Orthodoxie & een Goddelijke verbintenis

De verbintenis
Toen God een verbond [of overeenkomst], met Patriarch Abraham aanging, gaf Hij hem het bevel een vaars, een driejarige geit, een ram en
een tortelduif en een jonge duif te nemen
en deze vervolgens doormidden te snijden en
elk gesneden stuk tegenover de ander aan te leggen;
maar het gevogelte niet te delen.
Gen.15: 9,10
Een Joodse schrijver zegt hierover,
Voor degenen die een verbond met elkaar aangaan is het een vast gebruik
een vaars te nemen, die in twee stukken te snijden, waarna de contracterende partijen tussen de gescheiden stukken doorlopen
“.
Waarom doen ze dat?“, zo vraagt het Joodse kind dan aan zijn vader
Ongetwijfeld om de intieme relatie te bevestigen dat als ze ontrouw zijn aan hun verbintenis, ze bereid zijn om net als de vaars in stukken gehouwen te worden of
te wel te  zullen omkomen.
De profeet Jeremia vertegenwoordigt de Almachtige op dezelfde wijze wanneer hij verklaart, dat Hij die het verbond overtreed in
de handen van hun vijanden geven dient te worden
Het kalf dat zij in tweeën deelden en
tussen welks stukken zij doorgingen
“.
Jer.34: 18

Maar was het niet zo dat je me zei dat God een verbond sloot met Abraham?
Maar dat hoofdstuk verhaalt ons niet dat God daadwerkelijk
tussen de stukken van de dieren doorging?
Neen, niet met zoveel woorden;
maar er vond wel iets gelijkwaardigs plaats.
Er staat namelijk geschreven
Toen de zon was ondergegaan en er dikke duisternis was, zie,
een rokende oven met een vurige fakkel,
welke tussen die stukken doorging
“.
Gen. 15: 17
Dit was, zonder enige twijfel, een
wezenlijk symbool van Gods aanwezigheid.
Zoals de Theologische Evangelist het uitdrukt:
God is Licht, er is in Hem geen spoor van duisternis“.
lees: 1John.1: 5-2: 17

Op straffe van vervolging
Nu kwam het woord des Heren tot Jeremia:
Zo zegt de Heer, de God van Israël:
Ik heb met uw voorvaderen een verbintenis gesloten
ten dage dat Ik hen uit het land Egypte,
het dienst huis, leidde”.
lees: 
Jer.34: 12-22

De lamp van de gelovigen
Overeenkomstig de Christelijke voorschriften wordt er zeven maal per dag
Gods lof gezongen over de Oordelen van Zijn gerechtigheid en
verzoeken wij dat wij niet mogen afdwalen van Gods geboden.
Wij zijn daarin niet uniek – dit doen de Moslims ook – en,
naar wat ik in de Utrechtse praktijk tegenkwam – nog veel intensiever ook.
Wij bekruisen onszelf driftig in de avonddienst wanneer wij vernemen:
Leer mij Uw Gerechtigheden“, waarmee wij hetzelfde aangeven.
Met Davids Psalm worden we ons bewust van onze onvolkomenheden:
De Heer vergeldt mij volgens mijn gerechtigheid,
Hij vergeldt mij volgens de reinheid van mijn handen.
Want ik heb de wegen des Heren gehouden,
ik ben niet goddeloos afgeweken van mijn God.
En al Zijn oordelen staan mij voor ogen,
Zijn gerechtigheid houd ik niet verre van mij.
Met Hem zal ik onbevlekt zijn,
ik zal mij hoeden voor ongerechtigheid.
Dan vergeldt mij de Heer volgens mijn gerechtigheid,
volgens de reinheid van mijn handen voor Zijn ogen.
Met een heilige zult Gij U heilig tonen,
en onschuldig met een schuldeloos mens.
Met een uitverkorene zijt Gij uitgelezen,
maar met een arglistige toont Gij Uw list.
Een nederig volk zult Gij verlossen,
maar de ogen van trotsen vernedert Gij.
Gij schenkt Licht aan mijn lamp:
Heer mijn God, verlicht mijn duisternis
“.
Psalm 17 : 21-30

In vers 29 van deze psalm is sprake van de lamp van de gelovigen.
Wat wordt er met die “lamp” bedoeld?
In de tijd van onze oud-[voor-]vaderen werden er
twee soorten verlichtingsinstrumenten gebruikt: olielampen en fakkels.
Fakkels werden gemaakt van harshoudende houtsoorten of door samengevlochten biezen in teer of pek  te dompelen.
In Gen.15: 17 kwamen we al zo’n fakkel tegen:
Toen de zon was onder gegaan en er dikke duisternis was, zie een rokende oven met een vurige fakkel, welke tussen die stukken doorging“.
In de strijd met de vijand was het niet mogelijk olielampjes mee te nemen
wanneer men in het donker ten strijde trok. Dan had men fakkels bij zich.
Vanwege de enorme rook, die fakkels verspreiden, is het onmogelijk
deze in woningen te gebruiken om als lamp dienst te doen.
Daar werden juist de olielampen gebruikt.
Vaak werd in de lampen het vet van ritueel onreine dieren opgestookt, die niet gegeten mochten worden. Wanneer olie gebruikt werd was dit veelal
palmolie en bij feestelijke gelegenheden en rituelen
maakte men gebruik van olijfolie.

De pit van deze lampen moest van vlas zijn.
Denk hierbij aan de woorden van de profeet Isaiah, die zei, dat de Heer “de kwijnende vlaspit niet zou uitdoven” [Is.42: 3 en Is.43: 17].
Mattheus haalt dit ook aan:
De walmende vlaspit zal Hij niet uitdoven, voordat
Hij het oordeel tot overwinning heeft gebracht
“.
Matth.12: 20

Overeenkomstig de Joodse traditie komt bij een lamp en het licht een
gevoel naar boven, dat het hier om iets eerbiedwaardigs ging.
Een lamp verspreidt licht en Licht was het eerste dat God indertijd geschapen had.
Lamp en licht hadden voor de Jood dan ook duidelijk met God te maken.
God wordt dan ook “Het Licht van Israël” genoemd [Is.10: 17].
God is dus Licht en in Hem is in het geheel geen duisternis.
Wij weten, dat Christus Zichzelf Het Licht der wereld noemde:
Ik ben het Licht der wereld; wie Mij volgt, zal
nimmer in duisternis wandelen, maar hij zal het Licht des levens hebben
“.
John.8: 12
Omdat lamp en licht in de eerste plaats
iets sacraals, iets heiligs, hebben,
dienen wij bij de lamp in de eerste plaats te denken aan de kandelaar in de tabernakel en in de tempel. De zevenarmige kandelaar stond in het eerste vertrek, in het heilige.
Bij haar licht verrichten de priesters hun werk aan de tafel der toonbroden en
aan het reukaltaar, waar zij de gebeden voor de heiligen tot God op hebben gezonden.

> Deze Lamp spreekt van licht en geluk, van vreugde en leven.
> Deze Lamp spreekt van zegen en voorspoed.
> Deze Lamp spreekt van kennis en van bescherming.
Job heeft dit voor ogen wanneer hij in ellende verkeert:
O, dat ik was als in vroegere maanden,
als in de dagen, toen God mij behoedde;
Toen Hij Zijn Lamp boven mijn hoofd deed schijnen,
ik in de duisternis wandelde bij Zijn Licht“.
Job 29: 2,3

God doet je lamp schijnen als je trouw blijft aan Zijn woord;
daarom laten we de gehele dag [wanneer we thuis zijn]
het lampje brandende in onze iconenhoek, ons huisaltaartje.
Dit is een heel oude gewoonte welke wij eveneens van
de Joodse traditie hebben overgenomen:
Nog was de Lamp Gods niet uitgegaan.
Samuel had zich te ruste begeven in de tempel des Heren,
waar de ark Gods was
“.
1 Sam.3: 3
Hier wordt gesproken over de zevenarmige kandelaar in het heilige.
In de tweede plaats wil het zeggen, dat er een tijd van ontrouw was.
Denk aan de zonen van Eli en dat
God spoedig Zijn handen van het volk zou terug trekken.
Hij had het echter op dat moment nog niet gedaan.
Toch zal het licht der goddelozen uitgeblust worden en
de gloed van Zijn vuur zal niet blijven schijnen.
Het licht in zijn tent verduistert en
Zijn lamp boven hem wordt uitgeblust“.
Job 18:5,6
De Lamp boven je spreekt van Gods zegen en voorspoed over je leven.
Het spreekt van Gods bescherming van je leven.
In de tekst van Job lezen we derhalve, dat
de goddelozen niet lang meer van deze zegen zullen genieten.
Deze lichtende Lamp zal boven hun hoofd van hen worden weggenomen.

In boven aangehaalde Psalm 17 is er dus sprake van wat God zal doen.
Als je in duisternis leeft, zal God je duisternis wegnemen.
– God Zelf zal je een Lamp geven en God Zelf zal je tot een Lamp zijn in je leven.
– God zorgt voor je zegen en voorspoed, voor vreugde en bescherming.
– God verstrekt je al wat je nodig hebt, als bij de vogelen des Hemels.
> Er is echter wel
een voorwaarde aan verbonden
De Psalm verhaalt, dat
David de Heer trouw gebleven is in heel zijn leven en dat de Heer hem als antwoord op zijn trouw gezegend heeft.
Wanneer je trouw bent aan het Woord van God, aan de verbintenis die je met Hem bent aangegaan, dan doet God je lamp helder schijnen en zorgt Hij voor je.
God geeft je hiertoe Zijn Woord, als
een lamp voor je voeten [Psalm 118: 105].
De gedachte hierbij is, dat wij op onze levenswandel onze weg gaan in duisternis.
Hierbij kun je in het donker van je huis wandelen en is Gods Woord een lamp voor je voeten. Je kunt ook in de duisternis buiten lopen, dan is Gods Woord een Licht,
een fakkel op je pad. Waar je ook gaat of staat, met Gods Woord voor ogen
ontvang je Licht opdat je zult weten waar je moet gaan en staan;
opdat je je nergens tegenaan stoot.

Met Zijn Licht maakt God jou tevens tot een lamp voor je omgeving.
Davids dood zou betekenen, dat de lamp van Israël zou worden uitgeblust.
David was voor het volk Israël als hun lamp; zij leefden bij het licht, dat David verspreidde.
Gods Licht had David gemaakt tot het licht voor het volk Israël;
hij betekende veel voor de mensen om hem heen.
Het is wonderlijk om te ontdekken, hoe de verzen van Psalm 17 gelijkluidend klinken aan
de tekst van Samuel.
“Gij doet mijn lamp schijnen”, zegt[Psalm 17: 29] David en
Samuel vermeldt: Gij zijt mijn lamp [2Sam.22: 29].
God maakt duidelijk dat Hij Zijn eigen Licht
in en door ons in de wereld doet schijnen.
God stelt ons in staat om op die manier
Zijn werk in en door ons te doen.

Lucas roept ons op gelijk te zijn aan de maagden, die op hun Heer wachten,
wanneer deze van de bruiloft weerkeert, om Hem, als Hij komt en klopt,
onmiddellijk te kunnen opendoen.
“Laten uw lendenen omgord zijn en uw lampen brandend”[Luc.12: 35].
Hier wordt het beeld van de lamp gebruikt in
verband met waakzaamheid en inzet.
Het omgorden van je lendenen spreekt ervan, dat
je gereed dient te zijn om te vertrekken ten einde te dienen;
op welke manier – dat zal je vanuit het niets, vanzelf getoond worden.
Dat er daarnaast sprake is van een Lamp maakt ons duidelijk, dat
het een weg is in dit ondermaanse leven, in een tijd van duisternis, van de nacht.
De stad [het nieuwe Jeruzalem] heeft de zon en de maan niet nodig, dat
die haar dient te beschijnen, want
de heerlijkheid Gods verlicht haar en haar Lamp is het Lam
“.
Openb.21: 23
Onze Heer, Jezus Christus heeft Zich tijdens Zijn leven geopenbaard als het Licht van de wereld en
zal Zich in de toekomst openbaren als
de Lamp van Zijn Gemeenschap, de Christenen.
We zullen op een ‘nieuwe aarde’ wandelen bij dit Licht, dat
Hij als een Lichtend Voorbeeld zal verspreiden.
Johannes de Theoloog, die
van deze dingen getuigt, zegt:
Ja, Hij komt spoedig;
kom, Heer Jezus! Kom!
De genade van de Here Jezus
zij met allen
“.
Openb.22: 20,21

December 10e – de Martelaren Menas, Hermogenes en Eugraphus van Alexandrië [†, ± 313]

Zowel de Heilige Menas als Hermogenes
zijn in de stad Athene geboren.
Beiden woonden later in Constantinopel, waar
ze de gunst van de keizer genoten en
in aanzien waren bij het volk.
Menas stond bekend om zijn leerstellingen en z’n redenaarskunst en hoewel hij deed voorkomen een heiden te zijn, was hij in zijn hart een overtuigd Christen.
Hermogenes was de Eparch van Constantinopel en was door en door heiden;
hij was echter een barmhartige mens en
deed vele goede daden.

Toen in de stad Alexandrië de vervolging uitbrak tussen de christenen en heidenen, stuurde keizer Maximianus [285- 305] Menas op pad om de oproer te onderdrukken en
de christenen de stad uit te drijven.
Menas ging er heen en herstelde vrede, maar
hij verkondigde tevens ook Christen te zijn en
bracht veel van de heidenen tot het ware geloof door
de kracht van zijn woorden en
onder het getuigenis van vele wonderen.
Toen de keizer dit hoorde, zond hij Hermogenes om Menas te straffen en
de christenen te liquideren.
Hermogenes bracht Menas voor de rechter, waarop
zijn voeten en zijn tong werden afgehakt en zijn ogen werden uitgestoken,
daarop gooiden ze hem in de gevangenis.
De Heer Jezus verscheen hem daar persoonlijk
teneinde Zijn lijdende dienaar te troosten en te genezen.
Toen Hermogenes zag dat Menas op wonderbaarlijke wijze was genezen,
liet deze zich dopen en begon het fantastisch geloof in Christus te prediken, waarop
hij tot bisschop van Alexandrië werd aangesteld.
Toen kwam de woedende keizer Maximianus zelf naar Alexandrië en
sloeg Menas en Hermogenes met onmenselijke martelingen, welke zij
met de hulp van Gods genade moedig doorstonden.
Toen Eugraphus, de secretaris van Menas de standvastigheid van
deze strijders van Christus aanschouwde en de wonderen die God via hen openbaarde,
ging hij de hal van de rechtbank binnen en schreeuwde de keizer in z’n gezicht toe:
“Ik ben ook een christen”.
De keizer ontstak in een woedeaanval, nam z’n zwaard en onthoofde Eugraphus persoonlijk
en vervolgens gaf hij de beul het bevel Menas en Hermogenes eveneens te onthoofden.
Hun heilige relikwieën werden in de zee geworpen en
dreven op wonderbaarlijke wijze naar Constantinopel, waar de bisschop,
die in een droom gewaarschuwd was,
hen met groot ceremonieel opwachtte en
hen met groot eerbetoon begroef.

Troparion                           Tn 8
De Martelaren van Christus, Menas, Hermogenes en Eugraphus
hebben door hun ascetische arbeid
de vurige aanvallen en hevige verleidingen van passies gedood.
Zij verkregen de Genade om de kwellingen van zieken te verdrijven en
om zowel tijdens het leven als na hun dood wonderen te verrichten.
Het is wonderbaarlijk dat hun overblijfselen genezing bewerkstelligen.
Eer aan onze enige God en Verlosser.

Kondakion                         Tn 4
De Heer deed u ontkomen uit het aardse leger
waardoor u een collega-erfgenaam van het eeuwige werd, O Menas;
begeleid ddor Hermogenes en Eugraphus met wie u leed,
werd jullie een onvergankelijke kroon verleend.

NB. De Heilige Martelaar Menas Kallikelados, [de welsprekende], was uit Athene afkomstig en  verwierf in ongeveer
het jaar 313 samen met de heiligen Hermogenes en Eugraphus,
de martelaars kroon.
Tijdens het bewind van keizer Basilius de Macedonische [867-886]  ontdekte
de militaire commandant Marcian
de relieken van deze heilige Menas
waarbij een nogal vrome man hem in een droom onthulde waar deze lagen.

December 9e – Icoon van de Allerheiligste Moeder Gods, onverwachte Vreugde

Vandaag is het de Orthodoxe traditie om dit verhaal te delen met
al de leden van de Kerk, volwassenen zowel als kinderen en ook de bezoekers.

Deze prachtige en krachtige Icoon weergave
toont de grootsheid van gebed, berouw en de liefde van de Moeder van God.
Het oorspronkelijke verhaal van de icoon wordt toegeschreven aan
de Heilige Demetrios van Rostov.
Op de Icoonafbeelding, zie je een man geknield voor een Icoon van
de Moeder Gods en haar Zoon.
Onder de afbeelding staan de beginwoorden van het verhaal geschreven.

Deze man, een zondaar, heeft elke dag voor de Icoon van de Moeder Gods gebeden.
Op zekere dag, voordat hij in zonde zou vervallen,
zag hij dat de Moeder Gods voor hem stond met haar Zoon in haar armen.
De handen en voeten van haar kind waren zojuist verwond en
het bloed stroomde nog uit de wond in Zijn zijde.
De zondaar vroeg in angst: “Wie heeft dit gedaan?“.
De Moeder van God antwoordde:
Iedere keer dat jij en anderen met opzet zonde bedrijven,
kruisig je mijn Zoon
“.

De zondaar brak in tranen uit en vroeg God om vergeving.
De Theotokos zei toen dat hoewel de man elke dag
voor haar Icoon gebeden had,
hij haar nog steeds beledigde en kwetste door zijn zonden.
Oh nee“, riep de zondaar.
Moge mijn fouten niet opwegen tegen uw grote goedheid en genade!
Vergeef me en bidt tot uw Zoon namens mij!
“.
Toen de Moeder Gods zag dat de man echt berouw had,
vroeg zij aan haar Zoon om hem te vergeven.
Omwille van Zijn moeder, verleent de Heer vergiffenis aan
de berouwvolle zondaar en de man leefde
de rest van zijn dagen als een vroom christen voort
Alheilige Moeder Gods, bidt tot Christus, Uw Zoon,
onze zielen te redden!
“.
Mp3:  Ave Maria, door Barbara Bonney
vrije vert:
Ave Maria! Zuivere Maagd!
Luister naar de smeking van een dienaar
vanaf deze grimmige en wilde aard-rots.
Mijn gebed heeft mij tot U gevoerd en
wij zullen tot de volgende morgen veilig slapen,
hoewel de mens blijkt zo wreed.
Oh Maagd, zie de nood van een van Uw dienaren,
oh Moeder, hoor Uw smekend kind.

Ave Maria, Zuivere Maagd!
Wanneer we op deze aard-rots
verblijven en sluimeren 
overschaduwt U ons.
De harde bodem doet ons zacht aan.
Wanneer U glimlacht,
ontwaren wij de geur van rozen
in deze duistere grot.
O Moeder, hoor de  smeking van een kind,
O Maagd, ‘t is een dienaar die dit vraagt!

Ave Maria! Zuivere Maagd!,
de demonen op de aarde om ons heen,
gaan er door Uw Heilige oogopslag weer vandoor en kunnen hier onmogelijk bij ons verblijven.
Wij dienen ons lot rustig te aanvaarden
omdat haar heilige troost ons omringt;
Mag al Gods Genade zich tot Zijn dienstknecht richten,
als tot het kind, dat tot Z’n Vader smeekt!“.

 

December 8e – Heilige Patapius, de rechtvaardige van Thebe, 4e eeuw

De eerbiedwaardige en God-dragende vader Patapius van Thebe werd geboren in Thebe [Egypte] en woonde ergens in de vierde eeuw in de Kemetian woestijn.
Zijn heilige relikwieën zijn ongeschonden gevonden en kunnen tot op de huidige dag worden vereerd.

De heilige Patapius wordt in de Syrisch-Orthodoxe kerk vooral vereerd als patroonheilige van mensen die waterzucht hebben.

De heilige Patapius werd in 380 geboren in de Egyptische stad Thebe.
Zijn vader was een gouverneur van de regio en een afstammeling van een bekende Egyptische familie.
Hij en zijn vrouw waren vrome christenen en werden door hun zoon Patapius geïnstrueerd in de Schrift.
Toen Patapius de volwassen leeftijd bereikte, werden bekende docenten van Alexandrië aangezocht om hem in de wetenschappen – wiskunde, filosofie en retoriek – te onderwijzen.
Door deze opleiding werd hij zich van het een op het andere ogenblik bewust van hoe voorbijgaand deze wereld wel niet is en werd hij aangetrokken door de ascetische wijze van leven. Hij werd vooral geïnspireerd door de Heiligen Clemens, Origenes en Athanasios.
Zijn vader zond hem tevens naar de vermaarde catechetische school in Alexandrië, waar
Patapius onder de invloed kwam van de blinde leraar genaamd Didemus.
Dit is de Didemus waarvan de Heilige Antonius de Grote zei:
Wees niet bedroefd dat je beroofd bent vanwege
je fysieke ogen,
ze zijn alleen goed voor
de vliegen en muggen.

Je zou je dienen te verheugen over de ogen van de ziel en dat je innerlijke inzicht is geschonken voor
de Goddelijke en Hemelse schoonheid“.
Didemus inspireerde de leergierige Patapius nog verder op de ascetische weg, die
hij zich voor ogen had gesteld.
Toen hij zijn studie had voltooid, keerde hij terug naar Thebe waar
hij geconfronteerd werd met het overlijden van zijn vader.
Geleid door de wens een het ascetisch leven te gaan leiden,
besloot hij te vertrekken naar de Egyptische woestijn waar
hij bekend om zijn persoonlijke daden.

In 428 begaf hij zich op weg naar Constantinopel omdat hij de rust en vrede van
de woestijn niet meer aankon.
Tijdens deze reis  ontmoette hij zijn discipel Sechnuti, die een Egyptische overheidsdienaar was. Tijdens deze reis, kwam hun schip voorbij Corinthe, waar ze zeven jaar verbleven. In 435 verliet Patapius zijn skete in de Geranian bergen [Corinthe] na z’n zeven jarig verblijf en hervatte samen met de monnik Sechnuti zijn reis naar Constantinopel.

In Constantinopel settelden zij zich in het geheim in het klooster van Blachernae, waar hij een cel in de stadsmuur nam.
Patapius hield zijn identiteit geheim en onder het mom van een eenvoudige monnik
hervatte hij met z’n compagnon een leven van streng vasten, waken en bidden.

Hier verichtte hij vele wonderen van genezing.
Na een deugdzaam welke gezegend met ascetische attitude en wonderen,
stierf hij op de geweldige leeftijd van drieëntachtig jaar in 463.
Hij werd begraven door zijn leerlingen uit de kerk van H. Johannes de Doper in Constantinopel te Petras, welke onder was de bescherming stond van de koninklijke familie van Constantinopel, Palaiologoi en in het bijzonder van de heilige Hipomoni [de heilige van het geduld]
die de moeder was van de laatste keizer van Byzantium, Constantijn Palaiologos.

Sinds de Hemelse overgang van de heilige, heeft deze Kerk de verhalen van zijn leven zorgvuldig bewaard en zich ontfermt over zijn heilige relikwieën.
Duizend jaar nadat de heilige was overleden, toen de Turken Constantinopel veroverden, zijn de relieken aldaar overgebracht het kleine grot-skete in Corinthe
[zoals hij tijdens zijn leven had gevraagd].
Het lichaam van de heilige was in de grot achter een westelijke muur verborgen met
het uitzicht op de iconostase van de kapel die zij daar bouwden.

In het begin van de 20e eeuw ontdekte een lokale priester [vader Constantine Sosanis] deze relieken van de heilige verborgen in de muur.
Hij was een academisch geschoolde Aartspriester die regelmatig in deze kleine kapel zijn diensten deed en vanwege zijn lengte opdracht gaf een aantal wijzigingen in de kapel aan te brengen.
De nacht voordat de werken aan de westelijke muur zouden beginnen, kreeg deze vader Constantijn een droom waarin een monnik hem waarschuwde om
voorzichtig te zijn wanneer hij de muur zou slopen“,
want zo zei de monnik in zijn droom: “Ik ben de Heilige Patapius van Egypte“.
De stoffelijke overschotten werden de volgende dag ongeschonden gevonden met een groot houten kruis op zijn borst, een perkamentrol met zijn identiteit en de grote bladeren waarmee zijn relikwieën waren ingepakt  waren nog zo vers alsof ze de dag ervoor waren geplukt.
Vanaf het ogenblik dat zijn overblijfselen zijn ontdekt, zijn
veel mensen in visioenen en dromen door de heilige bezocht met
het verzoek “zijn huis in Loutraki” te bezoeken.
Hij is vooral bekend vanwege de genezing van kanker en
er hebben dienaangaande wereldwijd diverse wonderen plaats gevonden.

Troparion                           Tn 8
De gelijkenis aan God werd in U echt bewaard, Vader,
want u nam het kruis op en volgde Christus.
Door dat te doen heeft u ons geleerd het vlees te negeren
want dat gaat voorbij,
maar daarvoor in de plaats te zorgen voor de ziel,
omdat deze onsterfelijkheid bezit.
Daarom verheugt uw geest zich met de engelen,
eerbiedwaardige vader Patápius,.

Kontakion                          Tn 3
Uw tempel is gevonden als een bron van genezing
en de mensen bezoeken u massaal verlangend, O heilige.
Zij zoeken genezing van hun ziekten en de vergeving van zonden,
want u bent een beschermer voor alle mensen in nood,
eerbiedwaardige vader Patápius.

Orthodoxie & Gods invloed op de mens

De mens zijn dagen zijn als gras;
als een veldbloem is zijn bloei.
Want wind waait erover en hij is niet meer;
zelfs zijn plaats is niet meer te vinden“.
Psalm 102: 15,16

De kwetsbaarheid van de mens komt
het meest naar voren in het koude jaargetijde
juist op die momenten worden wij er mee geconfronteerd.
De Griekse filosoof Heraclitus zei het al: Πάντα ρεί [Panta reï].
Het betekent alles stroomt of
alles is in beweging. En wij bewegen mee.
Wij zijn mensen van voorbij; de tijd heeft geen pauze. Het kan je soms benauwen, dat je steeds meer tijd van leven verliest.
Is het voortgaan van de tijd alleen maar verlies of win je er ook iets bij?
Inzicht. levenservaring, wijsheid . . .

Toen Willibrord en de eerste geestelijken Nederland binnenkwamen werden zij ontvangen in de behuizingen van toenmalige machthebbers. Die machthebbers, eigenlijk een soort veredelde rovers, hadden vragen.
Toen men hen vertelde dat er geestelijken naar de Lage Landen waren gekomen die iets bijzonders te vertellen hadden zeiden zij:
Soms vliegen hier vogels door m’n veste,
ze komen langs de ene kant naar binnen en
gaan er aan de andere kant weer uit.
Zo is het ook met ons mensen.
Wanneer
die mensen ons kunnen vertellen
waar wij vandaan komen en
waar wij naar toe gaan
wil ik graag met hen kennismaken
“.

‘Waar komen wij vandaan? ‘ – en
‘Waar gaan wij naar toe? ‘
zijn inderdaad de belangrijkste vragen, die
de mens zich stellen kan.
Vooral in het najaar proberen wij op die vragen een antwoord te vinden.
En dan krijgen wij suggesties van de Schrift.
Er wordt verteld dat er
slechts ‘ – Één -‘ is die aan ons denkt;
die Ene met een hoofdletter.
Hij vindt ons kennelijk
de moeite waard en houdt van ons.
Dat is onbegrijpelijk, want: wie zijn wij nou eigenlijk en wat presteren wij?
Wij zijn kwetsbaar als het gras, de wind waait en wij zijn verdwenen en met ons
al wat wij doen.
Wat brachten wij er van terecht.
Toch denkt die Hij met een hoofdletter aan ons en wil Hij met ons op weg.
Wij zijn Zijn Volk;
wij worden door Hem gedragen;
Hij overschaduwd ons met Zijn wieken;
onder Zijn vleugels mogen wij vertrouwen;
als met een schild worden wij in Zijn Waarheid omringd
“.
Zo belijden wij in de Grote Completen en in de intimiteit van de uitvaartdienst
zingen wij afgewisseld door de zaligsprekingen:
Gij heerst over de zielen en lichamen en
onze adem ligt in Uw Handen,
Trooster van de bedroefden,
doe wonen in het Land van de Rechtvaardigen,
degene die Gij hebt weggenomen
“.

Maar de mens kijkt graag weg,
geeft zich over aan geneugten, aan feestgedrag, teneinde niet met levensvragen opgezadeld te worden. Hij ziet dit soort vragen wel, maar ontwijkt ze en doet of ze niet bestaan. Als je er wel mee bezig bent, dan is het weliswaar interessant, maar niet van de wereld. Daarnaast heeft hij de neiging niet echt te luisteren  – heeft hij het veel te druk met zichzelf [en anderen].

Ingewikkelde vragen als wat voor persoon je bent of wat je het meeste aanspreekt of waarom je bepaalde dingen doet zijn echter onontbeerlijk. Je drijfveren kun je niet negeren. Als je bijvoorbeeld iets wil maken [een schilderij, muziek of een eigen onderneming], dan zul je niet gelukkig worden door te kiezen voor zekerheid.
Je dient dan onbekende wegen te betreden, het beste uit jezelf naar boven halen en
je zekerheden inwisselen voor risico’s.
Drijfveren zijn bijvoorbeeld zelfexpressie en anderen helpen.
Coachen, trainen en schrijven geven je de ruimte om dat te doen,
dan heb je weinig aan macht en invloed.

De materialistisch ingestelde mens zegt dat
wind slechts de stroming van de lucht is.
Wind ontstaat doordat lucht van plaatsen met hogere luchtdruk naar
plaatsen met een lagere luchtdruk beweegt.
De geestelijk ingestelde mens zegt:
De wind waait waarheen hij wil . . .
John.3: 8
Het gaat hierbij dan over de vraag hoe God je leven beïnvloed.
In het gesprek met een man van naam, Nicodemus
[deze naam is afgeleid van ‘νίκη’ = overwinning]
doet Jezus een heel radicale uitspraak:
Waarachtig, ik verzeker je:
alleen wie opnieuw wordt geboren, kan
het Koninkrijk van God zien“. En even later werkt Jezus dat nog verder uit en Hij zegt dan:
Je hebt een natuurlijke geboorte, dat is de geboorte uit de schoot van je moeder. Maar er is ook een tweede geboorte, een wedergeboorte, een geboorte uit de Geest“.
Een nieuw begin ontstaat doordat
de Heilige Geest [de wind, de πνευμα]  in
je leven aan het werk is.Van binnenuit wordt je tot een ander mens, word je door die Geest totaal vernieuwd;
krijg je andere inzichten, dan die welke de wereld je aanbieden;
door die Heilige Geest, Die is als de wind, als vuur.
De geestelijk ingestelde mens zegt: “De wind waait waarheen hij wil . . .“, dan
kun je dit ook verstaan als: “De Geest waait waarheen Hij wil . . .
“. . . je hoort Zijn geluid, maar je weet niet waar Hij vandaan komt!“.
Hiermee wordt wel duidelijk dat er een vergelijking wordt getrokken met de wind.
Wanneer de gelovige dit met Christus zegt wordt de Heilige Geest bedoelt:
Zo is het ook met iedereen die uit de Geest geboren is!”.

Dat Griekse woord ‘πνευμα’ komt
na Christus Opstanding weer bij elkaar wanneer Hij over hen heen blaast
[Zijn adem werd tot wind] en zegt:
Ontvang de Heilige Geest“.
John.20: 22
De Heilige Geest, dat is eigenlijk
de levensadem die van God uitgaat.
En wanneer God’s adem in ons leven blaast, dan komen wij tot léven, tot een nieuw leven, tot een nieuwe geboorte.

Dat is wat Jezus benadrukt wanneer de Goddelijke Geest aan het werk is,
dan gebéúrt er iets.
De wind waait waarheen hij wil; je hoort Zijn geluid, maar
je weet niet waar Hij vandaan komt en waar Hij heen gaat.
Zo is het ook met iedereen die uit de Geest geboren is
“.
Eigenlijk geeft Jezus de drie eigenschappen aan van
het werk van de Heilige Geest.
1.]. De Heilige Geest werkt overheersend [als vuur].
2.]. De Heilige Geest werkt verborgen en
3.]. De Heilige Geest werkt kraak [heel] helder.

Daarom is het bezit van de Geest een identificerende factor voor het bezit van Verlossing.
Bovendien zou de Heilige Geest niet “het stempel” van de verlossing kunnen zijn
als Hij niet op het moment van de verlossing zou worden ontvangen.
In Christus, in Wie wij het erfdeel ontvangen hebben, waartoe wij tevoren bestemd waren krachtens het voornemen van Hem,
Die in alles werkt naar de raad van Zijn Wil, opdat wij zouden zijn tot lof van Zijn heerlijkheid, wij, die reeds tevoren onze hoop op Christus hadden gebouwd.
In Hem zijt ook gij, nadat gij het Woord der Waarheid, het evangelie uwer behoudenis,
hebt gehoord; in Hem zijt gij, toen gij gelovig werd,
ook verzegeld met de Heilige Geest der belofte,
Die een onderpand is van onze erfenis, tot verlossing van het volk, dat
Hij Zich verworven heeft, tot lof van Zijn Heerlijkheid
“.
Eph.1: 11-14 

Kom Heilige Geest, vervul de harten van Uw Gelovigen  en
vervul hen met het vuur van Uw Liefde.

Orthodoxie & de uiteenlopende schepen

Een groot deel van het optreden van Jezus
speelt zich af rond het Meer van Genesareth [of Galilea].
Jezus heeft een tijdlang aan het Meer van Galilea gewoond, in Kapernaüm.
Ook een aantal van Jezus’ discipelen, die
vissers waren op het Meer van Genesareth, woonden er.
Een aantal bekende Bijbelverhalen, zoals de wonderbare spijziging en dat Jezus op de zee wandelt, spelen zich op en rond dit Meer af.

En het geschiedde, dat de schare op Hem aandrong
om het Woord van God te horen.
Hij stond aan de oever van het meer van Genesareth en
zag twee schepen aan den oever van het meer …
En Hij ging in een van die schepen, welke van Simon was en vroeg hem de zee in te gaan, niet ver van de oever.
En Hij zette Zich neer en leerde de scharen vanuit het schip
“.
Luc 5: 1-3

De contrasterende twee schepen
Laten we eens nader ingaan op het kleine scheepje van Simon Peter, welke de Heer beter geschikt achtte om
er zijn Boodschap te verkondigen.
Er waren inderdaad twee schepen, die door God voorbestemd waren om in deze wereld te vissen, een vangnet voor het heil van de mensen, net als in zee, zoals de Heer Zijn apostelen bevolen heeft:
Volg mij, en Ik zal u vissers van mensen maken“.
Matth.4: 19 [Evangelie van de 2e Zondag na Pinksteren]

Een van de beide schepen wordt aan z’n lot overgelaten en is inactief en leeg;
het andere, welke in gebruik wordt genomen, vaart af.
Het eerste omvat de bedehuis van de Joden, welke inactief terzijde wordt geschoven,
omdat het de Heer heeft afgewezen die “tot het Zijne kwam” [het was immers Gods volk]
vergezeld van al die waarschuwingen van de Profeten.

Maar de Kerk, vervuld met de Heilige Geest, vaart af, want Zij ontving de Heer samen met de leer van de Apostelen. De Synagoge blijft aan het land, en blijft vast houden aan de aardse dingen.
De Kerk wordt opgeroepen om het ruime sop op te zoeken in de diepe hemelse Mysteriën.
Dit is de diepte waarover de apostel Paulus uitriep:
O diepte van rijkdom, van wijsheid en van kennis Gods,
hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn beschikkingen en
hoe onnaspeurlijk Zijn wegen!
“.
Rom.11: 33

Er wordt ons verhaald dat Peter zegt,
Ga naar diep water en zet uw netten uit om te vissen” [Luc.5: 4]  dat betekent
dat aan de Goddelijke geslacht in de diepte onderwezen dient te worden.
Wat kan er diepgaander zijn wanneer die zelfde Petrus tegen de Heer zegt:
Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God“.
Daartegenover staat de aardse beleving wanneer de Joden over de Verlosser opmerkten:
Is deze niet Jezus, de Zoon van Jozef, Wiens vader en moeder wij kennen?
Hoe zegt Deze dan: Ik ben uit den hemel nedergedaald?
“.
John.6: 42
De ene wijze wordt geïnspireerd door de Wijsheid van boven en
bekent de Goddelijke geboorte van Christus;
de anderen spreken van Hem vanuit het menselijke denken,
Van boven geboren“, zoals het gesprek dat Jezus met Nicodemus aangeeft.
Van de één zegt de Verlosser:
Want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard,
maar Mijn Vader, Die in de Hemelen is
“.
Matth.16: 17
Maar aan de anderen zegt hij,
Adderengebroed,
hoe kunt gij, die slecht zijt, iets goeds zeggen?
Want uit de overvloed des harten spreekt de mond
“.
Matth.12: 34

Het Schip van Christus
De Heer Jezus Christus gaat naar de boot waar Peter was, zeggende tot hem:
Op deze rots zal Ik Mijn gemeenschap bouwen“.
Dit schip drijft op de diepzinnigheid van deze wereld, en
de zeilen voeren het tot in de tegenwoordige tijd,
en het wordt beveiligd tegen schade
Die het drijvende houdt.
We hebben hier een typering van in het Oude Testament.
Voor al wie Noach met hem in de ark nam
werden van de schipbreuk van deze wereld gered.
Toen de zondvloed was opgehouden
bracht een duif een teken van vrede aan de Ark.
Dus ook wanneer het Oordeel over komt,
zal Christus de Kerk de vreugde van de vrede schenken,
zoals Hij aan Zijn discipelen beloofd heeft:
Ik zal u wederzien en uw hart zal zich verblijden en
niemand zal u uw blijdschap ontnemen
“.
Joh.16: 22

In het Evangelie van Mattheus, lezen we verder:
“En toen Hij in het schip ging,
volgden zijn discipelen Hem”.
Matth.8: 23
Over hetzelfde schip, verhaalt Mattheüs ons:
En zie, er kwam een grote onstuimigheid op de zee, zodat
de golven over het schip sloegen; maar Hij sliep.
En zij kwamen en maakten Hem wakker en zeiden:
Heer, help ons, wij vergaan!
“.
Matth.8: 24-25
Waarom was het een en hetzelfde vaartuig en maakt Hij één keer
de geheimen van Zijn hemelse leer bekend, terwijl een andere keer,
Zijn discipelen de angst voor de dood laat overvallen?
Vooral omdat Simon Peter, die de waarheid in geloof had beleden,
op beide gelegenheden aanwezig was?
Door Mattheüs wordt bij die gelegenheid aangehaald
dat alle discipelen buiten onze Heer in het schip aanwezig waren;
onder hen was eveneens Judas, de verrader.
Bij het incident, zoals de Evangelist Lucas verhaalt,
waren alleen de vissers aanwezig.
Omdat Judas namelijk geen visser was,
was hij dus ook niet aanwezig.
Hoewel juiste het geloof van Petrus het schip had kunnen stabiliseren,
zou de ontrouw van de andere het tot een ramp voeren.
Toen Petrus, het ware geloof liet zien,
kwam er een behouden en veilig rustige vaart.
Wanneer Judas aan deze scene was toegevoegd, zou er storm zijn geweest.
Petrus zou alleen maar veilig kunnen voortgaan,
wanneer hij zich niet bedreigd behoefde te wanen door
de slechtheid van de verrader.

De misdaad van de een, kan de goede trouw van allen in gevaar brengen.
De Heer is in slaap gevallen en het geweld van de wind neemt toe,
want wie de zonden veroorzaakt doet de Heer onmiddellijk slaap vallen en
verhoogt in zichzelf een storm van onreine geesten.
Als het rustig weer van de Heer, over het schip heerst valt Deze in een diepe slaap,
daartegenover staat een duivelse storm Die Hem zal doen Opstaan.

We komen nu tot de slotsom, dat
de netten braken en de schepen met een grote hoeveelheid vis werd gevuld, op
een dusdanige wijze dat “ze bijna zonken“, hetgeen betekent:
Dat het aantal fysieke mensen in de Kerk zo groot zal zijn, dat
het door ketterijen en scheuringen verscheurd zal worden en
haar vrede verstoord zal worden
“.
Heilige Augustinus van Hippo
De Heilige apostel Paulus zegt hierover:
Weet wel, dat er in de laatste dagen zware tijden zullen komen:
want de mensen zullen zelfzuchtig zijn, geldgierig, pochers, vermetel,
kwaadsprekers, aan hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig,
liefdeloos, trouweloos, lasteraars, onmatig, onhandelbaar, afkerig van het goede,
verraderlijk, roekeloos, opgeblazen, met meer liefde voor genot dan voor God,
die met een schijn van godsvrucht de kracht daarvan verloochend hebben;
houd ook dezen op een afstand
“.
2Tim.3: 1-5

Indien daarom door de zonden van Judas, alle apostelen werden bedreigd,
dienen wij door deze waarschuwing op onze hoede te zijn tegen
de verrader, opdat door middel van slechts één,
velen in gevaar worden gebracht door de stormachtige golven.
En laten we ook zo’n iemand ons kleine schip besturen, dat
de Heer niet te midden van ons in slaap kan vallen, maar
dat Hij wacht kan houden en
geen storm van ongerechtigheid ons zal treffen.
Want waar het Geloof zuiver is, daar
onderwijst de Zaligmaker het klokje rond en
verheugt Hij zich want er is rust, er is vrede en
er is genezing voor alle mensen.
Maar waar in de Kerk van Christus ketterij en schisma vermengd raken met het Geloof, daar
wordt deze argeloos en valt in slaap.
Er zal dan angst en storm opsteken en
er loert gevaar voor iedereen.
Het hangt af van de vraag of Christus in ons slaapt
of dat Hij de wacht houdt.

Cf. homilie 32 van de
Heilige Ambrosius van Milaan
in zijn commentaar op Lucas 5: 1-11.

November 29e – Heilige Saturninus Bischop / Martelaar van Toulouse [† 257]

Heilige Saturninus trok omstreeks het jaar 245, na in Rome de zegen van paus Fabian te hebben gekregen, door Gallië om het Christelijk geloof te verkondigen.
De Heilige Trophimus, de eerste bisschop van Arles, verzamelde mensen om zich heen, die hem bijstonden een overvloedige oogst te prediken.

In het jaar 250, toen Decius en Gratus daar consuls waren , besteeg de Heilige Saturninus zijn bisschopszetel in Toulouse.
Fortunatus vertelt ons, dat Saturninus een groot aantal afgodendienaars door zijn prediking bekeerde en wonderen verrichtte.
Dit is al wat bekend over hem is geworden tot de tijd van zijn heilige martelaarschap.
De auteur van zijn daden, die dit ongeveer vijftig jaar na zijn dood beschreef,
verhaalt, dat hij zijn kudde in een kleine kerk verzamelde; en
dat zijn er een heidense tempel in de hoofdstad was, gelegen aan de weg welke de kerk en woning van de heilige verbond.
In deze tempel werden orakels gegeven; maar de duivels verstomden [verloren hun kracht] door de aanwezigheid van de heilige die daar iedere keer langskwam.
De priesters welke hem constant in de gaten hielden
namen hem op een dag toen hij langs kwam te pakken en
sleepten hem naar de afgod’s tempel.
Zij dwongen hem de beledigde goden offers aan te bieden teneinde hen tevreden te stellen,
of hij zou voor zijn misdadige invloed met zijn bloed als plengoffer dienen.
Saturninus vrijmoedig antwoordde:
Ik ben slechts een dienaar van de éne en enig werkelijke God en ik ben alleen bereid Hem een offer van lof aan te bieden;
Uw goden zijn duivels, en deze verheugen zich meer over het offer van uw ziel dan over de offergaven van uw runderen.
Hoe kan ik bang zijn voor hen die, zoals jullie zelf erkennen,
voor een Christen, die langs komt staan te beven als een rietje?
De ongelovigen, werden zo verontwaardigd over dit antwoord,
dat zij de heilige met alle woede te lijf gingen met een overtuiging die niet normaal valt te noemen. Na een grote verscheidenheid aan vernederingen, bonden zij zijn voeten achter een wilde stier vast, die daarheen was gebracht om te worden geofferd.
Het beest werd de tempel uitgedreven en stormde de heuvel op,
zodat schedel van de martelaar werd gebroken en zijn hersenen naar buiten puilden.
Zijn gelukkige ziel werd door de dood uit het lichaam verlost en
steeg op naar het Koninkrijk der Hemelen, waar vrede en heerlijkheid heerst.
En de dolgedraaide stier bleef het heilige lichaam maar voortslepen, waarop
de ledematen en bloed van de Heilige overal alle kanten opvloog tot het snoer brak.
Wat van de romp nog overbleef werd op de vlakte achtergelaten,
ver buiten de poorten van de stad.

Twee vrome vrouwen legde de heilige overblijfselen op een baar en verborgen deze in een diepe gracht teneinde ze tegen eventuele verdere belediging te beveiligen, waar ze tot aan de regering van Constantijn de Grote in “houten kist” bewaard bleven.
Vervolgens bouwde Hilary, de bischop van Toulouse, een kleine kapel boven het lichaam van zijn heilige voorganger.
Sylvius, die bisschop van die stad was tegen het einde van de vierde eeuw, maakte een begin aan de bouw van een prachtige kerk ter eer van deze martelaar,
die gereed kwam en ingewijd werd door zijn opvolger Exuperius, die met veel pracht en vroomheid, de eerbiedwaardige overblijfselen daarin onderbracht.
Deze kostbare schat is daar tot op de dag van vandaag nog steeds en wordt met de benodigde eer omgeven.
Het martelaarschap van deze heilige is werkelijk gebeurd
en vond plaats onder het bewind van Valeriaan, in 257.

Orthodoxie & onderlinge verstandhouding

We leven samen in ‘Zijn Wereld’;
Wil je daarom onze Heer
eens hartelijk laten lachen,
vertel Hem dan van je plannen;
oftewel:
het is de mens, die wikt,
maar het is God, Die beschikt”.

Ik ben er absoluut van overtuigd
dat God niet als een mens re[a]geert,
dat Hij bijvoorbeeld zou liegen.
Wanneer de Heer zegt dat Hij gaat iets doen,
dan zal Hij het doen en
wanneer Hij iets wil en hoe Hij dat wil; ongeacht
wat wij mensen kunnen denken, zeggen of doen.
Hij is de Enige die leiding geeft en niet wij.

Wees een compagnon en geen tegenspeler.
Tot halverwege de vorige eeuw
was het gebruikelijk dat minderen zonder commentaar deden wat meerderen van hen verlangden of opdroegen.

Dat had vooral te maken met
de economische crisis in de jaren ’30 van de vorige eeuw toen werkeloosheid en armoede enorme vormen
had aangenomen en de arbeider deed wat er gezegd werd opdat hij zijn baan niet verloor. Andere vormen van overdreven bescheidenheid uit die tijd:
• Als ouders uit een eenvoudig miljeu durfde je geen kritiek te hebben op het onderwijzend personeel van de lagere school.
• De dienstplichtige soldaat voerde uit angst voor represailles de meest vreemde opdrachten van z’n meerderen uit, zoals het zinloos poetsen van koper.
• Als patiënt volgde je, zonder vragen te durven stellen,
gedwee de adviezen van een dokter of ziekenhuisspecialist op.

Een omslag in deze “Ja en Amen“- cultuur voltrok zich in
de jaren ’60 vanwege de volgende ontwikkelingen:
1.] Ook kinderen van eenvoudige komaf konden via
een studiebeurs studeren en werden daardoor wijzer en mondiger.
2.] Als gevolg van de gestegen welvaart, nam de vraag naar
personeel sterk toe, waardoor “Jan met de pet” tegenvragen aan
z’n meerdere durfde te stellen, en de arbeider door z’n baas
meer als medewerker werd gezien.
3.] De invloed van progressieve partijen nam toe, waardoor
oppositie en andere niet-traditionele bewegingen
meer invloed kregen.

Het gevolg van bovenstaande maatschappelijke ontwikkelingen was
dat de communicatie tussen meerdere en ondergeschikte drastisch
is veranderd tot hetgeen nu de norm is.
Bevel voeren en dicteren zijn tegenwoordig ‘out-of-done’, totaal verleden tijd.
Willen we namelijk heden ten dage iets van een ander gedaan krijgen,
dan is het verstrekken van een opdracht in feite alleen nog maar mogelijk, naast uitleg,
in de vorm van een vraag, tenminste als je scheve gezichten wilt voorkomen:
–  Zou je de tafel willen afruimen,
–  Zou je dit nog even voor het eind van de dag kunnen doen,
–  Zie je kans dit nog deze week op te lossen.
– “U mag uw sokken en onderbroek aanhouden” is een van de
opdrachten van de dokter aan de patiënt en heeft u nog iets te vragen.

Opdrachten geven, is
een kwestie van gezond verstand geworden
Met onwillige honden is het slecht hazen vangen” luidt het spreekwoord.
Dus met iemand die echt niet gemotiveerd is, of voor rede vatbaar is, zal nooit iets goed lukken.
Zo’n persoon dien je eigenlijk niet als
collega, verenigingslid, vriend enzovoort te willen hebben.
Maar in de meeste gevallen zal de tegenpartij óók snappen dat alleen maar negatief zijn, aan
geen van de partijen voordeel oplevert.
Hoe kun je een ander het beste voor je kar spannen als het er om gaat hem/haar iets voor je te laten doen terwijl het de opponent eigenlijk tegen staat; hij er niet van
gediend is.

Door in de eerste plaats na te denken hoe
je zelf behandeld/gemotiveerd zou willen worden in een dergelijke situatie.
Een aantal tips in dit opzicht als het gaat om in principe bereidwillige personen.

  1. Laat vertrouwen en waardering aan de ander doorklinken.
  2. Ga ervan uit dat de ander van goede wil is en
    treedt hem/haar niet opvallend wantrouwend of nukkig tegemoet.
    Dat doet niets af aan het feit dat je wel voorzichtig en
    oplettend mag zijn, maar leg dat er niet te dik op.
  3. Als je een speciale vraag, verzoek hebt voor klant,
    chef, arts of leraar van je kind, denk dan aan
    het moment waarop je het probleem voorlegt.
  4. Maandag na de koffie is verstandiger dan gelijk om 8 uur in de morgen
    [uitzonderingen daargelaten],
    terwijl iemand vrijdagmiddag om 16.45 een ingewikkeld probleem
    per telefoon voorleggen ook niet echt handig is.
    Meld het desnoods alvast per email en
    geef aan dat je er de volgende week wel op terug komt.

Als je iets van een medewerker gedaan wil krijgen is het helemaal niet
verstandig het verzoek aan de meerdere van hem te richten
want dat werkt averechts.
Richt je verzoek dus bijvoorbeeld het eerst aan de lerares, en
als het antwoord negatief uitpakt kun je altijd nog
naar het hoofd van de school stappen.

–          Belangrijke zaken nooit per email of telefoon vragen maar
altijd ‘face-to-face’ bespreken.
–          Een voorzetje per email geven over de aard van
het persoonlijke gesprek kan eventueel wel, bijvoorbeeld
nadat je de afspraak voor een persoonlijk onderhoud hebt gemaakt, zodat
je tegenspeler zich kan voorbereiden.
–          Als er sprake is van kritiek die je wilt uiten, probeer dan via
het stellen van vragen er achter te komen wat
de oorzaak van een bepaalde houding is.
Je kunt natuurlijk boos reageren dat
een goede kennis of vriend niet naar de toneelvoorstelling is gekomen,
waar je partner een rol in speelt, maar door te vragen
kom je er misschien achter dat de reden daarvan een ziek familielid is.

                                                                         Wees succesvol door je positief gedrag
Erkenning en waardering zijn basisbehoeften, zoals iedereen wel weet.
Dus als je eens niets te zeuren en geen problemen hebt,
wees dan ook een keertje attent als er iets positiefs valt te vertellen.
Niet alleen is het krijgen van complimenten een eerste levensbehoefte.
> Maar zoals bekend is ook het geven van complimenten voor
elk mens noodzakelijk om optimaal te functioneren in het dagelijks bestaan,
als kerkganger, collega, werknemer, ouder, partner, klant of leverancier.

 

Orthodoxie & de oorspronkelijke uitgave van het beginners-boek

Wie was de oorspronkelijke auteur van het boek
De Avonturen van de Russische Pelgrim”   > [Bol.com ISBN 9789062715855]
Ieder beginnend Orthodox zal wel eens het boek
”De avonturen van een Russische Pelgrim” gelezen hebben of er tenminste iets over hebben gehoord.
Dit is namelijk een ‘must’ voor de beginner op de geestelijke [spirituele] weg.

Dit boek vertelt namelijk over het avontuurlijke lotgevallen van een orthodoxe pelgrim die  van stad naar stad reis en
op zijn weg doende is de Apostel Paulus te begrijpen wanneer deze zegt:
“bid onophoudelijk”.
Hij probeert het gezegde te lezen en te begrijpen
waarmee  de Apostel Paulus zegt:
“bid onophoudelijk”
Overeenkomstig de schrifttekst probeert hij:
Bij elke gelegenheid in de Geest doorlopend te bidden en te smeken,
daartoe alle wilskracht verzamelend alle heiligen voortdurend aan te roepen;
dat hem bij het openen van zijn mond het woord geschonken wordt om
vrijmoedig het geheimenis van het Evangelie bekend te maken
“.
cf. Eph.6: 18

De pelgrim slaagt erin om bijgestaan door een monnik en het vaderboek,
‘de Philokalia’ [liefde tot de schoonheid] zich te verdiepen in
de toepassing van het onophoudelijk gebed,
ook wel het noëtisch- of het gebed van het hart genoemd met de woorden:
Heer Jezus Christus, Zoon van God, ontferm U over mij, zondaar“.

Er wordt algemeen aangenomen dat
het een tekst is van een aantal anonieme schrijvers.
Bij tijd en wijlen werd het ook toegeschreven aan diverse
andere auteurs, waaronder de Heilige Theophan de kluizenaar.
In de eerste editie van het boek in 1881 – welke door de abt ‘Paisios Fyodorov’ van het klooster Tseremiskos Kazan werd uitgegeven – bevinden zich een aantal aanwijzingen rond de auteur.
Deze jaargang van 1881 bevat alleen de eerste vier verhalen.

In 1911 werd volgens overleveringen eveneens in het klooster
Sergieev Possad een editie uitgegeven . . .
De in 1930 heruitgegeven versie van Kazan in Parijs
onder toezicht van V.P. Vitseslavtsev welke bij deze uitgave een inleiding schreef over de ascetisch herwonnen religieuze beslommeringen van de ballingen welke uit
het tsaristisch Rusland afkomstig waren.

In 1933 werd het boek eveneens door Russische ballingen in Praag uitgegeven overeenkomstig de versie van 1911.
De heruitgave van het boek uit 1948  werd door Archimandriet Cyprianos Kern verder uitgewerkt met
de zeven verhalen, zoals deze nu bekend zijn.
Nadien werd deze uitgave in het Duits ]1925] in het Engels [1930] en in het Frans [1935] uitgegeven.
In 1971 ontdekte het Heilige Klooster ‘Panteleimon’ op
de berg Athos [Gr] manuscripten met de eerste vier verhalen en omdat er nogal een aantal verschillen waren met de laatste uitgaven, werden in 1989 de verschillende teksten naast de oorspronkelijke tekst parallel afgedrukt.
In 1992 werden de zoekgeraakte manuscripten van de eerste vier verhalen in het archief van Archimandriet Kyprianou Cairns gevonden.

Daarop gelukte het in 1994 de hoogleraar van de Theologische Academie van Moskou
A.M.Pentovsky om de oorsprong van alle teksten vast te stellen, die allemaal het werk van de bewijzen “Verhalen van de op ‘geheime aanwijzingen’ reizende Russische pelgrim aan zijn geestelijke vader” «Διηγήσεις εκμυστηρευόμενες σ’έναν ρώσο προσκυνητή από τον πνευματικό του πατέρα»
( Пентковский А.М. Кто же составил Оптинскую редакцию рас сказов странника? // Символ. Paris, 1994. № 32. С. 259–278 ).
A. M.Pentovsky publiceerde een reeks teksten, welke zeer goed waren gedocumenteerd en
toonde aan dat auteur niemand minder was dan de monnik Arsenio Troepolsky [1804-1870], de toendertijd spirituele vriend van de Heilige Ignatius Brintsianinof,
die vanaf 11 januari 1837 in het klooster Sergkiev in de buurt van Sint-Petersburg
voor een jaar onder diens hoede stond.
Het hele leven van deze monnik Arsenius werd in beslag genomen door teksten
rond het Jezusgebed, hoe dit te bidden in een in hoofdstukken, met de hand geschreven,
”Over het middernachts-gebed”; naast deze zijn er andere werken bekend die ongepubliceerd zijn gebleven.
Voornoemde Pentovsky ontdekt in 2009 in het manuscript van de Nationale Bibliotheek van Moskou, het schrijven van arseen Troepolsky met ascetische teksten,
waarin hij het 10e hoofdstuk ontdekt van het manuscript naast
de zeven verhalen van ”de Russische Pelgrim”.
De onderzoeker kwam daarmee tot de volgende conclusie:

  • Tussen 3 en 17 oktober 1859 schreef Arsenios Troepolsky het oorspronkelijk verhaal,
    dwz de eerste vier delen waren op 6 november was klaar en
    op 13 december werden de daaropvolgende hoofdstukken voltooid met het derde verhaal van de rondreis.
  • In mei 1863 schreef hij de proloog en zeven verhalen. Dit werd later vastgesteld en is de eindconclusie aan de hand van ontelbare kopieën.

Het lijkt erop dat de tekst die door het ‘Optina’-klooster voor de druk werd voorbereid
het origineel bevatte, omdat deze versie veel aannamen en stijlverbeteringen bevat en
de tekst gerelateerd is aan de publicatie van de Heilige Ambrosius van Optina,
maar om een aantal dwingende redenen werd dit project afgeblazen en
vervolgens niet uitgegeven.
Alle door AM Pentovsky onderzochte teksten zijn vervolgens
onder toezicht van het Patriarchaat van Moskou
in een volume uitgegeven.

Orthodoxie & de weg der Waarheid

Hebt nu niet het idee, dat
Ik gekomen ben om vrede te brengen op de aarde;
Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar
het zwaard
“.
Matth.10: 34
Dit is de Blijde Boodschap van de Waarheid
welke door de leerlingen van Jezus van Nazareth
aan ons overgeleverd:
Ik wil u eraan herinneren, broeders aan het Evangelie, dat ik u verkondigd heb, dat
gij ook ontvangen hebt, waarin gij ook staat,
waardoor gij ook behouden wordt, indien
gij het zo vasthoudt,
als ik het u verkondigd heb, tenzij
gij tevergeefs tot geloof gekomen zou zijn.
Want voor alle dingen heb ik u overgegeven, hetgeen
ik zelf ontvangen heb:

Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften en
Hij is begraven en ten derden dage opgewekt, naar de Schriften,
en Hij is verschenen aan Cefas, daarna aan de twaalven.
Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk,
van wie het merendeel thans nog in leven is, doch sommigen zijn ontslapen.
Vervolgens is Hij verschenen aan Jacobus, daarna aan al de apostelen;
maar het allerlaatst is Hij ook aan mij verschenen, als aan een ontijdig geborene
“.
1Cor.15: 1-8

Dit is de weg naar verlossing:
Plaats je Geloof in Jezus Christus, God in het vlees,
door je leven onvoorwaardelijk aan Hem te wijden en
je te bekeren van [door je af te keren van] je zonden.
Probeer om Hem te dienen met alles wat je in je hebt
> > Hij verdient niets minder.
Verwacht niet dat het eenvoudig zal zijn, maar
wees er van overtuigd dat het de moeite waard is.
Een paar woorden in gebed bezigen en
dan weer verder te gaan met je leven zoals je gewoon was
kan onmogelijk de weg zijn naar Verlossing.
Jezus, die God en Schepper, vraagt je ‘alles’ te geven,
Hij is een veeleisende God.

Betekent dit dat je een zondeloze perfectie dient te bereiken om gered te worden?
Nee! In het geheel niet!  God kent ons hart.
God weet het verschil tussen degenen die
naar waarheid op zoek zijn en Hem met hun leven dienen en
degenen van wie het Geloof niet echt is.
Ga op deze wijze de wereld in en
vertel het iedereen om je heen die
hier open voor staat.

Iedere Orthodoxe Christen die zich in de geestelijke literatuur verdiept heeft wel eens gehoord van de ascetische strijd; het bestrijden van onze passies, teneinde dichter bij God te komen. Dit wordt in het Nederlands omschreven als de “geestelijke strijd”, in het Grieks als Εσωτερική πάλη en in het Russich als ‘podvig’ [подвиг].
De Heilige Johannes de Theoloog heeft van het Goddelijk Woord getuigd en
van al wat hij gezien heeft getuigt hij van Jezus, de  Christus en zegt:
Zalig hij, die het leest, en zij, die de Profetische woorden hoort en bewaart,
al wat daarin geschreven staat, want de tijd is nabij
“.
Openb. 1: 3
De Apostel Paulus schrijft aan de gelovigen in Rome:
Wij dan zijn gerechtvaardigd in Geloof en vinden vrede [rust] in God
door onze Heer Jezus Christus en niet alleen hierin,
maar wij roemen ook in de verdrukkingen, omdat
wij weten, dat de verdrukking volharding uitwerkt en
de volharding beproeving en de beproeving hoop;
de hoop maakt niet beschaamd, omdat
de liefde van God in onze harten is uitgestort is door de Heilige Geest,
Die ons gegeven is“.
cf. Rom.5: 1-5

Hoe mooi is het
wanneer ons pad niet geblokkeerd wordt
en er licht valt op de weg,
het Licht dat ons zo nabij is
Maar serieus, hoeveel mensen kiezen er tegenwoordig nog vrijwillig voor deze weg ?!
Niemand van ons wil z’n comfort verliezen, onze ‘veilige’ denkbeelden en relaties op geven en toch komt er, voor ons allemaal, een tijd waarbij al wat veilig en goed wordt ervaren,
totaal verbrijzeld zal worden.
Het kan komen door het verlies van een geliefde,
een verraad door iemand op het werk, een verbroken relatie . . .
Het leven confronteert ons met een aantal moeilijke momenten.
Waar ga je heen om je te hergroeperen en weer opnieuw kracht en vrede te vinden . . . ?
De Kerk gaf ons in het verleden een troost, want
het was een plek om Gods Woord te horen, ons te laten inspireren door een inspirerende homelie en
samen te zijn met gelijkgestemden van geest en hart.
Dit waren de dagen dat ik mij met mijn echtgenote in
een liefdevolle gemeenschap bevond, maar helaas, ook hier bleek een leegte in groei en nog
belangrijker voor mij, …. ook mijn kinderen
vonden er weinig voldoening.
Na een paar jaren van  incasseren van verwijten vanwege goedbedoelde inzet, werd ik moe en steeds verder gefrustreerd.
Waarom ga ik naar de kerk en zet ik me in,
om mezelf haat en nijd op de hals te halen?
Is dat Christus en Zijn Blijde Boodschap die ik zoek.
Deze onrust en het ophopen van apathie in de richting van het kerkelijk leven
vielen samen met een periode van fysieke problemen.
Ik vroeg me af waarom God mij zoveel liet [ver-]dragen.
Ik vroeg me zelfs af of God mijn gebeden en smeken wel hoorde . . .
Er komt misschien een tijd om meer over deze donkere periode te schrijven,
maar nu maar verder niet.
Het is informatie genoeg om de markante lessen welke
ikzelf door gebrokenheid heb geleerd met u te delen.
Ik ben er van overtuigd dat elke Christen door donkere valleien gaat,
waar de zon steeds lager gaat schijnen en steeds verder verbleekt . . . . .
Ik noem dit de “tijd in de woestijn“, ook hier in het welvarende Nederland.
Het kostte me vele jaren om dit te leren en is het dat
deze gebeurtenissen een opening bieden aan een persoonlijke groei,
die je nergens anders kunt vinden en op die manier.
Ik kan alleen maar dankbaar zijn dat ik in het verdeelde
Orthodoxe milieu van Nederland verkeer,
in de woestijn“, maar oh wat kan dàt pijn doen.

Eén van die inzichten die bij mij boven water kwam lag verborgen achter de bladeren van de wijngaard, de beproeving van hoogmoed en eigengerechtigheid.
Die dikke hoop met bladeren werd maar langzaam verwijderd,
beetje bij beetje, periode na periode
maar werd op bepaalde ogenblikken door een waarachtig woord uitgewist.
Mijn levensgezel deed mij een ondeugd in mij lokaliseren welke iets in werking zette.
Na het luisteren
“Voor wie doe je het eigenlijk, je hebt nu opnieuw ingegrepen,
vóordat je er zelf erg in had”.
Ja, het is mij ingebakken om m’n handen uit de mouwen te steken.
Als er iets ondernomen dient te worden is het vóór ik het weet
al door mij gedaan.
Hoe kan het ook anders, ik ben afkomstig uit een gezin van 12 kinderen,
waar we allemaal voor het reilen en zeilen werden ingezet; iedereen
was verantwoordelijk voor de voortgang.
Die paar woorden, wat kan er zo weinig en triviaal lijken, werd het begin van
een instorten van die de muren, die ik had gebouwd om mijn als “gerechtvaardigd” gehouden verontwaardiging te laten instorten.
Het is niet leuk te kijken naar datgene wat je rauw op je dak komt vallen
– om een glimp van je hart te vangen wanneer het echt is –
en toch, zonder dit mee te maken, zou er geen vooruitzicht zijn,
op enige Hoop van spirituele groei.
Alleen wanneer we onze tekortkomingen zien, kunnen wij
onze eigen ongerechtigheden erkennen, kunnen we hen overwinnen
In het uiten van onze fouten, onze onvolkomenheden,
in de aanwezigheid van de ander de schande leren kennen en
daar verantwoordelijk voor te dragen;
alleen zo komen we vooruit.

Wanneer we God alleen maar met de lippen belijden en naar de kerk gaan,
kunnen we echt niet zo ver komen  dat we
de volledige impact van onze zonden
binnen het Lichaam van Christus,
onder ogen kunnen zien.
Dit is de reden waarom ons wordt verhaald dat we elkaar onze schulden dienen te belijden.
Jac.5: 16

Dit pad van geestelijke pijn en geestelijk ontwaken komt samen, wordt samengevoegd met m’n digitale werk.
Ik bleef schrijven en was daarmee op zoek naar een antwoord op mijn belangrijkste vragen: “Hoe kan ik persoonlijk vrede vinden in troebel water?
Hoe kan ik genezen van emotionele pijn?

Mijn paradigma begon te verschuiven ….
de Kerk, zoals ik altijd al had geweten, was de bron voor verkondiging.
Nu was ik op zoek naar de Kerk als een ziekenhuis.
Ik wilde genezen worden, ik verlangde naar de ware aanbidding
– wat dit betekende – dat wat mij
een rustige hart gaf in plaats van kritiek op m’n handelen.
Ik wilde een plek waar het Heilige der heiligen kon worden beschouwd
als  een Heilige ruimte in plaats van een sociale bijeenkomst.
Ik wilde weg van ‘alle afleiding’ van de wèrkelijke aanbidding en
het hart van het geloof ontdekken . . .
Ik wilde verloren gaan in de vreugde van gebed en dankzegging.
Ik wilde de communie, het Lichaam en Bloed van Christus in de Goddelijke Liturgie,
alleen nog maar in een werkelijk mooie omgeving wanneer ik Gods Kerk bezocht.
Ik was op zoek naar het geloof van de apostelen, van de Martelaren en Heiligen,
wetende dat ik een “thuis” zou vinden in
de wortels van de Kerk.
Zo zegt de Heer:
Gaat staan aan de wegen, en ziet en
vraagt naar de oude paden,
waar toch de goede weg is, 
opdat
gij die gaat en rust vindt voor uw ziel;

maar zij zeggen:
Wij willen die niet gaan.

Ook heb Ik wachters over u gesteld: Luistert naar de klank van de bazuin; maar zij zeggen:
Wij willen niet luisteren.
Daarom hoort, o volkeren, en weet, o vergadering, wat in hen is.
Hoor, gij aarde, zie, Ik breng onheil over dit volk,
de vrucht van hun eigen overleggingen, want
zij luisteren niet naar mijn woorden en
Mijn Wet verwerpen zij“.
Jer.6:16-19

Wij dragen de littekens van de zonde in ons lichaam die ons als een magneet tot de wereld aantrekt, maar onze ziel verlangt ernaar op te stijgen tot de hoogste hoogten.
Zoals de mens is samengesteld uit lichaam en ziel, zo
bevinden die twee zich tegenover elkaar.
Zelfs Paulus zegt dat:
Ik mijn eigen gedrag niet kan begrijpen.
Ik niet aan de dingen toekom die ik werkelijk wil doen en
Ik zie mezelf dingen doen, die ik haat . . .;
want hoewel ik datgene wil doen wat goed is,
blijkt dat niet uit de daden die ik doe.
Het gevolg is dat ik in plaats van goede dingen te doen die ik wil doen,
houd ik me alleen maar bezig met de zondige dingen,
die ik niet wil.

Als orthodoxe christenen, weten we dat we dienen te werken
in de richting van de zuivering, de verlichting, de Theosis [Vergoddelijking].
De eerste stap is onszelf te zuiveren van de hartstochten,
van al datgene wat ons van God verwijdert en
de ketenen te verbreken die ons weerhouden
uit te stijgen naar de hoogten
in dienst God.
De Kerk geeft ons aanwijzingen om dit te doen door middel van vasten en het gebed.
Al dit soort zaken hebben hun uitwerking op ons lichaam, en
als we deze ascetische praktijken beoefenen,
zullen we aan den lijve ondervinden dat
ze ons helpen om dichter God onze Schepper en Verlosser te komen.
Omdat wij met hart en ziel streven om Christus te vinden
zullen we meer ondernemen en ons Geloof verdiepen,
verder gaan dan datgene wat de Kerk heeft ons al heeft geleerd en
dat dit de noodzakelijke eerste stappen zijn.

Het Geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt en het bewijs der dingen, die men niet ziet.
Want door dit [Geloof] is aan de ouden een getuigenis gegeven.
En wat moet ik nog verder aanvoeren?
Immers, de tijd zou mij ontbreken, als ik ging verhalen van Gideon, Barak, Simson, Jefta, David, Samuel en de profeten, die door het Geloof koninkrijken onderworpen, gerechtigheid geoefend,
de vervulling der belofte verkregen hebben,
muilen van leeuwen dichtgesnoerd,
de kracht van het vuur gedoofd hebben.
Zij zijn aan scherpe zwaarden ontkomen,
in zwakheid hebben zij kracht ontvangen,
zij zijn in de oorlog sterk geworden en hebben vijandige legers doen afdeinzen.
Vrouwen hebben haar doden uit de opstanding terugontvangen,
anderen hebben zich laten folteren en van geen bevrijding willen weten,
opdat zij aan een betere Opstanding deel mochten hebben.
Anderen weer hebben hoon en geselslagen verduurd,
daarenboven nog boeien en gevangenschap.
Ook deze allen, hoewel door het Geloof een getuigenis aan hen gegeven is,
hebben het beloofde niet verkregen, daar God iets beters met ons voor had,
zodat zij niet zonder ons tot de volmaaktheid konden komen
“.
Hebr.11: 1-2, 32-36, 39-40