Orthodoxie & de uiteenlopende schepen

Een groot deel van het optreden van Jezus
speelt zich af rond het Meer van Genesareth [of Galilea].
Jezus heeft een tijdlang aan het Meer van Galilea gewoond, in Kapernaüm.
Ook een aantal van Jezus’ discipelen, die
vissers waren op het Meer van Genesareth, woonden er.
Een aantal bekende Bijbelverhalen, zoals de wonderbare spijziging en dat Jezus op de zee wandelt, spelen zich op en rond dit Meer af.

En het geschiedde, dat de schare op Hem aandrong
om het Woord van God te horen.
Hij stond aan de oever van het meer van Genesareth en
zag twee schepen aan den oever van het meer …
En Hij ging in een van die schepen, welke van Simon was en vroeg hem de zee in te gaan, niet ver van de oever.
En Hij zette Zich neer en leerde de scharen vanuit het schip
“.
Luc 5: 1-3

De contrasterende twee schepen
Laten we eens nader ingaan op het kleine scheepje van Simon Peter, welke de Heer beter geschikt achtte om
er zijn Boodschap te verkondigen.
Er waren inderdaad twee schepen, die door God voorbestemd waren om in deze wereld te vissen, een vangnet voor het heil van de mensen, net als in zee, zoals de Heer Zijn apostelen bevolen heeft:
Volg mij, en Ik zal u vissers van mensen maken“.
Matth.4: 19 [Evangelie van de 2e Zondag na Pinksteren]

Een van de beide schepen wordt aan z’n lot overgelaten en is inactief en leeg;
het andere, welke in gebruik wordt genomen, vaart af.
Het eerste omvat de bedehuis van de Joden, welke inactief terzijde wordt geschoven,
omdat het de Heer heeft afgewezen die “tot het Zijne kwam” [het was immers Gods volk]
vergezeld van al die waarschuwingen van de Profeten.

Maar de Kerk, vervuld met de Heilige Geest, vaart af, want Zij ontving de Heer samen met de leer van de Apostelen. De Synagoge blijft aan het land, en blijft vast houden aan de aardse dingen.
De Kerk wordt opgeroepen om het ruime sop op te zoeken in de diepe hemelse Mysteriën.
Dit is de diepte waarover de apostel Paulus uitriep:
O diepte van rijkdom, van wijsheid en van kennis Gods,
hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn beschikkingen en
hoe onnaspeurlijk Zijn wegen!
“.
Rom.11: 33

Er wordt ons verhaald dat Peter zegt,
Ga naar diep water en zet uw netten uit om te vissen” [Luc.5: 4]  dat betekent
dat aan de Goddelijke geslacht in de diepte onderwezen dient te worden.
Wat kan er diepgaander zijn wanneer die zelfde Petrus tegen de Heer zegt:
Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God“.
Daartegenover staat de aardse beleving wanneer de Joden over de Verlosser opmerkten:
Is deze niet Jezus, de Zoon van Jozef, Wiens vader en moeder wij kennen?
Hoe zegt Deze dan: Ik ben uit den hemel nedergedaald?
“.
John.6: 42
De ene wijze wordt geïnspireerd door de Wijsheid van boven en
bekent de Goddelijke geboorte van Christus;
de anderen spreken van Hem vanuit het menselijke denken,
Van boven geboren“, zoals het gesprek dat Jezus met Nicodemus aangeeft.
Van de één zegt de Verlosser:
Want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard,
maar Mijn Vader, Die in de Hemelen is
“.
Matth.16: 17
Maar aan de anderen zegt hij,
Adderengebroed,
hoe kunt gij, die slecht zijt, iets goeds zeggen?
Want uit de overvloed des harten spreekt de mond
“.
Matth.12: 34

Het Schip van Christus
De Heer Jezus Christus gaat naar de boot waar Peter was, zeggende tot hem:
Op deze rots zal Ik Mijn gemeenschap bouwen“.
Dit schip drijft op de diepzinnigheid van deze wereld, en
de zeilen voeren het tot in de tegenwoordige tijd,
en het wordt beveiligd tegen schade
Die het drijvende houdt.
We hebben hier een typering van in het Oude Testament.
Voor al wie Noach met hem in de ark nam
werden van de schipbreuk van deze wereld gered.
Toen de zondvloed was opgehouden
bracht een duif een teken van vrede aan de Ark.
Dus ook wanneer het Oordeel over komt,
zal Christus de Kerk de vreugde van de vrede schenken,
zoals Hij aan Zijn discipelen beloofd heeft:
Ik zal u wederzien en uw hart zal zich verblijden en
niemand zal u uw blijdschap ontnemen
“.
Joh.16: 22

In het Evangelie van Mattheus, lezen we verder:
“En toen Hij in het schip ging,
volgden zijn discipelen Hem”.
Matth.8: 23
Over hetzelfde schip, verhaalt Mattheüs ons:
En zie, er kwam een grote onstuimigheid op de zee, zodat
de golven over het schip sloegen; maar Hij sliep.
En zij kwamen en maakten Hem wakker en zeiden:
Heer, help ons, wij vergaan!
“.
Matth.8: 24-25
Waarom was het een en hetzelfde vaartuig en maakt Hij één keer
de geheimen van Zijn hemelse leer bekend, terwijl een andere keer,
Zijn discipelen de angst voor de dood laat overvallen?
Vooral omdat Simon Peter, die de waarheid in geloof had beleden,
op beide gelegenheden aanwezig was?
Door Mattheüs wordt bij die gelegenheid aangehaald
dat alle discipelen buiten onze Heer in het schip aanwezig waren;
onder hen was eveneens Judas, de verrader.
Bij het incident, zoals de Evangelist Lucas verhaalt,
waren alleen de vissers aanwezig.
Omdat Judas namelijk geen visser was,
was hij dus ook niet aanwezig.
Hoewel juiste het geloof van Petrus het schip had kunnen stabiliseren,
zou de ontrouw van de andere het tot een ramp voeren.
Toen Petrus, het ware geloof liet zien,
kwam er een behouden en veilig rustige vaart.
Wanneer Judas aan deze scene was toegevoegd, zou er storm zijn geweest.
Petrus zou alleen maar veilig kunnen voortgaan,
wanneer hij zich niet bedreigd behoefde te wanen door
de slechtheid van de verrader.

De misdaad van de een, kan de goede trouw van allen in gevaar brengen.
De Heer is in slaap gevallen en het geweld van de wind neemt toe,
want wie de zonden veroorzaakt doet de Heer onmiddellijk slaap vallen en
verhoogt in zichzelf een storm van onreine geesten.
Als het rustig weer van de Heer, over het schip heerst valt Deze in een diepe slaap,
daartegenover staat een duivelse storm Die Hem zal doen Opstaan.

We komen nu tot de slotsom, dat
de netten braken en de schepen met een grote hoeveelheid vis werd gevuld, op
een dusdanige wijze dat “ze bijna zonken“, hetgeen betekent:
Dat het aantal fysieke mensen in de Kerk zo groot zal zijn, dat
het door ketterijen en scheuringen verscheurd zal worden en
haar vrede verstoord zal worden
“.
Heilige Augustinus van Hippo
De Heilige apostel Paulus zegt hierover:
Weet wel, dat er in de laatste dagen zware tijden zullen komen:
want de mensen zullen zelfzuchtig zijn, geldgierig, pochers, vermetel,
kwaadsprekers, aan hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig,
liefdeloos, trouweloos, lasteraars, onmatig, onhandelbaar, afkerig van het goede,
verraderlijk, roekeloos, opgeblazen, met meer liefde voor genot dan voor God,
die met een schijn van godsvrucht de kracht daarvan verloochend hebben;
houd ook dezen op een afstand
“.
2Tim.3: 1-5

Indien daarom door de zonden van Judas, alle apostelen werden bedreigd,
dienen wij door deze waarschuwing op onze hoede te zijn tegen
de verrader, opdat door middel van slechts één,
velen in gevaar worden gebracht door de stormachtige golven.
En laten we ook zo’n iemand ons kleine schip besturen, dat
de Heer niet te midden van ons in slaap kan vallen, maar
dat Hij wacht kan houden en
geen storm van ongerechtigheid ons zal treffen.
Want waar het Geloof zuiver is, daar
onderwijst de Zaligmaker het klokje rond en
verheugt Hij zich want er is rust, er is vrede en
er is genezing voor alle mensen.
Maar waar in de Kerk van Christus ketterij en schisma vermengd raken met het Geloof, daar
wordt deze argeloos en valt in slaap.
Er zal dan angst en storm opsteken en
er loert gevaar voor iedereen.
Het hangt af van de vraag of Christus in ons slaapt
of dat Hij de wacht houdt.

Cf. homilie 32 van de
Heilige Ambrosius van Milaan
in zijn commentaar op Lucas 5: 1-11.

Orthodoxie & de oorspronkelijke uitgave van het beginners-boek

Wie was de oorspronkelijke auteur van het boek
De Avonturen van de Russische Pelgrim”   > [Bol.com ISBN 9789062715855]
Ieder beginnend Orthodox zal wel eens het boek
”De avonturen van een Russische Pelgrim” gelezen hebben of er tenminste iets over hebben gehoord.
Dit is namelijk een ‘must’ voor de beginner op de geestelijke [spirituele] weg.

Dit boek vertelt namelijk over het avontuurlijke lotgevallen van een orthodoxe pelgrim die  van stad naar stad reis en
op zijn weg doende is de Apostel Paulus te begrijpen wanneer deze zegt:
“bid onophoudelijk”.
Hij probeert het gezegde te lezen en te begrijpen
waarmee  de Apostel Paulus zegt:
“bid onophoudelijk”
Overeenkomstig de schrifttekst probeert hij:
Bij elke gelegenheid in de Geest doorlopend te bidden en te smeken,
daartoe alle wilskracht verzamelend alle heiligen voortdurend aan te roepen;
dat hem bij het openen van zijn mond het woord geschonken wordt om
vrijmoedig het geheimenis van het Evangelie bekend te maken
“.
cf. Eph.6: 18

De pelgrim slaagt erin om bijgestaan door een monnik en het vaderboek,
‘de Philokalia’ [liefde tot de schoonheid] zich te verdiepen in
de toepassing van het onophoudelijk gebed,
ook wel het noëtisch- of het gebed van het hart genoemd met de woorden:
Heer Jezus Christus, Zoon van God, ontferm U over mij, zondaar“.

Er wordt algemeen aangenomen dat
het een tekst is van een aantal anonieme schrijvers.
Bij tijd en wijlen werd het ook toegeschreven aan diverse
andere auteurs, waaronder de Heilige Theophan de kluizenaar.
In de eerste editie van het boek in 1881 – welke door de abt ‘Paisios Fyodorov’ van het klooster Tseremiskos Kazan werd uitgegeven – bevinden zich een aantal aanwijzingen rond de auteur.
Deze jaargang van 1881 bevat alleen de eerste vier verhalen.

In 1911 werd volgens overleveringen eveneens in het klooster
Sergieev Possad een editie uitgegeven . . .
De in 1930 heruitgegeven versie van Kazan in Parijs
onder toezicht van V.P. Vitseslavtsev welke bij deze uitgave een inleiding schreef over de ascetisch herwonnen religieuze beslommeringen van de ballingen welke uit
het tsaristisch Rusland afkomstig waren.

In 1933 werd het boek eveneens door Russische ballingen in Praag uitgegeven overeenkomstig de versie van 1911.
De heruitgave van het boek uit 1948  werd door Archimandriet Cyprianos Kern verder uitgewerkt met
de zeven verhalen, zoals deze nu bekend zijn.
Nadien werd deze uitgave in het Duits ]1925] in het Engels [1930] en in het Frans [1935] uitgegeven.
In 1971 ontdekte het Heilige Klooster ‘Panteleimon’ op
de berg Athos [Gr] manuscripten met de eerste vier verhalen en omdat er nogal een aantal verschillen waren met de laatste uitgaven, werden in 1989 de verschillende teksten naast de oorspronkelijke tekst parallel afgedrukt.
In 1992 werden de zoekgeraakte manuscripten van de eerste vier verhalen in het archief van Archimandriet Kyprianou Cairns gevonden.

Daarop gelukte het in 1994 de hoogleraar van de Theologische Academie van Moskou
A.M.Pentovsky om de oorsprong van alle teksten vast te stellen, die allemaal het werk van de bewijzen “Verhalen van de op ‘geheime aanwijzingen’ reizende Russische pelgrim aan zijn geestelijke vader” «Διηγήσεις εκμυστηρευόμενες σ’έναν ρώσο προσκυνητή από τον πνευματικό του πατέρα»
( Пентковский А.М. Кто же составил Оптинскую редакцию рас сказов странника? // Символ. Paris, 1994. № 32. С. 259–278 ).
A. M.Pentovsky publiceerde een reeks teksten, welke zeer goed waren gedocumenteerd en
toonde aan dat auteur niemand minder was dan de monnik Arsenio Troepolsky [1804-1870], de toendertijd spirituele vriend van de Heilige Ignatius Brintsianinof,
die vanaf 11 januari 1837 in het klooster Sergkiev in de buurt van Sint-Petersburg
voor een jaar onder diens hoede stond.
Het hele leven van deze monnik Arsenius werd in beslag genomen door teksten
rond het Jezusgebed, hoe dit te bidden in een in hoofdstukken, met de hand geschreven,
”Over het middernachts-gebed”; naast deze zijn er andere werken bekend die ongepubliceerd zijn gebleven.
Voornoemde Pentovsky ontdekt in 2009 in het manuscript van de Nationale Bibliotheek van Moskou, het schrijven van arseen Troepolsky met ascetische teksten,
waarin hij het 10e hoofdstuk ontdekt van het manuscript naast
de zeven verhalen van ”de Russische Pelgrim”.
De onderzoeker kwam daarmee tot de volgende conclusie:

  • Tussen 3 en 17 oktober 1859 schreef Arsenios Troepolsky het oorspronkelijk verhaal,
    dwz de eerste vier delen waren op 6 november was klaar en
    op 13 december werden de daaropvolgende hoofdstukken voltooid met het derde verhaal van de rondreis.
  • In mei 1863 schreef hij de proloog en zeven verhalen. Dit werd later vastgesteld en is de eindconclusie aan de hand van ontelbare kopieën.

Het lijkt erop dat de tekst die door het ‘Optina’-klooster voor de druk werd voorbereid
het origineel bevatte, omdat deze versie veel aannamen en stijlverbeteringen bevat en
de tekst gerelateerd is aan de publicatie van de Heilige Ambrosius van Optina,
maar om een aantal dwingende redenen werd dit project afgeblazen en
vervolgens niet uitgegeven.
Alle door AM Pentovsky onderzochte teksten zijn vervolgens
onder toezicht van het Patriarchaat van Moskou
in een volume uitgegeven.

Orthodoxie & de voorbereiding op het Hoogfeest van Kerst

Wat we met Kerst gaan vieren is:
de komst van God als mens in het vlees,
opdat wij ons zouden bekeren,
Anders gezegd, dat we ons opnieuw tot God zullen gaan richten,
het afleggen van de oude mens en de nieuwe mens aandoen en dat we in Adam [het stof, het aardse] zijn gestorven, opdat we in Christus
zullen gaan leven.
Laten we ons daarom voorbereiden op dit feest,
niet op de wijze van de heidenen, maar
op een Goddelijke manier.
En hoe dient dit te gebeuren?
Laten we onze voordeur nu eens niet met kransen versieren, noch onze woning als een balzaal optuigen, noch onze straten versieren.
Dit is de weg die kan leiden naar het kwaad en is een voedingsbodem van de zonde.
Laten wij al deze dingen aan de heidenen overlaten.
Maar laten wij, die ons aanbidders noemen van de ware God en ons op een van tevoren bepaalde manier een luxe nastreven,
dit dan zoeken in het Woord Gods, de Wet en de Heilige Schrift“.
Heilige Gregorius de Theoloog

Het is mijn bedoeling dat u begrijpt wat ik werkelijk bedoel.
Ik moedig u echt niet aan alles maar overboord te gooien, dat
je je huis met Kerst niet zou mogen versieren of
een kerstboom mag optuigen, of kaarsjes mag aansteken.
In feite, zou ik al die dingen juist aanmoedigen,
omdat ze nu eenmaal bij de huidige 21e eeuw horen;
al die dingen laten een getuigenis zien van de geboorte van Christus,
zij symboliseren een Christelijke feestdag.

Wat ik zeg, en wat ik denk dat bovenstaande tekst van wat de Heilige Gregory bedoelt is om eenvoudig duidelijk te maken, dat
we de geest van het secularisme niet totaal dienen te laten overheersen en daarmee ieders aandacht af te leiden van het geestelijke.
Ik ben ervan overtuigd dat het secularisme in de huidige maatschappij,
een van de grootste bedreigingen is voor het Orthodoxe Christendom en
de Christenheid als geheel.

U mag best eens een kijkje nemen bij  andere wereldgodsdiensten.
Of dat nu de Islam is of het Jodendom,
of welke godsdienst dan ook.
Bestudeer die religies eens en kijk naar hùn heilige feestdagen.
Zij zullen echt niet toestaan dat het secularisme hun geloof al is het ook maar een klein beetje beïnvloed zal worden.
Ik geef u het voor zeker op een briefje!

Neem nu eens een kijkje bij ons Heilig Christendom en onze heilige dagen.
Van Sinterklaas tot Pascha, is het secularisme niet alleen binnengedrongen,
het heeft het feest volledig overvallen en weggemoffeld!
We behoeven niemand de schuld te geven, maar vooral onszelf.
Het Christendom begint iedere dag die volgt steeds maar meer hypocriet te worden
en dat is voor de volle 100% onze eigen schuld.
We zouden ons moeten schamen!

Zelfs Pascha, het feest van de feesten wordt ons volledig ontvreemd,
de overheid geeft het onderwijs verlof voor een Krokus en Hyacint Vakantie of
heeft het over de Voorjaarsvakantie.
U weet allemaal dat het woord Pasen zelf een heidense oorsprong heeft.
Pasen werd vernoemd naar Ester, de heidense godin van de vruchtbaarheid.
Wat is het symbool voor de vruchtbaarheid? Het konijn.
Dus zelfs de opstanding van Christus, het  fundament van het Christelijk geloof
wordt teruggebracht tot de viering van de Paashaas.
Je kunt tegenwoordig geen winkel binnen lopen of je ziet winterse landschappen met
slee-, schaats- en ski-poppetjes [duidend dat je vooral een 2e keer op vacantie dient te gaan] en zie je geen kerststalletjes of inspirerende artikelen meer, tenzij
je in een Christelijke boekhandel binnenloopt; de gewone boekhandels verkopen daarentegen boeken met de meest vreemde kerstverhalen.

Ik besef dat ik misschien een beetje extreem voor jullie overkom, maar
laat me je een vraag stellen.
Heb je gemerkt dat de zinsnede
Zalig kerstfeest helemaal vervangen is door Vrolijke [kerst-]dagen? Kerstvakantie is nu een winterstop geworden en op de meeste scholen wordt het niet toegestaan Kerst-minnende programma’s op te voeren.
Wanneer ze dit al doen worden ze, beïnvloed door de Amerikanisering bestaande uit
de arrenslee met Santeklaus en Jingle Bells . . . . . jo joh joh . . . . . en een hoop cadeautjes.
Er wordt maar weinig of helemaal niet over Christus gesproken.
In het uiterste geval wordt er op Christelijke scholen over
een lieftallige Maria en een zoete Sint Jozef en het kindje Jezus
op hun reis naar Bethlehem gezongen.
Of we het leuk vinden of niet, we liggen zwaar onder vuur.
Onze God wordt in onze samenleving gewoon uitgebannen –
weggepoetst, ligt met ons onder vuur en we doen er niets aan.

De Heilige Cosmas van Aitolos merkt op dat,
Het leven een geestelijke strijd is.
Doch wanneer je niet vecht,
zul je voorzeker verlies lijden
“.
Stel jezelf dus eens de vraag.
Kom je wel voor jezelf op, ben je assertief genoeg,
vecht je of verliest je?  Er bestaat namelijk geen tussenweg.
Bovendien staat er ook nog geschreven:
Wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden,
tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis,
tegen de boze geesten in de hemelse gewesten
“.
Eph.6: 12

We vechten niet tegen zo maar een doel of een wassen neus.
We vechten tegen de machten der duisternis wiens enige doel is om jou en mij van Christus af te houden, net zoals zij zichzelf hebben afgescheiden.

Denk na maar eens over na, wanneer
iemand je een volgende keer tracht wijs te maken dat je het Geloof in Christus
niet zo serieus dient te nemen.
Ik heb een Blijde Boodschap mensen,
onze redding is een serieuze zaak.
We dienen ook ernstig rekening te houden met onze tegenstanders, de tegenstrever[s].
Wanneer we samen met Christus de barricaden opgaan en voor Hem op komen, dienen we de Christelijke strijd
ook in onze tijd serieus te nemen;
vraag het maar aan onze martelaren.


“Daarnaast dient ieder individu de zwakheden van anderen te
[ver]dragen.

Wie kan zich nu eenmaal  perfect noemen?
Wie kan er prat op gaan dat
hij zijn hart onbezoedeld heeft weten te houden?
We zijn nu eenmaal allemaal ziek en
wie veroordeelt dan zijn naaste en
heeft niet door dat hij zelf ziek is.
Daarom dient de ene omdat een verdorvene
niet de andere verziekte te veroordelen”.
vader Ephraïm van Philotheou

Orthodoxie & de weg tot het zoon-schap [1]

Horeb, is zoals u waarschijnlijk weet
een andere naam voor de berg Sinaï,
de berg waar God de profeet Mozes en
het volk van Israël heen leidde en
hen Zijn Thora [Zijn instructies] gaf.
Dit was de plaats van de oorspronkelijke Theophanie,
de eerste keer dat het gehele volk Israël [en niet slechts één individu],
de heerlijkheid des HEREN in  donder en bliksemflitsen op de berg
kon aanschouwen.

Maar het volk van Israël kon daar niet eeuwig blijven;
er wachtte hen betere dingen in het beloofde land,
het “land van melk en honing“.
Horeb betekent in het Hebreeuws zoiets als
een droge of een desolate plek“, die voortvloeit uit
de wortel  חרב HRB, wat “droog” is.
Het is een onbewoonbare omgeving en zeker geen plaats
voor een heel volk om er te wonen.
Dus gebood God hen om Horeb te verlaten en
een begin te maken met de tocht die hen naar het land zou voeren dat
Hij hun voorvader Abraham gegeven had.

In het oude testament is de profeet Mozes
een zeer opvallende figuur. Er leefden Grote mannen vóór hem en ook ná hem volgden er velen.
Maar “zoals Mozes, die de Heer gekend heeft van aangezicht tot aangezicht,
is er in Israël geen profeet meer opgestaan
“. Deut.34: 10
Dat bleef gelden tot zijn eigen profetie werd vervuld:
Een Profeet uit uw broeders, zoals ik ben,
zal de Heer u verwekken; naar Hem zult u luisteren
” [Deut.18: 15].
Dat gebeurde meer dan duizend jaar later, toen
de Heer Jezus werd gezonden,
van Wie de Vader zei:
Deze is Mijn Zoon, de geliefde, in
Wie Ik Mijn welbehagen heb;
luister naar Hem!

Matth.17:  5

Wat was eigenlijk het geheim achter het leven van Mozes?
Was het zijn grootheid Prins van Egypte te worden?
Was het zijn kennis van het Egyptische religieuze leven en haar cultuur?
In het geheel niet, zijn leven was als geen ander in het Eerste Verbond [ het Oude Testament een duidelijke typering van de weg tot het zoon-schap.
Hij verwijst in eerste instantie naar de Zoon, Die het ware Israël zou verlossen van
de “vleespotten van Egypte“.
Maar hij verwijst ook naar de zonen Gods, die
“als Zijn gehele schepping van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid
bevrijden zal worden hetgeen toegang verschaft aan de vrijheid en
heerlijkheid van de kinderen van God“.
Rom.8: 21

Zo’n Mozes heeft de wereld nodig.
Aan politici, wetenschappers of religieuze leiders is er totaal geen gebrek.
Zij zullen de gigantische problemen niet kunnen oplossen.
Het antwoord is Jezus, de Christus én door Hem de zonen Gods.
Wij weten, dat de hele schepping in al haar leden verzucht en in barensnood is“.
Rom.8: 22
Reikhalzend verlangt de schepping:
de schepping wacht op het openbaar worden van de zonen van God“.
Rom.8: 19
Dat klonk als een klok toen Paulus dit opschreef en
dat is zeker ook nu in onze tijd een alom-klinkende waarheid.
Jezus is de Zoon van God, en nog wel “de eniggeboren Zoon
John.3: 16
want in Hem woont geheel de volheid der Godheid lichamelijk” [Col.2: 9].
Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en
wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van
de eniggeboren van de Vader, vol van genade en waarheid
“.
Joh.1: 14

Maar Hij zou ook “de eerstgeborene zijn van veel andere zonen“, die
God “bestemd heeft tot gelijkvormigheid aan Zijn Zoon“.
Rom.8: 29b
Jezus was “het begin, de eerstgeborene uit de doden”, “de eerstgeborene van de ganse schepping” [Col.1: 15,18], onder
Wie uiteindelijk “alles wat in de hemelen en op de aarde is onder één hoofd wordt samengevat“.
Eph.1: 10

Jezus’ leven was dus niet een éénmalige gebeurtenis van een eenling.
Nee, Zijn geboorte was het begin van de “Opstanding uit de doden” [Col.1: 18].
“Christus als eersteling, vervolgens die van Christus bij Zijn Wederkomst”
1Cor.15: 23, Jac.1: 18 en
uiteindelijk “de eerstgeborene van de ganse schepping” [Col.1: 15].
Zijn leven was een teken van de weg tot het zoon-schap,
een teken dat Hij de wegwijzer was en is tot de weg die
ook anderen zouden gaan [Isaiah.7: 14 en Luc.2: 34].
Natuurlijk was Zijn Hemels zoenoffer als
Lam Gods voor de zonde van de wereld éénmalig.
Maar op Zijn leven rust geen auteursrecht.
Het dient te worden nagevolgd onder
begeleiding en discipline van de heilige Geest.
Hij is de Zoon van God.
Hij komt met Zijn loon” [Openb.22: 12], met de zonen Gods.
Hij is het Hoofd en zij maken deel uit van Zijn Lichaam [de Kerk].
Net als Jezus de Christus [de Gezalfde] worden ook de zonen op
dezelfde wijze door Gods Geest geleid [Rom.8: 14],
hetgeen zal leiden tot een totale verlossing van de gehele schepping [Rom.8: 19-22].

Mozes’ leven is dus een voorafschaduwing van
de weg tot dit zoon-schap.
Als eerste ging Jezus die weg.
En wie met Jezus Christus is bekleed,
zal eveneens zelf die weg dienen te gaan.
Daarom worden hier enkele gebeurtenissen en ontwikkelingen uit het leven van Mozes
vergeleken met die uit het leven van Jezus.
Hierdoor zullen wij een beter inzicht krijgen, hoe
God in óns leven van Zich doet spreken, wanneer Hij en hoe Hij óns vrij-koopt
uit de mensen als eerstelingen voor God en het Lam” en wij de weg tot zoon-schap mogen gaan
opgeroepen door een nieuw gezang voor Gods troon door de vier dieren, de oudsten en de losgekochte aardse mensen
in wiens mond geen leugen is te vinden en die onberispelijk zijn“.
Openb.14: 3-5

Voor degenen die zich het pad van het spirituele leven in Christus Kerk begeven
is het niet ongebruikelijk  om een mystieke ontmoeting met God  te ervaren,
een eigen unieke Openbaring als die van de berg Sinaï, een soort Theophanie,
een moment waarbij in het diepste punt van ons wezen de aanwezigheid van God wordt ervaren, de genade van de Heilige Geest.
Dit gebeurt aan het begin van de pelgrimstocht, waarop al snel de “uittocht” uit “Egypte” volgt, dat wil zeggen de tocht door de woestijn anders gezegd de confrontatie met de wereld begint.

Hoogleraar gezondhiedspsychologie Ernst Bohlmeijer [Twente] zegt hierover:
Het verwerven van ‘eudaimonia’ is een van de grootste uitdagingen voor de mens.
Eudaimonia was het antwoord van de Griekse filosoof Aristoteles op de zoektocht naar een ethische leidraad voor een gelukkig leven.
Het betekent letterlijk een goede [εύ, van πνεύμα ] geest [δαίμων, daimon] hebben of
tot ontwikkeling brengen.
In de tegenwoordige tijd zeggen we daarover: ‘Het beste in onszelf naar boven halen‘.
Aristoteles dacht daarbij vooral aan deugden zoals oordeelsvermogen, gematigdheid, eerlijkheid en liefde. Deze zelfontplooiing zou niet ten koste van andere mensen mogen gaan.
De positieve psychologie noemt eudaimonia ‘bloei’.
Bloei is de kunst om een vreugdevol, betrokken en betekenisvol leven te leiden.
We weten allemaal dat het verwerven van ‘eudaimonia’ – hetgeen de Russische
heilige Seraphim van Sarov, het verwerven van de Heilige Geest noemt – niet gemakkelijk is; het verlangt deemoed en doorzettingsvermogen.
Verwaarlozing en geweld in onze jeugd kunnen ons direct op een achterstand zetten.
We leven in een woestijn, een maatschappij met veel competitie en met steeds hogere eisen aan productiviteit. Ten opzichte van vorige generaties is er veel meer vrijheid, worden we gedwongen keuzes te maken, hetgeen beangstigend kan werken.
Een groot deel van onze hersenen stamt uit de préhistorie, inclusief alle tendensen tot bijvoorbeeld vlucht- en vecht-gedrag, tribalisme [voortdurende strijd of collectieve weerstand tegen mensen die geen deel uitmaken van de eigen gemeenschap (groep)] en een voorkeur voor negativiteit.
Er is veel lijden in de wereld. Dat komt tot ons door de ontwikkeling van de communicatiemiddelen [televisie, computer en mobiele telefoon].
Dit lijden kan ook onze naaste en onszelf opeens treffen. En hoe we het ook proberen te wenden of keren, we
zijn en blijven sterfelijke wezens en vergankelijkheid is
een basiskenmerk van ons leven.
We krijgen de opdracht – mee af te wijken van die wereld [dit tranendal]  en een leven lang in de wildernis op zoek te gaan naar het aan ons allen Beloofde Land en als Christen de volmaakte eenheid met Christus te vinden.
Een leven wat met Christus  in God is verborgen“.
Col. 3: 3

Het is een tijd van leven waarin de voortgang in de richting van het doel misschien een verbeelding [utopie] lijkt, waarbij we net als het volk Israël in de woestijn van de zonde en ongehoorzaamheid dwalen als een generatie die
geen enkele vooruitgang in de richting van het heil maakt.
Toch is dit een test-periode,  de dagen van de wandelroute die beschreven staat:
Heden, als gij Zijn stem verneemt, verhardt dan niet uw harten, *
zoals in de verbittering, ten dage van de beproeving in de woestijn“.
Psalm 94 [95]: 8

Velen zijn niet bereid om te vertrekken Horeb.
Zij zijn niet bereid de ontberingen in de woestijn te doorstaan, door
in betoond karakter en een vast Geloof te volharden [Rom.5: 3-5; Jacobus 1: 2-4].
Ze zijn niet bereid met de echte problemen die hen belagen om te gaan,
om een reëel antwoord te bewerkstelligen op de vragen die aan hun geweten knagen en
als gevolg daarvan, verschuilen ze zich achter een muur
van al te extravagante vroomheid, fanatisme, of apathie.

Zowel de geboorte van Mozes in het Oude Testament als
die van Jezus welke wij met Kerst vieren,
gingen gepaard met dramatische gebeurtenissen.
In beide gevallen trachtte een machthebber
zijn troon te redden door een massamoord. De Farao gaf bevel om alle pasgeboren Hebreeuwse jongens te verdrinken in de Nijl [Ex.1: 22].
Herodes liet in Bethlehem
alle jongetjes onder de twee jaar vermoorden.
Iets dergelijks staat ook in Openbaringen vermeld.
Daar staat “de grote draak” voor “de barende vrouw“, om “haar kind” [een “mannelijk wezen“, dat
alle heidenen zal hoeden met een ijzeren staf]
te verslinden zodra zij haar kind gebaard had“.
Openb.12: 4-5

Deze gebeurtenissen leren ons éen en diezelfde les:
De satan, de tegenstrever bestrijdt met alle macht
de geboorte van de Zoon.
Steeds weer zien we zijn woede en haat,
maar iedere keer komt God tussenbeide om
de Zijnen in veiligheid te brengen.

Wie is nu dat “mannelijke wezen“, de “zoon“?
We lezen in het Oude Testament, dat Israël zo genoemd wordt.
Zo zegt de Heer: Israël is Mijn eerstgeboren zoon;
laat hem gaan, opdat hij Mij zal kunnen dienen
“.
Exodus 4: 22-23
Er staat ook, dat dit een [vooraf-] “schaduw is van de toekomstige goederen” [Hebr.10: 1].
Tevens dat alles wat het volk Israël overkomen is
gebeurd is als een voorbeeld [voor ons] en het functioneert als zodanig als een
vooraf gegeven, opgeschreven waarschuwing voor ons, over wie het einde der eeuwen gekomen is, over hen die door de verderfengel omkwamen“.
1Cor.10: 11 en
Hetgeen was van den beginne, hetgeen wij gehoord hebben, hetgeen wij gezien hebben met onze [eigen] ogen, hetgeen wij aanschouwd hebben en onze handen getast hebben van het Woord des levens.
Het leven toch is geopenbaard en wij hebben gezien en getuigen en verkondigen u het eeuwige leven, dat bij de Vader was en aan ons geopenbaard is
1John1: 1-2

De verlossing van Israël uit Egypte van toen symboliseert de verlossing tot zoon-schap nu.
Israël was dus een teken en Mozes een voorloper van het “mannelijk wezen”, van
Jezus Christus, het Hoofd [van de Kerk] en
van de Christus Zijn [Volk, het] voltallige lichaam van zonen.
Matth.1: 16-17

Jezus Christus, onze Heer en Verlosser
is geboren in het vlees,
het Hoofd [van Zijn Kerk] werd als eerste geboren.
De volledige [Open]baring van het hele zonen-lichaam moet nog komen [Op.12: 5].

En vrouwelijke gelovigen dan?
Zijn er in dit “mannelijke wezen” ook dames?
Eigenlijk zouden we ook kunnen vragen of er ook mannen zijn die zich ‘bruid’ kunnen noemen, of
zoals in Babylon, de ontuchtige, de Hoer.
Op deze vragen is maar één antwoord mogelijk:
>  natuurlijk wel!
Het gaat er in de Bijbel niet om, of iemand van
het mannelijke of het vrouwelijke geslacht is, zoals de feministen ons doen voorkomen,
maar of iemand mannelijk [= geestelijk] is of vrouwelijk [= een innerlijke gevoel, een mensenziel bezit].
De mens heeft namelijk zowel een mannelijke als een vrouwelijke kant in zich.
Iedereen heeft mannelijke èn vrouwelijke hormonen.

In een man overheersen de mannelijke, in een vrouw de vrouwelijke hormonen.
Met de innerlijke mens is het net zo:
innerlijk mannelijk [= geestelijk] èn vrouwelijk [= bezit een mensenziel].
In de één overheerst het “mannelijke”, in de ander het “zielse”.
God is echter één, is volmaakt in balans [Jac.2: 19].
En toen Hij Adam schiep naar Zijn beeld en gelijkenis,
was deze mannelijk-vrouwelijk [Gen.1: 27b letterlijk].
Ook Adam kende de harmonische eenheid en
het volmaakte evenwicht tussen “mannelijk” en “vrouwelijk“.
Hij was ook één.

Ook Jezus kende dit innerlijke evenwicht.
Hij handelde nooit in een ziel-bewogen opwelling, op menselijke initiatief of uit medelijden. Hij, de Zoon van God,
kan niets doen van Zichzelf, of Hij moet het de Vader zien doen;
want wat deze doet, dat doet ook de Zoon evenzo
“.
John.5: 19
Hij liet Zich leiden door Gods Geest. Hij was innerlijk één.
Vandaar dat “de onreine geesten zich voor Hem neer wierpen,
telkens als zij Hem zagen, en zij schreeuwden, zeggende:
Gij zijt de Zoon van God
“.
Marc.3: 11

De meeste gelovigen kennen deze innerlijke harmonie niet.
Ze zijn innerlijk verdeeld. In hen overheerst het zielse,
welke bevrediging zoekt voor het vlees [Col.2: 23].
Zij proberen de boventoon te voeren door anderen [naar beneden] te [onder]drukken.
De ziel wil namelijk bezitten – hebben > zij begeert.
Ze zoekt meer de zegeningen dan dat zij door hun gedrag de Gever zegent.
Maar de volgelingen van het Lam leren deze innerlijke harmonie wel kennen.
Hun eigen ziel is tot rust en stilte gebracht;
Ik houd mij niet op met grote dingen; *
noch met wat te wonderbaar voor mij is
“.
Psalm 130 [131]: 2
Het zijn zonen, die maagdelijk zijn [Openb.14: 4].
Ze zijn mannelijk-vrouwelijk. Geest en ziel zijn volkomen in balans.
Daarom doen ze “Goud van zich uitvloeien“;
Wat betekenen de twee olijftakken, die
door twee gouden buizen het goud van zich doen uitvloeien?
“.
Zacharia 4: 12
Naar hen dient geluisterd te worden.
Niet naar mensen, in wie het zielse overheerst.
Die moeten, als innerlijk vrouwelijken,
‘zwijgen’ in de gemeente,
want het is haar niet vergund te spreken,
maar zij moeten ondergeschikt blijven,
zoals ook de wet zegt
“.
1Cor.14: 34

“‘Nergens wordt een profeet zo miskend als in zijn eigen stad [land]’, ‘onder zijn verwanten en geloofsgenoten'”. [Marc. 6: 4]
Eenieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen;
maar eenieder, die zijn leven verliezen zal om Mijnentwil en omwille van het Evangelie,
die zal het behouden.
Want wat baat het een mens de gehele wereld te winnen en aan zijn ziel schade te lijden?
Want wat zou een mens kunnen geven in ruil voor zijn leven?
Want wie zich voor Mij en voor mijn woorden schaamt in dit overspelig en zondig geslacht,
de Zoon des mensen zal Zich ook voor hem schamen, wanneer Hij met de heilige engelen
komt in de heerlijkheid van Zijn Vader
“.
Marc.8: 35-38
Wie oren heeft om te horen, die hore“.
Marc.  4: 9

Het doel van dit schrijven is om bijstand te bieden aan
degenen die de berg Horeb afdalen om de woestijn in te gaan en werkelijk de confrontatie met zichzelf durven aan te gaan door Christus te volgen en Goddelijke wegen te bewandelen.
Moeilijke vragen niet te omzeilen door enkel naar anderen te wijzen, werkelijk om te gaan met de moeilijke kwesties die we in de “woestijn” van het geestelijk leven tegenkomen.
De pijnlijke vragen die ons beangstigen,
problemen die we omzeilen teneinde niet
met eigen onvermogen geconfronteerd te worden.

We dienen dit te doen vanuit het primaire perspectief dat de Bijbel ons biedt, die prachtige complexe en vaak verontrustende verzameling van teksten die we de Heilige Schrift of de Blijde Boodschap noemen.
Daarbij kunnen we ons niet verschuilen achter een vals gevoel van veiligheid
en de Bijbel rooskleuriger laten schijnen dan zij is
zonder ons aandeel in de problemen te benoemen.
We dienen met onszelf de frontale confrontatie aan te gaan
met alle instrumenten die de moderne wetenschap ons biedt.

Wij dienen, net als de Israëlieten,
de Egyptenaren hun macht te ontnemen” en in elk opzicht Christus te dienen gebruik makend van de moderne wetenschap.
Met de moderne wetenschap welke door de kerkvaders  Hermeneutiek [Grieks: ἑρμήνευειν; ‘uitleggen’, ‘vertalen’] genoemd werd en wij zullen daardoor
Christus de Logos Immanuel ontmoeten zoals Deze met het toekomstige Kerstfeest gevierd wordt.

Iedereen is welkom in aanwezigheid tot onze Heer.
Het vereist slechts een verlangen om God te kennen en
een gewillige geest om in Zijn aanwezigheid te vertoeven.
God laat iedereen vrij in z’n keuze en
heeft iedereen een kleine mate van geloof gegeven, dus
laten we het kleine beetje geloof wat we in Christus hebben uitbouwen en
tot de onze maken en laten wij ons daarmee voorbereiden op Zijn komst en
Hem de eer geven die Hem toekomt, in eenheid met de Vader, de Zoon en
de Heilige Geest.

Een goede Philippus-vasten toegewenst.

Orthodoxie & Vergeving van onvolkomenheden

Want levend en krachtig is het Woord van God en
scherper dan een tweesnijdend zwaard:
het dringt diep door tot waar
ziel en geest, been en merg elkaar raken en
het is in staat de opvattingen en gedachten van
het hart te ontleden
“.
cf. Hebr. 4 : 12

Isaiah, een dienaar van de Heer
was al op leeftijd.
Om hem heen werd
het leven ondraaglijk en gewelddadig:
In zijn eigen land,
waren de mensen onderling in conflict en
in landen om hem heen dreigde er een [wereld-]oorlog.
Maar Isaiah gelooft met hart en ziel dat
deze dingen niet kunnen voortduren
zonder dat God te hulp zal komen en
de mensen de vrede weer zullen oppakken;
al het vertrouwde weer zullen herstellen en opbouwen. Hier volgt wat hij profeteerde:
Dan zal de wolf bij het schaap verkeren en
de panter zich neerleggen bij het bokje;
het kalf, de jonge leeuw en het mestvee zullen tezamen zijn,
en een kleine jongen zal ze hoeden;
De koe en de berin zullen samen weiden,
haar jongen zullen zich tezamen neerleggen en
de leeuw zal stro eten als het rund;
Dan zal een zuigeling bij het hol van een adder spelen en
naar het nest van een giftige slang zal een gespeend kind zijn hand uitstrekken.
Men zal geen kwaad doen noch verderf stichten op geheel mijn heilige berg, want
de aarde zal vol zijn van kennis des Heren, zoals
de wateren de bodem der zee bedekken“.
Isaiah 11: 6-9

Zolang een mens zichzelf in het middelpunt stelt,
zal hij zijn medemens niet kunnen vergeven;
zijn gekwetste ego laat dit niet toe.
Echter, wanneer de mens zich bekeert en
besluit om God in het centrum van zijn leven te plaatsen, dan wordt hij in staat gesteld hen, die hem bedroefd en benadeeld hebben door hem onrechtvaardig te behandelen, te vergeven.

We dienen onszelf te bevrijden van
wraakgevoelens en een harde opstelling,
want ons egoïsme overheerst ons,
ja tiranniseert onze ziel.
Om deze reden, leerde Christus ons om onophoudelijk de vergiffenis van God te zoeken,
met als voorwaarde dat wij aan anderen hun schuld ten opzichte van onszelf vergeven.

Volgens de Heilige Johannes Chrysostomos,
kon de Heer ons best vergeven zonder van tevoren enige voorwaarde te stellen en te verwachten dat wij op onze beurt onze medemensen zouden vergeven.
Echter, op deze manier, laat Hij ons nog duidelijker kennis maken met Zijn overgrote Liefde . . . . . ,
Hij verwacht van ons dat we in deze
profiteren van een dergelijke opstelling,

waardoor er ontzaglijk veel mogelijkheden
aan vriendelijkheid en naastenliefde
worden geopend.

Dit biedt namelijk het perspectief om
uit jouw liefdeloos gedrag en opkomende woede lessen te trekken en je met je medemens te verbroederen“.
Het is overduidelijk dat wrok en vijandigheid je van je broeder of zuster zal vervreemden
die eveneens lidmaat is van het Lichaam van Christus en
waarvan je allebei afhankelijk bent.
Met vergeving van zonden en verzoening, wordt je weer verenigd en
herstel je de gebrokenheid.
Hoe kunt je als ledemaat gescheiden worden van je totale lichaam?
Alleen als je niet langer lidmaat bent van het Lichaam van Christus of
als je een afgestorven lichaamsdeel van Hem bent, zul je je broeder of zuster
niet langer als verbonden met Christus ervaren.

De Christen die het gebed des Heren [het Onze Vader] bidt leeft gericht op God,
leeft naar het voorbeeld van de Hemelse Vader.
Aangezien God vergeeft, vergeeft de Christen ook.
Zo niet, hoe kan hij dan in hemelsnaam vragen ​​om hem te vergeven,
zonder dat hij de kleine vergrijpen van zijn broeders kan kwijtschelden?
Hij zou de gewiekste dienaar in de bekende parabel zijn
die het bedragje van een collega-bediende niet kon kwijtschelden,
terwijl zijn Genadevolle Heer hem zijn eigen, enorme schulden had ontheven.

Dit verzoek helpt ons een nederige geest te behouden, omdat
het ons niet alleen herinnert aan onze eigen zondigheid, maar
ook aan de zondigheid van de gehele menselijke natuur.
De Heilige Gregorius van Nyssa verwijst heel duidelijk naar de zondigheid van de menselijke natuur, wanneer hij zegt:
Laat ons vanaf dit ogenblik eens beginnen,
de zonden van die mens ten opzichte van God eens op te tellen.
Allereerst is deze mens schuldig en verdient hij het door God berispt te worden,
want hij heeft zich vervreemd van zijn Schepper,
trok op met Gods vijand door zich van Hem te verwijderen en
onverkwikkelijk ten opzichte van zijn eigen Heer.
Ten tweede, omdat hij zijn onafhankelijke vrijheid inwisselde door de dodelijke slavernij van de zonde en koos hij zonder erbij na te denken voor de kracht van de vernietiging,
in plaats zich in Gods nabijheid te blijven.
Is er geen groter onrecht dan niet langer de schoonheid van de Schepper voor ogen te houden en in plaats daarvan je aandacht te richten op de hoedanigheid van de zonde?Wat voor straf moet er worden opgelegd voor
de minachting van de Goddelijke kledij [je bent immers met ‘Christus’ bekleed] en
in plaats daarvan geef je gedachtenloos de voorkeur aan de verlokkingen
die door de duivel worden aangeboden?
Die andere mens zou toch eveneens jouw ontelbare misdaden kunnen oprakelen?
De vernietiging van het beeld en het vernietigen van het Verbond, welke wij
bij onze eerste schepping al hebben meegekregen.
Het verlies van de drachme en het vertrek uit het vaderlijke huis [verloren zoon].
De overgave aan het smerige leven tussen de varkens en de verspilling van de kostbaar verkregen rijkdom en alle andere soortgelijke misdaden die we in de Blijde Boodschap tegenkomen en die we zonder erbij na te denken zo kunnen opnoemen.
Aangezien het menselijk ras schuldig is aan dergelijke misdaden tegen God zou het
om deze reden straf verdienen.
Ιk denk dat het Woord [Logos] ons voedt met de woorden van het gebed [het Onze Vader].
Hij leert ons om geen slag om de arm te nemen in ons gesprek met God,
alsof we allemaal een schoon geweten zouden bezitten,
zelfs indien er ook maar voor zover mogelijk, een mens zou rondlopen, die
vrij is van menselijke zonden
“.
Gregorius van Nyssa, Homilie over het Gebed.

Lees op een rustig ogenblik eens:
Isaiah 60: 1-22 ;   Isaiah 61: 1-11 en
Isaiah 62: 1-12;
in deze drie hoofdstukken, geeft Isaiah ons
een vooruitblik op de toekomstige heerlijkheid van het Nieuwe Jeruzalem.
God zal behagen stellen in Zijn volk.
Zijn Volk zal blinken als een baken van deemoed en rechtvaardigheid
[als voorbeeld voor de mensheid], hetgeen aanduidt dat alle volken zich voor de Heer, onze God zullen neerbuigen.
Jezus Christus, onze Heer heeft uit Jesaja 61: 1-2 geciteerd, toen
Hij Zichzelf identificeerde als de Messias, Die door God is gezonden:
Hij heeft Mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen;
om aan gevangenen bevrijding te verkondigen;
aan blinden het gezicht terug te geven,
om gebrokenen in vrijheid heen te zenden“.
Luc.4: 18,19.

Ware levensbeschouwing of geloofsovertuiging bestaat niet uit het aanschouwen van rituelen; als het vasten en het brengen van [slacht-]offers,
in brandoffers stelt God immers geen behagen.
Onze Heer en God eert zaken als een berouwvolle geest en een vermorzeld en nederig hart, gehoorzaamheid aan Zijn geboden en dat wij anderen met rechtvaardigheid, eerlijkheid en respect behandelen. Doe met de Heer goed in welwillendheid aan Sion;
dan zullen de muren van het Nieuwe Jeruzalem weer opgebouwd worden.
cf. Psalm 50; Isaiah 58: 1-14 en Amos 5: 18-27

”Weest ook gij uitgebreid”, een kostbaar geschenk


+ Bp. Basil (Essey) van Wichita

 

In de Orthodoxe Kerk is de Heilige Schrift altijd gelezen in de context van het leven en onderricht van haar heilige ledematen. Gewoonlijk wordt aan hen gerefereerd als ‘de heilige Vaders’ daar zij, als waarachtige vaders, ons onderrichten en opvoeden door hun levenschenkende woorden en hun levend voorbeeld. In het leven van de Kerk betekent daarom het woord ‘traditie’ allereerst het overdragen van het waarachtige leven – zowel als de weg daartoe – door hen die ons zijn voorgegaan.

Zulk een lijn der Traditie in onze dagen ontspringt aan de persoon van de heilige Silouan de Athoniet (1866-1938), wiens leerling, archimandriet Sophrony (1896-1993), geroepen was diens woord bekend te maken aan allen die dorsten naar het goddelijk leven. En zijn geestelijke kinderen streven ernaar op hun beurt de rijkdommen die zij ontvangen hebben met anderen te delen. Eén van hen is archimandriet Zacharias, monnik van het klooster van de H. Johannes de Doper te Tolleshunt Knights (Essex, Engeland), dat gesticht werd door oudvader Sophrony. Na zijn dissertatie over de theologie van zijn geestelijke vader heeft hij vele voordrachten gehouden, waarin hij ons bekend maakt met de geestelijke Schatkamer van de Orthodoxe Traditie.

Het boek “Weest ook gij uitgebreid” is gebaseerd op een serie voordrachten, gehouden in de Verenigde  Staten van Amerika in A.D. 2001, ter introductie op de theologie van de heilige Silouan en oudvader Sophrony. Twee aanvullende lezingen tonen de essentie van dit onderricht, zoals dit wordt uitgedrukt in de weg van het monnikschap – niet alleen voor degenen die dit specifieke pad willen volgen, maar ook als voorbeeld en inspiratie voor allen die ‘in de wereld’ leven.

ENKELE CITATEN:
Toen de zalige oudvader en stichter van ons klooster, vader Sophrony, nog mét ons was, zochten sommigen van ons, zijn monniken, gretig naar een aanleiding – “gelegen of ongelegen” – om hem te bezoeken en zijn woord te horen. Ieder contact met hem was een bron van inspiratie, en een opening naar nieuwe horizonnen in ons leven.

De Oudvader woonde in een klein huisje aan de rand van het kloosterterrein. In zijn laatste jaren was hij door ouderdom aanzienlijk verzwakt, en af en toe sliep hij, gezeten in een leunstoel. Vaak gebeurde het, dat in onze contacten en gesprekken met de mensen die ons bezochten, een vraag of probleem naar voren kwam, en wij snelden dan naar onze Oudvader om van hem het juiste antwoord te vragen, en dit vervolgens over te brengen aan de desbetreffende pelgrims. Soms vonden wij hem in slaap. Dan schudden wij zachtjes aan zijn leunstoel en wekten hem. En wij legden hem de vraag voor die gerezen was. Hij opende dan zijn ogen, en vrijwel onmiddellijk vloeide het woord van zijn lippen. Het was een verbazingwekkende en wonderbaarlijke gebeurtenis. Zijn stem kwam ‘van de andere kant’, van de hemel. De genade in zijn woorden doordrong en overtuigde op onweerstaanbare wijze het hart, niet alleen dat van ons, maar ook de harten van hen die de wil van God hadden gezocht, en aan wie wij zijn woord overbrachten.

Het grote wonder dat op mij (levend in de nabijheid van vader Sophrony) meer indruk maakte dan wat dan ook, was het woord van God dat uit zijn mond kwam, en de energie van de genade waarmee het geladen was. Wij waren getuige van zoveel wonderen wanneer hij voor mensen bad, en geen van ons hechtte daar veel belang aan, omdat hijzelf daar geen aandacht aan schonk. Maar wat ons werkelijk van verbazing versteld deed staan, was het woord dat uitging uit zijn mond…
+ uit hfst.1, De heilige Silouan de Athoniet en zijn leerling, oudvader Sophrony

Wanneer het de Godheid welbehagelijk is
Zich te verenigen met het menselijk wezen,
dan wordt de mens in zichzelf
de aanwezigheid van de Goddelijke kracht gewaar,
die hem transfigureert en hem Godgelijk maakt,
niet alleen als vermogen, “naar Zijn beeld”,
maar ook als werkzame energie, “naar Zijn gelijkenis”.
+ Archim. Sophrony (geciteerd door Bp. Basil voorafgaand aan de tweede voordracht)

Voor ons Christenen is er niets dat boven Christus uitgaat. Voor ons is Christus de absolute God en de volmaakte mens. Hij zeide: “Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven.” En het is zeer belangrijk voor ons de Weg, de Waarheid en het Leven te kennen.

De weg is Christus Zelf, en als wij de weg kennen, en onszelf op deze weg plaatsen, dan – daar Hijzelf de weg is – wordt Hij onze medereiziger, onze metgezel; dan verbindt Hij Zichzelf met ons, zoals Hij bij Lukas en Cleopas kwam op de weg naar Emmaüs. Hijzelf is de Waarheid, zowel goddelijk als menselijk. En wanneer wij deze waarheid kennen, dan worden wij waarachtig – in twee opzichten: In de eerste plaats kennen wij de Waarheid, dat is, Christus Zelf, en wij aanbidden Hem in Geest en in waarheid. En tegelijkertijd beginnen wij ook de waarheid te kennen over onszelf, de waarheid van onze volstrekte armoede; en zo staan wij vóór Hem in ontzag en eerbied, en vervullen onze dienst aan Hem. Hij is ook het Leven Zelf, en zonder deze gave des levens te kennen, die Hij op aarde gebracht heeft, blijven wij in troosteloze verlatenheid – zoals Hij zeide: wij “sterven in onze zonden”. Als wij echter Zijn gave kennen, dan weten wij dat het de gave van het leven is, ja zelfs, van leven “in overvloed”. Dus Christus is de Weg, en het is voor ons van levensbelang deze weg te kennen.

Hoe heeft Christus deze weg op aarde getoond? Hij heeft deze getoond door neder te dalen, van de hemel tot de aarde; en nog zoveel te meer, door neder te dalen tot de “nederste delen der aarde”. Dat wil zeggen, Zijn weg is een nederige weg. Hij is een nederige God, en Hij weet Zijn leven “neer te leggen voor Zijn vrienden” – want als God heeft Hij de macht dit weer op te nemen.

Wij zijn allen geschapen “naar het beeld en de gelijkenis” van God. Hiermee heeft God, vanaf het allereerste begin, in ons het vermogen gelegd Hem te kennen, en dat ten volle – want Hij heeft ons in staat gesteld de openbaring van het Evangelie te ontvangen, die zou komen in Zijn eniggeboren Zoon. Maar uiteraard kennen wij de tragische gebeurtenis die plaatsvond: De mens werd afvallig en verwijderde zich van de levende aanwezigheid van God. Maar God verliet de mens niet. En de mens, in zijn diepste wezen, vergat nimmer dat zijn oorsprong in God is. Hij heeft altijd het ingeboren verlangen gehad naar rechtvaardigheid, naar gelijkheid, naar vrijheid van geest. Doch door de tragische gebeurtenis van de Val zien wij in de ervaring van ons aardse bestaan, dat er géén rechtvaardigheid is; er is geen gelijkheid; er is geen vrijheid van geest.

En deze monsterlijke ‘empirische bestaansvorm’, die onze wereld is, heeft de vorm van een pyramide. De machtigen der aarde zitten aan de top van de pyramide, op de schouders van degenen onder hen; er is geen gelijkheid, en de sterken overheersen de zwakken. Maar dit is niet zoals God het bedoeld heeft. God wilde, dat wij allen gelijk zouden zijn voor Gods aanschijn, en daarom heeft Hij ons allen dezelfde geboden gegeven. Dát is het teken van onze gelijkheid voor God. Elk van ons moet ze in zijn eigen leven toepassen, maar Hij heeft aan ieder van ons dezelfde geboden gegeven.

Zo worden wij dan geconfronteerd met deze monsterlijke pyramide van het empirische bestaan van deze wereld, waarin de machtigen der aarde hun gezag doen gelden, zoals de Heer zegt – en zij worden zelfs “weldoeners” genoemd. “Doch alzó zal het niet zijn onder u”, zeide Hij, maar “indien iemand de eerste wil zijn, die zal de laatste zijn van allen, en de dienaar van allen”. Dus de Heer heeft deze pyramide omgekeerd, zoals vader Sophrony zegt, om deze misvorming van de wereld te genezen, en Hij heeft Zichzelf aan het hoofd geplaatst van de omgekeerde pyramide. Hij is nedergedaald tot het laagste punt daarvan, dat wil zeggen, Hij ging tot de diepste afgrond van de Val van de mens, en Hij nam op Zich de ‘last’ van de gehele wereld, het volledige gewicht van de pyramide.

Vanaf dat moment, wie zou vóór Hem kunnen staan om Hem te oordelen? Hij heeft God gerechtvaardigd, maar Hij heeft ook de mens gerechtvaardigd. Hij heeft God gerechtvaardigd, door Zijn liefde te tonen, een liefde “tot het einde” – die “grotere liefde”, die niemand heeft zoals Hij, zoals de Heer zegt in het Evangelie. En in gehoorzaamheid aan het gebod van God de Vader, heeft Hij Zijn leven neergelegd voor de wereld. Wie kan sindsdien met God in het oordeel treden? Hij heeft Zijn eniggeboren Zoon niet gespaard, maar Hem voor ons overgeleverd. Zal Hij ons, “mét Hem, niet ook álle dingen schenken?” zegt de Apostel.

Maar Hij heeft ook de mens gerechtvaardigd. Want Hij heeft een pad voor ons afgetekend. Hij heeft ons op aarde een weg getoond – de Weg, waarvan de profeten hebben gedroomd en gesproken. Deze weg, die Hij op aarde getoond heeft door Zichzelf onderaan de omgekeerde pyramide te plaatsen, is de weg naar beneden, de weg van de nederdaling. Door deze weg te tonen, heeft Hij de mens gerechtvaardigd; Hij heeft hem een voorbeeld gegeven. Als de mens Zijn weg volgt, dan zal God de Vader hem ontvangen als Zijn zoon. En God zal tot iedere persoon dezelfde woorden herhalen, die Hij sprak tot Zijn eniggeboren Zoon: “Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U verwekt,” en “Dit is Mijn Zoon, de Geliefde, in Wie Ik Mijn welbehagen heb”. Hij zegt hetzelfde tot ons allen, die het pad van Christus volgen en ‘omlaag gaan’, om Hem te ontmoeten op het laagste punt van de omgekeerde pyramide. God heeft Zijn liefde voor de mens getoond door op aarde de weg van Zijn Zoon te tonen. En de mens, op zijn beurt, toont zijn liefde voor God wanneer hij deze weg volgt – de weg der nederigheid.
+ uit hfst.9, De weg van Christus

Deze recente uitgave is nu ook verkrijgbaar in de Nederlands taal
en rechtstreeks te bestellen via:
Uitgeverij Orthodox Logos, Tilburg, NL
ISBN/EAN: 978-90-818718-7-7
Paperback, 320 pag. / €18,56 (incl. BTW),
danwel via uw plaatselijke boekhandel onder vermelding van bovenstaande boekgegevens.

Fantastisch vertaald uit de oorspronkelijke talen (Grieks & Engels)
door A. Arnold-Lyklema, Cyprus.
– Griekse editie: «Πλατυσμός της καρδίας»
– Εngelse editie: «THE ENLARGEMENT OF THE HEART»
Be ye also enlarged” [2 Corinthians 6:13]
in the Theology of Saint Silouan the Athonite and Elder Sophrony of Essex

Zondag, de dag van de Heer

De Goddelijke Liturgie
begint bij de aanvang van de ene eredienst en
eindigt bij het begin van de volgende [dienst].
met andere woorden is
een onafgebroken dienst aan God.

De sabbat
Toen God de Hebreeën in het vierde gebod van de Tien Geboden het
Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt” voorschreef
gaf Hij ook de reden hiertoe aan:
Want in zes dagen heeft de Heer hemel en aarde gemaakt,
de zee, en alles wat zich erin bevindt en
Hij rustte op de zevende dag.
Daarom zegende de Heer de sabbatdag en heiligde die
“.
Ex.20: 8,11; cf. Gen.2: 1-3

De Profeet Mozes bewerkt de Tien Geboden in Deuteronomium 5 en
hij voegde er nog een andere reden aan toe:
Vergeet niet, dat je een dienaar bent in
het land van Egypte, en
de Heer, uw God,
zal u van daar door een sterke hand en
een uitgestrekte arm wegleiden;

Daarom heeft, de Heer, uw God, bevolen om de sabbatdag te bewaken en te heiligen“.
Deut.5: 15

De Hebreeën werden opgeroepen om zich van werken “te onthouden” [Ex.20: 8],
en haar “behoeden” – in acht nemen [Lev.19: 3, 30], en
de sabbat te “heiligen” ofwel te “zegenen” [Jer.17: 19-27; Ez.20: 19,20; Neh.13: 15-22]
door te rusten van bijna elk soort werk.
God verwachtte deze wekelijkse heiliging van de tijd om hen Zijn geweldig scheppingswerk en haar wonderbaarlijke verlossing uit Egypte te doen overwegen.
Deze omschrijving van de sabbatviering betekende voor de gelovigen een van de belangrijkste manieren waarop God de mensen opdracht gaf
de verbintenis met Hem te versterken.
Ex.31: 12-17 [zie Lev.24: 8]
Oorspronkelijk werd het houden van een gezamenlijke eredienst
niet gekoppeld aan de sabbat; echter waarschijnlijk is met de ontwikkeling van de synagoge tijdens de ballingschap in Babylon [6e eeuw vóór Christus],
de sabbat de samenkomst dag als viering in de synagoge geworden,
zoals het heden te dage voor Joden nog steeds geldt.

Zondag, dag van aanbidding
In het vroege christendom bleven de Joodse christenen de Sabbat in acht te nemen en hielden hun diensten op de sabbat [Hand.13: 13-15, 42-44, 18: 1-4].
Maar ze ontmoette elkaar ook voor de viering van de Goddelijke Liturgie op zondag [Hand.20: 7; 1Cor.16: 1-2],
welke “de dag des Heren” werd genoemd [Openb.1: 10],
omdat Jezus op een zondag is opgestaan.
De Heilige Ignatius van Antiochië bevestigt [± 107 na Christus] dat de zondag
de belangrijkste dag van aanbidding voor de vroege kerk was:
Ze hebben de sabbat losgelaten en
stellen daar nu de dag des Heren voor in de plaats
– de Dag, waarop het leven voor ons het eerst aanvangen,
dankzij Zijn Opstanding uit de doden“.

De Heilige Constantijn de Grote respecteerde als eerste Christelijke keizer deze gewoonte en gaf in 321 opdracht Christus Opstanding elke zondag te vieren,
waarmee elke zondag een heilige dag
zou worden.
Orthodoxe Christenen beschouwen
de zaterdag nog steeds als de sabbat,
de dag waarop de Kerk al
de martelaren en gestorvenen gedenkt,
omdat Christus op Grote en Stille Zaterdag in het graf rustte.

Zondag, de achtste dag
Naarmate de dag nà de zevende dag [toen God na Zijn zes dagen van de Schepping uitrustte] en de dag van Christus als Opstandingsdag werd gezien
werd op een mystieke wijze onder christenen de zondag als de “Achtste Dag” beschouwd.
Het was immers de dag  die “buiten de natuur en de tijd” stond [MaxCon],
het begin van een totaal andere wereld” [Barn].
Of je het nu die bepaalde dag,
of dat je het ook als de eeuwigheid kunt benoemen,
je duidt hetzelfde idee aan“[Basilius de Grote].

Heel toepasselijk, in de week na het Pascha [Pasen], de Lichte Week genoemd,
en viert de Kerk gedurende acht dagen het Pascha, net alsof het een doorlopende dag zou zijn.
Overeenkomstig de traditie krijgen baby’s op de achtste dag na de geboorte hun naam.
En werden vroegchristelijke doopkapellen met acht zijden gebouwd,
Omdat ze voor ogen hadden dat de nieuw gedoopte het rijk van de achtste dag betrad,
de dag van de eeuwige rust in het ‘hemelse Koninkrijk’ welke
Christus ons in het vooruitzicht heeft gesteld.
Hebr.4: 1-11

Liturgisch gezien begint de zondag met de eerste Vespers van de zondag
namelijk op zaterdagavond en eindigt de zondag met de 2e Vespers op Zondag.
Vanaf het Vaticaans Concilie is dit voor de rooms-katholieke kerk de voornaamste reden geweest om de zondagse eucharistieviering
’s avonds voorafgaand aan de zondag te gaan vieren.
Persoonlijk ben ik van mening dat God overal en onafgebroken en
iedere dag geëerd dient te worden; iedere dag, die God geeft [zoals mijn moeder, het regelmatig noemde] ongeacht wat de agenda aangeeft.

We vervallen terug tot ‘de heidense, prehistorie periode’
De Raad van Kerken in het Midden-Oosten Raad [de MECC]
– een regionale oecumenische orgaan waarvan de leden uit onder meer
Rooms-Katholieke, Orthodoxe en Protestantse kerken afkomstig zijn
– heeft in een verklaring een oproep aan de internationale gemeenschap gedaan:
om gedurfde initiatieven te nemen en zich tegen” aanvallen op Christenen in het Midden-Oosten te verzetten .
De Raad van Kerken heeft “gelovigen van alle religies en mensen van goede wil
opgeroepen tot God te bidden
om op te komen voor de redding van die mensen in het Midden-Oosten,
met name de Christenen die zwaar te lijden hebben en als schapen naar de slachtbank worden gevoerd om te worden afgeslacht en dat zij niemand om zich heen hebben
hun recht op gerechtigheid en genade en hun leven verdedigt“.
Dit betekent dat we niet alleen lijfelijk verzet bieden tegen extremisme
[welke ook binnen het Christendom voorkomt] maar respect tonen voor
iedere vorm van religie – een mens heeft er namelijk niet om gevraagd in
welke nest hij werd geboren.
Respect en belangstelling voor elkaars achtergrond doet in deze wonderen.

De Dag des Heren is in het Christendom is over het algemeen zondag,
een dag waarop men zich voor de gezamenlijke eredienst[en] bijeenkomst verzamelt.
Het wordt door de ‘meeste’ Christenen beschouwd als
de wekelijkse herdenking van de Opstanding van Jezus Christus,
van Wie in de Canonieke Evangeliën wordt gezegd
dat Hij uit de dood is opgestaan vroeg in de morgen op de eerste dag van de week en
dat de Kerk hiervan getuigt.
o.a. Openb.1: 10

In het vroege Christendom ontmoetten
de gelovigen elkaar op een zondag
rond “het breken van brood” hetgeen in het boek Handelingen van de Apostelen
wordt aangehaald [Hand.20: 7].
Kerkvaders [uit de 2e eeuw zoals Justinus Martelaar] getuigen van de wijdverbreide praktijk van de zondagsviering [1e Apologie, hfdst. 67],
tevens dat het in 361 AD een gemandateerde wekelijkse gebeurtenis is geworden.
Dit houdt niet in dat we tijdens iedere maaltijd die wij gewoon zijn te houden
de Heer niet dankzeggen voor de goede gaven die Hij ons doet toekomen
in het Grieks, “κατά κυριακήν δέ κυρίου”,
betekent letterlijk “Op de Heer van de Heer”,
oftewel wanneer we maar samenkomen óf elkaar ontmoeten
doen we dat met God voor ogen.

Zelfs heidenen, die in God [Christus] geloven en
berouw tonen over de zonden die zij hebben begaan,
zullen deze erfenis ontvangen, samen met de Patriarchen en Profeten
en het gewone volk welke eveneens van Jacob afstamt,
zelfs wanneer ze de sabbat niet in acht nemen,
noch besneden zijn, noch de feesten in acht nemen
“.
Justin [Martelaar] – “de dialoog met Trypho”.

Ik, de Heer, heb u geroepen in gerechtigheid,
uw hand gevat, u behoed en u gesteld tot
een verbond voor het volk,
tot een licht der natiën:
Om blinde ogen te openen,
om gevangenen uit de kerker te leiden,
uit de gevangenis wie in duisternis gezeten zijn
“.
Is.42: 6,7

Trekt, trekt door de poorten, bereidt de weg voor het volk, baant, baant de weg,
zuivert hem van stenen, heft een banier omhoog
boven de volken.
Want de Heer doet het horen tot het einde der aarde:
Zegt tot de dochter Sions: zie, uw heil komt;
zie, zijn loon is bij Hem en zijn vergelding gaat voor Hem uit.
En men zal hen noemen:
Het heilige Volk, De Verlosten des Heren; en gij zult genoemd worden:
Begeerde, Niet verlaten Stad.
Wie is het, die van Edom komt, in helrode klederen van Bosra, die daar praalt in zijn gewaad, fier voortschrijdt in zijn grote kracht?
Ik ben het, die in Gerechtigheid spreek, Machtig om te verlossen.
Waarom is dat rood aan uw gewaad, en zijn uw klederen als die van iemand die de wijnpers treedt?
Ik heb de pers alleen getreden en van de volken was niemand bij Mij,
Ik trad hen in mijn toorn en vertrad hen in mijn grimmigheid;
toen spatte hun bloed op mijn klederen en ik bezoedelde mijn ganse gewaad.
Want een dag van wraak had Ik in de zin en het jaar van mijn verlossing was gekomen.
En Ik zag rond, maar er was geen helper; Ik ontzette Mij, maar niemand bood steun.
Toen verschafte mijn arm Mij hulp en mijn grimmigheid ondersteunde Mij.
En Ik vertrapte volken in mijn toorn, maakte hen dronken in mijn grimmigheid en deed hun bloed ter aarde stromen
“.
Is. 62: 10-12 Is.63: 1-6

de Vastenperiode van de Apostelen

De apostelvasten vindt plaats op de maandag na de zondag van Allerheiligen [de zondag na Pinksteren], en duurt tot het feest van de Heilige Apostelen Petrus en Paulus,
welke plaatsvindt op 29 Juni volgens de kerkelijke kalender [12e Juli, de werelddatum].

Het vasten en de onthouding gedurende de Vasten van de Apostelen is minder streng dan die gedurende de Grote Vasten:
We onthouden ons de gehele vasten van het eten van vlees en zuivelproducten.
De kerkvoorschriften bepalen tevens dat, op maandag, woensdag en vrijdag tijdens de Apostelvasten, we ons onthouden van het nuttigen van vis, wijn en olie;
op de andere dagen van de week, dinsdag en donderdag, onthouden we ons van het eten van vis. Het eten van vis is toegestaan ​​op zaterdag en zondag en op gedenkdag van bepaalde grote heiligen, zoals op het Feest van de Geboorte van Johannes de Doper [7e Juli].

Vasten bestaat niet alleen uit het onthouden van bepaalde levensmiddelen, maar behelst ook het minimaliseren van de hoeveelheid eten.
Dit houdt niet in slechts een maaltijd te nuttigen, maar gewoon niet teveel  te eten.
De beoefenaar is verkeerd bezig, wanneer hij een bepaalde tijd [op een maaltijd] wacht, maar zich vervolgens ten tijde van de maaltijd te buiten gaat en lichaam en geest met onverzadigbare eten vol-stopt.

Het draait om de verhouding tot hoe het lichaam van de onthouder dun en licht wordt, zodat het spirituele leven zich perfectioneert en
zich op prachtige wijze openbaart.
Dan komt de ziel tot ontplooiing als in een onstoffelijk lichaam.
Vleselijke gevoelens worden uitgeschakeld en
de geest welke van de wereld wordt bevrijd,
stijgt op naar hemelse gewesten en wordt volledig in de contemplatie van de spirituele wereld ondergedompeld.
Elke dag dient men zich erop toe te leggen net genoeg voedsel tot zich te nemen om het lichaam de mogelijk te bieden, kracht op te doen om een vriend en helper van de ziel te blijven in het uitvoeren van de deugden.
Anders zou men met een uitgeput lichaam ook de ziel verzwakken
“.
cf. Seraphim van Sarov

Het vasten en onthouden is de moeder van het welbevinden;
de vriend van eerbaarheid en
de partner van deemoedigheid

[ziekten vinden vaak hun grondslag door het teveel tot zich nemen
van een wanordelijke en onregelmatige voeding].
Heilige Simeon, de Nieuwe Theoloog

De vasten van de heilige apostelen is zeer oud en dateert uit de eerste eeuwen van het Christendom.
We hebben de getuigenis van de Heilige Athanasius de Grote, Heilige Ambrosius van Milaan, de heilige Leo de Grote en Theodoretus van Cyrrhus die hier betrekking op hebben.
De oudste getuigenis over de apostelvasten wordt ons overgeleverd door de Heilige Athanasius de Grote [† 373].
In zijn brief aan keizer Constantijn welke handelt over de onderdrukking door de Arianen, schrijft hij: “In de week na Pinksteren, heb ik gelovige christenen waargenomen die vastend naar de Kerk gingen om er te bidden“.
De Heer heeft ons dit voorgehouden“,
zo zegt Ambrosius [† 397],
dat zoals we gedurende de veertig dagen aan Zijn Lijden deelachtig zijn geweest, we ons derhalve ook dienen te verheugen over Zijn Opstanding gedurende de periode voorafgaand aan Pinksteren.
We vasten niet tijdens deze periode tot Pinksteren, omdat onze Heer Zelf gedurende die dagen onder ons aanwezig was
– de aanwezigheid van Christus was immers als voedzaam voedsel voor ons Christenen.
Zo ook laten wij ons tijdens de Pinksterdagen voeden door de Heer,
Die onder ons aanwezig is gedurende de dagen na Zijn Hemelvaart.
Zodra Hij in de hemel is opgenomen, leggen wij ons weer toe op de door Hem opgedragen vasten

Preek 61
De basis van deze praktijk welke de Heilige Ambrosius baseert op de woorden van Jezus aan Zijn Discipelen in het Evangelie:
Kunnen soms bruiloftsgasten treuren, zolang de bruidegom bij hen is?
Er zullen echter dagen komen, dat de bruidegom van hen weggenomen is en
dan zullen zij vasten
“.
Matth.9: 14,15

De Heilige Leo de Grote [† 461] zegt:
Na de lange feest tot en met Pinksteren is het vasten vooral nodig om onze gedachten te zuiveren en
ons waardig te maken om de gaven [de Genade]
van de Heilige Geest te ontvangen.
– Daarom werd deze heilzame gewoonte in gang gezet
van het vasten de vreugdevolle dagen waarin
we de Opstanding en Hemelvaart van onze Heer vierden en
de komst van de Heilige Geest mochten verwelkomen
“.

Orthodoxie & de stad van eenheid [de toekomst]

Toen daalde de Heer neer om de stad en de toren, die de mensenkinderen bouwden, te bezien.
En de Heer zei:
Zie, het is een volk en zij allen hebben een taal.
Dit is het begin van hun streven;
nu zal niets van wat zij denken te doen voor hen
onuitvoerbaar zijn.
Welaan, laat Ons nederdalen en daar hun taal verwarren,
zodat zij elkanders taal niet verstaan.
Zo verstrooide de Heer hen vandaar over de gehele aarde
en zij staakten de bouw van de stad“.
Genesis 11, 5-8

In de meest gebruikelijke en traditionele interpretaties van dit levendige en fantasierijke verhaal over de spraakverwarring tijdens de torenbouw van Babel [“opgang tot God“]
wordt het accent vrijwel altijd gelegd op het bestraffen van de menselijke arrogantie:
God neemt revanche en stuurt de onderlinge samenwerking in de war
om een einde te maken aan de overmoedige plannen van de torenbouwers.

‘Spraakverwarring als een soort vergeldingsmaatregel.
Taal is immers een van de belangrijkste essenties van het mens-zijn, en onontbeerlijk
voor het voortleven en doorgeven van tradities’
[]Lea Dasberg “Menswording tussen Mode, Management en Moraal” Amersfoort, 1996].
‘Om te voorkomen dat mensen gaan klitten en op een kluitje blijven zitten,
verspreidt God hen over de aarde en laat hen  verschillende talen spreken.
Alleen zó kan de aarde bewerkt, gevuld en beheerd worde
n’ [Ellen van Wolde “Verhalen over het begin”, Baarn, 1995, p. 169 vv].
Ter Wolde ziet de verscheidenheid aan talen derhalve als een voorwaarde
voor de verspreiding van mensen op aarde.
En ook dominee Nico ter Linden kijkt in zijn eerste deel van Het verhaal gaat… [Amsterdam, 1996, p. 46-48] middels een schitterende her-vertelling met dezelfde ogen naar het verhaal van de torenbouw:
het is uitdrukkelijk Gods bedoeling dat de mensen vanuit ‘Babbelendam’
uitwaaieren over de wereld en elders hun bestaan opbouwen
“.

In dezelfde geest kenschetste Han Nijboer in zijn jaarrede voor de Vereniging van Docenten Levensbeschouwing [1995] het verhaal van de toren van Babel
als een postmodern verhaal ‘avant la lettre’, waarin God als het ware
hoogstpersoonlijk ingrijpt om een einde te maken aan dat Ene Grote Verhaal.
Een  ingreep waardoor mensen de kans krijgen zich mondiaal en in vrijheid te ontwikkelen,
hun eigen verhaal te vertellen en dit onderling uit te wisselen.
Pluriformiteit dus als een unieke mogelijkheid om te luisteren naar elkaars opvattingen en denkbeelden, een ongekende kans om te groeien aan ervaringen en belevingen van de ander. Spraakverwarring als een geschenk uit de hemel, als een Genade [een Godsgeschenk].

Daar kunnen wij in de Orthodoxie van Nederland nog een lesje aan leren;
is het daarom dat de verschillende nationaliteiten zich op hun eilandje terugtrekken;
er niet tot één Heilige Katholieke en Apostolische is te komen;
omdat wij onszelf in onze kleinzieligheid in die verschillende nationale gemeenschappen
tot een door God gedragen gemeenschap hebben verklaard?
• Hebben we een vertaling van de diensten in het Nederlands en onze kinderen het verstaan en er Catechese en lering [in hun schooltaal] uit kunnen opdoen,
buiten elke vorm van discussie en
• Heeft een Nederlandse vereniging jarenlang geijverd een goede eenduidige zangwijze op te zetten met behulp van een gedegen koorleider uit het buitenland, dan is onze eigen zangwijze de beste en weigeren we pertinent de invoering ervan in onze gemeenschap.
• Wordt er met veel moeite een Liturgie-boek samengesteld en met veel zorg gedrukt, zelfs triomfantelijk met een receptie gepresenteerd, dan wordt ook die binnen de gemeenschappen  afgewezen, onze eigen gebruikelijke wijze immers véél en véél beter is.
• En zo behouden we éénheid in verscheidenheid |
►”alles van wat zij denken te doen voor hen onuitvoerbaar zijn” [Gen];
► “is hun [liefdes]taal dermate verward, dat zij elkanders taal onmogelijk kunnen verstaan” [Gen];
en wat nog het ergste is:
hun kinderen weten niet meer waar ze het zoeken moeten [haken af].
Als je bidt voor één mens of een groep mensen, dan is dat is oké.
Maar wanneer je probeert hem[n] te veranderen, nee;
daar is slechts Gods Hand in het geding.
God heeft nu eenmaal Zijn schema voor het leven voor ieder van ons.
Voor iedereen. We zijn we vrij gemaakt om [in Liefde] keuzes te maken,
maar of dat ook doen is een tweede.

Maar we weten dat Hij weet wat te doen. Hij weet immers alles.
Hij kent ons handelen en wandelen, onze natuur tot het laatste moment van het leven.
We weten daar niets zelf eerst achteraf over.
En als we proberen onszelf, om onszelf méér te verenigen met God,
dan hebben we echt niets nodig om dat te bereiken, dat kunnen we zelf wel.
Waarom wordt ons als vanzelfsprekend een voorbeeld gegeven
om degene te worden die graag Zijn Weg gaan.
Maar, natuurlijk, zowel die jongeren daar, die het op hun manier doen en
met liefde tot God in het hart,
kun je in beginsel enig begrip opbrengen en
teleurgesteld worden en zeggen:
‘Wat is deze aandoening?
Zo veel moeite; en toch is God óók bij hen aanwezig’.

Maar weet je?
Zo doet God nu eenmaal met ons:
“Zo vaak vergeven. Zo vaak geduld opbrengen. Zelfs met dit soort zaken.
‘En dan, dan ben je in gebed; óf in ieder geval een begin van gebed.
Zonder elkaar te veroordelen, gewoon laten gaan en je niet [meer] mee bemoeien.
Pas dan kom je tot het inzicht in dat gebed
gewoon om alles aan de Heer over te laten en je met jezelf bezig te houden
in plaats van je nog èrgens druk over te maken.

Dan begrijp je dat het gebed niets anders inhoudt dan:
Heer, Jezus Christus, Zoon van God, heb medelijden met mij, arme zondaar“.
Dan maak je je ook niet meer druk als twee kleine kinderen op straat,
hun woede uiten over een schamel stukje hout, elkaar vreselijk in de weg zitten. 
Ook dan breng je je Christelijk Geloof – via het opzij zetten – in de praktijk.

Onze maatschappij verandert snel.
Wat vandaag technisch zeer geavanceerd heet,
is morgen hopeloos achterhaald.
Betalen met de pinpas is al ouderwets en
betalen met je smart-phone verovert in snel tempo de markt.
Wie nu nog op een I-Mac pc. zit te werken, telt eigenlijk al niet meer mee.
Nieuws, buienradar, e-mails, sms-jes over en weer
garanderen de optimale broekzak-vestzak bereikbaarheid van telewerkers.
En wie gaat er vandaag de dag nog zonder mobiele telefoon
of toch op z’n minst met een I-phone op stap?
Moderne communicatiemiddelen hebben onze complete wereld tot een huiskamer gemaakt, waar datgene wat we nodig menen te hebben zich via e-mail, sms en Internet
als een lopend vuurtje aan ons opdringt, winkels worden overbodig
– alles wordt aan de deur bezorgd, al moet het van de andere kant van de wereld komen en dan nog wel de volgende dag.
Al deze nieuwe technologische ontwikkelingen
die hun toepassing vinden in de samenleving creëren nieuwe mogelijkheden,
maar brengen ook nieuwe moeilijkheden en vragen met zich mee,
waar we ons geleidelijk aan van bewust worden.
Wat zijn de sociale gevolgen van al dit soort digitale ontwikkelingen?
Hoe privé en on-menselijk is digitaal“, vragen wij [van een oudere generatie]
ons regelmatig af ten aanzien van de maatschappelijke gevolgen van de computer,
waar blijft de geest.

In welke richting de toekomstige ontwikkelingen ook zullen gaan:
duidelijk is in ieder geval, dat deze samenleving hoge eisen stelt aan de komende generatie.
Vandaar bijvoorbeeld het kennisdebat:
een brede landelijke discussie over ingrijpende maatschappelijke, industriële en culturele ontwikkelingen tot het jaar 2050 en de rol van het onderwijs daarin,
je dient er wèl eerst een force lening voor af te sluiten, die
jarenlang als een molensteen om je nek hangt.
Hoe zal onze samenleving er over een jaar of vijftien uit zien?
Allemaal werkend om onze studieschulden en hypotheek, auto en I-pod af te lossen?
Over welke kennis en inzicht moet je wel niet beschikken
om nog in zo’n maatschappij mee te kunnen?
Hoe verhouden zich tegen die tijd het leren, het werken en de vrije tijd?
Het onderwijs dient zich dan ook in hoog tempo voor te bereiden op het verloop van de 21e eeuw.
Kennis veroudert snel; God niet, die is van eeuwigheid dezelfde
Bovendien gaat het in de samenleving van de toekomst niet alleen om kennis,
maar juist en vooral ook om de toepassing en uitwisseling ervan.
De jeugd van vandaag zal zich op school [en Kerk] de vaardigheden eigen moeten maken
om morgen goed toegerust de samenleving van de toekomst mee op te kunnen bouwen.
Een samenleving die mondiaal, pluriform, multicultureel en in
levensbeschouwelijk opzicht multireligieus van karakter is.
Communicatie en dialoog dienen al geruime tijd sleutelbegrippen te zijn
in het debat over de toekomst van levensbeschouwelijke vorming van de komende generatie.
En is het niet inherent aan vernieuwings- en veranderingsprocessen dat de lucht dan wel eens betrekt en de barometer daalt, dat de spraak soms verward raakt,
de materiaalwagens niet altijd worden afgeladen
en sommigen hun kamelen alvast gaan zadelen?
Cijfers voor godsdienst en levensbeschouwing tellen maar mondjesmaat mee;
om over examenvak nog maar te zwijgen.
Zo bekeken kan het verhaal van de torenbouw van Babel
in hoge mate verontrustend en angstaanjagend zijn.
Maar er zit, zo zagen we, ook een andere kant aan het verhaal.
Het kan immers ook anders.

Vakken die op school [en catechese, maar vanaf nù in en vanuit de Kerk] worden onderwezen,  geven antwoorden op de vragen die ze zich ook buiten schooltijd voordoen.
Vragen, die betrekking hebben op de manier waarop
men in het leven staat en hoe wij met anderen omgaan;
vragen die te maken hebben met de toekomst,
vragen waarop nu eens en zo direct niet een antwoord voor handen is,
maar die toch belangrijk genoeg zijn om ze te stellen . . . . . en
dat niet alleen bij godsdienst of maatschappijleer!
En ? zeker zo belangrijk ?
de tijd dat het ‘not done’ was om in en buiten de school
over dit soort zaken te praten, ligt inmiddels vèr achter ons.
Als zo’n geïntegreerd onderwijs-, cq. Kerkmodel de toekomst mag zijn
van de levensbeschouwelijke vorming van jongeren,
dan kun je het verhaal van de Babelse spraakverwarring
zien als een geschenk [genade] uit de Hemelen.
Een geschenk dat de onderlinge communicatie,
samenhang en dialoog weer op gang brengt,
nieuwe impulsen geeft aan opvoedings-, onderwijs- en leerprocessen en
het digitale tijdperk een menselijk gezicht geeft.
Anders geformuleerd: “het geheim achter de dingen” –
de Goddelijke Geest weer kunnen ontdekken.

Gij toch hebt van Hem gehoord en zijt in Hem onderwezen,
gelijk dit de waarheid is in Jezus,
dat gij, wat uw vroegere wandel betreft,
de oude mens aflegt, die ten verderve gaat, naar zijn misleidende begeerten,
dat gij verjongd wordt door de geest van uw denken en
de nieuwe mens aandoet, die naar [de Wil van] God geschapen is
in waarachtige gerechtigheid en heiligheid.
Legt daarom de leugen af en spreekt waarheid, ieder met zijn naaste,
omdat wij leden zijn van elkander.
Geraakt gij in toorn, zondigt dan niet:
de zon mag niet over een opwelling van uw toorn ondergaan; en geeft de duivel geen voet.
Wie een dief was, stele niet meer, maar spanne zich liever in
om met zijn handen goed werk te verrichten, opdat hij iets kan mededelen aan de behoeftige.
Geen liederlijk woord kome uit uw mond, maar als gij een goed (woord) hebt, tot opbouw,
waar dit nuttig is, opdat zij, die het horen, Genade ontvangen.
En bedroeft de Heilige Geest Gods niet, door Wie gij verzegeld zijt tegen de dag van Verlossing
“.
Eph.4: 21-30

. . . Hebt u goede nota genomen, dat enkel God, Heer en Rechter is . . . . .
. . . . . En wat zegt Hij?
We dienen naast grote soberheid, grote ijver aan de dag te leggen en
de Goddelijke Schrift veelvuldig te onderzoeken.
Onze Heer en Verlosser heeft gezegd: “Onderzoekt de Schriften“!
Joh.5 : 39

Onderzoekt dan de Blijde Boodschap en houdt met een hoge nauwkeurigheid en
Geloof vast aan datgene wat er gezegd wordt,
opdat wij mogen weten wat Gods Wil is en wat
de Goddelijke Schrift ons duidelijk maakt en in staat stelt
in waarheid goed en kwaad van elkaar te onderscheiden . . .

Hebr.5 : 14

Niets is zo bevorderlijk voor ons
in herinnering te brengen
als het volgen van de Goddelijke Voorschriften van de Verlosser.
Hoegenaamd is er niets meer winstgevend voor de ziel dan wanneer
zij de keus gemaakt heeft
om Gods Wet dag en nacht via de Goddelijke Schriften te bestuderen.
De betekenis van de Heilige Geest wordt
via Genade via hen geopenbaard.
Het vervult een mens via geestelijke waarneming met alle plezier van de wereld,
het verheft haar boven het geheel van aardse dingen en de toont nederig van wat zichtbaar is
het vormt als het ware engelachtige hoogten
en maakt heel je leven deelgenoot aan dat van de engelen
“.
Heilige Symeon de Nieuwe Theoloog

7e Zondag na Pascha – de Zondag van de Vaders van het 1e Oecumenisch Concilie

Het thema van de afgelopen
vijf zondagen ging over
de ontwikkeling van de Vroege Kerk.
Dit wordt vandaag voortgezet door ons te richten op datgene wat de twaalf apostelen en hun opvolgers deden om de Apostolische Kerk via een ‘rechte’ leer [doctrine] te stichten.

In de afgelopen decennia wordt, meer dan ooit, gesproken over “vernieuwing in de Kerk“.
De Kerk komt daarmee onder de invloed van de turbulente ontwikkelingen van onze eeuw
in die mate dat zelfs de Kerk in haar wereldse hoedanigheid [als sociale groep] de mening krijg opgedrongen dat ook de Kerk Zich allerlei methoden ter verbetering en vooruitgang eigen dient te maken.
In het leven van het westers Christendom is het denkbeeld “aggiornamento” [Modernisering] sinds het Roomse tweede Vaticaans Concilie [1962 – 65] uitgegroeid
tot het meest gebruikte modewoord.
De Orthodoxie spreekt echter ‘niet’ over vernieuwing van de Kerk Zelf of het leven van de Kerk omdat de Kerk ‘altijd al’ nieuw is ‘in Christus’ en het leven van de Kerk is Het Leven van Christus Zelf. M.a.w. Christus kan niet vernieuwd worden, Hij is, Die is en dat is eeuwig Dezelfde, de Onveranderlijke God.
Alles wat bestaat op een authentieke manier in de Kerk, woont in  Christus en is daarom “een nieuwe schepping” [2Cor.5: 17].
Het enige wat ons als Kerk oud kan maken, is de zonde, omdat deze ons leidt naar de corruptie van de dood.

Zo lezen we vandaag Johannes 17: 1-13 waar
gesproken wordt over Wie Jezus is in verhouding
tot de Vader.
Met de lezing uit Handelingen 20:16-18, 28-36
profeteert de apostel Paulus
wat de mensen van de kerk in Ephese zal overkomen nadat Paulus hen zou verlaten en dit
bevestigt de uitspraken van Johannes 17:1-13.
De schrijver van het Evangelie van Johannes, de zoon van Zebedeüs,
bracht het laatste deel van zijn leven door in de omgeving van Ephese met de bestrijding van de ketters waarvoor Paulus iedereen al had gewaarschuwd.
De Vaders van de Eerste Oecumenische Concilie deden ditzelfde later opnieuw maar dan aan het begin van de vierde eeuw.

Dit sprak Jezus en Hij hief zijn ogen ten hemel en zei:
Vader het uur is gekomen;
verheerlijk uw Zoon,
opdat uw Zoon U verheerlijkt,
gelijk Gij Hem macht hebt gegeven over alle vlees, om aan al wat Gij Hem gegeven hebt, eeuwig leven te schenken.
Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God en
Jezus Christus, die Gij gezonden hebt.
Ik heb U verheerlijkt op de aarde door het werk te voleindigen, dat Gij Mij te doen gegeven hebt.
En nu, verheerlijk Gij Mij, Vader, bij Uzelf met de heerlijkheid, die Ik bij U had, eer de wereld was.
Ik heb uw naam geopenbaard aan de mensen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt.
Zij behoorden U toe en Gij hebt hen Mij gegeven en zij hebben uw woord bewaard.
Nu weten zij, dat al wat Gij Mij gegeven hebt, van U komt,
want de woorden, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven en
zij hebben ze aangenomen en in waarheid erkend, dat Ik van U ben uitgegaan en
zij hebben geloofd, dat Gij Mij gezonden hebt.
Ik bid voor hen; niet voor de wereld bid Ik U, maar voor hen, die
Gij Mij gegeven hebt, want zij zijn van U en
al het mijne is het uwe en het uwe is het mijne en
Ik ben in hen verheerlijkt.
En Ik ben niet meer in de wereld, maar zij zijn in de wereld en Ik kom tot U.
Heilige Vader, bewaar hen in uw naam, welke Gij Mij gegeven hebt, dat
zij een zijn zoals Wij.
Zolang Ik bij hen was, bewaarde Ik hen in uw naam, welke Gij Mij gegeven hebt en
Ik heb over hen gewaakt en niemand uit hen is verloren gegaan, dan
de zoon van het verderf, opdat de Schrift vervuld werd.
Maar nu kom Ik tot U en Ik spreek dit in de wereld, opdat
zij ten volle mijn blijdschap in zichzelf mogen hebben’
“.
John.17: 1-13

Het merendeel van de grote ketterijen in de geschiedenis van de Kerk
lijken te draaien om wie Jezus is.
Bijvoorbeeld , de Ariaanse ketterij werd behandeld door het Eerste Oecumenische Concilie, welke beweerde dat Christus niet echt God is, maar een mindere diende te worden beschouwd en
door God geschapen.
De gnostische ketterij van de eerste eeuw, ontkende daar tegenover de Menswording van Christus en beweerde dat Christus niet echt een mens was.
De principiële educatie van het Evangelie van vandaag kan worden gebruikt als
een theologische verhandeling om veel van dit foutieve geloof te beantwoorden.

Een korte overzicht uit Johannes 17, waar Jezus sprak tot de Vader:
• Verheerlijk de Zoon [d.w.z. door kruisiging] opdat de Zoon de Vader [vs.1] kan verheerlijken;
• De Vader heeft de Zoon gezag gegeven over alle vlees [vs.2];
• De Zoon verheerlijkt de Vader op aarde en heeft Zijn werken voltooid door hetgeen
Hij als opdracht meekreeg; dat wil zeggen Menswording, het Kruis, enz. [vs.4];
• De Zoon keert terug naar Zijn Glorie, Die Hij reeds bij de Vader bezat voordat de wereld was [vs.5,  13];
• De Vader heeft de Zoon de Twaalf gegeven [vs.6]
De Twaalf weten dat:
Alles wat de Zoon bezat kwam voort uit de Vader [vs.7];
De Woorden van de Zoon kwamen van de Vader [vs.8, 14];
De Zoon [v.8] werd gezonden door de Vader;
De Twaalf zijn van de Vader [vs.9]
De Zoon is in hen verheerlijkt [vs.10]
• De Zoon vroeg de Vader de Twaalf in eenheid te bewaren zoals de Vader en de Zoon één zijn [vs.11].
De éénheid in de Kerk loopt parallel met de éénheid in de Drie-eenheid.
• De Zoon behoede de Twaalf in Naam van de Vader [ vs.12 ]
• Geen van de twaalf werden verloren , behalve Judas [ vs.12 ]
• De Wereld haatte de Twaalf, omdat zij, net als de Zoon, niet van de wereld waren [vs.14] .
Dit aspect van het Christelijk leven werd vele malen herhaald door die heiligen
die bekend staan als de onbaatzuchtige geneesheren.
• Zoals de Vader de Zoon heeft gezonden [Grieks: ἀποστέλλω], evenals de Zoon de Twaalf Apostelen heeft gezonden [Grieks: Απόστολος] [vs.18].
• De Vader heeft deze Twaalf geheiligd. De Zoon heiligde Zichzelf zodat de Twaalf aldus geheiligd zouden kunnen worden door de Waarheid [ vs.17,19] .

Hierna Jezus ging spreken door diegenen die in Hem geloven door het woord van de Twaalf.
In Openbaringen 21:14, schreef Johannes ook over zijn visie op het Nieuwe Jeruzalem waar de muur van de stad twaalf poorten en fundamenten had waarop de namen van de twaalf apostelen geschreven werden.
De Twaalf Apostelen zijn dus cruciaal voor de Kerk; hun missie gaat niet alleen terug naar de Evangelisatie van de eerste eeuw, maar behelst de gehele weg tot God de Vader in eeuwigheid.
Wanneer men de Twaalf verwerpt of datgene wat zij ons geleerd hebben, verwerpt men God de Vader.
In de bovenstaande twaalf punten uit Johannes 17 is genoeg samengevat om twaalf volumineuze boeken te vullen. Misschien is dit wel één van de redenen waarom deze Apostel Johannes wordt aangeduid als Johannes de Theoloog.
In de dagen van Johannes was er [net als vandaag] dringend behoefte aan de kwesties die Johannes beschreef.
Bijvoorbeeld, in Openbaringen 2: 6 en 2: 15, verwijst Johannes naar de Nicolaïeten, die een gnostische sekte waren die opgestart waren door de voormalige diaken Nicolaas [Handelingen 6: 5], één van de eerste zeven diakens die afvallig werd.
Deze sekte had een stevig fundament
in Ephese en Pergamum en mogelijk ook andere delen van Klein-Azië.
Verwerpend wat de Twaalf Apostelen hadden verkondigd, tolereerde deze sekte van ex-diaken Nicolaas afgoderij en ontucht. Voor hen waren alleen geestelijke dingen relevant en zaken betreffende het lichaam en fysieke dingen deden niet ter zake .
Door de afwijzing van de Twaalf, hadden ze de verbinding met God de Vader verloren en
waren op drift geraakt.
Daarom is een juist begrip van God belangrijk. Het is niet alleen zaak om de dingen van God na te streven, maar het is tevens belangrijk op z’n minst op de hoogte te zijn van de diepten ervan.

Daarnaast is het zaak onophoudelijk te trachten Hem en de waarheid beter te leren kennen dan tegen Hem in opstand te komen en de band met Hem opzettelijk te verstoren.
In dit verband hebben Apollos en zijn twaalf discipelen geen kennis genomen van de Heilige Geest en leerden zij alleen de doop van Johannes [de Doper]; maar waren ze ertoe bereid na confrontatie door Aquila, Priscilla en Paulus gecorrigeerd te worden [Hand.18: 24-19: 7].
Voormalig diaken Nicholaas wist het beter dan de dingen die God Zelf had geopenbaard en kwam in opstand tegen de Waarheid.
Zelfs de Mozaïsche Wet bevatte instructies voor het verwerpen van ketterij.
Als er een valse profeet opstond om iets in strijd met de Goddelijke Waarheid te bepleiten en met wonderen onderbouwde, diende zijn leer met argumenten te worden weerlegd en werd hij a-priorisch afgewezen [Deut.13: 1-5 ]. Dus het geloof test de wonderen en niet andersom.

Door de profeet Joël is voorzegd:
En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God,
dat Ik zal uitstorten van mijn Geest op alle vlees;
en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en
uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouderen zullen dromen zien.
Gij hebt mij wegen ten leven doen kennen;
Gij zult mij vervullen met verheuging voor uw aangezicht.
Mannen broeders, men mag vrijuit tot u zeggen van de aartsvader David, dat hij en gestorven en begraven is, en zijn graf is bij ons tot op deze dag.
Daar hij nu een profeet was en wist, dat God hem onder ede gezworen had
een uit de vrucht zijner lendenen op zijn troon te doen zitten,
heeft hij in de toekomst gezien en gesproken van de Opstanding van de Christus,
dat Hij niet aan het dodenrijk is overgelaten, noch zijn vlees ontbinding heeft gezien.
Deze Jezus heeft God opgewekt, waarvan wij allen getuigen zijn.
Nu Hij dan door de rechterhand Gods verhoogd is en
de belofte van de Heilige Geest van de Vader ontvangen heeft,
heeft Hij dit uitgestort, wat gij en ziet en hoort.
Want David is niet opgevaren naar de hemelen, maar hij zegt zelf:
De Heer heeft gezegd tot mijn Heer:
Zet U aan mijn rechterhand,
totdat Ik uw vijanden gemaakt heb tot een voetbank voor uw voeten.
Dus moet ook het gehele huis van Israël zeker weten, dat
God Hem en tot Heer en tot Christus gemaakt heeft, deze Jezus,
Die gij gekruisigd hebt
“.
Handelingen 20:16-18 , 28-36

In de afgelopen weken vingen we in de Apostellezingen een momentopname op
van het eerste deel van Paulus’ tweede zendingsreis in ongeveer 49 na Christus.
Deze week kijken we naar een weergave van het einde van Paulus ‘ derde zendingsreis,
om en nabij 57 na Christus.
Op verschillende momenten op zijn tweede zendingsreis trok Paulus op met acht leden van de oorspronkelijke Zeventig [Apostelen].
Op verschillende punten van de reis, werkte Paulus samen met twaalf anderen van de Zeventig en werd tevens begeleid door de apostel Petrus.
Op zijn derde reis reisde Paulus met negen leden [Timotheüs , Titus , Gaius , Erastus , Aristarchus , Sostenes , Tychicus , Trófimus en Lucas ] van de oorspronkelijke Zeventig en werkte op diverse locaties samen met zestien anderen [Cephas , Onesiforus , Apollos , Epafras , Archippus , Philemon en Apphia , Fortunatus , Achaicus , Aquila en Priscilla , Epafroditus , Lucius , Sosipater , Tertius , Quartus , Jason en Agabus].
Zo blijkt dat de apostel Paulus zeer nauw verbonden was met zowel de Twaalf Apostelen als de Zeventig.

Hij zond iemand van Milete, een paar mijl op pad van Ephese en ontbood de oudsten van die gemeente [Hand.20:17]. Paulus haastte zich daarop terug naar Jeruzalem in de tijd voor Pinksteren en hij wist dat boeien en verdrukkingen hem daar wachtten [Hand.20: 22-23].
Dit was inderdaad het geval en Paul bracht de volgende vijf jaar door in een bepaalde vorm van opgesloten te zijn [in Jeruzalem, Caesarea en Rome] voordat hij in 62 of 63 na Christus werd vrijgelaten.
Van Milete, riep Paulus de oudsten bijeen [Grieks: πρεσβύτερος] en de bisschoppen [Grieks: ἐπίσκοπος, skopós betekent “kijk aandachtig“, dus een man, door God geroepen om een oogje in het zeil te houden] van Ephese om hem daar in Milete te ontmoeten [Hand.20: 17,28].

Op dat moment waren er kerken over de hele omgeving van Ephese verspreid die opgericht waren  tijdens het eerste deel van Paulus’ derde zendingsreis [Hand.19: 8-12].

“Allen die in Azië woonden” [Hand.19: 10] verwijst naar de Romeinse provincie van Azië,
die de zeven gemeenten van Openbaringen 2 en 3 [Ephese, Smyrna, Pergamum, Tyatira, Sardes, Filadelphia en Laodicea] alsmede Colosse [speciaal genoteerd omdat Paulus hen aanschreef vanuit Rome ongeveer vijf jaar later].
Het is heel goed mogelijk dat de oudsten en bisschoppen van Ephese een verwijzing is naar het gebied om Ephese heen en niet alleen de stad zelf.
Paulus’ boodschap aan de ouderlingen en bisschoppen was als volgt :
• houdt mijn leven toen ik met u was in herinnering [vv.18-21];
– Ik begeerde de rijkdom van niemand [vs.33];
– Mijn handen voorzagen in mijn behoeften en die met mij waren[vs.34];
Dit is waarschijnlijk een verwijzing naar Paulus’ handel in het maken en verkopen van tenten [Hand. 18: 2-3];
– Doe wat ik deed; vergeet niet om de zwakken onder u [vs.35] te ondersteunen;
– Het is zaliger te geven dan te ontvangen [vs.35];
• Ziet toe en wees een herder [hoeder] van de Kerk [vs.28,31];
• Weet dat wolven tot u komen [vs.29];
• Ketters zullen opstaan ​​uit uw midden [vs.30];
• Ik beveel u aan God en het Woord van Zijn genade [vers 32]

Paulus’ vermaning was er een zeer emotioneel afscheid [vs.37-38].
Johannes Chyrsostom gereageerd hierop als volgt:
“Hij had hen getroost, zodat ze niet zou treuren
dat hij door hen op zo’n slechte manier was behandeld.
Voor mijn angst is niet dat je gered dient te worden door mij als hulpmiddel,
maar alleen dat dient in herinnering te worden gebracht:
dat de persoon als instrument niet van belang is.
Je weet immers niets van de pijn van de spirituele bevalling, hoe overweldigend die kan zijn,
hoe hij die in barensnood verkeerde tijdens deze geboorte in tienduizend stukjes leek te worden gesneden,
dan dat je een van degenen ziet aan wie hij de geboorte heeft doen geschieden
en deze weer ongedaan gemaakt heeft”
[Homilie XLIV over Handelingen 20].

Paulus’ vermaning hier is precies waar de Heilige Kerkvaders mee te maken hadden
op de eerste Oecumenische Concilie in het begin van de vierde eeuw.
Tijdens deze samenkomst, welke te Nicea bijeengeroepen werd, ongeveer 150 mijl van Ephese, werd het overzicht van het Geloof afgesproken
welke tot de dag van vandaag wordt aangeduid als
de geloofsbelijdenis van Nicea.
[De oorspronkelijke geloofsbelijdenis van Nicea werd opgevolgd door een reeks van vervloekingen op allen die anders verkondigden.
Later bij het Concilie van Chaledon werden de vervloekingen verwijderd
om van de “Geloofsbelijdenis van Nicea”
een volstrekt ‘positieve‘ attest van het Geloof te maken].

Maar de geloofsbelijdenis van Nicea kwam niet zomaar uit de lucht vallen.
Het was gebaseerd op een veel vroegere verklaring, de Apostolische Geloofsbelijdenis genoemd, Die door de Twaalf Apostelen tussen 30 en 31 na Christus werd opgesteld.
In een commentaar op de Apostolische Geloofsbelijdenis door Rufinus van Aquileia [AD ca. 345-411], geeft Rufinus inzicht in hoe de Apostolische Geloofsbelijdenis in de vroege Kerk werd gebruikt.

Het commentaar van Rufinus omvat:

• De Geloofsbelijdenis werd door de twaalf Apostelen gegenereerd
voorafgaand aan hun afzonderlijke zendingsreizen en
toen zij op het punt stonden Jeruzalem te verlaten.
• Elk van de twaalf droeg een bepaling van de Geloofsbelijdenis.
• De bedoeling van de Geloofsbelijdenis was de basis van de oprichting
van een gemeenschappelijk geloof in de gehele wereld;
een eenvoudige verklaring van het Geloof .
• De Twaalf legden bij decreet vast dat de geloofsbelijdenis
het standaard onderwijs voor nieuwe bekeerlingen diende te zijn.
Doorheen de tijd van Rufinus [vierde eeuw] werd de geloofsbelijdenis aangeduid
als de doopbelijdenis welke diende te worden afgelegd voorafgaande aan de doop.
• De Twaalf onderschreven de Geloofsbelijdenis als een ken-, c.q. ereteken
om de mens die de Waarheid van Christus predikt
tegenover de verklaringen van valse apostelen
te kunnen herkennen.
• De Geloofsbelijdenis werd [tot de vierde eeuw] bewust niet opgeschreven
om ervoor te zorgen dat het als apostolische traditie uit het [hart] hoofd werd geleerd
en niet uit vastgelegde teksten.

Omdat de apostolische geloofsbelijdenis
zo kort en bondig is,
werd het ook onderworpen om te worden verdraaid door de wolven en de ketters
waarvoor Paulus reeds had gewaarschuwd.
De Geloofsbelijdenis van Nicea volgt dezelfde grenslijnen en
behandelt hetzelfde onderwerp als de Apostolische Geloofsbelijdenis,
maar is tevens een uitbreiding hiervan
teneinde het veel moeilijker te maken om de woorden te verdraaien.
In sommige kerken worden vandaag de dag,
zowel de Apostolische Geloofsbelijdenis als de Geloofsbelijdenis van Nicea gebruikt.
In de Orthodoxe Kerk wordt vooral de Geloofsbelijdenis van Nicea gebruikt,
omdat het een versterkte vorm is van de Apostolische Geloofsbelijdenis.

In de brieven van Paulus, verwees hij naar het Huis van God
als wordt het gebouwd op het fundament van de Apostelen en Profeten [Ephesiërs 2: 19-20]. Petrus brieven verwezen naar de woorden door de Heilige Profeten gesproken en
de geboden van ons, de apostelen [2Petr.3: 2].
En Johannes verwees naar het vermogen van de Ephesiërs om valse apostelen te kunnen testen en benoemt hen tot leugenaars [Openb.2: 2].
Dit alles getuigt van het bestaan ​​van een definieerbare richtlijn
[de Apostolische Geloofsbelijdenis] welke
algemeen in de Vroege Kerk als grondslag diende.

De volgende zondag vindt het slotakkoord plaats van de zeven weken reeks
van de ontwikkeling van de Vroege Kerk.
Het Evangelie en de Apostelbrief van vandaag brengt ons tot de les aan de gelovige Christenen van vandaag tot het punt dat de Kerk is gevestigd op goede funderingen en
kan dat men haar wortels kan nazoeken in de leer van de Twaalf Apostelen.
Volgende zondag keren we terug naar het begin naar de oprichting en Geboorte van de Heilige Kerk welke met Pinksteren herdenken.