Orthodoxie & opnieuw geboren worden

En er was iemand uit de Farizeeën,
wiens naam was Nicodemos,
een overste der Joden; 
deze kwam ‘s-nachts bij Christus en zei tot Hem:
Rabbi, wij weten, dat Gij van God gekomen zijt als leraar; want  niemand kan
die tekenen doen, welke Gij doet,
tenzij God met Hem is.
Jezus antwoordde en zei tot hem:
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u,
tenzij iemand wederom geboren wordt, kan hij het Koninkrijk Gods niet zien.
Nicodemos zei tot Hem:
Hoe kan een mens geboren worden, als hij oud is? Kan hij dan voor de tweede maal in de moederschoot ingaan en geboren worden
Jezus antwoordde:
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest,
kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan. Wat uit het vlees geboren is, is vlees en
wat uit de Geest geboren is, is geest.
Verwonder u niet, dat Ik u gezegd heb: Gijlieden moet wederom geboren worden.
De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet, vanwaar
hij komt of waar hij heengaat; zo is een ieder, die uit de Geest geboren is.
Nicodemos antwoordde en zei tot Hem: Hoe kan dit geschieden?
Jezus antwoordde en zei tot hem:
Gij zijt de leraar van Israël, en deze dingen verstaat gij niet?
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: wij spreken van wat wij weten en wij getuigen van wat wij gezien hebben, en gij neemt ons getuigenis niet aan.
Indien Ik u allen van het aardse gesproken heb, zonder dat gij gelooft, hoe zult gij geloven, wanneer Ik u van het hemelse spreek? En niemand is opgevaren
naar de hemel, dan die uit de hemel nedergedaald is de Zoon des mensen.
En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden, opdat een ieder, die gelooft, in
Hem eeuwig leven hebbe.
Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.
Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zal worden.
Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; wie niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de naam van de eniggeboren Zoon van God.
Dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is en de mensen de duisternis liever gehad hebben dan het licht, want hun werken waren boos.
Want een ieder, die kwaad bedrijft, haat het licht, en gaat niet tot het licht, opdat
zijn werken niet aan de dag komen; maar wie de waarheid doet, gaat tot het licht,
opdat van zijn werken blijke dat zij in God verricht zijn“.
John.3: 1-21

De woorden “opnieuw geboren” of “herboren” betekenen letterlijk “van hierboven [de Hemel] geboren worden“. Nicodémos had maar één grootte behoefte.
Hij had behoefte aan een verandering in
zijn hart – aan geestelijke verandering.
Nieuw geboorte, opnieuw geboren worden,
is een daad van God waarbij
eeuwig leven wordt gegeven aan de persoon die werkelijk gelooft en daardoor een relatie met God Zelf aangaat in Jezus Christus, Zijn Zoon door de Heilige Geest.
2Cor.5: 17; Tit.3: 5; 1Petr.1: 3; 1John.2: 29; 3: 9; 4: 7; 5: 1-4, 18).
Johannes 1: 12, 13 geeft tevens aan dat “opnieuw geboren worden”
met zich meebrengt “kinderen van God te worden” door vertrouwen te hebben
in de Naam van Jezus Christus.

De Apostel Paulus zegt waarom het vereist is
dat een persoon opnieuw geboren wordt:
Ook u bent door Hem tot leven geroepen;
u, die eigenlijk al dood was, omdat u niet leefde zoals God het wilde
“.
Eph.2: 1
Alle mensen hebben gezondigd en missen daardoor Gods nabijheid“.
Rom.3: 23
Dus, een persoon dient opnieuw geboren te worden opdat zijn zonden
[alles wat hij doet, zonder met God rekening te houden] vergeven zijn en
om daarmee een persoonlijke relatie met God op te bouwen.
Door Zijn genade bent u gered; doordat u in Hem ging geloven.
Dat is niet uw eigen verdienste, maar een geschenk van God.
Niemand zal zich erop kunnen beroemen het
zelf gepresteerd te hebben
“.
Eph.2: 8,9
Als iemand “gered” is, is hij/zij opnieuw geboren, geestelijk vernieuwd en is daardoor een kind van God geworden door een nieuwe geboorte.
Vertrouwend op het Woord, Jezus Christus, Die
Ene Die de boete betaald heeft voor onze zonde toen
Hij stierf aan het levendmakend Kruis.
Wanneer u Christen wordt, wordt u van binnen helemaal nieuw.
U bent als het ware opnieuw door God geschapen
“.
2Cor.5: 17a

Wanneer je nooit eens vertrouwen hebt gesteld in Jezus Christus als jouw Verlosser,
zul jij er dan bij stil staan om Gods Wil te doen wanneer de Heilige Geest tot jouw hart spreekt?
Je dient eerst opnieuw geboren worden.
Ga je vanzelf een gebed van berouw [Psalm 50] bidden zoals koning David en
wordt jij van de ene dag op de andere een nieuwe schepping in Christus?
Maar allen die Hem wel aanvaard hebben,
heeft Hij het recht gegeven kinderen van God te worden.
Door geloof in Zijn naam worden zij opnieuw geboren,
natuurlijk niet als mens, maar geestelijk uit God
“.
John.1: 12-13

Wanneer je Jezus Christus als jouw Verlosser wilt aanvaarden en
opnieuw geboren wilt worden, is
hier een voorbeeld van een gebed dat
je kunt bidden. Onthoud, het opzeggen van dit gebed of elk ander gebed alleen je niet zal redden. Het is alleen het vertrouwen in Christus Die je kan redden van jouw zonde.
Dit gebed is gewoon een manier om aan God jouw persoonlijk vertrouwen in Hem te uiten en Hem te bedanken dat Hij gezorgd heeft voor jouw verlossing.
Heer, Jezus Christus,
Zoon van God,
ontferm U over mij zondaar en
redt mij
“.

 

Orthodoxie & bekeert u, want de dag des Heren komt

Willens en wetens ontgaat het
velen van ons in deze tijd, dat
door het Woord van God uit de hemelen
van de beginne af aan
van Zich heeft doen spreken;
dat de aarde, die vanuit de Wil van God is ontstaan en door een toenmalige watersnood werd verzwolgen.
De hemel en aarde zijn vandaag de dag door
hetzelfde Woord als een Heerlijkheid ontstaan. Zij worden als voor vuur bewaard tot de dag van het oordeel,
behoed tegen de ondergang van goddeloze mensen.
Het mag ons daarom niet ontgaan dat maar één dag bij de Heer
is als duizend jaar en duizend jaar als een dag.
Christus, onze God treuzelt niet met Zijn belofte,
al zijn er mensen, die het idee hebben
dat het onze tijd wel zal duren.
Hij is echter lankmoedig jegens allen,
omdat Hij niet wil, dat sommigen verloren gaan,
maar dat allen tot bekering komen.
cf. 2Petr.3: 5-9

Wij leven in de eindtijd, alles wat er om ons heen gebeurd wijst hier op.
De Apostel Paulus zegt dat we heel goed weten dat
de dag van het oordeel komt als een dief in de nacht [1Thess 5: 2].
Meteen daarop wordt vermeld dat degenen die zich met Hem hebben bekleed, zij die niet in duisternis leven, maar leven als kinderen van het Licht,
niet door die dag zullen worden overvallen.
Dit is niet om ons bang te maken, maar ons te wijzen op de verplichting te
trachten als een volmaakt mens te leven.
Houdt onafgebroken voor ogen, hoe gij het leven onschuldig als een kind ontvangen hebt en
bewaar datgene wat gij in uw ontmoeting met de Heer hebt ontvangen.
Indien je dit alles ondanks Zijn aandringen blijft verwerpen, niet wakker wordt,
dan zal Hij komen als een dief, en zal je niet weten, op welk uur Hij je komt overvallen.
cf. Opb.3:3
Er zullen dus op het einde der tijden voldoende aanwijzingen zijn, waaraan
wij ontegenzeglijk kunnen weten, dat de Wederkomst nabij is.
Zou immers een liefhebbende hemelse Vader een einde aan onze wereld willen maken,
zonder ons eerst op de hoogte te stellen en ons te waarschuwen?

De Blijde Boodschap beschrijft de toestand in de wereld
vlak voor de wederkomst van Jezus.
Er is geschreven over de mensen die
door roof en afpersing grote rijkdommen hebben vergaard.
De wereld is vol onrust door machtslust en oorlogsgeest.
Maar niet iedereen heeft de kant van de vijand tegen God gekozen.
Er zijn enkelen die gehoorzaam blijven aan God.
Hier blijkt de volharding der heiligen, die
de geboden Gods en het geloof in Jezus hebben bewaard,
zalig zijn de gestorvenen, die voor de eeuwigheid
in de Heer worden geboren
“.
cf. Opb.14: 12,13

Zie, Ik zend u de profeet Elia, voordat
de grote en geduchte dag des Heren komt.
Hij zal het hart der vaderen terugvoeren tot de kinderen en
het hart der kinderen tot hun vaderen,
opdat Ik niet kom en het land zal treffen met de ban
“.
Maleachi 4: 5,6
Johannes de Doper roept ons eveneens in die geest en kracht van Elia op. Maar de geduchte dag des Heren ligt
nog in de toekomst.
De “Elia boodschap” zal opnieuw uitgaan om een volk
op die grote gebeurtenis voor te bereiden.
Iedereen die de krant leest, of het nieuws op een andere manier volgt, wordt regelmatig geconfronteerd met de toestand in de wereld en het ontbreken van een menselijk antwoord daarop. Het antwoord komt rechtstreeks van God; via de
Blijde Boodschap doet Hij in de eerste plaats een beroep op ons geloof.
Er wordt een overvloed aan bewijzen gegeven dat Gods oproep betrouwbaar is.
Wij worden onophoudelijk uitgenodigd ons aan een onderzoek te onderwerpen.
Het middel hiertoe is een studie van de profetieën, die al in vervulling zijn gegaan.
En wij achten het profetische woord [daarom] gegrond en
jullie doen er goed aan er acht op te slaan als
op een lamp, die schijnt in een duistere plaats,
totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart“.
2Petr.1: 19
De Bijbelse profetieën zijn ons overgeleverd om alle twijfel op te heffen.
Wij dienen ze echter te onderzoeken en met de huidige geschiedenis te vergelijken.
Onze tegenwoordige wereld is een weergave van het karakter van de tegenstrever,
de Groot-bedrieger. De mens heeft zichzelf overgeleverd aan genot en hebzucht,
die hem daarmee onophoudelijk verleiden.
Het mensen geslacht gaat hierdoor gebukt onder haar duivelse juk. Geld en Macht
hebben de plaats ingenomen voor zorg en menswaardige omgang met elkaar.
Weet echter dat we niet aan ons lot worden overgelaten.
Als geheel God en geheel mens werd ook Hij
niet geplaatst voor iets wat Hij niet voorzien had.
Een Goddelijk plan, dat van het begin af aan gegrondvest is
op liefde en zelfopoffering.
Ditzelfde fundament ligt voor iedere mens klaar, liefde en zelfopoffering [als groot en heilig Kruis] ligt klaar om ruimte te geven aan een Opstanding.
De goed geschapen wereld zal weer door God in een Paradijs worden omgevormd en
alle sporen van macht en zelfzucht zullen verdwijnen als sneeuw voor de zon.
God wil de wereld niet onkundig laten
over de dag van Zijn oordeel.
Er staan immers voor iedere van ons grote belangen op het spel, het is wel een beetje groter
dan een landelijke overheid die met een na-heffing komt.
Zijn aangekondigde oordeel zal plaats vinden in het hemelse Koninkrijk.
Ons van Gods wege gegeven leven zal
in Zijn ontzagwekkende tegenwoordigheid worden geoordeeld.
Nu al dienen wij ons dagelijks voor te bereiden op die gebeurtenis.
Wij weten dat een gezond lichaam bijdraagt tot het geluk en welzijn van eenieder.
Geestelijke gezondheid dient zoveel mogelijk samen te gaan met lichamelijk welzijn.
Wij kunnen het geestelijk leven niet scheiden van de gewoonten van het gewone dagelijkse leven. Het oorspronkelijke Christendom en de verspreiding ervan over de gehele aarde
was niet beperkt tot slechts een volk.
De invloed van het Christelijk Geloof strekte zich over vele volken uit en
haar effect wordt tot aan het uiterste einde van de aarde ervaren.

In onze omstreken
Omstreeks het jaar 400 drongen de Hunnen Europa binnen.
Veel stammen trokken daardoor naar andere streken, zodat er
een grote volksverhuizing plaats vond,
het Romeinse wereldrijk was ten onder gegaan.
In ons land kwamen andere stammen wonen;
zo vinden we omstreeks 400 in ons land de Friezen, Franken en Saksen.
Ook in onze tijd zien we een grote volksverhuizing plaats vinden en
de westerse wereld zal hier opnieuw een grote invloed van ondervinden.
Die invloed stelt ons opnieuw voor de keuze, de weg van aandacht voor elkaar,
voor zorg en respect of ons laten beheersen door economische motieven en
onze eigen geneugten.

In bijgaand afbeelding –
een prachtige kistje uit de 14e eeuw
waarin kostbare relieken werden bewaard.
Relieken zijn overblijfselen en getuigen van diegenen; die ons land hebben gekerstend [het Christendom hebben gebracht].
Zij kwamen getuigen van bovenstaande heilsboodschap en worden tot op de dag van vandaag hierom geëerd.
Mattheüs geeft in zijn evangelie impliciete aanwijzingen dat Johannes de doper niemand anders is dan de wedergekomen Elia, die aan de grote en geduchte dag des Heren voorafging.
Profeten bevinden zich in de woestijn; ze dragen allebei kameelharen kleding met een lederen gordel en voeden zich met sprinkhanen en wilde honing.
Sinds de dagen van Johannes de Doper tot nu toe
breekt het Koninkrijk der hemelen zich baan met geweld en
geweldenaars grijpen ernaar.
Want al de profeten en de wet hebben geprofeteerd tot Johannes toe; en
indien gij het wilt aanvaarden: Hij is Elia, die komen zou.
Wie oren heeft, die hore!“.
Matth.11: 12-15

In het zuiden van ons land waren deze getuigen o.a.
H. Eligius, H. Amandus, H. Lambertus, en H. Hubertus.
Verder H. Ludger, H. Willibrord, de apostel van de Friezen; de H. Bonifatius de apostel van de Duitsers en de H. Willibrord was de eerste bisschop van Trajectum [Utrecht].
De geboorte van de Zoon van God in het vlees welke we met Kerst opnieuw gaan vieren bracht langzaam maar zeker een grote verandering teweeg – ook in onze gewesten.

Orthodoxie, oorspronkelijke Christelijke levensbeschouwing

God is dood!‘,
word mij regelmatig op luide toon duidelijk gemaakt.
Hierbij wordt de Engelse realist Thomas Hobbes [1588-1679] geciteerd, die al eeuwen vòòr Friedrich Nieztsche deze befaamde uitspraak deed.
De meerderheid heeft dan niet in de gaten dat zij helemaal niet-zo-modern zijn en dat de meeste van hen niet stil staat bij wat zij in werkelijkheid zeggen.
Het is het zelfde als wanneer je verkondigt ‘ik besta niet’
want ìk ben nu eenmaal anders dan alle andere wezens.
De uitspraak roept weerstand en aandacht op en
dat is waar dit soort personen veelal op uit zijn.
Net zoals ‘ik zou best lid willen worden van de Kerk
maar dan moet die kerk wel eerst veranderen;
ik heb al zoveel verkeerde voorgangers meegemaakt’.
Net of extreem afwijkend gedrag van enkelingen zou kunnen bepalen
wat de overgrote werkzaamheid van de Kerk inhoudt.

Luisteren  naar uitspraken over
de dood van een God, Die in mijn ogen
toch echt springlevend is;
luisteren naar degenen die niet beseffen dat er anno nu mensen zijn,
jongeren en ouderen die met geheel hun hart in die zgn. ‘dode’ God geloven.
Met mijn Christenbroeders ben ik niet alleen een kind van een andere wereld,
maar ook van een geheel andere tijd.
Toch zien wij een nieuwe generatie opkomen die niet zozeer een hang hebben naar georganiseerde religie
– zij zijn immers wars van iedere vorm van gezag en organisatie –
als wel naar spiritualiteit, bezinning, meditatie en gebed.
Deze ontwikkeling mag als een ontmoeting in de woestijn zijn
hetgeen blijkt uit de populariteit van yoga, zingeving en semi-spiritualiteit en
de nieuwe trend van theologen als coaches van de ziel in het bedrijfsleven.
In deze onzekere tijd van meervoudige crisissen [economisch, sociaal, milieu en  politiek] is er als vanzelfsprekend behoefte aan Spiritualiteit ontstaan.
De nieuwe generatie kent de haat niet waarmee onze [groot]ouders
ooit de Kerk hebben verlaten. Zij zijn in het ergste geval weinig geïnformeerd, onverschillig,
maar veelal wel geïnteresseerd en tonen meer respect dan
degenen die op luide toon ’God is dood’ verkondigen.
Uiteraard is de Kerk niet altijd even trots op wat er in haar naam is gebeurd,
maar is het leven ook voor de Kerk een voortdurend proces van mensen [zondaars]
die met vallen en opstaan de gemeenschap van Heiligen volgen,
die op hun beurt weer de weg van Christus [=God] nastreven.
Het idee dat een Christen een heilig boontje is
dient maar eens uit de wereld te worden geholpen, het is nu eenmaal zo wie als mens leeft, kan onmogelijk leven zónder te zondigen.
Het begrip zonde is al datgene wat wij doen en laten, zonder God en het goddelijk welbevinden steeds voor ogen te houden en te behoeden;
de schoonheid van de schepping.
Wat er ook gebeuren zal, we voelen ons als Christenen gedragen door de wijde vleugels van Gods liefde [Psalm 90];
Hij is er immer nu en altijd.

Mahatma Gandhi [1869-1948] is een bekend leider van de toenmalige Indiase onafhankelijkheidsbeweging, die zichzelf een man van God noemde.
Het boek ‘De weg naar God’ [ISBN 9789069638829] toont zijn blijvende invloed als spiritueel leider van wie de ideeën  inzicht en troost bieden aan  zoekers van elke geloofsstroming.
Gandhi heeft boute uitspraken gedaan over Christenen: ‘ik ben er nog nooit eentje tegengekomen’,
of ook: ‘de bijbel is als dynamiet, maar jullie praten erover alsof het een stuk literatuur is’.
De mens, ook Christenen  hebben vaak het idee de gehele wereld in hun zak te hebben.
De mens is trots op kennis en prestaties, daarbij wordt God en overeenkomstig Zijn opdracht leven vaak uit het oog verloren, terwijl
Hij het juist is, die wereld op de achtergrond leidt.
Neem nu het weer, als er één gebied is wat de mens niet kan controleren dan is dat het weer. God schiep licht en het ontbreken van licht, de duisternis, Hij schiep aarde en water, bergen en dalen, maar ook het weer.
Om te voorkomen dat we Hem zouden vergeten, heeft Hij alles om ons heen geschapen als een mechanisme
om aan Hem herinnerd te worden.
Zo heb je weer en niet-weer, hetgeen we onweer noemen. Onweer doet ons realiseren dat we ons leven nu eens niet onder controle hebben; we bestaan alleen omdat God dit wil.
Ook toen de Thora [de wet des levens] op de berg Sinaï werd geopenbaard
ging dit gepaard met onweer.
Met andere woorden komen we in een crisis [of vele crisissen tegelijk] dan overvalt ons terecht een bezinning op onze levenshouding [waar ben ik in Godsnaam mee bezig].
Oók wanneer, via die Thora [de instructie], de weg omhoog  [de berg Sinaï] wordt geopenbaard dan gaat dit gepaard met onweer [met crisis].
Je weet niet wat je overkomt, het plenst van de lucht en de bliksem daalt links en rechts naast je neer, je wordt overvallen door een gevoel van onmacht.
Na openbaring van Zijn instructies blijkt God afwezig.
Alleen door Gods afwezig zijn kunnen we tot leven komen, is Hij ons nabij.
Hij geeft ons vrijheid van keuze, door Zijn instructie na te leven kunnen we
geestelijk leven en vinden, komen we tot God. We leren dat heelal en alles wat om ons heen draait vanuit Zijn perspectief dient te worden gezien; onze werkelijkheid wordt een Goddelijke werkelijkheid.
Door onze wereld tot Zijn Wereld te maken openen wij de oorspronkelijke link met Hem;
erkennen we dat wij naar Zijn beeld en gelijkenis zijn geschapen.

Wanneer je ervoor kiest als Christen te leven,
zul je God [= Christus] ervaren als ‘de goede herder‘.
Christus werd al voor Zijn komst vergeleken met
een herder, die Zijn schapen goed verzorgt.
Als herder leidt Hij ons naar veilige weiden,
waar wij in vrede kunnen leven,
wetende dat we worden verzorgd.

Dit is hoe Christus ons in dit leven wil begeleiden:
in herderlijke liefde, zorg en wijsheid.
Wanneer je ervoor kiest in vrijheid te leven en
je onderwerpt aan Zijn autoriteit,
zal Hij je begeleiden op de weg van vreugde
Christus is niet een dominant heerser,
een despoot die erop uit is om jou te manipuleren.
Hij dwingt je niet – hij nodigt je uit.
Hij is rijk aan liefde;
Hij beschermt je en staat je bij,
als een goede herder [cf. Psalm 22].

Orthodoxie: de weg, de waarheid en het leven

Wat komt er veel ellende en verdriet op onze wereld voor.
Wat een wonder dat God ons ondanks dat
nog zoveel zegeningen geeft.
Werk, een huis, voldoende eten en kleding.
Hopelijk een gelukkige relatie.
Zo veel mensen werken harder dan ons,
maar verdienen misschien maar één euro per dag.

In het begin [in principe] schiep God hemel en aarde.
Hij zei van zijn schepping dat het ‘zeer goed was’, volmaakt dus!
Adam en Eva konden geen zonden doen.
Ze mochten van alle bomen eten.
Eén ding had God verboden:
Eet niet van de boom van ‘kennis van goed en kwaad‘.
God had van ons geen gevoelloze machines gemaakt,
maar mensen die Hem zouden dienen,
gehoorzamen en liefhebben.

Maar Adam en Eva kozen ervoor om toch te zondigen.
Ze gingen hun eigen weg en aten van de boom van kennis van goed en van kwaad.
Daarmee werd de schepping en de mensheid verdorven.
Daardoor hebben we het eeuwige leven verloren en
verdienen we na dit leven een furieuze bestraffing.
Wij zijn vandaag de dag niet beter en hebben ook
al zo vaak ervoor gekozen om te zondigen.
Gelukkig bedacht God een reddingsplan.
Hij beloofde Zijn Zoon Jezus Christus,
als Verlosser naar deze wereld te sturen.
Wie wil, kan vergeving ontvangen en behouden worden.

 

 

Crisis als aanwijzing
Crisis kan ook gezien worden als een aanwijzing.
Misschien was je een keer onrustig door een ernstig nieuwsbericht.
God fluistert dan als het ware in je oor:
> Kijk eens hoe anderen vóór jou hiermee zijn omgegaan.
Misschien ben je een keer geschrokken
toen je in het verkeer bijna een ongeluk meemaakte.
God laat je dan overduidelijk weten:
> Bekeer je en verander je leven!
Misschien is een geliefde overleden en begraven.
Je beseft een dag lang dat ook jouw leven een keer eindigt.
God roept dan door Zijn megafoon:
> Hoe kan Ik je in je eenzaamheid te hulp komen
voor het ook voor jouw te laat is!

Maar ook andere betekenissen zijn mogelijk.
God kan je door een crisis beproeven,
om bijvoorbeeld te kijken wat je reactie is.
Een voorbeeld hiervan is de berg in „het land Moria”,
ongetwijfeld een eenzame plek,
waar Abraham op Gods bevel Isaäk poogde te offeren,
de Berg Moria is volgens een oude joodse overlevering
de plaats waar de tempel gebouwd werd [2Cron.3: 1].
Er kan besef ontstaan dat je afhankelijk bent [van God].
Je leert de ongeduldige en vervelende kant van jezelf kennen.

Eén voor allen
Hoe is de mens dan hoewel hij volmaakt geschapen is – zo afgedwaald.
Zoals door een mens
[Adam, die kennis van goed en kwaad nastreefde, als God wilde zijn]
de zonde de wereld is binnengekomen en
door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan,
omdat allen gezondigd hebben;
want reeds voor de wet was er zonde in de wereld.
Maar zonde wordt niet toegerekend, als er geen wet is.
Toch heeft de dood als koning geheerst van Adam tot Mozes,
ook over hen, die niet gezondigd hadden op een gelijke wijze als Adam overtrad,
die een beeld is van de komende
“.
Rom.5: 12-14
Geloven begint met Metanoia, een omkering in je leven.
Metanoia, ook wel ontwaken of bevrijding genoemd,
houdt in dat ‘ik’ noch mijn lichaam ben, noch geest
[het complex van denken, voelen en verlangen],
maar het Bewustzijn waarin alles verschijnt.
Het is een nieuw, gerealiseerd, perspectief.
Metanoia is de innerlijke revolutie
die een mens kan doen realiseren dat hij helemaal niet in bewustzijn hoeft te groeien,
maar dat hij Bewustzijn is, namelijk ‘Dat’ wat ooit geboren is nooit zal sterven.

Je gaat leren wat de volgende drie begrippen voor jouw betekenen:
Crisis, bevrijding en leven.
Deze begrippen blijven zich een levenslang herhalen en
worden steeds dieper en worden steeds opnieuw ingezien.

Crisis
Er komt een moment in je leven dat je in gaat zien dat
dit aardse leven een keer voorbij gaat.
→ Crisis komt van het Griekse woord Κρίσης  wat ‘onderscheid, beslissing’ betekent,
dat weer behoort bij het werkwoord κρινειν ‘berechten, onderscheiden, beslissen’
[waaruit ook → criterium, → kritiek, → hypocriet voortkomt],
dat Indo-Europees verwant is met het bijvoeglijk naamwoord → rein
Na dit leven zul je voor God dienen te verschijnen en  verantwoording dienen af te leggen over je doen en laten gedurende dit leven.
Dan blijkt dat geen enkel mens zonder zonde is.
Eerbiedwaardig leven betekent niet alleen goed leven.
Achtenswaardig leven is ook erkennen dat God bestaat en
leven zoals Hij ons heeft opgedragen.
We behoren allemaal tot het zondige mensengeslacht en
stapelen zonde op zonde.
We hebben de Heer,onze  God en Vader niet gediend zoals Hij dat van ons verlangd heeft.
We schieten te kort om Hem te eren en te prijzen met heel ons hart en verstand.
De Heer God heeft ons opgedragen dat
we Hem ‘boven alles’ liefhebben en
onze naaste [inclusief onze vijanden] liefhebben als onszelf.

Bevrijding
Wordt je niet waardig genoeg geacht om verantwoording te kunnen afleggen?
Ben je niet heilig genoeg om in het hemels Koninkrijk opgenomen te worden?
Er is maar één manier om met God verzoend te worden.
Eén manier om vergeving van je onvolkomenheid en zonde te ontvangen.
Eén manier die God zelf mogelijk heeft gemaakt.

In de Blijde Boodschap staat:
Vraagt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden;
klopt en u zal opengedaan worden.
Want een ieder, die vraagt, ontvangt en wie zoekt, vindt en
wie klopt, hem zal opengedaan worden
“.
Luc.11: 9,10
Zoeken is om je heen kijken, in beweging komen [actie],
lezen wat anderen in dit soort situaties hebben ondervonden.
Kloppen is bidden. Bidden of God je de juiste weg en de route daar naar toe wil wijzen.
Als God je de ogen opent [de genade verleent] voor Zijn weg dan leer je dat Christus gekruisigd, gestorven en opgestaan is opdat wij zouden opstaan en leven.
Op die manier baande Jezus één weg welke tot God leidt.
De Bijbel nodigt iedereen uit om Christus en in Zijn leer te volgen. Om dààr je vertrouwen op te stellen.
Lees de geschiedenis in de Blijde Boodschap
over de gevangenisbewaker:
Wat moet ik doen om zalig te worden?“.
De apostel Paulus zei toen:
Geloof in de Heer Jezus Christus en u zult zalig worden“.
Hand.16: 30-31
Heel concreet eigenlijk.
Maar misschien biedt dit toch nog te weinig houvast.
Je kunt dan deze wereldliteratuur verder onderzoeken op dit onderwerp en
aan de hand van uitleg van de [vroegchristelijke] Kerk, met name de kerkvaders
je hier verder in verdiepen.

Leven
Wanneer je tot het inzicht komt dat je menselijke tekortkomingen vergeven zijn
doordat je weet dat Jezus ook voor jou mens geworden is, gekruisigd en begraven,
waarna Hij uit de doden is opgestaan,
dan krijg je daarbij het eeuwige leven bij God in de hemel.
Dan wil je toch uit liefde en dankbaarheid je leven richten op God.
Meer leren over wat God in dit Heilig Boek ons geopenbaard heeft.
Dan wil je toch ook leren om beter in te zien, te geloven,
zeker te weten en vast te vertrouwen wat je allemaal wel niet vergeven is.
Wanneer je je in zondebesef gaat verdiepen, dan heb je Jezus Christus
steeds meer nodig als je persoonlijke Verlosser.
Je kunt meer over Hem lezen in de Blijde Boodschap.
Je geloof kan zich daardoor verdiepen en verstevigen.
Dankbaarheid kan zich ook op andere manieren uiten.
Je gaat proberen om je leven zo in te richten zoals
de Schepper dat van je verlangt.
Je gaat proberen om God zo lief te hebben
dat je als vanzelf Zijn geboden onderhoudt.
Het eerste, hoofdgebod is daarom:
U zult God liefhebben boven alles en uw naaste als uzelf.
En wat misschien nog wel het mooiste is: Je krijgt uitzicht!
Je hoeft niet in onzekerheid te leven hoe het jou na dit leven allemaal zal vergaan.
Je hoeft niet bang te zijn dat je in het afvalputje [de seoul als voorbode van de hel] komt.
Je mag weten dat je een feest in Gods Koninkrijk wacht,
bij God, jouw schepper en verlosser.
Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart
is opgekomen, al wat God heeft bereid voor degenen, die Hem liefhebben.
Want ons heeft God het geopenbaard door de Geest.
Want de Geest doorzoekt alle dingen, zelfs de diepten Gods
“.
1Cor.2: 6-10

“Houdt in alles de Dood voor ogen”

 

De heilige Antonius zei tegen zijn leerlingen:
Om te voorkomen jezelf te verwaarlozen en
de beoefening van de Christelijke deugden uit de weg te gaan, is het goed om vóór alles  de apostolische les te bestuderen:
Houd allen je sterfdag voor ogen“.
1Cor.15: 31
Want zo we met de dood voor ogen iedere dag beginnen, zullen we beslist niet in zonde vervallen.

Wat er hiermee bedoelt wordt is dit:
Wanneer je iedere ochtend wakker wordt in het besef dat je niet lang meer te leven hebt.
En wanneer we in slaap vallen het idee hebben nooit meer te zullen opstaan​,
staat ons op een natuurlijke wijze voor ogen dat de duur van ons leven dagelijks wordt bepaald door de Goddelijke voorzienigheid.

Dus als we op deze manier onze innerlijke positie vastleggen, zullen  we niet langer tot zonde vervallen,
noch zullen we enige behoefte hebben een ander kwaad te bejegenen
of nog langer kwaad op iemand te zijn,
noch zullen we er nog langer verlangen
nog meer schatten der aarde te bijeen te vergaren,
we hebben immers wel ‘iets beters’ te doen.

Maar, in de verwachting dat de dood op ieder moment van de dag op de loer ligt,
zullen we minvermogend worden en zullen we al wat wij bezitten aan iedereen weggeven.
We zullen evenmin naar man noch vrouw hunkeren of  enig andere onfatsoenlijke genot nastreven, welk enkel ijdelheid inhoudt, en zullen we net als zieken, onophoudelijk met de verschrikkelijke lijdensweg voor onze ogen
de verkrijging van Gods liefde nastreven.
Heer, Jezus Christus, Zoon van God,
heb medelijden met ons en
redt mij van deze vervallen wereld“.

De dag des oordeels en het grote onbehagen voor de verschijning van de Rechterstoel
en het verlost zijn van dit tranendal en
de zoetheid van het plezier
wanneer voor ons allen de wederopstanding van
het gestorven lichaam en ziel aanbreekt.
uit: “Evergetinos, citaten over berouw“.

Misschien komt het wel door mijn leeftijd, maar ik ervaar dat links en rechts mensen uit mijn kennissenkring wegvallen en geboren worden voor de eeuwigheid.
Dan wordt je duidelijk dat er voor alles wat gebeurt er
een uur is, een tijd voor alles wat er is onder de hemel.
Er is een tijd om vader, moeder, grootvader en grootmoeder te worden, maar er is ook een tijd om te sterven, om
datgene wat je geplant heb te rooien.
Al wat bloeit gaat een keer dood.
Er is tijd die je zo tussen je vingers weg laat glijden
en een tijd om dingen op te bouwen en weer af te breken,
Er is een tijd om te huilen en een tijd om te lachen,
een tijd om te rouwen en een tijd om te dansen.

Aan de uitdrukking ijdelheid der ijdelheden ligt ten grondslag de waarschuwing “Memento Mori” [gedenk het sterven], soms gevolgd door het najagen van wind,
dat alles slechts schone schijn is, zonder zin en inhoud.
Het wordt vaak uitgesproken als een serieus of ironisch commentaar op
ijverige inspanningen om bezit of roem te verwerven;
[ironisch] het toppunt van ijdelheid of overdreven aandacht of waardering voor
het eigen uiterlijk of de eigen persoon.
Deze zedenles ‘leegte’ en ‘zinloosheid’ van alles luidt in de woorden van de vertaling van de Staten Generaal der Nederlanden [1637], [welke werd ondersteund door monniken van de Athos, Griekenland]
moraliserend in de marge:
‘dat Koning Salomon [die gezien wordt als de auteur] te kennen geeft,
dat alle aerdsche dingen ons niet en konnen helpen om tot de ware gelucksalicheyt te komen’
.

Toch is juist deze oudtestamentische koning die ons de spiegel voorhoud van het vergankelijke van al het tijdelijke.
Salomon had van de Heer een wijs hart gekregen en daarnaast een enorme rijkdom.
Toch zegt hij als het ware, wie zijn hart en nieren zet op rijkdom is een dwaas.
We mogen genieten van dat wat God ons gegeven heeft en tegelijk
dienen wij dit bezitten als niet bezittende.
Alles wat wij hier zien is vergankelijk en
zal straks achtergelaten moeten worden.

Of we nu jong zijn of oud, laten wij onze Schepper voor ogen houden.
Tijdens onze jeugd komt er zoveel op ons af,
de wereld trekt, er moeten keuzes gemaakt worden.
Keuzes die soms zo diep ingrijpend zijn,
denk aan studie richting, vriendschappen aangaan, voortzetten of verbreken.
Wel of niet meedoen met dat waar vrienden aan meedoen.
Zijn wij onszelf of doen wij ons anders voor.

Hoe vaak is het niet zo, dat zij die in de jeugd de een of andere zonde gediend hebben,
op de oud dag, wanneer de zwakheden en de tegenslagen zich vermeerderen, geen enkele zin meer hebben om
God te zoeken.
De teleurstellingen van het leven en de sleur van alle dag
heeft zoveel mensen in de kracht van hun leven,
gevormd tot een schepsel dat geheel ‘los’ is van God.
Wat is het ellendig om deze mensen te zien te midden van hun aards geluk,
ze zijn zo onbereikbaar voor de boodschap van Gods genade.
Ze hebben zo vaak het geluk hier op aarde gevonden
zonder dat zij inzien dat dit alles niets anders is dan
ijdelheid der ijdelheden.
Straks, in het uur van de dood, zullen zij alles achter zich moeten laten.
Hoe is het in uw leven?
Heeft u het geluk gevonden?
Bedenk toch dat uw geld en al uw aardse bezittingen
straks helemaal niets meer waard zullen zijn.
Waar zijn de tuinen van Salomon,
waar is zijn heerlijke paleis en zijn schitterende paarden,
waar is al het fonkelende goud en zijn kostbare parels?
Toch heeft hij iets heel waardevols achter gelaten.
Het zijn de woorden die hij geschreven heeft,
waar wij tot op vandaag de zegen van mogen ervaren.
Salomon sloot het boek Prediker af met de woorden;
Vrees God en onderhoud Zijn geboden,
want dit geldt voor alle mensen;
want God zal elke daad doen komen
in het gericht over al het verborgene,
hetzij goed, hetzij kwaad
“.
Pred. 12: 13,14

nuttig verdriet of spijt van zonden
Er is een nuttige treurnis en
destructieve spijt van zonden.

Verdriet is nuttig wanneer we onze zonden betreuren
en wanneer we onze naasten uit onwetendheid benadeeld hebben en ons doel van werkelijke goedheid gemist hebben;
dit zijn de reële vorm van verdriet.

Onze tegenstrever, onze vijand voegt er echter iets aan toe.
Want hij zadelt ons op met verdriet zonder geestelijk inzicht,
welke wel lethargie [gevoelloosheid of onverschilligheid] wordt genoemd.
Deze vorm van verdriet dienen we altijd te verdrijven
met gebeden en Psalmen“.
Amma Syncletica van Alexandrië

Zondag, de dag van de Heer

De Goddelijke Liturgie
begint bij de aanvang van de ene eredienst en
eindigt bij het begin van de volgende [dienst].
met andere woorden is
een onafgebroken dienst aan God.

De sabbat
Toen God de Hebreeën in het vierde gebod van de Tien Geboden het
Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt” voorschreef
gaf Hij ook de reden hiertoe aan:
Want in zes dagen heeft de Heer hemel en aarde gemaakt,
de zee, en alles wat zich erin bevindt en
Hij rustte op de zevende dag.
Daarom zegende de Heer de sabbatdag en heiligde die
“.
Ex.20: 8,11; cf. Gen.2: 1-3

De Profeet Mozes bewerkt de Tien Geboden in Deuteronomium 5 en
hij voegde er nog een andere reden aan toe:
Vergeet niet, dat je een dienaar bent in
het land van Egypte, en
de Heer, uw God,
zal u van daar door een sterke hand en
een uitgestrekte arm wegleiden;

Daarom heeft, de Heer, uw God, bevolen om de sabbatdag te bewaken en te heiligen“.
Deut.5: 15

De Hebreeën werden opgeroepen om zich van werken “te onthouden” [Ex.20: 8],
en haar “behoeden” – in acht nemen [Lev.19: 3, 30], en
de sabbat te “heiligen” ofwel te “zegenen” [Jer.17: 19-27; Ez.20: 19,20; Neh.13: 15-22]
door te rusten van bijna elk soort werk.
God verwachtte deze wekelijkse heiliging van de tijd om hen Zijn geweldig scheppingswerk en haar wonderbaarlijke verlossing uit Egypte te doen overwegen.
Deze omschrijving van de sabbatviering betekende voor de gelovigen een van de belangrijkste manieren waarop God de mensen opdracht gaf
de verbintenis met Hem te versterken.
Ex.31: 12-17 [zie Lev.24: 8]
Oorspronkelijk werd het houden van een gezamenlijke eredienst
niet gekoppeld aan de sabbat; echter waarschijnlijk is met de ontwikkeling van de synagoge tijdens de ballingschap in Babylon [6e eeuw vóór Christus],
de sabbat de samenkomst dag als viering in de synagoge geworden,
zoals het heden te dage voor Joden nog steeds geldt.

Zondag, dag van aanbidding
In het vroege christendom bleven de Joodse christenen de Sabbat in acht te nemen en hielden hun diensten op de sabbat [Hand.13: 13-15, 42-44, 18: 1-4].
Maar ze ontmoette elkaar ook voor de viering van de Goddelijke Liturgie op zondag [Hand.20: 7; 1Cor.16: 1-2],
welke “de dag des Heren” werd genoemd [Openb.1: 10],
omdat Jezus op een zondag is opgestaan.
De Heilige Ignatius van Antiochië bevestigt [± 107 na Christus] dat de zondag
de belangrijkste dag van aanbidding voor de vroege kerk was:
Ze hebben de sabbat losgelaten en
stellen daar nu de dag des Heren voor in de plaats
– de Dag, waarop het leven voor ons het eerst aanvangen,
dankzij Zijn Opstanding uit de doden“.

De Heilige Constantijn de Grote respecteerde als eerste Christelijke keizer deze gewoonte en gaf in 321 opdracht Christus Opstanding elke zondag te vieren,
waarmee elke zondag een heilige dag
zou worden.
Orthodoxe Christenen beschouwen
de zaterdag nog steeds als de sabbat,
de dag waarop de Kerk al
de martelaren en gestorvenen gedenkt,
omdat Christus op Grote en Stille Zaterdag in het graf rustte.

Zondag, de achtste dag
Naarmate de dag nà de zevende dag [toen God na Zijn zes dagen van de Schepping uitrustte] en de dag van Christus als Opstandingsdag werd gezien
werd op een mystieke wijze onder christenen de zondag als de “Achtste Dag” beschouwd.
Het was immers de dag  die “buiten de natuur en de tijd” stond [MaxCon],
het begin van een totaal andere wereld” [Barn].
Of je het nu die bepaalde dag,
of dat je het ook als de eeuwigheid kunt benoemen,
je duidt hetzelfde idee aan“[Basilius de Grote].

Heel toepasselijk, in de week na het Pascha [Pasen], de Lichte Week genoemd,
en viert de Kerk gedurende acht dagen het Pascha, net alsof het een doorlopende dag zou zijn.
Overeenkomstig de traditie krijgen baby’s op de achtste dag na de geboorte hun naam.
En werden vroegchristelijke doopkapellen met acht zijden gebouwd,
Omdat ze voor ogen hadden dat de nieuw gedoopte het rijk van de achtste dag betrad,
de dag van de eeuwige rust in het ‘hemelse Koninkrijk’ welke
Christus ons in het vooruitzicht heeft gesteld.
Hebr.4: 1-11

Liturgisch gezien begint de zondag met de eerste Vespers van de zondag
namelijk op zaterdagavond en eindigt de zondag met de 2e Vespers op Zondag.
Vanaf het Vaticaans Concilie is dit voor de rooms-katholieke kerk de voornaamste reden geweest om de zondagse eucharistieviering
’s avonds voorafgaand aan de zondag te gaan vieren.
Persoonlijk ben ik van mening dat God overal en onafgebroken en
iedere dag geëerd dient te worden; iedere dag, die God geeft [zoals mijn moeder, het regelmatig noemde] ongeacht wat de agenda aangeeft.

We vervallen terug tot ‘de heidense, prehistorie periode’
De Raad van Kerken in het Midden-Oosten Raad [de MECC]
– een regionale oecumenische orgaan waarvan de leden uit onder meer
Rooms-Katholieke, Orthodoxe en Protestantse kerken afkomstig zijn
– heeft in een verklaring een oproep aan de internationale gemeenschap gedaan:
om gedurfde initiatieven te nemen en zich tegen” aanvallen op Christenen in het Midden-Oosten te verzetten .
De Raad van Kerken heeft “gelovigen van alle religies en mensen van goede wil
opgeroepen tot God te bidden
om op te komen voor de redding van die mensen in het Midden-Oosten,
met name de Christenen die zwaar te lijden hebben en als schapen naar de slachtbank worden gevoerd om te worden afgeslacht en dat zij niemand om zich heen hebben
hun recht op gerechtigheid en genade en hun leven verdedigt“.
Dit betekent dat we niet alleen lijfelijk verzet bieden tegen extremisme
[welke ook binnen het Christendom voorkomt] maar respect tonen voor
iedere vorm van religie – een mens heeft er namelijk niet om gevraagd in
welke nest hij werd geboren.
Respect en belangstelling voor elkaars achtergrond doet in deze wonderen.

De Dag des Heren is in het Christendom is over het algemeen zondag,
een dag waarop men zich voor de gezamenlijke eredienst[en] bijeenkomst verzamelt.
Het wordt door de ‘meeste’ Christenen beschouwd als
de wekelijkse herdenking van de Opstanding van Jezus Christus,
van Wie in de Canonieke Evangeliën wordt gezegd
dat Hij uit de dood is opgestaan vroeg in de morgen op de eerste dag van de week en
dat de Kerk hiervan getuigt.
o.a. Openb.1: 10

In het vroege Christendom ontmoetten
de gelovigen elkaar op een zondag
rond “het breken van brood” hetgeen in het boek Handelingen van de Apostelen
wordt aangehaald [Hand.20: 7].
Kerkvaders [uit de 2e eeuw zoals Justinus Martelaar] getuigen van de wijdverbreide praktijk van de zondagsviering [1e Apologie, hfdst. 67],
tevens dat het in 361 AD een gemandateerde wekelijkse gebeurtenis is geworden.
Dit houdt niet in dat we tijdens iedere maaltijd die wij gewoon zijn te houden
de Heer niet dankzeggen voor de goede gaven die Hij ons doet toekomen
in het Grieks, “κατά κυριακήν δέ κυρίου”,
betekent letterlijk “Op de Heer van de Heer”,
oftewel wanneer we maar samenkomen óf elkaar ontmoeten
doen we dat met God voor ogen.

Zelfs heidenen, die in God [Christus] geloven en
berouw tonen over de zonden die zij hebben begaan,
zullen deze erfenis ontvangen, samen met de Patriarchen en Profeten
en het gewone volk welke eveneens van Jacob afstamt,
zelfs wanneer ze de sabbat niet in acht nemen,
noch besneden zijn, noch de feesten in acht nemen
“.
Justin [Martelaar] – “de dialoog met Trypho”.

Ik, de Heer, heb u geroepen in gerechtigheid,
uw hand gevat, u behoed en u gesteld tot
een verbond voor het volk,
tot een licht der natiën:
Om blinde ogen te openen,
om gevangenen uit de kerker te leiden,
uit de gevangenis wie in duisternis gezeten zijn
“.
Is.42: 6,7

Trekt, trekt door de poorten, bereidt de weg voor het volk, baant, baant de weg,
zuivert hem van stenen, heft een banier omhoog
boven de volken.
Want de Heer doet het horen tot het einde der aarde:
Zegt tot de dochter Sions: zie, uw heil komt;
zie, zijn loon is bij Hem en zijn vergelding gaat voor Hem uit.
En men zal hen noemen:
Het heilige Volk, De Verlosten des Heren; en gij zult genoemd worden:
Begeerde, Niet verlaten Stad.
Wie is het, die van Edom komt, in helrode klederen van Bosra, die daar praalt in zijn gewaad, fier voortschrijdt in zijn grote kracht?
Ik ben het, die in Gerechtigheid spreek, Machtig om te verlossen.
Waarom is dat rood aan uw gewaad, en zijn uw klederen als die van iemand die de wijnpers treedt?
Ik heb de pers alleen getreden en van de volken was niemand bij Mij,
Ik trad hen in mijn toorn en vertrad hen in mijn grimmigheid;
toen spatte hun bloed op mijn klederen en ik bezoedelde mijn ganse gewaad.
Want een dag van wraak had Ik in de zin en het jaar van mijn verlossing was gekomen.
En Ik zag rond, maar er was geen helper; Ik ontzette Mij, maar niemand bood steun.
Toen verschafte mijn arm Mij hulp en mijn grimmigheid ondersteunde Mij.
En Ik vertrapte volken in mijn toorn, maakte hen dronken in mijn grimmigheid en deed hun bloed ter aarde stromen
“.
Is. 62: 10-12 Is.63: 1-6

2e Zondag na Pinksteren – Orthodoxie en de Heiligen van ”alle landen”

De Orthodoxe Kerk vindt haar oorsprong
op de eerste Pinksterdag in AD 33,
de gebeurtenissen hieromtrent worden weergegeven in de Handelingen van de Apostelen, in de hoofdstukken 1 en 2.
De Kerk ging in gesprek met de mensen van haar tijd in de taal van Liefde en
velen werden vanaf dat moment gedoopt.
De Kerk groeide verspreidde zich over de wereld en steeds meer mensen met de meest uiteenlopende culturele achtergronden sloten zich via de doop bij haar aan,
te beginnen met de bevolkingsgroepen
binnen het Romeinse rijk.

In de vierde eeuw sloten zich een aantal keizers zich bij de Kerk aan en een van hen, Theodosius, maakte het Christendom tot de enige officiële religie van zijn rijk.
Vanaf dat moment tot het einde van dit Byzantijnse keizerrijk in 1453 waren alle keizers in naam Christelijk, maar niet eenieder van hen was ècht Orthodox – sommigen van hen bevorderden bijvoorbeeld de Iconoclastische ketterij.
Na de 5e eeuw was het Byzantijnse rijk kleiner geworden, zodat vele Christenen leefde buiten haar grenzen, in gebieden zoals Egypte en Syrië, die waren veroverd door de Arabieren, of in Groot-Brittannië, waar Romeinse troepen zich hadden teruggetrokken.

In de 9e eeuw kwam de missie naar de Slaven tot ontwikkeling, waarvan er eveneens velen buiten Byzantium leefden, welke uiteindelijk leidde tot de vorming van de Slavisch-Orthodoxe Kerken – Russisch, Bulgaars, Servisch.
Elk van deze uiteindelijk ontwikkelde een eigen autocephale Orthodoxe Kerk
[autocephaal betekent dat het kiest zijn eigen hoofd, of hoofdbisschop, welke bij uitzondering de titel van “Patriarch” mochten voeren].
Deze autocephale kerken namen een ​​nationaal karakter aan en wanneer het overgrote gedeelte van de bevolking Christen waren geworden, overlapte het lidmaatschap van de kerk die voor een groot van de staat.
Deze verbinding tussen kerk en staat is echter niet hetzelfde als nationalisme, zoals ik hoop aan te tonen.

Toen het overgrote gedeelte van Rusland in de 13e eeuw door de Tataren werd overheerst, werd er door de kerkgemeenschappen gebeden voor de nieuwe machthebbers.
Kerkleiders als de H. Sergius van Radonezh ondersteunde tevens de beweging voor onafhankelijkheid van Tataren, welke een aantal eeuwen later werd gewonnen en leidde tot de opkomst van Moskou als een grootmacht.

Aan het Byzantijnse rijk kwam uiteindelijk een einde toen Constantinopel in 1453 door de Ottomanen [Turken] werd veroverd.
De Christenen van het Patriarchaat van Constantinopel werden daarop samen
met hun kameraden van het Patriarchaat van Alexandrië, Antiochië en Jeruzalem
een minderheid onder islamitische bewind.
De Patriarch van Constantinopel
werd vervolgens als ethnarch [nationale heerser] van de Rum Millet beschouwd – de Byzantijnen [Roman, afgeleid van de Roman natie] – waaronder volgens de Turken alle Christenen in het rijk vielen.
Voor het eerst in de geschiedenis van het oorspronkelijk Christendom werden de geestelijk leiders beschouwd als verantwoordelijk over het gewone volk.
In het Westen, hadden de paus van Rome en enkele bisschoppen een paar eeuwen daarvoor hier in hun ‘westers’ denken al een aanzet toe gegeven en beschouwden zich als werelds leider; het is bijvoorbeeld bekend dat de H. Augustinus zich hier al sterk tegen verzette.
Dit dwingt de geestelijkheid om verantwoordelijkheid te nemen als wereldlijke leider en zou een van de belangrijke historische gebeurtenissen worden die later zouden leiden tot de band tussen het Orthodox Christendom en het Nationalisme.

In de tussentijd kreeg het Russische Rijk een uitbreiding van zijn macht [o.a. over de Oekraïne] en namen haar Moskoviete heersers [in 1547] de titel van Tsaar aan, terwijl de bisschop van Moskow  zich de titel van Patriarch toe-eigende en de leider werd van de “autocephale” Russisch-Orthodoxe Kerk.
Velen in Rusland zagen Moskou, na de val van Constantinopel als het Derde Rome.
Enkele eeuwen lang was Rusland het enige land waar Orthodoxe Christenen geen minderheid vormden, zoals de Christenen onder heerschappij van de islam als tweederangs burgers onder de dhimmi werden beschouwd.
Drie gebeurtenissen of ontwikkelingen deden zich toen voor in West-Europa, welke aanzienlijke gevolgen zouden hebben voor de landen waar orthodoxe christenen leefden.

  1. De Vrede van Westfalen en het nationale staats-systeem
  2. de Verlichting
  3. Het Duitse Romantische Nationalisme

– De Vrede van Münster onderdeel van
die van Westfalen [in 1648], het einde van de 8o-jarige oorlog is de uitroeping van
het moderne staat systeem en de gedachte van de nationale soevereiniteit.
– De Verlichting was een conventionele philosophische beweging welke dateert
uit de periode van 1690 tot 1781,
hoewel de invloed ervan op het Europese denken veel langer duurde.
Dit beïnvloedde met name Tsaar Peter de Grote van Rusland, die hiervan voornamelijk in Duitsland kennis van nam, en
ook de opgelegde Duitse weergave van de betrekkingen tussen kerk en staat.
In plaats van de ‘samenwerking‘ tussen Kerk en Staat, welke, althans in theorie al vanaf het millennium in Rusland overgenomen uit het Christelijke Byzantijnse [Roman] Rijk prevaleerde en (nogmaals, in theorie) tot dan toe heerste.
wilde Peter de Grote de kerk ondergeschikt aan de staat maken en zette haar in als instrument van zijn overheidsbeleid.
Hij schafte het Patriarchaat af en vestigde een Heilige Synode, die in feite werd gerund door een staatsambtenaar, de procureur.
De positie van de kerk in Rusland verschilde vanaf dat ogenblik niet veel meer van die van de Kerk in het Ottomaanse Rijk.
– In een derde deel van West-Europa was Romantische Nationalisme opgekomen en was gedeeltelijk  een reactie op de Verlichting, welke werd geleid door Duitse philosophen  Herder en Fichte.
Het zou nauwkeuriger zijn om te zeggen dat deze beweging in Midden-Europa ontstond in plaats van West-Europa.
In West-Europa werd een ‘natie’ gezien als een verzameling mensen
die in een omschreven gebied onder dezelfde regering en wetten vielen en
die een gemeenschappelijke geschiedenis deelden.
Herder bevorderde het idee van taal en cultuur
als de bepalende kenmerken van een natie.
Dit leidde tot de opkomst van het nationalisme in Oost-Europa,
waar de mensen wonen in multi-nationale landen,
zoals het Habsburgse en Ottomaanse rijk,
welke hun nationale onafhankelijkheid trachtten te herwinnen.

In het begin van de 19e eeuw was er een groeiende beweging van Griekse onafhankelijkheid welke mede werd geïnspireerd door de kerk,
ingegeven door het verlangen om haar gelovige Christenen vrij van de Ottomaanse heerschappij te krijgen.

Bovenstaande werd deels beïnvloed door mensen die dit meer seculiere nationalisme van Duitsland overnamen.
In het centrum van de zienswijze van de Kerk nam het oorspronkelijke Christelijk Byzantijnse rijk [westerse historici de zogenaamde “Roman-dynastie“] een belangrijke plaats in.
Maar de essentie ervan was het opzetten van een “Roman”- opstand tegen de Turkse overheersing.  De seculiere nationalisten werden echter geïnspireerd door de ideeën van Herder en Fichte en bevorderden het idee van het “Hellenisme” – iets dat niet in de Christelijke wereld sinds de 4de eeuw niet meer had geklonken, toen het door de kerkvaders werd afgewezen als iets heidens en niet tot het Christelijk gedachtengoed behoorde.

Het Patriarchaat van Constantinopel verzette zich tegen dit “neo-hellenisme” en
niet alleen om politieke redenen.
Ondanks dit verzet werd een Patriarch door de Turken opgehangen omdat zij geen vat konden krijgen op de rebellen onder de “Roman populatie”; zij beschouwden de Patriarch als politiek verantwoordelijk voor deze beweging.
De beweging voor de Griekse onafhankelijkheid sprak romantici en nationalisten in het Westen aan. De Upper-class van de Engelse bevolking, die opgeleid was in de Griekse klassieken en de glorie van het oude Griekenland, steunde de “Hellenistische beweging”  met hun retoriek, hun geld, en soms [zoals in het geval van Lord Byron] met hun leven.
Hun belangstelling voor en de reactie op het idee van de klassieke oudheid
werd versterkt door het idee van het hellenisme ten koste van de “Romans” [zie http://www.romanity.org/].

Toen Griekenland onafhankelijk werd had het een Duitse vorst [Otto I] en een op Duitse wijze ingerichte staatsinrichting en was er dienovereenkomstig ook het Duitse idee van de betrekkingen tussen kerk en staat.
De Grieks-Orthodoxe Kerk werd op dat momment als autocephale kerk opgericht,
zonder enige verwijzing naar Constantinopel, zoals het door de Kerkvaders was opgezet.

Andere Balkanlanden begonnen in het voetspoor van Griekenland eveneens aan een onafhankelijkheids strijd teneinde de Turkse overheersing van zich af te werpen en werden hun landen en autocephalous kerken meestal naar Duits voorbeeld hersteld
met de kerk ondergeschikt aan de staat en gezien als een instrument van het overheidsbeleid.
Veel van deze landen kwamen na de Tweede Wereldoorlog onder Communistische bewind en werden meer dan 40 jaar vervolgd en onderdrukt.

In de jaren 1950 leidde aartsbisschop Makarios van Cyprus de beweging voor de onafhankelijkheid van Cyprus van de Britse overheersing.
Het was een tijd van de-kolonisatie, toen veel andere landen zich vrijvochten
van de verschillende [wetserse] koloniale machten.
Aartsbisschop Makarios werd de eerste president van het onafhankelijke Cyprus.
Voor Britse mensen, was het gedrag van aartsbisschop Makarios verwerpelijk, omdat de Britten dachten dat “religie en politiek niet samen gaan” en de betrokkenheid van een kerkleider in een nationalistische strijd van slechte smaak werd geacht. Aartsbisschop Makarios was bevriend met Jomo Kenyatta, de leider van de Keniaanse onafhankelijkheidsstrijd en na de onafhankelijkheid
bevestigden zij vriendschappelijke betrekkingen tussen Cyprus en Kenia.
Wat veel van de Britse overheersers niet begreep, was echter dat aartsbisschop Makarios de traditie van de “ethnarch” volgde die waren ontwikkeld door de Turken.
De geestelijkheid diende de politieke aspiraties van het volk weer te geven.

Natie, Kerk en Nationalisme
Er zijn dus verschillende elementen in
de verbindingen, zoals ze nu nog steeds aanwezig zijn, tussen orthodoxie en nationalisme, over- en weer.
Zo vormt de elite [politici] en de militaire aanwezigheid een vast onderdeel bij grote kerkvieringen;
is het heel gewoon dat politiek leider Putin en Patriarch cadeautjes uitwisselen en een zéér nauwe relatie onderhouden – elkaar in politieke standpunten bijstaan en uitspraken onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn; doet de kerk aan politiek!!!
Voor ons westerlingen is dit onvoorstelbaar en onaanvaardbaar:
Geef wat van de keizer is aan de keizer,
en geef aan God wat God toebehoort
“.
Matth.22: 21

–          Een elementen in de verbindingen is de koppeling die ontstaan ​​tussen kerk en natie,
toen de meeste van de mensen in het land Orthodoxe Christenen waren en
waar een autocephale kerk werd opgericht wiens rechtsgebied min of meer samenviel
met de grenzen van het nationale grondgebied.
–          Een tweede is de positie van de kerk in landen die onderworpen waren aan de Ottomaanse heerschappij, waar de kerk werd beschouwd als een instrument van de overheid.
–          Een derde is de Duitse begrip, welke door Peter de Grote in Rusland in de late 17e eeuw werd toegepast en later door het seculiere nationalisme in de Balkan,
waar de kerk als ondergeschikt aan de staat wordt gezien.
–          Een vierde is de opkomst van seculiere nationalisme, welke gebaseerd zijn op de philosophische ideeën die in Duitsland zijn ontstaan ​​uit het gedachtengoed van Herder en Fichte.

Het is vaak moeilijk voor Orthodoxe Christenen in de Balkanlanden om onderscheid te maken tussen de organische band tussen kerk en natie en de seculiere nationalistische ideeën, zozeer zelfs dat mensen aangezet worden tot denkbeelden als “Orthodoxie is hellenisme en
hellenisme is Orthodoxie
“,
dit dient naast het feit dat dit niet op waarheid is gebaseerd naar mijn mening ook gewoon als “ketters” dient te worden beschouwd.
Er wordt ook wel eens gezegd dat:
De Orthodoxe Kerk niet missionair is
omdat het enige doel van de kerk is
de Griekse cultuur in stand te houden“.
Maar ik heb het idee dat het precies andersom is.
Het is niet de bedoeling van de kerk om de Griekse cultuur te behouden;
het is eerder het doel van de Griekse cultuur aan het bestaande orthodoxe geloof te behouden.
Vanaf de 4e eeuw heeft zich een Christelijk ‘Griekse’ [dus op basis van de Roman Dynastie] cultuur ontwikkeld en die zo was verbonden met het Christelijk geloof,
dat 400 jaar Turkse overheersing niet in staat was om deze te vernietigen.
Zo wordt momenteel als aanvulling op voorgaande in de economische confrontatie
met Europa in het begin van  21e eeuw regelmatig gezegd èn is Europa eveneens niet in staat was om Griekenland in het gareel te krijgen.

In Rusland werd de Russische cultuur geleidelijk gekerstend door de eeuwen heen en
kwam eerst in de 16e eeuw echt tot ontwikkeling.
De bolsjewieken [communisten] probeerden het Christelijk geloof in Rusland binnen 70 jaar te vernietigen, maar ze konden dit niet klaarspelen, omdat ze dan tevens de Russische cultuur zouden dienen te vernietigen.
De heropleving van de Kerk tegen het einde van de communistische periode was
in niet geringe mate te danken aan mensen die ontevreden waren over het systeem
welke probeerde de Russische cultuur om te vormen.
Zij kwamen er vervolgens achter dat de Russische cultuur is geworteld in en
doordrongen van het Orthodoxe Geloof.

Westerse Christenen en westerse bekeerlingen
tot de Orthodoxie kijken soms geringschattend aan tegen het verband tussen  de Orthodoxie en verschillende nationale culturen. Ze moeten hier helemaal niets van weten, verafschuwen het.
Het is juist deze verbinding welke het Orthodoxe Geloof tegen de verdrukking en vervolging in  bewaard heeft doen blijven.
Tegelijkertijd is het van belang om een onderscheid te maken tussen nationale culturen en nationalisme en
dat veel wat we als nationalisme herkennen
weinig of ‘helemaal niets’ te maken met de Orthodoxie,
maar is gekoppeld aan wereldlijke en seculiere philosophieën die vooral
in Midden-Europa van de 18e en 19e eeuw ontwikkeld zijn.
Het is jammer dat [mn. oudere geestelijk leiders] geen inzicht in hun gedragingen hebben en gerust het nationale onafhankelijkheidsfeest prevaleren boven Christelijk Theotokos-feest van 25 maart en 15 augustus, zelfs toestaan dat de ‘Griekse’ vlag in het bijzijn van ‘Griekse’ prelaten onder het zingen van het volkslied wordt geheven.

Woorden en hun achtergrond:
Grieks
Grieks” is afgeleid van het Latijnse term, Graecus, die met het volk van Griekenland of degenen die Grieks spreken wordt verbonden.
Het werd ook gebruikt om de taalkundige en culturele verschillen aan te duiden
in het latere Romeinse rijk als het verschil tussen het “Latijnse Westen” en het “Griekse Oosten“.
Het wordt daarom ook gebruikt in de betekenis van het “Grieks Orthodoxe Kerk“,
welke absoluut niet hetzelfde is als de “Orthodoxe Kerk Griekenland”,
maar eerder de veel grotere entiteit
vanuit het “Griekse Oosten” aanduidt.
In die zin maken de Kerken van Rusland, de kerk van Roemenië en de kerk van Bulgarije ook onderdeel uit van de “Grieks-orthodoxe kerk”.

De Griekse taal heeft een speciale plaats in de Orthodoxe Kerk,
omdat de Bijbel in het Grieks
[de “geautoriseerde versie” van het Oude Testament in de Orthodoxe Kerk is de Septuagint]
werd geschreven, en de Griekse versie blijft de standaard.

Romeins
In mijn tekst over het “Griekse” heb ik niet over het contrast van het “Griekse Oosten” met het “Romeinse” Westen gesproken, want hoewel de stad Rome in het “westen” is gelegen en het Griekse Oosten “Roman” [behorend tot de Roman-dynastie] bleef,
werd hier nimmer Latijn gesproken.
Tot de opkomst van neo-hellenisme in de 19e eeuw, zijn de Christelijke Grieken afwijkend over zichzelf gaan denken
als “Hellenen” en afstammend van de Roman-dynastie [Byzantijnen].
Het “Byzantijnse” keizerrijk is een fictie bedacht door westerse historici –
om zich af te zetten ten opzichte van het Frankenrijk van Karel de Grote [Allemagne]
en hebben de burgers zichzelf beschouwd als Romeinse afstammelingen.
In het Nabije en Midden-Oosten, wordt de Grieks-Orthodoxe Kerk danook meestal
“de Roomse Kerk” [bijvoorbeeld in Syrië] – tenover de Latijnse Kerk van Rome.

Helleens
Voor het overgrote deel werd gedurende de historie van het Christelijke Romeinse Rijk,
vanaf de 4e eeuw tot de 14e eeuw, de term “Helleens” gebruikt voor de heidense Griekse philosophie en cultuur en
werd beschouwd als iets waar de Christenen zich vèr van verwijderd hielden.
In de moderne Griekse taal heeft men de habitus ontwikkeld om een surrogaat “Roman”  [Byzantijn] te worden, of om betekenissen te combineren.

We dienen ons echter goed te realiseren dat de H. Cosmas de Aetolian,
die het gebruik van de Griekse taal in het onderwijs op de Balkan in de 18e eeuw heeft gepromoot, en de Griekse vrijheid aankondigde,
wellicht niet àl te blij zou zijn geweest met wat daarna gebeurd is.
Hij wilde hierbij absoluut niet de Hellenische, maar eerder de oorspronkelijke ‘Roman’ vrijheid verkondigen.
Hij heeft voor het gebruik van de Griekse taal gepleit, maar niet uit nationalistische motieven.
Hij deed dit omdat het Grieks, in plaats van Turkse, de taal was van het Christelijk Geloof, waardoor vele woorden al drager van hun betekenis vormden.
De Turkse taal, zoals deze in de scholen Balkan werd onderwezen, was doordrongen van de islam.

Ik hoop dat eenieder door het lezen van deze uitleg
een manier van godsdienst, liturgie en gebed kan ontwikkelen en die zich kan toe-eigenen;
die recht doet aan het inzicht aan de opdracht die aan de Apostolische Kerk is gegeven:
Gaat dan en maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen
in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest en
leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb
“;
Matth. 28: 19
in plaats van eilandjes te creëren, waar slechts plaats is voor ‘Griekse’, ‘Russische’, ‘Bulgaarse’, ‘Roemeense’, ‘Oekraïense’, Syrische of Coptische nationale gevoelens
dient de weg te worden vrij gemaakt voor een werkelijke Christelijke geloofs- en levensbasis, die de toekomende generaties de oorspronkelijke Christelijke waarden en normen, die in het ”Westen” verloren zijn gegaan blijft doorgeven.
Opdat we deelgenoten worden aan de weg
waarlangs Christus Zijn Genade aan Zijn Kerk uitdeelt.
Deelgenoot worden aan het dienstwerk van de Heer:
Gaat en onderwijst alle volkeren…”.
Dit is de opdracht van Christus aan de strijdende Kerk, die Heiligen voortbrengt.
De Kerk geholpen door de Helper, de Heilige Geest,
blijft onophoudelijk de morele Leer verkondigen.
Zij onderwijst de Waarheid niet alleen met Woorden,
doch ook met daden van heiliging.
Daden van heiliging waarin
de triomferende Kerk met zovele Heiligen
ons is voorgegaan.
Deze Heiligen zijn allen die gedoopt zijn en
zijn Christus ondanks tegenstand blijven volgen
in het tonen aan de wereld dat alles mogelijk is
met hulp van Gods Genade
die ons om niets en aan iedereen evenveel
[- of je nu Heilig bent verklaard of niet -] wordt gegeven.

Het is deze Waarheid die pijn doet aan de wereld,
een Waarheid die de wereld niet wil horen.
Terwijl de Kerk de wereld [en ook Nederland] zo veel heeft te vertellen,
willen zij daar niets van horen en weten.
De wereld blijft leven in de leugen en
wil alleen haar eigen leugens bevestigd zien.
De wereld leeft als slaaf van het vlees
in de slavernij van de zonde.

De Kerk pelgrimeert in de Geest van Golgotha,
het Kruis dragend.
Zij strijdt door, verkondigend gaat zij door
met vallen en opstaan.
En elke keer dat één van haar lidmaten struikelt
staat de wereld opnieuw te juichen,
daalt de zweep van de gesel harder en veelvuldiger en
drukt het Kruis zwaarder.

We hebben dit onlangs meegemaakt en
het zal zich in dit ondermaanse
blijven herhalen.
Elke keer wanneer de Kerk in getrouwheid aan Christus en voor het welzijn van de mensheid de Goddelijke Leer van de morele wetten onderwijst, wordt de Kerk aangevallen.
Dan wordt het ook duidelijk hoe diep de Goddelijke Leer in de harten en
het geheugen van de mensheid is gegrift.
Het journaille weet precies aan te duiden waar individuele leden van de Kerk gevallen zijn.
Dit wordt vervolgens breed uitgemeten en als een geselslag op Christus geprojecteerd
in Zijn Mystiek Lichaam. Hoe hoger in de Hierarchie des te harder en venijniger de slagen.
Ze weten precies aan te geven dat deze wandaden, die daden van de wereld zijn,
die door deze wereld zelf worden gekoesterd, slecht zijn.
Zij doen dit niet uit liefde tot de slachtoffers, maar uit haat tot Christus en Zijn Kerk.
Zij doen dit met slechts één intentie:
– zoveel mogelijk goedwillende mensen van de Kerk af te scheuren;
– zoveel mogelijk mensen mee slepen in hun eigen verderfelijke ondergang.
Doch onder leiding van God Zelf pelgrimeert het Mystieke Lichaam van Christus voort,
waarna Hij uiteindelijk aan het Kruis genageld uitroept:
“…… het is volbracht”,
John.19: 30,
hetgeen niet betekende dat Christus’ leven beëindigd was of dat de Kerk ten onder gaat,
maar hetgeen aantoont dat Zijn Goddelijke Heilsplan zal worden afgerond.
Het is de meest eenvoudige,
maar effectiefste wijze van gebed
tegen onze grootste vijanden,
de duivel en de wereld,
als overwinnaars van de veelsoortige zonden
en het bereiken van het Koninkrijk der Hemelen
dankzij de Genade van God.

1e Zondag na Pinksteren – Allerheiligen

Hymne tot de Heilige Geest          tn.6.
Koning van de Hemel,
Trooster, Geest der Waarheid,
Die Overal tegenwoordig zijt,
en Die alles vervuld,
Schatkamer van het Goede;
Schenker des Levens;
kom en verblijf in ons;
zuiver ons van alle smet,
en red onze zielen, o Algoede“.

Op de dag van Pinksteren, daalde de Heilige Geest neer en vestigde de Kerk in de wereld [qua ruimte en tijd],
hetgeen als het Lichaam van Christus wordt beschouwd.
Pinksteren is een tijdloze gebeurtenis en is daarom ‘niet‘ alleen aan die dag verbonden.
Met Pinksteren zo blijkt uit de woorden van Jezus Christus Zelf
heeft Hij ons vanaf dat moment opgenomen in Zijn Onbevlekt Lichaam,
naast de alom gezegende Moeder Gods, de Maagd Maria,
de negen rangorden der Engelen,
onze Voorouders, de Aartsvaders, de Profeten van het Eerste Verbond en de Heilige Apostelen.
In het verdere verloop van de geschiedenis worden onder “de hoede van Heilige Geest
Christus’ Apostelen en hun volgelingen aan dit Huis toegevoegd,
dat wil zeggen zij, die Getuigen, de Bisschoppen, de Heilige Martelaren,
de Heiligen, de Rechtvaardigen dat wil in het algemeen aanduiden
alle zichtbare en onzichtbare heiligen,
mannen en vrouwen die tot op de dag van vandaag geleefd hebben en
nog leven, tevens zullen er nog vele heiligen volgen tot aan het einde der tijden.

Deze realiteit wordt ons geopenbaard in de Gemeenschap met Christus
in de liturgische praktijk van de Heilige Kerk,
wanneer de priester tijdens elke Goddelijke Liturgie
stukjes van de Prosphor[en] toevoegt
aan het Heilig Lichaam en Bloed van de Heer
– het gedeelte wat wordt aangeduid engelen en heiligen,
– waarmee iedereen gezamenlijk met de gebeden van de gelovigen
wordt opgedragen aan de volheid van Christus .

Hiermee wordt aangeduid dat de gemeente [gemeenschap] van heiligen
wordt vergoddelijkt in het Lichaam van Christus,
hetgeen de Orthodoxe Kerk viert op de Zondag na Pinksteren,
de Zondag van Allerheiligen.

Historisch gezien werd met dit alles in de Kerk een begin gemaakt
door de Goddelijke Liturgie te vieren op de gebeenten van de Martelaren
maar Leo de Wijze heeft vastgesteld dat dit gezien dient te worden als het feest van Alle Heiligen, daar als [bloed-]getuigen niet alleen degenen zijn die worden beschouwd geselingen en  zwaar lijden te hebben ondergaan,
niet alleen degenen die in het vuur zijn gegooid of ander leed hebben ondergaan
– waarmee zij getuigenis afleggen van de gruwelijke martelingen die Christus heeft ondergaan en zij getuigenis afleggen van de onmetelijke goedheid van de  Heer,
maar dat elke aan God toegewijde ervaring van martelaarschap,
of er nu geen bloed gevloeid heeft maar geestelijk lijden aan verbonden is getuigenis aflegt van de grote daden van onze Heer en God, Jezus Christus.
Alle Heiligen worden zonder uitzondering [er wordt géén gradatie aangebracht]
gekenmerkt door de moed en de trouwe verbintenis aan Jezus Christus,
de overwinning door het Kruis en daarmee de overwinning van de zonde.

Vanaf de 4e eeuw vierde de Byzantijnse Kerk aldus in een gemeenschappelijke viering al de martelaren der aarde.
De Heilige Ephraïm componeerde voor
deze gelegenheid een hymne
waarbij in Edessa de 13e mei als feestdag werd aangewezen,
in Syrië werd het op de vrijdag na Pasen gevierd.
In een preek over de martelaren, spreekt de heilige Johannes Chrysostomos over de eerste zondag na Pinksteren;
dit gebruik is tot op de dag van vandaag bewaard in de Byzantijnse kerken bewaard gebleven, welke via een geleidelijke ontwikkeling van het feest van de ‘martelaren van de gehele aarde” is overgegaan in die van “Alle Heiligen”.
De keuze van dit laatste is belangrijk:
Zij, de Heiligen, waren toegetreden tot de orde van Heiligen in de triomf van Christus door de uitstorting van de Heilige Geest;
de poëtische vorm van keizer Leo de Wijze [886 – 911] volgend,
dat de Kerk op aarde een onderdompelende rivier is van de Heilige Geest, waarna de uitgeroepen [gedoopte] Heiligen als geurende bloemen worden vereerd.
Zoals gebruikelijk, heeft de Byzantijnse Kerk de weg gewezen aan de Westerse kerken, welke de feestdag heeft vastgesteld op de eerste November.
Zoals het in het westen gebruikelijk is werd deze echter opgevolgd door een kwalificatie:
de 2e November werd de gedenkdag van de gewone stervelingen [Allerzielen], verschil moet er tenslotte zijn in het westerse denkbeeld zelfs onder de volgelingen van Christus, alsof we niet allen tot het gilde der zondaars behoren. Er zal echter feest zijn in de Hemelen
over elke zondaar, die zich bekeert.

Het Evangelie van de zondag van Allerheiligen bevestigt deze waarheid:
De Heer zei:

Een ieder dan, die Mij belijden zal voor de mensen,
hem zal ook Ik belijden voor mijn Vader, Die in de Hemelen is;
maar al wie Mij verloochenen zal voor de mensen,
die zal ook Ik verloochenen voor Mijn Vader,
Die in de hemelen is.
Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig;
en wie zijn kruis niet opneemt en achter Mij gaat, is Mij niet waardig.

Daarop antwoordde Petrus en zeide tot Hem:
Zie, wij hebben alles prijsgegeven en zijn U gevolgd; wat zal dan ons deel zijn?
Jezus zei tot hen:
“Voorwaar, Ik zeg u, gij, die Mij gevolgd zijt, zult in de wedergeboorte,
wanneer de Zoon des mensen op de troon zijner heerlijkheid zal zitten,
ook op twaalf tronen zitten om de twaalf stammen van Israël te richten.
En eenieder, die huis [gemeenschap] of broeders of zusters of vader of moeder
of kinderen of akkers heeft prijsgegeven om Mijn Naam,
zal vele malen meer terugontvangen en het eeuwige leven erven.
Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en vele
laatsten de eersten”.
Matth. 10: 32-33,37-38; 19: 27-30

Op deze Zondag manifesteren zich derhalve het werk en de vruchten van het Goddelijke
– welke door de Heilige Geest wordt geopenbaard,
maar stelt ons tevens in de gelegenheid een Lofzang [een Doxology] aan God op te dragen
voor Zijn grote gaven [Genade] die Hij ons doet toekomen.
Maar het gaat hier dan ook om onze dagelijkse spirituele reflectie en
de wijze waarop we hier vorm aan geven,
aangezien de aanwezigheid van de Heiligen die ons bijstaan
ons op de dag des Oordeels zonder meer zal ontbreken,
wanneer we niet zelf voor onze eigen redding zorg dragen.

Het is dus heel begrijpelijk waarom deze zondag van Allerheiligen
de cyclus van de Paastijd en opgang naar Pinksteren voltooit,
met als referentie het Heilig Pascha – de heilige Opstanding van onze Heer Jezus Christus,
welke het lichtbaken is die zaligheid bewerkstelligt
aan degenen die Hem volgen en Hem liefhebben.

Apolytikion       tn.4
Over de gehele wereld is Uw Kerk getooid
met het bloed van Uw Martelaren, als met byssos en purpur.
En door hen roept zij tot U, Christus God:
Zend Uw Barmhartigheid neer over Uw Volk,
schenk vrede aan Uw wereld,
en aan onze zielen de grote Genade
“.

Kondakion         tn.8
Als eerstelingenoffer der natuur,
offert de wereld U, de Heer en Schepper van het Heelal,
de God-dragende Martelaren.
Door hun gebeden bewaar in diepe vrede Uw Kerk, Uw woning bij de mensen,
en bescherm haar door de Moeder Gods, Barmhartige
“.

Laat ons zingen voor de Vrienden van God,
want eenieder kan tot hen naderen.
Door de gebeden van Uw vlekkeloze Moeder, Christus onze God,
en van al Uw Heiligen van alle eeuwen,
heb medelijden met ons en red ons,
want gij alleen zijt goed den
hebt de mensen lief.

Allerheiligen
Wonderbaar is God in Zijn Heiligen
Psalm 67: 35

Laat ons bezingen de bovenmenselijke strijd van onze Martelaren,
hoe Zij in de zwakheid van hun vlees het kwaad van de eigen kracht te schande maakten,
zonder rekening te houden met zware pijn en wonden
terwijl ze lichamelijk vuur, zwaard en allerlei verschillende dodelijke martelingen ondergingen, geduldig weerstand boden terwijl in hun vlees werd gesneden, hun gewrichten uit de kom werden gedraaid en hun beenderen werden verbrijzeld,
bleven zij standvastig in hun belijdenis van het geloof in Christus
en Zijn, volle, onaantastbare en onwankelbaar integriteit.
Als gevolg hiervan werd hen de onbetwistbare wijsheid van de Geest geschonken en
de kracht om wonderen te verrichten.
Laten we het geduld van deze heilige mannen en vrouwen proberen te evenaren,
hoe zij gewillig ​​lange perioden van vasten, waken en diverse andere fysieke ontberingen hebben doorstaan alsof ze niet in het lichaam waren, tot het einde toe tegen kwade hartstochten en allerlei zonden hebben gevochten, in de onoverwinnelijke innerlijke strijd tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten [Eph.6: 12].
Ze ontkenden hun uiterlijke eigenheid en maakte ze nutteloos,
maar hun innerlijke mens werd vernieuwd en vergoddelijkt
door Hem van wie zij tevens de gaven [Genade] van genezing en krachten ontvingen.

Wanneer we bij dit soort zaken stilstaan en inzien dat ze de menselijke natuur vèe overtreffen,
kijken we vol verwondering op naar God en verheerlijken Hem Die hen zulke Genade en kracht gaf. Want zelfs al waren hun bedoelingen goed en nobel, zonder Gods kracht
waren zij onmogelijk in staat buiten de grenzen van hun aard  te gaan en
de lichaamloze vijand te bestrijden terwijl nog in hun lichaam verbleven.

Dit is de reden waarom, wanneer de psalmist en profeet verklaarde:
Wonderbaar is God in Zijn Heiligen“, David ging nog verder
door te zeggen: “Hij geeft Macht en Sterkte aan Zijn volk” [Psalm 67: 35].
Overweeg zorgvuldig de kracht van deze profetische woorden.
Overwegende dat God, volgens de psalmist, geheel Zijn volk kracht en macht geeft
– want Hij toont geen partijdigheid [vgl. Hand.10: 34]
– Hij wordt verheerlijkt alleen in Zijn heiligen
– De zon laat zijn stralen over allen overvloedig neerdalen ongeacht het aanzien van de persoon,
ze zijn echter alleen zichtbaar voor mensen met geopende ogen.
Alleen zij die scherpzinnige en zuivere ogen bezitten profiteren van het pure licht van de zon,
niet diegenen wiens denkbeelden door ziekte worden gedimd,
waarbij mist of iets dergelijks hun ogen heeft aangetast.
Op dezelfde manier schenkt God Zijn hulp rijkelijk aan allen,
want Hij is de altijd overvloeiende,
verhelderende en leven-schenkende bron van Genade en Goedheid.
Maar niet iedereen profiteert van Zijn Genade en Kracht om
perfect de deugd te beoefenen en/of wonderen voort te brengen,
alleen degenen die een goede intentie hebben,
die hun liefde en geloof jegens God tonen door goede werken [cf. Jac.2: 20-26],
die zich volledig afkeren van alle ongerechtigheden,
vasthouden aan Gods geboden en
de ogen van hun verstand/begrip opheffen naar Christus,
de Zon der gerechtigheid [Maleachi 4: 2].
Hij heeft niet alleen onzichtbaar een helpende hand van boven uitgestoken naar degenen die strijden, maar
we horen Hem ook Die tot ons spreekt en
ons aanspoort in het Evangelie van vandaag.
Een ieder dan, die Mij zal belijden voor de mensen“,
zo zegt Hij,
die zal ook Ik belijden voor Mijn Vader,
Die in de Hemelen is
“.
Matth.10: 32
Houdt daarbij in ogenschouw dat we niet ijskoud en onbevreesd ons geloof in Christus kunnen verkondigen en
Hem zonder Zijn hulp, ondersteuning en kracht kunnen belijden.
Ook zullen wij ons in de komende eeuw namens onze Heer Jezus Christus dienen uit te spreken daarbij ons als Zijn verwanten bij de hemelse Vader aan te bevelen, wanneer Hij ons een reden geeft om dat te doen.
Om dit duidelijk te maken, zegt Hij niet:
Een ieder dan, die voor de mensen over Mij spreekt“,
maar “wie Mij in Mijn Naam bekend maakt” [Matth.10: 32], dat wil zeggen,
Hij, die Ik in staat stel, dus in Christus en met Zijn hulp,
om de Christelijke levensbeschouwing met vrijmoedigheid openbaar te maken;
het dient dus altijd en eeuwig te gebeuren vanuit Zijn Apostolische Kerk,
óók in onze tijd.

Pinksteren – Πεντηκοστή, Gij, Die Geest, Vuur en Liefde zijt

Hemelse Koning , Trooster,
Geest der waarheid,
Die alom tegenwoordig zijt en alles vervult.
Schatkamer van het goede, en
Schenker van het Leven.
kom en verblijf in ons, reinig ons van alle smet,
en red onze zielen, o Algoede“.
uit inleidingsgebeden

Die het water vervult
Wanneer Jezus met de Samaritaanse over levend water spreekt
heeft Hij het beslist niet over gewoon water.
Het gaat hier over de bron, de bronteksten van ons Geloof, namelijk om de Blijde Boodschap zelf.
Het gaat hier om de woorden die Jezus spreekt, de gelijkenissen die Hij ons voorhoudt,
de uitleg van Gods woorden, die Hij ons doorgeeft,
de levenslessen die Hij ons leert. Die zijn als een onuitputtelijke Bron van
Wijsheid, Geloof, van Kracht, van waarden en normen.
Ons leven is gewoon tekort, om die bron van woorden leeg te drinken.
Drinken uit de bron van Gods Woord, is dag aan dag lezen van teksten van Zijn Boodschap
om op dat moment in je stille hoek je geestelijk lichaam in stand te houden.

Water niet alleen een eerste levensbehoefte voor de geest.
De eerste levensbehoeften zijn water, brood en kleding en een huis waarin je je geborgen voelt.
Beter een armoedig bestaan met een dak boven je hoofd dan een voortreffelijk maal bij vreemden.  Of je nu veel of weinig hebt, wees tevreden, dan word je niet voor vreemdeling uitgemaakt
“.
Wijsheid van Jezus Sirach 29: 21-23
De emotionele behoefte van geborgenheid
is onmiskenbaar belangrijk, maar toch zou je zo’n huis nog kunnen missen, zoals je kleding zou kunnen missen om te overleven,
zoals je brood haast nog zou kunnen missen, maar water zeker niet.

– Jezus, Die uit het water van de Jordaan oprijst, wanneer de duif van Gods Geest op Hem neerdaalt;
– Jezus, Die het kolkende water van het meer bestraffend toespreekt: Zwijg, wees stil;
– Jezus, Die over water loopt en de dood niet alleen tart, maar ook overwint;
– Jezus, Die Zichzelf herkent als een bron van levend water.

Die de aarde vervult
God plaatst de mens in een tuin.
Een paradijselijk lustoord, waarvan we aannemen,
dat er daar letterlijk Hemels verwoord ‘geen vuiltje aan de lucht’ was [Gen.2: 4-17].
Maar dat blijkt een misvatting.
Niet de bomen, niet de planten, niet de vruchten,
niet de dieren, niet de vogels, niet de vissen,
blijken voor problemen te zorgen, maar wel de mens.
Niet de levensboom is het probleem, noch de boom van de kennis van goed en kwaad.
Het is de mens, de adam, die God maakte, vormde, schiep uit het stof van de akker, de adama.
Overigens een prachtige hebreeuwse woordspeling.
Spreekt de bijbel over de hemel en de eretz, de aarde in het algemeen, de te bewerken grond is de akker, de adama.
Door wie te bewerken?
Door Adam, de adaam, de mens, die doortrokken is van adom, rood bloed.
De rode aarde, de adama, is de grondstof van de bloedrode mens, de adaam adom.
Wij zijn aardwezens, aardlingen, wij zijn aardgebonden kleistukken,
als het ware gedraaid op de draaischijf in Gods pottenbakkerij.
Het was Jeremia die die vergelijking maakte:
Jeremia zag God als een pottenbakker een werkstuk maken op de schijf.
Jeremia zag dat de pot mislukte, zoals pottenbakkers dat soms overkomt,
waarna de klei in elkaar werd gestampt om opnieuw te kunnen beginnen.
Het werd de profeet duidelijk dat God zo ook met zijn volk, met ons,
zou kunnen omgaan [Jeremia 18: 1-12].
Het blijft rauw-douwerig als de aarde zelf, met al zijn overstromingen en moeite aardbevingen en aardverschuivingen,  waarmee de aarde in elkaar wordt gestampt,
rauw-douwerig als de aardbewoners,
de mensen zelf, met hun haat en moord en oorlog, die elkaar naar het leven staan en
de mislukte,
toch een kunstig gekleide
[zoals oorspronkelijk bedoeld]
pot hadden kunnen zijn.

Maar na de crisis van mislukking en uit de crisis van tegenslag,
wordt weer gewerkt aan een nieuw werkstuk,
wordt een nieuwe toekomst geopend.
Steeds weer opnieuw klinkt de boodschap aan de rode aardmens:
Je bent en leeft in de tuin van Eden, waar je in verantwoordelijkheid door God gezet bent,
om die te bewerken en er over te waken.
Onttrek je niet aan die verantwoordelijkheid en je zult leven.
En weet: hoe gekwetst, gebeukt, gebutst we door de crisis van ons leven worden,
God blijft werken om ons als een volwaardig klei-kunstwerk
los te snijden van de draaischijf.

Die de Lucht vervult
We hoorden al, dat wij als mensen, uit het stof van de akker geformeerd,
de levensadem kregen ingeblazen.
In het dal van de dorre doosbeenderen [Ezechiël 37: 9-14],
in het dal van de menselijke depressie,
waar je je leven uit elkaar voelt vallen,
horen we,
dat onze menselijke gestalte nieuwe adem wordt gegeven.
Ezechiël zag de beenderen weer tot leven komen,
– die uit zijn of haar crisis weer opgerichte mens,
– die de stukgevallen brokstukken van zijn leven weer aan elkaar lijmt,
– die mens krijgt weer lucht.
En dat is niet de ‘lucht’ waar wij de dampkring om ons heen mee aanduiden.

Lucht is in bijbelse termen geen lucht, maar Hemel.
Het bijbels Hebreeuws kent geen woord voor ‘lucht’, het is weer ‘lucht krijgen’ te horen als ‘op adem komen’.
Het gaat hier om de levens adem’.
En die lucht, die wasem van asem  laat ons leven, laat ons lachen, laat ons genieten van de kleine dingen.
De wonderen waar we van op adem komen
– die ons heel maken,
– die ons laten zien dat kleine dingen,
– die eenvoudig lijken,
– die ons verrijken en verwijzen naar het licht van Gods genade.
Zoals het wonder van ons ademhalen zo eenvoudig simpel en meest onbewust en klein,
van levensbelang is.
En dan, wonderen gebeuren soms waar niemand ze verwacht.
Lucht krijgen, ja je hart luchten, opgelucht zijn, is ook kijken naar de kleine dingen om je heen, die wonderen maken vaak het verschil.

Die het vuur vervult
Deze woorden heeft de Heer tot
uw gehele gemeente gesproken op de berg,
uit het midden van het vuur, de wolk en de donkerheid, met luider stem, en
Hij voegde daaraan niets toe; Hij schreef ze op twee stenen tafelen en gaf mij die.
Toen gij nu de stem hoorde uit het midden van de duisternis,
terwijl de berg stond in een brand van vuur,
naderde gij tot mij, al de hoofden uwer stammen en uw oudsten, en gij zeide:
Zie, de Heer, onze God, heeft ons Zijn Heerlijkheid en Zijn Grootheid getoond, en
Zijn stem hebben wij gehoord uit het midden van het vuur;
op deze dag hebben wij gezien, dat God spreekt met een mens, en dat deze toch in leven blijft.
Maar nu, waarom zouden wij sterven?
Want dit grote vuur zal ons verteren; als wij nog langer
de stem van de Heer, onze God, horen, zullen wij sterven.
Want welke sterveling is er, die de stem van de levende God heeft horen spreken
uit het midden van het vuur, zoals wij, en die in leven is gebleven?
Nader gij en hoor alles wat de Heer, onze God, zegt, en
breng gij dan alles aan ons over wat de Heer, onze God,
tot u spreekt; dan zullen wij het horen en doen
“.
Deuteronomium 5:22-27

Wees voor ons een vuurzuil van Licht
in onze nachten [Ex.13: 22].,
de Heer zegt tot ons:
Wees niet bang, Ik heb je bij je naam geroepen,
je bent van Mij.

Moet je door het water gaan?
Hij zegt ons: Ik ben bij je!

Moet je door het vuur gaan?
Hij zegt ons: Het zal je niet verteren!
De vlammen zullen je niet verschroeien [Jes.43: 1-2].

Want soms lijken mensen over ons heen te walsen, gaan wij door vuur en water, maar U hebt ons naar de andere oever gevoerd,
naar een land van overvloed [Psalm 65:11-12).
U verschijnt aan ons in een stralend Licht, U zal niet zwijgen,
want Uw Woord gaat als een laaiend vuur voor Zijn aanschijn uit,
als een hevige stormwind [Psalm 49: 3].

Zelf gedoopt in water met Theophany,
wilt U ons dopen met Uw Heilige Geest en Vuur
door Uw Zoon, onze Heer en Verlosser Jezus Christus [Matth.3: 11].
Schenkt u ons dan de vuurvlammen van uw Geest boven onze hoofden [Hand.2: 3]
Uw vuurvlammen van liefde in ons hart.
Heer, onze God, schenk ons Uw aanwezigheid en Vrede.

Orthodoxie & de stad van eenheid [de toekomst]

Toen daalde de Heer neer om de stad en de toren, die de mensenkinderen bouwden, te bezien.
En de Heer zei:
Zie, het is een volk en zij allen hebben een taal.
Dit is het begin van hun streven;
nu zal niets van wat zij denken te doen voor hen
onuitvoerbaar zijn.
Welaan, laat Ons nederdalen en daar hun taal verwarren,
zodat zij elkanders taal niet verstaan.
Zo verstrooide de Heer hen vandaar over de gehele aarde
en zij staakten de bouw van de stad“.
Genesis 11, 5-8

In de meest gebruikelijke en traditionele interpretaties van dit levendige en fantasierijke verhaal over de spraakverwarring tijdens de torenbouw van Babel [“opgang tot God“]
wordt het accent vrijwel altijd gelegd op het bestraffen van de menselijke arrogantie:
God neemt revanche en stuurt de onderlinge samenwerking in de war
om een einde te maken aan de overmoedige plannen van de torenbouwers.

‘Spraakverwarring als een soort vergeldingsmaatregel.
Taal is immers een van de belangrijkste essenties van het mens-zijn, en onontbeerlijk
voor het voortleven en doorgeven van tradities’
[]Lea Dasberg “Menswording tussen Mode, Management en Moraal” Amersfoort, 1996].
‘Om te voorkomen dat mensen gaan klitten en op een kluitje blijven zitten,
verspreidt God hen over de aarde en laat hen  verschillende talen spreken.
Alleen zó kan de aarde bewerkt, gevuld en beheerd worde
n’ [Ellen van Wolde “Verhalen over het begin”, Baarn, 1995, p. 169 vv].
Ter Wolde ziet de verscheidenheid aan talen derhalve als een voorwaarde
voor de verspreiding van mensen op aarde.
En ook dominee Nico ter Linden kijkt in zijn eerste deel van Het verhaal gaat… [Amsterdam, 1996, p. 46-48] middels een schitterende her-vertelling met dezelfde ogen naar het verhaal van de torenbouw:
het is uitdrukkelijk Gods bedoeling dat de mensen vanuit ‘Babbelendam’
uitwaaieren over de wereld en elders hun bestaan opbouwen
“.

In dezelfde geest kenschetste Han Nijboer in zijn jaarrede voor de Vereniging van Docenten Levensbeschouwing [1995] het verhaal van de toren van Babel
als een postmodern verhaal ‘avant la lettre’, waarin God als het ware
hoogstpersoonlijk ingrijpt om een einde te maken aan dat Ene Grote Verhaal.
Een  ingreep waardoor mensen de kans krijgen zich mondiaal en in vrijheid te ontwikkelen,
hun eigen verhaal te vertellen en dit onderling uit te wisselen.
Pluriformiteit dus als een unieke mogelijkheid om te luisteren naar elkaars opvattingen en denkbeelden, een ongekende kans om te groeien aan ervaringen en belevingen van de ander. Spraakverwarring als een geschenk uit de hemel, als een Genade [een Godsgeschenk].

Daar kunnen wij in de Orthodoxie van Nederland nog een lesje aan leren;
is het daarom dat de verschillende nationaliteiten zich op hun eilandje terugtrekken;
er niet tot één Heilige Katholieke en Apostolische is te komen;
omdat wij onszelf in onze kleinzieligheid in die verschillende nationale gemeenschappen
tot een door God gedragen gemeenschap hebben verklaard?
• Hebben we een vertaling van de diensten in het Nederlands en onze kinderen het verstaan en er Catechese en lering [in hun schooltaal] uit kunnen opdoen,
buiten elke vorm van discussie en
• Heeft een Nederlandse vereniging jarenlang geijverd een goede eenduidige zangwijze op te zetten met behulp van een gedegen koorleider uit het buitenland, dan is onze eigen zangwijze de beste en weigeren we pertinent de invoering ervan in onze gemeenschap.
• Wordt er met veel moeite een Liturgie-boek samengesteld en met veel zorg gedrukt, zelfs triomfantelijk met een receptie gepresenteerd, dan wordt ook die binnen de gemeenschappen  afgewezen, onze eigen gebruikelijke wijze immers véél en véél beter is.
• En zo behouden we éénheid in verscheidenheid |
►”alles van wat zij denken te doen voor hen onuitvoerbaar zijn” [Gen];
► “is hun [liefdes]taal dermate verward, dat zij elkanders taal onmogelijk kunnen verstaan” [Gen];
en wat nog het ergste is:
hun kinderen weten niet meer waar ze het zoeken moeten [haken af].
Als je bidt voor één mens of een groep mensen, dan is dat is oké.
Maar wanneer je probeert hem[n] te veranderen, nee;
daar is slechts Gods Hand in het geding.
God heeft nu eenmaal Zijn schema voor het leven voor ieder van ons.
Voor iedereen. We zijn we vrij gemaakt om [in Liefde] keuzes te maken,
maar of dat ook doen is een tweede.

Maar we weten dat Hij weet wat te doen. Hij weet immers alles.
Hij kent ons handelen en wandelen, onze natuur tot het laatste moment van het leven.
We weten daar niets zelf eerst achteraf over.
En als we proberen onszelf, om onszelf méér te verenigen met God,
dan hebben we echt niets nodig om dat te bereiken, dat kunnen we zelf wel.
Waarom wordt ons als vanzelfsprekend een voorbeeld gegeven
om degene te worden die graag Zijn Weg gaan.
Maar, natuurlijk, zowel die jongeren daar, die het op hun manier doen en
met liefde tot God in het hart,
kun je in beginsel enig begrip opbrengen en
teleurgesteld worden en zeggen:
‘Wat is deze aandoening?
Zo veel moeite; en toch is God óók bij hen aanwezig’.

Maar weet je?
Zo doet God nu eenmaal met ons:
“Zo vaak vergeven. Zo vaak geduld opbrengen. Zelfs met dit soort zaken.
‘En dan, dan ben je in gebed; óf in ieder geval een begin van gebed.
Zonder elkaar te veroordelen, gewoon laten gaan en je niet [meer] mee bemoeien.
Pas dan kom je tot het inzicht in dat gebed
gewoon om alles aan de Heer over te laten en je met jezelf bezig te houden
in plaats van je nog èrgens druk over te maken.

Dan begrijp je dat het gebed niets anders inhoudt dan:
Heer, Jezus Christus, Zoon van God, heb medelijden met mij, arme zondaar“.
Dan maak je je ook niet meer druk als twee kleine kinderen op straat,
hun woede uiten over een schamel stukje hout, elkaar vreselijk in de weg zitten. 
Ook dan breng je je Christelijk Geloof – via het opzij zetten – in de praktijk.

Onze maatschappij verandert snel.
Wat vandaag technisch zeer geavanceerd heet,
is morgen hopeloos achterhaald.
Betalen met de pinpas is al ouderwets en
betalen met je smart-phone verovert in snel tempo de markt.
Wie nu nog op een I-Mac pc. zit te werken, telt eigenlijk al niet meer mee.
Nieuws, buienradar, e-mails, sms-jes over en weer
garanderen de optimale broekzak-vestzak bereikbaarheid van telewerkers.
En wie gaat er vandaag de dag nog zonder mobiele telefoon
of toch op z’n minst met een I-phone op stap?
Moderne communicatiemiddelen hebben onze complete wereld tot een huiskamer gemaakt, waar datgene wat we nodig menen te hebben zich via e-mail, sms en Internet
als een lopend vuurtje aan ons opdringt, winkels worden overbodig
– alles wordt aan de deur bezorgd, al moet het van de andere kant van de wereld komen en dan nog wel de volgende dag.
Al deze nieuwe technologische ontwikkelingen
die hun toepassing vinden in de samenleving creëren nieuwe mogelijkheden,
maar brengen ook nieuwe moeilijkheden en vragen met zich mee,
waar we ons geleidelijk aan van bewust worden.
Wat zijn de sociale gevolgen van al dit soort digitale ontwikkelingen?
Hoe privé en on-menselijk is digitaal“, vragen wij [van een oudere generatie]
ons regelmatig af ten aanzien van de maatschappelijke gevolgen van de computer,
waar blijft de geest.

In welke richting de toekomstige ontwikkelingen ook zullen gaan:
duidelijk is in ieder geval, dat deze samenleving hoge eisen stelt aan de komende generatie.
Vandaar bijvoorbeeld het kennisdebat:
een brede landelijke discussie over ingrijpende maatschappelijke, industriële en culturele ontwikkelingen tot het jaar 2050 en de rol van het onderwijs daarin,
je dient er wèl eerst een force lening voor af te sluiten, die
jarenlang als een molensteen om je nek hangt.
Hoe zal onze samenleving er over een jaar of vijftien uit zien?
Allemaal werkend om onze studieschulden en hypotheek, auto en I-pod af te lossen?
Over welke kennis en inzicht moet je wel niet beschikken
om nog in zo’n maatschappij mee te kunnen?
Hoe verhouden zich tegen die tijd het leren, het werken en de vrije tijd?
Het onderwijs dient zich dan ook in hoog tempo voor te bereiden op het verloop van de 21e eeuw.
Kennis veroudert snel; God niet, die is van eeuwigheid dezelfde
Bovendien gaat het in de samenleving van de toekomst niet alleen om kennis,
maar juist en vooral ook om de toepassing en uitwisseling ervan.
De jeugd van vandaag zal zich op school [en Kerk] de vaardigheden eigen moeten maken
om morgen goed toegerust de samenleving van de toekomst mee op te kunnen bouwen.
Een samenleving die mondiaal, pluriform, multicultureel en in
levensbeschouwelijk opzicht multireligieus van karakter is.
Communicatie en dialoog dienen al geruime tijd sleutelbegrippen te zijn
in het debat over de toekomst van levensbeschouwelijke vorming van de komende generatie.
En is het niet inherent aan vernieuwings- en veranderingsprocessen dat de lucht dan wel eens betrekt en de barometer daalt, dat de spraak soms verward raakt,
de materiaalwagens niet altijd worden afgeladen
en sommigen hun kamelen alvast gaan zadelen?
Cijfers voor godsdienst en levensbeschouwing tellen maar mondjesmaat mee;
om over examenvak nog maar te zwijgen.
Zo bekeken kan het verhaal van de torenbouw van Babel
in hoge mate verontrustend en angstaanjagend zijn.
Maar er zit, zo zagen we, ook een andere kant aan het verhaal.
Het kan immers ook anders.

Vakken die op school [en catechese, maar vanaf nù in en vanuit de Kerk] worden onderwezen,  geven antwoorden op de vragen die ze zich ook buiten schooltijd voordoen.
Vragen, die betrekking hebben op de manier waarop
men in het leven staat en hoe wij met anderen omgaan;
vragen die te maken hebben met de toekomst,
vragen waarop nu eens en zo direct niet een antwoord voor handen is,
maar die toch belangrijk genoeg zijn om ze te stellen . . . . . en
dat niet alleen bij godsdienst of maatschappijleer!
En ? zeker zo belangrijk ?
de tijd dat het ‘not done’ was om in en buiten de school
over dit soort zaken te praten, ligt inmiddels vèr achter ons.
Als zo’n geïntegreerd onderwijs-, cq. Kerkmodel de toekomst mag zijn
van de levensbeschouwelijke vorming van jongeren,
dan kun je het verhaal van de Babelse spraakverwarring
zien als een geschenk [genade] uit de Hemelen.
Een geschenk dat de onderlinge communicatie,
samenhang en dialoog weer op gang brengt,
nieuwe impulsen geeft aan opvoedings-, onderwijs- en leerprocessen en
het digitale tijdperk een menselijk gezicht geeft.
Anders geformuleerd: “het geheim achter de dingen” –
de Goddelijke Geest weer kunnen ontdekken.

Gij toch hebt van Hem gehoord en zijt in Hem onderwezen,
gelijk dit de waarheid is in Jezus,
dat gij, wat uw vroegere wandel betreft,
de oude mens aflegt, die ten verderve gaat, naar zijn misleidende begeerten,
dat gij verjongd wordt door de geest van uw denken en
de nieuwe mens aandoet, die naar [de Wil van] God geschapen is
in waarachtige gerechtigheid en heiligheid.
Legt daarom de leugen af en spreekt waarheid, ieder met zijn naaste,
omdat wij leden zijn van elkander.
Geraakt gij in toorn, zondigt dan niet:
de zon mag niet over een opwelling van uw toorn ondergaan; en geeft de duivel geen voet.
Wie een dief was, stele niet meer, maar spanne zich liever in
om met zijn handen goed werk te verrichten, opdat hij iets kan mededelen aan de behoeftige.
Geen liederlijk woord kome uit uw mond, maar als gij een goed (woord) hebt, tot opbouw,
waar dit nuttig is, opdat zij, die het horen, Genade ontvangen.
En bedroeft de Heilige Geest Gods niet, door Wie gij verzegeld zijt tegen de dag van Verlossing
“.
Eph.4: 21-30

. . . Hebt u goede nota genomen, dat enkel God, Heer en Rechter is . . . . .
. . . . . En wat zegt Hij?
We dienen naast grote soberheid, grote ijver aan de dag te leggen en
de Goddelijke Schrift veelvuldig te onderzoeken.
Onze Heer en Verlosser heeft gezegd: “Onderzoekt de Schriften“!
Joh.5 : 39

Onderzoekt dan de Blijde Boodschap en houdt met een hoge nauwkeurigheid en
Geloof vast aan datgene wat er gezegd wordt,
opdat wij mogen weten wat Gods Wil is en wat
de Goddelijke Schrift ons duidelijk maakt en in staat stelt
in waarheid goed en kwaad van elkaar te onderscheiden . . .

Hebr.5 : 14

Niets is zo bevorderlijk voor ons
in herinnering te brengen
als het volgen van de Goddelijke Voorschriften van de Verlosser.
Hoegenaamd is er niets meer winstgevend voor de ziel dan wanneer
zij de keus gemaakt heeft
om Gods Wet dag en nacht via de Goddelijke Schriften te bestuderen.
De betekenis van de Heilige Geest wordt
via Genade via hen geopenbaard.
Het vervult een mens via geestelijke waarneming met alle plezier van de wereld,
het verheft haar boven het geheel van aardse dingen en de toont nederig van wat zichtbaar is
het vormt als het ware engelachtige hoogten
en maakt heel je leven deelgenoot aan dat van de engelen
“.
Heilige Symeon de Nieuwe Theoloog