Orthodoxie & de dood

In het evangelie van Mattheüs wordt
ons een gemeenschap onderweg,
een volk in een crisis voorgeschoteld.
De vroege Christenen geloofden dat
Jezus inderdaad opnieuw zou terugkomen bij de wederkomst en dat hij tevens
wel heel snel zou terug komen.
Toch had de Heilige Mattheus een heel andere visie en heeft hij dit ook in zijn geschriften weer gegeven.
Voor hem is het Koninkrijk der hemelen ofwel dichtbij dan wel onafgebroken aanwezig.
God is reeds aanwezig in degenen die leven in het besef van de Opstanding in Christus.

Iedereen die leeft wordt vroeg of laat geconfronteerd met de dood, dit is onlosmakelijk aan het leven verbonden; vroeg of laat komt de dood je leven binnen.
De vragen die dat met zich meebrengt, zijn vragen waar we ècht mee kunnen worstelen.
Vragen waar we helemaal niet uit kunnen komen en dit al helemaal wanneer het sterven naar onze mening veels te vroeg komt.
En als die dood ons leven dan binnensluipt, beseffen we tevens dat dood eigenlijk helemaal niet bij het leven past. Het is er mee in strijd.
De dood is de vijand van het leven.

Tegelijk zeggen we: “De dood is onlosmakelijk aan het leven verbonden”.
En ook dat is waar. Tenminste als we ermee bedoelen dat je
je ogen niet kunt sluiten voor de werkelijkheid van dood. De dood is er nu eenmaal.
Midden in het leven weten we ons door de dood omgeven.
Je hebt er niks aan als je vragen, die dat met zich meebrengt, wegduwt.
Het zijn vragen die gesteld dienen te worden.
Wat gebeurt er eigenlijk als je sterft? Wat is er eigenlijk na de dood?
Waar vind je troost en rust, zodat je ondanks de dood toch verder kan leven?

En we hebben daarbij ook allemaal namen in ons hoofd, als het gaat over leven en dood, over sterven en de leegte die dan achterblijft.
Namen van mensen die ons heel dierbaar waren en voor wie we elke zaterdag bidden.
Mensen die we niet wilden missen en die we toch moeten missen. Ze waren soms nog jong, veel te jong voor ons gevoel.
En ook als ze al ouder waren, toch blijft de pijn en het gemis. We hebben namen in ons hoofd, we zien hun gezichten voor ons.
Ze zijn gestorven. En zo kwam de dood ons leven binnen.
En ook onze eigen namen verbinden we met die vragen rond leven en dood.
Want de dood komt niet alleen ons leven binnen als we een geliefde moeten afstaan.
Ook zelf komen we er niet omheen we zullen eens sterven. Wanneer, dat weten we niet.
Maar het moment komt. Je kunt er bang voor zijn omdat de dood een grens is.
En soms kijk je nu al de dood in de ogen als een ziekte je lichaam en je leven ruïneert.

Met vragen rond leven en dood krijgt iedereen te maken.
En dan ga je zoeken naar de antwoorden.
Antwoorden op vragen, die altijd al zijn gesteld en
die altijd weer opnieuw worden gesteld.
Want ieder mens moet zelf weer zoeken en
moet zelf weer opnieuw de weg naar God vinden.
Vandaag zoeken we samen, en we laten ons bij
dat zoeken leiden door een gedeelte uit
de Blijde Boodschap, de Bijbel.
Een geschiedenis waarin mensen voorkomen zoals u en ik,
mensen met hun vragen rond leven en dood.
En we komen er nog Iemand tegen.
Een Mens zoals u en ik, en tegelijk vele malen
méér dan u en ik.
Zijn Naam is Jezus, Christus, de Zoon van God en deze is boven alle namen verheven.
Ja, ook Hij heeft een Naam, Jezus.  > Verlosser betekent dat.
En uit de geschiedenis die we nu gaan volgen,
mogen we leren dat Zijn Naam waar [de Waarheid] is:
Jezus is zoals Hij heet, ‘de Verlosser’, ook midden in
onze worsteling met vragen rond leven en dood.

Er was iemand ziek“. Zo begint de geschiedenis.
Er was iemand ziek“.
Dat zinnetje is typerend voor het mensenleven.
Want we leven in een wereld vol zieken, een wereld vol ziekten, in een wereld die in veel opzichten verziekt is.
Er was iemand ziek“. En je voelt al direct aan:
dit loopt niet goed af.
Vanaf het begin is de dood al levensgroot aanwezig. Want de zieke sterft.
De Blijde Boodschap verdoezelt de werkelijkheid van ziekte en dood niet: ze zijn kenmerkend voor het leven. Want het leven is in heel veel opzichten
om te huilen“.

Er was iemand ziek“.
En die iemand heeft een naam.
Ja, ook déze zieke heeft een naam, zoals alle zieken.
Lazaros is zijn naam. “God helpt” betekent dat.
Hij heeft twee zussen, Martha en Maria en
zij wonen in Bethanië [“Huis van lijden” of “Huis der behoeftigen“].
Hij heeft vrienden en veel bekenden.
Hij is een mens zoals wij.
Hij wordt ziek en de velen om hem heen maken zich zorgen.
Hoe gaat dit aflopen?
Eén vriend van deze Lazarus krijgt heel speciaal de boodschap van zijn ziekte te horen.
Heer, zie, die Gij lief hebt, is ziek”.
Jezus moet het gewoon weten. Als er Iemand kan helpen, is Hij het wel.
Want het is aan Hem te danken dat
vele lammen weer lopen, dat vele blinden weer zien,
dat vele doven weer horen.
En zelfs zijn er doden die weer leven, dankzij Jezus.
En nu is Lazarus ziek, Jezus’ eigen vriend.
Heer, uw vriend is ziek, Lazarus uit Bethanië”.
Je zou denken dat Jezus, als Hij dit bericht ontvangt van Maria en Martha,
Hij ook wel direct op weg zal gaan naar Bethanië, naar zijn vriend.
Want je wil toch graag bij hem zijn, als vriend, maar
vooral ook om hem te kunnen bijstaan in het genezingsproces.
Want dat kán deze Vriend.

Maar Jezus doet het niet.
Want de ziekte van deze vriend is er een niet ten dode, maar tot eer aan God.
Door deze ziekte zal de Zoon van God verheerlijkt worden. Dát zegt Jezus erover.
Met heel Zijn wezen is Hij betrokken bij Lazarus, Zijn vriend. Hij heeft hem lief.
Het is opvallend hoe menselijk de Heer Jezus in deze geschiedenis naar ons toekomt.
Er wordt gesproken over zijn vrienden die Hij liefheeft en
straks rollen er tranen uit Jezus’ ogen;
is Hij ontroerd en verbolgen tegelijk.
Maar hier, bij het bericht van Lazarus’ ziekte, zien we
Jezus vooral als de Zoon van God, de God-Mens tussen de mensen,
vriend tussen de vrienden, en tegelijk: de Zoon van God.
En zo weet Hij dat deze ziekte een speciaal doel heeft.
En in wat er straks gaat gebeuren dient niet Lazarus centraal te staan, de vriend van Jezus.
Maar dient Christus centraal staan, de Zoon van God.

En daarom wacht Jezus. Hij wacht tot zijn vriend gestorven is.
Want het wonder dat Hij zal doen is groter nog dan
het wonder dat Maria en Marta nu van Hem vragen.
Jezus zal laten zien dat Hij meer is dan een Wonderdoener, meer
dan een Geneesheer die zieken weer gezond maakt,
Hij maakt doden levend!

De verslagenheid is groot in Bethanië, als Jezus daar aankomt.
Lazarus is gestorven. Hij is dood. Een harde werkelijkheid.
Vier dagen al is hij in het graf, een graflucht is van verre waarneembaar.
En zeven dagen lang wordt er gerouwd, volgens Joods gebruik.
Vele van de Joden zijn naar Maria en Martha toegekomen.
Om te troosten en te delen in het verdriet.
En dat is een geweldige bemoediging in dagen van rouw:
dat er mensen komen om je verdriet te delen.
Nee, niet om het weg te nemen, want dat kan niet, het verdriet wegnemen.
Om het te delen.
Zonder woorden vaak, want wat moet je zeggen in het aangezicht van de dood.
Jezus was tot nog toe afwezig geweest bij het verdriet om Lazarus.
En als Martha hoort dat Jezus is aangekomen, gaat ze Hem tegemoet.
Ze wil Hem graag zo snel mogelijk zien en spreken.
En in de eerste woorden die ze zegt, klinkt een zacht verwijt door.
“Heer, als U hier was geweest, zou mijn broer niet gestorven zijn”.
Waar was U, Heer? Waar was U?
Dat is een vraag die je wel eens stelt als de dood je leven binnendringt.
Waar was U Heer?
Een vraag uit de diepte van een gewond hart.

Ook Marta”s hart is gewond, maar tegelijk leeft er in haar hart verwachting.
“Ook nu weet ik, dat God U geven zal wat U begeert”, zegt ze tegen Jezus.
Ze verwacht waarschijnlijk dat Jezus met haar zal bidden tot zijn Vader, dat
hij voorbede zal doen voor haar en Maria:
kracht om het verlies van Lazarus in het geloof een plaats te geven in haar leven.
Want dat lukt je niet alleen: daar heb je de hulp van de Heer bij nodig.

En dan zegt Jezus: “Martha, je broer zal ópstaan”.
Die woorden stellen Martha eigenlijk teleur.
“Bent u daarvoor gekomen, Heer ?
Iedereen heeft me dat al verteld. Iedereen troost me met die woorden.
Ik weet het wel: eens zal ik Lazarus weer ontmoeten.
Als hij zal opstaan op de jongste dag.
Maar U hebt toch wel meer te zeggen?”
En Jezus Christus heeft meer te zeggen.
Nu kan Hij de woorden spreken die
het centrum vormen van het verhaal over de dode Lazarus die
weer levend wordt.
Want dat is eigenlijk niet de kern van die geschiedenis:
dat een dode weer leeft.
De kern is hier dat we Christus ontmoeten.
Jezus is zijn naam. Verlosser. Hij spreekt het verlossende woord
in het leven van hen die door de dood zijn omgeven.
Het verlossende antwoord op onze vragen en rond leven en dood.

“Ik ben de Opstanding en het Leven”
“Martha, de opstanding, dat is niet iets van later, dat is iets van nu”.
“Ik bén de Opstanding en het Leven”.
Deze woorden vormen het grootste wonder in
het verhaal over Lazarus.
Hier ontmoeten we Jezus Christus,
de Zoon van God.
Hij is de Opstanding in Eigen Persoon.
Hij is het Leven in Eigen Persoon.
En wie worstelt met vragen rond leven en dood, vindt bij Jezus het antwoord.
Sterker nog: Jezus ís het Antwoord in Eigen Persoon.
En als je in Hem gelooft, dat wil zeggen: als
je ja zegt tegen Jezus, als je je aan Hem overgeeft,
dan mag je in je leven te midden van de dood,
merken dat Hij is de Opstanding en het Leven.
Dan komt er rust in je leven.
Niet dat de dood dan weg is, niet dat je dan onsterfelijk wordt,
maar er is een antwoord op je vragen rond leven en dood.
En dat antwoord is: Jezus Christus, de Zoon van God.

“Ik ben de Opstanding en het Leven.”
Deze diepe uitspraak, die altijd weer als nieuw in de oren klinkt,
legt de Jezus vervolgens in twee zinnen uit.
Want Hij wil twee dingen zeggen, omdat
Zijn macht gaat over de doden én over de levenden.

In de eerste zin licht Hij toe wat het betekent dat Hij de Opstanding is.
“Ik ben de Opstanding: wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven”.
Dat gold voor Lazarus, en het geldt voor iedereen
die in geloof gestorven is en
voor ieder die in het geloof sterft.
Want als je Christus kent als je Verlosser, dan
kun je niet meer sterven.
Tenminste niet meer echt sterven.
Ja, hier op aarde is dat sterven echt, voor wie achterblijven.
Er valt echt een lege plaats.
Maar omdat Christus de Opstanding is, mag wie sterft léven, leven met God.
Eeuwig leven heet dat in de Blijde Boodschap.
En dat is niet zozeer heel erg verschrikkelijk lang leven, maar
het is een leven dat eeuwigheidswaarde heeft,
omdat het een leven bij God is.
“Ik ben de Opstanding”, zegt Jezus.
En Hij zegt het over mensen die gestorven zijn. Zij zullen opstaan.

En tegen mensen die leven zegt Hij:
“Ik ben het Leven, en een ieder die leeft en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven”.
Dat is de tweede zin, waarin Jezus Zijn diepe uitspraak, die
altijd weer als nieuw in de oren klinkt, uitlegt:
“je zult in eeuwigheid niet sterven als je in Mij gelooft”.
Dat gold allereerst voor Martha, met wie Jezus op dat moment in gesprek is.
En het gold ook voor Maria.
En het geldt voor allen die in leven zijn en die leven in geloof.
Dankzij Christus, die het Leven is,
kan de dood je in eeuwigheid geen kwaad meer doen:
nooit zul je het leven verliezen.
Want als je gelooft in Christus,
ontsnap je aan de macht van de dood.
En sterven zal dan niet betekenen dat je er geweest bent,
nee, je zult je dood overleven,
omdat Jezus het Leven in Eigen Persoon is.

“Ik ben de Opstanding en het Leven.”
Jezus brengt dus niet de opstanding en het leven, straks op de jongste dag,
nee, Hij is het, hier en nu en vandaag voor eenieder die gelooft.
Zo komt Hij naar je toe.
Hij, die zelf ook gestorven is en opgewekt, Hij
komt je tegemoet als de Opstanding en het Leven om
je nabij te zijn in je machteloosheid en je verdriet, in
het gevecht met vragen die woelen in je hart.
En zo kwam Hij ook naar Martha toe en naar Maria en
naar allen die treurden om Lazarus die gestorven was.
Hij komt met een woord: “Ik ben de Opstanding en het Leven”.
En in dat woord ligt het allergrootste wonder opgesloten:
Christus heeft de dood overwonnen, en wij zullen leven”.

Ja, de dood is dood, Christus schenkt ons het eeuwige leven.
Dat gaat Jezus nu laten zien bij het graf van Lazarus.
Zijn woord over Opstanding en Leven
gaat Hij nu onderstrepen met de daad.
Met Maria en Martha en vele anderen gaat Hij mee naar het graf.
Een rouwstoet. Jezus loopt mee in een rouwstoet. En ook Hij heeft verdriet.
En wat komt de Zoon van God daarin dicht bij ons mensen.
Hij heeft verdriet om zijn gestorven vriend. “Jezus weende”.
En ook is Hij verbolgen in de geest. Hij is boos op de dood,
Hij maakt zich kwaad over de macht van de dood en
over wat de dood allemaal aanricht in mensenlevens.
Boosheid en verdriet zijn er in Jezus, wanneer Hij ieder keer meeloopt in
de rouwstoet naar een graf, Jezus huilt.
Hij is niet de grote Buitenstaander, de Onbewogene:
Zijn vriend is dood en met Zijn andere vrienden is
Hij diep verdrietig en ook boos op de dood.

Maar tegelijk is Jezus, Gods eigen Zoon,
ook machtiger dan de dood.
En dat laat Hij zien bij het graf van Lazarus.
Hij stelt een daad als
onderstreping van Zijn Woord.
Geen stunt waarbij
Lazarus in de schijnwerpers staat, maar
een teken waarbij
al het licht valt op Christus.
Lazarus, kom naar buiten”.
En Lazarus komt tot leven en naar buiten, en daar staat hij voor de Opstanding en
het Leven, Jezus zijn vriend, Gods Zoon die macht heeft over de dood.

Ik ben de Opstanding en het Leven
Dat wordt daar bij
het geopende graf duidelijk.
Jezus is wat Hij zegt voor eenieder die gelooft en zich overgeeft aan Hem.
Ja, voor eenieder die gelóóft.
Want het woord dat Jezus sprak tot Martha,
wordt gevolgd door een vraag aan Martha.

Ik ben de Opstanding en het Leven.
Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven; en
eenieder die leeft en in Mij gelooft zal in eeuwigheid niet sterven
Gelooft je dat?
Die vraag komt dagelijks ook naar ons toe.
Gelooft je dat?” Geloof je dat Jezus de Opstanding is en het Leven?
Want dat is Hij als je Hem aanneemt als jouw Verlosser.
Jezus is Zijn Naam.
Hij haalt de angel uit je vragen rond leven en dood, wanneer
je Hem belijdt als de Heer van je leven.

Geloof. Daar vraagt Jezus om.
En geloven, dat is:
de uitgestoken hand van Christus aanpakken en
vasthouden en nooit weer loslaten.
> Hij is je Verlosser.
> Hij is de Opstanding en het Leven.
> Hij is het Antwoord op je vragen rond leven en dood.
Nee, dat betekent niet dat je verdriet dan weg is.
Het betekent ook niet dat de dood dan weg is.
En de pijn van het leven dat zo vaak om te huilen is, is niet weg.
Maar er is wel iets anders. Er is Iemand anders, Die je over
de grens van de dood helpt heen te kijken.

En dan zie je:
Dat alles wat je in dit leven overkomt “peanuts” zijn.
Dan zie je dat een onontbeerlijke eigenschap van
Recht en Gerechtigheid genade is.
> ”Ontferming” is het persoonlijke ervaren en
de praktische uitdrukking van Gods Liefde.
Gezegend te worden door God is
om ook zelf compassie te tonen, om zorg te hebben,
om zorg te dragen voor elke persoon en elk levend wezen.
Dan zie je dat het enige belangrijke “de Opstanding en het Leven, Christus is;
het Licht in de duisternis” . Leven na de dood, want
Christus heeft de dood overwonnen, en  wij,
wij zullen leven
”.

Nu laat Gij
Uw dienaar heengaan, o Meester,

volgens Uw heilig Woord in vrede.
Want mijn ogen hebben
Uw Heil aanschouwd,

dat Gij bereid hebt voor
het oog van alle volkeren.

Licht tot verlichting der Heidenen en
tot glorie van Uw Volk Israël“.
Cantiek van Simeon
[uit de Orthodoxe Vespers]

απορώ και εξίσταμαι“, hetgeen betekent: “Ik sta buiten mezelf van verwondering“.

Orthodoxie & de weg tot zoon-schap [2]

Ik ben vreemdeling geworden
in een vreemd land
Ex.2: 22
Het zal niet zonder strijd of vragen zijn, die
’s-nachts maar blijven rondmalen en
die ons wakker kunnen houden.
Dit zal niet gemakkelijk overkomen, maar
dat is een wildernis [een woestijn] nooit geweest.
Dus, nodig ik jullie uit om de weg van het zoon-schap voort te zetten,
met mee te gaan, om mij te volgen in de worsteling
over de fundamentele stelling die ik beleef:
Alle waarheid is Gods Waarheid“.

De psychologie pretendeert
een studie van de ziel te zijn;
ze is bekend komen te staan als de genezer van zielen.
Maar is de “genezing van zielen” niet
het domein van Gods Woord.
En geloven we in de Christelijke Orthodoxie niet
de levende belichaming van de boodschap van
de Apostolische Waarheid te zijn.
Dan dienen we hard te zijn voor onszelf en
elke probleem wat we op onze weg tegenkomen
met open vizier en met volhardende moed benaderen.
Op die wijze dienen we de eenheid van Geloof en
de volle kennis van de Zoon Gods te bereiken,
de mannelijke rijpheid,
de maat van de wasdom van
de volheid van Christus

Eph.4: 13
De leden van de Kerk [het geestelijke lichaam van Christus]
worden niet meer overheerst door emoties.
Ze worden “niet meer als onmondigen,
op en neer, heen en weer geslingerd onder invloed van allerlei stormwinden
van buitenaf, maar groeien, zich aan de Waarheid houdende,
in Liefde – in elk opzicht naar Hem toe – die het Hoofd is

Eph.4: 14-15
De Satan, de tegenstrever vreest en haat de geboorte van dit soort zonen.
Daarom zal hij, net als de Pharao en als Koning Herodes,
Het beest en zijn trawanten zullen oorlog voeren tegen het Lam, maar
het Lam zal hen overwinnen – want Hij is de Heer der heerscharen en de Koning der koningen – en zij, die met Hem zijn, de geroepenen en uitverkorenen en gelovigen
“.
Openb.17: 14
Wat er na Mozes’ geboorte gebeurde, weten we.
De dochter van de Pharao nam hem mee naar het hof en zijn toekomst leek zeker.
Weer was er, als in de dagen van Jozef, een Hebreeër in het Egyptische paleis.
Zou ook hij een redder in nood blijken te zijn?

Wat is de betekenis van de naam Mozes.
De prinses “noemde hem Moshe
[Hebreeuws: משה], want, zei ze:
“Ik heb hem uit het water getrokken” [Ex.2: 10].
Water is een woordbeeld.
Het “water van de Nijl” duidt op de talloze “Egyptische“, menselijke, ongeïnspireerde, geschreven, gedrukte en gepreekte woorden.
Het kan veranderd worden in bloed:
het blijkt zielsberoering te zijn [Ex.7:14-25, vgl. Lev.17:11,14].
In dát “water” liet Pharao alle “mannelijke“, “pasgeborenen” verdrinken.
Ex.1: 22
De naam Mozes betekent dus uitgetrokken
[uit het water]. Hij werd uit het
zielsberoerende water” van “Egypte” gered en
opgetrokken tot de “wateren van boven“.
[vgl. John.7 :37-39 en Openb.22: 1].
Mozes zou Gods stem horen, Zijn Woord gehoorzamen en vernieuwd worden om een goede herder voor Gods volk te kunnen zijn.
Ondanks de grote tegenstand van de Pharao zou hij het volk leiden, wegvoeren uit Egypte, de woestijn, de duisternis.
Maar eerst moest God hem daarvoor klaarmaken.

Terwijl Moshe, die uit de ploemp werd getrokken, in luxe aan het hof leefde, zwoegde en zuchtte het volk van God onder de harde hand van Pharao’s slavendrijvers.
Pas toen hij veertig jaar [mid-life crisis] was geworden, werd hij wakker;
ging hij uit tot zijn broeders en lette op hun dwangarbeid“.
Ex.2: 11
Hij kwam er achter wat zijn afkomst was en dat hij gebruikt werd.
Hij vroeg zich ongetwijfeld af, wat hij voor zijn volk kon doen.
Misschien dacht hij wel aan Jozef, die Egypte en
de hele wereld” had gered [Gen.41: 57].
Hoe kon hij zijn invloed aan het hof aanwenden om
zijn bloedverwanten, de Hebreeërs te helpen?

Maar Gods tijd was nog niet gekomen.
Hoewel Mozes al tien jaar ouder was dan Jozef
toen deze onderkoning van Egypte werd, was hij
geheel onvoorbereid in Gods ogen.
Zijn pogingen om het volk te helpen werden
complete mislukkingen [Ex.2: 11-22].
Vanuit het Egyptische paleis kon hij niets doen.
Hij had wel gezag als prins, dat is waar.
Maar had hij ook geestelijk gezag?
Want wat God doet, doet Hij niet
door kracht of door geweld, maar door Zijn Geest“!!!
Zacharias 4: 6
Behalve op zijn positie als prins steunde Mozes’ gezag
ook nog op “Egyptische” kennis.
Hij was “onderwezen in alle wijsheid van de Egyptenaren en
was machtig in woorden en werken”.
Hand.7: 22
Ook nu nog denken veel mensen God daarmee te kunnen dienen.
Wat is er nu beter dan een invloedrijke, maatschappelijke status,
een goede opleiding, kennis van de Heilige Schrift en een klinkende titel voor je naam.
Mensen luisteren graag naar iemand van aanzien,
naar iemand die het mooi kan verwoorden.
Maar wáár gezag en wáre kennis zijn heel anders.
Jezus had geen enkele reputatie of positie in de religieuze wereld van Zijn tijd.
Maar “ze stonden wel versteld over
wat Hij onderwees, want
Zijn woord was met gezag

Luc.4: 32
Zijn gezag was niet uit de mens,
maar vanuit God [vgl.Matth.7: 29].
Daarom ontdeed God, Mozes eerst van elke vorm van menselijk aanzien en eigen kunnen.
Hij liet hem de weg van zelfontlediging gaan.
Paulus zegt van Jezus, dat ook Hij
Zichzelf heeft ontledigd en
de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen en
aan de mensen gelijk geworden is.
En in Zijn uiterlijk als een mens bevonden,
heeft Hij Zich vernederd“.
Phil.2: 7-8
Ons verstand kan de diepgang van deze woorden maar moeilijk vatten.
Was het voor God niet voldoende om mens te worden en gewikkeld te worden in “doeken” van “vlees aan dat gelijk;
aan de zonde
“?
Luc. 2: 12 en Rom.8: 3
Nee, ook op aarde zou Jezus
Zich verder ont-ledigen en vernederen.
Dertig jaar lang
nam Jezus toe in wijsheid en grootte en genade bij God en mensen“.
Luc.2: 52
Toen zalfde de Vader Hem tot ware Koning en Hogepriester en verklaarde:
Jij bent Mijn Zoon, de geliefde, in
wie Ik welbehagen heb
“.
Luc.3: 21-22
Wat een rijkdom! Koning, Hogepriester, Zoon van de levende God!
Wat een geestelijke status!

Nu de hamvraag:
maakte Jezus daar wel eens gebruik van om Zich aan de wereld te bewijzen?
vgl. Matth.4: 11
Nooit en te nimmer!
In plaats daarvan nam Hij de gestalte aan van een dienstknecht [Phil.2: 7] of
van een “schaap dat stom is voor zijn scheerders“.
Isaiah 53: 7
Hij legde alles af. Hij zei:
Hierom heeft de Vader Mij lief, omdat Ik Mijn leven afleg.
Niemand ontneemt het Mij, maar Ik leg het uit Mijzelf af“.
John.10: 17-18
Maar wie begreep dat?
Daarom “zeiden er velen:
Hij is bezeten en waanzinnig;
waarom luisteren jullie nog naar Hem?
“.
John.10: 20
Ze zagen Hem slechts als de zoon van een timmerman
uit het verachtelijke provinciestadje Nazareth,
wat kan daar nou voor goeds uit voortkomen.
Matth.13: 55, John.1: 47

Mozes benaderde deze weg van vernedering
het dichtst van alle oudtestamentische figuren.
Hij verliet de pracht van het Egyptische hof om
bij zijn broeders in de verdrukking te zijn [Ex.2: 11].
Hij leefde veertig jaar lang [40=testen, beproeven] in
totale afzondering in Midian, teneinde innerlijk te worden veranderd.
Hij werd herder, een naar Egyptische maatstaven verachtelijke positie.
Want al wat schaapherder is, is voor de Egyptenaren een gruwel“.
Gen.46: 34
Voor ons hebben herders een positief, romantisch imago.
Wat is er nu leuker, tijdens een vakantie een herder op de hei tegen te komen en
een praatje met hem te maken.
Vaak stelt men zich een herder voor op een zonnige groene lentewei,
met een lam in zijn armen, zoals op het plaatje in onze kinderbijbel.
Jezus is immers de Goede Herder.
Maar voor de Egyptenaren was een herder een vieze, stinkende,
ongeletterde, onbeschaafde figuur.
Mozes werd herder.
Van prins tot “gruwel van de Egyptenaren, die, ook dat nog, niet eens zijn eigen schapen, maar de kudde van zijn schoonvader Jetro moest hoeden“.
Ex.3: 1
Hij moet er zwaar onder geleden hebben.
Misschien drukte hij iets van zijn innerlijke smart uit, toen zijn eerste zoon geboren werd.
Hij noemde hem Gersom, wat betekent:
Ik ben een vreemdeling geworden in een vreemd land“.
Ex.2: 22
Jozeph, de aaartsvader, die ook in ballingschap was,
had daarentegen zijn eerste zoon triomfantelijk
Manasse genoemd,
want, zei hij:
God heeft mij al mijn moeite doen vergeten en
ook het hele huis van mijn vader
“.
Gen.41: 51
Zijn tweede zoon noemde hij Ephraïm,
want God heeft mij vruchtbaar gemaakt
in het land van mijn ellende

Gen.41: 52
Hoe anders verliep dit met Mozes!
Zijn weg naar en in Midian was een afgang.
Wilde God hem gebruiken als verlosser, dan
moest hij de weg van volkomen zelf-ontlediging gaan,
net als Jezus.
Ook Hij werd “arm, terwijl Hij rijk was“.
2Cor.8: 9
Ook Hij had “geen plaats om het hoofd neer te leggen“.
Matth.8: 20
Mozes moest, net als Jezus, een Gersom worden,
een niets bezittende vreemdeling in de wereld.
Deze ontlediging duurde net zo lang, tot
alle hoop en elk verlangen naar iets groots in hem dood was.
‘Dong . . . ‘, dat is een pijnlijke weg! Maar wat een vruchtbare weg!
Later lezen we van hem, dat hij
een zeer zachtmoedig man was,
meer dan enig ander mens op de aardbodem
“.
Num.12: 3
God had veertig jaar lang in het verborgene in hem gewerkt.
Zijn trotse zelfvertrouwen was gebroken.
In hem was een andere gezindheid gekomen.

Op veel plaatsen is de boodschap van zoonschap te horen.
Velen worden erdoor geboeid.
Maar wie wil er nou zo’n weg van vernedering gaan?
Paulus zei:
Ik wel! Zeer gaarne zal ik in zwakheden roemen” en
dat betekent:
Ik verblijd mij over alles, wat mij vernedert“.
Als hij werd vernederd als volgeling van het Lam, dan
schaamde hij zich niet, maar verheerlijkte God.
[vgl. 1Petr.4: 16].
Want wie de weg van ontlediging gaat en
deel krijgt aan het lijden van Jezus,
zal ook delen in Zijn overwinning.
Zoonschap is geen ego-tripperij.
Het is dood gaan aan ons eigen-ikkie,
niets meer betekenen voor wie dan ook.
Wie het Lam volgt, waar Hij ook heen gaat,
Kruisigt het vlees met zijn hartstochten en de begeerten
Gal.5: 24
Dan geldt:
Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik,
dat is, niet meer mijn eigen ik, maar Christus leeft in mij.
En voor zover ik nu nog in het vlees leef,
leef ik door het geloof in de Zoon van God,
Die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven
“.
Gal.2: 20

We hebben nagedacht over Mozes’ voorbereiding.
Nu zullen we zijn bediening vergelijken met
die van de Zoon en die van de zonen.
Jezus wordt beschreven als
een profeet, machtig in werk en woord voor God en het volk“.
Luc.24: 19
Hetzelfde gold voor Mozes.
Toen hij zijn staf uitstrekte en de plagen deed komen, vreesde heel Egypte hem.
Bovendien openbaarde God Zich aan hem
van aangezicht tot aangezicht
Deut. 34: 10
Wat een profeet!
Er is inderdaad nooit meer iemand geweest als hij, totdat Jezus kwam.
Deut.18: 15
Alle profeten van het eerste Verbond [O.T],
die na Mozes kwamen, van Jesaja tot en met Maleachi,
waren tot op zekere hoogte zijn volgelingen.
Ze riepen het volk terug “tot de wet en tot de getuigenis!“.
Isaiah.8: 20
Gedenk de wet van Mozes, Mijn knecht, die
Ik hem op Horeb geboden heb voor gans Israël,
inzettingen en verordeningen
“.
Mal.4: 4
Mozes was een geestelijke pionier geweest.
Hij had niet voortgebouwd op wat anderen hadden gedaan,
God gaf hem deze nieuwe taak.
Hij luidde een heel nieuw tijdperk in: de tijd van de wet.
Ook Jezus luidde een nieuw tijdperk in: de tijd van genade.
Ook wat Hij zei en deed was nieuw, revolutionair.
De dienaars van de over-priesters die Hem moesten arresteren,
kwamen onverrichterzake terug en zeiden:
Nog nooit heeft iemand zó gesproken als Hij!“.
John.7: 46
Altijd wekten Zijn woorden en daden verwondering.
Men wist nooit van te voren wat Hij zou gaan doen of zeggen.
De wind waaide waarheen hij wilde en zo
vervulde Hij de wet door Zich volkomen te laten leiden door Gods Geest.
Wat gebeurde er?
Riep Jezus net als alle andere profeten het volk terug tot de wet van Mozes?
Nee, Hij heeft de wet geleefd, wet voor wet, door de heilige Geest.
En nu roept Hij ons op, om ook door de kracht van de heilige Geest te leven en
volmaakt te zijn, gelijk de hemelse Vader volmaakt is“.
Matth.5: 48
“Nu geldt de Koninklijke wet van de Vrijheid,
de vervulde wet van de Liefde,
Die zichzelf niet zoekt”.
Jac.1: 25, 2: 8-12 en 1Cor.13: 5

Wie de leiding van de heilige Geest niet kent,
zal eens en voor altijd anderen blijven nàdoen.
Hij zegt na, wat hij van “horen zeggen” heeft [vgl. Job 42: 5].
Hij doet, wat hij anderen heeft zien doen.
Hij geeft door, wat hij van mensen heeft ontvangen.
Hij blijft zo onder de één of andere traditionele wet van de mensen.
Paulus echter was:
Geen apostel vanwege mensen, of
door een mens, maar
door Jezus Christus en God, de Vader
“.
Gal.1: 1
Hij schreef:
Allen, die door
de Geest Gods geleid worden,
zijn zonen Gods
“.
Rom.8: 14
Ook in hun leven zal “de wind blazen, waarheen Hij wil” [John.3: 8].
Ze zijn helemaal Vrij [Openb.14: 1-5).
En als zij openbaar worden,
breekt er wéér een nieuw tijdperk aan:
de komst van het Koninkrijk der hemelen op aarde,
de fase van het herstel van alle dingen,
de verlossing van de gehele schepping.

Het volgende aspect, waarin
Mozes, Jezus en de zonen Gods overeenkomen is het volgende:
ze worden allen gezonden om te verlossen
Ex.6: 5-8, Luc.1: 74, Rom.8: 19-21
De Heer Jezus begon Zijn bediening met
het voorlezen van het volgende schriftgedeelte:
De Geest van de Heer is op Mij.
Hij heeft Mij gezalfd om
aan armen het evangelie te brengen.
En Hij heeft Mij gezonden om
aan gevangenen loslating te verkondigen en
aan blinden het gezicht, om
verbrokenen heen te zenden in vrijheid,
om te verkondigen
het aangename jaar van de Heer
“.
Luc.4:18-19
Later zegt Hij:
Jullie zullen de Waarheid verstaan en
de Waarheid zal je vrijmaken
John.8: 32
En:
wanneer dan de Zoon jullie vrijgemaakt heeft,
zullen jullie werkelijk vrij zijn“.
John.8: 36
Paulus schrijft daarover:
Opdat wij waarlijk Vrij zouden zijn,
heeft Christus ons vrijgemaakt.
Houdt dus stand en laat u niet weer
een slavenjuk opleggen” .
Gal.5: 1
Jezus is de Verlosser.

Ook de zonen Gods zijn verlossers.
Als we opnieuw Romeinen 8 opslaan, waar over hen wordt gesproken, lezen we, dat
de schepping zelf van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid zal
bevrijd worden tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God
“.
Rom.8: 21
Vrijheid is de heilige essentie van zoon-schap.
Wie het Lam volgt, waar Hij ook heengaat,
zal “los-gekocht zijn van de aarde”.
Openb.14: 3
De bevrijdende kracht van Gods Geest heeft in hun levens gewerkt.
“Ze zingen een nieuw gezang” [Openb.14: 3a].
Ze zijn Vrij. Ze kunnen áller dienstknecht zijn.
Alle banden en ketens zijn in hen verbroken.
Ze zijn, net als Mozes, door een intens beproevingsproces gegaan, wetend dat
God alle dingen doet meewerken ten goede voor hen, die Hem liefhebben en
die volgens Zijn voornemen geroepenen zijn. Want die Hij tevoren gekend heeft,
heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld van Zijn Zoon, opdat
Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broederen; en
die Hij tevoren bestemd heeft, die heeft Hij ook geroepen; en
die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en
die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt
“.
Rom.8: 28-30
Zo heeft God hen toebereid, om
de hele schepping van elke vorm van slavernij te verlossen
tot de heerlijke vrijheid in God [Rom.8: 21].

In Numeri 12 vinden we een interessant voorval in het leven van Mozes.
Mirjam en Aäron vielen hem aan
met de woorden:
Heeft de Heer soms uitsluitend door
Mozes gesproken?
Heeft Hij ook niet door ons gesproken?
“.
Num.12: 2
Wat ze zeiden was erg aannemelijk.
Beiden waren door God gebruikt.
Aäron was Mozes tot een mond geweest voor Pharao [Ex.4: 15-16].
Hij was aangesteld als hogepriester [Ex.29: 4-9].
Mirjam was een profetes, die de vrouwen voorging in zingen en dansen [Ex.14: 20].
Inderdaad, God had ook door hen gewerkt.
Maar dat betekende niet, dat ze zich op één lijn konden stellen met Mozes.

Mozes was anders.
Waarom was hij zo’n
zachtmoedig man,
meer dan enig mens
op de aardbodem?
“.
Num.12: 3
Door het verootmoedigingsproces dat
hij had doorgemaakt.
Toen hij veertig jaar oud was,
voelde hij zich trots en sterk.
Maar waar was zijn zelfvertrouwen,
toen hij tachtig was en zei:
Och Heer, zend toch iemand anders“.
Ex.4: 13
Hij had alle vertrouwen in het eigen ik verloren.
De man die “onderwezen was in alle wijsheid van de Egyptenaren en
machtig was in woorden en werken
” zei nu:
Heer, ik ben geen man van het woord:
ik ben zwaar van mond en zwaar van tong
“.
Hand.7: 22, Ex.4: 10
Juist daarom kon hij nu gebruikt worden.
God had geen geweldenaar, een redenaar nodig, maar
een volkomen afhankelijke dienstknecht.
Mozes was innerlijk veranderd.
Mirjam en Aäron mochten dan wel gebruikt zijn als profetes en priester.
Maar kenden zij als Mozes de vernieuwende werking van God
in hun binnenste, in hun ziel?.

Toen riep God hen alle drie naar de tent der samenkomst [Num.12: 4].
Hij daalde er neer in de wolk [Num.12: 5].
Hij zei:
Luister nu naar Mijn woorden.
Als er onder u een profeet is, dan
maak Ik Mij in een gezicht aan hem bekend.
In een droom spreek Ik met hem.
Maar niet met Mijn knecht Mozes, vertrouwd als hij is in geheel Mijn huis.
Van mond tot mond spreek Ik met hem, duidelijk en niet in raadselen.
Hij ziet Mij van aangezicht tot aangezicht.
Waarom hebben jullie zò
tegen Mijn knecht Mozes gesproken?
“.
Num.12: 6-8

Ook daarin was Mozes een verwijzing [een voorloper] naar Jezus:
Niemand heeft ooit God gezien;
de eniggeboren Zoon, die
aan de boezem van de Vader is,
Die heeft Hem doen kennen
“.
John.1: 18
Er is dus een duidelijk verschil tussen
profeten als Mirjam en priesters als Aäron aan de ene kant en dienstknechten van God als Mozes aan de andere kant.

Voor wie weinig inzicht heeft in Gods wegen, kan iemand, die profeteert of andere geestelijke gaven gebruikt, een geestelijke reus lijken.
Toch hoeft dat niet zo te zijn.
De jonge Saul bijvoorbeeld “Geraakte in geestvervoering en allen die hem van vroeger kenden, zagen hoe hij met de profeten profeteerde; en men zei tot elkaar:
Wat is er toch met de zoon van Kis gebeurd?
Is Saul ook onder de profeten?
“.
1Sam.10: 10-11
Maar later werd hij een eigenzinnig man, die
God het initiatief uit handen nam.
Omdat hij niet kon wachten op Gods tijd,
verloor hij al in het tweede jaar van zijn regering
Gods zegen op zijn koningschap [1Sam.13: 5-14].
Hij zou later zelfs door een boze geest gekweld worden [1Sam.16: 14].
Ook nu zijn er mensen, die gebruikt zijn voor allerlei geestelijk werk en
die na verloop van tijd in de meest grove zonde zijn vervallen.
“O, Heer, houd ons vast en leid ons op Uw wegen!”.

Mozes kende God op een wijze, die Mirjam en Aäron en andere profeten niet kenden.
Zij hebben wel woorden of beelden van de Heer ontvangen, die
vaak als raadsels overkwamen. God sprak door hen, dat is zeker.
Maar God sprak met Mozes, “niet in raadselen“, maar
van aangezicht tot aangezicht, zoals
iemand spreekt met zijn vriend
“.
Ex.33: 11

Over een dergelijke verhouding gaat het ook in het nieuwe testament,
toen Jacobus en Johannes tegen Jezus zeiden:
Meester, wilt U doen, wat wij U gaan vragen.
Hij zei: Wat willen jullie, dat Ik voor jullie doen zal?
Ze zeiden:
Geef ons, dat wij de één aan uw rechterzijde en
de andere aan uw linkerzijde mogen zitten in uw heerlijkheid.
Maar Jezus zei tot hen:
Jullie weten niet, wat je vraagt.
Kunnen jullie de beker drinken, die Ik drink, of
met de doop gedoopt worden, waarmede Ik gedoopt word?
Ze zeiden tot Hem: We kunnen dat.
Jezus zei toen:
De beker, die Ik drink, zullen jullie drinken en met de doop, waarmee
Ik gedoopt word, zullen jullie gedoopt worden, maar
het zitten aan Mijn rechter- of linkerzij, staat niet aan Mij te geven, maar
het is voor hen, voor wie het bereid is
“.
Marc.10: 35-40
Net als Mirjam en Aäron, die Mozes’ gelijken wilden zijn,
wilden Jacobus en Johannes voor zich een hogere positie dan
de andere discipelen: naast Jezus.
Er waren twee dingen, die ze niet begrepen.
1.]. Wie met Hem zullen regeren, hebben eerst met Hem geleden.
De 144.000 eerstelingen, die met het Lam op de berg Sion staan,
hebben het Lam [= dat zou lijden] gevolgd waar Hij ook heenging [Openb.14: 4].
Ze konden Hem volgen op de troon, omdat ze Hem ook hebben gevolgd
in Zijn lijden en vernedering.

Als wij aan het lijden van Jezus denken,
gaan onze gedachten automatisch naar Zijn laatste uren op aarde.
Als wij denken aan lijden met Hem,
denken we misschien aan onze broeders en zusters in landen,
waar geen godsdienstvrijheid is.
Daar ondergaan onze broeders martelingen, dood, gevangenisstraf en
andere ontberingen om Zijn Heilige Naam.
Het is goed om daar –zeker in deze tijd – eens bij stil te staan.
Maar Jezus’ lijden ging veel dieper.
Zijn lichamelijk lijden was, voor zover we weten, beperkt
tot de laatste 24 uur van Zijn leven.
Zijn geestelijk lijden duurde Zijn leven lang.
Hij kwam tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen“.
John.1: 11
Hij heeft voortdurend alle
tegenspraak van de zondaren tegen Zich verdragen“.
Hebr.12: 3
Ook Mozes heeft dit lijden gekend.
Hij ervoer voortdurend de tegenstand van zijn eigen volk,
zelfs van zijn eigen broer en zus.
Iedere gelovige, die geroepen wordt tot zoon-schap,
zal ditzelfde ervaren.

2.]. Wat zij niet begrepen, was, dat
God bepaalt, wie met Jezus zal regeren. God kiest hen uit.
De Heer Jezus zei duidelijk:
“Het zitten aan Mijn rechter- of linkerzijde kan ik niet bepalen,
maar het is voor wie dat bereid is door de Vader”.
Marc.10: 40
God bepaalt alles, dus ook ieders plaats in Zijn rijk.
In een groot huis zijn niet alleen voorwerpen van goud en van zilver,
maar ook van hout en van aardewerk,
deels met eervolle, deels met minder eervolle bestemming.
Als iemand zich gereinigd heeft, zal hij een voorwerp zijn met eervolle bestemming,
geheiligd, bruikbaar voor de eigenaar, voor iedere goede taak gereed
“.
2Tim.2: 20-21
Wie Jezus gehoorzaamt, wordt in het Huis van de Vader
een voorwerp met eervolle bestemming,
geheiligd, bruikbaar voor de eigenaar
” en
is blij en dankbaar met het plekje, dat God voor hem heeft.
Dat is voor iedereen verschillend.
God heeft de leden elk in het bijzonder hun plaats in het lichaam aangewezen,
zoals Hij heeft gewild
“.
1Cor.12: 18

Dat is heel wat anders dan het ideaal van de Franse revolutie:
Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap.
Dat principe van gelijkheid is overal terug te vinden, ook in geestelijk werk.
Ieder lid van een bepaalde kerkgemeenschap
wordt geacht hetzelfde te denken en te geloven als . . . . . . .
Conformiteit noemt men dat. Dat is veilig voor het systeem.
In het geestelijke Babel wordt dan ook gebouwd met “Tichelstenen“,
bakstenen met dezelfde vorm en afmeting.
Gen.11:3
Maar in Gods schepping zien we een onuitputtelijke variëteit.
Zelfs twee sneeuwvlokken zijn niet aan elkaar gelijk.
In de schrift zien we dezelfde verscheidenheid wat betreft ieders roeping.
God is de Meester-pottenbakker, die van elke klomp klei maakt wat Hij wil.

In het oude verbond had God een orde bepaald.
Hij koos uit de vele volkeren één klein volk.
Uit dat volk koos Hij één stam met een speciale roeping, de Levieten.
Uit hen koos Hij sommigen om priester te zijn.
Uit de priesters koos Hij er één om hogepriester te zijn.
Dit alles is een voorbeeld, hoe het ook geestelijk is.

Er is dus ook in de nieuwe orde van het koninkrijk der hemelen geen uniformiteit.
Daar geldt:
Wie onder u groot wil worden, moet dienaar zijn“.
Matth.20: 26
Als iemand de eerste wil zijn,
die zal de állerlaatste en áller dienaar moeten zijn
“.
Marc.9: 35
Wie groot wil zijn, moet het Lam volgen,
waar Hij ook heengaat en dagelijks zijn Kruis opnemen
“.
Luc.9: 23
Hij zal steeds weer zijn leven afleggen en
zijn ziel uitgieten in de dood.
Niet één keer, maar in alle dagelijkse situaties en moeilijkheden.
In ieders leven zijn de omstandigheden anders.
God wil geen uniformiteit van mensen, maar gelijkvormigheid aan het beeld van Zijn Zoon.
Dat is onze roeping, om
Samen met alle heiligen, in staat zijn te vatten,
hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is
van de liefde van Christus en die te kennen met een kennis
die alles te boven gaat, opdat u vervuld wordt tot alle volheid Gods
“.
Rom.8: 28-30, Eph.3: 18-19

In het oude testament zien we, dat
het volk gezegend werd ten tijde van mannen Gods als
Abraham, Jozef en David.
Maar die zegen duurde zelden langer dan hun generatie.
Na hun dood kwam er een einde aan hun invloed.
Ook in de kerkgeschiedenis zien we hetzelfde patroon.
Twee opmerkelijke uitzonderingen waren Mozes en Elia.

Eerst het heengaan van Elia.
Hij zei tegen Elisa:
Doe een wens. Wat zal ik voor je doen, eer ik word weggenomen?
En Elisa zei: Zo moge dan een dubbel deel van uw geest op mij zijn.
En Elia zei: Je hebt een moeilijke zaak gewenst.
Als je mij zult zien, als ik van je word weggenomen, dan zal het geschieden.
Maar indien niet, dan zal het niet geschieden.
En toen kwam er een vurige wagen en vurige paarden,
die scheiding maakten tussen hen beiden.
Zo voer Elia ten hemel. En Elisa zag het!
Daarop raapte hij de mantel van Elia op,
keerde terug en ging aan de Jordaan staan.
Hij nam de mantel van Elia, die van hem afgevallen was,
sloeg op het water, en riep: Waar is de Heer, de God van Elia?
En het water splitste zich, zodat Elisa kon oversteken.
De profeten van Jericho, die op enige afstand stonden,
zagen hem en zeiden: De geest van Elia rust op Elisa
“.
2Kon.2: 9-15

Toen Mozes stierf op honderdtwintig jarige leeftijd,
was “zijn oog niet verduisterd en zijn kracht niet geweken“.
Deut.34: 7
En “Jozua nu, de zoon van Nun, was vol van de geest van wijsheid, want
Mozes had zijn handen op hem gelegd.
Daarom luisterden de Israëlieten naar hem en
deden zoals de Heer Mozes geboden had
“.
Deut.34: 9
Toch waren Mozes’ laatste woorden allesbehalve positief:
Ik weet, dat jullie na mijn dood zeer verderfelijk handelen zult en
af zullen wijken van de weg, die ik jullie geboden heb.
Daarom zal er na verloop van tijd onheil over jullie komen,
wanneer jullie doen wat kwaad is in de ogen van de Heer en
Hem krenkt door het maaksel van je handen

Deut.31: 29
Hij was voor het volk een verlosser geweest uit het land Egypte.
Maar hij had niet kunnen verlossen van
de macht van “Egypte” in het hart van de mens.

Maar Jezus zei tot Zijn discipelen, vlak voordat Hij zou sterven:
Ik zeg u de waarheid: Het is beter voor u, dat Ik heenga.
Want als Ik niet heenga, kan de Trooster niet tot u komen
“.
John.16: 7
Jullie zullen kracht ontvangen als de heilige Geest over je komt“.
Hand.1: 8
> En dát is het geheim!
Het gaat er nu om niet door eigen kracht of door inspanning iets te willen bereiken,
maar om Zijn Geest te ontvangen en Die te laten werken
Zacharias.4: 6
Wie dat geheim niet kent, zal altijd doen, wat Mozes voorzag:
Hij zal verkeerd handelen in de ogen van de Heer en
Hem krenken door het werk van zijn handen
“.
Deut.31: 29

Vermenigvuldigingskracht is in het zaad.
“Het zaad is het Woord van God”.
Luc.8: 11
Het zaad is in “het mannelijke wezen”.
Mozes ging heen en droeg zijn kracht over aan Jozua.
Jezus ging heen en gaf Zijn Geest in de Zijnen, opdat
ze in Zijn voetsporen zouden treden.
Als de zonen Gods, die allen
door de Geest Gods geleid worden
Rom.8: 14
Hen zal geopenbaard worden, ook zij zullen bereid zijn
terug te treden na “het zaad” te hebben overgedragen.
Zij binden niemand aan zichzelf, maar leiden allen
“tot de vrijheid van de kinderen van God”.
Rom.8: 21
Ieder die naar hen luistert, ontvangt
Niet een geest van slavernij om opnieuw te vrezen, maar
de Geest van het zoon-schap,
door welke ze zullen roepen:
‘Abba, Vader’
“.
Rom.8: 15

Ook Mozes’ dood was, als verwijzing naar Jezus’ sterven en opstanding, zeer bijzonder.
Toen stierf Mozes in het land Moab.
En Hij begroef hem in een dal in het land Moab, tegenover Beth-Peor.
Niemand heeft zijn graf geweten tot op de huidige dag
“.
Deut.34: 5-6
Judas vertelt ons, dat
Michaël, de aartsengel, met de duivel in twist gewikkeld was
over het lichaam van Mozes
“.
Judas 9
En waar verschijnt Mozes weer?
Niet in een dal, maar
met Jezus’ op de berg Thabor, de berg der verheerlijking
Matth.17: 3

De dood is de laatste vijand, die
wordt “verzwolgen in de overwinning“.
1Cor.15: 54
Wat er met Henoch en Elia gebeurde,
was er een verwijzing naar.
Dat ook wij zó zullen overwinnen
wordt tegenwoordig in twijfel getrokken;
zelfs door het merendeel van de
[Nederlandse PKN- (onderzoek 2014)] voorgangers,
welke beter zouden behoren te weten.
Maar Paulus zegt:
Zodra dit vergankelijke onvergankelijkheid aangedaan heeft en dit sterfelijke
onsterfelijkheid aangedaan heeft,
zal het Woord werkelijkheid worden dat geschreven is:
De dood is verzwolgen in de overwinning
“.
1Cor.15: 54
Wie overwint zal van de ‘Boom des Levens’ eten
Openb.2: 7,
“Zal de ‘Kroon des Levens’ ontvangen
Openb.2: 10 en
“Staat in het Boek des Levens
Openb.3: 5;
Hij zal als een zoon zitten
met Jezus op Zijn Troon“.
Openb.3: 21

Tenslotte nogmaals die belangrijke tekst:
Met reikhalzend verlangen wacht
de schepping op het openbaar worden
der zonen Gods
“.
Steeds vaker horen we van ellende, oorlogen, natuurrampen en honger,
overal op de wereld, terwijl de mens méér mogelijkheden en bronnen heeft
dan ooit te voren.
Rampspoed overspoelde destijds ook de kinderen van Israël,
die zuchtten onder hun verdrukkingen, terwijl
Mozes werd toebereid in de stilte van de woestijn van Midian.
Hij kwam tot Israël op Gods tijd om het te verlossen.
Ook nu worden “in de stilte van de woestijn” de Mozessen klaargemaakt,
om op Gods tijd verlossers te zijn.
Want “Verlossers zullen de berg Sion bestijgen“.
Obadja 1: 21
Dat betekent:
zij zullen groeien in de volle kracht [= berg]
van de heilige Geest [= Sion].

We mogen niet verwachten dat
die weg van toebereiding een gemakkelijke weg
zal zijn.
Voor het vlees is het een lange, smalle weg.
De verandering van “stervende zult gij sterven
Gen.2: 17b
tot zoon-schap Gods is een dodelijk proces voor het oude ik.
Maar het loon is groot.
De Heer Jezus zou het
om Zijn moeitevol lijden zien tot verzadiging toe“.
Isaiah 53: 11
Hij zou Zijn loon zien: het zou bij Hem zijn en het noemen:
Het heilige Volk, De Verlosten van de Heer“.
Isaiah 62:12
Hij zegt:
Zie, Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij“.
Openb.22: 12

Ook Mozes
heeft de smaad van Christus groter rijkdom geacht dan de schatten van Egypte,
want hij hield de blik gericht op de vergelding
“.
Hebr.11: 26
Laten ook wij
ons oog alleen richten op Jezus, de leidsman en
voleinder van het geloof die om de vreugde die voor Hem lag,
het Kruis op Zich genomen heeft en niet op de schande heeft gelet
“.
Hebr.12: 2
Laten ook wij voor moeilijkheden, onbegrip, schande,
verwerping en verdrukking ter wille van Zijn naam niet terugdeinzen, maar
de hoop grijpen, die voor ons ligt“.
Hebr.6: 18-20:
Christus is onder u, de hoop van de heerlijkheid
Hem verkondigen wij, wanneer wij ieder mens terechtwijzen en
ieder mens onderrichten in alle wijsheid, om
ieder mens in Christus volmaakt te doen zijn
“.
Col.1: 27-28
Hij is komende. Dat gold voor toen, dat geldt voor nu, en
dat geldt voor hen, die het later zullen verstaan.
Want “Hij is, Hij was en Hij komt“.
Openb.1: 4
Zie, Ik kom met spoed en Mijn loon is bij Mij
Openb.22: 12
Zijn loon zal met het Lam staan op de berg Sion [Openb.14: 1].
Dat zijn zij, die Hem hebben gevolgd in lijden en vernedering [Openb.14: 4].
Ze zullen dan ook “delen in Zijn verheerlijking” en
met Hem zitten op Zijn troon [Rom.8:17,Openb.3: 21].
En wat was het uiteindelijke doel?
De gehele schepping te verlossen tot
de Vrijheid van de Heerlijkheid
van de kinderen van God!
“.
Rom.8: 21

Wij vieren met Kerst dat Jezus Christus als
onze God en Verlosser in het vlees is geboren.
Christus heeft werkelijk Zijn gehele leven,
al Zijn gedachten, woorden en werken,
daarop gericht dat de Naam van zijn Vader niet gelasterd,
maar geëerd en geprezen zou worden.
Hij heeft dat voor ons gedaan. Zijn leven heeft Hij voor ons geleid.
Daarom mogen wij, zonder bang te zijn dat het God onze Vader teveel zou worden,
als zonen iedere dag opnieuw  aan Hem vragen of
Hij ons toch wil doen lijken op Christus.
Dat was toch de bedoeling?
Daartoe heeft God ons uitgekozen,
dat wij Zijn Zonen [en dochters] zouden zijn
door het Geloof in Christus Jezus.
Dat is het hart van het christelijk geloof,
want daarin klopt het hart van onze God.

Een goede voorbereiding op Kerst;
een zalige 12 dagen van Kerst t/m Theophanie en
een gelukkig begin van het Nieuwe Jaar.

Orthodoxie & met dank aan God

De wereld maakt jou wijs:
verdien veel geld, je hebt toch tijd in overvloed; vergeet daarom verder alles.
Toekomstbeelden geven je het vooruitzicht:
kom voor jezelf op,
laat verder alles achter je.
God echter zegt heel eenvoudig:
heb Mij alleen maar voor ogen,
want Ik geef je alles . . . . .

Wanneer je tot Hem bidt
hoort God veel meer dan je zegt;
Hij beantwoordt meer vragen dan welke je stelt; Hij geeft ons veel meer dan
waar je bij stil staat;
echter ….
op Zijn eigen tijd en
op Zijn eigen manier en
overeenkomstig  Zijn oneindige Wijsheid
Je zult nooit spijt hebben
te veel op God te vertrouwen.
Richt je vertrouwen daarom
liefdevol alleen maar op God,
want Hij is de Enige,
Die je nimmer zal teleurstellen.
Iedere dag die je nog leeft
is een geschenk van God.
Wanneer je dus nog een dag langer leeft
vergeet dan niet Hem te bedanken.

Om die reden buig ik mijn knieën voor de Vader,
naar wie alle geslacht in de hemelen en op de aarde genoemd wordt,
opdat Hij u zal geven naar de rijkdom van Zijn heerlijkheid,
met kracht gesterkt te worden door Zijn Geest in de inwendige mens,
opdat Christus door geloof in uw harten woning zal maken.
Geworteld en gegrond in de liefde,
zult gij dan samen met alle heiligen in staat zijn te vatten,
hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is,
en te kennen de Liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat
gij vervuld wordt tot alle volheid van God
“.
Eph. 3: 14-19

God heeft de mens geschapen
naar Zijn beeld en gelijkenis.
En toen deze door de ongehoorzaamheid van Adam,
de eerstgeschapene, was verwoest,
hebt Gij die hernieuwd door
de vleeswording van Uw Christus.
Want Deze heeft een knechtgestalte aangenomen en
is als God geheel en al gelijk geworden aan de mens.
Daardoor heeft Hij
de oorspronkelijke waardigheid van de mens
[van het icoon-zijn van God]
aan de verlosten terug geschonken.

Johannes de Doper, voorloper op de komst van Christus

De noodzakelijke toevoeging ‘de Voorloper’
[het epitheton (Gr. (ἐπίθετον)] aan de naam Johannes is te danken aan het feit, dat
hij de laatste profeet van
het eerste verbond [Covenant] was.
Johannes  de Doper was immers degene
die de weg voor Christus heeft voorbereid.
In het vroegste Christendom werd Johannes
reeds beschouwd als de Voorloper van Christus en
werd hij gezien als de weergekeerde Elias, van
wie men geloofde, dat hij zou optreden als
de wegbereider van de Messias.
Het is waarschijnlijk op grond hiervan, dat
de vier evangeliën beginnen met
de beschrijving van de werken van Johannes.

We mogen niet vergeten dat géén van de Evangelisten de in hun evangeliën beschreven ‘voorgeschiedenis’ van Johannes de Doper zelf hebben meegemaakt.
Wellicht is daarom het Evangelie van zijn naamgenoot Johannes het meest juiste verslag, omdat
hij de gebeurtenissen niet beschrijft als ‘waargenomen’, maar vermeldt:
Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die aan de boezem des Vaders is,
Die heeft Hem doen kennen.
En dit was het getuigenis van Johannes, toen de Joden uit Jeruzalem priesters en Levieten tot hem zonden om hem te vragen: Wie zijt gij?
En hij beleed en ontkende het niet; en hij beleed:
Ik ben de Christus niet.
En zij vroegen hem: Wat dan? Zijt gij Elia?
En hij zei: Ik ben het niet.
Zijt gij de profeet?
En hij antwoordde: Neen.
Zij zeiden dan tot hem:
Wie zijt gij? Wij moeten toch antwoord geven aan hen,
die ons gezonden hebben; wat zegt gij van uzelf?
Hij zei: Ik ben de stem van een die roept in de woestijn:
Maakt recht de weg des Heren,
gelijk de profeet Jesaja gesproken heeft.
En er waren sommigen afgezonden uit de Farizeeen.
En zij vroegen hem en zeiden tot hem:
Waarom doopt gij dan, indien gij de Christus niet zijt, noch Elia, noch de profeet?
Johannes antwoordde hun en zei:
Ik doop met water; midden onder u staat Hij, van wie gij niet weet,
Hij, die na mij komt, wiens schoenriem ik niet waardig ben los te maken.
Dit geschiedde te Bethanië over de Jordaan, waar Johannes doopte.
De volgende dag zag hij Jezus tot zich komen en zei:
Zie, het lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt.
Deze is het, van wie ik zei:
Na mij komt een man, die voor mij geweest is want Hij was eer dan ik.
En zelf wist ik niet van Hem, maar opdat Hij aan Israël zou geopenbaard worden,
daarom kwam ik dopen met water.
En Johannes getuigde en zei:
Ik heb aanschouwd, dat de Geest nederdaalde als een duif uit de hemel en
Hij bleef op Hem.
En ik kende Hem niet, maar Hij, Die mij gezonden had om te dopen met water,
Die had tot mij gezegd:
Op wie gij de Geest ziet nederdalen en op Hem blijven,
Deze is het, Die met de heilige Geest doopt.
En ik heb gezien en getuigd, dat Deze de Zoon van God is
“.
Joh. 1: 18-34

Over Johannes de Doper zijn ons veel bijzonderheden bekend uit de Evangeliën.
Over geen ander, buiten Christus zelf, weten we zoveel.
Hoe hij vóór hij geboren werd, door een engel werd aangekondigd aan zijn vader,
de priester Zacharia, wiens huwelijk met de eveneens inmiddels hoogbejaarde Elisabeth
kinderloos gebleven was.
En toen Zacharia om die reden opheldering vroeg,
openbaarde de Engel zich in al zijn hoogheid als ‘Gabriël
die voor Gods aangezicht staat’ zodat Zacharia met stomheid geslagen was.

Daarna wordt de Moeder Gods gewaarschuwd om haar oude nicht bij te staan
in de laatste maanden van haar zwangerschap, toen die niet meer buiten haar huis wilde gaan om opzien te vermijden.
Bij deze verbazingwekkende mededeling haastte Maria zich naar het bergdorpje waar Elisabeth woonde, en het nog niet geboren kind toonde reeds zijn profetische gaven door op te springen in de schoot van zijn moeder toen deze de groet van Maria hoorde.
En zij zong toen de jubelzang van de vrouwen uit het Oude Verbond, voor het eerst aangeheven door Anna, de moeder van Samuël en met enkele wijzigingen aangepast aan de nieuwe gelegenheid.
Kort voor de geboorte van Johannes ging Maria heen, omdat haar eigen zwangerschap zichtbaar begon te worden.

Uitvoerig verhaalt de Evangelist Lucas de geboorte, met de gevolgen voor de vader en de wijze waarop hij de naam Johannes kreeg.
Ook Zacharia werd nu vervuld van de Heilige Geest:
hij kreeg zijn stem terug en betuigde eveneens met een machtig lied zijn dank tegenover God, het Benedictus, dat aan het eind van de ochtenddienst gezongen wordt in de Kerk van Oost en West. En na al deze bijzonderheden breekt het relaas af en staat er slechts dit ene zinnetje:
Het kind groeide op en werd gesterkt in de geest; en
hij vertoefde in de woestijn tot
op de dag van zijn optreden voor Israël
“.

Dit verblijf in de woestijn wordt tegenwoordig vaak in verband gebracht met de Essenen,
een Joodse sekte waarvan de leden een min of meer monastiek leven leidden
aan de oever van de Dode Zee.
Maar in het Evangelie is hiervoor geen aanwijzing te vinden.
Er staat dat hij een kleed droeg van kameelhaar met
een lederen gordel, en
dat hij leefde van sprinkhanen en wilde honing.
Dit doet meer denken aan een kluizenaarsleven dan
aan een leven in een gemeenschap die, voor zover wij weten, van landbouw leefde en streng vegetarisch was.

Toen Johannes na een goddelijke oproep uit de woestijn naar
Judea kwam, trok hij enorm de aandacht.
Eindelijk was er weer een echte Profeet, in woord en daad.
Hij riep op tot bekering, zonder overdreven eisen te stellen.
En zij die aan de oproep gehoor gaven en een nieuw leven wilden beginnen,
werden door hem gedoopt in de Jordaan.
De verwachtingen stegen hoog: ‘Zou hij niet de Messias zijn?’
Maar dit werd door Johannes ronduit tegengesproken.
Hij was de Christus niet en ook niet Elia en evenmin de Profeet.
Hij noemde zichzelf:
De stem van een die roept in de woestijn:
Maak recht de weg des Heren, zoals de profeet Jesaja gesproken had.
Maar de Christus’, zegt hij ‘ ís ‘ nabij.
Hij staat reeds midden onder u, om u te dopen met Heilige Geest en met vuur
.

En dan kwam het hoogtepunt van zijn leven,
het ene moment waarop alles gericht was geweest:
dat hij de hand moest uitstrekken en leggen op het hoofd van Hem van
Wie hij wist dat Die hem zozeer te boven ging en
dat hij de Zondeloze mocht onderdompelen in het water in
de boetedoop die voor zondaars bestemd was.
En daarbij was hij getuige van de grote Godsopenbaring van Jezus:
de stem van de Vader die tot Hem sprak en
de Geest van God Die op Hem neerdaalde om daar te blijven.

Na deze climax kwam de daling, het volk trekt naar de nieuwe Profeet en
terecht, zoals Johannes opmerkt:
Hij moet groter, ik moet kleiner worden“.
Steeds kleiner, zelfs in de letterlijke zin
die met zijn dood wordt herdacht.
Want nu onderging hij volledig zijn profeten-lot.
Tot in de hemel verheven, in gloeiende extase in
door God gedreven handelen.
En dan als het ware achteloos terzijde geschoven worden
als een verbruikt instrument.
Nog eens vlamt het profetisch bewustzijn op en
hij slingert de koning een verwijt in het gezicht:
‘Ge moogt de vrouw van uw broeder niet hebben!
Maar dit betekent ook het einde:
hij wordt in de onderaardse kerkers van
het zwaarbewaakte slot van Herodes geworpen.

Johannes voelt zich in de steek gelaten en verraden.
Zijn leven had als een strak gespannen boog gestaan over het Joodse land,
heel het volk had hij in beweging gebracht,
er had een omkeer op grote schaal plaats gevonden.
Hij had de Messias ontdekt en aangewezen,
het Godsrijk zou zich met hemels geweld een weg banen.
En daar ligt hij nu, als prooi van de wraakzucht van een klein oosters tirannetje,
die zijn positie opoffert aan overspelig plezier.
Is dat nu de zin van zijn leven?
Was het werkelijk Gods weg die hij gegaan had?
Moest dat dan zo eindigen?
Was niet alles slechts een product van zijn eigen, verhitte verbeelding?
En wat was er dan waar van de Messias? Vragen, eindeloze vragen.
En wanneer enkele van zijn leerlingen tot hem weten door te dringen,
stuurt hij hen naar Jesus met de noodkreet:
Zijt Gij het die komen moet, of moeten wij een ander verwachten?

Daarop komt het antwoord van de Heer,
Hij noemt eenvoudig de feiten op uit de profetie van Jesaja:
Blinden zien, lammen gaan, melaatsen worden rein,
doven horen, doden worden opgewekt, armen ontvangen het Evangelie
“.
En als persoonlijke boodschap voegt Hij eraan toe:
Zalig wie aan Mij geen aanstoot neemt“.

Heeft Johannes die warmte uit Christus’ woorden ervaren,
heeft hij zich begrepen gevoeld?
Of moest hij in zijn twijfel blijven tot aan
dat bittere einde van uiterste bespotting:
zijn afgehouwen hoofd dat als een feestschotel wordt opgediend bij het dronkemansgelag van Herodes’ verjaardagsfeest?
We weten het niet.
Pas nadat de boden waren teruggegaan
begon Jesus tot de menigte over Johannes te spreken met die wonderlijke woorden over het wuivend riet in de woestijn en de weelderige kleding, maar
die culmineren in het geweldigste getuigenis dat
ooit over een mens is afgelegd:
Voorwaar, Ik zeg u, onder hen die uit vrouwen geboren zijn is er niemand opgestaan groter dan Johannes de Doper“.
Maar tegelijk daaraan verbonden die beperking:
“De kleinste in het Koninkrijk van God is groter dan hij”.

In deze ene volzin ligt heel het levensmysterie van Johannes besloten:
de grootste en tegelijk de kleinste,
de geweldigste opvaart en de diepste neergang,
de alles meeslepende overtuiging.

> Nergens wordt zo duidelijk zichtbaar:
het is niet de mens die doet, het is God Die werkt en
de mens gebruikt voor het werk van Zijn handen.

En dit ‘instrument-zijn’ is tegelijk de adel en het noodlot van zo’n mens.
Wanneer wij dit zien, bevangt ons tegelijk angst en dankbaarheid om
de grootheid en de mogelijkheden en de volkomen ondergeschiktheid
die God in de mens heeft neergelegd.

De invloed van de prediking en de persoonlijkheid van Johannes deed zich voelen in een grote kring en gedurende vele jaren.
Ver buiten het gebied van Israël ontmoetten de Apostelen later op hun missiereizen nog groeperingen van mensen die door hem bekeerd waren en wier verder leven getekend was door deze ontmoeting.
Zij vormen de eerste stoottroepen van de volgelingen van Christus, zij ontvangen de Heilige Geest en staan in vuur en vlam.
Johannes heeft gezaaid, Christus heeft begoten met Zijn bloed, en Apostelen halen de oogst binnen.
En telkens wanneer wij het Evangelie lezen,
worden wij getroffen door die oproep van Johannes.
Ook voor ons is het de Voorloper en zijn nederlaag is onze overwinning naar Christus toe.
cf. Archimandriet Adriaan [Korporaal,  28 oktober 1913 – 30 mei 2002]

  • De 23e September viert de kerk de verkondiging door de engel Gabriël
    aan Johannes’ vader Zacharias Luc. 1:14
  • De 24e Juni, exact een half jaar voor de geboorte van Christus, op het moment van de zomer-zonnewen­de, wordt de geboorte van Johannes gevierd.
  • En op de 29e Augustus wordt de wrede onthoofding van Johannes herdacht.

Maar omdat dit geen vreugdevol feest is, wordt
in de gehele Orthodoxe kerk op 29 augustus streng gevast,
als blijk van afstand van het gruwelijke verjaarsmaal
welke de aanleiding tot de onthoofding was.
Met dit feest sluit de Orthodoxe Kerk ook het Liturgisch jaar af wat op de 1e September beging

Overeenkomstig de legenden wordt het hoofd van Johannes in totaal drie maal terug gevonden.
24 februari worden de eerste en tweede vinding van het hoofd van Johannes herdacht.
25 mei wordt de derde – en laatste – vinding van het hoofd van Johannes gevierd.

Iedere Dinsdag wordt de Heilige Johannes met
Hymnen herdacht:
Troparion  tn 2
Het aandenken der Gerechten *
wordt gevierd met hymnen. *
Maar gij hebt het getuigenis des Heren, o Voorloper. *
Want gij zijt in waarheid de grootste der Profeten, *
omdat gij Hem die gij gepredikt had,*
mocht dopen in de wateren. *
Nadat gij gestreden had voor de waarheid, *
hebt gij ook vol vreugde het Evangelie gebracht in de Hades: *
dat God in het vlees is verschenen, *
om de zonden der wereld weg te nemen, *
en ons de ontferming te schenken
“.
Kondakion tn 3
Gods Profeet en Voorloper der genade: *
Johannes, geboren uit de onvruchtbare, *
is de vervulling van alle profetieën. *
Want toen hij Hem, die de Profeten hadden verkondigd, *
in de Jordaan met de hand aanraakte, *
toonde hij zich als een Profeet, Verkondiger en Voorloper van het Goddelijk Woord
“.

Orthodoxie, oorspronkelijke Christelijke levensbeschouwing

God is dood!‘,
word mij regelmatig op luide toon duidelijk gemaakt.
Hierbij wordt de Engelse realist Thomas Hobbes [1588-1679] geciteerd, die al eeuwen vòòr Friedrich Nieztsche deze befaamde uitspraak deed.
De meerderheid heeft dan niet in de gaten dat zij helemaal niet-zo-modern zijn en dat de meeste van hen niet stil staat bij wat zij in werkelijkheid zeggen.
Het is het zelfde als wanneer je verkondigt ‘ik besta niet’
want ìk ben nu eenmaal anders dan alle andere wezens.
De uitspraak roept weerstand en aandacht op en
dat is waar dit soort personen veelal op uit zijn.
Net zoals ‘ik zou best lid willen worden van de Kerk
maar dan moet die kerk wel eerst veranderen;
ik heb al zoveel verkeerde voorgangers meegemaakt’.
Net of extreem afwijkend gedrag van enkelingen zou kunnen bepalen
wat de overgrote werkzaamheid van de Kerk inhoudt.

Luisteren  naar uitspraken over
de dood van een God, Die in mijn ogen
toch echt springlevend is;
luisteren naar degenen die niet beseffen dat er anno nu mensen zijn,
jongeren en ouderen die met geheel hun hart in die zgn. ‘dode’ God geloven.
Met mijn Christenbroeders ben ik niet alleen een kind van een andere wereld,
maar ook van een geheel andere tijd.
Toch zien wij een nieuwe generatie opkomen die niet zozeer een hang hebben naar georganiseerde religie
– zij zijn immers wars van iedere vorm van gezag en organisatie –
als wel naar spiritualiteit, bezinning, meditatie en gebed.
Deze ontwikkeling mag als een ontmoeting in de woestijn zijn
hetgeen blijkt uit de populariteit van yoga, zingeving en semi-spiritualiteit en
de nieuwe trend van theologen als coaches van de ziel in het bedrijfsleven.
In deze onzekere tijd van meervoudige crisissen [economisch, sociaal, milieu en  politiek] is er als vanzelfsprekend behoefte aan Spiritualiteit ontstaan.
De nieuwe generatie kent de haat niet waarmee onze [groot]ouders
ooit de Kerk hebben verlaten. Zij zijn in het ergste geval weinig geïnformeerd, onverschillig,
maar veelal wel geïnteresseerd en tonen meer respect dan
degenen die op luide toon ’God is dood’ verkondigen.
Uiteraard is de Kerk niet altijd even trots op wat er in haar naam is gebeurd,
maar is het leven ook voor de Kerk een voortdurend proces van mensen [zondaars]
die met vallen en opstaan de gemeenschap van Heiligen volgen,
die op hun beurt weer de weg van Christus [=God] nastreven.
Het idee dat een Christen een heilig boontje is
dient maar eens uit de wereld te worden geholpen, het is nu eenmaal zo wie als mens leeft, kan onmogelijk leven zónder te zondigen.
Het begrip zonde is al datgene wat wij doen en laten, zonder God en het goddelijk welbevinden steeds voor ogen te houden en te behoeden;
de schoonheid van de schepping.
Wat er ook gebeuren zal, we voelen ons als Christenen gedragen door de wijde vleugels van Gods liefde [Psalm 90];
Hij is er immer nu en altijd.

Mahatma Gandhi [1869-1948] is een bekend leider van de toenmalige Indiase onafhankelijkheidsbeweging, die zichzelf een man van God noemde.
Het boek ‘De weg naar God’ [ISBN 9789069638829] toont zijn blijvende invloed als spiritueel leider van wie de ideeën  inzicht en troost bieden aan  zoekers van elke geloofsstroming.
Gandhi heeft boute uitspraken gedaan over Christenen: ‘ik ben er nog nooit eentje tegengekomen’,
of ook: ‘de bijbel is als dynamiet, maar jullie praten erover alsof het een stuk literatuur is’.
De mens, ook Christenen  hebben vaak het idee de gehele wereld in hun zak te hebben.
De mens is trots op kennis en prestaties, daarbij wordt God en overeenkomstig Zijn opdracht leven vaak uit het oog verloren, terwijl
Hij het juist is, die wereld op de achtergrond leidt.
Neem nu het weer, als er één gebied is wat de mens niet kan controleren dan is dat het weer. God schiep licht en het ontbreken van licht, de duisternis, Hij schiep aarde en water, bergen en dalen, maar ook het weer.
Om te voorkomen dat we Hem zouden vergeten, heeft Hij alles om ons heen geschapen als een mechanisme
om aan Hem herinnerd te worden.
Zo heb je weer en niet-weer, hetgeen we onweer noemen. Onweer doet ons realiseren dat we ons leven nu eens niet onder controle hebben; we bestaan alleen omdat God dit wil.
Ook toen de Thora [de wet des levens] op de berg Sinaï werd geopenbaard
ging dit gepaard met onweer.
Met andere woorden komen we in een crisis [of vele crisissen tegelijk] dan overvalt ons terecht een bezinning op onze levenshouding [waar ben ik in Godsnaam mee bezig].
Oók wanneer, via die Thora [de instructie], de weg omhoog  [de berg Sinaï] wordt geopenbaard dan gaat dit gepaard met onweer [met crisis].
Je weet niet wat je overkomt, het plenst van de lucht en de bliksem daalt links en rechts naast je neer, je wordt overvallen door een gevoel van onmacht.
Na openbaring van Zijn instructies blijkt God afwezig.
Alleen door Gods afwezig zijn kunnen we tot leven komen, is Hij ons nabij.
Hij geeft ons vrijheid van keuze, door Zijn instructie na te leven kunnen we
geestelijk leven en vinden, komen we tot God. We leren dat heelal en alles wat om ons heen draait vanuit Zijn perspectief dient te worden gezien; onze werkelijkheid wordt een Goddelijke werkelijkheid.
Door onze wereld tot Zijn Wereld te maken openen wij de oorspronkelijke link met Hem;
erkennen we dat wij naar Zijn beeld en gelijkenis zijn geschapen.

Wanneer je ervoor kiest als Christen te leven,
zul je God [= Christus] ervaren als ‘de goede herder‘.
Christus werd al voor Zijn komst vergeleken met
een herder, die Zijn schapen goed verzorgt.
Als herder leidt Hij ons naar veilige weiden,
waar wij in vrede kunnen leven,
wetende dat we worden verzorgd.

Dit is hoe Christus ons in dit leven wil begeleiden:
in herderlijke liefde, zorg en wijsheid.
Wanneer je ervoor kiest in vrijheid te leven en
je onderwerpt aan Zijn autoriteit,
zal Hij je begeleiden op de weg van vreugde
Christus is niet een dominant heerser,
een despoot die erop uit is om jou te manipuleren.
Hij dwingt je niet – hij nodigt je uit.
Hij is rijk aan liefde;
Hij beschermt je en staat je bij,
als een goede herder [cf. Psalm 22].

God, Die Zijn Heilige Geest in ons gegeven heeft

God wil uw heiliging,
dat gij u onthoudt van ontucht,
dat ieder van u in heiliging en eerbaarheid
zijn noodzakelijke behoeften zal weten te verwerven,
niet in hartstochtelijke begeerlijkheid, zoals
ook de heidenen, die van God niet weten en dat men zijn broeder niet slecht zal behandelen of in deze of gene zaak zal bedriegen,
want de Heer is wraakzuchtig in dit alles,
zoals wij u ook vroeger gezegd en nadrukkelijk betuigd hebben.
Want God heeft ons niet geroepen tot onreinheid, maar in heiliging.
Daarom, wie dit verwerpt, verwerpt niet een mens, maar God,
die u immers ook zijn Heilige Geest geeft“.
1Thess.4: 3-8

De menselijk ziel die trouw is aan de beoefening van de Liefde
en aanhankelijkheid toont aan God zoals eerder is beschreven,
is verbaasd te ervaren dat God geleidelijk aan bezit neemt van z’n gehele wezen:
het wordt een voortdurend gevoel van Gods aanwezigheid gewaar,
die als het ware een tweede natuur is geworden; en dit is,
evenals gebed het resultaat van gewoonte [geplogenheid].
De ziel voelt geleidelijk aan een ongewone rust welke in al haar onderdelen wordt verspreid
en deze stilte wordt nu de gesteldheid van geheel haar gebed;
terwijl God communiceert  via een intuïtieve Liefde,
welke het begin is van ‘onuitsprekelijke gelukzaligheid’.

We dienen er wel bij stil te staan dat
dit een hoge graad van gebed is
welke een Genade inhoud Die
de Geest van God ons verleent.
Het is als een zaak van het hoogste gegeven,
welk ontstaat bij het loslaten van ‘eigen’ inzet en inspanning,
op een dusdanige wijze
dat God Zich geheel alleen kan manifesteren,
kan handelen waarbij zoals door de mond van Zijn Profeet David wordt aangegeven
Hij zal de boog breken, de wapens verbrijzelen,
en de schilden [je verdediging] verbranden in vuur.
Wees Stil en Weet dat Ik God ben“.
Psalm 45: 9,10
Maar het schepsel is zo gespinsd op die Liefde en
is zo gehecht aan z’n eigen inbreng,
omdat het zich voorstelt
dat er van de overzijde helemaal niets wordt ondernomen,
wanneer het niet waargenomen kan worden en
al haar werkingen ook zichtbaar zijn geworden.
Het is onwetend van zijn onvermogen
van minutieus te observeren
de wijze van Gods beweging
welke wordt veroorzaakt
door de snelheid van de vooruitgang;
dat God handelt,
in de uitbreiding van en de verspreiding van Zijn invloed,
welke die van het schepsel absorbeert.
Sterren kunnen duidelijk gezien worden vóór zon opkomt;
echter zij bewegen met een zeer kleine beweging licht voort,
hun stralen worden geleidelijk geabsorbeerd en ze worden onzichtbaar,
niet uit de wil van dat sterrenlicht, uit zichzelf,
maar door de superieure uitstraling van de Schepper,
want zonder Hem was er totaal geen licht.

Bovenstaande is hiermee vergelijkbaar;
want er is een Sterk en universele Licht dat alle [kleine] lichtjes absorbeert,
welke onze ziel verlicht;
ze zwelt zwak aan en verdwijnt weer even snel
onder de Krachtige invloed, werkzaamheid en
is vervolgens niet meer te onderscheiden.
Veel mensen vergissen zich sterk, die
beschuldigen het gebed maar als een traag gedrag,
een lading die alleen kan ontstaan ​​uit onervarenheid.
Als we ons alleen maar een aantal inspanningen
voor de verwezenlijking van dit gebed zouden getroosten,
zouden ze al snel het tegendeel ervaren van wat verondersteld werd en
de beschuldiging ongegrond verklaren.

De uiterlijk verschijning van nietsdoen is inderdaad,
niet het gevolg is van de steriliteit of van willen,
maar van vruchtbaarheid en overvloed
die waargenomen zal kunnen worden door een ervaren ziel,
die bekend is met de ervaring dat stilte vol en zalvend kan zijn en
juist het omgekeerde bereikt wordt van apathie en onvruchtbaarheid.
Er zijn twee soorten mensen die van stilte houden;
de één omdat ze niets hebben om te berde te brengen,
de andere omdat ze veel te veel hebben te zeggen:
zo is het ook met de ziel in deze staat;
de stilte wordt veroorzaakt door de overvloed van materie,
te groot om er een uitspraak over te doen.

Nog een voorbeeld:
De verdrinkingsdood verschilt in grote mate
van het sterven van de dorst;
water kan, in zekere zin, beiden veroorzaken;
overvloed vernietigt in de ene situatie en
de behoefte eraan de andere.
Zo is in deze staat het gebrek en het overweldigd worden door Genade
nog steeds de activiteit van het zelf; en daarom
is het van het allergrootste belang om zo stil mogelijk te zijn en te blijven;
geen overvloed van woorden,
gewoon afwachten;
Uw Wil geschiedde“.

Het kind welke aan de borst van de moeder ligt
is een levendige illustratie van ons onderwerp:
het begint de melk op te wekken
door het bewegen van de kleine lipjes;
maar wanneer de Melk rijkelijk vloeit,
behoeft het kind slechts de inhoud
door te slikken en
zich te voeden.
Op dezelfde wijze dienen we om te gaan
met het begin van gebed,
door de gemoedsbeweging
van het oefenen met de lippen; maar zodra de melk van de Goddelijke Genade vrijerlijk stroomt,
behoeven we niets meer te doen,
dan in rust en  stilte te nuttigen;
en wanneer het ophoudt te stromen,
dienen we het weer te wakkeren
zoals een kind zijn lippen beweegt.
Wie anders handelt zal bij het bidden niet van deze Genade
gebruik kunnen maken, welke aan deze grondhouding verbonden is en
de ziel tot Zich trekt in de rust van de Liefde en
niet in de veelheid van het Zelf.

Denk dan gewoon eens aan een baby, die zachtjes en zonder beweging borstvoeding drinkt
Wie zou ooit geloven dat zo onze Goddelijke voeding dient te worden ontvangen?
Hoe rustiger het kind wordt gevoed, hoe beter het gedijt.
Wat gebeurd er uiteindelijk,
gevoed en voldaan valt het kind
zachtjes in slaap in de schoot van de Moeder, de Kerk.
De ziel, die is rustig en vredig in het gebed verzinkt in een mystieke sluimer,
waarin alle haar bevoegdheden zich in rust bevinden.
In dit proces wordt de ziel heel natuurlijk, zonder inspanning,
kunstgrepen, of studie op haar weg geleid.
Het Christelijk innerlijk is niet een bolwerk
welke door de storm en geweld wordt bewerkstelligd,
maar is een Koninkrijk van vrede, de Tempel Gods,
welke door Liefde alleen wordt bereikt.
Het is de Geest Gods, Die vuur en Liefde opwekt.

Wanneer deze smalle weg wordt nagestreefd
zal dit tot het intuïtief innerlijk gebed leiden.
God verwacht echt niets bijzonders, niets moeilijk;
integendeel, Hij is tevreden met
gewoon alledaags kinderlijk gedrag.
Kinderen Gods te zijn is het meest verheven doel en
dit doel wordt noodzakelijkerwijs heel eenvoudig bereikt.
Welke risico’s loop je,
je stelt enkel afhankelijk van God [Onze Vader] en
je draag jezelf volledig over aan Hem?
Hij zal je niet bedriegen, je niet teleur stellen,
tenzij je je verwachtingen te hoog stelt:
maar degenen die van alles verwachten
zullen onvermijdelijk worden misleid.

Heer, Die zegent wie U zegenen en
heiligt wie op U vertrouwen;
red Uw Volk en zegen Uw Erfdeel.
Behoed de volheid van Uw Kerk.
Heilige hen die de luister van Uw Huis liefhebben en
verheerlijk hen door Uw Goddelijke Kracht.
Verlaat ons niet die op U hopen.
Schenk vrede aan de wereld en geheel Uw Volk.
Want elke goede gave en
ieder volmaakte Gift komt van boven en
daalt tot ons neer van U, Vader van het Licht.
daarom zenden wij eer,
dankzegging en aanbidding op tot U:
Vader, Zoon en Heilige Geest;
nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen,
Amen
“.
Gebed achter het ambon

De Naam des Heren zij geloofd in de eeuwen der eeuwen [3x]”.
Goddelijke Liturgie van Johannes Chrysostomos

 

De “Heilige” van Bailovo

Dobri Dimitrov Dobreva,
beter bekend als Opa Dobri,
is een bedelaar in Bulgarije.
Hoewel hij het afgelopen jaar de 100 jarige leeftijd is gepasseerd, legt hij lopend elke dag vele mijlen af teneinde aan de ingang van de Alexander Nevsky kathedraal in Sophia [Bulgarije] te verblijven.

Hij doet dit al jaren om geld in te zamelen.
Wat hem zo bijzonder maakt is dat hij geen cent van het geld dat mensen hem geven voor zichzelf behoudt.
Hij schenkt al zijn verzamelde giften voor de restauratie en het behoud van vele Bulgaars-Orthodoxe kerken en weeshuizen.
De grootste financiële schenking die hij met deze dagelijkse activiteit bereikte
was een totaal van € 40.000.

Deze levenskrachtige opa  Dobri is 20 juli 1914 in
het dorpje Bailovo geboren.
Zijn vader stierf in de Eerste Wereldoorlog en
zijn moeder bleef alleen achter
voor de opvoeding van de kinderen.
Tijdens een van de bomaanslagen in Sofia, gedurende de Tweede Wereldoorlog, ontplofte er een bom
in zijn nabijheid, waardoor hij bijna volledig
zijn gehoor heeft verloren.
In de loop der jaren heeft dit oudje het materialistische leven afgezworen en
richt zich enkel op de geestelijke wereld als voorbereiding op zijn ontmoeting met de Heer.
Hij loopt iedere dag zo’n 10 kilometer heen en weer tussen zijn woonplaats en Sophia [Bulgarije].
Rond het jaar 2000 schonk hij al wat hij bezat aan de kerk en
leidt tot op heden een ascetisch leven in zijn geboortedorp Bailovo
In diezelfde periode nam hij de opdracht op zich om
gelden voor de restauratie van kerken en weeshuizen in Bulgarije in te zamelen.
Hij leeft van een pensioentje van de Bulgaarse overheid van 80 Euro per maand.

Hieronder vind je een interview met hem per video,
waarvan er één in het Engels is ondertiteld:
https://www.youtube.com/watch?v=lqYpRw2Mr4w
https://www.youtube.com/watch?v=8d2VoN3oiZ8#t=162

2e Zondag na Pinksteren – Orthodoxie en de Heiligen van ”alle landen”

De Orthodoxe Kerk vindt haar oorsprong
op de eerste Pinksterdag in AD 33,
de gebeurtenissen hieromtrent worden weergegeven in de Handelingen van de Apostelen, in de hoofdstukken 1 en 2.
De Kerk ging in gesprek met de mensen van haar tijd in de taal van Liefde en
velen werden vanaf dat moment gedoopt.
De Kerk groeide verspreidde zich over de wereld en steeds meer mensen met de meest uiteenlopende culturele achtergronden sloten zich via de doop bij haar aan,
te beginnen met de bevolkingsgroepen
binnen het Romeinse rijk.

In de vierde eeuw sloten zich een aantal keizers zich bij de Kerk aan en een van hen, Theodosius, maakte het Christendom tot de enige officiële religie van zijn rijk.
Vanaf dat moment tot het einde van dit Byzantijnse keizerrijk in 1453 waren alle keizers in naam Christelijk, maar niet eenieder van hen was ècht Orthodox – sommigen van hen bevorderden bijvoorbeeld de Iconoclastische ketterij.
Na de 5e eeuw was het Byzantijnse rijk kleiner geworden, zodat vele Christenen leefde buiten haar grenzen, in gebieden zoals Egypte en Syrië, die waren veroverd door de Arabieren, of in Groot-Brittannië, waar Romeinse troepen zich hadden teruggetrokken.

In de 9e eeuw kwam de missie naar de Slaven tot ontwikkeling, waarvan er eveneens velen buiten Byzantium leefden, welke uiteindelijk leidde tot de vorming van de Slavisch-Orthodoxe Kerken – Russisch, Bulgaars, Servisch.
Elk van deze uiteindelijk ontwikkelde een eigen autocephale Orthodoxe Kerk
[autocephaal betekent dat het kiest zijn eigen hoofd, of hoofdbisschop, welke bij uitzondering de titel van “Patriarch” mochten voeren].
Deze autocephale kerken namen een ​​nationaal karakter aan en wanneer het overgrote gedeelte van de bevolking Christen waren geworden, overlapte het lidmaatschap van de kerk die voor een groot van de staat.
Deze verbinding tussen kerk en staat is echter niet hetzelfde als nationalisme, zoals ik hoop aan te tonen.

Toen het overgrote gedeelte van Rusland in de 13e eeuw door de Tataren werd overheerst, werd er door de kerkgemeenschappen gebeden voor de nieuwe machthebbers.
Kerkleiders als de H. Sergius van Radonezh ondersteunde tevens de beweging voor onafhankelijkheid van Tataren, welke een aantal eeuwen later werd gewonnen en leidde tot de opkomst van Moskou als een grootmacht.

Aan het Byzantijnse rijk kwam uiteindelijk een einde toen Constantinopel in 1453 door de Ottomanen [Turken] werd veroverd.
De Christenen van het Patriarchaat van Constantinopel werden daarop samen
met hun kameraden van het Patriarchaat van Alexandrië, Antiochië en Jeruzalem
een minderheid onder islamitische bewind.
De Patriarch van Constantinopel
werd vervolgens als ethnarch [nationale heerser] van de Rum Millet beschouwd – de Byzantijnen [Roman, afgeleid van de Roman natie] – waaronder volgens de Turken alle Christenen in het rijk vielen.
Voor het eerst in de geschiedenis van het oorspronkelijk Christendom werden de geestelijk leiders beschouwd als verantwoordelijk over het gewone volk.
In het Westen, hadden de paus van Rome en enkele bisschoppen een paar eeuwen daarvoor hier in hun ‘westers’ denken al een aanzet toe gegeven en beschouwden zich als werelds leider; het is bijvoorbeeld bekend dat de H. Augustinus zich hier al sterk tegen verzette.
Dit dwingt de geestelijkheid om verantwoordelijkheid te nemen als wereldlijke leider en zou een van de belangrijke historische gebeurtenissen worden die later zouden leiden tot de band tussen het Orthodox Christendom en het Nationalisme.

In de tussentijd kreeg het Russische Rijk een uitbreiding van zijn macht [o.a. over de Oekraïne] en namen haar Moskoviete heersers [in 1547] de titel van Tsaar aan, terwijl de bisschop van Moskow  zich de titel van Patriarch toe-eigende en de leider werd van de “autocephale” Russisch-Orthodoxe Kerk.
Velen in Rusland zagen Moskou, na de val van Constantinopel als het Derde Rome.
Enkele eeuwen lang was Rusland het enige land waar Orthodoxe Christenen geen minderheid vormden, zoals de Christenen onder heerschappij van de islam als tweederangs burgers onder de dhimmi werden beschouwd.
Drie gebeurtenissen of ontwikkelingen deden zich toen voor in West-Europa, welke aanzienlijke gevolgen zouden hebben voor de landen waar orthodoxe christenen leefden.

  1. De Vrede van Westfalen en het nationale staats-systeem
  2. de Verlichting
  3. Het Duitse Romantische Nationalisme

– De Vrede van Münster onderdeel van
die van Westfalen [in 1648], het einde van de 8o-jarige oorlog is de uitroeping van
het moderne staat systeem en de gedachte van de nationale soevereiniteit.
– De Verlichting was een conventionele philosophische beweging welke dateert
uit de periode van 1690 tot 1781,
hoewel de invloed ervan op het Europese denken veel langer duurde.
Dit beïnvloedde met name Tsaar Peter de Grote van Rusland, die hiervan voornamelijk in Duitsland kennis van nam, en
ook de opgelegde Duitse weergave van de betrekkingen tussen kerk en staat.
In plaats van de ‘samenwerking‘ tussen Kerk en Staat, welke, althans in theorie al vanaf het millennium in Rusland overgenomen uit het Christelijke Byzantijnse [Roman] Rijk prevaleerde en (nogmaals, in theorie) tot dan toe heerste.
wilde Peter de Grote de kerk ondergeschikt aan de staat maken en zette haar in als instrument van zijn overheidsbeleid.
Hij schafte het Patriarchaat af en vestigde een Heilige Synode, die in feite werd gerund door een staatsambtenaar, de procureur.
De positie van de kerk in Rusland verschilde vanaf dat ogenblik niet veel meer van die van de Kerk in het Ottomaanse Rijk.
– In een derde deel van West-Europa was Romantische Nationalisme opgekomen en was gedeeltelijk  een reactie op de Verlichting, welke werd geleid door Duitse philosophen  Herder en Fichte.
Het zou nauwkeuriger zijn om te zeggen dat deze beweging in Midden-Europa ontstond in plaats van West-Europa.
In West-Europa werd een ‘natie’ gezien als een verzameling mensen
die in een omschreven gebied onder dezelfde regering en wetten vielen en
die een gemeenschappelijke geschiedenis deelden.
Herder bevorderde het idee van taal en cultuur
als de bepalende kenmerken van een natie.
Dit leidde tot de opkomst van het nationalisme in Oost-Europa,
waar de mensen wonen in multi-nationale landen,
zoals het Habsburgse en Ottomaanse rijk,
welke hun nationale onafhankelijkheid trachtten te herwinnen.

In het begin van de 19e eeuw was er een groeiende beweging van Griekse onafhankelijkheid welke mede werd geïnspireerd door de kerk,
ingegeven door het verlangen om haar gelovige Christenen vrij van de Ottomaanse heerschappij te krijgen.

Bovenstaande werd deels beïnvloed door mensen die dit meer seculiere nationalisme van Duitsland overnamen.
In het centrum van de zienswijze van de Kerk nam het oorspronkelijke Christelijk Byzantijnse rijk [westerse historici de zogenaamde “Roman-dynastie“] een belangrijke plaats in.
Maar de essentie ervan was het opzetten van een “Roman”- opstand tegen de Turkse overheersing.  De seculiere nationalisten werden echter geïnspireerd door de ideeën van Herder en Fichte en bevorderden het idee van het “Hellenisme” – iets dat niet in de Christelijke wereld sinds de 4de eeuw niet meer had geklonken, toen het door de kerkvaders werd afgewezen als iets heidens en niet tot het Christelijk gedachtengoed behoorde.

Het Patriarchaat van Constantinopel verzette zich tegen dit “neo-hellenisme” en
niet alleen om politieke redenen.
Ondanks dit verzet werd een Patriarch door de Turken opgehangen omdat zij geen vat konden krijgen op de rebellen onder de “Roman populatie”; zij beschouwden de Patriarch als politiek verantwoordelijk voor deze beweging.
De beweging voor de Griekse onafhankelijkheid sprak romantici en nationalisten in het Westen aan. De Upper-class van de Engelse bevolking, die opgeleid was in de Griekse klassieken en de glorie van het oude Griekenland, steunde de “Hellenistische beweging”  met hun retoriek, hun geld, en soms [zoals in het geval van Lord Byron] met hun leven.
Hun belangstelling voor en de reactie op het idee van de klassieke oudheid
werd versterkt door het idee van het hellenisme ten koste van de “Romans” [zie http://www.romanity.org/].

Toen Griekenland onafhankelijk werd had het een Duitse vorst [Otto I] en een op Duitse wijze ingerichte staatsinrichting en was er dienovereenkomstig ook het Duitse idee van de betrekkingen tussen kerk en staat.
De Grieks-Orthodoxe Kerk werd op dat momment als autocephale kerk opgericht,
zonder enige verwijzing naar Constantinopel, zoals het door de Kerkvaders was opgezet.

Andere Balkanlanden begonnen in het voetspoor van Griekenland eveneens aan een onafhankelijkheids strijd teneinde de Turkse overheersing van zich af te werpen en werden hun landen en autocephalous kerken meestal naar Duits voorbeeld hersteld
met de kerk ondergeschikt aan de staat en gezien als een instrument van het overheidsbeleid.
Veel van deze landen kwamen na de Tweede Wereldoorlog onder Communistische bewind en werden meer dan 40 jaar vervolgd en onderdrukt.

In de jaren 1950 leidde aartsbisschop Makarios van Cyprus de beweging voor de onafhankelijkheid van Cyprus van de Britse overheersing.
Het was een tijd van de-kolonisatie, toen veel andere landen zich vrijvochten
van de verschillende [wetserse] koloniale machten.
Aartsbisschop Makarios werd de eerste president van het onafhankelijke Cyprus.
Voor Britse mensen, was het gedrag van aartsbisschop Makarios verwerpelijk, omdat de Britten dachten dat “religie en politiek niet samen gaan” en de betrokkenheid van een kerkleider in een nationalistische strijd van slechte smaak werd geacht. Aartsbisschop Makarios was bevriend met Jomo Kenyatta, de leider van de Keniaanse onafhankelijkheidsstrijd en na de onafhankelijkheid
bevestigden zij vriendschappelijke betrekkingen tussen Cyprus en Kenia.
Wat veel van de Britse overheersers niet begreep, was echter dat aartsbisschop Makarios de traditie van de “ethnarch” volgde die waren ontwikkeld door de Turken.
De geestelijkheid diende de politieke aspiraties van het volk weer te geven.

Natie, Kerk en Nationalisme
Er zijn dus verschillende elementen in
de verbindingen, zoals ze nu nog steeds aanwezig zijn, tussen orthodoxie en nationalisme, over- en weer.
Zo vormt de elite [politici] en de militaire aanwezigheid een vast onderdeel bij grote kerkvieringen;
is het heel gewoon dat politiek leider Putin en Patriarch cadeautjes uitwisselen en een zéér nauwe relatie onderhouden – elkaar in politieke standpunten bijstaan en uitspraken onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn; doet de kerk aan politiek!!!
Voor ons westerlingen is dit onvoorstelbaar en onaanvaardbaar:
Geef wat van de keizer is aan de keizer,
en geef aan God wat God toebehoort
“.
Matth.22: 21

–          Een elementen in de verbindingen is de koppeling die ontstaan ​​tussen kerk en natie,
toen de meeste van de mensen in het land Orthodoxe Christenen waren en
waar een autocephale kerk werd opgericht wiens rechtsgebied min of meer samenviel
met de grenzen van het nationale grondgebied.
–          Een tweede is de positie van de kerk in landen die onderworpen waren aan de Ottomaanse heerschappij, waar de kerk werd beschouwd als een instrument van de overheid.
–          Een derde is de Duitse begrip, welke door Peter de Grote in Rusland in de late 17e eeuw werd toegepast en later door het seculiere nationalisme in de Balkan,
waar de kerk als ondergeschikt aan de staat wordt gezien.
–          Een vierde is de opkomst van seculiere nationalisme, welke gebaseerd zijn op de philosophische ideeën die in Duitsland zijn ontstaan ​​uit het gedachtengoed van Herder en Fichte.

Het is vaak moeilijk voor Orthodoxe Christenen in de Balkanlanden om onderscheid te maken tussen de organische band tussen kerk en natie en de seculiere nationalistische ideeën, zozeer zelfs dat mensen aangezet worden tot denkbeelden als “Orthodoxie is hellenisme en
hellenisme is Orthodoxie
“,
dit dient naast het feit dat dit niet op waarheid is gebaseerd naar mijn mening ook gewoon als “ketters” dient te worden beschouwd.
Er wordt ook wel eens gezegd dat:
De Orthodoxe Kerk niet missionair is
omdat het enige doel van de kerk is
de Griekse cultuur in stand te houden“.
Maar ik heb het idee dat het precies andersom is.
Het is niet de bedoeling van de kerk om de Griekse cultuur te behouden;
het is eerder het doel van de Griekse cultuur aan het bestaande orthodoxe geloof te behouden.
Vanaf de 4e eeuw heeft zich een Christelijk ‘Griekse’ [dus op basis van de Roman Dynastie] cultuur ontwikkeld en die zo was verbonden met het Christelijk geloof,
dat 400 jaar Turkse overheersing niet in staat was om deze te vernietigen.
Zo wordt momenteel als aanvulling op voorgaande in de economische confrontatie
met Europa in het begin van  21e eeuw regelmatig gezegd èn is Europa eveneens niet in staat was om Griekenland in het gareel te krijgen.

In Rusland werd de Russische cultuur geleidelijk gekerstend door de eeuwen heen en
kwam eerst in de 16e eeuw echt tot ontwikkeling.
De bolsjewieken [communisten] probeerden het Christelijk geloof in Rusland binnen 70 jaar te vernietigen, maar ze konden dit niet klaarspelen, omdat ze dan tevens de Russische cultuur zouden dienen te vernietigen.
De heropleving van de Kerk tegen het einde van de communistische periode was
in niet geringe mate te danken aan mensen die ontevreden waren over het systeem
welke probeerde de Russische cultuur om te vormen.
Zij kwamen er vervolgens achter dat de Russische cultuur is geworteld in en
doordrongen van het Orthodoxe Geloof.

Westerse Christenen en westerse bekeerlingen
tot de Orthodoxie kijken soms geringschattend aan tegen het verband tussen  de Orthodoxie en verschillende nationale culturen. Ze moeten hier helemaal niets van weten, verafschuwen het.
Het is juist deze verbinding welke het Orthodoxe Geloof tegen de verdrukking en vervolging in  bewaard heeft doen blijven.
Tegelijkertijd is het van belang om een onderscheid te maken tussen nationale culturen en nationalisme en
dat veel wat we als nationalisme herkennen
weinig of ‘helemaal niets’ te maken met de Orthodoxie,
maar is gekoppeld aan wereldlijke en seculiere philosophieën die vooral
in Midden-Europa van de 18e en 19e eeuw ontwikkeld zijn.
Het is jammer dat [mn. oudere geestelijk leiders] geen inzicht in hun gedragingen hebben en gerust het nationale onafhankelijkheidsfeest prevaleren boven Christelijk Theotokos-feest van 25 maart en 15 augustus, zelfs toestaan dat de ‘Griekse’ vlag in het bijzijn van ‘Griekse’ prelaten onder het zingen van het volkslied wordt geheven.

Woorden en hun achtergrond:
Grieks
Grieks” is afgeleid van het Latijnse term, Graecus, die met het volk van Griekenland of degenen die Grieks spreken wordt verbonden.
Het werd ook gebruikt om de taalkundige en culturele verschillen aan te duiden
in het latere Romeinse rijk als het verschil tussen het “Latijnse Westen” en het “Griekse Oosten“.
Het wordt daarom ook gebruikt in de betekenis van het “Grieks Orthodoxe Kerk“,
welke absoluut niet hetzelfde is als de “Orthodoxe Kerk Griekenland”,
maar eerder de veel grotere entiteit
vanuit het “Griekse Oosten” aanduidt.
In die zin maken de Kerken van Rusland, de kerk van Roemenië en de kerk van Bulgarije ook onderdeel uit van de “Grieks-orthodoxe kerk”.

De Griekse taal heeft een speciale plaats in de Orthodoxe Kerk,
omdat de Bijbel in het Grieks
[de “geautoriseerde versie” van het Oude Testament in de Orthodoxe Kerk is de Septuagint]
werd geschreven, en de Griekse versie blijft de standaard.

Romeins
In mijn tekst over het “Griekse” heb ik niet over het contrast van het “Griekse Oosten” met het “Romeinse” Westen gesproken, want hoewel de stad Rome in het “westen” is gelegen en het Griekse Oosten “Roman” [behorend tot de Roman-dynastie] bleef,
werd hier nimmer Latijn gesproken.
Tot de opkomst van neo-hellenisme in de 19e eeuw, zijn de Christelijke Grieken afwijkend over zichzelf gaan denken
als “Hellenen” en afstammend van de Roman-dynastie [Byzantijnen].
Het “Byzantijnse” keizerrijk is een fictie bedacht door westerse historici –
om zich af te zetten ten opzichte van het Frankenrijk van Karel de Grote [Allemagne]
en hebben de burgers zichzelf beschouwd als Romeinse afstammelingen.
In het Nabije en Midden-Oosten, wordt de Grieks-Orthodoxe Kerk danook meestal
“de Roomse Kerk” [bijvoorbeeld in Syrië] – tenover de Latijnse Kerk van Rome.

Helleens
Voor het overgrote deel werd gedurende de historie van het Christelijke Romeinse Rijk,
vanaf de 4e eeuw tot de 14e eeuw, de term “Helleens” gebruikt voor de heidense Griekse philosophie en cultuur en
werd beschouwd als iets waar de Christenen zich vèr van verwijderd hielden.
In de moderne Griekse taal heeft men de habitus ontwikkeld om een surrogaat “Roman”  [Byzantijn] te worden, of om betekenissen te combineren.

We dienen ons echter goed te realiseren dat de H. Cosmas de Aetolian,
die het gebruik van de Griekse taal in het onderwijs op de Balkan in de 18e eeuw heeft gepromoot, en de Griekse vrijheid aankondigde,
wellicht niet àl te blij zou zijn geweest met wat daarna gebeurd is.
Hij wilde hierbij absoluut niet de Hellenische, maar eerder de oorspronkelijke ‘Roman’ vrijheid verkondigen.
Hij heeft voor het gebruik van de Griekse taal gepleit, maar niet uit nationalistische motieven.
Hij deed dit omdat het Grieks, in plaats van Turkse, de taal was van het Christelijk Geloof, waardoor vele woorden al drager van hun betekenis vormden.
De Turkse taal, zoals deze in de scholen Balkan werd onderwezen, was doordrongen van de islam.

Ik hoop dat eenieder door het lezen van deze uitleg
een manier van godsdienst, liturgie en gebed kan ontwikkelen en die zich kan toe-eigenen;
die recht doet aan het inzicht aan de opdracht die aan de Apostolische Kerk is gegeven:
Gaat dan en maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen
in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest en
leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb
“;
Matth. 28: 19
in plaats van eilandjes te creëren, waar slechts plaats is voor ‘Griekse’, ‘Russische’, ‘Bulgaarse’, ‘Roemeense’, ‘Oekraïense’, Syrische of Coptische nationale gevoelens
dient de weg te worden vrij gemaakt voor een werkelijke Christelijke geloofs- en levensbasis, die de toekomende generaties de oorspronkelijke Christelijke waarden en normen, die in het ”Westen” verloren zijn gegaan blijft doorgeven.
Opdat we deelgenoten worden aan de weg
waarlangs Christus Zijn Genade aan Zijn Kerk uitdeelt.
Deelgenoot worden aan het dienstwerk van de Heer:
Gaat en onderwijst alle volkeren…”.
Dit is de opdracht van Christus aan de strijdende Kerk, die Heiligen voortbrengt.
De Kerk geholpen door de Helper, de Heilige Geest,
blijft onophoudelijk de morele Leer verkondigen.
Zij onderwijst de Waarheid niet alleen met Woorden,
doch ook met daden van heiliging.
Daden van heiliging waarin
de triomferende Kerk met zovele Heiligen
ons is voorgegaan.
Deze Heiligen zijn allen die gedoopt zijn en
zijn Christus ondanks tegenstand blijven volgen
in het tonen aan de wereld dat alles mogelijk is
met hulp van Gods Genade
die ons om niets en aan iedereen evenveel
[- of je nu Heilig bent verklaard of niet -] wordt gegeven.

Het is deze Waarheid die pijn doet aan de wereld,
een Waarheid die de wereld niet wil horen.
Terwijl de Kerk de wereld [en ook Nederland] zo veel heeft te vertellen,
willen zij daar niets van horen en weten.
De wereld blijft leven in de leugen en
wil alleen haar eigen leugens bevestigd zien.
De wereld leeft als slaaf van het vlees
in de slavernij van de zonde.

De Kerk pelgrimeert in de Geest van Golgotha,
het Kruis dragend.
Zij strijdt door, verkondigend gaat zij door
met vallen en opstaan.
En elke keer dat één van haar lidmaten struikelt
staat de wereld opnieuw te juichen,
daalt de zweep van de gesel harder en veelvuldiger en
drukt het Kruis zwaarder.

We hebben dit onlangs meegemaakt en
het zal zich in dit ondermaanse
blijven herhalen.
Elke keer wanneer de Kerk in getrouwheid aan Christus en voor het welzijn van de mensheid de Goddelijke Leer van de morele wetten onderwijst, wordt de Kerk aangevallen.
Dan wordt het ook duidelijk hoe diep de Goddelijke Leer in de harten en
het geheugen van de mensheid is gegrift.
Het journaille weet precies aan te duiden waar individuele leden van de Kerk gevallen zijn.
Dit wordt vervolgens breed uitgemeten en als een geselslag op Christus geprojecteerd
in Zijn Mystiek Lichaam. Hoe hoger in de Hierarchie des te harder en venijniger de slagen.
Ze weten precies aan te geven dat deze wandaden, die daden van de wereld zijn,
die door deze wereld zelf worden gekoesterd, slecht zijn.
Zij doen dit niet uit liefde tot de slachtoffers, maar uit haat tot Christus en Zijn Kerk.
Zij doen dit met slechts één intentie:
– zoveel mogelijk goedwillende mensen van de Kerk af te scheuren;
– zoveel mogelijk mensen mee slepen in hun eigen verderfelijke ondergang.
Doch onder leiding van God Zelf pelgrimeert het Mystieke Lichaam van Christus voort,
waarna Hij uiteindelijk aan het Kruis genageld uitroept:
“…… het is volbracht”,
John.19: 30,
hetgeen niet betekende dat Christus’ leven beëindigd was of dat de Kerk ten onder gaat,
maar hetgeen aantoont dat Zijn Goddelijke Heilsplan zal worden afgerond.
Het is de meest eenvoudige,
maar effectiefste wijze van gebed
tegen onze grootste vijanden,
de duivel en de wereld,
als overwinnaars van de veelsoortige zonden
en het bereiken van het Koninkrijk der Hemelen
dankzij de Genade van God.

Pinksteren – Πεντηκοστή, Gij, Die Geest, Vuur en Liefde zijt

Hemelse Koning , Trooster,
Geest der waarheid,
Die alom tegenwoordig zijt en alles vervult.
Schatkamer van het goede, en
Schenker van het Leven.
kom en verblijf in ons, reinig ons van alle smet,
en red onze zielen, o Algoede“.
uit inleidingsgebeden

Die het water vervult
Wanneer Jezus met de Samaritaanse over levend water spreekt
heeft Hij het beslist niet over gewoon water.
Het gaat hier over de bron, de bronteksten van ons Geloof, namelijk om de Blijde Boodschap zelf.
Het gaat hier om de woorden die Jezus spreekt, de gelijkenissen die Hij ons voorhoudt,
de uitleg van Gods woorden, die Hij ons doorgeeft,
de levenslessen die Hij ons leert. Die zijn als een onuitputtelijke Bron van
Wijsheid, Geloof, van Kracht, van waarden en normen.
Ons leven is gewoon tekort, om die bron van woorden leeg te drinken.
Drinken uit de bron van Gods Woord, is dag aan dag lezen van teksten van Zijn Boodschap
om op dat moment in je stille hoek je geestelijk lichaam in stand te houden.

Water niet alleen een eerste levensbehoefte voor de geest.
De eerste levensbehoeften zijn water, brood en kleding en een huis waarin je je geborgen voelt.
Beter een armoedig bestaan met een dak boven je hoofd dan een voortreffelijk maal bij vreemden.  Of je nu veel of weinig hebt, wees tevreden, dan word je niet voor vreemdeling uitgemaakt
“.
Wijsheid van Jezus Sirach 29: 21-23
De emotionele behoefte van geborgenheid
is onmiskenbaar belangrijk, maar toch zou je zo’n huis nog kunnen missen, zoals je kleding zou kunnen missen om te overleven,
zoals je brood haast nog zou kunnen missen, maar water zeker niet.

– Jezus, Die uit het water van de Jordaan oprijst, wanneer de duif van Gods Geest op Hem neerdaalt;
– Jezus, Die het kolkende water van het meer bestraffend toespreekt: Zwijg, wees stil;
– Jezus, Die over water loopt en de dood niet alleen tart, maar ook overwint;
– Jezus, Die Zichzelf herkent als een bron van levend water.

Die de aarde vervult
God plaatst de mens in een tuin.
Een paradijselijk lustoord, waarvan we aannemen,
dat er daar letterlijk Hemels verwoord ‘geen vuiltje aan de lucht’ was [Gen.2: 4-17].
Maar dat blijkt een misvatting.
Niet de bomen, niet de planten, niet de vruchten,
niet de dieren, niet de vogels, niet de vissen,
blijken voor problemen te zorgen, maar wel de mens.
Niet de levensboom is het probleem, noch de boom van de kennis van goed en kwaad.
Het is de mens, de adam, die God maakte, vormde, schiep uit het stof van de akker, de adama.
Overigens een prachtige hebreeuwse woordspeling.
Spreekt de bijbel over de hemel en de eretz, de aarde in het algemeen, de te bewerken grond is de akker, de adama.
Door wie te bewerken?
Door Adam, de adaam, de mens, die doortrokken is van adom, rood bloed.
De rode aarde, de adama, is de grondstof van de bloedrode mens, de adaam adom.
Wij zijn aardwezens, aardlingen, wij zijn aardgebonden kleistukken,
als het ware gedraaid op de draaischijf in Gods pottenbakkerij.
Het was Jeremia die die vergelijking maakte:
Jeremia zag God als een pottenbakker een werkstuk maken op de schijf.
Jeremia zag dat de pot mislukte, zoals pottenbakkers dat soms overkomt,
waarna de klei in elkaar werd gestampt om opnieuw te kunnen beginnen.
Het werd de profeet duidelijk dat God zo ook met zijn volk, met ons,
zou kunnen omgaan [Jeremia 18: 1-12].
Het blijft rauw-douwerig als de aarde zelf, met al zijn overstromingen en moeite aardbevingen en aardverschuivingen,  waarmee de aarde in elkaar wordt gestampt,
rauw-douwerig als de aardbewoners,
de mensen zelf, met hun haat en moord en oorlog, die elkaar naar het leven staan en
de mislukte,
toch een kunstig gekleide
[zoals oorspronkelijk bedoeld]
pot hadden kunnen zijn.

Maar na de crisis van mislukking en uit de crisis van tegenslag,
wordt weer gewerkt aan een nieuw werkstuk,
wordt een nieuwe toekomst geopend.
Steeds weer opnieuw klinkt de boodschap aan de rode aardmens:
Je bent en leeft in de tuin van Eden, waar je in verantwoordelijkheid door God gezet bent,
om die te bewerken en er over te waken.
Onttrek je niet aan die verantwoordelijkheid en je zult leven.
En weet: hoe gekwetst, gebeukt, gebutst we door de crisis van ons leven worden,
God blijft werken om ons als een volwaardig klei-kunstwerk
los te snijden van de draaischijf.

Die de Lucht vervult
We hoorden al, dat wij als mensen, uit het stof van de akker geformeerd,
de levensadem kregen ingeblazen.
In het dal van de dorre doosbeenderen [Ezechiël 37: 9-14],
in het dal van de menselijke depressie,
waar je je leven uit elkaar voelt vallen,
horen we,
dat onze menselijke gestalte nieuwe adem wordt gegeven.
Ezechiël zag de beenderen weer tot leven komen,
– die uit zijn of haar crisis weer opgerichte mens,
– die de stukgevallen brokstukken van zijn leven weer aan elkaar lijmt,
– die mens krijgt weer lucht.
En dat is niet de ‘lucht’ waar wij de dampkring om ons heen mee aanduiden.

Lucht is in bijbelse termen geen lucht, maar Hemel.
Het bijbels Hebreeuws kent geen woord voor ‘lucht’, het is weer ‘lucht krijgen’ te horen als ‘op adem komen’.
Het gaat hier om de levens adem’.
En die lucht, die wasem van asem  laat ons leven, laat ons lachen, laat ons genieten van de kleine dingen.
De wonderen waar we van op adem komen
– die ons heel maken,
– die ons laten zien dat kleine dingen,
– die eenvoudig lijken,
– die ons verrijken en verwijzen naar het licht van Gods genade.
Zoals het wonder van ons ademhalen zo eenvoudig simpel en meest onbewust en klein,
van levensbelang is.
En dan, wonderen gebeuren soms waar niemand ze verwacht.
Lucht krijgen, ja je hart luchten, opgelucht zijn, is ook kijken naar de kleine dingen om je heen, die wonderen maken vaak het verschil.

Die het vuur vervult
Deze woorden heeft de Heer tot
uw gehele gemeente gesproken op de berg,
uit het midden van het vuur, de wolk en de donkerheid, met luider stem, en
Hij voegde daaraan niets toe; Hij schreef ze op twee stenen tafelen en gaf mij die.
Toen gij nu de stem hoorde uit het midden van de duisternis,
terwijl de berg stond in een brand van vuur,
naderde gij tot mij, al de hoofden uwer stammen en uw oudsten, en gij zeide:
Zie, de Heer, onze God, heeft ons Zijn Heerlijkheid en Zijn Grootheid getoond, en
Zijn stem hebben wij gehoord uit het midden van het vuur;
op deze dag hebben wij gezien, dat God spreekt met een mens, en dat deze toch in leven blijft.
Maar nu, waarom zouden wij sterven?
Want dit grote vuur zal ons verteren; als wij nog langer
de stem van de Heer, onze God, horen, zullen wij sterven.
Want welke sterveling is er, die de stem van de levende God heeft horen spreken
uit het midden van het vuur, zoals wij, en die in leven is gebleven?
Nader gij en hoor alles wat de Heer, onze God, zegt, en
breng gij dan alles aan ons over wat de Heer, onze God,
tot u spreekt; dan zullen wij het horen en doen
“.
Deuteronomium 5:22-27

Wees voor ons een vuurzuil van Licht
in onze nachten [Ex.13: 22].,
de Heer zegt tot ons:
Wees niet bang, Ik heb je bij je naam geroepen,
je bent van Mij.

Moet je door het water gaan?
Hij zegt ons: Ik ben bij je!

Moet je door het vuur gaan?
Hij zegt ons: Het zal je niet verteren!
De vlammen zullen je niet verschroeien [Jes.43: 1-2].

Want soms lijken mensen over ons heen te walsen, gaan wij door vuur en water, maar U hebt ons naar de andere oever gevoerd,
naar een land van overvloed [Psalm 65:11-12).
U verschijnt aan ons in een stralend Licht, U zal niet zwijgen,
want Uw Woord gaat als een laaiend vuur voor Zijn aanschijn uit,
als een hevige stormwind [Psalm 49: 3].

Zelf gedoopt in water met Theophany,
wilt U ons dopen met Uw Heilige Geest en Vuur
door Uw Zoon, onze Heer en Verlosser Jezus Christus [Matth.3: 11].
Schenkt u ons dan de vuurvlammen van uw Geest boven onze hoofden [Hand.2: 3]
Uw vuurvlammen van liefde in ons hart.
Heer, onze God, schenk ons Uw aanwezigheid en Vrede.

Orthodoxie & Heilige God, Trooster, Geest der Waarheid

Wij verkondigen Wijsheid onder hen,
die daarvoor geheel onderricht zijn,
doch geen wijsheid van deze wereld,
of van de beheersers van deze wereld, wier macht teniet zal gaan,
maar wij spreken Wijsheid van God,
een verborgen mysteriewijsheid, die God (reeds) van eeuwigheid voorbeschikt heeft tot onze verheerlijking.
Geen van de wereldheersers van deze tijd heeft
die gekend, want indien zij van haar geweten 
hadden, zouden zij de Heer der heerlijkheid niet hebben gekruisigd.
Maar het is zoals het geschreven staat:
Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bereid voor degenen, die
Hem liefhebben.
Maar aan ons heeft God het geopenbaard door de Geest.
Want de Geest doorzoekt alle dingen, zelfs de diepten der Godheid.
Want wie weet wat er in de mens is behalve de eigen geest van de mens
die in hem woont?
Zo weet ook niemand, wat in God is, dan de Geest van God.
Wij nu hebben niet de geest der wereld ontvangen, maar de Geest Die uit God is,
opdat wij zouden weten, wat ons door God in Genade is geschonken.
Hiervan spreken wij dan ook met woorden, die ons niet door menselijke wijsheid,
maar door de Geest geleerd zijn, zodat wij wat geestelijke is ook geestelijke doorgeven.
Maar de natuurlijke mens begrijpt niet wat van Gods Geest komt: want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is.
Maar de geestelijke mens daarentegen onderscheidt alle dingen,
zelf echter wordt hij door niemand beoordeeld.
Want wie toch kent het inzicht van de Heer, dat hij Hem zou kunnen onderrichten?
Maar wij hebben het inzicht van Christus“.
1Cor. 2: 6-16

Ironisch genoeg hebben we met de ontwikkeling van onze cultuur,
met al haar nieuwe ideeën, nieuwe ontdekkingen en nieuwe uitvindingen
in bijna elk opzicht te maken met terugval
[zowel materieel, politiek, sociaal, intellectueel, emotioneel, fysiek, spiritueel].
Onze cultuur is tot een cultuur verworden van het onmiddellijk verkrijgen van bevrediging.
Het is een cultuur die grotendeels verstoken is van een lange termijn denken
zowel wat betreft het leven van onszelf als de toekomst van de wereld.
Het is een cultuur welke wordt ingegeven door het gevoel in plaats van de waarheid.
Het is een cultuur gerechtvaardigd door
– de schuld [op een ander] te schuiven tegenover persoonlijke verantwoordelijkheid.
Het is een cultuur welke bereid is tot time-outs en niet bereid om serieuze consequenties te aanvaarden.
Meer dan wat dan ook, is de mens beland in een cultuur
welke in de ban is van de oppervlakkige schijn [de buitenkant]
in plaats van de diepte van de Waarheid.
En met elke nieuwe wet die weer opkomt bewegen we ons langs de afgrond
die ons verder van af brengt van de Oorspronkelijke Bijbelse Waarheid.
Het is een cultuur die van zichzelf beweert geestelijk wijzer te zijn dan ooit.
En terwijl onze cultuur claimt de meest krachtige
in de geschiedenis van de wereld te zijn,
zien we dat we nog steeds niet in staat zijn ons
te ontdoen van kindermishandeling,
burgerlijke ongehoorzaamheid, drugs- en [buitenzinnig] seksueel misbruik,
het gebruik van vernietigingswapens, het misbruik van dieren en milieu, oplichting en
bovenmatige hebzucht [geld] . . . . . en
we kunnen deze lijst oneindig voortzetten.
Alleen jonge kinderen zien in hun onschuld een dergelijke vervorming niet.

We zien hier bij Paulus dezelfde bewoordingen en het gevoel dat Corinthe, die de wijsheid van de wereld in pacht denkt te hebben.
De Corinthische Christenen beweren wijs en krachtig te zijn,
maar ze hebben het Kruis – de grote Kracht en Wijsheid van God verlaten.
Ze beweren ” spiritueel ” te zijn zonder Jezus prediken .
Ze beweren “volwassen” te zijn zonder van Christus en Christendom kennis te hebben genomen.
Ze beweren “verstandig” te zijn zonder aan de Blijde Boodschap van de Heer gehoor te geven.
Wanneer een Kerk niet langer gericht is op Christus, dan zijn zij opgehouden met Christus in gesprek te blijven, zijn ze opgehouden te luisteren naar de Christelijke boodschap,
stellen zij zich onafhankelijk van Christus op en staan zij voor zijn Leer niet meer.
Er kunnen populariteit en acceptatie zijn,
maar er zal geen Goddelijke inspiratie en de daaruit voortvloeiende Macht.
Er kunnen [financiële] groei en succes zijn, maar er zal geen termijnplanning.
Er kunnen charisma en opwinding zijn,
maar er zal geen Heilige Geest die troost brengt, vreugde en waarheid
waaraan men zich kan optrekken of door Welke men onderwezen wordt.
Corinthe heeft het idee opgevat dat ze de elementaire Wijsheid van het Evangelie is ontgroeid.

We dienen nooit onze behoefte aan
de Evangelische Boodschap te ontgroeien,
omdat we ons nooit en te nimmer zonder
de Boodschap van Onze Verlosser en Heer kunnen ontwikkelen.
Buiten het Evangelie ontwikkelen is opgroeien zonder [doop]water
– we hebben het nodig om in leven te blijven.

Net als wij allemaal, verlangen de Corintiërs wijs te zijn, om meer inzicht te krijgen in
Wie God nu eenmaal is,
waar Hij over beschikt en wat Hij wil dat ik in m’n eentje doe.
Maar net als onze eerste [voor]ouders het zagen,
was daar de boom [die God verboden had] die goed was om van te eten
en die een lust was voor het oog, ja, een boom die begeerlijk was om
daardoor verstandig te worden
werd begeerd om de mens verstandig
[Genesis 3: 6b ] te maken“.
We kijken weg van God, we ontwijken Hem teneinde die wijsheid te vinden.
Als reactie, zien we Paulus  hun hele concept van spiritualiteit
herdefiniëren door uit te leggen:
De aard van de Ware Wijsheid – wat houdt dat precies in?
De bron van Ware Wijsheid – waar kun je die verkrijgen om er uit te putten?
Bij het zoeken naar de Ware Wijsheid – hoe weet je dat je die te pakken hebt ?

De gesteldheid van ware wijsheid en wat houdt ware wijsheid in?
Wij verkondigen wijsheid onder hen, die daarvoor geheel onderricht zijn,
doch geen wijsheid van deze wereld, of van de heersers over deze wereld,
wiens macht nu eenmaal teniet zal gaan, maar wij spreken wijsheid van God,
een verborgen mysteriewijsheid, die God [reeds] van eeuwigheid voorbeschikt heeft
tot onze verheerlijking.
Geen van de wereldheersers van deze tijd heeft die gekend,
want indien zij van haar geweten hadden,
zouden zij de Heer der heerlijkheid niet hebben gekruisigd.
Maar het is zoals het geschreven staat:
Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en
wat in geen mensenhart is opgekomen,
dat heeft God bereid voor degenen, die Hem liefhebben“.
1Cor.2: 6-9

Als een bron van kracht om te veranderen, te verwerven of het kwaad te overwinnen verwerpt Paulus elke vorm van menselijke wijsheid.
Tot op dit punt heeft Paulus elke vorm van inzet naar wijsheid veroordeeld.
Maar nu zegt hij tevens dat hij beschikt over een bijzondere wijsheid
eentje die anders is dan wat de wereld ons te bieden heeft.
De wereld biedt haar eigen [eigenwijze] wijsheid.
Wijsheid is nog niet hetzelfde als kennis.
Iedereen kan informatie en kennis verzamelen [verwerven].
Wijsheid is het inzicht dat komt als een gevolg van deze informatie;
wijsheid is de bril waardoor wij het leven dienen te aanschouwen;
wijsheid is het toepassen van wat we weten over hoe wij dienen te [laten en] handelen,
welke betrekking heeft op zowel lijden [dood] als leven.
Maar de wijsheid van de wereld is zelfs het veranderen .
Elke nieuwe ‘progressieve’ generatie vliegt
voorbij de ​​eerdere onwetend generatie die niet zo veel inzicht, kennis of technologie bezit.
En elke nieuwe generatie biedt nieuwe stemmen
– heersers die de overtuigingen en het gedrag van de massa te beïnvloeden.
Dit geldt ook voor politieke leiders, sociale leiders, Kerkleiders, bedrijfsleiders en
zelfs onze eigen sport en tv-sterren.

En enkel aan zichzelf overgelaten,
zullen mensen altijd hun stemmen verheffen
om hoe zij de wereld, de Kerk en de werkelijkheid weer vorm kunnen geven.
Zij beweren van zichzelf wijs en deskundig te zijn,
los van God vult de wereld zich en
blaast zich op als een midden en kleinbedrijf tot een Grootgrutter
gevuld met volwassenen en kinderen.

Welke zijn de kinderen
Kinderen kunnen hinderen en
vinden dat ze ‘grote’ vorderingen maken.
Kinderen luisteren niet.
Kinderen zijn impulsief.
Kinderen zijn genieters en trachten pijn te vermijden.
Kinderen spreken voordat ze denken.
Kinderen zijn egocentrisch.
Kinderen strijden om de aandacht.
Kinderen worstelen met hun identiteit.
Kinderen reageren het liefst onmiddellijk.
Kinderen zijn een emotionele achtbanen.
Kinderen zijn dwaas.
Kinderen zijn naïef.
Kinderen zijn rommelig.
Kinderen zijn overmoedig.
Kinderen zijn kwetsbaar.
Kinderen klagen.
Kinderen maken excuses.
Kinderen zijn snel gefrustreerd, worden
gemakkelijk verleid en zijn snel bang.
Kinderen kiezen de gemakkelijkste
veelal de verkeerde luidruchtige [veel aandacht] weg.
En kinderen zullen nooit toegeven dat ze maar kinderen zijn.

De Volwassen Wijsheid van God
Paulus predikt een ander soort wijsheid – een die anders is dan die van de wereld.
En Paulus zegt ook dat deze wijsheid,
het Woord van het Kruis,
wordt door ontwikkelde – spirituele volwassenen in ontvangst genomen.
Dat betekent niet dat er sprake is van een groep ‘spiritueel, elite corps Christenen’,
die meer dan de gewone gelovige – begrip hebben van het Christelijke.
Paul confronteert mensen die het Evangelie hebben afgedaan als kinderachtig gedoe.
De volwassenen zijn degenen die het kruis van dwaasheid als wijsheid aanvaarden en
de wijsheid van de wereld als dwaas verwerpen.

Paulus stelt de wijsheid van de wereld tegenover de wijsheid van God:
1.]. Paulus zegt dat de wijsheid van God een [geopenbaard] geheim is.
Het is een Mysterie.
De wijsheid van God geeft geen antwoord op alle vragen die we stellen,
maar hij geeft ons de antwoorden die we nodig hebben.
Gods wijsheid zal niet altijd voldoen aan ons intellect,
onze emoties of ervaring
– het zal veelal heel confronterend zijn [pijn doen].

2.]. Paulus zegt dat de wijsheid van God verborgen is.
De wijsheid van God wordt niet ontdekt,
kan nimmer bereikt worden of
door onze eigen inzet en inspanning verkregen worden.
Als Gods wijsheid kon worden begrepen door een geschoolde, krachtige of rijke
– zou Jezus onze Verlosser nooit zou zijn gedood.
God dient het te openbaren.

3.]. Paulus zegt dat de wijsheid van God verordineerd voor alle tijden voor onze bestaan.
In tegenstelling tot de wereld zal Gods wijsheid niet met elke generatie voorbijgaan,
– Gods Wijsheid is onveranderlijk, is eeuwig.
Het verandert niet omdat het werd opgericht voordat de wereld begon.
God heeft [de boom van] Wijsheid gepland voor zijn kinderen
teneinde het kruis van Christus de schepping de betekenis te geven
en Geloof [vreugde] Hoop en Liefde in Hem te laten vinden [2Tim.1: 9-18].
Christus Die ons behouden heeft en geroepen tot een Heilige roeping,
niet vanwege onze werken maar door Zijn eigen voornemen en Genade,
Die hij gaf ons in Christus Jezus vóór de aarde begon.
In Zijn Wijsheid heeft God Genade door de Heilige Geest geschonken.
En als Hij van plan was om Genadig [medelijdend] te zijn,
deed Hij dit voor onze zonde.
En als hij van plan was om genade en zonde naast elkaar te laten bestaan,
was hij van plan om ons met Hem te laten wandelen
op zekere dag overeenkomstig onze roeping,
om in alle deemoed en zachtmoedigheid
elkander in Liefde geduldig te verdragen,
en er naar te streven eensgezind te blijven
door een vaste vredesband
“.
Eph.4: 1-3
Hij koos ons in Hem voor de grondlegging van de wereld,
opdat wij zouden heilig en onberispelijk zouden zijn voor Hem .

De bron van ware wijsheid – wanneer verkrijgen we wijsheid
Maar aan ons heeft God het geopenbaard door de Geest.
Want de Geest doorzoekt alle dingen, zelfs de diepten der Godheid.
Want wie weet wat er in de mens is behalve de eigen geest van de mens die in hem woont?
Zo weet ook niemand, wat in God is, dan  de Geest van God.
Wij nu hebben niet de geest der wereld ontvangen, maar de Geest Die uit God is,
opdat wij zouden weten, wat ons door God in Genade is geschonken.
Hiervan spreken wij dan ook met woorden, die ons niet door menselijke wijsheid,
maar door de Geest geleerd zijn, zodat wij wat geestelijke is ook geestelijke doorgeven.
1Cor2: 10-13

Waar bekomen we deze wijsheid?
Waarom bezit de ene persoon volwassenheid en een ander niet?
Geestelijke volwassenheid is anders dan elke andere vorm van volwassenheid.
Fysieke volwassenheid gebeurt vanzelf.
Intellectuele rijpheid ontwikkelt door middel van onderwijs en kennis.
Ook iemand rijpt emotioneel door het leven en ervaring.
In beide gevallen kunt u uiteraard opwerpen wat is “bezopen” of
het nu onwetendheid is of naïviteit,
als je meer kennis en onderscheidingsvermogen bereikt.
[kinderen en dronken mensen spreken de waarheid, is een Nederlands gezegde]
De ervaring van Christen worden en tot Christelijke volwassenheid komen
is compleet anders.
De Christelijke geboorte is allesbehalve natuurlijk,
want deze komt door openbaring, hetgeen op zich al een Mysterie is.
Niemand heeft ooit beslist om Christus te volgen
voordat Christus hem geroepen heeft om Hem te volgen.
En de roep van Christus schenkt leven aan dat wat dood is,
opent de ogen van degene die blind is en
opent het hart van steen door
het te vervangen door een hart van vlees en bloed.
God neemt ons als kinderen op door Genade en
de dwaasheid van het Kruis wordt de Wijsheid van God.
De eeuwige Geest van God woont in
de gelovige mens.
En omdat wij Zijn kinderen zijn,
heeft God de Geest van Zijn Zoon in
onze harten gezonden,
Die tot Hem roept: Abba, Vader!
“.
Gal.4: 6
Het onderscheidende kenmerk tussen
een gelovige en een ongelovige is
de aanwezigheid van de Heilige Geest, Die een individu het moment dat hij gelooft volledig vervult;
het verkrijgen van de Genade van de Heilige Geest als een werkelijke ervaring
Seraphim van Sarov
En als Hij in ons hart woont, is Hij is niet stil of passief.
Hij doet wat Jezus zei dat Hij zou doen:
Hij zal u alles leren en u herinneren aan alles wat Ik u gezegd heb“.
John.14: 25
De Christelijke groei gaat niet verder dan wat elementair is,
maar laat door herinnering zien wat elementair is,
het daalt steeds dieper in je hart
en geeft je de gelegenheid dit
toe te passen in je leven.

Verblind door de zonde, kan de wereld dit niet zien, horen
of Gods bedoelingen in Christus begrijpen.
Er zijn veel geesten die zich als god voordoen,
veel mannen die als geestelijk leider optreden en stellen voor God te spreken,
maar alleen de Geest van God
openbaart het hart van God.
Er zijn dingen van God [gedachten, motivaties, verlangens en plannen]
waar God alleen weet van heeft en weet hoe ze aflopen.
De Geest van God, Die wij in ons hart bezitten,
doorzoekt de diepten van God.
En als Hij de diepten van God kent,
weet Hij ook alles wat er te weten valt.
En de Heilige Geest ontvangen is niet iets wat iemand [als een positie] bereikt.
We kunnen hem oproepen, met Hem praten,
naar Hem luisteren, door Hem getroost worden,
door Hem geholpen worden,
zelfs [in Zijn afwezigheid] om Hem treuren.
En de Heilige Geest is niet zoals de wereld
die is gewijd aan de valse beloften van de zonde –
een kortstondige genot welke leidt tot de dood;
Het is de Geest van God Die ons leidt
op de weg naar het eeuwige leven, het Hemels Koninkrijk.
En God, de Heilige Geest wil ons leren en ons helpen en bijstaan
in alles wat God wil wat we te weten kunnen komen over
de schepping, de val, de verlossing en de restauratie ervan te begrijpen.
We hebben allemaal de wens om wijs te zijn,
om meer inzicht te krijgen in Wie God is, wat Hij denkt met ons voor te hebben
en wat Hij wil dat ik doe.
De vraag is, waar of Wie denk je het eerst te zoeken of het vaakst,
voor je daarop antwoord krijgt?
Spiritualiteit bestaat echt niet alleen uit het onthouden [bezingen]
van Bijbel teksten en verzen,
het beter begrijpen van de Theologie of
je zelfs opofferend te gedragen
– het loopt met je mee,
– het doorleeft je en
leert je dat de Heilige Geest,
de Geest is van de levende God.

de ware wijsheid – hoe weet ik of en in hoeverre ik wijs ben
De vraag blijft dan, hoe weten we wanneer we in wijsheid leven.
Hoe weten we dat we wijs bezitten op de weg van God ,
luisteren naar de Geest van God en niet slechts naar dat stemmetje in ons hoofd?
Paulus zegt dat :
de natuurlijke mens begrijpt niet wat van Gods Geest komt:
want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan,
omdat het slechts geestelijk te beoordelen is.
Maar de geestelijke mens daarentegen onderscheidt alle dingen,
zelf echter wordt hij door niemand beoordeeld.
Want wie toch kent het inzicht van de Heer, dat hij Hem zou kunnen onderrichten?
Maar wij hebben het inzicht van Christus“.

Er zijn maar twee soorten mensen
in de wereld
– de gelovigen en de ongelovigen, het
volk van God en de mensen van de wereld,
de natuurlijke mensheid en de spirituele.
De natuurlijke mens is de persoon die volledig leeft op het menselijk niveau,
zonder de Geest van God.
Er is niets meer dan het fysieke leven [sporten, eten, drinken, slapen en gelukkig zijn]. Er is niets meer dan enkel de materiële behoeften.
Er is niets om in te geloven en te hopen buiten deze wereld,
geboren worden is gewoon geboren worden, dood is dood en daarmee af,
amen en uit.
De natuurlijke persoon leeft alleen door het vlees, maar door wat ze kunnen zien of begrijpen en NIET in reactie op
de levende God.
De natuurlijke mens kan Jezus bewonderen,
maar gelooft in wezen dat het Kruis weinig meer is dan een tragedie.
De natuurlijke mens maakt God tot zijn eigen beeld en neemt alle beslissingen overeenkomstig zijn eigen verlangens.
De natuurlijke mens aanvaardt of begrijpt het niet,
omdat hij niet aanvaardt dat de Geest van God in hem woonachtig is.
Hij kan dit niet begrijpen en accepteert het ook niet.
– Er is geen begrip van seksuele reinheid enkel en alleen voor bevrediging;
– er is geen begrip van offer enkel en alleen ik-gericht zijn of via een omweg er toch beter van worden [egoïsme];
– er is geen begrip van vrijgevigheid enkel en alleen hebzucht [zoals ontwikkelingshulp, die alleen maar rendement oplevert];
– er is geen inzicht in het eeuwige alleen een leven bij het moment.
Hij komt emotioneel, materieel, intellectueel, fysiek in opstand omdat hij
geestelijk in opstand is.
En wanneer de genoegens van de zonde niet voldoen
of wanneer de pijn van zonde lijden veroorzaakt,
gelooft hij zelf uit het leven te kunnen stappen
omdat dit nu eenmaal bij het leven hoort
en dat je in het leiden enkel “maar een mens” bent.

Maar dat is niet het leven en onze menselijkheid
overeenkomstig de Icoon van Gods [Zijn Schepping],
naar Gods Beeld en Zijn Gelijkenis.
Natuurlijk, terwijl er velen zijn die zullen beweren geestelijk Wijs te zijn,
bestaan er maar heel weinig [Heiligen] die echt zijn.
Maar in plaats van je te spiegelen aan alle anderen,
zegt Paulus hierover:
“Onderzoek dan uzelf of ge wel in het Geloof zijt, beproef uzelf.
Kunt je van jezelf getuigen dat  Jezus Christus in je is?
of ben je soms niet oprecht?
Ik hoop echter dat je inziet wat wij wel oprecht zijn”.
2Cor.13: 5-6

De vraag is dan :
Hoe weten we dat Jezus Christus in ons is?
Of zoals Paulus zegt , hoe weten we dat we de Geest van Christus en
dus de Heilige Geest van God ons opdracht geeft?

De geestelijke mens weet dat er meer in dit leven is dan leven en sterven.
De Spirituele weet dat zijn beslissingen eeuwige gevolgen hebben.
De Spirituele mens loopt als benzine of elektriciteit op Geloof,
niet door aanschouwen, en als reactie op de Heilige Geest die in Hem woont.
• De Heilige Geest neemt de dwaze woorden van het Kruis
en maakt ze tot de kern van onze identiteit.
Beoordeling van onze waarde of het succes in de wereld is zinloos.
Door het Geloof in Christus, zullen we door de rechter als onschuldig beoordeeld worden.
• De Heilige Geest neemt het woord van de Opstanding en
geeft ons een Hoop voorbij dit lichaam, voorbij deze situatie
en aan deze wereld voorbij.
• De Heilige Geest laat ons datgene doen alsof de woorden van de Bijbel
Gods eigen woorden zijn – het is als vanzelfsprekend onze regelgevende Instantie te accepteren.
• De Heilige Geest in ons dwingt ons naar God te luisteren,
met Hem in gesprek te zijn en blijven,
om Zijn leiding in ons leven te aanvaarden.
En zoals we door de Heilige Geest zijn geïnstrueerd over Gods wegen,
zo hard kan het soms zijn, onze verlangens aan Gods wegen aan te passen.
• De Heilige Geest in ons vecht tegen de wil van het vlees
en de verleidingen van de wereld
– we oefenen onophoudelijk niet meer te willen zondigen,
dus we belijden zo vaak als mogelijk regelmatig ons berouw over onze tekortkomingen.
• De Heilige Geest in ons leidt ons naar gehoorzaamheid,
niet uit angst maar uit Liefde en een verlangen om God met onze geest, lichaam en werk te eren.
• En de Heilige Geest in ons geeft ons een Liefde ten opzichte het Volk van God,
we oordelen enkel over de Kerk omdat we van de Kerk van Christus houden,
we zijn immers zelf de kerk, en behoren tot Zijn Lichaam,
we houden van de kerk , omdat Jezus Christus
voor Zijn Kerk stierf, de Kerk is.
• En de Heilige Geest neemt zelfs ons oordeel over deze wereld van ons weg
en vervangt deze met mededogen .

In wezen , zijn zij die volwassen zijn, degenen die wijs zijn,
zij die geestelijk niets liever willen dan Jezus Christus Lief te hebben,
om Hem te kennen, Hem te evenaren en
Hem in onze omgeving te hebben.
Dit is niet een nieuw en verbeterde Christus voor de wereld van vandaag,
dit is Christus zoals Hij uit de Schriften, Oude en Nieuwe Testament, tevoorschijn treedt.
De Geest van God leidt ons altijd naar Gods Woord.
Degenen die Jezus niet liefhebben
zullen ook minder zorgen hebben over Hem,
Zijn Woord, Zijn Bruiloftsmaal en Zijn opdracht,
omdat ze geloven
dat alles wat er is,
slechts van voorbijgaand aard is,
derhalve dat alles niet is
wat er is,
de schepping van God.