Orthodoxie & Heilige God, Trooster, Geest der Waarheid

Wij verkondigen Wijsheid onder hen,
die daarvoor geheel onderricht zijn,
doch geen wijsheid van deze wereld,
of van de beheersers van deze wereld, wier macht teniet zal gaan,
maar wij spreken Wijsheid van God,
een verborgen mysteriewijsheid, die God (reeds) van eeuwigheid voorbeschikt heeft tot onze verheerlijking.
Geen van de wereldheersers van deze tijd heeft
die gekend, want indien zij van haar geweten 
hadden, zouden zij de Heer der heerlijkheid niet hebben gekruisigd.
Maar het is zoals het geschreven staat:
Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bereid voor degenen, die
Hem liefhebben.
Maar aan ons heeft God het geopenbaard door de Geest.
Want de Geest doorzoekt alle dingen, zelfs de diepten der Godheid.
Want wie weet wat er in de mens is behalve de eigen geest van de mens
die in hem woont?
Zo weet ook niemand, wat in God is, dan de Geest van God.
Wij nu hebben niet de geest der wereld ontvangen, maar de Geest Die uit God is,
opdat wij zouden weten, wat ons door God in Genade is geschonken.
Hiervan spreken wij dan ook met woorden, die ons niet door menselijke wijsheid,
maar door de Geest geleerd zijn, zodat wij wat geestelijke is ook geestelijke doorgeven.
Maar de natuurlijke mens begrijpt niet wat van Gods Geest komt: want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is.
Maar de geestelijke mens daarentegen onderscheidt alle dingen,
zelf echter wordt hij door niemand beoordeeld.
Want wie toch kent het inzicht van de Heer, dat hij Hem zou kunnen onderrichten?
Maar wij hebben het inzicht van Christus“.
1Cor. 2: 6-16

Ironisch genoeg hebben we met de ontwikkeling van onze cultuur,
met al haar nieuwe ideeën, nieuwe ontdekkingen en nieuwe uitvindingen
in bijna elk opzicht te maken met terugval
[zowel materieel, politiek, sociaal, intellectueel, emotioneel, fysiek, spiritueel].
Onze cultuur is tot een cultuur verworden van het onmiddellijk verkrijgen van bevrediging.
Het is een cultuur die grotendeels verstoken is van een lange termijn denken
zowel wat betreft het leven van onszelf als de toekomst van de wereld.
Het is een cultuur welke wordt ingegeven door het gevoel in plaats van de waarheid.
Het is een cultuur gerechtvaardigd door
– de schuld [op een ander] te schuiven tegenover persoonlijke verantwoordelijkheid.
Het is een cultuur welke bereid is tot time-outs en niet bereid om serieuze consequenties te aanvaarden.
Meer dan wat dan ook, is de mens beland in een cultuur
welke in de ban is van de oppervlakkige schijn [de buitenkant]
in plaats van de diepte van de Waarheid.
En met elke nieuwe wet die weer opkomt bewegen we ons langs de afgrond
die ons verder van af brengt van de Oorspronkelijke Bijbelse Waarheid.
Het is een cultuur die van zichzelf beweert geestelijk wijzer te zijn dan ooit.
En terwijl onze cultuur claimt de meest krachtige
in de geschiedenis van de wereld te zijn,
zien we dat we nog steeds niet in staat zijn ons
te ontdoen van kindermishandeling,
burgerlijke ongehoorzaamheid, drugs- en [buitenzinnig] seksueel misbruik,
het gebruik van vernietigingswapens, het misbruik van dieren en milieu, oplichting en
bovenmatige hebzucht [geld] . . . . . en
we kunnen deze lijst oneindig voortzetten.
Alleen jonge kinderen zien in hun onschuld een dergelijke vervorming niet.

We zien hier bij Paulus dezelfde bewoordingen en het gevoel dat Corinthe, die de wijsheid van de wereld in pacht denkt te hebben.
De Corinthische Christenen beweren wijs en krachtig te zijn,
maar ze hebben het Kruis – de grote Kracht en Wijsheid van God verlaten.
Ze beweren ” spiritueel ” te zijn zonder Jezus prediken .
Ze beweren “volwassen” te zijn zonder van Christus en Christendom kennis te hebben genomen.
Ze beweren “verstandig” te zijn zonder aan de Blijde Boodschap van de Heer gehoor te geven.
Wanneer een Kerk niet langer gericht is op Christus, dan zijn zij opgehouden met Christus in gesprek te blijven, zijn ze opgehouden te luisteren naar de Christelijke boodschap,
stellen zij zich onafhankelijk van Christus op en staan zij voor zijn Leer niet meer.
Er kunnen populariteit en acceptatie zijn,
maar er zal geen Goddelijke inspiratie en de daaruit voortvloeiende Macht.
Er kunnen [financiële] groei en succes zijn, maar er zal geen termijnplanning.
Er kunnen charisma en opwinding zijn,
maar er zal geen Heilige Geest die troost brengt, vreugde en waarheid
waaraan men zich kan optrekken of door Welke men onderwezen wordt.
Corinthe heeft het idee opgevat dat ze de elementaire Wijsheid van het Evangelie is ontgroeid.

We dienen nooit onze behoefte aan
de Evangelische Boodschap te ontgroeien,
omdat we ons nooit en te nimmer zonder
de Boodschap van Onze Verlosser en Heer kunnen ontwikkelen.
Buiten het Evangelie ontwikkelen is opgroeien zonder [doop]water
– we hebben het nodig om in leven te blijven.

Net als wij allemaal, verlangen de Corintiërs wijs te zijn, om meer inzicht te krijgen in
Wie God nu eenmaal is,
waar Hij over beschikt en wat Hij wil dat ik in m’n eentje doe.
Maar net als onze eerste [voor]ouders het zagen,
was daar de boom [die God verboden had] die goed was om van te eten
en die een lust was voor het oog, ja, een boom die begeerlijk was om
daardoor verstandig te worden
werd begeerd om de mens verstandig
[Genesis 3: 6b ] te maken“.
We kijken weg van God, we ontwijken Hem teneinde die wijsheid te vinden.
Als reactie, zien we Paulus  hun hele concept van spiritualiteit
herdefiniëren door uit te leggen:
De aard van de Ware Wijsheid – wat houdt dat precies in?
De bron van Ware Wijsheid – waar kun je die verkrijgen om er uit te putten?
Bij het zoeken naar de Ware Wijsheid – hoe weet je dat je die te pakken hebt ?

De gesteldheid van ware wijsheid en wat houdt ware wijsheid in?
Wij verkondigen wijsheid onder hen, die daarvoor geheel onderricht zijn,
doch geen wijsheid van deze wereld, of van de heersers over deze wereld,
wiens macht nu eenmaal teniet zal gaan, maar wij spreken wijsheid van God,
een verborgen mysteriewijsheid, die God [reeds] van eeuwigheid voorbeschikt heeft
tot onze verheerlijking.
Geen van de wereldheersers van deze tijd heeft die gekend,
want indien zij van haar geweten hadden,
zouden zij de Heer der heerlijkheid niet hebben gekruisigd.
Maar het is zoals het geschreven staat:
Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en
wat in geen mensenhart is opgekomen,
dat heeft God bereid voor degenen, die Hem liefhebben“.
1Cor.2: 6-9

Als een bron van kracht om te veranderen, te verwerven of het kwaad te overwinnen verwerpt Paulus elke vorm van menselijke wijsheid.
Tot op dit punt heeft Paulus elke vorm van inzet naar wijsheid veroordeeld.
Maar nu zegt hij tevens dat hij beschikt over een bijzondere wijsheid
eentje die anders is dan wat de wereld ons te bieden heeft.
De wereld biedt haar eigen [eigenwijze] wijsheid.
Wijsheid is nog niet hetzelfde als kennis.
Iedereen kan informatie en kennis verzamelen [verwerven].
Wijsheid is het inzicht dat komt als een gevolg van deze informatie;
wijsheid is de bril waardoor wij het leven dienen te aanschouwen;
wijsheid is het toepassen van wat we weten over hoe wij dienen te [laten en] handelen,
welke betrekking heeft op zowel lijden [dood] als leven.
Maar de wijsheid van de wereld is zelfs het veranderen .
Elke nieuwe ‘progressieve’ generatie vliegt
voorbij de ​​eerdere onwetend generatie die niet zo veel inzicht, kennis of technologie bezit.
En elke nieuwe generatie biedt nieuwe stemmen
– heersers die de overtuigingen en het gedrag van de massa te beïnvloeden.
Dit geldt ook voor politieke leiders, sociale leiders, Kerkleiders, bedrijfsleiders en
zelfs onze eigen sport en tv-sterren.

En enkel aan zichzelf overgelaten,
zullen mensen altijd hun stemmen verheffen
om hoe zij de wereld, de Kerk en de werkelijkheid weer vorm kunnen geven.
Zij beweren van zichzelf wijs en deskundig te zijn,
los van God vult de wereld zich en
blaast zich op als een midden en kleinbedrijf tot een Grootgrutter
gevuld met volwassenen en kinderen.

Welke zijn de kinderen
Kinderen kunnen hinderen en
vinden dat ze ‘grote’ vorderingen maken.
Kinderen luisteren niet.
Kinderen zijn impulsief.
Kinderen zijn genieters en trachten pijn te vermijden.
Kinderen spreken voordat ze denken.
Kinderen zijn egocentrisch.
Kinderen strijden om de aandacht.
Kinderen worstelen met hun identiteit.
Kinderen reageren het liefst onmiddellijk.
Kinderen zijn een emotionele achtbanen.
Kinderen zijn dwaas.
Kinderen zijn naïef.
Kinderen zijn rommelig.
Kinderen zijn overmoedig.
Kinderen zijn kwetsbaar.
Kinderen klagen.
Kinderen maken excuses.
Kinderen zijn snel gefrustreerd, worden
gemakkelijk verleid en zijn snel bang.
Kinderen kiezen de gemakkelijkste
veelal de verkeerde luidruchtige [veel aandacht] weg.
En kinderen zullen nooit toegeven dat ze maar kinderen zijn.

De Volwassen Wijsheid van God
Paulus predikt een ander soort wijsheid – een die anders is dan die van de wereld.
En Paulus zegt ook dat deze wijsheid,
het Woord van het Kruis,
wordt door ontwikkelde – spirituele volwassenen in ontvangst genomen.
Dat betekent niet dat er sprake is van een groep ‘spiritueel, elite corps Christenen’,
die meer dan de gewone gelovige – begrip hebben van het Christelijke.
Paul confronteert mensen die het Evangelie hebben afgedaan als kinderachtig gedoe.
De volwassenen zijn degenen die het kruis van dwaasheid als wijsheid aanvaarden en
de wijsheid van de wereld als dwaas verwerpen.

Paulus stelt de wijsheid van de wereld tegenover de wijsheid van God:
1.]. Paulus zegt dat de wijsheid van God een [geopenbaard] geheim is.
Het is een Mysterie.
De wijsheid van God geeft geen antwoord op alle vragen die we stellen,
maar hij geeft ons de antwoorden die we nodig hebben.
Gods wijsheid zal niet altijd voldoen aan ons intellect,
onze emoties of ervaring
– het zal veelal heel confronterend zijn [pijn doen].

2.]. Paulus zegt dat de wijsheid van God verborgen is.
De wijsheid van God wordt niet ontdekt,
kan nimmer bereikt worden of
door onze eigen inzet en inspanning verkregen worden.
Als Gods wijsheid kon worden begrepen door een geschoolde, krachtige of rijke
– zou Jezus onze Verlosser nooit zou zijn gedood.
God dient het te openbaren.

3.]. Paulus zegt dat de wijsheid van God verordineerd voor alle tijden voor onze bestaan.
In tegenstelling tot de wereld zal Gods wijsheid niet met elke generatie voorbijgaan,
– Gods Wijsheid is onveranderlijk, is eeuwig.
Het verandert niet omdat het werd opgericht voordat de wereld begon.
God heeft [de boom van] Wijsheid gepland voor zijn kinderen
teneinde het kruis van Christus de schepping de betekenis te geven
en Geloof [vreugde] Hoop en Liefde in Hem te laten vinden [2Tim.1: 9-18].
Christus Die ons behouden heeft en geroepen tot een Heilige roeping,
niet vanwege onze werken maar door Zijn eigen voornemen en Genade,
Die hij gaf ons in Christus Jezus vóór de aarde begon.
In Zijn Wijsheid heeft God Genade door de Heilige Geest geschonken.
En als Hij van plan was om Genadig [medelijdend] te zijn,
deed Hij dit voor onze zonde.
En als hij van plan was om genade en zonde naast elkaar te laten bestaan,
was hij van plan om ons met Hem te laten wandelen
op zekere dag overeenkomstig onze roeping,
om in alle deemoed en zachtmoedigheid
elkander in Liefde geduldig te verdragen,
en er naar te streven eensgezind te blijven
door een vaste vredesband
“.
Eph.4: 1-3
Hij koos ons in Hem voor de grondlegging van de wereld,
opdat wij zouden heilig en onberispelijk zouden zijn voor Hem .

De bron van ware wijsheid – wanneer verkrijgen we wijsheid
Maar aan ons heeft God het geopenbaard door de Geest.
Want de Geest doorzoekt alle dingen, zelfs de diepten der Godheid.
Want wie weet wat er in de mens is behalve de eigen geest van de mens die in hem woont?
Zo weet ook niemand, wat in God is, dan  de Geest van God.
Wij nu hebben niet de geest der wereld ontvangen, maar de Geest Die uit God is,
opdat wij zouden weten, wat ons door God in Genade is geschonken.
Hiervan spreken wij dan ook met woorden, die ons niet door menselijke wijsheid,
maar door de Geest geleerd zijn, zodat wij wat geestelijke is ook geestelijke doorgeven.
1Cor2: 10-13

Waar bekomen we deze wijsheid?
Waarom bezit de ene persoon volwassenheid en een ander niet?
Geestelijke volwassenheid is anders dan elke andere vorm van volwassenheid.
Fysieke volwassenheid gebeurt vanzelf.
Intellectuele rijpheid ontwikkelt door middel van onderwijs en kennis.
Ook iemand rijpt emotioneel door het leven en ervaring.
In beide gevallen kunt u uiteraard opwerpen wat is “bezopen” of
het nu onwetendheid is of naïviteit,
als je meer kennis en onderscheidingsvermogen bereikt.
[kinderen en dronken mensen spreken de waarheid, is een Nederlands gezegde]
De ervaring van Christen worden en tot Christelijke volwassenheid komen
is compleet anders.
De Christelijke geboorte is allesbehalve natuurlijk,
want deze komt door openbaring, hetgeen op zich al een Mysterie is.
Niemand heeft ooit beslist om Christus te volgen
voordat Christus hem geroepen heeft om Hem te volgen.
En de roep van Christus schenkt leven aan dat wat dood is,
opent de ogen van degene die blind is en
opent het hart van steen door
het te vervangen door een hart van vlees en bloed.
God neemt ons als kinderen op door Genade en
de dwaasheid van het Kruis wordt de Wijsheid van God.
De eeuwige Geest van God woont in
de gelovige mens.
En omdat wij Zijn kinderen zijn,
heeft God de Geest van Zijn Zoon in
onze harten gezonden,
Die tot Hem roept: Abba, Vader!
“.
Gal.4: 6
Het onderscheidende kenmerk tussen
een gelovige en een ongelovige is
de aanwezigheid van de Heilige Geest, Die een individu het moment dat hij gelooft volledig vervult;
het verkrijgen van de Genade van de Heilige Geest als een werkelijke ervaring
Seraphim van Sarov
En als Hij in ons hart woont, is Hij is niet stil of passief.
Hij doet wat Jezus zei dat Hij zou doen:
Hij zal u alles leren en u herinneren aan alles wat Ik u gezegd heb“.
John.14: 25
De Christelijke groei gaat niet verder dan wat elementair is,
maar laat door herinnering zien wat elementair is,
het daalt steeds dieper in je hart
en geeft je de gelegenheid dit
toe te passen in je leven.

Verblind door de zonde, kan de wereld dit niet zien, horen
of Gods bedoelingen in Christus begrijpen.
Er zijn veel geesten die zich als god voordoen,
veel mannen die als geestelijk leider optreden en stellen voor God te spreken,
maar alleen de Geest van God
openbaart het hart van God.
Er zijn dingen van God [gedachten, motivaties, verlangens en plannen]
waar God alleen weet van heeft en weet hoe ze aflopen.
De Geest van God, Die wij in ons hart bezitten,
doorzoekt de diepten van God.
En als Hij de diepten van God kent,
weet Hij ook alles wat er te weten valt.
En de Heilige Geest ontvangen is niet iets wat iemand [als een positie] bereikt.
We kunnen hem oproepen, met Hem praten,
naar Hem luisteren, door Hem getroost worden,
door Hem geholpen worden,
zelfs [in Zijn afwezigheid] om Hem treuren.
En de Heilige Geest is niet zoals de wereld
die is gewijd aan de valse beloften van de zonde –
een kortstondige genot welke leidt tot de dood;
Het is de Geest van God Die ons leidt
op de weg naar het eeuwige leven, het Hemels Koninkrijk.
En God, de Heilige Geest wil ons leren en ons helpen en bijstaan
in alles wat God wil wat we te weten kunnen komen over
de schepping, de val, de verlossing en de restauratie ervan te begrijpen.
We hebben allemaal de wens om wijs te zijn,
om meer inzicht te krijgen in Wie God is, wat Hij denkt met ons voor te hebben
en wat Hij wil dat ik doe.
De vraag is, waar of Wie denk je het eerst te zoeken of het vaakst,
voor je daarop antwoord krijgt?
Spiritualiteit bestaat echt niet alleen uit het onthouden [bezingen]
van Bijbel teksten en verzen,
het beter begrijpen van de Theologie of
je zelfs opofferend te gedragen
– het loopt met je mee,
– het doorleeft je en
leert je dat de Heilige Geest,
de Geest is van de levende God.

de ware wijsheid – hoe weet ik of en in hoeverre ik wijs ben
De vraag blijft dan, hoe weten we wanneer we in wijsheid leven.
Hoe weten we dat we wijs bezitten op de weg van God ,
luisteren naar de Geest van God en niet slechts naar dat stemmetje in ons hoofd?
Paulus zegt dat :
de natuurlijke mens begrijpt niet wat van Gods Geest komt:
want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan,
omdat het slechts geestelijk te beoordelen is.
Maar de geestelijke mens daarentegen onderscheidt alle dingen,
zelf echter wordt hij door niemand beoordeeld.
Want wie toch kent het inzicht van de Heer, dat hij Hem zou kunnen onderrichten?
Maar wij hebben het inzicht van Christus“.

Er zijn maar twee soorten mensen
in de wereld
– de gelovigen en de ongelovigen, het
volk van God en de mensen van de wereld,
de natuurlijke mensheid en de spirituele.
De natuurlijke mens is de persoon die volledig leeft op het menselijk niveau,
zonder de Geest van God.
Er is niets meer dan het fysieke leven [sporten, eten, drinken, slapen en gelukkig zijn]. Er is niets meer dan enkel de materiële behoeften.
Er is niets om in te geloven en te hopen buiten deze wereld,
geboren worden is gewoon geboren worden, dood is dood en daarmee af,
amen en uit.
De natuurlijke persoon leeft alleen door het vlees, maar door wat ze kunnen zien of begrijpen en NIET in reactie op
de levende God.
De natuurlijke mens kan Jezus bewonderen,
maar gelooft in wezen dat het Kruis weinig meer is dan een tragedie.
De natuurlijke mens maakt God tot zijn eigen beeld en neemt alle beslissingen overeenkomstig zijn eigen verlangens.
De natuurlijke mens aanvaardt of begrijpt het niet,
omdat hij niet aanvaardt dat de Geest van God in hem woonachtig is.
Hij kan dit niet begrijpen en accepteert het ook niet.
– Er is geen begrip van seksuele reinheid enkel en alleen voor bevrediging;
– er is geen begrip van offer enkel en alleen ik-gericht zijn of via een omweg er toch beter van worden [egoïsme];
– er is geen begrip van vrijgevigheid enkel en alleen hebzucht [zoals ontwikkelingshulp, die alleen maar rendement oplevert];
– er is geen inzicht in het eeuwige alleen een leven bij het moment.
Hij komt emotioneel, materieel, intellectueel, fysiek in opstand omdat hij
geestelijk in opstand is.
En wanneer de genoegens van de zonde niet voldoen
of wanneer de pijn van zonde lijden veroorzaakt,
gelooft hij zelf uit het leven te kunnen stappen
omdat dit nu eenmaal bij het leven hoort
en dat je in het leiden enkel “maar een mens” bent.

Maar dat is niet het leven en onze menselijkheid
overeenkomstig de Icoon van Gods [Zijn Schepping],
naar Gods Beeld en Zijn Gelijkenis.
Natuurlijk, terwijl er velen zijn die zullen beweren geestelijk Wijs te zijn,
bestaan er maar heel weinig [Heiligen] die echt zijn.
Maar in plaats van je te spiegelen aan alle anderen,
zegt Paulus hierover:
“Onderzoek dan uzelf of ge wel in het Geloof zijt, beproef uzelf.
Kunt je van jezelf getuigen dat  Jezus Christus in je is?
of ben je soms niet oprecht?
Ik hoop echter dat je inziet wat wij wel oprecht zijn”.
2Cor.13: 5-6

De vraag is dan :
Hoe weten we dat Jezus Christus in ons is?
Of zoals Paulus zegt , hoe weten we dat we de Geest van Christus en
dus de Heilige Geest van God ons opdracht geeft?

De geestelijke mens weet dat er meer in dit leven is dan leven en sterven.
De Spirituele weet dat zijn beslissingen eeuwige gevolgen hebben.
De Spirituele mens loopt als benzine of elektriciteit op Geloof,
niet door aanschouwen, en als reactie op de Heilige Geest die in Hem woont.
• De Heilige Geest neemt de dwaze woorden van het Kruis
en maakt ze tot de kern van onze identiteit.
Beoordeling van onze waarde of het succes in de wereld is zinloos.
Door het Geloof in Christus, zullen we door de rechter als onschuldig beoordeeld worden.
• De Heilige Geest neemt het woord van de Opstanding en
geeft ons een Hoop voorbij dit lichaam, voorbij deze situatie
en aan deze wereld voorbij.
• De Heilige Geest laat ons datgene doen alsof de woorden van de Bijbel
Gods eigen woorden zijn – het is als vanzelfsprekend onze regelgevende Instantie te accepteren.
• De Heilige Geest in ons dwingt ons naar God te luisteren,
met Hem in gesprek te zijn en blijven,
om Zijn leiding in ons leven te aanvaarden.
En zoals we door de Heilige Geest zijn geïnstrueerd over Gods wegen,
zo hard kan het soms zijn, onze verlangens aan Gods wegen aan te passen.
• De Heilige Geest in ons vecht tegen de wil van het vlees
en de verleidingen van de wereld
– we oefenen onophoudelijk niet meer te willen zondigen,
dus we belijden zo vaak als mogelijk regelmatig ons berouw over onze tekortkomingen.
• De Heilige Geest in ons leidt ons naar gehoorzaamheid,
niet uit angst maar uit Liefde en een verlangen om God met onze geest, lichaam en werk te eren.
• En de Heilige Geest in ons geeft ons een Liefde ten opzichte het Volk van God,
we oordelen enkel over de Kerk omdat we van de Kerk van Christus houden,
we zijn immers zelf de kerk, en behoren tot Zijn Lichaam,
we houden van de kerk , omdat Jezus Christus
voor Zijn Kerk stierf, de Kerk is.
• En de Heilige Geest neemt zelfs ons oordeel over deze wereld van ons weg
en vervangt deze met mededogen .

In wezen , zijn zij die volwassen zijn, degenen die wijs zijn,
zij die geestelijk niets liever willen dan Jezus Christus Lief te hebben,
om Hem te kennen, Hem te evenaren en
Hem in onze omgeving te hebben.
Dit is niet een nieuw en verbeterde Christus voor de wereld van vandaag,
dit is Christus zoals Hij uit de Schriften, Oude en Nieuwe Testament, tevoorschijn treedt.
De Geest van God leidt ons altijd naar Gods Woord.
Degenen die Jezus niet liefhebben
zullen ook minder zorgen hebben over Hem,
Zijn Woord, Zijn Bruiloftsmaal en Zijn opdracht,
omdat ze geloven
dat alles wat er is,
slechts van voorbijgaand aard is,
derhalve dat alles niet is
wat er is,
de schepping van God.

de Hemelvaart des Heren – Orthodoxie en welzalig is de mens

Welzalig is de mens
die niet wandelt naar de raad der goddelozen.

Ook niet staat op de weg van de zondaars,
noch neerzit in het gestoelte der spotters;

Maar die vreugde vindt in De wet van de Heer,
die Zijn Wet overpeinst bij dag en nacht.

Hij staat als een boom, geplant aan waterstromen,
die zijn vrucht geeft op de juiste tijd,

Welks blad niet afvalt;
en al wat hij doet zal voorspoedig gelukken .

De goddelozen zijn niet zo,
niet zo gaat het met hen.

Maar als het kaf, dat door de wind verdrijft,
van het aanschijn der aarde.

Daarom zullen de goddelozen niet bestaan ​​in het gericht,
noch de zondaars in de vergadering der rechtvaardigen.

Want de Heer kent de weg der rechtvaardigen;
maar de weg der goddelozen zal vergaan
“.
Psalm 1

En terwijl zij nog naar de Hemel staarden,
werd Hij voor hun ogen opgenomen en
een wolk onttrok Hem aan hun blikken.
En zie, twee mannen stonden bij hen in blinkend gewaad.
Zij zeiden:
Jullie mannen van Galilea,
wat staat ge toch op te zien naar de hemel?

Handelingen 1: 10,11

De “twee mannen in blinkend gewaad”,
die onmiddellijk na de Hemelvaart van de Heer verschenen aan de apostelen en hen vroegen waarom ze stonden op te zien naar de hemel,
waren zonder enige twijfel zelf bewoners van de Hemelen;
daarom kan ook niet van de Apostelen worden verondersteld
dat dit onaangenaam voor hen was of
dat het gewenst was om direct de menselijke blik
van die mannen van Galilea op iets anders te richten.
Nee, zij hadden alleen de bedoeling, zoals geschreven staat,
een einde te maken aan de dadeloze [inerte] verbazing van de Apostelen:

wat staat ge toch op te zien naar de hemel?
Na hen uit hun verbazing op te wekken,
geven ze hen in overweging
en hen en ons bij te brengen
met welk een gedachten
we dienen op de zien naar de hemel,
nadat onze Heer Jezus in de Hemelen is opgenomen
Die Zichzelf daarheen heeft doen opstijgen.
Deze Jezus, voegden ze er nog aan toe,
die wordt aan uw wereldse ogen onttrokken en
opgenomen in de Hemelen en
zal op dezelfde wijze wederkomen
zoals u Hem hebt zien opgaan in de hemelen.
De discipelen van de Heiland werden op dezelfde manier
de exacte vervulling van Zijn woorden gewaar
die Maria Magdalena aan hen had verteld:
Ik vaar op naar mijn Vader en uw Vader ,
naar Mijn God en uw God
“.

Ze konden niets anders dan concluderen dat dit het vreugdevolle beproeving was welke Hij
gedurende de veertig dagen na zijn Opstanding uit de doden aan hen had overgebracht, die leerzame gesprekken met Hem,
die voelbaar gemeenschap tussen hen en Zijn Goddelijke mens-zijn,
werden op dat moment beëindigd.
Vanaf dit ogenblik zou Zijn aanraking noch Zijn stem
nog langer vreugde bij hen teweeg brengen,
zouden zij Hem met hun ogen niet langer kunnen volgen,
verlangend Hem [bij zich] vast te houden.
Zij staarden naar de hemel zoals Hij opging en aan hun ogen werd onttrokken.
We kunnen alleen maar bedenken wat een onmetelijke droefheid
de Apostelen overvallen moet hebben na deze Hemelvaart van Jezus,
Die voor hen alles betekende en fundament was van alles in de wereld om hen heen.
Het is dit ontzettend afscheid waarvoor de Hemelse Machten zich haasten
om hen te troosten en hen te verkondigen
dat deze Jezus .  .  .  .  . zal wederkomen.

Bij de beoordeling van de omstandigheden van de Hemelvaart van Christus,
ervaren we voor het eerst de zegen die Hij ons via de Apostelen meegaf,
zo zal het geschieden, zo deelt de evangelist Lucas ons mee:
terwijl Hij hen zegende maakte Hij Zich van hen los [scheidde Hij Zich van hen] en
en werd Hij opgenomen in de Hemelen.
Wat een eindeloos grote Genade van Christus is ons, Christenen ten deel gevallen,
wordt hiermee geopenbaard!
De Heer begint met een zegen en vóór de voltooiing hiervan stijgt Hij op naar de Hemelen;
want terwijl Hij hen zegende werd Hij in de Hemelen opgenomen.
Dus zelfs na Zijn hemelvaart blijft Hij nog steeds onzichtbaar Zijn zegen geven.
Die zegen stroomt en daalt voortdurend neer op de Apostelen en Zijn volgelingen;
door hen wordt dit verspreid op degenen die zij zegenen in de Naam van Jezus Christus;
degenen die deze zegen van Christus door de apostelen hebben ontvangen
verspreiden dit weer over de anderen [over ons];
dus allen die door de doop in de Heilige Katholieke en Apostolische Kerk
deelachtig zijn geworden van die ene Zegen van Christus.
Als de dauw van Hermon , die neerdaalde op de berg Sion,

Zal deze Zegen van Vrede daarom neerdalen op elke ziel die uitstijgt
boven de hartstochten en begeerten, boven de ijdelheid en zorgen van deze wereld;
als een onuitwisbaar afsluiting werkt het zegel van die Christus zodanig op diegenen
dat Hij dit aan het einde van de wereld [de tijden] zal bekrachtigen
door hen uit het midden van de hele mensheid tot Zich te roepen,
als de Geest en de Bruid zullen zeggen:
Komt allen tot Mij,
gij die komt in de Naam des Heren!

Laten we nu eens kijken
hoe noodzakelijk het voor ons is ons in te zetten deze Genade
nu al te verkrijgen en om deze Zegening van de Verrezen Heer te bewaren,
die op ons nederdaalt door de Apostolische Kerk.
Wanneer wij bewaren hetgeen wij ontvangen hebben, zullen wij, bij de wederkomst van onze Heer, Jezus Christus, tezamen met de apostelen en de heiligen worden opgeroepen om deel te nemen aan Zijn Koninkrijk :
Komt gezegenden, gij die Mij gehoord hebt en dorstig mij tegemoet zijt getreden,
allen die dorst hadden neem ruimhartig van het water des Levens!
“.

Het boek der Openbaring geeft daarentegen een ernstige waarschuwing en vermaant hen die zich niet aan de Blijde Boodschap storen.
Wanneer degene die zich niet tot de Gezegende van God de Vader verhoudt zal ook deze Zegen [Genade] niet verkrijgen,
of wanneer degene die tot Hem komt slechts het onderwerp is van
een valse zegen aan mensen die zich niet mede-erfgenaam zal kunnen noemen
van die Goddelijke Zegen van Genade welke in de Mysteriën [RK. Sacramenten] tot ons komt; wat zal er dan van ons worden?

Neem daarom voor deze gelegenheid eens in ogenschouw
het moment dat we zelf van deze wereld worden weggenomen.
De dag des Heren komt als een dief in de nacht“.
Diezelfde onverwachtheid zal zich voordoen bij de tweede komst van onze Heer Zelf
En houdt voor ons christenen een ernstige waarschuwing in:

Niemand weet wanneer die dag en dat moment zullen aanbreken,
ook de hemelse engelen en de Zoon niet, alleen de Vader weet het.
Zoals het was in de dagen van Noach, zo zal het zijn wanneer de Mensenzoon komt.
Want zoals men in de dagen voor de vloed alleen maar bezig was met eten en drinken,
met trouwen en uithuwelijken, tot aan de dag waarop Noach de ark binnenging en
zoals men niet wist dat de vloed zou komen, totdat die kwam en iedereen wegnam,
zo zal het ook zijn wanneer de Mensenzoon komt.
Dan zullen er twee op het land aan het werk zijn,
van wie de een zal worden meegenomen en de ander achtergelaten.
Van twee vrouwen die samen aan de molen draaien,
zal de ene worden meegenomen en de andere achtergelaten.
Wees dus waakzaam, want jullie weten niet op welke dag jullie Heer komt.
Besef wel: als de heer des huizes had geweten
in welk deel van de nacht de dief zou komen,
dan zou hij wakker gebleven zijn en
niet in zijn huis hebben laten inbreken.
Daarom moeten ook jullie klaarstaan,
want de Mensenzoon komt op een tijdstip
waarop je het niet verwacht
“.
Matth.24: 36-44

Onze Christelijke weg wordt niet geleid door nieuwsgierigheid of naïviteit en
pas danook op voor die mensen die doen alsof ze méér denken te weten dan Christus
hen heeft verleend om te weten.
Laat we trachten zelf eerder te weten te komen
wat onze eigen tekortkomingen zijn,
onze overtredingen [knopen] tellen en in bekering vergeving zoeken.
Zie toe, dat de kinderen van deze wereld en onze eigen passies onze geest niet in slaap sussen,m aar voorafgaand aan dat vreselijke uur onszelf tot de orde roepen en verlangend wachten op Zijn Wederkomst.

Kom, Heer Jezus, kom“.

6e Zondag na Pascha, de Zondag van de blindgeboren mens

Op deze zondag voorafgaand aan het feest van de Hemelvaart van Christus,
brengt ons de Kerk het Evangelie van de blindgeborene in herinnering.
Er zijn hier twee aandachtspunten die mij opvallen.

1.]. Christus maakt hier een opmerking over de reden waarom deze mens blind was geboren . Als antwoord op een vraag van de discipelen, zegt Hij zegt dat blindheid er niet was omdat de mens of zijn ouders gezondigd hadden, maar opdat de werken Gods in hem worden geopenbaard.
Met andere woorden, onze Heer geeft zelf aan dat een ziekte of handicap niet altijd het gevolg zijn van persoonlijke zonden of de zonde van anderen,
maar ze worden toegestaan ​​ om de Glorie van God aan de mensen te openbaren.
Veelal is de menselijke aandacht voor datgene waar men onder gebukt gaat – de handicap – reden om zich van de wereldse zaken te weerhouden en zich meer tot God te richten.
De blinde hoort meer, ervaart meer omdat hij meer door het hemelse Licht dan het aardse in beslag wordt genomen; de dove richt zich meer op datgene wat hij ziet bouwt zich in zijn beperking meer op het innerlijke. De mens zoekt God in zijn aardse onvolkomenheden, vraagt zich af waarom ik en krijgt hier van Christus een antwoord: richt je op Gods weken, welke via jouw handicap worden geopenbaard.
We kunnen dit zien in de levens van een aantal mensen met een achterstandspositie .
Ze zetten hun nadeel om in iets anders, een uitdaging die het beste in hen kan boven brengen.
We kunnen hierbij denken aan bijvoorbeeld bepaalde Downs Syndroom kinderen,
die ongelooflijk vriendelijk en liefdevol kunnen zijn, veel meer dan wanneer zij ‘gezond’ waren geboren. We kunnen allemaal denken aan voorbeelden van ongelooflijke moed en liefde onder kansarmen.
Waarom ?
Omdat de genade van God op hen is nedergedaald:
‘de werken van God die in hen openbaar wordt gemaakt’.

2.]. We kunnen ook denken aan sommige ‘blinde’ mensen, die de realiteitszin hebben verloren, het innerlijke kwijt zijn,
de Genade van God hebben verloren.
– De dief, die niet ziet dat hij zichzelf tekort doet.
– De leugenaar, die zichzelf voor de mal houdt – zo vèr zelfs dat hij zelf in zijn leugens gelooft.
– De verslaafde, die niet meer weet waar hij het zoeken moet.
– De gevangene, die geen uitweg meer ziet.
– De arme rijke, die zich in zichzelf en z’n eenzaamheid opsluit.
– De arrivist, die zichzelf voorbij streeft – zichzelf tot middelpunt heeft gemaakt van zijn omgeving.
Heb nu niet het idee dat het jou niet overkomt, want zoals de Geest waait waarheen Hij gaat
– zo tracht de tegenstrever haar onderuit te halen, een mist op te trekken, zodat je het niet meer dóór hebt.
En dit overkomt zelfs de besten onder ons:
– een lezer, die zichzelf zo mooi vindt lezen
– een psaltist, die zo mooi zingt, dat hij zijn medekoorleden niet meer ziet staan.
– een koor wat eigen lof zingt in plaats van dit te doen tot eer aan God.
– diakens en priesters die zichzelf bewieroken, teneinde de gunst van gelovigen te verwerven.
– een gemeenschap, die zich in zichzelf opsluit, teneinde de nationale trots te kunnen botvieren, zichzelf thuis te voelen in hun ‘eigen’ kerk.
– kerkenbouwers die hun doel slechts door jarenlang leugen, manipulatie, diefstal en bedrog kunnen bereiken.
– biechtvaders, die de starets [counseler] uithangen, in plaats van slechts een luisterend Goddelijke toehoorder te zijn.
– Lichamelijk en geestelijk beter bedeelden, schoonheden, die hun onschuld verloren hebben.
Zo worden we omringd door degenen die geen interesse in mensen, maar in de grond van hun hart alleen willen maar willen profiteren van de uiterlijke schijn via macht of dikke bankrekeningen.
Vergeet daarbij niet de bijzonder intelligente en goed opgeleide mensen,
wiens intelligentie is opgeslagen in hun geestelijke vermogens, terwijl zij buitengewoon pretentieus en dwaas zijn geworden, zich krom lachen om het onvermogen van minderbedeelden en zich voor het aangezicht van de wereld grote financiële vermogens toe-eigenen.
Hun voordelen worden daarmee hun grootste handicap, zij belemmeren elke vorm van geluk voor zichzelf en anderen.

3.]. In de situatie van de vandaag aangehaalde blindgeborene, is zijn hele leven gericht geweest op het verkrijgen van de Heilige Geest, een voorbereiding op zijn persoonlijke ontmoeting met Christus.
Zijn ziel was niet alleen niet zuiver genoeg, verfijnd door zijn levenslange handicap,
om de Goddelijke genezing te ontvangen,
maar kwam ook tekort in het belijden van de Enige, Die wij belijden als de Zoon van God,
waardoor de werken van God in hemzelf openbaar worde.

Daartegenover zij die echt blind zijn [waren] omdat ze de mensen verboden genezing en goede werken te doen op Sabbat, intimideerden door hen [de blindgeborene en zijn ouders] vragen te stellen en hen daarna buiten [de kerk] te sluiten [te excommuniceren].

En dan de blindgeborene, die ziet, die ten opzichte van de omgeving [het ganse kerkvolk] getuigt:
Ik weet niet of Jezus een zondaar is of niet ; een ding weet ik ; dat ik blind was , en nu zie ik“.
En vervolgens voegde hij eraan toe : “Als Hij niet van God is, dan kon Hij niets doen“.
En ten slotte bekende hij dat hij geloofde dat Christus de Zoon van God is – één van de eerste die dit in de evangeliën doet.

Pdf: Wees er [gedicht]
Het besef van de blindgeborene is dan een vreugdekreet.
Hij kan ons leren hoe te oordelen, of liever anderen te onderscheiden
– hen aan hun vruchten te herkennen.
Als wij Christenen, of niet gelovigen, van God zijn,
dan zullen we dit Voorbeeld [Hem] volgen  en goede vruchten dragen,
voor wie dat niet is, die zal met al zijn [vermeende] vermogens niets klaarspelen
en als een harlekijn zijn weg gaan.
Zo die er één van God is, zal hij eindigen onder de getuigenis
van de Grootsheid en Godheid van Christus.

Overigens dien ik te wijzen op de manier waarop Christus genas.
Hij spuugde op de aarde en ‘maakte slijk uit dat speeksel’.
We merken hierbij op dat dit voor elke Mysterie [RK. sacrament] van de Kerk geldt;
God, in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest geneest , op dezelfde manier:
de adem van God, de Heilige Geest is de drager van de genezende Genade van God.
– Water op zich kan niet genezen,
maar het water van de doop geneest
omdat het gezegende water
​​de Heilige Geest met zich meedraagt.
– Olie op zich kan niet genezen
maar de olie van Myronzalving kan genezen,
omdat het vervuld is van de Genade van God .
– Een doekje kan niet genezen
maar toch is een priester in staat gesteld te genezen
door de genade van Christus
aan degene die oprecht zijn zonden belijd en
de berouwvolle intentie heeft niet meer te zondigen .
– Brood en wijn kan niet genezen en
toch wordt brood en wijn veranderd
in het Lichaam en Bloed van Christus
om te genezen door de Heilige Geest .
– Hout, kalk en pigmenten kunnen niet genezen en
toch kunnen Iconen hun heilzame uitwerking hebben
door de Heilige Geest die in hun materiële essentie doordringt
en de begenadiging, die van hen uitstraalt.
– Rook kan niet genezen en
toch brengt wierook genezing
door de zegen van Christus,
die ervan uitgaat.

Christus leert ons dan dat alle dingen gebruikt kunnen worden
tot genezing en voordeel en zaligheid van onszelf,
maar dat zij eerst dienen te worden aangeraakt
door Zijn Genade.
Op deze manier kan ons lichaam, louter vlees en beenderen en bloed,
dienen als Icoon van Christus, Christus-dragend [Chrystophoros].
Onze ziel kan geactiveerd worden,
zodat wij lichtdragers worden van de Heilige Geest;
de ogen van onze ziel, de deuren van de waarneming,
en daardoor wordt de blindgeborene, die wij allemaal zijn,
geheeld, genezen tot een Icoon van de gehele schepping Gods,
waar wij deel van uit maak en die behoort te zijn,
waarvoor hij geschapen is zoals ze werkelijk behoort te zijn.
We zien dat elk grassprietje en elke heuvel, elke boom en elke wolk,
elke druppel regen en elke oceaan,
alle schepselen en alle mensen,
wonderen zijn van Gods handwerk,
tekenen van Zijn Mystieke [RK. Sacramentele] aanwezigheid onder ons
en we zien dan tevens dat niet we wonen in deze banale,
alledaagse wereld om ons heen.
We wonen dan in de wereld zoals hij werkelijk is,
in potentie het Paradijs, het Koninkrijk Gods,
zoals God deze in den beginne heeft gemaakt,
want we zien God de Schepper achter
alle dingen en alle mensen .

En dan zijn we eveneens in staat
om samen met de blindgeborene te zeggen :
‘Ik was blind en nu zie ik’.

Heer, Jezus Christus, Zoon van God,
heb medelijden met mij, blindgeboren zondaar
en 
redt mij“.

5e Zondag na Pascha – Zondag van de Samaritaanse vrouw

Het Heilig Evangelie heeft ons de naam van de Samaritaanse vrouw niet doorgegeven.
De Traditie van de Kerk leert ons dat haar naam in het Grieks – Photini was, in het Russisch – Svetlana, in de Keltische talen – Fiona, in westerse talen – Claire en in het Nederlands Ellen.
En al deze namen spreken tot ons over
één ding – van licht.

Nadat zij aan de Heer Jezus Christus heeft voldaan is zij uitgegroeid tot een licht dat in de wereld schijnt, een licht welke degenen die haar ontmoeten verlicht.
Elke Heilige wordt ons gepresenteerd als een voorbeeld, maar we kunnen de werkelijke wijze waarop een heilige geleefd niet altijd nastreven, we kunnen niet altijd dezelfde hemelse Ladder beklimmen.
Van iedere Heilige kunnen we echter twee dingen leren.
– Ten eerste kunnen we door de genade van God datgene bereiken wat menselijkerwijs onmogelijk lijkt en dat is ons als persoon in beeld en gelijkenis aan God te spiegelen.
Dat wil zeggen dat we – in deze wereld van duisternis en tragedie een teken van hoop te zijn; in de wereld die in de macht is van leugens – een woord van waarheid te zijn.
We worden voor dit alles in staat gesteld in de zekerheid dat alleen God dit alles kan overwinnen wanneer we alleen Hem toestaan ​​toegang tot onze ziel te verkrijgen.
Want als het Koninkrijk van God niet in ons is leeft – als God niet troont in onze gedachten en harten – een vuur dat alles wat onwaardig is in onszelf en van Hem verwijdert, dan zijn we ook niet in staat Gods licht rondom ons te verspreiden.
– Het tweede wat de Heiligen ons kunnen leren is om de Boodschap uit hun naam over te brengen – aan ons te leren kennen.

Vandaag spreekt de Samaritaanse vrouw van licht.
Christus heeft haar gezegd dat Hij is het Licht van de wereld is, het Licht dat alle mensen verlicht, en we zijn geroepen om
dat Licht in onze ziel te laten schijnen.
Te laten schijnen in ons verstand en onze ziel
– ja, binnen ons gehele bestaan.
De bedoeling is dit Licht van Christus zo tot ons te laten spreken, dat we er zelf
tevreden over zijn en het in en door ons ten uitvoer wordt gebracht.
Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken“.
Matth.5: 16

Alleen door onze daden te zien, door onze manier van handelen, kunnen mensen gaan geloven dat het Licht van God – Werkelijk Licht is.
Het gaat hier niet om onze woorden, tenzij het woorden van Waarheid en Macht zijn, zoals die van Christus Zelf of van de Apostelen zijn geweest.
Laat ieder van ons stilstaan bij de betekenis van onze naam als Christen en
op de wijze waarop we datgene worden waar we toe zijn geroepen.

De Samaritaanse vrouw was onderweg om water te halen zonder enig geestelijk doel.
Ze kwam bij de bron – en ze ontmoette Christus.
Ieder van ons kan op elk moment van de dag  een Goddelijke wending in ons leven ervaren,  zelfs wanneer we onze meest dagelijkse huiselijke taken verrichten, indien ons hart maar in de juiste richting staat en we ons open stellen om een ​​bericht te ontvangen,
te luisteren, ja – om vragen te stellen!
De Samaritaanse vrouw stelde maar één vraag aan Christus, en wat ze als antwoord kreeg oversteeg haar vraag op zo’n manier dat ze in Hem een Pprofeet herkende.
Later herkende zij Hem als de Christus, de Verlosser van de wereld.
Maar ook ons licht dient niet onder de korenmaat te worden geplaatst.
De Samaritaanse heeft ontdekt dat het Licht in de wereld gekomen was,
dat het goddelijk Woord  nu Waarheid werd te midden van de mensen,
dat God met ons/onder ons is.
Zij liet alle zorgen achter zich en rende naar de anderen om de vreugde, het wonder van wat ze had ontdekt te delen met anderen.
Ze bracht haar medeburgers naar Christus.
Ze vertelde hen eerst waarom ze in Hem geloofde, en
vervolgens bracht misschien hun nieuwsgierigheid, of de overtuigende kracht van haar woorden en de verandering die zich in haar had voltrokken hen tot Christus.
Zij zagen het voor zichzelf en zeiden tot haar:
Het is niet meer vanwege wat u zegt dat we geloven
– “we hebben gezien en we hebben het gehoord en daarom geloven wij“.
Handelingen 17: 11

En dit is wat de Samaritaanse vrouw ons allen leert: open te staan op elk moment van ons leven, terwijl we zijn druk bezig met de eenvoudigste dingen.
Op te staan het goddelijke Woord te ontvangen, dat we dienen te worden verlicht door het Goddelijke licht, gereinigd worden door Zijn zuiverheid.
We dienen het Licht te ontvangen in het diepst van onze ziel, er met heel ons leven voor open te staan, zodat mensen zien wat en wie we zijn geworden, opdat ook zij kunnen geloven dat het Licht in de wereld is gekomen.

Laten we tot de Heiligen en de Samaritaanse vrouw bidden ons te leren, ons te leiden,
ons tot Christus te brengen op de wijze waarop zij naar de Bron is gekomen en
Hem te dienen op de wijze waarop zij Hem gediend heeft tot heil van allen
die om haar heen waren .
En mag de zegen van God met u zijn,
de Vader en de Zoon en de Heilige Geest,
nu en altijd en wereld zonder einde!    Amen.
preek van Metropoliet Anthony Sourozh – 8 mei 1988

Kontakion           pl 4e Tn/ 8e Tn
Met geloof naderde de Samaritaanse tot de Bron:
daar aanschouwde zij U, het Water der Wijsheid.
En toen zij daarvan gedronken had
begeerde zij dorstig het Koninkrijk uit den hoge.
Daarom wordt zij geprezen in alle eeuwigheid“.

En toen zij daarvan gedronken hadden . . . . .
En dit is het Woord [de verkondiging], die wij van Hem gehoord hebben
en aan u allen verkondigen:
God is Licht en in Hem is in het geheel geen duisternis.
Indien wij zeggen, dat wij gemeenschap met Hem hebben en in de duisternis wandelen, dan liegen wij en
doen de waarheid niet;
maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het Licht is,
hebben wij gemeenschap met elkaar; en
het bloed van Jezus, zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde“.
1Joh.1: 5-7

Door de zegen en Genade van God kan het Licht
steeds meer opgaan en helder worden
als de zon op haar hoogtepunt.
Dit werd door de Profeet Malachi reeds voorzegt:
Maar voor u, die Mijn Naam vreest, zal de zon der gerechtigheid opgaan en
er zal genezing zijn onder haar vleugelen;
gij zult uitgaan en springen als kalveren die in de Lente uit de stal worden losgelaten“.
Mal.4: 2

Jezus Christus is het levende Woord van God.
In het Woord was het leven en het leven was het Licht van de mensen.
En het Licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft het niet begrepen
“.
Joh.1: 4-5
Dit Licht moeten we ontvangen in ons hart.
Velen hebben Jezus Christus, het Licht van de wereld, niet in hun hart binnengelaten.
Maar allen die Hem aangenomen hebben,
hun heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden,
namelijk die in Zijn Naam geloven
“.
Joh.1: 12

Licht blijkt gelukkig sterker te zijn dan duisternis.
Het licht van het Evangelie dringt de duisternis van ons bestaan binnen.
Waar Gods Licht en Liefde schijnen, zal de nacht verdwijnen.

Christenen zijn gedoopt in het Koninkrijk van de Zoon van Gods Liefde.
Paulus roept op daarvoor de Schepper te bedanken:
Dankt gij met blijdschap de Vader,
Die u toebereid heeft voor het erfdeel der heiligen in het licht.

Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en
overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn Liefde,
in Wie wij de verlossing hebben, de vergeving van zonden“.
Col.1: 12-14

Vergeven betekent eigenlijk
‘ver-wèg-geven’.
Wanneer we onze zonden belijden [aan het licht brengen] zullen deze door Gods Genade worden vergeven.
Zij worden dan onder het reinigend bloed van Christus gebracht;
door de oprechte belijdenis in het Mysterie van de Biecht vindt de genezing plaats.

Jezus Christus is als de Hemelse Geneesheer tot ons gekomen om te genezen en te helen.
Dit gaat over beschadigde emoties, negatieve gevoelens, psychische problemen, ziekten, zwakheden en andere zaken in onze Liefde die herstel nodig hebben.
Het bekerings- en genezingsproces heeft dus duidelijk te maken met ‘overbrenging’ – verandering. Door de werking van de Heilige Geest en Geloof in de drie-ene God
worden de negatieve zaken verplaatst naar het helende [medische] gedeelte van
Liefde, Genade, Vergeving en Heiliging [heling].

Psalms created on Truth – psalm 8: 4; “Wie is de mens, dat Gij hem gedenkt . . . . . “

In onze tijd worden mensen verpulverd, worden in een mum opgebruikt en de kijk op de mens is verward en wazig geworden.
Vanuit deze tragische situatie moet niet vergeten worden dat er al eeuwen een cultureel ontwerp bestaat.
De beschrijving hiervan is ons van Gods wege gegeven via de Blijde Boodschap.
De Bijbel  is in staat de mens een antwoord te geven op wie hij is, over zijn relatie met de wereld, de noodzaak tot gemeenschap met de medemens. Het beschrijft de individuele weg die hem leidt naar een directe relatie met God . . . . .

Daarop vindt de oorsprong van de cultuur van onze Kerkvaders haar oorsprong in de Griekse geest en hun resonantie op de Christelijke leer.
De mens werd in het kader van deze cultuur geïdentificeerd als een persoon, die
is geschapen, overeenkomstig het beeld van de Drie-ene God en daarnaast de mogelijkheid heeft gekregen om te communiceren met God en met onze medemens.
Het leven is als een woestijn, zonder werkelijke waarden.
Af en toe horen we de Stem van boven die onafgebroken roept.
We zijn verplicht de wil van God te doen, Zijn wetten na te leven.
We doen dit wel, maar met een half hart omdat onze geest vaak te druk is met andere zaken. Uiteindelijk bereiken we onze bestemming en
realiseren dat elk moment de potentie van een juweel in zich had.
Dan betreuren we onze dwaasheid.

“Die de echtvriend van haar jeugd verlaat en het verbond [= overeenkomst met ] van haar God vergeet”.
Spreuken 2: 17

De Statenvertaling zegt: de Leidsman van haar jeugd.
Het Hebreeuwse woord Pwla (aloef), dat hier dan vertaald is met “echtvriend” of “Leidsman” hangt samen met de eerste letter van het Hebreeuwse alfabet, de alef .
En de alef representeert ook de één, het getal 1. Het betekent dus, dat je de eenheid kwijt bent.
Het betekent ook, dat je Degene kwijt bent met wie je van je jeugd af aan verbonden bent.
En dat is toch wel heel bijzonder, want als je bij God bent – en het is goed om daar eens even over na te denken – als je bij de Heer bent en met Hem wandelt, dan ben je bij je oorspronkelijke Vriend.
Dan ben je bij de God bij wie je van huis uit hoort.

De kern van dit verhaal is dus: een mens hoort van huis uit bij God.
Als je tot geloof komt, kom je terug bij je oorsprong bij het begin.
Het begin van elk mens is uit God.
En dan kun je in je leven een heel eind gaan zwerven en een hele omweg maken,
maar als je dan tot bekering komt, kom je niet bij een vreemde, maar dan kom je bij de vanouds bekende God.
Dan kom je bij Degene, die jou al kent vanaf het begin. Al die andere goden, die je in je leven inbouwt horen niet bij je.

Jouw begin is uit God, en je bent wezenlijk verwant met Hem!
Je hoort helemaal bij Hem. Hij heeft je gemaakt, je bent uit Hem voortgekomen.
En zo mag je gaan als drager van die goddelijke aanwezigheid.
Dat is die verborgen schat binnen in jou.
Paulus zegt daarover:
Of zijt gij niet zo zeker van uzelf, dat Jezus Christus in u is?”.
2Cor.13: 5
Er wordt vaak zo negatief gedaan over mensen;
och, we zijn maar mensen.
Maar zo spreekt de Blijde Boodschap niet, dat zegt God niet.
God zegt: ‘Ik heb iets van Mijzelf in jou gelegd’;
” “En God zei: Laat Ons mensen maken naar Ons Beeld, als Onze Gelijkenis,
opdat zij heersen over de vissen in de zee en over het gevogelte aan de hemel en
over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipende gedierte dat op de aardbodem kruipt. En God schiep de mens naar Zijn Beeld; naar Gods Beeld schiep Hij hem;
man en vrouw schiep Hij hen
”.
Genesis 1: 26; vergelijk 9: 6

Dat dit geen primitief idee is,
uit een ver verleden, toont het Geloof in Jezus van de apostelen.
Zij geloofden dat God verantwoordelijk is voor alle leven en dat alle mensen zijn voortgekomen uit dit eerste mensenpaar [Matth.19: 4; 1Cor.11 : 7; Jac.3: 9].
Maar wat wordt er bedoeld met: ‘naar ons beeld, als onze gelijkenis?
De mens heeft in bepaalde opzichten een gelijkenis met zijn Schepper.
Met de schepping van de mens heeft God iets van Zichzelf ‘gereproduceerd’ en er moet iets van God in die mens te herkennen zijn.
Wanneer deze later zelf nageslacht voortbrengt,
legt hij op zijn beurt zijn eigenschappen daarin;
het zijn afdrukken van zijn wezen:
Adam … verwekte [een zoon] naar zijn gelijkenis, als zijn beeld”.
Genesis 5: 3

Hiermee worden echter niet meer het beeld en gelijkenis van God bedoeld, maar de mens zoals Adam geworden is: zondig in het vlees, zodat hij de schoonheid en heerlijkheid van God niet in zich draagt.
Wanneer dit voor altijd was voortgegaan, zou Gods scheppingswerk een hopeloze mislukking zijn. God zei echter dat het goed was wat Hij had geschapen.
In Zijn alwetendheid moet Hij gezien hebben dat er uiteindelijk wèl
mensen met de heerlijkheid van zijn beeld en gelijkenis zouden zijn:
Want allen hebben gezondigd en ontberen [missen] de heerlijkheid van God”.
“… juist om de rijkdom van zijn heerlijkheid bekend te maken over de voorwerpen van ontferming, die Hij tot heerlijkheid heeft voorbereid”.
Rom.9: 23

“Wij dan . . . . .
hebben vrede met God door onze Heer Jezus Christus, door wie wij ook de toegang hebben verkregen tot deze genade, waarin wij staan, en roemen in de hoop op de heerlijkheid van God”.
Rom.5: 1-2

Het natuurlijke nageslacht van Adam kan Gods heerlijkheid niet weerspiegelen.
Dit is een voortdurend vraagpunt van gelovigen aan God.
David vroeg zich in een Psalm af welke verklaring er is voor die hoge plaats van de mens in Gods onmetelijke heelal, en de schrijver van de brief aan de Hebreeën wijst op de vervulling van Gods plan met ons in Christus Jezus:
Wat is de mens, dat U hem gedenkt?
Wat is mensenkind, dat Gij acht op hem slaat?
Toch hebt U hem slechts weinig beneden de engelen geplaatst:
Gij hebt hem gekroond met Glorie en eer
”.
Psalm 8: 4-9

“… maar wij zien Jezus …
met Heerlijkheid en Eer gekroond”.
Hebr.2: 6-9

In de persoon van Jezus heeft God uit de mensheid een nieuwe mens verwekt,
die deze heerlijkheid van God wel draagt en weerspiegelt.
De apostelen getuigen in de evangelieverslagen en brieven van
wat zij hebben gezien en ervaren van deze ‘Zoon des mensen’,
de mens bij uitnemendheid:
Wij hebben Zijn Heerlijkheid aanschouwd,
een heerlijkheid als van de enig-geborene van de Vader,
vol van Genade en Waarheid”.
Joh. 1:14
“Deze de afstraling van Zijn heerlijkheid, en de afdruk van Zijn wezen”.
Hebr.1: 3

Zij hebben twee kanten van Hem gezien:
Zijn gestalte als dienstknecht, die volmaakt de Wil van God deed, en
Zijn Verheerlijkte gestalte toen zij met Hem op de berg Thabor waren [Luc.9: 29; 2Petr.1: 16].
Zijn Verheerlijking op de berg was een voorproef van wat Hij zou ontvangen, wanneer Hij de wil van zijn Vader tot het laatst zou doen.
Hierin is Hij het voorbeeld voor wie in Hem gelooft:
Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was,
die in de Gestalte van God zijnde, het God gelijk zijn niet als een roof heeft geacht,
maar de Gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen …
heeft Hij zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood,
ja tot de Kruisdood.
Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd”.
Phil.2: 5-9; vergelijk Rom.8: 5-7

Door verbondenheid met Christus Jezus, en
in hun leven dezelfde gezindheid te tonen als Hij, kunnen ook andere mensen deel krijgen aan dezelfde natuur en dezelfde heerlijkheid weerspiegelen als Hij:
Want het voegde Hem…
dat Hij, om vele zonen tot heerlijkheid te brengen,
de Leidsman van hun behoudenis door lijden zou volmaken
”.
Hebr.2: 10
Daartoe heeft Hij u ook door ons Evangelie geroepen
tot het verkrijgen van de Heerlijkheid van onze Heer Jezus Christus
”.
2Thess.2: 14; 1Thess.2: 12; vergelijk 2Tim.2: 10
En wij allen, die …
de Heerlijkheid van de Heer weerspiegelen,
veranderen naar hetzelfde beeld
van Heerlijkheid tot heerlijkheid
…”.
2Cor.3: 18

Wanneer dit werkelijkheid is geworden,
zal Gods doel met de Schepping zijn bereikt; een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.
Dan zijn de mensen als Zijn zonen, dragen zij Zijn beeld en
zal de aarde van Zijn Heerlijkheid vol worden:
En gelijk wij het beeld van de stoffelijke [Adam] gedragen hebben,
zo zullen wij het beeld van de Hemelse
[Christus] dragen”.
1Cor.15: 49
“… met reikhalzend verlangen wacht de schepping op
het openbaar worden van de zonen van God …
maar ook wij zelf…zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap…
Want die Hij tevoren gekend heeft,
heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld van zijn Zoon,
opdat Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broederen
”.
Rom.8: 19-30
Ik zal hem een God zijn en
hij zal Mij een zoon zijn
”.
Openbaring 21: 7
Geliefden, nu zijn wij kinderen van God, en
het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen;
maar wij weten, dat, als Hij [Christus] zal geopenbaard zijn,
wij Hem gelijk zullen wezen …
”.
1Joh.3: 2

De Heilige Geest wordt vereerd als de Heer en Schenker van het leven.
Hij is geopenbaard in het leven van de Kerk om ons tot leven te brengen.
Ons tot in perfectie tot een verantwoordelijk en liefdevol mens te maken.
De vrucht van Aanbidding is de gaven van die Heilige Geest.
In zijn brief aan de Galaten wordt dit door Paulus geïdentificeerd als:
“Liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw,
zachtmoedigheid en zelfbeheersing”.
Zeker, dit zijn de deugden van een Christelijk leven.
Ze getuigen van het feit dat de Liefde van en tot God en
de liefde tot de naaste onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Hij, die deze dingen getuigt,
zegt: Ja, Ik kom spoedig.
Amen, kom, Heer Jezus, kom!

Openbaring 22: 20

 

Mid-Pinksteren – Laat uw Kruis een Staf zijn

Uw kudde heeft de wolven gezien,
en zie! zij roepen het uit.
Ziet toch hoe bang zij zijn!
Laat Uw Kruis een Staf zijn,
hen uit drijven
die hen zouden verslinden!
H. Ephraïm de Syriër, uit de “Nisiben Hymnen” IV

De verzen in de dienst van vandaag zijn overvloedig gevuld
met bijbelse toespelingen, welke de heilige vaders hierin hebben doorgevoerd.
Wanneer gij vóór Uw Kostbaar Kruis en Uw Lijden Uw roemrijke wonderen voltooid had, zijt Gij verschenen op het Midden van het Feest de Wet,
om allen te roepen”:
Σταυρὸν καὶ θάνατον , παθεῖν ἑλόμενος.
Een taal van Iemand Die ontwapend, zoals we verderop zulle zien.

In het midden van de Schepping“,
wordt de Boom van het Kruis gekoppeld aan de Boom des Levens
in het midden van het Paradijs.
de Heer, onze God deed allerlei geboomte uit de aardbodem opschieten,
begeerlijk om te zien en goed om van te eten;
en de boom des levens in het midden van de hof,
benevens de boom der
kennis van goed en kwaad“.
Gen.2: 9

De parallel tussen de twee bomen is een populaire Patristische meditatie .
De boom des levens , die werd geplant door God in het paradijs gaf vooraf dit kostbaar en levenschenkende Kruis aan.
Want omdat de dood door een boom werd veroorzaakt,
achtte Hij passend dat het Leven en de Opstanding
door een boom geschonken diende te worden.
H. Johannes Damascinos [† 749 ], uit: “Een uiteenzetting van het Orthodoxe geloof“.

Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben,
heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deel
gekregen, opdat Hij door zijn dood hem, die de
macht over de dood had, de duivel, zou onttronen“.
Hebr.2: 14
Ook u heeft Hij, hoewel gij dood waart door uw overtredingen en onbesneden zijn naar het vlees, levend gemaakt met Hem, toen Hij ons al onze overtredingen kwijtschold,
door het bewijsstuk uit te wissen, dat door zijn inzettingen tegen ons getuigde en ons bedreigde.
En dat heeft Hij weggedaan door het aan het kruis te nagelen:
Hij heeft de overheden en machten ontwapend en openlijk tentoongesteld en zo over hen gezegevierd“.
Col.2: 13-15

De H. Gregorius van Nyssa schreef over de aanvallen en suggesties van de vijand:
WANNEER we ons bewust worden van de aanvallen van de tegenstrever,
dienen we de apostolische woorden in onszelf te blijven herhalen:
Wij allen, die in Christus zijn gedoopt, zijn in Zijn dood gedoopt“.
Rom.6: 3
Als wij nu dan deel hebben aan Zijn dood, is de zonde in ons voortaan zeker gedood [ontbonden],  welke doorboord is door de speer van het Heilig Doopsel .
uit: “Over het doopsel in Christus“.

Onze HEER zal echter de Toevlucht zijn van Zijn Volk
en de Sterkte van de kinderen van Israël.
En het was reeds ongeveer het zesde uur en
er kwam duisternis over het gehele land tot het negende uur,
want de zon werd verduisterd.
En het voorhangsel van de tempel scheurde middendoor.
En Jezus riep met luider stem:
Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest.
En toen Hij dat gezegd
had, gaf Hij de geest“.
Luc.23: 44-46

Dit is een aanwijzing van het besluit – in de tijd, en ook van de Hoop en de Genade,
zoals wij zien bij de profetie van Joël:
Menigten, menigten in het dal der beslissing,
want nabij is de dag des Heren in het dal der beslissing.
De zon en de maan worden zwart en de sterren trekken haar glans in.
En de Heer brult uit Sion en verheft zijn stem uit Jeruzalem,
zodat hemel en aarde beven.
Maar de Heer is een schuilplaats voor zijn volk en
een veste voor de kinderen van Israel
Joel 3: 14-16 . 

Zie eveneens:
“Terstond na de verdrukking dier dagen zal de zon verduisterd worden en
de maan zal haar glans niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en
de machten der hemelen zullen wankelen”.
Matth.24: 29
En Jezus riep wederom met luider stem en gaf de geest.
En zie, het voorhangsel van de tempel scheurde van boven tot beneden in tweeën, en
de aarde beefde, en de rotsen scheurden en
de graven gingen open en vele lichamen der ontslapen heiligen werden opgewekt.
En zij gingen uit de graven na zijn opstanding en
kwamen in de heilige stad waar zij aan velen verschenen“.
Matth. 27:50-53 .

Een der gehangen misdadigers lasterde Hem: Zijt Gij niet de Christus? Red Uzelf en ons!
Maar de andere antwoordde en zeide, hem bestraffende:
Vreest zelfs gij God niet, nu gij hetzelfde vonnis ontvangen hebt?
En wij terecht, want wij ontvangen vergelding, naar wat wij gedaan hebben, maar deze heeft niets onbehoorlijks gedaan.
En hij zei: Jezus, gedenk mijner, wanneer Gij in uw Koninkrijk komt.
En Jezus zei tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn“.
Luc.23: 39-43

Wij herinneren ons deze woorden uit het gebed ter voorbereiding aan de communie.
Zoon van God, neem mij heden op als deelgenoot van Uw Mystiek Avondmaal.
Want Uw vijanden zal ik voorzeker niet over dit Mysterie spreken.
Ik zal U geen kus geven zolas Judas;
maar evenals de Rover belijd ik mijn geloof in U:
gedenk mij, o Heer, in Uw Koninkrijk.
Heer, moge het deelnemen aan Uw heilige Mysteriën
mij niet worden tot een oordeel of tot verderf,
maar tot genezing van mijn ziel en van mijn lichaam
“.

**
Stavrotheotokion
In het Kruis van Uw Zoon, o Moeder Gods,
bezit Gij een Staf van geweldige kracht;
versla daarmee de woedende vijandschap en
bescherm hen die U met Liefde vereren.
Uit de Metten van de vrijdag van Mid-Pinksteren

4e Zondag na Pascha – de Zondag van de Verlamde

Heer, ik heb geen mens om mij,
in het bad te helpen zodra er beweging komt in het water;
en terwijl ik mezelf er heen sleep,
gaat een ander er vóór mij in
“.
John.5: 1-15

Deze zondag is het in de Kerk de zondag van de verlamde,
waarbij het Evangelie van vandaag verwijst naar de wonderbaarlijke genezing
door onze Heer Jezus Christus aan de badinrichting van Bethesda met de vijf zuilengangen,
in Jerusalem bij de schaapspoort.

Johannes de evangelist vertelt ons
dat op deze bijzondere dag Jezus
[misschien was het wel het feest van Pinksteren] een bezoek bracht aan de stad Jerusalem.
Een van de plekken, die Hij daar bezocht was het badinrichting [Bethesda], die
vijf grote zuilengangen, of portieken had.
Het zwembad was gelegen buiten de muren van Jeruzalem.
De Hebreeuwse naam betekent “Huis van Genade”.
Het werd zo genoemd omdat,
zoals het Evangelie ons informeert, daar altijd een groot aantal ongelukkige mensen waren, zoals kreupelen, doven, blinden en ziek waar de doktoren geen raad mee wisten.
Op bepaalde tijden zou er, zo was onder hen bekend, een engel naar het zwembad komen die het water met kleine golven in beweging bracht.
Wanneer dit gebeurde, zou de éérste persoon die in het water belandde van welke kwaal dan ook genezen worden.
Natuurlijk tart zo’n wonder elke uitleg van de wetenschap, net zoals dat bij wonderen die in onze tijd voorkomen. Hoewel we deze wonderen niet kunnen verklaren, geloven we er toch in, tegen elke [medische] wetenschap in.

Wanneer er nu in Bethesda iemand zo slim was geweest een register van soorten wonderen bij te houden, dan zouden we daarin tegenkomen dat de man van ons Evangelie van vanmorgen
daar al langer dan 38 jaar had gelegen.
De beste jaren van zijn jeugd had hij daar doorgebracht, wachtend op de rimpeling van het water in het zwembad.
Maar hij had niemand – geen ouders, geen familie, geen vrienden, die hem zouden kunnen bijstaan. Iedereen bij Bethesda was bezig met zijn eigen problemen; zijn eigen zaken bezig – op zich een goede zaak, maar er is nu eenmaal meer in de wereld, met name die van de zorg voor de gehandicapten.
Dus, deze geschiedenis was altijd maar weer hetzelfde, jaar in jaar uit. Er veranderde niets aan de situatie van deze eenzame behoeftige.
Het water zou in beweging gebracht worden en vóór de lamme er kon komen was er een gehandicapte die maar nèt bij het zwembad lag of die was hem weer voor geweest.
Stel je voor, je hebt 38 lange jaren niet gelachen, geen vriendschap ontmoet, zonder enige vreugde, en je bent zeker naar het einde toe zonder enige hoop op verbetering.

Op een dag hoort die kreupele Iemand die tot hem sprak. Dat was op zich al vreemd.
Niemand sprak met hem, iedereen ging hem uit de weg, hij werd met de nek aangekeken,
behoorde tot de verstotenen [weggepest!].
Het moet de man wel eventjes gekost hebben om te beseffen dat Jezus van Nazareth,
een gesprek met hem aanknoopte.
Het is  dan ook zeer waarschijnlijk dat hij niet eens wist wie Jezus was.
Jezus vroeg de verschoppeling, “Wilt je gezond worden?”
Wat een vraag, na 38 jaar eenzaam lijden.
Toch legt de man geduldig aan de Zoon van God uit, waarom hij het was die zich onmogelijk van zijn verlamming kon ontdoen.
Hij had niemand – niemand in de wereld die om hem gaf.
Het is niet erg prettig alleen op de wereld te zijn, of niet soms?
Niemand die zich iets van je aantrekt. Om je geeft, niemand die je bijstaat om je te helpen
– de wereld kan er behoorlijk angstig uitzien als je helemaal op je zelf bent aangewezen.
Stel je de reactie van de man voor toen Jezus tot hem zei: ” Sta op”.
Ja, sta op! Probeerde hij soms meedogenloos te zijn? Heeft Hij er lol in om kreupelen te kwellen?
Maar wacht ! Die ogen ! Die medelevende stem !
Hij geeft om mij! Hij heeft met mij van doen!
De man sprong overeind en werd direct door de mens-geworden Zoon van God genezen .

De wereld is in al die 2000 jaar nog geen sikkepitje veranderd.
Dat wil zeggen de mensen hebben totaal niets bijgeleerd er is wat dat betreft niets veranderd.
Iedereen is met zijn eigen sores bezig, z’n eigen huisje boompje, beestje.
In veel opzichten is de wereld een veel eenzamere plek geworden om te wonen
dan het in de tijd van Christus was.
Kijk maar naar de vijf grote gemeenten in ons land, naar plekken als Hoog-Catharijne.
Het krioelt er van de mensen die zelfs op zondag druk doende zijn in een klein gebied.
En toch zijn de mensen – velen van hen – vreselijk eenzaam, die haastige blik in hun ogen – kopen, kopen, en weer werken om te kopen.         En dat niet alleen in onze steden, maar ook elders in de wereld.
Er zijn massa’s mensen in de wereld van vandaag die wanhopig, stilletjes uitroepen:
ik heb niemand – niemand om mij te helpen“!
Mensen in oorlogsgebieden, vluchtelingen, gehandicapten en bejaarden,
die in eenzaamheid lijden en niet weten waar ze het zoeken moeten.
Het enige wat over blijft is hun ogen naar de Hemel op te slaan,
daar waar Verlossing wacht.

We beschikken heden ten dage over een heleboel dingen waar ze in Jezus’ dagen nog niet van konden dromen: enorme ziekenhuizen, opgeleide specialisten, [sociale] verzekeringen en de Kerk
– en de aan de overheid gerelateerde opvoedings- en welzijnsprogramma’s.
Maar voor de menselijke eenzaamheid bestaat geen genezing, of wel soms.
We houden er niet van om met de problemen van anderen opgezadeld te worden.
Er is een Grieks spreekwoord dat zegt: “Verwijder het kwaad => uit mijn ogen“.
We willen onaangenaamheden vergeten. Lijdende mensen ergeren ons – wij van wie verondersteld wordt [Orthodoxe] Christenen te zijn.
En misschien zijn wij die de geestelijke weg gaan wel meer schuldig dan die anderen, die ”ongelovig” zijn.

Het is Christus dringende oproep en de plicht van de Kerk om deze eenzame, lijdende mensen op te zoeken.  Hen de Liefde van Christus te tonen en hen onze liefde te brengen
– niet ons medelijden, met een meewarige blik, maar onze echte liefde, met zorg en aandacht.
Op de een of andere manier is er voor ons altijd een mogelijkheid open, waarop deze randfiguren van onze samenleving geholpen kunnen worden.

Het goede nieuws van dit moment is dat iedereen wel zo iemand in zijn omgeving heeft;
je moet het alleen maar zien, je er constant van bewust zijn.
De Heer Jezus Christus stierf voor onze zonden. Hij stierf voor vele zonden.
Hij is voor de zonden van alle mensen gestorven.
En Hij heeft ons lief met een Goddelijke Liefde die we onmogelijk kunnen begrijpen.
Dit dient ons geloof, onze overtuiging, onze boodschap van verzoening te zijn,
die we aan de gehele wereld dienen uit te dragen,
te beginnen met degenen die bij je om de hoek wonen.
En God zal ons bijstaan om dit te doen.

2e Zondag na Pascha – Thomaszondag

Zalig zij
die niet gezien hebben en
toch geloven!“.
Joh.20: 29

De Zoon van God werd mens, opdat de mens zich zou vergoddelijken.
Door Zijn offer aan het Groot en Heilig Kruis heeft de Heer en zaligmaker
de menselijke natuur gereinigd en
door Zijn dood stelde Hij de mens
in de gelegenheid gered en geheiligd te worden in Zijn Νaam.
Een waarachtig en oprecht geloof in Jezus Christus leidt tot verlossing.
Onze Heer Zelf leert ons:
Ik ben het Licht der wereld;
wie Mij volgt, zal nimmer in duisternis wandelen,
maar hij zal het licht des levens hebben
“.
Joh.8: 12
In een ander vers zegt Hij:
” Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:
Wie gelooft, heeft eeuwig leven”.
Joh.6 : 47
Christus is het Licht van de wereld;
Hij is het herkenningspunt, Welk ons leidt tot heiliging.
Door de Heilige Doop participeren we in beide,
de dood en de Opstanding van Jezus Christus . . .
Paulus leert ons, zeggend:
Weet ge niet dat wij allen,
die in Christus Jezus gedoopt zijn,
in Zijn dood gedoopt zijn?
Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood,
opdat, gelijk Christus uit de doden is opgewekt door de Majesteit van de Vader,
zo ook zouden wij in nieuwheid van het leven wandelen.
Want indien wij samengegroeid zijn met hetgeen gelijk is aan Zijn dood,
zullen wij het ook zijn [met hetgeen gelijk is] aan Zijn Opstanding;
dit weten wij immers, dat onze oude mens is mede-gekruisigd,
opdat aan het lichaam van de zonde zijn kracht ontnomen zou worden en
wij niet langer slaven der zonde zouden zijn;
want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde.
Indien wij dan met Christus gestorven zijn, geloven wij,
dat wij ook met Hem zullen leven,
daar wij weten, dat Christus, nu Hij uit de doden is opgewekt, niet meer sterft:
de dood voert geen heerschappij meer over Hem.
Want wat Zijn dood betreft, is Hij voor de zonde eens voor altijd gestorven
wat zijn leven betreft, leeft Hij voor God.
Zo moet het ook voor u vaststaan, dat gij wel dood zijt voor de zonde,
maar levend voor God in Christus Jezus
“.
Rom.6: 3-11

Deze deelname in de Passie en Verrijzenis van Onze Heer geeft ons de mogelijkheid om
kinderen van God” [Rom. 8: 14] en  “erfgenamen van Zijn Κoninkrijk” [Gal.3: 29] te worden.
Het is heel belangrijk om te beseffen dat bij het eerste verschijning van onze Heer,
aan Zijn discipelen na zijn opstanding, de Heilige Thomas niet aanwezig was.
Toen de tien apostelen hem met enthousiasme vertelden dat ze “de Heer” [Joh.20: 25]
hadden gezien, antwoordde hij :
Indien ik in zijn handen niet zie het teken der nagels en
mijn vinger niet steek in de plaats der nagels en
mijn hand niet steek in zijn zijde,
zal ik geenszins geloven
“.
Joh.20: 25
Deze gemoedstoestand van de ongelovige Thomas
was geen kwaadaardig ongeloof,
maar een deel van de economie van God.
God wilde voor ons aantonen
dat onze Heer waarlijk is opgestaan ​​en
dat Hij niet is verschenen als een spook of gewoon als een verzinsel van hun verbeelding.
Om deze reden verscheen onze Heer na acht dagen opnieuw aan Zijn discipelen,
dit keer in aanwezigheid van Thomas en zei tegen hem:
Breng uw vinger hier en zie mijn handen en
breng uw hand en steek die in mijn zijde en
wees niet ongelovig, maar gelovig“.
Joh.20: 27

Dit voorzienige ongeloof van de Heilige Thomas
was de grondslag voor het bewijs dat onze Heer daadwerkelijk uit de doden was opgestaan​​.
Thomas voelde de wonden welke door de nagels waren veroorzaakt en
legde zijn hand in de zijde van Onze Lieve Heer.
Hij voelde Christus ‘vlees’, het warme bloed van Zijn wonden en
met ter bevestiging riep hij uit:
Mijn Heer en mijn God“.
Joh.20: 28

Ιn het Evangelie van Lucas zien we dat onze Heer zijn leerlingen zichzelf uitnodigt
te bewijzen dat Hij werkelijk is opgestaan ​​en is geen geest
wanneer Hij tot hen zegt:
Waarom zijt gij ontsteld en waarom komen er overwegingen op in uw hart?
Ziet mijn handen en mijn voeten, dat Ik het zelf ben;
betast Mij en ziet, dat een geest geen vlees en beenderen heeft,
zoals gij ziet, dat Ik heb.
En bij dit woord toonde Hij hun zijn handen en voeten.
En toen zij het van blijdschap nog niet geloofden en zich verwonderden,
zei Hij tot hen:
Hebt gij hier iets te eten?
Zij reikten Hem een stuk van een gebakken vis toe.
En Hij nam het en at het voor hun ogen
“.
Luc.24:38-43
Na Zijn opstanding bezat onze Heer
een lichamelijk ‘nieuwe’ hoedanigheid.
Bijvoorbeeld, Hij kon verschijnen wanneer en waar Hij Zich ook bevond
en had geen fysieke barrières, zoals deuren en muren,
en zijn er niet langer obstakels vanwege Zijn vrijheid van beweging.
Veel Christenen willen vandaag de dag al weten wat voor soort lichaam
zij zullen hebben na de algemene opstanding van de doden
en welke leeftijd ze zullen hebben?
Het antwoord op deze vragen is:
• Ten eerste , dat wanneer we opstaan​​,
we hetzelfde lichaam zullen bezitten welke we vóór onze dood al hadden,
maar dat dit nieuwe en eeuwige eigenschappen zal hebben.
Zo zullen we geen behoefte hebben aan voedsel of andere dagelijkse behoeften,
maar zullen we zijn als de engelen God’s [Matth.22: 30].
We zullen eeuwig geluk of eeuwige pijn ondervinden,
afhankelijk van of we gered of verdoemd zijn [Matth.25: 46].
• Ten tweede, zullen we allemaal dezelfde leeftijd ondervinden en op hetzelfde moment zijn we allemaal  een nieuw leven begonnen [1Thess.4: 14-17].
We zullen elkaar herkennen en onze vreugde en blijdschap zal helderder voorkomen dan de materiële zon die in deze materiële wereld schijnt.
Het is erg moeilijk te omschrijven welke condities we in de eeuwigheid zullen bezitten,
omdat we alleen de ervaring van dit leven bezitten om vergelijkingen te trekken en
tussen de twee is er geen overeenkomst bestaat [2Cοr.12: 4].

Dit nieuwe leven begint in dit leven.
Ons geloof in de Opstanding van onze Heer moeten worden ge- en beleefd.
In onze dagelijks leven ondanks al haar problemen,
dienen we de dood en Opstanding van onze Heer te leven,
ons kruis te dragen, ons geloof en vertrouwen te verstevigen
waarmee we al onze problemen zullen aankunnen en overleven
en door Zijn genade zullen we tot een nieuw leven komen.
We dienen nooit voorbij te gaan aan het gegeven dat aan de Opstanding,
een kruisiging voorafgaat, dit is niet te vermijden.
– Christus is opgestaan, Hij is verrezen en
de gehele menselijke natuur zal weer tot het ware, oorspronkelijke doel van haar bestaan worden teruggebracht​​, het Paradijs – het Hemels Koninkrijk.
– Christus is verrezen, Hij is opgestaan en
alle krachten van het kwaad zullen worden overwonnen.
– Christus is verrezen, Hij is opgestaan en
de mens zal van de aarde naar Hemelen worden verheven.
Als getrouwe kinderen van de Orthodoxie, hebben wij de plicht
om deze triomfantelijke boodschap bekend te maken aan alle mensen van de wereld
– dat Christus is opgestaan ​​en de mensheid door Zijn Genadegaven zal worden gered.

Christus verrezen uit de doden;
door zijn dood overwon Hij de dood,
aan allen in de graven schonk Hij het leven“!

Orthodoxy, Pascha, Passover & the physical Resurrection from death

Yes, our bodies will be raised not spiritually or ethereally,
but physically and materially.
Our souls will be reunited with our transformed physical bodies,
brought back to life from the dead.
Scripture teaches this in many ways:

1.]. simply to speak of a “Resurrection”
of the dead is to imply physicality [bodily]:
At the Resurrection people will neither marry nor be given in marriage;
they will be like the angels in Heaven.
But about the Resurrection of the dead
– have you not read what God said to you
“.
Matth.22: 30-31;
You will be blessed; although they cannot repay you,
you will be repaid at the Resurrection of the righteous
“.
Luc.14: 14;
In a flash, in the twinkling of an eye, at the last trumpet.
For the trumpet will sound, the dead will be raised imperishable
and we will be changed
“.
1Cor.15: 52;
For the Lord himself shall descend from Heaven with a shout,
with the Voice of the archangel, and with the Trump of God:
and the dead in Christ shall rise first
“.
1Thess.4: 16
That is what a Resurrection is.
The Bible has no categories for the concept of a Resurrected Body
that remains dead and physically lying in a grave.

2.]. For our citizenship is in Heaven, from which also we eagerly wait for a Saviour, the Lord Jesus Christ; who will transform the body of our humble state into conformity with the Body of His Glory“.
Phil.3: 20-21,
this teaches us that Christ’s Resurrected Body is the pattern of our resurrection body.
We know that Christ was raised in a physical body
because the disciples ate with Him after the Resurrection;
Not to all the people, but unto witnesses
chosen before of God, even to us,
who did eat and drink with Him after He rose from the dead.
Acts 10: 41
and touched Him:
And as they went to tell His disciples, behold, Jesus met them, saying, Peace be to all.
And they came and held Him by the feet, and worshipped Him
“.
Matthew 28: 9;
also when He told Thomas,
Put your finger here, and look at My hands.
Take your hand, and put it into My side.
Stop doubting, but believe
“.
John 20: 27
Also, Jesus outright declared that His resurrection body was physical and touchable:
See My hands and My feet, that it is I Myself;
touch Me and see, for a spirit does not have flesh
and bones as you see that I have

Luc.24: 39;
also “that God has fulfilled this Promise to our children in that He raised up Jesus,
as it is also written in the 2nd Psalm
, ‘You are My Son; today I have begotten You’.
As for the fact that He raised Him up from the dead,
no longer to return to decay, He has spoken in this way
:
‘I will give You the Holy and Sure blessings of David’.
Therefore He also says in another Psalm,
‘You will not allow Your Holy One to undergo decay’.
For David, after he had served the purpose of God in his own generation,
fell asleep, and was laid among his fathers and underwent decay;
but He whom God raised did not undergo decay

Acts 13:33-37
Since Christ’s Resurrection is the pattern of our resurrection,
we will therefore be raised in a physical body as well.

3.]. Romans 8:21-23 speaks in vers 23 of waiting for “the Redemption [recovery] of our bodies“.
Our bodies are not going to be thrown away.
They are going to be renewed, restored, revitalized.

4.]. Jesus speaks of the Resurrection
as involving the coming forth of individuals out of their tombs,
which clearly indicates a physical concept of the resurrection:
Do not marvel at this; for an hour is coming,
in which all who are in the tombs will hear His voice,
and will come forth;
those who did the good deeds to a resurrection of life,
those who committed the evil deeds to a resurrection of judgment
“.
John 5: 28-29

5.]. the Old Testament speaks of the Resurrection as being physical:
And many of those who sleep in the dust of the ground will awake,
these to everlasting life, but the others to disgrace and everlasting contempt
“.
Daniel 12: 2
Likewise, we read in Job:
I know that my Redeemer lives,
and at the last He will take His stand on the earth.
Even after my skin is destroyed, yet from my flesh I shall see God;
Whom I myself shall behold,
and whom my eyes shall see and not another.
My heart faints within Me
“.
Job 19: 25-27

How long do we have to wait for this?
We haven’t to wait a long time, because with God there isn’t time,
so after our death we also have no watch to follow,
time is there and it is now.
The Resurrection of the body will occur
at the end of the age when Christ returns.
There are two main ways the Scriptures indicate this:

1.]. Many verses teach that our resurrected bodies
will be the same bodies that we have now,
except transformed into an immortal state.
Since God does not create new bodies for us from scratch,
but rather He Resurrects the body that dies,
it is clear that we do not receive our resurrection bodies immediately at death.
For our bodies very clearly and evidently remain here on earth and are laid to rest;
that’s the reason we have ‘a burial’, after death.

2.]. Many explicit verses declare that the Resurrection will not occur
until the end of the age when Christ returns.

But as for you, go your way to the end;
then you will enter into rest and rise again
for your allotted portion at the end of the age
“.
Daniel 12: 13;
here an angel looks ahead to the Resurrection
as occurring at the end of the age.

For this is the will of My Father,
that everyone who beholds the Son and believes in Him,
may have eternal life;
and I Myself will raise him up on the last day
“.
John 6: 40, where Christ declares
that the resurrection will happen on the last day.
also:
And this is the Father’s Will Who has sent Me,
that of all that He has given Me I should lose nothing,
but should raise it up again at the last day
“.
John 6: 39
And: “No man can come to Me,
except the Father Who has sent Me draw him:
and I will raise him up at the last day
“.
John 6: 44
And: “Whosoever eats My flesh, and drinks My blood,
has eternal life; and I will raise him up at the last day
“.
John 6: 54
Martha said unto Him,
I know that Lazaros shall rise again
in the Resurrection at the last day
“.
cf. John 11:24

Paul specifies this meaning even further, stating in 1 Corinthians 15:23
that we will be raised at the return of Christ:
Each [will be raised] in his own order:
Christ the first fruits,
after that those who are Christ’s at His coming
“.

In 1 Thessalonians 4:14-17 he also looks ahead to the resurrection as something that will occur not until Christ comes back: “For if we believe that Jesus died and rose again, even so God will bring with Him those who have fallen asleep in Jesus. For this we say to you by the word of the Lord, that we who are alive and remain until the coming of the Lord, will not precede those who have fallen asleep. For the Lord Himself will descend from heaven with a shout, with the voice of the archangel, and with the trumpet of God; and the dead in Christ shall rise first. Then we who are alive and remain shall be caught up together with them in the clouds to meet the Lord in the air, and thus we shall always be with the Lord.”

All Christians will be glorified together
The fact that the resurrection will happen at the return of Christ has important implications:
It means that glorification will be a corporate reality
and not an individual experience
that happens to each believer separately at death.
All Christians will be raised into glory together.
While we all lived at different periods of time,
we all came to faith at different times,
and we all will have died at different times
[except for those who lived until Christ returns],
it is an amazing thing that God has planned things such
that our glorification will occur at the same time.
What a great encouragement it is to know
that the believers of the past are waiting for us
to finish the race ourselves so that we can all experience
the great joy of glorification together.

Therefore we do not lose heart,
but though our outer man is decaying,
yet our inner man is being renewed day by day.
For momentary, light affliction is producing for us
an eternal weight of glory far beyond all comparison,
while we look not at the things which are seen,
but at the things which are not seen;
for the things which are seen are temporal,
but the things which are not seen are eternal.
For we know that if the earthly tent which is our house is torn down,
we have a building from God, a house not made with hands, eternal in the heavens.
For indeed in this house we groan, longing to be clothed with our dwelling from heaven;
inasmuch as we, having put it on, shall not be found naked.
For indeed while we are in this tent, we groan, being burdened,
because we do not want to be unclothed, but to be clothed,
in order that what is mortal may be swallowed up by life.
Now He who prepared us for this very purpose is God,
who gave to us the Spirit as a pledge.
Therefore, being always of good courage,
and knowing that while we are at home in the body we are absent from the Lord
– for we walk by faith, not by sight- we are of good courage,
I say, and prefer rather to be absent from the body and to be at home with the Lord.
Therefore also we have as our ambition, whether at home or absent, to be pleasing to Him.
For we must all appear before the judgment seat of Christ, that each one may be recompensed for his deeds in the body, according to what he has done, whether good or bad.
What will happen when you die?
By “you” I mean believers in Jesus Christ.
If you are not a believer, the aim of these messages is
to wake you up from the slumber of indifference
to the question of death and eternity and to motivate you to consider Jesus Christ
as the only way to eternal life and the only escape from hell and eternal death.
I am the way the Truth and the Life,
no one comes to the Father but by Me
John 14: 6
There is no other way to God.

I will try to answer from Scripture the question,
“What happens immediately at the moment of death?” In the following four weeks the questions will be:

What happens to you at the coming of Christ?

What happens to believers at the Judgment?
What is our final place: a distant Heaven,
or the New Earth where lions and lambs lie down in Peace?
What is the most essential bridge that links this life and the next?
Why This Theme Is Crucial to Consider
There is a long list of reasons why this theme seems crucial to me for our consideration.
Let me mention a few of them:

1.]. The Possibilities of Eternal Joy or Eternal Misery
The possibilities for joy and misery after you die are trillions of times greater than in the few years on this earth before you die. The Bible compares this life to a vapor that appears as you breathe on a cold winter morning and then vanishes (James 4:14). The Bible describes the time after death as “ages of ages.” Not just one or two ages of thousands of years, but ages of ages; thousands and thousands of ages (Revelation 14:11). It matters infinitely what happens to you after you die.

2.]. The Question of Authentic Faith
This theme forces the question as to whether our faith is real, substantial, biblical faith in objective, external reality outside ourselves. Namely, is our faith in God or is it a mere subjective experience of feelings and thoughts inside ourselves that function as an emotional cushion to soften the bumps of life and give us a network of friends. Facing eternity has an amazing effect of sobering us out of religious delusions.

3.]. The Centrality of God
Thinking about death and eternity helps keep God as the center of our lives by testing whether we are more in love with this world than we are in love with God himself. Does the thought of dying give us more pain at losing what we love on earth than it gives us joy at gaining Christ?

4.]. The Call to Christian Courage
When the biblical truth of this theme grips you, it frees you from fear and gives courage to live the most radical, self-sacrificing life of love. The person who can truly say, “To die is gain,” will be able to say like no one else, “To live is Christ” (Philippians 1:21). But if you can’t say, “To die is gain,” then you will you will probably say, in one degree or another, “Let us eat, drink and be merry, for tomorrow we die” (1 Corinthians 15:32). Being sure of what happens when you die is indispensable as a believer in Christ for your daily courage and for not losing heart through the pain and the diminishing health of this life.

That brings us to our text.
Providing the Basis of Not Losing Heart

What Paul is doing in 2 Corinthians 4:16–5:10 is showing the Corinthians
why he does not lose heart in spite of all the troubles and afflictions [2Cor.4: 8-12].
Especially in view of the fact that he knows he is dying; his body is wearing away.
read: “Therefore we do not lose heart,
but though our outer man is decaying,
yet our inner man is being renewed day by day
“.
2Cor. 4: 16

It is utterly crucial that we not lose heart.
Some of you have taken such a pounding physically
and financially and relationally that you have often been tempted
to “lose heart“; to give up.
To say, “It isn’t worth it“. – “Who cares?
Paul faced the same temptation [2Cor.4: 8-12]
and this text holds one of the keys
to why he did not lose heart.

To show that this really is crucial to his point here,
look at verses 6 and 8 of chapter 5 which is part of the same train of thought.
Verse 6: “Therefore, being always of good courage . . . ”
Verse 8: “We are of good courage, I say“.
We’ll come back to these verses in moment,
but the point now is simply to show you
that what Paul is doing here is giving the basis
of being of good courage
and not losing heart.
That is the effect I would like it to have on you.

The Threat: His Body Is Decaying
Now let’s go back to 4: 16
and follow his line of thought to see
what is threatening to make Paul lose heart and lose courage
and what is keeping him from losing heart.

Verse 16: “Therefore we do not lose heart, but though our outer man is decaying . . . ”
Here is the threat he is dealing with:
His body—”the outer man“—is decaying; it is wearing out.
He can’t see the way he used to [and there were probably no glasses].
He can’t hear the way he used to.
He does not recover from beatings the way he used to.
His strength walking from town to town
does not hold up the way it used to.
He sees the wrinkles in his face and neck.
His memory is not as good.
His joints get stiff when he sits still.
In other words, he knows that he, like everybody else, is dying.
His outer man is decaying.
That’s the threat to his courage and joy.

Now Why Doesn’t He Lose Heart?
The first part of the answer is again in verse 16:
Therefore we do not lose heart,
but though our outer man is decaying,
yet our inner man is being renewed day by day“.
He doesn’t lose heart because day by day his heart,
his inner man, is being renewed.
If his decaying body tends to make him lose heart,
something else tends to make him gain heart.
What is it?

Fixing His Eyes on What Can’t Be Seen
His renewed heart comes from something very strange:
it comes from looking at what he can’t see.
Verse 18:
–>We look not at the things which are seen,
but at the things which are not seen;
for the things which are seen are temporal,
but the things which are not seen are eternal“.
This is Paul’s way of not losing heart:
looking at what you can’t see.

Recall how Jesus criticized the religious leaders in his day:
Seeing they do not see and hearing they do not hear
Matth.13: 13
In other words there was something to “see” in Jesus’ life
and teaching which they didn’t see but should have seen.
That has got to be reversed if we are to get our hope
and our courage from Jesus and not lose heart.
It has to be said of us,
Not seeing, they see; and not hearing, they hear“.
That’s what Paul was doing in verse 18;
he was looking at things that are not seen.

Paul illustrates this in chapter 5, verse 7:
–>We walk by faith, not by sight“.
This doesn’t mean that we leap into the dark without evidence of what’s there.
But it does mean that the most precious and important realities in the world
are beyond our senses now, and we just  “look” at them (v. 18)
through what we know of Christ from faithful witnesses
who have seen Him and heard His Voice.
We strengthen our hearts
– we renew our courage –
by fixing the gaze of our hearts on invisible, objective Truth
that we learn about through the testimony of those
who knew Christ and were taught by Him [cf. Eph.1: 18-23].

Looking to the Unseen Weight of Glory Being Prepared
What Truth?
What do we fix our gaze on to experience day by day
the renewal of the inner man in the face of death?

To answer this we look back to verse 17 for a powerful summary statement,
and we look forward into chapter 5 for the unpacking of this summary statement.

Verse 17: We renew our inner man each day by looking at this truth:
Momentary, light affliction is producing for us
an eternal weight of glory far beyond all comparison“.

The decaying of your body is not meaningless.
The pain, pressure, frustration, and affliction are not happening in vain.
They are not vanishing into a black hole of pointless suffering.
Instead this “momentary, light affliction
[he calls it that even though it lasted for years
and was unremitting and often excruciating]
is producing for us an eternal weight of Glory
far beyond all comparison“.

In other words, the unseen things that Paul looks at
to renew his inner man is the immense weight of glory
that is being prepared for him not just after,
but through and by, the wasting away of his body.
There is a correlation between the decay of Paul’s body
and the display of Paul’s Glory.
When he is hurting, he fixes his eyes not on how heavy the hurt is,
but on how heavy the glory will be because of the hurt.

What Does This Unseen Glory Consist Of?
Now what does he see when he looks to the unseen glory? As he goes on in chapter five he fills in some of what he sees as he looks at the unseen.

Now the next two messages concern these verses: the resurrection body and the judgment of believers. But neither of these is the focus of this message. So if I pass over something too quickly, read the next sermon.

Verses 1–5 are about the hope of receiving new, glorious bodies at the resurrection.
Verses 9–10 are about the judgment and Paul’s effort to please Christ the Judge.
Our focus is on verses 6–8, the hope of being with Christ immediately when you die.

His Great, Final Hope
But let me read you the verses about the resurrection body because there is a crucial connection between this hope and the hope of being with Christ (without a new body) immediately when you die. Verses 1–5:

For we know that if the earthly tent which is our house is torn down [he’s talking about his body which is decaying], we have a building from God [a building as opposed to a tent for a house—that is, something more durable and lasting, namely, a new resurrection body],
a house not made with hands, eternal in the heavens. For indeed in this house [this “tent-house,” our present body] we groan, longing to be clothed with our dwelling from Heaven [that is, our resurrection body; he mixes metaphors here shifting back and forth now between being clothed and being housed]; inasmuch as we, having put it on, shall not be found naked [in other words, he does not prefer to put off his present body like a garment and become a disembodied soul—that’s what nakedness means].
For indeed while we are in this tent [this mortal body], we groan, being burdened, because we do not want to be unclothed [we don’t want to be a bodiless soul], but to be clothed [on top of our present clothes—he wants the second coming of Christ to happen so that he will not have to die and be without a body, but rather have his present body swallowed up in the glorious resurrection life of the new body], in order that what is mortal may be swallowed up by life. Now
He Who prepared us for this very purpose is God,
Who gave to us the Spirit as a pledge.

We’ll talk more about this in the next message.
For now, here’s the crucial point:
If Paul had his preference, he would choose to receive his new resurrection body at the second coming of Christ without having to die.
And the reason he gives is that the experience of “nakedness”
– that is being stripped of his body –
is not something as good as having his body swallowed up by life
as he is changed in the twinkling of an eye at the second coming of Christ.

This means that the great final hope of the Christian is not to die and be freed from our bodies, but to be raised with new, glorious bodies, or, best of all, to be alive at the second coming so that we do not have to lose our body temporarily and be “naked” (souls without bodies, cf. Matthew 10:28; Revelation 6:9; Hebrews 12:23) until the Resurrection.

Present with the Lord Immediately After Death
But does that mean that dying and going to be with Christ does not happen,
or that it is not good?
No. Paul puts things back in perspective again in verses 6–8.

Therefore, being always of good courage, and knowing that while we are at home in the body we are absent from the Lord [the full intimacy we long for is not possible here]
– for we walk by faith, not by sight –
we are of good courage,
I say, and prefer rather to be absent from the body
and to be at home with the Lord.

Now get this. In verse 4 Paul says, “He does not want to be unclothed“.
His first preference is not to be “absent from the body“.
He says that in comparison to being over-clothed
with the New Resurrection Body
if he is alive at the second coming of Christ.
That would be his first preference.
But if that is not possible
– if the choice is between more life here by faith and going to be with Christ –
he prefers that God would take him;
EVEN IF it means nakedness, that is,
even if it means that he must be stripped of his body.

And the reason for this willingness to leave his body behind is not because the body is bad—O, how he wants the experience of the new resurrection body—but because being at home with the Lord is so irresistibly attractive to Paul. Verse 8:
I prefer rather to be absent from the body and to be at home with the Lord“.

So Paul renews his inner man by looking to unseen things.
He looks at three possibilities and prefers them in descending order.
First, he prefers that Christ would come and clothe his mortal body with immortality so that he would not have to die and be an incomplete, disembodied soul.
But if God does not will that, Paul prefers to be absent from the body to living on here, because he loves Christ more than he loves anything else.
To be absent from the body will mean to be at home with the Lord;
a deeper intimacy and Greater at-homeness than anything we can know in this life.
Finally, if God wills that it is not time for the second coming or time for death,
then Paul will walk by faith and not by sight.

In that faith he will be of good courage
and even though his outer man is decaying,
his inner man will be renewed day-by-day
through this faith in the unseen weight of glory.

Examine yourself.
Do you share these biblical priorities
and values in life?
Do you long mainly for the second coming?
And secondly, do you long to be at home with Christ
even if it costs you the surrender of your body?
Third, are you committed to walk by faith
until He comes or until He calls?

 

CHRIST IS RISEN !!!
HE IS RISEN INDEED !!! 

Orthodoxy & Holy week, the first days of the Holy Week

  1. 1.       Monday of Holy Week &
    the blessed and Noble Joseph the All-Comely and
    the fig tree which was cursed and withered by the Lord

The story of Joseph, the All-Comely is told in the book of Genesis.
Joseph was the penultimate of  Patriarch Jacob’s 12 sons, and his favorite.
His father fashioned a “coat of many colors” for Joseph.
This, in addition to Joseph telling his brothers about dreams
that were not flattering to the brothers made them very envious.

One day, when out in the field, all the brothers  save Ruben (the eldest) and Benjamin,
who was yet to be born, conspired to kill Joseph.
Ruben suggested that instead they throw him into a pit
and wait to see what happened.
He intended to come back later and rescue Joseph,
in the meantime, Joseph was sold into slavery in Egypt by some traders.
The brothers killed a sheep, and put its blood on Joseph’s coat,
which they had taken from him previously, and told their father
that Joseph had been torn to pieces by a wild animal.

He was in the employ of Potiphar, an important man in Egypt.
Potiphar’s wife made many passes at Joseph, but he was chaste.
One day, when Joseph was alone in the house, his wife grabbed him
and he fled away naked. She made up a story about his advances
and Joseph was thrown in prison.
In prison, he interpreted the dream Pharaoh’s butler and baker
and his interpretation came true to the letter.
The butler was restored to Pharaoh’s service and the baker was executed.
The butler had promised to bring Joseph’s case before Pharaoh,
but forgot until Pharaoh  had a dream that none of his wise men could interpret.
The butler then remembered Joseph, and he correctly interpreted the dream
as prophesying seven years of plenty, followed by seven years of famine.

Pharaoh put Joseph over all of Egypt, in order to prepare for the famine.
When the famine struck, Jacob sent his sons to get food in Egypt.
Joseph recognized his brothers, but they did not know him.
After Benjamin also came to Egypt, much to the consternation of Jacob,
Joseph made himself known to his brothers in an incredibly emotional scene.
Soon thereafter, all of Jacob’s family moved to Egypt.

Joseph is a type of Christ:
There are many parallels between Joseph and our Lord Jesus Christ.
► Joseph was a slave “in body
– our Lord took on the form of a slave – humanity.
► Joseph was sold into slavery
because of the envy of his brothers for 20 pieces of silver
– Jesus our Saviour was sold for thirty pieces of silver
by his close confederate, the unworthy Apostle Judas,
because of the envy of the Jewish rulers.
► Joseph was cast in to a pit and later thrown into prison
– our Lord Jesus Christ went into the gloomy pit of Hell to save imprisoned humanity.
► Joseph did not complain about his lot,
– our Lord was silent in the face of His accusers.
► Joseph was chaste when tempted by Potiphar’s wife,
unlike the First Adam, who gave into temptation.
– the Second Adam, our Lord was perfectly sinless and showed us the way to perfect chastity.
► Joseph became Lord over Egypt [which represents sin].
– Jesus Christ is Lord over all of His human nature,
making us capable of becoming Lords over our Egypt – our human nature.
► Joseph was immersed in a land with many temptations
[especially since he became the second greatest man in Egypt],
an yet he remained chaste and good, and eventually saved all his people.
– our Lord was immersed in many temptations
and did not sin once, and eventually made us capable of perfection.
► He saved his people by feeding them bread in a time of famine.
– Jesus the Saviour saves mankind,
and feeds them with the bread of heaven – His body and blood.

Kontakion          Tn 8, Holy Monday Matins
Jacob lamented the loss of Joseph,
but his righteous son was seated in a chariot and honoured as a king.
For he was not enslaved to the pleasures of Egypt,
but he was glorified by God who sees the hearts of men
and bestows on them a crown incorruptible
“.

Ikos       Tn8, Holy Monday Matins
Let us now add our lamentation to the lamentation of Jacob,
and let us weep with him for Joseph,
his wise and glorious son
who was enslaved in body but kept his soul free from bondage
and became lord over all Egypt.
For God grants unto his servants a Crown incorruptible
“.

The barren Figtree
Then Christ told this parable:
A man had a fig tree growing in his vineyard and he went to look for fruit on it but did not find any.
So he said to the man who took care of the vineyard,
‘For three years now I’ve been coming to look for fruit on this fig tree and haven’t found any. Cut it down! Why should it use up the soil?’
“.
‘Sir,’ the man replied,
‘leave it alone for one more year
and I’ll dig around it and fertilize it.
If it bears fruit next year, fine! If not, then cut it down’

Luc.13: 6-9
In the parable of the barren fig tree, the owner is generally regarded as representing God,
Who had a fig tree [tree of knowledge] planted in his vineyard [the Garden of Eden]
and came seeking fruit [Righteous Works, which in part is a Mystery].
The Gardener [vinedresser] is God and the Vine is Jesus [the Tree of Life].
Fig trees were often planted in vineyards.
The fig tree was a common symbol for Israel
and may also have that meaning here,
or the tree in the Parable may refer to the religious leadership.
In either case, the Parable reflects Jesus offering his hearers
one last chance for repentance.
“These three years” logically refers to the period of Jesus’ Ministry.
The Parable has been connected to the Miracle of cursing the fig tree.
This Parable is one which our Lord may be said
to have put before his hearers twice; once in words,
once in action.

  1. 2.       Holy Tuesday & the Parable of the Ten Virgins
    The parable of the Ten Virgins teaches us
    that we must prepare ourselves now for the coming of Christ and prepare ourselves for the wait no matter how long it takes.

Our Lord first admonished His hearers
to pray and not to faint“;
His concluding remark is
And will not God revenge His elect
who cry to Him day and night and
will He have patience in their regard? I say to you, that He will quickly revenge them
“.
                                                                               Luc.18: 7–8

The conclusion of the parable of the ten virgins
which also indicates this association:
Watch you therefore, because you know not the day or the hour”.
Matth.25: 13
In this parable the foolish virgins, by neglecting to take oil with their lamps,
failed to welcome the bridegroom at his arrival and,
consequently, merited the punishment of not participating in the wedding feast.
The debt is this.
Just as the virgins were obliged
to have their lamps burning when the bridegroom arrived,
so too the faithful are obliged to prepare for Christ’s coming
in judgment by their good works.
Those who do will enter into everlasting life,
but those who do not will be condemned
by those dreadful words:
Amen I say to you, I know you not“.

This central comparison is extended to other parts of the image.
The bridegroom Who bars the foolish virgins from the wedding feast
is Christ Who will reward each man according to his deeds.
The wedding feast, therefore, represents the everlasting happiness of Heaven.
The uncertainty regarding the time of the bridegroom’s arrival signifies
that the time of Christ’s second coming is hidden from us.
There are many other incidents in the parable
which have no supernatural counterpart.
It is of no significance, for example,
that while the bridegroom tarried all the virgins slept.
This is merely a detail enhancing the realism of Christ’s story.
The same is true of the refusal of the wise virgins to share their oil with the foolish.

  1. 3.       Wednesday, commemoration
    of the sinful Women who anointed the Lord Jesus with Myrrh
    The woman who was a harlot and
    who anointed the Lord with myrrh,
    while this took place a short time
    before the saving Passion.
    Judas from becoming a traitor,
    the woman is honoured by saying
    that her good deed would be related everywhere, throughout the whole world.

That nard, or rather myrrh, with which the harlot anointed Christ, was very costly.
It belonged to that type of compound called myrrh,
which Moses was commanded by God to make
for the anointing of priests and chief priests.
It is of this that David says,
It is like the precious oil on the head, running down to the beard,
to Aaron’s beard, running down to the edge of his garment” [Psalm 132 : 2].
It was a compound of four substances: myrrh, flowers, fragrant cinnamon, and oil.
It was called true or genuine, because skilled and trusted men were appointed
to prepare that which God had in a Mysterious manner revealed to Moses alone.
An alabaster jar is a glass vessel made with no handle,
which is also called a vykion.

We should know that today the deceitful Judas,
that lover of money,
that whelp of Satan, began the negotiations with the wicked Sanhedrin
to betray the Master for thirty pieces of silver.
Being indignant after Christ rebuked him
for showing concern for the cost of the oil of myrrh,
he sought out the Jews who were at the court of Caiaphas.
After taking council with the Jewish High Priests,
he searched for an opportunity to betray the Lord when He was alone,
for the Sanhedrin feared the multitude that followed Christ.

We see in today’s Gospel [Matth.26: 6-16]
that the sinful woman brought oil of myrrh to anoint Christ
while Judas brought his greed to the Sanhedrin.
She spread out her hair to wipe the Lord’s feet,
while Judas stretched out his hands for the money.
She rejoiced to pour out the very precious oil on the Lord,
while Judas made plans to sell the One who is above all price.
By anointing Christ, she acknowledged Him as Lord,
while Judas severed himself from the Master.
She was set free of her sins,
while Judas was entrapped and became a slave of the devil.
She tenderly kissed the feet of Christ, asking for forgiveness,
|while Judas plotted to betray the Lord with a kiss,
anticipating the silver.

Apolytikion of the Bridegroom
Behold! The bridegroom approaches in the middle of the night,
And blessed is that servant whom He shall find watching;
But unworthy he whom He shall find careless.
Beware, therefore, O my soul.
Be not overcome with sleep,
lest thou be given over to death and shut outside the kingdom.
But arise and cry:
Holy, holy, holy art Thou, O God!
Through the Theotokos have mercy on us!
“.

Kontakion          Tn4
Though I have transgressed, O Good One,
more than the harlot,
I have never offered Thee a flood of tears.
but, praying in silence,
I fall down before Thee,
with love embracing Thy most pure feet,
that You as Master mayest grant me remission of sins.
And I cry to You, O Saviour:
Deliver me from the defilement of my evil deeds
“.

Ikos
Having come to hate the works of sin and carnal pleasure,
the woman who before had been a prodigal became chaste at once.
Calling to mind the magnitude of disgrace
and the condemnation of torment which harlots and profligates,
of whom I am first, shall endure, I also am afraid;
yet I foolishly continue in my evil ways.
But the woman who was a harlot, having been filled with fear,
hastened quickly to the Deliverer, crying out:
“O compassionate Lord Who loves mankind,
deliver me from the defilement of my evil deeds
“.

The Exapostilarion [The Hymn of Light]
Your bridal chamber, O my Saviour, I see adorned,
and I have no raiment with which to enter therein.
Enlighten the garment of my soul,
O Giver of Light, and save me.

The Hymn of Cassia
O Lord, the woman who had fallen into many sins,
perceiving Your Divinity, became one of the Myrrhbearers,
bringing You ointment in tears before Your burial.
She cried,
– “Woe is me!
– “For I lived in a night of licentiousness,
moonless and dismal love of sin.
– “Accept the fount of my tears
O Thou who draws the waters of the sea from the clouds.
– “Bow down Your ear to the sighing of my heart,
– “O You Who did bow the Heavens in Your ineffable self-emptying,
– “that I may kiss Your most pure feet
and wipe them again with the hairs of my head,
– “the feet whose step Eve once heard in Paradise in the cool of the day,
when for fear she hid herself.
– “My sins are many. And who may search the depths of Thy judgments?
– ” O Saviour of souls, my Saviour,
– “despise not Your servant “in Your limitless mercy
“.

► The extraordinary hymn of Kassia,
sung at the matins of Holy Wednesday,
is based on the above Gospel account of the sinful woman.
As Jesus is dining at the house of Simon, a Pharisee,
the sinful woman enters the house and begins anointing his feet with myrrh and tears
and wiping them with her hair.
This event, as recounted by Lucas,
takes place at the beginning of Jesus’ Public ministry,
although its commemoration has been placed
during the Bridegroom Matins of Holy Week
because of its symbolic interpretation
as a preparation for his burial.