Orthodoxie & Boetvaardigheid en terugkeer tot het Hart

Profeet JoëlMaar ook nu nog luidt het woord des Heren:
Bekeert u tot Mij met uw ganse hart, door
te vasten met tranen en rouwklacht.
Scheurt uw hart en niet uw klederen en
bekeert u tot de Heer, uw God.
Want genadig en barmhartig is Hij,
lankmoedig en groot van goedertierenheid,
berouw hebbende over het onheil.
Wie weet, of Hij Zich niet wendt en berouw heeft en een zegen achter Zich laat overblijven,
tot een spijsoffer en een plengoffer voor de Heer, uw God.
Blaast de bazuin op Sion, heiligt een vasten,
roept een plechtige samenkomst bijeen.
Vergadert het volk, heiligt de gemeente, roept de ouden bijeen, vergadert de kinderen en de zuigelingen; de bruidegom zal uit zijn kamer treden en de bruid uit haar bruidsvertrek.

Laat de priesters, de dienaren des Heren,
tussen de voorhal en het altaar wenen en zeggen:
Spaar, Heer, uw volk en geef uw erfdeel niet prijs aan de smaad, zodat
de heidenen met hen zouden spotten.
Waarom zou men onder de volken zeggen: Waar is hun God?
Toen nam de Heer het op voor zijn land en Hij kreeg medelijden met zijn volk.
De Heer antwoordde zijn volk:
Zie, Ik zal u koren, most en olie zenden, zodat gij daarmede verzadigd wordt en
Ik zal u niet meer prijsgeven tot een smaad onder de volken.
Ik zal van u wegdrijven die uit het Noorden en hem verjagen naar een dor en woest land,
zijn voorhoede naar de oostelijke zee en zijn achterhoede naar de westelijke zee en
zijn stank zal opstijgen en zijn vuile lucht zal opstijgen, want
hij heeft grote dingen gedaan.
Gods Volk verwacht heil van bovenVrees niet, o land, jubel en verheug u, want
de Heer heeft grote dingen gedaan.
Vreest niet, gij dieren van het veld, want
de weiden der woestijn groenen, want
het geboomte draagt zijn vrucht, vijgenboom en wijnstok geven hun rijkdom.
En gij, kinderen van Sion, juicht en verheugt u in de Heer, uw God, want
Hij geeft u de leraar ter gerechtigheid;
ja, regenstromen laat Hij voor u nederdalen, vroege regen en late regen, zoals voorheen.
De dorsvloeren zullen vol koren zijn en de perskuipen van most en olie overstromen.
Ik zal u vergoeden de jaren, toen de sprinkhaan [alles] opvrat,
de verslinder en de kaalvreter en de knager, mijn groot leger dat Ik op u afzond.
Gij zult volop en tot verzadiging eten en
gij zult loven de naam van de Heer, uw God, die wonderbaar met u gehandeld heeft;
mijn volk zal nimmermeer te schande worden
“.
Joël 2: 12-26 – lezing van het 6e uur

Keer op uw pad terug naar de Heer, uw God, want
Hij is genadig en barmhartig.
Hij is lankmoedig, groot van goedertierenheid en
is bedroefd over het onheil
dat Hij op u afzond “.
Joël 2: 13
Gedurende de vasten is er door de week geen goddelijke Liturgie. In de lezing van het zesde uur roept de profeet Joël het Gods volk op tot bekering.
Om ons deze diepe verandering van het hart te doen bereiken,
teneinde onze God welgevallig doel te aanvaarden,
beschrijft de profeet vier paden tot daadwerkelijke bekering.

We dienen in staat te zijn om onze slechte gedachten en passies te vast te stellen.
Dan kunnen wij de verantwoordelijkheid aanvaarden voor de rampen, die onze zonden hebben veroorzaakt.
Wij erkennen dat God “Zich ingezet heeft voor Zijn land”, maar dat “Hij Zijn volk heeft gespaard”
Joël 2: 18
Tot slot danken we God voor “de genezing [ons herstel] van de jaren toen de sprinkhaan [alles] opvrat, de verslinder en degene die ons kaalvreet en de knager“.
Joël 2: 25
We betalen een hoge prijs voor onze slechte gedachten en ongecontroleerde passies,
welke ons tot slaaf maken van de wereld, waarin we wegkwijnen onze menselijkheid.
Zoals de heilige Gregorius van Nyssa ons uitlegt:
De mens, die ooit leefde in de geneugten van het Paradijs,
is overgeplaatst naar dit ongezonde en vermoeiende oord,
waar zijn leven gewend raakte aan ongevoeligheid en
daarvoor in de plaats legde passie en corruptie beslag op de mens.
De zonde verovert de burcht van de ziel [de tempel] als een tiran . . . .
Want het hele scala van passies,
de woede en de angst, de lafheid en de brutaliteit,
de depressie evenals het plezier,
de haat, strijd en genadeloze wreedheid,
zowel de jaloersheid als de vleierij en
ook de onbeschaamdheid spannen samen op verwondingen,
het zijn allemaal totalitaire machthebbers, die ons trachten te beheersen
“.
— > “En leidt ons niet in verzoeking,
maar verlos ons van de boze”
Onze Vader

Inderdaad zijn onze hartstochten agressieve tegenstanders,
die ons tot smaad aanzetten
Joël 2: 17, 19
Ze bezoedelen onze goede naam die we in Christus hebben ontvangen.
Geen wonder dat God roept ons op om zich te bekeren:
Bekeert u tot Mij met uw gehele hart, door te vasten met tranen en rouwklacht.
Scheurt uw hart en niet uw klederen en bekeert u tot de Heer, uw God
“.
Joël 2: 12, 13

H. Johannes Climacos [van de Ladder]De profeet Joël plaatst Gods aanbod van genade
voor ons voor ogen; we krijgen opnieuw een kans om de gemeenschap met God te herstellen en in Hem te gaan leven.
Volgens Johannes Climacos [van de Ladder]:       >>>
Berouw is de vernieuwing van de doop.
Bekering is een contract aangaan met God voor een vernieuwd [tweede] leven.
Iemand die berouw toont verwerft zich de nederigheid
pdf : THE LADDER OF DIVINE ASCENT by John Climacos
“De Hemel-ladder van Johannes Climacos, step 5.1

Joëls profetie laat ons de Icoon van berouw zien,
aan ons als de gemeenschap van Gods volk,
zodat we deze visie kunnen aanvaarden en ons tot echte boetelingen bekeren.
Vasten is voor priesters een tijd om
met luide trompet . . . de mensen op te roepen
Joël 2: 15, 16
Deze oproep is aan iedereen gericht ondanks de leeftijd, zuigelingen en
zelfs de jonggehuwden die hun huwelijkse geneugten [vs. 16] opzij dienen te stellen.

Samen dienen we als Gods volk, we janken voor onze zonden.
We staan voor het altaar en roepen:
Heer, spaar uw volk, geef uw erfdeel niet prijs aan smaad, zodat
de ongelovigen ons bespotten en zeggen: Waar is nu hun God?
“.
Joël 2: 17

God op Zijn beurt verklaart dat Hij Koning Davids pleidooi zal beantwoorden en
Zijn aangezicht afkeert van al onze zonden en al onze ongerechtigheden uitdelgt“.
Psalm 50: 9
God verlangt niet de dood van de zondaars, maar dat zij zich bekeren en leven.
Profeet Joël herinnert ons er hier aan dat
” de Heer onze God genadig en barmhartig is . . . lankmoedig en rijk van goedertierenheid,
ja, zelfs berouw hebbende over het onheil dat hij over ons heeft laten komen”
Joël 2: 13

Laat ons “met goede moed de strijd aangaan;
blij en met een goed gemoed,
want de Heer heeft grote dingen met ons gedaan”.
Joël 2: 21

Profeet Joël 2: 25God “zal [ons] als voorheen besprenkelen met de vroege en de late regen
wanneer we ons inzetten om ons te bekeren.
Joël 2: 23
Hij “zal ons herstellen [terugvoeren] naar onze oorspronkelijke staat” die
weggevreten is door zonden zoals bij bacterievuur.
Joël 2: 25

“Bekering die plaatsvindt in diep berouw en verbonden is met belijdenis
doet de ogen van de ziel de grote dingen van God zien”
Orthodox Psychotherapy [2005]aldus Metropolitan Hierotheos Vlachos
boek: Orthodoxe Psychotherapie, blz. 142
Bekering is het grootse werk dat
we tijdens de Grote en Heilige Vasten verrichten,
waardoor we “de Naam van de Heer [onze] God loven voor alles wat Hij zo wonderlijk voor ons heeft gedaan“.
Joël 2: 26
Laten we ons hart openstellen en
ons tot de barmhartige Heer richten!

  1. D.Dat wij de tijd van ons leven die ons nog overblijft in vrede en boetvaardigheid mogen voleindigen, vragen wij de Heer“;
    A.Geef het Heer? “.
    >> uit de vragende Litanie
    Goddelijke Liturgie van
    de heilige Johannes Chrysostomos

4e zondag als voorbereiding op de grote vasten – Verdrijving van Adam uit het Paradijs, bekend als de Vergevingszondag

De verdrijving uit het Paradijs, de tuin van EdenWant, indien door de overtreding van de ene de dood [door de zonde] als koning is gaan heersen door die ene,
veel meer zullen zij, die de overvloed van genade en van de gave der gerechtigheid ontvangen, leven en
als koningen heersen 
door
de ene, Jezus Christus
“.
Rom.5: 17

In de Orthodoxe Kerk wordt het woord                                                                                               zonde begrepen als te zijn afgeleid van
het Griekse begrip amartia [αμαρτία], hetgeen betekent “het missen van een doel“.
Evagrios van Pontus [Gr: Εὐάγριος ὁ Ποντικός, 345-399]
vertelt ons dat amartia dient te worden beschouwd als
een “misbruik [van] wat God heeft geschapen“[Philokalie].
De Orthodoxe Kerk ontleent deze geëigende definitie van haar visie over
de zonde aan Evagrios en dit draagt weer bij aan de volgende uitdrukking:
dat zonde als een ziekte of gebrek dient te worden beschouwd‘ [Morelli, 2006, 2008].
Net zoals de orthodox theoloog Meyendorff ons reeds in 1974 op het volgende wees:
Zonde verhoudt zich in de Orthodox-Christelijke antropologie vooral als een ziekte“.

De basis van de ervaring van de zonde vormen de hartstochten, die
ons ertoe aanzetten “het doel te missen” en dit kan zich ontwikkelen tot
een chronische geestelijke ziekte of zonde.
De opvatting van het begrip zonde als ziekte is geheel in overeenstemming met
de geestelijke verkondiging van Christus.
Zijn uitlating tot de Farizeeën, die Hem bespotten, luidt immers:
” Zij, die gezond zijn, hebben geen geneesheer nodig maar zij, die ziek zijn.
Gaat heen en leert, wat het betekent:
Barmhartigheid wil Ik en geen offerande; want Ik ben niet gekomen om
rechtvaardigen te roepen, maar zondaars
“.
Matth.9: 12,13
Hoe heeft de mensheid vatbaar kunnen worden aan de ziekte die zonde heet?
Om deze vraag te beantwoorden, dienen we terug te gaan en te onderzoeken
wat we weten over God en Zijn schepping.

Greek orthodox priest, CapernaumDe mens is van nature goed
Centraal staat dat de mens,
als wezen door God foutloos is geformeerd,
omdat God ook alleen maar goede dingen schept, wordt de mens ook geacht foutloos geschapen te zijn.
Dat blijkt uit de passages in Genesis die beweren dat de mens is geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God:
En God schiep de mens naar Zijn beeld;
naar het beeld van God schiep hij hem,
mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen
” [Gen.1: 27]; en:
Toen vormde de Heer God de mens van stof uit de aardbodem en
in zijn neusgaten heeft Hij de adem des levens geblazen;
zo werd de mens een levend wezen
“[Gen.2: 7].

De mens kiest, onder invloed van de boze, voor de zonde
De duivel, de tegenstrever, daarentegen, is de bron van wanorde, van de chaos.
De duivel werkt niet als Gods tegenovergestelde, maar
alleen als een leugenaar en vernietiger –
als iemand die Gods waarheid verdraait en
agressief Gods scheppingsorde afbreekt.
In het Grieks betekent diabolo [διάβολο] de “verdeeldheid zaaier,
de afscheider en de lasteraar”.
Johannes schreef: “De duivel zondigt vanaf den beginne“.
1John.3: 8
Chritsus geneest de mens van de Gardeense demonenJohannes werpt een nog beter licht op
de aard van de duivel en zijn boosaardigheid
tijdens het gesprek dat Jezus met de Farizeeën had:
Gij hebt de duivel tot vader en wilt de begeerten van uw vader doen.  Die was een mensenmoordenaar van den beginne en staat niet in de waarheid, want
er is in hem geen waarheid.
Wanneer hij de leugen spreekt,
spreekt hij naar zijn aard, want

hij is een leugenaar en de vader van de leugen“.
John.8: 44

De Satan vernietigt onophoudelijk goedheid en orde,
hij is de leugenaar die ten opzichte van de mens
dodelijk in opstand komt tegen God en
hij heeft alleen eeuwig oordeel en veroordeling als einddoel.
H. Maximos de Belijder vertelt ons:
De duivel is zowel een vijand van God en
degene die zich ten opzichte van God wreekt, wraak neemt”.
En om Uw vijanden brengt God vijand en wreker ten verderve“.
Psalm 8: 2
Hij is Gods vijand hetgeen hij laat blijken in zijn haat ten opzichte van God en
op de wijze waarop hij een destructieve liefde voor ons mensen heeft verworven, door
zijn pogingen ons door middel van sensueel genot te laten instemmen en daarmee te
zorgen dat we de hartstochten niet langer onder controle hebben en
meer waarde hechten aan wat is vergankelijk is dan wat eeuwig behouden blijft“.
Philokalia

AppleDe breuk deed zich voor toen de satan Adam en Eva van de boom der kennis van goed en kwaad aten.
De boom werd in de tuin van het Paradijs geplant met fruit waarover God bevolen had dat
er nooit van mocht worden gegeten.
God legde de mens het gebod op:
Van alle bomen in de hof moogt gij vrij eten,
maar van de boom der kennis van goed en kwaad,
daarvan zult gij niet eten, want
ten dage, dat gij daarvan eet,
zult gij voorzeker sterven
“.
Gen.2: 16-17
Satan verleidde Adam en Eva door te stellen dat
als zij aten van de vrucht zouden ze
“… als God zouden wezen, goed en kwaad kennende“.
Gen.3: 7
Zoals we weten, zijn onze voorouders er niet in geslaagd om te gehoorzamen en de
gehele materiële schepping viel in wanorde.
De aard van hun zonde was dat ze de schepping boven de Schepper van het leven plaatsten [die de alomvattende kennis en wijsheid bevat] die alleen van God kan komen.
Om de woorden van bisschop Hilarion Alfeyev te gebruiken:
Het kwaad kwam niet door de wil van God in de wereld, maar door toedoen van de mens die de duivelse misleiding verkoos boven het goddelijk gebod. Van generatie op generatie valt het menselijk ras met dezelfde fout van Adam in herhaling en wordt door valse waarden bedrogen en zijn degenen die het ware geloof in God en de waarheid in Hem veronachtzamen“.
Of zoals vader John Meyendorff ons duidelijk maakt:
God had de controle over de wereld van de mens – aan henzelf toevertrouwd.
Maar de mens koos ervoor om door de wereld te worden beheerst en
daardoor verloor de mens zijn vrijheid, het ‘beeld en gelijkenis aan God’.
Hij werd vervolgens onderworpen aan de kosmische vastberadenheid, welke hem
zijn “passies” bezorgden en waarin de ultieme macht tot de dood toebehoort“.

adam & evaDe verdrijving van de mens uit het paradijs
De mensheid is geschapen in dienst van het paradijs
en met het paradijs wordt het leven in en met God opgevat, hetgeen tot in alle eeuwigheid wordt voortgezet.
De kerkvaders beschreven dat de leugen die de Satan aanbood een cruciale dimensie van Gods oorspronkelijke gebod
niet van de vrucht te eten’
inhield.
Ja, de Satan had gelijk met zijn opmerking dat Adam en Eva – als goden zou worden – en daarmee
de kennis van goed en kwaad zouden verkrijgen,
maar hij heeft hen daarbij niet verteld dat ze daarmee ook gevangenen van het kwaad zouden worden.
Het resultaat van hun ongehoorzaamheid was voor Adam en Eva catastrofaal.
Adam en Eva verloren de Geest van God en werden daarvoor in de plaats
onderworpen aan het stof, uit aarde waaruit zij gemaakt zijn.

De mens werd aan de aarde gebonden in plaats van aan haar Schepper.
Hij werd verbannen uit het Paradijs, want door de kennis verwierf hij de scheiding van God en kon hij niet langer een deel nemen aan de oorspronkelijke eenparigheid, die hij voorheen bezat. Genesis staat als volgt stil bij deze tragedie:
God zei tegen hen: ‘Want stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren . . .’.
Daarom heeft de Heer, onze God hem uit de tuin van Eden verbannen om de aardbodem te bewerken, waaruit hij genomen was.
Hij verdreef op deze wijze de mens; en Hij plaatste in het oosten van de hof van Eden cherubijnen met een vlammend zwaard, welke heen en weer werd bewogen, om
de weg naar de boom des levens te bewaken
“.
Gen.3: 11,19,23,24
De H. Gregorius van Nyssa weeklaagde,
Zo verloor de mens, die zo belangrijk en kostbaar was, zoals de Schrift beschrijft,
de eigenschap die hij van nature bezat . . . door zijn zonde en
werd hij bekleed met het beeld van klei [aarde waaruit hij gevormd was] en
werd sterfelijk” [Musurillo, 1979]
Sommige kerkvaders wijzen erop dat wanneer Adam en Eva God hadden gehoorzaamd,
zij gerijpt zouden zijn in inzicht en onderscheidingsvermogen en  uiteindelijk
toch goed en kwaad hadden leren kennen zonder dat
zij gevangenen van het kwaad zouden zijn geworden.

Het herstel en de verheffing
De Heer, onze God maakte klederen van dierenhuid voor Adam en EvaMaar God liet als reactie Adam en Eva
niet troosteloos en ontredderd achter.
Onmiddellijk na hun verdrijving begon Hij met de herstel van Adam en Eva
[en de gehele mensheid] door hen
met dierenhuiden te bekleden.
En de restauratie werd voortgezet door het verbond met Noach en de belofte dat God via aan Abrahams nageslacht een redder tot
genezing van de catastrofale breuk zou sturen.
Dit herstel is voltooid in de dood en Opstanding van Jezus Christus.
Het van de Anaphora-gebeden in de Orthodox liturgische praktijk drukt dit prachtig uit:
Gij hebt de Profeten tot hem gezonden en wondere daden verricht door Uw Heiligen, die in elk geslacht opnieuw uw welbehagen vonden.
Gij hebt tot ons gesproken door de mond van Uw dienaren, de Profeten, Die ons
de komende verlossing voorspelden
“.
Uit: Goddelijke Liturgie van Basilius de Grote

In Adam en Eva zijn wij deelgenoot geworden aan de erfzonde, hoewel
het begrip van de term erfzonde in de Orthodoxe Kerk – op sommige cruciale punten –
verschilt van de interpretatie van de westerse kerken.
De Orthodoxe Kerk leert niet dat wij automatisch de schuld van Adam beërven.
Integendeel, we delen in de zonde van Adam doordat we in een wereld geboren worden
waar de gevolgen van de zonde de overhand hebben.
Deze gevolgen zijn onder andere de -fysieke, mentale en spirituele- gebrokenheid van ziekte en dood. Onze natuur is geschonden.
Door onze passies, zijn wij onderworpen aan verleidingen, gevoelig voor de zonde en
delen in de dood.

Plezier en Waakzaamheid, 2010 Taiwan CollectieDe unieke nadruk op de erfzonde
in de Orthodoxe Kerk heeft gevolgen voor
Haar onderricht over hoe de dood van Christus de mensheid verlost.
Het bekende vers uit het Evangelie van Johannes bevestigt aan ons de grote liefde van God voor de mensheid door
de komst van Zijn Zoon:
Want zó heeft God de wereld lief gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat  een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven zal hebben“.
John.3: 16
Christus’ vrijwillige offer aan het Kruis was niet om Gods wraak tevreden te stellen,
de gedachte aan het verlangen om iemand  te straffen voor de zonde;
[als een “plaatsvervangende verzoening” zoals sommige westerse theologen het formuleren]. Integendeel, de dood van Christus aan het Kruis stelt Christus in staat de dood teniet te doen,
zoals blijkt uit het feit dat Hij de mens voor eens en altijd uit de dood heeft opgewekt.

Door de verbroken relatie van Adam met God is het kwaad in de wereld gekomen en
vormde hiermee de kiem van ziekte en dood voor al de volgende generaties.
Christus herstelt, als Degene Die de dood heeft overwonnen, deze relatie door
de dood door Zijn dood te vernietigen.
Hij wordt daardoor de Bemiddelaar tussen de mensheid en de Vader,
de brug over de onoverbrugbare kloof, de Overwinnaar van de dood,
de Verlosser van ziel en lichaam.
Christus was de enige mens die de Wet van Mozes niet verbrak:
Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan meevoelen met onze zwakheden,
maar een, die in alle dingen op gelijke wijze [als wij mensen] is verzocht geweest, doch
zonder te zondigen
“.
Hebr.4: 15
Christus gehoorzaamheid tot gerechtigheid vernietigt de dood [straf] die Adam in zijn
ongehoorzaamheid ten deel viel en Christus’ vrijwillige offerdood maakt
Zijn opstanding uit de dood mogelijk.

In de brief van de Apostel Paulus aan de Romeinen staat een overzicht
van het Orthodox besef over ziekte en de dood en geeft aan
hoe er genezing in de wereld tot stand komt:
Wij weten immers, dat onze oude mens mede-gekruisigd is, opdat
aan het lichaam van de zonde haar kracht ontnomen zou worden en
wij niet langer slaven van de zonde zouden zijn; want
wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde.
Indien wij dan met Christus gestorven zijn, geloven wij, dat
wij ook met Hem zullen leven, daar wij weten, dat
Christus, nu Hij uit de doden is opgewekt, niet meer sterft:
de dood voert geen heerschappij meer over hem.
Want wat zijn dood betreft, is Hij voor de zonde eens voor altijd gestorven
wat zijn leven betreft, leeft Hij voor God
“.
Rom.6: 6-10
We zijn tot het leven in Christus gekomen door de doopWe zijn tot
het leven in Christus gekomen door de doop; de onderdompeling in de wateren stelt een persoon in staat in de dood van Christus te worden gedoopt [opgenomen te worden] en te worden opgevoed in
de gelijkenis van Zijn Opstanding [zie Rom.6: 1-10].
De doop is de eerste stap tot het herstel van lichaam en ziel,
een terugkeer uit het gevolgen van de ongehoorzaamheid die Adam en Eva hebben ondervonden, teneinde de gemeenschap met God op je te nemen.
De belofte van God is dat deze reis zal kunnen eindigen in Zijn Koninkrijk, maar
dit vooruitzicht [dit zalig einde] is geenszins gegarandeerd maar
onderhevig aan beproevingen en welslagen in de strijd.
Ons geloof in God dient te worden aangetoond, dat is, gehard worden in het vuur van de verdrukking, zoals de Apostel Petrus ons bijbrengt en wordt niet gevonden als strijd ontbreekt.
Johannes de Theoloog vatte het samen in het laatste boek van de Schrift:
Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt.
Wie overwint, hem zal Ik geven te eten van de boom des levens, die
in het midden van het Paradijs van God staat
“.
Openb.2: 7
De mensen, die horen en gehoorzamen zijn de mensen, die
op de laatste dag de belofte van het eeuwige leven zullen ontvangen.

Hartstochten: de neigingen tot zonde
Na de val, werd de mensheid bijna onlosmakelijk verbonden slechts egocentrische [op zichzelf gerichte] keuzes te maken, daartoe aangezet door de hartstochten [de lusten] in plaats van keuzes te maken op basis van de hoogste vorm van medemenselijkheid, liefde [agape].
De heilige Isaac van Syrië vertelt ons:  “Toegeven aan het vlees
veroorzaakt in ons beschamend driften en onbetamelijke fantasieën
“.
De hartstochten komen voort uit het hart van de persoon.
Jezus leert het ons Zelf:
Want van binnenuit, uit het hart der mensen, komen de kwade overleggingen,
ontucht, diefstal, moord, echtbreuk, hebzucht, boosheid, list,
onmatigheid, een boos oog, godslastering, overmoed en domheid.
Al die slechte dingen komen van binnen uit naar buiten en
maken de mens onrein“.
Marc.7: 21-23
Paulus schrijft ons:
Want toen wij in het vlees waren, werkten de zondige hartstochten, die door
de wet geprikkeld worden, in onze leden, om voor de dood vrucht te dragen;
maar thans zijn wij van de wet ontslagen, dood voor haar, die ons gevangen hield, zodat
wij dienen in de nieuwe staat van de Geest en niet in de oude staat van de letter
“.
Rom. 7: 5,6
Het werk van de hartstocht kan zich voltrekken bij zowel degenen die één leven vormen met Christus en die met Hem een de huwelijksverbintenis zijn aangegaan.
In beide gevallen passies leiden ze tot een keuze van zelfgenoegzaamheid tegenover
de redelijke verbintenis, waarmee men zich heeft bekleed.
De heilige Maximos de Belijder vertelt ons:
Zelf-liefde is een hartstochtelijk, hersenloze liefde voor het eigen lichaam.
Het tegenovergestelde is liefde en zelfbeheersing.
Een mens welke door eigenliefde wordt beheerst wordt door alle passies overheerst
“.
Philokalie

Hartstocht kan individuen vatbaar maken voor de tweespalt tussen God en de mensheid.
Paulus waarschuwt ons hiervoor:
Het dient u duidelijk te zijn, wat de werken van het vlees zijn:
ontucht, onreinheid, losbandigheid, afgoderij, toverij, veten,
twist, afgunst, uitbarstingen van toorn, zelfzucht, tweedracht,
partijschappen, nijd, dronkenschap, brasserijen en dergelijke,
waarvoor ik u waarschuw, zoals
ik u gewaarschuwd heb, dat wie dergelijke dingen bedrijven,
het Koninkrijk Gods niet zullen beërven
“.
Gal.5: 19-21
De Kerkvaders schrijven deze toe aan de demon die door middel van welke hartstocht dan ook nooit vermoeid zaal raken de eenheid tussen God en de mensheid te verbreken.

Tobias en Sarah bidden, terwijl de aartssengel Raphaël de demon van de lust aan banden legtEen voorbeeld van hoe dit werkt kan
ons onderkenning bijbrengen.
De demon van lust, zo laten de kerkvaders ons weten, kan ons gehele leven toe-eigenen.
De huidige, moderne samenleving
faciliteert deze ziekte. Seks wordt overal verspreid voor ieder wat wils:
kunst, mode, muziek, nieuws, pornografie [met name internet] en bij het aanprijzen van de aankoop tot bijna elk product, van auto’s tot computers.
De seculiere [reclame-]wereld laat overduidelijk lichaamsdelen zien,
met name de genitale gebieden.
De Kerkvaders waren duizend jaar geleden al op de hoogte van dergelijke verlokkingen, dus er is niets nieuws onder de zon, waaruit blijkt hoe de mensheid er aan verslaafd is.
De heilige Isaac de Syriër schreef:
Hartstocht wordt veroorzaakt door hetzij directe beelden of door sensaties die het geheugen met beelden belasten, die in eerste instantie niet door hartstochtelijke bewegingen of gedachten worden ingegeven, maar die in latere instantie de geestesgesteldheid oproept“.
Een manier voor de trouwe volgelingen van Christus om met deze passies om te gaan,
zo vervolgt de H. Isaac de Syriër:
“. . . . . Hun gedachten dienen zich aan niets te hechten;
zij dienen alleen op hun eigen ziel gericht te zijn
“.
Men dient altijd en overal een keuze te maken
tussen Christus en de demon.
Heilige Paulus vroeg zich daarom af:
Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus?
Verdrukking of benauwdheid of vervolging of honger,
of naaktheid, of gevaar, of het zwaard?
Zoals geschreven staat:
Om Uwentwil worden wij de ganse dag gedood, wij zijn gerekend als slachtschapen.
Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem, die ons heeft liefgehad.
Want ik ben verzekerd, dat noch dood noch leven, noch engelen noch machten,
noch heden noch toekomst, noch krachten,
noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel
ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods,
welke is in Christus Jezus, onze Heer
“.
Rom.8: 35-39

De veeleisendheid van iemands Hartstochten
Waakzaamheid en onderscheidingsvermogen zijn de belangrijkste deugden die
dienen te worden toegeëigend door degenen die door Christus’ inwoning in hen
de macht van de passies trachten te overwinnen.
Ilias de Presbyter vertelt ons:
De demons voeren tegen onze zielen
in de eerste plaats oorlog door middel van onze gedachten
“.
Philokalia
Het zou zo moeten zijn dat Orthodoxe Christenen een “spirituele woestijn” voor zichzelf dienen te benoemen om hen te verwijderen uit de “verleidingen” van de wereld, die alom om ons heen in het moderne leven aangeboden wordt.
Geestelijke dood treedt op wanneer deze hang naar de wereld het eigen ik tot middelpunt maakt.

De H. Maximos de Belijder leerde dit ook: “Het egoïsme en de slimheid van de mensen, vervreemden hen van elkaar en het verdraait de wet en deze hebben onze enige menselijke natuur in vele fragmenten verdeeld”. Hoeveel te meer zijn de woorden van de H. Maximos van toepassing op die van ons in onze zoektocht naar vereniging met God en geldt dit tevens voor de hele mensheid!

Onderlinge verdeeldheid is een gevolg van de zonde
Zonde staat gemeenschap, de communio in de weg, hetgeen wel de gespletenheid [of verscheurdheid] wordt genoemd.
De heilige Johannes Chrysostomos zegt: “De Kerk leidt je tot het berouw voor je zonden en wist ze uit, want daar bevindt zich de Geneesheer [niet de strenge rechter], de Enige Die je na onderzocht te hebben, vergeving van zonden verleent“.
Als de Kerk een “hospitaal” is, dan bestaat Haar rol daarin om de breuk tussen God en de medemens te genezen. Zonde verbreekt het gericht zijn op God en Zijn Wil en wordt daarom beschouwd een ziekte of gebrek zijn. Genezing brengt ons weer terug in de oorspronkelijke staat.

Goddelijke Liturgie [16th cnt].We weten dat deze genezing tot stand komt tijdens het ontvangen van de heilige Mysteriën van de Heilige Doop, de Biecht, de Ziekenzalving en door het ontvangen van het Heilig Lichaam en Bloed van Christus tijdens de Goddelijke Liturgie.
Tijdens de Goddelijke Liturgie van Johannes Chrysostomos, worden we herinnerd aan alles wat God voor ons deed:
hoe Hij ons vlees op Zich heeft genomen, Zijn Kruis, het Graf en de Opstanding.
Het doel is om ons met Hem te verzoenen:
Gij hebt ons uit het niets tot het zijn gebracht, en nadat wij gevallen waren,
hebt Gij ons doen opstaan. Gij hebt onophoudelijk alles gedaan om
ons in de Hemel te leiden en ons Uw komend Koninkrijk te schenken
“.
Wij dienen er telkens aan herinnerd te worden dat
toen Christus ons de Eucharistie openbaarde, Hij tot ons zei;
Neem eet: dit is Mijn Lichaam, dat voor u gebroken wordt tot vergeving van zonden” en “Drinkt allen hieruit: dit is Mijn Bloed van het Nieuw Verbond, dat voor u en voor velen vergoten wordt, tot vergeving van zonden“.

De mens was ongehoorzaam aan de waarachtige God, Zijn Schepper,
door het bedrog van de slang en de in hem wonende zonde bracht hem de dood.
Daarop werd de mens in Gods rechtvaardigheid verdreven vanuit het Paradijs naar deze wereld, zodat hij moest keren tot het stof waaruit hij genomen was.
God heeft Zich niet geheel en al afgewend van Zijn schepsel en is het werk van Zijn Handen niet vergeten.
In Zijn innige Barmhartigheid heeft God voor de mens de Verlossing van de Wedergeboorte ingesteld, die zou geschieden door de tweede persoon van de Drie-eenheid, het Woord, Christus.
Christus is op aarde verschenen om te leven en God heeft door Hem tot ons gesproken en heeft ons door het water van de Doop gereinigd en geheiligd door de Heilige Geest.
ResurrectionHij heeft Zichzelf gegeven als losprijs voor de dood, waaraan wij allen verkocht waren door de zonde.
Door Zijn Kruisdood is Hij afgedaald in de hades en doordat Hij het heelal met Zichzelf vervulde heeft hij de smarten van de dood ontbonden.
Hij is opgestaan op de derde dag en heeft zo de weg gebaand voor alle vlees tot de Opstanding uit de dood; het was immers niet mogelijk dat de Oorsprong van het Leven onder de Macht zou komen van het verderf.
Op deze wijze werd de Eersteling van de ontslapenen ook de Eerstgeborenen uit de doden, opdat Hij van allen en in alles de Eerste zou zijn.

Orthodoxie & het leven in de Geest der Waarheid

H. Johannes de Theoloog, de geliefde volgeling van ChristusGeliefden, als
ons hart ons niet veroordeelt,
hebben wij vrijmoedigheid tegenover God en 
ontvangen wij van Hem al wat wij bidden, daar wij Zijn Geboden bewaren en
doen wat welgevallig is voor
Zijn aangezicht.
En dit is Zijn gebod: dat
wij geloven in de Naam van zijn Zoon Jezus
                                                                                    Christus en elkander liefhebben,                                                                                                           gelijk Hij ons geboden heeft.
En wie Zijn geboden bewaart, blijft in Hem en Hij in hem.
En hieraan onderkennen wij, dat Hij in ons blijft:
aan de Geest, die Hij ons gegeven heeft.
Geliefden, vertrouwt niet iedere geest, maar beproeft de geesten,
of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn in de wereld uitgegaan.
Hieraan onderkent gij de Geest Gods:
iedere geest, die belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is uit God; en
iedere geest, die Jezus niet belijdt, is niet uit God.
En dit is de geest van de antichrist, waarvan gij gehoord hebt, dat
hij komen zal, en hij is nu reeds in de wereld.
Gij zijt uit God, kinderkens, en gij hebt hen overwonnen; want
Hij, die in u is, is meerder dan die in de wereld is.
Zij zijn uit de wereld; daarom spreken zij uit de wereld en hoort de wereld naar hen.
Wij zijn uit God; wie God kent, hoort naar ons;
wie uit God niet is, hoort naar ons niet.
Hieraan onderkennen wij de Geest der Waarheid en de geest der dwaling.
Geliefden, laten wij elkander liefhebben, want de liefde is uit God; en
een ieder, die liefheeft, is uit God geboren en kent God.
Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is Liefde.
H. Johannes de Theoloog
Hierin is de Liefde Gods jegens ons geopenbaard,
dat 
God zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft
in de wereld, opdat 
wij zouden leven door Hem.
Hierin is de Liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons heeft liefgehad en
Zijn Zoon gezonden heeft als 
een verzoening
voor onze zonden.
Geliefden, indien God ons zo heeft liefgehad,
behoren ook wij elkander lief te hebben“.
1John.3: 21-4: 11

De wetenschap heeft voor ons een grote hoeveelheid gegevens over de rol van het milieu in onze gezondheid, groei en overleving, beschikbaar gesteld.
Daaruit kunnen wij opmaken dat wij mensen ons tegelijkertijd binnen
een aantal onderling samenhangende “milieus” ophouden.
Hoewel de kerkvaders niet hun toevlucht zochten in de wetenschappelijke terminologie,
zijn ze zich voortdurend bewust geweest van het bestaan van meerdere milieus, veelal
aangeduid als koninkrijk, invloed-sfeer, de eeuwigheid of tijdperk.
Een voorbeeld van zo’n koninkrijk is die van de geest,
een dimensie waar veel mensen vandaag de dag nauwelijks bij stilstaan.
Als gelovigen in Christus zijn we gezegend met de erkenning van deze spirituele dimensie.
We kunnen zelfs zover gaan gelovigen als mensen te omschrijven die
een levend bewustzijn van het geestelijk bestaan binnen het leven van de Kerk bezitten.
Geholpen door Gods genade, de H. Geest, Die we waarnemen.
In iedere omgeving herkennen we, dankzij Gods Genade, de aanwezigheid en activiteit van Gods Hemels koninkrijk, het belangrijkste domein welke het gehele menselijk leven omvat.

Laatste oordeel - 'allen, die zonder wet gezondigd hebben, zullen ook zonder wet verloren gaan'Deze levensinstelling met een bewustzijn van dit Koninkrijk stelt ons in staat om,
met de apostel Johannes te verklaren:
Wij zijn van God” [1John.4: 6].
Wij begrijpen John’s “Wij“, omdat
dit niet alleen de apostelen aanduid,
maar voor iedereen geldt die de strijd met het verval aangaat en zijn ingeslagen weg                                                                                voortzet om met hen in gemeenschap te blijven.
Als christenen, streven wij ernaar om hiermee in harmonie te blijven voortleven en
voortdurend gevoed te worden door de Apostolische gemeenschap van de Kerk,
want dit “verkrijgen van de H. Geest” omvat
de uiteindelijke opdracht en hoop in ons leven [Seraphim van Sarov].
Onze Heer Jezus Christus leerde ons namelijk Zelf dat
God is geest en wie Hem aanbidden,
dienen Hem te aanbidden
in geest en in waarheid
“.
John.4: 24

De massa wordt rijp gemaakt om straks als een soort gehypnotiseerde kudde achter de verlokkingen van de antichrist en de valse profeet aan te gaan.In deze brief, herinnert
de apostel Johannes ons eraan dat er
vele geesten bestaan [1John.4: 1]:
de “Geest van God” [vs. 2]; de geest van de waarheid en de geest der dwaling [vs. 6], en
de “geest van de antichrist” [vs. 3].

Er zijn maar zeer weinig mensen in deze wereld, die
ons op de hoogte houden van deze dingen!
Dag in dag uit worden wij in de verleiding gebracht
– de leer van de voorvaders te verloochenen
en een ‘moderne'[?] visie te ontwikkelen.
Alleen omdat wij uit God zijn worden we in staat gesteld om de dramatische tegenstelling van de wereld en de Geest der Waarheid te overbruggen en inzicht te verkrijgen
in die geest der dwaling!

Het Koninkrijk der Hemelen is gelijk aan. Een koning, die voor zijn zoon. Een bruiloft aanrichtte [Math.22,1]De heilige Johannes de Theoloog
bracht zijn gehele leven door in het volledige bewustzijn van het spirituele Koninkrijk.
Hij wist dat het Woord van God,
Jezus Christus, mens is geworden,
Die “is gekomen in het vlees” [1John.4: 2].
Hij zag de Heer met zijn eigen ogen,
hij raakte het Woord des levens met zijn handen aan,
heeft Hem met zijn eigen oren gehoord en verstaan [1John.4: 1].

Hij zag ook de aanwezigheid van de valse geesten, die van de leugen, die
om hem heen zwermden in de wereld – geesten die niet van God afkomstig zijn, maar
het rijk van de dwalingen verkondigen.
Deze geesten bevorderen o.a. de opkomst van een etherisch [vluchtig] Evangelie
welke de realiteit dat Christus “in het vlees is gekomen” ontkent [1John.4: 2].

Val het je op dat het werkwoord “is gekomen” de tegenwoordige tijd aangeeft.
Na om onzentwil vlees geworden is, betekent dat, de Heer Jezus Christus nog steeds in het vlees aanwezig is, voor altijd verbonden met onze [mede-]menselijkheid.
Hij is een van ons, zelfs hier en nu.
Jezus Christus is gekomen in het vlees” in dat van jou en
van mij en in de eeuwen der eeuwen!
De mens is geschapen naar Zijn Beeld en Gelijkenis en
dat valt door geen enkele Christelijk prediker te ontkennen.
De mensheid, in wie God de geest van het leven heeft ingeblazen,
is hier en nu innig verenigd met God, want God heeft het vlees van de mens
permanent op Zich genomen.
Ons fysieke bestaan is verenigd met Gods eigen wezen.
Als we mediteren over onze fysieke bestaan,
gaan we inzien welk een grote maagdelijkheid en eer God ons heeft geschonken
– een ongelooflijke eerbiedwaardigheid [het ambt van priesterschap van de gelovige]!

Alsof het aannemen van ons vlees niet genoeg is geweest, herinnert de apostel ons eraan
dat Christus “ons van Zijn Geest gegeven” heeft [1John.4: 13].
En Hij vroeg hun ''Maar gij, Wie zegt gij Dat Ik ben'' [Marc.8, 29]De Heilige Geest,
Die in ons woont en Die we binnen de Kerk
de Geest, Die vuur en Liefde zijt; het genezend effect noemen, waardoor wij weten
dat we in Christus [ver]blijven, en
Hij in ons
“[1John.4: 13].
Jezus Christus heeft ons Zijn Goddelijkheid in Jordanië geopenbaard toen Hij gedoopt werd.
Hij komt tot ons in
het begunstigde water van onze eigen Doop, en
in het Mysterie van de Heilige Communie.
Hij droeg Zelf ons vlees tot aan het Kruis en
heeft de dood vernietigd.
Hoe weten we dit?
Het is de Geest die getuigt, omdat de Geest de Waarheid is en
Het zijn er drie, Die getuigen in de Hemel:
de Vader, het Woord, en de Heilige Geest;
en deze drie zijn één
“.
1John.5: 6

Eeuwig zijnde, Heerser, Heer,
Die de mens geformeerd heeft naar Uw Icoon en Gelijkenis.
Gij hebt in hem de aanleg voor het eeuwig leven neergelegd.
Ook toen de mens in zonde gevallen was, hebt Gij hem niet versmaad, maar
door de Menswording van Uw Christus hebt Gij aan de wereld Verlossing gebracht
“.
uit: gebed over de katechumeen

3e zondag als voorbereiding op de grote vasten – de wederkomst des Heren, bekend als de zondag van de vleesonthouding.

Jezus Christus, de rechtvaardige rechterHet aanstaand lot van de mens:
enige aanhalingen uit de schrift:

  • Wanneer dan de Zoon des mensen komt in Zijn Heerlijkheid en al de engelen met Hem, dan
    zal Hij plaats nemen op de troon van Zijn Heerlijkheid.
    En al de volken zullen voor Hem verzameld worden en Hij zal ze van elkander scheiden,
    zoals een herder de schapen scheidt van de bokken en
    Hij zal de schapen zetten aan zijn rechterhand en de bokken aan zijn linkerhand.
    Dan zal de Koning tot hen, die aan zijn rechterhand zijn, zeggen:
    Komt, gij gezegenden van Mijn Vader, beërft het Koninkrijk, dat u bereid is van de grondlegging van de wereld af.
    Want Ik heb honger geleden en gij hebt Mij te eten gegeven.
    Ik heb dorst geleden en gij hebt Mij te drinken gegeven,
    Ik ben een vreemdeling geweest en gij hebt Mij gehuisvest,
    naakt en gij hebt Mij gekleed, ziek en gij hebt Mij bezocht;
    Ik ben in de gevangenis geweest en gij zijt tot Mij gekomen.
    Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden, zeggende:
    Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien en hebben wij U gevoed,
    of dorstig en hebben wij U te drinken gegeven?
    Wanneer hebben wij U als vreemdeling gezien en hebben U gehuisvest,
    of naakt, en hebben U gekleed?
    Wanneer hebben wij U ziek of in de gevangenis gezien en zijn tot U gekomen?
    En de Koning zal hun antwoorden en zeggen:
    Voorwaar, Ik zeg u, in zoverre gij dit aan een van deze mijn minste broeders hebt gedaan, hebt gij het Mij gedaan.
    Dan zal Hij ook tot hen, die aan zijn linkerhand zijn, zeggen:
    Gaat weg van Mij, gij vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat
    voor de duivel en zijn engelen bereid is.
    Want Ik heb honger geleden en gij hebt Mij niet te eten gegeven,
    Ik heb dorst geleden en gij hebt Mij niet te drinken gegeven;
    Ik ben een vreemdeling geweest en gij hebt Mij niet gehuisvest, naakt en gij hebt Mij niet gekleed, ziek en in de gevangenis en gij hebt Mij niet bezocht.
    Dan zullen ook zij Hem antwoorden en zeggen:
    Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien, of dorstig, of
    als vreemdeling, of naakt of ziek, of in de gevangenis en
    hebben wij U niet gediend?
    Dan zal Hij hun antwoorden en zeggen:
    Voorwaar, Ik zeg u, in zoverre gij dit aan een van deze minsten niet gedaan hebt,
    hebt gij het ook aan Mij niet gedaan.
    En dezen zullen heengaan naar de eeuwige straf, maar
    de rechtvaardigen naar het eeuwige leven
    “.
    Matth.25: 31-46

Vs. 31-33.
Christus geboorte in het vlees, kersticoon [detail]
Aangezien Christus bij zijn eerste verblijf op aarde niet als een wereldheerser met pracht en praal tot ons is gekomen, maar in alle eenvoud en nederigheid, formuleert Mattheüs Zijn wederkomst als dat
Hij zal wederkomen in al Zijn heerlijkheid.
Eerst zal Hij de heiligen, die de beproevingen hebben doorstaan van
de zondaars afzonderen en hen aan Zijn rechterhand doen plaats nemen om hen                                                                                             toe te spreken.
Op grond van hun zachtheid noemt Hij de heiligen schapen en omdat zij voor ons vrucht hebben gedragen en ons nuttige dingen hebben opgeleverd.
Net als schapen hebben zij wol verstrekt, die goddelijk is en geestelijke bescherming biedt en schapenmelk welke in ons onderhoud voorziet.
De bokken zijn de zondaars, want zij begaven zich langs de afgrond en zijn daardoor onhandelbaar en vruchteloos.

Vs. 34-40.
Ga en doet gij evenzo, icoon van de barmhartige samaritaan
Dan zal de Koning tot hen,
aan zijn rechterhand zijn:
Komt, gij gezegenden mijns Vaders,
beërft het bereid is van de grondlegging
der wereld,
want ik had honger en gij hebt me gevoed: Ik ben dorstig geweest, en gij hebt mij te drinken gegeven:
ik was een vreemdeling, en gij hebt mij in uw huis opgenomen: naakt en gij hebt mij gekleed, ziek en gij hebt Mij bezocht: ik was in de gevangenis, en gij zijt tot mij gekomen.
Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden, zeggende:
Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien, en gespijzigd? of dorstig en hebben wij U te drinken gegeven?  Wanneer hebben wij U een vreemdeling gezien, en geherbergd? of naakt en gekleed? Wanneer hebben wij U ziek of in de gevangenis, en zijn tot U gekomen? En de Koning zal antwoorden en tot hen zeggen: ‘Voorwaar, Ik zeg u, in zoverre gij dit gedaan hebt aan één van de minste van mijn broeders, hebt gij het aan mij gedaan‘.
Hij zal ons geen eer of straf doen toekomen, totdat Hij ons eerst het oordeel heeft doen ondergaan. Want Hij houdt van de mensheid en heeft ons geleerd om dezelfde dingen te doen en niet te straffen, totdat we een zorgvuldig onderzoek hebben gedaan. Op deze manier zullen degenen die gestraft worden na het vonnis geen reden tot klagen hebben.
Hij noemt de heiligen gezegend als door de Vader aanvaard.
Hij beschouwt hen te Zijn erfgenamen van het Koninkrijk om aan te tonen dat God hen tot deelnemers heeft verklaard aan Zijn eigen heerlijkheid als Zijn eigen zonen.
Want Hij heeft niet gezegd, dat ze zullen “ontvangen“, maar zullen beërven, zoals
een mens het landgoed van zijn vader zou verkrijgen.
Wat je aan de minste van mijn broeders hebt gedaan betekent datgene wat
je ofwel aan Zijn eigen volgelingen of gewoon aan al die lijdend mensen hebt gedaan.
Want iedere arme sloeber is een broeder van de Heer, zoals Christus ook Zijn leven in armoede heeft doorgebracht.
Let hier ook op Gods rechtvaardigheid, hoe Hij de heiligen toejuicht; en zie hoe zij in de gezindheid van hun geest, ontkennen, wat zij met die gepaste bescheidenheid hebben gedaan; Dat zij Hem hebben verzorgd in die ander.
De Heer aanvaardt immers als voor Zichzelf gedaan al datgene wat voor de armen werd gedaan.

Vs. 41-46.
Zij die zich aan Zijn linkerhand bevindenHij stuurt hen die zich aan Zijn linkerhand bevinden de kant op, die wordt ingenomen door de duivel. Want zoals de demonen zonder mededogen zijn en zich wreed en kwaadwillig tegenover ons gedragen; zo
is het logisch dat degenen zich met hen vereenzelvigd hebben en die zich door hun eigen daden hebben vervloekt, dezelfde straf zullen moeten ondergaan.
Je dient dit zo te bekijken dat God de hel [het verblijven in de afwezigheid van God, hetgeen als een ijskast of als een hels vuur kan worden ervaren] niet voor de mens heeft geschapen, maar door het duivelse te volgen – zonder ik mezelf af van God en ben ik verantwoordelijk voor mijn eigen hellegang.
Huiver, dan, o mens, in alle toonaarden en begrijp hieruit dat deze mensen niet werden gestraft omdat ze als ontuchtplegers, rovers, of daders van elke andere ondeugd bekend worden, maar voor datgene waar het hen ontbrak, de Liefde tot de naaste, waarmee zij het als mens niet goed hebben gedaan.
Sterker nog, als je dit soort dingen nadrukkelijk overweegt, dan is de onderwereldfiguur degene die veel ter beschikking heeft gekregen en niet bereid is er ook maar iets van af te staan, zelfs als hij daarmee niemand enig kwaad doet.
Want wat hij dan ter beschikking heeft gekregen, heeft hij in feite ‘gestolen van hen’, die
in nood zijn en die niets van hem ontvangen hebben.
Wanneer hij zijn bezittingen met hen had gedeeld, zouden zij niet in nood verkeren.
Nu heeft hij deze dingen voor zichzelf opgepot en voor zichzelf gehouden, waardoor zij
in nood zijn geraakt en gebleven.
Dus wie niet vrijgevig is wordt als een rover beschouwd, want hij doet onrecht aan al degenen die hij had kunnen helpen en om deze liefdeloze reden zal hij en al degenen zoals hij in de eeuwige pijn gaan verblijven die nimmer ophoudt; maar de rechtvaardigen zullen het eeuwige leven binnengaan, het Koninkrijk der hemelen beërven.
Net zoals de Heiligen de onophoudelijke Vreugde zullen beërven, zo verkrijgen ook de onrechtvaardige de niet-aflatende straf.
> En dit ondanks de ketterij van Origenes [5e Oecumenisch Concilie, Constantinopel in 553], die verklaarde dat er een einde komt aan de hel en dat zondaars niet voor altijd gestraft zullen worden, maar dat er een tijd zal komen, dat ze door het lijden in de hel
de plaats van de rechtvaardigen zullen verkrijgen, omdat zij dan gezuiverd zouden zijn.
Origenes wordt hier duidelijk weerlegd, want de Heer spreekt zowel over de ‘eeuwige straf’ en dat deze nooit zal eindigen.
Hij vergelijkt daarom de rechtvaardigen met schapen en de zondaars met de bokken, hetgeen een onveranderlijke natuur betreft.
Net zoals een bok nooit een schaap kan worden, kan een niet bekeerde zondaar na zijn aardse bekommernissen en veroordeling alsnog gerechtvaardigd worden.
De buitenste duisternis [zo wordt het in de voorafgaande gelijkenis van de talenten omschreven] is dat wat het verst van Goddelijk Licht verwijderd is en om die reden komt die straf harder aan.
Er is nog een reden waarom dit zou kunnen worden genoemd en dat is dat de zondaar in de duisternis verkeert, zelfs al tijdens dit leven, als hij is afgedwaald van de Zon der gerechtigheid, maar dàn is er nog hoop op bekering aanwezig,
dit betreft nòg niet de buitenste duisternis .
Maar wanneer hij gestorven is, is er een onderzoek ingesteld naar de dingen die hij heeft gedaan, dan wordt de buitenste duisternis vastgesteld en ontvangt deze wanneer het zijn tijd is. Dan er is geen hoop meer op bekering, want hij heeft zich van de goede dingen van God volledige beroofd.
In dit aardse leven geniet hij tot op zekere hoogte nog van de goede dingen van God,
ik bedoel, de tastbare dingen van de schepping en hij gelooft dat hij op de een of andere manier toch als dienaar van God kan worden beschouwd,
zijn lieve luie, zelfzuchtige leventje in Gods huis, dat is deze creatie,
welke door hem door God gegeven was om te voorzien in de eerste levensbehoeften en
niet door zich met z’n rijkdommen op te sluiten, af te zonderen.
Maar bij het oordeel zal hij helemaal van God afgesneden worden en zal niet deelnemen aan alle in de goede dingen die God ons in het vooruitzicht heeft gesteld.
Dit is de duisternis die de buitenste duisternis genoemd wordt in vergelijking tot de duisternis hier op aarde, wat niet tot het uiterste reikt omdat de zondaar nog niet volledig afgesneden van het Licht is afgezonderd.

'Emmaus'Laten wij lezers dan dit gebrek [afwezigheid van] aan medemenselijkheid [de Liefde] afleggen en de praktijk van het geven van aalmoezen beoefenen, zowel de materiële als spirituele, want hiermee voedt je naast Christus ook
al degenen die hongeren naar deze redding.
Wanneer je voedsel en te drinken geeft
aan degenen die hongeren en dorsen naar onderwijs, heb je te eten en te drinken
gegeven aan Christus.
Want binnen de christelijke manier van leven
is Christus het middelpunt en het geloof
in Hem wordt gevoed en verheven
door het onderwijs.
Wanneer je iemand ontmoet die als een vreemde voor het Hemelse vaderland is opgegroeid, dien je in hem de mogelijkheden tot vergoddelijking te zien, waarmee
je hem op dezelfde pelgrimstocht, die jezelf gaat op sleeptouw neemt.
Terwijl je zelf tot de weg naar de hemelen wordt geroepen,
leidt je hem samen met jezelf op de goede weg, opdat
datgene wat je aan anderen verkondigt, niet door jezelf wordt afgewezen.
Als een mens het kleed van onvergankelijkheid heeft afgeworpen, die hij bij zijn doop heeft verkregen, waardoor hij naakt rondloopt, kleed je hem; en
als iemand zwak in het geloof is geworden, zoals Paulus zegt,
dien je hem te helpen; en degene te bezoeken die zich in
de duistere gevangenis van het lichaam heeft opgesloten en
je geeft hem raad, want dat is als een licht op zijn pad.
Op deze manier zijn al de zes soorten Geestelijke liefdeshandelingen uit te voeren,
zowel op lichamelijke als geestelijk wijze, want we bestaan uit zowel ziel en lichaam en
deze Liefdeshandelingen dienen ook op gelijke wijze bewandeld te worden.

H. Theofylaktus van OchridDe heilige Theofylaktus van Ochrid verwijst naar het feit dat
de hemel en de hel, als ultieme lot, niet aan God verweten
dient te worden maar aan het individu zelf
– dus de heilsleer bevat geen vorm van predestinatie.
Want God heeft de mensen lief en leert ons om op dezelfde wijze niets dan goed te doen en  niet te veroordelen/straffen voordat
we een zorgvuldig onderzoek hebben gedaan.
Zo is ook Gods liefdevolle oprechtheid in dit alles te bezien, . . .
want degene die wordt gestraft zal  na het vonnis geen reden tot klagen hebben.

Theofylaktus van Ochrid merkt tevens op dat het vuur waarin
verdoemden worden gezonden voor de duivel als een brand is.
Want zoals demonen geen mededogen hebben en wreed en
kwaadwillig gezind zijn ten opzichte van ons, is het logisch dat zij die met hen optrekken [gelijkgestemd zijn], door hun eigen daden vervloekt en verdienen daarom ook dezelfde straf.
God heeft het vuur niet voor de mens geschapen, noch maakte Hij de hel voor ons,
maar hij creëerde dit voor de duivel; en door de tegenstrever te volgen maak ik mezelf
aansprakelijk wanneer ik de hel verkies.
Opvallend is dat zowel de opgestane mens als de verdoemde verbaasd is om zichzelf
in hun respectieve omstandigheid te bevinden
[Dan zullen de rechtvaardigen antwoorden . . . wanneer hebben wij U….? Dan zullen zij [de verdoemden] ook Hem als antwoord geven en zeggen . . . wanneer hebben wij U….?].

De God-mens beantwoordt zowel de opgestane als de verdoemden door te verwijzen naar
de daden die hun relatie met anderen in de loop van hun leven op aarde heeft gekenmerkt en onthult dat er in de omgang van rechtvaardigheid of zondigheid met anderen,
ze allemaal rechtvaardig of zondig zijn omgegaan met de God-mens,
met Jezus Christus Zelf!
Hier maakt de Verlosser het onderscheid duidelijk tussen dat wat van God afkomstig is en
onze eigen hedendaagse seculiere-hedonistische cultuur,
zoals het is door – onder meer – de Franse atheïst-existentialistische filosoof Jean Paul Sartre, is beschreven als  L’enfer, c’est les autres [“De hel, dat is de andere mensen“].
Niets kon de zinssnede van het Woord van God duidelijker tegenspreken
dan verschrikkelijke constatering van Sartre: namellijk dat voor ons,
“andere mensen” letterlijk de middelen zijn van onze eigen redding!
Dus de evangelische vergelijking, Zoals we op aarde hebben geleefd =
zo zullen we eeuwig leven.

  • Er is een nog een ander evangelie waarin onze Verlosser,
    de God-mens Jezus Christus, over het lot van de gestorvenen spreekt.
    En een broeder zal zijn broeder overleveren ten dode en een vader zijn kind en
    kinderen zullen opstaan tegen hun ouders en hen ter dood brengen.
    En gij zult door allen gehaat worden omwille van Mijn Naam.
    Maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden.
    Wanneer gij dan de gruwel der verwoesting ziet staan, waar hij niet behoort
    – die het leest, geve er acht op –
    laten dan die in Judea zijn, vluchten naar de bergen.
    Wie op het dak is, ga niet naar beneden en ga niet naar binnen om
    iets uit zijn huis mede te nemen en
    wie in het veld is, zal niet terug keren om zijn kleed mee te nemen.
    Wee de zwangeren en de zogenden in die dagen!
    Bidt, dat het niet in de winter zal vallen.
    Want die dagen zullen zulk een verdrukking brengen als
    er niet geweest is van het begin der schepping die
    God geschapen heeft, tot nu toe en ook nooit meer wezen zal.
    En indien de Heer die dagen niet had ingekort, zou geen vlees behouden worden,
    doch ter wille van de uitverkorenen, die Hij heeft uitverkoren, heeft Hij die dagen ingekort.
    Indien dan iemand tot u zegt: Zie, hier is de Christus, zie, Hij is daar, gelooft het niet.
    Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan en
    zij zullen tekenen en wonderen doen om, ware het mogelijk,
    de uitverkorenen te verleiden
    “.
    Marc.13: 12-22

De gelijkenis van de Maagden [coptische icoon]Wees daarom als de wijze maagden alert want je weet niet wanneer de Heer terugkomt.
Of het ‘s-avonds is of middernacht,
wanneer de haan kraait of in de ochtend
Christus zal onverwacht en plotseling terugkomen en Hij dient je niet                                                                                                             in slaap aan te treffen.
Heer, ontferm U“.
Dat is een niet mis te verstane boodschap, een onmiskenbare opdracht
onttrokken uit een helder en duidelijk gedeelte van de H. Schrift.
Laat ik het zo formuleren, bovenstaande is een korte studie van het Oude en Nieuwe Testament. Heb je de profeten doorlopen kom je aan het eind ergens het boek Daniël tegen. Zo krijg je een [be-]grip op de eschatologie, de leer van de terugkeer van Christus
aan het einde van de menselijke geschiedenis.
Elke passage in de Schrift dient intact te worden geratificeerd, omdat
alles in de Blijde Boodschap van één auteur afkomstig is en dat is God,
Die Zichzelf nooit tegenspreekt.
Na al die jaren is dit het fundament van alles welke uiteindelijk leidt naar de wederkomst van Christus, de Alpha en de Omega, aan het begin en aan het eind.
• “Velen zullen in de eindtijd onderzoek doen en
de kennis zal vermeerderen
“.
Daniël 12: 4
De tekenen zijn heel duidelijk, broeder zal opstaan tegen broeder,
de ene leider tegen de ander, is het niet rechtstreeks dan als instemmend met oost of west om er zelf goed garen mee te spinnen.
Die dagen zullen een verdrukking brengen als er nimmer geweest is;
kinderen zeggen tegen de ouders:
Kun jij dat in die kerk nog steeds navolgen,
zelfs in de kerken belijden ze met de mond
– maar in de praktijk zitten ze elkaar in de haren en
jagen elkaar in de gordijnen – mij niet gezien“.
Verdeeldheid heerst alom, maar ‘toch’ dienen we vast te houden aan
datgene wat de enige Waarheid is, Die alles maar danook alles overleeft.

  • Ook in het Evangelie van Lucas wordt de toekomst in
    De ziel van Lazaros in de boesem van Abrahamde gelijkenis van de Heer van de rijke man en
    de arme Lazaros beschreven:
    En er was een rijk man, die gekleed ging in
    purper en fijn linnen en elke dag schitterend feest hield.
    En er was een bedelaar, Lazarus genaamd,
    vol zweren, liggend in zijn voorportaal, die
    verlangde zijn honger te stillen met wat
    van de tafel van de rijke afviel; zelfs
    de honden kwamen hem zijn zweren likken.
    Het geschiedde, dat de arme stierf en
    door de engelen gedragen werd in Abrahams schoot.
    Ook de rijke stierf en hij werd begraven.
    En toen hij in het dodenrijk zijn ogen opsloeg onder de pijnigingen, zag hij Abraham van verre en                                                                                 Lazarus in zijn schoot.
    De rijke man in het dodenrijkEn hij riep en zei: Vader Abraham,
    heb medelijden met mij en zend Lazarus opdat
    hij de top van zijn vinger in water dope en mijn tong koelte brenge, want ik lijd pijn in deze vuurzee.
    Maar Abraham zei: Kind, herinner u, hoe gij
    het goede tijdens uw leven hebt ontvangen en
    insgelijks Lazarus het kwade; nu
    wordt hij hier vertroost en jij lijdt pijn.
    En bij dit alles, er is tussen ons en u een onoverkomelijke kloof, opdat zij, die
    vanhier tot u zouden willen gaan, dit
    niet zouden kunnen, en zij vandaar
    niet aan onze kant zouden kunnen komen.
    Doch hij zei:
    Dan vraag ik u, vader, dat gij hem naar
    het huis van mijn vader zendt, want ik heb vijf broeders.
    Laat hij hen dan ernstig waarschuwen, dat ook zij
    niet in deze plaats der pijniging komen.
    Maar Abraham zei:
    Zij hebben Mozes en de profeten, naar hen moeten zij luisteren.
    Doch hij zei: Neen, vader Abraham, maar
    indien iemand van de doden tot hen komt, zullen zij zich bekeren.
    Doch Abraham zei tot hem:
    Indien zij naar Mozes en de profeten niet luisteren
    zullen zij ook, indien iemand uit de doden opstaat,
    zich niets laten gezeggen
    “.
    Luc.16: 19-31
    De les hier is precies hetzelfde.
    Hij, die onverschillig is voor het lot van de “minste van mijn broeders
    heeft geen plaats in de schoot van Abraham, dat wil zeggen,
    geen plaats in het eeuwige leven te ervaren als een paradijs.
    Er is beslist een grote kloof tussen de eeuwigheid als Paradijs en
    de eeuwigheid als de hel.
    En toen de rijke man, in zijn kwelling, zich zijn levende broers herinnerde vroeg hij Voorvader Abraham om Lazaros terug naar de aarde te sturen, ten einde hen te waarschuwen voor het lot hen te wachten zou staan.
    Maar Abraham weigert dit: want de levende broers van de Rijke man hebben immers de Blijde Boodschap, en deze dienen zij te gehoorzamen en na te volgen.
    De rijke man gaat met Abraham in discussie (!).
    Hij wijst de wijze voorvader er N.B. op (!),
    dat als “iemand van de doden tot hen komt, zullen zij zich bekeren“.
    Maar de heilige Abraham heeft het laatste woord in deze onevenwichtig gesprek (!!!):
    Als ze niet luisteren naar Mozes en de profeten, zullen zij eveneens niet worden overgehaald, door iemand die uit de doden opstond.

In Uw vreedzaam Huis van gebed,
zoeken wij een sterk en verfrissend Geloof.
Wij rusten en bereiden ons vreugdevol voor
op het werk wat ons te wachten staat
“.
uit anglicaans gebedenboek

  • Genezing van de lammeJezus genas de verlamde man, maar de Joden vervolgden Hem omdat Hij dit deed op de sabbat.
    Bij de beantwoording stelt Hij Zich gelijk aan God hetgeen hen nog bozer maakte en op de koop toe werd Hem godslastering verweten.
    Toen vervolgde Hij zijn antwoord
    met een vooruitblik op de Laatste Dagen en
    het Goddelijk Oordeel.
    Voorwaar is een Hebreeuws woord:
    “Zo is het, amen, amen”.
    Wat hij hiermee bedoelt is:
    “Het is waarheid, de Waarheid”.
    Twee maal herhalend, opdat zij
    extra aandacht dienen
    te besteden aan wat ze nu te horen krijgen:
    Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie mijn woord hoort en Hem gelooft, die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven en komt niet in het oordeel, want hij is overgegaan uit de dood in het leven.
    Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, de ure komt en is nu, dat de doden naar de stem van de Zoon van God zullen horen, en die haar horen, zullen leven.
    Want gelijk de Vader leven heeft in Zichzelf, heeft Hij ook de Zoon gegeven
    leven te hebben in Zichzelf.
    Het laatste oordeel, kerk van de H. Elias, Brampton-Ontario [Canada]En Hij heeft Hem macht gegeven
    om gericht te houden, omdat
    Hij de Zoon des mensen is.
    Verwondert u hierover niet, want
    de ure komt, dat allen, die in de graven zijn, naar Zijn stem                                                                                                                           zullen horen en zij zullen uitgaan,
    wie het goede gedaan hebben, tot de opstanding ten leven,
    wie het kwade bedreven hebben, tot de opstanding ten oordeel.
    Ik kan van Mijzelf niets doen; gelijk Ik hoor, oordeel
    Ik, en mijn oordeel is rechtvaardig, want
    Ik zoek niet mijn wil, doch de wil van Hem, Die
    Mij gezonden heeft
    “.
    John.5: 24-30
    – “Die Mijn woord hoort!” – , Degenen die Mijn woord horen.
    Wat is zijn ‘woord’ in dit confronterend perspectief?
    Christus openbaart Zich, Hij zegt onomwonden de Zoon van God te zijn.
    “Je dient nu te luisteren naar wat God je persoonlijk te zeggen heeft . . .”, want
    wanneer je in God gelooft, dan geloof je in Hem die God gezonden heeft.

Iedereen die Zijn woord hoort en in God door Hem, door Zijn Woord gelooft:
heeft eeuwig leven en komt niet in het oordeel, want
hij is overgegaan uit de dood in het leven
“.
Geloven in Christus is geloven in God.
En terwijl we geloven in God betekent dit dat we eeuwig leven hebben.
Merk hierbij op dat er gezegd wordt dat we – hier en nu – al overgegaan zijn naar het eeuwige leven. Dit bevestigt het Verbond dat we al met Christus hebben, omdat we voor de wereld gestorven zijn.
Want gij zijt gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God“.
Kol.3: 3
Dit tot je te laten doordringen helpt ons de vruchten van de H. Geest
[de zes soorten Geestelijke liefdeshandelingen] te aanvaarden en
de pelgrimstocht van onze roeping te vervolgen.
We zijn met Christus begraven en zullen met Hem opstaan;
Dit is de reden waarom we geen angst behoeven te hebben voor de dood of
dat we onze verlossing verkwanselen.
We zijn onverbrekelijk met Hem in de dood verbonden en leven!
Dit leven is eeuwig, omdat Zijn Leven eeuwig is.

Sta nu eens stil bij de zegeningen en vervloekingen van het Oude Testament.
Een van de vervloekingen is dood, maar de zegen schenkt aan allen het leven.
Toen Christus de Wet vervulde ontving Hij  daardoor
de beloning van al degenen die zich eraan houden.
Het leven is een beloning voor Zijn gehoorzaamheid en
zijn wij  Zijn mede-erfgenamen geworden.
Hoe zal Hij, die zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard, maar
voor ons allen overgegeven heeft, ons met Hem ook niet
alle dingen schenken?
“.
Rom.8: 32
Naast bovenstaand onweerlegbaar bewijs aan
de hand van de Blijde Boodschap [de H.Schrift]
betreft dit een voor een voorafbeelding voor de heiligen
– de boodschap is zo helder als glas en is ook ontnuchterend.
Bovendien rijst de vraag naar onze geaardheden in een pluralistische samenleving
[het naast elkaar bestaan van verschillende culturele en sociale (belangen)groepen],
wat zal het lot zijn van degenen die geen lid zijn van het Lichaam van Christus op aarde.
Dan volgt natuurlijk dat leerzame woord van  de Apostel Paulus aan de Naties:
Laatste oordeel - 'allen, die zonder wet gezondigd hebben, zullen ook zonder wet verloren gaan'Want er is geen aanzien
des persoons bij God.
Want allen, die zonder wet gezondigd hebben, zullen ook zonder wet verloren gaan; en allen, die onder de wet gezondigd hebben, zullen door de wet geoordeeld worden; want niet de hoorders der wet zijn rechtvaardig bij God, maar de daders
der wet zullen gerechtvaardigd worden.
Wanneer toch heidenen, die de wet niet hebben, van nature doen wat de wet gebiedt, dan
zijn dezen, ofschoon zonder wet, zichzelf tot wet; immers, zij tonen, dat
het werk der wet in hun harten geschreven is, terwijl hun geweten mede getuigt en hun gedachten elkander onderling aanklagen of ook verontschuldigen,
ten dage, dat God het in de mensen verborgene oordeelt
volgens mijn evangelie, door Christus Jezus
“.
Rom.2: 11-16
De nadruk ligt op wat er wordt gedaan gedurende het hele leven van een mens.
Het lot van de mens is in de handen van Jezus Christus onze God, waar het thuishoort.
Ik vermaan u dan allereerst smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen te doen voor alle mensen, voor koningen en alle hooggeplaatsten, opdat
wij een stil en rustig leven mogen leiden in alle godsvrucht en waardigheid.
Dit is goed en aangenaam voor God, onze Heiland, die wil, dat alle mensen
behouden worden en tot erkentenis der waarheid komen
“.
1Tim.2: 1-4

Wij vertrouwen erop dat God best weet hoe hij ieder mens dient te gedenken,
op een wijze die zowel effectief is als respect toont voor de Vrijheid van de mens.
En toch, bidt voor hen, wat ze ook uithalen. Men dient voor hen te bidden.
Goddelijke Liturgie [16th cnt],  Levend Geloof, zowel thuis, in de Kerk als op SchoolDit betreft de essentiële verantwoordelijkheid van de Christenen voor anderen,
het is de enig juiste manier om met deze geteisterde samenleving van vandaag en
alle dagen, die ons nog te wachten staan om te gaan. De rest laten we over aan God.
We weten niet altijd wat God zal doen en ook niet waarom.
We weten wel zeker wat ‘wij‘ dienen te doen, en waarom.
Daarom bidden we in de Goddelijke Liturgie van Johannes Chrysostomos
voor de gelovigen, voor de ongelovigen, voor de Patriarch en Metropoliet,
voor de bisschop, de Koning, de koningin en de leiders van de wereld,
hoe [verkeerd] ze ook handelen.
Het verhoudt zich niet tot het Christelijk handelen
tégen je broeders en naasten [vijanden] te bidden.
Doen we dat niet, dan is het gebed niet tegen hen, maar tegen onszelf gericht,
want we provoceren God door het uitspreken van de Goddeloze woorden:
Laat hem hetzelfde ondergaan als hij anderen doet! “, “Slaat hem!, vergeldt hem!“.
De woorden van u, als volgeling van Christus, dienen altijd en overal
mild en zachtmoedig te zijn.
Uit de mond die op het punt staat zo’n Groot en Heilig Mysterie te ontvangen,
dient niets van verbitterdheid voort te komen.
Want “Lasteraars en oplichters zullen het Koninkrijk Gods niet beërven“.
1Kor.6: 10
Want die vervloekt is schadelijk aan anderen en
schadelijkheid en gebed zijn in strijd met elkaar,
vloeken en bidden liggen mijlenver ver van elkaar verwijderd,
beschuldigingen en gebed bijten elkaar.
Want indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft,
zal uw hemelse Vader ook u vergeven;
maar indien gij de mensen niet vergeeft,
zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergeven
“.
Matth.6: 14,15
Daarom bidden we in de Goddelijke Liturgie, na het Trisagion:
Laat ons alle aardse zorgen terzijde stellen.
Om te ontvangen de Koning van het Heelal,
onzichtbaar begeleid door Zijn lijfwacht van Engelscharen
“.
God, wees mij zondaar genadig“, zegt de Priester namens ons allen,
want wat hebben wij hier bij deze offergave in te brengen.

De H. Schrift dient niet alleen aangehaald te worden als
normatieve inhoud van ons antwoord op grote [levens-]vragen.
Het dient tevens als criterium te worden gebruikt als norm in ons doen en laten.
Stellen we onze Heer en Schepper dus de verkeerde vraag – dan kan daar
alleen maar een negatief antwoord op volgen.
Ons denken en ons hart dient gericht te zijn op
onze deemoedige, bescheiden positie in dit heelal,
opdat we daarmee verankerd blijven met God.
De functie van Zijn Blijde Boodschap in ons hart
is daarom altijd het uitgangspunt van de Kerkvaders geweest.
Hef uw handen op naar het Heiligdom en zegen onze Heer“.

2e zondag als voorbereiding op de grote vasten – het berouw van de verloren zoon

de gelijkenis van de verloren zoon
(Luc.15, 11-32)
Vignet van Jan Luiken uit het boek historie van het O.T & N.TWanneer je de term “verloren zoon” hoort,
wordt je aangenaam verrast en
krijg je bijna sympathie voor dit personage.
De “religieuze cultuur” heeft bijgedragen aan deze wijze van verkondiging, want het ontkracht en vermindert de inhoud van het Evangelie.
Woorden hebben een geschiedenis.
Ze ontstaan, ontwikkelen zich en passen zich aan veranderende omstandigheden aan.
Soms verdwijnen ze ook weer, na korte of lange tijd.
Daarom dien je altijd de diepere betekenis, de etymologisch betekenis van de woorden van God, het Woord en het indringende en profetische karakter van gelijkenissen te zoeken.
Want in feite betekent “verloren” niets meer of minder dan een “verrader“.
Het zou daarom beter zijn om over de ‘verloren en gevonden zoon” te spreken.

In een paar zinnen vat de Heer de geestelijke geschiedenis van de hele mensheid samen.
Dit sluit volledig aan bij de liturgische opgang in het jaar, omdat
we immers aan het begin staan van de “opgang” naar de Opstanding, de grote vasten.

Christus is aan het einde van zijn openbare leven:
Hij is de steden en dorpen van Galilea doorgetrokken om het goede nieuws van het Koninkrijk Gods te verkondigen en deed dit meestal via gelijkenissen.
Tollenaars en zondaars, degenen die de Wet niet te gehoorzaamden, benaderden bereidwillig Jezus om hem te gehoorzamen.
Daarop morden de Farizeeën en schrift-geleerden en bovendien ontvangt Hijzelf zondaars en eet met hen
” [Luc.15: 1-2].
In reactie hierop geeft de Heer drie gelijkenissen die één geheel vormen:
het verloren schaap, de verloren zoon en de verloren drachme.
Vreemd genoeg worden de laatste twee alleen vermeld door de heilige Lucas
[waarbij dezen bovendien nog  worden opgevolgd door de ontrouwe dienaar].
Deze drie gelijkenissen vormen een samenhangend geheel en
zijn van groot belang in het kader van
de soteriologische [uit het Grieks σωτηρ, sootèr, redder] drie-eenheidstheologie

De man die twee zonen heeft staat voor de hemelse Vader.
De twee zonen zijn, volgens het overgrote deel van de kerkvaders,
de wereld van de engelen en die van de mens.
Het verloren schaap en de verloren drachme staan voor de gevallen mens,
terwijl de andere 99 en 9, die verloren hebben, de engelachtige wereld omvat.
Deze kunnen worden gelijkgesteld met twee soorten spirituele mensen:
de grootste tak, de eerste tak van de erfgenamen en laat de jongste, die het koninkrijk erven (4) .
In koninklijke families, is de hoofdlijn de lijn die van de vorst afstamt [meestal de oudste zoon van de koning]; opvolgende erfgenamen zijn afkomstig van de zonen.

De jongste toont buitengewone vrijmoedigheid: hij vraagt ​​de vader zijn erfdeel.
De onbevangen emotie klopt hier niet, want er was geen erfenis omdat zijn vader niet gestorven was.
Slechts een mens is in deze gelijkenis van God in staat om zich een ​​dergelijke vrijheid toe te eigenen!
De hoogmoedigheid ten top; de Vader is het dan ook niet verplicht om dit te accepteren.
Maar de Almachtige Vader toont [ten opzichte van de mens] een ongekende vriendelijkheid:
Hij verdeelde hij zijn activa onder de twee zonen.
Waar bestaat deze  activa, deze “goederen” uit?
Dit is alles wat we om niet van God cadeau krijgen,
het leven, de intelligentie, de schoonheid,
de kracht en bovenal de Genade.
Het tweede wat in deze ongelooflijke gebeurtenis plaats vindt is dat de jongste zijn boeltje bij elkaar pakt en zijn vader verlaat en zich ver van Hem en de zijnen verwijderd;
[“naar een ver land”, dat wil zeggen hij verlaat het prototype van het goddelijke en
begeeft zich op het goddelijk ongelijke pad].
En daar, “leeft hij zijn eigen eenzame leventje” zonder God,
hij  doet wat hij leuk vindt en jaagt er zijn erfenis als afval doorheen
“een leventje in luxe”; hij verwerpt de Genade en is alleen gericht op zichzelf,
op zijn eigendom, zijn genot en zijn macht.
Wanneer de oudste zoon de jongste aanklaagt omdat hij
” die uw bezit heeft opgemaakt met slechte vrouwen [overspel]” [Luc.15: 30], betekent
dit dat de jongste door de wereld werd beheerst en
dat hij God terzijde stelde.

Dit eerste deel van deze levenshouding komt overeen met die van
Adam en Eva in het paradijs en hun verdrijving naar de wereld
vanwege hun ongehoorzaamheid [hoogmoed].
Wij gelovigen zijn van mening dat een ver land waar “honger” heerst en
waar de mens leeft in het gezelschap van varkens op hetzelfde moment,
het samenwerking met de demonen betreft en
de mens die de vijandige natuur aanneemt, vol distels en doornen [zie Gen.3: 18]
hij is in opvatting afgeweken en is bezeten door de satan.

In dit land heerst de hongersnood en
de jongste heeft honger.
Dit is een voorbeeld van de ondergang, hetgeen de betekenis omvat van de geestelijke ondergang. Ver van God kan de mens alleen maar verhongeren,
de nieuwe mens zal zich alleen te goed doen aan het Woord van God,
Zijn liefde, Zijn Goddelijk voedsel – het lichaam en bloed van Christus -,
door de Heilige Geest kan de geest van de mens
het beeld van God [Gods gelijkenis] in zich voeden.
De verloren zoon, pentekening van Rembrandt van RhijnDe mens heeft een grote zwakte:
hij is niet in staat te leven en
alleen maar in de Heer te worden vervuld,
in de onophoudelijke vereniging met God.
Iedereen die afwijkt van de Heer zal echter “honger” lijden.
En deze honger naar de Heer is wonderbaarlijk!
Want omdat het onlosmakelijk verbonden is met een wonder: “zal de jongste zich [uiteindelijk !] herstellen”.

Hij was alleen maar met de buitenkant bezig, het leven buiten het zelf te zoeken,
in plaats van te vertrekken, maakt hij nu een beweging  naar binnen [internaliseren],
om het nog duidelijker te stellen, hij dringt binnen in de kern van zijn wezen,
hij laat de Heilige Geest toe tot hem te naderen.
En daar in de diepste diepten van zijn [verborgen] hart,
begint hij na te denken over zijn leven aan de leiband van de wereld,
aan zijn lijden, aan zijn vader en het verloren geluk.
En zie, dit is de gigantische stap voorwaarts op het pad van de bekering:
de voorbereiding die van binnen plaats vindt en zuiverend werkt.
Doe niets, vraag geen genade aan anderen, zoek noch enige rechtvaardiging,
maar belijdt je zonde;
Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen U
[tegen de Heilige Drie-eenheid, waaronder uw Vader] en
daarna het berouw:
ik ben het niet langer waard uw zoon te worden genoemd;
maak mij tot een van uw dagloners
“.

Zondag van de verloren zoonChristus leert ons dit grote Mysterie van berouw,
vertrouwt ons deze verborgen schat toe.
Bekering komt na de zonde door de jongste begaan.
Hij verachtte de Liefde van zijn vader, weigerde de gelijkenis met Zijn beeld.
Door de Genade en Goddelijke Kracht van God
te verlangen, hervindt hij zich nu,
plotseling in haar prachtige glans.
Hij zegt: Ik ben het niet waard Uw evenbeeld te zijn, om Uw ​​huis als de mijne te beschouwen,
in Uw glorie te verblijven en het geduld te ondergaan wat U met mij als met een
eenvoudige dienaar opbrengt, een vreemdeling,
iemand die wordt betaald voor zijn dagelijks werk.
De mens ontmoet in dit tonen van berouw de Grootsheid van God, Die hem geneest.

Christus openbaart als een Heerser het element van de Goddelijke Gedachten:
hij tilt een tipje van de sluier op over het hemels Koninkrijk.
De Vader, Die staat te wachten op de terugkeer van zijn zoon,
de horizont afzoekt, in de hoop dat wij terugkeren tot Zijn gelijkenis Vader “staat Hij voortdurend op de uitkijk”, dat wil zeggen wanneer we de weg tot berouw nog maar nauwelijks hebben betreden, de weg naar tot het hemels Koninkrijk.
En als Vader heeft Hij medelijden met ons”
en bewondert ons als jongste, die inspanning betoont.
En niet alleen dat, hij loopt hem tegemoet om hem te ontmoeten,
dit verkort de lange weg terug naar de bron,
Hij neemt ons in de armen en geeft ons een kus van vrede.

Zodra de onderliggende bedoeling van berouw in het hart ontloken is,
is de verademing van de vergeving niet veraf.
Hier krijgen wij het beeld te zien van Christus’ komst in de wereld, we verkorten het lijden door het inzicht van het Geloof van Abraham en
de Vaderlijke kus geeft ons een beeld van komst van de Heilige Geest.
De Vader geeft ons de tijd om berouw te tonen, de jongste die tot bekering is gekomen is degene die  vergeving mag ontvangen. Het berouw werd binnen geopenbaard.
De vergeving van de Vader is onvoorwaardelijk, als Heer der Heerscharen.
Er is dan ook blijdschap in de hemel rond de troon van God.
De Vader verheugt Zich omdat “Deze zoon van Mij dood was en is weer levend is geworden;
hij was verloren en is gevonden
“.
In dit tweede deel van het verhaal ontmoeten we de verlossing door Christus verkregen:
Hij verhief de mens en zette hem op de troon van God.

Zondag van de verloren zoon [detail]Vervolgens spreekt deze gelijkenis over de oudste zoon: dit deel is theologisch nogal complex maar op het spirituele vlak eveneens toegankelijk.
We geven hier geen gedetailleerde exegese, omdat deze te lang is; maar we bieden
een enkel denkpatroon.
De oudste zoon, die altijd dicht bij zijn Vader verbleef, is trouw gebleven en
deelt alles met Hem.
Dit kan gezien worden als
een beeld van de engelenwereld die trouw aan God belijdt.

Na de Apocalyps, “volgt slechts een-derde van de engelenwereld de satan in zijn opstand;
twee-derde zijn op deze wijze trouw aan God gebleven sinds ook zij geschapen werden“. . [zie, de staart van een grote draak welke een derde van de sterren aan de hemel wegsleepte en op aarde neerwierp” [Op.12: 4]]. Dit is de mening van vele kerkvaders.

Maar de extreem lange dialoog tussen de Vader en [eerstgeboren lijkende] zoon is soms nogal  confronterende en mysterieus hetgeen het uiterst moeilijk verklaarbaar maakt in theologische kwesties.
Aan de andere kant kan dit ook worden opgevat als een geestesgesteldheid van een van de erfgenamen.
Het gaat over mensen die altijd trouw zijn gebleven aan God, of zij die niet ooit afgedwaald zijn van de Wet, die nimmer enige twijfel hebben ondervonden en die hun ziel en zaligheid aan de Kerk hebben gewijd, de grote zonden die de mens van God scheiden zorgvuldig hebben ontweken.
Zij worden de rechtvaardigen genoemd.
Er hebben dergelijke prachtige zielen in de Kerk bestaan, niet alleen individuen, maar ook gezinnen, die volledig overtuigd van God, hun leven hebben doorgebracht.
De onvergelijkelijke Goedheid van God aan de goddelozen, terwijl
de rechtvaardigen grote ontberingen hebben geleden om Christus’ wil,
kan een heel grote geestelijke test vormen.
En de ziel kan hiermee een groot verdriet hebben ondergaan, tot vele vergoten tranen toe.
In de Bijbel vinden we hier veel voorbeelden van:
> Koning David klaagt in de Psalmen over het schaamteloos geluk welke de goddelozen genieten,
> Job vervloekt de dag dat hij geboren werd,
> zo zal de oude Tobit God verzoeken om te mogen sterven;
> zoals de profeet Jona vlucht voor de goedheid van de Heer om
de goddelozen zullen in verlegenheid te brengen.
>>> Bijna alle rechtvaardigen hebben wel een dag beleefd met deze bitterheid,
het verdriet over het kwaad dat triomfeert, arrogant en zo te zien onschuldig.
En dit zal nimmer volledig worden gerechtvaardigd, totdat
deze gevallen wereld voorbij zal zijn.
Alleen het Oordeel geeft enige troost, omdat de ongerechtigheid over de gehele  schepping bekend zal worden gemaakt.
De goddelozen zullen vergeving verkrijgen wanneer zij berouw tonen, maar het kwaad zal universeel en permanent worden gestraft.
En de eerstgeboren zoon zal dan ongetwijfeld blij zijn met de verandering van de  jongste en beiden zullen samen met volle teugen genieten van de vreugde van hun Vader.

Psalmen op basis van Waarheid samengesteld – Psalm 2

??????????????????????????????????????????????????????????????Het is wel even schrikken als midden in
ons bestaan de goddelijke spotlach uit de hemel losbarst en als een rollende donderslag nog een tijdje blijft na rommelen.
Daarop waren Witte Huis noch Kremlin,
het Elysée noch het Haagse torentje ook
maar één seconde voorbereid;
eh . . . , hierin was niet voorzien.
De goddelijke lach is er niet minder
gul en dus veelzeggend om.
Integendeel, want God richt zich tot en tegen de machtigen van de aarde.

Waarom woeden de heidenen?
Waarom zinnen de volken op ijdelheid?
In opstand zijn de koningen der aarde;
de vorsten zijn samengeschoold.
Zij zijn in opstand tegen de Heer,
en tegen Zijn gezalfde[n].
Zij zeggen: Laat ons hun boeien verbreken,
laat ons hun juk van ons afwerpen.
Maar die in de hemelen wonen lacht hen uit:
de Heer bespot hen.
Dan spreekt Hij tot hen in Zijn toorn,
in Zijn gramschap brengt Hij hen in verwarring.
Doch ik ben door Hem als koning gesteld,
over Sion, Zijn heilige berg.
Om de bevelen des Heren
bekend te maken en te verkondigen.
De Heer toch zei tot mij: Gij zijt Mijn zoon;
heden heb Ik u verwekt.
Vraag Mij, dan geef Ik u volkeren tot erfdeel;
de einden van de aarde tot uw bezit.
Gij zult hen weiden met ijzeren staf,
Hen stukslaan als aardewerk.
Nu dan, koningen, wees wijs: wordt onderricht, gij allen die de aarde oordeelt.
Dient de Heer in vreze,
juicht Hem toe met ontzag.
Aanvaardt onderricht, opdat de Heer niet vertoornd wordt en
jullie verloren gaat van de gerechte weg,
wanneer straks Zijn toorn ontbrandt.
gelukzalig zijn allen,
die op Hem hebben vertrouwd
“.
Psalm 2,
vert. klooster ROC Den Haag

de zoon [david] op de troonWe leven in een merkwaardige tijd,
de mens doet zich tegoed met hetgeen hij ontmoet.
Maar is het goed voor de wereld en de maatschappij wat zij ontmoeten?
Wij fungeren als luchtbellen, kunnen nauwelijks ademhalen, door de laag korsten van kunstmatige
geformeerde ismen [afgeleid van het Gr. –ισμός], welke ons jaar in jaar uit steeds verder belasten.
Deze tonen ons slechts een glimp van het goddelijke licht en zuiveren een fractie van de lucht om de gemodificeerde massa nog enigszins
tegemoet te komen.

Lach zo veel als je wilt ,
schepselen in jullie in beton-en-ijzer en in glas-en-lak gegoten paleizen van onze tijd.
” ‘Eet, drink, en laten we vrolijk zijn’, zoals van ouds” is de moderne uitdrukking,
‘Rook [wat dan ook], laat je glas vullen en wees grappig / De kroeg en de uitgaanscentra vormen de pasvorm en de juiste woning voor je goddeloos bestaan

Ja, we leven in merkwaardige tijden.
Kinderen krijgen voorgeschoteld dat er geen toekomst zit in de kunst en
wordt geen gelegenheid geboden hun eigen creativiteit te ontwikkelen,
zich al dan niet in spirituele zaken te verdiepen, dat
doen ze maar als ze zelf oud [en wijs?] genoeg zijn.
Wel krijgen ze te horen dat er geen toekomst zit in dat soort zaken en dat
zij zich dienen te spiegelen aan succes in politiek en bedrijfsleven.
Maar bijna de helft van de studenten die afstuderen vindt geen werk; want
er is gewoon geen werk voor de richtingen waarin zij afstuderen.
Creativiteit wordt buitengesloten en omgaan met je gevoelens al in een vroeg stadium gedood. Er is geen ruimte meer om buiten te spelen, dus vergapen ze zich maar op irreële virtuele voorstellingen [tv, lap-top, telefoon of tablet].
Er is geen tolerantie meer, iedereen heeft overal zijn commentaar klaar en ouderen zijn bij het minst of geringste kwaad op jonge mensen, degenen die ze zelf verpest hebben.
Het is onvoorstelbaar – een complete generatie staat altijd en overal in contact met elkaar – maar weet niet hoe ze werkelijk dient te communiceren; iedereen liegt on-line of het de gewoonste zaak van de wereld is.
Is het dan niet verwonderlijk dat ze met hun 25e nog niet weten – wat voor toekomst zij voor zichzelf op zouden kunnen bouwen?

Het mantra van de tegenstrever ‘ IK HEB’ viert hoogtij – daar komt al het negatieve vandaan; dat je met wijsheid en compassie kunt leven, wordt in dit bestaan ter zijde geschoven.
De veelkleurige wijsheid van onze God en het profetisch perspectief, welke als ontdekkend en vernieuwend voor de persoonlijkheid zelf kan worden beschouwd, krijgt totaal geen aandacht, om over de eschatologische verwachting en de Bijbelse jaarfeesten maar niet te spreken.

Ondanks dat behaagt het Christus om Zijn Volk vrij te kopen en te ondersteunen.
Hij doet dat op een zodanige wijze dat het een eenheid vormt met Zijn eigen Levenswerk en Hij maakt daarmee kenbaar dat de lof alleen aan Hem toebehoort.
Hiermee maakt Hij Zijn vijanden in verwarring wanneer ze Zijn Getuigenissen niet onderhouden.
Voor een buitenstaander lijkt de tegenstand tegen het Christelijk Geloof op te bloeien;
het Geloof wordt bedreigd en verwacht wordt dat het z’n tijd heeft gehad.
De tegenstand vertrouwt erop dat het verzet kan scoren, Maar hun
verzet brengt altijd verwarring en schande teweeg .
God verwart niet alleen hun plannen, maar maakt hen tevens tot speelbal om Zijn
intenties te bewerkstelligen.
Zo gebeurde het toen Hij Mozes naar Israël zond om hen uit Egypte te bevrijden.
Omdat de Farao niet voldeed aan Gods [via Mozes] bevel, werden de ongemakken voor Egypte ondraaglijk. En dit overkwam Egypte ondanks het feit dat de Farao Israël een zwaarder regime van slavernij oplegde.  De farao werd door een opeenvolging van ernstige oordelen berispt en verhardde  zelf des te meer en was vastbesloten om de Israëlieten zoveel hij kon in Egypte vast te houden.

Doortocht in de Rode ZeeMaar hij kon hen nog geen dag of uur
vast te houden, daar God dit reeds lang
vóór die tijd aan Abraham
bekend had gemaakt.
Gods beloften waren, naast een talrijk nageslacht, ook een eigen land, waarin
zij allerlei zegeningen zouden verkrijgen.
Daarna werden de Egyptenaren verslagen, waarbij de Farao en
zijn legers in de Rode Zee omkwamen.
Hierbij werd de Naam van de God van Israël steeds meer bekend en alom openbaar.
Dit zou niet mogelijk zijn geweest wanneer de farao het volk van Israël
zonder aarzeling en oponthoud had laten gaan.

Op dezelfde wijze verliet Christus met Hemelvaart de aarde,
Zijn volgelingen werden als schapen zonder herder beschouwd.
De wereld spande samen om Gods belangen te onderdrukken en
de herinnering aan Zijn volk weg te poetsen.
Maar de methoden waar zij gebruik van maakten werkten tegen hun eigen bedenksels in.
Zij, die door de vervolging, de dood van Martelaren navolgden, werden uiteen gejaagd, doch
predikten het Woord waar ze ook gingen.
De Blijde Boodschap verspreidde Zich daarop van plaats tot plaats en
het aantal volgelingen nam dagelijks toe.
Nu de Joodse leiders en de overpriesters deze woorden hoorden,
waren zij hierover in verlegenheid gebracht en
vreesden wat daarvan komen zou
“.
Hand.5: 24
Stuttgarter Psalter - Cod.bibl.fol.23, Fol.In bepaalde gebeurtenissen kwam
de Heer hoogstpersoonlijk tussenbeide en toonde Zijn Macht door te tonen dat
het hart en leven van Zijn tegenstanders volledig in Zijn handen waren.
De hooghartige Herodes werd plotseling geslagen door een onzichtbare hand en
stierf aan een walgelijke en dodelijke ziekte                                                                                       [Hand.12: 23]
Hij viel, verslonden door wormen; maar het succes van het Evangelie, die
hij had verondersteld te weerstaan, sterk toegenomen en te verspreiden.
De woedende ijver van Saulus van Tarsus [Hand. 9] tegen de waarheid, werd
een andere manier het zwijgen opgelegd.
Jezus, die hij onwetend vervolgd, verscheen hem in de weg naar Damascus,
toen hij dreiging en moord tegen de discipelen verspreidde.
Zijn woede werd ontwapend en maakte hem tot een pronkstuk van Zijn Genade
Paulus werd een oprecht en succesvolle prediker van het Geloof dat hij getracht had te vernietigen.

Het Verbond met de Joden werd overgedragen aan de heidenen, waar de oppositie niet minder vruchteloos bleek te zijn.
Hoewel de heidenen regelmatig beïnvloed werden en er prat op gingen de Christelijke leer te hebben onderdrukt, werd de Blijde Boodschap, in weerwil van hun pogingen om het te voorkomen, toch  uitgedragen.
De slechtste en de beste van de Romeinse keizers bleken zowel ambitieus als kansloos, in hun pogingen om het werk van God in de kiem te smoren.
Uiteindelijk verkreeg de Christelijke religie, in de regeerperiode van Constantijn, het fiat en de bescherming van het keizerlijke gezag.
Het bleek echter al snel dat de geloofsovertuiging welke vanuit het Nieuwe Testament werd verkondigd weinig voordeel van deze revolutie verkreeg.
Hoewel de verering van heidense afgoden geleidelijk afnam en in diskrediet werd gebracht,
waren de mensen voor het overgrote gedeelte slechts in naam veranderd.
De wereld lag nog steeds in het boze [1John.5: 19] en het ware Christendom was nog steeds onderhevig aan vervolging.
Wanneer de naam ‘Christian’ niet langer als hatelijke en verachtelijk werd beschouwd, werden er al snel nieuwe namen bedacht om de ware dienaren Gods te stigmatiseren.
De kerkelijk leiders werden geleidelijk aan in de adellijke stand verheven totdat de verborgenheid der ongerechtigheid alom regeerde in de Godshuizen.
De vervolgingen van het pontificaat zijn ongeëvenaard en overtroffen die van het heidendom.
Zaccheus, God heeft mij hier geplaatst met een doelEn zij, die de christenen metterdaad ondersteunden, werden beperkt in hun mogelijkheden, zoals
de vroegere elite gedwongen werden op de bergen en
in de woestijnen te dwalen en zich te verbergen in
de spelonken en grotten van de aarde [Hebr.11: 38].
Toch bleef er ondanks alle tegenstand nog een restant over ter de verkiezing van de Genade, die niet kon worden gedwongen het merkteken van het beest te dragen.
En dat terwijl onder vervolgers, die alleen het lichaam maar kunnen doden, de strijdende Kerk leek te verzwakken, nam het aantal deelnemers aan de triomferende Kerk toe.

Uiterlijk, werd de Kerk van Christus vaak vernederd, maar telkenmale werd het onverwacht nieuw leven ingeblazen. De zon brak weer van achter een donkere wolk door en het licht van het Evangelie werd wijd en zijd verspreid, zoals in het begin in dagen van de Apostelen.
In welke vorm dan ook zal het Christendom worden beleden en beschermd en
de kracht ervan worden ontkend en bestreden.
En tot op de dag van vandaag is dit na te gaan door
de ervaring dat allen, die in Christus Jezus godvruchtig willen leven op
de een of andere manier vervolgd zullen blijven worden [2Tim.3: 12].

Door Abraham heeft God ons de belangrijkheid van het Geloof geopenbaard,
alsmede de verstrekkende gevolgen van het Geloof.
Uw vader Abraham heeft zich erop verheugd
Christus’ 
dag te zien en hij heeft die gezien en zich verblijd“.
John.8: 56
Dit wordt ook door Paulus bevestigd:
En de Schrift, die tevoren zag, dat
God de heidenen uit geloof rechtvaardigt,
heeft tevoren aan Abraham het evangelie verkondigd:
In u zullen alle volken gezegend worden.
Zij, die uit het geloof zijn,
worden dus gezegend tezamen
met de gelovige Abraham“.
Gal.3: 8,9

Orthodoxie & de uiteindelijke beoordeling

Laatste oordeel -icoon detail, de wederkomst van onze Heer en Verlosser“Nu is buiten alle tegenspraak,
dat het mindere door het meerdere
wordt gezegend.”
Hebr. 7: 7
De Heer Jezus Christus heeft
Zijn volgelingen zorgvuldig [bij-]gesproken over  het einde der tijden, wanneer
ons het Laatste Oordeel te wachten staat.
Hij deed dit uit Liefde, omdat ook hij als grootste pedagoog bekend is met
het gegeven dat angst tegenover de liefde staat.
Op die dag zullen de gelovigen deze woorden te horen:
Komt, gij gezegenden van mijn Vader,
beërft het Koninkrijk, dat u bereid is van
de grondlegging van de wereld af“.
Matth.25: 34
niet van deze wereldRechtschapen dienaren van de Meester
– die dienen te worden beschouwd als “mindere“, omdat
we de volmaaktheid alleen door Zijn genade verkrijgen –
zullen dan de ultieme zegen van Christus verkrijgen,
van hun leraar, die “beter” is – voorzeker, de beste.

Bij die andere gelegenheid,
wanneer de Moeder Gods en Joseph het kind Jezus naar de tempel brachten
om Hem aan de Heer te presenteren” [Luc.2: 22],
zien we dat de mindere eveneens gezegend werd door de betere.
H Simeon in de tempel met Christus in zijn armenSimeon neemt het kind in zijn armen en
erkent dat hij hier de vleesgeworden redding van het menselijk ras aanschouwt.
Nu laat Gij, Heer, uw dienstknecht gaan in vrede, naar uw woord,
want mijn ogen hebben uw heil gezien, dat Gij bereid hebt voor het aangezicht van alle volken:
Licht tot verlichting van de heidenen en
heerlijkheid voor uw volk Israël“.
Luc.2: 29-32

De apostel Paulus bevestigt dat God de Vader
Zijn ultieme zegen heeft gegeven aan Zijn volk door
de Zoon, Die Hij gesteld heeft tot erfgenaam van alle dingen,
door wie Hij ook de wereld geschapen heeft“.
Hebr.1: 2
De verschijning van de Zoon van God zet het Oude Verbond om in een splinternieuw
– en een beter Verbond.

O.T.- altaar voor het brandofferOvereenkomstig het oorspronkelijke verbond, werden de verschillende offers van Gods volk naar de tempel gebracht om
gezegend te worden door middel van de zegening van de Levitische priesters.
Zoals koning Salomon dit laat zien bij de inwijding van de Tempel [2Kron.6: 1-7,10],
een verscheidenheid aan zegeningen werden, met dankoffers aan God, geofferd,
opdat de Heer in de aardse behoeften van de mensen zou blijven voorzien [2Kron.6: 29-30].
Zoenoffers werden gebracht, opdat God vergeving zou kunnen schenken [2Kron.6: 22-23]. “Wend U dan tot het gebed van uw knecht en tot zijn smeking, Heer, mijn God en
hoor naar het geroep en het gebed, dat uw knecht voor uw aangezicht bidt”
.
2Kron.6: 18-19
De daad van aanbidding werd onder het Oude Verbond bij het woord gevoegd  en
werd altijd verbeeld door de verschijning van de ultieme Hogepriester, die de ultieme zegen uitsprak. Inderdaad, de mensheid blijft zonder ophouden alle goede dingen van God ontvangen:
voedsel, kleding, onderdak, alles wat we maar nodig hebben.

Onze God heeft ons uit alle volkeren  geroepen, tot
instelling van een nieuw tijdperk teneinde in
de christelijke bedehuizen over de hele wereld
namens de mensheid te danken.
Act of Canonical CommunionOnze lof en dank voor Gods aardse goede dingen zijn ingebed in het veel grotere offer aan God door Christus, Die Zijn eigen offerande, voor eens en altijd heeft gepresenteerd
in naam van allen, en voor allen
[uit de Anafora of Canon,
welke na de zang van het driemaal Heilig door de priester luid en duidelijk uitgesproken wordt].

We vragen God bovendien vergeving en genezing, omdat  we immers allemaal zondaars zijn. Daartoe biedt onze Grote Hogepriester Christus
Zijn Lichaam en Bloed door de eucharistie aan,
Opdat zij voor hen die dit ontvangen, worden tot reiniging van hun ziel,
tot vergeving van zonden,
tot gemeenschap met Uw Heilige Geest,
tot volheid van het Koninkrijk der hemelen,
tot vrijmoedigheid tegenover U,
maar niet tot veroordeling
“.

Russian Orthodox Wall Cross1Russian Orthodox Wall Cross2 BackDatgene wat gezocht werd in de offers van het Levitische priesterschap
is nu tot in perfectie vervuld in Christus, onze Hogepriester.
Hij, Die voor altijd leeft om voor ons te pleiten“.
Hebr.7: 25
Net zoals Simeon de ultieme zegen omarmde toen hij het Goddelijk Kind in zijn armen hield,
kunnen wij nu zeggen:
Mijn ogen hebben Uw Heil aanschouwd“.
Luc.2: 30

Mogen we op die dag Gods volmaakte zegen te horen krijgen welke
wordt uitgesproken door Zijn Zoon,
wanneer Hij de ultieme zegen
voor Zijn eigen kind uitspreekt [Hebr.7: 11]!
Mogen wij Hem nu via de Eucharistie ontvangen met
vrijmoedigheid tegenover God en
niet “tot een oordeel” en eraan herinnerd worden dat
“Christus in ons midden is!”
“Hij is en zal zijn!”

Opdat onze menslievende God
deze Gaven mogen aanvaarden op Zijn heilig, hemels, onstoffelijk Altaar
tot een welriekende geur; en
ons daarvoor Zijn Goddelijke Genade en
de Gave van Zijn Heilige Geest moge schenken;
laat ons de Heer bidden
“.

Uit: de Goddelijke Liturgie van de heilige Johannes Chrysostomos

Orthodoxie & valse Geloofsverkondiging

Petrus stelt de 12 Apostelen voorOok onder zullen u valse leraren komen, die
verderfelijke ketterijen zullen doen binnensluipen,
zelfs de Heerser, die hen gekocht heeft, verloochenend en een schielijk verderf over zichzelf brengend“.
2Petr.2: 1

In deze tweede brief uit apostel Petrus zijn ernstige zorgen over “valse leraren“, met inbegrip van “degenen die wandelen naar het vlees” [2Petr.2:10],
de “slaven van corruptie“[2Petr.2:19], “de spotters“[2Petr.3: 3], en “onkundige en onstandvastige lieden, die tot hun eigen verderf het woord verdraaien, evenals trouwens de overige schriften“. 2Petr.3:16

Door Gods voorzienigheid, spelen deze afwijkende leraren, die agressief  valse ideeën verspreiden, een wezenlijke rol bij de verlichting van ons Orthodoxe Geloof.
H.Nicolaas, bisschop van Myra [in het huidige Turkije] slaat Arius tijdens het Concilie van NiceaDe pijnlijke doornen van verkeerde leerstellingen zetten de kerkvaders, door Gods genade, aan de
juiste leer te formuleren en daardoor te handhaven.
Als gevolg hiervan, is het Orthodoxe Christendom
tot de dag van vandaag na eeuwen van strijd tegen
de leugen standvastig gebleven.
Constantijn de Grote omringt door de vaders van het Concilie van Nicaea

De Kerk handhaaft Haar integriteit met
de woorden, die door de heilige profeten tevoren gesproken [voorzegd] waren, en houdt vast aan de geboden . . . door de Heer en Heiland aan de apostelen gegeven“.
2Petr.3: 2

We dienen altijd op deze voortdurende strijd tegen de zonde en fouten alert te zijn, omdat
God zelfs de engelen die gezondigd hadden, niet gespaard heeft” [2Petr.3: 4).
Integendeel, Hij “toont terughoudendheid tegenover de onrechtvaardigen tot de straf op de dag des oordeels [2Petr.2: 9].

De slang bovenop Abrahams hoofd, is de volledige Ouroboros, een oud symbool beeltenis van een slang of een draak die zijn eigen staart opeetIn zaken van ketterij staat inderdaad onze eigen redding op het spel, want de gemeenschappelijke menselijke noemer van de zonde wordt door elke valse leer geteisterd en vervult de ketters met dodelijke trots.
Uit de 2000-jaar ketterij geschiedenis blijkt duidelijk dat arrogant geloof in onze eigen ideeën ons steevast tracht te onttrekken en te overmeesteren uit de omgeving van
de zo “Genadevolle Waarheidsgetrouwe Leer van Onze Heer“.
John.1: 17-18

Volgens de apostel Petrus, is de basis van de “eigen uitleg” van de Schrift te vinden in de “wil van de mens”[2Petr.1: 20-21].
Dergelijke interpretaties vormen de grondslag van elke ketterse leer.
Bijvoorbeeld weigerde, in het begin van de 4e eeuw, Arius, een ingetogen priester en bekwaam predikant, ondanks bevel van zijn bisschop, de fouten van zijn leer toe te geven. Constantijn de Grote en het Concilie van Nicea verbranden ariaanse boekenIn plaats daarvan bleef hij bij zijn slim gevonden verklaring over de aard van de Heer Jezus en verkondigde dat Jezus Christus een speciaal schepsel zou zijn geweest, maar beslist niet volledig God.
Toen Arius en zijn volgelingen deze beweringen bleven volhouden en ze schaamteloos bleven belijden“, schreef de patriarch Alexander, dat “zij de Kerk werden uitgezet samen met de bijna honderd bisschoppen van Egypte en Libië, en werden zij zelf met hun volgelingen vervloekt“.
Arius bleef echter onbuigzaam.
Het beroemde 1e Oecumenische Concilie te Nicea werd in 325 bijeen geroepen om zijn valse leer te verwerpen.

Laten wij goede nota van hoe de geschiedenis zowel de zaak tegen Arius bevestigt en
een illustratie vormt van datgene wat de apostel Petrus hier te berde brengt.
De kern van deze ketterij is de ontkenning van de aard en de essentie van onze Heer Jezus [2Petr.2: 1]. De heilige Athanasios, die de verspreiding van de Ariaanse ketterij observeerde , merkt op dat “de kerkvaders. . . werden gedwongen om de betekenis van het woord ‘van God’ duidelijker te omschrijven. Als gevolg daarvan omschreven ze dat ‘uit het wezen van God . . . ‘ alle andere hoedanigheden als wezens zouden worden erkend en het Woord alleen voortkomt uit de Vader“.

Wanneer we kijken naar de werkzaamheden van de plaatselijke synodes bisschoppen voorafgaand aan het Eerste Oecumenische Concilie [en die van de daaropvolgende Concilies), dan ontdekken we dat het Arianisme’s vooraf werd ontwikkeld door privileges, status en politiek voordeel,
hetgeen eveneens plaats had bij de marginale aantrekkingskracht van de ketterij zelf.
Petrus’ zorgen werden dus bevestigd:
Door hebzucht zullen zij u met misleidende woorden als koopwaar behandelen“.
2Petr.2: 3
Hebzucht en de hang naar macht en positie
volgen van nature de voetsporen en
de arrogante van de eigen wil en trots.
We dienen daarom attent te zijn voor dit soort valkuilen!

Boven alles zijt Gij verheerlijkt, Christus onze God,
Die onze vaders op aarde als sterren bevestigd hebt,
Door hen hebt Gij ons tot het ware geloof gebracht
“.
Tropaar van de zondag van de Heilige Vaders van het 1e Oecumenische Concilie

Orthodoxie & kennis van onze Heer Jezus Christus

Christus Pantocrator4De Goddelijke kracht van Christus
heeft ons immers met alles, wat
tot leven en godsvrucht strekt, begiftigd door de kennis van Hem, Die
ons geroepen heeft door Zijn Heerlijkheid en Macht; door Deze zijn wij met kostbare en zeer grote beloften begiftigd, opdat
jullie daardoor deel zouden hebben aan
de Goddelijke natuur,
ontkomen aan het verderf, dat door de begeerte in de wereld heerst.
Maar schraagt om deze reden met betoon van alle ijver door uw geloof de deugd, door
de deugd de kennis, door de kennis de zelfbeheersing, door de zelfbeheersing de volharding, door de volharding de godsvrucht,
door de godsvrucht de broederliefde en door de broederliefde de liefde [jegens allen].
Want als deze dingen bij u aanwezig zijn en overvloedig worden,
laten zij u niet zonder werk of vrucht voor de kennis van onze Heer Jezus Christus“.
2Petr.1: 3-8

De Goddelijke kracht van Christus heeft ons immers met alles, wat
tot leven en godsvrucht strekt, begiftigd door de kennis van Hem, Die
ons geroepen heeft door Zijn Heerlijkheid en Macht. . . .
Dit is de “vertrouwde uitdrukking” over het leven in Christus welke voorkomt
in de geschriften van de vaders H. Cabasilas en H. Johannes van Kronstadt.
[boek, ''My life in Christ'', reprint]Johannes van Kronstadt [vader John Iliytch Sergieff] leert ons buitengewoon praktische dingen over het leven in Christus en deze vormen  “de rode draad” in het leven van de mens die  verwikkeld is in een geestelijke strijd, met de bedoeling daarin vooruitgang te boeken [boek, “My life in Christ”, reprint ISBN-13: 978-0548561171  ISBN-10: 0548561176].
De H. Cabasilas bemoedigt ons eveneens in de strijd om Gods genade, opdat wij hierdoor onze redding hopen te verkrijgen [The Life in Christ Paperback – March 1, 1997].

De Apostel Petrus schetst ons bovenstaand zeven mogelijkheden om het leven in Christus te verkrijgen:
1.]. bemind Geloof, verkregen kennis van God in samenspraak met de Heilige Drie-eenheid;
2.]. deelname aan de Goddelijke Natuur door
te ontsnappen aan de corruptie van de wereld en
3.]. het reinigen en voorkomen van oude zonden in samenwerking met onze Heiland.

Wanneer ons geloof in God zwak is of onder vuur ligt, zouden we er goed aan doen om
de door deze Apostel aangegeven heldere uiteenzetting van Geloof voor ogen te houden.
Ons Geloof komt namelijk allereerst niet van onszelf, door middel van onze eigen inspanningen, maar vindt het fundament als een gave, een geschenk van God [vs.1].
Onze gerichtheid op de Heer Jezus Christus en Zijn leer, de Kerk, de Heilige Schrift en
de heiligen ontwaken in ons wanneer de Heilige Geest onze harten en zielen modificeert [herschept].

Om in krachtermen te spreken, er zijn geen gebalde vuisten nodig om onze overtuigingen te verdiepen, noch hebben we geweldige inspanningen nodig om onze steeds innerlijke twijfels te overwinnen, ook zijn ambitieuze ascetische veranderingen niet noodzakelijk.
Niets van deze uiterlijke inspanningen zullen ons een dierbaar Geloof
kunnen versterken, tenzij God Zelf het bevordert [vs. 1].
Geloof is, net als het leven zelf en de lucht die we inademen, een gave Gods.
Laat ons, met alles wat in ons is, dit kostbare geschenk door voortdurend gebed afsmeken!

Het leven in Christus is een relatie, die wij zelf met God aangaan.
We hebben de neiging om te denken dat we andere mensen kennen, door
hen fysieke te benaderen, maar veel wat we van anderen te weten komen,
komt via de geest en het hart tot ons.
We weten dat God in de eerste plaats via het hart tot ons spreekt,
via onze geest dienen we hem te vereren, want  “God is geest en wie Hem aanbidden,
dienen Hem in geest en in waarheid te aanbidden
“.
John.4: 24

orthodox, die in de kerk een kaars aansteektDe Heer geeft een onuitputtelijke mogelijkheden en middelen om Hem te leren kennen: de opgang tot Zijn bedehuis en het lezen van de H. Schrift, Die de Waarheid openbaart, het ontvangen van
het Heilige Mysterie, met name de heilige communie, het vereren van iconen en de samenspraak met de andere leden van Zijn Lichaam, vooral degenen die Hem goed kennen. Door middel van
deze communicatiemiddelen vinden we
Genade en Vrede welke ons veelvuldig door de kennis van God wordt geopenbaard“.
2Petr.1: 2

De aantrekkingskracht tot onze Heer Jezus Christus wordt gebracht door de Heilige Geest, Die Christus’ oproep doet weerklinken [vs. 3]:
Komt allen tot Mij. . . . Neemt Mijn juk op u en leert van Mij. . . en
gij zult rust vindt voor uw ziel
“.
Matth.11: 28-29
Het leven in Christus begint met een wenken van de Heilige Drie-eenheid, als reactie op ons eigen verlangend hart. Op het moment dat we ons leven met Christus beginnen te delen, nemen we deel aan Gods Goddelijke natuur [2Petr.1: 4].
Hij benadrukt ons, door te zeggen, dat Christus Zichzelf in ons versterkt en verandering in ons teweeg brengt wanneer we naar Hem luisteren.
Door ons met Christus te bekleden, ons met Hem te verbinden verdedigt Hij ons tegen “het verderf, dat door de begeerte in de wereld heerst” [vs.4]. Christus biedt weerstand tegen de haat, de leugens en vreemde gedragingen die ons bedreigen!
Deze kwalen zijn onophoudelijk actief in deze wereld, maar wanneer we leven in Christus dan  aanvaarden we de deelname aan een ander rijk, immers “in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem, die ons heeft liefgehad” en Zijn Liefde onafgebroken over ons uitstort.
Rom.8: 37
De schoonheid van het leven in Christus bewerkstelligt, dat
wij “gereinigd worden van [onze] oude zonden“.
2Petr.1: 9
Steeds verder zal de smet van deze wereld afnemen en worden wij door onze keuze om
in en met Christus, onze God genezen.
Orthodox gebedssnoerIndien wij onze zonden belijden, is
Hij getrouw en rechtvaardig, om 
ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid“.
1John.1: 9
Het leven in Christus is onze eigen vrije keuze, maar dit wordt pas mogelijk door ons antwoord op de samenwerking die door Hem wordt ingezet [2Petr.1: 10].
Niet gij hebt Mij, maar Ik heb u uitgekozen
John.15: 16
En wat is ons antwoord hierop?
Heer, Jezus Christus, Zoon van God,
ontferm U over ons, zondaars
“.

Aldus voor Hem bewaard in Uw heiliging,
zal ik mij altijd Uw Geboden herinneren en in het vervolg niet meer voor mijzelf leven, Ontmeoting met de Heer in de Heilige Communiemaar voor U, onze Heer en Weldoener . . .

” . . . Want Gij zijt waarlijk Degene naar Wie wij verlangen en de onuitsprekelijke Vreugde van hem die U liefhebben:
Christus onze God;
Die de gehele Schepping viert in
de eeuwen der eeuwen. Amen
.”
Gebed na het ontvangen van de Communie,
na afloop van de Goddelijke Liturgie.

We worden door Hem bewaard in Zijn heiliging, verkrijgen het bezit van diezelfde aard.
Op dezelfde manier kwam Christus op aarde en nam net als wij een fysiek lichaam aan,
om ons een weg uit de duisternis naar het Licht te wijzen
Wij op onze beurt dienen naar hetzelfde te streven als Hij, streven om geestelijk als God te zijn. Wanneer we proberen te zijn als Hij, komen we tot het besef dat
we eigenlijk een weerspiegeling van Hem worden.
Want Zijn Glorie is als een helder Licht dat ons zal kleden.
In plaats dat we ons inzetten om de glorie van God in ons leven toe te passen,
worden we als Christus en bekleden ons met Gods heerlijkheid.
Als een spiegel reflecteren we niet alleen de fysieke, maar ook
Zijn goddelijke natuur terug naar de wereld.
Wanneer we spirituele wezens worden en ons bekleden met Gods heerlijkheid en deze
in de wereld weergeven, waarom dienen we dan te sterven?
Wij weerspiegelen tot eer van God Gods heerlijkheid in de wereld,
we worden daarmee dood voor de zonde, maar leven door Christus Jezus

Jacob's ladderDe dood is niet een vloek door God het is een gave.
De dood is een geschenk om ons te redden van corruptie, om te ontkomen aan het verderf, dat door de begeerte in de wereld heerst.
Wanneer wij toegeven aan de misleiding van de gevallen engel en ons laten misleiden door te zondigen en keren we ons niet af van de zonde;
wanneer we blijven zondigen worden we als
een doffe spiegel en zijn niet langer in staat om
de wereld Gods heerlijkheid te verkondigen.
God in Zijn ultieme wijsheid gaf ons de gave
de zonde en daardoor de dood te overwinnen,
die ons door het verderf vernietigt.
De Apostel Petrus maakt dit ons in zijn brief duidelijk:

Want ook Christus is eenmaal om de zonden gestorven als rechtvaardige voor onrechtvaardigen, opdat Hij u tot God zou brengen: Hij, Die gedood is naar het vlees, maar levend gemaakt naar de geest, in welken Hij ook heengegaan is en gepredikt heeft aan de geesten in de gevangenis“.
Petr.3: 18,19
Opstandingsicoon2Dus wanneer we sterven, komt er een einde aan de zonde zelf, omdat wij dood zijn
wordt ook op dezelfde manier de zonde overwonnen.
Want zoals Jezus uit de doden is opgestaan, zullen
ook wij uit de dood worden opgewekt en worden bevrijd van de banden die ons beperken en
dat is zonde.
Wij zullen worden genezen en teruggebracht tot
de oorspronkelijke natuur die we voor de val bezaten.
We zullen opnieuw een waarheidsgetrouwe weergave worden van de Heerlijkheid Gods,
zowel naar Lichaam als naar Geest.

Orthodoxie & de ontmoeting met God

???????????????????Als Christenen geloven wij
in een persoonlijk en levende God en
niet in een soort afstandige zelfzuchtige God
Die verzonken is in het beschouwen van Zichzelf
en Die niet in gemeenschap kan treden
met geschapen wezens.
Voor ons is het bewijs van Gods bestaan
Zijn Energie, Zijn genade, waardoor wij
deel hebben aan Zijn leven.
De mens wiens hart het doelwit is geworden
van God, zal voor God komen te staan en
met Hem spreken als ‘gelijke’, wanneer
Hij voorspraak doet voor de gehele wereld, want
dit is de eer die God Zijn Zoon gegevens heeft.

God verlangt deze gelijkheid in het gesprek met de mens;
Hij ziet hem niet als een ding dat Hij alleen “tot het zijn heeft gebracht“,
maar als Zijn “beeld“, Zijn gelijke, met wie Hij in gesprek kan zijn.
Wanneer wij door de H. Geest in een persoonlijke relatie treden met God,
dan belijden wij ‘in Hem’, niet zozeer onze woorden, maar
door een levende gewaarwording van God in ons.
Want dan is Hij binnengekomen in ons hart en
daar ‘in ons’, belijdt Hij ons heil door Zijn Genade.

Om de ontmoeting met God op aarde te ervaren, dienen we onszelf
goed voor te bereiden en we doen dit de gehele week
voor- en na afloop van de erediensten.
De Goddelijke Liturgie en andere diensten beginnen en worden op deze wijze
gedurende de gehele week [in gebed] voorbereid, waar je ook bent.
Wanneer je de kerk binnengaat, doe je dit rustig en respectvol;
je richt al je aandacht op de begroeting met de Heer.
Wanneer de dienst al begonnen is, stoor je niemand door hem/haar te
begroeten of het maken van lawaai.

Wanneer je de kerk binnengaat, kun je voor jezelf bidden:
Door de overvloed van Uw barmhartigheid,
mag ik binnentreden in Uw huis.
Ik zal neervallen voor Uw heilige Tempel,
in vrees voor U
“.
Psalm 5: 7

Het uitgaan van de kerk te Nuenen, Vincent van GoghWe komen naar de Kerk als een hospitaal
– een geestelijk ziekenhuis – om ons van
onze zonden af te keren, vergeving en geestelijke genezing te ontvangen.
Dit zal onze houding ten opzichte van de Kerk veranderen; we komen hier niet als naar een sociale gelegenheid; niet naar een bijeenkomst van vrienden of familie, als een gezellig samenzijn.
We komen omdat wij een gebroken leven leiden en
de gebrokenheid aan lichaam en ziel ervaren.
We komen hier om onze Heer Jezus Christus te ontmoeten en genezen te worden.
We komen om het Koninkrijk der Hemelen
te verwerven.

De opening van het gordijn en de Koninklijke deuren in
het midden van de iconostase heeft een zeer diepe betekenis.
In het Oude Testament lieten Mozes en het volk van Israël
hun slavernij in Egypte achter zich, zij verlieten de wildernis.
Daar gaf God hen onderricht over hoe ze Hem dienden te aanbidden.
Maar, waar zouden zij Hem te midden van deze woestenij aanbidden?
God liet hen een grote beweegbare tent maken, een Godshuis, waarin
de eredienst werd gehouden.
Het Godshuis was verdeeld in twee onderdelen.
Censer2Eerst was er het heilige [het Heiligdom], waarin de tafel van de Broden, de gouden kandelaar, en het wierookaltaar zich bevonden.
Dan was er een heel dik gordijn waarop de cherubijnen waren afgebeeld. Kwam je voorbij dit gordijn, in het tweede gedeelte, dan bevond je je in het heilige der heiligen, waar de ark van het verbond zich bevond en het verzoendeksel.
De priesters dienden dagelijks het Heiligdom binnen te gaan om hun plichten te vervullen.
Allleen het Heilige der Heiligen werd slechts een eenmaal per jaar betreden door de hoge priester  om daar het offer te brengen.

Hoe verhoudt zich dit met onze komst naar de kerk ?
Lang geleden bewoonden Adam en Eva de Paradijstuin en
leefden zij in volmaakte vrede met God en met elkaar.
Maar toen zij in hun hoogmoed van de boom aten, veranderde alles.
De dood en de zonde kwamen in de wereld; de vrede van God werd verbroken.
Adam en Eva waren niet meer in het paradijs en God stelde een cherubijnen aan
de ingang van het Paradijs te bewaken.
Het gordijn van het heiligdom herinnert ons eraan dat het Paradijs werd afgesloten, dat cherubijnen het bewaken en niemand binnen kan komen.
Toen kwam onze Heer Jezus Christus en werd alles hersteld, de dood werd overwonnen.
Onze Heer Jezus Christus opende de deuren van het Paradijs, zodat
we nu weer in vrede kunnen verkeren met God.
Dus wanneer we het gordijn in de iconostase openen,
herinnert dit ons eraan dat onze Heer Jezus Christus de scheiding tussen Hemel en aarde vernietigde welke ons van God en van elkaar uiteen deed gaan.
Dit is de reden waarom bij de dood van onze Heer Jezus Christus,
het voorhangsel van de tempel van boven tot onder scheurde [Matth.27: 51].
Nu kunnen we de vriendschap en relatie met God en  Zijn heiligen in de Hemelen bekomen.
De priester of bisschop, als vertegenwoordiger van Christus,
is de enige die het is toegestaan om het gordijn te openen.
Net zoals Christus de enige is, Die in staat is ons terug te brengen
in de relatie met God.