Orthodoxie & de Grote en Heilige Week

Christus laat Lazaros opstaan uit zijn grafDe Grote en Heilige Week, ook wel de Goede week of Lijdensweek genoemd, begint bij de zonsondergang op Lazarus zaterdag, de dag voor Palmzondag en
gaat door tot Pascha.
In de Orthodoxie is Pascha
het meest heilige deel van het liturgisch jaar.
Tijdens de Goede Week bevatten de Orthodoxe diensten de meest ingetogen en meest ontroerende momenten en hebben niet te vergeten de hoogste frequentie.
Om de toestand van diepe ellende van de wereld te markeren zijn de diensten
in de Grote en Heilige Week omgekeerd aan de gewoonlijke tijdstippen;
de Metten wordt in de avonduren gevierd en de Vespers in de ochtend.
De tien MaagdenDe dienst met de Metten van de dinsdagavond staat ​​bekend als
de Bruidegoms Metten, want
het thema is de gelijkenis van de tien maagden, en de aankomst van de Heer herinnerd ons eraan dat
Pascha niet alleen een historisch feest is,
maar tevens een voorbereiding
op Zijn Wederkomst.
Ook word er deze week een wierookvat zonder belletjes gebruikt om in gepaste sfeer                                                                                    aan te sluiten bij het lijden van Christus.

de vouw giet myronolie over de voeten van ChristusOp de Grote en Heilige Woensdag vindt overeenkomstig de Byzantijnse gewoonte
de Heilige ziekenzalving plaats welke de zalving als genezingsceremonie aanbiedt.
Deze zalving is een van de Mysteriën en
is derhalve alleen ontvankelijk voor degenen, die
Orthodox gedoopt zijn.
De woensdag is ook de dag waarop Judas overeenkwam Christus met een kus voor dertig zilverlingen te verraden.

Op de Grote en Heilige donderdagochtend gedenken we het Laatste Avondmaal
met een Grote Vespers, gevolgd door de Goddelijke Laatste AvondmaalLiturgie van H. Basilios de Grote.
In kathedralen of parochies met een bezoek van eene bisschop, wast de bisschop
‘s-ochtends de voeten van 12 priesters en diakens  na de Goddelijke Liturgie.

Donderdagavond hebben we de Grote en Heilige vrijdag Metten, met de lezing van de Twaalf Lijdens-Evangeliën:
Johannes 13: 31-18: 1
Johannes 18: 1-29
Matteüs 26: 57-75
Johannes 18: 28-19: 16
Mattheüs 27: 3-32
Marcus 15: 16-32
Mattheüs 27: 33-54
Lucas 23: 32-49
Johannes 19: 19-37
Marcus 15: 43-47
Johannes 19: 38-42
Mattheüs 27: 62-66
Het Groot en Heilig Kruis van ChristusNa het vijfde [of zesde] Evangelie, wordt
het Groot en Heilig Kruis uitgedragen
en wordt dit op gebruikelijke wijze
[met metaniën] vereerd.

Op grote en heilige Vrijdagochtend,
worden het 1e, 3e, 6e en 9e uur achter elkaar gebeden en staan ​​bekend als de Koninklijke Uren.
De Koninklijke Uren gaan over in de Grote Vespers, Kruisafnamewaarbij de priester Christus van het Kruis afneemt en het Lichaam in wit linnen doeken wikkelt, waarna hij het Lichaam op het altaar legt.
In de avond volgen dan de Klaagliederen, waarbij de Kerk een uitvaartdienst houdt voor Onze Heer, en leggen Hem in het graf
Dan volgt er een processie met brandende kaarsen om Christus’ afdaling in Hades te gedenken.
Van alle diensten van de Orthodoxe Kerk, is de dienst van Goede Vrijdag misschien wel de meest Indrukwekkende, het komt regelmatig voor dat volwassen mensen uit ontroeringen een traantje wegpinken.

Op Grote en Stille Zaterdag ochtend vieren we de Grote Vespers en
de Goddelijke Liturgie van de H. Basilius de Grote en gedenken we Christus’ afdaling in Hades
waarbij Hij de dood door Zijn dood overwint.
We zingen voor het eerst “Christus is opgestaan!
In de volle verwachting van Pascha.

In de namiddag volgen overeenkomstig een oude traditie
doopfeesten en Myronzalvingen voor de cathechumenen.

                      God zal opstaan!
Christos AnestiPascha, of het Feest van de Feesten,
is het belangrijkste feest in het Orthodoxe Christendom en begint zaterdagavond laat in een donkere kerk met
de Verrijzenis Vespers
waarbij de Odes van de bewening worden gezongen.
De priester steekt een kaars aan en vanuit de het altaar worden hiermee onze toegestoken kaarsen aangestoken terwijl de priester zingt:
Kom ontvangt het Licht van het Licht dat nooit door de duisternis wordt overwonnen en verheerlijk Christus, Die is opgestaan ​​uit de doden“.
Christ is risen, He is risen indeedZo mogelijk wordt er een processie gehouden rond de buitenkant van de kerk
en wanneer de priester bij de kerkdeur komt, leidt hij ons voor in het zingen van
de meest vreugdevolle en triomfantelijke Orthodoxe hymne,
de Opstandings Apolytikion
>>> MP3:

Christus is opgestaan ​​uit de doden,
door Zijn Dood vertreedt Hij de dood en
schenkt weer het leven aan hen in het graf!
“.                                                                                                 We komen opnieuw in de nu verlichte kerk
en vieren de PaasMetten en de Goddelijke Liturgie
Na deze Goddelijke Liturgie wordt er [veelal] een agape-maaltijd
gehouden om onze vasten te verbreken
[dit kan ook de volgende dag, na de PaasVespers].

In de namiddag, we opnieuw verzamelen met onze kaarsen,
waarbij we elkaar begroeten met “Christus is opgestaan!“;
en het antwoord is “Hij is waarlijk opgestaan!
[deze begroeting vindt plaats tot Hemelvaart]
We sluiten de Grote en Heilige Week af met een middagviering, de PaasVespers.

Orthodoxie & de radicale Nederigheid

Extreme NederigheidLaat die gezindheid bij u zijn,
welke ook in Christus Jezus was, Die,
in de gestalte Gods zijnde, het aan God gelijk zijn niet als een buit heeft geacht, maar
Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen en
aan de mensen gelijk geworden is.
En in zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en
is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood aan het Kruis“.
Phil.2: 5-8

Deze grote waarheid van de nederigheid van onze Heer Jezus Christus, wordt hier niet alleen gebruikt als een beschrijving van
de een of andere Theologische waarheid of dogma, maar
deze manier van omgang met elkaar wordt gebruikt ter illustratie
voor de gemeente te Philippi van wat ze dienen te beoefenen in
hun relaties ten opzichte van hun broeders en zusters in Christus in de Kerk.

Het grootste overkoepelende thema van alle is het thema van de vreugde, de blijdschap in het leven van de gelovige zou moeten bestaan.
De hoedanigheid en de band van de vrede die we in de gemeenschap van onze Heer Jezus Christus ontmoeten we in de gemeenschap van onze Heer Jezus Christus.
Er ontstaat een grote vreugde wanneer wij elkaar in Christus lief hebben en we worden daardoor  met elkaar verenigd en zetten onszelf daardoor voor elkaar in. Door Christus bouwen wij een eenheid en een band van de vrede op; is dit niet het geval dan kunnen we net zo goed iets anders gaan doen.

De eerste vier verzen aan de Philippenzen maken ons als gemeenschap iets duidelijk:
Indien er dan enig beroep [op u gedaan mag worden] in Christus,
indien er enige bemoediging is van de Liefde,
indien er enige gemeenschap is van de Heilige Geest,
indien er enige ontferming en barmhartigheid is
maakt [dan] mijn blijdschap volkomen door eensgezind te zijn,
Beproef onze gedachten en gewoonteséén in liefde-betoon,
één van ziel,
één in streven,
zonder zelfzucht of ijdel eerbejag;
doch in ootmoedigheid
dient de een de ander uitnemender te achten dan zichzelf; en
een ieder lette niet slechts op zijn eigen belang, maar ieder (lette) ook op dat van anderen
“.
Phil.2: 1-4
Deze woorden spreekt Paulus tot ons als een voorbeeld van hoe
we ons als gemeenschap ten opzichte van elkaar dienen te gedragen.
Dat is nogal wat.
Als er dan enige vertroosting is in Christus, indien er enige troost van Liefde, indien er enige gemeenschap is van de Heilige Geest, indien er enige innerlijke bewegingen en ontfermingen zijn;
dient u de blijdschap van Christus te vervullen.
Automatisch is er dan eensgezind, onderlinge liefde,
ben je het met elkaar eens [of oneens] oftewel één van geest.
Laat geen enkel iets door ruzie of ijdele eer toe;
maar in deemoed beschouw je ieder ander beter dan jezelf.
Eenieder beoordeelt niet wat hijzelf doet of laat,
maar doet dat ook een ander niet aan.

We zouden die eerste vier verzen en in feite de gehele passage kunnen samenvatten in het laatste  woord van vers 4: ‘anderen‘ – anderen dienen voorrang te hebben boven onszelf.
Heb je door wat Paulus hier zegt?
Gelovigen van deze gemeenschap,
her gedrag als christenen dient niet te worden gedicteerd
door de geest van deze tijd,
door wat je in je leven hebt meegemaakt
of wat de beschaving in zijn cultuur heeft opgelegd,
maar het persoonlijk gedrag dient te worden geïnspireerd/gemodelleerd
op de persoon van Jezus Christus, onze Heer.
Iedere grote schepping heeft een archetype en een patroon,
het heeft een origineel – een prototype als je wil en
wanneer je eenmaal dat prototype volgt, dat model,
dan kun je miljoenen identieke stervelingen maken en
van die ene oorspronkelijke [Christus]
duizenden en duizenden exemplaren [Christenen] reproduceren.
De eerste is de oorspronkelijke en het model dat echt telt.

verdrijving uit het Paradijs, vanwege de hoogmoedWanneer je  bekend bent met het Oude Testament, dan weet je dat tot op de komst van Christus in het Nieuwe Testament,
dat de God des hemels, heeft geprobeerd de mensen te laten zien, dat de gehele mensheid uiterste ontoereikend
bleek te zijn –
– dat ze verdorven waren en
ze God niet konden bereiken, noch behagen.
Het maakte niet uit wat voor soort karakter ze hadden.
Je hebt een Adam, en dan heb je een Abraham, dan is er een Mozes,
dan een David, en zelfs een Elia – en allemaal zonder uitzondering
waren ze in de ogen van God mislukt en we hebben daar in de Schrift hun getuigenis van.
Om het in het kort te formuleren – de mens is na de val, hoewel evenbeeld van God, niet
in staat gebleken op eigen kracht de misstappen t.o.v. God [de dood] te overwinnen.
Onze Heer Jezus Christus probeerde de mens deze mislukkingen te laten inzien,
maar de belichaming van deze geweldige les was:
dat God in de volheid van de tijd Zijn Zoon zond, geboren uit een vrouw, geworden onder de wet om hen te verlossen die onder de wet waren , om te laten zien – hier is de mens waarop de mensheid en de beschaving heeft gewacht!” [cf. Gal.4: 4-5].
Hier is de God-mens, Die door God als patroon van de mensheid wordt aangereikt!
De mens Jezus Christus,
Die de aard toont van de eigenlijke menselijke aard [zoals God hem bedoeld heeft];
waaraan alle anderen dienen te voldoen en dienen te worden gekneed en gevormd,
wordt hier geopenbaard.

We hebben dit kunnen zien aan de oevers van de Jordaan,
toen bij de doop van onze Heer de hemelen geopend werden en
de stem van God te horen was die zei:
Deze is Mijn Zoon, de geliefde, in Wie Ik Mijn welbehagen heb“.
Matth.3: 17

Holy Theophany, Antiochian mosaïcAls voorbereiding op het einde van de tijden liet God, Zijn Zoon
de gehele geschiedenis van de mensheid glad strijken en
er was niemand anders en
er zal ook nooit iemand anders zijn,
waarvan Hij zal kunnen zeggen
in Wie Ik Mijn welbehagen heb“,
want Hij is de Enige zonder zonden.
Paulus vertelt deze Philippenzen dat
Dit Degene is aan wie alle leven en
samenspraak van gelovigen gelijkvormig
zou moeten zijn.
Dit is de fakkeldrager van de christenen,
dit is het Goddelijke patroon,
want deze Jezus, de Christus is het evenbeeld van de eeuwige God.
Hij is de eerstgeborene van geheel de schepping,
de eerstgeborene van vele broeders  en
zo je wilt, is Hij het model waaraan wij onszelf spiegelen,
Hij is het grondpatroon voor ons leven.

Waarmee kan de beloning van gehoorzaamheid beter worden getoond,
dan in de vleselijke nederigheid van zo’n Grote Middelaar, Die
vervolgens is opgestaan uit de doden tot het eeuwige leven?

Orthodoxie & waarom Christus voor ons moest sterven?

Christ Pantocrator, [detail] Chilandar, Athos [Gr.]Maar toen de volheid van de tijd gekomen was,
heeft God zijn Zoon uitgezonden geboren uit een vrouw, geboren onder de wet,
om hen, die onder de wet waren, vrij te kopen, opdat
wij het recht van zonen zouden verkrijgen“.
Gal.4: 4-5

Veel sceptici vragen zich hierbij af:
• Waarom heeft Christus, Die toch volkomen onschuldig    was, de ergste vorm om dood te gaan,  de dood aan het   Kruis moeten doorstaan om de mens te verzoenen met   God de Vader?
• Heeft Christus werkelijk de dood overwonnen?
• Wat zou ons leven voor zin hebben gehad als Christus                                                                    niet voor ons was gestorven?
Om het belang van het offer van Christus te doorgronden,
dient men de reden van Zijn komst in de wereld te onderkennen.

Schepping van Adam en Eva– In overeenstemming met de Heilige Schrift werd de mens door God gevormd
uit “het stof van de aarde” [Gen.2: 7]
en werd hij geschapen naar het
beeld en gelijkenis” van God [Gen.1: 26].
– De mens werd als Koning over
de hele schepping in de Hof van Eden geplaatst [Gen.2: 8].
– De mens is vanaf het eerste begin gemaakt naar Gods “beeld” en  heeft alle mogelijkheden aan de “gelijkenis” van God zowel aan deugden als de volmaakte gehoorzaamheid overeenkomstig Gods Wil meegekregen.
– De mens werd door God gemaakt om een goddelijk leven op aarde te leiden.
De eerste mens had geen enkele belemmering voor Gods kennis en
door zijn zuiverheid kon hij het Woord van God via zijn denkleer [logica] aanschouwen. Doordat de mens op een dergelijke  wijze was geschapen,
leefde hij met een zondeloze gesteldheid en kreeg tevens de stem van het geweten.
– De mens was in staat gesteld om ‘niet’ te zondigen, maar
tegelijkertijd bezat hij de vrijheid om te zondigen.
Zonde was dus niet aan de menselijke natuur verbonden, maar
aan zijn vrije beslissing overgelaten; met
andere woorden het stond hem vrij zijn eigen wil te gebruiken.
– De mens leefde voor de val in volle harmonie met Gods heiligheid en
werd door gehoorzaamheid en heiligheid in staat gesteld zichzelf in de richting
van het lot van het zijn in de “gelijkenis” aan God te ontwikkelen.

schepping van de mens, Adam - Mosaïc. Sicilië Italië []12e eeuw]In Adam waren alle deugden nog niet volgroeid, noch
was heiligheid altijddurend en vervuld. De oor- spronkelijke staat van Adam, voor de zondeval, had als voorwaarde van Genade te leven in Gods aanwezigheid.
De mensen behoefden niet alleen in een dergelijke staat
te blijven, maar om vooruitgang te boeken dienden zij
de deugden met Gods hulp en hun vrije wil  te cultiveren.
Helaas waren de eerste mensen ongehoorzaam aan Gods gebod en aten van de boom van de kennis, die van
de “kennis van goed en kwaad” [Gen.3: 6].
De val van de mens is groter dan men zich
wel gerealiseerd heeft, omdat
1.]. Het zo gemakkelijk voor de eerste mens [Πρωτοπλαστ, Gr. voor het eerst gemaakt]
was geweest God gewoon te volgen en te gehoorzamen.
Er was geen enkel excuus voor het tegendeel.
2.]. De mens heeft immers nog het gebod van zijn Schepper meegekregen, maar
hij vertrouwde de woorden van het schepsel, de slang.
Eva verleid door de slang en Adam volgt haarEva werd niet verleid, maar liet zich verleiden, hetgeen resulteerde in de val; de adviezen die de slang aan Eva gaf waren een daad van rebellie tegen God.
Het doel van het testen van de verboden vrucht van de “boom van kennis van goed en kwaad” was, dat zowel Adam en Eva aan de mogelijkheid bezaten
te zijn als God” [Gen. 3: 6].
De satan verleidde Eva om zich over te leveren aan dezelfde zonde waarmee hijzelf ten onder was gegaan vóór de zichtbare wereld werd geschapen [Is.14: 12-16]; hij sleepte haar met zich mee
in het verderf. Lucifer en Eva wilden de gelijkenis aan God grijpen en boven Gods Glorie uit stijgen,
zonder Gods bemoeienis.
Ze wilden de grootsheid van Gods Majesteit bezitten teneinde met Hem te concurreren.

verleid door de duivel [slang], tot ongehoorzaamheid aan het gebodDe duivel is de vernietiger van het menselijk lichaam, ‘een doorn in het vlees’, zoals
apostel Paulus, zijn aanwezigheid heeft ervaren
en benoemde
[2Cor.12: 7].
Door het lichaam, als een opstapje te gebruiken, kruipt hij in de ziel en grijpt het hart en de geest van een mens, totdat hij deze volledig heeft verslonden, hij verminkt hem en ontneemt hen
de Goddelijke Schoonheid en Zuiverheid, het Begrip en Gerechtigheid,
de Liefde en het Geloof, van de Hoop en het Vooruitzicht op verbetering.
Dan bekrachtigt hij zich in de mens als op zijn troon en neemt alle touwtjes van
het menselijk lichaam en ziel in handen en de mens verwordt door hem
tot een dier waarop hij rijdt, een instrument wat hij bespeelt, een wild beest, waardoor
hij alles en iedereen om zich heen verslindt
“.
H. Nikolai Velimirovich [1880-1956]

verdrijving uit de tuin van Eden, het aardsparadijsDe zonde deed haar intrede toen de mens zijn vrije wil misbruikte en met Gods Wet heeft gebroken.
Zijn hart werd in beslag genomen door slechte verlangens. Van Gods Liefde verwijderd werd het hart van de mens door egoïsme bevangen.
Hij plaatste idolen om zich heen
als valse goden waar de Ware God was.
Vóór de zondeval, was God het centrum van ‘s mensen hart, gevoelens, gedachten, beslissingen en acties.
Maar vanaf het moment dat hij besloot om de Goddelijke Wet te overtreden, werd het ego van de mens
het centrum van zijn hart.
Zo werd de mens zondig, egoïstisch en beschouwde zichzelf als het middelpunt van de schepping.
Hij aanbad zichzelf en eiste dat alle anderen om hem heen dienden deel te nemen
aan deze aanbidding die hij bood aan zijn vergoddelijkt zelfbeeld en ego.
In de duisternis van zelfzucht heeft de mens bovendien nog het idee gekregen
dat hij werkelijk liefheeft en God dient, maar in werkelijkheid denkt hij,
wil hij en handelt hij in strijd met de Ware Liefde.

Adam,de eerste mens, is niet slechts een ouderwetse historische karakterschets, maar het oerbeeld van de gehele mensheidDe resultaten van de zondeval zijn:
1.]. De mens verloor zijn onschuld en                                                                         het kleed van de natuurlijke heiligheid.
Daarom nam hij “vijgenbladeren” om                                                               zijn naaktheid te bedekken [Gen.3: 8].
2.]. Gods genade, die de mens vóórheen de kracht verstrekte om
deugden en rechtvaardigheid te ontwikkelen, was verdwenen.
3.]. Het vermogen om zonder zonde, onschuldig en                                               eeuwig te overleven ging verloren.
4.]. Het eerste mensenpaar beroofde zichzelf van                                                   de rechtstreekse communicatie met God.
5.]. Angst en schuldgevoelens overvielen het hart van de mens.
6.]. De menselijke geest werd verduisterd, en
7.]. De mens beschuldigde God verantwoordelijk te zijn voor zijn val.
Hij beschuldigde God dat Hij hem Eva als zijn vrouw had geschonken [Gen. 3: 18].
Dit is de authentieke specifieke voorouderlijke zonde [Gr. προπατορικὴ ἁμαρτία of
προπατορικὸν ἁμάρτημα, προγονικὴ ἁμαρτία].

Vanuit zijn egoïstisch gesteldheid heeft de mens voortdurend het idee dat
hij gelijk aan God is/kan worden!     Maar in plaats daarvan
wordt hij een slaaf van de zonde en valt onder de tirannie van de dood.
God houdt echter van de mens en ziet niet graag dat de mens
zijn ondergang tegemoet gaat, dat de mens wordt vernietigd,
Hij gaf de mens de hoop, die is voorspeld in de “de eerste blijde boodschap“,
het [=Πρώτο-ενβαγγελιών], welke God hen meegaf:
Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw en tussen uw zaad en haar zaad;
dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen“.
Gen.3: 15

Dit stelde de mens na zijn val gerust en gaf het “verstajem” [begrip] mee dat
de val van de mens niet onherstelbaar was.
In de menselijke natuur, zijn na de zondeval, de krachten en vaardigheden latent
aanwezig gebleven welke door de menselijke natuur van Christus zouden worden hersteld naar de staat van waaruit het was gevallen.
Adam en Eva uit het Paradijs verdreven, bestraffing met de doodDe bestraffing met de dood
was een uitdrukking van Gods Liefde
in de richting van de gevallen mens.
De Zonde zou niet voor altijd en eeuwig blijven voorbestaan.
Bijgevolg werd de mens wel verbannen uit de toestand van Gods Genade om de aarde waarvan hij werd genomen te gaan bewerken en kwam hij in de toestand van de ellende, zondigheid en de dood terecht.
Het gehele menselijk ras werd meegesleurd in de val van het eerste mensenpaar;
de voorouderlijke zonde werd daarmee van de ene generatie op de andere doorgegeven.

Het vooruitzicht dat de mensheid verlost zou worden van de gevolgen van de zondeval en haar innerlijke rust zou hervinden, schreeuwde om
vanuit grote behoefte om zijn verzoening met God teweeg te brengen.
De reden voor de schepping van de mens was immers
een leven van een ononderbroken communicatie met God.
Alleen in een dergelijke staat zou de mens echt gelukkig kunnen worden en
in staat om zijn bestemming te vervullen.
Maar toen hij vanwege de zonde werd gescheiden van God,
verloor hij zijn oorspronkelijke lotsbestemming.
Melchizedek aan het offeraltaar met Abel, de zoon van AdamIn alle religies en vooral in de mono- theïstische religie van het Oude Testament, werd  de verzoening met God verondersteld te worden bereikt door het aanbieden van offers, met name offers van bloed.
Voordat de mens tot God kon spreken,
ervoer hij dat hij een offer voor zijn zonden diende aan te bieden.
Voor degenen die de verzoening met God verlangden werd dit door toedoen van deze offers van bloed bereikt.
Omdat ze niets van meer waarde te bieden hadden dan hun eigen leven,
boden ze offers van dieren aan en door het offer van het bloed
kwamen ze tot de erkenning dat zij zelf de dood waardig waren.
In het boek Leviticus, zegt God:
Want de ziel van het vlees is in het bloed en
Ik heb het u op het altaar gegeven om verzoening over uw zielen te doen, want
het bloed bewerkt verzoening door middel van de ziel
“.
Lev.17: 11
Het bloed van het geofferde dier werd voor het eerst op het altaar gesprenkeld en
werd door God aanvaard als een offer namens de ziel van de persoon die het offer aangeboden. Vervolgens werd het gesprenkeld op de mens om van zijn zonden vergeven te worden en
zo werd hij gereinigd.
Door het offer van het bloed kreeg de mens
het recht deel te nemen aan de dienst van God en
werd hij om niet tegelijkertijd lid van Gods uitverkoren Volk.

het offer van Christus aan het KruisDe apostel Petrus zegt
met betrekking tot het offer van Christus aan het Kruis:
Gij zijt niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, vrijgekocht van uw ijdele wandel, die [u] van de vaderen overgeleverd is, maar met het kostbare bloed van Christus, als van een onberispelijk en vlekkeloos lam.
Hij was van tevoren gekend, voor
de grondlegging van de wereld, doch
is bij het einde der tijden geopenbaard ter wille van u

1Petr.1: 18-20
God wist in Zijn voorkennis wat er met de mens zou gebeuren en in Zijn voorzienigheid heeft Hij het Mysterie                                                            van de menselijke Verlossing door Jezus Christus voorbereid.
Het is dus helemaal Gods beslissing geweest de weg te bewandelen
waarlangs Zijn Rechtvaardigheid en Heiligheid naar Zijn tevredenheid hersteld zou worden, die als gevolg van de menselijke belediging veroorzaakt was en
de gevallen mens weer met zijn Schepper kon verzoenen.
Het is een feit dat de gevallen en zondige mens, hoewel
hij oprecht verlangt vrij van schuld te zijn,
niet in staat bleek om dit zonder Gods inbreng te bereiken.
God strekte Zijn hand uit naar de mensGod strekte Zijn hand uit naar de mens en verzekerde hem dat verzoening alleen kon worden bereikt door de Genade van God Zelf in Jezus Christus.
Dit teken van Gods Genade was de komst van de unieke Hogepriester [volgens de orde van Melchizedek] onze Heer en Zaligmaker Jezus Christus, het geïncarneerde Woord en
de Zoon van God de Vader.
Hij zou uiteindelijk de enige Middelaar tussen God en de mens zijn.
De ware Messias moest zowel geheel [waarachtig] God als mens zijn om degenen [God en mens], die door de zonde  van elkaar gescheiden werden weer bij elkaar te brengen.
De Messias kwam tot de mens vanwege God en leerde de mens God kennen.
Als de Heiland alleen God was geweest of alleen de mens, zou
de verzoening onmogelijk te bereiken zijn geweest.
Als Christus was alleen mens was geweest, had Hij onmogelijk de mensheid kunnen redden, omdat Hij ook door de zonde zou gebonden zijn en zou Hij nooit in staat zijn om geweest de macht van de dood te overwinnen.
Als Hij alleen God was geweest, dan was Hij niet in staat geweest Middelaar tussen God en de mens te worden, omdat de zonde op die manier door God Zelf zou zijn vernietigd en
zou de tevredenheid van Gods Rechtvaardigheid niet aangetoond worden.
Het antwoord hierop was dat God aan de mens gelijk zou worden.
Door Zijn Incarnatie nam Hij de gehele menselijke natuur op Zich, maar zonder de zonde.
Christus Pantocrator - Florence [It]Toen het geïncarneerde Woord en de Zoon van God in de wereld kwam, sprak Deze
met de mens en verzekerde hem dat
de rust was aangebroken, omdat Hij Zichzelf zou aanbieden voor de redding van de gehele wereld.
Paulus heeft ons dit zo leren formuleren:
Toen de volheid van des tijd gekomen was, heeft God zijn Zoon uitgezonden
geboren uit een vrouw, geboren onder de wet, om hen, die onder de wet waren,                                                                                                 vrij te kopen, opdat                                                                                                                                 wij het recht van zonen zouden verkrijgen
“.
                                                                                Gal.4: 4-5
God heeft Zijn Zoon als Middelaar en Hogepriester van het Nieuwe Testament gezonden.
De missie van Christus was om de wereld met God te verzoenen door
Zijn gehoorzaamheid aan de wil van Zijn Vader.
Hij was er op uit de harmonie met de Goddelijke heiligheid en
de gerechtigheid van God met de mens te herstellen.
God had de mens uiteraard direct kunnen redden en verzoenen, maar
Hij respecteerde de menselijke vrijheid van de wil.
Hij kon aan Zijn goddelijke wil hebben voldaan, maar
zonder het unieke offer aan het Kruis
zou de rechtvaardiging niet hebben plaatsgevonden.

Als God Zijn reddende Genade verleend zonder Zijn Goddelijke Rechtvaardigheid tevreden te stellen, dan zou het fundament van de morele orde van de wereld in wanorde zijn geraakt.
Zonde zou ophouden zonde te zijn, wanneer de Goddelijke Justitie was gestopt
welke de straf op de zonde noodzakelijk maakte.
Het werd van Gods Goddelijke Heiligheid en Rechtvaardigheid geëist dat
er een waarachtig offer zou plaats vinden om de dood van de zonde te vernietigen,
zodat de mens zou worden geregenereerd in Gods absolute Gehoorzaamheid.
Het was van essentieel belang dat de mens, door zijn eigen vrije wil,
alle verbindingen met de zonde teniet doet; om God te behagen.
De mens betreurt zijn vroegere zondige manier van leven en
begint een nieuw leven in Godsvrucht, Goedheid, Deugd en
in volle gehoorzaamheid aan Gods Wil.
Christus verbreekt de banden met de dood, icoon van een orthodoxe parochie in AlbaniëGeen mens had dit logische offer ooit
hebben kunnen aanbieden.
Allen waren onder de zonde en
leefden in de schaduw van de dood.
Allen werden beroofd van Gods Genade en
waren daardoor niet in staat om
de Verlossing te verkrijgen.
Ook kon geen van de engelen
de gevallen mens herstellen en
haar de natuurlijke heiligheid terug bezorgen, omdat heiligheid is iets buiten de essentie en de aard van engelen en alleen kan worden ontvangen door
hun gemeenschap met de Heilige Geest.
Daarom heeft God de verzoening en verlossing van
de gevallen menselijke ras door Zijn Zoon bewerkstelligd,                                                              Die volledig mens werd.
Het offer van de God aan de mens werd niet alleen beperkt in het Lijden van onze Heer en de dood aan het Kruis.
Het omvatte al zijn gehele leven en het omvat een offer van absolute gehoorzaamheid aan God de Vader.
Geboorte van Christus in het vlees, liggend in een doodskist en met doodswindselen omgordChristus ‘Lijden begon niet in Gethsemane, maar in Bethlehem [zie de icoon van de Geboorte van Christus in het vlees] en bereikte de ultieme climax met
de dood aan het Kruis op Golgotha.
Het offer welke Christus als Hogepriester heeft aangeboden [en nog steeds in de Goddelijke Liturgie aanbiedt] is als perfect en aanvaardbaar offer door God aanvaard.
Het moest een
logisch, moreel en geestelijke offer zijn.
Het offer van onze Heer aan het Kruis en
het vergieten van Zijn bloed was dat Volmaakte Offer, Uniek en aanvaardbaar voor God de Vader, het voldeed aan Gods Goddelijke Rechtvaardigheid.

God is niet blij met menselijk slachtoffers [Psalm 50], maar
Christus aan het Kruis liet de Ultieme Gehoorzaamheid aan Zijn Vader zien.
Christus zegt: “Zie, hier ben Ik om Uw Wil te doen.
Hij heft het eerste op, om het tweede te laten gelden.
Krachtens die Wil zijn wij eens en voor altijd geheiligd door
het Offer van het Lichaam van Jezus Christus
“.
Hebr.10: 9-10
Christus bood het offer aan het Kruis aan niet omdat Hij gedwongen werd om dit te doen,
maar vanuit Zijn Goddelijke Wil, maakt Hij de mens vrij van de dood.
Uit liefde voor de mens stierf Christus aan het Kruis en
opende daarmee voor ons de weg naar het Hemels [Gods] Koninkrijk.
Dus, zoals door de ongehoorzaamheid van Adam de zonde in de wereld kwam:
Gelijk door een mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood,
zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben
Rom.5: 12; evenzo ontvangen door de Gehoorzaamheid van de tweede Adam, Christus,
diegenen die in Zijn Naam geloven het eeuwige Leven.
Laatste Avondmaal, CoptischChristus heeft, in Zijn menselijke natuur,
de aard van het menselijk ras vernieuwd,
door de menselijke natuur [het vlees]
zonder de zonde te aanvaarden.
Hij heeft de menselijke natuur met God geheiligd en verenigd en werd Zelf
het Hoofd van dit Unieke Lichaam, Zijn Kerk.
In Christus Jezus is de mensheid geprolongeerd vanwege
de hypostatische vereniging van de twee naturen van Christus,
de Goddelijke en de menselijke.
Het Woord van God is mens geworden om de mens te heiligen en
brengt hem tot het niveau van de godheid.
Vanaf het eerste begin, werd Christus door Johannes de Doper verkondigd als
het “Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt“.
John.1: 29
De apostel Paulus zegt:
– “Het zal ons , die ons geloof vestigen op Hem, worden toegerekend,
die Christus Jezus, onze Heer, uit de doden opgewekt heeft,
Die om onze overtredingen is overgeleverd en om onze rechtvaardiging is opgewekt“.
Rom.4: 25
– “God echter bewijst Zijn Liefde jegens ons, doordat Christus, toen
wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is“.
Rom.5: 8
Veel meer zullen wij derhalve, thans door zijn bloed gerechtvaardigd,
door Hem behouden worden van de toorn.
Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood va Zijn Zoon,
zullen wij veel meer, nu wij verzoend zijn, behouden worden, doordat Hij leeft;
en dat niet alleen, maar wij roemen zelfs in God door onze Heer Jezus Christus,
door Wie wij nu de verzoening ontvangen hebben“.
Rom.5: 9-11

Hij gaf Zijn Leven voor velen, Epitaphion, grafleggingOnze Heer Zelf
verzekerde ons dat Hij is gekomen
Om Zijn Leven te geven als losprijs
voor velen

Matth.20: 28
Christus kwam, als de Hogepriester, om
te sterven voor onze zonden en het vergieten van Zijn Bloed aan het Kruis heeft de aard van het zoenoffer.
Christus heeft als zondeloos zijnde
– “Hiermee de Liefde aangetoond,
                                                                                   niet dat wij God liefgehad hebben, maar                                                                                            dat God ons heeft liefgehad en
                                                                                   Zijn Zoon gezonden heeft als                                                                                                                  een verzoening voor onze zonden“.
1John.4: 10;
Want ook Christus is eenmaal om de zonden gestorven als rechtvaardige voor onrechtvaardigen, opdat Hij u tot God zou brengen:
Hij, die gedood is naar het vlees, maar levend gemaakt naar de geest,
in welke Hij ook heengegaan is en gepredikt heeft aan de geesten in de gevangenis, die
eertijds ongehoorzaam geweest waren, toen de lankmoedigheid Gods bleef afwachten
“.
1Petr. 3: 18-20
Zoals de offerdieren van het Oude Testament symbolisch en onbewust de zonden en schuld van degenen die hen aangeboden op het altaar nam; ook Christus werd Degene Die aanbiedt
en Degene Die wordt aangeboden.
Ook u heeft Hij, hoewel gij dood waart door uw overtredingen en onbesnedenheid naar het vlees,
levend gemaakt met Hem, toen Hij ons al onze overtredingen kwijtschold, door
het bewijsstuk uit te wissen, dat door zijn inzettingen tegen ons getuigde en ons bedreigde.
En dat heeft Hij weggedaan door het aan het kruis te nagelen:
Hij heeft de overheden en machten ontwapend en openlijk tentoongesteld en zo over hen gezegevierd
“.
Col.2: 13-15
Door Zijn Eigen vrije wil nam Hij bewust onze zonden op Zich en verbrak “de banden” die ons de weg tot het heil belemmerden.

Het offer van de eniggeboren Zoon van God werd voor de gehele mensheid aangeboden, want
Extreme NederigheidWant zo heeft God de wereld Lief gehad, dat
Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat
een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven zal hebben
“.
John.3: 16
Jezus Christus is de verzoening, niet
alleen voor de gelovigen, maar
voor de zonden van de hele mensheid.
Christus stierf niet voor de weinigen alleen, maar
om de zonden van de gehele wereld weg te nemen, en
opdat de mens door Hem gered zou worden.
Onze Heer Jezus Christus heeft dit verkondigd zeggende:
Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld;                                                                                 wie niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat                                                                                   hij niet heeft geloofd in de Naam van de                                                                                             eniggeboren Zoon van God“.
                                                             John.3: 18
Christus stierf voor allen om allen te redden, maar niet ieders zonden zijn vergeven.
Want er zijn nog die mensen die weigeren om Christus’ aanbod van Genade te aanvaarden.
Het gevolg van hun ontrouw is hun eigen veroordeling.
Het bloed van het Nieuwe Testament werd ook voor hun redding vergoten en
ook heeft het al hun ongerechtigheden weggewassen.
Omdat de ongerechtigheden van alle zondaars niet groter waren dan de gerechtigheid van Christus, noch hebben we meer gezondigd dan de rechtvaardige daad van Hem bewerkt heeft Die voor ons is gestorven; de zonden van de gehele mensheid zijn als
een druppel water in de oceaan in vergelijking tot
de oneindige Liefde van God voor de mens.

Kruis boven de Iconostase van Zmiski [Russ]Christus is werkelijk aan het Kruis gestorven, want Hij was geheel mens.
Hij daalde af in Hades met Zijn logische ziel en de Logos; en werd opgewekt uit de dood, omdat, zoals Hij ons verzekerd
heeft met de woorden: “Ik heb het u gezegd, eer het geschiedt, opdat gij geloven moogt, wanneer het geschiedt.
Niet veel zal Ik meer met u spreken, want de overste der wereld komt en
heeft aan Mij niets,                                                                                                                                   maar de wereld moet weten,                                                                                                                 dat Ik de Vader liefheb en zo doe, als                                                                                                   Mij de Vader geboden heeft
“.
                                                                                John.14: 29-31
In Hades predikte de Geest van Christus tot de geesten van de mensen en
bereikte Zijn eerste overwinning op het rijk van de dood.
De apostel Paulus leert ons dan ook dat:
God Hem daarom ook uitermate heeft verhoogd en
Hem de naam boven alle naam heeft geschonken, opdat
in de naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen,
die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en
alle tong zou belijden: Jezus Christus is Heer, tot eer van God, de Vader!
“.
Phil.2: 9-11

Johannes de doper kondigt de nederdaling ter helle aan de rechtvaardigen van de hades [Slovetsky klooster [17e eeuw]Het belang van Christus ‘afdaling in Hades laat zien dat Hij de Redder is van allen,
de levenden en de doden.
Geen macht in de natuur, of
obstakels van tijd of ruimte kan tussen Christus en het vinden van de manier om de mensheid te redden in komen te staan.
Hij is de Redder van alle generaties,
vóór en ná Zijn incarnatie.
Het offer van Christus heeft de macht om de mens te redden, vanaf Adam tot de laatste mens die voorafgaand aan Zijn wederkomst geboren wordt.

De Opstanding van onze Heer en Zaligmaker is het bewijs van Zijn triomfantelijke intrede in Zijn heerlijkheid.
Christus stierf, werd opgewekt uit de doden op de derde dag, en leeft voor altijd.
Hij heerst over de levenden en de doden.
Hij overwon de dood en kreeg in Zijn Goddelijke Autoriteit over al de levenden en
bezit de sleutels van de dood en het dodenrijk.
Dit is het grootste bewijs dat het offer aan het Kruis door de hemelse Vader werd aanvaard.
Dit is de garantie, dat onze redding werd bereikt en de uitdagende dood werd veroverd.
De val van de mensheid werd hersteld.
In Jezus Christus’ Opstanding begroeten we de komst en de heerlijkheid van Zijn Koninkrijk.
Christus’ Opstanding is een visie van ‘s-werelds laatste Glorie na
de algemene opstanding van de doden.

Icoon Opstanding uit de doden en de 12 grote Kerkfeesten [Russ. 1903]Het mag nu natuurlijk heel duidelijk geworden zijn dat, als Christus niet was gekomen,
de mensheid niet zou zijn verheven.
Verzoening zou niet hebben plaatsgevonden en de mens zou nog steeds onder de slavernij van de zonde en de schaduw en de tirannie van de dood zijn geweest.
Als Christus niet was gekomen, dan zou de mens van de kennis van de ware God zijn verstoken.
Door de Opstanding van Christus  werd de geschiedenis van de mens werd afgebogen
van de weg tot vernietiging tot het pad van de Zaligheid.
Iedere mens wordt door Christus uitgenodigd om, in Hem, door Hem en met Hem, hieraan deel te nemen.
– “In Hem”, betekent dat de mens, door het Heilig Mysterie van het doopsel,
lid wordt van Zijn Heilige Kerk.
– “Met Hem”, betekent dat de mens de weg van Christus ‘leven moeten leven.
– “Door Hem”, betekent dit gebeurt dat door de Genade van de Heilige Geest, Die
Christus door de Heilige Mysteriën van de Orthodoxe Kerk verleent,
de mens kan worden geheiligd en verheerlijkt.
Christus daalt af in de  Hades en verkondigt Zijn Blijde BoodschapDoor canonieke Doop neemt de mens deel aan de Dood en de Verrijzenis van Christus.
Door het algemene heil dat Christus aan
het Kruis heeft aangeboden te accepteren,
worden we opgeroepen onze persoonlijke verlossing te bewerkstelligen door gebruik te maken van Gods Genade in ons
door in ons dagelijks leven
het leven van Christus na te volgen.
Door de doop wordt de voorvaderlijke zonde [erfzonde 1] ] vergeven
en de verzoening bereikt.
Als Christus nooit was gekomen zou niemand zijn gered; zou de Kerk nooit zijn opgericht en zouden er geen Mysteriën [RK. Sacramenten] hebben bestaan.
Zo zou het voor de mens onmogelijk zijn geweest om zijn heil te bereiken.
De voorouderlijke zonde zou nog intact zijn geweest en
de belediging die de mens God heeft aangedaan zou nooit zijn verwijderd.
Door Christus’ Opstanding werd de mens een kind [vriend] van God en
allen die in Christus geloofden vrienden met Christus zijn geworden
Gij zijt Mijn vrienden, indien gij doet, wat Ik u gebied.
Ik noem u niet meer slaven, want de slaaf weet niet, wat zijn heer doet; maar
u heb Ik vrienden genoemd, omdat Ik alles, wat Ik van Mijn Vader gehoord heb,
u heb bekend gemaakt
“.
John.15: 14,15
''God is met ons, Hij is en zal zijn''Onze vriendschap met Christus dient een
Vriendschap van Gehoorzaamheid aan Zijn geboden te zijn en een Offer [overgave] van onze vrije wil om Zijn Goddelijke Wil te volgen.
Door het hebben van de Opgestane Christus als onze persoonlijke vriend zijn we er zeker van dat we in staat zijn om met Hem te communiceren, niet alleen in onze goede momenten van het leven, maar
vooral in tijden van nood.
Wij laten Hem vaak vallen, maar Hij zal ons nooit in de steek laten.
In al onze moeilijke momenten, zelfs als we het gevoel hebben dat Hij er niet is,
staat Hij altijd voor ons klaar, daar Hij ons achterliet met de belofte:
Zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding van de wereld“.
Matth.28: 20

1] Pdf   De erfzonde

5e Zondag van de Grote en Heilige Vasten – H. Maria van Egypte; goede voornemens en dode werken

Christ & the Theotokos - Extreme HumilityChristus, opgetreden als hogepriester der goederen, die gekomen zijn, is door de grotere en meer volmaakte tabernakel, niet met handen gemaakt, dat is, niet van deze schepping en dat niet met het
bloed van bokken en kalveren, maar 
met
Zijn eigen bloed eens voor altijd binnengegaan in
het heiligdom,
waardoor Hij een eeuwige verlossing verwierf.
Want als [reeds] het bloed van bokken en stieren en
de besprenkeling met de as der vaars hen, die verontreinigd zijn, heiligt,
zodat zij naar het vlees gereinigd worden,
hoeveel te meer zal het bloed van Christus,
Die door de eeuwige Geest 
Zichzelf als                                                                                               een smetteloos Offer aan God gebracht heeft,
                                                                  ons bewustzijn reinigen van dode werken, om                                                                                de levende God te dienen?“.
                                                              Hebr.9: 11-14

De Grote en Heilige Vasten loopt ten einde.
En wanneer de Grote Vasten een strijd over een bepaalde tijdspanne omvat, dan
is dit tevens het geval met ons ​​leven.
De spanwijdte van het leven wordt ons gegeven als een strijd en zal niet voor eeuwig voortduren. De mens kan dit leven nu eenmaal niet onbeperkt voortzetten, want
zoals het de mensen beschikt is,
eenmaal te sterven en daarna het oordeel
“.
Hebr.9: 27
Aan het einde van ons leven, zullen we teleurgesteld zijn als we ons realiseren
dat we onvoldoende gestreden hebben.
Vorige week hebben we gehoord over de geestelijke Ladder.
Zullen we dan teleurgesteld zijn wanneer we tot de slotsom komen dat we bij
het beklimmen van de geestelijke Ladder, niet de hoogten bereikt hebben, die we dienden te bereiken?  Zullen wij de uiteindelijke vragen tijdens een gewetensonderzoek positief kunnen beantwoorden?
De Grote en Heilige weekWe zijn de afgelopen weken gericht geweest
om tijdens deze korte tijdspanne van
de Grote Vasten ons voor te bereiden op
de vervolmaking en de ziel zoveel mogelijk op
te maken om de gebeurtenissen van het Lijden, sterven en  de Opstanding van onze Heer Jezus Christus, die binnenkort plaatsvinden  te
kunnen gedenken.
Op dit punt aangekomen stellen we ons nog wat laatste vragen:
Heb ik vooruitgang geboekt?
Sta ik wat steviger
[of hoger?] op de geestelijk Ladder dan voorheen?“.
Of kunnen we misschien tot onze verbazing                                                                                       vaststellen dat we toch                                                                                                                             enige spirituele vooruitgang hebben geboekt.
Dan volgt de vraag: “Hoe weet ik vast te houden wat mij deze weken gegeven is?
Hoe richt ik m’n leven zo in dat ik niet opnieuw nalatig zal blijken en
verloren laat gaan wat ik zojuist heb verkregen?
En wanneer we de afgelopen weken geen vooruitgang hebben geboekt,
zullen we dan in staat blijken te behouden wat we voorheen al verkregen hadden?

Easter history, 5 part-icon, russianWe hebben onze hoop op God gevestigd, dat
Hij onze geestelijke vooruitgang zal blijven ondersteunen, zodat we onze strijd kunnen voortzetten en tegelijkertijd onderkennen we
de ernstige twijfels, omdat we onszelf maar al te goed kennen. We kunnen onszelf niet vertrouwen.
Steeds weer opnieuw dienen we ons te verontschuldigen als gevolg van
onze menselijke zwakheid.
Of misschien hebben we onszelf de limiet gesteld dat er geen echte beperkingen zijn.
We kunnen meer doen, maar we willen onszelf niet “overbelasten“.
We vergeten wat er op het spel staat.
We vergeten wat God in Zijn oneindige mededogen, voor ons heeft gedaan.
Onze Heer Jezus heeft Zichzelf voor ons zondaars overgeleverd.
Hij offerde Zijn bloed, opdat wij gezuiverd konden worden, genezen konden worden van onze passies die ons zo gemakkelijk op een zijspoor brengen en
we ons op zondige wegen begeven.

De lezing van vandaagDe lezing van vandaag stelt duidelijk dat
we ons geweten dienen te reinigen.
Het maakt ons  duidelijk dat
redding door het bloed van onze Heer tot ons komt;
Het bloed van Christus, Die
door de eeuwige Geest Zichzelf als een smetteloos Offer aan God gebracht heeft
“.
Hebr.9: 12
Paulus gaat verder met te zeggen dat het bloed van Christus ons geweten aanspreekt en
Heeft kunnen reinigen van dode werken, om de levende God te dienen“.
Hebr.9: 14

Dode werken t.o.v. de Levende God.
We kunnen de Levende God niet dienen met “dode werken”, hetgeen betekent met zonden. Onze zonden maken ons ziek, veroorzaken de ​​dood in ons, maken ons tot een onvolledig mens. Onze dode werken – onze zonden – scheiden ons van God, Hij Die
uit het niets – alles wat bestaat heeft geschapen en nog steeds schept.
Ze stuwen ons in de richting van het ‘niet-zijn’, in de richting van het niets, en
in tegenstelling tot wat de wereld regelmatig oppert, is niets ons meer “menselijk” of
het is “een grotere realiteit”.
Onze dode werken kunnen ons niet tot volledige mens maken.
Ze maken ons onaf, niets waard, ziek.
Ze maken ons ongeschikt om de ware Liefde Die enkel van God komt te ontvangen.
We hebben daarom een schreeuwende behoefte aan spirituele genezing.
Maar dan dienen we ons geweten te reinigen en
te verlangen dat we gezuiverd worden van de resultaten van het kwaad;
dan dienen we eveneens een gezond verlangen op te bouwen
naar dingen die God welgevallig zijn.

De Kerkvaders leren ons dat we ziek worden door de dode werken van de zonden, omdat
onze voorkeur uitgaat naar datgene wat ziekmakend is.
Je zou op z’n minst dienen te onderkennen dat de door ons gekozen weg niet goed werkt.
De Apostel Paulus beschrijft deze ziekte in zijn brief aan de Romeinen,
wanneer hij zichzelf, in nederigheid, de plaats van het treurende toekent en zegt,
Wat ik uitwerk, weet ik niet; want ik doe niet wat ik wens, maar
waar ik een afkeer van heb, dat doe ik
“.
Rom.7: 15
We willen doen wat juist is, maar we vallen iedere keer weer opnieuw omlaag.
Het lijkt er haast op dat onze natuur ons gewoon dwingt om dode werken te doen,
dat we datgene doen wat God onwaardig is.
Onze verlangens zijn ziek. We wensen de verkeerde dingen.
We kunnen deze eigenschap alleen maar overwinnen wanneer we dit bewust bijstellen en
alleen datgene verlangen wat God welgevallig is.

Twee voorbeelden van zo’n ongezonde voorkeur worden ons vandaag in beeld gebracht.
>> De eerste wordt in het Evangelie van vandaag gelezen.
Christus en zijn discipelen zijn op weg naar Jeruzalem.
Nu genieten de discipelen van de drukte om hen heen,
de leraar spreekt tot hen en zij geven Zijn woorden aan ons door.
Christus spreekt over de gebeurtenissen van Zijn Lijdensweg,
hoe in Jeruzalem de hogepriesters en schriftgeleerden Hem zullen veroordelen en
Hem aan de heidenen zullen overleveren, die Hem ter dood zullen brengen.
Maar daarna, zal Hij, op de derde dag, ​​uit de dood opstaan.
De H. Schrift vermeldt dat de discipelen “verbaasd waren“.
Wat is dat, nu, wat Hij zegt? Zou er niet een nieuw Koninkrijk komen?
Zou onze Leraar niet de nieuwe koning zijn, Die
ons zou redden van de tirannie van de Romeinen?
Dood en vervolgens de Opstanding? Wat is dit allemaal?
Niet alleen zegt de H. Schrift dat de discipelen “verbaasd” waren, maar
ook dat ze “bang” waren. Ze konden dit niet bepaald woorden van troost noemen.
Niettemin, en nogal verrassend, horen we van twee leerlingen
– de broers Johannes en Jacobos – die zelfs een ongezond verlangen kenbaar maken.
Ondanks de bovenmaatse woorden die ze hebben allemaal gehoord hebben over
het komende Lijden van onze Heer Jezus, komen ze uit voor een sterk verlangen om
de voorrang boven hun broeder-discipelen te hebben.
In het aards Koninkrijk denken ze dat Christus spoedig zal opstaan,
ze willen de eervolle posities innemen, de één links en de ander rechts van de Meester.
In het Evangelie van Mattheus wordt ons duidelijk gemaakt dat bij deze manier van inbreng het de moeder van de discipelen was die Jezus had gevraagd om een bijzondere ereplaats aan haar zonen te verlenen.          [“Dat nu echt een Joodse moeder” zo heeft een joodse bekeerling tot de Orthodoxie mij ooit verduidelijkt].
De andere tien leerlingen zijn verbolgen wanneer ze kennis nemen dat
de twee de macht over hen zouden willen verkrijgen.

Vóór de roemrijke Opstanding en nog vóór de Neerdaling van de Heilige Geest met Pinksteren, zien we hoe onvolmaakt de discipelen wel niet waren.
We zien wat voor behoefte zij hadden aan de genezing van de ziel.
De Zoon des mensen legt ze echter onverstoord uit wat
het betekent om een ​​dienstknecht van Christus te zijn.
In de wereld is de piramidestructuur bekend welke
met een driehoekvorm wordt aangeduid.
Boven in het midden van de driehoek staan de leidinggevenden.
De managers hebben gezag over de vele ondergeschikten.
Maar boven de managers staan de top-managers en deze senior managers
heersen weer over de managers en zo verder tot de top van de driehoek.
In de kerk wordt deze machtsstructuur echter omgekeerd.
Hier staan de vele ondergeschikten aan de top en
de weinige aan de top bevinden zich hier aan de onderkant, want
Christus zegt: “Wie onder u groot wil zijn, zal aller dienaar zijn“.
Want de Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden,
maar om dienstbaar te zijn en zijn leven te geven als losgeld voor velen“.
Matth.20: 28; Marc.10: 44,45
Lucas maakt dat duidelijk in de ontmoeting van Martha en Maria met Christus, waarbij er
ook gekozen wordt voor het beste gedeelte.
Luc.10: 40,41
Gedurende de Grote en Heilige Vasten, hebben we het gebed van de H. Ephraïm de Syriër gebeden. “Heer en Meester van mijn leven” en hebben we gebeden, “geef mij niet een geest van heerszucht“. De geest van heerschappij houdt een verlangen in om macht over je broeders uit te oefenen.
Maar Christus leert ons dat christelijke leidinggevenden zichzelf dienen op te stellen als dienaren van hun collega-dienaren.

Daarom zullen wij wanneer onze veeleisende houding is genezen, gaan verlangen wat het beste is voor anderen en niet voor onszelf. “Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen …”.

>> Het tweede voorbeeld van een ongezond verlangen wordt ons voorgehouden met
de heilige Maria van Egypte, wiens synaxis wij vandaag vieren.
Heilige Zosimas ontmoet de H. Maria in de woestijn.
Het gebed van de H. Zosimas tot God was dat hem een monnik in het beoefenen van de extreme ascese zou worden getoond die naar de verlichting werd geleid.
Hij vroeg zich af of er geen monnik bestond, die hem
in zijn ascetische inspanning zou hebben overtroffen.
H. Maria van Egypte, vlucht na haar diepgetroffen bekering bij de Kerkdeur de woestijn in om daar een ascetisch leven te gaan leiden.En hier ontmoet hij deze heilige, die leeft alsof ze geen lichaam bezit, die terwijl zij bidt in de lucht zweeft, die door de H. Geest kent vele dingen kent en daardoor helderziend is.
Deze vrouw, die nog niet eens monnik is, wordt
het onverwachte antwoord op zijn gebed.
Hij smeekt haar om haar levensverhaal te vertellen, hoe ze in de woestijn verzeild is geraakt en hoe
het kwam dat God haar bezocht en haar tot een heilige [volwaardig mens, op God gericht] maakte. Was ze ook van een klooster afkomstig? Een maagd die in de woestijn had verbleven vanaf haar jeugd? Wat was haar levensverhaal?

De H. Maria van Egypte waarschuwt de H. Zosimas dat het verhaal betreffende haar verleden niet erg stichtelijk [Verheffend] is. De H. Zosimas is het hier beslist mee oneens.
Hij wil dat hem de waarheid duidelijk wordt gemaakt en hij smeekt haar er zelfs om.

Dan krijgt hij, bijna met tegenzin, het trieste verhaal te horen van het leven dat de H. Maria van Egypte geleid heeft.
We horen hoe ze de vleselijke verlangens van haar tienerjaren volgde, altijd deed wat haar vlees genoegens zou verschaffen, zonder dat ze maar een ogenblik rekening hield met Gods wet.
Hoe meer ze haar verlangens volgde, hoe meer ze probeerde om haar onverzadigbare hartstochten te bevredigen, hoe meer ze probeerde de lusten van haar ziel te vervullen, hoe zieker haar ziel werd.

Later bleven haar ongezonde verlangens haar in haar leven van berouw in de woestijn achtervolgen. Ze benoemt dit als dat ze “gek werd van haar verlangens:
” Geloof me, vader, in de zeventien jaar dat ik in deze woestijn verbleef heb ik als met wilde beesten gevochten – zo was ik van de verlangens en passies doordrongen.
Dus zelf in de troosteloze woestijn werd de H. Maria van Egypte verzocht door ongezonde verlangens die haar tot dode werken aangespoorden,
hoewel ze juist naar de eenzame woestijn was gekomen om de levende God te dienen.
Laat ons eens stil staan hoe ze met haar “gekke verlangens” omging.
Laat ons eens vernemen hoe haar ziel zich omkeerde [Gr. μετάνοια, haar oorspronkelijke levenshouding veranderde]  en zij zich kon verbeteren.

Maar wanneer zulke verlangens in mij opkwamen ik sloeg mezelf op de borst en
bracht mijzelf de gelofte in herinnering, die ik had afgelegd, toen ik de woestijn introk.
In mijn gedachten keerde ik terug naar de icoon van de Moeder Gods [de Theotokos], Die
mij had ontvangen en ik riep haar in gebed toe.
Ik smeekte haar om de gedachten weg te jagen waarop mijn ellendige ziel dreigde te bezwijken.
En na dit lange tijd huilend te hebben volbracht, mijzelf iedere keer weer opnieuw op de borst te slaan, kreeg ik eindelijk licht te zien wat op mij en overal om mij heen leek te schitteren.
En na die hevige storm is er een blijvende rust op mij neergedaald.

Vele jaren lang worstelde de H. Maria van Egypte in de woestijn en riep tot God en de Moeder Gods. Ze huilde en sloeg haar borst.
Ze volgde de heilige profeet Koning David die zegt:
Ik stort mijn gebed uit voor Uw aangezicht;
voor Uw aanschijn klaag ik mijn nood.
Mijn geest ging uit mij heen,
maar Gij, Heer, kent mijn wegen.
Op de weg die ik gaan moest
hadden zij een valstrik voor mij verborgen.
Tevergeefs wendde ik mij naar rechts om een verdediger,
maar er was niemand die mij wilde kennen.
Vluchten was mij onmogelijk;
er was niemand die zich om mijn leven bekommerde
“.
Psalm 141 [142]: 2 -6
En de vrede van God, die alle verstand te boven gaat,
heeft haar hart en gedachten in Christus Jezus behoed
“.
Phil.4: 7
Op deze, op de H. Schrift beschreven manier, werd haar verlangen genezen.
Door zichzelf met geweld aan de H. Geest te onderwerpen,
door haar hart en verlangens voor God en Zijn meest zuivere Moeder uit te storten,
verdween haar verlangen naar dode werken.
– Ze werd genezen, en zij verkreeg datgene wat “goed en verkwikkend is voor de ziel”.
– Ze wenste God met heel haar hart te dienen.
– Ze kreeg zo’n spirituele vooruitgang dat ze los kwam van de aarde en zweefde.
– Ze beklom gestaag de geestelijke ladder [van de H.  Climacos] en twijfelde niet, omdat
ze in haar streven en haar bedoelingen volhardend was gebleven.
– Zij heeft in eenzaamheid geworsteld en zij heeft gevast en gebeden.
– Ze bleef standvastig, want God gaf haar een nieuw verlangen welke haar “bizarre                   verlangens” overtroffen en haar ziekte werd overwonnen.
– Ze werd een nieuwe schepping en verlangde met geheel haar hart, datgene te doen wat       God van haar verlangde.
H Silouan, de AthonietZoals de heilige Silouan de Athonite hierover zegt:
De ziel die zo ver is gekomen om
God volledig te leren kennen,
verlangt niets anders meer en 
wil zich ook niet meer hechten aan alles wat zich op de aarde bevindt;
wanneer je hem een koninkrijk aan zijn voeten legt,
zou hij het niet wensen, want
de Liefde van God geeft zo’n zoetheid en vreugde aan
de ziel, dat 
zelfs het leven van een koning haar niet langer enige zoetheid kan schenken“.
H. Silouan, de Athoniet uitgeverij AXIOS
ISBN 90-72666-03-8

Dus waarom komt het dat we niet die dingen van God                                                                     kunnen aanvaarden zoals het hoort?
Waarom kunnen wij niet toegeven aan het ware en vurig verlangen om
God en onze naaste lief te hebben, om te bidden, te vasten,
te doen wat welgevallig is in de ogen van God ?
Heer. verander mijn hart . . .Waarom komen er niet steeds christelijke gedachten in ons op en doen we dingen waar we later spijt van krijgen?
Kortom, waarom zijn we dan niet in staat
de genezing van God te verkrijgen, waar
we zo naar verlangen?
Ons antwoord zal zeker dienen te zijn dat
we gewoon niet hard genoeg ons best doen.
We dienen een begin te maken.
Neem een voorbeeld aan
de heilige Maria van Egypte hoe zij tot
verandering kwam en hoe zij met haar leven een nieuw begin maakte.
Zij bevond zichzelf in Jeruzalem en zij wenste, in de overvolle menigte die er verzameld was, om alleen nog het Leven-schenkende Kruis van de Heer te aanbidden.
Maar toen ze probeerde de kerk binnen te komen, hield een onzichtbare kracht haar tegen.
Maar ze bemerkte dat ze niet opgaf.

>>> Voor een keer in haar leven maakte zij een goede keuze <<<

Ze wilde het Groot en Heilig Kruis met het Godsvolk aanbidden –
maar hoewel ze het keer op keer probeerde, werd haar de toegang tot de heilige tempel ontzegd. Daarop, bemerkte ze op een icoon de Moeder Gods en smeekte onder tranen:
O Vrouwe, Moeder van God, Die ontstond God het Woord in het vlees ontving,
weet dat ik, heel goed besef, dat er aan mij geen eer of lof valt te behalen.
Ik ervaar mijzelf als ontzettend onrein en verdorven wanneer ik naar uw icoon kijk ,
O aller-zuiverste maagd, die uw lichaam en geest in zuiverheid hadt bewaart om Hem te ontvangen. Terecht doe ik haat en walging opkomen voor het aangezicht van uw maagdelijke zuiverheid.
Maar ik heb gehoord dat God Die in U verwekt werd mens is geworden om
zondaars  tot bekering te roepen.
Kom mij redden, want ik heb geen andere hulp.
Verzorg dat de ingang tot de Kerk voor mij wordt geopend.
Sta mij toe om het eerbiedwaardige Hout, de levensboom, waarop Hij Die in het vlees heeft geleden en waarop Hij Zijn heilige Bloed vergoot voor de verlossing van zondaren en voor mij, onwaardig als ik ben.
Wordt mijn trouwe getuige voor uw zoon, dat ik nooit meer mijn lichaam zal bezoedelen door de onzuiverheid van de ontucht, maar dat ik zodra ik de Boom van het Kruis heb aanschouwd de wereld en haar verleidingen zal af zweren en zal gaan waar Gij mij zult heenleiden
“.
Daarna werd haar verzoek ingewilligd en kon zij de Kerk vrij, zonder tegenwerking betreden. De onzichtbare kracht die haar had tegengewerkt, werkte nu met haar mee.
Ze vereerde het kostbaar Hout van het Kruis met de andere christenen aldaar,
bezocht al de heilige plaatsen van Jeruzalem en vervolgde daarop, versterkt en verrijkt,
haar weg naar haar nieuwe berouwvolle leven aan de overkant van de rivier de Jordaan.

Via Maria van Egypte ontdekken we hoe we in de woestijn van ons leven
een nieuw begin kunnen maken.
We proberen het beter te doen en zullen ongetwijfeld falen.
We vallen en halen onszelf overeind.
call the Theotokos, Iviron icon on a stampMaar om aan de genezing, die afkomstig is van
werkelijke bekering, te beginnen, dienen we
tot God en tot de Allerheiligste Moeder Gods te roepen.
Het is zeer passend om in deze tijd aandacht te schenken aan de Al-heilige, Moeder Gods, de Theotokos, en altijd maagd Maria.
Toen de H. Maria van Egypte in Jeruzalem was, zagen
we hoe gemakkelijk de Moeder Gods het gebed van
Maria van Egypte onder de aandacht van de Jezus bracht.
We zien hoe vaak de H. Maria van Egypte in de woestijn, door de Al-heilige Maagd werd geholpen; hoe iemands gebeden tot Gods troon te laten doorklinken.
Door de voorspraak van de Moeder Gods, werd Maria van Egypte gered van een leven van zonde en verderf.
Zij zal ons ongetwijfeld net zo redden.
De Moeder van God ontfermt zich over ons zondaars.
Hebben de dode werken ons verziekt? Zijn we verdrietig? Zijn we moedeloos?
Hebben we het gevoel dat ons gebed niet wordt gehoord?
Ervaren we problemen met het om een goed verlangen om te bidden op te bouwen?
Zijn wij het die nog altijd in zonde vervallen?
Hebben we iemand nodig om een ​​nieuw begin te maken?
Bij deze genoemde punten, is het hoog tijd om de Moeder Gods aan te roepen!
Ze houdt van de mensen en zorgt voor de meest wanhopige zondaars en
Zij zal met tedere zorg voor u en mij zorg dragen.
En niet alleen de Allerheiligste Moeder Gods, maar ook al de heiligen, de engelen,
onze beschermengel, onze patroonheilige:
allen wachten ons op om ons bij vragen te hulp te snellen.
Dit is hoe we een begin kunnen maken:
<< door God om hulp te vragen via de Moeder Gods en de heiligen >>.
De Moeder van God hielp de heilige Maria van Egypte en Zij heeft mij kunnen helpen en
zal ook jou kunnen helpen. Laten we dat niet vergeten.

Nu de Grote Vasten ten einde loopt dienen we haar unieke mogelijkheid om
ons geestelijk leven opnieuw in te stellen niet uit het oog te verliezen,
want op een dag zal ook ons einde naderen net als voor een ieder van ons hier vandaag.
Het lijkt misschien niet gepast om te praten over een nieuw begin aan het einde van de Grote Vasten, maar vooral in het geval van je eigen geestelijk leven, is het beter laat dan nooit. Het laatste uur van ons leven komt iedere dag een stukje dichterbij.

Apolytikion         tn.8
In U, o Moeder, werd duidelijk gered Gods evenbeeld,
want nadat gij het Kruis aanvaard hebt om Christus na te volgen,
leerde gij door uw voorbeeld om het vergankelijk vlees te verachten,
maar te zorgen voor de ziel die onsterflijk is.
Daarom, o heilige Moeder Maria
verheugt zich uw geest met de Engelen“.

Orthodoxie & verwachtingen

Ik sta aan de deur en Ik klop,- Openb.3: 20Ik zeg u: ‘Bidt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden;
klopt en u zal opengedaan worden.
Want een ieder, die bidt, ontvangt en wie zoekt, vindt en
wie klopt, hem zal opengedaan worden.
Is er soms een vader onder u, die, als
zijn zoon hem om een vis vraagt,
hem voor een vis een slang zal geven?
Of als hij om een ei vraagt, hem een                                                                                                   schorpioen zal geven?
Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan
uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader uit de hemel
de Heilige Geest geven aan hen, die Hem daarom bidden?’“.
Luc.11: 9-13

Voortdurend worden wij met vragen omgeven:
kinderen vragen hun ouders; ouders stellen eisen aan hun kinderen;
binnenkort zullen studenten, die door  leraren werden bevraagd, zelf door
hun leraren worden overhoord en echtgenoten zullen dit, hetzij besproken of onuitgesproken, op hun manier doen.
Maar al heel vroeg in ons leven komen we tot de ontdekking dat anderen niet aldoor bereid zijn of om onze vele verzoeken heen draaien en ons niet altijd datgene te verstrekken wat we vragen! In feite, leren we in de loop van ons leven heel voorzichtig te zijn over de wijze hoe we iets vragen en wanneer we om dingen vragen,
waarop we vervolgens hopen iets te ontvangen.

van jongs-af-aanWe weten al heel vroeg dat
er zekere grenzen bestaan aan wat we kunnen vragen [en ons verwachtingspatroon aan te passen], want
we leven nu eenmaal in een wereld samen
met sommige zeer gierige en egoïstisch mensen
– welke volledig beïnvloed zijn door
het egocentrisme van de zonde!
Nadat we keer op keer weer afgewezen worden, kunnen we diep gefrustreerd raken en een houding ontwikkelen van; “Waarom zal ik er om vragen?
Ik zal het toch niet krijgen!”
En we meten ons een natuur aan dit soort denken
ook in onze relatie met God te betrekken.

Laat ons de Heer biddenHet gebeurde,
terwijl Jezus op een bepaalde plaats aan het bidden was, dat Hem nadat Hij klaar was,
van Zijn discipelen de vraag kreeg:
Heer, leer ons bidden net
zoals ook Johannes de Doper dit zijn discipelen
geleerd heeft?
“.
Luc. 11: 1
En zoals we weten werd ons toen
het Onze Vader geleerd, welk ons van
Vader op zoon en Moeder op dochter werd doorgegeven.

In deze tijd van boete, behoren wij tot degenen, die boete doen –
wij zijn toehoorders [προς ακρομενοι] een soort boetelingen – ook wel [προς κλαίωντεσ] wenenden/huilenden genoemd.
Zij staan buiten de deuren van de kerken en door oprechte boete [μετανοια] en
in zeer diep berouw [πενθος] trachten zij hun opname of weder-opname te verkrijgen.
deemoedig achterin de kerkAl voor het begin van de vastentijd werd
ons [via de Tollenaar en de Farizeeër] duidelijk gemaakt dat we ons niet godelievender dienden voor te doen dan
de rest van de aanwezige gelovigen; dus vanaf dat moment staan we
heel deemoedig achterin de kerk.
Verlangen naar menselijke roem leidt immers  tot de leugen en deze in nederigheid uitroeien vergroot de vreze Gods in ons hart.
Vlucht derhalve voor dit soort ijdelheden – vlucht niet alleen, maar ontbind ook vroom die slechte vergadering door de herinnering [hypomnêsis] aan de dood en het oordeel er te berde te brengen, want dit is beter dan
dat je wellicht daardoor met ijdele glorie [kenê doxa] besprenkeld wordt, maar dat er op deze wijze voor velen een werkelijke therapeut gevonden wordt.
Huichelarij is immers dikwijls de moeder van de leugen en haar veroorzaker.
Want sommigen definiëren de huichelarij niet anders dan een oefening en
een in de praktijk brengen van leugen met eed erin vermengd en verstrengeld.
Wie de vreze des Heren bezit, leeft gescheiden van leugen [xeniteuô], want
hij bezit zijn eigen geweten als een onomkoopbare rechter.
Een klein kind kent geen leugen, hetzelfde geldt voor een kind Gods, wiens ziel bevrijd is van slechtheid.   Wie door wijn verblijd is zal onvrijwillig in alles de waarheid zeggen en die dronken is van berouw [καντάνυξης] zal niet kunnen liegen.
Leugen is de verdelging van Liefde [αγαπε], meineed de verloochening van God.

Christus werd door de duivel benaderd om ook Hem te verleidenHet tegengestelde van de leugen is
de waarheid,
de mens prefereert te geloven in dat wat waar is en blijkt hij spontaan niet in staat te zijn
te weten wat waar is en wat niet.
Als er geen waarheid is, dan is alles onwaar.
Dan is er geen leven; dan is alles bedrog, hetgeen als de tegenstrever [ο διάβολος]
wordt aangeduid. God maakt ons duidelijk dat gevallen engelen als goden gezien willen worden;
zij die zich hebben gekeerd tegen de heerschappij van de ene ware God en
dat zij zichzelf tot goden en godinnen hebben uitgeroepen.
Deze zgn. goden en godinnen dolen rond in het rijk van de leugen en hebben als doel:
de mensheid te verleiden om hen te vereren en hen te volgen i.p.v. God
Als dan alles wat je als zinvol beschouwt, leugen is; dan is alles wat je vreugde geeft, misleidend. Dan heb je geen toekomst, maar enkel misleiding van jezelf en anderen.
De Trooster, de Geest der waarheid, kan de wereld niet ontvangen, want
zij ziet Hem niet en kent Hem niet
“.
John.14: 17
Wanneer de Geest der waarheid komt, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid
John.16: 13
Ik ben in de wereld gekomen, opdat Ik voor de waarheid zou getuigen;
een ieder, die uit de waarheid is, hoort naar Mijn stem
“.
John.18: 37

Jezus leert ons in bovenstaande lezing van Lucas, dat er al grenzen zijn aan wat we
van onze ouders, familie, vrienden en collega’s kunnen verlangen; echter
bij God behoeven wij er geen doekjes om te winden, en
kunnen we onomwonden vragen wat ons op het hart ligt.
Er zijn geen grenzen:
God is de menslievende God [μία από τις σπουδαίες του Θεού] en
zal er alles aan doen om  het gebed van Zijn kind te verhoren –
Ik, de Heer, zal hen verhoren;
Ik, de God van Israël, zal hen niet verlaten
“.
Is.41: 17

Neem een voorbeeld uit het Oude Verbond!
Sodom Gomorra, posterAbraham vroeg God om de ontzettend zondige mensen van Sodom en Gomorra te sparen – en hij vroeg dit niet gewoon een keer, maar zes keer!
Merk op dat Abraham zeer verontschuldigend was om God ‘zo vaak’ te vragen, maar God heeft nooit aangegeven dat Hij het zat was zijn verzoeken aan te horen.

Wanneer Jezus ‘discipelen Hem opnieuw
in het gebed gadeslaan, vragen zij hem
wanneer Hij daarmee klaar is:
Heer, leer ons bidden …” [en] Jezus zei tot hen:
Wanneer jullie bidden, zeg dan:
Vader, Uw Naam worde geheiligd; Uw Koninkrijk kome;
geef ons elke dag ons dagelijks brood; en vergeef ons onze zonden, want ook wijzelf
vergeven een ieder, die ons iets schuldig is en leid ons niet in verzoeking
“.
Luc 11: 2-4
Gods Zoon Zelf leert ons dit gebruik van twee zéér vèr-strekkende illustraties
waarop Hij aantoont,
1.]. dat Hij menslievend is en
2.]. Hij ons gebed zal verhoren.

Πάτερ ημώνJezus heeft dus op verzoek van de Apostelen
dit gebed als voorbeeld meegegeven, hetgeen
door ons meestal het “gebed des Heren” wordt genoemd,
ik geef er evenwel de voorkeur aan dit het “gebed voor de leerlingen” te noemen om een onderscheid te maken met het Hoog-Priesterlijk gebed als “gebed des Heren“, dat
staat vermeld in Johannes 17.
Het ‘Onze Vader’ is nimmer als voorbeeld gegeven om
– gedachteloos, vóór en ná tafel  te worden opgelepeld en Jezus geeft ons:
wanneer gij bidt, ga in uw binnenkamer,
sluit uw deur en bid tot uw Vader
in het verborgene; en uw Vader,
Die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.
En gebruikt bij uw bidden geen omhaal van woorden, zoals de heidenen;
want zij menen door hun veelheid van woorden verhoord te zullen worden.
Wordt hun dan niet gelijk, want God uw Vader weet, wat gij van node hebt, eer gij Hem bidt

Matth.6: 6-8;
als een duidelijke gebruiksaanwijzing mee.
Vermits dit gebed in rust en aandacht wordt gebeden is
het een goed kader om de communicatie met de Vader aan te geven;
het is daarom door de Kerkvaders onlosmakelijk aan de inleidingsgebeden verbonden.

De formulering van het van het “Onze Vader” van Lucas is echter niet degene
welke we in onze diensten gebruiken.
De meer liturgische formulering en evenwichtiger gebedsvorm van Mattheüs 6
heeft de voorkeur gekregen:
Πάτερ ημών Κατά τους ΠατέρεςOnze Vader die in de Hemelen zijt,
Uw Naam worde geheiligd;
Uw Koninkrijk kome; Uw wil geschiede, gelijk
in de hemel alzo ook op de aarde
Geef ons heden ons dagelijks brood;
en vergeef ons onze schulden,
gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren; en
leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze
“.
[P. Want van U is het Koninkrijk en
de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen. ]

Deze gebedsformulering wordt onmiddellijk gevolgd door de gelijkenis van de Vriend om middernacht.
Deze vorm geeft ons belangrijke aanwijzingen                                                                                  voor ons dagelijks gebed en                                                                                                                   de gelijkenis leert ons in dit gebed te volharden.
De gelijkenis van de Vriend te middernacht is een
van de twee grote gelijkenissen over het gebed
– de andere is de weduwe en de onrechtvaardige rechter uit Lucas 18: 1-8.
Deze laatste komt ook alleen maar in het Evangelie van Lucas voor.

deurklopperWie van u zal een vriend hebben,
die midden in de nacht bij hem komt en tot hem zegt:
Vriend, leen mij drie broden, want
een vriend van mij is op zijn reis bij mij aangekomen en ik heb niets om hem voor te zetten; en
dat dan hij, die binnen is, zou antwoorden en zeggen:
Val mij niet lastig, de deur is reeds gesloten en mijn kinderen en ik zijn naar bed;
ik kan niet opstaan om ze u te geven.
Ik zeg u, zelfs al zou hij niet opstaan en ze geven, omdat hij zijn vriend was, om zijn onbeschaamdheid zou hij opstaan en hem geven, zoveel hij nodig heeft.
En Ik zeg u:
Bidt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden;
klopt en u zal opengedaan worden.
Want een ieder, die bidt, ontvangt en wie zoekt, vindt en wie klopt,
hem zal opengedaan worden
“.
Luc.11: 5-10

Betekenis van deze gelijkenis
volhardend op de deur blijven kloppen
Als een volhardend verzoek
om te middernacht drie broden te verkrijgen van een onwillige buurman, dan
zullen onze oprechte gebeden toch zeker Onze Vader ‘s volledige aandacht hebben en zullen we op
het juiste moment Zijn antwoord verkrijgen.
De gelijkenis openbaart God ‘s karakter van
een liefhebbende Vader Die onze vragen hoort en
onze volhardende situatie in het gebed kent.

Inzicht in deze gelijkenis
Sommige gelijkenissen zijn bedoeld om met elkaar te vergelijken om ons inzicht te geven.
Bijvoorbeeld de gelijkenis van de schat verborgen in                                                                       het veld, [met behulp van de vergelijking woord “als,                                                         gelijk aan “] wordt het koninkrijk vergeleken met een schat.
Het Koninkrijk der Hemelen is gelijk aan een schat, verborgen in een akker,
die een mens ontdekte en verborg, en in zijn blijdschap erover
gaat hij heen en verkoopt al wat hij heeft en koopt die akker
“.
Matth.13: 44
God is in Zijn goedheid niet zoals de onwillige buurman, maar
tot oneindig veel meer bereid.
Hij is niet zoals de onrechtvaardige rechter die door de aanhoudende weduwe, die
het hem moeilijk maakt [Luc.18: 1-8], maar
zal volledig liefdevol en oprecht op onze gebeden ingaan.
Daarom is God in deze gelijkenis in contrast met een onwillige buurman geplaatst.
De buurman is terughoudend om zijn vriend te beantwoorden en
geeft hem wat hem gevraagd wordt, maar alleen omdat
de buurman volhardend is zal hij capituleren en
geeft hem het brood dat hij vraagt.
God, daarentegen, is tot veel meer bereid.
We behoeven hem niet onder druk te zetten;
Hij is onmiddellijk bereid ons wanneer we bidden te antwoorden, al
is het alleen maar de rust die het òns schenkt dat
wij onze zorgen bij Hem hebben opgedragen.
Als zelfs de onwillige buurman het verzoek zal beantwoorden,
kunnen wij er heel zeker van zijn dat God ons vroeg of laat zal antwoorden.
Als we maar volharden in het gebed.

Ook al is de buurman terughoudend en
zou hij niet opgestaan zijn ​​en geven wat gevraagd wordt.
De buurman is een vriendelijk iemand en gaat nochtans in op het volhardend verzoek . . . .
Hoe krachtig is onze aanhoudende druk op elk gebied van
onze inspanningen en hoe belangrijk.
Vanwege de zo bekende jong-aangeleerde volharding wordt veel in deze wereld bereikt.
Goed beschermd, door waterwerkenDoorzettingsvermogen zoals we die op het gebied van weg- en waterbouw in Nederland kennen heeft ons in de gehele wereld bekend gemaakt. Volharding werkt hierbij als koolstof op ijzer,
het vormt een stevige stalen constructie.
Het doorzettingsvermogen wordt verlangd van
de man die om middernacht iets van zijn buurman gedaan wil krijgen.
In het Grieks wordt volharding gedefinieerd
met zelfgenoegzaamheid [άναίδεια].
Bij ons wordt gesproken van “opdringerigheid” of “vrijmoedigheid”.
Je zou ook het aspect van schaamteloosheid aan toe kunnen voegen bij het vertalen άναίδεια het
niet beschaamd zijn om te vragen
aandacht aan het probleem te vragen“.
Een “dwingende verzoek“; een aanvraag als een claim of gunst, die
nog wordt aangewakkerd met een lastige frequentie of hardnekkigheid.
Mannen zijn veelal gevoelig en worden soms overwonnen door
de opdringerigheid van hun vrouw of kinderen.
Het resultaat zal dan weinig discussie oproepen.

De kracht van vriendschap.
Vriendschap is inderdaad krachtig, maar niet krachtig genoeg om deze buurman te doen opstaan; alleen de mens z’n vasthoudendheid doet wonderen.
Dus de aanhoudende druk van de kant van degene die vraagt
​​is nog krachtiger dan vriendschap.
Ik zeg dan ook al zou hij niet opgestaan zijn ​​en hem niets hebben gegeven; echter omdat hij zijn vriend is zal hij vanwege het doorzettingsvermogen zijn opgestaan en zal hem zoveel gegeven hebben als hij nodig had. In tegenstelling tot zijn eigen onwil en zelfs tegen zijn beter weten in,  bezwijkt de buurman en geeft degene die zijn nachtrust onderbreekt zo veel als hij nodig heeft.

God is echter meer bereid dan die buurman
Polyeleos Cover
Het is echter zeker niet zo dat God
dient te worden aangesproken om
onze gebeden te verhoren.
Druk uitoefenen is echt niet vereist.
God is niet terughoudend, zelfs niet voor maar een beetje.
God is niet zoals ‘s-mensenvriend.

1.]. God heeft de mens lief en
de bereidheid om onze gebeden te horen en te beantwoorden is krachtiger dan
de vriendschap welke via deze buurman wordt aangetoond.

Immers degene “die vraagt, ontvangt; en wie zoekt, vindt; en
wie klopt, zal het worden opengedaan
“.
Luc.11: 10
2.]. God is altijd wakker en gaat nooit naar bed.
Hij is altijd bij ons aanwezig en is er altijd al geweest.
Hij heeft de mens veel beloofd en Hij houdt Zijn Woord.
Zie, Hij zal niet sluimeren noch slapen,
de Bewaker van Israël
“.
Psalm 121: 4
3.]. We behoeven niet hard op de deur te bonken om te worden gehoord.
Hij hoort zelfs een zwakke kreet; luister dus naar Zijn stem.
God, verhoor mijn smeking; geef acht op mijn gebed.
Van de uiterste grenzen van het land heb ik tot U geroepen, toen mijn ziel benauwd  was;
Gij hebt mij te Petra verheven.
Gij hebt mij geleid, want Gij zijt mijn hoop,
een sterke toren in het gezicht van de vijand
“.
Psalm 60: 1-3

God is bereid in plaats van terughoudend te zijn; ons met klem te roepen, te zoeken en te blijven kloppen. Hij geeft ons nooit voorafgaande excuses zoals:
Mijn deur is vergrendeld of ik lag al op bed.
Elke ogenblik van de dag kunnen we bij Hem terecht – zelfs in de donkerste momenten van ons leven kunnen wij bij Hem terecht – Hij zal er zijn.
Als we God benaderen, zelfs al is het in het middernachtelijk uur,
de donkerste tijd van ons leven – Hij zal er zijn.

Je zult bij jezelf te rade dienen te gaan:
Heb ik zelf het gebed niet te gauw opgegeven1.]. Heb ik het gebed niet te gauw opgegeven?
Nemen we elke dag wel de tijd om een “gesprek” met de Allerhoogste in te plannen,
om Hem op te zoeken, om tot Hem te benaderen?
Hij belooft immers:
Nadert tot God en Hij zal tot u naderen“.
Jac.4: 8
2.]. Hebben we niet vergeten waar we voor hebben gebeden – nog voor het antwoord tot ons is gekomen? Een goede manier om ons bij de les te houden in Zijn trouw aan ons in het gebed
kan zijn een ​​soort herinneringsboekje bij te houden.
Zo werden er tot voor kort, dyptiek-boekjes bijgehouden waarin de namen werden vermeld voor welke personen we allemaal wilde bidden, zowel de levenden als de overledenen.
Saint Marc, Ebbo Gospels3.]. Zijn we wel zo toegewijd aan het gebed?
Weest blijde in de hoop, geduldig in de verdrukking, volhardend in het gebed, bijdragend in de noden der heiligen, legt u toe op de gastvrijheid.
Zegent wie u vervolgen, zegent en vervloekt niet.
Weest blijde met de blijden, weent met zij die wenen. Weest onderling eensgezind, niet zinnende op hoge dingen, maar voegt u in het eenvoudige.
Weest niet eigenwijs.
Rom.12-16
Dit zal beslist enige tijd en moeite kosten.
De resultaten zijn echter de moeite waard.
De tijd nemen om dagelijks te bidden en vooral
in de vroege ochtend zal vruchten voortbrengen.
Maar het nemen van voldoende tijd is de sleutel.
Immers, het kost tijd om het hart van de mens op te richten, om de rommel van het leven af te leggen en een duidelijke verbinding met de Heer op te bouwen.
God hoort ons en we horen dan tevens wat Hij zegt.
Het Woord van God [het lezen van de H. Schrift] toont ons vaak Zijn antwoord in schriftelijke vorm en de Heilige Geest spreekt dan eveneens tot ons hart.
hindoeïstische gebedsmolens in het Labrangklooster in AmdoLet echter op het feit dat we
niet vervallen in een hersenloze herhaling.
We kunnen dit proces niet automatiseren als bij de onjuiste opvattingen van
de hindoeïstische gebedsmolens.
We sturen God immers ook geen e-mailtjes
– het gaat om de persoonlijke benadering,
de relatie die je in het gebed opbouwt.
Beter weinig woorden recht uit je hart dan een hele reeks opgedreunde gebeden uit het gebedenboek;
Gebruikt bij uw bidden geen omhaal van woorden, zoals de heidenen;
want zij menen door hun veelheid van woorden verhoord te zullen worden.
Wordt hun dan niet gelijk, want
God uw Vader weet, wat gij van node hebt,
eer gij Hem bidt
“.
Matth.6: 7-8
God is niet een machine of een wensput, waar je alles maar in kwijt kunt.
God verleent ons een geweldige mogelijkheid om Zijn aanwezigheid te ervaren en
is belangstellend naar onze behoeften en de behoeften van anderen.
We dienen dit niet te misbruiken en evenmin te verwaarlozen.
Laat ons in Zijn tegenwoordigheid verblijven en
Hem van aangezicht tot aangezicht trachten te ontmoeten.
Ons hart dient gericht te zijn op: “Heer, leer mij te bidden“.
Vraag de Heilige Geest je daarin te begeleiden.
Bespreek alles en laat de absoluut onbelangrijk dingen buitenwegen.
en toon Hem je dankbaarheid door Hem onophoudelijk te bedanken
voor alles wat wij tenslotte via Hem berkregen hebben.

Ter afsluiting van de gelijkenis van de Vriend te middernacht
zegt onze Heer, de Zoon van God en geeft een drievoudige vermaning
met een drievoudige belofte van vervulling:
the path to Sanctity - saint Isaac, the SyrianEn Ik zeg u:
Bidt en u zal gegeven worden;
zoekt en gij zult vinden;
klopt en u zal opengedaan worden.
Want een ieder, die bidt, ontvangt en wie zoekt, vindt en wie klopt,
hem zal opengedaan worden
“.
Laten wij daarom met vrijmoedigheid opgaan tot de Troon der Genade,
opdat wij barmhartigheid ontvangen en te gelegener tijd Genade vinden om hulp te verkrijgen
“.
Hebr.5: 16

Orthodoxie & het Licht ontwaren

Moeder Gods van het TekenVroeger waart gij in duisternis, maar
thans zijt gij licht in de Heer;
wandelt als kinderen van het Licht,
– want de vrucht van het Licht bestaat in louter goedheid, gerechtigheid en
waarheid en toetst wat de Heer welbehaaglijk is.
En neemt geen deel aan de onvruchtbare werken van de duisternis,
maar ontmaskert ze veeleer, want het is zelfs schandelijk om te noemen, wat
heimelijk door hen wordt verricht;
maar als dat alles door het Licht ontmaskerd wordt, komt het aan de dag; want
al wat aan de dag komt is licht.
Daarom heet het:
Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten.
Ziet dus nauwlettend toe, hoe gij wandelt, niet als on-wijzen, doch als wijzen,
u de gelegenheid ten nutte makende, want de dagen zijn kwaad.
Weest daarom niet onverstandig, maar tracht te verstaan, wat de wil des Heren is.
En bedrinkt u niet aan wijn, waarin bandeloosheid is, maar wordt vervuld met de Geest,
en spreekt onder elkander in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en
zingt en jubelt de Heer van harte, dankt te allen tijde in de naam van onze Heer
Jezus Christus God, de Vader, voor alles en
weest elkander onderdanig in de vreze van Christus
“.
Eph.5: 9-21

Zonsopgang bij De Haukes, WieringenOp zekere dag werd ik vroeg in de ochtend wakker en keek naar de zonsopgang.
De schoonheid van Gods schepping is
echt niet in woorden te vatten.
Terwijl ik keek,
prees ik God voor Zijn prachtige werk.
Terwijl ik daar zat,
ervoer ik de aanwezigheid van de Heer.

Hij deed bij mij de vraag opkomen: “Hou je van me?“.
Ik antwoordde: “Natuurlijk, God! U bent mijn Heer en Verlosser!“.
Toen stelde Hij
“En wanneer je lichamelijk gehandicapt zou zijn, zou je dan nog van me houden?“.
Ik was zichtbaar verrast, ik ben namelijk meer dan 50% doof, dus
misschien hoor ik daarom beter wanneer ik niets hoor, maar het ging verder.
Ik keek neer op mijn armen, benen en de rest van mijn lichaam en
vroeg me af hoe veel dingen welke ik niet meer zou kunnen doen,
de dingen die ik gewoon was te kunnen doen, zoals dit schrijven op de site.
En ik antwoordde:
Het zou me zeer moeilijk vallen Heer, maar ik zou nog steeds van je houden“.
Toen zei Hij:
En als je nu ook nou blind zou zijn, zou je dan nog van Mijn schepping houden?“.
Hoe kon ik van iets houden zonder het te kunnen zien?
Toen dacht ik aan alle blinde mensen in de wereld en
hoeveel van hen nog steeds God en Zijn schepping hielden.
Dus ik antwoordde:
Het is moeilijk om mij dit voor te stellen en te aanvaarden,
maar ik zou nog steeds van Je houden“.
gehoor probleemDe Heer vroeg me daarop “En als je nu
eens helemaal doof zou zijn,

zou je dan nog mijn Woord
kunnen aanvaarden?
“.

Het zou voor mij een zware klap zijn, hoe kon ik dan, als totaal doof zijnde, luisteren?
Toen begreep ik het.
Luisteren naar Gods Woord is niet alleen
het gebruik van onze oren,
maar het draait om ons ons hart, in hoeverre dat met God verbonden is.
Ik antwoordde:
Het zou mij ontzettend zwaar vallen,
maar ik zou nog steeds naar Uw woord luisteren“.

Daarop stelde de Heer mij de vraag:
En als je nu ook nog eens stom zou zijn,
zou je dan nog steeds Mijn Naam prijzen?“.
Hoe kon ik nu loven zonder stem, zonder geluid voort te brengen?
Maar ook nu bedacht ik:
God wil ons dat we vanuit ons hart en ziel zingen.
Het doet er niet toe, al is het vals als een kraai, wat we tot Zijn Lof voortbrengen.
God te prijzen gebeurd niet altijd met een liedje, maar
zelfs wanneer we vervolgd worden, geven we God de eer die Hem toekomt en
brengen een woord van dank voort.
Dus, antwoordde ik, “Hoewel ik fysiek niet zou kunnen zingen,
zou ik nog steeds van harte Uw Naam bezingen en bejubelen als
mijn Heer en Koning“.
En daarop volgde de vraag,
Comboskini2Denk je echt onophoudelijk aan Mij?
Met moed en een sterke overtuiging, antwoordde ik dapper,
Ja, Heer! Ik hou van U, want U bent de Enige en Ware God!“.

Ik dacht dat ik goed geantwoord had, maar daarop stelde God de vraag,
Waarom bega je dan telkens misstappen, verval je in zonde?“.
Ik antwoordde:
Ik roep vanuit m'n emotie tot de Heer, Die mij steeds gedenkt, de verloren zondaarOmdat ik ook maar een mens ben.
Ik ben echt niet vlekkeloos
“.

Waarom ben je dan in periode
van vreugde zo ver van Mij verwijderd?
En waarom bid je alleen in tijden van nood
om ontferming?
“.
Ik kon geen antwoord over mijn lippen krijgen,
er viel een grote stilte;
de tranen schoten me in de ogen.
De Heer vervolgde:
Waarom wordt er alleen in volle zalen en
bezinningsbijeenkomsten gezongen;
waarom zoekt men Mij alleen in tijden van aanbidding;
waarom worden mij alleen dingen uit zelfzuchtigheid gevraagd;
waarom wordt er zo trouweloos met Mij om gegaan?“.

De tranen bleven over mijn wangen rollen.
Waarom ben je om Mijnentwil beschaamd?
Waarom ben je niet actief in het verspreiden van de Blijde Boodschap?
Waarom huil in tijden van vervolging om anderen terwijl
Ik hen Mijn schouder aanbiedt om op uit te huilen?
Waarom verzin je iedere keer excuses wanneer
Ik je de kans bied om Mijn in Mijn naam te dienen?

Christ Pantocrator, [detail] Chilandar, Athos [Gr.]Ik probeerde te antwoorden,
maar hierop was geen antwoord te geven.
Ik heb jullie gezegend met het leven.
Ik heb je niet voortgebracht
om dit geschenk weg te gooien.

Ik heb je gezegend met talenten
om Mij te dienen, maar je blijft je afwenden.

Ik heb Mijn Woord aan jou geopenbaard,
maar je hebt er geen kennis van genomen.

Ik heb tot je gesproken, maar je oren waren gesloten.
Ik heb je Mijn zegeningen laten zien,
maar je ogen waren afgewend.

Ik heb je Mijn dienaren gestuurd, maar
je bleef werkloos toekijken, toen je ze had weg geduwd.
                                                              Ik heb je gebeden gehoord en                                                                                                                 heb er allemaal aandacht aan geschonken“.

“HOU JE ECHT WEL VAN ME?”

Ik kon niet antwoorden. Hoe kon ik?
Ik schaamde me niet met m’n gehele hart, m’n gehele ziel, m’n gehele wezen te geloven.
Ik had geen excuus. Wat kon ik zeggen?
Toen mijn hart het had uitgeschreeuwd en al m’n tranen waren vergeven,
kon ik alleen nog maar uitbrengen,
Vergeef me Heer. Ik ben onwaardig om Uw kind te zijn“.

De Heer antwoordde:
Mijn Genade is U genoeg [2Cor.12: 9], Mijn kind“.
Ik vroeg me af: “Waarom blijft U mij vergeven? Waarom houdt U nog van me?“.
De Heer antwoordde:
Omdat je Mijn schepping bent. Jij bent Mijn kind.
Ik zal je nooit in de steek laten.
Als je huilt, zal Ik medeleven hebben en met je mee huilen.
Wanneer je juicht, zal Ik met je mee lachen.
Wanneer je in de put zit en het niet meer ziet zitten, zal Ik je aanmoedigen.
Als je valt, zal Ik je doen opstaan.
Als je moe bent, zal Ik je dragen.
Ik zal met je zijn tot het einde der dagen en
Ik zal altijd van je houden
“.

BiechtNog nooit heb ik ergens zo hard om gehuild.
Hoe kan ik zo afstandelijk en koud zijn?
Hoe kon ik zo afwijzend doen ten opzichte van God?
Ik vroeg God: “Hoeveel heeft U wel niet van me gehouden?“.
De Heer strekte Zijn armen, en
ik zag Zijn verminkte Lichaam.
Ik boog neer aan de voeten van Christus, mijn Verlosser.
En voor de eerste keer, heb ik echt gebeden.

Orthodoxie & de H. altijd-Maagd-gebleven, Moeder Gods

Father John Hainsworth sermonVorige jaar gaf ik voorafgaand aan het feest van de Geboorte van Christus
een lezing over een van de grondslagen van het Christelijk geloof:
de Maagdelijke Geboorte van Christus.
Dit verliep allemaal vlekkeloos totdat
ik in aan de zinsnede kwam van de
altijd-Maagd-gebleven” onder verwijzing naar de Moeder van onze Heer.
Iemand stelde daarop de vraag:
Wat heeft u eigenlijk bedoeld met het feit dat  Maria na de geboorte van Jezus maagd is gebleven?“.
Ik zei ja, dat is wat de Orthodoxe Kerk ons leert.
De gezichten van het publiek betrokken en de blik van verraste verbijstering
was op ieders gezicht af te lezen
Het wonder van de Geboorte uit een Maagd is nog te begrijpen, maar
een levenslange onthouding van seksualiteit is ondenkbaar?
Dat zou onmogelijk zijn!

kloosterlingen en ascetenHet leven van kloosterlingen en asceten door de geschiedenis heen en die
over de gehele wereld verspreidt leefden
zijn een duidelijke getuigenis van het feit
dat dit uiteraard en natuurlijk mogelijk is.
Seksuele reinheid is slechts
één van de vele uitdagingen voor deze spirituele krijgers en voor velen en misschien wel de meeste van hen is
het nog niet eens de grootste.
De orthodoxe gelovigen hebben hier geen                                                                                           enkele moeite mee,
het altijd-Maagd-gebleven zijn van Maria een onontkoombaar feit en
een alternatief is gewoon ondenkbaar.
Maar waarom zou dit zo noodzakelijk worden geacht?
Waarom zouden wij niet op de gedachte komen dat Maria
[die net als iedereen getrouwd was]
niet een “normaal” huwelijksleven zou hebben gevolgd?

Een consistente en ononderbroken Traditie
De vraag kan ook worden omgekeerd.
Waarom zouden we niet geloven in haar altijd-gebleven-Maagdelijkheid?
De Oosterse Kerken is tweeduizend jaar lang standvastig geweest en
heeft onafgebroken getuigd van de eeuwige maagdelijkheid van de Theotokos,
sterker nog vertoont nog steeds geen tekenen van enige moeite met dit begrip.
In het Westen bleef dit idee tot laat in de Reformatie grotendeels onbetwist;
zelfs Luther en Calvijn hebben deze Traditie zonder discussie aanvaard.

Er zou uiteraard gesuggereerd kunnen worden:
a.]. dat de traditie over haar eeuwige maagdelijkheid
na de apostolische tijd had kunnen zijn ingevoerd;
b.]. dat deze traditie ongemerkt zou door de Kerk na de apostolische tijd zijn gegaan welke
in de greep van het onomstotelijk alles aanvaarde wat in het eerste millennium werd verkondigd;
c.]. dat dergelijke nieuwe traditie inconsequent genoeg was om zonder discussie voorbij kon gaan
voordat het als alom verkondiging diende te worden beschouwd en;
d.]. dat een dergelijke traditie geen waarneembare literaire of geografische herkomst zou dienen te hebben en toch heel vroeg in de geschiedenis van de Kerk universeel geaccepteerd zou zijn,
zou een zeer onwaarschijnlijke hypothese vormen.

Speciaal voor God bestemd
Het betoog tegen de eeuwige maagdelijkheid van Maria
is om een andere reden ongeloofwaardig, om nog niet te zeggen
ondenkbaar door iemand die alleen maar de indruk zou wekken:
> dat noch Maria noch haar beschermer, Joseph, het ongepast zouden hebben geacht
om een seksuele relatie te hebben na de Geboorte van God in het vlees.
> Dit nog afgezien van een tijdstip omtrent de volledige uniciteit van de
Menswording van de Tweede Persoon van de Drie-eenheid,
> Hierbij dient voor de geest te worden gehaald dat
het tot de praktijk voor vrome Joden in de oude wereld behoorde zich te onthouden van
seksuele activiteiten na iedere grote manifestatie van de Heilige Geest.

Philo of AlexandriaEen populair rabbijnse Traditie
uit  het begin van de eerste eeuw
[allereerst vastgelegd door Philo, die leefde van 20 vóór Chr. – 50 na Chr.]
> merkt op dat de profeet Mozes “zich afzonderde” van
zijn vrouw Zippora, toen hij terugkeerde van zijn ontmoeting met God in de brandende struik;
> Een andere rabbijnse Traditie, vertelt dat, met betrekking tot de keuze van de oudsten van Israël in Numeri 7, nadat God onder hen gewerkt had, een man uitriep: “Wee de vrouwen van deze mannen!“;
Ik kan me niet voorstellen dat de man links van hem hierop antwoordde:
Hé, Jan, Piet of Klaas wat bedoel je daarmee?“.
De betekenis van deze uitspraak zou voor iedereen onmiddellijk duidelijk zijn geweest.
Of deze verhalen betrekking hebben op werkelijke gebeurtenissen of niet,
ze geven uitdrukking aan de volks-devotie in Israël ten tijde van de Geboorte van Christus.
Die cultuur begrepen de maagdelijkheid en de onthouding niet louter als een afwijzing
van iets prettigs, iets wat aangenaam is – Maar de vraag is met welk doel? –
Het doel was dat als iets of iemand van nature in beslag wordt genomen door God,
dat de mens wiens leven door de Geest van de Heer [over de wateren]
werd ingewijd om als ​​schip te worden omgevormd als redding voor Gods Volk.
De tussenliggende eeuwen van sociale, religieuze en filosofische conditionering
hebben ons wantrouwen gevoed omtrent maagdelijkheid en kuisheid
op dusdanige wijze waarop het bij niemand maar dan ook werkelijk niemand
in de tijd van de Heer zou zijn opgekomen.

Maria ontmoet haar nicht Elisabeth, in de periode dat beiden zwanger zijnMaria werd als de draagster, het voertuig
voor de Glorierijke Heer Zelf beschouwd,
een vervoermiddel duizend maal duizend keer
grootser dan de Gouden Koets en
droeg Christus in het vlees,
Hij, Die de Hemel noch de aarde ooit zal kunnen bevatten.
Zou dit niet de grond aanvaardbaar maken om haar leven, met inbegrip van haar lichaam te overwegen, als
toegewijd zijn aan God en onze Heilige God,
Heilige Sterke en Heilige on-sterflijke alleen?
Of is het meer aannemelijk dat
wij dit allemaal aan de kant dienen te schuiven en
voort te gaan met het maar te houden op de
huis, tuin en keuken manier, wat
ons het meest gebruikelijk lijkt?

Tempelgang van de Moeder Gods, 21 NovemberDenk hierbij aan de poëtisch parallelle
gebeurtenis over de binnenkomst van  de Heer door de Oostelijke poort van de tempel
[in Ezechiël 43 en 44] waarbij
wij worden opgeroepen:
En de Heer zei tot mij:
Deze poort zal gesloten blijven;
zij zal niet geopend worden en niemand mag daardoor binnengaan, want
de Heer, de God van Israël,
is daardoor binnengegaan;
daarom moet zij gesloten blijven
“.
Ezechiël 44: 2

  1. Joseph, de Verloofde van de Moeder Gods.
    Saint Joseph, verloofde van de Moeder GodsEn dan is er nog de overweging van
    het karakter van de H. Joseph.
    Hij was overtuigd en zeker over het feit dat zijn verloofde een wonderbaarlijke conceptie en
    geboorte had ondergaan [welke door de engel in droom-visioenen werd bevestigd] en
    de aanblik van de vleesgeworden God in
    het gezicht van het kind Christus is voor hem méér dan genoeg geweest om hem ervan te overtuigen dat
    zijn huwelijk afwijkend van de norm
    dient te worden beschouwd.
    Binnen het door hem geliefde lichaam van Maria
    had de tweede Persoon van de Drie-eenheid Zijn woning gevonden.
    Als het aanraken van ‘de-ark-van-het-Verbond’ aan Uzza het leven heeft gekost en
    wanneer op die wijze de wetsrollen, de Psalmen en de Profeten zelfs werden vereerd,
    zou zeker Joseph, de godvrezende man, die hij was, niet hebben gedurfd noch
    hebben gewenst Maria ook maar seksueel te benaderen.
    Haar, Die de uitverkorene was van Israël, de Troon van God, benaderen
    om zijn menselijke “echtelijke rechten” op te eisen!

de broeders des Heren
H. Apostel Jacobos, broeder des Heren - 1e Patriarch van Jerusalem, 23 OctEr zijn verschillende vragen
die op basis van de Schrift regelmatig worden aangevoerd,
veelal door personen die nogal sceptisch doen over de leer van de altijd-Maagd-gebleven, Al-heilige Moeder Gods.
De eerste van deze betreft de passages waarin
expliciet wordt vermeld dat de Heer “broers” bezat.
Er zijn negen van deze passages:
John.2: 12 en 7: 3-5;
Matth.12: 46-47 en 13: 55-56;
Marc.3: 31-32 en 6: 3;
Luc. 8: 19-20;
Hand.1:14 en
1Cor.9: 5.

Het Griekse woord dat in al deze passages voorkomt en
in het algemeen vertaald wordt als “broeder” is αδελφός [adelphos].
De Septuagint, de Griekse vertaling van
de Hebreeuwse Geschriften van de apostelen [afgekort LXX]
bevat specifieke woorden voor “neef”, met name
αδελφίνος [adelphinos] en ανεψιός [anepsios],
maar deze worden zelden gebruikt.

Het minder specifiek woord αδελφίνος [adelphos],
wat “broer”, “neef”, “neef”, “geloofsgenoot” of “landgenoot” kan betekenen
wordt in de Septuagint consequent gebruikt, zelfs
wanneer de neef of bloedverwant duidelijk de beschreven relatie blijkt te zijn
[zoals in Gen.14: 14,16; 29: 12; Lev.25: 49; Jer.32: 8,9,12,Tob.7: 2, etc.].
Lot, bijvoorbeeld, die de neef was van Abraham [Gen.11: 27-31],
wordt zijn broer genoemd in Gen.13: 8 en 11: 14-16.
Het punt is dat het meest gebruikte Griekse woord voor een mannelijk familielid,
αδελφίνος [adelphos] kan worden vertaald als “neef” of “broer”,
indien er geen specifieke familie relatie zou zijn opgenomen.
Is er ergens een duidelijke verklaring in de Schrift om aan te nemen
dat de ‘broeders’ van Jezus als letterlijk
de kinderen van Maria kunnen worden beschouwd?
Een dergelijke verklaring bestaat gewoon niet.
Nergens wordt Maria expliciet vermeld als zijnde de moeder van Jezus ‘broers‘.
De formule om in het algemeen te spreken over de familie van de Heer is
“Zijn moeder en zijn broeders”.

In Marcus staat het bezittelijke voornaamwoord van αυτόν [=anavtou] – “van Hem”,
vóór beide “Zijn moeder” en “Zijn broeders” en maakt daardoor een duidelijk onderscheid.
In Handelingen 1:14, is het onderscheid nog duidelijker:
“ Maria, de moeder van Jezus, en Zijn broeders.”
Sommige manuscripten gebruiken het voorvoegsel συν [syn] – “ met, mede, in gezelschap van”,
op die manier wordt de tekst zo gelezen:
Maria, de moeder van Jezus, in gezelschap van Zijn broeders”
In ieder geval wordt Maria  nergens geïdentificeerd als de moeder van Jezus’ broeders
[noch zij als haar kinderen], maar enkel als de Moeder van Jezus.

De Betekenis van “Tot”
'En de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, zal uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren' [Phil 4, 7]Een ander bezwaar
tegen het idee van ‘de altijd-Maagd-gebleven’ is
dat de Schrift het woord “totdat” of “tot”
gebruikt in Matth.1: 25:
“…en hij had geen gemeenschap met haar,
voordat zij een zoon gebaard had”.
Waar in het nederlands het woord “tot, totdat, voordat” [gr.: έως, eos; ή, ou] gebruikt wordt betekent het, dat er daarna mogelijk iets verandert,
is dit in de oude talen van de Bijbel
helemaal niet het geval.
Als we bijvoorbeeld kijken in Deut.34: 5,6; 2Sam.6: 23; Ps.72: 7, en 110: 1 [door Jezus uitgelegd in Matth.22: 42-46], Matth.11: 23 en 28: 20, Rom.8: 22 en                                                                                    1Tim.4: 13,
om maar een paar voorbeelden te noemen, zullen we zien, dat
in deze teksten met het woord “tot” niet noodzakelijk een verandering aanduidt.
Als dat het geval zou zijn, dan is het blijkbaar zo zijn, dat Jezus op een gegeven ogenblik
op zal houden met aan de rechterhand van de Vader te gaan zitten
en dat Hij op een zekere ongelukkige dag in de toekomst
de Kerk aan haar lot zal overlaten!

Dus het gebruik van “voordat = tot” in Mattth. 1: 25, is zuiver en alleen om aan te tonen,
dat Christus door de Heilige Geest en Maria vleesgeworden is,
niet ontvangen door Jozef en Maria, aangezien
zij geen “gemeenschap” met elkaar hadden “voordat” zij een zoon gebaard had.
Als men deze vertaling  letterlijk neemt,
– dus dat Jozef en Maria’s maagdelijke verhouding na de geboorte veranderde – ,
dan ontstaat er een ander  groot probleem:
dan zou de lezer dienen te geloven, dat Mattheüs de mens uitnodigt
tot een her overweging van de sexuele echtelijke activiteiten.
Dit is op zijn minst gezegd zéér twijfelachtig.

De betekenis van de “eerstgeboren”
Jesus Christus Pantocrator, ''De Wijnstok''Een ander bezwaar kan gegrond zijn op
het woord de “eerstgeboren”,
in het grieks πρωτότοκος [prototokos].
Het probleem is hier ook weer, dat
de betekenis van het griekse woord niet identiek is
aan die van het nederlands en engels.
Het nederlandse “eerstgeboren” betekent
gewoonlijk [hoewel niet altijd], dat er nog
meer kinderen uit het huwelijk zijn voortgekomen.
Bij prototokos is die vanzelfsprekendheid er niet.
Bijvoorbeeld in Hebr. 1: 6 kan het woord prototokos met betrekking op de Vleeswording van het Woord van God niet betekenen, dat er ooit een tweede Woord van God
is geboren!

Nergens wordt de term gebruikt om er alleen maar
de opvolging van geboorten mee aan te tonen;
in tegendeel in Rom.8: 29; Col.1: 15,18; Hebr.11: 28 en 12: 23 en in Openbaring 1: 5 wordt
de titel gegeven aan Jezus als de bevoorrechte en wettelijke Erfgenaam van
het Hemels Koninkrijk is, op die manier wordt bevestigd, dat
Hij werkelijk “de eerste is in alle dingen”.
Voor onze moderne oren zou het misschien beter zijn om
het woord πρωτότοκος te vertalen met “erfgenaam”, welk
net zo zwijgzaam is over het onderwerp van meer kinderen en
dezelfde legale en poëtische kracht heeft als welke
wordt bedoeld met het het woord “eerstgeboren”.

Vrouw, zie uw zoon.
Hij droeg de zorg voor Zijn Moeder over aan JohannesOok dienen we rekening te houden met de ontroerende tekst van het Evangelie van Johannes. Waarin de Heer Zijn Moeder overgeeft in de handen van Johannes, terwijl Hij aan het Kruis sterft. Waarom zou Hij dat gedaan hebben, als zijzelf nog andere kinderen had, die
voor haar konden zorgen?
De Joodse gewoonte was, dat de zorg voor een moeder toekwam aan
het tweede kind als de eerstgeborene stierf, en
als de weduwe geen ander kind had, moest ze voor zichzelf zorgen.
Dus aangezien ze zonder kinderen is, geeft haar Zoon haar over aan
de zorg van Zijn geliefde discipel, Johannes de Theoloog.

De vrouwen aan het Kruis en de identiteit van de Broeders van de Heer.
Wie zijn dan precies “de broeders van de Heer”,
indien het geen kinderen zijn van Maria, Zijn Moeder?
[Hier kan ik gelukkig gebruik maken van wat vader Lawrence Farley
beschreven heeft in zijn boek Het Evangelie van Marcus, de lijdende dienstknecht.
Blz. 85-87, Conciliar Press, 2004]

Een nauwkeurige studie over de vrouwen aan het Kruis
levert een aannemelijk antwoord op.
> In Matth.27: 55-56 wordt gezegd, dat het waren:
1. Maria van Magdala [Magdalena];
2. De moeder van de zonen van Zebedeüs;
3. Maria, de moeder van Jacobus en Joses [een variant van de naam Joseph].
> In de paralleltekst in Marcus 15: 40 en 41, staat dat de vrouwen waren:
1. Maria van Magdala [Magdalena];
2. Salome;
3. Maria, de moeder van Jacobus de jongere en Joses.
> In Johannes 19: 25, staan de vrouwen te boek als:
1. Maria van Magdala [Magdalena];
2. De Moeder van Christus;
3. De zuster van Zijn moeder, Maria, de vrouw van Cleophas.
Voor onze doeleinden zouden we ons moeten concentreren op de vrouw , die
door Mattheüs Maria, de moeder van Jacobus en Joses genoemd wordt, en
door Marcus, Maria, de moeder van Jacobus de jongere en Joses en
door Johannes in zijn opsomming “Zijn moeders zuster, Maria, de vrouw van Cleophas”.

Woman at the CrossLet wel op dat in Mattheüs de namen “Jacobus en Joses” al eerder genoemd werden.
Inderdaad, de manier waarop Mattheüs “Maria moeder van Jacobus en Joses” noemt in Matth.27: 55 suggereert, dat hij deze Jacobus en Joses al eerder genoemd heeft, wat hij ook werkelijk deed.
In Matth. 13: 55 lezen we dat de “broeders” van onze Heer “Jacobus, Joses, Simon en Judas” zijn.
Op dezelfde manier worden ook in het Evangelie van Marcus “ Jacobus en Joses” genoemd
alsof we al weten wie dat zijn, en dat doen we ook uit Marc.6: 3, waar “Jacobus, Joses, Simon en Judas” beschreven staan.

Het lijkt zonder twijfel, dat de Maria bij het Kruis in Mattheüs en Marcus
de moeder is van de “broeders” van de Heer, “Jacobus en Joses”.
Ook is het ondenkbaar, dat Mattheüs en Marcus over
de Moeder van de Heer aan de voet van het Kruis zouden schrijven als
de moeder van Jacobus en Joses, maar er niet bij zeggen, dat
zij eveneens de Moeder van Jezus is!

Als dit het geval is, zoals de Schrift aangeeft, dat Maria, de vrouw van Cleophas, dezelfde
is als de moeder van Jacobus en Joses, volgt daaruit:
dat de Theotokos een “zuster” had, die getrouwd was met Cleophas en
die de moeder was van Jacobus en Joses, de “broeders” van onze Heer.
Hier behoort direct de vraag op te komen over de relatie van
de Theotokos met deze Maria: wat voor soort “zuster” is zij dan?

Nazarene Jewish ChristianityHegisippus, een joodse Christen, geschiedkundige,
die volgen Eusebius, “behoorde tot de eerste generatie
na de apostelen” en die vele Christenen uit die apostolische gemeente ondervroeg ten behoeve van zijn geschiedenis, schrijft, dat Cleophas de broeder was van Jozef, de beschermvader van Christus.
Als dit zo is [en Hegisippus wordt algemeen beschouwd als zéér betrouwbaar], dan is “Maria, de vrouw van Cleophas, de “zuster” van de Heilige Maagd,
haar schoonzuster.

Daarmee past de puzzel precies in elkaar.
Jozef trouwde met de Maagd Maria, de Theotokos, Die Christus baarde, Haar enige Kind,
Die Haar Maagdelijkheid behield en geen andere kinderen kreeg.
Joseph’s broeder, trouwde met een vrouw, die ook Maria heette, die
de kinderen Jacobus, Joses, Simon en Judas en ook nog dochters had.
Deze kinderen waren de “broeders” van onze Heer
[hier gebruiken we de uitdrukking van Israël, die zoals we gezien hebben,
geen verschil maakt tussen broeders en neven, maar ze allemaal “broeders” noemt]

Mattheüs en Marcus, die gericht zijn op de familie van de Heer
[Matth.13: 53 enz. en Marcus 6: 1 enz.] verwijzen
op een natuurlijke manier naar Cleophas’ vrouw Maria als
“de moeder van Jacobus en Joses”.
Johannes daarentegen wijst op de Moeder van onze Heer [John.2: 1 enz.] en
op dezelfde natuurlijke manier naar deze zelfde vrouw als
“Zijn moeders zuster, Maria, de vrouw van Cleophas”.
Maar het is duidelijk dat er door alle drie de Evangelieschrijvers
op dezelfde vrouw gewezen wordt.

Dit is de beste reconstructie, die er gemaakt kan worden,
met bewijsmateriaal uit de Schrift en de geschiedenis.
Hoewel er ook andere reconstructie bestaan,
vertonen die allen zéér zwakke plekken.

classical greek educationWaarom is het altijd-Maagd-gebleven zijn van
Maria, de Moeder Gods, de Theotokos zo belangrijk?
Sommige mensen zullen zeggen, dat ook al wordt het bewezen, het het altijd-Maagd-gebleven zijn van Maria niet van wezenlijk belang is voor het verkondigen van het Evangelie en dat is tot op zekere hoogte ook waar.
In wezen verkondigt de Orthodoxe Kerk
het Evangelie, de Blijde Boodschap van Jezus Christus.
Dit is onze boodschap, onze reden van bestaan, het beginsel van ons christelijk leven.
Leren over Maria is iets voor de ingewijden,
degenen, die het Evangelie al aangenomen hebben en
zichzelf aan Christus hebben overgegeven en dienstbaarheid betonen in Zijn Kerk.

Dit is zo omdat hetgeen Maria ons leert over de Vleeswording van het Woord van God,
ons vraagt eerst de vleeswording te accepteren.
En als we dat doen, dan wordt haar maagdelijkheid,
niet alleen na de geboorte, maar ook ervoor,
– en eigenlijk haar hele leven – op zichzelf al
een bron van lessen over leven in Christus en
de Glorie van God, die wij in onze diensten bezingen.
Annunciation, church of Saint Clement Ohrid, MacedioniaZelf heeft ze dat inderdaad ook gezegd.
Bij de vermelding dat
van nu af zullen alle geslachten mij zalig prijzen”,
was Maria niet ijdel en over haar bijzonderheid en
aan het opscheppen, maar zij verklaarde daarmee
het wonder, dat zich in haar leven voor altijd  en
tot in eeuwigheid heeft geopenbaard,
de Glorierijke overwinning van God in
Zijn Zoon Jezus Christus.

Wat we kunnen leren dat Maria’s
eeuwige maagdelijkheid na de geboorte van Jezus Christus, op zichzelf volkomen vervullend is.
Maria behoefde geen actief sexueel leven te hebben,                                                                      of meer kinderen, om compleet verzadigd te zijn.
Familie, carriére, geld, reputatie, succes en zelfs iedere soort gebrek,
zijn niet nodig om werkelijk gelukkig en een volkomen leven op aarde te hebben.
Christus is gekomen om ons – HET LEVEN – te schenken en
dat heeft Hij meer dan overvloedig gedaan.
Daarom wanneer wij Christus in ons leven geboren laten worden en
Hem volgen tot zelfs aan het Leven-schenkende Kruis toe,
zullen we begrijpen waarom Maria niet meer kinderen nodig had
of succes moest bereiken of een goede reputatie.
We zullen het begrijpen en meedelen in Maria’s ongeëvenaarde blijdschap.
We zullen zien dat haar eeuwige maagdelijkheid een uitdrukking is
van haar eeuwige vreugde – haar eeuwige maagdelijkheid,
haar eeuwige blijdschap, haar eeuwige vervulling.

Theotokos, zij die naar haar Zoon wijstMaria was niet toevallig een draagster [een ark] van God;
haar rol in onze Verlossing was zelfs al vanaf het begin van alle eeuwen voorbereid.
De  gehele geschiedenis van Israël, de Aartsvaders, de Psalmen, het geven van de Tien Geboden
– kwamen samen in een jonge vrouw, die
antwoordde op de manier waarop heel Israël altijd al had moeten antwoorden en
zoals van ons allemaal vanaf nu verwacht wordt:
Zie, de dienstmaagd des Heren,
mij geschiede naar Uw Woord”.

Maar haar doel in de geschiedenis van de Verlossing eindigde daar niet.
Zij werd niet weggestopt als een ding wat men ongebruikt terzijde laat liggen.
Haar hele wezen en leven zouden tot in eeuwigheid zonder dralen wijzen naar haar Zoon.
We zien dit op de iconen waar Maria haar Zoon als een kind vasthoudt:
Hij zegent ons en zij wijst naar Hem.
Op de bruiloft van Cana in Galilea horen we haar woorden:
Wat Hij jullie ook zegt, doe dat”.
John.2: 5
Tijdens de kruisiging van haar Zoon staat ze dicht aan de voet van het Kruis,
deze keer zonder woorden, maar door haar weigering van Zijn zijde te wijken,
ook wat bij de aanblik een onmogelijke nachtmerrie leek.
Als wij het op ons nemen om deze trouw aan het eeuwige wijzen op God,
te evenaren, zullen we beginnen te zien, dat
Maria’s eeuwige maagdelijkheid, in feite haar eeuwige dienstbaarheid is, die
dezelfde waarde heeft en dus het ideale voorbeeld voor
onze eigen dienstbaarheid is.

Theotokos vraagt H. Lucas haar Icoon te schilderen, Mosaic van het Kykkos kloosterHet is belangrijk om de juiste verering
van de Moeder Gods te herstellen,
waaraan de Kerk van de Apostelen Zich altijd gehouden heeft, niet omdat de
altijd-Maagd-gebleven Moeder Gods
de grote uitzondering is, maar omdat zij, zoals een Orthodox Theoloog eens zei,
Zij is en blijft ons Grootste Voorbeeld”.
Deze verering wordt heel mooi in
een Orthodoxe Hymne uitgedrukt,
het vertelt ons over de eerste ontmoeting van de Aartsengel Gabriël met de Maagd Maria,
Die op het punt stond de ark van het nieuwe Testament te worden,
de Troon van God, het menselijk vlees, dat vlees verschafte aan het Woord van God.
Vert. cf. Vader John Hainsworth

4e Zondag van de Grote en Heilige Vasten – H. Johannes Climacos [ΑΓΙΟΣ ΙΩΑΝΝΗΣ ΤΗΣ ΚΛΙΜΑΚΟΣ] van de Sinaï, schrijver van de Geestelijke Ladder

Abraham sprak met GodWant toen God aan Abraham zijn belofte deed, zwoer Hij, omdat Hij bij niemand hoger kon zweren, bij Zichzelf, zeggende:
Voorzeker zal Ik u zegenen en zekerlijk u vermeerderen.
En zo, door geduld te oefenen, heeft deze het beloofde verkregen.
Want mensen zweren bij wie hoger is, en de eed dient hun tot bekrachtiging, als einde van alle tegenspraak.
Daarom heeft God, toen Hij des te nadrukkelijker aan de erfgenamen der belofte het onveranderlijke van Zijn raad wilde doen blijken,
Zich onder ede verbonden, 
opdat door twee onveranderlijke dingen, waarbij het onmogelijk is, dat God liegen zou, wij, die [tot Hem de] toevlucht genomen hebben,
een krachtige aansporing zouden hebben om de hoop te grijpen, die voor ons ligt.
Haar hebben wij als een anker der ziel, dat veilig en vast is, en
dat reikt tot binnen het voorhangsel,
waarheen Jezus voor ons als voorloper is binnengegaan
naar de ordening van Melchisedek hogepriester geworden in eeuwigheid“.
Hebr.6: 13-20

H. Johannes Climacos2Waarom viert de Kerk op de vierde zondag in de Grote en Heilige Vasten Johannes Climacos en niet, zoals vroeger, de Aartsvader en Patriarch Abraham?
In bovenstaande Apostellezing kun je nog de echo horen van dit oude gebruik. Inderdaad, toen het Ware Geloof zich begon te verspreiden,
werd het boek Genesis aan de catechumenen voorgelezen.
Zij kregen belangrijke instructies, die geput werden uit de aanvang van de Heilsgeschiedenis.
De schepping, de val van Adam, de uitdrijving uit het Paradijs, de moord van Kaïn op Abel, de bouw van de ark en de zondvloed en
vervolgens het verhaal van Abraham.
Hoe hij met zijn vrouw, zijn neef en zijn gehele hebben en houden zijn land verlaat en op weg gaat naar het Land, dat hem en zijn nageslacht door God beloofd werd.

Geloof, Hoop en Liefde
Melchizedek, koning & priester van de allerhoogste GodMelchisedek was koning van Salem en priester van de Allerhoogste God in  ‘Salem’ [= vrede], wat momenteel als het oude Jeruzalem [Hebr. ירושלים Jeroesjalajim] wordt aangeduid.
Volgens de plaatselijke legende was Melchisedek ook de stichter van Jeruzalem.
Toen Abram Lot had weten te bevrijden en weer op de terugtocht was, kwam de koning van Sodom hem tegemoet in de Sawevallei, ofwel de Koningsvallei.
De koning van Salem, Melchisedek, liet brood en wijn – een feestmaal – brengen.
Vervolgens vermeldt de Bijbelse tekst dat koning Melchisedek ook
priester van God was, van de Allerhoogste God.
En Melchisedek, de koning van Salem, bracht brood en wijn;
hij nu was een priester van God, de Allerhoogste.
En hij zegende hem en zei:
‘Gezegend zij Abram door God, de Allerhoogste, de Schepper van hemel en aarde,
En geprezen zij God, de Allerhoogste, die uw vijanden in uw macht heeft overgeleverd.
En hij gaf hem van alles de tienden’
“.
Een koning en een priester waaraan Abraham vervolgens 1/10 geeft van al wat hij verkreeg, waaruit blijkt dat Abram Melchisedek erkende als zijn meerdere.
De naam Melchisedek betekent ‘de koning is rechtvaardig’.
Al de eigenschappen bij elkaar, koning, priester, rechtvaardig en
de ‘Kerkbijdrage’, die Abraham deze rechtvaardige priesterkoning  betaalde
geeft ons toch het beeld van iemand door God gezonden [een engel].
Degenen die God liefhebben en naar Hem verlangen en zouden willen ontmoeten,
smeken Hem in zichzelf te mogen ervaren opdat ze zouden kunnen zeggen:
God is in ons door Zijn Heilige Geest“.
Zulke heldere zielen zijn Zalig, want van hun is het Koninkrijk der hemelen.
cf. Matth.5: 3
De Heer heeft ons lief gehad en Zich aan de eed gehouden, die
Hij onze  vaderen gezworen heeft,  Hij heeft ons met een sterke hand uitgeleid en
ons verlost uit het diensthuis, uit de macht van Farao [duivel], de koning van Egypte [de wereld], opdat wij zouden weten, dat de Heer, onze God, de enige God is,  de trouwe God,
Die het verbond en de goedertierenheid houdt jegens wie Hem liefhebben en
Zijn geboden onderhouden, tot in duizend geslachten“.
Deut.7: 8,9
Vader, hetgeen Gij Mij gegeven hebt –
Ik wil, dat, waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn, om
Mijn heerlijkheid te aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt,
want Gij hebt Mij liefgehad voor de grondlegging van de wereld
“.
[uit hoogpriesterlijk gebed, Johannes de Theoloog].

De Heilige Johannes Climacos, die vandaag door de Orthodoxe Kerken
dankzij de Kerkvaders voor het voetlicht wordt gesteld,
was abt van het Sinaïklooster in de 7e eeuw.
De H. Johannes was al te oud
toen hij tot abt van het klooster op de berg Sinaï werd gekozen.
Hij was daar een lange periode en begon zijn verblijf in isolement.
'De geestelijke ladder' van Johannes Climacos - Berneboek.com, Euro 33,25Gedurende zijn totale afzondering schreef hij het
beroemde en zeer krachtige werk welke de titel meekreeg de “Hemelse ladder” of de “Ladder tot het Paradijs” of
Het bereiken van het nieuwe Israël, de mens die uit het geestelijke Egypte [de wereld] ontsnapt en de zee van het leven bewandelt“.
Dit werk omvat een systematische beschrijving van de monastieke route, de stadia tot de geestelijke volmaaktheid.
Het belangrijkste wat je ontmoet is het stelsel, een opsomming van een regelmatige reeks van ‘onderzoekingen’,
ingedeeld in etappes [treden].
De Hemelse Ladder is in eenvoudige volkstaal beschreven,
de schrijver houdt van metaforen en spreekt haast nadrukkelijk over het dagelijks leven; hij schrijft dan ook uit eigen ervaring. Afgezien van zijn persoonlijke ervaring is dit van begin tot eind gebaseerd op de Traditie, de leer van de “door God verlichte vaderen”.
De Ladder van de H. Johannes Climacos2Hij verwijst direct en indirect naar de Cappadocische periode aan de Nijl, over de H. Evragius van Pontus en gezegdes en uitspraken van de Kerkvaders.
Als westerse Kerkvader noemt hij de H. Johannes Cassianos en Gregorius de Grote.
De Hemelse Ladder eindigt in een speciaal “woord aan de leidinggevende” waarin de H. Johannes Climacos de plichten van de abt                                                                                         aanhaalt.
>>> engelse vertaling in pdf; THE LADDER OF DIVINE ASCENT by John Climacos

Een Hesychast is iemand die er naar streeft
zijn onstoffelijk wezen welke zich in
zijn lichamelijk lichaam bevindt te begrenzen
“.
H. Johannes Climacos

Groot Schema, ereteken welke door verwoede Hesychasten, onder hun kleed wordt gedragen.De H. Theophanos zegt dat degene
die Hesychasme bedrijft iemand is die,
Geheel in beslag wordt genomen
door het samenzijn met de Ene Heer,
met Wie hij van aangezicht tot aangezicht spreekt,
zoals een begunstigde van de keizer in zijn oor fluistert.
Zo sprak Abraham met God.
Deze activiteit van het hart wordt beheerst en bewaakt
door de stilte van de gedachten vast te houden.
H. Seraphim of Sarov, een geboren Hesychast uit de Russische TraditieDit niveau van geestelijke inspanning is zeer geavanceerd
en kan onmogelijk worden bereikt zonder eerst van onze passies bevrijd te zijn;
Dit is een absolute voorwaarde.
Hesychia kan alleen ontwikkeld worden
bij degenen die de ‘zoetheid van God’
geproefd hebben
“.

Zoetheid betekent niet alleen liefkozen, maar:

  • Erken dan van harte, dat de Heer, uw God,
    u vermaant, zoals een man zijn zoon vermaant
    “.
    Deut.8: 5
  • Zalig de mens die Gij onderricht, Heer;
    die Gij onderwijst door Uw Wet
    “.
    Psalm 93 [94]: 12
  • Zie, welzalig de mens, die God kastijdt;
    versmaad daarom de tucht van de Almachtige niet
    “.
    Job 5: 17
  • En dikwijls heeft hij hem ook
    in het vuur en in het water gedreven . . .
    “.
    Marc. 9: 22
  • Heft dan de slappe handen op en strekt de knikkende knieën en
    maakt een recht spoor met uw voeten, opdat
    hetgeen kreupel is niet uit het lid gerake, doch veeleer geneze
    “.
    Hebr.12: 6,7
  • Allen, die Ik liefheb, bestraf Ik en tuchtig Ik;
    wees dan ijverig en bekeer u
    “.
    Openb.3: 19

Doordat wij niet opmerkzaam zijn,
maken wij vele fouten die verbeterd dienen te worden.
We gebruiken een andere uitdrukking: het “tot de rede brengen”, wat “recht zetten” betekent. Wij struikelen op ons pad door achteloosheid of
door onze pogingen om het op eigen kracht te doen en
wij falen op die manier in vele dingen.
Maar God helpt Zijn kinderen telkens weer overeind en
laat hun dan zien op welk punt ze verkeerd hebben gehandeld.
Want de rechtvaardige valt zevenmaal, doch staat weer op, maar
de goddelozen struikelen in de rampspoed
“.
Spr.24: 16

De traptreden van de ladder naar de hemel
trede 1-4
: Afstand doen van de wereld en de gehoorzaamheid aan een geestelijke vader.
trede 5-7: Boete en benauwdheid (πένθος) als paden om ware vreugde
trede 8-17: Overwinnen van de ondeugden en de verwerving van de deugd
trede 18-26: Het vermijden van de valkuilen van ascese [luiheid, trots en geestelijke stilstand]
trede 27-29: Navolging van hesychia , of de vrede van de ziel,
over het gebed, en de apatheia
[passieloosheid of gelijkmoedigheid met betrekking tot aandoeningen of lijden]
trede 30. αγάπης, ελπίδος en πίστεως, Geloof, hoop en Liefde;
[de onderlinge verhouding van deze drie grootste deugden;
een korte vermaning en samenvatting van alles wat er in dit boek vermeld staat]

De Ladder van de H. Johannes Climacos3Het opklimmen tot God
Indien we niet zouden treuzelen,
wanneer een aardse koning roept en verlangt dat
wij aan Zijn hof komen om Hem van dienst te zijn en
we geen voorwendsel zouden zoeken,
maar dat wij alles achter ons zouden laten vallen om
vol ijver op Hem af stappen.
We dienen er dan op te letten dat, wanneer
de Koning der koningen en de Heer der heerscharen en de God der goden ons naar Zijn verheven Hemelse Dienst roept,
wij niet weigeren uit ledigheid of nalatigheid.
Daar wij daarbij dienen te overwegen dat wij eens                                                                    zonder verdediging voor Zijn Grote Rechterstoel zullen staan
.”
                                              H. Johannes Climacos, 1e trede §35.
Bij het voornemen zich uit de wereld terug te trekken
meent een Godsvruchtig mens de roep van God te horen.
Roeping betekent kiezen voor een leven waarin je tot je bestemming en tot je doel komt.
Kiezen voor een leven [en werk] waarin je al je talenten, capaciteiten en passies gebruikt
om te doen wat God je zeer indringend als verlangen gedurende lange tijd heeft ingegeven.
Deze roeping heeft voor die vrome een verplichtende kracht en
hij/zij dient er onvoorwaardelijk gevolg aan te geven.

a sheep that is sealedZoals deze rechtvaardige
in werkelijkheid was, door Gods Genade
de verlosser en herder van zijn geestelijke schapen, zo was ook de man die hij van God gekregen had als de schatbewaarder van de bezittingen van het klooster,
wijs meer dan wie ook en zachtmoedig zoals zeer weinigen.
Tot nut van de anderen, voer de γέροντας [ouderling] zonder reden tegen hem uit
in de kerk en gaf bevel hem te verjagen en dat op een misplaatste wijze.
Ik nu, daar ik wist dat hij onschuldig was aan de beschuldiging,
die de ποιμεν [herder] hem voor de voeten wierp,
begon onder vier ogen de econoom bij de herder te verdedigen.
Maar de wijze man zei:
‘Ook ik weet dat, vader, maar zoals het ellendig is en onrechtvaardig het brood te roven uit de hongerige mond van een kind, zo
benadeelt degene die aan het hoofd van zielen staat
èn zichzelf èn de geestelijk [εργατεσ] werknemer , indien
hij hem niet zoveel kronen verschaft, als hij ziet dat hij kan dragen op ieder ogenblik,
hetzij door beledigingen, hetzij door vernederende behandelingen,
door misprijzen en door bespottingen.
Want in drie zeer belangrijke opzichten begaat hij onrecht.
Eerst en vooral berooft de overste zichzelf van het loon dat
voortkomt uit de berisping [van een ander].
Ten tweede, wanneer hij ook derden kon helpen door de deugd van een ander,
heeft hij dat niet gedaan.
Ten derde – wat nog het ergste is – dat dikwijls zij, die
de indruk wekken over het meeste uithoudingsvermogen te beschikken, voor een tijd verwaarloosd worden en daar zij schijnbaar deugdzaam zijn, door
hun overste niet bestraft of berispt worden en daarom beroofd worden van
de [πραότητα] zachtmoedigheid en het [υπομονή] geduld, die zij bezaten.
Want indien een grond goed is en vruchtbaar en vet, weet dan dat
een tekort aan water van vernedering hem
kreupelhout kan laten voortbrengen en doornstruiken van
[τyφοε] verwaandheid en slechtheid en brutaliteit kan laten opbloeien.
Omdat hij dat wist schreef Paulus aan Timotheüs:
Verkondig het woord,
dring erop aan, gelegen of ongelegen,
weerleg, bestraf en bemoedig
met alle lankmoedigheid en onderrichting
“.
2Tim.4: 2
Toen ik tegen deze waarachtige leidsman de tegenovergestelde opinie verdedigde en daartegenin bracht de zwakheid van onze huidige generatie en dat wellicht door een onverdiende berisping, maar ook door een verdiende, de meesten van de kudde losgescheurd worden,
antwoordde dit huis van de wijsheid:
‘Een ziel, die omwille van Christus met Liefde en Vertrouwen aan haar herder verbonden is, wordt niet afvallig, zelfs al koste het bloed en vooral niet indien zij [de ziel] ooit
zijn weldaden tegenover haar striemen zou ervaren hebben, dat zij zich herinnert
degene [Apostel Paulus] die zegt:
‘Want ik ben verzekerd, dat noch dood noch leven,
noch engelen noch machten, noch heden noch toekomst,
noch krachten, noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel
ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Heer’.

Rom.8 : 38,39
Maar het zou mij ten zeerste verbazen dat de ziel die
niet op deze wijze verbonden is en vastgehecht en verenigd met haar herder,
er in zou slagen haar verblijf op deze plaats te bestendigen.
Zij is immers door een gehuichelde gehoorzaamheid gebonden
“.
H. Johannes Climacos,
4e trede §24
Hij vergiste zich niet, deze grote man, werkelijk.
Trouwens, hij heeft schapen zonder vlek
én de weg getoond én tot volmaaktheid gebracht
én aan Christus als offer aangeboden.

de Hand van God met de geredde zielen - Resava [Manasija] Servië“ – Liefde is naar haar hoedanigheid
een gelijkenis met God,
voor zover dat voor stervelingen mogelijk is.
Naar haar werking
is ze dronkenschap van de ziel,
naar haar eigenheid is ze de bron van geloof,
afgrond van geduld en zee van nederigheid.
– Wie de Heer bemint,
heeft eerst zijn broeder bemind
cf. 1John.4: 20,
want  het tweede is het bewijs van het eerste.
Wie zijn naaste bemint,
zal kwaadsprekers nooit verdragen,
maar eerder van hen wegvluchten als voor                                                                                         vuur.
Wie zegt dat hij de Heer bemint, maar vertoornd is op zijn broeder,
gelijkt op een slaapwandelaar [bedriegt zichzelf en heeft een illusie].
– Liefde is schenker van [de gave van] profetie.
Liefde verschaft [de gave van] wonderen.
Liefde is afgrond van verlichting. Liefde is bron van vuur.
Hoe meer zij ontspruit, hoe meer zij de dorstige doet branden.
Liefde is een gemoedstoestand van de engelen.
Liefde omvat eeuwige vooruitgang.”
H. Johannes Climacos, 30e trede, §3, §15 en §18a
Christ Pantocrator, [detail] Chilandar, Athos [Gr.]De Liefde is voor de H. Johannes Climacos
het toppunt van al het Hoge en Goddelijke.
Daarom zijn haar effecten dan ook buitengewoon.
Er worden zielsgebieden blootgelegd, waarvan
wij tot nog toe geen vermoeden hadden:
wij mogen een blik werpen in
een door mystiek vuur vervulde ziel.
In het voorbijgaan worden haar ethische effecten vermeld;
‘gelukkig is hij die zo ijverig is op het gebied van de deugden als zij die
uit naijver waken over hun echtgenoten’
[30, §5b];
of wordt gewezen dat zij ‘haar minnaars onoverwinnelijk maakt’ [30, §18b].
Maar de grote interesse van de H. Johannes Climacos richt zich op de uitwerking in
de ‘dronkenschap van de ziel’ [30, §3].
Met steeds toenemende geestdrift wordt de Liefde bezworen:
‘Verlicht ons, geef ons te drinken, wees ons een gids  . . . . . opdat wij opstijgen naar U’ [30, §18b].
‘Gij hebt mijn ziel verwond en ik kan Uw vlam niet bedwingen.
‘Hoe meer de Liefde opkomt, hoe meer de dorstige doet opbranden’
[30, §18a].
‘De ziel is door een heilige waanzin overrompeld: [de Liefde] laat ook wie door haar zalige begeestering overvallen wordt, komt niet meer met rust’ [30, §1].
‘Gelukzalig is hij die zulk een vurig verlangen naar God bezit als een waanzinnige minnaar voor zijn geliefde heeft’ [30, §5a].
Hij is met Christus zeer nauw verbonden:
‘Een moeder pleegt niet zo gehecht te zijn aan het kind dat zij nog de borst geeft als een zoon van de christelijke Liefde altijd aan de Heer gehecht is’ [30, §5b].
Het gaat hier uiteraard niet om beeldtaal, maar om werkelijke mystieke ervaringen.
De stemming wordt steeds warmer en gebruikt de taal van het Hooglied.
De minnaar stelt zich onophoudelijk het gelaat van zijn Geliefde voor.
‘Zelfs tijdens de slaap wordt hij niet van zijn verlangen bevrijdt’ [30, §6].
Hooglied 5: 2 wordt geciteerd:
Ik sliep, maar mijn hart was wakker.
Hoor! Mijn lief klopt aan!
‘Doe open, zusje, mijn vriendin,
mijn duif, mijn allermooiste.
Mijn hoofd is nat van de dauw,
mijn lokken vochtig van de nacht’
“[erôs, 30, §7]
Dan volgt het slot waarin het verlangen en vervulling samenklinken:
‘De ziel verlangt en smacht naar de Heer als door een pijl van Liefde getroffen’ [30, §8].

Tot slot een gezegde uit de geschriften van de H. Johannes Climacos als geestelijk leidsman:

vasthouden aan God; ondanks alles vind je een blijvende Bron van Hoop”Alle dingen zijn mogelijk voor diegenen, die
geloven, zo heeft de Heer gezegd.
Ik ben onzuivere zielen tegengekomen die
tot over hun oren begeesterd zijn geworden
nadat zij de lichamelijke liefde bekend hadden.
Maar de ervaring met deze liefde gaf hen een reden voor berouw, ze hebben dezelfde liefde voor de Heer overgedragen en daardoor overwonnen zij alle angst,
werden ze aangespoord zich onverzadigbaar op
de liefde van God te storten,
dat is de reden waarom de Heer zegt:
Zien jullie deze vrouw?
Ik ben in uw huis gekomen; water voor Mijn voeten hebt gij Mij niet gegeven maar zij heeft met tranen Mijn voeten nat gemaakt en ze met haar haren afgedroogd.
Een kus hebt gij Mij niet gegeven, maar zij heeft, van dat Ik binnengekomen ben, niet opgehouden Mijn voeten te kussen.
Met olie hebt gij Mijn hoofd niet gezalfd, maar zij heeft met mirre Mijn voeten gezalfd.
Daarom zeg Ik u:
Haar zonden zijn haar vergeven, al waren zij vele, want zij betoonde veel liefde; maar
wie weinig vergeven wordt, die betoont weinig liefde.
En Hij zei tot haar: Uw zonden zijn u vergeven.
En die met Hem aan tafel waren, begonnen bij zichzelf te zeggen:
Wie is deze mens, dat Hij zelfs de zonden vergeeft?
En Hij zei tot de vrouw: Uw geloof heeft u behouden, ga heen in vrede!

Luc.7: 44-50

Mag de Heer ons een goede heilige Vastentijd met ware bekering  bezorgen,
door onze oefening, het onophoudelijk gebed en aandacht in Christus,
door deelachtig te zijn aan de Goddelijke Genade en
het Mysterie van het Groot en Heilig Kruis en dat wij
daardoor de Opstanding van Christus mogen ervaren.

Bij de Lofpsalmen van de Metten:
'I have found the One whom my soul loves'Komt, laat ons werken in de Mystieke wijngaard,
laat ons er vruchten verwerven van b
oetvaardigheid;
laat ons niet slechts zwoegen voor spijs en drank,
maar onder gebed en vasten deugden beoefenen.
Dan zullen wij de Heer van het welbehagen,
die ons ieder de denarie [4,5 gram zilver] verleent om onze zielen
vrij te kopen van de schuld van de zonden
in Zijn barmhartigheid
“.

Orthodoxie & vrijmoedigheid

crucifixion_icon2Daar wij nu een grote Hogepriester hebben,
Die de hemelen is doorgegaan,
Jezus, de Zoon van God, laten wij aan die belijdenis vasthouden.
Want wij hebben geen Hogepriester, Die niet kan meevoelen met onze zwakheden,
maar Een, Die in alle dingen op gelijke wijze (als wij) is verzocht geweest,
doch zonder te zondigen.
Laten wij daarom met vrijmoedigheid toegaan tot de Troon van Genade, opdat
wij barmhartigheid ontvangen en genade vinden om hulp te verkrijgen te gelegener tijd.
Want elke hogepriester, die uit de mensen genomen wordt, treedt voor de mensen op bij God, om gaven en offers te brengen voor de zonden.
Hij kan tegemoetkomend zijn jegens de onwetenden en dwalenden, daar
hij ook zelf met zwakheid omvangen is, die hem verplicht evenzeer
als voor het volk, voor zichzelf offers voor de zonden te brengen.
En niemand matigt zichzelf die waardigheid aan, doch
men wordt ertoe geroepen door God, zoals immers ook Aäron.
Zo heeft ook Christus Zichzelf niet de eer toegekend Hogepriester te worden maar
Hij, die tot Hem sprak: Mijn Zoon zijt Gij; Ik heb U heden verwekt;
zoals Hij ook op een andere plaats spreekt:
Gij zijt Priester in eeuwigheid naar de ordening van Melchisedek
“.
Hebr.4: 14 –5: 6

"de Troon van Genade"Laten wij daarom met vrijmoedigheid toegaan tot
de Troon van Genade, opdat
wij barmhartigheid ontvangen en genade vinden
om hulp te verkrijgen in tijd van nood
“.
De apostel Paulus adviseert ons om “de Troon van Genade” moedig te benaderen.
Deze uitnodiging lijkt misschien nogal vreemd voor degenen onder ons die in een wereld zonder koninklijke elite leven.
De enige hoogwaardigheidsbekleders die ons waarschijnlijk aanspreken zijn overheidsdienaren en rechters.
Wanneer we ze niet vrijmoedig naderen, worden we in ieder geval voor een rechtbank geregeerd
door een genadeloze papieren wet.

Er zijn nog maar een paar landen in de wereld waar
de vorst nog als staatshoofd regeert, maar de meesten van ons
hebben op het eerste gezicht geen kennis voor wat betreft vorsten en tronen.
Metropoliet Athenagoras van het orthodoxe aartsbisdom van België en exarch van Nederland en Luxemburg - Visit to Constantinople (June 22, 2013)In de Orthodoxe Kerk gaat de bisschop liturgisch gezien
de dienst voor vanaf zijn troon.
Maar ook hier hebben we zelden de gelegenheid om onze hiërarch op hun troon te benaderen, tenzij zij bij de eredienst voorgaan, zoals op 22 maart a.s. in
de Griekse parochie in Rotterdam.

Wat is dan die “Troon van Genade“, Die
de apostel ons vermaant te benaderen?
Wie zit daarop?
Wat voor grote Barmhartigheid en Genade zouden
we daar dienen te zoeken door deze Troon
vrijmoedig te benaderen?
En, eerlijk gezegd, hoe halen wij het in ons hoofd om
daar met vrijmoedigheid op af te stappen?
Vrijmoedigheid betekent immers, nergens door geremd te worden,
gemakkelijk pratend over gevoelens die erg persoonlijk zijn,
alsof er jou ook maar iets te verwijten valt.

De apostel Paulus vertelt ons dat Jezus Christus ‘te Zijner tijd‘ zal verschijnen;
Hij Die de Zalige en enige Heerser zal doen aanschouwen,
de Koning der koningen en de Heer van alle heren,
Die alleen de Onsterfelijkheid bezit en een ontoegankelijk Licht bewoont,
Die geen enkel mens gezien heeft of zien kan.
Hem zij eer en eeuwige kracht!
“.
1Tim.6: 15-16

Christus op de Troon van GenadeAls we op Zijn rechtbank toestappen en al
de aanwezigen rond Zijn Troon ontmoeten,
zal er geen misverstand zijn over de identiteit van Zijn Koninklijke Heerschappij.
Paulus herinnert ons eraan dat we
voor zeker op een dag voor Hem
dienen te verschijnen.

Cross, the Tree of Life2Wanneer we zijn gezegend zijn op deze derde zondag van de vasten een dienst in de Orthodoxe Kerk
bij te wonen,
zullen we in staat gesteld worden het
Kruis van de Heer te vereren, Die
er Zijn handen erop uitstrekte en met
Hem de gehele wereld met Zich mee voerde.
Het Kruis het werktuig van de dood,
hebt Gij gemaakt
tot een instrument van leven, Almedelijdende.
Heilig ons die het vereren,
Gij zijt de enig gezegende en hoogverheven
God van onze Vaderen
“.
Orthros voor de verering van het Kruis

christ-enthronedDankzij deze Troon, worden we bevrijd van de wereld.
Wij omarmen de vreugdevolle uitnodiging van de Kerk:
Komt allen gelovigen,
laten wij de leven-schenkende Boom aanbidden, waarop
Christus de eerbiedwaardige Koning
Zijn handen uitstrekte,
Hij tilde ons op tot de hoogste zaligheid,
wij die met Zijn hulp de oude vijand hebben ontweken
door verlangen de weg tot God hebben bewandeld. . . .
O Heer, Gij  die waart gekruisigd. . .
ontferm U over ons
“.

Wanneer we voor deze Troon neerknielen,
ontmoeten we onze ware Heer,
de Christus Die als onze Koning en God regeert.
De Apostellezing van vandaag onthult Christus als
de regerende Monarch van al wat bestaat,
zichtbaar en onzichtbaar, en
als onze grote Hogepriester.
zie Hebr.4: 14-15; 5: 5

Als de God-mens, is Jezus Christus “door de Hemelen gegaan” [Hebr.4: 14).
We hebben een koning die kan en kan “meevoelen met onze zwakheden” [Hebr.4: 15],
want Hij blijft volledig mens zoals wij in alle eeuwigheid,
net zoals Hij was in de tijd, maar altijd “zonder zonde” [Hebr.4: 15].

Toen Christus onder ons was en in het vlees Zijn dienstwerk verrichtte,
bouwde Hij een eeuwige band op waarmee we Hem als een van ons kennen
– als Degene die ons begrijpt, als Degene bij Wie
we Barmhartigheid en Genade kunnen vinden
en hulp in tijd van nood
“.
cf. Hebr.4: 16
Laten we ons nooit door Zijn Majesteit uit angst laten weerhouden,
maar eerder het wagen Zijn “Troon van Genade” te naderen
cf. Hebr.4: 16
Kruisje, met Christus verschijning aan de Myrondragende vrouwenWij kunnen wenende achter Hem staan, bij zijn voeten en
Zijn voeten nat maken met onze tranen en
ze afdrogen ze met onze haren en
zijn voeten kussen en zalven
met de geurende olie.
cf. Luc.7: 38
Wij buigen voor Hem die ons geneest en
we bevestigen Hem als onze Koning en God.
Als ons leven-schenkende Redder,
kent Hij ons hart beter dan wij onszelf kennen,
zodat we zonder aarzelen tot Hem te roepen!
Heb medelijden met mij, zondaar,
opdat ik kan U benaderen en aanraken, o Christus, mijn God
“.
Gebed van H. Johannes Chrysostomos
Goddelijke Liturgie
voorafgaand aan de communie

Troparion           tn1.
Heer, red Uw volk
en zegen Uw erfdeel
en bescherm Uw Gemeente
door Uw Kruis

3e Zondag van de Grote en Heilige Vasten – Zondag van de verering van het Heilige Kruis

Verering Groot en Heilig KruisOp de derde zondag van
de Grote en Heilige Vastentijd, gedenkt
de Orthodoxe Kerk
het Groot en  Leven-schenkende Kruis van
onze Heer en Heiland, Jezus Christus.
De diensten van deze zondag duiden een bijzondere verering van het Heilig Kruis aan, welke de gelovigen op de herdenking van de                                                                                  kruisiging tijdens de Goede Week voorbereidt.
De gedachtenis en de diensten van deze derde zondag in de vasten lopen vrijwel parallel
aan de feesten van de Verering van het Kruis [op 14 september] en
de Processie van het heilig Kruis  [op 1 augustus).
Het is niet alleen deze zondag van het Heilig Kruis die ons
de herdenking van de Kruisiging voor ogen stelt,  want
eigenlijk herinnert ons de gehele vastenperiode er aan,
dat wij met Christus gekruisigd zijn.

Zoals we “het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd hebben” [Gal.5: 24],
zullen wij er tijdens deze veertig daagse vasten aan herinnerd worden, dat
het Kostbaar en Leven-schenkende Kruis betrokkenen is om onze zielen,
die doordrongen kunnen zijn met een gevoel van bitterheid, wrok, en depressie
nieuw leven in te blazen en ons aan te moedigen.
Het kruis herinnert ons aan de Lijdensweg van onze Heer en door ons navolgen van Zijn voorbeeld, zet dit ons er toe aan Hem in de strijd en opoffering te volgen, ten einde verfrist, verzekerd, en getroost herboren te worden.
Met andere woorden, we dienen te ervaren wat de Heer tijdens Zijn Lijdensweg ervaren heeft – om te ervaren op een beschamende manier te worden vernederd.
Het Kruis leert ons dat wij door middel van pijn en lijden
de vervulling van onze hoop kunnen bereiken:
de hemelse erfenis en de eeuwige heerlijkheid.

Gr en H. Kruis, RavennaZoals op een lange en moeilijke weg die
je dient te volbrengen en na door vermoeidheid te zijn overmand een grote opluchting en versterking kunt ervaren
in de koele schaduw van een groene
[leven-schenkende] boom.
Wij vinden troost, verfrissing en verjonging als gevolg van  het Leven-schenkende Kruis,
welke dankzij onze Kerkvaders op deze zondag wordt herdacht.
Zo worden wij versterkt en worden wij in staat gesteld om onze Vastenreis, uitgerust, bemoedigd en met lichte tred voort te zetten.

Het lijkt op de optocht die voorafgaat aan de komst van de koning,
het koninklijk protocol, de trofeeën en de emblemen van de overwinning
welke in processie worden meegevoerd en de Koning Zelf Die in een triomfantelijke parade, Zijn overwinning met gejubel en vreugde met vreugde van Zijn onderdanen in ontvangst neemt.
Zo wordt de Kruisverheffing welke aan de komst van onze Koning,
Jezus Christus voorafgaat, op deze dag verzinnebeeld.
Het attendeert ons dat Christus op het punt staat Zich een weg te banen
naar Zijn overwinning over de dood en
ons in de glorie van de Verrijzenis te verschijnen.
Zijn Leven-schenkende Kruis is Zijn Koninklijke scepter en
door dit te vereren zijn wij vervuld met vreugde,
waardoor Hem de eer toekomt.
Hiermee worden we voorbereid om onze Koning, Die Daarmee over
de machten van de duisternis zal triomferen, te verwelkomen.

Exaltation of the Cross, athos manuscriptHet huidige feest is tevens om een ​​andere reden in het midden van de Grote Vasten geplaatst.
De Vasten kan worden vergeleken met het water te Mara in de woestijn; wat de kinderen van Israël niet konden drinken, want het was bitter.
Dit water is ondrinkbaar vanwege de bitterheid maar werd zoet toen
de Profeet Mozes het [Kruis]hout in de diepte van het water onderdompelde.
Ook het hout van het Groot en Heilig Kruis verzoet de dagen van onze vastenperiode ,
welke vanwege onze tranen zo bitter en vaak pijnlijk is geworden.
Maar Christus troost ons tijdens onze weg door de woestijn van het vasten.
Hij begeleidt ons en neemt ons bij de hand om het geestelijke Jeruzalem
door de kracht van Zijn Opstanding te bereiken.

Cross, the Tree of LifeTevens wordt het Heilig Kruis
wel de Boom des Levens genoemd,
Die in het midden van de vastenperiode,
net zoals de vroegere boom des levens zich in het midden van de Paradijstuin [te Eden] bevond.
Op deze manier herinneren onze Heilige Kerkvaders ons aan de hebzucht [de gulzigheid] van Adam en
dat door deze Boom de veroordeling
wordt geseponeerd [vaarwelgezegd].
Daarom zullen wij wanneer wij ons aan het Heilig Kruis vasthouden,
nooit de dood ondergaan maar het eeuwige leven beërven.

Verering van het Kruis van onze HeerDe meest voorkomende Icoon in verband met
de verering van het Groot en Heilig Kruis
is dezelfde als die gebruikt wordt op het Feest van
de Verering van het Heilig Kruis op 14 september.
Op deze Icoon wordt Patriarch Macarios afgebeeld die op een preekstoel staat en het Kruis opheft zodat iedereen
het kan zien en vereren; naast de Patriarch staan veelal diakens, die kaarsen ophouden.
Het verhoogde Kruis wordt door vele geestelijken en leken omgeven en vereerd, waaronder ook de Heilige Helena, de moeder van keizer Constantijn.
Op de achtergrond van de Icoon zie je de vorm van een koepel, welke de kerk van de Verrijzenis in Jeruzalem aanduidt.
Deze kerk is een van de kerken die op last van keizer Constantijn op de heilige plaatsen van Jeruzalem gebouwd en ingewijd zijn.

KruisEen ander Icoon rond dit feest
geeft de werkelijke dienst van verering aan, die in de kerken op de derde zondag van de vasten wordt uitgevoerd.
In het midden de Icoon van het kruis.
Deze ligt op een tafel [Аналои], omringd door bloemen.
Boven het Kruis is het Christus afgebeeld in een gedeeltelijke mandorla [afgeleid van het Italiaanse woord voor amandel] die Zijn heerlijkheid aantoont.
Hij zegent hen die hebben verzameld hebben om het Kruis te vereren; de heersers, de geestelijken, de kloosterlingen en de leken.

Tijdens de dienst van verering, zegent de priester de mensen die het kruis vereren  met een zegenkruis en zingen allen het lied
Wij vereren Uw Kruis, o Christus en
Uw heilige Verrijzenis loven wij
“.

De zondag van het Heilig Kruis wordt herdacht met de Goddelijke Liturgie van
de H. Basilius de Grote, die wordt voorafgegaan door de Metten.
De grote Vespers wordt uitgevoerd op de voorafgaande zaterdagavond.
De hymnen van het Triodion voor deze dag worden toegevoegd aan
de gebruikelijke gebeden en de gezangen van de wekelijkse dienst van
de Opstanding van Christus.
De schriftlezingen voor de zondag tijdens de Goddelijke Liturgie zijn:
Hebr.4: 14 – 5: 6 en Marc.8: 34 – 9: 1.
Aan het einde van de dienst, komen de mensen het kruis vereren en
ontvangen bloemen of basilicum van de priester.

Apolytikion       1e tn
Heer, red Uw volk en zegen Uw erfdeel;
en bescherm Uw Gemeente door Uw Kruis“.

Kontakion          tn.7
Nu staat niet langer als een wachter
het vlammend zwaard voor Edens poort.
Op die plaats staat nu, wat dit zo heerlijk heeft gedoofd,
het Hout van het Kruis.
Verdwenen is de prikkel des doods, de zege van de hel.
Want Uzelf, mijn Heiland,
zijt gekomen om tot de hades-bewoners te roepen:
‘Laat u terugvoeren in het Paradijs’
“.