Orthodoxie & het leven in de Geest der Waarheid

H. Johannes de Theoloog, de geliefde volgeling van ChristusGeliefden, als
ons hart ons niet veroordeelt,
hebben wij vrijmoedigheid tegenover God en 
ontvangen wij van Hem al wat wij bidden, daar wij Zijn Geboden bewaren en
doen wat welgevallig is voor
Zijn aangezicht.
En dit is Zijn gebod: dat
wij geloven in de Naam van zijn Zoon Jezus
                                                                                    Christus en elkander liefhebben,                                                                                                           gelijk Hij ons geboden heeft.
En wie Zijn geboden bewaart, blijft in Hem en Hij in hem.
En hieraan onderkennen wij, dat Hij in ons blijft:
aan de Geest, die Hij ons gegeven heeft.
Geliefden, vertrouwt niet iedere geest, maar beproeft de geesten,
of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn in de wereld uitgegaan.
Hieraan onderkent gij de Geest Gods:
iedere geest, die belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is uit God; en
iedere geest, die Jezus niet belijdt, is niet uit God.
En dit is de geest van de antichrist, waarvan gij gehoord hebt, dat
hij komen zal, en hij is nu reeds in de wereld.
Gij zijt uit God, kinderkens, en gij hebt hen overwonnen; want
Hij, die in u is, is meerder dan die in de wereld is.
Zij zijn uit de wereld; daarom spreken zij uit de wereld en hoort de wereld naar hen.
Wij zijn uit God; wie God kent, hoort naar ons;
wie uit God niet is, hoort naar ons niet.
Hieraan onderkennen wij de Geest der Waarheid en de geest der dwaling.
Geliefden, laten wij elkander liefhebben, want de liefde is uit God; en
een ieder, die liefheeft, is uit God geboren en kent God.
Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is Liefde.
H. Johannes de Theoloog
Hierin is de Liefde Gods jegens ons geopenbaard,
dat 
God zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft
in de wereld, opdat 
wij zouden leven door Hem.
Hierin is de Liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons heeft liefgehad en
Zijn Zoon gezonden heeft als 
een verzoening
voor onze zonden.
Geliefden, indien God ons zo heeft liefgehad,
behoren ook wij elkander lief te hebben“.
1John.3: 21-4: 11

De wetenschap heeft voor ons een grote hoeveelheid gegevens over de rol van het milieu in onze gezondheid, groei en overleving, beschikbaar gesteld.
Daaruit kunnen wij opmaken dat wij mensen ons tegelijkertijd binnen
een aantal onderling samenhangende “milieus” ophouden.
Hoewel de kerkvaders niet hun toevlucht zochten in de wetenschappelijke terminologie,
zijn ze zich voortdurend bewust geweest van het bestaan van meerdere milieus, veelal
aangeduid als koninkrijk, invloed-sfeer, de eeuwigheid of tijdperk.
Een voorbeeld van zo’n koninkrijk is die van de geest,
een dimensie waar veel mensen vandaag de dag nauwelijks bij stilstaan.
Als gelovigen in Christus zijn we gezegend met de erkenning van deze spirituele dimensie.
We kunnen zelfs zover gaan gelovigen als mensen te omschrijven die
een levend bewustzijn van het geestelijk bestaan binnen het leven van de Kerk bezitten.
Geholpen door Gods genade, de H. Geest, Die we waarnemen.
In iedere omgeving herkennen we, dankzij Gods Genade, de aanwezigheid en activiteit van Gods Hemels koninkrijk, het belangrijkste domein welke het gehele menselijk leven omvat.

Laatste oordeel - 'allen, die zonder wet gezondigd hebben, zullen ook zonder wet verloren gaan'Deze levensinstelling met een bewustzijn van dit Koninkrijk stelt ons in staat om,
met de apostel Johannes te verklaren:
Wij zijn van God” [1John.4: 6].
Wij begrijpen John’s “Wij“, omdat
dit niet alleen de apostelen aanduid,
maar voor iedereen geldt die de strijd met het verval aangaat en zijn ingeslagen weg                                                                                voortzet om met hen in gemeenschap te blijven.
Als christenen, streven wij ernaar om hiermee in harmonie te blijven voortleven en
voortdurend gevoed te worden door de Apostolische gemeenschap van de Kerk,
want dit “verkrijgen van de H. Geest” omvat
de uiteindelijke opdracht en hoop in ons leven [Seraphim van Sarov].
Onze Heer Jezus Christus leerde ons namelijk Zelf dat
God is geest en wie Hem aanbidden,
dienen Hem te aanbidden
in geest en in waarheid
“.
John.4: 24

De massa wordt rijp gemaakt om straks als een soort gehypnotiseerde kudde achter de verlokkingen van de antichrist en de valse profeet aan te gaan.In deze brief, herinnert
de apostel Johannes ons eraan dat er
vele geesten bestaan [1John.4: 1]:
de “Geest van God” [vs. 2]; de geest van de waarheid en de geest der dwaling [vs. 6], en
de “geest van de antichrist” [vs. 3].

Er zijn maar zeer weinig mensen in deze wereld, die
ons op de hoogte houden van deze dingen!
Dag in dag uit worden wij in de verleiding gebracht
– de leer van de voorvaders te verloochenen
en een ‘moderne'[?] visie te ontwikkelen.
Alleen omdat wij uit God zijn worden we in staat gesteld om de dramatische tegenstelling van de wereld en de Geest der Waarheid te overbruggen en inzicht te verkrijgen
in die geest der dwaling!

Het Koninkrijk der Hemelen is gelijk aan. Een koning, die voor zijn zoon. Een bruiloft aanrichtte [Math.22,1]De heilige Johannes de Theoloog
bracht zijn gehele leven door in het volledige bewustzijn van het spirituele Koninkrijk.
Hij wist dat het Woord van God,
Jezus Christus, mens is geworden,
Die “is gekomen in het vlees” [1John.4: 2].
Hij zag de Heer met zijn eigen ogen,
hij raakte het Woord des levens met zijn handen aan,
heeft Hem met zijn eigen oren gehoord en verstaan [1John.4: 1].

Hij zag ook de aanwezigheid van de valse geesten, die van de leugen, die
om hem heen zwermden in de wereld – geesten die niet van God afkomstig zijn, maar
het rijk van de dwalingen verkondigen.
Deze geesten bevorderen o.a. de opkomst van een etherisch [vluchtig] Evangelie
welke de realiteit dat Christus “in het vlees is gekomen” ontkent [1John.4: 2].

Val het je op dat het werkwoord “is gekomen” de tegenwoordige tijd aangeeft.
Na om onzentwil vlees geworden is, betekent dat, de Heer Jezus Christus nog steeds in het vlees aanwezig is, voor altijd verbonden met onze [mede-]menselijkheid.
Hij is een van ons, zelfs hier en nu.
Jezus Christus is gekomen in het vlees” in dat van jou en
van mij en in de eeuwen der eeuwen!
De mens is geschapen naar Zijn Beeld en Gelijkenis en
dat valt door geen enkele Christelijk prediker te ontkennen.
De mensheid, in wie God de geest van het leven heeft ingeblazen,
is hier en nu innig verenigd met God, want God heeft het vlees van de mens
permanent op Zich genomen.
Ons fysieke bestaan is verenigd met Gods eigen wezen.
Als we mediteren over onze fysieke bestaan,
gaan we inzien welk een grote maagdelijkheid en eer God ons heeft geschonken
– een ongelooflijke eerbiedwaardigheid [het ambt van priesterschap van de gelovige]!

Alsof het aannemen van ons vlees niet genoeg is geweest, herinnert de apostel ons eraan
dat Christus “ons van Zijn Geest gegeven” heeft [1John.4: 13].
En Hij vroeg hun ''Maar gij, Wie zegt gij Dat Ik ben'' [Marc.8, 29]De Heilige Geest,
Die in ons woont en Die we binnen de Kerk
de Geest, Die vuur en Liefde zijt; het genezend effect noemen, waardoor wij weten
dat we in Christus [ver]blijven, en
Hij in ons
“[1John.4: 13].
Jezus Christus heeft ons Zijn Goddelijkheid in Jordanië geopenbaard toen Hij gedoopt werd.
Hij komt tot ons in
het begunstigde water van onze eigen Doop, en
in het Mysterie van de Heilige Communie.
Hij droeg Zelf ons vlees tot aan het Kruis en
heeft de dood vernietigd.
Hoe weten we dit?
Het is de Geest die getuigt, omdat de Geest de Waarheid is en
Het zijn er drie, Die getuigen in de Hemel:
de Vader, het Woord, en de Heilige Geest;
en deze drie zijn één
“.
1John.5: 6

Eeuwig zijnde, Heerser, Heer,
Die de mens geformeerd heeft naar Uw Icoon en Gelijkenis.
Gij hebt in hem de aanleg voor het eeuwig leven neergelegd.
Ook toen de mens in zonde gevallen was, hebt Gij hem niet versmaad, maar
door de Menswording van Uw Christus hebt Gij aan de wereld Verlossing gebracht
“.
uit: gebed over de katechumeen

2e zondag als voorbereiding op de grote vasten – het berouw van de verloren zoon

de gelijkenis van de verloren zoon
(Luc.15, 11-32)
Vignet van Jan Luiken uit het boek historie van het O.T & N.TWanneer je de term “verloren zoon” hoort,
wordt je aangenaam verrast en
krijg je bijna sympathie voor dit personage.
De “religieuze cultuur” heeft bijgedragen aan deze wijze van verkondiging, want het ontkracht en vermindert de inhoud van het Evangelie.
Woorden hebben een geschiedenis.
Ze ontstaan, ontwikkelen zich en passen zich aan veranderende omstandigheden aan.
Soms verdwijnen ze ook weer, na korte of lange tijd.
Daarom dien je altijd de diepere betekenis, de etymologisch betekenis van de woorden van God, het Woord en het indringende en profetische karakter van gelijkenissen te zoeken.
Want in feite betekent “verloren” niets meer of minder dan een “verrader“.
Het zou daarom beter zijn om over de ‘verloren en gevonden zoon” te spreken.

In een paar zinnen vat de Heer de geestelijke geschiedenis van de hele mensheid samen.
Dit sluit volledig aan bij de liturgische opgang in het jaar, omdat
we immers aan het begin staan van de “opgang” naar de Opstanding, de grote vasten.

Christus is aan het einde van zijn openbare leven:
Hij is de steden en dorpen van Galilea doorgetrokken om het goede nieuws van het Koninkrijk Gods te verkondigen en deed dit meestal via gelijkenissen.
Tollenaars en zondaars, degenen die de Wet niet te gehoorzaamden, benaderden bereidwillig Jezus om hem te gehoorzamen.
Daarop morden de Farizeeën en schrift-geleerden en bovendien ontvangt Hijzelf zondaars en eet met hen
” [Luc.15: 1-2].
In reactie hierop geeft de Heer drie gelijkenissen die één geheel vormen:
het verloren schaap, de verloren zoon en de verloren drachme.
Vreemd genoeg worden de laatste twee alleen vermeld door de heilige Lucas
[waarbij dezen bovendien nog  worden opgevolgd door de ontrouwe dienaar].
Deze drie gelijkenissen vormen een samenhangend geheel en
zijn van groot belang in het kader van
de soteriologische [uit het Grieks σωτηρ, sootèr, redder] drie-eenheidstheologie

De man die twee zonen heeft staat voor de hemelse Vader.
De twee zonen zijn, volgens het overgrote deel van de kerkvaders,
de wereld van de engelen en die van de mens.
Het verloren schaap en de verloren drachme staan voor de gevallen mens,
terwijl de andere 99 en 9, die verloren hebben, de engelachtige wereld omvat.
Deze kunnen worden gelijkgesteld met twee soorten spirituele mensen:
de grootste tak, de eerste tak van de erfgenamen en laat de jongste, die het koninkrijk erven (4) .
In koninklijke families, is de hoofdlijn de lijn die van de vorst afstamt [meestal de oudste zoon van de koning]; opvolgende erfgenamen zijn afkomstig van de zonen.

De jongste toont buitengewone vrijmoedigheid: hij vraagt ​​de vader zijn erfdeel.
De onbevangen emotie klopt hier niet, want er was geen erfenis omdat zijn vader niet gestorven was.
Slechts een mens is in deze gelijkenis van God in staat om zich een ​​dergelijke vrijheid toe te eigenen!
De hoogmoedigheid ten top; de Vader is het dan ook niet verplicht om dit te accepteren.
Maar de Almachtige Vader toont [ten opzichte van de mens] een ongekende vriendelijkheid:
Hij verdeelde hij zijn activa onder de twee zonen.
Waar bestaat deze  activa, deze “goederen” uit?
Dit is alles wat we om niet van God cadeau krijgen,
het leven, de intelligentie, de schoonheid,
de kracht en bovenal de Genade.
Het tweede wat in deze ongelooflijke gebeurtenis plaats vindt is dat de jongste zijn boeltje bij elkaar pakt en zijn vader verlaat en zich ver van Hem en de zijnen verwijderd;
[“naar een ver land”, dat wil zeggen hij verlaat het prototype van het goddelijke en
begeeft zich op het goddelijk ongelijke pad].
En daar, “leeft hij zijn eigen eenzame leventje” zonder God,
hij  doet wat hij leuk vindt en jaagt er zijn erfenis als afval doorheen
“een leventje in luxe”; hij verwerpt de Genade en is alleen gericht op zichzelf,
op zijn eigendom, zijn genot en zijn macht.
Wanneer de oudste zoon de jongste aanklaagt omdat hij
” die uw bezit heeft opgemaakt met slechte vrouwen [overspel]” [Luc.15: 30], betekent
dit dat de jongste door de wereld werd beheerst en
dat hij God terzijde stelde.

Dit eerste deel van deze levenshouding komt overeen met die van
Adam en Eva in het paradijs en hun verdrijving naar de wereld
vanwege hun ongehoorzaamheid [hoogmoed].
Wij gelovigen zijn van mening dat een ver land waar “honger” heerst en
waar de mens leeft in het gezelschap van varkens op hetzelfde moment,
het samenwerking met de demonen betreft en
de mens die de vijandige natuur aanneemt, vol distels en doornen [zie Gen.3: 18]
hij is in opvatting afgeweken en is bezeten door de satan.

In dit land heerst de hongersnood en
de jongste heeft honger.
Dit is een voorbeeld van de ondergang, hetgeen de betekenis omvat van de geestelijke ondergang. Ver van God kan de mens alleen maar verhongeren,
de nieuwe mens zal zich alleen te goed doen aan het Woord van God,
Zijn liefde, Zijn Goddelijk voedsel – het lichaam en bloed van Christus -,
door de Heilige Geest kan de geest van de mens
het beeld van God [Gods gelijkenis] in zich voeden.
De verloren zoon, pentekening van Rembrandt van RhijnDe mens heeft een grote zwakte:
hij is niet in staat te leven en
alleen maar in de Heer te worden vervuld,
in de onophoudelijke vereniging met God.
Iedereen die afwijkt van de Heer zal echter “honger” lijden.
En deze honger naar de Heer is wonderbaarlijk!
Want omdat het onlosmakelijk verbonden is met een wonder: “zal de jongste zich [uiteindelijk !] herstellen”.

Hij was alleen maar met de buitenkant bezig, het leven buiten het zelf te zoeken,
in plaats van te vertrekken, maakt hij nu een beweging  naar binnen [internaliseren],
om het nog duidelijker te stellen, hij dringt binnen in de kern van zijn wezen,
hij laat de Heilige Geest toe tot hem te naderen.
En daar in de diepste diepten van zijn [verborgen] hart,
begint hij na te denken over zijn leven aan de leiband van de wereld,
aan zijn lijden, aan zijn vader en het verloren geluk.
En zie, dit is de gigantische stap voorwaarts op het pad van de bekering:
de voorbereiding die van binnen plaats vindt en zuiverend werkt.
Doe niets, vraag geen genade aan anderen, zoek noch enige rechtvaardiging,
maar belijdt je zonde;
Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen U
[tegen de Heilige Drie-eenheid, waaronder uw Vader] en
daarna het berouw:
ik ben het niet langer waard uw zoon te worden genoemd;
maak mij tot een van uw dagloners
“.

Zondag van de verloren zoonChristus leert ons dit grote Mysterie van berouw,
vertrouwt ons deze verborgen schat toe.
Bekering komt na de zonde door de jongste begaan.
Hij verachtte de Liefde van zijn vader, weigerde de gelijkenis met Zijn beeld.
Door de Genade en Goddelijke Kracht van God
te verlangen, hervindt hij zich nu,
plotseling in haar prachtige glans.
Hij zegt: Ik ben het niet waard Uw evenbeeld te zijn, om Uw ​​huis als de mijne te beschouwen,
in Uw glorie te verblijven en het geduld te ondergaan wat U met mij als met een
eenvoudige dienaar opbrengt, een vreemdeling,
iemand die wordt betaald voor zijn dagelijks werk.
De mens ontmoet in dit tonen van berouw de Grootsheid van God, Die hem geneest.

Christus openbaart als een Heerser het element van de Goddelijke Gedachten:
hij tilt een tipje van de sluier op over het hemels Koninkrijk.
De Vader, Die staat te wachten op de terugkeer van zijn zoon,
de horizont afzoekt, in de hoop dat wij terugkeren tot Zijn gelijkenis Vader “staat Hij voortdurend op de uitkijk”, dat wil zeggen wanneer we de weg tot berouw nog maar nauwelijks hebben betreden, de weg naar tot het hemels Koninkrijk.
En als Vader heeft Hij medelijden met ons”
en bewondert ons als jongste, die inspanning betoont.
En niet alleen dat, hij loopt hem tegemoet om hem te ontmoeten,
dit verkort de lange weg terug naar de bron,
Hij neemt ons in de armen en geeft ons een kus van vrede.

Zodra de onderliggende bedoeling van berouw in het hart ontloken is,
is de verademing van de vergeving niet veraf.
Hier krijgen wij het beeld te zien van Christus’ komst in de wereld, we verkorten het lijden door het inzicht van het Geloof van Abraham en
de Vaderlijke kus geeft ons een beeld van komst van de Heilige Geest.
De Vader geeft ons de tijd om berouw te tonen, de jongste die tot bekering is gekomen is degene die  vergeving mag ontvangen. Het berouw werd binnen geopenbaard.
De vergeving van de Vader is onvoorwaardelijk, als Heer der Heerscharen.
Er is dan ook blijdschap in de hemel rond de troon van God.
De Vader verheugt Zich omdat “Deze zoon van Mij dood was en is weer levend is geworden;
hij was verloren en is gevonden
“.
In dit tweede deel van het verhaal ontmoeten we de verlossing door Christus verkregen:
Hij verhief de mens en zette hem op de troon van God.

Zondag van de verloren zoon [detail]Vervolgens spreekt deze gelijkenis over de oudste zoon: dit deel is theologisch nogal complex maar op het spirituele vlak eveneens toegankelijk.
We geven hier geen gedetailleerde exegese, omdat deze te lang is; maar we bieden
een enkel denkpatroon.
De oudste zoon, die altijd dicht bij zijn Vader verbleef, is trouw gebleven en
deelt alles met Hem.
Dit kan gezien worden als
een beeld van de engelenwereld die trouw aan God belijdt.

Na de Apocalyps, “volgt slechts een-derde van de engelenwereld de satan in zijn opstand;
twee-derde zijn op deze wijze trouw aan God gebleven sinds ook zij geschapen werden“. . [zie, de staart van een grote draak welke een derde van de sterren aan de hemel wegsleepte en op aarde neerwierp” [Op.12: 4]]. Dit is de mening van vele kerkvaders.

Maar de extreem lange dialoog tussen de Vader en [eerstgeboren lijkende] zoon is soms nogal  confronterende en mysterieus hetgeen het uiterst moeilijk verklaarbaar maakt in theologische kwesties.
Aan de andere kant kan dit ook worden opgevat als een geestesgesteldheid van een van de erfgenamen.
Het gaat over mensen die altijd trouw zijn gebleven aan God, of zij die niet ooit afgedwaald zijn van de Wet, die nimmer enige twijfel hebben ondervonden en die hun ziel en zaligheid aan de Kerk hebben gewijd, de grote zonden die de mens van God scheiden zorgvuldig hebben ontweken.
Zij worden de rechtvaardigen genoemd.
Er hebben dergelijke prachtige zielen in de Kerk bestaan, niet alleen individuen, maar ook gezinnen, die volledig overtuigd van God, hun leven hebben doorgebracht.
De onvergelijkelijke Goedheid van God aan de goddelozen, terwijl
de rechtvaardigen grote ontberingen hebben geleden om Christus’ wil,
kan een heel grote geestelijke test vormen.
En de ziel kan hiermee een groot verdriet hebben ondergaan, tot vele vergoten tranen toe.
In de Bijbel vinden we hier veel voorbeelden van:
> Koning David klaagt in de Psalmen over het schaamteloos geluk welke de goddelozen genieten,
> Job vervloekt de dag dat hij geboren werd,
> zo zal de oude Tobit God verzoeken om te mogen sterven;
> zoals de profeet Jona vlucht voor de goedheid van de Heer om
de goddelozen zullen in verlegenheid te brengen.
>>> Bijna alle rechtvaardigen hebben wel een dag beleefd met deze bitterheid,
het verdriet over het kwaad dat triomfeert, arrogant en zo te zien onschuldig.
En dit zal nimmer volledig worden gerechtvaardigd, totdat
deze gevallen wereld voorbij zal zijn.
Alleen het Oordeel geeft enige troost, omdat de ongerechtigheid over de gehele  schepping bekend zal worden gemaakt.
De goddelozen zullen vergeving verkrijgen wanneer zij berouw tonen, maar het kwaad zal universeel en permanent worden gestraft.
En de eerstgeboren zoon zal dan ongetwijfeld blij zijn met de verandering van de  jongste en beiden zullen samen met volle teugen genieten van de vreugde van hun Vader.

Orthodoxie & valse Geloofsverkondiging

Petrus stelt de 12 Apostelen voorOok onder zullen u valse leraren komen, die
verderfelijke ketterijen zullen doen binnensluipen,
zelfs de Heerser, die hen gekocht heeft, verloochenend en een schielijk verderf over zichzelf brengend“.
2Petr.2: 1

In deze tweede brief uit apostel Petrus zijn ernstige zorgen over “valse leraren“, met inbegrip van “degenen die wandelen naar het vlees” [2Petr.2:10],
de “slaven van corruptie“[2Petr.2:19], “de spotters“[2Petr.3: 3], en “onkundige en onstandvastige lieden, die tot hun eigen verderf het woord verdraaien, evenals trouwens de overige schriften“. 2Petr.3:16

Door Gods voorzienigheid, spelen deze afwijkende leraren, die agressief  valse ideeën verspreiden, een wezenlijke rol bij de verlichting van ons Orthodoxe Geloof.
H.Nicolaas, bisschop van Myra [in het huidige Turkije] slaat Arius tijdens het Concilie van NiceaDe pijnlijke doornen van verkeerde leerstellingen zetten de kerkvaders, door Gods genade, aan de
juiste leer te formuleren en daardoor te handhaven.
Als gevolg hiervan, is het Orthodoxe Christendom
tot de dag van vandaag na eeuwen van strijd tegen
de leugen standvastig gebleven.
Constantijn de Grote omringt door de vaders van het Concilie van Nicaea

De Kerk handhaaft Haar integriteit met
de woorden, die door de heilige profeten tevoren gesproken [voorzegd] waren, en houdt vast aan de geboden . . . door de Heer en Heiland aan de apostelen gegeven“.
2Petr.3: 2

We dienen altijd op deze voortdurende strijd tegen de zonde en fouten alert te zijn, omdat
God zelfs de engelen die gezondigd hadden, niet gespaard heeft” [2Petr.3: 4).
Integendeel, Hij “toont terughoudendheid tegenover de onrechtvaardigen tot de straf op de dag des oordeels [2Petr.2: 9].

De slang bovenop Abrahams hoofd, is de volledige Ouroboros, een oud symbool beeltenis van een slang of een draak die zijn eigen staart opeetIn zaken van ketterij staat inderdaad onze eigen redding op het spel, want de gemeenschappelijke menselijke noemer van de zonde wordt door elke valse leer geteisterd en vervult de ketters met dodelijke trots.
Uit de 2000-jaar ketterij geschiedenis blijkt duidelijk dat arrogant geloof in onze eigen ideeën ons steevast tracht te onttrekken en te overmeesteren uit de omgeving van
de zo “Genadevolle Waarheidsgetrouwe Leer van Onze Heer“.
John.1: 17-18

Volgens de apostel Petrus, is de basis van de “eigen uitleg” van de Schrift te vinden in de “wil van de mens”[2Petr.1: 20-21].
Dergelijke interpretaties vormen de grondslag van elke ketterse leer.
Bijvoorbeeld weigerde, in het begin van de 4e eeuw, Arius, een ingetogen priester en bekwaam predikant, ondanks bevel van zijn bisschop, de fouten van zijn leer toe te geven. Constantijn de Grote en het Concilie van Nicea verbranden ariaanse boekenIn plaats daarvan bleef hij bij zijn slim gevonden verklaring over de aard van de Heer Jezus en verkondigde dat Jezus Christus een speciaal schepsel zou zijn geweest, maar beslist niet volledig God.
Toen Arius en zijn volgelingen deze beweringen bleven volhouden en ze schaamteloos bleven belijden“, schreef de patriarch Alexander, dat “zij de Kerk werden uitgezet samen met de bijna honderd bisschoppen van Egypte en Libië, en werden zij zelf met hun volgelingen vervloekt“.
Arius bleef echter onbuigzaam.
Het beroemde 1e Oecumenische Concilie te Nicea werd in 325 bijeen geroepen om zijn valse leer te verwerpen.

Laten wij goede nota van hoe de geschiedenis zowel de zaak tegen Arius bevestigt en
een illustratie vormt van datgene wat de apostel Petrus hier te berde brengt.
De kern van deze ketterij is de ontkenning van de aard en de essentie van onze Heer Jezus [2Petr.2: 1]. De heilige Athanasios, die de verspreiding van de Ariaanse ketterij observeerde , merkt op dat “de kerkvaders. . . werden gedwongen om de betekenis van het woord ‘van God’ duidelijker te omschrijven. Als gevolg daarvan omschreven ze dat ‘uit het wezen van God . . . ‘ alle andere hoedanigheden als wezens zouden worden erkend en het Woord alleen voortkomt uit de Vader“.

Wanneer we kijken naar de werkzaamheden van de plaatselijke synodes bisschoppen voorafgaand aan het Eerste Oecumenische Concilie [en die van de daaropvolgende Concilies), dan ontdekken we dat het Arianisme’s vooraf werd ontwikkeld door privileges, status en politiek voordeel,
hetgeen eveneens plaats had bij de marginale aantrekkingskracht van de ketterij zelf.
Petrus’ zorgen werden dus bevestigd:
Door hebzucht zullen zij u met misleidende woorden als koopwaar behandelen“.
2Petr.2: 3
Hebzucht en de hang naar macht en positie
volgen van nature de voetsporen en
de arrogante van de eigen wil en trots.
We dienen daarom attent te zijn voor dit soort valkuilen!

Boven alles zijt Gij verheerlijkt, Christus onze God,
Die onze vaders op aarde als sterren bevestigd hebt,
Door hen hebt Gij ons tot het ware geloof gebracht
“.
Tropaar van de zondag van de Heilige Vaders van het 1e Oecumenische Concilie

Orthodoxie & kennis van onze Heer Jezus Christus

Christus Pantocrator4De Goddelijke kracht van Christus
heeft ons immers met alles, wat
tot leven en godsvrucht strekt, begiftigd door de kennis van Hem, Die
ons geroepen heeft door Zijn Heerlijkheid en Macht; door Deze zijn wij met kostbare en zeer grote beloften begiftigd, opdat
jullie daardoor deel zouden hebben aan
de Goddelijke natuur,
ontkomen aan het verderf, dat door de begeerte in de wereld heerst.
Maar schraagt om deze reden met betoon van alle ijver door uw geloof de deugd, door
de deugd de kennis, door de kennis de zelfbeheersing, door de zelfbeheersing de volharding, door de volharding de godsvrucht,
door de godsvrucht de broederliefde en door de broederliefde de liefde [jegens allen].
Want als deze dingen bij u aanwezig zijn en overvloedig worden,
laten zij u niet zonder werk of vrucht voor de kennis van onze Heer Jezus Christus“.
2Petr.1: 3-8

De Goddelijke kracht van Christus heeft ons immers met alles, wat
tot leven en godsvrucht strekt, begiftigd door de kennis van Hem, Die
ons geroepen heeft door Zijn Heerlijkheid en Macht. . . .
Dit is de “vertrouwde uitdrukking” over het leven in Christus welke voorkomt
in de geschriften van de vaders H. Cabasilas en H. Johannes van Kronstadt.
[boek, ''My life in Christ'', reprint]Johannes van Kronstadt [vader John Iliytch Sergieff] leert ons buitengewoon praktische dingen over het leven in Christus en deze vormen  “de rode draad” in het leven van de mens die  verwikkeld is in een geestelijke strijd, met de bedoeling daarin vooruitgang te boeken [boek, “My life in Christ”, reprint ISBN-13: 978-0548561171  ISBN-10: 0548561176].
De H. Cabasilas bemoedigt ons eveneens in de strijd om Gods genade, opdat wij hierdoor onze redding hopen te verkrijgen [The Life in Christ Paperback – March 1, 1997].

De Apostel Petrus schetst ons bovenstaand zeven mogelijkheden om het leven in Christus te verkrijgen:
1.]. bemind Geloof, verkregen kennis van God in samenspraak met de Heilige Drie-eenheid;
2.]. deelname aan de Goddelijke Natuur door
te ontsnappen aan de corruptie van de wereld en
3.]. het reinigen en voorkomen van oude zonden in samenwerking met onze Heiland.

Wanneer ons geloof in God zwak is of onder vuur ligt, zouden we er goed aan doen om
de door deze Apostel aangegeven heldere uiteenzetting van Geloof voor ogen te houden.
Ons Geloof komt namelijk allereerst niet van onszelf, door middel van onze eigen inspanningen, maar vindt het fundament als een gave, een geschenk van God [vs.1].
Onze gerichtheid op de Heer Jezus Christus en Zijn leer, de Kerk, de Heilige Schrift en
de heiligen ontwaken in ons wanneer de Heilige Geest onze harten en zielen modificeert [herschept].

Om in krachtermen te spreken, er zijn geen gebalde vuisten nodig om onze overtuigingen te verdiepen, noch hebben we geweldige inspanningen nodig om onze steeds innerlijke twijfels te overwinnen, ook zijn ambitieuze ascetische veranderingen niet noodzakelijk.
Niets van deze uiterlijke inspanningen zullen ons een dierbaar Geloof
kunnen versterken, tenzij God Zelf het bevordert [vs. 1].
Geloof is, net als het leven zelf en de lucht die we inademen, een gave Gods.
Laat ons, met alles wat in ons is, dit kostbare geschenk door voortdurend gebed afsmeken!

Het leven in Christus is een relatie, die wij zelf met God aangaan.
We hebben de neiging om te denken dat we andere mensen kennen, door
hen fysieke te benaderen, maar veel wat we van anderen te weten komen,
komt via de geest en het hart tot ons.
We weten dat God in de eerste plaats via het hart tot ons spreekt,
via onze geest dienen we hem te vereren, want  “God is geest en wie Hem aanbidden,
dienen Hem in geest en in waarheid te aanbidden
“.
John.4: 24

orthodox, die in de kerk een kaars aansteektDe Heer geeft een onuitputtelijke mogelijkheden en middelen om Hem te leren kennen: de opgang tot Zijn bedehuis en het lezen van de H. Schrift, Die de Waarheid openbaart, het ontvangen van
het Heilige Mysterie, met name de heilige communie, het vereren van iconen en de samenspraak met de andere leden van Zijn Lichaam, vooral degenen die Hem goed kennen. Door middel van
deze communicatiemiddelen vinden we
Genade en Vrede welke ons veelvuldig door de kennis van God wordt geopenbaard“.
2Petr.1: 2

De aantrekkingskracht tot onze Heer Jezus Christus wordt gebracht door de Heilige Geest, Die Christus’ oproep doet weerklinken [vs. 3]:
Komt allen tot Mij. . . . Neemt Mijn juk op u en leert van Mij. . . en
gij zult rust vindt voor uw ziel
“.
Matth.11: 28-29
Het leven in Christus begint met een wenken van de Heilige Drie-eenheid, als reactie op ons eigen verlangend hart. Op het moment dat we ons leven met Christus beginnen te delen, nemen we deel aan Gods Goddelijke natuur [2Petr.1: 4].
Hij benadrukt ons, door te zeggen, dat Christus Zichzelf in ons versterkt en verandering in ons teweeg brengt wanneer we naar Hem luisteren.
Door ons met Christus te bekleden, ons met Hem te verbinden verdedigt Hij ons tegen “het verderf, dat door de begeerte in de wereld heerst” [vs.4]. Christus biedt weerstand tegen de haat, de leugens en vreemde gedragingen die ons bedreigen!
Deze kwalen zijn onophoudelijk actief in deze wereld, maar wanneer we leven in Christus dan  aanvaarden we de deelname aan een ander rijk, immers “in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem, die ons heeft liefgehad” en Zijn Liefde onafgebroken over ons uitstort.
Rom.8: 37
De schoonheid van het leven in Christus bewerkstelligt, dat
wij “gereinigd worden van [onze] oude zonden“.
2Petr.1: 9
Steeds verder zal de smet van deze wereld afnemen en worden wij door onze keuze om
in en met Christus, onze God genezen.
Orthodox gebedssnoerIndien wij onze zonden belijden, is
Hij getrouw en rechtvaardig, om 
ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid“.
1John.1: 9
Het leven in Christus is onze eigen vrije keuze, maar dit wordt pas mogelijk door ons antwoord op de samenwerking die door Hem wordt ingezet [2Petr.1: 10].
Niet gij hebt Mij, maar Ik heb u uitgekozen
John.15: 16
En wat is ons antwoord hierop?
Heer, Jezus Christus, Zoon van God,
ontferm U over ons, zondaars
“.

Aldus voor Hem bewaard in Uw heiliging,
zal ik mij altijd Uw Geboden herinneren en in het vervolg niet meer voor mijzelf leven, Ontmeoting met de Heer in de Heilige Communiemaar voor U, onze Heer en Weldoener . . .

” . . . Want Gij zijt waarlijk Degene naar Wie wij verlangen en de onuitsprekelijke Vreugde van hem die U liefhebben:
Christus onze God;
Die de gehele Schepping viert in
de eeuwen der eeuwen. Amen
.”
Gebed na het ontvangen van de Communie,
na afloop van de Goddelijke Liturgie.

We worden door Hem bewaard in Zijn heiliging, verkrijgen het bezit van diezelfde aard.
Op dezelfde manier kwam Christus op aarde en nam net als wij een fysiek lichaam aan,
om ons een weg uit de duisternis naar het Licht te wijzen
Wij op onze beurt dienen naar hetzelfde te streven als Hij, streven om geestelijk als God te zijn. Wanneer we proberen te zijn als Hij, komen we tot het besef dat
we eigenlijk een weerspiegeling van Hem worden.
Want Zijn Glorie is als een helder Licht dat ons zal kleden.
In plaats dat we ons inzetten om de glorie van God in ons leven toe te passen,
worden we als Christus en bekleden ons met Gods heerlijkheid.
Als een spiegel reflecteren we niet alleen de fysieke, maar ook
Zijn goddelijke natuur terug naar de wereld.
Wanneer we spirituele wezens worden en ons bekleden met Gods heerlijkheid en deze
in de wereld weergeven, waarom dienen we dan te sterven?
Wij weerspiegelen tot eer van God Gods heerlijkheid in de wereld,
we worden daarmee dood voor de zonde, maar leven door Christus Jezus

Jacob's ladderDe dood is niet een vloek door God het is een gave.
De dood is een geschenk om ons te redden van corruptie, om te ontkomen aan het verderf, dat door de begeerte in de wereld heerst.
Wanneer wij toegeven aan de misleiding van de gevallen engel en ons laten misleiden door te zondigen en keren we ons niet af van de zonde;
wanneer we blijven zondigen worden we als
een doffe spiegel en zijn niet langer in staat om
de wereld Gods heerlijkheid te verkondigen.
God in Zijn ultieme wijsheid gaf ons de gave
de zonde en daardoor de dood te overwinnen,
die ons door het verderf vernietigt.
De Apostel Petrus maakt dit ons in zijn brief duidelijk:

Want ook Christus is eenmaal om de zonden gestorven als rechtvaardige voor onrechtvaardigen, opdat Hij u tot God zou brengen: Hij, Die gedood is naar het vlees, maar levend gemaakt naar de geest, in welken Hij ook heengegaan is en gepredikt heeft aan de geesten in de gevangenis“.
Petr.3: 18,19
Opstandingsicoon2Dus wanneer we sterven, komt er een einde aan de zonde zelf, omdat wij dood zijn
wordt ook op dezelfde manier de zonde overwonnen.
Want zoals Jezus uit de doden is opgestaan, zullen
ook wij uit de dood worden opgewekt en worden bevrijd van de banden die ons beperken en
dat is zonde.
Wij zullen worden genezen en teruggebracht tot
de oorspronkelijke natuur die we voor de val bezaten.
We zullen opnieuw een waarheidsgetrouwe weergave worden van de Heerlijkheid Gods,
zowel naar Lichaam als naar Geest.

Orthodoxie & Genade op genade

 

Apostel PetrusPetrus, een apostel van Jezus Christus,
aan de vreemdelingen, die
in de verstrooiing zijn in
Pontus, Galatie, Kappadocie, Asia en Bitynie,
de uitverkorenen naar de voorkennis van
God, de Vader, in heiliging door de Geest, tot
gehoorzaamheid en besprenkeling met
het bloed van Jezus Christus:
Genade en Vrede worde u vermenigvuldigd.
Geloofd zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons naar zijn grote barmhartigheid
door de Opstanding van Jezus Christus
uit de doden heeft doen wedergeboren worden tot
een levende hoop, tot een onvergankelijke, onbevlekte en
onverwelkelijke erfenis, die in de hemelen weggelegd is voor u,
die in de kracht Gods bewaard wordt door het geloof tot de zaligheid, welke
gereed ligt om geopenbaard te worden in de laatste tijd.
Verheugt u daarin, ook al wordt gij thans, indien het moet zijn, voor korte tijd door allerlei verzoekingen bedroefd, opdat de echtheid van uw geloof, kostbaarder dan vergankelijk goud, dat door vuur beproefd wordt, tot lof en heerlijkheid en eer zal blijken te zijn bij de openbaring van Jezus Christus.
Hem hebt gij lief, zonder Hem gezien te hebben; in Hem gelooft gij, zonder Hem thans te zien, en gij verheugt u met een onuitsprekelijke en verheerlijkte vreugde,
daar gij het einddoel van het Geloof bereikt, dat is de zaligheid der zielen.
Naar deze zaligheid hebben gezocht en gevorst de profeten, die
van de voor u bestemde genade geprofeteerd hebben, terwijl zij naspeurden, op
welke of hoedanige tijd de Geest van Christus in hen doelde, toen Hij vooraf getuigenis gaf van al het lijden, dat over Christus zou komen, en van al de heerlijkheid daarna.
Hun werd geopenbaard, dat zij niet zichzelf, maar u dienden met die dingen, welke u thans verkondigd zijn bij monde van hen, die door de Heilige Geest, Die
van de hemel gezonden is, u het evangelie hebben gebracht, in
welke dingen zelfs engelen begeren een blik te slaan.
Omgordt dus de lendenen van uw verstand, weest nuchter, en vestigt uw hoop volkomen op de Genade, die u gebracht wordt door de Openbaring van Jezus Christus.
Voegt u, als gehoorzame kinderen, niet naar de begeerten uit de tijd uwer onwetendheid,
maar gelijk Hij, die u geroepen heeft, heilig is, wordt [zo] ook
gijzelf heilig in al uw wandel; er staat immers geschreven:
Weest heilig, want Ik ben heilig.
En indien gij Hem als Vader aanroept, die zonder aanzien des persoons naar ieders werk oordeelt, wandelt dan in vreze de tijd uwer vreemdelingschap, wetende, dat gij niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, zijt vrijgekocht van uw ijdele wandel, die (u) van de vaderen overgeleverd is, maar met het kostbare bloed van Christus, als van een onberispelijk en vlekkeloos lam.
Hij was van tevoren gekend, voor de grondlegging der wereld, doch is bij het einde der tijden geopenbaard ter wille van u, die door Hem gelooft in God, die Hem opgewekt heeft uit de doden en Hem heerlijkheid gegeven heeft, zodat uw geloof tevens hoop is op God.
Nu gij uw zielen door gehoorzaamheid aan de waarheid gereinigd hebt tot ongeveinsde broederliefde, hebt dan elkander van harte en bestendig lief, als wedergeboren, en niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en blijvende woord van God.
Want: Alle vlees is als gras en al zijn heerlijkheid als een bloem in het gras; het gras verdort en de bloem valt af, maar het woord des Heren blijft in der eeuwigheid.
Dit nu is het woord, dat u als evangelie verkondigd is.

Legt dan af alle kwaadwilligheid, alle bedrog, huichelarij, afgunst en alle kwaadsprekerij, en verlangt als pasgeboren kinderen naar de
redelijke, onvervalste melk, opdat gij daardoor moogt opwassen tot zaligheid,
indien gij geproefd hebt, dat de Heer goedertieren is.
En komt tot Hem, de levende steen, door de mensen wel verworpen, maar bij God uitverkoren en kostbaar, en laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis, om een heilig priesterschap te vormen, tot het brengen van geestelijke offers, die aan God welgevallig zijn door Jezus Christus.
Daarom staat er in een Schriftwoord: Zie, Ik leg in Sion een uitverkoren en kostbare hoeksteen, en wie op hem zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen.
U dan, die gelooft, geldt dit kostbare, maar voor de ongelovigen geldt: De steen, die de bouwlieden afgekeurd hadden, die is geworden tot een hoeksteen en een steen des aanstoots en een rots der ergernis, voor hen, die zich daaraan, in hun ongehoorzaamheid aan het woord, stoten, waartoe zij ook bestemd zijn.
Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk [aan God] ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht:
u, eens niet zijn volk, nu echter Gods volk,
eens zonder ontferming, nu in zijn ontferming aangenomen
“.
1 Petr.1: 1-2: 10

Deze redding hebben de Profeten afgesmeekt en zorgvuldig onderzocht,
die van de Genade, welke geprofeteerd tot u zou komen “.
De H. Theophan de kluizenaar biedt twee beschrijvingen om de ziekte van
de onwetendheid in het hart te overwinnen.

– “Eerst en vooral is gebed noodzakelijk“, zegt hij,
waarbij we de Heilige Geest dienen te smeken om
Zijn Goddelijke Licht in ons hart te doen neerdalen“.
– “Ten tweede dienen we de verkregen kennis [van waarheden]” te doorzoeken,
om duidelijk te achterhalen wie van hen goed zijn en welke slecht.
We dienen ze niet als de wereld en de zintuigen het doen te beoordelen,
maar ze dienen te worden beoordeeld door . . . de Heilige Geest . . .
het Woord van de Goddelijk geïnspireerde H. Schrift, of
die van de heilige Vaders en Leraren van de Kerk“.
Unseen Warfare, blz. 90

De Blijde BoodschapIndien wij onder de beschutting van de Kerk de H. Schrift lezen,
wanneer we ‘met‘ de Kerk op zoek zijn, dan bidden we voorafgaand tot de H. Geest
opdat Deze ons een juist oordeel schenkt
ons door deze Goddelijke teksten heen te leiden en wij zullen daarop
genezing te vinden.
In deze verzen onthult de Apostel Petrus drie manieren die ons genezen van
de ziekte van onwetendheid
aan de hand van de H. Schriften:
het herstel van het ware perspectief,
de correctie van de ondankbaarheid en
de verlichting van vergeetachtigheid.

De H. Schrift herstelt in ons het doelmatigste vooruitzicht op het leven.
Seculier humanisme verwijst slechts naar een wereld zonder God, of
marginaliseert God als een idee welke
zich beperkt tot die mensen die behept zijn met
een bijzondere belangstelling voor religie.
De H. Schrift daarentegen benadert God als ‘de primaire drijfveer
te midden van de menselijke geschiedenis.
Hij alleen verleent het heil voor alle volken en
Hij alleen stelt ons bij en opent ons voor het vermogen teneinde
ons over alles in en om ons heen te kunnen verwonderen.

Zie hoe breed deze twee inzichten uit elkaar liggen!
De apostel Petrus, spreekt tot zijn medechristenen en
roept ons aan als pelgrims en bijwoners [vs. 1: 1, 2: 11],
want hij aanvaardt dat wij tot een koninkrijk behoren  en
niet van deze wereld zijn” [John.18: 36].
Hij ziet ons behorend tot een uitverkoren Volk [1Petr.1: 2; 2: 9]
die in het Leven geroepen zijn
door de handelingen en de Liefde van God Zelf [vs.1: 2].
We zijn niet zo maar een groep individuen
die toevallig bij elkaar komen om
religieuze handelingen te verrichten en schone woorden te verkondigen.
Voor ons is het geen samenkomst, maar een integraal onderdeel van een plan waarmee
God Zich richt op de zonde, ziekte, onwetendheid en verwarring in de geschiedenis van de mensheid in goede banen leidt.

Profeten van het Oude TestamentChristenen zijn niet de allereerste mensen aan wie God zijn plan om alle dingen te herstellen openbaarde.
De oudtestamentische Profeten ontvingen reeds lange tijd terug vele voorafbeeldingen.
Zoals de H. Petrus verkondigt,
dat de Profeten overeenkomstig het plan van God [zij hebben door de H. Geest hebben gesproken] “de Genade afsmeekten en zorgvuldig onderzochten“[vs.1: 10].
Verder waren ze door
– “de Geest van Christus, Die in hen was” – in staat
– “het lijden van Christus en de heerlijkheid die erop zou volgen” –
te voorspellen [vs.1: 11].
Zij aanschouwden de voorafbeelding van
– “Zijn Triomf over de dood” -.

We weten dat de Openbaringen aan de profeten door de H.Geest vervuld zijn
[vs.1: 12 en 1Cor.10: 11]!
Beschouw het als een groot voorrecht om dit als Christenen te mogen ontvangen, want
wij zijn de eersten die de gehele Waarheid hebben leren kennen.
Generaties voor ons hebben de zegen van het [her]kennen van Jezus Christus
niet ontvangen;
ze ontvingen alleen maar een glimp, via de oude profetieën,
de Waarheid die nu tot ons komt informeert ons tot in detail.

De eer die we hebben ontvangen doet onze geest neerbuigen en
vervult ons [hart] met dankbaarheid, voor
God Die ons als Zijn volk heeft geroepen.
We hebben een heel goede reden om “staat allen recht” en
het aanbod van “een offer van lof,” in
de woorden van de Goddelijke Liturgie te gebruiken.
De H. Schrift geneest immers onze ondankbaarheid!

Het altaar met daarboven het Groot en Heilig KruisTen slotte, zoals de H. Petrus het formuleert:
zijn wij
een uitverkoren geslacht,
een koninklijk priesterschap,

een heilige natie, Zijn eigen volk“,
want wij zijn geroepen
uit de duisternis te komen
tot Zijn wonderbaar Licht
” [vs.2:  9].
Petrus herinnert ons eraan hoe het oude Israël,
ooit geroepen om het volk van God te zijn,
werd “verstoten“[Rom.11: 15), terwijl wij,
die eertijds geen volk waren . . .
nu het volk van God zijn geworden“[1Petr.2: 10].

Laat ons niet ophouden te lezen en
zowel individueel als gezamenlijk de Schrift bestuderen
om genezen te worden van onze vergeetachtigheid.
We herinneren ons dat we “in Zijn ontferming zijn aangenomen” [vs.2: 10];
Christus neemt ons onder Zijn hoede en redt ons uit de nood.
Wij komen tot de Heilige Schrift vanwege
dit vooruitzicht en om Genade op genade gewaar te worden!
Verlicht ons hart, o Meester,
met het zuivere Licht van Uw Goddelijke kennis
“.
Goddelijke Liturgie H. Johannes Chrysostomos

Orthodoxie & het pan-orthodox Concilie 2016

Het langverwachte Panorthodoxe Concilie gaat zal onder voorzitterschap van de Patriarch van Constantinopel, Bartholomeüs, in 2016
te Istanbul plaatsvinden.
Dat hebben de primaten van veertien Byzantijns-orthodoxe kerken in de
residentie van de Patriarch van Constantinopel [Phanar] bekendgemaakt.
Metropolite Athanagoras wordt maandelijks enkele weken vrijgesteld om zich in de Phanar met de voorbereiding bezig te houden.
Volgens de orthodoxe telling wordt het Pan-Orthodoxe Concilie
het eerste oecumenische concilie sinds 787, welk in Nicea plaatsvond.
De locatie van dit Concilie is gepland
in de Hagia Irene, een van de
voornaamste kerken van de voormalige keizerstad aan de Bosporus.
Bij de verovering van Constantinopel door de Ottomanen in 1453 werd de Hagia Irene gebruikt als wapen- en munitiedepot van de elitetroepen.
In tegenstelling tot de Hagia Sophia heeft deze kerk nooit als moskee gediend.
Thans is de voormalige kerk een museum, behorend bij het Topkapi-paleis van de Ottomaanse sultans.

Al sinds de jaren zestig van de vorige eeuw proberen de Orthodoxe kerken
een Concilie op touw te zetten. Door meningsverschillen tussen het Oecumenische Patriarchaat en de Patriarch van Moskou  lukte het tot op heden niet.
Moskou bleef lange tijd het Primaatschap van Constantinopel betwisten, onder
andere omdat meer dan de helft van alle orthodoxen lid is van deze [machtsbeluste] Russisch-Orthodoxe Kerk.
Wereldwijd zijn er tussen de 300 en 400 miljoen mensen lid van
een van de Byzantijns-orthodoxe kerken.
De Orthodoxie, vanaf 1054 niet langer op één lijn met de Latijnse tak van Christus Kerk,
telt 14 algemeen erkende autokefale [beschikkende over een eigen leiding] en
vijf autonome kerken [relatief zelfstandig, maar toch ressorterende onder Patriarchaten].
Sinds het Grote Schisma van 1054 heeft de Latijnse kerk van Rome een andere opvatting
over diverse onderwerpen dan de Orthodoxie, neem alleen al het machtsdenken.
De Paus van Rome is verworden tot een soort werelds kerkleider, terwijl de Patriarch van Constantinopel niets meer is dan de bisschop van zijn zetel; komen de andere bisschoppen bij elkaar, dan is hij slechts de voorzitter, als de eerste onder gelijken.
De Westerse manier van machtsdenken is ook in de Orthodoxie binnengeslopen en
heeft onder invloed van de Tsaristische aanpak een grote verandering in de Russische Orthodoxie doen ontstaan. Zo heeft Metropolite Kyril bij zijn Patriarchs-verkiezing duidelijk de lijn van de machthebbers in Rusland gekozen, hetgeen hem geen windeieren heeft opgeleverd. Tevens heeft hij de invloed die hij op West-Europa had, welke hij vóór zijn aanstelling al bezat niet aan een andere opvolger overgedragen, maar voor zichzelf behouden.

Als voorbereiding op het hoogfeest van
de Geboorte van Christus wordt ons tot geestelijke waakzaamheid opgeroepen teneinde de weg klaar te maken voor de Heer Die komt.
Sinds Christus door Zijn geboorte in Bethlehem de geschiedenis is binnengetreden, heeft de mensheid de kiem van het Koninkrijk God’s ontvangen,
zoals een veld het zaad de belofte ontvangt van de toekomstige oogst.
Wij behoeven ons heil dus niet langer elders te zoeken!
Christus is voor iedereen op deze wereld eens en voor altijd
de Hemelse Vreugde komen brengen.
Onze God en Schepper heeft in de geschiedenis het éérst met het Joodse volk gehandeld, zoals Hij met geen andere volken wilde handelen en God heeft dit volk als éérste
bestemd om de draagster te zijn van Zijn Goddelijke Openbaring,
nu openbaarde Hij Zijn rechtvaardigheid zónder de Wet,
namelijk ”door Geloof in Jezus Christus” en daardoor
brak de Geest naar al de volkeren door.
Israël was niet langer alléén; de heidense volkeren gingen delen in het Heil.
Wij allen, die gedoopt zijn, worden kinderen Gods genoemd en
zijn daardoor lidmaat van Christus’ Kerk.
Christus, het Woord Gods, blijft ook in onze tijd de weg van de mens verlichten.
Zijn werkingen – o.a. via de Mysteriën – maken Zijn onthulling van de Tederheid,
Troost en Liefde van de Vader voor elk menselijk wezen bekend.

Wij zijn door Christus opgeroepen om
ons steeds opnieuw bewust te zijn van
de aanwezigheid van God in ons midden en
anderen te helpen haar te ontdekken – of haar te herontdekken, indien ze haar hebben verdrongen.
Het gaat om een schitterende zending, die op die van Johannes de Doper lijkt:  – de wereld met Christus en Zijn Verlossing bekend te maken -.
Christus is immers het einddoel waarop het hart van de mens gericht dient te zijn en in Wie hij vreugde en geluk kan vinden.

De verdeeldheid van Christus over deze wereld is en blijft, hoe we het ook wenden of keren, een zaak, die de getuigenis van Christus naar de wereld grote schade berokkent.
Israël bleef, in Zijn godsdienstige hoedanigheid, door de tijden heen één in de Messiasverwachting. De Christelijke Kerk daarentegen is door de tijden heen méér en méér verdeeld geraakt in haar Christelijke boodschap.
De apostelen, ongeschoolde vissers brachten eenparig de – door Christus zélf onderwezen – boodschap over de grenzen van Israël.
Zij deden dit ieder voor zich met een eigen accent, maar sindsdien is die boodschap gebroken.
De schisma’s in de wereldkerk, de scheiding binnen de kerken in de diverse landen,
de tegenstellingen binnen de diverse kerken geven geen zuiver beeld van een zuivere boodschap.
We dienen de Kerkelijke verdeeldheid, als het gaat om de waarde van Christus’ Goddelijke, Blijde Boodschap buiten de Kerk naar Israël en de wereld toe niet onderschatten.
Als buitenkerkelijken ons deze verdeeldheid als ongeloofwaardig voor Christus voorhouden, dan ontkomen we niet aan hun terechte kritiek, door ons terug te trekken op eigen binnenkerkelijke standpunten, als zou onze Waarheid de volle waarheid zou zijn.
Dat komt toch in het geheel niet geloofwaardig over.
Christus is niet gedeeld en toch is Zijn Lichaam uiteen gescheurd, zodat Zijn Lichaam, de Kerk, het bloedt uit duizend wonden.
God’s Geest ging tot ver buiten Israëls grenzen maar over die grenzen hebben wij mensen er letterlijk een puinhoop van gemaakt.
Dwars door de schuldige verdeeldheid heen – naar we mógen geloven – bleef de Heilige Geest  toch
Zijn werk verzetten om voor Christus  een
woning te maken bij de mensen.
Hij verlichtte mensen van allerlei ras, taal en natie,
ook bij de mensen van de uiteenlopende kerken.
Deze grote verdeeldheid haalt het niet bij het gezegende Pinkstermoment, de geboorte van
de ene Heilige, Katholieke en Apostolische Kerk.

Het Patriarch van Constantinopel roept haar bisschoppen bijeen om zich als een van de meest oorspronkelijke Christelijke kerken op
haar Boodschap in onze tijd te beraden. De oproep hiertoe klinkt al vanaf de in 1961 gehouden Conferentie op het eiland Rhodos [Gr].
Oorspronkelijk was het de bedoeling om ongeveer honderd punten op de agenda
van het Pan-orthodoxe Concilie te zetten.
Later, toen de voorbereidingen al aan de gang waren, werd besloten de agenda om
te beginnen te beperken tot tien onderwerpen die op een of andere manier een grote invloed hebben op alle lokale Orthodoxe kerken.
Van groot belang is het probleem betreffende het beheer over de kerkgemeenschappen in de diaspora, d.w.z. degenen die zich buiten de traditioneel orthodoxe landen bevinden, zoals in West-Europa en Amerika.
Er werd ook afgesproken om de kerkelijke regels inzake
het huwelijk en de vasten te herstructureren.
Het Concilieprogram omvat ook het probleem van de kerkelijke kalender, welke werd in veel plaatselijke kerken werd versterkt nadat de nieuwe kalender werd ingevoerd.
Het zou mooi zijn als het gehele Christendom op dezelfde originele wijze de Christelijke feesten op hetzelfde moment zou kunnen vieren.
Voorafgaand aan dit Concilie is door orthodoxe kerken een voorbereidende dialoog gevoerd met niet-Orthodoxie ten einde aanvaardbare voorstellen van deze contacten te evalueren.
De agenda bevat tevens het onderwerp dat al in de 60-er en 70-er jaren relevant was, namelijk de houding van de Orthodoxe Kerk ten aanzien van discriminatie op grond van
ras en andere sociale fenomenen van deze tijd. Vandaag de dag dient de archaïsche [ouderwetse] houding over deze onderwerpen te worden heroverwogen.
Daarnaast komen een aantal thema’s aan de orde, die betrekking hebben op de administratieve structuur van de Kerk en de bijbehorende procedures.
In het bijzonder gaat het hier om de definitie van de autocefale en autonome status van kerken en om een aantal technische problemen van de tweedeling in de lijst van Orthodoxe Kerken [Russisch en de overige Patriarchaten] op te lossen.
Het Concilie wordt tevens opgeroepen, om te reageren op de nieuwe uitdagingen van vandaag, zoals de atheïstische verheerlijking van het consumentisme, hetgeen tot de economische en ecologische crisis heeft geleid, de progressieve uitholling van de ethische grondslagen van de familie en het radicale nationalistische en pseudo-religieuze extremisme.
Het Concilie komt niet om de nieuwe vervolging van het christendom heen, welke zich in verschillende vormen en verschillende regio’s van de wereld manifesteert.
Uiteraard zal het Pan-Orthodoxe Concilie zich bezighouden met het behoud van de kerkelijke eenheid en zuiverheid van het Orthodox Geloof in de hedendaagse historische context.
Dit zal een indringende discussie worden aangezien
de verschillende primaten een andere achtergrond hebben; denk hierbij alleen al aan de verhouding tussen kerk en staat.
Zo zal het herkennen van consensus in de besluitvorming in acht genomen dienen te worden, zowel bij de voorbereidingen van het Concilie als het Concilie zelf.
Respect voor dit principe is heden ten dage een fundamentele en betrouwbare waarborg
voor de eenheid van de Orthodoxie waarmee het Pan-Orthodoxe Concilie in
de openbaarheid treed.
Binnen de Orthodoxe Kerk bestaat er niet zoiets als een centraal geleid administratief aanspreekpunt. Sinds de tijd van de Apostelen werden alle belangrijke kwesties voor conciliaire overeenstemming, om in termen van vandaag te spreken, collegiaal ter discussie gesteld.
Dit geldt voor zowel leerstellige, disciplinaire als kerkelijk-bestuurlijke vraagstukken.
Voor wat betreft het interne leven van een bepaalde plaatselijke kerk werd en
wordt dit aan de orde gesteld in haar eigen diocesane bestuurlijk overleg.
Ieder diocees heeft dus een eigen aanpak van problemen, een eigen standpunt en
eigen manier van benadering.
Zo wordt in de Russisch Orthodoxe kerk een heel andere bestuurlijke benadering gehanteerd dan bij de overige Patriarchaten. Kwesties die echter het toepassingsgebied van
de plaatselijke kerken overstijgen dienen door een overkoepelend bestuur in de regio aan de orde te worden gesteld.
Door de grote volksverhuizingen welke in de afgelopen decennia hebben plaatsgevonden, zijn het de verschillende nationaal georiënteerde Patriarchaten, die in één regio verschillende kalenders, standpunten en regels hanteren.
De beslissingen die door een op te richten regionale Raad worden genomen dienen een Pan-kerkelijke autoriteit te bezitten, welke voor de regio eensluidende beslissingen kan nemen.
De zeven oecumenische concilies, die in de periode vanaf de 4e tot de 8e eeuw plaatsvonden, formuleerde de leer van de Kerk en hebben tot nog toe haar canonieke gedragscode geformaliseerd. Dankzij deze fundamentele documenten, heeft de Kerk haar zending voor eeuwen met succes kunnen uitvoeren.
Gedurende de 13 eeuwen na het 7e Oecumenische Concilie in 787,
werden talrijke bisschoppen van de verschillende regio’s als vertegenwoordiging bijeengeroepen. Dit had objectief gezien tot gevolg dat ze niet de gehele historische volheid van de Orthodoxe Kerk konden vertegenwoordigen.
Nu heeft men het punt bereikt om conciliaire mechanismen op Pan-Orthodox niveau te ontwikkelen en daarmee in te spelen op de actuele problemen in het leven van de Orthodoxe Kerk als geheel. In de aanloop van de procedure ter voorbereiding van het Concilie, kwamen vrij ernstige verschillen in de posities van de verschillende zusterkerken aan het daglicht.
Het heeft daarom zo’n lange tijd geduurd om een consensus te bereiken over de basisprincipes welke voor dit Pan-Orthodox Concilie nodig waren.

In de Westerse Pers komen we herhaald commentaren tegen
betreffende de Oecumenische dialoog. Dit wordt veroorzaakt door
de post-conciliaire praktijk, welke na het Vaticaans concilie binnen
de Latijnse kerk plaatsvond.
Binnen de Orthodoxe Kerk bevindt zich in ieder geval een belangrijke groep [monniken] die een dergelijk proces in hun kerk niet altijd even vrolijk verwelkomen.
Wel onderkennen ook zij de problemen die hierboven genoemd worden en zien zij de noodzaak van een interne reflectie. Door de openhartige benadering van de Patriarch van Constantinopel enerzijds en de Latijnse Kerkleider [de Paus] anderzijds slaat hen de angst om het hart dat het komende Pan-Orthodoxe Concilie dezelfde Liberale standpunten
zal behelzen als die van het Vaticaanse Concilies na de eerste 7 Oecumenische Concilies.
Er zijn er die wars zijn van de invloedsfeer van het rijke Rome, die in het verleden al eerder met de geldbuidel heeft gezwaaid om de Waarheid, welke in de Orthodoxe Kerk wordt gekoesterd te beïnvloeden.
De grote theoloog van de Russische diaspora, aartsbisschop Theophan van Poltava, zei in 1930 over het komende
[8e] Oecumenisch Concilie met de woorden van
de Heilige Theodore de Studiet:
Niet elke bijeenkomst van bisschoppen is een Concilie, maar slechts een bijeenkomst van bisschoppen die in de Waarheid van het Woord bijeenkomen.
Een echt Pan-Oecumenisch Concilie hangt niet af van het aantal bisschoppen dat

zich daar verzamelden, maar valt of staat met de vraag of
zij op een orthodoxe manier beraadslagen en  de oorspronkelijke Christelijke Boodschap verkondigen. Wanneer zij zich verre houden van de oorspronkelijke Waarheid, zal het geen Oecumenisch Concilie zijn, ook al bestempelen zij zichzelf als Oecumenisch“.
Het signaal dat ook toen al werd afgegeven is dit:
De trouw aan de ware Orthodoxie is een heel nauw pad“; m.a.w. afgaande  op de ervaringen van het Vaticaans Concilie en het effect ervan op de Latijnse kerk, zullen  ingrijpende veranderingen verdeeldheid in de Orthodoxe wereld kunnen oproepen.
De huidige publieke opinie is in het geheel niet geïnteresseerd in de ware orthodoxie, de werkelijke Christelijke Blijde Boodschap welke Christus in Zijn dagen aan Zijn Apostelen voor ons heeft geopenbaard.

Het journaille is bij de berichtgeving alleen uit op
sensatie en overweldigend nieuws, over datgene wat bij een
Ware Blijde Boodschap niet zomaar tot grote veranderingen leidt; als zodanig wordt er althans in de Nederlandse pers weinig over genoemde ontwikkelingen bericht.
Blijft over dat wij als gelovigen de grote ontwikkelingen die
in de Orthodoxe kerken plaatsvinden in
onze gebeden dienen te gedenken.
Dat we dit ook als gezamenlijke Orthodoxe kerken serieus nemen
mag blijken uit het feit dat we over de gehele wereld dit verzoek opnemen als
speciale bede in iedere komende Vragende Litanie.

Orthodoxie & de uiteenlopende schepen

Een groot deel van het optreden van Jezus
speelt zich af rond het Meer van Genesareth [of Galilea].
Jezus heeft een tijdlang aan het Meer van Galilea gewoond, in Kapernaüm.
Ook een aantal van Jezus’ discipelen, die
vissers waren op het Meer van Genesareth, woonden er.
Een aantal bekende Bijbelverhalen, zoals de wonderbare spijziging en dat Jezus op de zee wandelt, spelen zich op en rond dit Meer af.

En het geschiedde, dat de schare op Hem aandrong
om het Woord van God te horen.
Hij stond aan de oever van het meer van Genesareth en
zag twee schepen aan den oever van het meer …
En Hij ging in een van die schepen, welke van Simon was en vroeg hem de zee in te gaan, niet ver van de oever.
En Hij zette Zich neer en leerde de scharen vanuit het schip
“.
Luc 5: 1-3

De contrasterende twee schepen
Laten we eens nader ingaan op het kleine scheepje van Simon Peter, welke de Heer beter geschikt achtte om
er zijn Boodschap te verkondigen.
Er waren inderdaad twee schepen, die door God voorbestemd waren om in deze wereld te vissen, een vangnet voor het heil van de mensen, net als in zee, zoals de Heer Zijn apostelen bevolen heeft:
Volg mij, en Ik zal u vissers van mensen maken“.
Matth.4: 19 [Evangelie van de 2e Zondag na Pinksteren]

Een van de beide schepen wordt aan z’n lot overgelaten en is inactief en leeg;
het andere, welke in gebruik wordt genomen, vaart af.
Het eerste omvat de bedehuis van de Joden, welke inactief terzijde wordt geschoven,
omdat het de Heer heeft afgewezen die “tot het Zijne kwam” [het was immers Gods volk]
vergezeld van al die waarschuwingen van de Profeten.

Maar de Kerk, vervuld met de Heilige Geest, vaart af, want Zij ontving de Heer samen met de leer van de Apostelen. De Synagoge blijft aan het land, en blijft vast houden aan de aardse dingen.
De Kerk wordt opgeroepen om het ruime sop op te zoeken in de diepe hemelse Mysteriën.
Dit is de diepte waarover de apostel Paulus uitriep:
O diepte van rijkdom, van wijsheid en van kennis Gods,
hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn beschikkingen en
hoe onnaspeurlijk Zijn wegen!
“.
Rom.11: 33

Er wordt ons verhaald dat Peter zegt,
Ga naar diep water en zet uw netten uit om te vissen” [Luc.5: 4]  dat betekent
dat aan de Goddelijke geslacht in de diepte onderwezen dient te worden.
Wat kan er diepgaander zijn wanneer die zelfde Petrus tegen de Heer zegt:
Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God“.
Daartegenover staat de aardse beleving wanneer de Joden over de Verlosser opmerkten:
Is deze niet Jezus, de Zoon van Jozef, Wiens vader en moeder wij kennen?
Hoe zegt Deze dan: Ik ben uit den hemel nedergedaald?
“.
John.6: 42
De ene wijze wordt geïnspireerd door de Wijsheid van boven en
bekent de Goddelijke geboorte van Christus;
de anderen spreken van Hem vanuit het menselijke denken,
Van boven geboren“, zoals het gesprek dat Jezus met Nicodemus aangeeft.
Van de één zegt de Verlosser:
Want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard,
maar Mijn Vader, Die in de Hemelen is
“.
Matth.16: 17
Maar aan de anderen zegt hij,
Adderengebroed,
hoe kunt gij, die slecht zijt, iets goeds zeggen?
Want uit de overvloed des harten spreekt de mond
“.
Matth.12: 34

Het Schip van Christus
De Heer Jezus Christus gaat naar de boot waar Peter was, zeggende tot hem:
Op deze rots zal Ik Mijn gemeenschap bouwen“.
Dit schip drijft op de diepzinnigheid van deze wereld, en
de zeilen voeren het tot in de tegenwoordige tijd,
en het wordt beveiligd tegen schade
Die het drijvende houdt.
We hebben hier een typering van in het Oude Testament.
Voor al wie Noach met hem in de ark nam
werden van de schipbreuk van deze wereld gered.
Toen de zondvloed was opgehouden
bracht een duif een teken van vrede aan de Ark.
Dus ook wanneer het Oordeel over komt,
zal Christus de Kerk de vreugde van de vrede schenken,
zoals Hij aan Zijn discipelen beloofd heeft:
Ik zal u wederzien en uw hart zal zich verblijden en
niemand zal u uw blijdschap ontnemen
“.
Joh.16: 22

In het Evangelie van Mattheus, lezen we verder:
“En toen Hij in het schip ging,
volgden zijn discipelen Hem”.
Matth.8: 23
Over hetzelfde schip, verhaalt Mattheüs ons:
En zie, er kwam een grote onstuimigheid op de zee, zodat
de golven over het schip sloegen; maar Hij sliep.
En zij kwamen en maakten Hem wakker en zeiden:
Heer, help ons, wij vergaan!
“.
Matth.8: 24-25
Waarom was het een en hetzelfde vaartuig en maakt Hij één keer
de geheimen van Zijn hemelse leer bekend, terwijl een andere keer,
Zijn discipelen de angst voor de dood laat overvallen?
Vooral omdat Simon Peter, die de waarheid in geloof had beleden,
op beide gelegenheden aanwezig was?
Door Mattheüs wordt bij die gelegenheid aangehaald
dat alle discipelen buiten onze Heer in het schip aanwezig waren;
onder hen was eveneens Judas, de verrader.
Bij het incident, zoals de Evangelist Lucas verhaalt,
waren alleen de vissers aanwezig.
Omdat Judas namelijk geen visser was,
was hij dus ook niet aanwezig.
Hoewel juiste het geloof van Petrus het schip had kunnen stabiliseren,
zou de ontrouw van de andere het tot een ramp voeren.
Toen Petrus, het ware geloof liet zien,
kwam er een behouden en veilig rustige vaart.
Wanneer Judas aan deze scene was toegevoegd, zou er storm zijn geweest.
Petrus zou alleen maar veilig kunnen voortgaan,
wanneer hij zich niet bedreigd behoefde te wanen door
de slechtheid van de verrader.

De misdaad van de een, kan de goede trouw van allen in gevaar brengen.
De Heer is in slaap gevallen en het geweld van de wind neemt toe,
want wie de zonden veroorzaakt doet de Heer onmiddellijk slaap vallen en
verhoogt in zichzelf een storm van onreine geesten.
Als het rustig weer van de Heer, over het schip heerst valt Deze in een diepe slaap,
daartegenover staat een duivelse storm Die Hem zal doen Opstaan.

We komen nu tot de slotsom, dat
de netten braken en de schepen met een grote hoeveelheid vis werd gevuld, op
een dusdanige wijze dat “ze bijna zonken“, hetgeen betekent:
Dat het aantal fysieke mensen in de Kerk zo groot zal zijn, dat
het door ketterijen en scheuringen verscheurd zal worden en
haar vrede verstoord zal worden
“.
Heilige Augustinus van Hippo
De Heilige apostel Paulus zegt hierover:
Weet wel, dat er in de laatste dagen zware tijden zullen komen:
want de mensen zullen zelfzuchtig zijn, geldgierig, pochers, vermetel,
kwaadsprekers, aan hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig,
liefdeloos, trouweloos, lasteraars, onmatig, onhandelbaar, afkerig van het goede,
verraderlijk, roekeloos, opgeblazen, met meer liefde voor genot dan voor God,
die met een schijn van godsvrucht de kracht daarvan verloochend hebben;
houd ook dezen op een afstand
“.
2Tim.3: 1-5

Indien daarom door de zonden van Judas, alle apostelen werden bedreigd,
dienen wij door deze waarschuwing op onze hoede te zijn tegen
de verrader, opdat door middel van slechts één,
velen in gevaar worden gebracht door de stormachtige golven.
En laten we ook zo’n iemand ons kleine schip besturen, dat
de Heer niet te midden van ons in slaap kan vallen, maar
dat Hij wacht kan houden en
geen storm van ongerechtigheid ons zal treffen.
Want waar het Geloof zuiver is, daar
onderwijst de Zaligmaker het klokje rond en
verheugt Hij zich want er is rust, er is vrede en
er is genezing voor alle mensen.
Maar waar in de Kerk van Christus ketterij en schisma vermengd raken met het Geloof, daar
wordt deze argeloos en valt in slaap.
Er zal dan angst en storm opsteken en
er loert gevaar voor iedereen.
Het hangt af van de vraag of Christus in ons slaapt
of dat Hij de wacht houdt.

Cf. homilie 32 van de
Heilige Ambrosius van Milaan
in zijn commentaar op Lucas 5: 1-11.

Orthodoxie & de oorspronkelijke uitgave van het beginners-boek

Wie was de oorspronkelijke auteur van het boek
De Avonturen van de Russische Pelgrim”   > [Bol.com ISBN 9789062715855]
Ieder beginnend Orthodox zal wel eens het boek
”De avonturen van een Russische Pelgrim” gelezen hebben of er tenminste iets over hebben gehoord.
Dit is namelijk een ‘must’ voor de beginner op de geestelijke [spirituele] weg.

Dit boek vertelt namelijk over het avontuurlijke lotgevallen van een orthodoxe pelgrim die  van stad naar stad reis en
op zijn weg doende is de Apostel Paulus te begrijpen wanneer deze zegt:
“bid onophoudelijk”.
Hij probeert het gezegde te lezen en te begrijpen
waarmee  de Apostel Paulus zegt:
“bid onophoudelijk”
Overeenkomstig de schrifttekst probeert hij:
Bij elke gelegenheid in de Geest doorlopend te bidden en te smeken,
daartoe alle wilskracht verzamelend alle heiligen voortdurend aan te roepen;
dat hem bij het openen van zijn mond het woord geschonken wordt om
vrijmoedig het geheimenis van het Evangelie bekend te maken
“.
cf. Eph.6: 18

De pelgrim slaagt erin om bijgestaan door een monnik en het vaderboek,
‘de Philokalia’ [liefde tot de schoonheid] zich te verdiepen in
de toepassing van het onophoudelijk gebed,
ook wel het noëtisch- of het gebed van het hart genoemd met de woorden:
Heer Jezus Christus, Zoon van God, ontferm U over mij, zondaar“.

Er wordt algemeen aangenomen dat
het een tekst is van een aantal anonieme schrijvers.
Bij tijd en wijlen werd het ook toegeschreven aan diverse
andere auteurs, waaronder de Heilige Theophan de kluizenaar.
In de eerste editie van het boek in 1881 – welke door de abt ‘Paisios Fyodorov’ van het klooster Tseremiskos Kazan werd uitgegeven – bevinden zich een aantal aanwijzingen rond de auteur.
Deze jaargang van 1881 bevat alleen de eerste vier verhalen.

In 1911 werd volgens overleveringen eveneens in het klooster
Sergieev Possad een editie uitgegeven . . .
De in 1930 heruitgegeven versie van Kazan in Parijs
onder toezicht van V.P. Vitseslavtsev welke bij deze uitgave een inleiding schreef over de ascetisch herwonnen religieuze beslommeringen van de ballingen welke uit
het tsaristisch Rusland afkomstig waren.

In 1933 werd het boek eveneens door Russische ballingen in Praag uitgegeven overeenkomstig de versie van 1911.
De heruitgave van het boek uit 1948  werd door Archimandriet Cyprianos Kern verder uitgewerkt met
de zeven verhalen, zoals deze nu bekend zijn.
Nadien werd deze uitgave in het Duits ]1925] in het Engels [1930] en in het Frans [1935] uitgegeven.
In 1971 ontdekte het Heilige Klooster ‘Panteleimon’ op
de berg Athos [Gr] manuscripten met de eerste vier verhalen en omdat er nogal een aantal verschillen waren met de laatste uitgaven, werden in 1989 de verschillende teksten naast de oorspronkelijke tekst parallel afgedrukt.
In 1992 werden de zoekgeraakte manuscripten van de eerste vier verhalen in het archief van Archimandriet Kyprianou Cairns gevonden.

Daarop gelukte het in 1994 de hoogleraar van de Theologische Academie van Moskou
A.M.Pentovsky om de oorsprong van alle teksten vast te stellen, die allemaal het werk van de bewijzen “Verhalen van de op ‘geheime aanwijzingen’ reizende Russische pelgrim aan zijn geestelijke vader” «Διηγήσεις εκμυστηρευόμενες σ’έναν ρώσο προσκυνητή από τον πνευματικό του πατέρα»
( Пентковский А.М. Кто же составил Оптинскую редакцию рас сказов странника? // Символ. Paris, 1994. № 32. С. 259–278 ).
A. M.Pentovsky publiceerde een reeks teksten, welke zeer goed waren gedocumenteerd en
toonde aan dat auteur niemand minder was dan de monnik Arsenio Troepolsky [1804-1870], de toendertijd spirituele vriend van de Heilige Ignatius Brintsianinof,
die vanaf 11 januari 1837 in het klooster Sergkiev in de buurt van Sint-Petersburg
voor een jaar onder diens hoede stond.
Het hele leven van deze monnik Arsenius werd in beslag genomen door teksten
rond het Jezusgebed, hoe dit te bidden in een in hoofdstukken, met de hand geschreven,
”Over het middernachts-gebed”; naast deze zijn er andere werken bekend die ongepubliceerd zijn gebleven.
Voornoemde Pentovsky ontdekt in 2009 in het manuscript van de Nationale Bibliotheek van Moskou, het schrijven van arseen Troepolsky met ascetische teksten,
waarin hij het 10e hoofdstuk ontdekt van het manuscript naast
de zeven verhalen van ”de Russische Pelgrim”.
De onderzoeker kwam daarmee tot de volgende conclusie:

  • Tussen 3 en 17 oktober 1859 schreef Arsenios Troepolsky het oorspronkelijk verhaal,
    dwz de eerste vier delen waren op 6 november was klaar en
    op 13 december werden de daaropvolgende hoofdstukken voltooid met het derde verhaal van de rondreis.
  • In mei 1863 schreef hij de proloog en zeven verhalen. Dit werd later vastgesteld en is de eindconclusie aan de hand van ontelbare kopieën.

Het lijkt erop dat de tekst die door het ‘Optina’-klooster voor de druk werd voorbereid
het origineel bevatte, omdat deze versie veel aannamen en stijlverbeteringen bevat en
de tekst gerelateerd is aan de publicatie van de Heilige Ambrosius van Optina,
maar om een aantal dwingende redenen werd dit project afgeblazen en
vervolgens niet uitgegeven.
Alle door AM Pentovsky onderzochte teksten zijn vervolgens
onder toezicht van het Patriarchaat van Moskou
in een volume uitgegeven.

Orthodoxie & de voorbereiding op het Hoogfeest van Kerst

Wat we met Kerst gaan vieren is:
de komst van God als mens in het vlees,
opdat wij ons zouden bekeren,
Anders gezegd, dat we ons opnieuw tot God zullen gaan richten,
het afleggen van de oude mens en de nieuwe mens aandoen en dat we in Adam [het stof, het aardse] zijn gestorven, opdat we in Christus
zullen gaan leven.
Laten we ons daarom voorbereiden op dit feest,
niet op de wijze van de heidenen, maar
op een Goddelijke manier.
En hoe dient dit te gebeuren?
Laten we onze voordeur nu eens niet met kransen versieren, noch onze woning als een balzaal optuigen, noch onze straten versieren.
Dit is de weg die kan leiden naar het kwaad en is een voedingsbodem van de zonde.
Laten wij al deze dingen aan de heidenen overlaten.
Maar laten wij, die ons aanbidders noemen van de ware God en ons op een van tevoren bepaalde manier een luxe nastreven,
dit dan zoeken in het Woord Gods, de Wet en de Heilige Schrift“.
Heilige Gregorius de Theoloog

Het is mijn bedoeling dat u begrijpt wat ik werkelijk bedoel.
Ik moedig u echt niet aan alles maar overboord te gooien, dat
je je huis met Kerst niet zou mogen versieren of
een kerstboom mag optuigen, of kaarsjes mag aansteken.
In feite, zou ik al die dingen juist aanmoedigen,
omdat ze nu eenmaal bij de huidige 21e eeuw horen;
al die dingen laten een getuigenis zien van de geboorte van Christus,
zij symboliseren een Christelijke feestdag.

Wat ik zeg, en wat ik denk dat bovenstaande tekst van wat de Heilige Gregory bedoelt is om eenvoudig duidelijk te maken, dat
we de geest van het secularisme niet totaal dienen te laten overheersen en daarmee ieders aandacht af te leiden van het geestelijke.
Ik ben ervan overtuigd dat het secularisme in de huidige maatschappij,
een van de grootste bedreigingen is voor het Orthodoxe Christendom en
de Christenheid als geheel.

U mag best eens een kijkje nemen bij  andere wereldgodsdiensten.
Of dat nu de Islam is of het Jodendom,
of welke godsdienst dan ook.
Bestudeer die religies eens en kijk naar hùn heilige feestdagen.
Zij zullen echt niet toestaan dat het secularisme hun geloof al is het ook maar een klein beetje beïnvloed zal worden.
Ik geef u het voor zeker op een briefje!

Neem nu eens een kijkje bij ons Heilig Christendom en onze heilige dagen.
Van Sinterklaas tot Pascha, is het secularisme niet alleen binnengedrongen,
het heeft het feest volledig overvallen en weggemoffeld!
We behoeven niemand de schuld te geven, maar vooral onszelf.
Het Christendom begint iedere dag die volgt steeds maar meer hypocriet te worden
en dat is voor de volle 100% onze eigen schuld.
We zouden ons moeten schamen!

Zelfs Pascha, het feest van de feesten wordt ons volledig ontvreemd,
de overheid geeft het onderwijs verlof voor een Krokus en Hyacint Vakantie of
heeft het over de Voorjaarsvakantie.
U weet allemaal dat het woord Pasen zelf een heidense oorsprong heeft.
Pasen werd vernoemd naar Ester, de heidense godin van de vruchtbaarheid.
Wat is het symbool voor de vruchtbaarheid? Het konijn.
Dus zelfs de opstanding van Christus, het  fundament van het Christelijk geloof
wordt teruggebracht tot de viering van de Paashaas.
Je kunt tegenwoordig geen winkel binnen lopen of je ziet winterse landschappen met
slee-, schaats- en ski-poppetjes [duidend dat je vooral een 2e keer op vacantie dient te gaan] en zie je geen kerststalletjes of inspirerende artikelen meer, tenzij
je in een Christelijke boekhandel binnenloopt; de gewone boekhandels verkopen daarentegen boeken met de meest vreemde kerstverhalen.

Ik besef dat ik misschien een beetje extreem voor jullie overkom, maar
laat me je een vraag stellen.
Heb je gemerkt dat de zinsnede
Zalig kerstfeest helemaal vervangen is door Vrolijke [kerst-]dagen? Kerstvakantie is nu een winterstop geworden en op de meeste scholen wordt het niet toegestaan Kerst-minnende programma’s op te voeren.
Wanneer ze dit al doen worden ze, beïnvloed door de Amerikanisering bestaande uit
de arrenslee met Santeklaus en Jingle Bells . . . . . jo joh joh . . . . . en een hoop cadeautjes.
Er wordt maar weinig of helemaal niet over Christus gesproken.
In het uiterste geval wordt er op Christelijke scholen over
een lieftallige Maria en een zoete Sint Jozef en het kindje Jezus
op hun reis naar Bethlehem gezongen.
Of we het leuk vinden of niet, we liggen zwaar onder vuur.
Onze God wordt in onze samenleving gewoon uitgebannen –
weggepoetst, ligt met ons onder vuur en we doen er niets aan.

De Heilige Cosmas van Aitolos merkt op dat,
Het leven een geestelijke strijd is.
Doch wanneer je niet vecht,
zul je voorzeker verlies lijden
“.
Stel jezelf dus eens de vraag.
Kom je wel voor jezelf op, ben je assertief genoeg,
vecht je of verliest je?  Er bestaat namelijk geen tussenweg.
Bovendien staat er ook nog geschreven:
Wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden,
tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis,
tegen de boze geesten in de hemelse gewesten
“.
Eph.6: 12

We vechten niet tegen zo maar een doel of een wassen neus.
We vechten tegen de machten der duisternis wiens enige doel is om jou en mij van Christus af te houden, net zoals zij zichzelf hebben afgescheiden.

Denk na maar eens over na, wanneer
iemand je een volgende keer tracht wijs te maken dat je het Geloof in Christus
niet zo serieus dient te nemen.
Ik heb een Blijde Boodschap mensen,
onze redding is een serieuze zaak.
We dienen ook ernstig rekening te houden met onze tegenstanders, de tegenstrever[s].
Wanneer we samen met Christus de barricaden opgaan en voor Hem op komen, dienen we de Christelijke strijd
ook in onze tijd serieus te nemen;
vraag het maar aan onze martelaren.


“Daarnaast dient ieder individu de zwakheden van anderen te
[ver]dragen.

Wie kan zich nu eenmaal  perfect noemen?
Wie kan er prat op gaan dat
hij zijn hart onbezoedeld heeft weten te houden?
We zijn nu eenmaal allemaal ziek en
wie veroordeelt dan zijn naaste en
heeft niet door dat hij zelf ziek is.
Daarom dient de ene omdat een verdorvene
niet de andere verziekte te veroordelen”.
vader Ephraïm van Philotheou

Orthodoxie & de weg tot het zoon-schap [1]

Horeb, is zoals u waarschijnlijk weet
een andere naam voor de berg Sinaï,
de berg waar God de profeet Mozes en
het volk van Israël heen leidde en
hen Zijn Thora [Zijn instructies] gaf.
Dit was de plaats van de oorspronkelijke Theophanie,
de eerste keer dat het gehele volk Israël [en niet slechts één individu],
de heerlijkheid des HEREN in  donder en bliksemflitsen op de berg
kon aanschouwen.

Maar het volk van Israël kon daar niet eeuwig blijven;
er wachtte hen betere dingen in het beloofde land,
het “land van melk en honing“.
Horeb betekent in het Hebreeuws zoiets als
een droge of een desolate plek“, die voortvloeit uit
de wortel  חרב HRB, wat “droog” is.
Het is een onbewoonbare omgeving en zeker geen plaats
voor een heel volk om er te wonen.
Dus gebood God hen om Horeb te verlaten en
een begin te maken met de tocht die hen naar het land zou voeren dat
Hij hun voorvader Abraham gegeven had.

In het oude testament is de profeet Mozes
een zeer opvallende figuur. Er leefden Grote mannen vóór hem en ook ná hem volgden er velen.
Maar “zoals Mozes, die de Heer gekend heeft van aangezicht tot aangezicht,
is er in Israël geen profeet meer opgestaan
“. Deut.34: 10
Dat bleef gelden tot zijn eigen profetie werd vervuld:
Een Profeet uit uw broeders, zoals ik ben,
zal de Heer u verwekken; naar Hem zult u luisteren
” [Deut.18: 15].
Dat gebeurde meer dan duizend jaar later, toen
de Heer Jezus werd gezonden,
van Wie de Vader zei:
Deze is Mijn Zoon, de geliefde, in
Wie Ik Mijn welbehagen heb;
luister naar Hem!

Matth.17:  5

Wat was eigenlijk het geheim achter het leven van Mozes?
Was het zijn grootheid Prins van Egypte te worden?
Was het zijn kennis van het Egyptische religieuze leven en haar cultuur?
In het geheel niet, zijn leven was als geen ander in het Eerste Verbond [ het Oude Testament een duidelijke typering van de weg tot het zoon-schap.
Hij verwijst in eerste instantie naar de Zoon, Die het ware Israël zou verlossen van
de “vleespotten van Egypte“.
Maar hij verwijst ook naar de zonen Gods, die
“als Zijn gehele schepping van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid
bevrijden zal worden hetgeen toegang verschaft aan de vrijheid en
heerlijkheid van de kinderen van God“.
Rom.8: 21

Zo’n Mozes heeft de wereld nodig.
Aan politici, wetenschappers of religieuze leiders is er totaal geen gebrek.
Zij zullen de gigantische problemen niet kunnen oplossen.
Het antwoord is Jezus, de Christus én door Hem de zonen Gods.
Wij weten, dat de hele schepping in al haar leden verzucht en in barensnood is“.
Rom.8: 22
Reikhalzend verlangt de schepping:
de schepping wacht op het openbaar worden van de zonen van God“.
Rom.8: 19
Dat klonk als een klok toen Paulus dit opschreef en
dat is zeker ook nu in onze tijd een alom-klinkende waarheid.
Jezus is de Zoon van God, en nog wel “de eniggeboren Zoon
John.3: 16
want in Hem woont geheel de volheid der Godheid lichamelijk” [Col.2: 9].
Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en
wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van
de eniggeboren van de Vader, vol van genade en waarheid
“.
Joh.1: 14

Maar Hij zou ook “de eerstgeborene zijn van veel andere zonen“, die
God “bestemd heeft tot gelijkvormigheid aan Zijn Zoon“.
Rom.8: 29b
Jezus was “het begin, de eerstgeborene uit de doden”, “de eerstgeborene van de ganse schepping” [Col.1: 15,18], onder
Wie uiteindelijk “alles wat in de hemelen en op de aarde is onder één hoofd wordt samengevat“.
Eph.1: 10

Jezus’ leven was dus niet een éénmalige gebeurtenis van een eenling.
Nee, Zijn geboorte was het begin van de “Opstanding uit de doden” [Col.1: 18].
“Christus als eersteling, vervolgens die van Christus bij Zijn Wederkomst”
1Cor.15: 23, Jac.1: 18 en
uiteindelijk “de eerstgeborene van de ganse schepping” [Col.1: 15].
Zijn leven was een teken van de weg tot het zoon-schap,
een teken dat Hij de wegwijzer was en is tot de weg die
ook anderen zouden gaan [Isaiah.7: 14 en Luc.2: 34].
Natuurlijk was Zijn Hemels zoenoffer als
Lam Gods voor de zonde van de wereld éénmalig.
Maar op Zijn leven rust geen auteursrecht.
Het dient te worden nagevolgd onder
begeleiding en discipline van de heilige Geest.
Hij is de Zoon van God.
Hij komt met Zijn loon” [Openb.22: 12], met de zonen Gods.
Hij is het Hoofd en zij maken deel uit van Zijn Lichaam [de Kerk].
Net als Jezus de Christus [de Gezalfde] worden ook de zonen op
dezelfde wijze door Gods Geest geleid [Rom.8: 14],
hetgeen zal leiden tot een totale verlossing van de gehele schepping [Rom.8: 19-22].

Mozes’ leven is dus een voorafschaduwing van
de weg tot dit zoon-schap.
Als eerste ging Jezus die weg.
En wie met Jezus Christus is bekleed,
zal eveneens zelf die weg dienen te gaan.
Daarom worden hier enkele gebeurtenissen en ontwikkelingen uit het leven van Mozes
vergeleken met die uit het leven van Jezus.
Hierdoor zullen wij een beter inzicht krijgen, hoe
God in óns leven van Zich doet spreken, wanneer Hij en hoe Hij óns vrij-koopt
uit de mensen als eerstelingen voor God en het Lam” en wij de weg tot zoon-schap mogen gaan
opgeroepen door een nieuw gezang voor Gods troon door de vier dieren, de oudsten en de losgekochte aardse mensen
in wiens mond geen leugen is te vinden en die onberispelijk zijn“.
Openb.14: 3-5

Voor degenen die zich het pad van het spirituele leven in Christus Kerk begeven
is het niet ongebruikelijk  om een mystieke ontmoeting met God  te ervaren,
een eigen unieke Openbaring als die van de berg Sinaï, een soort Theophanie,
een moment waarbij in het diepste punt van ons wezen de aanwezigheid van God wordt ervaren, de genade van de Heilige Geest.
Dit gebeurt aan het begin van de pelgrimstocht, waarop al snel de “uittocht” uit “Egypte” volgt, dat wil zeggen de tocht door de woestijn anders gezegd de confrontatie met de wereld begint.

Hoogleraar gezondhiedspsychologie Ernst Bohlmeijer [Twente] zegt hierover:
Het verwerven van ‘eudaimonia’ is een van de grootste uitdagingen voor de mens.
Eudaimonia was het antwoord van de Griekse filosoof Aristoteles op de zoektocht naar een ethische leidraad voor een gelukkig leven.
Het betekent letterlijk een goede [εύ, van πνεύμα ] geest [δαίμων, daimon] hebben of
tot ontwikkeling brengen.
In de tegenwoordige tijd zeggen we daarover: ‘Het beste in onszelf naar boven halen‘.
Aristoteles dacht daarbij vooral aan deugden zoals oordeelsvermogen, gematigdheid, eerlijkheid en liefde. Deze zelfontplooiing zou niet ten koste van andere mensen mogen gaan.
De positieve psychologie noemt eudaimonia ‘bloei’.
Bloei is de kunst om een vreugdevol, betrokken en betekenisvol leven te leiden.
We weten allemaal dat het verwerven van ‘eudaimonia’ – hetgeen de Russische
heilige Seraphim van Sarov, het verwerven van de Heilige Geest noemt – niet gemakkelijk is; het verlangt deemoed en doorzettingsvermogen.
Verwaarlozing en geweld in onze jeugd kunnen ons direct op een achterstand zetten.
We leven in een woestijn, een maatschappij met veel competitie en met steeds hogere eisen aan productiviteit. Ten opzichte van vorige generaties is er veel meer vrijheid, worden we gedwongen keuzes te maken, hetgeen beangstigend kan werken.
Een groot deel van onze hersenen stamt uit de préhistorie, inclusief alle tendensen tot bijvoorbeeld vlucht- en vecht-gedrag, tribalisme [voortdurende strijd of collectieve weerstand tegen mensen die geen deel uitmaken van de eigen gemeenschap (groep)] en een voorkeur voor negativiteit.
Er is veel lijden in de wereld. Dat komt tot ons door de ontwikkeling van de communicatiemiddelen [televisie, computer en mobiele telefoon].
Dit lijden kan ook onze naaste en onszelf opeens treffen. En hoe we het ook proberen te wenden of keren, we
zijn en blijven sterfelijke wezens en vergankelijkheid is
een basiskenmerk van ons leven.
We krijgen de opdracht – mee af te wijken van die wereld [dit tranendal]  en een leven lang in de wildernis op zoek te gaan naar het aan ons allen Beloofde Land en als Christen de volmaakte eenheid met Christus te vinden.
Een leven wat met Christus  in God is verborgen“.
Col. 3: 3

Het is een tijd van leven waarin de voortgang in de richting van het doel misschien een verbeelding [utopie] lijkt, waarbij we net als het volk Israël in de woestijn van de zonde en ongehoorzaamheid dwalen als een generatie die
geen enkele vooruitgang in de richting van het heil maakt.
Toch is dit een test-periode,  de dagen van de wandelroute die beschreven staat:
Heden, als gij Zijn stem verneemt, verhardt dan niet uw harten, *
zoals in de verbittering, ten dage van de beproeving in de woestijn“.
Psalm 94 [95]: 8

Velen zijn niet bereid om te vertrekken Horeb.
Zij zijn niet bereid de ontberingen in de woestijn te doorstaan, door
in betoond karakter en een vast Geloof te volharden [Rom.5: 3-5; Jacobus 1: 2-4].
Ze zijn niet bereid met de echte problemen die hen belagen om te gaan,
om een reëel antwoord te bewerkstelligen op de vragen die aan hun geweten knagen en
als gevolg daarvan, verschuilen ze zich achter een muur
van al te extravagante vroomheid, fanatisme, of apathie.

Zowel de geboorte van Mozes in het Oude Testament als
die van Jezus welke wij met Kerst vieren,
gingen gepaard met dramatische gebeurtenissen.
In beide gevallen trachtte een machthebber
zijn troon te redden door een massamoord. De Farao gaf bevel om alle pasgeboren Hebreeuwse jongens te verdrinken in de Nijl [Ex.1: 22].
Herodes liet in Bethlehem
alle jongetjes onder de twee jaar vermoorden.
Iets dergelijks staat ook in Openbaringen vermeld.
Daar staat “de grote draak” voor “de barende vrouw“, om “haar kind” [een “mannelijk wezen“, dat
alle heidenen zal hoeden met een ijzeren staf]
te verslinden zodra zij haar kind gebaard had“.
Openb.12: 4-5

Deze gebeurtenissen leren ons éen en diezelfde les:
De satan, de tegenstrever bestrijdt met alle macht
de geboorte van de Zoon.
Steeds weer zien we zijn woede en haat,
maar iedere keer komt God tussenbeide om
de Zijnen in veiligheid te brengen.

Wie is nu dat “mannelijke wezen“, de “zoon“?
We lezen in het Oude Testament, dat Israël zo genoemd wordt.
Zo zegt de Heer: Israël is Mijn eerstgeboren zoon;
laat hem gaan, opdat hij Mij zal kunnen dienen
“.
Exodus 4: 22-23
Er staat ook, dat dit een [vooraf-] “schaduw is van de toekomstige goederen” [Hebr.10: 1].
Tevens dat alles wat het volk Israël overkomen is
gebeurd is als een voorbeeld [voor ons] en het functioneert als zodanig als een
vooraf gegeven, opgeschreven waarschuwing voor ons, over wie het einde der eeuwen gekomen is, over hen die door de verderfengel omkwamen“.
1Cor.10: 11 en
Hetgeen was van den beginne, hetgeen wij gehoord hebben, hetgeen wij gezien hebben met onze [eigen] ogen, hetgeen wij aanschouwd hebben en onze handen getast hebben van het Woord des levens.
Het leven toch is geopenbaard en wij hebben gezien en getuigen en verkondigen u het eeuwige leven, dat bij de Vader was en aan ons geopenbaard is
1John1: 1-2

De verlossing van Israël uit Egypte van toen symboliseert de verlossing tot zoon-schap nu.
Israël was dus een teken en Mozes een voorloper van het “mannelijk wezen”, van
Jezus Christus, het Hoofd [van de Kerk] en
van de Christus Zijn [Volk, het] voltallige lichaam van zonen.
Matth.1: 16-17

Jezus Christus, onze Heer en Verlosser
is geboren in het vlees,
het Hoofd [van Zijn Kerk] werd als eerste geboren.
De volledige [Open]baring van het hele zonen-lichaam moet nog komen [Op.12: 5].

En vrouwelijke gelovigen dan?
Zijn er in dit “mannelijke wezen” ook dames?
Eigenlijk zouden we ook kunnen vragen of er ook mannen zijn die zich ‘bruid’ kunnen noemen, of
zoals in Babylon, de ontuchtige, de Hoer.
Op deze vragen is maar één antwoord mogelijk:
>  natuurlijk wel!
Het gaat er in de Bijbel niet om, of iemand van
het mannelijke of het vrouwelijke geslacht is, zoals de feministen ons doen voorkomen,
maar of iemand mannelijk [= geestelijk] is of vrouwelijk [= een innerlijke gevoel, een mensenziel bezit].
De mens heeft namelijk zowel een mannelijke als een vrouwelijke kant in zich.
Iedereen heeft mannelijke èn vrouwelijke hormonen.

In een man overheersen de mannelijke, in een vrouw de vrouwelijke hormonen.
Met de innerlijke mens is het net zo:
innerlijk mannelijk [= geestelijk] èn vrouwelijk [= bezit een mensenziel].
In de één overheerst het “mannelijke”, in de ander het “zielse”.
God is echter één, is volmaakt in balans [Jac.2: 19].
En toen Hij Adam schiep naar Zijn beeld en gelijkenis,
was deze mannelijk-vrouwelijk [Gen.1: 27b letterlijk].
Ook Adam kende de harmonische eenheid en
het volmaakte evenwicht tussen “mannelijk” en “vrouwelijk“.
Hij was ook één.

Ook Jezus kende dit innerlijke evenwicht.
Hij handelde nooit in een ziel-bewogen opwelling, op menselijke initiatief of uit medelijden. Hij, de Zoon van God,
kan niets doen van Zichzelf, of Hij moet het de Vader zien doen;
want wat deze doet, dat doet ook de Zoon evenzo
“.
John.5: 19
Hij liet Zich leiden door Gods Geest. Hij was innerlijk één.
Vandaar dat “de onreine geesten zich voor Hem neer wierpen,
telkens als zij Hem zagen, en zij schreeuwden, zeggende:
Gij zijt de Zoon van God
“.
Marc.3: 11

De meeste gelovigen kennen deze innerlijke harmonie niet.
Ze zijn innerlijk verdeeld. In hen overheerst het zielse,
welke bevrediging zoekt voor het vlees [Col.2: 23].
Zij proberen de boventoon te voeren door anderen [naar beneden] te [onder]drukken.
De ziel wil namelijk bezitten – hebben > zij begeert.
Ze zoekt meer de zegeningen dan dat zij door hun gedrag de Gever zegent.
Maar de volgelingen van het Lam leren deze innerlijke harmonie wel kennen.
Hun eigen ziel is tot rust en stilte gebracht;
Ik houd mij niet op met grote dingen; *
noch met wat te wonderbaar voor mij is
“.
Psalm 130 [131]: 2
Het zijn zonen, die maagdelijk zijn [Openb.14: 4].
Ze zijn mannelijk-vrouwelijk. Geest en ziel zijn volkomen in balans.
Daarom doen ze “Goud van zich uitvloeien“;
Wat betekenen de twee olijftakken, die
door twee gouden buizen het goud van zich doen uitvloeien?
“.
Zacharia 4: 12
Naar hen dient geluisterd te worden.
Niet naar mensen, in wie het zielse overheerst.
Die moeten, als innerlijk vrouwelijken,
‘zwijgen’ in de gemeente,
want het is haar niet vergund te spreken,
maar zij moeten ondergeschikt blijven,
zoals ook de wet zegt
“.
1Cor.14: 34

“‘Nergens wordt een profeet zo miskend als in zijn eigen stad [land]’, ‘onder zijn verwanten en geloofsgenoten'”. [Marc. 6: 4]
Eenieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen;
maar eenieder, die zijn leven verliezen zal om Mijnentwil en omwille van het Evangelie,
die zal het behouden.
Want wat baat het een mens de gehele wereld te winnen en aan zijn ziel schade te lijden?
Want wat zou een mens kunnen geven in ruil voor zijn leven?
Want wie zich voor Mij en voor mijn woorden schaamt in dit overspelig en zondig geslacht,
de Zoon des mensen zal Zich ook voor hem schamen, wanneer Hij met de heilige engelen
komt in de heerlijkheid van Zijn Vader
“.
Marc.8: 35-38
Wie oren heeft om te horen, die hore“.
Marc.  4: 9

Het doel van dit schrijven is om bijstand te bieden aan
degenen die de berg Horeb afdalen om de woestijn in te gaan en werkelijk de confrontatie met zichzelf durven aan te gaan door Christus te volgen en Goddelijke wegen te bewandelen.
Moeilijke vragen niet te omzeilen door enkel naar anderen te wijzen, werkelijk om te gaan met de moeilijke kwesties die we in de “woestijn” van het geestelijk leven tegenkomen.
De pijnlijke vragen die ons beangstigen,
problemen die we omzeilen teneinde niet
met eigen onvermogen geconfronteerd te worden.

We dienen dit te doen vanuit het primaire perspectief dat de Bijbel ons biedt, die prachtige complexe en vaak verontrustende verzameling van teksten die we de Heilige Schrift of de Blijde Boodschap noemen.
Daarbij kunnen we ons niet verschuilen achter een vals gevoel van veiligheid
en de Bijbel rooskleuriger laten schijnen dan zij is
zonder ons aandeel in de problemen te benoemen.
We dienen met onszelf de frontale confrontatie aan te gaan
met alle instrumenten die de moderne wetenschap ons biedt.

Wij dienen, net als de Israëlieten,
de Egyptenaren hun macht te ontnemen” en in elk opzicht Christus te dienen gebruik makend van de moderne wetenschap.
Met de moderne wetenschap welke door de kerkvaders  Hermeneutiek [Grieks: ἑρμήνευειν; ‘uitleggen’, ‘vertalen’] genoemd werd en wij zullen daardoor
Christus de Logos Immanuel ontmoeten zoals Deze met het toekomstige Kerstfeest gevierd wordt.

Iedereen is welkom in aanwezigheid tot onze Heer.
Het vereist slechts een verlangen om God te kennen en
een gewillige geest om in Zijn aanwezigheid te vertoeven.
God laat iedereen vrij in z’n keuze en
heeft iedereen een kleine mate van geloof gegeven, dus
laten we het kleine beetje geloof wat we in Christus hebben uitbouwen en
tot de onze maken en laten wij ons daarmee voorbereiden op Zijn komst en
Hem de eer geven die Hem toekomt, in eenheid met de Vader, de Zoon en
de Heilige Geest.

Een goede Philippus-vasten toegewenst.