1e Zondag na Pinksteren – Orthodoxie & een Wolk van getuigen

Paul in Prison, Remnrandt van RhijnEn wat moet ik nog verder aanvoeren?
Immers, de tijd zou mij ontbreken, als ik ging verhalen van
Gideon, Barak, Simson, Jefta, David en Samuel en de profeten,
die door het geloof koninkrijken onderworpen,
gerechtigheid geoefend, de vervulling der belofte verkregen hebben,
muilen van leeuwen dichtgesnoerd, de kracht van het vuur gedoofd hebben.
Zij zijn aan scherpe zwaarden ontkomen, in zwakheid hebben zij kracht ontvangen,
zij zijn in de oorlog sterk geworden en hebben vijandige legers doen afdeinzen.
Vrouwen hebben haar doden uit de opstanding terugontvangen,
anderen hebben zich laten folteren en van geen bevrijding willen weten, opdat
zij aan een betere opstanding deel mochten hebben.
Anderen weer hebben hoon en geselslagen verduurd, daarenboven nog boeien en gevangenschap.
Zij zijn gestenigd, op zware proef gesteld, doormidden gezaagd, met het zwaard vermoord;
zij hebben rondgezworven in schapenvachten en geitenvellen,
onder ontbering, verdrukking en mishandeling – de wereld was hunner niet waardig –
zij hebben rondgedoold door woestijnen, en gebergten, in spelonken en de holen der aarde.
Ook deze allen, hoewel door het geloof een getuigenis aan hen gegeven is,
hebben het beloofde niet verkregen, daar God iets beters met ons voor had, zodat
zij niet zonder ons tot de volmaaktheid konden komen.
Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben,
afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat en
met volharding de wedloop lopen, die voor ons ligt.
Laat ons oog daarbij [alleen] gericht zijn op Jezus, de Leidsman en
Voleindiger van het Geloof, Die, om de vreugde, welke voor Hem lag,
het Leven-schenkende Kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende en
gezeten is aan de rechterzijde van de troon van God“.
Hebr.11: 32-12: 2

De Profeten, frescoImmers, de tijd zou mij ontbreken, als ik ging verhalen van
Gideon, Barak, Simson, Jefta, David en Samuel en de profeten,
die door het geloof koninkrijken onderworpen,
gerechtigheid geoefend, de vervulling der belofte verkregen hebben,
muilen van leeuwen dichtgesnoerd en de kracht van het vuur gedoofd hebben.                                                                                                                                        Zij zijn aan scherpe zwaarden ontkomen,                                                                                          in zwakheid hebben zij kracht ontvangen,
zij zijn in de oorlog sterk geworden en                                                                                                hebben vijandige legers doen afdeinzen
“.
Op de icoon van de Verrijzenis genaamd “Overwinning op de hel” staat Christus
zegevierend schrijlings bovenop de poorten van Hades, terwijl Hij Adam en Eva uit hun graven opheft. Hij heeft “overheden en machten” ontwapend,
openlijk tentoongesteld en zo over hen gezegevierd” [Col.2: 15] en
het leven geschonken aan de gevallen mensheid.
In het vandaag gelezen gedeelte van de brief van de apostel Paulus
worden zes oude profeten en krijgers genoemd die,
een goede getuigenis hebben verkregen door het Geloof” [Hebr.11: 39] en
de overwinning van Christus in vreugde ontvingen.
Door het geloof onderwierpen deze leiders inderdaad “koninkrijken” terwijl
zij op aarde verbleven [Hebr.11: 33].

Profeet Gideon– De profeet Gideon bijvoorbeeld verpletterde een superieur coalitie Midjanitische [nakomelingen van Midian, zoon van Abraham & Ketura, vijanden van Israël] krachten door het Geloof.
Hij minimaliseerde met een ​​kleine groep van 300 man het leger van 32.000 manschappen, door het Midjanitische kamp in verwarring te brengen, terwijl zij met
niets anders dan fakkels, klei potten en trompetten waren uitgerust [Richt.6: 33 – 8: 21].
– De profetes Deborah riep Barak op Israëls leger te voet aan te voeren tegen een enorme Kanaänitische kracht, die ondersteund werd door negenhonderd ijzeren wagens.
Barak ging de strijd aan begeleid door Deborah.
Op een cruciaal moment, handelde hij vanuit het Geloof, nam
het op tegen het geavanceerde  Canaänitische leger en overwon [Richt.4: 4 -5: 31].
– De machtige krijger Jefta leidde een coalitie van de stammen van Israël tegen de Ammonieten. Omdat hij vol was van Geloof en stevig in zijn overtuigingen,
schonk de Heer hem de overwinning [Richt.10: 6 – 11: 32].
Samuel de profeet heeft ook ” gerechtigheid geoefend en
daardoor de vervulling der belofte verkregen” [Hebr.11: 33].
Hij werd ontvangen en geboren in antwoord op gebed [1Kon.1: 1-20],
en werd opgevoed voor de bediening in Gods heiligdom [1Kon.1: 21 – 3: 21].
God heeft hem hiervoor uitgekozen om de eerste twee koningen van Israël te zalven.
Gedurende zijn leven vocht hij voor de persoonlijke integriteit en intieme gemeenschap met God [Hebr.12: 1-5].

Van al deze oude leiders die door het geloof “koninkrijken” hebben overwonnen wordt de profeet David, de psalmist en Koning van Israël, het best herinnerd.
De herinnering aan zijn heldendaden en de belofte van een toekomstige Messias werd de volgende Psalm-strofen  ontwikkeld:
Christ Pantocrator3Want bij de Heer is bescherming,
bij de Heilige van Israël, onze Koning.
In die tijd hebt Gij in een visioen tot
Uw kinderen gesproken en gezegd:
Ij schenk hulp aan een machtige en
verhef de uitverkorenen van Mijn volk.
Ik heb David gevonden als Mijn dienaar;                                                                                          Ik heb hem gezalfd met Mijn heilige olie.
Mijn hand zal hem werkelijk steunen;
Mijn arm zal hem sterken en kracht schenken.
Zijn zaad zal stand houdenGeen vijand zal iets tegen hem vermogen;
de zoon der ongerechtigheid zal hem niet kunnen schaden.
Zijn vijanden zal Ik voor zijn aangezicht neerslaan;
die hem haten, zal Ik op de vlucht drijven.
Mijn Waarheid en Mijn Barmhartigheid zullen met hem zijn;
in Mijn Naam verheft hij zijn hoorn.
Zijn hand zal Ik leggen op de zee;
zijn rechterhand overmeestert grote rivieren.
Profeet David door de hand van KapeluckHij zal tot Mij roepen: Gij zijt mijn Vader;
Gij zijt mijn God, de Beschermer van mijn heil.
Ik maak hem tot Mijn eerstgeborene,
verheven boven de koningen der aarde.
Tot in eeuwigheid zal Ik hem Mijn Barmhartigheid schenken:
Mijn Verbond met hem is getrouw.
Tot in de eeuwen der eeuwen zal Ik zijn zaad doen duren;                                                           zijn troon als de dagen van de hemelen.
Maar als zijn zonen Mijn Wet verlaten,
als zij niet wandelen naar Mijn oordelen.
Als zij Mijn Gerechtigheid schenden,
of Mijn Geboden niet onderhouden.
Dan zal Ik hun wetteloosheid met de roede bezoeken,
hun zonden met geselslagen.
Maar Mijn Barmhartigheid zal Ik hun niet onttrekken,
Ik zal geen onrecht doen aan Mijn Waarachtigheid.
Ik zal Mijn Verbond niet schenden;
wat over Mijn lippen is gekomen,
zal niet krachteloos worden
“.
Psalm 88[89]: 19-35
Ook “heeft hij gerechtigheid geoefend” [Hebr.11: 33; 1Kon 24],
de vervulling der belofte verkregen” [Hebr. 11:33; 2Kon.7],
muilen van leeuwen dichtgesnoerd” [Hebr.11:33; 1.Kon.17] en
is hij aan “scherpe zwaarden ontkomen“[Hebr.11:33; 2Kon.15-18].

profeet SamsonDe apostel Paulus noemt ook nog
de profeten Samson [Richt.14-16] en
Daniel[Dan.6], die eveneens geconfronteerd werden met leeuwen.
Wanneer de apostel spreekt over dat
ze “de kracht van het vuur gedoofd hebben” [Hebr.11: 34], herinneren we ons de zevende en achtste odes van de feestelijke canons van de Kerk, die
spreken van de ‘goddelijke-geïnspireerde jongeren die
weigerden het schepsel te aanbidden in plaats van de Schepper,
en vervolgens frank en vrij de vuuroven betraden [zie Dan.3].
In onze eigen gevechten tegen overheden en machten,
de duivel en zijn trawanten die ons als leeuwen opjagen.
Ze ontsteken het vuur van de verleiding die in onze zwakke vlees opkomt en
maken de aanbidding van geschapen zaken aantrekkelijk voor ons.
We kunnen zijn gevallen en ​​keer op keer  zijn opgestaan,
in een poging onze Heer en Zaligmaker te behagen.

Wees ervan overtuigd dat Christus onze uitglijders evenals onze overwinningen Persoonlijk kent en daarnaast ons Geloof in Hem ziet.
Laten we niet wanhopen!;
Christus is verrezen!“.
Mogen we opstaan ​​in de vaste overtuiging met Hem voor ogen en
een zekere hoop op de Verrijzenis en
Heilige Romanos de melodezing vervolgens triomfantelijk de gezangen van de viering mee
samen met al de ons omringende heiligen,
ook al kijkt de Psaltist je vanuit zijn verheven positie
misnoegend aan.

Orthodoxie & zelfverrijking

Orthodoxe kerk, oud ontmoet nieuwWat wij in onze moderne tijden
in niet-orthodoxe culturen tegenkomen
is een anti-icoon van de Kerk.
We worden aangemoedigd om geïsoleerd op te trekken,
onafhankelijk en autonoom, zelfs in de kerken wordt
verdeeldheid nagestreefd, ik ben van Paulus, ik ben van Petrus;
Ik ben protestant, ik vrijgemaakt, ik Grieks-, Roemeen-, Bulgaars-,
Russisch-, geünieerd- en ga zo maar door.
Uitreiking van de Heilige Communie met broodDe vroeg- christelijke leer van de apostelen
biedt nu eenmaal ontberingen in het gaan
van heerlijkheid tot heerlijkheid.
Groeien wij, ons aan de Waarheid houdende,
in liefde in elk opzicht naar Hem toe,
Die het hoofd is, Christus“.
Eph.4: 15

Meestal wonen we ver van de kerk.
Elke kerk diensten die we kunnen bijwonen wordt beperkt tot het weekend,
sommigen van ons zelfs slechts één dienst in de maand en
gaan vervolgens boodschappen doen in het plaatselijk winkelcentrum.
De centrale focus van ons leven in de Kerk
is zo ver weg dat we de [symbolische] klokken niet kunnen horen,
we laten ons wel verrassen door andere onheilspellende geluidsbronnen.
Hoe kunnen we in deze spanning, groeien van heerlijkheid tot heerlijkheid?
Het klinkt nog erger dan een soap, als iets extra’s of als verfraaiing van iets ongrijpbaars.
Maar ik ben tot het inzicht gekomen dat dit niet zo is,
dat echter de vitale, leven-schenkende voedingsstoffen ontbreken.
De diensten en gebeden zijn universeel voor elke traditie en elk land, Orthodox of niet,
en bezitten een lange weg die christenen dienen te gaan om tot heerlijkheid te komen.

Maar wat gebeurd er wanneer de taal van de dienst onbegrijpelijk is voor de christen?
In Rusland en Griekenland en al die andere landen, is de taal van de diensten
voor het overgrote deel onbegrijpelijk;
voor de gelovigen [in de Russische, Griekse en Noord-Afrikaanse dorpen, spreekt niemand een vreemde taal en komt het zelden voor dat ze de Slavische, Oud Griekse of Arabische teksten begrijpen, dus hoe is het dan mogelijk dat zij als christenen toch groeien van heerlijkheid tot heerlijkheid?
Omdat hun cultuur nu eenmaal doordrongen is van de Orthodoxie.
De moeders zegenen daar hun dagelijks voedsel en vervolgens hun kinderen met
het teken van het levenschenkende Kruis,
de heiligen worden aangeroepen bij elke vreugde, elke smart en elke geestelijke strijd
– of het nu is om geduld te verkrijgen of in eenzaamheid te worden opgevangen . . . . .

Orthodoxe fresco's in moderne stijlIn onze moderne tijden, zijn we meer en meer in staat
om de diensten in onze eigen taal horen, maar
dit zorgt nog niet dat ons leven
en daarom ons hart niet behoeft te worden geraakt:
– we bezitten de intellectuele kennis van het geloof,
alleen maar om de volgende stap te kunnen nemen
– die van het hart, die de details verrijken en
het leven invulling geven en het rijker maakt.

fresco Golgatha Orthodoxe gemeenschap ChambësyChristenen bidden om datgene
wat de Vader heeft gewild in zijn Zoon en dat dit
over de gehele aarde zoals in de hemel zal worden gedaan.
Om dit te kunnen vragen
dient God  eveneens te worden gevraagd
om onze wil dusdanig te vormen dat we in staat zijn                                                                        te verlangen dat Gods wil zal geschieden.
Onze wil bestaat voornamelijk uit datgene wat de wereld voor ogen staat en
zoals we om ons heen zien wordt Jezus nog steeds aan het kruis genageld.
Maar God bleek in staat onze eigenzinnigheid teniet te doen, waardoor
het voor ons mogelijk wordt om via Gods Zoon te smeken dat
Gods wil op aarde zal geschieden.
Diensten in de plaatselijke omgangstaal zullen wel de garantie geven, dat de in onze westelijke cultuur opgroeiende kinderen nog enig houvast krijgen aangeboden om te begrijpen waar ze mee bezig zijn;
het geeft een wat vreemde ervaring wanneer ik volwassen in het westen opgegroeide generaties tegenkom, die werkelijk niet weten wat er zoal in de kerk gevierd wordt.
Ja, het is traditie, maar die staat bij hen door de invloed om hen heen op uitsterven;
en zo wordt Jezus nog steeds aan het kruis genageld.
Daarom dienen we voor hen en de daarop volgende generaties tot een hernieuwde gezamenlijke aanpak te komen, in plaats van voetstoots aan te nemen wat het merendeel van de oudere landgenoten ons voorhouden

Geef ons heden ons dagelijks brood,  door James Clarke HookDaarom dienen we niet om méér te verlangen dan ons dagelijks brood, zoals ons van alles niets aan te trekken en ons ten koste van anderen te verrijken.
Alleen op basis van het werk van Christus is het voor ons mogelijk om niet meer dan ons dagelijks brood te vragen.
Net zoals God Israël dagelijks Manna [brood] heeft geleverd in de woestijn, zullen volgelingen van Jezus alles verkrijgen wat ze nodig hebben en daarmee te leren dag in dag uit van elkaar afhankelijk te zijn.
Zonder de gemeenschap die Jezus in het leven heeft geroepen,
zijn we geneigd om te hamsteren, niet alleen middelen, maar ook [spaar]geld,
in een vergeefse poging om een veilig bestaan te verzekeren.
Natuurlijk zijn onze inspanningen in het leven niet zonder risico’s
en levert het resultaat van ons zwoegen alleen rechtvaardigheid op.
maar het maakt ook ons ​​eigen leven angstig,
bang dat we nooit genoeg zullen hebben.
Verzamelt u geen schatten op aarde, waar
de mot en roest ze ontoonbaar maakt en waar dieven inbreken en stelen;
maar verzamelt u schatten in de hemel, waar
noch mot noch roest ze ontoonbaar maakt en
waar geen dieven zullen komen inbreken of stelen“.
Matth.6: 19-21

geef ruimte om te groeien in ChristusIn waarheid, kunnen we nooit genoeg hebben wanneer we
het brood, dat de duivel Jezus heeft aangeboden, verlangen.
Maar Jezus is de Blijde Boodschap voor de armen:
Jezus antwoordde en zei tot hen:
Gaat heen en boodschapt Johannes wat gij hoort en ziet:
blinden worden ziende,
lammen wandelen,                                                                                                                                  melaatsen worden gereinigd,                                                                                                                doven horen,                                                                                                                                              doden worden opgewekt en                                                                                                                  armen ontvangen het Evangelie“.                                                                                                        Matth.11: 4-5
want Christus heeft als God een menselijk leven geleid
opdat de mensen God niet meer zullen vragen dan
hun dagelijks brood;
Zalig zijn zij die aan Hem
geen aanstoot nemen“.
Matth.11: 6

Juni 5e – de heilige Bonifatius van Dokkum, apostelgelijke

Heilige Bonifatius, vermoord in Dokkum [672-754]Heilige Heilige Bonifatius [Lat: Bonifatius ca 675 – 5 juni 754] werd geboren als Wynfrith in het koninkrijk van Wessex in Angelsaksisch Engeland.
Hij was een benedictijner monnik en in de 8e eeuw
de leidinggevende persoon met een Angelsaksische missie naar
de Germaanse delen van het Frankische Rijk werd uitgezonden.
Hij vestigde het eerste georganiseerde christendom in
vele delen van het toenmalige Germania.
Hij is de patroonheilige van Duitsland, de eerste aartsbisschop van Mainz en
wordt wel “de apostel van de Duitsers” genoemd.
Hij werd in 754 te Dokkum, friesland [Nl] gedood samen met 52 anderen.
Zijn stoffelijke resten werden naar Fulda overgebracht, waar ze tot op de dag van vandaag rusten in een sarcofaag welke een bedevaartsoord is geworden.
Zowel het leven als de dood van Bonifatius en zijn inzet werd alom bekend, want
er is een schat aan materiaal over hem beschikbaar, vooral
de bijna eigentijdse Vita Bonifatii auctore Willibaldi, juridische documenten, wat preken en vooral zijn correspondentie.

De heilige Bonifatius is bekend geworden als:
– De apostel van de Duitsland, doe als eerste in Europa zorg droeg voor de vormgeving van de Frankische kerk en was de contactpersoon van de alliantie tussen
de toenmalige pauselijke curie en de Karolingische familie.
– Door zijn inzet organiseerde en reguleerde hij de kerk van de Franken en gaf vorm aan het westerse christendom en veel van de bisdommen die hij voorstelde bestaan vandaag nog steeds.
– Na zijn martelaarschap in Dokkum, Nederland, werd hij al snel als heilige in Fulda en andere gebieden van Duitsland en in Engeland geprezen.
Zijn cultus is nog steeds bijzonder sterk vandaag.
Heilge Bonifatius wordt als missionaris herdacht;
hij wordt beschouwd als degene die Europa heeft samengehouden en hij wordt vooral door Rooms-katholieken gezien als een bijzonder ingesteld markant figuur.

Benedictijnermonnik Wynfrith vertrok in 716 vanuit Engeland naar het continent.
Hij reisde naar Utrecht, waar Willibrord, “apostel van Nederland” sinds de 690 voorwerk had gedaan. Hij bracht een jaar door met Willibrord en bracht de Blijde Boodschap rond op het platteland, maar hun inspanningen werden teniet gedaan door de oorlog tussen Karel Martel en Radboud, koning van de Friezen.
Willibrord vluchtten naar de abdij die hij in Echternach [Lux] had gesticht, terwijl
Wynfrith terugging naar Nhutscelle [het huidige Nursling, nabij Southampton].

Bonifatius verlaat EngelandNadat Wynfrith het volgende jaar al naar
het continent terugkeerde ging hij meteen naar Rome,
waar paus Gregorius II hem onder de naam “Bonifatius” tot bisschop van het toenmalige Germania benoemde.
De naam Bonifatius was indertijd bekend door de legendarische, 4e-eeuwse martelaar Bonifatius van Tarsus.
Hij werd tot missionaris bisschop voor Germania benoemd                                                          – als bisschop zonder een bisdom voor een gebied waarbij elke                                                    kerkelijke organisatie ontbrak.
Hij zou daarop nooit meer naar Engeland terugkeren, hoewel hij zijn hele leven correspondentie bleef onderhouden met zijn landgenoten.

Bonifatius afbeelding in de Rk-kerk van de wijk Tooting [Londen, GB]Overeenkomstig de levensbeschrijving velde Bonifatius de eik van Donar [de germaanse godheid, een soort Jupiter], in de buurt van de huidige stad van Fritzlar in het noorden van Hessen.
Volgens zijn vroege biograaf Willibald, begon Bonifatius de eik om te hakken, toen er plotseling, als bij wonder, een grote windvlaag de oude eik omver waaide.
Toen de god hem niet strafte door hem te doden waren de omstanders zo verbaasd dat zij zich tot het christendom bekeerd.
Op die plaats bouwde hij een houten kapel toegewijd aan de apostel Petrus;
deze kapel vormde het begin van het latere klooster in Fritzlar.
Deze beschrijving van de vita van Bonifatius is gestileerd om hem af te schilderen als
een unieke persoonlijkheid die alleen handelt om het heidendom uit te roeien.
Bovengenoemde actie van het vellen van de eikenboom was een waarschijnlijk goed voorbereide  publiciteitsstunt met een maximaal effect. Bonifatius had overigens weinig reden om voor zijn persoonlijke veiligheid te vrezen, want de Frankische versterkte nederzetting Büraburg was immers vlakbij om ruggensteun te bieden.
Na Bonifatius’s derde reis naar Rome, vestigde Karel Martel vier bisdommen in Beieren en
gaf ze aan Bonifatius als metropoliet over geheel Duitsland ten oosten van de Rijn.
In 745 werd hij Mainz officieel tot Metropoliet aangesteld
Sturm, één van zijn leerlingen, stichtte in datzelfde jaar de abdij van Fulda, niet ver van Bonifatius’s eerdere missionaire voorpost in Fritzlar.
Hoewel Sturm als abt, Fulda opbouwde, was Bonifatius zeer betrokken bij de stichting.
De eerste subsidie voor de abdij werd ondertekend door Carloman, de zoon van Karel Martel en
een grote steun in de hervormingsinspanningen Bonifatius in de Frankische kerk.
De heilige zelf had zonder de bescherming van Karel Martel de kerkopbouw niet kunnen beheren, zijn geestelijken niet kunnen verdedigen, laat staan afgoderij kunnen voorkomen, hetgeen hij ook zelf zo heeft beschreven.

Tevens is opgetekend dat Bonifatius nooit zijn hoop heeft opgegeven de Friezen te bekeren; zo ging hij met een gevolg in 754 op weg van Friesland in het huidige Nederland.
Hij doopte een groot aantal heidenen en riep een grote vergadering bijeen om hier bekendheid aan te geven op een plaats niet ver van Dokkum, tussen Franeker en Groningen.
In plaats van zijn bekeerlingen verscheen daar echter een groep gewapende heidenen die de bejaarde aartsbisschop om het leven brachten.
De vitae vermelden dat Bonifatius zijn [gewapende] volgelingen
overtuigde hun wapens neer te leggen.
Zo staat beschreven dat hij uitriep:
Stop met vechten, leg de wapens neer, want
wordt ons via de Blijde Boodschap niet duidelijk gemaakt:
Laat u niet overwinnen door het kwaad, maar
overwin het kwaad door goed te doen
“.
Rom.13: 21
Onmiddellijk na zijn dood begon vanuit Fulda de verering van Bonifatius;
zijn graf werd ongeveer tien jaar na zijn begrafenis voorzien van een praalgraf en
dit graf en de relikwieën werd het middelpunt van de abdij en van de cultus rondom deze heilige.
Bonifatiuscrypte te FuldaDe monniken van Fulda en de daarop
nieuw verkozen abten begroeten hem in gebed bij dit graf en
elke maandag wordt de heilige in gezamenlijk gebed herdacht, terwijl de monniken zichzelf ter aarde werpen en
Psalm 50 reciteren.
Na de abdijkerk werd op die plaats de Ratgar-basiliek [in 791 ingezegend]) herbouwd,                                                                                                                          de overblijfselen van Bonifatius werden naar een nieuw graf                                                        overgebracht, omdat de kerk werd vergroot.
Zijn graf welke oorspronkelijk in het westen lag, werd in 819 in het midden geplaatst
naar de nieuwe apsis.
Vanaf dat ogenblik werd Bonifatius, als patroon van de abdij, beschouwd, zowel
als geestelijk bemiddelaar bij God voor de monniken en degenen die hem aldaar vereren.
Hij werd de juridische eigenaar van de abdij en al haar bezittingen;
al de donaties aan de abdij worden daarom in zijn naam gedaan.
Hij wordt in de heiligenkalender geëerd op de datum van zijn martelaarschap, 5 juni.
Zijn stoffelijk overschot werd uiteindelijk begraven in de abdijkerk van Fulda,
na enige tijd in Utrecht gerust te hebben en
zijn uiteindelijk overgebracht naar de absis onder het hoogaltaar van Fulda kathedraal,
voorheen de abdijkerk.

Orthodoxie & standvastig blijven

Geestelijke groeiEen boom herken je aan zijn bladeren en
de vruchten, die hij voortbrengt.
Een goede boom brengt goede vruchten voort,
laat zijn schoonheid zien in 
datgene wat hij voortbrengt,
blinkt daarin uit en 
is welwillend dit met anderen te delen“.
Gregory Palamas [Γρηγόριος Παλαμάς 1296–1359]

Dit is ontleend aan de woorden van de Apostelen dat
onze lichamen tempels van de Heilige Geest” zijn
1Cor.6: 19 en dat we
deel hebben aan de goddelijke natuur“.
2Petr.1: 4

Mozes, die zijn armen opheft gedurende het gevechtVolharden en aanschouwen zijn twee zeer kleine, maar
zeer belangrijke woorden in onze christelijke woordenschat:
volharden alsof je ziet“.
Wij zijn geroepen om te leven door Geloof, niet
door overal grip op te hebben, maar om echt te leven door het Geloof dat we dienen te leven als ware het
door de ogen aanschouwd.
Mozes geeft ons een voorbeeld:
Door het geloof heeft Mozes, volwassen geworden,
geweigerd door te gaan voor een zoon van Farao’s dochter,
maar hij heeft liever met het volk Gods kwaad verdragen,
dan tijdelijk van de zonde te genieten en
hij heeft de smaad van Christus groter rijkdom geacht dan
de schatten van Egypte, want hij hield de blik gericht op de vergelding.
Door het geloof heeft hij Egypte verlaten, zonder de toorn van de koning te duchten.
Want hij bleef standvastig, als ziende de Onzienlijke
“.
Hebr.11: 27
Volwassen geworden in het Geloof betekent dus volharden alsof je ziet
en dat je dus dankzij je Geloof je leven kunt voortzetten,
wat er ook gebeurd, al stort je hele wereld in.

God vraagt ​​God hiermee heel veel van ons, maar
blijkbaar is het de enige manier om onze liefde tot Hem te bewijzen en
waardig gevonden te worden deel te nemen aan Zijn Hemelse Koninkrijk.
Petrus deelt ons daarom mee:
Hem heb je lief al heb je Hem niet gezien;
in Hem geloof je, ofschoon je Hem thans nog niet ziet en
je bent vervuld met onzegbare vreugde, omdat
je het doel bereikt van dat Geloof:
de zaligheid van je ziel
“.
1Petr.1: 8,9
De Griekse tekst zou ook vertaald kunnen worden als de omschrijving:
Zonder Hem gezien te hebben, heb je Hem lief, al
heb je Hem nu niet gezien, je gelooft in Hem
“.

Dit is de essentie van de beroemde uitspraak van het Pascha:
Leef het komende jaar door alles wat de Heilige Schrift en de kerk leren geheel te geloven en
breng het onafgebroken, ijverig in de praktijk en ik durf je te verzekeren dat je
aan het eind van het jaar in feite echt zult geloven en
vrij, liefdevol en ongebonden zult voelen
het ook daarna in praktijk te brengen.

Het bouwen van een waterputEen groot deel van ons geestelijk leven wordt,
of we willen of niet, geleefd op die “alsof” basis.
Men heeft veel verdriet om wat er om ons heen gebeurd, maar
we doet alsof we vrolijk zijn omwille van het koninklijk bruiloftsmaal, gaan we het grote feest niet te bederven:
– we zien niets, wij begrijpen niets [volledig],
– we hebben een groot aantal onbeantwoorde vragen,
– we voeren voortdurend strijd met de dingen die we echt zouden willen
– we zouden op de een of andere manier anders willen zijn.
overlevenMaar wij geloven en vertrouwen op God, dus
we leven alsof we de antwoorden al in onze zak hebben hetgeen betekent dat we leven zoals de Blijde Boodschap ons leidt,
zonder ons te verontschuldigen, zonder uitstel of
het bedenken van een redelijke verklaring voor
gedrag dat uit ons onbewuste voortkomt.
Dit is niet gemakkelijk, maar
dit is onlosmakelijk aan een leven in Geloof verbonden.

Kijk nog eens naar Mozes, en de context waarin het werd gezegd
dat hij volhardde alsof hi het voor ogen zag.
Door het Geloof heeft Mozes, volwassen geworden,
geweigerd door te gaan voor een zoon van Farao’s dochter en
hij wilde liever met Gods volk kwaad verdragen dan voordeel te trekken uit de zonde;
hij stelde de versmading met Christus boven de schatten van Egypte, want
hij hield het oog gevestigd op de vergelding die zijn loon zou zijn.
Door het geloof heeft hij Egypte verlaten zonder te toorn van de koning te vrezen, want
hij bleef standvastig alsof hij de Onzienlijke met eigen ogen had gezien
“.
Hebr.11: 25-27

VolhardenVolhardend alsof je het ziet is ongelooflijk hard werken, maar
de voordelen zullen eeuwig zijn.
We zullen bepaalde ideeën, meningen, activiteiten, genoegens en wereldse gedrag in het belang van het leven door het geloof dienen op te offeren aan de Onzienlijke God-mens, Die
het eeuwige leven heeft beloofd aan hen die

in Hem geloven en Zijn Wil doen.
Immers het Geloof is
werkelijk geloven en “dingen die men niet ziet” met hart en ziel omhelzen.
Geloof nu is de zekerheid van waar men op hoopt en
de overtuiging van wat men niet ziet;
juist daarvoor hebben onze Voorouders een goed getuigenis gekregen.
Want door het Geloof erkennen we dat
de wereld door Gods Woord tot stand is gebracht en dat
de zichtbare dingen niet alleen maar uit het waarneembare zijn ontstaan
“.
Hebr.11: 1-3
Ga heen in vredeHeeft de heenzending plaats gevonden met:
Gaat nu heen in Vrede . . . . .“,
dan gaan we als in een lichtprocessie onze eigen weg
met de zegen van onze Heer.
Laat het je dan niet overkomen dat Gods Mysteriën
een zo diepgaande verklaring vragen dat het
een obstakel voor jou zou kunnen opwerpen.
Leef voort, volhard in het Geloof,
alsof je het dagelijks onafgebroken
voor ogen ziet!
Breng daarbij dank aan God in je hart,
want daar vindt de muziek van het leven plaats en
de uiting daarvan straalt af op je omgeving . . .

Juni, 3e – Hieromartelaar Lucillianos, bisschop van Beauvais [in het Franse departement Oise (regio Picardië)], de Presbyter Maximian, de Deacon Julian en de heiligen Marcellinus en Saturninus [ca. 81-96]

 

Hieromartyr LucillianosDe Hieromartyr Lucillianos was afkomstig van Rome en
zijn heidense naam was Lucius.
Hij werd tot Christus bekeerd door
de apostel Petrus en werd door hem gedoopt.
Na de dood de apostel Petrus,
predikte de heilige Lucillianos de Blijde Boodschap in Italië.

In dezelfde periode kwam de heilige Dionysius de Areopagiet [3 okt,], een leerling van de apostel Paulus, in Rome aan.
Op verzoek van de heilige Clement, paus van Rome [25 nov.], stemde hij ermee in de Blijde Boodschap meer naar het Westen te gaan prediken en om deze taak te vervullen verzamelde hij hiertoe metgezellen en helpers.

De heilige Clement wijdde Lucillianos daarop tot bisschop en stuurde hem op weg met
de heiligen Dionysius, Marcellinus en Saturninus; daarnaast ook de Priester Maximian en diakon Julian.
De heilige predikers zeilden vanuit Italië naar Gallië in het huidige Frankrijk.
De heilige Marcellinus en degenen die hem vergezelden haakten onderweg in Spanje af.
De heilige Saturninus ging naar Gallië en
de heilige Dionysius en zijn gezellen gingen naar de omgeving rond Parijs.
De heilige Lucillianos zette met Maximian en Julian zijn reis richting België voort.
De prediking van de heilige Lucillianos was in deze streken zeer succesvol en
vanaf die tijd tot op de dag van vandaag zijn daar de vruchten nog zichtbaar.
Door de kracht van zijn woorden en een voorbeeldig leven
bekeerde hij een groot aantal heidenen tot het christendom.
De heilige Lucillianos was een streng ascetisch en
at per dag alleen een stuk brood en gebruikte wat water.
Tegen het bekeerlingen was hij vriendelijk, altijd vrolijk en zichtbaar opgewekt.
Binnen de kortst mogelijke tijd waren bijna alle woonplaatsen rond Beauvais
tot Christus bekeerd.
Later zette de heilige Quinten [Oct.31e, † 287], die vanuit Amiens [in het Franse departement Oise (regio Picardië)] werkte in deze streken zijn werk voort.

Tijdens Lucillianos’s periode, begon de Romeinse keizer Dometian [81-96] met een tweede vervolging
van de christenen [na die van Nero, 54-68] en schreef een edict voor waarin hij voorschreef dat iedereen die weigerde te offeren aan de heidense goden gemarteld en geexecuteerd diende te worden.
Voor de uitvoering van dit edict werden drie beambten naar België gezonden.
De Heer openbaarde de heilige Lucillianos deze beproeving tegenover hem.

Bisschop Lucillianos verzamelde zijn kudde bij elkaar, drong er bij hen op aan de bedreigingen, martelingen of de dood niet te vrezen.
Na hen hierin bevestigd te hebben sprak hij de dank uit aan God voor
de hem verleende mogelijkheid toe te mogen treden tot het Koninkrijk in het gezelschap
van vele heilige martelaren.
Na dit gebed trokken de heilige Lucillianos en zijn priester Maximian en diacon Julian
naar de top van een heuvel waar hij bij zijn mensen bleef die bij hem kwamen om
cathechese-lessen te ontvangen.
Hier kwamen de soldaten van de keizer op af en leidden de heiligen weg ten einde hen te laten  berechten.

De heilige priester Maximian en diacon Julian werden aangezet om Christus te verzaken en pffers te brengen aan de afgoden,maar beiden weigerden dit en onmiddellijk werden onthoofd.

Toen begon de rechter de heilige bisschop Lucillianos te ondervragen en beschuldigde hem van tovenarij en ongehoorzaamheid aan de keizer en de Senaat.
De heilige antwoordde dat hij geen tovenaar was, maar een dienaar van de ware God, de Heer Jezus Christus en hij weigerde eveneens om offers aan door mensenhanden gemaakte afgoden te brengen.
De heilige werd aan hevige zweepslagen blootgesteld, waarbij hij onophoudelijk herhaalde:
Nooit zal ik ophouden om Christus, de Zoon van God, in mijn hart en mijn lippen te loven“.
Daarna werd de heilige martelaar met het zwaard onthoofd.
Een hemelse licht straalde over zijn gehele lichaam en de stem van de Verlosser was te horen,
die de dappere lijder in het hemels koninkrijk binnenliet en hem de kroon van het martelaarschap
liet ontvangen.
Door de kracht van God stond de heilige op, pakte zijn afgehakte hoofd op en stak de rivier over.
Bij het bereiken van de plaats van het graf wat hij zelf had uitgekozen, ging hij op de grond liggen,
legde zijn hoofd naast zich neer en overleed in vrede.
Vanwege dit grote wonder werden ongeveer 500 heidenen tot Christus bekeerd.
Later werd er een kerk gebouwd over bisschop Lucillianos’s graf, waarin
eveneens de relikwieën van de martelaren Maximian en Julian werden ondergebracht.

Orthodoxie & Martelaarschap

Laatste AvondmaalGod is Liefde
1John.4: 8
Wat een prachtige en navolgbare waarheid.
We zouden niet geweten hebben dat God liefde is, wanneer
Hij ons niet Zijn Zoon gegeven had.
Dit is hoe God Zijn liefde onder ons toonde:
Hij zond zijn enige Zoon in de wereld                                                                                                  opdat wij zouden leven door Hem.
Dit is liefde: niet dat wij God hebben liefgehad, maar
dat Hij ons heeft liefgehad en Zijn Zoon heeft gezonden als
zoenoffer voor onze zonden“.
John.4: 9-10
Deze liefde verklaart Zijn “kommernis, zorgzaamheid”,
dat is duidelijk zichtbaar in de schepping.
Alleen oneindige Liefde kan deze zorg openbaren;
alleen de liefde kan datgene wat Hij ons geeft uitleggen,
het waarborgen van de integriteit van de schepping

In het zenden van Zijn Zoon Jezus Christus
wordt die Liefde geopenbaard er is niets anders maar hoe
oneindig veel meer dan Hij al had aangetoond met de schepping van alle dingen.
De aanvaarding van de zending van Zijn Zoon Jezus Christus, onze Heer
is de uitvoering ervan in gehoorzaamheid tot aan het onbaatzuchtig einde toe
Het kan niets anders betekenen dan de Openbaring van de oergrond van
de absolute Liefde van de Vader voor Zijn schepselen.

GE DIGITAL CAMERADit betekent echter niet dat we in staat zijn gesteld om
de diepte van deze Goddelijke Liefde
te doorgronden vanuit de schepping.
De zelfopoffering van de Zoon in opdracht van de Vader
zit regelrecht verbonden in het weefsel van de schepping.
Het was zo gezegd in de schepping meegenomen, dat
God de wereld zou dienen te verlossen, vrij te maken.
In het licht van Gods voorkennis van wat er met Zijn Schepping, die
op zichzelf heel goed was, komen zou, kan
de wereld niet zijn geformeerd
zonder rekening te houden met de zending van ‘Zijn geliefde Zoon’. . . . .
De bereidheid om Jezus’ zending te aanvaarden
kan niet door Hem zijn uitgelokt door overreding,
als het ware dient eerder in Hem a priori, spontaan
de bereidheid aanwezig zijn geweest
‘vóór de grondlegging van de wereld’.
dit wordt verklaard in:
En allen, die op de aarde wonen, zullen het [beest] aanbidden,
ieder, wiens naam niet geschreven is in het boek des levens van het Lam,
dat geslacht is sedert de grondlegging der wereld
“.
Openb.3: 8
Vervolgens zien we in Jezus de liefde van de Wijngaardenier,
die ‘had een vertegenwoordiger stuurde, een Zoon, die Hij liefhad.
Marc.12: 1-12
Zijn Vader neemt  door Hem te zenden het risico . . . . . om
de moordenaars die Zijn voorgaande boodschappers al hadden vermoord . . . . .
Door zelfs Zijn Zoon ‘niet te sparen’
Hoe zal Hij, die zelfs zijn eigen Zoon niet heeft gespaard, maar
voor ons allen overgegeven heeft, ons met Hem
ook niet alle dingen schenken

Rom 8: 32
Cross', ICXC NIKAdoor Hem onder ons te laten wonen,
door Hem geeft Hij Zichzelf eigenlijk over aan onze ‘goodwill’ . . . .
– omdat Hij voorziet wat wij Hem zullen aandoen –
in de Goddelijke Boodschapper manifesteert Zich een verandering die,
zowel Zijn Verhevenheid als Nederigheid laat zien.
Dit zou dienen te worden uitgedrukt in                                                                                              de rust en de overgave van Zijn volgelingen.
Jezus openbaart deze aardse kant van de zending van het Heil,
Hij manifesteert “rust en overgave” die
overeenkomt met de zorgzaamheid van de Vader, de verzorger van de Wijngaard.
Wat hier op het spel staat is jouw redding
een totale redding die het gehele bestaan ​​en de ganse wereld omarmt,
of haar verbeurdverklaring . . . . .
En in deze zorg, deze zorgzaamheid, leidt Hij ons uiteindelijk,
waarbij in de heuvel Golgotha genaamd, aan alle wezens
de betekenis van Zijn Liefde wordt getoond.

the stub used to behead the Batak’s [Bulgaria] Martyrs bestialityTot behoud van deze erfenis en
het verrijken van onze toekomst
worden wij allen in Christus geroepen
tot ditzelfde martelaarschap,
de een in hoge mate de ander globaal.
Daarmee worden wij geroepen
een eerbetoon aan God te brengen,
met Christus mee ons eigen kruis te dragen en
getuigenis af te leggen van onze geloofsovertuiging.
'knowing yoyrself . . .' - yeat's visionZalig zijn zij die God, door een bijzondere Genade,
de mogelijk geeft om hun trouw aan Hem
te verzegelen door hun bloed!
Groot is de eer en het geluk voor een
arm sterfelijke mens die eveneens een arme zondaar is,
zijn gemiddelde, ellendig leven voor Hem beschikbaar te stellen,
aan Hem, Die uit oneindige Liefde voor ons,                                                                                      Zijn meest kostbare Zoon heeft gegeven!
Martelaren zijn slachtoffers die van de Goddelijke Liefde en Glorie getuigen.
Ze leggen getuigenis af, zoals het woord in het oorspronkelijke Grieks betekent,
een getuigenis van de oneindige Macht en de Goedheid van God, waarin
ze hun hele vertrouwen hebben gesteld en de Waarheid verkondigen van
Zijn heilig openbaar gemaakt Geloof, hetgeen zij met hun bloed bevestigen.
Geen getuigenis kan meer authentiek zijn, God meer verheerlijken, een steun in de rug zijn voor de gelovigen of de ongelovigen meer overtuigen.
Tot op de dag van vandaag wordt door de bestendigheid van onze Martelaren
onze heilige geloofsovertuiging bevestigd.
God zal hen verheugd opwachten vanwege hun keuze tot het middel waarmee Hij Zelf ook dit grote werk heeft volbracht.
Zijn wij Gods getuigen en komen wij op voor Zijn Woord, dan blijkt dat
op zijn minst door een leven van zelfverloochening, zachtmoedigheid en heiligheid.
Blijkt het niet eerder dat wij door een tegenovergesteld gedrag Zijn heilig Lichaam, de Kerk bevuilen, waarvan het een eer zou zijn en een belediging Zijn aanbiddelijke Naam
bloot te stellen aan de godslasteringen als de ongelovigen.

Orthodoxie & navolging van Christus

Christus, de schepper van alle dingen,
is neergedaald als de regen,
Hij laat Zich kennen als een bron en
verspreidt zich als een rivier“.
Hos.6: 3; John.4: 14; 7: 38

Jij hebt je met Christus bekleed en bent Zijn volgeling geworden.
Geen enkel schepsel, zichtbaar of onzichtbaar,
zou je mogen belemmeren om
Christus na te volgen . . . . .
Wat zouden de aantrekkelijkheden van deze wereld en
de koninkrijken der aarde voor jou
nog dienen te betekenen.
Het is immers mooier met Christus te sterven dan
de gehele wereld te beheersen.
Hem zoek je, Hij die voor ons gestorven is;
naar Hem verlang je, Hij die voor ons verrezen [opgestaan] is.

De bloemendrager -door Diego Rivera 1935Je [weder-]geboorte komt naderbij . . . . .
Laat je door het onvermengde Licht omhelzen;
pas wanneer je daarin slaagt ben je volwaardig mens geworden;
wanneer je het lijden aanvaardt van God . . . . .,
wanneer je aardse verlangens kruisigt en
in Hem geloof in materie terzijde legt,
zal levend water in je binnenste vloeien [John.7: 38].
Dan kan je het onvergankelijk voedsel of
de zoetheid van dit leven weer proeven.
Je hongert naar het brood van God,
het lichaam van Jezus Christus, zoon van David, en
als drank wil je Zijn bloed
welke de onvergankelijke liefde is.

Een mens is een mengsel van ziel en vlees,
vlees dat gevormd is naar de gelijkenis van God en
vormgegeven door Zijn twee Handen,
de Zoon en de Geest.
Adam kreeg bij de schepping het vermogen om God als in een spiegel te zien
en werd daardoor gegrondvest in de waardigheid van de engelen.
Hij zag alles wat goed was, niet met zijn lichamelijke ogen,
maar met die van de intelligentie;
hij zag het Gelaat van zijn Schepper
Hij aanschouwde Zijn heerlijkheid
en onderhield zich elk moment met Hem.
Toen hij Gods Gebod overschreed en van de boom proefde,
is hij door zijn blindheid gevallen en
in de duisternis van de dood verzeild geraakt.

Hoe zul je op een dag vergoddelijkt worden wanneer je nog geen mens geworden bent?
Hoe kun je volmaakt zijn, terwijl je nog maar amper geschapen bent?
Hoe zul je onsterfelijk zijn, terwijl je gehoor gegeven hebt aan de Schepper in je sterfelijke natuur? Aangezien je het werk van God bent, dien je geduldig de Hand van jouw Pottenbakker af te wachten, Die alle dingen op de juiste tijd doet.
Toon Hem een soepel en volgzaam hart en bewaak de vorm die Hij je gegeven heeft,
door in je het water te dragen dat van Hem komt en
zonder welke je, door je te verharden,
de beeltenis van Zijn vingers, zou verspelen.
Door je door Hem de kans te geven je te vormen, zul je tot aan de volmaaktheid opstijgen;
Zijn Hand heeft jouw immers geschapen.
Maar wanneer je door hard te worden, Zijn kunstwerk afwijst en
je ontevreden toont met hetgeen waarmee Hij je tot mens heeft gemaakt, dan
zul je door je ondankbaarheid, niet alleen Zijn kunstwerk, maar
het leven zelf wegwerpen.
De goedheid van God heeft je immers gevormd en is eigen aan jouw menselijke natuur.
Ethiopisch Orthodoxe afbeelding  Jesus wast de voeten van Zijn volgelingenWanneer je je door jouw geloof aan Hem overgeeft en
je aan Hem onderwerpt,
zul je de Genade van Zijn beeld en
Zijn gelijkenis terug ontvangen en
zul je Zijn volmaakte werk zijn.
Bekijk alles eens wat voor ons is gemaakt:
wat een heerlijkheid ons wordt geboden,
– wat voor overeenkomst, als we naar de heilsgeschiedenis kijken, ons
door de Heer wordt aangeboden vanaf de vaderen en de profeten;
wat voor belofte en tegemoetkoming , wat voor Barmhartigheid er
vanaf den beginne door de Schepper wordt geschonken!
Uiteindelijk heeft Hij in Zijn onuitsprekelijke Welwillendheid jegens ons getoond,
door Zelf onder ons komen te wonen en door aan het Kruis te sterven teneinde ons tot ommekeer en te bewegen en ons daardoor te begeleiden tot het Leven.
En wij laten onze eigenzinnigheid niet los, onze voorliefde voor deze wereld,
onze neiging tot het kwaad en onze rigide [starre] gewoontes, daardoor
lijken we op kleingelovige mensen of keren onszelf geheel van God af.

Ethiopisch Orthodoxe afbeelding  - ThomaszondagEn valt het je dan op hoe God, ondanks dat alles,
Zijn flexibele karaktertrek laat zien.
Hij beschermt ons en verzorgt ons onzichtbaar;
ondanks onze tekortkomingen levert Hij ons niet definitief over aan het verval en aan de illusies van deze wereld;
met groot geduld verhindert Hij dat wij ten onder gaan en
bespeurt Hij als een Vader reeds het moment waarop                                                                    wij als verloren kinderen naar Hem zullen keren.
Door Zijn manier van doen heeft Hij ons getoond de weg terug te vinden.
Hij sluit Zijn Kerk voor niemand; niet voor Zijn tegenstanders, de Godslasteraars,
de eeuwige vijanden van Zijn Naam.
Hij laat hen niet alleen toe tot de vergeving wanneer ze hun fouten inzien, maar
Hij beloont ze tevens met het Koninkrijk der Hemelen.
Zijn wereld staat open voor alle gelovigen die
verlangen naar het Vaderland, hetgeen
het beloofde land was in de woestijn
voor Zijn volk van Israël.

In de woestijn waarin we verblijven worden we met
God en Zijn heerschappij geconfronteerd;
het is kiezen of delen: óf
Je zult op de middag als een blinde in de duisternis rondtasten;
je zult op je wegen niet voorspoedig zijn, maar
bij voortduring slechts verdrukt en beroofd worden,
zonder dat iemand je redt.
???????????????????????????????Je zult een vrouw ondertrouwen, maar
een andere man zal haar beslapen.
Je zult een huis bouwen, maar het niet bewonen.
Je zult een wijngaard planten, maar
de vrucht daarvan niet genieten.
Je eigen rund zal voor je ogen geslacht worden, maar
je zult daarvan niet eten.
Je ezel zal in jouw bijzijn geroofd worden, en niet tot u terugkeren.
Je kleinvee zal aan je vijanden worden gegeven,
zonder dat iemand je te hulp komt.
Je zonen en dochters zullen aan een ander volk worden overgeleverd, terwijl
jij het met eigen ogen ziet, en de gehele dag naar hen smacht, zonder iets te kunnen doen.
Een volk, dat je niet kent, zal de vrucht van jouw bodem eten en
alles waarvoor jij gezwoegd hebt;
zul je bij voortduring slechts verdrukt en vertrapt zien worden.
Je zult waanzinnig worden vanwege het schouwspel, dat je ogen zullen zien.
De Heer zal je slaan met boze zweren aan de knieën en aan de dijen, waarvan
je niet kunt genezen; van uw voetzool af tot uw schedel toe.
De Heer zal jou en de koning, die je over jezelf hebt aangesteld,
naar een volk voeren dat je niet kende, jij noch je vaderen en aldaar
zult je andere goden dienen van hout en steen.
Je zult een voorwerp van ontzetting worden,
een spreekwoord en spottend beschaamd worden onder alle volken,
naar wiens land de Heer je wegvoert.
Je zult veel zaad naar je akker brengen, maar weinig inzamelen, want
de sprinkhaan zal het opvreten.
Wijngaarden zult je beplanten en bewerken, maar er geen wijn van drinken of opleggen;
want de worm zal eraan knagen.
Olijfbomen zult je bezitten over heel jouw gebied, maar je niet met olie zalven;
want de olijven zullen afvallen.
Je zult zonen en dochters verwekken, maar zij zullen jouw niet toebehoren,
want zij zullen in gevangenschap gaan.
Van al je geboomte en veldvruchten zullen de sprinkhanen zich meester maken.
Steeds meer zal de vreemdeling in je midden jou te boven gaan, terwijl jij steeds verder wegzinkt.
Hij zal u te leen geven, maar jij niet aan hem; hij zal het hoofd zijn, en jij het staartstuk.
Al deze vervloekingen zullen over je komen, je achtervolgen en je treffen, totdat je verdelgd zijt,
wanneer je niet geluisterd hebt naar de stem van de Heer, uw God en
de geboden en inzettingen die Hij jou heeft opgelegd niet hebt onderhouden;
deze geboden en inzettingen zullen onder jou tot een teken en een wonder zijn en
onder je nageslacht voor altijd.
Omdat je de Heer, jouw God, niet met vreugde en blijdschap gediend hebt vanwege al je overvloed,
Zul je de vijanden, die de Heer tegen je zal doen optrekken, dienen, onder honger en dorst,
in naaktheid en met gebrek aan alles; Hij zal een ijzeren juk om je hals leggen,
totdat Hij je verdelgd heeft
“.
Deut.28: 29-48

Óf:
“Je komt tot Hem, wanneer je vermoeid en belast bent, en Hij zal u rust geven;
je neemt Zijn juk op je en je leert van Hem, want Hij is zachtmoedig en nederig van hart en
je zult daarmee rust vinden voor je ziel; want Zijn juk is zacht en Zijn last is licht”.
Matth.11: 28-30

Wat zouden de aantrekkelijkheden van deze wereld en de koninkrijken der aarde
jou nu nog kunnen bieden of wat hebben ze in feite te betekenen.

Orthodoxie & kloosterleven

Monks lifeHet kloosterleven wordt
vanuit de christelijke grondslag onderbouwd
door een levensvisie van een door God gegeven regelgeving.
Het is een wijze waarop men
afstand kan nemen van het leven in de wereld.
Het omvat een invulling van het verlangen naar een leven om
het Hemels Koninkrijk te bereiken.
In het monastieke leven dienen bepaalde handelingen naast degenen die in de wereld zijn verboden eveneens te worden vermeden; zo behoren de verlangens van het vlees gedisciplineerd te zijn; alle moedwillige impulsen dienen te worden gecontroleerd,
alles wat niet in harmonie kan worden gebracht met het ware christelijke geloof
dient uit de weg te worden gegaan.

Vanuit het leven in eenzaamheid begon het kloosterleven onder die enkelingen,
die op zoek waren naar afzondering met als doel het ongestoord bidden tot God.
Het was een persoonlijke zelfverloochening.
Iedere asceet zocht een leven welke was afgescheiden van de samenleving.
Waar mogelijk nam hij zijn intrek ver verwijderd van menselijke woonplaatsen,
daar waar hij dichter bij God zou kunnen zijn door middel van gebed en vasten
in zijn zoektocht naar het eeuwige leven.
Monniksleven in cenobitische KloostergemeenschappenHet leven in eenzaamheid is vervolgens uitgegroeid tot
een spiritueel gemeenschapsleven
waarbij verzamelde asceten samen kwamen onder leiding van een ervaren geestelijk leider – veelal geestelijk vader genoemd – om
te worden ingewijd in de praktijk van de ware ascetisch leven.
Een periode later werden er kloosters
gebouwd om de kloostergemeenschap te huisvesten.
Ze werden geleid door een geestelijk vader of abt, die veel ervaring bezat in het monastieke en ascetische leven.
Dit type van het monastieke leven werd het cenobitisch kloosterleven genoemd.
Er werden regels opgesteld en er werden interne richtlijnen voor de kloosters uitgewerkt om het geestelijk leven van de gemeenschap onder de monniken te waarborgen en
hun relatie met de abt van het klooster te reguleren.
Deze regels legden ook de relaties vast tussen de vertegenwoordigers en assistenten van de abt, de wijze en eerbiedwaardige oudvaders die de novicen in het monastieke leven initieerden door over hen te waken en hen het leven van een monnik bij te brengen.

Open unto me the gates of repentance Life-giver; For my soul arises toward Your holy temple [cathedral of Piraeus]Ondanks het bestaan ​​van deze kloosters, bleef
het anchoritisch kloosterleven bestaan.
Asceten bleven hun verblijfplaats in grotten en in kluizen houden, veelal in de omgeving van cenobitische kloosters en
het gebeurde ook vaak dat een cenobitische monnik van de abt toestemming kreeg om anchoritisch te gaan leven.
Velen van hen brachten vervolgens de doordeweekse dagen in afzondering door, waarna zij zich op zondagochtend verzamelden in de kloosters om de Goddelijk Liturgie te vieren met hun broeders en de abt. Daarna namen zij met hen deel te nemen aan de agape-maaltijd en keerden vervolgens terug naar hun woningen.
Op hetzelfde moment werden zij tevens voorzien van hun kleding, post en levensmiddelen.

In de perioden vóór de christelijke godsdienst, was er eveneens plaats voor praktijken die op het christelijk ascetisch en monastieke leven gelijken,
zoals een leven in vasten en gebed, waarbij het lichaam door zware lichamelijke arbeid afgemat werd teneinde de lichamelijke verlangens onder controle te krijgen en moedwillige impulsen te disciplineren ten einde de verlichting van de geest tot het uiterste te bereiken.

Deze praktijken waren echter ver verwijderd van de geest van boetedoening
waarbij de christelijke monnik streeft naar een perfect leven in
overeenstemming met de Blijde Boodschap van de Heer.
Want wanneer de monnik zijn lichaam aan dergelijke ontberingen onderwerpt, dan
doet hij dat niet omwille van de te verwachten bestraffing, maar
om zijn lichaam te beheersen en daarmee ruimte te ontwikkelen voor de op God gerichte geest,
om een ​​deugdzaam leven te beoefenen en een zuiver karakter te verwerven.
Het is dan ook onjuist om de oorsprong van het christelijke monastieke leven
te zien als een ontwikkeling vanuit de perioden van vóór de christelijke godsdienst.

profeet EliaDe beoefening van ascese in het Oude Testament
daarentegen kan niet worden ontkend.
Profeet Elia uit het Oude Testament
stond model voor de kluizenaars die zich uit de wereld met
al zijn verleidingen terugtrokken en de woestijn ingingen.
We lezen hoe God Profeet Elia gebood:
Daarna kwam het woord des Heren tot hem:
Ga van hier, wend u oostwaarts en verberg u bij de beek Kerit, die
in de Jordaan uitmondt.

Gij kunt uit de beek drinken en Ik heb de raven geboden u daar van spijs te voorzien.
Daarop ging hij heen en deed naar het woord van de Heer;
hij ging verblijf houden bij de beek Kerit, die in de Jordaan uitmondt.
De raven brachten hem ‘s-morgens brood en vlees, en ‘s-avonds brood en vlees en
hij dronk uit de beek“.
1Kon.17: 2-6
H. Johannes de doperDe heilige Glorieuze Profeet, voorloper en doper Johannes leefde eveneens het leven van een asceet. Hij groeide op in de woestijn:
Johannes was gekleed met kameelhaar en met een lederen gordel om zijn lendenen en
hij at sprinkhanen en wilde honing“.
Marc.1: 6

Valaam MonasteryDe fundamentele principes van het christelijke monastieke leven
zijn gebaseerd op de navolging van het leven van Christus op aarde en op de gehoorzaamheid aan Zijn sublieme Leer.
Onze Heer en Verlosser Jezus Christus trok zich terug in de eenzaamheid van de woestijn en
vastte daar voor veertig dagen en veertig nachten.
Er wordt ons verteld:
> “Jezus van Nazareth, hoe Hij door God met de Heilige Geest en met kracht is gezalfd.
Hij is rondgegaan, weldoende en genezende allen,
die door de duivel overweldigd waren;
want God was met Hem
“.
Hand.10: 38
> Hij koos als Zoon van God in armoede te leven.
En de apostel Paulus schrijft:
Gij kent immers de Genade van onze Heer Jezus Christus, dat
Hij om uwentwil arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat
gij door zijn armoede rijk zou worden“.
2Cor.8: 9
> Op een keer kwam een ​​Schriftgeleerde bij Jezus met de woorden:
Meester, ik zal U volgen, waar Gij ook heengaat.
En Jezus zei tot hem:
De vossen hebben holen en de vogelen des hemels nesten, maar
de Zoon van de mensen heeft geen plaats om het hoofd neer te leggen en te rusten“.
Matth.8: 19-20
> Zijn discipelen haalden aalmoezen op om
zijn en hun eigen materiële behoeften te bevredigen.
Toen hij zond hen uit om de Blijde Boodschap te verkondigen, gebood hij:
Gaat en predikt en zegt:
Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.
Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen, drijft boze geesten uit.
Om niet hebt gij het ontvangen, geeft het om niet.
Voorziet u niet van goud of zilver of koper in uw gordels,
van geen reiszak voor onderweg, geen twee hemden, geen sandalen,
geen staf, want de arbeider is zijn voedsel waard
“.
Matth.10: 7-10
> Deze goddelijke opdracht vormt het fundament voor de gelofte van de vrijwillige armoede,  die de monnik aflegt.
Het celibaat [ongehuwd voortgang in het leven] heeft
zijn oorsprong in de leer van Christus:
“… Er zijn immers gesnedenen, die zo uit de moederschoot geboren zijn en
er zijn gesnedenen, die door de mensen gesneden zijn en
er zijn gesnedenen, die zichzelf gesneden hebben, ter wille van het Koninkrijk der hemelen.
Die het vatten [op zich kan nemen] kan, die vatte het“.
Matth.19:12
> De apostelen erkenden aldus de ware betekenis van kuisheid en
de voordelen die het heeft boven het huwelijk.
Over dit onderwerp schreef de apostel Paulus:
Ik wilde wel, dat gij zonder zorgen waart.
Wie niet getrouwd is, wijdt zijn zorgen aan
de zaak van de Heer, hoe hij de Heer zal behagen.
Maar hij, die getrouwd is, wijdt zijn zorgen aan aardse zaken, hoe
hij zijn vrouw zal behagen, en hij is verdeeld.
Zowel zij, die geen man meer heeft, als
de jongedochter, wijdt haar zorgen aan de zaak van de Heer, om
heilig te zijn naar lichaam en geest.
Maar zij, die getrouwd is, wijdt haar zorgen aan aardse zaken, om
haar man te behagen
1Cor.7: 32-34

Het ware leven van een monnikIn het christendom is het monastieke leven ontstaan ​​
als een noodzakelijk gevolg van het volgen van de leer van Christus.
Het doel was om de christelijke perfectie te bereiken door middel van zelf-ontkenning.

In de navolging van Christus probeert
de één om dichter bij God te komen en op Zijn pad te blijven en
wijdt iemand anders zijn gehele wezen om dit doel te bereiken.
Het Groot en Heilig Kruis wordt gedragen en de strikte gehoorzaamheid
dient te worden opgedragen aan de Goddelijke opdracht die
Hij gaf aan de man die naar Jezus kwam en vroeg
welke goede werken hij kon doen om het eeuwige leven te bereiken.
Jezus antwoordde hem, zeggende:
Indien gij volmaakt wilt zijn,
ga heen, verkoop uw bezit en geef het aan de armen en
gij zult een schat in de hemelen hebben en
kom hier, volg Mij“.
Matth.19: 21

Het monastieke leven is niets meer of minder dan
je in alle dingen te laten leiden door de woorden van Jezus Christus;
de woorden die Hij sprak tot Zijn discipelen:
Indien iemand achter Mij wil komen, die
verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij.
Want ieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen;
maar ieder, die zijn leven verloren heeft om Mijnentwil, die zal het vinden.
Want wat zou het een mens baten, als hij de gehele wereld won, maar schade leed aan zijn ziel?
Of wat zal een mens geven in ruil voor zijn leven?
Want de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid van Zijn Vaders, met Zijn engelen, en dan zal Hij een ieder vergelden naar zijn daden“.
Matth.16: 24-27
Jezus zei ook:
Voorwaar, Ik zeg u,
er is iemand, die huis of broeders of zusters of moeder of vader of kinderen of akkers
heeft prijsgegeven om Mij en om het evangelie, of hij ontvangt honderdvoudig terug:
nu, in deze tijd, huizen en broeders en zusters en moeders en kinderen en akkers,
met vervolgingen, en in de toekomende eeuw het eeuwige leven
“.
Marc.10: 29-30

Groot Schema, welke door verwoede Hesychasten, onder hun kleed wordt gedragen.De geloften die een monnik aflegt om het ware kloosterleven te gaan volgen is
de gehoorzaamheid aan een innerlijk ervaren oproep van God.
De monnik geeft gevolg aan zijn vrome doel on zijn zoektocht naar christelijke volmaaktheid
door te streven zijn wil in overeenstemming te brengen met de wil van God.
Door het inlossen van z’n menselijke onvolkomenheid bereikt hij de staat van genade,
van gerechtigheid, van heiliging en de gemeenschap met God door
te handelen in overeenstemming met de wil van God en
niet overeenkomstig zijn eigen wil; hij trekt zich terug uit de wereld.
De vrome monnik tracht dit op zich te nemen
door drie geloften waarmee hij zijn eigen vrije kenbaar maakt,
die hij in het openbaar aflegt door.
Deze geloften zijn de volgende:
1.]. absolute gehoorzaamheid aan zijn geestelijke meerdere.
2.]. vrijwillige armoede, waarmee hij aangeeft dat hij niets van de wereld als
zijn persoonlijke eigendom zal beschouwen.
3.]. het celibaat, waarmee hij zichzelf oplegt nooit te trouwen en een kuis leven te blijven leiden. Deze geloften zijn beloften die de monnik tot aan het einde van zijn leven trouwe dient te blijven.
Bovendien is dit het resultaat van zijn geloften en deze beloften zijn een verbond welke de monnik met God aangaat Die hem voor zijn hele leven hieraan verbindt en bij schending plaatst deze hem in gevaar van de eeuwige verdoemenis.
Naast deze drie geloften zijn er de christelijke plichten waarover de monnik zich openlijk uitspreekt, zoals gebed, vasten en het geven van aalmoezen.
Hij dient aalmoezen te geven van het weinige geld dat hij bespaart uit de verkoop van producten die hij heeft gemaakt om zijn brood te verdienen.
De monnik dient ‘s-nachts waken te houden, zich op een afstand te houden en zich verre te houden van loze praatjes.

Zoals hierboven reeds aangehaald, kan een persoon zich ook in de wereld gaan wijden aan het monastieke leven vanwege een alledaagse en niet de goddelijke reden,
omwille van de vergankelijke glorie.
De geestelijk vaders geven aan dat dit niet van de hand behoort te worden gewezen, omdat
een persoon met een dergelijk doel wordt verondersteld toch de Liefde van God te bereiken.
Het terugtrekken in de woestijn omvat de marteldood om aan de menselijke tirannie te ontsnappen, waarbij zij hun ascetische praktijk van het vasten, gebed en het nachtelijke waken blijven beoefenen.
Sommigen van hen zullen de perfectie van een ware christen bereiken en
zijn een goed voorbeeld voor hun omgeving.

Keizer Constantijn de Grote heeft in 313 in Milaan met een decreet bijgedragen aan de bloei van het monastieke leven in de 4e eeuw, welke tevens wordt aangeduid als de eeuw van het monastieke leven.
Door dit besluit werd het christendom, voor het eerst in de geschiedenis, erkend als
een religie die dezelfde wettelijke rechten genoot als de andere religies.
Keizer Constantijn ondernam een volgende stap om ongetrouwde mensen en
kinderloze echtparen te bevrijden van de zware belastingen die hen waren opgelegd.
Het was namelijk algemeen bekend dat veel van die mensen hun familie achterlieten en
de woestijn in vluchtten om te voorkomen dat zij gedwongen werden deze belasting te betalen.
Voorts zouden monniken niet meer worden opgeroepen voor militaire dienstplicht.
Dergelijke maatregelen moedigde duizenden jonge mannen weer aan om
het monastieke leven te zoeken, de plichten en de regels van het monastieke leven op zich te nemen en aldus een ​​eenvoudig leven te leiden in volledige afzondering van de wereld.
In hun cellen brachten veel van hen rijke geestelijke vruchten voort dankzij degenen
die hen in de geestelijk voortgang van hun leven onderwezen.
Ze distantieerden zich van al het materiële, het dagelijks leven, bereikten een grotere onafhankelijkheid aan lichamelijke behoeften en werelds-gerichte-intellectuele invloed.

De neoplatonische filosofie, die enkele ascetische kerkvaders heeft beïnvloed heeft er aan bijgedragen het monastieke leven tot bloei te brengen.
Het monastieke leven is een staat van voortdurende boetedoening.
Dat monnik kwaliteiten van liefdevolle vriendelijkheid verwerft en zich verzet tegen het kwaad is het beste bewijs van zijn vrome vastberadenheid waarmee hij zijn plaats inneemt in
het gezegende leven van een kloosterorde.
Er bestaat uiteraard een mogelijkheid dat er twijfels opkomen over de stap die
hij heeft genomen en de overweging om terug te keren naar de gewone samenleving in de maatschappij.
Maar wanneer hij zich tegen deze verleiding verzet en zich onderwerpt aan de plichten van het monastieke leven door te leven in gehoorzaamheid aan geestelijk leidsman zal hij deze uitdaging te overwinnen.
Zelfs indien zijn roeping niet van God afkomstig zou zijn,
zal zijn voortdurend gebed en de vervulling van zijn taken
het een goddelijk stempel meegeven.
De hardnekkige strijd van de monnik tegen de duivel en zijn valstrikken is constante meedogenloos;
maar de liefde van de monnik voor God is machtiger dan het leven en de dood.
In de woorden van Paulus:
“Want ik ben door de wet voor de wet gestorven om voor God te leven.
Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, [dat is], niet meer mijn ik, maar
Christus leeft in mij.
En voor zover ik nu [nog] in het vlees leef leef ik door het geloof in de Zoon van God,
Die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven”.
Gal.2: 19-20

Daarom kan niets de monnik scheiden van de liefde van Jezus:
Want ik ben verzekerd, dat noch dood noch leven,
noch engelen noch machten, noch heden noch toekomst,
noch krachten, noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel
ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods,
welke is in Christus Jezus, onze Heer
“.
Rom.8: 38-39
De monnik neemt tevens de raad van de wijze Profeet Salomo ter hart, door wie God zei:
Mijn zoon, geef mij uw hart en
laten uw ogen behagen hebben in mijn wegen
“.
Spr.23: 26

Op deze wijze hebben monniken eeuwen lang de hartstochten van het vlees overwonnen om
zo in staat te zijn de ontberingen van het leven, de bitterheid van ascese en de ernst van de regels te [ver]dragen.
Ze bleven waken in de nacht onder vasten en bidden, ze namen zware handenarbeid op zich in hun zoektocht naar het authentieke leven.
Het goddelijk Licht werd hen vanuit den hoge toegeworpen;
sommigen onder hen hebben in hun ascese die volmaaktheid bereikt
en zelfs het stadium van de vereniging met Zijn heerlijkheid.

De heilige Anthonius de Grote [ † 356] – de vader van de monniken –
vatte zijn ascetische filosofie zo samen:
De ziel is een geheel geworden en
de sensuele genoegens van het vlees zijn afgenomen
“.
En dit is wat de apostel Paulus bedoelde toen hij schreef:
Daarom heb ik een welbehagen in zwakheden,
smaadheden, noden, vervolgingen, benauwenissen ter wille van Christus,
want als ik zwak ben, dan ben ik machtig
“.
2Cor.12: 10
De heilige Athanasius (373) beschreef het leven van de heilige Anthonius aldus:
Hij bleef diep in de nacht op, zodat vaak bracht hij de hele nacht in gebed zonder te slapen.
Dit gebeurde niet in één keer maar vaak, zodat de andere kloosterbroeders zich hierover verbaasden.
Hij droeg een mantel van kamelenhaar welke hij zijn gehele ascetische leven niet een keer in het water heeft gewassen.
Overdag at hij slechts een keer, maar vaak slechts om de tweede of vierde dag.
Hij at alleen maar brood met zout en dronk water.
Hij was tevreden met een harde mat om op te slapen, maar
meestal sliepen op de kale grond
“.
In de 3e eeuw na Christus verschenen op veel plaatsen vele asceten, aanbidders en kluizenaars onder de hoede van het Patriarchaat Antiochië.

Saint Antony,the Great & Saint Paul of THebe, GreekDe heilige Anthonius [251-356] wordt beschouwd als
de grondlegger van het monastieke leven.
Hij wordt de “vader van het monastieke leven” genoemd en “de roepende ster in de woestijn”.
En zijn buurman, de heilige Paulus van Thebe, die
aan de andere kant van de berg woonde, wordt beschouwd als
de eerste kluizenaar.
Voordat hij stierf werd Anthonius door God geïnspireerd om hem te bezoeken en
de heilige Paulus van Thebe vertelde hem het verhaal van zijn leven.
De heilige Paulus van Thebe vertelde hem tevens dat het uur van zijn dood nabij was en
dat God hem gezonden had om hem te begraven.
De heilige Paulus van Thebe woonde tot de leeftijd van 113 jaar, waarvan hij er 90 doorgebracht in de woestijn van Egypte, die hij had gekozen om zijn verblijfplaats te zijn.
Zijn dagelijkse maaltijd bestond uit een half brood, die hem, net als de grote profeet Elia, door een raaf gebracht werd.
Met de bloei van het monastieke leven en de verspreiding van de kloosters in Egypte,
schreef de heilige Pachomius regels voor het cenobitische leven, het reguleren van al de geestelijke, lichamelijke en sociale behoeften van de monniken.

De monastieke wijding houdt nog geen priester- of diakenwijding in; het is de monnik dan ook niet toegestaan ​​om het altaar via de koninklijke deuren te naderen, noch  de sacramenten te bedienen.
Dionysios de Grote  leerde de monnik Dimathilius zwaar de les, omdat deze het gewaagd had om dit te doen.
Hoewel het monastieke leven ​​buiten de kerk om is ontstaan wordt het binnen de Kerk ondersteunt.
Monniken en monialen leven niet voor de verlossing van hun eigen ziel alleen, maar het pastoraal en spiritueel welzijn van de christengemeenschap is ook onder hun kommernis.
Dag en nacht wordt door heen voor de Kerk en de wereld gebeden, zodat het licht van het Geloof  op de hele mensheid zal rusten;  zij hebben het Licht van de Blijde Boodschap over een groot gedeelte van de aarde verspreid.
Als dragers van de christelijke boodschap en hun kennis hebben ze de mensheid van de duisternis van onwetendheid naar het licht van kennis geleid, waarmee ze een grote dienst hebben bewezen.
In moeilijke tijden verlieten kluizenaars hun cellen en kloosters en gingen in de steden de gelovigen bijstaan om hen in hun religie te ondersteunen, om hen te helpen de onderdrukking met geduld te blijven verdragen en standvastig te blijven in het Geloof.
Wanneer er een ketterij opkwam, trokken zij erop uit om aan de gelovigen te prediken en
hen te behoeden voor de verkeerde opvattingen van die ketters en ze behielden daarmee een stevige greep op het Orthodox Geloof, dat door de heilige apostelen en de Kerk aan hen werd toevertrouwd door te geven.

> De heilige  Antonius -de vader van monniken en de ster van de woestijn – handelde op deze manier en was vastbesloten zijn relatie met de kerk niet te verbreken.
Zijn optreden en inzet voor de Kerk is een goed voorbeeld voor de hedendaagse monniken
om hetzelfde te doen.
Tijdens de golf van onderdrukkingen op instigatie van Maximinus (305-318), verliet de heilige  Antonius zijn cel en ging naar Alexandrië met de bedoeling het lijden door een martelaarsdood omwille van Christus op zich te nemen.
Hij bezocht de vervolgde gelovigen gevangenen, troosten hen en moedigen hen aan om tot de dood aan toe standvastig blijven in hun geloof.
Toen de volgelingen van Arius de kerkvaders en de gelovigen in een grote golf van vervolging  doodden, bezocht de heilige Antonius Alexandrië een tweede keer [in 355] om het ware geloof
te verdedigen, om de vervolgde gelovigen troost te bieden, om de gevangenen te bezoeken en
hen te vermanen om standvastig te blijven in hun Geloof.
Dit bezorgde hem veel leed.

> De heilige Ephraïm de Syriër op zijn beurt richtte een kerk koor op wat was samengesteld uit jonge meisjes uit Edessa, die de werken, die hij had geschreven en op muziek had gezet, ten gehore brachten en die dienden om de christelijke leer te versterken en te weerleggen tegen de ketterij.
Ook dient te worden vermeld dat toen in de winter van 372/373 de hongersnood uitbrak in Edessa, toen veel van de inwoners stierven van de honger, de heilige Ephraïm rijke burgers van de stad bezocht om van hen aalmoezen in te zamelen en dit te verdelen onder de armen.
In onze tijd zijn er diverse christenen die dit voorbeeld volgen en bij supermarkten inzamelingen houden teneinde voedselpakketten, kleding en huisraad onder verschoppelingen te verdelen.
Evenals toen worden er in onze tijd huizen ingericht om daklozen op te vangen en worden stateloze vluchtelingen, ondanks tegenstaand van de staat, opgevangen.
Binnen onze gemeenschappen zijn er christenen die ouden en zieken bezoeken en om niet in hun persoonlijke voorzien.
Hoewel het monastieke leven ​​buiten de kerk is ontstaan, werd het samen met de kerk en in de kerk een belangrijke kracht.
Het is wel iets meer dan gebed, vasten, de praktijk van ascese en waken, het omvat meer dan kennis en leren.
Het is een belangrijk onderdeel van de Kerk die de geest van ascese met mystiek combineert.
In de ogen van de samenleving is de monnik aldus de drager van sublieme tijdingen
– De leer van de Blijde Boodschap – waarin hij in waarheid de praktijken van de perfectie [voor]leeft en als voorbeeld geldt voor de wijze waarop de naaste met menselijkheid wordt opgevangen. Om deze reden hebben de gelovigen door de eeuwen vertrouwen in de monniken gehouden en heeft het monastieke leven een bevoorrechte en bijzondere positie in de Kerk ingenomen.
De Kerk heeft het monastieke leven erkend en heeft haar bisschoppen verkozen uit de monniken.
Het is op deze wijze nog steeds een traditie in de Orthodoxe Kerk om de bisschoppen te kiezen uit de gelederen van de monniken.
Patriarchen en bisschoppen, bleven na de verkiezing als geestelijke vaders en leiders, als monniken nog steeds in hun kloosters wonen.
Voorbeeld hiervan is de heilige Jacob, de bisschop van Nisibis en leraar van de heilige  Ephraïm waarvan wordt verhaald dat hij een geitenvel-gewaad droeg en bij nacht en ontij te hebben gebeden, gevast en gewaakt.
Zo omvat het monastieke leven een waardevol dienstbetoon aan de Kerkgemeenschap, bovendien kan gezegd worden dat de ontwikkeling van de kerk verbonden is met de bloei van het monastieke leven.
Zoals de heilige Athanasios schreef:
“Wanneer het kloosterleven en het priesterschap verzwakt is, kwijnt de gehele Kerk weg”.
Kloosters zijn bakens van religie, zowel in de christelijke leer als het behoud van kennis en
een zijn een blijvend teken van cultuur en beschaving geworden.

We noemen het kloosterleven een filosofie vanuit de christelijke grondslag onderbouwd
door een levensvisie van een door God gegeven regelgeving.
Het is een manier om het wereldse leven de rug toe te keren, het is vervuld van het verlangen om het leven hiernamaals te bereiken.
In het monastieke leven heeft de kijk op bepaalde gewoonten veranderd, zo sterk dat het tot een verbod leidde in de wereld en diende te worden vermeden;
de verlangens van het vlees dienen gedisciplineerd te zijn;
alle moedwillige impulsen dienen te worden gecontroleerd,
alles wat niet in harmonie is of niet in harmonie kan worden gebracht
met de ware christelijke Geloof dient te worden vermeden.
Wat in de geschiedenis begonnen is met het leven van de kluizenaar, met het individu dat op zoek ging naar afzondering met als doel het bidden tot God, de individuele zelfverloochening
is een voorbeeld geworden voor onze zoektocht naar het eeuwige leven en dient daarom als een onlosmakelijke schat van de Kerk gekoesterd te worden.

Orthodoxie & ascetisme

Op zoek naar groeiAscetisme is het om religieuze redenen
vrijwillig op nemen van zelfdiscipline,
het vermijden van alle vormen van verwennerij.
Bij het beoefenen van deze zelfverloochening
wordt de kracht van de Heilige Geest ingeroepen om
alles wat menselijk is, zowel naar lichaam, naar geest en ziel
terug te voeren tot de gemeenschap met God.

Het orthodoxe christendom bevestigt de structurele goedheid van de gehele schepping.
Heeft God immers Zijn Schepping niet overzien en
heeft Hij niet verklaard dat Hij zag dat het “goed” was [Gen.1]?
Het orthodoxe christendom heeft in het verleden gevochten tegen
alle vormen van vals spiritualisme hetgeen ofwel de goedheid zou willen ontzeggen tot
het scheppen of marginaliseren van de aardse werkelijkheid als slechts een schaduw van
een werkelijk waarneembaar bestaan van het hemelse rijk
welke waarneembaar zou zijn voor een verlichte intellect
[Plato (bijv, het gnosticisme en Manichaeism) – De Grot, uit van zijn dialoog over de Staat].
leven in overvloedChristenen zullen derhalve niet het vasten of de praktijk van kuisheid [om maar enkele voorbeelden te noemen] veroordelen, omdat het voedsel of het bedrijven van seks ‘slecht’ zou zijn.
Verre van dat; zij doen dit, vanwege het feit dat voedsel en seks,
wanneer er op de juiste manier en voor het doel waarvoor het ingesteld is gebruik van wordt gemaakt,
God juist verheerlijken.

judeo christian Cross and the star of DavidChristendom heeft van het jodendom een ​​sterke bevestiging van de goedheid van de fysieke wereld geërfd en het plaatst de oorsprong van het kwaad niet in de schepping,
maar in de vervreemding van de mens van God,
een oer-rebellie welke onze ogen voor Hem verduisterde en
ons in dodelijke wanordelijke passies opsloot.
Iedere wanordelijke passie veroorzaakt door de emotionele of mentale reactie van de psyche of het lichaam is een menselijke verstoring van iets goeds.
Het kwaad komt voort uit het hart en niet uit de natuurlijke wereld zelf.
Jezus leert ons dat we naar het hart dienen te kijken om ons met het kwaad in ons te confronteren en het te ontwortelen.
Wat de mond uitgaat, komt uit het hart, en dat maakt de mens onrein.
Want uit het hart komen boze overleggingen,
moord, echtbreuk, hoererij, diefstal, leugenachtige getuigenissen, godslasteringen.
Dat zijn de dingen, die een mens onrein maken, maar het eten met ongewassen handen
maakt een mens niet onrein
“.
Matth.15: 18-20

Het “hart” in het Hebreeuwse gedachte is noch de door ons gekoesterde maar misbruikt bloed-pomp welke niet de zetel is van zoetsappige sentimentaliteit.
Het zijn niet onze dagelijkse “gevoelens”, noch is het iets onzichtbaars en mistigs.
Het hart is de zetel van wie als persoon zijn en dat is inclusief lichaam, intellect, de emoties, de wil, het geweten en de persoonlijkheid.
Het werkelijk hart’s contact ontstaat pas in
de belangeloze, actieve toewending naar de ander, naar de wereld, naar God.
Die toewending wordt gedragen door een transcenderende beweging, waarin
grenzen van wijsgerige systemen, theologie, wereldbeeld overstegen worden.
De ontmoeting is de ‘plaatsloze plaats’, waar de uniciteit van de ander,
het andere oplicht en transparant wordt voor
de verborgen tegenwoordigheid van het eeuwige Gij.
Het hart, het allesomvattende bereik is
het punt van contact met God en de geestelijke wereld.
Het is het hart, dus in zowel de fysieke en spirituele aspecten die
terug dient te worden gebracht in de gemeenschap met God.
Dit waar ascese over gaat, het is een middel, een gereedschap, geen doel.
Het is de gehele weg die wij gaan en ons hele zijn dat terug verlangt naar God.
Kist voor de originele stukken van de Statenvertaling, Catharijneconvent, UtrechtDe vrucht van ascese is niet meer of minder dan Genade,
de vrucht van de Heilige Geest.
De vrucht van de Geest is
liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid,
goedheid, trouw, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.
Tegen zodanige mensen is de wet niet
Gal.5: 22-23

De eerste stap tot ascese wordt gemaakt door
de genezing van onze breuk met God,
ook wel  berouw genoemd.
De tweede stap is het volledig aanbieden van ons leven aan God.
Dit zijn de eerste twee stappen.

De derde stap, de ascese, is nodig omdat we al spoedig bij stap 2 tot de ontdekking komen
dat er een innerlijke weerstand ontstaat, een zwaar gevoel van binnen,
een verwarring die ons afleidt of desoriënteert hetgeen ons verhindert
onszelf van harte over te geven aan God.
Als we deze obstakels niet te boven komen en met hen leren om te gaan,
zal onze weg terug naar God, ons heil voortijdig worden afgebroken en
zal de tegenstrever, de duivel gewonnen hebben.
Bij bekering en toewijding is  het de ascese die als een middel dient,
om de vrucht van de Geest weer in ons leven te kunnen oppakken.
Een dergelijke zelfverloochening en aanwenden en integratie van wat ons door het hart tot God voert, is wat tot theosis, tot vergoddelijking zal leiden.
Laat ons de beschuldiging van schijnheiligheid en valse getuigenis bevrijd worden,
datgene wat met onze lippen verkondigen en we in onze manier waarop we leven ontkennen.
Dus ascese wordt beoefend, rekening houdend met haar vitaal belang voor alle christenen en is niet voorbehouden aan een selecte groep, de monniken.

Ascese wordt beoefend door de wil van God te volgen in het gebed tot Hem en door het leven op Hem gericht in te vullen.
Bij het verbeteren van ons leven, de persoonlijke wil dat er iets dient te veranderen neemt de zonde van hoogmoed een centrale plaats in.

De hoogmoed is het die als eerste dient te worden aangepakt moeten worden aangepakt
wil er verdere vooruitgang kunnen worden gemaakt.
Onze trots, onze eigenwaarde, plaatst ons waar God zou moeten zijn.
Het vervangt Zijn regels voor die we onszelf toebedacht hebben.
Het ondermijnt onze relatie met Hem en met de anderen door
alle mogelijke manieren van jezelf op de eerste plaats stellen.
Kortom, trots heeft een dodelijke uitwerking en dient te worden ingedamd
Bij extreme armoede van geest dienen we tot God te komen en “de handdoek in de ring te gooien”, ons als het ware over te geven aan Hem.
Vanaf dat ogenblik en pas dan alleen boeken we enig vooruitzicht op voortgang ten opzichte van de andere zonden. Hoe we voortgang maken hangt weer af van de zonde.
Deze tabel wordt gegeven als leidraad voor ons leven en kan niet zo netjes worden gecategoriseerd als deze traditionele lijst zou kunnen suggereren.
Om te beginnen is er een onlosmakelijk verband tussen alle zonden.
Jaloezie en hebzucht zijn als het ware favoriet.
Andere combinaties zijn eveneens gekleurd maar er zijn ook andere verbindingen mogelijk.

de Zonde         Doel van de Zonde         de ascetische taak                        de vrucht
de trots               eigen wil                                 overgave aan God            gemeenschap met God kwaadheid          controle                                 nederigheid                      verzoening, vergeving

afgunst                relaties                               dankbaarheid          voldoening met Gods Gaven
hebzucht             bezittingen               vrijwillig afstaan               alleen aan God verknocht zijn

gulzigheid          eten                                     vasten                                  een gesterkt lichaam en                                                                                                                          de wil om God te dienen
lust                      seks                                      kuisheid                             diepte in relaties
luiheid                energie                               Werk – discipline              Menselijke ontwikkeling

Wat in deze traditionele tabel is weggelaten – ook al behoort het er wezenlijk overal bij te staan, – is de “trots” hetgeen
onze intellectuele, technologische en psychologische overmoed omvat,
het alom aanwezige gericht zijn op die zonde, de
neiging die onze persoonlijke levens kwesties beïnvloedt.
Dit heeft in het bijzonder in de hedendaagse context een bijzondere aandacht bij het nastreven van ascese door christenen.

Tot slot een waarschuwing!
De ervaring en de leer van de grote asceten in de Orthodoxe Kerk
leert ons dat de duivel zelfs de ascese kan ondermijnen door
idealisme naar voren te schuiven en dit boven de natuur te plaatsen.
Velen hebben hun gezondheid geruïneerd, zowel lichamelijk als geestelijk
door zich in deze val te laten overrompelen.
Het is daarom ‘absoluut noodzakelijk‘, dat een christen, die deze ascetische weg aflegt
zich regelmatig door een geestelijke vader of moeder laat bijstaan
tot een juiste en Goddelijke balans in deze ascese die
zal de volheid van leven tot gevolg zal hebben
in plaats van een trotse en morbide ellende, vermomd als heiligheid . . . . .
waarover de duivel zich natuurlijk zal verheugen.

Orthodoxie & het opleiden van alle gelovigen

Uitreiking van de Heilige Communie met broodJezus zegt tot ons:
Gaat heen in de gehele wereld en
verkondigt het evangelie aan de ganse schepping“.
Marc.16: 15

Deze woorden van ons Heer laten ons
de omvang zien van de taak die aan de Kerk gesteld wordt.
De volgende woorden van de blijde Boodschap geven de uitvoering aan van deze taak:
En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven,
zowel evangelisten als herders en leraars om
de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon,
tot opbouw van het Lichaam van Christus
“.
Eph.4: 11, 12

vaardigheid in de Lage LandenDeze aanmanende woorden geven de belangrijkste functie weer
van elk pastoraal werkende zijn/haar kerkleden te onderwijzen.
God verwacht dat Zijn gemeente de discipline opbrengt en
haar leden oproept als Zijn werk ‘een Licht in de wereld te zijn‘.
Er dient daarom geen enkel voorbehoud te worden aanvaard
de leden van een christelijke gemeenschap
onderwijs te onthouden.
In iedere christelijke gemeenschap dienen de leden dusdanig te worden opgeleid
dat ze zijn voorbereid en tijd besteden aan datgene wat Christus ons
aan opdracht heeft meegegeven.
Iedereen die dan ook verantwoordelijk is voor Christus’ kudde heeft de plicht en
dient de hem/haar toevertrouwde zielen in Dit werk te behouden.

De desbetreffende gemeenschap  vormt niet alleen ‘een Licht in de wereld’, maar staat tevens aan verleidingen bloot. We worden in de huidige samenleving onophoudelijk verleid door leerstellig andersdenkenden die het christelijk Geloof
luidkeels afkeuren en oproepen tot afvalligheid.
Om de voortgang te bewaken dient de grondslag van de Blijde Boodschap
voortdurend te worden bewaakt.

Zie, ik weet dat Gij mijn God zijt;
voor God zing ik Zijn Profetie, voor de Heer
zing ik Zijn Woord.
In God stel ik mijn vertrouwen;
ik vrees niet voor wat een mens mij kan doen.
In mijzelf, God, heb ik een gelofte afgelegd,
dat ik U met lofzangen zou vergelden.
Want Gij hebt onze ziel aan de dood ontrukt,
mijn ogen van tranen bevrijd
Gij hebt mijn voeten verhinderd te vallen,
opdat ik welgevallig moge staan voor
het aanschijn des Heren in het licht der levenden
“.
Psalm 54 [55]: 8-14

De beste hulp die de ons toevertrouwde mensen gegeven kan worden is
hen te leren om samen te werken met God . . . . .
Het is duidelijk dat alleen ons spreken over het kruis opnemen en
jezelf verloochenen de werkers, de arbeiders in de wijngaard zal ontwikkelen . . . . .
De mensen hebben al zoveel gehoord  maar hebben tevens door uw voorbeeld
te leren hoe zij door het kruis en zelfverloochening dienstbaar kunnen zijn;
zich in te spannen voor degenen voor wie Christus gestorven is?
De beste hulp die de leden van onze Kerk kunnen geven is niet [s]preken, maar
hen door het voorbeeld voor te geven hoe dit varkentje gewassen dient te worden.
Geef zelf het voorbeeld iets te doen voor anderen . . . . .
en door je geheel en al te geven.
Aan het werk dus door zelf een voorbeeld van Christus volgeling te zijn
Gelukkig zijn er diverse voorbeelden aan te wijzen van mensen
die het voorbeeld geven en de Kerk loopt over van de mensen die
hun vrije tijd [naast hun eigen huishouden] aan de voortgang van de kerk
besteden en er worden bemoedigende resultaten ervaren daar
waar een dergelijk programma consequent wordt gevolgd;
of niet soms?

Er werd een vragenlijst verstuurd naar een aantal mensen die bekend staan omdat
ze actief betrokken zijn bij de voortgangsprogramma’s.
Uit een samenvatting van de reacties blijkt dat:
samen vaardig1.].  De pastoraal leidinggevende de sleutel is tot
het succes van een voortdurende leken-opleiding.
Hij dient zijn belangrijkste functie in deze opleiding te herkennen en zijn kudde leiden als een enthousiasmerend,
ziel-winnend team.
2.]. Er dienen gezamenlijke gedragsregels op gesteld te worden voor pastoraal leidinggevenden, voor bestuursleden en voor                                                        leiders van leken-activiteiten.
De tijd die aan een training hiertoe dient te worden besteed
varieert van een uur, een dag tot één weekend.
Ongeacht de duur dienen alle deelnemers het eens te zijn met het programma.
3..] Gedurende ongeveer vier maanden worden er wekelijks trainingen rond het programma  uitgevoerd door de pastoraal werkende en assistenten tot er een hecht samenwerkingsverband ontstaat rond het doel van het programma.
4.]. Binnen al de activiteiten dient het ontstaan van een competitiesfeer te worden voorkomen, ieders inbreng is even belangrijk, iedereen beschikt over zijn/haar kwaliteiten, is van nut en kan onmogelijk gemist worden.
– dit houdt tevens in dat eenieder verantwoordelijkheid draagt voor het goede verloop.
5.]. Beginnelingen dienen aangemoedigd te worden om initiatieven te nemen en steeds verantwoordelijker taken op zich te nemen.
6.]. Elke training moet omvatten:
een afgesproken tijdseenheid voor instructie en inspiratie
een afgesproken tijdseenheid voor vaardigheidstraining
een afgesproken tijdseenheid voor de uitwisseling van ervaringen, rapportage en
de volgende bijeenkomst[en].

Vaardigheidstraining aan leken zal onmogelijk tot succes leiden
wanneer het slechts aan andere activiteiten wordt toegevoegd  waardoor
er overvolle activiteitenschema’s ontstaan.
Een dergelijke training dient de prioriteit te krijgen die het verdient;
de opzet en aanzet hiertoe kan alleen door een gedragen bestuur worden genomen.
Wanneer deelnemers een keuze dienen te maken uit een overvolle agenda
zal de gewonnen inzet meestal verdwijnen.
Wanneer eenieder doordrongen is van gezamenlijkheid en
het feit dat op ieders inzet gewacht wordt
zullen frustraties voorkomen kunnen worden.

Ik wil ookEr zijn voldoende jongeren in onze gemeenschap
die iets in hun mars hebben,
hetgeen blijkt uit het volgen van Hogescholen en Universiteiten.
Het belang van vaardigheidstraining binnen de gemeenschap dient daarom benadruktcte worden als een onlosmakelijk verbonden zijn met het ‘christen zijn’;
christendom kan niet als vrijblijvend worden beschouwd.
Het is schandalig dat de meeste van jonge mensen die afstuderen
nog nooit een Bijbel aan de binnenkant bekeken hebben,
laat staan dat zij weet hebben wat er van hen in het leven verwacht wordt.
Deze situatie dient met inzet van de ouders worden verholpen.
Ook op dit gebied dient een intensieve vaardigheidstraining te worden opgezet
met het item ‘hoe lees en leef ik de bijbel’.
We verliezen de jonge mens door hun christelijke ervaring verloren te laten gaan
door het alleen ‘op de wereld gericht zijn’ in hun jeugd,
zij worden aan onze universiteiten voortdurend geïnstrueerd op carrière,
verkrijgen van voldoende middelen door geld verdienen en
een mogelijk rooskleurige toekomst;
ze krijgen hierdoor onvoldoende bagage mee in
het delen [van hun geloof] met anderen.
Als we geen wijziging aanbrengen in de opzet van onze gemeenschap
dan kunnen we alleen maar een nog grotere verslechtering verwachten,
een religieuze leven wat alleen maar voldoet aan de opgelegde zondagsplicht.
Daartoe heeft God ons niet alleen geroepen en
werken we degeneratie van ons christelijk Geloof in de hand.
Ditzelfde grondbeginsel geldt voor het religieus onderwijs, de catechese in groepsverband.
Er dient een uitlaatklep te zijn na afloop van de diensten.

Breng de gemeenschap bij hoe Jong-gelovigen geleerd wordt te getuigen;
een dusdanig belangrijk onderdeel van het christelijke leven als
de Mysteriën, de zondagsplicht, het gebed, het vasten en hun bijdrage aan
het in stand houding van het geheel.
In de selectie van kerkelijke functionarissen dient het vermogen en
de bereidheid om zich in te zetten en te getuigen te prevaleren
boven een ‘hoogstaande vooropleiding’ en mogelijk ‘ander’ aanzien.
Grote zorg dient te worden betracht bij het selecteren van pastores en hun assistenten. Laat het mannen en vrouwen zijn die zich met hart en ziel inzetten,
die op hun woord te vertrouwen zijn, zich onberispelijk gedragen, niet bang zijn om vuile handen te maken en zweet te laten druppelen.
Laat hen die voor instructie [in woord en beeld] te geven uitgekozen worden
niet alleen gekwalificeerd zijn in boekenwijsheid,
maar in dienstbaarheid en omgang met de meest uiteenlopende karakters.
God heeft het duidelijk gemaakt dat Zijn Kerk een ziekenhuis is een ​​training op de toekomst.
Iedere kerkelijke gemeenschap dient een inspirerende training voor christelijke werkers
te zijn; . . . . . niet alléén onderwijs, maar het eigenlijke werk dient te worden verricht,
onder de hoede van ervaren instructeurs.
Laat de uitverkozen docenten het voortouw nemen in het werken onder de mensen en
verenig anderen met hen, zij zullen hun lessen trekken door hun voorbeeld.
De catechisatie dient een tijdsindeling te hebben waarbij we samen komen om op een dusdanige manier te leren dat wij op onze beurt in staat zijn om anderen te onderwijzen.
Het studiemateriaal en de discussie dient zich te richten op de activiteiten van de leden.
Een dergelijke nadruk zal ook hier een nieuw leven en hernieuwde aanpak geven.

Het is onnodig om aan te halen dat deze leken wanneer zij naar hun huis zijn teruggekeerd, de samenkomst van de gemeenschap met ijver en kennis benaderen en
ook meer inzet vertonen en hun christen zijn delen met andere leden van de Kerk
Uiteindelijk zal iedere deelnemer vreugde ontlenen bij het zien van zielen
voor wie hij zich heeft ingezet en tot de doop overgaan.

Regel het goed voor elkaarRegel het goed voor elkaar
Onze kerken zullen steeds meer worden gereorganiseerd en onafhankelijk functioneren,
zonder ‘bediend’ te worden door een gewijd en betaald pastoraal werker en niet-betaalde krachten zullen hun vrije tijd besteden aan de opleiding van leken en de uitvoering van de niet-gewijde taken tijdens diensten in de kerk.
Het zal tot een van de feestgelegenheden behoren wanneer een bisschop of zijn handlanger, de priester de Mysteriën in de Gemeenschap zullen komen doen.
Daar waar weinig leken zich geroepen voelen het offer en de daarbij behorende weg van het priesterschap te gaan zullen noodgrepen de oorspronkelijke gebedsdiensten gaan vervangen;
komt er door het gemeenschapsaantal te weinig middelen binnen, dan zal ook
het gezamenlijk kerkgebouw er aan geloven en zullen huisdiensten, zoals
in het begin van het christendom de gewijde Godshuizen gaan innemen.
Waar het uiteindelijk om gaat is niet de uiterlijke schijn, maar
de inborst van het christendom en dat
de Blijde Boodschap ongeschonden wordt doorgegeven.
Wekelijkse deelname aan een persoonlijk getuigenis, zal
dan de christelijke voortgang op Zijn Weg laten zien!

De tijdsgeest vereist dat iedere deelnemer aan de christelijke Kerk
een verkondiger zal zijn en dat eenieder zal kunnen uitgroeien tot
een volwaardig volgeling van de oorspronkelijke Christus.
Het is en blijft één Heer, Jezus Christus,
Die als eniggeboren Zoon van God om
onzentwille mens is geworden,
Die geboren is uit de Vader vóór alle eeuwen.
Hij is Licht uit Licht, ware God, geboren, niet geschapen,
één in wezen met de Vader, en door Wie alles geworden is;
Die om ons mensen, en om onze verlossing uit de hemel is neergedaald en
vlees heeft aangenomen door de Heilige Geest uit de Maagd Maria en mens geworden is.
Die voor ons onder Pontius Pilatus gekruisigd is, geleden heeft en begraven is;
Die opgestaan is op de derde dag volgens de Schriften;
Die opgevaren is ten hemel, en zetelt aan de rechterhand van de Vader;
Die zal wederkomen in heerlijkheid, om levenden en doden te oordelen, en
aan Wiens Hemels Koninkrijk geen einde zal zijn.
En in de Heilige Geest, Heer en Levendmaker, Die uitgaat van de Vader;
Die aanbeden en verheerlijkt wordt tezamen met de Vader en de Zoon;
die door de Profeten gesproken heeft.
In één heilige, katholieke en apostolische Kerk.
Wij belijden één Doop tot vergeving van zonden.
Wij verwachten de Opstanding uit de doden en het leven van de komende eeuwigheid.
Kom Heer Jezus, kom!
“.