November 8e – Synaxis van de aartsengelen Michaël en Gabriël en alle hemelse machten

In de Orthodoxe traditie wordt op 8 november de Synaxis van de aartsengelen Michaël en Gabriël en alle hemelse machten gevierd.

De Engelen en Aartsengelen nemen een vooraanstaande positie in bij onze eredienst, de folklore en onze kunstbeleving.
De Aartsengel Michaël wordt in veel landen beschouwd als de patroonheilige van de luchtmacht.

In de Blijde boodschap wordt ons slechts drie aartsengelen overgebracht en met name genoemd, de aartsengelen Michaël, Gabriël en Raphaël.

Volgens de overgeleverde Orthodoxe Traditie zijn er zeven aartsengelen:

Michaël [  Μιχαήλ [“Wie is als God?”]:
Michaël leidde de goede engelen naar de overwinning in de oorlog tegen Lucifer* [Satan] en slechte engelen.

Gabriël [Γαβριήλ, “Man van God”] is
de boodschapper van God aan de mensheid.

Raphaël [Ραφαήλ, “Hulp van God”]: De barmhartige genezer, boodschapper van God om ziekte en pijn te komen verlichten .

Uriël [Ουριήλ, “Vuur van God”]: Licht of Vuur van God.

En daarnaast de laatste drie, genoemd in het Boek Enoch,
welke eveneens als aartsengelen worden beschouwd, zijn:
Salathiël [Σαλαθιήλ, “Het gebed van God”]:
De patroonheilige van het gebed.

(Je)Gudiël  [Γεγουδιήλ, “Pride of God”]: De patroon, verdediger en
helper van mensen die zwoegen.

Barachiël [Βαραχιήλ], “Zegen van God”]: De engel van goddelijke zegeningen.

Nb.

 

  • De gevallen aartsengelen, die duivels of  tegenstrevers heten dagen de namen:
    Lucifer * [Satan “de licht-drager” of “de morgen-ster”];
    overeenkomstig Isaiah 14: 12;
    “de vijand” overeenkomstig Judas 1: 9 en Openbaringen 12: 9.
    Andere namen voor deze gevalllen aartsengelen [ of hun handlangers] zijn:
    Azaël, Azazel, Azraël, Izraël, Izreël, or Uzziël;
    Camaël, Camiël, Camniël, Cancel,
    Chamuël, Kemuël, Samael,
    Shemuël, Simiël, or Zamaël; Samiaza en
    Satanaël.

  • Troparion tn.4
  • Gij Aanvoerders der Hemelse Heerscharen, *
    wij onwaardigen bidden tot u, *
    dat gij ons beschermt door uw gebeden,*
    en ons beschut met de dekking van uw vleugelen.*
    Behoedt ons door uw bovenzinnelijke heerlijkheid, *
    nu wij neervallen en tot u roepen: *
    redt ons uit de gevaren, Aanvoerders der Krachten uit den Hoge“.

de Vastenperiode van de Apostelen

De apostelvasten vindt plaats op de maandag na de zondag van Allerheiligen [de zondag na Pinksteren], en duurt tot het feest van de Heilige Apostelen Petrus en Paulus,
welke plaatsvindt op 29 Juni volgens de kerkelijke kalender [12e Juli, de werelddatum].

Het vasten en de onthouding gedurende de Vasten van de Apostelen is minder streng dan die gedurende de Grote Vasten:
We onthouden ons de gehele vasten van het eten van vlees en zuivelproducten.
De kerkvoorschriften bepalen tevens dat, op maandag, woensdag en vrijdag tijdens de Apostelvasten, we ons onthouden van het nuttigen van vis, wijn en olie;
op de andere dagen van de week, dinsdag en donderdag, onthouden we ons van het eten van vis. Het eten van vis is toegestaan ​​op zaterdag en zondag en op gedenkdag van bepaalde grote heiligen, zoals op het Feest van de Geboorte van Johannes de Doper [7e Juli].

Vasten bestaat niet alleen uit het onthouden van bepaalde levensmiddelen, maar behelst ook het minimaliseren van de hoeveelheid eten.
Dit houdt niet in slechts een maaltijd te nuttigen, maar gewoon niet teveel  te eten.
De beoefenaar is verkeerd bezig, wanneer hij een bepaalde tijd [op een maaltijd] wacht, maar zich vervolgens ten tijde van de maaltijd te buiten gaat en lichaam en geest met onverzadigbare eten vol-stopt.

Het draait om de verhouding tot hoe het lichaam van de onthouder dun en licht wordt, zodat het spirituele leven zich perfectioneert en
zich op prachtige wijze openbaart.
Dan komt de ziel tot ontplooiing als in een onstoffelijk lichaam.
Vleselijke gevoelens worden uitgeschakeld en
de geest welke van de wereld wordt bevrijd,
stijgt op naar hemelse gewesten en wordt volledig in de contemplatie van de spirituele wereld ondergedompeld.
Elke dag dient men zich erop toe te leggen net genoeg voedsel tot zich te nemen om het lichaam de mogelijk te bieden, kracht op te doen om een vriend en helper van de ziel te blijven in het uitvoeren van de deugden.
Anders zou men met een uitgeput lichaam ook de ziel verzwakken
“.
cf. Seraphim van Sarov

Het vasten en onthouden is de moeder van het welbevinden;
de vriend van eerbaarheid en
de partner van deemoedigheid

[ziekten vinden vaak hun grondslag door het teveel tot zich nemen
van een wanordelijke en onregelmatige voeding].
Heilige Simeon, de Nieuwe Theoloog

De vasten van de heilige apostelen is zeer oud en dateert uit de eerste eeuwen van het Christendom.
We hebben de getuigenis van de Heilige Athanasius de Grote, Heilige Ambrosius van Milaan, de heilige Leo de Grote en Theodoretus van Cyrrhus die hier betrekking op hebben.
De oudste getuigenis over de apostelvasten wordt ons overgeleverd door de Heilige Athanasius de Grote [† 373].
In zijn brief aan keizer Constantijn welke handelt over de onderdrukking door de Arianen, schrijft hij: “In de week na Pinksteren, heb ik gelovige christenen waargenomen die vastend naar de Kerk gingen om er te bidden“.
De Heer heeft ons dit voorgehouden“,
zo zegt Ambrosius [† 397],
dat zoals we gedurende de veertig dagen aan Zijn Lijden deelachtig zijn geweest, we ons derhalve ook dienen te verheugen over Zijn Opstanding gedurende de periode voorafgaand aan Pinksteren.
We vasten niet tijdens deze periode tot Pinksteren, omdat onze Heer Zelf gedurende die dagen onder ons aanwezig was
– de aanwezigheid van Christus was immers als voedzaam voedsel voor ons Christenen.
Zo ook laten wij ons tijdens de Pinksterdagen voeden door de Heer,
Die onder ons aanwezig is gedurende de dagen na Zijn Hemelvaart.
Zodra Hij in de hemel is opgenomen, leggen wij ons weer toe op de door Hem opgedragen vasten

Preek 61
De basis van deze praktijk welke de Heilige Ambrosius baseert op de woorden van Jezus aan Zijn Discipelen in het Evangelie:
Kunnen soms bruiloftsgasten treuren, zolang de bruidegom bij hen is?
Er zullen echter dagen komen, dat de bruidegom van hen weggenomen is en
dan zullen zij vasten
“.
Matth.9: 14,15

De Heilige Leo de Grote [† 461] zegt:
Na de lange feest tot en met Pinksteren is het vasten vooral nodig om onze gedachten te zuiveren en
ons waardig te maken om de gaven [de Genade]
van de Heilige Geest te ontvangen.
– Daarom werd deze heilzame gewoonte in gang gezet
van het vasten de vreugdevolle dagen waarin
we de Opstanding en Hemelvaart van onze Heer vierden en
de komst van de Heilige Geest mochten verwelkomen
“.

1e Zondag na Pinksteren – Allerheiligen

Hymne tot de Heilige Geest          tn.6.
Koning van de Hemel,
Trooster, Geest der Waarheid,
Die Overal tegenwoordig zijt,
en Die alles vervuld,
Schatkamer van het Goede;
Schenker des Levens;
kom en verblijf in ons;
zuiver ons van alle smet,
en red onze zielen, o Algoede“.

Op de dag van Pinksteren, daalde de Heilige Geest neer en vestigde de Kerk in de wereld [qua ruimte en tijd],
hetgeen als het Lichaam van Christus wordt beschouwd.
Pinksteren is een tijdloze gebeurtenis en is daarom ‘niet‘ alleen aan die dag verbonden.
Met Pinksteren zo blijkt uit de woorden van Jezus Christus Zelf
heeft Hij ons vanaf dat moment opgenomen in Zijn Onbevlekt Lichaam,
naast de alom gezegende Moeder Gods, de Maagd Maria,
de negen rangorden der Engelen,
onze Voorouders, de Aartsvaders, de Profeten van het Eerste Verbond en de Heilige Apostelen.
In het verdere verloop van de geschiedenis worden onder “de hoede van Heilige Geest
Christus’ Apostelen en hun volgelingen aan dit Huis toegevoegd,
dat wil zeggen zij, die Getuigen, de Bisschoppen, de Heilige Martelaren,
de Heiligen, de Rechtvaardigen dat wil in het algemeen aanduiden
alle zichtbare en onzichtbare heiligen,
mannen en vrouwen die tot op de dag van vandaag geleefd hebben en
nog leven, tevens zullen er nog vele heiligen volgen tot aan het einde der tijden.

Deze realiteit wordt ons geopenbaard in de Gemeenschap met Christus
in de liturgische praktijk van de Heilige Kerk,
wanneer de priester tijdens elke Goddelijke Liturgie
stukjes van de Prosphor[en] toevoegt
aan het Heilig Lichaam en Bloed van de Heer
– het gedeelte wat wordt aangeduid engelen en heiligen,
– waarmee iedereen gezamenlijk met de gebeden van de gelovigen
wordt opgedragen aan de volheid van Christus .

Hiermee wordt aangeduid dat de gemeente [gemeenschap] van heiligen
wordt vergoddelijkt in het Lichaam van Christus,
hetgeen de Orthodoxe Kerk viert op de Zondag na Pinksteren,
de Zondag van Allerheiligen.

Historisch gezien werd met dit alles in de Kerk een begin gemaakt
door de Goddelijke Liturgie te vieren op de gebeenten van de Martelaren
maar Leo de Wijze heeft vastgesteld dat dit gezien dient te worden als het feest van Alle Heiligen, daar als [bloed-]getuigen niet alleen degenen zijn die worden beschouwd geselingen en  zwaar lijden te hebben ondergaan,
niet alleen degenen die in het vuur zijn gegooid of ander leed hebben ondergaan
– waarmee zij getuigenis afleggen van de gruwelijke martelingen die Christus heeft ondergaan en zij getuigenis afleggen van de onmetelijke goedheid van de  Heer,
maar dat elke aan God toegewijde ervaring van martelaarschap,
of er nu geen bloed gevloeid heeft maar geestelijk lijden aan verbonden is getuigenis aflegt van de grote daden van onze Heer en God, Jezus Christus.
Alle Heiligen worden zonder uitzondering [er wordt géén gradatie aangebracht]
gekenmerkt door de moed en de trouwe verbintenis aan Jezus Christus,
de overwinning door het Kruis en daarmee de overwinning van de zonde.

Vanaf de 4e eeuw vierde de Byzantijnse Kerk aldus in een gemeenschappelijke viering al de martelaren der aarde.
De Heilige Ephraïm componeerde voor
deze gelegenheid een hymne
waarbij in Edessa de 13e mei als feestdag werd aangewezen,
in Syrië werd het op de vrijdag na Pasen gevierd.
In een preek over de martelaren, spreekt de heilige Johannes Chrysostomos over de eerste zondag na Pinksteren;
dit gebruik is tot op de dag van vandaag bewaard in de Byzantijnse kerken bewaard gebleven, welke via een geleidelijke ontwikkeling van het feest van de ‘martelaren van de gehele aarde” is overgegaan in die van “Alle Heiligen”.
De keuze van dit laatste is belangrijk:
Zij, de Heiligen, waren toegetreden tot de orde van Heiligen in de triomf van Christus door de uitstorting van de Heilige Geest;
de poëtische vorm van keizer Leo de Wijze [886 – 911] volgend,
dat de Kerk op aarde een onderdompelende rivier is van de Heilige Geest, waarna de uitgeroepen [gedoopte] Heiligen als geurende bloemen worden vereerd.
Zoals gebruikelijk, heeft de Byzantijnse Kerk de weg gewezen aan de Westerse kerken, welke de feestdag heeft vastgesteld op de eerste November.
Zoals het in het westen gebruikelijk is werd deze echter opgevolgd door een kwalificatie:
de 2e November werd de gedenkdag van de gewone stervelingen [Allerzielen], verschil moet er tenslotte zijn in het westerse denkbeeld zelfs onder de volgelingen van Christus, alsof we niet allen tot het gilde der zondaars behoren. Er zal echter feest zijn in de Hemelen
over elke zondaar, die zich bekeert.

Het Evangelie van de zondag van Allerheiligen bevestigt deze waarheid:
De Heer zei:

Een ieder dan, die Mij belijden zal voor de mensen,
hem zal ook Ik belijden voor mijn Vader, Die in de Hemelen is;
maar al wie Mij verloochenen zal voor de mensen,
die zal ook Ik verloochenen voor Mijn Vader,
Die in de hemelen is.
Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig;
en wie zijn kruis niet opneemt en achter Mij gaat, is Mij niet waardig.

Daarop antwoordde Petrus en zeide tot Hem:
Zie, wij hebben alles prijsgegeven en zijn U gevolgd; wat zal dan ons deel zijn?
Jezus zei tot hen:
“Voorwaar, Ik zeg u, gij, die Mij gevolgd zijt, zult in de wedergeboorte,
wanneer de Zoon des mensen op de troon zijner heerlijkheid zal zitten,
ook op twaalf tronen zitten om de twaalf stammen van Israël te richten.
En eenieder, die huis [gemeenschap] of broeders of zusters of vader of moeder
of kinderen of akkers heeft prijsgegeven om Mijn Naam,
zal vele malen meer terugontvangen en het eeuwige leven erven.
Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en vele
laatsten de eersten”.
Matth. 10: 32-33,37-38; 19: 27-30

Op deze Zondag manifesteren zich derhalve het werk en de vruchten van het Goddelijke
– welke door de Heilige Geest wordt geopenbaard,
maar stelt ons tevens in de gelegenheid een Lofzang [een Doxology] aan God op te dragen
voor Zijn grote gaven [Genade] die Hij ons doet toekomen.
Maar het gaat hier dan ook om onze dagelijkse spirituele reflectie en
de wijze waarop we hier vorm aan geven,
aangezien de aanwezigheid van de Heiligen die ons bijstaan
ons op de dag des Oordeels zonder meer zal ontbreken,
wanneer we niet zelf voor onze eigen redding zorg dragen.

Het is dus heel begrijpelijk waarom deze zondag van Allerheiligen
de cyclus van de Paastijd en opgang naar Pinksteren voltooit,
met als referentie het Heilig Pascha – de heilige Opstanding van onze Heer Jezus Christus,
welke het lichtbaken is die zaligheid bewerkstelligt
aan degenen die Hem volgen en Hem liefhebben.

Apolytikion       tn.4
Over de gehele wereld is Uw Kerk getooid
met het bloed van Uw Martelaren, als met byssos en purpur.
En door hen roept zij tot U, Christus God:
Zend Uw Barmhartigheid neer over Uw Volk,
schenk vrede aan Uw wereld,
en aan onze zielen de grote Genade
“.

Kondakion         tn.8
Als eerstelingenoffer der natuur,
offert de wereld U, de Heer en Schepper van het Heelal,
de God-dragende Martelaren.
Door hun gebeden bewaar in diepe vrede Uw Kerk, Uw woning bij de mensen,
en bescherm haar door de Moeder Gods, Barmhartige
“.

Laat ons zingen voor de Vrienden van God,
want eenieder kan tot hen naderen.
Door de gebeden van Uw vlekkeloze Moeder, Christus onze God,
en van al Uw Heiligen van alle eeuwen,
heb medelijden met ons en red ons,
want gij alleen zijt goed den
hebt de mensen lief.

Allerheiligen
Wonderbaar is God in Zijn Heiligen
Psalm 67: 35

Laat ons bezingen de bovenmenselijke strijd van onze Martelaren,
hoe Zij in de zwakheid van hun vlees het kwaad van de eigen kracht te schande maakten,
zonder rekening te houden met zware pijn en wonden
terwijl ze lichamelijk vuur, zwaard en allerlei verschillende dodelijke martelingen ondergingen, geduldig weerstand boden terwijl in hun vlees werd gesneden, hun gewrichten uit de kom werden gedraaid en hun beenderen werden verbrijzeld,
bleven zij standvastig in hun belijdenis van het geloof in Christus
en Zijn, volle, onaantastbare en onwankelbaar integriteit.
Als gevolg hiervan werd hen de onbetwistbare wijsheid van de Geest geschonken en
de kracht om wonderen te verrichten.
Laten we het geduld van deze heilige mannen en vrouwen proberen te evenaren,
hoe zij gewillig ​​lange perioden van vasten, waken en diverse andere fysieke ontberingen hebben doorstaan alsof ze niet in het lichaam waren, tot het einde toe tegen kwade hartstochten en allerlei zonden hebben gevochten, in de onoverwinnelijke innerlijke strijd tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten [Eph.6: 12].
Ze ontkenden hun uiterlijke eigenheid en maakte ze nutteloos,
maar hun innerlijke mens werd vernieuwd en vergoddelijkt
door Hem van wie zij tevens de gaven [Genade] van genezing en krachten ontvingen.

Wanneer we bij dit soort zaken stilstaan en inzien dat ze de menselijke natuur vèe overtreffen,
kijken we vol verwondering op naar God en verheerlijken Hem Die hen zulke Genade en kracht gaf. Want zelfs al waren hun bedoelingen goed en nobel, zonder Gods kracht
waren zij onmogelijk in staat buiten de grenzen van hun aard  te gaan en
de lichaamloze vijand te bestrijden terwijl nog in hun lichaam verbleven.

Dit is de reden waarom, wanneer de psalmist en profeet verklaarde:
Wonderbaar is God in Zijn Heiligen“, David ging nog verder
door te zeggen: “Hij geeft Macht en Sterkte aan Zijn volk” [Psalm 67: 35].
Overweeg zorgvuldig de kracht van deze profetische woorden.
Overwegende dat God, volgens de psalmist, geheel Zijn volk kracht en macht geeft
– want Hij toont geen partijdigheid [vgl. Hand.10: 34]
– Hij wordt verheerlijkt alleen in Zijn heiligen
– De zon laat zijn stralen over allen overvloedig neerdalen ongeacht het aanzien van de persoon,
ze zijn echter alleen zichtbaar voor mensen met geopende ogen.
Alleen zij die scherpzinnige en zuivere ogen bezitten profiteren van het pure licht van de zon,
niet diegenen wiens denkbeelden door ziekte worden gedimd,
waarbij mist of iets dergelijks hun ogen heeft aangetast.
Op dezelfde manier schenkt God Zijn hulp rijkelijk aan allen,
want Hij is de altijd overvloeiende,
verhelderende en leven-schenkende bron van Genade en Goedheid.
Maar niet iedereen profiteert van Zijn Genade en Kracht om
perfect de deugd te beoefenen en/of wonderen voort te brengen,
alleen degenen die een goede intentie hebben,
die hun liefde en geloof jegens God tonen door goede werken [cf. Jac.2: 20-26],
die zich volledig afkeren van alle ongerechtigheden,
vasthouden aan Gods geboden en
de ogen van hun verstand/begrip opheffen naar Christus,
de Zon der gerechtigheid [Maleachi 4: 2].
Hij heeft niet alleen onzichtbaar een helpende hand van boven uitgestoken naar degenen die strijden, maar
we horen Hem ook Die tot ons spreekt en
ons aanspoort in het Evangelie van vandaag.
Een ieder dan, die Mij zal belijden voor de mensen“,
zo zegt Hij,
die zal ook Ik belijden voor Mijn Vader,
Die in de Hemelen is
“.
Matth.10: 32
Houdt daarbij in ogenschouw dat we niet ijskoud en onbevreesd ons geloof in Christus kunnen verkondigen en
Hem zonder Zijn hulp, ondersteuning en kracht kunnen belijden.
Ook zullen wij ons in de komende eeuw namens onze Heer Jezus Christus dienen uit te spreken daarbij ons als Zijn verwanten bij de hemelse Vader aan te bevelen, wanneer Hij ons een reden geeft om dat te doen.
Om dit duidelijk te maken, zegt Hij niet:
Een ieder dan, die voor de mensen over Mij spreekt“,
maar “wie Mij in Mijn Naam bekend maakt” [Matth.10: 32], dat wil zeggen,
Hij, die Ik in staat stel, dus in Christus en met Zijn hulp,
om de Christelijke levensbeschouwing met vrijmoedigheid openbaar te maken;
het dient dus altijd en eeuwig te gebeuren vanuit Zijn Apostolische Kerk,
óók in onze tijd.

5e Zondag na Pascha – Zondag van de Samaritaanse vrouw

Het Heilig Evangelie heeft ons de naam van de Samaritaanse vrouw niet doorgegeven.
De Traditie van de Kerk leert ons dat haar naam in het Grieks – Photini was, in het Russisch – Svetlana, in de Keltische talen – Fiona, in westerse talen – Claire en in het Nederlands Ellen.
En al deze namen spreken tot ons over
één ding – van licht.

Nadat zij aan de Heer Jezus Christus heeft voldaan is zij uitgegroeid tot een licht dat in de wereld schijnt, een licht welke degenen die haar ontmoeten verlicht.
Elke Heilige wordt ons gepresenteerd als een voorbeeld, maar we kunnen de werkelijke wijze waarop een heilige geleefd niet altijd nastreven, we kunnen niet altijd dezelfde hemelse Ladder beklimmen.
Van iedere Heilige kunnen we echter twee dingen leren.
– Ten eerste kunnen we door de genade van God datgene bereiken wat menselijkerwijs onmogelijk lijkt en dat is ons als persoon in beeld en gelijkenis aan God te spiegelen.
Dat wil zeggen dat we – in deze wereld van duisternis en tragedie een teken van hoop te zijn; in de wereld die in de macht is van leugens – een woord van waarheid te zijn.
We worden voor dit alles in staat gesteld in de zekerheid dat alleen God dit alles kan overwinnen wanneer we alleen Hem toestaan ​​toegang tot onze ziel te verkrijgen.
Want als het Koninkrijk van God niet in ons is leeft – als God niet troont in onze gedachten en harten – een vuur dat alles wat onwaardig is in onszelf en van Hem verwijdert, dan zijn we ook niet in staat Gods licht rondom ons te verspreiden.
– Het tweede wat de Heiligen ons kunnen leren is om de Boodschap uit hun naam over te brengen – aan ons te leren kennen.

Vandaag spreekt de Samaritaanse vrouw van licht.
Christus heeft haar gezegd dat Hij is het Licht van de wereld is, het Licht dat alle mensen verlicht, en we zijn geroepen om
dat Licht in onze ziel te laten schijnen.
Te laten schijnen in ons verstand en onze ziel
– ja, binnen ons gehele bestaan.
De bedoeling is dit Licht van Christus zo tot ons te laten spreken, dat we er zelf
tevreden over zijn en het in en door ons ten uitvoer wordt gebracht.
Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken“.
Matth.5: 16

Alleen door onze daden te zien, door onze manier van handelen, kunnen mensen gaan geloven dat het Licht van God – Werkelijk Licht is.
Het gaat hier niet om onze woorden, tenzij het woorden van Waarheid en Macht zijn, zoals die van Christus Zelf of van de Apostelen zijn geweest.
Laat ieder van ons stilstaan bij de betekenis van onze naam als Christen en
op de wijze waarop we datgene worden waar we toe zijn geroepen.

De Samaritaanse vrouw was onderweg om water te halen zonder enig geestelijk doel.
Ze kwam bij de bron – en ze ontmoette Christus.
Ieder van ons kan op elk moment van de dag  een Goddelijke wending in ons leven ervaren,  zelfs wanneer we onze meest dagelijkse huiselijke taken verrichten, indien ons hart maar in de juiste richting staat en we ons open stellen om een ​​bericht te ontvangen,
te luisteren, ja – om vragen te stellen!
De Samaritaanse vrouw stelde maar één vraag aan Christus, en wat ze als antwoord kreeg oversteeg haar vraag op zo’n manier dat ze in Hem een Pprofeet herkende.
Later herkende zij Hem als de Christus, de Verlosser van de wereld.
Maar ook ons licht dient niet onder de korenmaat te worden geplaatst.
De Samaritaanse heeft ontdekt dat het Licht in de wereld gekomen was,
dat het goddelijk Woord  nu Waarheid werd te midden van de mensen,
dat God met ons/onder ons is.
Zij liet alle zorgen achter zich en rende naar de anderen om de vreugde, het wonder van wat ze had ontdekt te delen met anderen.
Ze bracht haar medeburgers naar Christus.
Ze vertelde hen eerst waarom ze in Hem geloofde, en
vervolgens bracht misschien hun nieuwsgierigheid, of de overtuigende kracht van haar woorden en de verandering die zich in haar had voltrokken hen tot Christus.
Zij zagen het voor zichzelf en zeiden tot haar:
Het is niet meer vanwege wat u zegt dat we geloven
– “we hebben gezien en we hebben het gehoord en daarom geloven wij“.
Handelingen 17: 11

En dit is wat de Samaritaanse vrouw ons allen leert: open te staan op elk moment van ons leven, terwijl we zijn druk bezig met de eenvoudigste dingen.
Op te staan het goddelijke Woord te ontvangen, dat we dienen te worden verlicht door het Goddelijke licht, gereinigd worden door Zijn zuiverheid.
We dienen het Licht te ontvangen in het diepst van onze ziel, er met heel ons leven voor open te staan, zodat mensen zien wat en wie we zijn geworden, opdat ook zij kunnen geloven dat het Licht in de wereld is gekomen.

Laten we tot de Heiligen en de Samaritaanse vrouw bidden ons te leren, ons te leiden,
ons tot Christus te brengen op de wijze waarop zij naar de Bron is gekomen en
Hem te dienen op de wijze waarop zij Hem gediend heeft tot heil van allen
die om haar heen waren .
En mag de zegen van God met u zijn,
de Vader en de Zoon en de Heilige Geest,
nu en altijd en wereld zonder einde!    Amen.
preek van Metropoliet Anthony Sourozh – 8 mei 1988

Kontakion           pl 4e Tn/ 8e Tn
Met geloof naderde de Samaritaanse tot de Bron:
daar aanschouwde zij U, het Water der Wijsheid.
En toen zij daarvan gedronken had
begeerde zij dorstig het Koninkrijk uit den hoge.
Daarom wordt zij geprezen in alle eeuwigheid“.

En toen zij daarvan gedronken hadden . . . . .
En dit is het Woord [de verkondiging], die wij van Hem gehoord hebben
en aan u allen verkondigen:
God is Licht en in Hem is in het geheel geen duisternis.
Indien wij zeggen, dat wij gemeenschap met Hem hebben en in de duisternis wandelen, dan liegen wij en
doen de waarheid niet;
maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het Licht is,
hebben wij gemeenschap met elkaar; en
het bloed van Jezus, zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde“.
1Joh.1: 5-7

Door de zegen en Genade van God kan het Licht
steeds meer opgaan en helder worden
als de zon op haar hoogtepunt.
Dit werd door de Profeet Malachi reeds voorzegt:
Maar voor u, die Mijn Naam vreest, zal de zon der gerechtigheid opgaan en
er zal genezing zijn onder haar vleugelen;
gij zult uitgaan en springen als kalveren die in de Lente uit de stal worden losgelaten“.
Mal.4: 2

Jezus Christus is het levende Woord van God.
In het Woord was het leven en het leven was het Licht van de mensen.
En het Licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft het niet begrepen
“.
Joh.1: 4-5
Dit Licht moeten we ontvangen in ons hart.
Velen hebben Jezus Christus, het Licht van de wereld, niet in hun hart binnengelaten.
Maar allen die Hem aangenomen hebben,
hun heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden,
namelijk die in Zijn Naam geloven
“.
Joh.1: 12

Licht blijkt gelukkig sterker te zijn dan duisternis.
Het licht van het Evangelie dringt de duisternis van ons bestaan binnen.
Waar Gods Licht en Liefde schijnen, zal de nacht verdwijnen.

Christenen zijn gedoopt in het Koninkrijk van de Zoon van Gods Liefde.
Paulus roept op daarvoor de Schepper te bedanken:
Dankt gij met blijdschap de Vader,
Die u toebereid heeft voor het erfdeel der heiligen in het licht.

Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en
overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn Liefde,
in Wie wij de verlossing hebben, de vergeving van zonden“.
Col.1: 12-14

Vergeven betekent eigenlijk
‘ver-wèg-geven’.
Wanneer we onze zonden belijden [aan het licht brengen] zullen deze door Gods Genade worden vergeven.
Zij worden dan onder het reinigend bloed van Christus gebracht;
door de oprechte belijdenis in het Mysterie van de Biecht vindt de genezing plaats.

Jezus Christus is als de Hemelse Geneesheer tot ons gekomen om te genezen en te helen.
Dit gaat over beschadigde emoties, negatieve gevoelens, psychische problemen, ziekten, zwakheden en andere zaken in onze Liefde die herstel nodig hebben.
Het bekerings- en genezingsproces heeft dus duidelijk te maken met ‘overbrenging’ – verandering. Door de werking van de Heilige Geest en Geloof in de drie-ene God
worden de negatieve zaken verplaatst naar het helende [medische] gedeelte van
Liefde, Genade, Vergeving en Heiliging [heling].

Mid-Pinksteren – Laat uw Kruis een Staf zijn

Uw kudde heeft de wolven gezien,
en zie! zij roepen het uit.
Ziet toch hoe bang zij zijn!
Laat Uw Kruis een Staf zijn,
hen uit drijven
die hen zouden verslinden!
H. Ephraïm de Syriër, uit de “Nisiben Hymnen” IV

De verzen in de dienst van vandaag zijn overvloedig gevuld
met bijbelse toespelingen, welke de heilige vaders hierin hebben doorgevoerd.
Wanneer gij vóór Uw Kostbaar Kruis en Uw Lijden Uw roemrijke wonderen voltooid had, zijt Gij verschenen op het Midden van het Feest de Wet,
om allen te roepen”:
Σταυρὸν καὶ θάνατον , παθεῖν ἑλόμενος.
Een taal van Iemand Die ontwapend, zoals we verderop zulle zien.

In het midden van de Schepping“,
wordt de Boom van het Kruis gekoppeld aan de Boom des Levens
in het midden van het Paradijs.
de Heer, onze God deed allerlei geboomte uit de aardbodem opschieten,
begeerlijk om te zien en goed om van te eten;
en de boom des levens in het midden van de hof,
benevens de boom der
kennis van goed en kwaad“.
Gen.2: 9

De parallel tussen de twee bomen is een populaire Patristische meditatie .
De boom des levens , die werd geplant door God in het paradijs gaf vooraf dit kostbaar en levenschenkende Kruis aan.
Want omdat de dood door een boom werd veroorzaakt,
achtte Hij passend dat het Leven en de Opstanding
door een boom geschonken diende te worden.
H. Johannes Damascinos [† 749 ], uit: “Een uiteenzetting van het Orthodoxe geloof“.

Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben,
heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deel
gekregen, opdat Hij door zijn dood hem, die de
macht over de dood had, de duivel, zou onttronen“.
Hebr.2: 14
Ook u heeft Hij, hoewel gij dood waart door uw overtredingen en onbesneden zijn naar het vlees, levend gemaakt met Hem, toen Hij ons al onze overtredingen kwijtschold,
door het bewijsstuk uit te wissen, dat door zijn inzettingen tegen ons getuigde en ons bedreigde.
En dat heeft Hij weggedaan door het aan het kruis te nagelen:
Hij heeft de overheden en machten ontwapend en openlijk tentoongesteld en zo over hen gezegevierd“.
Col.2: 13-15

De H. Gregorius van Nyssa schreef over de aanvallen en suggesties van de vijand:
WANNEER we ons bewust worden van de aanvallen van de tegenstrever,
dienen we de apostolische woorden in onszelf te blijven herhalen:
Wij allen, die in Christus zijn gedoopt, zijn in Zijn dood gedoopt“.
Rom.6: 3
Als wij nu dan deel hebben aan Zijn dood, is de zonde in ons voortaan zeker gedood [ontbonden],  welke doorboord is door de speer van het Heilig Doopsel .
uit: “Over het doopsel in Christus“.

Onze HEER zal echter de Toevlucht zijn van Zijn Volk
en de Sterkte van de kinderen van Israël.
En het was reeds ongeveer het zesde uur en
er kwam duisternis over het gehele land tot het negende uur,
want de zon werd verduisterd.
En het voorhangsel van de tempel scheurde middendoor.
En Jezus riep met luider stem:
Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest.
En toen Hij dat gezegd
had, gaf Hij de geest“.
Luc.23: 44-46

Dit is een aanwijzing van het besluit – in de tijd, en ook van de Hoop en de Genade,
zoals wij zien bij de profetie van Joël:
Menigten, menigten in het dal der beslissing,
want nabij is de dag des Heren in het dal der beslissing.
De zon en de maan worden zwart en de sterren trekken haar glans in.
En de Heer brult uit Sion en verheft zijn stem uit Jeruzalem,
zodat hemel en aarde beven.
Maar de Heer is een schuilplaats voor zijn volk en
een veste voor de kinderen van Israel
Joel 3: 14-16 . 

Zie eveneens:
“Terstond na de verdrukking dier dagen zal de zon verduisterd worden en
de maan zal haar glans niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en
de machten der hemelen zullen wankelen”.
Matth.24: 29
En Jezus riep wederom met luider stem en gaf de geest.
En zie, het voorhangsel van de tempel scheurde van boven tot beneden in tweeën, en
de aarde beefde, en de rotsen scheurden en
de graven gingen open en vele lichamen der ontslapen heiligen werden opgewekt.
En zij gingen uit de graven na zijn opstanding en
kwamen in de heilige stad waar zij aan velen verschenen“.
Matth. 27:50-53 .

Een der gehangen misdadigers lasterde Hem: Zijt Gij niet de Christus? Red Uzelf en ons!
Maar de andere antwoordde en zeide, hem bestraffende:
Vreest zelfs gij God niet, nu gij hetzelfde vonnis ontvangen hebt?
En wij terecht, want wij ontvangen vergelding, naar wat wij gedaan hebben, maar deze heeft niets onbehoorlijks gedaan.
En hij zei: Jezus, gedenk mijner, wanneer Gij in uw Koninkrijk komt.
En Jezus zei tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn“.
Luc.23: 39-43

Wij herinneren ons deze woorden uit het gebed ter voorbereiding aan de communie.
Zoon van God, neem mij heden op als deelgenoot van Uw Mystiek Avondmaal.
Want Uw vijanden zal ik voorzeker niet over dit Mysterie spreken.
Ik zal U geen kus geven zolas Judas;
maar evenals de Rover belijd ik mijn geloof in U:
gedenk mij, o Heer, in Uw Koninkrijk.
Heer, moge het deelnemen aan Uw heilige Mysteriën
mij niet worden tot een oordeel of tot verderf,
maar tot genezing van mijn ziel en van mijn lichaam
“.

**
Stavrotheotokion
In het Kruis van Uw Zoon, o Moeder Gods,
bezit Gij een Staf van geweldige kracht;
versla daarmee de woedende vijandschap en
bescherm hen die U met Liefde vereren.
Uit de Metten van de vrijdag van Mid-Pinksteren

2e Zondag na Pascha – Thomaszondag

Zalig zij
die niet gezien hebben en
toch geloven!“.
Joh.20: 29

De Zoon van God werd mens, opdat de mens zich zou vergoddelijken.
Door Zijn offer aan het Groot en Heilig Kruis heeft de Heer en zaligmaker
de menselijke natuur gereinigd en
door Zijn dood stelde Hij de mens
in de gelegenheid gered en geheiligd te worden in Zijn Νaam.
Een waarachtig en oprecht geloof in Jezus Christus leidt tot verlossing.
Onze Heer Zelf leert ons:
Ik ben het Licht der wereld;
wie Mij volgt, zal nimmer in duisternis wandelen,
maar hij zal het licht des levens hebben
“.
Joh.8: 12
In een ander vers zegt Hij:
” Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:
Wie gelooft, heeft eeuwig leven”.
Joh.6 : 47
Christus is het Licht van de wereld;
Hij is het herkenningspunt, Welk ons leidt tot heiliging.
Door de Heilige Doop participeren we in beide,
de dood en de Opstanding van Jezus Christus . . .
Paulus leert ons, zeggend:
Weet ge niet dat wij allen,
die in Christus Jezus gedoopt zijn,
in Zijn dood gedoopt zijn?
Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood,
opdat, gelijk Christus uit de doden is opgewekt door de Majesteit van de Vader,
zo ook zouden wij in nieuwheid van het leven wandelen.
Want indien wij samengegroeid zijn met hetgeen gelijk is aan Zijn dood,
zullen wij het ook zijn [met hetgeen gelijk is] aan Zijn Opstanding;
dit weten wij immers, dat onze oude mens is mede-gekruisigd,
opdat aan het lichaam van de zonde zijn kracht ontnomen zou worden en
wij niet langer slaven der zonde zouden zijn;
want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde.
Indien wij dan met Christus gestorven zijn, geloven wij,
dat wij ook met Hem zullen leven,
daar wij weten, dat Christus, nu Hij uit de doden is opgewekt, niet meer sterft:
de dood voert geen heerschappij meer over Hem.
Want wat Zijn dood betreft, is Hij voor de zonde eens voor altijd gestorven
wat zijn leven betreft, leeft Hij voor God.
Zo moet het ook voor u vaststaan, dat gij wel dood zijt voor de zonde,
maar levend voor God in Christus Jezus
“.
Rom.6: 3-11

Deze deelname in de Passie en Verrijzenis van Onze Heer geeft ons de mogelijkheid om
kinderen van God” [Rom. 8: 14] en  “erfgenamen van Zijn Κoninkrijk” [Gal.3: 29] te worden.
Het is heel belangrijk om te beseffen dat bij het eerste verschijning van onze Heer,
aan Zijn discipelen na zijn opstanding, de Heilige Thomas niet aanwezig was.
Toen de tien apostelen hem met enthousiasme vertelden dat ze “de Heer” [Joh.20: 25]
hadden gezien, antwoordde hij :
Indien ik in zijn handen niet zie het teken der nagels en
mijn vinger niet steek in de plaats der nagels en
mijn hand niet steek in zijn zijde,
zal ik geenszins geloven
“.
Joh.20: 25
Deze gemoedstoestand van de ongelovige Thomas
was geen kwaadaardig ongeloof,
maar een deel van de economie van God.
God wilde voor ons aantonen
dat onze Heer waarlijk is opgestaan ​​en
dat Hij niet is verschenen als een spook of gewoon als een verzinsel van hun verbeelding.
Om deze reden verscheen onze Heer na acht dagen opnieuw aan Zijn discipelen,
dit keer in aanwezigheid van Thomas en zei tegen hem:
Breng uw vinger hier en zie mijn handen en
breng uw hand en steek die in mijn zijde en
wees niet ongelovig, maar gelovig“.
Joh.20: 27

Dit voorzienige ongeloof van de Heilige Thomas
was de grondslag voor het bewijs dat onze Heer daadwerkelijk uit de doden was opgestaan​​.
Thomas voelde de wonden welke door de nagels waren veroorzaakt en
legde zijn hand in de zijde van Onze Lieve Heer.
Hij voelde Christus ‘vlees’, het warme bloed van Zijn wonden en
met ter bevestiging riep hij uit:
Mijn Heer en mijn God“.
Joh.20: 28

Ιn het Evangelie van Lucas zien we dat onze Heer zijn leerlingen zichzelf uitnodigt
te bewijzen dat Hij werkelijk is opgestaan ​​en is geen geest
wanneer Hij tot hen zegt:
Waarom zijt gij ontsteld en waarom komen er overwegingen op in uw hart?
Ziet mijn handen en mijn voeten, dat Ik het zelf ben;
betast Mij en ziet, dat een geest geen vlees en beenderen heeft,
zoals gij ziet, dat Ik heb.
En bij dit woord toonde Hij hun zijn handen en voeten.
En toen zij het van blijdschap nog niet geloofden en zich verwonderden,
zei Hij tot hen:
Hebt gij hier iets te eten?
Zij reikten Hem een stuk van een gebakken vis toe.
En Hij nam het en at het voor hun ogen
“.
Luc.24:38-43
Na Zijn opstanding bezat onze Heer
een lichamelijk ‘nieuwe’ hoedanigheid.
Bijvoorbeeld, Hij kon verschijnen wanneer en waar Hij Zich ook bevond
en had geen fysieke barrières, zoals deuren en muren,
en zijn er niet langer obstakels vanwege Zijn vrijheid van beweging.
Veel Christenen willen vandaag de dag al weten wat voor soort lichaam
zij zullen hebben na de algemene opstanding van de doden
en welke leeftijd ze zullen hebben?
Het antwoord op deze vragen is:
• Ten eerste , dat wanneer we opstaan​​,
we hetzelfde lichaam zullen bezitten welke we vóór onze dood al hadden,
maar dat dit nieuwe en eeuwige eigenschappen zal hebben.
Zo zullen we geen behoefte hebben aan voedsel of andere dagelijkse behoeften,
maar zullen we zijn als de engelen God’s [Matth.22: 30].
We zullen eeuwig geluk of eeuwige pijn ondervinden,
afhankelijk van of we gered of verdoemd zijn [Matth.25: 46].
• Ten tweede, zullen we allemaal dezelfde leeftijd ondervinden en op hetzelfde moment zijn we allemaal  een nieuw leven begonnen [1Thess.4: 14-17].
We zullen elkaar herkennen en onze vreugde en blijdschap zal helderder voorkomen dan de materiële zon die in deze materiële wereld schijnt.
Het is erg moeilijk te omschrijven welke condities we in de eeuwigheid zullen bezitten,
omdat we alleen de ervaring van dit leven bezitten om vergelijkingen te trekken en
tussen de twee is er geen overeenkomst bestaat [2Cοr.12: 4].

Dit nieuwe leven begint in dit leven.
Ons geloof in de Opstanding van onze Heer moeten worden ge- en beleefd.
In onze dagelijks leven ondanks al haar problemen,
dienen we de dood en Opstanding van onze Heer te leven,
ons kruis te dragen, ons geloof en vertrouwen te verstevigen
waarmee we al onze problemen zullen aankunnen en overleven
en door Zijn genade zullen we tot een nieuw leven komen.
We dienen nooit voorbij te gaan aan het gegeven dat aan de Opstanding,
een kruisiging voorafgaat, dit is niet te vermijden.
– Christus is opgestaan, Hij is verrezen en
de gehele menselijke natuur zal weer tot het ware, oorspronkelijke doel van haar bestaan worden teruggebracht​​, het Paradijs – het Hemels Koninkrijk.
– Christus is verrezen, Hij is opgestaan en
alle krachten van het kwaad zullen worden overwonnen.
– Christus is verrezen, Hij is opgestaan en
de mens zal van de aarde naar Hemelen worden verheven.
Als getrouwe kinderen van de Orthodoxie, hebben wij de plicht
om deze triomfantelijke boodschap bekend te maken aan alle mensen van de wereld
– dat Christus is opgestaan ​​en de mensheid door Zijn Genadegaven zal worden gered.

Christus verrezen uit de doden;
door zijn dood overwon Hij de dood,
aan allen in de graven schonk Hij het leven“!

Orthodoxie & heilige huisjes

Het heilige huisje, ‘geloofsovertuiging‘,
is helemaal niet zo heilig
als dat men ons eeuwen heeft doen geloven.
In een periode dat het heilige van de religie
in het chloor bad van publiciteit is verbleekt,
zoekt de mens zich een weg en
stelt zich vragen die wij als mensen nu eenmaal hebben.

Het antwoord ligt verborgen in het feit
dat wij tot het inzicht komen dat wij als mens slechts zondaar zijn
en met vallen en opstaan een weg zoeken.
Wij zijn zoekende pelgrims geworden op een weg
met als enig houvast datgene
wat anderen in hun ervaringen hebben vastgelegd.
Als Christenen hebben wij een geloof tegen beter weten in.
Een Mens, door God gezonden,
sterft een schandelijke dood aan een Kruis en
wij geloven dat Hij leeft, meer dan ooit.
De zondige mens staat zijn medemens naar het leven,
ervaart zijn medemens als tegenstander.
Christenen geloven dat alle mensen broeders en zusters zijn,
kinderen van één Vader en dat een mens zichzelf pas vindt
als hij de ander vóór laat gaan.

De beroemde 19e eeuwse heilige Seraphim van Sarov [1759-1833],
zei over zichzelf: “Ik weet niets“.
Deze woorden waren opmerkelijk afkomstig van een kluizenaar
die de meest gewilde spirituele adviseur van tijd was.
Toch erkende de heilige Seraphim
dat hij slechts een doorgeefluik was:
dat het goede wat uit hem voortkwam,
van God afkomstig was.

Als Christenen zijn we ons bewust
dat we regelmatig een slecht voorbeeld zijn voor anderen,
dat we dagelijks te kort schieten aan onze eigen verwachtingen
te leven overeenkomstig het oorspronkelijk bedoelde
beeld waartoe Christus ons heeft geroepen.
Toch  worden wij verplicht iedere dag met vreugde van het hart te leven,
wat er ook gebeurt, wat ons ook overkomt.
Oók ik ben verzocht om te verkondigen, te onderwijzen
en de genadegaven van de Heer uit te dragen
om te trachten op God te vertrouwen,
alles aan Hem over te laten wat er ook gebeurt.
Zo goed als we kunnen houden wij de woorden voor ogen:
Verblijdt u in de Heer te allen tijde : en ik zeg u nogmaals, Verheug u!“.
Phil.4: 4

We herinneren ons het woord van
de Heilige Basilius de Dwaas om Christus,
die zei:
De winter is koud,
maar het Paradijs is zoet
“.
Wetende dat echte waarheid
juiste manier van leven slechts van God komt.
We proberen niet gekwetst te worden
wanneer we geen bevestiging ontvangen
van de mensen om ons heen.
We worden eraan herinnerd
dat we worden opgeroepen
om aan anderen te geven,
wat ik wil zelf zou willen ontvangen.

Net als de heilige Antonius de Grote, roep ik tot God,
Heer, waar bent U?” [Psalm 129,140],
verkerend in een overvloed aan genade.
Ik wil een kind Gods zijn ,
ondanks het gevoel dat ik het kuiken ben
dat door de moeder uit het nest wordt geworpen.

Ondanks datgene wat me overkomt
wordt ik getroost door de Heilige Seraphim,
die zijn geestelijke kinderen met deze woorden instrueerde:
Wanneer teleurstelling ons aangrijpt,
richten we ons op het tegenovergestelde,
worden we versterkt en beschermd door het Licht van ons Geloof,
verzetten we ons met grote moed tegen de geest van het kwaad.

Wat heeft God aan ons, wanneer we van Hem zijn verwijderd,
Zijn hemelse goedheid afwijzen en een slaaf worden van het kwaad?
We dienen onszelf te hernemen:
Christus, de Zoon van God,
heeft immers de heerschappij over ons en over alles.
Laat je niet marchanderen,
we worden standvastig gemaakt
door de deugd van het Kruis,
tegenstrever, we verpletteren je overweging
“.

Christus is opgestaan! 
Hij is waarlijk opgestaan!

Orthodoxy, Pascha, Passover & the physical Resurrection from death

Yes, our bodies will be raised not spiritually or ethereally,
but physically and materially.
Our souls will be reunited with our transformed physical bodies,
brought back to life from the dead.
Scripture teaches this in many ways:

1.]. simply to speak of a “Resurrection”
of the dead is to imply physicality [bodily]:
At the Resurrection people will neither marry nor be given in marriage;
they will be like the angels in Heaven.
But about the Resurrection of the dead
– have you not read what God said to you
“.
Matth.22: 30-31;
You will be blessed; although they cannot repay you,
you will be repaid at the Resurrection of the righteous
“.
Luc.14: 14;
In a flash, in the twinkling of an eye, at the last trumpet.
For the trumpet will sound, the dead will be raised imperishable
and we will be changed
“.
1Cor.15: 52;
For the Lord himself shall descend from Heaven with a shout,
with the Voice of the archangel, and with the Trump of God:
and the dead in Christ shall rise first
“.
1Thess.4: 16
That is what a Resurrection is.
The Bible has no categories for the concept of a Resurrected Body
that remains dead and physically lying in a grave.

2.]. For our citizenship is in Heaven, from which also we eagerly wait for a Saviour, the Lord Jesus Christ; who will transform the body of our humble state into conformity with the Body of His Glory“.
Phil.3: 20-21,
this teaches us that Christ’s Resurrected Body is the pattern of our resurrection body.
We know that Christ was raised in a physical body
because the disciples ate with Him after the Resurrection;
Not to all the people, but unto witnesses
chosen before of God, even to us,
who did eat and drink with Him after He rose from the dead.
Acts 10: 41
and touched Him:
And as they went to tell His disciples, behold, Jesus met them, saying, Peace be to all.
And they came and held Him by the feet, and worshipped Him
“.
Matthew 28: 9;
also when He told Thomas,
Put your finger here, and look at My hands.
Take your hand, and put it into My side.
Stop doubting, but believe
“.
John 20: 27
Also, Jesus outright declared that His resurrection body was physical and touchable:
See My hands and My feet, that it is I Myself;
touch Me and see, for a spirit does not have flesh
and bones as you see that I have

Luc.24: 39;
also “that God has fulfilled this Promise to our children in that He raised up Jesus,
as it is also written in the 2nd Psalm
, ‘You are My Son; today I have begotten You’.
As for the fact that He raised Him up from the dead,
no longer to return to decay, He has spoken in this way
:
‘I will give You the Holy and Sure blessings of David’.
Therefore He also says in another Psalm,
‘You will not allow Your Holy One to undergo decay’.
For David, after he had served the purpose of God in his own generation,
fell asleep, and was laid among his fathers and underwent decay;
but He whom God raised did not undergo decay

Acts 13:33-37
Since Christ’s Resurrection is the pattern of our resurrection,
we will therefore be raised in a physical body as well.

3.]. Romans 8:21-23 speaks in vers 23 of waiting for “the Redemption [recovery] of our bodies“.
Our bodies are not going to be thrown away.
They are going to be renewed, restored, revitalized.

4.]. Jesus speaks of the Resurrection
as involving the coming forth of individuals out of their tombs,
which clearly indicates a physical concept of the resurrection:
Do not marvel at this; for an hour is coming,
in which all who are in the tombs will hear His voice,
and will come forth;
those who did the good deeds to a resurrection of life,
those who committed the evil deeds to a resurrection of judgment
“.
John 5: 28-29

5.]. the Old Testament speaks of the Resurrection as being physical:
And many of those who sleep in the dust of the ground will awake,
these to everlasting life, but the others to disgrace and everlasting contempt
“.
Daniel 12: 2
Likewise, we read in Job:
I know that my Redeemer lives,
and at the last He will take His stand on the earth.
Even after my skin is destroyed, yet from my flesh I shall see God;
Whom I myself shall behold,
and whom my eyes shall see and not another.
My heart faints within Me
“.
Job 19: 25-27

How long do we have to wait for this?
We haven’t to wait a long time, because with God there isn’t time,
so after our death we also have no watch to follow,
time is there and it is now.
The Resurrection of the body will occur
at the end of the age when Christ returns.
There are two main ways the Scriptures indicate this:

1.]. Many verses teach that our resurrected bodies
will be the same bodies that we have now,
except transformed into an immortal state.
Since God does not create new bodies for us from scratch,
but rather He Resurrects the body that dies,
it is clear that we do not receive our resurrection bodies immediately at death.
For our bodies very clearly and evidently remain here on earth and are laid to rest;
that’s the reason we have ‘a burial’, after death.

2.]. Many explicit verses declare that the Resurrection will not occur
until the end of the age when Christ returns.

But as for you, go your way to the end;
then you will enter into rest and rise again
for your allotted portion at the end of the age
“.
Daniel 12: 13;
here an angel looks ahead to the Resurrection
as occurring at the end of the age.

For this is the will of My Father,
that everyone who beholds the Son and believes in Him,
may have eternal life;
and I Myself will raise him up on the last day
“.
John 6: 40, where Christ declares
that the resurrection will happen on the last day.
also:
And this is the Father’s Will Who has sent Me,
that of all that He has given Me I should lose nothing,
but should raise it up again at the last day
“.
John 6: 39
And: “No man can come to Me,
except the Father Who has sent Me draw him:
and I will raise him up at the last day
“.
John 6: 44
And: “Whosoever eats My flesh, and drinks My blood,
has eternal life; and I will raise him up at the last day
“.
John 6: 54
Martha said unto Him,
I know that Lazaros shall rise again
in the Resurrection at the last day
“.
cf. John 11:24

Paul specifies this meaning even further, stating in 1 Corinthians 15:23
that we will be raised at the return of Christ:
Each [will be raised] in his own order:
Christ the first fruits,
after that those who are Christ’s at His coming
“.

In 1 Thessalonians 4:14-17 he also looks ahead to the resurrection as something that will occur not until Christ comes back: “For if we believe that Jesus died and rose again, even so God will bring with Him those who have fallen asleep in Jesus. For this we say to you by the word of the Lord, that we who are alive and remain until the coming of the Lord, will not precede those who have fallen asleep. For the Lord Himself will descend from heaven with a shout, with the voice of the archangel, and with the trumpet of God; and the dead in Christ shall rise first. Then we who are alive and remain shall be caught up together with them in the clouds to meet the Lord in the air, and thus we shall always be with the Lord.”

All Christians will be glorified together
The fact that the resurrection will happen at the return of Christ has important implications:
It means that glorification will be a corporate reality
and not an individual experience
that happens to each believer separately at death.
All Christians will be raised into glory together.
While we all lived at different periods of time,
we all came to faith at different times,
and we all will have died at different times
[except for those who lived until Christ returns],
it is an amazing thing that God has planned things such
that our glorification will occur at the same time.
What a great encouragement it is to know
that the believers of the past are waiting for us
to finish the race ourselves so that we can all experience
the great joy of glorification together.

Therefore we do not lose heart,
but though our outer man is decaying,
yet our inner man is being renewed day by day.
For momentary, light affliction is producing for us
an eternal weight of glory far beyond all comparison,
while we look not at the things which are seen,
but at the things which are not seen;
for the things which are seen are temporal,
but the things which are not seen are eternal.
For we know that if the earthly tent which is our house is torn down,
we have a building from God, a house not made with hands, eternal in the heavens.
For indeed in this house we groan, longing to be clothed with our dwelling from heaven;
inasmuch as we, having put it on, shall not be found naked.
For indeed while we are in this tent, we groan, being burdened,
because we do not want to be unclothed, but to be clothed,
in order that what is mortal may be swallowed up by life.
Now He who prepared us for this very purpose is God,
who gave to us the Spirit as a pledge.
Therefore, being always of good courage,
and knowing that while we are at home in the body we are absent from the Lord
– for we walk by faith, not by sight- we are of good courage,
I say, and prefer rather to be absent from the body and to be at home with the Lord.
Therefore also we have as our ambition, whether at home or absent, to be pleasing to Him.
For we must all appear before the judgment seat of Christ, that each one may be recompensed for his deeds in the body, according to what he has done, whether good or bad.
What will happen when you die?
By “you” I mean believers in Jesus Christ.
If you are not a believer, the aim of these messages is
to wake you up from the slumber of indifference
to the question of death and eternity and to motivate you to consider Jesus Christ
as the only way to eternal life and the only escape from hell and eternal death.
I am the way the Truth and the Life,
no one comes to the Father but by Me
John 14: 6
There is no other way to God.

I will try to answer from Scripture the question,
“What happens immediately at the moment of death?” In the following four weeks the questions will be:

What happens to you at the coming of Christ?

What happens to believers at the Judgment?
What is our final place: a distant Heaven,
or the New Earth where lions and lambs lie down in Peace?
What is the most essential bridge that links this life and the next?
Why This Theme Is Crucial to Consider
There is a long list of reasons why this theme seems crucial to me for our consideration.
Let me mention a few of them:

1.]. The Possibilities of Eternal Joy or Eternal Misery
The possibilities for joy and misery after you die are trillions of times greater than in the few years on this earth before you die. The Bible compares this life to a vapor that appears as you breathe on a cold winter morning and then vanishes (James 4:14). The Bible describes the time after death as “ages of ages.” Not just one or two ages of thousands of years, but ages of ages; thousands and thousands of ages (Revelation 14:11). It matters infinitely what happens to you after you die.

2.]. The Question of Authentic Faith
This theme forces the question as to whether our faith is real, substantial, biblical faith in objective, external reality outside ourselves. Namely, is our faith in God or is it a mere subjective experience of feelings and thoughts inside ourselves that function as an emotional cushion to soften the bumps of life and give us a network of friends. Facing eternity has an amazing effect of sobering us out of religious delusions.

3.]. The Centrality of God
Thinking about death and eternity helps keep God as the center of our lives by testing whether we are more in love with this world than we are in love with God himself. Does the thought of dying give us more pain at losing what we love on earth than it gives us joy at gaining Christ?

4.]. The Call to Christian Courage
When the biblical truth of this theme grips you, it frees you from fear and gives courage to live the most radical, self-sacrificing life of love. The person who can truly say, “To die is gain,” will be able to say like no one else, “To live is Christ” (Philippians 1:21). But if you can’t say, “To die is gain,” then you will you will probably say, in one degree or another, “Let us eat, drink and be merry, for tomorrow we die” (1 Corinthians 15:32). Being sure of what happens when you die is indispensable as a believer in Christ for your daily courage and for not losing heart through the pain and the diminishing health of this life.

That brings us to our text.
Providing the Basis of Not Losing Heart

What Paul is doing in 2 Corinthians 4:16–5:10 is showing the Corinthians
why he does not lose heart in spite of all the troubles and afflictions [2Cor.4: 8-12].
Especially in view of the fact that he knows he is dying; his body is wearing away.
read: “Therefore we do not lose heart,
but though our outer man is decaying,
yet our inner man is being renewed day by day
“.
2Cor. 4: 16

It is utterly crucial that we not lose heart.
Some of you have taken such a pounding physically
and financially and relationally that you have often been tempted
to “lose heart“; to give up.
To say, “It isn’t worth it“. – “Who cares?
Paul faced the same temptation [2Cor.4: 8-12]
and this text holds one of the keys
to why he did not lose heart.

To show that this really is crucial to his point here,
look at verses 6 and 8 of chapter 5 which is part of the same train of thought.
Verse 6: “Therefore, being always of good courage . . . ”
Verse 8: “We are of good courage, I say“.
We’ll come back to these verses in moment,
but the point now is simply to show you
that what Paul is doing here is giving the basis
of being of good courage
and not losing heart.
That is the effect I would like it to have on you.

The Threat: His Body Is Decaying
Now let’s go back to 4: 16
and follow his line of thought to see
what is threatening to make Paul lose heart and lose courage
and what is keeping him from losing heart.

Verse 16: “Therefore we do not lose heart, but though our outer man is decaying . . . ”
Here is the threat he is dealing with:
His body—”the outer man“—is decaying; it is wearing out.
He can’t see the way he used to [and there were probably no glasses].
He can’t hear the way he used to.
He does not recover from beatings the way he used to.
His strength walking from town to town
does not hold up the way it used to.
He sees the wrinkles in his face and neck.
His memory is not as good.
His joints get stiff when he sits still.
In other words, he knows that he, like everybody else, is dying.
His outer man is decaying.
That’s the threat to his courage and joy.

Now Why Doesn’t He Lose Heart?
The first part of the answer is again in verse 16:
Therefore we do not lose heart,
but though our outer man is decaying,
yet our inner man is being renewed day by day“.
He doesn’t lose heart because day by day his heart,
his inner man, is being renewed.
If his decaying body tends to make him lose heart,
something else tends to make him gain heart.
What is it?

Fixing His Eyes on What Can’t Be Seen
His renewed heart comes from something very strange:
it comes from looking at what he can’t see.
Verse 18:
–>We look not at the things which are seen,
but at the things which are not seen;
for the things which are seen are temporal,
but the things which are not seen are eternal“.
This is Paul’s way of not losing heart:
looking at what you can’t see.

Recall how Jesus criticized the religious leaders in his day:
Seeing they do not see and hearing they do not hear
Matth.13: 13
In other words there was something to “see” in Jesus’ life
and teaching which they didn’t see but should have seen.
That has got to be reversed if we are to get our hope
and our courage from Jesus and not lose heart.
It has to be said of us,
Not seeing, they see; and not hearing, they hear“.
That’s what Paul was doing in verse 18;
he was looking at things that are not seen.

Paul illustrates this in chapter 5, verse 7:
–>We walk by faith, not by sight“.
This doesn’t mean that we leap into the dark without evidence of what’s there.
But it does mean that the most precious and important realities in the world
are beyond our senses now, and we just  “look” at them (v. 18)
through what we know of Christ from faithful witnesses
who have seen Him and heard His Voice.
We strengthen our hearts
– we renew our courage –
by fixing the gaze of our hearts on invisible, objective Truth
that we learn about through the testimony of those
who knew Christ and were taught by Him [cf. Eph.1: 18-23].

Looking to the Unseen Weight of Glory Being Prepared
What Truth?
What do we fix our gaze on to experience day by day
the renewal of the inner man in the face of death?

To answer this we look back to verse 17 for a powerful summary statement,
and we look forward into chapter 5 for the unpacking of this summary statement.

Verse 17: We renew our inner man each day by looking at this truth:
Momentary, light affliction is producing for us
an eternal weight of glory far beyond all comparison“.

The decaying of your body is not meaningless.
The pain, pressure, frustration, and affliction are not happening in vain.
They are not vanishing into a black hole of pointless suffering.
Instead this “momentary, light affliction
[he calls it that even though it lasted for years
and was unremitting and often excruciating]
is producing for us an eternal weight of Glory
far beyond all comparison“.

In other words, the unseen things that Paul looks at
to renew his inner man is the immense weight of glory
that is being prepared for him not just after,
but through and by, the wasting away of his body.
There is a correlation between the decay of Paul’s body
and the display of Paul’s Glory.
When he is hurting, he fixes his eyes not on how heavy the hurt is,
but on how heavy the glory will be because of the hurt.

What Does This Unseen Glory Consist Of?
Now what does he see when he looks to the unseen glory? As he goes on in chapter five he fills in some of what he sees as he looks at the unseen.

Now the next two messages concern these verses: the resurrection body and the judgment of believers. But neither of these is the focus of this message. So if I pass over something too quickly, read the next sermon.

Verses 1–5 are about the hope of receiving new, glorious bodies at the resurrection.
Verses 9–10 are about the judgment and Paul’s effort to please Christ the Judge.
Our focus is on verses 6–8, the hope of being with Christ immediately when you die.

His Great, Final Hope
But let me read you the verses about the resurrection body because there is a crucial connection between this hope and the hope of being with Christ (without a new body) immediately when you die. Verses 1–5:

For we know that if the earthly tent which is our house is torn down [he’s talking about his body which is decaying], we have a building from God [a building as opposed to a tent for a house—that is, something more durable and lasting, namely, a new resurrection body],
a house not made with hands, eternal in the heavens. For indeed in this house [this “tent-house,” our present body] we groan, longing to be clothed with our dwelling from Heaven [that is, our resurrection body; he mixes metaphors here shifting back and forth now between being clothed and being housed]; inasmuch as we, having put it on, shall not be found naked [in other words, he does not prefer to put off his present body like a garment and become a disembodied soul—that’s what nakedness means].
For indeed while we are in this tent [this mortal body], we groan, being burdened, because we do not want to be unclothed [we don’t want to be a bodiless soul], but to be clothed [on top of our present clothes—he wants the second coming of Christ to happen so that he will not have to die and be without a body, but rather have his present body swallowed up in the glorious resurrection life of the new body], in order that what is mortal may be swallowed up by life. Now
He Who prepared us for this very purpose is God,
Who gave to us the Spirit as a pledge.

We’ll talk more about this in the next message.
For now, here’s the crucial point:
If Paul had his preference, he would choose to receive his new resurrection body at the second coming of Christ without having to die.
And the reason he gives is that the experience of “nakedness”
– that is being stripped of his body –
is not something as good as having his body swallowed up by life
as he is changed in the twinkling of an eye at the second coming of Christ.

This means that the great final hope of the Christian is not to die and be freed from our bodies, but to be raised with new, glorious bodies, or, best of all, to be alive at the second coming so that we do not have to lose our body temporarily and be “naked” (souls without bodies, cf. Matthew 10:28; Revelation 6:9; Hebrews 12:23) until the Resurrection.

Present with the Lord Immediately After Death
But does that mean that dying and going to be with Christ does not happen,
or that it is not good?
No. Paul puts things back in perspective again in verses 6–8.

Therefore, being always of good courage, and knowing that while we are at home in the body we are absent from the Lord [the full intimacy we long for is not possible here]
– for we walk by faith, not by sight –
we are of good courage,
I say, and prefer rather to be absent from the body
and to be at home with the Lord.

Now get this. In verse 4 Paul says, “He does not want to be unclothed“.
His first preference is not to be “absent from the body“.
He says that in comparison to being over-clothed
with the New Resurrection Body
if he is alive at the second coming of Christ.
That would be his first preference.
But if that is not possible
– if the choice is between more life here by faith and going to be with Christ –
he prefers that God would take him;
EVEN IF it means nakedness, that is,
even if it means that he must be stripped of his body.

And the reason for this willingness to leave his body behind is not because the body is bad—O, how he wants the experience of the new resurrection body—but because being at home with the Lord is so irresistibly attractive to Paul. Verse 8:
I prefer rather to be absent from the body and to be at home with the Lord“.

So Paul renews his inner man by looking to unseen things.
He looks at three possibilities and prefers them in descending order.
First, he prefers that Christ would come and clothe his mortal body with immortality so that he would not have to die and be an incomplete, disembodied soul.
But if God does not will that, Paul prefers to be absent from the body to living on here, because he loves Christ more than he loves anything else.
To be absent from the body will mean to be at home with the Lord;
a deeper intimacy and Greater at-homeness than anything we can know in this life.
Finally, if God wills that it is not time for the second coming or time for death,
then Paul will walk by faith and not by sight.

In that faith he will be of good courage
and even though his outer man is decaying,
his inner man will be renewed day-by-day
through this faith in the unseen weight of glory.

Examine yourself.
Do you share these biblical priorities
and values in life?
Do you long mainly for the second coming?
And secondly, do you long to be at home with Christ
even if it costs you the surrender of your body?
Third, are you committed to walk by faith
until He comes or until He calls?

 

CHRIST IS RISEN !!!
HE IS RISEN INDEED !!! 

Orthodoxy & Holy week, the first days of the Holy Week

  1. 1.       Monday of Holy Week &
    the blessed and Noble Joseph the All-Comely and
    the fig tree which was cursed and withered by the Lord

The story of Joseph, the All-Comely is told in the book of Genesis.
Joseph was the penultimate of  Patriarch Jacob’s 12 sons, and his favorite.
His father fashioned a “coat of many colors” for Joseph.
This, in addition to Joseph telling his brothers about dreams
that were not flattering to the brothers made them very envious.

One day, when out in the field, all the brothers  save Ruben (the eldest) and Benjamin,
who was yet to be born, conspired to kill Joseph.
Ruben suggested that instead they throw him into a pit
and wait to see what happened.
He intended to come back later and rescue Joseph,
in the meantime, Joseph was sold into slavery in Egypt by some traders.
The brothers killed a sheep, and put its blood on Joseph’s coat,
which they had taken from him previously, and told their father
that Joseph had been torn to pieces by a wild animal.

He was in the employ of Potiphar, an important man in Egypt.
Potiphar’s wife made many passes at Joseph, but he was chaste.
One day, when Joseph was alone in the house, his wife grabbed him
and he fled away naked. She made up a story about his advances
and Joseph was thrown in prison.
In prison, he interpreted the dream Pharaoh’s butler and baker
and his interpretation came true to the letter.
The butler was restored to Pharaoh’s service and the baker was executed.
The butler had promised to bring Joseph’s case before Pharaoh,
but forgot until Pharaoh  had a dream that none of his wise men could interpret.
The butler then remembered Joseph, and he correctly interpreted the dream
as prophesying seven years of plenty, followed by seven years of famine.

Pharaoh put Joseph over all of Egypt, in order to prepare for the famine.
When the famine struck, Jacob sent his sons to get food in Egypt.
Joseph recognized his brothers, but they did not know him.
After Benjamin also came to Egypt, much to the consternation of Jacob,
Joseph made himself known to his brothers in an incredibly emotional scene.
Soon thereafter, all of Jacob’s family moved to Egypt.

Joseph is a type of Christ:
There are many parallels between Joseph and our Lord Jesus Christ.
► Joseph was a slave “in body
– our Lord took on the form of a slave – humanity.
► Joseph was sold into slavery
because of the envy of his brothers for 20 pieces of silver
– Jesus our Saviour was sold for thirty pieces of silver
by his close confederate, the unworthy Apostle Judas,
because of the envy of the Jewish rulers.
► Joseph was cast in to a pit and later thrown into prison
– our Lord Jesus Christ went into the gloomy pit of Hell to save imprisoned humanity.
► Joseph did not complain about his lot,
– our Lord was silent in the face of His accusers.
► Joseph was chaste when tempted by Potiphar’s wife,
unlike the First Adam, who gave into temptation.
– the Second Adam, our Lord was perfectly sinless and showed us the way to perfect chastity.
► Joseph became Lord over Egypt [which represents sin].
– Jesus Christ is Lord over all of His human nature,
making us capable of becoming Lords over our Egypt – our human nature.
► Joseph was immersed in a land with many temptations
[especially since he became the second greatest man in Egypt],
an yet he remained chaste and good, and eventually saved all his people.
– our Lord was immersed in many temptations
and did not sin once, and eventually made us capable of perfection.
► He saved his people by feeding them bread in a time of famine.
– Jesus the Saviour saves mankind,
and feeds them with the bread of heaven – His body and blood.

Kontakion          Tn 8, Holy Monday Matins
Jacob lamented the loss of Joseph,
but his righteous son was seated in a chariot and honoured as a king.
For he was not enslaved to the pleasures of Egypt,
but he was glorified by God who sees the hearts of men
and bestows on them a crown incorruptible
“.

Ikos       Tn8, Holy Monday Matins
Let us now add our lamentation to the lamentation of Jacob,
and let us weep with him for Joseph,
his wise and glorious son
who was enslaved in body but kept his soul free from bondage
and became lord over all Egypt.
For God grants unto his servants a Crown incorruptible
“.

The barren Figtree
Then Christ told this parable:
A man had a fig tree growing in his vineyard and he went to look for fruit on it but did not find any.
So he said to the man who took care of the vineyard,
‘For three years now I’ve been coming to look for fruit on this fig tree and haven’t found any. Cut it down! Why should it use up the soil?’
“.
‘Sir,’ the man replied,
‘leave it alone for one more year
and I’ll dig around it and fertilize it.
If it bears fruit next year, fine! If not, then cut it down’

Luc.13: 6-9
In the parable of the barren fig tree, the owner is generally regarded as representing God,
Who had a fig tree [tree of knowledge] planted in his vineyard [the Garden of Eden]
and came seeking fruit [Righteous Works, which in part is a Mystery].
The Gardener [vinedresser] is God and the Vine is Jesus [the Tree of Life].
Fig trees were often planted in vineyards.
The fig tree was a common symbol for Israel
and may also have that meaning here,
or the tree in the Parable may refer to the religious leadership.
In either case, the Parable reflects Jesus offering his hearers
one last chance for repentance.
“These three years” logically refers to the period of Jesus’ Ministry.
The Parable has been connected to the Miracle of cursing the fig tree.
This Parable is one which our Lord may be said
to have put before his hearers twice; once in words,
once in action.

  1. 2.       Holy Tuesday & the Parable of the Ten Virgins
    The parable of the Ten Virgins teaches us
    that we must prepare ourselves now for the coming of Christ and prepare ourselves for the wait no matter how long it takes.

Our Lord first admonished His hearers
to pray and not to faint“;
His concluding remark is
And will not God revenge His elect
who cry to Him day and night and
will He have patience in their regard? I say to you, that He will quickly revenge them
“.
                                                                               Luc.18: 7–8

The conclusion of the parable of the ten virgins
which also indicates this association:
Watch you therefore, because you know not the day or the hour”.
Matth.25: 13
In this parable the foolish virgins, by neglecting to take oil with their lamps,
failed to welcome the bridegroom at his arrival and,
consequently, merited the punishment of not participating in the wedding feast.
The debt is this.
Just as the virgins were obliged
to have their lamps burning when the bridegroom arrived,
so too the faithful are obliged to prepare for Christ’s coming
in judgment by their good works.
Those who do will enter into everlasting life,
but those who do not will be condemned
by those dreadful words:
Amen I say to you, I know you not“.

This central comparison is extended to other parts of the image.
The bridegroom Who bars the foolish virgins from the wedding feast
is Christ Who will reward each man according to his deeds.
The wedding feast, therefore, represents the everlasting happiness of Heaven.
The uncertainty regarding the time of the bridegroom’s arrival signifies
that the time of Christ’s second coming is hidden from us.
There are many other incidents in the parable
which have no supernatural counterpart.
It is of no significance, for example,
that while the bridegroom tarried all the virgins slept.
This is merely a detail enhancing the realism of Christ’s story.
The same is true of the refusal of the wise virgins to share their oil with the foolish.

  1. 3.       Wednesday, commemoration
    of the sinful Women who anointed the Lord Jesus with Myrrh
    The woman who was a harlot and
    who anointed the Lord with myrrh,
    while this took place a short time
    before the saving Passion.
    Judas from becoming a traitor,
    the woman is honoured by saying
    that her good deed would be related everywhere, throughout the whole world.

That nard, or rather myrrh, with which the harlot anointed Christ, was very costly.
It belonged to that type of compound called myrrh,
which Moses was commanded by God to make
for the anointing of priests and chief priests.
It is of this that David says,
It is like the precious oil on the head, running down to the beard,
to Aaron’s beard, running down to the edge of his garment” [Psalm 132 : 2].
It was a compound of four substances: myrrh, flowers, fragrant cinnamon, and oil.
It was called true or genuine, because skilled and trusted men were appointed
to prepare that which God had in a Mysterious manner revealed to Moses alone.
An alabaster jar is a glass vessel made with no handle,
which is also called a vykion.

We should know that today the deceitful Judas,
that lover of money,
that whelp of Satan, began the negotiations with the wicked Sanhedrin
to betray the Master for thirty pieces of silver.
Being indignant after Christ rebuked him
for showing concern for the cost of the oil of myrrh,
he sought out the Jews who were at the court of Caiaphas.
After taking council with the Jewish High Priests,
he searched for an opportunity to betray the Lord when He was alone,
for the Sanhedrin feared the multitude that followed Christ.

We see in today’s Gospel [Matth.26: 6-16]
that the sinful woman brought oil of myrrh to anoint Christ
while Judas brought his greed to the Sanhedrin.
She spread out her hair to wipe the Lord’s feet,
while Judas stretched out his hands for the money.
She rejoiced to pour out the very precious oil on the Lord,
while Judas made plans to sell the One who is above all price.
By anointing Christ, she acknowledged Him as Lord,
while Judas severed himself from the Master.
She was set free of her sins,
while Judas was entrapped and became a slave of the devil.
She tenderly kissed the feet of Christ, asking for forgiveness,
|while Judas plotted to betray the Lord with a kiss,
anticipating the silver.

Apolytikion of the Bridegroom
Behold! The bridegroom approaches in the middle of the night,
And blessed is that servant whom He shall find watching;
But unworthy he whom He shall find careless.
Beware, therefore, O my soul.
Be not overcome with sleep,
lest thou be given over to death and shut outside the kingdom.
But arise and cry:
Holy, holy, holy art Thou, O God!
Through the Theotokos have mercy on us!
“.

Kontakion          Tn4
Though I have transgressed, O Good One,
more than the harlot,
I have never offered Thee a flood of tears.
but, praying in silence,
I fall down before Thee,
with love embracing Thy most pure feet,
that You as Master mayest grant me remission of sins.
And I cry to You, O Saviour:
Deliver me from the defilement of my evil deeds
“.

Ikos
Having come to hate the works of sin and carnal pleasure,
the woman who before had been a prodigal became chaste at once.
Calling to mind the magnitude of disgrace
and the condemnation of torment which harlots and profligates,
of whom I am first, shall endure, I also am afraid;
yet I foolishly continue in my evil ways.
But the woman who was a harlot, having been filled with fear,
hastened quickly to the Deliverer, crying out:
“O compassionate Lord Who loves mankind,
deliver me from the defilement of my evil deeds
“.

The Exapostilarion [The Hymn of Light]
Your bridal chamber, O my Saviour, I see adorned,
and I have no raiment with which to enter therein.
Enlighten the garment of my soul,
O Giver of Light, and save me.

The Hymn of Cassia
O Lord, the woman who had fallen into many sins,
perceiving Your Divinity, became one of the Myrrhbearers,
bringing You ointment in tears before Your burial.
She cried,
– “Woe is me!
– “For I lived in a night of licentiousness,
moonless and dismal love of sin.
– “Accept the fount of my tears
O Thou who draws the waters of the sea from the clouds.
– “Bow down Your ear to the sighing of my heart,
– “O You Who did bow the Heavens in Your ineffable self-emptying,
– “that I may kiss Your most pure feet
and wipe them again with the hairs of my head,
– “the feet whose step Eve once heard in Paradise in the cool of the day,
when for fear she hid herself.
– “My sins are many. And who may search the depths of Thy judgments?
– ” O Saviour of souls, my Saviour,
– “despise not Your servant “in Your limitless mercy
“.

► The extraordinary hymn of Kassia,
sung at the matins of Holy Wednesday,
is based on the above Gospel account of the sinful woman.
As Jesus is dining at the house of Simon, a Pharisee,
the sinful woman enters the house and begins anointing his feet with myrrh and tears
and wiping them with her hair.
This event, as recounted by Lucas,
takes place at the beginning of Jesus’ Public ministry,
although its commemoration has been placed
during the Bridegroom Matins of Holy Week
because of its symbolic interpretation
as a preparation for his burial.

Beginning of Holy Week – Palm Sunday, Gospel

On this Sunday we celebrate the
solemn Entry of the Lord Jesus Christ in Jerusalem.
Six days before the Passover, Jesus came to Bethany, where Lazarus lived, whom Jesus had raised from the dead.
Here a dinner was given in Jesus’ honour.
Martha served, while Lazarus was among those reclining at the table with Him.
Then Mary took about a pint of pure nard, an expensive perfume;
she poured it on Jesus’ feet and wiped his feet with her hair.
And the house was filled with the fragrance of the perfume.
But one of his disciples, Judas Iscariot, who was later to betray Him, objected,
“Why wasn’t this perfume sold and the money given to the poor?
It was worth a year’s wages”.
He did not say this because he cared about the poor
but because he was a thief; as keeper of the money bag,
he used to help himself to what was put into it.
“Leave her alone,” Jesus replied.
“It was intended that she should save this perfume for the day of My burial.
You will always have the poor among you, but you will not always have Me”.
Meanwhile a large crowd of Jews found out that Jesus was there and came,
not only because of him but also to see Lazarus, whom He had raised from the dead.
So the chief priests made plans to kill Lazarus as well,
for on account of him many of the Jews were going over to Jesus and believing in Him.
The next day the great crowd that had come for the festival heard
that Jesus was on his way to Jerusalem.
They took palm branches and went out to meet Him, shouting,
“Hosanna!”
“Blessed is he who comes in the name of the Lord!”
“Blessed is the king of Israel!”.
Jesus found a young donkey and sat on it, as it is written:
“Do not be afraid, Daughter Zion;
see, your King is coming,
seated on a donkey’s colt”.
At first his disciples did not understand all this.
Only after Jesus was glorified did they realize
that these things had been written about him
and that these things had been done to him.
Now the crowd that was with Him when He called Lazarus from the tomb
and raised him from the dead continued to spread the word.
Many people, because they had heard
that He had performed this sign, went out to meet Him
“.
John 12 : 1-18

During the first centuries of Christianity,
the feast of Christ’s entry into Jerusalem ‘ was celebrated along with the resurrection of Lazarus.
Later that day was brought forward a week, ie the day after the Saturday of Lazarus.

These two parties have a common theme :
The Triumph and Victory“.
According to the holy Evangelists,
Jesus sent ahead from Bethany to Jerusalem
two of his disciples ahead of him to get to go to prepare the celebration of Passover on a donkey; after they had brought him the animals entry begins in the historic city.

What the People had heard of the resurrection of Lazarus
was in response flocking to see Jesus and to welcome Him.
There had been an erroneous beliefs about the role of Christ formed.
It was thought that he would act , which would free the dynasty of the Romans
and slavery would destroy them as political leaders.

WHY the people, rein , as is often described in welcoming a king,
but watch how typical last year the Dam in Amsterdam was decorated to welcome, a new king of the Netherlands, named ‘Willem-Alexander’.
Everyone was decked out with palm branches in their hands and ran together to see Him and welcome . With green branches the whole Dam Square in Amsterdam was coloured orange.

In other places , they spread their clothes and some cut branches from the trees
and spread it on the street where Jesus would go along.
Everyone cried, “Hosanna, blessed is He Who comes in the Name of the Lord, King of Israel“.

Note that the distance from Bethany to Jerusalem just two and a half kilometers,
as far as the Amsterdam Central Station to Dam Square.
With such ease is the World deal with the events .

During his earthly life of Jesus Christ,
the humble entry into the Holy City was the only visible sign of Triumph.
Just at the time when Jesus would avoid triumphalism and eulogies.

With the entry into Jerusalem on the back of an ASS Jesus demonstrates
humility and at the same time He realizes the Prophecy of the prophet Zechariah:
Rejoice greatly, O daughter of Zion ,
shout, O daughter of Jerusalem,
Behold, your King cometh unto you:
He is Righteous and Victorious,
lowly and riding on a donkey,
on a donkey foal of an ass!“.
Zechariah 9 : 9

Christ , therefore, come to Jerusalem,
Fear not, daughter of Sion:
behold , your King comes,
sitting on an ass ‘s colt“.
John 12 : 15
Israel withdraw to welcome Him. Honoured with an earthly king.
She is not interested in values ​​is not limited to a party upon temporary glory,
while His target was to free us from sin,
not of human slavery man.

Christ’s entry into Jerusalem symbolizes the qualifications
of the witness of the earthly life of our Lord.
In a few days they will testify against Him,
and He will be slain to defeat death
and to give to all mankind.
Life on the cross

Palm Sunday reminds us of honouring this sacred entry
and simultaneously reads the event in which the inhabitants of Jerusalem be identified.
We are pleased with our Lord and King, who is sung in our churches:
“Hosanna, blessed is He Who comes in the Name of the Lord”.
With these words we confess that Christ is King and our Lord .

Too often we forget in our daily lives,
that God’s Kingdom is already installed on the earth
since the day of the Resurrection, and the day of our Baptism, this meal has accomplished .

The biblical meaning of Jerusalem is
that it is a whole history of salvation and redemption,
the Holy City is the coming of God on earth displays.
The Kingdom settled in Jerusalem
and is a global Kingdom and the Ecumenical Man embraces all creation.
This moment was the fulfilment of all the Promises that God gave to man.

The Triumphal entry of Jesus into Jerusalem expresses an eternal sense.
It shows man in reality the Divine and Eternal Kingdom of God.

This jubilation gives meaning to the time and the ultimate and eternal purpose.
The kingdom of God is revealed to the world
as the Resurrection of Christ
and His Presence human history transforms.

By participating in the Service section of Palm Sunday
we innovate and we confess that the Kingdom of God,
an ultimate meaning and reflects the scope of our lives.

We confess that everything in our lives and the world belongs to Christ
and nothing can be taken from the unique participation
because there are no areas where Christ ruled the world .

We proclaim this way indefinite ecumenical responsibilities of each of us in human history,
which reflects the state of the universal mission of the Church.
This is so because the Church is the only sure way to Salvation
through its entire life of the Mysteries [Lat. Sacraments].

We have gone through the King why Jews were hailed at the time
and we endorse this the way we live, on the way to Calvary, to the Cross and the Grave.

We know that this short Triumph also the sacrifice of the prologue [for the final game].

The Kingdom of God is visible,
but in the human ignorance it is now around us
pretended nothing of all these shocking events occurred.
As if the God-man did not die on the Cross
and was not Resurrected from the dead.

But we Christians believe in the coming Kingdom
and constantly speak of this commitment by the confession of the Creed.
The Kingdom of God is and will always be, the Kingdom “really makes everything” [Sanctify]
and with Christ as the only King.

In the Divine Liturgy we retrieve events from the past to mind .

But the greatest significance and power of the Holy Office is the fact
that the memories conveys the present, in the face of reality.

On Palm Sunday this reality gives us the King’s participation in this event and our response.
Christ is not historically triumphantly into Jerusalem, He did this once and for all.

“Symbols ” are no longer necessary,
because he has not died on the Cross for you to inform us to “interpret” His life.
But ask us a real, genuine acceptance of Faith by paying attention to the significance of His crucifixion and Resurrection.

It is obvious to keep.
The sacred promise that we confess our baptism fixed this Palm Sunday and Passover
to renew every year.
They keep us throughout our lives God’s Kingdom rule in mind,
that is the message that the Church gives us on our way to our Father’s House,
and its true meaning to bring about.

If you really want to come to Christ [as Christians want to be],
you need to see life with its horizontal and vertical dimensions.
Only then can we understand that the Cross and the Resurrection of Christ
is the only way for all People on earth .

Apolytikion       tn 4
With You also buried in Baptism
Thou us by Thy Resurrection
eternal life bestowed
and we sing to You , Christ our God ,
and we cry
Hosanna in the highest .
Blessed is he that cometh in the Name of the Lord“.

Kondakion         tn 6
In Heaven, seated on a Throne ,
but on earth a beast of burden ,
Thou , O Christ God ,
the hymns of Angels and
accepted the song of children ,
You who shouted :
Blessed is he that cometh ,
to call Adam again“.