Mei de 30e – H. Isaäkos, de Belijder, de Dalamatische [† 383]

H. Isaäcos van 'het dalmatius'-kloosterSaint Isaäkos, de Belijder, stichter van het Dalmatische Klooster was een christelijke monnik die als heilige en geestelijk vader wordt geëerd.
Hij wordt aangeduid als Isaäkos de Dalmatische, niet
omdat hij van Dalmatië afkomstig was, maar
vanwege het klooster dat hij stichtte.

Er is bepaald weinig bekend over zijn vroege leven, zelfs zijn geboortedatum is onbekende gebleven. Wel is bekend dat Isaäkos als kluizenaar leefde in een kleine hut in de wildernis even buiten Constantinopel.
In het jaar 378 vernam hij dat de Romeinse keizer Valens in
de ketterij van het Arianisme was gevallen en vervolger werd van de christenen uit Nicea, dat hij  bisschoppen uit het ambt onthief, een groot aantal kerken sloot en deze overdroeg voor een andere bestemming of aan de Ariërs.
de H. Isaäkos verliet daarop zijn kluis, hetgeen een hele opgave is voor een kluizenaar en
toog naar de keizerlijke stad om een confrontatie niet uit de weg te gaan.

Op dat moment was de keizer juist bezig met de voorbereiding van een militaire campagne tegen de Goten.
Na een aantal pogingen de keizer zijn vervolgingen te laten beïnvloeden, profeteerde de H. Isaäkos  dat Valens “in de vlammen zou omkomen” vanwege zijn acties.
De keizer beval daarop dat Isaäkos in de gevangenis zou worden gegooid en bezwoer hem dat deze  onbeschaamdheid bestraft zou worden en dat hij hem om zou brengen bij zijn terugkeer uit de strijd. Spoedig daarna, op 9 augustus, 378, werd Valens verslagen bij de Slag van Adrianopolis en
stierf nadat hij zijn toevlucht daar had genomen in een brandende schuur.
Het griekse leger leed een overweldigende nederlaag en zoals voorspeld viel Valens als slachtoffer.

H. Isaäcos de stichter van het Dalmatius Klooster bij ConstantinopleDit nieuws werd overgebracht aan Valens opvolger,
Theodosius de Grote, welke in de profetische krachten
de Genade van de H. Geest onderkende.
Hij liet de H.Isaäkos terugbrengen om hem te eren, want
hij beschikte kennelijk over niet nader te omschrijven kracht, geschonken uit den Hoge.
Zo kwam er weer vrede voor de Kerk.
Theodosius haald de H.Isaäkos over in Constantinopel te blijven en bouwde
voor hem een klooster voor de poorten van de stad.
Dit klooster werd naar zijn opvolger genoemd als “Het Dalmatische”.
Isaäkos nam deel aan het 2e Oecumenisch Concilie en
werd in zijn klooster op 30 mei 385 geboren voor de eeuwigheid.

Toen de H. Isaäcos het einde van zijn aardse leven voelde naderen, benoemde hij
de latere Heilige Dalmatus als hegoumen van het klooster, waarop later bekend werd als het Dalmatische klooster.
Abt Dalmatus toonde zich eveneens een vurig voorstander van het Orthodoxe geloof en
nam deel aan het 3e Oecumenische Concilie van Epheze  [431], welke de ketterij van Nestorius veroordeelde.

Kondakion         tn.8
Als een trouwe dienaar van God
zijt gij van ijver ontbrandt voor de Kerk van Christus
en hebt Valens een slechte dood geprofeteerd
omdat hij de kerken deed sluiten.
Bidt daarom voor ons die Uw gedachtenis vieren,
eerbiedwaardige Vader Isaäkios
“.

Mei 25e – Heilige Aldhelm, bisschop van Sherborne [639–709], Apostel van Wessex [GB]

Met de publicatie van de levens van heiligen en martelaren uit de vroege Kerk, met name
die in Europa leefden en het Geloof in onze omstreken hebben gepropageerd tijdens het eerste millennium van het christendom en voorafgaand aan de Grote Schisma
wordt geprobeerd u, heidenen en christenen te informeren, die
zich niet bewust zijn van de geschiedenis, het werk, de inzet, het martelaarschap en
de persoonlijkheid van deze heiligen van de oorspronkelijke onverdeelde, Heilige,
Katholieke en Apostolische Kerk van onze Heer en Verlosser Jezus Christus.
Naast het christendom brachten zij ons namelijk eveneens een hoogstaande ontwikkeling.
Het is immers zo dat:
Christus Kerk pas zal tot wasdom zal komen,
wanneer wij haar eigen heiligen
beginnen te vereren“.
Heilige  Arsenios van Paros †1877

H.  Aldhelm van Sherborne, Apostel van Wessex [GB]De heilige Aldhelm [Ealdhelm] werd rond het jaar 639 geboren.
Er wordt gezegd dat hij een afstammeling van het graafschap Kent [de Tuin van Zuid-oost Engeland]  zou zijn geweest, een Angelsaksisch koninkrijk van de West-Saksen.
Hij ontving zijn opleiding van de Ierse monnik-geleerde ‘Maeldubha‘, naar
wie Malmesbury Abbey is vernoemd.
Aldhelm was één van de discipelen van abt Adrian van Canterbury.
Zijn studies omvatten het Romeinse recht, astronomie, wiskunde en de bestudering van de problemen rond de Kerkkalender. Hij leerde tevens Grieks en Hebreeuws.
Zijn slechte gezondheid dwong hem Canterbury te verlaten en
de heilige ging terug naar het klooster ‘Malmesbury Abbey’, waar hij gedurende 14 jaar
monnik onder Maeldubha was.
Toen Maeldubha zich te ruste legde en in de Heer ontsliep, werd Aldhelm in 675 benoemd
de eerstvolgende abt van Malmesbury te worden.

Aldhelm introduceerde in het klooster ‘Malmesbury Abbey’ de benedictijnse regel en
wist zich door verkiezing als abt verzekerd van de steun van de monniken.
De gemeenschap nam in aantal toe en Aldhelm bleek in staat twee andere kloosters te stichten: een in Frome, Somerset en de tweede in Bradford aan de Avon, Wiltshire.
De kleine kerk toegewijd aan de H. Laurencios ten Bradford aan de Avon dateert uit zijn tijd en is waarschijnlijk op zijn initiatie opgetrokken.
Bij Malmesbury bouwde hij een nieuwe kerk en kreeg ondersteuning van buitenaf in de verkrijging van het grondgebied voor het klooster.
Zijn bekendheid als geleerde verspreidde zich ook naar andere landen.
Artwil, de zoon van een Ierse koning, gaf de goedkeuring aan Aldhelm’s geschriften en
Cellanus, een Ierse monnik uit Peronne in Gallië, was
een van degenen met wie hij brieven uitwisselde.

Aldhelm was, voor zover we weten, de eerste Angelsaksische correspondent die,
Latijnse proza schreef, hetgeen blijkt uit zijn brief aan Acircius [Aldfrith of Eadfrith, koning van Northumbria] waarin een verhandeling over Latijns leerstelsel wordt aangehaald voor het gebruik onder zijn landgenoten.
In dit werk heeft hij zijn beroemdste productie opgenomen,
de 101 raadsels in het Latijn hexameters.
Elk van hen geeft een volledig beeld en
een daarvan loopt tot 83 lijnen.
Zijn naam als geleerde bereikte eveneens Italië en
op verzoek van paus Sergius I bracht abt Aldhelm
een ​​bezoek aan Rome.

Hij werd afgevaardigd door een synode van de Kerk in Wessex
om namens de Britten van Dumnonia [Devon en Cornwall]
te protesteren vanwege de controverse rond de Paasdatum.
Britse christenen volgde een uniek systeem voor
de berekening van de datum van Pasen en
ondergingen eveneens een opvallende kruin-schering ritueel;
deze gewoonten worden over het algemeen geassocieerd met
de praktijk die bekend staat als een gewoonte in het Keltisch christendom.
Aldhelm schreef een lange en nogal bittere brief aan koning Geraint van Dumnonia (Geruntius) en bereiken uiteindelijke een overeenkomst met het Patriarchaat [ van Rome].

het H. Aldhelm's kapelletjeIn 705, of misschien eerder, overleed Hedda, de bisschop
van Winchester, waarna het bisdom in twee delen werd verdeeld.
Sherborne werd daarop het nieuwe bisdom waarvan
Aldhelm met tegenzin in 705 tot eerste bisschop werd benoemd.
Hij wilde de abdij van Malmesbury, die hij 30 jaar had bestuurd niet achterlaten, maar hij gaf zich over aan de druk van de monniken en ging het bisdom tot aan zijn dood toe leiden.
Ondanks het feit dat hij nu al een oud man was
bleek de H. Aldhelm zeer actief als bisschop.
Hij bouwde een kathedrale kerk in Sherborne, zoals
beschreven wordt door Willem van Malmesbury.
De H. Aldhelm stond bekend om zijn weergave van gezangen en passages uit de evangeliën, die hij op openbare plaatsen afgewisselde met leuke anekdotes, zodat
hij de aandacht trok van het publiek en vervolgens de Blijde Boodschap verkondigde; hierdoor is hij bekend geworden als de Apostel van Wessex.

In het harnas is de H. Aldhelm op 25 mei 709 gestorven en
gaf hij zijn ziel over aan de Heer in de kerk van Doulting .
Zijn heilige en eerbiedwaardige lichaam werd meegenomen naar Malmesbury en
op de verschillende plaatsen onderweg werden door zijn vriend, St. Egwin, de
bisschop van Worcester, gedachteniskruisen opgericht.
De Heilige werd begraven in de kerk van de aartsengel Michaël van het klooster ‘Malmesbury Abbey’.
Zijn biografen registreren zowel tijdens zijn leven als na zijn heiligverklaring diverse wonderbaarlijke genezingen.
Na zijn dood werd hij als heilige vereerd en zijn feestdag werd gevierd op de 25e mei overeenkomstig de heiligenkalender.

Orthodoxie & de verkondiging van de Verrezen Heer in onze tijd

Duisternis over het gehele landEn toen het zesde uur aangebroken was
kwam er duisternis over het gehele land
tot het negende uur
“.
Marc.15: 33

duisternis >
                                           &                                                                              licht ˅

SONY DSC

En zeer vroeg op de eerste dag der week
gingen zij naar het graf,
toen de zon opging
Marc.16: 2

De Evangelist Marcus is vrij nauwkeurig wanneer hij verhaalt dat de Heer werd gekruisigd op het derde uur [Marc. 15: 25];
die duisternis viel over het land op het zesde uur [Marc.15: 33]; en dat Christus                                                                                                       stierf op het negende uur [Marc.15: 34].
Volgens de Joodse tijdrekening, zou dit betekenen dat de Heer aan
het Kruis hing vanaf ongeveer 9:00 [het “derde uur“] tot 15:00 [het “negende uur“]
op die eerste “Vrijdag” van de Grote en Heilige Week;
want daarna viel er de laatste drie uur duisternis over het gehele land“.
Dit is beslist geen weerbericht van de Evangelist.
Prophet AmosIntegendeel, deze onverwachte duisternis was de
vervulling van de profetie van Amos
[lees het Oude Testament
over het zesde uur over de Grote en Heilige Vrijdag] hetgeen
een “teken” van grote betekenis was voor de vroege Kerk toen men het “schandaal” van het Kruis begon te overdenken:
Te dien dage zal het geschieden,
luidt het woord van de Heer, onze God,
dat Ik op de middag de zon zal doen schuilgaan en
bij klaarlichte dag het land in het donker zal zetten.
Dan zal Ik uw feesten in rouw verkeren, en al uw liederen in klaagzang.
Dan zal Ik rouwgewaad brengen                                                    op alle heupen en kaalheid op elk hoofd.                                                                                            En Ik zal het maken als de rouw over                                                                                                  een enig geborene en het einde ervan als een bittere dag
“.                                                           Amos 8: 9-10
Christ at the Cross, GolgothaDe vervulling van deze Profetie
bleek de kosmische dimensie en de betekenis van
de dood van de Heer aan het Groot en Heilig Kruis:
de hele schepping rouwde
vanwege de dood van de Zoon van God.
Dit is waarachtig een geweldig Mysterie!
Toch ten tijde van de kruisiging
wordt met deze zeer diepe duisternis
de solemniteit van de dood van de Heer geïntensiveerd, maar
tevens versterkt het de ontstentenis
van Christus Zelf Die aan het Kruis hing te sterven
schijnbaar door iedereen verlaten, met inbegrip van Zijn hemelse Vader:
En op het negende uur riep Jezus met luide stem: ‘E’lo-i, E’lo-i, la’ma sabach-tha’ni’,
wat betekent: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?’

Marc.15: 34

Saint Longinus the centurionNogmaals, de indruk bestaat dat er op het tijdstip van duisternis aan het Kruis  niemand bij Jezus aanwezig was.
Toch verhaalt het Marcusevangelie
dat op het moment van Zijn dood en de schijnbare verlatenheid,
een heidense hoofdman de eerste mens was
die tot het besef kwam dat dit niet het geval was:
De hoofdman, die tegenover Hem stond,
zag, dat Hij zo de geest gegeven had en
hij zei: ‘Waarlijk, deze Mens was Gods Zoon!’
“.
Marc.15: 39

Daarnaast was er eigenlijk een stille aanwezigheid van diep sympathieke figuren binnen enkele nabijheid van het Kruis, die de Apostel Marcus voor zijn rekening neemt:
Er waren ook vrouwen, die uit de verte toeschouwden, onder wie
Maria van Magdala en Maria, de moeder van Jacobus, de jongere, en
Maria van Joses en Salo’me, die toen Hij in Galilea was,
Hem volgden en dienden; en ook vele andere vrouwen die
met Hem naar Jeruzalem kwamen
“.
Marc.15: 40-41

Apostles Peter and John running to the tombHun rol was van groot belang, want door hun waakzaamheid konden ze weten waar
het graf van de Heer zich bevond:
Maria Magdalena en Maria,
de moeder van Joses zagen
waar Hij werd neergelegd
“.
Marc.15: 47
De aanwezigheid van deze trouwe vrouwelijke volgelingen van de Heer,
de vrouwen die we heden ten dage
kennen en vereren als de Myrrhon-dragende vrouwen bereiden ons voor op de geweldige Openbaring die zal plaats vinden;
Zeer vroeg in de morgen op de eerste dag van de week“.
Marc.16: 2
The Angel at the tombZij leggen rekenschap af van de ontdekking van het lege graf;
de verkondiging door de Engel van de Opstanding van Christus aan de vrouwen bij het lege graf en de verbazing van de vrouwen wordt in vrij beknopte woorden door Marcus, de Evangelist verhaald
en hij gebruikt hier slechts acht verzen voor
[Marc.16: 1-8].
Toen de myrrhon-dragende vrouwen bij het graf aankwamen droegen zij hun specerijen                                                                                in de hoop het dode lichaam van Jezus te zalven,
de duisternis die binnenkort met de vreugde hun hart zal oplichten
werd al verdreven door een ander teken uit de wereld van de natuur, want                               de vrouwen arriveerden “toen de zon was opgegaan“.                                                                   Marc. 16: 2
De kosmos had vanwege de dood van de Zoon van God gerouwd;
maar zal zich nu verblijden door “de aankondiging van
de Opstanding van de Zon der gerechtigheid.
De beweging van de duisternis naar het Licht
is een krachtig motief door de gehele Blijde Boodschap heen.
De duisternis is het symbool van de zonde of de laatste gruwel van de dood.
Jezus Christus is de aanwezigheid van Licht, en
dat Licht is zo sterk dat noch zonde noch dood Zijn Kracht kan weerstaan.
De Myrondragende vrouwen aan het grafDit is niet alleen literair een “symbool”, maar een levende werkelijkheid.
Marcus verhaalt vervolgens
dat de vrouwen
door ontsteltenis waren bevangen“,
toen “zij na het graf ingegaan waren,
een jongeling zagen zitten aan de rechterzijde,
bekleed met een wit gewaad
“.
Marc.16: 5
Deze “jongeling” was overduidelijk een Engel.
En het is dit engelachtig schepsel wat als                           eerste de Opstanding van Christus met                             een definitieve helderheid zal aankondigen die               met een nuchter verstand niet kan worden begrepen:
Weest niet ontsteld.
Jezus zoekt gij, de Nazarener, de gekruisigde.
Hij is opgewekt, Hij is hier niet;
zie de plaats, waar zij Hem gelegd hadden
“.
Marc.16: 6

??????????De Jezus Die gekruisigd was is het,
de Jezus Die nu uit de dood werd opgewekt.
De Verrezen Jezus is
noch een “spookbeeld”, noch een “geest”.
De Gekruisigde is nu de Verrezen Heer,
Jezus de Christus en de Koning van Israël.
De Vader heeft Zijn Zoon niet verlaten, maar
getuigde Degene wiens Opstanding nu aan de andere Volgelingen/Apostelen zal worden verkondigd en
via hen aan de gehele wereld.
Zoals al de bijbelgeleerden het beschreven:
De door Jezus de aan God aan het kruis gestelde vraag
‘Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?” [Marc.15: 34] is nu beantwoord.
Jezus is niet in de steek gelaten
“.
Onvoorwaardelijk gehoorzaam aan de Wil van God de Vader [zie Marc.14: 36],
heeft Jezus de beker van het lijden aanvaard.
Aan het Leven-schenkende Kruis is Hij de Messias,
de Koning van Israël en de Zoon van God (zie 15:32, 39).
Gods onfeilbare aanwezigheid in Zijn gehoorzame Zoon
leidt tot de definitieve actie van God:
Hij is opgestaan!“.
De schijnbare mislukking van Jezus is
door de Goddelijke ingreep [werking] omgedraaid [gecanceld, afgezegd],
Jezus is uit de dood opgewekt

De vier EvangelistenMarcus en de andere Evangelisten
hebben de gebeurtenissen van Die Eerste
en Glorieuze Paasmorgen vastgelegd;
zij leggen ieder voor zich getuigenis af van de Opstanding van Christus.
Wij accepteren hun getuigenis en verkondigen door de Kerk
dezelfde “Blijde Boodschap” aan
de wereld van vandaag.
En we nodigen anderen uit dit met ons te delen dat het leven met inbegrip van “zij, die  ontucht bedrijven en de tollenaars“.
Maar net als de myrrhon-dragende vrouwen,
dienen we deze Opstanding in onszelf te ervaren
op een diep en persoonlijk niveau.
In en door het geloof, kan de “steen“, die de ingang van ons eigen hart bedekt
worden “weggerold” door de Genade van God en
een nieuwe dage-raad kan de duisternis van de zonde en de dood verdrijven, die
ons levenden tijdens het leven doorboort en
ons een leven verstoken van het Licht doet ervaren.
Het zien van dit Licht is het werk van God, hetgeen we Genade noemen.
Wanneer de Opstanding van Christus in
het diepst van ons wezen waarachtig wordt ervaren,
kunnen we in eerste instantie niets anders dan stil zijn,
omdat we door “siddering en ontzetting” worden bevangen.
Marc.16: 8
Maar als we onze stem weer terugvinden
kunnen we door ons geloof en ons leven
dit met vreugde delen met anderen:
– “Christus is Opgestaan! [3x]

Paasstichen
:
Mp3: : Paschale Canon – in verschillende talen en melodieën

De Opgestane Christus met Maria Magdalena1e Paashymne:
Dat God verrijze,
en dat Zijn vijanden worden verstrooid.
Pascha is ons heden geopenbaard:
Pascha, nieuw en heilig.
Pascha, het mystieke Offer; Pascha, het verheven Offer;
Pascha, waar Christus ons verzoent; Pascha, Offer zonder smet;
Pascha, boven alles groot; Pascha der gelovigen;
Pascha, dat ons het Paradijs weer openstelt;
Pascha, dat ons allen weer heiligt.
Zoals rook verdwijnt, mogen zij verdwijnen.
Komt van het schouwspel, gij Vrouwen, die de goede boodschap brengt en
zegt aan Sion:
ontvangt van ons het vreugdevolle Evangelie van Christus’ Opstanding.
Verheug u, dans en juich, Jerusalem, nu gij Christus, de Koning,
als een Bruidegom zag treden uit het graf.
Aldus zullen de boosdoeners vergaan voor Gods aangezicht, maar
mogen zich verheugen de Gerechten.
Toen de myrrhon-dragende vrouwen
’s-Morgens vroeg bij het graf van de Levenschanker kwamen,
vonden zij een Engel, zittend op een steen,
die haar aansprak en zei:
Wat zoekt gij de Levende te-midden van de doden?
Wat treurt ge over de Onbederflijke, als ware Hij aan het bederf onderworpen?
Gaat heen en verkondigt het aan Zijn Apostelen.
Dit is de Dag, die de Heer gemaakt heeft;
laten wij juichen en ons verheugen“.
2e Paashymne:
Pascha, heerlijk schoon: Pascha van ons Heer;
Pascha vol majesteit is voor ons verschenen;
Pascha! Laat ons elkaar vol vreugde om armen.
O Pascha, Gij verlossing uit de smart:
Want zoals een Bruidegom uit Zijn tent,
is Christus heden uit het graf gegaan:
Hij vervulde de Vrouwen met vreugde:
“Boodschapt het aan de Apostelen!”
Eer aan de Vader en aan de Zoon en aan de Heilige Geest;
nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. A-men.
3e Paashymne:
Dag der Opstanding!
Laat ons lichtstralend worden door de plechtigheid en
laat ons elkander omarmen.
Laat ons zeggen:
Broeders‘, ook tot degenen die ons haten;
laten wij alles vergeven omwille van de Verrijzenis en zo roepen:                                                         ‘Christus, verrezen uit de doden,                                                                                                           door Zijn dood vertreedt Hij de dood en                                                                                             schenkt weer het Leven aan hen in het graf! ‘[3x]”

En Hij heeft ons het eeuwige Leven geschonken.
Wij aanbidden Zijn Verrijzenis op de derde dag
.

Orthodoxie & de H. altijd-Maagd-gebleven, Moeder Gods

Father John Hainsworth sermonVorige jaar gaf ik voorafgaand aan het feest van de Geboorte van Christus
een lezing over een van de grondslagen van het Christelijk geloof:
de Maagdelijke Geboorte van Christus.
Dit verliep allemaal vlekkeloos totdat
ik in aan de zinsnede kwam van de
altijd-Maagd-gebleven” onder verwijzing naar de Moeder van onze Heer.
Iemand stelde daarop de vraag:
Wat heeft u eigenlijk bedoeld met het feit dat  Maria na de geboorte van Jezus maagd is gebleven?“.
Ik zei ja, dat is wat de Orthodoxe Kerk ons leert.
De gezichten van het publiek betrokken en de blik van verraste verbijstering
was op ieders gezicht af te lezen
Het wonder van de Geboorte uit een Maagd is nog te begrijpen, maar
een levenslange onthouding van seksualiteit is ondenkbaar?
Dat zou onmogelijk zijn!

kloosterlingen en ascetenHet leven van kloosterlingen en asceten door de geschiedenis heen en die
over de gehele wereld verspreidt leefden
zijn een duidelijke getuigenis van het feit
dat dit uiteraard en natuurlijk mogelijk is.
Seksuele reinheid is slechts
één van de vele uitdagingen voor deze spirituele krijgers en voor velen en misschien wel de meeste van hen is
het nog niet eens de grootste.
De orthodoxe gelovigen hebben hier geen                                                                                           enkele moeite mee,
het altijd-Maagd-gebleven zijn van Maria een onontkoombaar feit en
een alternatief is gewoon ondenkbaar.
Maar waarom zou dit zo noodzakelijk worden geacht?
Waarom zouden wij niet op de gedachte komen dat Maria
[die net als iedereen getrouwd was]
niet een “normaal” huwelijksleven zou hebben gevolgd?

Een consistente en ononderbroken Traditie
De vraag kan ook worden omgekeerd.
Waarom zouden we niet geloven in haar altijd-gebleven-Maagdelijkheid?
De Oosterse Kerken is tweeduizend jaar lang standvastig geweest en
heeft onafgebroken getuigd van de eeuwige maagdelijkheid van de Theotokos,
sterker nog vertoont nog steeds geen tekenen van enige moeite met dit begrip.
In het Westen bleef dit idee tot laat in de Reformatie grotendeels onbetwist;
zelfs Luther en Calvijn hebben deze Traditie zonder discussie aanvaard.

Er zou uiteraard gesuggereerd kunnen worden:
a.]. dat de traditie over haar eeuwige maagdelijkheid
na de apostolische tijd had kunnen zijn ingevoerd;
b.]. dat deze traditie ongemerkt zou door de Kerk na de apostolische tijd zijn gegaan welke
in de greep van het onomstotelijk alles aanvaarde wat in het eerste millennium werd verkondigd;
c.]. dat dergelijke nieuwe traditie inconsequent genoeg was om zonder discussie voorbij kon gaan
voordat het als alom verkondiging diende te worden beschouwd en;
d.]. dat een dergelijke traditie geen waarneembare literaire of geografische herkomst zou dienen te hebben en toch heel vroeg in de geschiedenis van de Kerk universeel geaccepteerd zou zijn,
zou een zeer onwaarschijnlijke hypothese vormen.

Speciaal voor God bestemd
Het betoog tegen de eeuwige maagdelijkheid van Maria
is om een andere reden ongeloofwaardig, om nog niet te zeggen
ondenkbaar door iemand die alleen maar de indruk zou wekken:
> dat noch Maria noch haar beschermer, Joseph, het ongepast zouden hebben geacht
om een seksuele relatie te hebben na de Geboorte van God in het vlees.
> Dit nog afgezien van een tijdstip omtrent de volledige uniciteit van de
Menswording van de Tweede Persoon van de Drie-eenheid,
> Hierbij dient voor de geest te worden gehaald dat
het tot de praktijk voor vrome Joden in de oude wereld behoorde zich te onthouden van
seksuele activiteiten na iedere grote manifestatie van de Heilige Geest.

Philo of AlexandriaEen populair rabbijnse Traditie
uit  het begin van de eerste eeuw
[allereerst vastgelegd door Philo, die leefde van 20 vóór Chr. – 50 na Chr.]
> merkt op dat de profeet Mozes “zich afzonderde” van
zijn vrouw Zippora, toen hij terugkeerde van zijn ontmoeting met God in de brandende struik;
> Een andere rabbijnse Traditie, vertelt dat, met betrekking tot de keuze van de oudsten van Israël in Numeri 7, nadat God onder hen gewerkt had, een man uitriep: “Wee de vrouwen van deze mannen!“;
Ik kan me niet voorstellen dat de man links van hem hierop antwoordde:
Hé, Jan, Piet of Klaas wat bedoel je daarmee?“.
De betekenis van deze uitspraak zou voor iedereen onmiddellijk duidelijk zijn geweest.
Of deze verhalen betrekking hebben op werkelijke gebeurtenissen of niet,
ze geven uitdrukking aan de volks-devotie in Israël ten tijde van de Geboorte van Christus.
Die cultuur begrepen de maagdelijkheid en de onthouding niet louter als een afwijzing
van iets prettigs, iets wat aangenaam is – Maar de vraag is met welk doel? –
Het doel was dat als iets of iemand van nature in beslag wordt genomen door God,
dat de mens wiens leven door de Geest van de Heer [over de wateren]
werd ingewijd om als ​​schip te worden omgevormd als redding voor Gods Volk.
De tussenliggende eeuwen van sociale, religieuze en filosofische conditionering
hebben ons wantrouwen gevoed omtrent maagdelijkheid en kuisheid
op dusdanige wijze waarop het bij niemand maar dan ook werkelijk niemand
in de tijd van de Heer zou zijn opgekomen.

Maria ontmoet haar nicht Elisabeth, in de periode dat beiden zwanger zijnMaria werd als de draagster, het voertuig
voor de Glorierijke Heer Zelf beschouwd,
een vervoermiddel duizend maal duizend keer
grootser dan de Gouden Koets en
droeg Christus in het vlees,
Hij, Die de Hemel noch de aarde ooit zal kunnen bevatten.
Zou dit niet de grond aanvaardbaar maken om haar leven, met inbegrip van haar lichaam te overwegen, als
toegewijd zijn aan God en onze Heilige God,
Heilige Sterke en Heilige on-sterflijke alleen?
Of is het meer aannemelijk dat
wij dit allemaal aan de kant dienen te schuiven en
voort te gaan met het maar te houden op de
huis, tuin en keuken manier, wat
ons het meest gebruikelijk lijkt?

Tempelgang van de Moeder Gods, 21 NovemberDenk hierbij aan de poëtisch parallelle
gebeurtenis over de binnenkomst van  de Heer door de Oostelijke poort van de tempel
[in Ezechiël 43 en 44] waarbij
wij worden opgeroepen:
En de Heer zei tot mij:
Deze poort zal gesloten blijven;
zij zal niet geopend worden en niemand mag daardoor binnengaan, want
de Heer, de God van Israël,
is daardoor binnengegaan;
daarom moet zij gesloten blijven
“.
Ezechiël 44: 2

  1. Joseph, de Verloofde van de Moeder Gods.
    Saint Joseph, verloofde van de Moeder GodsEn dan is er nog de overweging van
    het karakter van de H. Joseph.
    Hij was overtuigd en zeker over het feit dat zijn verloofde een wonderbaarlijke conceptie en
    geboorte had ondergaan [welke door de engel in droom-visioenen werd bevestigd] en
    de aanblik van de vleesgeworden God in
    het gezicht van het kind Christus is voor hem méér dan genoeg geweest om hem ervan te overtuigen dat
    zijn huwelijk afwijkend van de norm
    dient te worden beschouwd.
    Binnen het door hem geliefde lichaam van Maria
    had de tweede Persoon van de Drie-eenheid Zijn woning gevonden.
    Als het aanraken van ‘de-ark-van-het-Verbond’ aan Uzza het leven heeft gekost en
    wanneer op die wijze de wetsrollen, de Psalmen en de Profeten zelfs werden vereerd,
    zou zeker Joseph, de godvrezende man, die hij was, niet hebben gedurfd noch
    hebben gewenst Maria ook maar seksueel te benaderen.
    Haar, Die de uitverkorene was van Israël, de Troon van God, benaderen
    om zijn menselijke “echtelijke rechten” op te eisen!

de broeders des Heren
H. Apostel Jacobos, broeder des Heren - 1e Patriarch van Jerusalem, 23 OctEr zijn verschillende vragen
die op basis van de Schrift regelmatig worden aangevoerd,
veelal door personen die nogal sceptisch doen over de leer van de altijd-Maagd-gebleven, Al-heilige Moeder Gods.
De eerste van deze betreft de passages waarin
expliciet wordt vermeld dat de Heer “broers” bezat.
Er zijn negen van deze passages:
John.2: 12 en 7: 3-5;
Matth.12: 46-47 en 13: 55-56;
Marc.3: 31-32 en 6: 3;
Luc. 8: 19-20;
Hand.1:14 en
1Cor.9: 5.

Het Griekse woord dat in al deze passages voorkomt en
in het algemeen vertaald wordt als “broeder” is αδελφός [adelphos].
De Septuagint, de Griekse vertaling van
de Hebreeuwse Geschriften van de apostelen [afgekort LXX]
bevat specifieke woorden voor “neef”, met name
αδελφίνος [adelphinos] en ανεψιός [anepsios],
maar deze worden zelden gebruikt.

Het minder specifiek woord αδελφίνος [adelphos],
wat “broer”, “neef”, “neef”, “geloofsgenoot” of “landgenoot” kan betekenen
wordt in de Septuagint consequent gebruikt, zelfs
wanneer de neef of bloedverwant duidelijk de beschreven relatie blijkt te zijn
[zoals in Gen.14: 14,16; 29: 12; Lev.25: 49; Jer.32: 8,9,12,Tob.7: 2, etc.].
Lot, bijvoorbeeld, die de neef was van Abraham [Gen.11: 27-31],
wordt zijn broer genoemd in Gen.13: 8 en 11: 14-16.
Het punt is dat het meest gebruikte Griekse woord voor een mannelijk familielid,
αδελφίνος [adelphos] kan worden vertaald als “neef” of “broer”,
indien er geen specifieke familie relatie zou zijn opgenomen.
Is er ergens een duidelijke verklaring in de Schrift om aan te nemen
dat de ‘broeders’ van Jezus als letterlijk
de kinderen van Maria kunnen worden beschouwd?
Een dergelijke verklaring bestaat gewoon niet.
Nergens wordt Maria expliciet vermeld als zijnde de moeder van Jezus ‘broers‘.
De formule om in het algemeen te spreken over de familie van de Heer is
“Zijn moeder en zijn broeders”.

In Marcus staat het bezittelijke voornaamwoord van αυτόν [=anavtou] – “van Hem”,
vóór beide “Zijn moeder” en “Zijn broeders” en maakt daardoor een duidelijk onderscheid.
In Handelingen 1:14, is het onderscheid nog duidelijker:
“ Maria, de moeder van Jezus, en Zijn broeders.”
Sommige manuscripten gebruiken het voorvoegsel συν [syn] – “ met, mede, in gezelschap van”,
op die manier wordt de tekst zo gelezen:
Maria, de moeder van Jezus, in gezelschap van Zijn broeders”
In ieder geval wordt Maria  nergens geïdentificeerd als de moeder van Jezus’ broeders
[noch zij als haar kinderen], maar enkel als de Moeder van Jezus.

De Betekenis van “Tot”
'En de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, zal uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren' [Phil 4, 7]Een ander bezwaar
tegen het idee van ‘de altijd-Maagd-gebleven’ is
dat de Schrift het woord “totdat” of “tot”
gebruikt in Matth.1: 25:
“…en hij had geen gemeenschap met haar,
voordat zij een zoon gebaard had”.
Waar in het nederlands het woord “tot, totdat, voordat” [gr.: έως, eos; ή, ou] gebruikt wordt betekent het, dat er daarna mogelijk iets verandert,
is dit in de oude talen van de Bijbel
helemaal niet het geval.
Als we bijvoorbeeld kijken in Deut.34: 5,6; 2Sam.6: 23; Ps.72: 7, en 110: 1 [door Jezus uitgelegd in Matth.22: 42-46], Matth.11: 23 en 28: 20, Rom.8: 22 en                                                                                    1Tim.4: 13,
om maar een paar voorbeelden te noemen, zullen we zien, dat
in deze teksten met het woord “tot” niet noodzakelijk een verandering aanduidt.
Als dat het geval zou zijn, dan is het blijkbaar zo zijn, dat Jezus op een gegeven ogenblik
op zal houden met aan de rechterhand van de Vader te gaan zitten
en dat Hij op een zekere ongelukkige dag in de toekomst
de Kerk aan haar lot zal overlaten!

Dus het gebruik van “voordat = tot” in Mattth. 1: 25, is zuiver en alleen om aan te tonen,
dat Christus door de Heilige Geest en Maria vleesgeworden is,
niet ontvangen door Jozef en Maria, aangezien
zij geen “gemeenschap” met elkaar hadden “voordat” zij een zoon gebaard had.
Als men deze vertaling  letterlijk neemt,
– dus dat Jozef en Maria’s maagdelijke verhouding na de geboorte veranderde – ,
dan ontstaat er een ander  groot probleem:
dan zou de lezer dienen te geloven, dat Mattheüs de mens uitnodigt
tot een her overweging van de sexuele echtelijke activiteiten.
Dit is op zijn minst gezegd zéér twijfelachtig.

De betekenis van de “eerstgeboren”
Jesus Christus Pantocrator, ''De Wijnstok''Een ander bezwaar kan gegrond zijn op
het woord de “eerstgeboren”,
in het grieks πρωτότοκος [prototokos].
Het probleem is hier ook weer, dat
de betekenis van het griekse woord niet identiek is
aan die van het nederlands en engels.
Het nederlandse “eerstgeboren” betekent
gewoonlijk [hoewel niet altijd], dat er nog
meer kinderen uit het huwelijk zijn voortgekomen.
Bij prototokos is die vanzelfsprekendheid er niet.
Bijvoorbeeld in Hebr. 1: 6 kan het woord prototokos met betrekking op de Vleeswording van het Woord van God niet betekenen, dat er ooit een tweede Woord van God
is geboren!

Nergens wordt de term gebruikt om er alleen maar
de opvolging van geboorten mee aan te tonen;
in tegendeel in Rom.8: 29; Col.1: 15,18; Hebr.11: 28 en 12: 23 en in Openbaring 1: 5 wordt
de titel gegeven aan Jezus als de bevoorrechte en wettelijke Erfgenaam van
het Hemels Koninkrijk is, op die manier wordt bevestigd, dat
Hij werkelijk “de eerste is in alle dingen”.
Voor onze moderne oren zou het misschien beter zijn om
het woord πρωτότοκος te vertalen met “erfgenaam”, welk
net zo zwijgzaam is over het onderwerp van meer kinderen en
dezelfde legale en poëtische kracht heeft als welke
wordt bedoeld met het het woord “eerstgeboren”.

Vrouw, zie uw zoon.
Hij droeg de zorg voor Zijn Moeder over aan JohannesOok dienen we rekening te houden met de ontroerende tekst van het Evangelie van Johannes. Waarin de Heer Zijn Moeder overgeeft in de handen van Johannes, terwijl Hij aan het Kruis sterft. Waarom zou Hij dat gedaan hebben, als zijzelf nog andere kinderen had, die
voor haar konden zorgen?
De Joodse gewoonte was, dat de zorg voor een moeder toekwam aan
het tweede kind als de eerstgeborene stierf, en
als de weduwe geen ander kind had, moest ze voor zichzelf zorgen.
Dus aangezien ze zonder kinderen is, geeft haar Zoon haar over aan
de zorg van Zijn geliefde discipel, Johannes de Theoloog.

De vrouwen aan het Kruis en de identiteit van de Broeders van de Heer.
Wie zijn dan precies “de broeders van de Heer”,
indien het geen kinderen zijn van Maria, Zijn Moeder?
[Hier kan ik gelukkig gebruik maken van wat vader Lawrence Farley
beschreven heeft in zijn boek Het Evangelie van Marcus, de lijdende dienstknecht.
Blz. 85-87, Conciliar Press, 2004]

Een nauwkeurige studie over de vrouwen aan het Kruis
levert een aannemelijk antwoord op.
> In Matth.27: 55-56 wordt gezegd, dat het waren:
1. Maria van Magdala [Magdalena];
2. De moeder van de zonen van Zebedeüs;
3. Maria, de moeder van Jacobus en Joses [een variant van de naam Joseph].
> In de paralleltekst in Marcus 15: 40 en 41, staat dat de vrouwen waren:
1. Maria van Magdala [Magdalena];
2. Salome;
3. Maria, de moeder van Jacobus de jongere en Joses.
> In Johannes 19: 25, staan de vrouwen te boek als:
1. Maria van Magdala [Magdalena];
2. De Moeder van Christus;
3. De zuster van Zijn moeder, Maria, de vrouw van Cleophas.
Voor onze doeleinden zouden we ons moeten concentreren op de vrouw , die
door Mattheüs Maria, de moeder van Jacobus en Joses genoemd wordt, en
door Marcus, Maria, de moeder van Jacobus de jongere en Joses en
door Johannes in zijn opsomming “Zijn moeders zuster, Maria, de vrouw van Cleophas”.

Woman at the CrossLet wel op dat in Mattheüs de namen “Jacobus en Joses” al eerder genoemd werden.
Inderdaad, de manier waarop Mattheüs “Maria moeder van Jacobus en Joses” noemt in Matth.27: 55 suggereert, dat hij deze Jacobus en Joses al eerder genoemd heeft, wat hij ook werkelijk deed.
In Matth. 13: 55 lezen we dat de “broeders” van onze Heer “Jacobus, Joses, Simon en Judas” zijn.
Op dezelfde manier worden ook in het Evangelie van Marcus “ Jacobus en Joses” genoemd
alsof we al weten wie dat zijn, en dat doen we ook uit Marc.6: 3, waar “Jacobus, Joses, Simon en Judas” beschreven staan.

Het lijkt zonder twijfel, dat de Maria bij het Kruis in Mattheüs en Marcus
de moeder is van de “broeders” van de Heer, “Jacobus en Joses”.
Ook is het ondenkbaar, dat Mattheüs en Marcus over
de Moeder van de Heer aan de voet van het Kruis zouden schrijven als
de moeder van Jacobus en Joses, maar er niet bij zeggen, dat
zij eveneens de Moeder van Jezus is!

Als dit het geval is, zoals de Schrift aangeeft, dat Maria, de vrouw van Cleophas, dezelfde
is als de moeder van Jacobus en Joses, volgt daaruit:
dat de Theotokos een “zuster” had, die getrouwd was met Cleophas en
die de moeder was van Jacobus en Joses, de “broeders” van onze Heer.
Hier behoort direct de vraag op te komen over de relatie van
de Theotokos met deze Maria: wat voor soort “zuster” is zij dan?

Nazarene Jewish ChristianityHegisippus, een joodse Christen, geschiedkundige,
die volgen Eusebius, “behoorde tot de eerste generatie
na de apostelen” en die vele Christenen uit die apostolische gemeente ondervroeg ten behoeve van zijn geschiedenis, schrijft, dat Cleophas de broeder was van Jozef, de beschermvader van Christus.
Als dit zo is [en Hegisippus wordt algemeen beschouwd als zéér betrouwbaar], dan is “Maria, de vrouw van Cleophas, de “zuster” van de Heilige Maagd,
haar schoonzuster.

Daarmee past de puzzel precies in elkaar.
Jozef trouwde met de Maagd Maria, de Theotokos, Die Christus baarde, Haar enige Kind,
Die Haar Maagdelijkheid behield en geen andere kinderen kreeg.
Joseph’s broeder, trouwde met een vrouw, die ook Maria heette, die
de kinderen Jacobus, Joses, Simon en Judas en ook nog dochters had.
Deze kinderen waren de “broeders” van onze Heer
[hier gebruiken we de uitdrukking van Israël, die zoals we gezien hebben,
geen verschil maakt tussen broeders en neven, maar ze allemaal “broeders” noemt]

Mattheüs en Marcus, die gericht zijn op de familie van de Heer
[Matth.13: 53 enz. en Marcus 6: 1 enz.] verwijzen
op een natuurlijke manier naar Cleophas’ vrouw Maria als
“de moeder van Jacobus en Joses”.
Johannes daarentegen wijst op de Moeder van onze Heer [John.2: 1 enz.] en
op dezelfde natuurlijke manier naar deze zelfde vrouw als
“Zijn moeders zuster, Maria, de vrouw van Cleophas”.
Maar het is duidelijk dat er door alle drie de Evangelieschrijvers
op dezelfde vrouw gewezen wordt.

Dit is de beste reconstructie, die er gemaakt kan worden,
met bewijsmateriaal uit de Schrift en de geschiedenis.
Hoewel er ook andere reconstructie bestaan,
vertonen die allen zéér zwakke plekken.

classical greek educationWaarom is het altijd-Maagd-gebleven zijn van
Maria, de Moeder Gods, de Theotokos zo belangrijk?
Sommige mensen zullen zeggen, dat ook al wordt het bewezen, het het altijd-Maagd-gebleven zijn van Maria niet van wezenlijk belang is voor het verkondigen van het Evangelie en dat is tot op zekere hoogte ook waar.
In wezen verkondigt de Orthodoxe Kerk
het Evangelie, de Blijde Boodschap van Jezus Christus.
Dit is onze boodschap, onze reden van bestaan, het beginsel van ons christelijk leven.
Leren over Maria is iets voor de ingewijden,
degenen, die het Evangelie al aangenomen hebben en
zichzelf aan Christus hebben overgegeven en dienstbaarheid betonen in Zijn Kerk.

Dit is zo omdat hetgeen Maria ons leert over de Vleeswording van het Woord van God,
ons vraagt eerst de vleeswording te accepteren.
En als we dat doen, dan wordt haar maagdelijkheid,
niet alleen na de geboorte, maar ook ervoor,
– en eigenlijk haar hele leven – op zichzelf al
een bron van lessen over leven in Christus en
de Glorie van God, die wij in onze diensten bezingen.
Annunciation, church of Saint Clement Ohrid, MacedioniaZelf heeft ze dat inderdaad ook gezegd.
Bij de vermelding dat
van nu af zullen alle geslachten mij zalig prijzen”,
was Maria niet ijdel en over haar bijzonderheid en
aan het opscheppen, maar zij verklaarde daarmee
het wonder, dat zich in haar leven voor altijd  en
tot in eeuwigheid heeft geopenbaard,
de Glorierijke overwinning van God in
Zijn Zoon Jezus Christus.

Wat we kunnen leren dat Maria’s
eeuwige maagdelijkheid na de geboorte van Jezus Christus, op zichzelf volkomen vervullend is.
Maria behoefde geen actief sexueel leven te hebben,                                                                      of meer kinderen, om compleet verzadigd te zijn.
Familie, carriére, geld, reputatie, succes en zelfs iedere soort gebrek,
zijn niet nodig om werkelijk gelukkig en een volkomen leven op aarde te hebben.
Christus is gekomen om ons – HET LEVEN – te schenken en
dat heeft Hij meer dan overvloedig gedaan.
Daarom wanneer wij Christus in ons leven geboren laten worden en
Hem volgen tot zelfs aan het Leven-schenkende Kruis toe,
zullen we begrijpen waarom Maria niet meer kinderen nodig had
of succes moest bereiken of een goede reputatie.
We zullen het begrijpen en meedelen in Maria’s ongeëvenaarde blijdschap.
We zullen zien dat haar eeuwige maagdelijkheid een uitdrukking is
van haar eeuwige vreugde – haar eeuwige maagdelijkheid,
haar eeuwige blijdschap, haar eeuwige vervulling.

Theotokos, zij die naar haar Zoon wijstMaria was niet toevallig een draagster [een ark] van God;
haar rol in onze Verlossing was zelfs al vanaf het begin van alle eeuwen voorbereid.
De  gehele geschiedenis van Israël, de Aartsvaders, de Psalmen, het geven van de Tien Geboden
– kwamen samen in een jonge vrouw, die
antwoordde op de manier waarop heel Israël altijd al had moeten antwoorden en
zoals van ons allemaal vanaf nu verwacht wordt:
Zie, de dienstmaagd des Heren,
mij geschiede naar Uw Woord”.

Maar haar doel in de geschiedenis van de Verlossing eindigde daar niet.
Zij werd niet weggestopt als een ding wat men ongebruikt terzijde laat liggen.
Haar hele wezen en leven zouden tot in eeuwigheid zonder dralen wijzen naar haar Zoon.
We zien dit op de iconen waar Maria haar Zoon als een kind vasthoudt:
Hij zegent ons en zij wijst naar Hem.
Op de bruiloft van Cana in Galilea horen we haar woorden:
Wat Hij jullie ook zegt, doe dat”.
John.2: 5
Tijdens de kruisiging van haar Zoon staat ze dicht aan de voet van het Kruis,
deze keer zonder woorden, maar door haar weigering van Zijn zijde te wijken,
ook wat bij de aanblik een onmogelijke nachtmerrie leek.
Als wij het op ons nemen om deze trouw aan het eeuwige wijzen op God,
te evenaren, zullen we beginnen te zien, dat
Maria’s eeuwige maagdelijkheid, in feite haar eeuwige dienstbaarheid is, die
dezelfde waarde heeft en dus het ideale voorbeeld voor
onze eigen dienstbaarheid is.

Theotokos vraagt H. Lucas haar Icoon te schilderen, Mosaic van het Kykkos kloosterHet is belangrijk om de juiste verering
van de Moeder Gods te herstellen,
waaraan de Kerk van de Apostelen Zich altijd gehouden heeft, niet omdat de
altijd-Maagd-gebleven Moeder Gods
de grote uitzondering is, maar omdat zij, zoals een Orthodox Theoloog eens zei,
Zij is en blijft ons Grootste Voorbeeld”.
Deze verering wordt heel mooi in
een Orthodoxe Hymne uitgedrukt,
het vertelt ons over de eerste ontmoeting van de Aartsengel Gabriël met de Maagd Maria,
Die op het punt stond de ark van het nieuwe Testament te worden,
de Troon van God, het menselijk vlees, dat vlees verschafte aan het Woord van God.
Vert. cf. Vader John Hainsworth

4e Zondag van de Grote en Heilige Vasten – H. Johannes Climacos [ΑΓΙΟΣ ΙΩΑΝΝΗΣ ΤΗΣ ΚΛΙΜΑΚΟΣ] van de Sinaï, schrijver van de Geestelijke Ladder

Abraham sprak met GodWant toen God aan Abraham zijn belofte deed, zwoer Hij, omdat Hij bij niemand hoger kon zweren, bij Zichzelf, zeggende:
Voorzeker zal Ik u zegenen en zekerlijk u vermeerderen.
En zo, door geduld te oefenen, heeft deze het beloofde verkregen.
Want mensen zweren bij wie hoger is, en de eed dient hun tot bekrachtiging, als einde van alle tegenspraak.
Daarom heeft God, toen Hij des te nadrukkelijker aan de erfgenamen der belofte het onveranderlijke van Zijn raad wilde doen blijken,
Zich onder ede verbonden, 
opdat door twee onveranderlijke dingen, waarbij het onmogelijk is, dat God liegen zou, wij, die [tot Hem de] toevlucht genomen hebben,
een krachtige aansporing zouden hebben om de hoop te grijpen, die voor ons ligt.
Haar hebben wij als een anker der ziel, dat veilig en vast is, en
dat reikt tot binnen het voorhangsel,
waarheen Jezus voor ons als voorloper is binnengegaan
naar de ordening van Melchisedek hogepriester geworden in eeuwigheid“.
Hebr.6: 13-20

H. Johannes Climacos2Waarom viert de Kerk op de vierde zondag in de Grote en Heilige Vasten Johannes Climacos en niet, zoals vroeger, de Aartsvader en Patriarch Abraham?
In bovenstaande Apostellezing kun je nog de echo horen van dit oude gebruik. Inderdaad, toen het Ware Geloof zich begon te verspreiden,
werd het boek Genesis aan de catechumenen voorgelezen.
Zij kregen belangrijke instructies, die geput werden uit de aanvang van de Heilsgeschiedenis.
De schepping, de val van Adam, de uitdrijving uit het Paradijs, de moord van Kaïn op Abel, de bouw van de ark en de zondvloed en
vervolgens het verhaal van Abraham.
Hoe hij met zijn vrouw, zijn neef en zijn gehele hebben en houden zijn land verlaat en op weg gaat naar het Land, dat hem en zijn nageslacht door God beloofd werd.

Geloof, Hoop en Liefde
Melchizedek, koning & priester van de allerhoogste GodMelchisedek was koning van Salem en priester van de Allerhoogste God in  ‘Salem’ [= vrede], wat momenteel als het oude Jeruzalem [Hebr. ירושלים Jeroesjalajim] wordt aangeduid.
Volgens de plaatselijke legende was Melchisedek ook de stichter van Jeruzalem.
Toen Abram Lot had weten te bevrijden en weer op de terugtocht was, kwam de koning van Sodom hem tegemoet in de Sawevallei, ofwel de Koningsvallei.
De koning van Salem, Melchisedek, liet brood en wijn – een feestmaal – brengen.
Vervolgens vermeldt de Bijbelse tekst dat koning Melchisedek ook
priester van God was, van de Allerhoogste God.
En Melchisedek, de koning van Salem, bracht brood en wijn;
hij nu was een priester van God, de Allerhoogste.
En hij zegende hem en zei:
‘Gezegend zij Abram door God, de Allerhoogste, de Schepper van hemel en aarde,
En geprezen zij God, de Allerhoogste, die uw vijanden in uw macht heeft overgeleverd.
En hij gaf hem van alles de tienden’
“.
Een koning en een priester waaraan Abraham vervolgens 1/10 geeft van al wat hij verkreeg, waaruit blijkt dat Abram Melchisedek erkende als zijn meerdere.
De naam Melchisedek betekent ‘de koning is rechtvaardig’.
Al de eigenschappen bij elkaar, koning, priester, rechtvaardig en
de ‘Kerkbijdrage’, die Abraham deze rechtvaardige priesterkoning  betaalde
geeft ons toch het beeld van iemand door God gezonden [een engel].
Degenen die God liefhebben en naar Hem verlangen en zouden willen ontmoeten,
smeken Hem in zichzelf te mogen ervaren opdat ze zouden kunnen zeggen:
God is in ons door Zijn Heilige Geest“.
Zulke heldere zielen zijn Zalig, want van hun is het Koninkrijk der hemelen.
cf. Matth.5: 3
De Heer heeft ons lief gehad en Zich aan de eed gehouden, die
Hij onze  vaderen gezworen heeft,  Hij heeft ons met een sterke hand uitgeleid en
ons verlost uit het diensthuis, uit de macht van Farao [duivel], de koning van Egypte [de wereld], opdat wij zouden weten, dat de Heer, onze God, de enige God is,  de trouwe God,
Die het verbond en de goedertierenheid houdt jegens wie Hem liefhebben en
Zijn geboden onderhouden, tot in duizend geslachten“.
Deut.7: 8,9
Vader, hetgeen Gij Mij gegeven hebt –
Ik wil, dat, waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn, om
Mijn heerlijkheid te aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt,
want Gij hebt Mij liefgehad voor de grondlegging van de wereld
“.
[uit hoogpriesterlijk gebed, Johannes de Theoloog].

De Heilige Johannes Climacos, die vandaag door de Orthodoxe Kerken
dankzij de Kerkvaders voor het voetlicht wordt gesteld,
was abt van het Sinaïklooster in de 7e eeuw.
De H. Johannes was al te oud
toen hij tot abt van het klooster op de berg Sinaï werd gekozen.
Hij was daar een lange periode en begon zijn verblijf in isolement.
'De geestelijke ladder' van Johannes Climacos - Berneboek.com, Euro 33,25Gedurende zijn totale afzondering schreef hij het
beroemde en zeer krachtige werk welke de titel meekreeg de “Hemelse ladder” of de “Ladder tot het Paradijs” of
Het bereiken van het nieuwe Israël, de mens die uit het geestelijke Egypte [de wereld] ontsnapt en de zee van het leven bewandelt“.
Dit werk omvat een systematische beschrijving van de monastieke route, de stadia tot de geestelijke volmaaktheid.
Het belangrijkste wat je ontmoet is het stelsel, een opsomming van een regelmatige reeks van ‘onderzoekingen’,
ingedeeld in etappes [treden].
De Hemelse Ladder is in eenvoudige volkstaal beschreven,
de schrijver houdt van metaforen en spreekt haast nadrukkelijk over het dagelijks leven; hij schrijft dan ook uit eigen ervaring. Afgezien van zijn persoonlijke ervaring is dit van begin tot eind gebaseerd op de Traditie, de leer van de “door God verlichte vaderen”.
De Ladder van de H. Johannes Climacos2Hij verwijst direct en indirect naar de Cappadocische periode aan de Nijl, over de H. Evragius van Pontus en gezegdes en uitspraken van de Kerkvaders.
Als westerse Kerkvader noemt hij de H. Johannes Cassianos en Gregorius de Grote.
De Hemelse Ladder eindigt in een speciaal “woord aan de leidinggevende” waarin de H. Johannes Climacos de plichten van de abt                                                                                         aanhaalt.
>>> engelse vertaling in pdf; THE LADDER OF DIVINE ASCENT by John Climacos

Een Hesychast is iemand die er naar streeft
zijn onstoffelijk wezen welke zich in
zijn lichamelijk lichaam bevindt te begrenzen
“.
H. Johannes Climacos

Groot Schema, ereteken welke door verwoede Hesychasten, onder hun kleed wordt gedragen.De H. Theophanos zegt dat degene
die Hesychasme bedrijft iemand is die,
Geheel in beslag wordt genomen
door het samenzijn met de Ene Heer,
met Wie hij van aangezicht tot aangezicht spreekt,
zoals een begunstigde van de keizer in zijn oor fluistert.
Zo sprak Abraham met God.
Deze activiteit van het hart wordt beheerst en bewaakt
door de stilte van de gedachten vast te houden.
H. Seraphim of Sarov, een geboren Hesychast uit de Russische TraditieDit niveau van geestelijke inspanning is zeer geavanceerd
en kan onmogelijk worden bereikt zonder eerst van onze passies bevrijd te zijn;
Dit is een absolute voorwaarde.
Hesychia kan alleen ontwikkeld worden
bij degenen die de ‘zoetheid van God’
geproefd hebben
“.

Zoetheid betekent niet alleen liefkozen, maar:

  • Erken dan van harte, dat de Heer, uw God,
    u vermaant, zoals een man zijn zoon vermaant
    “.
    Deut.8: 5
  • Zalig de mens die Gij onderricht, Heer;
    die Gij onderwijst door Uw Wet
    “.
    Psalm 93 [94]: 12
  • Zie, welzalig de mens, die God kastijdt;
    versmaad daarom de tucht van de Almachtige niet
    “.
    Job 5: 17
  • En dikwijls heeft hij hem ook
    in het vuur en in het water gedreven . . .
    “.
    Marc. 9: 22
  • Heft dan de slappe handen op en strekt de knikkende knieën en
    maakt een recht spoor met uw voeten, opdat
    hetgeen kreupel is niet uit het lid gerake, doch veeleer geneze
    “.
    Hebr.12: 6,7
  • Allen, die Ik liefheb, bestraf Ik en tuchtig Ik;
    wees dan ijverig en bekeer u
    “.
    Openb.3: 19

Doordat wij niet opmerkzaam zijn,
maken wij vele fouten die verbeterd dienen te worden.
We gebruiken een andere uitdrukking: het “tot de rede brengen”, wat “recht zetten” betekent. Wij struikelen op ons pad door achteloosheid of
door onze pogingen om het op eigen kracht te doen en
wij falen op die manier in vele dingen.
Maar God helpt Zijn kinderen telkens weer overeind en
laat hun dan zien op welk punt ze verkeerd hebben gehandeld.
Want de rechtvaardige valt zevenmaal, doch staat weer op, maar
de goddelozen struikelen in de rampspoed
“.
Spr.24: 16

De traptreden van de ladder naar de hemel
trede 1-4
: Afstand doen van de wereld en de gehoorzaamheid aan een geestelijke vader.
trede 5-7: Boete en benauwdheid (πένθος) als paden om ware vreugde
trede 8-17: Overwinnen van de ondeugden en de verwerving van de deugd
trede 18-26: Het vermijden van de valkuilen van ascese [luiheid, trots en geestelijke stilstand]
trede 27-29: Navolging van hesychia , of de vrede van de ziel,
over het gebed, en de apatheia
[passieloosheid of gelijkmoedigheid met betrekking tot aandoeningen of lijden]
trede 30. αγάπης, ελπίδος en πίστεως, Geloof, hoop en Liefde;
[de onderlinge verhouding van deze drie grootste deugden;
een korte vermaning en samenvatting van alles wat er in dit boek vermeld staat]

De Ladder van de H. Johannes Climacos3Het opklimmen tot God
Indien we niet zouden treuzelen,
wanneer een aardse koning roept en verlangt dat
wij aan Zijn hof komen om Hem van dienst te zijn en
we geen voorwendsel zouden zoeken,
maar dat wij alles achter ons zouden laten vallen om
vol ijver op Hem af stappen.
We dienen er dan op te letten dat, wanneer
de Koning der koningen en de Heer der heerscharen en de God der goden ons naar Zijn verheven Hemelse Dienst roept,
wij niet weigeren uit ledigheid of nalatigheid.
Daar wij daarbij dienen te overwegen dat wij eens                                                                    zonder verdediging voor Zijn Grote Rechterstoel zullen staan
.”
                                              H. Johannes Climacos, 1e trede §35.
Bij het voornemen zich uit de wereld terug te trekken
meent een Godsvruchtig mens de roep van God te horen.
Roeping betekent kiezen voor een leven waarin je tot je bestemming en tot je doel komt.
Kiezen voor een leven [en werk] waarin je al je talenten, capaciteiten en passies gebruikt
om te doen wat God je zeer indringend als verlangen gedurende lange tijd heeft ingegeven.
Deze roeping heeft voor die vrome een verplichtende kracht en
hij/zij dient er onvoorwaardelijk gevolg aan te geven.

a sheep that is sealedZoals deze rechtvaardige
in werkelijkheid was, door Gods Genade
de verlosser en herder van zijn geestelijke schapen, zo was ook de man die hij van God gekregen had als de schatbewaarder van de bezittingen van het klooster,
wijs meer dan wie ook en zachtmoedig zoals zeer weinigen.
Tot nut van de anderen, voer de γέροντας [ouderling] zonder reden tegen hem uit
in de kerk en gaf bevel hem te verjagen en dat op een misplaatste wijze.
Ik nu, daar ik wist dat hij onschuldig was aan de beschuldiging,
die de ποιμεν [herder] hem voor de voeten wierp,
begon onder vier ogen de econoom bij de herder te verdedigen.
Maar de wijze man zei:
‘Ook ik weet dat, vader, maar zoals het ellendig is en onrechtvaardig het brood te roven uit de hongerige mond van een kind, zo
benadeelt degene die aan het hoofd van zielen staat
èn zichzelf èn de geestelijk [εργατεσ] werknemer , indien
hij hem niet zoveel kronen verschaft, als hij ziet dat hij kan dragen op ieder ogenblik,
hetzij door beledigingen, hetzij door vernederende behandelingen,
door misprijzen en door bespottingen.
Want in drie zeer belangrijke opzichten begaat hij onrecht.
Eerst en vooral berooft de overste zichzelf van het loon dat
voortkomt uit de berisping [van een ander].
Ten tweede, wanneer hij ook derden kon helpen door de deugd van een ander,
heeft hij dat niet gedaan.
Ten derde – wat nog het ergste is – dat dikwijls zij, die
de indruk wekken over het meeste uithoudingsvermogen te beschikken, voor een tijd verwaarloosd worden en daar zij schijnbaar deugdzaam zijn, door
hun overste niet bestraft of berispt worden en daarom beroofd worden van
de [πραότητα] zachtmoedigheid en het [υπομονή] geduld, die zij bezaten.
Want indien een grond goed is en vruchtbaar en vet, weet dan dat
een tekort aan water van vernedering hem
kreupelhout kan laten voortbrengen en doornstruiken van
[τyφοε] verwaandheid en slechtheid en brutaliteit kan laten opbloeien.
Omdat hij dat wist schreef Paulus aan Timotheüs:
Verkondig het woord,
dring erop aan, gelegen of ongelegen,
weerleg, bestraf en bemoedig
met alle lankmoedigheid en onderrichting
“.
2Tim.4: 2
Toen ik tegen deze waarachtige leidsman de tegenovergestelde opinie verdedigde en daartegenin bracht de zwakheid van onze huidige generatie en dat wellicht door een onverdiende berisping, maar ook door een verdiende, de meesten van de kudde losgescheurd worden,
antwoordde dit huis van de wijsheid:
‘Een ziel, die omwille van Christus met Liefde en Vertrouwen aan haar herder verbonden is, wordt niet afvallig, zelfs al koste het bloed en vooral niet indien zij [de ziel] ooit
zijn weldaden tegenover haar striemen zou ervaren hebben, dat zij zich herinnert
degene [Apostel Paulus] die zegt:
‘Want ik ben verzekerd, dat noch dood noch leven,
noch engelen noch machten, noch heden noch toekomst,
noch krachten, noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel
ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Heer’.

Rom.8 : 38,39
Maar het zou mij ten zeerste verbazen dat de ziel die
niet op deze wijze verbonden is en vastgehecht en verenigd met haar herder,
er in zou slagen haar verblijf op deze plaats te bestendigen.
Zij is immers door een gehuichelde gehoorzaamheid gebonden
“.
H. Johannes Climacos,
4e trede §24
Hij vergiste zich niet, deze grote man, werkelijk.
Trouwens, hij heeft schapen zonder vlek
én de weg getoond én tot volmaaktheid gebracht
én aan Christus als offer aangeboden.

de Hand van God met de geredde zielen - Resava [Manasija] Servië“ – Liefde is naar haar hoedanigheid
een gelijkenis met God,
voor zover dat voor stervelingen mogelijk is.
Naar haar werking
is ze dronkenschap van de ziel,
naar haar eigenheid is ze de bron van geloof,
afgrond van geduld en zee van nederigheid.
– Wie de Heer bemint,
heeft eerst zijn broeder bemind
cf. 1John.4: 20,
want  het tweede is het bewijs van het eerste.
Wie zijn naaste bemint,
zal kwaadsprekers nooit verdragen,
maar eerder van hen wegvluchten als voor                                                                                         vuur.
Wie zegt dat hij de Heer bemint, maar vertoornd is op zijn broeder,
gelijkt op een slaapwandelaar [bedriegt zichzelf en heeft een illusie].
– Liefde is schenker van [de gave van] profetie.
Liefde verschaft [de gave van] wonderen.
Liefde is afgrond van verlichting. Liefde is bron van vuur.
Hoe meer zij ontspruit, hoe meer zij de dorstige doet branden.
Liefde is een gemoedstoestand van de engelen.
Liefde omvat eeuwige vooruitgang.”
H. Johannes Climacos, 30e trede, §3, §15 en §18a
Christ Pantocrator, [detail] Chilandar, Athos [Gr.]De Liefde is voor de H. Johannes Climacos
het toppunt van al het Hoge en Goddelijke.
Daarom zijn haar effecten dan ook buitengewoon.
Er worden zielsgebieden blootgelegd, waarvan
wij tot nog toe geen vermoeden hadden:
wij mogen een blik werpen in
een door mystiek vuur vervulde ziel.
In het voorbijgaan worden haar ethische effecten vermeld;
‘gelukkig is hij die zo ijverig is op het gebied van de deugden als zij die
uit naijver waken over hun echtgenoten’
[30, §5b];
of wordt gewezen dat zij ‘haar minnaars onoverwinnelijk maakt’ [30, §18b].
Maar de grote interesse van de H. Johannes Climacos richt zich op de uitwerking in
de ‘dronkenschap van de ziel’ [30, §3].
Met steeds toenemende geestdrift wordt de Liefde bezworen:
‘Verlicht ons, geef ons te drinken, wees ons een gids  . . . . . opdat wij opstijgen naar U’ [30, §18b].
‘Gij hebt mijn ziel verwond en ik kan Uw vlam niet bedwingen.
‘Hoe meer de Liefde opkomt, hoe meer de dorstige doet opbranden’
[30, §18a].
‘De ziel is door een heilige waanzin overrompeld: [de Liefde] laat ook wie door haar zalige begeestering overvallen wordt, komt niet meer met rust’ [30, §1].
‘Gelukzalig is hij die zulk een vurig verlangen naar God bezit als een waanzinnige minnaar voor zijn geliefde heeft’ [30, §5a].
Hij is met Christus zeer nauw verbonden:
‘Een moeder pleegt niet zo gehecht te zijn aan het kind dat zij nog de borst geeft als een zoon van de christelijke Liefde altijd aan de Heer gehecht is’ [30, §5b].
Het gaat hier uiteraard niet om beeldtaal, maar om werkelijke mystieke ervaringen.
De stemming wordt steeds warmer en gebruikt de taal van het Hooglied.
De minnaar stelt zich onophoudelijk het gelaat van zijn Geliefde voor.
‘Zelfs tijdens de slaap wordt hij niet van zijn verlangen bevrijdt’ [30, §6].
Hooglied 5: 2 wordt geciteerd:
Ik sliep, maar mijn hart was wakker.
Hoor! Mijn lief klopt aan!
‘Doe open, zusje, mijn vriendin,
mijn duif, mijn allermooiste.
Mijn hoofd is nat van de dauw,
mijn lokken vochtig van de nacht’
“[erôs, 30, §7]
Dan volgt het slot waarin het verlangen en vervulling samenklinken:
‘De ziel verlangt en smacht naar de Heer als door een pijl van Liefde getroffen’ [30, §8].

Tot slot een gezegde uit de geschriften van de H. Johannes Climacos als geestelijk leidsman:

vasthouden aan God; ondanks alles vind je een blijvende Bron van Hoop”Alle dingen zijn mogelijk voor diegenen, die
geloven, zo heeft de Heer gezegd.
Ik ben onzuivere zielen tegengekomen die
tot over hun oren begeesterd zijn geworden
nadat zij de lichamelijke liefde bekend hadden.
Maar de ervaring met deze liefde gaf hen een reden voor berouw, ze hebben dezelfde liefde voor de Heer overgedragen en daardoor overwonnen zij alle angst,
werden ze aangespoord zich onverzadigbaar op
de liefde van God te storten,
dat is de reden waarom de Heer zegt:
Zien jullie deze vrouw?
Ik ben in uw huis gekomen; water voor Mijn voeten hebt gij Mij niet gegeven maar zij heeft met tranen Mijn voeten nat gemaakt en ze met haar haren afgedroogd.
Een kus hebt gij Mij niet gegeven, maar zij heeft, van dat Ik binnengekomen ben, niet opgehouden Mijn voeten te kussen.
Met olie hebt gij Mijn hoofd niet gezalfd, maar zij heeft met mirre Mijn voeten gezalfd.
Daarom zeg Ik u:
Haar zonden zijn haar vergeven, al waren zij vele, want zij betoonde veel liefde; maar
wie weinig vergeven wordt, die betoont weinig liefde.
En Hij zei tot haar: Uw zonden zijn u vergeven.
En die met Hem aan tafel waren, begonnen bij zichzelf te zeggen:
Wie is deze mens, dat Hij zelfs de zonden vergeeft?
En Hij zei tot de vrouw: Uw geloof heeft u behouden, ga heen in vrede!

Luc.7: 44-50

Mag de Heer ons een goede heilige Vastentijd met ware bekering  bezorgen,
door onze oefening, het onophoudelijk gebed en aandacht in Christus,
door deelachtig te zijn aan de Goddelijke Genade en
het Mysterie van het Groot en Heilig Kruis en dat wij
daardoor de Opstanding van Christus mogen ervaren.

Bij de Lofpsalmen van de Metten:
'I have found the One whom my soul loves'Komt, laat ons werken in de Mystieke wijngaard,
laat ons er vruchten verwerven van b
oetvaardigheid;
laat ons niet slechts zwoegen voor spijs en drank,
maar onder gebed en vasten deugden beoefenen.
Dan zullen wij de Heer van het welbehagen,
die ons ieder de denarie [4,5 gram zilver] verleent om onze zielen
vrij te kopen van de schuld van de zonden
in Zijn barmhartigheid
“.

16 Maart – H. Christodoulos Latrinos van Patmos [Ὅσιος Χριστόδουλος ὁ ἐν Πάτμῳ – 1020-1093]

H. Christodoulos van PatmosJohannes [κατὰ κόσμο Ἰωάννης, Yannos], was de
zoon van eenvoudige landbouwers Theodore en Anna, en werd in 1020 geboren in Nicea van Bithynië
in Klein-Azië in de elfde eeuw.
Johannes was een autodidact, die een voorliefde voor boeken ontwikkeld had.
Als jonge man, volgde hij een ascetisch leven en
bracht zijn leven door als een kluizenaar op de
berg Olympus van Klein-Azië
evenals in de woestijn van Palestina.
Hierij veranderde hij overeenkomstig de monastieke gewoonte van naam en kreeg de naam Christodoulos [hetgeen in het Grieks “slaaf van Christus” betekent].
Hij diende vervolgens als abt van het klooster op de berg [Mount] Lamos in Caris in het westen van Klein-Azië.
Na de inval van de Saracenen in 1085 vluchtten abt Christodoulos en de monniken van het klooster naar het eiland Kos in het zuidoosten van de Egeïsche Zee.

verovering van Kreta door de SaracenenSaracenen en de term Sarakenoi [Grieks: Σαρακηνοί] werd al door klassieke schrijvers
in de 1e eeuw gebruikt voor een Noord-Arabisch volk dat zich lange tijd verzette tegen de Byzantijnse keizers en zich al vroeg [8e eeuw] bekeerde tot de islam. Gedurende de middeleeuwen werd de term uitgebreid naar alle moslims en later alle
tegenstanders van de christenen, of ze nu Arabisch, Perzisch of Turks waren.

Op Kos vestigde Abt Christodoulos een klooster gewijd aan de Moeder Gods.
Ook op Kos ontmoette Christodoulos een asceet, Arsenius Skinouris,
zoon en erfgenaam van een rijke landeigenaar van Kos, die een spiritueel kind van de abt werd.  Samen, droomde ze van het herstel van het monastieke leven op het nabijgelegen eiland Patmos,
dat ontvolkt was  als gevolg van de aanvallen van Saraceense machthebbers.
Tijdens de daarop volgende jaren vestigde Hegoume Christodoulos ook een klooster op het eiland Leros, welke werd toegewijd aan de H. Johannes de Theoloog.

In 1088 presenteerde Vader Christodoulos zich met Arsenius, aan het hof van keizer Alexius I Comnenos in Constantinopel en maakte zijn plan bekend om het eiland Patmos te herbevolken met kloosterlingen. De keizer stemde in met zijn verzoek.
Vadertje Christodoulos kreeg de soevereiniteit over het eiland Patmos,
met als tegenprestatie dat hij zijn activiteiten op Kos, die gebonden waren aan de erfenis van Arsenius, afstond.
In augustus 1088 nam vadertje Christodoulos bezit van het “verlaten en onbewoond eiland” van Patmos.

Orthodoxe Kerk ConstantinopelToen hij terugkwam vanuit Constantinopel, nam hij metselaars en andere ambachtslieden met zich mee en
begon in 1091 met de bouw van het klooster dat opnieuw werd toegewijd aan de H. Johannes de Theoloog.
Het nieuwe klooster werd gebouwd op de ruïnes van de Johannesbasiliek uit de 4e eeuw en een vroegere tempel aan de heidense godin Diana.
Het werd opgebouwd met een defensieve structuur die hij “de Vesting” noemde.
De structuur van zijn opgebouwde klooster is tot op de dag van vandaag in gebruik gebleven.

In 1093 echter werd vadertje Christodoulos en de monniken, door de invallen van Emir Dzaha op het eiland, gedwongen te vluchten naar het eiland Euboia.
Vadertje Christodoulos overleed daar op 16 maart 1093.
De monniken hebben het klooster een paar jaar later herwonnen en keerden naar Patmos terug.
Zij namen ongeschonden gebleven relikwieën van de H.  Latrinos van Patmos met zich mee, zodat hij aldaar in het klooster van de H. Johannes de Theoloog, onder hun hoede kon rusten.

 

2e Zondag van de Grote vasten – Zondag van de Heilige Gregory Palamas [Γρηγόριος Παλαμάς, 1296–1359]

H. Gregory Palamas, icoon Dionysiou klooster, AthosDe zondag van de Heilige Gregorius Palamas is
de tweede zondag van de Grote Vasten.
Zij herdenkt de Heilige Gregory Palamas [1296-1359].
Gregory Palamas was een monnik van de berg Athos in Griekenland, later de metropoliet [aartsbisschop] van Thessaloniki en staat bekend als een vooraanstaande theoloog betreffende het  Hesychasm.
Zijn leer belichaamt de verdediging van het Hesychasm tegen de aanvallen van Barlaam, welke in westerse kringen veelal wordt aangeduid als Palamism,
Deze zondag wordt tussen de zondag van de Orthodoxie en
de zondag van het Groot en Heilig Kruis gevierd.

Iedere zondag in de Grote en Heilige Vasten heeft haar eigen speciale thema.
Deze zondag heeft als thema dat de mens door Gods genade in de Heilige Geest
een goddelijke staat, de theosis kan bereiken.
Dit spirituele thema geeft een uitbreiding  aan dat van de eerste zondag van de Grote Vasten, het Orthodox Geloof.
Als aanvulling op het verkrijgen van het Geloof, dient men zich inspanning te getroosten.

De Apostellezing geeft daarom aan dat we meer aandacht dienen te schenken aan
de dingen die we hebben gehoord, opdat wij niet zullen afdrijven …
hoe kunnen wij daaraan ontkomen, nu wij zo’n grote zaligheid in het vooruitzicht hebben?
[Hebr.1: 10 -2: 3]
Het Evangelie les toont ons de scene van de inspanning en het verlangen via
de verlamde die door het dak tot Christus wordt gebracht.
[Marc.2: 1-12]

Historisch was het de Heilige Gregory Palamas, die 14 november zijn feestdag heeft,
die getuigenis aflegde dat de mens, in dit leven al, door gebed en vasten
deelachtig kan worden aan het ongeschapen licht, Gods goddelijke Glorie.
Na de heiligverklaring van H. Gregorius Palamas in 1368, werd er een tweede herdenking vastgesteld;  waarbij als een tweede Triomf van de Orthodoxie voor de 2e Zondag van de Grote Vasten werd gekozen.Het viert de veroordeling van de tegenstanders van de H. Gregory Palamas en de rechtvaardiging van zijn leer van de Kerk.

Saint Gregory Palamas celebration in ThessalonikiTroparion           Tn.8
Toortsdrager van de Orthodoxie,
steun en leraar van de Kerk,
Sieraad van de monniken,
onoverwinnelijke kampioen van Theologen,
Roem van Thessalonika,
Prediker van Gods Genade,
wonderdoende Gregorios ,
Bid onophoudelijk opdat
onze zielen worden gered
“.

Kontakion          Tn.4
Nu is het tijd voor actie!
een vonnis staat ons te wachten!
Dus laten we snel opstaan​,
laten we met tranen van berouw
een liefdegift aanbieden:

Onze zonden zijn talrijker dan het zand van de zee;
maar vergeef ons, o Meester van allen,
zodat we de onvergankelijke kronen mogen ontvangen
“.

Kontakion          Tn 8
Heilig door God bezield instrument van Wijsheid,
stralende luid-klinkende bazuin van de theologie,
zo bezingen wij U, o God geïnspireerde Gregorios.
wiens geest zich gehel gevestigd heeft in de Eerste Geest.
leid ook onze geest tot Hem, o Vader,
opdat we mogen zingen:
‘Verheug u, prediker van genade’
“.

Maart de 4e – H. Gerasimos, de rechtvaardige van de Jordaan

interieur Gerasimos klooster aan de JordaanH Gerasimos leefde in de 5e eeuw en
was abt van een gemeenschap van 70 monniken die
in de woestijn ten oosten van Jericho leefden, in
de buurt van de rivier de Jordaan.
Hun leven was onverzettelijk, ze sliepen op rieten matten,
ze hadden cellen zonder deuren en de stilte werd strikt in acht genomen. Hun dieet bestond voornamelijk uit water, dadels en brood.
Er wordt gezegd, dat Gerasimos in zijn niet aflatend geloof en standvastigheid werd beïnvloed door een verwensing uit zijn jeugd, waarop  hij een leven ging leiden beneden het bestaansminimum.

Op een dag kwam Gerasimos, terwijl hij langs de Jordaan liep, een leeuw tegen die het in doodsangst uitbrulde. De leeuw kon zich, vanwege een grote splinter in een poot, niet in leven houden. Overmand door medelijden met het beest, verwijderde Gerasimos de splinter en maakte de wond schoon en verbond hem, waarna hij verwachtte dat de leeuw naar zijn grot zou terugkeren.
In plaats daarvan volgde het schepsel hem gedwee op zijn terugweg naar zijn klooster en
werd zijn toegewijd huisdier.
De hele gemeenschap was verbaasd over het plotseling vreedzame karakter van het dier
tot een leven van toewijding aan de abt; het roofdier at namelijk niets dan brood en groenten.

H Gerasimos van de JordaanDe leeuw kreeg als speciale taak het bewaken van de klooster ezel, die langs de Jordaan graasde.
Op een dag gebeurde het dat, terwijl de leeuw lag te dutten, de ezel afdwaalde en door een passerende handelaar werd gestolen.
Na zonder succes gezocht te hebben, keerde de leeuw terug naar het klooster, het hoofd laag bij de grond, vanwege zijn tekortkoming.
De broeders concludeerden al snel dat de leeuw de ezel had overmeesterd en opgegeten had.
Als straf, kreeg de leeuw de taak van de ezel; om het water in een zadelpak met vier aarden kruiken  van de rivier naar het klooster te gaan dragen.

Maanden later, gebeurde het dat de handelaar met de gestolen ezel en drie kamelen langs de Jordaan trok.
De leeuw herkende de ezel en brulde zo hard dat de handelaar op de vlucht sloeg en weg rende.
De leeuw nam het touw van de ezel tussen zijn kaken en leidde hem terug naar het klooster
met de kamelen, die er achteraan vastzaten en hen volgden.
De monniken beseften dat ze zich in de leeuw hadden vergist; waarop
de leeuw zijn naam “Jordanes” van de vader Gerasimos kreeg toegewezen.

Voor nog eens vijf jaar maakte de leeuw “Jordanes” deel uit van de kloostergemeenschap.
Toen vader Gerasimos in de Heer ontsliep en werd begraven, ging Jordanes op het graf van verdriet liggen brullen en legde haar hoofd op het graf tegen de grond.
Tenslotte liet ook Jordanes het leven en stierf op de laatste rustplaats van Gerasimos.

Jordanus, de Leeuw - standbeeld in het kloosterDe Icoon van de H. Gerasimos richt zich op de ontwikkeling van het directe contact tussen de monnik en de leeuw.
Abt Gerasimos en deze geschiedenis
zijn zo indrukwekkend dat
veel teksten naar hem verwijzen en
al snel na zijn dood werd hij als
een heilige erkend.
Het klooster dat hij stichtte heeft de tand van de tijd doorstaan en is tot op de dag  van vandaag een spirituele ontmoetingsplaats
van pelgrims in de woestijn.

Troparion           Tn.1
Saint-Gerasimos1“Als woestijnbewoner en
engel in het menselijk lichaam,
bleek u voor ons ​​een wonderdoener te zijn.
God-dragende vader Gerasimos
Door vasten, waken en bidden,
ontvangt u hemelse gaven om zieken te genezen en de zielen te redden van hen
die door u tot geloof zijn gekomen:
Eer aan God, Die u deze kracht verleende!
Eer aan Hem, Die u een kroon gaf!
Eer aan Hem, Die door u genezing verleent aan allen!
“.

Kontakion          Tn.4
Vader, door hemelse liefde ontstoken,
De voorkeur aan de hardheid van de woestijn van Jordanië
deed u alle geneugten van de wereld ontvluchten!
Daarom heeft een wild beest u zelfs naar uw overlijden gediend.
Hij stierf in gehoorzaamheid en verdriet op uw graf.
Door u is daarmee onze God verheerlijkt.
Nu u voor Hem staat, heilige Gerasimus,
houdt u nog steeds rekening met ons!
“.

Heilige oudvader Porphyrios [Bairaktaris] van Kavsokalyvia [1906-1991] over de ascetische beoefening van het Vasten

Wandel waardig overeenkomstig de roeping, waarmee je geroepen bent
met alle nederigheid en zachtmoedigheid,
met lankmoedigheid en elkander in liefde te verdragen,
Zet je in de eenheid van Geest te bewaren door de band van de Vrede.
Een in Lichaam en een Geest, zoals je ook geroepen bent in de ene hoop van je roeping,
een Heer, een Geloof, een Doop,
Want God is de Vader van allen,
Hij Die is boven allen is verheven
en door allen en in allen werkzaam is.
Maar aan een ieder van ons is afzonderlijk Genade gegeven,
naar de mate, waarin Christus haar schenkt“.
Cf. Eph.4: 1-7

μονή Χρυσοπηγής• Dit artikel is mede samengesteld
aan de hand van het boek ‘Γέροντος Ποφύρου Καυσοκαλυβίτου Βίος και Λόγοι’,
door μοναστήρι ζωογόνο πηγή, Χρυσοπηγής, Χανιά, Κρήτη 2003;
> in het Engels vertaald ‘Wounded by love’  by Elder Porphyrios [Author],
John Raffan in 2005 [Translator]
> in het Nederlands vertaald
door het Klooster Portaïtisa, Trazegies, België, 2008.
uitgeverij Orthodox Logos, Tilburg
ISBN/EAN: 978-90-811555-5-7

ΑΓΙΟΣ ΠΟΡΦΥΡΙΟΣ ΚΑΥΣΟΚΑΛΥΒΙΤΗΣMen wordt niet heilig door
het kwaad te bestrijden.
Laat het kwade met rust.
[wanneer je op straat uitwerpselen van een hond ziet liggen, loop je er ook omheen en
je kijkt er niet naar].
Kijk naar Christus en
al het schone wat je omringt,
alleen dat zal je redden.
Wat iemand heilig maakt is de liefde
voor de aanbidding van Christus,
die alle uitdrukkingsmogelijkheden te boven gaat, die alles wat bestaat te boven gaat.
Daarom probeert
de mens ascetische oefeningen te doen en neemt zaken op zich
die hem doen lijden uit liefde voor God.
Geen mens/monnik werd ooit heilig zonder ascetische oefeningen.
Niemand kan in het geestelijke omhoog komen
[de Ladder van John Climacos] zonder ascese.
Deze dingen zijn een noodzaak, je komt er niet omheen,
wil je vooruitgang boeken op de geestelijke weg.
Ascetische oefeningen zijn bijvoorbeeld metanieën [= grote of kleine buiging],
nachtwaken, enz. maar alles dient ongedwongen [zonder verplichting] te gebeuren.
as gentle as a lambAlles dient met vreugde te worden gedaan.
Het belangrijke zijn niet de metanieën die
wij kunnen maken, het bekruisigen of de gebeden, maar
de daad van het jezelf [aan Christus over] te geven,
de vurige liefde voor God en voor het geestelijke.
Er zijn veel mensen die deze dingen niet voor God doen,
maar als gymnastiekoefening, om
er fysiek voordeel uit te halen.
Maar geestelijke mensen doen dit om
er geestelijk voordeel mee te behalen; zij doen ze voor God.
Tegelijkertijd echter heeft het lichaam er
groot voordeel van en wordt niet ziek; er komt dus veel goeds uit voort.

H. Porphyrios [Bairaktaris] van Kafsokalivia, Athos.Bij de verschillende ascetische oefeningen,
metanieën, vigilies en andere onthoudingen,
is het vasten onlosmakelijk verbonden.
De Vaders hielden ervan te zeggen dat
een dikke bulk nog geen verfijnde geest maakt
[oa. H. Greg. de Theoloog & John Chrysostomos].
Alle boeken van de Vaders spreken over het vasten.
Zij benadrukken dat wij niet moeten eten wat
moeilijk verteerbaar is, of rijk en vet, omdat
dit niet alleen slecht is voor het lichaam, maar
vooral de ziel ontregelt.
Zij zeggen dat wanneer een lammetje slechts gras eet,
het daarom ook zo rustig is.
Daarom wordt er gezegd dat iemand
mak is als een lammetje is“.
Honden en katten en alle vleeseters zijn allemaal woeste dieren.
Vlees blijkt slecht te zijn voor mensen. Fruit en groente zijn juist goed.
De Ladder van de H. Johannes Climacos2Daarom spreken de heilige Vaders veelvuldig over Vasten en raden
zij het teveel eten en het plezier dat
men heeft bij het eten aan rijk voedsel
ten zeerste af.
Laat ons voedsel daarom eenvoudig zijn,
en laten wij er ons ook niet zoveel mee bezighouden, het leidt af van het gebed, waartoe we het doen.
Het is juist niet het goede eten of de goede levenscondities die
een goede gezondheid veroorzaken, maar eerder het tegenovergestelde.
Een heilig leven wordt door het leven in Christus gevormd [John van Kronstadt].
Ik ken kluizenaars die met de grootste strengheid hebben gevast en
nooit een dag ziek zijn geweest.
U loopt echt geen gevaar door te vasten en daarmee wat minder te consumeren.
Ik ben nog nooit iemand tegen gekomen die door te vasten ziek is geworden.
Mensen die vlees, eieren eten en melkproducten lopen meer gevaar ziek te worden dan
zij die een sober en mager dieet volgen.
Dit is een vaststaand feit en wordt bevestigd door de medische wetenschap.
Het wordt zelfs door vooraanstaande artsen aanbevolen.
Niet alleen worden zij die vasten niet ziek, maar
zij kunnen mogelijk zelfs van veel ziektes genezen.
Maar daarvoor dien je over Geloof beschikken en
dat kun je beter voeden dan je dikke buik.
Vast je zonder het Geloof in Christus dan zul je snel een leeg gevoel bemerken,
je misselijk voelen, naar eten verlangen. Vasten is namelijk een kwestie van geloof.
Het doet u geen kwaad wanneer je je eten beter na-kauwt en goed laat verteren.
Kluizenaars kunnen lucht in eiwitten veranderen en het vasten doet hen geen kwaad.
Wanneer je liefde kunt opbouwen voor het goddelijke,
kun je zelfs met plezier vasten en wordt alles veel gemakkelijker;
anders zou alles immers onoverkomelijk lijken.
Het overkomt degenen die hun hart aan Christus hebben gegeven en
met vurige liefde bidden dat zij erin slagen hun verlangen
naar voedsel en gebrek aan onthouding te overwinnen en
onder controle te houden.
Er zijn tegenwoordig genoeg mensen, die uit niet-religieuze overwegingen maar
gewoon omdat zij geloven dat het goed voor hun gezondheid is,
dachten dat ze onmogelijk een enkele dag zonder voedsel konden,
die nu vegetarisch leven.
Geloof me, het kan echt geen kwaad geen vlees te eten.
Maar wanneer iemand zwak en ziek is, is het echt geen zonde om
vlees, eieren en melkproducten te eten om
de gezondheid op peil te houden en te herstellen.
Denk er aan dat het menselijk lichaam water en zout nodig heeft.
Men hoort dikwijls dat zout slecht is, maar dit is niet waar;
het is een noodzakelijk element.
Er zijn zelfs mensen die er een grote behoefte aan hebben dan anderen.
Voor anderen is het niet zo noodzakelijk en voor sommigen is het ronduit slecht.
Het is een kwestie van de sporenelementen in het lichaam.
Hiervoor is onderzoek nodig.

H. Porphyrios Bairaktaris of Kafsokalivia2Ik heb een ideaalbeeld!
– iets om op de Heilige Berg ten uitvoer te brengen.
Ik heb namelijk tarwe besteld om dit fijn te malen en
bruin brood voor onszelf te gaan bakken.
En dan denk ik er tevens eraan om verschillende peulvruchten te malen en deze te vermengen:
tarwe met rijst, met soja, sojabloem met of met linzen, enz.
En dan beschikken wij ook nog over pompoenen,
tomaten, aardappelen en diverse andere groenten.
Vader Hesychios en ik zien het al voor ons.
Wij zeggen dan tegen elkaar
dat we ons ergens als kluizenaar kunnen vestigen en
tarwe zaaien en het dan in water weken en eten.
Is dat niet zo dat de heilige Basilios dit ook in de woestijn heeft gedaan?

En dit zou nu – in de ons gegeven tijd – onmogelijk zijn?
Het blijkt ook voor jou mogelijk te zijn een dusdanig vastenprogramma
samen te stellen dat gebaseerd is op bovengenoemde periode van vasten;
een werking die van oudsher is doorgegeven en die je jezelf eigen maakt,
heeft van oorsprong een eigen plaats in het Orthodoxe liturgisch leven ingenomen.
bij: Heer ik roep . . . [vespers 1e Zondag, tn.4]
Mozes en de brandende braambos, Arnold FribergToen Mozes, de heerlijke,
door het vasten was gereinigd, mocht hij U, naar Wie zijn verlangen uitging,
op de berg aanschouwen.
Volg hem dan na, mijn arme ziel,
haast u om in deze dagen van onthouding
gereinigd te worden van het kwaad,
opdat gij de Heer, Die u vergiffenis schenkt,
in uw ziel mag zien,
want Hij is de Goede, de Menslievende en Almachtige Heer
“. vert. Rus. klooster Den Haag

Moge de Heer ons allen een goede heilige vastentijd geven;
een waarachtige bekering in Christus door onze oefeningen
in een onophoudelijk gebed en aandacht.
Dat wij deelachtig mogen worden aan Zijn Goddelijke Genade,
het Mysterie van het Groot en Heilig Kruis en
de Opstanding van Christus mogen ervaren.

Februari 3e, H. Nicolaas, gelijk-aan-de-apostelen, Metropoliet en verlichter van Japan [1836-1912]

H. Nicolaas van Japan, ApostelgelijkeNicolaas werd als Ivan Kasatkin
geboren in het dorp Berezovsky,
nabij Volsk, in de provincie Smolensk.
Zijn vader, Dmitri, diende als diaken en zijn moeder overleed al toen hij nog maar vijf jaar oud was.
Het gezin van de diaken was groot en het leven zwaar. Ondanks dat, werd de jonge Ivan naar de Theologische School van Belsk gestuurd en later naar het Theologisch Seminarie van Smolensk.
In 1857 werd Ivan, als een van de beste studenten, naar de Theologische Academie in St. Petersburg gestuurd om daar te studeren, hier toonde hij zijn opmerkelijke talenten.

Toen Ivan bijna klaar was  met zijn studie, werd – door de Goddelijke Voorzienigheid zijn toekomstige missie onthuld – om het orthodoxe geloof in Japan te gaan prediken.
De Russische consul in Japan had bij de Heilige Synode een verzoek ingediend [welke later naar de Academie werd doorgestuurd], om een voorganger, “die zijn nut zou bewijzen, zowel als geestelijk leidsman als geleerde en wiens privé-leven een voorbeeld zou vormen voor de plaatselijke geestelijken, niet alleen in Japan maar ook aan vreemdelingen in en buiten Japan“.
Ivan diende een petitie aan bisschop Nectarius, de rector, met de vraag om om zijn voorspraak en hem te benoemen tot het Russische consulaat in Japan.

ga uit uw vaderlandOp 24 juni 1860, stelde bisschop Nectarius Ivan Kasatkin aan en gaf hem de naam ‘Nicolaas’ in de parochie van de Twaalf Apostelen, waar hij werkzaam was.
Op 29 juni, de dag van de apostelen Petrus en Paulus, werd monnik Nicolaas
tot hierodiaken gewijd en op 30 juni, op het feest van de Synaxis van de Twaalf Apostelen werd hij Hieromonk [priester- monnik] gewijd.
De woorden van zegen over nieuwe missie van de jonge monnik door de bisschop waren dan ook opmerkelijk:
Je wordt verondersteld je ascetisch leven buiten het klooster voort te zetten,
Je dient hiertoe in opdracht van God je vaderland te verlaten en
in een land dat ver weg ligt en trouw belijden
met het kruis van een asceet dien je de monastieke opdracht te vervullen en
zul je de weg van een pelgrim afleggen aan boord van een schip met
een apostolische missie!

icoon van de Moeder Gods van SmolenskIn juni 1860 was deze Hieromonk Nicholas,
met de icoon van de Moeder Gods van Smolensk, onderweg naar zijn werkplek
in de stad Hakodate.
Onderweg naar Japan, ontmoette hij
de beroemde bisschop van de Russische Kerk,
de H. Innocentios [Veniaminov], Metropoliet van Kamchatka, de Koerilen en Aleoeten
[de latere Metropoliet van Moskou en Apostel van Amerika en Siberië].
In Nikolaevsk-op-Amur, leerde H. Nicolaas van de ervaringen van deze oudere zendeling
alles wat nodig is om
zijn apostolische werken te verrichten,
De zending “tot aan de uiteinden der aarde” [Hand.1: 8].

Op 2 juli 1861 kwam Nicolaas in Hakodate aan.
Op het eerste gezicht leek het bijna onmogelijk om
het Evangelie in Japan te prediken, dit blijkt uit vader Nicholaas’ woorden,
Japanners uit die tijd beschouwden buitenlanders als beesten en
het Christendom werd beschouwd als een zich uit de markt prijzende kerk, waartoe
alleen beruchte schandplegers en tovenaars konden behoren“.
Het kostte hem acht jaar om zich vertrouwd te maken met het land,
met de mensen, de taal,  gewoonten en tradities van
degenen tot wie hij was om te preken was uitgezonden.
Met volle inzet leerde Nicolaas de Japanse cultuur en taal grondig kennen.
H Innocenti [Veniaminov], Metropoliet van Moscow en KolomenskVooral nadat hij Metropoliet Innocent [Veniaminov} in september 1861 in Hakodate ontmoette, leek zijn motivatie nog groter te worden.
In Japan probeerde de jonge Nicolaas om zijn bekwaamheid voor Westerse talen te
bemachtigen en las hij buitenlandse boeken.
Metropoliet Innocent vond het lezen van westerse boeken nutteloos en kon er geen achting voor opbrengen.
Volgens Innocent dienden alle inspanningen van Nicholas gericht te zijn op ‘het leren van de Japanse taal, cultuur en geschiedenis’, zodat hij in staat
zou zijn om een juiste Japanse vertaling van
de H. Schrift te maken.
Nicholas was sterk onder de indruk van deze woorden van de Metropoliet.
Hij heeft zijn woorden gehoorzaam en gedwee opgevolgd.

stuurwielHieromonk Nicholas woonde populaire bijeenkomsten
bij van verhalenvertellers en boeddhistische predikers.
Daardoor had vader Nicolaas het gesproken Japans al
in 1868 onder de knie. De kennis over de geschiedenis van Japan die hij verkreeg was diepgaander dan die van veel Japanners zelf.
In de tussentijd leerde hij ook Engels, hetgeen een steeds internationalere taal werd. Tegen die tijd telde de gemeenschap van Vader Nicholas ongeveer 20 mannen en vrouwen.

In het najaar van 1869 bezocht Hieromonk Nicolaas St. Petersburg om
de synode verslag uit te brengen over de resultaten van zijn werk.
Er werd besloten “Tot de opzet van een speciale Russische Kerkelijke Missie om
Gods Woord daar te prediken onder de heidenen
“.
Vader Nicolaas werd gepromoveerd tot de rang van Archimandrite en
benoemd tot hoofd van deze missie.
Bij zijn terugkeer naar Japan, ruilde de toekomstige bisschop zijn gemeente in Hakodate
ten gunste van Hieromonk Anatole, zijn nieuwe partner en verplaatste
het missionaire centrum naar Tokio.
In 1871 begon de christenvervolging in Japan, waarbij veel mensen,
waaronder Paul Sawabe, de eerste orthodoxe Japanner,
die later een beroemde missionaris priester zou worden,
om het leven kwam.
Het was pas in 1873 dat de vervolging een beetje afnam en
de verspreiding van het christendom mogelijk werd.
In hetzelfde jaar begon Archimandrite Nicolaas
een kerk en een school voor vijftig mensen in Tokyo te bouwen,
welke werd opgevolgd door een theologische school, die
werd omgevormd tot een seminarie in 1878.

Japans, Onze VaderIn 1874 was, Zijne Eminentie Paulus,
bisschop van Kamchatka, in Tokio aangekomen teneinde de, door Archimandrite Nicolaas aanbevolen,
lokale kandidaten te wijden.
Tegen die tijd, waren er vier scholen in Tokio:
een catechisatie school, een seminarie, een meisjesschool en
een school bemand door de geestelijkheid.
In Hakodate waren twee scholen,
één voor jongens en één voor meisjes.
In het najaar van 1877 begon de missie regelmatig
een tijdschrift, De Kerk Herald te publiceren.
In 1878 werden er in Japan 4.115 christenen geteld.
In de openbare eredienst en de opleiding van de lokale gemeenschappen, werd de volkstaal, het Japans,
algemeen gebruikt.
De publicatie van boeken over spiritualiteit en ethiek werd ook opgestart.
In 1880 besloot de Heilige Synode om de missie verder te bemannen en
Archimandrite Nicholas verheffen aan het hoofd de rang van bisschop te verlenen.
Op 30 maart 1880 werd  Archimandrite Nicolaas  tot bisschop van Tokio gewijd in de Drie-eenheids kathedraal van Alexander Nevski-klooster.
De bisschop schreef later:
Tijdens het Mysterie van die wijding,
lijken de menselijke gevoelens je tegen je wil te overweldigen, worden je ogen nat,
is je ziel beschaamd en je innerlijke wezen wordt zo onder de handen van de hiërarchen geplaatst
dat je totaal omgevormd weer op staat . . .
als een totaal ander persoon dan je daarvoor op het altaar toetrad
“.

Vanaf dat ogenblik zette bisschop Nicolaas zijn apostolische arbeid met nog meer ijver voort.
In 1891 voltooide hij de bouw van de kathedraal van de Heilige Opstanding [Tokio, Japan] en
daarna ging hij over tot de composities van de liturgische boeken en vertaalde  hij het orthodox theologisch woordenboek in het Japans en bezocht tevens  de gemeenschappen om aan de behoeften van de vele orthodoxe gemeenschappen te voldoen.
De Russisch-Japanse oorlog van 1905 bleek echter een tijd van
beproevingen voor Nicolaas en zijn kudde te zijn.
Tot grote verbazing van de Japanners weerstond hij deze met eervol.
Hij vond een manier om de Russische krijgsgevangenen in hun moeilijke omstandigheden te helpen. Als erkenning van deze ongekende inspanning, werd hij tot de rang van Metropoliet bevorderd.
In 1911, na vijftig jaar ‘zendingswerk van de H Nicolaas telde de Kerk van Japan 266 gemeenschappen, met inbegrip van 33.017 Orthodoxe leken,
een aartsbisschop, een bisschop, 35 priesters, zes diakens,
14 zangdocenten en 116 docenten catechesatie.

Gedurende zijn gehele leven is H. Nicolaas  een voorbeeld als echte geestelijke leidsman gebleven en offerde hij zich geheel op aan zijn bediening.
Hij was een man van onuitputtelijke energie, een man van zijn woord en bezat hij een uitmuntende efficiëntie.
Hij zei eens:
Ik vind het ongepast om als missionaris met pensioen te gaan, tenzij
ik totaal niet meer in staat zou zijn om mijn diensten te doen.
Ik heb zelfs in mijn stoutste dromen niet overwogen m’n plicht te verzaken
ik zou liever in het harnas sterven in het veld waar Gods Voorzienigheid . . .
mij heeft voorbestemd om te ploegen en zaaien
“.
Deze woorden tonen ons een volledig beeld van zijn menselijke natuur.
Zijn privé-leven was dat van een asceet.
Hij probeerde nooit een speciale prestatie te leveren maar gaf zijn hele ziel over aan God.
Zijn leven werd gekenmerkt door ontberingen, eigenzinnigheid en zelfkritiek ondanks
de vermoeidheid en zwakheid die hij als oude man onderging.
Het leven van deze heilige toonden de wereld overduidelijk
een uiting van succes in het overwinnen van deze ontberingen
door de vervulling van Christus’ geboden.
H. Nicolaas, apostelgelijke en verlichter van JapanOp 3 februari 1912 ontsliep Aartsbisschop Nicolaas,
de verlichter van Japan, vreedzaam in de Heer op
de leeftijd van 75 jaar , om te worden opgevolgd door
zijn assistent, de toekomstige Metropoliet Sergius [Tikhomirov] van Japan.
Op 10 april 1970 heeft de autofecale Kerk van Rusland onder leiding van Patriarch Alexis I van Moskou en
geheel Rusland besloten Metropoliet Nicholas
als Heilige uit te roepen en hem te benoemen tot
gelijke-aan-de-Apostelen.
Onder de orthodoxen – in het bijzonder in Japan –
wordt deze H. Nicolaas nu vereerd als een man met een grote heiligheid en werd hij
een speciale bemiddelaar in onze gebeden tot de Heer.