Orthodoxie & het opleiden van alle gelovigen

Uitreiking van de Heilige Communie met broodJezus zegt tot ons:
Gaat heen in de gehele wereld en
verkondigt het evangelie aan de ganse schepping“.
Marc.16: 15

Deze woorden van ons Heer laten ons
de omvang zien van de taak die aan de Kerk gesteld wordt.
De volgende woorden van de blijde Boodschap geven de uitvoering aan van deze taak:
En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven,
zowel evangelisten als herders en leraars om
de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon,
tot opbouw van het Lichaam van Christus
“.
Eph.4: 11, 12

vaardigheid in de Lage LandenDeze aanmanende woorden geven de belangrijkste functie weer
van elk pastoraal werkende zijn/haar kerkleden te onderwijzen.
God verwacht dat Zijn gemeente de discipline opbrengt en
haar leden oproept als Zijn werk ‘een Licht in de wereld te zijn‘.
Er dient daarom geen enkel voorbehoud te worden aanvaard
de leden van een christelijke gemeenschap
onderwijs te onthouden.
In iedere christelijke gemeenschap dienen de leden dusdanig te worden opgeleid
dat ze zijn voorbereid en tijd besteden aan datgene wat Christus ons
aan opdracht heeft meegegeven.
Iedereen die dan ook verantwoordelijk is voor Christus’ kudde heeft de plicht en
dient de hem/haar toevertrouwde zielen in Dit werk te behouden.

De desbetreffende gemeenschap  vormt niet alleen ‘een Licht in de wereld’, maar staat tevens aan verleidingen bloot. We worden in de huidige samenleving onophoudelijk verleid door leerstellig andersdenkenden die het christelijk Geloof
luidkeels afkeuren en oproepen tot afvalligheid.
Om de voortgang te bewaken dient de grondslag van de Blijde Boodschap
voortdurend te worden bewaakt.

Zie, ik weet dat Gij mijn God zijt;
voor God zing ik Zijn Profetie, voor de Heer
zing ik Zijn Woord.
In God stel ik mijn vertrouwen;
ik vrees niet voor wat een mens mij kan doen.
In mijzelf, God, heb ik een gelofte afgelegd,
dat ik U met lofzangen zou vergelden.
Want Gij hebt onze ziel aan de dood ontrukt,
mijn ogen van tranen bevrijd
Gij hebt mijn voeten verhinderd te vallen,
opdat ik welgevallig moge staan voor
het aanschijn des Heren in het licht der levenden
“.
Psalm 54 [55]: 8-14

De beste hulp die de ons toevertrouwde mensen gegeven kan worden is
hen te leren om samen te werken met God . . . . .
Het is duidelijk dat alleen ons spreken over het kruis opnemen en
jezelf verloochenen de werkers, de arbeiders in de wijngaard zal ontwikkelen . . . . .
De mensen hebben al zoveel gehoord  maar hebben tevens door uw voorbeeld
te leren hoe zij door het kruis en zelfverloochening dienstbaar kunnen zijn;
zich in te spannen voor degenen voor wie Christus gestorven is?
De beste hulp die de leden van onze Kerk kunnen geven is niet [s]preken, maar
hen door het voorbeeld voor te geven hoe dit varkentje gewassen dient te worden.
Geef zelf het voorbeeld iets te doen voor anderen . . . . .
en door je geheel en al te geven.
Aan het werk dus door zelf een voorbeeld van Christus volgeling te zijn
Gelukkig zijn er diverse voorbeelden aan te wijzen van mensen
die het voorbeeld geven en de Kerk loopt over van de mensen die
hun vrije tijd [naast hun eigen huishouden] aan de voortgang van de kerk
besteden en er worden bemoedigende resultaten ervaren daar
waar een dergelijk programma consequent wordt gevolgd;
of niet soms?

Er werd een vragenlijst verstuurd naar een aantal mensen die bekend staan omdat
ze actief betrokken zijn bij de voortgangsprogramma’s.
Uit een samenvatting van de reacties blijkt dat:
samen vaardig1.].  De pastoraal leidinggevende de sleutel is tot
het succes van een voortdurende leken-opleiding.
Hij dient zijn belangrijkste functie in deze opleiding te herkennen en zijn kudde leiden als een enthousiasmerend,
ziel-winnend team.
2.]. Er dienen gezamenlijke gedragsregels op gesteld te worden voor pastoraal leidinggevenden, voor bestuursleden en voor                                                        leiders van leken-activiteiten.
De tijd die aan een training hiertoe dient te worden besteed
varieert van een uur, een dag tot één weekend.
Ongeacht de duur dienen alle deelnemers het eens te zijn met het programma.
3..] Gedurende ongeveer vier maanden worden er wekelijks trainingen rond het programma  uitgevoerd door de pastoraal werkende en assistenten tot er een hecht samenwerkingsverband ontstaat rond het doel van het programma.
4.]. Binnen al de activiteiten dient het ontstaan van een competitiesfeer te worden voorkomen, ieders inbreng is even belangrijk, iedereen beschikt over zijn/haar kwaliteiten, is van nut en kan onmogelijk gemist worden.
– dit houdt tevens in dat eenieder verantwoordelijkheid draagt voor het goede verloop.
5.]. Beginnelingen dienen aangemoedigd te worden om initiatieven te nemen en steeds verantwoordelijker taken op zich te nemen.
6.]. Elke training moet omvatten:
een afgesproken tijdseenheid voor instructie en inspiratie
een afgesproken tijdseenheid voor vaardigheidstraining
een afgesproken tijdseenheid voor de uitwisseling van ervaringen, rapportage en
de volgende bijeenkomst[en].

Vaardigheidstraining aan leken zal onmogelijk tot succes leiden
wanneer het slechts aan andere activiteiten wordt toegevoegd  waardoor
er overvolle activiteitenschema’s ontstaan.
Een dergelijke training dient de prioriteit te krijgen die het verdient;
de opzet en aanzet hiertoe kan alleen door een gedragen bestuur worden genomen.
Wanneer deelnemers een keuze dienen te maken uit een overvolle agenda
zal de gewonnen inzet meestal verdwijnen.
Wanneer eenieder doordrongen is van gezamenlijkheid en
het feit dat op ieders inzet gewacht wordt
zullen frustraties voorkomen kunnen worden.

Ik wil ookEr zijn voldoende jongeren in onze gemeenschap
die iets in hun mars hebben,
hetgeen blijkt uit het volgen van Hogescholen en Universiteiten.
Het belang van vaardigheidstraining binnen de gemeenschap dient daarom benadruktcte worden als een onlosmakelijk verbonden zijn met het ‘christen zijn’;
christendom kan niet als vrijblijvend worden beschouwd.
Het is schandalig dat de meeste van jonge mensen die afstuderen
nog nooit een Bijbel aan de binnenkant bekeken hebben,
laat staan dat zij weet hebben wat er van hen in het leven verwacht wordt.
Deze situatie dient met inzet van de ouders worden verholpen.
Ook op dit gebied dient een intensieve vaardigheidstraining te worden opgezet
met het item ‘hoe lees en leef ik de bijbel’.
We verliezen de jonge mens door hun christelijke ervaring verloren te laten gaan
door het alleen ‘op de wereld gericht zijn’ in hun jeugd,
zij worden aan onze universiteiten voortdurend geïnstrueerd op carrière,
verkrijgen van voldoende middelen door geld verdienen en
een mogelijk rooskleurige toekomst;
ze krijgen hierdoor onvoldoende bagage mee in
het delen [van hun geloof] met anderen.
Als we geen wijziging aanbrengen in de opzet van onze gemeenschap
dan kunnen we alleen maar een nog grotere verslechtering verwachten,
een religieuze leven wat alleen maar voldoet aan de opgelegde zondagsplicht.
Daartoe heeft God ons niet alleen geroepen en
werken we degeneratie van ons christelijk Geloof in de hand.
Ditzelfde grondbeginsel geldt voor het religieus onderwijs, de catechese in groepsverband.
Er dient een uitlaatklep te zijn na afloop van de diensten.

Breng de gemeenschap bij hoe Jong-gelovigen geleerd wordt te getuigen;
een dusdanig belangrijk onderdeel van het christelijke leven als
de Mysteriën, de zondagsplicht, het gebed, het vasten en hun bijdrage aan
het in stand houding van het geheel.
In de selectie van kerkelijke functionarissen dient het vermogen en
de bereidheid om zich in te zetten en te getuigen te prevaleren
boven een ‘hoogstaande vooropleiding’ en mogelijk ‘ander’ aanzien.
Grote zorg dient te worden betracht bij het selecteren van pastores en hun assistenten. Laat het mannen en vrouwen zijn die zich met hart en ziel inzetten,
die op hun woord te vertrouwen zijn, zich onberispelijk gedragen, niet bang zijn om vuile handen te maken en zweet te laten druppelen.
Laat hen die voor instructie [in woord en beeld] te geven uitgekozen worden
niet alleen gekwalificeerd zijn in boekenwijsheid,
maar in dienstbaarheid en omgang met de meest uiteenlopende karakters.
God heeft het duidelijk gemaakt dat Zijn Kerk een ziekenhuis is een ​​training op de toekomst.
Iedere kerkelijke gemeenschap dient een inspirerende training voor christelijke werkers
te zijn; . . . . . niet alléén onderwijs, maar het eigenlijke werk dient te worden verricht,
onder de hoede van ervaren instructeurs.
Laat de uitverkozen docenten het voortouw nemen in het werken onder de mensen en
verenig anderen met hen, zij zullen hun lessen trekken door hun voorbeeld.
De catechisatie dient een tijdsindeling te hebben waarbij we samen komen om op een dusdanige manier te leren dat wij op onze beurt in staat zijn om anderen te onderwijzen.
Het studiemateriaal en de discussie dient zich te richten op de activiteiten van de leden.
Een dergelijke nadruk zal ook hier een nieuw leven en hernieuwde aanpak geven.

Het is onnodig om aan te halen dat deze leken wanneer zij naar hun huis zijn teruggekeerd, de samenkomst van de gemeenschap met ijver en kennis benaderen en
ook meer inzet vertonen en hun christen zijn delen met andere leden van de Kerk
Uiteindelijk zal iedere deelnemer vreugde ontlenen bij het zien van zielen
voor wie hij zich heeft ingezet en tot de doop overgaan.

Regel het goed voor elkaarRegel het goed voor elkaar
Onze kerken zullen steeds meer worden gereorganiseerd en onafhankelijk functioneren,
zonder ‘bediend’ te worden door een gewijd en betaald pastoraal werker en niet-betaalde krachten zullen hun vrije tijd besteden aan de opleiding van leken en de uitvoering van de niet-gewijde taken tijdens diensten in de kerk.
Het zal tot een van de feestgelegenheden behoren wanneer een bisschop of zijn handlanger, de priester de Mysteriën in de Gemeenschap zullen komen doen.
Daar waar weinig leken zich geroepen voelen het offer en de daarbij behorende weg van het priesterschap te gaan zullen noodgrepen de oorspronkelijke gebedsdiensten gaan vervangen;
komt er door het gemeenschapsaantal te weinig middelen binnen, dan zal ook
het gezamenlijk kerkgebouw er aan geloven en zullen huisdiensten, zoals
in het begin van het christendom de gewijde Godshuizen gaan innemen.
Waar het uiteindelijk om gaat is niet de uiterlijke schijn, maar
de inborst van het christendom en dat
de Blijde Boodschap ongeschonden wordt doorgegeven.
Wekelijkse deelname aan een persoonlijk getuigenis, zal
dan de christelijke voortgang op Zijn Weg laten zien!

De tijdsgeest vereist dat iedere deelnemer aan de christelijke Kerk
een verkondiger zal zijn en dat eenieder zal kunnen uitgroeien tot
een volwaardig volgeling van de oorspronkelijke Christus.
Het is en blijft één Heer, Jezus Christus,
Die als eniggeboren Zoon van God om
onzentwille mens is geworden,
Die geboren is uit de Vader vóór alle eeuwen.
Hij is Licht uit Licht, ware God, geboren, niet geschapen,
één in wezen met de Vader, en door Wie alles geworden is;
Die om ons mensen, en om onze verlossing uit de hemel is neergedaald en
vlees heeft aangenomen door de Heilige Geest uit de Maagd Maria en mens geworden is.
Die voor ons onder Pontius Pilatus gekruisigd is, geleden heeft en begraven is;
Die opgestaan is op de derde dag volgens de Schriften;
Die opgevaren is ten hemel, en zetelt aan de rechterhand van de Vader;
Die zal wederkomen in heerlijkheid, om levenden en doden te oordelen, en
aan Wiens Hemels Koninkrijk geen einde zal zijn.
En in de Heilige Geest, Heer en Levendmaker, Die uitgaat van de Vader;
Die aanbeden en verheerlijkt wordt tezamen met de Vader en de Zoon;
die door de Profeten gesproken heeft.
In één heilige, katholieke en apostolische Kerk.
Wij belijden één Doop tot vergeving van zonden.
Wij verwachten de Opstanding uit de doden en het leven van de komende eeuwigheid.
Kom Heer Jezus, kom!
“.

Pinksteren, Orthodoxie & ‘Zoek de vrede en streef die na’

pentecost2Het is verstandig en wijs om
je dagelijkse taken opzij te zetten en
je dagelijkse problemen en zorgen,
gedachten en discussies te laten varen;
rust te vinden op een de heilige plek [de Kerk]
waar men zich kan vernieuwen  door gebed en andere,
nieuwe gedachten kan opdoen,                                                                                                              die niet alledaags zijn.
Pentecost - AscensionFeesten worden ons van oudsher gegeven, want
zou een mens niet op adem komen van
de gewone dagelijkse routine
en zich niet onder dompelen in gebed
dan zou hij zich al Gods grote daden niet in herinnering brengen en zichzelf voorbij rennen en zich geen krachten opdoen
voor de weg, die vóór hem ligt een offer voor de toekomst en zich in spiritueel verheffend dingen verdiepen.

Pentecost musikantenHet feest van Pinksteren is een feest van de Geest en
Die Geest geeft ons gedachten die
verfrissen en ons verheffen.
Dit zijn de gedachten van de eerste, stralende dagen van het christendom en de leven-schenkende kracht van het Goede,
de Liefde van God voor de mens.
Op deze dag ontving een kleine groep mensen in het verre en                                                      impopulaire Palestina inspiratie uit de hoogte om de wereld,
hun wereld te verlaten en werden er nieuwe en verlossende waarheden verkondigd.
Voor hen lag de uitgestrekte [Romeinse] rijk dat
zich uitstrekte van de Eufraat tot de Atlantische Oceaan en
van de Rijn en de Donau naar Ethiopië,
waar mensen woonden, van het leven genoten, zwoegden, maar
elkaar ook onderling haatten en soms met barbaarse martelingen de dood injagen.
Ze worden bestuurd aan de hand van een wetgevende machtsstructuur en
een hoogstaande cultuur, ze beschikken over een strak omlijnde organisatie en
over externe overvloed op allerlei zaken.
Het lijkt wel een beetje op onze maakbare wereld, waarbij
de bomen tot in de Hemel groeien.
Maar dit is niet alles wat de mens zoekt en dit is niet datgene wat hij verlangt na te streven.
In plaats daarvan, worden de mensen dit zat en krijgen behoeften,
ja, dorsten naar iets wat dieper graaft,
iets meer Warmte en werkelijk Leven in Zich draagt.

Het was in deze wereld en op deze dag, dat de Apostelen werden uitgezonden
om het goede nieuws, de Blijde Boodschap van de Heiland te gaan verkondigen
datgene wat de mens werkelijk nastreeft en wat niet ver van hem verwijderd is.
Het omvat inderdaad iets innerlijks wat elke persoon in zich meedraagt;
​​ een schat waar hij zich nog niet eens bewust van is.
Die schat omvat het zoonschap, het kindschap bij God en
een Goedheid en Vreugde, waarmee niets in deze wereld kan worden gelijkgesteld en
wanneer hij dit niet kan vinden, in zichzelf of bij zijn naaste,
kan het niet met iets anders worden uitgewisseld.

Zij verkondigen:
– dat de Heiland hen nabij was
ook degenen die Hem werden gehaat hadden en
Hem van zich af gestoten, uitgeworpen hadden.
–  dat de Heiland ook in hen een hele wereld van schoonheid zou openbaren:
zoals bij de ongelukkige en gerespecteerd Zaccheüs,
zoals bij de zondares, Maria Magdalena,
zoals bij Peter die snel boos werd en een zwaard trok,
zoals in de met Hem mede gekruisigde moordenaar.

Zij onthullen dat alle ongeluk en pijn wordt veroorzaakt door het feit:
– dat mensen nemen een verkeerd uitgangspunt kiezen,
– dat altijd en bij iedereen te ontcijferen val en inzicht geeft,
– dat wat slecht in elkaar zit en wat als niet goed dient te worden beschouwd;
– dat degene die met haat zich voedt en doodt, de geest verzoekt,
– niet datgene is wat de geest verheft en die vrucht van Liefde en Vreugde in zich draagt.

Zij adviseren:
– Op te houden met datgene te zoeken wat slecht is in de naasten
maar veeleer datgene te vinden en vast te houden wat goed in hen is en
bloot gelegd kan worden om zowel hen als jezelf te verlossen.
– Je zult hen van alles besparen, omdat iedere mens gelooft in zijn eigen goedheid;
iedereen dit bewaard en voortgaat om goed voor elkaar te zijn;
iedereen heeft die eeuwige en goddelijke roeping tot perfectie in zich.

Men dient anderen daarom in deze  te ondersteunen:
– in hen te geloven en hen helpen wat goed en bewonderenswaardig is te ontwikkelen;
– die in hen zichtbaar blijft en waarin ze zichzelf uiteindelijk zullen respecteren;
– dat ze zich ontwikkelen in die innerlijke Goedheid;
– dat die innerlijke kracht wordt versterkt en wat ze de overwinning op het kwaad schenkt . . . . .
Want, het is alleen dat wat goed is in de mens kan door anderen bemint worden en
het is alleen in die innerlijke Liefde dat men kan voortleven.

Deze Apostolische Leer is , dat de Apostelen is op deze dag in de wereld geboren en
vanaf dat moment voortgezet tot nu toe, datgene waaraan wij onze cultuur ontlenen.
Het christendom heeft dus als inhoud:
– niet vechten met wapens,
– geen geweld te gebruiken en
– niet het doden van geen enkele vijand [wat er ook gebeurd],
de wereld kan niet met oorlog of geweld worden overwonnen [of verkregen],
dat hebben de eeuwen voor ons duidelijk gemaakt.
Laat iedereen dat als les uit de geschiedenis meekrijgen!

En dat is het enige wat ook de nieuwe generaties [christenen] vaak vergeten
datgene wat de basis vormt en essentieel is in het christendom.
Een van de eerste en meest onontbeerlijke regel
van het christelijke geestelijk leven is:
kijk niet naar datgene wat slecht is in elkaar,
maar datgene wat is goed en
daarmee zou eindelijk rust krijgen en ophouden je naaste te haten en
beginnen met liefdevolle onderlinge verhoudingen.

– Voor ons christenen is de redding, de vreugde en
het leven “de Liefde!”.
We weten van één kerkelijk leider die, vóór de oorlog,
sterk werd beoordeeld en bekritiseerd.
De vrije nieuwsgaring
– nam voortdurend en tegenover Hem gestelde positie in . . . . .
– zij brachten resoluties en protesten tegen Hem in . . . . . en
– zocht een geschikt moment uit om Hem uit hun omgeving te verwijderen . . . . .
– toen brak de hel uit en de “Onafhankelijke Staat” ontstond . . . . . een bevrijding
– en Die Mens bleek iets te bezitten wat niemand zelfs maar kon vermoeden:
Hij werd de grootste herder en held en
eindigde Zijn Leven groter dan een koning, ja, als Koning over de Koningen.
– Hij eindigde prachtig, als één Groot Martelaar, aan het Leven-schenkende Kruis.
En Vandaag op deze Pinksterdag is Hij de trots op Zijn Kerk, die Hij,
zonder elke twijfel, één keer diende om Zijn schaamte, de mens te redden.
Niemand weet welke bijzonder goede dingen er
verborgen liggen in een mens, de naaste!
We kunnen een perfecte mens in deze wereld niet vinden
maar we dienen ook niet zo’n persoon te gaan zoeken omdat er
absoluut niets goeds in de mens te vinden is.
>  Iedere persoon die we dagelijks ontmoeten draagt ​​Gods Icoon in zijn binnenste;
>  Iedere persoon – zelfs de ergste – heeft die momenten dat hij/zij geweldig is, goed en dierbaar.

Dit is waar we ons in deze hoogstaande cultuur, de christelijke onze aandacht op dienen te richten,
dat is waar we naar dienen te zoeken en waar we ons over dienen te verheugen.
Om deze reden dienen we wanneer de duivel ons verleidt om kwaad over iemand te denken,
wanneer we iemand ontmoeten of wanneer we ons iets herinneren;
waardoor we iemand niet uit kunnen staan;
laat ons onmiddellijk proberen deze storm te kalmeren;
ons te vernederen en liefdevolle gedachten te hebben:
die mens, die ik niet kan uitstaan, is ook een kind van God;
Christus stierf ook voor hem en
stond ook uit de doden op [verrees] voor hem;
God kijkt ook met Liefde op hem neer, zo goed en vertederend en
wacht [misschien wel jaren] op zijn terugkeer naar de Vaderlijke omhelzing;
die mens ook weet hoe goed Hij is, misschien wel veel beter dan ik.
Hij zal zeker zijn problemen hebben,
mogelijkheden en onmogelijkheden die zijn binnenkant verbranden en
hem pijn bezorgen;
ook hij is mijn broeder/zuster, waardig om mededogen en liefde te ontvangen . . . . .

>  Om deze reden maken we kransen van het gras vandaag,
het is een teken van Lente, van Leven, hetgeen
in de kerkgebouwen op de grond is uitgespreid.
– We weven er uw en onze gebeden in voor degenen die ons hebben verlaten en
al onderweg zijn naar het Hemels Koninkrijk en
voor al diegenen die u en ons dierbaar zijn en in deze wereld voortworstelen.
– We weven hen ook in het gebed dat God ons allen mag helpen
– Zie je in elkaar alleen wat slecht is, maar ook goed,
dat we zouden dienen te gaan verheugen in het goede van onze naaste,
zodat we misschien eveneens worden gevuld met goedheid.
– En als je kijkt naar die kransen die uw iconen bedekken in jullie huizen,
voeg deze gebeden dan in de dagelijkse gebeden van ons gebedssnoer:
Heer, help me het goede in ieder mens te zien,
dat die grote druppels zichtbaar worden uit
Uw grote, heilige en eeuwige oceaan van Liefde
en dat ze ook mijn ziel doen ontwaken.
cf. vader Milovan Katanic, servisch priester in Amerika

Mei de 30e – H. Isaäkos, de Belijder, de Dalamatische [† 383]

H. Isaäcos van 'het dalmatius'-kloosterSaint Isaäkos, de Belijder, stichter van het Dalmatische Klooster was een christelijke monnik die als heilige en geestelijk vader wordt geëerd.
Hij wordt aangeduid als Isaäkos de Dalmatische, niet
omdat hij van Dalmatië afkomstig was, maar
vanwege het klooster dat hij stichtte.

Er is bepaald weinig bekend over zijn vroege leven, zelfs zijn geboortedatum is onbekende gebleven. Wel is bekend dat Isaäkos als kluizenaar leefde in een kleine hut in de wildernis even buiten Constantinopel.
In het jaar 378 vernam hij dat de Romeinse keizer Valens in
de ketterij van het Arianisme was gevallen en vervolger werd van de christenen uit Nicea, dat hij  bisschoppen uit het ambt onthief, een groot aantal kerken sloot en deze overdroeg voor een andere bestemming of aan de Ariërs.
de H. Isaäkos verliet daarop zijn kluis, hetgeen een hele opgave is voor een kluizenaar en
toog naar de keizerlijke stad om een confrontatie niet uit de weg te gaan.

Op dat moment was de keizer juist bezig met de voorbereiding van een militaire campagne tegen de Goten.
Na een aantal pogingen de keizer zijn vervolgingen te laten beïnvloeden, profeteerde de H. Isaäkos  dat Valens “in de vlammen zou omkomen” vanwege zijn acties.
De keizer beval daarop dat Isaäkos in de gevangenis zou worden gegooid en bezwoer hem dat deze  onbeschaamdheid bestraft zou worden en dat hij hem om zou brengen bij zijn terugkeer uit de strijd. Spoedig daarna, op 9 augustus, 378, werd Valens verslagen bij de Slag van Adrianopolis en
stierf nadat hij zijn toevlucht daar had genomen in een brandende schuur.
Het griekse leger leed een overweldigende nederlaag en zoals voorspeld viel Valens als slachtoffer.

H. Isaäcos de stichter van het Dalmatius Klooster bij ConstantinopleDit nieuws werd overgebracht aan Valens opvolger,
Theodosius de Grote, welke in de profetische krachten
de Genade van de H. Geest onderkende.
Hij liet de H.Isaäkos terugbrengen om hem te eren, want
hij beschikte kennelijk over niet nader te omschrijven kracht, geschonken uit den Hoge.
Zo kwam er weer vrede voor de Kerk.
Theodosius haald de H.Isaäkos over in Constantinopel te blijven en bouwde
voor hem een klooster voor de poorten van de stad.
Dit klooster werd naar zijn opvolger genoemd als “Het Dalmatische”.
Isaäkos nam deel aan het 2e Oecumenisch Concilie en
werd in zijn klooster op 30 mei 385 geboren voor de eeuwigheid.

Toen de H. Isaäcos het einde van zijn aardse leven voelde naderen, benoemde hij
de latere Heilige Dalmatus als hegoumen van het klooster, waarop later bekend werd als het Dalmatische klooster.
Abt Dalmatus toonde zich eveneens een vurig voorstander van het Orthodoxe geloof en
nam deel aan het 3e Oecumenische Concilie van Epheze  [431], welke de ketterij van Nestorius veroordeelde.

Kondakion         tn.8
Als een trouwe dienaar van God
zijt gij van ijver ontbrandt voor de Kerk van Christus
en hebt Valens een slechte dood geprofeteerd
omdat hij de kerken deed sluiten.
Bidt daarom voor ons die Uw gedachtenis vieren,
eerbiedwaardige Vader Isaäkios
“.

Orthodoxie & Pinksteren en de gaven van de Heilige Geest

Discover why God has made you; the purpose driven lifeEr is de laatste tijd groeiende aandacht voor
de gaven van de H. Geest en het is dan ook niet te begrijpen dat een geestelijk hoogstaande persoon,
een kardinaal nota bene in ons land het Pinksterfeest wil degraderen tot een gewoon feest
dat slechts op één Zondag gevierd wordt.
Van oudsher van vóór de scheiding der geesten in 1054                                                                  bestaan er ‘drie Hoogfeesten’, welke op ‘twee dagen’ gevierd                                                        worden, Kerst, Pasen en Pinksteren;
het heeft te maken met Gods heilsplan en de toepassing van
Zijn wil in het dagelijks leven van elke christen.
1.]. Kerst: God werd mens in Jezus Christus.
God, die een geestelijk wezen is, heeft in de vorm van de mens Jezus van Nazareth
een menselijke vorm aangenomen en is in hem volledig mens geworden. Behalve in de zonde.
2.]. Pasen: is het belangrijkste christelijke feest in het liturgische jaar, volgend op de Goede Week. Christenen vieren deze dag dat de Heer Jezus Christus is opgestaan [verrezen] uit de doden,
op de derde dag na zijn kruisiging.
3.]. Pinksteren: Tien dagen na Hemelvaart wordt de uitstorting van de Heilige Geest gevierd.
Het is de vijftigste dag ná Pasen. Met deze uitstorting wordt de geboorte of het begin van de christelijke kerk gevierd.
> Knibbelen aan deze hoogfeesten is nog erger dan het afschaffen van de Zondagsplicht;
het ontkent namelijk het feit dat we in Nederland een christelijke basis bezitten
[waarop een cultuur is gebaseerd];
toegeven aan een dergelijke desastreuse geest
is toegeven aan de op de wereld gerichte geest [de satan].

''Laat ons in vrede tot de Heer bidden''Dit voor wat betreft de tijdgeest waarin wij leven,
terug naar ons onderwerp:
Pinksteren en de gaven van de Heilige Geest“.
In de Evangeliën zijn het voornamelijk de Apostelen Paulus en Lucas, die aan de gaven van de H. Geest aandacht aan schenken.
Wanneer we over ‘gaven van de H. Geest’ spreken, waar hebben we het dan over?
Over talenten, die komen aanwaaien? Over wonderlijke dingen die we ontmoeten?
Of gaat het toch weer over iets anders?
En Paulus zegt:
Streeft dan naar de hoogste gaven.
En ik wijs je een weg, Die nog veel verder omhoog voert
“.
1Cor.12: 31
Kun je dan naar gaven van de H. Geest streven?
Hoe dan? En zijn er dan hogere en minder belangrijke gaven?
Hoogste en laagste?
En wat is het nut van deze gaven?
Dat zijn de vragen waarover we ons mee bezig houden.

Waneer we over gaven spreken kunnen we drie dingen aanwijzen.
1.]. Genadegaven worden onderscheiden door uitingen van de H. Geest:
Ten aanzien van de uitingen van de Geest, broeders, wil ik je niet onkundig laten.
Gij weet, dat je, toen jullie nog heidenen waren,
je jezelf blindelings naar stomme afgoden liet drijven.
Daarom maak ik je bekend, dat niemand, door de Geest Gods sprekende, zegt:
Vervloekt is Jezus; en dat niemand kan zeggen: Jezus is Heer, dan
doordat dit door de Heilige Geest ingegeven wordt.
Er is verscheidenheid in genadegaven, maar het is dezelfde Geest“.
1Cor.12: 1 – 4
2.]. dan hebben we de talenten [bv. het maken van tenten door Paulus zelf, in Hand.18: 3].
Laat ik proberen een korte definitie van de drie termen te geven.
Een genadegave [χάρισμα, charisma] is een door Genade van God ontvangen voorrecht in
het functioneren voor het Koninkrijk van God.
Een geestesuiting [πνευματικών, pneumatikon] is
een direct door de Heilige Geest gewerkte uiting [zie 1Cor.12: 1]
en
Jaagt de liefde na en streeft naar de gaven van de H. Geest,
doch vooral naar het profeteren” [1cor.14: 1] of
een Openbaring in
Hoe toch zal men zelfs bij onbezielde dingen, die
geluid geven, fluit of citer, als zij geen verschil in
toon doen horen, te weten komen wat op de fluit
of de citer gespeeld wordt?“.
1Cor.12: 7
Een talent is een natuurlijke kwaliteit, die aangeboren of aangeleerd is.

3.] Een christen wordt bekleed zich door de doop met Christus  en verkrijgt daardoor
een bijzondere positie – los van de wereld – hij gaat op weg naar het Koninktijk Gods en
de natuurlijke mens wordt dan opnieuw geboren:
Jezus zei tot Nicodemus:
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand wederom geboren wordt,
zal hij het Koninkrijk Gods niet kunnen zien.
Nicodemus zei tot Hem: Hoe kan een mens geboren worden, als hij oud is?
Kan hij dan voor de tweede maal in de moederschoot ingaan en geboren worden?
Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u,
tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest,
kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan.
Wat uit het vlees geboren is, is vlees, en wat uit de Geest geboren is, is geest.
Verwonder u niet, dat Ik u gezegd heb: Gijlieden moet wederom geboren worden.
De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet, vanwaar
hij komt of waar hij heengaat; zo is een ieder, die uit de Geest geboren is“.
John.3: 3-8

Op die manier zijn we in dienst van het Koninkrijk Gods gekomen.
Alle drie omschrijvingen omvatten datgene
wanneer we over de ‘gaven van de H. Geest‘ spreken.
Dit blijkt b.v. wanneer er sprake is van een wonder
Dit  hangt voornamelijk af van filosofische vooronderstellingen en
de definitie die gegeven wordt van een ‘wonder’.
Dit laat ik even buiten beschouwing, aangezien we om dezelfde reden
liever niet spreken over ‘natuurlijke’ en ‘bovennatuurlijke’ gaven.
Indien nodig wordt daarvoor de termen ‘gewoon’ en ‘bijzonder’ gebruikt.

Mattheus 25: 35-36De meest bekende uitingen van de H. Geest
Want aan de een wordt
door de Geest gegeven met wijsheid te spreken, en
aan de ander met kennis te spreken krachtens dezelfde Geest;
aan de een geloof door dezelfde Geest en
aan de ander gaven van genezingen door die ene Geest;
aan de een werking van krachten, aan de ander profetie;                                                           aan de een het onderscheiden van geesten en                                                                                   om in talen te spreken of de betekenis ervan uit te leggen“.                                                           1Cor.12: 8-10
Een uiting van ‘wijsheid en kennis’ betreft o.a. inzicht in Gods heilsplan en
de toepassing van Zijn wil in het dagelijks leven.
Bijvoorbeeld: God wil Zijn Apostelen uitzenden – dat is algemene bekend – maar
wil Hij ook mij of jou op dit moment op pad sturen om te gaan verkondigen?
Daar komt de gave van wijsheid aan te pas.

Bij een uiting van ‘geloof’ [1Cor.12: 9] gaat het niet over het Geloof dat behoudt, maar
de gave van het ‘Geloof wat bovennatuurlijk is‘, welke sommigen onder ons ontvangen.
Het is een Geloof, dat ‘bergen kan verzetten‘.
Door dit geloof ontvang je bijzondere gebedsverhoringen en
worden bijvoorbeeld mensen van kwalen bevrijd.
De hierna genoemde gave van genezing en de werking van krachten
kunnen als voorbeelden van dit bovennatuurlijk Geloof worden gezien.

Het is opmerkelijk dat er in het Grieks gesproken wordt over ‘gaven van genezingen’,
in het meervoud dus.
We zullen dit zo moeten opvatten, dat je deze gave niet permanent bezit, maar
dat deze uitingen iedere keer opnieuw, al naar gelang het noodzakelijk is
zich door de H. Geest openbaren.
Het zijn geen talenten die je bezit, maar de H. Geest bezit deze gaven en
gebruikt ons als instrument om Zijn doel te bereiken.

De ‘kracht om wonderen te doen‘ of de ‘werking van krachten‘ is
een verzamelnaam van allerlei tekenen en wonderen die
door de kracht van de Heilige Geest worden verricht.
Het trappen op of gebeten worden door giftige slangen
zonder dat het je iets doet [Hand.28: 3-6 en Marc.16: 18],
het rustig lopen te midden van de wilde dieren van Daniël in de leeuwenkuil en heiligen in de Romeinse arena.

‘Profetie’ is het direct onder inspiratie van de Heilige Geest spreken namens God:
vermanend, bemoedigend, verborgen dingen aan het licht brengen,
soms met betrekking tot toekomstige gebeurtenissen.

Na het profeteren komt het toetsen van de profetie.
Daarvoor is de gave van het ‘onderscheiden van geesten‘ van belang, maar
eveneens voor het beoordelen van de andere uitingen:
uit welke geest gebeurt iets – waarom gaan de dingen zoals zij gaan
het onderscheidingsvermogen, is een Openbaring of bovennatuurlijke werking van God.
Voor hetzelfde geld is het afkomstig van de duivel of ontsproten aan
menselijke fantasie of psychische kracht,
worden er spelletjes gespeeld, zijn wij speelbal van anderen.

‘om in talen te spreken of de betekenis ervan uit te leggen’ is een direct
door de H. Geest geïnspireerd schrijven/spreken/vertalen in een voor de spreker onbekende taal.
De ‘ vertolking/vertaling’ is de gave om de inhoud van de boodschap aan de gemeente uit te leggen. Het is geen aangeleerde vertaaltechniek, maar een gave die direct door de Heilige Geest wordt ingegeven. Zo’n iemand heeft veelal ook de Gave van het Woord en weet op eenvoudige wijze de moeilijkste begrippen uiteen te zetten.

Prioriteiten in uitingen van de H. Geest
De volgorde van de opsomming in 1Cor.12: 8-10 geeft aan
hoe deze in Corinthe gezien werden.
Paulus begint hier met wijsheid en kennis [vers 8], die in Corinthe voorop stonden,
zoals blijkt uit 1Cor.1: 5-7:
Want in elk opzicht zijt gij rijk geworden in Hem:
in alle woord en alle kennis, gelijk het getuigenis aangaande Christus
onder u bevestigd is, zodat gij ten aanzien van geen enkele genadegave te kort komt
“.
Paulus zelf kent een andere prioriteit, hij zet namelijk het profeteren voorop [1Cor.14: 1].
Zijn opsomming ziet er iets anders uit en deze vinden we in 1Cor.12: 28
En God heeft sommigen aangesteld in de gemeente,
ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars,
verder krachten, daarna gaven van genezing,
[bekwaamheid] om te helpen, om te besturen en in talen te spreken

Hij geeft duidelijke prioriteiten aan: ten eerste, ten tweede…
Vervolgens valt het op dat hij geen onderscheid maakt tussen
meer gewone gaven en bijzondere.
De gave om in talen te spreken en die van het besturen staan naast elkaar.
En vervolgens zegt hij in vers 31:
Streef naar de hoogste gaven“, d.w.z. apostel en profeet.
Ook naar de andere gaven mag gestreefd worden, zo
stelt hij in 1Cor.14: 1, maar ook daar laat hij dit weer volgen door
maar allereerst naar de profetie“.

Geestesgaven aanleren?
Wat moeten we verstaan onder ‘streven naar‘?
Kun je gaven en uitingen van de H. Geest dan aanleren?
We horen Paulus spreken over ‘streven naar‘ gaven [1Cor.14: 1], maar
ook met betrekking tot het uiteen te zetten
dient eenieder op zijn beurt te spreken
en over de profeten wordt gezegd dat:
Gij alleen een voor een kunt profeteren, opdat
allen lering en allen opwekking erdoor ontvangen.
En de geesten der profeten zijn aan
de profeten onderworpen, want
God is geen God van wanorde, maar
van vrede“.
1Cor. 14:31-33
Eén duidelijke conclusie kunnen we hieruit meteen al trekken,
namelijk dat de gaven, ook de bijzondere uitingen niet functioneren
bij wijze van een soort van extase.
Dit gebeurt wel in andere godsdiensten:
dat is het dwingende van de tegenstrever, de satan, wat de bijbel bezetenheid noemt.
Je kunt een genade voor het priesterschap, diaken worden, niet afdwingen –
de situatie zo bespelen dat je er – op eigen kracht – toekomt,
je wordt ervoor gevraagd en gekozen.
Blijkt het toch anders te zijn gegaan – dan blijkt dat vanzelf en kunnen er ‘brokken’ vallen,
ja, ernstige mistoestanden ontstaan, hetgeen maar al te vaak gebeurd.

Maar terug naar onze vraag: kunnen geestesgaven aangeleerd worden?
Ja en nee. Sommige meer, andere minder, zou ik zeggen.
In ieder geval kun je de uitingen van de Geest niet leren op een mechanische wijze, zoals je
in het reguliere onderwijs je Gymnasium [etc.] behaalt en daarom priester, diaken wordt.
Stel, iemand ziet in mij de gave van herder.
Hij gaat dezelfde boeken lezen, dezelfde cursus volgen, dezelfde studie etc.
Is dat een garantie dat hij dezelfde persoon wordt als ik? Nee!
misschien wordt hij een goede schaapsherder, maar
een herder van mensen dat is nogal niet wat.
Een herder van mensen dient bv. niet iemand te zijn die overheerst,
manipuleert om zijn doel te bereiken;
een herder van mensen mag ook niet zachtzinnig zijn want dan krijg je een
geneesheer, die smerige wonden maakt en alles op een loopje laat.
Neen, een diaken, een priester wordt daarvoor door de H. Geest op
de een of andere manier ‘een gesteldheid’ aangemeten waardoor hij opvalt en
gevraagd wordt.
Het heeft dus niet zozeer te maken met kennisoverdracht en intellectuele ontwikkeling;
iemand met een geheel andere opleiding, andere dan theologische boeken, kan toch
een pastorale gave ontwikkelen.

Waarmee heeft het ‘streven naar’ dan wel te maken?
Het is volgens mij te vergelijken met karakterontwikkeling, die
voor een groot deel een gegeven is, maar
voor een ander deel beïnvloedbaar.
Zo is het ook gesteld met de karakterontwikkeling van de ‘nieuwe mens’.
Het kan een karakter worden waarin gaven van de H. Geest functioneren,
maar dat gebeurt niet noodzakelijkerwijs.
Hier speelt het ‘streven naar’ een rol.
Het Griekse woord voor ‘streven naar’ betekent letterlijk ‘ijverig zijn, beijveren’.
Het spreekt over een ernstig en intens verlangen.
Hetzelfde woord komt ook voor in Gal.4:18,
“Het is mooi als men altijd ijvert voor een goede zaak,
maar dan ook altijd, en niet alleen als ik bij u ben”.
Zo leren we een belangrijke les, die ook bij de gaven heel belangrijk is.
Wanneer je niet blijvend naar een gave streeft, maar
alleen af en toe, is er geen sprake van ‘ijveren’, maar
van interesse, nieuwsgierigheid of zelfs sensatie!

Heel praktisch gesproken kunnen we bij ‘beijveren’ denken aan het bidden om een gave en aan het bestuderen van de bijbel met betrekking tot de gave waarnaar je verlangt.
Maar het is ook belangrijk te praten, bidden en
op te trekken met gelovige vrienden in
wie je de gave ziet functioneren.
Denk aan de profetenscholen in het eerste verbond.
En verder geeft Paulus in 1Kor.14:12 het belangrijke advies om
in het bezig zijn met gaven uit te munten tot stichting van de gemeente.

Een gave zijn is belangrijker
Het altaar met daarboven het Groot en Heilig KruisEen geestesgave ontvangen is het voorbereidende werk.
Het belangrijkste is niet een gave te hebben,
maar om ‘een gave te zijn‘.
Heeft de gemeenschap in jou iemand gekregen die
tot haar opbouw en haar vervolmaking is.
Dat dit het doel is, blijkt al uit het prioriteitenlijstje van Paulus:
de eerste gaven zijn de mensen.                                                                                                            Zij hebben niet alleen een gave, ze zijn zelf een gave.
Dit lezen we ook in,
Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven,
zowel evangelisten als herders en leraars“.
Eph.4: 11
Deze gaven die God de mensen ter beschikking stelt,
zijn zelf ook mensen teneinde
Zijn gemeente een dienst te bewijzen.
Paulus zegt duidelijk dat iedere gelovige gaven heeft:
Dit alles is het werk van één en dezelfde Geest, Die
aan ieder zijn gaven uitdeelt zoals Hij het wil“.
1Cor.12: 11

De vraag is dus niet zozeer of wij gaven hebben, maar
meer of wij ook toegewijd zijn om ‘een gave te zijn‘ voor anderen en
dat is dienstbaar en beschikbaar zijn wanneer dat nodig is.
En dat geldt voor de bisschop, de priester, de diaken, maar
ook voor ieder ander wanneer dat nodig is.
Wij zijn uit God; wie God kent, hoort naar ons;
wie uit God niet is, hoort naar ons niet.
Hieraan onderkennen wij de Geest van de Waarheid en
de geest der dwaling
“.
1John.4: 6

Een gave vraagt om een offer
Van het zijn van een Genadegave komen we op
de relatie tussen Gaven van de Geest en toewijding.
Hierover spreekt Paulus:
Wij hebben nu gaven, onderscheiden naar de Genade, Die ons gegeven is:
profetie, naar gelang van ons Geloof; wie dient, in het Dienen;
wie onderwijst, in het Onderwijzen; wie vermaant, in het Vermanen;
wie mededeelt, in Eenvoud; wie leiding geeft in IJver;
wie barmhartigheid bewijst, in Blijmoedigheid

Rom.12: 6-8
Paulus bespreekt hier de gaven onder het thema van het ‘Ware offer‘:
Ik vermaan u dan, broeders,
met beroep op de barmhartigheden Gods, dat gij uw lichamen stelt tot
een levend, heilig en een aan God welgevallig offer:
dit is uw redelijke eredienst
“.
Rom.12: 1
Ook hier hanteert Paulus geen onderscheid tussen natuurlijk en bovennatuurlijk.
Ook hier gaat het niet om de gaven op zich.
De lijst bevat slechts voorbeelden, hij is niet geordend naar prioriteiten en is ook niet volledig.
En er wordt verondersteld dat ‘iedere gelovige‘ gaven heeft.
Waar het hem om gaat is dit:
hoe gaat iemand met zijn/haar gaven om?
Is iemands leven een heilig en God welgevallig offer?

Paulus maakt ook hier geen onderscheid tussen ‘gewone’ en ‘bijzondere’ gaven.
Hij noemt enerzijds meer alledaagse gaven zoals dienstbetoon, onderwijs,
bemoediging, leiding geven, hulpverlening en ziekenzorg.
Hij spoort de gelovigen aan deze op een goede manier in praktijk te brengen.
Anderzijds noemt hij de meer bijzondere gave van profetie en zegt hierover:
“gebruik die in overeenstemming met het Geloof”,
dat wil zeggen naar de mate van het Geloof, dat
God een ieder in het bijzonder toebedeelt [Rom.12: 3].
Ook hier is de spits dus hoe iemand met deze gave om gaat.
Voor alle meer bijzondere gaven is het van belang dat
we handelen naar de mate van onze Geloofsovertuiging.
Geloof staat dan tegenover twijfel.
Paulus zegt hierover:
Maar wie twijfelt, wanneer hij eet, is veroordeeld, omdat
hij het niet uit Geloof doet.
En al wat niet uit geloof is, is zonde
“.
Rom.14: 23
We mogen niet denken, baat het niet dan schaadt het niet.
Twijfel schaadt!
Niet ‘je eigen weg gaan in geloof’ als je dat Geloof niet bezit.
Dat is bijzonder schadelijk.
Maar ben je er eenmaal zelf van overtuigd dat de Heer je iets laat zien,
spreek dan vrijmoedig en laat je niet de mond snoeren.
Jij bent het de Heer en de gemeente verplicht, te zeggen wat je op je hart meedraagt.
Het is ook schadelijk als je uit schaamte zwijgt,
laat de gemeente maar reageren,
de tijd zal het leren.

Brede opvatting van charismata
De opvatting van Paulus over Gaven van de H. Geest is dus heel breed.
Hij verstaat hieronder niet alleen de bijzondere uitingen, maar
ook de meer gewone menselijke kwaliteiten en talenten.
Bovendien zegt hij over zijn ongehuwde staat:
Ik zou wel willen, dat alle mensen waren, zoals ikzelf.
Doch iedereen heeft van God zijn bijzondere gave, de een deze, de ander die.
Maar tot de ongehuwden en de weduwen zeg ik:
Het is goed voor hen, indien zij blijven, zoals ik
“.
1Cor.7: 7,8
Dus ook een maatschappelijke positie als celibatair
ziet hij als een charisma, een Genade van de H. Geest.
In deze context dienen we bij de verwijzing naar de Gave van een ander niet denken aan
het op een liefdevolle en gepaste wijze omgaan met zijn of haar levensgezel:
De man kome jegens de vrouw zijn (echtelijke) verplichtingen na en
evenzo de vrouw jegens haar man.
De vrouw heeft niet zelf over haar lichaam te beschikken, doch haar man en
eveneens heeft de man niet zelf over zijn lichaam te beschikken, doch zijn vrouw.
Onthoudt dat elkander niet, tenzij met onderling goedvinden (en) voor een bepaalde tijd, om
u te wijden aan het gebed, maar om daarna weer samen te komen, opdat
niet de satan u zal verzoeken wegens uw gemis aan zelfbeheersing
“.
1Cor.7:3-5
Alles wat een christen uit Genade is of mag doen voor de Heer,
ziet Paulus als een Gave van de H. Geest [charisma],
een uit genade van God ontvangen voorrecht
om Hem te dienen.

Tot nut voor zowel gelovigen als ongelovigen

We hebben eerder al opgemerkt dat Paulus zegt dat
de gaven tot nut van de gemeente dienen te zijn.
Moeten we dit zo verstaan dat Paulus
het nut van de charismata beperkt tot de gemeenschap van gelovigen?
Hij toch algemener in:
Maar wie profeteert,
spreekt voor de mensen
stichtend, vermanend en bemoedigend
“.
1Cor.14: 3
En in vers 24-25 spreekt hij zelfs ronduit over
het nut van de gave van profetie voor ongelovigen:
Maar als allen profeteren en er komt een ongelovige of toehoorder binnen, dan
wordt hij door allen weerlegd, wordt hij door allen doorgrond,
Het verborgene van zijn hart komt aan het licht en
hij zal zich ter aarde werpen, God aanbidden en belijden, dat
God inderdaad in uw midden is“,
De ons gegeven gaven van de H. Geest zijn van
groot belang voor de verspreiding van het Evangelie.
Aangezien de context in de brieven die van de christelijke gemeenschap is,
is het niet vreemd dat we dit aspect daar minder, maar
in het boek Handelingen veel meer tegenkomen.

In Handelingen lezen we regelmatig over ‘tekenen’ en ‘wonderen’;
we zijn ze de afgelopen weken in de lezingen tegengekomen
[Hand.2: 43; 5: 12; 6: 8; 8: 6, 13; 14: 3; 15: 12].
De genezingen en andere charismata dienen als
legitimatie van de prediker en zijn boodschap.
Wonderen en tekenen ondersteunen en bevestigen
de Blijde Boodschap van de apostelen.
Lucas schrijft over Paulus en Barnabas dat
Zij verkeerden daar dan geruime tijd, vrijmoedig sprekende in
vertrouwen op de Heer, Die getuigenis gaf aan het woord van Zijn Genade en
tekenen en wonderen door hun handen deed geschieden
“.
Hand.14: 3
In dezelfde lijn spreekt ook Marcus over genezingen:
Doch zij gingen heen en predikten overal, terwijl de Here medewerkte en het woord bevestigde door de tekenen, die erop volgden’ (Mar.16:20).

We zien in het boek Handelingen dat door het zien van genezingen en wonderen mensen tot geloof komen.
Dit gebeurt bijvoorbeeld bij de genezing van Eneas [Hand.9: 32-35] en
de opwekking uit de dood van Dorcas [Hand.9: 37-43].
Zo zien we dat de charismata enerzijds
gezien worden als manifestaties van de Geest [1Cor.12: 4-11] en
anderzijds als legitimatie van de prediker en zijn boodschap [2Cor.12: 2].

Orthodoxie & Pinksteren, de geboorte van de Kerk

Pinksteren1> Hoe kun je ondanks het feit dat je maar tot
een kleine groep christenen behoort
toch het Woord verkondigen?

Ik had onlangs een ontmoeting met een afgestudeerde
aan de Hoge School Management
en sprak met hem over zijn visie over
hoe je een kleine kerkgemeenschap uitbouwt.
Hij deelde de droom van een kerk vol met kleine groepen waarin, onder andere,
iedereen zijn verloren geraakte vrienden, buren en werk laat samenvallen met
de verkondiging van de Blijde Boodschap.
Zijn opwinding over deze droom sprak me zo aan
dat ik enthousiast werd in de stappen die we zouden kunnen ondernemen om
onze kleine groep christenen effectief te laten functioneren.

Voor ik hier aan begin dien ik eerst de vier beweegreden nader te omschrijven:
1.].En toen zij [Zijn volgelingen] Hem zagen, liepen zij met Hem weg,
maar sommigen twijfelden.
En Jezus kwam naderbij en sprak tot hen, zeggende:
‘Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde.
Gaat dan heen en maakt al de volken tot mijn discipelen en
doopt hen in de Naam van des Vader en van de Zoon en van de Heiligen Geest en
leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb.
En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld
“.
Matth.28: 18-20
Jezus gebiedt dus ieder van ons [christenen] om te gaan
[ons tot anderen te wenden, op hen af te stappen] en
hen tot volgeling te maken
[van hen te houden en de Blijde Boodschap met hen delen].
2.]. Omdat het je omgeving vooruithelpt, voedt
– hen verbindt met datgene wat zij niet kennen,
hun zielen raakt door God.
Jezus zei dit nadat hij met een vrouw [een mogelijke volgeling]
de Blijde Boodschap had gedeeld bij de bron; Hij deelde met haar Datgene
Wat Hij van Zijn [en Onze] Vader diende te delen.
De Samaritaanse vrouw liet haar kruik staan en
ging naar de stad en zei tot de mensen:
Komt mee en ziet een mens, die gezegd heeft alles wat ik gedaan heb:
zou deze niet de Christus zijn?
Zij gingen de stad uit en kwamen tot Hem.
Intussen vroegen zijn discipelen Hem, zeggende: Rabbi, eet.
Hij zei echter tot hen: Ik heb een spijs te eten, waarvan gij niet weet.
De discipelen dan zeiden tot elkander:
Iemand heeft Hem toch niet te eten gebracht?
Jezus zei tot hen: Mijn spijs
[voedsel] is de wil te doen van Degene, Die
Mij gezonden heeft en Zijn werk te volbrengen
“.
John.4: 28-34
3.]. Omdat verloren mensen nu eenmaal redding nodig hebben:
Ik [Paulus] spreek Waarheid in Christus, ik lieg niet, want
mijn geweten betuigt mij dit mede door de Heilige Geest:
Ik heb een grote smart en een voortdurend hartzeer.
Want zelf zou ik wel wensen van Christus verbannen te zijn ten
behoeve van mijn broeders, mijn verwanten naar het vlees …

Rom.9: 1-3
Paulus, de geroepen Apostel, had constant verdriet omdat verloren mensen in zijn omgeving
werden verdoemd waren en afgesloten van de Blijde Boodschap, het Woord, Christus.
4.]. Omdat dit God verheerlijkt . . . . . ook wij zijn:
Dienstknecht [geworden] van Christus Jezus, een geroepen apostel,
afgezonderd tot verkondiging van de Blijde Goddelijke Boodschap, die
Hij tevoren door Zijn Profeten beloofd had in de heilige Schriften –
aangaande zijn Zoon, gesproten uit het geslacht van David naar het vlees,
naar de Geest van Heiligheid door Zijn Opstanding uit de doden
verklaard Gods Zoon te zijn in kracht, Jezus Christus, onze Heer door
Wie wij Genade en het apostelschap
[mede-] ontvangen hebben om
gehoorzaamheid van het Geloofs te bewerken voor
Zijn Naam onder al de heidenen, tot welke ook gij behoort,
geroepenen van Jezus Christus
“.
Rom.1: 1-5
Op die wijze brengen we verloren mensen tot gehoorzaamheid van het geloof en
verheerlijken we Gods naam.

Maar het probleem is echter dat de meest gelovigen het wel geloven,
– misschien regelmatig hun kerkgemeenschap bezoeken,
– misschien hun portemonnee trekken ten behoeve van de Kerkbijdrage
– en that’s all –
zij zijn in het geheel niet actief betrokken,
laat staan bij het maken van volgelingen.

Gij echter hebt een zalving van de Heilige en gij weet dat allen> Wat kan een geestelijk leider [bisschop, priester]                               van een kleine groep dan ondernemen om
Gods Gemeenschap in deze te doen groeien?
1.]. Laat ieder afzonderlijk lid van de gemeenschap
bidden om de begenadigde werking van de H. Geest.
Wanneer we in gehoorzaamheid ‘Christus’ verheerlijken,
dient Hij eerst geboren te worden in onze harten, door                                                                  bemiddeling van de H. Geest.
Dus vraag allereerst indringend aan elk lid van je gemeenschap om gebed.
2.]. Vraag Onze [gezamenlijke] Vader hoe Hij wil dat u stappen onderneemt in
het maken van volgelingen en maak stapje voor stapje de stappen die Hij je aangeeft.
3.]. Vraag de gehele geloofsgemeenschap samen met je te bidden voor jouw inzet en
samen te delen wat God met ons doet.
Dit betekent voor iedere voorganger, ook de bisschop, intensief overleg heeft over
het hoe en waarom van datgene wat er in de gemeenschap te gebeuren staat.
Het ‘dienaar‘ zijn is een gezamenlijk optrekken,
d.w.z. weten wat de beweegredenen van mensen zijn,
niet óver de mensen leiding geven maar sámen met de mensen.
Omdat dit soort stappen een invasie inhouden van
het koninkrijk van de tegenstrever [de satan],
is Gods krachtige hulp hoogstnoodzakelijk.
Vraag derhalve de gemeenschap, het Bisdom en de Parochie voor u te bidden en
deel vervolgens met hen, iedere gemeenschap afzonderlijk, hoe
God de vragen beantwoordt; God kan daarbij uw voorbeeld en ervaringen
gebruiken om hun hart te roeren.
4.]. God zal Zijn [ant]Woord gebruiken om het gemeenschapsleven in
het leven van de groepsleden te implementeren en te effectueren.
5.]. Organiseer samen gespreksgroepen –
werk samen aan het schrijven van en deel dit in 90 seconden getuigenissen met elkaar,
leer aan de hand van een eenvoudige presentatie de Blijde Boodschap lezen en begrijpen,
maak er een rollenspel van.
Wijdt hier op z’n minst iedere week ruimte voor in en
doe dit af en toe eens bij een wisselend iemand thuis,
weet wel er is niets zo bevrijdend
als samen een maaltijd gebruiken.
Doe vergaderingen om en om bij bestuursleden thuis.
Deze aanpak zal het vermogen van de groep versterken en
aan te tonen hoe belangrijk het is dat
we samen de Blijde Boodschap delen.
6.]. roep alle leden op om te bidden en God te vragen
welke stappen zij zelf dienen te nemen om
daadwerkelijk een christelijke gemeenschap te vormen.
Omdat Jezus ieder van ons gebiedt om uit te trekkenn en discipelen te maken,
heeft Hij een unieke plan met ieder van ons om dit te doen.
Er bestaat geen enkele competitie, ieder brengt zijn kwaliteiten in en
alles wat een ander doet is, mits in overleg, goed.
Als we dan met elkaar bidden en Zijn Goddelijke Visie zoeken,
zal Hij ons de specifieke mensen aanreiken, die de Blijde Boodschap uitdragen en
ons de concrete stappen aanwijzen die wij, hoe zwaar ook, op ons dienen te nemen.
7.]. Laat elk van ons één zijn en onverdeeld de stappen nemen die God ons geeft en
laten we voor elkaar in de groep om een goed resultaat bidden.
Laat elke persoon deelgenoot zijn wat er tijdens de week ervaren wordt
toen zij God vroegen welke stappen zij dienden te nemen.
Misschien dat iemand zal beginnen regelmatig te bidden voor de ongelovigen;
een ander zou een buurman uitnodigen voor het diner.
Maak van elke stap een feest, of die nu klein of groot is en
blijf onafgebroken voor elkaar bidden.
8.]. Wees mededeelzaam over welke stappen genomen en vieren een overwinning
als gehele groep.
Elke week vindt er een uitwisseling plaats over welke stappen er de afgelopen week genomen zijn
en welke nieuwe stappen God aanbiedt om verder te komen – en
blijf bidden voor elkaar.
9.]. Plan activiteiten waarbij de gemeenschap anderen, misschien ongelovige vrienden, of
afgehaakte gelovigen kunnen uitnodigen.
Een thuisgroep kan Kerst-, Paas- en Pinksterbijeenkomsten opzetten,
maar ook voor de jongeren sport-, picknick-, barbecue-, muziek- en leesbijeenkomsten
worden opgezet, waarbij tevens ongelovige vrienden. buren, en collega’s kunnen worden uitgenodigd.
Wanneer we vurig om een dergelijke invulling bidden,
zal God een dergelijke aanpak zeker ondersteunen,
ziet onze omgeving het mooie van de christelijke omgang met elkaar
en de liefde voor de omgeving en  zullen significante gesprekken plaatsvinden.
10.]. En wat is het Resultaat?
Wanneer we samen ergens om bidden;
elkaar, jong en oud, hoog en laag, geletterd en ongeletterd ondersteunen en
God genadig meewerkt,
zul je mensen tegenkomen die concrete stappen ondernemen
om de verloren gewaande Blijde Boodschap van het Evangelie vlot te trekken en
zie verloren gewaande mensen weer tot het Geloof komen en toegevoegd worden
aan onze kleine maar gelovige christelijke gemeenschap
Christ-is-risen– alleen al om hun bestwil geeft dit je
vreugde en de heerlijkheid van Christus.
Ik denk dat Christus graag eens iets
zou vernemen van de mensen om jou heen
hoe ze een dergelijk initiatief zouden vinden.
Vroeg of laat zal Hij dit je door de H. Geest
persoonlijk laten weten hoe Hij dit heeft ervaren.

“Een wereld zonder Christus’ Kerk is als een lichaam – zonder ziel -;
Je dient te kunnen Dansen alsof er niemand [dan God] kijkt;
Je dient Lief te kunnen hebben alsof je nooit gekwetst zal kunnen worden;
Je dient te kunnen Zingen alsof er niemand [dan God] zal kunnen luisteren en
Je dient te kunnen Leven alsof de Hemel op aarde reeds bestaat” ;
Succes
.

Orthodoxie & Hemelvaart, de aarde of ons Leven

de aarde of ons Leven
Ik herinner me als kind dat een vriend me verhalen vertelde
tijdens het  fietsen onderweg naar school
Op een dag vertelde hij hoe zijn grootvader, hem verhaalde over hoe het einde van de wereld zou zijn en de wereld zou worden vernietigd en dat al degenen die
in Jezus geloven in de Hemel zullen worden opgenomen naar.
Nadat de wereld is vernietigd zo ging hij verder zal er een nieuwe wereld en een nieuwe aarde komen.
Tijdens het fietsen waren we heel nieuwsgierig hoe die nieuwe wereld er dan uit zou zien.
Misschien zou het gras paars kleuren en de zon groen licht verspreiden en
de lucht rood kleuren, zo vroegen we ons af.

Dat gesprek is me door de jaren heen altijd bijgebleven, maar ik geef toe,
de kleuren van de nieuwe aarde voeden mijn nieuwsgierigheid
niet meer zo veel als toen ik jong was.
Dit gesprek komt elk jaar weer bij me op wanneer we de hemelvaart van onze Heer vieren.
Momenteel houdt ik mij meer met de vraag bezig hoe Jezus, Die voornamelijk in de Hemel geïnteresseerd was toch Zijn volgelingen leerde hoe op aarde te leven en
vervolgens Zijn discipelen op aarde met dat lerend werk opzadelt.
Dat toen Hij naar de hemel was opgevaren
– en Hij Zijn discipelen naar de hemel wilde voeren –
Hen toch ook niet met Zich mee heeft kunnen nemen?!?

De conclusie dient immers te zijn dat:
Op de dag dat Christus naar de hemel is opgevaren,
vertellen de engelen zelfs aan de apostelen 
[en ons] dat
we op dienen te houden naar de hemel te staren en
dat ons werk zich hier op aarde bevindt.
Wat we nodig hebben is niet de hemel, maar
de Heilige Geest opdat Jezus ééns terug zal komen!
Onze rol is om op aarde Gods Wil te doen
zoals dat eveneens in de hemel wordt gedaan,
hetgeen niet hetzelfde is als dat we nodig hebben om in de hemel Gods wil te doen.
We kunnen de periode hier op aarde of ons leven hier niet overslaan, maar zijn geroepen om Zijn werk en wil op deze planeet te doen:
– om Zijn getuigen te zijn,
– om niet alleen over de dood van Christus te praten,
– maar ook over Zijn Opstanding.
We dienen niet met ons hoofd in de wolken des hemels rond te lopen en
luchtkastelen op te bouwen om de zending van Christus op aarde te vervolmaken.
Veel meer is het feest van Hemelvaart een oproep tot ons allen om
Zijn dienaren van de Blijde Boodschap, van Zijn Kerk te zijn,
om in alle naties discipelen te maken door te getuigen van wat God
in en door Zijn Zoon, onze Heer Jezus Christus heeft gedaan
“.

Dit, denk ik, komt overeen met het hogepriesterlijk gebed waarbij
Jezus spreekt met Zijn Vader. . . . .
Wanneer Hij in Johannes 17: 14 – 23 zegt dat het niet alleen de discipelen zijn, die Hem dierbaar zijn,  dat het niet alleen Zijn volgelingen zijn die Hij in de hemel wil doen komen, maar inderdaad de gehele wereld! Alles en iedereen!
En als geregelde volgorde “wordt dan alles aangetrokken tot die hemel“;
alles – behalve als uitzondering die exclusieve zonde;
neem het wel goed waar – alles wordt naar de hemel getrokken en
de hemel komt het aardse in de omgekeerde richting tegemoet.
Hoewel er een groot onderling verlangen bestaat naar deze vereniging en de gemeenschap met elkaar blijft er altijd iets bestaan waarop dit niet bereikbaar blijkt,
waarbij je jezelf toch blijft afvragen ​
​welke kleur het gras zal hebben aan de andere kant van de heuvel.
Mens, wat staat gij daar en ziet op naar de hemel?” vraagt ons de engel [Hand.1: 11].
Ik ben er zeker van dat het iets met de menselijke nieuwsgierigheid te maken heeft,
die als we iets van onze katachtige vrienden kunnen leren
een gevaarlijke onderneming inhoudt.

Er zijn, zo lijkt het, veel belangrijker zaken om ons mee bezig te houden.
Namelijk onszelf te bevrijden van dat ene ding wat overblijft en
dat absoluut geen trekpleister oplevert tot de hemel en
dat is onze zonde.
Sterker nog door dit te overwinnen zal het ons
een plaats in het Hemelse Koninkrijk, bij God bezorgen.
Of beter gezegd, zoals onze Heer het ons Zelf voorhoudt:
Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon,
gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met Mijn Vader op Zijn troon.
Wie oren heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt
“.
Openb.3: 21

Christus in Zijn hemelvaart
Wat doet de Blijde Boodschap eigenlijk
wanneer we spreken over de Hemelvaart van Christus in de hemel?
Deze gelegenheid of dit ‘Mysterie’ is de vervulling van het manifestatie van de incarnatie van het Woord, de menswording van Christus als de Zoon van God.
Dit is het afsluitende of laatste hoofdstuk dat gaat over
zowel de goddelijkheid en menselijkheid van Christus.

Het verhaal ontwikkelt zich, aldus Marcus, nadat
Jezus aan Zijn discipelen verscheen was en
Hij beval de Blijde Boodschap en Haar verkondiging aan hen overdroeg:
De Heer [Jezus] dan werd, nadat Hij tot hen gesproken had,
opgenomen in de hemel en heeft Zich gezet aan de rechterhand Gods
“.
Marc.16: 19
De Verrezen, de Opgestane Heiland is,
in Zijn licht en met Zijn Verheerlijkt lichaam, mede- of co-tronend met de Vader
op een wijze die Hij, niet alleen door Zijn goddelijke natuur, maar ook
door Zijn Overwinnende en Vergoddelijkte Menselijke natuur,
mede-gelijk is aan de Vader.
Op dezelfde manier waar jij een ander mens in plaats van jezelf mede- of co-gelijk stelt
door hem een ​​zitje [zetel] aan uw rechterzijde aan te bieden,
zo heeft God de Vader, Zijn Opgestane Zoon, Christus gelijkgesteld met Zichzelf.

In het verslag van deze gebeurtenis  in Lucas werd Hij nadat Hij hen voor de laatste keer verscheen, werd hij op een zodanige wijze in de hemel opgenomen dat blijkt dat
Hemelvaart en Opstanding niet door een tijdsinterval werden gescheiden.
In het begin van de Handelingen van de Apostelen [welke eveneens door de Apostel Lucas werd beschreven] verscheen Hij hen gedurende veertig dagen en vervolgens
Hij leidde hen naar buiten tot bij Bethanië
[“Huis van lijden” of “Huis der behoeftigen, nooddruftigen”]
en Hij hief de handen omhoog en zegende hen.
En het geschiedde, terwijl Hij hen zegende, dat Hij van hen scheidde
“.
Luc.24: 50, 51
– en dit alles gebeurde nadat Hij hun de Heilige Geest beloofd had.
Voor mij zijn de veertig dagen een symbolisch getal.
Aantallen werden voornamelijk gebruikt in een theologische symboliek:
Dit was de hoeveelheid tijd,
die het volk van Israël doorgebracht in de woestijn van Sinaï
voordat ze het Beloofde Land bereikten.
Bijgevolg kunnen we deze parallel doortrekken tot de hemel,
welke Christus – in Zijn hemelvaart – bereikte, dat is
in feite onze Beloofde Land; met andere woorden,
dat het eerste een voorafbeelding was van dit laatstgenoemde.
Evenzo was “Mozes daar bij de Heer veertig dagen en veertig nachten,
brood at hij niet en water dronk hij niet en
Hij schreef op de tafelen de woorden van het Verbond, de Tien Woorden
“.
Ex.34: 28
Ook de profeet Elias bracht deze tijdseenheid door op zijn weg naar de Sinaï.
Het lijkt erop dat een symbolisch getal altijd voorafgaat aan
de transfiguratie [van gedaante veranderen];
met name in de hemelvaart is de menselijke natuur van Christus voor de laatste keer
getransfigureerd en wordt in staat gesteld om samen met God op de Troon plats te nemen.
Op dezelfde manier wandelde God in de menselijke natuur
door de vleeswording van Zijn Zoon, de mensheid maakt wandelingen in God
door de Hemelvaart van Christus.

De gebeurtenis vindt niet plaats binnen waarneembare tijd en afstand.
Het is de deelname van de menselijke natuur, die in Christus werd gezuiverd,
in het hart van God [de Goddelijke natuur]
– Deze twee naturen functioneren zonder verwarring,
– ze worden niet verdeeld of gescheiden, en
op geen enkel moment hebben ze een verandering ondergaan
[zoals bepaald op het 4e Oecumenisch Concilie (451 A.D.) van Chalcedon].
Dat, deze verandering al had plaatsgevonden in de incarnatie [bij de menswording] en
vindt op dezelfde manier plaats in de Hemelvaart.
De menselijke natuur in Christus verdwijnt niet of ontbindt Zich,
maar Zijn Eer en Glorie wordt tijdens Zijn hemelvaart geopenbaard [getransfigureerd].
Door te zeggen:
” En niemand is opgevaren naar de hemel,
dan die uit de hemel nedergedaald is de Zoon des mensen”
[John.3: 13], wordt niet de beweging in de ruimte aangeduid,
in beide situaties refereert Johannes hiernaar, hij probeert duidelijk te maken
dat er een kruising tussen de twee naturen was gekomen om dit te laten gebeuren.
De eeuwige Zoon wordt geïncarneerd [mens]
vanaf het moment van de verkondiging van de aartsengel Gabriël tot de Moeder Gods en
de Godheid neemt de menselijkheid van Christus aan vanaf het moment van
haar oprichting tot aan de vervulling
– in de dood en de Opstanding en de Openbaring van de Hemelvaart.

Hemelvaart is de uiting of openbaring van wat er komen te gebeuren,
vanaf het moment dat het Woord vleesgeworden was in de schoot van de Theotokos, Maria.
De Zoon heeft de tijd en ruimte in Zich en
heeft Zich vrijwillig aan hen overgegeven, maar Hij bevrijdt Zichzelf weer
door Zijn dood en Opstanding, zonder Zijn menselijke natuur op te geven,
Hij Die werd verheven [Zijn menselijke natuur] voorbij de gebondenheid van tijd en ruimte.
Het is alleen maar omwille van de gemeenschappelijke uitdrukking dat er werd gezegd:
“Hij is nedergedaald” of “Hij is opgevaren”.
Christus was hier op aarde omdat Hij ons mensen wilde genezen en bevrijden.
Na dit op Zijn wijze gedaan te hebben is Hij “opgevaren” naar de hemel.
De hemel is de plaats waarnaar de mens wordt aangetrokken,
maar de hemel is geen fysieke plaats.
De hemel is niet boven en de mens bevindt zich er niet onder.
God, Die in Zijn onnoemelijke Liefde de goddelijke staat van de mens in de hemel bewerkstelligt.
Het menselijk lichaam zal in de algemene Opstanding, met de goddelijke staat bekleed worden,
hetgeen wordt uitgedrukt als opgaan “in de hemel”.
Wanneer de Blijde Boodschap [de Heilige Schrift] de vervulling van Christus in de menselijke natuur wol uitdrukken wordt er melding gemaakt van: “Hij is opgevaren”.
In werkelijkheid wordt Christus – in Zijn Glorie – opgenomen in de Goddelijke uitgestrektheid of
wordt Hij veronderstelt zijn menselijkheid in deze uitgestrektheid te zijn overgegaan.
Christus heeft geen nood/behoefte aan een locatie, Hij is;  noch gaan we naar
een bepaalde locatie om aan te voldoen of met Hem in contact te treden, Hij is.
Hij komt tot ons in de Heilige Geest, welke Zich in ons is neergedaald  en
Hij neemt in ons een leefgebied voor Zichzelf.
Zijn hemel bevindt Zich in ons, Zijn Tempel zij wij.

Christus, zitten op hoge gloeit met de Heilige Geest.
Wanneer Ik niet weg zou gaan, zou de Helper niet tot u kunnen komen . . . . .
Echter wanneer Hij gekomen zal zijn, namelijk de Geest der waarheid,
zal Hij u in al de waarheid leiden . . . . .
maar ik zal jullie weer zien en uw hart zal zich verblijden
“.
[De afscheidsrede volgens Johannes de Theoloog].
Christus is fysiek verborgen [in het lichaam], maar
Hij is actief via de Goddelijke Geest.
Deze Geest verbeeldt Christus in de menselijke ziel.
Jezus is niet afwezig, maar de intimiteit van de relatie tussen Hem en ons is sterker dan
de relatie die bestond tussen Hem en Zijn discipelen.
We zijn altijd in een staat op Hem te wachten.
Zijn aangezicht staat gedraaid op ons gericht en wij naar Hem.

De mens wacht op de terugkeer van God en blijft in Hem en
God wacht op de terugkeer van de mens
door zijn bekering, zijn verlangen en zijn hoop.
De beklimming is de rechter in beide twee situaties;
Het is de openbaring, niet alleen van de verheerlijking van God,
maar ook van de transfiguratie [de verandering] van de mensen
die met God oplopen, Zijn weg gaan.

En God komt naar u terug zodat u een compleet mens mag blijven,
niet dat je je menselijke natuur zal dienen af te breken, maar
dat je deze tracht te herstellen op zuiverheid.
Uw God zal je niet annuleren, maar Hij zal zich in je “ten dienste zijn”;
Hij zal je niet in Zichzelf doen wegsmelten op de laatste Dag,
omdat je zal worden opgewekt en je zult je hele zelf voor Zijn ogen kunt behouden
nadat de Heilige Geest je beenderen weer tot leven heeft gebracht.
Deze ‘beweging’ naar God toe, komt in deze wereld en
verschijnt in de wereld door middel van heiligheid en gerechtigheid
en brengt geen verandering tot stand in je menselijke natuur op zich,
want oorspronkelijk bestaat je natuur alleen als
zijnde voortgekomen uit de Goddelijkheid van God Zelf.

En wanneer Hij op je wacht voor u, verwacht Hij dat je jezelf [aanbiedt] tot Hem zal verheffen
Hem al het werk van je geschiedenis als een offer aanbiedt.
Je bent alleen in staat om je creativiteit te uiten door Zijn inspiraties.
Hij motiveert in jou de schoonheid van je menselijke natuur.
Je bent mooier als hij Zijn woning bent en als je vooruitgaat [opstijgt,
met en tot Hem blijft oplopen en
je niets los laat van alles wat je oorspronkelijk
aan Zuiverheid, Glorie en Gerechtigheid bezat.

De woorden die je spreekt zijn niet echt prachtig,
wanneer ze niet afkomstig in het Licht dat God in je hart heeft geplaatst;
des te meer blijven deze woorden toch menselijk.
Elke grote woord dat werd uitgesproken in de tijden van de mensheid is een menselijk woord;
zelfs al was het tot hen nedergedaald uit het hart van God.
De Goddelijke “Wind” Die op jullie neerdaalt belemmert je niet op een creatieve niveau;
het wordt binnen in je een gouden taaldaad.
U bent niet slechts een cd-speler die Gods woorden weergeeft,
maar je bent een schepper van schoonheid, de opverende vorm in jezelf
– van je innerlijke ziel, die werd aangeraakt door God,
maar niet door Hem opgeheven of vervangen wordt.

Wanneer Hij de schoonheid was die in je is, dan dient Hij door jouw wereld heen te werken.
Hij zet Zijn Leven in je voort en werkt door je heen.
De wereld heeft geen bestaan ​​zonder jou, het valt niet uit elkaar zonder jouw bestaan.
De wereld is jouw kwadrant en jij bent de speeltuin.
Je wereld wordt in zijn omvang uitgedrukt, in het aangezicht van God.
Aangezien deze wereld Zijn schepping is,
zal het altijd blijven zoals Hij het in Zijn dood gedoopt heeft,
tot op de Laatste Dag, in Zijn ruime en eeuwige Licht.
God blijft verenigd in de materie, in geest en licht allemaal tezamen.
De wereld zal het opperkleed van uw Heer zijn op de wederkomst van Christus.

Vanuit deze visie is het christendom en het handwerk van de geschiedenis en
wordt het op hetzelfde moment in de eeuwigheid teruggegeven,
het mondiale en die van het universum met licht;
Christendom is verantwoordelijk in de tijd,
maar vrij van de slavernij.
Het [Christendom] is aanwezig in de materie en
vormt de motivatie van deze nering met de beweging van de geest.
Daarom bestaat het Christendom niet alleen in de tijd
maar wordt het omwille van de “liefdesrelatie” eeuwig,
is zij noch passief als een toeschouwer
die de gang van zaken slechts als onafhankelijk van de mens bekijkt.

De gelovige kan niet ontsnappen naar een onbewoond eiland
zelfs niet als het zijn kluis of hermitage zou worden
– want hij zal de gehele wereld in zijn hart en gebeden meenemen.
Sommigen van ons kunnen de eenzaamheid omwille van de vrede en rust nastreven,
maar ook de eenzaamheid is nooit verlaten; haar diepgang zal dieper worden
wanneer zij in het teken staat van de goddelijke aanwezigheid.

De wereld wordt en blijft volledig opgenomen in Christus’ redding plan.
Alles in de wereld maakt deel uit van Zijn geliefden met uitzondering van de zonde.
Alles in de wereld wordt tot de hemel getrokken.
Onze geest wordt tot de hemel aangetrokken, voor zover de geest ontwaakt en
liefdevol het voortbestaan knuffelt.
Maar het bewandelt nooit de weg, waarbij wij al het goede in onze wereld verafschuwen,
niet in de manier waarop we onverschillig zijn voor de wijze waarop zij is opgebouwd,
de wereld zou in onze ogen altijd nog verbeterd en gereorganiseerd dienen te worden.

We kunnen nooit zeggen dat deze wereld zich verheft door middel van haar eigen bevoegdheden, noch dat deze wereld automatisch naar de betere voortschrijdt.
Maar wij prediken dat God de mens en zijn omgeving verheft in Zijn liefdevolle zorg.
De wereld wordt weliswaar verhoogd  maar opstijgen door zichzelf op.
Het mat zichzelf af en stribbelt tegen, worstelt en
God accepteert het en lokt het naar Zichzelf toe, God heeft geduld.
Hij, die zit daar in de hoogte in Zijn breed-stralend Lichaam,
opent Zich en omarmt degenen die naar Hem verlangen.
Na de hemelvaart van Christus,
zal morgen het heelal, op haar beurt, worden opgesteld en ontvangst worden genomen.
Dit zijn de manieren waarop God aanhankelijk toont.

Cf de servisch vader Milovan Katanic wonende in de U.S.A,
hij combineert geschiedenis met de Traditie, ….

Orthodoxie & het feest van Christus Hemelvaart

Veertig dagen na Zijn Opstanding is de Heer, op de Olijfberg niet ver van Jeruzalem en
in de aanwezigheid van zijn apostelen, opgevaren in de hemel.
Ieder afscheid nemen raakt een mens diep in het hart.
En dit is een menselijke, een wereldse benadering, want wanneer we afscheid nemen,
van onze dierbare geliefden, en op mijn leeftijd gebeurd dat nogal eens, dan zijn we bedroefd.
Maar er bestaat onder broeders een scheiding die geen verdriet maar vreugde veroorzaakt en dit was zeker het geval bij het afscheid van Christus de Heer met Zijn Apostelen,
toen Hij met Hemelvaart op is gevaren naar de Hemelen.

Waarom is dit afscheid vreugdevol en waarom zijn de Apostelen niet bedroefd?
Omdat ze waarachtig in Christus en Zijn Woord geloofden!
Alles wat Hij zei, wat Hij bepaalde, wat Hij aanduidde, al wat Hij deed,
voor hen was dàt de echte en de enige Waarheid.
Toch toonden zij, als mens,  verdriet bij dit afscheid,
maar de Heer troostte hen toen Hij zei:
Zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding van de wereld“.
Matth.28: 20
Christus heeft daar nog aan toegevoegd:
Zie, Ik doe de Belofte van Mijn Vader op u komen.
Maar jullie dienen in de stad blijven, totdat
je bekleed wordt met kracht uit den hoge
“.
Luc.24: 49
Deze verklaringen van de Heer, die Hij tot de Apostelen sprak, zijn niet alleen tot hen gericht, maar tot eenieder van ons, op allen die geloven in Christus, aan
al diegenen wordt de Wet van Christus vervuld.
En wordt ons Leven gegeven om ons in deze wereld te handhaven met
de taak hier de grondslag te leggen voor het Hiernamaals en het eeuwige Leven.
Om deze reden zegt onze Heer in de Blijde Boodschap:
Uw hart worde niet ontroerd; gij gelooft in God, gelooft ook in Mij.
In het huis van mijn Vader zijn vele woningen – anders zou Ik het u gezegd hebben –
want Ik ga heen om u plaats te bereiden;
wanneer Ik heengegaan ben en u plaats bereid heb,
kom Ik weerom en zal u tot Mij nemen, opdat ook jullie mogen zijn, waar Ik ben.
En waar Ik heenga, daarheen weet gij de weg“.
John.14: 1-4

Christus vertelde Zijn discipelen dat er hen in deze wereld niets
leuks staat te wachten en dat gebeurde ook.
Ze werden, zelfs in Christus tijd al verbannen, maar achteraf vervolgden ze hen en brachten hen vanwege Zijn Leer om het leven.
Geen van hen, met uitzondering van de Johannes de Theoloog, stierf een natuurlijke dood.
De Heilige Vaders zeggen ons dat zelfs Johannes de marteldood stierf
evenals de andere apostelen,
want de kruisiging van Christus vond onder zijn ogen plaats, toen hij onder het kruis
stond samen met de Moeder Gods – en dit rechtvaardigt echt wel zijn martelaarschap.
De Heer zei wanneer ze je vermoorden en verbannen, wees dan niet verontrust in je hart,
want de vijand zal tegenover alles wat heilig is staan.
We kunnen dit nog steeds waarnemen, zelfs tot op de dag van vandaag, want
dit wordt alleen maar in een andere vorm voortgezet, misschien wel ingrijpender,
omdat we via de massamedia van alles op de hoogte worden gehouden.
Mensen rebelleren tegen al datgene wat heilig is zelfs vandaag de dag.  Maar waarom?
Omdat ze worden misleid en misbruikt door de duisternis; en het leven in de schaduw van de duisternis is in feite, het leven in zonde.
Wanneer we vandaag de dag moeilijkheden ondervinden en
we verheugen ons dit te verdragen omwille van Christus,
omwille van de Waarheid en de Gerechtigheid;
dan zal de Genade zeker over ons worden uitgestort;
Maar we dienen er voor te waken dat we onder geen beding lijden
als gevolg van onze eigen onvoorzichtigheid tegenover
het ons geschonken Leven in heiligheid.
De Heer zegt ons daarom, als ze u vervolgen geloof dan in Mij.
In het huis van mijn Vader zijn vele woningen;
als het niet zo was, had ik het u gezegd.
Ik ga naar een plaats voor u te bereiden“.
John.14: 2

Alles wat onze Heer Jezus Christus hier op aarde heeft gedaan,
te beginnen met Zijn geboorte,
Zijn Lijden in deze wereld, Zijn Opstanding en Hemelvaart,
zo heeft Hij ons voorgehouden; is ook de weg die wij allen zullen gaan,
niemand uitgezonderd.
We kunnen de berg van het Leven, het Golgotha ​​niet bestijgen
zonder te knielen, zonder te moeten lijden en zonder uitgebannen te worden.
Christus knielde ook toen Hij het kostbaar en levende Kruis droeg.
Maar wat is lijden voor de mens in het ware Geloof, wanneer
hij weet dat zelfs het kleine beetje lijden hier op deze aardbodem
het eeuwige Leven in ruil zal schenken?
Men zou het idee kunnen krijgen dat het christendom uit alleen maar lijden is opgebouwd.
Neen! We lijden omdat we christenen zijn, want we orthodox zijn, want
toen Simeon de God-dragende [feest op 2 februari]
de kleine Christus in zijn handen nam, zei hij
Zie, deze is gesteld tot een val en Opstanding van velen in Israël en
tot een teken, dat weersproken wordt – en door Uw eigen ziel zal een zwaard gaan -,
opdat de overleggingen uit vele harten openbaar worden“.
Naast een dergelijke strijd tegen de waarheid
staat eveneens de Blijde Boodschap:
Wanneer Ik heengegaan ben en u plaats bereid heb,
kom Ik weerom en zal u tot Mij nemen,
opdat ook jullie mogen zijn, waar Ik ben“.
John.14: 3

Waar is de Heer na Zijn Hemelvaart?
Hij zit aan de Rechterhand van God de Vader.
En u en ik zullen daar eveneens komen
wanneer we Geloof bezitten.
Niet alleen wanneer we geloven, maar ook getuigen dat
deze Evangelische Woorden in ons leven zijn verankerd.
Bestaat er meer geriefelijkheid, is er voor de mens  een grotere vreugde
dat je ook als mens kunt zijn, waar Christus is?
De H. Athanasios de Grote heeft gezegd dat:
God vleesgeworden is opdat de mens kan worden vergoddelijkt.
Christus werd waarachtig mens en bleef de ware God, zodat
de mens door die kennis en door die Genade tot vergoddelijking,
als een god zal kunnen komen.
Zie, de Heer hield niets voor zichzelf dat ons niet reeds gegeven is.
In de Troparion-hymne [tn 8] die we de komende zeven dagen
in de kerk zullen zingen  zegt Christus onder andere:
Nadat Gij de heilsorde had volbracht,
en het hemelse met het aardse vervuld had,
zijt Gij opgestegen in heerlijkheid, o Christus onze God,
zonder van ons heen te gaan zodat er geen scheiding kwam.
En hun die Gij liefhebt, ropet Gij toe:
Ik ben met u en niemand tegen u
“.
Laat daarom:
– Christus in ons blijven en vrezen wij niets anders dan onze verstokte zonden.
– Christus onder ons blijven, want wanneer we Christus bezitten, hebben we alles al.
– Met Christus zijn we de rijkste op aarde!
Echter, wanneer we Christus niet bezitten, of we ervaren Hem alleen ver weg,
op een grote afstand, dan zijn wij de grootste spirituele armoedzaaiers.
Wie God bezit, bezit alles.
Maar wie God bezit dient ook te dienen door te schitteren:
in het Licht, in Gerechtigheid en met eer en Liefde.
Alle woorden welke in deze wereld uitgesproken worden
dienen alleen te worden teruggebracht tot één Woord – God.
En God is dan niets anders dan Liefde.
Uit liefde deed Hij alles voor ons en bereidde Hij een plaats voor ons.
Deze plaats naast Hem verkrijgen, hangt uitsluitend van ons af en
van de door God gegeven Genade Die we binnen onszelf vermenigvuldigen en
uitstralen over de ons geschonken omgeving.
Laat ons mèt Christus zijn en Hij zal altijd ònder ons blijven.

Orthodoxie & de les die wij trekken uit het lezen van heiligenlevens

De dagelijkse heiligen die wij vereren reiken veel verder dan
de algemene opvatting omtrent Verlossing en Opstanding die in het Westen domineert.
Voor de Orthodoxe Kerk is redding namelijk veel meer dan de vergeving van zonden en overtredingen; redding  omvat veel meer dan gerechtvaardigd of vrijgesproken te worden
ten opzichte van onze misdrijven die wij tegenover God hebben begaan.
Volgens de orthodoxe leer omvat redding zeker vergeving en verzoening, maar dit is geenszins  beperkt tot de dagelijkse heiligen die wij vereren.
Voor de heiligen van de kerk is de redding het verkrijging van de genade van de Heilige Geest.
Om gered te worden dien je te worden geheiligd en
deel te nemen aan het goddelijke leven welke Christus ons heeft voorgehouden.

Vergeving van zonden is niet het einde van het heil; het is slechts het begin.
Het dient uiteindelijk te leiden tot de kennis van God en aan de verkrijging van
de Genadegave van Liefde voor de gehele mensheid.
Om het woord van de Heilige Silouan, de Athoniet [1866-1938] te gebruiken,
Ik begon God te smeken om vergiffenis en hij verleende me niet alleen vergeving, maar
eveneens de Heilige Geest, en in de Heilige Geest leerde ik God kennen.
… De Heer herinnerde niet mijn zonden maar gaf mij om van de mensen te houden en
mijn ziel verlangde daarop dat de gehele wereld gered zou worden en het Koninkrijk der hemelen zou verwerven . . .
“.
Dit is de reden waarom zo veel mensen zich tot het Orthodoxe geloof aangetrokken voelen.
Ze komen daarmee tot het inzicht dat de heiligen aanwijzingen geven
over hoe we ons leven in Christus vorm kunnen geven.
Door het voorbeeld van hun leven en de getuigenis van hun leer belichamen de heiligen
het ware menselijk spirituele potentieel.
Het belang van passende begeleiding in het spirituele leven is onontbeerlijk.
Zeker in onze dagen is er enorm veel behoefte aan waarachtige orthodox geestelijke en is
met name van cruciaal belang vanwege de toenemende stromen van diverse
pseudo-christelijke religieuze bewegingen die onze samenleving beinvloeden.
Onder het mom van een ‘christelijke spiritualiteit’ vormen vele verleiders
vandaag de dag een toonaangevend aanbod waardoor zelfs goedbedoelende gelovigen
op een dwaalspoor geraken en afwijken van de authentieke apostolische boodschap van
de Blijde Boodschap van Christus.

De leer van de Heilige Silouan is vooral relevant omdat het onze orthodoxe spirituele traditie manifesteert in de hedendaagse samenleving.
Zijn leven en geschriften worden steeds populairder onder een breed scala van mensen
met diverse  achtergronden.
Terwijl velen de indruk hebben dat de heiligen van hun jeugd al het leven van ‘heilige’ volgden, toont de H. Silouan aan dat dit niet altijd het geval is.
Hij heeft zich in veel overeenkomstige activiteiten en bezigheden uitgeleefd die
de jeugd van tegenwoordig kunnen karakteriseren.
Zelfs wanneer sommige van deze in het begin nogal alledaags overkomen,
behoren ze niettemin tot de meer opmerkelijke aspecten van zijn leven
waar veel lezers overeenkomsten mee hebben.
Bijvoorbeeld, wordt er aangegeven dat de H. Silouan in zijn jeugd dol was op muziek,
op het contact met het andere geslacht en zelfs het overvloedig drinken met zijn vrienden.
In feite stond hij bekend vanwege zijn grote incasseringsvermogen voor alcohol, met name wodka.
Zijn goede voorkomen en populariteit verleidde hem zelfs tot zonde.
Zoals oudvader Sophrony [archimandriet Sophrony (Sakharov)] het beschrijft,
Hij was jong, sterk, knap, en voor zijn tijd tevens welvarend, die Simeon [H. Silouan’s naam in de wereld] genoot van het leven.
Hij was populair in het dorp, goedmoedig, vreedzaam en vrolijk en de dorpsmeisjes zagen hem als een goede partij waarmee ze zouden willen trouwen.
Hijzelf werd tot een van hen aangetrokken en vóór de vraag van het huwelijk gesteld was,
gebeurde er datgene wat jongelui zo vaak overkomt op een ​​late zomeravond
“.
Een borreltje op, gezellig met je vriendin alleen, dan
kunnen dingen gebeuren waar je eeuwig spijt van krijgt

Nooit heeft de H.Silouan die zondige momenten vergeten en
hij bekeerde zich sterk voor deze val.
Hij bad vurig om een zuiver geweten.
Volgens zijn biograaf, vader Sophrony, vernam hij terwijl
hij elders verbleef vanwege zijn militaire dienst,
dat de betreffende jonge vrouw verliefd geworden was op een ander en
samen met die man leefde zij een gelukkig leven en
werden gezegend met een groot gezin.

Een ander incident benadrukt H.Silouan’s vertrouwdheid met
de gemeenschappelijke ervaringen van de hedendaagse jeugd;
het betreft het beschikken over een grote fysieke kracht.
Er wordt beschreven dat de jonge Simeon, tijdens een dorpsfeest, werd benaderd door twee broers. De oudere meterslang, sterk, slecht gehumeurd en dronken
probeerde de accordeon van Simeon te grijpen om daarmee
ten opzichte van de omstanders de show te stelen.

De H.Silouan legt zelf uit wat er toen gebeurde,
“Eerst dacht ik gewoon toe te geven aan de man, maar toen
werd ik beschaamd ten opzichte van de meisjes die me uitlachten en
daarop ik sloeg hem met een ​​harde klap op de borst.
Zijn lichaam schoot onderuit en hij viel met een zware plof achterover midden op de weg;
het schuim en bloed druppelde uit zijn mond.
De toeschouwers waren allemaal geschokt.
Dus schoot het door me heen: “Ik heb hem vermoord“, ja dat dacht ik . . .
Het heeft meer dan een half uur geduurd voor hij in staat was om overeind te komen en
met moeite kregen ze hem naar huis, waar hij gedurende een paar maanden op bed heeft gelegen, maar gelukkig heeft hij er niet aan behoeven te sterven
“.

Deze voorvallen uit de jeugd van de H. Silouan, zoals het drinken, de romantiek,
zijn voorliefde voor muziek, en de vechtpartijen – zijn zo alledaagse en grof als ze lijken – maar in werkelijk doen zij een beroep doen op de universele lezer.
Dit zijn zaken die veel mensen direct en nauw vereenzelvigen met hun eigen persoonlijke leven.
Zijn leven laat zien dat zelfs de gewone mens met de meest gewone achtergrond,
die de wrede bitterheid van de zonde heeft geproefd,
daadwerkelijk nog steeds hoop mag houden de Genade van de Heilige Geest te verwerven en
het de hoedanigheid van een heilig leven in Christus kan bereiken.
Voor velen van ons is dit vandaag de dag een grote bron van inspiratie,
wanneer we strijd hebben te leveren in het nastreven van onze eigen redding.

Troparion           Tn.2
Alom gezegende Vader Silouan,
vurige ijveraar tot de engelgelijke liefde voor de Heer,
ook vurig navolger van profeet Jeremia, die weende voor de mensen.
Bij het horen van de oproep van de Moeder van de God der heerscharen,
heb je met begenadigde moed de zondige slang uitgespuwd.
Jij trok je terug uit de wereld en vestigde je op de berg Athos,
waar je door arbeid, gebed en onder tranen
de overvloed van Genade van de Heilige Geest hebt verkregen
waarmee ons hart voor jou werd gewonnen.
Versterkt door jou roepen wij in gewetensnood:
Heer, door het leven en vreugde van Uw heilige,
red de wereld en ons van alle meedogenloze dingen!

6e Zondag na Pasen – Zondag van de Blindgeborene en degenen die beweren dat ze kunnen zien

Genezing van de Blindgeboren mensVandaag houden we onze aandacht gericht op
het begrip van het geestelijk blind zijn.
We hebben allemaal wel eens blinde mensen ontmoet, die
ofwel vanaf hun geboorte, een ongeval of als gevolg van andere ernstige ziekten ernstige gehandicapt zijn.
Wanneer we een blinde zien voelen we een zekere affectie en
zijn soms tot tranen toe bewogen; omdat dat deze niet in
z’n eentje kan lopen, noch in staat is de hemel, de zon of
de schoonheid van de natuur te zien [. . .]

Een blinde BedelaarEchter, veel zwaarder en meer tranen dienen
vergoten te worden voor degene
die als mens blind is naar ‘geest en hart,
die geen controle heeft over zijn wil en bewustzijn.
Want de ziel is nu eenmaal veel meer waard dan het lichaam.
Zoals onze Verlosser het heeft geformuleerd:
Want wat baat het een mens                                                                                                               de gehele wereld te winnen en aan zijn ziel schade te lijden?                                                       Want wat zou een mens kunnen geven                                                                                               in ruil voor zijn leven?“.                                                                                                                         Marc.8: 36-37
Geestelijke blindheid is een van de ernstigste ziekten van de ziel – de mens door God geschapen tot onsterfelijkheid – brengt z’n dood en de eeuwige verdoemenis teweeg.
Dus de genezing van deze ziekte heeft een veel groter tot gevolg en
een zwaardere importantie dan mogelijke fysieke blindheid.

In de schaduw van het KruisWat verstaan we onder geestelijke blindheid?
Wat anders dan de door allerlei geestelijke en lichamelijke zonden veroorzaakte duisternis en slavernij van de menselijke ziel;
de aanmatigende trotse geest, de hardheid van het hart,
de menselijke wil en geweten, die verzwakt is,
het ongeloof, de twijfel in het geloof,
het sektarisme en wanhoop, de trots en zelfmoord,                                                                          het doden van lichaam en ziel,
het doden van ongeboren kinderen,                                                                                                    de haat en de woede onder de mensen,
de echtscheiding, de ontucht, leugens, het verlangen naar rijkdom,
de gierigheid, hebzucht, dronkenschap, luiheid en
de vele andere menselijke onhebbelijkheden.
Alle zonden maken de mens ziek tot het ongeneeslijke toe en
brengen de ziel tot blindheid en apathie.
En als we door bekering, belijdenis en geestelijke vernieuwing, niet afzien van die zonden
die ons tot slaaf te maken, zal deze geestelijke blindheid, zoals elke ziekte, leiden tot de geestelijke dood en veroordeling van onze ziel tot de kwellingen van hel en verdoemenis.

KerkverlatingZo vergaat het de mens die
het christelijke geloof verloochent en de Kerk welke
door Christus en Zijn Heilige Apostelen gesticht is verlaat en
in allerlei ketterijen vervalt – deze verwordt niet anders dan
een geestelijk verblind mens!
Hoe zit het met de christen die zich al jaren niet meer naar de heilige kerken begeeft,
die niet bidt noch heilige boeken leest,
die berouw en belijdenis uitstelt tot het uur van zijn dood;
Hij is tot niet anders verworden dan een zieke en geblindeerde persoonlijkheid;
een eenzaam  en verlaten iemand.
En deze mens, de zogenaamde christen brengt
zijn tijd door, zijn rijkdom en zijn gezondheid in
de aardse beslommeringen en dodelijke zonden;
hij is verworden tot een blinde en een ongelukkige ziel? [. . .]

Geloven van de hedendaagse gelovige zielen bestaat niet meer uit het allesoverheersende gegeven van het dienen te volgen van Gods Wil;
–  in een niet-maakbare wereld, maar in Zijn wereld
– dat Zijn Koninkrijk wordt gevestigd op aarde zoals in de hemelen.
– dat Zijn Naam geheiligd dient te worden.
God schept en zal de wereld echter niet alleen laten, de mens wikt maar God beschikt.
Zijn Heilige Geest waart rond als een wind Die weet waarheen Hij gaat;
daarom is het noodzakelijk dat Christus aan onze ogen onttrokken wordt
en in de hemelen is opgenomen.

Broeders,
"Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven, ..."dit aardse leven is maar kort en
vergeven van lijden en hersenspinsels;
het Hemelse Leven is daarentegen
gezegend en vol van eeuwige gelukzaligheid.
Laat ons de zonden die ons verblinden afzweren en
onze vermoorde ziel laten terugkeren tot Christus.
Het is niet genoeg om een kruis te slaan en                                                                                        te zingen en te zeggen: “Heer, Heer”.
Voor een spiritueel en diepgaande vernieuwing van het leven                                                      dienen we ons aan Hem over te geven,                                                                                                met geheel ons hebben en houden.
We worden daartoe verplicht om de ogen van onze ziel te bevrijden van hartstochten en
om ze af te wassen in het water van Siloam, door het bad van de schuldbelijdenis en
Christus en Zijn Kerk, Zijn Lichaam hier op deze aarde gevestigd te belijden en
werkelijk te volgen.
Laat we bidden,
dat we ons nederig mogen opstellen;
dat we ons onderling verzoenen;
dat we dit vasthouden door regelmatig naar de kerk te gaan;
dat we aan liefdadigheid ten opzichte van elkaar doen
[niet alleen door de portemonnee te trekken];
dat we onze kinderen [mogen blijven] op voeden in het ware Geloof en de Liefde van God;
dat we goede christenen en ware zonen van de [Orthodoxe] Kerk mogen zijn
en ware erfgenamen mogen worden van het Hemels Koninkrijk.

Cf. oudvader Cleophas Ilie [10 April 1912 – 2 December 1998],
van het Sihastria klooster, geestelijk vader van de Roemeens Orthodoxe Kerk,
levend overeenkomstig de traditie van
de H. Paisius Velichkovsky [geboren Poltava, Oekraïne, † 15 -11- 1794],
de mens achter de Philokalie.

Over de zonde die degenen begaan die beweren dat ze kunnen zien,
door de H. Nikolai Velimirovic [bisschop in Servië, † in de V.S. 18-3-1956]
uit de Proloog van Ohrid
Πάτερ ημώνJezus zei tot hen:
Indien je blind zou zijn,
zou je geen zonde begaan;
maar nu je zegt:
Wij zien;
daarom bega je zonde“.
John.9: 41

Deze woorden werden door Hem tot de Joden gesproken,
Hij, Die hen de Wet door de profeten heeft gegeven,
de wet, die hen kon dienen als de verschijningsvorm van de ziel.
De Joden kregen dat inzicht, maar ze sloten opzettelijk en schaamteloos hun ogen.
Dat is de reden waarom de Rechtvaardige Meester deze woorden tot hen sprak.

Deze woorden tonen derhalve de ware gerechtigheid,
zowel vandaag de dag als voor altijd,
voor de blindgeboren mens die geen zonde ervaart
wanneer hij andermans vruchten vertrapt of
wanneer hij andermans kleed [glans] teniet doet in
plaats van zichzelf te beschuldigen.
Wanneer hij over dit inzicht zou beschikken dan begaat hij deze zonde,
hij zal een zonde begaan en zal de bijbehorende straf ondergaan.
Als hij over deze ogen beschikt, maar met opzet zijn ogen sluit en
aan deze zonde toegeeft dan zal hij in zonde vallen en de straf niet ontlopen.

  • Dit kan weliswaar eveneens worden gezegd van
    degenen die de Doop en de Myronzalving
    hebben ontvangen als de twee ogen van de ziel en
    ondanks dat de zonde begaan als
    degenen die niet gedoopt zijn.
    Bij het Laatste Oordeel, zullen ze niet worden behandeld
    als mensen die blind geboren zijn,
    in plaats daarvan zullen ze worden behandeld als
    overtreders van de wet die zichzelf
    opzettelijk verminkt en verblind hebben.
  • Dit wat kan tevens worden gezegd van degenen
    – die in de volheid van de Orthodoxie de ander genaderijke Mysteriën ontvangen,
    – die over de voorbeelden van de heiligen beschikken en
    – die voortdurend naar de waarschuwingen en vermaningen van Gods Kerk luisteren,
    maar zich niettemin aan de lessen onttrekken en dwalen.
    Bij het Laatste Oordeel, zullen ze niet in staat zijn zichzelf te rechtvaardigen
    met welke vorm van blindheid dan ook en
    in plaats daarvan zullen ze worden beoordeeld als overtreders van de wet die
    zichzelf en daarmee anderen hebben verminkt door hun blindheid.

Overweldigende Heer, red ons van de zonde.
Genadige Heer, open ons de ogen
voor de weg van Uw Heil.

Apolyticion tot deze heiligen            Tn 8
Predikers met gouden mond, die de Verrezen Christus verkondigen;
onophoudelijke wegwijzers van het Kruis-dragend Christenvolk;
luid klinkende harp van de Heilige Geest en
dierbare kloosterlingen verheugen zich in u.
Gij zijt de trotse illustratie van het priesterschap,
leraren van berouw, meesters van naties en

begeleiders van degenen die zich tot het leger van Christus beschouwen
wanneer zij bidden tot God.
Heilige leraren in het ondermaanse en trots van het christenvolk,
met al de heiligen smeek tot de enige Minnaar van de mensheid
om ons vrede en vreugde te verlenen in Zijn Hemels Koninkrijk!“.

Kondakion van de Blindgeborene     Tn4
Ik ben blind aan de ogen van mijn ziel,
maar ik kom tot U, Christus, zoals de Blindgeborene,
en vol berouw roep ik tot U:
Gij zijt het helderstralend Licht
voor alle die in het duister zijn“.

Blijf onophoudelijk bidden ook voor de anderen,
want er blijft altijd  een kans tot verandering en bekering tot God.
Laat ze dan op z’n minst leren van uw manier van doen“.
H. Ignatius van Antiochië  – 1Thess. 5: 17

 

Orthodoxie & het Brood des Levens

diskos op het altaar, de troon van GodGeliefden, ik schrijf u geen nieuw Gebod, maar een oud Gebod, dat
gij van den beginne gehad hebt.
Dit oude Gebod is het Woord, dat gij gehoord hebt.
Toch schrijf ik u een nieuw Gebod, want – wat waarheid is in Hem en in u –
de duisternis gaat voorbij en het                                                                                                         waarachtige Licht schijnt reeds.
Wie zegt in het Licht te zijn en zijn broeder haat, die is in de duisternis tot nu toe.
Wie zijn broeder liefheeft, blijft in het Licht en
in hem is niets aanstotelijks;
maar wie zijn broeder haat, is
in de duisternis en wandelt in de duisternis en hij weet niet waar hij heengaat, want
de duisternis heeft zijn ogen verblind.
Ik schrijf u, kindekens, want de zonden zijn u vergeven om Zijns Naams wil.
Ik schrijf u, vaders, want gij kent Hem, die van den beginne is.
Ik schrijf u, jongelingen, want gij hebt de boze overwonnen.
Ik heb u geschreven, kinderen, want gij kent de Vader.
Ik heb u geschreven, vaders, want gij kent Hem, die van den beginne is.
Ik heb u geschreven, jongelingen, want gij zijt sterk en
het woord Gods blijft in u en gij hebt de boze overwonnen.
het Kostbaar en Levendmakend Kruis [Brugge-Oostende]
Hebt de wereld niet lief en
hetgeen in de wereld is.
Indien iemand de wereld liefheeft,
de liefde van de Vaders is niet in hem.
Want al wat in de wereld is:
de begeerte van het vlees, 
de begeerte van de ogen en een hovaardig leven,
is 
niet uit de Vader, maar uit de wereld.
En de wereld gaat voorbij en haar begeren, maar wie de wil van God doet, blijft tot
in eeuwigheid
“.
1John.2:7-17

Ingang tot de grafkamer. Er zijn dagelijks drie Orthodoxe priesters aangesteld om de stroom van bezoekers in goede banen te leiden.Na deze woorden worden
de gelovigen eraan herinnerd, dat er een antichrist komt en ook vele antichristen zullen opstaan, waaraan wij allen zullen kunnen onderkennen, dat
het laatste uur komende is .
In dezelfde brief noemt Johannes de antichrist de grote leugenaar, die
loochent, dat
Jezus de Christus, de Gezalfde is.
Het woord ‘antichrist’ heeft in de [griekse]                                                                                         grondtekst de betekenis van ‘in plaats van en                                                                                     het tegenovergestelde’ van Christus.
Deze antichrist zal zich dus in de plaats van de Christus stellen en
daarmee tevens tegenover Hem komen te staan.
Hij is de culminatie (de grootste hoogte bereikt hebbend) van alle tégen Christus
zich opstellende krachten, of deze nu van politieke, economische
dan wel van religieuze aard zijn.

Er ontstond opnieuw verdeeldheid onder de Joden om Zijn woorden.
En velen van hen zeiden: Hij is bezeten en waanzinnig; waarom luistert gij naar Hem?
Anderen zeiden:
Dit zijn geen woorden voor een bezetene,
een boze geest kan toch de ogen van blinden niet openen? . . .
De Joden dan omringden Hem en zeiden tot Hem:
Hoelang houdt Gij onze ziel nog in spanning?
Indien Gij de Christus zijt, zeg het ons ronduit.
Jezus antwoordde hun:
Ik heb het u gezegd en gij gelooft het niet; de Werken, Die
Ik doe in de Naam van Mijn Vaders, Die getuigen van Mij;
maar gij gelooft niet, omdat gij niet tot Mijn schapen behoort.
Mijn schapen horen naar Mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij en
Ik geef hun eeuwig leven en zij zullen voorzeker niet verloren gaan in eeuwigheid en
niemand zal ze uit Mijn hand roven“.
John 10: 19-21; 24-28

Uitreiking van de Heilige Communie met broodOok ten tijde van Jezus’ leven en optreden waren de tegenkrachten reeds duidelijk merkbaar en werkzaam.
En zeker niet alleen door de geestelijke leiders van het joodse volk of
in de heidense Romeinen.
Die tegenkrachten waren ook duidelijk aanwezig in degenen die Hem volgden,
Zijn discipelen, Zijn eigen leerlingen.
De eerste en grote scheiding tussen Jezus en vele van Zijn volgelingen
manifesteerde zich nadat Hij gesproken had over het Brood des Levens [John.6: 48-54].
Op het horen hiervan zeiden vele van Zijn Leerlingen:
Hard
[gr. Σκληρός, sklèros = taai, streng, hard, pijnlijk, moeilijk om aan te voldoen]
is dit Woord, wie kan naar zoiets luisteren?” [John.6: 60].
Vanaf dat ogenblik trokken velen van Zijn Volgelingen zich terug en
gingen niet verder met Hem mee
” [John.6: 66].

de Levensweg is de vergoddelijking van onze menselijkheid in ChristusWát in Zijn Woord over het Brood des Levens heeft hen eigenlijk zó doen reageren?
We raken hier de kérn en voor de mens tevens
het meest aanstotelijk gedeelte van de Blijde Boodschap.
De apostel Paulus
heeft dit zo helder beschreven:
“. . . Doch wij prediken
een gekruisigde Christus,
voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid
. . .”.
1Cor.1: 23
De Boodschap van de gekruisigde Christus stoot de mens af, omdat
zij definitief afrekent met elke gedachte aan een mogelijkheid voor de mens(heid) om
langs de weg van geestelijke evolutie [de geleidelijke zelfontwikkeling] te kunnen groeien
tot een geestelijke en zedelijke volmaaktheid.
Deze gedachte vindt men echter altijd en overal terug. Ook in ónze tijd.
Deze gedachte herkent men bij tal van wijsgeren, idealisten,
men vindt haar ook terug in tal van levensbeschouwingen.
De Blijde Boodschap brengt deze oer-menselijke gedachte
fraai in beeld in de geschiedenis van de bouw van de toren van Babel [Gen.11:1-9].
De mens wordt hier afgeschilderd als vanuit
een zichtbare eenheid [‘een van taal en een van spraak’] zichzelf de opdracht geeft
een stad [een georganiseerde eenheid] te bouwen met een toren, waarvan
‘de top tot de hemel reikt en wij ons een naam maken'[Gen.11: 4].

Het verhaal tekent de zelfverheffing, de oer-gedachte van de mens, die
zichzelf in staat acht om langs de weg van de ontwikkeling te komen tot
een punt van volmaaktheid [de top die tot de hemel reikt].
Deze gedachte komt in de geschiedenis van de mensheid telkens weer terug en
is eigenlijk nooit weggeweest!
In de vorm van het geld en de onmacht van de gebruiker . . . en de middelen waarmee
individuele vrijheid afgenomen kan worden om daarmee de macht te voeden . . .
Zij komt weliswaar telkens in een andere gestalte en onder een andere naam,
communisme, democratie, oorlog en vrede, maar
het is dezelfde grondstreven, de oproep, die de mens aan zichzelf doet:
“Welaan, laten wij … …”.
two-skullsIdeologieën volgens welke de historie onherroepelijk
uitlopen op een ideale leer, een gemeenschappelijke gedachtegang
[van het latijnse ‘communis = gemeenschappelijk]
in de samenleving waarvan gerechtigheid het kenmerk zou zijn.
UNWe vinden haar eveneens terug in de verschillende vredesbewegingen, die
in 1920 hebben geleid tot de oprichting van de Volkerenbond, welke
later vervangen werd door de Verenigde Naties van 1945, opgericht
om het geslacht der mensheid voor de oorlogsgeweld te behoeden.
A free EuropeWe zien in onze tijd wat er van komt
– de gehele wereld is in rep en roer –
oorlog, vluchtelingen alom en
wederom horen we:
“Welaan, laten wij … …”, maar
het blijken papieren tijgers.
Het is de idealistische gedachte, dat de mens in staat zou zijn om langs de weg der geleidelijkheid en met gezamenlijke inzet
te komen tot een wereld van
vrede en rechtvaardigheid’
.
Men vindt haar echter ook terug, daar waar niet
het collectief als uitgangspunt wordt genomen maar het individu.
Waar de mens als individu wordt voorgehouden, dat
hij in zichzelf de mogelijkheid heeft om Zich geleidelijk te ontwikkelen
naar een punt van geestelijke volwassenheid.
Het is deze gedachte, die aan veel ‘vormingswerk’ ten grondslag ligt.
antroposofieEén van de grootste vertolkers van deze gedachte in onze tijd waarschijnlijk wel
de antroposofie, de leer van Rudolf Steiner, die een ontwikkelingsweg wil zijn voor
het innerlijk en uiterlijk wezen van
de enkeling als deel van liet [groot] kosmisch gebeuren.
Vanuit deze geesteswetenschap wordt                                                                                                 scholing, de vorming van de mens gericht op
het doordringen en veranderen van de drie levensgebieden van de mens:
het denken, voelen en willen.
Ook de antroposofie is in haar kern een evolutieleer en staat daarmee diametraal op
de lijn van het Christelijk denken!
de weg van het KruisDe weg van vele woorden om  het denken, voelen, willen te veranderen en de weg van-het-kruis zijn twee aan elkaar tegengestelde bewegingen!
Met deze Babylonische gedachte in al haar vormen en gestalten rekent de Blijde Boodschap van
de gekruisigde Christus
voor eens en altijd definitief af.
De Boodschap van de gekruisigde Christus is immers geen vrijblijvende boodschap!

Deze boodschap roept de mens op tot zelfontlediging, het gekruisigd zijn met Christus!
Indien iemand achter Mij wil komen,
die verloochent zichzelf en neemt zijn kruis op en                                                                            volgt Mij
“.                                                                                                                                                  Matth.16: 24
ProsforosDe Blijde Boodschap van de gekruisigde Christus,
de Boodschap van het ‘Brood des Levens’
roept de mens op om de weg te gaan van de zelfontlediging,
roept de mens op om ‘hèt’ brood te eten!
Ik ben het Levende Brood, dat
uit de hemel nedergedaald is.
Indien iemand van dit Brood eet,
hij zal in eeuwigheid Leven; en
het Brood, dat Ik geven zal, is Mijn vlees,
voor het leven der wereld
“.
John.6: 51
Dit brood als eindproduct van het graan heeft al een heel ‘Leven’ achter zich.
Het zaad wordt uitgestrooid op de akker, het ontkiemt en de jonge plant groeit.
Het graan draagt zijn vrucht, rijpt en wordt geoogst.
Nóg is het proces niet ten einde.
Het dorsen en wannen haalt de kern te voorschijn, die nu gemalen wordt.
Het aldus verkregen meel wordt vermengd met water en olie en gekneed en gevormd.
En nóg is de weg van het graan niet ten einde.
Immers eerst nadat het gebakken is [in de vuur-oven]
wordt het brood als zodanig zichtbaar.
De weg van de zelfontlediging van het graan, die
zijn eigen, oorspronkelijke gestalte heeft prijs gegeven,
resulteert in de gestalte van het brood.

EpiclesisEn hier is het, dat de uitnodiging klinkt tot hen
die Goddelijke Liturgie
tot-nog-toe slechts als toeschouwer hebben gevolgd:
Neemt en eet“.
Het brood is gereed, maar
de mens kan slechts leven als hij bereid is dit Brood te eten.
De mens, die de Blijde Boodschap hoort van                                                                                      het ‘Brood des Levens’,                                                                                                                            wordt opgeroepen deze Boodschap te verinnerlijkende weg van                                                  het ‘Brood des Levens’ zelf te gaan . . .                                                                                                “die verloochend zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij . . .“.
De weg van Christus, de christelijke weg van het zelf-offer,
is niet een weg die men dient te ‘beschouwen’,
het is geen weg die men dient te ‘mediteren of discussiëren’,
‘het is een weg die men dient te gáán!’.
Het Kruis als symbool van de zelfontlediging is niet een meditatie-object,
het vormt niet een thema van overdenking, al dan niet gevolgd door een stichtelijk woord,
het Kruis houdt een appèl in
een oproep aan de hoorder om zichzelf te geven, zijn eigen ‘ik’ prijs te geven.
buigt uw hoofd voor de Heer                     En juist deze Blijde Boodschap,                                                                waar we ons hoofd diep voor buigen                                                      “Neemt en eet“, is hard voor de mens,                                                    taai, streng, pijnlijk, moeilijk om aan te voldoen en                            te radicaal.
De mens is immers juist van nature geneigd tot
zelfhandhaving en volgt liever de weg van de evolutie,
het geleidelijk zichzelf ontwikkelen
tot een punt van geestelijke volwassenheid.
En voor déze mens is het Kruis een aanstoot, een ergernis, een dwaasheid.
In de gedachte van de mens, die evolueren wil tot ‘superego
is het Kruis een teken van zwakte,
een van onmacht en dientengevolge dwaas!
Het offer is dan ook in de ogen van de antichrist, de
supermens in zijn hoogste vorm, een gruwel.
Hij ziet namelijk ‘in zichzelf’ de zich evoluerende mens,
de gezalfde, de christus, en hij weigert dan ook om in Jezus,
de lijdende Knecht des Heren,
het Lam dat Zich liet slachtende Christus te erkennen.
Gij echter hebt een zalving van de Heilige en gij weet dat allenGij echter hebt een zalving van de Heilige en gij weet dat allen.
Ik heb u niet geschreven, omdat gij de waarheid niet weet, maar
omdat gij haar weet en omdat geen leugen uit de waarheid is.
Wie is de leugenaar dan wie loochent, dat Jezus de Christus is?
Dit is de antichrist, die de Vader en de Zoon loochent.
Een ieder, die de Zoon loochent, heeft ook de Vader niet.
Wie de Zoon belijdt, heeft ook de Vader
“.                                                                                          1John.2: 20-23
De mens van de wereld houdt zichzelf voor, dat hij god is,
een god die zichzelf heeft waargemaakt, een ‘self-made’ god.
Het is deze antichrist die ‘zichzelf in de tempel Gods zet,
om aan zich te laten zien, dat hij een god is’.
Laat niemand u misleiden, op welke wijze ook, want
eerst moet de afval komen en de mens der wetteloosheid zich openbaren,
de zoon des verderfs, de tegenstander, die
zich verheft tegen al wat God of voorwerp van verering heet, zodat
hij zich in de tempel Gods zet, om aan zich te laten zien, dat hij een god is.
Herinnert gij u niet, dat ik, toen ik nog bij u was, u dit meermalen gezegd heb?“.
2Thess.2: 3-5

Divine Liturgy4

De rede over het Brood des Levens,
Dat gegeten dient te worden,
is een harde boodschap,
een boodschap die ook in de christelijke gemeenschap,
het Lichaam des Heren, niet graag wordt gehoord en
nog minder geaccepteerd.
De wedergeboorte, het sterven en de Opstanding met Christus, wordt vaak ‘ontweken’ door er een theorie en prachtige Hymnen van te maken, die
men belijdt, maar geen realiteit meer is in het leven van de gelovige.
Men belijdt een nieuwe schepping in Christus te zijn,
men belijdt een overwinnend Leven in Hem te hebben, maar
de realiteit van het Kruis en het gekruisigd zijn met Christus
wordt door een belijdenis-met-de mond ontkracht.
En slechts degenen die een geestelijk ambt bekleedt,  die
bereid is om hierop in te spelen, die het ‘ik’ de kans geeft zichzelf te handhaven
ja, de kracht van het ‘ik’ zelfs vergroot, wordt als mens erkent.
Hiertegen waarschuwt Paulus:
Weet wel, dat er in de laatste dagen zware tijden zullen komen:
want de mensen zullen zelfzuchtig zijn, geldgierig, pochers, vermetel,
kwaadsprekers, aan hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig,
liefdeloos, trouweloos, lasteraars, onmatig, onhandelbaar, afkerig van het goede,
verraderlijk, roekeloos, opgeblazen, met meer liefde voor genot dan voor God,
die met een schijn van godsvrucht de kracht daarvan verloochend hebben;
houd ook dezen op een afstand.
Want tot hen behoren zij, die zich in de huizen indringen en vrouwtjes weten in te palmen, die
met zonden beladen zijn en gedreven worden door velerlei begeerten,
die zich te allen tijde laten leren, zonder ooit tot erkentenis der waarheid te kunnen komen
“.
2Tim.4: 1-7
Johannes ziet in velen, die ogenschijnlijk tot de christelijke gemeenschap behoren
de geest van de antichrist eveneens werkzaam.
Hij noemt ze antichristen:
Zij zijn van ons uitgegaan, maar zij waren uit ons niet; want
indien zij uit ons geweest waren, zouden zij bij ons gebleven zijn: maar
aan hen moest openbaar worden, dat niet allen uit ons zijn
“.
1John.2: 19
Freemasons, friend_to_friendZe hebben nooit écht tot de Kerk,
het Lichaam des Heren, behoord.
De voorwaarde welke Christus aan Nicodemus
bekend maakte was immers:
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u,
tenzij iemand wederom geboren wordt, kan hij het Koninkrijk Gods niet zien. Ik zeg u, tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan.
Wat uit het vlees geboren is, is vlees, en wat uit de Geest geboren is, is geest
“.
John.3: 3,5-6
Degenen die slechts in schijn tot Zijn Kerk behoren,
zullen in de grote ‘afval’ die komende is geopenbaard worden
als niet écht erbij behorend.
De grote afval, die haar hoogtepunt zal hebben in de openbaring van de antichrist.
Het woord ‘apostasis’ [Gr. Απόστασης] heeft de betekenis van:
afstand, vervreemding, scheiding, verwijdering, afval.
Dit woord wijst op een totale vervreemding en verwijdering van
de waarachtige Blijde Boodschap, dat Jezus,
de lijdende Knecht des Heren, de Christus is.
De harde leer van het Kruis stoot de mens af die zichzelf wil hand haven.
Hij spreekt weliswaar graag over ‘Christus is in mij, of onder ons’ zonder dat
de wedergeboorte, het sterven en opstaan met Christus,
een realiteit is geworden in zijn/haar leven.
Wij dienen de Blijde Boodschap van Christus serieus te nemen,
de boodschap van ‘het Brood des Levens’, dat
aan de mens wordt aangeboden om te worden gegeten.
Gaat in door de enge poort, want wijd is de poort en breed de weg, die
tot het verderf leidt, en velen zijn er, die daardoor ingaan; want
eng is de poort, en smal de weg, die ten Leven leidt en
weinigen zijn er, die hem vinden
“.
Matth.7: 13-14

Christ-is-risenChristus is opgestaan!
Hij is waarlijk opgestaan! 
En Hij heeft ons het Leven geschonken,
wij bezingen Zijn Verrijzenis op de derde dag“.

Zodra dit vergankelijke onvergankelijkheid aangedaan heeft
en
dit sterfelijke onsterfelijkheid aangedaan heeft,
zal het Woord werkelijkheid worden, dat geschreven is:
‘De dood is verzwolgen in de overwinning’“.
1Cor.15:54