Orthodoxie & de oorspronkelijke uitgave van het beginners-boek

Wie was de oorspronkelijke auteur van het boek
De Avonturen van de Russische Pelgrim”   > [Bol.com ISBN 9789062715855]
Ieder beginnend Orthodox zal wel eens het boek
”De avonturen van een Russische Pelgrim” gelezen hebben of er tenminste iets over hebben gehoord.
Dit is namelijk een ‘must’ voor de beginner op de geestelijke [spirituele] weg.

Dit boek vertelt namelijk over het avontuurlijke lotgevallen van een orthodoxe pelgrim die  van stad naar stad reis en
op zijn weg doende is de Apostel Paulus te begrijpen wanneer deze zegt:
“bid onophoudelijk”.
Hij probeert het gezegde te lezen en te begrijpen
waarmee  de Apostel Paulus zegt:
“bid onophoudelijk”
Overeenkomstig de schrifttekst probeert hij:
Bij elke gelegenheid in de Geest doorlopend te bidden en te smeken,
daartoe alle wilskracht verzamelend alle heiligen voortdurend aan te roepen;
dat hem bij het openen van zijn mond het woord geschonken wordt om
vrijmoedig het geheimenis van het Evangelie bekend te maken
“.
cf. Eph.6: 18

De pelgrim slaagt erin om bijgestaan door een monnik en het vaderboek,
‘de Philokalia’ [liefde tot de schoonheid] zich te verdiepen in
de toepassing van het onophoudelijk gebed,
ook wel het noëtisch- of het gebed van het hart genoemd met de woorden:
Heer Jezus Christus, Zoon van God, ontferm U over mij, zondaar“.

Er wordt algemeen aangenomen dat
het een tekst is van een aantal anonieme schrijvers.
Bij tijd en wijlen werd het ook toegeschreven aan diverse
andere auteurs, waaronder de Heilige Theophan de kluizenaar.
In de eerste editie van het boek in 1881 – welke door de abt ‘Paisios Fyodorov’ van het klooster Tseremiskos Kazan werd uitgegeven – bevinden zich een aantal aanwijzingen rond de auteur.
Deze jaargang van 1881 bevat alleen de eerste vier verhalen.

In 1911 werd volgens overleveringen eveneens in het klooster
Sergieev Possad een editie uitgegeven . . .
De in 1930 heruitgegeven versie van Kazan in Parijs
onder toezicht van V.P. Vitseslavtsev welke bij deze uitgave een inleiding schreef over de ascetisch herwonnen religieuze beslommeringen van de ballingen welke uit
het tsaristisch Rusland afkomstig waren.

In 1933 werd het boek eveneens door Russische ballingen in Praag uitgegeven overeenkomstig de versie van 1911.
De heruitgave van het boek uit 1948  werd door Archimandriet Cyprianos Kern verder uitgewerkt met
de zeven verhalen, zoals deze nu bekend zijn.
Nadien werd deze uitgave in het Duits ]1925] in het Engels [1930] en in het Frans [1935] uitgegeven.
In 1971 ontdekte het Heilige Klooster ‘Panteleimon’ op
de berg Athos [Gr] manuscripten met de eerste vier verhalen en omdat er nogal een aantal verschillen waren met de laatste uitgaven, werden in 1989 de verschillende teksten naast de oorspronkelijke tekst parallel afgedrukt.
In 1992 werden de zoekgeraakte manuscripten van de eerste vier verhalen in het archief van Archimandriet Kyprianou Cairns gevonden.

Daarop gelukte het in 1994 de hoogleraar van de Theologische Academie van Moskou
A.M.Pentovsky om de oorsprong van alle teksten vast te stellen, die allemaal het werk van de bewijzen “Verhalen van de op ‘geheime aanwijzingen’ reizende Russische pelgrim aan zijn geestelijke vader” «Διηγήσεις εκμυστηρευόμενες σ’έναν ρώσο προσκυνητή από τον πνευματικό του πατέρα»
( Пентковский А.М. Кто же составил Оптинскую редакцию рас сказов странника? // Символ. Paris, 1994. № 32. С. 259–278 ).
A. M.Pentovsky publiceerde een reeks teksten, welke zeer goed waren gedocumenteerd en
toonde aan dat auteur niemand minder was dan de monnik Arsenio Troepolsky [1804-1870], de toendertijd spirituele vriend van de Heilige Ignatius Brintsianinof,
die vanaf 11 januari 1837 in het klooster Sergkiev in de buurt van Sint-Petersburg
voor een jaar onder diens hoede stond.
Het hele leven van deze monnik Arsenius werd in beslag genomen door teksten
rond het Jezusgebed, hoe dit te bidden in een in hoofdstukken, met de hand geschreven,
”Over het middernachts-gebed”; naast deze zijn er andere werken bekend die ongepubliceerd zijn gebleven.
Voornoemde Pentovsky ontdekt in 2009 in het manuscript van de Nationale Bibliotheek van Moskou, het schrijven van arseen Troepolsky met ascetische teksten,
waarin hij het 10e hoofdstuk ontdekt van het manuscript naast
de zeven verhalen van ”de Russische Pelgrim”.
De onderzoeker kwam daarmee tot de volgende conclusie:

  • Tussen 3 en 17 oktober 1859 schreef Arsenios Troepolsky het oorspronkelijk verhaal,
    dwz de eerste vier delen waren op 6 november was klaar en
    op 13 december werden de daaropvolgende hoofdstukken voltooid met het derde verhaal van de rondreis.
  • In mei 1863 schreef hij de proloog en zeven verhalen. Dit werd later vastgesteld en is de eindconclusie aan de hand van ontelbare kopieën.

Het lijkt erop dat de tekst die door het ‘Optina’-klooster voor de druk werd voorbereid
het origineel bevatte, omdat deze versie veel aannamen en stijlverbeteringen bevat en
de tekst gerelateerd is aan de publicatie van de Heilige Ambrosius van Optina,
maar om een aantal dwingende redenen werd dit project afgeblazen en
vervolgens niet uitgegeven.
Alle door AM Pentovsky onderzochte teksten zijn vervolgens
onder toezicht van het Patriarchaat van Moskou
in een volume uitgegeven.

Orthodoxie & de weg der Waarheid

Hebt nu niet het idee, dat
Ik gekomen ben om vrede te brengen op de aarde;
Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar
het zwaard
“.
Matth.10: 34
Dit is de Blijde Boodschap van de Waarheid
welke door de leerlingen van Jezus van Nazareth
aan ons overgeleverd:
Ik wil u eraan herinneren, broeders aan het Evangelie, dat ik u verkondigd heb, dat
gij ook ontvangen hebt, waarin gij ook staat,
waardoor gij ook behouden wordt, indien
gij het zo vasthoudt,
als ik het u verkondigd heb, tenzij
gij tevergeefs tot geloof gekomen zou zijn.
Want voor alle dingen heb ik u overgegeven, hetgeen
ik zelf ontvangen heb:

Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften en
Hij is begraven en ten derden dage opgewekt, naar de Schriften,
en Hij is verschenen aan Cefas, daarna aan de twaalven.
Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk,
van wie het merendeel thans nog in leven is, doch sommigen zijn ontslapen.
Vervolgens is Hij verschenen aan Jacobus, daarna aan al de apostelen;
maar het allerlaatst is Hij ook aan mij verschenen, als aan een ontijdig geborene
“.
1Cor.15: 1-8

Dit is de weg naar verlossing:
Plaats je Geloof in Jezus Christus, God in het vlees,
door je leven onvoorwaardelijk aan Hem te wijden en
je te bekeren van [door je af te keren van] je zonden.
Probeer om Hem te dienen met alles wat je in je hebt
> > Hij verdient niets minder.
Verwacht niet dat het eenvoudig zal zijn, maar
wees er van overtuigd dat het de moeite waard is.
Een paar woorden in gebed bezigen en
dan weer verder te gaan met je leven zoals je gewoon was
kan onmogelijk de weg zijn naar Verlossing.
Jezus, die God en Schepper, vraagt je ‘alles’ te geven,
Hij is een veeleisende God.

Betekent dit dat je een zondeloze perfectie dient te bereiken om gered te worden?
Nee! In het geheel niet!  God kent ons hart.
God weet het verschil tussen degenen die
naar waarheid op zoek zijn en Hem met hun leven dienen en
degenen van wie het Geloof niet echt is.
Ga op deze wijze de wereld in en
vertel het iedereen om je heen die
hier open voor staat.

Iedere Orthodoxe Christen die zich in de geestelijke literatuur verdiept heeft wel eens gehoord van de ascetische strijd; het bestrijden van onze passies, teneinde dichter bij God te komen. Dit wordt in het Nederlands omschreven als de “geestelijke strijd”, in het Grieks als Εσωτερική πάλη en in het Russich als ‘podvig’ [подвиг].
De Heilige Johannes de Theoloog heeft van het Goddelijk Woord getuigd en
van al wat hij gezien heeft getuigt hij van Jezus, de  Christus en zegt:
Zalig hij, die het leest, en zij, die de Profetische woorden hoort en bewaart,
al wat daarin geschreven staat, want de tijd is nabij
“.
Openb. 1: 3
De Apostel Paulus schrijft aan de gelovigen in Rome:
Wij dan zijn gerechtvaardigd in Geloof en vinden vrede [rust] in God
door onze Heer Jezus Christus en niet alleen hierin,
maar wij roemen ook in de verdrukkingen, omdat
wij weten, dat de verdrukking volharding uitwerkt en
de volharding beproeving en de beproeving hoop;
de hoop maakt niet beschaamd, omdat
de liefde van God in onze harten is uitgestort is door de Heilige Geest,
Die ons gegeven is“.
cf. Rom.5: 1-5

Hoe mooi is het
wanneer ons pad niet geblokkeerd wordt
en er licht valt op de weg,
het Licht dat ons zo nabij is
Maar serieus, hoeveel mensen kiezen er tegenwoordig nog vrijwillig voor deze weg ?!
Niemand van ons wil z’n comfort verliezen, onze ‘veilige’ denkbeelden en relaties op geven en toch komt er, voor ons allemaal, een tijd waarbij al wat veilig en goed wordt ervaren,
totaal verbrijzeld zal worden.
Het kan komen door het verlies van een geliefde,
een verraad door iemand op het werk, een verbroken relatie . . .
Het leven confronteert ons met een aantal moeilijke momenten.
Waar ga je heen om je te hergroeperen en weer opnieuw kracht en vrede te vinden . . . ?
De Kerk gaf ons in het verleden een troost, want
het was een plek om Gods Woord te horen, ons te laten inspireren door een inspirerende homelie en
samen te zijn met gelijkgestemden van geest en hart.
Dit waren de dagen dat ik mij met mijn echtgenote in
een liefdevolle gemeenschap bevond, maar helaas, ook hier bleek een leegte in groei en nog
belangrijker voor mij, …. ook mijn kinderen
vonden er weinig voldoening.
Na een paar jaren van  incasseren van verwijten vanwege goedbedoelde inzet, werd ik moe en steeds verder gefrustreerd.
Waarom ga ik naar de kerk en zet ik me in,
om mezelf haat en nijd op de hals te halen?
Is dat Christus en Zijn Blijde Boodschap die ik zoek.
Deze onrust en het ophopen van apathie in de richting van het kerkelijk leven
vielen samen met een periode van fysieke problemen.
Ik vroeg me af waarom God mij zoveel liet [ver-]dragen.
Ik vroeg me zelfs af of God mijn gebeden en smeken wel hoorde . . .
Er komt misschien een tijd om meer over deze donkere periode te schrijven,
maar nu maar verder niet.
Het is informatie genoeg om de markante lessen welke
ikzelf door gebrokenheid heb geleerd met u te delen.
Ik ben er van overtuigd dat elke Christen door donkere valleien gaat,
waar de zon steeds lager gaat schijnen en steeds verder verbleekt . . . . .
Ik noem dit de “tijd in de woestijn“, ook hier in het welvarende Nederland.
Het kostte me vele jaren om dit te leren en is het dat
deze gebeurtenissen een opening bieden aan een persoonlijke groei,
die je nergens anders kunt vinden en op die manier.
Ik kan alleen maar dankbaar zijn dat ik in het verdeelde
Orthodoxe milieu van Nederland verkeer,
in de woestijn“, maar oh wat kan dàt pijn doen.

Eén van die inzichten die bij mij boven water kwam lag verborgen achter de bladeren van de wijngaard, de beproeving van hoogmoed en eigengerechtigheid.
Die dikke hoop met bladeren werd maar langzaam verwijderd,
beetje bij beetje, periode na periode
maar werd op bepaalde ogenblikken door een waarachtig woord uitgewist.
Mijn levensgezel deed mij een ondeugd in mij lokaliseren welke iets in werking zette.
Na het luisteren
“Voor wie doe je het eigenlijk, je hebt nu opnieuw ingegrepen,
vóordat je er zelf erg in had”.
Ja, het is mij ingebakken om m’n handen uit de mouwen te steken.
Als er iets ondernomen dient te worden is het vóór ik het weet
al door mij gedaan.
Hoe kan het ook anders, ik ben afkomstig uit een gezin van 12 kinderen,
waar we allemaal voor het reilen en zeilen werden ingezet; iedereen
was verantwoordelijk voor de voortgang.
Die paar woorden, wat kan er zo weinig en triviaal lijken, werd het begin van
een instorten van die de muren, die ik had gebouwd om mijn als “gerechtvaardigd” gehouden verontwaardiging te laten instorten.
Het is niet leuk te kijken naar datgene wat je rauw op je dak komt vallen
– om een glimp van je hart te vangen wanneer het echt is –
en toch, zonder dit mee te maken, zou er geen vooruitzicht zijn,
op enige Hoop van spirituele groei.
Alleen wanneer we onze tekortkomingen zien, kunnen wij
onze eigen ongerechtigheden erkennen, kunnen we hen overwinnen
In het uiten van onze fouten, onze onvolkomenheden,
in de aanwezigheid van de ander de schande leren kennen en
daar verantwoordelijk voor te dragen;
alleen zo komen we vooruit.

Wanneer we God alleen maar met de lippen belijden en naar de kerk gaan,
kunnen we echt niet zo ver komen  dat we
de volledige impact van onze zonden
binnen het Lichaam van Christus,
onder ogen kunnen zien.
Dit is de reden waarom ons wordt verhaald dat we elkaar onze schulden dienen te belijden.
Jac.5: 16

Dit pad van geestelijke pijn en geestelijk ontwaken komt samen, wordt samengevoegd met m’n digitale werk.
Ik bleef schrijven en was daarmee op zoek naar een antwoord op mijn belangrijkste vragen: “Hoe kan ik persoonlijk vrede vinden in troebel water?
Hoe kan ik genezen van emotionele pijn?

Mijn paradigma begon te verschuiven ….
de Kerk, zoals ik altijd al had geweten, was de bron voor verkondiging.
Nu was ik op zoek naar de Kerk als een ziekenhuis.
Ik wilde genezen worden, ik verlangde naar de ware aanbidding
– wat dit betekende – dat wat mij
een rustige hart gaf in plaats van kritiek op m’n handelen.
Ik wilde een plek waar het Heilige der heiligen kon worden beschouwd
als  een Heilige ruimte in plaats van een sociale bijeenkomst.
Ik wilde weg van ‘alle afleiding’ van de wèrkelijke aanbidding en
het hart van het geloof ontdekken . . .
Ik wilde verloren gaan in de vreugde van gebed en dankzegging.
Ik wilde de communie, het Lichaam en Bloed van Christus in de Goddelijke Liturgie,
alleen nog maar in een werkelijk mooie omgeving wanneer ik Gods Kerk bezocht.
Ik was op zoek naar het geloof van de apostelen, van de Martelaren en Heiligen,
wetende dat ik een “thuis” zou vinden in
de wortels van de Kerk.
Zo zegt de Heer:
Gaat staan aan de wegen, en ziet en
vraagt naar de oude paden,
waar toch de goede weg is, 
opdat
gij die gaat en rust vindt voor uw ziel;

maar zij zeggen:
Wij willen die niet gaan.

Ook heb Ik wachters over u gesteld: Luistert naar de klank van de bazuin; maar zij zeggen:
Wij willen niet luisteren.
Daarom hoort, o volkeren, en weet, o vergadering, wat in hen is.
Hoor, gij aarde, zie, Ik breng onheil over dit volk,
de vrucht van hun eigen overleggingen, want
zij luisteren niet naar mijn woorden en
Mijn Wet verwerpen zij“.
Jer.6:16-19

Wij dragen de littekens van de zonde in ons lichaam die ons als een magneet tot de wereld aantrekt, maar onze ziel verlangt ernaar op te stijgen tot de hoogste hoogten.
Zoals de mens is samengesteld uit lichaam en ziel, zo
bevinden die twee zich tegenover elkaar.
Zelfs Paulus zegt dat:
Ik mijn eigen gedrag niet kan begrijpen.
Ik niet aan de dingen toekom die ik werkelijk wil doen en
Ik zie mezelf dingen doen, die ik haat . . .;
want hoewel ik datgene wil doen wat goed is,
blijkt dat niet uit de daden die ik doe.
Het gevolg is dat ik in plaats van goede dingen te doen die ik wil doen,
houd ik me alleen maar bezig met de zondige dingen,
die ik niet wil.

Als orthodoxe christenen, weten we dat we dienen te werken
in de richting van de zuivering, de verlichting, de Theosis [Vergoddelijking].
De eerste stap is onszelf te zuiveren van de hartstochten,
van al datgene wat ons van God verwijdert en
de ketenen te verbreken die ons weerhouden
uit te stijgen naar de hoogten
in dienst God.
De Kerk geeft ons aanwijzingen om dit te doen door middel van vasten en het gebed.
Al dit soort zaken hebben hun uitwerking op ons lichaam, en
als we deze ascetische praktijken beoefenen,
zullen we aan den lijve ondervinden dat
ze ons helpen om dichter God onze Schepper en Verlosser te komen.
Omdat wij met hart en ziel streven om Christus te vinden
zullen we meer ondernemen en ons Geloof verdiepen,
verder gaan dan datgene wat de Kerk heeft ons al heeft geleerd en
dat dit de noodzakelijke eerste stappen zijn.

Het Geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt en het bewijs der dingen, die men niet ziet.
Want door dit [Geloof] is aan de ouden een getuigenis gegeven.
En wat moet ik nog verder aanvoeren?
Immers, de tijd zou mij ontbreken, als ik ging verhalen van Gideon, Barak, Simson, Jefta, David, Samuel en de profeten, die door het Geloof koninkrijken onderworpen, gerechtigheid geoefend,
de vervulling der belofte verkregen hebben,
muilen van leeuwen dichtgesnoerd,
de kracht van het vuur gedoofd hebben.
Zij zijn aan scherpe zwaarden ontkomen,
in zwakheid hebben zij kracht ontvangen,
zij zijn in de oorlog sterk geworden en hebben vijandige legers doen afdeinzen.
Vrouwen hebben haar doden uit de opstanding terugontvangen,
anderen hebben zich laten folteren en van geen bevrijding willen weten,
opdat zij aan een betere Opstanding deel mochten hebben.
Anderen weer hebben hoon en geselslagen verduurd,
daarenboven nog boeien en gevangenschap.
Ook deze allen, hoewel door het Geloof een getuigenis aan hen gegeven is,
hebben het beloofde niet verkregen, daar God iets beters met ons voor had,
zodat zij niet zonder ons tot de volmaaktheid konden komen
“.
Hebr.11: 1-2, 32-36, 39-40

Orthodoxie & de voorbereiding op het Hoogfeest van Kerst

Wat we met Kerst gaan vieren is:
de komst van God als mens in het vlees,
opdat wij ons zouden bekeren,
Anders gezegd, dat we ons opnieuw tot God zullen gaan richten,
het afleggen van de oude mens en de nieuwe mens aandoen en dat we in Adam [het stof, het aardse] zijn gestorven, opdat we in Christus
zullen gaan leven.
Laten we ons daarom voorbereiden op dit feest,
niet op de wijze van de heidenen, maar
op een Goddelijke manier.
En hoe dient dit te gebeuren?
Laten we onze voordeur nu eens niet met kransen versieren, noch onze woning als een balzaal optuigen, noch onze straten versieren.
Dit is de weg die kan leiden naar het kwaad en is een voedingsbodem van de zonde.
Laten wij al deze dingen aan de heidenen overlaten.
Maar laten wij, die ons aanbidders noemen van de ware God en ons op een van tevoren bepaalde manier een luxe nastreven,
dit dan zoeken in het Woord Gods, de Wet en de Heilige Schrift“.
Heilige Gregorius de Theoloog

Het is mijn bedoeling dat u begrijpt wat ik werkelijk bedoel.
Ik moedig u echt niet aan alles maar overboord te gooien, dat
je je huis met Kerst niet zou mogen versieren of
een kerstboom mag optuigen, of kaarsjes mag aansteken.
In feite, zou ik al die dingen juist aanmoedigen,
omdat ze nu eenmaal bij de huidige 21e eeuw horen;
al die dingen laten een getuigenis zien van de geboorte van Christus,
zij symboliseren een Christelijke feestdag.

Wat ik zeg, en wat ik denk dat bovenstaande tekst van wat de Heilige Gregory bedoelt is om eenvoudig duidelijk te maken, dat
we de geest van het secularisme niet totaal dienen te laten overheersen en daarmee ieders aandacht af te leiden van het geestelijke.
Ik ben ervan overtuigd dat het secularisme in de huidige maatschappij,
een van de grootste bedreigingen is voor het Orthodoxe Christendom en
de Christenheid als geheel.

U mag best eens een kijkje nemen bij  andere wereldgodsdiensten.
Of dat nu de Islam is of het Jodendom,
of welke godsdienst dan ook.
Bestudeer die religies eens en kijk naar hùn heilige feestdagen.
Zij zullen echt niet toestaan dat het secularisme hun geloof al is het ook maar een klein beetje beïnvloed zal worden.
Ik geef u het voor zeker op een briefje!

Neem nu eens een kijkje bij ons Heilig Christendom en onze heilige dagen.
Van Sinterklaas tot Pascha, is het secularisme niet alleen binnengedrongen,
het heeft het feest volledig overvallen en weggemoffeld!
We behoeven niemand de schuld te geven, maar vooral onszelf.
Het Christendom begint iedere dag die volgt steeds maar meer hypocriet te worden
en dat is voor de volle 100% onze eigen schuld.
We zouden ons moeten schamen!

Zelfs Pascha, het feest van de feesten wordt ons volledig ontvreemd,
de overheid geeft het onderwijs verlof voor een Krokus en Hyacint Vakantie of
heeft het over de Voorjaarsvakantie.
U weet allemaal dat het woord Pasen zelf een heidense oorsprong heeft.
Pasen werd vernoemd naar Ester, de heidense godin van de vruchtbaarheid.
Wat is het symbool voor de vruchtbaarheid? Het konijn.
Dus zelfs de opstanding van Christus, het  fundament van het Christelijk geloof
wordt teruggebracht tot de viering van de Paashaas.
Je kunt tegenwoordig geen winkel binnen lopen of je ziet winterse landschappen met
slee-, schaats- en ski-poppetjes [duidend dat je vooral een 2e keer op vacantie dient te gaan] en zie je geen kerststalletjes of inspirerende artikelen meer, tenzij
je in een Christelijke boekhandel binnenloopt; de gewone boekhandels verkopen daarentegen boeken met de meest vreemde kerstverhalen.

Ik besef dat ik misschien een beetje extreem voor jullie overkom, maar
laat me je een vraag stellen.
Heb je gemerkt dat de zinsnede
Zalig kerstfeest helemaal vervangen is door Vrolijke [kerst-]dagen? Kerstvakantie is nu een winterstop geworden en op de meeste scholen wordt het niet toegestaan Kerst-minnende programma’s op te voeren.
Wanneer ze dit al doen worden ze, beïnvloed door de Amerikanisering bestaande uit
de arrenslee met Santeklaus en Jingle Bells . . . . . jo joh joh . . . . . en een hoop cadeautjes.
Er wordt maar weinig of helemaal niet over Christus gesproken.
In het uiterste geval wordt er op Christelijke scholen over
een lieftallige Maria en een zoete Sint Jozef en het kindje Jezus
op hun reis naar Bethlehem gezongen.
Of we het leuk vinden of niet, we liggen zwaar onder vuur.
Onze God wordt in onze samenleving gewoon uitgebannen –
weggepoetst, ligt met ons onder vuur en we doen er niets aan.

De Heilige Cosmas van Aitolos merkt op dat,
Het leven een geestelijke strijd is.
Doch wanneer je niet vecht,
zul je voorzeker verlies lijden
“.
Stel jezelf dus eens de vraag.
Kom je wel voor jezelf op, ben je assertief genoeg,
vecht je of verliest je?  Er bestaat namelijk geen tussenweg.
Bovendien staat er ook nog geschreven:
Wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden,
tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis,
tegen de boze geesten in de hemelse gewesten
“.
Eph.6: 12

We vechten niet tegen zo maar een doel of een wassen neus.
We vechten tegen de machten der duisternis wiens enige doel is om jou en mij van Christus af te houden, net zoals zij zichzelf hebben afgescheiden.

Denk na maar eens over na, wanneer
iemand je een volgende keer tracht wijs te maken dat je het Geloof in Christus
niet zo serieus dient te nemen.
Ik heb een Blijde Boodschap mensen,
onze redding is een serieuze zaak.
We dienen ook ernstig rekening te houden met onze tegenstanders, de tegenstrever[s].
Wanneer we samen met Christus de barricaden opgaan en voor Hem op komen, dienen we de Christelijke strijd
ook in onze tijd serieus te nemen;
vraag het maar aan onze martelaren.


“Daarnaast dient ieder individu de zwakheden van anderen te
[ver]dragen.

Wie kan zich nu eenmaal  perfect noemen?
Wie kan er prat op gaan dat
hij zijn hart onbezoedeld heeft weten te houden?
We zijn nu eenmaal allemaal ziek en
wie veroordeelt dan zijn naaste en
heeft niet door dat hij zelf ziek is.
Daarom dient de ene omdat een verdorvene
niet de andere verziekte te veroordelen”.
vader Ephraïm van Philotheou

Orthodoxie & de dood

In het evangelie van Mattheüs wordt
ons een gemeenschap onderweg,
een volk in een crisis voorgeschoteld.
De vroege Christenen geloofden dat
Jezus inderdaad opnieuw zou terugkomen bij de wederkomst en dat hij tevens
wel heel snel zou terug komen.
Toch had de Heilige Mattheus een heel andere visie en heeft hij dit ook in zijn geschriften weer gegeven.
Voor hem is het Koninkrijk der hemelen ofwel dichtbij dan wel onafgebroken aanwezig.
God is reeds aanwezig in degenen die leven in het besef van de Opstanding in Christus.

Iedereen die leeft wordt vroeg of laat geconfronteerd met de dood, dit is onlosmakelijk aan het leven verbonden; vroeg of laat komt de dood je leven binnen.
De vragen die dat met zich meebrengt, zijn vragen waar we ècht mee kunnen worstelen.
Vragen waar we helemaal niet uit kunnen komen en dit al helemaal wanneer het sterven naar onze mening veels te vroeg komt.
En als die dood ons leven dan binnensluipt, beseffen we tevens dat dood eigenlijk helemaal niet bij het leven past. Het is er mee in strijd.
De dood is de vijand van het leven.

Tegelijk zeggen we: “De dood is onlosmakelijk aan het leven verbonden”.
En ook dat is waar. Tenminste als we ermee bedoelen dat je
je ogen niet kunt sluiten voor de werkelijkheid van dood. De dood is er nu eenmaal.
Midden in het leven weten we ons door de dood omgeven.
Je hebt er niks aan als je vragen, die dat met zich meebrengt, wegduwt.
Het zijn vragen die gesteld dienen te worden.
Wat gebeurt er eigenlijk als je sterft? Wat is er eigenlijk na de dood?
Waar vind je troost en rust, zodat je ondanks de dood toch verder kan leven?

En we hebben daarbij ook allemaal namen in ons hoofd, als het gaat over leven en dood, over sterven en de leegte die dan achterblijft.
Namen van mensen die ons heel dierbaar waren en voor wie we elke zaterdag bidden.
Mensen die we niet wilden missen en die we toch moeten missen. Ze waren soms nog jong, veel te jong voor ons gevoel.
En ook als ze al ouder waren, toch blijft de pijn en het gemis. We hebben namen in ons hoofd, we zien hun gezichten voor ons.
Ze zijn gestorven. En zo kwam de dood ons leven binnen.
En ook onze eigen namen verbinden we met die vragen rond leven en dood.
Want de dood komt niet alleen ons leven binnen als we een geliefde moeten afstaan.
Ook zelf komen we er niet omheen we zullen eens sterven. Wanneer, dat weten we niet.
Maar het moment komt. Je kunt er bang voor zijn omdat de dood een grens is.
En soms kijk je nu al de dood in de ogen als een ziekte je lichaam en je leven ruïneert.

Met vragen rond leven en dood krijgt iedereen te maken.
En dan ga je zoeken naar de antwoorden.
Antwoorden op vragen, die altijd al zijn gesteld en
die altijd weer opnieuw worden gesteld.
Want ieder mens moet zelf weer zoeken en
moet zelf weer opnieuw de weg naar God vinden.
Vandaag zoeken we samen, en we laten ons bij
dat zoeken leiden door een gedeelte uit
de Blijde Boodschap, de Bijbel.
Een geschiedenis waarin mensen voorkomen zoals u en ik,
mensen met hun vragen rond leven en dood.
En we komen er nog Iemand tegen.
Een Mens zoals u en ik, en tegelijk vele malen
méér dan u en ik.
Zijn Naam is Jezus, Christus, de Zoon van God en deze is boven alle namen verheven.
Ja, ook Hij heeft een Naam, Jezus.  > Verlosser betekent dat.
En uit de geschiedenis die we nu gaan volgen,
mogen we leren dat Zijn Naam waar [de Waarheid] is:
Jezus is zoals Hij heet, ‘de Verlosser’, ook midden in
onze worsteling met vragen rond leven en dood.

Er was iemand ziek“. Zo begint de geschiedenis.
Er was iemand ziek“.
Dat zinnetje is typerend voor het mensenleven.
Want we leven in een wereld vol zieken, een wereld vol ziekten, in een wereld die in veel opzichten verziekt is.
Er was iemand ziek“. En je voelt al direct aan:
dit loopt niet goed af.
Vanaf het begin is de dood al levensgroot aanwezig. Want de zieke sterft.
De Blijde Boodschap verdoezelt de werkelijkheid van ziekte en dood niet: ze zijn kenmerkend voor het leven. Want het leven is in heel veel opzichten
om te huilen“.

Er was iemand ziek“.
En die iemand heeft een naam.
Ja, ook déze zieke heeft een naam, zoals alle zieken.
Lazaros is zijn naam. “God helpt” betekent dat.
Hij heeft twee zussen, Martha en Maria en
zij wonen in Bethanië [“Huis van lijden” of “Huis der behoeftigen“].
Hij heeft vrienden en veel bekenden.
Hij is een mens zoals wij.
Hij wordt ziek en de velen om hem heen maken zich zorgen.
Hoe gaat dit aflopen?
Eén vriend van deze Lazarus krijgt heel speciaal de boodschap van zijn ziekte te horen.
Heer, zie, die Gij lief hebt, is ziek”.
Jezus moet het gewoon weten. Als er Iemand kan helpen, is Hij het wel.
Want het is aan Hem te danken dat
vele lammen weer lopen, dat vele blinden weer zien,
dat vele doven weer horen.
En zelfs zijn er doden die weer leven, dankzij Jezus.
En nu is Lazarus ziek, Jezus’ eigen vriend.
Heer, uw vriend is ziek, Lazarus uit Bethanië”.
Je zou denken dat Jezus, als Hij dit bericht ontvangt van Maria en Martha,
Hij ook wel direct op weg zal gaan naar Bethanië, naar zijn vriend.
Want je wil toch graag bij hem zijn, als vriend, maar
vooral ook om hem te kunnen bijstaan in het genezingsproces.
Want dat kán deze Vriend.

Maar Jezus doet het niet.
Want de ziekte van deze vriend is er een niet ten dode, maar tot eer aan God.
Door deze ziekte zal de Zoon van God verheerlijkt worden. Dát zegt Jezus erover.
Met heel Zijn wezen is Hij betrokken bij Lazarus, Zijn vriend. Hij heeft hem lief.
Het is opvallend hoe menselijk de Heer Jezus in deze geschiedenis naar ons toekomt.
Er wordt gesproken over zijn vrienden die Hij liefheeft en
straks rollen er tranen uit Jezus’ ogen;
is Hij ontroerd en verbolgen tegelijk.
Maar hier, bij het bericht van Lazarus’ ziekte, zien we
Jezus vooral als de Zoon van God, de God-Mens tussen de mensen,
vriend tussen de vrienden, en tegelijk: de Zoon van God.
En zo weet Hij dat deze ziekte een speciaal doel heeft.
En in wat er straks gaat gebeuren dient niet Lazarus centraal te staan, de vriend van Jezus.
Maar dient Christus centraal staan, de Zoon van God.

En daarom wacht Jezus. Hij wacht tot zijn vriend gestorven is.
Want het wonder dat Hij zal doen is groter nog dan
het wonder dat Maria en Marta nu van Hem vragen.
Jezus zal laten zien dat Hij meer is dan een Wonderdoener, meer
dan een Geneesheer die zieken weer gezond maakt,
Hij maakt doden levend!

De verslagenheid is groot in Bethanië, als Jezus daar aankomt.
Lazarus is gestorven. Hij is dood. Een harde werkelijkheid.
Vier dagen al is hij in het graf, een graflucht is van verre waarneembaar.
En zeven dagen lang wordt er gerouwd, volgens Joods gebruik.
Vele van de Joden zijn naar Maria en Martha toegekomen.
Om te troosten en te delen in het verdriet.
En dat is een geweldige bemoediging in dagen van rouw:
dat er mensen komen om je verdriet te delen.
Nee, niet om het weg te nemen, want dat kan niet, het verdriet wegnemen.
Om het te delen.
Zonder woorden vaak, want wat moet je zeggen in het aangezicht van de dood.
Jezus was tot nog toe afwezig geweest bij het verdriet om Lazarus.
En als Martha hoort dat Jezus is aangekomen, gaat ze Hem tegemoet.
Ze wil Hem graag zo snel mogelijk zien en spreken.
En in de eerste woorden die ze zegt, klinkt een zacht verwijt door.
“Heer, als U hier was geweest, zou mijn broer niet gestorven zijn”.
Waar was U, Heer? Waar was U?
Dat is een vraag die je wel eens stelt als de dood je leven binnendringt.
Waar was U Heer?
Een vraag uit de diepte van een gewond hart.

Ook Marta”s hart is gewond, maar tegelijk leeft er in haar hart verwachting.
“Ook nu weet ik, dat God U geven zal wat U begeert”, zegt ze tegen Jezus.
Ze verwacht waarschijnlijk dat Jezus met haar zal bidden tot zijn Vader, dat
hij voorbede zal doen voor haar en Maria:
kracht om het verlies van Lazarus in het geloof een plaats te geven in haar leven.
Want dat lukt je niet alleen: daar heb je de hulp van de Heer bij nodig.

En dan zegt Jezus: “Martha, je broer zal ópstaan”.
Die woorden stellen Martha eigenlijk teleur.
“Bent u daarvoor gekomen, Heer ?
Iedereen heeft me dat al verteld. Iedereen troost me met die woorden.
Ik weet het wel: eens zal ik Lazarus weer ontmoeten.
Als hij zal opstaan op de jongste dag.
Maar U hebt toch wel meer te zeggen?”
En Jezus Christus heeft meer te zeggen.
Nu kan Hij de woorden spreken die
het centrum vormen van het verhaal over de dode Lazarus die
weer levend wordt.
Want dat is eigenlijk niet de kern van die geschiedenis:
dat een dode weer leeft.
De kern is hier dat we Christus ontmoeten.
Jezus is zijn naam. Verlosser. Hij spreekt het verlossende woord
in het leven van hen die door de dood zijn omgeven.
Het verlossende antwoord op onze vragen en rond leven en dood.

“Ik ben de Opstanding en het Leven”
“Martha, de opstanding, dat is niet iets van later, dat is iets van nu”.
“Ik bén de Opstanding en het Leven”.
Deze woorden vormen het grootste wonder in
het verhaal over Lazarus.
Hier ontmoeten we Jezus Christus,
de Zoon van God.
Hij is de Opstanding in Eigen Persoon.
Hij is het Leven in Eigen Persoon.
En wie worstelt met vragen rond leven en dood, vindt bij Jezus het antwoord.
Sterker nog: Jezus ís het Antwoord in Eigen Persoon.
En als je in Hem gelooft, dat wil zeggen: als
je ja zegt tegen Jezus, als je je aan Hem overgeeft,
dan mag je in je leven te midden van de dood,
merken dat Hij is de Opstanding en het Leven.
Dan komt er rust in je leven.
Niet dat de dood dan weg is, niet dat je dan onsterfelijk wordt,
maar er is een antwoord op je vragen rond leven en dood.
En dat antwoord is: Jezus Christus, de Zoon van God.

“Ik ben de Opstanding en het Leven.”
Deze diepe uitspraak, die altijd weer als nieuw in de oren klinkt,
legt de Jezus vervolgens in twee zinnen uit.
Want Hij wil twee dingen zeggen, omdat
Zijn macht gaat over de doden én over de levenden.

In de eerste zin licht Hij toe wat het betekent dat Hij de Opstanding is.
“Ik ben de Opstanding: wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven”.
Dat gold voor Lazarus, en het geldt voor iedereen
die in geloof gestorven is en
voor ieder die in het geloof sterft.
Want als je Christus kent als je Verlosser, dan
kun je niet meer sterven.
Tenminste niet meer echt sterven.
Ja, hier op aarde is dat sterven echt, voor wie achterblijven.
Er valt echt een lege plaats.
Maar omdat Christus de Opstanding is, mag wie sterft léven, leven met God.
Eeuwig leven heet dat in de Blijde Boodschap.
En dat is niet zozeer heel erg verschrikkelijk lang leven, maar
het is een leven dat eeuwigheidswaarde heeft,
omdat het een leven bij God is.
“Ik ben de Opstanding”, zegt Jezus.
En Hij zegt het over mensen die gestorven zijn. Zij zullen opstaan.

En tegen mensen die leven zegt Hij:
“Ik ben het Leven, en een ieder die leeft en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven”.
Dat is de tweede zin, waarin Jezus Zijn diepe uitspraak, die
altijd weer als nieuw in de oren klinkt, uitlegt:
“je zult in eeuwigheid niet sterven als je in Mij gelooft”.
Dat gold allereerst voor Martha, met wie Jezus op dat moment in gesprek is.
En het gold ook voor Maria.
En het geldt voor allen die in leven zijn en die leven in geloof.
Dankzij Christus, die het Leven is,
kan de dood je in eeuwigheid geen kwaad meer doen:
nooit zul je het leven verliezen.
Want als je gelooft in Christus,
ontsnap je aan de macht van de dood.
En sterven zal dan niet betekenen dat je er geweest bent,
nee, je zult je dood overleven,
omdat Jezus het Leven in Eigen Persoon is.

“Ik ben de Opstanding en het Leven.”
Jezus brengt dus niet de opstanding en het leven, straks op de jongste dag,
nee, Hij is het, hier en nu en vandaag voor eenieder die gelooft.
Zo komt Hij naar je toe.
Hij, die zelf ook gestorven is en opgewekt, Hij
komt je tegemoet als de Opstanding en het Leven om
je nabij te zijn in je machteloosheid en je verdriet, in
het gevecht met vragen die woelen in je hart.
En zo kwam Hij ook naar Martha toe en naar Maria en
naar allen die treurden om Lazarus die gestorven was.
Hij komt met een woord: “Ik ben de Opstanding en het Leven”.
En in dat woord ligt het allergrootste wonder opgesloten:
Christus heeft de dood overwonnen, en wij zullen leven”.

Ja, de dood is dood, Christus schenkt ons het eeuwige leven.
Dat gaat Jezus nu laten zien bij het graf van Lazarus.
Zijn woord over Opstanding en Leven
gaat Hij nu onderstrepen met de daad.
Met Maria en Martha en vele anderen gaat Hij mee naar het graf.
Een rouwstoet. Jezus loopt mee in een rouwstoet. En ook Hij heeft verdriet.
En wat komt de Zoon van God daarin dicht bij ons mensen.
Hij heeft verdriet om zijn gestorven vriend. “Jezus weende”.
En ook is Hij verbolgen in de geest. Hij is boos op de dood,
Hij maakt zich kwaad over de macht van de dood en
over wat de dood allemaal aanricht in mensenlevens.
Boosheid en verdriet zijn er in Jezus, wanneer Hij ieder keer meeloopt in
de rouwstoet naar een graf, Jezus huilt.
Hij is niet de grote Buitenstaander, de Onbewogene:
Zijn vriend is dood en met Zijn andere vrienden is
Hij diep verdrietig en ook boos op de dood.

Maar tegelijk is Jezus, Gods eigen Zoon,
ook machtiger dan de dood.
En dat laat Hij zien bij het graf van Lazarus.
Hij stelt een daad als
onderstreping van Zijn Woord.
Geen stunt waarbij
Lazarus in de schijnwerpers staat, maar
een teken waarbij
al het licht valt op Christus.
Lazarus, kom naar buiten”.
En Lazarus komt tot leven en naar buiten, en daar staat hij voor de Opstanding en
het Leven, Jezus zijn vriend, Gods Zoon die macht heeft over de dood.

Ik ben de Opstanding en het Leven
Dat wordt daar bij
het geopende graf duidelijk.
Jezus is wat Hij zegt voor eenieder die gelooft en zich overgeeft aan Hem.
Ja, voor eenieder die gelóóft.
Want het woord dat Jezus sprak tot Martha,
wordt gevolgd door een vraag aan Martha.

Ik ben de Opstanding en het Leven.
Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven; en
eenieder die leeft en in Mij gelooft zal in eeuwigheid niet sterven
Gelooft je dat?
Die vraag komt dagelijks ook naar ons toe.
Gelooft je dat?” Geloof je dat Jezus de Opstanding is en het Leven?
Want dat is Hij als je Hem aanneemt als jouw Verlosser.
Jezus is Zijn Naam.
Hij haalt de angel uit je vragen rond leven en dood, wanneer
je Hem belijdt als de Heer van je leven.

Geloof. Daar vraagt Jezus om.
En geloven, dat is:
de uitgestoken hand van Christus aanpakken en
vasthouden en nooit weer loslaten.
> Hij is je Verlosser.
> Hij is de Opstanding en het Leven.
> Hij is het Antwoord op je vragen rond leven en dood.
Nee, dat betekent niet dat je verdriet dan weg is.
Het betekent ook niet dat de dood dan weg is.
En de pijn van het leven dat zo vaak om te huilen is, is niet weg.
Maar er is wel iets anders. Er is Iemand anders, Die je over
de grens van de dood helpt heen te kijken.

En dan zie je:
Dat alles wat je in dit leven overkomt “peanuts” zijn.
Dan zie je dat een onontbeerlijke eigenschap van
Recht en Gerechtigheid genade is.
> ”Ontferming” is het persoonlijke ervaren en
de praktische uitdrukking van Gods Liefde.
Gezegend te worden door God is
om ook zelf compassie te tonen, om zorg te hebben,
om zorg te dragen voor elke persoon en elk levend wezen.
Dan zie je dat het enige belangrijke “de Opstanding en het Leven, Christus is;
het Licht in de duisternis” . Leven na de dood, want
Christus heeft de dood overwonnen, en  wij,
wij zullen leven
”.

Nu laat Gij
Uw dienaar heengaan, o Meester,

volgens Uw heilig Woord in vrede.
Want mijn ogen hebben
Uw Heil aanschouwd,

dat Gij bereid hebt voor
het oog van alle volkeren.

Licht tot verlichting der Heidenen en
tot glorie van Uw Volk Israël“.
Cantiek van Simeon
[uit de Orthodoxe Vespers]

απορώ και εξίσταμαι“, hetgeen betekent: “Ik sta buiten mezelf van verwondering“.

Orthodoxie & de omgang met je broeders

Dit heb Ik tot u gesproken, opdat
gij niet ten val zal komen.

Men zal u uit de gemeenschap bannen;
ja, het uur komt, dat 
een ieder, die u doodt, zal
menen aan God een heilige dienst te bewijzen.

En dit zullen zij doen, omdat
zij noch de Vader, noch Mij kennen.

Maar deze dingen heb Ik tot u gesproken,
opdat, wanneer hun uur komt,

gij u moogt herinneren, dat Ik ze u gezegd heb.
Doch dit heb Ik u niet van het begin aan gezegd, omdat Ik bij u was“.
John.16: 2-4

Men zal u uit de gemeenschap bannen.
Voor mensen, die enkel in beperkte kringen verkeren, is dit natuurlijk hard, wanneer zij
uit de kring van hun geloofsgenoten worden.
De ouders van de Blindgeborene waren er bang voor. Zij wilden na de genezing van hun zoon niet veel zeggen:
“Omdat zij bang waren voor hun omgeving, want die waren reeds overeengekomen
dat iemand die de Waarheid [Christus] zou belijden, uit de gemeenschap zou worden gestoten“.
John.9: 22
De Blindgeborene, die [weer] helder ziet wordt eveneens buitengesloten; nadat
hij beleden heeft dat Jezus van God komt en zijn oren niet laat hangen naar wereldse achterklap.
En zij wierpen hem uit“.
John.9: 34b
En toch geloofden zelfs uit de ouderlingen velen in Hem [de Waarheid, Christus], maar
ter wille van de huichelaars kwamen zij er niet voor uit, om zelf niet
uit de gemeenschap te worden gebannen [cf. John12: 42].
Het vervolg luidt:
Ja, het uur komt, dat een ieder, die u doodt,
zal menen aan God een heilige dienst te bewijzen“.
Saulus van Tarsus, de latere Apostel Paulus, was vóór zijn bekering zelf overtuigd, dat
de vervolging van de Christus [de waarheid-]belijders een godsdienstige plicht was.
“Hij blies dreiging en moord tegen de waarheids-lievende volgelingen”.
Hand. 9:1
Later zei hij:
En ik heb deze weg des Heren – deze richting – ten dode vervolgd“.
Hand.22: 4
Hij schrijft:
Gij hebt van mijn vroegere wandel gehoord, dat ik
de gemeenschap van God uitermate vervolgde en haar verwoeste
“.
Gal.1: 13
In een rede tot koning Agrippa zegt hij:
Wat mij betreft, ik hield het als mijn plicht de [Waarheid -]
Naam van Jezus van Nazareth
zoveel mogelijk te bestrijden“.
Hand.26: 29
Als Apostel dreigt hij zelf de dupe te worden van deze haat van de wereld.
En toen het dag was geworden, maakten de Joden een complot en
vervloekten zichzelf met de gelofte, dat zij niet zouden eten of drinken, voordat
zij Paulus hadden gedood“.
Hand. 23: 12
Dat Jezus’ Woord, zoals het in de tekst staat, ook later en zelfs nu nog bewaarheid wordt,
zien we ook aan de steniging van de diakon Stephanos
na een verhoor door de Hoge Raad [Hand.7: 1,58].
En aan de onthoofding van de Apostel Jacobus, de broeder van Johannes, door Herodes, en Lucas tekent daarbij aan, dat
die dood de omstanders welgevallig was [Hand.12: 2].
En dit zullen zij doen, omdat zij noch de Vader, noch Mij [de Waarheid] kennen“.
Dit vers geeft de verklaring van het buitensluiten van individuen, het
vervolgen van eigen broeders en zusters binnen de gemeenschap;
het verklaart hoe dit in God’s Naam mogelijk is
– ook bij onszelf, een Christelijke Gemeenschap.

Dit heb Ik [Christus, de Waarheid] tot u allen gesproken,
opdat gij niet ten val komt
” [John.16: 1].
Jezus spreekt hier over de latere werkzaamheden van zijn volgelingen.
Als zij dan nà  Zijn heengaan haat en onbegrip zullen ontmoeten,
wanneer zij de wereld [de woestijn] in trekken.
Zij zullen gehaat worden omdat zij oprecht overbrengen [vertalen]
wat de Heer hen heeft geleerd, niet meer en niet minder.
Vol vrees was ik ingeslapen; *
de tanden der mensen zijn
pijlen en wapenen,
hun tong is een scherp zwaard.
Zij hebben een strik gespannen
voor mijn voeten
en mijn ziel ter aarde gedrukt.
Voor mijn ogen hebben zij een kuil gegraven, *
maar zelf zijn zij daarin gevallen
“.
Psalm 56: 6-7,9
Daarom heeft Jezus ons van tevoren gezegd hoe alles zal gaan,
het moet zo gaan, je ontkomt er niet aan;
als je de Waarheid verkondigt, dan
gaat je kop eraf.

Laat we proberen standvastig blijven in de vreze Gods,
radicaal in het beoefenen van de deugden en
ons innerlijk geweten geen aanleiding geven te struikelen.
In de vreze Gods proberen we onze aandacht op onszelf gericht te houden,
totdat het geweten haar vrijheid heeft verwezenlijkt en onthouden we te spreken
over al wat er rondom ons [is] gebeurd.
Dan zal er een evenwichtig bondgenootschap tussen
het geweten en onze beoefening ontstaan,
waarna het onze opvoeder zal worden en
ons in elke zaak zal laten zien dat
we onszelf dienen te richten op onze oorspronkelijke Icoon.
Maar wanneer we ons geweten niet gehoorzamen,
zal het ons in de steek laten en
zullen we in handen vallen van onze vijanden,
die nooit met rust zullen laten.
Dit is wat onze Heer ons geleerd toen Hij zei:
Wees punctueel welgezind jegens uw tegenpartij,
terwijl gij nog met hem onderweg zijt, opdat
uw vijand u mogelijk niet aan de rechter zal overleveren en
de rechter u aan zijn dienaar overlevert en
u in de gevangenis wordt geworpen
“[Matth.5: 25].
Het geweten wordt een ‘opponent’ genoemd, omdat
het ons verzet oproept tegen de tenuitvoerlegging van
de begeerten van ons vlees: en
wanneer we ons geweten niet steunen,
levert het ons over aan
de handen van onze vijanden.

Houdt je aan je Gebedsregel.
Maar gij, wanneer gij bidt, ga in uw binnenkamer,
sluit uw deur en bid tot uw Vader in het verborgene;
en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal
het u vergelden
“.
Matth.6: 6
Dagelijks gebed, evenals geestelijke lezing, is nu eenmaal de gelegenheid
waar we de door God gegeven kracht om je als werkelijk orthodox christen te gedragen
ten opzichte van de spanningen, die de wereld veroorzaakt.
Het is belangrijk om deze spanning en druk in het gebed op te nemen,
in plaats het door gesprekken met anderen af te reageren.
De kans bestaat dat je vele anderen in je val meeneemt.

In al dit soort kwesties is het verstandig te overleggen met je biechtvader.
Het is van vitaal belang dat je je nooit verlegen behoeft te zijn om
je specifieke problemen met je biechtvader te bespreken

Dit is niet alleen vanwege de aard van de algemene adviezen die
niet in alle gevallen soelaas kunnen geven [een priester is ook maar een mens].
Echter de gezaghebbende instructies van je eigen priester,
welke op mystieke wijze een goddelijke steun verleent.
kunnen je de kracht geven om de beproeving te weerstaan.
Dit gebeurt op een dusdanige wijze waaraan geen enkele leek
in deze ooit zal kunnen voldoen.

Het houden aan de Vasten
En wanneer je vast, toont dan niet, zoals de huichelaars, een somber gelaat;
want zij maken hun aangezicht ontoonbaar, om
zich aan de mensen te vertonen, wanneer zij vasten.
Ik zeg u, zij hebben hun loon reeds gehad
“.
Matth.6: 16
Dit heeft een grotere mogelijkheid tot wrijving, omdat
geschillen over het al dan niet vasten kunnen optreden
met niet-orthodoxen om je heen of gewoon  tijdens een snel bezoekje,
bv met de westerse Kerstviering.
In deze kwestie wordt overleg je met je biechtvader aanbevolen, omdat
in sommige omstandigheden ook sprake kan zijn om
een gedeeltelijke of volledige ontspanning van vastenregel aan te houden,
alleen de biechtvader, die je kent, kan een dergelijke versoepeling toestaan.
Wanneer een dergelijke onderbreking van de regels niet is gegeven
wordt je in welke situatie dan ook gehouden je
aan de gestrengheid van de officiële regel te houden.
Net als bij het gebed, heb je als lid van de orthodoxe gemeenschap
de plicht op je genomen om te vasten, maar
tegelijkertijd is het niet de bedoeling dit vasten onnodig uit te dragen.
Dit betekent ook niet dat je dit altijd geheim moet houden:
bijvoorbeeld door een gerecht te weigeren, zoals vlees of zuivel
bestaat er de kans kennissen of familie te beledigen, die
speciaal voor ter gelegenheid van het bezoek een maaltijd heeft bereid,
dan kun je weigeren wanneer je op voorhand hebt uitgelegd dat
de Kerk dergelijke voedingsmiddelen op dit moment heeft verboden.
Het betekent wel dat je er bij dat moment er geen extra show van dient te maken
en  je zeker je familie er niet mee behoeft te confronteren dat ze zich
niet aan de voorschriften houden.
Vasten is een verplichting voor welke orthodoxe christen dan ook, maar
het is ook mogelijk stilzwijgend, ongemerkt te onthouden.
Zorg ervoor dat de Kok[ende] de regels kent.
Indien, ondanks dit, uiteindelijk het voedsel voor je neus staat,
neem je bijvoorbeeld van een schotel met zuivel en
laat het vlees onaangeroerd
Men zou discreet de kok achteraf kunnen de fout laten weten en
vermeldt later de gebeurtenis in de biecht.

Verdedigen Uw Geloof
Maar heiligt de Christus in uw harten als Heer en Schepper; en
wees altijd bereid tot verantwoording aan al wie
u rekenschap vraagt van de hoop, die in u is,
doch met zachtmoedigheid en vreze Gods
“.
1Petr.3: 15

Een gesprek over de Orthodoxie is een van de mogelijkheden om
uw niet-orthodoxe familieleden te informeren en hen te verhalen over
de Waarheid van ons geloof, tevens dat de mens de potentiële bezit tot het verderf.
Terwijl sommigen sympathie kunnen opbrengen vanwege uw [levens-]keuze,
of op zijn minst tolerant zijn, kunnen anderen koud op u overkomen en
zelfs agressief en vijandig reageren.
De tegenstrever, [de duivel] zal zijn best doen  om deze vijandigheid te gebruiken en
u uw humeur laten verliezen opdat u in zonde vervalt bij de beoordeling van uw naaste,
in dit geval wordt in elk geval helder dat je getuigenis voor de waarheid mislukt is.
Te allen tijde dien je een ijver voor de waarheid in evenwicht te brengen met
de onsterfelijke liefde voor die ten opzichte van de medemens,
die nog niet zijn gekomen om dit te aanvaarden.

 

Discretie is de beste principe.
Brengen het onderwerp van de Orthodoxie, niet zonder noodzaak op tafel,
omdat de tegenstrever dit regelmatig vraagt om juist een ruzie uit te lokken.
In plaats daarvan, is het verstandiger je geloof te verkondigen door
je manier van doen [je gedrag] dan door een omhaal van woorden.
Een aanbod [als man] om te helpen met huishoudelijke taken
wanneer de gelegenheid zich voordoet,
laat zien dat u de zorg over hen draagt.
Verleen gunsten wanneer je de kans krijgt.
Uiteraard dient dit op een natuurlijke wijze te gebeuren,
als orthodox-christelijk ben je min of meer verplicht om
dit soort liefdadigheid te beoefenen.
Soms kan een dergelijke liefdadigheid leiden tot moeilijk keuzes, bijvoorbeeld wanneer een relatie financiële hulp verwacht
met het oog op het verrichten van bepaalde immorele acties of deze er een immorele levensstijl op na houdt.
Hier ontmoet u verplichtingen die betrekking hebben met het geestelijk welzijn van uw naaste, vooral bij familie kan dit voorkomen.
Over het algemeen heb je de plicht om te vragen over het doel waarvoor uw hulp wordt gezocht, en als je erachter dat de steun is bedoeld wat bij Gods wet verboden is,
dan moet je duidelijk maken dat hulp afhankelijk is van het opgeven van de immorele onderneming.
In gevallen dat je het verzoek met een goed geweten kunt ondersteunen
zul je het materieel welzijn ondergeschikt stellen aan je geestelijk welzijn en
dit geldt niet alleen voor onszelf, maar ook voor degenen
die van ons afhankelijk zijn en voor wie we de verantwoordelijkheid
voor God dienen te laten prevaleren.

Wanneer een kennis of een familielid de kerk begint aan te vallen,
dan is dit een echte test van zowel uw werkzaamheid en uw liefde.
Als je het vermogen hebt, kun je rustig uitleggen waarom deze
verkeerd is geïnformeerd over de kerkelijke leer.
Als je vindt dat je niet direct kunt antwoorden op zijn bezwaren,
geef dan niet toe aan het argument, maar zeg dat je zult proberen
om het antwoord later in je eigen tijd te formuleren [te schrijven].
Zelfs wanneer we niet altijd de gegrondheid van een kerkelijk dogma kennen,
zijn we nog steeds verplicht ons eraan te houden, wat er ook gebeurt.
Natuurlijk dienen we er ook voor zorgen dat we
voortdurend bijblijven en het geloof bestuderen, zodat we zelf groeien.
We doen dit niet alleen om onze eigen vragen te beantwoorden, maar
ook die van anderen, de niet-orthodoxe omgeving.

Wat je ook doet,  weersta de drang om met persoonlijke aanvallen te reageren.
Als u vindt dat u er onrustig en warm van wordt,
is het waarschijnlijk de tijd om het onderwerp te laten vallen, door
te vermelden dat je zal blij zijn om het op een later moment verder te bespreken
nadat je het beter hebt doordacht.
Hoewel sommige heiligen een gerechtvaardigde woede
hebben getoond in het gezicht van ketterij
[Sinterklaas sloeg Arius bijvoorbeeld op de wang
tijdens het Eerste Oecumenische Concilie],
dienen we te erkennen dat de meesten van ons
nog niet hebben dat niveau van heiligheid bereikt hebben en
alle betekent elk begin van boosheid in ons hart
vrijwel zeker een duivelse verleiding.
Onze ijver om het geloof te verdedigen is goed;
onze woede tegen onze naasten kunnen we beter voorkomen.
Vergeet niet dat God ons echt niet nodig heeft om Hem te verdedigen;
wij zijn slechts de voertuigen voor Zijn plan.

Tenslotte beoefenen we ons in de matigheid van alle dingen,
zowel in eten, drinken, als onze tong.
Vermijd immorele gesprekken, neem niet deel aan immorele activiteiten
of entertainment.
Wanneer uw familieleden zich tijdens
de vakantie ongans willen eten en drinken,
is het beste wat je kunt doen er in
het geheel niet aan deel te nemen.
Zeker niet wanneer je weet dat dit
de gebruikelijke gang van zaken is.
Wees eerlijk over je afwijzing
hier aan deel te nemen en laat
hen u vleien in onchristelijk gedrag.
Als je ondanks je inspanningen in slecht gezelschap geraakt,
blijf de matigheid beoefenen en
leg later uit waarom je hier niet aan deel kunt nemen.

Orthodoxie & de weg tot zoon-schap [2]

Ik ben vreemdeling geworden
in een vreemd land
Ex.2: 22
Het zal niet zonder strijd of vragen zijn, die
’s-nachts maar blijven rondmalen en
die ons wakker kunnen houden.
Dit zal niet gemakkelijk overkomen, maar
dat is een wildernis [een woestijn] nooit geweest.
Dus, nodig ik jullie uit om de weg van het zoon-schap voort te zetten,
met mee te gaan, om mij te volgen in de worsteling
over de fundamentele stelling die ik beleef:
Alle waarheid is Gods Waarheid“.

De psychologie pretendeert
een studie van de ziel te zijn;
ze is bekend komen te staan als de genezer van zielen.
Maar is de “genezing van zielen” niet
het domein van Gods Woord.
En geloven we in de Christelijke Orthodoxie niet
de levende belichaming van de boodschap van
de Apostolische Waarheid te zijn.
Dan dienen we hard te zijn voor onszelf en
elke probleem wat we op onze weg tegenkomen
met open vizier en met volhardende moed benaderen.
Op die wijze dienen we de eenheid van Geloof en
de volle kennis van de Zoon Gods te bereiken,
de mannelijke rijpheid,
de maat van de wasdom van
de volheid van Christus

Eph.4: 13
De leden van de Kerk [het geestelijke lichaam van Christus]
worden niet meer overheerst door emoties.
Ze worden “niet meer als onmondigen,
op en neer, heen en weer geslingerd onder invloed van allerlei stormwinden
van buitenaf, maar groeien, zich aan de Waarheid houdende,
in Liefde – in elk opzicht naar Hem toe – die het Hoofd is

Eph.4: 14-15
De Satan, de tegenstrever vreest en haat de geboorte van dit soort zonen.
Daarom zal hij, net als de Pharao en als Koning Herodes,
Het beest en zijn trawanten zullen oorlog voeren tegen het Lam, maar
het Lam zal hen overwinnen – want Hij is de Heer der heerscharen en de Koning der koningen – en zij, die met Hem zijn, de geroepenen en uitverkorenen en gelovigen
“.
Openb.17: 14
Wat er na Mozes’ geboorte gebeurde, weten we.
De dochter van de Pharao nam hem mee naar het hof en zijn toekomst leek zeker.
Weer was er, als in de dagen van Jozef, een Hebreeër in het Egyptische paleis.
Zou ook hij een redder in nood blijken te zijn?

Wat is de betekenis van de naam Mozes.
De prinses “noemde hem Moshe
[Hebreeuws: משה], want, zei ze:
“Ik heb hem uit het water getrokken” [Ex.2: 10].
Water is een woordbeeld.
Het “water van de Nijl” duidt op de talloze “Egyptische“, menselijke, ongeïnspireerde, geschreven, gedrukte en gepreekte woorden.
Het kan veranderd worden in bloed:
het blijkt zielsberoering te zijn [Ex.7:14-25, vgl. Lev.17:11,14].
In dát “water” liet Pharao alle “mannelijke“, “pasgeborenen” verdrinken.
Ex.1: 22
De naam Mozes betekent dus uitgetrokken
[uit het water]. Hij werd uit het
zielsberoerende water” van “Egypte” gered en
opgetrokken tot de “wateren van boven“.
[vgl. John.7 :37-39 en Openb.22: 1].
Mozes zou Gods stem horen, Zijn Woord gehoorzamen en vernieuwd worden om een goede herder voor Gods volk te kunnen zijn.
Ondanks de grote tegenstand van de Pharao zou hij het volk leiden, wegvoeren uit Egypte, de woestijn, de duisternis.
Maar eerst moest God hem daarvoor klaarmaken.

Terwijl Moshe, die uit de ploemp werd getrokken, in luxe aan het hof leefde, zwoegde en zuchtte het volk van God onder de harde hand van Pharao’s slavendrijvers.
Pas toen hij veertig jaar [mid-life crisis] was geworden, werd hij wakker;
ging hij uit tot zijn broeders en lette op hun dwangarbeid“.
Ex.2: 11
Hij kwam er achter wat zijn afkomst was en dat hij gebruikt werd.
Hij vroeg zich ongetwijfeld af, wat hij voor zijn volk kon doen.
Misschien dacht hij wel aan Jozef, die Egypte en
de hele wereld” had gered [Gen.41: 57].
Hoe kon hij zijn invloed aan het hof aanwenden om
zijn bloedverwanten, de Hebreeërs te helpen?

Maar Gods tijd was nog niet gekomen.
Hoewel Mozes al tien jaar ouder was dan Jozef
toen deze onderkoning van Egypte werd, was hij
geheel onvoorbereid in Gods ogen.
Zijn pogingen om het volk te helpen werden
complete mislukkingen [Ex.2: 11-22].
Vanuit het Egyptische paleis kon hij niets doen.
Hij had wel gezag als prins, dat is waar.
Maar had hij ook geestelijk gezag?
Want wat God doet, doet Hij niet
door kracht of door geweld, maar door Zijn Geest“!!!
Zacharias 4: 6
Behalve op zijn positie als prins steunde Mozes’ gezag
ook nog op “Egyptische” kennis.
Hij was “onderwezen in alle wijsheid van de Egyptenaren en
was machtig in woorden en werken”.
Hand.7: 22
Ook nu nog denken veel mensen God daarmee te kunnen dienen.
Wat is er nu beter dan een invloedrijke, maatschappelijke status,
een goede opleiding, kennis van de Heilige Schrift en een klinkende titel voor je naam.
Mensen luisteren graag naar iemand van aanzien,
naar iemand die het mooi kan verwoorden.
Maar wáár gezag en wáre kennis zijn heel anders.
Jezus had geen enkele reputatie of positie in de religieuze wereld van Zijn tijd.
Maar “ze stonden wel versteld over
wat Hij onderwees, want
Zijn woord was met gezag

Luc.4: 32
Zijn gezag was niet uit de mens,
maar vanuit God [vgl.Matth.7: 29].
Daarom ontdeed God, Mozes eerst van elke vorm van menselijk aanzien en eigen kunnen.
Hij liet hem de weg van zelfontlediging gaan.
Paulus zegt van Jezus, dat ook Hij
Zichzelf heeft ontledigd en
de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen en
aan de mensen gelijk geworden is.
En in Zijn uiterlijk als een mens bevonden,
heeft Hij Zich vernederd“.
Phil.2: 7-8
Ons verstand kan de diepgang van deze woorden maar moeilijk vatten.
Was het voor God niet voldoende om mens te worden en gewikkeld te worden in “doeken” van “vlees aan dat gelijk;
aan de zonde
“?
Luc. 2: 12 en Rom.8: 3
Nee, ook op aarde zou Jezus
Zich verder ont-ledigen en vernederen.
Dertig jaar lang
nam Jezus toe in wijsheid en grootte en genade bij God en mensen“.
Luc.2: 52
Toen zalfde de Vader Hem tot ware Koning en Hogepriester en verklaarde:
Jij bent Mijn Zoon, de geliefde, in
wie Ik welbehagen heb
“.
Luc.3: 21-22
Wat een rijkdom! Koning, Hogepriester, Zoon van de levende God!
Wat een geestelijke status!

Nu de hamvraag:
maakte Jezus daar wel eens gebruik van om Zich aan de wereld te bewijzen?
vgl. Matth.4: 11
Nooit en te nimmer!
In plaats daarvan nam Hij de gestalte aan van een dienstknecht [Phil.2: 7] of
van een “schaap dat stom is voor zijn scheerders“.
Isaiah 53: 7
Hij legde alles af. Hij zei:
Hierom heeft de Vader Mij lief, omdat Ik Mijn leven afleg.
Niemand ontneemt het Mij, maar Ik leg het uit Mijzelf af“.
John.10: 17-18
Maar wie begreep dat?
Daarom “zeiden er velen:
Hij is bezeten en waanzinnig;
waarom luisteren jullie nog naar Hem?
“.
John.10: 20
Ze zagen Hem slechts als de zoon van een timmerman
uit het verachtelijke provinciestadje Nazareth,
wat kan daar nou voor goeds uit voortkomen.
Matth.13: 55, John.1: 47

Mozes benaderde deze weg van vernedering
het dichtst van alle oudtestamentische figuren.
Hij verliet de pracht van het Egyptische hof om
bij zijn broeders in de verdrukking te zijn [Ex.2: 11].
Hij leefde veertig jaar lang [40=testen, beproeven] in
totale afzondering in Midian, teneinde innerlijk te worden veranderd.
Hij werd herder, een naar Egyptische maatstaven verachtelijke positie.
Want al wat schaapherder is, is voor de Egyptenaren een gruwel“.
Gen.46: 34
Voor ons hebben herders een positief, romantisch imago.
Wat is er nu leuker, tijdens een vakantie een herder op de hei tegen te komen en
een praatje met hem te maken.
Vaak stelt men zich een herder voor op een zonnige groene lentewei,
met een lam in zijn armen, zoals op het plaatje in onze kinderbijbel.
Jezus is immers de Goede Herder.
Maar voor de Egyptenaren was een herder een vieze, stinkende,
ongeletterde, onbeschaafde figuur.
Mozes werd herder.
Van prins tot “gruwel van de Egyptenaren, die, ook dat nog, niet eens zijn eigen schapen, maar de kudde van zijn schoonvader Jetro moest hoeden“.
Ex.3: 1
Hij moet er zwaar onder geleden hebben.
Misschien drukte hij iets van zijn innerlijke smart uit, toen zijn eerste zoon geboren werd.
Hij noemde hem Gersom, wat betekent:
Ik ben een vreemdeling geworden in een vreemd land“.
Ex.2: 22
Jozeph, de aaartsvader, die ook in ballingschap was,
had daarentegen zijn eerste zoon triomfantelijk
Manasse genoemd,
want, zei hij:
God heeft mij al mijn moeite doen vergeten en
ook het hele huis van mijn vader
“.
Gen.41: 51
Zijn tweede zoon noemde hij Ephraïm,
want God heeft mij vruchtbaar gemaakt
in het land van mijn ellende

Gen.41: 52
Hoe anders verliep dit met Mozes!
Zijn weg naar en in Midian was een afgang.
Wilde God hem gebruiken als verlosser, dan
moest hij de weg van volkomen zelf-ontlediging gaan,
net als Jezus.
Ook Hij werd “arm, terwijl Hij rijk was“.
2Cor.8: 9
Ook Hij had “geen plaats om het hoofd neer te leggen“.
Matth.8: 20
Mozes moest, net als Jezus, een Gersom worden,
een niets bezittende vreemdeling in de wereld.
Deze ontlediging duurde net zo lang, tot
alle hoop en elk verlangen naar iets groots in hem dood was.
‘Dong . . . ‘, dat is een pijnlijke weg! Maar wat een vruchtbare weg!
Later lezen we van hem, dat hij
een zeer zachtmoedig man was,
meer dan enig ander mens op de aardbodem
“.
Num.12: 3
God had veertig jaar lang in het verborgene in hem gewerkt.
Zijn trotse zelfvertrouwen was gebroken.
In hem was een andere gezindheid gekomen.

Op veel plaatsen is de boodschap van zoonschap te horen.
Velen worden erdoor geboeid.
Maar wie wil er nou zo’n weg van vernedering gaan?
Paulus zei:
Ik wel! Zeer gaarne zal ik in zwakheden roemen” en
dat betekent:
Ik verblijd mij over alles, wat mij vernedert“.
Als hij werd vernederd als volgeling van het Lam, dan
schaamde hij zich niet, maar verheerlijkte God.
[vgl. 1Petr.4: 16].
Want wie de weg van ontlediging gaat en
deel krijgt aan het lijden van Jezus,
zal ook delen in Zijn overwinning.
Zoonschap is geen ego-tripperij.
Het is dood gaan aan ons eigen-ikkie,
niets meer betekenen voor wie dan ook.
Wie het Lam volgt, waar Hij ook heen gaat,
Kruisigt het vlees met zijn hartstochten en de begeerten
Gal.5: 24
Dan geldt:
Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik,
dat is, niet meer mijn eigen ik, maar Christus leeft in mij.
En voor zover ik nu nog in het vlees leef,
leef ik door het geloof in de Zoon van God,
Die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven
“.
Gal.2: 20

We hebben nagedacht over Mozes’ voorbereiding.
Nu zullen we zijn bediening vergelijken met
die van de Zoon en die van de zonen.
Jezus wordt beschreven als
een profeet, machtig in werk en woord voor God en het volk“.
Luc.24: 19
Hetzelfde gold voor Mozes.
Toen hij zijn staf uitstrekte en de plagen deed komen, vreesde heel Egypte hem.
Bovendien openbaarde God Zich aan hem
van aangezicht tot aangezicht
Deut. 34: 10
Wat een profeet!
Er is inderdaad nooit meer iemand geweest als hij, totdat Jezus kwam.
Deut.18: 15
Alle profeten van het eerste Verbond [O.T],
die na Mozes kwamen, van Jesaja tot en met Maleachi,
waren tot op zekere hoogte zijn volgelingen.
Ze riepen het volk terug “tot de wet en tot de getuigenis!“.
Isaiah.8: 20
Gedenk de wet van Mozes, Mijn knecht, die
Ik hem op Horeb geboden heb voor gans Israël,
inzettingen en verordeningen
“.
Mal.4: 4
Mozes was een geestelijke pionier geweest.
Hij had niet voortgebouwd op wat anderen hadden gedaan,
God gaf hem deze nieuwe taak.
Hij luidde een heel nieuw tijdperk in: de tijd van de wet.
Ook Jezus luidde een nieuw tijdperk in: de tijd van genade.
Ook wat Hij zei en deed was nieuw, revolutionair.
De dienaars van de over-priesters die Hem moesten arresteren,
kwamen onverrichterzake terug en zeiden:
Nog nooit heeft iemand zó gesproken als Hij!“.
John.7: 46
Altijd wekten Zijn woorden en daden verwondering.
Men wist nooit van te voren wat Hij zou gaan doen of zeggen.
De wind waaide waarheen hij wilde en zo
vervulde Hij de wet door Zich volkomen te laten leiden door Gods Geest.
Wat gebeurde er?
Riep Jezus net als alle andere profeten het volk terug tot de wet van Mozes?
Nee, Hij heeft de wet geleefd, wet voor wet, door de heilige Geest.
En nu roept Hij ons op, om ook door de kracht van de heilige Geest te leven en
volmaakt te zijn, gelijk de hemelse Vader volmaakt is“.
Matth.5: 48
“Nu geldt de Koninklijke wet van de Vrijheid,
de vervulde wet van de Liefde,
Die zichzelf niet zoekt”.
Jac.1: 25, 2: 8-12 en 1Cor.13: 5

Wie de leiding van de heilige Geest niet kent,
zal eens en voor altijd anderen blijven nàdoen.
Hij zegt na, wat hij van “horen zeggen” heeft [vgl. Job 42: 5].
Hij doet, wat hij anderen heeft zien doen.
Hij geeft door, wat hij van mensen heeft ontvangen.
Hij blijft zo onder de één of andere traditionele wet van de mensen.
Paulus echter was:
Geen apostel vanwege mensen, of
door een mens, maar
door Jezus Christus en God, de Vader
“.
Gal.1: 1
Hij schreef:
Allen, die door
de Geest Gods geleid worden,
zijn zonen Gods
“.
Rom.8: 14
Ook in hun leven zal “de wind blazen, waarheen Hij wil” [John.3: 8].
Ze zijn helemaal Vrij [Openb.14: 1-5).
En als zij openbaar worden,
breekt er wéér een nieuw tijdperk aan:
de komst van het Koninkrijk der hemelen op aarde,
de fase van het herstel van alle dingen,
de verlossing van de gehele schepping.

Het volgende aspect, waarin
Mozes, Jezus en de zonen Gods overeenkomen is het volgende:
ze worden allen gezonden om te verlossen
Ex.6: 5-8, Luc.1: 74, Rom.8: 19-21
De Heer Jezus begon Zijn bediening met
het voorlezen van het volgende schriftgedeelte:
De Geest van de Heer is op Mij.
Hij heeft Mij gezalfd om
aan armen het evangelie te brengen.
En Hij heeft Mij gezonden om
aan gevangenen loslating te verkondigen en
aan blinden het gezicht, om
verbrokenen heen te zenden in vrijheid,
om te verkondigen
het aangename jaar van de Heer
“.
Luc.4:18-19
Later zegt Hij:
Jullie zullen de Waarheid verstaan en
de Waarheid zal je vrijmaken
John.8: 32
En:
wanneer dan de Zoon jullie vrijgemaakt heeft,
zullen jullie werkelijk vrij zijn“.
John.8: 36
Paulus schrijft daarover:
Opdat wij waarlijk Vrij zouden zijn,
heeft Christus ons vrijgemaakt.
Houdt dus stand en laat u niet weer
een slavenjuk opleggen” .
Gal.5: 1
Jezus is de Verlosser.

Ook de zonen Gods zijn verlossers.
Als we opnieuw Romeinen 8 opslaan, waar over hen wordt gesproken, lezen we, dat
de schepping zelf van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid zal
bevrijd worden tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God
“.
Rom.8: 21
Vrijheid is de heilige essentie van zoon-schap.
Wie het Lam volgt, waar Hij ook heengaat,
zal “los-gekocht zijn van de aarde”.
Openb.14: 3
De bevrijdende kracht van Gods Geest heeft in hun levens gewerkt.
“Ze zingen een nieuw gezang” [Openb.14: 3a].
Ze zijn Vrij. Ze kunnen áller dienstknecht zijn.
Alle banden en ketens zijn in hen verbroken.
Ze zijn, net als Mozes, door een intens beproevingsproces gegaan, wetend dat
God alle dingen doet meewerken ten goede voor hen, die Hem liefhebben en
die volgens Zijn voornemen geroepenen zijn. Want die Hij tevoren gekend heeft,
heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld van Zijn Zoon, opdat
Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broederen; en
die Hij tevoren bestemd heeft, die heeft Hij ook geroepen; en
die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en
die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt
“.
Rom.8: 28-30
Zo heeft God hen toebereid, om
de hele schepping van elke vorm van slavernij te verlossen
tot de heerlijke vrijheid in God [Rom.8: 21].

In Numeri 12 vinden we een interessant voorval in het leven van Mozes.
Mirjam en Aäron vielen hem aan
met de woorden:
Heeft de Heer soms uitsluitend door
Mozes gesproken?
Heeft Hij ook niet door ons gesproken?
“.
Num.12: 2
Wat ze zeiden was erg aannemelijk.
Beiden waren door God gebruikt.
Aäron was Mozes tot een mond geweest voor Pharao [Ex.4: 15-16].
Hij was aangesteld als hogepriester [Ex.29: 4-9].
Mirjam was een profetes, die de vrouwen voorging in zingen en dansen [Ex.14: 20].
Inderdaad, God had ook door hen gewerkt.
Maar dat betekende niet, dat ze zich op één lijn konden stellen met Mozes.

Mozes was anders.
Waarom was hij zo’n
zachtmoedig man,
meer dan enig mens
op de aardbodem?
“.
Num.12: 3
Door het verootmoedigingsproces dat
hij had doorgemaakt.
Toen hij veertig jaar oud was,
voelde hij zich trots en sterk.
Maar waar was zijn zelfvertrouwen,
toen hij tachtig was en zei:
Och Heer, zend toch iemand anders“.
Ex.4: 13
Hij had alle vertrouwen in het eigen ik verloren.
De man die “onderwezen was in alle wijsheid van de Egyptenaren en
machtig was in woorden en werken
” zei nu:
Heer, ik ben geen man van het woord:
ik ben zwaar van mond en zwaar van tong
“.
Hand.7: 22, Ex.4: 10
Juist daarom kon hij nu gebruikt worden.
God had geen geweldenaar, een redenaar nodig, maar
een volkomen afhankelijke dienstknecht.
Mozes was innerlijk veranderd.
Mirjam en Aäron mochten dan wel gebruikt zijn als profetes en priester.
Maar kenden zij als Mozes de vernieuwende werking van God
in hun binnenste, in hun ziel?.

Toen riep God hen alle drie naar de tent der samenkomst [Num.12: 4].
Hij daalde er neer in de wolk [Num.12: 5].
Hij zei:
Luister nu naar Mijn woorden.
Als er onder u een profeet is, dan
maak Ik Mij in een gezicht aan hem bekend.
In een droom spreek Ik met hem.
Maar niet met Mijn knecht Mozes, vertrouwd als hij is in geheel Mijn huis.
Van mond tot mond spreek Ik met hem, duidelijk en niet in raadselen.
Hij ziet Mij van aangezicht tot aangezicht.
Waarom hebben jullie zò
tegen Mijn knecht Mozes gesproken?
“.
Num.12: 6-8

Ook daarin was Mozes een verwijzing [een voorloper] naar Jezus:
Niemand heeft ooit God gezien;
de eniggeboren Zoon, die
aan de boezem van de Vader is,
Die heeft Hem doen kennen
“.
John.1: 18
Er is dus een duidelijk verschil tussen
profeten als Mirjam en priesters als Aäron aan de ene kant en dienstknechten van God als Mozes aan de andere kant.

Voor wie weinig inzicht heeft in Gods wegen, kan iemand, die profeteert of andere geestelijke gaven gebruikt, een geestelijke reus lijken.
Toch hoeft dat niet zo te zijn.
De jonge Saul bijvoorbeeld “Geraakte in geestvervoering en allen die hem van vroeger kenden, zagen hoe hij met de profeten profeteerde; en men zei tot elkaar:
Wat is er toch met de zoon van Kis gebeurd?
Is Saul ook onder de profeten?
“.
1Sam.10: 10-11
Maar later werd hij een eigenzinnig man, die
God het initiatief uit handen nam.
Omdat hij niet kon wachten op Gods tijd,
verloor hij al in het tweede jaar van zijn regering
Gods zegen op zijn koningschap [1Sam.13: 5-14].
Hij zou later zelfs door een boze geest gekweld worden [1Sam.16: 14].
Ook nu zijn er mensen, die gebruikt zijn voor allerlei geestelijk werk en
die na verloop van tijd in de meest grove zonde zijn vervallen.
“O, Heer, houd ons vast en leid ons op Uw wegen!”.

Mozes kende God op een wijze, die Mirjam en Aäron en andere profeten niet kenden.
Zij hebben wel woorden of beelden van de Heer ontvangen, die
vaak als raadsels overkwamen. God sprak door hen, dat is zeker.
Maar God sprak met Mozes, “niet in raadselen“, maar
van aangezicht tot aangezicht, zoals
iemand spreekt met zijn vriend
“.
Ex.33: 11

Over een dergelijke verhouding gaat het ook in het nieuwe testament,
toen Jacobus en Johannes tegen Jezus zeiden:
Meester, wilt U doen, wat wij U gaan vragen.
Hij zei: Wat willen jullie, dat Ik voor jullie doen zal?
Ze zeiden:
Geef ons, dat wij de één aan uw rechterzijde en
de andere aan uw linkerzijde mogen zitten in uw heerlijkheid.
Maar Jezus zei tot hen:
Jullie weten niet, wat je vraagt.
Kunnen jullie de beker drinken, die Ik drink, of
met de doop gedoopt worden, waarmede Ik gedoopt word?
Ze zeiden tot Hem: We kunnen dat.
Jezus zei toen:
De beker, die Ik drink, zullen jullie drinken en met de doop, waarmee
Ik gedoopt word, zullen jullie gedoopt worden, maar
het zitten aan Mijn rechter- of linkerzij, staat niet aan Mij te geven, maar
het is voor hen, voor wie het bereid is
“.
Marc.10: 35-40
Net als Mirjam en Aäron, die Mozes’ gelijken wilden zijn,
wilden Jacobus en Johannes voor zich een hogere positie dan
de andere discipelen: naast Jezus.
Er waren twee dingen, die ze niet begrepen.
1.]. Wie met Hem zullen regeren, hebben eerst met Hem geleden.
De 144.000 eerstelingen, die met het Lam op de berg Sion staan,
hebben het Lam [= dat zou lijden] gevolgd waar Hij ook heenging [Openb.14: 4].
Ze konden Hem volgen op de troon, omdat ze Hem ook hebben gevolgd
in Zijn lijden en vernedering.

Als wij aan het lijden van Jezus denken,
gaan onze gedachten automatisch naar Zijn laatste uren op aarde.
Als wij denken aan lijden met Hem,
denken we misschien aan onze broeders en zusters in landen,
waar geen godsdienstvrijheid is.
Daar ondergaan onze broeders martelingen, dood, gevangenisstraf en
andere ontberingen om Zijn Heilige Naam.
Het is goed om daar –zeker in deze tijd – eens bij stil te staan.
Maar Jezus’ lijden ging veel dieper.
Zijn lichamelijk lijden was, voor zover we weten, beperkt
tot de laatste 24 uur van Zijn leven.
Zijn geestelijk lijden duurde Zijn leven lang.
Hij kwam tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen“.
John.1: 11
Hij heeft voortdurend alle
tegenspraak van de zondaren tegen Zich verdragen“.
Hebr.12: 3
Ook Mozes heeft dit lijden gekend.
Hij ervoer voortdurend de tegenstand van zijn eigen volk,
zelfs van zijn eigen broer en zus.
Iedere gelovige, die geroepen wordt tot zoon-schap,
zal ditzelfde ervaren.

2.]. Wat zij niet begrepen, was, dat
God bepaalt, wie met Jezus zal regeren. God kiest hen uit.
De Heer Jezus zei duidelijk:
“Het zitten aan Mijn rechter- of linkerzijde kan ik niet bepalen,
maar het is voor wie dat bereid is door de Vader”.
Marc.10: 40
God bepaalt alles, dus ook ieders plaats in Zijn rijk.
In een groot huis zijn niet alleen voorwerpen van goud en van zilver,
maar ook van hout en van aardewerk,
deels met eervolle, deels met minder eervolle bestemming.
Als iemand zich gereinigd heeft, zal hij een voorwerp zijn met eervolle bestemming,
geheiligd, bruikbaar voor de eigenaar, voor iedere goede taak gereed
“.
2Tim.2: 20-21
Wie Jezus gehoorzaamt, wordt in het Huis van de Vader
een voorwerp met eervolle bestemming,
geheiligd, bruikbaar voor de eigenaar
” en
is blij en dankbaar met het plekje, dat God voor hem heeft.
Dat is voor iedereen verschillend.
God heeft de leden elk in het bijzonder hun plaats in het lichaam aangewezen,
zoals Hij heeft gewild
“.
1Cor.12: 18

Dat is heel wat anders dan het ideaal van de Franse revolutie:
Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap.
Dat principe van gelijkheid is overal terug te vinden, ook in geestelijk werk.
Ieder lid van een bepaalde kerkgemeenschap
wordt geacht hetzelfde te denken en te geloven als . . . . . . .
Conformiteit noemt men dat. Dat is veilig voor het systeem.
In het geestelijke Babel wordt dan ook gebouwd met “Tichelstenen“,
bakstenen met dezelfde vorm en afmeting.
Gen.11:3
Maar in Gods schepping zien we een onuitputtelijke variëteit.
Zelfs twee sneeuwvlokken zijn niet aan elkaar gelijk.
In de schrift zien we dezelfde verscheidenheid wat betreft ieders roeping.
God is de Meester-pottenbakker, die van elke klomp klei maakt wat Hij wil.

In het oude verbond had God een orde bepaald.
Hij koos uit de vele volkeren één klein volk.
Uit dat volk koos Hij één stam met een speciale roeping, de Levieten.
Uit hen koos Hij sommigen om priester te zijn.
Uit de priesters koos Hij er één om hogepriester te zijn.
Dit alles is een voorbeeld, hoe het ook geestelijk is.

Er is dus ook in de nieuwe orde van het koninkrijk der hemelen geen uniformiteit.
Daar geldt:
Wie onder u groot wil worden, moet dienaar zijn“.
Matth.20: 26
Als iemand de eerste wil zijn,
die zal de állerlaatste en áller dienaar moeten zijn
“.
Marc.9: 35
Wie groot wil zijn, moet het Lam volgen,
waar Hij ook heengaat en dagelijks zijn Kruis opnemen
“.
Luc.9: 23
Hij zal steeds weer zijn leven afleggen en
zijn ziel uitgieten in de dood.
Niet één keer, maar in alle dagelijkse situaties en moeilijkheden.
In ieders leven zijn de omstandigheden anders.
God wil geen uniformiteit van mensen, maar gelijkvormigheid aan het beeld van Zijn Zoon.
Dat is onze roeping, om
Samen met alle heiligen, in staat zijn te vatten,
hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is
van de liefde van Christus en die te kennen met een kennis
die alles te boven gaat, opdat u vervuld wordt tot alle volheid Gods
“.
Rom.8: 28-30, Eph.3: 18-19

In het oude testament zien we, dat
het volk gezegend werd ten tijde van mannen Gods als
Abraham, Jozef en David.
Maar die zegen duurde zelden langer dan hun generatie.
Na hun dood kwam er een einde aan hun invloed.
Ook in de kerkgeschiedenis zien we hetzelfde patroon.
Twee opmerkelijke uitzonderingen waren Mozes en Elia.

Eerst het heengaan van Elia.
Hij zei tegen Elisa:
Doe een wens. Wat zal ik voor je doen, eer ik word weggenomen?
En Elisa zei: Zo moge dan een dubbel deel van uw geest op mij zijn.
En Elia zei: Je hebt een moeilijke zaak gewenst.
Als je mij zult zien, als ik van je word weggenomen, dan zal het geschieden.
Maar indien niet, dan zal het niet geschieden.
En toen kwam er een vurige wagen en vurige paarden,
die scheiding maakten tussen hen beiden.
Zo voer Elia ten hemel. En Elisa zag het!
Daarop raapte hij de mantel van Elia op,
keerde terug en ging aan de Jordaan staan.
Hij nam de mantel van Elia, die van hem afgevallen was,
sloeg op het water, en riep: Waar is de Heer, de God van Elia?
En het water splitste zich, zodat Elisa kon oversteken.
De profeten van Jericho, die op enige afstand stonden,
zagen hem en zeiden: De geest van Elia rust op Elisa
“.
2Kon.2: 9-15

Toen Mozes stierf op honderdtwintig jarige leeftijd,
was “zijn oog niet verduisterd en zijn kracht niet geweken“.
Deut.34: 7
En “Jozua nu, de zoon van Nun, was vol van de geest van wijsheid, want
Mozes had zijn handen op hem gelegd.
Daarom luisterden de Israëlieten naar hem en
deden zoals de Heer Mozes geboden had
“.
Deut.34: 9
Toch waren Mozes’ laatste woorden allesbehalve positief:
Ik weet, dat jullie na mijn dood zeer verderfelijk handelen zult en
af zullen wijken van de weg, die ik jullie geboden heb.
Daarom zal er na verloop van tijd onheil over jullie komen,
wanneer jullie doen wat kwaad is in de ogen van de Heer en
Hem krenkt door het maaksel van je handen

Deut.31: 29
Hij was voor het volk een verlosser geweest uit het land Egypte.
Maar hij had niet kunnen verlossen van
de macht van “Egypte” in het hart van de mens.

Maar Jezus zei tot Zijn discipelen, vlak voordat Hij zou sterven:
Ik zeg u de waarheid: Het is beter voor u, dat Ik heenga.
Want als Ik niet heenga, kan de Trooster niet tot u komen
“.
John.16: 7
Jullie zullen kracht ontvangen als de heilige Geest over je komt“.
Hand.1: 8
> En dát is het geheim!
Het gaat er nu om niet door eigen kracht of door inspanning iets te willen bereiken,
maar om Zijn Geest te ontvangen en Die te laten werken
Zacharias.4: 6
Wie dat geheim niet kent, zal altijd doen, wat Mozes voorzag:
Hij zal verkeerd handelen in de ogen van de Heer en
Hem krenken door het werk van zijn handen
“.
Deut.31: 29

Vermenigvuldigingskracht is in het zaad.
“Het zaad is het Woord van God”.
Luc.8: 11
Het zaad is in “het mannelijke wezen”.
Mozes ging heen en droeg zijn kracht over aan Jozua.
Jezus ging heen en gaf Zijn Geest in de Zijnen, opdat
ze in Zijn voetsporen zouden treden.
Als de zonen Gods, die allen
door de Geest Gods geleid worden
Rom.8: 14
Hen zal geopenbaard worden, ook zij zullen bereid zijn
terug te treden na “het zaad” te hebben overgedragen.
Zij binden niemand aan zichzelf, maar leiden allen
“tot de vrijheid van de kinderen van God”.
Rom.8: 21
Ieder die naar hen luistert, ontvangt
Niet een geest van slavernij om opnieuw te vrezen, maar
de Geest van het zoon-schap,
door welke ze zullen roepen:
‘Abba, Vader’
“.
Rom.8: 15

Ook Mozes’ dood was, als verwijzing naar Jezus’ sterven en opstanding, zeer bijzonder.
Toen stierf Mozes in het land Moab.
En Hij begroef hem in een dal in het land Moab, tegenover Beth-Peor.
Niemand heeft zijn graf geweten tot op de huidige dag
“.
Deut.34: 5-6
Judas vertelt ons, dat
Michaël, de aartsengel, met de duivel in twist gewikkeld was
over het lichaam van Mozes
“.
Judas 9
En waar verschijnt Mozes weer?
Niet in een dal, maar
met Jezus’ op de berg Thabor, de berg der verheerlijking
Matth.17: 3

De dood is de laatste vijand, die
wordt “verzwolgen in de overwinning“.
1Cor.15: 54
Wat er met Henoch en Elia gebeurde,
was er een verwijzing naar.
Dat ook wij zó zullen overwinnen
wordt tegenwoordig in twijfel getrokken;
zelfs door het merendeel van de
[Nederlandse PKN- (onderzoek 2014)] voorgangers,
welke beter zouden behoren te weten.
Maar Paulus zegt:
Zodra dit vergankelijke onvergankelijkheid aangedaan heeft en dit sterfelijke
onsterfelijkheid aangedaan heeft,
zal het Woord werkelijkheid worden dat geschreven is:
De dood is verzwolgen in de overwinning
“.
1Cor.15: 54
Wie overwint zal van de ‘Boom des Levens’ eten
Openb.2: 7,
“Zal de ‘Kroon des Levens’ ontvangen
Openb.2: 10 en
“Staat in het Boek des Levens
Openb.3: 5;
Hij zal als een zoon zitten
met Jezus op Zijn Troon“.
Openb.3: 21

Tenslotte nogmaals die belangrijke tekst:
Met reikhalzend verlangen wacht
de schepping op het openbaar worden
der zonen Gods
“.
Steeds vaker horen we van ellende, oorlogen, natuurrampen en honger,
overal op de wereld, terwijl de mens méér mogelijkheden en bronnen heeft
dan ooit te voren.
Rampspoed overspoelde destijds ook de kinderen van Israël,
die zuchtten onder hun verdrukkingen, terwijl
Mozes werd toebereid in de stilte van de woestijn van Midian.
Hij kwam tot Israël op Gods tijd om het te verlossen.
Ook nu worden “in de stilte van de woestijn” de Mozessen klaargemaakt,
om op Gods tijd verlossers te zijn.
Want “Verlossers zullen de berg Sion bestijgen“.
Obadja 1: 21
Dat betekent:
zij zullen groeien in de volle kracht [= berg]
van de heilige Geest [= Sion].

We mogen niet verwachten dat
die weg van toebereiding een gemakkelijke weg
zal zijn.
Voor het vlees is het een lange, smalle weg.
De verandering van “stervende zult gij sterven
Gen.2: 17b
tot zoon-schap Gods is een dodelijk proces voor het oude ik.
Maar het loon is groot.
De Heer Jezus zou het
om Zijn moeitevol lijden zien tot verzadiging toe“.
Isaiah 53: 11
Hij zou Zijn loon zien: het zou bij Hem zijn en het noemen:
Het heilige Volk, De Verlosten van de Heer“.
Isaiah 62:12
Hij zegt:
Zie, Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij“.
Openb.22: 12

Ook Mozes
heeft de smaad van Christus groter rijkdom geacht dan de schatten van Egypte,
want hij hield de blik gericht op de vergelding
“.
Hebr.11: 26
Laten ook wij
ons oog alleen richten op Jezus, de leidsman en
voleinder van het geloof die om de vreugde die voor Hem lag,
het Kruis op Zich genomen heeft en niet op de schande heeft gelet
“.
Hebr.12: 2
Laten ook wij voor moeilijkheden, onbegrip, schande,
verwerping en verdrukking ter wille van Zijn naam niet terugdeinzen, maar
de hoop grijpen, die voor ons ligt“.
Hebr.6: 18-20:
Christus is onder u, de hoop van de heerlijkheid
Hem verkondigen wij, wanneer wij ieder mens terechtwijzen en
ieder mens onderrichten in alle wijsheid, om
ieder mens in Christus volmaakt te doen zijn
“.
Col.1: 27-28
Hij is komende. Dat gold voor toen, dat geldt voor nu, en
dat geldt voor hen, die het later zullen verstaan.
Want “Hij is, Hij was en Hij komt“.
Openb.1: 4
Zie, Ik kom met spoed en Mijn loon is bij Mij
Openb.22: 12
Zijn loon zal met het Lam staan op de berg Sion [Openb.14: 1].
Dat zijn zij, die Hem hebben gevolgd in lijden en vernedering [Openb.14: 4].
Ze zullen dan ook “delen in Zijn verheerlijking” en
met Hem zitten op Zijn troon [Rom.8:17,Openb.3: 21].
En wat was het uiteindelijke doel?
De gehele schepping te verlossen tot
de Vrijheid van de Heerlijkheid
van de kinderen van God!
“.
Rom.8: 21

Wij vieren met Kerst dat Jezus Christus als
onze God en Verlosser in het vlees is geboren.
Christus heeft werkelijk Zijn gehele leven,
al Zijn gedachten, woorden en werken,
daarop gericht dat de Naam van zijn Vader niet gelasterd,
maar geëerd en geprezen zou worden.
Hij heeft dat voor ons gedaan. Zijn leven heeft Hij voor ons geleid.
Daarom mogen wij, zonder bang te zijn dat het God onze Vader teveel zou worden,
als zonen iedere dag opnieuw  aan Hem vragen of
Hij ons toch wil doen lijken op Christus.
Dat was toch de bedoeling?
Daartoe heeft God ons uitgekozen,
dat wij Zijn Zonen [en dochters] zouden zijn
door het Geloof in Christus Jezus.
Dat is het hart van het christelijk geloof,
want daarin klopt het hart van onze God.

Een goede voorbereiding op Kerst;
een zalige 12 dagen van Kerst t/m Theophanie en
een gelukkig begin van het Nieuwe Jaar.

Orthodoxie & onderlinge strijd

Want vreemden staan tegen mij op en
sterken belagen mijn ziel; *
zij hebben zich God niet voor ogen gesteld.
Zie toch, God is mijn Helper; *
de Heer is de Beschermer van mijn ziel.
Hij keert het onheil af op mijn vijanden. *
In Uw Waarheid, vernietig hen“.

Psalm 53: 3-5

In de woestijn van Zif [זיף – de Negev-woestijn] is de aarde rood gekleurd,
alsof er een veldslag heeft gewoed en
er nog steeds tekeergaat.

                        > De Profeet David hield zich daar op de heuvel van Chakila in de wildernis verborgen en Saul zocht hem daar op aanwijzen van de Zifieten begeleid door drieduizend uitgelezen mannen van Israël.
De jaloerse Saul zocht hem te doden.
David kwam met Abisai in de nacht tot het volk en zie,
daar lag Saul in de wagenburg te slapen, met
zijn speer aan zijn hoofdeinde in de grond gestoken,
terwijl Abner [Saul’s woordvoerder en zoon van Ner] en het volk om hem heen lagen.
Maar David bracht hem niet om, want wie slaat ongestraft zijn hand aan
een medebroeder, een gezalfde des Heren.
Daarop nam David de speer en de waterkruik van Sauls hoofdeinde weg en
hij ging zijns weegs.
Niemand zag het, niemand merkte het, niemand ontwaakte, want
allen sliepen, omdat God de heer hen in een diepe slaap had doen vallen.
Toen David aan de overzijde gekomen was, ging hij op de bergtop staan,
ver weg van zijn belagers. David riep vandaar tot Abner omringd door de strijders:
Antwoordt gij niet, Abner?“.
En Abner antwoordde
– bij ‘achterklap’ spreekt iemand nooit rechtstreeks, altijd via anderen – :
Wie ben je, die daar tot de koning roept?“.
Daarop antwoordde David:
Zijt gij dan geen man? Wie is in Israël u gelijk?
Waarom hebt gij dan uw heer, de koning, niet bewaakt?
Want er is iemand van het volk gekomen om de koning, uw heer, om te brengen.
Wat gij gedaan hebt, is niet goed. Zo waar de Heer leeft,
jullie zijn kinderen van de dood, omdat
gij uw heer, de gezalfde des Heren, niet bewaakt hebt.
Nu dan, zie eens, waar de speer van de koning is en de waterkruik, die
aan zijn hoofdeinde stond
“.

Saul herkende Davids stem en vroeg of hij zich niet vergiste, waarop
David zich bekend maakte en zei:
Waarom achtervolgt mijn heer toch zijn knecht?
Wat heb ik toch gedaan? Wat voor kwaad heb ik bedreven?

Nu dan, mijn heer de koning luister naar de woorden van uw knecht.
Indien de Heer u tegen mij opzet, dan moge Hij een offer ruiken;
maar indien het mensen zijn, vervloekt zijn zij voor het aangezicht des Heren,
omdat zij mij thans verwijderd houden van de gemeenschap met het erfdeel van de Heer
en zeggen: ga heen, dien andere goden.
Nu dan, mijn bloed moge niet ter aarde vloeien, ver van het aangezicht des Heren.
Want de koning van Israël is uitgetrokken om een enkele vlo te zoeken, zoals
men een veldhoen op de bergen najaagt”.
1Sam. 1-19

De dauw vann het water en de warmte balans doen daarop de kale lössgronden
in de Negev-woestijn herleven en

Saul erkent dat hij heeft gezondigd.

Bovenstaande maakt het volk van de Heer [de Kerk] duidelijk dat  het door enkel vlooien [vliegen] af te vangen en een veldhoen op de bergen na te jagen
de erfenis zal verliezen.

Dat het zal worden verdreven uit het land, dat hun erfdeel was en
het zal beroofd worden van gezelschap en conversatie, en
van alle sociale contacten en eredienst.
Dit is de overweging die hier geuit wordt en
bovenstaande verwensing van David wordt geuit op
degenen die door hun achterklap betrokken waren bij
het feit dat zij hem onderuit wilden halen en
maakt duidelijk dat zij andere goden dienen dan
de Ware Heer en God,
Jezus Christus.

Zij zullen door hun belemmerd gedrag worden gedwongen in
een afgodisch land rond te dwalen, met andere woorden
zij zijn zelf aansprakelijk voor de hun gekozen weg van verleiding en
voor de zieke achterklap die zij verspreiden welke anderen zwakke begeleidende
broeders 
overhaalt en verleidt tot afgodische praktijken.
Zo staan vreemden tegen mij op en
belagen sterken mijn ziel, zij
die zich God niet voor ogen hebben gesteld.
Zo zij tot inzicht komen van
hun dwaas handelen, dan
is dit het gevolg van
de kracht en Genade van
God.

Orthodoxie & de relatie met God

Ja, je hebt gemakkelijk praten maar
hoe kun je nu een persoonlijk relatie opbouwen met God.
Moet ik net zo als Mozes wachten tot de bliksem inslaat?
Dien ik eerste een beter [vroom] mens te worden,
mezelf aan onzelfzuchtige religieuze daden wijden,
zodat God mij zal accepteren?

Je zoekt God,
maar geen van die dingen zal je ver op weg helpen.
God heeft namelijk in Zijn Blijde Boodschap heel duidelijk gemaakt hoe wij Hem persoonlijk kunnen kennen.
Het volgende zal je dit verduidelijken.

• In de eerste plaats dient gesteld te worden dat God van je houdt,
Hij heeft je op deze wereld gezet en Hij zoekt je, geeft je momenten in je leven waarbij je Hem kunt ontmoeten.
Hij houdt zoveel van jou als mens dat Hij wil dat ook jij Hem zult leren kennen en tot in de eeuwigheid met
Hem zult doorbrengen.
Want zo lief had God de wereld dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft,
opdat eenieder die in Hem gelooft niet verloren gaat,
maar het eeuwige leven zal hebben“.
John. 3: 16
Jezus, de Zoon van God, is gekomen opdat
ieder van ons dit zou kunnen weten en
God op een persoonlijke manier kan ontmoeten.
Alleen de ontmoeting met Jezus kan ons leven een doel en een betekenis geven.
Wat weerhoudt mensen om die weg te gaan?

• In de tweede plaats is ieder van ons zondig, een zondaar, dat is bij ons bij de zondeval ingebakken, de zonde heeft ons van God gescheiden. We ervaren ons van God verlaten, ervaren die afstand vanwege onze zonden. De Blijde Boodschap [de teksten uit de Bijbel] maken ons duidelijk dat “wij als schapen ronddolen; ieder van ons zoekt zijn eigen weg”
Isaiah 53: 6
Diep van binnen is onze houding ten opzichte van God en zijn weg er een van
rebellie of passieve onverschilligheid, hetgeen de Heilige Schrift zonde noemt.
Het gevolg van deze zonde is de duisternis, de dood – de geestelijke scheiding tussen
God en de individuele mens.
Toch kunnen wij door eigen inspanning de grote kloof overbruggen
die er tussen ons en God bestaat;
hierbij is de stelregel dat elke stap, die we in de richting van God doen,
Hij er een veelvoud in onze richting doet.
We kunnen dit proberen door goede dingen in het leven te doen, of
Gods aanvaarding betalen door middel van een goed leven of
een morele filosofie.
Onze goede bedoelingen zijn echter onvoldoende om
onze zondige instelling te verdoezelen.
Wat dan?

• In de derde plaats is Jezus Christus de enige remedie voor onze zondige instelling.
Door Hem kunnen we kennis nemen en Gods liefde ervaren en
datgene wat Hij van plan is met ons leven.
Wij verdienen het van onze eigen zonden te worden vrijgekocht. Het kwestie is, de betaling ten opzichte van de dood,
zodat we niet behoeven te sterven en van God gescheiden te leven.
Uit liefde voor ons,  stuurde Hij Zijn Zoon, Jezus Christus, Die in onze plaats stierf en
de zonde afkocht.
De Blijde Boodschap geeft weer dat Jezus
het beeld is van de onzichtbare God, de eerstgeborene
Van de ganse schepping, want in Hem zijn alle dingen geschapen, die
in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare,
hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden,
hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen
Col.1: 15,16
Jezus werd gekruisigd omdat Hij God zou hebben gelasterd
– omdat Hij Zich overduidelijk manifesteerde, Zichzelf manifesteerde als gelijk aan God
– Die Hij ook was.
Aan het kruis, nam Jezus al onze zonden op Zich en heeft deze voor de gehele mensheid volledig betaald.
“Want ook Christus is eenmaal om de zonden gestorven als
rechtvaardige voor onrechtvaardigen, opdat Hij u tot God zou brengen:
Hij, die gedood is naar het vlees, maar levend gemaakt naar de geest”
1Petr.3: 18
“Hij heeft, niet om werken der gerechtigheid, die wij gedaan zouden hebben, doch
naar zijn ontferming ons gered door het bad van de wedergeboorte en
van de vernieuwing door de Heilige Geest”.
Titus 3: 5
door Jezus ‘dood’ aan het kruis,
houdt onze zonde ons niet te langer gescheiden van God.
“Want zo lief had God de wereld dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft,
opdat eenieder die in Hem gelooft niet verloren gaat,
maar het eeuwige leven zal hebben”.
John. 3: 16
Jezus is echter
niet alleen voor onze zonden gestorven ,
Hij stond op uit de doden.
Want voor alle dingen heb ik u overgegeven, hetgeen
ik zelf ontvangen heb: Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften,
en Hij is begraven en ten derden dage opgewekt, naar de Schriften,
en Hij is verschenen aan [Petrus] Cephas, daarna aan de twaalf Apostelen.
Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie
het merendeel thans nog in leven is, doch sommigen zijn ontslapen“.
1Cor.15: 3-6

Toen Hij dit deed, bewees hij zonder twijfel dat
Hij met recht het eeuwige leven kan beloven
– dat Hij de Zoon van God is en
de enige manier waarop we God kunnen leren kennen.
Daarom zei Jezus:
Ik ben de weg, de waarheid en het leven;
Niemand tot de Vader kan komen dan door Mij”
In de plaats van te proberen God Zelf te bereiken, hetgeen moeilijk is,
zegt Jezus we een relatie met Hem kunnen beginnen;
Hij zegt:
Indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij en drinke!
Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt,
stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien“.
John.7: 37,38
Het was de Liefde van Jezus voor ons die Hem het kruis deed verdragen.
En Hij nodigt ons nu uit tot Hem te komen,
teneinde een persoonlijke relatie met God te kunnen opbouwen.
Het gewoon kennis nemen van
wat Jezus voor ons heeft gedaan en
wat hij ons te bieden heeft is niet genoeg.
Om een relatie met Hem te hebben,
dienen we Hem in ons leven toe te laten . . .

• Het vierde punt is dat we ieder van ons
Jezus Christus als onze Heer en Verlosser dient te aanvaarden.
“Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hun
heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden,
hun, die in Zijn Naam geloven“.
John.1: 12

Wij accepteren Jezus door te Geloven;
de Blijde Boodschap zegt:
Want door genade zijt gij behouden, door het geloof,
en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; niet uit werken, opdat
niemand hier over zal opscheppen“.
Eph.2: 8,9

De aanvaarding van Jezus als uitgangspunt van je bestaan betekent
geloven dat Jezus de Zoon is van God, zoals hij verkondigd heeft en
hem vervolgens verzoeken jou te begeleiden en je leven in te richten.
Zo zei Jezus in een persoonlijk gesprek met Nicodemus:
Voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand wederom geboren wordt,
kan hij het Koninkrijk Gods niet zien.
tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan.
Wat uit het vlees geboren is, is vlees, en
wat uit de Geest geboren is, is geest.

Verwonder u niet, dat Ik u gezegd heb: Gijlieden moet wederom geboren worden.
De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet, vanwaar
hij komt of waar hij heengaat; zo is een ieder, die uit de Geest geboren is“.
John.3: 1-8
Ik ben de deur; als iemand door Mij binnenkomt,
zal hij behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan en weide vinden.
De dief komt niet dan om te stelen en te slachten en te verdelgen;
Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed“.
John.10: 10
Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop.
Indien iemand naar mijn stem hoort en de deur opent,
Ik zal bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden en hij met Mij“.
Openb.3: 20
Je bent nu zo ver dat je Christus kunt ontvangen.
Het staat je vrij om op Zijn uitnodiging in te gaan.
Je weet nu hoe je dat kunt aanpakken.

De exacte woorden die je gebruikt om jezelf aan God voor te stellen
zijn niet belangrijk; Hij kent de bedoelingen van je hart.
Indien je Jezus oprecht vraagt in uw leven te komen,
dan zal Hij in je leven komen zoals hij beloofd heeft.
Op deze wijze ben je een persoonlijke relatie met God begonnen.
Wat volgt is een levenslange reis van verandering en groei
om God beter te leren kennen
door middel van het lezen van Zijn Boodschap [de Bijbel],
door gebed en interactie met andere christenen.

Gebed is dat ik Christus  ontvang in mijn hart, teneinde
Hem met heel mijn wezen lief te hebben.
Gij zult de Heer, uw God, liefhebben uit geheel uw hart en
met geheel uw ziel en met geheel uw kracht en met geheel uw verstand, en
uw naaste als uzelf
Luc.10: 27

>            “Wanneer een mens van God houdt en heeft een relatie met Hem heeft, dan is er niets meer op aarde wat hem aanspreekt. Hij is als een zonderling.
Zet voor die – los van de wereld – geraakte persoon de beste muziek op
het zal hem niet raken.
Toon je hem de mooiste schilderijen,
hij zal het niet waarnemen.
Geef hem de meest heerlijke gerechten,
de beste kleren, de fijnste smaken:
het is alsof hij in zijn eigen wereldje leeft.
Het is een persoon geworden die een liefdesgemeenschap heeft met
de hemelse samenleving:
hij gaat er helemaal in op en hij zou niet willen dat je hem er van af brengt.
Net zoals onmogelijk is om het kind uit de armen van z’n moeder te scheuren,
kun je zo iemand, die de betekenis ervan begrijpt, niet van het gebed afhalen.
Wat voelt het kind in de armen van de moeder?
Alleen degene die de aanwezigheid van God ervaart en
zelf kleine kinderen heeft kan begrijpen hoe dat voelt.
Als een kind naar zijn vader rent,
pakt het hem bij zijn arm en zegt:
Ik weet niet hoe je het voor elkaar krijgt,
maar je moet doen wat ik je vraag“.
Met dezelfde eenvoud en vrijmoedigheid
dient de mens God vragen te stellen.
Staretz Paisios van de berg Athos

Orthodoxie & de weg tot het zoon-schap [1]

Horeb, is zoals u waarschijnlijk weet
een andere naam voor de berg Sinaï,
de berg waar God de profeet Mozes en
het volk van Israël heen leidde en
hen Zijn Thora [Zijn instructies] gaf.
Dit was de plaats van de oorspronkelijke Theophanie,
de eerste keer dat het gehele volk Israël [en niet slechts één individu],
de heerlijkheid des HEREN in  donder en bliksemflitsen op de berg
kon aanschouwen.

Maar het volk van Israël kon daar niet eeuwig blijven;
er wachtte hen betere dingen in het beloofde land,
het “land van melk en honing“.
Horeb betekent in het Hebreeuws zoiets als
een droge of een desolate plek“, die voortvloeit uit
de wortel  חרב HRB, wat “droog” is.
Het is een onbewoonbare omgeving en zeker geen plaats
voor een heel volk om er te wonen.
Dus gebood God hen om Horeb te verlaten en
een begin te maken met de tocht die hen naar het land zou voeren dat
Hij hun voorvader Abraham gegeven had.

In het oude testament is de profeet Mozes
een zeer opvallende figuur. Er leefden Grote mannen vóór hem en ook ná hem volgden er velen.
Maar “zoals Mozes, die de Heer gekend heeft van aangezicht tot aangezicht,
is er in Israël geen profeet meer opgestaan
“. Deut.34: 10
Dat bleef gelden tot zijn eigen profetie werd vervuld:
Een Profeet uit uw broeders, zoals ik ben,
zal de Heer u verwekken; naar Hem zult u luisteren
” [Deut.18: 15].
Dat gebeurde meer dan duizend jaar later, toen
de Heer Jezus werd gezonden,
van Wie de Vader zei:
Deze is Mijn Zoon, de geliefde, in
Wie Ik Mijn welbehagen heb;
luister naar Hem!

Matth.17:  5

Wat was eigenlijk het geheim achter het leven van Mozes?
Was het zijn grootheid Prins van Egypte te worden?
Was het zijn kennis van het Egyptische religieuze leven en haar cultuur?
In het geheel niet, zijn leven was als geen ander in het Eerste Verbond [ het Oude Testament een duidelijke typering van de weg tot het zoon-schap.
Hij verwijst in eerste instantie naar de Zoon, Die het ware Israël zou verlossen van
de “vleespotten van Egypte“.
Maar hij verwijst ook naar de zonen Gods, die
“als Zijn gehele schepping van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid
bevrijden zal worden hetgeen toegang verschaft aan de vrijheid en
heerlijkheid van de kinderen van God“.
Rom.8: 21

Zo’n Mozes heeft de wereld nodig.
Aan politici, wetenschappers of religieuze leiders is er totaal geen gebrek.
Zij zullen de gigantische problemen niet kunnen oplossen.
Het antwoord is Jezus, de Christus én door Hem de zonen Gods.
Wij weten, dat de hele schepping in al haar leden verzucht en in barensnood is“.
Rom.8: 22
Reikhalzend verlangt de schepping:
de schepping wacht op het openbaar worden van de zonen van God“.
Rom.8: 19
Dat klonk als een klok toen Paulus dit opschreef en
dat is zeker ook nu in onze tijd een alom-klinkende waarheid.
Jezus is de Zoon van God, en nog wel “de eniggeboren Zoon
John.3: 16
want in Hem woont geheel de volheid der Godheid lichamelijk” [Col.2: 9].
Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en
wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van
de eniggeboren van de Vader, vol van genade en waarheid
“.
Joh.1: 14

Maar Hij zou ook “de eerstgeborene zijn van veel andere zonen“, die
God “bestemd heeft tot gelijkvormigheid aan Zijn Zoon“.
Rom.8: 29b
Jezus was “het begin, de eerstgeborene uit de doden”, “de eerstgeborene van de ganse schepping” [Col.1: 15,18], onder
Wie uiteindelijk “alles wat in de hemelen en op de aarde is onder één hoofd wordt samengevat“.
Eph.1: 10

Jezus’ leven was dus niet een éénmalige gebeurtenis van een eenling.
Nee, Zijn geboorte was het begin van de “Opstanding uit de doden” [Col.1: 18].
“Christus als eersteling, vervolgens die van Christus bij Zijn Wederkomst”
1Cor.15: 23, Jac.1: 18 en
uiteindelijk “de eerstgeborene van de ganse schepping” [Col.1: 15].
Zijn leven was een teken van de weg tot het zoon-schap,
een teken dat Hij de wegwijzer was en is tot de weg die
ook anderen zouden gaan [Isaiah.7: 14 en Luc.2: 34].
Natuurlijk was Zijn Hemels zoenoffer als
Lam Gods voor de zonde van de wereld éénmalig.
Maar op Zijn leven rust geen auteursrecht.
Het dient te worden nagevolgd onder
begeleiding en discipline van de heilige Geest.
Hij is de Zoon van God.
Hij komt met Zijn loon” [Openb.22: 12], met de zonen Gods.
Hij is het Hoofd en zij maken deel uit van Zijn Lichaam [de Kerk].
Net als Jezus de Christus [de Gezalfde] worden ook de zonen op
dezelfde wijze door Gods Geest geleid [Rom.8: 14],
hetgeen zal leiden tot een totale verlossing van de gehele schepping [Rom.8: 19-22].

Mozes’ leven is dus een voorafschaduwing van
de weg tot dit zoon-schap.
Als eerste ging Jezus die weg.
En wie met Jezus Christus is bekleed,
zal eveneens zelf die weg dienen te gaan.
Daarom worden hier enkele gebeurtenissen en ontwikkelingen uit het leven van Mozes
vergeleken met die uit het leven van Jezus.
Hierdoor zullen wij een beter inzicht krijgen, hoe
God in óns leven van Zich doet spreken, wanneer Hij en hoe Hij óns vrij-koopt
uit de mensen als eerstelingen voor God en het Lam” en wij de weg tot zoon-schap mogen gaan
opgeroepen door een nieuw gezang voor Gods troon door de vier dieren, de oudsten en de losgekochte aardse mensen
in wiens mond geen leugen is te vinden en die onberispelijk zijn“.
Openb.14: 3-5

Voor degenen die zich het pad van het spirituele leven in Christus Kerk begeven
is het niet ongebruikelijk  om een mystieke ontmoeting met God  te ervaren,
een eigen unieke Openbaring als die van de berg Sinaï, een soort Theophanie,
een moment waarbij in het diepste punt van ons wezen de aanwezigheid van God wordt ervaren, de genade van de Heilige Geest.
Dit gebeurt aan het begin van de pelgrimstocht, waarop al snel de “uittocht” uit “Egypte” volgt, dat wil zeggen de tocht door de woestijn anders gezegd de confrontatie met de wereld begint.

Hoogleraar gezondhiedspsychologie Ernst Bohlmeijer [Twente] zegt hierover:
Het verwerven van ‘eudaimonia’ is een van de grootste uitdagingen voor de mens.
Eudaimonia was het antwoord van de Griekse filosoof Aristoteles op de zoektocht naar een ethische leidraad voor een gelukkig leven.
Het betekent letterlijk een goede [εύ, van πνεύμα ] geest [δαίμων, daimon] hebben of
tot ontwikkeling brengen.
In de tegenwoordige tijd zeggen we daarover: ‘Het beste in onszelf naar boven halen‘.
Aristoteles dacht daarbij vooral aan deugden zoals oordeelsvermogen, gematigdheid, eerlijkheid en liefde. Deze zelfontplooiing zou niet ten koste van andere mensen mogen gaan.
De positieve psychologie noemt eudaimonia ‘bloei’.
Bloei is de kunst om een vreugdevol, betrokken en betekenisvol leven te leiden.
We weten allemaal dat het verwerven van ‘eudaimonia’ – hetgeen de Russische
heilige Seraphim van Sarov, het verwerven van de Heilige Geest noemt – niet gemakkelijk is; het verlangt deemoed en doorzettingsvermogen.
Verwaarlozing en geweld in onze jeugd kunnen ons direct op een achterstand zetten.
We leven in een woestijn, een maatschappij met veel competitie en met steeds hogere eisen aan productiviteit. Ten opzichte van vorige generaties is er veel meer vrijheid, worden we gedwongen keuzes te maken, hetgeen beangstigend kan werken.
Een groot deel van onze hersenen stamt uit de préhistorie, inclusief alle tendensen tot bijvoorbeeld vlucht- en vecht-gedrag, tribalisme [voortdurende strijd of collectieve weerstand tegen mensen die geen deel uitmaken van de eigen gemeenschap (groep)] en een voorkeur voor negativiteit.
Er is veel lijden in de wereld. Dat komt tot ons door de ontwikkeling van de communicatiemiddelen [televisie, computer en mobiele telefoon].
Dit lijden kan ook onze naaste en onszelf opeens treffen. En hoe we het ook proberen te wenden of keren, we
zijn en blijven sterfelijke wezens en vergankelijkheid is
een basiskenmerk van ons leven.
We krijgen de opdracht – mee af te wijken van die wereld [dit tranendal]  en een leven lang in de wildernis op zoek te gaan naar het aan ons allen Beloofde Land en als Christen de volmaakte eenheid met Christus te vinden.
Een leven wat met Christus  in God is verborgen“.
Col. 3: 3

Het is een tijd van leven waarin de voortgang in de richting van het doel misschien een verbeelding [utopie] lijkt, waarbij we net als het volk Israël in de woestijn van de zonde en ongehoorzaamheid dwalen als een generatie die
geen enkele vooruitgang in de richting van het heil maakt.
Toch is dit een test-periode,  de dagen van de wandelroute die beschreven staat:
Heden, als gij Zijn stem verneemt, verhardt dan niet uw harten, *
zoals in de verbittering, ten dage van de beproeving in de woestijn“.
Psalm 94 [95]: 8

Velen zijn niet bereid om te vertrekken Horeb.
Zij zijn niet bereid de ontberingen in de woestijn te doorstaan, door
in betoond karakter en een vast Geloof te volharden [Rom.5: 3-5; Jacobus 1: 2-4].
Ze zijn niet bereid met de echte problemen die hen belagen om te gaan,
om een reëel antwoord te bewerkstelligen op de vragen die aan hun geweten knagen en
als gevolg daarvan, verschuilen ze zich achter een muur
van al te extravagante vroomheid, fanatisme, of apathie.

Zowel de geboorte van Mozes in het Oude Testament als
die van Jezus welke wij met Kerst vieren,
gingen gepaard met dramatische gebeurtenissen.
In beide gevallen trachtte een machthebber
zijn troon te redden door een massamoord. De Farao gaf bevel om alle pasgeboren Hebreeuwse jongens te verdrinken in de Nijl [Ex.1: 22].
Herodes liet in Bethlehem
alle jongetjes onder de twee jaar vermoorden.
Iets dergelijks staat ook in Openbaringen vermeld.
Daar staat “de grote draak” voor “de barende vrouw“, om “haar kind” [een “mannelijk wezen“, dat
alle heidenen zal hoeden met een ijzeren staf]
te verslinden zodra zij haar kind gebaard had“.
Openb.12: 4-5

Deze gebeurtenissen leren ons éen en diezelfde les:
De satan, de tegenstrever bestrijdt met alle macht
de geboorte van de Zoon.
Steeds weer zien we zijn woede en haat,
maar iedere keer komt God tussenbeide om
de Zijnen in veiligheid te brengen.

Wie is nu dat “mannelijke wezen“, de “zoon“?
We lezen in het Oude Testament, dat Israël zo genoemd wordt.
Zo zegt de Heer: Israël is Mijn eerstgeboren zoon;
laat hem gaan, opdat hij Mij zal kunnen dienen
“.
Exodus 4: 22-23
Er staat ook, dat dit een [vooraf-] “schaduw is van de toekomstige goederen” [Hebr.10: 1].
Tevens dat alles wat het volk Israël overkomen is
gebeurd is als een voorbeeld [voor ons] en het functioneert als zodanig als een
vooraf gegeven, opgeschreven waarschuwing voor ons, over wie het einde der eeuwen gekomen is, over hen die door de verderfengel omkwamen“.
1Cor.10: 11 en
Hetgeen was van den beginne, hetgeen wij gehoord hebben, hetgeen wij gezien hebben met onze [eigen] ogen, hetgeen wij aanschouwd hebben en onze handen getast hebben van het Woord des levens.
Het leven toch is geopenbaard en wij hebben gezien en getuigen en verkondigen u het eeuwige leven, dat bij de Vader was en aan ons geopenbaard is
1John1: 1-2

De verlossing van Israël uit Egypte van toen symboliseert de verlossing tot zoon-schap nu.
Israël was dus een teken en Mozes een voorloper van het “mannelijk wezen”, van
Jezus Christus, het Hoofd [van de Kerk] en
van de Christus Zijn [Volk, het] voltallige lichaam van zonen.
Matth.1: 16-17

Jezus Christus, onze Heer en Verlosser
is geboren in het vlees,
het Hoofd [van Zijn Kerk] werd als eerste geboren.
De volledige [Open]baring van het hele zonen-lichaam moet nog komen [Op.12: 5].

En vrouwelijke gelovigen dan?
Zijn er in dit “mannelijke wezen” ook dames?
Eigenlijk zouden we ook kunnen vragen of er ook mannen zijn die zich ‘bruid’ kunnen noemen, of
zoals in Babylon, de ontuchtige, de Hoer.
Op deze vragen is maar één antwoord mogelijk:
>  natuurlijk wel!
Het gaat er in de Bijbel niet om, of iemand van
het mannelijke of het vrouwelijke geslacht is, zoals de feministen ons doen voorkomen,
maar of iemand mannelijk [= geestelijk] is of vrouwelijk [= een innerlijke gevoel, een mensenziel bezit].
De mens heeft namelijk zowel een mannelijke als een vrouwelijke kant in zich.
Iedereen heeft mannelijke èn vrouwelijke hormonen.

In een man overheersen de mannelijke, in een vrouw de vrouwelijke hormonen.
Met de innerlijke mens is het net zo:
innerlijk mannelijk [= geestelijk] èn vrouwelijk [= bezit een mensenziel].
In de één overheerst het “mannelijke”, in de ander het “zielse”.
God is echter één, is volmaakt in balans [Jac.2: 19].
En toen Hij Adam schiep naar Zijn beeld en gelijkenis,
was deze mannelijk-vrouwelijk [Gen.1: 27b letterlijk].
Ook Adam kende de harmonische eenheid en
het volmaakte evenwicht tussen “mannelijk” en “vrouwelijk“.
Hij was ook één.

Ook Jezus kende dit innerlijke evenwicht.
Hij handelde nooit in een ziel-bewogen opwelling, op menselijke initiatief of uit medelijden. Hij, de Zoon van God,
kan niets doen van Zichzelf, of Hij moet het de Vader zien doen;
want wat deze doet, dat doet ook de Zoon evenzo
“.
John.5: 19
Hij liet Zich leiden door Gods Geest. Hij was innerlijk één.
Vandaar dat “de onreine geesten zich voor Hem neer wierpen,
telkens als zij Hem zagen, en zij schreeuwden, zeggende:
Gij zijt de Zoon van God
“.
Marc.3: 11

De meeste gelovigen kennen deze innerlijke harmonie niet.
Ze zijn innerlijk verdeeld. In hen overheerst het zielse,
welke bevrediging zoekt voor het vlees [Col.2: 23].
Zij proberen de boventoon te voeren door anderen [naar beneden] te [onder]drukken.
De ziel wil namelijk bezitten – hebben > zij begeert.
Ze zoekt meer de zegeningen dan dat zij door hun gedrag de Gever zegent.
Maar de volgelingen van het Lam leren deze innerlijke harmonie wel kennen.
Hun eigen ziel is tot rust en stilte gebracht;
Ik houd mij niet op met grote dingen; *
noch met wat te wonderbaar voor mij is
“.
Psalm 130 [131]: 2
Het zijn zonen, die maagdelijk zijn [Openb.14: 4].
Ze zijn mannelijk-vrouwelijk. Geest en ziel zijn volkomen in balans.
Daarom doen ze “Goud van zich uitvloeien“;
Wat betekenen de twee olijftakken, die
door twee gouden buizen het goud van zich doen uitvloeien?
“.
Zacharia 4: 12
Naar hen dient geluisterd te worden.
Niet naar mensen, in wie het zielse overheerst.
Die moeten, als innerlijk vrouwelijken,
‘zwijgen’ in de gemeente,
want het is haar niet vergund te spreken,
maar zij moeten ondergeschikt blijven,
zoals ook de wet zegt
“.
1Cor.14: 34

“‘Nergens wordt een profeet zo miskend als in zijn eigen stad [land]’, ‘onder zijn verwanten en geloofsgenoten'”. [Marc. 6: 4]
Eenieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen;
maar eenieder, die zijn leven verliezen zal om Mijnentwil en omwille van het Evangelie,
die zal het behouden.
Want wat baat het een mens de gehele wereld te winnen en aan zijn ziel schade te lijden?
Want wat zou een mens kunnen geven in ruil voor zijn leven?
Want wie zich voor Mij en voor mijn woorden schaamt in dit overspelig en zondig geslacht,
de Zoon des mensen zal Zich ook voor hem schamen, wanneer Hij met de heilige engelen
komt in de heerlijkheid van Zijn Vader
“.
Marc.8: 35-38
Wie oren heeft om te horen, die hore“.
Marc.  4: 9

Het doel van dit schrijven is om bijstand te bieden aan
degenen die de berg Horeb afdalen om de woestijn in te gaan en werkelijk de confrontatie met zichzelf durven aan te gaan door Christus te volgen en Goddelijke wegen te bewandelen.
Moeilijke vragen niet te omzeilen door enkel naar anderen te wijzen, werkelijk om te gaan met de moeilijke kwesties die we in de “woestijn” van het geestelijk leven tegenkomen.
De pijnlijke vragen die ons beangstigen,
problemen die we omzeilen teneinde niet
met eigen onvermogen geconfronteerd te worden.

We dienen dit te doen vanuit het primaire perspectief dat de Bijbel ons biedt, die prachtige complexe en vaak verontrustende verzameling van teksten die we de Heilige Schrift of de Blijde Boodschap noemen.
Daarbij kunnen we ons niet verschuilen achter een vals gevoel van veiligheid
en de Bijbel rooskleuriger laten schijnen dan zij is
zonder ons aandeel in de problemen te benoemen.
We dienen met onszelf de frontale confrontatie aan te gaan
met alle instrumenten die de moderne wetenschap ons biedt.

Wij dienen, net als de Israëlieten,
de Egyptenaren hun macht te ontnemen” en in elk opzicht Christus te dienen gebruik makend van de moderne wetenschap.
Met de moderne wetenschap welke door de kerkvaders  Hermeneutiek [Grieks: ἑρμήνευειν; ‘uitleggen’, ‘vertalen’] genoemd werd en wij zullen daardoor
Christus de Logos Immanuel ontmoeten zoals Deze met het toekomstige Kerstfeest gevierd wordt.

Iedereen is welkom in aanwezigheid tot onze Heer.
Het vereist slechts een verlangen om God te kennen en
een gewillige geest om in Zijn aanwezigheid te vertoeven.
God laat iedereen vrij in z’n keuze en
heeft iedereen een kleine mate van geloof gegeven, dus
laten we het kleine beetje geloof wat we in Christus hebben uitbouwen en
tot de onze maken en laten wij ons daarmee voorbereiden op Zijn komst en
Hem de eer geven die Hem toekomt, in eenheid met de Vader, de Zoon en
de Heilige Geest.

Een goede Philippus-vasten toegewenst.

Orthodoxie & onze Heer Jezus Christus – de Dienaar des Heren

In de Heilige Schrift wordt Jezus meerdere keren, de Dienaar des Heren genoemd.
Er zijn twee woorden voor de term ‘dienaar‘.
Een daarvan is “δούλος – doulos”, hetgeen een gebonden slaaf inhoudt,
een soort dienaar is in de zin van een slaaf
in eigendom van iemand anders en
dat kan zowel vrouwelijk als mannelijk zijn, doulos, doule.
Zo kom je het gebruik van “Doulos” bijvoorbeeld tegen in Philippenzen 2: 7,
waar vermeld wordt dat
Christus, Zichzelf ontledigd heeft en
de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen en aan de mensen gelijk geworden is“.
Hij nam de gesteldheid aan van een slaaf in “εν μορφή του Δούλου” en dat woord betekent eigenlijk een gebonden slaaf of gewoon slaaf.

Maar er is nog een ander woord voor “dienaar”.
Eigenlijk zou je kunnen spreken van twee anderen. Een daarvan is een dienaar, als iemand die aan tafels bedient en dat zou zijn “Διάκονος “.
Bij Jezus is dit ook van toepassing, wanneer
Hij onder andere in Mattheüs 20: 28 zegt en in
Maar wie groot wil worden onder u, zal  uw dienaar zijn; en wie onder u de eerste wil zijn,
zal aller slaaf zijn.
Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om Zich te laten dienen, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen
“.
Marc.10: 32-45
Het was immers Zijn mede-lijdende Liefde voor
de zondige mensheid die ons de verlossing bracht.
Het werkwoord wat hier gebruikt wordt is de betekenis van “διακονία” diakonie,
Hij komt niet om gediend te worden, niet te zijn als een diaken, maar tot diaken voor anderen, diakonie bedrijven.
Zo heeft de Profeet Jesaia Hem ook voorzegd in:
Zie, een Koning zal regeren in gerechtigheid en vorsten zullen heersen naar het recht;
en ieder van hen zal zijn als een beschutting tegen de wind en als een toevlucht tegen de stortbui, als waterstromen in een dorre streek,
als de schaduw van een machtige rots in een dorstig land.
Dan zullen de ogen der zienden niet meer verblind zijn en de oren van horenden zullen opmerken; het hart der onbezonnenen zal inzicht en kennis verkrijgen, en  de tong der stamelaars zal in staat zijn tot duidelijk spreken.
Dan zal een dwaas niet meer edel genoemd worden en de bedrieger niet meer aanzienlijk heten. Want een dwaas spreekt dwaasheid en zijn hart brengt ongerechtigheid voort:
het bedrijven van goddeloosheid, en het prediken van afval tegen de Heer;
het onverzadigd laten van de hongerige, en het onthouden van een dronk aan de dorstige.
En de listen van de bedrieger zijn slecht; hij beraamt schandelijke plannen om de ellendigen door leugentaal in het verderf te storten, zelfs wanneer de arme zijn recht bepleit
“.
Is.32: 1-7
Jesaja toont hier tevens twee kenmerkende eigenschappen van de rechtvaardige dienstknecht.
Ten eerste heeft Hij onderscheidingsvermogen en ten tweede kent Hij de stem van God [Is.32: 3].
We zien dit bijvoorbeeld terug in Jezus’ eerste ontmoeting met Nataniël.
Toen Hij Nataniël op Hem af zag komen lopen riep Hij:
Zie, waarlijk een Israëliet, in wie geen bedrog is!” [Joh.1: 48].
Met andere woorden:
Kijk broeders!
Hier komt een man die geen hypocriet is!
Er is geen bedrog in hem, geen immoraliteit.
Hij spreekt geen leugens, draait er niet om heen,
doet zich niet anders voor dan wie hij is,
speelt geen spelletjes,
is zuiver op de graat
“.

Je komt dus “diakonos” tegen en je hebt “doulos”,
waarover we het nu hebben en
dan kunnen we ook nog spreken over “Παις – pais”.
Dit “pais” staat eveneens voor dienaar, waarmee een soort jonge slaaf bedoeld wordt;
het kan een jongen of meisjes-slaaf [dienaar] zijn, maar het kan ook een kind betekenen.
Het is in ons taalgebruik dus
gewoon een jongen of een meisje,
een Kerk vol mensen die dienstbaar zijn.
Dus wanneer deze term gebruikt wordt, is
de context heel belangrijk en
soms wordt deze term ook
door elkaar gebruikt met de term voor “zoon”.
Nu is, Jezus, natuurlijk, de Zoon van God,
“[ὀ] υιὸς τοῦ θεοῦ – ho huios tou theou”] en
dat betreft een zeer sterke titel van Jezus in het Nieuwe Testament.
Dat is een getuigenis, een belijdenis van  Hem:
Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God,
de eniggeboren Zoon, de eerstgeboren Zoon
“.
En die term, ” υιὸς ” zoon, wordt heel erg benadrukt;
het kan niets anders zijn dan een biologische zoon of een geadopteerde zoon,
zoals in Galaten het gebruik van “υιὸς” zegt dat wij
door Geloof welke wij door Genade ontvangen, wanneer wij gedoopt zijn in Christus,
ontvangen wij de hoedanigheid van de zonen, of de aanneming tot kinderen “υἱοθεσία”,
“de status van een natuurlijke geboorte, de hoedanigheid, de conditie of positie van
een zoon”.
Gal.3: 26
Dat betekent dat je door Genade, als een zoon in het grote Christelijk gezin
wordt opgenomen, zoals een biologische kind, als een erfgenaam, die
bezit kan erven, en al wat je niet aan rechten kunt opsommen.
De benaming παις “pais” kan naast “zoon” ook “kind” betekenen;
maar niet als “kind” in die zin.
Het heeft de betekenis van een kind, als een knaap, die een soort als de begeleider van een meester is, een schildknaap.
Je kent het begrip uit de ridderromans,
je hebt koningen en hoogwaardigheidsbekleders die zich laten begeleiden door een jongen die voor het paard en de kleding zorgt,
zoiets als een leerling en meester, of in monastieke termen zou je het
een cel begeleider kunnen noemen.
De oude man, de “γέροντα – gheronda”, heeft een jonge leerling, die
hem volgt; dat is zijn pupil, degene die hem bedient.

Maar dit heeft een zachtere gevoelswaarde dan de term “doulos”, in de betekenis van een gebonden slaaf, iemand die gekocht en verkocht wordt,
terwijl “pais” is een soort van een meer vertederend inhoud heeft.
Het is een meer liefdevolle inhoud.
Het is term die gebruikt wordt voor
“mijn kind, mijn dienaar, mijn jongen, mijn meisje” en dat is [hoe] “pais” is te vinden in de Heilige Schrift in het Nieuwe Testament,
waar Jezus met name in het boek Handelingen, betiteld wordt als Dienaar Gods.

Als we deze uitdrukking horen van “dienaar, pais”, dan dient dat ons onmiddellijk te herinneren,
aan datgene wat we als uit de Heilige Schrift afkomstig kennen en
we herkennen uit de Griekse vertaling van het Oude Testament, de Septuaginta,
als de term die regelmatig wordt gebruikt in Jesaja 40 en 41 als
de dienaar des Heren.

Er zijn meerdere dienaar-uitdrukkingen over Jacob en Israël, die
door God wordt uitverkoren als, Gods geliefde en Gods dienaar.
Dat Jezus Zich identificeerde met de knecht des Heren
zien we al bij het eerste optreden van Jezus in de synagoge van Nazareth.
Daar  wordt Hem de profetenrol van Jesaja overhandigd waaruit Hij gaat lezen:
De Geest des Heren is op Mij, daarom, dat Hij Mij gezalfd heeft, om
aan armen het evangelie te brengen; en
Hij heeft Mij gezonden om aan gevangenen loslating te verkondigen en
aan blinden het gezicht, om verbrokenen heen te zenden in vrijheid,
om te verkondigen het aangename jaar des Heren
“.
Luc.4: 18 – zie ook boven de Profetie van Jesaia
In het Hebreeuws zou de Ebed Jahwèh, de dienaar van de Heer,
het kind van de Heer zijn en
in het Grieks wordt dat “pais”: Paidos, paidia.
Je komt dit weer tegen in pedagogie en paideia: onderwijs, de oorspronkelijke vorming van
de eigenschappen van een individu, heeft dezelfde wortel als deze specifieke term.
Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was,
die, in de gestalte Gods zijnde, het aan God gelijk zijn niet als een roof heeft geacht,
maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen en
aan de mensen gelijk geworden is
“.
Phil.2: 5-7
Het gaat dus om twee gestalten van de Heer: de Goddelijke en de menselijke gestalte.
Misschien denkt u dat Christus in Bethlehem is geboren.
In Bethlehem is de eeuwige Christus mens geworden.
Christus is in Jezus mens geworden.
Zijn menswording was een grote vernedering voor Hem.
De Heer werd slaaf, dienaar van de “Allerhoogste”, Ebed Jahwèh;
Zijn dienst was dienstwerk.
Men moet bij de dienstknechtgestalte van de Christus niet denken aan
deemoed of deemoedigheid als deugd of deugdzaamheid.
Het dienen gaat veel dieper en is veel breder.
Volgens woordenboeken zijn ’dienen’ en ‘deemoed’ wel aan elkaar verwant.
Echter niet in de Heilige Schrift, Blijde Boodschap, onze Bijbel.
Het grondwoord  betekent; dienen, serverend, dienaar zijn, gehoorzaam zijn, dienend optreden.
Het is een grote misvatting Christus af te schilderen als een lievige, softe figuur.
Zijn vernedering was geen nederigheid.
De nederigheid van Jezus was geen karakterdeugd, maar dienstwerk!
Waarmee is Jezus ons van dienst geweest?
Dat Hij Zich als God helemaal vereenzelvigde . . . . . met ons mensen.
Jezus was in Zijn tijd een agressieve, intolerante persoon en persoonlijkheid, die
de mensen te na kwam. Veel mensen vonden Jezus helemaal niet zo aardig.
Hij was regelmatig – heel kort door de bocht. Oh, wat kon Hij scherp zijn!
Hij was bijvoorbeeld heus niet zo lief en lievig voor de Farizeeën.
Recht voor de raap zei Hij:
Jullie zijn adderengebroed, slangentuig“.
Hij was niet kruiperig onderdanig tegenover Herodes.
Hij noemde hem een sluwe vos“.
De dienst van Jezus bestond in het zich op Goddelijke wijze
vereenzelvigen  met ons bestaan [Rom.6: 5].
Welnu, tot dat dienstbetoon roept de apostel ons op.
Laat die gezindheid ook bij u zijn !!!
Dus als een voorganger eens een keer flink van leer trekt;
weet dan dat hij dit doet uit dienstbetoon aan ons.

In dit verband dienen we in deze tijd tevens de relatie te vermelden tot woorden
die verwarring zouden kunnen veroorzaken,
want in het Grieks is er nog een uitdrukking voor “kind” of voor “kinderen
en dat is ” Τέκνα” [Tekna].

Dit woord wordt in de proloog van
het Heilig Evangelie volgens Johannes
gebruikt  waar de Theoloog spreekt over Jezus als de “eniggeboren huios,
de eniggeboren Zoon van God”.
In diezelfde proloog zegt Johannes
Hij kwam tot het zijne, en de zijnen hebben Hem niet aangenomen.
Doch allen, die Hem aangenomen hebben,
hun heeft Hij macht
[de autoriteit of het vermogen]  gegeven om
kinderen van God
[Τέκνα θεού] te worden,
hun, die in Zijn Naam geloven; die niet uit bloed, noch uit de wil van het vlees,
noch uit de wil van een man, doch uit God geboren zijn
“.
Joh.1: 11-13
En dus worden ze door Hem aan te nemen,
zich te bekleden met Christus [Tekna] als kinderen.

En soms worden ook in moderne Bijbels de uitdrukking ‘zoon’ niet gebruikt,
omdat dit als te seksistisch wordt beschouwd,
maar dit, onder invloed van het feminisme opgekomen gebruik.
vernietigt eigenlijk fundamenteel de betekenis van de Heilige Schrift,
omdat die benaming wordt gebruikt om te zeggen dat degene
die, door het geloof [door Genade] zich met Christus hebben bekleed,
Zoon van God zijn geworden door de natuur,
zij hebben door het geloof en de letterlijke Genadegave
de status van kinderen verkregen, met inbegrip van vrouwen,
met inbegrip van andere volken, waaronder slaven,
werkelijke gebonden slaven,
zijn we in Christus zonen van God geworden.
Dat is heel iets anders dan “kinderen” of als een kind.
Omdat een kind niet per se een erfgenaam is, maar wel de zoon,
de eerstgeboren zoon, en de enige zoon, is zeker de erfgenaam,
degene die alles erft.
Dus soms wanneer het als “kind” benoemd
weet je dan niet of in het in het Grieks “υιὸς – huios” is
waarin een jongen-kind, een zoon betekent;
of dat het ” τέκνων -teknon” is,
wat betekent gewoon een kind, een kind van de ouders;
of dat het “Παις” is, wat een kind of een jongen of een meisje is
als een soort van een bediende-kind: mijn kind, mijn ene die me bedient.
En dan heb je natuurlijk nog ” Δούλος ” en ” Διάκονος.”
In het Nieuwe Testament zijn er genoeg vrouwen die “diakonos” worden genoemd en
het zou het komende nieuw Oecumenische Concilie in Constantinopel
tot eer strekken als dit mondiaal officieel – ‘met wijding van vrouwen’ – werd heringevoerd.

Phoebe, bijvoorbeeld,
was de “diakonos” in Cenchreae.
En het interessante met Phoebe is :
dat het woord “diakonos” mannelijk lijkt,
maar het woord is vrouwelijk:
“Hij de diakonos”, dat is ongrammaticaal, omdat je dan zegt ” ὀ διάκονος”,
omdat het woord ” διάκονος ” laat zien dat er
vrouwelijke diakenen en mannelijke diakenen zijn.
Zeker in een Christelijke kerk, ben je verplicht dit te onderwijzen.

De Orthodoxie is — in tegenstelling tot de Latijnse Kerk van Rome — niet centraal georganiseerd:
ze bestaat uit autonome regionale kerken, die een tamelijk verregaande onafhankelijkheid genieten onder het patriarchaat van Constantinopel.
De leider daarvan draagt de titel “Oecumenisch Patriarch”.
Het komende concilie zal zich waarschijnlijk mettertijd
over de volgende zaken gaan buigen:
de verhouding van de Orthodoxe kerken onderling,
hun relatie tot het Patriarchaat van Constantinopel,
de Orthodoxe „diaspora  dispersie of verstrooiing”, de kalenderhervorming om te komen tot een gemeenschappelijke christelijke Paasdatum, het vraagstuk van de gehuwde geestelijkheid (priesters mogen als ze weduwnaar worden hertrouwen, de hogere geestelijken niet, red.); en een bestudering van de Vasten en zijn liturgie.

Niet heersen, maar dienen
En Jacobus en Johannes, de [twee] zonen van Zebedeüs,
kwamen tot Hem en zeiden tot Hem:
Meester, wij wilden wel dat Gij ons deed, wat wij U zullen vragen.
Hij zei tot hen: Wat wilt gij, dat Ik u doen zal?
Zij zeiden tot Hem:
Geef ons, dat wij de één aan uw rechterzijde en
de andere aan uw linkerzijde mogen zitten in uw heerlijkheid.
Doch Jezus zei tot hen:
Gij weet niet, wat gij vraagt. Kunt gij de beker drinken, die Ik drink, of
met de doop gedoopt worden, waarmede Ik gedoopt word?
Zij zeiden tot Hem: Wij kunnen het.
Jezus zei tot hen:
De beker, die Ik drink, zult gij drinken en met de doop, waarmede Ik gedoopt word,
zult gij gedoopt worden, maar het zitten aan mijn rechterzijde of linkerzijde,
staat niet aan Mij te geven, maar het is voor hen, voor wie het bereid is.
En toen de tien dit hoorden, begonnen zij het Jacobus en Johannes kwalijk te nemen.
En Jezus riep hen tot Zich en zei tot hen:
Gij weet, dat zij, die regeerders der volken heten, heerschappij over hen voeren, en
hun rijksgroten oefenen macht over hen.
Zó is het echter onder u niet. Maar wie groot wil worden onder u,
zal uw dienaar zijn; en wie onder u de eerste wil zijn, zal aller slaaf zijn.
Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om Zich te laten dienen, maar
om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen
“.
Matth.20: 28; Marc.10: 45

Het komende Orthodoxe concilie zal ook de eenheid van de gehele Christenheid dienen te bevorderen.
Sinds enige tijd is er een drietal Orthodoxe commissies, die zich bezig houden met de dialoog met de Orthodoxe Oud-gelovigen [oa in Alaska], de Anglicaanse [of Episcopaalse] en de Oudkatholieke kerken;
bovendien is er veel belangstelling voor de dialoog met de Protestantse kerken,
die tot nog toe alleen op regionaal vlak werd gevoerd.
Eén van de heiligen met de naam Johannes zei eens:
Op de avond van ons leven zullen wij geoordeeld worden naar de Liefde“.
Johannes van het Kruis – dichos 64
Na ons aardse leven zal God
iedere mens voor Zijn Aanschijn roepen.
We zullen verschijnen voor Hem, Die
Liefde, Barmhartigheid, Waarheid en Gerechtigheid is
in al Zijn volheid.
Dit zal het moment suprême zijn, waarop
de Heer ons allen individueel zal vragen:
Heb je liefgehad?
Heb je Mij liefgehad?
Heb je je naasten liefgehad?
“.
Wij zullen dit op het uur van het persoonlijk oordeel helder herkennen,
wat voor God werkelijk belangrijk was en wat niet en op welke punten we in
ons leven te veel of te weinig tijd en aandacht aan besteed hebben.
De maat van onze Liefde op aarde zal, om zo te zeggen,
de maat van ons geluk in de hemel bepalen.
In de hemel zullen we zijn als een vat, welk God tot de rand toe boordevol vult met geluk.
Hoe meer wij hebben liefgehad, des te groter zal ons vat van eeuwig geluk zijn.
Dit beeld wordt eveneens gebruikt door de heilige Theresia [van het Kindje Jezus].
Het enige, wat telt, als wij eenmaal voor Gods troon zullen verschijnen, zullen onze liefdewerken zijn.
Al het andere dienen we op aarde achter te laten.
Het beslissende van ons aardse leven bestaat dus hierin:
dat wij mensen van Liefde worden.
De Apostel Paulus spreekt daarover in zijn:

Hooglied van de Liefde
Al ware het, dat ik met de tongen der mensen
en der engelen sprak,
maar had de liefde niet, ik ware
schallend koper of een rinkelende cimbaal.
Al ware het, dat ik profetische gaven had, en
alle geheimenissen en alles, wat te weten is, wist, en al het geloof had, zodat
ik bergen verzette, maar ik had de liefde niet, ik ware niets.
Al ware het, dat ik al wat ik heb tot spijs uitdeelde en al ware het, dat ik mijn lichaam gaf om te worden verbrand, maar had de liefde niet,
het baatte mij niets.
De liefde is lankmoedig, de liefde is goedertieren, zij is niet afgunstig, de liefde praalt niet, zij is niet opgeblazen, zij kwetst niemands gevoel, zij zoekt zichzelf niet, zij wordt niet verbitterd, zij rekent het kwade niet toe.
Zij is niet blijde over ongerechtigheid, maar zij is blijde met de waarheid.
Alles bedekt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles verdraagt zij.
De liefde vergaat nimmermeer; maar
profetieën, zij zullen afgedaan hebben; tongen, zij zullen verstommen;
kennis, zij zal afgedaan hebben.
Want onvolkomen is ons kennen en onvolkomen ons profeteren.
Doch, als het volmaakte komt, zal het onvolkomene afgedaan hebben.
Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, voelde ik als een kind, overlegde ik als een kind.
Nu ik een man ben geworden, heb ik afgelegd wat kinderlijk was.
Want nu zien wij nog door een spiegel, in raadselen,
doch straks van aangezicht tot aangezicht.
Nu ken ik onvolkomen, maar dan zal ik ten volle kennen,
zoals ik zelf gekend ben.
Zo blijven dan: Geloof, hoop en liefde, deze drie,
maar de meeste van deze is de Liefde
“.
1Cor.13: 1-13
Iemand die dus liefheeft is een mens, die
kan uittreden uit de wereld van zijn eigen verlangens,
gevoelens, plannen en bedoelingen en op die manier een
voorbeeld voor anderen te zijn, iemand om van te houden en
daarna zo ver te komen dat hij bereid is
om voor de eeuwigheid te worden geboren
Hij ziet er tijdens zijn leven vanaf, zijn eigen wil door te zetten en
vraagt: wat heeft de ander nodig? Hoe kan ik die ander helpen en hem een plezier doen.
Niet IK, maar de ANDER; niet mijn rechten, maar de wens van de naaste voldoen;
niet mijn plezier, maar ieders welzijn.
De liefhebbende mens luistert niet alleen naar zijn eigen gedachten,
hij praat niet alleen met zichzelf.
Hij verdiept zich niet altijd maar opnieuw in z’n eigen gedachten, maar
is in staat te luisteren naar die ander; gaat in op gedachten van anderen.
Dan mogen we op de laatste dag van ons leven met
de oude Simeon zeggen:
Nu laat Gij, Heer, uw dienstknecht gaan
in vrede, naar uw woord,
want mijn ogen hebben Uw Heil aanschouwd,
dat Gij bereid hebt voor het aangezicht van alle volkeren:
Licht tot verlichting voor de heidenen en
de Heerlijkheid voor uw volk Israël
“.
Luc.2: 29-32