Orthodoxie & de kern van het Christelijk Geloof

De levensbeschouwing wordt in onze wereld beroofd van
haar kernpunten en hobbelt achteruit door de algemeen aanvaarde verheerlijking van geld, macht, genot en bezit.
Die adoratie wordt steeds meer verenigd met vreemde denkbeelden en sceptische filosofie. In die ellende van vervreemding van grondslagen tast de mens in het duister hetgeen niet zelden eindigt door zich dan maar te begeven in
de armen van het meest chaotische bijgeloof.
Hoewel ze alles wat God en godsdienst aangaat belachelijk maken
offert eenieder zich maar al te graag op aan vermaak en massale consumptie,
zodat zij zover mogelijk van ongeluk, pijn en ellende verwijderd blijven van
hetgeen hun canailleus [liederlijk] bestaan zou kunnen bedreigen.

Een aaneenschakeling van activiteiten dient Nederlandse binnensteden in
een feestsfeer te dompelen.  Gemeenten dragen gemeenschapsgeld bij als subsidie Fijne-Feestdagen-Festivals. Ondernemers dragen daar nog aan bij en de verhuur van standplaatsen levert ook nog een extraatje op.
Van midwinterhoornblazen, waarbij op de kortste dag van het jaar ‘het nieuwe licht‘ wordt verwelkomd tot Kerst-Winter-Wonder-Wandeling met Puur-natuur-avontuur
worden verzonnen om de consument toch maar de vrije dagen door te helpen.
– Ondertussen stuurt het Catharina Ziekenhuis een uitnodiging tot een gesprek bij kinderarts T. Hendriks aan Johannes van Oirschot, welke na een ongeval met de vuilniswagen in 1967 is overleden. Op de brief zelf staat zijn geboortedatum vermeld: 1 februari 1913. Indien de goede man nog zou leven, dan was hij inmiddels 101 jaar oud geweest.
– Tevens koopt het beursgenoteerde bedrijf ASML, die een voldoende goede kaspositie heeft, voor
één miljard euro aan aandelen op om de koers van hun aandeel te ondersteunen. Op strategische momenten worden immers aandelen opgekocht en vernietigd teneinde de koers te beïnvloeden.
– De zorgpremies in 2015 gaan flink stijgen; via talrijke tv-spotjes worden we opgeroepen om nog vóór 1 januari over te stappen.
– Om helemaal in de kerststemming te komen in ‘The most wonderful time of the year!‘  halen de commerciële tv-stations grijsgedraaide oude films uit de kast om onze kinderen toch maar te vermaken en de volwassenen rustig van hun ‘vermeende’ wildmaaltijd te laten genieten.
– Moeders worden de dagen voor Kerst nog even uitgenodigd via een ‘Curly-Hair-Talk‘ hun lifestyle  een oppepper te geven.

Het Christelijk Geloof is een mystieke levensbeschouwing.
Er zijn elementen van dit geloof die niet te begrijpen zijn.
Niet alles binnen het Christelijk geloof is altijd even goed of snel te begrijpen, zeker niet wanneer je bovenstaande berichten leest.
Soms is het best lastig om te geloven.
Toch zijn we voor de volle 100 procent overtuigd Christen,
maar verwarren de dingen om ons heen eenieder regelmatig.
Ze gaan ons boven de pet!
Weet je wat nu echt de diepe betekenis van ons Kerstfeest is?
God kwam als mens naar de aarde. Waarom?
Omdat Hij heel erg veel van mensen houdt.
Onze Heer en Verlosser Jezus Christus – werd in het vlees geboren – kwam als mens op aarde om uiteindelijk te
sterven aan een Kruis.
Dit was niet een akelige ontknoping van een opmerkelijk mens.
Nee, dit was een bewuste keuze van God om ons te laten zien hoeveel Hij om mensen geeft.
Hij toonde ermee aan hoeveel Hij, Die ver boven ons verheven staat, om jou en mij geeft.

Vind je dit een vreemd verhaal?
Ik kan het mij voorstellen, wanneer dit verhaal nieuw voor je is,  dat het
vreemd, raar en misschien wel dwaas overkomt.
Welke God komt nou als mens naar de aarde en
kiest ervoor om te sterven aan een Kruis?
De God, Die Hemel en aarde en al wat zich erop bevindt organiseerde deed dit. En weet je wat Hij nog meer deed?
Drie dagen na Zijn sterven aan dit Kruis stond Hij op uit de doden en overwon daarmee de dood.
Misschien vind je dat ik het nu wel erg bont maak.
Misschien . . . maar denk er maar eens over na.
Misschien vind je achter deze dwaasheid wel de bedoeling van God.
Om jouw te tonen hoeveel Hij om je geeft en je het eeuwige leven aanbiedt.
Ik vertelde je net al dat ik soms dingen ook
niet altijd even goed begrijp.
Het vreemde is alleen dat ik merk dat
deze gebeurtenissen mij niet loslaten.
Ik ervaar in mijn leven dat
deze Jezus Christus een realiteit is en
mij in mijn leven bij de hand neemt.
Hij helpt mij langzaam de dingen van
het leven te begrijpen.
En het mooiste van alles:
Hij leert mij steeds beter verstaan hoeveel Hij om mij geeft en
Hij helpt mij om van Hem te houden.
Of dat voor anderen bespottelijk is maakt mij eigenlijk niet zo veel uit,
voor mij is er geen andere Waarheid meer.

Een zalig Kerstfeest.

Orthodoxie & God is met ons

De machtige en geweldige wateren van
de Rivier, de 
koning van Assur met al zijn heerlijkheid; deze zal buiten al zijn beddingen stijgen en buiten al zijn oevers rijzen, Hij zal binnendringen in Juda, overstromen en steeds verder om zich heen grijpen, reiken tot aan de hals;
ja, zijn uitgespreide vleugelen
zullen de breedte van uw land vullen, o Immanuel.
Gaat tekeer, o volken en weest verslagen; ja, knoop dit in uw oren,
alle verre streken der aarde; gordt u aan en weest verslagen;
gordt u aan en weest verslagen.
Beraamt een plan, maar het wordt verbroken;
spreekt een woord, maar het zal niet tot stand komen,
want God is met ons.
Want aldus heeft de Heer tot mij gezegd, toen
zijn hand mij overweldigde en
Hij mij waarschuwde niet op de weg van dit volk te gaan:
Gij zult geen samenzwering noemen alles wat dit volk een samenzwering noemt en
voor hetgeen zij vrezen, zult gij niet vrezen noch schrikken.
De Heer der heerscharen, Hem zult gij heilig achten en
Hij dient het voorwerp van uw vrees en
Hij dient het voorwerp van uw schrik zijn“.
Isaiah 8: 8-13
Zo luidt de passage welke gelezen wordt in
de Vespers aan de vooravond van de Geboorte des Heren.

Ja, stel uw vertrouwen op de Heer, uw God, want
in Zijn hand ligt heel uw levenslot.
Heb alleen Hem lief, Zijn vrede woont in u.
Zie naar Hem op en
weet dat Hij u steeds nabij is:

Zegen van de Heilige Patrick

De Heer zal u de juiste weg wijzen.
De Heer zal u in de armen sluiten om
u te beschermen tegen gevaar.
De Heer zal er zijn om
u op te vangen.
De Heer zal onder u zijn wanneer
u dreigt te vallen.
De Heer is in u om u te troosten wanneer
u verdriet hebt.
Hij omgeeft u als een beschermende muur wanneer
anderen over u heen vallen.
De Heer staat boven u om u te zegenen.
Zo zegent uw God u vandaag, morgen en in alle eeuwigheid
“.

Degenen die God vrezen zullen Christus niet als “steen des aanstoots” herkennen
wanneer Hij komt. Degenen die voor de vijand zwichten zullen zich gebroken weten
ten opzichte van Christus, de “waardevolle hoeksteen“.
Zoals een hoeksteen twee muren samenvoegt, zo
zal Christus Jood en heidense gelovigen in Zich verenigen.
Zie, Ik leg in Sion een steen des aanstoots en een rots der ergernis en
wie op Hem z’n Geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen
“.
Rom.9: 33; 1Petr.2: 6
De Wet, die aan Mozes is gegeven zal worden afgesloten met de leer van de Apostelen.
De kinderen van God zullen als Christus’ apostelen en discipelen gezien [geïnterpreteerd] worden, waardoor
vele dingen tot stand komen en
wonderen verricht zullen worden.
Vergelijk nu eens de vraag van de Oudtestamentische Profeet:
Waarom zoeken ze de doden namens de levenden?” [Is.8: 19];
met de Engel, Die aan het graf de myrondragende vrouwen verkondigde:
Waarom zoek je de Levende onder de doden?” [Luc.24: 5].
God schiep zowel mannen als vrouwen met een natuurlijke wet in zichzelf
– het vermogen om het goede te kiezen en het kwaad te vermijden –
maar ze kozen voor zelfzucht [het egoïsme].
God gaf de Wet aan Mozes en ook die werd gebroken.
Er valt dan een grote duisternis op de ziel, over hen die
zonder het Licht van de geboden hun weg vervolgen:
Het volk dat in duisternis wandelt, ziet een groot Licht;
over hen die wonen in een land van diepe duisternis, straalt een Licht.
Gij hebt het volk vermenigvuldigd, zijn vreugde groot gemaakt;
het verheugt zich voor Uw Aangezicht als met de vreugde bij de oogst, zoals
men juicht bij het verdelen van de buit.
Want het juk dat het drukte, en de stang op zijn schouder,
de roede van zijn drijver, hebt Gij verbroken als op Midjansdag.
Want elke schoen die dreunend stampt, en elke mantel, in bloed gewenteld,
zal verbrand worden, een prooi van het vuur.
Want een Kind is ons geboren,
een Zoon is ons gegeven en
de heerschappij rust op Zijn Schouder en
men noemt Hem Wonderbare Raadsman,
Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst

Is.9: 1-5

De strijd toen Hij ten strijde trok
tegen Midjan . . . is gestreden;
300 – weliswaar oververmoeide – mannen hebben de achtervolging tot over de Jordaan ingezet en het restant van het leger van de Midjanieten werd uiteengejaagd.
Toen keerde Gideon als overwinnaar terug [Richteren 8]
De herinnering aan de overwinning zal blijven in de uitdrukking:
als op Midjansdag“.
Een dag, die later in de Blijde Boodschap de betekenis krijgt van:
“de dag van het oordeel van God”.
Ja, want het is de Heer, Die Zijn Volk uit de macht van hun vijanden verlost.
Het is de Heer Die ons de overwinning heeft gegeven, toen en nu en straks.
Het is dus onze Heer en Verlosser Jezus Christus!
Zouden de kinderen van de Kerk [Israël] dat al weer vergeten zijn?
Gideon, wees daarom onze heerser, en na u uw zoon, en de zoon van uw zoon.

Ondanks dit alles bleven zij zondigen,
zij wilden niet geloven aan Zijn wonderen.
toen vergleden hun dagen in ijdelheid,
hun jaren vlogen voorbij.
Telkens als Hij doodde, zochten zij Hem;
dan bekeerden zij zich en
kwamen ’s-Morgens tot God.
Dan gedachten zij dat God hun Helper was;
dat de allerhoogste God hen had bevrijd.
Dan hadden zij Hem lief met hun mond,
maar zij bedrogen Hem met hun tong.
Want hun hart was niet oprecht jegens Hem,
zij waren niet trouw aan Zijn Verbond.
Maar Hij is barmhartig en Hij vergaf hun
hun zonden; Hij wilde hen niet uitroeien.
Telkens weer wendde Hij Zijn gramschap af,
en liet Hij Zijn toorn niet ten volle ontbranden.
Hij gedacht, dat zij slechts vlees waren:
een ademtocht die voorbijgaat, maar nimmer terugkeert
“.
uit: Psalm 77[78]

Wij hebben persoonlijk genoeg dingen … waar wij voor door de knieën gaan.
een aantal opmerkelijke goden van deze tijd zijn:
– de god van het aldoor meer;
– de god van de techniek;
– de god van de onverzadigbare behoefte aan eten;
drinken, onderdak, warmte en seks;
– de god van het geweld;
– de god van het eigen ik.
Wij buigen ons dan misschien niet meer neer voor
domme en stomme dingen als afgodsbeelden,
maar onze tijd heeft z’n eigen idolen.
We gaan maar wat vaak door de knieën als
we er zelf beter van kunnen worden.
Hou jezelf maar de spiegel voor: wat is jouw voorwerp van afgoderij?
– Je lot uit de komende Postcode-, vrienden-, of Staatsloterij?;
wie wil er niet graag in één klap miljonair worden?
– Of je favoriete site op het internet?
Steeds meer internetverslaafden melden zich voor deskundige hulpverlening.
– Of misschien wel je flitsende carrière-baan?
Alles en iedereen moet aan de kant teneinde
hoger op de maatschappelijke ladder te kunnen komen.
– Of misschien dient je lichaam er wel als dat van een filmster uit te zien;
de beauty-farms en plastische chirurgie klinieken doen maar wat goede zaken.
– Misschien ‘verafgoodt’ je wel je man, je vrouw of je kinderen?
> Afgoderij, is datgene waar je je vertrouwen op stelt . . . ,
in de plaats van of naast God.
> Vertrouwen stellen in . . .
in de plaats van of naast God.

Het verraderlijke is . . .
dat God dan steeds verder naar de zijlijn van je leven opschuift;
Hij zal meer en meer plaats moeten gaan maken
voor iets wat in jouw ogen net zo, of misschien wel belangrijker is.
Het lijkt zo onschuldig.
Maar uiteindelijk breekt het Verbond dat de Heer
met jou persoonlijk heeft gesloten.

Opvallend is wel dat de grootste uitloop dáár plaats vindt . . .
waar men de dienst aan God heeft ingeruild voor de dienst aan de wereld;
daar waar men het niet meer zo nauw neemt met de geboden van God.
Waar het gezag van het Woord van God … ingeruild wordt voor het gezag van de mens.
Het is een spiegel die ook ons wordt voorgehouden.
Als u, jij en ik … de Liefde van God opofferen voor eigenwillige godendienst . . .
komt er onherroepelijk een scheiding.
Dan breekt Zijn huwelijks-verbond in stukken.
Voor een goed huwelijk is niet alleen . . .
wederzijdse liefde nodig . . .
ook een wederzijdse trouw [vertrouwen].
In een goed huwelijk moet je van elkaar opaan kunnen, elkaar wederzijds respecteren.
Dat is ook zo in het verbonds-huwelijk dat de Heer met je heeft gesloten.
Je groeit naar elkaar toe.
Je leert elkaar
iedere dag opnieuw weer een beetje beter kennen;
Je kunt uiteindelijk niet meer zonder elkaar;
je wordt steeds afhankelijker van elkaar.
God heeft ons lief: ons, jou en mij.
Hij heeft ons zo lief, dat Hij het
kostbaarste huwelijksgeschenk
aan ons heeft gegeven:
een Kind, een Zoon is ons geboren,
Zijn Naam is Heer, God met ons“.
Aan ons daarom de vraag:
Wat heb jij, wat hebben wij
met die Goddelijke Liefde gedaan?

December 10e – de Martelaren Menas, Hermogenes en Eugraphus van Alexandrië [†, ± 313]

Zowel de Heilige Menas als Hermogenes
zijn in de stad Athene geboren.
Beiden woonden later in Constantinopel, waar
ze de gunst van de keizer genoten en
in aanzien waren bij het volk.
Menas stond bekend om zijn leerstellingen en z’n redenaarskunst en hoewel hij deed voorkomen een heiden te zijn, was hij in zijn hart een overtuigd Christen.
Hermogenes was de Eparch van Constantinopel en was door en door heiden;
hij was echter een barmhartige mens en
deed vele goede daden.

Toen in de stad Alexandrië de vervolging uitbrak tussen de christenen en heidenen, stuurde keizer Maximianus [285- 305] Menas op pad om de oproer te onderdrukken en
de christenen de stad uit te drijven.
Menas ging er heen en herstelde vrede, maar
hij verkondigde tevens ook Christen te zijn en
bracht veel van de heidenen tot het ware geloof door
de kracht van zijn woorden en
onder het getuigenis van vele wonderen.
Toen de keizer dit hoorde, zond hij Hermogenes om Menas te straffen en
de christenen te liquideren.
Hermogenes bracht Menas voor de rechter, waarop
zijn voeten en zijn tong werden afgehakt en zijn ogen werden uitgestoken,
daarop gooiden ze hem in de gevangenis.
De Heer Jezus verscheen hem daar persoonlijk
teneinde Zijn lijdende dienaar te troosten en te genezen.
Toen Hermogenes zag dat Menas op wonderbaarlijke wijze was genezen,
liet deze zich dopen en begon het fantastisch geloof in Christus te prediken, waarop
hij tot bisschop van Alexandrië werd aangesteld.
Toen kwam de woedende keizer Maximianus zelf naar Alexandrië en
sloeg Menas en Hermogenes met onmenselijke martelingen, welke zij
met de hulp van Gods genade moedig doorstonden.
Toen Eugraphus, de secretaris van Menas de standvastigheid van
deze strijders van Christus aanschouwde en de wonderen die God via hen openbaarde,
ging hij de hal van de rechtbank binnen en schreeuwde de keizer in z’n gezicht toe:
“Ik ben ook een christen”.
De keizer ontstak in een woedeaanval, nam z’n zwaard en onthoofde Eugraphus persoonlijk
en vervolgens gaf hij de beul het bevel Menas en Hermogenes eveneens te onthoofden.
Hun heilige relikwieën werden in de zee geworpen en
dreven op wonderbaarlijke wijze naar Constantinopel, waar de bisschop,
die in een droom gewaarschuwd was,
hen met groot ceremonieel opwachtte en
hen met groot eerbetoon begroef.

Troparion                           Tn 8
De Martelaren van Christus, Menas, Hermogenes en Eugraphus
hebben door hun ascetische arbeid
de vurige aanvallen en hevige verleidingen van passies gedood.
Zij verkregen de Genade om de kwellingen van zieken te verdrijven en
om zowel tijdens het leven als na hun dood wonderen te verrichten.
Het is wonderbaarlijk dat hun overblijfselen genezing bewerkstelligen.
Eer aan onze enige God en Verlosser.

Kondakion                         Tn 4
De Heer deed u ontkomen uit het aardse leger
waardoor u een collega-erfgenaam van het eeuwige werd, O Menas;
begeleid ddor Hermogenes en Eugraphus met wie u leed,
werd jullie een onvergankelijke kroon verleend.

NB. De Heilige Martelaar Menas Kallikelados, [de welsprekende], was uit Athene afkomstig en  verwierf in ongeveer
het jaar 313 samen met de heiligen Hermogenes en Eugraphus,
de martelaars kroon.
Tijdens het bewind van keizer Basilius de Macedonische [867-886]  ontdekte
de militaire commandant Marcian
de relieken van deze heilige Menas
waarbij een nogal vrome man hem in een droom onthulde waar deze lagen.

December 9e – Icoon van de Allerheiligste Moeder Gods, onverwachte Vreugde

Vandaag is het de Orthodoxe traditie om dit verhaal te delen met
al de leden van de Kerk, volwassenen zowel als kinderen en ook de bezoekers.

Deze prachtige en krachtige Icoon weergave
toont de grootsheid van gebed, berouw en de liefde van de Moeder van God.
Het oorspronkelijke verhaal van de icoon wordt toegeschreven aan
de Heilige Demetrios van Rostov.
Op de Icoonafbeelding, zie je een man geknield voor een Icoon van
de Moeder Gods en haar Zoon.
Onder de afbeelding staan de beginwoorden van het verhaal geschreven.

Deze man, een zondaar, heeft elke dag voor de Icoon van de Moeder Gods gebeden.
Op zekere dag, voordat hij in zonde zou vervallen,
zag hij dat de Moeder Gods voor hem stond met haar Zoon in haar armen.
De handen en voeten van haar kind waren zojuist verwond en
het bloed stroomde nog uit de wond in Zijn zijde.
De zondaar vroeg in angst: “Wie heeft dit gedaan?“.
De Moeder van God antwoordde:
Iedere keer dat jij en anderen met opzet zonde bedrijven,
kruisig je mijn Zoon
“.

De zondaar brak in tranen uit en vroeg God om vergeving.
De Theotokos zei toen dat hoewel de man elke dag
voor haar Icoon gebeden had,
hij haar nog steeds beledigde en kwetste door zijn zonden.
Oh nee“, riep de zondaar.
Moge mijn fouten niet opwegen tegen uw grote goedheid en genade!
Vergeef me en bidt tot uw Zoon namens mij!
“.
Toen de Moeder Gods zag dat de man echt berouw had,
vroeg zij aan haar Zoon om hem te vergeven.
Omwille van Zijn moeder, verleent de Heer vergiffenis aan
de berouwvolle zondaar en de man leefde
de rest van zijn dagen als een vroom christen voort
Alheilige Moeder Gods, bidt tot Christus, Uw Zoon,
onze zielen te redden!
“.
Mp3:  Ave Maria, door Barbara Bonney
vrije vert:
Ave Maria! Zuivere Maagd!
Luister naar de smeking van een dienaar
vanaf deze grimmige en wilde aard-rots.
Mijn gebed heeft mij tot U gevoerd en
wij zullen tot de volgende morgen veilig slapen,
hoewel de mens blijkt zo wreed.
Oh Maagd, zie de nood van een van Uw dienaren,
oh Moeder, hoor Uw smekend kind.

Ave Maria, Zuivere Maagd!
Wanneer we op deze aard-rots
verblijven en sluimeren 
overschaduwt U ons.
De harde bodem doet ons zacht aan.
Wanneer U glimlacht,
ontwaren wij de geur van rozen
in deze duistere grot.
O Moeder, hoor de  smeking van een kind,
O Maagd, ‘t is een dienaar die dit vraagt!

Ave Maria! Zuivere Maagd!,
de demonen op de aarde om ons heen,
gaan er door Uw Heilige oogopslag weer vandoor en kunnen hier onmogelijk bij ons verblijven.
Wij dienen ons lot rustig te aanvaarden
omdat haar heilige troost ons omringt;
Mag al Gods Genade zich tot Zijn dienstknecht richten,
als tot het kind, dat tot Z’n Vader smeekt!“.

 

December 8e – Heilige Patapius, de rechtvaardige van Thebe, 4e eeuw

De eerbiedwaardige en God-dragende vader Patapius van Thebe werd geboren in Thebe [Egypte] en woonde ergens in de vierde eeuw in de Kemetian woestijn.
Zijn heilige relikwieën zijn ongeschonden gevonden en kunnen tot op de huidige dag worden vereerd.

De heilige Patapius wordt in de Syrisch-Orthodoxe kerk vooral vereerd als patroonheilige van mensen die waterzucht hebben.

De heilige Patapius werd in 380 geboren in de Egyptische stad Thebe.
Zijn vader was een gouverneur van de regio en een afstammeling van een bekende Egyptische familie.
Hij en zijn vrouw waren vrome christenen en werden door hun zoon Patapius geïnstrueerd in de Schrift.
Toen Patapius de volwassen leeftijd bereikte, werden bekende docenten van Alexandrië aangezocht om hem in de wetenschappen – wiskunde, filosofie en retoriek – te onderwijzen.
Door deze opleiding werd hij zich van het een op het andere ogenblik bewust van hoe voorbijgaand deze wereld wel niet is en werd hij aangetrokken door de ascetische wijze van leven. Hij werd vooral geïnspireerd door de Heiligen Clemens, Origenes en Athanasios.
Zijn vader zond hem tevens naar de vermaarde catechetische school in Alexandrië, waar
Patapius onder de invloed kwam van de blinde leraar genaamd Didemus.
Dit is de Didemus waarvan de Heilige Antonius de Grote zei:
Wees niet bedroefd dat je beroofd bent vanwege
je fysieke ogen,
ze zijn alleen goed voor
de vliegen en muggen.

Je zou je dienen te verheugen over de ogen van de ziel en dat je innerlijke inzicht is geschonken voor
de Goddelijke en Hemelse schoonheid“.
Didemus inspireerde de leergierige Patapius nog verder op de ascetische weg, die
hij zich voor ogen had gesteld.
Toen hij zijn studie had voltooid, keerde hij terug naar Thebe waar
hij geconfronteerd werd met het overlijden van zijn vader.
Geleid door de wens een het ascetisch leven te gaan leiden,
besloot hij te vertrekken naar de Egyptische woestijn waar
hij bekend om zijn persoonlijke daden.

In 428 begaf hij zich op weg naar Constantinopel omdat hij de rust en vrede van
de woestijn niet meer aankon.
Tijdens deze reis  ontmoette hij zijn discipel Sechnuti, die een Egyptische overheidsdienaar was. Tijdens deze reis, kwam hun schip voorbij Corinthe, waar ze zeven jaar verbleven. In 435 verliet Patapius zijn skete in de Geranian bergen [Corinthe] na z’n zeven jarig verblijf en hervatte samen met de monnik Sechnuti zijn reis naar Constantinopel.

In Constantinopel settelden zij zich in het geheim in het klooster van Blachernae, waar hij een cel in de stadsmuur nam.
Patapius hield zijn identiteit geheim en onder het mom van een eenvoudige monnik
hervatte hij met z’n compagnon een leven van streng vasten, waken en bidden.

Hier verichtte hij vele wonderen van genezing.
Na een deugdzaam welke gezegend met ascetische attitude en wonderen,
stierf hij op de geweldige leeftijd van drieëntachtig jaar in 463.
Hij werd begraven door zijn leerlingen uit de kerk van H. Johannes de Doper in Constantinopel te Petras, welke onder was de bescherming stond van de koninklijke familie van Constantinopel, Palaiologoi en in het bijzonder van de heilige Hipomoni [de heilige van het geduld]
die de moeder was van de laatste keizer van Byzantium, Constantijn Palaiologos.

Sinds de Hemelse overgang van de heilige, heeft deze Kerk de verhalen van zijn leven zorgvuldig bewaard en zich ontfermt over zijn heilige relikwieën.
Duizend jaar nadat de heilige was overleden, toen de Turken Constantinopel veroverden, zijn de relieken aldaar overgebracht het kleine grot-skete in Corinthe
[zoals hij tijdens zijn leven had gevraagd].
Het lichaam van de heilige was in de grot achter een westelijke muur verborgen met
het uitzicht op de iconostase van de kapel die zij daar bouwden.

In het begin van de 20e eeuw ontdekte een lokale priester [vader Constantine Sosanis] deze relieken van de heilige verborgen in de muur.
Hij was een academisch geschoolde Aartspriester die regelmatig in deze kleine kapel zijn diensten deed en vanwege zijn lengte opdracht gaf een aantal wijzigingen in de kapel aan te brengen.
De nacht voordat de werken aan de westelijke muur zouden beginnen, kreeg deze vader Constantijn een droom waarin een monnik hem waarschuwde om
voorzichtig te zijn wanneer hij de muur zou slopen“,
want zo zei de monnik in zijn droom: “Ik ben de Heilige Patapius van Egypte“.
De stoffelijke overschotten werden de volgende dag ongeschonden gevonden met een groot houten kruis op zijn borst, een perkamentrol met zijn identiteit en de grote bladeren waarmee zijn relikwieën waren ingepakt  waren nog zo vers alsof ze de dag ervoor waren geplukt.
Vanaf het ogenblik dat zijn overblijfselen zijn ontdekt, zijn
veel mensen in visioenen en dromen door de heilige bezocht met
het verzoek “zijn huis in Loutraki” te bezoeken.
Hij is vooral bekend vanwege de genezing van kanker en
er hebben dienaangaande wereldwijd diverse wonderen plaats gevonden.

Troparion                           Tn 8
De gelijkenis aan God werd in U echt bewaard, Vader,
want u nam het kruis op en volgde Christus.
Door dat te doen heeft u ons geleerd het vlees te negeren
want dat gaat voorbij,
maar daarvoor in de plaats te zorgen voor de ziel,
omdat deze onsterfelijkheid bezit.
Daarom verheugt uw geest zich met de engelen,
eerbiedwaardige vader Patápius,.

Kontakion                          Tn 3
Uw tempel is gevonden als een bron van genezing
en de mensen bezoeken u massaal verlangend, O heilige.
Zij zoeken genezing van hun ziekten en de vergeving van zonden,
want u bent een beschermer voor alle mensen in nood,
eerbiedwaardige vader Patápius.

Orthodoxie & de dood

In het evangelie van Mattheüs wordt
ons een gemeenschap onderweg,
een volk in een crisis voorgeschoteld.
De vroege Christenen geloofden dat
Jezus inderdaad opnieuw zou terugkomen bij de wederkomst en dat hij tevens
wel heel snel zou terug komen.
Toch had de Heilige Mattheus een heel andere visie en heeft hij dit ook in zijn geschriften weer gegeven.
Voor hem is het Koninkrijk der hemelen ofwel dichtbij dan wel onafgebroken aanwezig.
God is reeds aanwezig in degenen die leven in het besef van de Opstanding in Christus.

Iedereen die leeft wordt vroeg of laat geconfronteerd met de dood, dit is onlosmakelijk aan het leven verbonden; vroeg of laat komt de dood je leven binnen.
De vragen die dat met zich meebrengt, zijn vragen waar we ècht mee kunnen worstelen.
Vragen waar we helemaal niet uit kunnen komen en dit al helemaal wanneer het sterven naar onze mening veels te vroeg komt.
En als die dood ons leven dan binnensluipt, beseffen we tevens dat dood eigenlijk helemaal niet bij het leven past. Het is er mee in strijd.
De dood is de vijand van het leven.

Tegelijk zeggen we: “De dood is onlosmakelijk aan het leven verbonden”.
En ook dat is waar. Tenminste als we ermee bedoelen dat je
je ogen niet kunt sluiten voor de werkelijkheid van dood. De dood is er nu eenmaal.
Midden in het leven weten we ons door de dood omgeven.
Je hebt er niks aan als je vragen, die dat met zich meebrengt, wegduwt.
Het zijn vragen die gesteld dienen te worden.
Wat gebeurt er eigenlijk als je sterft? Wat is er eigenlijk na de dood?
Waar vind je troost en rust, zodat je ondanks de dood toch verder kan leven?

En we hebben daarbij ook allemaal namen in ons hoofd, als het gaat over leven en dood, over sterven en de leegte die dan achterblijft.
Namen van mensen die ons heel dierbaar waren en voor wie we elke zaterdag bidden.
Mensen die we niet wilden missen en die we toch moeten missen. Ze waren soms nog jong, veel te jong voor ons gevoel.
En ook als ze al ouder waren, toch blijft de pijn en het gemis. We hebben namen in ons hoofd, we zien hun gezichten voor ons.
Ze zijn gestorven. En zo kwam de dood ons leven binnen.
En ook onze eigen namen verbinden we met die vragen rond leven en dood.
Want de dood komt niet alleen ons leven binnen als we een geliefde moeten afstaan.
Ook zelf komen we er niet omheen we zullen eens sterven. Wanneer, dat weten we niet.
Maar het moment komt. Je kunt er bang voor zijn omdat de dood een grens is.
En soms kijk je nu al de dood in de ogen als een ziekte je lichaam en je leven ruïneert.

Met vragen rond leven en dood krijgt iedereen te maken.
En dan ga je zoeken naar de antwoorden.
Antwoorden op vragen, die altijd al zijn gesteld en
die altijd weer opnieuw worden gesteld.
Want ieder mens moet zelf weer zoeken en
moet zelf weer opnieuw de weg naar God vinden.
Vandaag zoeken we samen, en we laten ons bij
dat zoeken leiden door een gedeelte uit
de Blijde Boodschap, de Bijbel.
Een geschiedenis waarin mensen voorkomen zoals u en ik,
mensen met hun vragen rond leven en dood.
En we komen er nog Iemand tegen.
Een Mens zoals u en ik, en tegelijk vele malen
méér dan u en ik.
Zijn Naam is Jezus, Christus, de Zoon van God en deze is boven alle namen verheven.
Ja, ook Hij heeft een Naam, Jezus.  > Verlosser betekent dat.
En uit de geschiedenis die we nu gaan volgen,
mogen we leren dat Zijn Naam waar [de Waarheid] is:
Jezus is zoals Hij heet, ‘de Verlosser’, ook midden in
onze worsteling met vragen rond leven en dood.

Er was iemand ziek“. Zo begint de geschiedenis.
Er was iemand ziek“.
Dat zinnetje is typerend voor het mensenleven.
Want we leven in een wereld vol zieken, een wereld vol ziekten, in een wereld die in veel opzichten verziekt is.
Er was iemand ziek“. En je voelt al direct aan:
dit loopt niet goed af.
Vanaf het begin is de dood al levensgroot aanwezig. Want de zieke sterft.
De Blijde Boodschap verdoezelt de werkelijkheid van ziekte en dood niet: ze zijn kenmerkend voor het leven. Want het leven is in heel veel opzichten
om te huilen“.

Er was iemand ziek“.
En die iemand heeft een naam.
Ja, ook déze zieke heeft een naam, zoals alle zieken.
Lazaros is zijn naam. “God helpt” betekent dat.
Hij heeft twee zussen, Martha en Maria en
zij wonen in Bethanië [“Huis van lijden” of “Huis der behoeftigen“].
Hij heeft vrienden en veel bekenden.
Hij is een mens zoals wij.
Hij wordt ziek en de velen om hem heen maken zich zorgen.
Hoe gaat dit aflopen?
Eén vriend van deze Lazarus krijgt heel speciaal de boodschap van zijn ziekte te horen.
Heer, zie, die Gij lief hebt, is ziek”.
Jezus moet het gewoon weten. Als er Iemand kan helpen, is Hij het wel.
Want het is aan Hem te danken dat
vele lammen weer lopen, dat vele blinden weer zien,
dat vele doven weer horen.
En zelfs zijn er doden die weer leven, dankzij Jezus.
En nu is Lazarus ziek, Jezus’ eigen vriend.
Heer, uw vriend is ziek, Lazarus uit Bethanië”.
Je zou denken dat Jezus, als Hij dit bericht ontvangt van Maria en Martha,
Hij ook wel direct op weg zal gaan naar Bethanië, naar zijn vriend.
Want je wil toch graag bij hem zijn, als vriend, maar
vooral ook om hem te kunnen bijstaan in het genezingsproces.
Want dat kán deze Vriend.

Maar Jezus doet het niet.
Want de ziekte van deze vriend is er een niet ten dode, maar tot eer aan God.
Door deze ziekte zal de Zoon van God verheerlijkt worden. Dát zegt Jezus erover.
Met heel Zijn wezen is Hij betrokken bij Lazarus, Zijn vriend. Hij heeft hem lief.
Het is opvallend hoe menselijk de Heer Jezus in deze geschiedenis naar ons toekomt.
Er wordt gesproken over zijn vrienden die Hij liefheeft en
straks rollen er tranen uit Jezus’ ogen;
is Hij ontroerd en verbolgen tegelijk.
Maar hier, bij het bericht van Lazarus’ ziekte, zien we
Jezus vooral als de Zoon van God, de God-Mens tussen de mensen,
vriend tussen de vrienden, en tegelijk: de Zoon van God.
En zo weet Hij dat deze ziekte een speciaal doel heeft.
En in wat er straks gaat gebeuren dient niet Lazarus centraal te staan, de vriend van Jezus.
Maar dient Christus centraal staan, de Zoon van God.

En daarom wacht Jezus. Hij wacht tot zijn vriend gestorven is.
Want het wonder dat Hij zal doen is groter nog dan
het wonder dat Maria en Marta nu van Hem vragen.
Jezus zal laten zien dat Hij meer is dan een Wonderdoener, meer
dan een Geneesheer die zieken weer gezond maakt,
Hij maakt doden levend!

De verslagenheid is groot in Bethanië, als Jezus daar aankomt.
Lazarus is gestorven. Hij is dood. Een harde werkelijkheid.
Vier dagen al is hij in het graf, een graflucht is van verre waarneembaar.
En zeven dagen lang wordt er gerouwd, volgens Joods gebruik.
Vele van de Joden zijn naar Maria en Martha toegekomen.
Om te troosten en te delen in het verdriet.
En dat is een geweldige bemoediging in dagen van rouw:
dat er mensen komen om je verdriet te delen.
Nee, niet om het weg te nemen, want dat kan niet, het verdriet wegnemen.
Om het te delen.
Zonder woorden vaak, want wat moet je zeggen in het aangezicht van de dood.
Jezus was tot nog toe afwezig geweest bij het verdriet om Lazarus.
En als Martha hoort dat Jezus is aangekomen, gaat ze Hem tegemoet.
Ze wil Hem graag zo snel mogelijk zien en spreken.
En in de eerste woorden die ze zegt, klinkt een zacht verwijt door.
“Heer, als U hier was geweest, zou mijn broer niet gestorven zijn”.
Waar was U, Heer? Waar was U?
Dat is een vraag die je wel eens stelt als de dood je leven binnendringt.
Waar was U Heer?
Een vraag uit de diepte van een gewond hart.

Ook Marta”s hart is gewond, maar tegelijk leeft er in haar hart verwachting.
“Ook nu weet ik, dat God U geven zal wat U begeert”, zegt ze tegen Jezus.
Ze verwacht waarschijnlijk dat Jezus met haar zal bidden tot zijn Vader, dat
hij voorbede zal doen voor haar en Maria:
kracht om het verlies van Lazarus in het geloof een plaats te geven in haar leven.
Want dat lukt je niet alleen: daar heb je de hulp van de Heer bij nodig.

En dan zegt Jezus: “Martha, je broer zal ópstaan”.
Die woorden stellen Martha eigenlijk teleur.
“Bent u daarvoor gekomen, Heer ?
Iedereen heeft me dat al verteld. Iedereen troost me met die woorden.
Ik weet het wel: eens zal ik Lazarus weer ontmoeten.
Als hij zal opstaan op de jongste dag.
Maar U hebt toch wel meer te zeggen?”
En Jezus Christus heeft meer te zeggen.
Nu kan Hij de woorden spreken die
het centrum vormen van het verhaal over de dode Lazarus die
weer levend wordt.
Want dat is eigenlijk niet de kern van die geschiedenis:
dat een dode weer leeft.
De kern is hier dat we Christus ontmoeten.
Jezus is zijn naam. Verlosser. Hij spreekt het verlossende woord
in het leven van hen die door de dood zijn omgeven.
Het verlossende antwoord op onze vragen en rond leven en dood.

“Ik ben de Opstanding en het Leven”
“Martha, de opstanding, dat is niet iets van later, dat is iets van nu”.
“Ik bén de Opstanding en het Leven”.
Deze woorden vormen het grootste wonder in
het verhaal over Lazarus.
Hier ontmoeten we Jezus Christus,
de Zoon van God.
Hij is de Opstanding in Eigen Persoon.
Hij is het Leven in Eigen Persoon.
En wie worstelt met vragen rond leven en dood, vindt bij Jezus het antwoord.
Sterker nog: Jezus ís het Antwoord in Eigen Persoon.
En als je in Hem gelooft, dat wil zeggen: als
je ja zegt tegen Jezus, als je je aan Hem overgeeft,
dan mag je in je leven te midden van de dood,
merken dat Hij is de Opstanding en het Leven.
Dan komt er rust in je leven.
Niet dat de dood dan weg is, niet dat je dan onsterfelijk wordt,
maar er is een antwoord op je vragen rond leven en dood.
En dat antwoord is: Jezus Christus, de Zoon van God.

“Ik ben de Opstanding en het Leven.”
Deze diepe uitspraak, die altijd weer als nieuw in de oren klinkt,
legt de Jezus vervolgens in twee zinnen uit.
Want Hij wil twee dingen zeggen, omdat
Zijn macht gaat over de doden én over de levenden.

In de eerste zin licht Hij toe wat het betekent dat Hij de Opstanding is.
“Ik ben de Opstanding: wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven”.
Dat gold voor Lazarus, en het geldt voor iedereen
die in geloof gestorven is en
voor ieder die in het geloof sterft.
Want als je Christus kent als je Verlosser, dan
kun je niet meer sterven.
Tenminste niet meer echt sterven.
Ja, hier op aarde is dat sterven echt, voor wie achterblijven.
Er valt echt een lege plaats.
Maar omdat Christus de Opstanding is, mag wie sterft léven, leven met God.
Eeuwig leven heet dat in de Blijde Boodschap.
En dat is niet zozeer heel erg verschrikkelijk lang leven, maar
het is een leven dat eeuwigheidswaarde heeft,
omdat het een leven bij God is.
“Ik ben de Opstanding”, zegt Jezus.
En Hij zegt het over mensen die gestorven zijn. Zij zullen opstaan.

En tegen mensen die leven zegt Hij:
“Ik ben het Leven, en een ieder die leeft en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven”.
Dat is de tweede zin, waarin Jezus Zijn diepe uitspraak, die
altijd weer als nieuw in de oren klinkt, uitlegt:
“je zult in eeuwigheid niet sterven als je in Mij gelooft”.
Dat gold allereerst voor Martha, met wie Jezus op dat moment in gesprek is.
En het gold ook voor Maria.
En het geldt voor allen die in leven zijn en die leven in geloof.
Dankzij Christus, die het Leven is,
kan de dood je in eeuwigheid geen kwaad meer doen:
nooit zul je het leven verliezen.
Want als je gelooft in Christus,
ontsnap je aan de macht van de dood.
En sterven zal dan niet betekenen dat je er geweest bent,
nee, je zult je dood overleven,
omdat Jezus het Leven in Eigen Persoon is.

“Ik ben de Opstanding en het Leven.”
Jezus brengt dus niet de opstanding en het leven, straks op de jongste dag,
nee, Hij is het, hier en nu en vandaag voor eenieder die gelooft.
Zo komt Hij naar je toe.
Hij, die zelf ook gestorven is en opgewekt, Hij
komt je tegemoet als de Opstanding en het Leven om
je nabij te zijn in je machteloosheid en je verdriet, in
het gevecht met vragen die woelen in je hart.
En zo kwam Hij ook naar Martha toe en naar Maria en
naar allen die treurden om Lazarus die gestorven was.
Hij komt met een woord: “Ik ben de Opstanding en het Leven”.
En in dat woord ligt het allergrootste wonder opgesloten:
Christus heeft de dood overwonnen, en wij zullen leven”.

Ja, de dood is dood, Christus schenkt ons het eeuwige leven.
Dat gaat Jezus nu laten zien bij het graf van Lazarus.
Zijn woord over Opstanding en Leven
gaat Hij nu onderstrepen met de daad.
Met Maria en Martha en vele anderen gaat Hij mee naar het graf.
Een rouwstoet. Jezus loopt mee in een rouwstoet. En ook Hij heeft verdriet.
En wat komt de Zoon van God daarin dicht bij ons mensen.
Hij heeft verdriet om zijn gestorven vriend. “Jezus weende”.
En ook is Hij verbolgen in de geest. Hij is boos op de dood,
Hij maakt zich kwaad over de macht van de dood en
over wat de dood allemaal aanricht in mensenlevens.
Boosheid en verdriet zijn er in Jezus, wanneer Hij ieder keer meeloopt in
de rouwstoet naar een graf, Jezus huilt.
Hij is niet de grote Buitenstaander, de Onbewogene:
Zijn vriend is dood en met Zijn andere vrienden is
Hij diep verdrietig en ook boos op de dood.

Maar tegelijk is Jezus, Gods eigen Zoon,
ook machtiger dan de dood.
En dat laat Hij zien bij het graf van Lazarus.
Hij stelt een daad als
onderstreping van Zijn Woord.
Geen stunt waarbij
Lazarus in de schijnwerpers staat, maar
een teken waarbij
al het licht valt op Christus.
Lazarus, kom naar buiten”.
En Lazarus komt tot leven en naar buiten, en daar staat hij voor de Opstanding en
het Leven, Jezus zijn vriend, Gods Zoon die macht heeft over de dood.

Ik ben de Opstanding en het Leven
Dat wordt daar bij
het geopende graf duidelijk.
Jezus is wat Hij zegt voor eenieder die gelooft en zich overgeeft aan Hem.
Ja, voor eenieder die gelóóft.
Want het woord dat Jezus sprak tot Martha,
wordt gevolgd door een vraag aan Martha.

Ik ben de Opstanding en het Leven.
Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven; en
eenieder die leeft en in Mij gelooft zal in eeuwigheid niet sterven
Gelooft je dat?
Die vraag komt dagelijks ook naar ons toe.
Gelooft je dat?” Geloof je dat Jezus de Opstanding is en het Leven?
Want dat is Hij als je Hem aanneemt als jouw Verlosser.
Jezus is Zijn Naam.
Hij haalt de angel uit je vragen rond leven en dood, wanneer
je Hem belijdt als de Heer van je leven.

Geloof. Daar vraagt Jezus om.
En geloven, dat is:
de uitgestoken hand van Christus aanpakken en
vasthouden en nooit weer loslaten.
> Hij is je Verlosser.
> Hij is de Opstanding en het Leven.
> Hij is het Antwoord op je vragen rond leven en dood.
Nee, dat betekent niet dat je verdriet dan weg is.
Het betekent ook niet dat de dood dan weg is.
En de pijn van het leven dat zo vaak om te huilen is, is niet weg.
Maar er is wel iets anders. Er is Iemand anders, Die je over
de grens van de dood helpt heen te kijken.

En dan zie je:
Dat alles wat je in dit leven overkomt “peanuts” zijn.
Dan zie je dat een onontbeerlijke eigenschap van
Recht en Gerechtigheid genade is.
> ”Ontferming” is het persoonlijke ervaren en
de praktische uitdrukking van Gods Liefde.
Gezegend te worden door God is
om ook zelf compassie te tonen, om zorg te hebben,
om zorg te dragen voor elke persoon en elk levend wezen.
Dan zie je dat het enige belangrijke “de Opstanding en het Leven, Christus is;
het Licht in de duisternis” . Leven na de dood, want
Christus heeft de dood overwonnen, en  wij,
wij zullen leven
”.

Nu laat Gij
Uw dienaar heengaan, o Meester,

volgens Uw heilig Woord in vrede.
Want mijn ogen hebben
Uw Heil aanschouwd,

dat Gij bereid hebt voor
het oog van alle volkeren.

Licht tot verlichting der Heidenen en
tot glorie van Uw Volk Israël“.
Cantiek van Simeon
[uit de Orthodoxe Vespers]

απορώ και εξίσταμαι“, hetgeen betekent: “Ik sta buiten mezelf van verwondering“.

Orthodoxie & de weg tot zoon-schap [2]

Ik ben vreemdeling geworden
in een vreemd land
Ex.2: 22
Het zal niet zonder strijd of vragen zijn, die
’s-nachts maar blijven rondmalen en
die ons wakker kunnen houden.
Dit zal niet gemakkelijk overkomen, maar
dat is een wildernis [een woestijn] nooit geweest.
Dus, nodig ik jullie uit om de weg van het zoon-schap voort te zetten,
met mee te gaan, om mij te volgen in de worsteling
over de fundamentele stelling die ik beleef:
Alle waarheid is Gods Waarheid“.

De psychologie pretendeert
een studie van de ziel te zijn;
ze is bekend komen te staan als de genezer van zielen.
Maar is de “genezing van zielen” niet
het domein van Gods Woord.
En geloven we in de Christelijke Orthodoxie niet
de levende belichaming van de boodschap van
de Apostolische Waarheid te zijn.
Dan dienen we hard te zijn voor onszelf en
elke probleem wat we op onze weg tegenkomen
met open vizier en met volhardende moed benaderen.
Op die wijze dienen we de eenheid van Geloof en
de volle kennis van de Zoon Gods te bereiken,
de mannelijke rijpheid,
de maat van de wasdom van
de volheid van Christus

Eph.4: 13
De leden van de Kerk [het geestelijke lichaam van Christus]
worden niet meer overheerst door emoties.
Ze worden “niet meer als onmondigen,
op en neer, heen en weer geslingerd onder invloed van allerlei stormwinden
van buitenaf, maar groeien, zich aan de Waarheid houdende,
in Liefde – in elk opzicht naar Hem toe – die het Hoofd is

Eph.4: 14-15
De Satan, de tegenstrever vreest en haat de geboorte van dit soort zonen.
Daarom zal hij, net als de Pharao en als Koning Herodes,
Het beest en zijn trawanten zullen oorlog voeren tegen het Lam, maar
het Lam zal hen overwinnen – want Hij is de Heer der heerscharen en de Koning der koningen – en zij, die met Hem zijn, de geroepenen en uitverkorenen en gelovigen
“.
Openb.17: 14
Wat er na Mozes’ geboorte gebeurde, weten we.
De dochter van de Pharao nam hem mee naar het hof en zijn toekomst leek zeker.
Weer was er, als in de dagen van Jozef, een Hebreeër in het Egyptische paleis.
Zou ook hij een redder in nood blijken te zijn?

Wat is de betekenis van de naam Mozes.
De prinses “noemde hem Moshe
[Hebreeuws: משה], want, zei ze:
“Ik heb hem uit het water getrokken” [Ex.2: 10].
Water is een woordbeeld.
Het “water van de Nijl” duidt op de talloze “Egyptische“, menselijke, ongeïnspireerde, geschreven, gedrukte en gepreekte woorden.
Het kan veranderd worden in bloed:
het blijkt zielsberoering te zijn [Ex.7:14-25, vgl. Lev.17:11,14].
In dát “water” liet Pharao alle “mannelijke“, “pasgeborenen” verdrinken.
Ex.1: 22
De naam Mozes betekent dus uitgetrokken
[uit het water]. Hij werd uit het
zielsberoerende water” van “Egypte” gered en
opgetrokken tot de “wateren van boven“.
[vgl. John.7 :37-39 en Openb.22: 1].
Mozes zou Gods stem horen, Zijn Woord gehoorzamen en vernieuwd worden om een goede herder voor Gods volk te kunnen zijn.
Ondanks de grote tegenstand van de Pharao zou hij het volk leiden, wegvoeren uit Egypte, de woestijn, de duisternis.
Maar eerst moest God hem daarvoor klaarmaken.

Terwijl Moshe, die uit de ploemp werd getrokken, in luxe aan het hof leefde, zwoegde en zuchtte het volk van God onder de harde hand van Pharao’s slavendrijvers.
Pas toen hij veertig jaar [mid-life crisis] was geworden, werd hij wakker;
ging hij uit tot zijn broeders en lette op hun dwangarbeid“.
Ex.2: 11
Hij kwam er achter wat zijn afkomst was en dat hij gebruikt werd.
Hij vroeg zich ongetwijfeld af, wat hij voor zijn volk kon doen.
Misschien dacht hij wel aan Jozef, die Egypte en
de hele wereld” had gered [Gen.41: 57].
Hoe kon hij zijn invloed aan het hof aanwenden om
zijn bloedverwanten, de Hebreeërs te helpen?

Maar Gods tijd was nog niet gekomen.
Hoewel Mozes al tien jaar ouder was dan Jozef
toen deze onderkoning van Egypte werd, was hij
geheel onvoorbereid in Gods ogen.
Zijn pogingen om het volk te helpen werden
complete mislukkingen [Ex.2: 11-22].
Vanuit het Egyptische paleis kon hij niets doen.
Hij had wel gezag als prins, dat is waar.
Maar had hij ook geestelijk gezag?
Want wat God doet, doet Hij niet
door kracht of door geweld, maar door Zijn Geest“!!!
Zacharias 4: 6
Behalve op zijn positie als prins steunde Mozes’ gezag
ook nog op “Egyptische” kennis.
Hij was “onderwezen in alle wijsheid van de Egyptenaren en
was machtig in woorden en werken”.
Hand.7: 22
Ook nu nog denken veel mensen God daarmee te kunnen dienen.
Wat is er nu beter dan een invloedrijke, maatschappelijke status,
een goede opleiding, kennis van de Heilige Schrift en een klinkende titel voor je naam.
Mensen luisteren graag naar iemand van aanzien,
naar iemand die het mooi kan verwoorden.
Maar wáár gezag en wáre kennis zijn heel anders.
Jezus had geen enkele reputatie of positie in de religieuze wereld van Zijn tijd.
Maar “ze stonden wel versteld over
wat Hij onderwees, want
Zijn woord was met gezag

Luc.4: 32
Zijn gezag was niet uit de mens,
maar vanuit God [vgl.Matth.7: 29].
Daarom ontdeed God, Mozes eerst van elke vorm van menselijk aanzien en eigen kunnen.
Hij liet hem de weg van zelfontlediging gaan.
Paulus zegt van Jezus, dat ook Hij
Zichzelf heeft ontledigd en
de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen en
aan de mensen gelijk geworden is.
En in Zijn uiterlijk als een mens bevonden,
heeft Hij Zich vernederd“.
Phil.2: 7-8
Ons verstand kan de diepgang van deze woorden maar moeilijk vatten.
Was het voor God niet voldoende om mens te worden en gewikkeld te worden in “doeken” van “vlees aan dat gelijk;
aan de zonde
“?
Luc. 2: 12 en Rom.8: 3
Nee, ook op aarde zou Jezus
Zich verder ont-ledigen en vernederen.
Dertig jaar lang
nam Jezus toe in wijsheid en grootte en genade bij God en mensen“.
Luc.2: 52
Toen zalfde de Vader Hem tot ware Koning en Hogepriester en verklaarde:
Jij bent Mijn Zoon, de geliefde, in
wie Ik welbehagen heb
“.
Luc.3: 21-22
Wat een rijkdom! Koning, Hogepriester, Zoon van de levende God!
Wat een geestelijke status!

Nu de hamvraag:
maakte Jezus daar wel eens gebruik van om Zich aan de wereld te bewijzen?
vgl. Matth.4: 11
Nooit en te nimmer!
In plaats daarvan nam Hij de gestalte aan van een dienstknecht [Phil.2: 7] of
van een “schaap dat stom is voor zijn scheerders“.
Isaiah 53: 7
Hij legde alles af. Hij zei:
Hierom heeft de Vader Mij lief, omdat Ik Mijn leven afleg.
Niemand ontneemt het Mij, maar Ik leg het uit Mijzelf af“.
John.10: 17-18
Maar wie begreep dat?
Daarom “zeiden er velen:
Hij is bezeten en waanzinnig;
waarom luisteren jullie nog naar Hem?
“.
John.10: 20
Ze zagen Hem slechts als de zoon van een timmerman
uit het verachtelijke provinciestadje Nazareth,
wat kan daar nou voor goeds uit voortkomen.
Matth.13: 55, John.1: 47

Mozes benaderde deze weg van vernedering
het dichtst van alle oudtestamentische figuren.
Hij verliet de pracht van het Egyptische hof om
bij zijn broeders in de verdrukking te zijn [Ex.2: 11].
Hij leefde veertig jaar lang [40=testen, beproeven] in
totale afzondering in Midian, teneinde innerlijk te worden veranderd.
Hij werd herder, een naar Egyptische maatstaven verachtelijke positie.
Want al wat schaapherder is, is voor de Egyptenaren een gruwel“.
Gen.46: 34
Voor ons hebben herders een positief, romantisch imago.
Wat is er nu leuker, tijdens een vakantie een herder op de hei tegen te komen en
een praatje met hem te maken.
Vaak stelt men zich een herder voor op een zonnige groene lentewei,
met een lam in zijn armen, zoals op het plaatje in onze kinderbijbel.
Jezus is immers de Goede Herder.
Maar voor de Egyptenaren was een herder een vieze, stinkende,
ongeletterde, onbeschaafde figuur.
Mozes werd herder.
Van prins tot “gruwel van de Egyptenaren, die, ook dat nog, niet eens zijn eigen schapen, maar de kudde van zijn schoonvader Jetro moest hoeden“.
Ex.3: 1
Hij moet er zwaar onder geleden hebben.
Misschien drukte hij iets van zijn innerlijke smart uit, toen zijn eerste zoon geboren werd.
Hij noemde hem Gersom, wat betekent:
Ik ben een vreemdeling geworden in een vreemd land“.
Ex.2: 22
Jozeph, de aaartsvader, die ook in ballingschap was,
had daarentegen zijn eerste zoon triomfantelijk
Manasse genoemd,
want, zei hij:
God heeft mij al mijn moeite doen vergeten en
ook het hele huis van mijn vader
“.
Gen.41: 51
Zijn tweede zoon noemde hij Ephraïm,
want God heeft mij vruchtbaar gemaakt
in het land van mijn ellende

Gen.41: 52
Hoe anders verliep dit met Mozes!
Zijn weg naar en in Midian was een afgang.
Wilde God hem gebruiken als verlosser, dan
moest hij de weg van volkomen zelf-ontlediging gaan,
net als Jezus.
Ook Hij werd “arm, terwijl Hij rijk was“.
2Cor.8: 9
Ook Hij had “geen plaats om het hoofd neer te leggen“.
Matth.8: 20
Mozes moest, net als Jezus, een Gersom worden,
een niets bezittende vreemdeling in de wereld.
Deze ontlediging duurde net zo lang, tot
alle hoop en elk verlangen naar iets groots in hem dood was.
‘Dong . . . ‘, dat is een pijnlijke weg! Maar wat een vruchtbare weg!
Later lezen we van hem, dat hij
een zeer zachtmoedig man was,
meer dan enig ander mens op de aardbodem
“.
Num.12: 3
God had veertig jaar lang in het verborgene in hem gewerkt.
Zijn trotse zelfvertrouwen was gebroken.
In hem was een andere gezindheid gekomen.

Op veel plaatsen is de boodschap van zoonschap te horen.
Velen worden erdoor geboeid.
Maar wie wil er nou zo’n weg van vernedering gaan?
Paulus zei:
Ik wel! Zeer gaarne zal ik in zwakheden roemen” en
dat betekent:
Ik verblijd mij over alles, wat mij vernedert“.
Als hij werd vernederd als volgeling van het Lam, dan
schaamde hij zich niet, maar verheerlijkte God.
[vgl. 1Petr.4: 16].
Want wie de weg van ontlediging gaat en
deel krijgt aan het lijden van Jezus,
zal ook delen in Zijn overwinning.
Zoonschap is geen ego-tripperij.
Het is dood gaan aan ons eigen-ikkie,
niets meer betekenen voor wie dan ook.
Wie het Lam volgt, waar Hij ook heen gaat,
Kruisigt het vlees met zijn hartstochten en de begeerten
Gal.5: 24
Dan geldt:
Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik,
dat is, niet meer mijn eigen ik, maar Christus leeft in mij.
En voor zover ik nu nog in het vlees leef,
leef ik door het geloof in de Zoon van God,
Die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven
“.
Gal.2: 20

We hebben nagedacht over Mozes’ voorbereiding.
Nu zullen we zijn bediening vergelijken met
die van de Zoon en die van de zonen.
Jezus wordt beschreven als
een profeet, machtig in werk en woord voor God en het volk“.
Luc.24: 19
Hetzelfde gold voor Mozes.
Toen hij zijn staf uitstrekte en de plagen deed komen, vreesde heel Egypte hem.
Bovendien openbaarde God Zich aan hem
van aangezicht tot aangezicht
Deut. 34: 10
Wat een profeet!
Er is inderdaad nooit meer iemand geweest als hij, totdat Jezus kwam.
Deut.18: 15
Alle profeten van het eerste Verbond [O.T],
die na Mozes kwamen, van Jesaja tot en met Maleachi,
waren tot op zekere hoogte zijn volgelingen.
Ze riepen het volk terug “tot de wet en tot de getuigenis!“.
Isaiah.8: 20
Gedenk de wet van Mozes, Mijn knecht, die
Ik hem op Horeb geboden heb voor gans Israël,
inzettingen en verordeningen
“.
Mal.4: 4
Mozes was een geestelijke pionier geweest.
Hij had niet voortgebouwd op wat anderen hadden gedaan,
God gaf hem deze nieuwe taak.
Hij luidde een heel nieuw tijdperk in: de tijd van de wet.
Ook Jezus luidde een nieuw tijdperk in: de tijd van genade.
Ook wat Hij zei en deed was nieuw, revolutionair.
De dienaars van de over-priesters die Hem moesten arresteren,
kwamen onverrichterzake terug en zeiden:
Nog nooit heeft iemand zó gesproken als Hij!“.
John.7: 46
Altijd wekten Zijn woorden en daden verwondering.
Men wist nooit van te voren wat Hij zou gaan doen of zeggen.
De wind waaide waarheen hij wilde en zo
vervulde Hij de wet door Zich volkomen te laten leiden door Gods Geest.
Wat gebeurde er?
Riep Jezus net als alle andere profeten het volk terug tot de wet van Mozes?
Nee, Hij heeft de wet geleefd, wet voor wet, door de heilige Geest.
En nu roept Hij ons op, om ook door de kracht van de heilige Geest te leven en
volmaakt te zijn, gelijk de hemelse Vader volmaakt is“.
Matth.5: 48
“Nu geldt de Koninklijke wet van de Vrijheid,
de vervulde wet van de Liefde,
Die zichzelf niet zoekt”.
Jac.1: 25, 2: 8-12 en 1Cor.13: 5

Wie de leiding van de heilige Geest niet kent,
zal eens en voor altijd anderen blijven nàdoen.
Hij zegt na, wat hij van “horen zeggen” heeft [vgl. Job 42: 5].
Hij doet, wat hij anderen heeft zien doen.
Hij geeft door, wat hij van mensen heeft ontvangen.
Hij blijft zo onder de één of andere traditionele wet van de mensen.
Paulus echter was:
Geen apostel vanwege mensen, of
door een mens, maar
door Jezus Christus en God, de Vader
“.
Gal.1: 1
Hij schreef:
Allen, die door
de Geest Gods geleid worden,
zijn zonen Gods
“.
Rom.8: 14
Ook in hun leven zal “de wind blazen, waarheen Hij wil” [John.3: 8].
Ze zijn helemaal Vrij [Openb.14: 1-5).
En als zij openbaar worden,
breekt er wéér een nieuw tijdperk aan:
de komst van het Koninkrijk der hemelen op aarde,
de fase van het herstel van alle dingen,
de verlossing van de gehele schepping.

Het volgende aspect, waarin
Mozes, Jezus en de zonen Gods overeenkomen is het volgende:
ze worden allen gezonden om te verlossen
Ex.6: 5-8, Luc.1: 74, Rom.8: 19-21
De Heer Jezus begon Zijn bediening met
het voorlezen van het volgende schriftgedeelte:
De Geest van de Heer is op Mij.
Hij heeft Mij gezalfd om
aan armen het evangelie te brengen.
En Hij heeft Mij gezonden om
aan gevangenen loslating te verkondigen en
aan blinden het gezicht, om
verbrokenen heen te zenden in vrijheid,
om te verkondigen
het aangename jaar van de Heer
“.
Luc.4:18-19
Later zegt Hij:
Jullie zullen de Waarheid verstaan en
de Waarheid zal je vrijmaken
John.8: 32
En:
wanneer dan de Zoon jullie vrijgemaakt heeft,
zullen jullie werkelijk vrij zijn“.
John.8: 36
Paulus schrijft daarover:
Opdat wij waarlijk Vrij zouden zijn,
heeft Christus ons vrijgemaakt.
Houdt dus stand en laat u niet weer
een slavenjuk opleggen” .
Gal.5: 1
Jezus is de Verlosser.

Ook de zonen Gods zijn verlossers.
Als we opnieuw Romeinen 8 opslaan, waar over hen wordt gesproken, lezen we, dat
de schepping zelf van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid zal
bevrijd worden tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God
“.
Rom.8: 21
Vrijheid is de heilige essentie van zoon-schap.
Wie het Lam volgt, waar Hij ook heengaat,
zal “los-gekocht zijn van de aarde”.
Openb.14: 3
De bevrijdende kracht van Gods Geest heeft in hun levens gewerkt.
“Ze zingen een nieuw gezang” [Openb.14: 3a].
Ze zijn Vrij. Ze kunnen áller dienstknecht zijn.
Alle banden en ketens zijn in hen verbroken.
Ze zijn, net als Mozes, door een intens beproevingsproces gegaan, wetend dat
God alle dingen doet meewerken ten goede voor hen, die Hem liefhebben en
die volgens Zijn voornemen geroepenen zijn. Want die Hij tevoren gekend heeft,
heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld van Zijn Zoon, opdat
Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broederen; en
die Hij tevoren bestemd heeft, die heeft Hij ook geroepen; en
die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en
die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt
“.
Rom.8: 28-30
Zo heeft God hen toebereid, om
de hele schepping van elke vorm van slavernij te verlossen
tot de heerlijke vrijheid in God [Rom.8: 21].

In Numeri 12 vinden we een interessant voorval in het leven van Mozes.
Mirjam en Aäron vielen hem aan
met de woorden:
Heeft de Heer soms uitsluitend door
Mozes gesproken?
Heeft Hij ook niet door ons gesproken?
“.
Num.12: 2
Wat ze zeiden was erg aannemelijk.
Beiden waren door God gebruikt.
Aäron was Mozes tot een mond geweest voor Pharao [Ex.4: 15-16].
Hij was aangesteld als hogepriester [Ex.29: 4-9].
Mirjam was een profetes, die de vrouwen voorging in zingen en dansen [Ex.14: 20].
Inderdaad, God had ook door hen gewerkt.
Maar dat betekende niet, dat ze zich op één lijn konden stellen met Mozes.

Mozes was anders.
Waarom was hij zo’n
zachtmoedig man,
meer dan enig mens
op de aardbodem?
“.
Num.12: 3
Door het verootmoedigingsproces dat
hij had doorgemaakt.
Toen hij veertig jaar oud was,
voelde hij zich trots en sterk.
Maar waar was zijn zelfvertrouwen,
toen hij tachtig was en zei:
Och Heer, zend toch iemand anders“.
Ex.4: 13
Hij had alle vertrouwen in het eigen ik verloren.
De man die “onderwezen was in alle wijsheid van de Egyptenaren en
machtig was in woorden en werken
” zei nu:
Heer, ik ben geen man van het woord:
ik ben zwaar van mond en zwaar van tong
“.
Hand.7: 22, Ex.4: 10
Juist daarom kon hij nu gebruikt worden.
God had geen geweldenaar, een redenaar nodig, maar
een volkomen afhankelijke dienstknecht.
Mozes was innerlijk veranderd.
Mirjam en Aäron mochten dan wel gebruikt zijn als profetes en priester.
Maar kenden zij als Mozes de vernieuwende werking van God
in hun binnenste, in hun ziel?.

Toen riep God hen alle drie naar de tent der samenkomst [Num.12: 4].
Hij daalde er neer in de wolk [Num.12: 5].
Hij zei:
Luister nu naar Mijn woorden.
Als er onder u een profeet is, dan
maak Ik Mij in een gezicht aan hem bekend.
In een droom spreek Ik met hem.
Maar niet met Mijn knecht Mozes, vertrouwd als hij is in geheel Mijn huis.
Van mond tot mond spreek Ik met hem, duidelijk en niet in raadselen.
Hij ziet Mij van aangezicht tot aangezicht.
Waarom hebben jullie zò
tegen Mijn knecht Mozes gesproken?
“.
Num.12: 6-8

Ook daarin was Mozes een verwijzing [een voorloper] naar Jezus:
Niemand heeft ooit God gezien;
de eniggeboren Zoon, die
aan de boezem van de Vader is,
Die heeft Hem doen kennen
“.
John.1: 18
Er is dus een duidelijk verschil tussen
profeten als Mirjam en priesters als Aäron aan de ene kant en dienstknechten van God als Mozes aan de andere kant.

Voor wie weinig inzicht heeft in Gods wegen, kan iemand, die profeteert of andere geestelijke gaven gebruikt, een geestelijke reus lijken.
Toch hoeft dat niet zo te zijn.
De jonge Saul bijvoorbeeld “Geraakte in geestvervoering en allen die hem van vroeger kenden, zagen hoe hij met de profeten profeteerde; en men zei tot elkaar:
Wat is er toch met de zoon van Kis gebeurd?
Is Saul ook onder de profeten?
“.
1Sam.10: 10-11
Maar later werd hij een eigenzinnig man, die
God het initiatief uit handen nam.
Omdat hij niet kon wachten op Gods tijd,
verloor hij al in het tweede jaar van zijn regering
Gods zegen op zijn koningschap [1Sam.13: 5-14].
Hij zou later zelfs door een boze geest gekweld worden [1Sam.16: 14].
Ook nu zijn er mensen, die gebruikt zijn voor allerlei geestelijk werk en
die na verloop van tijd in de meest grove zonde zijn vervallen.
“O, Heer, houd ons vast en leid ons op Uw wegen!”.

Mozes kende God op een wijze, die Mirjam en Aäron en andere profeten niet kenden.
Zij hebben wel woorden of beelden van de Heer ontvangen, die
vaak als raadsels overkwamen. God sprak door hen, dat is zeker.
Maar God sprak met Mozes, “niet in raadselen“, maar
van aangezicht tot aangezicht, zoals
iemand spreekt met zijn vriend
“.
Ex.33: 11

Over een dergelijke verhouding gaat het ook in het nieuwe testament,
toen Jacobus en Johannes tegen Jezus zeiden:
Meester, wilt U doen, wat wij U gaan vragen.
Hij zei: Wat willen jullie, dat Ik voor jullie doen zal?
Ze zeiden:
Geef ons, dat wij de één aan uw rechterzijde en
de andere aan uw linkerzijde mogen zitten in uw heerlijkheid.
Maar Jezus zei tot hen:
Jullie weten niet, wat je vraagt.
Kunnen jullie de beker drinken, die Ik drink, of
met de doop gedoopt worden, waarmede Ik gedoopt word?
Ze zeiden tot Hem: We kunnen dat.
Jezus zei toen:
De beker, die Ik drink, zullen jullie drinken en met de doop, waarmee
Ik gedoopt word, zullen jullie gedoopt worden, maar
het zitten aan Mijn rechter- of linkerzij, staat niet aan Mij te geven, maar
het is voor hen, voor wie het bereid is
“.
Marc.10: 35-40
Net als Mirjam en Aäron, die Mozes’ gelijken wilden zijn,
wilden Jacobus en Johannes voor zich een hogere positie dan
de andere discipelen: naast Jezus.
Er waren twee dingen, die ze niet begrepen.
1.]. Wie met Hem zullen regeren, hebben eerst met Hem geleden.
De 144.000 eerstelingen, die met het Lam op de berg Sion staan,
hebben het Lam [= dat zou lijden] gevolgd waar Hij ook heenging [Openb.14: 4].
Ze konden Hem volgen op de troon, omdat ze Hem ook hebben gevolgd
in Zijn lijden en vernedering.

Als wij aan het lijden van Jezus denken,
gaan onze gedachten automatisch naar Zijn laatste uren op aarde.
Als wij denken aan lijden met Hem,
denken we misschien aan onze broeders en zusters in landen,
waar geen godsdienstvrijheid is.
Daar ondergaan onze broeders martelingen, dood, gevangenisstraf en
andere ontberingen om Zijn Heilige Naam.
Het is goed om daar –zeker in deze tijd – eens bij stil te staan.
Maar Jezus’ lijden ging veel dieper.
Zijn lichamelijk lijden was, voor zover we weten, beperkt
tot de laatste 24 uur van Zijn leven.
Zijn geestelijk lijden duurde Zijn leven lang.
Hij kwam tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen“.
John.1: 11
Hij heeft voortdurend alle
tegenspraak van de zondaren tegen Zich verdragen“.
Hebr.12: 3
Ook Mozes heeft dit lijden gekend.
Hij ervoer voortdurend de tegenstand van zijn eigen volk,
zelfs van zijn eigen broer en zus.
Iedere gelovige, die geroepen wordt tot zoon-schap,
zal ditzelfde ervaren.

2.]. Wat zij niet begrepen, was, dat
God bepaalt, wie met Jezus zal regeren. God kiest hen uit.
De Heer Jezus zei duidelijk:
“Het zitten aan Mijn rechter- of linkerzijde kan ik niet bepalen,
maar het is voor wie dat bereid is door de Vader”.
Marc.10: 40
God bepaalt alles, dus ook ieders plaats in Zijn rijk.
In een groot huis zijn niet alleen voorwerpen van goud en van zilver,
maar ook van hout en van aardewerk,
deels met eervolle, deels met minder eervolle bestemming.
Als iemand zich gereinigd heeft, zal hij een voorwerp zijn met eervolle bestemming,
geheiligd, bruikbaar voor de eigenaar, voor iedere goede taak gereed
“.
2Tim.2: 20-21
Wie Jezus gehoorzaamt, wordt in het Huis van de Vader
een voorwerp met eervolle bestemming,
geheiligd, bruikbaar voor de eigenaar
” en
is blij en dankbaar met het plekje, dat God voor hem heeft.
Dat is voor iedereen verschillend.
God heeft de leden elk in het bijzonder hun plaats in het lichaam aangewezen,
zoals Hij heeft gewild
“.
1Cor.12: 18

Dat is heel wat anders dan het ideaal van de Franse revolutie:
Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap.
Dat principe van gelijkheid is overal terug te vinden, ook in geestelijk werk.
Ieder lid van een bepaalde kerkgemeenschap
wordt geacht hetzelfde te denken en te geloven als . . . . . . .
Conformiteit noemt men dat. Dat is veilig voor het systeem.
In het geestelijke Babel wordt dan ook gebouwd met “Tichelstenen“,
bakstenen met dezelfde vorm en afmeting.
Gen.11:3
Maar in Gods schepping zien we een onuitputtelijke variëteit.
Zelfs twee sneeuwvlokken zijn niet aan elkaar gelijk.
In de schrift zien we dezelfde verscheidenheid wat betreft ieders roeping.
God is de Meester-pottenbakker, die van elke klomp klei maakt wat Hij wil.

In het oude verbond had God een orde bepaald.
Hij koos uit de vele volkeren één klein volk.
Uit dat volk koos Hij één stam met een speciale roeping, de Levieten.
Uit hen koos Hij sommigen om priester te zijn.
Uit de priesters koos Hij er één om hogepriester te zijn.
Dit alles is een voorbeeld, hoe het ook geestelijk is.

Er is dus ook in de nieuwe orde van het koninkrijk der hemelen geen uniformiteit.
Daar geldt:
Wie onder u groot wil worden, moet dienaar zijn“.
Matth.20: 26
Als iemand de eerste wil zijn,
die zal de állerlaatste en áller dienaar moeten zijn
“.
Marc.9: 35
Wie groot wil zijn, moet het Lam volgen,
waar Hij ook heengaat en dagelijks zijn Kruis opnemen
“.
Luc.9: 23
Hij zal steeds weer zijn leven afleggen en
zijn ziel uitgieten in de dood.
Niet één keer, maar in alle dagelijkse situaties en moeilijkheden.
In ieders leven zijn de omstandigheden anders.
God wil geen uniformiteit van mensen, maar gelijkvormigheid aan het beeld van Zijn Zoon.
Dat is onze roeping, om
Samen met alle heiligen, in staat zijn te vatten,
hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is
van de liefde van Christus en die te kennen met een kennis
die alles te boven gaat, opdat u vervuld wordt tot alle volheid Gods
“.
Rom.8: 28-30, Eph.3: 18-19

In het oude testament zien we, dat
het volk gezegend werd ten tijde van mannen Gods als
Abraham, Jozef en David.
Maar die zegen duurde zelden langer dan hun generatie.
Na hun dood kwam er een einde aan hun invloed.
Ook in de kerkgeschiedenis zien we hetzelfde patroon.
Twee opmerkelijke uitzonderingen waren Mozes en Elia.

Eerst het heengaan van Elia.
Hij zei tegen Elisa:
Doe een wens. Wat zal ik voor je doen, eer ik word weggenomen?
En Elisa zei: Zo moge dan een dubbel deel van uw geest op mij zijn.
En Elia zei: Je hebt een moeilijke zaak gewenst.
Als je mij zult zien, als ik van je word weggenomen, dan zal het geschieden.
Maar indien niet, dan zal het niet geschieden.
En toen kwam er een vurige wagen en vurige paarden,
die scheiding maakten tussen hen beiden.
Zo voer Elia ten hemel. En Elisa zag het!
Daarop raapte hij de mantel van Elia op,
keerde terug en ging aan de Jordaan staan.
Hij nam de mantel van Elia, die van hem afgevallen was,
sloeg op het water, en riep: Waar is de Heer, de God van Elia?
En het water splitste zich, zodat Elisa kon oversteken.
De profeten van Jericho, die op enige afstand stonden,
zagen hem en zeiden: De geest van Elia rust op Elisa
“.
2Kon.2: 9-15

Toen Mozes stierf op honderdtwintig jarige leeftijd,
was “zijn oog niet verduisterd en zijn kracht niet geweken“.
Deut.34: 7
En “Jozua nu, de zoon van Nun, was vol van de geest van wijsheid, want
Mozes had zijn handen op hem gelegd.
Daarom luisterden de Israëlieten naar hem en
deden zoals de Heer Mozes geboden had
“.
Deut.34: 9
Toch waren Mozes’ laatste woorden allesbehalve positief:
Ik weet, dat jullie na mijn dood zeer verderfelijk handelen zult en
af zullen wijken van de weg, die ik jullie geboden heb.
Daarom zal er na verloop van tijd onheil over jullie komen,
wanneer jullie doen wat kwaad is in de ogen van de Heer en
Hem krenkt door het maaksel van je handen

Deut.31: 29
Hij was voor het volk een verlosser geweest uit het land Egypte.
Maar hij had niet kunnen verlossen van
de macht van “Egypte” in het hart van de mens.

Maar Jezus zei tot Zijn discipelen, vlak voordat Hij zou sterven:
Ik zeg u de waarheid: Het is beter voor u, dat Ik heenga.
Want als Ik niet heenga, kan de Trooster niet tot u komen
“.
John.16: 7
Jullie zullen kracht ontvangen als de heilige Geest over je komt“.
Hand.1: 8
> En dát is het geheim!
Het gaat er nu om niet door eigen kracht of door inspanning iets te willen bereiken,
maar om Zijn Geest te ontvangen en Die te laten werken
Zacharias.4: 6
Wie dat geheim niet kent, zal altijd doen, wat Mozes voorzag:
Hij zal verkeerd handelen in de ogen van de Heer en
Hem krenken door het werk van zijn handen
“.
Deut.31: 29

Vermenigvuldigingskracht is in het zaad.
“Het zaad is het Woord van God”.
Luc.8: 11
Het zaad is in “het mannelijke wezen”.
Mozes ging heen en droeg zijn kracht over aan Jozua.
Jezus ging heen en gaf Zijn Geest in de Zijnen, opdat
ze in Zijn voetsporen zouden treden.
Als de zonen Gods, die allen
door de Geest Gods geleid worden
Rom.8: 14
Hen zal geopenbaard worden, ook zij zullen bereid zijn
terug te treden na “het zaad” te hebben overgedragen.
Zij binden niemand aan zichzelf, maar leiden allen
“tot de vrijheid van de kinderen van God”.
Rom.8: 21
Ieder die naar hen luistert, ontvangt
Niet een geest van slavernij om opnieuw te vrezen, maar
de Geest van het zoon-schap,
door welke ze zullen roepen:
‘Abba, Vader’
“.
Rom.8: 15

Ook Mozes’ dood was, als verwijzing naar Jezus’ sterven en opstanding, zeer bijzonder.
Toen stierf Mozes in het land Moab.
En Hij begroef hem in een dal in het land Moab, tegenover Beth-Peor.
Niemand heeft zijn graf geweten tot op de huidige dag
“.
Deut.34: 5-6
Judas vertelt ons, dat
Michaël, de aartsengel, met de duivel in twist gewikkeld was
over het lichaam van Mozes
“.
Judas 9
En waar verschijnt Mozes weer?
Niet in een dal, maar
met Jezus’ op de berg Thabor, de berg der verheerlijking
Matth.17: 3

De dood is de laatste vijand, die
wordt “verzwolgen in de overwinning“.
1Cor.15: 54
Wat er met Henoch en Elia gebeurde,
was er een verwijzing naar.
Dat ook wij zó zullen overwinnen
wordt tegenwoordig in twijfel getrokken;
zelfs door het merendeel van de
[Nederlandse PKN- (onderzoek 2014)] voorgangers,
welke beter zouden behoren te weten.
Maar Paulus zegt:
Zodra dit vergankelijke onvergankelijkheid aangedaan heeft en dit sterfelijke
onsterfelijkheid aangedaan heeft,
zal het Woord werkelijkheid worden dat geschreven is:
De dood is verzwolgen in de overwinning
“.
1Cor.15: 54
Wie overwint zal van de ‘Boom des Levens’ eten
Openb.2: 7,
“Zal de ‘Kroon des Levens’ ontvangen
Openb.2: 10 en
“Staat in het Boek des Levens
Openb.3: 5;
Hij zal als een zoon zitten
met Jezus op Zijn Troon“.
Openb.3: 21

Tenslotte nogmaals die belangrijke tekst:
Met reikhalzend verlangen wacht
de schepping op het openbaar worden
der zonen Gods
“.
Steeds vaker horen we van ellende, oorlogen, natuurrampen en honger,
overal op de wereld, terwijl de mens méér mogelijkheden en bronnen heeft
dan ooit te voren.
Rampspoed overspoelde destijds ook de kinderen van Israël,
die zuchtten onder hun verdrukkingen, terwijl
Mozes werd toebereid in de stilte van de woestijn van Midian.
Hij kwam tot Israël op Gods tijd om het te verlossen.
Ook nu worden “in de stilte van de woestijn” de Mozessen klaargemaakt,
om op Gods tijd verlossers te zijn.
Want “Verlossers zullen de berg Sion bestijgen“.
Obadja 1: 21
Dat betekent:
zij zullen groeien in de volle kracht [= berg]
van de heilige Geest [= Sion].

We mogen niet verwachten dat
die weg van toebereiding een gemakkelijke weg
zal zijn.
Voor het vlees is het een lange, smalle weg.
De verandering van “stervende zult gij sterven
Gen.2: 17b
tot zoon-schap Gods is een dodelijk proces voor het oude ik.
Maar het loon is groot.
De Heer Jezus zou het
om Zijn moeitevol lijden zien tot verzadiging toe“.
Isaiah 53: 11
Hij zou Zijn loon zien: het zou bij Hem zijn en het noemen:
Het heilige Volk, De Verlosten van de Heer“.
Isaiah 62:12
Hij zegt:
Zie, Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij“.
Openb.22: 12

Ook Mozes
heeft de smaad van Christus groter rijkdom geacht dan de schatten van Egypte,
want hij hield de blik gericht op de vergelding
“.
Hebr.11: 26
Laten ook wij
ons oog alleen richten op Jezus, de leidsman en
voleinder van het geloof die om de vreugde die voor Hem lag,
het Kruis op Zich genomen heeft en niet op de schande heeft gelet
“.
Hebr.12: 2
Laten ook wij voor moeilijkheden, onbegrip, schande,
verwerping en verdrukking ter wille van Zijn naam niet terugdeinzen, maar
de hoop grijpen, die voor ons ligt“.
Hebr.6: 18-20:
Christus is onder u, de hoop van de heerlijkheid
Hem verkondigen wij, wanneer wij ieder mens terechtwijzen en
ieder mens onderrichten in alle wijsheid, om
ieder mens in Christus volmaakt te doen zijn
“.
Col.1: 27-28
Hij is komende. Dat gold voor toen, dat geldt voor nu, en
dat geldt voor hen, die het later zullen verstaan.
Want “Hij is, Hij was en Hij komt“.
Openb.1: 4
Zie, Ik kom met spoed en Mijn loon is bij Mij
Openb.22: 12
Zijn loon zal met het Lam staan op de berg Sion [Openb.14: 1].
Dat zijn zij, die Hem hebben gevolgd in lijden en vernedering [Openb.14: 4].
Ze zullen dan ook “delen in Zijn verheerlijking” en
met Hem zitten op Zijn troon [Rom.8:17,Openb.3: 21].
En wat was het uiteindelijke doel?
De gehele schepping te verlossen tot
de Vrijheid van de Heerlijkheid
van de kinderen van God!
“.
Rom.8: 21

Wij vieren met Kerst dat Jezus Christus als
onze God en Verlosser in het vlees is geboren.
Christus heeft werkelijk Zijn gehele leven,
al Zijn gedachten, woorden en werken,
daarop gericht dat de Naam van zijn Vader niet gelasterd,
maar geëerd en geprezen zou worden.
Hij heeft dat voor ons gedaan. Zijn leven heeft Hij voor ons geleid.
Daarom mogen wij, zonder bang te zijn dat het God onze Vader teveel zou worden,
als zonen iedere dag opnieuw  aan Hem vragen of
Hij ons toch wil doen lijken op Christus.
Dat was toch de bedoeling?
Daartoe heeft God ons uitgekozen,
dat wij Zijn Zonen [en dochters] zouden zijn
door het Geloof in Christus Jezus.
Dat is het hart van het christelijk geloof,
want daarin klopt het hart van onze God.

Een goede voorbereiding op Kerst;
een zalige 12 dagen van Kerst t/m Theophanie en
een gelukkig begin van het Nieuwe Jaar.

Orthodoxie & met dank aan God

De wereld maakt jou wijs:
verdien veel geld, je hebt toch tijd in overvloed; vergeet daarom verder alles.
Toekomstbeelden geven je het vooruitzicht:
kom voor jezelf op,
laat verder alles achter je.
God echter zegt heel eenvoudig:
heb Mij alleen maar voor ogen,
want Ik geef je alles . . . . .

Wanneer je tot Hem bidt
hoort God veel meer dan je zegt;
Hij beantwoordt meer vragen dan welke je stelt; Hij geeft ons veel meer dan
waar je bij stil staat;
echter ….
op Zijn eigen tijd en
op Zijn eigen manier en
overeenkomstig  Zijn oneindige Wijsheid
Je zult nooit spijt hebben
te veel op God te vertrouwen.
Richt je vertrouwen daarom
liefdevol alleen maar op God,
want Hij is de Enige,
Die je nimmer zal teleurstellen.
Iedere dag die je nog leeft
is een geschenk van God.
Wanneer je dus nog een dag langer leeft
vergeet dan niet Hem te bedanken.

Om die reden buig ik mijn knieën voor de Vader,
naar wie alle geslacht in de hemelen en op de aarde genoemd wordt,
opdat Hij u zal geven naar de rijkdom van Zijn heerlijkheid,
met kracht gesterkt te worden door Zijn Geest in de inwendige mens,
opdat Christus door geloof in uw harten woning zal maken.
Geworteld en gegrond in de liefde,
zult gij dan samen met alle heiligen in staat zijn te vatten,
hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is,
en te kennen de Liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat
gij vervuld wordt tot alle volheid van God
“.
Eph. 3: 14-19

God heeft de mens geschapen
naar Zijn beeld en gelijkenis.
En toen deze door de ongehoorzaamheid van Adam,
de eerstgeschapene, was verwoest,
hebt Gij die hernieuwd door
de vleeswording van Uw Christus.
Want Deze heeft een knechtgestalte aangenomen en
is als God geheel en al gelijk geworden aan de mens.
Daardoor heeft Hij
de oorspronkelijke waardigheid van de mens
[van het icoon-zijn van God]
aan de verlosten terug geschonken.

Johannes de Doper, voorloper op de komst van Christus

De noodzakelijke toevoeging ‘de Voorloper’
[het epitheton (Gr. (ἐπίθετον)] aan de naam Johannes is te danken aan het feit, dat
hij de laatste profeet van
het eerste verbond [Covenant] was.
Johannes  de Doper was immers degene
die de weg voor Christus heeft voorbereid.
In het vroegste Christendom werd Johannes
reeds beschouwd als de Voorloper van Christus en
werd hij gezien als de weergekeerde Elias, van
wie men geloofde, dat hij zou optreden als
de wegbereider van de Messias.
Het is waarschijnlijk op grond hiervan, dat
de vier evangeliën beginnen met
de beschrijving van de werken van Johannes.

We mogen niet vergeten dat géén van de Evangelisten de in hun evangeliën beschreven ‘voorgeschiedenis’ van Johannes de Doper zelf hebben meegemaakt.
Wellicht is daarom het Evangelie van zijn naamgenoot Johannes het meest juiste verslag, omdat
hij de gebeurtenissen niet beschrijft als ‘waargenomen’, maar vermeldt:
Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die aan de boezem des Vaders is,
Die heeft Hem doen kennen.
En dit was het getuigenis van Johannes, toen de Joden uit Jeruzalem priesters en Levieten tot hem zonden om hem te vragen: Wie zijt gij?
En hij beleed en ontkende het niet; en hij beleed:
Ik ben de Christus niet.
En zij vroegen hem: Wat dan? Zijt gij Elia?
En hij zei: Ik ben het niet.
Zijt gij de profeet?
En hij antwoordde: Neen.
Zij zeiden dan tot hem:
Wie zijt gij? Wij moeten toch antwoord geven aan hen,
die ons gezonden hebben; wat zegt gij van uzelf?
Hij zei: Ik ben de stem van een die roept in de woestijn:
Maakt recht de weg des Heren,
gelijk de profeet Jesaja gesproken heeft.
En er waren sommigen afgezonden uit de Farizeeen.
En zij vroegen hem en zeiden tot hem:
Waarom doopt gij dan, indien gij de Christus niet zijt, noch Elia, noch de profeet?
Johannes antwoordde hun en zei:
Ik doop met water; midden onder u staat Hij, van wie gij niet weet,
Hij, die na mij komt, wiens schoenriem ik niet waardig ben los te maken.
Dit geschiedde te Bethanië over de Jordaan, waar Johannes doopte.
De volgende dag zag hij Jezus tot zich komen en zei:
Zie, het lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt.
Deze is het, van wie ik zei:
Na mij komt een man, die voor mij geweest is want Hij was eer dan ik.
En zelf wist ik niet van Hem, maar opdat Hij aan Israël zou geopenbaard worden,
daarom kwam ik dopen met water.
En Johannes getuigde en zei:
Ik heb aanschouwd, dat de Geest nederdaalde als een duif uit de hemel en
Hij bleef op Hem.
En ik kende Hem niet, maar Hij, Die mij gezonden had om te dopen met water,
Die had tot mij gezegd:
Op wie gij de Geest ziet nederdalen en op Hem blijven,
Deze is het, Die met de heilige Geest doopt.
En ik heb gezien en getuigd, dat Deze de Zoon van God is
“.
Joh. 1: 18-34

Over Johannes de Doper zijn ons veel bijzonderheden bekend uit de Evangeliën.
Over geen ander, buiten Christus zelf, weten we zoveel.
Hoe hij vóór hij geboren werd, door een engel werd aangekondigd aan zijn vader,
de priester Zacharia, wiens huwelijk met de eveneens inmiddels hoogbejaarde Elisabeth
kinderloos gebleven was.
En toen Zacharia om die reden opheldering vroeg,
openbaarde de Engel zich in al zijn hoogheid als ‘Gabriël
die voor Gods aangezicht staat’ zodat Zacharia met stomheid geslagen was.

Daarna wordt de Moeder Gods gewaarschuwd om haar oude nicht bij te staan
in de laatste maanden van haar zwangerschap, toen die niet meer buiten haar huis wilde gaan om opzien te vermijden.
Bij deze verbazingwekkende mededeling haastte Maria zich naar het bergdorpje waar Elisabeth woonde, en het nog niet geboren kind toonde reeds zijn profetische gaven door op te springen in de schoot van zijn moeder toen deze de groet van Maria hoorde.
En zij zong toen de jubelzang van de vrouwen uit het Oude Verbond, voor het eerst aangeheven door Anna, de moeder van Samuël en met enkele wijzigingen aangepast aan de nieuwe gelegenheid.
Kort voor de geboorte van Johannes ging Maria heen, omdat haar eigen zwangerschap zichtbaar begon te worden.

Uitvoerig verhaalt de Evangelist Lucas de geboorte, met de gevolgen voor de vader en de wijze waarop hij de naam Johannes kreeg.
Ook Zacharia werd nu vervuld van de Heilige Geest:
hij kreeg zijn stem terug en betuigde eveneens met een machtig lied zijn dank tegenover God, het Benedictus, dat aan het eind van de ochtenddienst gezongen wordt in de Kerk van Oost en West. En na al deze bijzonderheden breekt het relaas af en staat er slechts dit ene zinnetje:
Het kind groeide op en werd gesterkt in de geest; en
hij vertoefde in de woestijn tot
op de dag van zijn optreden voor Israël
“.

Dit verblijf in de woestijn wordt tegenwoordig vaak in verband gebracht met de Essenen,
een Joodse sekte waarvan de leden een min of meer monastiek leven leidden
aan de oever van de Dode Zee.
Maar in het Evangelie is hiervoor geen aanwijzing te vinden.
Er staat dat hij een kleed droeg van kameelhaar met
een lederen gordel, en
dat hij leefde van sprinkhanen en wilde honing.
Dit doet meer denken aan een kluizenaarsleven dan
aan een leven in een gemeenschap die, voor zover wij weten, van landbouw leefde en streng vegetarisch was.

Toen Johannes na een goddelijke oproep uit de woestijn naar
Judea kwam, trok hij enorm de aandacht.
Eindelijk was er weer een echte Profeet, in woord en daad.
Hij riep op tot bekering, zonder overdreven eisen te stellen.
En zij die aan de oproep gehoor gaven en een nieuw leven wilden beginnen,
werden door hem gedoopt in de Jordaan.
De verwachtingen stegen hoog: ‘Zou hij niet de Messias zijn?’
Maar dit werd door Johannes ronduit tegengesproken.
Hij was de Christus niet en ook niet Elia en evenmin de Profeet.
Hij noemde zichzelf:
De stem van een die roept in de woestijn:
Maak recht de weg des Heren, zoals de profeet Jesaja gesproken had.
Maar de Christus’, zegt hij ‘ ís ‘ nabij.
Hij staat reeds midden onder u, om u te dopen met Heilige Geest en met vuur
.

En dan kwam het hoogtepunt van zijn leven,
het ene moment waarop alles gericht was geweest:
dat hij de hand moest uitstrekken en leggen op het hoofd van Hem van
Wie hij wist dat Die hem zozeer te boven ging en
dat hij de Zondeloze mocht onderdompelen in het water in
de boetedoop die voor zondaars bestemd was.
En daarbij was hij getuige van de grote Godsopenbaring van Jezus:
de stem van de Vader die tot Hem sprak en
de Geest van God Die op Hem neerdaalde om daar te blijven.

Na deze climax kwam de daling, het volk trekt naar de nieuwe Profeet en
terecht, zoals Johannes opmerkt:
Hij moet groter, ik moet kleiner worden“.
Steeds kleiner, zelfs in de letterlijke zin
die met zijn dood wordt herdacht.
Want nu onderging hij volledig zijn profeten-lot.
Tot in de hemel verheven, in gloeiende extase in
door God gedreven handelen.
En dan als het ware achteloos terzijde geschoven worden
als een verbruikt instrument.
Nog eens vlamt het profetisch bewustzijn op en
hij slingert de koning een verwijt in het gezicht:
‘Ge moogt de vrouw van uw broeder niet hebben!
Maar dit betekent ook het einde:
hij wordt in de onderaardse kerkers van
het zwaarbewaakte slot van Herodes geworpen.

Johannes voelt zich in de steek gelaten en verraden.
Zijn leven had als een strak gespannen boog gestaan over het Joodse land,
heel het volk had hij in beweging gebracht,
er had een omkeer op grote schaal plaats gevonden.
Hij had de Messias ontdekt en aangewezen,
het Godsrijk zou zich met hemels geweld een weg banen.
En daar ligt hij nu, als prooi van de wraakzucht van een klein oosters tirannetje,
die zijn positie opoffert aan overspelig plezier.
Is dat nu de zin van zijn leven?
Was het werkelijk Gods weg die hij gegaan had?
Moest dat dan zo eindigen?
Was niet alles slechts een product van zijn eigen, verhitte verbeelding?
En wat was er dan waar van de Messias? Vragen, eindeloze vragen.
En wanneer enkele van zijn leerlingen tot hem weten door te dringen,
stuurt hij hen naar Jesus met de noodkreet:
Zijt Gij het die komen moet, of moeten wij een ander verwachten?

Daarop komt het antwoord van de Heer,
Hij noemt eenvoudig de feiten op uit de profetie van Jesaja:
Blinden zien, lammen gaan, melaatsen worden rein,
doven horen, doden worden opgewekt, armen ontvangen het Evangelie
“.
En als persoonlijke boodschap voegt Hij eraan toe:
Zalig wie aan Mij geen aanstoot neemt“.

Heeft Johannes die warmte uit Christus’ woorden ervaren,
heeft hij zich begrepen gevoeld?
Of moest hij in zijn twijfel blijven tot aan
dat bittere einde van uiterste bespotting:
zijn afgehouwen hoofd dat als een feestschotel wordt opgediend bij het dronkemansgelag van Herodes’ verjaardagsfeest?
We weten het niet.
Pas nadat de boden waren teruggegaan
begon Jesus tot de menigte over Johannes te spreken met die wonderlijke woorden over het wuivend riet in de woestijn en de weelderige kleding, maar
die culmineren in het geweldigste getuigenis dat
ooit over een mens is afgelegd:
Voorwaar, Ik zeg u, onder hen die uit vrouwen geboren zijn is er niemand opgestaan groter dan Johannes de Doper“.
Maar tegelijk daaraan verbonden die beperking:
“De kleinste in het Koninkrijk van God is groter dan hij”.

In deze ene volzin ligt heel het levensmysterie van Johannes besloten:
de grootste en tegelijk de kleinste,
de geweldigste opvaart en de diepste neergang,
de alles meeslepende overtuiging.

> Nergens wordt zo duidelijk zichtbaar:
het is niet de mens die doet, het is God Die werkt en
de mens gebruikt voor het werk van Zijn handen.

En dit ‘instrument-zijn’ is tegelijk de adel en het noodlot van zo’n mens.
Wanneer wij dit zien, bevangt ons tegelijk angst en dankbaarheid om
de grootheid en de mogelijkheden en de volkomen ondergeschiktheid
die God in de mens heeft neergelegd.

De invloed van de prediking en de persoonlijkheid van Johannes deed zich voelen in een grote kring en gedurende vele jaren.
Ver buiten het gebied van Israël ontmoetten de Apostelen later op hun missiereizen nog groeperingen van mensen die door hem bekeerd waren en wier verder leven getekend was door deze ontmoeting.
Zij vormen de eerste stoottroepen van de volgelingen van Christus, zij ontvangen de Heilige Geest en staan in vuur en vlam.
Johannes heeft gezaaid, Christus heeft begoten met Zijn bloed, en Apostelen halen de oogst binnen.
En telkens wanneer wij het Evangelie lezen,
worden wij getroffen door die oproep van Johannes.
Ook voor ons is het de Voorloper en zijn nederlaag is onze overwinning naar Christus toe.
cf. Archimandriet Adriaan [Korporaal,  28 oktober 1913 – 30 mei 2002]

  • De 23e September viert de kerk de verkondiging door de engel Gabriël
    aan Johannes’ vader Zacharias Luc. 1:14
  • De 24e Juni, exact een half jaar voor de geboorte van Christus, op het moment van de zomer-zonnewen­de, wordt de geboorte van Johannes gevierd.
  • En op de 29e Augustus wordt de wrede onthoofding van Johannes herdacht.

Maar omdat dit geen vreugdevol feest is, wordt
in de gehele Orthodoxe kerk op 29 augustus streng gevast,
als blijk van afstand van het gruwelijke verjaarsmaal
welke de aanleiding tot de onthoofding was.
Met dit feest sluit de Orthodoxe Kerk ook het Liturgisch jaar af wat op de 1e September beging

Overeenkomstig de legenden wordt het hoofd van Johannes in totaal drie maal terug gevonden.
24 februari worden de eerste en tweede vinding van het hoofd van Johannes herdacht.
25 mei wordt de derde – en laatste – vinding van het hoofd van Johannes gevierd.

Iedere Dinsdag wordt de Heilige Johannes met
Hymnen herdacht:
Troparion  tn 2
Het aandenken der Gerechten *
wordt gevierd met hymnen. *
Maar gij hebt het getuigenis des Heren, o Voorloper. *
Want gij zijt in waarheid de grootste der Profeten, *
omdat gij Hem die gij gepredikt had,*
mocht dopen in de wateren. *
Nadat gij gestreden had voor de waarheid, *
hebt gij ook vol vreugde het Evangelie gebracht in de Hades: *
dat God in het vlees is verschenen, *
om de zonden der wereld weg te nemen, *
en ons de ontferming te schenken
“.
Kondakion tn 3
Gods Profeet en Voorloper der genade: *
Johannes, geboren uit de onvruchtbare, *
is de vervulling van alle profetieën. *
Want toen hij Hem, die de Profeten hadden verkondigd, *
in de Jordaan met de hand aanraakte, *
toonde hij zich als een Profeet, Verkondiger en Voorloper van het Goddelijk Woord
“.

Orthodoxie, oorspronkelijke Christelijke levensbeschouwing

God is dood!‘,
word mij regelmatig op luide toon duidelijk gemaakt.
Hierbij wordt de Engelse realist Thomas Hobbes [1588-1679] geciteerd, die al eeuwen vòòr Friedrich Nieztsche deze befaamde uitspraak deed.
De meerderheid heeft dan niet in de gaten dat zij helemaal niet-zo-modern zijn en dat de meeste van hen niet stil staat bij wat zij in werkelijkheid zeggen.
Het is het zelfde als wanneer je verkondigt ‘ik besta niet’
want ìk ben nu eenmaal anders dan alle andere wezens.
De uitspraak roept weerstand en aandacht op en
dat is waar dit soort personen veelal op uit zijn.
Net zoals ‘ik zou best lid willen worden van de Kerk
maar dan moet die kerk wel eerst veranderen;
ik heb al zoveel verkeerde voorgangers meegemaakt’.
Net of extreem afwijkend gedrag van enkelingen zou kunnen bepalen
wat de overgrote werkzaamheid van de Kerk inhoudt.

Luisteren  naar uitspraken over
de dood van een God, Die in mijn ogen
toch echt springlevend is;
luisteren naar degenen die niet beseffen dat er anno nu mensen zijn,
jongeren en ouderen die met geheel hun hart in die zgn. ‘dode’ God geloven.
Met mijn Christenbroeders ben ik niet alleen een kind van een andere wereld,
maar ook van een geheel andere tijd.
Toch zien wij een nieuwe generatie opkomen die niet zozeer een hang hebben naar georganiseerde religie
– zij zijn immers wars van iedere vorm van gezag en organisatie –
als wel naar spiritualiteit, bezinning, meditatie en gebed.
Deze ontwikkeling mag als een ontmoeting in de woestijn zijn
hetgeen blijkt uit de populariteit van yoga, zingeving en semi-spiritualiteit en
de nieuwe trend van theologen als coaches van de ziel in het bedrijfsleven.
In deze onzekere tijd van meervoudige crisissen [economisch, sociaal, milieu en  politiek] is er als vanzelfsprekend behoefte aan Spiritualiteit ontstaan.
De nieuwe generatie kent de haat niet waarmee onze [groot]ouders
ooit de Kerk hebben verlaten. Zij zijn in het ergste geval weinig geïnformeerd, onverschillig,
maar veelal wel geïnteresseerd en tonen meer respect dan
degenen die op luide toon ’God is dood’ verkondigen.
Uiteraard is de Kerk niet altijd even trots op wat er in haar naam is gebeurd,
maar is het leven ook voor de Kerk een voortdurend proces van mensen [zondaars]
die met vallen en opstaan de gemeenschap van Heiligen volgen,
die op hun beurt weer de weg van Christus [=God] nastreven.
Het idee dat een Christen een heilig boontje is
dient maar eens uit de wereld te worden geholpen, het is nu eenmaal zo wie als mens leeft, kan onmogelijk leven zónder te zondigen.
Het begrip zonde is al datgene wat wij doen en laten, zonder God en het goddelijk welbevinden steeds voor ogen te houden en te behoeden;
de schoonheid van de schepping.
Wat er ook gebeuren zal, we voelen ons als Christenen gedragen door de wijde vleugels van Gods liefde [Psalm 90];
Hij is er immer nu en altijd.

Mahatma Gandhi [1869-1948] is een bekend leider van de toenmalige Indiase onafhankelijkheidsbeweging, die zichzelf een man van God noemde.
Het boek ‘De weg naar God’ [ISBN 9789069638829] toont zijn blijvende invloed als spiritueel leider van wie de ideeën  inzicht en troost bieden aan  zoekers van elke geloofsstroming.
Gandhi heeft boute uitspraken gedaan over Christenen: ‘ik ben er nog nooit eentje tegengekomen’,
of ook: ‘de bijbel is als dynamiet, maar jullie praten erover alsof het een stuk literatuur is’.
De mens, ook Christenen  hebben vaak het idee de gehele wereld in hun zak te hebben.
De mens is trots op kennis en prestaties, daarbij wordt God en overeenkomstig Zijn opdracht leven vaak uit het oog verloren, terwijl
Hij het juist is, die wereld op de achtergrond leidt.
Neem nu het weer, als er één gebied is wat de mens niet kan controleren dan is dat het weer. God schiep licht en het ontbreken van licht, de duisternis, Hij schiep aarde en water, bergen en dalen, maar ook het weer.
Om te voorkomen dat we Hem zouden vergeten, heeft Hij alles om ons heen geschapen als een mechanisme
om aan Hem herinnerd te worden.
Zo heb je weer en niet-weer, hetgeen we onweer noemen. Onweer doet ons realiseren dat we ons leven nu eens niet onder controle hebben; we bestaan alleen omdat God dit wil.
Ook toen de Thora [de wet des levens] op de berg Sinaï werd geopenbaard
ging dit gepaard met onweer.
Met andere woorden komen we in een crisis [of vele crisissen tegelijk] dan overvalt ons terecht een bezinning op onze levenshouding [waar ben ik in Godsnaam mee bezig].
Oók wanneer, via die Thora [de instructie], de weg omhoog  [de berg Sinaï] wordt geopenbaard dan gaat dit gepaard met onweer [met crisis].
Je weet niet wat je overkomt, het plenst van de lucht en de bliksem daalt links en rechts naast je neer, je wordt overvallen door een gevoel van onmacht.
Na openbaring van Zijn instructies blijkt God afwezig.
Alleen door Gods afwezig zijn kunnen we tot leven komen, is Hij ons nabij.
Hij geeft ons vrijheid van keuze, door Zijn instructie na te leven kunnen we
geestelijk leven en vinden, komen we tot God. We leren dat heelal en alles wat om ons heen draait vanuit Zijn perspectief dient te worden gezien; onze werkelijkheid wordt een Goddelijke werkelijkheid.
Door onze wereld tot Zijn Wereld te maken openen wij de oorspronkelijke link met Hem;
erkennen we dat wij naar Zijn beeld en gelijkenis zijn geschapen.

Wanneer je ervoor kiest als Christen te leven,
zul je God [= Christus] ervaren als ‘de goede herder‘.
Christus werd al voor Zijn komst vergeleken met
een herder, die Zijn schapen goed verzorgt.
Als herder leidt Hij ons naar veilige weiden,
waar wij in vrede kunnen leven,
wetende dat we worden verzorgd.

Dit is hoe Christus ons in dit leven wil begeleiden:
in herderlijke liefde, zorg en wijsheid.
Wanneer je ervoor kiest in vrijheid te leven en
je onderwerpt aan Zijn autoriteit,
zal Hij je begeleiden op de weg van vreugde
Christus is niet een dominant heerser,
een despoot die erop uit is om jou te manipuleren.
Hij dwingt je niet – hij nodigt je uit.
Hij is rijk aan liefde;
Hij beschermt je en staat je bij,
als een goede herder [cf. Psalm 22].