Orthodoxie & standvastig blijven

Geestelijke groeiEen boom herken je aan zijn bladeren en
de vruchten, die hij voortbrengt.
Een goede boom brengt goede vruchten voort,
laat zijn schoonheid zien in 
datgene wat hij voortbrengt,
blinkt daarin uit en 
is welwillend dit met anderen te delen“.
Gregory Palamas [Γρηγόριος Παλαμάς 1296–1359]

Dit is ontleend aan de woorden van de Apostelen dat
onze lichamen tempels van de Heilige Geest” zijn
1Cor.6: 19 en dat we
deel hebben aan de goddelijke natuur“.
2Petr.1: 4

Mozes, die zijn armen opheft gedurende het gevechtVolharden en aanschouwen zijn twee zeer kleine, maar
zeer belangrijke woorden in onze christelijke woordenschat:
volharden alsof je ziet“.
Wij zijn geroepen om te leven door Geloof, niet
door overal grip op te hebben, maar om echt te leven door het Geloof dat we dienen te leven als ware het
door de ogen aanschouwd.
Mozes geeft ons een voorbeeld:
Door het geloof heeft Mozes, volwassen geworden,
geweigerd door te gaan voor een zoon van Farao’s dochter,
maar hij heeft liever met het volk Gods kwaad verdragen,
dan tijdelijk van de zonde te genieten en
hij heeft de smaad van Christus groter rijkdom geacht dan
de schatten van Egypte, want hij hield de blik gericht op de vergelding.
Door het geloof heeft hij Egypte verlaten, zonder de toorn van de koning te duchten.
Want hij bleef standvastig, als ziende de Onzienlijke
“.
Hebr.11: 27
Volwassen geworden in het Geloof betekent dus volharden alsof je ziet
en dat je dus dankzij je Geloof je leven kunt voortzetten,
wat er ook gebeurd, al stort je hele wereld in.

God vraagt ​​God hiermee heel veel van ons, maar
blijkbaar is het de enige manier om onze liefde tot Hem te bewijzen en
waardig gevonden te worden deel te nemen aan Zijn Hemelse Koninkrijk.
Petrus deelt ons daarom mee:
Hem heb je lief al heb je Hem niet gezien;
in Hem geloof je, ofschoon je Hem thans nog niet ziet en
je bent vervuld met onzegbare vreugde, omdat
je het doel bereikt van dat Geloof:
de zaligheid van je ziel
“.
1Petr.1: 8,9
De Griekse tekst zou ook vertaald kunnen worden als de omschrijving:
Zonder Hem gezien te hebben, heb je Hem lief, al
heb je Hem nu niet gezien, je gelooft in Hem
“.

Dit is de essentie van de beroemde uitspraak van het Pascha:
Leef het komende jaar door alles wat de Heilige Schrift en de kerk leren geheel te geloven en
breng het onafgebroken, ijverig in de praktijk en ik durf je te verzekeren dat je
aan het eind van het jaar in feite echt zult geloven en
vrij, liefdevol en ongebonden zult voelen
het ook daarna in praktijk te brengen.

Het bouwen van een waterputEen groot deel van ons geestelijk leven wordt,
of we willen of niet, geleefd op die “alsof” basis.
Men heeft veel verdriet om wat er om ons heen gebeurd, maar
we doet alsof we vrolijk zijn omwille van het koninklijk bruiloftsmaal, gaan we het grote feest niet te bederven:
– we zien niets, wij begrijpen niets [volledig],
– we hebben een groot aantal onbeantwoorde vragen,
– we voeren voortdurend strijd met de dingen die we echt zouden willen
– we zouden op de een of andere manier anders willen zijn.
overlevenMaar wij geloven en vertrouwen op God, dus
we leven alsof we de antwoorden al in onze zak hebben hetgeen betekent dat we leven zoals de Blijde Boodschap ons leidt,
zonder ons te verontschuldigen, zonder uitstel of
het bedenken van een redelijke verklaring voor
gedrag dat uit ons onbewuste voortkomt.
Dit is niet gemakkelijk, maar
dit is onlosmakelijk aan een leven in Geloof verbonden.

Kijk nog eens naar Mozes, en de context waarin het werd gezegd
dat hij volhardde alsof hi het voor ogen zag.
Door het Geloof heeft Mozes, volwassen geworden,
geweigerd door te gaan voor een zoon van Farao’s dochter en
hij wilde liever met Gods volk kwaad verdragen dan voordeel te trekken uit de zonde;
hij stelde de versmading met Christus boven de schatten van Egypte, want
hij hield het oog gevestigd op de vergelding die zijn loon zou zijn.
Door het geloof heeft hij Egypte verlaten zonder te toorn van de koning te vrezen, want
hij bleef standvastig alsof hij de Onzienlijke met eigen ogen had gezien
“.
Hebr.11: 25-27

VolhardenVolhardend alsof je het ziet is ongelooflijk hard werken, maar
de voordelen zullen eeuwig zijn.
We zullen bepaalde ideeën, meningen, activiteiten, genoegens en wereldse gedrag in het belang van het leven door het geloof dienen op te offeren aan de Onzienlijke God-mens, Die
het eeuwige leven heeft beloofd aan hen die

in Hem geloven en Zijn Wil doen.
Immers het Geloof is
werkelijk geloven en “dingen die men niet ziet” met hart en ziel omhelzen.
Geloof nu is de zekerheid van waar men op hoopt en
de overtuiging van wat men niet ziet;
juist daarvoor hebben onze Voorouders een goed getuigenis gekregen.
Want door het Geloof erkennen we dat
de wereld door Gods Woord tot stand is gebracht en dat
de zichtbare dingen niet alleen maar uit het waarneembare zijn ontstaan
“.
Hebr.11: 1-3
Ga heen in vredeHeeft de heenzending plaats gevonden met:
Gaat nu heen in Vrede . . . . .“,
dan gaan we als in een lichtprocessie onze eigen weg
met de zegen van onze Heer.
Laat het je dan niet overkomen dat Gods Mysteriën
een zo diepgaande verklaring vragen dat het
een obstakel voor jou zou kunnen opwerpen.
Leef voort, volhard in het Geloof,
alsof je het dagelijks onafgebroken
voor ogen ziet!
Breng daarbij dank aan God in je hart,
want daar vindt de muziek van het leven plaats en
de uiting daarvan straalt af op je omgeving . . .

Orthodoxie & Martelaarschap

Laatste AvondmaalGod is Liefde
1John.4: 8
Wat een prachtige en navolgbare waarheid.
We zouden niet geweten hebben dat God liefde is, wanneer
Hij ons niet Zijn Zoon gegeven had.
Dit is hoe God Zijn liefde onder ons toonde:
Hij zond zijn enige Zoon in de wereld                                                                                                  opdat wij zouden leven door Hem.
Dit is liefde: niet dat wij God hebben liefgehad, maar
dat Hij ons heeft liefgehad en Zijn Zoon heeft gezonden als
zoenoffer voor onze zonden“.
John.4: 9-10
Deze liefde verklaart Zijn “kommernis, zorgzaamheid”,
dat is duidelijk zichtbaar in de schepping.
Alleen oneindige Liefde kan deze zorg openbaren;
alleen de liefde kan datgene wat Hij ons geeft uitleggen,
het waarborgen van de integriteit van de schepping

In het zenden van Zijn Zoon Jezus Christus
wordt die Liefde geopenbaard er is niets anders maar hoe
oneindig veel meer dan Hij al had aangetoond met de schepping van alle dingen.
De aanvaarding van de zending van Zijn Zoon Jezus Christus, onze Heer
is de uitvoering ervan in gehoorzaamheid tot aan het onbaatzuchtig einde toe
Het kan niets anders betekenen dan de Openbaring van de oergrond van
de absolute Liefde van de Vader voor Zijn schepselen.

GE DIGITAL CAMERADit betekent echter niet dat we in staat zijn gesteld om
de diepte van deze Goddelijke Liefde
te doorgronden vanuit de schepping.
De zelfopoffering van de Zoon in opdracht van de Vader
zit regelrecht verbonden in het weefsel van de schepping.
Het was zo gezegd in de schepping meegenomen, dat
God de wereld zou dienen te verlossen, vrij te maken.
In het licht van Gods voorkennis van wat er met Zijn Schepping, die
op zichzelf heel goed was, komen zou, kan
de wereld niet zijn geformeerd
zonder rekening te houden met de zending van ‘Zijn geliefde Zoon’. . . . .
De bereidheid om Jezus’ zending te aanvaarden
kan niet door Hem zijn uitgelokt door overreding,
als het ware dient eerder in Hem a priori, spontaan
de bereidheid aanwezig zijn geweest
‘vóór de grondlegging van de wereld’.
dit wordt verklaard in:
En allen, die op de aarde wonen, zullen het [beest] aanbidden,
ieder, wiens naam niet geschreven is in het boek des levens van het Lam,
dat geslacht is sedert de grondlegging der wereld
“.
Openb.3: 8
Vervolgens zien we in Jezus de liefde van de Wijngaardenier,
die ‘had een vertegenwoordiger stuurde, een Zoon, die Hij liefhad.
Marc.12: 1-12
Zijn Vader neemt  door Hem te zenden het risico . . . . . om
de moordenaars die Zijn voorgaande boodschappers al hadden vermoord . . . . .
Door zelfs Zijn Zoon ‘niet te sparen’
Hoe zal Hij, die zelfs zijn eigen Zoon niet heeft gespaard, maar
voor ons allen overgegeven heeft, ons met Hem
ook niet alle dingen schenken

Rom 8: 32
Cross', ICXC NIKAdoor Hem onder ons te laten wonen,
door Hem geeft Hij Zichzelf eigenlijk over aan onze ‘goodwill’ . . . .
– omdat Hij voorziet wat wij Hem zullen aandoen –
in de Goddelijke Boodschapper manifesteert Zich een verandering die,
zowel Zijn Verhevenheid als Nederigheid laat zien.
Dit zou dienen te worden uitgedrukt in                                                                                              de rust en de overgave van Zijn volgelingen.
Jezus openbaart deze aardse kant van de zending van het Heil,
Hij manifesteert “rust en overgave” die
overeenkomt met de zorgzaamheid van de Vader, de verzorger van de Wijngaard.
Wat hier op het spel staat is jouw redding
een totale redding die het gehele bestaan ​​en de ganse wereld omarmt,
of haar verbeurdverklaring . . . . .
En in deze zorg, deze zorgzaamheid, leidt Hij ons uiteindelijk,
waarbij in de heuvel Golgotha genaamd, aan alle wezens
de betekenis van Zijn Liefde wordt getoond.

the stub used to behead the Batak’s [Bulgaria] Martyrs bestialityTot behoud van deze erfenis en
het verrijken van onze toekomst
worden wij allen in Christus geroepen
tot ditzelfde martelaarschap,
de een in hoge mate de ander globaal.
Daarmee worden wij geroepen
een eerbetoon aan God te brengen,
met Christus mee ons eigen kruis te dragen en
getuigenis af te leggen van onze geloofsovertuiging.
'knowing yoyrself . . .' - yeat's visionZalig zijn zij die God, door een bijzondere Genade,
de mogelijk geeft om hun trouw aan Hem
te verzegelen door hun bloed!
Groot is de eer en het geluk voor een
arm sterfelijke mens die eveneens een arme zondaar is,
zijn gemiddelde, ellendig leven voor Hem beschikbaar te stellen,
aan Hem, Die uit oneindige Liefde voor ons,                                                                                      Zijn meest kostbare Zoon heeft gegeven!
Martelaren zijn slachtoffers die van de Goddelijke Liefde en Glorie getuigen.
Ze leggen getuigenis af, zoals het woord in het oorspronkelijke Grieks betekent,
een getuigenis van de oneindige Macht en de Goedheid van God, waarin
ze hun hele vertrouwen hebben gesteld en de Waarheid verkondigen van
Zijn heilig openbaar gemaakt Geloof, hetgeen zij met hun bloed bevestigen.
Geen getuigenis kan meer authentiek zijn, God meer verheerlijken, een steun in de rug zijn voor de gelovigen of de ongelovigen meer overtuigen.
Tot op de dag van vandaag wordt door de bestendigheid van onze Martelaren
onze heilige geloofsovertuiging bevestigd.
God zal hen verheugd opwachten vanwege hun keuze tot het middel waarmee Hij Zelf ook dit grote werk heeft volbracht.
Zijn wij Gods getuigen en komen wij op voor Zijn Woord, dan blijkt dat
op zijn minst door een leven van zelfverloochening, zachtmoedigheid en heiligheid.
Blijkt het niet eerder dat wij door een tegenovergesteld gedrag Zijn heilig Lichaam, de Kerk bevuilen, waarvan het een eer zou zijn en een belediging Zijn aanbiddelijke Naam
bloot te stellen aan de godslasteringen als de ongelovigen.

Orthodoxie & navolging van Christus

Christus, de schepper van alle dingen,
is neergedaald als de regen,
Hij laat Zich kennen als een bron en
verspreidt zich als een rivier“.
Hos.6: 3; John.4: 14; 7: 38

Jij hebt je met Christus bekleed en bent Zijn volgeling geworden.
Geen enkel schepsel, zichtbaar of onzichtbaar,
zou je mogen belemmeren om
Christus na te volgen . . . . .
Wat zouden de aantrekkelijkheden van deze wereld en
de koninkrijken der aarde voor jou
nog dienen te betekenen.
Het is immers mooier met Christus te sterven dan
de gehele wereld te beheersen.
Hem zoek je, Hij die voor ons gestorven is;
naar Hem verlang je, Hij die voor ons verrezen [opgestaan] is.

De bloemendrager -door Diego Rivera 1935Je [weder-]geboorte komt naderbij . . . . .
Laat je door het onvermengde Licht omhelzen;
pas wanneer je daarin slaagt ben je volwaardig mens geworden;
wanneer je het lijden aanvaardt van God . . . . .,
wanneer je aardse verlangens kruisigt en
in Hem geloof in materie terzijde legt,
zal levend water in je binnenste vloeien [John.7: 38].
Dan kan je het onvergankelijk voedsel of
de zoetheid van dit leven weer proeven.
Je hongert naar het brood van God,
het lichaam van Jezus Christus, zoon van David, en
als drank wil je Zijn bloed
welke de onvergankelijke liefde is.

Een mens is een mengsel van ziel en vlees,
vlees dat gevormd is naar de gelijkenis van God en
vormgegeven door Zijn twee Handen,
de Zoon en de Geest.
Adam kreeg bij de schepping het vermogen om God als in een spiegel te zien
en werd daardoor gegrondvest in de waardigheid van de engelen.
Hij zag alles wat goed was, niet met zijn lichamelijke ogen,
maar met die van de intelligentie;
hij zag het Gelaat van zijn Schepper
Hij aanschouwde Zijn heerlijkheid
en onderhield zich elk moment met Hem.
Toen hij Gods Gebod overschreed en van de boom proefde,
is hij door zijn blindheid gevallen en
in de duisternis van de dood verzeild geraakt.

Hoe zul je op een dag vergoddelijkt worden wanneer je nog geen mens geworden bent?
Hoe kun je volmaakt zijn, terwijl je nog maar amper geschapen bent?
Hoe zul je onsterfelijk zijn, terwijl je gehoor gegeven hebt aan de Schepper in je sterfelijke natuur? Aangezien je het werk van God bent, dien je geduldig de Hand van jouw Pottenbakker af te wachten, Die alle dingen op de juiste tijd doet.
Toon Hem een soepel en volgzaam hart en bewaak de vorm die Hij je gegeven heeft,
door in je het water te dragen dat van Hem komt en
zonder welke je, door je te verharden,
de beeltenis van Zijn vingers, zou verspelen.
Door je door Hem de kans te geven je te vormen, zul je tot aan de volmaaktheid opstijgen;
Zijn Hand heeft jouw immers geschapen.
Maar wanneer je door hard te worden, Zijn kunstwerk afwijst en
je ontevreden toont met hetgeen waarmee Hij je tot mens heeft gemaakt, dan
zul je door je ondankbaarheid, niet alleen Zijn kunstwerk, maar
het leven zelf wegwerpen.
De goedheid van God heeft je immers gevormd en is eigen aan jouw menselijke natuur.
Ethiopisch Orthodoxe afbeelding  Jesus wast de voeten van Zijn volgelingenWanneer je je door jouw geloof aan Hem overgeeft en
je aan Hem onderwerpt,
zul je de Genade van Zijn beeld en
Zijn gelijkenis terug ontvangen en
zul je Zijn volmaakte werk zijn.
Bekijk alles eens wat voor ons is gemaakt:
wat een heerlijkheid ons wordt geboden,
– wat voor overeenkomst, als we naar de heilsgeschiedenis kijken, ons
door de Heer wordt aangeboden vanaf de vaderen en de profeten;
wat voor belofte en tegemoetkoming , wat voor Barmhartigheid er
vanaf den beginne door de Schepper wordt geschonken!
Uiteindelijk heeft Hij in Zijn onuitsprekelijke Welwillendheid jegens ons getoond,
door Zelf onder ons komen te wonen en door aan het Kruis te sterven teneinde ons tot ommekeer en te bewegen en ons daardoor te begeleiden tot het Leven.
En wij laten onze eigenzinnigheid niet los, onze voorliefde voor deze wereld,
onze neiging tot het kwaad en onze rigide [starre] gewoontes, daardoor
lijken we op kleingelovige mensen of keren onszelf geheel van God af.

Ethiopisch Orthodoxe afbeelding  - ThomaszondagEn valt het je dan op hoe God, ondanks dat alles,
Zijn flexibele karaktertrek laat zien.
Hij beschermt ons en verzorgt ons onzichtbaar;
ondanks onze tekortkomingen levert Hij ons niet definitief over aan het verval en aan de illusies van deze wereld;
met groot geduld verhindert Hij dat wij ten onder gaan en
bespeurt Hij als een Vader reeds het moment waarop                                                                    wij als verloren kinderen naar Hem zullen keren.
Door Zijn manier van doen heeft Hij ons getoond de weg terug te vinden.
Hij sluit Zijn Kerk voor niemand; niet voor Zijn tegenstanders, de Godslasteraars,
de eeuwige vijanden van Zijn Naam.
Hij laat hen niet alleen toe tot de vergeving wanneer ze hun fouten inzien, maar
Hij beloont ze tevens met het Koninkrijk der Hemelen.
Zijn wereld staat open voor alle gelovigen die
verlangen naar het Vaderland, hetgeen
het beloofde land was in de woestijn
voor Zijn volk van Israël.

In de woestijn waarin we verblijven worden we met
God en Zijn heerschappij geconfronteerd;
het is kiezen of delen: óf
Je zult op de middag als een blinde in de duisternis rondtasten;
je zult op je wegen niet voorspoedig zijn, maar
bij voortduring slechts verdrukt en beroofd worden,
zonder dat iemand je redt.
???????????????????????????????Je zult een vrouw ondertrouwen, maar
een andere man zal haar beslapen.
Je zult een huis bouwen, maar het niet bewonen.
Je zult een wijngaard planten, maar
de vrucht daarvan niet genieten.
Je eigen rund zal voor je ogen geslacht worden, maar
je zult daarvan niet eten.
Je ezel zal in jouw bijzijn geroofd worden, en niet tot u terugkeren.
Je kleinvee zal aan je vijanden worden gegeven,
zonder dat iemand je te hulp komt.
Je zonen en dochters zullen aan een ander volk worden overgeleverd, terwijl
jij het met eigen ogen ziet, en de gehele dag naar hen smacht, zonder iets te kunnen doen.
Een volk, dat je niet kent, zal de vrucht van jouw bodem eten en
alles waarvoor jij gezwoegd hebt;
zul je bij voortduring slechts verdrukt en vertrapt zien worden.
Je zult waanzinnig worden vanwege het schouwspel, dat je ogen zullen zien.
De Heer zal je slaan met boze zweren aan de knieën en aan de dijen, waarvan
je niet kunt genezen; van uw voetzool af tot uw schedel toe.
De Heer zal jou en de koning, die je over jezelf hebt aangesteld,
naar een volk voeren dat je niet kende, jij noch je vaderen en aldaar
zult je andere goden dienen van hout en steen.
Je zult een voorwerp van ontzetting worden,
een spreekwoord en spottend beschaamd worden onder alle volken,
naar wiens land de Heer je wegvoert.
Je zult veel zaad naar je akker brengen, maar weinig inzamelen, want
de sprinkhaan zal het opvreten.
Wijngaarden zult je beplanten en bewerken, maar er geen wijn van drinken of opleggen;
want de worm zal eraan knagen.
Olijfbomen zult je bezitten over heel jouw gebied, maar je niet met olie zalven;
want de olijven zullen afvallen.
Je zult zonen en dochters verwekken, maar zij zullen jouw niet toebehoren,
want zij zullen in gevangenschap gaan.
Van al je geboomte en veldvruchten zullen de sprinkhanen zich meester maken.
Steeds meer zal de vreemdeling in je midden jou te boven gaan, terwijl jij steeds verder wegzinkt.
Hij zal u te leen geven, maar jij niet aan hem; hij zal het hoofd zijn, en jij het staartstuk.
Al deze vervloekingen zullen over je komen, je achtervolgen en je treffen, totdat je verdelgd zijt,
wanneer je niet geluisterd hebt naar de stem van de Heer, uw God en
de geboden en inzettingen die Hij jou heeft opgelegd niet hebt onderhouden;
deze geboden en inzettingen zullen onder jou tot een teken en een wonder zijn en
onder je nageslacht voor altijd.
Omdat je de Heer, jouw God, niet met vreugde en blijdschap gediend hebt vanwege al je overvloed,
Zul je de vijanden, die de Heer tegen je zal doen optrekken, dienen, onder honger en dorst,
in naaktheid en met gebrek aan alles; Hij zal een ijzeren juk om je hals leggen,
totdat Hij je verdelgd heeft
“.
Deut.28: 29-48

Óf:
“Je komt tot Hem, wanneer je vermoeid en belast bent, en Hij zal u rust geven;
je neemt Zijn juk op je en je leert van Hem, want Hij is zachtmoedig en nederig van hart en
je zult daarmee rust vinden voor je ziel; want Zijn juk is zacht en Zijn last is licht”.
Matth.11: 28-30

Wat zouden de aantrekkelijkheden van deze wereld en de koninkrijken der aarde
jou nu nog kunnen bieden of wat hebben ze in feite te betekenen.

Orthodoxie & kloosterleven

Monks lifeHet kloosterleven wordt
vanuit de christelijke grondslag onderbouwd
door een levensvisie van een door God gegeven regelgeving.
Het is een wijze waarop men
afstand kan nemen van het leven in de wereld.
Het omvat een invulling van het verlangen naar een leven om
het Hemels Koninkrijk te bereiken.
In het monastieke leven dienen bepaalde handelingen naast degenen die in de wereld zijn verboden eveneens te worden vermeden; zo behoren de verlangens van het vlees gedisciplineerd te zijn; alle moedwillige impulsen dienen te worden gecontroleerd,
alles wat niet in harmonie kan worden gebracht met het ware christelijke geloof
dient uit de weg te worden gegaan.

Vanuit het leven in eenzaamheid begon het kloosterleven onder die enkelingen,
die op zoek waren naar afzondering met als doel het ongestoord bidden tot God.
Het was een persoonlijke zelfverloochening.
Iedere asceet zocht een leven welke was afgescheiden van de samenleving.
Waar mogelijk nam hij zijn intrek ver verwijderd van menselijke woonplaatsen,
daar waar hij dichter bij God zou kunnen zijn door middel van gebed en vasten
in zijn zoektocht naar het eeuwige leven.
Monniksleven in cenobitische KloostergemeenschappenHet leven in eenzaamheid is vervolgens uitgegroeid tot
een spiritueel gemeenschapsleven
waarbij verzamelde asceten samen kwamen onder leiding van een ervaren geestelijk leider – veelal geestelijk vader genoemd – om
te worden ingewijd in de praktijk van de ware ascetisch leven.
Een periode later werden er kloosters
gebouwd om de kloostergemeenschap te huisvesten.
Ze werden geleid door een geestelijk vader of abt, die veel ervaring bezat in het monastieke en ascetische leven.
Dit type van het monastieke leven werd het cenobitisch kloosterleven genoemd.
Er werden regels opgesteld en er werden interne richtlijnen voor de kloosters uitgewerkt om het geestelijk leven van de gemeenschap onder de monniken te waarborgen en
hun relatie met de abt van het klooster te reguleren.
Deze regels legden ook de relaties vast tussen de vertegenwoordigers en assistenten van de abt, de wijze en eerbiedwaardige oudvaders die de novicen in het monastieke leven initieerden door over hen te waken en hen het leven van een monnik bij te brengen.

Open unto me the gates of repentance Life-giver; For my soul arises toward Your holy temple [cathedral of Piraeus]Ondanks het bestaan ​​van deze kloosters, bleef
het anchoritisch kloosterleven bestaan.
Asceten bleven hun verblijfplaats in grotten en in kluizen houden, veelal in de omgeving van cenobitische kloosters en
het gebeurde ook vaak dat een cenobitische monnik van de abt toestemming kreeg om anchoritisch te gaan leven.
Velen van hen brachten vervolgens de doordeweekse dagen in afzondering door, waarna zij zich op zondagochtend verzamelden in de kloosters om de Goddelijk Liturgie te vieren met hun broeders en de abt. Daarna namen zij met hen deel te nemen aan de agape-maaltijd en keerden vervolgens terug naar hun woningen.
Op hetzelfde moment werden zij tevens voorzien van hun kleding, post en levensmiddelen.

In de perioden vóór de christelijke godsdienst, was er eveneens plaats voor praktijken die op het christelijk ascetisch en monastieke leven gelijken,
zoals een leven in vasten en gebed, waarbij het lichaam door zware lichamelijke arbeid afgemat werd teneinde de lichamelijke verlangens onder controle te krijgen en moedwillige impulsen te disciplineren ten einde de verlichting van de geest tot het uiterste te bereiken.

Deze praktijken waren echter ver verwijderd van de geest van boetedoening
waarbij de christelijke monnik streeft naar een perfect leven in
overeenstemming met de Blijde Boodschap van de Heer.
Want wanneer de monnik zijn lichaam aan dergelijke ontberingen onderwerpt, dan
doet hij dat niet omwille van de te verwachten bestraffing, maar
om zijn lichaam te beheersen en daarmee ruimte te ontwikkelen voor de op God gerichte geest,
om een ​​deugdzaam leven te beoefenen en een zuiver karakter te verwerven.
Het is dan ook onjuist om de oorsprong van het christelijke monastieke leven
te zien als een ontwikkeling vanuit de perioden van vóór de christelijke godsdienst.

profeet EliaDe beoefening van ascese in het Oude Testament
daarentegen kan niet worden ontkend.
Profeet Elia uit het Oude Testament
stond model voor de kluizenaars die zich uit de wereld met
al zijn verleidingen terugtrokken en de woestijn ingingen.
We lezen hoe God Profeet Elia gebood:
Daarna kwam het woord des Heren tot hem:
Ga van hier, wend u oostwaarts en verberg u bij de beek Kerit, die
in de Jordaan uitmondt.

Gij kunt uit de beek drinken en Ik heb de raven geboden u daar van spijs te voorzien.
Daarop ging hij heen en deed naar het woord van de Heer;
hij ging verblijf houden bij de beek Kerit, die in de Jordaan uitmondt.
De raven brachten hem ‘s-morgens brood en vlees, en ‘s-avonds brood en vlees en
hij dronk uit de beek“.
1Kon.17: 2-6
H. Johannes de doperDe heilige Glorieuze Profeet, voorloper en doper Johannes leefde eveneens het leven van een asceet. Hij groeide op in de woestijn:
Johannes was gekleed met kameelhaar en met een lederen gordel om zijn lendenen en
hij at sprinkhanen en wilde honing“.
Marc.1: 6

Valaam MonasteryDe fundamentele principes van het christelijke monastieke leven
zijn gebaseerd op de navolging van het leven van Christus op aarde en op de gehoorzaamheid aan Zijn sublieme Leer.
Onze Heer en Verlosser Jezus Christus trok zich terug in de eenzaamheid van de woestijn en
vastte daar voor veertig dagen en veertig nachten.
Er wordt ons verteld:
> “Jezus van Nazareth, hoe Hij door God met de Heilige Geest en met kracht is gezalfd.
Hij is rondgegaan, weldoende en genezende allen,
die door de duivel overweldigd waren;
want God was met Hem
“.
Hand.10: 38
> Hij koos als Zoon van God in armoede te leven.
En de apostel Paulus schrijft:
Gij kent immers de Genade van onze Heer Jezus Christus, dat
Hij om uwentwil arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat
gij door zijn armoede rijk zou worden“.
2Cor.8: 9
> Op een keer kwam een ​​Schriftgeleerde bij Jezus met de woorden:
Meester, ik zal U volgen, waar Gij ook heengaat.
En Jezus zei tot hem:
De vossen hebben holen en de vogelen des hemels nesten, maar
de Zoon van de mensen heeft geen plaats om het hoofd neer te leggen en te rusten“.
Matth.8: 19-20
> Zijn discipelen haalden aalmoezen op om
zijn en hun eigen materiële behoeften te bevredigen.
Toen hij zond hen uit om de Blijde Boodschap te verkondigen, gebood hij:
Gaat en predikt en zegt:
Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.
Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen, drijft boze geesten uit.
Om niet hebt gij het ontvangen, geeft het om niet.
Voorziet u niet van goud of zilver of koper in uw gordels,
van geen reiszak voor onderweg, geen twee hemden, geen sandalen,
geen staf, want de arbeider is zijn voedsel waard
“.
Matth.10: 7-10
> Deze goddelijke opdracht vormt het fundament voor de gelofte van de vrijwillige armoede,  die de monnik aflegt.
Het celibaat [ongehuwd voortgang in het leven] heeft
zijn oorsprong in de leer van Christus:
“… Er zijn immers gesnedenen, die zo uit de moederschoot geboren zijn en
er zijn gesnedenen, die door de mensen gesneden zijn en
er zijn gesnedenen, die zichzelf gesneden hebben, ter wille van het Koninkrijk der hemelen.
Die het vatten [op zich kan nemen] kan, die vatte het“.
Matth.19:12
> De apostelen erkenden aldus de ware betekenis van kuisheid en
de voordelen die het heeft boven het huwelijk.
Over dit onderwerp schreef de apostel Paulus:
Ik wilde wel, dat gij zonder zorgen waart.
Wie niet getrouwd is, wijdt zijn zorgen aan
de zaak van de Heer, hoe hij de Heer zal behagen.
Maar hij, die getrouwd is, wijdt zijn zorgen aan aardse zaken, hoe
hij zijn vrouw zal behagen, en hij is verdeeld.
Zowel zij, die geen man meer heeft, als
de jongedochter, wijdt haar zorgen aan de zaak van de Heer, om
heilig te zijn naar lichaam en geest.
Maar zij, die getrouwd is, wijdt haar zorgen aan aardse zaken, om
haar man te behagen
1Cor.7: 32-34

Het ware leven van een monnikIn het christendom is het monastieke leven ontstaan ​​
als een noodzakelijk gevolg van het volgen van de leer van Christus.
Het doel was om de christelijke perfectie te bereiken door middel van zelf-ontkenning.

In de navolging van Christus probeert
de één om dichter bij God te komen en op Zijn pad te blijven en
wijdt iemand anders zijn gehele wezen om dit doel te bereiken.
Het Groot en Heilig Kruis wordt gedragen en de strikte gehoorzaamheid
dient te worden opgedragen aan de Goddelijke opdracht die
Hij gaf aan de man die naar Jezus kwam en vroeg
welke goede werken hij kon doen om het eeuwige leven te bereiken.
Jezus antwoordde hem, zeggende:
Indien gij volmaakt wilt zijn,
ga heen, verkoop uw bezit en geef het aan de armen en
gij zult een schat in de hemelen hebben en
kom hier, volg Mij“.
Matth.19: 21

Het monastieke leven is niets meer of minder dan
je in alle dingen te laten leiden door de woorden van Jezus Christus;
de woorden die Hij sprak tot Zijn discipelen:
Indien iemand achter Mij wil komen, die
verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij.
Want ieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen;
maar ieder, die zijn leven verloren heeft om Mijnentwil, die zal het vinden.
Want wat zou het een mens baten, als hij de gehele wereld won, maar schade leed aan zijn ziel?
Of wat zal een mens geven in ruil voor zijn leven?
Want de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid van Zijn Vaders, met Zijn engelen, en dan zal Hij een ieder vergelden naar zijn daden“.
Matth.16: 24-27
Jezus zei ook:
Voorwaar, Ik zeg u,
er is iemand, die huis of broeders of zusters of moeder of vader of kinderen of akkers
heeft prijsgegeven om Mij en om het evangelie, of hij ontvangt honderdvoudig terug:
nu, in deze tijd, huizen en broeders en zusters en moeders en kinderen en akkers,
met vervolgingen, en in de toekomende eeuw het eeuwige leven
“.
Marc.10: 29-30

Groot Schema, welke door verwoede Hesychasten, onder hun kleed wordt gedragen.De geloften die een monnik aflegt om het ware kloosterleven te gaan volgen is
de gehoorzaamheid aan een innerlijk ervaren oproep van God.
De monnik geeft gevolg aan zijn vrome doel on zijn zoektocht naar christelijke volmaaktheid
door te streven zijn wil in overeenstemming te brengen met de wil van God.
Door het inlossen van z’n menselijke onvolkomenheid bereikt hij de staat van genade,
van gerechtigheid, van heiliging en de gemeenschap met God door
te handelen in overeenstemming met de wil van God en
niet overeenkomstig zijn eigen wil; hij trekt zich terug uit de wereld.
De vrome monnik tracht dit op zich te nemen
door drie geloften waarmee hij zijn eigen vrije kenbaar maakt,
die hij in het openbaar aflegt door.
Deze geloften zijn de volgende:
1.]. absolute gehoorzaamheid aan zijn geestelijke meerdere.
2.]. vrijwillige armoede, waarmee hij aangeeft dat hij niets van de wereld als
zijn persoonlijke eigendom zal beschouwen.
3.]. het celibaat, waarmee hij zichzelf oplegt nooit te trouwen en een kuis leven te blijven leiden. Deze geloften zijn beloften die de monnik tot aan het einde van zijn leven trouwe dient te blijven.
Bovendien is dit het resultaat van zijn geloften en deze beloften zijn een verbond welke de monnik met God aangaat Die hem voor zijn hele leven hieraan verbindt en bij schending plaatst deze hem in gevaar van de eeuwige verdoemenis.
Naast deze drie geloften zijn er de christelijke plichten waarover de monnik zich openlijk uitspreekt, zoals gebed, vasten en het geven van aalmoezen.
Hij dient aalmoezen te geven van het weinige geld dat hij bespaart uit de verkoop van producten die hij heeft gemaakt om zijn brood te verdienen.
De monnik dient ‘s-nachts waken te houden, zich op een afstand te houden en zich verre te houden van loze praatjes.

Zoals hierboven reeds aangehaald, kan een persoon zich ook in de wereld gaan wijden aan het monastieke leven vanwege een alledaagse en niet de goddelijke reden,
omwille van de vergankelijke glorie.
De geestelijk vaders geven aan dat dit niet van de hand behoort te worden gewezen, omdat
een persoon met een dergelijk doel wordt verondersteld toch de Liefde van God te bereiken.
Het terugtrekken in de woestijn omvat de marteldood om aan de menselijke tirannie te ontsnappen, waarbij zij hun ascetische praktijk van het vasten, gebed en het nachtelijke waken blijven beoefenen.
Sommigen van hen zullen de perfectie van een ware christen bereiken en
zijn een goed voorbeeld voor hun omgeving.

Keizer Constantijn de Grote heeft in 313 in Milaan met een decreet bijgedragen aan de bloei van het monastieke leven in de 4e eeuw, welke tevens wordt aangeduid als de eeuw van het monastieke leven.
Door dit besluit werd het christendom, voor het eerst in de geschiedenis, erkend als
een religie die dezelfde wettelijke rechten genoot als de andere religies.
Keizer Constantijn ondernam een volgende stap om ongetrouwde mensen en
kinderloze echtparen te bevrijden van de zware belastingen die hen waren opgelegd.
Het was namelijk algemeen bekend dat veel van die mensen hun familie achterlieten en
de woestijn in vluchtten om te voorkomen dat zij gedwongen werden deze belasting te betalen.
Voorts zouden monniken niet meer worden opgeroepen voor militaire dienstplicht.
Dergelijke maatregelen moedigde duizenden jonge mannen weer aan om
het monastieke leven te zoeken, de plichten en de regels van het monastieke leven op zich te nemen en aldus een ​​eenvoudig leven te leiden in volledige afzondering van de wereld.
In hun cellen brachten veel van hen rijke geestelijke vruchten voort dankzij degenen
die hen in de geestelijk voortgang van hun leven onderwezen.
Ze distantieerden zich van al het materiële, het dagelijks leven, bereikten een grotere onafhankelijkheid aan lichamelijke behoeften en werelds-gerichte-intellectuele invloed.

De neoplatonische filosofie, die enkele ascetische kerkvaders heeft beïnvloed heeft er aan bijgedragen het monastieke leven tot bloei te brengen.
Het monastieke leven is een staat van voortdurende boetedoening.
Dat monnik kwaliteiten van liefdevolle vriendelijkheid verwerft en zich verzet tegen het kwaad is het beste bewijs van zijn vrome vastberadenheid waarmee hij zijn plaats inneemt in
het gezegende leven van een kloosterorde.
Er bestaat uiteraard een mogelijkheid dat er twijfels opkomen over de stap die
hij heeft genomen en de overweging om terug te keren naar de gewone samenleving in de maatschappij.
Maar wanneer hij zich tegen deze verleiding verzet en zich onderwerpt aan de plichten van het monastieke leven door te leven in gehoorzaamheid aan geestelijk leidsman zal hij deze uitdaging te overwinnen.
Zelfs indien zijn roeping niet van God afkomstig zou zijn,
zal zijn voortdurend gebed en de vervulling van zijn taken
het een goddelijk stempel meegeven.
De hardnekkige strijd van de monnik tegen de duivel en zijn valstrikken is constante meedogenloos;
maar de liefde van de monnik voor God is machtiger dan het leven en de dood.
In de woorden van Paulus:
“Want ik ben door de wet voor de wet gestorven om voor God te leven.
Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, [dat is], niet meer mijn ik, maar
Christus leeft in mij.
En voor zover ik nu [nog] in het vlees leef leef ik door het geloof in de Zoon van God,
Die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven”.
Gal.2: 19-20

Daarom kan niets de monnik scheiden van de liefde van Jezus:
Want ik ben verzekerd, dat noch dood noch leven,
noch engelen noch machten, noch heden noch toekomst,
noch krachten, noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel
ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods,
welke is in Christus Jezus, onze Heer
“.
Rom.8: 38-39
De monnik neemt tevens de raad van de wijze Profeet Salomo ter hart, door wie God zei:
Mijn zoon, geef mij uw hart en
laten uw ogen behagen hebben in mijn wegen
“.
Spr.23: 26

Op deze wijze hebben monniken eeuwen lang de hartstochten van het vlees overwonnen om
zo in staat te zijn de ontberingen van het leven, de bitterheid van ascese en de ernst van de regels te [ver]dragen.
Ze bleven waken in de nacht onder vasten en bidden, ze namen zware handenarbeid op zich in hun zoektocht naar het authentieke leven.
Het goddelijk Licht werd hen vanuit den hoge toegeworpen;
sommigen onder hen hebben in hun ascese die volmaaktheid bereikt
en zelfs het stadium van de vereniging met Zijn heerlijkheid.

De heilige Anthonius de Grote [ † 356] – de vader van de monniken –
vatte zijn ascetische filosofie zo samen:
De ziel is een geheel geworden en
de sensuele genoegens van het vlees zijn afgenomen
“.
En dit is wat de apostel Paulus bedoelde toen hij schreef:
Daarom heb ik een welbehagen in zwakheden,
smaadheden, noden, vervolgingen, benauwenissen ter wille van Christus,
want als ik zwak ben, dan ben ik machtig
“.
2Cor.12: 10
De heilige Athanasius (373) beschreef het leven van de heilige Anthonius aldus:
Hij bleef diep in de nacht op, zodat vaak bracht hij de hele nacht in gebed zonder te slapen.
Dit gebeurde niet in één keer maar vaak, zodat de andere kloosterbroeders zich hierover verbaasden.
Hij droeg een mantel van kamelenhaar welke hij zijn gehele ascetische leven niet een keer in het water heeft gewassen.
Overdag at hij slechts een keer, maar vaak slechts om de tweede of vierde dag.
Hij at alleen maar brood met zout en dronk water.
Hij was tevreden met een harde mat om op te slapen, maar
meestal sliepen op de kale grond
“.
In de 3e eeuw na Christus verschenen op veel plaatsen vele asceten, aanbidders en kluizenaars onder de hoede van het Patriarchaat Antiochië.

Saint Antony,the Great & Saint Paul of THebe, GreekDe heilige Anthonius [251-356] wordt beschouwd als
de grondlegger van het monastieke leven.
Hij wordt de “vader van het monastieke leven” genoemd en “de roepende ster in de woestijn”.
En zijn buurman, de heilige Paulus van Thebe, die
aan de andere kant van de berg woonde, wordt beschouwd als
de eerste kluizenaar.
Voordat hij stierf werd Anthonius door God geïnspireerd om hem te bezoeken en
de heilige Paulus van Thebe vertelde hem het verhaal van zijn leven.
De heilige Paulus van Thebe vertelde hem tevens dat het uur van zijn dood nabij was en
dat God hem gezonden had om hem te begraven.
De heilige Paulus van Thebe woonde tot de leeftijd van 113 jaar, waarvan hij er 90 doorgebracht in de woestijn van Egypte, die hij had gekozen om zijn verblijfplaats te zijn.
Zijn dagelijkse maaltijd bestond uit een half brood, die hem, net als de grote profeet Elia, door een raaf gebracht werd.
Met de bloei van het monastieke leven en de verspreiding van de kloosters in Egypte,
schreef de heilige Pachomius regels voor het cenobitische leven, het reguleren van al de geestelijke, lichamelijke en sociale behoeften van de monniken.

De monastieke wijding houdt nog geen priester- of diakenwijding in; het is de monnik dan ook niet toegestaan ​​om het altaar via de koninklijke deuren te naderen, noch  de sacramenten te bedienen.
Dionysios de Grote  leerde de monnik Dimathilius zwaar de les, omdat deze het gewaagd had om dit te doen.
Hoewel het monastieke leven ​​buiten de kerk om is ontstaan wordt het binnen de Kerk ondersteunt.
Monniken en monialen leven niet voor de verlossing van hun eigen ziel alleen, maar het pastoraal en spiritueel welzijn van de christengemeenschap is ook onder hun kommernis.
Dag en nacht wordt door heen voor de Kerk en de wereld gebeden, zodat het licht van het Geloof  op de hele mensheid zal rusten;  zij hebben het Licht van de Blijde Boodschap over een groot gedeelte van de aarde verspreid.
Als dragers van de christelijke boodschap en hun kennis hebben ze de mensheid van de duisternis van onwetendheid naar het licht van kennis geleid, waarmee ze een grote dienst hebben bewezen.
In moeilijke tijden verlieten kluizenaars hun cellen en kloosters en gingen in de steden de gelovigen bijstaan om hen in hun religie te ondersteunen, om hen te helpen de onderdrukking met geduld te blijven verdragen en standvastig te blijven in het Geloof.
Wanneer er een ketterij opkwam, trokken zij erop uit om aan de gelovigen te prediken en
hen te behoeden voor de verkeerde opvattingen van die ketters en ze behielden daarmee een stevige greep op het Orthodox Geloof, dat door de heilige apostelen en de Kerk aan hen werd toevertrouwd door te geven.

> De heilige  Antonius -de vader van monniken en de ster van de woestijn – handelde op deze manier en was vastbesloten zijn relatie met de kerk niet te verbreken.
Zijn optreden en inzet voor de Kerk is een goed voorbeeld voor de hedendaagse monniken
om hetzelfde te doen.
Tijdens de golf van onderdrukkingen op instigatie van Maximinus (305-318), verliet de heilige  Antonius zijn cel en ging naar Alexandrië met de bedoeling het lijden door een martelaarsdood omwille van Christus op zich te nemen.
Hij bezocht de vervolgde gelovigen gevangenen, troosten hen en moedigen hen aan om tot de dood aan toe standvastig blijven in hun geloof.
Toen de volgelingen van Arius de kerkvaders en de gelovigen in een grote golf van vervolging  doodden, bezocht de heilige Antonius Alexandrië een tweede keer [in 355] om het ware geloof
te verdedigen, om de vervolgde gelovigen troost te bieden, om de gevangenen te bezoeken en
hen te vermanen om standvastig te blijven in hun Geloof.
Dit bezorgde hem veel leed.

> De heilige Ephraïm de Syriër op zijn beurt richtte een kerk koor op wat was samengesteld uit jonge meisjes uit Edessa, die de werken, die hij had geschreven en op muziek had gezet, ten gehore brachten en die dienden om de christelijke leer te versterken en te weerleggen tegen de ketterij.
Ook dient te worden vermeld dat toen in de winter van 372/373 de hongersnood uitbrak in Edessa, toen veel van de inwoners stierven van de honger, de heilige Ephraïm rijke burgers van de stad bezocht om van hen aalmoezen in te zamelen en dit te verdelen onder de armen.
In onze tijd zijn er diverse christenen die dit voorbeeld volgen en bij supermarkten inzamelingen houden teneinde voedselpakketten, kleding en huisraad onder verschoppelingen te verdelen.
Evenals toen worden er in onze tijd huizen ingericht om daklozen op te vangen en worden stateloze vluchtelingen, ondanks tegenstaand van de staat, opgevangen.
Binnen onze gemeenschappen zijn er christenen die ouden en zieken bezoeken en om niet in hun persoonlijke voorzien.
Hoewel het monastieke leven ​​buiten de kerk is ontstaan, werd het samen met de kerk en in de kerk een belangrijke kracht.
Het is wel iets meer dan gebed, vasten, de praktijk van ascese en waken, het omvat meer dan kennis en leren.
Het is een belangrijk onderdeel van de Kerk die de geest van ascese met mystiek combineert.
In de ogen van de samenleving is de monnik aldus de drager van sublieme tijdingen
– De leer van de Blijde Boodschap – waarin hij in waarheid de praktijken van de perfectie [voor]leeft en als voorbeeld geldt voor de wijze waarop de naaste met menselijkheid wordt opgevangen. Om deze reden hebben de gelovigen door de eeuwen vertrouwen in de monniken gehouden en heeft het monastieke leven een bevoorrechte en bijzondere positie in de Kerk ingenomen.
De Kerk heeft het monastieke leven erkend en heeft haar bisschoppen verkozen uit de monniken.
Het is op deze wijze nog steeds een traditie in de Orthodoxe Kerk om de bisschoppen te kiezen uit de gelederen van de monniken.
Patriarchen en bisschoppen, bleven na de verkiezing als geestelijke vaders en leiders, als monniken nog steeds in hun kloosters wonen.
Voorbeeld hiervan is de heilige Jacob, de bisschop van Nisibis en leraar van de heilige  Ephraïm waarvan wordt verhaald dat hij een geitenvel-gewaad droeg en bij nacht en ontij te hebben gebeden, gevast en gewaakt.
Zo omvat het monastieke leven een waardevol dienstbetoon aan de Kerkgemeenschap, bovendien kan gezegd worden dat de ontwikkeling van de kerk verbonden is met de bloei van het monastieke leven.
Zoals de heilige Athanasios schreef:
“Wanneer het kloosterleven en het priesterschap verzwakt is, kwijnt de gehele Kerk weg”.
Kloosters zijn bakens van religie, zowel in de christelijke leer als het behoud van kennis en
een zijn een blijvend teken van cultuur en beschaving geworden.

We noemen het kloosterleven een filosofie vanuit de christelijke grondslag onderbouwd
door een levensvisie van een door God gegeven regelgeving.
Het is een manier om het wereldse leven de rug toe te keren, het is vervuld van het verlangen om het leven hiernamaals te bereiken.
In het monastieke leven heeft de kijk op bepaalde gewoonten veranderd, zo sterk dat het tot een verbod leidde in de wereld en diende te worden vermeden;
de verlangens van het vlees dienen gedisciplineerd te zijn;
alle moedwillige impulsen dienen te worden gecontroleerd,
alles wat niet in harmonie is of niet in harmonie kan worden gebracht
met de ware christelijke Geloof dient te worden vermeden.
Wat in de geschiedenis begonnen is met het leven van de kluizenaar, met het individu dat op zoek ging naar afzondering met als doel het bidden tot God, de individuele zelfverloochening
is een voorbeeld geworden voor onze zoektocht naar het eeuwige leven en dient daarom als een onlosmakelijke schat van de Kerk gekoesterd te worden.

Orthodoxie & ascetisme

Op zoek naar groeiAscetisme is het om religieuze redenen
vrijwillig op nemen van zelfdiscipline,
het vermijden van alle vormen van verwennerij.
Bij het beoefenen van deze zelfverloochening
wordt de kracht van de Heilige Geest ingeroepen om
alles wat menselijk is, zowel naar lichaam, naar geest en ziel
terug te voeren tot de gemeenschap met God.

Het orthodoxe christendom bevestigt de structurele goedheid van de gehele schepping.
Heeft God immers Zijn Schepping niet overzien en
heeft Hij niet verklaard dat Hij zag dat het “goed” was [Gen.1]?
Het orthodoxe christendom heeft in het verleden gevochten tegen
alle vormen van vals spiritualisme hetgeen ofwel de goedheid zou willen ontzeggen tot
het scheppen of marginaliseren van de aardse werkelijkheid als slechts een schaduw van
een werkelijk waarneembaar bestaan van het hemelse rijk
welke waarneembaar zou zijn voor een verlichte intellect
[Plato (bijv, het gnosticisme en Manichaeism) – De Grot, uit van zijn dialoog over de Staat].
leven in overvloedChristenen zullen derhalve niet het vasten of de praktijk van kuisheid [om maar enkele voorbeelden te noemen] veroordelen, omdat het voedsel of het bedrijven van seks ‘slecht’ zou zijn.
Verre van dat; zij doen dit, vanwege het feit dat voedsel en seks,
wanneer er op de juiste manier en voor het doel waarvoor het ingesteld is gebruik van wordt gemaakt,
God juist verheerlijken.

judeo christian Cross and the star of DavidChristendom heeft van het jodendom een ​​sterke bevestiging van de goedheid van de fysieke wereld geërfd en het plaatst de oorsprong van het kwaad niet in de schepping,
maar in de vervreemding van de mens van God,
een oer-rebellie welke onze ogen voor Hem verduisterde en
ons in dodelijke wanordelijke passies opsloot.
Iedere wanordelijke passie veroorzaakt door de emotionele of mentale reactie van de psyche of het lichaam is een menselijke verstoring van iets goeds.
Het kwaad komt voort uit het hart en niet uit de natuurlijke wereld zelf.
Jezus leert ons dat we naar het hart dienen te kijken om ons met het kwaad in ons te confronteren en het te ontwortelen.
Wat de mond uitgaat, komt uit het hart, en dat maakt de mens onrein.
Want uit het hart komen boze overleggingen,
moord, echtbreuk, hoererij, diefstal, leugenachtige getuigenissen, godslasteringen.
Dat zijn de dingen, die een mens onrein maken, maar het eten met ongewassen handen
maakt een mens niet onrein
“.
Matth.15: 18-20

Het “hart” in het Hebreeuwse gedachte is noch de door ons gekoesterde maar misbruikt bloed-pomp welke niet de zetel is van zoetsappige sentimentaliteit.
Het zijn niet onze dagelijkse “gevoelens”, noch is het iets onzichtbaars en mistigs.
Het hart is de zetel van wie als persoon zijn en dat is inclusief lichaam, intellect, de emoties, de wil, het geweten en de persoonlijkheid.
Het werkelijk hart’s contact ontstaat pas in
de belangeloze, actieve toewending naar de ander, naar de wereld, naar God.
Die toewending wordt gedragen door een transcenderende beweging, waarin
grenzen van wijsgerige systemen, theologie, wereldbeeld overstegen worden.
De ontmoeting is de ‘plaatsloze plaats’, waar de uniciteit van de ander,
het andere oplicht en transparant wordt voor
de verborgen tegenwoordigheid van het eeuwige Gij.
Het hart, het allesomvattende bereik is
het punt van contact met God en de geestelijke wereld.
Het is het hart, dus in zowel de fysieke en spirituele aspecten die
terug dient te worden gebracht in de gemeenschap met God.
Dit waar ascese over gaat, het is een middel, een gereedschap, geen doel.
Het is de gehele weg die wij gaan en ons hele zijn dat terug verlangt naar God.
Kist voor de originele stukken van de Statenvertaling, Catharijneconvent, UtrechtDe vrucht van ascese is niet meer of minder dan Genade,
de vrucht van de Heilige Geest.
De vrucht van de Geest is
liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid,
goedheid, trouw, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.
Tegen zodanige mensen is de wet niet
Gal.5: 22-23

De eerste stap tot ascese wordt gemaakt door
de genezing van onze breuk met God,
ook wel  berouw genoemd.
De tweede stap is het volledig aanbieden van ons leven aan God.
Dit zijn de eerste twee stappen.

De derde stap, de ascese, is nodig omdat we al spoedig bij stap 2 tot de ontdekking komen
dat er een innerlijke weerstand ontstaat, een zwaar gevoel van binnen,
een verwarring die ons afleidt of desoriënteert hetgeen ons verhindert
onszelf van harte over te geven aan God.
Als we deze obstakels niet te boven komen en met hen leren om te gaan,
zal onze weg terug naar God, ons heil voortijdig worden afgebroken en
zal de tegenstrever, de duivel gewonnen hebben.
Bij bekering en toewijding is  het de ascese die als een middel dient,
om de vrucht van de Geest weer in ons leven te kunnen oppakken.
Een dergelijke zelfverloochening en aanwenden en integratie van wat ons door het hart tot God voert, is wat tot theosis, tot vergoddelijking zal leiden.
Laat ons de beschuldiging van schijnheiligheid en valse getuigenis bevrijd worden,
datgene wat met onze lippen verkondigen en we in onze manier waarop we leven ontkennen.
Dus ascese wordt beoefend, rekening houdend met haar vitaal belang voor alle christenen en is niet voorbehouden aan een selecte groep, de monniken.

Ascese wordt beoefend door de wil van God te volgen in het gebed tot Hem en door het leven op Hem gericht in te vullen.
Bij het verbeteren van ons leven, de persoonlijke wil dat er iets dient te veranderen neemt de zonde van hoogmoed een centrale plaats in.

De hoogmoed is het die als eerste dient te worden aangepakt moeten worden aangepakt
wil er verdere vooruitgang kunnen worden gemaakt.
Onze trots, onze eigenwaarde, plaatst ons waar God zou moeten zijn.
Het vervangt Zijn regels voor die we onszelf toebedacht hebben.
Het ondermijnt onze relatie met Hem en met de anderen door
alle mogelijke manieren van jezelf op de eerste plaats stellen.
Kortom, trots heeft een dodelijke uitwerking en dient te worden ingedamd
Bij extreme armoede van geest dienen we tot God te komen en “de handdoek in de ring te gooien”, ons als het ware over te geven aan Hem.
Vanaf dat ogenblik en pas dan alleen boeken we enig vooruitzicht op voortgang ten opzichte van de andere zonden. Hoe we voortgang maken hangt weer af van de zonde.
Deze tabel wordt gegeven als leidraad voor ons leven en kan niet zo netjes worden gecategoriseerd als deze traditionele lijst zou kunnen suggereren.
Om te beginnen is er een onlosmakelijk verband tussen alle zonden.
Jaloezie en hebzucht zijn als het ware favoriet.
Andere combinaties zijn eveneens gekleurd maar er zijn ook andere verbindingen mogelijk.

de Zonde         Doel van de Zonde         de ascetische taak                        de vrucht
de trots               eigen wil                                 overgave aan God            gemeenschap met God kwaadheid          controle                                 nederigheid                      verzoening, vergeving

afgunst                relaties                               dankbaarheid          voldoening met Gods Gaven
hebzucht             bezittingen               vrijwillig afstaan               alleen aan God verknocht zijn

gulzigheid          eten                                     vasten                                  een gesterkt lichaam en                                                                                                                          de wil om God te dienen
lust                      seks                                      kuisheid                             diepte in relaties
luiheid                energie                               Werk – discipline              Menselijke ontwikkeling

Wat in deze traditionele tabel is weggelaten – ook al behoort het er wezenlijk overal bij te staan, – is de “trots” hetgeen
onze intellectuele, technologische en psychologische overmoed omvat,
het alom aanwezige gericht zijn op die zonde, de
neiging die onze persoonlijke levens kwesties beïnvloedt.
Dit heeft in het bijzonder in de hedendaagse context een bijzondere aandacht bij het nastreven van ascese door christenen.

Tot slot een waarschuwing!
De ervaring en de leer van de grote asceten in de Orthodoxe Kerk
leert ons dat de duivel zelfs de ascese kan ondermijnen door
idealisme naar voren te schuiven en dit boven de natuur te plaatsen.
Velen hebben hun gezondheid geruïneerd, zowel lichamelijk als geestelijk
door zich in deze val te laten overrompelen.
Het is daarom ‘absoluut noodzakelijk‘, dat een christen, die deze ascetische weg aflegt
zich regelmatig door een geestelijke vader of moeder laat bijstaan
tot een juiste en Goddelijke balans in deze ascese die
zal de volheid van leven tot gevolg zal hebben
in plaats van een trotse en morbide ellende, vermomd als heiligheid . . . . .
waarover de duivel zich natuurlijk zal verheugen.

Orthodoxie & het opleiden van alle gelovigen

Uitreiking van de Heilige Communie met broodJezus zegt tot ons:
Gaat heen in de gehele wereld en
verkondigt het evangelie aan de ganse schepping“.
Marc.16: 15

Deze woorden van ons Heer laten ons
de omvang zien van de taak die aan de Kerk gesteld wordt.
De volgende woorden van de blijde Boodschap geven de uitvoering aan van deze taak:
En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven,
zowel evangelisten als herders en leraars om
de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon,
tot opbouw van het Lichaam van Christus
“.
Eph.4: 11, 12

vaardigheid in de Lage LandenDeze aanmanende woorden geven de belangrijkste functie weer
van elk pastoraal werkende zijn/haar kerkleden te onderwijzen.
God verwacht dat Zijn gemeente de discipline opbrengt en
haar leden oproept als Zijn werk ‘een Licht in de wereld te zijn‘.
Er dient daarom geen enkel voorbehoud te worden aanvaard
de leden van een christelijke gemeenschap
onderwijs te onthouden.
In iedere christelijke gemeenschap dienen de leden dusdanig te worden opgeleid
dat ze zijn voorbereid en tijd besteden aan datgene wat Christus ons
aan opdracht heeft meegegeven.
Iedereen die dan ook verantwoordelijk is voor Christus’ kudde heeft de plicht en
dient de hem/haar toevertrouwde zielen in Dit werk te behouden.

De desbetreffende gemeenschap  vormt niet alleen ‘een Licht in de wereld’, maar staat tevens aan verleidingen bloot. We worden in de huidige samenleving onophoudelijk verleid door leerstellig andersdenkenden die het christelijk Geloof
luidkeels afkeuren en oproepen tot afvalligheid.
Om de voortgang te bewaken dient de grondslag van de Blijde Boodschap
voortdurend te worden bewaakt.

Zie, ik weet dat Gij mijn God zijt;
voor God zing ik Zijn Profetie, voor de Heer
zing ik Zijn Woord.
In God stel ik mijn vertrouwen;
ik vrees niet voor wat een mens mij kan doen.
In mijzelf, God, heb ik een gelofte afgelegd,
dat ik U met lofzangen zou vergelden.
Want Gij hebt onze ziel aan de dood ontrukt,
mijn ogen van tranen bevrijd
Gij hebt mijn voeten verhinderd te vallen,
opdat ik welgevallig moge staan voor
het aanschijn des Heren in het licht der levenden
“.
Psalm 54 [55]: 8-14

De beste hulp die de ons toevertrouwde mensen gegeven kan worden is
hen te leren om samen te werken met God . . . . .
Het is duidelijk dat alleen ons spreken over het kruis opnemen en
jezelf verloochenen de werkers, de arbeiders in de wijngaard zal ontwikkelen . . . . .
De mensen hebben al zoveel gehoord  maar hebben tevens door uw voorbeeld
te leren hoe zij door het kruis en zelfverloochening dienstbaar kunnen zijn;
zich in te spannen voor degenen voor wie Christus gestorven is?
De beste hulp die de leden van onze Kerk kunnen geven is niet [s]preken, maar
hen door het voorbeeld voor te geven hoe dit varkentje gewassen dient te worden.
Geef zelf het voorbeeld iets te doen voor anderen . . . . .
en door je geheel en al te geven.
Aan het werk dus door zelf een voorbeeld van Christus volgeling te zijn
Gelukkig zijn er diverse voorbeelden aan te wijzen van mensen
die het voorbeeld geven en de Kerk loopt over van de mensen die
hun vrije tijd [naast hun eigen huishouden] aan de voortgang van de kerk
besteden en er worden bemoedigende resultaten ervaren daar
waar een dergelijk programma consequent wordt gevolgd;
of niet soms?

Er werd een vragenlijst verstuurd naar een aantal mensen die bekend staan omdat
ze actief betrokken zijn bij de voortgangsprogramma’s.
Uit een samenvatting van de reacties blijkt dat:
samen vaardig1.].  De pastoraal leidinggevende de sleutel is tot
het succes van een voortdurende leken-opleiding.
Hij dient zijn belangrijkste functie in deze opleiding te herkennen en zijn kudde leiden als een enthousiasmerend,
ziel-winnend team.
2.]. Er dienen gezamenlijke gedragsregels op gesteld te worden voor pastoraal leidinggevenden, voor bestuursleden en voor                                                        leiders van leken-activiteiten.
De tijd die aan een training hiertoe dient te worden besteed
varieert van een uur, een dag tot één weekend.
Ongeacht de duur dienen alle deelnemers het eens te zijn met het programma.
3..] Gedurende ongeveer vier maanden worden er wekelijks trainingen rond het programma  uitgevoerd door de pastoraal werkende en assistenten tot er een hecht samenwerkingsverband ontstaat rond het doel van het programma.
4.]. Binnen al de activiteiten dient het ontstaan van een competitiesfeer te worden voorkomen, ieders inbreng is even belangrijk, iedereen beschikt over zijn/haar kwaliteiten, is van nut en kan onmogelijk gemist worden.
– dit houdt tevens in dat eenieder verantwoordelijkheid draagt voor het goede verloop.
5.]. Beginnelingen dienen aangemoedigd te worden om initiatieven te nemen en steeds verantwoordelijker taken op zich te nemen.
6.]. Elke training moet omvatten:
een afgesproken tijdseenheid voor instructie en inspiratie
een afgesproken tijdseenheid voor vaardigheidstraining
een afgesproken tijdseenheid voor de uitwisseling van ervaringen, rapportage en
de volgende bijeenkomst[en].

Vaardigheidstraining aan leken zal onmogelijk tot succes leiden
wanneer het slechts aan andere activiteiten wordt toegevoegd  waardoor
er overvolle activiteitenschema’s ontstaan.
Een dergelijke training dient de prioriteit te krijgen die het verdient;
de opzet en aanzet hiertoe kan alleen door een gedragen bestuur worden genomen.
Wanneer deelnemers een keuze dienen te maken uit een overvolle agenda
zal de gewonnen inzet meestal verdwijnen.
Wanneer eenieder doordrongen is van gezamenlijkheid en
het feit dat op ieders inzet gewacht wordt
zullen frustraties voorkomen kunnen worden.

Ik wil ookEr zijn voldoende jongeren in onze gemeenschap
die iets in hun mars hebben,
hetgeen blijkt uit het volgen van Hogescholen en Universiteiten.
Het belang van vaardigheidstraining binnen de gemeenschap dient daarom benadruktcte worden als een onlosmakelijk verbonden zijn met het ‘christen zijn’;
christendom kan niet als vrijblijvend worden beschouwd.
Het is schandalig dat de meeste van jonge mensen die afstuderen
nog nooit een Bijbel aan de binnenkant bekeken hebben,
laat staan dat zij weet hebben wat er van hen in het leven verwacht wordt.
Deze situatie dient met inzet van de ouders worden verholpen.
Ook op dit gebied dient een intensieve vaardigheidstraining te worden opgezet
met het item ‘hoe lees en leef ik de bijbel’.
We verliezen de jonge mens door hun christelijke ervaring verloren te laten gaan
door het alleen ‘op de wereld gericht zijn’ in hun jeugd,
zij worden aan onze universiteiten voortdurend geïnstrueerd op carrière,
verkrijgen van voldoende middelen door geld verdienen en
een mogelijk rooskleurige toekomst;
ze krijgen hierdoor onvoldoende bagage mee in
het delen [van hun geloof] met anderen.
Als we geen wijziging aanbrengen in de opzet van onze gemeenschap
dan kunnen we alleen maar een nog grotere verslechtering verwachten,
een religieuze leven wat alleen maar voldoet aan de opgelegde zondagsplicht.
Daartoe heeft God ons niet alleen geroepen en
werken we degeneratie van ons christelijk Geloof in de hand.
Ditzelfde grondbeginsel geldt voor het religieus onderwijs, de catechese in groepsverband.
Er dient een uitlaatklep te zijn na afloop van de diensten.

Breng de gemeenschap bij hoe Jong-gelovigen geleerd wordt te getuigen;
een dusdanig belangrijk onderdeel van het christelijke leven als
de Mysteriën, de zondagsplicht, het gebed, het vasten en hun bijdrage aan
het in stand houding van het geheel.
In de selectie van kerkelijke functionarissen dient het vermogen en
de bereidheid om zich in te zetten en te getuigen te prevaleren
boven een ‘hoogstaande vooropleiding’ en mogelijk ‘ander’ aanzien.
Grote zorg dient te worden betracht bij het selecteren van pastores en hun assistenten. Laat het mannen en vrouwen zijn die zich met hart en ziel inzetten,
die op hun woord te vertrouwen zijn, zich onberispelijk gedragen, niet bang zijn om vuile handen te maken en zweet te laten druppelen.
Laat hen die voor instructie [in woord en beeld] te geven uitgekozen worden
niet alleen gekwalificeerd zijn in boekenwijsheid,
maar in dienstbaarheid en omgang met de meest uiteenlopende karakters.
God heeft het duidelijk gemaakt dat Zijn Kerk een ziekenhuis is een ​​training op de toekomst.
Iedere kerkelijke gemeenschap dient een inspirerende training voor christelijke werkers
te zijn; . . . . . niet alléén onderwijs, maar het eigenlijke werk dient te worden verricht,
onder de hoede van ervaren instructeurs.
Laat de uitverkozen docenten het voortouw nemen in het werken onder de mensen en
verenig anderen met hen, zij zullen hun lessen trekken door hun voorbeeld.
De catechisatie dient een tijdsindeling te hebben waarbij we samen komen om op een dusdanige manier te leren dat wij op onze beurt in staat zijn om anderen te onderwijzen.
Het studiemateriaal en de discussie dient zich te richten op de activiteiten van de leden.
Een dergelijke nadruk zal ook hier een nieuw leven en hernieuwde aanpak geven.

Het is onnodig om aan te halen dat deze leken wanneer zij naar hun huis zijn teruggekeerd, de samenkomst van de gemeenschap met ijver en kennis benaderen en
ook meer inzet vertonen en hun christen zijn delen met andere leden van de Kerk
Uiteindelijk zal iedere deelnemer vreugde ontlenen bij het zien van zielen
voor wie hij zich heeft ingezet en tot de doop overgaan.

Regel het goed voor elkaarRegel het goed voor elkaar
Onze kerken zullen steeds meer worden gereorganiseerd en onafhankelijk functioneren,
zonder ‘bediend’ te worden door een gewijd en betaald pastoraal werker en niet-betaalde krachten zullen hun vrije tijd besteden aan de opleiding van leken en de uitvoering van de niet-gewijde taken tijdens diensten in de kerk.
Het zal tot een van de feestgelegenheden behoren wanneer een bisschop of zijn handlanger, de priester de Mysteriën in de Gemeenschap zullen komen doen.
Daar waar weinig leken zich geroepen voelen het offer en de daarbij behorende weg van het priesterschap te gaan zullen noodgrepen de oorspronkelijke gebedsdiensten gaan vervangen;
komt er door het gemeenschapsaantal te weinig middelen binnen, dan zal ook
het gezamenlijk kerkgebouw er aan geloven en zullen huisdiensten, zoals
in het begin van het christendom de gewijde Godshuizen gaan innemen.
Waar het uiteindelijk om gaat is niet de uiterlijke schijn, maar
de inborst van het christendom en dat
de Blijde Boodschap ongeschonden wordt doorgegeven.
Wekelijkse deelname aan een persoonlijk getuigenis, zal
dan de christelijke voortgang op Zijn Weg laten zien!

De tijdsgeest vereist dat iedere deelnemer aan de christelijke Kerk
een verkondiger zal zijn en dat eenieder zal kunnen uitgroeien tot
een volwaardig volgeling van de oorspronkelijke Christus.
Het is en blijft één Heer, Jezus Christus,
Die als eniggeboren Zoon van God om
onzentwille mens is geworden,
Die geboren is uit de Vader vóór alle eeuwen.
Hij is Licht uit Licht, ware God, geboren, niet geschapen,
één in wezen met de Vader, en door Wie alles geworden is;
Die om ons mensen, en om onze verlossing uit de hemel is neergedaald en
vlees heeft aangenomen door de Heilige Geest uit de Maagd Maria en mens geworden is.
Die voor ons onder Pontius Pilatus gekruisigd is, geleden heeft en begraven is;
Die opgestaan is op de derde dag volgens de Schriften;
Die opgevaren is ten hemel, en zetelt aan de rechterhand van de Vader;
Die zal wederkomen in heerlijkheid, om levenden en doden te oordelen, en
aan Wiens Hemels Koninkrijk geen einde zal zijn.
En in de Heilige Geest, Heer en Levendmaker, Die uitgaat van de Vader;
Die aanbeden en verheerlijkt wordt tezamen met de Vader en de Zoon;
die door de Profeten gesproken heeft.
In één heilige, katholieke en apostolische Kerk.
Wij belijden één Doop tot vergeving van zonden.
Wij verwachten de Opstanding uit de doden en het leven van de komende eeuwigheid.
Kom Heer Jezus, kom!
“.

Pinksteren, Orthodoxie & ‘Zoek de vrede en streef die na’

pentecost2Het is verstandig en wijs om
je dagelijkse taken opzij te zetten en
je dagelijkse problemen en zorgen,
gedachten en discussies te laten varen;
rust te vinden op een de heilige plek [de Kerk]
waar men zich kan vernieuwen  door gebed en andere,
nieuwe gedachten kan opdoen,                                                                                                              die niet alledaags zijn.
Pentecost - AscensionFeesten worden ons van oudsher gegeven, want
zou een mens niet op adem komen van
de gewone dagelijkse routine
en zich niet onder dompelen in gebed
dan zou hij zich al Gods grote daden niet in herinnering brengen en zichzelf voorbij rennen en zich geen krachten opdoen
voor de weg, die vóór hem ligt een offer voor de toekomst en zich in spiritueel verheffend dingen verdiepen.

Pentecost musikantenHet feest van Pinksteren is een feest van de Geest en
Die Geest geeft ons gedachten die
verfrissen en ons verheffen.
Dit zijn de gedachten van de eerste, stralende dagen van het christendom en de leven-schenkende kracht van het Goede,
de Liefde van God voor de mens.
Op deze dag ontving een kleine groep mensen in het verre en                                                      impopulaire Palestina inspiratie uit de hoogte om de wereld,
hun wereld te verlaten en werden er nieuwe en verlossende waarheden verkondigd.
Voor hen lag de uitgestrekte [Romeinse] rijk dat
zich uitstrekte van de Eufraat tot de Atlantische Oceaan en
van de Rijn en de Donau naar Ethiopië,
waar mensen woonden, van het leven genoten, zwoegden, maar
elkaar ook onderling haatten en soms met barbaarse martelingen de dood injagen.
Ze worden bestuurd aan de hand van een wetgevende machtsstructuur en
een hoogstaande cultuur, ze beschikken over een strak omlijnde organisatie en
over externe overvloed op allerlei zaken.
Het lijkt wel een beetje op onze maakbare wereld, waarbij
de bomen tot in de Hemel groeien.
Maar dit is niet alles wat de mens zoekt en dit is niet datgene wat hij verlangt na te streven.
In plaats daarvan, worden de mensen dit zat en krijgen behoeften,
ja, dorsten naar iets wat dieper graaft,
iets meer Warmte en werkelijk Leven in Zich draagt.

Het was in deze wereld en op deze dag, dat de Apostelen werden uitgezonden
om het goede nieuws, de Blijde Boodschap van de Heiland te gaan verkondigen
datgene wat de mens werkelijk nastreeft en wat niet ver van hem verwijderd is.
Het omvat inderdaad iets innerlijks wat elke persoon in zich meedraagt;
​​ een schat waar hij zich nog niet eens bewust van is.
Die schat omvat het zoonschap, het kindschap bij God en
een Goedheid en Vreugde, waarmee niets in deze wereld kan worden gelijkgesteld en
wanneer hij dit niet kan vinden, in zichzelf of bij zijn naaste,
kan het niet met iets anders worden uitgewisseld.

Zij verkondigen:
– dat de Heiland hen nabij was
ook degenen die Hem werden gehaat hadden en
Hem van zich af gestoten, uitgeworpen hadden.
–  dat de Heiland ook in hen een hele wereld van schoonheid zou openbaren:
zoals bij de ongelukkige en gerespecteerd Zaccheüs,
zoals bij de zondares, Maria Magdalena,
zoals bij Peter die snel boos werd en een zwaard trok,
zoals in de met Hem mede gekruisigde moordenaar.

Zij onthullen dat alle ongeluk en pijn wordt veroorzaakt door het feit:
– dat mensen nemen een verkeerd uitgangspunt kiezen,
– dat altijd en bij iedereen te ontcijferen val en inzicht geeft,
– dat wat slecht in elkaar zit en wat als niet goed dient te worden beschouwd;
– dat degene die met haat zich voedt en doodt, de geest verzoekt,
– niet datgene is wat de geest verheft en die vrucht van Liefde en Vreugde in zich draagt.

Zij adviseren:
– Op te houden met datgene te zoeken wat slecht is in de naasten
maar veeleer datgene te vinden en vast te houden wat goed in hen is en
bloot gelegd kan worden om zowel hen als jezelf te verlossen.
– Je zult hen van alles besparen, omdat iedere mens gelooft in zijn eigen goedheid;
iedereen dit bewaard en voortgaat om goed voor elkaar te zijn;
iedereen heeft die eeuwige en goddelijke roeping tot perfectie in zich.

Men dient anderen daarom in deze  te ondersteunen:
– in hen te geloven en hen helpen wat goed en bewonderenswaardig is te ontwikkelen;
– die in hen zichtbaar blijft en waarin ze zichzelf uiteindelijk zullen respecteren;
– dat ze zich ontwikkelen in die innerlijke Goedheid;
– dat die innerlijke kracht wordt versterkt en wat ze de overwinning op het kwaad schenkt . . . . .
Want, het is alleen dat wat goed is in de mens kan door anderen bemint worden en
het is alleen in die innerlijke Liefde dat men kan voortleven.

Deze Apostolische Leer is , dat de Apostelen is op deze dag in de wereld geboren en
vanaf dat moment voortgezet tot nu toe, datgene waaraan wij onze cultuur ontlenen.
Het christendom heeft dus als inhoud:
– niet vechten met wapens,
– geen geweld te gebruiken en
– niet het doden van geen enkele vijand [wat er ook gebeurd],
de wereld kan niet met oorlog of geweld worden overwonnen [of verkregen],
dat hebben de eeuwen voor ons duidelijk gemaakt.
Laat iedereen dat als les uit de geschiedenis meekrijgen!

En dat is het enige wat ook de nieuwe generaties [christenen] vaak vergeten
datgene wat de basis vormt en essentieel is in het christendom.
Een van de eerste en meest onontbeerlijke regel
van het christelijke geestelijk leven is:
kijk niet naar datgene wat slecht is in elkaar,
maar datgene wat is goed en
daarmee zou eindelijk rust krijgen en ophouden je naaste te haten en
beginnen met liefdevolle onderlinge verhoudingen.

– Voor ons christenen is de redding, de vreugde en
het leven “de Liefde!”.
We weten van één kerkelijk leider die, vóór de oorlog,
sterk werd beoordeeld en bekritiseerd.
De vrije nieuwsgaring
– nam voortdurend en tegenover Hem gestelde positie in . . . . .
– zij brachten resoluties en protesten tegen Hem in . . . . . en
– zocht een geschikt moment uit om Hem uit hun omgeving te verwijderen . . . . .
– toen brak de hel uit en de “Onafhankelijke Staat” ontstond . . . . . een bevrijding
– en Die Mens bleek iets te bezitten wat niemand zelfs maar kon vermoeden:
Hij werd de grootste herder en held en
eindigde Zijn Leven groter dan een koning, ja, als Koning over de Koningen.
– Hij eindigde prachtig, als één Groot Martelaar, aan het Leven-schenkende Kruis.
En Vandaag op deze Pinksterdag is Hij de trots op Zijn Kerk, die Hij,
zonder elke twijfel, één keer diende om Zijn schaamte, de mens te redden.
Niemand weet welke bijzonder goede dingen er
verborgen liggen in een mens, de naaste!
We kunnen een perfecte mens in deze wereld niet vinden
maar we dienen ook niet zo’n persoon te gaan zoeken omdat er
absoluut niets goeds in de mens te vinden is.
>  Iedere persoon die we dagelijks ontmoeten draagt ​​Gods Icoon in zijn binnenste;
>  Iedere persoon – zelfs de ergste – heeft die momenten dat hij/zij geweldig is, goed en dierbaar.

Dit is waar we ons in deze hoogstaande cultuur, de christelijke onze aandacht op dienen te richten,
dat is waar we naar dienen te zoeken en waar we ons over dienen te verheugen.
Om deze reden dienen we wanneer de duivel ons verleidt om kwaad over iemand te denken,
wanneer we iemand ontmoeten of wanneer we ons iets herinneren;
waardoor we iemand niet uit kunnen staan;
laat ons onmiddellijk proberen deze storm te kalmeren;
ons te vernederen en liefdevolle gedachten te hebben:
die mens, die ik niet kan uitstaan, is ook een kind van God;
Christus stierf ook voor hem en
stond ook uit de doden op [verrees] voor hem;
God kijkt ook met Liefde op hem neer, zo goed en vertederend en
wacht [misschien wel jaren] op zijn terugkeer naar de Vaderlijke omhelzing;
die mens ook weet hoe goed Hij is, misschien wel veel beter dan ik.
Hij zal zeker zijn problemen hebben,
mogelijkheden en onmogelijkheden die zijn binnenkant verbranden en
hem pijn bezorgen;
ook hij is mijn broeder/zuster, waardig om mededogen en liefde te ontvangen . . . . .

>  Om deze reden maken we kransen van het gras vandaag,
het is een teken van Lente, van Leven, hetgeen
in de kerkgebouwen op de grond is uitgespreid.
– We weven er uw en onze gebeden in voor degenen die ons hebben verlaten en
al onderweg zijn naar het Hemels Koninkrijk en
voor al diegenen die u en ons dierbaar zijn en in deze wereld voortworstelen.
– We weven hen ook in het gebed dat God ons allen mag helpen
– Zie je in elkaar alleen wat slecht is, maar ook goed,
dat we zouden dienen te gaan verheugen in het goede van onze naaste,
zodat we misschien eveneens worden gevuld met goedheid.
– En als je kijkt naar die kransen die uw iconen bedekken in jullie huizen,
voeg deze gebeden dan in de dagelijkse gebeden van ons gebedssnoer:
Heer, help me het goede in ieder mens te zien,
dat die grote druppels zichtbaar worden uit
Uw grote, heilige en eeuwige oceaan van Liefde
en dat ze ook mijn ziel doen ontwaken.
cf. vader Milovan Katanic, servisch priester in Amerika

Mei de 30e – H. Isaäkos, de Belijder, de Dalamatische [† 383]

H. Isaäcos van 'het dalmatius'-kloosterSaint Isaäkos, de Belijder, stichter van het Dalmatische Klooster was een christelijke monnik die als heilige en geestelijk vader wordt geëerd.
Hij wordt aangeduid als Isaäkos de Dalmatische, niet
omdat hij van Dalmatië afkomstig was, maar
vanwege het klooster dat hij stichtte.

Er is bepaald weinig bekend over zijn vroege leven, zelfs zijn geboortedatum is onbekende gebleven. Wel is bekend dat Isaäkos als kluizenaar leefde in een kleine hut in de wildernis even buiten Constantinopel.
In het jaar 378 vernam hij dat de Romeinse keizer Valens in
de ketterij van het Arianisme was gevallen en vervolger werd van de christenen uit Nicea, dat hij  bisschoppen uit het ambt onthief, een groot aantal kerken sloot en deze overdroeg voor een andere bestemming of aan de Ariërs.
de H. Isaäkos verliet daarop zijn kluis, hetgeen een hele opgave is voor een kluizenaar en
toog naar de keizerlijke stad om een confrontatie niet uit de weg te gaan.

Op dat moment was de keizer juist bezig met de voorbereiding van een militaire campagne tegen de Goten.
Na een aantal pogingen de keizer zijn vervolgingen te laten beïnvloeden, profeteerde de H. Isaäkos  dat Valens “in de vlammen zou omkomen” vanwege zijn acties.
De keizer beval daarop dat Isaäkos in de gevangenis zou worden gegooid en bezwoer hem dat deze  onbeschaamdheid bestraft zou worden en dat hij hem om zou brengen bij zijn terugkeer uit de strijd. Spoedig daarna, op 9 augustus, 378, werd Valens verslagen bij de Slag van Adrianopolis en
stierf nadat hij zijn toevlucht daar had genomen in een brandende schuur.
Het griekse leger leed een overweldigende nederlaag en zoals voorspeld viel Valens als slachtoffer.

H. Isaäcos de stichter van het Dalmatius Klooster bij ConstantinopleDit nieuws werd overgebracht aan Valens opvolger,
Theodosius de Grote, welke in de profetische krachten
de Genade van de H. Geest onderkende.
Hij liet de H.Isaäkos terugbrengen om hem te eren, want
hij beschikte kennelijk over niet nader te omschrijven kracht, geschonken uit den Hoge.
Zo kwam er weer vrede voor de Kerk.
Theodosius haald de H.Isaäkos over in Constantinopel te blijven en bouwde
voor hem een klooster voor de poorten van de stad.
Dit klooster werd naar zijn opvolger genoemd als “Het Dalmatische”.
Isaäkos nam deel aan het 2e Oecumenisch Concilie en
werd in zijn klooster op 30 mei 385 geboren voor de eeuwigheid.

Toen de H. Isaäcos het einde van zijn aardse leven voelde naderen, benoemde hij
de latere Heilige Dalmatus als hegoumen van het klooster, waarop later bekend werd als het Dalmatische klooster.
Abt Dalmatus toonde zich eveneens een vurig voorstander van het Orthodoxe geloof en
nam deel aan het 3e Oecumenische Concilie van Epheze  [431], welke de ketterij van Nestorius veroordeelde.

Kondakion         tn.8
Als een trouwe dienaar van God
zijt gij van ijver ontbrandt voor de Kerk van Christus
en hebt Valens een slechte dood geprofeteerd
omdat hij de kerken deed sluiten.
Bidt daarom voor ons die Uw gedachtenis vieren,
eerbiedwaardige Vader Isaäkios
“.

Orthodoxie & Pinksteren en de gaven van de Heilige Geest

Discover why God has made you; the purpose driven lifeEr is de laatste tijd groeiende aandacht voor
de gaven van de H. Geest en het is dan ook niet te begrijpen dat een geestelijk hoogstaande persoon,
een kardinaal nota bene in ons land het Pinksterfeest wil degraderen tot een gewoon feest
dat slechts op één Zondag gevierd wordt.
Van oudsher van vóór de scheiding der geesten in 1054                                                                  bestaan er ‘drie Hoogfeesten’, welke op ‘twee dagen’ gevierd                                                        worden, Kerst, Pasen en Pinksteren;
het heeft te maken met Gods heilsplan en de toepassing van
Zijn wil in het dagelijks leven van elke christen.
1.]. Kerst: God werd mens in Jezus Christus.
God, die een geestelijk wezen is, heeft in de vorm van de mens Jezus van Nazareth
een menselijke vorm aangenomen en is in hem volledig mens geworden. Behalve in de zonde.
2.]. Pasen: is het belangrijkste christelijke feest in het liturgische jaar, volgend op de Goede Week. Christenen vieren deze dag dat de Heer Jezus Christus is opgestaan [verrezen] uit de doden,
op de derde dag na zijn kruisiging.
3.]. Pinksteren: Tien dagen na Hemelvaart wordt de uitstorting van de Heilige Geest gevierd.
Het is de vijftigste dag ná Pasen. Met deze uitstorting wordt de geboorte of het begin van de christelijke kerk gevierd.
> Knibbelen aan deze hoogfeesten is nog erger dan het afschaffen van de Zondagsplicht;
het ontkent namelijk het feit dat we in Nederland een christelijke basis bezitten
[waarop een cultuur is gebaseerd];
toegeven aan een dergelijke desastreuse geest
is toegeven aan de op de wereld gerichte geest [de satan].

''Laat ons in vrede tot de Heer bidden''Dit voor wat betreft de tijdgeest waarin wij leven,
terug naar ons onderwerp:
Pinksteren en de gaven van de Heilige Geest“.
In de Evangeliën zijn het voornamelijk de Apostelen Paulus en Lucas, die aan de gaven van de H. Geest aandacht aan schenken.
Wanneer we over ‘gaven van de H. Geest’ spreken, waar hebben we het dan over?
Over talenten, die komen aanwaaien? Over wonderlijke dingen die we ontmoeten?
Of gaat het toch weer over iets anders?
En Paulus zegt:
Streeft dan naar de hoogste gaven.
En ik wijs je een weg, Die nog veel verder omhoog voert
“.
1Cor.12: 31
Kun je dan naar gaven van de H. Geest streven?
Hoe dan? En zijn er dan hogere en minder belangrijke gaven?
Hoogste en laagste?
En wat is het nut van deze gaven?
Dat zijn de vragen waarover we ons mee bezig houden.

Waneer we over gaven spreken kunnen we drie dingen aanwijzen.
1.]. Genadegaven worden onderscheiden door uitingen van de H. Geest:
Ten aanzien van de uitingen van de Geest, broeders, wil ik je niet onkundig laten.
Gij weet, dat je, toen jullie nog heidenen waren,
je jezelf blindelings naar stomme afgoden liet drijven.
Daarom maak ik je bekend, dat niemand, door de Geest Gods sprekende, zegt:
Vervloekt is Jezus; en dat niemand kan zeggen: Jezus is Heer, dan
doordat dit door de Heilige Geest ingegeven wordt.
Er is verscheidenheid in genadegaven, maar het is dezelfde Geest“.
1Cor.12: 1 – 4
2.]. dan hebben we de talenten [bv. het maken van tenten door Paulus zelf, in Hand.18: 3].
Laat ik proberen een korte definitie van de drie termen te geven.
Een genadegave [χάρισμα, charisma] is een door Genade van God ontvangen voorrecht in
het functioneren voor het Koninkrijk van God.
Een geestesuiting [πνευματικών, pneumatikon] is
een direct door de Heilige Geest gewerkte uiting [zie 1Cor.12: 1]
en
Jaagt de liefde na en streeft naar de gaven van de H. Geest,
doch vooral naar het profeteren” [1cor.14: 1] of
een Openbaring in
Hoe toch zal men zelfs bij onbezielde dingen, die
geluid geven, fluit of citer, als zij geen verschil in
toon doen horen, te weten komen wat op de fluit
of de citer gespeeld wordt?“.
1Cor.12: 7
Een talent is een natuurlijke kwaliteit, die aangeboren of aangeleerd is.

3.] Een christen wordt bekleed zich door de doop met Christus  en verkrijgt daardoor
een bijzondere positie – los van de wereld – hij gaat op weg naar het Koninktijk Gods en
de natuurlijke mens wordt dan opnieuw geboren:
Jezus zei tot Nicodemus:
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand wederom geboren wordt,
zal hij het Koninkrijk Gods niet kunnen zien.
Nicodemus zei tot Hem: Hoe kan een mens geboren worden, als hij oud is?
Kan hij dan voor de tweede maal in de moederschoot ingaan en geboren worden?
Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u,
tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest,
kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan.
Wat uit het vlees geboren is, is vlees, en wat uit de Geest geboren is, is geest.
Verwonder u niet, dat Ik u gezegd heb: Gijlieden moet wederom geboren worden.
De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet, vanwaar
hij komt of waar hij heengaat; zo is een ieder, die uit de Geest geboren is“.
John.3: 3-8

Op die manier zijn we in dienst van het Koninkrijk Gods gekomen.
Alle drie omschrijvingen omvatten datgene
wanneer we over de ‘gaven van de H. Geest‘ spreken.
Dit blijkt b.v. wanneer er sprake is van een wonder
Dit  hangt voornamelijk af van filosofische vooronderstellingen en
de definitie die gegeven wordt van een ‘wonder’.
Dit laat ik even buiten beschouwing, aangezien we om dezelfde reden
liever niet spreken over ‘natuurlijke’ en ‘bovennatuurlijke’ gaven.
Indien nodig wordt daarvoor de termen ‘gewoon’ en ‘bijzonder’ gebruikt.

Mattheus 25: 35-36De meest bekende uitingen van de H. Geest
Want aan de een wordt
door de Geest gegeven met wijsheid te spreken, en
aan de ander met kennis te spreken krachtens dezelfde Geest;
aan de een geloof door dezelfde Geest en
aan de ander gaven van genezingen door die ene Geest;
aan de een werking van krachten, aan de ander profetie;                                                           aan de een het onderscheiden van geesten en                                                                                   om in talen te spreken of de betekenis ervan uit te leggen“.                                                           1Cor.12: 8-10
Een uiting van ‘wijsheid en kennis’ betreft o.a. inzicht in Gods heilsplan en
de toepassing van Zijn wil in het dagelijks leven.
Bijvoorbeeld: God wil Zijn Apostelen uitzenden – dat is algemene bekend – maar
wil Hij ook mij of jou op dit moment op pad sturen om te gaan verkondigen?
Daar komt de gave van wijsheid aan te pas.

Bij een uiting van ‘geloof’ [1Cor.12: 9] gaat het niet over het Geloof dat behoudt, maar
de gave van het ‘Geloof wat bovennatuurlijk is‘, welke sommigen onder ons ontvangen.
Het is een Geloof, dat ‘bergen kan verzetten‘.
Door dit geloof ontvang je bijzondere gebedsverhoringen en
worden bijvoorbeeld mensen van kwalen bevrijd.
De hierna genoemde gave van genezing en de werking van krachten
kunnen als voorbeelden van dit bovennatuurlijk Geloof worden gezien.

Het is opmerkelijk dat er in het Grieks gesproken wordt over ‘gaven van genezingen’,
in het meervoud dus.
We zullen dit zo moeten opvatten, dat je deze gave niet permanent bezit, maar
dat deze uitingen iedere keer opnieuw, al naar gelang het noodzakelijk is
zich door de H. Geest openbaren.
Het zijn geen talenten die je bezit, maar de H. Geest bezit deze gaven en
gebruikt ons als instrument om Zijn doel te bereiken.

De ‘kracht om wonderen te doen‘ of de ‘werking van krachten‘ is
een verzamelnaam van allerlei tekenen en wonderen die
door de kracht van de Heilige Geest worden verricht.
Het trappen op of gebeten worden door giftige slangen
zonder dat het je iets doet [Hand.28: 3-6 en Marc.16: 18],
het rustig lopen te midden van de wilde dieren van Daniël in de leeuwenkuil en heiligen in de Romeinse arena.

‘Profetie’ is het direct onder inspiratie van de Heilige Geest spreken namens God:
vermanend, bemoedigend, verborgen dingen aan het licht brengen,
soms met betrekking tot toekomstige gebeurtenissen.

Na het profeteren komt het toetsen van de profetie.
Daarvoor is de gave van het ‘onderscheiden van geesten‘ van belang, maar
eveneens voor het beoordelen van de andere uitingen:
uit welke geest gebeurt iets – waarom gaan de dingen zoals zij gaan
het onderscheidingsvermogen, is een Openbaring of bovennatuurlijke werking van God.
Voor hetzelfde geld is het afkomstig van de duivel of ontsproten aan
menselijke fantasie of psychische kracht,
worden er spelletjes gespeeld, zijn wij speelbal van anderen.

‘om in talen te spreken of de betekenis ervan uit te leggen’ is een direct
door de H. Geest geïnspireerd schrijven/spreken/vertalen in een voor de spreker onbekende taal.
De ‘ vertolking/vertaling’ is de gave om de inhoud van de boodschap aan de gemeente uit te leggen. Het is geen aangeleerde vertaaltechniek, maar een gave die direct door de Heilige Geest wordt ingegeven. Zo’n iemand heeft veelal ook de Gave van het Woord en weet op eenvoudige wijze de moeilijkste begrippen uiteen te zetten.

Prioriteiten in uitingen van de H. Geest
De volgorde van de opsomming in 1Cor.12: 8-10 geeft aan
hoe deze in Corinthe gezien werden.
Paulus begint hier met wijsheid en kennis [vers 8], die in Corinthe voorop stonden,
zoals blijkt uit 1Cor.1: 5-7:
Want in elk opzicht zijt gij rijk geworden in Hem:
in alle woord en alle kennis, gelijk het getuigenis aangaande Christus
onder u bevestigd is, zodat gij ten aanzien van geen enkele genadegave te kort komt
“.
Paulus zelf kent een andere prioriteit, hij zet namelijk het profeteren voorop [1Cor.14: 1].
Zijn opsomming ziet er iets anders uit en deze vinden we in 1Cor.12: 28
En God heeft sommigen aangesteld in de gemeente,
ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars,
verder krachten, daarna gaven van genezing,
[bekwaamheid] om te helpen, om te besturen en in talen te spreken

Hij geeft duidelijke prioriteiten aan: ten eerste, ten tweede…
Vervolgens valt het op dat hij geen onderscheid maakt tussen
meer gewone gaven en bijzondere.
De gave om in talen te spreken en die van het besturen staan naast elkaar.
En vervolgens zegt hij in vers 31:
Streef naar de hoogste gaven“, d.w.z. apostel en profeet.
Ook naar de andere gaven mag gestreefd worden, zo
stelt hij in 1Cor.14: 1, maar ook daar laat hij dit weer volgen door
maar allereerst naar de profetie“.

Geestesgaven aanleren?
Wat moeten we verstaan onder ‘streven naar‘?
Kun je gaven en uitingen van de H. Geest dan aanleren?
We horen Paulus spreken over ‘streven naar‘ gaven [1Cor.14: 1], maar
ook met betrekking tot het uiteen te zetten
dient eenieder op zijn beurt te spreken
en over de profeten wordt gezegd dat:
Gij alleen een voor een kunt profeteren, opdat
allen lering en allen opwekking erdoor ontvangen.
En de geesten der profeten zijn aan
de profeten onderworpen, want
God is geen God van wanorde, maar
van vrede“.
1Cor. 14:31-33
Eén duidelijke conclusie kunnen we hieruit meteen al trekken,
namelijk dat de gaven, ook de bijzondere uitingen niet functioneren
bij wijze van een soort van extase.
Dit gebeurt wel in andere godsdiensten:
dat is het dwingende van de tegenstrever, de satan, wat de bijbel bezetenheid noemt.
Je kunt een genade voor het priesterschap, diaken worden, niet afdwingen –
de situatie zo bespelen dat je er – op eigen kracht – toekomt,
je wordt ervoor gevraagd en gekozen.
Blijkt het toch anders te zijn gegaan – dan blijkt dat vanzelf en kunnen er ‘brokken’ vallen,
ja, ernstige mistoestanden ontstaan, hetgeen maar al te vaak gebeurd.

Maar terug naar onze vraag: kunnen geestesgaven aangeleerd worden?
Ja en nee. Sommige meer, andere minder, zou ik zeggen.
In ieder geval kun je de uitingen van de Geest niet leren op een mechanische wijze, zoals je
in het reguliere onderwijs je Gymnasium [etc.] behaalt en daarom priester, diaken wordt.
Stel, iemand ziet in mij de gave van herder.
Hij gaat dezelfde boeken lezen, dezelfde cursus volgen, dezelfde studie etc.
Is dat een garantie dat hij dezelfde persoon wordt als ik? Nee!
misschien wordt hij een goede schaapsherder, maar
een herder van mensen dat is nogal niet wat.
Een herder van mensen dient bv. niet iemand te zijn die overheerst,
manipuleert om zijn doel te bereiken;
een herder van mensen mag ook niet zachtzinnig zijn want dan krijg je een
geneesheer, die smerige wonden maakt en alles op een loopje laat.
Neen, een diaken, een priester wordt daarvoor door de H. Geest op
de een of andere manier ‘een gesteldheid’ aangemeten waardoor hij opvalt en
gevraagd wordt.
Het heeft dus niet zozeer te maken met kennisoverdracht en intellectuele ontwikkeling;
iemand met een geheel andere opleiding, andere dan theologische boeken, kan toch
een pastorale gave ontwikkelen.

Waarmee heeft het ‘streven naar’ dan wel te maken?
Het is volgens mij te vergelijken met karakterontwikkeling, die
voor een groot deel een gegeven is, maar
voor een ander deel beïnvloedbaar.
Zo is het ook gesteld met de karakterontwikkeling van de ‘nieuwe mens’.
Het kan een karakter worden waarin gaven van de H. Geest functioneren,
maar dat gebeurt niet noodzakelijkerwijs.
Hier speelt het ‘streven naar’ een rol.
Het Griekse woord voor ‘streven naar’ betekent letterlijk ‘ijverig zijn, beijveren’.
Het spreekt over een ernstig en intens verlangen.
Hetzelfde woord komt ook voor in Gal.4:18,
“Het is mooi als men altijd ijvert voor een goede zaak,
maar dan ook altijd, en niet alleen als ik bij u ben”.
Zo leren we een belangrijke les, die ook bij de gaven heel belangrijk is.
Wanneer je niet blijvend naar een gave streeft, maar
alleen af en toe, is er geen sprake van ‘ijveren’, maar
van interesse, nieuwsgierigheid of zelfs sensatie!

Heel praktisch gesproken kunnen we bij ‘beijveren’ denken aan het bidden om een gave en aan het bestuderen van de bijbel met betrekking tot de gave waarnaar je verlangt.
Maar het is ook belangrijk te praten, bidden en
op te trekken met gelovige vrienden in
wie je de gave ziet functioneren.
Denk aan de profetenscholen in het eerste verbond.
En verder geeft Paulus in 1Kor.14:12 het belangrijke advies om
in het bezig zijn met gaven uit te munten tot stichting van de gemeente.

Een gave zijn is belangrijker
Het altaar met daarboven het Groot en Heilig KruisEen geestesgave ontvangen is het voorbereidende werk.
Het belangrijkste is niet een gave te hebben,
maar om ‘een gave te zijn‘.
Heeft de gemeenschap in jou iemand gekregen die
tot haar opbouw en haar vervolmaking is.
Dat dit het doel is, blijkt al uit het prioriteitenlijstje van Paulus:
de eerste gaven zijn de mensen.                                                                                                            Zij hebben niet alleen een gave, ze zijn zelf een gave.
Dit lezen we ook in,
Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven,
zowel evangelisten als herders en leraars“.
Eph.4: 11
Deze gaven die God de mensen ter beschikking stelt,
zijn zelf ook mensen teneinde
Zijn gemeente een dienst te bewijzen.
Paulus zegt duidelijk dat iedere gelovige gaven heeft:
Dit alles is het werk van één en dezelfde Geest, Die
aan ieder zijn gaven uitdeelt zoals Hij het wil“.
1Cor.12: 11

De vraag is dus niet zozeer of wij gaven hebben, maar
meer of wij ook toegewijd zijn om ‘een gave te zijn‘ voor anderen en
dat is dienstbaar en beschikbaar zijn wanneer dat nodig is.
En dat geldt voor de bisschop, de priester, de diaken, maar
ook voor ieder ander wanneer dat nodig is.
Wij zijn uit God; wie God kent, hoort naar ons;
wie uit God niet is, hoort naar ons niet.
Hieraan onderkennen wij de Geest van de Waarheid en
de geest der dwaling
“.
1John.4: 6

Een gave vraagt om een offer
Van het zijn van een Genadegave komen we op
de relatie tussen Gaven van de Geest en toewijding.
Hierover spreekt Paulus:
Wij hebben nu gaven, onderscheiden naar de Genade, Die ons gegeven is:
profetie, naar gelang van ons Geloof; wie dient, in het Dienen;
wie onderwijst, in het Onderwijzen; wie vermaant, in het Vermanen;
wie mededeelt, in Eenvoud; wie leiding geeft in IJver;
wie barmhartigheid bewijst, in Blijmoedigheid

Rom.12: 6-8
Paulus bespreekt hier de gaven onder het thema van het ‘Ware offer‘:
Ik vermaan u dan, broeders,
met beroep op de barmhartigheden Gods, dat gij uw lichamen stelt tot
een levend, heilig en een aan God welgevallig offer:
dit is uw redelijke eredienst
“.
Rom.12: 1
Ook hier hanteert Paulus geen onderscheid tussen natuurlijk en bovennatuurlijk.
Ook hier gaat het niet om de gaven op zich.
De lijst bevat slechts voorbeelden, hij is niet geordend naar prioriteiten en is ook niet volledig.
En er wordt verondersteld dat ‘iedere gelovige‘ gaven heeft.
Waar het hem om gaat is dit:
hoe gaat iemand met zijn/haar gaven om?
Is iemands leven een heilig en God welgevallig offer?

Paulus maakt ook hier geen onderscheid tussen ‘gewone’ en ‘bijzondere’ gaven.
Hij noemt enerzijds meer alledaagse gaven zoals dienstbetoon, onderwijs,
bemoediging, leiding geven, hulpverlening en ziekenzorg.
Hij spoort de gelovigen aan deze op een goede manier in praktijk te brengen.
Anderzijds noemt hij de meer bijzondere gave van profetie en zegt hierover:
“gebruik die in overeenstemming met het Geloof”,
dat wil zeggen naar de mate van het Geloof, dat
God een ieder in het bijzonder toebedeelt [Rom.12: 3].
Ook hier is de spits dus hoe iemand met deze gave om gaat.
Voor alle meer bijzondere gaven is het van belang dat
we handelen naar de mate van onze Geloofsovertuiging.
Geloof staat dan tegenover twijfel.
Paulus zegt hierover:
Maar wie twijfelt, wanneer hij eet, is veroordeeld, omdat
hij het niet uit Geloof doet.
En al wat niet uit geloof is, is zonde
“.
Rom.14: 23
We mogen niet denken, baat het niet dan schaadt het niet.
Twijfel schaadt!
Niet ‘je eigen weg gaan in geloof’ als je dat Geloof niet bezit.
Dat is bijzonder schadelijk.
Maar ben je er eenmaal zelf van overtuigd dat de Heer je iets laat zien,
spreek dan vrijmoedig en laat je niet de mond snoeren.
Jij bent het de Heer en de gemeente verplicht, te zeggen wat je op je hart meedraagt.
Het is ook schadelijk als je uit schaamte zwijgt,
laat de gemeente maar reageren,
de tijd zal het leren.

Brede opvatting van charismata
De opvatting van Paulus over Gaven van de H. Geest is dus heel breed.
Hij verstaat hieronder niet alleen de bijzondere uitingen, maar
ook de meer gewone menselijke kwaliteiten en talenten.
Bovendien zegt hij over zijn ongehuwde staat:
Ik zou wel willen, dat alle mensen waren, zoals ikzelf.
Doch iedereen heeft van God zijn bijzondere gave, de een deze, de ander die.
Maar tot de ongehuwden en de weduwen zeg ik:
Het is goed voor hen, indien zij blijven, zoals ik
“.
1Cor.7: 7,8
Dus ook een maatschappelijke positie als celibatair
ziet hij als een charisma, een Genade van de H. Geest.
In deze context dienen we bij de verwijzing naar de Gave van een ander niet denken aan
het op een liefdevolle en gepaste wijze omgaan met zijn of haar levensgezel:
De man kome jegens de vrouw zijn (echtelijke) verplichtingen na en
evenzo de vrouw jegens haar man.
De vrouw heeft niet zelf over haar lichaam te beschikken, doch haar man en
eveneens heeft de man niet zelf over zijn lichaam te beschikken, doch zijn vrouw.
Onthoudt dat elkander niet, tenzij met onderling goedvinden (en) voor een bepaalde tijd, om
u te wijden aan het gebed, maar om daarna weer samen te komen, opdat
niet de satan u zal verzoeken wegens uw gemis aan zelfbeheersing
“.
1Cor.7:3-5
Alles wat een christen uit Genade is of mag doen voor de Heer,
ziet Paulus als een Gave van de H. Geest [charisma],
een uit genade van God ontvangen voorrecht
om Hem te dienen.

Tot nut voor zowel gelovigen als ongelovigen

We hebben eerder al opgemerkt dat Paulus zegt dat
de gaven tot nut van de gemeente dienen te zijn.
Moeten we dit zo verstaan dat Paulus
het nut van de charismata beperkt tot de gemeenschap van gelovigen?
Hij toch algemener in:
Maar wie profeteert,
spreekt voor de mensen
stichtend, vermanend en bemoedigend
“.
1Cor.14: 3
En in vers 24-25 spreekt hij zelfs ronduit over
het nut van de gave van profetie voor ongelovigen:
Maar als allen profeteren en er komt een ongelovige of toehoorder binnen, dan
wordt hij door allen weerlegd, wordt hij door allen doorgrond,
Het verborgene van zijn hart komt aan het licht en
hij zal zich ter aarde werpen, God aanbidden en belijden, dat
God inderdaad in uw midden is“,
De ons gegeven gaven van de H. Geest zijn van
groot belang voor de verspreiding van het Evangelie.
Aangezien de context in de brieven die van de christelijke gemeenschap is,
is het niet vreemd dat we dit aspect daar minder, maar
in het boek Handelingen veel meer tegenkomen.

In Handelingen lezen we regelmatig over ‘tekenen’ en ‘wonderen’;
we zijn ze de afgelopen weken in de lezingen tegengekomen
[Hand.2: 43; 5: 12; 6: 8; 8: 6, 13; 14: 3; 15: 12].
De genezingen en andere charismata dienen als
legitimatie van de prediker en zijn boodschap.
Wonderen en tekenen ondersteunen en bevestigen
de Blijde Boodschap van de apostelen.
Lucas schrijft over Paulus en Barnabas dat
Zij verkeerden daar dan geruime tijd, vrijmoedig sprekende in
vertrouwen op de Heer, Die getuigenis gaf aan het woord van Zijn Genade en
tekenen en wonderen door hun handen deed geschieden
“.
Hand.14: 3
In dezelfde lijn spreekt ook Marcus over genezingen:
Doch zij gingen heen en predikten overal, terwijl de Here medewerkte en het woord bevestigde door de tekenen, die erop volgden’ (Mar.16:20).

We zien in het boek Handelingen dat door het zien van genezingen en wonderen mensen tot geloof komen.
Dit gebeurt bijvoorbeeld bij de genezing van Eneas [Hand.9: 32-35] en
de opwekking uit de dood van Dorcas [Hand.9: 37-43].
Zo zien we dat de charismata enerzijds
gezien worden als manifestaties van de Geest [1Cor.12: 4-11] en
anderzijds als legitimatie van de prediker en zijn boodschap [2Cor.12: 2].

Orthodoxie & Pinksteren, de geboorte van de Kerk

Pinksteren1> Hoe kun je ondanks het feit dat je maar tot
een kleine groep christenen behoort
toch het Woord verkondigen?

Ik had onlangs een ontmoeting met een afgestudeerde
aan de Hoge School Management
en sprak met hem over zijn visie over
hoe je een kleine kerkgemeenschap uitbouwt.
Hij deelde de droom van een kerk vol met kleine groepen waarin, onder andere,
iedereen zijn verloren geraakte vrienden, buren en werk laat samenvallen met
de verkondiging van de Blijde Boodschap.
Zijn opwinding over deze droom sprak me zo aan
dat ik enthousiast werd in de stappen die we zouden kunnen ondernemen om
onze kleine groep christenen effectief te laten functioneren.

Voor ik hier aan begin dien ik eerst de vier beweegreden nader te omschrijven:
1.].En toen zij [Zijn volgelingen] Hem zagen, liepen zij met Hem weg,
maar sommigen twijfelden.
En Jezus kwam naderbij en sprak tot hen, zeggende:
‘Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde.
Gaat dan heen en maakt al de volken tot mijn discipelen en
doopt hen in de Naam van des Vader en van de Zoon en van de Heiligen Geest en
leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb.
En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld
“.
Matth.28: 18-20
Jezus gebiedt dus ieder van ons [christenen] om te gaan
[ons tot anderen te wenden, op hen af te stappen] en
hen tot volgeling te maken
[van hen te houden en de Blijde Boodschap met hen delen].
2.]. Omdat het je omgeving vooruithelpt, voedt
– hen verbindt met datgene wat zij niet kennen,
hun zielen raakt door God.
Jezus zei dit nadat hij met een vrouw [een mogelijke volgeling]
de Blijde Boodschap had gedeeld bij de bron; Hij deelde met haar Datgene
Wat Hij van Zijn [en Onze] Vader diende te delen.
De Samaritaanse vrouw liet haar kruik staan en
ging naar de stad en zei tot de mensen:
Komt mee en ziet een mens, die gezegd heeft alles wat ik gedaan heb:
zou deze niet de Christus zijn?
Zij gingen de stad uit en kwamen tot Hem.
Intussen vroegen zijn discipelen Hem, zeggende: Rabbi, eet.
Hij zei echter tot hen: Ik heb een spijs te eten, waarvan gij niet weet.
De discipelen dan zeiden tot elkander:
Iemand heeft Hem toch niet te eten gebracht?
Jezus zei tot hen: Mijn spijs
[voedsel] is de wil te doen van Degene, Die
Mij gezonden heeft en Zijn werk te volbrengen
“.
John.4: 28-34
3.]. Omdat verloren mensen nu eenmaal redding nodig hebben:
Ik [Paulus] spreek Waarheid in Christus, ik lieg niet, want
mijn geweten betuigt mij dit mede door de Heilige Geest:
Ik heb een grote smart en een voortdurend hartzeer.
Want zelf zou ik wel wensen van Christus verbannen te zijn ten
behoeve van mijn broeders, mijn verwanten naar het vlees …

Rom.9: 1-3
Paulus, de geroepen Apostel, had constant verdriet omdat verloren mensen in zijn omgeving
werden verdoemd waren en afgesloten van de Blijde Boodschap, het Woord, Christus.
4.]. Omdat dit God verheerlijkt . . . . . ook wij zijn:
Dienstknecht [geworden] van Christus Jezus, een geroepen apostel,
afgezonderd tot verkondiging van de Blijde Goddelijke Boodschap, die
Hij tevoren door Zijn Profeten beloofd had in de heilige Schriften –
aangaande zijn Zoon, gesproten uit het geslacht van David naar het vlees,
naar de Geest van Heiligheid door Zijn Opstanding uit de doden
verklaard Gods Zoon te zijn in kracht, Jezus Christus, onze Heer door
Wie wij Genade en het apostelschap
[mede-] ontvangen hebben om
gehoorzaamheid van het Geloofs te bewerken voor
Zijn Naam onder al de heidenen, tot welke ook gij behoort,
geroepenen van Jezus Christus
“.
Rom.1: 1-5
Op die wijze brengen we verloren mensen tot gehoorzaamheid van het geloof en
verheerlijken we Gods naam.

Maar het probleem is echter dat de meest gelovigen het wel geloven,
– misschien regelmatig hun kerkgemeenschap bezoeken,
– misschien hun portemonnee trekken ten behoeve van de Kerkbijdrage
– en that’s all –
zij zijn in het geheel niet actief betrokken,
laat staan bij het maken van volgelingen.

Gij echter hebt een zalving van de Heilige en gij weet dat allen> Wat kan een geestelijk leider [bisschop, priester]                               van een kleine groep dan ondernemen om
Gods Gemeenschap in deze te doen groeien?
1.]. Laat ieder afzonderlijk lid van de gemeenschap
bidden om de begenadigde werking van de H. Geest.
Wanneer we in gehoorzaamheid ‘Christus’ verheerlijken,
dient Hij eerst geboren te worden in onze harten, door                                                                  bemiddeling van de H. Geest.
Dus vraag allereerst indringend aan elk lid van je gemeenschap om gebed.
2.]. Vraag Onze [gezamenlijke] Vader hoe Hij wil dat u stappen onderneemt in
het maken van volgelingen en maak stapje voor stapje de stappen die Hij je aangeeft.
3.]. Vraag de gehele geloofsgemeenschap samen met je te bidden voor jouw inzet en
samen te delen wat God met ons doet.
Dit betekent voor iedere voorganger, ook de bisschop, intensief overleg heeft over
het hoe en waarom van datgene wat er in de gemeenschap te gebeuren staat.
Het ‘dienaar‘ zijn is een gezamenlijk optrekken,
d.w.z. weten wat de beweegredenen van mensen zijn,
niet óver de mensen leiding geven maar sámen met de mensen.
Omdat dit soort stappen een invasie inhouden van
het koninkrijk van de tegenstrever [de satan],
is Gods krachtige hulp hoogstnoodzakelijk.
Vraag derhalve de gemeenschap, het Bisdom en de Parochie voor u te bidden en
deel vervolgens met hen, iedere gemeenschap afzonderlijk, hoe
God de vragen beantwoordt; God kan daarbij uw voorbeeld en ervaringen
gebruiken om hun hart te roeren.
4.]. God zal Zijn [ant]Woord gebruiken om het gemeenschapsleven in
het leven van de groepsleden te implementeren en te effectueren.
5.]. Organiseer samen gespreksgroepen –
werk samen aan het schrijven van en deel dit in 90 seconden getuigenissen met elkaar,
leer aan de hand van een eenvoudige presentatie de Blijde Boodschap lezen en begrijpen,
maak er een rollenspel van.
Wijdt hier op z’n minst iedere week ruimte voor in en
doe dit af en toe eens bij een wisselend iemand thuis,
weet wel er is niets zo bevrijdend
als samen een maaltijd gebruiken.
Doe vergaderingen om en om bij bestuursleden thuis.
Deze aanpak zal het vermogen van de groep versterken en
aan te tonen hoe belangrijk het is dat
we samen de Blijde Boodschap delen.
6.]. roep alle leden op om te bidden en God te vragen
welke stappen zij zelf dienen te nemen om
daadwerkelijk een christelijke gemeenschap te vormen.
Omdat Jezus ieder van ons gebiedt om uit te trekkenn en discipelen te maken,
heeft Hij een unieke plan met ieder van ons om dit te doen.
Er bestaat geen enkele competitie, ieder brengt zijn kwaliteiten in en
alles wat een ander doet is, mits in overleg, goed.
Als we dan met elkaar bidden en Zijn Goddelijke Visie zoeken,
zal Hij ons de specifieke mensen aanreiken, die de Blijde Boodschap uitdragen en
ons de concrete stappen aanwijzen die wij, hoe zwaar ook, op ons dienen te nemen.
7.]. Laat elk van ons één zijn en onverdeeld de stappen nemen die God ons geeft en
laten we voor elkaar in de groep om een goed resultaat bidden.
Laat elke persoon deelgenoot zijn wat er tijdens de week ervaren wordt
toen zij God vroegen welke stappen zij dienden te nemen.
Misschien dat iemand zal beginnen regelmatig te bidden voor de ongelovigen;
een ander zou een buurman uitnodigen voor het diner.
Maak van elke stap een feest, of die nu klein of groot is en
blijf onafgebroken voor elkaar bidden.
8.]. Wees mededeelzaam over welke stappen genomen en vieren een overwinning
als gehele groep.
Elke week vindt er een uitwisseling plaats over welke stappen er de afgelopen week genomen zijn
en welke nieuwe stappen God aanbiedt om verder te komen – en
blijf bidden voor elkaar.
9.]. Plan activiteiten waarbij de gemeenschap anderen, misschien ongelovige vrienden, of
afgehaakte gelovigen kunnen uitnodigen.
Een thuisgroep kan Kerst-, Paas- en Pinksterbijeenkomsten opzetten,
maar ook voor de jongeren sport-, picknick-, barbecue-, muziek- en leesbijeenkomsten
worden opgezet, waarbij tevens ongelovige vrienden. buren, en collega’s kunnen worden uitgenodigd.
Wanneer we vurig om een dergelijke invulling bidden,
zal God een dergelijke aanpak zeker ondersteunen,
ziet onze omgeving het mooie van de christelijke omgang met elkaar
en de liefde voor de omgeving en  zullen significante gesprekken plaatsvinden.
10.]. En wat is het Resultaat?
Wanneer we samen ergens om bidden;
elkaar, jong en oud, hoog en laag, geletterd en ongeletterd ondersteunen en
God genadig meewerkt,
zul je mensen tegenkomen die concrete stappen ondernemen
om de verloren gewaande Blijde Boodschap van het Evangelie vlot te trekken en
zie verloren gewaande mensen weer tot het Geloof komen en toegevoegd worden
aan onze kleine maar gelovige christelijke gemeenschap
Christ-is-risen– alleen al om hun bestwil geeft dit je
vreugde en de heerlijkheid van Christus.
Ik denk dat Christus graag eens iets
zou vernemen van de mensen om jou heen
hoe ze een dergelijk initiatief zouden vinden.
Vroeg of laat zal Hij dit je door de H. Geest
persoonlijk laten weten hoe Hij dit heeft ervaren.

“Een wereld zonder Christus’ Kerk is als een lichaam – zonder ziel -;
Je dient te kunnen Dansen alsof er niemand [dan God] kijkt;
Je dient Lief te kunnen hebben alsof je nooit gekwetst zal kunnen worden;
Je dient te kunnen Zingen alsof er niemand [dan God] zal kunnen luisteren en
Je dient te kunnen Leven alsof de Hemel op aarde reeds bestaat” ;
Succes
.