Pinksteren – Πεντηκοστή, Gij, Die Geest, Vuur en Liefde zijt

Hemelse Koning , Trooster,
Geest der waarheid,
Die alom tegenwoordig zijt en alles vervult.
Schatkamer van het goede, en
Schenker van het Leven.
kom en verblijf in ons, reinig ons van alle smet,
en red onze zielen, o Algoede“.
uit inleidingsgebeden

Die het water vervult
Wanneer Jezus met de Samaritaanse over levend water spreekt
heeft Hij het beslist niet over gewoon water.
Het gaat hier over de bron, de bronteksten van ons Geloof, namelijk om de Blijde Boodschap zelf.
Het gaat hier om de woorden die Jezus spreekt, de gelijkenissen die Hij ons voorhoudt,
de uitleg van Gods woorden, die Hij ons doorgeeft,
de levenslessen die Hij ons leert. Die zijn als een onuitputtelijke Bron van
Wijsheid, Geloof, van Kracht, van waarden en normen.
Ons leven is gewoon tekort, om die bron van woorden leeg te drinken.
Drinken uit de bron van Gods Woord, is dag aan dag lezen van teksten van Zijn Boodschap
om op dat moment in je stille hoek je geestelijk lichaam in stand te houden.

Water niet alleen een eerste levensbehoefte voor de geest.
De eerste levensbehoeften zijn water, brood en kleding en een huis waarin je je geborgen voelt.
Beter een armoedig bestaan met een dak boven je hoofd dan een voortreffelijk maal bij vreemden.  Of je nu veel of weinig hebt, wees tevreden, dan word je niet voor vreemdeling uitgemaakt
“.
Wijsheid van Jezus Sirach 29: 21-23
De emotionele behoefte van geborgenheid
is onmiskenbaar belangrijk, maar toch zou je zo’n huis nog kunnen missen, zoals je kleding zou kunnen missen om te overleven,
zoals je brood haast nog zou kunnen missen, maar water zeker niet.

– Jezus, Die uit het water van de Jordaan oprijst, wanneer de duif van Gods Geest op Hem neerdaalt;
– Jezus, Die het kolkende water van het meer bestraffend toespreekt: Zwijg, wees stil;
– Jezus, Die over water loopt en de dood niet alleen tart, maar ook overwint;
– Jezus, Die Zichzelf herkent als een bron van levend water.

Die de aarde vervult
God plaatst de mens in een tuin.
Een paradijselijk lustoord, waarvan we aannemen,
dat er daar letterlijk Hemels verwoord ‘geen vuiltje aan de lucht’ was [Gen.2: 4-17].
Maar dat blijkt een misvatting.
Niet de bomen, niet de planten, niet de vruchten,
niet de dieren, niet de vogels, niet de vissen,
blijken voor problemen te zorgen, maar wel de mens.
Niet de levensboom is het probleem, noch de boom van de kennis van goed en kwaad.
Het is de mens, de adam, die God maakte, vormde, schiep uit het stof van de akker, de adama.
Overigens een prachtige hebreeuwse woordspeling.
Spreekt de bijbel over de hemel en de eretz, de aarde in het algemeen, de te bewerken grond is de akker, de adama.
Door wie te bewerken?
Door Adam, de adaam, de mens, die doortrokken is van adom, rood bloed.
De rode aarde, de adama, is de grondstof van de bloedrode mens, de adaam adom.
Wij zijn aardwezens, aardlingen, wij zijn aardgebonden kleistukken,
als het ware gedraaid op de draaischijf in Gods pottenbakkerij.
Het was Jeremia die die vergelijking maakte:
Jeremia zag God als een pottenbakker een werkstuk maken op de schijf.
Jeremia zag dat de pot mislukte, zoals pottenbakkers dat soms overkomt,
waarna de klei in elkaar werd gestampt om opnieuw te kunnen beginnen.
Het werd de profeet duidelijk dat God zo ook met zijn volk, met ons,
zou kunnen omgaan [Jeremia 18: 1-12].
Het blijft rauw-douwerig als de aarde zelf, met al zijn overstromingen en moeite aardbevingen en aardverschuivingen,  waarmee de aarde in elkaar wordt gestampt,
rauw-douwerig als de aardbewoners,
de mensen zelf, met hun haat en moord en oorlog, die elkaar naar het leven staan en
de mislukte,
toch een kunstig gekleide
[zoals oorspronkelijk bedoeld]
pot hadden kunnen zijn.

Maar na de crisis van mislukking en uit de crisis van tegenslag,
wordt weer gewerkt aan een nieuw werkstuk,
wordt een nieuwe toekomst geopend.
Steeds weer opnieuw klinkt de boodschap aan de rode aardmens:
Je bent en leeft in de tuin van Eden, waar je in verantwoordelijkheid door God gezet bent,
om die te bewerken en er over te waken.
Onttrek je niet aan die verantwoordelijkheid en je zult leven.
En weet: hoe gekwetst, gebeukt, gebutst we door de crisis van ons leven worden,
God blijft werken om ons als een volwaardig klei-kunstwerk
los te snijden van de draaischijf.

Die de Lucht vervult
We hoorden al, dat wij als mensen, uit het stof van de akker geformeerd,
de levensadem kregen ingeblazen.
In het dal van de dorre doosbeenderen [Ezechiël 37: 9-14],
in het dal van de menselijke depressie,
waar je je leven uit elkaar voelt vallen,
horen we,
dat onze menselijke gestalte nieuwe adem wordt gegeven.
Ezechiël zag de beenderen weer tot leven komen,
– die uit zijn of haar crisis weer opgerichte mens,
– die de stukgevallen brokstukken van zijn leven weer aan elkaar lijmt,
– die mens krijgt weer lucht.
En dat is niet de ‘lucht’ waar wij de dampkring om ons heen mee aanduiden.

Lucht is in bijbelse termen geen lucht, maar Hemel.
Het bijbels Hebreeuws kent geen woord voor ‘lucht’, het is weer ‘lucht krijgen’ te horen als ‘op adem komen’.
Het gaat hier om de levens adem’.
En die lucht, die wasem van asem  laat ons leven, laat ons lachen, laat ons genieten van de kleine dingen.
De wonderen waar we van op adem komen
– die ons heel maken,
– die ons laten zien dat kleine dingen,
– die eenvoudig lijken,
– die ons verrijken en verwijzen naar het licht van Gods genade.
Zoals het wonder van ons ademhalen zo eenvoudig simpel en meest onbewust en klein,
van levensbelang is.
En dan, wonderen gebeuren soms waar niemand ze verwacht.
Lucht krijgen, ja je hart luchten, opgelucht zijn, is ook kijken naar de kleine dingen om je heen, die wonderen maken vaak het verschil.

Die het vuur vervult
Deze woorden heeft de Heer tot
uw gehele gemeente gesproken op de berg,
uit het midden van het vuur, de wolk en de donkerheid, met luider stem, en
Hij voegde daaraan niets toe; Hij schreef ze op twee stenen tafelen en gaf mij die.
Toen gij nu de stem hoorde uit het midden van de duisternis,
terwijl de berg stond in een brand van vuur,
naderde gij tot mij, al de hoofden uwer stammen en uw oudsten, en gij zeide:
Zie, de Heer, onze God, heeft ons Zijn Heerlijkheid en Zijn Grootheid getoond, en
Zijn stem hebben wij gehoord uit het midden van het vuur;
op deze dag hebben wij gezien, dat God spreekt met een mens, en dat deze toch in leven blijft.
Maar nu, waarom zouden wij sterven?
Want dit grote vuur zal ons verteren; als wij nog langer
de stem van de Heer, onze God, horen, zullen wij sterven.
Want welke sterveling is er, die de stem van de levende God heeft horen spreken
uit het midden van het vuur, zoals wij, en die in leven is gebleven?
Nader gij en hoor alles wat de Heer, onze God, zegt, en
breng gij dan alles aan ons over wat de Heer, onze God,
tot u spreekt; dan zullen wij het horen en doen
“.
Deuteronomium 5:22-27

Wees voor ons een vuurzuil van Licht
in onze nachten [Ex.13: 22].,
de Heer zegt tot ons:
Wees niet bang, Ik heb je bij je naam geroepen,
je bent van Mij.

Moet je door het water gaan?
Hij zegt ons: Ik ben bij je!

Moet je door het vuur gaan?
Hij zegt ons: Het zal je niet verteren!
De vlammen zullen je niet verschroeien [Jes.43: 1-2].

Want soms lijken mensen over ons heen te walsen, gaan wij door vuur en water, maar U hebt ons naar de andere oever gevoerd,
naar een land van overvloed [Psalm 65:11-12).
U verschijnt aan ons in een stralend Licht, U zal niet zwijgen,
want Uw Woord gaat als een laaiend vuur voor Zijn aanschijn uit,
als een hevige stormwind [Psalm 49: 3].

Zelf gedoopt in water met Theophany,
wilt U ons dopen met Uw Heilige Geest en Vuur
door Uw Zoon, onze Heer en Verlosser Jezus Christus [Matth.3: 11].
Schenkt u ons dan de vuurvlammen van uw Geest boven onze hoofden [Hand.2: 3]
Uw vuurvlammen van liefde in ons hart.
Heer, onze God, schenk ons Uw aanwezigheid en Vrede.

Orthodoxie & de stad van eenheid [de toekomst]

Toen daalde de Heer neer om de stad en de toren, die de mensenkinderen bouwden, te bezien.
En de Heer zei:
Zie, het is een volk en zij allen hebben een taal.
Dit is het begin van hun streven;
nu zal niets van wat zij denken te doen voor hen
onuitvoerbaar zijn.
Welaan, laat Ons nederdalen en daar hun taal verwarren,
zodat zij elkanders taal niet verstaan.
Zo verstrooide de Heer hen vandaar over de gehele aarde
en zij staakten de bouw van de stad“.
Genesis 11, 5-8

In de meest gebruikelijke en traditionele interpretaties van dit levendige en fantasierijke verhaal over de spraakverwarring tijdens de torenbouw van Babel [“opgang tot God“]
wordt het accent vrijwel altijd gelegd op het bestraffen van de menselijke arrogantie:
God neemt revanche en stuurt de onderlinge samenwerking in de war
om een einde te maken aan de overmoedige plannen van de torenbouwers.

‘Spraakverwarring als een soort vergeldingsmaatregel.
Taal is immers een van de belangrijkste essenties van het mens-zijn, en onontbeerlijk
voor het voortleven en doorgeven van tradities’
[]Lea Dasberg “Menswording tussen Mode, Management en Moraal” Amersfoort, 1996].
‘Om te voorkomen dat mensen gaan klitten en op een kluitje blijven zitten,
verspreidt God hen over de aarde en laat hen  verschillende talen spreken.
Alleen zó kan de aarde bewerkt, gevuld en beheerd worde
n’ [Ellen van Wolde “Verhalen over het begin”, Baarn, 1995, p. 169 vv].
Ter Wolde ziet de verscheidenheid aan talen derhalve als een voorwaarde
voor de verspreiding van mensen op aarde.
En ook dominee Nico ter Linden kijkt in zijn eerste deel van Het verhaal gaat… [Amsterdam, 1996, p. 46-48] middels een schitterende her-vertelling met dezelfde ogen naar het verhaal van de torenbouw:
het is uitdrukkelijk Gods bedoeling dat de mensen vanuit ‘Babbelendam’
uitwaaieren over de wereld en elders hun bestaan opbouwen
“.

In dezelfde geest kenschetste Han Nijboer in zijn jaarrede voor de Vereniging van Docenten Levensbeschouwing [1995] het verhaal van de toren van Babel
als een postmodern verhaal ‘avant la lettre’, waarin God als het ware
hoogstpersoonlijk ingrijpt om een einde te maken aan dat Ene Grote Verhaal.
Een  ingreep waardoor mensen de kans krijgen zich mondiaal en in vrijheid te ontwikkelen,
hun eigen verhaal te vertellen en dit onderling uit te wisselen.
Pluriformiteit dus als een unieke mogelijkheid om te luisteren naar elkaars opvattingen en denkbeelden, een ongekende kans om te groeien aan ervaringen en belevingen van de ander. Spraakverwarring als een geschenk uit de hemel, als een Genade [een Godsgeschenk].

Daar kunnen wij in de Orthodoxie van Nederland nog een lesje aan leren;
is het daarom dat de verschillende nationaliteiten zich op hun eilandje terugtrekken;
er niet tot één Heilige Katholieke en Apostolische is te komen;
omdat wij onszelf in onze kleinzieligheid in die verschillende nationale gemeenschappen
tot een door God gedragen gemeenschap hebben verklaard?
• Hebben we een vertaling van de diensten in het Nederlands en onze kinderen het verstaan en er Catechese en lering [in hun schooltaal] uit kunnen opdoen,
buiten elke vorm van discussie en
• Heeft een Nederlandse vereniging jarenlang geijverd een goede eenduidige zangwijze op te zetten met behulp van een gedegen koorleider uit het buitenland, dan is onze eigen zangwijze de beste en weigeren we pertinent de invoering ervan in onze gemeenschap.
• Wordt er met veel moeite een Liturgie-boek samengesteld en met veel zorg gedrukt, zelfs triomfantelijk met een receptie gepresenteerd, dan wordt ook die binnen de gemeenschappen  afgewezen, onze eigen gebruikelijke wijze immers véél en véél beter is.
• En zo behouden we éénheid in verscheidenheid |
►”alles van wat zij denken te doen voor hen onuitvoerbaar zijn” [Gen];
► “is hun [liefdes]taal dermate verward, dat zij elkanders taal onmogelijk kunnen verstaan” [Gen];
en wat nog het ergste is:
hun kinderen weten niet meer waar ze het zoeken moeten [haken af].
Als je bidt voor één mens of een groep mensen, dan is dat is oké.
Maar wanneer je probeert hem[n] te veranderen, nee;
daar is slechts Gods Hand in het geding.
God heeft nu eenmaal Zijn schema voor het leven voor ieder van ons.
Voor iedereen. We zijn we vrij gemaakt om [in Liefde] keuzes te maken,
maar of dat ook doen is een tweede.

Maar we weten dat Hij weet wat te doen. Hij weet immers alles.
Hij kent ons handelen en wandelen, onze natuur tot het laatste moment van het leven.
We weten daar niets zelf eerst achteraf over.
En als we proberen onszelf, om onszelf méér te verenigen met God,
dan hebben we echt niets nodig om dat te bereiken, dat kunnen we zelf wel.
Waarom wordt ons als vanzelfsprekend een voorbeeld gegeven
om degene te worden die graag Zijn Weg gaan.
Maar, natuurlijk, zowel die jongeren daar, die het op hun manier doen en
met liefde tot God in het hart,
kun je in beginsel enig begrip opbrengen en
teleurgesteld worden en zeggen:
‘Wat is deze aandoening?
Zo veel moeite; en toch is God óók bij hen aanwezig’.

Maar weet je?
Zo doet God nu eenmaal met ons:
“Zo vaak vergeven. Zo vaak geduld opbrengen. Zelfs met dit soort zaken.
‘En dan, dan ben je in gebed; óf in ieder geval een begin van gebed.
Zonder elkaar te veroordelen, gewoon laten gaan en je niet [meer] mee bemoeien.
Pas dan kom je tot het inzicht in dat gebed
gewoon om alles aan de Heer over te laten en je met jezelf bezig te houden
in plaats van je nog èrgens druk over te maken.

Dan begrijp je dat het gebed niets anders inhoudt dan:
Heer, Jezus Christus, Zoon van God, heb medelijden met mij, arme zondaar“.
Dan maak je je ook niet meer druk als twee kleine kinderen op straat,
hun woede uiten over een schamel stukje hout, elkaar vreselijk in de weg zitten. 
Ook dan breng je je Christelijk Geloof – via het opzij zetten – in de praktijk.

Onze maatschappij verandert snel.
Wat vandaag technisch zeer geavanceerd heet,
is morgen hopeloos achterhaald.
Betalen met de pinpas is al ouderwets en
betalen met je smart-phone verovert in snel tempo de markt.
Wie nu nog op een I-Mac pc. zit te werken, telt eigenlijk al niet meer mee.
Nieuws, buienradar, e-mails, sms-jes over en weer
garanderen de optimale broekzak-vestzak bereikbaarheid van telewerkers.
En wie gaat er vandaag de dag nog zonder mobiele telefoon
of toch op z’n minst met een I-phone op stap?
Moderne communicatiemiddelen hebben onze complete wereld tot een huiskamer gemaakt, waar datgene wat we nodig menen te hebben zich via e-mail, sms en Internet
als een lopend vuurtje aan ons opdringt, winkels worden overbodig
– alles wordt aan de deur bezorgd, al moet het van de andere kant van de wereld komen en dan nog wel de volgende dag.
Al deze nieuwe technologische ontwikkelingen
die hun toepassing vinden in de samenleving creëren nieuwe mogelijkheden,
maar brengen ook nieuwe moeilijkheden en vragen met zich mee,
waar we ons geleidelijk aan van bewust worden.
Wat zijn de sociale gevolgen van al dit soort digitale ontwikkelingen?
Hoe privé en on-menselijk is digitaal“, vragen wij [van een oudere generatie]
ons regelmatig af ten aanzien van de maatschappelijke gevolgen van de computer,
waar blijft de geest.

In welke richting de toekomstige ontwikkelingen ook zullen gaan:
duidelijk is in ieder geval, dat deze samenleving hoge eisen stelt aan de komende generatie.
Vandaar bijvoorbeeld het kennisdebat:
een brede landelijke discussie over ingrijpende maatschappelijke, industriële en culturele ontwikkelingen tot het jaar 2050 en de rol van het onderwijs daarin,
je dient er wèl eerst een force lening voor af te sluiten, die
jarenlang als een molensteen om je nek hangt.
Hoe zal onze samenleving er over een jaar of vijftien uit zien?
Allemaal werkend om onze studieschulden en hypotheek, auto en I-pod af te lossen?
Over welke kennis en inzicht moet je wel niet beschikken
om nog in zo’n maatschappij mee te kunnen?
Hoe verhouden zich tegen die tijd het leren, het werken en de vrije tijd?
Het onderwijs dient zich dan ook in hoog tempo voor te bereiden op het verloop van de 21e eeuw.
Kennis veroudert snel; God niet, die is van eeuwigheid dezelfde
Bovendien gaat het in de samenleving van de toekomst niet alleen om kennis,
maar juist en vooral ook om de toepassing en uitwisseling ervan.
De jeugd van vandaag zal zich op school [en Kerk] de vaardigheden eigen moeten maken
om morgen goed toegerust de samenleving van de toekomst mee op te kunnen bouwen.
Een samenleving die mondiaal, pluriform, multicultureel en in
levensbeschouwelijk opzicht multireligieus van karakter is.
Communicatie en dialoog dienen al geruime tijd sleutelbegrippen te zijn
in het debat over de toekomst van levensbeschouwelijke vorming van de komende generatie.
En is het niet inherent aan vernieuwings- en veranderingsprocessen dat de lucht dan wel eens betrekt en de barometer daalt, dat de spraak soms verward raakt,
de materiaalwagens niet altijd worden afgeladen
en sommigen hun kamelen alvast gaan zadelen?
Cijfers voor godsdienst en levensbeschouwing tellen maar mondjesmaat mee;
om over examenvak nog maar te zwijgen.
Zo bekeken kan het verhaal van de torenbouw van Babel
in hoge mate verontrustend en angstaanjagend zijn.
Maar er zit, zo zagen we, ook een andere kant aan het verhaal.
Het kan immers ook anders.

Vakken die op school [en catechese, maar vanaf nù in en vanuit de Kerk] worden onderwezen,  geven antwoorden op de vragen die ze zich ook buiten schooltijd voordoen.
Vragen, die betrekking hebben op de manier waarop
men in het leven staat en hoe wij met anderen omgaan;
vragen die te maken hebben met de toekomst,
vragen waarop nu eens en zo direct niet een antwoord voor handen is,
maar die toch belangrijk genoeg zijn om ze te stellen . . . . . en
dat niet alleen bij godsdienst of maatschappijleer!
En ? zeker zo belangrijk ?
de tijd dat het ‘not done’ was om in en buiten de school
over dit soort zaken te praten, ligt inmiddels vèr achter ons.
Als zo’n geïntegreerd onderwijs-, cq. Kerkmodel de toekomst mag zijn
van de levensbeschouwelijke vorming van jongeren,
dan kun je het verhaal van de Babelse spraakverwarring
zien als een geschenk [genade] uit de Hemelen.
Een geschenk dat de onderlinge communicatie,
samenhang en dialoog weer op gang brengt,
nieuwe impulsen geeft aan opvoedings-, onderwijs- en leerprocessen en
het digitale tijdperk een menselijk gezicht geeft.
Anders geformuleerd: “het geheim achter de dingen” –
de Goddelijke Geest weer kunnen ontdekken.

Gij toch hebt van Hem gehoord en zijt in Hem onderwezen,
gelijk dit de waarheid is in Jezus,
dat gij, wat uw vroegere wandel betreft,
de oude mens aflegt, die ten verderve gaat, naar zijn misleidende begeerten,
dat gij verjongd wordt door de geest van uw denken en
de nieuwe mens aandoet, die naar [de Wil van] God geschapen is
in waarachtige gerechtigheid en heiligheid.
Legt daarom de leugen af en spreekt waarheid, ieder met zijn naaste,
omdat wij leden zijn van elkander.
Geraakt gij in toorn, zondigt dan niet:
de zon mag niet over een opwelling van uw toorn ondergaan; en geeft de duivel geen voet.
Wie een dief was, stele niet meer, maar spanne zich liever in
om met zijn handen goed werk te verrichten, opdat hij iets kan mededelen aan de behoeftige.
Geen liederlijk woord kome uit uw mond, maar als gij een goed (woord) hebt, tot opbouw,
waar dit nuttig is, opdat zij, die het horen, Genade ontvangen.
En bedroeft de Heilige Geest Gods niet, door Wie gij verzegeld zijt tegen de dag van Verlossing
“.
Eph.4: 21-30

. . . Hebt u goede nota genomen, dat enkel God, Heer en Rechter is . . . . .
. . . . . En wat zegt Hij?
We dienen naast grote soberheid, grote ijver aan de dag te leggen en
de Goddelijke Schrift veelvuldig te onderzoeken.
Onze Heer en Verlosser heeft gezegd: “Onderzoekt de Schriften“!
Joh.5 : 39

Onderzoekt dan de Blijde Boodschap en houdt met een hoge nauwkeurigheid en
Geloof vast aan datgene wat er gezegd wordt,
opdat wij mogen weten wat Gods Wil is en wat
de Goddelijke Schrift ons duidelijk maakt en in staat stelt
in waarheid goed en kwaad van elkaar te onderscheiden . . .

Hebr.5 : 14

Niets is zo bevorderlijk voor ons
in herinnering te brengen
als het volgen van de Goddelijke Voorschriften van de Verlosser.
Hoegenaamd is er niets meer winstgevend voor de ziel dan wanneer
zij de keus gemaakt heeft
om Gods Wet dag en nacht via de Goddelijke Schriften te bestuderen.
De betekenis van de Heilige Geest wordt
via Genade via hen geopenbaard.
Het vervult een mens via geestelijke waarneming met alle plezier van de wereld,
het verheft haar boven het geheel van aardse dingen en de toont nederig van wat zichtbaar is
het vormt als het ware engelachtige hoogten
en maakt heel je leven deelgenoot aan dat van de engelen
“.
Heilige Symeon de Nieuwe Theoloog

7e Zondag na Pascha – de Zondag van de Vaders van het 1e Oecumenisch Concilie

Het thema van de afgelopen
vijf zondagen ging over
de ontwikkeling van de Vroege Kerk.
Dit wordt vandaag voortgezet door ons te richten op datgene wat de twaalf apostelen en hun opvolgers deden om de Apostolische Kerk via een ‘rechte’ leer [doctrine] te stichten.

In de afgelopen decennia wordt, meer dan ooit, gesproken over “vernieuwing in de Kerk“.
De Kerk komt daarmee onder de invloed van de turbulente ontwikkelingen van onze eeuw
in die mate dat zelfs de Kerk in haar wereldse hoedanigheid [als sociale groep] de mening krijg opgedrongen dat ook de Kerk Zich allerlei methoden ter verbetering en vooruitgang eigen dient te maken.
In het leven van het westers Christendom is het denkbeeld “aggiornamento” [Modernisering] sinds het Roomse tweede Vaticaans Concilie [1962 – 65] uitgegroeid
tot het meest gebruikte modewoord.
De Orthodoxie spreekt echter ‘niet’ over vernieuwing van de Kerk Zelf of het leven van de Kerk omdat de Kerk ‘altijd al’ nieuw is ‘in Christus’ en het leven van de Kerk is Het Leven van Christus Zelf. M.a.w. Christus kan niet vernieuwd worden, Hij is, Die is en dat is eeuwig Dezelfde, de Onveranderlijke God.
Alles wat bestaat op een authentieke manier in de Kerk, woont in  Christus en is daarom “een nieuwe schepping” [2Cor.5: 17].
Het enige wat ons als Kerk oud kan maken, is de zonde, omdat deze ons leidt naar de corruptie van de dood.

Zo lezen we vandaag Johannes 17: 1-13 waar
gesproken wordt over Wie Jezus is in verhouding
tot de Vader.
Met de lezing uit Handelingen 20:16-18, 28-36
profeteert de apostel Paulus
wat de mensen van de kerk in Ephese zal overkomen nadat Paulus hen zou verlaten en dit
bevestigt de uitspraken van Johannes 17:1-13.
De schrijver van het Evangelie van Johannes, de zoon van Zebedeüs,
bracht het laatste deel van zijn leven door in de omgeving van Ephese met de bestrijding van de ketters waarvoor Paulus iedereen al had gewaarschuwd.
De Vaders van de Eerste Oecumenische Concilie deden ditzelfde later opnieuw maar dan aan het begin van de vierde eeuw.

Dit sprak Jezus en Hij hief zijn ogen ten hemel en zei:
Vader het uur is gekomen;
verheerlijk uw Zoon,
opdat uw Zoon U verheerlijkt,
gelijk Gij Hem macht hebt gegeven over alle vlees, om aan al wat Gij Hem gegeven hebt, eeuwig leven te schenken.
Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God en
Jezus Christus, die Gij gezonden hebt.
Ik heb U verheerlijkt op de aarde door het werk te voleindigen, dat Gij Mij te doen gegeven hebt.
En nu, verheerlijk Gij Mij, Vader, bij Uzelf met de heerlijkheid, die Ik bij U had, eer de wereld was.
Ik heb uw naam geopenbaard aan de mensen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt.
Zij behoorden U toe en Gij hebt hen Mij gegeven en zij hebben uw woord bewaard.
Nu weten zij, dat al wat Gij Mij gegeven hebt, van U komt,
want de woorden, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven en
zij hebben ze aangenomen en in waarheid erkend, dat Ik van U ben uitgegaan en
zij hebben geloofd, dat Gij Mij gezonden hebt.
Ik bid voor hen; niet voor de wereld bid Ik U, maar voor hen, die
Gij Mij gegeven hebt, want zij zijn van U en
al het mijne is het uwe en het uwe is het mijne en
Ik ben in hen verheerlijkt.
En Ik ben niet meer in de wereld, maar zij zijn in de wereld en Ik kom tot U.
Heilige Vader, bewaar hen in uw naam, welke Gij Mij gegeven hebt, dat
zij een zijn zoals Wij.
Zolang Ik bij hen was, bewaarde Ik hen in uw naam, welke Gij Mij gegeven hebt en
Ik heb over hen gewaakt en niemand uit hen is verloren gegaan, dan
de zoon van het verderf, opdat de Schrift vervuld werd.
Maar nu kom Ik tot U en Ik spreek dit in de wereld, opdat
zij ten volle mijn blijdschap in zichzelf mogen hebben’
“.
John.17: 1-13

Het merendeel van de grote ketterijen in de geschiedenis van de Kerk
lijken te draaien om wie Jezus is.
Bijvoorbeeld , de Ariaanse ketterij werd behandeld door het Eerste Oecumenische Concilie, welke beweerde dat Christus niet echt God is, maar een mindere diende te worden beschouwd en
door God geschapen.
De gnostische ketterij van de eerste eeuw, ontkende daar tegenover de Menswording van Christus en beweerde dat Christus niet echt een mens was.
De principiële educatie van het Evangelie van vandaag kan worden gebruikt als
een theologische verhandeling om veel van dit foutieve geloof te beantwoorden.

Een korte overzicht uit Johannes 17, waar Jezus sprak tot de Vader:
• Verheerlijk de Zoon [d.w.z. door kruisiging] opdat de Zoon de Vader [vs.1] kan verheerlijken;
• De Vader heeft de Zoon gezag gegeven over alle vlees [vs.2];
• De Zoon verheerlijkt de Vader op aarde en heeft Zijn werken voltooid door hetgeen
Hij als opdracht meekreeg; dat wil zeggen Menswording, het Kruis, enz. [vs.4];
• De Zoon keert terug naar Zijn Glorie, Die Hij reeds bij de Vader bezat voordat de wereld was [vs.5,  13];
• De Vader heeft de Zoon de Twaalf gegeven [vs.6]
De Twaalf weten dat:
Alles wat de Zoon bezat kwam voort uit de Vader [vs.7];
De Woorden van de Zoon kwamen van de Vader [vs.8, 14];
De Zoon [v.8] werd gezonden door de Vader;
De Twaalf zijn van de Vader [vs.9]
De Zoon is in hen verheerlijkt [vs.10]
• De Zoon vroeg de Vader de Twaalf in eenheid te bewaren zoals de Vader en de Zoon één zijn [vs.11].
De éénheid in de Kerk loopt parallel met de éénheid in de Drie-eenheid.
• De Zoon behoede de Twaalf in Naam van de Vader [ vs.12 ]
• Geen van de twaalf werden verloren , behalve Judas [ vs.12 ]
• De Wereld haatte de Twaalf, omdat zij, net als de Zoon, niet van de wereld waren [vs.14] .
Dit aspect van het Christelijk leven werd vele malen herhaald door die heiligen
die bekend staan als de onbaatzuchtige geneesheren.
• Zoals de Vader de Zoon heeft gezonden [Grieks: ἀποστέλλω], evenals de Zoon de Twaalf Apostelen heeft gezonden [Grieks: Απόστολος] [vs.18].
• De Vader heeft deze Twaalf geheiligd. De Zoon heiligde Zichzelf zodat de Twaalf aldus geheiligd zouden kunnen worden door de Waarheid [ vs.17,19] .

Hierna Jezus ging spreken door diegenen die in Hem geloven door het woord van de Twaalf.
In Openbaringen 21:14, schreef Johannes ook over zijn visie op het Nieuwe Jeruzalem waar de muur van de stad twaalf poorten en fundamenten had waarop de namen van de twaalf apostelen geschreven werden.
De Twaalf Apostelen zijn dus cruciaal voor de Kerk; hun missie gaat niet alleen terug naar de Evangelisatie van de eerste eeuw, maar behelst de gehele weg tot God de Vader in eeuwigheid.
Wanneer men de Twaalf verwerpt of datgene wat zij ons geleerd hebben, verwerpt men God de Vader.
In de bovenstaande twaalf punten uit Johannes 17 is genoeg samengevat om twaalf volumineuze boeken te vullen. Misschien is dit wel één van de redenen waarom deze Apostel Johannes wordt aangeduid als Johannes de Theoloog.
In de dagen van Johannes was er [net als vandaag] dringend behoefte aan de kwesties die Johannes beschreef.
Bijvoorbeeld, in Openbaringen 2: 6 en 2: 15, verwijst Johannes naar de Nicolaïeten, die een gnostische sekte waren die opgestart waren door de voormalige diaken Nicolaas [Handelingen 6: 5], één van de eerste zeven diakens die afvallig werd.
Deze sekte had een stevig fundament
in Ephese en Pergamum en mogelijk ook andere delen van Klein-Azië.
Verwerpend wat de Twaalf Apostelen hadden verkondigd, tolereerde deze sekte van ex-diaken Nicolaas afgoderij en ontucht. Voor hen waren alleen geestelijke dingen relevant en zaken betreffende het lichaam en fysieke dingen deden niet ter zake .
Door de afwijzing van de Twaalf, hadden ze de verbinding met God de Vader verloren en
waren op drift geraakt.
Daarom is een juist begrip van God belangrijk. Het is niet alleen zaak om de dingen van God na te streven, maar het is tevens belangrijk op z’n minst op de hoogte te zijn van de diepten ervan.

Daarnaast is het zaak onophoudelijk te trachten Hem en de waarheid beter te leren kennen dan tegen Hem in opstand te komen en de band met Hem opzettelijk te verstoren.
In dit verband hebben Apollos en zijn twaalf discipelen geen kennis genomen van de Heilige Geest en leerden zij alleen de doop van Johannes [de Doper]; maar waren ze ertoe bereid na confrontatie door Aquila, Priscilla en Paulus gecorrigeerd te worden [Hand.18: 24-19: 7].
Voormalig diaken Nicholaas wist het beter dan de dingen die God Zelf had geopenbaard en kwam in opstand tegen de Waarheid.
Zelfs de Mozaïsche Wet bevatte instructies voor het verwerpen van ketterij.
Als er een valse profeet opstond om iets in strijd met de Goddelijke Waarheid te bepleiten en met wonderen onderbouwde, diende zijn leer met argumenten te worden weerlegd en werd hij a-priorisch afgewezen [Deut.13: 1-5 ]. Dus het geloof test de wonderen en niet andersom.

Door de profeet Joël is voorzegd:
En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God,
dat Ik zal uitstorten van mijn Geest op alle vlees;
en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en
uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouderen zullen dromen zien.
Gij hebt mij wegen ten leven doen kennen;
Gij zult mij vervullen met verheuging voor uw aangezicht.
Mannen broeders, men mag vrijuit tot u zeggen van de aartsvader David, dat hij en gestorven en begraven is, en zijn graf is bij ons tot op deze dag.
Daar hij nu een profeet was en wist, dat God hem onder ede gezworen had
een uit de vrucht zijner lendenen op zijn troon te doen zitten,
heeft hij in de toekomst gezien en gesproken van de Opstanding van de Christus,
dat Hij niet aan het dodenrijk is overgelaten, noch zijn vlees ontbinding heeft gezien.
Deze Jezus heeft God opgewekt, waarvan wij allen getuigen zijn.
Nu Hij dan door de rechterhand Gods verhoogd is en
de belofte van de Heilige Geest van de Vader ontvangen heeft,
heeft Hij dit uitgestort, wat gij en ziet en hoort.
Want David is niet opgevaren naar de hemelen, maar hij zegt zelf:
De Heer heeft gezegd tot mijn Heer:
Zet U aan mijn rechterhand,
totdat Ik uw vijanden gemaakt heb tot een voetbank voor uw voeten.
Dus moet ook het gehele huis van Israël zeker weten, dat
God Hem en tot Heer en tot Christus gemaakt heeft, deze Jezus,
Die gij gekruisigd hebt
“.
Handelingen 20:16-18 , 28-36

In de afgelopen weken vingen we in de Apostellezingen een momentopname op
van het eerste deel van Paulus’ tweede zendingsreis in ongeveer 49 na Christus.
Deze week kijken we naar een weergave van het einde van Paulus ‘ derde zendingsreis,
om en nabij 57 na Christus.
Op verschillende momenten op zijn tweede zendingsreis trok Paulus op met acht leden van de oorspronkelijke Zeventig [Apostelen].
Op verschillende punten van de reis, werkte Paulus samen met twaalf anderen van de Zeventig en werd tevens begeleid door de apostel Petrus.
Op zijn derde reis reisde Paulus met negen leden [Timotheüs , Titus , Gaius , Erastus , Aristarchus , Sostenes , Tychicus , Trófimus en Lucas ] van de oorspronkelijke Zeventig en werkte op diverse locaties samen met zestien anderen [Cephas , Onesiforus , Apollos , Epafras , Archippus , Philemon en Apphia , Fortunatus , Achaicus , Aquila en Priscilla , Epafroditus , Lucius , Sosipater , Tertius , Quartus , Jason en Agabus].
Zo blijkt dat de apostel Paulus zeer nauw verbonden was met zowel de Twaalf Apostelen als de Zeventig.

Hij zond iemand van Milete, een paar mijl op pad van Ephese en ontbood de oudsten van die gemeente [Hand.20:17]. Paulus haastte zich daarop terug naar Jeruzalem in de tijd voor Pinksteren en hij wist dat boeien en verdrukkingen hem daar wachtten [Hand.20: 22-23].
Dit was inderdaad het geval en Paul bracht de volgende vijf jaar door in een bepaalde vorm van opgesloten te zijn [in Jeruzalem, Caesarea en Rome] voordat hij in 62 of 63 na Christus werd vrijgelaten.
Van Milete, riep Paulus de oudsten bijeen [Grieks: πρεσβύτερος] en de bisschoppen [Grieks: ἐπίσκοπος, skopós betekent “kijk aandachtig“, dus een man, door God geroepen om een oogje in het zeil te houden] van Ephese om hem daar in Milete te ontmoeten [Hand.20: 17,28].

Op dat moment waren er kerken over de hele omgeving van Ephese verspreid die opgericht waren  tijdens het eerste deel van Paulus’ derde zendingsreis [Hand.19: 8-12].

“Allen die in Azië woonden” [Hand.19: 10] verwijst naar de Romeinse provincie van Azië,
die de zeven gemeenten van Openbaringen 2 en 3 [Ephese, Smyrna, Pergamum, Tyatira, Sardes, Filadelphia en Laodicea] alsmede Colosse [speciaal genoteerd omdat Paulus hen aanschreef vanuit Rome ongeveer vijf jaar later].
Het is heel goed mogelijk dat de oudsten en bisschoppen van Ephese een verwijzing is naar het gebied om Ephese heen en niet alleen de stad zelf.
Paulus’ boodschap aan de ouderlingen en bisschoppen was als volgt :
• houdt mijn leven toen ik met u was in herinnering [vv.18-21];
– Ik begeerde de rijkdom van niemand [vs.33];
– Mijn handen voorzagen in mijn behoeften en die met mij waren[vs.34];
Dit is waarschijnlijk een verwijzing naar Paulus’ handel in het maken en verkopen van tenten [Hand. 18: 2-3];
– Doe wat ik deed; vergeet niet om de zwakken onder u [vs.35] te ondersteunen;
– Het is zaliger te geven dan te ontvangen [vs.35];
• Ziet toe en wees een herder [hoeder] van de Kerk [vs.28,31];
• Weet dat wolven tot u komen [vs.29];
• Ketters zullen opstaan ​​uit uw midden [vs.30];
• Ik beveel u aan God en het Woord van Zijn genade [vers 32]

Paulus’ vermaning was er een zeer emotioneel afscheid [vs.37-38].
Johannes Chyrsostom gereageerd hierop als volgt:
“Hij had hen getroost, zodat ze niet zou treuren
dat hij door hen op zo’n slechte manier was behandeld.
Voor mijn angst is niet dat je gered dient te worden door mij als hulpmiddel,
maar alleen dat dient in herinnering te worden gebracht:
dat de persoon als instrument niet van belang is.
Je weet immers niets van de pijn van de spirituele bevalling, hoe overweldigend die kan zijn,
hoe hij die in barensnood verkeerde tijdens deze geboorte in tienduizend stukjes leek te worden gesneden,
dan dat je een van degenen ziet aan wie hij de geboorte heeft doen geschieden
en deze weer ongedaan gemaakt heeft”
[Homilie XLIV over Handelingen 20].

Paulus’ vermaning hier is precies waar de Heilige Kerkvaders mee te maken hadden
op de eerste Oecumenische Concilie in het begin van de vierde eeuw.
Tijdens deze samenkomst, welke te Nicea bijeengeroepen werd, ongeveer 150 mijl van Ephese, werd het overzicht van het Geloof afgesproken
welke tot de dag van vandaag wordt aangeduid als
de geloofsbelijdenis van Nicea.
[De oorspronkelijke geloofsbelijdenis van Nicea werd opgevolgd door een reeks van vervloekingen op allen die anders verkondigden.
Later bij het Concilie van Chaledon werden de vervloekingen verwijderd
om van de “Geloofsbelijdenis van Nicea”
een volstrekt ‘positieve‘ attest van het Geloof te maken].

Maar de geloofsbelijdenis van Nicea kwam niet zomaar uit de lucht vallen.
Het was gebaseerd op een veel vroegere verklaring, de Apostolische Geloofsbelijdenis genoemd, Die door de Twaalf Apostelen tussen 30 en 31 na Christus werd opgesteld.
In een commentaar op de Apostolische Geloofsbelijdenis door Rufinus van Aquileia [AD ca. 345-411], geeft Rufinus inzicht in hoe de Apostolische Geloofsbelijdenis in de vroege Kerk werd gebruikt.

Het commentaar van Rufinus omvat:

• De Geloofsbelijdenis werd door de twaalf Apostelen gegenereerd
voorafgaand aan hun afzonderlijke zendingsreizen en
toen zij op het punt stonden Jeruzalem te verlaten.
• Elk van de twaalf droeg een bepaling van de Geloofsbelijdenis.
• De bedoeling van de Geloofsbelijdenis was de basis van de oprichting
van een gemeenschappelijk geloof in de gehele wereld;
een eenvoudige verklaring van het Geloof .
• De Twaalf legden bij decreet vast dat de geloofsbelijdenis
het standaard onderwijs voor nieuwe bekeerlingen diende te zijn.
Doorheen de tijd van Rufinus [vierde eeuw] werd de geloofsbelijdenis aangeduid
als de doopbelijdenis welke diende te worden afgelegd voorafgaande aan de doop.
• De Twaalf onderschreven de Geloofsbelijdenis als een ken-, c.q. ereteken
om de mens die de Waarheid van Christus predikt
tegenover de verklaringen van valse apostelen
te kunnen herkennen.
• De Geloofsbelijdenis werd [tot de vierde eeuw] bewust niet opgeschreven
om ervoor te zorgen dat het als apostolische traditie uit het [hart] hoofd werd geleerd
en niet uit vastgelegde teksten.

Omdat de apostolische geloofsbelijdenis
zo kort en bondig is,
werd het ook onderworpen om te worden verdraaid door de wolven en de ketters
waarvoor Paulus reeds had gewaarschuwd.
De Geloofsbelijdenis van Nicea volgt dezelfde grenslijnen en
behandelt hetzelfde onderwerp als de Apostolische Geloofsbelijdenis,
maar is tevens een uitbreiding hiervan
teneinde het veel moeilijker te maken om de woorden te verdraaien.
In sommige kerken worden vandaag de dag,
zowel de Apostolische Geloofsbelijdenis als de Geloofsbelijdenis van Nicea gebruikt.
In de Orthodoxe Kerk wordt vooral de Geloofsbelijdenis van Nicea gebruikt,
omdat het een versterkte vorm is van de Apostolische Geloofsbelijdenis.

In de brieven van Paulus, verwees hij naar het Huis van God
als wordt het gebouwd op het fundament van de Apostelen en Profeten [Ephesiërs 2: 19-20]. Petrus brieven verwezen naar de woorden door de Heilige Profeten gesproken en
de geboden van ons, de apostelen [2Petr.3: 2].
En Johannes verwees naar het vermogen van de Ephesiërs om valse apostelen te kunnen testen en benoemt hen tot leugenaars [Openb.2: 2].
Dit alles getuigt van het bestaan ​​van een definieerbare richtlijn
[de Apostolische Geloofsbelijdenis] welke
algemeen in de Vroege Kerk als grondslag diende.

De volgende zondag vindt het slotakkoord plaats van de zeven weken reeks
van de ontwikkeling van de Vroege Kerk.
Het Evangelie en de Apostelbrief van vandaag brengt ons tot de les aan de gelovige Christenen van vandaag tot het punt dat de Kerk is gevestigd op goede funderingen en
kan dat men haar wortels kan nazoeken in de leer van de Twaalf Apostelen.
Volgende zondag keren we terug naar het begin naar de oprichting en Geboorte van de Heilige Kerk welke met Pinksteren herdenken.

Orthodoxie & Heilige God, Trooster, Geest der Waarheid

Wij verkondigen Wijsheid onder hen,
die daarvoor geheel onderricht zijn,
doch geen wijsheid van deze wereld,
of van de beheersers van deze wereld, wier macht teniet zal gaan,
maar wij spreken Wijsheid van God,
een verborgen mysteriewijsheid, die God (reeds) van eeuwigheid voorbeschikt heeft tot onze verheerlijking.
Geen van de wereldheersers van deze tijd heeft
die gekend, want indien zij van haar geweten 
hadden, zouden zij de Heer der heerlijkheid niet hebben gekruisigd.
Maar het is zoals het geschreven staat:
Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bereid voor degenen, die
Hem liefhebben.
Maar aan ons heeft God het geopenbaard door de Geest.
Want de Geest doorzoekt alle dingen, zelfs de diepten der Godheid.
Want wie weet wat er in de mens is behalve de eigen geest van de mens
die in hem woont?
Zo weet ook niemand, wat in God is, dan de Geest van God.
Wij nu hebben niet de geest der wereld ontvangen, maar de Geest Die uit God is,
opdat wij zouden weten, wat ons door God in Genade is geschonken.
Hiervan spreken wij dan ook met woorden, die ons niet door menselijke wijsheid,
maar door de Geest geleerd zijn, zodat wij wat geestelijke is ook geestelijke doorgeven.
Maar de natuurlijke mens begrijpt niet wat van Gods Geest komt: want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is.
Maar de geestelijke mens daarentegen onderscheidt alle dingen,
zelf echter wordt hij door niemand beoordeeld.
Want wie toch kent het inzicht van de Heer, dat hij Hem zou kunnen onderrichten?
Maar wij hebben het inzicht van Christus“.
1Cor. 2: 6-16

Ironisch genoeg hebben we met de ontwikkeling van onze cultuur,
met al haar nieuwe ideeën, nieuwe ontdekkingen en nieuwe uitvindingen
in bijna elk opzicht te maken met terugval
[zowel materieel, politiek, sociaal, intellectueel, emotioneel, fysiek, spiritueel].
Onze cultuur is tot een cultuur verworden van het onmiddellijk verkrijgen van bevrediging.
Het is een cultuur die grotendeels verstoken is van een lange termijn denken
zowel wat betreft het leven van onszelf als de toekomst van de wereld.
Het is een cultuur welke wordt ingegeven door het gevoel in plaats van de waarheid.
Het is een cultuur gerechtvaardigd door
– de schuld [op een ander] te schuiven tegenover persoonlijke verantwoordelijkheid.
Het is een cultuur welke bereid is tot time-outs en niet bereid om serieuze consequenties te aanvaarden.
Meer dan wat dan ook, is de mens beland in een cultuur
welke in de ban is van de oppervlakkige schijn [de buitenkant]
in plaats van de diepte van de Waarheid.
En met elke nieuwe wet die weer opkomt bewegen we ons langs de afgrond
die ons verder van af brengt van de Oorspronkelijke Bijbelse Waarheid.
Het is een cultuur die van zichzelf beweert geestelijk wijzer te zijn dan ooit.
En terwijl onze cultuur claimt de meest krachtige
in de geschiedenis van de wereld te zijn,
zien we dat we nog steeds niet in staat zijn ons
te ontdoen van kindermishandeling,
burgerlijke ongehoorzaamheid, drugs- en [buitenzinnig] seksueel misbruik,
het gebruik van vernietigingswapens, het misbruik van dieren en milieu, oplichting en
bovenmatige hebzucht [geld] . . . . . en
we kunnen deze lijst oneindig voortzetten.
Alleen jonge kinderen zien in hun onschuld een dergelijke vervorming niet.

We zien hier bij Paulus dezelfde bewoordingen en het gevoel dat Corinthe, die de wijsheid van de wereld in pacht denkt te hebben.
De Corinthische Christenen beweren wijs en krachtig te zijn,
maar ze hebben het Kruis – de grote Kracht en Wijsheid van God verlaten.
Ze beweren ” spiritueel ” te zijn zonder Jezus prediken .
Ze beweren “volwassen” te zijn zonder van Christus en Christendom kennis te hebben genomen.
Ze beweren “verstandig” te zijn zonder aan de Blijde Boodschap van de Heer gehoor te geven.
Wanneer een Kerk niet langer gericht is op Christus, dan zijn zij opgehouden met Christus in gesprek te blijven, zijn ze opgehouden te luisteren naar de Christelijke boodschap,
stellen zij zich onafhankelijk van Christus op en staan zij voor zijn Leer niet meer.
Er kunnen populariteit en acceptatie zijn,
maar er zal geen Goddelijke inspiratie en de daaruit voortvloeiende Macht.
Er kunnen [financiële] groei en succes zijn, maar er zal geen termijnplanning.
Er kunnen charisma en opwinding zijn,
maar er zal geen Heilige Geest die troost brengt, vreugde en waarheid
waaraan men zich kan optrekken of door Welke men onderwezen wordt.
Corinthe heeft het idee opgevat dat ze de elementaire Wijsheid van het Evangelie is ontgroeid.

We dienen nooit onze behoefte aan
de Evangelische Boodschap te ontgroeien,
omdat we ons nooit en te nimmer zonder
de Boodschap van Onze Verlosser en Heer kunnen ontwikkelen.
Buiten het Evangelie ontwikkelen is opgroeien zonder [doop]water
– we hebben het nodig om in leven te blijven.

Net als wij allemaal, verlangen de Corintiërs wijs te zijn, om meer inzicht te krijgen in
Wie God nu eenmaal is,
waar Hij over beschikt en wat Hij wil dat ik in m’n eentje doe.
Maar net als onze eerste [voor]ouders het zagen,
was daar de boom [die God verboden had] die goed was om van te eten
en die een lust was voor het oog, ja, een boom die begeerlijk was om
daardoor verstandig te worden
werd begeerd om de mens verstandig
[Genesis 3: 6b ] te maken“.
We kijken weg van God, we ontwijken Hem teneinde die wijsheid te vinden.
Als reactie, zien we Paulus  hun hele concept van spiritualiteit
herdefiniëren door uit te leggen:
De aard van de Ware Wijsheid – wat houdt dat precies in?
De bron van Ware Wijsheid – waar kun je die verkrijgen om er uit te putten?
Bij het zoeken naar de Ware Wijsheid – hoe weet je dat je die te pakken hebt ?

De gesteldheid van ware wijsheid en wat houdt ware wijsheid in?
Wij verkondigen wijsheid onder hen, die daarvoor geheel onderricht zijn,
doch geen wijsheid van deze wereld, of van de heersers over deze wereld,
wiens macht nu eenmaal teniet zal gaan, maar wij spreken wijsheid van God,
een verborgen mysteriewijsheid, die God [reeds] van eeuwigheid voorbeschikt heeft
tot onze verheerlijking.
Geen van de wereldheersers van deze tijd heeft die gekend,
want indien zij van haar geweten hadden,
zouden zij de Heer der heerlijkheid niet hebben gekruisigd.
Maar het is zoals het geschreven staat:
Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en
wat in geen mensenhart is opgekomen,
dat heeft God bereid voor degenen, die Hem liefhebben“.
1Cor.2: 6-9

Als een bron van kracht om te veranderen, te verwerven of het kwaad te overwinnen verwerpt Paulus elke vorm van menselijke wijsheid.
Tot op dit punt heeft Paulus elke vorm van inzet naar wijsheid veroordeeld.
Maar nu zegt hij tevens dat hij beschikt over een bijzondere wijsheid
eentje die anders is dan wat de wereld ons te bieden heeft.
De wereld biedt haar eigen [eigenwijze] wijsheid.
Wijsheid is nog niet hetzelfde als kennis.
Iedereen kan informatie en kennis verzamelen [verwerven].
Wijsheid is het inzicht dat komt als een gevolg van deze informatie;
wijsheid is de bril waardoor wij het leven dienen te aanschouwen;
wijsheid is het toepassen van wat we weten over hoe wij dienen te [laten en] handelen,
welke betrekking heeft op zowel lijden [dood] als leven.
Maar de wijsheid van de wereld is zelfs het veranderen .
Elke nieuwe ‘progressieve’ generatie vliegt
voorbij de ​​eerdere onwetend generatie die niet zo veel inzicht, kennis of technologie bezit.
En elke nieuwe generatie biedt nieuwe stemmen
– heersers die de overtuigingen en het gedrag van de massa te beïnvloeden.
Dit geldt ook voor politieke leiders, sociale leiders, Kerkleiders, bedrijfsleiders en
zelfs onze eigen sport en tv-sterren.

En enkel aan zichzelf overgelaten,
zullen mensen altijd hun stemmen verheffen
om hoe zij de wereld, de Kerk en de werkelijkheid weer vorm kunnen geven.
Zij beweren van zichzelf wijs en deskundig te zijn,
los van God vult de wereld zich en
blaast zich op als een midden en kleinbedrijf tot een Grootgrutter
gevuld met volwassenen en kinderen.

Welke zijn de kinderen
Kinderen kunnen hinderen en
vinden dat ze ‘grote’ vorderingen maken.
Kinderen luisteren niet.
Kinderen zijn impulsief.
Kinderen zijn genieters en trachten pijn te vermijden.
Kinderen spreken voordat ze denken.
Kinderen zijn egocentrisch.
Kinderen strijden om de aandacht.
Kinderen worstelen met hun identiteit.
Kinderen reageren het liefst onmiddellijk.
Kinderen zijn een emotionele achtbanen.
Kinderen zijn dwaas.
Kinderen zijn naïef.
Kinderen zijn rommelig.
Kinderen zijn overmoedig.
Kinderen zijn kwetsbaar.
Kinderen klagen.
Kinderen maken excuses.
Kinderen zijn snel gefrustreerd, worden
gemakkelijk verleid en zijn snel bang.
Kinderen kiezen de gemakkelijkste
veelal de verkeerde luidruchtige [veel aandacht] weg.
En kinderen zullen nooit toegeven dat ze maar kinderen zijn.

De Volwassen Wijsheid van God
Paulus predikt een ander soort wijsheid – een die anders is dan die van de wereld.
En Paulus zegt ook dat deze wijsheid,
het Woord van het Kruis,
wordt door ontwikkelde – spirituele volwassenen in ontvangst genomen.
Dat betekent niet dat er sprake is van een groep ‘spiritueel, elite corps Christenen’,
die meer dan de gewone gelovige – begrip hebben van het Christelijke.
Paul confronteert mensen die het Evangelie hebben afgedaan als kinderachtig gedoe.
De volwassenen zijn degenen die het kruis van dwaasheid als wijsheid aanvaarden en
de wijsheid van de wereld als dwaas verwerpen.

Paulus stelt de wijsheid van de wereld tegenover de wijsheid van God:
1.]. Paulus zegt dat de wijsheid van God een [geopenbaard] geheim is.
Het is een Mysterie.
De wijsheid van God geeft geen antwoord op alle vragen die we stellen,
maar hij geeft ons de antwoorden die we nodig hebben.
Gods wijsheid zal niet altijd voldoen aan ons intellect,
onze emoties of ervaring
– het zal veelal heel confronterend zijn [pijn doen].

2.]. Paulus zegt dat de wijsheid van God verborgen is.
De wijsheid van God wordt niet ontdekt,
kan nimmer bereikt worden of
door onze eigen inzet en inspanning verkregen worden.
Als Gods wijsheid kon worden begrepen door een geschoolde, krachtige of rijke
– zou Jezus onze Verlosser nooit zou zijn gedood.
God dient het te openbaren.

3.]. Paulus zegt dat de wijsheid van God verordineerd voor alle tijden voor onze bestaan.
In tegenstelling tot de wereld zal Gods wijsheid niet met elke generatie voorbijgaan,
– Gods Wijsheid is onveranderlijk, is eeuwig.
Het verandert niet omdat het werd opgericht voordat de wereld begon.
God heeft [de boom van] Wijsheid gepland voor zijn kinderen
teneinde het kruis van Christus de schepping de betekenis te geven
en Geloof [vreugde] Hoop en Liefde in Hem te laten vinden [2Tim.1: 9-18].
Christus Die ons behouden heeft en geroepen tot een Heilige roeping,
niet vanwege onze werken maar door Zijn eigen voornemen en Genade,
Die hij gaf ons in Christus Jezus vóór de aarde begon.
In Zijn Wijsheid heeft God Genade door de Heilige Geest geschonken.
En als Hij van plan was om Genadig [medelijdend] te zijn,
deed Hij dit voor onze zonde.
En als hij van plan was om genade en zonde naast elkaar te laten bestaan,
was hij van plan om ons met Hem te laten wandelen
op zekere dag overeenkomstig onze roeping,
om in alle deemoed en zachtmoedigheid
elkander in Liefde geduldig te verdragen,
en er naar te streven eensgezind te blijven
door een vaste vredesband
“.
Eph.4: 1-3
Hij koos ons in Hem voor de grondlegging van de wereld,
opdat wij zouden heilig en onberispelijk zouden zijn voor Hem .

De bron van ware wijsheid – wanneer verkrijgen we wijsheid
Maar aan ons heeft God het geopenbaard door de Geest.
Want de Geest doorzoekt alle dingen, zelfs de diepten der Godheid.
Want wie weet wat er in de mens is behalve de eigen geest van de mens die in hem woont?
Zo weet ook niemand, wat in God is, dan  de Geest van God.
Wij nu hebben niet de geest der wereld ontvangen, maar de Geest Die uit God is,
opdat wij zouden weten, wat ons door God in Genade is geschonken.
Hiervan spreken wij dan ook met woorden, die ons niet door menselijke wijsheid,
maar door de Geest geleerd zijn, zodat wij wat geestelijke is ook geestelijke doorgeven.
1Cor2: 10-13

Waar bekomen we deze wijsheid?
Waarom bezit de ene persoon volwassenheid en een ander niet?
Geestelijke volwassenheid is anders dan elke andere vorm van volwassenheid.
Fysieke volwassenheid gebeurt vanzelf.
Intellectuele rijpheid ontwikkelt door middel van onderwijs en kennis.
Ook iemand rijpt emotioneel door het leven en ervaring.
In beide gevallen kunt u uiteraard opwerpen wat is “bezopen” of
het nu onwetendheid is of naïviteit,
als je meer kennis en onderscheidingsvermogen bereikt.
[kinderen en dronken mensen spreken de waarheid, is een Nederlands gezegde]
De ervaring van Christen worden en tot Christelijke volwassenheid komen
is compleet anders.
De Christelijke geboorte is allesbehalve natuurlijk,
want deze komt door openbaring, hetgeen op zich al een Mysterie is.
Niemand heeft ooit beslist om Christus te volgen
voordat Christus hem geroepen heeft om Hem te volgen.
En de roep van Christus schenkt leven aan dat wat dood is,
opent de ogen van degene die blind is en
opent het hart van steen door
het te vervangen door een hart van vlees en bloed.
God neemt ons als kinderen op door Genade en
de dwaasheid van het Kruis wordt de Wijsheid van God.
De eeuwige Geest van God woont in
de gelovige mens.
En omdat wij Zijn kinderen zijn,
heeft God de Geest van Zijn Zoon in
onze harten gezonden,
Die tot Hem roept: Abba, Vader!
“.
Gal.4: 6
Het onderscheidende kenmerk tussen
een gelovige en een ongelovige is
de aanwezigheid van de Heilige Geest, Die een individu het moment dat hij gelooft volledig vervult;
het verkrijgen van de Genade van de Heilige Geest als een werkelijke ervaring
Seraphim van Sarov
En als Hij in ons hart woont, is Hij is niet stil of passief.
Hij doet wat Jezus zei dat Hij zou doen:
Hij zal u alles leren en u herinneren aan alles wat Ik u gezegd heb“.
John.14: 25
De Christelijke groei gaat niet verder dan wat elementair is,
maar laat door herinnering zien wat elementair is,
het daalt steeds dieper in je hart
en geeft je de gelegenheid dit
toe te passen in je leven.

Verblind door de zonde, kan de wereld dit niet zien, horen
of Gods bedoelingen in Christus begrijpen.
Er zijn veel geesten die zich als god voordoen,
veel mannen die als geestelijk leider optreden en stellen voor God te spreken,
maar alleen de Geest van God
openbaart het hart van God.
Er zijn dingen van God [gedachten, motivaties, verlangens en plannen]
waar God alleen weet van heeft en weet hoe ze aflopen.
De Geest van God, Die wij in ons hart bezitten,
doorzoekt de diepten van God.
En als Hij de diepten van God kent,
weet Hij ook alles wat er te weten valt.
En de Heilige Geest ontvangen is niet iets wat iemand [als een positie] bereikt.
We kunnen hem oproepen, met Hem praten,
naar Hem luisteren, door Hem getroost worden,
door Hem geholpen worden,
zelfs [in Zijn afwezigheid] om Hem treuren.
En de Heilige Geest is niet zoals de wereld
die is gewijd aan de valse beloften van de zonde –
een kortstondige genot welke leidt tot de dood;
Het is de Geest van God Die ons leidt
op de weg naar het eeuwige leven, het Hemels Koninkrijk.
En God, de Heilige Geest wil ons leren en ons helpen en bijstaan
in alles wat God wil wat we te weten kunnen komen over
de schepping, de val, de verlossing en de restauratie ervan te begrijpen.
We hebben allemaal de wens om wijs te zijn,
om meer inzicht te krijgen in Wie God is, wat Hij denkt met ons voor te hebben
en wat Hij wil dat ik doe.
De vraag is, waar of Wie denk je het eerst te zoeken of het vaakst,
voor je daarop antwoord krijgt?
Spiritualiteit bestaat echt niet alleen uit het onthouden [bezingen]
van Bijbel teksten en verzen,
het beter begrijpen van de Theologie of
je zelfs opofferend te gedragen
– het loopt met je mee,
– het doorleeft je en
leert je dat de Heilige Geest,
de Geest is van de levende God.

de ware wijsheid – hoe weet ik of en in hoeverre ik wijs ben
De vraag blijft dan, hoe weten we wanneer we in wijsheid leven.
Hoe weten we dat we wijs bezitten op de weg van God ,
luisteren naar de Geest van God en niet slechts naar dat stemmetje in ons hoofd?
Paulus zegt dat :
de natuurlijke mens begrijpt niet wat van Gods Geest komt:
want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan,
omdat het slechts geestelijk te beoordelen is.
Maar de geestelijke mens daarentegen onderscheidt alle dingen,
zelf echter wordt hij door niemand beoordeeld.
Want wie toch kent het inzicht van de Heer, dat hij Hem zou kunnen onderrichten?
Maar wij hebben het inzicht van Christus“.

Er zijn maar twee soorten mensen
in de wereld
– de gelovigen en de ongelovigen, het
volk van God en de mensen van de wereld,
de natuurlijke mensheid en de spirituele.
De natuurlijke mens is de persoon die volledig leeft op het menselijk niveau,
zonder de Geest van God.
Er is niets meer dan het fysieke leven [sporten, eten, drinken, slapen en gelukkig zijn]. Er is niets meer dan enkel de materiële behoeften.
Er is niets om in te geloven en te hopen buiten deze wereld,
geboren worden is gewoon geboren worden, dood is dood en daarmee af,
amen en uit.
De natuurlijke persoon leeft alleen door het vlees, maar door wat ze kunnen zien of begrijpen en NIET in reactie op
de levende God.
De natuurlijke mens kan Jezus bewonderen,
maar gelooft in wezen dat het Kruis weinig meer is dan een tragedie.
De natuurlijke mens maakt God tot zijn eigen beeld en neemt alle beslissingen overeenkomstig zijn eigen verlangens.
De natuurlijke mens aanvaardt of begrijpt het niet,
omdat hij niet aanvaardt dat de Geest van God in hem woonachtig is.
Hij kan dit niet begrijpen en accepteert het ook niet.
– Er is geen begrip van seksuele reinheid enkel en alleen voor bevrediging;
– er is geen begrip van offer enkel en alleen ik-gericht zijn of via een omweg er toch beter van worden [egoïsme];
– er is geen begrip van vrijgevigheid enkel en alleen hebzucht [zoals ontwikkelingshulp, die alleen maar rendement oplevert];
– er is geen inzicht in het eeuwige alleen een leven bij het moment.
Hij komt emotioneel, materieel, intellectueel, fysiek in opstand omdat hij
geestelijk in opstand is.
En wanneer de genoegens van de zonde niet voldoen
of wanneer de pijn van zonde lijden veroorzaakt,
gelooft hij zelf uit het leven te kunnen stappen
omdat dit nu eenmaal bij het leven hoort
en dat je in het leiden enkel “maar een mens” bent.

Maar dat is niet het leven en onze menselijkheid
overeenkomstig de Icoon van Gods [Zijn Schepping],
naar Gods Beeld en Zijn Gelijkenis.
Natuurlijk, terwijl er velen zijn die zullen beweren geestelijk Wijs te zijn,
bestaan er maar heel weinig [Heiligen] die echt zijn.
Maar in plaats van je te spiegelen aan alle anderen,
zegt Paulus hierover:
“Onderzoek dan uzelf of ge wel in het Geloof zijt, beproef uzelf.
Kunt je van jezelf getuigen dat  Jezus Christus in je is?
of ben je soms niet oprecht?
Ik hoop echter dat je inziet wat wij wel oprecht zijn”.
2Cor.13: 5-6

De vraag is dan :
Hoe weten we dat Jezus Christus in ons is?
Of zoals Paulus zegt , hoe weten we dat we de Geest van Christus en
dus de Heilige Geest van God ons opdracht geeft?

De geestelijke mens weet dat er meer in dit leven is dan leven en sterven.
De Spirituele weet dat zijn beslissingen eeuwige gevolgen hebben.
De Spirituele mens loopt als benzine of elektriciteit op Geloof,
niet door aanschouwen, en als reactie op de Heilige Geest die in Hem woont.
• De Heilige Geest neemt de dwaze woorden van het Kruis
en maakt ze tot de kern van onze identiteit.
Beoordeling van onze waarde of het succes in de wereld is zinloos.
Door het Geloof in Christus, zullen we door de rechter als onschuldig beoordeeld worden.
• De Heilige Geest neemt het woord van de Opstanding en
geeft ons een Hoop voorbij dit lichaam, voorbij deze situatie
en aan deze wereld voorbij.
• De Heilige Geest laat ons datgene doen alsof de woorden van de Bijbel
Gods eigen woorden zijn – het is als vanzelfsprekend onze regelgevende Instantie te accepteren.
• De Heilige Geest in ons dwingt ons naar God te luisteren,
met Hem in gesprek te zijn en blijven,
om Zijn leiding in ons leven te aanvaarden.
En zoals we door de Heilige Geest zijn geïnstrueerd over Gods wegen,
zo hard kan het soms zijn, onze verlangens aan Gods wegen aan te passen.
• De Heilige Geest in ons vecht tegen de wil van het vlees
en de verleidingen van de wereld
– we oefenen onophoudelijk niet meer te willen zondigen,
dus we belijden zo vaak als mogelijk regelmatig ons berouw over onze tekortkomingen.
• De Heilige Geest in ons leidt ons naar gehoorzaamheid,
niet uit angst maar uit Liefde en een verlangen om God met onze geest, lichaam en werk te eren.
• En de Heilige Geest in ons geeft ons een Liefde ten opzichte het Volk van God,
we oordelen enkel over de Kerk omdat we van de Kerk van Christus houden,
we zijn immers zelf de kerk, en behoren tot Zijn Lichaam,
we houden van de kerk , omdat Jezus Christus
voor Zijn Kerk stierf, de Kerk is.
• En de Heilige Geest neemt zelfs ons oordeel over deze wereld van ons weg
en vervangt deze met mededogen .

In wezen , zijn zij die volwassen zijn, degenen die wijs zijn,
zij die geestelijk niets liever willen dan Jezus Christus Lief te hebben,
om Hem te kennen, Hem te evenaren en
Hem in onze omgeving te hebben.
Dit is niet een nieuw en verbeterde Christus voor de wereld van vandaag,
dit is Christus zoals Hij uit de Schriften, Oude en Nieuwe Testament, tevoorschijn treedt.
De Geest van God leidt ons altijd naar Gods Woord.
Degenen die Jezus niet liefhebben
zullen ook minder zorgen hebben over Hem,
Zijn Woord, Zijn Bruiloftsmaal en Zijn opdracht,
omdat ze geloven
dat alles wat er is,
slechts van voorbijgaand aard is,
derhalve dat alles niet is
wat er is,
de schepping van God.

de Hemelvaart des Heren – Orthodoxie en welzalig is de mens

Welzalig is de mens
die niet wandelt naar de raad der goddelozen.

Ook niet staat op de weg van de zondaars,
noch neerzit in het gestoelte der spotters;

Maar die vreugde vindt in De wet van de Heer,
die Zijn Wet overpeinst bij dag en nacht.

Hij staat als een boom, geplant aan waterstromen,
die zijn vrucht geeft op de juiste tijd,

Welks blad niet afvalt;
en al wat hij doet zal voorspoedig gelukken .

De goddelozen zijn niet zo,
niet zo gaat het met hen.

Maar als het kaf, dat door de wind verdrijft,
van het aanschijn der aarde.

Daarom zullen de goddelozen niet bestaan ​​in het gericht,
noch de zondaars in de vergadering der rechtvaardigen.

Want de Heer kent de weg der rechtvaardigen;
maar de weg der goddelozen zal vergaan
“.
Psalm 1

En terwijl zij nog naar de Hemel staarden,
werd Hij voor hun ogen opgenomen en
een wolk onttrok Hem aan hun blikken.
En zie, twee mannen stonden bij hen in blinkend gewaad.
Zij zeiden:
Jullie mannen van Galilea,
wat staat ge toch op te zien naar de hemel?

Handelingen 1: 10,11

De “twee mannen in blinkend gewaad”,
die onmiddellijk na de Hemelvaart van de Heer verschenen aan de apostelen en hen vroegen waarom ze stonden op te zien naar de hemel,
waren zonder enige twijfel zelf bewoners van de Hemelen;
daarom kan ook niet van de Apostelen worden verondersteld
dat dit onaangenaam voor hen was of
dat het gewenst was om direct de menselijke blik
van die mannen van Galilea op iets anders te richten.
Nee, zij hadden alleen de bedoeling, zoals geschreven staat,
een einde te maken aan de dadeloze [inerte] verbazing van de Apostelen:

wat staat ge toch op te zien naar de hemel?
Na hen uit hun verbazing op te wekken,
geven ze hen in overweging
en hen en ons bij te brengen
met welk een gedachten
we dienen op de zien naar de hemel,
nadat onze Heer Jezus in de Hemelen is opgenomen
Die Zichzelf daarheen heeft doen opstijgen.
Deze Jezus, voegden ze er nog aan toe,
die wordt aan uw wereldse ogen onttrokken en
opgenomen in de Hemelen en
zal op dezelfde wijze wederkomen
zoals u Hem hebt zien opgaan in de hemelen.
De discipelen van de Heiland werden op dezelfde manier
de exacte vervulling van Zijn woorden gewaar
die Maria Magdalena aan hen had verteld:
Ik vaar op naar mijn Vader en uw Vader ,
naar Mijn God en uw God
“.

Ze konden niets anders dan concluderen dat dit het vreugdevolle beproeving was welke Hij
gedurende de veertig dagen na zijn Opstanding uit de doden aan hen had overgebracht, die leerzame gesprekken met Hem,
die voelbaar gemeenschap tussen hen en Zijn Goddelijke mens-zijn,
werden op dat moment beëindigd.
Vanaf dit ogenblik zou Zijn aanraking noch Zijn stem
nog langer vreugde bij hen teweeg brengen,
zouden zij Hem met hun ogen niet langer kunnen volgen,
verlangend Hem [bij zich] vast te houden.
Zij staarden naar de hemel zoals Hij opging en aan hun ogen werd onttrokken.
We kunnen alleen maar bedenken wat een onmetelijke droefheid
de Apostelen overvallen moet hebben na deze Hemelvaart van Jezus,
Die voor hen alles betekende en fundament was van alles in de wereld om hen heen.
Het is dit ontzettend afscheid waarvoor de Hemelse Machten zich haasten
om hen te troosten en hen te verkondigen
dat deze Jezus .  .  .  .  . zal wederkomen.

Bij de beoordeling van de omstandigheden van de Hemelvaart van Christus,
ervaren we voor het eerst de zegen die Hij ons via de Apostelen meegaf,
zo zal het geschieden, zo deelt de evangelist Lucas ons mee:
terwijl Hij hen zegende maakte Hij Zich van hen los [scheidde Hij Zich van hen] en
en werd Hij opgenomen in de Hemelen.
Wat een eindeloos grote Genade van Christus is ons, Christenen ten deel gevallen,
wordt hiermee geopenbaard!
De Heer begint met een zegen en vóór de voltooiing hiervan stijgt Hij op naar de Hemelen;
want terwijl Hij hen zegende werd Hij in de Hemelen opgenomen.
Dus zelfs na Zijn hemelvaart blijft Hij nog steeds onzichtbaar Zijn zegen geven.
Die zegen stroomt en daalt voortdurend neer op de Apostelen en Zijn volgelingen;
door hen wordt dit verspreid op degenen die zij zegenen in de Naam van Jezus Christus;
degenen die deze zegen van Christus door de apostelen hebben ontvangen
verspreiden dit weer over de anderen [over ons];
dus allen die door de doop in de Heilige Katholieke en Apostolische Kerk
deelachtig zijn geworden van die ene Zegen van Christus.
Als de dauw van Hermon , die neerdaalde op de berg Sion,

Zal deze Zegen van Vrede daarom neerdalen op elke ziel die uitstijgt
boven de hartstochten en begeerten, boven de ijdelheid en zorgen van deze wereld;
als een onuitwisbaar afsluiting werkt het zegel van die Christus zodanig op diegenen
dat Hij dit aan het einde van de wereld [de tijden] zal bekrachtigen
door hen uit het midden van de hele mensheid tot Zich te roepen,
als de Geest en de Bruid zullen zeggen:
Komt allen tot Mij,
gij die komt in de Naam des Heren!

Laten we nu eens kijken
hoe noodzakelijk het voor ons is ons in te zetten deze Genade
nu al te verkrijgen en om deze Zegening van de Verrezen Heer te bewaren,
die op ons nederdaalt door de Apostolische Kerk.
Wanneer wij bewaren hetgeen wij ontvangen hebben, zullen wij, bij de wederkomst van onze Heer, Jezus Christus, tezamen met de apostelen en de heiligen worden opgeroepen om deel te nemen aan Zijn Koninkrijk :
Komt gezegenden, gij die Mij gehoord hebt en dorstig mij tegemoet zijt getreden,
allen die dorst hadden neem ruimhartig van het water des Levens!
“.

Het boek der Openbaring geeft daarentegen een ernstige waarschuwing en vermaant hen die zich niet aan de Blijde Boodschap storen.
Wanneer degene die zich niet tot de Gezegende van God de Vader verhoudt zal ook deze Zegen [Genade] niet verkrijgen,
of wanneer degene die tot Hem komt slechts het onderwerp is van
een valse zegen aan mensen die zich niet mede-erfgenaam zal kunnen noemen
van die Goddelijke Zegen van Genade welke in de Mysteriën [RK. Sacramenten] tot ons komt; wat zal er dan van ons worden?

Neem daarom voor deze gelegenheid eens in ogenschouw
het moment dat we zelf van deze wereld worden weggenomen.
De dag des Heren komt als een dief in de nacht“.
Diezelfde onverwachtheid zal zich voordoen bij de tweede komst van onze Heer Zelf
En houdt voor ons christenen een ernstige waarschuwing in:

Niemand weet wanneer die dag en dat moment zullen aanbreken,
ook de hemelse engelen en de Zoon niet, alleen de Vader weet het.
Zoals het was in de dagen van Noach, zo zal het zijn wanneer de Mensenzoon komt.
Want zoals men in de dagen voor de vloed alleen maar bezig was met eten en drinken,
met trouwen en uithuwelijken, tot aan de dag waarop Noach de ark binnenging en
zoals men niet wist dat de vloed zou komen, totdat die kwam en iedereen wegnam,
zo zal het ook zijn wanneer de Mensenzoon komt.
Dan zullen er twee op het land aan het werk zijn,
van wie de een zal worden meegenomen en de ander achtergelaten.
Van twee vrouwen die samen aan de molen draaien,
zal de ene worden meegenomen en de andere achtergelaten.
Wees dus waakzaam, want jullie weten niet op welke dag jullie Heer komt.
Besef wel: als de heer des huizes had geweten
in welk deel van de nacht de dief zou komen,
dan zou hij wakker gebleven zijn en
niet in zijn huis hebben laten inbreken.
Daarom moeten ook jullie klaarstaan,
want de Mensenzoon komt op een tijdstip
waarop je het niet verwacht
“.
Matth.24: 36-44

Onze Christelijke weg wordt niet geleid door nieuwsgierigheid of naïviteit en
pas danook op voor die mensen die doen alsof ze méér denken te weten dan Christus
hen heeft verleend om te weten.
Laat we trachten zelf eerder te weten te komen
wat onze eigen tekortkomingen zijn,
onze overtredingen [knopen] tellen en in bekering vergeving zoeken.
Zie toe, dat de kinderen van deze wereld en onze eigen passies onze geest niet in slaap sussen,m aar voorafgaand aan dat vreselijke uur onszelf tot de orde roepen en verlangend wachten op Zijn Wederkomst.

Kom, Heer Jezus, kom“.

6e Zondag na Pascha, de Zondag van de blindgeboren mens

Op deze zondag voorafgaand aan het feest van de Hemelvaart van Christus,
brengt ons de Kerk het Evangelie van de blindgeborene in herinnering.
Er zijn hier twee aandachtspunten die mij opvallen.

1.]. Christus maakt hier een opmerking over de reden waarom deze mens blind was geboren . Als antwoord op een vraag van de discipelen, zegt Hij zegt dat blindheid er niet was omdat de mens of zijn ouders gezondigd hadden, maar opdat de werken Gods in hem worden geopenbaard.
Met andere woorden, onze Heer geeft zelf aan dat een ziekte of handicap niet altijd het gevolg zijn van persoonlijke zonden of de zonde van anderen,
maar ze worden toegestaan ​​ om de Glorie van God aan de mensen te openbaren.
Veelal is de menselijke aandacht voor datgene waar men onder gebukt gaat – de handicap – reden om zich van de wereldse zaken te weerhouden en zich meer tot God te richten.
De blinde hoort meer, ervaart meer omdat hij meer door het hemelse Licht dan het aardse in beslag wordt genomen; de dove richt zich meer op datgene wat hij ziet bouwt zich in zijn beperking meer op het innerlijke. De mens zoekt God in zijn aardse onvolkomenheden, vraagt zich af waarom ik en krijgt hier van Christus een antwoord: richt je op Gods weken, welke via jouw handicap worden geopenbaard.
We kunnen dit zien in de levens van een aantal mensen met een achterstandspositie .
Ze zetten hun nadeel om in iets anders, een uitdaging die het beste in hen kan boven brengen.
We kunnen hierbij denken aan bijvoorbeeld bepaalde Downs Syndroom kinderen,
die ongelooflijk vriendelijk en liefdevol kunnen zijn, veel meer dan wanneer zij ‘gezond’ waren geboren. We kunnen allemaal denken aan voorbeelden van ongelooflijke moed en liefde onder kansarmen.
Waarom ?
Omdat de genade van God op hen is nedergedaald:
‘de werken van God die in hen openbaar wordt gemaakt’.

2.]. We kunnen ook denken aan sommige ‘blinde’ mensen, die de realiteitszin hebben verloren, het innerlijke kwijt zijn,
de Genade van God hebben verloren.
– De dief, die niet ziet dat hij zichzelf tekort doet.
– De leugenaar, die zichzelf voor de mal houdt – zo vèr zelfs dat hij zelf in zijn leugens gelooft.
– De verslaafde, die niet meer weet waar hij het zoeken moet.
– De gevangene, die geen uitweg meer ziet.
– De arme rijke, die zich in zichzelf en z’n eenzaamheid opsluit.
– De arrivist, die zichzelf voorbij streeft – zichzelf tot middelpunt heeft gemaakt van zijn omgeving.
Heb nu niet het idee dat het jou niet overkomt, want zoals de Geest waait waarheen Hij gaat
– zo tracht de tegenstrever haar onderuit te halen, een mist op te trekken, zodat je het niet meer dóór hebt.
En dit overkomt zelfs de besten onder ons:
– een lezer, die zichzelf zo mooi vindt lezen
– een psaltist, die zo mooi zingt, dat hij zijn medekoorleden niet meer ziet staan.
– een koor wat eigen lof zingt in plaats van dit te doen tot eer aan God.
– diakens en priesters die zichzelf bewieroken, teneinde de gunst van gelovigen te verwerven.
– een gemeenschap, die zich in zichzelf opsluit, teneinde de nationale trots te kunnen botvieren, zichzelf thuis te voelen in hun ‘eigen’ kerk.
– kerkenbouwers die hun doel slechts door jarenlang leugen, manipulatie, diefstal en bedrog kunnen bereiken.
– biechtvaders, die de starets [counseler] uithangen, in plaats van slechts een luisterend Goddelijke toehoorder te zijn.
– Lichamelijk en geestelijk beter bedeelden, schoonheden, die hun onschuld verloren hebben.
Zo worden we omringd door degenen die geen interesse in mensen, maar in de grond van hun hart alleen willen maar willen profiteren van de uiterlijke schijn via macht of dikke bankrekeningen.
Vergeet daarbij niet de bijzonder intelligente en goed opgeleide mensen,
wiens intelligentie is opgeslagen in hun geestelijke vermogens, terwijl zij buitengewoon pretentieus en dwaas zijn geworden, zich krom lachen om het onvermogen van minderbedeelden en zich voor het aangezicht van de wereld grote financiële vermogens toe-eigenen.
Hun voordelen worden daarmee hun grootste handicap, zij belemmeren elke vorm van geluk voor zichzelf en anderen.

3.]. In de situatie van de vandaag aangehaalde blindgeborene, is zijn hele leven gericht geweest op het verkrijgen van de Heilige Geest, een voorbereiding op zijn persoonlijke ontmoeting met Christus.
Zijn ziel was niet alleen niet zuiver genoeg, verfijnd door zijn levenslange handicap,
om de Goddelijke genezing te ontvangen,
maar kwam ook tekort in het belijden van de Enige, Die wij belijden als de Zoon van God,
waardoor de werken van God in hemzelf openbaar worde.

Daartegenover zij die echt blind zijn [waren] omdat ze de mensen verboden genezing en goede werken te doen op Sabbat, intimideerden door hen [de blindgeborene en zijn ouders] vragen te stellen en hen daarna buiten [de kerk] te sluiten [te excommuniceren].

En dan de blindgeborene, die ziet, die ten opzichte van de omgeving [het ganse kerkvolk] getuigt:
Ik weet niet of Jezus een zondaar is of niet ; een ding weet ik ; dat ik blind was , en nu zie ik“.
En vervolgens voegde hij eraan toe : “Als Hij niet van God is, dan kon Hij niets doen“.
En ten slotte bekende hij dat hij geloofde dat Christus de Zoon van God is – één van de eerste die dit in de evangeliën doet.

Pdf: Wees er [gedicht]
Het besef van de blindgeborene is dan een vreugdekreet.
Hij kan ons leren hoe te oordelen, of liever anderen te onderscheiden
– hen aan hun vruchten te herkennen.
Als wij Christenen, of niet gelovigen, van God zijn,
dan zullen we dit Voorbeeld [Hem] volgen  en goede vruchten dragen,
voor wie dat niet is, die zal met al zijn [vermeende] vermogens niets klaarspelen
en als een harlekijn zijn weg gaan.
Zo die er één van God is, zal hij eindigen onder de getuigenis
van de Grootsheid en Godheid van Christus.

Overigens dien ik te wijzen op de manier waarop Christus genas.
Hij spuugde op de aarde en ‘maakte slijk uit dat speeksel’.
We merken hierbij op dat dit voor elke Mysterie [RK. sacrament] van de Kerk geldt;
God, in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest geneest , op dezelfde manier:
de adem van God, de Heilige Geest is de drager van de genezende Genade van God.
– Water op zich kan niet genezen,
maar het water van de doop geneest
omdat het gezegende water
​​de Heilige Geest met zich meedraagt.
– Olie op zich kan niet genezen
maar de olie van Myronzalving kan genezen,
omdat het vervuld is van de Genade van God .
– Een doekje kan niet genezen
maar toch is een priester in staat gesteld te genezen
door de genade van Christus
aan degene die oprecht zijn zonden belijd en
de berouwvolle intentie heeft niet meer te zondigen .
– Brood en wijn kan niet genezen en
toch wordt brood en wijn veranderd
in het Lichaam en Bloed van Christus
om te genezen door de Heilige Geest .
– Hout, kalk en pigmenten kunnen niet genezen en
toch kunnen Iconen hun heilzame uitwerking hebben
door de Heilige Geest die in hun materiële essentie doordringt
en de begenadiging, die van hen uitstraalt.
– Rook kan niet genezen en
toch brengt wierook genezing
door de zegen van Christus,
die ervan uitgaat.

Christus leert ons dan dat alle dingen gebruikt kunnen worden
tot genezing en voordeel en zaligheid van onszelf,
maar dat zij eerst dienen te worden aangeraakt
door Zijn Genade.
Op deze manier kan ons lichaam, louter vlees en beenderen en bloed,
dienen als Icoon van Christus, Christus-dragend [Chrystophoros].
Onze ziel kan geactiveerd worden,
zodat wij lichtdragers worden van de Heilige Geest;
de ogen van onze ziel, de deuren van de waarneming,
en daardoor wordt de blindgeborene, die wij allemaal zijn,
geheeld, genezen tot een Icoon van de gehele schepping Gods,
waar wij deel van uit maak en die behoort te zijn,
waarvoor hij geschapen is zoals ze werkelijk behoort te zijn.
We zien dat elk grassprietje en elke heuvel, elke boom en elke wolk,
elke druppel regen en elke oceaan,
alle schepselen en alle mensen,
wonderen zijn van Gods handwerk,
tekenen van Zijn Mystieke [RK. Sacramentele] aanwezigheid onder ons
en we zien dan tevens dat niet we wonen in deze banale,
alledaagse wereld om ons heen.
We wonen dan in de wereld zoals hij werkelijk is,
in potentie het Paradijs, het Koninkrijk Gods,
zoals God deze in den beginne heeft gemaakt,
want we zien God de Schepper achter
alle dingen en alle mensen .

En dan zijn we eveneens in staat
om samen met de blindgeborene te zeggen :
‘Ik was blind en nu zie ik’.

Heer, Jezus Christus, Zoon van God,
heb medelijden met mij, blindgeboren zondaar
en 
redt mij“.

5e Zondag na Pascha – Zondag van de Samaritaanse vrouw

Het Heilig Evangelie heeft ons de naam van de Samaritaanse vrouw niet doorgegeven.
De Traditie van de Kerk leert ons dat haar naam in het Grieks – Photini was, in het Russisch – Svetlana, in de Keltische talen – Fiona, in westerse talen – Claire en in het Nederlands Ellen.
En al deze namen spreken tot ons over
één ding – van licht.

Nadat zij aan de Heer Jezus Christus heeft voldaan is zij uitgegroeid tot een licht dat in de wereld schijnt, een licht welke degenen die haar ontmoeten verlicht.
Elke Heilige wordt ons gepresenteerd als een voorbeeld, maar we kunnen de werkelijke wijze waarop een heilige geleefd niet altijd nastreven, we kunnen niet altijd dezelfde hemelse Ladder beklimmen.
Van iedere Heilige kunnen we echter twee dingen leren.
– Ten eerste kunnen we door de genade van God datgene bereiken wat menselijkerwijs onmogelijk lijkt en dat is ons als persoon in beeld en gelijkenis aan God te spiegelen.
Dat wil zeggen dat we – in deze wereld van duisternis en tragedie een teken van hoop te zijn; in de wereld die in de macht is van leugens – een woord van waarheid te zijn.
We worden voor dit alles in staat gesteld in de zekerheid dat alleen God dit alles kan overwinnen wanneer we alleen Hem toestaan ​​toegang tot onze ziel te verkrijgen.
Want als het Koninkrijk van God niet in ons is leeft – als God niet troont in onze gedachten en harten – een vuur dat alles wat onwaardig is in onszelf en van Hem verwijdert, dan zijn we ook niet in staat Gods licht rondom ons te verspreiden.
– Het tweede wat de Heiligen ons kunnen leren is om de Boodschap uit hun naam over te brengen – aan ons te leren kennen.

Vandaag spreekt de Samaritaanse vrouw van licht.
Christus heeft haar gezegd dat Hij is het Licht van de wereld is, het Licht dat alle mensen verlicht, en we zijn geroepen om
dat Licht in onze ziel te laten schijnen.
Te laten schijnen in ons verstand en onze ziel
– ja, binnen ons gehele bestaan.
De bedoeling is dit Licht van Christus zo tot ons te laten spreken, dat we er zelf
tevreden over zijn en het in en door ons ten uitvoer wordt gebracht.
Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken“.
Matth.5: 16

Alleen door onze daden te zien, door onze manier van handelen, kunnen mensen gaan geloven dat het Licht van God – Werkelijk Licht is.
Het gaat hier niet om onze woorden, tenzij het woorden van Waarheid en Macht zijn, zoals die van Christus Zelf of van de Apostelen zijn geweest.
Laat ieder van ons stilstaan bij de betekenis van onze naam als Christen en
op de wijze waarop we datgene worden waar we toe zijn geroepen.

De Samaritaanse vrouw was onderweg om water te halen zonder enig geestelijk doel.
Ze kwam bij de bron – en ze ontmoette Christus.
Ieder van ons kan op elk moment van de dag  een Goddelijke wending in ons leven ervaren,  zelfs wanneer we onze meest dagelijkse huiselijke taken verrichten, indien ons hart maar in de juiste richting staat en we ons open stellen om een ​​bericht te ontvangen,
te luisteren, ja – om vragen te stellen!
De Samaritaanse vrouw stelde maar één vraag aan Christus, en wat ze als antwoord kreeg oversteeg haar vraag op zo’n manier dat ze in Hem een Pprofeet herkende.
Later herkende zij Hem als de Christus, de Verlosser van de wereld.
Maar ook ons licht dient niet onder de korenmaat te worden geplaatst.
De Samaritaanse heeft ontdekt dat het Licht in de wereld gekomen was,
dat het goddelijk Woord  nu Waarheid werd te midden van de mensen,
dat God met ons/onder ons is.
Zij liet alle zorgen achter zich en rende naar de anderen om de vreugde, het wonder van wat ze had ontdekt te delen met anderen.
Ze bracht haar medeburgers naar Christus.
Ze vertelde hen eerst waarom ze in Hem geloofde, en
vervolgens bracht misschien hun nieuwsgierigheid, of de overtuigende kracht van haar woorden en de verandering die zich in haar had voltrokken hen tot Christus.
Zij zagen het voor zichzelf en zeiden tot haar:
Het is niet meer vanwege wat u zegt dat we geloven
– “we hebben gezien en we hebben het gehoord en daarom geloven wij“.
Handelingen 17: 11

En dit is wat de Samaritaanse vrouw ons allen leert: open te staan op elk moment van ons leven, terwijl we zijn druk bezig met de eenvoudigste dingen.
Op te staan het goddelijke Woord te ontvangen, dat we dienen te worden verlicht door het Goddelijke licht, gereinigd worden door Zijn zuiverheid.
We dienen het Licht te ontvangen in het diepst van onze ziel, er met heel ons leven voor open te staan, zodat mensen zien wat en wie we zijn geworden, opdat ook zij kunnen geloven dat het Licht in de wereld is gekomen.

Laten we tot de Heiligen en de Samaritaanse vrouw bidden ons te leren, ons te leiden,
ons tot Christus te brengen op de wijze waarop zij naar de Bron is gekomen en
Hem te dienen op de wijze waarop zij Hem gediend heeft tot heil van allen
die om haar heen waren .
En mag de zegen van God met u zijn,
de Vader en de Zoon en de Heilige Geest,
nu en altijd en wereld zonder einde!    Amen.
preek van Metropoliet Anthony Sourozh – 8 mei 1988

Kontakion           pl 4e Tn/ 8e Tn
Met geloof naderde de Samaritaanse tot de Bron:
daar aanschouwde zij U, het Water der Wijsheid.
En toen zij daarvan gedronken had
begeerde zij dorstig het Koninkrijk uit den hoge.
Daarom wordt zij geprezen in alle eeuwigheid“.

En toen zij daarvan gedronken hadden . . . . .
En dit is het Woord [de verkondiging], die wij van Hem gehoord hebben
en aan u allen verkondigen:
God is Licht en in Hem is in het geheel geen duisternis.
Indien wij zeggen, dat wij gemeenschap met Hem hebben en in de duisternis wandelen, dan liegen wij en
doen de waarheid niet;
maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het Licht is,
hebben wij gemeenschap met elkaar; en
het bloed van Jezus, zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde“.
1Joh.1: 5-7

Door de zegen en Genade van God kan het Licht
steeds meer opgaan en helder worden
als de zon op haar hoogtepunt.
Dit werd door de Profeet Malachi reeds voorzegt:
Maar voor u, die Mijn Naam vreest, zal de zon der gerechtigheid opgaan en
er zal genezing zijn onder haar vleugelen;
gij zult uitgaan en springen als kalveren die in de Lente uit de stal worden losgelaten“.
Mal.4: 2

Jezus Christus is het levende Woord van God.
In het Woord was het leven en het leven was het Licht van de mensen.
En het Licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft het niet begrepen
“.
Joh.1: 4-5
Dit Licht moeten we ontvangen in ons hart.
Velen hebben Jezus Christus, het Licht van de wereld, niet in hun hart binnengelaten.
Maar allen die Hem aangenomen hebben,
hun heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden,
namelijk die in Zijn Naam geloven
“.
Joh.1: 12

Licht blijkt gelukkig sterker te zijn dan duisternis.
Het licht van het Evangelie dringt de duisternis van ons bestaan binnen.
Waar Gods Licht en Liefde schijnen, zal de nacht verdwijnen.

Christenen zijn gedoopt in het Koninkrijk van de Zoon van Gods Liefde.
Paulus roept op daarvoor de Schepper te bedanken:
Dankt gij met blijdschap de Vader,
Die u toebereid heeft voor het erfdeel der heiligen in het licht.

Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en
overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn Liefde,
in Wie wij de verlossing hebben, de vergeving van zonden“.
Col.1: 12-14

Vergeven betekent eigenlijk
‘ver-wèg-geven’.
Wanneer we onze zonden belijden [aan het licht brengen] zullen deze door Gods Genade worden vergeven.
Zij worden dan onder het reinigend bloed van Christus gebracht;
door de oprechte belijdenis in het Mysterie van de Biecht vindt de genezing plaats.

Jezus Christus is als de Hemelse Geneesheer tot ons gekomen om te genezen en te helen.
Dit gaat over beschadigde emoties, negatieve gevoelens, psychische problemen, ziekten, zwakheden en andere zaken in onze Liefde die herstel nodig hebben.
Het bekerings- en genezingsproces heeft dus duidelijk te maken met ‘overbrenging’ – verandering. Door de werking van de Heilige Geest en Geloof in de drie-ene God
worden de negatieve zaken verplaatst naar het helende [medische] gedeelte van
Liefde, Genade, Vergeving en Heiliging [heling].

Psalms created on Truth – psalm 8: 4; “Wie is de mens, dat Gij hem gedenkt . . . . . “

In onze tijd worden mensen verpulverd, worden in een mum opgebruikt en de kijk op de mens is verward en wazig geworden.
Vanuit deze tragische situatie moet niet vergeten worden dat er al eeuwen een cultureel ontwerp bestaat.
De beschrijving hiervan is ons van Gods wege gegeven via de Blijde Boodschap.
De Bijbel  is in staat de mens een antwoord te geven op wie hij is, over zijn relatie met de wereld, de noodzaak tot gemeenschap met de medemens. Het beschrijft de individuele weg die hem leidt naar een directe relatie met God . . . . .

Daarop vindt de oorsprong van de cultuur van onze Kerkvaders haar oorsprong in de Griekse geest en hun resonantie op de Christelijke leer.
De mens werd in het kader van deze cultuur geïdentificeerd als een persoon, die
is geschapen, overeenkomstig het beeld van de Drie-ene God en daarnaast de mogelijkheid heeft gekregen om te communiceren met God en met onze medemens.
Het leven is als een woestijn, zonder werkelijke waarden.
Af en toe horen we de Stem van boven die onafgebroken roept.
We zijn verplicht de wil van God te doen, Zijn wetten na te leven.
We doen dit wel, maar met een half hart omdat onze geest vaak te druk is met andere zaken. Uiteindelijk bereiken we onze bestemming en
realiseren dat elk moment de potentie van een juweel in zich had.
Dan betreuren we onze dwaasheid.

“Die de echtvriend van haar jeugd verlaat en het verbond [= overeenkomst met ] van haar God vergeet”.
Spreuken 2: 17

De Statenvertaling zegt: de Leidsman van haar jeugd.
Het Hebreeuwse woord Pwla (aloef), dat hier dan vertaald is met “echtvriend” of “Leidsman” hangt samen met de eerste letter van het Hebreeuwse alfabet, de alef .
En de alef representeert ook de één, het getal 1. Het betekent dus, dat je de eenheid kwijt bent.
Het betekent ook, dat je Degene kwijt bent met wie je van je jeugd af aan verbonden bent.
En dat is toch wel heel bijzonder, want als je bij God bent – en het is goed om daar eens even over na te denken – als je bij de Heer bent en met Hem wandelt, dan ben je bij je oorspronkelijke Vriend.
Dan ben je bij de God bij wie je van huis uit hoort.

De kern van dit verhaal is dus: een mens hoort van huis uit bij God.
Als je tot geloof komt, kom je terug bij je oorsprong bij het begin.
Het begin van elk mens is uit God.
En dan kun je in je leven een heel eind gaan zwerven en een hele omweg maken,
maar als je dan tot bekering komt, kom je niet bij een vreemde, maar dan kom je bij de vanouds bekende God.
Dan kom je bij Degene, die jou al kent vanaf het begin. Al die andere goden, die je in je leven inbouwt horen niet bij je.

Jouw begin is uit God, en je bent wezenlijk verwant met Hem!
Je hoort helemaal bij Hem. Hij heeft je gemaakt, je bent uit Hem voortgekomen.
En zo mag je gaan als drager van die goddelijke aanwezigheid.
Dat is die verborgen schat binnen in jou.
Paulus zegt daarover:
Of zijt gij niet zo zeker van uzelf, dat Jezus Christus in u is?”.
2Cor.13: 5
Er wordt vaak zo negatief gedaan over mensen;
och, we zijn maar mensen.
Maar zo spreekt de Blijde Boodschap niet, dat zegt God niet.
God zegt: ‘Ik heb iets van Mijzelf in jou gelegd’;
” “En God zei: Laat Ons mensen maken naar Ons Beeld, als Onze Gelijkenis,
opdat zij heersen over de vissen in de zee en over het gevogelte aan de hemel en
over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipende gedierte dat op de aardbodem kruipt. En God schiep de mens naar Zijn Beeld; naar Gods Beeld schiep Hij hem;
man en vrouw schiep Hij hen
”.
Genesis 1: 26; vergelijk 9: 6

Dat dit geen primitief idee is,
uit een ver verleden, toont het Geloof in Jezus van de apostelen.
Zij geloofden dat God verantwoordelijk is voor alle leven en dat alle mensen zijn voortgekomen uit dit eerste mensenpaar [Matth.19: 4; 1Cor.11 : 7; Jac.3: 9].
Maar wat wordt er bedoeld met: ‘naar ons beeld, als onze gelijkenis?
De mens heeft in bepaalde opzichten een gelijkenis met zijn Schepper.
Met de schepping van de mens heeft God iets van Zichzelf ‘gereproduceerd’ en er moet iets van God in die mens te herkennen zijn.
Wanneer deze later zelf nageslacht voortbrengt,
legt hij op zijn beurt zijn eigenschappen daarin;
het zijn afdrukken van zijn wezen:
Adam … verwekte [een zoon] naar zijn gelijkenis, als zijn beeld”.
Genesis 5: 3

Hiermee worden echter niet meer het beeld en gelijkenis van God bedoeld, maar de mens zoals Adam geworden is: zondig in het vlees, zodat hij de schoonheid en heerlijkheid van God niet in zich draagt.
Wanneer dit voor altijd was voortgegaan, zou Gods scheppingswerk een hopeloze mislukking zijn. God zei echter dat het goed was wat Hij had geschapen.
In Zijn alwetendheid moet Hij gezien hebben dat er uiteindelijk wèl
mensen met de heerlijkheid van zijn beeld en gelijkenis zouden zijn:
Want allen hebben gezondigd en ontberen [missen] de heerlijkheid van God”.
“… juist om de rijkdom van zijn heerlijkheid bekend te maken over de voorwerpen van ontferming, die Hij tot heerlijkheid heeft voorbereid”.
Rom.9: 23

“Wij dan . . . . .
hebben vrede met God door onze Heer Jezus Christus, door wie wij ook de toegang hebben verkregen tot deze genade, waarin wij staan, en roemen in de hoop op de heerlijkheid van God”.
Rom.5: 1-2

Het natuurlijke nageslacht van Adam kan Gods heerlijkheid niet weerspiegelen.
Dit is een voortdurend vraagpunt van gelovigen aan God.
David vroeg zich in een Psalm af welke verklaring er is voor die hoge plaats van de mens in Gods onmetelijke heelal, en de schrijver van de brief aan de Hebreeën wijst op de vervulling van Gods plan met ons in Christus Jezus:
Wat is de mens, dat U hem gedenkt?
Wat is mensenkind, dat Gij acht op hem slaat?
Toch hebt U hem slechts weinig beneden de engelen geplaatst:
Gij hebt hem gekroond met Glorie en eer
”.
Psalm 8: 4-9

“… maar wij zien Jezus …
met Heerlijkheid en Eer gekroond”.
Hebr.2: 6-9

In de persoon van Jezus heeft God uit de mensheid een nieuwe mens verwekt,
die deze heerlijkheid van God wel draagt en weerspiegelt.
De apostelen getuigen in de evangelieverslagen en brieven van
wat zij hebben gezien en ervaren van deze ‘Zoon des mensen’,
de mens bij uitnemendheid:
Wij hebben Zijn Heerlijkheid aanschouwd,
een heerlijkheid als van de enig-geborene van de Vader,
vol van Genade en Waarheid”.
Joh. 1:14
“Deze de afstraling van Zijn heerlijkheid, en de afdruk van Zijn wezen”.
Hebr.1: 3

Zij hebben twee kanten van Hem gezien:
Zijn gestalte als dienstknecht, die volmaakt de Wil van God deed, en
Zijn Verheerlijkte gestalte toen zij met Hem op de berg Thabor waren [Luc.9: 29; 2Petr.1: 16].
Zijn Verheerlijking op de berg was een voorproef van wat Hij zou ontvangen, wanneer Hij de wil van zijn Vader tot het laatst zou doen.
Hierin is Hij het voorbeeld voor wie in Hem gelooft:
Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was,
die in de Gestalte van God zijnde, het God gelijk zijn niet als een roof heeft geacht,
maar de Gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen …
heeft Hij zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood,
ja tot de Kruisdood.
Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd”.
Phil.2: 5-9; vergelijk Rom.8: 5-7

Door verbondenheid met Christus Jezus, en
in hun leven dezelfde gezindheid te tonen als Hij, kunnen ook andere mensen deel krijgen aan dezelfde natuur en dezelfde heerlijkheid weerspiegelen als Hij:
Want het voegde Hem…
dat Hij, om vele zonen tot heerlijkheid te brengen,
de Leidsman van hun behoudenis door lijden zou volmaken
”.
Hebr.2: 10
Daartoe heeft Hij u ook door ons Evangelie geroepen
tot het verkrijgen van de Heerlijkheid van onze Heer Jezus Christus
”.
2Thess.2: 14; 1Thess.2: 12; vergelijk 2Tim.2: 10
En wij allen, die …
de Heerlijkheid van de Heer weerspiegelen,
veranderen naar hetzelfde beeld
van Heerlijkheid tot heerlijkheid
…”.
2Cor.3: 18

Wanneer dit werkelijkheid is geworden,
zal Gods doel met de Schepping zijn bereikt; een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.
Dan zijn de mensen als Zijn zonen, dragen zij Zijn beeld en
zal de aarde van Zijn Heerlijkheid vol worden:
En gelijk wij het beeld van de stoffelijke [Adam] gedragen hebben,
zo zullen wij het beeld van de Hemelse
[Christus] dragen”.
1Cor.15: 49
“… met reikhalzend verlangen wacht de schepping op
het openbaar worden van de zonen van God …
maar ook wij zelf…zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap…
Want die Hij tevoren gekend heeft,
heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld van zijn Zoon,
opdat Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broederen
”.
Rom.8: 19-30
Ik zal hem een God zijn en
hij zal Mij een zoon zijn
”.
Openbaring 21: 7
Geliefden, nu zijn wij kinderen van God, en
het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen;
maar wij weten, dat, als Hij [Christus] zal geopenbaard zijn,
wij Hem gelijk zullen wezen …
”.
1Joh.3: 2

De Heilige Geest wordt vereerd als de Heer en Schenker van het leven.
Hij is geopenbaard in het leven van de Kerk om ons tot leven te brengen.
Ons tot in perfectie tot een verantwoordelijk en liefdevol mens te maken.
De vrucht van Aanbidding is de gaven van die Heilige Geest.
In zijn brief aan de Galaten wordt dit door Paulus geïdentificeerd als:
“Liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw,
zachtmoedigheid en zelfbeheersing”.
Zeker, dit zijn de deugden van een Christelijk leven.
Ze getuigen van het feit dat de Liefde van en tot God en
de liefde tot de naaste onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Hij, die deze dingen getuigt,
zegt: Ja, Ik kom spoedig.
Amen, kom, Heer Jezus, kom!

Openbaring 22: 20

 

Mid-Pinksteren – Laat uw Kruis een Staf zijn

Uw kudde heeft de wolven gezien,
en zie! zij roepen het uit.
Ziet toch hoe bang zij zijn!
Laat Uw Kruis een Staf zijn,
hen uit drijven
die hen zouden verslinden!
H. Ephraïm de Syriër, uit de “Nisiben Hymnen” IV

De verzen in de dienst van vandaag zijn overvloedig gevuld
met bijbelse toespelingen, welke de heilige vaders hierin hebben doorgevoerd.
Wanneer gij vóór Uw Kostbaar Kruis en Uw Lijden Uw roemrijke wonderen voltooid had, zijt Gij verschenen op het Midden van het Feest de Wet,
om allen te roepen”:
Σταυρὸν καὶ θάνατον , παθεῖν ἑλόμενος.
Een taal van Iemand Die ontwapend, zoals we verderop zulle zien.

In het midden van de Schepping“,
wordt de Boom van het Kruis gekoppeld aan de Boom des Levens
in het midden van het Paradijs.
de Heer, onze God deed allerlei geboomte uit de aardbodem opschieten,
begeerlijk om te zien en goed om van te eten;
en de boom des levens in het midden van de hof,
benevens de boom der
kennis van goed en kwaad“.
Gen.2: 9

De parallel tussen de twee bomen is een populaire Patristische meditatie .
De boom des levens , die werd geplant door God in het paradijs gaf vooraf dit kostbaar en levenschenkende Kruis aan.
Want omdat de dood door een boom werd veroorzaakt,
achtte Hij passend dat het Leven en de Opstanding
door een boom geschonken diende te worden.
H. Johannes Damascinos [† 749 ], uit: “Een uiteenzetting van het Orthodoxe geloof“.

Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben,
heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deel
gekregen, opdat Hij door zijn dood hem, die de
macht over de dood had, de duivel, zou onttronen“.
Hebr.2: 14
Ook u heeft Hij, hoewel gij dood waart door uw overtredingen en onbesneden zijn naar het vlees, levend gemaakt met Hem, toen Hij ons al onze overtredingen kwijtschold,
door het bewijsstuk uit te wissen, dat door zijn inzettingen tegen ons getuigde en ons bedreigde.
En dat heeft Hij weggedaan door het aan het kruis te nagelen:
Hij heeft de overheden en machten ontwapend en openlijk tentoongesteld en zo over hen gezegevierd“.
Col.2: 13-15

De H. Gregorius van Nyssa schreef over de aanvallen en suggesties van de vijand:
WANNEER we ons bewust worden van de aanvallen van de tegenstrever,
dienen we de apostolische woorden in onszelf te blijven herhalen:
Wij allen, die in Christus zijn gedoopt, zijn in Zijn dood gedoopt“.
Rom.6: 3
Als wij nu dan deel hebben aan Zijn dood, is de zonde in ons voortaan zeker gedood [ontbonden],  welke doorboord is door de speer van het Heilig Doopsel .
uit: “Over het doopsel in Christus“.

Onze HEER zal echter de Toevlucht zijn van Zijn Volk
en de Sterkte van de kinderen van Israël.
En het was reeds ongeveer het zesde uur en
er kwam duisternis over het gehele land tot het negende uur,
want de zon werd verduisterd.
En het voorhangsel van de tempel scheurde middendoor.
En Jezus riep met luider stem:
Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest.
En toen Hij dat gezegd
had, gaf Hij de geest“.
Luc.23: 44-46

Dit is een aanwijzing van het besluit – in de tijd, en ook van de Hoop en de Genade,
zoals wij zien bij de profetie van Joël:
Menigten, menigten in het dal der beslissing,
want nabij is de dag des Heren in het dal der beslissing.
De zon en de maan worden zwart en de sterren trekken haar glans in.
En de Heer brult uit Sion en verheft zijn stem uit Jeruzalem,
zodat hemel en aarde beven.
Maar de Heer is een schuilplaats voor zijn volk en
een veste voor de kinderen van Israel
Joel 3: 14-16 . 

Zie eveneens:
“Terstond na de verdrukking dier dagen zal de zon verduisterd worden en
de maan zal haar glans niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en
de machten der hemelen zullen wankelen”.
Matth.24: 29
En Jezus riep wederom met luider stem en gaf de geest.
En zie, het voorhangsel van de tempel scheurde van boven tot beneden in tweeën, en
de aarde beefde, en de rotsen scheurden en
de graven gingen open en vele lichamen der ontslapen heiligen werden opgewekt.
En zij gingen uit de graven na zijn opstanding en
kwamen in de heilige stad waar zij aan velen verschenen“.
Matth. 27:50-53 .

Een der gehangen misdadigers lasterde Hem: Zijt Gij niet de Christus? Red Uzelf en ons!
Maar de andere antwoordde en zeide, hem bestraffende:
Vreest zelfs gij God niet, nu gij hetzelfde vonnis ontvangen hebt?
En wij terecht, want wij ontvangen vergelding, naar wat wij gedaan hebben, maar deze heeft niets onbehoorlijks gedaan.
En hij zei: Jezus, gedenk mijner, wanneer Gij in uw Koninkrijk komt.
En Jezus zei tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn“.
Luc.23: 39-43

Wij herinneren ons deze woorden uit het gebed ter voorbereiding aan de communie.
Zoon van God, neem mij heden op als deelgenoot van Uw Mystiek Avondmaal.
Want Uw vijanden zal ik voorzeker niet over dit Mysterie spreken.
Ik zal U geen kus geven zolas Judas;
maar evenals de Rover belijd ik mijn geloof in U:
gedenk mij, o Heer, in Uw Koninkrijk.
Heer, moge het deelnemen aan Uw heilige Mysteriën
mij niet worden tot een oordeel of tot verderf,
maar tot genezing van mijn ziel en van mijn lichaam
“.

**
Stavrotheotokion
In het Kruis van Uw Zoon, o Moeder Gods,
bezit Gij een Staf van geweldige kracht;
versla daarmee de woedende vijandschap en
bescherm hen die U met Liefde vereren.
Uit de Metten van de vrijdag van Mid-Pinksteren

4e Zondag na Pascha – de Zondag van de Verlamde

Heer, ik heb geen mens om mij,
in het bad te helpen zodra er beweging komt in het water;
en terwijl ik mezelf er heen sleep,
gaat een ander er vóór mij in
“.
John.5: 1-15

Deze zondag is het in de Kerk de zondag van de verlamde,
waarbij het Evangelie van vandaag verwijst naar de wonderbaarlijke genezing
door onze Heer Jezus Christus aan de badinrichting van Bethesda met de vijf zuilengangen,
in Jerusalem bij de schaapspoort.

Johannes de evangelist vertelt ons
dat op deze bijzondere dag Jezus
[misschien was het wel het feest van Pinksteren] een bezoek bracht aan de stad Jerusalem.
Een van de plekken, die Hij daar bezocht was het badinrichting [Bethesda], die
vijf grote zuilengangen, of portieken had.
Het zwembad was gelegen buiten de muren van Jeruzalem.
De Hebreeuwse naam betekent “Huis van Genade”.
Het werd zo genoemd omdat,
zoals het Evangelie ons informeert, daar altijd een groot aantal ongelukkige mensen waren, zoals kreupelen, doven, blinden en ziek waar de doktoren geen raad mee wisten.
Op bepaalde tijden zou er, zo was onder hen bekend, een engel naar het zwembad komen die het water met kleine golven in beweging bracht.
Wanneer dit gebeurde, zou de éérste persoon die in het water belandde van welke kwaal dan ook genezen worden.
Natuurlijk tart zo’n wonder elke uitleg van de wetenschap, net zoals dat bij wonderen die in onze tijd voorkomen. Hoewel we deze wonderen niet kunnen verklaren, geloven we er toch in, tegen elke [medische] wetenschap in.

Wanneer er nu in Bethesda iemand zo slim was geweest een register van soorten wonderen bij te houden, dan zouden we daarin tegenkomen dat de man van ons Evangelie van vanmorgen
daar al langer dan 38 jaar had gelegen.
De beste jaren van zijn jeugd had hij daar doorgebracht, wachtend op de rimpeling van het water in het zwembad.
Maar hij had niemand – geen ouders, geen familie, geen vrienden, die hem zouden kunnen bijstaan. Iedereen bij Bethesda was bezig met zijn eigen problemen; zijn eigen zaken bezig – op zich een goede zaak, maar er is nu eenmaal meer in de wereld, met name die van de zorg voor de gehandicapten.
Dus, deze geschiedenis was altijd maar weer hetzelfde, jaar in jaar uit. Er veranderde niets aan de situatie van deze eenzame behoeftige.
Het water zou in beweging gebracht worden en vóór de lamme er kon komen was er een gehandicapte die maar nèt bij het zwembad lag of die was hem weer voor geweest.
Stel je voor, je hebt 38 lange jaren niet gelachen, geen vriendschap ontmoet, zonder enige vreugde, en je bent zeker naar het einde toe zonder enige hoop op verbetering.

Op een dag hoort die kreupele Iemand die tot hem sprak. Dat was op zich al vreemd.
Niemand sprak met hem, iedereen ging hem uit de weg, hij werd met de nek aangekeken,
behoorde tot de verstotenen [weggepest!].
Het moet de man wel eventjes gekost hebben om te beseffen dat Jezus van Nazareth,
een gesprek met hem aanknoopte.
Het is  dan ook zeer waarschijnlijk dat hij niet eens wist wie Jezus was.
Jezus vroeg de verschoppeling, “Wilt je gezond worden?”
Wat een vraag, na 38 jaar eenzaam lijden.
Toch legt de man geduldig aan de Zoon van God uit, waarom hij het was die zich onmogelijk van zijn verlamming kon ontdoen.
Hij had niemand – niemand in de wereld die om hem gaf.
Het is niet erg prettig alleen op de wereld te zijn, of niet soms?
Niemand die zich iets van je aantrekt. Om je geeft, niemand die je bijstaat om je te helpen
– de wereld kan er behoorlijk angstig uitzien als je helemaal op je zelf bent aangewezen.
Stel je de reactie van de man voor toen Jezus tot hem zei: ” Sta op”.
Ja, sta op! Probeerde hij soms meedogenloos te zijn? Heeft Hij er lol in om kreupelen te kwellen?
Maar wacht ! Die ogen ! Die medelevende stem !
Hij geeft om mij! Hij heeft met mij van doen!
De man sprong overeind en werd direct door de mens-geworden Zoon van God genezen .

De wereld is in al die 2000 jaar nog geen sikkepitje veranderd.
Dat wil zeggen de mensen hebben totaal niets bijgeleerd er is wat dat betreft niets veranderd.
Iedereen is met zijn eigen sores bezig, z’n eigen huisje boompje, beestje.
In veel opzichten is de wereld een veel eenzamere plek geworden om te wonen
dan het in de tijd van Christus was.
Kijk maar naar de vijf grote gemeenten in ons land, naar plekken als Hoog-Catharijne.
Het krioelt er van de mensen die zelfs op zondag druk doende zijn in een klein gebied.
En toch zijn de mensen – velen van hen – vreselijk eenzaam, die haastige blik in hun ogen – kopen, kopen, en weer werken om te kopen.         En dat niet alleen in onze steden, maar ook elders in de wereld.
Er zijn massa’s mensen in de wereld van vandaag die wanhopig, stilletjes uitroepen:
ik heb niemand – niemand om mij te helpen“!
Mensen in oorlogsgebieden, vluchtelingen, gehandicapten en bejaarden,
die in eenzaamheid lijden en niet weten waar ze het zoeken moeten.
Het enige wat over blijft is hun ogen naar de Hemel op te slaan,
daar waar Verlossing wacht.

We beschikken heden ten dage over een heleboel dingen waar ze in Jezus’ dagen nog niet van konden dromen: enorme ziekenhuizen, opgeleide specialisten, [sociale] verzekeringen en de Kerk
– en de aan de overheid gerelateerde opvoedings- en welzijnsprogramma’s.
Maar voor de menselijke eenzaamheid bestaat geen genezing, of wel soms.
We houden er niet van om met de problemen van anderen opgezadeld te worden.
Er is een Grieks spreekwoord dat zegt: “Verwijder het kwaad => uit mijn ogen“.
We willen onaangenaamheden vergeten. Lijdende mensen ergeren ons – wij van wie verondersteld wordt [Orthodoxe] Christenen te zijn.
En misschien zijn wij die de geestelijke weg gaan wel meer schuldig dan die anderen, die ”ongelovig” zijn.

Het is Christus dringende oproep en de plicht van de Kerk om deze eenzame, lijdende mensen op te zoeken.  Hen de Liefde van Christus te tonen en hen onze liefde te brengen
– niet ons medelijden, met een meewarige blik, maar onze echte liefde, met zorg en aandacht.
Op de een of andere manier is er voor ons altijd een mogelijkheid open, waarop deze randfiguren van onze samenleving geholpen kunnen worden.

Het goede nieuws van dit moment is dat iedereen wel zo iemand in zijn omgeving heeft;
je moet het alleen maar zien, je er constant van bewust zijn.
De Heer Jezus Christus stierf voor onze zonden. Hij stierf voor vele zonden.
Hij is voor de zonden van alle mensen gestorven.
En Hij heeft ons lief met een Goddelijke Liefde die we onmogelijk kunnen begrijpen.
Dit dient ons geloof, onze overtuiging, onze boodschap van verzoening te zijn,
die we aan de gehele wereld dienen uit te dragen,
te beginnen met degenen die bij je om de hoek wonen.
En God zal ons bijstaan om dit te doen.