God, Die Zijn Heilige Geest in ons gegeven heeft

God wil uw heiliging,
dat gij u onthoudt van ontucht,
dat ieder van u in heiliging en eerbaarheid
zijn noodzakelijke behoeften zal weten te verwerven,
niet in hartstochtelijke begeerlijkheid, zoals
ook de heidenen, die van God niet weten en dat men zijn broeder niet slecht zal behandelen of in deze of gene zaak zal bedriegen,
want de Heer is wraakzuchtig in dit alles,
zoals wij u ook vroeger gezegd en nadrukkelijk betuigd hebben.
Want God heeft ons niet geroepen tot onreinheid, maar in heiliging.
Daarom, wie dit verwerpt, verwerpt niet een mens, maar God,
die u immers ook zijn Heilige Geest geeft“.
1Thess.4: 3-8

De menselijk ziel die trouw is aan de beoefening van de Liefde
en aanhankelijkheid toont aan God zoals eerder is beschreven,
is verbaasd te ervaren dat God geleidelijk aan bezit neemt van z’n gehele wezen:
het wordt een voortdurend gevoel van Gods aanwezigheid gewaar,
die als het ware een tweede natuur is geworden; en dit is,
evenals gebed het resultaat van gewoonte [geplogenheid].
De ziel voelt geleidelijk aan een ongewone rust welke in al haar onderdelen wordt verspreid
en deze stilte wordt nu de gesteldheid van geheel haar gebed;
terwijl God communiceert  via een intuïtieve Liefde,
welke het begin is van ‘onuitsprekelijke gelukzaligheid’.

We dienen er wel bij stil te staan dat
dit een hoge graad van gebed is
welke een Genade inhoud Die
de Geest van God ons verleent.
Het is als een zaak van het hoogste gegeven,
welk ontstaat bij het loslaten van ‘eigen’ inzet en inspanning,
op een dusdanige wijze
dat God Zich geheel alleen kan manifesteren,
kan handelen waarbij zoals door de mond van Zijn Profeet David wordt aangegeven
Hij zal de boog breken, de wapens verbrijzelen,
en de schilden [je verdediging] verbranden in vuur.
Wees Stil en Weet dat Ik God ben“.
Psalm 45: 9,10
Maar het schepsel is zo gespinsd op die Liefde en
is zo gehecht aan z’n eigen inbreng,
omdat het zich voorstelt
dat er van de overzijde helemaal niets wordt ondernomen,
wanneer het niet waargenomen kan worden en
al haar werkingen ook zichtbaar zijn geworden.
Het is onwetend van zijn onvermogen
van minutieus te observeren
de wijze van Gods beweging
welke wordt veroorzaakt
door de snelheid van de vooruitgang;
dat God handelt,
in de uitbreiding van en de verspreiding van Zijn invloed,
welke die van het schepsel absorbeert.
Sterren kunnen duidelijk gezien worden vóór zon opkomt;
echter zij bewegen met een zeer kleine beweging licht voort,
hun stralen worden geleidelijk geabsorbeerd en ze worden onzichtbaar,
niet uit de wil van dat sterrenlicht, uit zichzelf,
maar door de superieure uitstraling van de Schepper,
want zonder Hem was er totaal geen licht.

Bovenstaande is hiermee vergelijkbaar;
want er is een Sterk en universele Licht dat alle [kleine] lichtjes absorbeert,
welke onze ziel verlicht;
ze zwelt zwak aan en verdwijnt weer even snel
onder de Krachtige invloed, werkzaamheid en
is vervolgens niet meer te onderscheiden.
Veel mensen vergissen zich sterk, die
beschuldigen het gebed maar als een traag gedrag,
een lading die alleen kan ontstaan ​​uit onervarenheid.
Als we ons alleen maar een aantal inspanningen
voor de verwezenlijking van dit gebed zouden getroosten,
zouden ze al snel het tegendeel ervaren van wat verondersteld werd en
de beschuldiging ongegrond verklaren.

De uiterlijk verschijning van nietsdoen is inderdaad,
niet het gevolg is van de steriliteit of van willen,
maar van vruchtbaarheid en overvloed
die waargenomen zal kunnen worden door een ervaren ziel,
die bekend is met de ervaring dat stilte vol en zalvend kan zijn en
juist het omgekeerde bereikt wordt van apathie en onvruchtbaarheid.
Er zijn twee soorten mensen die van stilte houden;
de één omdat ze niets hebben om te berde te brengen,
de andere omdat ze veel te veel hebben te zeggen:
zo is het ook met de ziel in deze staat;
de stilte wordt veroorzaakt door de overvloed van materie,
te groot om er een uitspraak over te doen.

Nog een voorbeeld:
De verdrinkingsdood verschilt in grote mate
van het sterven van de dorst;
water kan, in zekere zin, beiden veroorzaken;
overvloed vernietigt in de ene situatie en
de behoefte eraan de andere.
Zo is in deze staat het gebrek en het overweldigd worden door Genade
nog steeds de activiteit van het zelf; en daarom
is het van het allergrootste belang om zo stil mogelijk te zijn en te blijven;
geen overvloed van woorden,
gewoon afwachten;
Uw Wil geschiedde“.

Het kind welke aan de borst van de moeder ligt
is een levendige illustratie van ons onderwerp:
het begint de melk op te wekken
door het bewegen van de kleine lipjes;
maar wanneer de Melk rijkelijk vloeit,
behoeft het kind slechts de inhoud
door te slikken en
zich te voeden.
Op dezelfde wijze dienen we om te gaan
met het begin van gebed,
door de gemoedsbeweging
van het oefenen met de lippen; maar zodra de melk van de Goddelijke Genade vrijerlijk stroomt,
behoeven we niets meer te doen,
dan in rust en  stilte te nuttigen;
en wanneer het ophoudt te stromen,
dienen we het weer te wakkeren
zoals een kind zijn lippen beweegt.
Wie anders handelt zal bij het bidden niet van deze Genade
gebruik kunnen maken, welke aan deze grondhouding verbonden is en
de ziel tot Zich trekt in de rust van de Liefde en
niet in de veelheid van het Zelf.

Denk dan gewoon eens aan een baby, die zachtjes en zonder beweging borstvoeding drinkt
Wie zou ooit geloven dat zo onze Goddelijke voeding dient te worden ontvangen?
Hoe rustiger het kind wordt gevoed, hoe beter het gedijt.
Wat gebeurd er uiteindelijk,
gevoed en voldaan valt het kind
zachtjes in slaap in de schoot van de Moeder, de Kerk.
De ziel, die is rustig en vredig in het gebed verzinkt in een mystieke sluimer,
waarin alle haar bevoegdheden zich in rust bevinden.
In dit proces wordt de ziel heel natuurlijk, zonder inspanning,
kunstgrepen, of studie op haar weg geleid.
Het Christelijk innerlijk is niet een bolwerk
welke door de storm en geweld wordt bewerkstelligd,
maar is een Koninkrijk van vrede, de Tempel Gods,
welke door Liefde alleen wordt bereikt.
Het is de Geest Gods, Die vuur en Liefde opwekt.

Wanneer deze smalle weg wordt nagestreefd
zal dit tot het intuïtief innerlijk gebed leiden.
God verwacht echt niets bijzonders, niets moeilijk;
integendeel, Hij is tevreden met
gewoon alledaags kinderlijk gedrag.
Kinderen Gods te zijn is het meest verheven doel en
dit doel wordt noodzakelijkerwijs heel eenvoudig bereikt.
Welke risico’s loop je,
je stelt enkel afhankelijk van God [Onze Vader] en
je draag jezelf volledig over aan Hem?
Hij zal je niet bedriegen, je niet teleur stellen,
tenzij je je verwachtingen te hoog stelt:
maar degenen die van alles verwachten
zullen onvermijdelijk worden misleid.

Heer, Die zegent wie U zegenen en
heiligt wie op U vertrouwen;
red Uw Volk en zegen Uw Erfdeel.
Behoed de volheid van Uw Kerk.
Heilige hen die de luister van Uw Huis liefhebben en
verheerlijk hen door Uw Goddelijke Kracht.
Verlaat ons niet die op U hopen.
Schenk vrede aan de wereld en geheel Uw Volk.
Want elke goede gave en
ieder volmaakte Gift komt van boven en
daalt tot ons neer van U, Vader van het Licht.
daarom zenden wij eer,
dankzegging en aanbidding op tot U:
Vader, Zoon en Heilige Geest;
nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen,
Amen
“.
Gebed achter het ambon

De Naam des Heren zij geloofd in de eeuwen der eeuwen [3x]”.
Goddelijke Liturgie van Johannes Chrysostomos

 

2e Zondag na Pinksteren – Orthodoxie en de Heiligen van ”alle landen”

De Orthodoxe Kerk vindt haar oorsprong
op de eerste Pinksterdag in AD 33,
de gebeurtenissen hieromtrent worden weergegeven in de Handelingen van de Apostelen, in de hoofdstukken 1 en 2.
De Kerk ging in gesprek met de mensen van haar tijd in de taal van Liefde en
velen werden vanaf dat moment gedoopt.
De Kerk groeide verspreidde zich over de wereld en steeds meer mensen met de meest uiteenlopende culturele achtergronden sloten zich via de doop bij haar aan,
te beginnen met de bevolkingsgroepen
binnen het Romeinse rijk.

In de vierde eeuw sloten zich een aantal keizers zich bij de Kerk aan en een van hen, Theodosius, maakte het Christendom tot de enige officiële religie van zijn rijk.
Vanaf dat moment tot het einde van dit Byzantijnse keizerrijk in 1453 waren alle keizers in naam Christelijk, maar niet eenieder van hen was ècht Orthodox – sommigen van hen bevorderden bijvoorbeeld de Iconoclastische ketterij.
Na de 5e eeuw was het Byzantijnse rijk kleiner geworden, zodat vele Christenen leefde buiten haar grenzen, in gebieden zoals Egypte en Syrië, die waren veroverd door de Arabieren, of in Groot-Brittannië, waar Romeinse troepen zich hadden teruggetrokken.

In de 9e eeuw kwam de missie naar de Slaven tot ontwikkeling, waarvan er eveneens velen buiten Byzantium leefden, welke uiteindelijk leidde tot de vorming van de Slavisch-Orthodoxe Kerken – Russisch, Bulgaars, Servisch.
Elk van deze uiteindelijk ontwikkelde een eigen autocephale Orthodoxe Kerk
[autocephaal betekent dat het kiest zijn eigen hoofd, of hoofdbisschop, welke bij uitzondering de titel van “Patriarch” mochten voeren].
Deze autocephale kerken namen een ​​nationaal karakter aan en wanneer het overgrote gedeelte van de bevolking Christen waren geworden, overlapte het lidmaatschap van de kerk die voor een groot van de staat.
Deze verbinding tussen kerk en staat is echter niet hetzelfde als nationalisme, zoals ik hoop aan te tonen.

Toen het overgrote gedeelte van Rusland in de 13e eeuw door de Tataren werd overheerst, werd er door de kerkgemeenschappen gebeden voor de nieuwe machthebbers.
Kerkleiders als de H. Sergius van Radonezh ondersteunde tevens de beweging voor onafhankelijkheid van Tataren, welke een aantal eeuwen later werd gewonnen en leidde tot de opkomst van Moskou als een grootmacht.

Aan het Byzantijnse rijk kwam uiteindelijk een einde toen Constantinopel in 1453 door de Ottomanen [Turken] werd veroverd.
De Christenen van het Patriarchaat van Constantinopel werden daarop samen
met hun kameraden van het Patriarchaat van Alexandrië, Antiochië en Jeruzalem
een minderheid onder islamitische bewind.
De Patriarch van Constantinopel
werd vervolgens als ethnarch [nationale heerser] van de Rum Millet beschouwd – de Byzantijnen [Roman, afgeleid van de Roman natie] – waaronder volgens de Turken alle Christenen in het rijk vielen.
Voor het eerst in de geschiedenis van het oorspronkelijk Christendom werden de geestelijk leiders beschouwd als verantwoordelijk over het gewone volk.
In het Westen, hadden de paus van Rome en enkele bisschoppen een paar eeuwen daarvoor hier in hun ‘westers’ denken al een aanzet toe gegeven en beschouwden zich als werelds leider; het is bijvoorbeeld bekend dat de H. Augustinus zich hier al sterk tegen verzette.
Dit dwingt de geestelijkheid om verantwoordelijkheid te nemen als wereldlijke leider en zou een van de belangrijke historische gebeurtenissen worden die later zouden leiden tot de band tussen het Orthodox Christendom en het Nationalisme.

In de tussentijd kreeg het Russische Rijk een uitbreiding van zijn macht [o.a. over de Oekraïne] en namen haar Moskoviete heersers [in 1547] de titel van Tsaar aan, terwijl de bisschop van Moskow  zich de titel van Patriarch toe-eigende en de leider werd van de “autocephale” Russisch-Orthodoxe Kerk.
Velen in Rusland zagen Moskou, na de val van Constantinopel als het Derde Rome.
Enkele eeuwen lang was Rusland het enige land waar Orthodoxe Christenen geen minderheid vormden, zoals de Christenen onder heerschappij van de islam als tweederangs burgers onder de dhimmi werden beschouwd.
Drie gebeurtenissen of ontwikkelingen deden zich toen voor in West-Europa, welke aanzienlijke gevolgen zouden hebben voor de landen waar orthodoxe christenen leefden.

  1. De Vrede van Westfalen en het nationale staats-systeem
  2. de Verlichting
  3. Het Duitse Romantische Nationalisme

– De Vrede van Münster onderdeel van
die van Westfalen [in 1648], het einde van de 8o-jarige oorlog is de uitroeping van
het moderne staat systeem en de gedachte van de nationale soevereiniteit.
– De Verlichting was een conventionele philosophische beweging welke dateert
uit de periode van 1690 tot 1781,
hoewel de invloed ervan op het Europese denken veel langer duurde.
Dit beïnvloedde met name Tsaar Peter de Grote van Rusland, die hiervan voornamelijk in Duitsland kennis van nam, en
ook de opgelegde Duitse weergave van de betrekkingen tussen kerk en staat.
In plaats van de ‘samenwerking‘ tussen Kerk en Staat, welke, althans in theorie al vanaf het millennium in Rusland overgenomen uit het Christelijke Byzantijnse [Roman] Rijk prevaleerde en (nogmaals, in theorie) tot dan toe heerste.
wilde Peter de Grote de kerk ondergeschikt aan de staat maken en zette haar in als instrument van zijn overheidsbeleid.
Hij schafte het Patriarchaat af en vestigde een Heilige Synode, die in feite werd gerund door een staatsambtenaar, de procureur.
De positie van de kerk in Rusland verschilde vanaf dat ogenblik niet veel meer van die van de Kerk in het Ottomaanse Rijk.
– In een derde deel van West-Europa was Romantische Nationalisme opgekomen en was gedeeltelijk  een reactie op de Verlichting, welke werd geleid door Duitse philosophen  Herder en Fichte.
Het zou nauwkeuriger zijn om te zeggen dat deze beweging in Midden-Europa ontstond in plaats van West-Europa.
In West-Europa werd een ‘natie’ gezien als een verzameling mensen
die in een omschreven gebied onder dezelfde regering en wetten vielen en
die een gemeenschappelijke geschiedenis deelden.
Herder bevorderde het idee van taal en cultuur
als de bepalende kenmerken van een natie.
Dit leidde tot de opkomst van het nationalisme in Oost-Europa,
waar de mensen wonen in multi-nationale landen,
zoals het Habsburgse en Ottomaanse rijk,
welke hun nationale onafhankelijkheid trachtten te herwinnen.

In het begin van de 19e eeuw was er een groeiende beweging van Griekse onafhankelijkheid welke mede werd geïnspireerd door de kerk,
ingegeven door het verlangen om haar gelovige Christenen vrij van de Ottomaanse heerschappij te krijgen.

Bovenstaande werd deels beïnvloed door mensen die dit meer seculiere nationalisme van Duitsland overnamen.
In het centrum van de zienswijze van de Kerk nam het oorspronkelijke Christelijk Byzantijnse rijk [westerse historici de zogenaamde “Roman-dynastie“] een belangrijke plaats in.
Maar de essentie ervan was het opzetten van een “Roman”- opstand tegen de Turkse overheersing.  De seculiere nationalisten werden echter geïnspireerd door de ideeën van Herder en Fichte en bevorderden het idee van het “Hellenisme” – iets dat niet in de Christelijke wereld sinds de 4de eeuw niet meer had geklonken, toen het door de kerkvaders werd afgewezen als iets heidens en niet tot het Christelijk gedachtengoed behoorde.

Het Patriarchaat van Constantinopel verzette zich tegen dit “neo-hellenisme” en
niet alleen om politieke redenen.
Ondanks dit verzet werd een Patriarch door de Turken opgehangen omdat zij geen vat konden krijgen op de rebellen onder de “Roman populatie”; zij beschouwden de Patriarch als politiek verantwoordelijk voor deze beweging.
De beweging voor de Griekse onafhankelijkheid sprak romantici en nationalisten in het Westen aan. De Upper-class van de Engelse bevolking, die opgeleid was in de Griekse klassieken en de glorie van het oude Griekenland, steunde de “Hellenistische beweging”  met hun retoriek, hun geld, en soms [zoals in het geval van Lord Byron] met hun leven.
Hun belangstelling voor en de reactie op het idee van de klassieke oudheid
werd versterkt door het idee van het hellenisme ten koste van de “Romans” [zie http://www.romanity.org/].

Toen Griekenland onafhankelijk werd had het een Duitse vorst [Otto I] en een op Duitse wijze ingerichte staatsinrichting en was er dienovereenkomstig ook het Duitse idee van de betrekkingen tussen kerk en staat.
De Grieks-Orthodoxe Kerk werd op dat momment als autocephale kerk opgericht,
zonder enige verwijzing naar Constantinopel, zoals het door de Kerkvaders was opgezet.

Andere Balkanlanden begonnen in het voetspoor van Griekenland eveneens aan een onafhankelijkheids strijd teneinde de Turkse overheersing van zich af te werpen en werden hun landen en autocephalous kerken meestal naar Duits voorbeeld hersteld
met de kerk ondergeschikt aan de staat en gezien als een instrument van het overheidsbeleid.
Veel van deze landen kwamen na de Tweede Wereldoorlog onder Communistische bewind en werden meer dan 40 jaar vervolgd en onderdrukt.

In de jaren 1950 leidde aartsbisschop Makarios van Cyprus de beweging voor de onafhankelijkheid van Cyprus van de Britse overheersing.
Het was een tijd van de-kolonisatie, toen veel andere landen zich vrijvochten
van de verschillende [wetserse] koloniale machten.
Aartsbisschop Makarios werd de eerste president van het onafhankelijke Cyprus.
Voor Britse mensen, was het gedrag van aartsbisschop Makarios verwerpelijk, omdat de Britten dachten dat “religie en politiek niet samen gaan” en de betrokkenheid van een kerkleider in een nationalistische strijd van slechte smaak werd geacht. Aartsbisschop Makarios was bevriend met Jomo Kenyatta, de leider van de Keniaanse onafhankelijkheidsstrijd en na de onafhankelijkheid
bevestigden zij vriendschappelijke betrekkingen tussen Cyprus en Kenia.
Wat veel van de Britse overheersers niet begreep, was echter dat aartsbisschop Makarios de traditie van de “ethnarch” volgde die waren ontwikkeld door de Turken.
De geestelijkheid diende de politieke aspiraties van het volk weer te geven.

Natie, Kerk en Nationalisme
Er zijn dus verschillende elementen in
de verbindingen, zoals ze nu nog steeds aanwezig zijn, tussen orthodoxie en nationalisme, over- en weer.
Zo vormt de elite [politici] en de militaire aanwezigheid een vast onderdeel bij grote kerkvieringen;
is het heel gewoon dat politiek leider Putin en Patriarch cadeautjes uitwisselen en een zéér nauwe relatie onderhouden – elkaar in politieke standpunten bijstaan en uitspraken onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn; doet de kerk aan politiek!!!
Voor ons westerlingen is dit onvoorstelbaar en onaanvaardbaar:
Geef wat van de keizer is aan de keizer,
en geef aan God wat God toebehoort
“.
Matth.22: 21

–          Een elementen in de verbindingen is de koppeling die ontstaan ​​tussen kerk en natie,
toen de meeste van de mensen in het land Orthodoxe Christenen waren en
waar een autocephale kerk werd opgericht wiens rechtsgebied min of meer samenviel
met de grenzen van het nationale grondgebied.
–          Een tweede is de positie van de kerk in landen die onderworpen waren aan de Ottomaanse heerschappij, waar de kerk werd beschouwd als een instrument van de overheid.
–          Een derde is de Duitse begrip, welke door Peter de Grote in Rusland in de late 17e eeuw werd toegepast en later door het seculiere nationalisme in de Balkan,
waar de kerk als ondergeschikt aan de staat wordt gezien.
–          Een vierde is de opkomst van seculiere nationalisme, welke gebaseerd zijn op de philosophische ideeën die in Duitsland zijn ontstaan ​​uit het gedachtengoed van Herder en Fichte.

Het is vaak moeilijk voor Orthodoxe Christenen in de Balkanlanden om onderscheid te maken tussen de organische band tussen kerk en natie en de seculiere nationalistische ideeën, zozeer zelfs dat mensen aangezet worden tot denkbeelden als “Orthodoxie is hellenisme en
hellenisme is Orthodoxie
“,
dit dient naast het feit dat dit niet op waarheid is gebaseerd naar mijn mening ook gewoon als “ketters” dient te worden beschouwd.
Er wordt ook wel eens gezegd dat:
De Orthodoxe Kerk niet missionair is
omdat het enige doel van de kerk is
de Griekse cultuur in stand te houden“.
Maar ik heb het idee dat het precies andersom is.
Het is niet de bedoeling van de kerk om de Griekse cultuur te behouden;
het is eerder het doel van de Griekse cultuur aan het bestaande orthodoxe geloof te behouden.
Vanaf de 4e eeuw heeft zich een Christelijk ‘Griekse’ [dus op basis van de Roman Dynastie] cultuur ontwikkeld en die zo was verbonden met het Christelijk geloof,
dat 400 jaar Turkse overheersing niet in staat was om deze te vernietigen.
Zo wordt momenteel als aanvulling op voorgaande in de economische confrontatie
met Europa in het begin van  21e eeuw regelmatig gezegd èn is Europa eveneens niet in staat was om Griekenland in het gareel te krijgen.

In Rusland werd de Russische cultuur geleidelijk gekerstend door de eeuwen heen en
kwam eerst in de 16e eeuw echt tot ontwikkeling.
De bolsjewieken [communisten] probeerden het Christelijk geloof in Rusland binnen 70 jaar te vernietigen, maar ze konden dit niet klaarspelen, omdat ze dan tevens de Russische cultuur zouden dienen te vernietigen.
De heropleving van de Kerk tegen het einde van de communistische periode was
in niet geringe mate te danken aan mensen die ontevreden waren over het systeem
welke probeerde de Russische cultuur om te vormen.
Zij kwamen er vervolgens achter dat de Russische cultuur is geworteld in en
doordrongen van het Orthodoxe Geloof.

Westerse Christenen en westerse bekeerlingen
tot de Orthodoxie kijken soms geringschattend aan tegen het verband tussen  de Orthodoxie en verschillende nationale culturen. Ze moeten hier helemaal niets van weten, verafschuwen het.
Het is juist deze verbinding welke het Orthodoxe Geloof tegen de verdrukking en vervolging in  bewaard heeft doen blijven.
Tegelijkertijd is het van belang om een onderscheid te maken tussen nationale culturen en nationalisme en
dat veel wat we als nationalisme herkennen
weinig of ‘helemaal niets’ te maken met de Orthodoxie,
maar is gekoppeld aan wereldlijke en seculiere philosophieën die vooral
in Midden-Europa van de 18e en 19e eeuw ontwikkeld zijn.
Het is jammer dat [mn. oudere geestelijk leiders] geen inzicht in hun gedragingen hebben en gerust het nationale onafhankelijkheidsfeest prevaleren boven Christelijk Theotokos-feest van 25 maart en 15 augustus, zelfs toestaan dat de ‘Griekse’ vlag in het bijzijn van ‘Griekse’ prelaten onder het zingen van het volkslied wordt geheven.

Woorden en hun achtergrond:
Grieks
Grieks” is afgeleid van het Latijnse term, Graecus, die met het volk van Griekenland of degenen die Grieks spreken wordt verbonden.
Het werd ook gebruikt om de taalkundige en culturele verschillen aan te duiden
in het latere Romeinse rijk als het verschil tussen het “Latijnse Westen” en het “Griekse Oosten“.
Het wordt daarom ook gebruikt in de betekenis van het “Grieks Orthodoxe Kerk“,
welke absoluut niet hetzelfde is als de “Orthodoxe Kerk Griekenland”,
maar eerder de veel grotere entiteit
vanuit het “Griekse Oosten” aanduidt.
In die zin maken de Kerken van Rusland, de kerk van Roemenië en de kerk van Bulgarije ook onderdeel uit van de “Grieks-orthodoxe kerk”.

De Griekse taal heeft een speciale plaats in de Orthodoxe Kerk,
omdat de Bijbel in het Grieks
[de “geautoriseerde versie” van het Oude Testament in de Orthodoxe Kerk is de Septuagint]
werd geschreven, en de Griekse versie blijft de standaard.

Romeins
In mijn tekst over het “Griekse” heb ik niet over het contrast van het “Griekse Oosten” met het “Romeinse” Westen gesproken, want hoewel de stad Rome in het “westen” is gelegen en het Griekse Oosten “Roman” [behorend tot de Roman-dynastie] bleef,
werd hier nimmer Latijn gesproken.
Tot de opkomst van neo-hellenisme in de 19e eeuw, zijn de Christelijke Grieken afwijkend over zichzelf gaan denken
als “Hellenen” en afstammend van de Roman-dynastie [Byzantijnen].
Het “Byzantijnse” keizerrijk is een fictie bedacht door westerse historici –
om zich af te zetten ten opzichte van het Frankenrijk van Karel de Grote [Allemagne]
en hebben de burgers zichzelf beschouwd als Romeinse afstammelingen.
In het Nabije en Midden-Oosten, wordt de Grieks-Orthodoxe Kerk danook meestal
“de Roomse Kerk” [bijvoorbeeld in Syrië] – tenover de Latijnse Kerk van Rome.

Helleens
Voor het overgrote deel werd gedurende de historie van het Christelijke Romeinse Rijk,
vanaf de 4e eeuw tot de 14e eeuw, de term “Helleens” gebruikt voor de heidense Griekse philosophie en cultuur en
werd beschouwd als iets waar de Christenen zich vèr van verwijderd hielden.
In de moderne Griekse taal heeft men de habitus ontwikkeld om een surrogaat “Roman”  [Byzantijn] te worden, of om betekenissen te combineren.

We dienen ons echter goed te realiseren dat de H. Cosmas de Aetolian,
die het gebruik van de Griekse taal in het onderwijs op de Balkan in de 18e eeuw heeft gepromoot, en de Griekse vrijheid aankondigde,
wellicht niet àl te blij zou zijn geweest met wat daarna gebeurd is.
Hij wilde hierbij absoluut niet de Hellenische, maar eerder de oorspronkelijke ‘Roman’ vrijheid verkondigen.
Hij heeft voor het gebruik van de Griekse taal gepleit, maar niet uit nationalistische motieven.
Hij deed dit omdat het Grieks, in plaats van Turkse, de taal was van het Christelijk Geloof, waardoor vele woorden al drager van hun betekenis vormden.
De Turkse taal, zoals deze in de scholen Balkan werd onderwezen, was doordrongen van de islam.

Ik hoop dat eenieder door het lezen van deze uitleg
een manier van godsdienst, liturgie en gebed kan ontwikkelen en die zich kan toe-eigenen;
die recht doet aan het inzicht aan de opdracht die aan de Apostolische Kerk is gegeven:
Gaat dan en maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen
in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest en
leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb
“;
Matth. 28: 19
in plaats van eilandjes te creëren, waar slechts plaats is voor ‘Griekse’, ‘Russische’, ‘Bulgaarse’, ‘Roemeense’, ‘Oekraïense’, Syrische of Coptische nationale gevoelens
dient de weg te worden vrij gemaakt voor een werkelijke Christelijke geloofs- en levensbasis, die de toekomende generaties de oorspronkelijke Christelijke waarden en normen, die in het ”Westen” verloren zijn gegaan blijft doorgeven.
Opdat we deelgenoten worden aan de weg
waarlangs Christus Zijn Genade aan Zijn Kerk uitdeelt.
Deelgenoot worden aan het dienstwerk van de Heer:
Gaat en onderwijst alle volkeren…”.
Dit is de opdracht van Christus aan de strijdende Kerk, die Heiligen voortbrengt.
De Kerk geholpen door de Helper, de Heilige Geest,
blijft onophoudelijk de morele Leer verkondigen.
Zij onderwijst de Waarheid niet alleen met Woorden,
doch ook met daden van heiliging.
Daden van heiliging waarin
de triomferende Kerk met zovele Heiligen
ons is voorgegaan.
Deze Heiligen zijn allen die gedoopt zijn en
zijn Christus ondanks tegenstand blijven volgen
in het tonen aan de wereld dat alles mogelijk is
met hulp van Gods Genade
die ons om niets en aan iedereen evenveel
[- of je nu Heilig bent verklaard of niet -] wordt gegeven.

Het is deze Waarheid die pijn doet aan de wereld,
een Waarheid die de wereld niet wil horen.
Terwijl de Kerk de wereld [en ook Nederland] zo veel heeft te vertellen,
willen zij daar niets van horen en weten.
De wereld blijft leven in de leugen en
wil alleen haar eigen leugens bevestigd zien.
De wereld leeft als slaaf van het vlees
in de slavernij van de zonde.

De Kerk pelgrimeert in de Geest van Golgotha,
het Kruis dragend.
Zij strijdt door, verkondigend gaat zij door
met vallen en opstaan.
En elke keer dat één van haar lidmaten struikelt
staat de wereld opnieuw te juichen,
daalt de zweep van de gesel harder en veelvuldiger en
drukt het Kruis zwaarder.

We hebben dit onlangs meegemaakt en
het zal zich in dit ondermaanse
blijven herhalen.
Elke keer wanneer de Kerk in getrouwheid aan Christus en voor het welzijn van de mensheid de Goddelijke Leer van de morele wetten onderwijst, wordt de Kerk aangevallen.
Dan wordt het ook duidelijk hoe diep de Goddelijke Leer in de harten en
het geheugen van de mensheid is gegrift.
Het journaille weet precies aan te duiden waar individuele leden van de Kerk gevallen zijn.
Dit wordt vervolgens breed uitgemeten en als een geselslag op Christus geprojecteerd
in Zijn Mystiek Lichaam. Hoe hoger in de Hierarchie des te harder en venijniger de slagen.
Ze weten precies aan te geven dat deze wandaden, die daden van de wereld zijn,
die door deze wereld zelf worden gekoesterd, slecht zijn.
Zij doen dit niet uit liefde tot de slachtoffers, maar uit haat tot Christus en Zijn Kerk.
Zij doen dit met slechts één intentie:
– zoveel mogelijk goedwillende mensen van de Kerk af te scheuren;
– zoveel mogelijk mensen mee slepen in hun eigen verderfelijke ondergang.
Doch onder leiding van God Zelf pelgrimeert het Mystieke Lichaam van Christus voort,
waarna Hij uiteindelijk aan het Kruis genageld uitroept:
“…… het is volbracht”,
John.19: 30,
hetgeen niet betekende dat Christus’ leven beëindigd was of dat de Kerk ten onder gaat,
maar hetgeen aantoont dat Zijn Goddelijke Heilsplan zal worden afgerond.
Het is de meest eenvoudige,
maar effectiefste wijze van gebed
tegen onze grootste vijanden,
de duivel en de wereld,
als overwinnaars van de veelsoortige zonden
en het bereiken van het Koninkrijk der Hemelen
dankzij de Genade van God.

1e Zondag na Pinksteren – Allerheiligen

Hymne tot de Heilige Geest          tn.6.
Koning van de Hemel,
Trooster, Geest der Waarheid,
Die Overal tegenwoordig zijt,
en Die alles vervuld,
Schatkamer van het Goede;
Schenker des Levens;
kom en verblijf in ons;
zuiver ons van alle smet,
en red onze zielen, o Algoede“.

Op de dag van Pinksteren, daalde de Heilige Geest neer en vestigde de Kerk in de wereld [qua ruimte en tijd],
hetgeen als het Lichaam van Christus wordt beschouwd.
Pinksteren is een tijdloze gebeurtenis en is daarom ‘niet‘ alleen aan die dag verbonden.
Met Pinksteren zo blijkt uit de woorden van Jezus Christus Zelf
heeft Hij ons vanaf dat moment opgenomen in Zijn Onbevlekt Lichaam,
naast de alom gezegende Moeder Gods, de Maagd Maria,
de negen rangorden der Engelen,
onze Voorouders, de Aartsvaders, de Profeten van het Eerste Verbond en de Heilige Apostelen.
In het verdere verloop van de geschiedenis worden onder “de hoede van Heilige Geest
Christus’ Apostelen en hun volgelingen aan dit Huis toegevoegd,
dat wil zeggen zij, die Getuigen, de Bisschoppen, de Heilige Martelaren,
de Heiligen, de Rechtvaardigen dat wil in het algemeen aanduiden
alle zichtbare en onzichtbare heiligen,
mannen en vrouwen die tot op de dag van vandaag geleefd hebben en
nog leven, tevens zullen er nog vele heiligen volgen tot aan het einde der tijden.

Deze realiteit wordt ons geopenbaard in de Gemeenschap met Christus
in de liturgische praktijk van de Heilige Kerk,
wanneer de priester tijdens elke Goddelijke Liturgie
stukjes van de Prosphor[en] toevoegt
aan het Heilig Lichaam en Bloed van de Heer
– het gedeelte wat wordt aangeduid engelen en heiligen,
– waarmee iedereen gezamenlijk met de gebeden van de gelovigen
wordt opgedragen aan de volheid van Christus .

Hiermee wordt aangeduid dat de gemeente [gemeenschap] van heiligen
wordt vergoddelijkt in het Lichaam van Christus,
hetgeen de Orthodoxe Kerk viert op de Zondag na Pinksteren,
de Zondag van Allerheiligen.

Historisch gezien werd met dit alles in de Kerk een begin gemaakt
door de Goddelijke Liturgie te vieren op de gebeenten van de Martelaren
maar Leo de Wijze heeft vastgesteld dat dit gezien dient te worden als het feest van Alle Heiligen, daar als [bloed-]getuigen niet alleen degenen zijn die worden beschouwd geselingen en  zwaar lijden te hebben ondergaan,
niet alleen degenen die in het vuur zijn gegooid of ander leed hebben ondergaan
– waarmee zij getuigenis afleggen van de gruwelijke martelingen die Christus heeft ondergaan en zij getuigenis afleggen van de onmetelijke goedheid van de  Heer,
maar dat elke aan God toegewijde ervaring van martelaarschap,
of er nu geen bloed gevloeid heeft maar geestelijk lijden aan verbonden is getuigenis aflegt van de grote daden van onze Heer en God, Jezus Christus.
Alle Heiligen worden zonder uitzondering [er wordt géén gradatie aangebracht]
gekenmerkt door de moed en de trouwe verbintenis aan Jezus Christus,
de overwinning door het Kruis en daarmee de overwinning van de zonde.

Vanaf de 4e eeuw vierde de Byzantijnse Kerk aldus in een gemeenschappelijke viering al de martelaren der aarde.
De Heilige Ephraïm componeerde voor
deze gelegenheid een hymne
waarbij in Edessa de 13e mei als feestdag werd aangewezen,
in Syrië werd het op de vrijdag na Pasen gevierd.
In een preek over de martelaren, spreekt de heilige Johannes Chrysostomos over de eerste zondag na Pinksteren;
dit gebruik is tot op de dag van vandaag bewaard in de Byzantijnse kerken bewaard gebleven, welke via een geleidelijke ontwikkeling van het feest van de ‘martelaren van de gehele aarde” is overgegaan in die van “Alle Heiligen”.
De keuze van dit laatste is belangrijk:
Zij, de Heiligen, waren toegetreden tot de orde van Heiligen in de triomf van Christus door de uitstorting van de Heilige Geest;
de poëtische vorm van keizer Leo de Wijze [886 – 911] volgend,
dat de Kerk op aarde een onderdompelende rivier is van de Heilige Geest, waarna de uitgeroepen [gedoopte] Heiligen als geurende bloemen worden vereerd.
Zoals gebruikelijk, heeft de Byzantijnse Kerk de weg gewezen aan de Westerse kerken, welke de feestdag heeft vastgesteld op de eerste November.
Zoals het in het westen gebruikelijk is werd deze echter opgevolgd door een kwalificatie:
de 2e November werd de gedenkdag van de gewone stervelingen [Allerzielen], verschil moet er tenslotte zijn in het westerse denkbeeld zelfs onder de volgelingen van Christus, alsof we niet allen tot het gilde der zondaars behoren. Er zal echter feest zijn in de Hemelen
over elke zondaar, die zich bekeert.

Het Evangelie van de zondag van Allerheiligen bevestigt deze waarheid:
De Heer zei:

Een ieder dan, die Mij belijden zal voor de mensen,
hem zal ook Ik belijden voor mijn Vader, Die in de Hemelen is;
maar al wie Mij verloochenen zal voor de mensen,
die zal ook Ik verloochenen voor Mijn Vader,
Die in de hemelen is.
Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig;
en wie zijn kruis niet opneemt en achter Mij gaat, is Mij niet waardig.

Daarop antwoordde Petrus en zeide tot Hem:
Zie, wij hebben alles prijsgegeven en zijn U gevolgd; wat zal dan ons deel zijn?
Jezus zei tot hen:
“Voorwaar, Ik zeg u, gij, die Mij gevolgd zijt, zult in de wedergeboorte,
wanneer de Zoon des mensen op de troon zijner heerlijkheid zal zitten,
ook op twaalf tronen zitten om de twaalf stammen van Israël te richten.
En eenieder, die huis [gemeenschap] of broeders of zusters of vader of moeder
of kinderen of akkers heeft prijsgegeven om Mijn Naam,
zal vele malen meer terugontvangen en het eeuwige leven erven.
Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en vele
laatsten de eersten”.
Matth. 10: 32-33,37-38; 19: 27-30

Op deze Zondag manifesteren zich derhalve het werk en de vruchten van het Goddelijke
– welke door de Heilige Geest wordt geopenbaard,
maar stelt ons tevens in de gelegenheid een Lofzang [een Doxology] aan God op te dragen
voor Zijn grote gaven [Genade] die Hij ons doet toekomen.
Maar het gaat hier dan ook om onze dagelijkse spirituele reflectie en
de wijze waarop we hier vorm aan geven,
aangezien de aanwezigheid van de Heiligen die ons bijstaan
ons op de dag des Oordeels zonder meer zal ontbreken,
wanneer we niet zelf voor onze eigen redding zorg dragen.

Het is dus heel begrijpelijk waarom deze zondag van Allerheiligen
de cyclus van de Paastijd en opgang naar Pinksteren voltooit,
met als referentie het Heilig Pascha – de heilige Opstanding van onze Heer Jezus Christus,
welke het lichtbaken is die zaligheid bewerkstelligt
aan degenen die Hem volgen en Hem liefhebben.

Apolytikion       tn.4
Over de gehele wereld is Uw Kerk getooid
met het bloed van Uw Martelaren, als met byssos en purpur.
En door hen roept zij tot U, Christus God:
Zend Uw Barmhartigheid neer over Uw Volk,
schenk vrede aan Uw wereld,
en aan onze zielen de grote Genade
“.

Kondakion         tn.8
Als eerstelingenoffer der natuur,
offert de wereld U, de Heer en Schepper van het Heelal,
de God-dragende Martelaren.
Door hun gebeden bewaar in diepe vrede Uw Kerk, Uw woning bij de mensen,
en bescherm haar door de Moeder Gods, Barmhartige
“.

Laat ons zingen voor de Vrienden van God,
want eenieder kan tot hen naderen.
Door de gebeden van Uw vlekkeloze Moeder, Christus onze God,
en van al Uw Heiligen van alle eeuwen,
heb medelijden met ons en red ons,
want gij alleen zijt goed den
hebt de mensen lief.

Allerheiligen
Wonderbaar is God in Zijn Heiligen
Psalm 67: 35

Laat ons bezingen de bovenmenselijke strijd van onze Martelaren,
hoe Zij in de zwakheid van hun vlees het kwaad van de eigen kracht te schande maakten,
zonder rekening te houden met zware pijn en wonden
terwijl ze lichamelijk vuur, zwaard en allerlei verschillende dodelijke martelingen ondergingen, geduldig weerstand boden terwijl in hun vlees werd gesneden, hun gewrichten uit de kom werden gedraaid en hun beenderen werden verbrijzeld,
bleven zij standvastig in hun belijdenis van het geloof in Christus
en Zijn, volle, onaantastbare en onwankelbaar integriteit.
Als gevolg hiervan werd hen de onbetwistbare wijsheid van de Geest geschonken en
de kracht om wonderen te verrichten.
Laten we het geduld van deze heilige mannen en vrouwen proberen te evenaren,
hoe zij gewillig ​​lange perioden van vasten, waken en diverse andere fysieke ontberingen hebben doorstaan alsof ze niet in het lichaam waren, tot het einde toe tegen kwade hartstochten en allerlei zonden hebben gevochten, in de onoverwinnelijke innerlijke strijd tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten [Eph.6: 12].
Ze ontkenden hun uiterlijke eigenheid en maakte ze nutteloos,
maar hun innerlijke mens werd vernieuwd en vergoddelijkt
door Hem van wie zij tevens de gaven [Genade] van genezing en krachten ontvingen.

Wanneer we bij dit soort zaken stilstaan en inzien dat ze de menselijke natuur vèe overtreffen,
kijken we vol verwondering op naar God en verheerlijken Hem Die hen zulke Genade en kracht gaf. Want zelfs al waren hun bedoelingen goed en nobel, zonder Gods kracht
waren zij onmogelijk in staat buiten de grenzen van hun aard  te gaan en
de lichaamloze vijand te bestrijden terwijl nog in hun lichaam verbleven.

Dit is de reden waarom, wanneer de psalmist en profeet verklaarde:
Wonderbaar is God in Zijn Heiligen“, David ging nog verder
door te zeggen: “Hij geeft Macht en Sterkte aan Zijn volk” [Psalm 67: 35].
Overweeg zorgvuldig de kracht van deze profetische woorden.
Overwegende dat God, volgens de psalmist, geheel Zijn volk kracht en macht geeft
– want Hij toont geen partijdigheid [vgl. Hand.10: 34]
– Hij wordt verheerlijkt alleen in Zijn heiligen
– De zon laat zijn stralen over allen overvloedig neerdalen ongeacht het aanzien van de persoon,
ze zijn echter alleen zichtbaar voor mensen met geopende ogen.
Alleen zij die scherpzinnige en zuivere ogen bezitten profiteren van het pure licht van de zon,
niet diegenen wiens denkbeelden door ziekte worden gedimd,
waarbij mist of iets dergelijks hun ogen heeft aangetast.
Op dezelfde manier schenkt God Zijn hulp rijkelijk aan allen,
want Hij is de altijd overvloeiende,
verhelderende en leven-schenkende bron van Genade en Goedheid.
Maar niet iedereen profiteert van Zijn Genade en Kracht om
perfect de deugd te beoefenen en/of wonderen voort te brengen,
alleen degenen die een goede intentie hebben,
die hun liefde en geloof jegens God tonen door goede werken [cf. Jac.2: 20-26],
die zich volledig afkeren van alle ongerechtigheden,
vasthouden aan Gods geboden en
de ogen van hun verstand/begrip opheffen naar Christus,
de Zon der gerechtigheid [Maleachi 4: 2].
Hij heeft niet alleen onzichtbaar een helpende hand van boven uitgestoken naar degenen die strijden, maar
we horen Hem ook Die tot ons spreekt en
ons aanspoort in het Evangelie van vandaag.
Een ieder dan, die Mij zal belijden voor de mensen“,
zo zegt Hij,
die zal ook Ik belijden voor Mijn Vader,
Die in de Hemelen is
“.
Matth.10: 32
Houdt daarbij in ogenschouw dat we niet ijskoud en onbevreesd ons geloof in Christus kunnen verkondigen en
Hem zonder Zijn hulp, ondersteuning en kracht kunnen belijden.
Ook zullen wij ons in de komende eeuw namens onze Heer Jezus Christus dienen uit te spreken daarbij ons als Zijn verwanten bij de hemelse Vader aan te bevelen, wanneer Hij ons een reden geeft om dat te doen.
Om dit duidelijk te maken, zegt Hij niet:
Een ieder dan, die voor de mensen over Mij spreekt“,
maar “wie Mij in Mijn Naam bekend maakt” [Matth.10: 32], dat wil zeggen,
Hij, die Ik in staat stel, dus in Christus en met Zijn hulp,
om de Christelijke levensbeschouwing met vrijmoedigheid openbaar te maken;
het dient dus altijd en eeuwig te gebeuren vanuit Zijn Apostolische Kerk,
óók in onze tijd.

Pinksteren – Πεντηκοστή, Gij, Die Geest, Vuur en Liefde zijt

Hemelse Koning , Trooster,
Geest der waarheid,
Die alom tegenwoordig zijt en alles vervult.
Schatkamer van het goede, en
Schenker van het Leven.
kom en verblijf in ons, reinig ons van alle smet,
en red onze zielen, o Algoede“.
uit inleidingsgebeden

Die het water vervult
Wanneer Jezus met de Samaritaanse over levend water spreekt
heeft Hij het beslist niet over gewoon water.
Het gaat hier over de bron, de bronteksten van ons Geloof, namelijk om de Blijde Boodschap zelf.
Het gaat hier om de woorden die Jezus spreekt, de gelijkenissen die Hij ons voorhoudt,
de uitleg van Gods woorden, die Hij ons doorgeeft,
de levenslessen die Hij ons leert. Die zijn als een onuitputtelijke Bron van
Wijsheid, Geloof, van Kracht, van waarden en normen.
Ons leven is gewoon tekort, om die bron van woorden leeg te drinken.
Drinken uit de bron van Gods Woord, is dag aan dag lezen van teksten van Zijn Boodschap
om op dat moment in je stille hoek je geestelijk lichaam in stand te houden.

Water niet alleen een eerste levensbehoefte voor de geest.
De eerste levensbehoeften zijn water, brood en kleding en een huis waarin je je geborgen voelt.
Beter een armoedig bestaan met een dak boven je hoofd dan een voortreffelijk maal bij vreemden.  Of je nu veel of weinig hebt, wees tevreden, dan word je niet voor vreemdeling uitgemaakt
“.
Wijsheid van Jezus Sirach 29: 21-23
De emotionele behoefte van geborgenheid
is onmiskenbaar belangrijk, maar toch zou je zo’n huis nog kunnen missen, zoals je kleding zou kunnen missen om te overleven,
zoals je brood haast nog zou kunnen missen, maar water zeker niet.

– Jezus, Die uit het water van de Jordaan oprijst, wanneer de duif van Gods Geest op Hem neerdaalt;
– Jezus, Die het kolkende water van het meer bestraffend toespreekt: Zwijg, wees stil;
– Jezus, Die over water loopt en de dood niet alleen tart, maar ook overwint;
– Jezus, Die Zichzelf herkent als een bron van levend water.

Die de aarde vervult
God plaatst de mens in een tuin.
Een paradijselijk lustoord, waarvan we aannemen,
dat er daar letterlijk Hemels verwoord ‘geen vuiltje aan de lucht’ was [Gen.2: 4-17].
Maar dat blijkt een misvatting.
Niet de bomen, niet de planten, niet de vruchten,
niet de dieren, niet de vogels, niet de vissen,
blijken voor problemen te zorgen, maar wel de mens.
Niet de levensboom is het probleem, noch de boom van de kennis van goed en kwaad.
Het is de mens, de adam, die God maakte, vormde, schiep uit het stof van de akker, de adama.
Overigens een prachtige hebreeuwse woordspeling.
Spreekt de bijbel over de hemel en de eretz, de aarde in het algemeen, de te bewerken grond is de akker, de adama.
Door wie te bewerken?
Door Adam, de adaam, de mens, die doortrokken is van adom, rood bloed.
De rode aarde, de adama, is de grondstof van de bloedrode mens, de adaam adom.
Wij zijn aardwezens, aardlingen, wij zijn aardgebonden kleistukken,
als het ware gedraaid op de draaischijf in Gods pottenbakkerij.
Het was Jeremia die die vergelijking maakte:
Jeremia zag God als een pottenbakker een werkstuk maken op de schijf.
Jeremia zag dat de pot mislukte, zoals pottenbakkers dat soms overkomt,
waarna de klei in elkaar werd gestampt om opnieuw te kunnen beginnen.
Het werd de profeet duidelijk dat God zo ook met zijn volk, met ons,
zou kunnen omgaan [Jeremia 18: 1-12].
Het blijft rauw-douwerig als de aarde zelf, met al zijn overstromingen en moeite aardbevingen en aardverschuivingen,  waarmee de aarde in elkaar wordt gestampt,
rauw-douwerig als de aardbewoners,
de mensen zelf, met hun haat en moord en oorlog, die elkaar naar het leven staan en
de mislukte,
toch een kunstig gekleide
[zoals oorspronkelijk bedoeld]
pot hadden kunnen zijn.

Maar na de crisis van mislukking en uit de crisis van tegenslag,
wordt weer gewerkt aan een nieuw werkstuk,
wordt een nieuwe toekomst geopend.
Steeds weer opnieuw klinkt de boodschap aan de rode aardmens:
Je bent en leeft in de tuin van Eden, waar je in verantwoordelijkheid door God gezet bent,
om die te bewerken en er over te waken.
Onttrek je niet aan die verantwoordelijkheid en je zult leven.
En weet: hoe gekwetst, gebeukt, gebutst we door de crisis van ons leven worden,
God blijft werken om ons als een volwaardig klei-kunstwerk
los te snijden van de draaischijf.

Die de Lucht vervult
We hoorden al, dat wij als mensen, uit het stof van de akker geformeerd,
de levensadem kregen ingeblazen.
In het dal van de dorre doosbeenderen [Ezechiël 37: 9-14],
in het dal van de menselijke depressie,
waar je je leven uit elkaar voelt vallen,
horen we,
dat onze menselijke gestalte nieuwe adem wordt gegeven.
Ezechiël zag de beenderen weer tot leven komen,
– die uit zijn of haar crisis weer opgerichte mens,
– die de stukgevallen brokstukken van zijn leven weer aan elkaar lijmt,
– die mens krijgt weer lucht.
En dat is niet de ‘lucht’ waar wij de dampkring om ons heen mee aanduiden.

Lucht is in bijbelse termen geen lucht, maar Hemel.
Het bijbels Hebreeuws kent geen woord voor ‘lucht’, het is weer ‘lucht krijgen’ te horen als ‘op adem komen’.
Het gaat hier om de levens adem’.
En die lucht, die wasem van asem  laat ons leven, laat ons lachen, laat ons genieten van de kleine dingen.
De wonderen waar we van op adem komen
– die ons heel maken,
– die ons laten zien dat kleine dingen,
– die eenvoudig lijken,
– die ons verrijken en verwijzen naar het licht van Gods genade.
Zoals het wonder van ons ademhalen zo eenvoudig simpel en meest onbewust en klein,
van levensbelang is.
En dan, wonderen gebeuren soms waar niemand ze verwacht.
Lucht krijgen, ja je hart luchten, opgelucht zijn, is ook kijken naar de kleine dingen om je heen, die wonderen maken vaak het verschil.

Die het vuur vervult
Deze woorden heeft de Heer tot
uw gehele gemeente gesproken op de berg,
uit het midden van het vuur, de wolk en de donkerheid, met luider stem, en
Hij voegde daaraan niets toe; Hij schreef ze op twee stenen tafelen en gaf mij die.
Toen gij nu de stem hoorde uit het midden van de duisternis,
terwijl de berg stond in een brand van vuur,
naderde gij tot mij, al de hoofden uwer stammen en uw oudsten, en gij zeide:
Zie, de Heer, onze God, heeft ons Zijn Heerlijkheid en Zijn Grootheid getoond, en
Zijn stem hebben wij gehoord uit het midden van het vuur;
op deze dag hebben wij gezien, dat God spreekt met een mens, en dat deze toch in leven blijft.
Maar nu, waarom zouden wij sterven?
Want dit grote vuur zal ons verteren; als wij nog langer
de stem van de Heer, onze God, horen, zullen wij sterven.
Want welke sterveling is er, die de stem van de levende God heeft horen spreken
uit het midden van het vuur, zoals wij, en die in leven is gebleven?
Nader gij en hoor alles wat de Heer, onze God, zegt, en
breng gij dan alles aan ons over wat de Heer, onze God,
tot u spreekt; dan zullen wij het horen en doen
“.
Deuteronomium 5:22-27

Wees voor ons een vuurzuil van Licht
in onze nachten [Ex.13: 22].,
de Heer zegt tot ons:
Wees niet bang, Ik heb je bij je naam geroepen,
je bent van Mij.

Moet je door het water gaan?
Hij zegt ons: Ik ben bij je!

Moet je door het vuur gaan?
Hij zegt ons: Het zal je niet verteren!
De vlammen zullen je niet verschroeien [Jes.43: 1-2].

Want soms lijken mensen over ons heen te walsen, gaan wij door vuur en water, maar U hebt ons naar de andere oever gevoerd,
naar een land van overvloed [Psalm 65:11-12).
U verschijnt aan ons in een stralend Licht, U zal niet zwijgen,
want Uw Woord gaat als een laaiend vuur voor Zijn aanschijn uit,
als een hevige stormwind [Psalm 49: 3].

Zelf gedoopt in water met Theophany,
wilt U ons dopen met Uw Heilige Geest en Vuur
door Uw Zoon, onze Heer en Verlosser Jezus Christus [Matth.3: 11].
Schenkt u ons dan de vuurvlammen van uw Geest boven onze hoofden [Hand.2: 3]
Uw vuurvlammen van liefde in ons hart.
Heer, onze God, schenk ons Uw aanwezigheid en Vrede.

Orthodoxie & de stad van eenheid [de toekomst]

Toen daalde de Heer neer om de stad en de toren, die de mensenkinderen bouwden, te bezien.
En de Heer zei:
Zie, het is een volk en zij allen hebben een taal.
Dit is het begin van hun streven;
nu zal niets van wat zij denken te doen voor hen
onuitvoerbaar zijn.
Welaan, laat Ons nederdalen en daar hun taal verwarren,
zodat zij elkanders taal niet verstaan.
Zo verstrooide de Heer hen vandaar over de gehele aarde
en zij staakten de bouw van de stad“.
Genesis 11, 5-8

In de meest gebruikelijke en traditionele interpretaties van dit levendige en fantasierijke verhaal over de spraakverwarring tijdens de torenbouw van Babel [“opgang tot God“]
wordt het accent vrijwel altijd gelegd op het bestraffen van de menselijke arrogantie:
God neemt revanche en stuurt de onderlinge samenwerking in de war
om een einde te maken aan de overmoedige plannen van de torenbouwers.

‘Spraakverwarring als een soort vergeldingsmaatregel.
Taal is immers een van de belangrijkste essenties van het mens-zijn, en onontbeerlijk
voor het voortleven en doorgeven van tradities’
[]Lea Dasberg “Menswording tussen Mode, Management en Moraal” Amersfoort, 1996].
‘Om te voorkomen dat mensen gaan klitten en op een kluitje blijven zitten,
verspreidt God hen over de aarde en laat hen  verschillende talen spreken.
Alleen zó kan de aarde bewerkt, gevuld en beheerd worde
n’ [Ellen van Wolde “Verhalen over het begin”, Baarn, 1995, p. 169 vv].
Ter Wolde ziet de verscheidenheid aan talen derhalve als een voorwaarde
voor de verspreiding van mensen op aarde.
En ook dominee Nico ter Linden kijkt in zijn eerste deel van Het verhaal gaat… [Amsterdam, 1996, p. 46-48] middels een schitterende her-vertelling met dezelfde ogen naar het verhaal van de torenbouw:
het is uitdrukkelijk Gods bedoeling dat de mensen vanuit ‘Babbelendam’
uitwaaieren over de wereld en elders hun bestaan opbouwen
“.

In dezelfde geest kenschetste Han Nijboer in zijn jaarrede voor de Vereniging van Docenten Levensbeschouwing [1995] het verhaal van de toren van Babel
als een postmodern verhaal ‘avant la lettre’, waarin God als het ware
hoogstpersoonlijk ingrijpt om een einde te maken aan dat Ene Grote Verhaal.
Een  ingreep waardoor mensen de kans krijgen zich mondiaal en in vrijheid te ontwikkelen,
hun eigen verhaal te vertellen en dit onderling uit te wisselen.
Pluriformiteit dus als een unieke mogelijkheid om te luisteren naar elkaars opvattingen en denkbeelden, een ongekende kans om te groeien aan ervaringen en belevingen van de ander. Spraakverwarring als een geschenk uit de hemel, als een Genade [een Godsgeschenk].

Daar kunnen wij in de Orthodoxie van Nederland nog een lesje aan leren;
is het daarom dat de verschillende nationaliteiten zich op hun eilandje terugtrekken;
er niet tot één Heilige Katholieke en Apostolische is te komen;
omdat wij onszelf in onze kleinzieligheid in die verschillende nationale gemeenschappen
tot een door God gedragen gemeenschap hebben verklaard?
• Hebben we een vertaling van de diensten in het Nederlands en onze kinderen het verstaan en er Catechese en lering [in hun schooltaal] uit kunnen opdoen,
buiten elke vorm van discussie en
• Heeft een Nederlandse vereniging jarenlang geijverd een goede eenduidige zangwijze op te zetten met behulp van een gedegen koorleider uit het buitenland, dan is onze eigen zangwijze de beste en weigeren we pertinent de invoering ervan in onze gemeenschap.
• Wordt er met veel moeite een Liturgie-boek samengesteld en met veel zorg gedrukt, zelfs triomfantelijk met een receptie gepresenteerd, dan wordt ook die binnen de gemeenschappen  afgewezen, onze eigen gebruikelijke wijze immers véél en véél beter is.
• En zo behouden we éénheid in verscheidenheid |
►”alles van wat zij denken te doen voor hen onuitvoerbaar zijn” [Gen];
► “is hun [liefdes]taal dermate verward, dat zij elkanders taal onmogelijk kunnen verstaan” [Gen];
en wat nog het ergste is:
hun kinderen weten niet meer waar ze het zoeken moeten [haken af].
Als je bidt voor één mens of een groep mensen, dan is dat is oké.
Maar wanneer je probeert hem[n] te veranderen, nee;
daar is slechts Gods Hand in het geding.
God heeft nu eenmaal Zijn schema voor het leven voor ieder van ons.
Voor iedereen. We zijn we vrij gemaakt om [in Liefde] keuzes te maken,
maar of dat ook doen is een tweede.

Maar we weten dat Hij weet wat te doen. Hij weet immers alles.
Hij kent ons handelen en wandelen, onze natuur tot het laatste moment van het leven.
We weten daar niets zelf eerst achteraf over.
En als we proberen onszelf, om onszelf méér te verenigen met God,
dan hebben we echt niets nodig om dat te bereiken, dat kunnen we zelf wel.
Waarom wordt ons als vanzelfsprekend een voorbeeld gegeven
om degene te worden die graag Zijn Weg gaan.
Maar, natuurlijk, zowel die jongeren daar, die het op hun manier doen en
met liefde tot God in het hart,
kun je in beginsel enig begrip opbrengen en
teleurgesteld worden en zeggen:
‘Wat is deze aandoening?
Zo veel moeite; en toch is God óók bij hen aanwezig’.

Maar weet je?
Zo doet God nu eenmaal met ons:
“Zo vaak vergeven. Zo vaak geduld opbrengen. Zelfs met dit soort zaken.
‘En dan, dan ben je in gebed; óf in ieder geval een begin van gebed.
Zonder elkaar te veroordelen, gewoon laten gaan en je niet [meer] mee bemoeien.
Pas dan kom je tot het inzicht in dat gebed
gewoon om alles aan de Heer over te laten en je met jezelf bezig te houden
in plaats van je nog èrgens druk over te maken.

Dan begrijp je dat het gebed niets anders inhoudt dan:
Heer, Jezus Christus, Zoon van God, heb medelijden met mij, arme zondaar“.
Dan maak je je ook niet meer druk als twee kleine kinderen op straat,
hun woede uiten over een schamel stukje hout, elkaar vreselijk in de weg zitten. 
Ook dan breng je je Christelijk Geloof – via het opzij zetten – in de praktijk.

Onze maatschappij verandert snel.
Wat vandaag technisch zeer geavanceerd heet,
is morgen hopeloos achterhaald.
Betalen met de pinpas is al ouderwets en
betalen met je smart-phone verovert in snel tempo de markt.
Wie nu nog op een I-Mac pc. zit te werken, telt eigenlijk al niet meer mee.
Nieuws, buienradar, e-mails, sms-jes over en weer
garanderen de optimale broekzak-vestzak bereikbaarheid van telewerkers.
En wie gaat er vandaag de dag nog zonder mobiele telefoon
of toch op z’n minst met een I-phone op stap?
Moderne communicatiemiddelen hebben onze complete wereld tot een huiskamer gemaakt, waar datgene wat we nodig menen te hebben zich via e-mail, sms en Internet
als een lopend vuurtje aan ons opdringt, winkels worden overbodig
– alles wordt aan de deur bezorgd, al moet het van de andere kant van de wereld komen en dan nog wel de volgende dag.
Al deze nieuwe technologische ontwikkelingen
die hun toepassing vinden in de samenleving creëren nieuwe mogelijkheden,
maar brengen ook nieuwe moeilijkheden en vragen met zich mee,
waar we ons geleidelijk aan van bewust worden.
Wat zijn de sociale gevolgen van al dit soort digitale ontwikkelingen?
Hoe privé en on-menselijk is digitaal“, vragen wij [van een oudere generatie]
ons regelmatig af ten aanzien van de maatschappelijke gevolgen van de computer,
waar blijft de geest.

In welke richting de toekomstige ontwikkelingen ook zullen gaan:
duidelijk is in ieder geval, dat deze samenleving hoge eisen stelt aan de komende generatie.
Vandaar bijvoorbeeld het kennisdebat:
een brede landelijke discussie over ingrijpende maatschappelijke, industriële en culturele ontwikkelingen tot het jaar 2050 en de rol van het onderwijs daarin,
je dient er wèl eerst een force lening voor af te sluiten, die
jarenlang als een molensteen om je nek hangt.
Hoe zal onze samenleving er over een jaar of vijftien uit zien?
Allemaal werkend om onze studieschulden en hypotheek, auto en I-pod af te lossen?
Over welke kennis en inzicht moet je wel niet beschikken
om nog in zo’n maatschappij mee te kunnen?
Hoe verhouden zich tegen die tijd het leren, het werken en de vrije tijd?
Het onderwijs dient zich dan ook in hoog tempo voor te bereiden op het verloop van de 21e eeuw.
Kennis veroudert snel; God niet, die is van eeuwigheid dezelfde
Bovendien gaat het in de samenleving van de toekomst niet alleen om kennis,
maar juist en vooral ook om de toepassing en uitwisseling ervan.
De jeugd van vandaag zal zich op school [en Kerk] de vaardigheden eigen moeten maken
om morgen goed toegerust de samenleving van de toekomst mee op te kunnen bouwen.
Een samenleving die mondiaal, pluriform, multicultureel en in
levensbeschouwelijk opzicht multireligieus van karakter is.
Communicatie en dialoog dienen al geruime tijd sleutelbegrippen te zijn
in het debat over de toekomst van levensbeschouwelijke vorming van de komende generatie.
En is het niet inherent aan vernieuwings- en veranderingsprocessen dat de lucht dan wel eens betrekt en de barometer daalt, dat de spraak soms verward raakt,
de materiaalwagens niet altijd worden afgeladen
en sommigen hun kamelen alvast gaan zadelen?
Cijfers voor godsdienst en levensbeschouwing tellen maar mondjesmaat mee;
om over examenvak nog maar te zwijgen.
Zo bekeken kan het verhaal van de torenbouw van Babel
in hoge mate verontrustend en angstaanjagend zijn.
Maar er zit, zo zagen we, ook een andere kant aan het verhaal.
Het kan immers ook anders.

Vakken die op school [en catechese, maar vanaf nù in en vanuit de Kerk] worden onderwezen,  geven antwoorden op de vragen die ze zich ook buiten schooltijd voordoen.
Vragen, die betrekking hebben op de manier waarop
men in het leven staat en hoe wij met anderen omgaan;
vragen die te maken hebben met de toekomst,
vragen waarop nu eens en zo direct niet een antwoord voor handen is,
maar die toch belangrijk genoeg zijn om ze te stellen . . . . . en
dat niet alleen bij godsdienst of maatschappijleer!
En ? zeker zo belangrijk ?
de tijd dat het ‘not done’ was om in en buiten de school
over dit soort zaken te praten, ligt inmiddels vèr achter ons.
Als zo’n geïntegreerd onderwijs-, cq. Kerkmodel de toekomst mag zijn
van de levensbeschouwelijke vorming van jongeren,
dan kun je het verhaal van de Babelse spraakverwarring
zien als een geschenk [genade] uit de Hemelen.
Een geschenk dat de onderlinge communicatie,
samenhang en dialoog weer op gang brengt,
nieuwe impulsen geeft aan opvoedings-, onderwijs- en leerprocessen en
het digitale tijdperk een menselijk gezicht geeft.
Anders geformuleerd: “het geheim achter de dingen” –
de Goddelijke Geest weer kunnen ontdekken.

Gij toch hebt van Hem gehoord en zijt in Hem onderwezen,
gelijk dit de waarheid is in Jezus,
dat gij, wat uw vroegere wandel betreft,
de oude mens aflegt, die ten verderve gaat, naar zijn misleidende begeerten,
dat gij verjongd wordt door de geest van uw denken en
de nieuwe mens aandoet, die naar [de Wil van] God geschapen is
in waarachtige gerechtigheid en heiligheid.
Legt daarom de leugen af en spreekt waarheid, ieder met zijn naaste,
omdat wij leden zijn van elkander.
Geraakt gij in toorn, zondigt dan niet:
de zon mag niet over een opwelling van uw toorn ondergaan; en geeft de duivel geen voet.
Wie een dief was, stele niet meer, maar spanne zich liever in
om met zijn handen goed werk te verrichten, opdat hij iets kan mededelen aan de behoeftige.
Geen liederlijk woord kome uit uw mond, maar als gij een goed (woord) hebt, tot opbouw,
waar dit nuttig is, opdat zij, die het horen, Genade ontvangen.
En bedroeft de Heilige Geest Gods niet, door Wie gij verzegeld zijt tegen de dag van Verlossing
“.
Eph.4: 21-30

. . . Hebt u goede nota genomen, dat enkel God, Heer en Rechter is . . . . .
. . . . . En wat zegt Hij?
We dienen naast grote soberheid, grote ijver aan de dag te leggen en
de Goddelijke Schrift veelvuldig te onderzoeken.
Onze Heer en Verlosser heeft gezegd: “Onderzoekt de Schriften“!
Joh.5 : 39

Onderzoekt dan de Blijde Boodschap en houdt met een hoge nauwkeurigheid en
Geloof vast aan datgene wat er gezegd wordt,
opdat wij mogen weten wat Gods Wil is en wat
de Goddelijke Schrift ons duidelijk maakt en in staat stelt
in waarheid goed en kwaad van elkaar te onderscheiden . . .

Hebr.5 : 14

Niets is zo bevorderlijk voor ons
in herinnering te brengen
als het volgen van de Goddelijke Voorschriften van de Verlosser.
Hoegenaamd is er niets meer winstgevend voor de ziel dan wanneer
zij de keus gemaakt heeft
om Gods Wet dag en nacht via de Goddelijke Schriften te bestuderen.
De betekenis van de Heilige Geest wordt
via Genade via hen geopenbaard.
Het vervult een mens via geestelijke waarneming met alle plezier van de wereld,
het verheft haar boven het geheel van aardse dingen en de toont nederig van wat zichtbaar is
het vormt als het ware engelachtige hoogten
en maakt heel je leven deelgenoot aan dat van de engelen
“.
Heilige Symeon de Nieuwe Theoloog

7e Zondag na Pascha – de Zondag van de Vaders van het 1e Oecumenisch Concilie

Het thema van de afgelopen
vijf zondagen ging over
de ontwikkeling van de Vroege Kerk.
Dit wordt vandaag voortgezet door ons te richten op datgene wat de twaalf apostelen en hun opvolgers deden om de Apostolische Kerk via een ‘rechte’ leer [doctrine] te stichten.

In de afgelopen decennia wordt, meer dan ooit, gesproken over “vernieuwing in de Kerk“.
De Kerk komt daarmee onder de invloed van de turbulente ontwikkelingen van onze eeuw
in die mate dat zelfs de Kerk in haar wereldse hoedanigheid [als sociale groep] de mening krijg opgedrongen dat ook de Kerk Zich allerlei methoden ter verbetering en vooruitgang eigen dient te maken.
In het leven van het westers Christendom is het denkbeeld “aggiornamento” [Modernisering] sinds het Roomse tweede Vaticaans Concilie [1962 – 65] uitgegroeid
tot het meest gebruikte modewoord.
De Orthodoxie spreekt echter ‘niet’ over vernieuwing van de Kerk Zelf of het leven van de Kerk omdat de Kerk ‘altijd al’ nieuw is ‘in Christus’ en het leven van de Kerk is Het Leven van Christus Zelf. M.a.w. Christus kan niet vernieuwd worden, Hij is, Die is en dat is eeuwig Dezelfde, de Onveranderlijke God.
Alles wat bestaat op een authentieke manier in de Kerk, woont in  Christus en is daarom “een nieuwe schepping” [2Cor.5: 17].
Het enige wat ons als Kerk oud kan maken, is de zonde, omdat deze ons leidt naar de corruptie van de dood.

Zo lezen we vandaag Johannes 17: 1-13 waar
gesproken wordt over Wie Jezus is in verhouding
tot de Vader.
Met de lezing uit Handelingen 20:16-18, 28-36
profeteert de apostel Paulus
wat de mensen van de kerk in Ephese zal overkomen nadat Paulus hen zou verlaten en dit
bevestigt de uitspraken van Johannes 17:1-13.
De schrijver van het Evangelie van Johannes, de zoon van Zebedeüs,
bracht het laatste deel van zijn leven door in de omgeving van Ephese met de bestrijding van de ketters waarvoor Paulus iedereen al had gewaarschuwd.
De Vaders van de Eerste Oecumenische Concilie deden ditzelfde later opnieuw maar dan aan het begin van de vierde eeuw.

Dit sprak Jezus en Hij hief zijn ogen ten hemel en zei:
Vader het uur is gekomen;
verheerlijk uw Zoon,
opdat uw Zoon U verheerlijkt,
gelijk Gij Hem macht hebt gegeven over alle vlees, om aan al wat Gij Hem gegeven hebt, eeuwig leven te schenken.
Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God en
Jezus Christus, die Gij gezonden hebt.
Ik heb U verheerlijkt op de aarde door het werk te voleindigen, dat Gij Mij te doen gegeven hebt.
En nu, verheerlijk Gij Mij, Vader, bij Uzelf met de heerlijkheid, die Ik bij U had, eer de wereld was.
Ik heb uw naam geopenbaard aan de mensen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt.
Zij behoorden U toe en Gij hebt hen Mij gegeven en zij hebben uw woord bewaard.
Nu weten zij, dat al wat Gij Mij gegeven hebt, van U komt,
want de woorden, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven en
zij hebben ze aangenomen en in waarheid erkend, dat Ik van U ben uitgegaan en
zij hebben geloofd, dat Gij Mij gezonden hebt.
Ik bid voor hen; niet voor de wereld bid Ik U, maar voor hen, die
Gij Mij gegeven hebt, want zij zijn van U en
al het mijne is het uwe en het uwe is het mijne en
Ik ben in hen verheerlijkt.
En Ik ben niet meer in de wereld, maar zij zijn in de wereld en Ik kom tot U.
Heilige Vader, bewaar hen in uw naam, welke Gij Mij gegeven hebt, dat
zij een zijn zoals Wij.
Zolang Ik bij hen was, bewaarde Ik hen in uw naam, welke Gij Mij gegeven hebt en
Ik heb over hen gewaakt en niemand uit hen is verloren gegaan, dan
de zoon van het verderf, opdat de Schrift vervuld werd.
Maar nu kom Ik tot U en Ik spreek dit in de wereld, opdat
zij ten volle mijn blijdschap in zichzelf mogen hebben’
“.
John.17: 1-13

Het merendeel van de grote ketterijen in de geschiedenis van de Kerk
lijken te draaien om wie Jezus is.
Bijvoorbeeld , de Ariaanse ketterij werd behandeld door het Eerste Oecumenische Concilie, welke beweerde dat Christus niet echt God is, maar een mindere diende te worden beschouwd en
door God geschapen.
De gnostische ketterij van de eerste eeuw, ontkende daar tegenover de Menswording van Christus en beweerde dat Christus niet echt een mens was.
De principiële educatie van het Evangelie van vandaag kan worden gebruikt als
een theologische verhandeling om veel van dit foutieve geloof te beantwoorden.

Een korte overzicht uit Johannes 17, waar Jezus sprak tot de Vader:
• Verheerlijk de Zoon [d.w.z. door kruisiging] opdat de Zoon de Vader [vs.1] kan verheerlijken;
• De Vader heeft de Zoon gezag gegeven over alle vlees [vs.2];
• De Zoon verheerlijkt de Vader op aarde en heeft Zijn werken voltooid door hetgeen
Hij als opdracht meekreeg; dat wil zeggen Menswording, het Kruis, enz. [vs.4];
• De Zoon keert terug naar Zijn Glorie, Die Hij reeds bij de Vader bezat voordat de wereld was [vs.5,  13];
• De Vader heeft de Zoon de Twaalf gegeven [vs.6]
De Twaalf weten dat:
Alles wat de Zoon bezat kwam voort uit de Vader [vs.7];
De Woorden van de Zoon kwamen van de Vader [vs.8, 14];
De Zoon [v.8] werd gezonden door de Vader;
De Twaalf zijn van de Vader [vs.9]
De Zoon is in hen verheerlijkt [vs.10]
• De Zoon vroeg de Vader de Twaalf in eenheid te bewaren zoals de Vader en de Zoon één zijn [vs.11].
De éénheid in de Kerk loopt parallel met de éénheid in de Drie-eenheid.
• De Zoon behoede de Twaalf in Naam van de Vader [ vs.12 ]
• Geen van de twaalf werden verloren , behalve Judas [ vs.12 ]
• De Wereld haatte de Twaalf, omdat zij, net als de Zoon, niet van de wereld waren [vs.14] .
Dit aspect van het Christelijk leven werd vele malen herhaald door die heiligen
die bekend staan als de onbaatzuchtige geneesheren.
• Zoals de Vader de Zoon heeft gezonden [Grieks: ἀποστέλλω], evenals de Zoon de Twaalf Apostelen heeft gezonden [Grieks: Απόστολος] [vs.18].
• De Vader heeft deze Twaalf geheiligd. De Zoon heiligde Zichzelf zodat de Twaalf aldus geheiligd zouden kunnen worden door de Waarheid [ vs.17,19] .

Hierna Jezus ging spreken door diegenen die in Hem geloven door het woord van de Twaalf.
In Openbaringen 21:14, schreef Johannes ook over zijn visie op het Nieuwe Jeruzalem waar de muur van de stad twaalf poorten en fundamenten had waarop de namen van de twaalf apostelen geschreven werden.
De Twaalf Apostelen zijn dus cruciaal voor de Kerk; hun missie gaat niet alleen terug naar de Evangelisatie van de eerste eeuw, maar behelst de gehele weg tot God de Vader in eeuwigheid.
Wanneer men de Twaalf verwerpt of datgene wat zij ons geleerd hebben, verwerpt men God de Vader.
In de bovenstaande twaalf punten uit Johannes 17 is genoeg samengevat om twaalf volumineuze boeken te vullen. Misschien is dit wel één van de redenen waarom deze Apostel Johannes wordt aangeduid als Johannes de Theoloog.
In de dagen van Johannes was er [net als vandaag] dringend behoefte aan de kwesties die Johannes beschreef.
Bijvoorbeeld, in Openbaringen 2: 6 en 2: 15, verwijst Johannes naar de Nicolaïeten, die een gnostische sekte waren die opgestart waren door de voormalige diaken Nicolaas [Handelingen 6: 5], één van de eerste zeven diakens die afvallig werd.
Deze sekte had een stevig fundament
in Ephese en Pergamum en mogelijk ook andere delen van Klein-Azië.
Verwerpend wat de Twaalf Apostelen hadden verkondigd, tolereerde deze sekte van ex-diaken Nicolaas afgoderij en ontucht. Voor hen waren alleen geestelijke dingen relevant en zaken betreffende het lichaam en fysieke dingen deden niet ter zake .
Door de afwijzing van de Twaalf, hadden ze de verbinding met God de Vader verloren en
waren op drift geraakt.
Daarom is een juist begrip van God belangrijk. Het is niet alleen zaak om de dingen van God na te streven, maar het is tevens belangrijk op z’n minst op de hoogte te zijn van de diepten ervan.

Daarnaast is het zaak onophoudelijk te trachten Hem en de waarheid beter te leren kennen dan tegen Hem in opstand te komen en de band met Hem opzettelijk te verstoren.
In dit verband hebben Apollos en zijn twaalf discipelen geen kennis genomen van de Heilige Geest en leerden zij alleen de doop van Johannes [de Doper]; maar waren ze ertoe bereid na confrontatie door Aquila, Priscilla en Paulus gecorrigeerd te worden [Hand.18: 24-19: 7].
Voormalig diaken Nicholaas wist het beter dan de dingen die God Zelf had geopenbaard en kwam in opstand tegen de Waarheid.
Zelfs de Mozaïsche Wet bevatte instructies voor het verwerpen van ketterij.
Als er een valse profeet opstond om iets in strijd met de Goddelijke Waarheid te bepleiten en met wonderen onderbouwde, diende zijn leer met argumenten te worden weerlegd en werd hij a-priorisch afgewezen [Deut.13: 1-5 ]. Dus het geloof test de wonderen en niet andersom.

Door de profeet Joël is voorzegd:
En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God,
dat Ik zal uitstorten van mijn Geest op alle vlees;
en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en
uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouderen zullen dromen zien.
Gij hebt mij wegen ten leven doen kennen;
Gij zult mij vervullen met verheuging voor uw aangezicht.
Mannen broeders, men mag vrijuit tot u zeggen van de aartsvader David, dat hij en gestorven en begraven is, en zijn graf is bij ons tot op deze dag.
Daar hij nu een profeet was en wist, dat God hem onder ede gezworen had
een uit de vrucht zijner lendenen op zijn troon te doen zitten,
heeft hij in de toekomst gezien en gesproken van de Opstanding van de Christus,
dat Hij niet aan het dodenrijk is overgelaten, noch zijn vlees ontbinding heeft gezien.
Deze Jezus heeft God opgewekt, waarvan wij allen getuigen zijn.
Nu Hij dan door de rechterhand Gods verhoogd is en
de belofte van de Heilige Geest van de Vader ontvangen heeft,
heeft Hij dit uitgestort, wat gij en ziet en hoort.
Want David is niet opgevaren naar de hemelen, maar hij zegt zelf:
De Heer heeft gezegd tot mijn Heer:
Zet U aan mijn rechterhand,
totdat Ik uw vijanden gemaakt heb tot een voetbank voor uw voeten.
Dus moet ook het gehele huis van Israël zeker weten, dat
God Hem en tot Heer en tot Christus gemaakt heeft, deze Jezus,
Die gij gekruisigd hebt
“.
Handelingen 20:16-18 , 28-36

In de afgelopen weken vingen we in de Apostellezingen een momentopname op
van het eerste deel van Paulus’ tweede zendingsreis in ongeveer 49 na Christus.
Deze week kijken we naar een weergave van het einde van Paulus ‘ derde zendingsreis,
om en nabij 57 na Christus.
Op verschillende momenten op zijn tweede zendingsreis trok Paulus op met acht leden van de oorspronkelijke Zeventig [Apostelen].
Op verschillende punten van de reis, werkte Paulus samen met twaalf anderen van de Zeventig en werd tevens begeleid door de apostel Petrus.
Op zijn derde reis reisde Paulus met negen leden [Timotheüs , Titus , Gaius , Erastus , Aristarchus , Sostenes , Tychicus , Trófimus en Lucas ] van de oorspronkelijke Zeventig en werkte op diverse locaties samen met zestien anderen [Cephas , Onesiforus , Apollos , Epafras , Archippus , Philemon en Apphia , Fortunatus , Achaicus , Aquila en Priscilla , Epafroditus , Lucius , Sosipater , Tertius , Quartus , Jason en Agabus].
Zo blijkt dat de apostel Paulus zeer nauw verbonden was met zowel de Twaalf Apostelen als de Zeventig.

Hij zond iemand van Milete, een paar mijl op pad van Ephese en ontbood de oudsten van die gemeente [Hand.20:17]. Paulus haastte zich daarop terug naar Jeruzalem in de tijd voor Pinksteren en hij wist dat boeien en verdrukkingen hem daar wachtten [Hand.20: 22-23].
Dit was inderdaad het geval en Paul bracht de volgende vijf jaar door in een bepaalde vorm van opgesloten te zijn [in Jeruzalem, Caesarea en Rome] voordat hij in 62 of 63 na Christus werd vrijgelaten.
Van Milete, riep Paulus de oudsten bijeen [Grieks: πρεσβύτερος] en de bisschoppen [Grieks: ἐπίσκοπος, skopós betekent “kijk aandachtig“, dus een man, door God geroepen om een oogje in het zeil te houden] van Ephese om hem daar in Milete te ontmoeten [Hand.20: 17,28].

Op dat moment waren er kerken over de hele omgeving van Ephese verspreid die opgericht waren  tijdens het eerste deel van Paulus’ derde zendingsreis [Hand.19: 8-12].

“Allen die in Azië woonden” [Hand.19: 10] verwijst naar de Romeinse provincie van Azië,
die de zeven gemeenten van Openbaringen 2 en 3 [Ephese, Smyrna, Pergamum, Tyatira, Sardes, Filadelphia en Laodicea] alsmede Colosse [speciaal genoteerd omdat Paulus hen aanschreef vanuit Rome ongeveer vijf jaar later].
Het is heel goed mogelijk dat de oudsten en bisschoppen van Ephese een verwijzing is naar het gebied om Ephese heen en niet alleen de stad zelf.
Paulus’ boodschap aan de ouderlingen en bisschoppen was als volgt :
• houdt mijn leven toen ik met u was in herinnering [vv.18-21];
– Ik begeerde de rijkdom van niemand [vs.33];
– Mijn handen voorzagen in mijn behoeften en die met mij waren[vs.34];
Dit is waarschijnlijk een verwijzing naar Paulus’ handel in het maken en verkopen van tenten [Hand. 18: 2-3];
– Doe wat ik deed; vergeet niet om de zwakken onder u [vs.35] te ondersteunen;
– Het is zaliger te geven dan te ontvangen [vs.35];
• Ziet toe en wees een herder [hoeder] van de Kerk [vs.28,31];
• Weet dat wolven tot u komen [vs.29];
• Ketters zullen opstaan ​​uit uw midden [vs.30];
• Ik beveel u aan God en het Woord van Zijn genade [vers 32]

Paulus’ vermaning was er een zeer emotioneel afscheid [vs.37-38].
Johannes Chyrsostom gereageerd hierop als volgt:
“Hij had hen getroost, zodat ze niet zou treuren
dat hij door hen op zo’n slechte manier was behandeld.
Voor mijn angst is niet dat je gered dient te worden door mij als hulpmiddel,
maar alleen dat dient in herinnering te worden gebracht:
dat de persoon als instrument niet van belang is.
Je weet immers niets van de pijn van de spirituele bevalling, hoe overweldigend die kan zijn,
hoe hij die in barensnood verkeerde tijdens deze geboorte in tienduizend stukjes leek te worden gesneden,
dan dat je een van degenen ziet aan wie hij de geboorte heeft doen geschieden
en deze weer ongedaan gemaakt heeft”
[Homilie XLIV over Handelingen 20].

Paulus’ vermaning hier is precies waar de Heilige Kerkvaders mee te maken hadden
op de eerste Oecumenische Concilie in het begin van de vierde eeuw.
Tijdens deze samenkomst, welke te Nicea bijeengeroepen werd, ongeveer 150 mijl van Ephese, werd het overzicht van het Geloof afgesproken
welke tot de dag van vandaag wordt aangeduid als
de geloofsbelijdenis van Nicea.
[De oorspronkelijke geloofsbelijdenis van Nicea werd opgevolgd door een reeks van vervloekingen op allen die anders verkondigden.
Later bij het Concilie van Chaledon werden de vervloekingen verwijderd
om van de “Geloofsbelijdenis van Nicea”
een volstrekt ‘positieve‘ attest van het Geloof te maken].

Maar de geloofsbelijdenis van Nicea kwam niet zomaar uit de lucht vallen.
Het was gebaseerd op een veel vroegere verklaring, de Apostolische Geloofsbelijdenis genoemd, Die door de Twaalf Apostelen tussen 30 en 31 na Christus werd opgesteld.
In een commentaar op de Apostolische Geloofsbelijdenis door Rufinus van Aquileia [AD ca. 345-411], geeft Rufinus inzicht in hoe de Apostolische Geloofsbelijdenis in de vroege Kerk werd gebruikt.

Het commentaar van Rufinus omvat:

• De Geloofsbelijdenis werd door de twaalf Apostelen gegenereerd
voorafgaand aan hun afzonderlijke zendingsreizen en
toen zij op het punt stonden Jeruzalem te verlaten.
• Elk van de twaalf droeg een bepaling van de Geloofsbelijdenis.
• De bedoeling van de Geloofsbelijdenis was de basis van de oprichting
van een gemeenschappelijk geloof in de gehele wereld;
een eenvoudige verklaring van het Geloof .
• De Twaalf legden bij decreet vast dat de geloofsbelijdenis
het standaard onderwijs voor nieuwe bekeerlingen diende te zijn.
Doorheen de tijd van Rufinus [vierde eeuw] werd de geloofsbelijdenis aangeduid
als de doopbelijdenis welke diende te worden afgelegd voorafgaande aan de doop.
• De Twaalf onderschreven de Geloofsbelijdenis als een ken-, c.q. ereteken
om de mens die de Waarheid van Christus predikt
tegenover de verklaringen van valse apostelen
te kunnen herkennen.
• De Geloofsbelijdenis werd [tot de vierde eeuw] bewust niet opgeschreven
om ervoor te zorgen dat het als apostolische traditie uit het [hart] hoofd werd geleerd
en niet uit vastgelegde teksten.

Omdat de apostolische geloofsbelijdenis
zo kort en bondig is,
werd het ook onderworpen om te worden verdraaid door de wolven en de ketters
waarvoor Paulus reeds had gewaarschuwd.
De Geloofsbelijdenis van Nicea volgt dezelfde grenslijnen en
behandelt hetzelfde onderwerp als de Apostolische Geloofsbelijdenis,
maar is tevens een uitbreiding hiervan
teneinde het veel moeilijker te maken om de woorden te verdraaien.
In sommige kerken worden vandaag de dag,
zowel de Apostolische Geloofsbelijdenis als de Geloofsbelijdenis van Nicea gebruikt.
In de Orthodoxe Kerk wordt vooral de Geloofsbelijdenis van Nicea gebruikt,
omdat het een versterkte vorm is van de Apostolische Geloofsbelijdenis.

In de brieven van Paulus, verwees hij naar het Huis van God
als wordt het gebouwd op het fundament van de Apostelen en Profeten [Ephesiërs 2: 19-20]. Petrus brieven verwezen naar de woorden door de Heilige Profeten gesproken en
de geboden van ons, de apostelen [2Petr.3: 2].
En Johannes verwees naar het vermogen van de Ephesiërs om valse apostelen te kunnen testen en benoemt hen tot leugenaars [Openb.2: 2].
Dit alles getuigt van het bestaan ​​van een definieerbare richtlijn
[de Apostolische Geloofsbelijdenis] welke
algemeen in de Vroege Kerk als grondslag diende.

De volgende zondag vindt het slotakkoord plaats van de zeven weken reeks
van de ontwikkeling van de Vroege Kerk.
Het Evangelie en de Apostelbrief van vandaag brengt ons tot de les aan de gelovige Christenen van vandaag tot het punt dat de Kerk is gevestigd op goede funderingen en
kan dat men haar wortels kan nazoeken in de leer van de Twaalf Apostelen.
Volgende zondag keren we terug naar het begin naar de oprichting en Geboorte van de Heilige Kerk welke met Pinksteren herdenken.

Orthodoxie & Heilige God, Trooster, Geest der Waarheid

Wij verkondigen Wijsheid onder hen,
die daarvoor geheel onderricht zijn,
doch geen wijsheid van deze wereld,
of van de beheersers van deze wereld, wier macht teniet zal gaan,
maar wij spreken Wijsheid van God,
een verborgen mysteriewijsheid, die God (reeds) van eeuwigheid voorbeschikt heeft tot onze verheerlijking.
Geen van de wereldheersers van deze tijd heeft
die gekend, want indien zij van haar geweten 
hadden, zouden zij de Heer der heerlijkheid niet hebben gekruisigd.
Maar het is zoals het geschreven staat:
Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bereid voor degenen, die
Hem liefhebben.
Maar aan ons heeft God het geopenbaard door de Geest.
Want de Geest doorzoekt alle dingen, zelfs de diepten der Godheid.
Want wie weet wat er in de mens is behalve de eigen geest van de mens
die in hem woont?
Zo weet ook niemand, wat in God is, dan de Geest van God.
Wij nu hebben niet de geest der wereld ontvangen, maar de Geest Die uit God is,
opdat wij zouden weten, wat ons door God in Genade is geschonken.
Hiervan spreken wij dan ook met woorden, die ons niet door menselijke wijsheid,
maar door de Geest geleerd zijn, zodat wij wat geestelijke is ook geestelijke doorgeven.
Maar de natuurlijke mens begrijpt niet wat van Gods Geest komt: want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is.
Maar de geestelijke mens daarentegen onderscheidt alle dingen,
zelf echter wordt hij door niemand beoordeeld.
Want wie toch kent het inzicht van de Heer, dat hij Hem zou kunnen onderrichten?
Maar wij hebben het inzicht van Christus“.
1Cor. 2: 6-16

Ironisch genoeg hebben we met de ontwikkeling van onze cultuur,
met al haar nieuwe ideeën, nieuwe ontdekkingen en nieuwe uitvindingen
in bijna elk opzicht te maken met terugval
[zowel materieel, politiek, sociaal, intellectueel, emotioneel, fysiek, spiritueel].
Onze cultuur is tot een cultuur verworden van het onmiddellijk verkrijgen van bevrediging.
Het is een cultuur die grotendeels verstoken is van een lange termijn denken
zowel wat betreft het leven van onszelf als de toekomst van de wereld.
Het is een cultuur welke wordt ingegeven door het gevoel in plaats van de waarheid.
Het is een cultuur gerechtvaardigd door
– de schuld [op een ander] te schuiven tegenover persoonlijke verantwoordelijkheid.
Het is een cultuur welke bereid is tot time-outs en niet bereid om serieuze consequenties te aanvaarden.
Meer dan wat dan ook, is de mens beland in een cultuur
welke in de ban is van de oppervlakkige schijn [de buitenkant]
in plaats van de diepte van de Waarheid.
En met elke nieuwe wet die weer opkomt bewegen we ons langs de afgrond
die ons verder van af brengt van de Oorspronkelijke Bijbelse Waarheid.
Het is een cultuur die van zichzelf beweert geestelijk wijzer te zijn dan ooit.
En terwijl onze cultuur claimt de meest krachtige
in de geschiedenis van de wereld te zijn,
zien we dat we nog steeds niet in staat zijn ons
te ontdoen van kindermishandeling,
burgerlijke ongehoorzaamheid, drugs- en [buitenzinnig] seksueel misbruik,
het gebruik van vernietigingswapens, het misbruik van dieren en milieu, oplichting en
bovenmatige hebzucht [geld] . . . . . en
we kunnen deze lijst oneindig voortzetten.
Alleen jonge kinderen zien in hun onschuld een dergelijke vervorming niet.

We zien hier bij Paulus dezelfde bewoordingen en het gevoel dat Corinthe, die de wijsheid van de wereld in pacht denkt te hebben.
De Corinthische Christenen beweren wijs en krachtig te zijn,
maar ze hebben het Kruis – de grote Kracht en Wijsheid van God verlaten.
Ze beweren ” spiritueel ” te zijn zonder Jezus prediken .
Ze beweren “volwassen” te zijn zonder van Christus en Christendom kennis te hebben genomen.
Ze beweren “verstandig” te zijn zonder aan de Blijde Boodschap van de Heer gehoor te geven.
Wanneer een Kerk niet langer gericht is op Christus, dan zijn zij opgehouden met Christus in gesprek te blijven, zijn ze opgehouden te luisteren naar de Christelijke boodschap,
stellen zij zich onafhankelijk van Christus op en staan zij voor zijn Leer niet meer.
Er kunnen populariteit en acceptatie zijn,
maar er zal geen Goddelijke inspiratie en de daaruit voortvloeiende Macht.
Er kunnen [financiële] groei en succes zijn, maar er zal geen termijnplanning.
Er kunnen charisma en opwinding zijn,
maar er zal geen Heilige Geest die troost brengt, vreugde en waarheid
waaraan men zich kan optrekken of door Welke men onderwezen wordt.
Corinthe heeft het idee opgevat dat ze de elementaire Wijsheid van het Evangelie is ontgroeid.

We dienen nooit onze behoefte aan
de Evangelische Boodschap te ontgroeien,
omdat we ons nooit en te nimmer zonder
de Boodschap van Onze Verlosser en Heer kunnen ontwikkelen.
Buiten het Evangelie ontwikkelen is opgroeien zonder [doop]water
– we hebben het nodig om in leven te blijven.

Net als wij allemaal, verlangen de Corintiërs wijs te zijn, om meer inzicht te krijgen in
Wie God nu eenmaal is,
waar Hij over beschikt en wat Hij wil dat ik in m’n eentje doe.
Maar net als onze eerste [voor]ouders het zagen,
was daar de boom [die God verboden had] die goed was om van te eten
en die een lust was voor het oog, ja, een boom die begeerlijk was om
daardoor verstandig te worden
werd begeerd om de mens verstandig
[Genesis 3: 6b ] te maken“.
We kijken weg van God, we ontwijken Hem teneinde die wijsheid te vinden.
Als reactie, zien we Paulus  hun hele concept van spiritualiteit
herdefiniëren door uit te leggen:
De aard van de Ware Wijsheid – wat houdt dat precies in?
De bron van Ware Wijsheid – waar kun je die verkrijgen om er uit te putten?
Bij het zoeken naar de Ware Wijsheid – hoe weet je dat je die te pakken hebt ?

De gesteldheid van ware wijsheid en wat houdt ware wijsheid in?
Wij verkondigen wijsheid onder hen, die daarvoor geheel onderricht zijn,
doch geen wijsheid van deze wereld, of van de heersers over deze wereld,
wiens macht nu eenmaal teniet zal gaan, maar wij spreken wijsheid van God,
een verborgen mysteriewijsheid, die God [reeds] van eeuwigheid voorbeschikt heeft
tot onze verheerlijking.
Geen van de wereldheersers van deze tijd heeft die gekend,
want indien zij van haar geweten hadden,
zouden zij de Heer der heerlijkheid niet hebben gekruisigd.
Maar het is zoals het geschreven staat:
Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en
wat in geen mensenhart is opgekomen,
dat heeft God bereid voor degenen, die Hem liefhebben“.
1Cor.2: 6-9

Als een bron van kracht om te veranderen, te verwerven of het kwaad te overwinnen verwerpt Paulus elke vorm van menselijke wijsheid.
Tot op dit punt heeft Paulus elke vorm van inzet naar wijsheid veroordeeld.
Maar nu zegt hij tevens dat hij beschikt over een bijzondere wijsheid
eentje die anders is dan wat de wereld ons te bieden heeft.
De wereld biedt haar eigen [eigenwijze] wijsheid.
Wijsheid is nog niet hetzelfde als kennis.
Iedereen kan informatie en kennis verzamelen [verwerven].
Wijsheid is het inzicht dat komt als een gevolg van deze informatie;
wijsheid is de bril waardoor wij het leven dienen te aanschouwen;
wijsheid is het toepassen van wat we weten over hoe wij dienen te [laten en] handelen,
welke betrekking heeft op zowel lijden [dood] als leven.
Maar de wijsheid van de wereld is zelfs het veranderen .
Elke nieuwe ‘progressieve’ generatie vliegt
voorbij de ​​eerdere onwetend generatie die niet zo veel inzicht, kennis of technologie bezit.
En elke nieuwe generatie biedt nieuwe stemmen
– heersers die de overtuigingen en het gedrag van de massa te beïnvloeden.
Dit geldt ook voor politieke leiders, sociale leiders, Kerkleiders, bedrijfsleiders en
zelfs onze eigen sport en tv-sterren.

En enkel aan zichzelf overgelaten,
zullen mensen altijd hun stemmen verheffen
om hoe zij de wereld, de Kerk en de werkelijkheid weer vorm kunnen geven.
Zij beweren van zichzelf wijs en deskundig te zijn,
los van God vult de wereld zich en
blaast zich op als een midden en kleinbedrijf tot een Grootgrutter
gevuld met volwassenen en kinderen.

Welke zijn de kinderen
Kinderen kunnen hinderen en
vinden dat ze ‘grote’ vorderingen maken.
Kinderen luisteren niet.
Kinderen zijn impulsief.
Kinderen zijn genieters en trachten pijn te vermijden.
Kinderen spreken voordat ze denken.
Kinderen zijn egocentrisch.
Kinderen strijden om de aandacht.
Kinderen worstelen met hun identiteit.
Kinderen reageren het liefst onmiddellijk.
Kinderen zijn een emotionele achtbanen.
Kinderen zijn dwaas.
Kinderen zijn naïef.
Kinderen zijn rommelig.
Kinderen zijn overmoedig.
Kinderen zijn kwetsbaar.
Kinderen klagen.
Kinderen maken excuses.
Kinderen zijn snel gefrustreerd, worden
gemakkelijk verleid en zijn snel bang.
Kinderen kiezen de gemakkelijkste
veelal de verkeerde luidruchtige [veel aandacht] weg.
En kinderen zullen nooit toegeven dat ze maar kinderen zijn.

De Volwassen Wijsheid van God
Paulus predikt een ander soort wijsheid – een die anders is dan die van de wereld.
En Paulus zegt ook dat deze wijsheid,
het Woord van het Kruis,
wordt door ontwikkelde – spirituele volwassenen in ontvangst genomen.
Dat betekent niet dat er sprake is van een groep ‘spiritueel, elite corps Christenen’,
die meer dan de gewone gelovige – begrip hebben van het Christelijke.
Paul confronteert mensen die het Evangelie hebben afgedaan als kinderachtig gedoe.
De volwassenen zijn degenen die het kruis van dwaasheid als wijsheid aanvaarden en
de wijsheid van de wereld als dwaas verwerpen.

Paulus stelt de wijsheid van de wereld tegenover de wijsheid van God:
1.]. Paulus zegt dat de wijsheid van God een [geopenbaard] geheim is.
Het is een Mysterie.
De wijsheid van God geeft geen antwoord op alle vragen die we stellen,
maar hij geeft ons de antwoorden die we nodig hebben.
Gods wijsheid zal niet altijd voldoen aan ons intellect,
onze emoties of ervaring
– het zal veelal heel confronterend zijn [pijn doen].

2.]. Paulus zegt dat de wijsheid van God verborgen is.
De wijsheid van God wordt niet ontdekt,
kan nimmer bereikt worden of
door onze eigen inzet en inspanning verkregen worden.
Als Gods wijsheid kon worden begrepen door een geschoolde, krachtige of rijke
– zou Jezus onze Verlosser nooit zou zijn gedood.
God dient het te openbaren.

3.]. Paulus zegt dat de wijsheid van God verordineerd voor alle tijden voor onze bestaan.
In tegenstelling tot de wereld zal Gods wijsheid niet met elke generatie voorbijgaan,
– Gods Wijsheid is onveranderlijk, is eeuwig.
Het verandert niet omdat het werd opgericht voordat de wereld begon.
God heeft [de boom van] Wijsheid gepland voor zijn kinderen
teneinde het kruis van Christus de schepping de betekenis te geven
en Geloof [vreugde] Hoop en Liefde in Hem te laten vinden [2Tim.1: 9-18].
Christus Die ons behouden heeft en geroepen tot een Heilige roeping,
niet vanwege onze werken maar door Zijn eigen voornemen en Genade,
Die hij gaf ons in Christus Jezus vóór de aarde begon.
In Zijn Wijsheid heeft God Genade door de Heilige Geest geschonken.
En als Hij van plan was om Genadig [medelijdend] te zijn,
deed Hij dit voor onze zonde.
En als hij van plan was om genade en zonde naast elkaar te laten bestaan,
was hij van plan om ons met Hem te laten wandelen
op zekere dag overeenkomstig onze roeping,
om in alle deemoed en zachtmoedigheid
elkander in Liefde geduldig te verdragen,
en er naar te streven eensgezind te blijven
door een vaste vredesband
“.
Eph.4: 1-3
Hij koos ons in Hem voor de grondlegging van de wereld,
opdat wij zouden heilig en onberispelijk zouden zijn voor Hem .

De bron van ware wijsheid – wanneer verkrijgen we wijsheid
Maar aan ons heeft God het geopenbaard door de Geest.
Want de Geest doorzoekt alle dingen, zelfs de diepten der Godheid.
Want wie weet wat er in de mens is behalve de eigen geest van de mens die in hem woont?
Zo weet ook niemand, wat in God is, dan  de Geest van God.
Wij nu hebben niet de geest der wereld ontvangen, maar de Geest Die uit God is,
opdat wij zouden weten, wat ons door God in Genade is geschonken.
Hiervan spreken wij dan ook met woorden, die ons niet door menselijke wijsheid,
maar door de Geest geleerd zijn, zodat wij wat geestelijke is ook geestelijke doorgeven.
1Cor2: 10-13

Waar bekomen we deze wijsheid?
Waarom bezit de ene persoon volwassenheid en een ander niet?
Geestelijke volwassenheid is anders dan elke andere vorm van volwassenheid.
Fysieke volwassenheid gebeurt vanzelf.
Intellectuele rijpheid ontwikkelt door middel van onderwijs en kennis.
Ook iemand rijpt emotioneel door het leven en ervaring.
In beide gevallen kunt u uiteraard opwerpen wat is “bezopen” of
het nu onwetendheid is of naïviteit,
als je meer kennis en onderscheidingsvermogen bereikt.
[kinderen en dronken mensen spreken de waarheid, is een Nederlands gezegde]
De ervaring van Christen worden en tot Christelijke volwassenheid komen
is compleet anders.
De Christelijke geboorte is allesbehalve natuurlijk,
want deze komt door openbaring, hetgeen op zich al een Mysterie is.
Niemand heeft ooit beslist om Christus te volgen
voordat Christus hem geroepen heeft om Hem te volgen.
En de roep van Christus schenkt leven aan dat wat dood is,
opent de ogen van degene die blind is en
opent het hart van steen door
het te vervangen door een hart van vlees en bloed.
God neemt ons als kinderen op door Genade en
de dwaasheid van het Kruis wordt de Wijsheid van God.
De eeuwige Geest van God woont in
de gelovige mens.
En omdat wij Zijn kinderen zijn,
heeft God de Geest van Zijn Zoon in
onze harten gezonden,
Die tot Hem roept: Abba, Vader!
“.
Gal.4: 6
Het onderscheidende kenmerk tussen
een gelovige en een ongelovige is
de aanwezigheid van de Heilige Geest, Die een individu het moment dat hij gelooft volledig vervult;
het verkrijgen van de Genade van de Heilige Geest als een werkelijke ervaring
Seraphim van Sarov
En als Hij in ons hart woont, is Hij is niet stil of passief.
Hij doet wat Jezus zei dat Hij zou doen:
Hij zal u alles leren en u herinneren aan alles wat Ik u gezegd heb“.
John.14: 25
De Christelijke groei gaat niet verder dan wat elementair is,
maar laat door herinnering zien wat elementair is,
het daalt steeds dieper in je hart
en geeft je de gelegenheid dit
toe te passen in je leven.

Verblind door de zonde, kan de wereld dit niet zien, horen
of Gods bedoelingen in Christus begrijpen.
Er zijn veel geesten die zich als god voordoen,
veel mannen die als geestelijk leider optreden en stellen voor God te spreken,
maar alleen de Geest van God
openbaart het hart van God.
Er zijn dingen van God [gedachten, motivaties, verlangens en plannen]
waar God alleen weet van heeft en weet hoe ze aflopen.
De Geest van God, Die wij in ons hart bezitten,
doorzoekt de diepten van God.
En als Hij de diepten van God kent,
weet Hij ook alles wat er te weten valt.
En de Heilige Geest ontvangen is niet iets wat iemand [als een positie] bereikt.
We kunnen hem oproepen, met Hem praten,
naar Hem luisteren, door Hem getroost worden,
door Hem geholpen worden,
zelfs [in Zijn afwezigheid] om Hem treuren.
En de Heilige Geest is niet zoals de wereld
die is gewijd aan de valse beloften van de zonde –
een kortstondige genot welke leidt tot de dood;
Het is de Geest van God Die ons leidt
op de weg naar het eeuwige leven, het Hemels Koninkrijk.
En God, de Heilige Geest wil ons leren en ons helpen en bijstaan
in alles wat God wil wat we te weten kunnen komen over
de schepping, de val, de verlossing en de restauratie ervan te begrijpen.
We hebben allemaal de wens om wijs te zijn,
om meer inzicht te krijgen in Wie God is, wat Hij denkt met ons voor te hebben
en wat Hij wil dat ik doe.
De vraag is, waar of Wie denk je het eerst te zoeken of het vaakst,
voor je daarop antwoord krijgt?
Spiritualiteit bestaat echt niet alleen uit het onthouden [bezingen]
van Bijbel teksten en verzen,
het beter begrijpen van de Theologie of
je zelfs opofferend te gedragen
– het loopt met je mee,
– het doorleeft je en
leert je dat de Heilige Geest,
de Geest is van de levende God.

de ware wijsheid – hoe weet ik of en in hoeverre ik wijs ben
De vraag blijft dan, hoe weten we wanneer we in wijsheid leven.
Hoe weten we dat we wijs bezitten op de weg van God ,
luisteren naar de Geest van God en niet slechts naar dat stemmetje in ons hoofd?
Paulus zegt dat :
de natuurlijke mens begrijpt niet wat van Gods Geest komt:
want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan,
omdat het slechts geestelijk te beoordelen is.
Maar de geestelijke mens daarentegen onderscheidt alle dingen,
zelf echter wordt hij door niemand beoordeeld.
Want wie toch kent het inzicht van de Heer, dat hij Hem zou kunnen onderrichten?
Maar wij hebben het inzicht van Christus“.

Er zijn maar twee soorten mensen
in de wereld
– de gelovigen en de ongelovigen, het
volk van God en de mensen van de wereld,
de natuurlijke mensheid en de spirituele.
De natuurlijke mens is de persoon die volledig leeft op het menselijk niveau,
zonder de Geest van God.
Er is niets meer dan het fysieke leven [sporten, eten, drinken, slapen en gelukkig zijn]. Er is niets meer dan enkel de materiële behoeften.
Er is niets om in te geloven en te hopen buiten deze wereld,
geboren worden is gewoon geboren worden, dood is dood en daarmee af,
amen en uit.
De natuurlijke persoon leeft alleen door het vlees, maar door wat ze kunnen zien of begrijpen en NIET in reactie op
de levende God.
De natuurlijke mens kan Jezus bewonderen,
maar gelooft in wezen dat het Kruis weinig meer is dan een tragedie.
De natuurlijke mens maakt God tot zijn eigen beeld en neemt alle beslissingen overeenkomstig zijn eigen verlangens.
De natuurlijke mens aanvaardt of begrijpt het niet,
omdat hij niet aanvaardt dat de Geest van God in hem woonachtig is.
Hij kan dit niet begrijpen en accepteert het ook niet.
– Er is geen begrip van seksuele reinheid enkel en alleen voor bevrediging;
– er is geen begrip van offer enkel en alleen ik-gericht zijn of via een omweg er toch beter van worden [egoïsme];
– er is geen begrip van vrijgevigheid enkel en alleen hebzucht [zoals ontwikkelingshulp, die alleen maar rendement oplevert];
– er is geen inzicht in het eeuwige alleen een leven bij het moment.
Hij komt emotioneel, materieel, intellectueel, fysiek in opstand omdat hij
geestelijk in opstand is.
En wanneer de genoegens van de zonde niet voldoen
of wanneer de pijn van zonde lijden veroorzaakt,
gelooft hij zelf uit het leven te kunnen stappen
omdat dit nu eenmaal bij het leven hoort
en dat je in het leiden enkel “maar een mens” bent.

Maar dat is niet het leven en onze menselijkheid
overeenkomstig de Icoon van Gods [Zijn Schepping],
naar Gods Beeld en Zijn Gelijkenis.
Natuurlijk, terwijl er velen zijn die zullen beweren geestelijk Wijs te zijn,
bestaan er maar heel weinig [Heiligen] die echt zijn.
Maar in plaats van je te spiegelen aan alle anderen,
zegt Paulus hierover:
“Onderzoek dan uzelf of ge wel in het Geloof zijt, beproef uzelf.
Kunt je van jezelf getuigen dat  Jezus Christus in je is?
of ben je soms niet oprecht?
Ik hoop echter dat je inziet wat wij wel oprecht zijn”.
2Cor.13: 5-6

De vraag is dan :
Hoe weten we dat Jezus Christus in ons is?
Of zoals Paulus zegt , hoe weten we dat we de Geest van Christus en
dus de Heilige Geest van God ons opdracht geeft?

De geestelijke mens weet dat er meer in dit leven is dan leven en sterven.
De Spirituele weet dat zijn beslissingen eeuwige gevolgen hebben.
De Spirituele mens loopt als benzine of elektriciteit op Geloof,
niet door aanschouwen, en als reactie op de Heilige Geest die in Hem woont.
• De Heilige Geest neemt de dwaze woorden van het Kruis
en maakt ze tot de kern van onze identiteit.
Beoordeling van onze waarde of het succes in de wereld is zinloos.
Door het Geloof in Christus, zullen we door de rechter als onschuldig beoordeeld worden.
• De Heilige Geest neemt het woord van de Opstanding en
geeft ons een Hoop voorbij dit lichaam, voorbij deze situatie
en aan deze wereld voorbij.
• De Heilige Geest laat ons datgene doen alsof de woorden van de Bijbel
Gods eigen woorden zijn – het is als vanzelfsprekend onze regelgevende Instantie te accepteren.
• De Heilige Geest in ons dwingt ons naar God te luisteren,
met Hem in gesprek te zijn en blijven,
om Zijn leiding in ons leven te aanvaarden.
En zoals we door de Heilige Geest zijn geïnstrueerd over Gods wegen,
zo hard kan het soms zijn, onze verlangens aan Gods wegen aan te passen.
• De Heilige Geest in ons vecht tegen de wil van het vlees
en de verleidingen van de wereld
– we oefenen onophoudelijk niet meer te willen zondigen,
dus we belijden zo vaak als mogelijk regelmatig ons berouw over onze tekortkomingen.
• De Heilige Geest in ons leidt ons naar gehoorzaamheid,
niet uit angst maar uit Liefde en een verlangen om God met onze geest, lichaam en werk te eren.
• En de Heilige Geest in ons geeft ons een Liefde ten opzichte het Volk van God,
we oordelen enkel over de Kerk omdat we van de Kerk van Christus houden,
we zijn immers zelf de kerk, en behoren tot Zijn Lichaam,
we houden van de kerk , omdat Jezus Christus
voor Zijn Kerk stierf, de Kerk is.
• En de Heilige Geest neemt zelfs ons oordeel over deze wereld van ons weg
en vervangt deze met mededogen .

In wezen , zijn zij die volwassen zijn, degenen die wijs zijn,
zij die geestelijk niets liever willen dan Jezus Christus Lief te hebben,
om Hem te kennen, Hem te evenaren en
Hem in onze omgeving te hebben.
Dit is niet een nieuw en verbeterde Christus voor de wereld van vandaag,
dit is Christus zoals Hij uit de Schriften, Oude en Nieuwe Testament, tevoorschijn treedt.
De Geest van God leidt ons altijd naar Gods Woord.
Degenen die Jezus niet liefhebben
zullen ook minder zorgen hebben over Hem,
Zijn Woord, Zijn Bruiloftsmaal en Zijn opdracht,
omdat ze geloven
dat alles wat er is,
slechts van voorbijgaand aard is,
derhalve dat alles niet is
wat er is,
de schepping van God.

de Hemelvaart des Heren – Orthodoxie en welzalig is de mens

Welzalig is de mens
die niet wandelt naar de raad der goddelozen.

Ook niet staat op de weg van de zondaars,
noch neerzit in het gestoelte der spotters;

Maar die vreugde vindt in De wet van de Heer,
die Zijn Wet overpeinst bij dag en nacht.

Hij staat als een boom, geplant aan waterstromen,
die zijn vrucht geeft op de juiste tijd,

Welks blad niet afvalt;
en al wat hij doet zal voorspoedig gelukken .

De goddelozen zijn niet zo,
niet zo gaat het met hen.

Maar als het kaf, dat door de wind verdrijft,
van het aanschijn der aarde.

Daarom zullen de goddelozen niet bestaan ​​in het gericht,
noch de zondaars in de vergadering der rechtvaardigen.

Want de Heer kent de weg der rechtvaardigen;
maar de weg der goddelozen zal vergaan
“.
Psalm 1

En terwijl zij nog naar de Hemel staarden,
werd Hij voor hun ogen opgenomen en
een wolk onttrok Hem aan hun blikken.
En zie, twee mannen stonden bij hen in blinkend gewaad.
Zij zeiden:
Jullie mannen van Galilea,
wat staat ge toch op te zien naar de hemel?

Handelingen 1: 10,11

De “twee mannen in blinkend gewaad”,
die onmiddellijk na de Hemelvaart van de Heer verschenen aan de apostelen en hen vroegen waarom ze stonden op te zien naar de hemel,
waren zonder enige twijfel zelf bewoners van de Hemelen;
daarom kan ook niet van de Apostelen worden verondersteld
dat dit onaangenaam voor hen was of
dat het gewenst was om direct de menselijke blik
van die mannen van Galilea op iets anders te richten.
Nee, zij hadden alleen de bedoeling, zoals geschreven staat,
een einde te maken aan de dadeloze [inerte] verbazing van de Apostelen:

wat staat ge toch op te zien naar de hemel?
Na hen uit hun verbazing op te wekken,
geven ze hen in overweging
en hen en ons bij te brengen
met welk een gedachten
we dienen op de zien naar de hemel,
nadat onze Heer Jezus in de Hemelen is opgenomen
Die Zichzelf daarheen heeft doen opstijgen.
Deze Jezus, voegden ze er nog aan toe,
die wordt aan uw wereldse ogen onttrokken en
opgenomen in de Hemelen en
zal op dezelfde wijze wederkomen
zoals u Hem hebt zien opgaan in de hemelen.
De discipelen van de Heiland werden op dezelfde manier
de exacte vervulling van Zijn woorden gewaar
die Maria Magdalena aan hen had verteld:
Ik vaar op naar mijn Vader en uw Vader ,
naar Mijn God en uw God
“.

Ze konden niets anders dan concluderen dat dit het vreugdevolle beproeving was welke Hij
gedurende de veertig dagen na zijn Opstanding uit de doden aan hen had overgebracht, die leerzame gesprekken met Hem,
die voelbaar gemeenschap tussen hen en Zijn Goddelijke mens-zijn,
werden op dat moment beëindigd.
Vanaf dit ogenblik zou Zijn aanraking noch Zijn stem
nog langer vreugde bij hen teweeg brengen,
zouden zij Hem met hun ogen niet langer kunnen volgen,
verlangend Hem [bij zich] vast te houden.
Zij staarden naar de hemel zoals Hij opging en aan hun ogen werd onttrokken.
We kunnen alleen maar bedenken wat een onmetelijke droefheid
de Apostelen overvallen moet hebben na deze Hemelvaart van Jezus,
Die voor hen alles betekende en fundament was van alles in de wereld om hen heen.
Het is dit ontzettend afscheid waarvoor de Hemelse Machten zich haasten
om hen te troosten en hen te verkondigen
dat deze Jezus .  .  .  .  . zal wederkomen.

Bij de beoordeling van de omstandigheden van de Hemelvaart van Christus,
ervaren we voor het eerst de zegen die Hij ons via de Apostelen meegaf,
zo zal het geschieden, zo deelt de evangelist Lucas ons mee:
terwijl Hij hen zegende maakte Hij Zich van hen los [scheidde Hij Zich van hen] en
en werd Hij opgenomen in de Hemelen.
Wat een eindeloos grote Genade van Christus is ons, Christenen ten deel gevallen,
wordt hiermee geopenbaard!
De Heer begint met een zegen en vóór de voltooiing hiervan stijgt Hij op naar de Hemelen;
want terwijl Hij hen zegende werd Hij in de Hemelen opgenomen.
Dus zelfs na Zijn hemelvaart blijft Hij nog steeds onzichtbaar Zijn zegen geven.
Die zegen stroomt en daalt voortdurend neer op de Apostelen en Zijn volgelingen;
door hen wordt dit verspreid op degenen die zij zegenen in de Naam van Jezus Christus;
degenen die deze zegen van Christus door de apostelen hebben ontvangen
verspreiden dit weer over de anderen [over ons];
dus allen die door de doop in de Heilige Katholieke en Apostolische Kerk
deelachtig zijn geworden van die ene Zegen van Christus.
Als de dauw van Hermon , die neerdaalde op de berg Sion,

Zal deze Zegen van Vrede daarom neerdalen op elke ziel die uitstijgt
boven de hartstochten en begeerten, boven de ijdelheid en zorgen van deze wereld;
als een onuitwisbaar afsluiting werkt het zegel van die Christus zodanig op diegenen
dat Hij dit aan het einde van de wereld [de tijden] zal bekrachtigen
door hen uit het midden van de hele mensheid tot Zich te roepen,
als de Geest en de Bruid zullen zeggen:
Komt allen tot Mij,
gij die komt in de Naam des Heren!

Laten we nu eens kijken
hoe noodzakelijk het voor ons is ons in te zetten deze Genade
nu al te verkrijgen en om deze Zegening van de Verrezen Heer te bewaren,
die op ons nederdaalt door de Apostolische Kerk.
Wanneer wij bewaren hetgeen wij ontvangen hebben, zullen wij, bij de wederkomst van onze Heer, Jezus Christus, tezamen met de apostelen en de heiligen worden opgeroepen om deel te nemen aan Zijn Koninkrijk :
Komt gezegenden, gij die Mij gehoord hebt en dorstig mij tegemoet zijt getreden,
allen die dorst hadden neem ruimhartig van het water des Levens!
“.

Het boek der Openbaring geeft daarentegen een ernstige waarschuwing en vermaant hen die zich niet aan de Blijde Boodschap storen.
Wanneer degene die zich niet tot de Gezegende van God de Vader verhoudt zal ook deze Zegen [Genade] niet verkrijgen,
of wanneer degene die tot Hem komt slechts het onderwerp is van
een valse zegen aan mensen die zich niet mede-erfgenaam zal kunnen noemen
van die Goddelijke Zegen van Genade welke in de Mysteriën [RK. Sacramenten] tot ons komt; wat zal er dan van ons worden?

Neem daarom voor deze gelegenheid eens in ogenschouw
het moment dat we zelf van deze wereld worden weggenomen.
De dag des Heren komt als een dief in de nacht“.
Diezelfde onverwachtheid zal zich voordoen bij de tweede komst van onze Heer Zelf
En houdt voor ons christenen een ernstige waarschuwing in:

Niemand weet wanneer die dag en dat moment zullen aanbreken,
ook de hemelse engelen en de Zoon niet, alleen de Vader weet het.
Zoals het was in de dagen van Noach, zo zal het zijn wanneer de Mensenzoon komt.
Want zoals men in de dagen voor de vloed alleen maar bezig was met eten en drinken,
met trouwen en uithuwelijken, tot aan de dag waarop Noach de ark binnenging en
zoals men niet wist dat de vloed zou komen, totdat die kwam en iedereen wegnam,
zo zal het ook zijn wanneer de Mensenzoon komt.
Dan zullen er twee op het land aan het werk zijn,
van wie de een zal worden meegenomen en de ander achtergelaten.
Van twee vrouwen die samen aan de molen draaien,
zal de ene worden meegenomen en de andere achtergelaten.
Wees dus waakzaam, want jullie weten niet op welke dag jullie Heer komt.
Besef wel: als de heer des huizes had geweten
in welk deel van de nacht de dief zou komen,
dan zou hij wakker gebleven zijn en
niet in zijn huis hebben laten inbreken.
Daarom moeten ook jullie klaarstaan,
want de Mensenzoon komt op een tijdstip
waarop je het niet verwacht
“.
Matth.24: 36-44

Onze Christelijke weg wordt niet geleid door nieuwsgierigheid of naïviteit en
pas danook op voor die mensen die doen alsof ze méér denken te weten dan Christus
hen heeft verleend om te weten.
Laat we trachten zelf eerder te weten te komen
wat onze eigen tekortkomingen zijn,
onze overtredingen [knopen] tellen en in bekering vergeving zoeken.
Zie toe, dat de kinderen van deze wereld en onze eigen passies onze geest niet in slaap sussen,m aar voorafgaand aan dat vreselijke uur onszelf tot de orde roepen en verlangend wachten op Zijn Wederkomst.

Kom, Heer Jezus, kom“.

6e Zondag na Pascha, de Zondag van de blindgeboren mens

Op deze zondag voorafgaand aan het feest van de Hemelvaart van Christus,
brengt ons de Kerk het Evangelie van de blindgeborene in herinnering.
Er zijn hier twee aandachtspunten die mij opvallen.

1.]. Christus maakt hier een opmerking over de reden waarom deze mens blind was geboren . Als antwoord op een vraag van de discipelen, zegt Hij zegt dat blindheid er niet was omdat de mens of zijn ouders gezondigd hadden, maar opdat de werken Gods in hem worden geopenbaard.
Met andere woorden, onze Heer geeft zelf aan dat een ziekte of handicap niet altijd het gevolg zijn van persoonlijke zonden of de zonde van anderen,
maar ze worden toegestaan ​​ om de Glorie van God aan de mensen te openbaren.
Veelal is de menselijke aandacht voor datgene waar men onder gebukt gaat – de handicap – reden om zich van de wereldse zaken te weerhouden en zich meer tot God te richten.
De blinde hoort meer, ervaart meer omdat hij meer door het hemelse Licht dan het aardse in beslag wordt genomen; de dove richt zich meer op datgene wat hij ziet bouwt zich in zijn beperking meer op het innerlijke. De mens zoekt God in zijn aardse onvolkomenheden, vraagt zich af waarom ik en krijgt hier van Christus een antwoord: richt je op Gods weken, welke via jouw handicap worden geopenbaard.
We kunnen dit zien in de levens van een aantal mensen met een achterstandspositie .
Ze zetten hun nadeel om in iets anders, een uitdaging die het beste in hen kan boven brengen.
We kunnen hierbij denken aan bijvoorbeeld bepaalde Downs Syndroom kinderen,
die ongelooflijk vriendelijk en liefdevol kunnen zijn, veel meer dan wanneer zij ‘gezond’ waren geboren. We kunnen allemaal denken aan voorbeelden van ongelooflijke moed en liefde onder kansarmen.
Waarom ?
Omdat de genade van God op hen is nedergedaald:
‘de werken van God die in hen openbaar wordt gemaakt’.

2.]. We kunnen ook denken aan sommige ‘blinde’ mensen, die de realiteitszin hebben verloren, het innerlijke kwijt zijn,
de Genade van God hebben verloren.
– De dief, die niet ziet dat hij zichzelf tekort doet.
– De leugenaar, die zichzelf voor de mal houdt – zo vèr zelfs dat hij zelf in zijn leugens gelooft.
– De verslaafde, die niet meer weet waar hij het zoeken moet.
– De gevangene, die geen uitweg meer ziet.
– De arme rijke, die zich in zichzelf en z’n eenzaamheid opsluit.
– De arrivist, die zichzelf voorbij streeft – zichzelf tot middelpunt heeft gemaakt van zijn omgeving.
Heb nu niet het idee dat het jou niet overkomt, want zoals de Geest waait waarheen Hij gaat
– zo tracht de tegenstrever haar onderuit te halen, een mist op te trekken, zodat je het niet meer dóór hebt.
En dit overkomt zelfs de besten onder ons:
– een lezer, die zichzelf zo mooi vindt lezen
– een psaltist, die zo mooi zingt, dat hij zijn medekoorleden niet meer ziet staan.
– een koor wat eigen lof zingt in plaats van dit te doen tot eer aan God.
– diakens en priesters die zichzelf bewieroken, teneinde de gunst van gelovigen te verwerven.
– een gemeenschap, die zich in zichzelf opsluit, teneinde de nationale trots te kunnen botvieren, zichzelf thuis te voelen in hun ‘eigen’ kerk.
– kerkenbouwers die hun doel slechts door jarenlang leugen, manipulatie, diefstal en bedrog kunnen bereiken.
– biechtvaders, die de starets [counseler] uithangen, in plaats van slechts een luisterend Goddelijke toehoorder te zijn.
– Lichamelijk en geestelijk beter bedeelden, schoonheden, die hun onschuld verloren hebben.
Zo worden we omringd door degenen die geen interesse in mensen, maar in de grond van hun hart alleen willen maar willen profiteren van de uiterlijke schijn via macht of dikke bankrekeningen.
Vergeet daarbij niet de bijzonder intelligente en goed opgeleide mensen,
wiens intelligentie is opgeslagen in hun geestelijke vermogens, terwijl zij buitengewoon pretentieus en dwaas zijn geworden, zich krom lachen om het onvermogen van minderbedeelden en zich voor het aangezicht van de wereld grote financiële vermogens toe-eigenen.
Hun voordelen worden daarmee hun grootste handicap, zij belemmeren elke vorm van geluk voor zichzelf en anderen.

3.]. In de situatie van de vandaag aangehaalde blindgeborene, is zijn hele leven gericht geweest op het verkrijgen van de Heilige Geest, een voorbereiding op zijn persoonlijke ontmoeting met Christus.
Zijn ziel was niet alleen niet zuiver genoeg, verfijnd door zijn levenslange handicap,
om de Goddelijke genezing te ontvangen,
maar kwam ook tekort in het belijden van de Enige, Die wij belijden als de Zoon van God,
waardoor de werken van God in hemzelf openbaar worde.

Daartegenover zij die echt blind zijn [waren] omdat ze de mensen verboden genezing en goede werken te doen op Sabbat, intimideerden door hen [de blindgeborene en zijn ouders] vragen te stellen en hen daarna buiten [de kerk] te sluiten [te excommuniceren].

En dan de blindgeborene, die ziet, die ten opzichte van de omgeving [het ganse kerkvolk] getuigt:
Ik weet niet of Jezus een zondaar is of niet ; een ding weet ik ; dat ik blind was , en nu zie ik“.
En vervolgens voegde hij eraan toe : “Als Hij niet van God is, dan kon Hij niets doen“.
En ten slotte bekende hij dat hij geloofde dat Christus de Zoon van God is – één van de eerste die dit in de evangeliën doet.

Pdf: Wees er [gedicht]
Het besef van de blindgeborene is dan een vreugdekreet.
Hij kan ons leren hoe te oordelen, of liever anderen te onderscheiden
– hen aan hun vruchten te herkennen.
Als wij Christenen, of niet gelovigen, van God zijn,
dan zullen we dit Voorbeeld [Hem] volgen  en goede vruchten dragen,
voor wie dat niet is, die zal met al zijn [vermeende] vermogens niets klaarspelen
en als een harlekijn zijn weg gaan.
Zo die er één van God is, zal hij eindigen onder de getuigenis
van de Grootsheid en Godheid van Christus.

Overigens dien ik te wijzen op de manier waarop Christus genas.
Hij spuugde op de aarde en ‘maakte slijk uit dat speeksel’.
We merken hierbij op dat dit voor elke Mysterie [RK. sacrament] van de Kerk geldt;
God, in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest geneest , op dezelfde manier:
de adem van God, de Heilige Geest is de drager van de genezende Genade van God.
– Water op zich kan niet genezen,
maar het water van de doop geneest
omdat het gezegende water
​​de Heilige Geest met zich meedraagt.
– Olie op zich kan niet genezen
maar de olie van Myronzalving kan genezen,
omdat het vervuld is van de Genade van God .
– Een doekje kan niet genezen
maar toch is een priester in staat gesteld te genezen
door de genade van Christus
aan degene die oprecht zijn zonden belijd en
de berouwvolle intentie heeft niet meer te zondigen .
– Brood en wijn kan niet genezen en
toch wordt brood en wijn veranderd
in het Lichaam en Bloed van Christus
om te genezen door de Heilige Geest .
– Hout, kalk en pigmenten kunnen niet genezen en
toch kunnen Iconen hun heilzame uitwerking hebben
door de Heilige Geest die in hun materiële essentie doordringt
en de begenadiging, die van hen uitstraalt.
– Rook kan niet genezen en
toch brengt wierook genezing
door de zegen van Christus,
die ervan uitgaat.

Christus leert ons dan dat alle dingen gebruikt kunnen worden
tot genezing en voordeel en zaligheid van onszelf,
maar dat zij eerst dienen te worden aangeraakt
door Zijn Genade.
Op deze manier kan ons lichaam, louter vlees en beenderen en bloed,
dienen als Icoon van Christus, Christus-dragend [Chrystophoros].
Onze ziel kan geactiveerd worden,
zodat wij lichtdragers worden van de Heilige Geest;
de ogen van onze ziel, de deuren van de waarneming,
en daardoor wordt de blindgeborene, die wij allemaal zijn,
geheeld, genezen tot een Icoon van de gehele schepping Gods,
waar wij deel van uit maak en die behoort te zijn,
waarvoor hij geschapen is zoals ze werkelijk behoort te zijn.
We zien dat elk grassprietje en elke heuvel, elke boom en elke wolk,
elke druppel regen en elke oceaan,
alle schepselen en alle mensen,
wonderen zijn van Gods handwerk,
tekenen van Zijn Mystieke [RK. Sacramentele] aanwezigheid onder ons
en we zien dan tevens dat niet we wonen in deze banale,
alledaagse wereld om ons heen.
We wonen dan in de wereld zoals hij werkelijk is,
in potentie het Paradijs, het Koninkrijk Gods,
zoals God deze in den beginne heeft gemaakt,
want we zien God de Schepper achter
alle dingen en alle mensen .

En dan zijn we eveneens in staat
om samen met de blindgeborene te zeggen :
‘Ik was blind en nu zie ik’.

Heer, Jezus Christus, Zoon van God,
heb medelijden met mij, blindgeboren zondaar
en 
redt mij“.

5e Zondag na Pascha – Zondag van de Samaritaanse vrouw

Het Heilig Evangelie heeft ons de naam van de Samaritaanse vrouw niet doorgegeven.
De Traditie van de Kerk leert ons dat haar naam in het Grieks – Photini was, in het Russisch – Svetlana, in de Keltische talen – Fiona, in westerse talen – Claire en in het Nederlands Ellen.
En al deze namen spreken tot ons over
één ding – van licht.

Nadat zij aan de Heer Jezus Christus heeft voldaan is zij uitgegroeid tot een licht dat in de wereld schijnt, een licht welke degenen die haar ontmoeten verlicht.
Elke Heilige wordt ons gepresenteerd als een voorbeeld, maar we kunnen de werkelijke wijze waarop een heilige geleefd niet altijd nastreven, we kunnen niet altijd dezelfde hemelse Ladder beklimmen.
Van iedere Heilige kunnen we echter twee dingen leren.
– Ten eerste kunnen we door de genade van God datgene bereiken wat menselijkerwijs onmogelijk lijkt en dat is ons als persoon in beeld en gelijkenis aan God te spiegelen.
Dat wil zeggen dat we – in deze wereld van duisternis en tragedie een teken van hoop te zijn; in de wereld die in de macht is van leugens – een woord van waarheid te zijn.
We worden voor dit alles in staat gesteld in de zekerheid dat alleen God dit alles kan overwinnen wanneer we alleen Hem toestaan ​​toegang tot onze ziel te verkrijgen.
Want als het Koninkrijk van God niet in ons is leeft – als God niet troont in onze gedachten en harten – een vuur dat alles wat onwaardig is in onszelf en van Hem verwijdert, dan zijn we ook niet in staat Gods licht rondom ons te verspreiden.
– Het tweede wat de Heiligen ons kunnen leren is om de Boodschap uit hun naam over te brengen – aan ons te leren kennen.

Vandaag spreekt de Samaritaanse vrouw van licht.
Christus heeft haar gezegd dat Hij is het Licht van de wereld is, het Licht dat alle mensen verlicht, en we zijn geroepen om
dat Licht in onze ziel te laten schijnen.
Te laten schijnen in ons verstand en onze ziel
– ja, binnen ons gehele bestaan.
De bedoeling is dit Licht van Christus zo tot ons te laten spreken, dat we er zelf
tevreden over zijn en het in en door ons ten uitvoer wordt gebracht.
Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken“.
Matth.5: 16

Alleen door onze daden te zien, door onze manier van handelen, kunnen mensen gaan geloven dat het Licht van God – Werkelijk Licht is.
Het gaat hier niet om onze woorden, tenzij het woorden van Waarheid en Macht zijn, zoals die van Christus Zelf of van de Apostelen zijn geweest.
Laat ieder van ons stilstaan bij de betekenis van onze naam als Christen en
op de wijze waarop we datgene worden waar we toe zijn geroepen.

De Samaritaanse vrouw was onderweg om water te halen zonder enig geestelijk doel.
Ze kwam bij de bron – en ze ontmoette Christus.
Ieder van ons kan op elk moment van de dag  een Goddelijke wending in ons leven ervaren,  zelfs wanneer we onze meest dagelijkse huiselijke taken verrichten, indien ons hart maar in de juiste richting staat en we ons open stellen om een ​​bericht te ontvangen,
te luisteren, ja – om vragen te stellen!
De Samaritaanse vrouw stelde maar één vraag aan Christus, en wat ze als antwoord kreeg oversteeg haar vraag op zo’n manier dat ze in Hem een Pprofeet herkende.
Later herkende zij Hem als de Christus, de Verlosser van de wereld.
Maar ook ons licht dient niet onder de korenmaat te worden geplaatst.
De Samaritaanse heeft ontdekt dat het Licht in de wereld gekomen was,
dat het goddelijk Woord  nu Waarheid werd te midden van de mensen,
dat God met ons/onder ons is.
Zij liet alle zorgen achter zich en rende naar de anderen om de vreugde, het wonder van wat ze had ontdekt te delen met anderen.
Ze bracht haar medeburgers naar Christus.
Ze vertelde hen eerst waarom ze in Hem geloofde, en
vervolgens bracht misschien hun nieuwsgierigheid, of de overtuigende kracht van haar woorden en de verandering die zich in haar had voltrokken hen tot Christus.
Zij zagen het voor zichzelf en zeiden tot haar:
Het is niet meer vanwege wat u zegt dat we geloven
– “we hebben gezien en we hebben het gehoord en daarom geloven wij“.
Handelingen 17: 11

En dit is wat de Samaritaanse vrouw ons allen leert: open te staan op elk moment van ons leven, terwijl we zijn druk bezig met de eenvoudigste dingen.
Op te staan het goddelijke Woord te ontvangen, dat we dienen te worden verlicht door het Goddelijke licht, gereinigd worden door Zijn zuiverheid.
We dienen het Licht te ontvangen in het diepst van onze ziel, er met heel ons leven voor open te staan, zodat mensen zien wat en wie we zijn geworden, opdat ook zij kunnen geloven dat het Licht in de wereld is gekomen.

Laten we tot de Heiligen en de Samaritaanse vrouw bidden ons te leren, ons te leiden,
ons tot Christus te brengen op de wijze waarop zij naar de Bron is gekomen en
Hem te dienen op de wijze waarop zij Hem gediend heeft tot heil van allen
die om haar heen waren .
En mag de zegen van God met u zijn,
de Vader en de Zoon en de Heilige Geest,
nu en altijd en wereld zonder einde!    Amen.
preek van Metropoliet Anthony Sourozh – 8 mei 1988

Kontakion           pl 4e Tn/ 8e Tn
Met geloof naderde de Samaritaanse tot de Bron:
daar aanschouwde zij U, het Water der Wijsheid.
En toen zij daarvan gedronken had
begeerde zij dorstig het Koninkrijk uit den hoge.
Daarom wordt zij geprezen in alle eeuwigheid“.

En toen zij daarvan gedronken hadden . . . . .
En dit is het Woord [de verkondiging], die wij van Hem gehoord hebben
en aan u allen verkondigen:
God is Licht en in Hem is in het geheel geen duisternis.
Indien wij zeggen, dat wij gemeenschap met Hem hebben en in de duisternis wandelen, dan liegen wij en
doen de waarheid niet;
maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het Licht is,
hebben wij gemeenschap met elkaar; en
het bloed van Jezus, zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde“.
1Joh.1: 5-7

Door de zegen en Genade van God kan het Licht
steeds meer opgaan en helder worden
als de zon op haar hoogtepunt.
Dit werd door de Profeet Malachi reeds voorzegt:
Maar voor u, die Mijn Naam vreest, zal de zon der gerechtigheid opgaan en
er zal genezing zijn onder haar vleugelen;
gij zult uitgaan en springen als kalveren die in de Lente uit de stal worden losgelaten“.
Mal.4: 2

Jezus Christus is het levende Woord van God.
In het Woord was het leven en het leven was het Licht van de mensen.
En het Licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft het niet begrepen
“.
Joh.1: 4-5
Dit Licht moeten we ontvangen in ons hart.
Velen hebben Jezus Christus, het Licht van de wereld, niet in hun hart binnengelaten.
Maar allen die Hem aangenomen hebben,
hun heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden,
namelijk die in Zijn Naam geloven
“.
Joh.1: 12

Licht blijkt gelukkig sterker te zijn dan duisternis.
Het licht van het Evangelie dringt de duisternis van ons bestaan binnen.
Waar Gods Licht en Liefde schijnen, zal de nacht verdwijnen.

Christenen zijn gedoopt in het Koninkrijk van de Zoon van Gods Liefde.
Paulus roept op daarvoor de Schepper te bedanken:
Dankt gij met blijdschap de Vader,
Die u toebereid heeft voor het erfdeel der heiligen in het licht.

Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en
overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn Liefde,
in Wie wij de verlossing hebben, de vergeving van zonden“.
Col.1: 12-14

Vergeven betekent eigenlijk
‘ver-wèg-geven’.
Wanneer we onze zonden belijden [aan het licht brengen] zullen deze door Gods Genade worden vergeven.
Zij worden dan onder het reinigend bloed van Christus gebracht;
door de oprechte belijdenis in het Mysterie van de Biecht vindt de genezing plaats.

Jezus Christus is als de Hemelse Geneesheer tot ons gekomen om te genezen en te helen.
Dit gaat over beschadigde emoties, negatieve gevoelens, psychische problemen, ziekten, zwakheden en andere zaken in onze Liefde die herstel nodig hebben.
Het bekerings- en genezingsproces heeft dus duidelijk te maken met ‘overbrenging’ – verandering. Door de werking van de Heilige Geest en Geloof in de drie-ene God
worden de negatieve zaken verplaatst naar het helende [medische] gedeelte van
Liefde, Genade, Vergeving en Heiliging [heling].