19e Zondag na Pinksteren – horen, die horen wil

bibleEen zaaier ging uit om zijn zaad te zaaien.
En bij het zaaien viel een deel langs de weg en
het werd vertrapt en
de vogelen des hemels aten het op.
En een ander deel viel op de rotsbodem, en
toen het opkwam, verdorde het, omdat het geen vochtigheid had.
En een ander deel viel midden tussen de dorens en
de dorens kwamen tegelijk op en verstikten het.
Een ander deel viel in goede aarde en
toen dat opgekomen was, bracht het honderdvoudige vrucht voort.
Zijn discipelen vroegen Hem, wat de bedoeling van deze gelijkenis was.
En Hij zei:
‘U is het gegeven de geheimenissen van het Koninkrijk Gods te kennen, maar
aan de anderen [worden zij gepredikt] in gelijkenissen, opdat
zij ziende niet zien en horende niet begrijpen’.
Dit is de gelijkenis:
De Zaaier, door Vincent van Gogh
Het zaad is het woord Gods.
Die langs de weg, zijn zij, die het gehoord hebben; daarna komt de duivel en
neemt het woord uit hun hart weg, opdat zij niet zouden geloven en behouden worden.
Die op de rotsbodem, zijn zij, die het woord, zodra zij het horen, met blijdschap ontvangen;
en dezen hebben geen wortel, zij geloven       voor een tijd en in een tijd van beproeving                                                                                       worden zij afvallig.
Wat in de dorens viel, dat zijn zij, die het gehoord hebben; en
gaandeweg worden zij door zorgen en rijkdom en lusten des levens verstikt en
zij brengen het niet tot vrucht.
Dat in goede aarde, dat zijn zij, die met een goed en vroom hart
het woord gehoord hebbende, dat vasthouden en vrucht dragen in volharding’.
Dit zeggende, riep Hij uit:
Wie oren heeft om te horen, die hore“.
Luc.8: 5-8a, 9-15, 8b

Wij mensen zijn door het Woord geworden en geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis [Gen.1: 26].
En wat zijn wij toch prachtig ontworpen.
Denk eens aan alle biologische en chemische processen die perfect en tegelijkertijd samenwerken, om de constructie van onze bot- en spierstructuur maar eens te noemen.
Je gaat je er pas in verdiepen als iemand in je omgeving de diagnose ‘Ehlers-Danlos syndrome’ krijgt en probeert het te begrijpen en te accepteren.
Iedere persoon heeft hetzelfde ontwerp, maar op een unieke manier en onherhaalbaar.
We hebben prachtige zintuigen die ons helpen omgaan met onze omgeving,
met inbegrip van gevoelens, smaak, het zien, het horen en het ruiken.
Sta er toch maar eens bij stil en observeer de oren en de mond.
Is het je trouwens opgevallen dat de mond kan sluiten, maar de oren kan niet?
Pantocrator, 'Wie stelt ons in staat te reizen naar het Hemels Koninkrijk'.Kijk maar eens naar de icoon van Christus Pantocrator in de nok [koepel] van de kerk of alle andere iconen.
Heb je ooit gemerkt dat er grote oren zijn afgebeeld, maar de mond en lippen klein, zelfs kleiner dan normaal?
Daar is een reden voor.

De oren zijn gemaakt om te horen en te luisteren.
De mond is gemaakt om te eten, te drinken en te spreken.
Het feit dat de mond kan sluiten betekent dat er momenten zijn waarop we geacht                                                                                             worden te eten en te drinken en                                                                                                           het spreken dient te stoppen [spreek nooit                                                                                         met volle mond!; zo leren de ouderen ons].
Het feit dat je de oren niet kunt sluiten betekent dat we de gehele tijd dienen te luisteren.
In bovenstaand Evangelie laat de Apostel Lucas weten, dat
we aandachtig dienen te luisteren naar Jezus, die de gelijkenis van de zaaier vertelt.
Een gelijkenis is een verhaal dat is symbolisch en
in lagen en diepgang met betekenis opgebouwd.
Nu is een zaaier iemand die zaadjes verspreid [voortplant].
Het uitgaan van de kerk te Nuenen, Vincent van GoghHet verhaal gaat over het horen van het zaad ==>
van het Goddelijk Woord.
In elk van de vier voorbeelden die Christus geeft,
hoort de persoon het Woord van God.
Echter, interessant, maar slechts één van de vier
houdt daadwerkelijk lang genoeg vast
wat er gehoord dient te worden teneinde
het te laten groeien en vrucht dragen.

De profeet Jesaja sprak al over dit dynamische gehoor zonder te luisteren:
Daarop hoorde ik de stem des Heren, die zei:
Wie zal Ik zenden en wie zal voor Ons gaan?
En ik zei: Hier ben ik, zend mij.
Toen zei Hij: Ga, zeg tot dit volk:
Hoort aldoor, maar verstaat niet, en
ziet aldoor, maar merkt niet op.
Maak het hart van dit volk vet, maak zijn oren doof en doe zijn ogen dichtkleven, opdat
het met zijn ogen niet ziet en met zijn oren niet hore en opdat
zijn hart niet verstaat, zodat het zich niet bekere en geneze
“.
Isaiah 6: 8-10
Jezus zelfs citeerde deze passage van Jesaja toen Hij uiteen zette
waarom Hijzelf in gelijkenissen sprak:
van horen en zienDaarom spreek Ik tot hen in gelijkenissen, omdat zij
ziende niet zien en horende niet horen of begrijpen.
En aan hen wordt de profetie van Jesaja vervuld, die zegt:
Met het gehoor zult gij horen en gij zult het geenszins verstaan, en ziende zult gij zien en gij zult het geenszins opmerken; want
het hart van dit volk is vet geworden, en
hun oren zijn hardhorend geworden, en
hun ogen hebben zij toegesloten, opdat
zij niet zien met hun ogen, en                                                                                                               met hun oren niet horen, en
met hun hart niet verstaan en zich bekeren, en
Ik hen zou genezen
“.
                                                             Matth.13: 13-15
In vers 8 roept Jezus het uit:
Iedereen heeft oren, maar iedereen dient dan ook echt luisteren! “;
letterlijk: “Wie oren heeft om te horen, die hore”.
Met andere woorden Jezus gebruikt gelijkenissen, omdat
wij het nodig hebben dat wij niet alleen horen, maar dusdanig luisteren en nadenken,
dat we ons inzetten de diepere boodschap te begrijpen.

Bone Anchored Hearing Aid (BAHA)We weten dat alleen omdat we oren hebben of
een gehoorapparaat en een bril wanneer we
de Schrift niet zouden kunnen lezen.
Maar omdat we de oren niet kunnen sluiten,
betekent dit nog niet dat we altijd luisteren;
dat we de ogen ’s-Morgens openen
betekent nog niet dat we inzicht hebben,
daar dienen we ons voor in te zetten
Hoe vaak komt het niet voor dat we tijdens een gesprek meemaken, dat
we door iets anders in beslag worden genomen, over iets anders nadenken of
proberen om naar een ​​ander gesprek tussen twee andere mensen te luisteren?
Vervolgens spreekt de persoon met wie we praten ons direct aan en zegt:
En, wat denk jij ervan?“.
En dan beseffen we, hoewel we de woorden hoorden,
niet echt aan het luisteren waren en hebben niet het flauwste idee wat er net gezegd werd.
Dus we het af met het antwoord:
Nou, eh . . . dat is heel interessant“.

Luisteren !!!Een hoorzitting vraagt ​​aandacht.
Een van de beste voorbeelden van het geven van aandacht wordt aangetoond door een moeder, die aandachtig luistert naar haar kind om
het kind te horen, terwijl  hij of zij
slaapt of buiten speelt.
Bij het minste geluid, de geringste verstoring of afwijking, schieten ze overeind, in actie om
te zien wat er mis is.
onder moeders vleugels, aqrylverf op linnenSommigen van ons hebben
maar al te vaak opgemerkt dat
onze moeder ogen bezat in
de achterkant van haar hoofd, maar
in werkelijkheid was zij het die werkelijk hoorde en doorzag wat er gaande was.
Zouden we alleen maar in staat zijn
dezelfde aandacht aan God en
elkaar te op te brengen.
Basis-communicatie gaat om een ​​zender,                                                                                           een ontvanger en een boodschap.
Echt goede communicatie gaat om een ​​veel meer dan deze drie.
De twee belangrijkste ingrediënten blijken te zijn:
‘een heldere boodschap’ met daarnaast ‘een waakzame aandacht’.
In het werk als maatschappelijk werker met echtparen, die
dreigden te gaan scheiden, ontmoet je meerdere malen mensen die
een goede communicatie niet beheersten.
Bijna de helft van alle echtscheidingen zijn te voorkomen door
het ontwikkelen en beoefenen van goede communicatieve vaardigheden.
Een van de belangrijkste vaardigheden is luisteren en
dit is precies wat we “actief-” en “reflectief-” luisteren noemen.

Actief luisteren impliceert een geïnteresseerde houding
ten opzichte van elkaar,
goed oogcontact en het gebruik maken van lichaamstaal
met korte woorden duidelijk maken dat we erkennen dat
we horen wat de persoon zegt.
Reflectief luisteren maakt gebruik van actieve technieken, maar
gaat veel verder om zeker te zijn dat er duidelijke communicatie wordt bereikt.
lerenlerenDit wordt gedaan door te luisteren en
dan terug te reageren [spiegelen]
naar de persoon wat je gehoord hebt
dat er gezegd is/wordt.
Dit maakt dat je bij de andere persoon controleert of wat je hoort ook datgene is wat er inderdaad gezegd wordt of
bedoeld wordt te zeggen.
Zodra dit is vastgesteld, kunt je pas effectief reageren op de verklaring of het verzoek.

luisterenLuisteren is een van de grootste daden van onderlinge Liefde.
Het is een geschenk dat
het niet uitmaakt wie of waar je bent en
het kost nog geen rooie cent en je kunt
het iedereen om je heen schenken.
Het is een kostbaar cadeau van onschatbare waarde voor iedereen om je heen in het                                                                                               bijzonder wanneer een persoon gekwetst                                                                                           door het leven gaat.
Van degenen onder ons die een dierbare hebben verloren,
weten we dat sommige goedbedoelende mensen
dingen zeggen die meer aan de ervaren pijn hebben toegevoegd,
in plaats van het te verlichten.
En wij herinneren ook mensen die ons tijdens de koffie opzochten
naar ons hebben geluisterd en niets zeiden, alleen
maar een luisterend oor waren.
[zegt de priester daarom zo weinig
na afloop van de dienst in de koffiekamer?].
Misschien hielpen deze wel het meest van allemaal.
Het tegenovergestelde van actieve / reflectief luisteren
wordt onderbroken door overhaaste conclusies en
de veronderstelling dat we altijd een antwoord
dienen te geven of klaar te hebben.
Maar zowel horen als luisteren vereist nederigheid.
Het woord nederigheid komt van het Latijnse woord ‘humus’ dat
betekent “nederig, de aarde toebehorend, tot op de bodem
[en niet van de gemalen kikkererwten, die we tijdens de vastendagen nuttigen].
Dus is het ontzettend zinvol wanneer
Christus in de gelijkenis van vandaag opmerkt dat
degenen die het zaad van Gods Woord vasthouden
zijn als het zaad wat in “goede aarde” valt.
Luc. 8: 15

In het boek van vader Anthony Coniaris
‘de Boodschap van de zondags evangeliën’ vol.1, p.35;
zie ook’ juweeltjes van de zondags evangeliën’ vol.2, pag.35,
boeddhistische monnikhaalt hij een oude Japanse legende aan
over een vrome boeddhistische monnik die
dood gaat en naar hemel gaat.
Aldaar aangekomen wordt deze andersgelovige door zijn beschermengel meegenomen naar een plek waar
het leek alsof er gedroogde paddenstoelen lagen opgestapeld en geordend, zoals het in de hemel toegaat,
netjes gelabeld op een groot aantal planken.
Toen hij aan het felle licht van de hemel gewend was
kwam hij tot de ontdekking dat het eigenlijk menselijke oren waren.
Bij navraag aan zijn engel, die hem nog steeds begeleidde, waarom ze daar waren,
hoorde hij dat dit de oren waren van de mensen die tijdens hun aardse leven,
ijverig de tempel bezochten, met plezier naar Gods lessen, het evangelie en
de daarop volgende uitleg, luisterden, maar niets deden met wat ze gehoord hadden.
Met gevolg dat na hun dood alleen hun oren naar de hemel gingen.

Jezus Sirach kende eveneens het belang van luisteren:
Mijn kind, wilt gij volgen dan wordt gij wijs; en
neemt gij ter harte, zo wordt gij verstandig.
als gij gaarne gehoor zult geven, zult gij verkrijgen;
en indien gij uw oren zult neigen, zult gij wijs worden
.
Jezus Sirach 6: 33,34
Indien je dus graag luistert, zult je inzicht krijgen
en wanneer je je daarnaar richt,
zul je verstandig worden.
Paulus maakt ons eveneens duidelijk in:
Maar niet allen hebben aan het evangelie gehoor gegeven.
Want Jesaja zegt: Heer, wie heeft geloofd wat hij van ons hoorde?
Zo is dan het geloof uit het horen, en het horen door het woord van Christus
“.
Rom.10: 17
"Het volk wat in duisternis wandelt heeft een groot Licht gezien" [Isaiah 9 : 2]Elders, benadrukte Jezus Zelf
het belang van het gehoor.
Mijn schapen horen Mijn stem, en
Ik ken ze en zij volgen Mij
“.
John.10: 27
Veel mensen horen het woord van Christus door het lezen van de Blijde Boodschap en
het bijwonen van diensten in de kerk, maar dat is slechts de helft van de vergelijking.
Wij dienen Gods woord te horen,
met een nobel en goed hart;
houdt dat woord vervolgens stevig vast en
laat het geduldig vrucht dragen en
volhard daarin

cf. Luc.8: 15

19e week na Pinksteren – Orthodoxie, het Koninkrijk der Hemelen & de praktijk van rechtvaardigheid en naastenliefde

saet en cruyt - de bloem vergaet, maar het gaat om het saet.Wat is in het christelijk leven
het meest belangrijk waar we naar streven?
We streven ernaar onze Meester na te volgen.
Paulus geeft ons in de lezing van afgelopen zondag al aan dat we onze onze verbeelding dienen te gebruiken en
het mysterie van het leven te aanschouwen als op
het veld en in de tuin, waar zaad ontkiemt, groeit, bloeit en ons haar opbrengst levert.
Op het veld en in de tuin geeft zowel de schaarste als
de overvloed ons constant mogelijkheden aan, die
ons gegeven en die wij immers door inzet beïnvloeden,
we kiezen ervoor aldus de apostel er
aandacht aan te schenken of niet.
Maar laten we niet vergeten dat God Zich net als bij                                                                        ieder ander bezig is ons hart te beïnvloeden.
De voornaamste thema’s zijn vrijgevigheid, goede werken en de hulp aan de armen.
Daarnaast geeft hij aan dat God de zaaier en de goede gever
eveneens iets doet toekomen [2Cor.9: 8-9, 11].
De apostel geeft aan dat het Liefde en Genade Gods [2Cor.9: 7-8] oplevert, blijvende gerechtigheid, benodigde middelen, en zelfs overvloed [2Cor.9: 9-10].
Paulus schenkt hierbij aandacht aan de goede werken en wat de uitwerking is in het geestelijk leven zowel bij de royale gever als in de harten van de mensen die in nood geholpen worden [2Cor.9: 6-11].

De activiteit cultiveert zowel een liefdevol als een gevoelloos hart,
heeft zegen of onvruchtbaarheid tot gevolg, geestelijke rijkdom of saaiheid,
naast overvloed of verschrompeling en verdorring.
De wijze en verstandige tuinman neemt het goede zaad ter hand om
het voor een overvloedige oogst uit te zaaien.
Ook een gehoorzame volgeling is voorzichtig om het zaad van de Heer
geselecteerd te gebruiken om het onder goddelijk toezicht te
laten ontkiemen en opgroeien.
Het hoog- kwalitatieve zaad belooft ons een overvloedig leven in Christus.

De brief aan de Philipenzen onthult
de nauwe band tussen de Apostel Paulus en de gelovigen te Philippi [Phil.1: 1].
Hij zegt dat zij hem aan het hart gaan:
Zo van u allen te denken spreekt voor mij dan ook vanzelf, omdat ik u op het hart draag, daar gij allen, zowel bij mijn gevangenschap als bij mijn verdediging en bevestiging van het evangelie, deelgenoten zijt van de mij verleende Genade“.
Phil.1: 7
Apostel Paulus in de Romeinse gevangenis, Rembrandt, Harmenszoon van Rijn ca. 1627Paulus verwacht dat zijn leven ten einde loopt; Hij is als een Romeins burger in afwachting van zijn proces na een beroep op de rechtbank aan de keizer hem te laten onthoofden [Hand.26: 32 – 27: 1; 28: 16-30].
De Filippenzen hebben de apostel via Epafroditus, een lid van de kerk te Philippi geld gezonden [Phil. 2:25).
De gaven zijn de apostel een
persoonlijke steun tijdens zijn detentie.
Paulus is duidelijk dankbaar in zijn brief, maar dit biedt ons tevens  veel inzicht in
het hart van de ware christen, die wordt geconfronteerd met mogelijk martelaarschap.
Hij verklaart dat hij ervaart dat ze zijn deelgenoten zijn in Gods genade:
zowel in zijn ketens als zijn verdediging van
de Blijde Boodschap voor de Romeinse rechter.
Hij is gezegend en blij [Phil.1: 4), ook al staat hem in
zijn proces een doodvonnis te wachten.
Ongeacht de uitkomst spreekt hij zijn dankbaarheid uit
voor de band van liefde die hij deelt met de gemeenschap te Philippi.
Het is een kenmerk van de christelijke martelaren dat zij wanneer
zij geconfronteerd worden met de dood beseffen dat hij of zij
er niet alleen voor staat en zich gedragen weten.
Het hart van degene die de aanvechting ondergaat weet zich gesteund door
een zorgzame gemeenschap, zelfs in donkere en onzekere tijden, die
beladen kunnen zijn met de mogelijkheid het ondergaan van pijn en zelfs de dood.
In de proskomedie [de voorbereiding op de Goddelijke Liturgie] bieden in
onze Griekse parochie, gezinsleden grote gebakken broden aan voor de Goddelijke Liturgie, waarbij de priester tijdens de bereiding van de Heilige Gaven
de namen van de opgegeven familieleden
[de briefjes met namen voor de levenden een de doden]
bij de Heer onder de aandacht brengt.
Tezamen met de heilige Moeder Gods, de grote aantallen Engelenscharen,
de Profeten, de glorieuze Apostelen, de Bisschoppen, de Martelaren,
de ascetische Kerkvaders en de wonderdoende onbaatzuchtige Geneesheren,
wordt de bisschop en geestelijkheid van de kerk als zowel de levende als
de overleden gelovigen bedacht.
Wij orthodoxen dienen dankbaar te zijn dat al onze dierbaren op deze manier bij de Heer onder de aandacht worden gebracht in het gezelschap van zo’n genadevolle gemeenschap!
Iedere oprechte christen weet zich geborgen in de oprechte dankbaarheid aan God
te behoren tot een dergelijke glorieuze, liefdevolle en
ondersteunende Gemeenschap van de Heiligen.
Ook Paulus herinnert zich met dankbaarheid zijn liefhebbende gemeenschap in Philippi, die voor zijn materiële behoeften zorg droeg. Hij kent hen als een zorgzame gemeenschap, want God had in hun hart een groot werk teweeg gebracht [Phil.1:6].
Zij hebben zich van de duisternis tot het licht gericht,
in Geloof en Liefde op de Waarheid gereageerd en
zich voor alle eeuwigheid met God verbonden.
De Apostel is ervan overtuigd dat God
Die in u een goed werk is begonnen, dit ten einde toe zal voortzetten,
tot de dag dat Christus Jezus wederkomt“.
Phil.1: 6
Christenen weten dat wat God begint, Hij tevens tot een goed einde zal brengen;
En dit bid ik God, dat uw liefde nog meer en meer overvloedig worde. . . .
Phil.1: 9
Gezien het bovenstaande is het niet verwonderlijk dat Paulus bidt dat
de getoonde liefde zich zal blijven ontwikkelen en een overvloed aan zegen uitzendt
onder de gelovigen te Philippi.
We dienen dit gebed echter niet te idealiseren, maar terecht
aandacht schenken aan de Apostolische betekenis.

Hij weet maar al te goed dat
Er mensen zijn die anderen graag zonder reden ophemelen terwijl, zulke vriendschappen zijn van nature – vanwege hun afkomst  – maar zwak zijn . . . . .
Want er is gevaar schuilt daarin dat iemand worden opgehemeld door de liefde van ketters“.
[commentaar op Phil.1 van Johannes Chrysostomos]
Net als ketters, kunnen ook wij ‘verwereldlijkt, materialistisch en immoreel’ zijn;
immers een goed gevoel begint weliswaar van binnen, maar als
je niets onderneemt wordt je mogelijk een kopie van je omgeving en
pak je de zaken werelds aan.

Liefde is . . . samen overlevenDe Apostel Paulus noemt zes stadia die
de Liefde dient af te leggen tegen de dag van het oordeel.
om “vervuld van de vrucht van gerechtigheid te zijn, welke door Jezus Christus is verkregen en
tot eer en lof van God wordt volbracht
“.
Phil.1: 11
1.]. Een volwassen liefde in Christus dient
helder qua inzicht en fijngevoelig te zijn” [Phil.1: 9].
De apostel bedoelt hier een verheven kennis,
als voorvoegsel voegt hij aan het Griekse woord
het aanscherpen van gewone kennis tot inzicht toe,
zonder baten of tekorten.
Deze ware kennis draait om het leven in Liefde tot Christus welke
de Blijde Boodschap voortzet en het Licht in de duisternis voortbrengt
“de kennis der heerlijkheid Gods in het aangezicht van Christus”;
“de Kracht, Die van God komt en niet van ons is en Die alles te boven gaat”.
2Cor.4: 6
Een dergelijke inzicht in Gods Genade helpt ons de beperkingen van het menselijk redeneren te overwinnen.
2.]. Paulus bidt dat Liefde onder de Philippenzen in “alle onderscheidingsvermogen” overvloedig dient te zijn [Phil.1: 9].
De Kerkvaders dringen aan op onderscheidingsvermogen, want
een engel van de duisternis kan zichzelf vermommen om zo
als een engel van het licht over te komen.
Als we – zonder onderscheidingsvermogen – liefde geven of liefde ontvangen,
kan het ons op verraderlijke ondiepten of zelfs schipbreuk aansturen.
De apostel vermaant ons om dit keer op keer na te gaan [te testen] en
te bewijzen dat we datgene wat we tegenkomen qua verschillen [Phil.1: 10] gewaar worden.
Liefde is, soms best wel moeilijk3.]. Terwijl liefde zich onderscheid in
de keuze tussen goede en slechte daden, is van Godswege gegeven inspiratie vaststelling nodig wanneer we tussen schijnbaar “goede” opties dienen te kiezen.
In deze arena, is het menselijk redeneren
zeer gevoelig voor fouten.
4.]. Rijpe christelijke liefde geeft ons de beschikking tot daden over te gaan die juist zouden kunnen zijn, maar nog steeds in strijd zijn tot degenen die over een zwak geweten beschikken.
in alles zijn wij in de druk, doch niet in het nauw; om raad verlegen, doch niet radeloos;
vervolgd, doch niet verlaten; ter aarde geworpen, doch niet verloren; te allen tijde het sterven van Jezus in
het lichaam omdragende, opdat ook het leven van Jezus
zich in ons lichaam openbare
“.
2Cor.4: 8-10
5.]. Wat we proberen te bereiken, door middel van een “Liefde in overvloed
zijn acties die zuiver en onberispelijk zijn [Phil.1: 10].
De Griekse woorden “ειλικρινείς και απροσκοποι” welke worden vertaald als “onberispelijk” betekenen dat de Liefde vrij dient te zijn van elementen die
anderen mogelijk zouden kunnen laten struikelen.
zoals ook ik allen in alles ter wille ben, niet
om mijn eigen belang te zoeken, maar
dat van zeer velen, opdat
zij behouden worden
“.
1Cor.10: 33
Het doel van de zuivere en volwassen christelijke liefde is
zich te onthouden van iedere vorm van kwaad
1Thess.5: 22
Wanneer de liefde van een persoon die rijk is aan kennis, onderscheidingsvermogen bevat
is dat hetzelfde als liefde, die “Vervuld is met vruchten der gerechtigheid” [Phil.1: 11].
Dit voldoet op haar beurt weer aan de woorden van de apostel Jacobus:
Gerechtigheid is een vrucht, die in vrede wordt gezaaid voor hen, die vrede stichten“.
Jac.3: 18
De vruchten van de gerechtigheid zijn diegenen die de deugden in de zaligsprekingen tot bloei doen komen [Matth.5: 3-12], voor leerlingen die – de overvloed aan liefde van de Heer – in praktijk brengen.
6.]. Tot slot, wanneer de liefde deze stappen maakt,
die “door Jezus Christus worden aangemoedigd” tot “eer en lof aan God“[Phil.1: 11] en
indien deze liefde toch niet op de een of andere manier door Christus aan anderen wordt overgebracht, dan is deze niet compleet en
dienen we Christus, Die boven alles staat berouw te tonen.

Ο Χριστός, ο οποίος αγαπά τον αμαρτωλό - Christus, Die de mensen liefheeftChristus, Die de mensen Lief heeft,
[Ο Χριστός, ο οποίος αγαπά τον αμαρτωλό]
geef mij de kracht van Uw liefde en
weerhoudt mij van ieder woord of daad die
de ziel van mijn naaste broeder tracht te veranderen en mijn broeder of zuster kwetst.
Geef mij de juiste woorden bij wat ik zeg en
hoe ik het aan hem overbreng
“.
Archimandriet Sophrony Sacharov
Het komt immers vaak                                                                                                                            zo rot m’n strot uit‘.

October 5e – H. Charitina van Amisis [†304]

Onze God is een toevlucht en geeft kracht.
Hij is een helper in de beproevingen, die
zo hevig over ons zijn gekomen
Psalm 45: 1,2

H. Charitina, martelares te AmisusDe Heilige Charitina van Amisus
was een maagd uit Klein-Azië en
onderscheidt zich door
haar strikte kuisheid en vroomheid.
Charitina bracht haar leven door in
vasten, gebed en studie.
Door haar voorbeeld kwamen
vele gelovigen tot het christendom.
Tijdens het bewind van keizer Diocletianus werd de stad Amisus in Pontus in beslag genomen.
Na marteling, dood, begrafenis en ontheiliging, werd haar lichaam in zee gegooid in het jaar 304.

Als jonge wees werd zij de dienaar van een vooraanstaande christelijke man,
Claudius de vrome, die haar heeft opgevoed als zijn eigen dochter.
De jonge vrouw was erg mooi, verstandig en vriendelijk.
Ze bracht haar liefde voor Christus over aan anderen en
zij heeft velen op de weg der zaligheid gebracht.
Charitina was zachtmoedig, nederig, gehoorzaam en stil.
Hoewel nog niet gedoopt was ze een christen naar het hart.
Zij bestudeerde dag en nacht Gods geboden en
beloofde – als een echte bruid van Christus – om
in eeuwige maagdelijkheid haar leven door te brengen.

Nadat zij door de doop tot het christelijk geloof  was toegetreden,
hoorde Dometius, de keizerlijke gouverneur van Diocletianus, van haar en
stuurde soldaten om haar bij haar pleegvader op te halen ter berechting.
De rechter vroeg haar:
Is het waar, klein meisje, dat je christen bent geworden en
dat je anderen probeert te misleiden door ze op dit oneervol geloof te wijzen?“.
Charitina antwoordde moedig:
Het is waar dat ik christen ben en het is een leugen dat
ik anderen voor de gek hou; 
ik leid alleen degenen die in zonde leven om
de weg der Waarheid te vinden en
breng hen naar mijn Christus . . .“.
De rechter beval dat haar het lange haar werd afgesneden en
dat er brandende kolen op haar hoofd werd gelegd, maar
het meisje werd door Gods kracht bewaard.
Ze gooide haar in de zee, maar ze kwam er weer levend uit en
verkondigde: “Dit is mijn doop“.
God heeft haar met Zijn kleed bekleed.
Ze werd aan een wiel gebonden dat begon te draaien, maar
een engel Gods stopte het wiel en Charitina bleef ongedeerd.
De boosaardige rechter stuurde een aantal losbandige jongeren
op haar af teneinde haar te verkrachten.
Uit angst voor deze schande, bad de H. Charitina bad tot God om
haar ziel in ontvangst te nemen voordat deze losbandige mannen
Haar maagdelijke lichaam konden bevuilen.
En zo gebeurde, dat zij terwijl zij in gebed neerknielde,
haar onsterflijke ziel haar lichaam verliet om op te gaan naar
het Hemels Koninkrijk van Christus.
De Heilige Charitina stierf de marteldood in het jaar 304.

Kontakion van de H. Charitina
In uw verlangen naar de hemelse heerlijkheid
hebt Gij Uw ziel met geloof en kennis overgegeven
en hebt de vijand te schande gemaakt.
Daarvoor hebt Gij de pijnen doorstaan en
de onontkoombare dood vrijwillig op U genomen.
Gij bent daarmee ​​voor Christus verschenen in
een gewaad geverfd met Uw bloed en
en verblijd u nu met de Engelen.
Verlos door Uw gebeden tot
Christus, onze God onze zielen
“.

October 1e – Apostel Ananias van de 70, ook wel Heilige Ananias van Damascus genoemd [1e eeuw]

H. Ananias, Apostel van de 70Weet gij niet, dat gij degenen, in wiens dienst
gij u stelt als slaven ter gehoorzaamheid, ook
dient te gehoorzamen als slaven, hetzij
dan van de zonde tot de dood,
hetzij van de gehoorzaamheid tot gerechtigheid?
Maar God zij dank:
gij waart slaven van de zonde, doch
gij zijt van harte gehoorzaam geworden aan
die vorm van onderricht, die u overgeleverd is en vrijgemaakt van de zonde, zijt gij in dienst gekomen van de gerechtigheid
“.
Rom.6: 16-18

Weest allen gehoorzaam vanuit het diepst van je hart;                                                                     houd je aan de strikte regels van de christelijke leer.
Zo’n man van gehoorzaamheid aan God was de apostel Ananias,
welke priester of bisschop was in Damascus, het huidige Syrië.
Saulus roeping tot Paulus te DamascusZijn gedragslijn blijkt uit het feit dat, toen
God hem opriep Saulus tot Paulus te roepen.
Saulus, de persoon, die de angst en terreur deed uitgaan over al de christenen, die hij op zijn weg zou tegenkomen, die Ananias diende aan te spreken en ondanks innerlijke strijd gehoorzaamheid betoonde aan
de woorden van de Heer.
Onmiddellijk nam hij het juiste besluit en ontmoette Saulus, die zijn weg zocht nadat
Hij verblind was en van het paard gevallen.
Hij genas hem, doopte hem in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest en
vervolgens werd Saulus de grote apostel Paulus van de Naties.
Toen ging Ananias naar Eleftheroupoli waar hij door de pedagogie van Christus
te onderwijzen vele zielen tot het geloof bracht.
de woning van de apostel Ananias te Damascus.Het geluid van deze apostolische actie, veroorzaakte
dat heerser Lucian hem liet arresteren.
Deze maakte van verschillende barbaarse manieren gebruik om het geloof in Christus van Ananias aan
het wankelen te brengen, maar Ananias bleef hier onbewogen onder.
Vervolgens liet Lucian hem door ossen over de weg voortslepen; toen dat geen gevolg had scheurde hij met ijzeren klauwen zijn zijde open en
brandde de toegebrachte wonden met kaarsen dicht.
Tenslotte liet Lucian hem buiten de stad Eleutheropolis brengen en
liet hem met stenen bekogelen tot de dood er op volgde.
Aldus verkreeg Ananias de onvergankelijk krans van gehoorzaamheid aan Gods wil en
werd in de rang der martelaren opgenomen.

Apolytikion       tn 4
De kerk eert U als een stralende ster, apostel Ananias,
Uw wonderen hebben een grote verlichting teweeg gebracht.
Daarom roepen we op tot Christus, onze God:
bescherm degenen die U met geloof vereren
Uw apostel, O Meest Barmhartige
“.

Oktober, 1e en 28e – feest van de bescherming van Onze Alheilige Moeder Gods en Altijd Maagd Maria

1.]. De Alheilige Moeder Gods en Altijd Maagd Maria
Θεοτόκος Γιατρεγα -Theotokos GiatregaUit dankbaarheid voor haar miraculeuze geboorte hebben haar ouders Joachim en Anna
Maria aan God toegewijd in de tempel [feest 21 November], waar Zij tot haar puberteit verbleef.
Toen Maria als vijftien jarige als maagd alleen achterbleef, omdat haar ouders in de tussentijd waren overleden, zochten de priesters van de tempel iemand om haar zich te laten hervinden en hun oog viel daarbij op de weduwnaar Joseph van Nazareth.
De verloving van Joseph en Maria was een bijzonder geval [volgens de traditie werd de Moeder Gods aan Joseph overgedragen als zijn verloofde door
de H. Zacharias, de hogepriester van de tempel en beschermheer van de Maagd Maria.
Ze woonde bij de hogepriester, die een oom was van de Maagd [de latere vader van Johannes de Doper, de neef des Heren] en werd aan Joseph overgedragen om haar te beschermen en niet om haar het hof te maken.
Maria zal zo’n 12 tot 13 ​​jaar oud geweest zijn en hij was een weduwnaar met kinderen.
Hij was vader van zeven kinderen van een andere vrouw, die we vanuit de evangeliën kennen  met de namen van de zonen: Jacobus, Joses, Simon en Judas.
De evangeliën noemen eveneens namen van zijn dochters, waarvan we hun namen niet kennen [de mondelinge overlevering  geeft echter vrouwen aan die we vanuit de Traditie kennen: Esther Tamar [of Martha] en Salome, de vrouw van Zebedeüs en
de moeder van de apostelen Jacobus en Johannes].
Theotokos & levenNa de onbevlekte ontvangenis van Maria, wilde
haar verloofde Joseph, die een godsdienstig man was, hetgeen hij laat blijken door
haar niet publiekelijk te vernederen, door een besluit de verloving, zonder formele procedure te verbreken.
Toen verscheen er in een droom een ​​engel door God gezonden, die de bovennatuurlijke conceptie van Maria onthulde. Toen Joseph wakker werd
deed hij wat de engel hem bevolen had en
nam Maria in zijn huis op,
zonder een echtelijke relatie met haar te hebben.
Het plan van de Goddelijke economie was,
dat de H. Joseph zich  zou onderscheiden als beschermer van Maria en het Kind Jezus.
Daarom is de noodzakelijke zekerheid ontstaan om
de bovennatuurlijke geboorte van Jezus te waarborgen.
Joseph was gewoon nooit de echtgenoot met Maria als vrouw.
Toen de tijd naderde dat Maria om te bevallen, gaf de Romeinse keizer Octavianus, Augustus genaamd, de opdracht dat de gehele bevolking, die onder Romeinse heerschappij stond,  diende te worden geïnventariseerd en iedereen moest zich naar de plaats van herkomst begeven. Joseph moest daarop met Maria, naar de stad van herkomst, Bethlehem, begeven.
Vanwege de toevloed aan mensen, was daar nergens een accommodatie te vinden,
behalve in een dierenonderkomen in een grot.
Daar heeft de Maagd Maria, haar kind Jezus, de Zoon van God, ter wereld gebracht.

2.]. Wat dient onder de bescherming van
de Heilige Moeder Gods, de Theotokos, Maria te worden opgevat?
– Is het onze wondermooie omgeving, de paradijselijke tuin met
al haar kleurrijke bloemen, bomen, vogels, en de oorspronkelijke zuivere lucht, die
het hesychasme heeft ervaren?
ΜΟΝΑΧΟΣ[hesychasme komt van het Griekse woord:
ἡσυχασμός, hesychasmos, gevormd
door ἡσυχία, hesychia, “de stilte, de rust en ruimte, in eenzaamheid“, die
Godzoekers nastreven].
– Of zijn het de vele kloosters en
de duizenden monniken, kluizenaars en pelgrims, die hen weer opzoeken om iets van dit fenomeen op te pakken ?
– Of zijn het soms ook de vele kunstwerken, iconen, muurschilderingen en andere kostbaarheden?
– En houdt deze hoge bescherming misschien in dat dit alles dient te worden beschermd tegen invallen van barbaren, oorlogzuchtigen, vrijbuiters, rovers en plunderaars
of tegen aardbevingen en bosbranden?
Wellicht is het dat allemaal: en toch is het ook en vooral iets totaal anders.
==> Velen vermoeden dat dit de spirituele schoonheid is die
onze Heilig Vaders hebben ervaren in hun ziel en in hun lichaam.
Zij hebben die ervaring ‘hesychia‘ genoemd.
Deze hesychia is het die immers voortdurend aangevallen en bestreden wordt, niet
door gevaren van buiten maar door innerlijke aanvechtingen.
De heilige hesychia is dan ook dikwijls de vrucht van een ongeziene innerlijke strijd.
Waartoe de innerlijke strijd en ascese kan leiden?
Wij mensen zijn van nature gewend bescherming te zoeken
wanneer wij aangevallen en bestreden worden,
niet alleen lichamelijk [bij een lijfelijke onenigheid] maar zeker bij een
geestelijke aanval, waar wij immers weinig grip op hebben.
Bij de innerlijke strijd worden we aangevallen en bestreden door onnatuurlijke elementen,
die ons van het pad welke wij bij onze doop – het bekleed zijn met Christus –
proberen af te brengen.

Als er één voorbeeld is, die als mens heeft ervaren wat het is om
– bekleed te zijn met Christus – dan is het wel de Theotokos,
Zij heeft Christus immers voortgebracht [25 december] en
tot aan haar ontslaping [15 augustus] gedragen;
niet voor niets was Zij de metgezel van de Apostelen,
hetgeen we opmaken uit de handelingen en kwamen de Apostelen,
vanuit alle windstreken, massaal naar de plaats
waar haar heengaan naar de Heer werd verwacht.
Zij kan bij uitstek beschouwd worden als Degene, Die
toegang verschaft tot de Heer en is bijzonder geliefd geworden
als beschermster der christenen, de Kerk, het Lichaam van Christus.

3.]. bescherming van
de Heilige Moeder Gods, de Theotokos.
De omslagdoek van de Moeder GodsWanneer wij dan bescherming verwachten bij het – bekleed zijn met Christus –
en ons beschermd weten door Zijn moeder, de Theotokos is het menselijk beeld al
gauw je bekleed weten door de moeder Gods door een schouderdoek [Gr. Ομοφορίων, omophorion, Slav. Prokof], een omslagdoek of sjaal, welke je volledig omarmt.
Constantinopel, de keizerlijke hoofdstad, evenals de zetel van de Oecumenische Patriarch, was ooit een ware schat aan relikwieën – van de staf van Mozes tot aan  de schouderdoek van de Theotokos.
In de Balacherna-kerk in Constantinopel [het huidige Istanbul, Turk] wordt de schouderdoek, dit omophorion en een deel van de gordel van de Moeder Gods bewaard.

De Traditie verhaalt dat de slavische monnik Andreas, een dwaas om Christus wil
[zie: www.lucascleophas.nl/?p=13285] met zijn cellenmonnik Epiphanios een nachtelijke Vigilie hield.
Andreas zag toen de verheven Koningin uit de Koninklijke deuren van de Iconostase naar buiten treden, terwijl de H. Johannes de Doper en Johannes de Theoloog haar bij de armen steunden.
Andere Heiligen, in witte gewaden, vormden een processie achter hen, terwijl zij hymnen zongen.
Bij het ambon aangekomen, bad de Alheilige Maagd lange tijd , ter aarde gebogen en met tranen in Haar ogen. Toen ging zij terug naar het Altaar en bad daar voor het volk van de stad.
Daarna nam zij Haar schouderdoek welke zij over haar hoofd had gedragen, helder stralend van bliksemend licht en spreidde deze tussen Haar handen uit over het volk.
Zo bleef zij gedurende lange tijd voor beide monniken zichtbaar.
Deze verschijning, die in de 10e eeuw plaatsvond, werd twee eeuwen later in Rusland de grondslag van het geliefde feest van de Bescherming van de Moeder Gods.
In Griekenland is dit feest verplaatst naar de 28e Oktober
ter nagedachtenis van de bescherming door de Heilige Maagd
bij de inval door de Nazi’s in 1940 vanuit Albanië.
mp3:

Θεοτόκος - Η Πλατυτέρα των ΟυρανώνApolyticion        tn.3
Heden viert het Orthodoxe volk
het stralende feest van uw komst;
en staande voor uw reine icoon
roepen wij smekend tot U:
Bescherm ons uit alle nood,
en bid tot Uw Zoon, Christus God,
om onze zielen te redden
“.

Kondakion         tn.3
Heden staat de Maagd voor het altaar,
om onzichtbaar met alle Heiligen voor ons
te bidden tot God.
De Engelen buigen tezamen met de Hogepriesters;
Apostel juichen met de Profeten;
want zij uit Wie God geboren is,
smeekt voor ons tot God,
Die ‘Is’ voor alle eeuwigheid
“.

18e Zondag na Pinksteren – ”Wees barmhartig!”

Christus op Zijn troonEn gelijk gij wilt,
dat u de mensen doen, doet gij hun evenzo.
En indien gij liefhebt, die u liefhebben, wat hebt gij voor?
Immers, ook de zondaars hebben lief, die hen liefhebben.
Want indien gij goed doet aan wie u goed doen,
wat hebt gij voor?
Ook de zondaars doen dat.
En indien gij leent aan hen, van wie gij hoopt
iets terug te ontvangen, wat hebt gij voor?
Ook zondaars lenen aan zondaars om
evenveel terug te ontvangen.
Neen, hebt uw vijanden lief, en doet hun goed en
leent zonder op vergelding te hopen en
uw loon zal groot zijn en
gij zult kinderen van de Allerhoogste zijn, want
Hij is goed jegens hen die ondankbaar zijn en kwaadaardig.
Weest barmhartig, gelijk uw Vader barmhartig is“.
Luc.6: 31-36

Wees ons barmhartigNog veel heb Ik u te zeggen, maar
gij kunt het thans niet dragen;
doch wanneer Hij komt,
de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid;
want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en
de toekomst zal Hij u verkondigen.
Hij zal Mij verheerlijken, want
Hij zal het uit het Mijne nemen en
het u verkondigen.
Al wat de Vader heeft, is het Mijne; daarom zei Ik:
Hij neemt uit het Mijne en zal het u verkondigen
“.
John. 16: 12-15

Hemelvaart2Na de hemelvaart van Christus waren de elf apostelen en nog andere volgelingen van Christus met de Theotokos, Maria,
Zijn moeder en zo’n 120 zielen samen in
de bovenzaal. Zij waren in gebed en smeekten Christus om de komst van de Heilige Geest, overeenkomstig                           de belofte van de Goddelijke Meester.
Op zondag tien dagen na Hemelvaart op het derde uur van de dag na zonsopgang
daalde plotseling een geluid uit de hemel, zoals wanneer er een felle wind waait en
deze vervulde het gehele huis  waar de apostelen verbleven en zij die met hen waren.
PinksterenEn er vertoonden zich aan hen
tongen als van vuur, die zich verdeelden en
het zette zich op ieder van hen; en
zij werden allen vervuld met de heilige Geest en
begonnen met andere tongen te spreken, zoals
de Geest het hun gaf uit te spreken.
Nu waren er Joden te Jeruzalem woonachtig,
vrome mannen uit alle volken onder de hemel; en
toen dit geluid gekomen was,
liep de menigte te hoop en verbaasde zich, want
een ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken.
En buiten zichzelf van verwondering zeiden zij:
Zie, zijn niet al dezen, die daar spreken, Galileeërs?
En hoe horen wij hen dan een ieder in onze eigen taal,                                                                    waarin wij geboren zijn;                                                                                                     wij horen hen in onze eigen taal van de grote daden Gods spreken.                                             En zij waren allen buiten zichzelf en geheel met de zaak verlegen,                                               en zij zeiden de een tot de ander: Wat wil dit toch zeggen?
Anderen door dwaasheid en goddeloosheid aangespoord bespotten het wonder en
verklaarden het verschijnsel als dat de apostelen dronkaards waren.

Z.E. Metropoliet AthenagorasDe Apostelen en hun opvolgers verspreiden de Blijde Boodschap ongeacht welke achtergrond iemand heeft en ontvangen hierin tot op de dag van vandaag
de Goddelijke steun.
Zij roepen hun omgeving op tot bekering en dat slechts vasten en gebed de demonen uit ons hart zullen verdrijven en als ons hart gebonden blijft aan de wereldse passies
wij geen inzicht in onszelf zullen krijgen en
ons niet zullen kunnen bekeren.
We blijven voortgaan te denken dat
alleen anderen de schuld en dat datgene wat ons
ten kwade overkomt, niet aan ons ligt.
Alleen Christus zal ons kunnen leiden
naar de overwinning op de hartstochten,                                                                                            de overwinning op de duivel, onze vijand.
Laten we alle kerken vullen met gelovigen die door waarachtige bekering
ons de verlossing brengt van de haat die ons systematisch vernietigt.
Christus heeft de mensen lief, omdat de Kerk, Zijn Lichaam is
doordrenkt met het bloed van de heiligen welke in zichzelf getuige zijn.
Dat vindt alleen plaats als je jezelf deemoedig opstelt en
berouw toont voor alles wat je zonder God [in zonde] doet.

Wat betekent dit?
En ik haal dit aan omdat de overwinning op de wereld veelal verkeerd wordt opgepakt.
De dag van vandaag en alles wat diverse broeders kenmerkt ligt niet zo eenvoudig.
De media voedt onze geest met informatie en prognoses, die
het hart angstig voor de dag van morgen maken.
Mensen leven en ademen maar de jacht en de spanning doordringt ons dagelijks leven;
onzekerheid, verwarring en agitatie overheersen.
Dus dienen wij christenen deze realiteit onder ogen te zien.
– Sommigen zeggen, met een licht hart,
“God zal niet toestaan ​​ons te kwetsen”.
Maar deze bevinding moedigt de illusie aan en het valse geloof.
Wat betekent “God zal niet toestaan ​​dat wij worden gekwetst?”.
– Anderen zeggen op hun beurt,
wij christenen zijn nu  het uitverkoren volk van God en God zal ons niet verlaten.
Natuurlijk zal God, als Vader Zijn kinderen niet verlaten, maar niet zoals de
meeste christenen dit bedoelen. Schijnbaar zijn zij zichzelf van geen kwaad bewust en laten God zonder slag of stoot achter zich.
Integendeel zou ik willen zeggen . . . . .:
eleïson me2Wij christenen blijven volhouden dat
slechts Christus het kwaad zal verslaan,
Zijn vijanden zal verpletteren,
ons zal helpen en ons bij zal staan.
Ach, met Christus blijven we hopen
op de dag die zal komen en . . . . .
wanneer die komt?
Hij die van al deze dingen getuigt, zegt:
Ja, Ik kom welhaast.
Amen, kom, Heer Jezus, kom
“.
Ap.22: 20

Christus zal het kwaad te verslaan,
maar Hij Die het kwaad versloeg,
onze Christus zal ons niet redden,  wanneer
wij blijven geloven in christelijke toekomst,                                                                                       die standvastig als anderen blijft hechten aan wereldse eigenschappen.
Die eigenschappen bevestigen immers en fungeren als een wereldse rechtvaardiging
of neemt in haar doen en laten slechts wraak op de christelijke geest.
Als we zeggen dat wij “in God geloven is dat hetzelfde wanneer we zeggen:
‘Ik leef als God. Ik leef mijn eigen leven’
” en er verandert niets.
Om waarachtig in God te geloven zal dit aan den lijve ervaren dienen te worden,
of op z’n minst dit willen ervaren en het proberen te doen.
– “God wees ons barmhartig overeenkomstig Uw grote Barmhartigheid,
wij bidden U wees ons barmhartig“.
– “Geef het Heer!“.

18e Zondag na Pinksteren – aanmoediging tot zegening en weldoen

De Zaaier, door Vincent van GoghBedenkt dit: wie karig zaait,
zal ook karig oogsten en

wie gematigd zaait,
zal ook gematigd oogsten.

En ieder doe, naar dat hij zich in zijn hart heeft voorgenomen, niet met tegenzin of gedwongen, want God
heeft de blijmoedige gever lief.

En God is bij machte alle genade in u                                                                                                 overvloedig te schenken, opdat gij,                                                                                                     in alle opzichten te allen tijde van alles                                                                                               genoegzaam voorzien, in alle goed werk                                                                                           overvloedig moogt zijn,                                                                                                                           gelijk geschreven staat:
Hij heeft uitgedeeld, aan de armen gegeven, zijn gerechtigheid blijft in eeuwigheid.
Hij nu, die zaad verschaft aan de zaaier en brood tot spijs,
zal u uw zaaisel verschaffen en vermeerderen en
het gewas van uw gerechtigheid doen opschieten, terwijl
gij in alles verrijkt wordt tot alle onbekrompenheid, welke
door onze bemiddeling dankzegging aan God bewerkt“.
2Cor.9: 6-11

voorbeeld voor zelfontwikkelingEen goede naam is verkieslijker dan veel rijkdom,
gunst is beter dan zilver en goud.
Rijken en armen ontmoeten elkander; hun
aller Maker is de Heer.
De schrandere ziet het onheil en bergt zich, maar
de onverstandigen gaan hun gang en moeten boeten.
Het loon van de deemoed [de vrees des Heren] is rijkdom, eer en leven.
Dorens en strikken liggen op de weg van de verkeerde;
wie zichzelf wil bewaren, blijft daarvan verre.
Oefen de jongeling volgens de eis van zijn weg, ook wanneer hij oud geworden is, zal
hij daarvan niet afwijken.
De rijke heerst over de armen en de man die leent,                                                                          is een knecht van de uitlener.
Wie onrecht zaait, zal onheil oogsten; de staf van zijn gramschap zal vergaan.
Wie vriendelijk van oog is, die wordt gezegend, omdat
hij de behoeftige van zijn brood geeft“.
Spreuken 22: 1-9

Joodse ster, bestaat als symbool al meer dan 2700 jaarBovenstaande teksten zijn
historisch en hebben betrekking tot zowel de oude als de hedendaagse moderne geschiedenis van Israël en onze persoonlijke relatie met God.
De zeden en gewoonten welke hier worden verwoord zijn vanuit het Jodendom overgeleverd aan het Christendom en zijn ook nu nog van kracht, omdat de Goddelijke Troon niet
op de aarde gevestigd is, want de wereld is slechts de voetbank zijner voeten [Matth.5: 35].
Israël heeft een speciale plaats in de ontwikkeling van onze cultuur ingenomen
vanwege haar uitverkiezing door God en
maakt hen geliefd omwille                                                                                                                     van haar voorouders [Rom.11: 28].
Als christenen dienen wij nimmer de joodse wortels van ons Geloof te verloochenen,
want aldaar vond de Kerk op die Pinksterdag in Jeruzalem haar oorsprong en
was aanvankelijk uitsluitend samengesteld uit Joden.
Vergeet nooit dat Jezus en de apostelen Joods waren en
dat de Hebreeuwse Bijbel niet alleen een Joodse heilige boek is, maar ook christelijk.
Wij maken deel uit van de olijfboom waar enkele van de takken weggebroken zijn
en zijn als wilde loot daartussen geënt en worden in ons doen en laten gevormd aan
de saprijke wortel van de olijfboom [Rom.11: 17] en
zijn niet meer vervreemd van dit Godsvolk, maar medeburgers van de heiligen en
huisgenoten van God van Israël [Eph.2: 11-22].
Vergeet niet de profeten en de rol die zij via de Heilige Geest hebben gespeeld in
de gebeurtenissen van de dagen vóór de komst van de onze Heer en Heiland.
We kunnen het onmogelijk eens zijn met de acties van de huidige staat Israël, wat mij
wel benieuwt is de belangrijke positie, die zij als volk innemen in Gods plannen.
Verre van politieke overwegingen en propaganda tegen Israël,
zou ik graag het andere beeld te bekijken en je behoort als christen ook een andere mening over dit volk te hebben vanuit het perspectief van Gods Woord.
Laten we bidden voor Vrede in Jeruzalem en de welvaart van het volk van Israël.
Gezegend zij de Heer ons God, het Woord, Die
Zijn Volk behoed tot de komst van de stad van het eeuwige Jeruzalem.

Koning Solomon, Thessaloniki GreeceIn zijn tijd werd de grote Koning Salomon evenals andere beschaafde mensen om hem heen ‘WIJS’ genoemd, maar wordt ook nu nog in tal van gesprekken de
wijsheid van Salomon aangehaald.
De wijsheid wordt evenals in bovenstaande lezingen eveneens gepresenteerd in
een aantal bijbelse passages, zoals
in de tijd van Jeremia:
Wanneer het volk van God los is; voor wat onwezenlijk is, wanneer zij gestruikeld zijn                                                                                       op hun wegen, op oude paden, door te gaan                                                                                     op de paden van een ongebaande weg,                                                                                               zodat zij hun land tot een ontzetting maken,                                                                                 tot een voorwerp van aanfluiting voor altoos;                                                                                 ieder die daar doortrekt, zal                                                                                                                 zich ontzetten en zijn hoofd schudden.
Als de Heer de vijand van de mens als een oostenwind zal verstrooien;
hen de nek zal tonen, niet het aangezicht, ten dage van hun nood.
Toen de vijand zei:
Komt, laat ons plannen tegen de profeet beramen, want
nooit ontbreekt een aanwijzing aan de priester, raad aan de wijze,
een woord aan de profeet!
Komt, laat ons hem treffen door middel van de tong en
laten wij niet luisteren naar een van zijn woorden
“.
Jeremia 18: 15-18

Verkondigt de Blijde Boodschap, het Evangelie van de HeerWanneer we spreken over de Heilige Schrift en de heilige traditie betekent dit niet twee gescheiden en tegenover elkaar staande zaken, maar van een harmonieus geheel, de hele openbaring van God in  het belang van de redding van de mens.
Christus kwam niet om boeken te schrijven, maar
leidde de verstrooide kinderen tot de eenheid met God onder Zijn leiding.
Dat was de belangrijkste boodschap van het Eerste Verbond, wat wanneer men het wel verstaat
gecentreerd is op de komst van Christus in de wereld.
Voor de hedendaagse christen wordt dit niet beschouwd als syntaxis van een aantal belangrijke boeken, die
het Nieuwe Testament worden genoemd, maar                                                                                als bevestiging van ons Heil in Christus.
De apostelen kregen de opdracht ”het Lichaam van Christus te verheffen
door voort te bouwen op dit ene fundament, Jezus Christus,
het was dus echt niet hun taak om boeken te schrijven.
Maar de teksten welke zij na Zijn Hemelvaart hebben geschreven werden door de Kerk verzameld en vormen de nieuwtestamentische canon.
Ze werden op sommige momenten als teksten verondersteld, die  slechts de mondelinge prediking doorgaven en dat het niet nodig om hen te publiceren.
Deze teksten spelen echter een belangrijke rol zowel in het oude Israël als
onder de priesters en de profeten van nu, dergelijke aanwijzingen kunnen niet uitblijven, omdat ook wij in onze tijd in ballingschap leven en wenen aan de wateren van Babylon.
Deze verzamelde Spreuken zijn ontleend aan het gelijknamige boek van
het Eerste Verbond en wordt met recht de ‘Verzameling der verzamelingen’ genoemd
als een van de oudste en rijkste meningen toespraak collecties ter wereld,
het bevat 1000 Spreuken daterend uit het begin van het eerste millennium vóór Christus.
Nadien heeft de oppervlakkige lezer deskundig onderwijs nodig om
de inhoud van deze collectie te mogen verkondigen.
Veel Spreuken zijn als kostbare parels arbitrair en moeilijk te onderkennen.
Andere vormen, naast elkaar, een glanzende parel ketting.
Maar elk spreekwoord afzonderlijk bevat het sap van een vrucht die
een heel diepe betekenis bevat.
De hoofdgedachte van de verzameling kan niet zoals bij spreekwoorden
over een groot aantal verschillende onderwerpen verspreid,
deze echter zijn zo veelomvattend geformuleerd en conceptueel strak,
dat ze niet als een computer bestand snel te openen zijn door erop te klikken, maar
hebben behoefte aan een langdurige ontwikkeling en diepzinnige analyse.
Wij christenen kunnen in onze tijd deze parels van de oude Bijbelse wijsheid
uit zowel het Eerste als het Nieuwe Verbond, de Blijde Boodschap bestuderen en
als een levensproject opvatten door ze dagelijks te overwegen, want:
De vreze des Heren is het begin der kennis;
de dwazen verachten wijsheid en tucht
“.
Spreuken 1: 7

September 28e – Profeet Baruch [6e eeuw vóór Christus]

Profeet Jeremia met zijn secretaris, profeet BaruchWel eens gehoord van de Profeet Baruch,
de zoon van Nerija?
Jeremia riep Baruch, de zoon van Neria, en
Baruch schreef uit Jeremia’s mond al de woorden die  de Heer tot hem gesproken had op een boekrol.
Daarop gaf Jeremia aan Baruch deze opdracht:
Ik ben verhinderd,
ik kan niet in het huis des Heren komen.
Ga gij dus en lees van de rol die gij uit mijn mond hebt opgetekend,
de woorden des Heren voor ten aanhoren van het volk in  het huis des Heren en op de vastendag; en
ook ten aanhoren van alle Judeeërs, die
uit hun steden gekomen zijn, moet gij ze voorlezen“.                                                                     Jer.36: 4- 6
Profeet Jeremia, de ontlediging, ''ach, dat mijn hoofd water ware en mijn oog een bron van tranen'' [Jer.9: 1}Hoewel Baruch slechts wordt genoemd
in zes hoofdstukken van de Bijbel,  is hij bekend geworden als de persoonlijke secretaris en  goede vriend van de profeet Jeremia.
Samen gingen ze door de laatste 18 turbulente jaren van het koninkrijk van Juda, de verschrikkelijke verwoesting van Jeruzalem door de Babyloniërs
in 607 voor Christus en de daaropvolgende ballingschap in Egypte.

Baruch verschijnt voor het eerst
ter tonele in Jeremia hoofdstuk 36,  in ‘het vierde jaar van Jojakim’, zo ongeveer 625 vóór Christus.  Tegen die tijd had Jeremia al 23 jaar als profeet achter de rug.
De Heer gaf Jeremia de opdracht:
Neem zelf een boekrol en schrijf daarop al de woorden die
Ik tot u gesproken heb tegen Israël en tegen Juda en tegen alle volken. . . .
Vanaf de dagen van Josia tot op de dag van vandaag
“.
Het verslag begint met:
Misschien zal het huis van Juda dan luisteren naar
al de rampspoed die Ik hun denk aan te doen, opdat
zij zich bekeren, een ieder van zijn boze weg, en
Ik hun ongerechtigheid en zonde vergeven zal

Jer.36: 3
Waarom werd Baruch’s hulp dan ingeroepen?
Jeremia zei tegen hem:
Ik wordt verhinderd, ik kan niet in het huis des Heren komen“.
Jer.36: 5
Klaarblijkelijk werd Jeremia uitgesloten van de tempeldienst waar
hij de boodschap van de Heer kon verkondigen, misschien
omdat uit eerdere berichten blijkt dat de autoriteiten boos waren [Jer.26: 1-9].
Baruch was zonder twijfel een oprechte Godelieve, een aanbidder des Heren en
Baruch, de zoon van Neria, handelde daarop geheel, zoals
de profeet Jeremia hem opgedragen had en
hij las uit het boek de woorden des Heren
in het huis des Heren voor
“.
Jer.36: 8

Baruch, houtgravure van Gustave DoréAldus kwam Profeet Baruch ten tonele en
zag als leerling en medearbeider van de treurende Profeet, Jeremia de economische, morele en
nationaal verbeurd verklaring zijn volk.
We maken kennis met oorlog, gevangenschap, ontheemding, ontbering en lijden.
Ondanks door God [de Heilige Geest] gegeven waarschuwingen slaagden beide profeten
er niet in al deze rampen door het de rug toekeren
van het onzedelijk gedrag te voorkomen.
Baruch werd door God gezegend, hetgeen zijn naam al duidelijk maakt, want het betekent in het Grieks “met zegen bekleed”.
Deze zegen heeft Baruch, zonder ophef en                                                                                         de grote dingen niet zoekend, waardig gedragen ​​en
heeft dit aan ons doorgegeven in de vijf hoofdstukken                                                                     van Zijn Profetische boek;
Men neemt aan dat het kort na de periode van de Makkabeeën is geschreven.

Was er dan enige hoop op herstel van Israël in de profetie van Baruch aanwezig?
De reden waarom Jeruzalem werd verwoest in 586 vóór Christus en het welzijn van haar inwoners werd aangetast, is de overtreding van de wet geweest naast  minachting van de prediking van de profeten. Maar het had allemaal gecorrigeerd kunnen worden als de mensen oprecht berouw hadden getoond en hun manier van leven hadden veranderd.
God houdt immers van ons!; de fysieke schepping is immers Zijn bewijs.
Het toont de zegen van God aan Zijn uitverkoren volk, Israël.
Maar na Israëls afvalligheid zal God de wereld nog in stand houden.
Hiervoor zal Hij afdalen naar de aarde!
Dat is onze God; geen andere is met Hem te vergelijken!
Baruch 3: 38
De Profetische blik ziet de incarnatie van God al gerealiseerd worden.
Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en
wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd,
een heerlijkheid als van de eniggeborene van de Vader,
vol van genade en waarheid“:
zo Johannes de Theoloog na zes eeuwen schrijven. zie John.1: 14

Ook vandaag zitten er ruim Twintig eeuwen tussen ons en Johannes en
Zevenentwintig tussen de tijd van Baruch,
de Kerk is onder ons het Lichaam als uiting van de levende Jezus Christus.
Jezus is de Verlosser van de mensheid, maar tevens Immanuël, God met ons !
Baruch brengt ons terug en vormt daarmee eveneens onze metgezel
bij elke stap van dit leven.

Na al die tijd wordt er nog steeds waarachtig lijden en treurnis
ervaren tijdens het leven van de hedendaagse christenen.
Vele malen bezorgt onwetendheid ons opnieuw de profetische boodschap
en geeft evangelische zekerheid vanuit de geschiedenis datgene
waar de mens zich aan optrekt.
Als, Jezus Christus voor ons geboren is, lijkt het erop dat God bestaat, maar
dat wordt nog steeds niet altijd als zodanig ervaren!
Dit toont dis-respect, onrecht en ellende welk ons leven karakteriseert en
laat ons meerdere malen uitdrukkingen slaken,
met de hulp van God” of  de vermelding “als God het wil“,
zal het ons gelukken.
Zonder God, is alles toegestaan” zegt iemand anders, maar
op die manier is niets goed of niet soms?
En deze medische operatie is met succes verlopen en
had zonder God negatief uitgevallen;
God leidt immers de hand van de chirurg.
Het is God met ons, maar willen we inderdaad met Hem optrekken?
Onttrekken wij moed en hoop uit Zijn levendige Aanwezigheid?
Rekenen wij op het Verbond dat wij bij de doop met Hem hebben gesloten?
Erkennen wij Zijn Recht toezicht te houden op ons dagelijks leven?
Wij verheugen ons dan over Zijn zegen en
zijn als Baruch, de ‘godelieve’ en een gezegende van God.

Het woord dat de profeet Jeremia sprak tot Baruch, de zoon van Neria, nadat
hij deze woorden uit de mond van Jeremia te boek gesteld had
in het vierde jaar van Jojakim, de zoon van Josia, de koning van Juda:
Zo zegt de Heer, de God van Israël, van u, o Baruch:
Gij zegt: wee mij toch, want de Heer heeft smart bij mijn lijden gevoegd,
ik ben moede van mijn zuchten en rust vind ik niet
“.
Jer.45: 1-3
Wat was de reden voor deze crisis?

Er wordt geen direct antwoord gegeven.
Maar laten we eens proberen om de situatie van Baruch in beeld te krijgen.
Resumerend is vast te stellen dat 23 jaar aan waarschuwingen
het volk van Israël en Juda toch hun afvalligheid en afwijzing van De Heer
zeer duidelijk hebben kunnen maken.

Babylonische ballingschapHet besluit van de Heer over Jeruzalem en Juda was hen te vernietigen en de
natie een ballingschap van
70 jaar naar Babylon op te leggen
– dat blijkt uit de informatie van De Heer in datzelfde jaar en het feit dat de ontknoping Baruch misschien wel diep geschokt moet hebben.
Het woord, dat tot Jeremia kwam over het gehele volk van Juda in
het vierde jaar van Jojakim, de zoon van Josia, de koning van Juda
[dit is het eerste jaar van Nebukadressar, de koning van Babel,
dat de profeet Jeremia over het gehele volk van Juda en
alle inwoners van Jeruzalem gesproken heeft:
Van het dertiende jaar van Josia, de zoon van Amon, de koning van Juda,
tot op deze dag, drieentwintig jaren lang, is
het woord des Heren tot mij gekomen en
heb ik tot u gesproken vroeg en laat, doch
gij hebt geen gehoor gegeven;
Ook heeft de Heer al Zijn knechten, de profeten, tot u gezonden, vroeg en laat, doch
gij hebt geen gehoor gegeven noch uw oor geneigd om te horen:
Bekeert u toch een ieder van zijn boze weg en van de boosheid uwer handelingen, dan
blijft gij in het land dat de Heer u en uw vaderen gegeven heeft van eeuw tot eeuw;
Loopt geen andere goden achterna om die te dienen en u voor die neder te buigen en
krenkt Mij niet door het maaksel van uw handen; dan zal Ik u geen kwaad aandoen.
Maar gij hebt Mij geen gehoor gegeven, luidt het woord des Heren, om
Mij te krenken door het maaksel van uw handen, u ten verderve.
Daarom, zo zegt de Heer der heerscharen:
Omdat gij naar mijn woorden niet gehoord hebt,
Zie, Ik laat alle geslachten van het Noorden komen, luidt het woord des Heren, en
Nebukadressar, de koning van Babel, Mijn dienaar, en
breng hen tegen dit land en zijn inwoners, ja, tegen al deze volken rondom en
Ik sla hen met de ban, en maak hen tot een voorwerp van ontzetting,
tot een aanfluiting en tot een eeuwige smaad en
Ik doe uit hun midden verdwijnen
– de stem der vreugde en
– de stem der vrolijkheid,
– de stem van de bruidegom en
– de stem der bruid,
het geluid van de handmolen en
het licht van de lamp; dan
zal dat gehele land tot een oord van puinhopen, tot een woestenij worden.
Deze volken nu zullen de koning van Babel dienstbaar zijn zeventig jaren
“.
Jer.25: 1-11

Bovendien was er het risico dat zijn krachtige steun voor Jeremia op
dit cruciale moment hem zijn positie en carrière zou kunnen kosten.
Wat ook het geval is, de Heer kwam Zelf tussenbeide om Baruch te helpen
het komende oordeel in gedachten te houden.
Zo zegt de Heer:
zie, wat Ik gebouwd heb, breek Ik Zelf af en
wat Ik geplant heb, ruk Ik Zelf uit,
En zoudt gij voor u grote dingen zoeken?
Zoek ze niet! Want zie,
Ik breng rampspoed over al wat leeft,
luidt het woord des Heren, maar
Ik geef u uw leven ten buit in alle plaatsen waar
gij zult heengaan“.
Jer.45: 4,5
De Heer heeft niet aangegeven wat deze “grote dingen” waren, maar
Baruch moet ervan hebben geweten of het waren
de egoïstische ambities, de reputatie en de materiële welvaart.
De Heer adviseerde hem om realistisch te zijn en
te onthouden wat hun te wachten stond:
De Heer, onze God is rechtvaardig; maar wij dragen billijk onze schande, gelijk het nu gaar met die van Juda en Jeruzalem, en onze koningen en vorsten,en onze priesters en profeten; omdat wij voor de Heer gezondigd en Hem niet geloofd hebben en niet geluisterd naar de stem van de Heer, onze God, om te wandelen naar Zijn Geboden, welke Hij ons gegeven heeft. Ja, van die tijd af, dat de Heer onze vaderen uit Egypte gevoerd heeft, tot op de huidige dag, zijn wij de Heer, onze God ongehoorzaam geweest en hebben geweigerd aan Zijn stem gehoorzaam te zijn. Daarom is over ons gekomen de straf en de vloek, die de Heer verkondigd heeft door Mozes, Zijn knecht, toen de Heer onze vaderen uit Egypte voerde om ons een land te geven waar melk en honing vloeit. En wij hoorden niet naar de stem van de Heer, onze God, gelijk de profeten ons zeiden, die Hij tot ons zond, maar een ieder ging naar zijn gevoelen van zijn boos hart en wij dienden vreemde goden en deden kwaad tot de Heer, onze God
Baruch 1: 15-22
Baruch zou zich beschermd weten,
waar hij ook zou gaan . . . . .

17e Zondag na Pinksteren – Orthodoxie & geraakt worden door het Woord

Vissers aan het Meer van Genesareth, rond 1900En het geschiedde, toen de schare op Hem aandrong en naar het woord Gods hoorde, dat Hij Zelf aan de oever van het meer Gennesareth stond en Hij
zag twee schepen aan de oever liggen.
De vissers waren eruit gegaan en
spoelden de netten.
Hij ging in een van de schepen, dat van Simon en vroeg hem de zee in te gaan,
niet ver van de oever.
En Hij zette Zich neer en leerde                                                                                                            de scharen van het schip uit.
Toen Hij was opgehouden met spreken, zei Hij tot Simon:
Ga naar diep water en zet uw netten uit om te vissen.
En Simon antwoordde en zei:
Meester, de gehele nacht door hebben wij hard gewerkt en niets gevangen, maar
op Uw woord zal ik de netten uitzetten.
''Wees niet bevreesd, van nu aan zult gij mensen vangen''En toen zij dit gedaan hadden, haalden
zij een grote menigte vissen binnen en
hun netten dreigden te scheuren.
En zij wenkten hun makkers in het andere schip, dat zij hen zouden komen helpen.
En dezen kwamen en zij vulden beide schepen, tot bijna zinken toe.
Toen Simon Petrus dit zag, viel hij neer aan de knieën van Jezus en zei: Ga uit van mij, want ik ben een zondig mens, Heer.
Want verbazing had hem en allen, die bij hem waren, aangegrepen over de vangst der vissen, welke zij gevangen hadden; evenzo ook Jacobus en Johannes, de zonen van Zebedeus, die
metgezellen van Simon waren.
En Jezus zei tot Simon:
Wees niet bevreesd, van nu aan zult gij mensen vangen.
En zij trokken de schepen op het land en lieten alles achter en volgden Hem“.
Luc.5: 1-11

De geestelijk ingestelde mens tracht de dingen om hem heen
niet alleen met zijn hersenen te begrijpen.
Het geheel van zijn wezen wordt opgelost en vereenvoudigd
zij wordt bij wijze van spreken, 
en muziekinstrument van begrip.
De gehele persoonlijkheid begrijpt in het proces
zich volledig over te geven aan God
Archimandriet Vasileaos

Bijbelboek2Met de eerste zondag van Lucas begint een nieuw tijdperk in de Byzantijns liturgische kalender en vindt plaats na de sluitingsceremonie van het Feest van de Verheffing van
het Groot en Heilig Kruis.
De derde Evangelist is tevens de auteur van de Handelingen.
In het Evangelie vertelt Lucas het leven van de Heer, terwijl Deze Zijn leerlingen onderwees, het verrichten van wonderen en de prediking over het Koninkrijk Gods.
In de Handelingen verhaalt Lucas het leven van de vroeg christelijke Kerk, de
voortzetting van de Blijde Boodschap van de Heer.
Lucas geeft dit weer, als een ‘niet’-ooggetuige en  geschiedschrijver uit
de tweede hand op een manier waarbij Hij Zich richt tot één mens;
Hij is derhalve zéér direct.
Mattheüs zou zo niet kunnen beginnen in overeenstemming met zijn bedoeling en
het karakter van zijn Evangelie en  is het ook te begrijpen dat Marcus of Johannes dat  eveneens niet doen.

Apostel en Evangelist LucasMaar Lucas schrijft heel juist en gepast:
Aangezien velen getracht hebben een verhaal op
te stellen over de zaken, die onder ons hun beslag hebben gekregen, gelijk ons hebben overgeleverd degenen, die van het begin aan ooggetuigen en dienaren van het woord geweest zijn,
ben ook ik tot het besluit gekomen, na alles van meet aan nauwkeurig te hebben nagegaan, dit
in geregelde orde voor u te boek te stellen, hoogedele Théofilus, opdat gij de betrouwbaarheid zoudt erkennen der zaken, waarvan gij onderricht zijt
”.
Luc.1: 1-4
Zo zocht Lucas en verlangde Hij door God geleid,
in zijn liefde voor Théofilus [vriend van God, ‘Godelieve’] het goede voor hem en
richtte zijn Blijde Boodschap tot hem.
Bovenstaande kunnen we van het begin tot het eind in overeenstemming met
het karakter van het Lucas Evangelie vaststellen; Hij heeft het aan Théofilus geschreven.
Natuurlijk niet alleen aan hem, maar tot blijvend onderwijs van de Gemeente.
De zorg voor Théofilus, bewerkt door de werking van de Heilige Geest, lag op
het hart van deze vrome man.
Hij wilde hem onderwijzen in de dingen van God en hem de wegen van God zoals
die gezien worden in Christus, beter uitleggen.
Théofilus schijnt een man van hoge positie geweest te zijn,  waarschijnlijk
een Romeins stadhouder.
Dat schijnt de reden te zijn waarom hij hier aangesproken wordt met
weledele” of zo als wij zouden zeggen “excellentie“; het wijst
meer op een ambtelijke positie en niet op zijn vredelievend karakter.
Hij was ongetwijfeld een gelovige, maar was weinig onderwezen.
De bedoeling van Lucas was hem een beter begrip van “de weg” te geven.

Christus, tronend in het Hemels KoninkrijkOnze Heer, Jezus Christus is
de initiatiefnemer van het Hemels Koninkrijk.
Het is in Hem, dat de mens de staat van zonen bereikt en vrij van zonden kan geraken.
In Hem wordt de mens arbeidskracht samen met God in het werk van de Verlossing.
Met Hem als hoeksteen, wordt een gemeenschap
van Liefde en arbeid opgebouwd; allereerst
door de twaalf Apostelen en na
hen vele anderen, tot op de dag van vandaag.

Het is van bijzondere belang op te merken dat
Lucas beschrijft dat de Heer in de boot afvaart, wanneer de prediking aanvangt.
Toen de schare op Hem aandrong teneinde naar Zijn [Gods] woord te luisteren,
ziet, er kwam een ​​verzoek aan de eigenaar van de boot:
Ga naar diep water en zet uw netten uit om te vissen“.
Te midden van een mengeling van bewondering sprak de uitdagende toon,
vóórafgaand aan dat verzoek, een woord vol vertrouwen, want ze reageerden:
Meester, de gehele nacht door hebben wij hard gewerkt en niets gevangen, maar
op Uw woord zal ik de netten uitzetten
“.
De opdracht van Jezus zou vervuld worden, niet omdat we concluderen dat er een plausibele reden voor was, maar omdat Jezus dit vroeg.
Op het Woord van de Heer:
Trokken zij de schepen op het land, lieten alles achter en volgden Hem“.

een door een regenboog omringde zonGeconfronteerd met het verzoek van God, maakt de menselijke rede zijn plaats vrij
tot gehoorzaamheid en logica en laat zich onbewust niet langer leiden door
de gebruikelijke menselijke houding, maar door onverklaarbare veronderstellingen en door een naakt Geloof.
Het Woord van God is aanwezig in
de wereld, maar laat in de praktijk zo
weinig van zich spreken. Waarom worden deze woorden niet gehoord en
wordt er niet stelselmatig aangedrongen op stevig fundament, maar
worden ze [voor later] terzijde gelegd, overboord gegooid en
met het bad [doop-]water weggespoeld.
Onze God is een God van de diepte; Hij kent het hart van de mens; Hij zoekt onze wegen.
HEER, Gij hebt mij onderzocht en Gij kent mij [-n hart]!
Gij weet mijn gedachten van verre,
Gij doorgrondt mijn weg en mijn meetsnoer.
Al mijn wegen ziet Gij vooruit;
en dat er geen ongerechtigheid is op mijn tong.
Zie, Heer, Gij weet alles:
de eerste en de laatste dingen.
U te kennen is voor mij wonderbaar;
het is te sterk en buiten mijn macht“.
Psalm 138 [139]: 1-5
vert. Orthodox klooster Den Haag.

Volgelingen laten alles achter zichDaarom vraagt God ​​ons om de visnetten in
het diepe te werpen, want er is de ware mens en deze waarachtige mens is degene, welke
door God [de Heilige Geest] wordt begeleid als “vis” in de netwerken van de Kerk.
Om de netten in dieper water te werpen, dien je de zandbanken en het oppervlakkige te verlaten.
Aan de kust, bij de zandbanken, zijn de wateren betrekkelijk rustig, kalm en vormen geen                                                                                            gevaar.
De diepere wateren echter liggen in de open zee, ver van de kust, die
gevaar en onzekerheid opleveren en
het is juist die onzekere, gevaarlijke plaats die Jezus ons aanwijst om
te gaan vissen.
Degenen die de veiligheid en rust willen, zullen de frustratie van
een mislukte visvangst blijven ervaren.
Degenen die “het Woord horen, maar het niet verstaan”, zullen geen enkel
risico nemen en blijven kabbelen op de golfslag aan het strand.
Door Gods Woord ervaren we de onzekerheid en de angst, vanwege
het weer en de diepe wateren
“; maar
een dubbele voldoening zal worden verkregen:
Wanneer we ons door het Woord van God kwetsbaar opstellen,
Hem gehoorzamen en risico’s durven te nemen want
hierdoor zal ons een ontzaglijke gevoelsvreugde overvallen, waarbij
haar gewicht de netwerken doet overstromen, omdat
de visserij zo overvloedig blijkt te zijn.
Zo overvloedig dat we geloofsgenoten [de andere christelijke Kerken]
om bijstand dienen te vragen, hen verzoeken ons bij te staan,
ruimte te verstrekken onze diensten te vervullen.
[zie je het vóór je, de Orthodoxe Kerken in Nederland zijn niet kapitaalkrachtig en
zullen zich in arren moede – tot medechristenen wenden, de Orthodoxe Kerk wordt namelijk niet voor niets in de Nederlandse woestijn ondergebracht].
Op het eerste gezicht is er maar weinig vis, misschien
lijkt het wel een totaal onhaalbare zaak.
Wanneer we de samenhang van de gehoorzaamheid aan Gods Woord
maar weten te vinden, zoeken we het diepe, onzekere water op en
werpen daar de netten uit, welke de beste vis
aan de Heer zal opleveren.

???????????Met de lezing van vandaag
worden we uitgenodigd om als
vissers van mensen Christus in
Zijn Koninkrijk der Hemelen te volgen en
daadwerkelijk Zijn dienaren te worden en geen slaafse dienaren, die enkel doen wat
alle anderen doen
– hun zondagsplicht vervullen.
Deze werkers werken op de verborgen plaatsen, op ondoorgrondelijke oorden, dat                                                                                       wil zeggen in de diepste wateren.
Zij die, in deze moderne tijd door Jezus worden opgeroepen,
worden eerst en vooral uitgenodigd om het leven met de Heer te ervaren.
Het is deze persoonlijke ervaring met God, die voortkomt uit de moed om in
het diepe water en uit de buurt van de gebruikelijke vaargeul vissen te gaan vangen;
dat betekent dat we risico’s nemen, onrustig worden als
er een beroep op ons gedaan wordt, je in te zetten als bestuurslid of een redelijke parochiebijdrage te dragen, zodat datgene gedaan kan worden wat
gedaan dient te worden,
het onderhoud van een redelijk onderkomen en het levensonderhoud van de priester.
Het is, in feite, omwille van de Kerk, het Lichaam van Christus, dat
wij erkennen wij zondaars zijn. Maar om nog steeds positief te reageren op
Gods verzoek onze netten uit te gooien en gelijk aan Petrus, Jacobus en Johannes
klaar zijn om de persoonlijke ervaring met Jezus aan te gaan,
zullen we een andere realiteit van bewustzijn dienen aan te nemen:
het uitwerpen van ons netwerk in het diepere water en
het ruime sop op te zoeken.
Het is onmogelijk om slechts op de [zand-]bank te blijven zitten zonder
gehoor te geven aan deze oproep, vooral
wanneer we worden opgeroepen om op onze medemensen te gaan vissen.

icoon van de Kerk als bootHet Symbool van Kerk
als boot [de ark] is krachtig; de Kerk
wordt in onstuimige zee door
deze boot weergegeven.
De zekerheid dat we met Christus, in Eenheid met Hem ons leven vervullen,
geeft ons de zekerheid dat wij gezamenlijk Zijn roep [de roeping] vervullen en
we daarmee onze lotsbestemming
gestalte geven.
Zonder boot, of zonder de Kerk,
lopen we het risico dat de visserij niet
God dient, maar alleen maar
ons eigen ego bevredigt.
De roeping van het eerste onderwijs
was toen Jezus de boot binnen stapte en aan ons via Petrus, Jacobus en                       Johannes de uitnodiging lanceerde om vissers van mensen te worden.
Daardoor worden wij in feite gekwalificeerd als Christen, wanneer
wij ons zelf afstemmen te behoren tot Zijn Lichaam, de Kerkgemeenschap.
God Die nog steeds dit schip [Zijn Lichaam] bestuurt, is ook Degene Die
deze oproep publiceert, Hij trekt hier steeds meer vissers aan, die
de moed opbrengen zichzelf te onthechten en
alles in deze wereld achter zich te laten om Hem te volgen.
Het Griekse woord “Ecclesia“, betekent
het bijeengeroepen van de vergadering van vrije burgers,
het verzamelen van hen die geroepen zijn, uitgenodigd worden.
De Kerk is de gemeenschap door God benoemt om in de Liefde samen te leven.
Iedere gedoopte wordt door de Heer geroepen om
de netten in diepere wateren te werpen“, om zonder angst de diepte in te duiken.
En omdat het daarbij nodig is te voldoen aan ervaring met de Heer, is het precies hetzelfde als bij de discipelen noodzakelijk om
Zijn aanwezigheid in ons leven te ervaren en
in Zijn voetsporen te treden.
Wie deze ervaring opdoet met de God Die Liefde is, wordt onmiddellijk aangezet lid
te worden van Zijn Kerk en een verbintenis aan te gaan Hem te verkondigen, teneinde
datgene toe te passen waar we voor geroepen worden.
God is wat ons christelijk leven inhoud geeft.
Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop.Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop.
Indien iemand naar Mijn stem hoort en
de deur opent,
Ik zal bij hem binnenkomen en maaltijd
met hem houden en hij met Mij.
Wie overwint, hem zal Ik geven met
Mij te zitten op Mijn Troon,
gelijk ook Ik heb overwonnen en
gezeten ben met Mijn Vader op Zijn Troon
“.
Openb.3: 20,21

17e Zondag na Pinksteren – Orthodoxie & omdat het Geloof ertoe doet . . .

Ik zal onder hen wonen en wandelenWij toch zijn de tempel van de levende God,
gelijk God gesproken heeft:
Ik zal onder hen wonen en wandelen, en
Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn.
– Daarom gaat weg uit hun midden en scheidt u af, spreekt de Heer en houdt niet vast aan het onreine.
– Ik zal u aannemen, en Ik zal u tot Vader zijn en gij zult Mij tot zonen en dochteren zijn, zegt de Heer, de Almachtige.

Daar wij nu deze beloften bezitten, geliefden,
laten wij ons reinigen van alle bezoedeling van het vlees en de geest en
zo onze heiligheid volmaken in de vreze Gods“.                                                                                2Cor.6: 16b-7: 1

Welnu, eenvoudig weergegeven de doelmatigheid van ons gebed is afhankelijk
van de vraag:
1.]. of wij het waard zijn om te ontvangen wat we vragen,
2.]. of we bidden volgens de Wil van God [Uw Wil geschiedde . . .],
3.]. of we zonder ophouden bidden,
4.]. of we alle toevlucht te nemen tot God,
5.]. of we als we vragen datgene wel gunstig is voor ons.
En de rechtvaardige, die de Heer nog steeds ‘Zijn ontferming’ afsmeekt ,
zal verhoord worden, want God weet, als Vader, toch heus wel wat je nodig hebt.
Wie is er als mens meer te vertrouwen dan Paulus?
En toch, werd iets waar hij om vroeg en hem ten goede zou komen, niet opgevolgd.

Driemaal heb ik de Heer hierover gebeden,
dat Hij van mij zou aflaten.
En Hij heeft tot mij gezegd:
Mijn genade is u genoeg, want
de kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid.
Zeer gaarne zal ik dus in zwakheden nog meer roemen, opdat
de kracht van Christus over mij kome
“.
2Cor.12: 8,9
Drie keer heb ik de Heer hierover gebeden“,
zo schrijft hij en Gods antwoord was:
Ik diende geduld te betrachten en de hoop niet op te geven“.
Ook Mozes heeft de Heer heel wat afgebeden en kreeg geen gehoor,
was Mozes dan niet rechtvaardig?
De Heer, onze God, antwoordde:
Laat het genoeg zijn, spreek Mij niet meer over deze zaak.
Beklim de top van de Pisga
[Hebr. “hoge plaats“, mogelijk bedoeld op de top van je kunnen] en sla uw ogen op naar het westen, naar het noorden, naar het zuiden en naar het oosten en zie met uw ogen in het rond, want
de Jordaan hier zult gij niet overtrekken
“.
Deut,3: 26,27
Mozes vroeg Hem Zijn Volk van kreupelen, welk
slechts gebrek aan trouw toonde het beloofde land in te voeren.
Ook wij bidden en dringen onder allerlei zonden op allerlei dingen aan.
Dat was bij het Joodse Volk hetzelfde, waarop
God tot de Profeet Jeremia sprak:
Gij nu, bid niet voor dit volk;
zend voor hen geen smeking op en
geen gebed en dring niet bij Mij aan, want
Ik hoor naar u niet.
Ziet gij niet wat zij doen in de steden van Juda en
op de straten van Jeruzalem?
“.
Jer. 7: 16-17
God verwijderde Zich niet, zo zegt Hij, uit gebrek aan respect voor de mens.
En jij Jeremia bedelt Mij om genade [ontferming] voor hen? Niet om aan te horen!
Nogmaals, we spreken geen kwaad over onze vijand,
niet alleen bij gebrek aan Godsbesef, maar
we ergeren Hem er ook mee.
Omdat gebed slechts een geneesmiddel is.
En wanneer we er niet de minste notie van hebben
hoe we dit medicijn dienen te gebruiken,
zullen we er nooit en te nimmer
enige profijt uit trekken.
mp3: Ὁ Παρακλητικὸς Κανὼν εἰς τὸν Ἰησοῦν Χριστόν                                                                                –  smeekcanon tot Christus

Hoe groot het doorlopende gebed is,
kunnen we leren van de Canaänitische uit de Blijde Boodschap, die
niet kon ophouden uit te roepen,
Heer Jezus Christus, Zoon van God, ontferm u over mij, zondaarHeb medelijden met mij, Heer!
Matth.15: 22
Dus, evenals de Apostelen, Zijn discipelen ontkennen wij Christus, wanneer
we geen geduld betrachten en God’s wil laten geschieden [conf. het Onze Vader].
God, geeft er zoals u ziet, de voorkeur aan ons de problemen, waar
we zelf verantwoordelijk voor dragen, onszelf niet via Hem te behagen, maar
om Hem te smeken anderen namens ons bij te staan.
Daarop heeft God mensen nodig, die behoeften en geld besteden aan anderen en
daarna slaafs vleien en die de werkelijke Liefde ontlopen.
De leiders van deze wereld maken het ons immers ook niet alleen maar gemakkelijk,
wanneer we hen ergens om vragen en ontwijken ze met ons te praten
en doen alsof ze ons niet zien.
We dienen eerst dichter bij dit soort mensen in de buurt te komen,
via hun bedienden, secretaresses en medewerkers teneinde hen over te halen,
bij hen het verzoek in te dienen, ons hun gaven te verlenen.
Dit zal ervoor zorgen dat we via hen de juiste ambtenaren aanspreken, welke
zich van onze zaak op de hoogte stellen.
Ik zal onder hen wonen en wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn.==> God, onze Vader, heeft
daarentegen geen behoefte aan mediators;
Hij heeft, als Vader geen behoefte dat anderen voor ons opkomen.
Hij geeft er de voorkeur aan dat wij ons blijven inzetten Hem er Zelf om te vragen.

Wij dienen Hem alleen lof toe te zingen,
te danken, zelfs wanneer we onophoudelijk vragen, waar wij om smeken.
Alleen Hij rekent het ons toe wanneer we Hem er om vragen, maar
hij geeft het niet omdat hij dit ons verschuldigd is, als een kredietverstrekker.
En wanneer Hij ziet dat we met geloof en doorzettingsvermogen
volharden in het gebed rekent Hij zonder rendement te verwachten af.
Maar wanneer wij energieloos [apathisch] bidden, wordt de reactie uitgesteld,
niet omdat we veracht of verafschuwd worden, maar omdat, zoals ik al zei,
het uitstel ons dichter bij Hem brengt.
Johannes Chrysostomos
mp3: Δοξολογία Αγιορείτικη –  Doxology, I.M. Simonopetra