December 28e – Hieromartelaar Hilarion [Troitsky], aartsbisschop van Vereiya [ca. 1885- 1928]

Je dient de mensen de kost te geven
maar velen van hen hebben het idee
dat Socialisme slechts een economisch stelsel betreft.
Vergeef het hun,
maar socialisme spiegelt alles aan zichzelf,
het heeft haar eigen religie ontwikkeld“.
Heilige Hilarion Troitsky

H. Hilarion van VereaDe Nieuwe Heilige Martelaar aartsbisschop Hilarion
[in de wereld Vladimir Alexeevich Troitsky],
was een uitstekend theoloog, een welsprekend prediker en een onverschrokken verdediger van ‘Christus heilige Kerk’.
Vladika Hilarion schreef vele boeken en artikelen over diverse onderwerpen, waaronder “de eenheid van de Kerk“.
Zijn Master-thesis “Een overzicht van de geschiedenis van het Dogma van de Kerk“, was meer dan vijfhonderd pagina’s lang en gaf een goed gedocumenteerde analyse over dit onderwerp.
Tijdens de Russisch Orthodox Beraad [intern Concilie van 1917] schreef hij een briljante verzoekschrift welke opriep tot de restauratie van het Patriarchaat Moskou, welke
in de achttiende eeuw door Tsaar Peter I in het leven was geroepen.
Toen de Heilige Tichon [gedenkdag 7e April] tot Patriarch werd verkozen, werd
de Heilige Hilarion zijn fervente aanhanger.

  • De Heilige Hilarion werd op 20 mei 1920 bisschop gewijd en
    werd daarmee op de standaard geplaatst opdat
    wie hem ontmoeten zouden het licht van deze grote uitblinker zouden zien
    “.
    Luc.11: 33
    Hij zou dit echter maar twee jaar ‘in vrijheid‘ kunnen meemaken.
    Patriarch Tichon

Святитель Иларион ТроицкийLaat in het najaar van 1924 vond in een speciaal interneringskamp op de Solovetsk eilanden het volgende plaats:
Een plotselinge hevige storm stak op in open zee
met daarin een boot met meerdere gevangenen,
waaronder de meest kwaadaardige bewaker van het kamp,
de naam van die bewaker was Suhov.
Zowel gevangenen als soldaten verzamelden zich op de wal en
waren ervan overtuigd dat er geen hoop was op overleving meer
aan boord van die boot.
Door een verrekijker konden ze waarnemen hoe er, in de verte,
een kleine zwarte stip weer boven de golven uitkwam en
vervolgens weer verdween . . .
De mensen aan boord vochten tegen de elementen,
de kans op overleving was tegen hen en
de elementaire krachten van de natuur hadden de overhand.
Je behoeft er niet op te rekenen dat die ijzige draaikolken
hen uit de buurt van de kust zullen houden,
laat staan dat een ontsnapping uit die hel mogelijk is!
“,
zei een van de veiligheid officieren aan de wal,
terwijl hij het glas van de verrekijker met een zakdoek schoonveegde.
Reken maar dat Onze Suhov daar klaar voor is!“.

Solovki, 20-er jaren. Eerste van links is Hl. HilarionNou, laat dat maar aan onze Heer over
zo sprak een rustige maar galmende en krachtige stem opeens verder.
Iedereen draaide zich om naar de gedrongen visser met een grijzende baard die achter hen stond.
Hoe lang nog zal mijn vijand
zich boven mij verheffen?
Zie op die menselijke zielen neer . . .
Mijn God op Wie ik vertrouw
“,
zo vervolgde hij nog net zo stil en krachtig als daarnet en liet zijn blik over de gehele groep mensen dwalen.
“U, Vader Spiridon, en U, Vader Tichon, en ook jullie twee . . .
goed zo. sleep de reddingsboot met z’n allen naar zee“.
Nee“, onderbrak de dienstdoend officier met de verrekijker plotseling.
Ik kan dit niet toestaan!
Ik kan jullie niet – zonder bewakers en toestemming van mijn superieuren –
naar open zee laten gaan!“.
De superieur, is daar, hij is verloren in de zee“, antwoordde de visser,
doelend op bewaker Suhov.
Hoewel we de bewaking van een escorte niet afwijzen –
waarom klim je zelf niet met ons aan boord, kameraad Konev?“.
De officier trok gelijktijdig zijn schouders op en
verplaatste zich geruisloos verder weg van de kustlijn.
Nou, moge de Heer met ons zijn!“, zei de visser en stak van wal.
Hij stond aan het stuur – en heel langzaam, vochten zij zich door de ijzige branding,
de boot begon zich van de kust te verwijderen.
De schemering viel in en daarop volgde een koude, winderige avond.
Echter, niemand verliet de kade:
mensen zouden zich terugtrekken om zich te warmen, teneinde
even later terug te komen.
Er was iets groters dat hen op dat moment verenigde en
die alle scheidingslijnen tussen hen liet slinken;
zelfs de voor de officier van de wacht met z’n verrekijker.

Mensen spraken op gedempte toon en spraken in stilte hun gebeden tot God.
Zij geloofden en werden op hetzelfde moment verscheurd door twijfels.
Maar ze beseften allemaal dat zonder Gods hulp,
de zee was niet bereid haar greep op de slachtoffers te verlichten.
In de ochtend was de zon verdwenen en werd het strand door nevelen omhult.
En op dat moment zag iedereen de boot terug te keren . . .
Het bevatte geen vier maar negen mensen.

En toen verzamelde iedereen zich op de kade, – monniken, gevangenen, bewakers,
– alle bekruisten zichzelf en vielen op hun knieën neer.
Een wonder, inderdaad! De Heer heeft hen gered!
zo riep de menigte in vreugde uit.
Ja, het was de Heer, onze God!” zei de dappere visser en sleepten
de – door alle gevangenen gevreesde – uitgeputte Suhov uit de boot.
Deze moedige visser was niemand anders dan aartsbisschop Hilarion Troitsky,
een van de nieuwe martelaren en belijders van Rusland,
welke in het jaar 2000 door het Russisch Patriarchaat heilig werd verklaard.

In het begin van de 20e eeuw overkwamen echt angstaanjagend tragische gebeurtenissen
het Oost-Europese land en de Russisch-Orthodoxe Kerk.
Rusland had de verschrikkingen van de bloedige Eerste Wereldoorlog meegemaakt;
daarna de zogenaamde Socialistische Oktoberrevolutie van 1917 en
onderging represailles zoals die in geen enkel land ooit plaats vonden.
Miljoenen mensen kwamen er in die jaren om, en vielen niet alleen in de handen van een buitenlandse mogendheid, maar in de handen van hun eigen strijders de Godsvervolgers.
Onder degenen die gedood of tot de dood toe gemarteld werden
waren in die jaren van vervolging een groot aantal gelovigen,
zowel leken en geestelijken wier enige “vergrijp” was
dat zij trouw bleven aan hun Geloof in God.
Dat waren mensen die de geestelijke kracht bezaten
om hun leven in naam van het geloof in Christus hun Verlosser op te offeren.
In de hoofdpersoon onder de martelaren van de Russisch-Orthodoxe Kerk
neemt aartsbisschop Hilarion Troitsky een bijzondere plaats in.
Van 1923 tot 1929 was hij een gevangene van het concentratiekamp op Solovetsk eilanden.
Zijn strijd in de naam van de Orthodoxe Kerk,
haar heiligheid en eenheid in die ontzagwekkende tijden
kostte hem zijn vrijheid en uiteindelijk, zijn leven.
De aartsbisschop Hilarion leefde slechts 43 jaar.

Deze man was inderdaad opmerkelijk,
z’n naam alleen al getuigt van zijn natuur:
vertaald uit het Grieks ‘Hilarion’ [Χιλαρίων]
betekent het ‘stil, zacht, vrolijk‘.
Hij was slank en groot, had een blinkend uiterlijk met
schitterende blauwe ogen,
een resonerende stem en
was altijd levendig en ïnspirerend,
hij gaf de indruk van een Russische epische held, welke
een opmerkelijke kracht en intellect bezat.
Zijn nobele uiterlijk weerspiegelde zijn edele, zuivere ziel – en
daar lag de bron van zijn uitzonderlijk krachtige charme en
genoot daardoor een algehele populariteit.
Onder de geestelijkheid, dwong hij eveneens respect en gezag af;
vanwege zijn briljante geest en hartstochtelijk geloof, waardoor
hij de “grote” werd genoemd.

Priest Alexei Troitsky with his wife and sons Vladimir [right] and DmitriVader Hilarion [in het gewone leven Vladimir Troitsky] werd in 1886 geboren
uit een uit bekend geestelijk geslacht.
Hij verloor zijn moeder op jonge leeftijd waarna de kinderen uit het gezin
werden groot gebracht door de zus van zijn moeder Nadezha, die een lerares was.
Hij leerde al opzeer jonge leeftijd lezen.

Op zevenjarige leeftijd verlieten Vladimir en zijn jongere broer hun geboortedorp en trokken meer dan 200 kilometer verderop, naar de hoofdstad Moscow, om een opleiding er te gaan volgen.
De bezorgde vader ging hen te paard achterop toen zij al heel ver weg van huis waren.
Toen Vladimir gevraagd werd wat hij aan het doen was,
haalde hij het voorbeeld aan van de grote Russische wetenschappers:
Hoe verging het Michail Lomonosov? Hij ging te voet op weg naar Moskou en
zo heb ook ik besloten er naartoe te gaan om er te studeren!
“.
Onkunde was het meest gevreesde levenslot voor de zoon van deze priester.
Sinds z’n vroege jeugd werd de Kerk van Christus voor hem een bron van vreugde.
Als jongeling nam Vladimir al deel aan de diensten en zong hij in het koor.
En toen het tijd voor hem was om te gaan studeren, deed hij dat dan ook met vlag en wimpel.
Na het afronden van de aan de kerk verbonden school en de theologische studie aan huis in zijn geboortestreek Tula Gubernia, werd bevorderd zijn opleiding aan Moskou Theologische Academie voort te zetten.

In de periode van zijn studie aan de Academie werd Vladimir Troitski werd tot tweemaal toe
een speciaal getuigschrift verleend door de Metropoliet van Moskou ‘Macarios‘.
Hij werd ook benoemd tot de beste leerling in het 50 jarig bestaan van de Academie.
Vanwege zijn uitstekende prestaties werd hij twee keer naar het buitenland uitgezonden.
Hij bezocht de Christelijke geloofsgemeenschappen in het Oosten en het Westen.
In 1910 studeerde hij cum laude af aan de Theologische Academie van Moskou.
Hem werd een graad van doctor in de theologie verleend voor zijn fundamentele werk
“Beschouwing over de geschiedenis van Kerkelijke Grondbeginselen” en
werd hij aangesteld als de jongste docent aan de Academie.
Al snel verwierf hij een gerenommeerd genegenheid en respect.
De studenten van de Academie waren lyrisch over de lezingen van de jonge professor.
Het niet aflatende onderscheidende kenmerk van zijn lezingen
werd hun aansluiting met de moderne tijd.
Degenen die naar de lezingen van Vladimir Troitski kwamen
werden geroerd door het belangrijkste onderscheidende kenmerk van
zijn karakter – “betrouwbaarheid“.
Deze dappere, uitzonderlijk getalenteerde man
werd in alles als “innovatief” beschouwd.
Een van zijn tijdgenoten schrijft:

Hilarion had een gunstig effect op ons allemaal met zijn opmerkelijke persoonlijkheid:
zo direct, krachtig, gezaghebbend als het ging om het verdedigen van zijn overtuigingen,
met zijn pakkende toespraken, en ten langen leste ,
zijn onstuitbare energie en liefde voor het leven.
Hij bezat een geweldige lyriek en liefde voor alles wat hem dierbaar was:
Christus Kerk, Rusland, de Academie.
Hij was voor anderen aanstekelijk met deze opmerkelijke geest en
bracht hen extra kracht bij
“.

In maart 1913 deed zich een zeer belangrijke gebeurtenis voot in het leven van
Vladimir Troitsky:  hij deed zijn monniksgelofte en kreeg de naam Hilarion.
Sommige mensen betreden het kloosterleven nadat zij  een leegte van
persoonlijke zonde [zonder God] hebben doorgemaakt.
Pas na het ervaren van het schrikbeeld van een angstaanjagende werkelijkheid
maken ze een voorzichtige stap op de weg die leidt naar ware boetvaardigheid.
Hilarion Troitsky doorliep een heel andere weg tot de monnikswijding.
Hij was een man die onberispelijk bleek in zijn handelingen.
Hij werd gekenmerkt door een bijzonder streven naar uiterste perfectie.
Ascese werd voor hem de gebruikelijke manier van leven; zonde
boezemde hem kwelling en angst in.
Een zuivere bedoening was voor hem het geboorteland van “een aardse engel en hemelse mens”.
Hij heeft nimmer getwijfeld aan zijn eigen roeping voor het monniksleven,
voor mensen om hem heen leek zijn keuze onbegrijpelijk.
Zijn uiterlijke schoonheid en geestelijke gaven,
zijn vrolijk en joviaal karakter riep bij velen vragen op
over zijn innerlijke wereld en zijn prioriteiten in het leven.
Een uitstekend theoloog en getalenteerde wetenschapper,
besluit onverwacht zijn kloostergeloften af te leggen: en
liet al degenen die hem kenden van verbazing versteld staan.
Echter, de engte van de kloostercel en het netelige monastieke pad
was voor Hilarion een natuurlijke keuze.
Zijn zuivere ziel, die tot doel had geheel zijn leven aan de zonde te verzaken en
geheel zijn leven de verleidingen van de eeuw uit de weg te gaan,
wilde zich onophoudelijk wijden aan God.

Voorafgaand aan het besluit tot de monastieke geloften
schreef hij aan zijn familie:
“Ik ben deze weg tot opgang met vreugde en jubel tegemoet getreden”.
Hij droeg deze innerlijke vreugde in zijn hart welke hem rust gaf door geheel zijn leven.
In het monastieke leven zocht vader Hilarion Troitsky altijd die omstandigheden welke
toegang gaven het dienen van God te bevorderen.
Daartoe werd de Goddelijke Liturgie en de daartoe behorende vereniging met de Heer
vanaf dat moment het middelpunt van zijn leven.

Dit is hoe een van zijn tijdgenoten beschrijft hoe Hilarion de Goddelijke Litrugie diende:

“Hilarion voerde de Goddelijke Liturgie met grote aandacht voor haar schoonheid en plechtigheid uit. Er was niets zo superieur, verheven en prachtige als de manier
waarop hij het Evangelie las, de zaligsprekingen, de lofprijzingen en gebeden uitsprak.
Hij gaf alles wat hij in zichzelf had aan de uitvoering van deze dienst,
terwijl hij zijn hart en ziel erin uitstortte, alsof
het de belangwekkendste taak van zijn leven betrof”.
Hij plaatste de schoonheid van de dienst boven alle aardse schoonheid.
Hilarion liet bij herhaling blijken dat het niet een opera betrof,
geen enkele theater productie kan als iets vergelijkbaar op
met datgene wat tijdens een kerkdienst opgewekt wordt.
Hilarion was niet in naam een monnik, een pedagoog en docent.
Toen het zijn tijd was riep de Heer hem om
de hoogst mogelijke dienst aan Kerk en samenleving te volbrengen.

Deze nieuwe verandering kwam tot stand in 1917.
Van Godswege werd aartsbisschop Hilarion opgeroepen,
in de angstaanjagende jaren van bolsjewistische vervolging tegen de Kerk,
de grootste assistent en adjudant van de vervolgde patriarch Tichon te worden.
InvloedEr werd hem een moeilijke taak op de schouders gelegd doordat hij
– in de periode van razende vervolgingen tegen het Christendom
en in het bijzonder de Russisch-Orthodoxe Kerk de Patriarch
moest bijstaan om op de een of andere manier
de eenheid van de Kerk te behouden.
Op dat moment was er binnen de Russische Orthodoxie een oppositionele beweging  ontstaan – welke de “vernieuwing
werd genoemd [een soort new-age-beweging].
De ‘vernieuwers’ stelden zich als doel de activiteiten van de Kerk aan te passen aan de veranderde politieke situatie in de samenleving en een manier te vinden om de ideologisch bevoegdheden met die van de sovjets samen te voegen.
In verschillende regio’s verscheen er groepen van hervormers.
Elk van deze had zijn eigen programma om de Kerk te transformeren en was gericht op een radicale vernieuwing
van de Russisch-Orthodoxe Kerk. Een meerderheid van de Orthodoxe gelovigen
waren resoluut tegen deze zgn. ‘hervormers’.
Het Russische volk onderscheidde zich in deze in een “reformisme”, een revisionisme, een nieuwe vorm van socialisme en “de Orthodoxie door systematische ingrepen te wijzigen en te hervormen” en daarmee een “afwijzing van het geloof van hun vaders en grootvaders”.
Zo zou er een splitsing in de Kerk plaatsvinden.
Aartsbisschop Hilarion’s inzet, als assistent van Patriarch Tichon,
bestond hierin dat ondanks de revolutionaire onrust,
de Kerk er in slaagde deze splitsing te voorkomen.
Samen met Patriarch Tichon zou aartsbisschop Hilarion hebben gezegd:
Laat mijn naam in de geschiedenis worden uitgewist,
wanneer alleen het de Kerk ten goede komt
“.

De bevoegdheden als aartsbisschop gaven hem de wapenen in
zijn strijd tegen de splitsing in de kerk en
zijn actieve pogingen om de eenheid van de Orthodoxe Kerk te behouden.
Het ontbrak hem daarom niet aan toewijding voor zijn taak ten opzichte van Patriarch Tichon.

kaart Solovetski of Solovki eilanden [Rusland],De archipel bestaat uit de volgende 6 eilanden, die gezamenlijk de Solovki worden genoemd:  Groot Solovetski Eiland (Большой Соловецкий остров) - 246 km². Anzerski Eiland (Anzer) (Анзерский остров) - 47 km². Groot Moeksalma (Большая Муксалма) - 17 km². Klein Moeksalma (Малая Муксалма) - 0,57 km². Groot Zajatski Eiland (Большой Заяцкий остров) - 1,25 km². Klein Zajatski Eiland (Малый Заяцкий остров) - 1,02 km².In november 1923 werd de vader Hilarion gearresteerd en veroordeeld tot drie jaar concentratiekamp.
Hij werd naar de Solovetsk eilanden [Соловецкие острова] gestuurd, een
archipel in de Onegabaai van de Witte Zee,
waar zich een Kamp voor Speciale Doeleinden bevond [SLON],
een voorloper van de latere Goelag-archipel.
Toen hij de verschrikkelijke aanblik de kazerne daar ontwaarde en hem het kamp- eten werd gepresenteerd, merkte hij op:
We zullen hier nooit meer levend vandaan komen“.
Aartsbisschop Hilarion aanvaardde stoïcijns alle ontberingen op zijn weg
welke hij tijdens zijn opsluiting in het kamp tegenkwam.
Hij slaagde erin om al het goede kwaliteiten en kenmerken die
hem voorheen van anderen onderscheidden te behouden.
Zijn liefde voor welke mens dan ook, zijn oprechte interesse en
aandachtige zorg voor iedereen en algemene vriendelijkheid waren overweldigend.
Hij werd de meest gewaardeerde persoon in het kamp.
Hij was geliefd en werd gerespecteerd door de generaals, officieren,
studenten en professoren;
Hij werd eveneens oprecht gerespecteerd door de dieven en criminelen.
Iedereen wist gewoon dat je in hem een goede en respectabele persoon ontmoette, waarvan
je onmogelijk niet kon houden.
H. Hilarion van VereaHij sprak altijd met respect over iedereen en behandelde hen als een gelijke.
De eerbiedwaardige vader Hilarion liet het evenbeeld [de Icoon] van de Heer
in ieder mens onderscheiden.
In ruil daarvoor kreeg hij van de mensen liefde en een oprecht respect.
Ondanks het feit dat hij zo’n uitgelezen persoon was, was hij tegelijk simpel,
onaangetast en volledig toegankelijk zijn voor iedereen.
Iedereen vond het verbazingwekkend eenvoudig om met hem te praten.
Toen zijn gevangenisstraf ten einde liep , voegde de autoriteiten een nieuwe veroordeling aan zijn straf toe en stuurde hem als compromis naar Centraal-Azië.
De eerbiedwaardige Hilarion heeft die plaats nooit bereikt.
Hij liep onderweg tyfus op en werd doodziek naar een van de
gevangenis ziekenhuizen van Leningrad [het huidige Sint Petersburg] gezonden;
Hij was niet meer te redden.
De engel des doods stond hem als lijdende martelaar al op te wachten.
Slechts enkele minuten voor zijn dood gaf de dokter hem te kennen
dat de crisissituatie ten einde liep en dat hij het in
ieder geval aan de overzijde beter zou krijgen.
Aartsbisschop Hilarion fluisterde:
Waar zijt gij, mijn God en Verlosser, ontferm u over mij . . .“.
En met deze woorden tot de Heer Jezus Christus
overleed deze biechtvader op 28 december 1929.

In de nacht werd hij in een ruwe blankhouten kist aan zijn familieleden overgedragen;
aartsbisschop Hilarion was onherkenbaar.
Zoveel jaren in gevangenis en kampen hadden
een jonge bloeiende en levendige man
in een uitgeputte oude man veranderd;
hij was pas 43 jaar oud . . .
De autoriteiten stelden de voorwaarde dat er geen pompeuze plechtigheid
tijdens de begrafenisdienst en geen toespraken bij het graf mochten worden gehouden.
Bisschop Nikolai echter las de zaligsprekingen op een zodanige wijze dat
alle aanwezigen weenden.
Elk van de zaligsprekingen werd door de Eerbiedwaardige Hilarion in praktijk gebracht en
dit wordt bevestigd door zijn hele levensgeschiedenis.
Zo werd aartsbisschop Hilarion overgedragen aan de Eeuwige God;
deze mens, die met een heldhaftige kracht naar geest en lichaam,
die zijn leven aan de Kerk ter beschikking heeft gesteld.
Zijn leven wordt ondersteund door woorden die hij ooit tot zijn leerlingen richtte:
Alleen de Kerk verleent werkelijk een doel en waarde aan
iemands bestaan op aarde;
Alleen dienstbetoon aan de Kerk, zo is mijn geloof en overtuiging,
verleent het ultieme doel en waarde aan onze activiteiten hier op aarde; …
Als je de Kerk niet bij kunt staan
– heeft welke activiteit dan ook geen zin;
en heeft het ook geen zin om op aarde te blijven leven
“.

reliekenschrijn van de Heilige Hieromartelaar Hilarion [Troitsky], Sretensky Monastery, MoscowIn het jaar 1999 werden de heilige relikwieën van de Heilige Hilarion
overgebracht van Sint-Petersburg
naar Moskou en in de kerk van het
Sretenski [Ontmoeting met de Heer] Klooster ondergebracht.
Patriarch van Moskou en heel Rusland [Alexi II] bewierookt reliekschrijnTijdens een plechtige dienst las patriarch van Moskou en heel Rusland [Alexi II]
de beslissing van de Russisch-Orthodoxe Kerk voor om vader Hilarion heilig te verklaren en ontstak een Iconen-lamp boven
de schrijn met de heilige relieken.
Tijdens het jubileum van de Russisch-Orthodoxe Kerk in het jaar 2000 werd
vader Hilarion heilig verklaard als
nieuwe martelaar en Belijder van Rusland.
Zelfs na zijn overlijden staat de Heilige Hilarion degenen bij die tot hem een verzoek tot hulp richten.
De Vaders van het Sretenski klooster verzamelen al het materiaal welke verwijzen
naar situaties van genezing en andere kwesties die aan de gebeden tot de Heilige hebben plaats gevonden.

Troparion           tn 4
Strijder van Christus Hilarion,
roem en heerlijkheid van de Russische Kerk,
Gij hebt Christus beleden aan een ineenstortende wereld;
Door uw bloed is de Kerk gesterkt,
Gij hebt de Goddelijke wijsheid verworven,
en riep uit tot de gelovigen:
Buiten de Kerk is geen verlossing
“.

Kondakion         tn.7
Hilarion, bisschop-martelaar om Christus’ wil,
De dienaren van de komende Antichrist hebt gij niet gevreesd;
Gij hebt Christus moedig beleden en uw leven voor Gods Kerk gegeven.
Schoonheid der Russische nieuwe martelaren,
roem van het heilig Rusland;
Gij zijt de heerlijkheid en bevestiging van onze Kerk
“.

December 10e – de Martelaren Menas, Hermogenes en Eugraphus van Alexandrië [†, ± 313]

Zowel de Heilige Menas als Hermogenes
zijn in de stad Athene geboren.
Beiden woonden later in Constantinopel, waar
ze de gunst van de keizer genoten en
in aanzien waren bij het volk.
Menas stond bekend om zijn leerstellingen en z’n redenaarskunst en hoewel hij deed voorkomen een heiden te zijn, was hij in zijn hart een overtuigd Christen.
Hermogenes was de Eparch van Constantinopel en was door en door heiden;
hij was echter een barmhartige mens en
deed vele goede daden.

Toen in de stad Alexandrië de vervolging uitbrak tussen de christenen en heidenen, stuurde keizer Maximianus [285- 305] Menas op pad om de oproer te onderdrukken en
de christenen de stad uit te drijven.
Menas ging er heen en herstelde vrede, maar
hij verkondigde tevens ook Christen te zijn en
bracht veel van de heidenen tot het ware geloof door
de kracht van zijn woorden en
onder het getuigenis van vele wonderen.
Toen de keizer dit hoorde, zond hij Hermogenes om Menas te straffen en
de christenen te liquideren.
Hermogenes bracht Menas voor de rechter, waarop
zijn voeten en zijn tong werden afgehakt en zijn ogen werden uitgestoken,
daarop gooiden ze hem in de gevangenis.
De Heer Jezus verscheen hem daar persoonlijk
teneinde Zijn lijdende dienaar te troosten en te genezen.
Toen Hermogenes zag dat Menas op wonderbaarlijke wijze was genezen,
liet deze zich dopen en begon het fantastisch geloof in Christus te prediken, waarop
hij tot bisschop van Alexandrië werd aangesteld.
Toen kwam de woedende keizer Maximianus zelf naar Alexandrië en
sloeg Menas en Hermogenes met onmenselijke martelingen, welke zij
met de hulp van Gods genade moedig doorstonden.
Toen Eugraphus, de secretaris van Menas de standvastigheid van
deze strijders van Christus aanschouwde en de wonderen die God via hen openbaarde,
ging hij de hal van de rechtbank binnen en schreeuwde de keizer in z’n gezicht toe:
“Ik ben ook een christen”.
De keizer ontstak in een woedeaanval, nam z’n zwaard en onthoofde Eugraphus persoonlijk
en vervolgens gaf hij de beul het bevel Menas en Hermogenes eveneens te onthoofden.
Hun heilige relikwieën werden in de zee geworpen en
dreven op wonderbaarlijke wijze naar Constantinopel, waar de bisschop,
die in een droom gewaarschuwd was,
hen met groot ceremonieel opwachtte en
hen met groot eerbetoon begroef.

Troparion                           Tn 8
De Martelaren van Christus, Menas, Hermogenes en Eugraphus
hebben door hun ascetische arbeid
de vurige aanvallen en hevige verleidingen van passies gedood.
Zij verkregen de Genade om de kwellingen van zieken te verdrijven en
om zowel tijdens het leven als na hun dood wonderen te verrichten.
Het is wonderbaarlijk dat hun overblijfselen genezing bewerkstelligen.
Eer aan onze enige God en Verlosser.

Kondakion                         Tn 4
De Heer deed u ontkomen uit het aardse leger
waardoor u een collega-erfgenaam van het eeuwige werd, O Menas;
begeleid ddor Hermogenes en Eugraphus met wie u leed,
werd jullie een onvergankelijke kroon verleend.

NB. De Heilige Martelaar Menas Kallikelados, [de welsprekende], was uit Athene afkomstig en  verwierf in ongeveer
het jaar 313 samen met de heiligen Hermogenes en Eugraphus,
de martelaars kroon.
Tijdens het bewind van keizer Basilius de Macedonische [867-886]  ontdekte
de militaire commandant Marcian
de relieken van deze heilige Menas
waarbij een nogal vrome man hem in een droom onthulde waar deze lagen.

December 8e – Heilige Patapius, de rechtvaardige van Thebe, 4e eeuw

De eerbiedwaardige en God-dragende vader Patapius van Thebe werd geboren in Thebe [Egypte] en woonde ergens in de vierde eeuw in de Kemetian woestijn.
Zijn heilige relikwieën zijn ongeschonden gevonden en kunnen tot op de huidige dag worden vereerd.

De heilige Patapius wordt in de Syrisch-Orthodoxe kerk vooral vereerd als patroonheilige van mensen die waterzucht hebben.

De heilige Patapius werd in 380 geboren in de Egyptische stad Thebe.
Zijn vader was een gouverneur van de regio en een afstammeling van een bekende Egyptische familie.
Hij en zijn vrouw waren vrome christenen en werden door hun zoon Patapius geïnstrueerd in de Schrift.
Toen Patapius de volwassen leeftijd bereikte, werden bekende docenten van Alexandrië aangezocht om hem in de wetenschappen – wiskunde, filosofie en retoriek – te onderwijzen.
Door deze opleiding werd hij zich van het een op het andere ogenblik bewust van hoe voorbijgaand deze wereld wel niet is en werd hij aangetrokken door de ascetische wijze van leven. Hij werd vooral geïnspireerd door de Heiligen Clemens, Origenes en Athanasios.
Zijn vader zond hem tevens naar de vermaarde catechetische school in Alexandrië, waar
Patapius onder de invloed kwam van de blinde leraar genaamd Didemus.
Dit is de Didemus waarvan de Heilige Antonius de Grote zei:
Wees niet bedroefd dat je beroofd bent vanwege
je fysieke ogen,
ze zijn alleen goed voor
de vliegen en muggen.

Je zou je dienen te verheugen over de ogen van de ziel en dat je innerlijke inzicht is geschonken voor
de Goddelijke en Hemelse schoonheid“.
Didemus inspireerde de leergierige Patapius nog verder op de ascetische weg, die
hij zich voor ogen had gesteld.
Toen hij zijn studie had voltooid, keerde hij terug naar Thebe waar
hij geconfronteerd werd met het overlijden van zijn vader.
Geleid door de wens een het ascetisch leven te gaan leiden,
besloot hij te vertrekken naar de Egyptische woestijn waar
hij bekend om zijn persoonlijke daden.

In 428 begaf hij zich op weg naar Constantinopel omdat hij de rust en vrede van
de woestijn niet meer aankon.
Tijdens deze reis  ontmoette hij zijn discipel Sechnuti, die een Egyptische overheidsdienaar was. Tijdens deze reis, kwam hun schip voorbij Corinthe, waar ze zeven jaar verbleven. In 435 verliet Patapius zijn skete in de Geranian bergen [Corinthe] na z’n zeven jarig verblijf en hervatte samen met de monnik Sechnuti zijn reis naar Constantinopel.

In Constantinopel settelden zij zich in het geheim in het klooster van Blachernae, waar hij een cel in de stadsmuur nam.
Patapius hield zijn identiteit geheim en onder het mom van een eenvoudige monnik
hervatte hij met z’n compagnon een leven van streng vasten, waken en bidden.

Hier verichtte hij vele wonderen van genezing.
Na een deugdzaam welke gezegend met ascetische attitude en wonderen,
stierf hij op de geweldige leeftijd van drieëntachtig jaar in 463.
Hij werd begraven door zijn leerlingen uit de kerk van H. Johannes de Doper in Constantinopel te Petras, welke onder was de bescherming stond van de koninklijke familie van Constantinopel, Palaiologoi en in het bijzonder van de heilige Hipomoni [de heilige van het geduld]
die de moeder was van de laatste keizer van Byzantium, Constantijn Palaiologos.

Sinds de Hemelse overgang van de heilige, heeft deze Kerk de verhalen van zijn leven zorgvuldig bewaard en zich ontfermt over zijn heilige relikwieën.
Duizend jaar nadat de heilige was overleden, toen de Turken Constantinopel veroverden, zijn de relieken aldaar overgebracht het kleine grot-skete in Corinthe
[zoals hij tijdens zijn leven had gevraagd].
Het lichaam van de heilige was in de grot achter een westelijke muur verborgen met
het uitzicht op de iconostase van de kapel die zij daar bouwden.

In het begin van de 20e eeuw ontdekte een lokale priester [vader Constantine Sosanis] deze relieken van de heilige verborgen in de muur.
Hij was een academisch geschoolde Aartspriester die regelmatig in deze kleine kapel zijn diensten deed en vanwege zijn lengte opdracht gaf een aantal wijzigingen in de kapel aan te brengen.
De nacht voordat de werken aan de westelijke muur zouden beginnen, kreeg deze vader Constantijn een droom waarin een monnik hem waarschuwde om
voorzichtig te zijn wanneer hij de muur zou slopen“,
want zo zei de monnik in zijn droom: “Ik ben de Heilige Patapius van Egypte“.
De stoffelijke overschotten werden de volgende dag ongeschonden gevonden met een groot houten kruis op zijn borst, een perkamentrol met zijn identiteit en de grote bladeren waarmee zijn relikwieën waren ingepakt  waren nog zo vers alsof ze de dag ervoor waren geplukt.
Vanaf het ogenblik dat zijn overblijfselen zijn ontdekt, zijn
veel mensen in visioenen en dromen door de heilige bezocht met
het verzoek “zijn huis in Loutraki” te bezoeken.
Hij is vooral bekend vanwege de genezing van kanker en
er hebben dienaangaande wereldwijd diverse wonderen plaats gevonden.

Troparion                           Tn 8
De gelijkenis aan God werd in U echt bewaard, Vader,
want u nam het kruis op en volgde Christus.
Door dat te doen heeft u ons geleerd het vlees te negeren
want dat gaat voorbij,
maar daarvoor in de plaats te zorgen voor de ziel,
omdat deze onsterfelijkheid bezit.
Daarom verheugt uw geest zich met de engelen,
eerbiedwaardige vader Patápius,.

Kontakion                          Tn 3
Uw tempel is gevonden als een bron van genezing
en de mensen bezoeken u massaal verlangend, O heilige.
Zij zoeken genezing van hun ziekten en de vergeving van zonden,
want u bent een beschermer voor alle mensen in nood,
eerbiedwaardige vader Patápius.

Orthodoxie & de weg tot zoon-schap [2]

Ik ben vreemdeling geworden
in een vreemd land
Ex.2: 22
Het zal niet zonder strijd of vragen zijn, die
’s-nachts maar blijven rondmalen en
die ons wakker kunnen houden.
Dit zal niet gemakkelijk overkomen, maar
dat is een wildernis [een woestijn] nooit geweest.
Dus, nodig ik jullie uit om de weg van het zoon-schap voort te zetten,
met mee te gaan, om mij te volgen in de worsteling
over de fundamentele stelling die ik beleef:
Alle waarheid is Gods Waarheid“.

De psychologie pretendeert
een studie van de ziel te zijn;
ze is bekend komen te staan als de genezer van zielen.
Maar is de “genezing van zielen” niet
het domein van Gods Woord.
En geloven we in de Christelijke Orthodoxie niet
de levende belichaming van de boodschap van
de Apostolische Waarheid te zijn.
Dan dienen we hard te zijn voor onszelf en
elke probleem wat we op onze weg tegenkomen
met open vizier en met volhardende moed benaderen.
Op die wijze dienen we de eenheid van Geloof en
de volle kennis van de Zoon Gods te bereiken,
de mannelijke rijpheid,
de maat van de wasdom van
de volheid van Christus

Eph.4: 13
De leden van de Kerk [het geestelijke lichaam van Christus]
worden niet meer overheerst door emoties.
Ze worden “niet meer als onmondigen,
op en neer, heen en weer geslingerd onder invloed van allerlei stormwinden
van buitenaf, maar groeien, zich aan de Waarheid houdende,
in Liefde – in elk opzicht naar Hem toe – die het Hoofd is

Eph.4: 14-15
De Satan, de tegenstrever vreest en haat de geboorte van dit soort zonen.
Daarom zal hij, net als de Pharao en als Koning Herodes,
Het beest en zijn trawanten zullen oorlog voeren tegen het Lam, maar
het Lam zal hen overwinnen – want Hij is de Heer der heerscharen en de Koning der koningen – en zij, die met Hem zijn, de geroepenen en uitverkorenen en gelovigen
“.
Openb.17: 14
Wat er na Mozes’ geboorte gebeurde, weten we.
De dochter van de Pharao nam hem mee naar het hof en zijn toekomst leek zeker.
Weer was er, als in de dagen van Jozef, een Hebreeër in het Egyptische paleis.
Zou ook hij een redder in nood blijken te zijn?

Wat is de betekenis van de naam Mozes.
De prinses “noemde hem Moshe
[Hebreeuws: משה], want, zei ze:
“Ik heb hem uit het water getrokken” [Ex.2: 10].
Water is een woordbeeld.
Het “water van de Nijl” duidt op de talloze “Egyptische“, menselijke, ongeïnspireerde, geschreven, gedrukte en gepreekte woorden.
Het kan veranderd worden in bloed:
het blijkt zielsberoering te zijn [Ex.7:14-25, vgl. Lev.17:11,14].
In dát “water” liet Pharao alle “mannelijke“, “pasgeborenen” verdrinken.
Ex.1: 22
De naam Mozes betekent dus uitgetrokken
[uit het water]. Hij werd uit het
zielsberoerende water” van “Egypte” gered en
opgetrokken tot de “wateren van boven“.
[vgl. John.7 :37-39 en Openb.22: 1].
Mozes zou Gods stem horen, Zijn Woord gehoorzamen en vernieuwd worden om een goede herder voor Gods volk te kunnen zijn.
Ondanks de grote tegenstand van de Pharao zou hij het volk leiden, wegvoeren uit Egypte, de woestijn, de duisternis.
Maar eerst moest God hem daarvoor klaarmaken.

Terwijl Moshe, die uit de ploemp werd getrokken, in luxe aan het hof leefde, zwoegde en zuchtte het volk van God onder de harde hand van Pharao’s slavendrijvers.
Pas toen hij veertig jaar [mid-life crisis] was geworden, werd hij wakker;
ging hij uit tot zijn broeders en lette op hun dwangarbeid“.
Ex.2: 11
Hij kwam er achter wat zijn afkomst was en dat hij gebruikt werd.
Hij vroeg zich ongetwijfeld af, wat hij voor zijn volk kon doen.
Misschien dacht hij wel aan Jozef, die Egypte en
de hele wereld” had gered [Gen.41: 57].
Hoe kon hij zijn invloed aan het hof aanwenden om
zijn bloedverwanten, de Hebreeërs te helpen?

Maar Gods tijd was nog niet gekomen.
Hoewel Mozes al tien jaar ouder was dan Jozef
toen deze onderkoning van Egypte werd, was hij
geheel onvoorbereid in Gods ogen.
Zijn pogingen om het volk te helpen werden
complete mislukkingen [Ex.2: 11-22].
Vanuit het Egyptische paleis kon hij niets doen.
Hij had wel gezag als prins, dat is waar.
Maar had hij ook geestelijk gezag?
Want wat God doet, doet Hij niet
door kracht of door geweld, maar door Zijn Geest“!!!
Zacharias 4: 6
Behalve op zijn positie als prins steunde Mozes’ gezag
ook nog op “Egyptische” kennis.
Hij was “onderwezen in alle wijsheid van de Egyptenaren en
was machtig in woorden en werken”.
Hand.7: 22
Ook nu nog denken veel mensen God daarmee te kunnen dienen.
Wat is er nu beter dan een invloedrijke, maatschappelijke status,
een goede opleiding, kennis van de Heilige Schrift en een klinkende titel voor je naam.
Mensen luisteren graag naar iemand van aanzien,
naar iemand die het mooi kan verwoorden.
Maar wáár gezag en wáre kennis zijn heel anders.
Jezus had geen enkele reputatie of positie in de religieuze wereld van Zijn tijd.
Maar “ze stonden wel versteld over
wat Hij onderwees, want
Zijn woord was met gezag

Luc.4: 32
Zijn gezag was niet uit de mens,
maar vanuit God [vgl.Matth.7: 29].
Daarom ontdeed God, Mozes eerst van elke vorm van menselijk aanzien en eigen kunnen.
Hij liet hem de weg van zelfontlediging gaan.
Paulus zegt van Jezus, dat ook Hij
Zichzelf heeft ontledigd en
de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen en
aan de mensen gelijk geworden is.
En in Zijn uiterlijk als een mens bevonden,
heeft Hij Zich vernederd“.
Phil.2: 7-8
Ons verstand kan de diepgang van deze woorden maar moeilijk vatten.
Was het voor God niet voldoende om mens te worden en gewikkeld te worden in “doeken” van “vlees aan dat gelijk;
aan de zonde
“?
Luc. 2: 12 en Rom.8: 3
Nee, ook op aarde zou Jezus
Zich verder ont-ledigen en vernederen.
Dertig jaar lang
nam Jezus toe in wijsheid en grootte en genade bij God en mensen“.
Luc.2: 52
Toen zalfde de Vader Hem tot ware Koning en Hogepriester en verklaarde:
Jij bent Mijn Zoon, de geliefde, in
wie Ik welbehagen heb
“.
Luc.3: 21-22
Wat een rijkdom! Koning, Hogepriester, Zoon van de levende God!
Wat een geestelijke status!

Nu de hamvraag:
maakte Jezus daar wel eens gebruik van om Zich aan de wereld te bewijzen?
vgl. Matth.4: 11
Nooit en te nimmer!
In plaats daarvan nam Hij de gestalte aan van een dienstknecht [Phil.2: 7] of
van een “schaap dat stom is voor zijn scheerders“.
Isaiah 53: 7
Hij legde alles af. Hij zei:
Hierom heeft de Vader Mij lief, omdat Ik Mijn leven afleg.
Niemand ontneemt het Mij, maar Ik leg het uit Mijzelf af“.
John.10: 17-18
Maar wie begreep dat?
Daarom “zeiden er velen:
Hij is bezeten en waanzinnig;
waarom luisteren jullie nog naar Hem?
“.
John.10: 20
Ze zagen Hem slechts als de zoon van een timmerman
uit het verachtelijke provinciestadje Nazareth,
wat kan daar nou voor goeds uit voortkomen.
Matth.13: 55, John.1: 47

Mozes benaderde deze weg van vernedering
het dichtst van alle oudtestamentische figuren.
Hij verliet de pracht van het Egyptische hof om
bij zijn broeders in de verdrukking te zijn [Ex.2: 11].
Hij leefde veertig jaar lang [40=testen, beproeven] in
totale afzondering in Midian, teneinde innerlijk te worden veranderd.
Hij werd herder, een naar Egyptische maatstaven verachtelijke positie.
Want al wat schaapherder is, is voor de Egyptenaren een gruwel“.
Gen.46: 34
Voor ons hebben herders een positief, romantisch imago.
Wat is er nu leuker, tijdens een vakantie een herder op de hei tegen te komen en
een praatje met hem te maken.
Vaak stelt men zich een herder voor op een zonnige groene lentewei,
met een lam in zijn armen, zoals op het plaatje in onze kinderbijbel.
Jezus is immers de Goede Herder.
Maar voor de Egyptenaren was een herder een vieze, stinkende,
ongeletterde, onbeschaafde figuur.
Mozes werd herder.
Van prins tot “gruwel van de Egyptenaren, die, ook dat nog, niet eens zijn eigen schapen, maar de kudde van zijn schoonvader Jetro moest hoeden“.
Ex.3: 1
Hij moet er zwaar onder geleden hebben.
Misschien drukte hij iets van zijn innerlijke smart uit, toen zijn eerste zoon geboren werd.
Hij noemde hem Gersom, wat betekent:
Ik ben een vreemdeling geworden in een vreemd land“.
Ex.2: 22
Jozeph, de aaartsvader, die ook in ballingschap was,
had daarentegen zijn eerste zoon triomfantelijk
Manasse genoemd,
want, zei hij:
God heeft mij al mijn moeite doen vergeten en
ook het hele huis van mijn vader
“.
Gen.41: 51
Zijn tweede zoon noemde hij Ephraïm,
want God heeft mij vruchtbaar gemaakt
in het land van mijn ellende

Gen.41: 52
Hoe anders verliep dit met Mozes!
Zijn weg naar en in Midian was een afgang.
Wilde God hem gebruiken als verlosser, dan
moest hij de weg van volkomen zelf-ontlediging gaan,
net als Jezus.
Ook Hij werd “arm, terwijl Hij rijk was“.
2Cor.8: 9
Ook Hij had “geen plaats om het hoofd neer te leggen“.
Matth.8: 20
Mozes moest, net als Jezus, een Gersom worden,
een niets bezittende vreemdeling in de wereld.
Deze ontlediging duurde net zo lang, tot
alle hoop en elk verlangen naar iets groots in hem dood was.
‘Dong . . . ‘, dat is een pijnlijke weg! Maar wat een vruchtbare weg!
Later lezen we van hem, dat hij
een zeer zachtmoedig man was,
meer dan enig ander mens op de aardbodem
“.
Num.12: 3
God had veertig jaar lang in het verborgene in hem gewerkt.
Zijn trotse zelfvertrouwen was gebroken.
In hem was een andere gezindheid gekomen.

Op veel plaatsen is de boodschap van zoonschap te horen.
Velen worden erdoor geboeid.
Maar wie wil er nou zo’n weg van vernedering gaan?
Paulus zei:
Ik wel! Zeer gaarne zal ik in zwakheden roemen” en
dat betekent:
Ik verblijd mij over alles, wat mij vernedert“.
Als hij werd vernederd als volgeling van het Lam, dan
schaamde hij zich niet, maar verheerlijkte God.
[vgl. 1Petr.4: 16].
Want wie de weg van ontlediging gaat en
deel krijgt aan het lijden van Jezus,
zal ook delen in Zijn overwinning.
Zoonschap is geen ego-tripperij.
Het is dood gaan aan ons eigen-ikkie,
niets meer betekenen voor wie dan ook.
Wie het Lam volgt, waar Hij ook heen gaat,
Kruisigt het vlees met zijn hartstochten en de begeerten
Gal.5: 24
Dan geldt:
Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik,
dat is, niet meer mijn eigen ik, maar Christus leeft in mij.
En voor zover ik nu nog in het vlees leef,
leef ik door het geloof in de Zoon van God,
Die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven
“.
Gal.2: 20

We hebben nagedacht over Mozes’ voorbereiding.
Nu zullen we zijn bediening vergelijken met
die van de Zoon en die van de zonen.
Jezus wordt beschreven als
een profeet, machtig in werk en woord voor God en het volk“.
Luc.24: 19
Hetzelfde gold voor Mozes.
Toen hij zijn staf uitstrekte en de plagen deed komen, vreesde heel Egypte hem.
Bovendien openbaarde God Zich aan hem
van aangezicht tot aangezicht
Deut. 34: 10
Wat een profeet!
Er is inderdaad nooit meer iemand geweest als hij, totdat Jezus kwam.
Deut.18: 15
Alle profeten van het eerste Verbond [O.T],
die na Mozes kwamen, van Jesaja tot en met Maleachi,
waren tot op zekere hoogte zijn volgelingen.
Ze riepen het volk terug “tot de wet en tot de getuigenis!“.
Isaiah.8: 20
Gedenk de wet van Mozes, Mijn knecht, die
Ik hem op Horeb geboden heb voor gans Israël,
inzettingen en verordeningen
“.
Mal.4: 4
Mozes was een geestelijke pionier geweest.
Hij had niet voortgebouwd op wat anderen hadden gedaan,
God gaf hem deze nieuwe taak.
Hij luidde een heel nieuw tijdperk in: de tijd van de wet.
Ook Jezus luidde een nieuw tijdperk in: de tijd van genade.
Ook wat Hij zei en deed was nieuw, revolutionair.
De dienaars van de over-priesters die Hem moesten arresteren,
kwamen onverrichterzake terug en zeiden:
Nog nooit heeft iemand zó gesproken als Hij!“.
John.7: 46
Altijd wekten Zijn woorden en daden verwondering.
Men wist nooit van te voren wat Hij zou gaan doen of zeggen.
De wind waaide waarheen hij wilde en zo
vervulde Hij de wet door Zich volkomen te laten leiden door Gods Geest.
Wat gebeurde er?
Riep Jezus net als alle andere profeten het volk terug tot de wet van Mozes?
Nee, Hij heeft de wet geleefd, wet voor wet, door de heilige Geest.
En nu roept Hij ons op, om ook door de kracht van de heilige Geest te leven en
volmaakt te zijn, gelijk de hemelse Vader volmaakt is“.
Matth.5: 48
“Nu geldt de Koninklijke wet van de Vrijheid,
de vervulde wet van de Liefde,
Die zichzelf niet zoekt”.
Jac.1: 25, 2: 8-12 en 1Cor.13: 5

Wie de leiding van de heilige Geest niet kent,
zal eens en voor altijd anderen blijven nàdoen.
Hij zegt na, wat hij van “horen zeggen” heeft [vgl. Job 42: 5].
Hij doet, wat hij anderen heeft zien doen.
Hij geeft door, wat hij van mensen heeft ontvangen.
Hij blijft zo onder de één of andere traditionele wet van de mensen.
Paulus echter was:
Geen apostel vanwege mensen, of
door een mens, maar
door Jezus Christus en God, de Vader
“.
Gal.1: 1
Hij schreef:
Allen, die door
de Geest Gods geleid worden,
zijn zonen Gods
“.
Rom.8: 14
Ook in hun leven zal “de wind blazen, waarheen Hij wil” [John.3: 8].
Ze zijn helemaal Vrij [Openb.14: 1-5).
En als zij openbaar worden,
breekt er wéér een nieuw tijdperk aan:
de komst van het Koninkrijk der hemelen op aarde,
de fase van het herstel van alle dingen,
de verlossing van de gehele schepping.

Het volgende aspect, waarin
Mozes, Jezus en de zonen Gods overeenkomen is het volgende:
ze worden allen gezonden om te verlossen
Ex.6: 5-8, Luc.1: 74, Rom.8: 19-21
De Heer Jezus begon Zijn bediening met
het voorlezen van het volgende schriftgedeelte:
De Geest van de Heer is op Mij.
Hij heeft Mij gezalfd om
aan armen het evangelie te brengen.
En Hij heeft Mij gezonden om
aan gevangenen loslating te verkondigen en
aan blinden het gezicht, om
verbrokenen heen te zenden in vrijheid,
om te verkondigen
het aangename jaar van de Heer
“.
Luc.4:18-19
Later zegt Hij:
Jullie zullen de Waarheid verstaan en
de Waarheid zal je vrijmaken
John.8: 32
En:
wanneer dan de Zoon jullie vrijgemaakt heeft,
zullen jullie werkelijk vrij zijn“.
John.8: 36
Paulus schrijft daarover:
Opdat wij waarlijk Vrij zouden zijn,
heeft Christus ons vrijgemaakt.
Houdt dus stand en laat u niet weer
een slavenjuk opleggen” .
Gal.5: 1
Jezus is de Verlosser.

Ook de zonen Gods zijn verlossers.
Als we opnieuw Romeinen 8 opslaan, waar over hen wordt gesproken, lezen we, dat
de schepping zelf van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid zal
bevrijd worden tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God
“.
Rom.8: 21
Vrijheid is de heilige essentie van zoon-schap.
Wie het Lam volgt, waar Hij ook heengaat,
zal “los-gekocht zijn van de aarde”.
Openb.14: 3
De bevrijdende kracht van Gods Geest heeft in hun levens gewerkt.
“Ze zingen een nieuw gezang” [Openb.14: 3a].
Ze zijn Vrij. Ze kunnen áller dienstknecht zijn.
Alle banden en ketens zijn in hen verbroken.
Ze zijn, net als Mozes, door een intens beproevingsproces gegaan, wetend dat
God alle dingen doet meewerken ten goede voor hen, die Hem liefhebben en
die volgens Zijn voornemen geroepenen zijn. Want die Hij tevoren gekend heeft,
heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld van Zijn Zoon, opdat
Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broederen; en
die Hij tevoren bestemd heeft, die heeft Hij ook geroepen; en
die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en
die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt
“.
Rom.8: 28-30
Zo heeft God hen toebereid, om
de hele schepping van elke vorm van slavernij te verlossen
tot de heerlijke vrijheid in God [Rom.8: 21].

In Numeri 12 vinden we een interessant voorval in het leven van Mozes.
Mirjam en Aäron vielen hem aan
met de woorden:
Heeft de Heer soms uitsluitend door
Mozes gesproken?
Heeft Hij ook niet door ons gesproken?
“.
Num.12: 2
Wat ze zeiden was erg aannemelijk.
Beiden waren door God gebruikt.
Aäron was Mozes tot een mond geweest voor Pharao [Ex.4: 15-16].
Hij was aangesteld als hogepriester [Ex.29: 4-9].
Mirjam was een profetes, die de vrouwen voorging in zingen en dansen [Ex.14: 20].
Inderdaad, God had ook door hen gewerkt.
Maar dat betekende niet, dat ze zich op één lijn konden stellen met Mozes.

Mozes was anders.
Waarom was hij zo’n
zachtmoedig man,
meer dan enig mens
op de aardbodem?
“.
Num.12: 3
Door het verootmoedigingsproces dat
hij had doorgemaakt.
Toen hij veertig jaar oud was,
voelde hij zich trots en sterk.
Maar waar was zijn zelfvertrouwen,
toen hij tachtig was en zei:
Och Heer, zend toch iemand anders“.
Ex.4: 13
Hij had alle vertrouwen in het eigen ik verloren.
De man die “onderwezen was in alle wijsheid van de Egyptenaren en
machtig was in woorden en werken
” zei nu:
Heer, ik ben geen man van het woord:
ik ben zwaar van mond en zwaar van tong
“.
Hand.7: 22, Ex.4: 10
Juist daarom kon hij nu gebruikt worden.
God had geen geweldenaar, een redenaar nodig, maar
een volkomen afhankelijke dienstknecht.
Mozes was innerlijk veranderd.
Mirjam en Aäron mochten dan wel gebruikt zijn als profetes en priester.
Maar kenden zij als Mozes de vernieuwende werking van God
in hun binnenste, in hun ziel?.

Toen riep God hen alle drie naar de tent der samenkomst [Num.12: 4].
Hij daalde er neer in de wolk [Num.12: 5].
Hij zei:
Luister nu naar Mijn woorden.
Als er onder u een profeet is, dan
maak Ik Mij in een gezicht aan hem bekend.
In een droom spreek Ik met hem.
Maar niet met Mijn knecht Mozes, vertrouwd als hij is in geheel Mijn huis.
Van mond tot mond spreek Ik met hem, duidelijk en niet in raadselen.
Hij ziet Mij van aangezicht tot aangezicht.
Waarom hebben jullie zò
tegen Mijn knecht Mozes gesproken?
“.
Num.12: 6-8

Ook daarin was Mozes een verwijzing [een voorloper] naar Jezus:
Niemand heeft ooit God gezien;
de eniggeboren Zoon, die
aan de boezem van de Vader is,
Die heeft Hem doen kennen
“.
John.1: 18
Er is dus een duidelijk verschil tussen
profeten als Mirjam en priesters als Aäron aan de ene kant en dienstknechten van God als Mozes aan de andere kant.

Voor wie weinig inzicht heeft in Gods wegen, kan iemand, die profeteert of andere geestelijke gaven gebruikt, een geestelijke reus lijken.
Toch hoeft dat niet zo te zijn.
De jonge Saul bijvoorbeeld “Geraakte in geestvervoering en allen die hem van vroeger kenden, zagen hoe hij met de profeten profeteerde; en men zei tot elkaar:
Wat is er toch met de zoon van Kis gebeurd?
Is Saul ook onder de profeten?
“.
1Sam.10: 10-11
Maar later werd hij een eigenzinnig man, die
God het initiatief uit handen nam.
Omdat hij niet kon wachten op Gods tijd,
verloor hij al in het tweede jaar van zijn regering
Gods zegen op zijn koningschap [1Sam.13: 5-14].
Hij zou later zelfs door een boze geest gekweld worden [1Sam.16: 14].
Ook nu zijn er mensen, die gebruikt zijn voor allerlei geestelijk werk en
die na verloop van tijd in de meest grove zonde zijn vervallen.
“O, Heer, houd ons vast en leid ons op Uw wegen!”.

Mozes kende God op een wijze, die Mirjam en Aäron en andere profeten niet kenden.
Zij hebben wel woorden of beelden van de Heer ontvangen, die
vaak als raadsels overkwamen. God sprak door hen, dat is zeker.
Maar God sprak met Mozes, “niet in raadselen“, maar
van aangezicht tot aangezicht, zoals
iemand spreekt met zijn vriend
“.
Ex.33: 11

Over een dergelijke verhouding gaat het ook in het nieuwe testament,
toen Jacobus en Johannes tegen Jezus zeiden:
Meester, wilt U doen, wat wij U gaan vragen.
Hij zei: Wat willen jullie, dat Ik voor jullie doen zal?
Ze zeiden:
Geef ons, dat wij de één aan uw rechterzijde en
de andere aan uw linkerzijde mogen zitten in uw heerlijkheid.
Maar Jezus zei tot hen:
Jullie weten niet, wat je vraagt.
Kunnen jullie de beker drinken, die Ik drink, of
met de doop gedoopt worden, waarmede Ik gedoopt word?
Ze zeiden tot Hem: We kunnen dat.
Jezus zei toen:
De beker, die Ik drink, zullen jullie drinken en met de doop, waarmee
Ik gedoopt word, zullen jullie gedoopt worden, maar
het zitten aan Mijn rechter- of linkerzij, staat niet aan Mij te geven, maar
het is voor hen, voor wie het bereid is
“.
Marc.10: 35-40
Net als Mirjam en Aäron, die Mozes’ gelijken wilden zijn,
wilden Jacobus en Johannes voor zich een hogere positie dan
de andere discipelen: naast Jezus.
Er waren twee dingen, die ze niet begrepen.
1.]. Wie met Hem zullen regeren, hebben eerst met Hem geleden.
De 144.000 eerstelingen, die met het Lam op de berg Sion staan,
hebben het Lam [= dat zou lijden] gevolgd waar Hij ook heenging [Openb.14: 4].
Ze konden Hem volgen op de troon, omdat ze Hem ook hebben gevolgd
in Zijn lijden en vernedering.

Als wij aan het lijden van Jezus denken,
gaan onze gedachten automatisch naar Zijn laatste uren op aarde.
Als wij denken aan lijden met Hem,
denken we misschien aan onze broeders en zusters in landen,
waar geen godsdienstvrijheid is.
Daar ondergaan onze broeders martelingen, dood, gevangenisstraf en
andere ontberingen om Zijn Heilige Naam.
Het is goed om daar –zeker in deze tijd – eens bij stil te staan.
Maar Jezus’ lijden ging veel dieper.
Zijn lichamelijk lijden was, voor zover we weten, beperkt
tot de laatste 24 uur van Zijn leven.
Zijn geestelijk lijden duurde Zijn leven lang.
Hij kwam tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen“.
John.1: 11
Hij heeft voortdurend alle
tegenspraak van de zondaren tegen Zich verdragen“.
Hebr.12: 3
Ook Mozes heeft dit lijden gekend.
Hij ervoer voortdurend de tegenstand van zijn eigen volk,
zelfs van zijn eigen broer en zus.
Iedere gelovige, die geroepen wordt tot zoon-schap,
zal ditzelfde ervaren.

2.]. Wat zij niet begrepen, was, dat
God bepaalt, wie met Jezus zal regeren. God kiest hen uit.
De Heer Jezus zei duidelijk:
“Het zitten aan Mijn rechter- of linkerzijde kan ik niet bepalen,
maar het is voor wie dat bereid is door de Vader”.
Marc.10: 40
God bepaalt alles, dus ook ieders plaats in Zijn rijk.
In een groot huis zijn niet alleen voorwerpen van goud en van zilver,
maar ook van hout en van aardewerk,
deels met eervolle, deels met minder eervolle bestemming.
Als iemand zich gereinigd heeft, zal hij een voorwerp zijn met eervolle bestemming,
geheiligd, bruikbaar voor de eigenaar, voor iedere goede taak gereed
“.
2Tim.2: 20-21
Wie Jezus gehoorzaamt, wordt in het Huis van de Vader
een voorwerp met eervolle bestemming,
geheiligd, bruikbaar voor de eigenaar
” en
is blij en dankbaar met het plekje, dat God voor hem heeft.
Dat is voor iedereen verschillend.
God heeft de leden elk in het bijzonder hun plaats in het lichaam aangewezen,
zoals Hij heeft gewild
“.
1Cor.12: 18

Dat is heel wat anders dan het ideaal van de Franse revolutie:
Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap.
Dat principe van gelijkheid is overal terug te vinden, ook in geestelijk werk.
Ieder lid van een bepaalde kerkgemeenschap
wordt geacht hetzelfde te denken en te geloven als . . . . . . .
Conformiteit noemt men dat. Dat is veilig voor het systeem.
In het geestelijke Babel wordt dan ook gebouwd met “Tichelstenen“,
bakstenen met dezelfde vorm en afmeting.
Gen.11:3
Maar in Gods schepping zien we een onuitputtelijke variëteit.
Zelfs twee sneeuwvlokken zijn niet aan elkaar gelijk.
In de schrift zien we dezelfde verscheidenheid wat betreft ieders roeping.
God is de Meester-pottenbakker, die van elke klomp klei maakt wat Hij wil.

In het oude verbond had God een orde bepaald.
Hij koos uit de vele volkeren één klein volk.
Uit dat volk koos Hij één stam met een speciale roeping, de Levieten.
Uit hen koos Hij sommigen om priester te zijn.
Uit de priesters koos Hij er één om hogepriester te zijn.
Dit alles is een voorbeeld, hoe het ook geestelijk is.

Er is dus ook in de nieuwe orde van het koninkrijk der hemelen geen uniformiteit.
Daar geldt:
Wie onder u groot wil worden, moet dienaar zijn“.
Matth.20: 26
Als iemand de eerste wil zijn,
die zal de állerlaatste en áller dienaar moeten zijn
“.
Marc.9: 35
Wie groot wil zijn, moet het Lam volgen,
waar Hij ook heengaat en dagelijks zijn Kruis opnemen
“.
Luc.9: 23
Hij zal steeds weer zijn leven afleggen en
zijn ziel uitgieten in de dood.
Niet één keer, maar in alle dagelijkse situaties en moeilijkheden.
In ieders leven zijn de omstandigheden anders.
God wil geen uniformiteit van mensen, maar gelijkvormigheid aan het beeld van Zijn Zoon.
Dat is onze roeping, om
Samen met alle heiligen, in staat zijn te vatten,
hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is
van de liefde van Christus en die te kennen met een kennis
die alles te boven gaat, opdat u vervuld wordt tot alle volheid Gods
“.
Rom.8: 28-30, Eph.3: 18-19

In het oude testament zien we, dat
het volk gezegend werd ten tijde van mannen Gods als
Abraham, Jozef en David.
Maar die zegen duurde zelden langer dan hun generatie.
Na hun dood kwam er een einde aan hun invloed.
Ook in de kerkgeschiedenis zien we hetzelfde patroon.
Twee opmerkelijke uitzonderingen waren Mozes en Elia.

Eerst het heengaan van Elia.
Hij zei tegen Elisa:
Doe een wens. Wat zal ik voor je doen, eer ik word weggenomen?
En Elisa zei: Zo moge dan een dubbel deel van uw geest op mij zijn.
En Elia zei: Je hebt een moeilijke zaak gewenst.
Als je mij zult zien, als ik van je word weggenomen, dan zal het geschieden.
Maar indien niet, dan zal het niet geschieden.
En toen kwam er een vurige wagen en vurige paarden,
die scheiding maakten tussen hen beiden.
Zo voer Elia ten hemel. En Elisa zag het!
Daarop raapte hij de mantel van Elia op,
keerde terug en ging aan de Jordaan staan.
Hij nam de mantel van Elia, die van hem afgevallen was,
sloeg op het water, en riep: Waar is de Heer, de God van Elia?
En het water splitste zich, zodat Elisa kon oversteken.
De profeten van Jericho, die op enige afstand stonden,
zagen hem en zeiden: De geest van Elia rust op Elisa
“.
2Kon.2: 9-15

Toen Mozes stierf op honderdtwintig jarige leeftijd,
was “zijn oog niet verduisterd en zijn kracht niet geweken“.
Deut.34: 7
En “Jozua nu, de zoon van Nun, was vol van de geest van wijsheid, want
Mozes had zijn handen op hem gelegd.
Daarom luisterden de Israëlieten naar hem en
deden zoals de Heer Mozes geboden had
“.
Deut.34: 9
Toch waren Mozes’ laatste woorden allesbehalve positief:
Ik weet, dat jullie na mijn dood zeer verderfelijk handelen zult en
af zullen wijken van de weg, die ik jullie geboden heb.
Daarom zal er na verloop van tijd onheil over jullie komen,
wanneer jullie doen wat kwaad is in de ogen van de Heer en
Hem krenkt door het maaksel van je handen

Deut.31: 29
Hij was voor het volk een verlosser geweest uit het land Egypte.
Maar hij had niet kunnen verlossen van
de macht van “Egypte” in het hart van de mens.

Maar Jezus zei tot Zijn discipelen, vlak voordat Hij zou sterven:
Ik zeg u de waarheid: Het is beter voor u, dat Ik heenga.
Want als Ik niet heenga, kan de Trooster niet tot u komen
“.
John.16: 7
Jullie zullen kracht ontvangen als de heilige Geest over je komt“.
Hand.1: 8
> En dát is het geheim!
Het gaat er nu om niet door eigen kracht of door inspanning iets te willen bereiken,
maar om Zijn Geest te ontvangen en Die te laten werken
Zacharias.4: 6
Wie dat geheim niet kent, zal altijd doen, wat Mozes voorzag:
Hij zal verkeerd handelen in de ogen van de Heer en
Hem krenken door het werk van zijn handen
“.
Deut.31: 29

Vermenigvuldigingskracht is in het zaad.
“Het zaad is het Woord van God”.
Luc.8: 11
Het zaad is in “het mannelijke wezen”.
Mozes ging heen en droeg zijn kracht over aan Jozua.
Jezus ging heen en gaf Zijn Geest in de Zijnen, opdat
ze in Zijn voetsporen zouden treden.
Als de zonen Gods, die allen
door de Geest Gods geleid worden
Rom.8: 14
Hen zal geopenbaard worden, ook zij zullen bereid zijn
terug te treden na “het zaad” te hebben overgedragen.
Zij binden niemand aan zichzelf, maar leiden allen
“tot de vrijheid van de kinderen van God”.
Rom.8: 21
Ieder die naar hen luistert, ontvangt
Niet een geest van slavernij om opnieuw te vrezen, maar
de Geest van het zoon-schap,
door welke ze zullen roepen:
‘Abba, Vader’
“.
Rom.8: 15

Ook Mozes’ dood was, als verwijzing naar Jezus’ sterven en opstanding, zeer bijzonder.
Toen stierf Mozes in het land Moab.
En Hij begroef hem in een dal in het land Moab, tegenover Beth-Peor.
Niemand heeft zijn graf geweten tot op de huidige dag
“.
Deut.34: 5-6
Judas vertelt ons, dat
Michaël, de aartsengel, met de duivel in twist gewikkeld was
over het lichaam van Mozes
“.
Judas 9
En waar verschijnt Mozes weer?
Niet in een dal, maar
met Jezus’ op de berg Thabor, de berg der verheerlijking
Matth.17: 3

De dood is de laatste vijand, die
wordt “verzwolgen in de overwinning“.
1Cor.15: 54
Wat er met Henoch en Elia gebeurde,
was er een verwijzing naar.
Dat ook wij zó zullen overwinnen
wordt tegenwoordig in twijfel getrokken;
zelfs door het merendeel van de
[Nederlandse PKN- (onderzoek 2014)] voorgangers,
welke beter zouden behoren te weten.
Maar Paulus zegt:
Zodra dit vergankelijke onvergankelijkheid aangedaan heeft en dit sterfelijke
onsterfelijkheid aangedaan heeft,
zal het Woord werkelijkheid worden dat geschreven is:
De dood is verzwolgen in de overwinning
“.
1Cor.15: 54
Wie overwint zal van de ‘Boom des Levens’ eten
Openb.2: 7,
“Zal de ‘Kroon des Levens’ ontvangen
Openb.2: 10 en
“Staat in het Boek des Levens
Openb.3: 5;
Hij zal als een zoon zitten
met Jezus op Zijn Troon“.
Openb.3: 21

Tenslotte nogmaals die belangrijke tekst:
Met reikhalzend verlangen wacht
de schepping op het openbaar worden
der zonen Gods
“.
Steeds vaker horen we van ellende, oorlogen, natuurrampen en honger,
overal op de wereld, terwijl de mens méér mogelijkheden en bronnen heeft
dan ooit te voren.
Rampspoed overspoelde destijds ook de kinderen van Israël,
die zuchtten onder hun verdrukkingen, terwijl
Mozes werd toebereid in de stilte van de woestijn van Midian.
Hij kwam tot Israël op Gods tijd om het te verlossen.
Ook nu worden “in de stilte van de woestijn” de Mozessen klaargemaakt,
om op Gods tijd verlossers te zijn.
Want “Verlossers zullen de berg Sion bestijgen“.
Obadja 1: 21
Dat betekent:
zij zullen groeien in de volle kracht [= berg]
van de heilige Geest [= Sion].

We mogen niet verwachten dat
die weg van toebereiding een gemakkelijke weg
zal zijn.
Voor het vlees is het een lange, smalle weg.
De verandering van “stervende zult gij sterven
Gen.2: 17b
tot zoon-schap Gods is een dodelijk proces voor het oude ik.
Maar het loon is groot.
De Heer Jezus zou het
om Zijn moeitevol lijden zien tot verzadiging toe“.
Isaiah 53: 11
Hij zou Zijn loon zien: het zou bij Hem zijn en het noemen:
Het heilige Volk, De Verlosten van de Heer“.
Isaiah 62:12
Hij zegt:
Zie, Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij“.
Openb.22: 12

Ook Mozes
heeft de smaad van Christus groter rijkdom geacht dan de schatten van Egypte,
want hij hield de blik gericht op de vergelding
“.
Hebr.11: 26
Laten ook wij
ons oog alleen richten op Jezus, de leidsman en
voleinder van het geloof die om de vreugde die voor Hem lag,
het Kruis op Zich genomen heeft en niet op de schande heeft gelet
“.
Hebr.12: 2
Laten ook wij voor moeilijkheden, onbegrip, schande,
verwerping en verdrukking ter wille van Zijn naam niet terugdeinzen, maar
de hoop grijpen, die voor ons ligt“.
Hebr.6: 18-20:
Christus is onder u, de hoop van de heerlijkheid
Hem verkondigen wij, wanneer wij ieder mens terechtwijzen en
ieder mens onderrichten in alle wijsheid, om
ieder mens in Christus volmaakt te doen zijn
“.
Col.1: 27-28
Hij is komende. Dat gold voor toen, dat geldt voor nu, en
dat geldt voor hen, die het later zullen verstaan.
Want “Hij is, Hij was en Hij komt“.
Openb.1: 4
Zie, Ik kom met spoed en Mijn loon is bij Mij
Openb.22: 12
Zijn loon zal met het Lam staan op de berg Sion [Openb.14: 1].
Dat zijn zij, die Hem hebben gevolgd in lijden en vernedering [Openb.14: 4].
Ze zullen dan ook “delen in Zijn verheerlijking” en
met Hem zitten op Zijn troon [Rom.8:17,Openb.3: 21].
En wat was het uiteindelijke doel?
De gehele schepping te verlossen tot
de Vrijheid van de Heerlijkheid
van de kinderen van God!
“.
Rom.8: 21

Wij vieren met Kerst dat Jezus Christus als
onze God en Verlosser in het vlees is geboren.
Christus heeft werkelijk Zijn gehele leven,
al Zijn gedachten, woorden en werken,
daarop gericht dat de Naam van zijn Vader niet gelasterd,
maar geëerd en geprezen zou worden.
Hij heeft dat voor ons gedaan. Zijn leven heeft Hij voor ons geleid.
Daarom mogen wij, zonder bang te zijn dat het God onze Vader teveel zou worden,
als zonen iedere dag opnieuw  aan Hem vragen of
Hij ons toch wil doen lijken op Christus.
Dat was toch de bedoeling?
Daartoe heeft God ons uitgekozen,
dat wij Zijn Zonen [en dochters] zouden zijn
door het Geloof in Christus Jezus.
Dat is het hart van het christelijk geloof,
want daarin klopt het hart van onze God.

Een goede voorbereiding op Kerst;
een zalige 12 dagen van Kerst t/m Theophanie en
een gelukkig begin van het Nieuwe Jaar.

Johannes de Doper, voorloper op de komst van Christus

De noodzakelijke toevoeging ‘de Voorloper’
[het epitheton (Gr. (ἐπίθετον)] aan de naam Johannes is te danken aan het feit, dat
hij de laatste profeet van
het eerste verbond [Covenant] was.
Johannes  de Doper was immers degene
die de weg voor Christus heeft voorbereid.
In het vroegste Christendom werd Johannes
reeds beschouwd als de Voorloper van Christus en
werd hij gezien als de weergekeerde Elias, van
wie men geloofde, dat hij zou optreden als
de wegbereider van de Messias.
Het is waarschijnlijk op grond hiervan, dat
de vier evangeliën beginnen met
de beschrijving van de werken van Johannes.

We mogen niet vergeten dat géén van de Evangelisten de in hun evangeliën beschreven ‘voorgeschiedenis’ van Johannes de Doper zelf hebben meegemaakt.
Wellicht is daarom het Evangelie van zijn naamgenoot Johannes het meest juiste verslag, omdat
hij de gebeurtenissen niet beschrijft als ‘waargenomen’, maar vermeldt:
Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die aan de boezem des Vaders is,
Die heeft Hem doen kennen.
En dit was het getuigenis van Johannes, toen de Joden uit Jeruzalem priesters en Levieten tot hem zonden om hem te vragen: Wie zijt gij?
En hij beleed en ontkende het niet; en hij beleed:
Ik ben de Christus niet.
En zij vroegen hem: Wat dan? Zijt gij Elia?
En hij zei: Ik ben het niet.
Zijt gij de profeet?
En hij antwoordde: Neen.
Zij zeiden dan tot hem:
Wie zijt gij? Wij moeten toch antwoord geven aan hen,
die ons gezonden hebben; wat zegt gij van uzelf?
Hij zei: Ik ben de stem van een die roept in de woestijn:
Maakt recht de weg des Heren,
gelijk de profeet Jesaja gesproken heeft.
En er waren sommigen afgezonden uit de Farizeeen.
En zij vroegen hem en zeiden tot hem:
Waarom doopt gij dan, indien gij de Christus niet zijt, noch Elia, noch de profeet?
Johannes antwoordde hun en zei:
Ik doop met water; midden onder u staat Hij, van wie gij niet weet,
Hij, die na mij komt, wiens schoenriem ik niet waardig ben los te maken.
Dit geschiedde te Bethanië over de Jordaan, waar Johannes doopte.
De volgende dag zag hij Jezus tot zich komen en zei:
Zie, het lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt.
Deze is het, van wie ik zei:
Na mij komt een man, die voor mij geweest is want Hij was eer dan ik.
En zelf wist ik niet van Hem, maar opdat Hij aan Israël zou geopenbaard worden,
daarom kwam ik dopen met water.
En Johannes getuigde en zei:
Ik heb aanschouwd, dat de Geest nederdaalde als een duif uit de hemel en
Hij bleef op Hem.
En ik kende Hem niet, maar Hij, Die mij gezonden had om te dopen met water,
Die had tot mij gezegd:
Op wie gij de Geest ziet nederdalen en op Hem blijven,
Deze is het, Die met de heilige Geest doopt.
En ik heb gezien en getuigd, dat Deze de Zoon van God is
“.
Joh. 1: 18-34

Over Johannes de Doper zijn ons veel bijzonderheden bekend uit de Evangeliën.
Over geen ander, buiten Christus zelf, weten we zoveel.
Hoe hij vóór hij geboren werd, door een engel werd aangekondigd aan zijn vader,
de priester Zacharia, wiens huwelijk met de eveneens inmiddels hoogbejaarde Elisabeth
kinderloos gebleven was.
En toen Zacharia om die reden opheldering vroeg,
openbaarde de Engel zich in al zijn hoogheid als ‘Gabriël
die voor Gods aangezicht staat’ zodat Zacharia met stomheid geslagen was.

Daarna wordt de Moeder Gods gewaarschuwd om haar oude nicht bij te staan
in de laatste maanden van haar zwangerschap, toen die niet meer buiten haar huis wilde gaan om opzien te vermijden.
Bij deze verbazingwekkende mededeling haastte Maria zich naar het bergdorpje waar Elisabeth woonde, en het nog niet geboren kind toonde reeds zijn profetische gaven door op te springen in de schoot van zijn moeder toen deze de groet van Maria hoorde.
En zij zong toen de jubelzang van de vrouwen uit het Oude Verbond, voor het eerst aangeheven door Anna, de moeder van Samuël en met enkele wijzigingen aangepast aan de nieuwe gelegenheid.
Kort voor de geboorte van Johannes ging Maria heen, omdat haar eigen zwangerschap zichtbaar begon te worden.

Uitvoerig verhaalt de Evangelist Lucas de geboorte, met de gevolgen voor de vader en de wijze waarop hij de naam Johannes kreeg.
Ook Zacharia werd nu vervuld van de Heilige Geest:
hij kreeg zijn stem terug en betuigde eveneens met een machtig lied zijn dank tegenover God, het Benedictus, dat aan het eind van de ochtenddienst gezongen wordt in de Kerk van Oost en West. En na al deze bijzonderheden breekt het relaas af en staat er slechts dit ene zinnetje:
Het kind groeide op en werd gesterkt in de geest; en
hij vertoefde in de woestijn tot
op de dag van zijn optreden voor Israël
“.

Dit verblijf in de woestijn wordt tegenwoordig vaak in verband gebracht met de Essenen,
een Joodse sekte waarvan de leden een min of meer monastiek leven leidden
aan de oever van de Dode Zee.
Maar in het Evangelie is hiervoor geen aanwijzing te vinden.
Er staat dat hij een kleed droeg van kameelhaar met
een lederen gordel, en
dat hij leefde van sprinkhanen en wilde honing.
Dit doet meer denken aan een kluizenaarsleven dan
aan een leven in een gemeenschap die, voor zover wij weten, van landbouw leefde en streng vegetarisch was.

Toen Johannes na een goddelijke oproep uit de woestijn naar
Judea kwam, trok hij enorm de aandacht.
Eindelijk was er weer een echte Profeet, in woord en daad.
Hij riep op tot bekering, zonder overdreven eisen te stellen.
En zij die aan de oproep gehoor gaven en een nieuw leven wilden beginnen,
werden door hem gedoopt in de Jordaan.
De verwachtingen stegen hoog: ‘Zou hij niet de Messias zijn?’
Maar dit werd door Johannes ronduit tegengesproken.
Hij was de Christus niet en ook niet Elia en evenmin de Profeet.
Hij noemde zichzelf:
De stem van een die roept in de woestijn:
Maak recht de weg des Heren, zoals de profeet Jesaja gesproken had.
Maar de Christus’, zegt hij ‘ ís ‘ nabij.
Hij staat reeds midden onder u, om u te dopen met Heilige Geest en met vuur
.

En dan kwam het hoogtepunt van zijn leven,
het ene moment waarop alles gericht was geweest:
dat hij de hand moest uitstrekken en leggen op het hoofd van Hem van
Wie hij wist dat Die hem zozeer te boven ging en
dat hij de Zondeloze mocht onderdompelen in het water in
de boetedoop die voor zondaars bestemd was.
En daarbij was hij getuige van de grote Godsopenbaring van Jezus:
de stem van de Vader die tot Hem sprak en
de Geest van God Die op Hem neerdaalde om daar te blijven.

Na deze climax kwam de daling, het volk trekt naar de nieuwe Profeet en
terecht, zoals Johannes opmerkt:
Hij moet groter, ik moet kleiner worden“.
Steeds kleiner, zelfs in de letterlijke zin
die met zijn dood wordt herdacht.
Want nu onderging hij volledig zijn profeten-lot.
Tot in de hemel verheven, in gloeiende extase in
door God gedreven handelen.
En dan als het ware achteloos terzijde geschoven worden
als een verbruikt instrument.
Nog eens vlamt het profetisch bewustzijn op en
hij slingert de koning een verwijt in het gezicht:
‘Ge moogt de vrouw van uw broeder niet hebben!
Maar dit betekent ook het einde:
hij wordt in de onderaardse kerkers van
het zwaarbewaakte slot van Herodes geworpen.

Johannes voelt zich in de steek gelaten en verraden.
Zijn leven had als een strak gespannen boog gestaan over het Joodse land,
heel het volk had hij in beweging gebracht,
er had een omkeer op grote schaal plaats gevonden.
Hij had de Messias ontdekt en aangewezen,
het Godsrijk zou zich met hemels geweld een weg banen.
En daar ligt hij nu, als prooi van de wraakzucht van een klein oosters tirannetje,
die zijn positie opoffert aan overspelig plezier.
Is dat nu de zin van zijn leven?
Was het werkelijk Gods weg die hij gegaan had?
Moest dat dan zo eindigen?
Was niet alles slechts een product van zijn eigen, verhitte verbeelding?
En wat was er dan waar van de Messias? Vragen, eindeloze vragen.
En wanneer enkele van zijn leerlingen tot hem weten door te dringen,
stuurt hij hen naar Jesus met de noodkreet:
Zijt Gij het die komen moet, of moeten wij een ander verwachten?

Daarop komt het antwoord van de Heer,
Hij noemt eenvoudig de feiten op uit de profetie van Jesaja:
Blinden zien, lammen gaan, melaatsen worden rein,
doven horen, doden worden opgewekt, armen ontvangen het Evangelie
“.
En als persoonlijke boodschap voegt Hij eraan toe:
Zalig wie aan Mij geen aanstoot neemt“.

Heeft Johannes die warmte uit Christus’ woorden ervaren,
heeft hij zich begrepen gevoeld?
Of moest hij in zijn twijfel blijven tot aan
dat bittere einde van uiterste bespotting:
zijn afgehouwen hoofd dat als een feestschotel wordt opgediend bij het dronkemansgelag van Herodes’ verjaardagsfeest?
We weten het niet.
Pas nadat de boden waren teruggegaan
begon Jesus tot de menigte over Johannes te spreken met die wonderlijke woorden over het wuivend riet in de woestijn en de weelderige kleding, maar
die culmineren in het geweldigste getuigenis dat
ooit over een mens is afgelegd:
Voorwaar, Ik zeg u, onder hen die uit vrouwen geboren zijn is er niemand opgestaan groter dan Johannes de Doper“.
Maar tegelijk daaraan verbonden die beperking:
“De kleinste in het Koninkrijk van God is groter dan hij”.

In deze ene volzin ligt heel het levensmysterie van Johannes besloten:
de grootste en tegelijk de kleinste,
de geweldigste opvaart en de diepste neergang,
de alles meeslepende overtuiging.

> Nergens wordt zo duidelijk zichtbaar:
het is niet de mens die doet, het is God Die werkt en
de mens gebruikt voor het werk van Zijn handen.

En dit ‘instrument-zijn’ is tegelijk de adel en het noodlot van zo’n mens.
Wanneer wij dit zien, bevangt ons tegelijk angst en dankbaarheid om
de grootheid en de mogelijkheden en de volkomen ondergeschiktheid
die God in de mens heeft neergelegd.

De invloed van de prediking en de persoonlijkheid van Johannes deed zich voelen in een grote kring en gedurende vele jaren.
Ver buiten het gebied van Israël ontmoetten de Apostelen later op hun missiereizen nog groeperingen van mensen die door hem bekeerd waren en wier verder leven getekend was door deze ontmoeting.
Zij vormen de eerste stoottroepen van de volgelingen van Christus, zij ontvangen de Heilige Geest en staan in vuur en vlam.
Johannes heeft gezaaid, Christus heeft begoten met Zijn bloed, en Apostelen halen de oogst binnen.
En telkens wanneer wij het Evangelie lezen,
worden wij getroffen door die oproep van Johannes.
Ook voor ons is het de Voorloper en zijn nederlaag is onze overwinning naar Christus toe.
cf. Archimandriet Adriaan [Korporaal,  28 oktober 1913 – 30 mei 2002]

  • De 23e September viert de kerk de verkondiging door de engel Gabriël
    aan Johannes’ vader Zacharias Luc. 1:14
  • De 24e Juni, exact een half jaar voor de geboorte van Christus, op het moment van de zomer-zonnewen­de, wordt de geboorte van Johannes gevierd.
  • En op de 29e Augustus wordt de wrede onthoofding van Johannes herdacht.

Maar omdat dit geen vreugdevol feest is, wordt
in de gehele Orthodoxe kerk op 29 augustus streng gevast,
als blijk van afstand van het gruwelijke verjaarsmaal
welke de aanleiding tot de onthoofding was.
Met dit feest sluit de Orthodoxe Kerk ook het Liturgisch jaar af wat op de 1e September beging

Overeenkomstig de legenden wordt het hoofd van Johannes in totaal drie maal terug gevonden.
24 februari worden de eerste en tweede vinding van het hoofd van Johannes herdacht.
25 mei wordt de derde – en laatste – vinding van het hoofd van Johannes gevierd.

Iedere Dinsdag wordt de Heilige Johannes met
Hymnen herdacht:
Troparion  tn 2
Het aandenken der Gerechten *
wordt gevierd met hymnen. *
Maar gij hebt het getuigenis des Heren, o Voorloper. *
Want gij zijt in waarheid de grootste der Profeten, *
omdat gij Hem die gij gepredikt had,*
mocht dopen in de wateren. *
Nadat gij gestreden had voor de waarheid, *
hebt gij ook vol vreugde het Evangelie gebracht in de Hades: *
dat God in het vlees is verschenen, *
om de zonden der wereld weg te nemen, *
en ons de ontferming te schenken
“.
Kondakion tn 3
Gods Profeet en Voorloper der genade: *
Johannes, geboren uit de onvruchtbare, *
is de vervulling van alle profetieën. *
Want toen hij Hem, die de Profeten hadden verkondigd, *
in de Jordaan met de hand aanraakte, *
toonde hij zich als een Profeet, Verkondiger en Voorloper van het Goddelijk Woord
“.

November 8e – Synaxis van de aartsengelen Michaël en Gabriël en alle hemelse machten

In de Orthodoxe traditie wordt op 8 november de Synaxis van de aartsengelen Michaël en Gabriël en alle hemelse machten gevierd.

De Engelen en Aartsengelen nemen een vooraanstaande positie in bij onze eredienst, de folklore en onze kunstbeleving.
De Aartsengel Michaël wordt in veel landen beschouwd als de patroonheilige van de luchtmacht.

In de Blijde boodschap wordt ons slechts drie aartsengelen overgebracht en met name genoemd, de aartsengelen Michaël, Gabriël en Raphaël.

Volgens de overgeleverde Orthodoxe Traditie zijn er zeven aartsengelen:

Michaël [  Μιχαήλ [“Wie is als God?”]:
Michaël leidde de goede engelen naar de overwinning in de oorlog tegen Lucifer* [Satan] en slechte engelen.

Gabriël [Γαβριήλ, “Man van God”] is
de boodschapper van God aan de mensheid.

Raphaël [Ραφαήλ, “Hulp van God”]: De barmhartige genezer, boodschapper van God om ziekte en pijn te komen verlichten .

Uriël [Ουριήλ, “Vuur van God”]: Licht of Vuur van God.

En daarnaast de laatste drie, genoemd in het Boek Enoch,
welke eveneens als aartsengelen worden beschouwd, zijn:
Salathiël [Σαλαθιήλ, “Het gebed van God”]:
De patroonheilige van het gebed.

(Je)Gudiël  [Γεγουδιήλ, “Pride of God”]: De patroon, verdediger en
helper van mensen die zwoegen.

Barachiël [Βαραχιήλ], “Zegen van God”]: De engel van goddelijke zegeningen.

Nb.

 

  • De gevallen aartsengelen, die duivels of  tegenstrevers heten dagen de namen:
    Lucifer * [Satan “de licht-drager” of “de morgen-ster”];
    overeenkomstig Isaiah 14: 12;
    “de vijand” overeenkomstig Judas 1: 9 en Openbaringen 12: 9.
    Andere namen voor deze gevalllen aartsengelen [ of hun handlangers] zijn:
    Azaël, Azazel, Azraël, Izraël, Izreël, or Uzziël;
    Camaël, Camiël, Camniël, Cancel,
    Chamuël, Kemuël, Samael,
    Shemuël, Simiël, or Zamaël; Samiaza en
    Satanaël.

  • Troparion tn.4
  • Gij Aanvoerders der Hemelse Heerscharen, *
    wij onwaardigen bidden tot u, *
    dat gij ons beschermt door uw gebeden,*
    en ons beschut met de dekking van uw vleugelen.*
    Behoedt ons door uw bovenzinnelijke heerlijkheid, *
    nu wij neervallen en tot u roepen: *
    redt ons uit de gevaren, Aanvoerders der Krachten uit den Hoge“.

de Vastenperiode van de Apostelen

De apostelvasten vindt plaats op de maandag na de zondag van Allerheiligen [de zondag na Pinksteren], en duurt tot het feest van de Heilige Apostelen Petrus en Paulus,
welke plaatsvindt op 29 Juni volgens de kerkelijke kalender [12e Juli, de werelddatum].

Het vasten en de onthouding gedurende de Vasten van de Apostelen is minder streng dan die gedurende de Grote Vasten:
We onthouden ons de gehele vasten van het eten van vlees en zuivelproducten.
De kerkvoorschriften bepalen tevens dat, op maandag, woensdag en vrijdag tijdens de Apostelvasten, we ons onthouden van het nuttigen van vis, wijn en olie;
op de andere dagen van de week, dinsdag en donderdag, onthouden we ons van het eten van vis. Het eten van vis is toegestaan ​​op zaterdag en zondag en op gedenkdag van bepaalde grote heiligen, zoals op het Feest van de Geboorte van Johannes de Doper [7e Juli].

Vasten bestaat niet alleen uit het onthouden van bepaalde levensmiddelen, maar behelst ook het minimaliseren van de hoeveelheid eten.
Dit houdt niet in slechts een maaltijd te nuttigen, maar gewoon niet teveel  te eten.
De beoefenaar is verkeerd bezig, wanneer hij een bepaalde tijd [op een maaltijd] wacht, maar zich vervolgens ten tijde van de maaltijd te buiten gaat en lichaam en geest met onverzadigbare eten vol-stopt.

Het draait om de verhouding tot hoe het lichaam van de onthouder dun en licht wordt, zodat het spirituele leven zich perfectioneert en
zich op prachtige wijze openbaart.
Dan komt de ziel tot ontplooiing als in een onstoffelijk lichaam.
Vleselijke gevoelens worden uitgeschakeld en
de geest welke van de wereld wordt bevrijd,
stijgt op naar hemelse gewesten en wordt volledig in de contemplatie van de spirituele wereld ondergedompeld.
Elke dag dient men zich erop toe te leggen net genoeg voedsel tot zich te nemen om het lichaam de mogelijk te bieden, kracht op te doen om een vriend en helper van de ziel te blijven in het uitvoeren van de deugden.
Anders zou men met een uitgeput lichaam ook de ziel verzwakken
“.
cf. Seraphim van Sarov

Het vasten en onthouden is de moeder van het welbevinden;
de vriend van eerbaarheid en
de partner van deemoedigheid

[ziekten vinden vaak hun grondslag door het teveel tot zich nemen
van een wanordelijke en onregelmatige voeding].
Heilige Simeon, de Nieuwe Theoloog

De vasten van de heilige apostelen is zeer oud en dateert uit de eerste eeuwen van het Christendom.
We hebben de getuigenis van de Heilige Athanasius de Grote, Heilige Ambrosius van Milaan, de heilige Leo de Grote en Theodoretus van Cyrrhus die hier betrekking op hebben.
De oudste getuigenis over de apostelvasten wordt ons overgeleverd door de Heilige Athanasius de Grote [† 373].
In zijn brief aan keizer Constantijn welke handelt over de onderdrukking door de Arianen, schrijft hij: “In de week na Pinksteren, heb ik gelovige christenen waargenomen die vastend naar de Kerk gingen om er te bidden“.
De Heer heeft ons dit voorgehouden“,
zo zegt Ambrosius [† 397],
dat zoals we gedurende de veertig dagen aan Zijn Lijden deelachtig zijn geweest, we ons derhalve ook dienen te verheugen over Zijn Opstanding gedurende de periode voorafgaand aan Pinksteren.
We vasten niet tijdens deze periode tot Pinksteren, omdat onze Heer Zelf gedurende die dagen onder ons aanwezig was
– de aanwezigheid van Christus was immers als voedzaam voedsel voor ons Christenen.
Zo ook laten wij ons tijdens de Pinksterdagen voeden door de Heer,
Die onder ons aanwezig is gedurende de dagen na Zijn Hemelvaart.
Zodra Hij in de hemel is opgenomen, leggen wij ons weer toe op de door Hem opgedragen vasten

Preek 61
De basis van deze praktijk welke de Heilige Ambrosius baseert op de woorden van Jezus aan Zijn Discipelen in het Evangelie:
Kunnen soms bruiloftsgasten treuren, zolang de bruidegom bij hen is?
Er zullen echter dagen komen, dat de bruidegom van hen weggenomen is en
dan zullen zij vasten
“.
Matth.9: 14,15

De Heilige Leo de Grote [† 461] zegt:
Na de lange feest tot en met Pinksteren is het vasten vooral nodig om onze gedachten te zuiveren en
ons waardig te maken om de gaven [de Genade]
van de Heilige Geest te ontvangen.
– Daarom werd deze heilzame gewoonte in gang gezet
van het vasten de vreugdevolle dagen waarin
we de Opstanding en Hemelvaart van onze Heer vierden en
de komst van de Heilige Geest mochten verwelkomen
“.

1e Zondag na Pinksteren – Allerheiligen

Hymne tot de Heilige Geest          tn.6.
Koning van de Hemel,
Trooster, Geest der Waarheid,
Die Overal tegenwoordig zijt,
en Die alles vervuld,
Schatkamer van het Goede;
Schenker des Levens;
kom en verblijf in ons;
zuiver ons van alle smet,
en red onze zielen, o Algoede“.

Op de dag van Pinksteren, daalde de Heilige Geest neer en vestigde de Kerk in de wereld [qua ruimte en tijd],
hetgeen als het Lichaam van Christus wordt beschouwd.
Pinksteren is een tijdloze gebeurtenis en is daarom ‘niet‘ alleen aan die dag verbonden.
Met Pinksteren zo blijkt uit de woorden van Jezus Christus Zelf
heeft Hij ons vanaf dat moment opgenomen in Zijn Onbevlekt Lichaam,
naast de alom gezegende Moeder Gods, de Maagd Maria,
de negen rangorden der Engelen,
onze Voorouders, de Aartsvaders, de Profeten van het Eerste Verbond en de Heilige Apostelen.
In het verdere verloop van de geschiedenis worden onder “de hoede van Heilige Geest
Christus’ Apostelen en hun volgelingen aan dit Huis toegevoegd,
dat wil zeggen zij, die Getuigen, de Bisschoppen, de Heilige Martelaren,
de Heiligen, de Rechtvaardigen dat wil in het algemeen aanduiden
alle zichtbare en onzichtbare heiligen,
mannen en vrouwen die tot op de dag van vandaag geleefd hebben en
nog leven, tevens zullen er nog vele heiligen volgen tot aan het einde der tijden.

Deze realiteit wordt ons geopenbaard in de Gemeenschap met Christus
in de liturgische praktijk van de Heilige Kerk,
wanneer de priester tijdens elke Goddelijke Liturgie
stukjes van de Prosphor[en] toevoegt
aan het Heilig Lichaam en Bloed van de Heer
– het gedeelte wat wordt aangeduid engelen en heiligen,
– waarmee iedereen gezamenlijk met de gebeden van de gelovigen
wordt opgedragen aan de volheid van Christus .

Hiermee wordt aangeduid dat de gemeente [gemeenschap] van heiligen
wordt vergoddelijkt in het Lichaam van Christus,
hetgeen de Orthodoxe Kerk viert op de Zondag na Pinksteren,
de Zondag van Allerheiligen.

Historisch gezien werd met dit alles in de Kerk een begin gemaakt
door de Goddelijke Liturgie te vieren op de gebeenten van de Martelaren
maar Leo de Wijze heeft vastgesteld dat dit gezien dient te worden als het feest van Alle Heiligen, daar als [bloed-]getuigen niet alleen degenen zijn die worden beschouwd geselingen en  zwaar lijden te hebben ondergaan,
niet alleen degenen die in het vuur zijn gegooid of ander leed hebben ondergaan
– waarmee zij getuigenis afleggen van de gruwelijke martelingen die Christus heeft ondergaan en zij getuigenis afleggen van de onmetelijke goedheid van de  Heer,
maar dat elke aan God toegewijde ervaring van martelaarschap,
of er nu geen bloed gevloeid heeft maar geestelijk lijden aan verbonden is getuigenis aflegt van de grote daden van onze Heer en God, Jezus Christus.
Alle Heiligen worden zonder uitzondering [er wordt géén gradatie aangebracht]
gekenmerkt door de moed en de trouwe verbintenis aan Jezus Christus,
de overwinning door het Kruis en daarmee de overwinning van de zonde.

Vanaf de 4e eeuw vierde de Byzantijnse Kerk aldus in een gemeenschappelijke viering al de martelaren der aarde.
De Heilige Ephraïm componeerde voor
deze gelegenheid een hymne
waarbij in Edessa de 13e mei als feestdag werd aangewezen,
in Syrië werd het op de vrijdag na Pasen gevierd.
In een preek over de martelaren, spreekt de heilige Johannes Chrysostomos over de eerste zondag na Pinksteren;
dit gebruik is tot op de dag van vandaag bewaard in de Byzantijnse kerken bewaard gebleven, welke via een geleidelijke ontwikkeling van het feest van de ‘martelaren van de gehele aarde” is overgegaan in die van “Alle Heiligen”.
De keuze van dit laatste is belangrijk:
Zij, de Heiligen, waren toegetreden tot de orde van Heiligen in de triomf van Christus door de uitstorting van de Heilige Geest;
de poëtische vorm van keizer Leo de Wijze [886 – 911] volgend,
dat de Kerk op aarde een onderdompelende rivier is van de Heilige Geest, waarna de uitgeroepen [gedoopte] Heiligen als geurende bloemen worden vereerd.
Zoals gebruikelijk, heeft de Byzantijnse Kerk de weg gewezen aan de Westerse kerken, welke de feestdag heeft vastgesteld op de eerste November.
Zoals het in het westen gebruikelijk is werd deze echter opgevolgd door een kwalificatie:
de 2e November werd de gedenkdag van de gewone stervelingen [Allerzielen], verschil moet er tenslotte zijn in het westerse denkbeeld zelfs onder de volgelingen van Christus, alsof we niet allen tot het gilde der zondaars behoren. Er zal echter feest zijn in de Hemelen
over elke zondaar, die zich bekeert.

Het Evangelie van de zondag van Allerheiligen bevestigt deze waarheid:
De Heer zei:

Een ieder dan, die Mij belijden zal voor de mensen,
hem zal ook Ik belijden voor mijn Vader, Die in de Hemelen is;
maar al wie Mij verloochenen zal voor de mensen,
die zal ook Ik verloochenen voor Mijn Vader,
Die in de hemelen is.
Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig;
en wie zijn kruis niet opneemt en achter Mij gaat, is Mij niet waardig.

Daarop antwoordde Petrus en zeide tot Hem:
Zie, wij hebben alles prijsgegeven en zijn U gevolgd; wat zal dan ons deel zijn?
Jezus zei tot hen:
“Voorwaar, Ik zeg u, gij, die Mij gevolgd zijt, zult in de wedergeboorte,
wanneer de Zoon des mensen op de troon zijner heerlijkheid zal zitten,
ook op twaalf tronen zitten om de twaalf stammen van Israël te richten.
En eenieder, die huis [gemeenschap] of broeders of zusters of vader of moeder
of kinderen of akkers heeft prijsgegeven om Mijn Naam,
zal vele malen meer terugontvangen en het eeuwige leven erven.
Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en vele
laatsten de eersten”.
Matth. 10: 32-33,37-38; 19: 27-30

Op deze Zondag manifesteren zich derhalve het werk en de vruchten van het Goddelijke
– welke door de Heilige Geest wordt geopenbaard,
maar stelt ons tevens in de gelegenheid een Lofzang [een Doxology] aan God op te dragen
voor Zijn grote gaven [Genade] die Hij ons doet toekomen.
Maar het gaat hier dan ook om onze dagelijkse spirituele reflectie en
de wijze waarop we hier vorm aan geven,
aangezien de aanwezigheid van de Heiligen die ons bijstaan
ons op de dag des Oordeels zonder meer zal ontbreken,
wanneer we niet zelf voor onze eigen redding zorg dragen.

Het is dus heel begrijpelijk waarom deze zondag van Allerheiligen
de cyclus van de Paastijd en opgang naar Pinksteren voltooit,
met als referentie het Heilig Pascha – de heilige Opstanding van onze Heer Jezus Christus,
welke het lichtbaken is die zaligheid bewerkstelligt
aan degenen die Hem volgen en Hem liefhebben.

Apolytikion       tn.4
Over de gehele wereld is Uw Kerk getooid
met het bloed van Uw Martelaren, als met byssos en purpur.
En door hen roept zij tot U, Christus God:
Zend Uw Barmhartigheid neer over Uw Volk,
schenk vrede aan Uw wereld,
en aan onze zielen de grote Genade
“.

Kondakion         tn.8
Als eerstelingenoffer der natuur,
offert de wereld U, de Heer en Schepper van het Heelal,
de God-dragende Martelaren.
Door hun gebeden bewaar in diepe vrede Uw Kerk, Uw woning bij de mensen,
en bescherm haar door de Moeder Gods, Barmhartige
“.

Laat ons zingen voor de Vrienden van God,
want eenieder kan tot hen naderen.
Door de gebeden van Uw vlekkeloze Moeder, Christus onze God,
en van al Uw Heiligen van alle eeuwen,
heb medelijden met ons en red ons,
want gij alleen zijt goed den
hebt de mensen lief.

Allerheiligen
Wonderbaar is God in Zijn Heiligen
Psalm 67: 35

Laat ons bezingen de bovenmenselijke strijd van onze Martelaren,
hoe Zij in de zwakheid van hun vlees het kwaad van de eigen kracht te schande maakten,
zonder rekening te houden met zware pijn en wonden
terwijl ze lichamelijk vuur, zwaard en allerlei verschillende dodelijke martelingen ondergingen, geduldig weerstand boden terwijl in hun vlees werd gesneden, hun gewrichten uit de kom werden gedraaid en hun beenderen werden verbrijzeld,
bleven zij standvastig in hun belijdenis van het geloof in Christus
en Zijn, volle, onaantastbare en onwankelbaar integriteit.
Als gevolg hiervan werd hen de onbetwistbare wijsheid van de Geest geschonken en
de kracht om wonderen te verrichten.
Laten we het geduld van deze heilige mannen en vrouwen proberen te evenaren,
hoe zij gewillig ​​lange perioden van vasten, waken en diverse andere fysieke ontberingen hebben doorstaan alsof ze niet in het lichaam waren, tot het einde toe tegen kwade hartstochten en allerlei zonden hebben gevochten, in de onoverwinnelijke innerlijke strijd tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten [Eph.6: 12].
Ze ontkenden hun uiterlijke eigenheid en maakte ze nutteloos,
maar hun innerlijke mens werd vernieuwd en vergoddelijkt
door Hem van wie zij tevens de gaven [Genade] van genezing en krachten ontvingen.

Wanneer we bij dit soort zaken stilstaan en inzien dat ze de menselijke natuur vèe overtreffen,
kijken we vol verwondering op naar God en verheerlijken Hem Die hen zulke Genade en kracht gaf. Want zelfs al waren hun bedoelingen goed en nobel, zonder Gods kracht
waren zij onmogelijk in staat buiten de grenzen van hun aard  te gaan en
de lichaamloze vijand te bestrijden terwijl nog in hun lichaam verbleven.

Dit is de reden waarom, wanneer de psalmist en profeet verklaarde:
Wonderbaar is God in Zijn Heiligen“, David ging nog verder
door te zeggen: “Hij geeft Macht en Sterkte aan Zijn volk” [Psalm 67: 35].
Overweeg zorgvuldig de kracht van deze profetische woorden.
Overwegende dat God, volgens de psalmist, geheel Zijn volk kracht en macht geeft
– want Hij toont geen partijdigheid [vgl. Hand.10: 34]
– Hij wordt verheerlijkt alleen in Zijn heiligen
– De zon laat zijn stralen over allen overvloedig neerdalen ongeacht het aanzien van de persoon,
ze zijn echter alleen zichtbaar voor mensen met geopende ogen.
Alleen zij die scherpzinnige en zuivere ogen bezitten profiteren van het pure licht van de zon,
niet diegenen wiens denkbeelden door ziekte worden gedimd,
waarbij mist of iets dergelijks hun ogen heeft aangetast.
Op dezelfde manier schenkt God Zijn hulp rijkelijk aan allen,
want Hij is de altijd overvloeiende,
verhelderende en leven-schenkende bron van Genade en Goedheid.
Maar niet iedereen profiteert van Zijn Genade en Kracht om
perfect de deugd te beoefenen en/of wonderen voort te brengen,
alleen degenen die een goede intentie hebben,
die hun liefde en geloof jegens God tonen door goede werken [cf. Jac.2: 20-26],
die zich volledig afkeren van alle ongerechtigheden,
vasthouden aan Gods geboden en
de ogen van hun verstand/begrip opheffen naar Christus,
de Zon der gerechtigheid [Maleachi 4: 2].
Hij heeft niet alleen onzichtbaar een helpende hand van boven uitgestoken naar degenen die strijden, maar
we horen Hem ook Die tot ons spreekt en
ons aanspoort in het Evangelie van vandaag.
Een ieder dan, die Mij zal belijden voor de mensen“,
zo zegt Hij,
die zal ook Ik belijden voor Mijn Vader,
Die in de Hemelen is
“.
Matth.10: 32
Houdt daarbij in ogenschouw dat we niet ijskoud en onbevreesd ons geloof in Christus kunnen verkondigen en
Hem zonder Zijn hulp, ondersteuning en kracht kunnen belijden.
Ook zullen wij ons in de komende eeuw namens onze Heer Jezus Christus dienen uit te spreken daarbij ons als Zijn verwanten bij de hemelse Vader aan te bevelen, wanneer Hij ons een reden geeft om dat te doen.
Om dit duidelijk te maken, zegt Hij niet:
Een ieder dan, die voor de mensen over Mij spreekt“,
maar “wie Mij in Mijn Naam bekend maakt” [Matth.10: 32], dat wil zeggen,
Hij, die Ik in staat stel, dus in Christus en met Zijn hulp,
om de Christelijke levensbeschouwing met vrijmoedigheid openbaar te maken;
het dient dus altijd en eeuwig te gebeuren vanuit Zijn Apostolische Kerk,
óók in onze tijd.

5e Zondag na Pascha – Zondag van de Samaritaanse vrouw

Het Heilig Evangelie heeft ons de naam van de Samaritaanse vrouw niet doorgegeven.
De Traditie van de Kerk leert ons dat haar naam in het Grieks – Photini was, in het Russisch – Svetlana, in de Keltische talen – Fiona, in westerse talen – Claire en in het Nederlands Ellen.
En al deze namen spreken tot ons over
één ding – van licht.

Nadat zij aan de Heer Jezus Christus heeft voldaan is zij uitgegroeid tot een licht dat in de wereld schijnt, een licht welke degenen die haar ontmoeten verlicht.
Elke Heilige wordt ons gepresenteerd als een voorbeeld, maar we kunnen de werkelijke wijze waarop een heilige geleefd niet altijd nastreven, we kunnen niet altijd dezelfde hemelse Ladder beklimmen.
Van iedere Heilige kunnen we echter twee dingen leren.
– Ten eerste kunnen we door de genade van God datgene bereiken wat menselijkerwijs onmogelijk lijkt en dat is ons als persoon in beeld en gelijkenis aan God te spiegelen.
Dat wil zeggen dat we – in deze wereld van duisternis en tragedie een teken van hoop te zijn; in de wereld die in de macht is van leugens – een woord van waarheid te zijn.
We worden voor dit alles in staat gesteld in de zekerheid dat alleen God dit alles kan overwinnen wanneer we alleen Hem toestaan ​​toegang tot onze ziel te verkrijgen.
Want als het Koninkrijk van God niet in ons is leeft – als God niet troont in onze gedachten en harten – een vuur dat alles wat onwaardig is in onszelf en van Hem verwijdert, dan zijn we ook niet in staat Gods licht rondom ons te verspreiden.
– Het tweede wat de Heiligen ons kunnen leren is om de Boodschap uit hun naam over te brengen – aan ons te leren kennen.

Vandaag spreekt de Samaritaanse vrouw van licht.
Christus heeft haar gezegd dat Hij is het Licht van de wereld is, het Licht dat alle mensen verlicht, en we zijn geroepen om
dat Licht in onze ziel te laten schijnen.
Te laten schijnen in ons verstand en onze ziel
– ja, binnen ons gehele bestaan.
De bedoeling is dit Licht van Christus zo tot ons te laten spreken, dat we er zelf
tevreden over zijn en het in en door ons ten uitvoer wordt gebracht.
Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken“.
Matth.5: 16

Alleen door onze daden te zien, door onze manier van handelen, kunnen mensen gaan geloven dat het Licht van God – Werkelijk Licht is.
Het gaat hier niet om onze woorden, tenzij het woorden van Waarheid en Macht zijn, zoals die van Christus Zelf of van de Apostelen zijn geweest.
Laat ieder van ons stilstaan bij de betekenis van onze naam als Christen en
op de wijze waarop we datgene worden waar we toe zijn geroepen.

De Samaritaanse vrouw was onderweg om water te halen zonder enig geestelijk doel.
Ze kwam bij de bron – en ze ontmoette Christus.
Ieder van ons kan op elk moment van de dag  een Goddelijke wending in ons leven ervaren,  zelfs wanneer we onze meest dagelijkse huiselijke taken verrichten, indien ons hart maar in de juiste richting staat en we ons open stellen om een ​​bericht te ontvangen,
te luisteren, ja – om vragen te stellen!
De Samaritaanse vrouw stelde maar één vraag aan Christus, en wat ze als antwoord kreeg oversteeg haar vraag op zo’n manier dat ze in Hem een Pprofeet herkende.
Later herkende zij Hem als de Christus, de Verlosser van de wereld.
Maar ook ons licht dient niet onder de korenmaat te worden geplaatst.
De Samaritaanse heeft ontdekt dat het Licht in de wereld gekomen was,
dat het goddelijk Woord  nu Waarheid werd te midden van de mensen,
dat God met ons/onder ons is.
Zij liet alle zorgen achter zich en rende naar de anderen om de vreugde, het wonder van wat ze had ontdekt te delen met anderen.
Ze bracht haar medeburgers naar Christus.
Ze vertelde hen eerst waarom ze in Hem geloofde, en
vervolgens bracht misschien hun nieuwsgierigheid, of de overtuigende kracht van haar woorden en de verandering die zich in haar had voltrokken hen tot Christus.
Zij zagen het voor zichzelf en zeiden tot haar:
Het is niet meer vanwege wat u zegt dat we geloven
– “we hebben gezien en we hebben het gehoord en daarom geloven wij“.
Handelingen 17: 11

En dit is wat de Samaritaanse vrouw ons allen leert: open te staan op elk moment van ons leven, terwijl we zijn druk bezig met de eenvoudigste dingen.
Op te staan het goddelijke Woord te ontvangen, dat we dienen te worden verlicht door het Goddelijke licht, gereinigd worden door Zijn zuiverheid.
We dienen het Licht te ontvangen in het diepst van onze ziel, er met heel ons leven voor open te staan, zodat mensen zien wat en wie we zijn geworden, opdat ook zij kunnen geloven dat het Licht in de wereld is gekomen.

Laten we tot de Heiligen en de Samaritaanse vrouw bidden ons te leren, ons te leiden,
ons tot Christus te brengen op de wijze waarop zij naar de Bron is gekomen en
Hem te dienen op de wijze waarop zij Hem gediend heeft tot heil van allen
die om haar heen waren .
En mag de zegen van God met u zijn,
de Vader en de Zoon en de Heilige Geest,
nu en altijd en wereld zonder einde!    Amen.
preek van Metropoliet Anthony Sourozh – 8 mei 1988

Kontakion           pl 4e Tn/ 8e Tn
Met geloof naderde de Samaritaanse tot de Bron:
daar aanschouwde zij U, het Water der Wijsheid.
En toen zij daarvan gedronken had
begeerde zij dorstig het Koninkrijk uit den hoge.
Daarom wordt zij geprezen in alle eeuwigheid“.

En toen zij daarvan gedronken hadden . . . . .
En dit is het Woord [de verkondiging], die wij van Hem gehoord hebben
en aan u allen verkondigen:
God is Licht en in Hem is in het geheel geen duisternis.
Indien wij zeggen, dat wij gemeenschap met Hem hebben en in de duisternis wandelen, dan liegen wij en
doen de waarheid niet;
maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het Licht is,
hebben wij gemeenschap met elkaar; en
het bloed van Jezus, zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde“.
1Joh.1: 5-7

Door de zegen en Genade van God kan het Licht
steeds meer opgaan en helder worden
als de zon op haar hoogtepunt.
Dit werd door de Profeet Malachi reeds voorzegt:
Maar voor u, die Mijn Naam vreest, zal de zon der gerechtigheid opgaan en
er zal genezing zijn onder haar vleugelen;
gij zult uitgaan en springen als kalveren die in de Lente uit de stal worden losgelaten“.
Mal.4: 2

Jezus Christus is het levende Woord van God.
In het Woord was het leven en het leven was het Licht van de mensen.
En het Licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft het niet begrepen
“.
Joh.1: 4-5
Dit Licht moeten we ontvangen in ons hart.
Velen hebben Jezus Christus, het Licht van de wereld, niet in hun hart binnengelaten.
Maar allen die Hem aangenomen hebben,
hun heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden,
namelijk die in Zijn Naam geloven
“.
Joh.1: 12

Licht blijkt gelukkig sterker te zijn dan duisternis.
Het licht van het Evangelie dringt de duisternis van ons bestaan binnen.
Waar Gods Licht en Liefde schijnen, zal de nacht verdwijnen.

Christenen zijn gedoopt in het Koninkrijk van de Zoon van Gods Liefde.
Paulus roept op daarvoor de Schepper te bedanken:
Dankt gij met blijdschap de Vader,
Die u toebereid heeft voor het erfdeel der heiligen in het licht.

Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en
overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn Liefde,
in Wie wij de verlossing hebben, de vergeving van zonden“.
Col.1: 12-14

Vergeven betekent eigenlijk
‘ver-wèg-geven’.
Wanneer we onze zonden belijden [aan het licht brengen] zullen deze door Gods Genade worden vergeven.
Zij worden dan onder het reinigend bloed van Christus gebracht;
door de oprechte belijdenis in het Mysterie van de Biecht vindt de genezing plaats.

Jezus Christus is als de Hemelse Geneesheer tot ons gekomen om te genezen en te helen.
Dit gaat over beschadigde emoties, negatieve gevoelens, psychische problemen, ziekten, zwakheden en andere zaken in onze Liefde die herstel nodig hebben.
Het bekerings- en genezingsproces heeft dus duidelijk te maken met ‘overbrenging’ – verandering. Door de werking van de Heilige Geest en Geloof in de drie-ene God
worden de negatieve zaken verplaatst naar het helende [medische] gedeelte van
Liefde, Genade, Vergeving en Heiliging [heling].

Mid-Pinksteren – Laat uw Kruis een Staf zijn

Uw kudde heeft de wolven gezien,
en zie! zij roepen het uit.
Ziet toch hoe bang zij zijn!
Laat Uw Kruis een Staf zijn,
hen uit drijven
die hen zouden verslinden!
H. Ephraïm de Syriër, uit de “Nisiben Hymnen” IV

De verzen in de dienst van vandaag zijn overvloedig gevuld
met bijbelse toespelingen, welke de heilige vaders hierin hebben doorgevoerd.
Wanneer gij vóór Uw Kostbaar Kruis en Uw Lijden Uw roemrijke wonderen voltooid had, zijt Gij verschenen op het Midden van het Feest de Wet,
om allen te roepen”:
Σταυρὸν καὶ θάνατον , παθεῖν ἑλόμενος.
Een taal van Iemand Die ontwapend, zoals we verderop zulle zien.

In het midden van de Schepping“,
wordt de Boom van het Kruis gekoppeld aan de Boom des Levens
in het midden van het Paradijs.
de Heer, onze God deed allerlei geboomte uit de aardbodem opschieten,
begeerlijk om te zien en goed om van te eten;
en de boom des levens in het midden van de hof,
benevens de boom der
kennis van goed en kwaad“.
Gen.2: 9

De parallel tussen de twee bomen is een populaire Patristische meditatie .
De boom des levens , die werd geplant door God in het paradijs gaf vooraf dit kostbaar en levenschenkende Kruis aan.
Want omdat de dood door een boom werd veroorzaakt,
achtte Hij passend dat het Leven en de Opstanding
door een boom geschonken diende te worden.
H. Johannes Damascinos [† 749 ], uit: “Een uiteenzetting van het Orthodoxe geloof“.

Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben,
heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deel
gekregen, opdat Hij door zijn dood hem, die de
macht over de dood had, de duivel, zou onttronen“.
Hebr.2: 14
Ook u heeft Hij, hoewel gij dood waart door uw overtredingen en onbesneden zijn naar het vlees, levend gemaakt met Hem, toen Hij ons al onze overtredingen kwijtschold,
door het bewijsstuk uit te wissen, dat door zijn inzettingen tegen ons getuigde en ons bedreigde.
En dat heeft Hij weggedaan door het aan het kruis te nagelen:
Hij heeft de overheden en machten ontwapend en openlijk tentoongesteld en zo over hen gezegevierd“.
Col.2: 13-15

De H. Gregorius van Nyssa schreef over de aanvallen en suggesties van de vijand:
WANNEER we ons bewust worden van de aanvallen van de tegenstrever,
dienen we de apostolische woorden in onszelf te blijven herhalen:
Wij allen, die in Christus zijn gedoopt, zijn in Zijn dood gedoopt“.
Rom.6: 3
Als wij nu dan deel hebben aan Zijn dood, is de zonde in ons voortaan zeker gedood [ontbonden],  welke doorboord is door de speer van het Heilig Doopsel .
uit: “Over het doopsel in Christus“.

Onze HEER zal echter de Toevlucht zijn van Zijn Volk
en de Sterkte van de kinderen van Israël.
En het was reeds ongeveer het zesde uur en
er kwam duisternis over het gehele land tot het negende uur,
want de zon werd verduisterd.
En het voorhangsel van de tempel scheurde middendoor.
En Jezus riep met luider stem:
Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest.
En toen Hij dat gezegd
had, gaf Hij de geest“.
Luc.23: 44-46

Dit is een aanwijzing van het besluit – in de tijd, en ook van de Hoop en de Genade,
zoals wij zien bij de profetie van Joël:
Menigten, menigten in het dal der beslissing,
want nabij is de dag des Heren in het dal der beslissing.
De zon en de maan worden zwart en de sterren trekken haar glans in.
En de Heer brult uit Sion en verheft zijn stem uit Jeruzalem,
zodat hemel en aarde beven.
Maar de Heer is een schuilplaats voor zijn volk en
een veste voor de kinderen van Israel
Joel 3: 14-16 . 

Zie eveneens:
“Terstond na de verdrukking dier dagen zal de zon verduisterd worden en
de maan zal haar glans niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en
de machten der hemelen zullen wankelen”.
Matth.24: 29
En Jezus riep wederom met luider stem en gaf de geest.
En zie, het voorhangsel van de tempel scheurde van boven tot beneden in tweeën, en
de aarde beefde, en de rotsen scheurden en
de graven gingen open en vele lichamen der ontslapen heiligen werden opgewekt.
En zij gingen uit de graven na zijn opstanding en
kwamen in de heilige stad waar zij aan velen verschenen“.
Matth. 27:50-53 .

Een der gehangen misdadigers lasterde Hem: Zijt Gij niet de Christus? Red Uzelf en ons!
Maar de andere antwoordde en zeide, hem bestraffende:
Vreest zelfs gij God niet, nu gij hetzelfde vonnis ontvangen hebt?
En wij terecht, want wij ontvangen vergelding, naar wat wij gedaan hebben, maar deze heeft niets onbehoorlijks gedaan.
En hij zei: Jezus, gedenk mijner, wanneer Gij in uw Koninkrijk komt.
En Jezus zei tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn“.
Luc.23: 39-43

Wij herinneren ons deze woorden uit het gebed ter voorbereiding aan de communie.
Zoon van God, neem mij heden op als deelgenoot van Uw Mystiek Avondmaal.
Want Uw vijanden zal ik voorzeker niet over dit Mysterie spreken.
Ik zal U geen kus geven zolas Judas;
maar evenals de Rover belijd ik mijn geloof in U:
gedenk mij, o Heer, in Uw Koninkrijk.
Heer, moge het deelnemen aan Uw heilige Mysteriën
mij niet worden tot een oordeel of tot verderf,
maar tot genezing van mijn ziel en van mijn lichaam
“.

**
Stavrotheotokion
In het Kruis van Uw Zoon, o Moeder Gods,
bezit Gij een Staf van geweldige kracht;
versla daarmee de woedende vijandschap en
bescherm hen die U met Liefde vereren.
Uit de Metten van de vrijdag van Mid-Pinksteren