Zondag van het Laatste Oordeel [zondag van de vleesonthouding]

Christ Pantocrator PetersburgWanneer dan
de Zoon des mensen komt in Zijn heerlijkheid en 
al de engelen met Hem, dan zal Hij
plaats nemen op de troon Zijner heerlijkheid.
En al de volken zullen
voor Hem verzameld worden en
Hij zal ze van elkander scheiden, zoals
de herder de schapen scheidt van de bokken en
Hij zal de schapen zetten aan zijn rechterhand en de bokken aan zijn linkerhand.
Dan zal de Koning tot hen, die aan Zijn rechterhand zijn, zeggen:
Komt, gij gezegenden Mijns Vaders,
beërft het Koninkrijk, dat 
u bereid is
van de grondlegging van de wereld af.
Want Ik heb honger geleden en gij hebt Mij te eten gegeven.
Ik heb dorst geleden en gij hebt Mij te drinken gegeven,
Ik ben een vreemdeling geweest en gij hebt Mij gehuisvest,
naakt en gij hebt Mij gekleed, ziek en gij hebt Mij bezocht;
Ik ben in de gevangenis geweest en gij zijt tot Mij gekomen.
Stappenplan opvang vluchtelingen
Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden, zeggende:
Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien en hebben wij U gevoed, of dorstig en
hebben wij U te drinken gegeven?
Wanneer hebben wij U als vreemdeling gezien en hebben U gehuisvest, of naakt, en
hebben U gekleed?
Wanneer hebben wij U ziek of in de gevangenis gezien en zijn tot U gekomen?
En de Koning zal hun antwoorden en zeggen:
Voorwaar, Ik zeg u, in zoverre gij dit aan een van
deze Mijn minste broeders hebt gedaan, 
hebt gij het Mij gedaan.
Dan zal Hij ook tot hen, die aan zijn linkerhand zijn, zeggen:
Gaat weg van Mij, gij vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat
voor de duivel en zijn engelen bereid is.
Want Ik heb honger geleden en gij hebt Mij niet te eten gegeven,
Ik heb dorst geleden en gij hebt Mij niet te drinken gegeven;
Ik ben een vreemdeling geweest en gij hebt Mij niet gehuisvest,
naakt en gij hebt Mij niet gekleed,
ziek en in de gevangenis en gij hebt Mij niet bezocht.
Dan zullen ook zij Hem antwoorden en zeggen:
Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien, of dorstig, of
als vreemdeling, of naakt of ziek, of in de gevangenis, en
hebben wij U niet gediend?
Dan zal Hij hun antwoorden en zeggen:
Voorwaar, 
Ik zeg u, in zoverre gij dit aan een van deze minsten niet gedaan hebt,
hebt gij het ook aan Mij niet gedaan.
En dezen zullen heengaan naar de eeuwige straf, maar
de rechtvaardigen naar het eeuwige leven“.
Matth.25: 31-46

Laatste oordeel -icoon detail, de wederkomst van onze Heer en VerlosserDe zondag van het Laatste Oordeel is
de derde zondag van een periode van drie weken vóór de aanvang van de Grote Vasten.
Gedurende deze tijd zijn de diensten in de Orthodoxe Kerk begonnen met de
hymnen uit het Triodion.
Het Triodion is een liturgische boek dat de                                                                diensten van de zondag van de tollenaar en de Farizeeër,                                                              de tiende zondag vóór Pascha [Pasen dit jaar 1e Mei] bevat                                                            tot en met Grote en Stille Zaterdag.
Deze zondag wordt in de Orthodoxe Kerk aandacht besteed aan
het oordeel dat alle mensen aangaat, die uiteindelijk voor Gods Troon
zullen verschijnen, wanneer Christus op aarde terugkeert in Zijn heerlijkheid.

Bijbelse achtergrond
Deze zondag is ontleend aan datgene wat onze Heer Jezus Christus heeft voorgehouden
met betrekking tot Zijn wederkomst en  het Laatste Oordeel van allen, zowel
de levenden en de doden zullen geoordeeld worden.
Christus spreekt hier over wat er zal gebeuren zal op dit specifieke punt in de tijd, wanneer
H. Mattheüs wordt als Evangelist afgebeeld emt een boekroltekst [Ez.1   10 en Openbaring 4  7], omdat zijn Blijde Boodschap begint met de genealogie van Christus.“Hij zal terug komen in Zijn heerlijkheid en al de heilige engelen met Hem“.
Matth.25: 31
Bij Zijn wederkomst: “zal Hij zitten op de troon van Zijn heerlijkheid” en zullen
alle volkeren zullen voor Hem
verzameld worden.
Hij zal ze scheiden “zoals een herder verdeelt Hij zijn schapen van de bokken“.
Matth.25: 32
De schapen zal aan zijn rechterhand worden geplaatst en de bokken aan de linkerkant.
Tot de schapen zal Hij zeggen:
Kom, gij gezegende van Mijn Vader, beërft het Koninkrijk                                                          dat u bereid is van de grondlegging van de wereld af“.
                                                      Matth.25: 33-34
De goede HerderDit Koninkrijk wordt de schapen aangeboden
vanwege hun medeleven en dienstverlening aan mensen in nood.
Jezus zegt:
“… want ik had honger en gij hebt Mij te eten;
Ik had dorst en gij hebt Mij te drinken gegeven;
Ik was een vreemdeling en gij hebt Mij gehuisvest;
Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed;
Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht;
Ik was in de gevangenis en jullie kwamen Me opzoeken
“.
De schapen, die als rechtvaardigen gekozen zijn voor het Koninkrijk, zullen vragen hoe hen dit zo overkomt.
Zij zullen Jezus vragen wanneer hij honger of dorst had, een naakte vreemdeling was, de zij gekleed hebben en
de gevangene, die zij bezocht hebben.
Hij zal hun antwoorden door te zeggen:
Voorwaar, Ik zeg u, in zoverre gij dit aan de minste van Mijn broeders hebt gedaan,
hebt gij dit voor Mij gedaan
“.
Matth.25: 35-40

Belijd de Heer, want Hij is goed, want eeuwig is Zijn Barmhartigheid [Psalm 135: 1]Christus de Koning,
Die op Zijn troon het oordeel uitspreekt,
zal Zich vervolgens tot de bokken aan zijn linkerhand wenden en zeggen:
Ga weg van Mij, gij vervloekten, naar het eeuwige vuur dat voor de duivel en zijn gevallen engelen is bestemd“.
Matth.25: 41
Hij zal hen veroordelen, omdat zij Hem niet gevoed hebben toen Hij honger had, geen drinken aan Hem hebben gegeven toen Hij dorst had, Hem aan Zijn lot hebben overgelaten toen Hij een vreemdeling was,
Hem niet gekleed hebben toen Hij naakt was of Hem bezocht hebben toen Hij ziek was of in de gevangenis zat.
De bokken zullen de Heer dan de vraag stellen:
“Wanneer hebben wij U hongerig of dorstig gezien, of als                                                              vreemdeling, of naakt of ziek of in de gevangenis en                                                                        hebben U toen niet gediend?”
Dan zal Hij hun antwoorden te zeggen:
Voorwaar, Ik zeg u, in zoverre je het niet doet aan
één ​​van de minste van deze,
deed je het ook niet voor Mij
“.
Matth.25: 42-45
Jezus sluit Zijn woorden over het Laatste Oordeel af door te stellen dat
de mensen aan Zijn linker hand
de weg naar de eeuwige straf zullen gaan, maar dat
de rechtvaardigen het eeuwige leven zullen verkrijgen
“.
Matth.25: 46

Op de laatste twee zondagen van deze periode van de vóórvasten
wordt de nadruk gelegd op Gods geduld en grenzeloze Barmhartigheid,
van Zijn bereidheid om elke zondaar die naar Hem terugkeert als Zijn zoon aan te nemen.
Op de derde zondag worden we nadrukkelijk gewezen op een complementaire waarheid:
niemand is zo Geduldig en zo Barmhartig zoals onze God de Vader, maar
zelfs Hij kan degenen die zich niet bekeren niet vergeven.
De God van de Liefde is ook een God van Gerechtigheid en
wanneer Christus in Glorie op aarde zal terugkeren,
zal Hij komen als onze Rechter.
Dat is de boodschap voor de vastentijd aan ieder van ons:
zorg te dragen dat we weer aansluiting krijgen met God
nu er nog tijd over is en berouw te tonen voordat het einde komt.
Deze zondag toont ons de eschatologische dimensie van de vastentijd:
de Grote Vasten is een voorbereiding op de Wederkomst van de Heiland,
een voorbereiding op het eeuwige Pascha, wat ons allen te wachten staat.
Het is het tijdperk wat eveneens een thema vormt in
de eerste drie dagen van de Goede Week.
Maar hier wordt niet alleen gesproken over de toekomst.
Het ‘Hier en nu is elke dag en elk uur van ons leven‘,
waarin we ons hart verharden ten opzichte van anderen en
niet reageren op de kansen die ons geboden worden om een van hen te helpen,
gebeurt dat hier en nu dan hebben we al een oordeel over onszelf geveld.

Een ander thema van deze zondag is dat van de Liefde.
Wanneer Christus komt om ons te doen opstaan, wat
zal dan het criterium van Zijn oordeel zijn?
De gelijkenis van het Laatste Oordeel geeft het antwoord:
Liefde – niet louter de humanitaire zorg en abstracte rechtvaardigheid
en de anonieme “slechte” gedragingen, maar
heel concreet de persoonlijke liefde voor de medemens
– de specifieke personen die we iedere dag in ons leven tegenkomen.
Liefde voor de medemens, die het moeilijk heeft en er in zijn/haar eentje
niet meer uitkomt.
– Dat zijn de ouderen die vereenzamen en geen grip meer hebben
zaken zelf tot een oplossing te brengen, eenzaam in hun huisje zitten en
niets anders hebben dan de herinnering aan vroeger – uit onvermogen
niet meer in het hier en nu van een oude dag kunnen genieten en
zich vastklampen aan herinneringen en spulletjes van vroeger.
– De mensen, die oorlogsgebieden ontvluchten en tegen een muur/hek van onbegrip
aanlopen – geen ander uitzicht voor ogen hebben dan het ‘rijke’ westen, wat van gekkigheid niet weet waar ze hun overvloedige geld aan kunnen besteden.
Christelijke Liefde is de “mogelijke onmogelijkheid” om Christus te zien in
een andere persoon, wie hij of zij ook is, en
die God in Zijn eeuwige en Mysterieuze plan heeft opgenomen om
al is het maar een ogenblik in mijn leven te ontmoeten,
een gelegenheid voor een “goede daad” of een oefening daartoe.
Philantropie is het begin van het eeuwige gezelschap bij en de aanwezigheid in God Zelf.
De gelijkenis van het Laatste Oordeel gaat over de christelijke naastenliefde.
Niet alle van ons zijn geroepen om voor “de mensheid” te werken, maar
ieder van ons heeft de gave en de Genade van Christus’ Liefde ontvangen.
We weten dat alle personen die uiteindelijk deze persoonlijke liefde nodig
– in de ander erkennen dat zij een unieke ziel bezitten waarin op een uitzonderlijke manier de schoonheid van de hele schepping wordt weerspiegeld.
We behoeven dat niet zo ver te zoeken – ze leven misschien met ons samen – in het gezin; dat dragen en blijven verdragen ook wanneer zij zichzelf opsluiten of door opkomende dementie niet anders kunnen.
– We kennen mensen die ziek zijn of in of buiten de gevangenis gevangen zijn.
– We kennen mensen die ziek zijn en hunkeren naar aandacht, die
dorstig en hongerig zijn, want de liefde voor henzelf zijn ze kwijt geraakt
doordat het hen van jongs-af-aan is geweigerd of
hen een verkeerd beeld [icoon] van is meegegeven.

En, ten slotte, weten we dat ons persoonlijk bestaan smal en beperkt is en
dat eenieder van ons verantwoordelijk is voor een klein gedeelte van het Koninkrijk Gods,
die zelf hunkeren naar Genadegave van de Liefde van Christus.
De vraag zal ons persoonlijk gesteld worden of we
deze verantwoordelijkheid om lief te hebben ten uitvoer brengen of
dat we blijven weigeren om lief te hebben, omdat
we het zo druk hebben met onszelf.
Op deze vraag zullen wij door Christus beoordeeld worden.

Saint John Theologian, PatmosDe Apostel
Johannes de Theoloog zegt hierover:
Geliefden, als ons hart ons niet oordeelt,
hebben wij vrijmoedigheid tegenover God en ontvangen wij van Hem al
wat wij vragen, daar wij Zijn Geboden bewaren en doen wat welgevallig is
voor Zijn Aangezicht.
En dit is zijn gebod:
–   dat wij geloven in de Naam van Zijn Zoon Jezus Christus en                                                       elkander liefhebben, gelijk Hij ons geboden heeft.                                                                           En wie Zijn Geboden bewaart, blijft in Hem en Hij in hem.                                                           En hieraan onderkennen wij, dat Hij in ons blijft:                                                                           aan de Geest, Die Hij ons gegeven heeft
“.                                                                                         1John.3: 21-24

Het samenleven in Trouw en Liefde kan verrassend zijn, maar
om de Liefde leuk te houden, zullen wij er in dienen te investeren.
Dat kun je als medehuisbewoners doen, maar ook in de christelijke gemeenschap en
degenen, die boven ons aangesteld zijn dienen dit eveneens te doen.
Johannes de Theoloog gaat daarom verder:
Geliefden, vertrouwt niet iedere geest, maar beproeft de geesten of zij uit God zijn;
want vele valse profeten zijn in de wereld uitgegaan.
Hieraan onderkent gij de Geest Gods: iedere geest, die belijdt, dat Jezus Christus in
het vlees gekomen is, is uit God; en iedere geest, die Jezus niet belijdt, is niet uit God.
En dit is de geest van de antichrist, waarvan gij gehoord hebt, dat
hij komen zal, en hij is nù reeds in de wereld.
Gij zijt uit God en gij hebt hen overwonnen; want Hij,
Die in u is, is meerder dan die in de wereld is.
Zij zijn uit de wereld; daarom
spreken zij uit de wereld en hoort de wereld naar hen.
Wij zijn uit God; wie God kent, hoort naar ons;
wie uit God niet is, hoort naar ons niet.
Hieraan onderkennen wij de Geest der Waarheid en de geest der dwaling
“.
1John.4: 1-6

Wij zijn getuigen van de Heilige Drie-eenheid.
H. Drie-eenheidGeliefden, laten wij elkander liefhebben, want de Liefde is uit God en
een ieder, die liefheeft, is uit God geboren en kent God.
Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is Liefde.
Hierin is de Liefde Gods jegens ons geopenbaard, dat God Zijn Eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat
wij zouden leven door Hem.
Hierin is de liefde, niet dat wij God                                                                                                     liefgehad hebben, maar dat Hij ons                                                                                                     heeft liefgehad en zijn Zoon gezonden heeft                                                                                       als een verzoening voor onze zonden.
Geliefden, indien God ons zo heeft liefgehad,
behoren ook wij elkander lief te hebben.
Niemand heeft ooit God aanschouwd; indien wij elkander liefhebben,
blijft God in ons en Zijn Liefde is in ons volmaakt geworden.
Hieraan onderkennen wij, dat wij in Hem blijven en Hij in ons, dat
Hij ons van Zijn Geest gegeven heeft.
En wij hebben aanschouwd en getuigen, dat
de Vader de Zoon gezonden heeft als Heiland der wereld.
Al wie belijdt, dat
Jezus de Zoon van God is – God blijft in Hem en hij in God
“.
1John.4: 7-15

De H. Johannes van Kronstadt houdt ons voor:
Hoe authentieker wij ons hart openstellen, des te meer ruimte er ontstaat;
door onze innerlijke verandering komt er eveneens meer ruimte voor
een ontmoeting met talrijke dierbaren
“.
Hoe eenvoudig gaan wij niet voorbij aan de armen,
de [verwaarloosde] daklozen, de armen, de ouden,
de zieken en de zielen, die bezweken zijn.
Is de Heer niet gekomen om ons hart te genezen,
dan zouden wij niet weten waar wij het zoeken moesten en
zou er geen plaats in ons zijn om lief te hebben.
Wij zien het immers in de wereld om ons heen –
daar heerst – eerst ik en God voor ons allen.
God kom mij te hulp,
Heer haast U mij te helpen!
Ik heb geen leven, geen licht, geen vreugde of wijsheid;
geen kracht en mogelijkheden dan in U alleen, mijn God.
Stel mij in staat te allen tijde te spreken en handelen vanwege Uw Glorie,
met een zuivere Geest, met Uw Nederigheid, Uw Geduld en Uw Liefde,
vanuit Uw Vriendelijkheid, Uw vrede,
Uw Moed en Uw Wijsheid“.

2e zondag van de Voorvasten – alles is geoorloofd, maar niet alles is nuttig

H. Paulos, Apostel van de heidenenAlles is mij geoorloofd, maar niet alles is nuttig.
Alles is mij geoorloofd, maar
ik zal mij door niets laten knechten.
Het voedsel is voor de maag en
de maag voor het voedsel en 
God zal zowel het een als het ander teniet doen.
Maar het lichaam is niet voor de ontucht, doch
voor de Heer en 
de Heer voor het lichaam.
God heeft niet alleen de Heer opgewekt, maar
zal ook ons opwekken door Zijn kracht.
Weet gij niet, dat uw lichamen leden van Christus zijn? Zal ik dan leden van Christus wegnemen om
er leden van een ontuchtige van te maken? – 
Volstrekt niet! –
Of weet gij niet, dat wie zich aan een ontuchtige hecht,
een lichaam [met hem/haar] is?
Want, zegt Hij, die twee zullen tot een vlees zijn.
Maar die zich aan de Heer hecht, is een geest [met Hem].
Ga dan de ontucht uit de weg.
Elke andere zonde, die een mens doet, gaat buiten zijn eigen lichaam om.
Maar door ontucht bezondigt men zich aan zijn eigen lichaam.
Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, Die
in u woont, Die gij van God ontvangen hebt, en
dat gij niet van uzelf zijt?
Want gij zijt gekocht en betaald.
Verheerlijkt dan God met uw lichaam“.
1Cor.6: 12-20

Jezusgebed, gebed van het hartOp het moment dat je in de verleiding komt van welke zonde dan ook dien je vanuit je gehele lichaam en ziel uit te roepen:
Heer Jezus Christus,                                                                                                                               Zoon van de levende God,                                                                                                                       heb medelijden met mij en                                                                                                                     red Uw zondaar“.
De communicatie en samenwerking  met Christus wordt daarmee
als gewoon wordt beschouwd, voorzichtig en zonder ophef
zorgt Christus ervoor dat de tegenstrever vertrekt.
De satan laat zich niet verdringen door je druk te maken, hij voelt de beklemming en
gaat er dan nog eens extra in zitten wroeten; dit soort aanvechtingen laten zich alleen verwijderen door zachtmoedigheid en gebed.
Hij verdwijnt onmiddellijk bij
het ​​zien van de ziel die hem veracht en
zich met Liefde tot Christus wendt.
Heb geen afkeer van jezelf wanneer je ergens aan lijdt, want
de tegenstrever is zo arrogant, dat hij er zich over verheugd je door
zelfverachting nog eens extra te treiteren.
Werp je zorgen op de Heer,
Hij zal je er door heen dragen,
Hij zal in eeuwigheid niet toelaten dat
de Gerechte wankelt

Psalm 54[55]: 23,24

alarmlichtMaar die uitgekookte boze geest
blijft je aan het twijfelen brengen,
geeft je het idee dat je ondanks
je goede bedoelingen tekort schiet.
Laat de tegenstrever kletsen
smeek de Heer je terzijde te staan
waarop hij ervoor kiest het hazenpad te nemen
met de staart tussen zijn poten.
Door je tot de Heer te wenden laat je hem weten dat je God aangenaam bent.
Wanneer je door gebed tot de Heer kenbaar maakt dat je de tegenstrever veracht,
behoef je je verder geen kopzorgen te maken; je knuffelt namelijk Degene,
Die jij persoonlijk lief blijft hebben – wat er ook gebeuren zal.
Wanneer je onophoudelijk het gevecht met de duivel en zijn mallemoer aangaat
heeft deze je waar hij je hebben wilt – hij blijft je als een leeuwin, die zijn jongen verdedigt,
aanvallen – zo onbetrouwbaar is hij.
Wanneer je in het gevecht met hem de bal blijft terugspelen,
gooit hij je uiteindelijk een granaat toe;
gooi je een bom terug dan gooit hij een raket;
je zult altijd het onderspit delven.
Gun hem geen enkel blik waardig, naar een hoop [stront] kijk je toch ook niet.
Verloren zoon2Kijk naar de beide armen, die
God voor je uitspreid en koester je
te midden van Zijn armen en zet je weg voort.
Geef jezelf aan Hem over, teneinde
Hem via Christus en de H. Geest lief te hebben,
om in waakzaamheid voort
te kunnen gaan met je leven . . . . .
Wanneer ook maar het minste jouw stoort, een gedachte, een verleiding, een aanval, minacht dan
dit alles en richt al je aandacht, je blik op Christus:
Hij zal je dan steunen, teneinde je te verhogen.
Hij zal je opvangen, bij de hand nemen en zal met
Zijn Goddelijke Genade belonen . . . . .
Hij biedt je de ondersteuning                                                                                                                 door middel van de Heilige Geest
en blijf daar onophoudelijk om vragen middels:
Heer vervul ons ‘s-morgens met Uw Barmhartigheid;
dan zullen wij juichen en ons verheugen.
Geef dat wij ons mogen verheugen
over al onze dagen.
Ook over de dagen dat Gij ons vernederd hebt;
over de jaren, waarin wij rampen zagen.
Zie toch neer op Uw dienaren, op Uw werk, en leid Uw kinderen.
Moge de luister van de Heer onze God over ons stralen.
Maak voor ons recht het werk van onze handen;
ja, maak recht het werk van onze handen“.
Psalm 89[90] : 14-17
Je behoeft zelf niets te doen, door je aanroep ben je naar Hem onderweg en
Hij bevestigt dit door je met Goddelijke Genade te belonen . . . . .
Het is net alsof wij kreunen en de redding is al nabij.
De apostel Paulus zegt hierover:
Wij echter hopen op hetgeen wij niet zien,
wij verwachten het met volharding.
En evenzo komt de Geest onze zwakheid te hulp; want
wij weten niet wat wij naar behoren bidden, maar
de H. Geest Zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen.
En Hij, Die de harten doorzoekt, weet de bedoeling van de H. Geest, dat
Hij namelijk naar de wil van God voor de [roepende] heilige pleit“.
cf. Rom.8: 25-27
Jheronimus Bosch, de hel [detail]Als je de tegenovergestelde geest op je af
ziet komen, behoef je deze niet als
iets gewelddadigs te beschouwen noch
behoef je het fenomeen te gaan bestuderen om
het van binnenuit uit te boeten.
De beste manier is om het te negeren.
Christus en de tegenstreverOpen je hart, spreidt je handen uit
tot Christus, zoals
een kind dat een wild beest op
zich af ziet komen en
niet bang behoeft te zijn, want het kind weet zich beschermd, Zijn Vader is immers
naast hem en valt hij valt in Zijn armen . . . .
Daarbij benaderen wij elke aanval van de                                                                                           duivel met minachting en zijn hem door                                                                                             Christus de baas.
Op dat moment dienen wij onze ziel te verheffen en
verwachtingsvol uitroepen:
Heer Jezus Christus, Zoon van de levende God, ontferm U over mij, zondaar!“.

Gebedssnoer [Comboskini - Chotki]Loop in alles vooruit op dit gebed, dat is het grote geheim.
In het uur van de verzoeking, ga je hem verachten, de duivel bespringt je, tracht je in zijn macht te krijgen en
de aandacht op te eisen en jij doet gewoon je eigen ding en dat is niet wat hij wil.
Je dient te voorkomen dat hij zich een opening wringt                                                                     tussen jou en God.
Om dit te bereiken, is alleen de Goddelijke Genade noodzakelijk om je te verlichten.
Als dit niet onmiddellijk gebeurt, dan grijpt de tegenstrever je bij de kladden en
terwijl jij probeert het fenomeen van je af te schudden, blijft hij je achtervolgen
net zo lang tot hij jou aan de ketting heeft gelegd.
Op het moment van de verleiding, is het gewoon het beste
je tot de Persoon te wenden, Die we liefhebben,
jezelf tot God te wenden en Hij zal je levendig
tekst en uitleg geven en je de gewenste sterkte
doen toekomen en in het kielzog van Zijn Sterkte
kom jij altijd goed terecht.
Dat wil zeggen, terwijl het kwaad op je af ziet komen
begrijp je gewoon, zie je, bemerk je vanuit de verte,
dat de spotters vanwege Gods omhelzing op de vlucht slaan.
Op dat moment bemerk je – hoe zij in hun angst gevangen zitten – en de benen nemen.
Wanneer je dus naar het goede streeft, behoef je het kwaad niet te herinneren.
Hiermee wordt je het geheim geopenbaard om het kwaad te verachten.
Maar je kunt dit onmogelijk doen, zonder je tot Christus te wenden.
Wij zeggen daarom regelmatig: “Negeer het slechte“.
Dat is wel gemakkelijk gezegd, maar het is niet gemakkelijk om
dit zonder meer uit te voeren.
Deze minachting vereist grote kunst.
De minachting van de boze geest beheers je alleen door de Genade van God.
Keer je naar Christus toe, haast je om Christus te leren kennen, om
Christus Lief te hebben, Christus te ervaren en
wanneer jouw inspanning, jouw bronnen zuiver, helder en oprecht is,
zal de Genade je ziel openen en doen weten
Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden en
Christus zal over u lichten.
Ziet dus nauwlettend toe, hoe gij wandelt,
niet als on-wijzen, doch als wijzen, u
de gelegenheid ten nutte makende, want
de dagen zijn kwaad “.
Eph. 5: 14-16

Christus verlost door het gebedDaar, in het Goddelijke Licht zullen wij altijd leven,
wanneer ik anderen liefheb en wanneer
onze ziel naar God verlangt.
Dus door de Genade van Christus, wordt het
allemaal gemakkelijk en in alles is in Waarheid,
het Woord van Christus, Die zei:
Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en
Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart en
gij zult rust vinden voor uw zielen;
want mijn juk is zacht en mijn last is licht
“.
Matth.11: 28-30

H. PorphyriosEen oudvader zei eens:
Geen mens kan de ouderdom bereiken,
zonder Gods Genade …..
Het geheim is jezelf onbaatzuchtig
met Christus te verenigen,
zonder Hem telkenmale te vragen
verleen mij dit of geef mij dat …..’
Het dient voldoening te geven slechts te zeggen:
Heer Jezus Christus, ontferm U over mij.
Denk niet dat God onze aandacht nodig heeft
vanwege onze verschillende behoeften.
Hij kent ze allemaal en kent ons door en door,
nog veel meer dan wij onszelf kennen en
toch geeft Hij ons Zijn Vaderlijke Liefde om niets
.
Waar het gewoon om draait is op deze Liefde met gebed te reageren en
Zijn geboden te blijven vervullen.
Christus vraagt je de Wil van God de Vader te volbrengen,
dit is het hoogst belangrijke, veiliger voor onszelf en voor degenen voor wie wij bidden.
Christus zal ons allemaal rijkelijk belonen, maar zodra er maar
een klein beetje sprake is van zelfzucht,
zal er ook niets gebeuren
“.
cf. Elder Porphyrius Bairaktaris van Kafsokalivia [Athos]

Houdt je de Liefde uit je vroege jeugd voor ogen;
het samenleven kan ook jou verrassingen opleveren.
Om de Liefde aantrekkelijk te houden
dien je door gebed hierin te investeren en
houd je de vlam brandende.
Als mede-volgelingen van Christus
doe je dat samen in de jou toegewezen gemeenschap
samen met degenen die Hij daar over ons heeft aangesteld.

Orthodoxie & inzicht zodat je het kunt begrijpen

inzichtOver de rechten die wij
de kinderen Gods onthouden;
waarom maken we
de kinderen Gods systematisch
monddood?

Veel volwassenen dwingen, beperken, kleineren, bedreigen, commanderen,
houden kinderen kort,
manipuleren ze,  intimideren ze,
straffen, kneden en ontmoedigen en vleien routinematig de kinderen.
Ook al ervaren zij daarbij zelf hun boosheid en slecht handelend gedrag
wanneer iemand dezelfde technieken gebruikt om invloed op hun eigen gedrag
uit te oefenen.
Velen ouderen houden diepgaand en intens van hun kinderen, maar
kunnen onbewust en met de beste bedoelingen met hun kinderen
communiceren alsof zij een object vormen van onze eigen hun behoeften en verlangens,
in plaats hen als gelijkwaardige, unieke en volwaardige mensen te beschouwen.

onderdrukte kinderenIn dit schrijven kijken wij naar
alledaagse onrechtvaardigheden die wijzelf als kind ervaren hebben en die we
tot op de dag van vandaag
blijven overdragen aan onze eigen kinderen door hen onbewust of stilzwijgend te onderdrukken vanwege
het feit dat we eigen gedrag,
eigen ‘aardigheden‘ welke
wij vanuit onze traditie hebben meegekregen als normaal beschouwen en
kritiekloos blijven aanvaarden.
Het is als het ware een culturele en persoonlijk aanvaarde blinde vlek welke                                                                                             aan het licht wordt gebracht en uiteindelijk                                                                                       zal men blij zijn met de nieuwe inzichten en                                                                                       moedigt het ons aan datgene wat ons in                                                                                             onze jeugd is bijgebracht over de christelijke                                                                                     opvoeding van kinderen op zijn minst in                                                                                             twijfel te trekken en te veranderen . . .
Het is ons allemaal bekend – een kind verveelt zich rot tijdens
de kerkdiensten – en wij hebben dit altijd als normaal beschouwd; omdat
het nu eenmaal zo was, is en . . . . . terwijl dit helemaal niet nodig is!

adolescentieWat is het meest fundamentele wat
ouders voor hun kinderen wensen?
De meeste mensen zullen waarschijnlijk zeggen dat ze bovenal gewoon willen,
dat hun kinderen gelukkig zijn en blijven.
In het Westen wordt de eerste de beste catechetische regel  als volgt geformuleerd:
Wij zijn hier op aarde om hier en in het hiernamaals gelukkig te zijn” en
dat alle mensen in dit streven een
van God afkomstige beïnvloeding  ervaren,
Die hen hiertoe aanzet.
Zij bezoeken de kerkgemeenschap om hun dankbaarheid te uitten en
tevens levenslessen op te doen teneinde vooruitgang op de geestelijke weg te boeken.
Er is hier sprake van drie elementen: God, ikzelf en de naaste.
Geluk is niet zomaar iets waar we allemaal naar streven
[voor onszelf, onze kinderen en mensen waar we zorg overdragen].
In de meeste westerse landen is het nastreven van deze psychologische toestand
een recht geworden, dusdanig dat het als vanzelfsprekend wordt beschouwd,
als een fundamenteel recht van de mens.
En we streven, met verve [met de H. Geest vervuld] door middel van emotionele, fysieke en spirituele [soms wanhopige] vastberadenheid dit in onze wereld waar te maken.
[Je zou wensen dat de westerse economie een product zou zijn van diezelfde zoektocht,
maar dat is een onderwerp van andere orde]
De generatie van mijn ouders en die van mijzelf
schijnt er in het bijzonder op gericht te zijn
het geluk van kinderen in ieder geval te waarborgen.
Onbedachtzaam en lichtzinnig met je leven omgaan
blijkt een slechte uitwerking te hebben en kan zelfs tot de geestelijke dood leiden.

het gezin♦   In de eerste plaats wordt de mens ruimte geboden zich te ontwikkelen in het gezin.
Het gezin wordt dan ook de basis genoemd van de samenleving, een kind krijgt
daar de basisvorming mee, welke
het in zijn leven meedraagt.
Wordt deze verwaarloosd, dan
spreekt men van een verwaarloosde jeugd,
met alle consequenties van dien.
Het vormt het fundament waarop
iemand zich relationeel gedraagt;
echtelieden worden uitgenodigd volledige gemeenschap met elkaar uit te werken.
De relatie tussen echtelieden heeft gevolgen voor de ontplooiing van de nieuwe mens
[de psychosomatische eenheid in zelf-transcendentie (betrekking hebbend op het goddelijke) en zelf-aanbod].
Het blijkt een voortdurende bron van inzet te zijn waarvoor
op een levenslange reis verhoudingsgewijs een prijs betaald wordt:
een opleving dan wel een voortdurende daling van egocentrisme.
Het vormt een uitbreiding van de onderlinge liefde van de echtelieden, die
overgedragen wordt op de kinderen of andersom.
Het principe van het huwelijk is een kroon te zijn op elkaars leven en
dit koningschap over te dragen aan de [kinder-]wereld om je heen;
we leven met elkaar, voor elkaar, dit is waar de familierelatie en
de andere interpersoonlijke relaties voor staan.
In het gezin en de familie daaromheen leert men als thuisbasis de aanwezigheid van elkaar te genieten, te delen en het aanbieden van het echte en het denkbeeldige te onderscheiden.
Hoe meer een familie harmonieus functioneert, hoe meer
het kind rijpt tot een vrij en verantwoordelijk mens.
Juist het omgekeerde vindt plaats, wanneer het gezin en de familie daaromheen niet harmonieus samenwerken, wanneer relaties van haar leden disfunctioneel blijken te zijn,
er spanningen en conflicten plaatsvinden, hetgeen een bron is van angst en ellende,
intern en extern misbruik.
de negatieve jeugdervaringen kunnen in dit geval bij sommige mensen bijgevolg
de eerste existentiële ongelijkheid teweegbrengen.

de school♦   In de tweede plaats wordt de mens ruimte geboden zich te ontwikkelen in de school.
Dit is niet alleen het onderwijs aan peuters [vanaf 2 jaar, kinderdagverblijf], kleuters [vanaf 4 jaar groep 1], kinderen [groep 3 t/m 8] en pubers [middelbare school], maar ook de wijze waarop deze opgroeiende jeugd tijdens jeugd-[sport-] bewegingen en catechetisch onderwijs [in de Kerk] wordt opgevangen.
Brengen we onze opgroeiende jeugd namelijk niets bij
dan dienen we ook niet verwonderd te zijn wanneer zij op latere leeftijd
afstand nemen van datgene waar wij mee zijn opgegroeid.
Hier zullen kinderen leren dat er buiten hun kleine biologische familie,
ook nog een grote sociale familie bestaat, waarin het gezamenlijk samenleven
plaats vindt en die in hun leven een plaats inneemt.
Op school worden kinderen uitgenodigd tot discipline in collectieve regels,
het ontwikkelen van nog meer vaardigheden en hun gaven.
Op hetzelfde moment, zal de school de desbetreffende identiteit verstevigen en
tegelijkertijd de interactieve bereidheid om verschil te maken met andersdenkenden.
Daarnaast dienen zij met de sleutel tot existentiële vragen te worden geconfronteerd:
wat is God, wat is de mens en hoe steekt de wereld in elkaar.
Wat is het leven, wat is liefde, wat is dood; wat is vrijheid, naastenliefde en broederschap?
Wanneer een school daarentegen geen algehele‘ educatie aanbiedt, welke
zich alleen maar bezig houdt met onpersoonlijke informatieoverdracht,
vormt het een psychologische broedplek voor egoïstische mislukkingen.
Soms hebben mensen namelijk ervaringen die hen boven de gewone werkelijkheid uittillen, zoals God [onder andere in het christendom] ver
boven het alledaagse verheven is.
Worden deze existentiële vaardigheden niet gecultiveerd, dan
zullen studenten negatieve ervaringen [van God en de medemens los] ontwikkelen;
grote existentiële verschillen ervaren.
Schenken wij als verantwoordelijken geen aandacht aan
dit soort voor ons essentiële vaardigheden dan dienen wij naarmate zij opgroeien
niet verwonderd te zijn als zij van ons af groeien
–> meer van ons af groeien dan ons lief is.

bezielend verband tussen staat en samenleving♦   In de derde plaats wordt de mens ruimte geboden zich te ontwikkelen in de staat.
De staat treedt naar buiten op als soevereine staat in het concert der volkeren met andere staten; naar binnen is het de overheid, die macht en gezag over onderdanen of burgers bekleedt.
Dit is de ruimte waarin de mens zich zal begeven, zo deze aandacht heeft voor het bestuur van zijn stad, provincie, land en de wereld om ons heen.
Hier wordt deze uitgenodigd een ​​eerlijke partner te zijn, een geïnspireerd ambachtsman
die verantwoordelijk voor zijn medemens draagt.
Wanneer een staat harmonieus functioneert blijkt dit uit een samenleving waarin
het belangrijk wordt gevonden wat je als individueel hebt gepresteerd en
in gelijkheid en vrijheid kunt functioneren met betrekking tot poëzie en kunst, hetgeen
als fundamentele eigenschappen als bijbehorende gedrag worden bevorderd.
Opvallende tegenstelling daarmee is wanneer een staat de neiging heeft om
wetteloosheid en immoraliteit te bevorderen, coherent banden ondermijnt en
elke gezamenlijke visie onderwerpt, dan wordt het een plaats van frustratie en
weerlegging van nobele ambities en eerzuchtige verlangens.
Als gevolg hiervan zal de mens een derde existentiële ongelijkheid ervaren:
de negatieve politieke ervaringen.

Het gezin [de familieband], de school en de staat zijn belangrijkste factoren
binnen het onderwijs en de menselijke ontwikkeling.
Daarom dient er continuïteit, consistentie en harmonische samenwerking
tussen deze drie factoren gewaarborgd te worden.
Het gezin [de familieband], de school en de staat dienen
overeenstemming te bereiken in het stellen van de onderwijsdoelen welke
bijdragen aan de vervulling van een gezond leven.
Anders zal de persoon worden onderworpen aan tegenstrijdige belangen,
hetgeen houdingen van ontkenning, afwijzing en verzet, de neiging om alles
[geestelijke, ethische en religieuze waarden] te ontkennen met zich meedraagt.
Degenen die op zo’n wijze wordt onderwezen zal door de ander geestelijk worden gedood.
Alleen om die rationale overweging dient een onderwijsbeleid zowel
in gezin, school en staat voortrekker te zijn om bij te dragen aan
het geluk van de individuele mens.

♦♦♦

Maar in de Kerk hebben we als kinderen Gods te maken met het Koninkrijk der Hemelen,
die door onze onoplettendheid niet serieus worden genomen;
met name kinderen hebben in de Kerk behoefte aan een omgeving,
die hen stimuleert, in plaats van hen te beperken, kort- te-houden,
te ontmoedigen en daarmee systematisch monddood te maken.
Wanneer wij onze kinderen het gebed onthouden zal dit
als een molensteen om onze nek meegedragen worden.
God is groot en met geen pen te beschrijven; het gebed tot Hem
is in alle tijden een krachtige wapen gebleken – krachtig naargelang
de menselijke behoeften of dit nu in tijden van materiële of spirituele overvloed of verwaarlozing steun aan de mens geeft.
We hebben nu eenmaal een lange en harde strijd te voeren tegen
de demonen die door het christendom verslagen moeten worden.
Wanneer bisschoppen en hun dienaren vandaag de dag niet succesvol zijn,
komt dat omdat christenen onvoldoende voor hen bidden.
Wanneer iedere bisschop en ieder van hun dienaren in het verkondigen van de
Blijde Boodschap tien man achter zich had staan die hen onophoudelijk in
gebed zouden ondersteunen zouden er wonderen verricht kunnen worden.
Je ziet de prediker van de Blijde Boodschap nu in eenzaamheid het Woord verkondigen,
terwijl hij in eenzaamheid Gods zegen afsmeekt
Zijn Woord zo correct mogelijk weer te geven.
Wanneer je zijn woorden hoort smeek God dan hem bovenal te versterken deze strijd die we hebben te voeren naar Waarheid te mogen volbrengen.
lezing van de Blijde BoodschapWanneer je je kinderen van jongs-af-aan opvoed in de ochtend te bidden,
een stukje uit de Blijde Boodschap
[de kinderbijbel] te lezen
leer je hen een gewoonte aan waar zij hun gehele leven profijt van kunnen hebben.
Leer hen van jongs-af-aan . . . . . . . . – zonder ophouden te bidden [1Thess.5: 17-19] –
en ook zij zullen wonderen
in hun leven ervaren.
Op mijn leeftijd, zit ik soms te mijmeren en herinner me de wonderen
die God in mijn leven deed en vervult mij in dankbaarheid met tranen.
Wonderen; hoe heb ik het allemaal overleefd; ik ging van jongs-af-aan op
mijn fiets door druk stadsverkeer en waar ik ging haalde ik nogal wat bokkensprongen uit;
wonder boven wonder ontkwam ik aan de grootste gevaren en kwam er
met slechts een schrammetje of een kapotte fiets van af.
Een mens vraagt zich regelmatig af of het gebed hem wel heeft gered, ik weet wel beter.
Wel gedaan, gij goede en getrouwe knechtDe Heer zal je redden uit
alle lichamelijke risico’s en geestelijke gevaren,
dat is het grote en prachtige werk van onze Heer;
wees groot in Christus, onze Heer.
Wij zijn maar klein en onwaardig, maar
de Kracht van de Heer, zal toezien dat zijn dienaar
‘genade op genade’ ontvangt en jou eveneens
onafgebroken bijstand verlenen.
Want Hij is mijn helper geworden en
mijn toevlucht op de dag van mijn beproeving
“.
Psalm 59[60]: 14
Hij Zelf zal onze tegenstanders te niet doen;
God zal genade geven wanneer                                                           er sprake is van nederigheid en liefde;
wanneer wij ons ervan bewust zijn dat we niets in de melk te brokkelen hebben.
Onze hulp is in de Naam des Heren:
de maker van Hemel en aarde“.
Psalm 123 [124]: 8
Dit zullen wij allen aanschouwen; het is misschien een mythe van het christendom,
maar het dient een realiteit te zijn die iedereen zal kunnen ervaren,
iedere christen is namelijk hoe klein dan ook een kleine Christus.
Lees daarom de Blijde Boodschap en ervaar dat Zijn Leven,
het leven is van zijn dienaren.
Wanneer we het daar over eens zijn, gedragen wij ons als spirituele mensen
die gezamenlijk de Kerk, het Lichaam van Christus in ons dragen.
Want hiertoe wij geroepen zijn , daar ook Christus voor ons geleden heeft en
ons een voorbeeld heeft nagelaten, opdat wij in Zijn voetstappen zouden treden;
Die geen zonde gedaan heeft en in Wiens mond geen bedrog is gevonden;
Die, als Hij gescholden werd, niet terugschold en als Hij leed, niet dreigde, maar
het overgaf aan Hem, Die rechtvaardig oordeelt
“.
1Petr.2: 21-23 en de andere apostel zei:
Tot op dit ogenblik verduren wij honger, dorst, naaktheid,
vuistslagen en een zwervend leven; wij verrichten zware handenarbeid;
worden wij gescholden, wij zegenen; worden wij vervolgd, wij verdragen;
worden wij gelasterd, wij blijven vriendelijk; wij zijn als het uitvaagsel
van de wereld geworden, als aller voetveeg, tot op dit ogenblik toe
“.
1Cor.4: 11-13

Lopen met molentjesDeze handlangers van Christus
toonden inzicht en werden gered:
1.]. de apostel Paulus,
was vóór hij Christus ontmoette een godslasteraar,
hij was een vervolger van Christus jonge Kerk.
Hoe toonde hij zijn bereidheid, in de hoop op God, want werd hij niet door wanhoop overvallen,
droeg hij geen ondraaglijk verdriet tot de wanhoop hem nabij was, stond hij niet op vanuit zijn val en werd hij in de eerste eeuw van een bengel – een engel,
een apostel van God!
Loths Vrouw vinden wij op de Baangracht aan den hoek der Willemsstraat, Amsterdam2.]. De moordenaar aan het Kruis.
de Joden maakten de gekruisigde Christus
belachelijk en links en rechts van Hem
hingen twee misdadigers.
De één werd door de misdaad verwoest en
verviel in ironie ten opzichte van Christus.
Indien gij de Christus zijt,
kom dan van het kruis af en red jezelf en ons
“.
Toen de andere
de onverklaarbare natuurverschijnselen zag,
de onverklaarbare zachtmoedigheid en verdraagzaamheid van de Heer,
toen deze hoorde: “Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen
brak er een schok van bekering en Geloof in hem los.
Hij toonde berouw voor zijn daden, geloofde in Christus als
een zondeloze, krachtige en Machtige Zoon van God.
Geen mens aan het Groot en Heilig Kruis, zo mijmerde deze misdadiger,
beschikt over zo’n mentale Kracht om met gemak mijn zonden te kunnen vergeven.
Daarom is Hij bovennatuurlijk en bovenmenselijk en is dus mijn God.
Hij keerde zich verontwaardigd naar … zijn collega schurk en zei:
Vreest zelfs gij God niet, nu gij hetzelfde vonnis ontvangen hebt?
En wij terecht, want wij ontvangen vergelding, naar wat wij gedaan hebben, maar
deze heeft niets onbehoorlijks gedaan.
Jezus, gedenk mijner, wanneer Gij in uw Koninkrijk komt
“.
En terwijl de tranen over zijn wangen stromen geeft hij
met hoop blijk in het Geloof in Christus, Die God is en alle zonden vergeeft.
Maar Deze opende wijd Zijn ogen en zegt kalm:
Voorwaar, Ik zeg u, heden zult gij met Mij zijn in het paradijs“.
Dit betekent dat een mens zich zelfs op
het laatste ogenblik van zijn leven zal kunnen bekeren en
er plaats is voor de bekentenis van schuld, voor
de ellende, die je veroorzaakt hebt en het berouw wat je betoont.
Engelen dalen neer uit de hemel en de mens welke in de zonde verkeerde
wordt in het paradijs opgenomen.
De heilige Porphyrios [Bairaktaris, 1906 –1991]
van Kafsokalivia [Athos] zei hierover:
ieder moment van de dag kan men een heilige worden“.
Tollenaar en de farizeer5 detail BlWh3.]. De Tollenaar in de gelijkenis van de Farizeeër.
De Farizeeër heeft in zijn arrogantie kritiek op de gehele wereld, zelfs op de ellendige tollenaar, die daar ergens
opzij in een rustige hoekje van de tempel staat te treuren.
De tollenaar accepteert kritiek, slaat zich op de borst,
heeft berouw en wanhoopt niet.
Hij heeft in Geloof een vurige hoop
op zijn redding en dringt kreunend aan,
klaagt zelfs en zegt:
eenvoud van het gebedGod, wees mij, zondaar genadig!
en Christus zegt dan:
Ik zeg u: deze laatste ging gerechtvaardigd naar huis,
doch de ander niet. Want wie zich verheft zal vernederd, maar wie zich vernedert,
zal verheven worden
“.
Dat is de reden waarom we                                                                                                                     helemaal niet behoeven te                                                                                                                       wanhopen, wanneer we oprecht berouw                                                                                             tonen voor datgene wat                                                                                                                           wij verkeerd doen.
Het meest krachtige wapen van de duivel is de wanhoop, de hopeloosheid.
De boze geesten verheugen zich wanneer mensen zondigen,
maar wanneer zij wanhopen, dansen zij, zij springen en lachen zich een hoedje;
wanhoop van de mens is een onuitsprekelijke vreugde voor de duivel.
Gaat dus voort op de geestelijke weg,
heb vertrouwen in de hulp en bijstand van onze God en
leef in Zijn Vrede.

1e Zondag van de Voorvasten – houdt de wereld op een afstand en blijft aandacht schenken aan het onderricht

Apostel PavlosGij daarentegen hebt volle aandacht geschonken
aan mijn onderricht, 
wijze van doen, bedoeling, geloof, lankmoedigheid, liefde, volharding,
vervolgingen en lijden, zoals
mij getroffen hebben te Antiochië, 
te Iconium en te Lystra.
Al die vervolgingen heb ik doorstaan en de Heer
heeft mij uit alle gered.
Trouwens, allen, die in Christus Jezus
Godvruchtig willen leven, zullen vervolgd worden.
Maar slechte mensen en bedriegers zullen van kwaad tot erger komen; zij verleiden en worden verleid.
Blijf gij echter bij wat u geleerd en toevertrouwd is,
wel bewust van wie gij het hebt geleerd, en
dat gij van kindsbeen af de heilige schriften kent, die
u wijs kunnen maken tot zaligheid
door het Geloof in Christus Jezus“.
2Tim.3: 10-15

apocalypsBovenstaand volgt op de waarschuwing van
Paulus over de laatste dagen
Weet wel, dat er in de laatste dagen
zware tijden zullen komen: want de mensen zullen zelfzuchtig zijn, geldgierig, pochers, vermetel,
kwaadsprekers, aan hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, liefdeloos, trouweloos, lasteraars, onmatig, onhandelbaar, afkerig van het goede,
verraderlijk, roekeloos, opgeblazen, met meer liefde voor genot dan voor God, die met een schijn van godsvrucht
de kracht daarvan verloochend hebben;
houd ook dezen op een afstand
“.
2Tim.3: 1-5
De eerste drie eeuwen van het christendom                                                                                       waren gekenmerkt door grote onzekerheid.
De christenen gingen gebukt onder de vervolgingen van de kant van de Romeinen.
Binnen deze context ontstaat een spiritualiteit die vurig verlangt te delen in het lijden en sterven van Onze Heer, om ook met Hem te verrijzen.
Deze Mystiek van het Martelaarschap wordt in de beeldvorming van
de vroegchristelijke duiding vereenzelvigt met de dood van Elia en Johannes de Doper:
Ook is Elia gekomen, en zij hebben met hem gedaan wat zij wilden,
gelijk van hem geschreven staat
“.
Marc. 9: 13 en
Elia zal wel komen en alles herstellen, maar Ik zeg u, dat
Elia reeds gekomen is en zij hebben hem niet erkend, maar
met hem gedaan al wat zij wilden.
Zo zal ook de Zoon des mensen door hen moeten lijden.
Toen begrepen de discipelen, dat Hij over Johannes de Doper
tot hen gesproken had
“.
Matth.17: 13

Jheronimus Bosch - H. Johannes de Theoloog op PatmosEen ander uitgangspunt is de Apocalyps van Johannes, waar verteld wordt over ‘twee getuigen‘, die door de antichrist worden gedood en onbegraven liggen voor
het oog van de wereld.
Dit zijn de twee olijfbomen en de twee kandelaren [Zach.4: 3 en 4: 14] , die voor het aangezicht van
de Heer der aarde staan.
En wanneer zij hun getuigenis zullen voleindigd hebben, zal het beest, dat uit de afgrond opkomt, hun de oorlog aandoen en het zal hen overwinnen en hen doden.
En hun lijk [zal liggen] op de straat der grote stad, die geestelijk genoemd wordt Sodom en Egypte, alwaar
ook hun Heer gekruisigd werd.
En uit de volken en stammen en talen en natiën zijn er, die hun lijk zien, drie en een halve dag, en
zij laten niet toe, dat hun lijken in een graf worden bijgezet.
En zij, die op de aarde wonen, zijn blijde en verheugd over hen en
zullen elkander geschenken zenden, omdat
deze twee profeten hen, die op de aarde wonen,
gepijnigd hadden“.
Openb. 11: 4, 7-10
Openbaringen verwijst ook het duidelijkst naar hen:
‘Het staan voor de Heer; ‘de Hemel sluiten’; het woord ‘Profeet’ en ‘het vuur’.
Openb. 11: 5,6; 11,12
Christus, tronend boven de doopkapel San Marco Venetië [It. 13e eeuw]Wanneer de antichrist verslagen is,
komt de Messias uit de Hemel en verzamelt degenen die Hem toebehoren, dat is het beeld van  de vervolgde christenen, die
als Christus vervolgd worden.
Door de woestijn van de dood, zo is hún Hoop zullen zij opnieuw geboren worden.
Zoals de grootste der Profeten vóór hen opstond en voortleefde na Zijn lijden en sterven, zo zullen zij met Hem herboren worden.

Zoals de eerste christenen
de Blijde Boodschap hebben verkondigd en het einde van de wereld nog
tijdens hun leven of kort daarna hebben verwacht, zijn er tot op de dag van vandaag christelijke nominaties geweest die vergelijkbare Bijbelse Profetieën hanteren.
Deze zijn veelal gebaseerd op een combinatie van de tragedies die momenteel wereld wijd plaatsvinden en de interpretatie van passages van de Blijde Boodschap.
Ook in Orthodoxe kringen ontmoet je pogingen om de “laatste dagen” te
identificeren aan de hand van de huidige tijd en het verschijnen van  de Antichrist.
Sommige kerkvaders en kerkelijke schrijvers hebben zich eveneens op dit pad begeven en
benaderen dit op een bijzondere wijze door de nadruk te leggen op het Goddelijk plan van
de redding van de mens en het herstel van de schepping welke in haar “oude schoonheid“.
Het betreft hier een theologische doctrine die voornamelijk vertegenwoordigd wordt
door Origenes , Gregorius van Nyssa  en  Maximus de Belijder
[ook de H. Gregorius de Theoloog ,  Didymus de Blinde ,  Evagrius van Pontus ,
Diodorus van Tarsus , Theodorus van Mopsuestia , etc.].

• In de leerstelling van Origenes  vormt het vuur van de hel geen straf,
maar zal “zuiverend” werken en genezing tot gevolg hebben.
De hel – het verstoken zijn van Gods Liefde – is daarom werkzaam als een ziekenhuis, maar het verblijf aldaar zal niet eeuwig voortduren en Gods plan zal uiteindelijk
worden afgerond door het herstel van alle wezens  [“de restauratie van alle dingen“],
zelfs de goddelozen en de gevallen engelen [demonen] zullen in zijn doctrine
uiteindelijk de Barmhartigheid Gods ervaren.

H. Gregorios van Nyssa [de Grote]• De H. Gregorius van Nyssa [de Grote], doet met een beroep op passages als
En de Meester van de dienaren werd toornig en gaf hem in handen van
de folteraars, totdat hij Hem al het verschuldigde zou betaald hebben
“.
Matth.18: 34 en
Wanneer alles Hem onderworpen is,
zal ook de Zoon zelf Zich aan Hem onderwerpen, Die Hem alles onderworpen heeft, opdat God zij alles in allen
“.
1Cor.15: 28
Het kwaad zal worden overwonnen,
het zal verdwijnen en
de ziel zal worden gereinigd.
de geestelijke leer van Gregorius van Nyssa geeft aan dat het gebed tot God
ons vooruitgang en volmaaktheid oplevert teneinde God te mogen ontvangen
en de Heilige Geest, de liefde van God met ons mee te dragen.
Daarom dient de mens zich in het gebed in vertrouwen tot Hem te wenden:
Door het gebed slagen wij er in bij God te blijven.
Wie namelijk bij God is, is ver van de vijand.
Het gebed is ondersteuning en verdediging van de kuisheid,
een rem op de toorn, een bedaren en beheersen van de trots.
Het gebed is bewaking van de maagdelijkheid,
bescherming van de trouw in het huwelijk,
hoop voor hen die waken, overvloed aan vruchten voor
wie het land bewerken, veiligheid voor wie
zich aan boord van de Kerk [het Lichaam van Christus] bevindt“. . . . .
Gebed (2)In het gebed put de christen altijd
inspiratie uit het gebed des Heren:
“Wanneer we bidden dat het Rijk van God over ons neerdaalt, dienen we dit dan te vragen met de kracht van het Woord:
– dat je weggehaald wordt van het bederf,
– dat je bevrijd wordt van de dood,
– dat je losgemaakt worde uit de ketenen van de dwaling;
– dat de dood nooit over je zal heersen,
– dat de tirannie van het kwaad nooit macht                                                                                          over ons zal krijgen,                                                                                                                    – dat de tegenstander niet over je heerst noch                                                                                    jou tot zijn gevangene maakt door de zonde, maar
– dat Gods Hemels Koninkrijk in Vrede over jou mag komen,                                                                          opdat de hartstochten die nu heer en meester over                                                                          je zijn, zich van je zullen verwijderen of,                                                                                              beter nog, vernietigd zullen worden”.                                                                                            H. Gregorius van Nyssa over het gebed des Heren.
In Hem zijt gij ook met een besnijdenis, die geen werk van mensenhanden is,
besneden door het afleggen van het lichaam des vlezes, in de besnijdenis van Christus,
daar gij met Hem begraven zijt in de Doop.
In Hem zijt gij ook medeopgewekt door het Geloof aan  de werking Gods,
Die Hem uit de doden heeft opgewekt“.
Col.2: 11
Om haar [de Kerk] te heiligen, haar reinigende door het waterbad met het woord en
zo zelf de gemeente voor Zich te plaatsen, stralend, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zo dat zij heilig is en onbesmet“.
Eph.5: 26-27

  • H. Maximus de Belijder is ontvankelijk voor het revalidatieproces,
    maar weerlegt de theorie van Gregorius van Nyssa:
    de vernietiging van het kwaad in de afwezigheid van God,
    de stilte van de hel hebben een uitwerking op Gods geheugen en
    bewerken de krachten van de geërodeerde ziel dusdanig
    dat zij hersteld worden in de Genade Die God ons doet toekomen .
    Alle zielen die verdwaald zijn en zich onder de heerschappij van het kwaad bevinden,
    zal de herinnering aan slechtheid en kwaad – als niet-zijnde elimineren,
    het zal geen macht meer hebben en niet langer worden herinnerd.
    Wanneer het kwaad in de vergetelheid raakt betekent dat haar vernietiging.
    En God zal, aldus Maximus de Belijder, niet langer aandacht schenken aan het kwaad,
    waardoor het niet langer nadeel oplevert voor wie dan ook.

Deze leer staat niet in verhouding tot de dogmatische precisie
volgens de Orthodoxe leer en is nog veel meer niet toe te passen op God.
Dat wil zeggen dat deze leer, die een waarschijnlijke waarheid in zich draagt
[gezien de subjectieve vrijheid welke in God in de context wordt meegenomen],
tegenstrijdig is aan de leer, die bovenal Waarheid verkondigt.
Daarom wordt deze leer door de Kerk niet officieel aanvaard, omdat ervan
wordt uitgegaan dat deze niet is gebaseerd op de Blijde Boodschap en
dat er geen consensus “geen onderlinge overeenstemming” is onder
de Vaders van de Kerk.

  • Saint Macrina the elder [Jan.17e]Aan het eind van het leven hier op aarde,
    zal de christen zich in Vrede tot God kunnen wenden.
    Hierover sprekend, denkt de heilige Gregorius van Nyssa aan de dood van zijn zus Macrina en schrijft hij dat zij op het ogenblik van haar dood
    zo tot God gebeden heeft:
    Gij die op aarde macht hebt om de zonden te vergeven, vergeef mij ‘opdat ik weer op adem kan komen’ [als een dove die niet hoort; een stomme die zijn mond niet opent [Ps. 37 [38]: 14en opdat
    ik voor Uw ogen zonder vlek bevonden wordt, op
    het ogenblik waarop ik van mijn lichaam wordt ontdaan, zodat ‘mijn geest, heilig en zonder vlek
    ‘ [Eph.5: 27], in Uw handen ontvangen wordt zoals
    ‘wierook naar U opstijgt’
    [Psalm 140[141]: 2]”.
    H. Macrina leven
    Dit onderricht van de heilige Gregorius houdt eeuwig stand:
    niet alleen spreken over God, maar God in je meedragen.
    We doen dat door de inspanning van het gebed in Christus
    en door te leven in de H. Geest van de Liefde
    voor al onze broeders en zusters.

37e Zondag na Pinksteren – zondag van de Kanaänitische vrouw

Divine Liturgy, miniature armenianIk zal onder hen wonen en wandelen en
Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn.
Daarom gaat weg uit hun midden en scheidt u af, spreekt de Heer en
houdt niet vast aan het onreine en
Ik zal u aannemen en Ik zal u tot Vader zijn en
gij zult Mij tot zonen en dochteren zijn,
zegt de Heer, de Almachtige.
Daar wij nu deze beloften bezitten, geliefden,
laten wij ons reinigen van alle bezoedeling van
het vlees en van de geest en
zo onze heiligheid volmaken
in de vreze Gods“.
2Cor.6: 16b-17: 1

Zij zullen in uw land niet wonen, opdat
zij u tegen Mij niet doen zondigen; indien
gij hun goden dient,
het zal u voorzeker tot een valstrik zijn
“.
Ex.23: 33

Divine Liturgy9En Ik zal Mij tot u wenden, u vruchtbaar doen zijn en
u talrijk maken en Ik zal mijn verbond met u bevestigen.
En gij zult het overjarige, dat overgebleven is, eten en
het overjarige zult gij voor het nieuwe moeten wegdoen.
En Ik zal mijn tabernakel in uw midden zetten en
Ik zal geen afkeer van u hebben, maar Ik zal in uw midden wandelen en u tot een God zijn en gij zult Mij tot een volk zijn.
Ik ben de Heer, uw God, die u uit het land Egypte heb geleid, opdat gij hun niet meer tot slaven zoudt zijn;
Ik heb de stangen van uw juk verbroken en u rechtop doen gaan.
Maar indien gij naar Mij niet luistert en al deze geboden niet doet.
Indien gij mijn inzettingen versmaadt en van mijn verordeningen een afkeer hebt, zodat

gij geen van Mijn Geboden doet en Mijn Verbond verbreekt, dan
zal Ik ook aldus met u doen en met verschrikking u bezoeken:
tering en koorts, die de ogen verteren en het leven doen verkwijnen; dan
zult gij tevergeefs uw zaad zaaien, want uw vijanden zullen het eten“.
Lev.26: 9-16

Komt tot Mij, allen die vermoied en belast zijn . . . . .2Want zoals de regen en de sneeuw van de hemel neerdaalt en
daarheen niet weerkeert, maar bevochtigt eerst de aarde en
maakt haar vruchtbaar en doet haar uitspruiten en
geeft zaad aan de zaaier en brood aan de eter,
Alzo zal Mijn Woord, dat uit Mijn mond uitgaat, ook zijn;
het zal niet ledig tot Mij weerkeren, maar
het zal doen wat Mij behaagt en
dat volbrengen, waartoe Ik het zend
“.
Isaiah 55: 10-11

Gezegend zijt Gij o Heer, leer mij Uw Voorschriften“;
Ευλογητός είσαι, Κύριε· δίδαξέ με τα διατάγματά σου“.
Mp3: Opstandings Evlogetaria

–  welke zondags in de metten na Kathismata worden gezongen,
maar ook als wisselzang met strofen uit Psalm 118 [119]
in de dienst van de overledenen:
Opstanding uit de doden en de 12 grote Kerkfeesten, [Russ.1903]Psalm 118 [119] – korte versie
1.]. “Gelukzalig de onberispelijken op de weg,
die wandelen naar de wet des Heren”
20.]. “Mijn ziel werd te allen tijde verteerd
door het verlangen naar Uw oordelen”.
28.]. “Mijn ziel is slaperig van lusteloosheid;
versterk mij door Uw woorden”.
36.]. “Neig mijn hart naar Uw getuigenissen,
en niet naar hebzucht”.
53.]. “Ik was door moedeloosheid bevangen,
vanwege de zondaars, die Uw wet verzaken”.
63.]. “Ik ben metgezel van allen die U vrezen,
en die Uw geboden onderhouden”.
73.]. “Uw handen hebben mij gemaakt en gevormd,
geef mij inzicht om Uw geboden te leren”.
83.]. “Want ik ben geworden als een wijnzak bedekt met rijp;
Uw voorschriften ben ik niet vergeten”.
93.]. “In eeuwigheid zal ik Uw voorschriften niet vergeten,
want daarin hebt Gij mij levend gemaakt”.

Jezus Christus onze Heer heeft gezegd:
De Vader en ik zijn één“.
John10: 30
De originele Grieks zegt letterlijk: “Ik en de Vader, we zijn één“.
Jezus verkondigde ook dat Hij de enige manier is om God te bereiken:
Ik ben de weg, de waarheid en het leven.
Niemand kan bij de Vader komen dan door Mij

John.14: 6
Wanneer we opnieuw de Griekse tekst raadplegen, dan
zien we dat Jezus niet de woorden
“een weg” gebruikte, maar “de weg“.
Daarom is de belangrijkste vraag of wij kunnen aanvaarden wat Christus beweerde.
Het meest dramatische bewijs dat Jezus Christus de Zoon van God is,
is de historische werkelijkheid van Zijn Opstanding uit de doden, na
Zijn kruisiging aan het Groot en Heilig Kruis.
niet meer mijn ik maar Christus leeft in mijPaulus zegt hierover het volgende:
Het belangrijkste dat ik u heb doorgegeven,
heb ik op mijn beurt ook weer ontvangen:
– dat Christus voor onze zonden is gestorven, zoals in de Schriften staat,
– dat hij is begraven en op de derde dag is opgewekt, zoals in de Schriften staat, en
– dat hij is verschenen aan Cefas en vervolgens aan de twaalf leerlingen.
Daarna is hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders en zusters tegelijk,
van wie er enkelen gestorven zijn, maar de meesten nu nog leven“.
1Cor.15: 3-6

Als mens dienen we allereerst te erkennen dat God
de Schepper van alles is en onze onderdanige positie in Zijn Schepping onderkennen.
U komen alle Lof, Eer en Macht toe, Heer, onze God, want
U hebt alles geschapen:
Uw Wil is de oorsprong van alles wat er is
“.
Openb.4:11
Vervolgens moeten we ons realiseren dat wij zondaars zijn.
Iedereen heeft gezondigd en
ontbeert de nabijheid van God
“.
Rom.3: 23
Omdat we zondaars zijn, zijn we al ter dood veroordeeld.
Het loon van de zonde is de dood“.
Rom.6: 23
Dit betekent ook een eeuwige afzondering van God.

God bewees ons Zijn LiefdeMaar God houdt zo veel van ons mensen dat
Hij Zijn enige Zoon, Jezus, naar de aarde heeft gezonden om
onze zonden te dragen.
Jezus deed dat door in onze plaats te sterven.
Maar God bewees ons Zijn Liefde doordat
Christus voor ons gestorven is toen
wij nog zondaars waren“.
Rom.5: 8
Wij kunnen weliswaar niet helemaal bevatten hoe, maar
God vertelt ons dat onze zonden op Jezus’ schouders werden geplaatst en dat Hij in onze plaats stierf.
Christus werd onze plaatsvervanger:
Christus is onder ons;
Hij is en zal zijn!
“.

Psalmen op basis van Waarheid samengesteld – Psalm [30 [31], Houvast

για την περίοδο της νηστείαςVolgende week begint al weer
een nieuwe periode in het Kerkelijk jaar,
de periode van de VOORVASTEN
[για την περίοδο της νηστείας].
Allerlei gedachten en verwachtingen
gaan onophoudelijk door ons heen.
Hoe zal het ons persoonlijk
vergaan in het leven?
Wat staat ons te wachten in het geheel van het wereldgebeuren;
en in het kerkelijk bestaan?
Een mens kan zich klein en kwetsbaar voelen;
we kunnen immers de toekomst niet overzien.
En toch is er voor levend Geloof
een vaste zekerheid, een
die David belijdt in
Psalm 30 [31]:

  • Op U Heer, vertrouw ikOp U, Heer vertrouw ik,
    laat mij niet beschaamd worden in eeuwigheid.
    Red mij en bevrijd mij in
    Uw rechtvaardigheid;

    neig Uw oor tot mij, haast
    U mij te bevrijden.

    Wees voor mij een beschermende God,
    een toevluchtsoord om mij te redden.
    Want Gij zijt mijn sterkte en mijn toevlucht; om Uw Naam zult Gij
    mij geleiden en voeden.

    Gij bevrijdt mij uit de strik,
    die zij heimelijk hadden gespannen.
    Heer, Gij zijt mijn beschermer:
    In Uw handen beveel ik mijn geest.
    Gij hebt mij verlost, Heer God der Waarheid;
    Gij haat allen die aan ijdelheid hechten.
    Op de Heer stel ik mijn vertrouwen;
    ik juich en verheug mij over Uw Barmhartigheid.
    Want Gij ziet neer op mijn vernedering,
    Gij verlost mijn ziel uit de verdrukking.
    Gij hebt mij niet opgesloten in de hand van mijn vijand,
    mijn voeten hebt Gij in vrije ruimte gesteld“.
    Psalm 30[31]: 1-9

προσκυνητήςHet is een krachtige belijdenis die houvast biedt, troost in leven en in sterven
[zoals de vaders van de Kerk het noemen].
David gaat verder en duidt op de wisselingen en de veranderingen die
zich in ons leven kunnen voordoen.
In Gods hand ligt
mijn levensbegin en mijn levenseinde;
maar ook alles wat daar tussen ligt.
– De tijd dat ik jong ben en mijn weg nog vinden moet.
– De tijd dat ik midden in het leven sta en veel verantwoordelijkheid draag.
– De tijd dat ik oud geworden ben en mijn krachten voel afnemen.
– Tijden van voorspoed en vreugde, maar ook tijden van ziekte en zorg.
– Alle mogelijke gebeurtenissen die zich in ons leven kunnen voordoen.
Als David deze belijdenis uitspreekt, kent hij zelf de nodige strijd.

  • Heer, wees mij genadigHeer, wees mij genadig,
    want ik wordt gekweld;
    mijn oog is ontsteld door verdriet,
    mijn ziel en mijn hart zijn ziek.
    Want in smart gaat mijn leven voorbij,
    mijn jaren vergaan in zuchten.
    Mijn kracht is door ellende in zwakheid veranderd,
    mijn beenderen zijn ontsteld.
    Niet slechts al mijn vijanden versmaden mij, maar mijn buren nog meer:
    ik ben een schrik voor mijn bekenden.
    Die mij zien vluchten van mij weg,
    als een dode ben ik uitgewist uit hun hart.
    Ik ben een gebroken vat,
    ik hoor hoe velen kwaad tegen mij beramen.
    Toen zij tegen mij bijeenkwamen,
    besloten zij mij het leven te ontnemen
    “.
    Psalm 30[31]: 10 -14
    Dit zijn toch echt geen woorden van een mens, die
    vanuit een comfortabele positie op God vertrouwt.
    Je leest van vijanden en vervolgers, van angst en zwakte,
    van schuldbesef en geestelijke verlatenheid.
    Je komt hier een zwaar aangeslagen mens tegen.
    Zijn belijdenis klinkt te midden van veel verwarring en nood.
    Mijn vertrouwen is op U, Heer• “Maar ik vertrouw op U, o Heer en
    zeg: Gij zijt mijn God, in
    Uw handen ligt mijn lot.
    Bevrijd mij uit de hand van mijn vijand,
    van hen die mij achtervolgen.
    Doe Uw aanschijn lichten over Uw dienaar, red mij in Uw Barmhartigheid
    “.
    Psalm 30[31]: 15-17
    David heeft in de loop van zijn leven leren schuilen bij de Heer; Hij stelt in de tekst zijn vertrouwen op Gods hand.
    Een hand waar David
    Gods hart achter weet.
    En daarom is het een Vaderhand
    die nooit loslaat.
    Een genadige hand in Christus. Een sterke hand die vasthoudt door de diepten heen.
    Alleen omdat die hand Christus eenmaal heeft losgelaten op Golgotha.
    In díe hand zijn mijn tijden, aldus David.
    Nee, dat wil niet zeggen dat ik die hand altijd voel en beleef.
    Het kan zo donker zijn. Je zult maar een onbegrepen weg moeten gaan.
    Door het dal van de schaduw van de dood bijvoorbeeld.
    • “Heer, laat mij niet beschaamd staan omdat ik U heb aangeroepen,
    maar laat de goddelozen te schande worden en
    afdalen in de Hades. Doe de bedrieglijke lippen verstommen,
    die kwaad spreken tegen de gerechte met trots en hoon.
    Heer, hoe groot is de overvloed van Uw GoedheidHeer, hoe groot is de overvloed van Uw Goedheid, die Gij verborgen hebt voor wie U vrezen.
    Die Gij bewijst aan wie op U vertrouwen, voor het oog van
    de zonen der mensen. Gij verbergt hen in het verborgene van Uw aangezicht voor het oproer
    der mensen. Gij beschut hen in een tent
    voor de tegenspraak van hun tong.
    Gezegend zijt de Heer,
    want wonderbaar was Zijn Barmhartigheid in de versterkte stad
    “.
    Psalm 30[31]: 18-22
    Toch kon ook David het zicht op God ook kwijt zijn.
    Toch mag het levende geloof belijden: mijn tijden – in Uw hand.
    Door alle strijd en aanvechting heen is het waar, omdat Gód het waarmáákt.
    Zo behoort onze belijdenis te weerklinken.
    Hoe je zover komt? Dat is een kwestie van overgave.
    In vers 6 heeft David immers beleden:
    • “in Uw handen beveel ik mijn geest [= leven]”.
    Daar hebt je het.
    Ten diepste is dit een geschenk van de Heilige Geest.
    Het is God, de Heilige Geest, Die doet belijden.
    Deze is het, Die mij – ondanks alle verdrukking – tot
    de overgave en het vertrouwen doet komen.
    Gelukkig degene die met Davids belijdenis,
    ook de zijne heeft gevonden,
    daarmee wordt de drempel van de overgave bereikt.
    Dan kun je met vertrouwen, ja met Gódsvertrouwen
    de toekomst tegemoet zien.
    • “In mijn verbijstering had ik gezegd;
    ik ben verworpen vanuit Uw ogen.
    Maar daarom hebt Gij de stem van mijn smeking verhoord,
    toen ik tot U had geroepen

    Psalm 30[31]: 23
    Als slot roept David ons allen op om
    de Heer steeds opnieuw te blijven zoeken,
    want Hij verleent ons moed en kracht aan
    degene die hopend op Hem wacht.
    • “Bemint de Heer, al Zijn ingewijden,
    want de Heer zoekt Waarheid.
    Hij zal allen, die hoogmoedig handelen
    overvloedig vergelden.
    Wees [man en vrouw] als een man, sterk Uw hart,
    gij allen, die vertrouwt op de Heer
    “.
    Psalm 30[31]: 23-25
    vert. Archimandrite Adriaan,
    RO-Klooster Den Haag

In de zoektocht naar het houvast in je levenIn de zoektocht naar het houvast in je leven
kom je vroeg of laat Christus tegen,
de gekruisigde, de door God Verlatene.
Hij is niet het antwoord op je problemen, maar juist het probleem, dat al je antwoorden op losse schroeven
worden gezet.
Ik moet dan steeds weer denken aan de tophit, die nog altijd actueel is:
Vluchten kan niet meer” van Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink.
Mp3:

Het is jammer dat veel kerken hetzelfde doen als de autofabrikant.
Ze presenteren Christus als een glimmend onderscheidingsteken,
Christus redt, Christus redt, alle mensen opgelet“,
het antwoord op al je problemen.
Als een Verlosser, die van boven af buiten jezelf alles oplost.
Natuurlijk is Jezus een redder buiten mijzelf, maar tegelijk is Hij
alomtegenwoordig in mij, bevindt Hij Zich in mijn heiligdom.
Waarom praten gelovigen dan altijd nog voornamelijk over Hem als de ander,
buiten ons, daar ergens boven ons, in de Hemel?
Angst, neem ik aan,
Christus dient ons christenen ook weer niet
te dicht op de huid te zitten, want wat kan ons dan wel niet
allemaal overkomen?
H. Maximos, de belijderZo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping;
het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen.
En dit alles is uit God, die door Christus ons met Zich verzoend heeft en ons de bediening der verzoening gegeven heeft, welke immers hierin bestaat, dat God in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende was, door hun hun overtredingen niet toe te rekenen, en dat Hij ons het woord der verzoening heeft toevertrouwd.
Wij zijn dus gezanten van Christus, alsof
God door onze mond u vermaande;
in Naam van Christus vragen wij u:
laat u met God verzoenen
“.                                                                                                                   2Cor.5: 17-20

Psalmen op basis van Waarheid samengesteld – Psalm 11 [12] – Red mij, Heer

Triptych - De TransfiguratieRed mij, Heer,
er is geen heilige meer:
De waarheid wordt zeldzaam onder de kinderen der mensen.
Ieder spreekt leugen tegen zijn naaste, hun lippen zijn vals,
zij spreken kwaad in hun hart.
Laat de Heer alle bedrieglijke lippen verdelgen, en
de grootsprekende tong.
Die zeggen.
Wij zullen ons tong verheffen,
onze lippen behoren ons toe;
wie is Heer over ons?
Maar nu sta ik op, zegt de Heer;
om de nood der armen,
om het zuchten van de lijdenden.
Ik zal hen in veiligheid brengen,
Ik zal vrijmoedig met hen spreken.
De woorden des Heren zijn vlekkeloos:
Zilver, in vuur gegloeid, in aarde beproefd, zevenvoudig gelouterd.
Gij, o Heer, bewaar en behoed ons tegen dit geslacht, tot in alle eeuwigheid.
De goddelozen omringen ons, maar in Uw verhevenheid slaat Gij acht op
de kinderen der mensen
“.
Psalm 11 [12], vert. Orth. klooster, Den Haag.

Het dodenrijk beneden is over u in beroering om u bij uw komst te ontmoeten;
het wekt de schimmen voor u op, al de bokken der aarde;
het doet alle koningen der volken van hun tronen opstaan.
Zij allen vangen aan tot u te zeggen:
Ook gij zijt krachteloos geworden als wij, gij zijt aan ons gelijk geworden;
Uw trots is in het dodenrijk neergeworpen, de klank uwer harpen;
het gewormte ligt onder u gespreid en maden zijn uw bedekking.
Hoe zijt gij uit de hemel gevallen, gij morgenster, zoon van de dageraad;
hoe zijt gij ter aarde geveld, overweldiger der volken!
En gij overlegde nog wel:
Ik zal ten hemel opstijgen, boven de sterren Gods mijn troon oprichten en
zetelen op de berg der samenkomst ver in het noorden;
Ik wil opstijgen boven de hoogten der wolken, mij aan de Allerhoogste gelijkstellen.
Integendeel, in het dodenrijk wordt gij neergeworpen, in het diepste der groeve.
Wie u zien, beschouwen u, letten op u:
Is dit de man, die de aarde deed sidderen, die koninkrijken deed beven;
Die de wereld tot een woestijn maakte en haar steden afbrak;
die zijn gevangenen niet naar huis liet keren?
De koningen der volken liggen allen met ere, ieder in zijn woning,
Maar gij zijt weggeworpen, ver van uw graf, als een verafschuwde scheut,
overdekt met verslagenen die door het zwaard doorboord zijn, die
neerdalen naar de stenen der groeve als een weggetrapt aas.
Gij wordt met hen niet in een graf verenigd, omdat
gij uw land te gronde hebt gericht, uw volk gedood.
Nimmer wordt het nageslacht der boosdoeners genoemd.
Maakt voor zijn zonen een slachtbank gereed om
de ongerechtigheid van hun vaderen; opdat
zij niet opstaan en de aarde in bezit nemen en
het oppervlak der wereld vullen met steden.
Zo sta Ik tegen hen op,
luidt het woord van de Heer der heerscharen en
Ik roei van Babel uit naam en rest, telg en spruit,
luidt het woord des Heren.
En Ik zal het maken tot een bezit van roerdompen en tot waterpoelen,
en Ik zal het wegbezemen met de bezem der verdelging,
luidt het woord van de Heer der heerscharen.
De Heer der heerscharen heeft gezworen:
Voorwaar, zoals Ik gedacht heb, zo zal het geschieden, en
zoals Ik besloten heb, zal het tot stand komen
“.
Isaiah 14: 9-24

Lucifer en de gevallen engelenMisschien herken je het begin van het drama van
Vondel in “Lucifer” over de gevallen engel.
De naam Lucifer komt uit vers 14 van bovenstaande tekst; het gedeelte wordt opgevat als een beschrijving van
de engel, die in opstand kwam tegen God:
O morgenster, zoon van de dage raad,
hoe diep ben je uit de hemel gevallen!

De Vulgaatvertaling gebruikt voor morgenster
het woord lucifer en zo kreeg de gevallen engel die naam.

Maar in de prachtige beginregels gaat het niet over
de satan, maar over God:
Want de Heer zal Zich over Jacob ontfermen en
nog zal Hij Israël verkiezen en ze op hun eigen bodem doen wonen; dan zal de vreemdeling zich bij hen aansluiten en
men zal zich voegen bij het huis van Jacob.
En de volken zullen het met zich nemen en het naar zijn eigen plaats brengen en
het huis van Israël zal ze als erfelijk bezit verkrijgen op de grond des Heren,
tot slaven en tot slavinnen.
Zo zullen zij degenen die hen gevangen namen, gevangen nemen en
heersen over hun drijvers.
En het zal geschieden ten dage, wanneer
de Heer u rust geeft van uw smart en van uw onrust en van de harde dienst die
men u heeft laten verrichten, dat gij dit spotlied op de koning van Babel zult aanheffen:
Hoe heeft de drijver opgehouden, opgehouden is de verdrukking!
De Heer heeft de stok der goddelozen verbroken, de scepter der heersers, die
in verbolgenheid zonder ophouden natiën sloeg, die
in toorn volken vertrad in meedogenloze vervolging.
De gehele aarde heeft rust, is stil; men breekt uit in gejubel;
Zelfs de cipressen verheugen zich over u, de ceders van de Libanon:
Sinds gij neerligt, klimt niemand naar ons op om ons te vellen
“.
Isaiah 14: 1-8

ανασταση5Is hier geen sprake van een Blijde Boodschap
voor onze tijd; geeft dit geen Licht in de duisternis;
hier is sprake van een belofte, die het virus uit nieuws van dit moment doet vervagen.
Digitalisering, onvrede, ontworteling, ontketende onmacht en zelfverachting; potverteerders die
alleen maar vergaderen en het onderwijssysteem
naar de bliksem helpen, van de overheid verwacht
de burger geen hulp meer.
Het is als de Psalmist, die uitschreeuwt:
Red mij, Heer, er is geen heilige meer:
de waarheid wordt zeldzaam onder
de kinderen der mensen.
Ieder spreekt leugen tegen zijn naaste,                                                                                               hun lippen zijn vals; zij spreken kwaad in hun hart
“.                                                                     Psalm 11 [12]: 2,3
Het is de Heer, Die ons bewaart en
behoedt tegen de goddeloze wereld om ons heen,
in Zijn grootse Luister, Zijn Majesteit slaat Hij acht op de kinderen der mensen.
De Heer, Die onafgebroken Zijn Genade en Waarheid onder
de mensen voortbrengt en Zichzelf daarmee bevestigt.
Het “Geef ons heden ons dagelijks brood“,
is niet de haastig hap met het oog gericht op
wat je vandaag weer allemaal te doen heb en
vervolgens het journaal uitknippen – een vluchtige afscheidskus en
jezelf weer in de massa begeven.
Het is een moment voor jezelf, het is de tijd nemen om van het moment te genieten,
te genieten van alles wat mij door Gods Genade in de schoot wordt geworpen.
Ik proef Zijn opstanding om de nood der armen, om het zuchten der lijdende te ledigen.
Hij, Die ons in veiligheid brengt, Die vrijmoedig met ons spreekt.
Het vleesgeworden Woord spreekt vrijmoedig met ons;
Zijn Woord is vlekkeloos: zilver, in vuur gegloeid, in aarde beproefd, zorgvuldig gelouterd.
De goddelozen omringen ons, maar in Zijn verhevenheid slaat God acht op
de kinderen der mensen.

Nooit eerder is Geloof in het Woord van God zo ondermijnd als in onze tijd.
We leven in een tijd van compromissen.
In het belang van de goede lieve vrede en de harmonie
wordt de Waarheid telkenmale geweld aangedaan.

het Paradijs2
De vervulling van profetische gebeurtenissen zoals voorzegd in de
Blijde Boodschap maakt de opvatting dat Gods Woord werkelijk wordt en geloofwaardig blijft.
Het verplicht ons tot het nemen van
een beslissing en nodigt ons uit Gods reddingsplan, Zijn Verlossing
serieus te nemen, het Geloof dat
Gods waarheid uiteindelijk zal triomferen.
Hij is absoluut betrouwbaar en de weg die Hij ons toont is meer dan de moeite van het bewandelen waard.

Psalmen op basis van Waarheid samengesteld – Psalm 22 [23] – als broeders elkaar hoeden

Christus, HerderDe Heer is mijn Herder,
het ontbreekt mij aan niets.
Op grazige weiden doet Hij mij verblijven;
aan verkwikkende wateren heeft Hij mij geleid.
Hij heeft mijn ziel bekeerd.
Hij leidt mij langs het pad der gerechtigheid,
omwille van Zijn Naam.
Zelfs al ga ik midden in de schaduw des doods,
dan vrees ik geen kwaad, want Gij zijt met mij.
Uw staf en Uw stok zijn mijn troost.
Gij richt een tafel voor mij aan,
voor de ogen van mijn verdrukkers.
Met olie zalft Gij mijn hoofd:
hoe heerlijk is Uw heilige Kelk!
Uw Barmhartigheid volgt mij van nabij,
alle dagen van mijn leven.
Ik mag wonen in het Huis des Heren,
tot in lengte van dagen“.
Psalm 22 [23]

Christus, de deemoedigeIn deze Psalm wordt ook gesproken van een herder.
Tijdgenoten van Jezus hebben in Hem
het beeld van de goede herder herkend.
Want geen ander als Hij
zocht zo de verloren mens weer op.
Zelfs mensen van de onderkant van samenleving, want voor Hem was elk mens belangrijk, zoals
een échte herder zich verantwoordelijk weet
voor het kleinste en zwakste onder de dieren.

  • Jeremia profeteerde het al vlak voor
    de ineenstorting van het Koninkrijk Juda en
    vóór de verwoesting van Jeruzalem in 587 v.Chr.
    In Babylonië verbleven de Joden als slaven, weggevoerd uit hun land van melk en honing.
    Er is wee-geroep, bedreiging, ondergang,
    hoop en tenslotte de belofte dat
    er een Nieuwe Herder zou komen.
    Jeremia stelt de koning en de leiders van het volk
    persoonlijk verantwoordelijk voor de deportatie.
    Machtswaanzin en hang naar materiële welvaart
    hebben er voor gezorgd dat ze van
    het beloofde Land in de afgrond terecht zijn gekomen.
    Dit alles heb ik gezien en ik richtte mijn aandacht
    op alle daden, die onder de zon geschieden ten
    tijde dat de ene mens macht heeft over de ander
    tot diens onheil“.
    Prediker 8: 9
    Jeremia voorspelt dat er een nieuwe koning,
    een Nieuwe Herder zal opstaan, Die het volk
    weer zal voeren naar grazige weiden.
    Hij zal regeren in de geest van Koning David.
    Daarmee geeft hij aan dat een koning pas goed is
    als het kleinste schaap tot zijn recht mag komen.
    Een koning die het volk zó zal besturen dat
    elke onderdaan een plaatsje onder de zon wordt gegund.
  • Jezus wijst ons op het feit dat er
    in onze huidige samenleving zoveel mensen verloren rondlopen.
    Hij evalueert met zijn vrienden en werkt een plan uit:
    “Hoe willen jullie dat we nu verder gaan?”.
    De Kerk van ChristusHij leert zijn volgelingen dat iedereen mee mag in het schuitje,
    omdat er teveel mensen terechtkomen tussen de wal en het schip.
    Ze worden doodgedrukt door
    massieve krachten; Jezus leert
    Zijn volgelingen om elkaars broeders en behoeders te zijn.
    Hij leert hen ook dat er niet één herder is, maar dat we elkaars herder, elkaars hoeder mogen zijn, want mensen kunnen niet zonder elkaar.
    Iedereen heeft mensen nodig die hem dragen, die
    je corrigeren en tot de orde roepen.
    Vooral als je pijn lijdt aan het leven,
    heb je mensen nodig die je dragen.
    Om elkaar te kunnen weiden moet je weg uit de al te enge omgeving.
    Want God is niet alleen de weg, de waarheid en het leven,
    Hij is niet alleen een veilige weg, een been om op te staan,
    een rots om op te bouwen.
    Hij wil dat wíj die stevige rots en dat been zijn.
    Dat we elkaar op de been krijgen en op de been houden.
    Dat we elkaar beschermen tegen herders die
    alleen maar met holle woorden uit zijn op eigen welbevinden.
    Want wie beschermt anders de kleinen van deze wereld?
    Dat gebeurt niet door instanties en overheden, maar
    door mensen als u en ik.

student en Kerk, domplein UtrechtChristenen zijn degenen die
de grote Herder, Christus volgen;
waar Hij in Zijn tent gastvrijheid verleent in de woestijn en met een arme vluchteling
Zijn bloed deelt.
Een Arabisch  of Syrisch grasland is
heel anders dan de omheinde weilanden waarmee wij vertrouwd zijn.
Het is veel groter en vaak grenzeloos.
Verreweg het overgrote gedeelte is woestijn – dat wil zeggen, het land is net nog niet helemaal kaal, maar wordt slechts voor een paar maanden verfrist door regen en
ligt er voor de rest van het jaar verlaten bij onder
een meedogenloze zon die al het leven uit de bodem zuigt.
de herder met zijn schapenHet landschap verliest bijna zijn glans:
eentonig op en neer gaande heuvels, met weinig karakter als dat van de golven der zee en als een tintelende luchtspiegeling onder een wolkeloze hemel.
Deze verbijsterende monotone indruk
wordt slechts door twee uitzonderingen onderbroken.
Hier en daar is de grond gespleten door                                                                                             een diep ravijn, die verschil aanbrengt en                                                                                           door zijn plotselinge duisternis mens en dier                                                                                     verrast vanwege de roofdieren die                                                                                                         er in de uitsparingen hun holen hebben.
Maar er zijn ook ravijnen die zacht en mooi zijn, waar water opborrelt, wat
rustig tussen rijke grasbanken doorloopt met bomen, die schaduw verlenen.

In zo’n landschap zoals ik heb beschreven, is een grote Herder natuurlijk onmisbaar.
Wanneer je Hem daar ontmoet, ‘alleen al Zijn onvertogen uitstraling’, leunend op Zijn staf en met verweerde ogen ziet Hij zorgzaam toe op zijn verstrooide schapen.
ieders leven heeft een verhaal . . . wat is het jouwe?Hij is hun enige toevlucht en beschutting.
Je hart springt op om te vragen:
Bestaat er in de hele wereld zo’n
dierbaar Mysterie van leven en vrede zoals bij Hem?
Hij is zeer dicht bij Zichzelf en zo prominent als
de herder een functie heeft voor de schapen in de woestijn zo is het onderkomen van deze Herder.
In westerse ogen is het onderkomen in de woestijn foeilelijk – bruine en zwarte brokken steen –
vaak achteloos op elkaar gestapeld, met
een paar houten schotten welke het vertrappelde zand
aan de voorkant van de lage deuropening afsluiten, dat
een mens ongemakkelijk dient te bukken om
er binnen te geraken.
Maar sta er dan eens bij stil dat deze mens op de vlucht is –
aan de wildernis van het leven buiten tracht te ontkomen.
monniksstaf met kruisje, GeorgiëWat ons dan het meest vertroost in deze herder?
Zijn stok en zijn staf.
Hij heeft een staf, zo’n lange stok met
een gebogen uiteinde, om een afgedwaald schaap daarmee terug te kunnen halen.
Of, als het moet, een lam dat in een diepe kuil gevallen is,
mee op te trekken.
Als ik deze Herder volg,
dien ik niet te denken dat mij niets kan overkomen.
Maar die staf en die stok, die geven mij moed om
verder te gaan op de weg, die Hij mij toont.

Dat is het landschap welke de Psalmist
voor ogen had en het deed hem
aan de gemengde wildheid en schoonheid van
zijn eigen leven denken.
Het menselijk leven is als deze wildernis met verschrikkelijke contrasten,
waar het licht zo helder kan schijnen, maar
waar de schaduwen en de duisternis verraderlijk kunnen zijn;
waar de weiden zich rijk uitstrekken, maar tevens
in de rimpels van uitgestrekte woestijnen verscholen zijn;
waar paden ondoorgrondelijk zijn;
waar de passie van de mens opveert, maar direct om vergelding roept;
waar alles is onderverdeeld en er toch wanorde heerst, maar
de wet onverbiddelijk van zich doet spreken;
en waar een mens wordt opgejaagd
tot de dood hem als ongenaakbare erfenis te wachten staat.

De Heer is mijn Herder” of in het Grieks
– “Ποιμένας μου ο Κύριος, και δεν θα στερηθώ“,
want de kracht van het orgineel gaat bij ons enigszins verloren:
– “Be-hoed [be-Herder] mij Mijn Heer en ik zal niet worden geroofd“.
Dit is het thema van de eerste vier verzen.

In de tijd waarin wij leven lopen er vele mensen die spotten met dit soort theologie
vrij voorhanden en inderdaad verheugend, zoals de parel blinkt onder de zwijnen.
Het is immers veel beter om met Jezus Christus, onze Verlosser staande te blijven dan
met de Logica ten onder te gaan.
Jezus Christus leert ons dat de mens niet verkeerd kan zijn wanneer
deze zich deemoedig tegenover God opstelt in plaats van dat hij
in zichzelf het beste probeert te vinden en zich verheft boven de ander.
Is er soms een vader onder u, die, als zijn zoon hem om een vis vraagt,
hem voor een vis een slang zal geven?
Of als hij om een ei vraagt, hem een schorpioen zal geven?
Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen,
hoeveel te meer zal uw Vader uit de hemel de Heilige Geest geven aan hen,
die Hem daarom bidden?
“.
Luc.11: 11-13
Of welke vrouw, die tien schellingen heeft en er een verliest,
steekt niet een lamp aan en veegt het huis en
zoekt zorgvuldig, totdat zij hem vindt?
“.
Luc.15:8
Zo zeg ook Ik u, zal er vreugde onder Gods engelen zijn
over één zondaar die zich bekeert.
Dat is een ware getuigenis en beroert elke snaar van ons hart.
Kracht, zo blijkt uit de natuur, levert geen enkel voordeel op, omdat
werkelijke macht en wijsheid zo ver van ons af staat dat
ook al bezitten we alles en zijn we in kwaliteit nog zo superieur
het kan onmogelijk op tegen dat verhevene waar wij in onze deemoed naar streven.
Dat zit dus in de mens en het komt eruit als hij God hier om vraagt en er naar streeft.

De werelds gerichte gedachten leveren meer slapeloosheid op dan die van ons,
Gods Licht schijnt consistenter dan onze wereldse lichten;
met een hart dat standvastig voor ons zorgt,
want al zijn we onrustig onder elkaar;
Hij is Koninklijker dan de edelste koning,
Vaderlijker dan onze dierbaarste vaderschap;
diepere en met meer compassie dan
ooit een moeder zich over ons heeft bekommerd.
Wie ervaart onder de mensen, dat God het hoogste is wat er in het leven bestaat
om onze Herder te zijn, noemt Hem zijn Herder en
kent Hem als een ware Herder, Die weet wie Zijn schapen zijn.
Wie van u, die honderd schapen heeft en er een van verliest,
laat niet de negenennegentig in de wildernis achter en
gaat het verlorene zoeken, totdat hij het vindt?“.
Luc.15: 4

Cross cruciaalGod kan geen grotere bereidheid van Liefde
of Zelfopoffering tonen;
dat is het Geloof van de sterke en
onzelfzuchtige mens door al de eeuwen heen.
En die sterkte bestaat niet uit
een zuiveren gevolgtrekking van de Logica, maar
de onvermijdelijke verhoging welke het gevolg is
van de plicht en liefde die uit pure deemoed
– van vader- en moederschap of vriendschap
wordt vervuld. Paulus zegt hierover:
Want het leven is mij Christus en het sterven gewin“.
Phil.1: 21, waarmee hij aangeeft dat Gods Liefde zo sterk in zijn persoonlijke natuur is doorgedrongen
als Gods ultieme geschenk, dat hij betwijfelt of                                                                                zijn eigenliefde hiermee kan concurreren;                                                                                          zo oneindig groot is zijn verlangen alles voor                                                                                    deze God-mens te betekenen, nu het nog kan.
Zo hebben de bekende deemoedigen zich door alle tijden gevoeld en uitgedrukt.
Het is niet alleen vanuit hun diepste diepte, maar uit hun hoogste hoogten
– de Hemelen – waaruit deze getuigen tot ons spreken en zeggen:
Er is een rots hoger dan ikzelf
God is Heiliger, Sterker en Onsterflijker dan mijn kracht,
Liefdevoller dan ik in uitersten kan opbrengen!
In liefde en voor zover zij hebben liefgehad en zichzelf hebben opgeofferd voor anderen,
hebben zij het onfeilbare bewijs verkregen, dat God leeft en van de mensen houdt en
Zichzelf onvoorwaardelijk voor de mensen overgeeft.
Niets kan dat Geloof doen wankelen, want het berust op de beste instincten van onze natuur en is de kroon geworden op het leven van alle christenen.
David was geen huurling, maar een koning wiens hart
verbonden was met zijn werk, die deed waar hij voor stond en
die dit nooit eventjes afraffelde, anders
had hij zijn God nimmer een herder durven noemen.
En is God in elke relatie van ons eigen leven.
Terwijl onoprechtheid en ontrouw aan de plicht
niets minder inhoudt dan een verlies aan de kwaliteit en
de belijdenis van ons Geloof in God;
wordt datgene wat we doen met inzet voldaan en
is de liefde tot het uiterste, een getuigenis van Gods Liefde en
getuigt een onophoudelijke zorg voor anderen
van de overtuiging dat Hij ons verheft.

33e Zondag na Pinksteren – een voorspoedige gezondheid en geluk

Christus herstelt de gezondheid van de mensDoet dan aan, als
door God uitverkoren heiligen en geliefden,
innerlijke ontferming, goedheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld.
Verdraagt elkander en vergeeft elkander, indien de een tegen de ander een grief heeft;
gelijk ook de Heer u vergeven heeft, doet ook gij evenzo.
En doet bij dit alles de liefde aan, als de band der volmaaktheid.
En de vrede van Christus, tot welke gij immers in een Lichaam geroepen zijt
zal regeren in uw harten; en weest dankbaar.
Het woord van Christus zal rijkelijk in u wonen, zodat
gij in alle wijsheid elkander leert en terechtwijst en
met Psalmen, lofzangen en geestelijke liederen zingende,
aan God dank brengt in uw harten“.
Col.3: 12-16

Christus biedt de mens werkelijke gezondheid; zo
geneest Hij niet alleen het lichaam van de zieke mens, maar
helpt hem tevens een bewustzijn te ontwikkelen opdat
de gezondheidstoestand van het lichaam wordt verbeterd
dankzij de gezondheid van de ziel.
Hij verheft de mens door hem erop te wijzen zichzelf te verheffen,
zie erop toe dat je gezond bent geworden, zondig voortaan niet meer.
Men bracht vele bezetenen tot Hem en Hij dreef de geesten uit met Zijn woord en
die ernstig ongesteld waren genas Hij allen, opdat  vervuld zou worden, hetgeen
gesproken werd door de profeet Isaiah, toen deze zei:
Hij heeft onze zwakheden op Zich genomen en onze ziekten heeft Hij gedragen
“.
Matth. 8: 16,17
In die zin gaf de Heer
een blinde niet alleen het licht om hem te genezen, maar geeft hem het ware Licht,
het bewustzijn van de zondigheid en
de behoefte aan spirituele vooruitgang.
Op het gebied van het lijden is het kwaad
een afzonderlijke, eigensoortige en onherleidbare realiteit.
Het kwaad maakt zich meester van de ziel
en bestempelt haar tot op de bodem                                                                                                     met zijn slavenmerk.
De slavernij, zoals we die uit het oude Rome kennen, is
slechts de toegespitste vorm van het kwaad.
In de Oudheid besefte men dit heel goed, getuige het gezegde:
Op de dag dat een mens slaaf wordt, verliest hij het merendeel van zijn ziel“.

Kwaad kan men scheiden van lichamelijk lijden en
toch is het er sterk mee verbonden.
In het lijden is alles wat gebonden is aan fysieke pijn
[of wat daarmee verband houdt] krampachtig, verbeelt;
bij een juiste geestesgesteldheid kan het derhalve uitgeschakeld worden.
Zelfs bij de afwezigheid of dood van een geliefd mens
vormt de onherleidbare participatie aan het verdriet
zoiets als een lichamelijke kwaal, een probleem bij het ademhalen,
een beklemming op de borst, een onvervulde behoefte,
een gevoel van honger of de bijna biologische wanorde die
ontstaat wanneer een tot nu toe doelbewuste energie
plotseling haar oriëntatiepunt verliest.
Verdriet zonder een dergelijk onherleidbaar zielenleed
is gewoon romantiek, niets anders dan literatuur.
– Ook vernedering is zo’n geteisterde toestand waarbij
het gehele lichaam,  onder de aangedane smaad, wil opspringen maar
zich in bedwang moet houden door onmacht of uit angst.

Een puur fysieke pijn daarentegen is van weinig belang en
laat geen enkel spoor in de ziel na; kiespijn is daar een voorbeeld van.
Een paar uur hevige pijn, veroorzaakt door een rotte kies,
betekent niets meer zodra de pijn voorbij is.
Heel anders is het gesteld met een langdurig of
regelmatig terugkerend lichamelijk lijden.
Doch zulk een lijden is dan ook geen lijden meer;
het is dikwijls een ongeluk.

De gevallen engel, ChagallEen door ongeluk getroffen leven
is ontworteld, min of meer een zwakke analogie van de dood, die op een onweerstaanbare wijze door de ziel gevoeld wordt wanneer zij geconfronteerd wordt met de fysieke pijn of deze pijn rechtstreeks wordt waargenomen.
Wanneer de fysieke pijn ontbreekt dan is er geen sprake van ongeluk, want men beeldt zich in dat men zich op – onverschillig wat – vrij kan richten.
Het bewustzijn gaat een ongeluk even haastig uit de weg als een dier de dood.
Hier op aarde kan alleen de lichamelijke pijn het bewustzijn gevangen houden;
op voorwaarde dat men met de pijn enkele daaraan gelijkwaardige,
doch moeilijk te omschrijven lichamelijke verschijnselen op één lijn stelt.
Met name de waarneming van de lichamelijke pijn hoort hierbij.

Wanneer het bewustzijn in contact komt met een lichte pijn hoe dan ook,
wordt het gedwongen de aanwezigheid van het kwaad te erkennen.
Dan ontstaat er eenzelfde innerlijk verzet als bij de ter dood veroordeelde die
gedwongen zou worden urenlang naar de guillotine te kijken, die
hem even later zal de kop zal kosten.
Een mens kan zich in zo’n desperate toestand
wel twintig of misschien vijftig jaar voortslepen.
Anderen lopen hem – er is immers uiterlijk niets zichtbaar – voorbij,
zonder iets gewaar te worden.
Christus ziet door zijn ogenWie kan deze ongelukkigen herkennen,
tenzij Christus door zijn ogen ziet?
Het valt alleen op dat deze persoon
zich dikwijls vreemd gedraagt, hij lacht wat schaapachtig en vervolgens keurt men zijn gedrag af.
Wat voor conclusie zij trekken
wordt hem niet kenbaar gemaakt.
Er wordt slechts dan gerept van
een spraakverwarring en een onvermogen,
wanneer de gebeurtenis hem heeft ontzet                                                                                           en ontworteld.
Dat leven is vervolgens direct dan wel indirect over de hele linie ontredderd,
zowel sociaal, lichamelijk om van psychisch maar niet te spreken.
De sociale factor is beslissend, daar waar niet op enigerlei wijze
sociaal inzicht wordt getoond, is het kwaad geschied.
Tussen het kwaad dat wordt aangedaan, door onvoldoende rekening te houden
met een of andere handicap staan mensen voorgoed aan de kant en
dienen zichzelf een weg te banen.
Het een weg zien te vinden met ongenoegen en alle mogelijke soorten van verdriet,
– die ook al zijn deze minder hevig, de mens langdurig diep kunnen treffen –
zou geen ongelukkig mens mogen opleveren, ook al is er sprake van een verband.
Er dient een hoge drempel overwonnen te worden, net als het geval is
met de temperatuur waarbij water gaat koken.
Er is een grens waarboven iemand ongelukkig is, en
daaronder dien je niet moeilijk te doen;
“je hebt toch een vast inkomen en . . . jij behoeft er niets voor te doen”.
De grens ligt niet voor alle gevallen vast; vele persoonlijke factoren spelen hierbij een rol.
Eenzelfde gebeurtenis kan de ene mens in het ongeluk doen storten en
de ander niet, het is maar net wat je aankunt.
Het grote raadsel van het menselijk bestaan is niet het lijden maar
de ongelukkige situatie waarin je terecht bent gekomen.
dood vluchtelingenkind op het strandWij verbazen ons niet meer dat onschuldigen worden gedood;
door oorlog uit hun land worden verdreven, worden gemarteld; dat zelfs kinderen tot ellende en slavernij gebracht worden,
voor de oorlogsstrijd worden ingezet; opgesloten worden in kampen en gevangenissen, want wij weten nu eenmaal dat er misdadigers zijn die deze dingen doen en als
het geen misdadigers zijn noem je ze toch gewoon terroristen en
gebruik je de vaderlandse pers om het volk een rad voor ogen te draaien.
Het verwondert ons evenmin dat ziek zijn langdurig lijden kan opleveren;
het hele leven verlamt en mensen tot een toonbeeld maken van de dood, want
men is zich bewust dat de natuur onderworpen is aan
een blind spel van onlosmakelijke noodzakelijkheden.

Maar het wekt verwondering op dat
God het kwaad macht gegeven heeft om
de ziel van ongelukkigen aan te vallen en
zich er volstrekt meester van te maken.
Wie die slagen heeft moeten incasseren waardoor hij zich als
een half-verpletterde worm tegen de grond heeft moeten laten vallen,
vindt geen woorden om uit te drukken wat hem overkomen is.
Hij zal mensen tegenkomen die weliswaar geleden hebben, maar
toch niet in aanraking zijn geweest met werkelijk kwaad en
dan ook geen idee hebben van wat kwaad [en duivels] eigenlijk betekent.
Het kwaad is van een geheel eigen soort,
tot geen ander verschijnsel te herleiden;
zo kan geen enkel overstemmende klank
een doofstomme duidelijk maken wat geluid inhoudt,
laat staan dat men zich bewust is wat hem mankeert.

En zij die door het kwaad verminkt zijn,
verliezen veelal het vermogen om aan
wie dan ook een helpende hand te vragen,
hebben zelfs het vermogen verloren om dat te willen.
Vandaar dat het ook veelal onmogelijk blijkt te zijn om
met de door het kwaad getroffenen medelijden te hebben.
Wanneer dat toch gebeurt, speelt er zich een Goddelijk wonder af,
groter dan wanneer iemand over het water loopt,
zieken geneest of zelfs doden opwekt.
Christus aan het Kruis, Litho van Peter Howson [Schotland]Zo’n groot ongeluk heeft Christus gedwongen
om te smeken gespaard te mogen blijven
[de beker aan Hem voorbij te laten gaan], om troost te zoeken bij de Hem omringende mensen en Zich door Zijn Vader en iedereen verlaten te gevoelen.
Het heeft iemand als Job, die zo rechtvaardig was
als de menselijke natuur maar kan bevatten
– ja meer misschien, indien Job min of meer een historische figuur dan wel een voorafschaduwing van Christus was – gedwongen een twistgesprek met God aan te gaan.
Christus gaat de berg op om er te bidden want                                                                                  Zijn leven staat op een keerpunt.
Hij zoekt het bij Zijn Vader, weg van de mensen. Drie leerlingen neemt Hij mee.
Tijdens dit gebed overvalt Hem de inslag van het Goddelijke met alles wat dat voor Hem betekent, juist op dit keerpunt.
In de uitzichtloosheid van de situatie “gaat” Hem “de hemel open“, zoals
bij Theophanie. Hij hoorde daar: “dit is Mijn Zoon, de Welbeminde,
in Wie Ik Mijn welbehagen heb gesteld:                                                                                              luistert naar Hem”
Alles is nog steeds als toen, op dat punt is er niets veranderd.
Nog steeds ben Ik je Vader en jij Mijn Zoon.
Intussen slapen de drie vrienden zoals op Gethsemane.

Het is een eenzaam geluk dat Hem ten deel valt.
En dit geluk doet aan de harde, komende realiteit niets af.
Dit eenzaam geluk lacht over het ongeluk van de onschuldige“.
Dat is geen Godslastering, maar een waarachtige kreet
die in beweging komt door de smart.
Het boek Job is van begin tot eind een zuiver wonder van waarheid en waarachtigheid.
Wanneer er van ongeluk sprake is zal alles wat van dit voorbeeld afwijkt
min of meer door leugens bezoedeld zijn.
Het ongeluk maakt God gedurende een zekere tijd tot een Afwezige,
nog meer afwezig dan een dode, dan het licht in een stikdonkere onderaardse cel.
Een zekere mate van ontzetting grijpt de gehele ziel aan.
In die afwezigheid is er geen object waarop Liefde Zich richten kan;
Uit de diepten roep ik tot UUit de diepten roep ik tot U,
Heer geef gehoor aan mijn stem“.
Het verschrikkelijke is dat als de ziel in
deze liefdeloze duisternis ophoudt met beminnen,
Gods afwezigheid onherroepelijk wordt.
De ziel moet voortgaan met in het lege lief te hebben of
dat tenminste te willen, desnoods met
een oneindig klein deel van haar kracht.
Dan zal God zich eens aan haar openbaren en
haar, net als bij Job, de schoonheid van de wereld tonen.
Maar indien de ziel ophoudt met liefde uit te stralen,
vervalt zij reeds hier op aarde in een toestand, die
bijna gelijk is aan die van de dodelijke hel.
Wie dan ook een mens in het ongeluk stort, vermoordt diens ziel.
Aan de andere kant is in een tijd als de onze, waarin
het ongeluk ons allen boven het hoofd hangt, slechts
die hulp van waarde die zo ver reikt dat
zij de mens werkelijk voorbereidt op het ongeluk en
dat is geen geringe zaak.

Het ongeluk verhardt de mens en brengt hem tot wanhoop, omdat
het als met gloeiend metaal op de bodem van de ziel al die gevoelens oproept, die
eigenlijk bij een misdadiger zouden moeten opkomen, maar er niet zijn:
minachting, tegenzin, en zelfs afkeer van zichzelf,
een gevoel van schuld en van bezoedeling,
zodat op jonge leeftijd keuzes worden gemaakt, die
men onmogelijk kan overzien.
Onze positie staat daarmee onder druk, de houding
tegenover dit soort jongeren wordt niet gedeeld –
leiderschap wordt aangetast en een open discussie over
minder positieve trekjes wordt vermeden
– het wordt als splijtstof gezien –
die je beter onder de mat kunt vegen.
Het kwaad woont als een cultuurgegeven in de ziel van de schender
zonder objectief door hem te worden waargenomen om
van afzetten en beschimpen van de ‘ander‘ maar te zwijgen.
Maar in de ziel van de onschuldige wordt het terdege gevoeld, wanneer
hij door het ongeluk is getroffen.
Het is alsof de zielstoestand in feite bij de misdadiger hoort,
en dat die zich heeft afgescheiden van de misdaad [er afstand van heeft genomen]
en aan het ongeluk is vastgekoppeld.
De positie van de vrouw bekleed in veel – door ongeluk geteisterde landen –
een afgesplitste rol van het gevoelsleven en wordt door ons als
een schijnend onrecht ervaren, de ongelukkige vreemdelingen dragen dit met zich mee en
geraken deze culturele bagage niet vanzelf kwijt.
Als Job op zo’n wanhopige toon zijn onschuld uitroept, komt dat omdat
hij er zelf niet meer in kan geloven, omdat zijn ziel partij kiest voor
het standpunt van zijn omgeving, zijn vrienden.
Hij roept het getuigenis van God zelf in, omdat
hij het getuigenis van zijn eigen geweten niet meer hoort; want
dat laatste is voor hem niet veel meer dan een onpersoonlijke en dode herinnering.

De vleselijke natuur der mensen is dezelfde als die van het dier.
Varkens en kippen storten zich op een gewond mededier, bijten en pikken elkaar.
Dat is bijna net zo’n wetmatig gebeuren als de zwaartekracht.
Alle minachting, afkeer en haat die
ons verstand jegens de misdaad koestert,
hecht ons gevoel aan het ongeluk.
Uitgezonderd degenen wier ziel geheel en
al door Christus bewoond wordt, haat iedereen
min of meer alle mensen die door het ongeluk zijn geslagen,
al is bijna niemand zich dat bewust.

Die wet van ons gevoel heeft ook betrekking op onszelf.
Minachting, afkeer en haat keren zich bij de ongelukkigen tegen zichzelf;
en kleuren van daaruit met hun giftige tinten op de gehele wereld.
Als de bovennatuurlijke liefde het ongeluk nog heeft overleefd, dan
kan zij het tweede gevolg verhinderen, niet het eerste.
Het eerste gevolg behoort tot het wezen van het ongeluk;
er is geen ongelijk waar het zich niet vertoont.

OLYMPUS DIGITAL CAMERAChristus heeft ons
vrijgekocht van de vloek van de wet

» door voor ons een vloek te worden «; want er staat geschreven:
Vervloekt is een ieder,
die aan het hout hangt
“.
Gal.3: 13
Het is niet alleen het Lichaam van
de gekruisigde Christus geweest
Dat tot een vervloeking is gemaakt, maar ook Zijn ziel.
Voelt ieder onschuldig mens zich vervloekt?
Zelfs zij die in de greep van het ongeluk zijn geweest en
er door een verandering van de omstandigheden uit zijn gered,
blijven zich, als zij diep genoeg door het ongeluk zijn aangetast,
steeds vervloekten voelen.

Een ander gevolg van het ongeluk is dat de ziel
langzaam maar zeker tot zijn medeplichtige gemaakt wordt, door
haar met het gif van traagheid en willoosheid in te spuiten.
Wie lang genoeg in de staat van het ongeluk is geweest,
gaat zich mede schuldig voelen aan het ongeluk.
Door deze vorm van medeplichtigheid wordt de mens beknot
in al de pogingen die hij zou willen ondernemen
zijn lot te verbeteren.
Het kan zo ver komen dat hij geen middelen zoekt om
zijn lot te ontkomen en zelfs niet meer verlangt naar bevrijding.
Een dergelijk mens heeft zich voorgoed in het ongeluk genesteld, en de mensen
zouden daaruit de conclusie kunnen trekken dat
hij zich in zijn lot geschikt heeft.
Sterker nog, die medeplichtigheid kan hem er ondanks zichzelf toe brengen
– om alle middelen ter bevrijding te ontvluchten – en
hij gaat zich soms achter de meest belachelijke voorwendsels verschuilen.

Zelfs in de mens die aan het ongeluk ontkomen is,
blijft, wanneer hij er ten diepste door getroffen was, iets over dat
hem ertoe drijft zich opnieuw in het ongeluk te storten.
Het is soms gemakkelijk een ongelukkige uit zijn huidige staat te verlossen, maar het is bijna onmogelijk hem te bevrijden van de sporen die het ongeluk in hem nalaat.
Alleen God kan dit en zelfs Gods Genade geneest hier op aarde
de onherstelbaar gewonde natuur niet.
Het verheerlijkte lichaam van Christus droeg immers de tekenen van Zijn verwondingen.

God de schepper van de wereldGod schiep de wereld uit en door Liefde.
God heeft niets anders geschapen dan de Liefde Zelf en
de middelen om Liefde mogelijk te maken.
Hij schiep alle vormen van Liefde.
Hij schiep wezens, die zich ver van Hem verwijderd hebben, die in staat waren eveneens lief te hebben zodat Hij Zelf Zich in uitersten moest begeven, omdat
niemand anders dat kon doen.
Deze afstand tussen God en God, tussen dit verhevene en de onvergelijkelijke smart vormt het wonder van
de Liefde en dat is het Groot en Heilig Kruis geworden.
Deze smartelijke scheiding, waarboven de Liefde van
de Allerhoogste de brug der innigste gemeenschap
met God geslagen heeft,
Cross4klinkt nu in de diepste stilte door de gehele wereld;
zij klinkt als twee afzonderlijke en samenklinkende tonen, als een zuivere en ontroerende harmonie en
dat is het Woord van God.
De gehele schepping is er slechts de weerklank van.
Als de schoonste muziek op aarde tot in onze ziel klinkt, dan horen wij die tonen daar doorheen.
Als wij geleerd hebben de stilte te verstaan, dan
zijn het die klanken die wij door de stilte heen
beter horen.

Zij die in liefde volharden,
horen deze tonen in de diepte van het lijden waarin
het ongeluk hen geworpen heeft.
Wanneer zij dat eenmaal vernomen hebben,
kennen zij geen twijfel meer.
Mensen die geslagen werden door het ongeluk,
bevinden zich aan de voeten van het kruis, op
de bijna grootst mogelijke afstand van God.
Denk niet dat zonde een nog grotere afstand betekent, want
zonde is geen afstand, doch een verkeerde manier van kijken.

Bekleedt u dan met Christus, onze God als
uitverkoren heiligen en geliefden met innerlijke ontferming,
goedheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld.
Verdraagt elkander en vergeeft elkander, indien
de een tegen de ander een grief heeft;
gelijk ook de Heer u vergeven heeft, doet ook gij evenzo.
En doet bij dit alles de liefde aan, als de band der volmaaktheid.
En de vrede van Christus, tot welke gij immers in een Lichaam geroepen zijt
zal regeren in uw harten; en weest daar dankbaar voor
“.
cf. Simone Weil,
Wachten op God“, Utrecht 1997
[uitg. Erven J. Bijleveld].

Orthodoxie & de enige “geboren” Zoon van God

Bijbelstudie (2)Jezus Christus,
de eniggeboren Zoon van God,
geboren uit de Vader vóór alle eeuwen,
Licht uit Licht, ware God uit de ware God,
geboren, niet geschapen,
één in wezen met de Vader;
en door Wie alles geworden is“.
uit de Geloofsbelijdenis

God Almighty 'first' palnted a GardenWant zo heeft God de wereld Lief gehad, dat
Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat
een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga,
maar eeuwig leven hebbe . . .
Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld;
wie niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat
hij niet heeft geloofd in
de Naam van de eniggeboren Zoon van God
“.
John.3: 16; 18

En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft,
zo moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden,
opdat een ieder, die gelooft,
in Hem eeuwig leven zal hebben
“.                                                                                                        John3: 14,15

Naast voorgenoemde zijn er nog meer plaatsen in de Blijde Boodschap die
spreken van Jezus als de enige “geboren” Zoon van God.
Johannes de Theoloog komt er nog een keer op terug in:
Christus EmmanuelHierin is de liefde Gods jegens ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat
wij zouden leven door Hem.
Hierin is de liefde, niet dat
wij God liefgehad hebben, maar
dat Hij ons heeft liefgehad en
Zijn Zoon gezonden heeft
als een verzoening voor onze zonden
“.
1John.4: 9

Het woord “gezonden” en “geboren uit” zou algemeen opgevat het idee
kunnen worden dat de één afkomstig is uit de ander of
door de ander voortgebracht zou zijn.
Ja, Jezus werd als menselijke persoon geboren in een menselijke gezin,
maar voorafgaand aan Zijn menswording was Hij de Zoon van God en
had Hij als een van de drie goddelijke personen geen oorsprong.

De menselijke persoon van de geboren Jezus
Andere plaatsen waar wordt gesteld dat Jezus “verwekt” of “geboren” is van God;
wordt daar uit het Grieks vertaald als γεννάω [genesteld]:
Immers, tot wie der engelen heeft Hij ooit gezegd:
Mijn Zoon zijt gij; Ik heb U heden verwekt?
En wederom: Ik zal Hem tot Vader zijn, en Hij zal Mij tot Zoon zijn“.
Hebr.1: 5;
Zo heeft ook Christus Zichzelf niet de eer toegekend hogepriester te worden maar
Hij, die tot Hem sprak: Mijn Zoon zijt Gij; Ik heb U heden verwekt“.
Hebr.5: 5;
En wij verkondigen u, dat God de belofte, die aan de vaderen geschied is,
aan ons, hun kinderen, vervuld heeft door Jezus op te wekken,
gelijk in de tweede psalm geschreven staat:
Mijn zoon zijt Gij; Ik heb U heden verwekt“.
Hand.13: 33 en
zoals in Handelingen gemeld staat het citaat uit:
De Heer toch zei tot Mij:
Gij zijt Mijn Zoon;
heden heb Ik U verwekt.
Vraag Mij, dan geef Ik U volkeren tot erfdeel;
de einden der aarde tot Uw bezit.
Gij zult hen weiden met ijzeren staf,
hen stukslaan als aardewerk“.
Psalm 2: 7, voorzienbaar verwijzend naar
de Geboorte van Christus en komst als de beloofde Messias.

Kerst, Geboorte van Jezus Christus2Hetzelfde woord wordt vertaald als “geboren” met betrekking tot Jezus in:
Toen nu Jezus geboren was te Betlehem in Judea,
in de dagen van koning Herodes,
zie, wijzen uit het Oosten kwamen te Jeruzalem . . .
En hij liet al de Hogepriesters en Schriftgeleerden van
het volk vergaderen en trachtte van hen te vernemen, waar de Christus geboren zou worden
“.
Matth.2: 1, 4;
En de engel antwoordde en zei tot de Moeder Gods:
De Heilige Geest zal over u komen en
de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen;
daarom zal ook het heilige, dat verwekt wordt,                                                                                Zoon Gods genoemd worden
“.                                                                                                              Luc.1: 35;
Een ieder, die gelooft, dat Jezus de Christus is, is uit God geboren;
en ieder, die Hem liefheeft, Die geboren deed worden,
heeft [ook] degene lief, die uit Hem geboren is
“.
1John.5: 1
Wij weten, dat een ieder, die uit God geboren is,
niet zondigt; want Hij, die uit God geboren werd,
bewaart hem, en de boze heeft geen vat op hem
“.
1John.5: 1
Waarmee Zijn volgelingen duidelijk wordt gemaakt
dat Zijn Volgelingen, de christenen ook uit God geboren zijn en
waar je ze aan kunt herkennen, want wij volgen Christus, Die
de mensen liefheeft, waarmee wij ons
met de Moeder Gods mogen verheugen.

Christus is geboren uit de Vader vóór alle eeuwen
Christus, de Geneesheer
Jezus Christus is inderdaad God,
Die zonder einde of begin is.
De God, Die in Exodus 3:14,
Zijn eeuwige Natuur aan Mozes bekend maakte
toen Hij zei: “Ik ben Die ik ben” en kom niet dichterbij:
doe uw schoenen van uw voeten, want de plaats, waarop gij staat, is heilige grond.
Een soortgelijke verklaring is door Jezus Zelf afgelegd:
De Joden dan zeiden tot Hem: Gij zijt nog geen vijftig jaar en hebt Gij Abraham gezien?
Jezus zei tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:
Eer Abraham was, ben ik.
Zij namen dan stenen op om naar Hem te werpen; maar
Jezus verborg Zich en verliet de tempel“.                                                                                           John.8: 57-59
Hier kunt je uit opmaken dat Jezus niet alleen zegt dat Hij bestond
vóór Abraham geboren werd, meer dan 1500 jaar voor Jezus’ aardse conceptie, maar
Hij beschrijft Zichzelf op de dezelfde wijze – “Ik ben”, zoals
God Zichzelf beschreven heeft in Exodus 3:14 – “IK BEN”.
Het blijkt dat Christus verkondigt dat Hij dezelfde eeuwige en
zelf-bestaande-natuur bezit als door God aan Mozes kenbaar heeft gemaakt en
de Joden bevestigen dit door hun gedrag.
Zo spreekt ook Paulus, die een Joods Schriftgeleerde was:
De Heer is mij een helper, ik zal niet vrezen; wat zou een mens mij doen?
Houdt uw voorgangers in gedachtenis, die het woord Gods tot u hebben gesproken;
let op het einde van hun wandel en volgt hun geloof na.
Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en tot in eeuwigheid.
Laat u niet medeslepen door allerlei vreemde leringen; want
het is goed, dat het hart zijn vastheid vindt in Genade en niet in spijzen:
wie het hierin zochten, hebben er geen baat bij gevonden“.
Hebr.13: 6-9
Hij: Die Zijn engelen maakt tot winden en Zijn dienaars tot een vuurvlam;
maar van de Zoon: Uw troon, o God, is in alle eeuwigheid en
de scepter van Rechtmatigheid is de scepter van Zijn Koningschap.
Gerechtigheid hebt Gij liefgehad en ongerechtigheid hebt Gij gehaat; daarom
heeft U, o God, uw God met vreugdeolie gezalfd boven Uw deelgenoten“.
Hebr.1: 7-9
Nu moogt gij u in benden scharen, gij bendegenoten.
Een belegeringskwal heeft men tegen ons opgeworpen.
Met de roede zal men de Rechter van Israël op het kinnebakken slaan.
En gij, Betlehem Ephrata, al zijt gij klein onder de geslachten van Juda,
uit u zal Mij voortkomen Die een Heerser zal zijn over Israël en
Wiens oorsprong is van ouds, van de dagen der eeuwigheid.
Daarom zal Hij hen prijsgeven tot de tijd, dat zij die baren zal, gebaard heeft.
Dan zal het overblijfsel van Zijner broeders terugkeren met de Israëlieten.
Dan zal Hij staan en hen weiden in de Kracht van de Heer,
in de Majesteit van de Naam des Heren, van Zijn God; en
zij zullen rustig wonen, want nu zal Hij groot zijn tot aan de einden der aarde en
Hij zal Vrede zijn“.
Ook herinneren we ons dat Isaiah sprak:
Het juk dat het drukte, en de stang op Zijn schouder, de roede van Zijn drijver,
hebt Gij verbroken als op Midjansdag.
Want elke schoen die dreunend stampt, en elke mantel, in bloed gewenteld,
zal verbrand worden, een prooi van het vuur.
Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven en
de Heerschappij rust op Zijn schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman,
Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst.
Groot zal de heerschappij zijn en eindeloos de vrede op de troon van David en
over zijn koninkrijk, doordat hij het sticht en grondvest met recht en gerechtigheid,
van nu aan tot in eeuwigheid“.
Isaiah 9: 3-6

Jesus' High Priestly PrayerEn als Hogepriester zegt Hij tot de Vader:
Ik ben niet meer in de wereld, maar
zij zijn in de wereld en
Ik kom tot U. Heilige Vader, bewaar hen in Uw Naam, Welke Gij Mij gegeven hebt,
dat zij één zijn zoals Wij.
Zolang Ik bij hen was, bewaarde Ik hen in Uw Naam, Welke Gij Mij gegeven hebt en
Ik heb over hen gewaakt en niemand uit hen is verloren gegaan, dan
de zoon van het verderf, opdat de Schrift vervuld werd.
Maar nu kom Ik tot U en Ik spreek dit in de wereld, opdat
zij ten volle Mijn Blijdschap in zichzelf mogen hebben.
Ik heb hun Uw Woord gegeven en de wereld heeft hen                                                                   gehaat, omdat zij niet uit de wereld zijn,                                                                                           gelijk Ik niet uit de wereld ben.
Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar
dat Gij hen bewaart voor de boze.
Zij zijn niet uit de wereld, gelijk Ik niet uit de wereld ben.
Heilig hen in Uw Waarheid; Uw Woord is de Waarheid.
Gelijk Gij Mij gezonden hebt in de wereld,
heb ook Ik hen gezonden in de wereld en
Ik heilig Mijzelf voor hen, opdat ook zij geheiligd mogen zijn in Waarheid
“.
John.17: 11-19

de weg, die je gaatMaar wie is Jezus Christus nu voor ons?
Wat zien wij in Hem?
Wat verwachten wij van Hem?
Wat kan Hij voor ons doen of
wat kan Hij voor ons betekenen?
Kan Hij überhaupt wel wat voor ons doen
of betekenen, of is alles wat wij doen alleen maar een herinnering aan Hem,
een herinnering
die we proberen levend te houden?

Met deze vraag worden we geconfronteerd met het wezen van ons christelijk Geloof.
Ik geloof in één God, zoals we dat in de Geloofsbelijdenis zeggen.
Voor veel mensen is dit al anders, ze geloven wel in “iets”, maar niet in een “Iemand”.
Misschien komt dat wel omdat we in ons dagelijks leven al
zo moeilijk op onze medemens kunnen vertrouwen,
het geloof, het vertrouwen in de ander
heeft regelmatig een [onherstelbare] deuk opgelopen.
Heilige Drie-eenheidMaar wij als christenen
mogen geloven en vertrouwen op God,
één God in drie personen:
Vader, Zoon en Heilige Geest.
Hij zal nooit ons vertrouwen beschamen!
Want God heeft hen allen onder ongehoorzaamheid besloten, om
Zich over hen allen te ontfermen.
O diepte van Rijkdom, van Wijsheid en van Kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn                                                                              Zijn beschikkingen en hoe onnaspeurlijk zijn wegen!                                                                      Want: wie heeft de zin des Heren gekend?                                                                                        Of wie is Hem tot raadsman geweest                                                                                                  Of wie heeft Hem eerst iets gegeven, waarvoor                                                                                hij vergoeding ontvangen moet.
Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen:
Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid! Amen“.
Rom. 11: 32-36
Wie is God en wie is de mens dat dit kan gebeuren?
Hoe is God ‘God’ en hoe is de mens werkelijk ‘mens’?
De enige die ons daar antwoord op kan geven is Christus.
De enige manier om Gods beslissingen te doorgronden en
Zijn wegen na te speuren is te luisteren naar Christus Blijde Boodschap.
Niemand kan tot Mij komen, tenzij
de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem zal aantrekken, en
Ik zal hem opwekken ten jongsten dage.
Er is geschreven in de profeten:
En zij zullen allen door God geleerd zijn.
Een ieder, die het van de Vader gehoord en geleerd heeft, komt tot Mij.
Niet, dat iemand de Vader gezien heeft; alleen die van God komt,
Die heeft de Vader gezien.
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:
Wie gelooft, heeft eeuwig leven
“.
John.6: 44-47
Church of Christ, iconAlleen door het geheimnisvol werken van de Vader
komt de mens tot Geloof in de Zoon van God,
Jezus, de Christus.
En de Vader Die altijd werkzaam is, bewerkt in ons het diepe Geloof waardoor wij fundament
kunnen worden en de sleutel tot
het Koninkrijk der Hemelen ontvangen.
Het menselijke gebeuren op aarde
heeft hierdoor directe verbondenheid met
het Goddelijke in de Hemel.
Tot onze ontsteltenis wordt ook aan ons volgelingen van Christus als aardse mens goddelijke macht gegeven, we worden teruggebracht tot de oorspronkelijke icoon.
Dit is voor ons een al te groot geheim omdat
God de mens op deze wijze wel zeer ernstig neemt.
Als iemand anders dan de Goddelijke Zaligmaker dit gezegd zou hebben,
zouden we hem vierkant uitgelachen hebben.
Maar nu het Gods Zoon zelf is, kunnen we ons alleen maar verbazen over
dit mysterievolle samengaan van Hemel en aarde, van God en mens,
van boventijdse realiteit en binnentijdse geschiedenis.
Het goddelijke krijgt gestalte in het menselijke.
Dat is het mysterie van de Kerk;
ja, dat is het mysterie van elke christen.
Ook in ons hart wordt in de H. Geest, de Vader en Zijn Zoon geopenbaard, zodat
wij Hem kunnen belijden en de goddelijke belofte mogen ontvangen,
een belofte van het kind-zijn-van-God, van het eeuwig leven in Hem,
van goddelijk leven.
Dit samengaan van God en mens
is gegrondvest in dat ongehoorde,
alles overtreffende mysterie van de Menswording:
Ziet dus toe, dat niemand u zal meeslepen door zijn wijsbegeerte en
door ijdel bedrog in overeenstemming met de overlevering der mensen, met
de wereldgeesten en niet met Christus, want in Hem
woont al de volheid der godheid lichamelijk en
gij hebt de volheid verkregen in Hem, Die
het Hoofd is van alle overheid en macht.
Col.2: 8-10
Deesis, Christ in glory, with Mary and John the Baptist on either side of Him, with many Saints looking towards Him in worship and prayer

God is mens geworden en
in Christus komen de goddelijke en de menselijke natuur samen,
onvermengd en ongescheiden.
Dat binnentreden van God in de menselijke geschiedenis gaat verder, veel verder.
In de Mysteriën, vooral in de deelname aan de Goddelijke Liturgie,
dus het ontvangen van Zijn Lichaam en Bloed duurt
het samengaan van Hemel en aarde voort:
God, Vader, Zoon en Heilige Geest is Brood geworden.
Maar ook in de Kerk, het Mystiek Lichaam van Christus,
is Deze Goddelijke Aanwezigheid voortgezet:
Gaat dan allen heen [in vrede en vreugde],
maakt al de volken tot Mijn volgelingen
en doopt hen in de Naam van
de Vader en van de Zoon en van de Heiligen Geest en
leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb.
En zie, Ik ben met u
al de dagen tot aan
de voleinding van de wereld

Matth.28: 19,20

Gebed (2)Wanneer je als christen lid bent van
het lichaam van Christus,
Wanneer je iemand vergeeft, is hij of zij vergeven; wanneer je van iemand in liefde blijft houden, wordt hij of zij vanwege
het Lichaam van Christus behouden . . .
Wanneer  een kind of een broer of zus
of een geliefde van jou van de kerk afwijkt
op het gebied van geloof praktijk en moraal, zolang je van die persoon blijft houden en
hem of haar blijft vergeven,
dan raakt hij of zij de zoom van Christus’ kleding aan en
wordt behouden omwille van het Lichaam van Christus en
wordt deze door God vergeven, ongeacht zijn of haar
officiële externe relatie met de Kerk en de christelijke moraal.
Jouw aanraking wordt dan tot Christus’ aanraking.
Als je van iemand houdt, ondanks dat iemand
jouw liefde en vergeving afwijst,
wordt hij of zij opgenomen in de verlossing.
En dit geldt zelfs na de dood. . .
jouw liefde en vergeving zal opstijgen
om die persoon te binden aan het Lichaam van Christus en
zelfs na de dood die persoon blijven vergeven.

Aldus, dienen wij christenen te blijven bidden
voor al onze familieleden en vrienden die
een relatie met God hebben verbroken.
Op deze wijze zal de gehele wereld worden gered en
dat is waar God op uit is.