Orthodoxie & de H. altijd-Maagd-gebleven, Moeder Gods

Father John Hainsworth sermonVorige jaar gaf ik voorafgaand aan het feest van de Geboorte van Christus
een lezing over een van de grondslagen van het Christelijk geloof:
de Maagdelijke Geboorte van Christus.
Dit verliep allemaal vlekkeloos totdat
ik in aan de zinsnede kwam van de
altijd-Maagd-gebleven” onder verwijzing naar de Moeder van onze Heer.
Iemand stelde daarop de vraag:
Wat heeft u eigenlijk bedoeld met het feit dat  Maria na de geboorte van Jezus maagd is gebleven?“.
Ik zei ja, dat is wat de Orthodoxe Kerk ons leert.
De gezichten van het publiek betrokken en de blik van verraste verbijstering
was op ieders gezicht af te lezen
Het wonder van de Geboorte uit een Maagd is nog te begrijpen, maar
een levenslange onthouding van seksualiteit is ondenkbaar?
Dat zou onmogelijk zijn!

kloosterlingen en ascetenHet leven van kloosterlingen en asceten door de geschiedenis heen en die
over de gehele wereld verspreidt leefden
zijn een duidelijke getuigenis van het feit
dat dit uiteraard en natuurlijk mogelijk is.
Seksuele reinheid is slechts
één van de vele uitdagingen voor deze spirituele krijgers en voor velen en misschien wel de meeste van hen is
het nog niet eens de grootste.
De orthodoxe gelovigen hebben hier geen                                                                                           enkele moeite mee,
het altijd-Maagd-gebleven zijn van Maria een onontkoombaar feit en
een alternatief is gewoon ondenkbaar.
Maar waarom zou dit zo noodzakelijk worden geacht?
Waarom zouden wij niet op de gedachte komen dat Maria
[die net als iedereen getrouwd was]
niet een “normaal” huwelijksleven zou hebben gevolgd?

Een consistente en ononderbroken Traditie
De vraag kan ook worden omgekeerd.
Waarom zouden we niet geloven in haar altijd-gebleven-Maagdelijkheid?
De Oosterse Kerken is tweeduizend jaar lang standvastig geweest en
heeft onafgebroken getuigd van de eeuwige maagdelijkheid van de Theotokos,
sterker nog vertoont nog steeds geen tekenen van enige moeite met dit begrip.
In het Westen bleef dit idee tot laat in de Reformatie grotendeels onbetwist;
zelfs Luther en Calvijn hebben deze Traditie zonder discussie aanvaard.

Er zou uiteraard gesuggereerd kunnen worden:
a.]. dat de traditie over haar eeuwige maagdelijkheid
na de apostolische tijd had kunnen zijn ingevoerd;
b.]. dat deze traditie ongemerkt zou door de Kerk na de apostolische tijd zijn gegaan welke
in de greep van het onomstotelijk alles aanvaarde wat in het eerste millennium werd verkondigd;
c.]. dat dergelijke nieuwe traditie inconsequent genoeg was om zonder discussie voorbij kon gaan
voordat het als alom verkondiging diende te worden beschouwd en;
d.]. dat een dergelijke traditie geen waarneembare literaire of geografische herkomst zou dienen te hebben en toch heel vroeg in de geschiedenis van de Kerk universeel geaccepteerd zou zijn,
zou een zeer onwaarschijnlijke hypothese vormen.

Speciaal voor God bestemd
Het betoog tegen de eeuwige maagdelijkheid van Maria
is om een andere reden ongeloofwaardig, om nog niet te zeggen
ondenkbaar door iemand die alleen maar de indruk zou wekken:
> dat noch Maria noch haar beschermer, Joseph, het ongepast zouden hebben geacht
om een seksuele relatie te hebben na de Geboorte van God in het vlees.
> Dit nog afgezien van een tijdstip omtrent de volledige uniciteit van de
Menswording van de Tweede Persoon van de Drie-eenheid,
> Hierbij dient voor de geest te worden gehaald dat
het tot de praktijk voor vrome Joden in de oude wereld behoorde zich te onthouden van
seksuele activiteiten na iedere grote manifestatie van de Heilige Geest.

Philo of AlexandriaEen populair rabbijnse Traditie
uit  het begin van de eerste eeuw
[allereerst vastgelegd door Philo, die leefde van 20 vóór Chr. – 50 na Chr.]
> merkt op dat de profeet Mozes “zich afzonderde” van
zijn vrouw Zippora, toen hij terugkeerde van zijn ontmoeting met God in de brandende struik;
> Een andere rabbijnse Traditie, vertelt dat, met betrekking tot de keuze van de oudsten van Israël in Numeri 7, nadat God onder hen gewerkt had, een man uitriep: “Wee de vrouwen van deze mannen!“;
Ik kan me niet voorstellen dat de man links van hem hierop antwoordde:
Hé, Jan, Piet of Klaas wat bedoel je daarmee?“.
De betekenis van deze uitspraak zou voor iedereen onmiddellijk duidelijk zijn geweest.
Of deze verhalen betrekking hebben op werkelijke gebeurtenissen of niet,
ze geven uitdrukking aan de volks-devotie in Israël ten tijde van de Geboorte van Christus.
Die cultuur begrepen de maagdelijkheid en de onthouding niet louter als een afwijzing
van iets prettigs, iets wat aangenaam is – Maar de vraag is met welk doel? –
Het doel was dat als iets of iemand van nature in beslag wordt genomen door God,
dat de mens wiens leven door de Geest van de Heer [over de wateren]
werd ingewijd om als ​​schip te worden omgevormd als redding voor Gods Volk.
De tussenliggende eeuwen van sociale, religieuze en filosofische conditionering
hebben ons wantrouwen gevoed omtrent maagdelijkheid en kuisheid
op dusdanige wijze waarop het bij niemand maar dan ook werkelijk niemand
in de tijd van de Heer zou zijn opgekomen.

Maria ontmoet haar nicht Elisabeth, in de periode dat beiden zwanger zijnMaria werd als de draagster, het voertuig
voor de Glorierijke Heer Zelf beschouwd,
een vervoermiddel duizend maal duizend keer
grootser dan de Gouden Koets en
droeg Christus in het vlees,
Hij, Die de Hemel noch de aarde ooit zal kunnen bevatten.
Zou dit niet de grond aanvaardbaar maken om haar leven, met inbegrip van haar lichaam te overwegen, als
toegewijd zijn aan God en onze Heilige God,
Heilige Sterke en Heilige on-sterflijke alleen?
Of is het meer aannemelijk dat
wij dit allemaal aan de kant dienen te schuiven en
voort te gaan met het maar te houden op de
huis, tuin en keuken manier, wat
ons het meest gebruikelijk lijkt?

Tempelgang van de Moeder Gods, 21 NovemberDenk hierbij aan de poëtisch parallelle
gebeurtenis over de binnenkomst van  de Heer door de Oostelijke poort van de tempel
[in Ezechiël 43 en 44] waarbij
wij worden opgeroepen:
En de Heer zei tot mij:
Deze poort zal gesloten blijven;
zij zal niet geopend worden en niemand mag daardoor binnengaan, want
de Heer, de God van Israël,
is daardoor binnengegaan;
daarom moet zij gesloten blijven
“.
Ezechiël 44: 2

  1. Joseph, de Verloofde van de Moeder Gods.
    Saint Joseph, verloofde van de Moeder GodsEn dan is er nog de overweging van
    het karakter van de H. Joseph.
    Hij was overtuigd en zeker over het feit dat zijn verloofde een wonderbaarlijke conceptie en
    geboorte had ondergaan [welke door de engel in droom-visioenen werd bevestigd] en
    de aanblik van de vleesgeworden God in
    het gezicht van het kind Christus is voor hem méér dan genoeg geweest om hem ervan te overtuigen dat
    zijn huwelijk afwijkend van de norm
    dient te worden beschouwd.
    Binnen het door hem geliefde lichaam van Maria
    had de tweede Persoon van de Drie-eenheid Zijn woning gevonden.
    Als het aanraken van ‘de-ark-van-het-Verbond’ aan Uzza het leven heeft gekost en
    wanneer op die wijze de wetsrollen, de Psalmen en de Profeten zelfs werden vereerd,
    zou zeker Joseph, de godvrezende man, die hij was, niet hebben gedurfd noch
    hebben gewenst Maria ook maar seksueel te benaderen.
    Haar, Die de uitverkorene was van Israël, de Troon van God, benaderen
    om zijn menselijke “echtelijke rechten” op te eisen!

de broeders des Heren
H. Apostel Jacobos, broeder des Heren - 1e Patriarch van Jerusalem, 23 OctEr zijn verschillende vragen
die op basis van de Schrift regelmatig worden aangevoerd,
veelal door personen die nogal sceptisch doen over de leer van de altijd-Maagd-gebleven, Al-heilige Moeder Gods.
De eerste van deze betreft de passages waarin
expliciet wordt vermeld dat de Heer “broers” bezat.
Er zijn negen van deze passages:
John.2: 12 en 7: 3-5;
Matth.12: 46-47 en 13: 55-56;
Marc.3: 31-32 en 6: 3;
Luc. 8: 19-20;
Hand.1:14 en
1Cor.9: 5.

Het Griekse woord dat in al deze passages voorkomt en
in het algemeen vertaald wordt als “broeder” is αδελφός [adelphos].
De Septuagint, de Griekse vertaling van
de Hebreeuwse Geschriften van de apostelen [afgekort LXX]
bevat specifieke woorden voor “neef”, met name
αδελφίνος [adelphinos] en ανεψιός [anepsios],
maar deze worden zelden gebruikt.

Het minder specifiek woord αδελφίνος [adelphos],
wat “broer”, “neef”, “neef”, “geloofsgenoot” of “landgenoot” kan betekenen
wordt in de Septuagint consequent gebruikt, zelfs
wanneer de neef of bloedverwant duidelijk de beschreven relatie blijkt te zijn
[zoals in Gen.14: 14,16; 29: 12; Lev.25: 49; Jer.32: 8,9,12,Tob.7: 2, etc.].
Lot, bijvoorbeeld, die de neef was van Abraham [Gen.11: 27-31],
wordt zijn broer genoemd in Gen.13: 8 en 11: 14-16.
Het punt is dat het meest gebruikte Griekse woord voor een mannelijk familielid,
αδελφίνος [adelphos] kan worden vertaald als “neef” of “broer”,
indien er geen specifieke familie relatie zou zijn opgenomen.
Is er ergens een duidelijke verklaring in de Schrift om aan te nemen
dat de ‘broeders’ van Jezus als letterlijk
de kinderen van Maria kunnen worden beschouwd?
Een dergelijke verklaring bestaat gewoon niet.
Nergens wordt Maria expliciet vermeld als zijnde de moeder van Jezus ‘broers‘.
De formule om in het algemeen te spreken over de familie van de Heer is
“Zijn moeder en zijn broeders”.

In Marcus staat het bezittelijke voornaamwoord van αυτόν [=anavtou] – “van Hem”,
vóór beide “Zijn moeder” en “Zijn broeders” en maakt daardoor een duidelijk onderscheid.
In Handelingen 1:14, is het onderscheid nog duidelijker:
“ Maria, de moeder van Jezus, en Zijn broeders.”
Sommige manuscripten gebruiken het voorvoegsel συν [syn] – “ met, mede, in gezelschap van”,
op die manier wordt de tekst zo gelezen:
Maria, de moeder van Jezus, in gezelschap van Zijn broeders”
In ieder geval wordt Maria  nergens geïdentificeerd als de moeder van Jezus’ broeders
[noch zij als haar kinderen], maar enkel als de Moeder van Jezus.

De Betekenis van “Tot”
'En de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, zal uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren' [Phil 4, 7]Een ander bezwaar
tegen het idee van ‘de altijd-Maagd-gebleven’ is
dat de Schrift het woord “totdat” of “tot”
gebruikt in Matth.1: 25:
“…en hij had geen gemeenschap met haar,
voordat zij een zoon gebaard had”.
Waar in het nederlands het woord “tot, totdat, voordat” [gr.: έως, eos; ή, ou] gebruikt wordt betekent het, dat er daarna mogelijk iets verandert,
is dit in de oude talen van de Bijbel
helemaal niet het geval.
Als we bijvoorbeeld kijken in Deut.34: 5,6; 2Sam.6: 23; Ps.72: 7, en 110: 1 [door Jezus uitgelegd in Matth.22: 42-46], Matth.11: 23 en 28: 20, Rom.8: 22 en                                                                                    1Tim.4: 13,
om maar een paar voorbeelden te noemen, zullen we zien, dat
in deze teksten met het woord “tot” niet noodzakelijk een verandering aanduidt.
Als dat het geval zou zijn, dan is het blijkbaar zo zijn, dat Jezus op een gegeven ogenblik
op zal houden met aan de rechterhand van de Vader te gaan zitten
en dat Hij op een zekere ongelukkige dag in de toekomst
de Kerk aan haar lot zal overlaten!

Dus het gebruik van “voordat = tot” in Mattth. 1: 25, is zuiver en alleen om aan te tonen,
dat Christus door de Heilige Geest en Maria vleesgeworden is,
niet ontvangen door Jozef en Maria, aangezien
zij geen “gemeenschap” met elkaar hadden “voordat” zij een zoon gebaard had.
Als men deze vertaling  letterlijk neemt,
– dus dat Jozef en Maria’s maagdelijke verhouding na de geboorte veranderde – ,
dan ontstaat er een ander  groot probleem:
dan zou de lezer dienen te geloven, dat Mattheüs de mens uitnodigt
tot een her overweging van de sexuele echtelijke activiteiten.
Dit is op zijn minst gezegd zéér twijfelachtig.

De betekenis van de “eerstgeboren”
Jesus Christus Pantocrator, ''De Wijnstok''Een ander bezwaar kan gegrond zijn op
het woord de “eerstgeboren”,
in het grieks πρωτότοκος [prototokos].
Het probleem is hier ook weer, dat
de betekenis van het griekse woord niet identiek is
aan die van het nederlands en engels.
Het nederlandse “eerstgeboren” betekent
gewoonlijk [hoewel niet altijd], dat er nog
meer kinderen uit het huwelijk zijn voortgekomen.
Bij prototokos is die vanzelfsprekendheid er niet.
Bijvoorbeeld in Hebr. 1: 6 kan het woord prototokos met betrekking op de Vleeswording van het Woord van God niet betekenen, dat er ooit een tweede Woord van God
is geboren!

Nergens wordt de term gebruikt om er alleen maar
de opvolging van geboorten mee aan te tonen;
in tegendeel in Rom.8: 29; Col.1: 15,18; Hebr.11: 28 en 12: 23 en in Openbaring 1: 5 wordt
de titel gegeven aan Jezus als de bevoorrechte en wettelijke Erfgenaam van
het Hemels Koninkrijk is, op die manier wordt bevestigd, dat
Hij werkelijk “de eerste is in alle dingen”.
Voor onze moderne oren zou het misschien beter zijn om
het woord πρωτότοκος te vertalen met “erfgenaam”, welk
net zo zwijgzaam is over het onderwerp van meer kinderen en
dezelfde legale en poëtische kracht heeft als welke
wordt bedoeld met het het woord “eerstgeboren”.

Vrouw, zie uw zoon.
Hij droeg de zorg voor Zijn Moeder over aan JohannesOok dienen we rekening te houden met de ontroerende tekst van het Evangelie van Johannes. Waarin de Heer Zijn Moeder overgeeft in de handen van Johannes, terwijl Hij aan het Kruis sterft. Waarom zou Hij dat gedaan hebben, als zijzelf nog andere kinderen had, die
voor haar konden zorgen?
De Joodse gewoonte was, dat de zorg voor een moeder toekwam aan
het tweede kind als de eerstgeborene stierf, en
als de weduwe geen ander kind had, moest ze voor zichzelf zorgen.
Dus aangezien ze zonder kinderen is, geeft haar Zoon haar over aan
de zorg van Zijn geliefde discipel, Johannes de Theoloog.

De vrouwen aan het Kruis en de identiteit van de Broeders van de Heer.
Wie zijn dan precies “de broeders van de Heer”,
indien het geen kinderen zijn van Maria, Zijn Moeder?
[Hier kan ik gelukkig gebruik maken van wat vader Lawrence Farley
beschreven heeft in zijn boek Het Evangelie van Marcus, de lijdende dienstknecht.
Blz. 85-87, Conciliar Press, 2004]

Een nauwkeurige studie over de vrouwen aan het Kruis
levert een aannemelijk antwoord op.
> In Matth.27: 55-56 wordt gezegd, dat het waren:
1. Maria van Magdala [Magdalena];
2. De moeder van de zonen van Zebedeüs;
3. Maria, de moeder van Jacobus en Joses [een variant van de naam Joseph].
> In de paralleltekst in Marcus 15: 40 en 41, staat dat de vrouwen waren:
1. Maria van Magdala [Magdalena];
2. Salome;
3. Maria, de moeder van Jacobus de jongere en Joses.
> In Johannes 19: 25, staan de vrouwen te boek als:
1. Maria van Magdala [Magdalena];
2. De Moeder van Christus;
3. De zuster van Zijn moeder, Maria, de vrouw van Cleophas.
Voor onze doeleinden zouden we ons moeten concentreren op de vrouw , die
door Mattheüs Maria, de moeder van Jacobus en Joses genoemd wordt, en
door Marcus, Maria, de moeder van Jacobus de jongere en Joses en
door Johannes in zijn opsomming “Zijn moeders zuster, Maria, de vrouw van Cleophas”.

Woman at the CrossLet wel op dat in Mattheüs de namen “Jacobus en Joses” al eerder genoemd werden.
Inderdaad, de manier waarop Mattheüs “Maria moeder van Jacobus en Joses” noemt in Matth.27: 55 suggereert, dat hij deze Jacobus en Joses al eerder genoemd heeft, wat hij ook werkelijk deed.
In Matth. 13: 55 lezen we dat de “broeders” van onze Heer “Jacobus, Joses, Simon en Judas” zijn.
Op dezelfde manier worden ook in het Evangelie van Marcus “ Jacobus en Joses” genoemd
alsof we al weten wie dat zijn, en dat doen we ook uit Marc.6: 3, waar “Jacobus, Joses, Simon en Judas” beschreven staan.

Het lijkt zonder twijfel, dat de Maria bij het Kruis in Mattheüs en Marcus
de moeder is van de “broeders” van de Heer, “Jacobus en Joses”.
Ook is het ondenkbaar, dat Mattheüs en Marcus over
de Moeder van de Heer aan de voet van het Kruis zouden schrijven als
de moeder van Jacobus en Joses, maar er niet bij zeggen, dat
zij eveneens de Moeder van Jezus is!

Als dit het geval is, zoals de Schrift aangeeft, dat Maria, de vrouw van Cleophas, dezelfde
is als de moeder van Jacobus en Joses, volgt daaruit:
dat de Theotokos een “zuster” had, die getrouwd was met Cleophas en
die de moeder was van Jacobus en Joses, de “broeders” van onze Heer.
Hier behoort direct de vraag op te komen over de relatie van
de Theotokos met deze Maria: wat voor soort “zuster” is zij dan?

Nazarene Jewish ChristianityHegisippus, een joodse Christen, geschiedkundige,
die volgen Eusebius, “behoorde tot de eerste generatie
na de apostelen” en die vele Christenen uit die apostolische gemeente ondervroeg ten behoeve van zijn geschiedenis, schrijft, dat Cleophas de broeder was van Jozef, de beschermvader van Christus.
Als dit zo is [en Hegisippus wordt algemeen beschouwd als zéér betrouwbaar], dan is “Maria, de vrouw van Cleophas, de “zuster” van de Heilige Maagd,
haar schoonzuster.

Daarmee past de puzzel precies in elkaar.
Jozef trouwde met de Maagd Maria, de Theotokos, Die Christus baarde, Haar enige Kind,
Die Haar Maagdelijkheid behield en geen andere kinderen kreeg.
Joseph’s broeder, trouwde met een vrouw, die ook Maria heette, die
de kinderen Jacobus, Joses, Simon en Judas en ook nog dochters had.
Deze kinderen waren de “broeders” van onze Heer
[hier gebruiken we de uitdrukking van Israël, die zoals we gezien hebben,
geen verschil maakt tussen broeders en neven, maar ze allemaal “broeders” noemt]

Mattheüs en Marcus, die gericht zijn op de familie van de Heer
[Matth.13: 53 enz. en Marcus 6: 1 enz.] verwijzen
op een natuurlijke manier naar Cleophas’ vrouw Maria als
“de moeder van Jacobus en Joses”.
Johannes daarentegen wijst op de Moeder van onze Heer [John.2: 1 enz.] en
op dezelfde natuurlijke manier naar deze zelfde vrouw als
“Zijn moeders zuster, Maria, de vrouw van Cleophas”.
Maar het is duidelijk dat er door alle drie de Evangelieschrijvers
op dezelfde vrouw gewezen wordt.

Dit is de beste reconstructie, die er gemaakt kan worden,
met bewijsmateriaal uit de Schrift en de geschiedenis.
Hoewel er ook andere reconstructie bestaan,
vertonen die allen zéér zwakke plekken.

classical greek educationWaarom is het altijd-Maagd-gebleven zijn van
Maria, de Moeder Gods, de Theotokos zo belangrijk?
Sommige mensen zullen zeggen, dat ook al wordt het bewezen, het het altijd-Maagd-gebleven zijn van Maria niet van wezenlijk belang is voor het verkondigen van het Evangelie en dat is tot op zekere hoogte ook waar.
In wezen verkondigt de Orthodoxe Kerk
het Evangelie, de Blijde Boodschap van Jezus Christus.
Dit is onze boodschap, onze reden van bestaan, het beginsel van ons christelijk leven.
Leren over Maria is iets voor de ingewijden,
degenen, die het Evangelie al aangenomen hebben en
zichzelf aan Christus hebben overgegeven en dienstbaarheid betonen in Zijn Kerk.

Dit is zo omdat hetgeen Maria ons leert over de Vleeswording van het Woord van God,
ons vraagt eerst de vleeswording te accepteren.
En als we dat doen, dan wordt haar maagdelijkheid,
niet alleen na de geboorte, maar ook ervoor,
– en eigenlijk haar hele leven – op zichzelf al
een bron van lessen over leven in Christus en
de Glorie van God, die wij in onze diensten bezingen.
Annunciation, church of Saint Clement Ohrid, MacedioniaZelf heeft ze dat inderdaad ook gezegd.
Bij de vermelding dat
van nu af zullen alle geslachten mij zalig prijzen”,
was Maria niet ijdel en over haar bijzonderheid en
aan het opscheppen, maar zij verklaarde daarmee
het wonder, dat zich in haar leven voor altijd  en
tot in eeuwigheid heeft geopenbaard,
de Glorierijke overwinning van God in
Zijn Zoon Jezus Christus.

Wat we kunnen leren dat Maria’s
eeuwige maagdelijkheid na de geboorte van Jezus Christus, op zichzelf volkomen vervullend is.
Maria behoefde geen actief sexueel leven te hebben,                                                                      of meer kinderen, om compleet verzadigd te zijn.
Familie, carriére, geld, reputatie, succes en zelfs iedere soort gebrek,
zijn niet nodig om werkelijk gelukkig en een volkomen leven op aarde te hebben.
Christus is gekomen om ons – HET LEVEN – te schenken en
dat heeft Hij meer dan overvloedig gedaan.
Daarom wanneer wij Christus in ons leven geboren laten worden en
Hem volgen tot zelfs aan het Leven-schenkende Kruis toe,
zullen we begrijpen waarom Maria niet meer kinderen nodig had
of succes moest bereiken of een goede reputatie.
We zullen het begrijpen en meedelen in Maria’s ongeëvenaarde blijdschap.
We zullen zien dat haar eeuwige maagdelijkheid een uitdrukking is
van haar eeuwige vreugde – haar eeuwige maagdelijkheid,
haar eeuwige blijdschap, haar eeuwige vervulling.

Theotokos, zij die naar haar Zoon wijstMaria was niet toevallig een draagster [een ark] van God;
haar rol in onze Verlossing was zelfs al vanaf het begin van alle eeuwen voorbereid.
De  gehele geschiedenis van Israël, de Aartsvaders, de Psalmen, het geven van de Tien Geboden
– kwamen samen in een jonge vrouw, die
antwoordde op de manier waarop heel Israël altijd al had moeten antwoorden en
zoals van ons allemaal vanaf nu verwacht wordt:
Zie, de dienstmaagd des Heren,
mij geschiede naar Uw Woord”.

Maar haar doel in de geschiedenis van de Verlossing eindigde daar niet.
Zij werd niet weggestopt als een ding wat men ongebruikt terzijde laat liggen.
Haar hele wezen en leven zouden tot in eeuwigheid zonder dralen wijzen naar haar Zoon.
We zien dit op de iconen waar Maria haar Zoon als een kind vasthoudt:
Hij zegent ons en zij wijst naar Hem.
Op de bruiloft van Cana in Galilea horen we haar woorden:
Wat Hij jullie ook zegt, doe dat”.
John.2: 5
Tijdens de kruisiging van haar Zoon staat ze dicht aan de voet van het Kruis,
deze keer zonder woorden, maar door haar weigering van Zijn zijde te wijken,
ook wat bij de aanblik een onmogelijke nachtmerrie leek.
Als wij het op ons nemen om deze trouw aan het eeuwige wijzen op God,
te evenaren, zullen we beginnen te zien, dat
Maria’s eeuwige maagdelijkheid, in feite haar eeuwige dienstbaarheid is, die
dezelfde waarde heeft en dus het ideale voorbeeld voor
onze eigen dienstbaarheid is.

Theotokos vraagt H. Lucas haar Icoon te schilderen, Mosaic van het Kykkos kloosterHet is belangrijk om de juiste verering
van de Moeder Gods te herstellen,
waaraan de Kerk van de Apostelen Zich altijd gehouden heeft, niet omdat de
altijd-Maagd-gebleven Moeder Gods
de grote uitzondering is, maar omdat zij, zoals een Orthodox Theoloog eens zei,
Zij is en blijft ons Grootste Voorbeeld”.
Deze verering wordt heel mooi in
een Orthodoxe Hymne uitgedrukt,
het vertelt ons over de eerste ontmoeting van de Aartsengel Gabriël met de Maagd Maria,
Die op het punt stond de ark van het nieuwe Testament te worden,
de Troon van God, het menselijk vlees, dat vlees verschafte aan het Woord van God.
Vert. cf. Vader John Hainsworth

4e Zondag van de Grote en Heilige Vasten – H. Johannes Climacos [ΑΓΙΟΣ ΙΩΑΝΝΗΣ ΤΗΣ ΚΛΙΜΑΚΟΣ] van de Sinaï, schrijver van de Geestelijke Ladder

Abraham sprak met GodWant toen God aan Abraham zijn belofte deed, zwoer Hij, omdat Hij bij niemand hoger kon zweren, bij Zichzelf, zeggende:
Voorzeker zal Ik u zegenen en zekerlijk u vermeerderen.
En zo, door geduld te oefenen, heeft deze het beloofde verkregen.
Want mensen zweren bij wie hoger is, en de eed dient hun tot bekrachtiging, als einde van alle tegenspraak.
Daarom heeft God, toen Hij des te nadrukkelijker aan de erfgenamen der belofte het onveranderlijke van Zijn raad wilde doen blijken,
Zich onder ede verbonden, 
opdat door twee onveranderlijke dingen, waarbij het onmogelijk is, dat God liegen zou, wij, die [tot Hem de] toevlucht genomen hebben,
een krachtige aansporing zouden hebben om de hoop te grijpen, die voor ons ligt.
Haar hebben wij als een anker der ziel, dat veilig en vast is, en
dat reikt tot binnen het voorhangsel,
waarheen Jezus voor ons als voorloper is binnengegaan
naar de ordening van Melchisedek hogepriester geworden in eeuwigheid“.
Hebr.6: 13-20

H. Johannes Climacos2Waarom viert de Kerk op de vierde zondag in de Grote en Heilige Vasten Johannes Climacos en niet, zoals vroeger, de Aartsvader en Patriarch Abraham?
In bovenstaande Apostellezing kun je nog de echo horen van dit oude gebruik. Inderdaad, toen het Ware Geloof zich begon te verspreiden,
werd het boek Genesis aan de catechumenen voorgelezen.
Zij kregen belangrijke instructies, die geput werden uit de aanvang van de Heilsgeschiedenis.
De schepping, de val van Adam, de uitdrijving uit het Paradijs, de moord van Kaïn op Abel, de bouw van de ark en de zondvloed en
vervolgens het verhaal van Abraham.
Hoe hij met zijn vrouw, zijn neef en zijn gehele hebben en houden zijn land verlaat en op weg gaat naar het Land, dat hem en zijn nageslacht door God beloofd werd.

Geloof, Hoop en Liefde
Melchizedek, koning & priester van de allerhoogste GodMelchisedek was koning van Salem en priester van de Allerhoogste God in  ‘Salem’ [= vrede], wat momenteel als het oude Jeruzalem [Hebr. ירושלים Jeroesjalajim] wordt aangeduid.
Volgens de plaatselijke legende was Melchisedek ook de stichter van Jeruzalem.
Toen Abram Lot had weten te bevrijden en weer op de terugtocht was, kwam de koning van Sodom hem tegemoet in de Sawevallei, ofwel de Koningsvallei.
De koning van Salem, Melchisedek, liet brood en wijn – een feestmaal – brengen.
Vervolgens vermeldt de Bijbelse tekst dat koning Melchisedek ook
priester van God was, van de Allerhoogste God.
En Melchisedek, de koning van Salem, bracht brood en wijn;
hij nu was een priester van God, de Allerhoogste.
En hij zegende hem en zei:
‘Gezegend zij Abram door God, de Allerhoogste, de Schepper van hemel en aarde,
En geprezen zij God, de Allerhoogste, die uw vijanden in uw macht heeft overgeleverd.
En hij gaf hem van alles de tienden’
“.
Een koning en een priester waaraan Abraham vervolgens 1/10 geeft van al wat hij verkreeg, waaruit blijkt dat Abram Melchisedek erkende als zijn meerdere.
De naam Melchisedek betekent ‘de koning is rechtvaardig’.
Al de eigenschappen bij elkaar, koning, priester, rechtvaardig en
de ‘Kerkbijdrage’, die Abraham deze rechtvaardige priesterkoning  betaalde
geeft ons toch het beeld van iemand door God gezonden [een engel].
Degenen die God liefhebben en naar Hem verlangen en zouden willen ontmoeten,
smeken Hem in zichzelf te mogen ervaren opdat ze zouden kunnen zeggen:
God is in ons door Zijn Heilige Geest“.
Zulke heldere zielen zijn Zalig, want van hun is het Koninkrijk der hemelen.
cf. Matth.5: 3
De Heer heeft ons lief gehad en Zich aan de eed gehouden, die
Hij onze  vaderen gezworen heeft,  Hij heeft ons met een sterke hand uitgeleid en
ons verlost uit het diensthuis, uit de macht van Farao [duivel], de koning van Egypte [de wereld], opdat wij zouden weten, dat de Heer, onze God, de enige God is,  de trouwe God,
Die het verbond en de goedertierenheid houdt jegens wie Hem liefhebben en
Zijn geboden onderhouden, tot in duizend geslachten“.
Deut.7: 8,9
Vader, hetgeen Gij Mij gegeven hebt –
Ik wil, dat, waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn, om
Mijn heerlijkheid te aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt,
want Gij hebt Mij liefgehad voor de grondlegging van de wereld
“.
[uit hoogpriesterlijk gebed, Johannes de Theoloog].

De Heilige Johannes Climacos, die vandaag door de Orthodoxe Kerken
dankzij de Kerkvaders voor het voetlicht wordt gesteld,
was abt van het Sinaïklooster in de 7e eeuw.
De H. Johannes was al te oud
toen hij tot abt van het klooster op de berg Sinaï werd gekozen.
Hij was daar een lange periode en begon zijn verblijf in isolement.
'De geestelijke ladder' van Johannes Climacos - Berneboek.com, Euro 33,25Gedurende zijn totale afzondering schreef hij het
beroemde en zeer krachtige werk welke de titel meekreeg de “Hemelse ladder” of de “Ladder tot het Paradijs” of
Het bereiken van het nieuwe Israël, de mens die uit het geestelijke Egypte [de wereld] ontsnapt en de zee van het leven bewandelt“.
Dit werk omvat een systematische beschrijving van de monastieke route, de stadia tot de geestelijke volmaaktheid.
Het belangrijkste wat je ontmoet is het stelsel, een opsomming van een regelmatige reeks van ‘onderzoekingen’,
ingedeeld in etappes [treden].
De Hemelse Ladder is in eenvoudige volkstaal beschreven,
de schrijver houdt van metaforen en spreekt haast nadrukkelijk over het dagelijks leven; hij schrijft dan ook uit eigen ervaring. Afgezien van zijn persoonlijke ervaring is dit van begin tot eind gebaseerd op de Traditie, de leer van de “door God verlichte vaderen”.
De Ladder van de H. Johannes Climacos2Hij verwijst direct en indirect naar de Cappadocische periode aan de Nijl, over de H. Evragius van Pontus en gezegdes en uitspraken van de Kerkvaders.
Als westerse Kerkvader noemt hij de H. Johannes Cassianos en Gregorius de Grote.
De Hemelse Ladder eindigt in een speciaal “woord aan de leidinggevende” waarin de H. Johannes Climacos de plichten van de abt                                                                                         aanhaalt.
>>> engelse vertaling in pdf; THE LADDER OF DIVINE ASCENT by John Climacos

Een Hesychast is iemand die er naar streeft
zijn onstoffelijk wezen welke zich in
zijn lichamelijk lichaam bevindt te begrenzen
“.
H. Johannes Climacos

Groot Schema, ereteken welke door verwoede Hesychasten, onder hun kleed wordt gedragen.De H. Theophanos zegt dat degene
die Hesychasme bedrijft iemand is die,
Geheel in beslag wordt genomen
door het samenzijn met de Ene Heer,
met Wie hij van aangezicht tot aangezicht spreekt,
zoals een begunstigde van de keizer in zijn oor fluistert.
Zo sprak Abraham met God.
Deze activiteit van het hart wordt beheerst en bewaakt
door de stilte van de gedachten vast te houden.
H. Seraphim of Sarov, een geboren Hesychast uit de Russische TraditieDit niveau van geestelijke inspanning is zeer geavanceerd
en kan onmogelijk worden bereikt zonder eerst van onze passies bevrijd te zijn;
Dit is een absolute voorwaarde.
Hesychia kan alleen ontwikkeld worden
bij degenen die de ‘zoetheid van God’
geproefd hebben
“.

Zoetheid betekent niet alleen liefkozen, maar:

  • Erken dan van harte, dat de Heer, uw God,
    u vermaant, zoals een man zijn zoon vermaant
    “.
    Deut.8: 5
  • Zalig de mens die Gij onderricht, Heer;
    die Gij onderwijst door Uw Wet
    “.
    Psalm 93 [94]: 12
  • Zie, welzalig de mens, die God kastijdt;
    versmaad daarom de tucht van de Almachtige niet
    “.
    Job 5: 17
  • En dikwijls heeft hij hem ook
    in het vuur en in het water gedreven . . .
    “.
    Marc. 9: 22
  • Heft dan de slappe handen op en strekt de knikkende knieën en
    maakt een recht spoor met uw voeten, opdat
    hetgeen kreupel is niet uit het lid gerake, doch veeleer geneze
    “.
    Hebr.12: 6,7
  • Allen, die Ik liefheb, bestraf Ik en tuchtig Ik;
    wees dan ijverig en bekeer u
    “.
    Openb.3: 19

Doordat wij niet opmerkzaam zijn,
maken wij vele fouten die verbeterd dienen te worden.
We gebruiken een andere uitdrukking: het “tot de rede brengen”, wat “recht zetten” betekent. Wij struikelen op ons pad door achteloosheid of
door onze pogingen om het op eigen kracht te doen en
wij falen op die manier in vele dingen.
Maar God helpt Zijn kinderen telkens weer overeind en
laat hun dan zien op welk punt ze verkeerd hebben gehandeld.
Want de rechtvaardige valt zevenmaal, doch staat weer op, maar
de goddelozen struikelen in de rampspoed
“.
Spr.24: 16

De traptreden van de ladder naar de hemel
trede 1-4
: Afstand doen van de wereld en de gehoorzaamheid aan een geestelijke vader.
trede 5-7: Boete en benauwdheid (πένθος) als paden om ware vreugde
trede 8-17: Overwinnen van de ondeugden en de verwerving van de deugd
trede 18-26: Het vermijden van de valkuilen van ascese [luiheid, trots en geestelijke stilstand]
trede 27-29: Navolging van hesychia , of de vrede van de ziel,
over het gebed, en de apatheia
[passieloosheid of gelijkmoedigheid met betrekking tot aandoeningen of lijden]
trede 30. αγάπης, ελπίδος en πίστεως, Geloof, hoop en Liefde;
[de onderlinge verhouding van deze drie grootste deugden;
een korte vermaning en samenvatting van alles wat er in dit boek vermeld staat]

De Ladder van de H. Johannes Climacos3Het opklimmen tot God
Indien we niet zouden treuzelen,
wanneer een aardse koning roept en verlangt dat
wij aan Zijn hof komen om Hem van dienst te zijn en
we geen voorwendsel zouden zoeken,
maar dat wij alles achter ons zouden laten vallen om
vol ijver op Hem af stappen.
We dienen er dan op te letten dat, wanneer
de Koning der koningen en de Heer der heerscharen en de God der goden ons naar Zijn verheven Hemelse Dienst roept,
wij niet weigeren uit ledigheid of nalatigheid.
Daar wij daarbij dienen te overwegen dat wij eens                                                                    zonder verdediging voor Zijn Grote Rechterstoel zullen staan
.”
                                              H. Johannes Climacos, 1e trede §35.
Bij het voornemen zich uit de wereld terug te trekken
meent een Godsvruchtig mens de roep van God te horen.
Roeping betekent kiezen voor een leven waarin je tot je bestemming en tot je doel komt.
Kiezen voor een leven [en werk] waarin je al je talenten, capaciteiten en passies gebruikt
om te doen wat God je zeer indringend als verlangen gedurende lange tijd heeft ingegeven.
Deze roeping heeft voor die vrome een verplichtende kracht en
hij/zij dient er onvoorwaardelijk gevolg aan te geven.

a sheep that is sealedZoals deze rechtvaardige
in werkelijkheid was, door Gods Genade
de verlosser en herder van zijn geestelijke schapen, zo was ook de man die hij van God gekregen had als de schatbewaarder van de bezittingen van het klooster,
wijs meer dan wie ook en zachtmoedig zoals zeer weinigen.
Tot nut van de anderen, voer de γέροντας [ouderling] zonder reden tegen hem uit
in de kerk en gaf bevel hem te verjagen en dat op een misplaatste wijze.
Ik nu, daar ik wist dat hij onschuldig was aan de beschuldiging,
die de ποιμεν [herder] hem voor de voeten wierp,
begon onder vier ogen de econoom bij de herder te verdedigen.
Maar de wijze man zei:
‘Ook ik weet dat, vader, maar zoals het ellendig is en onrechtvaardig het brood te roven uit de hongerige mond van een kind, zo
benadeelt degene die aan het hoofd van zielen staat
èn zichzelf èn de geestelijk [εργατεσ] werknemer , indien
hij hem niet zoveel kronen verschaft, als hij ziet dat hij kan dragen op ieder ogenblik,
hetzij door beledigingen, hetzij door vernederende behandelingen,
door misprijzen en door bespottingen.
Want in drie zeer belangrijke opzichten begaat hij onrecht.
Eerst en vooral berooft de overste zichzelf van het loon dat
voortkomt uit de berisping [van een ander].
Ten tweede, wanneer hij ook derden kon helpen door de deugd van een ander,
heeft hij dat niet gedaan.
Ten derde – wat nog het ergste is – dat dikwijls zij, die
de indruk wekken over het meeste uithoudingsvermogen te beschikken, voor een tijd verwaarloosd worden en daar zij schijnbaar deugdzaam zijn, door
hun overste niet bestraft of berispt worden en daarom beroofd worden van
de [πραότητα] zachtmoedigheid en het [υπομονή] geduld, die zij bezaten.
Want indien een grond goed is en vruchtbaar en vet, weet dan dat
een tekort aan water van vernedering hem
kreupelhout kan laten voortbrengen en doornstruiken van
[τyφοε] verwaandheid en slechtheid en brutaliteit kan laten opbloeien.
Omdat hij dat wist schreef Paulus aan Timotheüs:
Verkondig het woord,
dring erop aan, gelegen of ongelegen,
weerleg, bestraf en bemoedig
met alle lankmoedigheid en onderrichting
“.
2Tim.4: 2
Toen ik tegen deze waarachtige leidsman de tegenovergestelde opinie verdedigde en daartegenin bracht de zwakheid van onze huidige generatie en dat wellicht door een onverdiende berisping, maar ook door een verdiende, de meesten van de kudde losgescheurd worden,
antwoordde dit huis van de wijsheid:
‘Een ziel, die omwille van Christus met Liefde en Vertrouwen aan haar herder verbonden is, wordt niet afvallig, zelfs al koste het bloed en vooral niet indien zij [de ziel] ooit
zijn weldaden tegenover haar striemen zou ervaren hebben, dat zij zich herinnert
degene [Apostel Paulus] die zegt:
‘Want ik ben verzekerd, dat noch dood noch leven,
noch engelen noch machten, noch heden noch toekomst,
noch krachten, noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel
ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Heer’.

Rom.8 : 38,39
Maar het zou mij ten zeerste verbazen dat de ziel die
niet op deze wijze verbonden is en vastgehecht en verenigd met haar herder,
er in zou slagen haar verblijf op deze plaats te bestendigen.
Zij is immers door een gehuichelde gehoorzaamheid gebonden
“.
H. Johannes Climacos,
4e trede §24
Hij vergiste zich niet, deze grote man, werkelijk.
Trouwens, hij heeft schapen zonder vlek
én de weg getoond én tot volmaaktheid gebracht
én aan Christus als offer aangeboden.

de Hand van God met de geredde zielen - Resava [Manasija] Servië“ – Liefde is naar haar hoedanigheid
een gelijkenis met God,
voor zover dat voor stervelingen mogelijk is.
Naar haar werking
is ze dronkenschap van de ziel,
naar haar eigenheid is ze de bron van geloof,
afgrond van geduld en zee van nederigheid.
– Wie de Heer bemint,
heeft eerst zijn broeder bemind
cf. 1John.4: 20,
want  het tweede is het bewijs van het eerste.
Wie zijn naaste bemint,
zal kwaadsprekers nooit verdragen,
maar eerder van hen wegvluchten als voor                                                                                         vuur.
Wie zegt dat hij de Heer bemint, maar vertoornd is op zijn broeder,
gelijkt op een slaapwandelaar [bedriegt zichzelf en heeft een illusie].
– Liefde is schenker van [de gave van] profetie.
Liefde verschaft [de gave van] wonderen.
Liefde is afgrond van verlichting. Liefde is bron van vuur.
Hoe meer zij ontspruit, hoe meer zij de dorstige doet branden.
Liefde is een gemoedstoestand van de engelen.
Liefde omvat eeuwige vooruitgang.”
H. Johannes Climacos, 30e trede, §3, §15 en §18a
Christ Pantocrator, [detail] Chilandar, Athos [Gr.]De Liefde is voor de H. Johannes Climacos
het toppunt van al het Hoge en Goddelijke.
Daarom zijn haar effecten dan ook buitengewoon.
Er worden zielsgebieden blootgelegd, waarvan
wij tot nog toe geen vermoeden hadden:
wij mogen een blik werpen in
een door mystiek vuur vervulde ziel.
In het voorbijgaan worden haar ethische effecten vermeld;
‘gelukkig is hij die zo ijverig is op het gebied van de deugden als zij die
uit naijver waken over hun echtgenoten’
[30, §5b];
of wordt gewezen dat zij ‘haar minnaars onoverwinnelijk maakt’ [30, §18b].
Maar de grote interesse van de H. Johannes Climacos richt zich op de uitwerking in
de ‘dronkenschap van de ziel’ [30, §3].
Met steeds toenemende geestdrift wordt de Liefde bezworen:
‘Verlicht ons, geef ons te drinken, wees ons een gids  . . . . . opdat wij opstijgen naar U’ [30, §18b].
‘Gij hebt mijn ziel verwond en ik kan Uw vlam niet bedwingen.
‘Hoe meer de Liefde opkomt, hoe meer de dorstige doet opbranden’
[30, §18a].
‘De ziel is door een heilige waanzin overrompeld: [de Liefde] laat ook wie door haar zalige begeestering overvallen wordt, komt niet meer met rust’ [30, §1].
‘Gelukzalig is hij die zulk een vurig verlangen naar God bezit als een waanzinnige minnaar voor zijn geliefde heeft’ [30, §5a].
Hij is met Christus zeer nauw verbonden:
‘Een moeder pleegt niet zo gehecht te zijn aan het kind dat zij nog de borst geeft als een zoon van de christelijke Liefde altijd aan de Heer gehecht is’ [30, §5b].
Het gaat hier uiteraard niet om beeldtaal, maar om werkelijke mystieke ervaringen.
De stemming wordt steeds warmer en gebruikt de taal van het Hooglied.
De minnaar stelt zich onophoudelijk het gelaat van zijn Geliefde voor.
‘Zelfs tijdens de slaap wordt hij niet van zijn verlangen bevrijdt’ [30, §6].
Hooglied 5: 2 wordt geciteerd:
Ik sliep, maar mijn hart was wakker.
Hoor! Mijn lief klopt aan!
‘Doe open, zusje, mijn vriendin,
mijn duif, mijn allermooiste.
Mijn hoofd is nat van de dauw,
mijn lokken vochtig van de nacht’
“[erôs, 30, §7]
Dan volgt het slot waarin het verlangen en vervulling samenklinken:
‘De ziel verlangt en smacht naar de Heer als door een pijl van Liefde getroffen’ [30, §8].

Tot slot een gezegde uit de geschriften van de H. Johannes Climacos als geestelijk leidsman:

vasthouden aan God; ondanks alles vind je een blijvende Bron van Hoop”Alle dingen zijn mogelijk voor diegenen, die
geloven, zo heeft de Heer gezegd.
Ik ben onzuivere zielen tegengekomen die
tot over hun oren begeesterd zijn geworden
nadat zij de lichamelijke liefde bekend hadden.
Maar de ervaring met deze liefde gaf hen een reden voor berouw, ze hebben dezelfde liefde voor de Heer overgedragen en daardoor overwonnen zij alle angst,
werden ze aangespoord zich onverzadigbaar op
de liefde van God te storten,
dat is de reden waarom de Heer zegt:
Zien jullie deze vrouw?
Ik ben in uw huis gekomen; water voor Mijn voeten hebt gij Mij niet gegeven maar zij heeft met tranen Mijn voeten nat gemaakt en ze met haar haren afgedroogd.
Een kus hebt gij Mij niet gegeven, maar zij heeft, van dat Ik binnengekomen ben, niet opgehouden Mijn voeten te kussen.
Met olie hebt gij Mijn hoofd niet gezalfd, maar zij heeft met mirre Mijn voeten gezalfd.
Daarom zeg Ik u:
Haar zonden zijn haar vergeven, al waren zij vele, want zij betoonde veel liefde; maar
wie weinig vergeven wordt, die betoont weinig liefde.
En Hij zei tot haar: Uw zonden zijn u vergeven.
En die met Hem aan tafel waren, begonnen bij zichzelf te zeggen:
Wie is deze mens, dat Hij zelfs de zonden vergeeft?
En Hij zei tot de vrouw: Uw geloof heeft u behouden, ga heen in vrede!

Luc.7: 44-50

Mag de Heer ons een goede heilige Vastentijd met ware bekering  bezorgen,
door onze oefening, het onophoudelijk gebed en aandacht in Christus,
door deelachtig te zijn aan de Goddelijke Genade en
het Mysterie van het Groot en Heilig Kruis en dat wij
daardoor de Opstanding van Christus mogen ervaren.

Bij de Lofpsalmen van de Metten:
'I have found the One whom my soul loves'Komt, laat ons werken in de Mystieke wijngaard,
laat ons er vruchten verwerven van b
oetvaardigheid;
laat ons niet slechts zwoegen voor spijs en drank,
maar onder gebed en vasten deugden beoefenen.
Dan zullen wij de Heer van het welbehagen,
die ons ieder de denarie [4,5 gram zilver] verleent om onze zielen
vrij te kopen van de schuld van de zonden
in Zijn barmhartigheid
“.

3e Zondag van de Grote en Heilige Vasten – Zondag van de verering van het Heilige Kruis

Verering Groot en Heilig KruisOp de derde zondag van
de Grote en Heilige Vastentijd, gedenkt
de Orthodoxe Kerk
het Groot en  Leven-schenkende Kruis van
onze Heer en Heiland, Jezus Christus.
De diensten van deze zondag duiden een bijzondere verering van het Heilig Kruis aan, welke de gelovigen op de herdenking van de                                                                                  kruisiging tijdens de Goede Week voorbereidt.
De gedachtenis en de diensten van deze derde zondag in de vasten lopen vrijwel parallel
aan de feesten van de Verering van het Kruis [op 14 september] en
de Processie van het heilig Kruis  [op 1 augustus).
Het is niet alleen deze zondag van het Heilig Kruis die ons
de herdenking van de Kruisiging voor ogen stelt,  want
eigenlijk herinnert ons de gehele vastenperiode er aan,
dat wij met Christus gekruisigd zijn.

Zoals we “het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd hebben” [Gal.5: 24],
zullen wij er tijdens deze veertig daagse vasten aan herinnerd worden, dat
het Kostbaar en Leven-schenkende Kruis betrokkenen is om onze zielen,
die doordrongen kunnen zijn met een gevoel van bitterheid, wrok, en depressie
nieuw leven in te blazen en ons aan te moedigen.
Het kruis herinnert ons aan de Lijdensweg van onze Heer en door ons navolgen van Zijn voorbeeld, zet dit ons er toe aan Hem in de strijd en opoffering te volgen, ten einde verfrist, verzekerd, en getroost herboren te worden.
Met andere woorden, we dienen te ervaren wat de Heer tijdens Zijn Lijdensweg ervaren heeft – om te ervaren op een beschamende manier te worden vernederd.
Het Kruis leert ons dat wij door middel van pijn en lijden
de vervulling van onze hoop kunnen bereiken:
de hemelse erfenis en de eeuwige heerlijkheid.

Gr en H. Kruis, RavennaZoals op een lange en moeilijke weg die
je dient te volbrengen en na door vermoeidheid te zijn overmand een grote opluchting en versterking kunt ervaren
in de koele schaduw van een groene
[leven-schenkende] boom.
Wij vinden troost, verfrissing en verjonging als gevolg van  het Leven-schenkende Kruis,
welke dankzij onze Kerkvaders op deze zondag wordt herdacht.
Zo worden wij versterkt en worden wij in staat gesteld om onze Vastenreis, uitgerust, bemoedigd en met lichte tred voort te zetten.

Het lijkt op de optocht die voorafgaat aan de komst van de koning,
het koninklijk protocol, de trofeeën en de emblemen van de overwinning
welke in processie worden meegevoerd en de Koning Zelf Die in een triomfantelijke parade, Zijn overwinning met gejubel en vreugde met vreugde van Zijn onderdanen in ontvangst neemt.
Zo wordt de Kruisverheffing welke aan de komst van onze Koning,
Jezus Christus voorafgaat, op deze dag verzinnebeeld.
Het attendeert ons dat Christus op het punt staat Zich een weg te banen
naar Zijn overwinning over de dood en
ons in de glorie van de Verrijzenis te verschijnen.
Zijn Leven-schenkende Kruis is Zijn Koninklijke scepter en
door dit te vereren zijn wij vervuld met vreugde,
waardoor Hem de eer toekomt.
Hiermee worden we voorbereid om onze Koning, Die Daarmee over
de machten van de duisternis zal triomferen, te verwelkomen.

Exaltation of the Cross, athos manuscriptHet huidige feest is tevens om een ​​andere reden in het midden van de Grote Vasten geplaatst.
De Vasten kan worden vergeleken met het water te Mara in de woestijn; wat de kinderen van Israël niet konden drinken, want het was bitter.
Dit water is ondrinkbaar vanwege de bitterheid maar werd zoet toen
de Profeet Mozes het [Kruis]hout in de diepte van het water onderdompelde.
Ook het hout van het Groot en Heilig Kruis verzoet de dagen van onze vastenperiode ,
welke vanwege onze tranen zo bitter en vaak pijnlijk is geworden.
Maar Christus troost ons tijdens onze weg door de woestijn van het vasten.
Hij begeleidt ons en neemt ons bij de hand om het geestelijke Jeruzalem
door de kracht van Zijn Opstanding te bereiken.

Cross, the Tree of LifeTevens wordt het Heilig Kruis
wel de Boom des Levens genoemd,
Die in het midden van de vastenperiode,
net zoals de vroegere boom des levens zich in het midden van de Paradijstuin [te Eden] bevond.
Op deze manier herinneren onze Heilige Kerkvaders ons aan de hebzucht [de gulzigheid] van Adam en
dat door deze Boom de veroordeling
wordt geseponeerd [vaarwelgezegd].
Daarom zullen wij wanneer wij ons aan het Heilig Kruis vasthouden,
nooit de dood ondergaan maar het eeuwige leven beërven.

Verering van het Kruis van onze HeerDe meest voorkomende Icoon in verband met
de verering van het Groot en Heilig Kruis
is dezelfde als die gebruikt wordt op het Feest van
de Verering van het Heilig Kruis op 14 september.
Op deze Icoon wordt Patriarch Macarios afgebeeld die op een preekstoel staat en het Kruis opheft zodat iedereen
het kan zien en vereren; naast de Patriarch staan veelal diakens, die kaarsen ophouden.
Het verhoogde Kruis wordt door vele geestelijken en leken omgeven en vereerd, waaronder ook de Heilige Helena, de moeder van keizer Constantijn.
Op de achtergrond van de Icoon zie je de vorm van een koepel, welke de kerk van de Verrijzenis in Jeruzalem aanduidt.
Deze kerk is een van de kerken die op last van keizer Constantijn op de heilige plaatsen van Jeruzalem gebouwd en ingewijd zijn.

KruisEen ander Icoon rond dit feest
geeft de werkelijke dienst van verering aan, die in de kerken op de derde zondag van de vasten wordt uitgevoerd.
In het midden de Icoon van het kruis.
Deze ligt op een tafel [Аналои], omringd door bloemen.
Boven het Kruis is het Christus afgebeeld in een gedeeltelijke mandorla [afgeleid van het Italiaanse woord voor amandel] die Zijn heerlijkheid aantoont.
Hij zegent hen die hebben verzameld hebben om het Kruis te vereren; de heersers, de geestelijken, de kloosterlingen en de leken.

Tijdens de dienst van verering, zegent de priester de mensen die het kruis vereren  met een zegenkruis en zingen allen het lied
Wij vereren Uw Kruis, o Christus en
Uw heilige Verrijzenis loven wij
“.

De zondag van het Heilig Kruis wordt herdacht met de Goddelijke Liturgie van
de H. Basilius de Grote, die wordt voorafgegaan door de Metten.
De grote Vespers wordt uitgevoerd op de voorafgaande zaterdagavond.
De hymnen van het Triodion voor deze dag worden toegevoegd aan
de gebruikelijke gebeden en de gezangen van de wekelijkse dienst van
de Opstanding van Christus.
De schriftlezingen voor de zondag tijdens de Goddelijke Liturgie zijn:
Hebr.4: 14 – 5: 6 en Marc.8: 34 – 9: 1.
Aan het einde van de dienst, komen de mensen het kruis vereren en
ontvangen bloemen of basilicum van de priester.

Apolytikion       1e tn
Heer, red Uw volk en zegen Uw erfdeel;
en bescherm Uw Gemeente door Uw Kruis“.

Kontakion          tn.7
Nu staat niet langer als een wachter
het vlammend zwaard voor Edens poort.
Op die plaats staat nu, wat dit zo heerlijk heeft gedoofd,
het Hout van het Kruis.
Verdwenen is de prikkel des doods, de zege van de hel.
Want Uzelf, mijn Heiland,
zijt gekomen om tot de hades-bewoners te roepen:
‘Laat u terugvoeren in het Paradijs’
“.

Psalmen op basis van Waarheid samengesteld – Psalm 68 [69]

Vergeet nooit een ander te zegenenVeel psalmen bevatten een profetie.
Dit betekent dat ze van tevoren al verkondigen wat er gaat gebeuren.
Veel van deze profetieën gaan over Jezus.
Een goed voorbeeld hiervan
is Psalm 21 [22].

Psalm 68 is nu niet bepaald een psalm, die veel profetieën bevat.
Het vertelt ons, evenals de profeet Jeremia, over wat er velen van het Gods volk onderweg overkomt.
young man, not bad, badly frustrated by our systemOmdat de mens, die God haat,
Hem niet kan treffen kwetsen ze in plaats van God het volk van God.
Regelmatig doden ze hen, ook in onze tijd.
We noemen dit kwetsen en doden van mensen “vervolging“.

Mensen vervolgen vaak degenen die:
· uit een ander land afkomstig zijn;
· die iets anders geloven.
. die tot een minderheidsgroepering behoren

Zo werd Jezus eveneens vervolgd.
Om deze reden overkwam Jezus een aantal van de dingen die in Psalm 68 genoemd worden.
Toen de Apostelen, Jezus volgelingen de boeken van het Nieuwe Verbond schreven,
herinnerden ze zich de dingen die Christus overkomen waren en in Psalm 68 beschreven staan.
Hun ogen werden geopend – en zij beschreven Zijn leven aan de hand van wat in de boeken van het eerste Verbond [met het uitverkoren Volk, Israël] – Christus had hen immers duidelijk gemaakt dat
Zij alles wat de profeten over Hem gesproken hadden dienden te toetsten.
Hij zei: moest de Christus dit niet lijden om in zijn heerlijkheid in te gaan?
En Hij begon bij Mozes en bij al de profeten en legde hun uit, wat in al de Schriften
op Hem betrekking had.
Luc.24: 25-27
Maar datgene wat Jezus overkwam, zal tevens met al de andere dienaren Gods overkomen.
Jezus gebruikte een van de verzen uit Psalm 68 om aan zijn vrienden uiteen te zetten
dat zij eveneens door vervolgd zouden worden.
Hij noemde deze mensen ‘de wereld’ en daarmee bedoelde Hij de mensen die Hem
niet liefhadden, vertrouwden en gehoorzaamden.

Hier het gedeelte uit het Johannesevangelie van wat Jezus zei:
– “Indien de wereld u haat, weet dan,
dat zij Mij eerder dan u gehaat heeft
“.
John.15: 18
– “Gedenkt het woord, dat Ik tot u gesproken heb:
Een slaaf staat niet boven zijn heer.
Indien zij Mij vervolgd hebben, zij zullen ook u vervolgen;
indien zij mijn woord bewaard hebben,
zullen zij ook het uwe bewaren.
Indien zij Mij vervolgd hebben,
zullen zij ook u vervolgen
“.
John.15: 20
– “Hij die Mij haat, heeft ook haatgevoel voor Mijn Vader“.
John.15: 23
– “Maar dit gebeurde, opdat het woord zou uitkomen,
het woord in de Schrift: ‘zij haatten me zonder reden’
“.
John.15: 25
Niet het gehele hoofdstuk wordt hier afgedrukt;
maar neem eens een Bijbel bij de hand en lees dit gehele hoofdstuk,
je zult versteld staan wat Christus ons hier openbaart.

Waar De Schrift in Psalm 68: 4 over spreekt is over Christus, die
toen het geschreven werd nog niet mens geworden was.
Jezus vat twee delen van dit vers samen,
1.]. De mensen haten me …
2.]. Ze hebben hier geen reden toe.

Psalmen van vervloeking
Veel van de psalmen zijn tevens gebeden.
Gebeden zijn de woorden die we tot God richten.
Het merendeel van de psalmen vraag God om goede dingen,
maar een enkele niet.
Ze vragen om slechte dingen te laten gebeuren met de mensen;
met de wereld.
We noemen deze “Psalmen van vervloeking of verwensing“.
We kunnen ze ook “Psalmen met slechte gebeden” noemen;
christenen houden niet van deze onaangename gebeden.
Christenen hebben ons overgeleverd dat Jezus dit Zelf ook niet graag deed.
Hij kon geen gebed met akelige dingen over Zijn vijanden uitspreken.
Toen ze Hem gekruisigd hadden bad Hij:
Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen“.
Luc.23: 34
We dienen ons als Christen [als Christus] te gedragen, te doen als Hij deed en
om goede dingen te laten gebeuren, zelfs voor onze vijanden.
Maar degenen die de Bijbel bestuderen zijn nog steeds van mening
dat ze ook de slechte gebeden dienen uit te leggen.
Ze staan nu eenmaal in de Bijbel en Paulus heeft ons laten weten
dat de gehele Bijbel voor ons van nut is:
Elk van God ingegeven Schriftwoord is ook nuttig om
te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en
op te voeden in de gerechtigheid,
opdat de mens Gods volkomen zij,
tot alle goed werk volkomen toegerust
“.
2Tim.3: 16,17
Eén van de nuttige conclusies, die we eruit kunnen trekken is:
dat het ons duidelijk maakt hoe we niet voor onze vijanden dienen te bidden!

Veel van onze vijanden  zijn [hoewel ze echt Gods vijanden waren] christen geworden
door het gebed van hun slachtoffers.
Sommige befaamde Bijbel verklaarders leggen dit op een bijzondere manier uit.

Sint-Augustinus [1600 jaar geleden] en Bonhoeffer [60 jaar geleden] zeiden dat
dit niet de woorden van de Psalmist waren.

  • Het waren de woorden van Jezus Die door de psalmist sprak.
    Ze maakten duidelijk wat er met Gods vijanden zou gebeuren
    wanneer ze Hem niet voorafgaand aan om vergeving vroegen.
    Zij waren niet in staat:
    God te vragen om hen te vergeven
    · God te vragen om hen rechtvaardig te maken
    · God te vragen om hun namen in zijn boek van het Leven te vermelden.

Dit zou de verklaring zijn waarom een aantal van de Psalmwoorden
die Jezus gezegd heeft wel degelijk belangrijk zijn.
Hij zal over sommige mensen na hun dood verklaren,
Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij,
gij werkers van de wetteloosheid
“.
Matth.7: 23

Het is niet aan ons christenen om te zeggen
wat er met mensen dient te gebeuren
wanneer ze sterven.
Het is alleen voor God om te oordelen.
Augustinus en Bonhoeffer houden ons dus voor
dat God dit al heeft geopenbaard heeft in de Psalmen van vervloeking of verwensing.
Het komt ons slechts toe God te vragen dat
Hij ook de slechte mensen, die wij ontmoeten
zal gedenken in Zijn Koninkrijk.

Orthodoxie & bezinning tijdens de Grote Vasten

Meditations LentDe periode van de vastentijd is voor de ware gelovigen
een periode waarin zij zich proberen te verbeteren, door te vasten, te lezen en volgens de regels en
de canons van de Kerk hun leven in te richten.
Het lezen van de hymnen van de kerk, de Blijde Boodschap [de H. Schrift] en boeken die zich op het Vasten richten geven ons allemaal een inzicht in de rijkdom en
de mysteries van de Kerk [de Ecclesia].
Het nieuwe [Engelstalige] boek ‘Meditaties voor de Grote Vasten’,  welke geschreven is door
Archimandrite Vassilios Papavassiliou
[een priester van de Grieks-orthodoxe aartsbisdom Thyateira en Groot-Brittannië] en gepubliceerd door de conciliaire Press
[Ancient Faith Publishing ISBN: 978-1-936270-60-6, $9.95]
is een geëigende bron voor diegenen die geïnteresseerd zijn in
de schoonheid en de spiritualiteit van de vasten.
Ondanks de aanpak van het onderwerp vanuit een orthodoxe standpunt,
kan dit boek eveneens door gelovigen van andere denominaties worden gelezen,
die kennis willen nemen van de praktijk en de leringen gedurende de vastentijd.

Ladder of Divine Ascent, closeupVader Vassilios identificeert de belangrijkste punten
betreffende de vasten aan de hand van passages uit
het Liturgisch boek van het Triodion
[het boek gebruikt voor de diensten van deze periode door de Orthodoxe Kerk, die veel spiritualiteit en leringen bevatten die samenvallen met de sfeer en de schatten welke in deze periode zo intrigerend zijn].
De hoofdstukken worden gescheiden in Vasten thema’s, het onderzoeken van onderwerpen als nederigheid, berouw,
ascetische liefde, het vasten van de zonde en anderen,
hetgeen leidt tot de vreugde en de glorie van het Pascha.

Velen zijn vandaag de dag in de Kerk van mening dat
het vasten betreffende bepaalde voedingsmiddelen wel genoeg is en
bekritiseren degenen die dat niet diepgaand genoeg doen.
Zij vergeten maar al te zeer de teksten in de Bijbel die hier duidelijk afstand van neemt en duidelijk ingaat deze oordelen tegen.
Wie wel eet, minacht hem niet, die niet eet, en
wie niet eet, oordeelt niet, die wel eet,
want God heeft hem aanvaard.
Wie zijt gij, dat gij eens anders knecht oordeelt?
Of hij staat of valt, gaat zijn eigen heer aan.
Maar hij zal staande blijven, want
de Heer is bij machte hem vast te doen staan“.
Rom.14: 3-4

Dit boek benadrukt echter dat we indien we ten opzicht van
onze Heer en Zaligmaker een waar orthodoxe leven willen aanbieden
We als “Zijn schapen dienen te luisteren naar Zijn stem;
Hij ken ons en wij volgen Hem
”.
cf. John.10: 27
De woorden in de Bijbel zijn er niet zomaar,
Jezus zegt “ze zijn Geest en leven” .
John.6: 63
We hebben de heilige Geest er wel bij nodig.
De Bijbel wordt pas echt Gods stem, als de Geest van God ons er in kan leiden,
zodat we er die woorden uit kunnen halen, die God tot ons wil zeggen.

> God gebruikt ook regelmatig mensen om tot ons te spreken,
al betekent dat wel dat we nederig moeten willen zijn,
bereid om te luisteren en daar niet te trots voor zijn.
Soms hebben mensen het niet eens in de gaten dat God door hen tot anderen spreekt, maar jij bemerkt het gewoon
omdat een bepaalde zin of een of andere opmerking
je diep van binnen raakte.
Dat kan soms zelfs pijnlijk zijn, omdat God je dan
op een zwakte of een fout kan wijzen.
Maar het is van levensbelang om bereid te luisteren
naar waarschuwingen die door anderen komen,
vooral als die mensen zelf ook een hechte relatie met God hebben.

Veel christenen, zelfs leiders, gaan geestelijk de fout/mist in,
omdat ze te trots zijn om Gods stem te herkennen door de ander heen.
Het mag beslist hoogmoed genoemd worden,
als leiders niets aannemen van anderen, omdat
ze menen niet gecorrigeerd behoeven te worden.
Zolang hetgeen wordt opgemerkt in liefde gezegd wordt,
zouden we daar altijd naar dienen te luisteren.

Hierover zul je in de Apostellezingen opmerkingen tegenkomen als:

  • Vermaant daarom elkander en bouwt elkander op,
    gelijk gij dit ook doet [1Thess.5: 11].
  • Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkander, opdat
    gij genezing ontvangt. Het gebed van een rechtvaardige vermag veel,
    doordat er kracht aan verleend wordt [Jac.5:16].
  • Dient elkander, een ieder naar de genadegave, die hij ontvangen heeft, als goede rentmeesters over de velerlei genade Gods [1Petr.4: 10].
  • Tot de farizeeërs zegt Christus:
    Het Koninkrijk Gods komt niet zo, dat het te berekenen is;
    ook zal men niet zeggen: zie, hier is het of daar!
    Maar zie, het Koninkrijk Gods is in u” [Luc.17: 20-21].

Psalm 50, Coptisch liturgisch boek– het is je geweten
[heb je dat niet altijd al geweten?]:
Je geweten legt geen geboden of verboden op, maar stelt ‘onaangename‘ vragen:
zou je dat wel doen, weet je het wel zeker, weet je wel wat de consequenties zijn,
is dat niet egoïstisch, ben je nu wel eerlijk,
omdat anderen dat doen,
behoef jij het toch nog niet te doen,
hoe zou je het vinden,
als iemand dat bij jou zou doen,
waarom vind je dat belangrijk,
wat wil je daarmee bereiken,
is dat nou wel leuk,
waarom wil je dat eigenlijk,
hoe kom je daarbij, heb je dat echt zelf bedacht,
waarom doe je dat en nog heel veel andere vragen
En dat geweten blijft maar vragen stellen, niet om lastig te zijn,  maar om mensen
te waarschuwen en te behoeden.

Vasten gebeurt zowel geestelijk als lichamelijk en  de samenhang is van cruciaal belang, als
we naar de hymnen en de leer van de Triodion luisteren.
Nieuwe ideeën en inzichten worden geanalyseerd;
de auteur stelt dat:
de geestelijke strijd van de vastenperiode en van het christelijk leven
één geheel is niet een kwestie van het vermijden van de passies,
maar er proberen vat op te krijgen“.
Een verfrissend idee, vooral voor degenen die
proberen zich strikt te houden aan de deugden van het Vaten en
het algemeen christelijke leven in onze moderne geglobaliseerde en digitale samenleving, waar de meeste van de tijd in zonde door te brengen  voor velen de meest gemakkelijke optie blijkt te zijn.
Dit kleine, zakformaat boek bevat
de belangrijkste thema’s van de periode van Triodion.

Deze onderwerpen worden toegelicht in een eenvoudige [engelse] taal, toegankelijk voor allen, ontleend aan de diensten van de Orthodoxe Kerk.
Daarom stel ik voor dat wie de periode van de vastentijd enigszins wil begrijpen,
voordat hij naar de Goddelijke Liturgie op een zondag gaat,
ze eens een hoofdstuk van dit boek dienen te lezen om
de hymnen, de apostellezing en de Evangelielezingen in de kerk
beter te begrijpen.
Dit zal gelovigen van oost en west dichter bij de ware betekenis en
de idealen van de vastentijd te brengen,
het creëren van een “blijde verwachting” voor Pasen.
Bovendien is dit een boek dat ieder jaar tijdens de Vastenperiode
kan worden gelezen,
Het herinnert ons aan onze verplichtingen,
zodat wij als christenen op steeds deugdzamer wijze
het uiteindelijke doel  van dit leven bereiken,
dat wil zeggen de Theosis.

Orthodoxy & Hesychasm

Karoúlia [Grieks, Τα Καρούλια] is een gebied in het zuidwesten van de berg Athos, waar diverse kluizenaars wonenDe Traditie van het aanleren van het geestelijk gebed wordt in de Orthodoxe Kerk Hesychasme genoemd.
Het wordt tot in detail beschreven in
de Philokalia, een compilatie van wat diverse heiligen over het gebed en het geestelijk leven hebben geschreven.

In de praktijk draagt het Hesychastisch gebed maar een ​oppervlakkige gelijkenis met wat in andere tradities veelal mystiek gebed of meditatie wordt genoemd, hoewel deze overeenkomst ontzettend vaak in populaire geschriften op nogal overdreven wijze onjuist wordt benadrukt.
Men zou er bijvoorbeeld specifieke lichaamshoudingen bij dienen te betrekken en
het gebed zou moeten worden begeleid door een zeer bewuste ademhaling.
Waar het in werkelijkheid om gaat is het verwerven van een innerlijke stilte, het negeren van de fysieke zintuigen, het trachten te bereiken van een innig [gebeds]contact met de Heer.

H. Silouan de Athonite, frescodetail uit de I.M. Kellí Maroudá, naby Karyes, AthosDe hesychasts wordt geacht het gebod van Christus te volgen
Ga je binnenkamer [ταμεῖον] binnen” [Matth.6: 6], hetgeen
betekent dat je al je zintuigelijke indrukken dient te negeren en
je naar binnen dient te keren om te bidden.
Het omvat het onophoudelijk herhalen van het Jezusgebed:
Heer Jezus Christus, Zoon van God,
ontferm U over mij, zondaar“.

Sommigen leggen dit uit als een uit als een uit het verre oosten afkomstig mantra, maar een beoefening op zo’n manier schiet totaal haar doel voorbij, sterker nog de intentie, de achtergrond en het doel wordt geschonden.
Het is nimmer de bedoeling van de Kerkvaders geweest aaneensluitende lippendienst met
een “oppervlakkige” betekenis te propageren.
Een inhoudsloze herhaling van woorden wordt door hen als waardeloos beschouwd en
in de Hesychasme traditie zelfs als geestelijk schadelijk geacht.

De H. Theophan de kluizenaar haalt slechts terloops een keer aan dat
lichaamshoudingen en ademhalingstechnieken in zijn jeugd vrijwel verboden waren, omdat zij in plaats de Geest van God te verkrijgen,
de mensen ertoe brachten “hun longen te ruïneren“.
Gebedsnoer van de ''tranen van de moeder Gods'', [Δάκρυ της Παναγίας] wordt eveneens voor het Jezusgebed gebruiktHet Hesychasme werd door
de H. Gregory Palamas theologisch verdedigd tijdens drie afzonderlijke Hesychasme synodes in Constantinopel
in de periode van 1341-1351.
Hij werd door zijn collega-monniken op
de berg Athos gevraagd het Hesychasme te verdedigen tegen de aanvallen van
Barlaam van Calabrië, die voor een meer intellectualistische benadering van het                                                                                               gebed had gepleit.

‘Hemelladder’, ets uit de 17e eeuw van Jan Luyken, Amsterdam [1649-1712]Over de herdenking van de dood in
het boek “de Hemelladder” [stap 6]:
Elk woord wordt voorafgegaan
door het denken.
De gedachte aan de dood en de zonden
gaat vooraf aan wenen en rouw.
Niet elk verlangen naar de dood is goed.
Sommigen mensen, die voortdurend zondigen als macht der gewoonte,
bidden om in deemoed te mogen sterven.
Anderen, die weigeren zich te bekeren, roepen uit radeloosheid om de dood.

En sommigen, die zich uit hoogmoed emotieloos beschouwen, bezitten voor zolang het duurt geen angst voor de dood.
Anderen weer, [indien deze ergens te vinden zijn], roepen voorafgaand aan hun vertrek uit deze wereld, om de nederdaling van de Heilige Geest.
Er zijn er ook die zich vol verwondering afvragen: “Wanneer de herinnering aan de dood zo gunstig voor ons is waarom heeft God dan de kennis van het uur van de dood voor ons verborgen?

—> Niet wetende dat God ons op deze grandioze manier onze redding doet toekomen.

Want iemand die na zijn doop of kloosterleven – de wetenschap zou hebben – onmiddellijk zijn dood te moeten ondergaan, zou al zijn dagen door brengen in ongerechtigheid en
zou zich alleen op de dag van zijn dood aan de doop en bekering overgeven en zich met God verbinden.
Na een lange gewoonte van verbondenheid met de ondeugd zou hij volkomen onverbeterlijk volharden.

Het inzicht in de Passies aan de hand van de Philokalia [= de liefde voor het schone] en
de Kerkvaders over de genezing van de ziel door je onophoudelijk in te zetten tot het Jezusgebed

ascetismeIk kan in dit verband niet zwijgen over
het verhaal van Hesychius de Horebite.
Hij had zich zijn hele leven overgegeven
aan grove nalatigheid, zonder ook maar
de minste aandacht te schenken
aan zijn ziel.
Toen werd hij ernstig ziek en zijn einde leek nabij.
Toen hij daarbij tot zichzelf kwam,
smeekte hij ons allemaal om hem onmiddellijk te verlaten.
En hij blokkeerde de deur van zijn cel en bleef daar twaalf jaar lang zonder ooit een woord met  iemand anders te wisselen en zonder iets anders dan water en brood te eten.

Hij was al die tijd onverbeterlijk gebleken en was zo verrukt geraakt wat hij in de geest
in zijn extase had gezien, dat hij zijn manier van leven de rug toe keerde.
Hij was bij voortduring  met zijn verstand en gedachten bezig geweest maar vergoot nu stilletjes dikke tranen.
Toen hij op het punt stond te sterven, werd de steen voor zijn graf weggerold en
kon Christus bij hem binnendringen en na veel aandringen is
het enige wat wij ooit uit zijn mond nog hebben vernomen:

– “Vergeef me! Want niemand die de aanblik van de dood onder ogen heeft gezien
zal nog in staat zijn te zondigen
” -.

We waren met stomheid geslagen dat iemand die voorheen zo nalatig was geweest
zo plotseling te zien veranderen door deze confrontatie.
We hebben hem eerbiedig op het kerkhof begraven in de buurt van het klooster en een vastgestelde periode later hebben we zijn heilige overblijfselen trachten op te graven, maar we vonden ze niet.
Dus door Hesychius’s observatie en zijn prijzenswaardig berouw, liet de Heer ons zien dat
Hij degenen aanvaardt die zelfs na lange nalatigheid verlangen om te veranderen.
H. Johannes Climacos,
boek “De Hemelladder”, over de vooruitgang op de goddelijke weg.
de dokter als replica van God; '' Dokter, hoe lang heb ik nog?''.De Kerkvaders waarschuwen ons
over de noodzaak om ons te bekeren,
ons van de wereldse geneugten af te wenden.
Zoals de psalmist zegt:
De mens, zijn dagen zijn als gras;
als een veldbloem is zijn bloei.
Want wind waait erover, en hij is er niet meer;
zelfs zijn plaats is niet meer te vinden“.
uit Psalm 102 [103], vert RO-klooster Den Haag

> “In mijn lichtzinnigheid ben ik weggetrokken van het heilige werk; ik ben weggetrokken naar een ver land om slaaf te worden van vreemden, die
listig gebruik maakten van mijn hartstochten.
Maar nu keer ik terug naar Huis:
Vader, neem mij op en roep mij tot U, als een van Uw huurlingen
“.

??????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????> “Neem mij op, Verlosser,
zoals de Verloren Zoon.
Laat mij in reinheid terugkeren
tot de vroegere schoonheid,
opdat ik Uw grote barmhartigheid
mag bezingen
“.

> “Barmhartige Verlosser,
strek ook mij Uw armen tegemoet,
zoals Gij ze hebt uitgestrekt naar de Verlorene, toen hij zich afkeerde van zijn zondige wegen.
                                                                                  Schenk mij de vroegere schoonheid terug,
                                                                                  die ik in mijn dwaasheid door slechte daden
                                                                                  verloren heb doen gaan“.
uit 1e ode van de metten
van de Zondag van H. Gregorios Palamas.

2e Zondag van de Grote vasten – Zondag van de Heilige Gregory Palamas [Γρηγόριος Παλαμάς, 1296–1359]

H. Gregory Palamas, icoon Dionysiou klooster, AthosDe zondag van de Heilige Gregorius Palamas is
de tweede zondag van de Grote Vasten.
Zij herdenkt de Heilige Gregory Palamas [1296-1359].
Gregory Palamas was een monnik van de berg Athos in Griekenland, later de metropoliet [aartsbisschop] van Thessaloniki en staat bekend als een vooraanstaande theoloog betreffende het  Hesychasm.
Zijn leer belichaamt de verdediging van het Hesychasm tegen de aanvallen van Barlaam, welke in westerse kringen veelal wordt aangeduid als Palamism,
Deze zondag wordt tussen de zondag van de Orthodoxie en
de zondag van het Groot en Heilig Kruis gevierd.

Iedere zondag in de Grote en Heilige Vasten heeft haar eigen speciale thema.
Deze zondag heeft als thema dat de mens door Gods genade in de Heilige Geest
een goddelijke staat, de theosis kan bereiken.
Dit spirituele thema geeft een uitbreiding  aan dat van de eerste zondag van de Grote Vasten, het Orthodox Geloof.
Als aanvulling op het verkrijgen van het Geloof, dient men zich inspanning te getroosten.

De Apostellezing geeft daarom aan dat we meer aandacht dienen te schenken aan
de dingen die we hebben gehoord, opdat wij niet zullen afdrijven …
hoe kunnen wij daaraan ontkomen, nu wij zo’n grote zaligheid in het vooruitzicht hebben?
[Hebr.1: 10 -2: 3]
Het Evangelie les toont ons de scene van de inspanning en het verlangen via
de verlamde die door het dak tot Christus wordt gebracht.
[Marc.2: 1-12]

Historisch was het de Heilige Gregory Palamas, die 14 november zijn feestdag heeft,
die getuigenis aflegde dat de mens, in dit leven al, door gebed en vasten
deelachtig kan worden aan het ongeschapen licht, Gods goddelijke Glorie.
Na de heiligverklaring van H. Gregorius Palamas in 1368, werd er een tweede herdenking vastgesteld;  waarbij als een tweede Triomf van de Orthodoxie voor de 2e Zondag van de Grote Vasten werd gekozen.Het viert de veroordeling van de tegenstanders van de H. Gregory Palamas en de rechtvaardiging van zijn leer van de Kerk.

Saint Gregory Palamas celebration in ThessalonikiTroparion           Tn.8
Toortsdrager van de Orthodoxie,
steun en leraar van de Kerk,
Sieraad van de monniken,
onoverwinnelijke kampioen van Theologen,
Roem van Thessalonika,
Prediker van Gods Genade,
wonderdoende Gregorios ,
Bid onophoudelijk opdat
onze zielen worden gered
“.

Kontakion          Tn.4
Nu is het tijd voor actie!
een vonnis staat ons te wachten!
Dus laten we snel opstaan​,
laten we met tranen van berouw
een liefdegift aanbieden:

Onze zonden zijn talrijker dan het zand van de zee;
maar vergeef ons, o Meester van allen,
zodat we de onvergankelijke kronen mogen ontvangen
“.

Kontakion          Tn 8
Heilig door God bezield instrument van Wijsheid,
stralende luid-klinkende bazuin van de theologie,
zo bezingen wij U, o God geïnspireerde Gregorios.
wiens geest zich gehel gevestigd heeft in de Eerste Geest.
leid ook onze geest tot Hem, o Vader,
opdat we mogen zingen:
‘Verheug u, prediker van genade’
“.

Orthodoxie & verleidingen; tussen durf en wanhoop

Parintelui Petroniu Tanase2Meestal is de mens afwijzend om
met zichzelf geconfronteerd te worden;
hij is terughoudend om naar zichzelf
[in zijn ziel] te kijken.
Hij neemt er zelfs de tijd niet voor om
te zien hoe het met hemzelf gesteld is.
De mens is zelfs bang om dit te doen;
hij heeft het gevoel dat dit een riskante onderneming is.
Hij is bang wanneer
je te lang naar binnen in jezelf gaat kijken,
dat je dan duizelig wordt en de grip
[
de controle] verliest“.
Staretz Petroniu [Tanase – † 22 Februari 2011] skite Prodromu, Athos

De schokkende, walgelijke wortels van de Hebreeuwse onderbuikgevoelens tentoon gesteldKeer op keer laat Christus ons zien dat
Farizeeën eveneens niet alleen ongevoelig waren maar dat hun sluwheid en onwetendheid
de enige deugd waren die zij bezaten.
Terwijl Christus, de God en Redder,
alle zondaars die Hem naderden vriendelijk tegemoet trad, werden zij
boos en mompelden wat in zichzelf.
Zij wilden Zijn Heerlijkheid en de gedragslijn van Zijn geduld en Zijn overweldigende vriendelijkheid vermijden, uit de weg gaan.
De Farizeeën waren sluw, omdat ze ongevoelig waren om van het gegeven van vergeving uit te gaan, terwijl hun zielen meer verdorven waren     dan de andere mensen die zij zelf veroordeelden.
De Heer en Redder, is onnoemelijk goed en meer dan vriendelijk en wordt als een eindeloze schatkamer van barmhartigheid genoemd, maar ten opzichte van de Farizeeën liet Hij er geen gras over groeien.
De Farizeeën gedroegen zich als wilde paarden die je nog niet met een gestrekte hand durft aan te raken, laat staan dat je hen maar een ogenblik over hun zonden behoefde aan te spreken.
Daarom sprak de Heer in gelijkenissen en vermengde Zijn belastende geneeskunde met smakelijke honing; opdat Hij hen vakkundig op de genezing van hun ziekte kon wijzen,
Hij leerde hen dat genezing een opluchting teweeg brengt en dat God het berouw van een zondaar met vreugde treed en van de zondaars houdt.

Schoven van tarwe, Vincent van Gogh - Jezus Christus, Gods Zoon, is dé Eersteling voor GodGod is de oorsprong van
alle zichtbare en onzichtbare dingen.
God is onzichtbaar;
heb daarom eerbied  voor de onzichtbare God.
Kijk verlangend uit naar
deze onzichtbare God, snak naar Hem.
God is een eeuwige, Al-heilige, Barmhartige, Alwetende, Almachtige, Rechtvaardige, Alomtegenwoordige, Onveranderlijke, geheel tevreden, Hoog-gezegende Geest.
En jij bent het beeld van God.
Leef daarom op geestelijk niveau, veracht het vlees, wat alleen maar je tijdelijke woning is;
wees heilig, vriendelijk, wijs, rechtvaardig, waakzaam,                                                                    en onbevreesd; onveranderlijk in goede dingen en                                                                          wees met alles wat je ten deel valt tevreden.
God heeft Zichzelf een huis gebouwd en
heeft daardoor het volste recht daar ook in te wonen.
Wij zijn met z’n allen de huizen van onze Schepper;
Hij heeft ons geschapen voor Zichzelf, want
Hij “heeft al de dingen uit Zijn eigen interesse gedaan” en
Hij is Degene Die in ons  dient te wonen en niet de duivel, die dief en overvaller,
die bedrieger en moordenaar.
Johannes de Theoloog1.].Kom en verblijf in ons
[het Gebed tot de Heilige Geest];
2.].Indien iemand Mij liefheeft,
zal hij Mijn woord bewaren en
Mijn Vader zal hem liefhebben en
Wij zullen tot hem komen en
bij hem wonen
“.
John.14: 23;
3.].Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest van God in u woont?“.
1Cor.3: 16

Sta hier eens bij stil – met elk woord dat je uit[spreekt],
– bij elke gedachte bij het lezen van God’s Woord [de H.Schrift].
Doe hetzelfde bij het lezen van de geschriften van de Heilige Vaders en
tijdens de verschillende gebeden en gezangen, die
we in de kerk horen of die we thuis opzeggen, want
het zijn allemaal ademhalingen en woorden van de Heilige Geest.
Het is om het anders te formuleren, de “Heilige Geest Zelf“, want
wij weten niet wat wij bidden, maar
de H. Geest Zelf pleit voor ons
met onuitsprekelijke verzuchtingen
“.
Rom.8: 26

''Laat ons in vrede tot de Heer bidden''De grote Litanie die dagelijkse in de Orthodoxe Kerk wordt gebeden is de meest begenadigde litanie, het is de litanie van de Liefde; want hierin worden zowel de levende christenen als de heiligen tezamen voorgesteld als deelgenoot aan het Lichaam van Jezus Christus.
Het eindigt met het mooiste van al,
de daaropvolgende uitroep:
Onze al-heilige, ongerepte, hoog-gezegende, roemrijke Koningin, moeder van onze God en altijd-maagd Maria
met alle Heiligen gedenkend, bevelen wij onszelf,
elkaar en geheel ons leven aan
“.
De dubbele Litanie van de gelovigen en smekende litanieën zijn ook intens mooi.
We zijn er zo gewend aan geraakt, maar laten we ons eens voorstellen dat
we ze voor het eerst horen  en laten we onszelf eens in de positie wanen
van een buitenstaander.
Wanneer we tot God bidden, dienen we onszelf altijd in de positie te stellen ten opzichte van Zijn onbegrensde Grootheid, dat Hij tevens omringd wordt door miljoenen Engelen en Heiligen, die opvliegen en zingen:
Christ in Glory, surrounded by angelsHeilig, heilig, Heilig is de Heer Sabaoth,
zowel Hemel als aarde zijn vol van Uw Heerlijkheid
“.

>> Degenen die Gods beschouwingen
niet begrijpen wandelen op een heuvelrug
als op het scherp van een mes en worden bij het minste of geringste door elk zuchtje wind uit balans gebracht.
– “Wanneer zij geprezen worden, juichen zij
himmel jauchzend hoch’
;
– wanneer zij bekritiseerd worden, zijn zij
‘zum Tode betrübt’ [uit Goethe’s Egmont, 1787].
– Wanneer zij feest vieren,
vreet hij zich als een feestvarken zo vol;
– wanneer zij lijdt ontberingen lijden,                                                                                                    steunen ze en kreunen ze.
– Wanneer zij inzicht hebben, dan lopen zij ermee te koop;
– wanneer zij iets niet begrijpen, doen ze alsof ze het inzicht wel hebben.
– Wanneer rijkdom hen ten deel valt, hebben zij een machogedrag;
– wanneer zij in armoede verkeren, speelt hij de huichelaar.
– Wanneer zij volgevreten zijn, groeit hun blazoen gretig;
– wanneer zij vasten , worden zij aanmatigend.
– Zij maken ruzie met degenen die hen berispen;
– degenen die hen vergeven, beschouwen zij als dwazen”.
Heilige Marc de ascetische [5e-6e eeuw],
over degenen die het idee hebben dat
zij rechtvaardig zijn door eigen werken.

Saint John of Kronstadt>> Veel mensen bidden wel,
maar maken er hun gewoonte van
hun gebed hypocriet te voltooien.
Veelal hebben ze zelf niet eens in de gaten of
ze wensen het gewoon niet te zien dat
ze ongeïnteresseerd bidden, niet in geest en in waarheid.
Zo er iemand zich opwerpt om hen te beschuldigen van dit ongeïnteresseerd bidden, worden ze boos op degenen die het waagt dit te zeggen, omdat
het naar hun mening een absurditeit zou zijn.
Deze mensen zijn niet van het een op andere moment hypocriet geworden, maar geleidelijk aan.
In eerste instantie baden ze misschien met hun gehele hart, maar daarna verdween de diepgang.
— Voor altijd en onophoudelijk bidden met je gehele hart is een moeilijke opdracht,
waaraan we ons echt moeten zetten, onszelf dienen te dwingen.
Hierover wordt gezegd dat “het Koninkrijk der Hemelen geweld wordt aangedaan“.
Matth.11: 12
— Deze mensen beginnen steeds meer oppervlakkig met hun lippen te bidden,
niet uit de diepten van de ziel, omdat dit is veel gemakkelijker is en
uiteindelijk nemen de aanvallen van het vlees en de duivel toe.
Ze bidden dan alleen nog maar met hun lippen, zonder
de kracht van de woorden van het gebed tot in het hart te laten neerdalen.
Er zijn nogal wat mensen die op die manier te bidden.
De Heer zei van hen:
Dit volk nadert Mij met de mond en
eert Mij met de lippen, maar
hun hart is verre van Mij
“.
Matth.15: 8
AntimensionWat hier over het gebed wordt gezegd
geldt evenzeer voor de gemeenschap met
de Heilige, onsterfelijk en leven-schenkende Mysteriën.
In het begin communiceert een mens op basis van een levend geloof, met een gevoel van Liefde en toewijding, maar na verloop van tijd, door de voortdurende tegenstand van het vlees en de duivel, laat hij hen de overwinning over zich toenemen
over de waarheid van God en
communiceert de mens ongeïnteresseerd,
neemt in feite niet langer deel aan het Lichaam en Bloed van Christus,
maar nuttigt slechts in overeenstemming met de gedachten van zijn hart brood en wijn.
De essentie van de Mysteriën wordt hem ontnomen,
Het is de Geest, Die levend maakt, het vlees heeft geen nut“.
John.6: 63;
of zoals de Verlosser het heeft gezegd,
Gij tracht Mij te doden, omdat Mijn Woord bij u geen woonplaats vindt“.
John.8: 37;
de mens is dus innerlijk beroofd door Satan.
Moge God ons allen van een dergelijke gewoonte afhouden,
van een dergelijke Godslastering ten opzichte van de Heer!
H. Johannes van Kronstadt

Heilige oudvader Porphyrios [Bairaktaris] van Kavsokalyvia [1906-1991] over de ascetische beoefening van het Vasten

Wandel waardig overeenkomstig de roeping, waarmee je geroepen bent
met alle nederigheid en zachtmoedigheid,
met lankmoedigheid en elkander in liefde te verdragen,
Zet je in de eenheid van Geest te bewaren door de band van de Vrede.
Een in Lichaam en een Geest, zoals je ook geroepen bent in de ene hoop van je roeping,
een Heer, een Geloof, een Doop,
Want God is de Vader van allen,
Hij Die is boven allen is verheven
en door allen en in allen werkzaam is.
Maar aan een ieder van ons is afzonderlijk Genade gegeven,
naar de mate, waarin Christus haar schenkt“.
Cf. Eph.4: 1-7

μονή Χρυσοπηγής• Dit artikel is mede samengesteld
aan de hand van het boek ‘Γέροντος Ποφύρου Καυσοκαλυβίτου Βίος και Λόγοι’,
door μοναστήρι ζωογόνο πηγή, Χρυσοπηγής, Χανιά, Κρήτη 2003;
> in het Engels vertaald ‘Wounded by love’  by Elder Porphyrios [Author],
John Raffan in 2005 [Translator]
> in het Nederlands vertaald
door het Klooster Portaïtisa, Trazegies, België, 2008.
uitgeverij Orthodox Logos, Tilburg
ISBN/EAN: 978-90-811555-5-7

ΑΓΙΟΣ ΠΟΡΦΥΡΙΟΣ ΚΑΥΣΟΚΑΛΥΒΙΤΗΣMen wordt niet heilig door
het kwaad te bestrijden.
Laat het kwade met rust.
[wanneer je op straat uitwerpselen van een hond ziet liggen, loop je er ook omheen en
je kijkt er niet naar].
Kijk naar Christus en
al het schone wat je omringt,
alleen dat zal je redden.
Wat iemand heilig maakt is de liefde
voor de aanbidding van Christus,
die alle uitdrukkingsmogelijkheden te boven gaat, die alles wat bestaat te boven gaat.
Daarom probeert
de mens ascetische oefeningen te doen en neemt zaken op zich
die hem doen lijden uit liefde voor God.
Geen mens/monnik werd ooit heilig zonder ascetische oefeningen.
Niemand kan in het geestelijke omhoog komen
[de Ladder van John Climacos] zonder ascese.
Deze dingen zijn een noodzaak, je komt er niet omheen,
wil je vooruitgang boeken op de geestelijke weg.
Ascetische oefeningen zijn bijvoorbeeld metanieën [= grote of kleine buiging],
nachtwaken, enz. maar alles dient ongedwongen [zonder verplichting] te gebeuren.
as gentle as a lambAlles dient met vreugde te worden gedaan.
Het belangrijke zijn niet de metanieën die
wij kunnen maken, het bekruisigen of de gebeden, maar
de daad van het jezelf [aan Christus over] te geven,
de vurige liefde voor God en voor het geestelijke.
Er zijn veel mensen die deze dingen niet voor God doen,
maar als gymnastiekoefening, om
er fysiek voordeel uit te halen.
Maar geestelijke mensen doen dit om
er geestelijk voordeel mee te behalen; zij doen ze voor God.
Tegelijkertijd echter heeft het lichaam er
groot voordeel van en wordt niet ziek; er komt dus veel goeds uit voort.

H. Porphyrios [Bairaktaris] van Kafsokalivia, Athos.Bij de verschillende ascetische oefeningen,
metanieën, vigilies en andere onthoudingen,
is het vasten onlosmakelijk verbonden.
De Vaders hielden ervan te zeggen dat
een dikke bulk nog geen verfijnde geest maakt
[oa. H. Greg. de Theoloog & John Chrysostomos].
Alle boeken van de Vaders spreken over het vasten.
Zij benadrukken dat wij niet moeten eten wat
moeilijk verteerbaar is, of rijk en vet, omdat
dit niet alleen slecht is voor het lichaam, maar
vooral de ziel ontregelt.
Zij zeggen dat wanneer een lammetje slechts gras eet,
het daarom ook zo rustig is.
Daarom wordt er gezegd dat iemand
mak is als een lammetje is“.
Honden en katten en alle vleeseters zijn allemaal woeste dieren.
Vlees blijkt slecht te zijn voor mensen. Fruit en groente zijn juist goed.
De Ladder van de H. Johannes Climacos2Daarom spreken de heilige Vaders veelvuldig over Vasten en raden
zij het teveel eten en het plezier dat
men heeft bij het eten aan rijk voedsel
ten zeerste af.
Laat ons voedsel daarom eenvoudig zijn,
en laten wij er ons ook niet zoveel mee bezighouden, het leidt af van het gebed, waartoe we het doen.
Het is juist niet het goede eten of de goede levenscondities die
een goede gezondheid veroorzaken, maar eerder het tegenovergestelde.
Een heilig leven wordt door het leven in Christus gevormd [John van Kronstadt].
Ik ken kluizenaars die met de grootste strengheid hebben gevast en
nooit een dag ziek zijn geweest.
U loopt echt geen gevaar door te vasten en daarmee wat minder te consumeren.
Ik ben nog nooit iemand tegen gekomen die door te vasten ziek is geworden.
Mensen die vlees, eieren eten en melkproducten lopen meer gevaar ziek te worden dan
zij die een sober en mager dieet volgen.
Dit is een vaststaand feit en wordt bevestigd door de medische wetenschap.
Het wordt zelfs door vooraanstaande artsen aanbevolen.
Niet alleen worden zij die vasten niet ziek, maar
zij kunnen mogelijk zelfs van veel ziektes genezen.
Maar daarvoor dien je over Geloof beschikken en
dat kun je beter voeden dan je dikke buik.
Vast je zonder het Geloof in Christus dan zul je snel een leeg gevoel bemerken,
je misselijk voelen, naar eten verlangen. Vasten is namelijk een kwestie van geloof.
Het doet u geen kwaad wanneer je je eten beter na-kauwt en goed laat verteren.
Kluizenaars kunnen lucht in eiwitten veranderen en het vasten doet hen geen kwaad.
Wanneer je liefde kunt opbouwen voor het goddelijke,
kun je zelfs met plezier vasten en wordt alles veel gemakkelijker;
anders zou alles immers onoverkomelijk lijken.
Het overkomt degenen die hun hart aan Christus hebben gegeven en
met vurige liefde bidden dat zij erin slagen hun verlangen
naar voedsel en gebrek aan onthouding te overwinnen en
onder controle te houden.
Er zijn tegenwoordig genoeg mensen, die uit niet-religieuze overwegingen maar
gewoon omdat zij geloven dat het goed voor hun gezondheid is,
dachten dat ze onmogelijk een enkele dag zonder voedsel konden,
die nu vegetarisch leven.
Geloof me, het kan echt geen kwaad geen vlees te eten.
Maar wanneer iemand zwak en ziek is, is het echt geen zonde om
vlees, eieren en melkproducten te eten om
de gezondheid op peil te houden en te herstellen.
Denk er aan dat het menselijk lichaam water en zout nodig heeft.
Men hoort dikwijls dat zout slecht is, maar dit is niet waar;
het is een noodzakelijk element.
Er zijn zelfs mensen die er een grote behoefte aan hebben dan anderen.
Voor anderen is het niet zo noodzakelijk en voor sommigen is het ronduit slecht.
Het is een kwestie van de sporenelementen in het lichaam.
Hiervoor is onderzoek nodig.

H. Porphyrios Bairaktaris of Kafsokalivia2Ik heb een ideaalbeeld!
– iets om op de Heilige Berg ten uitvoer te brengen.
Ik heb namelijk tarwe besteld om dit fijn te malen en
bruin brood voor onszelf te gaan bakken.
En dan denk ik er tevens eraan om verschillende peulvruchten te malen en deze te vermengen:
tarwe met rijst, met soja, sojabloem met of met linzen, enz.
En dan beschikken wij ook nog over pompoenen,
tomaten, aardappelen en diverse andere groenten.
Vader Hesychios en ik zien het al voor ons.
Wij zeggen dan tegen elkaar
dat we ons ergens als kluizenaar kunnen vestigen en
tarwe zaaien en het dan in water weken en eten.
Is dat niet zo dat de heilige Basilios dit ook in de woestijn heeft gedaan?

En dit zou nu – in de ons gegeven tijd – onmogelijk zijn?
Het blijkt ook voor jou mogelijk te zijn een dusdanig vastenprogramma
samen te stellen dat gebaseerd is op bovengenoemde periode van vasten;
een werking die van oudsher is doorgegeven en die je jezelf eigen maakt,
heeft van oorsprong een eigen plaats in het Orthodoxe liturgisch leven ingenomen.
bij: Heer ik roep . . . [vespers 1e Zondag, tn.4]
Mozes en de brandende braambos, Arnold FribergToen Mozes, de heerlijke,
door het vasten was gereinigd, mocht hij U, naar Wie zijn verlangen uitging,
op de berg aanschouwen.
Volg hem dan na, mijn arme ziel,
haast u om in deze dagen van onthouding
gereinigd te worden van het kwaad,
opdat gij de Heer, Die u vergiffenis schenkt,
in uw ziel mag zien,
want Hij is de Goede, de Menslievende en Almachtige Heer
“. vert. Rus. klooster Den Haag

Moge de Heer ons allen een goede heilige vastentijd geven;
een waarachtige bekering in Christus door onze oefeningen
in een onophoudelijk gebed en aandacht.
Dat wij deelachtig mogen worden aan Zijn Goddelijke Genade,
het Mysterie van het Groot en Heilig Kruis en
de Opstanding van Christus mogen ervaren.

1e Zondag van de Grote en Heilige Vasten – Zondag van de Orthodoxie, de Waarheid van het Geloof

The Mind of the Orthodox Church; Amazon Paperback – 1998[Deze tekst is ontleend aan hoofdstuk 9 van het boek,
het “Synodikon van de Orthodoxie” door
Metropoliet Hierotheos van Nafpaktos ,
De gedachtengang van de Orthodoxe Kerk]
<<<
Iedereen die het “Synodikon van de Orthodoxie” leest
zal in een keer ontdekken dat, aan de ene kant, de ketters worden ge-‘anathematiseerd’ [verketterd] en
aan de andere kant door de heilige Vaders en belijders van de Kerk worden geprezen.
Voor de aanwezigen verkondigen het “anathema” indertijd drie keer en als laatste verkondigde
het volk bij elk voorstel ook drie keer dat zij dit
“zich eeuwige herinneren”.

Sommige mensen zijn nogal gechoqueerd wanneer zij een dergelijke actie meemaken of ervan horen, vooral als ze het “anathema” vernemen.
Ze vinden het erg hard en zeggen dat er op deze manier een geest van haat over de andere doctrines dan die van de Orthodoxe Kerk  wordt uitgedrukt.

vaders van de Oecumenische ConciliesMaar de feiten worden dan niet op
de juiste wijze geïnterpreteerd.
De vervloekingen kunnen niet als filosofische ideeën worden beschouwd of als een uiting van haat ten opzichte van de andere doctrines, maar
als een medische, heelkundige actie.
Allereerst worden de ketters door de keuze die zij hebben gemaakt beoordeeld als hun verval in ketterij en wordt hun afwijken van de leer van Christus Kerk bevestigd.
Door gebruik te maken van de filosofie hebben zij zichzelf in tegenstelling gebracht met
de Theologie en de Goddelijke Openbaring.
Op deze manier geven zij zelf de indicatie aan dat ze ziek zijn en zich in werkelijkheid afgezonderd hebben van de [oorspronkelijke] Kerk.
Deze afzondering [dwaling] toont de betekenis aan dat zij zich als ketter van de Kerk hebben afgescheiden.
De heilige Vaders bevestigen hen door het “anathema” van de reeds bestaande toestand en
daarnaast staan zij hun mede-christenen bij om zich te beschermen tegen deze ketterse dwaling/ziekte.

Metropoliet Hierotheos of NafpaktosEr bestaat hierover een karakteristieke uittreksel uit de registers van
de vierde bijeenkomst van het Zevende Oecumenische Concilie.
Daar wordt vermeld dat de heilige Vaders:
Het woord van Christus vervullen om
de lamp van de Goddelijke kennis welke
‘op de kandelaar’ is geplaatst om op
allen die in het huis zijn
[zijnde de Kerk]
te schitteren en om deze niet voor hen
“onder de korenmaat” te verbergen.
Op deze manier worden degenen die
de Heer belijden geholpen om ongehinderd
de pelgrimstocht  van het heil te vervolgen.
De heilige Vaders ontkrachten elke fout van de ketters door er in deze
grote afstand van te nemen, en wanneer een ledemaat rot is en ongeneeslijk
dan houw je ze af.
Zij bezitten de schop waarmee de dorsvloer wordt gereinigd en het graan, oftewel
het voedende Woord, wat het hart van de mens ondersteunt,
slaan ze op in het magazijn van de ene heilige Katholieke Kerk, maar
het kaf van het ketterse, de verkeerde leer verwijderen ze en
gooien het weg om het te verbranden in onblusbaar vuur
“.

Interieur van een kerk op de H. Berg Athos, kaarsen op een standaard en hangende lampades, op de voorgrond de voorzanger, met engelenmantel, die heen en weer loopt.Dus de ketters worden als ongeneeslijk ziek en als rotte ledematen van de Kerk beschouwd en worden daarom
afgesneden van het Lichaam van de Kerk.
De afwijkende, dwalende ketters dienen
in dit licht worden onderzocht [getoetst].
Op deze manier kan men dit als
Liefde van de Kerk voor
de mensheid beschouwen.
Want, zoals we elders eveneens hebben benadrukt, wanneer
iemand een foutieve geneeskundedidactiek aan de dag legt,
zijn er eveneens geen therapeutische resultaten en
zal nooit het gunstige resultaat van de behandeling worden bereikt.

Wat in het leven van mensen altijd op de eerste plaats komt is,
in iedere situatie, de opvoeding in de Kerk …
Onze Christenen dienen te leren wat er in de Kerk wordt gezegd en gedaan en
mensen dient tevens te worden bijgebracht van de dingen in de Kerk te gaan houden.
Tenzij we vanaf dit punt beginnen, hebben we niet met christendom te maken,
maar creëren
[vormen] we mensen die de geest van de Kerk niet in zich hebben en
hebben geen gelovigen maar onwetende bezoekers
“,
met andere woorden dan is de Kerk dood.
–  Metropoliet Dionysios van Kozani