Orthodoxie & in de Geest geboren worden

Theophanie2Het zou complex zijn om ons duidelijk te maken
hoe we uit de Geest geboren worden,
echter diep van binnen beseffen we hoe
Hij in het vlees tot ons kwam“, en dat we
van de dood naar het leven
dienen over te gaan.
Alles wat de mens zich in zichzelf over
goed of kwaad bewust is geworden
wordt hem geopenbaard via zijn lichaam,
door zijn gevoel.
– We zijn onbewust van haat, wanneer we het niet zelf hebben ervaren;
– We zijn onbewust van woede totdat we in onszelf woede hebben ervaren.
– We zijn onbewust van Genade totdat we [Gods] barmhartig hebben ervaren.
– We zijn bewust van de zonde, totdat we ervaren hoe rot we
onszelf voelden toen we de gevolgen van de zonde in ons lichaam hebben ervaren.
We ervaren onze genoegens en leed in het vlees; en het is door het zenuwstelsel dat
de mens zowel goed als kwaad aan den lijve ervaart.
Feitelijk zijn we vreselijk lichamelijk en worden we inderdaad op een ontzettend wonderbaarlijke wijze ge[in]formeerd.

Hoe onteren we onbewust deze door God verleende tempel!
We zeggen dat we nerveus worden, snel aangebrand, en uit ons vel springen enz.
Maar we houden geen rekening met het hoe of waarom en
zoeken onwetend naar “de aard van ons zenuwstelsel”  door traditionele remedies te vinden en grijpen maar al te graag  naar medicijnen als klassieke oplossing om
de gevolgen van onze zonden te onderdrukken en blijven dit gif fataal gebruiken.
Dit is het gevolg omdat het ons, onderhevig aan een sterke wil, kracht geeft
ons zondige leventje voort te zetten.
We staan er veelal niet eens bij stil of het lichaam zoveel misbruik nog wel kan verdragen en dat er wel een reactie op moet volgen
– op een onafgebroken voortzetten van een zondig leven volgt immers de dood.
Wanneer pijn, gebreken en misselijkheid opkomen zou God ons misschien wel eens iets proberen duidelijk te maken door het signaal:
“Nu is het wel genoeg geweest”.
Wanneer we onszelf dan nog steeds blijven afsluiten voor de stem van ons geweten,
en we onze rampzalige manier van leven voortzetten, dan zal ons innerlijk raderwerk worden gesloopt en geruïneerd.
Deze miraculeuze kracht van onze eigenzinnige intelligentie heeft maar al te vaak
de wens vernield om onze ware weg te gaan en ons ware leven te leiden.
Hoe kunnen we zo roekeloos met signalen omgaan, wanneer ze van God voortkomen
om de mens toch iets duidelijk proberen te maken?
Terwijl we routinematig dit Mysterie van God ontkennen, hebben we
alleen nog maar aandacht voor de geneugten wat ons wereldse leventje ons te bieden heeft.

Door ontucht bezondigt men zich aan zijn eigen lichaam.
Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, die in u woont,
die gij van God ontvangen hebt, en dat gij niet van uzelf zijt?
“.
1Cor.6: 15,16
Wat voor nut heeft het wanneer de mens
God in de tempel niet kan zien of horen of ervaren?
het Kruis, De God, Die ons onderwijstDe God, Die ons onderricht,
Die ons door onze voorvaderen via geloofsbelijdenissen is overgeleverd.
De God, Die ons is geopenbaard
kunnen we Die wel aan de kant schuiven
kunnen we inderdaad de
kennis van God ontkennen;
de Zoon van God van Jezus in het vlees, “Zijn tempel”?.
We behoren bekend te zijn
met het feit dat Christus in ons woont, en
dat Zijn oneindige Liefde onze liefde aanraakt,
beroerd met hetzelfde medelijden en
mededogen waarmee Hij tot zondaars sprak.
Zo spreekt Hij opnieuw tot ons, laat van Zich spreken,
als tot Zijn [on-]gehoorzame kinderen.
Hij is onophoudelijk in gesprek, klopt aan de deur van alle mensen die
zich in welke toestand van zonde en wanhoop dan ook bevinden.
De geestelijk ingestelde levende hersencellen, het intellect en het hart,
is op God ingesteld, verlangt primair naar God.
We kunnen Gods Liefde in woorden kenbaar maken,
want het wordt ons door de wijsheid van de Heilige Geest
duidelijk gemaakt en daardoor worden ze Gods Woord.
De mens heeft het op vele manieren al zelf geprobeerd,
heeft voor zichzelf allerlei plannen bedacht waarop
hij gered zou kunnen worden.
Existentiële vragen, die ons het meest bezighouden,
zijn niet te verwoorden want zij zijn zo groot, zij zijn Goddelijk Groot.
Als dit al zo is onder mensen van gelijke natuur,
hoeveel te meer dan in de relatie tussen God en de mens.

Maar het Woord van God staat vast,
Wonen in het Woord - een pad geplaveid met goudZijn Blijde Boodschap
kan niet gebroken worden
“.
De woorden van de mens kunnen worden gebroken, al hun theorieën, overtuigingen, wetten en dogma’s.
Zalig de onbevlekten op hun levensweg,
die wandelen in de Wet des Heren.
Zalig die Zijn Getuigenissen overwegen,
die Hem zoeken met geheel hun hart.
want zij die ongerechtigheid doen,
wandelen niet op Zijn wegen.
Gij gebiedt immers
uw Geboden strikt te onderhouden.
mogen mijn wegen gericht zijn
op het onderhouden van Uw Gerechtigheden
“.
Psalm 118: 1-5

We weten wanneer Jezus – in ons vlees – tot ons komt,
dat Hij de zonde in ons vlees veroordeelt.
Hoe veroordeelt Hij de zonde in ons vlees?
Door ons kennis bij te brengen,
opdat wij weten wat er tussen God en ons in staat.
Wanneer we God zouden kennen
zou we de zonden in het vlees veroordelen.
God, Het woord zegt niet dat we
“wanneer we sterven we naar de hemel zullen opgaan”
maar onze Heer Jezus Christus laat ons weten dat Hij:
zal wederkomen en ons als de ‘wijze maagden’ zal opwachten.
cf. Luc.12. 35-40
De nieuwe geboorte is het veroordelen van de zonde,
dat Gods Liefde hier en nu
in ons vlees gemanifesteerd dient te worden.
Wie zich aan de Heer hecht, is één geest [met Hem].
Ga de ontucht uit de weg.
Elke andere zonde, die een mens doet, gaat buiten zijn eigen lichaam om.
Maar door ontucht bezondigt men zich aan zijn eigen lichaam.
Of weet ge niet, dat uw lichaam een Tempel is van de Heilige Geest, Die in u woont,
Die gij van God ontvangen hebt, en dat gij niet van uzelf zijt?
Want gij zijt gekocht en betaald.
Verheerlijkt dan God met uw lichaam
“.
1Cor.6: 17-20
En de Geest en de bruid zeggen: Kom!
En wie het hoort, zegge, Kom!
En wie dorst heeft kome,
en wie wil, neme het water van het Leven om niet“.
Openb.22: 17 

Orthodoxie & bekering en nederigheid

ScheurkalenderOm ons eigen ‘zelf’ te overwinnen
is het niet nodig dit ter aarde te werpen
[d.w.z. als in een gevecht of worsteling].
Nodig is dat wij ons ‘zelf’ bewaren, opdat
het niet ten val komt”.
spreuk op een griekse [scheur-] kalender

Bij de beoordeling van ons gebed dienen we te overwegen hoe afhankelijk wij als mensen zijn
We kunnen God immers alleen benaderen als
zondaars die onafgebroken vergeving nodig hebben.
Onze houding dient een ommekeer van de zonde
bij het berouw te betrekken; we dienen onze behoefte tot een radicale heroriëntatie in ons leven te erkennen.
Een ommekeer van het onszelf te beschouwen als het centrum in het leven
en God te zien als het middelpunt, een afslag op de door ons zelfgekozen weg om
Gods wegen te gaan bewandelen.
Dat is de betekenis van bekering en een dergelijke houding is
een basisvoorwaarde voor het ware gebed.

Святой праведный Иоанн КронштадтскийHoe gemakkelijk en snel kan de Heer ons redden!;
– Onmiddellijk, onverwacht en onmerkbaar.
Regelmatig ben ikzelf in de loop van de dag een groot zondaar geweest, en ‘s nachts, na het gebed, leg ik mij door de genade van de Heilige Geest als
sneeuw voor de zon neer om te gaan rusten,
gerechtvaardigd en witter, met de diepste vrede en vreugde in mijn hart!
Hoe gemakkelijk zal het voor de Heer zijn om ons te redden in de avond van ons leven, bij het verval van onze dagen!
O! ontferm U over mij, heb medelijden en doe mij leven, meest genadige Heer; ontvang mij in Uw hemels Koninkrijk!; Bij U is alles mogelijk
“.
H. Johannes van Kronstadt

Verleen mij dan, Heer, een zuiver hart en onveranderlijk berouw, wat leidt tot het heil; geef toe dat ik genade in Uw ogen kan vinden gedurende de rest van mijn leven!
De Blijde Boodschap spreekt regelmatig in het bijzonder over berouw en belijdenis van zonde als een noodzakelijke houding voor het gebed.
als zij hun ongerechtigheid en de ongerechtigheid van hun voorouders belijden,
in zoverre dat zij dit begaan verraad hebben tegen mij
– dan zal Ik Mijn verbond gedenken – en Ik zal het land niet vergeten
“.
cf. Lev.26: 40-42
Numeri 5: 5-8 heeft het over hoe misstanden in de menselijke relaties worden behandeld.
Zij zullen hun zonden belijden, die zij begaan hebben; en daarna de volle waarde van wat de mens schuldig is, vergoeden, vermeerderd met een vijfde, en dat geven aan degene tegenover wie hij zich schuldig gemaakt heeft en vervolgens een offer aan God aan te bieden.
Psalm 50:17 spreekt over wat er belangrijker is dan zo’n offer wanneer het zegt:
een offer voor God is een berouwvolle geest:
God versmaadt geen vermorzeld en nederig hart”
[zoals ook in Ezra 9: 5-15, Neh. 9: 16-37 en Dan.9: 4-19].
Omgekeerd benadrukt de Bijbel regelmatig als dat
er geen erkenning van de zonde kan zijn en
het uitspreken van een gebed kan onbeantwoord blijven.
Bekend zijn hierover de woorden van Jesaja 59: 1-2:
Zie, de hand van de Heer is niet te kort om te verlossen en
Zijn oor is niet onmachtig om te horen;
Maar uw ongerechtigheden zijn het, die scheiding brengen tussen u en uw God en
uw zonden doen Zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij niet hoort
“.
Wanneer we omgaan met de problemen van onbeantwoorde gebeden
zullen we ook andere passages in de H. Schrift tegenkomen waar
op deze zelfde nadrukkelijke wijze gesproken wordt.
Een typisch voorbeeld hiervan is de manier waarop de Heer mensen tot Zich roept om Hem berouwvol te benaderen:
Erken alleen uw ongerechtigheid, dat gij de Heer, uw God,
hebt verlaten en uw gangen gericht hebt naar vreemden onder
elke groene boom en naar Mijn stem niet hebt gehoord
“.
Jer.3: 13
de verloren zoonJezus geeft Zelf een beeld over de houding die we dienen aan te nemen bij de ware bekering en belijdenis in de gelijkenis, waarbij
de zoon wist dat hij moet terugkeren naar zijn vader en diende te erkennen;
Ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u;
ik ben niet meer waard uw zoon genoemd te worden

Luc.15 : 21
Hebreeën 10:22 spreekt erover ons dan tot God te wenden,
laten wij Hem tegemoet treden met een waarachtig hart, in de volle verzekerdheid van het Geloof,
met een hart, dat door besprenkeling gezuiverd is van besef van het kwaad en met een lichaam, dat gewassen is met zuiver water
“.
Voor iedereen die zich tot God wendt in bekering en geloof zal:
de Heer ernaar verlangen u genadig te kunnen zijn en
daarom zal Hij Zich verheffen om Zich over u te ontfermen, want
de Heer is een God van recht;
welzalig allen die op Hem wachten
— Gezegend zijn allen die op hem wachten!”.

Jesaia 30: 18
Dit is het aspect van de gelukzaligheid van ‘Berouwvol spijt getuigen‘ :
wanneer in Mattheüs 5: 4 gesproken wordt over:
Zalig zij die treuren, want zij zullen getroost worden“.


Nederigheid
Heer, ik ben niet waard dat gij onder mijn dak komt“.
Matth.8: 8
‘Heer, leer mij hoe ik op de juiste wijze kan bidden,
met eerbied en met angst;
ondanks de stof en as in Uw ogen,
ik kan niet anders
dan mij tot U wenden
‘.
James Montgomery

Berouw, bekeren en terugkeren naar God en nederigheid zijn
heel nauwgezet met elkaar verbonden.
Zo kan berouw worden onderscheiden die betrekking heeft op
de erkenning van onze zondigheid tegenover Gods Heiligheid,
terwijl nederigheid de erkenning impliceert van onze nietigheid
ten opzichte van Gods Grootheid.
‘Nederigheid is de onmisbare basis voor een leven van het ware gebed’.
Job had heibel [onenigheid] met God, maar
na een diepe ervaring van de grootsheid van God
in het bijzonder in relatie tot Zijn schepping
gaf dit hem aanleiding te erkennen:
Hoor nu, en Ik zal spreken;
Ik wil u ondervragen, opdat Gij mij onderricht.
Slechts van horen zeggen had ik van U vernomen, maar
nu heeft mijn oog U aanschouwd.
Daarom herroep ik alles en
doe boete in stof en as
“.
Job 42: 6
Hypocrisie of grootspraak is nu niet echt de basis voor een relatie met God.
Dit wordt regelmatig in het Oude Testament tot uitdrukking gebracht en
het leidt geen twijfel of de houding van nederigheid werd de mensen nadrukkelijk voorgehouden.
huisaltaartjeIndien je echter een altaar van stenen voor Mij maakt, dan mag je het niet bouwen van gehouwen steen; wanneer je het met uw houweel bewerkt, ontwijdt je het.
Ook mag je niet langs een trap naar mijn altaar opklimmen, opdat daarop je schaamte
niet zichtbaar zal worden
“.
Ex.20: 25-26

Het altaar mocht dus niet door het werk van mensenhanden bezoedeld worden, noch waren er trappen om op te gaan naar het altaar van de Heer.
In het gebed van Jakob in Genesis 32: 10 erkende hij,
Ik ben te gering voor al de gunstbewijzen en
voor al de trouw, die Gij aan uw dienaar bewezen hebt
“.
Prediker 5: 1-2 vraagt de mens:
niet te overhaast te zijn wanneer wij God naderen,
want God is in de hemel en julliw zijt op de aarde,
laten daarom je woorden weinige zijn
“.

Nuremberg chroniclesWe hebben zowel in het Oude als in
het Nieuwe Verbond voorbeelden van
degenen die tot de Heer kwamen met de benodigde nederigheid.
Abraham, toen hij bemiddelde
voor Sodom en Gomorra, erkende dat hij voor God slechts “stof en as” was.
Gen.18: 27
In 2Kron.33: 12, 19 en 23 wordt gezegd dat Manasse,
die een leven volkomen in strijd met de wegen van God had geleefd
zich uiteindelijk “zich diep voor de God van zijn voorouders vernederde“.
In het volgende hoofdstuk [34: 27] wordt gezegd over koning Josia,
dat hij zich vernedert voor de Heer.
Jesaja 58 beschrijft de juiste houding ten opzichte van God wanneer
hij spreekt over de aard van het vasten, zoals die voor God aanvaardbaar is en
de wijze waarop deze in het geheel niet als aanvaardbaar kan worden beschouwd.
Voor de Heer is alleen acceptabel  het vasten waarbij men zich oprecht vernedert en
dit dan doet uit gehoorzaamheid van wat de Heer gebiedt.
Diezelfde houding wordt het meest treffend uitgedrukt in
de woorden van 2Kron.7: 14 waar sprake is van zowel een belofte als
een voorwaarde in de boodschap van God,
Wanneer Mijn Volk waarover Mijn Naam heb uitgeroepen,
zich vernedert [onderwerpt] en zij bidden en zoeken Mijn aangezicht en
bekeren zich van hun boze wegen, dan
zal Ik uit de hemel horen, hun zonde vergeven en hun land herstellen“.
De profeten herhaaldelijk gezegd dat de Heer degene zoekt die Hem zouden “vrezen” en
eerbied hebben voor Zijn Naam” [bv. Jer.5: 24].
De Psalmen staan vol dit soort uitspraken zoals
Wie is de mens die de Heer vreest?
Hij geeft hem de Wet op de weg die hij gaat.
Zijn ziel rust te midden van het goede:
zijn zaad zal de aarde erven..
De Heer is de sterkte van hen die Hem vrezen;
Hij zal hun Zijn Verbond openbaren.
Mijn ogen richt ik steeds op de Heer,
want Hij bevrijdt mijn voet uit de strik.
Zie op mij neer en ontferm U over mij,
want ik sta alleen en ben arm
“.
uit Psalm 24

Het Nieuwe Verbond draagt een en dezelfde boodschap.
Er is vrije toegang tot een genadige God,
maar zij die tot God komen, dienen, omdat
zij een onwankelbaar Koninkrijk ontvangen, dankbaar te zijn en
hierdoor God op een Hem welbehaaglijke wijze met eerbied en ontzag te vereren,
want onze God is een verterend vuur.
Hebr.12: 28
Farizeeër en de tollenaarNederigheid en bekering tegenover arrogantie en hoogmoed
worden ten uiterste onderwezen
in de gelijkenis van de tollenaar en
de Farizeeër [Luc.18: 9-14]
Jezus behandelt in Zijn pedagogiek
de speciale verleiding van de trots wanneer het gebed in het openbaar wordt ingezet.
Hij berispt openlijk degenen die in het openbaar bidden om zich zo de lof van anderen te verwelkomen.
Matth.6: 5-6, Marc.12: 40
Gebed wordt dan aangeboden aan de omstanders, aan de mens in
plaats van aan God en is helemaal geen gebed.
Dit soort gebeden zijn een dekmantel om het publiek op de hand te krijgen.
Ze zijn bedoeld om door andere mensen te worden gehoord en
zij worden beloond met de vaardigheid het publiek te bespelen,
een show om de persoonlijke geestesgesteldheid te laten zien en
een reputatie van [misleidende] vroomheid op te bouwen.
Dit soort bedoeningen vinden bij God echt geen gehoor;
het kan niet samengaan met Zijn aanwezigheid.
Jezus getuigt van het tegendeel met de woorden:
God is geest en wie Hem aanbidden,
dienen Hem te aanbidden
in geest en in waarheid
“.
John.4: 24
Het gebed dient positief te zijn en
over de juiste houding te beschikken
net zoals bij de zaligsprekingen
Gods zegen rust op “de zachtmoedigen” en
de “armen van geest“.
Matth.5: 3 en 5

Ervaren wij als gelovigen een kinderlijke liefde tot God?
Zijn er onder ons die werkelijk de vrijmoedig [
ongegeneerd en welbewust],
zonder veroordeling onze Vader in de Hemelen aan te roepen en
te  zegen: “Onze Vader” …?
Doen we niet het tegenovergestelde en ontbreekt er een dergelijk kinderlijk verlangen in onze stem. Wordt ons hart niet verdoofd door de ijdelheden van deze wereld en de
gehechtheid aan wereldse behoeften en genoegens?
Bevindt onze hemelse Vader Zich niet ver verwijderd van ons hart?
Is het niet eerder een wrekende God tegen Wie wij onszelf moeten verantwoorden,
wij, die ons van Hem in een ver land  hebben teruggetrokken?
Ja, door onze zonden zijn wij ons allemaal bewust van
Zijn rechtvaardige toorn en straf en is Hij het
Die overweldigend lankmoedig en verdraagzaam voor ons blijft –
dat Hij ons niet omhakt als de onvruchtbare vijgenboom.
Laten we haast maken om Hem met tranen van berouw gunstig te stemmen.
Laten we bij onszelf te rade gaan;
laten we ‘o
nverbiddelijk’ ons onrein hart overwegen en
Wanneer we dan een veelheid van onzuiverheden tegenkomen die
ons weerhouden de Goddelijke Genade te bereiken,
dienen we voor onszelf te erkennen
dat we geestelijk dood zijn
“.
H. Johannes van Kronstadt

Orthodoxie & duiveluitdrijving [exorcisme]

Theophanie, 6 januariGods berg is een berg, vruchtbaar aan tarwe;
waarom zijt jullie vijandig, vruchtbare bergen?
Dit is de berg waarop het God behaagt om te wonen,
want de Heer zal daar wonen tot het einde . . .
Bedwing de ondieren in het riet: de kudde stieren
en koeien der volkeren;
dat zij hen niet benauwen die als zilver beproefd zijn:
verstrooi de volkeren die oorlog willen.
Uit Egypte zullen gezanten komen,
Ethiopië zal zijn handen tot God uitstrekken.
Koninkrijken der aarde, zingt toch voor onze God;
zingt een Psalm voor de Heer . . . [want]
Wonderbaar is God in Zijn heiligen
cf. Psalm 67

Laat ons de bovenmenselijke strijd van onze Martelaren in herinnering roepen;
hoe zij  in de zwakheid van hun vlees het kwaad op eigen kracht te schande maakten,
zonder rekening te houden met de pijn en wonden die hen werd aangedaan
toen zij fysiek de strijd aangingen en
brand, zwaard en allerlei verschillende dodelijke martelingen.
Zij hebben hun geduld bewaard terwijl er in hun lichaam werd gesneden,
hun gewricht uit de kom werd gerukt en hun de botten werd gebroken.
Zij hielden zij stand in de belijdenis van hun Geloof in Christus.
Zij bleven in hun betrouwbaarheid, compleet, ongedeerd en onwankelbaar
“.
Gregorius Palamas

waterwijdingChristus zal eens over iedereen en voor de ogen van allen getuigenis afleggen en Hij zal hun heerlijkheid verkondigen en degenen kronen, die
hun geloof in Hem tot aan het einde waar hebben gemaakt.
Zoals geschreven staat:
Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord
en wat in geen mensenhart is opgekomen,
al wat God heeft bereid voor degenen,
die Hem liefhebben
“.
1Cor.2: 9

Christenen zijn geen masochisten;
Pijn, of in bredere zin lijden, is wat een masochist opzoekt als grenservaring van de eigen lichamelijkheid. Lijden is het ondergaan van smart en ellende.
Onderscheid kan worden gemaakt tussen lichamelijk en geestelijk lijden.
Het lijden kan sterk variëren in intensiteit en tijdsduur en is voor
vele mensen een herkenbare ervaring.
Het is echter een vanzelfsprekend recht van ieder mens datgene
te doen om aan de narigheden in het leven te ontsnappen . . .
Het is daarentegen onnatuurlijk om misère [lijden] te ondergaan en alleen
vanwege onwetendheid blijvend hiervan last te ondervinden.
Lijden wordt toegeschreven aan de zondeval van de mens en als gevolg daarvan toegeschreven aan de strijd tussen goed en kwaad.
De strijd tussen goed en kwaad wordt momenteel in de grote kerkelijke stromingen
[ook in Nederland] sterker beleefd dan ooit tevoren.
Het bijna verdwenen exorcisme binnen bv. de katholieke kerk blijkt opnieuw
toe te nemen en heel bijzonder wordt ook zelfs in protestantse kringen toegepast.
Duiveluitdrijving op de VeluweHer en der ontstaan in gelovige streken zoals de Veluwe
zogenaamde bevrijdingspastoraten, waar bezeten of belaste kerkleden
door middel van gebedssessies worden verlost van het kwaad.
In mijn woonplaats kom ik de plakkaten met dit soort oproepen tegen.
Opmerkelijk, want het uitdrijven van de duivel is met name
binnen de protestantse kerk al eeuwenlang een taboe.
Ook in de Orthodoxe kerk is exorcisme bekend, denk alleen maar aan de
gebeden voorafgaand aan de Orthodoxe doopceremonie.
Wat echter een kwalijke ontwikkeling is en mij stoort is het gegeven dat zgn.
exorcisten [duivel uitdrijvers] zich daarnaast met een hoop mond op mondreclame
laten vinden met het doel zich een inkomen vergaren om
hun praktijken blijvend te kunnen uitvoeren.
Dit gebeurd heimelijk en buiten het zicht van het kerkvolk
om zich aan een openlijke kritiek te onttrekken.
Wat nog erger is dat dit ook nog gebeurd in kerkgemeenschappen
buiten het medeweten van de geestelijk verzorgers
[de priesters en pastoraal medewerkers] om.

exorcism‘Exorcist’ komt van het Griekse woord ‘εξορκιστης’ [exorkistès].
Het betekent ‘bezweerder’ en
is afgeleid van exorkos,
dat letterlijk ‘onder ede’ betekent.
De oorspronkelijk betekenis van
het werkwoord exorkidzein is
dan ook ‘beëdigen’ of ‘bezweren’.
In het christelijk Grieks van
de eerste eeuw kreeg het
de betekenis die het nu nog steeds heeft:
het uitdrijven van duivelse krachten.
Volgens de specifiek Christelijke leer is een exorcist iemand die in naam van Jezus Christus een exorcisme uitspreekt.
In het Nieuwe Testament komt het woord exorkistès
alleen voor in het boek Handelingen der Apostelen:
En ook enige van de rondreizende Joodse geestenbezweerders waagden het over hen, die
zulke boze geesten hadden, de naam van de Heer Jezus te noemen met de woorden:
Ik bezweer u bij de Jezus, die Paulus predikt.
Het waren nu zeven zonen van een zekere Skevas, een Joodse hogepriester, die dit deden
“.
Deze exorcisten, vermoedelijk tovenaars, hadden gehoord dat
boze geesten op de vlucht sloegen bij het horen van de naam Jezus.
Het verhaal vervolgt:
Maar de boze geest gaf hun ten antwoord:
‘Jezus ken ik, en Paulus ook, maar wie zijn jullie’
De man die door de boze geest bezeten was, sprong op hen af en
ging hen met zo veel geweld te lijf dat ze naakt en
gewond uit het huis wegvluchtten
“.
Hand. 19: 13-16

Zeker in deze donkere dagen in de winterperiode
zijn er mensen die in depressie geraken,
sommige karakters zijn hier
nu eenmaal gevoeliger voor dan andere.
Het is echter zaak de juiste heelmeester in dit soort zaken
te vinden – via de huisarts, die veelal zal verwijzen
naar een psychotherapeut.
Er zijn mensen die hier geen baat bij vinden  en
op zoek gaan in alternatieve kringen.
Zij kennen daarmee vermogens en geneeskracht toe
aan veelal oncontroleerbare figuren en kunnen hiermee in handen vallen
van personen, die alleen maar op geldelijk [of machtsbelust] gewin uit zijn.
Ook onder de geestelijkheid, die het veelal niet breed hebben, lopen
zulke figuren rond, die meestal buiten de gemeenschap om functioneren.
Veelal zijn dit figuren die òf buitengesloten zijn òf door economische omstandigheden
in het land van herkomst hier hun financieel gewin zoeken.
Wanneer geestelijkheid zich echter voor bewezen diensten
laat honoreren is waakzaamheid geboden.
In dit soort situaties is het raadzaam te biecht te gaan bij de plaatselijke geestelijkheid,
men is er dan zeker van dat bij mistoestanden de hogergeplaatste [metropoliet] kan worden
aangesproken op vermeend misplaatst gedrag.
Een aartsbisschop heeft namelijk van oudsher een toezichthoudende functie.
Voor het overige dient men er rekening mee te houden dat geestelijken niet altijd over de bekwaamheden beschikken, die het [kerk]volk hen toekent.

Volgens het Marcus-evangelie zegt Jezus voor zijn Hemelvaart
tegen zijn discipelen: degenen die tot geloof gekomen zijn,
zullen herkenbaar zijn aan diverse tekenen.
Eén daarvan is dat ze in Zijn Naam demonen zullen uitdrijven [Marc.16: 17]; in
Zijn Naam betekent dus verbonden [en verantwoording schuldig] aan Zijn Kerk.
Jezus geeft Zijn leerlingen dus geen speciale volmacht om kwade geesten uit te drijven;
de macht om een exorcisme succesvol te volbrengen is
een gevolg van onlosmakelijk Geloof in Hem.
Volgens Marcus kan iedere gelovige een exorcist zijn,
we leven echter in gekke tijden [eindtijd] en
niet ieder, die Here, Heer roept, kan men als ware gelovige beschouwen,
ook niet wanneer deze zich op een speciale manier gekleed heeft.

In kerkelijke wetboeken wordt gesproken over exorcismen.
Volgens de Canones mogen exorcismen over bezetenen slechts worden uitgesproken
door personen die daarvoor van de plaatselijke bisschop
een bijzonder en uitdrukkelijk verlof hebben gekregen.
‘Dit verlof dient door de plaatselijk Ordinaris [Metropoliet] alleen gegeven te worden
aan een priester die vroomheid, kennis en wijsheid bezit en van integere levenswandel is
‘.
Door ervaring wijs geworden wordt binnen een bisdom een commissie aangesteld die
over dit soort privileges oordeelt.
De betrokken persoon wordt nauwkeurig onder de loep genomen en op
vaardigheden getoetst.
Een priester kan zich dus niet op eigen gezag op dit gebied begeven en zich
als begunstigd exorcist uitgeven.

Theophanie, HuiswijdingIn het voorjaar, na Theophanie is het
in Orthodoxe kringen gebruikelijk
de plaatselijk  parochiepriester aan  huis uit te nodigen om de kleine waterwijding en de zegening van het huis te doen.
Ook de zegening van [nieuwe] auto’s is een wijdverbreide traditie geworden.
In de Orthodoxe Traditie liggen theologie en leven zeer dicht bij elkaar.
In dit verband is ‘theologie’ niet in de eerste plaats de vrucht van studie en overdenking, maar veeleer de uitdrukking van een levende ervaring: “de ontmoeting met God“.
Ik ben het Licht van de wereldBij een ontmoeting met God is er geen sprake van machtsuitoefening en financieel gewin; de schaduwzijde van de ontmoeting met “het Licht” is dat er op deze aardbol figuren rondlopen, die hier een eigen wereldje van maken en er goed
garen mee spinnen.
Weet wel, wat er ook gebeurd [is], wat u ook in het verleden is overkomen,
iedere oprecht gelovige die alle onreinheid en kwaad probeert te vermijden,
zal met een goed en gerust geweten binnen Zijn Kerk het ware pad kunnen voortzetten,
want in Zijn Kerk zal de Heer met ons zijn,
al de dagen van ons leven.
Maak in deze de juiste keuze.

Orthodoxie & God is met ons

De machtige en geweldige wateren van
de Rivier, de 
koning van Assur met al zijn heerlijkheid; deze zal buiten al zijn beddingen stijgen en buiten al zijn oevers rijzen, Hij zal binnendringen in Juda, overstromen en steeds verder om zich heen grijpen, reiken tot aan de hals;
ja, zijn uitgespreide vleugelen
zullen de breedte van uw land vullen, o Immanuel.
Gaat tekeer, o volken en weest verslagen; ja, knoop dit in uw oren,
alle verre streken der aarde; gordt u aan en weest verslagen;
gordt u aan en weest verslagen.
Beraamt een plan, maar het wordt verbroken;
spreekt een woord, maar het zal niet tot stand komen,
want God is met ons.
Want aldus heeft de Heer tot mij gezegd, toen
zijn hand mij overweldigde en
Hij mij waarschuwde niet op de weg van dit volk te gaan:
Gij zult geen samenzwering noemen alles wat dit volk een samenzwering noemt en
voor hetgeen zij vrezen, zult gij niet vrezen noch schrikken.
De Heer der heerscharen, Hem zult gij heilig achten en
Hij dient het voorwerp van uw vrees en
Hij dient het voorwerp van uw schrik zijn“.
Isaiah 8: 8-13
Zo luidt de passage welke gelezen wordt in
de Vespers aan de vooravond van de Geboorte des Heren.

Ja, stel uw vertrouwen op de Heer, uw God, want
in Zijn hand ligt heel uw levenslot.
Heb alleen Hem lief, Zijn vrede woont in u.
Zie naar Hem op en
weet dat Hij u steeds nabij is:

Zegen van de Heilige Patrick

De Heer zal u de juiste weg wijzen.
De Heer zal u in de armen sluiten om
u te beschermen tegen gevaar.
De Heer zal er zijn om
u op te vangen.
De Heer zal onder u zijn wanneer
u dreigt te vallen.
De Heer is in u om u te troosten wanneer
u verdriet hebt.
Hij omgeeft u als een beschermende muur wanneer
anderen over u heen vallen.
De Heer staat boven u om u te zegenen.
Zo zegent uw God u vandaag, morgen en in alle eeuwigheid
“.

Degenen die God vrezen zullen Christus niet als “steen des aanstoots” herkennen
wanneer Hij komt. Degenen die voor de vijand zwichten zullen zich gebroken weten
ten opzichte van Christus, de “waardevolle hoeksteen“.
Zoals een hoeksteen twee muren samenvoegt, zo
zal Christus Jood en heidense gelovigen in Zich verenigen.
Zie, Ik leg in Sion een steen des aanstoots en een rots der ergernis en
wie op Hem z’n Geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen
“.
Rom.9: 33; 1Petr.2: 6
De Wet, die aan Mozes is gegeven zal worden afgesloten met de leer van de Apostelen.
De kinderen van God zullen als Christus’ apostelen en discipelen gezien [geïnterpreteerd] worden, waardoor
vele dingen tot stand komen en
wonderen verricht zullen worden.
Vergelijk nu eens de vraag van de Oudtestamentische Profeet:
Waarom zoeken ze de doden namens de levenden?” [Is.8: 19];
met de Engel, Die aan het graf de myrondragende vrouwen verkondigde:
Waarom zoek je de Levende onder de doden?” [Luc.24: 5].
God schiep zowel mannen als vrouwen met een natuurlijke wet in zichzelf
– het vermogen om het goede te kiezen en het kwaad te vermijden –
maar ze kozen voor zelfzucht [het egoïsme].
God gaf de Wet aan Mozes en ook die werd gebroken.
Er valt dan een grote duisternis op de ziel, over hen die
zonder het Licht van de geboden hun weg vervolgen:
Het volk dat in duisternis wandelt, ziet een groot Licht;
over hen die wonen in een land van diepe duisternis, straalt een Licht.
Gij hebt het volk vermenigvuldigd, zijn vreugde groot gemaakt;
het verheugt zich voor Uw Aangezicht als met de vreugde bij de oogst, zoals
men juicht bij het verdelen van de buit.
Want het juk dat het drukte, en de stang op zijn schouder,
de roede van zijn drijver, hebt Gij verbroken als op Midjansdag.
Want elke schoen die dreunend stampt, en elke mantel, in bloed gewenteld,
zal verbrand worden, een prooi van het vuur.
Want een Kind is ons geboren,
een Zoon is ons gegeven en
de heerschappij rust op Zijn Schouder en
men noemt Hem Wonderbare Raadsman,
Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst

Is.9: 1-5

De strijd toen Hij ten strijde trok
tegen Midjan . . . is gestreden;
300 – weliswaar oververmoeide – mannen hebben de achtervolging tot over de Jordaan ingezet en het restant van het leger van de Midjanieten werd uiteengejaagd.
Toen keerde Gideon als overwinnaar terug [Richteren 8]
De herinnering aan de overwinning zal blijven in de uitdrukking:
als op Midjansdag“.
Een dag, die later in de Blijde Boodschap de betekenis krijgt van:
“de dag van het oordeel van God”.
Ja, want het is de Heer, Die Zijn Volk uit de macht van hun vijanden verlost.
Het is de Heer Die ons de overwinning heeft gegeven, toen en nu en straks.
Het is dus onze Heer en Verlosser Jezus Christus!
Zouden de kinderen van de Kerk [Israël] dat al weer vergeten zijn?
Gideon, wees daarom onze heerser, en na u uw zoon, en de zoon van uw zoon.

Ondanks dit alles bleven zij zondigen,
zij wilden niet geloven aan Zijn wonderen.
toen vergleden hun dagen in ijdelheid,
hun jaren vlogen voorbij.
Telkens als Hij doodde, zochten zij Hem;
dan bekeerden zij zich en
kwamen ’s-Morgens tot God.
Dan gedachten zij dat God hun Helper was;
dat de allerhoogste God hen had bevrijd.
Dan hadden zij Hem lief met hun mond,
maar zij bedrogen Hem met hun tong.
Want hun hart was niet oprecht jegens Hem,
zij waren niet trouw aan Zijn Verbond.
Maar Hij is barmhartig en Hij vergaf hun
hun zonden; Hij wilde hen niet uitroeien.
Telkens weer wendde Hij Zijn gramschap af,
en liet Hij Zijn toorn niet ten volle ontbranden.
Hij gedacht, dat zij slechts vlees waren:
een ademtocht die voorbijgaat, maar nimmer terugkeert
“.
uit: Psalm 77[78]

Wij hebben persoonlijk genoeg dingen … waar wij voor door de knieën gaan.
een aantal opmerkelijke goden van deze tijd zijn:
– de god van het aldoor meer;
– de god van de techniek;
– de god van de onverzadigbare behoefte aan eten;
drinken, onderdak, warmte en seks;
– de god van het geweld;
– de god van het eigen ik.
Wij buigen ons dan misschien niet meer neer voor
domme en stomme dingen als afgodsbeelden,
maar onze tijd heeft z’n eigen idolen.
We gaan maar wat vaak door de knieën als
we er zelf beter van kunnen worden.
Hou jezelf maar de spiegel voor: wat is jouw voorwerp van afgoderij?
– Je lot uit de komende Postcode-, vrienden-, of Staatsloterij?;
wie wil er niet graag in één klap miljonair worden?
– Of je favoriete site op het internet?
Steeds meer internetverslaafden melden zich voor deskundige hulpverlening.
– Of misschien wel je flitsende carrière-baan?
Alles en iedereen moet aan de kant teneinde
hoger op de maatschappelijke ladder te kunnen komen.
– Of misschien dient je lichaam er wel als dat van een filmster uit te zien;
de beauty-farms en plastische chirurgie klinieken doen maar wat goede zaken.
– Misschien ‘verafgoodt’ je wel je man, je vrouw of je kinderen?
> Afgoderij, is datgene waar je je vertrouwen op stelt . . . ,
in de plaats van of naast God.
> Vertrouwen stellen in . . .
in de plaats van of naast God.

Het verraderlijke is . . .
dat God dan steeds verder naar de zijlijn van je leven opschuift;
Hij zal meer en meer plaats moeten gaan maken
voor iets wat in jouw ogen net zo, of misschien wel belangrijker is.
Het lijkt zo onschuldig.
Maar uiteindelijk breekt het Verbond dat de Heer
met jou persoonlijk heeft gesloten.

Opvallend is wel dat de grootste uitloop dáár plaats vindt . . .
waar men de dienst aan God heeft ingeruild voor de dienst aan de wereld;
daar waar men het niet meer zo nauw neemt met de geboden van God.
Waar het gezag van het Woord van God … ingeruild wordt voor het gezag van de mens.
Het is een spiegel die ook ons wordt voorgehouden.
Als u, jij en ik … de Liefde van God opofferen voor eigenwillige godendienst . . .
komt er onherroepelijk een scheiding.
Dan breekt Zijn huwelijks-verbond in stukken.
Voor een goed huwelijk is niet alleen . . .
wederzijdse liefde nodig . . .
ook een wederzijdse trouw [vertrouwen].
In een goed huwelijk moet je van elkaar opaan kunnen, elkaar wederzijds respecteren.
Dat is ook zo in het verbonds-huwelijk dat de Heer met je heeft gesloten.
Je groeit naar elkaar toe.
Je leert elkaar
iedere dag opnieuw weer een beetje beter kennen;
Je kunt uiteindelijk niet meer zonder elkaar;
je wordt steeds afhankelijker van elkaar.
God heeft ons lief: ons, jou en mij.
Hij heeft ons zo lief, dat Hij het
kostbaarste huwelijksgeschenk
aan ons heeft gegeven:
een Kind, een Zoon is ons geboren,
Zijn Naam is Heer, God met ons“.
Aan ons daarom de vraag:
Wat heb jij, wat hebben wij
met die Goddelijke Liefde gedaan?

Orthodoxie & een Goddelijke verbintenis

De verbintenis
Toen God een verbond [of overeenkomst], met Patriarch Abraham aanging, gaf Hij hem het bevel een vaars, een driejarige geit, een ram en
een tortelduif en een jonge duif te nemen
en deze vervolgens doormidden te snijden en
elk gesneden stuk tegenover de ander aan te leggen;
maar het gevogelte niet te delen.
Gen.15: 9,10
Een Joodse schrijver zegt hierover,
Voor degenen die een verbond met elkaar aangaan is het een vast gebruik
een vaars te nemen, die in twee stukken te snijden, waarna de contracterende partijen tussen de gescheiden stukken doorlopen
“.
Waarom doen ze dat?“, zo vraagt het Joodse kind dan aan zijn vader
Ongetwijfeld om de intieme relatie te bevestigen dat als ze ontrouw zijn aan hun verbintenis, ze bereid zijn om net als de vaars in stukken gehouwen te worden of
te wel te  zullen omkomen.
De profeet Jeremia vertegenwoordigt de Almachtige op dezelfde wijze wanneer hij verklaart, dat Hij die het verbond overtreed in
de handen van hun vijanden geven dient te worden
Het kalf dat zij in tweeën deelden en
tussen welks stukken zij doorgingen
“.
Jer.34: 18

Maar was het niet zo dat je me zei dat God een verbond sloot met Abraham?
Maar dat hoofdstuk verhaalt ons niet dat God daadwerkelijk
tussen de stukken van de dieren doorging?
Neen, niet met zoveel woorden;
maar er vond wel iets gelijkwaardigs plaats.
Er staat namelijk geschreven
Toen de zon was ondergegaan en er dikke duisternis was, zie,
een rokende oven met een vurige fakkel,
welke tussen die stukken doorging
“.
Gen. 15: 17
Dit was, zonder enige twijfel, een
wezenlijk symbool van Gods aanwezigheid.
Zoals de Theologische Evangelist het uitdrukt:
God is Licht, er is in Hem geen spoor van duisternis“.
lees: 1John.1: 5-2: 17

Op straffe van vervolging
Nu kwam het woord des Heren tot Jeremia:
Zo zegt de Heer, de God van Israël:
Ik heb met uw voorvaderen een verbintenis gesloten
ten dage dat Ik hen uit het land Egypte,
het dienst huis, leidde”.
lees: 
Jer.34: 12-22

De lamp van de gelovigen
Overeenkomstig de Christelijke voorschriften wordt er zeven maal per dag
Gods lof gezongen over de Oordelen van Zijn gerechtigheid en
verzoeken wij dat wij niet mogen afdwalen van Gods geboden.
Wij zijn daarin niet uniek – dit doen de Moslims ook – en,
naar wat ik in de Utrechtse praktijk tegenkwam – nog veel intensiever ook.
Wij bekruisen onszelf driftig in de avonddienst wanneer wij vernemen:
Leer mij Uw Gerechtigheden“, waarmee wij hetzelfde aangeven.
Met Davids Psalm worden we ons bewust van onze onvolkomenheden:
De Heer vergeldt mij volgens mijn gerechtigheid,
Hij vergeldt mij volgens de reinheid van mijn handen.
Want ik heb de wegen des Heren gehouden,
ik ben niet goddeloos afgeweken van mijn God.
En al Zijn oordelen staan mij voor ogen,
Zijn gerechtigheid houd ik niet verre van mij.
Met Hem zal ik onbevlekt zijn,
ik zal mij hoeden voor ongerechtigheid.
Dan vergeldt mij de Heer volgens mijn gerechtigheid,
volgens de reinheid van mijn handen voor Zijn ogen.
Met een heilige zult Gij U heilig tonen,
en onschuldig met een schuldeloos mens.
Met een uitverkorene zijt Gij uitgelezen,
maar met een arglistige toont Gij Uw list.
Een nederig volk zult Gij verlossen,
maar de ogen van trotsen vernedert Gij.
Gij schenkt Licht aan mijn lamp:
Heer mijn God, verlicht mijn duisternis
“.
Psalm 17 : 21-30

In vers 29 van deze psalm is sprake van de lamp van de gelovigen.
Wat wordt er met die “lamp” bedoeld?
In de tijd van onze oud-[voor-]vaderen werden er
twee soorten verlichtingsinstrumenten gebruikt: olielampen en fakkels.
Fakkels werden gemaakt van harshoudende houtsoorten of door samengevlochten biezen in teer of pek  te dompelen.
In Gen.15: 17 kwamen we al zo’n fakkel tegen:
Toen de zon was onder gegaan en er dikke duisternis was, zie een rokende oven met een vurige fakkel, welke tussen die stukken doorging“.
In de strijd met de vijand was het niet mogelijk olielampjes mee te nemen
wanneer men in het donker ten strijde trok. Dan had men fakkels bij zich.
Vanwege de enorme rook, die fakkels verspreiden, is het onmogelijk
deze in woningen te gebruiken om als lamp dienst te doen.
Daar werden juist de olielampen gebruikt.
Vaak werd in de lampen het vet van ritueel onreine dieren opgestookt, die niet gegeten mochten worden. Wanneer olie gebruikt werd was dit veelal
palmolie en bij feestelijke gelegenheden en rituelen
maakte men gebruik van olijfolie.

De pit van deze lampen moest van vlas zijn.
Denk hierbij aan de woorden van de profeet Isaiah, die zei, dat de Heer “de kwijnende vlaspit niet zou uitdoven” [Is.42: 3 en Is.43: 17].
Mattheus haalt dit ook aan:
De walmende vlaspit zal Hij niet uitdoven, voordat
Hij het oordeel tot overwinning heeft gebracht
“.
Matth.12: 20

Overeenkomstig de Joodse traditie komt bij een lamp en het licht een
gevoel naar boven, dat het hier om iets eerbiedwaardigs ging.
Een lamp verspreidt licht en Licht was het eerste dat God indertijd geschapen had.
Lamp en licht hadden voor de Jood dan ook duidelijk met God te maken.
God wordt dan ook “Het Licht van Israël” genoemd [Is.10: 17].
God is dus Licht en in Hem is in het geheel geen duisternis.
Wij weten, dat Christus Zichzelf Het Licht der wereld noemde:
Ik ben het Licht der wereld; wie Mij volgt, zal
nimmer in duisternis wandelen, maar hij zal het Licht des levens hebben
“.
John.8: 12
Omdat lamp en licht in de eerste plaats
iets sacraals, iets heiligs, hebben,
dienen wij bij de lamp in de eerste plaats te denken aan de kandelaar in de tabernakel en in de tempel. De zevenarmige kandelaar stond in het eerste vertrek, in het heilige.
Bij haar licht verrichten de priesters hun werk aan de tafel der toonbroden en
aan het reukaltaar, waar zij de gebeden voor de heiligen tot God op hebben gezonden.

> Deze Lamp spreekt van licht en geluk, van vreugde en leven.
> Deze Lamp spreekt van zegen en voorspoed.
> Deze Lamp spreekt van kennis en van bescherming.
Job heeft dit voor ogen wanneer hij in ellende verkeert:
O, dat ik was als in vroegere maanden,
als in de dagen, toen God mij behoedde;
Toen Hij Zijn Lamp boven mijn hoofd deed schijnen,
ik in de duisternis wandelde bij Zijn Licht“.
Job 29: 2,3

God doet je lamp schijnen als je trouw blijft aan Zijn woord;
daarom laten we de gehele dag [wanneer we thuis zijn]
het lampje brandende in onze iconenhoek, ons huisaltaartje.
Dit is een heel oude gewoonte welke wij eveneens van
de Joodse traditie hebben overgenomen:
Nog was de Lamp Gods niet uitgegaan.
Samuel had zich te ruste begeven in de tempel des Heren,
waar de ark Gods was
“.
1 Sam.3: 3
Hier wordt gesproken over de zevenarmige kandelaar in het heilige.
In de tweede plaats wil het zeggen, dat er een tijd van ontrouw was.
Denk aan de zonen van Eli en dat
God spoedig Zijn handen van het volk zou terug trekken.
Hij had het echter op dat moment nog niet gedaan.
Toch zal het licht der goddelozen uitgeblust worden en
de gloed van Zijn vuur zal niet blijven schijnen.
Het licht in zijn tent verduistert en
Zijn lamp boven hem wordt uitgeblust“.
Job 18:5,6
De Lamp boven je spreekt van Gods zegen en voorspoed over je leven.
Het spreekt van Gods bescherming van je leven.
In de tekst van Job lezen we derhalve, dat
de goddelozen niet lang meer van deze zegen zullen genieten.
Deze lichtende Lamp zal boven hun hoofd van hen worden weggenomen.

In boven aangehaalde Psalm 17 is er dus sprake van wat God zal doen.
Als je in duisternis leeft, zal God je duisternis wegnemen.
– God Zelf zal je een Lamp geven en God Zelf zal je tot een Lamp zijn in je leven.
– God zorgt voor je zegen en voorspoed, voor vreugde en bescherming.
– God verstrekt je al wat je nodig hebt, als bij de vogelen des Hemels.
> Er is echter wel
een voorwaarde aan verbonden
De Psalm verhaalt, dat
David de Heer trouw gebleven is in heel zijn leven en dat de Heer hem als antwoord op zijn trouw gezegend heeft.
Wanneer je trouw bent aan het Woord van God, aan de verbintenis die je met Hem bent aangegaan, dan doet God je lamp helder schijnen en zorgt Hij voor je.
God geeft je hiertoe Zijn Woord, als
een lamp voor je voeten [Psalm 118: 105].
De gedachte hierbij is, dat wij op onze levenswandel onze weg gaan in duisternis.
Hierbij kun je in het donker van je huis wandelen en is Gods Woord een lamp voor je voeten. Je kunt ook in de duisternis buiten lopen, dan is Gods Woord een Licht,
een fakkel op je pad. Waar je ook gaat of staat, met Gods Woord voor ogen
ontvang je Licht opdat je zult weten waar je moet gaan en staan;
opdat je je nergens tegenaan stoot.

Met Zijn Licht maakt God jou tevens tot een lamp voor je omgeving.
Davids dood zou betekenen, dat de lamp van Israël zou worden uitgeblust.
David was voor het volk Israël als hun lamp; zij leefden bij het licht, dat David verspreidde.
Gods Licht had David gemaakt tot het licht voor het volk Israël;
hij betekende veel voor de mensen om hem heen.
Het is wonderlijk om te ontdekken, hoe de verzen van Psalm 17 gelijkluidend klinken aan
de tekst van Samuel.
“Gij doet mijn lamp schijnen”, zegt[Psalm 17: 29] David en
Samuel vermeldt: Gij zijt mijn lamp [2Sam.22: 29].
God maakt duidelijk dat Hij Zijn eigen Licht
in en door ons in de wereld doet schijnen.
God stelt ons in staat om op die manier
Zijn werk in en door ons te doen.

Lucas roept ons op gelijk te zijn aan de maagden, die op hun Heer wachten,
wanneer deze van de bruiloft weerkeert, om Hem, als Hij komt en klopt,
onmiddellijk te kunnen opendoen.
“Laten uw lendenen omgord zijn en uw lampen brandend”[Luc.12: 35].
Hier wordt het beeld van de lamp gebruikt in
verband met waakzaamheid en inzet.
Het omgorden van je lendenen spreekt ervan, dat
je gereed dient te zijn om te vertrekken ten einde te dienen;
op welke manier – dat zal je vanuit het niets, vanzelf getoond worden.
Dat er daarnaast sprake is van een Lamp maakt ons duidelijk, dat
het een weg is in dit ondermaanse leven, in een tijd van duisternis, van de nacht.
De stad [het nieuwe Jeruzalem] heeft de zon en de maan niet nodig, dat
die haar dient te beschijnen, want
de heerlijkheid Gods verlicht haar en haar Lamp is het Lam
“.
Openb.21: 23
Onze Heer, Jezus Christus heeft Zich tijdens Zijn leven geopenbaard als het Licht van de wereld en
zal Zich in de toekomst openbaren als
de Lamp van Zijn Gemeenschap, de Christenen.
We zullen op een ‘nieuwe aarde’ wandelen bij dit Licht, dat
Hij als een Lichtend Voorbeeld zal verspreiden.
Johannes de Theoloog, die
van deze dingen getuigt, zegt:
Ja, Hij komt spoedig;
kom, Heer Jezus! Kom!
De genade van de Here Jezus
zij met allen
“.
Openb.22: 20,21

Orthodoxie & Gods invloed op de mens

De mens zijn dagen zijn als gras;
als een veldbloem is zijn bloei.
Want wind waait erover en hij is niet meer;
zelfs zijn plaats is niet meer te vinden“.
Psalm 102: 15,16

De kwetsbaarheid van de mens komt
het meest naar voren in het koude jaargetijde
juist op die momenten worden wij er mee geconfronteerd.
De Griekse filosoof Heraclitus zei het al: Πάντα ρεί [Panta reï].
Het betekent alles stroomt of
alles is in beweging. En wij bewegen mee.
Wij zijn mensen van voorbij; de tijd heeft geen pauze. Het kan je soms benauwen, dat je steeds meer tijd van leven verliest.
Is het voortgaan van de tijd alleen maar verlies of win je er ook iets bij?
Inzicht. levenservaring, wijsheid . . .

Toen Willibrord en de eerste geestelijken Nederland binnenkwamen werden zij ontvangen in de behuizingen van toenmalige machthebbers. Die machthebbers, eigenlijk een soort veredelde rovers, hadden vragen.
Toen men hen vertelde dat er geestelijken naar de Lage Landen waren gekomen die iets bijzonders te vertellen hadden zeiden zij:
Soms vliegen hier vogels door m’n veste,
ze komen langs de ene kant naar binnen en
gaan er aan de andere kant weer uit.
Zo is het ook met ons mensen.
Wanneer
die mensen ons kunnen vertellen
waar wij vandaan komen en
waar wij naar toe gaan
wil ik graag met hen kennismaken
“.

‘Waar komen wij vandaan? ‘ – en
‘Waar gaan wij naar toe? ‘
zijn inderdaad de belangrijkste vragen, die
de mens zich stellen kan.
Vooral in het najaar proberen wij op die vragen een antwoord te vinden.
En dan krijgen wij suggesties van de Schrift.
Er wordt verteld dat er
slechts ‘ – Één -‘ is die aan ons denkt;
die Ene met een hoofdletter.
Hij vindt ons kennelijk
de moeite waard en houdt van ons.
Dat is onbegrijpelijk, want: wie zijn wij nou eigenlijk en wat presteren wij?
Wij zijn kwetsbaar als het gras, de wind waait en wij zijn verdwenen en met ons
al wat wij doen.
Wat brachten wij er van terecht.
Toch denkt die Hij met een hoofdletter aan ons en wil Hij met ons op weg.
Wij zijn Zijn Volk;
wij worden door Hem gedragen;
Hij overschaduwd ons met Zijn wieken;
onder Zijn vleugels mogen wij vertrouwen;
als met een schild worden wij in Zijn Waarheid omringd
“.
Zo belijden wij in de Grote Completen en in de intimiteit van de uitvaartdienst
zingen wij afgewisseld door de zaligsprekingen:
Gij heerst over de zielen en lichamen en
onze adem ligt in Uw Handen,
Trooster van de bedroefden,
doe wonen in het Land van de Rechtvaardigen,
degene die Gij hebt weggenomen
“.

Maar de mens kijkt graag weg,
geeft zich over aan geneugten, aan feestgedrag, teneinde niet met levensvragen opgezadeld te worden. Hij ziet dit soort vragen wel, maar ontwijkt ze en doet of ze niet bestaan. Als je er wel mee bezig bent, dan is het weliswaar interessant, maar niet van de wereld. Daarnaast heeft hij de neiging niet echt te luisteren  – heeft hij het veel te druk met zichzelf [en anderen].

Ingewikkelde vragen als wat voor persoon je bent of wat je het meeste aanspreekt of waarom je bepaalde dingen doet zijn echter onontbeerlijk. Je drijfveren kun je niet negeren. Als je bijvoorbeeld iets wil maken [een schilderij, muziek of een eigen onderneming], dan zul je niet gelukkig worden door te kiezen voor zekerheid.
Je dient dan onbekende wegen te betreden, het beste uit jezelf naar boven halen en
je zekerheden inwisselen voor risico’s.
Drijfveren zijn bijvoorbeeld zelfexpressie en anderen helpen.
Coachen, trainen en schrijven geven je de ruimte om dat te doen,
dan heb je weinig aan macht en invloed.

De materialistisch ingestelde mens zegt dat
wind slechts de stroming van de lucht is.
Wind ontstaat doordat lucht van plaatsen met hogere luchtdruk naar
plaatsen met een lagere luchtdruk beweegt.
De geestelijk ingestelde mens zegt:
De wind waait waarheen hij wil . . .
John.3: 8
Het gaat hierbij dan over de vraag hoe God je leven beïnvloed.
In het gesprek met een man van naam, Nicodemus
[deze naam is afgeleid van ‘νίκη’ = overwinning]
doet Jezus een heel radicale uitspraak:
Waarachtig, ik verzeker je:
alleen wie opnieuw wordt geboren, kan
het Koninkrijk van God zien“. En even later werkt Jezus dat nog verder uit en Hij zegt dan:
Je hebt een natuurlijke geboorte, dat is de geboorte uit de schoot van je moeder. Maar er is ook een tweede geboorte, een wedergeboorte, een geboorte uit de Geest“.
Een nieuw begin ontstaat doordat
de Heilige Geest [de wind, de πνευμα]  in
je leven aan het werk is.Van binnenuit wordt je tot een ander mens, word je door die Geest totaal vernieuwd;
krijg je andere inzichten, dan die welke de wereld je aanbieden;
door die Heilige Geest, Die is als de wind, als vuur.
De geestelijk ingestelde mens zegt: “De wind waait waarheen hij wil . . .“, dan
kun je dit ook verstaan als: “De Geest waait waarheen Hij wil . . .
“. . . je hoort Zijn geluid, maar je weet niet waar Hij vandaan komt!“.
Hiermee wordt wel duidelijk dat er een vergelijking wordt getrokken met de wind.
Wanneer de gelovige dit met Christus zegt wordt de Heilige Geest bedoelt:
Zo is het ook met iedereen die uit de Geest geboren is!”.

Dat Griekse woord ‘πνευμα’ komt
na Christus Opstanding weer bij elkaar wanneer Hij over hen heen blaast
[Zijn adem werd tot wind] en zegt:
Ontvang de Heilige Geest“.
John.20: 22
De Heilige Geest, dat is eigenlijk
de levensadem die van God uitgaat.
En wanneer God’s adem in ons leven blaast, dan komen wij tot léven, tot een nieuw leven, tot een nieuwe geboorte.

Dat is wat Jezus benadrukt wanneer de Goddelijke Geest aan het werk is,
dan gebéúrt er iets.
De wind waait waarheen hij wil; je hoort Zijn geluid, maar
je weet niet waar Hij vandaan komt en waar Hij heen gaat.
Zo is het ook met iedereen die uit de Geest geboren is
“.
Eigenlijk geeft Jezus de drie eigenschappen aan van
het werk van de Heilige Geest.
1.]. De Heilige Geest werkt overheersend [als vuur].
2.]. De Heilige Geest werkt verborgen en
3.]. De Heilige Geest werkt kraak [heel] helder.

Daarom is het bezit van de Geest een identificerende factor voor het bezit van Verlossing.
Bovendien zou de Heilige Geest niet “het stempel” van de verlossing kunnen zijn
als Hij niet op het moment van de verlossing zou worden ontvangen.
In Christus, in Wie wij het erfdeel ontvangen hebben, waartoe wij tevoren bestemd waren krachtens het voornemen van Hem,
Die in alles werkt naar de raad van Zijn Wil, opdat wij zouden zijn tot lof van Zijn heerlijkheid, wij, die reeds tevoren onze hoop op Christus hadden gebouwd.
In Hem zijt ook gij, nadat gij het Woord der Waarheid, het evangelie uwer behoudenis,
hebt gehoord; in Hem zijt gij, toen gij gelovig werd,
ook verzegeld met de Heilige Geest der belofte,
Die een onderpand is van onze erfenis, tot verlossing van het volk, dat
Hij Zich verworven heeft, tot lof van Zijn Heerlijkheid
“.
Eph.1: 11-14 

Kom Heilige Geest, vervul de harten van Uw Gelovigen  en
vervul hen met het vuur van Uw Liefde.

Orthodoxie & onderlinge strijd

Want vreemden staan tegen mij op en
sterken belagen mijn ziel; *
zij hebben zich God niet voor ogen gesteld.
Zie toch, God is mijn Helper; *
de Heer is de Beschermer van mijn ziel.
Hij keert het onheil af op mijn vijanden. *
In Uw Waarheid, vernietig hen“.

Psalm 53: 3-5

In de woestijn van Zif [זיף – de Negev-woestijn] is de aarde rood gekleurd,
alsof er een veldslag heeft gewoed en
er nog steeds tekeergaat.

                        > De Profeet David hield zich daar op de heuvel van Chakila in de wildernis verborgen en Saul zocht hem daar op aanwijzen van de Zifieten begeleid door drieduizend uitgelezen mannen van Israël.
De jaloerse Saul zocht hem te doden.
David kwam met Abisai in de nacht tot het volk en zie,
daar lag Saul in de wagenburg te slapen, met
zijn speer aan zijn hoofdeinde in de grond gestoken,
terwijl Abner [Saul’s woordvoerder en zoon van Ner] en het volk om hem heen lagen.
Maar David bracht hem niet om, want wie slaat ongestraft zijn hand aan
een medebroeder, een gezalfde des Heren.
Daarop nam David de speer en de waterkruik van Sauls hoofdeinde weg en
hij ging zijns weegs.
Niemand zag het, niemand merkte het, niemand ontwaakte, want
allen sliepen, omdat God de heer hen in een diepe slaap had doen vallen.
Toen David aan de overzijde gekomen was, ging hij op de bergtop staan,
ver weg van zijn belagers. David riep vandaar tot Abner omringd door de strijders:
Antwoordt gij niet, Abner?“.
En Abner antwoordde
– bij ‘achterklap’ spreekt iemand nooit rechtstreeks, altijd via anderen – :
Wie ben je, die daar tot de koning roept?“.
Daarop antwoordde David:
Zijt gij dan geen man? Wie is in Israël u gelijk?
Waarom hebt gij dan uw heer, de koning, niet bewaakt?
Want er is iemand van het volk gekomen om de koning, uw heer, om te brengen.
Wat gij gedaan hebt, is niet goed. Zo waar de Heer leeft,
jullie zijn kinderen van de dood, omdat
gij uw heer, de gezalfde des Heren, niet bewaakt hebt.
Nu dan, zie eens, waar de speer van de koning is en de waterkruik, die
aan zijn hoofdeinde stond
“.

Saul herkende Davids stem en vroeg of hij zich niet vergiste, waarop
David zich bekend maakte en zei:
Waarom achtervolgt mijn heer toch zijn knecht?
Wat heb ik toch gedaan? Wat voor kwaad heb ik bedreven?

Nu dan, mijn heer de koning luister naar de woorden van uw knecht.
Indien de Heer u tegen mij opzet, dan moge Hij een offer ruiken;
maar indien het mensen zijn, vervloekt zijn zij voor het aangezicht des Heren,
omdat zij mij thans verwijderd houden van de gemeenschap met het erfdeel van de Heer
en zeggen: ga heen, dien andere goden.
Nu dan, mijn bloed moge niet ter aarde vloeien, ver van het aangezicht des Heren.
Want de koning van Israël is uitgetrokken om een enkele vlo te zoeken, zoals
men een veldhoen op de bergen najaagt”.
1Sam. 1-19

De dauw vann het water en de warmte balans doen daarop de kale lössgronden
in de Negev-woestijn herleven en

Saul erkent dat hij heeft gezondigd.

Bovenstaande maakt het volk van de Heer [de Kerk] duidelijk dat  het door enkel vlooien [vliegen] af te vangen en een veldhoen op de bergen na te jagen
de erfenis zal verliezen.

Dat het zal worden verdreven uit het land, dat hun erfdeel was en
het zal beroofd worden van gezelschap en conversatie, en
van alle sociale contacten en eredienst.
Dit is de overweging die hier geuit wordt en
bovenstaande verwensing van David wordt geuit op
degenen die door hun achterklap betrokken waren bij
het feit dat zij hem onderuit wilden halen en
maakt duidelijk dat zij andere goden dienen dan
de Ware Heer en God,
Jezus Christus.

Zij zullen door hun belemmerd gedrag worden gedwongen in
een afgodisch land rond te dwalen, met andere woorden
zij zijn zelf aansprakelijk voor de hun gekozen weg van verleiding en
voor de zieke achterklap die zij verspreiden welke anderen zwakke begeleidende
broeders 
overhaalt en verleidt tot afgodische praktijken.
Zo staan vreemden tegen mij op en
belagen sterken mijn ziel, zij
die zich God niet voor ogen hebben gesteld.
Zo zij tot inzicht komen van
hun dwaas handelen, dan
is dit het gevolg van
de kracht en Genade van
God.

Orthodoxie & de weg tot het zoon-schap [1]

Horeb, is zoals u waarschijnlijk weet
een andere naam voor de berg Sinaï,
de berg waar God de profeet Mozes en
het volk van Israël heen leidde en
hen Zijn Thora [Zijn instructies] gaf.
Dit was de plaats van de oorspronkelijke Theophanie,
de eerste keer dat het gehele volk Israël [en niet slechts één individu],
de heerlijkheid des HEREN in  donder en bliksemflitsen op de berg
kon aanschouwen.

Maar het volk van Israël kon daar niet eeuwig blijven;
er wachtte hen betere dingen in het beloofde land,
het “land van melk en honing“.
Horeb betekent in het Hebreeuws zoiets als
een droge of een desolate plek“, die voortvloeit uit
de wortel  חרב HRB, wat “droog” is.
Het is een onbewoonbare omgeving en zeker geen plaats
voor een heel volk om er te wonen.
Dus gebood God hen om Horeb te verlaten en
een begin te maken met de tocht die hen naar het land zou voeren dat
Hij hun voorvader Abraham gegeven had.

In het oude testament is de profeet Mozes
een zeer opvallende figuur. Er leefden Grote mannen vóór hem en ook ná hem volgden er velen.
Maar “zoals Mozes, die de Heer gekend heeft van aangezicht tot aangezicht,
is er in Israël geen profeet meer opgestaan
“. Deut.34: 10
Dat bleef gelden tot zijn eigen profetie werd vervuld:
Een Profeet uit uw broeders, zoals ik ben,
zal de Heer u verwekken; naar Hem zult u luisteren
” [Deut.18: 15].
Dat gebeurde meer dan duizend jaar later, toen
de Heer Jezus werd gezonden,
van Wie de Vader zei:
Deze is Mijn Zoon, de geliefde, in
Wie Ik Mijn welbehagen heb;
luister naar Hem!

Matth.17:  5

Wat was eigenlijk het geheim achter het leven van Mozes?
Was het zijn grootheid Prins van Egypte te worden?
Was het zijn kennis van het Egyptische religieuze leven en haar cultuur?
In het geheel niet, zijn leven was als geen ander in het Eerste Verbond [ het Oude Testament een duidelijke typering van de weg tot het zoon-schap.
Hij verwijst in eerste instantie naar de Zoon, Die het ware Israël zou verlossen van
de “vleespotten van Egypte“.
Maar hij verwijst ook naar de zonen Gods, die
“als Zijn gehele schepping van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid
bevrijden zal worden hetgeen toegang verschaft aan de vrijheid en
heerlijkheid van de kinderen van God“.
Rom.8: 21

Zo’n Mozes heeft de wereld nodig.
Aan politici, wetenschappers of religieuze leiders is er totaal geen gebrek.
Zij zullen de gigantische problemen niet kunnen oplossen.
Het antwoord is Jezus, de Christus én door Hem de zonen Gods.
Wij weten, dat de hele schepping in al haar leden verzucht en in barensnood is“.
Rom.8: 22
Reikhalzend verlangt de schepping:
de schepping wacht op het openbaar worden van de zonen van God“.
Rom.8: 19
Dat klonk als een klok toen Paulus dit opschreef en
dat is zeker ook nu in onze tijd een alom-klinkende waarheid.
Jezus is de Zoon van God, en nog wel “de eniggeboren Zoon
John.3: 16
want in Hem woont geheel de volheid der Godheid lichamelijk” [Col.2: 9].
Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en
wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van
de eniggeboren van de Vader, vol van genade en waarheid
“.
Joh.1: 14

Maar Hij zou ook “de eerstgeborene zijn van veel andere zonen“, die
God “bestemd heeft tot gelijkvormigheid aan Zijn Zoon“.
Rom.8: 29b
Jezus was “het begin, de eerstgeborene uit de doden”, “de eerstgeborene van de ganse schepping” [Col.1: 15,18], onder
Wie uiteindelijk “alles wat in de hemelen en op de aarde is onder één hoofd wordt samengevat“.
Eph.1: 10

Jezus’ leven was dus niet een éénmalige gebeurtenis van een eenling.
Nee, Zijn geboorte was het begin van de “Opstanding uit de doden” [Col.1: 18].
“Christus als eersteling, vervolgens die van Christus bij Zijn Wederkomst”
1Cor.15: 23, Jac.1: 18 en
uiteindelijk “de eerstgeborene van de ganse schepping” [Col.1: 15].
Zijn leven was een teken van de weg tot het zoon-schap,
een teken dat Hij de wegwijzer was en is tot de weg die
ook anderen zouden gaan [Isaiah.7: 14 en Luc.2: 34].
Natuurlijk was Zijn Hemels zoenoffer als
Lam Gods voor de zonde van de wereld éénmalig.
Maar op Zijn leven rust geen auteursrecht.
Het dient te worden nagevolgd onder
begeleiding en discipline van de heilige Geest.
Hij is de Zoon van God.
Hij komt met Zijn loon” [Openb.22: 12], met de zonen Gods.
Hij is het Hoofd en zij maken deel uit van Zijn Lichaam [de Kerk].
Net als Jezus de Christus [de Gezalfde] worden ook de zonen op
dezelfde wijze door Gods Geest geleid [Rom.8: 14],
hetgeen zal leiden tot een totale verlossing van de gehele schepping [Rom.8: 19-22].

Mozes’ leven is dus een voorafschaduwing van
de weg tot dit zoon-schap.
Als eerste ging Jezus die weg.
En wie met Jezus Christus is bekleed,
zal eveneens zelf die weg dienen te gaan.
Daarom worden hier enkele gebeurtenissen en ontwikkelingen uit het leven van Mozes
vergeleken met die uit het leven van Jezus.
Hierdoor zullen wij een beter inzicht krijgen, hoe
God in óns leven van Zich doet spreken, wanneer Hij en hoe Hij óns vrij-koopt
uit de mensen als eerstelingen voor God en het Lam” en wij de weg tot zoon-schap mogen gaan
opgeroepen door een nieuw gezang voor Gods troon door de vier dieren, de oudsten en de losgekochte aardse mensen
in wiens mond geen leugen is te vinden en die onberispelijk zijn“.
Openb.14: 3-5

Voor degenen die zich het pad van het spirituele leven in Christus Kerk begeven
is het niet ongebruikelijk  om een mystieke ontmoeting met God  te ervaren,
een eigen unieke Openbaring als die van de berg Sinaï, een soort Theophanie,
een moment waarbij in het diepste punt van ons wezen de aanwezigheid van God wordt ervaren, de genade van de Heilige Geest.
Dit gebeurt aan het begin van de pelgrimstocht, waarop al snel de “uittocht” uit “Egypte” volgt, dat wil zeggen de tocht door de woestijn anders gezegd de confrontatie met de wereld begint.

Hoogleraar gezondhiedspsychologie Ernst Bohlmeijer [Twente] zegt hierover:
Het verwerven van ‘eudaimonia’ is een van de grootste uitdagingen voor de mens.
Eudaimonia was het antwoord van de Griekse filosoof Aristoteles op de zoektocht naar een ethische leidraad voor een gelukkig leven.
Het betekent letterlijk een goede [εύ, van πνεύμα ] geest [δαίμων, daimon] hebben of
tot ontwikkeling brengen.
In de tegenwoordige tijd zeggen we daarover: ‘Het beste in onszelf naar boven halen‘.
Aristoteles dacht daarbij vooral aan deugden zoals oordeelsvermogen, gematigdheid, eerlijkheid en liefde. Deze zelfontplooiing zou niet ten koste van andere mensen mogen gaan.
De positieve psychologie noemt eudaimonia ‘bloei’.
Bloei is de kunst om een vreugdevol, betrokken en betekenisvol leven te leiden.
We weten allemaal dat het verwerven van ‘eudaimonia’ – hetgeen de Russische
heilige Seraphim van Sarov, het verwerven van de Heilige Geest noemt – niet gemakkelijk is; het verlangt deemoed en doorzettingsvermogen.
Verwaarlozing en geweld in onze jeugd kunnen ons direct op een achterstand zetten.
We leven in een woestijn, een maatschappij met veel competitie en met steeds hogere eisen aan productiviteit. Ten opzichte van vorige generaties is er veel meer vrijheid, worden we gedwongen keuzes te maken, hetgeen beangstigend kan werken.
Een groot deel van onze hersenen stamt uit de préhistorie, inclusief alle tendensen tot bijvoorbeeld vlucht- en vecht-gedrag, tribalisme [voortdurende strijd of collectieve weerstand tegen mensen die geen deel uitmaken van de eigen gemeenschap (groep)] en een voorkeur voor negativiteit.
Er is veel lijden in de wereld. Dat komt tot ons door de ontwikkeling van de communicatiemiddelen [televisie, computer en mobiele telefoon].
Dit lijden kan ook onze naaste en onszelf opeens treffen. En hoe we het ook proberen te wenden of keren, we
zijn en blijven sterfelijke wezens en vergankelijkheid is
een basiskenmerk van ons leven.
We krijgen de opdracht – mee af te wijken van die wereld [dit tranendal]  en een leven lang in de wildernis op zoek te gaan naar het aan ons allen Beloofde Land en als Christen de volmaakte eenheid met Christus te vinden.
Een leven wat met Christus  in God is verborgen“.
Col. 3: 3

Het is een tijd van leven waarin de voortgang in de richting van het doel misschien een verbeelding [utopie] lijkt, waarbij we net als het volk Israël in de woestijn van de zonde en ongehoorzaamheid dwalen als een generatie die
geen enkele vooruitgang in de richting van het heil maakt.
Toch is dit een test-periode,  de dagen van de wandelroute die beschreven staat:
Heden, als gij Zijn stem verneemt, verhardt dan niet uw harten, *
zoals in de verbittering, ten dage van de beproeving in de woestijn“.
Psalm 94 [95]: 8

Velen zijn niet bereid om te vertrekken Horeb.
Zij zijn niet bereid de ontberingen in de woestijn te doorstaan, door
in betoond karakter en een vast Geloof te volharden [Rom.5: 3-5; Jacobus 1: 2-4].
Ze zijn niet bereid met de echte problemen die hen belagen om te gaan,
om een reëel antwoord te bewerkstelligen op de vragen die aan hun geweten knagen en
als gevolg daarvan, verschuilen ze zich achter een muur
van al te extravagante vroomheid, fanatisme, of apathie.

Zowel de geboorte van Mozes in het Oude Testament als
die van Jezus welke wij met Kerst vieren,
gingen gepaard met dramatische gebeurtenissen.
In beide gevallen trachtte een machthebber
zijn troon te redden door een massamoord. De Farao gaf bevel om alle pasgeboren Hebreeuwse jongens te verdrinken in de Nijl [Ex.1: 22].
Herodes liet in Bethlehem
alle jongetjes onder de twee jaar vermoorden.
Iets dergelijks staat ook in Openbaringen vermeld.
Daar staat “de grote draak” voor “de barende vrouw“, om “haar kind” [een “mannelijk wezen“, dat
alle heidenen zal hoeden met een ijzeren staf]
te verslinden zodra zij haar kind gebaard had“.
Openb.12: 4-5

Deze gebeurtenissen leren ons éen en diezelfde les:
De satan, de tegenstrever bestrijdt met alle macht
de geboorte van de Zoon.
Steeds weer zien we zijn woede en haat,
maar iedere keer komt God tussenbeide om
de Zijnen in veiligheid te brengen.

Wie is nu dat “mannelijke wezen“, de “zoon“?
We lezen in het Oude Testament, dat Israël zo genoemd wordt.
Zo zegt de Heer: Israël is Mijn eerstgeboren zoon;
laat hem gaan, opdat hij Mij zal kunnen dienen
“.
Exodus 4: 22-23
Er staat ook, dat dit een [vooraf-] “schaduw is van de toekomstige goederen” [Hebr.10: 1].
Tevens dat alles wat het volk Israël overkomen is
gebeurd is als een voorbeeld [voor ons] en het functioneert als zodanig als een
vooraf gegeven, opgeschreven waarschuwing voor ons, over wie het einde der eeuwen gekomen is, over hen die door de verderfengel omkwamen“.
1Cor.10: 11 en
Hetgeen was van den beginne, hetgeen wij gehoord hebben, hetgeen wij gezien hebben met onze [eigen] ogen, hetgeen wij aanschouwd hebben en onze handen getast hebben van het Woord des levens.
Het leven toch is geopenbaard en wij hebben gezien en getuigen en verkondigen u het eeuwige leven, dat bij de Vader was en aan ons geopenbaard is
1John1: 1-2

De verlossing van Israël uit Egypte van toen symboliseert de verlossing tot zoon-schap nu.
Israël was dus een teken en Mozes een voorloper van het “mannelijk wezen”, van
Jezus Christus, het Hoofd [van de Kerk] en
van de Christus Zijn [Volk, het] voltallige lichaam van zonen.
Matth.1: 16-17

Jezus Christus, onze Heer en Verlosser
is geboren in het vlees,
het Hoofd [van Zijn Kerk] werd als eerste geboren.
De volledige [Open]baring van het hele zonen-lichaam moet nog komen [Op.12: 5].

En vrouwelijke gelovigen dan?
Zijn er in dit “mannelijke wezen” ook dames?
Eigenlijk zouden we ook kunnen vragen of er ook mannen zijn die zich ‘bruid’ kunnen noemen, of
zoals in Babylon, de ontuchtige, de Hoer.
Op deze vragen is maar één antwoord mogelijk:
>  natuurlijk wel!
Het gaat er in de Bijbel niet om, of iemand van
het mannelijke of het vrouwelijke geslacht is, zoals de feministen ons doen voorkomen,
maar of iemand mannelijk [= geestelijk] is of vrouwelijk [= een innerlijke gevoel, een mensenziel bezit].
De mens heeft namelijk zowel een mannelijke als een vrouwelijke kant in zich.
Iedereen heeft mannelijke èn vrouwelijke hormonen.

In een man overheersen de mannelijke, in een vrouw de vrouwelijke hormonen.
Met de innerlijke mens is het net zo:
innerlijk mannelijk [= geestelijk] èn vrouwelijk [= bezit een mensenziel].
In de één overheerst het “mannelijke”, in de ander het “zielse”.
God is echter één, is volmaakt in balans [Jac.2: 19].
En toen Hij Adam schiep naar Zijn beeld en gelijkenis,
was deze mannelijk-vrouwelijk [Gen.1: 27b letterlijk].
Ook Adam kende de harmonische eenheid en
het volmaakte evenwicht tussen “mannelijk” en “vrouwelijk“.
Hij was ook één.

Ook Jezus kende dit innerlijke evenwicht.
Hij handelde nooit in een ziel-bewogen opwelling, op menselijke initiatief of uit medelijden. Hij, de Zoon van God,
kan niets doen van Zichzelf, of Hij moet het de Vader zien doen;
want wat deze doet, dat doet ook de Zoon evenzo
“.
John.5: 19
Hij liet Zich leiden door Gods Geest. Hij was innerlijk één.
Vandaar dat “de onreine geesten zich voor Hem neer wierpen,
telkens als zij Hem zagen, en zij schreeuwden, zeggende:
Gij zijt de Zoon van God
“.
Marc.3: 11

De meeste gelovigen kennen deze innerlijke harmonie niet.
Ze zijn innerlijk verdeeld. In hen overheerst het zielse,
welke bevrediging zoekt voor het vlees [Col.2: 23].
Zij proberen de boventoon te voeren door anderen [naar beneden] te [onder]drukken.
De ziel wil namelijk bezitten – hebben > zij begeert.
Ze zoekt meer de zegeningen dan dat zij door hun gedrag de Gever zegent.
Maar de volgelingen van het Lam leren deze innerlijke harmonie wel kennen.
Hun eigen ziel is tot rust en stilte gebracht;
Ik houd mij niet op met grote dingen; *
noch met wat te wonderbaar voor mij is
“.
Psalm 130 [131]: 2
Het zijn zonen, die maagdelijk zijn [Openb.14: 4].
Ze zijn mannelijk-vrouwelijk. Geest en ziel zijn volkomen in balans.
Daarom doen ze “Goud van zich uitvloeien“;
Wat betekenen de twee olijftakken, die
door twee gouden buizen het goud van zich doen uitvloeien?
“.
Zacharia 4: 12
Naar hen dient geluisterd te worden.
Niet naar mensen, in wie het zielse overheerst.
Die moeten, als innerlijk vrouwelijken,
‘zwijgen’ in de gemeente,
want het is haar niet vergund te spreken,
maar zij moeten ondergeschikt blijven,
zoals ook de wet zegt
“.
1Cor.14: 34

“‘Nergens wordt een profeet zo miskend als in zijn eigen stad [land]’, ‘onder zijn verwanten en geloofsgenoten'”. [Marc. 6: 4]
Eenieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen;
maar eenieder, die zijn leven verliezen zal om Mijnentwil en omwille van het Evangelie,
die zal het behouden.
Want wat baat het een mens de gehele wereld te winnen en aan zijn ziel schade te lijden?
Want wat zou een mens kunnen geven in ruil voor zijn leven?
Want wie zich voor Mij en voor mijn woorden schaamt in dit overspelig en zondig geslacht,
de Zoon des mensen zal Zich ook voor hem schamen, wanneer Hij met de heilige engelen
komt in de heerlijkheid van Zijn Vader
“.
Marc.8: 35-38
Wie oren heeft om te horen, die hore“.
Marc.  4: 9

Het doel van dit schrijven is om bijstand te bieden aan
degenen die de berg Horeb afdalen om de woestijn in te gaan en werkelijk de confrontatie met zichzelf durven aan te gaan door Christus te volgen en Goddelijke wegen te bewandelen.
Moeilijke vragen niet te omzeilen door enkel naar anderen te wijzen, werkelijk om te gaan met de moeilijke kwesties die we in de “woestijn” van het geestelijk leven tegenkomen.
De pijnlijke vragen die ons beangstigen,
problemen die we omzeilen teneinde niet
met eigen onvermogen geconfronteerd te worden.

We dienen dit te doen vanuit het primaire perspectief dat de Bijbel ons biedt, die prachtige complexe en vaak verontrustende verzameling van teksten die we de Heilige Schrift of de Blijde Boodschap noemen.
Daarbij kunnen we ons niet verschuilen achter een vals gevoel van veiligheid
en de Bijbel rooskleuriger laten schijnen dan zij is
zonder ons aandeel in de problemen te benoemen.
We dienen met onszelf de frontale confrontatie aan te gaan
met alle instrumenten die de moderne wetenschap ons biedt.

Wij dienen, net als de Israëlieten,
de Egyptenaren hun macht te ontnemen” en in elk opzicht Christus te dienen gebruik makend van de moderne wetenschap.
Met de moderne wetenschap welke door de kerkvaders  Hermeneutiek [Grieks: ἑρμήνευειν; ‘uitleggen’, ‘vertalen’] genoemd werd en wij zullen daardoor
Christus de Logos Immanuel ontmoeten zoals Deze met het toekomstige Kerstfeest gevierd wordt.

Iedereen is welkom in aanwezigheid tot onze Heer.
Het vereist slechts een verlangen om God te kennen en
een gewillige geest om in Zijn aanwezigheid te vertoeven.
God laat iedereen vrij in z’n keuze en
heeft iedereen een kleine mate van geloof gegeven, dus
laten we het kleine beetje geloof wat we in Christus hebben uitbouwen en
tot de onze maken en laten wij ons daarmee voorbereiden op Zijn komst en
Hem de eer geven die Hem toekomt, in eenheid met de Vader, de Zoon en
de Heilige Geest.

Een goede Philippus-vasten toegewenst.

Orthodoxie, oorspronkelijke Christelijke levensbeschouwing

God is dood!‘,
word mij regelmatig op luide toon duidelijk gemaakt.
Hierbij wordt de Engelse realist Thomas Hobbes [1588-1679] geciteerd, die al eeuwen vòòr Friedrich Nieztsche deze befaamde uitspraak deed.
De meerderheid heeft dan niet in de gaten dat zij helemaal niet-zo-modern zijn en dat de meeste van hen niet stil staat bij wat zij in werkelijkheid zeggen.
Het is het zelfde als wanneer je verkondigt ‘ik besta niet’
want ìk ben nu eenmaal anders dan alle andere wezens.
De uitspraak roept weerstand en aandacht op en
dat is waar dit soort personen veelal op uit zijn.
Net zoals ‘ik zou best lid willen worden van de Kerk
maar dan moet die kerk wel eerst veranderen;
ik heb al zoveel verkeerde voorgangers meegemaakt’.
Net of extreem afwijkend gedrag van enkelingen zou kunnen bepalen
wat de overgrote werkzaamheid van de Kerk inhoudt.

Luisteren  naar uitspraken over
de dood van een God, Die in mijn ogen
toch echt springlevend is;
luisteren naar degenen die niet beseffen dat er anno nu mensen zijn,
jongeren en ouderen die met geheel hun hart in die zgn. ‘dode’ God geloven.
Met mijn Christenbroeders ben ik niet alleen een kind van een andere wereld,
maar ook van een geheel andere tijd.
Toch zien wij een nieuwe generatie opkomen die niet zozeer een hang hebben naar georganiseerde religie
– zij zijn immers wars van iedere vorm van gezag en organisatie –
als wel naar spiritualiteit, bezinning, meditatie en gebed.
Deze ontwikkeling mag als een ontmoeting in de woestijn zijn
hetgeen blijkt uit de populariteit van yoga, zingeving en semi-spiritualiteit en
de nieuwe trend van theologen als coaches van de ziel in het bedrijfsleven.
In deze onzekere tijd van meervoudige crisissen [economisch, sociaal, milieu en  politiek] is er als vanzelfsprekend behoefte aan Spiritualiteit ontstaan.
De nieuwe generatie kent de haat niet waarmee onze [groot]ouders
ooit de Kerk hebben verlaten. Zij zijn in het ergste geval weinig geïnformeerd, onverschillig,
maar veelal wel geïnteresseerd en tonen meer respect dan
degenen die op luide toon ’God is dood’ verkondigen.
Uiteraard is de Kerk niet altijd even trots op wat er in haar naam is gebeurd,
maar is het leven ook voor de Kerk een voortdurend proces van mensen [zondaars]
die met vallen en opstaan de gemeenschap van Heiligen volgen,
die op hun beurt weer de weg van Christus [=God] nastreven.
Het idee dat een Christen een heilig boontje is
dient maar eens uit de wereld te worden geholpen, het is nu eenmaal zo wie als mens leeft, kan onmogelijk leven zónder te zondigen.
Het begrip zonde is al datgene wat wij doen en laten, zonder God en het goddelijk welbevinden steeds voor ogen te houden en te behoeden;
de schoonheid van de schepping.
Wat er ook gebeuren zal, we voelen ons als Christenen gedragen door de wijde vleugels van Gods liefde [Psalm 90];
Hij is er immer nu en altijd.

Mahatma Gandhi [1869-1948] is een bekend leider van de toenmalige Indiase onafhankelijkheidsbeweging, die zichzelf een man van God noemde.
Het boek ‘De weg naar God’ [ISBN 9789069638829] toont zijn blijvende invloed als spiritueel leider van wie de ideeën  inzicht en troost bieden aan  zoekers van elke geloofsstroming.
Gandhi heeft boute uitspraken gedaan over Christenen: ‘ik ben er nog nooit eentje tegengekomen’,
of ook: ‘de bijbel is als dynamiet, maar jullie praten erover alsof het een stuk literatuur is’.
De mens, ook Christenen  hebben vaak het idee de gehele wereld in hun zak te hebben.
De mens is trots op kennis en prestaties, daarbij wordt God en overeenkomstig Zijn opdracht leven vaak uit het oog verloren, terwijl
Hij het juist is, die wereld op de achtergrond leidt.
Neem nu het weer, als er één gebied is wat de mens niet kan controleren dan is dat het weer. God schiep licht en het ontbreken van licht, de duisternis, Hij schiep aarde en water, bergen en dalen, maar ook het weer.
Om te voorkomen dat we Hem zouden vergeten, heeft Hij alles om ons heen geschapen als een mechanisme
om aan Hem herinnerd te worden.
Zo heb je weer en niet-weer, hetgeen we onweer noemen. Onweer doet ons realiseren dat we ons leven nu eens niet onder controle hebben; we bestaan alleen omdat God dit wil.
Ook toen de Thora [de wet des levens] op de berg Sinaï werd geopenbaard
ging dit gepaard met onweer.
Met andere woorden komen we in een crisis [of vele crisissen tegelijk] dan overvalt ons terecht een bezinning op onze levenshouding [waar ben ik in Godsnaam mee bezig].
Oók wanneer, via die Thora [de instructie], de weg omhoog  [de berg Sinaï] wordt geopenbaard dan gaat dit gepaard met onweer [met crisis].
Je weet niet wat je overkomt, het plenst van de lucht en de bliksem daalt links en rechts naast je neer, je wordt overvallen door een gevoel van onmacht.
Na openbaring van Zijn instructies blijkt God afwezig.
Alleen door Gods afwezig zijn kunnen we tot leven komen, is Hij ons nabij.
Hij geeft ons vrijheid van keuze, door Zijn instructie na te leven kunnen we
geestelijk leven en vinden, komen we tot God. We leren dat heelal en alles wat om ons heen draait vanuit Zijn perspectief dient te worden gezien; onze werkelijkheid wordt een Goddelijke werkelijkheid.
Door onze wereld tot Zijn Wereld te maken openen wij de oorspronkelijke link met Hem;
erkennen we dat wij naar Zijn beeld en gelijkenis zijn geschapen.

Wanneer je ervoor kiest als Christen te leven,
zul je God [= Christus] ervaren als ‘de goede herder‘.
Christus werd al voor Zijn komst vergeleken met
een herder, die Zijn schapen goed verzorgt.
Als herder leidt Hij ons naar veilige weiden,
waar wij in vrede kunnen leven,
wetende dat we worden verzorgd.

Dit is hoe Christus ons in dit leven wil begeleiden:
in herderlijke liefde, zorg en wijsheid.
Wanneer je ervoor kiest in vrijheid te leven en
je onderwerpt aan Zijn autoriteit,
zal Hij je begeleiden op de weg van vreugde
Christus is niet een dominant heerser,
een despoot die erop uit is om jou te manipuleren.
Hij dwingt je niet – hij nodigt je uit.
Hij is rijk aan liefde;
Hij beschermt je en staat je bij,
als een goede herder [cf. Psalm 22].

1e Zondag na Pinksteren – Allerheiligen

Hymne tot de Heilige Geest          tn.6.
Koning van de Hemel,
Trooster, Geest der Waarheid,
Die Overal tegenwoordig zijt,
en Die alles vervuld,
Schatkamer van het Goede;
Schenker des Levens;
kom en verblijf in ons;
zuiver ons van alle smet,
en red onze zielen, o Algoede“.

Op de dag van Pinksteren, daalde de Heilige Geest neer en vestigde de Kerk in de wereld [qua ruimte en tijd],
hetgeen als het Lichaam van Christus wordt beschouwd.
Pinksteren is een tijdloze gebeurtenis en is daarom ‘niet‘ alleen aan die dag verbonden.
Met Pinksteren zo blijkt uit de woorden van Jezus Christus Zelf
heeft Hij ons vanaf dat moment opgenomen in Zijn Onbevlekt Lichaam,
naast de alom gezegende Moeder Gods, de Maagd Maria,
de negen rangorden der Engelen,
onze Voorouders, de Aartsvaders, de Profeten van het Eerste Verbond en de Heilige Apostelen.
In het verdere verloop van de geschiedenis worden onder “de hoede van Heilige Geest
Christus’ Apostelen en hun volgelingen aan dit Huis toegevoegd,
dat wil zeggen zij, die Getuigen, de Bisschoppen, de Heilige Martelaren,
de Heiligen, de Rechtvaardigen dat wil in het algemeen aanduiden
alle zichtbare en onzichtbare heiligen,
mannen en vrouwen die tot op de dag van vandaag geleefd hebben en
nog leven, tevens zullen er nog vele heiligen volgen tot aan het einde der tijden.

Deze realiteit wordt ons geopenbaard in de Gemeenschap met Christus
in de liturgische praktijk van de Heilige Kerk,
wanneer de priester tijdens elke Goddelijke Liturgie
stukjes van de Prosphor[en] toevoegt
aan het Heilig Lichaam en Bloed van de Heer
– het gedeelte wat wordt aangeduid engelen en heiligen,
– waarmee iedereen gezamenlijk met de gebeden van de gelovigen
wordt opgedragen aan de volheid van Christus .

Hiermee wordt aangeduid dat de gemeente [gemeenschap] van heiligen
wordt vergoddelijkt in het Lichaam van Christus,
hetgeen de Orthodoxe Kerk viert op de Zondag na Pinksteren,
de Zondag van Allerheiligen.

Historisch gezien werd met dit alles in de Kerk een begin gemaakt
door de Goddelijke Liturgie te vieren op de gebeenten van de Martelaren
maar Leo de Wijze heeft vastgesteld dat dit gezien dient te worden als het feest van Alle Heiligen, daar als [bloed-]getuigen niet alleen degenen zijn die worden beschouwd geselingen en  zwaar lijden te hebben ondergaan,
niet alleen degenen die in het vuur zijn gegooid of ander leed hebben ondergaan
– waarmee zij getuigenis afleggen van de gruwelijke martelingen die Christus heeft ondergaan en zij getuigenis afleggen van de onmetelijke goedheid van de  Heer,
maar dat elke aan God toegewijde ervaring van martelaarschap,
of er nu geen bloed gevloeid heeft maar geestelijk lijden aan verbonden is getuigenis aflegt van de grote daden van onze Heer en God, Jezus Christus.
Alle Heiligen worden zonder uitzondering [er wordt géén gradatie aangebracht]
gekenmerkt door de moed en de trouwe verbintenis aan Jezus Christus,
de overwinning door het Kruis en daarmee de overwinning van de zonde.

Vanaf de 4e eeuw vierde de Byzantijnse Kerk aldus in een gemeenschappelijke viering al de martelaren der aarde.
De Heilige Ephraïm componeerde voor
deze gelegenheid een hymne
waarbij in Edessa de 13e mei als feestdag werd aangewezen,
in Syrië werd het op de vrijdag na Pasen gevierd.
In een preek over de martelaren, spreekt de heilige Johannes Chrysostomos over de eerste zondag na Pinksteren;
dit gebruik is tot op de dag van vandaag bewaard in de Byzantijnse kerken bewaard gebleven, welke via een geleidelijke ontwikkeling van het feest van de ‘martelaren van de gehele aarde” is overgegaan in die van “Alle Heiligen”.
De keuze van dit laatste is belangrijk:
Zij, de Heiligen, waren toegetreden tot de orde van Heiligen in de triomf van Christus door de uitstorting van de Heilige Geest;
de poëtische vorm van keizer Leo de Wijze [886 – 911] volgend,
dat de Kerk op aarde een onderdompelende rivier is van de Heilige Geest, waarna de uitgeroepen [gedoopte] Heiligen als geurende bloemen worden vereerd.
Zoals gebruikelijk, heeft de Byzantijnse Kerk de weg gewezen aan de Westerse kerken, welke de feestdag heeft vastgesteld op de eerste November.
Zoals het in het westen gebruikelijk is werd deze echter opgevolgd door een kwalificatie:
de 2e November werd de gedenkdag van de gewone stervelingen [Allerzielen], verschil moet er tenslotte zijn in het westerse denkbeeld zelfs onder de volgelingen van Christus, alsof we niet allen tot het gilde der zondaars behoren. Er zal echter feest zijn in de Hemelen
over elke zondaar, die zich bekeert.

Het Evangelie van de zondag van Allerheiligen bevestigt deze waarheid:
De Heer zei:

Een ieder dan, die Mij belijden zal voor de mensen,
hem zal ook Ik belijden voor mijn Vader, Die in de Hemelen is;
maar al wie Mij verloochenen zal voor de mensen,
die zal ook Ik verloochenen voor Mijn Vader,
Die in de hemelen is.
Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig;
en wie zijn kruis niet opneemt en achter Mij gaat, is Mij niet waardig.

Daarop antwoordde Petrus en zeide tot Hem:
Zie, wij hebben alles prijsgegeven en zijn U gevolgd; wat zal dan ons deel zijn?
Jezus zei tot hen:
“Voorwaar, Ik zeg u, gij, die Mij gevolgd zijt, zult in de wedergeboorte,
wanneer de Zoon des mensen op de troon zijner heerlijkheid zal zitten,
ook op twaalf tronen zitten om de twaalf stammen van Israël te richten.
En eenieder, die huis [gemeenschap] of broeders of zusters of vader of moeder
of kinderen of akkers heeft prijsgegeven om Mijn Naam,
zal vele malen meer terugontvangen en het eeuwige leven erven.
Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en vele
laatsten de eersten”.
Matth. 10: 32-33,37-38; 19: 27-30

Op deze Zondag manifesteren zich derhalve het werk en de vruchten van het Goddelijke
– welke door de Heilige Geest wordt geopenbaard,
maar stelt ons tevens in de gelegenheid een Lofzang [een Doxology] aan God op te dragen
voor Zijn grote gaven [Genade] die Hij ons doet toekomen.
Maar het gaat hier dan ook om onze dagelijkse spirituele reflectie en
de wijze waarop we hier vorm aan geven,
aangezien de aanwezigheid van de Heiligen die ons bijstaan
ons op de dag des Oordeels zonder meer zal ontbreken,
wanneer we niet zelf voor onze eigen redding zorg dragen.

Het is dus heel begrijpelijk waarom deze zondag van Allerheiligen
de cyclus van de Paastijd en opgang naar Pinksteren voltooit,
met als referentie het Heilig Pascha – de heilige Opstanding van onze Heer Jezus Christus,
welke het lichtbaken is die zaligheid bewerkstelligt
aan degenen die Hem volgen en Hem liefhebben.

Apolytikion       tn.4
Over de gehele wereld is Uw Kerk getooid
met het bloed van Uw Martelaren, als met byssos en purpur.
En door hen roept zij tot U, Christus God:
Zend Uw Barmhartigheid neer over Uw Volk,
schenk vrede aan Uw wereld,
en aan onze zielen de grote Genade
“.

Kondakion         tn.8
Als eerstelingenoffer der natuur,
offert de wereld U, de Heer en Schepper van het Heelal,
de God-dragende Martelaren.
Door hun gebeden bewaar in diepe vrede Uw Kerk, Uw woning bij de mensen,
en bescherm haar door de Moeder Gods, Barmhartige
“.

Laat ons zingen voor de Vrienden van God,
want eenieder kan tot hen naderen.
Door de gebeden van Uw vlekkeloze Moeder, Christus onze God,
en van al Uw Heiligen van alle eeuwen,
heb medelijden met ons en red ons,
want gij alleen zijt goed den
hebt de mensen lief.

Allerheiligen
Wonderbaar is God in Zijn Heiligen
Psalm 67: 35

Laat ons bezingen de bovenmenselijke strijd van onze Martelaren,
hoe Zij in de zwakheid van hun vlees het kwaad van de eigen kracht te schande maakten,
zonder rekening te houden met zware pijn en wonden
terwijl ze lichamelijk vuur, zwaard en allerlei verschillende dodelijke martelingen ondergingen, geduldig weerstand boden terwijl in hun vlees werd gesneden, hun gewrichten uit de kom werden gedraaid en hun beenderen werden verbrijzeld,
bleven zij standvastig in hun belijdenis van het geloof in Christus
en Zijn, volle, onaantastbare en onwankelbaar integriteit.
Als gevolg hiervan werd hen de onbetwistbare wijsheid van de Geest geschonken en
de kracht om wonderen te verrichten.
Laten we het geduld van deze heilige mannen en vrouwen proberen te evenaren,
hoe zij gewillig ​​lange perioden van vasten, waken en diverse andere fysieke ontberingen hebben doorstaan alsof ze niet in het lichaam waren, tot het einde toe tegen kwade hartstochten en allerlei zonden hebben gevochten, in de onoverwinnelijke innerlijke strijd tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten [Eph.6: 12].
Ze ontkenden hun uiterlijke eigenheid en maakte ze nutteloos,
maar hun innerlijke mens werd vernieuwd en vergoddelijkt
door Hem van wie zij tevens de gaven [Genade] van genezing en krachten ontvingen.

Wanneer we bij dit soort zaken stilstaan en inzien dat ze de menselijke natuur vèe overtreffen,
kijken we vol verwondering op naar God en verheerlijken Hem Die hen zulke Genade en kracht gaf. Want zelfs al waren hun bedoelingen goed en nobel, zonder Gods kracht
waren zij onmogelijk in staat buiten de grenzen van hun aard  te gaan en
de lichaamloze vijand te bestrijden terwijl nog in hun lichaam verbleven.

Dit is de reden waarom, wanneer de psalmist en profeet verklaarde:
Wonderbaar is God in Zijn Heiligen“, David ging nog verder
door te zeggen: “Hij geeft Macht en Sterkte aan Zijn volk” [Psalm 67: 35].
Overweeg zorgvuldig de kracht van deze profetische woorden.
Overwegende dat God, volgens de psalmist, geheel Zijn volk kracht en macht geeft
– want Hij toont geen partijdigheid [vgl. Hand.10: 34]
– Hij wordt verheerlijkt alleen in Zijn heiligen
– De zon laat zijn stralen over allen overvloedig neerdalen ongeacht het aanzien van de persoon,
ze zijn echter alleen zichtbaar voor mensen met geopende ogen.
Alleen zij die scherpzinnige en zuivere ogen bezitten profiteren van het pure licht van de zon,
niet diegenen wiens denkbeelden door ziekte worden gedimd,
waarbij mist of iets dergelijks hun ogen heeft aangetast.
Op dezelfde manier schenkt God Zijn hulp rijkelijk aan allen,
want Hij is de altijd overvloeiende,
verhelderende en leven-schenkende bron van Genade en Goedheid.
Maar niet iedereen profiteert van Zijn Genade en Kracht om
perfect de deugd te beoefenen en/of wonderen voort te brengen,
alleen degenen die een goede intentie hebben,
die hun liefde en geloof jegens God tonen door goede werken [cf. Jac.2: 20-26],
die zich volledig afkeren van alle ongerechtigheden,
vasthouden aan Gods geboden en
de ogen van hun verstand/begrip opheffen naar Christus,
de Zon der gerechtigheid [Maleachi 4: 2].
Hij heeft niet alleen onzichtbaar een helpende hand van boven uitgestoken naar degenen die strijden, maar
we horen Hem ook Die tot ons spreekt en
ons aanspoort in het Evangelie van vandaag.
Een ieder dan, die Mij zal belijden voor de mensen“,
zo zegt Hij,
die zal ook Ik belijden voor Mijn Vader,
Die in de Hemelen is
“.
Matth.10: 32
Houdt daarbij in ogenschouw dat we niet ijskoud en onbevreesd ons geloof in Christus kunnen verkondigen en
Hem zonder Zijn hulp, ondersteuning en kracht kunnen belijden.
Ook zullen wij ons in de komende eeuw namens onze Heer Jezus Christus dienen uit te spreken daarbij ons als Zijn verwanten bij de hemelse Vader aan te bevelen, wanneer Hij ons een reden geeft om dat te doen.
Om dit duidelijk te maken, zegt Hij niet:
Een ieder dan, die voor de mensen over Mij spreekt“,
maar “wie Mij in Mijn Naam bekend maakt” [Matth.10: 32], dat wil zeggen,
Hij, die Ik in staat stel, dus in Christus en met Zijn hulp,
om de Christelijke levensbeschouwing met vrijmoedigheid openbaar te maken;
het dient dus altijd en eeuwig te gebeuren vanuit Zijn Apostolische Kerk,
óók in onze tijd.