Verlossing.
Bovendien zou de Heilige Geest niet “het stempel” van de verlossing kunnen zijn
als Hij niet op het moment van de verlossing zou worden ontvangen.
In Christus, in Wie wij het erfdeel ontvangen hebben, waartoe wij tevoren bestemd waren krachtens het voornemen van Hem,
Die in alles werkt naar de raad van Zijn Wil, opdat wij zouden zijn tot lof van Zijn heerlijkheid, wij, die reeds tevoren onze hoop op Christus hadden gebouwd.
In Hem zijt ook gij, nadat gij het Woord der Waarheid, het evangelie uwer behoudenis,
hebt gehoord; in Hem zijt gij, toen gij gelovig werd,
ook verzegeld met de Heilige Geest der belofte,
Die een onderpand is van onze erfenis, tot verlossing van het volk, dat
Hij Zich verworven heeft, tot lof van Zijn Heerlijkheid
“.
Eph.1: 11-14 

Kom Heilige Geest, vervul de harten van Uw Gelovigen  en
vervul hen met het vuur van Uw Liefde.

Orthodoxie & de uiteenlopende schepen

Een groot deel van het optreden van Jezus
speelt zich af rond het Meer van Genesareth [of Galilea].
Jezus heeft een tijdlang aan het Meer van Galilea gewoond, in Kapernaüm.
Ook een aantal van Jezus’ discipelen, die
vissers waren op het Meer van Genesareth, woonden er.
Een aantal bekende Bijbelverhalen, zoals de wonderbare spijziging en dat Jezus op de zee wandelt, spelen zich op en rond dit Meer af.

En het geschiedde, dat de schare op Hem aandrong
om het Woord van God te horen.
Hij stond aan de oever van het meer van Genesareth en
zag twee schepen aan den oever van het meer …
En Hij ging in een van die schepen, welke van Simon was en vroeg hem de zee in te gaan, niet ver van de oever.
En Hij zette Zich neer en leerde de scharen vanuit het schip
“.
Luc 5: 1-3

De contrasterende twee schepen
Laten we eens nader ingaan op het kleine scheepje van Simon Peter, welke de Heer beter geschikt achtte om
er zijn Boodschap te verkondigen.
Er waren inderdaad twee schepen, die door God voorbestemd waren om in deze wereld te vissen, een vangnet voor het heil van de mensen, net als in zee, zoals de Heer Zijn apostelen bevolen heeft:
Volg mij, en Ik zal u vissers van mensen maken“.
Matth.4: 19 [Evangelie van de 2e Zondag na Pinksteren]

Een van de beide schepen wordt aan z’n lot overgelaten en is inactief en leeg;
het andere, welke in gebruik wordt genomen, vaart af.
Het eerste omvat de bedehuis van de Joden, welke inactief terzijde wordt geschoven,
omdat het de Heer heeft afgewezen die “tot het Zijne kwam” [het was immers Gods volk]
vergezeld van al die waarschuwingen van de Profeten.

Maar de Kerk, vervuld met de Heilige Geest, vaart af, want Zij ontving de Heer samen met de leer van de Apostelen. De Synagoge blijft aan het land, en blijft vast houden aan de aardse dingen.
De Kerk wordt opgeroepen om het ruime sop op te zoeken in de diepe hemelse Mysteriën.
Dit is de diepte waarover de apostel Paulus uitriep:
O diepte van rijkdom, van wijsheid en van kennis Gods,
hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn beschikkingen en
hoe onnaspeurlijk Zijn wegen!
“.
Rom.11: 33

Er wordt ons verhaald dat Peter zegt,
Ga naar diep water en zet uw netten uit om te vissen” [Luc.5: 4]  dat betekent
dat aan de Goddelijke geslacht in de diepte onderwezen dient te worden.
Wat kan er diepgaander zijn wanneer die zelfde Petrus tegen de Heer zegt:
Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God“.
Daartegenover staat de aardse beleving wanneer de Joden over de Verlosser opmerkten:
Is deze niet Jezus, de Zoon van Jozef, Wiens vader en moeder wij kennen?
Hoe zegt Deze dan: Ik ben uit den hemel nedergedaald?
“.
John.6: 42
De ene wijze wordt geïnspireerd door de Wijsheid van boven en
bekent de Goddelijke geboorte van Christus;
de anderen spreken van Hem vanuit het menselijke denken,
Van boven geboren“, zoals het gesprek dat Jezus met Nicodemus aangeeft.
Van de één zegt de Verlosser:
Want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard,
maar Mijn Vader, Die in de Hemelen is
“.
Matth.16: 17
Maar aan de anderen zegt hij,
Adderengebroed,
hoe kunt gij, die slecht zijt, iets goeds zeggen?
Want uit de overvloed des harten spreekt de mond
“.
Matth.12: 34

Het Schip van Christus
De Heer Jezus Christus gaat naar de boot waar Peter was, zeggende tot hem:
Op deze rots zal Ik Mijn gemeenschap bouwen“.
Dit schip drijft op de diepzinnigheid van deze wereld, en
de zeilen voeren het tot in de tegenwoordige tijd,
en het wordt beveiligd tegen schade
Die het drijvende houdt.
We hebben hier een typering van in het Oude Testament.
Voor al wie Noach met hem in de ark nam
werden van de schipbreuk van deze wereld gered.
Toen de zondvloed was opgehouden
bracht een duif een teken van vrede aan de Ark.
Dus ook wanneer het Oordeel over komt,
zal Christus de Kerk de vreugde van de vrede schenken,
zoals Hij aan Zijn discipelen beloofd heeft:
Ik zal u wederzien en uw hart zal zich verblijden en
niemand zal u uw blijdschap ontnemen
“.
Joh.16: 22

In het Evangelie van Mattheus, lezen we verder:
“En toen Hij in het schip ging,
volgden zijn discipelen Hem”.
Matth.8: 23
Over hetzelfde schip, verhaalt Mattheüs ons:
En zie, er kwam een grote onstuimigheid op de zee, zodat
de golven over het schip sloegen; maar Hij sliep.
En zij kwamen en maakten Hem wakker en zeiden:
Heer, help ons, wij vergaan!
“.
Matth.8: 24-25
Waarom was het een en hetzelfde vaartuig en maakt Hij één keer
de geheimen van Zijn hemelse leer bekend, terwijl een andere keer,
Zijn discipelen de angst voor de dood laat overvallen?
Vooral omdat Simon Peter, die de waarheid in geloof had beleden,
op beide gelegenheden aanwezig was?
Door Mattheüs wordt bij die gelegenheid aangehaald
dat alle discipelen buiten onze Heer in het schip aanwezig waren;
onder hen was eveneens Judas, de verrader.
Bij het incident, zoals de Evangelist Lucas verhaalt,
waren alleen de vissers aanwezig.
Omdat Judas namelijk geen visser was,
was hij dus ook niet aanwezig.
Hoewel juiste het geloof van Petrus het schip had kunnen stabiliseren,
zou de ontrouw van de andere het tot een ramp voeren.
Toen Petrus, het ware geloof liet zien,
kwam er een behouden en veilig rustige vaart.
Wanneer Judas aan deze scene was toegevoegd, zou er storm zijn geweest.
Petrus zou alleen maar veilig kunnen voortgaan,
wanneer hij zich niet bedreigd behoefde te wanen door
de slechtheid van de verrader.

De misdaad van de een, kan de goede trouw van allen in gevaar brengen.
De Heer is in slaap gevallen en het geweld van de wind neemt toe,
want wie de zonden veroorzaakt doet de Heer onmiddellijk slaap vallen en
verhoogt in zichzelf een storm van onreine geesten.
Als het rustig weer van de Heer, over het schip heerst valt Deze in een diepe slaap,
daartegenover staat een duivelse storm Die Hem zal doen Opstaan.

We komen nu tot de slotsom, dat
de netten braken en de schepen met een grote hoeveelheid vis werd gevuld, op
een dusdanige wijze dat “ze bijna zonken“, hetgeen betekent:
Dat het aantal fysieke mensen in de Kerk zo groot zal zijn, dat
het door ketterijen en scheuringen verscheurd zal worden en
haar vrede verstoord zal worden
“.
Heilige Augustinus van Hippo
De Heilige apostel Paulus zegt hierover:
Weet wel, dat er in de laatste dagen zware tijden zullen komen:
want de mensen zullen zelfzuchtig zijn, geldgierig, pochers, vermetel,
kwaadsprekers, aan hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig,
liefdeloos, trouweloos, lasteraars, onmatig, onhandelbaar, afkerig van het goede,
verraderlijk, roekeloos, opgeblazen, met meer liefde voor genot dan voor God,
die met een schijn van godsvrucht de kracht daarvan verloochend hebben;
houd ook dezen op een afstand
“.
2Tim.3: 1-5

Indien daarom door de zonden van Judas, alle apostelen werden bedreigd,
dienen wij door deze waarschuwing op onze hoede te zijn tegen
de verrader, opdat door middel van slechts één,
velen in gevaar worden gebracht door de stormachtige golven.
En laten we ook zo’n iemand ons kleine schip besturen, dat
de Heer niet te midden van ons in slaap kan vallen, maar
dat Hij wacht kan houden en
geen storm van ongerechtigheid ons zal treffen.
Want waar het Geloof zuiver is, daar
onderwijst de Zaligmaker het klokje rond en
verheugt Hij zich want er is rust, er is vrede en
er is genezing voor alle mensen.
Maar waar in de Kerk van Christus ketterij en schisma vermengd raken met het Geloof, daar
wordt deze argeloos en valt in slaap.
Er zal dan angst en storm opsteken en
er loert gevaar voor iedereen.
Het hangt af van de vraag of Christus in ons slaapt
of dat Hij de wacht houdt.

Cf. homilie 32 van de
Heilige Ambrosius van Milaan
in zijn commentaar op Lucas 5: 1-11.

Orthodoxie & de weg der Waarheid

Hebt nu niet het idee, dat
Ik gekomen ben om vrede te brengen op de aarde;
Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar
het zwaard
“.
Matth.10: 34
Dit is de Blijde Boodschap van de Waarheid
welke door de leerlingen van Jezus van Nazareth
aan ons overgeleverd:
Ik wil u eraan herinneren, broeders aan het Evangelie, dat ik u verkondigd heb, dat
gij ook ontvangen hebt, waarin gij ook staat,
waardoor gij ook behouden wordt, indien
gij het zo vasthoudt,
als ik het u verkondigd heb, tenzij
gij tevergeefs tot geloof gekomen zou zijn.
Want voor alle dingen heb ik u overgegeven, hetgeen
ik zelf ontvangen heb:

Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften en
Hij is begraven en ten derden dage opgewekt, naar de Schriften,
en Hij is verschenen aan Cefas, daarna aan de twaalven.
Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk,
van wie het merendeel thans nog in leven is, doch sommigen zijn ontslapen.
Vervolgens is Hij verschenen aan Jacobus, daarna aan al de apostelen;
maar het allerlaatst is Hij ook aan mij verschenen, als aan een ontijdig geborene
“.
1Cor.15: 1-8

Dit is de weg naar verlossing:
Plaats je Geloof in Jezus Christus, God in het vlees,
door je leven onvoorwaardelijk aan Hem te wijden en
je te bekeren van [door je af te keren van] je zonden.
Probeer om Hem te dienen met alles wat je in je hebt
> > Hij verdient niets minder.
Verwacht niet dat het eenvoudig zal zijn, maar
wees er van overtuigd dat het de moeite waard is.
Een paar woorden in gebed bezigen en
dan weer verder te gaan met je leven zoals je gewoon was
kan onmogelijk de weg zijn naar Verlossing.
Jezus, die God en Schepper, vraagt je ‘alles’ te geven,
Hij is een veeleisende God.

Betekent dit dat je een zondeloze perfectie dient te bereiken om gered te worden?
Nee! In het geheel niet!  God kent ons hart.
God weet het verschil tussen degenen die
naar waarheid op zoek zijn en Hem met hun leven dienen en
degenen van wie het Geloof niet echt is.
Ga op deze wijze de wereld in en
vertel het iedereen om je heen die
hier open voor staat.

Iedere Orthodoxe Christen die zich in de geestelijke literatuur verdiept heeft wel eens gehoord van de ascetische strijd; het bestrijden van onze passies, teneinde dichter bij God te komen. Dit wordt in het Nederlands omschreven als de “geestelijke strijd”, in het Grieks als Εσωτερική πάλη en in het Russich als ‘podvig’ [подвиг].
De Heilige Johannes de Theoloog heeft van het Goddelijk Woord getuigd en
van al wat hij gezien heeft getuigt hij van Jezus, de  Christus en zegt:
Zalig hij, die het leest, en zij, die de Profetische woorden hoort en bewaart,
al wat daarin geschreven staat, want de tijd is nabij
“.
Openb. 1: 3
De Apostel Paulus schrijft aan de gelovigen in Rome:
Wij dan zijn gerechtvaardigd in Geloof en vinden vrede [rust] in God
door onze Heer Jezus Christus en niet alleen hierin,
maar wij roemen ook in de verdrukkingen, omdat
wij weten, dat de verdrukking volharding uitwerkt en
de volharding beproeving en de beproeving hoop;
de hoop maakt niet beschaamd, omdat
de liefde van God in onze harten is uitgestort is door de Heilige Geest,
Die ons gegeven is“.
cf. Rom.5: 1-5

Hoe mooi is het
wanneer ons pad niet geblokkeerd wordt
en er licht valt op de weg,
het Licht dat ons zo nabij is
Maar serieus, hoeveel mensen kiezen er tegenwoordig nog vrijwillig voor deze weg ?!
Niemand van ons wil z’n comfort verliezen, onze ‘veilige’ denkbeelden en relaties op geven en toch komt er, voor ons allemaal, een tijd waarbij al wat veilig en goed wordt ervaren,
totaal verbrijzeld zal worden.
Het kan komen door het verlies van een geliefde,
een verraad door iemand op het werk, een verbroken relatie . . .
Het leven confronteert ons met een aantal moeilijke momenten.
Waar ga je heen om je te hergroeperen en weer opnieuw kracht en vrede te vinden . . . ?
De Kerk gaf ons in het verleden een troost, want
het was een plek om Gods Woord te horen, ons te laten inspireren door een inspirerende homelie en
samen te zijn met gelijkgestemden van geest en hart.
Dit waren de dagen dat ik mij met mijn echtgenote in
een liefdevolle gemeenschap bevond, maar helaas, ook hier bleek een leegte in groei en nog
belangrijker voor mij, …. ook mijn kinderen
vonden er weinig voldoening.
Na een paar jaren van  incasseren van verwijten vanwege goedbedoelde inzet, werd ik moe en steeds verder gefrustreerd.
Waarom ga ik naar de kerk en zet ik me in,
om mezelf haat en nijd op de hals te halen?
Is dat Christus en Zijn Blijde Boodschap die ik zoek.
Deze onrust en het ophopen van apathie in de richting van het kerkelijk leven
vielen samen met een periode van fysieke problemen.
Ik vroeg me af waarom God mij zoveel liet [ver-]dragen.
Ik vroeg me zelfs af of God mijn gebeden en smeken wel hoorde . . .
Er komt misschien een tijd om meer over deze donkere periode te schrijven,
maar nu maar verder niet.
Het is informatie genoeg om de markante lessen welke
ikzelf door gebrokenheid heb geleerd met u te delen.
Ik ben er van overtuigd dat elke Christen door donkere valleien gaat,
waar de zon steeds lager gaat schijnen en steeds verder verbleekt . . . . .
Ik noem dit de “tijd in de woestijn“, ook hier in het welvarende Nederland.
Het kostte me vele jaren om dit te leren en is het dat
deze gebeurtenissen een opening bieden aan een persoonlijke groei,
die je nergens anders kunt vinden en op die manier.
Ik kan alleen maar dankbaar zijn dat ik in het verdeelde
Orthodoxe milieu van Nederland verkeer,
in de woestijn“, maar oh wat kan dàt pijn doen.

Eén van die inzichten die bij mij boven water kwam lag verborgen achter de bladeren van de wijngaard, de beproeving van hoogmoed en eigengerechtigheid.
Die dikke hoop met bladeren werd maar langzaam verwijderd,
beetje bij beetje, periode na periode
maar werd op bepaalde ogenblikken door een waarachtig woord uitgewist.
Mijn levensgezel deed mij een ondeugd in mij lokaliseren welke iets in werking zette.
Na het luisteren
“Voor wie doe je het eigenlijk, je hebt nu opnieuw ingegrepen,
vóordat je er zelf erg in had”.
Ja, het is mij ingebakken om m’n handen uit de mouwen te steken.
Als er iets ondernomen dient te worden is het vóór ik het weet
al door mij gedaan.
Hoe kan het ook anders, ik ben afkomstig uit een gezin van 12 kinderen,
waar we allemaal voor het reilen en zeilen werden ingezet; iedereen
was verantwoordelijk voor de voortgang.
Die paar woorden, wat kan er zo weinig en triviaal lijken, werd het begin van
een instorten van die de muren, die ik had gebouwd om mijn als “gerechtvaardigd” gehouden verontwaardiging te laten instorten.
Het is niet leuk te kijken naar datgene wat je rauw op je dak komt vallen
– om een glimp van je hart te vangen wanneer het echt is –
en toch, zonder dit mee te maken, zou er geen vooruitzicht zijn,
op enige Hoop van spirituele groei.
Alleen wanneer we onze tekortkomingen zien, kunnen wij
onze eigen ongerechtigheden erkennen, kunnen we hen overwinnen
In het uiten van onze fouten, onze onvolkomenheden,
in de aanwezigheid van de ander de schande leren kennen en
daar verantwoordelijk voor te dragen;
alleen zo komen we vooruit.

Wanneer we God alleen maar met de lippen belijden en naar de kerk gaan,
kunnen we echt niet zo ver komen  dat we
de volledige impact van onze zonden
binnen het Lichaam van Christus,
onder ogen kunnen zien.
Dit is de reden waarom ons wordt verhaald dat we elkaar onze schulden dienen te belijden.
Jac.5: 16

Dit pad van geestelijke pijn en geestelijk ontwaken komt samen, wordt samengevoegd met m’n digitale werk.
Ik bleef schrijven en was daarmee op zoek naar een antwoord op mijn belangrijkste vragen: “Hoe kan ik persoonlijk vrede vinden in troebel water?
Hoe kan ik genezen van emotionele pijn?

Mijn paradigma begon te verschuiven ….
de Kerk, zoals ik altijd al had geweten, was de bron voor verkondiging.
Nu was ik op zoek naar de Kerk als een ziekenhuis.
Ik wilde genezen worden, ik verlangde naar de ware aanbidding
– wat dit betekende – dat wat mij
een rustige hart gaf in plaats van kritiek op m’n handelen.
Ik wilde een plek waar het Heilige der heiligen kon worden beschouwd
als  een Heilige ruimte in plaats van een sociale bijeenkomst.
Ik wilde weg van ‘alle afleiding’ van de wèrkelijke aanbidding en
het hart van het geloof ontdekken . . .
Ik wilde verloren gaan in de vreugde van gebed en dankzegging.
Ik wilde de communie, het Lichaam en Bloed van Christus in de Goddelijke Liturgie,
alleen nog maar in een werkelijk mooie omgeving wanneer ik Gods Kerk bezocht.
Ik was op zoek naar het geloof van de apostelen, van de Martelaren en Heiligen,
wetende dat ik een “thuis” zou vinden in
de wortels van de Kerk.
Zo zegt de Heer:
Gaat staan aan de wegen, en ziet en
vraagt naar de oude paden,
waar toch de goede weg is, 
opdat
gij die gaat en rust vindt voor uw ziel;

maar zij zeggen:
Wij willen die niet gaan.

Ook heb Ik wachters over u gesteld: Luistert naar de klank van de bazuin; maar zij zeggen:
Wij willen niet luisteren.
Daarom hoort, o volkeren, en weet, o vergadering, wat in hen is.
Hoor, gij aarde, zie, Ik breng onheil over dit volk,
de vrucht van hun eigen overleggingen, want
zij luisteren niet naar mijn woorden en
Mijn Wet verwerpen zij“.
Jer.6:16-19

Wij dragen de littekens van de zonde in ons lichaam die ons als een magneet tot de wereld aantrekt, maar onze ziel verlangt ernaar op te stijgen tot de hoogste hoogten.
Zoals de mens is samengesteld uit lichaam en ziel, zo
bevinden die twee zich tegenover elkaar.
Zelfs Paulus zegt dat:
Ik mijn eigen gedrag niet kan begrijpen.
Ik niet aan de dingen toekom die ik werkelijk wil doen en
Ik zie mezelf dingen doen, die ik haat . . .;
want hoewel ik datgene wil doen wat goed is,
blijkt dat niet uit de daden die ik doe.
Het gevolg is dat ik in plaats van goede dingen te doen die ik wil doen,
houd ik me alleen maar bezig met de zondige dingen,
die ik niet wil.

Als orthodoxe christenen, weten we dat we dienen te werken
in de richting van de zuivering, de verlichting, de Theosis [Vergoddelijking].
De eerste stap is onszelf te zuiveren van de hartstochten,
van al datgene wat ons van God verwijdert en
de ketenen te verbreken die ons weerhouden
uit te stijgen naar de hoogten
in dienst God.
De Kerk geeft ons aanwijzingen om dit te doen door middel van vasten en het gebed.
Al dit soort zaken hebben hun uitwerking op ons lichaam, en
als we deze ascetische praktijken beoefenen,
zullen we aan den lijve ondervinden dat
ze ons helpen om dichter God onze Schepper en Verlosser te komen.
Omdat wij met hart en ziel streven om Christus te vinden
zullen we meer ondernemen en ons Geloof verdiepen,
verder gaan dan datgene wat de Kerk heeft ons al heeft geleerd en
dat dit de noodzakelijke eerste stappen zijn.

Het Geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt en het bewijs der dingen, die men niet ziet.
Want door dit [Geloof] is aan de ouden een getuigenis gegeven.
En wat moet ik nog verder aanvoeren?
Immers, de tijd zou mij ontbreken, als ik ging verhalen van Gideon, Barak, Simson, Jefta, David, Samuel en de profeten, die door het Geloof koninkrijken onderworpen, gerechtigheid geoefend,
de vervulling der belofte verkregen hebben,
muilen van leeuwen dichtgesnoerd,
de kracht van het vuur gedoofd hebben.
Zij zijn aan scherpe zwaarden ontkomen,
in zwakheid hebben zij kracht ontvangen,
zij zijn in de oorlog sterk geworden en hebben vijandige legers doen afdeinzen.
Vrouwen hebben haar doden uit de opstanding terugontvangen,
anderen hebben zich laten folteren en van geen bevrijding willen weten,
opdat zij aan een betere Opstanding deel mochten hebben.
Anderen weer hebben hoon en geselslagen verduurd,
daarenboven nog boeien en gevangenschap.
Ook deze allen, hoewel door het Geloof een getuigenis aan hen gegeven is,
hebben het beloofde niet verkregen, daar God iets beters met ons voor had,
zodat zij niet zonder ons tot de volmaaktheid konden komen
“.
Hebr.11: 1-2, 32-36, 39-40

Orthodoxie & de voorbereiding op het Hoogfeest van Kerst

Wat we met Kerst gaan vieren is:
de komst van God als mens in het vlees,
opdat wij ons zouden bekeren,
Anders gezegd, dat we ons opnieuw tot God zullen gaan richten,
het afleggen van de oude mens en de nieuwe mens aandoen en dat we in Adam [het stof, het aardse] zijn gestorven, opdat we in Christus
zullen gaan leven.
Laten we ons daarom voorbereiden op dit feest,
niet op de wijze van de heidenen, maar
op een Goddelijke manier.
En hoe dient dit te gebeuren?
Laten we onze voordeur nu eens niet met kransen versieren, noch onze woning als een balzaal optuigen, noch onze straten versieren.
Dit is de weg die kan leiden naar het kwaad en is een voedingsbodem van de zonde.
Laten wij al deze dingen aan de heidenen overlaten.
Maar laten wij, die ons aanbidders noemen van de ware God en ons op een van tevoren bepaalde manier een luxe nastreven,
dit dan zoeken in het Woord Gods, de Wet en de Heilige Schrift“.
Heilige Gregorius de Theoloog

Het is mijn bedoeling dat u begrijpt wat ik werkelijk bedoel.
Ik moedig u echt niet aan alles maar overboord te gooien, dat
je je huis met Kerst niet zou mogen versieren of
een kerstboom mag optuigen, of kaarsjes mag aansteken.
In feite, zou ik al die dingen juist aanmoedigen,
omdat ze nu eenmaal bij de huidige 21e eeuw horen;
al die dingen laten een getuigenis zien van de geboorte van Christus,
zij symboliseren een Christelijke feestdag.

Wat ik zeg, en wat ik denk dat bovenstaande tekst van wat de Heilige Gregory bedoelt is om eenvoudig duidelijk te maken, dat
we de geest van het secularisme niet totaal dienen te laten overheersen en daarmee ieders aandacht af te leiden van het geestelijke.
Ik ben ervan overtuigd dat het secularisme in de huidige maatschappij,
een van de grootste bedreigingen is voor het Orthodoxe Christendom en
de Christenheid als geheel.

U mag best eens een kijkje nemen bij  andere wereldgodsdiensten.
Of dat nu de Islam is of het Jodendom,
of welke godsdienst dan ook.
Bestudeer die religies eens en kijk naar hùn heilige feestdagen.
Zij zullen echt niet toestaan dat het secularisme hun geloof al is het ook maar een klein beetje beïnvloed zal worden.
Ik geef u het voor zeker op een briefje!

Neem nu eens een kijkje bij ons Heilig Christendom en onze heilige dagen.
Van Sinterklaas tot Pascha, is het secularisme niet alleen binnengedrongen,
het heeft het feest volledig overvallen en weggemoffeld!
We behoeven niemand de schuld te geven, maar vooral onszelf.
Het Christendom begint iedere dag die volgt steeds maar meer hypocriet te worden
en dat is voor de volle 100% onze eigen schuld.
We zouden ons moeten schamen!

Zelfs Pascha, het feest van de feesten wordt ons volledig ontvreemd,
de overheid geeft het onderwijs verlof voor een Krokus en Hyacint Vakantie of
heeft het over de Voorjaarsvakantie.
U weet allemaal dat het woord Pasen zelf een heidense oorsprong heeft.
Pasen werd vernoemd naar Ester, de heidense godin van de vruchtbaarheid.
Wat is het symbool voor de vruchtbaarheid? Het konijn.
Dus zelfs de opstanding van Christus, het  fundament van het Christelijk geloof
wordt teruggebracht tot de viering van de Paashaas.
Je kunt tegenwoordig geen winkel binnen lopen of je ziet winterse landschappen met
slee-, schaats- en ski-poppetjes [duidend dat je vooral een 2e keer op vacantie dient te gaan] en zie je geen kerststalletjes of inspirerende artikelen meer, tenzij
je in een Christelijke boekhandel binnenloopt; de gewone boekhandels verkopen daarentegen boeken met de meest vreemde kerstverhalen.

Ik besef dat ik misschien een beetje extreem voor jullie overkom, maar
laat me je een vraag stellen.
Heb je gemerkt dat de zinsnede
Zalig kerstfeest helemaal vervangen is door Vrolijke [kerst-]dagen? Kerstvakantie is nu een winterstop geworden en op de meeste scholen wordt het niet toegestaan Kerst-minnende programma’s op te voeren.
Wanneer ze dit al doen worden ze, beïnvloed door de Amerikanisering bestaande uit
de arrenslee met Santeklaus en Jingle Bells . . . . . jo joh joh . . . . . en een hoop cadeautjes.
Er wordt maar weinig of helemaal niet over Christus gesproken.
In het uiterste geval wordt er op Christelijke scholen over
een lieftallige Maria en een zoete Sint Jozef en het kindje Jezus
op hun reis naar Bethlehem gezongen.
Of we het leuk vinden of niet, we liggen zwaar onder vuur.
Onze God wordt in onze samenleving gewoon uitgebannen –
weggepoetst, ligt met ons onder vuur en we doen er niets aan.

De Heilige Cosmas van Aitolos merkt op dat,
Het leven een geestelijke strijd is.
Doch wanneer je niet vecht,
zul je voorzeker verlies lijden
“.
Stel jezelf dus eens de vraag.
Kom je wel voor jezelf op, ben je assertief genoeg,
vecht je of verliest je?  Er bestaat namelijk geen tussenweg.
Bovendien staat er ook nog geschreven:
Wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden,
tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis,
tegen de boze geesten in de hemelse gewesten
“.
Eph.6: 12

We vechten niet tegen zo maar een doel of een wassen neus.
We vechten tegen de machten der duisternis wiens enige doel is om jou en mij van Christus af te houden, net zoals zij zichzelf hebben afgescheiden.

Denk na maar eens over na, wanneer
iemand je een volgende keer tracht wijs te maken dat je het Geloof in Christus
niet zo serieus dient te nemen.
Ik heb een Blijde Boodschap mensen,
onze redding is een serieuze zaak.
We dienen ook ernstig rekening te houden met onze tegenstanders, de tegenstrever[s].
Wanneer we samen met Christus de barricaden opgaan en voor Hem op komen, dienen we de Christelijke strijd
ook in onze tijd serieus te nemen;
vraag het maar aan onze martelaren.


“Daarnaast dient ieder individu de zwakheden van anderen te
[ver]dragen.

Wie kan zich nu eenmaal  perfect noemen?
Wie kan er prat op gaan dat
hij zijn hart onbezoedeld heeft weten te houden?
We zijn nu eenmaal allemaal ziek en
wie veroordeelt dan zijn naaste en
heeft niet door dat hij zelf ziek is.
Daarom dient de ene omdat een verdorvene
niet de andere verziekte te veroordelen”.
vader Ephraïm van Philotheou

Orthodoxie & de dood

In het evangelie van Mattheüs wordt
ons een gemeenschap onderweg,
een volk in een crisis voorgeschoteld.
De vroege Christenen geloofden dat
Jezus inderdaad opnieuw zou terugkomen bij de wederkomst en dat hij tevens
wel heel snel zou terug komen.
Toch had de Heilige Mattheus een heel andere visie en heeft hij dit ook in zijn geschriften weer gegeven.
Voor hem is het Koninkrijk der hemelen ofwel dichtbij dan wel onafgebroken aanwezig.
God is reeds aanwezig in degenen die leven in het besef van de Opstanding in Christus.

Iedereen die leeft wordt vroeg of laat geconfronteerd met de dood, dit is onlosmakelijk aan het leven verbonden; vroeg of laat komt de dood je leven binnen.
De vragen die dat met zich meebrengt, zijn vragen waar we ècht mee kunnen worstelen.
Vragen waar we helemaal niet uit kunnen komen en dit al helemaal wanneer het sterven naar onze mening veels te vroeg komt.
En als die dood ons leven dan binnensluipt, beseffen we tevens dat dood eigenlijk helemaal niet bij het leven past. Het is er mee in strijd.
De dood is de vijand van het leven.

Tegelijk zeggen we: “De dood is onlosmakelijk aan het leven verbonden”.
En ook dat is waar. Tenminste als we ermee bedoelen dat je
je ogen niet kunt sluiten voor de werkelijkheid van dood. De dood is er nu eenmaal.
Midden in het leven weten we ons door de dood omgeven.
Je hebt er niks aan als je vragen, die dat met zich meebrengt, wegduwt.
Het zijn vragen die gesteld dienen te worden.
Wat gebeurt er eigenlijk als je sterft? Wat is er eigenlijk na de dood?
Waar vind je troost en rust, zodat je ondanks de dood toch verder kan leven?

En we hebben daarbij ook allemaal namen in ons hoofd, als het gaat over leven en dood, over sterven en de leegte die dan achterblijft.
Namen van mensen die ons heel dierbaar waren en voor wie we elke zaterdag bidden.
Mensen die we niet wilden missen en die we toch moeten missen. Ze waren soms nog jong, veel te jong voor ons gevoel.
En ook als ze al ouder waren, toch blijft de pijn en het gemis. We hebben namen in ons hoofd, we zien hun gezichten voor ons.
Ze zijn gestorven. En zo kwam de dood ons leven binnen.
En ook onze eigen namen verbinden we met die vragen rond leven en dood.
Want de dood komt niet alleen ons leven binnen als we een geliefde moeten afstaan.
Ook zelf komen we er niet omheen we zullen eens sterven. Wanneer, dat weten we niet.
Maar het moment komt. Je kunt er bang voor zijn omdat de dood een grens is.
En soms kijk je nu al de dood in de ogen als een ziekte je lichaam en je leven ruïneert.

Met vragen rond leven en dood krijgt iedereen te maken.
En dan ga je zoeken naar de antwoorden.
Antwoorden op vragen, die altijd al zijn gesteld en
die altijd weer opnieuw worden gesteld.
Want ieder mens moet zelf weer zoeken en
moet zelf weer opnieuw de weg naar God vinden.
Vandaag zoeken we samen, en we laten ons bij
dat zoeken leiden door een gedeelte uit
de Blijde Boodschap, de Bijbel.
Een geschiedenis waarin mensen voorkomen zoals u en ik,
mensen met hun vragen rond leven en dood.
En we komen er nog Iemand tegen.
Een Mens zoals u en ik, en tegelijk vele malen
méér dan u en ik.
Zijn Naam is Jezus, Christus, de Zoon van God en deze is boven alle namen verheven.
Ja, ook Hij heeft een Naam, Jezus.  > Verlosser betekent dat.
En uit de geschiedenis die we nu gaan volgen,
mogen we leren dat Zijn Naam waar [de Waarheid] is:
Jezus is zoals Hij heet, ‘de Verlosser’, ook midden in
onze worsteling met vragen rond leven en dood.

Er was iemand ziek“. Zo begint de geschiedenis.
Er was iemand ziek“.
Dat zinnetje is typerend voor het mensenleven.
Want we leven in een wereld vol zieken, een wereld vol ziekten, in een wereld die in veel opzichten verziekt is.
Er was iemand ziek“. En je voelt al direct aan:
dit loopt niet goed af.
Vanaf het begin is de dood al levensgroot aanwezig. Want de zieke sterft.
De Blijde Boodschap verdoezelt de werkelijkheid van ziekte en dood niet: ze zijn kenmerkend voor het leven. Want het leven is in heel veel opzichten
om te huilen“.

Er was iemand ziek“.
En die iemand heeft een naam.
Ja, ook déze zieke heeft een naam, zoals alle zieken.
Lazaros is zijn naam. “God helpt” betekent dat.
Hij heeft twee zussen, Martha en Maria en
zij wonen in Bethanië [“Huis van lijden” of “Huis der behoeftigen“].
Hij heeft vrienden en veel bekenden.
Hij is een mens zoals wij.
Hij wordt ziek en de velen om hem heen maken zich zorgen.
Hoe gaat dit aflopen?
Eén vriend van deze Lazarus krijgt heel speciaal de boodschap van zijn ziekte te horen.
Heer, zie, die Gij lief hebt, is ziek”.
Jezus moet het gewoon weten. Als er Iemand kan helpen, is Hij het wel.
Want het is aan Hem te danken dat
vele lammen weer lopen, dat vele blinden weer zien,
dat vele doven weer horen.
En zelfs zijn er doden die weer leven, dankzij Jezus.
En nu is Lazarus ziek, Jezus’ eigen vriend.
Heer, uw vriend is ziek, Lazarus uit Bethanië”.
Je zou denken dat Jezus, als Hij dit bericht ontvangt van Maria en Martha,
Hij ook wel direct op weg zal gaan naar Bethanië, naar zijn vriend.
Want je wil toch graag bij hem zijn, als vriend, maar
vooral ook om hem te kunnen bijstaan in het genezingsproces.
Want dat kán deze Vriend.

Maar Jezus doet het niet.
Want de ziekte van deze vriend is er een niet ten dode, maar tot eer aan God.
Door deze ziekte zal de Zoon van God verheerlijkt worden. Dát zegt Jezus erover.
Met heel Zijn wezen is Hij betrokken bij Lazarus, Zijn vriend. Hij heeft hem lief.
Het is opvallend hoe menselijk de Heer Jezus in deze geschiedenis naar ons toekomt.
Er wordt gesproken over zijn vrienden die Hij liefheeft en
straks rollen er tranen uit Jezus’ ogen;
is Hij ontroerd en verbolgen tegelijk.
Maar hier, bij het bericht van Lazarus’ ziekte, zien we
Jezus vooral als de Zoon van God, de God-Mens tussen de mensen,
vriend tussen de vrienden, en tegelijk: de Zoon van God.
En zo weet Hij dat deze ziekte een speciaal doel heeft.
En in wat er straks gaat gebeuren dient niet Lazarus centraal te staan, de vriend van Jezus.
Maar dient Christus centraal staan, de Zoon van God.

En daarom wacht Jezus. Hij wacht tot zijn vriend gestorven is.
Want het wonder dat Hij zal doen is groter nog dan
het wonder dat Maria en Marta nu van Hem vragen.
Jezus zal laten zien dat Hij meer is dan een Wonderdoener, meer
dan een Geneesheer die zieken weer gezond maakt,
Hij maakt doden levend!

De verslagenheid is groot in Bethanië, als Jezus daar aankomt.
Lazarus is gestorven. Hij is dood. Een harde werkelijkheid.
Vier dagen al is hij in het graf, een graflucht is van verre waarneembaar.
En zeven dagen lang wordt er gerouwd, volgens Joods gebruik.
Vele van de Joden zijn naar Maria en Martha toegekomen.
Om te troosten en te delen in het verdriet.
En dat is een geweldige bemoediging in dagen van rouw:
dat er mensen komen om je verdriet te delen.
Nee, niet om het weg te nemen, want dat kan niet, het verdriet wegnemen.
Om het te delen.
Zonder woorden vaak, want wat moet je zeggen in het aangezicht van de dood.
Jezus was tot nog toe afwezig geweest bij het verdriet om Lazarus.
En als Martha hoort dat Jezus is aangekomen, gaat ze Hem tegemoet.
Ze wil Hem graag zo snel mogelijk zien en spreken.
En in de eerste woorden die ze zegt, klinkt een zacht verwijt door.
“Heer, als U hier was geweest, zou mijn broer niet gestorven zijn”.
Waar was U, Heer? Waar was U?
Dat is een vraag die je wel eens stelt als de dood je leven binnendringt.
Waar was U Heer?
Een vraag uit de diepte van een gewond hart.

Ook Marta”s hart is gewond, maar tegelijk leeft er in haar hart verwachting.
“Ook nu weet ik, dat God U geven zal wat U begeert”, zegt ze tegen Jezus.
Ze verwacht waarschijnlijk dat Jezus met haar zal bidden tot zijn Vader, dat
hij voorbede zal doen voor haar en Maria:
kracht om het verlies van Lazarus in het geloof een plaats te geven in haar leven.
Want dat lukt je niet alleen: daar heb je de hulp van de Heer bij nodig.

En dan zegt Jezus: “Martha, je broer zal ópstaan”.
Die woorden stellen Martha eigenlijk teleur.
“Bent u daarvoor gekomen, Heer ?
Iedereen heeft me dat al verteld. Iedereen troost me met die woorden.
Ik weet het wel: eens zal ik Lazarus weer ontmoeten.
Als hij zal opstaan op de jongste dag.
Maar U hebt toch wel meer te zeggen?”
En Jezus Christus heeft meer te zeggen.
Nu kan Hij de woorden spreken die
het centrum vormen van het verhaal over de dode Lazarus die
weer levend wordt.
Want dat is eigenlijk niet de kern van die geschiedenis:
dat een dode weer leeft.
De kern is hier dat we Christus ontmoeten.
Jezus is zijn naam. Verlosser. Hij spreekt het verlossende woord
in het leven van hen die door de dood zijn omgeven.
Het verlossende antwoord op onze vragen en rond leven en dood.

“Ik ben de Opstanding en het Leven”
“Martha, de opstanding, dat is niet iets van later, dat is iets van nu”.
“Ik bén de Opstanding en het Leven”.
Deze woorden vormen het grootste wonder in
het verhaal over Lazarus.
Hier ontmoeten we Jezus Christus,
de Zoon van God.
Hij is de Opstanding in Eigen Persoon.
Hij is het Leven in Eigen Persoon.
En wie worstelt met vragen rond leven en dood, vindt bij Jezus het antwoord.
Sterker nog: Jezus ís het Antwoord in Eigen Persoon.
En als je in Hem gelooft, dat wil zeggen: als
je ja zegt tegen Jezus, als je je aan Hem overgeeft,
dan mag je in je leven te midden van de dood,
merken dat Hij is de Opstanding en het Leven.
Dan komt er rust in je leven.
Niet dat de dood dan weg is, niet dat je dan onsterfelijk wordt,
maar er is een antwoord op je vragen rond leven en dood.
En dat antwoord is: Jezus Christus, de Zoon van God.

“Ik ben de Opstanding en het Leven.”
Deze diepe uitspraak, die altijd weer als nieuw in de oren klinkt,
legt de Jezus vervolgens in twee zinnen uit.
Want Hij wil twee dingen zeggen, omdat
Zijn macht gaat over de doden én over de levenden.

In de eerste zin licht Hij toe wat het betekent dat Hij de Opstanding is.
“Ik ben de Opstanding: wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven”.
Dat gold voor Lazarus, en het geldt voor iedereen
die in geloof gestorven is en
voor ieder die in het geloof sterft.
Want als je Christus kent als je Verlosser, dan
kun je niet meer sterven.
Tenminste niet meer echt sterven.
Ja, hier op aarde is dat sterven echt, voor wie achterblijven.
Er valt echt een lege plaats.
Maar omdat Christus de Opstanding is, mag wie sterft léven, leven met God.
Eeuwig leven heet dat in de Blijde Boodschap.
En dat is niet zozeer heel erg verschrikkelijk lang leven, maar
het is een leven dat eeuwigheidswaarde heeft,
omdat het een leven bij God is.
“Ik ben de Opstanding”, zegt Jezus.
En Hij zegt het over mensen die gestorven zijn. Zij zullen opstaan.

En tegen mensen die leven zegt Hij:
“Ik ben het Leven, en een ieder die leeft en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven”.
Dat is de tweede zin, waarin Jezus Zijn diepe uitspraak, die
altijd weer als nieuw in de oren klinkt, uitlegt:
“je zult in eeuwigheid niet sterven als je in Mij gelooft”.
Dat gold allereerst voor Martha, met wie Jezus op dat moment in gesprek is.
En het gold ook voor Maria.
En het geldt voor allen die in leven zijn en die leven in geloof.
Dankzij Christus, die het Leven is,
kan de dood je in eeuwigheid geen kwaad meer doen:
nooit zul je het leven verliezen.
Want als je gelooft in Christus,
ontsnap je aan de macht van de dood.
En sterven zal dan niet betekenen dat je er geweest bent,
nee, je zult je dood overleven,
omdat Jezus het Leven in Eigen Persoon is.

“Ik ben de Opstanding en het Leven.”
Jezus brengt dus niet de opstanding en het leven, straks op de jongste dag,
nee, Hij is het, hier en nu en vandaag voor eenieder die gelooft.
Zo komt Hij naar je toe.
Hij, die zelf ook gestorven is en opgewekt, Hij
komt je tegemoet als de Opstanding en het Leven om
je nabij te zijn in je machteloosheid en je verdriet, in
het gevecht met vragen die woelen in je hart.
En zo kwam Hij ook naar Martha toe en naar Maria en
naar allen die treurden om Lazarus die gestorven was.
Hij komt met een woord: “Ik ben de Opstanding en het Leven”.
En in dat woord ligt het allergrootste wonder opgesloten:
Christus heeft de dood overwonnen, en wij zullen leven”.

Ja, de dood is dood, Christus schenkt ons het eeuwige leven.
Dat gaat Jezus nu laten zien bij het graf van Lazarus.
Zijn woord over Opstanding en Leven
gaat Hij nu onderstrepen met de daad.
Met Maria en Martha en vele anderen gaat Hij mee naar het graf.
Een rouwstoet. Jezus loopt mee in een rouwstoet. En ook Hij heeft verdriet.
En wat komt de Zoon van God daarin dicht bij ons mensen.
Hij heeft verdriet om zijn gestorven vriend. “Jezus weende”.
En ook is Hij verbolgen in de geest. Hij is boos op de dood,
Hij maakt zich kwaad over de macht van de dood en
over wat de dood allemaal aanricht in mensenlevens.
Boosheid en verdriet zijn er in Jezus, wanneer Hij ieder keer meeloopt in
de rouwstoet naar een graf, Jezus huilt.
Hij is niet de grote Buitenstaander, de Onbewogene:
Zijn vriend is dood en met Zijn andere vrienden is
Hij diep verdrietig en ook boos op de dood.

Maar tegelijk is Jezus, Gods eigen Zoon,
ook machtiger dan de dood.
En dat laat Hij zien bij het graf van Lazarus.
Hij stelt een daad als
onderstreping van Zijn Woord.
Geen stunt waarbij
Lazarus in de schijnwerpers staat, maar
een teken waarbij
al het licht valt op Christus.
Lazarus, kom naar buiten”.
En Lazarus komt tot leven en naar buiten, en daar staat hij voor de Opstanding en
het Leven, Jezus zijn vriend, Gods Zoon die macht heeft over de dood.

Ik ben de Opstanding en het Leven
Dat wordt daar bij
het geopende graf duidelijk.
Jezus is wat Hij zegt voor eenieder die gelooft en zich overgeeft aan Hem.
Ja, voor eenieder die gelóóft.
Want het woord dat Jezus sprak tot Martha,
wordt gevolgd door een vraag aan Martha.

Ik ben de Opstanding en het Leven.
Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven; en
eenieder die leeft en in Mij gelooft zal in eeuwigheid niet sterven
Gelooft je dat?
Die vraag komt dagelijks ook naar ons toe.
Gelooft je dat?” Geloof je dat Jezus de Opstanding is en het Leven?
Want dat is Hij als je Hem aanneemt als jouw Verlosser.
Jezus is Zijn Naam.
Hij haalt de angel uit je vragen rond leven en dood, wanneer
je Hem belijdt als de Heer van je leven.

Geloof. Daar vraagt Jezus om.
En geloven, dat is:
de uitgestoken hand van Christus aanpakken en
vasthouden en nooit weer loslaten.
> Hij is je Verlosser.
> Hij is de Opstanding en het Leven.
> Hij is het Antwoord op je vragen rond leven en dood.
Nee, dat betekent niet dat je verdriet dan weg is.
Het betekent ook niet dat de dood dan weg is.
En de pijn van het leven dat zo vaak om te huilen is, is niet weg.
Maar er is wel iets anders. Er is Iemand anders, Die je over
de grens van de dood helpt heen te kijken.

En dan zie je:
Dat alles wat je in dit leven overkomt “peanuts” zijn.
Dan zie je dat een onontbeerlijke eigenschap van
Recht en Gerechtigheid genade is.
> ”Ontferming” is het persoonlijke ervaren en
de praktische uitdrukking van Gods Liefde.
Gezegend te worden door God is
om ook zelf compassie te tonen, om zorg te hebben,
om zorg te dragen voor elke persoon en elk levend wezen.
Dan zie je dat het enige belangrijke “de Opstanding en het Leven, Christus is;
het Licht in de duisternis” . Leven na de dood, want
Christus heeft de dood overwonnen, en  wij,
wij zullen leven
”.

Nu laat Gij
Uw dienaar heengaan, o Meester,

volgens Uw heilig Woord in vrede.
Want mijn ogen hebben
Uw Heil aanschouwd,

dat Gij bereid hebt voor
het oog van alle volkeren.

Licht tot verlichting der Heidenen en
tot glorie van Uw Volk Israël“.
Cantiek van Simeon
[uit de Orthodoxe Vespers]

απορώ και εξίσταμαι“, hetgeen betekent: “Ik sta buiten mezelf van verwondering“.

Orthodoxie & de omgang met je broeders

Dit heb Ik tot u gesproken, opdat
gij niet ten val zal komen.

Men zal u uit de gemeenschap bannen;
ja, het uur komt, dat 
een ieder, die u doodt, zal
menen aan God een heilige dienst te bewijzen.

En dit zullen zij doen, omdat
zij noch de Vader, noch Mij kennen.

Maar deze dingen heb Ik tot u gesproken,
opdat, wanneer hun uur komt,

gij u moogt herinneren, dat Ik ze u gezegd heb.
Doch dit heb Ik u niet van het begin aan gezegd, omdat Ik bij u was“.
John.16: 2-4

Men zal u uit de gemeenschap bannen.
Voor mensen, die enkel in beperkte kringen verkeren, is dit natuurlijk hard, wanneer zij
uit de kring van hun geloofsgenoten worden.
De ouders van de Blindgeborene waren er bang voor. Zij wilden na de genezing van hun zoon niet veel zeggen:
“Omdat zij bang waren voor hun omgeving, want die waren reeds overeengekomen
dat iemand die de Waarheid [Christus] zou belijden, uit de gemeenschap zou worden gestoten“.
John.9: 22
De Blindgeborene, die [weer] helder ziet wordt eveneens buitengesloten; nadat
hij beleden heeft dat Jezus van God komt en zijn oren niet laat hangen naar wereldse achterklap.
En zij wierpen hem uit“.
John.9: 34b
En toch geloofden zelfs uit de ouderlingen velen in Hem [de Waarheid, Christus], maar
ter wille van de huichelaars kwamen zij er niet voor uit, om zelf niet
uit de gemeenschap te worden gebannen [cf. John12: 42].
Het vervolg luidt:
Ja, het uur komt, dat een ieder, die u doodt,
zal menen aan God een heilige dienst te bewijzen“.
Saulus van Tarsus, de latere Apostel Paulus, was vóór zijn bekering zelf overtuigd, dat
de vervolging van de Christus [de waarheid-]belijders een godsdienstige plicht was.
“Hij blies dreiging en moord tegen de waarheids-lievende volgelingen”.
Hand. 9:1
Later zei hij:
En ik heb deze weg des Heren – deze richting – ten dode vervolgd“.
Hand.22: 4
Hij schrijft:
Gij hebt van mijn vroegere wandel gehoord, dat ik
de gemeenschap van God uitermate vervolgde en haar verwoeste
“.
Gal.1: 13
In een rede tot koning Agrippa zegt hij:
Wat mij betreft, ik hield het als mijn plicht de [Waarheid -]
Naam van Jezus van Nazareth
zoveel mogelijk te bestrijden“.
Hand.26: 29
Als Apostel dreigt hij zelf de dupe te worden van deze haat van de wereld.
En toen het dag was geworden, maakten de Joden een complot en
vervloekten zichzelf met de gelofte, dat zij niet zouden eten of drinken, voordat
zij Paulus hadden gedood“.
Hand. 23: 12
Dat Jezus’ Woord, zoals het in de tekst staat, ook later en zelfs nu nog bewaarheid wordt,
zien we ook aan de steniging van de diakon Stephanos
na een verhoor door de Hoge Raad [Hand.7: 1,58].
En aan de onthoofding van de Apostel Jacobus, de broeder van Johannes, door Herodes, en Lucas tekent daarbij aan, dat
die dood de omstanders welgevallig was [Hand.12: 2].
En dit zullen zij doen, omdat zij noch de Vader, noch Mij [de Waarheid] kennen“.
Dit vers geeft de verklaring van het buitensluiten van individuen, het
vervolgen van eigen broeders en zusters binnen de gemeenschap;
het verklaart hoe dit in God’s Naam mogelijk is
– ook bij onszelf, een Christelijke Gemeenschap.

Dit heb Ik [Christus, de Waarheid] tot u allen gesproken,
opdat gij niet ten val komt
” [John.16: 1].
Jezus spreekt hier over de latere werkzaamheden van zijn volgelingen.
Als zij dan nà  Zijn heengaan haat en onbegrip zullen ontmoeten,
wanneer zij de wereld [de woestijn] in trekken.
Zij zullen gehaat worden omdat zij oprecht overbrengen [vertalen]
wat de Heer hen heeft geleerd, niet meer en niet minder.
Vol vrees was ik ingeslapen; *
de tanden der mensen zijn
pijlen en wapenen,
hun tong is een scherp zwaard.
Zij hebben een strik gespannen
voor mijn voeten
en mijn ziel ter aarde gedrukt.
Voor mijn ogen hebben zij een kuil gegraven, *
maar zelf zijn zij daarin gevallen
“.
Psalm 56: 6-7,9
Daarom heeft Jezus ons van tevoren gezegd hoe alles zal gaan,
het moet zo gaan, je ontkomt er niet aan;
als je de Waarheid verkondigt, dan
gaat je kop eraf.

Laat we proberen standvastig blijven in de vreze Gods,
radicaal in het beoefenen van de deugden en
ons innerlijk geweten geen aanleiding geven te struikelen.
In de vreze Gods proberen we onze aandacht op onszelf gericht te houden,
totdat het geweten haar vrijheid heeft verwezenlijkt en onthouden we te spreken
over al wat er rondom ons [is] gebeurd.
Dan zal er een evenwichtig bondgenootschap tussen
het geweten en onze beoefening ontstaan,
waarna het onze opvoeder zal worden en
ons in elke zaak zal laten zien dat
we onszelf dienen te richten op onze oorspronkelijke Icoon.
Maar wanneer we ons geweten niet gehoorzamen,
zal het ons in de steek laten en
zullen we in handen vallen van onze vijanden,
die nooit met rust zullen laten.
Dit is wat onze Heer ons geleerd toen Hij zei:
Wees punctueel welgezind jegens uw tegenpartij,
terwijl gij nog met hem onderweg zijt, opdat
uw vijand u mogelijk niet aan de rechter zal overleveren en
de rechter u aan zijn dienaar overlevert en
u in de gevangenis wordt geworpen
“[Matth.5: 25].
Het geweten wordt een ‘opponent’ genoemd, omdat
het ons verzet oproept tegen de tenuitvoerlegging van
de begeerten van ons vlees: en
wanneer we ons geweten niet steunen,
levert het ons over aan
de handen van onze vijanden.

Houdt je aan je Gebedsregel.
Maar gij, wanneer gij bidt, ga in uw binnenkamer,
sluit uw deur en bid tot uw Vader in het verborgene;
en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal
het u vergelden
“.
Matth.6: 6
Dagelijks gebed, evenals geestelijke lezing, is nu eenmaal de gelegenheid
waar we de door God gegeven kracht om je als werkelijk orthodox christen te gedragen
ten opzichte van de spanningen, die de wereld veroorzaakt.
Het is belangrijk om deze spanning en druk in het gebed op te nemen,
in plaats het door gesprekken met anderen af te reageren.
De kans bestaat dat je vele anderen in je val meeneemt.

In al dit soort kwesties is het verstandig te overleggen met je biechtvader.
Het is van vitaal belang dat je je nooit verlegen behoeft te zijn om
je specifieke problemen met je biechtvader te bespreken

Dit is niet alleen vanwege de aard van de algemene adviezen die
niet in alle gevallen soelaas kunnen geven [een priester is ook maar een mens].
Echter de gezaghebbende instructies van je eigen priester,
welke op mystieke wijze een goddelijke steun verleent.
kunnen je de kracht geven om de beproeving te weerstaan.
Dit gebeurt op een dusdanige wijze waaraan geen enkele leek
in deze ooit zal kunnen voldoen.

Het houden aan de Vasten
En wanneer je vast, toont dan niet, zoals de huichelaars, een somber gelaat;
want zij maken hun aangezicht ontoonbaar, om
zich aan de mensen te vertonen, wanneer zij vasten.
Ik zeg u, zij hebben hun loon reeds gehad
“.
Matth.6: 16
Dit heeft een grotere mogelijkheid tot wrijving, omdat
geschillen over het al dan niet vasten kunnen optreden
met niet-orthodoxen om je heen of gewoon  tijdens een snel bezoekje,
bv met de westerse Kerstviering.
In deze kwestie wordt overleg je met je biechtvader aanbevolen, omdat
in sommige omstandigheden ook sprake kan zijn om
een gedeeltelijke of volledige ontspanning van vastenregel aan te houden,
alleen de biechtvader, die je kent, kan een dergelijke versoepeling toestaan.
Wanneer een dergelijke onderbreking van de regels niet is gegeven
wordt je in welke situatie dan ook gehouden je
aan de gestrengheid van de officiële regel te houden.
Net als bij het gebed, heb je als lid van de orthodoxe gemeenschap
de plicht op je genomen om te vasten, maar
tegelijkertijd is het niet de bedoeling dit vasten onnodig uit te dragen.
Dit betekent ook niet dat je dit altijd geheim moet houden:
bijvoorbeeld door een gerecht te weigeren, zoals vlees of zuivel
bestaat er de kans kennissen of familie te beledigen, die
speciaal voor ter gelegenheid van het bezoek een maaltijd heeft bereid,
dan kun je weigeren wanneer je op voorhand hebt uitgelegd dat
de Kerk dergelijke voedingsmiddelen op dit moment heeft verboden.
Het betekent wel dat je er bij dat moment er geen extra show van dient te maken
en  je zeker je familie er niet mee behoeft te confronteren dat ze zich
niet aan de voorschriften houden.
Vasten is een verplichting voor welke orthodoxe christen dan ook, maar
het is ook mogelijk stilzwijgend, ongemerkt te onthouden.
Zorg ervoor dat de Kok[ende] de regels kent.
Indien, ondanks dit, uiteindelijk het voedsel voor je neus staat,
neem je bijvoorbeeld van een schotel met zuivel en
laat het vlees onaangeroerd
Men zou discreet de kok achteraf kunnen de fout laten weten en
vermeldt later de gebeurtenis in de biecht.

Verdedigen Uw Geloof
Maar heiligt de Christus in uw harten als Heer en Schepper; en
wees altijd bereid tot verantwoording aan al wie
u rekenschap vraagt van de hoop, die in u is,
doch met zachtmoedigheid en vreze Gods
“.
1Petr.3: 15

Een gesprek over de Orthodoxie is een van de mogelijkheden om
uw niet-orthodoxe familieleden te informeren en hen te verhalen over
de Waarheid van ons geloof, tevens dat de mens de potentiële bezit tot het verderf.
Terwijl sommigen sympathie kunnen opbrengen vanwege uw [levens-]keuze,
of op zijn minst tolerant zijn, kunnen anderen koud op u overkomen en
zelfs agressief en vijandig reageren.
De tegenstrever, [de duivel] zal zijn best doen  om deze vijandigheid te gebruiken en
u uw humeur laten verliezen opdat u in zonde vervalt bij de beoordeling van uw naaste,
in dit geval wordt in elk geval helder dat je getuigenis voor de waarheid mislukt is.
Te allen tijde dien je een ijver voor de waarheid in evenwicht te brengen met
de onsterfelijke liefde voor die ten opzichte van de medemens,
die nog niet zijn gekomen om dit te aanvaarden.

 

Discretie is de beste principe.
Brengen het onderwerp van de Orthodoxie, niet zonder noodzaak op tafel,
omdat de tegenstrever dit regelmatig vraagt om juist een ruzie uit te lokken.
In plaats daarvan, is het verstandiger je geloof te verkondigen door
je manier van doen [je gedrag] dan door een omhaal van woorden.
Een aanbod [als man] om te helpen met huishoudelijke taken
wanneer de gelegenheid zich voordoet,
laat zien dat u de zorg over hen draagt.
Verleen gunsten wanneer je de kans krijgt.
Uiteraard dient dit op een natuurlijke wijze te gebeuren,
als orthodox-christelijk ben je min of meer verplicht om
dit soort liefdadigheid te beoefenen.
Soms kan een dergelijke liefdadigheid leiden tot moeilijk keuzes, bijvoorbeeld wanneer een relatie financiële hulp verwacht
met het oog op het verrichten van bepaalde immorele acties of deze er een immorele levensstijl op na houdt.
Hier ontmoet u verplichtingen die betrekking hebben met het geestelijk welzijn van uw naaste, vooral bij familie kan dit voorkomen.
Over het algemeen heb je de plicht om te vragen over het doel waarvoor uw hulp wordt gezocht, en als je erachter dat de steun is bedoeld wat bij Gods wet verboden is,
dan moet je duidelijk maken dat hulp afhankelijk is van het opgeven van de immorele onderneming.
In gevallen dat je het verzoek met een goed geweten kunt ondersteunen
zul je het materieel welzijn ondergeschikt stellen aan je geestelijk welzijn en
dit geldt niet alleen voor onszelf, maar ook voor degenen
die van ons afhankelijk zijn en voor wie we de verantwoordelijkheid
voor God dienen te laten prevaleren.

Wanneer een kennis of een familielid de kerk begint aan te vallen,
dan is dit een echte test van zowel uw werkzaamheid en uw liefde.
Als je het vermogen hebt, kun je rustig uitleggen waarom deze
verkeerd is geïnformeerd over de kerkelijke leer.
Als je vindt dat je niet direct kunt antwoorden op zijn bezwaren,
geef dan niet toe aan het argument, maar zeg dat je zult proberen
om het antwoord later in je eigen tijd te formuleren [te schrijven].
Zelfs wanneer we niet altijd de gegrondheid van een kerkelijk dogma kennen,
zijn we nog steeds verplicht ons eraan te houden, wat er ook gebeurt.
Natuurlijk dienen we er ook voor zorgen dat we
voortdurend bijblijven en het geloof bestuderen, zodat we zelf groeien.
We doen dit niet alleen om onze eigen vragen te beantwoorden, maar
ook die van anderen, de niet-orthodoxe omgeving.

Wat je ook doet,  weersta de drang om met persoonlijke aanvallen te reageren.
Als u vindt dat u er onrustig en warm van wordt,
is het waarschijnlijk de tijd om het onderwerp te laten vallen, door
te vermelden dat je zal blij zijn om het op een later moment verder te bespreken
nadat je het beter hebt doordacht.
Hoewel sommige heiligen een gerechtvaardigde woede
hebben getoond in het gezicht van ketterij
[Sinterklaas sloeg Arius bijvoorbeeld op de wang
tijdens het Eerste Oecumenische Concilie],
dienen we te erkennen dat de meesten van ons
nog niet hebben dat niveau van heiligheid bereikt hebben en
alle betekent elk begin van boosheid in ons hart
vrijwel zeker een duivelse verleiding.
Onze ijver om het geloof te verdedigen is goed;
onze woede tegen onze naasten kunnen we beter voorkomen.
Vergeet niet dat God ons echt niet nodig heeft om Hem te verdedigen;
wij zijn slechts de voertuigen voor Zijn plan.

Tenslotte beoefenen we ons in de matigheid van alle dingen,
zowel in eten, drinken, als onze tong.
Vermijd immorele gesprekken, neem niet deel aan immorele activiteiten
of entertainment.
Wanneer uw familieleden zich tijdens
de vakantie ongans willen eten en drinken,
is het beste wat je kunt doen er in
het geheel niet aan deel te nemen.
Zeker niet wanneer je weet dat dit
de gebruikelijke gang van zaken is.
Wees eerlijk over je afwijzing
hier aan deel te nemen en laat
hen u vleien in onchristelijk gedrag.
Als je ondanks je inspanningen in slecht gezelschap geraakt,
blijf de matigheid beoefenen en
leg later uit waarom je hier niet aan deel kunt nemen.

Orthodoxie & de weg tot zoon-schap [2]

Ik ben vreemdeling geworden
in een vreemd land
Ex.2: 22
Het zal niet zonder strijd of vragen zijn, die
’s-nachts maar blijven rondmalen en
die ons wakker kunnen houden.
Dit zal niet gemakkelijk overkomen, maar
dat is een wildernis [een woestijn] nooit geweest.
Dus, nodig ik jullie uit om de weg van het zoon-schap voort te zetten,
met mee te gaan, om mij te volgen in de worsteling
over de fundamentele stelling die ik beleef:
Alle waarheid is Gods Waarheid“.

De psychologie pretendeert
een studie van de ziel te zijn;
ze is bekend komen te staan als de genezer van zielen.
Maar is de “genezing van zielen” niet
het domein van Gods Woord.
En geloven we in de Christelijke Orthodoxie niet
de levende belichaming van de boodschap van
de Apostolische Waarheid te zijn.
Dan dienen we hard te zijn voor onszelf en
elke probleem wat we op onze weg tegenkomen
met open vizier en met volhardende moed benaderen.
Op die wijze dienen we de eenheid van Geloof en
de volle kennis van de Zoon Gods te bereiken,
de mannelijke rijpheid,
de maat van de wasdom van
de volheid van Christus

Eph.4: 13
De leden van de Kerk [het geestelijke lichaam van Christus]
worden niet meer overheerst door emoties.
Ze worden “niet meer als onmondigen,
op en neer, heen en weer geslingerd onder invloed van allerlei stormwinden
van buitenaf, maar groeien, zich aan de Waarheid houdende,
in Liefde – in elk opzicht naar Hem toe – die het Hoofd is

Eph.4: 14-15
De Satan, de tegenstrever vreest en haat de geboorte van dit soort zonen.
Daarom zal hij, net als de Pharao en als Koning Herodes,
Het beest en zijn trawanten zullen oorlog voeren tegen het Lam, maar
het Lam zal hen overwinnen – want Hij is de Heer der heerscharen en de Koning der koningen – en zij, die met Hem zijn, de geroepenen en uitverkorenen en gelovigen
“.
Openb.17: 14
Wat er na Mozes’ geboorte gebeurde, weten we.
De dochter van de Pharao nam hem mee naar het hof en zijn toekomst leek zeker.
Weer was er, als in de dagen van Jozef, een Hebreeër in het Egyptische paleis.
Zou ook hij een redder in nood blijken te zijn?

Wat is de betekenis van de naam Mozes.
De prinses “noemde hem Moshe
[Hebreeuws: משה], want, zei ze:
“Ik heb hem uit het water getrokken” [Ex.2: 10].
Water is een woordbeeld.
Het “water van de Nijl” duidt op de talloze “Egyptische“, menselijke, ongeïnspireerde, geschreven, gedrukte en gepreekte woorden.
Het kan veranderd worden in bloed:
het blijkt zielsberoering te zijn [Ex.7:14-25, vgl. Lev.17:11,14].
In dát “water” liet Pharao alle “mannelijke“, “pasgeborenen” verdrinken.
Ex.1: 22
De naam Mozes betekent dus uitgetrokken
[uit het water]. Hij werd uit het
zielsberoerende water” van “Egypte” gered en
opgetrokken tot de “wateren van boven“.
[vgl. John.7 :37-39 en Openb.22: 1].
Mozes zou Gods stem horen, Zijn Woord gehoorzamen en vernieuwd worden om een goede herder voor Gods volk te kunnen zijn.
Ondanks de grote tegenstand van de Pharao zou hij het volk leiden, wegvoeren uit Egypte, de woestijn, de duisternis.
Maar eerst moest God hem daarvoor klaarmaken.

Terwijl Moshe, die uit de ploemp werd getrokken, in luxe aan het hof leefde, zwoegde en zuchtte het volk van God onder de harde hand van Pharao’s slavendrijvers.
Pas toen hij veertig jaar [mid-life crisis] was geworden, werd hij wakker;
ging hij uit tot zijn broeders en lette op hun dwangarbeid“.
Ex.2: 11
Hij kwam er achter wat zijn afkomst was en dat hij gebruikt werd.
Hij vroeg zich ongetwijfeld af, wat hij voor zijn volk kon doen.
Misschien dacht hij wel aan Jozef, die Egypte en
de hele wereld” had gered [Gen.41: 57].
Hoe kon hij zijn invloed aan het hof aanwenden om
zijn bloedverwanten, de Hebreeërs te helpen?

Maar Gods tijd was nog niet gekomen.
Hoewel Mozes al tien jaar ouder was dan Jozef
toen deze onderkoning van Egypte werd, was hij
geheel onvoorbereid in Gods ogen.
Zijn pogingen om het volk te helpen werden
complete mislukkingen [Ex.2: 11-22].
Vanuit het Egyptische paleis kon hij niets doen.
Hij had wel gezag als prins, dat is waar.
Maar had hij ook geestelijk gezag?
Want wat God doet, doet Hij niet
door kracht of door geweld, maar door Zijn Geest“!!!
Zacharias 4: 6
Behalve op zijn positie als prins steunde Mozes’ gezag
ook nog op “Egyptische” kennis.
Hij was “onderwezen in alle wijsheid van de Egyptenaren en
was machtig in woorden en werken”.
Hand.7: 22
Ook nu nog denken veel mensen God daarmee te kunnen dienen.
Wat is er nu beter dan een invloedrijke, maatschappelijke status,
een goede opleiding, kennis van de Heilige Schrift en een klinkende titel voor je naam.
Mensen luisteren graag naar iemand van aanzien,
naar iemand die het mooi kan verwoorden.
Maar wáár gezag en wáre kennis zijn heel anders.
Jezus had geen enkele reputatie of positie in de religieuze wereld van Zijn tijd.
Maar “ze stonden wel versteld over
wat Hij onderwees, want
Zijn woord was met gezag

Luc.4: 32
Zijn gezag was niet uit de mens,
maar vanuit God [vgl.Matth.7: 29].
Daarom ontdeed God, Mozes eerst van elke vorm van menselijk aanzien en eigen kunnen.
Hij liet hem de weg van zelfontlediging gaan.
Paulus zegt van Jezus, dat ook Hij
Zichzelf heeft ontledigd en
de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen en
aan de mensen gelijk geworden is.
En in Zijn uiterlijk als een mens bevonden,
heeft Hij Zich vernederd“.
Phil.2: 7-8
Ons verstand kan de diepgang van deze woorden maar moeilijk vatten.
Was het voor God niet voldoende om mens te worden en gewikkeld te worden in “doeken” van “vlees aan dat gelijk;
aan de zonde
“?
Luc. 2: 12 en Rom.8: 3
Nee, ook op aarde zou Jezus
Zich verder ont-ledigen en vernederen.
Dertig jaar lang
nam Jezus toe in wijsheid en grootte en genade bij God en mensen“.
Luc.2: 52
Toen zalfde de Vader Hem tot ware Koning en Hogepriester en verklaarde:
Jij bent Mijn Zoon, de geliefde, in
wie Ik welbehagen heb
“.
Luc.3: 21-22
Wat een rijkdom! Koning, Hogepriester, Zoon van de levende God!
Wat een geestelijke status!

Nu de hamvraag:
maakte Jezus daar wel eens gebruik van om Zich aan de wereld te bewijzen?
vgl. Matth.4: 11
Nooit en te nimmer!
In plaats daarvan nam Hij de gestalte aan van een dienstknecht [Phil.2: 7] of
van een “schaap dat stom is voor zijn scheerders“.
Isaiah 53: 7
Hij legde alles af. Hij zei:
Hierom heeft de Vader Mij lief, omdat Ik Mijn leven afleg.
Niemand ontneemt het Mij, maar Ik leg het uit Mijzelf af“.
John.10: 17-18
Maar wie begreep dat?
Daarom “zeiden er velen:
Hij is bezeten en waanzinnig;
waarom luisteren jullie nog naar Hem?
“.
John.10: 20
Ze zagen Hem slechts als de zoon van een timmerman
uit het verachtelijke provinciestadje Nazareth,
wat kan daar nou voor goeds uit voortkomen.
Matth.13: 55, John.1: 47

Mozes benaderde deze weg van vernedering
het dichtst van alle oudtestamentische figuren.
Hij verliet de pracht van het Egyptische hof om
bij zijn broeders in de verdrukking te zijn [Ex.2: 11].
Hij leefde veertig jaar lang [40=testen, beproeven] in
totale afzondering in Midian, teneinde innerlijk te worden veranderd.
Hij werd herder, een naar Egyptische maatstaven verachtelijke positie.
Want al wat schaapherder is, is voor de Egyptenaren een gruwel“.
Gen.46: 34
Voor ons hebben herders een positief, romantisch imago.
Wat is er nu leuker, tijdens een vakantie een herder op de hei tegen te komen en
een praatje met hem te maken.
Vaak stelt men zich een herder voor op een zonnige groene lentewei,
met een lam in zijn armen, zoals op het plaatje in onze kinderbijbel.
Jezus is immers de Goede Herder.
Maar voor de Egyptenaren was een herder een vieze, stinkende,
ongeletterde, onbeschaafde figuur.
Mozes werd herder.
Van prins tot “gruwel van de Egyptenaren, die, ook dat nog, niet eens zijn eigen schapen, maar de kudde van zijn schoonvader Jetro moest hoeden“.
Ex.3: 1
Hij moet er zwaar onder geleden hebben.
Misschien drukte hij iets van zijn innerlijke smart uit, toen zijn eerste zoon geboren werd.
Hij noemde hem Gersom, wat betekent:
Ik ben een vreemdeling geworden in een vreemd land“.
Ex.2: 22
Jozeph, de aaartsvader, die ook in ballingschap was,
had daarentegen zijn eerste zoon triomfantelijk
Manasse genoemd,
want, zei hij:
God heeft mij al mijn moeite doen vergeten en
ook het hele huis van mijn vader
“.
Gen.41: 51
Zijn tweede zoon noemde hij Ephraïm,
want God heeft mij vruchtbaar gemaakt
in het land van mijn ellende

Gen.41: 52
Hoe anders verliep dit met Mozes!
Zijn weg naar en in Midian was een afgang.
Wilde God hem gebruiken als verlosser, dan
moest hij de weg van volkomen zelf-ontlediging gaan,
net als Jezus.
Ook Hij werd “arm, terwijl Hij rijk was“.
2Cor.8: 9
Ook Hij had “geen plaats om het hoofd neer te leggen“.
Matth.8: 20
Mozes moest, net als Jezus, een Gersom worden,
een niets bezittende vreemdeling in de wereld.
Deze ontlediging duurde net zo lang, tot
alle hoop en elk verlangen naar iets groots in hem dood was.
‘Dong . . . ‘, dat is een pijnlijke weg! Maar wat een vruchtbare weg!
Later lezen we van hem, dat hij
een zeer zachtmoedig man was,
meer dan enig ander mens op de aardbodem
“.
Num.12: 3
God had veertig jaar lang in het verborgene in hem gewerkt.
Zijn trotse zelfvertrouwen was gebroken.
In hem was een andere gezindheid gekomen.

Op veel plaatsen is de boodschap van zoonschap te horen.
Velen worden erdoor geboeid.
Maar wie wil er nou zo’n weg van vernedering gaan?
Paulus zei:
Ik wel! Zeer gaarne zal ik in zwakheden roemen” en
dat betekent:
Ik verblijd mij over alles, wat mij vernedert“.
Als hij werd vernederd als volgeling van het Lam, dan
schaamde hij zich niet, maar verheerlijkte God.
[vgl. 1Petr.4: 16].
Want wie de weg van ontlediging gaat en
deel krijgt aan het lijden van Jezus,
zal ook delen in Zijn overwinning.
Zoonschap is geen ego-tripperij.
Het is dood gaan aan ons eigen-ikkie,
niets meer betekenen voor wie dan ook.
Wie het Lam volgt, waar Hij ook heen gaat,
Kruisigt het vlees met zijn hartstochten en de begeerten
Gal.5: 24
Dan geldt:
Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik,
dat is, niet meer mijn eigen ik, maar Christus leeft in mij.
En voor zover ik nu nog in het vlees leef,
leef ik door het geloof in de Zoon van God,
Die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven
“.
Gal.2: 20

We hebben nagedacht over Mozes’ voorbereiding.
Nu zullen we zijn bediening vergelijken met
die van de Zoon en die van de zonen.
Jezus wordt beschreven als
een profeet, machtig in werk en woord voor God en het volk“.
Luc.24: 19
Hetzelfde gold voor Mozes.
Toen hij zijn staf uitstrekte en de plagen deed komen, vreesde heel Egypte hem.
Bovendien openbaarde God Zich aan hem
van aangezicht tot aangezicht
Deut. 34: 10
Wat een profeet!
Er is inderdaad nooit meer iemand geweest als hij, totdat Jezus kwam.
Deut.18: 15
Alle profeten van het eerste Verbond [O.T],
die na Mozes kwamen, van Jesaja tot en met Maleachi,
waren tot op zekere hoogte zijn volgelingen.
Ze riepen het volk terug “tot de wet en tot de getuigenis!“.
Isaiah.8: 20
Gedenk de wet van Mozes, Mijn knecht, die
Ik hem op Horeb geboden heb voor gans Israël,
inzettingen en verordeningen
“.
Mal.4: 4
Mozes was een geestelijke pionier geweest.
Hij had niet voortgebouwd op wat anderen hadden gedaan,
God gaf hem deze nieuwe taak.
Hij luidde een heel nieuw tijdperk in: de tijd van de wet.
Ook Jezus luidde een nieuw tijdperk in: de tijd van genade.
Ook wat Hij zei en deed was nieuw, revolutionair.
De dienaars van de over-priesters die Hem moesten arresteren,
kwamen onverrichterzake terug en zeiden:
Nog nooit heeft iemand zó gesproken als Hij!“.
John.7: 46
Altijd wekten Zijn woorden en daden verwondering.
Men wist nooit van te voren wat Hij zou gaan doen of zeggen.
De wind waaide waarheen hij wilde en zo
vervulde Hij de wet door Zich volkomen te laten leiden door Gods Geest.
Wat gebeurde er?
Riep Jezus net als alle andere profeten het volk terug tot de wet van Mozes?
Nee, Hij heeft de wet geleefd, wet voor wet, door de heilige Geest.
En nu roept Hij ons op, om ook door de kracht van de heilige Geest te leven en
volmaakt te zijn, gelijk de hemelse Vader volmaakt is“.
Matth.5: 48
“Nu geldt de Koninklijke wet van de Vrijheid,
de vervulde wet van de Liefde,
Die zichzelf niet zoekt”.
Jac.1: 25, 2: 8-12 en 1Cor.13: 5

Wie de leiding van de heilige Geest niet kent,
zal eens en voor altijd anderen blijven nàdoen.
Hij zegt na, wat hij van “horen zeggen” heeft [vgl. Job 42: 5].
Hij doet, wat hij anderen heeft zien doen.
Hij geeft door, wat hij van mensen heeft ontvangen.
Hij blijft zo onder de één of andere traditionele wet van de mensen.
Paulus echter was:
Geen apostel vanwege mensen, of
door een mens, maar
door Jezus Christus en God, de Vader
“.
Gal.1: 1
Hij schreef:
Allen, die door
de Geest Gods geleid worden,
zijn zonen Gods
“.
Rom.8: 14
Ook in hun leven zal “de wind blazen, waarheen Hij wil” [John.3: 8].
Ze zijn helemaal Vrij [Openb.14: 1-5).
En als zij openbaar worden,
breekt er wéér een nieuw tijdperk aan:
de komst van het Koninkrijk der hemelen op aarde,
de fase van het herstel van alle dingen,
de verlossing van de gehele schepping.

Het volgende aspect, waarin
Mozes, Jezus en de zonen Gods overeenkomen is het volgende:
ze worden allen gezonden om te verlossen
Ex.6: 5-8, Luc.1: 74, Rom.8: 19-21
De Heer Jezus begon Zijn bediening met
het voorlezen van het volgende schriftgedeelte:
De Geest van de Heer is op Mij.
Hij heeft Mij gezalfd om
aan armen het evangelie te brengen.
En Hij heeft Mij gezonden om
aan gevangenen loslating te verkondigen en
aan blinden het gezicht, om
verbrokenen heen te zenden in vrijheid,
om te verkondigen
het aangename jaar van de Heer
“.
Luc.4:18-19
Later zegt Hij:
Jullie zullen de Waarheid verstaan en
de Waarheid zal je vrijmaken
John.8: 32
En:
wanneer dan de Zoon jullie vrijgemaakt heeft,
zullen jullie werkelijk vrij zijn“.
John.8: 36
Paulus schrijft daarover:
Opdat wij waarlijk Vrij zouden zijn,
heeft Christus ons vrijgemaakt.
Houdt dus stand en laat u niet weer
een slavenjuk opleggen” .
Gal.5: 1
Jezus is de Verlosser.

Ook de zonen Gods zijn verlossers.
Als we opnieuw Romeinen 8 opslaan, waar over hen wordt gesproken, lezen we, dat
de schepping zelf van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid zal
bevrijd worden tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God
“.
Rom.8: 21
Vrijheid is de heilige essentie van zoon-schap.
Wie het Lam volgt, waar Hij ook heengaat,
zal “los-gekocht zijn van de aarde”.
Openb.14: 3
De bevrijdende kracht van Gods Geest heeft in hun levens gewerkt.
“Ze zingen een nieuw gezang” [Openb.14: 3a].
Ze zijn Vrij. Ze kunnen áller dienstknecht zijn.
Alle banden en ketens zijn in hen verbroken.
Ze zijn, net als Mozes, door een intens beproevingsproces gegaan, wetend dat
God alle dingen doet meewerken ten goede voor hen, die Hem liefhebben en
die volgens Zijn voornemen geroepenen zijn. Want die Hij tevoren gekend heeft,
heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld van Zijn Zoon, opdat
Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broederen; en
die Hij tevoren bestemd heeft, die heeft Hij ook geroepen; en
die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en
die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt
“.
Rom.8: 28-30
Zo heeft God hen toebereid, om
de hele schepping van elke vorm van slavernij te verlossen
tot de heerlijke vrijheid in God [Rom.8: 21].

In Numeri 12 vinden we een interessant voorval in het leven van Mozes.
Mirjam en Aäron vielen hem aan
met de woorden:
Heeft de Heer soms uitsluitend door
Mozes gesproken?
Heeft Hij ook niet door ons gesproken?
“.
Num.12: 2
Wat ze zeiden was erg aannemelijk.
Beiden waren door God gebruikt.
Aäron was Mozes tot een mond geweest voor Pharao [Ex.4: 15-16].
Hij was aangesteld als hogepriester [Ex.29: 4-9].
Mirjam was een profetes, die de vrouwen voorging in zingen en dansen [Ex.14: 20].
Inderdaad, God had ook door hen gewerkt.
Maar dat betekende niet, dat ze zich op één lijn konden stellen met Mozes.

Mozes was anders.
Waarom was hij zo’n
zachtmoedig man,
meer dan enig mens
op de aardbodem?
“.
Num.12: 3
Door het verootmoedigingsproces dat
hij had doorgemaakt.
Toen hij veertig jaar oud was,
voelde hij zich trots en sterk.
Maar waar was zijn zelfvertrouwen,
toen hij tachtig was en zei:
Och Heer, zend toch iemand anders“.
Ex.4: 13
Hij had alle vertrouwen in het eigen ik verloren.
De man die “onderwezen was in alle wijsheid van de Egyptenaren en
machtig was in woorden en werken
” zei nu:
Heer, ik ben geen man van het woord:
ik ben zwaar van mond en zwaar van tong
“.
Hand.7: 22, Ex.4: 10
Juist daarom kon hij nu gebruikt worden.
God had geen geweldenaar, een redenaar nodig, maar
een volkomen afhankelijke dienstknecht.
Mozes was innerlijk veranderd.
Mirjam en Aäron mochten dan wel gebruikt zijn als profetes en priester.
Maar kenden zij als Mozes de vernieuwende werking van God
in hun binnenste, in hun ziel?.

Toen riep God hen alle drie naar de tent der samenkomst [Num.12: 4].
Hij daalde er neer in de wolk [Num.12: 5].
Hij zei:
Luister nu naar Mijn woorden.
Als er onder u een profeet is, dan
maak Ik Mij in een gezicht aan hem bekend.
In een droom spreek Ik met hem.
Maar niet met Mijn knecht Mozes, vertrouwd als hij is in geheel Mijn huis.
Van mond tot mond spreek Ik met hem, duidelijk en niet in raadselen.
Hij ziet Mij van aangezicht tot aangezicht.
Waarom hebben jullie zò
tegen Mijn knecht Mozes gesproken?
“.
Num.12: 6-8

Ook daarin was Mozes een verwijzing [een voorloper] naar Jezus:
Niemand heeft ooit God gezien;
de eniggeboren Zoon, die
aan de boezem van de Vader is,
Die heeft Hem doen kennen
“.
John.1: 18
Er is dus een duidelijk verschil tussen
profeten als Mirjam en priesters als Aäron aan de ene kant en dienstknechten van God als Mozes aan de andere kant.

Voor wie weinig inzicht heeft in Gods wegen, kan iemand, die profeteert of andere geestelijke gaven gebruikt, een geestelijke reus lijken.
Toch hoeft dat niet zo te zijn.
De jonge Saul bijvoorbeeld “Geraakte in geestvervoering en allen die hem van vroeger kenden, zagen hoe hij met de profeten profeteerde; en men zei tot elkaar:
Wat is er toch met de zoon van Kis gebeurd?
Is Saul ook onder de profeten?
“.
1Sam.10: 10-11
Maar later werd hij een eigenzinnig man, die
God het initiatief uit handen nam.
Omdat hij niet kon wachten op Gods tijd,
verloor hij al in het tweede jaar van zijn regering
Gods zegen op zijn koningschap [1Sam.13: 5-14].
Hij zou later zelfs door een boze geest gekweld worden [1Sam.16: 14].
Ook nu zijn er mensen, die gebruikt zijn voor allerlei geestelijk werk en
die na verloop van tijd in de meest grove zonde zijn vervallen.
“O, Heer, houd ons vast en leid ons op Uw wegen!”.

Mozes kende God op een wijze, die Mirjam en Aäron en andere profeten niet kenden.
Zij hebben wel woorden of beelden van de Heer ontvangen, die
vaak als raadsels overkwamen. God sprak door hen, dat is zeker.
Maar God sprak met Mozes, “niet in raadselen“, maar
van aangezicht tot aangezicht, zoals
iemand spreekt met zijn vriend
“.
Ex.33: 11

Over een dergelijke verhouding gaat het ook in het nieuwe testament,
toen Jacobus en Johannes tegen Jezus zeiden:
Meester, wilt U doen, wat wij U gaan vragen.
Hij zei: Wat willen jullie, dat Ik voor jullie doen zal?
Ze zeiden:
Geef ons, dat wij de één aan uw rechterzijde en
de andere aan uw linkerzijde mogen zitten in uw heerlijkheid.
Maar Jezus zei tot hen:
Jullie weten niet, wat je vraagt.
Kunnen jullie de beker drinken, die Ik drink, of
met de doop gedoopt worden, waarmede Ik gedoopt word?
Ze zeiden tot Hem: We kunnen dat.
Jezus zei toen:
De beker, die Ik drink, zullen jullie drinken en met de doop, waarmee
Ik gedoopt word, zullen jullie gedoopt worden, maar
het zitten aan Mijn rechter- of linkerzij, staat niet aan Mij te geven, maar
het is voor hen, voor wie het bereid is
“.
Marc.10: 35-40
Net als Mirjam en Aäron, die Mozes’ gelijken wilden zijn,
wilden Jacobus en Johannes voor zich een hogere positie dan
de andere discipelen: naast Jezus.
Er waren twee dingen, die ze niet begrepen.
1.]. Wie met Hem zullen regeren, hebben eerst met Hem geleden.
De 144.000 eerstelingen, die met het Lam op de berg Sion staan,
hebben het Lam [= dat zou lijden] gevolgd waar Hij ook heenging [Openb.14: 4].
Ze konden Hem volgen op de troon, omdat ze Hem ook hebben gevolgd
in Zijn lijden en vernedering.

Als wij aan het lijden van Jezus denken,
gaan onze gedachten automatisch naar Zijn laatste uren op aarde.
Als wij denken aan lijden met Hem,
denken we misschien aan onze broeders en zusters in landen,
waar geen godsdienstvrijheid is.
Daar ondergaan onze broeders martelingen, dood, gevangenisstraf en
andere ontberingen om Zijn Heilige Naam.
Het is goed om daar –zeker in deze tijd – eens bij stil te staan.
Maar Jezus’ lijden ging veel dieper.
Zijn lichamelijk lijden was, voor zover we weten, beperkt
tot de laatste 24 uur van Zijn leven.
Zijn geestelijk lijden duurde Zijn leven lang.
Hij kwam tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen“.
John.1: 11
Hij heeft voortdurend alle
tegenspraak van de zondaren tegen Zich verdragen“.
Hebr.12: 3
Ook Mozes heeft dit lijden gekend.
Hij ervoer voortdurend de tegenstand van zijn eigen volk,
zelfs van zijn eigen broer en zus.
Iedere gelovige, die geroepen wordt tot zoon-schap,
zal ditzelfde ervaren.

2.]. Wat zij niet begrepen, was, dat
God bepaalt, wie met Jezus zal regeren. God kiest hen uit.
De Heer Jezus zei duidelijk:
“Het zitten aan Mijn rechter- of linkerzijde kan ik niet bepalen,
maar het is voor wie dat bereid is door de Vader”.
Marc.10: 40
God bepaalt alles, dus ook ieders plaats in Zijn rijk.
In een groot huis zijn niet alleen voorwerpen van goud en van zilver,
maar ook van hout en van aardewerk,
deels met eervolle, deels met minder eervolle bestemming.
Als iemand zich gereinigd heeft, zal hij een voorwerp zijn met eervolle bestemming,
geheiligd, bruikbaar voor de eigenaar, voor iedere goede taak gereed
“.
2Tim.2: 20-21
Wie Jezus gehoorzaamt, wordt in het Huis van de Vader
een voorwerp met eervolle bestemming,
geheiligd, bruikbaar voor de eigenaar
” en
is blij en dankbaar met het plekje, dat God voor hem heeft.
Dat is voor iedereen verschillend.
God heeft de leden elk in het bijzonder hun plaats in het lichaam aangewezen,
zoals Hij heeft gewild
“.
1Cor.12: 18

Dat is heel wat anders dan het ideaal van de Franse revolutie:
Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap.
Dat principe van gelijkheid is overal terug te vinden, ook in geestelijk werk.
Ieder lid van een bepaalde kerkgemeenschap
wordt geacht hetzelfde te denken en te geloven als . . . . . . .
Conformiteit noemt men dat. Dat is veilig voor het systeem.
In het geestelijke Babel wordt dan ook gebouwd met “Tichelstenen“,
bakstenen met dezelfde vorm en afmeting.
Gen.11:3
Maar in Gods schepping zien we een onuitputtelijke variëteit.
Zelfs twee sneeuwvlokken zijn niet aan elkaar gelijk.
In de schrift zien we dezelfde verscheidenheid wat betreft ieders roeping.
God is de Meester-pottenbakker, die van elke klomp klei maakt wat Hij wil.

In het oude verbond had God een orde bepaald.
Hij koos uit de vele volkeren één klein volk.
Uit dat volk koos Hij één stam met een speciale roeping, de Levieten.
Uit hen koos Hij sommigen om priester te zijn.
Uit de priesters koos Hij er één om hogepriester te zijn.
Dit alles is een voorbeeld, hoe het ook geestelijk is.

Er is dus ook in de nieuwe orde van het koninkrijk der hemelen geen uniformiteit.
Daar geldt:
Wie onder u groot wil worden, moet dienaar zijn“.
Matth.20: 26
Als iemand de eerste wil zijn,
die zal de állerlaatste en áller dienaar moeten zijn
“.
Marc.9: 35
Wie groot wil zijn, moet het Lam volgen,
waar Hij ook heengaat en dagelijks zijn Kruis opnemen
“.
Luc.9: 23
Hij zal steeds weer zijn leven afleggen en
zijn ziel uitgieten in de dood.
Niet één keer, maar in alle dagelijkse situaties en moeilijkheden.
In ieders leven zijn de omstandigheden anders.
God wil geen uniformiteit van mensen, maar gelijkvormigheid aan het beeld van Zijn Zoon.
Dat is onze roeping, om
Samen met alle heiligen, in staat zijn te vatten,
hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is
van de liefde van Christus en die te kennen met een kennis
die alles te boven gaat, opdat u vervuld wordt tot alle volheid Gods
“.
Rom.8: 28-30, Eph.3: 18-19

In het oude testament zien we, dat
het volk gezegend werd ten tijde van mannen Gods als
Abraham, Jozef en David.
Maar die zegen duurde zelden langer dan hun generatie.
Na hun dood kwam er een einde aan hun invloed.
Ook in de kerkgeschiedenis zien we hetzelfde patroon.
Twee opmerkelijke uitzonderingen waren Mozes en Elia.

Eerst het heengaan van Elia.
Hij zei tegen Elisa:
Doe een wens. Wat zal ik voor je doen, eer ik word weggenomen?
En Elisa zei: Zo moge dan een dubbel deel van uw geest op mij zijn.
En Elia zei: Je hebt een moeilijke zaak gewenst.
Als je mij zult zien, als ik van je word weggenomen, dan zal het geschieden.
Maar indien niet, dan zal het niet geschieden.
En toen kwam er een vurige wagen en vurige paarden,
die scheiding maakten tussen hen beiden.
Zo voer Elia ten hemel. En Elisa zag het!
Daarop raapte hij de mantel van Elia op,
keerde terug en ging aan de Jordaan staan.
Hij nam de mantel van Elia, die van hem afgevallen was,
sloeg op het water, en riep: Waar is de Heer, de God van Elia?
En het water splitste zich, zodat Elisa kon oversteken.
De profeten van Jericho, die op enige afstand stonden,
zagen hem en zeiden: De geest van Elia rust op Elisa
“.
2Kon.2: 9-15

Toen Mozes stierf op honderdtwintig jarige leeftijd,
was “zijn oog niet verduisterd en zijn kracht niet geweken“.
Deut.34: 7
En “Jozua nu, de zoon van Nun, was vol van de geest van wijsheid, want
Mozes had zijn handen op hem gelegd.
Daarom luisterden de Israëlieten naar hem en
deden zoals de Heer Mozes geboden had
“.
Deut.34: 9
Toch waren Mozes’ laatste woorden allesbehalve positief:
Ik weet, dat jullie na mijn dood zeer verderfelijk handelen zult en
af zullen wijken van de weg, die ik jullie geboden heb.
Daarom zal er na verloop van tijd onheil over jullie komen,
wanneer jullie doen wat kwaad is in de ogen van de Heer en
Hem krenkt door het maaksel van je handen

Deut.31: 29
Hij was voor het volk een verlosser geweest uit het land Egypte.
Maar hij had niet kunnen verlossen van
de macht van “Egypte” in het hart van de mens.

Maar Jezus zei tot Zijn discipelen, vlak voordat Hij zou sterven:
Ik zeg u de waarheid: Het is beter voor u, dat Ik heenga.
Want als Ik niet heenga, kan de Trooster niet tot u komen
“.
John.16: 7
Jullie zullen kracht ontvangen als de heilige Geest over je komt“.
Hand.1: 8
> En dát is het geheim!
Het gaat er nu om niet door eigen kracht of door inspanning iets te willen bereiken,
maar om Zijn Geest te ontvangen en Die te laten werken
Zacharias.4: 6
Wie dat geheim niet kent, zal altijd doen, wat Mozes voorzag:
Hij zal verkeerd handelen in de ogen van de Heer en
Hem krenken door het werk van zijn handen
“.
Deut.31: 29

Vermenigvuldigingskracht is in het zaad.
“Het zaad is het Woord van God”.
Luc.8: 11
Het zaad is in “het mannelijke wezen”.
Mozes ging heen en droeg zijn kracht over aan Jozua.
Jezus ging heen en gaf Zijn Geest in de Zijnen, opdat
ze in Zijn voetsporen zouden treden.
Als de zonen Gods, die allen
door de Geest Gods geleid worden
Rom.8: 14
Hen zal geopenbaard worden, ook zij zullen bereid zijn
terug te treden na “het zaad” te hebben overgedragen.
Zij binden niemand aan zichzelf, maar leiden allen
“tot de vrijheid van de kinderen van God”.
Rom.8: 21
Ieder die naar hen luistert, ontvangt
Niet een geest van slavernij om opnieuw te vrezen, maar
de Geest van het zoon-schap,
door welke ze zullen roepen:
‘Abba, Vader’
“.
Rom.8: 15

Ook Mozes’ dood was, als verwijzing naar Jezus’ sterven en opstanding, zeer bijzonder.
Toen stierf Mozes in het land Moab.
En Hij begroef hem in een dal in het land Moab, tegenover Beth-Peor.
Niemand heeft zijn graf geweten tot op de huidige dag
“.
Deut.34: 5-6
Judas vertelt ons, dat
Michaël, de aartsengel, met de duivel in twist gewikkeld was
over het lichaam van Mozes
“.
Judas 9
En waar verschijnt Mozes weer?
Niet in een dal, maar
met Jezus’ op de berg Thabor, de berg der verheerlijking
Matth.17: 3

De dood is de laatste vijand, die
wordt “verzwolgen in de overwinning“.
1Cor.15: 54
Wat er met Henoch en Elia gebeurde,
was er een verwijzing naar.
Dat ook wij zó zullen overwinnen
wordt tegenwoordig in twijfel getrokken;
zelfs door het merendeel van de
[Nederlandse PKN- (onderzoek 2014)] voorgangers,
welke beter zouden behoren te weten.
Maar Paulus zegt:
Zodra dit vergankelijke onvergankelijkheid aangedaan heeft en dit sterfelijke
onsterfelijkheid aangedaan heeft,
zal het Woord werkelijkheid worden dat geschreven is:
De dood is verzwolgen in de overwinning
“.
1Cor.15: 54
Wie overwint zal van de ‘Boom des Levens’ eten
Openb.2: 7,
“Zal de ‘Kroon des Levens’ ontvangen
Openb.2: 10 en
“Staat in het Boek des Levens
Openb.3: 5;
Hij zal als een zoon zitten
met Jezus op Zijn Troon“.
Openb.3: 21

Tenslotte nogmaals die belangrijke tekst:
Met reikhalzend verlangen wacht
de schepping op het openbaar worden
der zonen Gods
“.
Steeds vaker horen we van ellende, oorlogen, natuurrampen en honger,
overal op de wereld, terwijl de mens méér mogelijkheden en bronnen heeft
dan ooit te voren.
Rampspoed overspoelde destijds ook de kinderen van Israël,
die zuchtten onder hun verdrukkingen, terwijl
Mozes werd toebereid in de stilte van de woestijn van Midian.
Hij kwam tot Israël op Gods tijd om het te verlossen.
Ook nu worden “in de stilte van de woestijn” de Mozessen klaargemaakt,
om op Gods tijd verlossers te zijn.
Want “Verlossers zullen de berg Sion bestijgen“.
Obadja 1: 21
Dat betekent:
zij zullen groeien in de volle kracht [= berg]
van de heilige Geest [= Sion].

We mogen niet verwachten dat
die weg van toebereiding een gemakkelijke weg
zal zijn.
Voor het vlees is het een lange, smalle weg.
De verandering van “stervende zult gij sterven
Gen.2: 17b
tot zoon-schap Gods is een dodelijk proces voor het oude ik.
Maar het loon is groot.
De Heer Jezus zou het
om Zijn moeitevol lijden zien tot verzadiging toe“.
Isaiah 53: 11
Hij zou Zijn loon zien: het zou bij Hem zijn en het noemen:
Het heilige Volk, De Verlosten van de Heer“.
Isaiah 62:12
Hij zegt:
Zie, Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij“.
Openb.22: 12

Ook Mozes
heeft de smaad van Christus groter rijkdom geacht dan de schatten van Egypte,
want hij hield de blik gericht op de vergelding
“.
Hebr.11: 26
Laten ook wij
ons oog alleen richten op Jezus, de leidsman en
voleinder van het geloof die om de vreugde die voor Hem lag,
het Kruis op Zich genomen heeft en niet op de schande heeft gelet
“.
Hebr.12: 2
Laten ook wij voor moeilijkheden, onbegrip, schande,
verwerping en verdrukking ter wille van Zijn naam niet terugdeinzen, maar
de hoop grijpen, die voor ons ligt“.
Hebr.6: 18-20:
Christus is onder u, de hoop van de heerlijkheid
Hem verkondigen wij, wanneer wij ieder mens terechtwijzen en
ieder mens onderrichten in alle wijsheid, om
ieder mens in Christus volmaakt te doen zijn
“.
Col.1: 27-28
Hij is komende. Dat gold voor toen, dat geldt voor nu, en
dat geldt voor hen, die het later zullen verstaan.
Want “Hij is, Hij was en Hij komt“.
Openb.1: 4
Zie, Ik kom met spoed en Mijn loon is bij Mij
Openb.22: 12
Zijn loon zal met het Lam staan op de berg Sion [Openb.14: 1].
Dat zijn zij, die Hem hebben gevolgd in lijden en vernedering [Openb.14: 4].
Ze zullen dan ook “delen in Zijn verheerlijking” en
met Hem zitten op Zijn troon [Rom.8:17,Openb.3: 21].
En wat was het uiteindelijke doel?
De gehele schepping te verlossen tot
de Vrijheid van de Heerlijkheid
van de kinderen van God!
“.
Rom.8: 21

Wij vieren met Kerst dat Jezus Christus als
onze God en Verlosser in het vlees is geboren.
Christus heeft werkelijk Zijn gehele leven,
al Zijn gedachten, woorden en werken,
daarop gericht dat de Naam van zijn Vader niet gelasterd,
maar geëerd en geprezen zou worden.
Hij heeft dat voor ons gedaan. Zijn leven heeft Hij voor ons geleid.
Daarom mogen wij, zonder bang te zijn dat het God onze Vader teveel zou worden,
als zonen iedere dag opnieuw  aan Hem vragen of
Hij ons toch wil doen lijken op Christus.
Dat was toch de bedoeling?
Daartoe heeft God ons uitgekozen,
dat wij Zijn Zonen [en dochters] zouden zijn
door het Geloof in Christus Jezus.
Dat is het hart van het christelijk geloof,
want daarin klopt het hart van onze God.

Een goede voorbereiding op Kerst;
een zalige 12 dagen van Kerst t/m Theophanie en
een gelukkig begin van het Nieuwe Jaar.

Orthodoxie & onderlinge strijd

Want vreemden staan tegen mij op en
sterken belagen mijn ziel; *
zij hebben zich God niet voor ogen gesteld.
Zie toch, God is mijn Helper; *
de Heer is de Beschermer van mijn ziel.
Hij keert het onheil af op mijn vijanden. *
In Uw Waarheid, vernietig hen“.

Psalm 53: 3-5

In de woestijn van Zif [זיף – de Negev-woestijn] is de aarde rood gekleurd,
alsof er een veldslag heeft gewoed en
er nog steeds tekeergaat.

                        > De Profeet David hield zich daar op de heuvel van Chakila in de wildernis verborgen en Saul zocht hem daar op aanwijzen van de Zifieten begeleid door drieduizend uitgelezen mannen van Israël.
De jaloerse Saul zocht hem te doden.
David kwam met Abisai in de nacht tot het volk en zie,
daar lag Saul in de wagenburg te slapen, met
zijn speer aan zijn hoofdeinde in de grond gestoken,
terwijl Abner [Saul’s woordvoerder en zoon van Ner] en het volk om hem heen lagen.
Maar David bracht hem niet om, want wie slaat ongestraft zijn hand aan
een medebroeder, een gezalfde des Heren.
Daarop nam David de speer en de waterkruik van Sauls hoofdeinde weg en
hij ging zijns weegs.
Niemand zag het, niemand merkte het, niemand ontwaakte, want
allen sliepen, omdat God de heer hen in een diepe slaap had doen vallen.
Toen David aan de overzijde gekomen was, ging hij op de bergtop staan,
ver weg van zijn belagers. David riep vandaar tot Abner omringd door de strijders:
Antwoordt gij niet, Abner?“.
En Abner antwoordde
– bij ‘achterklap’ spreekt iemand nooit rechtstreeks, altijd via anderen – :
Wie ben je, die daar tot de koning roept?“.
Daarop antwoordde David:
Zijt gij dan geen man? Wie is in Israël u gelijk?
Waarom hebt gij dan uw heer, de koning, niet bewaakt?
Want er is iemand van het volk gekomen om de koning, uw heer, om te brengen.
Wat gij gedaan hebt, is niet goed. Zo waar de Heer leeft,
jullie zijn kinderen van de dood, omdat
gij uw heer, de gezalfde des Heren, niet bewaakt hebt.
Nu dan, zie eens, waar de speer van de koning is en de waterkruik, die
aan zijn hoofdeinde stond
“.

Saul herkende Davids stem en vroeg of hij zich niet vergiste, waarop
David zich bekend maakte en zei:
Waarom achtervolgt mijn heer toch zijn knecht?
Wat heb ik toch gedaan? Wat voor kwaad heb ik bedreven?

Nu dan, mijn heer de koning luister naar de woorden van uw knecht.
Indien de Heer u tegen mij opzet, dan moge Hij een offer ruiken;
maar indien het mensen zijn, vervloekt zijn zij voor het aangezicht des Heren,
omdat zij mij thans verwijderd houden van de gemeenschap met het erfdeel van de Heer
en zeggen: ga heen, dien andere goden.
Nu dan, mijn bloed moge niet ter aarde vloeien, ver van het aangezicht des Heren.
Want de koning van Israël is uitgetrokken om een enkele vlo te zoeken, zoals
men een veldhoen op de bergen najaagt”.
1Sam. 1-19

De dauw vann het water en de warmte balans doen daarop de kale lössgronden
in de Negev-woestijn herleven en

Saul erkent dat hij heeft gezondigd.

Bovenstaande maakt het volk van de Heer [de Kerk] duidelijk dat  het door enkel vlooien [vliegen] af te vangen en een veldhoen op de bergen na te jagen
de erfenis zal verliezen.

Dat het zal worden verdreven uit het land, dat hun erfdeel was en
het zal beroofd worden van gezelschap en conversatie, en
van alle sociale contacten en eredienst.
Dit is de overweging die hier geuit wordt en
bovenstaande verwensing van David wordt geuit op
degenen die door hun achterklap betrokken waren bij
het feit dat zij hem onderuit wilden halen en
maakt duidelijk dat zij andere goden dienen dan
de Ware Heer en God,
Jezus Christus.

Zij zullen door hun belemmerd gedrag worden gedwongen in
een afgodisch land rond te dwalen, met andere woorden
zij zijn zelf aansprakelijk voor de hun gekozen weg van verleiding en
voor de zieke achterklap die zij verspreiden welke anderen zwakke begeleidende
broeders 
overhaalt en verleidt tot afgodische praktijken.
Zo staan vreemden tegen mij op en
belagen sterken mijn ziel, zij
die zich God niet voor ogen hebben gesteld.
Zo zij tot inzicht komen van
hun dwaas handelen, dan
is dit het gevolg van
de kracht en Genade van
God.