5e Zondag van de Grote en Heilige Vasten – H. Maria van Egypte; goede voornemens en dode werken

Christ & the Theotokos - Extreme HumilityChristus, opgetreden als hogepriester der goederen, die gekomen zijn, is door de grotere en meer volmaakte tabernakel, niet met handen gemaakt, dat is, niet van deze schepping en dat niet met het
bloed van bokken en kalveren, maar 
met
Zijn eigen bloed eens voor altijd binnengegaan in
het heiligdom,
waardoor Hij een eeuwige verlossing verwierf.
Want als [reeds] het bloed van bokken en stieren en
de besprenkeling met de as der vaars hen, die verontreinigd zijn, heiligt,
zodat zij naar het vlees gereinigd worden,
hoeveel te meer zal het bloed van Christus,
Die door de eeuwige Geest 
Zichzelf als                                                                                               een smetteloos Offer aan God gebracht heeft,
                                                                  ons bewustzijn reinigen van dode werken, om                                                                                de levende God te dienen?“.
                                                              Hebr.9: 11-14

De Grote en Heilige Vasten loopt ten einde.
En wanneer de Grote Vasten een strijd over een bepaalde tijdspanne omvat, dan
is dit tevens het geval met ons ​​leven.
De spanwijdte van het leven wordt ons gegeven als een strijd en zal niet voor eeuwig voortduren. De mens kan dit leven nu eenmaal niet onbeperkt voortzetten, want
zoals het de mensen beschikt is,
eenmaal te sterven en daarna het oordeel
“.
Hebr.9: 27
Aan het einde van ons leven, zullen we teleurgesteld zijn als we ons realiseren
dat we onvoldoende gestreden hebben.
Vorige week hebben we gehoord over de geestelijke Ladder.
Zullen we dan teleurgesteld zijn wanneer we tot de slotsom komen dat we bij
het beklimmen van de geestelijke Ladder, niet de hoogten bereikt hebben, die we dienden te bereiken?  Zullen wij de uiteindelijke vragen tijdens een gewetensonderzoek positief kunnen beantwoorden?
De Grote en Heilige weekWe zijn de afgelopen weken gericht geweest
om tijdens deze korte tijdspanne van
de Grote Vasten ons voor te bereiden op
de vervolmaking en de ziel zoveel mogelijk op
te maken om de gebeurtenissen van het Lijden, sterven en  de Opstanding van onze Heer Jezus Christus, die binnenkort plaatsvinden  te
kunnen gedenken.
Op dit punt aangekomen stellen we ons nog wat laatste vragen:
Heb ik vooruitgang geboekt?
Sta ik wat steviger
[of hoger?] op de geestelijk Ladder dan voorheen?“.
Of kunnen we misschien tot onze verbazing                                                                                       vaststellen dat we toch                                                                                                                             enige spirituele vooruitgang hebben geboekt.
Dan volgt de vraag: “Hoe weet ik vast te houden wat mij deze weken gegeven is?
Hoe richt ik m’n leven zo in dat ik niet opnieuw nalatig zal blijken en
verloren laat gaan wat ik zojuist heb verkregen?
En wanneer we de afgelopen weken geen vooruitgang hebben geboekt,
zullen we dan in staat blijken te behouden wat we voorheen al verkregen hadden?

Easter history, 5 part-icon, russianWe hebben onze hoop op God gevestigd, dat
Hij onze geestelijke vooruitgang zal blijven ondersteunen, zodat we onze strijd kunnen voortzetten en tegelijkertijd onderkennen we
de ernstige twijfels, omdat we onszelf maar al te goed kennen. We kunnen onszelf niet vertrouwen.
Steeds weer opnieuw dienen we ons te verontschuldigen als gevolg van
onze menselijke zwakheid.
Of misschien hebben we onszelf de limiet gesteld dat er geen echte beperkingen zijn.
We kunnen meer doen, maar we willen onszelf niet “overbelasten“.
We vergeten wat er op het spel staat.
We vergeten wat God in Zijn oneindige mededogen, voor ons heeft gedaan.
Onze Heer Jezus heeft Zichzelf voor ons zondaars overgeleverd.
Hij offerde Zijn bloed, opdat wij gezuiverd konden worden, genezen konden worden van onze passies die ons zo gemakkelijk op een zijspoor brengen en
we ons op zondige wegen begeven.

De lezing van vandaagDe lezing van vandaag stelt duidelijk dat
we ons geweten dienen te reinigen.
Het maakt ons  duidelijk dat
redding door het bloed van onze Heer tot ons komt;
Het bloed van Christus, Die
door de eeuwige Geest Zichzelf als een smetteloos Offer aan God gebracht heeft
“.
Hebr.9: 12
Paulus gaat verder met te zeggen dat het bloed van Christus ons geweten aanspreekt en
Heeft kunnen reinigen van dode werken, om de levende God te dienen“.
Hebr.9: 14

Dode werken t.o.v. de Levende God.
We kunnen de Levende God niet dienen met “dode werken”, hetgeen betekent met zonden. Onze zonden maken ons ziek, veroorzaken de ​​dood in ons, maken ons tot een onvolledig mens. Onze dode werken – onze zonden – scheiden ons van God, Hij Die
uit het niets – alles wat bestaat heeft geschapen en nog steeds schept.
Ze stuwen ons in de richting van het ‘niet-zijn’, in de richting van het niets, en
in tegenstelling tot wat de wereld regelmatig oppert, is niets ons meer “menselijk” of
het is “een grotere realiteit”.
Onze dode werken kunnen ons niet tot volledige mens maken.
Ze maken ons onaf, niets waard, ziek.
Ze maken ons ongeschikt om de ware Liefde Die enkel van God komt te ontvangen.
We hebben daarom een schreeuwende behoefte aan spirituele genezing.
Maar dan dienen we ons geweten te reinigen en
te verlangen dat we gezuiverd worden van de resultaten van het kwaad;
dan dienen we eveneens een gezond verlangen op te bouwen
naar dingen die God welgevallig zijn.

De Kerkvaders leren ons dat we ziek worden door de dode werken van de zonden, omdat
onze voorkeur uitgaat naar datgene wat ziekmakend is.
Je zou op z’n minst dienen te onderkennen dat de door ons gekozen weg niet goed werkt.
De Apostel Paulus beschrijft deze ziekte in zijn brief aan de Romeinen,
wanneer hij zichzelf, in nederigheid, de plaats van het treurende toekent en zegt,
Wat ik uitwerk, weet ik niet; want ik doe niet wat ik wens, maar
waar ik een afkeer van heb, dat doe ik
“.
Rom.7: 15
We willen doen wat juist is, maar we vallen iedere keer weer opnieuw omlaag.
Het lijkt er haast op dat onze natuur ons gewoon dwingt om dode werken te doen,
dat we datgene doen wat God onwaardig is.
Onze verlangens zijn ziek. We wensen de verkeerde dingen.
We kunnen deze eigenschap alleen maar overwinnen wanneer we dit bewust bijstellen en
alleen datgene verlangen wat God welgevallig is.

Twee voorbeelden van zo’n ongezonde voorkeur worden ons vandaag in beeld gebracht.
>> De eerste wordt in het Evangelie van vandaag gelezen.
Christus en zijn discipelen zijn op weg naar Jeruzalem.
Nu genieten de discipelen van de drukte om hen heen,
de leraar spreekt tot hen en zij geven Zijn woorden aan ons door.
Christus spreekt over de gebeurtenissen van Zijn Lijdensweg,
hoe in Jeruzalem de hogepriesters en schriftgeleerden Hem zullen veroordelen en
Hem aan de heidenen zullen overleveren, die Hem ter dood zullen brengen.
Maar daarna, zal Hij, op de derde dag, ​​uit de dood opstaan.
De H. Schrift vermeldt dat de discipelen “verbaasd waren“.
Wat is dat, nu, wat Hij zegt? Zou er niet een nieuw Koninkrijk komen?
Zou onze Leraar niet de nieuwe koning zijn, Die
ons zou redden van de tirannie van de Romeinen?
Dood en vervolgens de Opstanding? Wat is dit allemaal?
Niet alleen zegt de H. Schrift dat de discipelen “verbaasd” waren, maar
ook dat ze “bang” waren. Ze konden dit niet bepaald woorden van troost noemen.
Niettemin, en nogal verrassend, horen we van twee leerlingen
– de broers Johannes en Jacobos – die zelfs een ongezond verlangen kenbaar maken.
Ondanks de bovenmaatse woorden die ze hebben allemaal gehoord hebben over
het komende Lijden van onze Heer Jezus, komen ze uit voor een sterk verlangen om
de voorrang boven hun broeder-discipelen te hebben.
In het aards Koninkrijk denken ze dat Christus spoedig zal opstaan,
ze willen de eervolle posities innemen, de één links en de ander rechts van de Meester.
In het Evangelie van Mattheus wordt ons duidelijk gemaakt dat bij deze manier van inbreng het de moeder van de discipelen was die Jezus had gevraagd om een bijzondere ereplaats aan haar zonen te verlenen.          [“Dat nu echt een Joodse moeder” zo heeft een joodse bekeerling tot de Orthodoxie mij ooit verduidelijkt].
De andere tien leerlingen zijn verbolgen wanneer ze kennis nemen dat
de twee de macht over hen zouden willen verkrijgen.

Vóór de roemrijke Opstanding en nog vóór de Neerdaling van de Heilige Geest met Pinksteren, zien we hoe onvolmaakt de discipelen wel niet waren.
We zien wat voor behoefte zij hadden aan de genezing van de ziel.
De Zoon des mensen legt ze echter onverstoord uit wat
het betekent om een ​​dienstknecht van Christus te zijn.
In de wereld is de piramidestructuur bekend welke
met een driehoekvorm wordt aangeduid.
Boven in het midden van de driehoek staan de leidinggevenden.
De managers hebben gezag over de vele ondergeschikten.
Maar boven de managers staan de top-managers en deze senior managers
heersen weer over de managers en zo verder tot de top van de driehoek.
In de kerk wordt deze machtsstructuur echter omgekeerd.
Hier staan de vele ondergeschikten aan de top en
de weinige aan de top bevinden zich hier aan de onderkant, want
Christus zegt: “Wie onder u groot wil zijn, zal aller dienaar zijn“.
Want de Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden,
maar om dienstbaar te zijn en zijn leven te geven als losgeld voor velen“.
Matth.20: 28; Marc.10: 44,45
Lucas maakt dat duidelijk in de ontmoeting van Martha en Maria met Christus, waarbij er
ook gekozen wordt voor het beste gedeelte.
Luc.10: 40,41
Gedurende de Grote en Heilige Vasten, hebben we het gebed van de H. Ephraïm de Syriër gebeden. “Heer en Meester van mijn leven” en hebben we gebeden, “geef mij niet een geest van heerszucht“. De geest van heerschappij houdt een verlangen in om macht over je broeders uit te oefenen.
Maar Christus leert ons dat christelijke leidinggevenden zichzelf dienen op te stellen als dienaren van hun collega-dienaren.

Daarom zullen wij wanneer onze veeleisende houding is genezen, gaan verlangen wat het beste is voor anderen en niet voor onszelf. “Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen …”.

>> Het tweede voorbeeld van een ongezond verlangen wordt ons voorgehouden met
de heilige Maria van Egypte, wiens synaxis wij vandaag vieren.
Heilige Zosimas ontmoet de H. Maria in de woestijn.
Het gebed van de H. Zosimas tot God was dat hem een monnik in het beoefenen van de extreme ascese zou worden getoond die naar de verlichting werd geleid.
Hij vroeg zich af of er geen monnik bestond, die hem
in zijn ascetische inspanning zou hebben overtroffen.
H. Maria van Egypte, vlucht na haar diepgetroffen bekering bij de Kerkdeur de woestijn in om daar een ascetisch leven te gaan leiden.En hier ontmoet hij deze heilige, die leeft alsof ze geen lichaam bezit, die terwijl zij bidt in de lucht zweeft, die door de H. Geest kent vele dingen kent en daardoor helderziend is.
Deze vrouw, die nog niet eens monnik is, wordt
het onverwachte antwoord op zijn gebed.
Hij smeekt haar om haar levensverhaal te vertellen, hoe ze in de woestijn verzeild is geraakt en hoe
het kwam dat God haar bezocht en haar tot een heilige [volwaardig mens, op God gericht] maakte. Was ze ook van een klooster afkomstig? Een maagd die in de woestijn had verbleven vanaf haar jeugd? Wat was haar levensverhaal?

De H. Maria van Egypte waarschuwt de H. Zosimas dat het verhaal betreffende haar verleden niet erg stichtelijk [Verheffend] is. De H. Zosimas is het hier beslist mee oneens.
Hij wil dat hem de waarheid duidelijk wordt gemaakt en hij smeekt haar er zelfs om.

Dan krijgt hij, bijna met tegenzin, het trieste verhaal te horen van het leven dat de H. Maria van Egypte geleid heeft.
We horen hoe ze de vleselijke verlangens van haar tienerjaren volgde, altijd deed wat haar vlees genoegens zou verschaffen, zonder dat ze maar een ogenblik rekening hield met Gods wet.
Hoe meer ze haar verlangens volgde, hoe meer ze probeerde om haar onverzadigbare hartstochten te bevredigen, hoe meer ze probeerde de lusten van haar ziel te vervullen, hoe zieker haar ziel werd.

Later bleven haar ongezonde verlangens haar in haar leven van berouw in de woestijn achtervolgen. Ze benoemt dit als dat ze “gek werd van haar verlangens:
” Geloof me, vader, in de zeventien jaar dat ik in deze woestijn verbleef heb ik als met wilde beesten gevochten – zo was ik van de verlangens en passies doordrongen.
Dus zelf in de troosteloze woestijn werd de H. Maria van Egypte verzocht door ongezonde verlangens die haar tot dode werken aangespoorden,
hoewel ze juist naar de eenzame woestijn was gekomen om de levende God te dienen.
Laat ons eens stil staan hoe ze met haar “gekke verlangens” omging.
Laat ons eens vernemen hoe haar ziel zich omkeerde [Gr. μετάνοια, haar oorspronkelijke levenshouding veranderde]  en zij zich kon verbeteren.

Maar wanneer zulke verlangens in mij opkwamen ik sloeg mezelf op de borst en
bracht mijzelf de gelofte in herinnering, die ik had afgelegd, toen ik de woestijn introk.
In mijn gedachten keerde ik terug naar de icoon van de Moeder Gods [de Theotokos], Die
mij had ontvangen en ik riep haar in gebed toe.
Ik smeekte haar om de gedachten weg te jagen waarop mijn ellendige ziel dreigde te bezwijken.
En na dit lange tijd huilend te hebben volbracht, mijzelf iedere keer weer opnieuw op de borst te slaan, kreeg ik eindelijk licht te zien wat op mij en overal om mij heen leek te schitteren.
En na die hevige storm is er een blijvende rust op mij neergedaald.

Vele jaren lang worstelde de H. Maria van Egypte in de woestijn en riep tot God en de Moeder Gods. Ze huilde en sloeg haar borst.
Ze volgde de heilige profeet Koning David die zegt:
Ik stort mijn gebed uit voor Uw aangezicht;
voor Uw aanschijn klaag ik mijn nood.
Mijn geest ging uit mij heen,
maar Gij, Heer, kent mijn wegen.
Op de weg die ik gaan moest
hadden zij een valstrik voor mij verborgen.
Tevergeefs wendde ik mij naar rechts om een verdediger,
maar er was niemand die mij wilde kennen.
Vluchten was mij onmogelijk;
er was niemand die zich om mijn leven bekommerde
“.
Psalm 141 [142]: 2 -6
En de vrede van God, die alle verstand te boven gaat,
heeft haar hart en gedachten in Christus Jezus behoed
“.
Phil.4: 7
Op deze, op de H. Schrift beschreven manier, werd haar verlangen genezen.
Door zichzelf met geweld aan de H. Geest te onderwerpen,
door haar hart en verlangens voor God en Zijn meest zuivere Moeder uit te storten,
verdween haar verlangen naar dode werken.
– Ze werd genezen, en zij verkreeg datgene wat “goed en verkwikkend is voor de ziel”.
– Ze wenste God met heel haar hart te dienen.
– Ze kreeg zo’n spirituele vooruitgang dat ze los kwam van de aarde en zweefde.
– Ze beklom gestaag de geestelijke ladder [van de H.  Climacos] en twijfelde niet, omdat
ze in haar streven en haar bedoelingen volhardend was gebleven.
– Zij heeft in eenzaamheid geworsteld en zij heeft gevast en gebeden.
– Ze bleef standvastig, want God gaf haar een nieuw verlangen welke haar “bizarre                   verlangens” overtroffen en haar ziekte werd overwonnen.
– Ze werd een nieuwe schepping en verlangde met geheel haar hart, datgene te doen wat       God van haar verlangde.
H Silouan, de AthonietZoals de heilige Silouan de Athonite hierover zegt:
De ziel die zo ver is gekomen om
God volledig te leren kennen,
verlangt niets anders meer en 
wil zich ook niet meer hechten aan alles wat zich op de aarde bevindt;
wanneer je hem een koninkrijk aan zijn voeten legt,
zou hij het niet wensen, want
de Liefde van God geeft zo’n zoetheid en vreugde aan
de ziel, dat 
zelfs het leven van een koning haar niet langer enige zoetheid kan schenken“.
H. Silouan, de Athoniet uitgeverij AXIOS
ISBN 90-72666-03-8

Dus waarom komt het dat we niet die dingen van God                                                                     kunnen aanvaarden zoals het hoort?
Waarom kunnen wij niet toegeven aan het ware en vurig verlangen om
God en onze naaste lief te hebben, om te bidden, te vasten,
te doen wat welgevallig is in de ogen van God ?
Heer. verander mijn hart . . .Waarom komen er niet steeds christelijke gedachten in ons op en doen we dingen waar we later spijt van krijgen?
Kortom, waarom zijn we dan niet in staat
de genezing van God te verkrijgen, waar
we zo naar verlangen?
Ons antwoord zal zeker dienen te zijn dat
we gewoon niet hard genoeg ons best doen.
We dienen een begin te maken.
Neem een voorbeeld aan
de heilige Maria van Egypte hoe zij tot
verandering kwam en hoe zij met haar leven een nieuw begin maakte.
Zij bevond zichzelf in Jeruzalem en zij wenste, in de overvolle menigte die er verzameld was, om alleen nog het Leven-schenkende Kruis van de Heer te aanbidden.
Maar toen ze probeerde de kerk binnen te komen, hield een onzichtbare kracht haar tegen.
Maar ze bemerkte dat ze niet opgaf.

>>> Voor een keer in haar leven maakte zij een goede keuze <<<

Ze wilde het Groot en Heilig Kruis met het Godsvolk aanbidden –
maar hoewel ze het keer op keer probeerde, werd haar de toegang tot de heilige tempel ontzegd. Daarop, bemerkte ze op een icoon de Moeder Gods en smeekte onder tranen:
O Vrouwe, Moeder van God, Die ontstond God het Woord in het vlees ontving,
weet dat ik, heel goed besef, dat er aan mij geen eer of lof valt te behalen.
Ik ervaar mijzelf als ontzettend onrein en verdorven wanneer ik naar uw icoon kijk ,
O aller-zuiverste maagd, die uw lichaam en geest in zuiverheid hadt bewaart om Hem te ontvangen. Terecht doe ik haat en walging opkomen voor het aangezicht van uw maagdelijke zuiverheid.
Maar ik heb gehoord dat God Die in U verwekt werd mens is geworden om
zondaars  tot bekering te roepen.
Kom mij redden, want ik heb geen andere hulp.
Verzorg dat de ingang tot de Kerk voor mij wordt geopend.
Sta mij toe om het eerbiedwaardige Hout, de levensboom, waarop Hij Die in het vlees heeft geleden en waarop Hij Zijn heilige Bloed vergoot voor de verlossing van zondaren en voor mij, onwaardig als ik ben.
Wordt mijn trouwe getuige voor uw zoon, dat ik nooit meer mijn lichaam zal bezoedelen door de onzuiverheid van de ontucht, maar dat ik zodra ik de Boom van het Kruis heb aanschouwd de wereld en haar verleidingen zal af zweren en zal gaan waar Gij mij zult heenleiden
“.
Daarna werd haar verzoek ingewilligd en kon zij de Kerk vrij, zonder tegenwerking betreden. De onzichtbare kracht die haar had tegengewerkt, werkte nu met haar mee.
Ze vereerde het kostbaar Hout van het Kruis met de andere christenen aldaar,
bezocht al de heilige plaatsen van Jeruzalem en vervolgde daarop, versterkt en verrijkt,
haar weg naar haar nieuwe berouwvolle leven aan de overkant van de rivier de Jordaan.

Via Maria van Egypte ontdekken we hoe we in de woestijn van ons leven
een nieuw begin kunnen maken.
We proberen het beter te doen en zullen ongetwijfeld falen.
We vallen en halen onszelf overeind.
call the Theotokos, Iviron icon on a stampMaar om aan de genezing, die afkomstig is van
werkelijke bekering, te beginnen, dienen we
tot God en tot de Allerheiligste Moeder Gods te roepen.
Het is zeer passend om in deze tijd aandacht te schenken aan de Al-heilige, Moeder Gods, de Theotokos, en altijd maagd Maria.
Toen de H. Maria van Egypte in Jeruzalem was, zagen
we hoe gemakkelijk de Moeder Gods het gebed van
Maria van Egypte onder de aandacht van de Jezus bracht.
We zien hoe vaak de H. Maria van Egypte in de woestijn, door de Al-heilige Maagd werd geholpen; hoe iemands gebeden tot Gods troon te laten doorklinken.
Door de voorspraak van de Moeder Gods, werd Maria van Egypte gered van een leven van zonde en verderf.
Zij zal ons ongetwijfeld net zo redden.
De Moeder van God ontfermt zich over ons zondaars.
Hebben de dode werken ons verziekt? Zijn we verdrietig? Zijn we moedeloos?
Hebben we het gevoel dat ons gebed niet wordt gehoord?
Ervaren we problemen met het om een goed verlangen om te bidden op te bouwen?
Zijn wij het die nog altijd in zonde vervallen?
Hebben we iemand nodig om een ​​nieuw begin te maken?
Bij deze genoemde punten, is het hoog tijd om de Moeder Gods aan te roepen!
Ze houdt van de mensen en zorgt voor de meest wanhopige zondaars en
Zij zal met tedere zorg voor u en mij zorg dragen.
En niet alleen de Allerheiligste Moeder Gods, maar ook al de heiligen, de engelen,
onze beschermengel, onze patroonheilige:
allen wachten ons op om ons bij vragen te hulp te snellen.
Dit is hoe we een begin kunnen maken:
<< door God om hulp te vragen via de Moeder Gods en de heiligen >>.
De Moeder van God hielp de heilige Maria van Egypte en Zij heeft mij kunnen helpen en
zal ook jou kunnen helpen. Laten we dat niet vergeten.

Nu de Grote Vasten ten einde loopt dienen we haar unieke mogelijkheid om
ons geestelijk leven opnieuw in te stellen niet uit het oog te verliezen,
want op een dag zal ook ons einde naderen net als voor een ieder van ons hier vandaag.
Het lijkt misschien niet gepast om te praten over een nieuw begin aan het einde van de Grote Vasten, maar vooral in het geval van je eigen geestelijk leven, is het beter laat dan nooit. Het laatste uur van ons leven komt iedere dag een stukje dichterbij.

Apolytikion         tn.8
In U, o Moeder, werd duidelijk gered Gods evenbeeld,
want nadat gij het Kruis aanvaard hebt om Christus na te volgen,
leerde gij door uw voorbeeld om het vergankelijk vlees te verachten,
maar te zorgen voor de ziel die onsterflijk is.
Daarom, o heilige Moeder Maria
verheugt zich uw geest met de Engelen“.

Orthodoxie & de H. altijd-Maagd-gebleven, Moeder Gods

Father John Hainsworth sermonVorige jaar gaf ik voorafgaand aan het feest van de Geboorte van Christus
een lezing over een van de grondslagen van het Christelijk geloof:
de Maagdelijke Geboorte van Christus.
Dit verliep allemaal vlekkeloos totdat
ik in aan de zinsnede kwam van de
altijd-Maagd-gebleven” onder verwijzing naar de Moeder van onze Heer.
Iemand stelde daarop de vraag:
Wat heeft u eigenlijk bedoeld met het feit dat  Maria na de geboorte van Jezus maagd is gebleven?“.
Ik zei ja, dat is wat de Orthodoxe Kerk ons leert.
De gezichten van het publiek betrokken en de blik van verraste verbijstering
was op ieders gezicht af te lezen
Het wonder van de Geboorte uit een Maagd is nog te begrijpen, maar
een levenslange onthouding van seksualiteit is ondenkbaar?
Dat zou onmogelijk zijn!

kloosterlingen en ascetenHet leven van kloosterlingen en asceten door de geschiedenis heen en die
over de gehele wereld verspreidt leefden
zijn een duidelijke getuigenis van het feit
dat dit uiteraard en natuurlijk mogelijk is.
Seksuele reinheid is slechts
één van de vele uitdagingen voor deze spirituele krijgers en voor velen en misschien wel de meeste van hen is
het nog niet eens de grootste.
De orthodoxe gelovigen hebben hier geen                                                                                           enkele moeite mee,
het altijd-Maagd-gebleven zijn van Maria een onontkoombaar feit en
een alternatief is gewoon ondenkbaar.
Maar waarom zou dit zo noodzakelijk worden geacht?
Waarom zouden wij niet op de gedachte komen dat Maria
[die net als iedereen getrouwd was]
niet een “normaal” huwelijksleven zou hebben gevolgd?

Een consistente en ononderbroken Traditie
De vraag kan ook worden omgekeerd.
Waarom zouden we niet geloven in haar altijd-gebleven-Maagdelijkheid?
De Oosterse Kerken is tweeduizend jaar lang standvastig geweest en
heeft onafgebroken getuigd van de eeuwige maagdelijkheid van de Theotokos,
sterker nog vertoont nog steeds geen tekenen van enige moeite met dit begrip.
In het Westen bleef dit idee tot laat in de Reformatie grotendeels onbetwist;
zelfs Luther en Calvijn hebben deze Traditie zonder discussie aanvaard.

Er zou uiteraard gesuggereerd kunnen worden:
a.]. dat de traditie over haar eeuwige maagdelijkheid
na de apostolische tijd had kunnen zijn ingevoerd;
b.]. dat deze traditie ongemerkt zou door de Kerk na de apostolische tijd zijn gegaan welke
in de greep van het onomstotelijk alles aanvaarde wat in het eerste millennium werd verkondigd;
c.]. dat dergelijke nieuwe traditie inconsequent genoeg was om zonder discussie voorbij kon gaan
voordat het als alom verkondiging diende te worden beschouwd en;
d.]. dat een dergelijke traditie geen waarneembare literaire of geografische herkomst zou dienen te hebben en toch heel vroeg in de geschiedenis van de Kerk universeel geaccepteerd zou zijn,
zou een zeer onwaarschijnlijke hypothese vormen.

Speciaal voor God bestemd
Het betoog tegen de eeuwige maagdelijkheid van Maria
is om een andere reden ongeloofwaardig, om nog niet te zeggen
ondenkbaar door iemand die alleen maar de indruk zou wekken:
> dat noch Maria noch haar beschermer, Joseph, het ongepast zouden hebben geacht
om een seksuele relatie te hebben na de Geboorte van God in het vlees.
> Dit nog afgezien van een tijdstip omtrent de volledige uniciteit van de
Menswording van de Tweede Persoon van de Drie-eenheid,
> Hierbij dient voor de geest te worden gehaald dat
het tot de praktijk voor vrome Joden in de oude wereld behoorde zich te onthouden van
seksuele activiteiten na iedere grote manifestatie van de Heilige Geest.

Philo of AlexandriaEen populair rabbijnse Traditie
uit  het begin van de eerste eeuw
[allereerst vastgelegd door Philo, die leefde van 20 vóór Chr. – 50 na Chr.]
> merkt op dat de profeet Mozes “zich afzonderde” van
zijn vrouw Zippora, toen hij terugkeerde van zijn ontmoeting met God in de brandende struik;
> Een andere rabbijnse Traditie, vertelt dat, met betrekking tot de keuze van de oudsten van Israël in Numeri 7, nadat God onder hen gewerkt had, een man uitriep: “Wee de vrouwen van deze mannen!“;
Ik kan me niet voorstellen dat de man links van hem hierop antwoordde:
Hé, Jan, Piet of Klaas wat bedoel je daarmee?“.
De betekenis van deze uitspraak zou voor iedereen onmiddellijk duidelijk zijn geweest.
Of deze verhalen betrekking hebben op werkelijke gebeurtenissen of niet,
ze geven uitdrukking aan de volks-devotie in Israël ten tijde van de Geboorte van Christus.
Die cultuur begrepen de maagdelijkheid en de onthouding niet louter als een afwijzing
van iets prettigs, iets wat aangenaam is – Maar de vraag is met welk doel? –
Het doel was dat als iets of iemand van nature in beslag wordt genomen door God,
dat de mens wiens leven door de Geest van de Heer [over de wateren]
werd ingewijd om als ​​schip te worden omgevormd als redding voor Gods Volk.
De tussenliggende eeuwen van sociale, religieuze en filosofische conditionering
hebben ons wantrouwen gevoed omtrent maagdelijkheid en kuisheid
op dusdanige wijze waarop het bij niemand maar dan ook werkelijk niemand
in de tijd van de Heer zou zijn opgekomen.

Maria ontmoet haar nicht Elisabeth, in de periode dat beiden zwanger zijnMaria werd als de draagster, het voertuig
voor de Glorierijke Heer Zelf beschouwd,
een vervoermiddel duizend maal duizend keer
grootser dan de Gouden Koets en
droeg Christus in het vlees,
Hij, Die de Hemel noch de aarde ooit zal kunnen bevatten.
Zou dit niet de grond aanvaardbaar maken om haar leven, met inbegrip van haar lichaam te overwegen, als
toegewijd zijn aan God en onze Heilige God,
Heilige Sterke en Heilige on-sterflijke alleen?
Of is het meer aannemelijk dat
wij dit allemaal aan de kant dienen te schuiven en
voort te gaan met het maar te houden op de
huis, tuin en keuken manier, wat
ons het meest gebruikelijk lijkt?

Tempelgang van de Moeder Gods, 21 NovemberDenk hierbij aan de poëtisch parallelle
gebeurtenis over de binnenkomst van  de Heer door de Oostelijke poort van de tempel
[in Ezechiël 43 en 44] waarbij
wij worden opgeroepen:
En de Heer zei tot mij:
Deze poort zal gesloten blijven;
zij zal niet geopend worden en niemand mag daardoor binnengaan, want
de Heer, de God van Israël,
is daardoor binnengegaan;
daarom moet zij gesloten blijven
“.
Ezechiël 44: 2

  1. Joseph, de Verloofde van de Moeder Gods.
    Saint Joseph, verloofde van de Moeder GodsEn dan is er nog de overweging van
    het karakter van de H. Joseph.
    Hij was overtuigd en zeker over het feit dat zijn verloofde een wonderbaarlijke conceptie en
    geboorte had ondergaan [welke door de engel in droom-visioenen werd bevestigd] en
    de aanblik van de vleesgeworden God in
    het gezicht van het kind Christus is voor hem méér dan genoeg geweest om hem ervan te overtuigen dat
    zijn huwelijk afwijkend van de norm
    dient te worden beschouwd.
    Binnen het door hem geliefde lichaam van Maria
    had de tweede Persoon van de Drie-eenheid Zijn woning gevonden.
    Als het aanraken van ‘de-ark-van-het-Verbond’ aan Uzza het leven heeft gekost en
    wanneer op die wijze de wetsrollen, de Psalmen en de Profeten zelfs werden vereerd,
    zou zeker Joseph, de godvrezende man, die hij was, niet hebben gedurfd noch
    hebben gewenst Maria ook maar seksueel te benaderen.
    Haar, Die de uitverkorene was van Israël, de Troon van God, benaderen
    om zijn menselijke “echtelijke rechten” op te eisen!

de broeders des Heren
H. Apostel Jacobos, broeder des Heren - 1e Patriarch van Jerusalem, 23 OctEr zijn verschillende vragen
die op basis van de Schrift regelmatig worden aangevoerd,
veelal door personen die nogal sceptisch doen over de leer van de altijd-Maagd-gebleven, Al-heilige Moeder Gods.
De eerste van deze betreft de passages waarin
expliciet wordt vermeld dat de Heer “broers” bezat.
Er zijn negen van deze passages:
John.2: 12 en 7: 3-5;
Matth.12: 46-47 en 13: 55-56;
Marc.3: 31-32 en 6: 3;
Luc. 8: 19-20;
Hand.1:14 en
1Cor.9: 5.

Het Griekse woord dat in al deze passages voorkomt en
in het algemeen vertaald wordt als “broeder” is αδελφός [adelphos].
De Septuagint, de Griekse vertaling van
de Hebreeuwse Geschriften van de apostelen [afgekort LXX]
bevat specifieke woorden voor “neef”, met name
αδελφίνος [adelphinos] en ανεψιός [anepsios],
maar deze worden zelden gebruikt.

Het minder specifiek woord αδελφίνος [adelphos],
wat “broer”, “neef”, “neef”, “geloofsgenoot” of “landgenoot” kan betekenen
wordt in de Septuagint consequent gebruikt, zelfs
wanneer de neef of bloedverwant duidelijk de beschreven relatie blijkt te zijn
[zoals in Gen.14: 14,16; 29: 12; Lev.25: 49; Jer.32: 8,9,12,Tob.7: 2, etc.].
Lot, bijvoorbeeld, die de neef was van Abraham [Gen.11: 27-31],
wordt zijn broer genoemd in Gen.13: 8 en 11: 14-16.
Het punt is dat het meest gebruikte Griekse woord voor een mannelijk familielid,
αδελφίνος [adelphos] kan worden vertaald als “neef” of “broer”,
indien er geen specifieke familie relatie zou zijn opgenomen.
Is er ergens een duidelijke verklaring in de Schrift om aan te nemen
dat de ‘broeders’ van Jezus als letterlijk
de kinderen van Maria kunnen worden beschouwd?
Een dergelijke verklaring bestaat gewoon niet.
Nergens wordt Maria expliciet vermeld als zijnde de moeder van Jezus ‘broers‘.
De formule om in het algemeen te spreken over de familie van de Heer is
“Zijn moeder en zijn broeders”.

In Marcus staat het bezittelijke voornaamwoord van αυτόν [=anavtou] – “van Hem”,
vóór beide “Zijn moeder” en “Zijn broeders” en maakt daardoor een duidelijk onderscheid.
In Handelingen 1:14, is het onderscheid nog duidelijker:
“ Maria, de moeder van Jezus, en Zijn broeders.”
Sommige manuscripten gebruiken het voorvoegsel συν [syn] – “ met, mede, in gezelschap van”,
op die manier wordt de tekst zo gelezen:
Maria, de moeder van Jezus, in gezelschap van Zijn broeders”
In ieder geval wordt Maria  nergens geïdentificeerd als de moeder van Jezus’ broeders
[noch zij als haar kinderen], maar enkel als de Moeder van Jezus.

De Betekenis van “Tot”
'En de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, zal uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren' [Phil 4, 7]Een ander bezwaar
tegen het idee van ‘de altijd-Maagd-gebleven’ is
dat de Schrift het woord “totdat” of “tot”
gebruikt in Matth.1: 25:
“…en hij had geen gemeenschap met haar,
voordat zij een zoon gebaard had”.
Waar in het nederlands het woord “tot, totdat, voordat” [gr.: έως, eos; ή, ou] gebruikt wordt betekent het, dat er daarna mogelijk iets verandert,
is dit in de oude talen van de Bijbel
helemaal niet het geval.
Als we bijvoorbeeld kijken in Deut.34: 5,6; 2Sam.6: 23; Ps.72: 7, en 110: 1 [door Jezus uitgelegd in Matth.22: 42-46], Matth.11: 23 en 28: 20, Rom.8: 22 en                                                                                    1Tim.4: 13,
om maar een paar voorbeelden te noemen, zullen we zien, dat
in deze teksten met het woord “tot” niet noodzakelijk een verandering aanduidt.
Als dat het geval zou zijn, dan is het blijkbaar zo zijn, dat Jezus op een gegeven ogenblik
op zal houden met aan de rechterhand van de Vader te gaan zitten
en dat Hij op een zekere ongelukkige dag in de toekomst
de Kerk aan haar lot zal overlaten!

Dus het gebruik van “voordat = tot” in Mattth. 1: 25, is zuiver en alleen om aan te tonen,
dat Christus door de Heilige Geest en Maria vleesgeworden is,
niet ontvangen door Jozef en Maria, aangezien
zij geen “gemeenschap” met elkaar hadden “voordat” zij een zoon gebaard had.
Als men deze vertaling  letterlijk neemt,
– dus dat Jozef en Maria’s maagdelijke verhouding na de geboorte veranderde – ,
dan ontstaat er een ander  groot probleem:
dan zou de lezer dienen te geloven, dat Mattheüs de mens uitnodigt
tot een her overweging van de sexuele echtelijke activiteiten.
Dit is op zijn minst gezegd zéér twijfelachtig.

De betekenis van de “eerstgeboren”
Jesus Christus Pantocrator, ''De Wijnstok''Een ander bezwaar kan gegrond zijn op
het woord de “eerstgeboren”,
in het grieks πρωτότοκος [prototokos].
Het probleem is hier ook weer, dat
de betekenis van het griekse woord niet identiek is
aan die van het nederlands en engels.
Het nederlandse “eerstgeboren” betekent
gewoonlijk [hoewel niet altijd], dat er nog
meer kinderen uit het huwelijk zijn voortgekomen.
Bij prototokos is die vanzelfsprekendheid er niet.
Bijvoorbeeld in Hebr. 1: 6 kan het woord prototokos met betrekking op de Vleeswording van het Woord van God niet betekenen, dat er ooit een tweede Woord van God
is geboren!

Nergens wordt de term gebruikt om er alleen maar
de opvolging van geboorten mee aan te tonen;
in tegendeel in Rom.8: 29; Col.1: 15,18; Hebr.11: 28 en 12: 23 en in Openbaring 1: 5 wordt
de titel gegeven aan Jezus als de bevoorrechte en wettelijke Erfgenaam van
het Hemels Koninkrijk is, op die manier wordt bevestigd, dat
Hij werkelijk “de eerste is in alle dingen”.
Voor onze moderne oren zou het misschien beter zijn om
het woord πρωτότοκος te vertalen met “erfgenaam”, welk
net zo zwijgzaam is over het onderwerp van meer kinderen en
dezelfde legale en poëtische kracht heeft als welke
wordt bedoeld met het het woord “eerstgeboren”.

Vrouw, zie uw zoon.
Hij droeg de zorg voor Zijn Moeder over aan JohannesOok dienen we rekening te houden met de ontroerende tekst van het Evangelie van Johannes. Waarin de Heer Zijn Moeder overgeeft in de handen van Johannes, terwijl Hij aan het Kruis sterft. Waarom zou Hij dat gedaan hebben, als zijzelf nog andere kinderen had, die
voor haar konden zorgen?
De Joodse gewoonte was, dat de zorg voor een moeder toekwam aan
het tweede kind als de eerstgeborene stierf, en
als de weduwe geen ander kind had, moest ze voor zichzelf zorgen.
Dus aangezien ze zonder kinderen is, geeft haar Zoon haar over aan
de zorg van Zijn geliefde discipel, Johannes de Theoloog.

De vrouwen aan het Kruis en de identiteit van de Broeders van de Heer.
Wie zijn dan precies “de broeders van de Heer”,
indien het geen kinderen zijn van Maria, Zijn Moeder?
[Hier kan ik gelukkig gebruik maken van wat vader Lawrence Farley
beschreven heeft in zijn boek Het Evangelie van Marcus, de lijdende dienstknecht.
Blz. 85-87, Conciliar Press, 2004]

Een nauwkeurige studie over de vrouwen aan het Kruis
levert een aannemelijk antwoord op.
> In Matth.27: 55-56 wordt gezegd, dat het waren:
1. Maria van Magdala [Magdalena];
2. De moeder van de zonen van Zebedeüs;
3. Maria, de moeder van Jacobus en Joses [een variant van de naam Joseph].
> In de paralleltekst in Marcus 15: 40 en 41, staat dat de vrouwen waren:
1. Maria van Magdala [Magdalena];
2. Salome;
3. Maria, de moeder van Jacobus de jongere en Joses.
> In Johannes 19: 25, staan de vrouwen te boek als:
1. Maria van Magdala [Magdalena];
2. De Moeder van Christus;
3. De zuster van Zijn moeder, Maria, de vrouw van Cleophas.
Voor onze doeleinden zouden we ons moeten concentreren op de vrouw , die
door Mattheüs Maria, de moeder van Jacobus en Joses genoemd wordt, en
door Marcus, Maria, de moeder van Jacobus de jongere en Joses en
door Johannes in zijn opsomming “Zijn moeders zuster, Maria, de vrouw van Cleophas”.

Woman at the CrossLet wel op dat in Mattheüs de namen “Jacobus en Joses” al eerder genoemd werden.
Inderdaad, de manier waarop Mattheüs “Maria moeder van Jacobus en Joses” noemt in Matth.27: 55 suggereert, dat hij deze Jacobus en Joses al eerder genoemd heeft, wat hij ook werkelijk deed.
In Matth. 13: 55 lezen we dat de “broeders” van onze Heer “Jacobus, Joses, Simon en Judas” zijn.
Op dezelfde manier worden ook in het Evangelie van Marcus “ Jacobus en Joses” genoemd
alsof we al weten wie dat zijn, en dat doen we ook uit Marc.6: 3, waar “Jacobus, Joses, Simon en Judas” beschreven staan.

Het lijkt zonder twijfel, dat de Maria bij het Kruis in Mattheüs en Marcus
de moeder is van de “broeders” van de Heer, “Jacobus en Joses”.
Ook is het ondenkbaar, dat Mattheüs en Marcus over
de Moeder van de Heer aan de voet van het Kruis zouden schrijven als
de moeder van Jacobus en Joses, maar er niet bij zeggen, dat
zij eveneens de Moeder van Jezus is!

Als dit het geval is, zoals de Schrift aangeeft, dat Maria, de vrouw van Cleophas, dezelfde
is als de moeder van Jacobus en Joses, volgt daaruit:
dat de Theotokos een “zuster” had, die getrouwd was met Cleophas en
die de moeder was van Jacobus en Joses, de “broeders” van onze Heer.
Hier behoort direct de vraag op te komen over de relatie van
de Theotokos met deze Maria: wat voor soort “zuster” is zij dan?

Nazarene Jewish ChristianityHegisippus, een joodse Christen, geschiedkundige,
die volgen Eusebius, “behoorde tot de eerste generatie
na de apostelen” en die vele Christenen uit die apostolische gemeente ondervroeg ten behoeve van zijn geschiedenis, schrijft, dat Cleophas de broeder was van Jozef, de beschermvader van Christus.
Als dit zo is [en Hegisippus wordt algemeen beschouwd als zéér betrouwbaar], dan is “Maria, de vrouw van Cleophas, de “zuster” van de Heilige Maagd,
haar schoonzuster.

Daarmee past de puzzel precies in elkaar.
Jozef trouwde met de Maagd Maria, de Theotokos, Die Christus baarde, Haar enige Kind,
Die Haar Maagdelijkheid behield en geen andere kinderen kreeg.
Joseph’s broeder, trouwde met een vrouw, die ook Maria heette, die
de kinderen Jacobus, Joses, Simon en Judas en ook nog dochters had.
Deze kinderen waren de “broeders” van onze Heer
[hier gebruiken we de uitdrukking van Israël, die zoals we gezien hebben,
geen verschil maakt tussen broeders en neven, maar ze allemaal “broeders” noemt]

Mattheüs en Marcus, die gericht zijn op de familie van de Heer
[Matth.13: 53 enz. en Marcus 6: 1 enz.] verwijzen
op een natuurlijke manier naar Cleophas’ vrouw Maria als
“de moeder van Jacobus en Joses”.
Johannes daarentegen wijst op de Moeder van onze Heer [John.2: 1 enz.] en
op dezelfde natuurlijke manier naar deze zelfde vrouw als
“Zijn moeders zuster, Maria, de vrouw van Cleophas”.
Maar het is duidelijk dat er door alle drie de Evangelieschrijvers
op dezelfde vrouw gewezen wordt.

Dit is de beste reconstructie, die er gemaakt kan worden,
met bewijsmateriaal uit de Schrift en de geschiedenis.
Hoewel er ook andere reconstructie bestaan,
vertonen die allen zéér zwakke plekken.

classical greek educationWaarom is het altijd-Maagd-gebleven zijn van
Maria, de Moeder Gods, de Theotokos zo belangrijk?
Sommige mensen zullen zeggen, dat ook al wordt het bewezen, het het altijd-Maagd-gebleven zijn van Maria niet van wezenlijk belang is voor het verkondigen van het Evangelie en dat is tot op zekere hoogte ook waar.
In wezen verkondigt de Orthodoxe Kerk
het Evangelie, de Blijde Boodschap van Jezus Christus.
Dit is onze boodschap, onze reden van bestaan, het beginsel van ons christelijk leven.
Leren over Maria is iets voor de ingewijden,
degenen, die het Evangelie al aangenomen hebben en
zichzelf aan Christus hebben overgegeven en dienstbaarheid betonen in Zijn Kerk.

Dit is zo omdat hetgeen Maria ons leert over de Vleeswording van het Woord van God,
ons vraagt eerst de vleeswording te accepteren.
En als we dat doen, dan wordt haar maagdelijkheid,
niet alleen na de geboorte, maar ook ervoor,
– en eigenlijk haar hele leven – op zichzelf al
een bron van lessen over leven in Christus en
de Glorie van God, die wij in onze diensten bezingen.
Annunciation, church of Saint Clement Ohrid, MacedioniaZelf heeft ze dat inderdaad ook gezegd.
Bij de vermelding dat
van nu af zullen alle geslachten mij zalig prijzen”,
was Maria niet ijdel en over haar bijzonderheid en
aan het opscheppen, maar zij verklaarde daarmee
het wonder, dat zich in haar leven voor altijd  en
tot in eeuwigheid heeft geopenbaard,
de Glorierijke overwinning van God in
Zijn Zoon Jezus Christus.

Wat we kunnen leren dat Maria’s
eeuwige maagdelijkheid na de geboorte van Jezus Christus, op zichzelf volkomen vervullend is.
Maria behoefde geen actief sexueel leven te hebben,                                                                      of meer kinderen, om compleet verzadigd te zijn.
Familie, carriére, geld, reputatie, succes en zelfs iedere soort gebrek,
zijn niet nodig om werkelijk gelukkig en een volkomen leven op aarde te hebben.
Christus is gekomen om ons – HET LEVEN – te schenken en
dat heeft Hij meer dan overvloedig gedaan.
Daarom wanneer wij Christus in ons leven geboren laten worden en
Hem volgen tot zelfs aan het Leven-schenkende Kruis toe,
zullen we begrijpen waarom Maria niet meer kinderen nodig had
of succes moest bereiken of een goede reputatie.
We zullen het begrijpen en meedelen in Maria’s ongeëvenaarde blijdschap.
We zullen zien dat haar eeuwige maagdelijkheid een uitdrukking is
van haar eeuwige vreugde – haar eeuwige maagdelijkheid,
haar eeuwige blijdschap, haar eeuwige vervulling.

Theotokos, zij die naar haar Zoon wijstMaria was niet toevallig een draagster [een ark] van God;
haar rol in onze Verlossing was zelfs al vanaf het begin van alle eeuwen voorbereid.
De  gehele geschiedenis van Israël, de Aartsvaders, de Psalmen, het geven van de Tien Geboden
– kwamen samen in een jonge vrouw, die
antwoordde op de manier waarop heel Israël altijd al had moeten antwoorden en
zoals van ons allemaal vanaf nu verwacht wordt:
Zie, de dienstmaagd des Heren,
mij geschiede naar Uw Woord”.

Maar haar doel in de geschiedenis van de Verlossing eindigde daar niet.
Zij werd niet weggestopt als een ding wat men ongebruikt terzijde laat liggen.
Haar hele wezen en leven zouden tot in eeuwigheid zonder dralen wijzen naar haar Zoon.
We zien dit op de iconen waar Maria haar Zoon als een kind vasthoudt:
Hij zegent ons en zij wijst naar Hem.
Op de bruiloft van Cana in Galilea horen we haar woorden:
Wat Hij jullie ook zegt, doe dat”.
John.2: 5
Tijdens de kruisiging van haar Zoon staat ze dicht aan de voet van het Kruis,
deze keer zonder woorden, maar door haar weigering van Zijn zijde te wijken,
ook wat bij de aanblik een onmogelijke nachtmerrie leek.
Als wij het op ons nemen om deze trouw aan het eeuwige wijzen op God,
te evenaren, zullen we beginnen te zien, dat
Maria’s eeuwige maagdelijkheid, in feite haar eeuwige dienstbaarheid is, die
dezelfde waarde heeft en dus het ideale voorbeeld voor
onze eigen dienstbaarheid is.

Theotokos vraagt H. Lucas haar Icoon te schilderen, Mosaic van het Kykkos kloosterHet is belangrijk om de juiste verering
van de Moeder Gods te herstellen,
waaraan de Kerk van de Apostelen Zich altijd gehouden heeft, niet omdat de
altijd-Maagd-gebleven Moeder Gods
de grote uitzondering is, maar omdat zij, zoals een Orthodox Theoloog eens zei,
Zij is en blijft ons Grootste Voorbeeld”.
Deze verering wordt heel mooi in
een Orthodoxe Hymne uitgedrukt,
het vertelt ons over de eerste ontmoeting van de Aartsengel Gabriël met de Maagd Maria,
Die op het punt stond de ark van het nieuwe Testament te worden,
de Troon van God, het menselijk vlees, dat vlees verschafte aan het Woord van God.
Vert. cf. Vader John Hainsworth

4e Zondag van de Grote en Heilige Vasten – H. Johannes Climacos [ΑΓΙΟΣ ΙΩΑΝΝΗΣ ΤΗΣ ΚΛΙΜΑΚΟΣ] van de Sinaï, schrijver van de Geestelijke Ladder

Abraham sprak met GodWant toen God aan Abraham zijn belofte deed, zwoer Hij, omdat Hij bij niemand hoger kon zweren, bij Zichzelf, zeggende:
Voorzeker zal Ik u zegenen en zekerlijk u vermeerderen.
En zo, door geduld te oefenen, heeft deze het beloofde verkregen.
Want mensen zweren bij wie hoger is, en de eed dient hun tot bekrachtiging, als einde van alle tegenspraak.
Daarom heeft God, toen Hij des te nadrukkelijker aan de erfgenamen der belofte het onveranderlijke van Zijn raad wilde doen blijken,
Zich onder ede verbonden, 
opdat door twee onveranderlijke dingen, waarbij het onmogelijk is, dat God liegen zou, wij, die [tot Hem de] toevlucht genomen hebben,
een krachtige aansporing zouden hebben om de hoop te grijpen, die voor ons ligt.
Haar hebben wij als een anker der ziel, dat veilig en vast is, en
dat reikt tot binnen het voorhangsel,
waarheen Jezus voor ons als voorloper is binnengegaan
naar de ordening van Melchisedek hogepriester geworden in eeuwigheid“.
Hebr.6: 13-20

H. Johannes Climacos2Waarom viert de Kerk op de vierde zondag in de Grote en Heilige Vasten Johannes Climacos en niet, zoals vroeger, de Aartsvader en Patriarch Abraham?
In bovenstaande Apostellezing kun je nog de echo horen van dit oude gebruik. Inderdaad, toen het Ware Geloof zich begon te verspreiden,
werd het boek Genesis aan de catechumenen voorgelezen.
Zij kregen belangrijke instructies, die geput werden uit de aanvang van de Heilsgeschiedenis.
De schepping, de val van Adam, de uitdrijving uit het Paradijs, de moord van Kaïn op Abel, de bouw van de ark en de zondvloed en
vervolgens het verhaal van Abraham.
Hoe hij met zijn vrouw, zijn neef en zijn gehele hebben en houden zijn land verlaat en op weg gaat naar het Land, dat hem en zijn nageslacht door God beloofd werd.

Geloof, Hoop en Liefde
Melchizedek, koning & priester van de allerhoogste GodMelchisedek was koning van Salem en priester van de Allerhoogste God in  ‘Salem’ [= vrede], wat momenteel als het oude Jeruzalem [Hebr. ירושלים Jeroesjalajim] wordt aangeduid.
Volgens de plaatselijke legende was Melchisedek ook de stichter van Jeruzalem.
Toen Abram Lot had weten te bevrijden en weer op de terugtocht was, kwam de koning van Sodom hem tegemoet in de Sawevallei, ofwel de Koningsvallei.
De koning van Salem, Melchisedek, liet brood en wijn – een feestmaal – brengen.
Vervolgens vermeldt de Bijbelse tekst dat koning Melchisedek ook
priester van God was, van de Allerhoogste God.
En Melchisedek, de koning van Salem, bracht brood en wijn;
hij nu was een priester van God, de Allerhoogste.
En hij zegende hem en zei:
‘Gezegend zij Abram door God, de Allerhoogste, de Schepper van hemel en aarde,
En geprezen zij God, de Allerhoogste, die uw vijanden in uw macht heeft overgeleverd.
En hij gaf hem van alles de tienden’
“.
Een koning en een priester waaraan Abraham vervolgens 1/10 geeft van al wat hij verkreeg, waaruit blijkt dat Abram Melchisedek erkende als zijn meerdere.
De naam Melchisedek betekent ‘de koning is rechtvaardig’.
Al de eigenschappen bij elkaar, koning, priester, rechtvaardig en
de ‘Kerkbijdrage’, die Abraham deze rechtvaardige priesterkoning  betaalde
geeft ons toch het beeld van iemand door God gezonden [een engel].
Degenen die God liefhebben en naar Hem verlangen en zouden willen ontmoeten,
smeken Hem in zichzelf te mogen ervaren opdat ze zouden kunnen zeggen:
God is in ons door Zijn Heilige Geest“.
Zulke heldere zielen zijn Zalig, want van hun is het Koninkrijk der hemelen.
cf. Matth.5: 3
De Heer heeft ons lief gehad en Zich aan de eed gehouden, die
Hij onze  vaderen gezworen heeft,  Hij heeft ons met een sterke hand uitgeleid en
ons verlost uit het diensthuis, uit de macht van Farao [duivel], de koning van Egypte [de wereld], opdat wij zouden weten, dat de Heer, onze God, de enige God is,  de trouwe God,
Die het verbond en de goedertierenheid houdt jegens wie Hem liefhebben en
Zijn geboden onderhouden, tot in duizend geslachten“.
Deut.7: 8,9
Vader, hetgeen Gij Mij gegeven hebt –
Ik wil, dat, waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn, om
Mijn heerlijkheid te aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt,
want Gij hebt Mij liefgehad voor de grondlegging van de wereld
“.
[uit hoogpriesterlijk gebed, Johannes de Theoloog].

De Heilige Johannes Climacos, die vandaag door de Orthodoxe Kerken
dankzij de Kerkvaders voor het voetlicht wordt gesteld,
was abt van het Sinaïklooster in de 7e eeuw.
De H. Johannes was al te oud
toen hij tot abt van het klooster op de berg Sinaï werd gekozen.
Hij was daar een lange periode en begon zijn verblijf in isolement.
'De geestelijke ladder' van Johannes Climacos - Berneboek.com, Euro 33,25Gedurende zijn totale afzondering schreef hij het
beroemde en zeer krachtige werk welke de titel meekreeg de “Hemelse ladder” of de “Ladder tot het Paradijs” of
Het bereiken van het nieuwe Israël, de mens die uit het geestelijke Egypte [de wereld] ontsnapt en de zee van het leven bewandelt“.
Dit werk omvat een systematische beschrijving van de monastieke route, de stadia tot de geestelijke volmaaktheid.
Het belangrijkste wat je ontmoet is het stelsel, een opsomming van een regelmatige reeks van ‘onderzoekingen’,
ingedeeld in etappes [treden].
De Hemelse Ladder is in eenvoudige volkstaal beschreven,
de schrijver houdt van metaforen en spreekt haast nadrukkelijk over het dagelijks leven; hij schrijft dan ook uit eigen ervaring. Afgezien van zijn persoonlijke ervaring is dit van begin tot eind gebaseerd op de Traditie, de leer van de “door God verlichte vaderen”.
De Ladder van de H. Johannes Climacos2Hij verwijst direct en indirect naar de Cappadocische periode aan de Nijl, over de H. Evragius van Pontus en gezegdes en uitspraken van de Kerkvaders.
Als westerse Kerkvader noemt hij de H. Johannes Cassianos en Gregorius de Grote.
De Hemelse Ladder eindigt in een speciaal “woord aan de leidinggevende” waarin de H. Johannes Climacos de plichten van de abt                                                                                         aanhaalt.
>>> engelse vertaling in pdf; THE LADDER OF DIVINE ASCENT by John Climacos

Een Hesychast is iemand die er naar streeft
zijn onstoffelijk wezen welke zich in
zijn lichamelijk lichaam bevindt te begrenzen
“.
H. Johannes Climacos

Groot Schema, ereteken welke door verwoede Hesychasten, onder hun kleed wordt gedragen.De H. Theophanos zegt dat degene
die Hesychasme bedrijft iemand is die,
Geheel in beslag wordt genomen
door het samenzijn met de Ene Heer,
met Wie hij van aangezicht tot aangezicht spreekt,
zoals een begunstigde van de keizer in zijn oor fluistert.
Zo sprak Abraham met God.
Deze activiteit van het hart wordt beheerst en bewaakt
door de stilte van de gedachten vast te houden.
H. Seraphim of Sarov, een geboren Hesychast uit de Russische TraditieDit niveau van geestelijke inspanning is zeer geavanceerd
en kan onmogelijk worden bereikt zonder eerst van onze passies bevrijd te zijn;
Dit is een absolute voorwaarde.
Hesychia kan alleen ontwikkeld worden
bij degenen die de ‘zoetheid van God’
geproefd hebben
“.

Zoetheid betekent niet alleen liefkozen, maar:

  • Erken dan van harte, dat de Heer, uw God,
    u vermaant, zoals een man zijn zoon vermaant
    “.
    Deut.8: 5
  • Zalig de mens die Gij onderricht, Heer;
    die Gij onderwijst door Uw Wet
    “.
    Psalm 93 [94]: 12
  • Zie, welzalig de mens, die God kastijdt;
    versmaad daarom de tucht van de Almachtige niet
    “.
    Job 5: 17
  • En dikwijls heeft hij hem ook
    in het vuur en in het water gedreven . . .
    “.
    Marc. 9: 22
  • Heft dan de slappe handen op en strekt de knikkende knieën en
    maakt een recht spoor met uw voeten, opdat
    hetgeen kreupel is niet uit het lid gerake, doch veeleer geneze
    “.
    Hebr.12: 6,7
  • Allen, die Ik liefheb, bestraf Ik en tuchtig Ik;
    wees dan ijverig en bekeer u
    “.
    Openb.3: 19

Doordat wij niet opmerkzaam zijn,
maken wij vele fouten die verbeterd dienen te worden.
We gebruiken een andere uitdrukking: het “tot de rede brengen”, wat “recht zetten” betekent. Wij struikelen op ons pad door achteloosheid of
door onze pogingen om het op eigen kracht te doen en
wij falen op die manier in vele dingen.
Maar God helpt Zijn kinderen telkens weer overeind en
laat hun dan zien op welk punt ze verkeerd hebben gehandeld.
Want de rechtvaardige valt zevenmaal, doch staat weer op, maar
de goddelozen struikelen in de rampspoed
“.
Spr.24: 16

De traptreden van de ladder naar de hemel
trede 1-4
: Afstand doen van de wereld en de gehoorzaamheid aan een geestelijke vader.
trede 5-7: Boete en benauwdheid (πένθος) als paden om ware vreugde
trede 8-17: Overwinnen van de ondeugden en de verwerving van de deugd
trede 18-26: Het vermijden van de valkuilen van ascese [luiheid, trots en geestelijke stilstand]
trede 27-29: Navolging van hesychia , of de vrede van de ziel,
over het gebed, en de apatheia
[passieloosheid of gelijkmoedigheid met betrekking tot aandoeningen of lijden]
trede 30. αγάπης, ελπίδος en πίστεως, Geloof, hoop en Liefde;
[de onderlinge verhouding van deze drie grootste deugden;
een korte vermaning en samenvatting van alles wat er in dit boek vermeld staat]

De Ladder van de H. Johannes Climacos3Het opklimmen tot God
Indien we niet zouden treuzelen,
wanneer een aardse koning roept en verlangt dat
wij aan Zijn hof komen om Hem van dienst te zijn en
we geen voorwendsel zouden zoeken,
maar dat wij alles achter ons zouden laten vallen om
vol ijver op Hem af stappen.
We dienen er dan op te letten dat, wanneer
de Koning der koningen en de Heer der heerscharen en de God der goden ons naar Zijn verheven Hemelse Dienst roept,
wij niet weigeren uit ledigheid of nalatigheid.
Daar wij daarbij dienen te overwegen dat wij eens                                                                    zonder verdediging voor Zijn Grote Rechterstoel zullen staan
.”
                                              H. Johannes Climacos, 1e trede §35.
Bij het voornemen zich uit de wereld terug te trekken
meent een Godsvruchtig mens de roep van God te horen.
Roeping betekent kiezen voor een leven waarin je tot je bestemming en tot je doel komt.
Kiezen voor een leven [en werk] waarin je al je talenten, capaciteiten en passies gebruikt
om te doen wat God je zeer indringend als verlangen gedurende lange tijd heeft ingegeven.
Deze roeping heeft voor die vrome een verplichtende kracht en
hij/zij dient er onvoorwaardelijk gevolg aan te geven.

a sheep that is sealedZoals deze rechtvaardige
in werkelijkheid was, door Gods Genade
de verlosser en herder van zijn geestelijke schapen, zo was ook de man die hij van God gekregen had als de schatbewaarder van de bezittingen van het klooster,
wijs meer dan wie ook en zachtmoedig zoals zeer weinigen.
Tot nut van de anderen, voer de γέροντας [ouderling] zonder reden tegen hem uit
in de kerk en gaf bevel hem te verjagen en dat op een misplaatste wijze.
Ik nu, daar ik wist dat hij onschuldig was aan de beschuldiging,
die de ποιμεν [herder] hem voor de voeten wierp,
begon onder vier ogen de econoom bij de herder te verdedigen.
Maar de wijze man zei:
‘Ook ik weet dat, vader, maar zoals het ellendig is en onrechtvaardig het brood te roven uit de hongerige mond van een kind, zo
benadeelt degene die aan het hoofd van zielen staat
èn zichzelf èn de geestelijk [εργατεσ] werknemer , indien
hij hem niet zoveel kronen verschaft, als hij ziet dat hij kan dragen op ieder ogenblik,
hetzij door beledigingen, hetzij door vernederende behandelingen,
door misprijzen en door bespottingen.
Want in drie zeer belangrijke opzichten begaat hij onrecht.
Eerst en vooral berooft de overste zichzelf van het loon dat
voortkomt uit de berisping [van een ander].
Ten tweede, wanneer hij ook derden kon helpen door de deugd van een ander,
heeft hij dat niet gedaan.
Ten derde – wat nog het ergste is – dat dikwijls zij, die
de indruk wekken over het meeste uithoudingsvermogen te beschikken, voor een tijd verwaarloosd worden en daar zij schijnbaar deugdzaam zijn, door
hun overste niet bestraft of berispt worden en daarom beroofd worden van
de [πραότητα] zachtmoedigheid en het [υπομονή] geduld, die zij bezaten.
Want indien een grond goed is en vruchtbaar en vet, weet dan dat
een tekort aan water van vernedering hem
kreupelhout kan laten voortbrengen en doornstruiken van
[τyφοε] verwaandheid en slechtheid en brutaliteit kan laten opbloeien.
Omdat hij dat wist schreef Paulus aan Timotheüs:
Verkondig het woord,
dring erop aan, gelegen of ongelegen,
weerleg, bestraf en bemoedig
met alle lankmoedigheid en onderrichting
“.
2Tim.4: 2
Toen ik tegen deze waarachtige leidsman de tegenovergestelde opinie verdedigde en daartegenin bracht de zwakheid van onze huidige generatie en dat wellicht door een onverdiende berisping, maar ook door een verdiende, de meesten van de kudde losgescheurd worden,
antwoordde dit huis van de wijsheid:
‘Een ziel, die omwille van Christus met Liefde en Vertrouwen aan haar herder verbonden is, wordt niet afvallig, zelfs al koste het bloed en vooral niet indien zij [de ziel] ooit
zijn weldaden tegenover haar striemen zou ervaren hebben, dat zij zich herinnert
degene [Apostel Paulus] die zegt:
‘Want ik ben verzekerd, dat noch dood noch leven,
noch engelen noch machten, noch heden noch toekomst,
noch krachten, noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel
ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Heer’.

Rom.8 : 38,39
Maar het zou mij ten zeerste verbazen dat de ziel die
niet op deze wijze verbonden is en vastgehecht en verenigd met haar herder,
er in zou slagen haar verblijf op deze plaats te bestendigen.
Zij is immers door een gehuichelde gehoorzaamheid gebonden
“.
H. Johannes Climacos,
4e trede §24
Hij vergiste zich niet, deze grote man, werkelijk.
Trouwens, hij heeft schapen zonder vlek
én de weg getoond én tot volmaaktheid gebracht
én aan Christus als offer aangeboden.

de Hand van God met de geredde zielen - Resava [Manasija] Servië“ – Liefde is naar haar hoedanigheid
een gelijkenis met God,
voor zover dat voor stervelingen mogelijk is.
Naar haar werking
is ze dronkenschap van de ziel,
naar haar eigenheid is ze de bron van geloof,
afgrond van geduld en zee van nederigheid.
– Wie de Heer bemint,
heeft eerst zijn broeder bemind
cf. 1John.4: 20,
want  het tweede is het bewijs van het eerste.
Wie zijn naaste bemint,
zal kwaadsprekers nooit verdragen,
maar eerder van hen wegvluchten als voor                                                                                         vuur.
Wie zegt dat hij de Heer bemint, maar vertoornd is op zijn broeder,
gelijkt op een slaapwandelaar [bedriegt zichzelf en heeft een illusie].
– Liefde is schenker van [de gave van] profetie.
Liefde verschaft [de gave van] wonderen.
Liefde is afgrond van verlichting. Liefde is bron van vuur.
Hoe meer zij ontspruit, hoe meer zij de dorstige doet branden.
Liefde is een gemoedstoestand van de engelen.
Liefde omvat eeuwige vooruitgang.”
H. Johannes Climacos, 30e trede, §3, §15 en §18a
Christ Pantocrator, [detail] Chilandar, Athos [Gr.]De Liefde is voor de H. Johannes Climacos
het toppunt van al het Hoge en Goddelijke.
Daarom zijn haar effecten dan ook buitengewoon.
Er worden zielsgebieden blootgelegd, waarvan
wij tot nog toe geen vermoeden hadden:
wij mogen een blik werpen in
een door mystiek vuur vervulde ziel.
In het voorbijgaan worden haar ethische effecten vermeld;
‘gelukkig is hij die zo ijverig is op het gebied van de deugden als zij die
uit naijver waken over hun echtgenoten’
[30, §5b];
of wordt gewezen dat zij ‘haar minnaars onoverwinnelijk maakt’ [30, §18b].
Maar de grote interesse van de H. Johannes Climacos richt zich op de uitwerking in
de ‘dronkenschap van de ziel’ [30, §3].
Met steeds toenemende geestdrift wordt de Liefde bezworen:
‘Verlicht ons, geef ons te drinken, wees ons een gids  . . . . . opdat wij opstijgen naar U’ [30, §18b].
‘Gij hebt mijn ziel verwond en ik kan Uw vlam niet bedwingen.
‘Hoe meer de Liefde opkomt, hoe meer de dorstige doet opbranden’
[30, §18a].
‘De ziel is door een heilige waanzin overrompeld: [de Liefde] laat ook wie door haar zalige begeestering overvallen wordt, komt niet meer met rust’ [30, §1].
‘Gelukzalig is hij die zulk een vurig verlangen naar God bezit als een waanzinnige minnaar voor zijn geliefde heeft’ [30, §5a].
Hij is met Christus zeer nauw verbonden:
‘Een moeder pleegt niet zo gehecht te zijn aan het kind dat zij nog de borst geeft als een zoon van de christelijke Liefde altijd aan de Heer gehecht is’ [30, §5b].
Het gaat hier uiteraard niet om beeldtaal, maar om werkelijke mystieke ervaringen.
De stemming wordt steeds warmer en gebruikt de taal van het Hooglied.
De minnaar stelt zich onophoudelijk het gelaat van zijn Geliefde voor.
‘Zelfs tijdens de slaap wordt hij niet van zijn verlangen bevrijdt’ [30, §6].
Hooglied 5: 2 wordt geciteerd:
Ik sliep, maar mijn hart was wakker.
Hoor! Mijn lief klopt aan!
‘Doe open, zusje, mijn vriendin,
mijn duif, mijn allermooiste.
Mijn hoofd is nat van de dauw,
mijn lokken vochtig van de nacht’
“[erôs, 30, §7]
Dan volgt het slot waarin het verlangen en vervulling samenklinken:
‘De ziel verlangt en smacht naar de Heer als door een pijl van Liefde getroffen’ [30, §8].

Tot slot een gezegde uit de geschriften van de H. Johannes Climacos als geestelijk leidsman:

vasthouden aan God; ondanks alles vind je een blijvende Bron van Hoop”Alle dingen zijn mogelijk voor diegenen, die
geloven, zo heeft de Heer gezegd.
Ik ben onzuivere zielen tegengekomen die
tot over hun oren begeesterd zijn geworden
nadat zij de lichamelijke liefde bekend hadden.
Maar de ervaring met deze liefde gaf hen een reden voor berouw, ze hebben dezelfde liefde voor de Heer overgedragen en daardoor overwonnen zij alle angst,
werden ze aangespoord zich onverzadigbaar op
de liefde van God te storten,
dat is de reden waarom de Heer zegt:
Zien jullie deze vrouw?
Ik ben in uw huis gekomen; water voor Mijn voeten hebt gij Mij niet gegeven maar zij heeft met tranen Mijn voeten nat gemaakt en ze met haar haren afgedroogd.
Een kus hebt gij Mij niet gegeven, maar zij heeft, van dat Ik binnengekomen ben, niet opgehouden Mijn voeten te kussen.
Met olie hebt gij Mijn hoofd niet gezalfd, maar zij heeft met mirre Mijn voeten gezalfd.
Daarom zeg Ik u:
Haar zonden zijn haar vergeven, al waren zij vele, want zij betoonde veel liefde; maar
wie weinig vergeven wordt, die betoont weinig liefde.
En Hij zei tot haar: Uw zonden zijn u vergeven.
En die met Hem aan tafel waren, begonnen bij zichzelf te zeggen:
Wie is deze mens, dat Hij zelfs de zonden vergeeft?
En Hij zei tot de vrouw: Uw geloof heeft u behouden, ga heen in vrede!

Luc.7: 44-50

Mag de Heer ons een goede heilige Vastentijd met ware bekering  bezorgen,
door onze oefening, het onophoudelijk gebed en aandacht in Christus,
door deelachtig te zijn aan de Goddelijke Genade en
het Mysterie van het Groot en Heilig Kruis en dat wij
daardoor de Opstanding van Christus mogen ervaren.

Bij de Lofpsalmen van de Metten:
'I have found the One whom my soul loves'Komt, laat ons werken in de Mystieke wijngaard,
laat ons er vruchten verwerven van b
oetvaardigheid;
laat ons niet slechts zwoegen voor spijs en drank,
maar onder gebed en vasten deugden beoefenen.
Dan zullen wij de Heer van het welbehagen,
die ons ieder de denarie [4,5 gram zilver] verleent om onze zielen
vrij te kopen van de schuld van de zonden
in Zijn barmhartigheid
“.

16 Maart – H. Christodoulos Latrinos van Patmos [Ὅσιος Χριστόδουλος ὁ ἐν Πάτμῳ – 1020-1093]

H. Christodoulos van PatmosJohannes [κατὰ κόσμο Ἰωάννης, Yannos], was de
zoon van eenvoudige landbouwers Theodore en Anna, en werd in 1020 geboren in Nicea van Bithynië
in Klein-Azië in de elfde eeuw.
Johannes was een autodidact, die een voorliefde voor boeken ontwikkeld had.
Als jonge man, volgde hij een ascetisch leven en
bracht zijn leven door als een kluizenaar op de
berg Olympus van Klein-Azië
evenals in de woestijn van Palestina.
Hierij veranderde hij overeenkomstig de monastieke gewoonte van naam en kreeg de naam Christodoulos [hetgeen in het Grieks “slaaf van Christus” betekent].
Hij diende vervolgens als abt van het klooster op de berg [Mount] Lamos in Caris in het westen van Klein-Azië.
Na de inval van de Saracenen in 1085 vluchtten abt Christodoulos en de monniken van het klooster naar het eiland Kos in het zuidoosten van de Egeïsche Zee.

verovering van Kreta door de SaracenenSaracenen en de term Sarakenoi [Grieks: Σαρακηνοί] werd al door klassieke schrijvers
in de 1e eeuw gebruikt voor een Noord-Arabisch volk dat zich lange tijd verzette tegen de Byzantijnse keizers en zich al vroeg [8e eeuw] bekeerde tot de islam. Gedurende de middeleeuwen werd de term uitgebreid naar alle moslims en later alle
tegenstanders van de christenen, of ze nu Arabisch, Perzisch of Turks waren.

Op Kos vestigde Abt Christodoulos een klooster gewijd aan de Moeder Gods.
Ook op Kos ontmoette Christodoulos een asceet, Arsenius Skinouris,
zoon en erfgenaam van een rijke landeigenaar van Kos, die een spiritueel kind van de abt werd.  Samen, droomde ze van het herstel van het monastieke leven op het nabijgelegen eiland Patmos,
dat ontvolkt was  als gevolg van de aanvallen van Saraceense machthebbers.
Tijdens de daarop volgende jaren vestigde Hegoume Christodoulos ook een klooster op het eiland Leros, welke werd toegewijd aan de H. Johannes de Theoloog.

In 1088 presenteerde Vader Christodoulos zich met Arsenius, aan het hof van keizer Alexius I Comnenos in Constantinopel en maakte zijn plan bekend om het eiland Patmos te herbevolken met kloosterlingen. De keizer stemde in met zijn verzoek.
Vadertje Christodoulos kreeg de soevereiniteit over het eiland Patmos,
met als tegenprestatie dat hij zijn activiteiten op Kos, die gebonden waren aan de erfenis van Arsenius, afstond.
In augustus 1088 nam vadertje Christodoulos bezit van het “verlaten en onbewoond eiland” van Patmos.

Orthodoxe Kerk ConstantinopelToen hij terugkwam vanuit Constantinopel, nam hij metselaars en andere ambachtslieden met zich mee en
begon in 1091 met de bouw van het klooster dat opnieuw werd toegewijd aan de H. Johannes de Theoloog.
Het nieuwe klooster werd gebouwd op de ruïnes van de Johannesbasiliek uit de 4e eeuw en een vroegere tempel aan de heidense godin Diana.
Het werd opgebouwd met een defensieve structuur die hij “de Vesting” noemde.
De structuur van zijn opgebouwde klooster is tot op de dag van vandaag in gebruik gebleven.

In 1093 echter werd vadertje Christodoulos en de monniken, door de invallen van Emir Dzaha op het eiland, gedwongen te vluchten naar het eiland Euboia.
Vadertje Christodoulos overleed daar op 16 maart 1093.
De monniken hebben het klooster een paar jaar later herwonnen en keerden naar Patmos terug.
Zij namen ongeschonden gebleven relikwieën van de H.  Latrinos van Patmos met zich mee, zodat hij aldaar in het klooster van de H. Johannes de Theoloog, onder hun hoede kon rusten.

 

Orthodoxie & op God gericht blijven

Christ Chilandar, Mount Athos, GrDe Heer is onze God; de Heer is een!
Gij zult de Heer, uw God,
liefhebben met geheel uw hart en
met geheel uw ziel en met geheel uw kracht.
Wat Ik u heden gebied, zal in uw hart zijn,
Gij zult het uw kinderen inprenten en daarover spreken, wanneer gij in uw huis zit, wanneer gij onderweg zijt, wanneer gij neerligt en wanneer gij opstaat.
Gij zult het ook tot een teken op uw hand binden en
het zal u een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn,
en gij zult ze schrijven op de deurposten van
uw huis en aan uw poorten
“.
Deut.6: 4-9

Wanneer een mens in het leven van de wereld geïnteresseerd is, dan
loopt hij de kans minder gericht te zijn op God.
Het hart van de mens dient overeenkomstig de Kerkelijke leer
op het juiste doel gericht te zijn:
Mijn zoon, geef Mij je hart,
laten je ogen behagen hebben in Mijn wegen
“.
Spreuken 23: 26
Immers aan de hand van dit geloofspunt bezitten wij een vaste kern en houvast .

living at the top of the WorldNu zal er opgemerkt worden dat
een rationeel ingesteld persoon
de wereld toch dient te aanvaarden als
een mengeling van goed en kwaad, maar
dit is precies de houding waar
we als Christen de mist mee ingaan.
God heeft de mens geschapen naar Zijn Beeld en Gelijkenis, maar
Wij leven een aanvaardbaar leven:
– en toch lijkt dit leven, ondanks de grote inspanningen
die wij met vallen en opstaan getroosten,
hoewel draaglijk nauwelijks de moeite waard;
deze aanblik van de pracht van de hemelse en aardse werelden
is de pijn van onze aardse gebondenheid
“.
cf. Matthew Arnold.

Niemand twijfelt eraan dat de mens met deze wereld onmogelijk zo kan voortleven,
maar we kunnen niet genoeg kracht opbrengen om deze wereld om te vormen,
we bezitten de kracht gewoon niet om veranderingen te bewerkstelligen.
Is de mens voldoende bewogen om ontwikkeling tot stand te brengen;
vindt hij het werkelijk de moeite waard om zich hiertoe in te spannen?
Bekruipt hem niet een gevoel van medelijden en wanhoop wanneer
hij de strijd tussen goed en kwaad onder ogen ziet?
Ervaart hij niet de ambivalentie van de fanatieke pessimist en een fanatieke optimist?
Is hij ongelovig genoeg om voor de wereld te sterven en
christen genoeg om er in ten onder te gaan?
In deze combinatie, onderkennen we de rationele optimist die nalatig is en
de irrationele optimist die het succes bereikt .
Hij is bereid om de gehele wereld ten kostte van zichzelf te veranderen.

Processie van de heilige Martelaren1, Basilica di Sant'Apollinare Nuovo, RavennaTegelijkertijd kom ik de lichtzinnigheid van een enkele vrijdenker tegen die
hierbij opmerkt dat dit zelfmoord is, zoiets als een vroegchristelijke Martelaar.
Uiteraard is het plegen van zelfmoord het tegenovergestelde van de dood van een Martelaar.
Processie van de heilige Martelaren2, Basilica di Sant'Apollinare Nuovo, RavennaEen Martelaar is iemand,
die zoveel om iets of God[delijk Iemand] buiten zichzelf geeft, dat hij zijn eigen persoonlijke leven over het hoofd ziet.

Een zelfmoordenaar is iemand
die zo weinig om iets buiten zichzelf geeft, dat hij nog slechts het einde als
een vooruitzicht heeft.
De een wil iets schoons buiten zichzelf bereiken: de ander probeert gewoon aan alles een einde maken. Met andere woorden:
> De Martelaar is hoogstaand verheven, omdat hij [de wereld verzaakt of de gehele mensheid terzijde stelt) bekent hij juist deze ultieme band met het Leven; Hij stelt zijn hart boven zichzelf: hij sterft voor iets of Iemand Die leeft.
Suicide de Judas, Matthieu 8 detail> De zelfmoordenaar is onwaardig, want
hij bezit deze link in wezen niet:
hij is slechts vernietigend bezig; geestelijk vernietigt hij het universum zelf. Niet alleen is zelfmoord een zonde, wanneer een geestelijk onvermogen/ziekte niet z’n basis is, is het zelfs de grootste zonde.
Als mens kunnen we echter nimmer oordelen [bepaalde groepen psychiatrische patiënten bezitten immers een sterk verhoogd risico, ook neurobiologisch onderzoek heeft risicofactoren aangedragen].
Het blijft beschouwd worden als het ultieme en absolute kwaad,
de weigering om nog langer ​​belang in het bestaan ​​te stellen;
de weigering om het leven, de toezegging van trouw daartoe, te beroven.
De persoon die een mens doodt, doodt een mens.
De mens die zichzelf doodt, doodt alle mensen; want wat hem betreft
wist hij de hele wereld en alles wat ermee samenhangt [dus ook God] uit.
Zijn daad is [symbolisch gezien] erger dan inbreuk op de integriteit van de mens
en roept explosieve verontwaardiging op.
Want het vernietigt alles wat er voor hem bestaat: het beledigt alle vrouwen.
De dief is tevreden met diamanten; maar zelfmoord is dat niet: dat is zijn misdaad.
Hij kan niet worden omgekocht, zelfs niet door de het laatste oordeel in het Hemels Koninkrijk.
De dief doet zich tegoed aan de dingen die hij bemachtigt, echter niet hun eigenaar.
Maar de zelfmoordenaar beledigt alles wat op aarde bestaat door het terzijde te stellen.
Hij verontreinigt elke bloem door zijn weigering voor haar bestwil te leven.
Er bestaat niet het kleinste schepsel in de kosmos, die door zijn dood niet een ander onrecht aandoet.
Wanneer een mens zichzelf aan een boom verhangt, zouden de bladeren in woede dienen te vallen en de vogels in woede weg dienen te vliegen: want ieder van hen heeft van dat mensenkind een persoonlijke belediging ontvangen.
Natuurlijk kunnen er excuses voor deze handeling worden gevonden.
Er is meestal sprake van geen uitzicht op beëindiging van ondraaglijk lijden en
er komt bijna altijd kwaadwillige onbedachtzaamheid bij te pas.
Maar het gaat hier om het idee en de intelligente betekenis van alles te vernietigen,
dan komt er veel meer dan een rationele en filosofische waarheid op het einde van het leven, gedreven door het eigen lichaam, om de hoek kijken.
Er zit heus wel een betekenis in het – in een vergeethoekje – begraven van de zelfmoordenaar.
De misdaad van deze mens is anders dan alle andere misdaden – want het maakt zelfs misdaden onmogelijk.

Niemand andersPraten over suïcidaliteit, zowel eraan denken,
plannen maken, als over een mislukte poging,
is zo moeilijk en bijna onmogelijk.
De persoon zelf wil de mensen
uit haar/zijn omgeving niet wil kwetsen en/of
wil niet worden belemmerd in de plannen.
De omstanders durven er niet over te praten omdat
ze bang zijn dat praten wordt omgezet in daden.
Het is dan ook niet zo vreemd dat zij elkaar niet begrijpen. Het wordt soms figuurlijk doodgezwegen wat later letterlijk kan worden.
Toch is het met iemand erover praten zonder dat
je wordt veroordeeld helpt en dat kan in mijn ogen alleen in een neutrale omgeving,
bijvoorbeeld met een priester, huisarts of psychotherapeut.
En dat is niet zo gek, want de mensen uit je naaste omgeving
houden te veel van je om te kunnen luisteren
naar jou gevoelens over zelfdoding.

Uit recent onderzoek naar het ontstaan van suïcidaal gedrag, blijkt dat
zelfmoord vaak wordt vooraf gegaan door een suïcidaal proces.
Dit proces verloopt gedeeltelijk bewust en gedeeltelijk onbewust.
Bovendien is slechts een gedeelte ervan zichtbaar voor de omgeving.
Het suïcidaal proces veronderstelt een toenemende suïcidaliteit.
Dit proces wordt gekenmerkt door de suïcidale gedachten,
[telkens terugkerende] suïcidepoging[en] met een in de tijd toenemende graad van suïcidale intentie, planning van de pogingen en toenemende letaliteit [het percentage gevallen met dodelijke afloop] van de gebruikte methode.

Het begint met de gedachteHet suïcidaal proces
begint met gedachten aan zelfdoding.
Deze zijn aanvankelijk vaag zoals “ik zou willen dat ik er niet meer was” of “het zou voor iedereen beter zijn als ik er niet meer was”.
Deze gedachten kunnen concreter en meer dwingend worden en leiden tot een suïcidaal plan: hoe zal ik het doen, wanneer, met welk middel? Eventueel worden maatregelen getroffen om dit plan uit te voeren:
medicatie verzamelen, een touw zoeken, gaan kijken naar de spoorweg …, soms wordt het afscheid voorbereid door bepaalde regelingen
te treffen zoals
een testament of afscheidsbrief schrijven, dingen weggeven. Wanneer deze voorbereidingen uitgevoerd worden,stijgt de kans op een poging aanzienlijk.
De spreekwoordelijke “laatste druppel”, b.v. een kleine ruzie, een tegenslag,
eventueel in combinatie met ont-remmende factoren als
alcohol- en druggebruik en voorbeelden in de omgeving,
brengt de realisatie van het plan dichterbij.
Er kan een zelfmoordpoging volgen, al dan niet met dodelijke afloop.

wanneer zelfdoding de enige uitweg isNa een poging kan de suïcidale persoon
een gevoel van opluchting ervaren,
maar de kans dat het suïcidaal proces
weer opduikt is reëel.
Bij sommige personen loopt dit proces over jaren en zijn er verschillende pogingen.
Anderen doorlopen dit proces in een paar uren en zijn meer impulsief in hun gedrag.
Niet elk suïcidaal proces eindigt
in een zelfmoord.

In de beginfase van dit proces is men vaak angstig en agressief
als reactie op oncontroleerbare stress.
De factoren die deze stress veroorzaken kunnen zowel vanuit
de omgeving komen als van binnen de persoon zelf en
geven hem het gevoel “in de val te zitten”[zich gevangen voelen].
De persoon wil ontsnappen aan deze situatie die hij als ondraaglijk ervaart,
maar slaagt hier niet in.
time out2Hij voelt zich hulpeloos en hopeloos.
Suïcidaal gedrag wordt door hulpverleners
eerder als een schreeuw van pijn dan
als een roep om hulp gezien.
Suïcidaal gedrag kan een communicatief resultaat hebben, zonder dat communicatie het belangrijkste motief ervan is.
Iemand die suïcidaal gedrag stelt is meestal ambivalent;
> enerzijds wil men (misschien) dood zijn,
> anderzijds wil men een ander leven.
Men wil dat de situatie verandert, dat
de gevoelens die ermee gepaard gaan ophouden en
dat het lijden stopt.

Bij een zelfmoordpoging is er nog sprake van een actief verzet.
Men is angstig, prikkelbaar en agressief.
Verder in het suïcidaal proces neemt de hopeloosheid toe en
heeft men het gevoel uitgevochten te zijn.
Men heeft de neiging op te willen geven en
de kans op een effectieve zelfmoord wordt groot.
Op gevoelsmatig vlak en in het denken is er een vernauwing.
De persoon ervaart hoofdzakelijk negatieve gevoelens,
kan niet meer genieten en voelt zich in toenemende mate hulpeloos en hopeloos.

time out2Personen die zich in een suïcidaal proces bevinden
vertonen vaak denkstoornissen en geheugenstoornissen.
Opvallend is het zwart/wit-denken, waarbij
de persoon geen middenweg ziet,
alleen nog maar de extremen.

Andere mogelijke denkstoornissen zijn:
> op basis van één element een conclusie trekken;
b.v. in de beoordeling van een verhandeling merkt de leraar op dat
de inleiding te lang was, de leerling concludeert dat zijn verhandeling niet goed was.
> conclusies trekken op basis van irrelevante zaken;
b.v. de persoon wil iemand opbellen, de telefoon wordt niet beantwoord en
hij concludeert: “Zie je wel, er is niemand die mij nog kan helpen”.
> algemene conclusies trekken op basis van één gebeurtenis;
b.v.: “Ik ben gezakt op dit examen, ik zal niet slagen dit jaar”.
> het allerslechtste denken; b.v.:
Als ik niet slaag, heb ik geen toekomst meer”.

Ook het geheugen kan geblokkeerd raken.
Het gebeurt vaak dat de negatieve herinneringen de bovenhand halen op positieve herinneringen. Men kan zich ook niet meer goed herinneren hoe
men ervoor kan zorgen dat men zich beter gaat voelen.

Concreet kan de vernauwing op de volgende vlakken vast gesteld worden:
> De beleving van de eigen situatie:
de persoon ziet alleen het probleem, kan er geen afstand van nemen,
wordt erdoor opgeslorpt.
> De kijk op de eigen mogelijkheden:
de persoon verliest zijn kracht,
heeft de indruk zijn leven niet meer in handen te hebben.
> De gevoelswereld:
de persoon heeft een negatieve stemming en voelt zich somber,
moe, wanhopig, minderwaardig, machteloos, hulpeloos, hopeloos;
ook agressieve gevoelens zijn vaak aanwezig.
> de waarde beleving:
wat vroeger belangrijk was, lijkt de moeite niet meer.
Men verliest de kracht om zich nog voor iets in te zetten.
Ook het gevoel van eigenwaarde is sterk verminderd,
wat de kans op zelfvernietiging verhoogt.
> Het tijdsbesef en de ruimtebeleving:
de persoon ziet geen toekomst meer,
het lijden lijkt wel eeuwig te zullen duren.
De ruimte waarin iemand zich beweegt
wordt steeds kleiner, ook letterlijk.
> De intermenselijke relaties:
de persoon sluit zich geleidelijk aan meer af van zijn omgeving en raakt geïsoleerd.
Communicatie wordt gemeden; b.v. de telefoon wordt niet meer opgenomen,
afspraken worden afgezegd.
Sommige mensen hebben nog wel contacten, maar deze blijven oppervlakkig.
Het zich afsluiten van anderen biedt bescherming tegen nog meer gekwetst worden.
Tegelijkertijd heeft de persoon het gevoel dat niemand hem begrijpt of werkelijk kent.
Anderen stellen zich heel afhankelijk op t.o.v. één persoon, waardoor ze zeer kwetsbaar zijn. Door zich af te sluiten krijgen ervaringen die de negatieve gedachten en verwachtingen kunnen weerleggen, weinig kans.
Men voelt zich verlaten, in de steek gelaten.
Schuld- en schaamtegevoelens over het eigen suïcidaal gedrag maken dat
communicatie hierover vaak gemeden wordt.

opgesloten en voor altijd alleen . . .Vaak merkt men een vlucht in de verbeelding op.
De persoon zit opgesloten in zijn eigen fantasieën.
Er wordt gefantaseerd over de eigen dood:
Hoe zou de wereld eruit zien zonder mij?”.
Vage gedachten kunnen evolueren naar concrete plannen.
Men fantaseert over
hoe men het zou doen, waar, wanneer.
Hoe zal de begrafenis zijn? Wie zal er om mij treuren?
Hoe zullen de anderen zich voelen?

Bij adolescenten ziet men vaak een uitgewerkte fantasiewereld.
Naar aanleiding van een bepaald boek, gedicht of film, kunnen er
uitgebreide – soms romantische – fantasieën ontstaan over suïcide en dood.
Identificatie met en romantisering van de hoofdfiguur of schrijver,
kunnen als troost dienen en als afweer van de angst voor dood en suïcide.

suïcide-preventieIn suïcide-preventie is het van groot belang dat de hulpverlener vat krijgt op het suïcidaal proces en dat communicatie erover met de betrokkene op gang komt.
Ook in periodes van lijden, van suïcidale crisis, blijft de behoefte aan communicatie, aan contact met anderen, bestaan.
Veelal worden er signalen uitgezonden naar de omgeving. Deze signalen kunnen direct of indirect zijn, verbaal of via het gedrag.
Het herkennen, juist interpreteren en adequaat reageren op deze signalen
is dan ook zeer belangrijk.

Wat maakt dat een persoon terecht komt in een suïcidaal proces?
Hulpverleners stellen dat
Suïcidaal gedrag in elk geval geen ziekte is, maar
een gedragsmatige uiting van de wens een verandering,
al dan niet de dood, te bewerkstelligen.
Meestal is suïcidaal gedrag het gevolg van tegelijkertijd optredende
onderliggende en onmiddellijke factoren in
afwezigheid van beschermende factoren”.

Het concept “suïcidaal proces“ impliceert dat suïcidepreventie mogelijk is.
Suïcide is niet meer een “onbegrijpelijke plotse daad”, ook al
speelt het proces zich misschien volledig af zonder dat
de omgeving er signalen van opmerkt.
Door rechtstreekse bevraging bij de persoon en een gunstige reactie op signalen,
kan het proces duidelijk worden en is beïnvloeding en preventief handelen mogelijk.

MandilionDit betekent echter niet dat suïcide
steeds voorspelbaar is en
altijd kan voorkomen worden.
Wel kan men het risico proberen
in te schatten en
beschermende factoren activeren.

Gemiddeld maken jaarlijks zo’n 1500 mensen in Nederland
een einde aan hun leven.
Het aantal mensen dat over suïcide denkt, ligt veel hoger.

Priesters, diakens en ziekenbezoekers

in onze geloofsgemeenschappen hebben
een signaal-functie en dienen te allen tijde
naar professionele hulp te verwijzen:
• Wat ‘zij‘ kunnen doen:
Als iemand depressief is of zelfmoordgedachten heeft, is
onze eerste reactie proberen te helpen.
We geven advies, delen onze eigen ervaringen mee en proberen oplossingen te vinden.
Shut Up and Listen> We doen er beter
aan onze mond te houden en
te luisteren.
Mensen met zelfmoordgedachten
hebben geen behoefte aan
antwoorden of oplossingen.
Ze willen een veilige plaats waar ze hun angst en bezorgdheid kunnen uiten,
waar ze zichzelf kunnen zijn.
Luisteren – echt luisteren – is niet gemakkelijk.
We dienen de neiging te onderdrukken om iets te zeggen;
een opmerking te maken, iets aan een verhaal te willen toevoegen of
advies te willen geven.
We dienen niet alleen luisteren naar de feiten die iemand ons vertelt, maar
ook naar de gevoelens die erachter zitten.
We dienen de dingen vanuit hun gezichtspunt proberen te begrijpen,
niet vanuit het onze.
Professionele hulp:
Bij veel mensen bestaat het idee dat iemand die
veel aan suïcide denkt of erover praat,
nooit echt een einde aan zijn leven zal maken.
• Dit is een misverstand.
Elke uitspraak in deze richting is een signaal dat serieus genomen moet worden.
Hoe langer iemand met suïcidegedachten rondloopt, hoe groter de kans op een poging.

Resurrection, we become an icon of Christ's own Love for the worldDe hulpverlening op dit gebied
maakt gebruik van nieuwe en betere behandelmethoden; zij zijn gewend aan
de omgang met dit soort patiënten en
hebben op diverse terreinen van de samenleving overzicht en een betere ingang,
waardoor zij uitzicht kunnen bieden op
een beter leven.
Bidden wij voor al diegenen, die
zich in een uitzichtloze situatie bevinden;
dat de Heer Zich voor eeuwig
ook over hen ontfermen zal.

Orthodoxy & Hesychasm

Karoúlia [Grieks, Τα Καρούλια] is een gebied in het zuidwesten van de berg Athos, waar diverse kluizenaars wonenDe Traditie van het aanleren van het geestelijk gebed wordt in de Orthodoxe Kerk Hesychasme genoemd.
Het wordt tot in detail beschreven in
de Philokalia, een compilatie van wat diverse heiligen over het gebed en het geestelijk leven hebben geschreven.

In de praktijk draagt het Hesychastisch gebed maar een ​oppervlakkige gelijkenis met wat in andere tradities veelal mystiek gebed of meditatie wordt genoemd, hoewel deze overeenkomst ontzettend vaak in populaire geschriften op nogal overdreven wijze onjuist wordt benadrukt.
Men zou er bijvoorbeeld specifieke lichaamshoudingen bij dienen te betrekken en
het gebed zou moeten worden begeleid door een zeer bewuste ademhaling.
Waar het in werkelijkheid om gaat is het verwerven van een innerlijke stilte, het negeren van de fysieke zintuigen, het trachten te bereiken van een innig [gebeds]contact met de Heer.

H. Silouan de Athonite, frescodetail uit de I.M. Kellí Maroudá, naby Karyes, AthosDe hesychasts wordt geacht het gebod van Christus te volgen
Ga je binnenkamer [ταμεῖον] binnen” [Matth.6: 6], hetgeen
betekent dat je al je zintuigelijke indrukken dient te negeren en
je naar binnen dient te keren om te bidden.
Het omvat het onophoudelijk herhalen van het Jezusgebed:
Heer Jezus Christus, Zoon van God,
ontferm U over mij, zondaar“.

Sommigen leggen dit uit als een uit als een uit het verre oosten afkomstig mantra, maar een beoefening op zo’n manier schiet totaal haar doel voorbij, sterker nog de intentie, de achtergrond en het doel wordt geschonden.
Het is nimmer de bedoeling van de Kerkvaders geweest aaneensluitende lippendienst met
een “oppervlakkige” betekenis te propageren.
Een inhoudsloze herhaling van woorden wordt door hen als waardeloos beschouwd en
in de Hesychasme traditie zelfs als geestelijk schadelijk geacht.

De H. Theophan de kluizenaar haalt slechts terloops een keer aan dat
lichaamshoudingen en ademhalingstechnieken in zijn jeugd vrijwel verboden waren, omdat zij in plaats de Geest van God te verkrijgen,
de mensen ertoe brachten “hun longen te ruïneren“.
Gebedsnoer van de ''tranen van de moeder Gods'', [Δάκρυ της Παναγίας] wordt eveneens voor het Jezusgebed gebruiktHet Hesychasme werd door
de H. Gregory Palamas theologisch verdedigd tijdens drie afzonderlijke Hesychasme synodes in Constantinopel
in de periode van 1341-1351.
Hij werd door zijn collega-monniken op
de berg Athos gevraagd het Hesychasme te verdedigen tegen de aanvallen van
Barlaam van Calabrië, die voor een meer intellectualistische benadering van het                                                                                               gebed had gepleit.

‘Hemelladder’, ets uit de 17e eeuw van Jan Luyken, Amsterdam [1649-1712]Over de herdenking van de dood in
het boek “de Hemelladder” [stap 6]:
Elk woord wordt voorafgegaan
door het denken.
De gedachte aan de dood en de zonden
gaat vooraf aan wenen en rouw.
Niet elk verlangen naar de dood is goed.
Sommigen mensen, die voortdurend zondigen als macht der gewoonte,
bidden om in deemoed te mogen sterven.
Anderen, die weigeren zich te bekeren, roepen uit radeloosheid om de dood.

En sommigen, die zich uit hoogmoed emotieloos beschouwen, bezitten voor zolang het duurt geen angst voor de dood.
Anderen weer, [indien deze ergens te vinden zijn], roepen voorafgaand aan hun vertrek uit deze wereld, om de nederdaling van de Heilige Geest.
Er zijn er ook die zich vol verwondering afvragen: “Wanneer de herinnering aan de dood zo gunstig voor ons is waarom heeft God dan de kennis van het uur van de dood voor ons verborgen?

—> Niet wetende dat God ons op deze grandioze manier onze redding doet toekomen.

Want iemand die na zijn doop of kloosterleven – de wetenschap zou hebben – onmiddellijk zijn dood te moeten ondergaan, zou al zijn dagen door brengen in ongerechtigheid en
zou zich alleen op de dag van zijn dood aan de doop en bekering overgeven en zich met God verbinden.
Na een lange gewoonte van verbondenheid met de ondeugd zou hij volkomen onverbeterlijk volharden.

Het inzicht in de Passies aan de hand van de Philokalia [= de liefde voor het schone] en
de Kerkvaders over de genezing van de ziel door je onophoudelijk in te zetten tot het Jezusgebed

ascetismeIk kan in dit verband niet zwijgen over
het verhaal van Hesychius de Horebite.
Hij had zich zijn hele leven overgegeven
aan grove nalatigheid, zonder ook maar
de minste aandacht te schenken
aan zijn ziel.
Toen werd hij ernstig ziek en zijn einde leek nabij.
Toen hij daarbij tot zichzelf kwam,
smeekte hij ons allemaal om hem onmiddellijk te verlaten.
En hij blokkeerde de deur van zijn cel en bleef daar twaalf jaar lang zonder ooit een woord met  iemand anders te wisselen en zonder iets anders dan water en brood te eten.

Hij was al die tijd onverbeterlijk gebleken en was zo verrukt geraakt wat hij in de geest
in zijn extase had gezien, dat hij zijn manier van leven de rug toe keerde.
Hij was bij voortduring  met zijn verstand en gedachten bezig geweest maar vergoot nu stilletjes dikke tranen.
Toen hij op het punt stond te sterven, werd de steen voor zijn graf weggerold en
kon Christus bij hem binnendringen en na veel aandringen is
het enige wat wij ooit uit zijn mond nog hebben vernomen:

– “Vergeef me! Want niemand die de aanblik van de dood onder ogen heeft gezien
zal nog in staat zijn te zondigen
” -.

We waren met stomheid geslagen dat iemand die voorheen zo nalatig was geweest
zo plotseling te zien veranderen door deze confrontatie.
We hebben hem eerbiedig op het kerkhof begraven in de buurt van het klooster en een vastgestelde periode later hebben we zijn heilige overblijfselen trachten op te graven, maar we vonden ze niet.
Dus door Hesychius’s observatie en zijn prijzenswaardig berouw, liet de Heer ons zien dat
Hij degenen aanvaardt die zelfs na lange nalatigheid verlangen om te veranderen.
H. Johannes Climacos,
boek “De Hemelladder”, over de vooruitgang op de goddelijke weg.
de dokter als replica van God; '' Dokter, hoe lang heb ik nog?''.De Kerkvaders waarschuwen ons
over de noodzaak om ons te bekeren,
ons van de wereldse geneugten af te wenden.
Zoals de psalmist zegt:
De mens, zijn dagen zijn als gras;
als een veldbloem is zijn bloei.
Want wind waait erover, en hij is er niet meer;
zelfs zijn plaats is niet meer te vinden“.
uit Psalm 102 [103], vert RO-klooster Den Haag

> “In mijn lichtzinnigheid ben ik weggetrokken van het heilige werk; ik ben weggetrokken naar een ver land om slaaf te worden van vreemden, die
listig gebruik maakten van mijn hartstochten.
Maar nu keer ik terug naar Huis:
Vader, neem mij op en roep mij tot U, als een van Uw huurlingen
“.

??????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????> “Neem mij op, Verlosser,
zoals de Verloren Zoon.
Laat mij in reinheid terugkeren
tot de vroegere schoonheid,
opdat ik Uw grote barmhartigheid
mag bezingen
“.

> “Barmhartige Verlosser,
strek ook mij Uw armen tegemoet,
zoals Gij ze hebt uitgestrekt naar de Verlorene, toen hij zich afkeerde van zijn zondige wegen.
                                                                                  Schenk mij de vroegere schoonheid terug,
                                                                                  die ik in mijn dwaasheid door slechte daden
                                                                                  verloren heb doen gaan“.
uit 1e ode van de metten
van de Zondag van H. Gregorios Palamas.

2e Zondag van de Grote vasten – Zondag van de Heilige Gregory Palamas [Γρηγόριος Παλαμάς, 1296–1359]

H. Gregory Palamas, icoon Dionysiou klooster, AthosDe zondag van de Heilige Gregorius Palamas is
de tweede zondag van de Grote Vasten.
Zij herdenkt de Heilige Gregory Palamas [1296-1359].
Gregory Palamas was een monnik van de berg Athos in Griekenland, later de metropoliet [aartsbisschop] van Thessaloniki en staat bekend als een vooraanstaande theoloog betreffende het  Hesychasm.
Zijn leer belichaamt de verdediging van het Hesychasm tegen de aanvallen van Barlaam, welke in westerse kringen veelal wordt aangeduid als Palamism,
Deze zondag wordt tussen de zondag van de Orthodoxie en
de zondag van het Groot en Heilig Kruis gevierd.

Iedere zondag in de Grote en Heilige Vasten heeft haar eigen speciale thema.
Deze zondag heeft als thema dat de mens door Gods genade in de Heilige Geest
een goddelijke staat, de theosis kan bereiken.
Dit spirituele thema geeft een uitbreiding  aan dat van de eerste zondag van de Grote Vasten, het Orthodox Geloof.
Als aanvulling op het verkrijgen van het Geloof, dient men zich inspanning te getroosten.

De Apostellezing geeft daarom aan dat we meer aandacht dienen te schenken aan
de dingen die we hebben gehoord, opdat wij niet zullen afdrijven …
hoe kunnen wij daaraan ontkomen, nu wij zo’n grote zaligheid in het vooruitzicht hebben?
[Hebr.1: 10 -2: 3]
Het Evangelie les toont ons de scene van de inspanning en het verlangen via
de verlamde die door het dak tot Christus wordt gebracht.
[Marc.2: 1-12]

Historisch was het de Heilige Gregory Palamas, die 14 november zijn feestdag heeft,
die getuigenis aflegde dat de mens, in dit leven al, door gebed en vasten
deelachtig kan worden aan het ongeschapen licht, Gods goddelijke Glorie.
Na de heiligverklaring van H. Gregorius Palamas in 1368, werd er een tweede herdenking vastgesteld;  waarbij als een tweede Triomf van de Orthodoxie voor de 2e Zondag van de Grote Vasten werd gekozen.Het viert de veroordeling van de tegenstanders van de H. Gregory Palamas en de rechtvaardiging van zijn leer van de Kerk.

Saint Gregory Palamas celebration in ThessalonikiTroparion           Tn.8
Toortsdrager van de Orthodoxie,
steun en leraar van de Kerk,
Sieraad van de monniken,
onoverwinnelijke kampioen van Theologen,
Roem van Thessalonika,
Prediker van Gods Genade,
wonderdoende Gregorios ,
Bid onophoudelijk opdat
onze zielen worden gered
“.

Kontakion          Tn.4
Nu is het tijd voor actie!
een vonnis staat ons te wachten!
Dus laten we snel opstaan​,
laten we met tranen van berouw
een liefdegift aanbieden:

Onze zonden zijn talrijker dan het zand van de zee;
maar vergeef ons, o Meester van allen,
zodat we de onvergankelijke kronen mogen ontvangen
“.

Kontakion          Tn 8
Heilig door God bezield instrument van Wijsheid,
stralende luid-klinkende bazuin van de theologie,
zo bezingen wij U, o God geïnspireerde Gregorios.
wiens geest zich gehel gevestigd heeft in de Eerste Geest.
leid ook onze geest tot Hem, o Vader,
opdat we mogen zingen:
‘Verheug u, prediker van genade’
“.

Orthodoxie & het gebed tijdens de vasten

Het gebed van Ephraim de Syriër

Heer en Meester van mijn leven,
Bewaar mij voor een geest van luiheid, moedeloosheid, heerszucht en ijdel gepraat.
Maar schenk mij, uw dienaar, een geest van ingetogenheid, nederigheid, geduld en liefde.
Ja mijn Heer en mijn Schepper,
Doe mij mijn eigen fouten zien en
niet mijn broeder veroordelen;
Want gij zijt gezegend
in de eeuwen der eeuwen. Amen
“.
gebed van Ephraïm de Syriër
Youtube: gebed van Ephraïm de Syriër                                                                                            [Engels]
De Blijde Boodschap roept ons op om de gewone handelingen van ons leven te beheersen;
dit vormt de basis van onze christelijke geloofsovertuiging waartoe wij ons inzetten.
Je zult er geen enkele oproep in de Schrift tegenkomen als verplichting de openbare eredienst bij te wonen, hoewel de Kerk daar wel toe aandringt; teneinde
door frequente aanwezigheid het beoogde doel voor ogen te blijven houden.
De Apostelen roepen wel via Christus op om de wereld te verzaken, aangezien de wereld een andere geestesgesteldheid en manier van leven heeft.
Het verzaken aan de wereld is het afscheid nemen van de geest van de wereld:
om al haar uitkomsten  en voortbrengselen vaarwel te zeggen, haar kwaad langs je te laten afglijden, haar zogenaamde vreugde te verwerpen en
geen waarde te hechten aan haar [zogenaamd] geluk.
De wereld achter je laten: is als pasgeboren baby’s, die in een nieuwe levenshouding worden geboren: om te leven als pelgrims met een spirituele blik, het heilige te zoeken en het hemelse en het andere leven na te jagen.
Het roept op ons dagelijks kruis op te nemen, onszelf te verloochenen en de zaligheid te belijden en na te jagen.

St Ephraim the SyrianHet verlangt arm van geest te worden:
– om de trots en ijdelheid van rijkdom te verzaken,
– om geen aandacht te hebben voor de dag van morgen,
– om te leven in de diepste staat van nederigheid,
– om je in werelds lijden te verheugen en
de begeerte af te wijzen.

De begeerte van het vlees omvat,
de begeerte van de ogen,
de grootsheid van het leven:
– om blessures te [ver]dragen,
– om te vergeven en onze vijanden te zegenen en
de mensen om je heen lief te hebben
zoals God hen liefheeft:
ons hele hart te richten op de genegenheid tot God en
te streven door de nauwe poort te gaan,
kortom het aangaan van een leven van eeuwige heerlijkheid.

onze Heer, Jezus ChristusDe gemeenschappelijke toewijding, die onze Heer en Verlosser Jezus Christus, ons heeft voorgeleefd is
om met Hem het gemeenschappelijk leven van
alle christenen te volgen.
Het is dan ook verwonderlijk dat het in de loop van
de geschiedenis zo belangrijk is geworden dat de aanwezigheid van de openbare eredienst belangrijker is geworden, dan datgene wat onze Heer ons als gemeenschappelijke christelijke taken
in het gewone leven heeft meegegeven.
De oproep daartoe vindt uiteraard plaats in onze samenkomst waarbij de dienst van het woord en het breken van het brood een voorname plaats innemen.
De toewijding dient echter evenzeer
in ons persoonlijk leven een plaats te krijgen,
want wanneer ze daar wordt beoefend, heeft de openbare eredienst zin, want
ze kunnen op geen andere plaats worden gerealiseerd, beoefend.

De verachting van de wereld en de hang naar hemelse genegenheid is een noodzakelijke geestesgesteldheid van alle christenen, het dient die vurige gesteldheid weer te geven
welke in de gehele levensloop als een rode draad aanwezig behoord te zijn.
– Wanneer zelfverloochening als een voorwaarde van het heil wordt beschouwd,
dan dient dit deel uit te maken van ons dagelijks leven.
– Wanneer nederigheid als een christelijke plicht wordt beschouwd,
dan dient het leven van een christen een onophoudelijk verloop van nederigheid
in al haar vormen te bezitten.
– Wanneer armoede van geest noodzakelijk wordt geacht, dient dit de geest en
het temperament van elke dag in ons leven zijn.
– Wanneer we geroepen worden om de naakte, de zieken en de gevangenen te verlichten,
dienen we, zo ver als we kunnen, het gemeenschappelijke goede doel daartoe te ondersteunen en door onze eenvoudige levenswijze onszelf daartoe in staat te stellen om dit uit te voeren.
– Wanneer we onze vijanden dienen lief te hebben, dienen we ons in ons gemeenschappelijk leven zo te gedragen dat er sprake is van een zichtbare oefening en
die onderlinge liefde ook bewaarheid kan worden.
– Wanneer wij de betekenis en dankbaarheid ten opzichte van God waar willen maken;
de vergeving van zonden, datgene waarmee ten opzicht van Hem hebben gefaald, willen verkrijgen, dienen we Zijn plichten, dat zijn de verplichtingen van elke dag,
in alle omstandigheden van ons leven waar te maken.
– Indien wij wijs en heilig willen worden, als pasgeboren kinderen van God, dan
kunnen we gewoon niet anders, dan afstand nemen van alles wat dwaas en ijdel
in ieder onderdeel van ons gemeenschappelijk leven.
– Wanneer we nieuwe schepselen zijn en ons bekleed hebben met Christus,
dienen we dit ook aan de wereld te laten zien, door de nieuwe manieren van leven
in de wereld als voorbeeld te stellen.
– Wanneer wij Christus willen volgen dient dit te blijken uit de manier
waarop wij elke dag als nieuw en herboren mens besteden.
Dit, en dit alleen, is het christendom,
een uniforme, open en zichtbare praktijk van al deze deugden.
Dit is waarnaar wij als zondaars streven en
met vallen en opstaan met behulp van onze Heer trachten te bereiken .

Maart de 4e – H. Gerasimos, de rechtvaardige van de Jordaan

interieur Gerasimos klooster aan de JordaanH Gerasimos leefde in de 5e eeuw en
was abt van een gemeenschap van 70 monniken die
in de woestijn ten oosten van Jericho leefden, in
de buurt van de rivier de Jordaan.
Hun leven was onverzettelijk, ze sliepen op rieten matten,
ze hadden cellen zonder deuren en de stilte werd strikt in acht genomen. Hun dieet bestond voornamelijk uit water, dadels en brood.
Er wordt gezegd, dat Gerasimos in zijn niet aflatend geloof en standvastigheid werd beïnvloed door een verwensing uit zijn jeugd, waarop  hij een leven ging leiden beneden het bestaansminimum.

Op een dag kwam Gerasimos, terwijl hij langs de Jordaan liep, een leeuw tegen die het in doodsangst uitbrulde. De leeuw kon zich, vanwege een grote splinter in een poot, niet in leven houden. Overmand door medelijden met het beest, verwijderde Gerasimos de splinter en maakte de wond schoon en verbond hem, waarna hij verwachtte dat de leeuw naar zijn grot zou terugkeren.
In plaats daarvan volgde het schepsel hem gedwee op zijn terugweg naar zijn klooster en
werd zijn toegewijd huisdier.
De hele gemeenschap was verbaasd over het plotseling vreedzame karakter van het dier
tot een leven van toewijding aan de abt; het roofdier at namelijk niets dan brood en groenten.

H Gerasimos van de JordaanDe leeuw kreeg als speciale taak het bewaken van de klooster ezel, die langs de Jordaan graasde.
Op een dag gebeurde het dat, terwijl de leeuw lag te dutten, de ezel afdwaalde en door een passerende handelaar werd gestolen.
Na zonder succes gezocht te hebben, keerde de leeuw terug naar het klooster, het hoofd laag bij de grond, vanwege zijn tekortkoming.
De broeders concludeerden al snel dat de leeuw de ezel had overmeesterd en opgegeten had.
Als straf, kreeg de leeuw de taak van de ezel; om het water in een zadelpak met vier aarden kruiken  van de rivier naar het klooster te gaan dragen.

Maanden later, gebeurde het dat de handelaar met de gestolen ezel en drie kamelen langs de Jordaan trok.
De leeuw herkende de ezel en brulde zo hard dat de handelaar op de vlucht sloeg en weg rende.
De leeuw nam het touw van de ezel tussen zijn kaken en leidde hem terug naar het klooster
met de kamelen, die er achteraan vastzaten en hen volgden.
De monniken beseften dat ze zich in de leeuw hadden vergist; waarop
de leeuw zijn naam “Jordanes” van de vader Gerasimos kreeg toegewezen.

Voor nog eens vijf jaar maakte de leeuw “Jordanes” deel uit van de kloostergemeenschap.
Toen vader Gerasimos in de Heer ontsliep en werd begraven, ging Jordanes op het graf van verdriet liggen brullen en legde haar hoofd op het graf tegen de grond.
Tenslotte liet ook Jordanes het leven en stierf op de laatste rustplaats van Gerasimos.

Jordanus, de Leeuw - standbeeld in het kloosterDe Icoon van de H. Gerasimos richt zich op de ontwikkeling van het directe contact tussen de monnik en de leeuw.
Abt Gerasimos en deze geschiedenis
zijn zo indrukwekkend dat
veel teksten naar hem verwijzen en
al snel na zijn dood werd hij als
een heilige erkend.
Het klooster dat hij stichtte heeft de tand van de tijd doorstaan en is tot op de dag  van vandaag een spirituele ontmoetingsplaats
van pelgrims in de woestijn.

Troparion           Tn.1
Saint-Gerasimos1“Als woestijnbewoner en
engel in het menselijk lichaam,
bleek u voor ons ​​een wonderdoener te zijn.
God-dragende vader Gerasimos
Door vasten, waken en bidden,
ontvangt u hemelse gaven om zieken te genezen en de zielen te redden van hen
die door u tot geloof zijn gekomen:
Eer aan God, Die u deze kracht verleende!
Eer aan Hem, Die u een kroon gaf!
Eer aan Hem, Die door u genezing verleent aan allen!
“.

Kontakion          Tn.4
Vader, door hemelse liefde ontstoken,
De voorkeur aan de hardheid van de woestijn van Jordanië
deed u alle geneugten van de wereld ontvluchten!
Daarom heeft een wild beest u zelfs naar uw overlijden gediend.
Hij stierf in gehoorzaamheid en verdriet op uw graf.
Door u is daarmee onze God verheerlijkt.
Nu u voor Hem staat, heilige Gerasimus,
houdt u nog steeds rekening met ons!
“.

Maart 8e – H. Felix, bisschop van Dunwich and verlichter van oost Anglia

H. Felix van Dunwich, Apostel en verlichter van oost Anglia, detailWat betekent het om je Kruis op te nemen?
Dit betekent dat je, van de hand van de Voorzienigheid,
ieder middel van genezing bereidwillig aanvaardt,
hoe bitter wat je wordt aangeboden,
ook maar kan zijn.
dat houdt in dat je je hele hebben en houwen
volledig in de hand van de Menslievende God overgeeft
“.
H. Nicolaas Velimirovich

Felix werd aan het einde van de zesde eeuw
geboren in Bourgondië hetgeen in oost-Frankrijk ligt.
Als jongeman werd hij hieromonnik, wellicht
onder invloed van de Ierse klooster van
de H. Columbanus bij Luxeuil in de Bourgogne.
Hier ontmoette hij een koninklijke uit East Anglia afkomstige banneling Sigebert, aan
wie Felix het christendom verkondigde en die hij doopte.

Neem je Kruis opToen Sigebert in 630 terugging naar oost Anglia,
vroeg hij Felix mee te gaan om zijn koninkrijk te evangeliseren.
Felix werd blijkbaar onmiddellijk tot bisschop gewijd, naar alle waarschijnlijkheid
door H. Honorius, de aartsbisschop van Canterbury.
Afvarend vanuit Kent, tekent de lokale traditie aan dat bisschop Felix aan
land kwam bij het verwoeste Romeinse fort wat
heden ten dage Felixstowe genoemd wordt.
Hoewel sommigen van mening zijn dat
bisschop Felix ‘Felixstowe’ als uitvalsbasis heeft uitgekozen,
geloven de meesten toch dat zijn bisschopszetel verder
langs de kust van Suffolk heeft gelegen wat nu
dan de bloeiende haven van Dunwich heet.

H. Felix van Burgundy, de bisschop van Dunwich, 8e maartBisschop Felix hield toezicht op het zendingswerk over geheel East Anglia.
De overlevering van Suffolk vermeldtt dat hij het was die
de lokale bevolking bijgebracht heeft om
kerken te bouwen met het vuursteen wat
zo overvloedig op Suffolkse velden voorhanden is.
Naast zijn kathedraal en een school die
naar wij aannemen in Dunwich gelegen waren en
zijn activiteiten in en nabij het Felixstowe schiereiland, was
hij o.a. ook actief in het noorden van de provincie
bijvoorbeeld bij HallowTree en in de buurt van Sutton Hoo.
Hier bij Beccles en in het dorp Flixton
[Hetgeen evenals Felixstowe naar de H. Felix is vernoemd],
predikte hij het christelijk geloof.
Ook blijkt hij op de Stour te hebben gevaren en
actief te zijn geweest in het zuiden van de provincie, in
Sudbury evenals in het centrum van Suffolk, heeft hij
samen met de toekomstige H. Sigebert een
klooster opgericht wat nu St. Edmunds in Bury heet.

Buiten Suffolk wordt ​​ook verkondigd dat
de H. Felix de oudste kerk in Norfolk te Babingley, in
de buurt van Sandringham heeft gesticht
De nabijgelegen dorpen van Shernborne en Flitcham, waarvan
wordt gezegd dat ze vernoemd zijn naar de H. Felix,
onderhouden nog steeds banden met de H. Felix.
H. Felix, die een miniatuur van de kerk in Woolpit, Suffolk vasthoudtDe heilige bisschop zou eveneens
in de omgeving van Swaffham bij  Saham Toney gepredikt hebben en misschien ook op Cockley Cley waar nog steeds een zeer oude kerk staat.
De heilige was ook actief in de buurt van Yarmouth op Loddon en Reedham en in dit gebied werkte hij nauw samen met een Ierse missionaris, de H. Fursey.
Tenslotte zegt de traditie dat
bisschop Felix een klooster stichtte in Soham in Cambridgeshire.

Bisschop Felix kon al dit werk doen dankzij
de volledige goedkeuring van de vrome koning van East Anglia, Sigebert.
Nadat deze in 635 stierf, werd Sigebert opgevolgd door zijn neef, Anna.
Deze man was de vader van diverse later heilig- verklaarde kinderen, waarvan
de meest bekende de H. Audrey is, die werd in het geloof werd onderwezen door
bisschop Felix en ook gedoopt, waardoor
zijn apostolisch werk na zijn ontslapen kon worden voortgezet.
Bisschop Felix overleed op 8 maart 647 en
werd daarop als de apostel van East Anglia gehuldigd en heilig verklaard.

H. Felix of Burgundy, Beeld achter het altaar van de h. Petruskerk in Mancroft, Norwich, UKTroparion           tn. 4
Als Regel van geloof en
een voorbeeld van zachtmoedighied,
heeft de waarheid van uw daden u aan uw kudde getoond.
Daarom zijt gij door nederigheid groot en
door armoede rijk geworden,
Vader en Hogepriester Felix.
Bid Christus God, onze zielen te redden
“.

Kondakion         tn.2
Goddelijke Roeper, bazuin van de Geest en
Planter van het geloof.
Uitroeier van het bigeloof,
beminde van de Heilige Drieëenheid.
Grote Vader, hiërarch Felix,
gij die heerst met de Engelen,
bid zonder ophouden voor ons allen
“.