1e Zondag na Pinksteren – Allerheiligen

Hymne tot de Heilige Geest          tn.6.
Koning van de Hemel,
Trooster, Geest der Waarheid,
Die Overal tegenwoordig zijt,
en Die alles vervuld,
Schatkamer van het Goede;
Schenker des Levens;
kom en verblijf in ons;
zuiver ons van alle smet,
en red onze zielen, o Algoede“.

Op de dag van Pinksteren, daalde de Heilige Geest neer en vestigde de Kerk in de wereld [qua ruimte en tijd],
hetgeen als het Lichaam van Christus wordt beschouwd.
Pinksteren is een tijdloze gebeurtenis en is daarom ‘niet‘ alleen aan die dag verbonden.
Met Pinksteren zo blijkt uit de woorden van Jezus Christus Zelf
heeft Hij ons vanaf dat moment opgenomen in Zijn Onbevlekt Lichaam,
naast de alom gezegende Moeder Gods, de Maagd Maria,
de negen rangorden der Engelen,
onze Voorouders, de Aartsvaders, de Profeten van het Eerste Verbond en de Heilige Apostelen.
In het verdere verloop van de geschiedenis worden onder “de hoede van Heilige Geest
Christus’ Apostelen en hun volgelingen aan dit Huis toegevoegd,
dat wil zeggen zij, die Getuigen, de Bisschoppen, de Heilige Martelaren,
de Heiligen, de Rechtvaardigen dat wil in het algemeen aanduiden
alle zichtbare en onzichtbare heiligen,
mannen en vrouwen die tot op de dag van vandaag geleefd hebben en
nog leven, tevens zullen er nog vele heiligen volgen tot aan het einde der tijden.

Deze realiteit wordt ons geopenbaard in de Gemeenschap met Christus
in de liturgische praktijk van de Heilige Kerk,
wanneer de priester tijdens elke Goddelijke Liturgie
stukjes van de Prosphor[en] toevoegt
aan het Heilig Lichaam en Bloed van de Heer
– het gedeelte wat wordt aangeduid engelen en heiligen,
– waarmee iedereen gezamenlijk met de gebeden van de gelovigen
wordt opgedragen aan de volheid van Christus .

Hiermee wordt aangeduid dat de gemeente [gemeenschap] van heiligen
wordt vergoddelijkt in het Lichaam van Christus,
hetgeen de Orthodoxe Kerk viert op de Zondag na Pinksteren,
de Zondag van Allerheiligen.

Historisch gezien werd met dit alles in de Kerk een begin gemaakt
door de Goddelijke Liturgie te vieren op de gebeenten van de Martelaren
maar Leo de Wijze heeft vastgesteld dat dit gezien dient te worden als het feest van Alle Heiligen, daar als [bloed-]getuigen niet alleen degenen zijn die worden beschouwd geselingen en  zwaar lijden te hebben ondergaan,
niet alleen degenen die in het vuur zijn gegooid of ander leed hebben ondergaan
– waarmee zij getuigenis afleggen van de gruwelijke martelingen die Christus heeft ondergaan en zij getuigenis afleggen van de onmetelijke goedheid van de  Heer,
maar dat elke aan God toegewijde ervaring van martelaarschap,
of er nu geen bloed gevloeid heeft maar geestelijk lijden aan verbonden is getuigenis aflegt van de grote daden van onze Heer en God, Jezus Christus.
Alle Heiligen worden zonder uitzondering [er wordt géén gradatie aangebracht]
gekenmerkt door de moed en de trouwe verbintenis aan Jezus Christus,
de overwinning door het Kruis en daarmee de overwinning van de zonde.

Vanaf de 4e eeuw vierde de Byzantijnse Kerk aldus in een gemeenschappelijke viering al de martelaren der aarde.
De Heilige Ephraïm componeerde voor
deze gelegenheid een hymne
waarbij in Edessa de 13e mei als feestdag werd aangewezen,
in Syrië werd het op de vrijdag na Pasen gevierd.
In een preek over de martelaren, spreekt de heilige Johannes Chrysostomos over de eerste zondag na Pinksteren;
dit gebruik is tot op de dag van vandaag bewaard in de Byzantijnse kerken bewaard gebleven, welke via een geleidelijke ontwikkeling van het feest van de ‘martelaren van de gehele aarde” is overgegaan in die van “Alle Heiligen”.
De keuze van dit laatste is belangrijk:
Zij, de Heiligen, waren toegetreden tot de orde van Heiligen in de triomf van Christus door de uitstorting van de Heilige Geest;
de poëtische vorm van keizer Leo de Wijze [886 – 911] volgend,
dat de Kerk op aarde een onderdompelende rivier is van de Heilige Geest, waarna de uitgeroepen [gedoopte] Heiligen als geurende bloemen worden vereerd.
Zoals gebruikelijk, heeft de Byzantijnse Kerk de weg gewezen aan de Westerse kerken, welke de feestdag heeft vastgesteld op de eerste November.
Zoals het in het westen gebruikelijk is werd deze echter opgevolgd door een kwalificatie:
de 2e November werd de gedenkdag van de gewone stervelingen [Allerzielen], verschil moet er tenslotte zijn in het westerse denkbeeld zelfs onder de volgelingen van Christus, alsof we niet allen tot het gilde der zondaars behoren. Er zal echter feest zijn in de Hemelen
over elke zondaar, die zich bekeert.

Het Evangelie van de zondag van Allerheiligen bevestigt deze waarheid:
De Heer zei:

Een ieder dan, die Mij belijden zal voor de mensen,
hem zal ook Ik belijden voor mijn Vader, Die in de Hemelen is;
maar al wie Mij verloochenen zal voor de mensen,
die zal ook Ik verloochenen voor Mijn Vader,
Die in de hemelen is.
Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig;
en wie zijn kruis niet opneemt en achter Mij gaat, is Mij niet waardig.

Daarop antwoordde Petrus en zeide tot Hem:
Zie, wij hebben alles prijsgegeven en zijn U gevolgd; wat zal dan ons deel zijn?
Jezus zei tot hen:
“Voorwaar, Ik zeg u, gij, die Mij gevolgd zijt, zult in de wedergeboorte,
wanneer de Zoon des mensen op de troon zijner heerlijkheid zal zitten,
ook op twaalf tronen zitten om de twaalf stammen van Israël te richten.
En eenieder, die huis [gemeenschap] of broeders of zusters of vader of moeder
of kinderen of akkers heeft prijsgegeven om Mijn Naam,
zal vele malen meer terugontvangen en het eeuwige leven erven.
Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en vele
laatsten de eersten”.
Matth. 10: 32-33,37-38; 19: 27-30

Op deze Zondag manifesteren zich derhalve het werk en de vruchten van het Goddelijke
– welke door de Heilige Geest wordt geopenbaard,
maar stelt ons tevens in de gelegenheid een Lofzang [een Doxology] aan God op te dragen
voor Zijn grote gaven [Genade] die Hij ons doet toekomen.
Maar het gaat hier dan ook om onze dagelijkse spirituele reflectie en
de wijze waarop we hier vorm aan geven,
aangezien de aanwezigheid van de Heiligen die ons bijstaan
ons op de dag des Oordeels zonder meer zal ontbreken,
wanneer we niet zelf voor onze eigen redding zorg dragen.

Het is dus heel begrijpelijk waarom deze zondag van Allerheiligen
de cyclus van de Paastijd en opgang naar Pinksteren voltooit,
met als referentie het Heilig Pascha – de heilige Opstanding van onze Heer Jezus Christus,
welke het lichtbaken is die zaligheid bewerkstelligt
aan degenen die Hem volgen en Hem liefhebben.

Apolytikion       tn.4
Over de gehele wereld is Uw Kerk getooid
met het bloed van Uw Martelaren, als met byssos en purpur.
En door hen roept zij tot U, Christus God:
Zend Uw Barmhartigheid neer over Uw Volk,
schenk vrede aan Uw wereld,
en aan onze zielen de grote Genade
“.

Kondakion         tn.8
Als eerstelingenoffer der natuur,
offert de wereld U, de Heer en Schepper van het Heelal,
de God-dragende Martelaren.
Door hun gebeden bewaar in diepe vrede Uw Kerk, Uw woning bij de mensen,
en bescherm haar door de Moeder Gods, Barmhartige
“.

Laat ons zingen voor de Vrienden van God,
want eenieder kan tot hen naderen.
Door de gebeden van Uw vlekkeloze Moeder, Christus onze God,
en van al Uw Heiligen van alle eeuwen,
heb medelijden met ons en red ons,
want gij alleen zijt goed den
hebt de mensen lief.

Allerheiligen
Wonderbaar is God in Zijn Heiligen
Psalm 67: 35

Laat ons bezingen de bovenmenselijke strijd van onze Martelaren,
hoe Zij in de zwakheid van hun vlees het kwaad van de eigen kracht te schande maakten,
zonder rekening te houden met zware pijn en wonden
terwijl ze lichamelijk vuur, zwaard en allerlei verschillende dodelijke martelingen ondergingen, geduldig weerstand boden terwijl in hun vlees werd gesneden, hun gewrichten uit de kom werden gedraaid en hun beenderen werden verbrijzeld,
bleven zij standvastig in hun belijdenis van het geloof in Christus
en Zijn, volle, onaantastbare en onwankelbaar integriteit.
Als gevolg hiervan werd hen de onbetwistbare wijsheid van de Geest geschonken en
de kracht om wonderen te verrichten.
Laten we het geduld van deze heilige mannen en vrouwen proberen te evenaren,
hoe zij gewillig ​​lange perioden van vasten, waken en diverse andere fysieke ontberingen hebben doorstaan alsof ze niet in het lichaam waren, tot het einde toe tegen kwade hartstochten en allerlei zonden hebben gevochten, in de onoverwinnelijke innerlijke strijd tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten [Eph.6: 12].
Ze ontkenden hun uiterlijke eigenheid en maakte ze nutteloos,
maar hun innerlijke mens werd vernieuwd en vergoddelijkt
door Hem van wie zij tevens de gaven [Genade] van genezing en krachten ontvingen.

Wanneer we bij dit soort zaken stilstaan en inzien dat ze de menselijke natuur vèe overtreffen,
kijken we vol verwondering op naar God en verheerlijken Hem Die hen zulke Genade en kracht gaf. Want zelfs al waren hun bedoelingen goed en nobel, zonder Gods kracht
waren zij onmogelijk in staat buiten de grenzen van hun aard  te gaan en
de lichaamloze vijand te bestrijden terwijl nog in hun lichaam verbleven.

Dit is de reden waarom, wanneer de psalmist en profeet verklaarde:
Wonderbaar is God in Zijn Heiligen“, David ging nog verder
door te zeggen: “Hij geeft Macht en Sterkte aan Zijn volk” [Psalm 67: 35].
Overweeg zorgvuldig de kracht van deze profetische woorden.
Overwegende dat God, volgens de psalmist, geheel Zijn volk kracht en macht geeft
– want Hij toont geen partijdigheid [vgl. Hand.10: 34]
– Hij wordt verheerlijkt alleen in Zijn heiligen
– De zon laat zijn stralen over allen overvloedig neerdalen ongeacht het aanzien van de persoon,
ze zijn echter alleen zichtbaar voor mensen met geopende ogen.
Alleen zij die scherpzinnige en zuivere ogen bezitten profiteren van het pure licht van de zon,
niet diegenen wiens denkbeelden door ziekte worden gedimd,
waarbij mist of iets dergelijks hun ogen heeft aangetast.
Op dezelfde manier schenkt God Zijn hulp rijkelijk aan allen,
want Hij is de altijd overvloeiende,
verhelderende en leven-schenkende bron van Genade en Goedheid.
Maar niet iedereen profiteert van Zijn Genade en Kracht om
perfect de deugd te beoefenen en/of wonderen voort te brengen,
alleen degenen die een goede intentie hebben,
die hun liefde en geloof jegens God tonen door goede werken [cf. Jac.2: 20-26],
die zich volledig afkeren van alle ongerechtigheden,
vasthouden aan Gods geboden en
de ogen van hun verstand/begrip opheffen naar Christus,
de Zon der gerechtigheid [Maleachi 4: 2].
Hij heeft niet alleen onzichtbaar een helpende hand van boven uitgestoken naar degenen die strijden, maar
we horen Hem ook Die tot ons spreekt en
ons aanspoort in het Evangelie van vandaag.
Een ieder dan, die Mij zal belijden voor de mensen“,
zo zegt Hij,
die zal ook Ik belijden voor Mijn Vader,
Die in de Hemelen is
“.
Matth.10: 32
Houdt daarbij in ogenschouw dat we niet ijskoud en onbevreesd ons geloof in Christus kunnen verkondigen en
Hem zonder Zijn hulp, ondersteuning en kracht kunnen belijden.
Ook zullen wij ons in de komende eeuw namens onze Heer Jezus Christus dienen uit te spreken daarbij ons als Zijn verwanten bij de hemelse Vader aan te bevelen, wanneer Hij ons een reden geeft om dat te doen.
Om dit duidelijk te maken, zegt Hij niet:
Een ieder dan, die voor de mensen over Mij spreekt“,
maar “wie Mij in Mijn Naam bekend maakt” [Matth.10: 32], dat wil zeggen,
Hij, die Ik in staat stel, dus in Christus en met Zijn hulp,
om de Christelijke levensbeschouwing met vrijmoedigheid openbaar te maken;
het dient dus altijd en eeuwig te gebeuren vanuit Zijn Apostolische Kerk,
óók in onze tijd.

Pinksteren – Πεντηκοστή, Gij, Die Geest, Vuur en Liefde zijt

Hemelse Koning , Trooster,
Geest der waarheid,
Die alom tegenwoordig zijt en alles vervult.
Schatkamer van het goede, en
Schenker van het Leven.
kom en verblijf in ons, reinig ons van alle smet,
en red onze zielen, o Algoede“.
uit inleidingsgebeden

Die het water vervult
Wanneer Jezus met de Samaritaanse over levend water spreekt
heeft Hij het beslist niet over gewoon water.
Het gaat hier over de bron, de bronteksten van ons Geloof, namelijk om de Blijde Boodschap zelf.
Het gaat hier om de woorden die Jezus spreekt, de gelijkenissen die Hij ons voorhoudt,
de uitleg van Gods woorden, die Hij ons doorgeeft,
de levenslessen die Hij ons leert. Die zijn als een onuitputtelijke Bron van
Wijsheid, Geloof, van Kracht, van waarden en normen.
Ons leven is gewoon tekort, om die bron van woorden leeg te drinken.
Drinken uit de bron van Gods Woord, is dag aan dag lezen van teksten van Zijn Boodschap
om op dat moment in je stille hoek je geestelijk lichaam in stand te houden.

Water niet alleen een eerste levensbehoefte voor de geest.
De eerste levensbehoeften zijn water, brood en kleding en een huis waarin je je geborgen voelt.
Beter een armoedig bestaan met een dak boven je hoofd dan een voortreffelijk maal bij vreemden.  Of je nu veel of weinig hebt, wees tevreden, dan word je niet voor vreemdeling uitgemaakt
“.
Wijsheid van Jezus Sirach 29: 21-23
De emotionele behoefte van geborgenheid
is onmiskenbaar belangrijk, maar toch zou je zo’n huis nog kunnen missen, zoals je kleding zou kunnen missen om te overleven,
zoals je brood haast nog zou kunnen missen, maar water zeker niet.

– Jezus, Die uit het water van de Jordaan oprijst, wanneer de duif van Gods Geest op Hem neerdaalt;
– Jezus, Die het kolkende water van het meer bestraffend toespreekt: Zwijg, wees stil;
– Jezus, Die over water loopt en de dood niet alleen tart, maar ook overwint;
– Jezus, Die Zichzelf herkent als een bron van levend water.

Die de aarde vervult
God plaatst de mens in een tuin.
Een paradijselijk lustoord, waarvan we aannemen,
dat er daar letterlijk Hemels verwoord ‘geen vuiltje aan de lucht’ was [Gen.2: 4-17].
Maar dat blijkt een misvatting.
Niet de bomen, niet de planten, niet de vruchten,
niet de dieren, niet de vogels, niet de vissen,
blijken voor problemen te zorgen, maar wel de mens.
Niet de levensboom is het probleem, noch de boom van de kennis van goed en kwaad.
Het is de mens, de adam, die God maakte, vormde, schiep uit het stof van de akker, de adama.
Overigens een prachtige hebreeuwse woordspeling.
Spreekt de bijbel over de hemel en de eretz, de aarde in het algemeen, de te bewerken grond is de akker, de adama.
Door wie te bewerken?
Door Adam, de adaam, de mens, die doortrokken is van adom, rood bloed.
De rode aarde, de adama, is de grondstof van de bloedrode mens, de adaam adom.
Wij zijn aardwezens, aardlingen, wij zijn aardgebonden kleistukken,
als het ware gedraaid op de draaischijf in Gods pottenbakkerij.
Het was Jeremia die die vergelijking maakte:
Jeremia zag God als een pottenbakker een werkstuk maken op de schijf.
Jeremia zag dat de pot mislukte, zoals pottenbakkers dat soms overkomt,
waarna de klei in elkaar werd gestampt om opnieuw te kunnen beginnen.
Het werd de profeet duidelijk dat God zo ook met zijn volk, met ons,
zou kunnen omgaan [Jeremia 18: 1-12].
Het blijft rauw-douwerig als de aarde zelf, met al zijn overstromingen en moeite aardbevingen en aardverschuivingen,  waarmee de aarde in elkaar wordt gestampt,
rauw-douwerig als de aardbewoners,
de mensen zelf, met hun haat en moord en oorlog, die elkaar naar het leven staan en
de mislukte,
toch een kunstig gekleide
[zoals oorspronkelijk bedoeld]
pot hadden kunnen zijn.

Maar na de crisis van mislukking en uit de crisis van tegenslag,
wordt weer gewerkt aan een nieuw werkstuk,
wordt een nieuwe toekomst geopend.
Steeds weer opnieuw klinkt de boodschap aan de rode aardmens:
Je bent en leeft in de tuin van Eden, waar je in verantwoordelijkheid door God gezet bent,
om die te bewerken en er over te waken.
Onttrek je niet aan die verantwoordelijkheid en je zult leven.
En weet: hoe gekwetst, gebeukt, gebutst we door de crisis van ons leven worden,
God blijft werken om ons als een volwaardig klei-kunstwerk
los te snijden van de draaischijf.

Die de Lucht vervult
We hoorden al, dat wij als mensen, uit het stof van de akker geformeerd,
de levensadem kregen ingeblazen.
In het dal van de dorre doosbeenderen [Ezechiël 37: 9-14],
in het dal van de menselijke depressie,
waar je je leven uit elkaar voelt vallen,
horen we,
dat onze menselijke gestalte nieuwe adem wordt gegeven.
Ezechiël zag de beenderen weer tot leven komen,
– die uit zijn of haar crisis weer opgerichte mens,
– die de stukgevallen brokstukken van zijn leven weer aan elkaar lijmt,
– die mens krijgt weer lucht.
En dat is niet de ‘lucht’ waar wij de dampkring om ons heen mee aanduiden.

Lucht is in bijbelse termen geen lucht, maar Hemel.
Het bijbels Hebreeuws kent geen woord voor ‘lucht’, het is weer ‘lucht krijgen’ te horen als ‘op adem komen’.
Het gaat hier om de levens adem’.
En die lucht, die wasem van asem  laat ons leven, laat ons lachen, laat ons genieten van de kleine dingen.
De wonderen waar we van op adem komen
– die ons heel maken,
– die ons laten zien dat kleine dingen,
– die eenvoudig lijken,
– die ons verrijken en verwijzen naar het licht van Gods genade.
Zoals het wonder van ons ademhalen zo eenvoudig simpel en meest onbewust en klein,
van levensbelang is.
En dan, wonderen gebeuren soms waar niemand ze verwacht.
Lucht krijgen, ja je hart luchten, opgelucht zijn, is ook kijken naar de kleine dingen om je heen, die wonderen maken vaak het verschil.

Die het vuur vervult
Deze woorden heeft de Heer tot
uw gehele gemeente gesproken op de berg,
uit het midden van het vuur, de wolk en de donkerheid, met luider stem, en
Hij voegde daaraan niets toe; Hij schreef ze op twee stenen tafelen en gaf mij die.
Toen gij nu de stem hoorde uit het midden van de duisternis,
terwijl de berg stond in een brand van vuur,
naderde gij tot mij, al de hoofden uwer stammen en uw oudsten, en gij zeide:
Zie, de Heer, onze God, heeft ons Zijn Heerlijkheid en Zijn Grootheid getoond, en
Zijn stem hebben wij gehoord uit het midden van het vuur;
op deze dag hebben wij gezien, dat God spreekt met een mens, en dat deze toch in leven blijft.
Maar nu, waarom zouden wij sterven?
Want dit grote vuur zal ons verteren; als wij nog langer
de stem van de Heer, onze God, horen, zullen wij sterven.
Want welke sterveling is er, die de stem van de levende God heeft horen spreken
uit het midden van het vuur, zoals wij, en die in leven is gebleven?
Nader gij en hoor alles wat de Heer, onze God, zegt, en
breng gij dan alles aan ons over wat de Heer, onze God,
tot u spreekt; dan zullen wij het horen en doen
“.
Deuteronomium 5:22-27

Wees voor ons een vuurzuil van Licht
in onze nachten [Ex.13: 22].,
de Heer zegt tot ons:
Wees niet bang, Ik heb je bij je naam geroepen,
je bent van Mij.

Moet je door het water gaan?
Hij zegt ons: Ik ben bij je!

Moet je door het vuur gaan?
Hij zegt ons: Het zal je niet verteren!
De vlammen zullen je niet verschroeien [Jes.43: 1-2].

Want soms lijken mensen over ons heen te walsen, gaan wij door vuur en water, maar U hebt ons naar de andere oever gevoerd,
naar een land van overvloed [Psalm 65:11-12).
U verschijnt aan ons in een stralend Licht, U zal niet zwijgen,
want Uw Woord gaat als een laaiend vuur voor Zijn aanschijn uit,
als een hevige stormwind [Psalm 49: 3].

Zelf gedoopt in water met Theophany,
wilt U ons dopen met Uw Heilige Geest en Vuur
door Uw Zoon, onze Heer en Verlosser Jezus Christus [Matth.3: 11].
Schenkt u ons dan de vuurvlammen van uw Geest boven onze hoofden [Hand.2: 3]
Uw vuurvlammen van liefde in ons hart.
Heer, onze God, schenk ons Uw aanwezigheid en Vrede.

Orthodoxie & de stad van eenheid [de toekomst]

Toen daalde de Heer neer om de stad en de toren, die de mensenkinderen bouwden, te bezien.
En de Heer zei:
Zie, het is een volk en zij allen hebben een taal.
Dit is het begin van hun streven;
nu zal niets van wat zij denken te doen voor hen
onuitvoerbaar zijn.
Welaan, laat Ons nederdalen en daar hun taal verwarren,
zodat zij elkanders taal niet verstaan.
Zo verstrooide de Heer hen vandaar over de gehele aarde
en zij staakten de bouw van de stad“.
Genesis 11, 5-8

In de meest gebruikelijke en traditionele interpretaties van dit levendige en fantasierijke verhaal over de spraakverwarring tijdens de torenbouw van Babel [“opgang tot God“]
wordt het accent vrijwel altijd gelegd op het bestraffen van de menselijke arrogantie:
God neemt revanche en stuurt de onderlinge samenwerking in de war
om een einde te maken aan de overmoedige plannen van de torenbouwers.

‘Spraakverwarring als een soort vergeldingsmaatregel.
Taal is immers een van de belangrijkste essenties van het mens-zijn, en onontbeerlijk
voor het voortleven en doorgeven van tradities’
[]Lea Dasberg “Menswording tussen Mode, Management en Moraal” Amersfoort, 1996].
‘Om te voorkomen dat mensen gaan klitten en op een kluitje blijven zitten,
verspreidt God hen over de aarde en laat hen  verschillende talen spreken.
Alleen zó kan de aarde bewerkt, gevuld en beheerd worde
n’ [Ellen van Wolde “Verhalen over het begin”, Baarn, 1995, p. 169 vv].
Ter Wolde ziet de verscheidenheid aan talen derhalve als een voorwaarde
voor de verspreiding van mensen op aarde.
En ook dominee Nico ter Linden kijkt in zijn eerste deel van Het verhaal gaat… [Amsterdam, 1996, p. 46-48] middels een schitterende her-vertelling met dezelfde ogen naar het verhaal van de torenbouw:
het is uitdrukkelijk Gods bedoeling dat de mensen vanuit ‘Babbelendam’
uitwaaieren over de wereld en elders hun bestaan opbouwen
“.

In dezelfde geest kenschetste Han Nijboer in zijn jaarrede voor de Vereniging van Docenten Levensbeschouwing [1995] het verhaal van de toren van Babel
als een postmodern verhaal ‘avant la lettre’, waarin God als het ware
hoogstpersoonlijk ingrijpt om een einde te maken aan dat Ene Grote Verhaal.
Een  ingreep waardoor mensen de kans krijgen zich mondiaal en in vrijheid te ontwikkelen,
hun eigen verhaal te vertellen en dit onderling uit te wisselen.
Pluriformiteit dus als een unieke mogelijkheid om te luisteren naar elkaars opvattingen en denkbeelden, een ongekende kans om te groeien aan ervaringen en belevingen van de ander. Spraakverwarring als een geschenk uit de hemel, als een Genade [een Godsgeschenk].

Daar kunnen wij in de Orthodoxie van Nederland nog een lesje aan leren;
is het daarom dat de verschillende nationaliteiten zich op hun eilandje terugtrekken;
er niet tot één Heilige Katholieke en Apostolische is te komen;
omdat wij onszelf in onze kleinzieligheid in die verschillende nationale gemeenschappen
tot een door God gedragen gemeenschap hebben verklaard?
• Hebben we een vertaling van de diensten in het Nederlands en onze kinderen het verstaan en er Catechese en lering [in hun schooltaal] uit kunnen opdoen,
buiten elke vorm van discussie en
• Heeft een Nederlandse vereniging jarenlang geijverd een goede eenduidige zangwijze op te zetten met behulp van een gedegen koorleider uit het buitenland, dan is onze eigen zangwijze de beste en weigeren we pertinent de invoering ervan in onze gemeenschap.
• Wordt er met veel moeite een Liturgie-boek samengesteld en met veel zorg gedrukt, zelfs triomfantelijk met een receptie gepresenteerd, dan wordt ook die binnen de gemeenschappen  afgewezen, onze eigen gebruikelijke wijze immers véél en véél beter is.
• En zo behouden we éénheid in verscheidenheid |
►”alles van wat zij denken te doen voor hen onuitvoerbaar zijn” [Gen];
► “is hun [liefdes]taal dermate verward, dat zij elkanders taal onmogelijk kunnen verstaan” [Gen];
en wat nog het ergste is:
hun kinderen weten niet meer waar ze het zoeken moeten [haken af].
Als je bidt voor één mens of een groep mensen, dan is dat is oké.
Maar wanneer je probeert hem[n] te veranderen, nee;
daar is slechts Gods Hand in het geding.
God heeft nu eenmaal Zijn schema voor het leven voor ieder van ons.
Voor iedereen. We zijn we vrij gemaakt om [in Liefde] keuzes te maken,
maar of dat ook doen is een tweede.

Maar we weten dat Hij weet wat te doen. Hij weet immers alles.
Hij kent ons handelen en wandelen, onze natuur tot het laatste moment van het leven.
We weten daar niets zelf eerst achteraf over.
En als we proberen onszelf, om onszelf méér te verenigen met God,
dan hebben we echt niets nodig om dat te bereiken, dat kunnen we zelf wel.
Waarom wordt ons als vanzelfsprekend een voorbeeld gegeven
om degene te worden die graag Zijn Weg gaan.
Maar, natuurlijk, zowel die jongeren daar, die het op hun manier doen en
met liefde tot God in het hart,
kun je in beginsel enig begrip opbrengen en
teleurgesteld worden en zeggen:
‘Wat is deze aandoening?
Zo veel moeite; en toch is God óók bij hen aanwezig’.

Maar weet je?
Zo doet God nu eenmaal met ons:
“Zo vaak vergeven. Zo vaak geduld opbrengen. Zelfs met dit soort zaken.
‘En dan, dan ben je in gebed; óf in ieder geval een begin van gebed.
Zonder elkaar te veroordelen, gewoon laten gaan en je niet [meer] mee bemoeien.
Pas dan kom je tot het inzicht in dat gebed
gewoon om alles aan de Heer over te laten en je met jezelf bezig te houden
in plaats van je nog èrgens druk over te maken.

Dan begrijp je dat het gebed niets anders inhoudt dan:
Heer, Jezus Christus, Zoon van God, heb medelijden met mij, arme zondaar“.
Dan maak je je ook niet meer druk als twee kleine kinderen op straat,
hun woede uiten over een schamel stukje hout, elkaar vreselijk in de weg zitten. 
Ook dan breng je je Christelijk Geloof – via het opzij zetten – in de praktijk.

Onze maatschappij verandert snel.
Wat vandaag technisch zeer geavanceerd heet,
is morgen hopeloos achterhaald.
Betalen met de pinpas is al ouderwets en
betalen met je smart-phone verovert in snel tempo de markt.
Wie nu nog op een I-Mac pc. zit te werken, telt eigenlijk al niet meer mee.
Nieuws, buienradar, e-mails, sms-jes over en weer
garanderen de optimale broekzak-vestzak bereikbaarheid van telewerkers.
En wie gaat er vandaag de dag nog zonder mobiele telefoon
of toch op z’n minst met een I-phone op stap?
Moderne communicatiemiddelen hebben onze complete wereld tot een huiskamer gemaakt, waar datgene wat we nodig menen te hebben zich via e-mail, sms en Internet
als een lopend vuurtje aan ons opdringt, winkels worden overbodig
– alles wordt aan de deur bezorgd, al moet het van de andere kant van de wereld komen en dan nog wel de volgende dag.
Al deze nieuwe technologische ontwikkelingen
die hun toepassing vinden in de samenleving creëren nieuwe mogelijkheden,
maar brengen ook nieuwe moeilijkheden en vragen met zich mee,
waar we ons geleidelijk aan van bewust worden.
Wat zijn de sociale gevolgen van al dit soort digitale ontwikkelingen?
Hoe privé en on-menselijk is digitaal“, vragen wij [van een oudere generatie]
ons regelmatig af ten aanzien van de maatschappelijke gevolgen van de computer,
waar blijft de geest.

In welke richting de toekomstige ontwikkelingen ook zullen gaan:
duidelijk is in ieder geval, dat deze samenleving hoge eisen stelt aan de komende generatie.
Vandaar bijvoorbeeld het kennisdebat:
een brede landelijke discussie over ingrijpende maatschappelijke, industriële en culturele ontwikkelingen tot het jaar 2050 en de rol van het onderwijs daarin,
je dient er wèl eerst een force lening voor af te sluiten, die
jarenlang als een molensteen om je nek hangt.
Hoe zal onze samenleving er over een jaar of vijftien uit zien?
Allemaal werkend om onze studieschulden en hypotheek, auto en I-pod af te lossen?
Over welke kennis en inzicht moet je wel niet beschikken
om nog in zo’n maatschappij mee te kunnen?
Hoe verhouden zich tegen die tijd het leren, het werken en de vrije tijd?
Het onderwijs dient zich dan ook in hoog tempo voor te bereiden op het verloop van de 21e eeuw.
Kennis veroudert snel; God niet, die is van eeuwigheid dezelfde
Bovendien gaat het in de samenleving van de toekomst niet alleen om kennis,
maar juist en vooral ook om de toepassing en uitwisseling ervan.
De jeugd van vandaag zal zich op school [en Kerk] de vaardigheden eigen moeten maken
om morgen goed toegerust de samenleving van de toekomst mee op te kunnen bouwen.
Een samenleving die mondiaal, pluriform, multicultureel en in
levensbeschouwelijk opzicht multireligieus van karakter is.
Communicatie en dialoog dienen al geruime tijd sleutelbegrippen te zijn
in het debat over de toekomst van levensbeschouwelijke vorming van de komende generatie.
En is het niet inherent aan vernieuwings- en veranderingsprocessen dat de lucht dan wel eens betrekt en de barometer daalt, dat de spraak soms verward raakt,
de materiaalwagens niet altijd worden afgeladen
en sommigen hun kamelen alvast gaan zadelen?
Cijfers voor godsdienst en levensbeschouwing tellen maar mondjesmaat mee;
om over examenvak nog maar te zwijgen.
Zo bekeken kan het verhaal van de torenbouw van Babel
in hoge mate verontrustend en angstaanjagend zijn.
Maar er zit, zo zagen we, ook een andere kant aan het verhaal.
Het kan immers ook anders.

Vakken die op school [en catechese, maar vanaf nù in en vanuit de Kerk] worden onderwezen,  geven antwoorden op de vragen die ze zich ook buiten schooltijd voordoen.
Vragen, die betrekking hebben op de manier waarop
men in het leven staat en hoe wij met anderen omgaan;
vragen die te maken hebben met de toekomst,
vragen waarop nu eens en zo direct niet een antwoord voor handen is,
maar die toch belangrijk genoeg zijn om ze te stellen . . . . . en
dat niet alleen bij godsdienst of maatschappijleer!
En ? zeker zo belangrijk ?
de tijd dat het ‘not done’ was om in en buiten de school
over dit soort zaken te praten, ligt inmiddels vèr achter ons.
Als zo’n geïntegreerd onderwijs-, cq. Kerkmodel de toekomst mag zijn
van de levensbeschouwelijke vorming van jongeren,
dan kun je het verhaal van de Babelse spraakverwarring
zien als een geschenk [genade] uit de Hemelen.
Een geschenk dat de onderlinge communicatie,
samenhang en dialoog weer op gang brengt,
nieuwe impulsen geeft aan opvoedings-, onderwijs- en leerprocessen en
het digitale tijdperk een menselijk gezicht geeft.
Anders geformuleerd: “het geheim achter de dingen” –
de Goddelijke Geest weer kunnen ontdekken.

Gij toch hebt van Hem gehoord en zijt in Hem onderwezen,
gelijk dit de waarheid is in Jezus,
dat gij, wat uw vroegere wandel betreft,
de oude mens aflegt, die ten verderve gaat, naar zijn misleidende begeerten,
dat gij verjongd wordt door de geest van uw denken en
de nieuwe mens aandoet, die naar [de Wil van] God geschapen is
in waarachtige gerechtigheid en heiligheid.
Legt daarom de leugen af en spreekt waarheid, ieder met zijn naaste,
omdat wij leden zijn van elkander.
Geraakt gij in toorn, zondigt dan niet:
de zon mag niet over een opwelling van uw toorn ondergaan; en geeft de duivel geen voet.
Wie een dief was, stele niet meer, maar spanne zich liever in
om met zijn handen goed werk te verrichten, opdat hij iets kan mededelen aan de behoeftige.
Geen liederlijk woord kome uit uw mond, maar als gij een goed (woord) hebt, tot opbouw,
waar dit nuttig is, opdat zij, die het horen, Genade ontvangen.
En bedroeft de Heilige Geest Gods niet, door Wie gij verzegeld zijt tegen de dag van Verlossing
“.
Eph.4: 21-30

. . . Hebt u goede nota genomen, dat enkel God, Heer en Rechter is . . . . .
. . . . . En wat zegt Hij?
We dienen naast grote soberheid, grote ijver aan de dag te leggen en
de Goddelijke Schrift veelvuldig te onderzoeken.
Onze Heer en Verlosser heeft gezegd: “Onderzoekt de Schriften“!
Joh.5 : 39

Onderzoekt dan de Blijde Boodschap en houdt met een hoge nauwkeurigheid en
Geloof vast aan datgene wat er gezegd wordt,
opdat wij mogen weten wat Gods Wil is en wat
de Goddelijke Schrift ons duidelijk maakt en in staat stelt
in waarheid goed en kwaad van elkaar te onderscheiden . . .

Hebr.5 : 14

Niets is zo bevorderlijk voor ons
in herinnering te brengen
als het volgen van de Goddelijke Voorschriften van de Verlosser.
Hoegenaamd is er niets meer winstgevend voor de ziel dan wanneer
zij de keus gemaakt heeft
om Gods Wet dag en nacht via de Goddelijke Schriften te bestuderen.
De betekenis van de Heilige Geest wordt
via Genade via hen geopenbaard.
Het vervult een mens via geestelijke waarneming met alle plezier van de wereld,
het verheft haar boven het geheel van aardse dingen en de toont nederig van wat zichtbaar is
het vormt als het ware engelachtige hoogten
en maakt heel je leven deelgenoot aan dat van de engelen
“.
Heilige Symeon de Nieuwe Theoloog

de Hemelvaart des Heren – Orthodoxie en welzalig is de mens

Welzalig is de mens
die niet wandelt naar de raad der goddelozen.

Ook niet staat op de weg van de zondaars,
noch neerzit in het gestoelte der spotters;

Maar die vreugde vindt in De wet van de Heer,
die Zijn Wet overpeinst bij dag en nacht.

Hij staat als een boom, geplant aan waterstromen,
die zijn vrucht geeft op de juiste tijd,

Welks blad niet afvalt;
en al wat hij doet zal voorspoedig gelukken .

De goddelozen zijn niet zo,
niet zo gaat het met hen.

Maar als het kaf, dat door de wind verdrijft,
van het aanschijn der aarde.

Daarom zullen de goddelozen niet bestaan ​​in het gericht,
noch de zondaars in de vergadering der rechtvaardigen.

Want de Heer kent de weg der rechtvaardigen;
maar de weg der goddelozen zal vergaan
“.
Psalm 1

En terwijl zij nog naar de Hemel staarden,
werd Hij voor hun ogen opgenomen en
een wolk onttrok Hem aan hun blikken.
En zie, twee mannen stonden bij hen in blinkend gewaad.
Zij zeiden:
Jullie mannen van Galilea,
wat staat ge toch op te zien naar de hemel?

Handelingen 1: 10,11

De “twee mannen in blinkend gewaad”,
die onmiddellijk na de Hemelvaart van de Heer verschenen aan de apostelen en hen vroegen waarom ze stonden op te zien naar de hemel,
waren zonder enige twijfel zelf bewoners van de Hemelen;
daarom kan ook niet van de Apostelen worden verondersteld
dat dit onaangenaam voor hen was of
dat het gewenst was om direct de menselijke blik
van die mannen van Galilea op iets anders te richten.
Nee, zij hadden alleen de bedoeling, zoals geschreven staat,
een einde te maken aan de dadeloze [inerte] verbazing van de Apostelen:

wat staat ge toch op te zien naar de hemel?
Na hen uit hun verbazing op te wekken,
geven ze hen in overweging
en hen en ons bij te brengen
met welk een gedachten
we dienen op de zien naar de hemel,
nadat onze Heer Jezus in de Hemelen is opgenomen
Die Zichzelf daarheen heeft doen opstijgen.
Deze Jezus, voegden ze er nog aan toe,
die wordt aan uw wereldse ogen onttrokken en
opgenomen in de Hemelen en
zal op dezelfde wijze wederkomen
zoals u Hem hebt zien opgaan in de hemelen.
De discipelen van de Heiland werden op dezelfde manier
de exacte vervulling van Zijn woorden gewaar
die Maria Magdalena aan hen had verteld:
Ik vaar op naar mijn Vader en uw Vader ,
naar Mijn God en uw God
“.

Ze konden niets anders dan concluderen dat dit het vreugdevolle beproeving was welke Hij
gedurende de veertig dagen na zijn Opstanding uit de doden aan hen had overgebracht, die leerzame gesprekken met Hem,
die voelbaar gemeenschap tussen hen en Zijn Goddelijke mens-zijn,
werden op dat moment beëindigd.
Vanaf dit ogenblik zou Zijn aanraking noch Zijn stem
nog langer vreugde bij hen teweeg brengen,
zouden zij Hem met hun ogen niet langer kunnen volgen,
verlangend Hem [bij zich] vast te houden.
Zij staarden naar de hemel zoals Hij opging en aan hun ogen werd onttrokken.
We kunnen alleen maar bedenken wat een onmetelijke droefheid
de Apostelen overvallen moet hebben na deze Hemelvaart van Jezus,
Die voor hen alles betekende en fundament was van alles in de wereld om hen heen.
Het is dit ontzettend afscheid waarvoor de Hemelse Machten zich haasten
om hen te troosten en hen te verkondigen
dat deze Jezus .  .  .  .  . zal wederkomen.

Bij de beoordeling van de omstandigheden van de Hemelvaart van Christus,
ervaren we voor het eerst de zegen die Hij ons via de Apostelen meegaf,
zo zal het geschieden, zo deelt de evangelist Lucas ons mee:
terwijl Hij hen zegende maakte Hij Zich van hen los [scheidde Hij Zich van hen] en
en werd Hij opgenomen in de Hemelen.
Wat een eindeloos grote Genade van Christus is ons, Christenen ten deel gevallen,
wordt hiermee geopenbaard!
De Heer begint met een zegen en vóór de voltooiing hiervan stijgt Hij op naar de Hemelen;
want terwijl Hij hen zegende werd Hij in de Hemelen opgenomen.
Dus zelfs na Zijn hemelvaart blijft Hij nog steeds onzichtbaar Zijn zegen geven.
Die zegen stroomt en daalt voortdurend neer op de Apostelen en Zijn volgelingen;
door hen wordt dit verspreid op degenen die zij zegenen in de Naam van Jezus Christus;
degenen die deze zegen van Christus door de apostelen hebben ontvangen
verspreiden dit weer over de anderen [over ons];
dus allen die door de doop in de Heilige Katholieke en Apostolische Kerk
deelachtig zijn geworden van die ene Zegen van Christus.
Als de dauw van Hermon , die neerdaalde op de berg Sion,

Zal deze Zegen van Vrede daarom neerdalen op elke ziel die uitstijgt
boven de hartstochten en begeerten, boven de ijdelheid en zorgen van deze wereld;
als een onuitwisbaar afsluiting werkt het zegel van die Christus zodanig op diegenen
dat Hij dit aan het einde van de wereld [de tijden] zal bekrachtigen
door hen uit het midden van de hele mensheid tot Zich te roepen,
als de Geest en de Bruid zullen zeggen:
Komt allen tot Mij,
gij die komt in de Naam des Heren!

Laten we nu eens kijken
hoe noodzakelijk het voor ons is ons in te zetten deze Genade
nu al te verkrijgen en om deze Zegening van de Verrezen Heer te bewaren,
die op ons nederdaalt door de Apostolische Kerk.
Wanneer wij bewaren hetgeen wij ontvangen hebben, zullen wij, bij de wederkomst van onze Heer, Jezus Christus, tezamen met de apostelen en de heiligen worden opgeroepen om deel te nemen aan Zijn Koninkrijk :
Komt gezegenden, gij die Mij gehoord hebt en dorstig mij tegemoet zijt getreden,
allen die dorst hadden neem ruimhartig van het water des Levens!
“.

Het boek der Openbaring geeft daarentegen een ernstige waarschuwing en vermaant hen die zich niet aan de Blijde Boodschap storen.
Wanneer degene die zich niet tot de Gezegende van God de Vader verhoudt zal ook deze Zegen [Genade] niet verkrijgen,
of wanneer degene die tot Hem komt slechts het onderwerp is van
een valse zegen aan mensen die zich niet mede-erfgenaam zal kunnen noemen
van die Goddelijke Zegen van Genade welke in de Mysteriën [RK. Sacramenten] tot ons komt; wat zal er dan van ons worden?

Neem daarom voor deze gelegenheid eens in ogenschouw
het moment dat we zelf van deze wereld worden weggenomen.
De dag des Heren komt als een dief in de nacht“.
Diezelfde onverwachtheid zal zich voordoen bij de tweede komst van onze Heer Zelf
En houdt voor ons christenen een ernstige waarschuwing in:

Niemand weet wanneer die dag en dat moment zullen aanbreken,
ook de hemelse engelen en de Zoon niet, alleen de Vader weet het.
Zoals het was in de dagen van Noach, zo zal het zijn wanneer de Mensenzoon komt.
Want zoals men in de dagen voor de vloed alleen maar bezig was met eten en drinken,
met trouwen en uithuwelijken, tot aan de dag waarop Noach de ark binnenging en
zoals men niet wist dat de vloed zou komen, totdat die kwam en iedereen wegnam,
zo zal het ook zijn wanneer de Mensenzoon komt.
Dan zullen er twee op het land aan het werk zijn,
van wie de een zal worden meegenomen en de ander achtergelaten.
Van twee vrouwen die samen aan de molen draaien,
zal de ene worden meegenomen en de andere achtergelaten.
Wees dus waakzaam, want jullie weten niet op welke dag jullie Heer komt.
Besef wel: als de heer des huizes had geweten
in welk deel van de nacht de dief zou komen,
dan zou hij wakker gebleven zijn en
niet in zijn huis hebben laten inbreken.
Daarom moeten ook jullie klaarstaan,
want de Mensenzoon komt op een tijdstip
waarop je het niet verwacht
“.
Matth.24: 36-44

Onze Christelijke weg wordt niet geleid door nieuwsgierigheid of naïviteit en
pas danook op voor die mensen die doen alsof ze méér denken te weten dan Christus
hen heeft verleend om te weten.
Laat we trachten zelf eerder te weten te komen
wat onze eigen tekortkomingen zijn,
onze overtredingen [knopen] tellen en in bekering vergeving zoeken.
Zie toe, dat de kinderen van deze wereld en onze eigen passies onze geest niet in slaap sussen,m aar voorafgaand aan dat vreselijke uur onszelf tot de orde roepen en verlangend wachten op Zijn Wederkomst.

Kom, Heer Jezus, kom“.

6e Zondag na Pascha, de Zondag van de blindgeboren mens

Op deze zondag voorafgaand aan het feest van de Hemelvaart van Christus,
brengt ons de Kerk het Evangelie van de blindgeborene in herinnering.
Er zijn hier twee aandachtspunten die mij opvallen.

1.]. Christus maakt hier een opmerking over de reden waarom deze mens blind was geboren . Als antwoord op een vraag van de discipelen, zegt Hij zegt dat blindheid er niet was omdat de mens of zijn ouders gezondigd hadden, maar opdat de werken Gods in hem worden geopenbaard.
Met andere woorden, onze Heer geeft zelf aan dat een ziekte of handicap niet altijd het gevolg zijn van persoonlijke zonden of de zonde van anderen,
maar ze worden toegestaan ​​ om de Glorie van God aan de mensen te openbaren.
Veelal is de menselijke aandacht voor datgene waar men onder gebukt gaat – de handicap – reden om zich van de wereldse zaken te weerhouden en zich meer tot God te richten.
De blinde hoort meer, ervaart meer omdat hij meer door het hemelse Licht dan het aardse in beslag wordt genomen; de dove richt zich meer op datgene wat hij ziet bouwt zich in zijn beperking meer op het innerlijke. De mens zoekt God in zijn aardse onvolkomenheden, vraagt zich af waarom ik en krijgt hier van Christus een antwoord: richt je op Gods weken, welke via jouw handicap worden geopenbaard.
We kunnen dit zien in de levens van een aantal mensen met een achterstandspositie .
Ze zetten hun nadeel om in iets anders, een uitdaging die het beste in hen kan boven brengen.
We kunnen hierbij denken aan bijvoorbeeld bepaalde Downs Syndroom kinderen,
die ongelooflijk vriendelijk en liefdevol kunnen zijn, veel meer dan wanneer zij ‘gezond’ waren geboren. We kunnen allemaal denken aan voorbeelden van ongelooflijke moed en liefde onder kansarmen.
Waarom ?
Omdat de genade van God op hen is nedergedaald:
‘de werken van God die in hen openbaar wordt gemaakt’.

2.]. We kunnen ook denken aan sommige ‘blinde’ mensen, die de realiteitszin hebben verloren, het innerlijke kwijt zijn,
de Genade van God hebben verloren.
– De dief, die niet ziet dat hij zichzelf tekort doet.
– De leugenaar, die zichzelf voor de mal houdt – zo vèr zelfs dat hij zelf in zijn leugens gelooft.
– De verslaafde, die niet meer weet waar hij het zoeken moet.
– De gevangene, die geen uitweg meer ziet.
– De arme rijke, die zich in zichzelf en z’n eenzaamheid opsluit.
– De arrivist, die zichzelf voorbij streeft – zichzelf tot middelpunt heeft gemaakt van zijn omgeving.
Heb nu niet het idee dat het jou niet overkomt, want zoals de Geest waait waarheen Hij gaat
– zo tracht de tegenstrever haar onderuit te halen, een mist op te trekken, zodat je het niet meer dóór hebt.
En dit overkomt zelfs de besten onder ons:
– een lezer, die zichzelf zo mooi vindt lezen
– een psaltist, die zo mooi zingt, dat hij zijn medekoorleden niet meer ziet staan.
– een koor wat eigen lof zingt in plaats van dit te doen tot eer aan God.
– diakens en priesters die zichzelf bewieroken, teneinde de gunst van gelovigen te verwerven.
– een gemeenschap, die zich in zichzelf opsluit, teneinde de nationale trots te kunnen botvieren, zichzelf thuis te voelen in hun ‘eigen’ kerk.
– kerkenbouwers die hun doel slechts door jarenlang leugen, manipulatie, diefstal en bedrog kunnen bereiken.
– biechtvaders, die de starets [counseler] uithangen, in plaats van slechts een luisterend Goddelijke toehoorder te zijn.
– Lichamelijk en geestelijk beter bedeelden, schoonheden, die hun onschuld verloren hebben.
Zo worden we omringd door degenen die geen interesse in mensen, maar in de grond van hun hart alleen willen maar willen profiteren van de uiterlijke schijn via macht of dikke bankrekeningen.
Vergeet daarbij niet de bijzonder intelligente en goed opgeleide mensen,
wiens intelligentie is opgeslagen in hun geestelijke vermogens, terwijl zij buitengewoon pretentieus en dwaas zijn geworden, zich krom lachen om het onvermogen van minderbedeelden en zich voor het aangezicht van de wereld grote financiële vermogens toe-eigenen.
Hun voordelen worden daarmee hun grootste handicap, zij belemmeren elke vorm van geluk voor zichzelf en anderen.

3.]. In de situatie van de vandaag aangehaalde blindgeborene, is zijn hele leven gericht geweest op het verkrijgen van de Heilige Geest, een voorbereiding op zijn persoonlijke ontmoeting met Christus.
Zijn ziel was niet alleen niet zuiver genoeg, verfijnd door zijn levenslange handicap,
om de Goddelijke genezing te ontvangen,
maar kwam ook tekort in het belijden van de Enige, Die wij belijden als de Zoon van God,
waardoor de werken van God in hemzelf openbaar worde.

Daartegenover zij die echt blind zijn [waren] omdat ze de mensen verboden genezing en goede werken te doen op Sabbat, intimideerden door hen [de blindgeborene en zijn ouders] vragen te stellen en hen daarna buiten [de kerk] te sluiten [te excommuniceren].

En dan de blindgeborene, die ziet, die ten opzichte van de omgeving [het ganse kerkvolk] getuigt:
Ik weet niet of Jezus een zondaar is of niet ; een ding weet ik ; dat ik blind was , en nu zie ik“.
En vervolgens voegde hij eraan toe : “Als Hij niet van God is, dan kon Hij niets doen“.
En ten slotte bekende hij dat hij geloofde dat Christus de Zoon van God is – één van de eerste die dit in de evangeliën doet.

Pdf: Wees er [gedicht]
Het besef van de blindgeborene is dan een vreugdekreet.
Hij kan ons leren hoe te oordelen, of liever anderen te onderscheiden
– hen aan hun vruchten te herkennen.
Als wij Christenen, of niet gelovigen, van God zijn,
dan zullen we dit Voorbeeld [Hem] volgen  en goede vruchten dragen,
voor wie dat niet is, die zal met al zijn [vermeende] vermogens niets klaarspelen
en als een harlekijn zijn weg gaan.
Zo die er één van God is, zal hij eindigen onder de getuigenis
van de Grootsheid en Godheid van Christus.

Overigens dien ik te wijzen op de manier waarop Christus genas.
Hij spuugde op de aarde en ‘maakte slijk uit dat speeksel’.
We merken hierbij op dat dit voor elke Mysterie [RK. sacrament] van de Kerk geldt;
God, in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest geneest , op dezelfde manier:
de adem van God, de Heilige Geest is de drager van de genezende Genade van God.
– Water op zich kan niet genezen,
maar het water van de doop geneest
omdat het gezegende water
​​de Heilige Geest met zich meedraagt.
– Olie op zich kan niet genezen
maar de olie van Myronzalving kan genezen,
omdat het vervuld is van de Genade van God .
– Een doekje kan niet genezen
maar toch is een priester in staat gesteld te genezen
door de genade van Christus
aan degene die oprecht zijn zonden belijd en
de berouwvolle intentie heeft niet meer te zondigen .
– Brood en wijn kan niet genezen en
toch wordt brood en wijn veranderd
in het Lichaam en Bloed van Christus
om te genezen door de Heilige Geest .
– Hout, kalk en pigmenten kunnen niet genezen en
toch kunnen Iconen hun heilzame uitwerking hebben
door de Heilige Geest die in hun materiële essentie doordringt
en de begenadiging, die van hen uitstraalt.
– Rook kan niet genezen en
toch brengt wierook genezing
door de zegen van Christus,
die ervan uitgaat.

Christus leert ons dan dat alle dingen gebruikt kunnen worden
tot genezing en voordeel en zaligheid van onszelf,
maar dat zij eerst dienen te worden aangeraakt
door Zijn Genade.
Op deze manier kan ons lichaam, louter vlees en beenderen en bloed,
dienen als Icoon van Christus, Christus-dragend [Chrystophoros].
Onze ziel kan geactiveerd worden,
zodat wij lichtdragers worden van de Heilige Geest;
de ogen van onze ziel, de deuren van de waarneming,
en daardoor wordt de blindgeborene, die wij allemaal zijn,
geheeld, genezen tot een Icoon van de gehele schepping Gods,
waar wij deel van uit maak en die behoort te zijn,
waarvoor hij geschapen is zoals ze werkelijk behoort te zijn.
We zien dat elk grassprietje en elke heuvel, elke boom en elke wolk,
elke druppel regen en elke oceaan,
alle schepselen en alle mensen,
wonderen zijn van Gods handwerk,
tekenen van Zijn Mystieke [RK. Sacramentele] aanwezigheid onder ons
en we zien dan tevens dat niet we wonen in deze banale,
alledaagse wereld om ons heen.
We wonen dan in de wereld zoals hij werkelijk is,
in potentie het Paradijs, het Koninkrijk Gods,
zoals God deze in den beginne heeft gemaakt,
want we zien God de Schepper achter
alle dingen en alle mensen .

En dan zijn we eveneens in staat
om samen met de blindgeborene te zeggen :
‘Ik was blind en nu zie ik’.

Heer, Jezus Christus, Zoon van God,
heb medelijden met mij, blindgeboren zondaar
en 
redt mij“.

5e Zondag na Pascha – Zondag van de Samaritaanse vrouw

Het Heilig Evangelie heeft ons de naam van de Samaritaanse vrouw niet doorgegeven.
De Traditie van de Kerk leert ons dat haar naam in het Grieks – Photini was, in het Russisch – Svetlana, in de Keltische talen – Fiona, in westerse talen – Claire en in het Nederlands Ellen.
En al deze namen spreken tot ons over
één ding – van licht.

Nadat zij aan de Heer Jezus Christus heeft voldaan is zij uitgegroeid tot een licht dat in de wereld schijnt, een licht welke degenen die haar ontmoeten verlicht.
Elke Heilige wordt ons gepresenteerd als een voorbeeld, maar we kunnen de werkelijke wijze waarop een heilige geleefd niet altijd nastreven, we kunnen niet altijd dezelfde hemelse Ladder beklimmen.
Van iedere Heilige kunnen we echter twee dingen leren.
– Ten eerste kunnen we door de genade van God datgene bereiken wat menselijkerwijs onmogelijk lijkt en dat is ons als persoon in beeld en gelijkenis aan God te spiegelen.
Dat wil zeggen dat we – in deze wereld van duisternis en tragedie een teken van hoop te zijn; in de wereld die in de macht is van leugens – een woord van waarheid te zijn.
We worden voor dit alles in staat gesteld in de zekerheid dat alleen God dit alles kan overwinnen wanneer we alleen Hem toestaan ​​toegang tot onze ziel te verkrijgen.
Want als het Koninkrijk van God niet in ons is leeft – als God niet troont in onze gedachten en harten – een vuur dat alles wat onwaardig is in onszelf en van Hem verwijdert, dan zijn we ook niet in staat Gods licht rondom ons te verspreiden.
– Het tweede wat de Heiligen ons kunnen leren is om de Boodschap uit hun naam over te brengen – aan ons te leren kennen.

Vandaag spreekt de Samaritaanse vrouw van licht.
Christus heeft haar gezegd dat Hij is het Licht van de wereld is, het Licht dat alle mensen verlicht, en we zijn geroepen om
dat Licht in onze ziel te laten schijnen.
Te laten schijnen in ons verstand en onze ziel
– ja, binnen ons gehele bestaan.
De bedoeling is dit Licht van Christus zo tot ons te laten spreken, dat we er zelf
tevreden over zijn en het in en door ons ten uitvoer wordt gebracht.
Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken“.
Matth.5: 16

Alleen door onze daden te zien, door onze manier van handelen, kunnen mensen gaan geloven dat het Licht van God – Werkelijk Licht is.
Het gaat hier niet om onze woorden, tenzij het woorden van Waarheid en Macht zijn, zoals die van Christus Zelf of van de Apostelen zijn geweest.
Laat ieder van ons stilstaan bij de betekenis van onze naam als Christen en
op de wijze waarop we datgene worden waar we toe zijn geroepen.

De Samaritaanse vrouw was onderweg om water te halen zonder enig geestelijk doel.
Ze kwam bij de bron – en ze ontmoette Christus.
Ieder van ons kan op elk moment van de dag  een Goddelijke wending in ons leven ervaren,  zelfs wanneer we onze meest dagelijkse huiselijke taken verrichten, indien ons hart maar in de juiste richting staat en we ons open stellen om een ​​bericht te ontvangen,
te luisteren, ja – om vragen te stellen!
De Samaritaanse vrouw stelde maar één vraag aan Christus, en wat ze als antwoord kreeg oversteeg haar vraag op zo’n manier dat ze in Hem een Pprofeet herkende.
Later herkende zij Hem als de Christus, de Verlosser van de wereld.
Maar ook ons licht dient niet onder de korenmaat te worden geplaatst.
De Samaritaanse heeft ontdekt dat het Licht in de wereld gekomen was,
dat het goddelijk Woord  nu Waarheid werd te midden van de mensen,
dat God met ons/onder ons is.
Zij liet alle zorgen achter zich en rende naar de anderen om de vreugde, het wonder van wat ze had ontdekt te delen met anderen.
Ze bracht haar medeburgers naar Christus.
Ze vertelde hen eerst waarom ze in Hem geloofde, en
vervolgens bracht misschien hun nieuwsgierigheid, of de overtuigende kracht van haar woorden en de verandering die zich in haar had voltrokken hen tot Christus.
Zij zagen het voor zichzelf en zeiden tot haar:
Het is niet meer vanwege wat u zegt dat we geloven
– “we hebben gezien en we hebben het gehoord en daarom geloven wij“.
Handelingen 17: 11

En dit is wat de Samaritaanse vrouw ons allen leert: open te staan op elk moment van ons leven, terwijl we zijn druk bezig met de eenvoudigste dingen.
Op te staan het goddelijke Woord te ontvangen, dat we dienen te worden verlicht door het Goddelijke licht, gereinigd worden door Zijn zuiverheid.
We dienen het Licht te ontvangen in het diepst van onze ziel, er met heel ons leven voor open te staan, zodat mensen zien wat en wie we zijn geworden, opdat ook zij kunnen geloven dat het Licht in de wereld is gekomen.

Laten we tot de Heiligen en de Samaritaanse vrouw bidden ons te leren, ons te leiden,
ons tot Christus te brengen op de wijze waarop zij naar de Bron is gekomen en
Hem te dienen op de wijze waarop zij Hem gediend heeft tot heil van allen
die om haar heen waren .
En mag de zegen van God met u zijn,
de Vader en de Zoon en de Heilige Geest,
nu en altijd en wereld zonder einde!    Amen.
preek van Metropoliet Anthony Sourozh – 8 mei 1988

Kontakion           pl 4e Tn/ 8e Tn
Met geloof naderde de Samaritaanse tot de Bron:
daar aanschouwde zij U, het Water der Wijsheid.
En toen zij daarvan gedronken had
begeerde zij dorstig het Koninkrijk uit den hoge.
Daarom wordt zij geprezen in alle eeuwigheid“.

En toen zij daarvan gedronken hadden . . . . .
En dit is het Woord [de verkondiging], die wij van Hem gehoord hebben
en aan u allen verkondigen:
God is Licht en in Hem is in het geheel geen duisternis.
Indien wij zeggen, dat wij gemeenschap met Hem hebben en in de duisternis wandelen, dan liegen wij en
doen de waarheid niet;
maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het Licht is,
hebben wij gemeenschap met elkaar; en
het bloed van Jezus, zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde“.
1Joh.1: 5-7

Door de zegen en Genade van God kan het Licht
steeds meer opgaan en helder worden
als de zon op haar hoogtepunt.
Dit werd door de Profeet Malachi reeds voorzegt:
Maar voor u, die Mijn Naam vreest, zal de zon der gerechtigheid opgaan en
er zal genezing zijn onder haar vleugelen;
gij zult uitgaan en springen als kalveren die in de Lente uit de stal worden losgelaten“.
Mal.4: 2

Jezus Christus is het levende Woord van God.
In het Woord was het leven en het leven was het Licht van de mensen.
En het Licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft het niet begrepen
“.
Joh.1: 4-5
Dit Licht moeten we ontvangen in ons hart.
Velen hebben Jezus Christus, het Licht van de wereld, niet in hun hart binnengelaten.
Maar allen die Hem aangenomen hebben,
hun heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden,
namelijk die in Zijn Naam geloven
“.
Joh.1: 12

Licht blijkt gelukkig sterker te zijn dan duisternis.
Het licht van het Evangelie dringt de duisternis van ons bestaan binnen.
Waar Gods Licht en Liefde schijnen, zal de nacht verdwijnen.

Christenen zijn gedoopt in het Koninkrijk van de Zoon van Gods Liefde.
Paulus roept op daarvoor de Schepper te bedanken:
Dankt gij met blijdschap de Vader,
Die u toebereid heeft voor het erfdeel der heiligen in het licht.

Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en
overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn Liefde,
in Wie wij de verlossing hebben, de vergeving van zonden“.
Col.1: 12-14

Vergeven betekent eigenlijk
‘ver-wèg-geven’.
Wanneer we onze zonden belijden [aan het licht brengen] zullen deze door Gods Genade worden vergeven.
Zij worden dan onder het reinigend bloed van Christus gebracht;
door de oprechte belijdenis in het Mysterie van de Biecht vindt de genezing plaats.

Jezus Christus is als de Hemelse Geneesheer tot ons gekomen om te genezen en te helen.
Dit gaat over beschadigde emoties, negatieve gevoelens, psychische problemen, ziekten, zwakheden en andere zaken in onze Liefde die herstel nodig hebben.
Het bekerings- en genezingsproces heeft dus duidelijk te maken met ‘overbrenging’ – verandering. Door de werking van de Heilige Geest en Geloof in de drie-ene God
worden de negatieve zaken verplaatst naar het helende [medische] gedeelte van
Liefde, Genade, Vergeving en Heiliging [heling].

Psalms created on Truth – psalm 8: 4; “Wie is de mens, dat Gij hem gedenkt . . . . . “

In onze tijd worden mensen verpulverd, worden in een mum opgebruikt en de kijk op de mens is verward en wazig geworden.
Vanuit deze tragische situatie moet niet vergeten worden dat er al eeuwen een cultureel ontwerp bestaat.
De beschrijving hiervan is ons van Gods wege gegeven via de Blijde Boodschap.
De Bijbel  is in staat de mens een antwoord te geven op wie hij is, over zijn relatie met de wereld, de noodzaak tot gemeenschap met de medemens. Het beschrijft de individuele weg die hem leidt naar een directe relatie met God . . . . .

Daarop vindt de oorsprong van de cultuur van onze Kerkvaders haar oorsprong in de Griekse geest en hun resonantie op de Christelijke leer.
De mens werd in het kader van deze cultuur geïdentificeerd als een persoon, die
is geschapen, overeenkomstig het beeld van de Drie-ene God en daarnaast de mogelijkheid heeft gekregen om te communiceren met God en met onze medemens.
Het leven is als een woestijn, zonder werkelijke waarden.
Af en toe horen we de Stem van boven die onafgebroken roept.
We zijn verplicht de wil van God te doen, Zijn wetten na te leven.
We doen dit wel, maar met een half hart omdat onze geest vaak te druk is met andere zaken. Uiteindelijk bereiken we onze bestemming en
realiseren dat elk moment de potentie van een juweel in zich had.
Dan betreuren we onze dwaasheid.

“Die de echtvriend van haar jeugd verlaat en het verbond [= overeenkomst met ] van haar God vergeet”.
Spreuken 2: 17

De Statenvertaling zegt: de Leidsman van haar jeugd.
Het Hebreeuwse woord Pwla (aloef), dat hier dan vertaald is met “echtvriend” of “Leidsman” hangt samen met de eerste letter van het Hebreeuwse alfabet, de alef .
En de alef representeert ook de één, het getal 1. Het betekent dus, dat je de eenheid kwijt bent.
Het betekent ook, dat je Degene kwijt bent met wie je van je jeugd af aan verbonden bent.
En dat is toch wel heel bijzonder, want als je bij God bent – en het is goed om daar eens even over na te denken – als je bij de Heer bent en met Hem wandelt, dan ben je bij je oorspronkelijke Vriend.
Dan ben je bij de God bij wie je van huis uit hoort.

De kern van dit verhaal is dus: een mens hoort van huis uit bij God.
Als je tot geloof komt, kom je terug bij je oorsprong bij het begin.
Het begin van elk mens is uit God.
En dan kun je in je leven een heel eind gaan zwerven en een hele omweg maken,
maar als je dan tot bekering komt, kom je niet bij een vreemde, maar dan kom je bij de vanouds bekende God.
Dan kom je bij Degene, die jou al kent vanaf het begin. Al die andere goden, die je in je leven inbouwt horen niet bij je.

Jouw begin is uit God, en je bent wezenlijk verwant met Hem!
Je hoort helemaal bij Hem. Hij heeft je gemaakt, je bent uit Hem voortgekomen.
En zo mag je gaan als drager van die goddelijke aanwezigheid.
Dat is die verborgen schat binnen in jou.
Paulus zegt daarover:
Of zijt gij niet zo zeker van uzelf, dat Jezus Christus in u is?”.
2Cor.13: 5
Er wordt vaak zo negatief gedaan over mensen;
och, we zijn maar mensen.
Maar zo spreekt de Blijde Boodschap niet, dat zegt God niet.
God zegt: ‘Ik heb iets van Mijzelf in jou gelegd’;
” “En God zei: Laat Ons mensen maken naar Ons Beeld, als Onze Gelijkenis,
opdat zij heersen over de vissen in de zee en over het gevogelte aan de hemel en
over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipende gedierte dat op de aardbodem kruipt. En God schiep de mens naar Zijn Beeld; naar Gods Beeld schiep Hij hem;
man en vrouw schiep Hij hen
”.
Genesis 1: 26; vergelijk 9: 6

Dat dit geen primitief idee is,
uit een ver verleden, toont het Geloof in Jezus van de apostelen.
Zij geloofden dat God verantwoordelijk is voor alle leven en dat alle mensen zijn voortgekomen uit dit eerste mensenpaar [Matth.19: 4; 1Cor.11 : 7; Jac.3: 9].
Maar wat wordt er bedoeld met: ‘naar ons beeld, als onze gelijkenis?
De mens heeft in bepaalde opzichten een gelijkenis met zijn Schepper.
Met de schepping van de mens heeft God iets van Zichzelf ‘gereproduceerd’ en er moet iets van God in die mens te herkennen zijn.
Wanneer deze later zelf nageslacht voortbrengt,
legt hij op zijn beurt zijn eigenschappen daarin;
het zijn afdrukken van zijn wezen:
Adam … verwekte [een zoon] naar zijn gelijkenis, als zijn beeld”.
Genesis 5: 3

Hiermee worden echter niet meer het beeld en gelijkenis van God bedoeld, maar de mens zoals Adam geworden is: zondig in het vlees, zodat hij de schoonheid en heerlijkheid van God niet in zich draagt.
Wanneer dit voor altijd was voortgegaan, zou Gods scheppingswerk een hopeloze mislukking zijn. God zei echter dat het goed was wat Hij had geschapen.
In Zijn alwetendheid moet Hij gezien hebben dat er uiteindelijk wèl
mensen met de heerlijkheid van zijn beeld en gelijkenis zouden zijn:
Want allen hebben gezondigd en ontberen [missen] de heerlijkheid van God”.
“… juist om de rijkdom van zijn heerlijkheid bekend te maken over de voorwerpen van ontferming, die Hij tot heerlijkheid heeft voorbereid”.
Rom.9: 23

“Wij dan . . . . .
hebben vrede met God door onze Heer Jezus Christus, door wie wij ook de toegang hebben verkregen tot deze genade, waarin wij staan, en roemen in de hoop op de heerlijkheid van God”.
Rom.5: 1-2

Het natuurlijke nageslacht van Adam kan Gods heerlijkheid niet weerspiegelen.
Dit is een voortdurend vraagpunt van gelovigen aan God.
David vroeg zich in een Psalm af welke verklaring er is voor die hoge plaats van de mens in Gods onmetelijke heelal, en de schrijver van de brief aan de Hebreeën wijst op de vervulling van Gods plan met ons in Christus Jezus:
Wat is de mens, dat U hem gedenkt?
Wat is mensenkind, dat Gij acht op hem slaat?
Toch hebt U hem slechts weinig beneden de engelen geplaatst:
Gij hebt hem gekroond met Glorie en eer
”.
Psalm 8: 4-9

“… maar wij zien Jezus …
met Heerlijkheid en Eer gekroond”.
Hebr.2: 6-9

In de persoon van Jezus heeft God uit de mensheid een nieuwe mens verwekt,
die deze heerlijkheid van God wel draagt en weerspiegelt.
De apostelen getuigen in de evangelieverslagen en brieven van
wat zij hebben gezien en ervaren van deze ‘Zoon des mensen’,
de mens bij uitnemendheid:
Wij hebben Zijn Heerlijkheid aanschouwd,
een heerlijkheid als van de enig-geborene van de Vader,
vol van Genade en Waarheid”.
Joh. 1:14
“Deze de afstraling van Zijn heerlijkheid, en de afdruk van Zijn wezen”.
Hebr.1: 3

Zij hebben twee kanten van Hem gezien:
Zijn gestalte als dienstknecht, die volmaakt de Wil van God deed, en
Zijn Verheerlijkte gestalte toen zij met Hem op de berg Thabor waren [Luc.9: 29; 2Petr.1: 16].
Zijn Verheerlijking op de berg was een voorproef van wat Hij zou ontvangen, wanneer Hij de wil van zijn Vader tot het laatst zou doen.
Hierin is Hij het voorbeeld voor wie in Hem gelooft:
Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was,
die in de Gestalte van God zijnde, het God gelijk zijn niet als een roof heeft geacht,
maar de Gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen …
heeft Hij zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood,
ja tot de Kruisdood.
Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd”.
Phil.2: 5-9; vergelijk Rom.8: 5-7

Door verbondenheid met Christus Jezus, en
in hun leven dezelfde gezindheid te tonen als Hij, kunnen ook andere mensen deel krijgen aan dezelfde natuur en dezelfde heerlijkheid weerspiegelen als Hij:
Want het voegde Hem…
dat Hij, om vele zonen tot heerlijkheid te brengen,
de Leidsman van hun behoudenis door lijden zou volmaken
”.
Hebr.2: 10
Daartoe heeft Hij u ook door ons Evangelie geroepen
tot het verkrijgen van de Heerlijkheid van onze Heer Jezus Christus
”.
2Thess.2: 14; 1Thess.2: 12; vergelijk 2Tim.2: 10
En wij allen, die …
de Heerlijkheid van de Heer weerspiegelen,
veranderen naar hetzelfde beeld
van Heerlijkheid tot heerlijkheid
…”.
2Cor.3: 18

Wanneer dit werkelijkheid is geworden,
zal Gods doel met de Schepping zijn bereikt; een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.
Dan zijn de mensen als Zijn zonen, dragen zij Zijn beeld en
zal de aarde van Zijn Heerlijkheid vol worden:
En gelijk wij het beeld van de stoffelijke [Adam] gedragen hebben,
zo zullen wij het beeld van de Hemelse
[Christus] dragen”.
1Cor.15: 49
“… met reikhalzend verlangen wacht de schepping op
het openbaar worden van de zonen van God …
maar ook wij zelf…zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap…
Want die Hij tevoren gekend heeft,
heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld van zijn Zoon,
opdat Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broederen
”.
Rom.8: 19-30
Ik zal hem een God zijn en
hij zal Mij een zoon zijn
”.
Openbaring 21: 7
Geliefden, nu zijn wij kinderen van God, en
het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen;
maar wij weten, dat, als Hij [Christus] zal geopenbaard zijn,
wij Hem gelijk zullen wezen …
”.
1Joh.3: 2

De Heilige Geest wordt vereerd als de Heer en Schenker van het leven.
Hij is geopenbaard in het leven van de Kerk om ons tot leven te brengen.
Ons tot in perfectie tot een verantwoordelijk en liefdevol mens te maken.
De vrucht van Aanbidding is de gaven van die Heilige Geest.
In zijn brief aan de Galaten wordt dit door Paulus geïdentificeerd als:
“Liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw,
zachtmoedigheid en zelfbeheersing”.
Zeker, dit zijn de deugden van een Christelijk leven.
Ze getuigen van het feit dat de Liefde van en tot God en
de liefde tot de naaste onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Hij, die deze dingen getuigt,
zegt: Ja, Ik kom spoedig.
Amen, kom, Heer Jezus, kom!

Openbaring 22: 20

 

Mid-Pinksteren – Laat uw Kruis een Staf zijn

Uw kudde heeft de wolven gezien,
en zie! zij roepen het uit.
Ziet toch hoe bang zij zijn!
Laat Uw Kruis een Staf zijn,
hen uit drijven
die hen zouden verslinden!
H. Ephraïm de Syriër, uit de “Nisiben Hymnen” IV

De verzen in de dienst van vandaag zijn overvloedig gevuld
met bijbelse toespelingen, welke de heilige vaders hierin hebben doorgevoerd.
Wanneer gij vóór Uw Kostbaar Kruis en Uw Lijden Uw roemrijke wonderen voltooid had, zijt Gij verschenen op het Midden van het Feest de Wet,
om allen te roepen”:
Σταυρὸν καὶ θάνατον , παθεῖν ἑλόμενος.
Een taal van Iemand Die ontwapend, zoals we verderop zulle zien.

In het midden van de Schepping“,
wordt de Boom van het Kruis gekoppeld aan de Boom des Levens
in het midden van het Paradijs.
de Heer, onze God deed allerlei geboomte uit de aardbodem opschieten,
begeerlijk om te zien en goed om van te eten;
en de boom des levens in het midden van de hof,
benevens de boom der
kennis van goed en kwaad“.
Gen.2: 9

De parallel tussen de twee bomen is een populaire Patristische meditatie .
De boom des levens , die werd geplant door God in het paradijs gaf vooraf dit kostbaar en levenschenkende Kruis aan.
Want omdat de dood door een boom werd veroorzaakt,
achtte Hij passend dat het Leven en de Opstanding
door een boom geschonken diende te worden.
H. Johannes Damascinos [† 749 ], uit: “Een uiteenzetting van het Orthodoxe geloof“.

Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben,
heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deel
gekregen, opdat Hij door zijn dood hem, die de
macht over de dood had, de duivel, zou onttronen“.
Hebr.2: 14
Ook u heeft Hij, hoewel gij dood waart door uw overtredingen en onbesneden zijn naar het vlees, levend gemaakt met Hem, toen Hij ons al onze overtredingen kwijtschold,
door het bewijsstuk uit te wissen, dat door zijn inzettingen tegen ons getuigde en ons bedreigde.
En dat heeft Hij weggedaan door het aan het kruis te nagelen:
Hij heeft de overheden en machten ontwapend en openlijk tentoongesteld en zo over hen gezegevierd“.
Col.2: 13-15

De H. Gregorius van Nyssa schreef over de aanvallen en suggesties van de vijand:
WANNEER we ons bewust worden van de aanvallen van de tegenstrever,
dienen we de apostolische woorden in onszelf te blijven herhalen:
Wij allen, die in Christus zijn gedoopt, zijn in Zijn dood gedoopt“.
Rom.6: 3
Als wij nu dan deel hebben aan Zijn dood, is de zonde in ons voortaan zeker gedood [ontbonden],  welke doorboord is door de speer van het Heilig Doopsel .
uit: “Over het doopsel in Christus“.

Onze HEER zal echter de Toevlucht zijn van Zijn Volk
en de Sterkte van de kinderen van Israël.
En het was reeds ongeveer het zesde uur en
er kwam duisternis over het gehele land tot het negende uur,
want de zon werd verduisterd.
En het voorhangsel van de tempel scheurde middendoor.
En Jezus riep met luider stem:
Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest.
En toen Hij dat gezegd
had, gaf Hij de geest“.
Luc.23: 44-46

Dit is een aanwijzing van het besluit – in de tijd, en ook van de Hoop en de Genade,
zoals wij zien bij de profetie van Joël:
Menigten, menigten in het dal der beslissing,
want nabij is de dag des Heren in het dal der beslissing.
De zon en de maan worden zwart en de sterren trekken haar glans in.
En de Heer brult uit Sion en verheft zijn stem uit Jeruzalem,
zodat hemel en aarde beven.
Maar de Heer is een schuilplaats voor zijn volk en
een veste voor de kinderen van Israel
Joel 3: 14-16 . 

Zie eveneens:
“Terstond na de verdrukking dier dagen zal de zon verduisterd worden en
de maan zal haar glans niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en
de machten der hemelen zullen wankelen”.
Matth.24: 29
En Jezus riep wederom met luider stem en gaf de geest.
En zie, het voorhangsel van de tempel scheurde van boven tot beneden in tweeën, en
de aarde beefde, en de rotsen scheurden en
de graven gingen open en vele lichamen der ontslapen heiligen werden opgewekt.
En zij gingen uit de graven na zijn opstanding en
kwamen in de heilige stad waar zij aan velen verschenen“.
Matth. 27:50-53 .

Een der gehangen misdadigers lasterde Hem: Zijt Gij niet de Christus? Red Uzelf en ons!
Maar de andere antwoordde en zeide, hem bestraffende:
Vreest zelfs gij God niet, nu gij hetzelfde vonnis ontvangen hebt?
En wij terecht, want wij ontvangen vergelding, naar wat wij gedaan hebben, maar deze heeft niets onbehoorlijks gedaan.
En hij zei: Jezus, gedenk mijner, wanneer Gij in uw Koninkrijk komt.
En Jezus zei tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn“.
Luc.23: 39-43

Wij herinneren ons deze woorden uit het gebed ter voorbereiding aan de communie.
Zoon van God, neem mij heden op als deelgenoot van Uw Mystiek Avondmaal.
Want Uw vijanden zal ik voorzeker niet over dit Mysterie spreken.
Ik zal U geen kus geven zolas Judas;
maar evenals de Rover belijd ik mijn geloof in U:
gedenk mij, o Heer, in Uw Koninkrijk.
Heer, moge het deelnemen aan Uw heilige Mysteriën
mij niet worden tot een oordeel of tot verderf,
maar tot genezing van mijn ziel en van mijn lichaam
“.

**
Stavrotheotokion
In het Kruis van Uw Zoon, o Moeder Gods,
bezit Gij een Staf van geweldige kracht;
versla daarmee de woedende vijandschap en
bescherm hen die U met Liefde vereren.
Uit de Metten van de vrijdag van Mid-Pinksteren

Orthodoxie & heilige huisjes

Het heilige huisje, ‘geloofsovertuiging‘,
is helemaal niet zo heilig
als dat men ons eeuwen heeft doen geloven.
In een periode dat het heilige van de religie
in het chloor bad van publiciteit is verbleekt,
zoekt de mens zich een weg en
stelt zich vragen die wij als mensen nu eenmaal hebben.

Het antwoord ligt verborgen in het feit
dat wij tot het inzicht komen dat wij als mens slechts zondaar zijn
en met vallen en opstaan een weg zoeken.
Wij zijn zoekende pelgrims geworden op een weg
met als enig houvast datgene
wat anderen in hun ervaringen hebben vastgelegd.
Als Christenen hebben wij een geloof tegen beter weten in.
Een Mens, door God gezonden,
sterft een schandelijke dood aan een Kruis en
wij geloven dat Hij leeft, meer dan ooit.
De zondige mens staat zijn medemens naar het leven,
ervaart zijn medemens als tegenstander.
Christenen geloven dat alle mensen broeders en zusters zijn,
kinderen van één Vader en dat een mens zichzelf pas vindt
als hij de ander vóór laat gaan.

De beroemde 19e eeuwse heilige Seraphim van Sarov [1759-1833],
zei over zichzelf: “Ik weet niets“.
Deze woorden waren opmerkelijk afkomstig van een kluizenaar
die de meest gewilde spirituele adviseur van tijd was.
Toch erkende de heilige Seraphim
dat hij slechts een doorgeefluik was:
dat het goede wat uit hem voortkwam,
van God afkomstig was.

Als Christenen zijn we ons bewust
dat we regelmatig een slecht voorbeeld zijn voor anderen,
dat we dagelijks te kort schieten aan onze eigen verwachtingen
te leven overeenkomstig het oorspronkelijk bedoelde
beeld waartoe Christus ons heeft geroepen.
Toch  worden wij verplicht iedere dag met vreugde van het hart te leven,
wat er ook gebeurt, wat ons ook overkomt.
Oók ik ben verzocht om te verkondigen, te onderwijzen
en de genadegaven van de Heer uit te dragen
om te trachten op God te vertrouwen,
alles aan Hem over te laten wat er ook gebeurt.
Zo goed als we kunnen houden wij de woorden voor ogen:
Verblijdt u in de Heer te allen tijde : en ik zeg u nogmaals, Verheug u!“.
Phil.4: 4

We herinneren ons het woord van
de Heilige Basilius de Dwaas om Christus,
die zei:
De winter is koud,
maar het Paradijs is zoet
“.
Wetende dat echte waarheid
juiste manier van leven slechts van God komt.
We proberen niet gekwetst te worden
wanneer we geen bevestiging ontvangen
van de mensen om ons heen.
We worden eraan herinnerd
dat we worden opgeroepen
om aan anderen te geven,
wat ik wil zelf zou willen ontvangen.

Net als de heilige Antonius de Grote, roep ik tot God,
Heer, waar bent U?” [Psalm 129,140],
verkerend in een overvloed aan genade.
Ik wil een kind Gods zijn ,
ondanks het gevoel dat ik het kuiken ben
dat door de moeder uit het nest wordt geworpen.

Ondanks datgene wat me overkomt
wordt ik getroost door de Heilige Seraphim,
die zijn geestelijke kinderen met deze woorden instrueerde:
Wanneer teleurstelling ons aangrijpt,
richten we ons op het tegenovergestelde,
worden we versterkt en beschermd door het Licht van ons Geloof,
verzetten we ons met grote moed tegen de geest van het kwaad.

Wat heeft God aan ons, wanneer we van Hem zijn verwijderd,
Zijn hemelse goedheid afwijzen en een slaaf worden van het kwaad?
We dienen onszelf te hernemen:
Christus, de Zoon van God,
heeft immers de heerschappij over ons en over alles.
Laat je niet marchanderen,
we worden standvastig gemaakt
door de deugd van het Kruis,
tegenstrever, we verpletteren je overweging
“.

Christus is opgestaan! 
Hij is waarlijk opgestaan!

Orthodox Church Patriarch visits the Netherlands

At the end of April the Patriarch of the Orthodox Church of Constantinople Bartholomew will make an official visit to the Old Catholic Church of the Netherlands .
The visit from 23 to 27 April 2014 is a gesture of goodwill between the two churches.
An important theme during this visit of the environmentally conscious “Green Patriarch” is the connection between the Christian faith and taking care of God’s creation. A theme to which Patriarch Bartholomew is very committed.

His All Holiness, Bartholomew, Archbishop of Constantinople,
New Rome, Ecumenical Patriarch

will be  by the King of the Netherlands ‘Willem – Alexander’ of the House of Orange.
Building on the tradition of his predecessors, the King of the Netherlands wants to be first and foremost a traditional king, who represents the continuity and stability of his country. In the 21st century he wishes to unite, represent and encourage his people as much as he can. The Old Catholic Church says that an interview is also planned with the Prime Minister of the Netherlands, Mr. Rutte.

On April 24 the Patriarch will be the speaker at the annual Quasimodo Lecture, held at Saint Gertrude’s Cathedral in Utrecht.
On April 26 there will be a so called ‘round table’, with discussion on sustainability and food.
Patriarch Bartholomew I is the presiding Bishop of the Patriarchate of Constantinople, which includes some 250 million church members.
In recent years the patriarch has made a point of maintaining good relationships with the Pope of Rome, leader of the Roman Catholic Church.

During his visit the Patriarch of Constantinople will also visit the Orthodox parish of
◄ Saint Nicholas at Rotterdam and the Monastery of the Birth of the Theotokos in Asten, near Eindhoven.►

The Orthodox Church in the Netherlands is a small but growing community and hopes to be an example and encouragement in the midst of the weakening Christianity of our days.
Troparion of Saint Willibrord of Utrecht     4th Tn
Your works of Righteousness did reveal you
to your community as a canon of faith,
the likeness of humility
and the teacher of abstinence,
O father and great Bishop Willibrord.
Wherefore by humility
You did achieve exaltation
and by your meekness wealth;
intercede therefore with Christ
that He will save our souls“.