Augustus 29e, de onthoofding van de H. Johannes de Doper, voorloper van onze Heer

Onthoofding van Johannes de Doper2De waarde en de toewijding van de H. Johannes de Doper is
naast Christus en zijn Moeder, de Theotokos als grootst te omschrijven.
Wanneer je zijn persoonlijkheid en de werkzaamheid kort zou willen aangeven, dan
wordt dit het beste weergegeven aan de hand van de hymnen van het feest, dat
vandaag wordt gevierd:

Apolytikion       Tn.2
Het aandenken der Gerechten wordt gevierd met hymnen.
maar het getuigenis des Heren, o Voorloper,
want gij zijt in waarheid de grootste der Profeten,
omdat gij Hem Die gij gepredikt hebt,
mocht dopen in de wateren.
Nadat gij gestreden had voor de waarheid,
hebt gij vol vreugde het Evangelie gebracht in de hades:
dat God in het vlees is verschenen,
om de zonden van de wereld weg te nemen,
en ons de grote ontferming
[Genade] te schenken“.
Heilige Johannes de DoperKondakion          Tn.5
De glorieuze onthoofding van de Voorloper,
werd een daad van goddelijke bevrijding,
want hij predikte in de hades de komst van de Heiland.
Laat Herodias beklagen, want ze smeekte om deze wetteloze moord
niet op liefdevol wijze overeenkomstig Gods wet,
noch met het oog op het eeuwige leven,
maar dat wat vals en tijdelijk is
“.

De Blijde Boodschap [Marc.6:14-26] verhaalt ons dat
nadat Johannes de Doper werd onthoofd,
de goddeloze Herodias verbood het hoofd van de profeet samen te laten begraven met zijn lichaam.
In plaats daarvan, ontheiligde ze het eervolle hoofd en begroef het in de buurt van haar paleis. Volgelingen van de heilige hebben heimelijk het lichaam van hun leraar meegenomen en begraven. De vrouw van koning Herodes rentmeester wist waar Herodias het hoofd van Johannes had begraven en zij besloten het te herbegraven op de Olijfberg, een van Herodes’ landgoederen.
Toen het koninklijk paleis hoorde over Jezus’ prediking en wonderen, ging
Herodes met zijn vrouw Herodias kijken of het hoofd van Johannes de Doper zich nog op
de plaats bevond, waar ze het had achtergelaten.
Toen ze het daar niet vonden, kregen zij het idee dat Jezus Christus
Johannes de Doper had opgewekt.
Het Evangelie getuigt van deze foutieve inschatting van hen [cf. Matth.14: 2].

  • Het hoofd van Johannes de Doper, in de Kathedraal vande Moeder Gods in AmiensDe Eerste Kennisgeving de ontdekking van
    de schedel van Johannes de Doper, Jeruzalem.
    Eerst jaren later, tijdens het bewind van de Apostelgelijken keizer Constantijn en zijn moeder Helena, werd een begin gemaakt met het herstel van
    de heilige plaatsen te Jeruzalem.
    Veel pelgrims bezochten Jeruzalem, onder
    wie twee monniken uit het Oosten, die  het Leven-schenkende Kruis en het Heilige Graf van de Heer wilden vereren.
    De H. Johannes de Doper heeft deze twee pelgrims toevertrouwd waar zij zijn schedel konden ontdekken. We weten alleen dat hij aan hen in een droom verscheen; en dat zij na het vinden van de schedel op de plaats die
    hij hen getoond had, besloten terug te keren naar hun eigen stad.
    ==> Echter, Gods wil bepaalde anders.
    Onderweg ontmoetten ze een arme pottenbakker uit de Syrische stad Emesa
    [het hedendaagse Homs], waarvan de armoede hem dwong werk
    in een buurland te gaan zoeken.
    Na de godsvrucht van de medereiziger te hebben vastgesteld, vertrouwden
    de monniken, hetzij uit luiheid of onzorgvuldigheid, hem
    het dragen van de zak met de bijzondere reliek toe.
    Terwijl hij met hen opliep droeg de H. Johannes de Doper de pottenbakker in
    een verschijning op om de achteloze monniken te vergeten en zich van hen af te wenden door weg te lopen, waarbij  hij de zak, die zij hem hadden toevertrouwd,
    met zich mee diende te nemen.
    Omwille van het kostbare hoofd van Johannes de Doper, zegende de Heer het huisgezin van de pottenbakker met een overvloed aan goederen.
    De pottenbakker leefde zijn gehele leven in de herinnering aan zijn weldoener en gaf op zijn beurt royaal aalmoezen aan de minderbedeelden.
    Niet lang voor zijn dood gaf hij de kostbare hoofd aan zijn zuster, met de opdracht het
    kostbaar erfstuk door te geven aan andere godvrezende, deugdzame Christenen.

De schedel van de heilige is in de loop der tijd overgegaan van de ene persoon naar de volgende en kwam uiteindelijk in handen van één Hieromonnik Eustacius, die
zich afzijdig hield van de Ariaanse ketterij.
Zieke mensen die hem bezochten ontvingen genezing, niet wetende dat
dit te wijten was aan een of andere valse vroomheid van Eustacius, maar
aan de Genade Die de door de verborgen schedel werd overgedragen.
Binnen de kortste tijd werd Eustacius’ verborgen gave openbaar en
hij werd uit Emesa verbannen, bang als men was voor hekserij.
Rond de grot waar de Hieromonk had gewoond ontstond een klooster, waar
de schedel van de H. Johannes de Doper werd begraven.

  • the Third Finding of the Forerunner’s HeadDe tweede en derde ontdekking van
    de kostbare schedel van Johannes de Doper,
    te Emesa en Constantinopel.
    Na vele jaren werd de schedel van Johannes de Doper voor de tweede keer ontdekt.
    We weten dit door de beschrijving hiervan door Archimandrite Marcellus van het klooster in Emesa, evenals uit het leven van de H. Matrona van Nikomedia [† 492, herdacht november 17],
    beschreven door H. Simeon Metraphrastes.
    Volgens de eerste beschrijving, werd de schedel ontdekt op 18 februari 452.
    Een week later, bevestigde bisschop Uranius van Emesa zijn verering, en  op 26 februari van dat jaar werd de nieuw gebouwde kerk ingewijd, die naar Johannes de Doper werd genoemd. Deze gebeurtenissen worden gevierd op 24 februari / maart 8, samen met de herdenking van de eerste vaststelling van ontdekking van de kostbare schedel van Johannes.

Na enige tijd werd de schedel van de H. John de Voorloper overgebracht naar Constantinopel, waar deze werd bewaard tot de tijd van het iconoclasme, toen de beeldenstormers actief waren.
Vrome christenen, die Constantinopel verlieten namen stiekem de schedel van Johannes de Doper met zich mee en verborgen het daarop in Comana [nabij Sukhumi, Abchazië, de stad waar Johannes Chrysostomos in ballingschap [407] stierf.
Na het zevende Oecumenische Concilie [787], toen de verering van iconen en relieken werd hersteld, werd de schedel van Johannes de Doper rond het jaar 850 teruggegeven aan de Byzantijnse hoofdstad. De Kerk herdenkt dit evenement op 25 mei/ 7 juni,  als
de derde vondst van de kostbare schedel van Johannes de Doper.

  • De Vierde Kruistocht en de komst van de schedel naar het Westen.
    Gewoonlijk wordt in de orthodoxe historie omtrent de ontdekking van de schedel van Johannes de Doper de derde vondst als de laatste beschouwd.
    Dit komt door het feit dat de latere geschiedenis is verbonden met het Rooms katholieke Westen.
    Wanneer we kijken naar het leven van de heiligen beschreven in
    het Menaon van de H. Dimitri van Rostov, komen we een citaat tegen welke in kleine lettertjes is geschreven en daarom ook vaak ‘over het hoofd’ wordt gezien,
    waar vermeld staat dat er nog een vervolg is aan het verhaal van het vinden van
    de schedel van Johannes de Doper.

Echter, na het ontdekken van de onverwachte schedel van Johannes de Doper in Frankrijk en vervolgens de overbrenging naar Rusland, werd dit citaat een echte openbaring voor ons.
Het is deze volgende “ontdekking” van de schedel van Johannes de Doper, dat we er
hier graag over schrijven.
Zo lezen we in dit citaat dat na 850, een deel van de schedel van Johannes de Doper
terecht kwam in het Podromos Klooster te Petra en
het andere deel van de Johannes de Doper klooster in het Studionklooster;
en het bovenste deel van de schedel werd daar door de pelgrim Antony in 1200 waargenomen.
Niettemin werd het in 1204 door de kruisvaarders meegevoerd naar Amiens in Noord-Frankrijk. Daarnaast toont het citaat drie andere locaties van stukken van de schedel aan:
het klooster Dionysiou op de berg Athos, het Ugro-Wallachische klooster te Kalua en
de kerk van Paus Sylvester in Rome, waar een stuk werd ontnomen vanuit de reliek te Amiens.
De wijze waarop de geschiedenis van de schedel van Johannes de Doper in Frankrijk wordt weergegeven, verschilt maar weinig van de geschiedenis van de vele andere grote christelijke relikwieën.

  • Op 13 april 1204 bezette een leger van ridders uit West-Europa, tijdens de Vierde Kruistocht,
    de hoofdstad van het Romeinse Rijk-Constantinopel; de stad werd geplunderd en grotendeels vernietigd.

De westerse traditie maaktt in de Canon Wallon de Sarton van Picquigny een vermelding waarbij
een van de verwoeste paleizen een zilveren stuk bevatte.
Onder een glazen bedekking, werden de verborgen resten zichtbaar van een menselijk gezicht, waaraan slechts de onderkaak.
Over de linker wenkbrauw was een kleine perforatie zichtbaar, waarschijnlijk door een messteek.
Op de plaat ontdekte men volgens de canon een inscriptie in het Grieks welke aangaf dat
het de relieken van de H. Johannes de Voorloper bevatte.
Bovendien komt de perforatie via voorhoofd overeen met de gebeurtenis welke
door de geschiedschrijver Jeromios werd opgetekend.
Volgens zijn getuigenis sloeg Heriodias in een vlaag van woede met
klap van een mes op de heilige afgehakte schedel.

De Waalse Sarton besloot de schedelreliek van de Heilige Johannes de Doper mee naar Picardië te nemen, in het noorden van Frankrijk.
Op 17 december 1206, op de derde zondag van de voorbereiding op Christus geboorte, verwelkomde de katholieke bisschop van de stad Amiëns, Richard de Gerberoy,
de reliek plechtig aan de stadspoorten.
Waarschijnlijk was de bisschop er zeker van dat de reliek echt was – iets wat in die dagen, zoals ze zeggen, “door verse sporen” gemakkelijk was na te gaan.
Vanaf dat ogenblik begint de verering van de schedel van Johannes de Doper in Amiens en geheel Picardië.
In 1220, plaatste de bisschop van Amiens een hoeksteen in de fundering van een nieuwe kathedraal, die na vele reconstructies later het meest prachtige gotische bouwwerk in Europa zou worden.
Het deel van de schedel van de H. Johannes de Doper, het belangrijkste heilig bezit van de stad werd naar deze nieuwe kathedraal overgebracht.

De kathedraal van Notre Dame d'AmiensUiteindelijk, werd Amiëns een bedevaartsoord, niet
alleen voor het gewone christenvolk, maar ook voor de Franse koningen, prinsen en prinsessen.
De eerste koning die de schedel in 1264 kwam vereren
was Lodewijk IX, “de Heilige”.
Na hem volgden zijn zoon, Phillip III, de dappere, toen Karel VI en Karel VII, die grote bijdragen hebben bekostigd ter versiering van de reliekhouder.
In 1604 verzocht Paus Clemens VIII van Rome, die
de kerk van de Voorloper in Rome (Basilica di San Giovanni in Laterano) wilde verrijken, een gedeelte van de Johannes’ overblijfselen uit Amiens.
Na de revolutie in 1789, werd beslag gelegd op alle bezittingen van de Kerk en
tevens werden de relieken in beslag genomen.
De reliekschrijn met het hoofd van de Heilige Voorloper bleef echter in de kathedraal tot november 1793 en werd toen opgeëist door de vertegenwoordigers van de Conventie.
Ze werd van het alles van materiële waarde ontdaan en men beval dat de relieken worden overgebracht naar de begraafplaats; echter deze revolutionaire opdracht werd niet vervuld.
Nadat de revolutionairen de stad verlieten, nam de burgemeester van de stad, Louis-Alexandre Lescouve, in het geheim en met doodsangst de overblijfselen terug naar de reliekschrijn en verborg de relieken in zijn eigen huis. Zo was het heiligdom bewaard.
Enkele jaren later gaf de voormalige burgemeester de relikwie ter bewaring aan Abt Lejeune.  Zodra de revolutionaire vervolgingen waren afgelopen, werd de schedel van Johannes de Doper in 1816 teruggegeven aan de kathedraal te Amiens, waar het tot op deze dag verblijft.

Holy Bones, Holy Dust . . .Aan het eind van de negentiende eeuw werd
onder invloed van de historische wetenschap, zonder bijval van kerkelijke figuren, vastgesteld dat er tijdens de Middeleeuwen  in veel gevallen van vervalsingen van relieken sprake was geweest.  In een sfeer van algemeen wantrouwen begon de verering van het heiligdom te Amiëns uiteindelijk terug te lopen.

Het schedel van Johannes de Doper in onze tijd.
In het midden van de twintigste eeuw, met name in 1958, ontsprong er een hernieuwde interesse
in de relieken van de heilige Johannes de Doper.
De rector van de kathedraal van Amiëns meldde aan de kerkelijke autoriteiten dat de onderkaak van Johannes de Doper in Verdun, in het oosten van Frankrijk, werd geacht te zijn ondergebracht.
Hij wilde de twee delen weer met elkaar verbinden.
Het hoofd van Johannes de Doper, in de Kathedraal vande Moeder Gods in AmiensMet de zegen van de bisschop van Amiëns,
werd een commissie van gekwalificeerde medische deskundigen gevormd. De overblijfselen werden enkele maanden, in twee fasen, onderzocht, de eerste in Amiëns, de tweede in Parijs.
Nadat het werk voltooid was, werden de bevindingen van de commissie in een document vastgelegd en door de leden ondertekend.
In het eerste hoofdstuk van het document, welke de onderzoekperiode in Amiens vastlegt, zijn
de volgende conclusies gemaakt:
De vergelijking van het onderdeel “van Verdun” onthult met het onderdeel van Amiëns
anatomische verschillen en bevestigt zonder enige twijfel dat ze van verschillende afkomst zijn.
Vanuit chronologisch oogpunt is het onderdeel “Verdun” niet zo oud als het gedeelte van Amiëns.
Zowel qua vorm als gewicht is dit gedeelte vergelijkbaar met “beenderen uit de Middeleeuwen“.
Het schedelgedeelte, welke het hoofd van Johannes de Doper van Amiens wordt genoemd is
een zeer oud object en vele malen ouder dan de “beenderen van de Middeleeuwen”.
Aan de andere kant blijkt het jonger dan menselijke beenderen uit het Mesolithicum-tijdperk, die ons in staat stelt om het momenteel te schatten tussen 500 vòòr Christus en 1000 na Christus.
De menselijke leeftijd kon niet nauwkeurig worden bepaald door de afwezigheid van tanden.
Maar gebaseerd op het feit dat de alveolaire [tand] aansluitingen volledig ontwikkeld en
enigszins versleten is aan de randen, kan men aannemen dat de man volwassen was [tussen de 25 en 40 jaar oud].
Aan de hand van algemene kenmerken van de kop en de vorm van inadequate elementen kan worden bepaald, maar met een groot toelaatbaar verschil, dat de schedel van het type Caucasoid is [dat wil zeggen, niet negroïde of Mongoloïde].
De kleine afmetingen van de reliek van Amiens en de ontwikkeling van het onderste oogkassen leidt ons tot de veronderstelling dat deze overeenkomen met het “mediterrane” rastype [een type waaronder de moderne Bedoeïenen worden geacht te behoren].

Hier eindigt de moderne kroniek van het hoofd van Johannes de Doper.
Helaas doen enkele gelovigen een beroep op de hulp van bovenmenselijk Genade wanneer
zij de kostbare schedel van Johannes de Doper “de eerste onder de genade schenkende martelaren”
vereren.
Veel orthodoxe christenen komen naar Frankrijk, maar niet alle onder hen, zijn op de hoogte  hoeveel heilige relikwieën er nog wel niet op Franse bodem zijn, ondanks
de wandaden tijdens de Franse Revolutie en het daaropvolgende vergeetachtig verleden
van de christenen in Frankrijk.
Met vreugde stellen we vast, dat er de laatste jaren meer en meer orthodoxe pelgrims naar Amiens trekken. Met behulp van het bedevaartscentrum van het bisdom van Korsun [Patriarchaat Moskou, gevestigd in Parijs) houden de Orthodoxe gelovigen momenteel moleben en zelfs Goddelijke Liturgieën op de reliek van de schedel van Johannes de Doper.

John the BaptistJohannes de Doper is waarachtig een Profeet omdat hij iemand is die niet alleen de komst van de Messias predikte, maar iedereen liet weten dat de tenuitvoerlegging van de aankondiging van andere Profeten duidelijk waarneembaar was.
Dus is het echt niet overdreven wanneer men beweert dat
de persoon van Johannes de Doper de prediking van
alle profeten van het Oude Testament samengevat.
Dus als iemand Johannes de Doper in een bepaalde
periode van de geschiedenis probeert te classificeren
kan hij zonder problemen verkondigen dat Johannes de Doper  [deze profeet, dat wil zeggen, door zijn prediking de weg vòòr de komst van Christus vrijmaakt] zich op het snijvlak van twee werelden bevindt
• Dit sluit het tijdperk van het Oude Testament af en
geeft het begin van tijdperk van het Nieuwe Testament aan.
In het laatste hoofdstuk van de laatste van de profetische boeken van het Oude Testament,
het boek van de profeet Maleachi, reageert God op mensen die gretig de vraag stellen:
Waar is God Die zorg draagt ​​voor de wet? “, met de volgende zekerheid aangeeft:
Kijk! Ik zend Mijn bode om Mijn weg te bereiden – en dan verwachten zij de Heer , de boodschapper van het Verbond, Die plotseling verwacht wordt te verschijnen in de tempel, ==> Die al gekomen is“, zo zegt de Almachtige Heer.
En in het eerste hoofdstuk van het heilig Evangelie van Marcus, wordt voor de eerste keer in de evangeliën, begonnen met een citaat in deze ter bevestiging van God,
welke onmiddellijk daarop verwijst naar Johannes de Doper [Marc.1: 2,4].
Heilige Johannes de Doper onderscheidde zich van de andere profeten
door zijn ascetische manier van leven, door de scherpte van zijn prediking en
zijn profetische gaven evenals door zijn overlijden als  martelaar.
Asceten zoals hij, sommigen zelfs strenger dan Johannes misschien, zijn bij duizenden in de geschiedenis voorhanden.
Johannes de Doper was tegelijkertijd Asceet, Prediker, Profeet en Martelaar.
In de korte tijd dat hij leefde gelukte het hem al deze deugden en gaven tot in de hoogste graad te beoefenen. Ongetwijfeld maakt dit alles Johannes tot een indrukwekkende en opmerkelijke persoonlijkheid, de aanwijzing van Jezus Zelf dat Johannes de grootste Profeet is, die ooit geboren is [Luc.7: 28] zal en zelfs een leek zeker niet overdreven overkomen.

12e Zondag na Pinksteren – Orthodoxie & alles prijsgeven op basis van Geloof

Ontmoeting, met Zijn Persoon en Zijn werkEn zie, iemand kwam tot Hem en zei:
‘Meester, wat voor goed moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven? ‘.
Hij zei tot hem:
‘Wat vraagt gij Mij naar het goede? Een is de Goede.
Maar indien gij het leven wilt binnengaan, onderhoud de geboden’.
Hij zei tot Hem: ‘Welke?’. Jezus zei:
‘Deze: Gij zult niet doodslaan, gij zult niet echtbreken, gij zult niet stelen,
gij zult geen vals getuigenis geven, eer uw vader en uw moeder, en
gij zult uw naaste liefhebben als uzelf’.
De jongeling zei tot Hem:
‘Dat alles heb ik in acht genomen; waarin schiet ik nog te kort?’.
Jezus zei tot hem:
volg Mij gr‘Indien gij volmaakt wilt zijn, ga heen,
verkoop uw bezit en  
geef het aan de armen, en
gij zult een schat in de hemelen hebben, en
kom hier, volg Mij’.
Toen de jongeling [dit] woord hoorde,
ging hij bedroefd heen, want hij bezat vele goederen.
Jezus zei tot zijn discipelen:
‘Voorwaar, Ik zeg u, een rijke zal moeilijk het Koninkrijk der hemelen binnengaan.
Wederom zeg Ik u, het is gemakkelijker, dat een kameel gaat door het oog van een naald dan dat een rijke het Koninkrijk Gods binnengaat’.
Toen de discipelen dit hoorden, waren zij zeer verslagen en zeiden:
‘Wie kan dan behouden worden?’.
Jezus zag hen aan en zei:
‘Bij de mensen is dit onmogelijk, maar
bij God zijn alle dingen mogelijk’“.
Matth.19: 16-26

Onze Hemelse Vader gaf ons een uiterlijk en een ziel.
Telkens wanneer je iemand tegenkomt die je lief is en
iedere keer wanneer we een prachtig landschap zien of iets leuks horen,
verschijnt er een glimlach op ons gezicht.
We hebben maar één ziel en deze is meer waard dan ons uiterlijk.
Weet je wanneer onze ziel glimlacht?
Iedere keer dat we onze medemens bijstaan in zijn nood, lacht onze ziel.
Wanneer we vluchtelingen opvangen of aalmoezen aan de armen geven,
lacht onze ziel!

Elke keer wanneer we op zondag de Heer tijdens de dienst in de kerk mogen ontvangen,
ontvangen we Hem met een glimlach!
Elke keer wanneer we onze misstappen belijden, glimlacht onze ziel niet alleen,
maar ‘springt van vreugde op’!.
Telkens wanneer we denken aan de liefdevolle verbondenheid met de Heer Jezus Christus en
de ogen van onze ziel voor Hem open, lacht onze ziel!

Wanneer je “sorry” kunt zeggen tegen iemand die je oneerlijk behandeld hebt,
bekritiseerd of verwond, bezorg je je ziel een glimlach!
Wanneer je met eerbied en geduld je kruis draagt en
liefdevol met de mensen omgaat, lacht onze ziel!
Deze glimlach zal onze Heer Jezus Christus je aanbieden, wanneer
je Hem in het Hemels Koninkrijk zult ontmoeten.
παπα Ευθύμιος της Αγάπης

Dan heb je je van jongs-af-aan aan de wet van Mozes gehouden en
bij de vraag wat je zou dienen te doen om het Koninkrijk der Hemelen te bereiken,
krijg je te horen:
Verkoop al wat je bezit en geef het geld aan de armen en volg Mij“.
Dat is nogal niet wat, maar Jezus
weet heel goed dat wij mensen stevig verbonden zijn aan onze aardse genoegens,
aan al wat we in het leven hebben opgebouwd.
gebonden aan onze aardse genoegensWanneer we ons nestje eindelijk gespreid hebben en denken het voor elkaar te hebben, geeft God onverbiddelijk aan dat wanneer we ons met Hem willen verbinden,
Hem ook voorop dienen te stellen.
De wet van het Oude Testament wordt vervolmaakt en resulteert in Christus,
Die de absolute vereiste van God aan de mens onthult.
Op een cruciaal moment van het leven worden wij allemaal geroepen om te kiezen
tussen God en de mammon.
De mammon is een afgod en staat is het Syrisch voor geld of rijkdom, waarbij
vaak gold dat die rijkdom als een god vereerd werd.
We worden vroeg of laat dus gedwongen te kiezen tussen God en aardse banden,
deze dingen voor God op-te-offeren.

Jezus geeft jou als vrome gesprekspartner niet de schuld voor wat je gedaan hebt, maar
voor wat je niet gedaan hebt.
Hij is niet gekomen om te oordelen;
Hij is geen boekhouder, die overeenkomstig een rekenkundig systeem bijhoudt
of de verborgen gebeurtenissen in ons leven op God gericht zijn of niet en
of we wel altijd correct en lofwaardig leven.
En toch blijven er toch maar een handjevol over, die door de genade van God
het onmogelijke doen en zich volledig aan God overgeven.
En om ons – het overgrote gedeelte van de mensheid – niet te verontrusten zegt Christus:
dat de totale onderwerping onmogelijk en onuitvoerbaar zijn voor de mensen,
maar mogelijk zijn bij God, want God heeft nu eenmaal het laatste woord,
God oordeelt en niemand anders.

Het is inderdaad zo dat Christus eerder uitgesproken heeft
Ik ben niet gekomen om de wereld te oordelen” [John.12: 47] en
Oordeelt niet, opdat gij zelf niet geoordeeld wordt” [Matth.7: 1].
Beide prominente uitspraken worden door veel gelovigen gebezigd, maar
worden ook helaas maar al te vaak verkeerd begrepen.

ΚυριοσDe volledig uitspraak die Christus bezigde was
Ik ben niet gekomen om de wereld te oordelen,
maar om haar te redden
“.
John.12: 47
Hij kwam om de wereld te redden , want
Hij doorzag alle zonde om Zich heen,
Hij sloot er Zijn ogen niet voor en
zag ook niets door de vingers.
Hij is gekomen om af te rekenen met de werken van de tegenstrever [1John.3: 8). Hij wist alleen dat de dag nog niet gekomen was dat
de wereld hierop veroordeeld zou worden,
het doel dat Jezus had was om de mens juist voor deze dag te behoeden / te redden, om het                                                                                           simpele feit dat Hij de mensen lief heeft.
Jezus sprak de zondaar aan met de woorden “Zondig niet meer“,
wat simpelweg inhoud dat het dus mogelijk is zonder
die zonde te leven, anders zou Hij dit nooit van ons vragen.
De Heer heeft ons tevens voorgehouden dat
Je hebt geen bovenmenselijke verzoeking te doorstaan.
En God is getrouw, die niet zal gedogen, dat
je boven vermogen verzocht wordt, want
Hij zal met de verzoeking ook voor de uitkomst zorgen, zodat
je ertegen bestand zijt
“.
1Cor.10: 13

zwijgenHij heeft ook niet gezegd dat je
wanneer je je broeder ziet zondigen, dat
je dan je mond maar dient te houden en
alles maar onder de mantel der Liefde
dient te verzwijgen.
Het is onze plicht dat we een broeder of zuster op zonde aanspreken, als
we dit niet doen zijn wij
net zo goed aan die zonde medeplichtig.
Veel mensen [en meestal niet de minste] voelen zich echter direct aangevallen als
je iemand confronteert met zijn/haar euvel, zonden en
gaan direct in de verdediging dat je niet mag oordelen, terwijl
het slechts een constatering is die uitgesproken wordt om
de ziel van die persoon te redden.
Je dient je echter te realiseren dat je je broeder of zuster aanspreekt
op zonde in zijn/haar leven ‘uit liefde’, met als doel deze persoon
tot vrijheid te brengen en niet tot bitterheid.
Zorg ervoor dat je de gedachtes deelt van de Heer over die persoon,
bidt voor hem, want dit zijn gedachtes van vrede en niet van onheil.
Luistert de persoon niet laat het dan verder aan God over en
besluit je niet langer met deze persoon te bemoeien, want
Een mens die de dingen van zijn naaste mooi praat of stilaan verzwijgt,
spreidt een net uit voor zijn schreden
“.
Spr.29: 5

Heel veel mensen lopen met de gedachte rond, dat zij worstelen met de zonde, die
zij begaan, je bent echt niet de enige, we zijn immers mensen, die onderweg zijn
naar het Koninkrijk.
De berg, die wij beklimmen wordt echter een vlakte:
niet door kracht noch door geweld, maar
door de Heilige Geest!
“.
Zach.4: 6
De Galaten liepen ook tegen dezelfde moeilijkheden aan.
Deze mensen waren eens allemaal vol van de Geest, zoals
ieder van ons ook was op de dag dat we tot bekering kwamen
[want we zijn bekeerd door de H. Geest en niet door onszelf].
Na verloop van tijd komt de illusie boven drijven dat we
alles wel op eigen kracht zouden dienen te doen, veelal
op aandringen van het vlees [de trots] welke
zich graag ergens op wil kunnen beroemen.
Paulus reageert heel verontwaardigd met de volgende woorden:
Wie heeft u betoverd, wie Jezus Christus toch
als gekruisigde voor de ogen geschilderd is?
Dit alleen zou ik van u willen weten:
Hebt gij de Geest ontvangen ten gevolge van werken der wet, of
van de prediking van het geloof?
Zijt gij zo onverstandig?
Gij zijt begonnen met de Geest, eindigt gij nu met het vlees?
Was het dan tevergeefs, dat gij zoveel hebt ondervonden?
Ware het slechts tevergeefs!
Die u de Geest schenkt en krachten onder u werkt,
[doet Hij dit] ten gevolge van werken der wet, of
van de prediking van het Geloof?
“.
Gal. 3: 1-5

ΠΑΤΕΡ ΗΜΩΝWanneer je dan tot de slotsom gekomen bent dat het je niet lukt goed te doen is meer dan logisch, geen enkel mens is hiertoe uit eigen kracht in staat, we
hebben allemaal Gods Genade hierbij ‘broodnodig‘.
Het zal Zijn Geest zijn die dit in ons zal bewerken, niet
door onze eigen wil en vermogens, want dan
zullen we keer op keer falen totdat we onszelf eindelijk overgeven en
ons zondige doen en laten kunnen overgeven aan God.
Paulus stelt:
De zonde heeft, opdat zij zou blijken zonde te zijn, door
het goede mijn dood bewerkt, opdat
de zonde bij uitstek zondig zou worden door het gebod.
Wij weten immers, dat de wet geestelijk is;
ik echter ben vlees, verkocht onder de zonde.
Want wat ik uitwerk, weet ik niet; want ik doe niet wat ik wens, maar
waar ik een afkeer van heb, dat doe ik.
Indien ik nu wat ik niet wens, toch doe, stem ik toe, dat de wet goed is.
Doch dan bewerk ik het niet meer, maar de zonde, die in mij woont.
Want ik weet, dat in mij, dat wil zeggen in mijn vlees, geen goed woont.
Immers, het wensen is wel bij mij aanwezig, maar
het goede uitwerken, kan ik niet.
Want niet wat ik wens, het goede, doe ik, maar
wat ik niet wens, het kwade, dat doe ik.
Indien ik nu datgene doe, wat ik niet wens, dan
bewerk ik het niet meer, maar de zonde, die in mij woont.
Zo vind ik dan deze regel:
als ik het goede wens te doen, is het kwade bij mij aanwezig; want
naar de inwendige mens verlustig ik mij in de wet Gods
“.
Rom.7: 13-22
En vervolgens stelt hij vast:
Oh, ellendige, mens, die ik ben!
Wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood ?
God zij dank,
door Jezus Christus, onze Heer,
worden wij gered
“.
Rom.7: 24,25

11e Zondag na Pinksteren – Christus navolgen is zelfverloochening

Apostel PaulusHet zegel op mijn apostelschap zijt gij in de Heer.|
Dit is mijn verdediging tegen hen, die zich een oordeel over mij aanmatigen.
Hebben wij geen bevoegdheid om te eten en te drinken?
Hebben wij geen bevoegdheid om een zuster als vrouw mee te nemen
gelijk ook de andere apostelen en de broeders des Heren en Kephas?
Of hebben alleen ik en Barnabas geen bevoegdheid om vrij te blijven van handenarbeid?
Wie doet ooit dienst in het leger en betaalt zijn eigen soldij?
Wie plant een wijngaard zonder van de vrucht daarvan te eten?
Of wie weidt een kudde en geniet niet van de melk der kudde?
Spreek ik hier soms van menselijk standpunt, of
spreekt ook de wet niet van deze dingen?
Want in de wet van Mozes staat geschreven:
Gij zult een dorsende os niet muilbanden.
Bemoeit God Zich soms met de ossen?
Of zegt Hij dit in elk geval om onzentwil?
Ja, om onzentwil werd het geschreven, omdat
de ploeger moet ploegen in hoop en
wie dorst [moet dorsen] in de hoop zijn deel te ontvangen.
Indien wij het zijn, die voor u het geestelijke gezaaid hebben, is
het dan te veel, dat wij van u het stoffelijke zouden oogsten?
Indien anderen deel hebben aan de bevoegdheid over u,
wij niet veel meer?
Doch wij hebben van deze bevoegdheid geen gebruik gemaakt, maar
wij verdragen alles om geen hindernis voor het evangelie van Christus op te werpen“.
1Cor.9: 2b-12

Wij verdragen als christen alles om geen hindernis
voor de Blijde Boodschap van Christus op te werpen
Iemand, die z’n werk doet, doet dit in de hoop dat
zijn werk vrucht zal dragen
“.

Opoffering -by UdanaOndergaan ook wij
een zekere vorm van ontbering ter voorkoming
dat de prediking van het Evangelie schade lijdt?
Hier snijdt Paulus een  kwestie aan, die bij christenen in alles voorop dient te staan.
Hij offerde alles op
ter wille van Christus en Zijn volgelingen.
Inzet ten behoeve van de gemeenschap
gaat vaak met veel arbeid en offers [leed] gepaard.
Niet iedereen heeft het recht
de vreugde te ervaren en ondervindt het resultaat van zijn werk in apostolische zin.
De geest van opoffering, die de apostel hier uitstraalt kan ons ten voorbeeld dienen.
Het tegenovergestelde is tegenwoordig het geval.
We leven in een tijdperk van rechtse denkbeelden, alles
dient onmiddellijk in geld gewaardeerd en opgediend te worden.
We leven in een periode van bezuiniging en
dat is de gedachte die momenteel overheerst, we willen boter bij de vis.
De mensen vergeten de onderlinge saamhorigheid denken aan
niets anders dan aan hun rechten.
We roepen om het hardst om voor de hand liggende rechten,
de Liefde en de menselijke waardigheid wordt vergeten.
De hedendaagse mens denkt aan niets anders,
ik heb toch recht op een hogere beloning, ik
heb er toch voor gestudeerd, er hard voor gewerkt.
Of de medemens zonder werk of ver beneden het minimum
de eindjes aan elkaar dient te knopen is niet mijn probleem.
Het is de geest van liefde voor onszelf, wat leidt tot de verwaarlozing van onze medemensen.
We zijn gewend alleen voor onszelf op te komen, anderen hebben slechts verplichtingen.
Deze geest verbreekt de eenheid in de familie, verstoort het evenwicht van de maatschappij en bemoeilijkt ook de onderlinge relaties van de kerkgemeenschap.

Opstanding is verzoening zonder opofferingOprechte christenen zijn altijd inspirerend geweest door hun geest van opofferingsgezindheid.
Zij dienden hun individuele en persoonlijke rechten opzij te zetten ten behoeve van wat genoemd wordt de minderbedeelden.
Ware christenen leggen niet de nadruk op hun rechten, integendeel zij zien veelal af van
hun natuurlijke rechten om
een ​​superieur en heilige doel te dienen.
Deze lijn is  door de apostel Paulus actief ingezet,
het is de bewonderenswaardig zelfverloochening in
alles wat je op je weg tegenkomt.
In positieve zin houdt het in dat je jezelf niet door je eigen belangen laat leiden.
In meer negatieve zin houdt het in dat je ontrouw ben aan jezelf:
je handelt op een manier die niet past bij wie je bent.

vrijwilliger met weeskindje in een klein dorpje, dicht bij Masaka, OegandaDe positieve betekenis vinden we volgens mij allemaal prachtig.
We pinken zelfs een traantje weg bij de alleenstaande moeder, die zichzelf alles ontzegt en  zich een slag in de rondte werkt om haar kind naar een goede school te laten gaan.
Over de negatieve betekenis zijn we
dan ook echt negatief.
We dienen tegenwoordig immers allemaal trouw te zijn aan onszelf,  doen waar wij ons prettig bij voelen en ons op geen enkele manier anders [of beter] voor te doen dan we zijn.
Zelfverloochening kan tegenwoordig zelfs wel eens een soort afbreuk doen voor de moderne mens;  ontrouw aan wie je bent.
Je ervaart dat de christelijke geest van Christus door de wereld niet geaccepteerd wordt,
de wereld van afgoderij weigert rechtvaardige principes te erkennen.
Heeft het wel nut de mogelijk van verkondiging aan te grijpen
om anderen aanstoot te geven met een de geest van zelfopoffering,
je bewust van zaken te distantiëren ten einde een negatieve ontwikkeling te voorkomen.
De confrontatie met deze apostolische lezing laat ons zien hoe de apostel werkelijk denkt, hoe hij ons als ijveraar van het Geloof en de heelheid van de mens in het hart ontmoet.
Hij offert zich op voor zijn werk en toont ons dat vasthouden aan je principes
ook vandaag de dag op de lange duur loont.

Midden in die wereld klinkt het woord van de Heer:
Indien iemand achter Mij wil komen, dan dient hij zichzelf te
verloochenen en dagelijks zijn kruis op te nemen en Mij te volgen
”.
Matth.16: 24; Marc.8: 34 en Luc.9: 23.
Pelikaan, iets van jezelf opofferen voor anderen . . .Een oprechte gelovige zal dankbaar zijn bij de ze uitleg van
de Blijde Boodschap . . . . .
Wie deze woorden werkelijk gelooft en ze nakomt,
kan niet anders dan in het dagelijkse leven zegen ontvangen.
Onze gehoorzaamheid dient echter te werken
als een spontane reflex.
Daarom wordt ook gezegd:
Zie, Ik zend u als schapen midden onder wolven;
weest dan voorzichtig als slangen en
argeloos als duiven
“.
Matth.10: 16

Verloochenen, indien iemand achter Mij wil komen . . .Nu, dat komt eventjes hard aan.
Wanneer ik zelf dus een echte christen wil zijn, dan
dien ik recht tegen de heersende moderne cultuur en
mijn eigen gevoel in te gaan.
Dan dien ik ontrouw te worden aan mezelf,
ja, recht tegen mijzelf in te gaan.
De apostel Paulus schrijft dit drie keer, ook aan de Colossenzen en de Epheziërs.
Die dienen, zo lezen we, ophouden met liegen en het spreken van vuile taal.
“Bitterheid, woede, toorn, geschreeuw en laster” mogen bij hen geen plaats hebben.
Met verkeerde seksuele verlangens, hartstochten en hebzucht
dienen de gemeenteleden af te rekenen.
Doodt deze dingen” [Col.3: 5] schrijft Paulus.
Leg af die oude levensstijl van je” [Eph.4: 22] zo vermaant hij ook ons.
Het oude ik dient opgeruimd te worden en plaats te maken voor
een nieuwe persoonlijkheid,
door God Zelf gevormd.

Dat is nu de betekenis van verloochenen in negatieve zin:
ontrouw worden aan wie je vanuit jezelf bent.
Stoppen met die woorden, daden en gedachten, die
bij jou zo zijn ingebakken.
Mocht je daar nog over twijfelen, let
dan eens een weekje goed op jezelf.
Probeer eens één dag of een paar dagen zonder
bitterheid, woede, geschreeuw, leugens,
verkeerde hartstochten en hebzucht te leven en
hou jezelf daarbij eens kritisch tegen het licht.
Ik vermoed dat je aan het einde van de week met Paulus verzucht:
Ik, ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?
God zij dank door Jezus Christus, onze Heer!
Derhalve ben ik zelf met mijn verstand dienstbaar aan de wet van God, maar
met mijn vlees aan de wet van de zonde
”.
Rom. 7: 24-26

Christus, de icoon van het Licht der mensheidTrouw blijven aan wie Hij ons heeft voorgedaan
Het verloochenen van jezelf is niet alleen maar een negatief verhaal.
Onze Heer heeft het niet alleen over zelfverloochening, maar
ook over het “Mij volgen”.
Het woord dat hier gebruikt wordt,
wil zoveel zeggen als “dezelfde weg gaan”.
Hiermee komen we bij de positieve betekenis van waar we daar straks over hadden:
je niet door je eigen belangen laten leiden.
Paulus schreef in de 2e brief dat Jezus Christus
omwille van ons arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat u door Zijn armoede rijk zou worden”.                                                                                   2Cor.8:  9
Dát is nog eens onbaatzuchtig [altruïstisch]!
Wij worden opgeroepen om dezelfde weg te gaan als Hem.
Hiermee wordt niet bedoeld dat we Christus’ verlossingswerk nog eens over dienen te doen.
Het geeft ons mee dat wij eenzelfde belangeloze liefde aan de dag dienen te leggen.
Paulus schrijft niet alleen over het afleggen van een oude levensstijl, maar
ook over het aannemen van een nieuwe.
Deze wordt gekenmerkt door vriendelijkheid, nederigheid, geduld,
vergevingsgezindheid, heiligheid, liefde voor [de] waarheid en
solidariteit met hen die een ziek of gebrekkig bestaan leiden.
Herken je je al een beetje als christen, als dienaar van Christus?
Ook in dit navolgen van Jezus, dit aantrekken van een nieuw leven,
is zelfverloochening, maar dan in de positieve zin van het woord:
je zoekt niet langer jezelf en je eigen welzijn, maar
de eer van God en het beste voor je naaste.

Dit alles is net eventjes . . .  iets sneller opgeschreven dan in de praktijk gebracht.
Het is nogal wat om je eigen, oude, ik af te leggen en
een compleet andere, nieuwe, ik aan te trekken.
Het is dan ook niet voor niets dat we door de Bijbel heen
zoveel terug vinden over geestelijke strijd en
zoveel aansporingen tegenkomen om te volharden in het Geloof.
Het is namelijk ook een zware opgave.
Monachia, Old hands by Isaac SilmanZo zwaar zelfs dat jij ervoor
herboren [opnieuw geboren] dient te worden.
Gelukkig hebben wij een God die dit ook wil doen, die
maakt dat wij onszelf willen verloochenen en
ook daadwerkelijk gaan verloochenen.
Zoek daarom deze God en het
Koninkrijk der Hemelen krijgen we op de koop toe.

Orthodox monks in Romania: conditioning of mind and body in favor of the spiritGeloof is iets wat je gegeven wordt.
Hoe ouder je wordt, hoe meer je daar achter komt.
En dan niet in de zin van maar afwachten, maar
van verwachten.
Op diverse momenten in je leven zul je dat mogen ervaren.
Wanneer je jong bent, zie je dat vaak niet zo.
Maar gaandeweg wordt het je duidelijk en
daarom hebben ouderen vaak zo’n vast vertrouwen
in datgene wat de Heer met hen voor heeft.

Augustus 7e – de Heilige Horus [Hor, Ὁ Ὅσιος Ὢρ] van Thebaid [†ca 390, in Egypte]

Saint Horus (Hor) van Thebaid  [†ca 390, Egypte], 7 augustusDe Heilige Horus  trok al vroeg in zijn jeugd
de Thebaid woestijn in en  worstelde daar vele jaren in volledige afzondering, waarmee  hij tijdens zijn lange levensduur een strikt kluizenaarsleven opbouwde.
Nadat hij al ver gevorderd was in jaren werd de Heilige Horus een engel toegestuurd, welke hem aangekondigde dat de Heer hem bestemd had voor  de redding van de vele mensen die  onder zijn leiding zouden proberen te komen.
Zo werd hij hierna een monnik die door tal van mensen werd bezocht en die hem advies en hulp vroegen.
De Heer gaf hem de Genade van inzicht bij het lezen van de Blijde Boodschap, ondanks het feit dat  deze heilige in zijn jeugd niet had leren lezen en schrijven.

Geleidelijk aan vormde zich een groot klooster rond de Heilige Horus, waarin
de heilige vader,de spirituele gids werd.
Deze monnik bezocht nooit de trapeza [de eetzaal om zich van het daar opgediende voedsel te voorzien, noch at hij op de dag dat hij deelnam aan de Heilige Mysteriën.
Thebaid in de woestijnHij onderwees zijn broeders regelmatig
door middel van verhalen over de verleidingen, waarmee een monnik, die in eenzaamheid leeft, voortdurend geconfronteerd zal worden.
Maar hij vertelde het altijd op een dusdanige manier dat iedereen zou weten dat hij sprak over de woestijn-bewoners die hem slechts persoonlijk bekend waren.
De heilige verborg hiermee zijn eigen ascetische ondervindingen.

Eens toen de heilige nog slechts met één leerling leefde, vroeg deze de aandacht van de Oudere omtrent de wijze waarop het Heilige Pascha gevierd diende te worden.
De Heilige Horus stond onmiddellijk op voor het gebed en hief zijn handen omhoog en
zo stond hij daar drie dagen lang onder de blote hemel in onophoudelijk gebed.
Hij legde zijn discipel uit dat een monnik elke zon- en feestdag, maar vooral Pascha,
diende te vieren door zichzelf totaal te verzetten tegen alles wat alledaags is en
zijn geest dient te verheffen om de eenheid met God te zoeken.
Alle gedachten en daden van zijn leerlingen werden aan Heilige Horus opgebiecht en
niemand haalde het in zijn hoofd tegen hem te gaan liegen.
Na tot op hoge leeftijd zo overleefd te hebben, heeft de Heilige Horus verschillende kloosters gesticht, welke ieder voor zich wel uit liefst 1000 kloosterlingen bestonden.
Hij stierf op de leeftijd van 90 jaar ongeveer in 390 na Christus.

thebaid, woestijn spiritualiteit“Deze dag de 7e Augustus wordt
tevens aangeduid door het heengaan van
de heilige Abba Hor, de woestijnmonnik.
Deze vader was een inwoner van de stad Abraht, in het district van Ashmunein.
Hij was een uitverkoren monnik die vele heiligen in zijn aanbidding overtroffen heeft.
Hij hield van het leven in eenzaamheid, zodat hij de afzondering in de woestijn opzocht.
De tegenstrever, de Satan werd jaloers
op hem, dus verscheen hij Abba Hor en vertelde hem,
In de woestijn zul je me nog wel aankunnen en overwinnen, omdat
je hier alleen bent, maar  als je werkelijk durft en dapper bent, dan
ga je naar de drukke stad Alexandrië en daar zal ik je in verleiding brengen
“.
Toen Abba Hor dat hoorde, stond hij onmiddellijk en ging naar Alexandrië.
Hij bleef daar een tijdje water halen uit een bron voor  de gevangenen en
degenen die achter slot en grendel zaten.

Op zekere dag galoppeerden er paarden door de straten van de stad en
een van hen raakte een kind en het kind was op slag dood; de Heilige Abba Hor
stond valk bij het kind dat werd gedood.
De tegenstrever, de Satan bewerkte de harten van een aantal van de mensen die daarbij stonden en liet hen schreeuwend uitroepen:
De moordenaar van dit kind was die oude monnik“.
Verschillende mensen die langskwamen hoorden dat.
Ze verzamelden zich rond en bejegende Abba Hor.
De heilige, Abba Hor, werd hier niet door verstoord en bleef rustig.
Hij nam het kind in zijn armen en bad met hart en ziel tot de Heer, Jezus Christus en
maakte vervolgens het teken van de leven-schenkende kruis over het kind.
De ziel van het kind keerde terug in hem en Abba Hor leverde het kind over aan zijn ouders.

De mensen stonden er verbijsterd bij en zij begonnen God te loven en hun hart en geest
keerde zich naar Abba Hor.
Bang vanwege de ijdele eer, die hem werd toegezwaaid, ontsnapte
Abba Hor snel weer naar de woestijn en bleef daar
voor de rest van zijn leven in een van de kloosters.

Toen Abba Hor zijn vertrek uit deze zinloze wereld naderde, zag
hij een aantal heiligen hem roepen; hij verheugde zich buitengewoon.
Hij liet zijn leerlingen bij zich komen,
beval ze op het pad van het ascetisch leven te blijven en
vertelde hen dat hij op het punt stond om naar de Heer Christus te vertrekken.
Ze waren bedroefd vanwege zijn vertrek en voelden
dat ze zonder hem als weeskinderen zouden achterblijven.
Na een korte ziekte, gaf hij zijn ziel in de handen van de Heer”
Cf het Coptisch synaxarion

Augustus 1e, Orthodoxie & Broeder, zie daar uw Moeder

Cross, relicDe processie, de stille omgang van het eerbiedwaardig Hout van het leven-schenkende Kruis van onze Heer en Verlosser Jezus Christus werd in Constantinopel op
de vooravond van 1 Augustus gehouden.
Ter verlichting van de zieken was het gebruikelijk het eerbiedwaardig Hout van het leven-schenkende Kruis door straten en pleinen van de stad te voeren ter heiliging van de stad en tot verlichting van de ziekte.
Aan de vooravond werd op 31 juli door de keizerlijke schatbewaarder deze kostbare reliek op het altaar van de Grote Kerk de Hagia Sophia [Gods Wijsheid] gebracht, teneinde dit tot de Ontslaping van de Moeder Gods in processie door de stad te dragen, het de mensen aan te bieden, zodat zij het konden vereren.
Dit is de achtergrond van de feestdag, die we aan het begin van de Moeder-Gods-vasten, tot aan het feest van de ontslaping van de Moeder Gods nog steeds vieren.

Cross, Syrisch manuscript, Nat.Bibl. Fr.We zouden eigenlijk in de laatste maand van
het Kerkelijk jaar deze reliek
opnieuw ter verering aan het lijdende volk van het Midden Oosten dienen aan te bieden, dit ter verlichting van de door hun te dragen lasten van de huidige crisis.
Op deze dag zou eigenlijk in
alle steden en plaatsen een kerk processie en
de heiliging van het water dienen plaats te vinden
tot verlichting van de volkeren; de gehele wereld, die gebukt gaat onder het kruis wat we elkaar aandoen.

The Mother of God, ''of the Sign''

De Theotokos, Die
de Geboorte van Christus blijvend laat plaatsvinden; zo is eenieder van ons geroepen Christus en Zijn Leven-schenkend Kruis in ons leven mee te dragen
“.
H. Johannes van het Kruis

Hoe zou het voor ons in de Kerk, als pelgrim onderweg, kunnen zijn,
jaar in jaar uit zo, in dit vaste Geloof te kunnen leven?!
Hier en nu – ja, waarom niet vanaf nu?
Het omvat de volheid van de tijd en
is niet ieder van ons een toegangspoort tot de hemel?
Christus, Bron van Genade en Vrede,
kom voortdurend tot leven in ons,
kom steeds meer in elk van ons tot leven
en daardoor in de wereld.

Cross tkstApolitikion         Tn.1
Heer, red Uw volk,
en zegen Uw erfdeel!
schenk de overwinning
over de vijanden van de christenen.
een bescherm Uw Gemeenschap
door Uw Kruis!

Kontakion           Tn.4
Zoals Gij vrijwillig werd gekruisigd voor ons bestwil,
geef Genade aan hen die naar U genoemd zijn;
verheug alle christenen door Uw Macht.

Augustus 6e – Transfiguratie van onze Heer en Verlosser Jezus Christus – “Heer, het is goed voor ons om hier te zijn”

Transfiguration, door Theophan de Griek 15e eeuwOp de berg Thabor
openbaarde Jezus Zijn leerlingen een Hemels Mysterie.
Gedurende Zijn leven onder hen had Hij gesproken
– over het Koninkrijk der Hemelen en
– over Zijn Wederkomst in Heerlijkheid.
Om eventuele twijfel over dit Koninkrijk uit
hun hart te bannen en om hun geloof in
datgene wat in de verre toekomst verborgen
door een voorafbeelding [een schaduw] in
het heden te bevestigen,
gaf Hij hen op de berg Thabor
– een prachtig visioen van Zijn heerlijkheid,
– een beeld vooraf van het Koninkrijk der Hemelen.
Het was alsof hij op dat moment                                                                                                           aan hen wilde doen blijken dat:
Je in de loop der tijd het gevaar loopt je Geloof te verliezen.
Om je hiervoor te behoeden laat Ik je nu al weten dat
sommigen die hier naar Mij luisteren de dood niet  zullen smaken, totdat
zij de Zoon des mensen hebben zien komen in de Heerlijkheid van Zijn Vader“.
Bovendien zo vervolgt de Evangelist om ons te verzekeren dat Christus een dergelijke macht zou kunnen bevelen als hij wenste:
En zes dagen later nam Jezus Petrus en Jakobus en Zijn broeder Johannes mee en
Hij leidde hen een hoge berg op, in de eenzaamheid.
En Zijn gedaante veranderde voor hun ogen en
Zijn gelaat straalde gelijk de zon en
Zijn klederen werden wit als het licht.
En zie, hun verschenen Mozes en Elia, die met Hem spraken“.

De Goede Herder geeft Zijn leven voor Zijn schapen [John.10: 11]– Dit zijn de Goddelijke Mysteriën Die
wij vandaag vieren;
– Dit is onze deelname aan de Openbaring op die berg;
– Dit is het feest van Jezus, de Christus, Die ons hiertoe heeft aangetrokken.
Laten we dan luisteren naar Gods Heilige stem Die ons overtuigend uit de hoogte oproept, vanaf de top van deze berg, zodat wij met de uitverkoren volgelingen van de Heer
tot de diepe betekenis van deze heilige geheimen kunnen doordringen,
hetgeen ons verstand te boven gaat dat we het haast niet kunnen verwoorden.
Jezus gaat ons voor om ons de weg te tonen, zowel de berg op als naar de Hemel, en
– ik spreek vrijmoedig – het is nu aan ons om Hem zo snel we kunnen te volgen.
In het verlangen naar de Hemels aanblik, die ons deelgenoot maken aan Zijn uitstraling,
vernieuwen we onze spirituele eigenschappen en keren wij ons om
in de richting van Zijn Goddelijke gelijkenis, waardoor
we voor eeuwig deelgenoot worden aan zijn Goddelijkheid en
het verhogen we ons tot nog nooit vermoedde hoogten.

De transfiguratie op de berg Sinaï, met Mozes en Elia naast Petrus, Jacobus, Zijn broeder en Johannus de TheoloogLaten we met vertrouwen en vreugde
de wolken binnengaan, zoals Mozes en Elia, of zoals Jacobus, Zijn broeder en Johannes de Theoloog hun weg zijn gegaan.
Laten we als Petrus worden overgehaald
de Goddelijke visie te aanschouwen en
te worden veranderd door die Heerlijke Verandering [Transfiguratie].
 Laten we ons uit de wereld wegtrekken           [ons distantiëren], en
 ons ​​afzijdig houden van wat de aarde ons biedt,
 ons boven het lichaam te verheffen,
 ons van ons eigen wezen en
 ons wenden tot de Schepper, tot
Wie Petrus in extase uitriep:
Heer, het is goed voor ons om hier te zijn“.
Het is inderdaad ontzettend goed om hier te zijn, zoals je gezegd hebt, Petrus.
Het is goed om met Jezus samen te zijn en hier voor eeuwig te verblijven.
Met wat meer geluk of/en wat hoger bereikte Goddelijke eer
zouden we dan mogelijk door Hem zo ver kunnen komen
dat we ons voor God openstellen en in Zijn Licht kunnen leven?

Aangezien ieder van ons het Goddelijke beginsel in zijn hart bezit en
kan dit worden veranderd [getransformeerd] tot Zijn Goddelijke Beeld,
wij dienen daarom ook van vreugde uit te roepen:
Heer, het is goed voor ons om hier te zijn
– hier waar alle dingen met Goddelijke uitstraling schitteren,
– waar sprake is van Vreugde, Blijdschap en Verrukking;
– waar zich niets anders in onze harten bevindt, dan Vrede, Rust en Stilte;
– waar wij God kunnen aanschouwen.
Want hier, in ons hart, neemt Christus Zijn intrek samen met God, onze Vader,
Die zegt als Hij binnenkomt:
Vandaag heeft dit huis het Heil aanschouwd.
wijding van de eerstelingen, de vruchten van ons werkMet Christus, ontvangt ons hart alle rijkdommen van Zijn Eeuwige Genadegaven [Zegeningen] en daar waar ze voor ons in Hem worden opgeslagen, zien we als
in een spiegel weerspiegeld zowel
de eerste vruchten [de eerstelingen] en
de hele wereld tot uitbundige bloei komen.
Heilige Anastasius de Sinaïet,
[† 685, feestdag 20 april]
Apolytikion – Transfiguration [mode Barys Byzantine, Mp3]:

 

Saint Anastasius of the SinaïDeze Heilige Anastasius van de Sinaï
leefde in de zevende eeuw en was één van
de grote asceten die op Berg Sinaï opbloeide.
Vanaf zijn jeugd werd hij in grote vroomheid
en liefde voor God grootgebracht.
Toen hij zijn volwassenheid bereikt, verliet hij de wereld en trad in een klooster om het juk van Christus op zich te nemen [Matth.11: 29].
Hij had maar een wens – om zich te vervolmaken in deugd en hij ging naar het Sint Catherina Klooster op de berg Sinaï, waar de bekende Heilige Johannes van de Ladder [30 maart] hegoumen [abt] was.
Hier heeft hij geprofiteerd [lering getrokken] uit het voorbeeld van de vele heilige mensen om hem heen,                                                                      die van oudsher bedreven zijn in het kloosterleven.
Vanwege zijn diepe nederigheid ontving de Heilige Anastasius van God
de Genade van Wijsheid en geestelijk onderscheidingsvermogen.
Hij beschreef de levens van verschillende heilige Vaders, evenals
vele andere geestelijk leerzame geschriften.
Na verloop van tijd werd hij door de gemeenschap waardig bevonden
om de wijding van het heilige priesterschap te ontvangen.

Aansluitend aan de Heilige Johannes van de Ladder en diens broer George,
werd de Heilige Anastasius hegoumen van het klooster op de Sinai.
Hij was ijverigste in zijn verzet tegen elke ketterij,
bracht deze aan het daglicht en weerlegde ze en
liet hun bewonderaars met schaamte achter.
Hij reisde zelfs naar Syrië, Egypte, en Arabië om
daar de ketterijen aan de kaak te stellen en teniet te doen,
ter versterking van de Kerk van Christus.

Jouw Bescherm-EngelDe Heilige Anastasius leert ons tevens dat
God elke christen een bescherm-angel meegeeft, die
ons hele leven zorg voor ons draagt.
Maar we kunnen deze beschermengel door
onze zonden verdrijven, net zoals een imker
de bijen wegjaagt met verstikkende rook.
Terwijl de demonen ons trachten te beroven van
het Hemels Koninkrijk,
leiden de Heilige Engelen ons op
Gods weg om goed te doen.
Daarom zouden alleen de meest dwaze mensen in
hun onbevreesde houding hun Beschermengel ontkennen en door hun eigen trotse weg te gaan zichzelf distantiëren.

Beijvert u daarom des te meer, broeders, om
uw roeping en verkiezing te bevestigen; want
als gij dit doet, zult gij nimmer struikelen.
Want zo zal u rijkelijk worden verleend
de toegang tot het eeuwige Koninkrijk van
onze Heer en Heiland, Jezus Christus
“.
2Petr.1: 10,11

Apolytikion – Transfiguration   tn.7
“Gij werd verheerlijkt op de berg, o Christus God,
en aan Uw Leerlingen toonde Gij Uw Heerlijkheid.
Doe ook voor ons,
zondaars Uw eeuwig Licht stralen:
Gij die ons het Licht schenkt, ere zij U”.

 

Orthodoxie & Het oog is de lamp van het hart

οφθαλμός = de uitpuiling van de oogbalχω λύχνος του σώματος εστιν χω οφθαλμός.
εάν ουν η χω οφθαλμός σου απλούς,
κόλον το σώμα σου φωτεινών έσται“.

Het oog wordt de lamp van uw hart
Verzamelt u geen schatten op aarde, waar
mot en roest ze ontoonbaar maakt en waar dieven inbreken en stelen;                                 maar verzamelt u schatten in de hemel,
waar noch mot noch roest                                                                                                                     ze ontoonbaar maakt en                                                                                                                         waar geen dieven inbreken of stelen.                                                                                                 Want, waar uw schat is,                                                                                                                         daar zal ook uw hart zijn
“.
Matth.6: 19-21

De lamp van het lichaam is het oog.
Indien dan uw oog zuiver is, zal geheel uw lichaam verlicht zijn; maar
indien uw oog slecht is, zal geheel uw lichaam duister zijn.
Indien nu wat licht in u is, duisternis is, hoe groot is dan de duisternis!
“.
Matth.6: 22-23

Het oog [οφθαλμός = medische benaming van de uitpuiling van de oogbal]
is het fysieke orgaan van het gezicht, een van de
belangrijkste kanalen ter verkrijging van informatie voor de mens.
Een wrede toegepaste en gesanctioneerde straf onder de heidense volken
was het doven van de ogen van een vijand of een rivaal, want
op deze manier werd zijn macht op de meest krachtdadig verbrijzeld
Recht.16: 21; 2Kon.25: 7 en Jer.39: 7

Het oog wordt, om nuttig te zijn, enkelvoudig gerichtHet oog wordt, om nuttig te zijn, enkelvoudig gericht en
wordt niet gekenmerkt door dubbel [onzuiver] te zien
cf. Luc.11: 34
Wat doet een oog; het maakt het mogelijk om de weg zien, maar
het heeft behoefte aan een zuiver zicht om deze functie te vervullen. Jezus gebruikt de term het “slechte oog” in een figuurlijke zin en brengt ons bij; Hij leert ons dat een dergelijke oog alleen maar geconcentreerd is op wereldse bezittingen
[op materieel gewin] en dat God die persoon tegelijkertijd in
verwarring brengt [“laat hem spiritueel dubbel zien“]
verwart hem, zodat hij geen helder zicht heeft op de manier
waarop hij door het leven gaat. God test of de mens nog wel op Hem gericht is.
Jezus’ belangrijkste aandacht erop is gericht dat zijn volgelingen
een zuiver beeld krijgen, waardoor God slechts de Enige is Die aandacht trekt.
Indien dan het oog zuiver is, is ook het gehele lichaam verlicht, maar
wanneer het slecht is, is ook het lichaam duister.
Slechte ogen” geven gierigheid weer en begeren geld en rijkdom en
brengen slechts geestelijke duisternis voort, waartegen
Jezus bovenmatig waarschuwt!

Wanneer de Kerk, bovenmatige aandacht heeft aan bezit en onroerend goed,
hier niet los van kan komen, door het halsstarrig te verkrijgen of te behouden
– over de hoofden van Christus’ gelovige volgelingen heen –
maakt óók de Kerk een grote catastrofale fout.
Het verkrijgen en behouden van bezittingen kan nimmer zover gaan dat gelovigen
– die hun christelijk hart volgen – de Kerk verlaten vanwege dit soort tekortkomingen.

η Εκκλησία είναι νοσοκομείοTelkens waren er gelovigen, die
hun bezittingen en have verkochten en
ze uitdeelden aan allen, die
er behoefte aan hadden; en
voortdurend waren zij elke dag eendrachtig in de tempel,
braken het brood aan huis en gebruikten
hun maaltijden met blijdschap en eenvoud des harten,
en zij loofden God en stonden in de gunst bij het gehele volk.
En de Heer voegde dagelijks toe aan de kring, die behouden werden
“.
Hand 3: 45-47
Zij maakten zich geen zorgen om de zorgen van morgen, maar
deden waartoe zij geroepen werden:
zij “braken het brood aan huis en
gebruikten hun maaltijden met
blijdschap en de eenvoud van het hart
.

Om de resultaten van goede en kwade verhoudingen in materiële dingen te illustreren,
verwijst de Heer naar het lokale Geloof over het resultaat van een goed en slecht zicht.
Mensen geloofden dat de ogen als de ramen waren die
het Licht in het Kerkelijk Lichaam toelaten en het in goede gezondheid behouden.
Gezonde ogen betekenen een gezond [Levend] Lichaam [Licht] ;
met zieke [verduisterde] ogen wordt een verziekte organisatie [vertroebeld beeld] bedoeld.
Een gezond stoffelijk oog heeft een gezond geestelijk leven tot gevolg;
maar een ongezond inzicht zal zonder meer betekenen dat
de natuurlijke geestelijke duisternis intreedt die het hart nog donkerder maakt.
Indien uw oog slecht is, zal geheel uw lichaam duister zijn.
Indien nu wat licht in u is, duisternis is,
hoe groot is dan de duisternis!“.
Matth. 6: 23
Niemand kan twee heren dienen, want
hij zal of de ene haten en de andere liefhebben, of
zich aan de ene hechten en de andere minachten;
gij kunt niet God dienen en de Mammon“.
Matth. 6: 24

Wanneer mensen hun aandacht – jaar in jaar uit –
besteden aan het verkrijgen van comfort en een gemeenschap onvoldoende inlichten
kunnen ze geen aanspraak meer maken en Trouw zijn aan God.
Wanneer ze werkelijk durven te geloven wat God zegt over
het geven en nemen, zullen ze overeenkomstig worden beoordeeld.
Dit is een van die onderwerpen waar de Waarheid klinkt als een klok;
je kunt je talenten niet ongebreideld gebruiken en
het resultaat naar eigen believen besteden;
dit is slechts een klein deel van het beeld.
Wanneer de Waarheid van God over je verkregen geld het [dag-] Licht
zal aanschouwen zal het bovennatuurlijke in de praktijk het natuurlijke overvallen.
En wanneer dat gebeurt, zal je zgn. gemeenschapsleven nooit meer dezelfde zijn.
Ik ben bang, dat zoals de slang met haar sluwheid Eva verleidde,
uw gedachten mogelijk de eenvoudige en loutere toewijding aan
Christus zullen verkleinen
“.
2Cor.11: 3
Slaaf, wees je heer naar het vlees [slechts] gehoorzaam met vrees en beven,
in de eenvoud van je hart, als aan Christus,
niet met ogen-[lippen-]dienst, als een genoegen voor mensen, maar
door als slaaf van Christus de Wil van God van harte te doen en
bereidwillig dienstbaar te zijn als aan de Heer en niet aan mensen
“.
Eph.6: 5-7, Col.3: 22

Stel, je krijgt een genoemde 600.000 euro te besteden waarmee je opnieuw een lang nagestreefd religieus doel dient te realiseren;
je leent er buiten medeweten van de schatbewaarder nog eens 30 zilverlingen bij,
om een tuinarchitect in te huren en de tuin op te knappen.
Je behandelde op dezelfde wijze een goedgelovige oude vrouw, die van haar bril in de ijskast, door een bedrag voor een auto te lenen en haar na een eerste termijn nimmer
terug te betalen. Een dergelijk gedrag is geen judasstreek meer te noemen – een voorganger onwaardig en is met een veelvoud herhaald.
Besteed je dat dan aan een gemeenschap van gemiddeld 25 personen, waarbij je de afgelopen decennia massa’s gelden verkwist hebt aan de verbouwing van een huurpand; waarbij diversen zijn afgehaakt vanwege je ondoorzichtige praktijken.
Hier dient je ‘geloofwaardigheid” als voorganger toch verdwenen te zijn en is dit een benoemde ‘Paradijs’-tuin onwaardig.

Εκκλησία του ΧριστούBinnen het Lichaam van Christus
heeft elke gelovige
een onderscheiden gave en roeping.
Elke mens is op zich in onbalans, ook ikzelf.
De enige volmaakt evenwichtige Persoon,
Die ooit op aarde wandelde is
onze Heer Jezus Christus.
De rest van de mensen, zelfs de beste,
zijn in onbalans.
Wij dienen echter onze balans te hervinden
 door samen te werken met andere broeders en zusters,
met andere gemeenschappen in het ziekenhuis van de Heer.
 door datgene waar we niet mee om kunnen gaan
aan ‘onafhankelijke deskundigen’ overlaten.
Er is in dit ziekenhuis helemaal geen plaats voor een onafhankelijke opstelling!
Hoe je het ook wendt of keert hier is sprake van een ‘einzelgänger’, die
zich door niets en niemand zal en heeft laten corrigeren en
in zijn doen en laten de afgelopen decennia duidelijk heeft laten blijken
niet geschikt te zijn een dergelijk groots kerkelijk project.
Bovenstaande blijkt alleen al door het heen en weer bewegen
tussen de verschillende Patriarchaten.
Het overgrote deel van deze terechtwijzing
is niet aan hem besteed, hij weet niet beter;
het meeste is echter voor degenen, die dit lezen,
opdat ze er vroegtijdig lering uit zullen trekken.
Een goed ziekenhuis stuurt ernstig zieke mensen nooit naar huis.
Slechte voorgangers [heelmeesters] doen dat evenwel,
omdat zij niet zijn toegerust om
ernstige gevallen te behandelen en
hun onvermogen onder ogen te zien.

Orthodoxie & gebed

Christus, wees het lLcht op onze wegGij zijt het licht der wereld.
Een stad, die op een berg ligt, kan niet verborgen blijven.
Ook steekt men geen lamp aan en zet haar onder de korenmaat, maar
op de standaard en zij schijnt voor allen, die in het huis zijn.
Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken.
Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden;
Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen.
Want voorwaar, Ik zeg u: Eer de hemel en de aarde vergaat,
zal er niet een jota of een tittel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied.
Wie dan een van de kleinste dezer geboden ontbindt en de mensen zo leert,
zal zeer klein heten in het Koninkrijk der Hemelen; doch
wie ze doet en leert, die zal groot heten in het Koninkrijk der Hemelen“.
Matth.5: 14-19

De theologische traditie van de orthodoxe kerk houdt ons voor dat
het Koninkrijk van der Hemelen uit het hier en nu bestaat, uit de toekomst van de gehele mensheid en de gehele geschapen wereld.
Orthodoxe christenen geloven dat het Koninkrijk van God tevens aanwezig is in de Kerk en
dat het door een wisselwerking hiermee aan de gelovigen wordt meegedeeld.

Gij, Die vuur zijt, verlicht mij met Uw LiefdeSoms stel ik me zo voor dat ik Gods telefoonnummer aan het kiezen ben om Hem te vertellen wat ik Hem werkelijk wil zeggen.
Het is een manier om door te dringen tot God, door zodra ik verbinding hebt gelegd,
ik het gevoel krijg dat dit het juiste moment is om over te brengen wat ik nu precies wilde laten weten.
Het is een andere manier dan de meeste andere mensen die creatief omgaan met
gebeden uit een gebedenboek, door deze
bijvoorbeeld in te korten.
Dus ‘s morgens en ‘s avonds [’s nachts] leg je even verbinding, hetgeen ongeveer een half uurtje in beslag kan nemen of
minder en je eventjes kunt bijpraten.
In de wereld van vandaag beschikt niet iedereen over de tijd om dat te doen.
Veel christenen, ook orthodoxe, weten gewoon niet wat
ze in een gesprek met God zouden moeten zeggen.
Maar er zijn ook mensen die misschien een beetje langer de tijd hebben en
een groter deel van de dag ter beschikking hebben.
Zeker wanneer je de geschriften van de negentiende-eeuwse orthodox-religieuze figuren bekijkt die specifiek vastleggen hoe je, als een leek, de orthodoxe spiritualiteit beleeft en
deze eigenlijk als leidraad kunt beschouwen.
Ze zeggen dat je eigenlijk niet meer moet zeggen dan nodig is.
Dus een verkorting van het gebed is een andere veel voorkomende manier om
creatief met gebed om te gaan.

kloostergebed, dag en nacht, onafgebrokenEen andere methode is de wijze waarop de mensen hiermee omgaan is dat ze niet noodzakelijk zelf gebeden uitspreken.
Zij kunnen dit gewoon aan anderen, die wel tijd hebben, delegeren.
Dat is niet het geval voor de dagelijkse gebeden – je bidt of je doet dit niet.
Maar als je een bepaalde intenties [bedoelingen] of zorgen hebt,
wanneer je een bepaalde ziekte hebt of een familielid een bepaalde ziekte heeft,
dan heb je gewoon geen keuze, bij wie, die je zo nabij is, kun je anders terecht.
Bijvoorbeeld, je gaat zelf tegenover een bepaalde icoon staan, van een heilige, die
bekend staat om behulpzaam te zijn bij een bepaalde ziekte en
vraagt de heilige om bij Christus een goed woordje voor je te doen, om je te genezen.
Of je kunt geld doneren aan een klooster, met deze specifieke icoon en vraagt of ze dagelijks een dienst willen doen in de vorm van een akatist of gebed en je geeft hen de naam van jezelf of je familielid.
Er bestaat namelijk het idee dat bepaalde [monastieke] mensen, hetzij vanwege hun spirituele verdiensten, of gewoon vanwege hun positie, beter zijn in het gebed, dat God hen beter verhoort, dat God hen sneller verhoort.
Op die manier kun je het verzoek om gebed/voorspraak delegeren aan die mensen en
heb je de hoop dat door hun voorspraak jouw zaak zal worden bevorderd.

Moeder Gods [Portaitissa], Zij, Die de weg wijstEen gebed dat is vooral populair
onder orthodoxe vrouwen van dit ogenblik is
de orthodoxe versie van het in het westen bekende “Wees gegroet Maria . . . . .”:
Maagd, Die God gebaard hebt, verheug U.
Hoog-begenadigde Maria, de Heer is met U.
Gij zijt de meest gezegende en
gezegend is de vrucht van Uw schoot,
want Gij hebt ons gebaard
de Redder onzer zielen
“.
Het is een vrij korte tekst en het is iets dat de mensen vanuit het hart kennen.
Veel mensen kennen ook de melodie die ermee gepaard gaat, zodat ze het daadwerkelijk kunnen zingen.

christ (1)Het ‘Jezus gebed’ of ‘het gebed van het hart’ is
bij buitenstaanders meer omstreden.
Het bestaat uit een kort verzoek:
Heer Jezus Christus, Zoon van God,
heb medelijden met mij, zondaar
” en
het heeft nogal een legendarische status in
de gehele orthodoxe wereld, met name
de monniken van de berg Athod [Gr.] en
tot op zekere hoogte ook die in de westerse wereld,
zodat er zeer toegewijde spirituele mensen zijn
die dit gebed voortdurend in hun hart meedragen.
Dit kleine verzoek [stilte] moment omvat veel meer dan het idee dat je hele leven voortdurend dicht bij Jezus is en een beroep doet op Jezus,
het is een verkorte Geloofsbelijdenis.
Maar er zijn ook discussies gaande of het wel zo goed is om dit als leek te praktiseren;
het zou alleen iets voor kloosterlingen zijn om te doen.
Prayer RopeWanneer u probeert om dit als leek te doen, zou je verstrikt kunnen raken in
je spirituele ontwikkeling en het leven zoals het is z’n vrije loop laten.
Een deel van degenen die het in de praktijk brengen heeft een meer uitgesproken mening
die zijn meer in het Jezus gebed geïnteresseerd en
het gebruiken als meditatiegebeuren tijdens een dienst in een kerkgemeenschap,
dan de eigenlijke ambitie het ‘zonder ophouden’ hun gehele leven te gebruiken.
Het is een kwestie waarover verschillende orthodoxe christenen verschillende meningen hebben.

Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan meevoelen met onze zwakheden, maar
Een, Die in alle dingen op gelijke wijze [als wij] verzocht is geweest, doch zonder te zondigen.
Laten wij daarom met vrijmoedigheid toegaan tot de Troon der Genade, opdat
wij barmhartigheid ontvangen en Genade vinden om hulp te verkrijgen te gelegener tijd
“.
Hebr.4: 15-16
En dit is de vrijmoedigheid, die wij tegenover Hem hebben, dat Hij, indien
wij iets bidden naar Zijn Wil, ons verhoort.
En indien wij weten, dat Hij ons verhoort, wat wij ook bidden,
weten wij, dat wij de beden verkregen hebben, die
wij van Hem hebben gebeden
“.
1John.4: 14-15; verg. Matth.7: 7-8; Phil.4: 6
Een relaties wordt opgebouwd door middel van goede communicatie.
Gods Woord onthult dat Hij naar ons luistert en onze verzoeken beantwoordt in
overeenstemming met Zijn wil en onze belangen.
Hij wil dat wij Zijn liefde beantwoorden.
We spreken tot God in onze gedachten en in onze gebeden en
Hij spreekt op Zijn beurt tot ons door Zijn Woord, Zijn Geest en Zijn dienaren.
Hieraan onderkennen wij, dat wij Hem kennen:
indien wij zijn geboden bewaren.
Wie zegt: Ik ken Hem, en Zijn geboden niet bewaart, is een leugenaar en in die is de waarheid niet: maar wie Zijn woord bewaart, in die is waarlijk de liefde tot God volmaakt.
Hieraan onderkennen wij, dat wij in Hem zijn.
Wie zegt, dat hij in Hem blijft, behoort ook zelf zó te wandelen, zoals
Hij gewandeld heeft
“.
1John.2: 3-6; verg. 1John.3: 22
Een kaars verliest geen licht, door een ander licht te gevenAangezien wij de ontvangers zijn van Gods Liefde
verwacht Hij dat wij deze Liefde delen met anderen.
Christus zei dat Zijn volgelingen door de eeuwen heen
herkenbaar zouden zijn aan die Liefde.
Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt;
gelijk Ik u liefgehad heb, dat gij ook elkander liefhebt.
Hieraan zullen allen weten, dat gij discipelen van Mij zijt, indien
gij deze Liefde hebt onder elkander
“.
John.13: 34-35; verg. 1John.4: 11
Hieraan onderkennen wij, dat wij de kinderen Gods liefhebben, wanneer
wij God liefhebben en Zijn geboden doen.
Want dit is de Liefde Gods, dat wij Zijn geboden bewaren.
En Zijn geboden zijn niet zwaar
“.
1John.5: 2-4
     Johannes legt hiermee uit dat God van ons verwacht dat
wij onze liefde tot God en anderen delen/overbrengen door Zijn geboden te onderhouden.
Het leven van Jezus Christus is een voorbeeld van hoe wij ons leven dienen in te richten.
Jezus onderhield Gods geboden [John.5: 10].
Hij behaagde God vanwege Zijn gehoorzaamheid en
Zijn verlangen om de Wil van God te doen.

?????????????????Ik hoop dat Mijn Heer en Meester u eveneens
Genade geeft om de weg te gaan
die zo velen gingen, de weg naar Hem toe.
Je schaamt je misschien voor wat je tot
nog toe in je leven hebt misdaan, maar
bij Hem ben je altijd welkom.
David, die ook het een en ander achter de rug had,
de ons bekende profeet en psalmist belijdt hierover:
Ik zocht de Heer en Hij heeft mij verhoord,
Hij heeft mij bevrijd uit al mijn beproevingen.
Nadert tot Hem en wordt verlicht:
uw gezicht zal niet beschaamd worden“.
Psalm 33 [34]: 5
David kwam tot het besef dat hij zichzelf in de moeilijkheden had gebracht,
hij legde zijn zonden in gebed op Gods altaar neer.
Deze armzalige heeft geroepen en de Heer heeft hem verhoord;
Hij heeft hem verlost uit al zijn kwellingen“.
Psalm 33 [34]: 6
Ga op een rustig moment
voor uzelf deze psalmverzen eens lezen en
proeft en ziet dat de Heer goed is,
want zalig is de mens die
op Hem vertrouwt.

7e woensdag na Pinksteren – Orthodoxie & het onderling verbonden zijn

Een verbintenis aangaanMaar tot de overige mensen zeg ik, niet de Heer:
heeft een broeder een ongelovige vrouw, die
erin bewilligt met hem samen te wonen, dan
moet hij haar niet verstoten.
En een vrouw moet, als zij een ongelovige man heeft en deze erin bewilligt met haar samen te wonen, die man niet verstoten.
Want de ongelovige man is geheiligd in zijn vrouw en de ongelovige vrouw is geheiligd in de broeder.
Anders zouden immers uw kinderen onrein zijn, doch nu zijn zij heilig.
Maar indien de ongelovige haar verlaat, laat hij haar verlaten.
De broeder of zuster is in dit geval niet gebonden; tot vrede heeft God u geroepen.
Want hoe kunt gij weten, vrouw, dat gij uw man zult redden?
Of hoe kunt gij weten, man, dat gij uw vrouw zult redden?
Alleen, laat ieder zo leven, als de Heer hem toebedeeld heeft, zo,
als God hem geroepen heeft.
Zo schrijf ik het in alle gemeenten voor.
Is iemand als besneden geroepen, hij late het niet verhelpen;
is iemand als onbesneden geroepen, hij laat zich niet besnijden.
[Want] besneden zijn betekent niets, en onbesneden zijn betekent niets, maar
wel het houden van Gods geboden.
Ieder zal blijven bij die roeping, waarin hij was, toen hij geroepen werd.
Zijt gij als slaaf geroepen, bekommer u daarover niet, maar
als gij ook vrij kunt worden, maak er dan te meer gebruik van.
Want de slaaf, die in de Heer geroepen werd, is
een vrijgelatene van de Heer; evenzo is hij, die
als vrije geroepen werd, een slaaf van Christus.
Gij zijt gekocht en betaald.
Weest geen slaven van mensen.
Broeders, iedereen zal voor God in die toestand blijven, waarin
hij werd geroepen“.
1Cor.7: 12-24

Άγιο ΠοτήριοDe christelijke verbintenis vraagt
om bijbehorende trouw, standvastigheid en oprechte vastberadenheid.
In eerdere passages stelt, niet Christus, maar de apostel Paulus voor ons christenen basisregels op met betrekking immoraliteit onder de gelovigen en ongelovigen.
Hij begint daarbij met de ons zo bekende verbintenis van het huwelijk.

Het menselijk verstand schiet tekort om de volle omvang en waarheid met betrekking tot de hemelse verbintenis tussen Christus en Zijn Gemeente te verstaan.
Het is een zéér bijzondere, persoonlijke verbintenis.
Al was het alleen maar, omdat de uiterst heilige God het wijs en nodig heeft geacht om
voor Zijn Zoon Jezus een Bruid te zoeken uit mensen, die diep verloren waren in hun zonden, misdaden en ongerechtigheden en degenen die Jezus willen aannemen.
God zal namelijk op een heel speciale wijze in die verbintenis aanwezig zal zijn.
De muren en poorten van het nieuwe Jeruzalem, is de versierde bruidEn ik, Johannes, zag de heilige stad,
het nieuwe Jeruzalem, nederdalende van God uit den hemel, toebereid als een bruid, die voor haar man versierd is.

En ik hoorde een grote stem uit den hemel, zeggende:
Ziet, de tabernakel Gods is bij de mensen, en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en  God Zelf zal bij hen en
hun God zijn . . . . . 
En ik zag geen tempel in dezelve; want de Heer, de almachtige God,
is haar tempel, en het Lam.

En de stad behoeft de zon en de maan niet, dat zij in dezelve zouden schijnen; want
de heerlijkheid van God heeft haar verlicht, en het Lam is haar Kaars“.
Openb.21: 2-3, 22-23

De heilige Paulus onderzoekt allereerst de trouw, dan de onderlinge verhouding tussen
de gelovige en de niet-gelovige, de verbintenis als dienst aan God en degenen, die
zich met hun hele wezen met God verbonden hebben.
Met het oog op de gevallen van ontucht moet ieder
zijn eigen vrouw hebben en iedere vrouw haar eigen man“.
1Cor.7: 2
De apostel vermaant de gelovigen op het basis principe de echtelijke trouw; standvastig
te blijven ten aanzien van de gelofte die je  met oprechte vastberadenheid hebt afgelegd.
Gezien de morele laksheid in de wereld, de maatschappij, die
je achter je hebt gelaten, waar ontucht en overspel gemeengoed waren,
stelt Paulus de vraag om de zuiverheid van iedere verbintenis die
je aangaat in stand te houden en
dit als de hoogste prioriteit te beschouwen.
God kent geen ja en nee, maar bij God is ‘ja’, ja en Zijn ‘nee’ is nee.
De moraal van deze wereld beweegt zich onophoudelijk in de richting van je hier van te distantiëren [los  te maken] en stelt zich regelmatig op tegen onze inspanningen ten aanzien van het houden van geloften; dit ondanks de overvloedige voorbereidingen die families vandaag de dag aan bruiloften besteden, dienen we speciale aandacht te besteden aan de apostolische leer met betrekking tot Trouw.

In de eerste plaats herinnert Paulus ons aan het volgende:
Jullie zijn gekocht en betaald. Verheerlijk God dan
met je lichaam en in je geest, die immers van God zijn“.
1Cor.6: 20
Aan het begin van iedere Orthodoxe verlovingsdienst, wordt elke partner gevraagd:
“….. [naam], heb je de eerlijke, niet-afgedwongen wil en het vaste voornemen om ….. [naam] die hier bij je staat tot je echtgenote te nemen?“.
Ook bij de doop volgt iedere standvastige christen de apostel bevel om “God te verheerlijken” met “een goede, vrije, ongedwongen wil en een vast voornemen“.
God heeft ons immers gekocht “tegen een prijs” en
we worden in de doop met Christus kruis bekleed. Trouw aan Hem is onze manier van leven.
Inderdaad verenigt onze doop gelofte ons met Christus en
vraagt om een levenslange inzet van loyaliteit.
Alle onlosmakelijke trouw van het huwelijk, houdt de zuiverheid van onze relaties in.
Het houdt de verwerping in van oneerlijk gedrag, van ontucht en overspel,
het gaat immers uit van een hart dat verlangt God te verheerlijken
zowel naar lichaam als  geest.
Ongetwijfeld is die wil om God te verheerlijken een Genade die wij van Hem hebben ontvangen.
Hij bereidt de hulp voor aan allen die Zijn hulp, die onze dankbaarheid vraagt als
gevolg van de voor ons betaalde prijs.
Op zodanige wijze eren wij God en respecteren Zijn gave van trouw.
De apostel Paulus adviseert de personen, die
elkaar in de verbintenis “genegenheid beloven
elkaar als tot onze echtgenoot te maken en
zelfs “gezag over” over ons eigen lichaam te geven.
1Cor. 7: 3-4.
In feite worden al onze rechten in onze doop aan de Heer Jezus overgedragen.
Zelfopoffering betekent helemaal niet dat men zichzelf dient ‘op te offeren’.
Zelfopoffering betekent dat men een kracht aanboort die
een mens in staat stelt het op-zichzelf-gerichte ego te ‘overstijgen’ om
ten dienste te staan van anderen.
Burgerlijke Zelfopoffering, wordt begrepen en beoefend vanuit de context van
te worden bedreven ten opzichte van de Heer en draagt ​​bij aan de trouw in elke relatie, zodat het beloven “genegenheid” zowel God eert als de echtgenoot.
Wacht nog evenWanneer de kronen tijdens de huwelijksceremonie worden verwijderd,
bidt de priester dat de nieuwe huwelijksband onverbrekelijk zal worden bewaard.
Laten we dit echter ook niet verkeerd begrijpen.
Wanneer er geschreven staat dat men zichzelf moet trachten te ‘overstijgen‘,
wordt niet bedoeld dat men zich
compleet dient weg te cijferen‘.
Zelfopoffering zorgt er voor dat men het ego doorbreekt maar dit mag er niet toe leiden dat men de eigenwaarde laat verbrijzelen.
De Kerk erkent daarom dat echtelijke en familie situaties soms zo
destructief, gewelddadig  of vernederend kunnen  zijn dat
echtscheiding de voorkeur heeft.
Echter verbreking van de [echt-]verbintenis wordt gezien als een minderwaardige keuze,
op basis van persoonlijke economia [d.w.z. een maatregel die erop gericht is
een zo gunstig mogelijke oplossing te bieden].
Voor Paulus is het verbreken van de verbintenis nooit een kwestie van onverschilligheid.
Hij dringt erop aan dat de beste optie voor degenen die de verbintenis heeft verbroken
om “geen nieuwe verbintenis meer aan te gaan“.
1Cor. 7: 11
Bovenal worden orthodoxe gelovigen medegedeeld
te streven naar de oproep van God te beantwoorden.
Op deze manier kunnen we verlichten
het “Mysterie . . . . . met betrekking tot
Christus en de kerk ‘voor de wereld’“,
die er toch niets van snapt.
Eph.5: 32

De eerste Liefde
Orthodox Christian Christmas eve procession and prayers in BethlehemIeder blijve bij die roeping, waarin
hij was, toen hij geroepen werd

1Cor. 7: 20
In het jaar 593 voor Christus een jonge slaaf leven in de Babylonische rijk zijn dertigste verjaardag. Het had mogelijk geweest, dat hij overeenkomstig de traditie van zijn vader, het juk van het beroep van priester
op zich genomen had, maar
dat was niet het geval.
In plaats daarvan had God Zijn hand op hem gelegd met
het werk van een profeet onder zijn collega-slaven, die
Aan de stromen van Babylon zaten te wenen, bij de gedachte aan Sion“.
Psalm 136: 1
Deze jonge slaaf was de profeet Ezechiël [Ez.1: 1-3; 2: 1-8].

Sommigen van ons ontwaken, zoals Ezechiël, in de loop van het leven
teneinde tot de ontdekking te komen dat de hand van de Heer God op hen rust:
wij zijn leden van Zijn volk en geroepen om orthodoxe christenen te zijn.
Wanneer onze “eerste liefde” [Openb.2: 4] helder wordt,
worden we bewust gedwongen om onze levens en relaties
opnieuw onder de loep te nemen in het licht van
de aanspraak, die God op ons maakt.
Ook de apostel Paulus roept ons op om ons leven,
ons doel en Gods roeping op ons in Christus te overwegen.
Of we al in de kinderschoenen met de Heer waren verenigd en bewust in Zijn Kerk zijn opgegroeid, of dat we als volwassenen tot het christelijk Geloof werden getrokken maakt weinig verschil.
Wanneer het bewustzijn van onze roeping door God, door de genade van de Heilige Geest, in ons ontwaakt en de wens “in de Heer te verblijven” [John 15: 4] wortel schiet,
dan valt dit alles onder de goddelijke verwachting dat
de eerste dingen echt “de eerste” dienen te zijn.
God roept ons op om de strijd van standvastigheid en trouw aan te gaan
op welke punt we ons ook in dit leven bevinden.
Of we nu getrouwd zijn met iemand die ons geloof aanhangt of niet,
of je ouders of kinderen ongelovig zijn of niet, het maakt niet uit,
je wordt geroepen.
Want de slaaf, die in de Heer geroepen wordt, is een vrijgelatene van de Heer;
evenals hij, die als vrije geroepen wordt, een slaaf van Christus wordt.
Gij zijt gekocht en betaald
“.
1Cor.7: 22
De apostel Paulus bevestigt het oppergezag van onze identiteit als christenen.
Het maakt niet uit wat onze positie is in het leven.
De heerschappij van Christus over ons mag absoluut nimmer onderworpen zijn aan een compromis.

Zelfs wanneer in een relatie de een niet praktiserend christen is, of
behoort tot een andere religie of de Kerk heeft verlaten, zijn
we “geen slaven van mensen” [1Cor.7: 22].
We volgen niet de relaties om ons heen, maar Christus onze Meester.
Als verkeerde ideeën, praktijken en eisen van een geliefde relatie
inbreuk maken op onze oproep in Christus, herinneren wij ons aan wie wij toebehoren en
aan wiens wensen we tegemoet dienen te komen.
Toch dienen relaties niet afgebroken te worden om die reden alleen.
Zelfs als de relatie het christelijk Geloof veracht, dienen we zo lang als
onze partner “bereid is om met ons te leven” [1Cor.7: 12] bij elkaar te blijven.
Paulus stelt dat we de onmetelijke goede mening dienen te vertegenwoordigen dat
God door middel van onze relatie met ongelovigen die dicht bij ons zijn,
vooral een echtgenoot of familielid, veel kan bereiken.
“Want wie weet . . . . . of je je eigen partner zou kunnen redden?”
Bij God is alles mogelijk.
1Cor.7: 16

We dienen de taak op ons te nemen zoals die ons wordt aangeboden.
Wij nemen deel slechts deel aan het Goddelijk reddingswerk,
laat Hem dan het resultaat tot wasdom brengen.
De primaire taak voor ons als christenen is om de Heer te dienen en
vasthoudend te “blijven in dezelfde roeping waarin [we] genoemd” zijn
1Cor.7: 20
Als de ongelovige vertrekt, laat hem . . . . .
God heeft ons geroepen om de vrede te bewaren“.
1Cor.7: 15
Vertrek kan betekenen in eenzaamheid achter te blijven, of
zoals Johannes Chrysostomos het noemt
een poging om “deelname . . . . .  aan de goddeloosheid op de rekening van uw huwelijk“.
In zo’n geval laten we de ander gaan, in Christus in alle vrede met God en
anderen voor zover we daartoe in staat zijn en
bevelen wij aan Christus God onszelf,
elkaar en geheel ons leven aan
“.
uit: de vragende litanie

Maar ik wilde wel, dat je zonder zorgen zou zijn . . . . .
dat je jezelf met onverdeelde toewijding aan de Heer kunt toewijden“.
Paulus herinnert ons eraan
1.]. dat we werden “gekocht tegen een prijs” [1Cor.6: 20];
2.]. dat we onophoudelijk streven “God te verheerlijken” [1Cor.7: 23] en
3.]. Christus als Zijn waardige slaven onderdanig zijn [1Cor.7: 21-22].
En dit ongeacht de plaats waar we ons op deze aardbol bevinden,
onze gezinssituatie of ons al dan niet werkzaam zijn,
we dienen de Genade, Die wij tenslotte in Christus hebben ontvangen
te gebruiken om “de Heer te behagen” [1Cor.7: 32],
want Hij regeert als soeverein vorst over alles.
God dienen is de prioriteit van elke waarachtige christen.
Evenals de Kerk leven we in het verhoogde bewustzijn
van de komende wederkomst des Heren.
En Paulus herinnert ons eraan dat “de tijd kort is” [1Cor.7: 29].
Iedere dag wanneer we de geloofsbelijdenis van Nicea opzeggen,
verklaren wij:
Ik verwacht de Opstanding van de doden,
en het leven van de komende eeuwigheid“.
Misschien beschouwen we Zijn terugkeer niet als een dringende noodzaak,
ondanks het feit dat in het uur van onze dood – of wij bij de wederkomst van Christus –
in de vreze Gods met het laatste oordeel geconfronteerd zullen worden.
Het is beter voor ons om ons blijvend af te vragen hoe
we de Heer op dit specifieke moment zonder enige afleiding van dienst kunnen zijn [1Cor.7: 35].

De apostel Paulus biedt ons een uitgangspunt aan voor onze inzet.
1.]. We richten de aandacht op het dienen van de Heer in
de context van ons leven en de specifieke situatie.
2.]. We “blijven onophoudelijk met God in de situatie waarin we geroepen zijn
[1Cor.7: 24]. Als we een relatie hebben, “willen wij niet dat deze verbroken wordt . . . ”
als alleenstaande of gescheiden, “streven wij niet naar een partner“[1Cor.7: 27].
Integendeel, “het is goed voor een individu te blijven zoals hij is” [1Cor.7: 26].
Piekeren over een relatie aanknopen of hier alleen maar mee bezig zijn
vormen een afleiding van de primaire behoefte van dit leven en dat is
de Heer te behagen“[1Cor.7: 32].
Echter, de apostel begrijpt in alle wijsheid heel goed dat
niet iedereen in staat is om zich volledig te richten op het werk van de Kerk of
om voor de resterende tijd van het leven als maagd model te staan door Christus te volgen.
Paul voorziet hoe echter tevens dat de zorgen van het familiaire leven
ons “problemen in het vlees”  bezorgen;
– waarop hij openhartig meedeelt: “Ik zou dit u willen besparen“[1Cor.7: 28].
Natuurlijk benoemt hij het hebben van een intieme relatie niet zondig, want
zelfs als je getrouwd bent, heb je niet gezondigd” [1Cor.7:  28].
In plaats daarvan wil hij aan eenieder van ons benadrukken,
dat omwille van de Heer
het levenspad met de wereldse beslommeringen [bij de doop reeds] afgelegd is“.
1Cor.7: 31

De apostel toont ons het voor de hand liggende feit dat
er is een verschil tussen een individu en een maagd.
De ongehuwde geeft om de dingen van de Heer, opdat dit heiligheid brengt,
zowel naar lichaam als geest.
Maar zij die een relatie aangaan
worden belast met de zorgen over wereldse aangelegenheden
– bijvoorbeeld hoe “de partner te behagen“.
1Cor.7: 34

Of we nu een relatie hebben of alleenstaand zijn,
Paul spoort ons aan tot een leven waarbij de Blijde Boodschap voorop staat.
We zijn geroepen voor het werk van de Heer, waardoor onze primaire zorg hier naar uit dient te gaan.
Dus, in de ultieme zin “zelfs degenen die een relatie verlangen
dienen zich te gedragen alsof er geen intieme relaties bestaan
“.
cf. 1Cor.7: 29
Dit is de beste manier om ons leven op God gericht te houden
en ons bewust te zijn van de vergankelijkheid van dit aardse bestaan.
Zelfs indien we treuren, laten we niet vergeten dat alle dingen slechts stof zijn.
Zelfs degenen die vanwege een verlies rouwen zijn om dienen  te doen
“alsof ze niet treuren/huilen, degenen die zich verheugen, alsof ze niet blij zijn,
degenen die kopen alsof zij niets bezitten, en
degenen die in deze onstuimige wereld dienen te verblijven
dienen te doen alsof dit alles niet bestaat”
cf. 1Cor.7: 30,31
Voor onszelf die ons heden-ten-dage als volgelingen van de Heer beschouwen,
lijken deze adviezen van Paulus misschien radicaal.
Maar we zullen onafgebroken gezegend worden, wanneer
we de Heer indringend blijven dienen, want Hij is ons enige en ware leven.
Hij is namelijk als Enige in staat om ons uit de poel van het moeras te trekken
van deze materialistische wereld.
Christus zal ons niet aflaten leven-schenkend water te drinken geven
als leden van Zijn eeuwige familie zolang wij er naar streven om
de Heer zonder verstrooiing te dienen“.
1Cor.7: 35
Dit is hoe we “de Heer zonder verstrooiing onderdanig zijn“;
die waarheid en uitdaging vormt het fundament
van het verdere christelijk onderwijs.

kondakion van de reizende       tn2
Heiland, Gij Die Lucas en Cleophas naar Emmaüs hebt vergezeld,
reis nu ook mee met Uw dienaren/dienaressen,
die voornemens zijn op reis te gaan en
behoed hen voor alle rampspoed,
want Gij vermoogt alles wat Ge wilt,
want Gij hebt de mensen lief
“.

Het monastieke leven25 Jaar Kloosterleven in Asten
Nu stelt Paulus ons
voor de beoordeling van de keuze tussen twee uitersten in het leven:
het celibaat en relatie met een partner. De apostel nodigt ons uit om dieper te kijken naar onze roeping teneinde te erkennen hoe we in beide uitersten waardig kunnen zijn in de ogen van de Heer.
We zien dat de apostel niet probeert ons in onze keuzes te belemmeren, anders
dan in termen van datgene wat “juist” is [1Cor.7: 35].
De modus van de Blijde Boodschap weerhoudt elke christen van ongepast gedrag,
slechte gedachten en passies.
Paulus bevordert echter niet de éne staat boven de andere, behalve
als een praktische, nuttige en bruikbare reactie op datgene wat “spanning, angst of lijden veroorzaakt” [1Cor.7: 26], aangezien “als zouden zij niet ten einde toe van de wereld en
datgene wat zij biedt gebruik maken” [1Cor.7: 31].

De liefde van Christus dwingt ons terecht om in deze wereld te leven tot
de dood er op volgt of tot de Heer wederkomt.
Maar vanwege de gevallen staat, zal de wereld altijd de neiging oproepen
ons aan de gemeenschap met de Heer Jezus te onttrekken.

Hoe moeten we dan leven?
Is een relatie hebben een barrière, dienen we dit af te wijzen
wanneer we als christen willen leven?
Is het kloosterleven een of andere oplossing voor dit probleem?
Paulus overtuigt vaders ervan, dat zij niet in zonde vervallen wanneer
zij hun dochters ten huwelijk afstaan of hun zonen laten trouwen [1Cor.7: 36].
Ook de vader die zijn zoon of dochter blijft ondersteunen wanneer zij
de normale leeftijd van het huwelijk gepasseerd zijn “doet goed werk” [1Cor.7: 37].
Het probleem zit hem niet in de staat van leven welke we dienen te omarmen, maar
of we “standvastig zijn en blijven . . .” in ons hart “ten opzichte van de Heer” [1Cor.7: 37].

Waarom zou men er de voorkeur aangeven
een celibatair leven te leiden ten opzichte van een intieme relatie?
Het kan toch niet zijn dat de éne staat een grotere zuiverheid bezit dan de andere.
– Johannes Chrysostomos is sterk gekant tegen het maken van een verschil:
“Wanneer er mensen zijn, die gehinderd worden door het huwelijk staat,
laat hen dan weten dat het huwelijk niet de belemmering is,
maar het doel waartoe zij deze verbintenis aangaan,
door een slecht gebruik van het huwelijk te maken
“.
Preek no 7 over de brief aan de  Hebreeën.

– “De toekomst van de wereld is afhankelijk af van de menselijke maat“, zegt de theoloog Paul Evdokimov. “Het is nietde tegenzin van het huwelijkmaar de vervulling ervan dat
de echtgenoten leven overeenkomstig het bovennatuurlijke en de heiligheid van hun verbintenis . . . . De huwelijkse
kenosis‘ [het afstand doen van de eigen wil, het zelf] onthult haar geheim alleen in de ogen van God en aan niemand anders“.
De sleutel is, volgens Evdokimov, is de banaliteit van de huidige moderne samenleving die dit niet wenst te accepteren en zich alleen maar richt op de “losbandigheid van gelegaliseerde paring“.
Alleen daarom zouden we alleen al naar het kloosterleven dienen te vluchten
uit frustratie met onze corrupte en wellustige cultuur.
Aan de hand van de klassieke orthodoxe levenswijze, bevestigt hij dat
een evenwichtig ascese het leven van het lichaam en de ziel helpt te begrijpen,
van het celibaat ten opzichte van de gehuwde staat, hetgeen een levenskunst in de geest is; kuisheid staat aan het begin van deze twee uitingen
in een integraal christelijk humanisme, ten einde toe
– “het is Christus – de Hogepriester van het Mystieke en waarachtig huwelijk“.
Paul Evdokimov, ‘The Sacrament of Love’ , blz 163-67.

De apostellezing van vandaag bevestigt onze vrije beslissing om te trouwen of niet,
vanwege het “verblijven in de Heer“.
1Cor.7: 39
In Christus zijn en het huwelijk en het monnikendom één.
Wanneer dergelijke keuzes voor ons in het leven ​​open staan,
kunnen we ze alleen oplossen  door ons gebed tot Christus.

Dat ieder van ons welgevallig mag zijn voor u, als Zijn knecht
en  opstralen als een ster aan de hemel
in U, o Heer, onze God
“.
uit: gebed van de Dienst van het huwelijk

Juni 25e, de Heilige Adelbert van Egmond, Apostel van Kennemerland

Saint Adelbert van Egmont, June 25De Heilige Adelbert van Egmond
was afkomstig uit Engeland en een tijdgenoot van de Heilige Willibrordus [658-738] en monnik uit het gezelschap, die met Willibrord werd uitgezonden om de Friezen te bekeren tot het christendom.
Zijn naam spelt men wel eens verschillend:
Adhelbert, Adelbert, Adalbert, Aelbert of Albert.
Er wordt gezegd dat hij
de eerste aartsdiaken van Utrecht is geweest.
Hij zou ca. 702 door Willibrord zijn uitgezonden om
het Evangelie in Kennemerland te gaan prediken,
waar hij in Egmond, in de buurt van Alkmaar [N-Holland] een kerk bouwde.
De Heilige Adelbert van Egmond wordt eenvoud,                                                                               beminnelijkheid en een open levenshouding toegedicht                                                               en dit spreekt de mensen tot op de dag van vandaag aan.
Adelbert sterft en zijn volgelingen bouwen een kerkje op zijn graf in het oude Egmond op
de plek die wij nu de Adelbertusakker noemen.
Pelgrims komen het ‘wonderdadige’ gebeente vereren en
de kerk bouwt daardoor een groot landbezit op.
In het jaar 922 geeft koning Karel III de Eenvoudige van West-Francië
de kerk te Egmond met alles wat daartoe gerechtelijk behoort:
‘dienstlieden, beemden, bosschen, weiden, wateren en waterloopen’ aan zijn ‘getrouwen Dirk’.  In het jaar 922 is deze Dirk I de eerste graaf van Holland en legt er met nieuwe grondbezit een stevig fundament onder het graafschap Holland;
hij sticht er te Hallem een nieuw houten kloostertje.
Met pauselijke toestemming laat hij daar het opgegraven gebeente van Sint Adelbertus overbrengen. Op de plek van het oorspronkelijke graf welt helder duinwater op en
vanaf dat ogenblik zijn er twee bedevaartplaatsen.
De bron, die later de Adelbertusput heet, trekt van heinde en ver
pelgrims aan die er genezing zoeken.

Als datum van zijn dood [door Le Cointe] wordt 25 juni 705 opgegeven.
Deze Adelbert was de patroonheilige van Egmond, waar zijn trouwe dienaar,
Theodoric I, de graaf van Holland ca. 922 een heiligdom voor zijn relikwieën bouwde.
Egbert, de aartsbisschop van Treves en kleinzoon van Theodoric I, die
zelf van mening was voorspraak van de H. Adelbert te zijn genezen van een heftige koorts [beschreven in het ‘Monachi Mediolacenses’, te Metloch, nabij Saarbrück, in het bisdom Trier]
heeft in de tiende eeuw een levensbeschrijving van Adelbert op papier gezet.
Een andere autoriteit, die zich hiermee heeft beziggehouden was een monnik die in de twaalfde eeuw in Egmond verbleef.
Deze schrijvers geven aan dat een bepaalde Engelse priester, die Egbert heette, persoonlijk een goddelijk gebod kreeg, om Willibrord, Adelbert en tien anderen metgezellen op
een zending onder de volken van Noord-Duitsland sturen.
Volgens alle beschrijvingen was Adelbert van adellijke komaf en het is niet onwaarschijnlijk dat
hij de kleinzoon van Oswald ie geweest, de koning van Deira.
Deze Adelbert overleed in 642 voor Marcellinus [die beweert zelf een van de bovengenoemde twaalf zendelingen te zijn geweest]
In de levensbeschrijving van de H. Swidbert, wordt Adelbert’s vader
‘Edelbaldus Filius Oswaldi regis’ genoemd en we weten uit de geschriften van Bede dat
deze Oswald weer een zoon was van Edilwald, Adilwald of Oidilwald, die
voor korte tijd regeerde over Deira totdat hij als verrader te Oswy werd bevonden en
zijn koninkrijk met de omverwerping van Penda in 655 verloor.
De Heilige Adelbert, voldoet dus als zoon van deze Edilwald, wel genoeg aan de voorwaarde
een tijdgenoot van de H. Willibrord [658-738] te zijn geweest.
Volgens dezelfde autoriteit vinden we de naam van Adelbert’s optreden
onder een lijst van predikers die uitgezonden werden naar
de verschillende streken in West-Duitsland in
opdracht van de broedergemeenschap te Utrecht [702].
In deze lijst wordt de plaatsaanduiding Egmons specifiek genoemd als
de plaats waar hij tewerk werd gesteld.
De gehele kwestie wordt echter in twijfel getrokken, omdat de ‘Vita Swiberti’, grote invoegingen bevat, die vervalsingen en onjuistheden bevat.
De Bollandisten weigeren de vaders alle krediet te geven; maar Le Cointe (iv. 204)
geeft ons de mogelijkheid dat alles een gefundeerde waarheid zou kunnen bevatten en
volgt bovenstaande weergave zonder enige aarzeling.

De abdij van Egmond is uiteraard de belangrijkste organisatie, die de nagedachtenis van deze heilige, is toevertrouwd, totdat deze tijdens het beleg van Alkmaar in 1573 door de Spanjaarden volkomen werd vernietigd [Motley, opkomst van de Nederlandse Republiek, pt. Iii. Ch. 9] .
Maar zelfs in het latere 1709, toen de Bollandisten hun beschrijving van het levensverhaal van de H. St. Adelbert  vastlegden, bleven de dorpelingen van Egmond en omstreken nog steeds de 25e juni als nagedachtenis van hun patroonheilige vasthouden.
Overige schrijvers, zoals Mabillon houden een iets andere datum aan [ca. 740], hetgeen er toe heeft geleid dat in Dr. Smith’s ‘Woordenboek van de christelijke Biografie’ ander data worden gehanteerd. Tanner haalt een ‘Epistolae’ [brief] van Adelbert als nog bestaand aan en
de ‘Epistola ad Herimannum’ [zie Adelbert in de uitgave van Spalding] wordt eveneens,
hoewel zonder toestemming, toegewezen aan deze auteur.

De abdij van Egmond
abdij van EgmondIn 1933 begint de herbouw van het klooster o.l.v. bouwmeester A.J. Kropholler, die
ook het kloostermeubilair ontwerpt.
In 1935 komen monniken uit Oosterhout
de ‘Priorij van Sint Adelbert’ bevolken en
in 1945 beginnen zij een kaarsenmakerij om in hun levensonderhoud te voorzien.
De abdij breidt steeds meer uit en de verheffing tot Benedictijner abdij is in 1950.
Het karakteristieke silhouet van de Sint Adelbert-abdij is
in de wijde omgeving in het landschap te zien.
Op het terrein van de abdij is het sobere kerkhof van de monniken.
Er zijn middeleeuwse putten, bakstenen schuilkelders met gewelven en
een grafsteen van Floris I.
Tussen de abdij en het protestantse kerkje is nog een stukje van een middeleeuwse muur van kloostermoppen.
Bij de abdij behoort tevens een boerderij die sinds 1989 niet meer door de monniken wordt bestierd maar door een boer.
Ook is er een vlindertuin en de stichting Pom beheert een boomgaard met oude fruitrassen.
Over de lange historie van de monniken in Egmond en van hun betekenis valt nog heel veel meer te vertellen.
De Sint Adelbert-abdij is natuurlijk in de eerste plaats
het verblijf van een groep monniken die een sober leven leiden van gebed:
‘Vacare Deo’ [vrij zijn voor God],
een leven volgens de regel van Benedictus.