4e week na Pinksteren – Onbaatzuchtige – ‘menslievende’ gedragingen in de Pedagogie van onze Heer en Verlosser, Jezus Christus.

John the baptist, in prison‘, by ensley, miniature

    Johannes nu hoorde in de gevangenis de werken van de Christus en liet Hem door zijn discipelen de vraag overbrengen:
       Zijt Gij het, die komen zou, of hebben wij een ander te verwachten?

En Jezus antwoordde en zei tot hen:
‘ Gaat heen en boodschapt Johannes wat gij hoort en ziet: blinden worden ziende en lammen wandelen, melaatsen worden gereinigd en doven horen en doden worden opgewekt en armen ontvangen
[de Blije Boodschap] het Evangelie.
En zalig is wie aan Mij geen aanstoot neemt.
       Terwijl dezen heengingen, begon Jezus tot de scharen te zeggen van Johannes:
  Wat zijt gij in de woestijn gaan aanschouwen? Een riet, door de wind bewogen?
Maar wat zijt gij gaan zien? Een mens in weelderige kleding? Zie, die weelderige kleding dragen, zijn aan de hoven der koningen.
Maar waarom zijt gij dan gegaan? Om een profeet te zien?
      
Ja, Ik zeg u, zelfs meer dan een profeet.
Deze is het, van wie geschreven staat: Zie, Ik zend Mijn bode voor uw aangezicht uit, die uw weg voor U heen bereiden zal.
       Voorwaar, Ik zeg u, onder hen, die uit vrouwen geboren zijn, is er niemand opgestaan, groter dan Johannes de Doper, maar de kleinste in het Koninkrijk der hemelen is groter dan hij.
       Sinds de dagen van Johannes de Doper tot nu toe breekt het Koninkrijk der hemelen zich baan met geweld en geweldenaars grijpen ernaar.
Want al de profeten en de wet hebben geprofeteerd tot Johannes toe; en indien gij het wilt aanvaarden: Hij is Elia, die komen zou.
      Wie oren heeft, die hore!Matth.11: 2-15.

John the Baptist, entering the wilderness

    Hij ontfermt Zich dus over wie Hij wil en Hij verhardt wie Hij wil.
Gij zult nu tot mij zeggen: Wat heeft Hij dan nog aan te merken? Want wie wederstaat zijn wil?
       Maar gij, o mens! wie zijt gij, dat gij God zoudt tegenspreken?
Zal het geboetseerde soms tot zijn Boetseerder zeggen: Waarom hebt gij mij zo gemaakt?
Of heeft de pottenbakker niet de vrije beschikking over het leem om uit dezelfde klomp het ene voorwerp te vervaardigen tot eervol, het andere tot alledaags gebruik?
       En als God nu, Zijn Toorn willende tonen en Zijn Kracht bekend maken, de voorwerpen van de toorn, die ten verderf toebereid waren, met veel lankmoedigheid verdragen heeft – juist om de rijkdom zijner heerlijkheid bekend te maken over de voorwerpen van ontferming, die Hij tot Heerlijkheid heeft voorbereid?
       En dat zijn wij, die Hij geroepen heeft, niet alleen uit de Joden, maar ook uit de heidenen,  gelijk Hij ook bij Hosea zegt: ‘   Ik zal niet-mijn-volk noemen: Mijn-volk, en de niet-geliefde: Geliefde’. En het zal geschieden ter plaatse, waar tot hen gezegd was: gij zijt mijn volk niet, daar zullen zij genoemd worden:
kinderen van de levende God’.
       En Isaiah roept over Israël uit: Al was het getal van de kinderen van Israël als het zand der zee, het overschot zal behouden worden; want
wat Hij gesproken heeft, zal de Heer doen op 
de aarde, volledig en snel.
      En gelijk Isaiah tevoren gezegd had: Indien de Heer Sabaoth ons geen zaad overgelaten had, als Sodom zouden wij geworden zijn en aan Gomorra zouden wij gelijk gemaakt zijn.
      Wat zullen wij dan zeggen?
Dit: ‘ heidenen, die geen gerechtigheid najaagden, hebben gerechtigheid verkregen, namelijk gerechtigheid, die uit Geloof is; doch Israël [de Kerk], hoewel het een Wet ter gerechtigheid 
najaagde, is aan de wet niet toegekomen.
Waarom niet? Omdat het hierbij niet uitging van Geloof, maar van vermeende werken.
Zij hebben zich gestoten aan de steen des aanstoots, gelijk geschreven staat:
‘              Zie, Ik leg in Sion een steen des aanstoots en een rots der ergernis, en wie op Hem zijn Geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen

Rom.9: 18-33.

    En God, Die de harten kent, heeft getuigd door
hun de Heilige Geest te geven evenals ook aan ons, zonder
enig onderscheid te maken tussen ons en hen, door het Geloof hun hart reinigende.
Nu dan, wat stelt gij God op de proef door een juk op de hals der discipelen te leggen, dat noch onze vaderen, noch wij hebben kunnen dragen?
Maar door de Genade van de Heer Jezus geloven wij behouden te worden op dezelfde wijze als zij.
       En de gehele vergadering werd stil en zij hoorden Barnabas en Paulus verhalen wat al tekenen en wonderen God door hen onder de heidenen gedaan had.
En nadat dezen uitgesproken waren, nam Jaäcobus het Woord en zei:
       Mannen broeders, hoort naar mij! Simeon heeft uiteengezet, hoe God van meet aan erop bedacht geweest is
één Volk voor Zijn naam uit de heidenen te vergaderen.
       En hiermede stemmen overeen de woorden der profeten, gelijk geschreven staat:            ‘ Daarna zal Ik weerkeren en de vervallen hut van David weer opbouwen, en wat daarvan is ingestort, zal Ik weer opbouwen, en Ik zal haar weer oprichten, opdat het overige deel der mensen de Heer zal zoeken, en alle heidenen, over welke Mijn Naam is uitgeroepen, spreekt de Heer, Die deze dingen doet, welke van eeuwigheid bekend zijn.
       Daarom ben ik van oordeel, dat men hen, die zich uit de heidenen tot God bekeren, niet verder moet lastig vallen, maar hun aanschrijven, dat zij zich hebben te onthouden van wat door de afgoden bezoedeld is, van hoererij, van het verstikte en van bloed. Immers Mozes heeft van oudsher in iedere stad, die hem prediken, daar hij elke sabbat in de synagogen wordt voorgelezen.
       Toen besloten de apostelen en de oudsten met de gehele gemeente mannen uit hun midden te kiezen en met Paulus en Barnabas [Hebr.=‘zoon van rust’] naar Antiochië te zenden:
Judas
[Hebr.= uit de stam Juda = ‘geprezen’], genaamd Barsabbas [Hebr. zoon van Sabba = ‘licht’,’zuiver’], en Silas [Hebr.= ‘de weg], mannen van aanzien onder de broeders.
       En men schreef door hun bemiddeling: De apostelen en oudsten groeten als broeders de broeders uit de heidenen in Antiochië [Hebr.=‘gedreven tegen’], Syrië [Hebr.=‘verheven’ en Cilicië [het land van Celix = Hebr.’cimbaal’].
Aangezien wij gehoord hebben, dat enigen uit ons midden u met hun woorden hebben verontrust, uw zielen in verwarring brengende, hoewel wij hun niets geboden hadden, hebben wij eenstemmig besloten mannen te kiezen om die tot u te zenden met onze geliefden, Barnabas en Paulus
[Hebr.=‘klein’], mensen, die hun leven hebben overgehad voor de Naam van onze Heer, Jezus de ChristusHand.15: 8-26.

Het Evangelie, de Blijde Boodschap, de Heilige Schrift.

    Wanneer jullie naar de Stem van de Heer, uw God, luisteren door
Zijn Geboden en Inzettingen te onderhouden, D
ie in dit Wetboek geschreven staan; wanneer jullie je tot de Heer, uw God, bekeert met geheel uw hart en met geheel uw ziel.
       Want dit gebod, dat ik u heden opleg, is niet te moeilijk voor jullie en het is niet ver wegHet is niet in de hemel, zodat gij zoudt moeten zeggen:
‘ Wie zal opstijgen ten hemel, het voor ons halen, en het ons doen horen opdat wij het volbrengen? En het is niet aan de overkant der zee, zodat jullie zouden moeten zeggen:
Wie zal oversteken naar de overkant der zee, het voor ons halen, en het ons doen horen opdat wij het volbrengen?
       Maar dit Woord is zeer dicht bij jullie, in jullie mond en in jullie hart, om het te volbrengen.
Zie, ik houd u heden het leven en het goede voor, maar ook de dood en het kwaad:
Doordat ik u heden gebied de Here, uw God, lief te hebben door in zijn wegen te wandelen en zijn geboden, inzettingen en verordeningen te onderhouden, opdat gij leeft en talrijk wordt en de Heer, uw God, u zegene in het land, dat jullie in bezit gaan nemen.
Maar indien uw hart zich afwendt en gij niet luistert doch u laat verleiden en u voor andere goden neerbuigt en hen dient, dan verkondig ik u heden, dat gij zeker te gronde zult gaan; niet lang zult gij leven in het land, dat gij na het overtrekken van de Jordaan in bezit gaat nemen.
Ik neem heden de hemel en de aarde tegen u tot getuigen; het leven en de dood stel ik u voor, de zegen en de vloek;
kies dan het leven, opdat jullie zullen leven, jullie en jullie nageslacht,
⁌  d
oor de Heer, uw God, lief te hebben, naar Zijn stem te luisteren en Hem aan te hangen, want
⁌  dat 
is uw leven en waarborg voor een langdurig wonen in het land, waarvan de Heer uw vaderen, Abraham, Isaäc en Jaäcob, gezworen heeft, dat Hij het hun geven zou“ Deut.30: 10-20.

Waaruit ontstaat de behoefte om iemand anders
– ‘hulp aan te bieden’-?
Wanneer we als mens zijnde leed waarnemen, wekt dit
een emotionele reactie bij ons op, oftewel empathie.
Het kan bij deze empathie blijven of de reactie kan
uitgroeien tot de behoefte om deze medemens te helpen,
hem/haar bij te gaan staan.
In zulke gevallen is er sprake van altruïsme, ofwel
onbaatzuchtig gedrag.
Tussen het opkomen van de gedachte en het uitspreken van
de gedachte verstrijkt nogal eens wat tijd waardoor je
je er op een gegeven moment niet langer bewust van bent
wie’ je, ‘wat’ je en ‘waarmee’ je iemand hebt willen bijstaan.

Er zijn twee verschillende vormen van altruïstisch gedrag die in de praktijk met elkaar worden verward.
Dit gebeurt bij het ten onrechte benoemen van ‘positief’ altruïsme tegenover het ‘negatieve’ egoïsme.
Wetenschappers hebben ondervonden dat het een
niet bestaat zonder het ander.
De beste uitkomst is wanneer ‘het totale welbevinden
wederzijds het hoogst is’, dit wordt ook wel het welzijn’s-model genoemd.
Het egoïsme speelt hierbij een duidelijke rol, namelijk dat de gene, die zijn belang zoekt [de egoïst] en de altruïst tevreden zijn bij een beslissing waarbij
de altruïst  betaalt en de egoïst ontvangt. Kortom: beide partijen zijn gelukkig met de beslissing.

    Ja, Vader [, Die in de hemelen zijt], want zo is het een welbehagen geweest voor U. Alle dingen zijn Mij overgegeven door Mijn Vader en niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon en wie de Zoon het wil openbaren.
      Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven;
neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; 
want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht” Matth.11: 26-30

Wat is de definitie van het -‘in God’s Naam’- verlenen van hulp?
Enige kenmerken:
✥ iemand in Christus aanmoedigen, stimuleren/aansporen op de geestelijke weg;
✥ u in Christus Naam, als God’s bescherming of ondersteuning aanbieden;
✥ u iemand in Christus Naam, als God’s hulp aanbieden;
✥ u bereid bent om daadwerkelijk in Christus Naam, in God’s Naam
naar iemand te luisteren, zodat hij/zij zich gehoord voelt.
           Met name in moeilijke tijden van de ontvanger bij ziekte of tegenslag
is een behoefte aan ondersteuning wellicht groter dan in ‘normale’ tijden.
De Gelovige mag dàn graag uw ervaringen delen met anderen;
– feed back of respons is dàn minder van betekenis, speelt dàn haast geen rol.
           Daar tegenover staat dat gebrek aan het geven van ondersteuning
gevoelens ontstaan van:
⁌  eenzaamheid, ik sta er helemaal alleen voor,
⁌  het rust allemaal op mijn eigen schouders,
⁌  ik kan het niet met anderen delen.
           Steun geeft immers verbondenheid aan en
je kunt er jezelf krachtiger of zelfverzekerder door voelen.

           Er is een verschil in het proces tot behoud van zelfstandigheid in steunen of leunen. Zoekt je hulp? Wat voor ondersteuning zoek je dan?
Wil je gewoon je verhaal even kwijt? Zoek je emotionele steun?
Òf wil je gewoon eventjes gedachten uitwisselen;
Òf is de vraag een klankbord, feedback?
⤽          Wil je soms een periode leunen op de ander?
Dan gebruik je de ander als aanleun-woning maar neem je zelf geen enkele verantwoordelijkheid meer voor het vraagstuk waar je mee bezig bent.
⤽         De valkuil hierbij is dat je ontzettend afhankelijk wordt van de steun van de ander. Zodra jouw behoefte aan steun doorslaat en jij afhankelijk wordt van steun van andere mensen gaat het ten koste van jezelf.
Min of meer dreigt hier een afhankelijkheidsrelatie te ontstaan.
Zodra de ander je maar steunt, voel je jezelf goed en blijf je jezelf goed voelen.
Jouw gevoel of gemoedstoestand wordt dan afhankelijk van wat anderen doen of nalaten.
Leerdoelen die hieruit voortkomen zijn o.a.;
⤽           dat er een feitelijke balans dient te zijn tussen zelfstandigheid enerzijds en de behoefte aan hulpverlening anderzijds.
⤽          Sommige mensen hebben ogenschijnlijk nooit behoefte aan hulp maar
wat er vaak speelt is dat ze geen hulp willen of durven vragen.
Men tracht zich op deze wijze sterk en groot houden en laten zien dat ze het zelf wel kunnen.
⤽          Het gevaar hiervan is vastlopen door -‘de lat’- te hoog te leggen,
teveel hooi op de eigen vork te nemen en hulpvragen die er wel zijn te ontlopen, te verdoezelen.
⤽          Nog een andere invalshoek:
je vraagt niet om hulp maar je wordt gevraagd om de ander te ondersteunen?
Belangrijk is goed te luisteren naar wàt de ander je wel niet vraagt.
           Wàt is zijn/haar werkelijke behoefte?
           Zoekt de ander steun of steunzolen?
Zoekt de andere emotionele ondersteuning of
wil hij/zij jou als aanleunwoning gebruiken?
⤽           In dit laatste geval wordt je geclaimd en ergens mee opgezadeld;
wellicht zit je daar helemaal niet op te wachten [zeg dat dan ook, schep duidelijkheid en laat een claim tot afhankelijkheid niet maar voortduren door evaluaties in te bouwen].

zebrapad, tweerichtingsverkeer

Wanneer je ervan uitgaat dat ‘eigenbelang’ de belangrijkste drijfveer
is van de mens is helpen dan nog wel opportuun?
Je daad wordt er namelijk niet minder goed om
indien er een motief tot wederzijds totaal welbevinden achter zit.
           Bovendien wordt de hulpverlener er mogelijk gelukkig van om te helpen,
ook wel de “verhevenheid van de helper” genoemd.
Het kan worden omschreven als een euforisch gevoel dat wordt opgevolgd door een periode met minder stress en meer energie.
           Er wordt vaak aan grote projecten gedacht wanneer men denkt aan ‘goed’ doen. 
Toch blijkt het regelmatig  te zijn dat hier vaak maar heel weinig van terecht komt.
Onderzoeken wijzen uit dat dit voor een ‘altruïstische dromer’, een luchtkastelen-bouwer weinig of geen verschil uitmaakt, die raast maar door.
Het morele gevoel wordt namelijk reeds bevredigd door alleen maar ‘te praten’ over het aanbieden van hulp en te blijven aanbieden, tot verstikkens toe.
Op het aanbieden volgt immers tevens de realisatie van het beloofde en dàt wordt veelal aan het lot of aan anderen overgelaten; [door middel van renteloze leningen (van buitenstaanders) òf het afschuiven van verantwoordelijkheden].
Hierdoor wordt het daadwerkelijk uitvoeren van de hulp als het ware minder “noodzakelijk”, die ander knapt het wel op, of je schuift de pijn van de gevolgen van de hulp naar de toekomst door [‘wie dan leeft, die dàn zorgt’].
Bovendien blijkt een altruïstisch initiatief vaak aanvankelijk gebaseerd te zijn op een impuls; het vergt namelijk ontzettend veel voorbereiding om een project daadwerkelijk ook uit te voeren, zeker wanneer je dit ‘zelf’ dient te realiseren.

– In de jaren tachtig is er veelvuldig onderzoek gedaan naar de reden dat mensen vrijwilligerswerk deden. Hieruit is gebleken dat dit werd gedaan om de kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. Dit kan worden gedaan om meer werkervaring op te doen en deze op het eigen uiterlijk kunnen, de CV te kunnen vermelden.

Vrijwilligerswerk – Slavernij

Recente gegevens tonen nog onvoldoende aan of het tegenwoordige vrijwilliger’s -werk om dezelfde reden wordt gedaan of dat er sprake is van egoïstische motieven, bijvoorbeeld dat de ontvanger en de gebruikmaker van het vrijwilligerswerk, stelselmatig slechts profiteert en de vrijwilliger een armzalig bestaan blijft leiden [lijden].
Zelfs in de tijd van de VOC bleken de Amsterdamse welgestelden hier wel raad mee te kunnen en werd grof aan de mensenhandel verdiend [incl. het huis van Oranje]. In onze tijdsperiode wordt namelijk wat anders als de dienstverlener van die hulp, zich ontpop

wolf & kudde by Steaffan Windstrand

t als een zelfverrijkende bank, vezekering’s-maatschappij, pharmaceutische-industrie of de een of andere soortgelijke zorg-instelling, die zich blijken massaal als cowboys blijken te ontwikkelen als wolven onder de schapen.
               Hoe breng je de spirituele essentie van het wezen van de mens boven water, die enerzijds ‘het hele lichaam doordringt‘, maar tegelijkertijd op een onbegrijpelijke wijzer verborgen is en ‘fysiek ongezien‘ blijft. Zicht hebben op en hechten aan God’s Beeld en gelijkenis is een geestelijk zien.
Deze vraag staat centraal in de theorie en praktijk van de godsdienstige beweging, en de Kerkvaders hebben een reeks technieken ontwikkeld om
mensen bij te staan dit in hun zielen te ervaren. Een dergelijke manier van bestaan spreekt iedere mens aan en treft hen tot in het hart, zo niet dan gaan mensenmassa’s daaraan ten gronde.
Naast het ‘gewone, algemeen aanvaardde‘ regime van Wet en de uitwerking van de geboden omvatten deze methoden een complementaire mengeling van contemplatie, visualisatie, ervaringen van vreugde, droefheid, innerlijk geraakt worden bij de studie van Mystieke teksten.
Zoals we in Deuteronomium lezen is deze vraag niet alleen relevant voor
de innerlijke structuur van de religieuze ervaringen van het individu, maar
tevens van belang voor de algehele verlossing van de mensheid en de geschapen wereld.
De Kerkvaders verwezen – in hun tijd – reeds naar de laatste generatie van ‘het leven in ballingschap [de woestijn en de daarop volgende verlossing] en
de eerste generatie die ‘ de Verlossing en Opstanding’ reeds hebben ontvangen en
verklaarden dat het geheel van inzettingen en verordeningen voor de dienaar God’s in de historische missie van iedere generatie niets minder is dan het inluiden van de Goddelijke realiteit, tot een nieuwe Hemel en een nieuwe aarde, waarin het iedereen gegeven mag zijn te delen in de vreugde van de weelde, hetgeen een Goddelijk Inzetting/Gebod is.

Adonai is het meervoud van Adon, wat betekent: “Heer, Meester, of eigenaar” [het woord Adon is afgeleid van een Ugaritische woord “Heer” of “Vader“].

Een belangrijk onderdeel van het utopische tijdperk is de openbaring van de waarachtige goddelijke aard van de materiële wereld en alles wat daarin bestaat.
Zoals de ziel in de kunst wordt beschreven als ‘een waarachtige Genadegave, een bijdrage van God’s-wege’ vereist het proces van het creëren ‘Verlossing‘ opdat elke persoon ernaar streeft om zijn eigen ziel en de zielen van anderen te onthullen.
Wanneer kunst van deze informatie gebruik maakt,  resoneert het in/met ons
een gevoel van essentiële zelfheid, en we ervaren de esthetische waarde als geluk; als een ‘open brief’ of een getuigenis aan ‘Adonai‘ [‘mijn Heer en mijn God‘, omdat de Naam als aanduiding van God uit respect niet werd uitgesproken].

Onderscheidingsvermogen

Mid-Pentecost [russian, 18th cnt], op twaalfjarige leeftijd spreekt onze Heer al moedig met de leraren in de Tempel
Hoe méér de menselijke ziel wordt ontsloten, hoe méér God en Zijn Goddelijke Genade in de wereld geopenbaard wordt en dan bedoel ik over de gehele wereld waarin de Jood’s-Christelijke cultuur alom aanvaard wordt.
Het is ons bekend, neem als voorbeeld die Heiligen, die zonder enige vooropleiding, “wier begrip in kennis van God beperkt is” en daarom geen liefde en vrees voor God zouden hebben dienen te ontwikkelen als gevolg van een intellectuele gerichtheid, toch blijken “buitengewoon dichtbij” God en Zijn Genadegaven te kunnen naderen.
Dit is vanwege de aard van de gelovige ziel [de nous *] die “in zichzelf” een verlangen meegekregen heeft zich te verenigen met Zijn oorsprong en
de Bron welke uit God [bij de schepping] is voortgekomen.
*    [Met Nous wordt de hoogste vorm van denken, een bijna goddelijk denken bedoeld. Het is de soort intellectuele intuïtie die aan het werk is als je definities, concepten ineens begrijpt, plots ‘geestelijk ziet‘, als bij een goddelijke ingeving].
Dienovereenkomstig is de modus operandi het opgraven van het externe ego dat
uiteindelijk een wortel/grondslag in de menselijke ziel zal onthullen, die
van nature volkomen verenigd is met God.

God kan echter alleen ‘Waarachtig‘ bekend worden door de Genade van de Heilige Geest. Dit komt omdat echte kennis van God niet intellectueel maar ‘ervaring’s-gericht werkt: op Hem gaan lijken en zoveel mogelijk met Hem verenigen. Dat is waarom de mate van ware kennis voortkomt uit de mate van Liefde: hoe volmaakter de Liefde tot God en de naaste, hoe perfecter uw kennis zal zijn.

De ervaring van het Geloof toont het ‘niet als ongewoon ervaren’ voorkomen als
een bewijs aan dat deze aangeboren, ingelegde liefde inderdaad aangeboren is:
Zelfs de … god-belijders van een ver afgelegen en onderontwikkelde bevolkingsgroep offeren in de meeste gevallen hun leven voor de heiligheid van God’s Naam en ondergaan een lijden in hardvochtige martelingen in plaats van de enige God te verloochenen, hoewel ze moedig en ongeletterd zijn en nog onwetend zijn wat betreft God’s Heiligheid, Sterkte en On-sterfelijkheid.
Want welke kleine kennis de mens ook mag bezitten, zij put absoluut ‘niet’ uit kennis en wetenschap, en dus geven ze hun leven niet op vanwege enige kennis of contemplatie ten opzichte van God.
Eerder belijden zij God in [het martelaarschap] zonder enige kennis en reflectie, maar alsof het absoluut onmogelijk zou zijn om de ‘enige‘ God af te zweren; en
zonder enige reden of aarzeling van wat dan ook.
Fanatieke ontkenners van het Geloof en zondaars offeren hun leven niet op vanwege hun intellectuele begrip van God’s Grootheid en de emotionele vorming, welke is afgeleid van dergelijke basale vaardigheden, processen of waarnemingen.
Integendeel, er is iets ‘in-gebed’, het principe -‘gepaard gaand met de dood’- in de ‘toch gelovige psyche’, aangeduid als de gelovige kern, die altijd definitief met God verbonden is.
De irrationele keuze van een zichzelf verklarende atheïst is een openbaring van de diepste schuilhoeken van de gelovige ziel, om zijn leven in het belang van God belangeloos op te geven.

De openbaring van de ziel beschrijft als het ware het resultaat van een extreme mate van externe druk. Het is wanneer een niet-gelovige vijand met een zwaard naar de keel van de gelovige wijst, zodat de verborgen kern van de gelovige daarmee wordt onthuld; de oer-kreet is ‘help’ of hoe de schreeuw om hulp ook geformuleerd wordt.
Wat en van Wie komt de verwachtte hulp in de dood’s-strijd? –
♨︎ van ‘De Ene‘, Die de Heilige, de Sterkere en On-sterfelijke is’, dus van ‘God’.
Los van een dergelijke externe druk, is het voor een mens mogelijk zijn gehele leven toch als gelovige te leven met zijn innerlijke goddelijke kern, die verborgen blijft onder de lagen van zijn/haar kleine en zelfzuchtige ego.
Ons goddelijk kindschap bestaat er niet alleen in dat wij met God omgaan zoals
een zoon met zijn vader. Dat zou immers mysterieus, ontzagwekkend en onwaarschijnlijk groot dienen te zijn.
Het betekent dat de heilige Geest ons werkelijk verenigt met God, Die ons gelovigen via de Zoon is geopenbaard en dat wij door Hem, als ledematen van Zijn Lichaam, werkelijk kinderen van God de enige Vader zijn.
Nooit en te nimmer zullen we immers vèr genoeg in dìt immense Mysterie  kunnen doordringen.
En wij gelovigen zullen we God er nimmer genoeg voor kunnen bedanken dat Hij Zich, via Zijn Zoon -‘ons nietige mensen’ waardig bevonden heeft te doen delen in het goddelijk leven van de Al-Heilige  Drieëenheid, door ons te verheffen tot de conditie als kinderen van God.

H. Cyprianus, toezichthouder van Carthago [3e eeuw]

Reeds nu zijn wij kinderen van God’s kudde:
verenigd met het lichaam van Christus, de Kerk, in de eenheid van de Vader en de Zoon en de heilige Geest
” Heilige Cyprianus, ‘in aanbidding tot de Heer’ [oratione dominica].
Op die wijze dienen wij altijd naar de Kerk te kijken en intensief samen te werken aan het bevorderen en het verbeteren van de onderlinge verbondenheid met onze broeders en zusters [Raad van Kerken], die ons verenigt met alle leden van het Mystieke Lichaam van Christus.
De Oecumene is wat dat aangaat een voor iedereen aantrekkelijke attractie, die
wanneer je het opgeven van bestuurlijke functies in ogenschouw neemt, eerst bij het einde der tijden door het enige eigenlijke Hoofd van de Kerk, onze weerkerende Heer en Verlosser, gerealiseerd zal kunnen worden. We dienen alles wat op de heilige Kerk betrekking heeft te zien als iets dat ons allen, geen bloedgroep uitgezonderd, ontzettend aangaat.
Laten wij de christelijke oproep tot een vertrouwelijke omgang met God
– dat wil zeggen tot de heiligheid, tot heelheid – meer en meer serieus nemen; niet als iets ‘algemeens‘ maar concreet’,
met alles erop en eraan bij de gemeenschap waar we ons ‘thuis’-zijn ervaren:
als de Wil van God voor ieder van ons, die bij onze naam geroepen zijn.
    Want jullie weten, welke voorschriften wij jullie gegeven hebben door de Heer Jezus Christus. 
Want dit Wil God: jullie heiliging, dat jullie je zult onthouden van de ontucht [je bindt aan een ander (de wereld) dan aan God], dat ieder van jullie in heiliging en eerbaarheid zijn vat [toegevoegde waarde als mens] zal weten te verwerven, niet in hartstochtelijke begeerlijkheid, zoals ook de heidenen, die van God niet weten, en dat men zijn broeder niet slecht zal behandelen of bedriegen in deze zaak, want de Heer is een wreker van dit alles, zoals wij u ook vroeger gezegd en nadrukkelijk betuigd hebben.
Want God heeft ons niet geroepen tot onreinheid, maar in heiliging. Daarom, wie dit verwerpt, verwerpt niet een mens, maar God, Die u immers ook Zijn Heilige Geest geeft“ 1Thess.4: 2-8.
De Heer stelt ons de heiligheid niet alleen voor als een doel waarnaar wij moeten streven, maar veeleer als een doel dat God Zichzelf heeft gesteld om als Vader tot bij ons te komen.
Wij dienen daarom niet ontmoedigd te geraken door onze zwakheid, want wij kunnen altijd rekenen op ‘de Sterkte van God’ wanneer wij vaak naar de bronnen van de Genade gaan: ‘de vereniging in het Mysterie van de Goddelijke Liturgie, het belijden van onze ongerechtigheden in het Mysterie van het door onze tranen herdoopt worden ‘de biecht’, en ons niet aflatend [Jezus-]gebed.
Met gebruik te maken van deze aan God ontleende “Sterkte” zijn wij in staat het werk en de rust, het gezinsleven en de onderlinge sociale betrekkingen,
onze gezondheid en ziekte, te heiligen.
Dat wil zeggen, wij kunnen onze beperkingen en ellende overwinnen en
vooruitgang vinden op de Christelijke weg, Die door de werking van de heilige Geest, leidt naar de uiteindelijke vereniging met Jezus Christus:
    Die Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen van God zijn.
Zijn wij nu kinderen, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God, en mede-erfgenamen van Christus; immers, indien wij delen in Zijn Lijden en sterven, is dat om ook te delen in zijn ver-Heer-lijking. Want ik [apostel Paulus] ben er zeker van, dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de Heerlijkheid, Die over ons geopenbaard zal worden.
Want met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden van de zonen van God.  Want de schepping is aan de vruchteloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar om [de Wil van] Hem, Die haar daaraan onderworpen heeft, in de Hoop echter, omdat ook de schepping zelf van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid bevrijd zal worden tot de Vrijheid van de Heer-lijkheid van de kinderen van GodRom 8: 16-21.

Het verkrijgen van onderscheidingsvermogen
Om onderscheidingsvermogen te verkrijgen dienen wij dag in, dag uit te bidden:
        Heer, schenk gehoor aan mijn woorden; geef acht op mijn geroep.
– Luister naar de stem van mijn smeken, mijn Koning en mijn God.
– Tot U, Heer, richt ik mijn bede; in de ochtend hoort Gij mijn stem.
– In de vroege morgen sta ik [reeds] voor U, en Gij ziet op mijn neer.
– Gij zijt geen God die onrecht wilt; geen boosdoener kan bij U wonen.
Wetsovertreders houden geen stand voor Uw ogen, Gij haat allen die onrecht bedrijven.
– Gij vernietigt allen die leugen spreken; de Heer verafschuwt mannen van bloed en bedrog.
Maar door de overvloed van Uw barmhartigheid, mag ik binnentreden in Uw huis.
– Ik zal neervallen voor Uw heilige Tempel, in vreze voor U.
Heer, leid mij in Uw rechtvaardigheid wegens mijn vijanden; maak mijn weg recht voor Uw aanschijn.
Want in hun mond is geen waarheid: hun hart is lichtzinnig.
Een open graf is hun keel. zij plegen bedrog met hun tong.
Oordeel hen, God, doe hen vallen in hun plannen.
Verstoot hen om hun talrijke misdaden, want zij hebben U getergd, o Heer.
Maar schenk vreugde aan allen die op U hopen: zij zullen juichen in eeuwigheid, want Gij woont onder hen.
Op U roemen allen die Uw naam liefhebben, want Gij zegent de gerechten.
Heer, met een schild van welbehagen hebt Gij ons omringd
Psalm 5. vert. ROK. ’s-Gravenhage.

Ouderling Joseph the Hesychast [1898-1959, I.M. Philotheou, van de berg Athos [Gr.], raadt dit eenieder van ons mensen aan:
1.]. ’De Ene te blijven zoeken. . .
Die is in staat om de wateren van de wateren te scheiden . . . en 
Die ons mensen bijbrengt, hoe je waanideeën kunt vermijden “ uit: ‘Monastic Wisdom’, blz. 188.
2.]. Vervolgens is het noodzakelijk dat we ons verwijderen [bekeren] van alle ongerechtigheid, slechte werken en het spreken van leugens, zodat de corrupte dingen in ons, die afstammen “van een bittere wortel” in zoete voeding voor de ziel worden getransformeerd”
conf. Heilige Nikitas Stithatos, Philokalia, deel 4, blz. 81.
3.]. Door de Genade van God, laten we onophoudelijk bidden en aanbidden
totdat “de vrees voor God” volledig in ons ontwaakt is.
Ouderling Joseph vervolgt:
Een mens, die . . . vervuld is van goedgunstigheid, zal ten alle tijde voorzichtig zijn en nooit overmoedig worden of op zichzelf vetrouwen, maar brengt voortaan de rest van zijn leven onophoudelijk de vreze God’s voor ogen . . . .”.
4.]. Smeken we onze Heer en Zaligmaker om ons “op de weg van Zijn Gerechtigheid” te leiden en onze wegen “recht houden voor uw Aanschijn”.
In de H. Diadochos van de toezichthouder Photike [4e eeuw], leidt rechtvaardigheid “naar boven op naar de zon van de Gerechtigheid en ontsteekt het in ons binnenste . . . grenzeloze verlichting uit: Philokalia, deel 1, blz. 254.
5.]. Wij mensen dienen alle ijdele en bedrieglijke woorden, duivels en goddeloosheid te onthullen om ze “te verwerpen” [zoals bij de voorbereiding op het Mysterie van de doop ‘uit te spuwen‘].
Wanneer onze geest gevangen wordt gehouden door . . . de duisternis van de vijand,  . . . laat dan alles achterwege . . . stop onmiddellijk met gedachtenspinsels te ontwikkelen of een betoog te houden, want we kennen immers de Waarheid niet zolang onze geest niet gezuiverd is” uit: kleine Russische Philokalia, deel 4, p.125.
6.]. Smeek de Heer onophoudelijk: ‘Kom en verblijf in ons en reinig ons van alle smet en red onz zielen o, Al-Goede’, teneinde in ons te wonen, opdat
we ons in de Hoop op Hem mogen zijn en “ons ooit in Zijn Koninkrijk zullen verblijden”. 
De Heer trekt ons weg van kwaad, jaloezie, bedrog en “een werveling van verlangen” Wijsheid 4: 11-12, opdat we in ons door de Heilige Geest onderscheidingsvermogen, d.w.z. ‘goddelijk inzicht’ mogen verkrijgen.
Zoals de psalmist zegt:
veel vrede hebben zij die God’s geboden liefhebben, en
voor hen is er geen struikelblok
Psalm 118 [119]: 165.
7.]. Tenslotte, stel je hart open en stem toe aan heerlijkheid in de Heer.
Wees blij dat je de Liefde van Zijn Naam in je hebt, want
Hij belooft dat Hij “de rechtvaardigen zal zegenenPsalm 5: 12 en
“met Zijn welbehagen schild en kroon ‘Zijn’ mensen zal omringen” Psalm 5: 13.

Bij het toepassen van deze stappen dienen we altijd het advies van Abba Serapion de Sindonite op te volgen teneinde “te leren dat we zullen worden toegestaan de gave van echte discriminatie wanneer we vertrouwen, niet langer in de oordelen van onze eigen geest, maar in de lering en heerschappij van onze vaders. De duivel brengt immers de mens [en zeker de ascetische worstelaar] op een effectievere manier naar de rand van vernietiging door hem stelselmatig te trachten te overtuigen om de vermaningen van de vaderen te negeren en zijn eigen oordeel en verlangens na te volgen, dan door bij zichzelf een andere fout zal erkennenPhilokalia, deel 1, blz. 104.

Hier volgen dan nog vijf signalen ter waarschuwing van de Heilige Paisius Velichkovsky van Moldavië & Mount Athos [1794], die ons eveneens steun kunnen bieden bij het onderscheidingsvermogen:
dat wanneer we worden aangevallen door de boze, maar het beste haast kunnen maken ons voor bijstand naar onze biechtvader te rennen.
Onze gedachten zijn immers:
1.]. Voorzeker belemmerd of op z’n minst afgeweken van de goede weg;
2.]. zijn niet langer kalm en rustig, maar zijn door de aanval van de boze zowel in hart als geest met verstoord;
3.]. Dit veroorzaakt diep in ons hart sterven’s smart en pijn;
4.]. Dit verblindt ons, we verliezen al de ingevingen van vrees voor de Heer;
5.]. we zijn niet meer in staat vrijuit onze goddelijke werken te verrichten,
maar ondervinden alleen nog maar last van duisternis en verwarring.

Verlicht onze harten,
O Meester met het zuivere Licht van Uw Goddelijke Kennis en
open onze noetische ogen voor het begrip van uw Pedagogie van het Evangelie.
Want Gij zijt onze verlichting, o Christus onze God, en
aan U brengen wij eer aan Uw Vader en Uw Heilige Geest
”.
Gebed door de priester vóórafgaand aan het lezen van het Evangelie.

3e Zondag ná Pinksteren – De ‘Mystieke’ ervaring van het genezen.

Christus, alleen Heerser, & de Apostelen; Christ Pantokrator & the Apostles; Xristos Pantokrator & Apostoloi

    De lamp van het lichaam is het oog.
Indien dan uw oog zuiver is, zal geheel uw lichaam verlicht zijn; maar indien uw oog slecht is, zal geheel uw lichaam duister zijn.
Indien nu wat licht in u is, duisternis is, hoe groot is dan de duisternis!
       Niemand kan twee heren dienen, want hij zal of de ene haten en de andere liefhebben, of zich aan de ene hechten en de andere minachten; gij kunt niet God dienen en Mammon.
       Daarom zeg Ik u:
Weest niet bezorgd over uw leven, wat gij zult eten of drinken, of over uw lichaam, waarmee gij het zult kleden.
       Is het leven niet meer dan het voedsel en het lichaam meer dan de kleding?
Ziet naar de vogelen des hemels: zij zaaien niet en maaien niet en brengen niet bijeen in schuren, en toch voedt uw hemelse Vader die; gaat gij ze niet verre te boven?
       Wie van u kan door bezorgd te zijn een el aan zijn lengte toevoegen?
En wat zijt gij bezorgd over kleding? Let op de leliën van het veld, hoe zij groeien:
       zij arbeiden niet en spinnen niet; en Ik zeg u, dat zelfs Salomo in al zijn heerlijkheid niet bekleed was als een van deze.
            Indien nu God het gras het veld, dat er heden is en morgen in de oven geworpen wordt, zo bekleedt, zal Hij u niet veel meer kleden, kleingelovigen?
            Maakt u dan niet bezorgd, zeggende:
Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmee zullen wij ons kleden?
Want naar al deze dingen gaat het zoeken van de heidenen uit.
Want uw hemelse Vader weet, dat gij dit alles behoeft.
           Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en
dit alles zal u bovendien geschonken worden
Matth.6: 22-33.

    Wij dan, gerechtvaardigd uit het Geloof, hebben vrede met God door onze Heer Jezus Christus, door Wie wij ook de toegang hebben verkregen in het Geloof tot deze genade, waarin wij staan, en roemen in de hoop op de Heerlijkheid van God.
       En niet alleen (hierin), maar wij roemen ook in de verdrukkingen, daar wij weten, dat de verdrukking volharding uitwerkt, en de volharding bedroefdheid, en de bedroefdheid hoop; en de hoop maakt niet beschaamd, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest, die ons gegeven is, zo zeker als Christus, toen wij nog zwak waren, te Zijner tijd voor goddelozen is gestorven.
       Want niet licht zal iemand voor een rechtvaardige sterven – maar misschien heeft iemand nog de moed voor een goede te sterven.
God echter bewijst zijn liefde jegens ons, doordat Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is.
       Veel meer zullen wij derhalve, thans door Zijn bloed gerechtvaardigd, door Hem behouden worden van de toorn.
       Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood zijns Zoons, zullen wij veel meer, nu wij verzoend zijn, behouden worden, doordat Hij leeft
Rom.5: 1-10.

              Niemand kan twee heren dienen, want hij zal of de ene haten en de andere liefhebben, òf zich aan de ene hechten en de andere minachten;
gij kunt niet God dienen en Mammon
Matth.6: 24; Luc.16: 13.

Zelfgenoegzaamheid is een dodelijke vijand van alle spirituele groei

              Ik meen dat het bij de engelen ‘complacency’ wordt genoemd, maar ik hoor het die toezichthouder nog steeds zeggen:
Het wordt toch wel tijd dat de kerkgangers van mijn gemeenschap mij een nieuw kleed cadeau zullen doen, m’n oude is weliswaar niet versleten, maar tòch – het wordt hoog tijd’. Het spijt me maar op zo’n moment hoor ik het aloude liedje van ‘Sinte Maarten’: “ m’n moeder mag het niet weten, m’n vader heeft geen geld, is dat niet vlot verteld”.
             Het mag wel gemakkelijk in de omgang zijn, maar het bevreemd mij:
hoe gemakkelijk sommige spelleiders en toezichthouders in hun manier van leven de dienst aan God voor die aan de Mammon verwisselen.
De lamp van het oog mag dan misschien verlicht zijn, er komt bij mij in zo’n situatie toch wel het idee van enige ‘overpowering’/‘overwhelming’ opborrelen.
Je kunt weliswaar bepaalde wensen hebben, maar toch je zet jezelf wèl degelijk te kijk.

  • Hoe gemakkelijk onroerend goed als kerkelijk bezit wordt overgedragen van en aan project-ontwikkelaars, terwijl menig armoedzaaier daar toch hemel- en aarde toe heeft dienen te bewegen om tot de financiering tot de bouw van dat god’s-huis te komen. De houding van het ene kerkgenootschap verschilt niet in wezen van de andere, met gevolg dat de uitroep: ‘Heer, de Waarheid wordt zeldzaam onder de mensen’ – mij eveneens telkenmale over de lippen komt.
    Door een dergelijke rechtvaardiging uit het Geloof, hebben velen hun Vrede en hun Hoop op verlossing van kerkelijke zijde reeds enige decennia geleden gedag gezegd.
  • Weet wèl dat de Kerk slechts een bestaansgrond bezit om zielen te redden en heiligen voort te brengen. Indien je ‘het heiligen‘ uit het menselijk leven bant, haar theologie en haar ‘ere’-dienst, houdt de Kerk òp Christus ná te volgen.
    Je zou het kunnen noemen wat je wilt, maar het zou ‘niet langer‘ de Kerk zijn.
    Christus Zelf heeft aangegeven dat de ‘rechtgelovige‘ Kerk, Die van ‘het ware Geloof‘ in Christus, Zijn Kerk is, waarvan ‘Hij’ het hoofd is.
    Deze Kerk bevat de schat van de Genade van de Heilige Geest, Die de Kerk naar
    de gehele Waarheid‘ leidt.
    De Kerk doet dit, in overeenstemming met Zijn onweerlegbare belofte,
    door het verlenen van Genadegaven,
    door Zijn heiligen in deze Kerk te manifesteren en te verheerlijken
    door middel van een groot aantal tekenen en Mysteriën [RK = Sacramenten].
  • Het is een gevolg van deze empirische waarheid dat eenieder
    • òf die zich als toezichthouder of spelleider, d.w.z. ‘geestelijke’ mag noemen
    • òf de gewone leek, de gewone gelovige, die door woord of daad,
    de heiligen kleineert, àchter blijft wat betreft het Geloof.
    En wanneer wij hierbij de Paulinische uitdrukking mogen gebruiken,
    veroordelen ze zichzelf voor God en Zijn heiligen.
    Aan de andere kant laat de empirische Waarheid in het leven van de Kerk zien dat zij die de heiligen liefhebben en hen op verschillende manieren eren,
    met name door de Kerk in eerbied te volgen, hetgeen zij uiten door navolging in
    de goddelijke aanbidding, zéér stèrk in het Geloof staan.
    Indien we strijden tegen onze persoonlijke hartstochten met de versterking van de voorspraak van de Heiligen, mogen we tevens daadwerkelijk hopen op onze redding.
    Hieruit valt af te leiden dat het navolgen of wel het beminnen van de heiligen
    een criterium vormt van een waarachtig Orthodox geestelijk leven.
                   Paulus zegt niet voor niets:
    dat hij niet alleen roemt in de hoop op de Heerlijkheid van God; hij roemt méér in de verdrukkingen, daar hij wèl ‘béter’ wist:
    dàt de verdrukking volharding uitwerkt, en
    dàt de volharding bedroefdheid, en
    dàt de bedroefdheid hoop; en
    dàt de hoop niet beschaamd maakt,
    omdat slechts de Liefde van God in ons hart
    wordt uitgestort door de Heilige Geest.
    Onze Heer een Verlosser vult Zijn navolger Paulus de apostel der heidenen aan:
    Onze Hemelse Vader weet immers”,
    dat wij, en ik bedoel zowel kerkgangers als buitenstaanders:
    aan alle mogelijke zaken behoefte hebben”, maar
    dit alles behoeft nog niet gerealiseerd [min of meer verwacht, opgeeist] te worden.
    We dienen ons echter nog te verheugen op het feit dat er ‘tégen de storm ìn‘ nog gelovigen zijn, die het vertrouwen in de Heer hebben behouden.
    Indien we een van de grootste der Profeten en Heiligen in zijn wijze van leven en dan wordt bedoeld, de Heilige ‘Johannes de Doper‘ navolgen: Laten we dan elke vorm van vermaak en hang naar luxe en verslaafd zijn aan de wereld achter ons laten en overgaan tot een leven van terughoudendheid.
    Want deze tijd van leven is voor zeker een tijd van bezinning en ommekeer, zowel voor niet-ingewijden als voor gedoopten:
    – voor niet-ingewijden, zodat zij na hun berouw deel kunnen hebben aan de heilige Mysteriën;
    – voor de gedoopten, opdat zij, die ná hun doop gestruikeld zijn in de beproeving zich reinigen en de tafel des Heren met een zuiver geweten/kleed kunnen naderen.
    Laten we dan deze aantrekkelijke en liederlijke manier van leven achter ons laten. Het is gewoon onmogelijk – om boetvaardig te leven en tegelijkertijd in luxe te leven.
    Laat de grote Doper jou persoonlijk dìt leren
    door zijn wijze van kleden,
    door zijn manier van eten,
    door zijn manier waarop hij zich huisvest;
    kortom zoals hij door het leven is gegaan [tot z’n kop er af ging].
    Wil je ècht dat we onszelf in toom houden?
    Dit zou je jezelf kunnen afvragen, heb ik dat allemaal wel nodig?
    Nee, je hebt het niet nodig, maar het wordt je wèl aanbevolen,
    in navolging in Christus.
    Maar mòcht het voor jou onmogelijk zijn, probeer dàn in ieder geval berouw te tonen, zelfs wanneer je niet in de woestijn, maar in de stad woont – in een groot paleis en een grote auto onder je . . . .
    Want het oordeel is ons nabij, Christus staat immers ook aan jouw deur en klopt:
    Komt allen, die vermoeid en belast zijn”.
    Maar zelfs wanneer je dáár geen antwoord op weet, dien je daar niet ontmoedigd door te worden. Want het einde van ieders leven is net als het einde van de wereld voor degene voor eenieder – ‘op het moment’ – dat je werkelijk wordt geroepen. Voor de een iets eerder dan voor de ander en dàn staat Christus ons in al Zijn Liefde op te wachten.De roeping tot God, de roep tot dienstbaar zijn
    Wij noemen onze God ‘een Levende God‘, omdat Hij een God is, Die tot ons spreekt, ons aanspreekt en ons roept.
    Al vanaf den beginne wanneer de mens heeft gezondigd en God hem tot Zich roept: ‘Adam, waar ben je?
    God riep Abraham om zijn land te verlaten en te gaan naar het land dat Hij wilde geven.
    Hij riep de Profeten in het eerste Testament en de profeten in het nieuwe Testament.
    In het eerste hebben we gelezen hoe Isaiah, geconfronteerd met Gods Heiligheid, zijn persoonlijke    tekortkomingen inzag en hoe God Zelf voorzag in de oplossing door Zijn Heilige Geest.
    Het was immers pas nadat Isaiah zijn tekortkomingen had erkend, nadat hij God’s Zorg en Genade daarvoor had ontvangen, dat hij de roep tot dienstbaarheid hoorde.
        Toen zei Isaiah: ‘   Wee mij, ik ga ten onder, want ik ben een mens, onrein van lippen, en woon te midden van een volk, dat onrein van lippen is; en mijn ogen hebben de Koning, de Heer der heerscharen, gezien’.
    Maar een van de Serafijnen vloog naar mij toe met een gloeiende kool, die hij met een tang van het altaar genomen had; Hij raakte mijn mond daarmee aan en zei:
        Zie, deze heeft uw lippen aangeraakt; nu is uw ongerechtigheid geweken en uw zonde verzoend. Daarop hoorde ik de stem des Heren, die zei:
        Wie zal Ik zenden en wie zal voor Ons gaan?
    En ik zei: ‘Hier ben ik, zend mij’Isaiah 6: 5-8.
    We zien hier onder welke omstandigheden Isaiah, de profeet zich geroepen voelt en reageert op de roep van de Heer.
    God maakt absoluut geen ‘gebruik van vrijwilligers;
    [ Dit is de werkelijkheid van hetgeen ik het idee heb dat heel veel christenen zich hierin niet zullen  erkennen ]
    maar wanneer ik sommige trouwe medewerkers gebukt zie gaan onder een veel te zware werkdruk, bij gebrek aan mede-dienaren, heb ik echt met hen te doen.
    Daarmee bedoel ik dat het vrijblijvende, autonome karakter van ‘vrijwillige’ dienstbaarheid naar mijn bescheiden mening helemaal ‘niet past in‘ God’s visie in onze dienst ten opzichte van Hem. De waarheid van deze uitspraak zal ons
    nú wel duidelijk worden:

Waarachtige dienstbaarheid
In ons verlangen om de Heer te dienen, dienen we eerst tot het punt te komen dat wij als ‘navolgers’ beseffen dat we ‘van onszelf uit‘ volstrekt in-effectief en hulpeloos zijn, ja als een zandkorrel aan het strand of een druppel water in de zee.
Zolang je denkt dat jij ‘zelf’ de klus wel kunt klaren en dat God Zich maar dient te verheugen dat ‘jij’ hoogstpersoonlijk voor Hem wilt werken,
is er niet veel dat jij kunt doen wat van enige blijvende waarde voor Hem is.
Maar indien je – ‘net als Isaiah’ – tot het punt gekomen bent dat je beseft dat
jij totaal ongeschikt en onwaardig bent, zelfs niet in staat bent om het werk te doen, dan zal God Zijn hand uitstrekken en je leven door Zijn Heilige Geest be-‘vuren‘.
Dàn is er geen sprake meer van ik moet dit nog of dat nog [doen òf hebben],
neen, dan kùn je niet anders dàn ‘Zijn weg gaan‘ en geef je jezelf vrijwillig over aan Zijn nukken.
Maar denk niet dat het je dàn gemakkelijker af gaat,
neen, dan begint het pas.

De noodzaak van nederigheid
Iedere mens die door God in de Blijde Boodschap voor een speciale taak wordt geroepen, dient zichzelf vanaf den beginne ‘ongeschikt’ voor die taak te achten.
Wanneer je ooit iemand tegenkomt die zegt dat hij geroepen is door God,
een studie volgt en dat deze mens zich dàn volledig in staat acht om
die taak uit te voeren,  zichzelf in doen en laten verheft, dàn kun je er bijna zeker van zijn dat deze ‘niet’ door God geroepen is,
door wie dan wel dat mag ieder voor zichzelf invullen.
Menigeen dient zich nu eens terdege achter z’n oren te krabben.

Hoe dan ook, Isaiah diende derhalve heel eenvoudig gewoon, deemoedig en nederig te zijn. Hij diende zichzelf nederig op te stellen in de aanwezigheid van de Heiligheid van God, voordat hij geschikt was om de taak waarvoor God hem riep, uit te voeren.
Hetzelfde geldt – zo mag nu duidelijk zijn – voor eenieder van ons, mijzelf incluis.

Johannes de Doper riep de mensen op om zich te bekeren:
Bekeer u, want het Koninkrijk van God is nabij gekomen”.
En Johannes verkondigde dat de Messias zou komen: ‘Jezus, de Christus’.

 Ook Christus kwam door de Vader en de Heilige Geest teneinde mensen tot God te roepen.

Hij riep de twaalf Apostelen om Hem te volgen.

Na Zijn hemelvaart riep Hij de apostel Paulus.

  Ook vandaag klinkt Zijn roepstem, door Zijn Woord en Pedagogische oproep:
Wij zijn dus gezanten van Christus, alsof God door onze mond u vermaande;
in Naam van Christus vragen wij u: laat u met God verzoenen!
Hem, die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat
wij zouden worden Gerechtigheid van God in Hem
2Cor.5: 20,21.
        Hij roept op tot nederige bekering en volkomen Geloof in Hem; om
tot Hem in het Hemels Gastmaal te komen, te voldoen aan het [huwelijk’s] Verbond met God.

Stap uit je twijfelachtige houding en volg je innerlijke roep, vervolg dapper de weg van God’s plan met jouw leven. 

        Mensen reageren heel verschillend op God’s roepstem.
De een reageert in ongeloof, de ander in halfslachtig Geloof [loopt de kantjes eraf], enkelen in waarachtig Geloof;
immers velen zijn geroepen, maar weinige uitverkoren” o.a. Matth.22: 14.
        Onze Heer vergelijkt dit verschil door de gelijkenis met een boer die zaait.
Het zaad is het Woord: het zaad dat tussen de rotsen zal vallen,
wordt verstikt door onkruid, maar het kan ook in goede aarde vallen.
        Dàn wordt de roeping van God beantwoord met intens Geloof en onvoorwaardelijke bekering.
God roept alle mensen, zonder uitzondering.
        Over geheel de aarde gaat Zijn roepstem:
    Vergadert u en komt, nadert tezamen, gij die uit de volkeren ontkomen zijt.
Zij hebben geen begrip, die hun houten beeld dragen en
bidden tot een god die niet verlossen kan.
Verkondigt en voert gronden aan. Ja, laten zij tezamen beraadslagen.
Wie heeft dit vanouds doen horen, het van overlang verkondigd?
Ben Ik het niet, de Heer?
En er is geen God behalve Ik, een rechtvaardige,
verlossende God is er buiten Mij niet.
Wendt u tot Mij en laat u verlossen, alle einden der aarde, want
Ik ben God en niemand meer.
Want Ik heb gezworen bij Mij Zelf, Waarheid is uit Mijn mond uitgegaan,
een Woord dat niet zal worden herroepen: dat
voor Mij elke knie zich zal buigen, dat bij Mij elke tong zal zweren.
Alleen bij de Here, zal men van Mij zeggen, is Gerechtigheid en Sterkte, tot
Hem zal men komen; maar beschaamd zullen staan
allen die tegen Hem in woede ontstoken zijn;
in de Heer wordt het gehele nakroost van Israël [waaronder de Kerk]
gerechtvaardigd en zal het zich beroemen
Isaiah 45: 20-25.

        Het woord ‘verzoening’ laat zien hoe de Liefde van God Zich een weg gebaand heeft naar verloren zondaars, mensenkinderen zoals u en ik van nature zijn.
        Liefde, Die gestalte kreeg in onze Heer en Verlosser, Jezus Christus.
God stelde Zich -‘in Hem’- totaal anders op tegenover de mens[-heid].

Leven is méér dan het voedsel dat wij gebruiken en  ons lichaam en de inzet daarvan is méér dan de kleding, die wij dragen, de manier waarop wij ons huisvesten.
        De Blijde Boodschap zegt immers: “God is Liefde1John.4: 8.
Het heeft betrekking op een onvoorwaardelijke, zoekende liefde van ons mensen.
Het is een Liefde zoals God Die heeft geopenbaard.
Hij heeft zonder enige voorwaarde -u en mij, evenals al de andere mensen- in deze wereld, opgezocht.
Hij heeft Zijn Zoon gegeven zonder eerst te vragen:
‘Vinden jullie dat goed, zijn jullie het er allemaal mee eens?’
    God heeft ons immers in Christus uitverkoren vóór de grondlegging van de wereld, opdat wij Heilig en onberispelijk zouden zijn voor Zijn aangezicht.
In liefde heeft Hij ons tevoren ertoe bestemd  als zonen van Hem te worden aangenomen door Jezus Christus,
– naar het welbehagen van Zijn Wil,
– tot lof van de Heerlijkheid van Zijn Genade, waarmee Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde.
En in Hem hebben wij de Verlossing door Zijn Bloed,
– de vergeving van de overtredingen, naar de Rijkdom van Zijn Genade, welke Hij ons overvloedig heeft bewezen in alle wijsheid en verstand, door ons het geheimenis van Zijn Wil te doen kennen,
in overeenstemming met het Welbehagen, dat Hij Zich in Hem had voorgenomen,
– om, ter voorbereiding van de volheid der tijden, al wat in de hemelen en op de aarde is onder een hoofd, dat is Christus, samen te vatten, in Hem, in Wie wij ook het erfdeel ontvangen hebben, waartoe wij tevoren bestemd waren krachtens het voornemen van Hem, Die in alles werkt naar de raad van Zijn Wil,
– opdat wij zouden zijn tot lof van Zijn Heerlijkheid, wij, die reeds tevoren onze Hoop op Christus hadden gebouwdEph.1: 4-12.

        Wij kunnen de Heer onze God daarin alleen maar gelijk geven, want
stel dat Hij toch eerst toestemming aan ons gevraagd zou hebben.
Hij zou een overvloed aan meningen te horen hebben gekregen; daar
is in de verste verten niet doorheen te komen!

Nee, gelukkig zijn alle dingen
uit Hem en door Hem en tot Hem”.
Het is uit Hem voortgekomen.
Het is Zijn plan.
God nam het initiatief:
    Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie Mijn Woord hoort en Hem gelooft,
Die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven en komt niet in het oordeel,
want hij is overgegaan uit de dood in het leven.
      Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, de ure komt en is
nu, dat de doden naar de stem van de Zoon van
God zullen horen, en die haar horen, zullen leven.
Want gelijk de Vader leven heeft in Zichzelf, heeft
Hij ook de Zoon gegeven leven te hebben in ZichzelfJohn.5: 23-26.
En het geschiedde, toen Jezus zijn bevelen aan Zijn twaalf discipelen 
ten einde had gebracht, dat Hij vandaar vertrok om 
te leren en te prediken in hun stedenMatth.11: 1.

Apolytikion
tn.2.
    Toen Gij, het onster’flijke Leven nederdaalde tot de dood,
hebt Gij de kracht der onderwereld gedood door de bliksem der Godheid.
En toen Gij de gestorvenen uit de onderwereld opwekte,
riepen alle Machten der Hemelen:
O Christus onze God, Schenker des Levens, ere zij U
“.

Kondakion
tn.2. 
  Gij zijt opgestaan uit het graf, Almachtige Verlosser,
en bij het aanschouwen van dit wonder stond de onderwereld verslagen.
De doden verrezen en heel Uw Schepping verheugt zich samen met U.
Ook Adan jubelt en het Heelal mijn Verlosser,
zingt U de lofzang zonder einde
“.

Theotokos, zij die wijst

Theotokion    
tn.2. 
  Onbegrijpelijk en hoog-Heerlik zijn alle Mysteriën
Die aan u voltrokken zijn, o Moeder God’s.
Verzegeld in reinheid en vast in maagdelijkheid,
zijt gij waarlijk Moeder geworden
en hebt gij de Ware God gebaard.
Smeek tot Hem dat onze zielen worden verlost
”.

1e Zondag ná Pinksteren – alle Heiligen en hun heiligheid wordt aan het Licht gesteld.

” Ik belijd voor de al-Machtige God en voor u allen, dat ik gezondigd heb”; “I confess before the all-Mighty God and for all of you that I have sinned”

    Een ieder dan, die Mij belijden zal voor de mensen, hem zal ook Ik belijden voor Mijn Vader, Die in de Hemelen is;
      maar al wie Mij verloochenen zal voor de mensen, die zal ook Ik verloochenen voor Mijn Vader, Die in de Hemelen is.
> Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en
wie z’n [haar] Kruis niet opneemt en achter Mij gaat, 
is Mij niet waardig.
> Daarop antwoordde Petrus en zei tot Hem:
    Zie, wij hebben alles prijsgegeven en zijn U gevolgd; wat zal dan ons deel zijn?’.
Jezus zei tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, gij, die Mij gevolgd zijt, zult in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen op de troon van Zijn Heerlijkheid zal zitten, ook op twaalf tronen zitten om de twaalf stammen van Israël [de Kerk] te richten.
En een ieder, die huizen of broeders of zusters of vader of moeder of kinderen of akkers heeft prijsgegeven om Mijn Naam, zal vele malen meer terugontvangen en het eeuwige leven erven.
Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en vele laatsten de eersten
Matth.10: 32,33; 37,38; 19: 27-30.

Martelaar om Christus in Utrecht; Martyr for Christ in Utrecht.

    Die door het Geloof koninkrijken onderworpen, gerechtigheid geoefend, de vervulling van de  belofte verkregen hebben, muilen van leeuwen dichtgesnoerd, de kracht van het vuur gedoofd hebben. Zij zijn aan scherpe zwaarden ontkomen, in zwakheid hebben zij kracht ontvangen, zij zijn in de oorlog sterk geworden en hebben vijandige legers doen afdeinzen.
Vrouwen hebben haar doden uit de

Martelaar te Brussel, levend begraven, Jan Luyken, 1597; Martyr in Brussels, buried alive, Jan Luyken, 1597.

Opstanding terugontvangen, anderen hebben zich laten folteren en van geen bevrijding willen weten, opdat zij aan een betere Opstanding deel mochten hebben. Anderen weer hebben hoon en geselslagen verduurd, daarenboven nog boeien en gevangenschap. Zij zijn gestenigd, op zware proef gesteld, doormidden gezaagd, met het zwaard vermoord; zij hebben rondgezworven in schapenvachten en geitenvellen, onder ontbering, verdrukking en mishandeling
– de wereld was hunner niet waardig – zij hebben rondgedoold door woestijnen, en gebergten, in 
spelonken en de holen der aarde.

Herdenkingswake, uit solidariteit met alle Christenen,die als Martelaar zijn gedood, 18-4-18; Memorial vigil, out of solidarity with all Christians killed as Martyrs, 18-4-18.

Ook deze allen, hoewel door het geloof een getuigenis aan hen gegeven is, hebben het beloofde niet verkregen, daar God iets beters met ons voor had, zodat zij niet zonder ons tot de volmaaktheid konden komen.
Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die voor ons ligt. Laat ons oog daarbij (alleen) gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder van het Geloof” Hebr.11: 33-12: 2a.

We hebben afgelopen maandag het feest van de Heilige Geest gevierd, het bij God ‘thuis’ komen en dinsdag het feest van de Heilige Drie-eenheid, beide feesten in navolging van de eerste Leerlingen, die de Heilige Geest ontvingen en vervolgens het fundament legden voor de Heilige Katholieke en Apostolische Kerk.
Er werd een grondslag gelegd voor een nieuwe ‘open’ cultuur, welke in de loop der tijd ondergesneeuwd is geraakt;
wij hebben ons zo blijkt in de loop der eeuwen gevangen laten nemen door de wereld, door de macht welke van de wereld uitgaat en hebben het alledaagse van de Kerk op een zijspoor gezet.
En juist de kleine cultuur van de Apostolische Kerk bevindt zich in ons alledaagse leven, want vooral in het alledaagse leren we te leven en de liefde te bewaren.
De Kerk is door onze Heer en Meester geroepen tot eenvoud, anders gezegd: tot ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’.
Eén God, één Kerk bestaat niet uit prelaten, die op alle fronten het voortouw nemen, die Kerk bestaat uit saamhorigheid ‘van onderaf‘.

Christus op een ezel, Catharijneconvent, Utrecht; Christ on a donkey, Catharijneconvent, Utrecht

Het Heilige van de Kerk berijdt een ezeltje en laat zich niet met pracht en praal, in rijke kleding op een uit-gedost paard de poort van het Hemels Koninkrijk binnenvoeren.
Dan volgt de al-oude Profetie:
      Alle volkeren zijn samen vergaderd en de natiën hebben zich verzameld.
Wie onder hen kondigt dit aan en doet ons het verleden horen?
Laten zij hun getuigen voorbrengen, opdat
zij in het gelijk gesteld mogen worden en
men het zal horen en zal zeggen
[uitroepen] . . . Het is Waarheid’.
Gij zijt, luidt het woord des Heren, mijn getuigen en mijn knecht, die Ik verkoren heb, opdat gij het weet en in Mij gelooft en inziet, dat Ik dezelfde ben;
vóór Mij is er geen God geformeerd en ná Mij zal er geen zijn;
Ik, Ik ben de Heer, en buiten Mij is er geen Verlosser.
Ik heb verkondigd, verlost en doen horen, en ben geen vreemde onder u; gij toch zijt mijn getuigen, luidt het woord des Heren, en Ik ben God.
Ook voortaan ben Ik dezelfde en niemand redt uit mijn hand. Ik werk, en wie zal het keren? Zo zegt de Heer, uw Verlosser, de Heilige van IsraëIIsaiah 43: 9-14a.

Onze Heer en God verkondigt: ‘Ik de Heer, uw Heilige, de Schepper van Israël [de Kerk], uw Koning’ en Mijn Naam is heel eenvoudig ‘Gezalfde’, de Christus en ‘Ik ben gekomen om jullie met Mijn Kracht en Schoonheid te bekleden’.

De verschijning van de heiligen
      En ten tijde, als God ze [de rechtvaardigen (Matth.13: 43)] zal bezoeken,  zullen zij helder schijnen, heen-en-weer varen als vlammen over de stoppels. Zij zullen volkeren oordelen en heersen over alle natiën; en de Heer zal eeuwig over hen heersenWijsheid van Salomo (over de tyrannen) 3: 7.
      Zij worden een weinig getuchtigd, maar veel goeds zal hen getoond worden, want God testte ze [beproefde ze] en vond ze waardig van zichzelfWijsheid van Salomo (over de tyrannen) 3: 5.
De Kerk erkent slechts wat God al niet allemaal duidelijk heeft gemaakt.
Hier op aarde houden de gelovigen nooit op met voor de heiligen te bidden, net
als voor onze andere heen-gegane geliefden en in plaats daarvan worden voor hen gebeden in de kerkelijke voorbeden , opdat ze in de Hemelen geëerd en gezocht worden.
Wetende dat de heiligen waardig worden gevonden in God’s ogen, keren we ons tot hen in onze nood ten opzichte van hen die het voorrecht van rechtvaardigheid met Hem hebben.
Hun gebeden gaan hemelwaarts en schijnen, heen-en-weer, varen als vlammen over de stoppels naar naar de Heer toe en ontsteken aldáár Zijn Genadegaven voor de stoppels van ons leven, hoe hopeloos onze situatie ook mag lijken.
        Wat de uiterlijke schijn betreft leken de levens van de heiligen in de ogen van folteraars en spotters in hun tijd voorzeker verspild of lichtzinnig, maar ‘ in Waarachtigheid’ verbleef hun hart en ziel stevig ‘geborgen in de hand van God’
Wijsheid van Salomo (over de tyrannen) 3: 1.
         In het ‘door God gesteund besef’ is elke aantijging – al is dit van de hoogste prelaat van de Kerk – ‘in stilte’ te dragen; heiligen blazen niet hoog van de toren, die glimlachen en buigen diep voor elke onvolkomenheid, die zij aanschouwen.
Geen enkel kwelling raakt hen of brengt hen van hun stuk, de levens van heiligen laten zien dat onze huidige [wereld’se en verwereldlijkt kerkelijke] realiteit niets anders is dan rook en damp en dat slechts de rechtvaardigen in de kerk ‘dè’ overwinnaars van Christus zijn.

De kerk [de hoeveelheid aan grote gebouwen] verdwijnt, maar het Christelijk Geloof gaat niet verloren.
Volgens recente rapportage van het CBS [Centraal Bureau voor de Statistiek] en het CPB [Centraal Planbureau] verdwijnt de kerk in rap tempo uit het Nederlandse landschap.
De Kerk van de heiligen en de rechtvaardigen in Christus weten wèl beter, die weten dat de Kerk van Christus niet in stenen zit, niet in nationalistische teruggetrokken gemeenschappen, niet in prelaten, die een veel te grote broek aan trekken en hoog van het torentje blazen. De Kerk manifesteert zich in de eenvoud van leven in Christus.
Het Woord spreekt door het woord ‘Genadegaven’ van God, God spreekt tot de mensheid [het volk in Nederland en daarbuiten] via de eenvoudige mensen, die een belangeloze niet verschuldigde liefde tot de medemens opbrengen en aan de dag leggen.
Waar kom je dat dan tegen?
Dàt kom je absoluut ‘niet’ tegen in feodaal Brussel of vanuit een positie, die je
jezelf hebt toegeëigend in het centrum van de macht [Brussel, Den Haag].
Dàt kom je absoluut ‘niet’ tegen wanneer je tegen een van je spelleiders zegt, die migrantenkerken, die kerken onderweg naar het Hemels Koninkrijk, die naam staat mij niet aan, dáár doe ik niet aan mee, dáár distantieer ik mij van – ‘wij’, hebben onze eigen [nationalistisch] georiënteerde structuur, cultuur.
Wie Mij en [Mijn cultuur] verloochenen zal voor de mensen, die
zal ook Ik verloochenen voor Mijn Vader, Die in de Hemelen is
”.

De Kerk verschijnt [onder de mensen] , licht op, waar ‘dè’ navolger van Christus ‘de eenvoud’ uitstraalt.
  Aldus heb ik tot U gesproken en heeft droefheid uw hart vervuld.
Doch Ik zeg u de Waarheid’:
Het is beter voor u, dat Ik heenga [en Mij van de wereld distantieer].
Want indien Ik ‘
niet’ heenga, kan de Trooster niet tot u komen, maar
indien Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden
John.16: 6,7.
Onderken je de Goddelijke, de vaderlijke belangen?
Zie je Zijn liefdadigheid zonder een hoop praten, praten, praten en stapels papier?
Onlangs werd Christus opgenomen in de Hemelen, zit Hij op de Koninklijke troon over de koningen, aan de rechterkant van de Vader.
Maar met Pinksteren heeft Hij ons als een geschenk
de gaven van de Heilige Geest gezonden en
heeft ons daarmee gepaard gaand oneindig veel
hemelse goederen meegegeven.
Wat zijn de gaven van de heilige Geest?;
de vrucht van de geest, de charismata, de geestesgaven?
            de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid,
vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing
Gal.5: 22.
      Van deze bron gaat van Christus, een schat aan profetie uit en gaven van genezing en alle andere mogelijke zaken, die de Kerk van God behoren te sieren
door  de komst van de Heilige Geest.
En Paulus schreeuwde het uit en zei:
            Doch dit alles werkt één en dezelfde Geest, Die 
een ieder in het bijzonder toedeelt, gelijk Hij Wil.
Want gelijk het lichaam één is en vele leden heeft, en al de leden van het lichaam, hoe vele ook, een lichaam vormen, zo ook Christus; want door één Geest zijn wij allen tot één Lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen, en allen zijn wij met één Geest gedrenkt”
1Cor.12:11-13.
            En onze Heer en Verlosser zei in Zijn onderwijs
[Pedagogie]:
  Wacht u voor de schriftgeleerden, die gesteld zijn op het wandelen in
lange gewaden en op begroetingen op de markten, en op erezetels in
de synagogen en eerste plaatsen bij de maaltijden, die de huizen van de
weduwen opeten en voor de schijn lange gebeden uitspreken
dezen zullen een zwaarder oordeel ontvangen.
         En Hij ging tegenover de offerkist zitten en zag met aandacht, hoe
de schare kopergeld wierp in de offerkist. En vele rijken wierpen er veel in.
En er kwam een arme weduwe, die er twee koperstukjes in wierp, dat
is een duit
[voor haar een vermogen,
voor de ander van weinig belang]” Marc.12: 38-42.
Van een toezichthouder mag je als navolger van Christus ‘de eenvoud’ in de ‘veelkleurigheid’ van de kerken in Nederland onderweg verwachten, die in de wijken van de steden ‘God en mens’ met elkaar tracht te verbinden.
Hoezeer bemoedigt het ons te weten dat wij de nabijheid en de hulp van God niet dienen te verdienen door van tevoren ‘een curriculum vitae van voortreffelijkheid’ vòl in het thuisland behaalde -niet terzake doende- verdiensten en successen te laten zien; òf op voor-spraak van een prelaat een baantje in Den Haag, ten koste van de andere kandidaat trachten te verkrijgen.
        Het cruciale is onzichtbaar: hoe kinderen en adolescenten religie begrijpen’ [Lothar Kuld].
De engel zegt tot de Moeder God’s dat zij reeds Genade gevonden heeft bij God, niet dat zij deze in de toekomst via deze of gene zal verwerven.
        En deze formulering van de woorden van de Boodschapper God’s doet ons beseffen dat Goddelijke Genade, slechts onafhankelijk en permanent is,
niet iets is van voorbijgaande of tijdelijke aard en
absoluut ‘ – zonder aanzien des persoons is – ’, doch selecteert op
gepaste geschiktheid voor de beoogde functie.
Daarom zal een dergelijke houding nooit en te nimmer [door heimelijk gedrag van een hoger geplaatst persoon] verminderd of vertrapt behoren te worden.
Ook in de toekomst zal de Genade van God er altijd zijn om ons allen
transparant, communicatief en eerlijk’ bij te staan, vooral
in de ogenblikken van beproeving en duisternis.
      als ik het goede wens te doen, is het kwade bij mij aanwezig; want
naar de inwendige mens verlustig ik mij in de Wet van God, maar
in mijn leden zie ik een andere wet, die strijd voert tegen de wet van
mijn verstand en mij tot krijgsgevangene maakt van de wet der zonde, die
in mijn leden is.  Oh, i
k, ellendige mens!
Wie zal mij
[maar ook de Kerk] verlossen uit het lichaam van deze dood?
Rom.7: 21-24.

Het hier en het nu
Waar ik in dit verslag over de heiligheid van de Rechtvaardigen gewag van maak zijn de activiteiten van het SKIN.
Neen, het SKIN effect is geen wetenschappelijk-forum, geen wereld’s spelletje op de een het een of andere strijdtoneel; het SKIN is de Stichting Kerken in Nederland, een stichting, die kerken met elkaar verbindt in een samen werken als gevolg van de roep van God, aan degenen, aan wie de Zoon het wil openbaren.
    Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want mijn juk is zacht en mijn last is lichtMatth.11: 28-30.
      Waar vindt je in onze tijd mensen, die vermoeid en belast zijn en die hunkeren naar rust?
Neen, die vindt je niet in muffe ambtelijke hoofdstedelijke onderonsjes, maar verscholen tussen de kerkgangers van alle gezindten, die lopen niet te pronken met ‘belangrijk’ zijn, die zijn stilzwijgend [‘lijdend‘] aanwezig en verlangen in de stilte, de nederigheid van het hart, dat zij in de Kerk rust vinden en, ja, dat behoren zij dáár dàn óók te vinden.
En via vrijwilligerswerk lichten zij op, laten gebukt als zij gaan onder hun Kruis, Christus Licht zien in de eenvoud:
   zij helpen als vrijwilliger in de gaarkeukens, die voor ouderen en minderbedeelden opgezet zijn.
   zij helpen in de kringloopwinkels – als in de meest luxe boutieks – met het uitzoeken, sorteren van kleding en allerhande door de rijken afgedankte goederen.
   zij steken een hart onder de riem, bemoedigen de lijdenden en eenzamen aan de basis van de samenleving, die zij op hun christelijke weg ontmoeten.
   zij zijn een lach en een vriendelijk woord, hoewel zij als gerenomeerd vluchteling, als hoog-opgeleid, door werkgevers tegen het minimum loon als goedkope arbeidskracht worden ingezet. Zij klagen niet, zij buigen deemoedig het hoofd en laten zich alles welgevallen.
   Zij kleden zich en richten idem met ‘elan’ hun woningen in met -‘second hand’-goederen en zijn er nog trots op ook, dàt is wáár God Zijn werk doet, in alle eenvoud, maar daar hebben bepaalde prelaten totaal geen weet van.
   Geen enkele andere beslissingsgebeurtenis in het christelijk leven wordt voorafgegaan door een expliciete schriftuurlijke verwijzing naar
een ‘hele nacht in gebed tot God’ dan in situaties waarbij mensen gebruik dienen te maken van voedselbank, schuldsanering en nog andere mensonterende confrontaties in onze samenleving.

Diversiteit, verbondenheid en participatie
Het SKIN is een ‘
Samen Kerk In Nederland’ de onafhankelijke landelijke vereniging van christelijke kerken en geloofsgemeenschappen in Nederland, die onderweg zijn naar het Hemels Koninkrijk en als zodanig zijn wij christenen allemaal onderweg, welke christelijke denominatie je ook tegen komt.
Dit SKIN heeft met hart en ziel gezocht, wat de bestaande Kerk
nog altijd heeft niet gevonden [Prediker 7: 28]; in het SKIN hebben internationale kerken en migrantenkerken een landelijk gezicht en een aanspreekpunt gekregen.
Het SKIN heeft een ‘
kerkzoeker’ opgezet op internet, waarbij – in iedere stad- van Nederland, gelovigen en niet-gelovigen [mede-]christenen kunnen opzoeken ongeacht hun achtergrond, afkomst, taal of wat nog meer mogelijk is.
Het is een poging om tot verbinding te komen, tot gezamenlijkheid, tot één Lichaam van Christus, waarbij wij als navolgers van Christus gezamenlijk initiatieven kunnen opzetten – de ‘Blijde Boodschap’ kunnen uitstralen.
Werkelijk gezamenlijk ‘één’ zijn, begint van onderaf, vanaf de basis, in de straat waar je woont, in je directe omgeving, dáár wordt je geroepen Christus te volgen.
En die muffe kantoren, die centraal geleide hoofdstedelijke organisatie, die weten bij lange na niet ‘wàt’ er wel niet allemaal in den lande aan de basis van de Kerk aan werk wordt verzet, die zijn ‘actief’ met eigenheid, met eigen bloedgroep’s belangen, sluiten zichzelf op in al wat daar mee samenhangt.
Velen onder ons hebben het gevoel dat ze véél méér voor anderen kunnen doen, als je maar samen werkt.
Je bent op de één of andere manier alleen met jezelf, niet ongelukkig, misschien uitgeput door werk. De ‘ego val’ staat dan wijd open, is door de tegenstrever opgezet.
We ontsnappen hier slechts aan wanneer we werkelijk leren dat we nodig zijn als medemensen aan de basis van de samenleving. Het verheugt mij dat vele Roomse- en niet-Apostolische Kerken zich -‘wèl’- geroepen voelen zich bij het SKIN, de Kerk onderweg aan te sluiten. Zij die déze activiteit omzeilen/verzaken – zouden zich diep moeten schamen.

13-6-19 aftrap site: www.migrantenkerken.nl

Hoort, zegt het voort’, nu verjongend kerkelijk Nederland.
Kunnen we als Kerk nog creatief zijn?
Er was een tijd dat wij als kinderen God’s hier allen nog van doordrongen waren. In tijden van beproeving is het belangrijk om alle talent te laten herleven. Het SKIN nodigt een ieder uit in de wereld van God’s Schoonheid en neemt je bij de hand op weg naar de ontdekking van het ‘eigenheid’ vorm te geven aan de van God gegeven Genadegave [creativiteit], welke een pad in slaat naar een steeds grotere inzet tot medemenselijkheid:
https://kerkopdekaart.nl/skin?page434=1&size434=12

Bij: ‘Heer, ik roep . . . Vespers
tn.6.    De door de Geest sprekende Apostelen
verspreidden zich als Zijn trouwe werktuigen tot aan de grenzen van de aarde,
Om vanuit orthodoxe
[Gr.= ‘ὀρθός, (recht) & δόξα (lofprijzing)] overtuiging het zaad van de Heilige Boodschap uit te strooien.
Hieruit ontsproot door het werk van de goddelijke Landbouwer de schaar van de Martelaren, die het heilige Lijden tot uitbeelding brachten 
door het verduren van folteringen, geseling en verbranding.
Vrijmoedig spreken zij voor onze zielen”.

tn.6.    Brandend door het vuur van hun liefde tot de Heer,
toonden de Martelaren geen angst voor het kwellende vuur,
maar vlammend als de hemelse kool,
verbrandden zij het dorre hout van het hoogmoedig bedrog;
zij stopten de muil van de wilde dieren door hun geïnspireerde zang;
en met afgehouwen handen, sneden zij de slagorde van de vijand af.
Door het vergieten van de machtige stroom van hun bloed
hebben zij de Kerk met vruchtbaar water gedrenkt,
om haar te doen groeien in Geloof
”.

tn.6.      Zij moesten strijden tegen wilde dieren, zij werden geslagen met
het zwaard, met haken uiteengerukt, en afgrijselijk verminkt.
Maar al werden de standvastige Martelaren verbrand in het alles verslindende vuur, en ook al werden hun ledematen ontwricht,toch
verduurden zij dit met onwankelbare moed, omdat zij opzagen naar
hun toekomstig lot, naar de stralende kroon in Christus’ Heerlijkheid.
En nu bidden zij met vrijmoedigheid tot Hem voor onze zielen
”.

tn.6.   Laat ons met heilige liederen hen prijzen, die aan alle
grenzen voor het Geloof hebben gestreden:
Apostelen, Martelaren, door God ontvlamde priesters, verlichte vrouwen:
want het aardse wet met het Hemelse verenigd, en
door hun lijden hebben zij door Christus’ Genade
de hartstocht-loosheid verkregen.
Nu schijnen zij over ons als stralende sterren, en
vrijmoedig smeken zij voor onze zielen
”.

            Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest

tn.6.    Goddelijk koor van de Martelaren, Grondslag van Zijn Kerk,
die werkelijk Christus’ woorden hebt volbracht; gij hebt de opengesperde muil van de hel gesloten, het vergieten van uw bloed heeft de afgodische plengoffers doen opdrogen; uw vermoording bracht een menigte gelovigen voort;
gij hebt zelfs de Hemelse Machten verwonderd doen staan.
Nu wordt gij gekroond voor God’s aangezicht; smeek zonder ophouden tot Hem
voor het behoud van onze zielen
”.

            Nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. AMEN”.

tn.8. Ob.    De Koning van de Hemelen verscheen uit liefde tot
de mensen op aarde en wandelde onder de mensen, want uit
de reine Maagd vlees aangenomen hebbend, is Hij
uit haar voortgekomen als de Zoon, tweevoudig van natuur, maar één in Persoon.
Terwijl wij Hem verkondigen als volkomen God en volkomen mens, belijden wij Christus als onze God.
Smeek tot Hem, o Maagdelijke Moeder, om te redden onze zielen
”.

Apolytikion
tn.4.    Over de gehele wereld is Uw Kerk getooid met
het bloed van Uw Martelaren als met byssos en purper; en
door hen roept tot U, Chrisus God:
‘Zend over Uw Volk Uw Barmhartigheid neer;
schenk Vrede aan Uw wereld, en aan onze zielen de grote Genade’
”.

Kondakion
tn.8. 
  Als eerstelingen-offer van de natuur offert de wereld U, de Heer en Schepper van het heelal, de God-dragende Martelaren.
Door hun gebeden bewaar in diepe Vrede Uw Kerk, Uw woning onder
de mensen, en bescherm haar door de Moeder God’s Barmhartige
”.

    Het loon van de deemoed [de vreze des Heren] is
rijkdom
[ook al bezit je geen duit], eer en leven.
Dorens en strikken liggen op de weg van de verkeerde; wie
zichzelf wil bewaren, blijft daarvan ver verwijderd.
Oefent de kinderen volgens de eis van Zijn weg, ook
wanneer zij oud geworden zijn, zullen zij daarvan profiteren”.
Spreuken 22: 4,5,6

8e dinsdag van Pascha – de derde dag, van de Heilige Drieëenheid.

    En de Heer en Verlosser trok rond in geheel Galilea en leerde in hun synagogen en verkondigde het evangelie van het Koninkrijk en genas alle ziekte en alle kwaal onder het Volk.
En het gerucht van Hem drong door tot in geheel Syrië; en men bracht tot Hem allen, die ernstig ongesteld waren, gekweld door allerlei ziekten en pijnen, bezetenen en maanzieken en verlamden, en Hij genas hen. En Hem volgden vele scharen uit Galilea en Dekapolis en Jeruzalem en Judea en het Over-Jordaanse.
Toen Hij nu de menigte mensen zag, ging Hij de berg op en nadat Hij Zich had neergezet, kwamen zijn discipelen tot Hem.
En Hij opende zijn mond en leerde hen, zeggende:
    Zalig de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
   Zalig die treuren, want zij zullen vertroost worden.
   Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven.
   Zalig die hongeren en dorsten naar de Gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
   Zalig de barmhartigen, want hun zal Barmhartigheid geschieden.
   Zalig de reinen van hart, want zij zullen God zien.
   Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
   Zalig de vervolgden om der gerechtigheid wil, want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
   Zalig zijt gij, wanneer men u smaadt en vervolgt en liegende allerlei kwaad van u spreekt om Mijnentwil.
Verblijdt u en verheugt u, want uw loon is groot in de Hemelen; want alzo hebben zij de profeten voor u vervolgd.
Jullie zijt het zout der aarde; indien nu het zout zijn kracht verliest, waarmede zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer toe dan om weggeworpen en door de mensen vertrapt te worden“ Matth.4: 23- 5: 13.

Apostel Paulus onderwijst

    Paulus, een dienstknecht van Christus Jezus, een geroepen Apostel, afgezonderd tot verkondiging van het Evangelie, de Blijde Boodschap van God, dat Hij tevoren door Zijn Profeten beloofd had in de heilige Schriften – aangaande Zijn Zoon, gesproten uit het geslacht van David naar het vlees, naar de Geest der Heiligheid door Zijn Opstanding uit de doden verklaard God’s Zoon te zijn in Kracht, Jezus Christus, onze Heer, door wie wij Genade en het Apostelschap ontvangen hebben om Gehoorzaamheid van het Geloof te bewerken voor Zijn Naam onder al de heidenen, tot welke ook gij behoort, geroepenen van Jezus Christus –  aan alle geliefden van God, geroepen Heiligen, die te Rome zijn: “ Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus.
>      Doch ik stel er prijs op, broeders, dat gij weet, dat ik dikwijls het voornemen heb opgevat tot u te komen – waarin ik tot nu toe verhinderd ben – om ook onder u enige vrucht te hebben, evenals onder de andere heidenen.
Van Grieken en niet-Grieken, van wijzen en onwetenden ben ik een schuldenaar.
Vandaar mijn bereidheid om ook u te Rome het Evangelie, de Blijde Boodschap te brengen.
Want ik schaam mij vanwege het Evangelie, de Blijde Boodschap van God niet; want het is een Kracht van God tot behoud voor een ieder die gelooft, eerst voor de Jood, maar ook voor de Griek. Want Gerechtigheid van God wordt daarin geopenbaard uit Geloof tot Geloof, gelijk geschreven staat: De Rechtvaardige zal uit Geloof leven“ Rom.1: 1-7,13-17.

    Dit nu is het Gebod, dit zijn de Inzettingen en Verordeningen, Die de Heer, uw God, bevolen heeft u te leren om die na te komen in het land, waarheen gij zult trekken om het in bezit te nemen, opdat gij de Heer, uw God, vreest door al Zijn Inzettingen en Geboden te onderhouden, Die ik u opleg, gij en uw zoon en uw kleinzoon, al de dagen van uw leven, en opdat gij lang zal mogen leven.
Hoor dan, Israël {Kerk], en onderhoud ze ijverig, opdat het u wel ga, en opdat gij zeer talrijk wordt, zoals de Heer, de God van uw vaderen, u heeft toegezegd, in een land, vloeiende van melk en honing.
Hoor, Israël [Kerk]: de Heer is onze God; de Heer is één! Gij zult de Heer, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht.
Wat ik u heden gebied, zal in uw hart zijn,  Gij zult het uw kinderen inprenten en daarover spreken, wanneer gij in uw huis zit, wanneer gij onderweg zijt, wanneer gij neerligt en wanneer gij opstaat.
Gij zult het ook tot een teken op uw hand binden en het zal u een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn, en gij zult ze schrijven op de deurposten van uw huis en aan uw poorten“ Deut.6: 1-9.

“De triomf van de Drie-eenheid” beeldt
de perfecte eenheid in de gemeenschap van de mensheid uit.

Het leven in de wereld is als een samenleving en heeft als resultaat de intimiteit van de relatieve met de ander.
Een mens kan niet overleven zonder de ander, niet als individu, maar ook niet als groep van individuen.

De doctrines van de Kerk, als Lichaam van Christus, van navolgers van Christus, haar leerstellige Pedagogie,  is geen theoretische formaliteit betreffende God, maar ze geeft aan God en alles wat met God samenhangt op een menselijke manier uitdrukking.
De Kerk, het Lichaam van Christus maakt daarbij gebruik van de menselijke rede, haar ervaringen in het leven en de historie van de Kerkelijke Gemeenschap.
De kerk is niet alleen een historisch, religieus instituut dat de religieuze ervaring van een volk bewaart, maar het dringt in het leven van de wereld door, in de schepping, in de mens en in zijn relaties, het leven en de Waarheid, kortom de Essentie van de Drie-enige God.
De Kerk is een vergadering van mensen, die dezelfde weg gaan, Die Zich actief inzetten voor de wederopbouw van de wereld en de mens vanuit het bestaan en leven van de Drie-enige God.
Het leven van de Drie-enige God werd aan ons geopenbaard, is aan ons geopenbaard, ons gegeven door het feit dat Christus, door Zijn incarnatie is Hij mens gewordein, heeft Hij Zijn Kruis ondergaan, en heeft daarop volgend Zijn Opstanding verworven zodat wij allen zijn gered en is Hij vervolgens door Zijn Hemelvaart naar de Vader teruggekeerd.

Christus wordt ons in de Kerk gegeven door de aanwezigheid, het handelend optreden en energie van de Heilige Geest, Die “het instituut van de Kerk verzamelt en bijeen houdt” tot één vrijwillig toegankelijke existentiële
[met betrekking tot het bestaan van] gemeenschap van vrijheid.
God is leven en dit uit zich in het Leven van de Drie-enige God, de relatie en de gemeenschap van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, welke de mens kan ontmoeten door het Mysterie en de daadwerkelijke deelname aan de Goddelijke Liturgie.
Hierin herkennen we God als de Vader, we aanvaarden de gave van onze aanname als kind van God door Zijn Zoon en delen in de overweldigende Genadegaven van de Heilige Geest.
We krijgen het als geschenk en tegelijkertijd vormt het de opdracht om
zowel in onszelf als in de wereld te getuigen van het leven als een samenleving en relatie, als co-existentie, als overwinning en acceptatie, welke zich uit als een
samen delen in een huwelijk ter bevestiging van het Verbond wat men met God “is” aangegaan.

In een wereld van eenzaamheid, existentiële impasses, van egocentrisme en overconsumptie, geeft Pinksteren de manifestatie weer van de Heilige Drie-eenheid en is een dynamische uitdaging en uitnodiging overschrijding van onszelf en de toegankelijkheid van het leven van de Drie-ene God, in het bijzijn van zijn medemens, als zodanig wordt respect en bescherming van de schepping geopenbaard.
Als de Kerk dit beslissend moment, dit “zout der aarde (van het leven)” verloren laat gaan zal zelfs het eenvoudig onderhouden van een instelling – zoals zij religieus is ingesteld, door slechts te voldoen aan de instinctieve menselijke neiging om zich religieus te uiten -,  haar de kans ontnemen om deel te nemen aan het leven van de drie-enige God door in liefde te leven, en als samenleving te delen.

De Icoon van de Heilige Drie-eenheid welke door de monnik Andrej Roebljov voor het eerst werd geschreven, geeft uiting van een God’s aanschouwing en geeft met vorm, kleur en stijl op de meest expressieve en dynamische manier uitdrukking over de drie Engelen welke in de gastvrijheid van Abraham werden aanvaard en geven uitdrukking van bovengenoemde Waarheid in dit Geloof, dit Leven van de Kerk.

Het bestaan van God en de mens als een overwinning van de individualiteit,
als een samengaan en leven en acceptatie van de Ander, als een leven met de ander [de naaste].

De weergave van de Personen, die van de Zoon en de Heilige Geest welke Zich tot de Vader wenden, Zich naar Hem toe bewegen, geeft de “bron van het leven” weer, welke wij “Abba“, “Vader” mogen noemen.
Ieder levend mens  ervaart dat hij/zij slechts leeft voor anderen.
Niemand kan worden gezien als gescheiden van de andere twee Personen.
Iedereen leeft het leven van anderen en geeft zich volledig over aan anderen op
een dusdanige wijze dat elk van de personen als de Drie-eenheid gelijk is aan de anderen.
De mens, die door het hun gegeven Woord in Christus gelooft, 
opdat
alle mensen één zijn, gelijk Gij, Vader, in Christus en Christus in de Vader,
dat ook wij in Hen zijn; opdat de wereld zal geloven,  dat de Vader Christus gezonden heeft
conf. John. 17; 20,21.

De overweldigde Heilige Drievuldigheid, stelt slechts voor ieder mens  roem, eer en glorie in het vooruitzicht, Het Koninkrijk der Hemelen.

Het scheppingsverhaal in Genesis geeft in woorden een omschrijving van God, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest [Gen.1: 1,2 etc.; in Job 26: 13; 33: 4; Psalm 104[105]: 29,30; en Psalm 33[34]: 6] wordt de actieve ondersteunende rol van de Heilige Geest in de bovennatuurlijke schepping van de aarde weergegeven.
Terwijl de Blijde Boodschap, de Schrift, de Bijbel duidelijk God de Vader en Zijne Goddelijke Zoon, Jezus Christus, als actief in de schepping van de wereld vermeldt [Jesaja 64: 8, Col.1: 16, 17], is ook de Heilige Geest aanwezig, hoewel op een subtielere manier.
De Geest verschijnt niet als de centrale speler in de weergave van de schepping.
In plaats daarvan “zweeft” Hij over de leegte, en door Zijn bewegende Gestalte is Hij aanwezig bij het  ontstaan ​​van het leven op deze aarde.
Het Hebreeuwse woord
מרההפת [Merahepeth] voor “‘óver’-gaan” of “zweven” voorbij het oppervlak van de aarde dat in Gen.1: 2 wordt gebruikt is hetzelfde woord dat wordt gebruikt in Deut.32: 11, waar God wordt vergeleken met een arend die zweeft over zijn nest jonge dieren.
De Heilige Geest is nauw betrokken bij het creëren van leven op deze aarde en zorgt voor de nieuw gecreëerde levende wezens zoals een arend zou doen voor zijn jeugd.
Allen verwachten van U, dat U hun voedsel geeft te rechter tijd.
U geeft het hun en zij zamelen in; U opent Uw genaderijke hand en
vervuld alles wat leeft met zegen.
Maar als U Uw aangezicht afwendt, dan worden de mensen verbijsterd,
U neemt hun adem weg en zij bezwijken; zij keren terug tot hun stof.
U zendt Uw Geest uit en zij worden herschapen: U maakt nieuw het aanschijn van de aarde
” Psalm 103[104]: 28-30.
Dit wekt de geestelijke voorstelling op dat de schepping alleen mogelijk is/was en zo zal blijven plaats vinden door het werk van de Heilige Geest en dat Deze tijdens dit proces een actieve rol speelde, speelt en zal blijven spelen.

Vervolgens kennen wij allemaal de grote opdracht aan de mens:
Gij zult de Heer, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod. Het tweede, daaraan gelijk is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelfMatth.22: 37,38.
Onder vrome Joden is de bekendste regel van de Blijde Boodschap, van de Schrift;
Hoor, Israël [de Kerk], de Heer, onze God, is een Heer.
Je zult de Heer, je God, liefhebben vanuit je hele hart, vanuit
je hele ziel en [vanuit alle macht] vanuit je hele krachtDeut.6: 4-9;11: 13-21, en Num.15: 37-41, hetgeen het Sjema wordt genoemd.
Ze vormen een belangrijke liturgische tekst van de synagoge-eredienst en
kunnen in het Hebreeuws met slechts vijf woorden worden weergegeven:
Heer, onze God, Heer, echad“.
Het laatste Hebreeuwse woord, יחד, echad, heeft minstens drie betekenissen:
‘één’, ‘alleen’ en ‘uniek’.
Vanwege deze verschillende betekenissen [en omdat het Hebreeuws geen tegenwoordige-tijdvorm heeft van het werkwoord “zijn”], zijn er veel mogelijke vertalingen van de Sjema, die allemaal in het Hebreeuws worden geïmpliceerd.
Een hedendaagse rabbijnse geleerde biedt deze vertaling:
De Heer is onze God, en de Heer alleen;
de Heer is onze God, één ondeelbare Heer;
de Heer onze God is een unieke Heer;
de Heer is onze God, de Heer is uniek
Plaut, The Torah, blz. 1369.
Deze zelfde geleerde noemt de Shema
“een kostbaar juweel, in die zin dat het Licht van het Geloof
zijn woorden liet sprankelen met een rijke schittering van gevarieerde kleuren”.

Voor christenen is de tweede helft van de hierboven aangehaalde Deuteronomium-passage zelfs beter bekend, omdat deze in verschillende evangeliënpassages voorkomt [zie Matth.22: 37 en Luc.10: 27].
Het belangrijke punt, bij het vergelijken van al deze versies, is deze:
–  ‘liefde tot God’ is opgelegd aan Zijn Volk, zowel voor de Jood als de Christen en
deze liefde dient actief te worden uitgedrukt doormiddel van tastbaar gedrag.
Vandaar dat wanneer de Heilige Apostel en Evangelist Lucas Deut. 6: 5 citeert, de passage dient als de inleiding tot de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan van Luc.10:  25-37.
– een verhaal dat laat zien hoe Liefde tot God op een tastbare manier aan anderen tot uitdrukking wordt gebracht.

Cruciaal voor een juiste toepassing van de Shema en het grote Gebod om lief te hebben is het vers dat volgt:
Deze woorden die ik je vandaag gebied,
zullen in je hart en in je ziel zijnDeut.6: 6.
De logica van Het Woord van God dicteert dat “de liefde van God zonder gehoorzaamheid aan God geen liefde is“.

God verwacht zeker van ons dat we handelen naar Zijn Geboden. Daarom eist onze Heer en Verlosser van ons een op het hart gericht, voortdurend besef van Zijn Geboden.
Als de liefde van God echt is gevestigd in onze harten en zielen, zal dit ons zeker leiden om God’s gebod te gehoorzamen om van je naaste te houden als jezelf [Lev.19: 18; Luc.10: 27].

Overweeg deze gedachten aan de hand een andere Joods geleerde, die in de traditie van de leer van de Heer Jezus zijn:
Natuurlijk kan liefde niet worden bevolen.
Geen enkele derde partij kan dit bevelen of afpersen.
Geen derde partij kan, maar de Goddelijke is in staat.
Het gebod om lief te hebben kan alleen voortkomen uit
de mond van de Minnaar.
Alleen de minnaar kan en zegt:      Love Me!  ‘ – en dat doet hij echt.
In Zijn mond is het gebod om lief te hebben geen vreemd,
vreemd woord of gebod; het is niemand minder dan de stem van de liefde zelf!
The Torah, blz. 1374-5.
Ja en derhalve spreekt Christus ons aan met de stem van Liefde.

Tot slot, komt de vraag op, hoe zullen wij Orthodoxe Christenen de Profetische eis dienen te vervullen om:
    de geboden van de Heer aan uw kinderen te onderwijzen, en
. . . hierover met hen hierover te spreken wanneer je in je huis zit,
. . . òf terwijl je onderweg loopt
Deut.6: 7?
Waar je mee praat is je verstand of
ook wel je ‘onechte zelf‘ genoemd.

We zijn in water en in Geest geregenereerd en proberen dit vast te houden‘; ‘ We have been regenerated in water and in Spirit and are trying to hold onto this‘.

Indien echter deze woorden vanuit ons hart worden gesproken, zullen we ze zeker met onze kinderen delen op een manier die het verschil maakt, van hart tot hart.
Dan verwijzen wij niet langer de confrontatie vermijdend naar
het zwakke onderwijssysteem, maar nemen ‘zelf’ het initiatief!
Wij gaan samen aan tafel zitten en bestuderen met ons gezin het Woord!
Alleen op deze manier kunnen God’s geboden nog worden overgebracht met een zuiver en duurzaam resultaat. Alleen woorden uit het hart kunnen een ander hart binnengaan en zich daar vestigen.
Anders zal onze bespreking van Gods geboden slechts “hoofd [verstand’s] – praat” zijn en onze kinderen niet in staat stellen de woorden van het leven te omhelzen.
Dan hebt U behagen in de woorden van mijn mond;
de gedachten van mijn hart liggen open voor Uw ogen,
Heer, U bent mijn helper, en mijn Verlosser
Psalm 18[19]: 14,15 vert. ROK. ’s-Gravenhage.

8e Maandag van Pascha – dag van de Heilige Geest, bij God ‘thuis’ komen.

Pinksteren: « de Hemel komt vandaag naar de aarde »; Pentecost: «Heaven is coming to earth today» ;Πεντηκοστή: «Ουρανός ημίν γέγονε σήμερον η γη»

    Ziet toe, dat gij niet een dezer kleinen veracht.
Want Ik zeg u, dat hun engelen in de Hemelen voortdurend het aangezicht zien van Mijn Vader, Die in de hemelen is.
[Want de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te behouden.]
Wat dunkt u?
Indien een mens in het bezit is gekomen van honderd schapen en een ervan raakt verdwaald, zal hij dan niet de negenennegentig op de bergen laten en heengaan om het dwalende te zoeken?
En gebeurt het, dat hij het vindt, voorwaar, Ik zeg u, dat hij zich over dat ene meer verblijdt dan over de negenennegentig, die niet verdwaald waren.
Zo bestaat bij uw Vader, Die in de Hemelen is, de Wil niet, dat een van deze kleinen verloren gaat.
Indien uw broeder zondigt, ga heen, bestraf hem onder vier ogen.
Indien hij naar u luistert, hebt gij uw broeder gewonnen.
Indien hij niet luistert, neem dan nog een of twee met u mede, opdat op de verklaring van twee getuigen of van drie elke zaak vaststa.
Indien hij naar hen niet luistert, zeg het dan aan de Gemeente. Indien hij naar de Gemeente niet luistert, dan zij hij u als de heiden en de tollenaar.
Voorwaar, Ik zeg u, al wat gij op aarde bindt, zal gebonden zijn in de Hemel, en al wat gij op aarde ontbindt, zal ontbonden zijn in de Hemel.
Wederom, voorwaar Ik zeg u, dat, als twee van u op de aarde iets eenparig zullen begeren, het hun zal ten deel vallen van Mijn Vader, Die in de Hemelen is.
Want waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in hun midden“ Matth.18: 10-20.

    Thans zijt gij licht in de Heer; wandelt als kinderen van het Licht,
– want de vrucht van het Licht bestaat in louter Goedheid en Gerechtigheid en Waarheid -,
– en toetst wat de Heer wel behaaglijk is;
– en neemt geen deel aan de onvruchtbare werken van de duisternis,
> maar ontmaskert ze veeleer, want het is zelfs schandelijk om te noemen,
> wat heimelijk door hen wordt verricht;
– maar als dat alles door het Licht ontmaskerd wordt,
– komt het aan de dag;
– want al wat aan de dag komt is licht.
Dááròm heet het:
    Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten.
    Ziet dus nauwlettend toe, hoe gij wandelt, niet als onwijzen, doch als wijzen, u de gelegenheid ten nutte makende, want de dagen zijn kwaad.
    Weest daarom niet onverstandig, maar tracht te verstaan, wat de Wil des Heren is.
    En bedrinkt u niet aan wijn, waarin bandeloosheid is, maar wordt vervuld met de Geest,
    en spreekt onder elkander in Psalmen, Lofzangen en geestelijke Liederen,
    en zingt en jubelt de Heer van harte
Eph.5: 8b-19.

    Daarom, zeg tot het huis van Israël:
‘ Zo zegt de Heer der Heerscharen: niet om uwentwil doe Ik het,
o huis van Israël [Lichaam van Christus, de Kerk], maar om Mijn Heilige Naam, Die gij ontheiligd hebt onder de volken in wier gebied gij gekomen zijt.
Ik zal Mijn grote Naam
Die onder de volkeren ontheiligd is,
Die gij te midden van hen ontheiligd hebt, heiligen; en
de volkeren zullen weten, dat Ik de Heer ben,
luidt het Woord van de Heer der Heerscharen,
wanneer Ik Mij voor hun ogen aan u de Heilige zal betonen.
       Ik zal u weghalen uit de volkeren en u bijeen vergaderen uit alle landen, en
       Ik zal u brengen naar uw eigen land;
       Ik zal rein water over u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinheden en van al uw afgoden zal Ik u reinigen;
Een nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest in uw binnenste; het hart van steen zal Ik uit uw lichaam verwijderen en Ik zal u een hart van vlees geven.
Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar mijn inzettingen wandelt en naarstig mijn verordeningen onderhoudt.
Gij zult wonen in het land dat Ik uw vaderen gegeven heb; gij zult Mij tot een volk zijn en Ik zal u 
tot één God zijnEzech.36: 22-28.

Ik zal u weghalen uit de volkeren en
u bijeen vergaderen uit alle landenEzech.36: 24.
Dit grote verlangen zal menig verkondiger van de ‘Blijde Boodschap’ doen opspringen, terwijl deze een zucht van verlichting uit het diepst van het hart doet ontspringen.
      Heer, redt Uw Volk en zegen Uw Erfdeel en
bescherm Uw Gemeenschap door Uw Kruis
”.

Het verlangen van Joodse Gemeenschap over de gehele wereld voor een permanent vaderland is deels een gevolg van het Profetische werk van Ezechiël, die zijn leven in ballingschap in Babylon beëindigde.
De moderne zionistische beweging ontstond
halverwege de negentiende eeuw en
probeerde het land te beveiligen voor
Joodse kolonisten in Palestina.
Zij werden hierbij gesteund door de westerse mogendheden, hetgeen
tot veel misbaar in het Midden Oosten heeft geleid.
In het begin deden zionisten niet veel meer dan een paar geïsoleerde Joodse landbouw nederzettingen in Palestina.
Nadat het gebied een Brits mandaat werd, werd echter meer land aangekocht en
nam de immigratie toe.
Van 1929 tot 1936 leidden protesten van Palestijnse Arabieren – zowel christenen als moslims – tot het idee van opdeling.
Na de Tweede Wereldoorlog en twee lokale oorlogen kreeg Israël de volledige status. Grootschalige immigratie volgde en etnische spanningen namen alleen maar toe.

Het ‘nieuwe‘ Israël, de Kerk

Hoe begrijpen orthodoxe christenen, die het ‘nieuwe’ Israël [de Kerk] zijn,
het ware volk van God, de profetie van Ezechiël?
Hoe interpreteren wij’ “brengen u in uw land” Ezech.36: 24;
wanneer wij een wereldwijd volk zijn dat in veel landen leeft? Hoewel de eerste en laatste verzen van deze profetie spreken over land, houdt de Profetie zich in de eerste plaats bezig met Gods belofte om de harten van Zijn volk te transformeren door de Heilige Geest.
Het werk van de Geest in onze harten is wat ons in staat stelt
om ” in [Zijn] behoeften te wandelen. . .
bewaar [Zijn] oordelen en. . .
wees [Zijn] MensenEzech.36: 27-28.

Hemelse Koning, wij zijn het zout der aarde; Heavenly King, we are the salt of the earth.

Het gebed “Hemelse koning” is het openingsgebed bij veel van onze orthodoxe diensten, en
verklaart dat de Heilige Geest
“overal aanwezig is en alle dingen vult”.
Elk land valt onder de soevereiniteit van God; niets is meer dan Zijn Heerschappij en Voorzienigheid.
Waar we ook zijn, het land van de Heer is ons verplicht om de vervulling van de Geest te zoeken en  te trachten Gods genadige bestuur te volgen en te onderhouden.
Bovenal begrijpen we dat ‘àl het land‘ binnen het Koninkrijk van God ligt, dat
niet van deze wereld” is John.18: 36.
We betreden de grenzen van dit Koninkrijk
– wanneer we ons verzamelen als kerkgemeenschap;
– wanneer we verzameld zijn als Zijn volk, staat de Geest als bekend:
kom en verblijf [woon] in ons en
reinig ons van elke smet van de zonde“, zoals
dit gebed verder onthult.
In feite, als God ons ‘niet‘ reinigt en in ons woont, zijn wij niet de Kerk,
Die Zijn Blijde Boodschap verkondigt, Zijn Wil nastreeft.
Zijn vernieuwende en zuiverende werk wordt het duidelijkst in het Mysterie [Sacrament] van de Doop, want daardoor schenkt God ons
een nieuwe geboorte door water en de Geest“.
Door Zijn activiteiten zijn we in staat afgoden en valse goden van ons af ​​te stoten die onze harten vervuilen en scheiden wij van God,
ons verlaten om blindelings te tasten in het koninkrijk van buitenaardse wezens.

Levend Water, Living Water, Ζωτικό νερό, ليفند المياه.

De Mysteriën [Sacramenten] Die in de Kerk worden ontvangen, zijn ‘hèt’ middel waardoor God ons een hart van vlees geeft en Zijn Geest in ons plaatst Ezech.36: 26-27.
Dááròm bidden we bij elke viering van de Goddelijke Liturgie de Heer om
Uw Heilige Geest neer te zenden
– niet alleen over de “gaven die hier worden verspreid“, maar óók “op ons“. . . tot de gemeenschap van de Heilige Geest,
tot de vervulling van het Koninkrijk der hemelen,
tot vrijmoedigheid jegens U, en
niet tot oordeel of tot veroordeling.
Alleen op deze manier kunnen wij uw oordelen bewaren en doenEzech.36: 27.

Terwijl de Joden nog steeds proberen hun “eigen land” hier op aarde te
vestigen door middel van menselijke kracht, zijn
‘wij’ als ná-volgers van Christus, gezegend om het Koninkrijk in onze harten te kennen, waar God regeert, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.
Wij worden door de kracht van de Geest in staat gesteld:
te wonen in het land [dat God] aan onze vaderen heeft gegeven“, want
Wij zijn Zijn Volk en Hij is onze God Ezech.36: 28,
de hele Heilige Geest, die voortkomt uit de Vader en
door de Zoon op ons komt, redt en heiligt allen die
u kennen als God, Leven en Leven-schenker
”.
uit: Hymnen van Pinksteren

Uiteraard zijn er soms echter problemen, die wij niet alleen kunnen overwinnen.
Hoe hard wij ook strijden en het opnieuw proberen, wij kunnen maar niet tot
een oplossing komen.
Gelukkig, kunnen wij op zulke momenten,  gerust op God vertrouwen.
Maar wat kan het Geloof in de praktijk voor iemand doen?
Geloof nu is zekerheid èn ‘zekerheid is Kracht [uit den Hoge]!’.

Wij kunnen dit constateren door de problemen, waar
men tegen aan loopt door gebrek aan zekerheid:
* Negatieve gedachtes en gevoelens.
* Niet in staat zijn om belangrijke beslissingen te nemen.
* Niet zeker zijn van eigen zaak.
* Geen zelfvertrouwen uitstralen.
* Minderwaardigheidscomplex.
En dergelijke.

Onze Heer en Verlosser sprak over deze innerlijke Kracht:
Maar gij zult Kracht ontvangen
wanneer de Heilige Geest over u komt
“ Hand.1: 8.

Indien iemand zich dàn bij jou afvraagt:
Heb je de Heilige Geest ontvangen?’,
dàn mogen jouw ogen gaan schitteren van blijdschap,
dàn mag jouw hart gloeien van overtuiging en zekerheid.
Dàn mag je uitspreken: ‘Ja, dat mag ik, God zij dank, wèl zeggen:
Ja, ik geloof in de Heer, als mijn Koning en mijn God!”’
Dat kan alleen maar omdat de Heilige Geest in je woont en
die jou de Geloof’s-belijdenis steeds weer opnieuw in jouw oren fluistert
en jouw lippen daarmee aanraakt.
Dàn is er wel iets bijzonders aan de hand met de mensen die Paulus ontmoet in Ephese.
We lezen in Handelingen dat Paulus daar in contact komt met enkele leerlingen,
bij wie hij aanleiding vindt om de vraag te stellen:
    En hij zei tot hen: “   Hebben jullie de Heilige Geest ontvangen, toen jullie tot het Geloof kwamen? Doch zij zeiden tot hem: Wij hebben zelfs niet gehoord, dat er een Heilige Geest is“ Hand.19: 2.
In het gesprek met deze mensen is voor hem duidelijk geworden dat
ze vanuit het perspectief van het christen-zijn ergens halverwege zijn blijven steken.
Ze waren al een eindje op weg, maar waren in een voorportaal gestrand. 

Dàt is toch eigenlijk wèl een beetje verwarrend.
Ze zijn ‘volgelingen van Christus’ en ‘hebben het Geloof aanvaard’,
staat er in de tekst en toch ontbreekt er iets.
Paulus ontdekt dat er lacunes in hun kennis zijn.

in alle eenvoud je kruis dragen

Zij blijken niet op de hoogte te zijn van een aantal cruciale zaken.
En met dat woord cruciaal duid ik inderdaad op de oorsprong van dat woord: “crux, kruis“.
Ze weten niet van Jezus’ Kruis en Opstanding‘ en van alle gebeurtenissen die daarna hebben plaatsgevonden zoals de uitstorting van de Heilige Geest.
Het blijken volgelingen van Christus, door Johannes de Doper en hebben de doop van Johannes ondergaan, een doop tot bekering van zonden.
Zij hebben zich destijds gecommitteerd om weer aan God toegewijd te zijn,
de weg der gerechtigheid te bewandelen en waren Johannes de Doper gevolgd tot diens gewelddadige onthoofding door Herodes.
Natuurlijk hadden ze van Johannes gehoord dat Jezus de Messias was die komen zou. En dat Christus de mensen zou dopen met vuur en in de Heilige Geest.
Dus over de Geest hadden ze wel degelijk ‘iets’ gehoord. Johannes had bovendien onze Heer en Meester aangewezen als het Lam dat de zonde der wereld wegneemt. Dus had Johannes de Doper niet nagelaten om Christus naar voren te schuiven. Johannes had gezegd:
Hij moet groter worden en ik moet kleiner worden’;
Ik ben niet waard om Zijn schoenriemen vast te maken…
Maar ná de dood van Johannes de Doper was hen mogelijk de schrik om het hart geslagen. Zij hebben misschien ook al de gevoelens van afwijzing bemerkt tegenover Christus en waren beducht zich bij Hem aan te sluiten.
Omdat ze voor hun ‘vrije en blijde leventje’ vreesden, zijn
zij op de vlucht geslagen en misschien na allerlei omzwervingen in
Ephese terechtgekomen, waar ze als een geïsoleerde groep van
ongeveer twaalf mannen een teruggetrokken bestaan hebben geleid, totdat
ze met Paulus in aanraking kwamen.
Duidelijk is in ieder geval wel dat Paulus hen nader moet onderrichten in
alles wat zich heeft voorgedaan in Gods heilsplan na de dood van Johannes de Doper.
Dàn volgt voor hen de waterdoop in de Naam van Jezus Christus, de Zoon van God, waarmee ze het ‘hele waarachtige‘ heilswerk van de Heer omarmen en bij de doop en Myronzalving  daalt de Heilige Geest op hen neer.
Wat er dàn gebeurt, doet denken aan de Pinksterdag in Jeruzalem.
Ze spreken in de taal van het hart en gaan profeteren. Wat een manifestatie van de Geest! Het Geloof in onze Heer en Verlosser, Jezus de Christus, onze Verlosser leidt onmiddellijk tot het ontvangen van de Heilige Geest.
Dit was in Ephese een soort van ‘klein’ Pinksteren!
De gave van de Heilige Geest is ten nauwste verbonden met het Geloof in onze Heer en Verlosser. Als de betekenis van Zijn Heilswerk in Kruis en Opstanding tot mensen doordringt en
zij dàt ook persoonlijk aanvaarden als betekenisvol voor henzelf,
dàn is het proces in volle werking dat zij de Heilige Geest ontvangen.
Dat is dan niet een ‘second opinion’ die pas na enige tijd, als
iemand allang tot bekering is gekomen op een Gelovige neerdaalt.
Neen, iemand ontvangt van meet af aan de ‘Genadegave van de Heilige Geest‘ en
is volledig ‘Christen’ en in staat al de Mysteriën te ontvangen.
De Heilige Geest werkt naar mijn bescheiden mening vanuit de oorspronkelijke getuigenis van de Apostelen niet in etappes.

    Meester neem dan onze smeekbeden aan en schenk de rust aan al onze vaders en moeders, broeders en zusters, onze kinderen en onze verwanten,
aan hen die met ons verbonden waren en aan alle ontslapenen in de hoop op van de Opstanding tot de het eeuwige Leven.
Schrijf hun namen in het boek des Levens.
Die welke hun zielen rusten in de schoot van Abraham, Isaäc en Jaäcob, in het Land der Levenden, in het Koninkrijk der Hemelen, in het Paradijs der geneugten.
Leid hen in Uw heilige woningen door de bediening van Uw stralende Engelen,
en doe ook hun lichamen opstaan op de vastgestelde dag,
volgens Uw Heilige en onfeilbare Beloften.
Want voor Uw dienaren, Heer, is er geen werkelijke dood wanneer
wij van ons lichaam scheiden en opgaan tot U, onze God.
Het is eerder een overgang vanuit het droevigst verdriet naar alles wat het hart kan verheugen:
Het is een opgaan in de Vrede en de Blijdschap.
En al hebben wij tegen U gezondigd, wees ons genadig,
want er is niemand zonder vlek voor Uw aangezicht, al had hij/zij nog zo kort geleefd.
Immers U alleen heeft zonder zonde op deze aarde geleefd, onze Heer Jezus Christus,
en wij hopen dat U medelijden met ons zult hebben en onze zonden zult willen vergeven.
God God, Vriend van de mensen, vergeef ons toch onze overtredingen die wij vrijwillig en onvrijwillig, bewust of onbewust, openlijk of in het verborgen, in daden en woorden of in gedachten, in ons gedrag of door onze geesteshouding hebben begaan.
Schenk kwijtschelding en vergeving aan hen die ons zijn voorafgegaan.
Zegen ons die hier tegenwoordig zijn;
verleen aan ons en aan heel Uw Volk een gelukkige  en vredige voleinding.
Toon ons Uw medelijden en mensenvriendschap op de dag van Uw verheven en angstaanjagende Wederkomst,
en maak ons dàn waardig om deel te hebben aan Uw Koninkrijk

uit: de kniel-gebeden uit de Vespers van Pinksteren.

De wereldse geest gaat overheersen
De wereldse geesten namen de hegemonie, het overwicht over van de kerkelijke machten; de Heilige Geest werd als het ware geleidelijk aan opzij geduwd.
Toezichthouders over de geloofsgemeenschappen welke als Apostolische opvolgers van de Kerk werden beschouwd, werden vanaf keizer Constantijn de Grote niet langer gekozen vanuit de ascetisch doorleefde abten van kloosters.
Steunde de vroeg-christelijke kerken op de grote Martelaren en de ascetisch levende monniken, die de basis vormden voor het toezichthoudend keurvorstendom van de Kerk, geleidelijk aan vormde de elite uit wereldse [wetenschap en machthebbers] de boventoon.
In de eerste eeuwen waren er vijf grote Patriarchaten: Alexandrië, Jeruzalem, Antiochië, Rome en Constantinopel. Gaandeweg werden er twee van hen belangrijker: Rome, omdat het de keizerlijke stad was en omdat haar ‘patriarch’  de directe apostolische afstamming van de heilige Petrus opeiste, met Constantinopel, die onder keizer Constantijn de nieuwe keizerlijke stad werd,
de zetel van regering voor het Romeinse Rijk.
Toen de keizer Rome verliet om naar Constantinopel te gaan, ging zijn gezag geleidelijk over naar de bisschop van Rome, die nu alleen stond voor orde en traditie in het westelijke deel van het rijk dat aan de barbaren uit het noorden was overgeleverd. Constantinopel, ondertussen, werd heel natuurlijk het grote centrum van het Oosten.
Deze twee grote aanzienlijken waren perfect in overeenstemming tijdens de strijd tegen de ketterijen en bij het samenstellen van de Geloofsbelijdenis van Nicea, waaraan tot op de dag van vandaag beide vasthouden.
Zij trokken echter de Apostolische hiërarchie naar zich toe en alle grote dogma’s van het Geloof.
Beider vervreemding kwam eerder voort uit politieke dan uit dogmatische verschillen, hoewel deze later [in 1045] als argument werden gebruikt tot de definitieve scheiding. De belangrijkste van de dogmatische discussies concentreerden zich rond het Filioque in de Geloofsbelijdenis:
[De westerse kerk verkondigt: “Wij geloven in de Heilige Geest die voortkomt uit de Vader en de Zoon …“;
terwijl de oosterse kerk verkondigt: “… De Heilige Geest gaat uit van de Vader en wordt aanbeden met de Vader en de Zoon”].
Het schisma kwam niet plotseling of met speciaal geweld tot stand, hoewel
er aan beide kanten veel betreurenswaardig en onchristelijk gedrag was.
Niemand kan eigenlijk een datum aan het schisma toevoegen.
Sommigen plaatsen het in 1054; anderen 400 jaar later in 1439, ná de mislukte conferentie van Florence.
Het is misschien een van de grote catastrofes van het christendom dat Oost en West uit elkaar vielen. De opmars van het grote moslimimperium was hier deels verantwoordelijk voor.
Bijna 500 jaar lang beweerde het Oost-Europa voor zichzelf, dat miljoenen zielen overspoelde en effectief scheidde van hun westerse broeders.

Dit is slechts een zeer korte schets van de historische feiten.
Maar de verklaring van de scheiding is niet alleen in de geschiedenis te vinden.
De oorzaken ervan liggen veel dieper, in de wederzijdse cultuur, de aard en mentaliteit van Oost en West, en in de verschillende interpretaties die ieder van hen dezelfde grondslagen aan van het Christelijk Geloof geeft.
De gewone gelovigen nemen echter niet langer genoegen met het beleid en het sturen van bovenaf. Men is niet tevreden met de inbreng van de ‘groten’, welke slechts praten, praten en nog eens heel formeel blijven praten – de stapels papier met wederzijdse commentaren stapelen zich op en compromissen worden ontzettend breed uitgemeten [stapels papier, boeken zijn er over volgeschreven]. Heel beleefd vinden onderling vergaderingen plaats, waarbij toch opnieuw de ‘groten’ zich als opnieuw van procesbeïnvloeding blijken te bedienen, maar zo werkt het niet bij de Heilige Geest in het Lichaam van Christus.
De Geest waait van onder af – daar blijkt zich veel méér onderlinge ‘nestwarmte’, onderlinge verbondenheid te bevinden, dan de grote heren ooit hebben kunnen vermoeden. Door op een ‘transparante’ wijze in de volkswijken samen te werken blijkt de dienst van God zich aan de wereld te openbaren.

Avondloos Licht, thuis komen

Hoor, Israël [Kerk], De Heer is onze God, de Heer is één . . .

Als Christenen lijken we vaak op wilde dieren die in gevangenschap zijn opgegroeid, uiteindelijk weer in de wildernis worden losgelaten en geen flauw idee hebben hoe wij – zelf – eten dienen te verzamelen en dus gaan wachten totdat iemand ons voedt.
Tot nog toe heeft de spelleider, de herder er uit mede-menselijke overwegingen voor gekozen om z’n christus-návolgers, z’n kudde in een blijvende afhankelijkheid relatie aan zich te koppelen.
Het enige wat hij voor ‘de toegewezen kudde‘ hiervoor behoefde te doen, was ervoor te kiezen dat zijn kudde afhankelijk zou blijven van de individueel gekozen bloedgroep.
Uit angst voor – ‘
shoppen’ – werd het aan de bloedgroep verbonden onderwijs gegeven en hun niet de middelen en toerusting gegeven om ‘zichzelf‘ te voeden.
Dat is geen moeilijke weg om te bewandelen en het streelt de ego en maakt gebruik van het gegeven dat mensen inherent ‘luie kudde-dieren‘ zijn en kiezen voor de gemakkelijkste en comfortabelste weg.
Het is vanzelfsprekend gemakkelijker en comfortabeler afhankelijk te zijn van een professional en slechts te luisteren,
dàn dat je je eigen verantwoordelijkheid op je neemt en zelf je eigen voedsel leert verzamelen.
Kort door de bocht kun je stellen dat we binnen de huidige -‘bloedgroepen-Kerk‘- vooral bezig zijn om mensen klein en afhankelijk van ons te houden. We geven ze zondag’s een woordje/een preek mee die ze halverwege de week grotendeels weer zijn vergeten, zodat ze elke zondag weer opnieuw hunkeren naar goddelijk voedsel.
Maar zó was het ‘niet’ in de vroeg-christelijke Kerk, de vroeg-Christelijke Kerk was een waarachtig navolger’s-schap van Christus van Martelaren en ascetisch ingestelde christenen. Dáár was de zondag’s-plicht niet vervuld ná de wegzending op het ambon [altaar, preekgestoelte].
In de de vroeg-Christelijke Kerk was het navolger’s-schap onafgebroken verbonden met de Blijde Boodschap, de Pedagogie van de Heer.
Dáár werd onafgebroken onderwijs gegeven door de dagelijkse Metten, de uren, de Vespers en de Completen; van de ochtend-ontwaken tot het avond-slapen-gaan werd de mens geïnspireerd en bij ‘de les‘ gehouden.
Op die wijze werd door de Kerkvaders, opvolgers van de oud-testamentische profeten,  de doorleefde asceten aan de navolgers van Christus geleerd hoe ze het Woord van Christus, Zijn Blijde Boodschap, Zijn Pedagogie zouden kunnen omzetten in daden.
Naast het feit dat zij zich bedienden van het reciteren van het Woord en de Psalmen hadden zij in de aanbidding totaal geen behoefte aan wereldse instrumenten als ‘het orgel’ of als er ‘een goede band of koor‘ op het podium staat;
de menselijke stem is hoe slecht het soms ook klinkt het beste instrument in God’s ogen.
Zij leerden de Christenen datgene wat zij dagelijks – van uur tot uur – nodig hebben om te kunnen over-‘leven’; de voorgeschreven teksten van de diensten en hymnen gaven het benodigde onderwijs.
Natuurlijk gebeurt het afwijken van de oorspronkelijke gedragslijn heden-ten-dage niet bewust ook dàt is historisch door menselijke bemoeienis [zie boven] gegroeid.
In geen enkele christelijke gemeente is men zo vals/gemeen dat er een jaarlijkse vergadering van de leiding wordt gehouden waarin ze mèt en ònder elkaar nieuwe plannen bedenken om mensen klein en afhankelijk te houden.
We doen dit echt niet bewust, maar soms – ‘doen‘ – we dit helaas – ‘wèl‘ – en hoe is het mogelijk dat dit fenomeen onder zulke hooggeplaatste heren stand heeft kunnen houden?     

Transfiguratie – μεταμόρφωση

De Heilige Geest waait waarheen Hij wil; de Heilige Geest volgt in de Blijde Boodschap van de mensgeworden Zoon God’s wil; Het is God een welbehagen geweest alle dingen die de mens-geworden Zoon door de Vader is overgegeven de Vader te leren kennen en niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon en wie de Zoon het wil openbaren.
Geef ons heden ons dagelijks Brood” bidden wij en
de Zoon roept en blijft doorlopend, niet-aflatende roepen:
    Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt Mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en jullie zullen rust vinden voor uw zielen; want Mijn juk is zacht en Mijn last is lichtMatth.11: 26-30.
Onze Heer Jezus Christus, de Zoon [mensgeworden] van God laat als
een gestalte vóór ons allen horen:
Jullie zullen léven! “.
Jullie hebben niet het recht blind te zijn als de ijdelheid van de Prediker, noch lijdelijk te wezen als een Boeddha; Deze bekenden onder ons hebben de sluier van het leven niet gelicht.
Het leven is geen ijdelheid – het heeft een zin, die jullie persoonlijk kunnen ontdekken.
Het leven is ‘niet‘ een lijden ‘alleen‘ – het is een taak, die je te volbrengen hebt,
een zegen, een Genadegave, die je dient te beseffen, te veroveren.
Leven is strijden – òm te overleven,òm te overwinnen.
            De Geest van Christus dult geen levensmoeheid geen levensontkenning, geen achterover leunen in een prettig opgebouwd wereld’s leventje.
Jullie zullen léven!.
       Christus ontdekt ons leven in onszelf.
De zin van het leven is niet vreugde of smart, niet geluk of ongeluk, niet ons lot en onze ondervindingen, niet de wereld en wat zij ons geeft en neemt, niet de tijd, die komt en gaat.
Het leven ligt – ‘in’ – onszelf; het leven is geest, het leven is ziel.
Ons geestelijk vermogen, onze ziel, ons hart is het koninkrijk van ons leven.
       En hebben jullie nu, aldus de cynische Prediker, ‘de Stem niet gehoord, die in jullie spreekt?
Hebben jullie de schrille schreden van de Liefde niet gehoord?`
Hebben jullie het vuur, de heilige drift, van de Geest niet ervaren?
Hebben jullie de Hemel niet – ‘ópen‘ –  gezien?
     Op die tijd, op dàt moment heeft God jullie
het léven getoond!.
Het leven – dat is het leven in onszelf, dat is toch méér dan wij,
– in ons uppie, in onze voortdobberende – ‘bloedgroep’ – ervaren?
Het leven is niet gebonden aan de tijd, die vergaat, het vindt geen einde in de dood, het is eeuwig.
Jullie zullen léven! “.
       Dit zegt Christus ook tot hen, die verlost willen zijn van het leven, omdat het lijden is.
Jullie zullen leven dóór de smart heen, bóven de wereld en haar ellende uit.
       Dìt is het overweldigende van het Christendom, het
zegt tegen het leven niet: ‘neen’, maar volmondig – -.
Het Christendom is geweldig, het ontvlucht het leed niet, noch ontkent het, het aanvaardt het en dráágt het en overwint het als Licht in de duisternis.
Het aanvaardt het als een beproeving van God’s weg ter loutering, ter verdieping, ter versterking van het leven . . .
Zo is het Christendom, -‘de‘- godsdienst van het léven!
Jullie zullen léven!.

‘ sta op wereld, aanschouw uw Heil’

Koop dan de tijd, gebruik ieder ogenblik van de dag, want dit is heilig;
dit is de poort tot het Hemels Koninkrijk, dit is een stukje van het eeuwige leven.
Jullie zullen léven! “.
Durf dan de strijd aan te gaan, tegen jezelf, tegen de wereld en haar duistere machten.
Ga in de strijd gesterkt door de Genadegaven van de Heilige Geest.
Jullie zullen léven! “.
Zit dan niet neer als een lijdend voorwerp, wachtend tot de herademing/ de beademing  van de komende zondag, maar ‘sta op’ en ga, met ingespannen geestelijke inspiratie en een eeuwige veerkracht je weg door het leven.
Jullie zullen léven! “.
Stel jezelf en al datgene wat je bezit, al datgene wat je hebt en mist, al wat je doet en laat, stel het allemaal in het Licht van de Eeuwigheid.
De Eeuwigheid – dat is God en Zijn Wil. Wie God kent en Zijn Wil doet, zal leven.
Ja, dit is het diepste geheim van het leven: wie het geeft aan God, zal het vinden,
wie zich overgeeft, is zichzelf geworden.
🌈     Wie op die manier leeft, heeft macht, alle gebondenheid ten spijt.
Hij/zij is een vrij mens geworden, Hij/zij is eeuwig jong.
Hij/zij heeft vertrouwen in het leven en dankt God voor dit leven;
Jullie zullen waarachtig léven!.
    Ziet toe, dat gij niet een van deze kleinen veracht.
Want Ik zeg u, dat hun engelen in de Hemelen
voortdurend het aangezicht zien van Mijn Vader, 
Die
in de hemelen is.
[Want de Zoon des mensen is gekomen om
het verlorene te behouden]
Matth.18: 10,11.

7e woensdag van Pascha – de Heer, uw God, is een verterend vuur, een naijverige* God

Christus en de twaalf Apostelen

    ‘Al wat de Vader heeft, is het Mijne’; daarom zei Ik:
‘   Hij neemt uit het Mijne en zal het u verkondigen. 
Nog een korte tijd en gij ziet Mij niet meer, en nogmaals een korte tijd en gij zult Mij zien’.
Sommige van zijn [directe volgelingen, de] discipelen dan zeiden tot elkander:
     ‘Wat betekent dit, dat Hij tot ons zegt: Nog een korte tijd en gij ziet Mij niet en nogmaals een korte tijd en gij zult Mij zien? En: Ik ga heen tot de Vader?’.
     Zij zeiden dan: ‘ Wat is dit, dat Hij zegt: Nog een korte tijd? Wij weten niet, wat Hij bedoelt’.
Jezus bemerkte, dat zij Hem iets wilden vragen en zei tot hen:
Redeneert gij hierover met elkander, dat Ik zei:
‘       Nog een korte tijd en gij ziet Mij niet 
en
nogmaals een korte tijd en gij zult Mij zien?
       Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, gij zult schreien en weeklagen, maar
de wereld zal zich verblijden; gij zult u bedroeven, maar
uw droefheid zal tot blijdschap worden.
       Een vrouw, die baart, heeft droefheid, omdat haar uur gekomen is; maar wanneer zij het kind ter wereld heeft gebracht, denkt zij niet meer aan haar benauwdheid, uit vreugde, dat een mens ter wereld is gekomen.
     Ook gij hebt dan nu wel droefheid, maar Ik zal u weerzien en uw hart zal zich verblijden en niemand ontneemt u uw blijdschap. En te dien dage zult gij Mij niets vragen.
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, als gij de Vader om iets bidt, zal Hij het u geven in Mijn Naam’ ”.
John. 16: 15-23

Paulus was door de overheid opgebracht, omdat hij in de Tempel de Blijde Boodschap van het Woord verkondigde, de Pedagogie van de Heer. Zijn landgenoten beschuldigden hem van een vreemde leer en dat hij zelfs Grieken in de Tempel had toegelaten.
    En Paulus, de ogen op de Raad gericht, zei:
‘ Mannen broeders, ik voor mij heb een volkomen zuiver geweten voor God over mijn gedrag in het openbaar tot op deze dag’.
Maar de hogepriester Ananias beval hun, die naast hem stonden, hem op de mond te slaan. Toen zei Paulus tot hem: ‘ God moge u slaan, gij gepleisterde [met kalk bekleed graf] wand! En gij, zit gij over mij recht te spreken naar de wet en beveelt gij [volledig] tegen de Wet [= Thora] mij te slaan?’.
Maar de omstanders zeiden: ‘Scheldt gij de hogepriester Gods uit?’.
En Paulus zei: ‘   Ik wist niet, broeders, dat het de hogepriester was, want er staat geschreven: Van een overste uws volks zult gij geen kwaad spreken’.
En daar Paulus wist, dat het ene deel behoorde tot de Sadduceeën en het andere tot de Farizeeën, riep hij in de Raad: ‘   Mannen broeders, ik ben een Farizeeër, een zoon van Farizeeën, ik sta terecht om de hoop en de Opstanding der doden’.
En toen hij dit zei, kwam er tweedracht tussen de Farizeeën en de Sadduceeën en de menigte werd verdeeld. Want de Sadduceeën zeggen, dat er geen opstanding is, noch engel of geest, maar de Farizeeën belijden zowel het een als het ander.
En er ontstond groot geschreeuw, en sommige van de schriftgeleerden van de groep der Farizeeën stonden op en streden heftig en zeiden:
Wij vinden generlei kwaad in deze mens! En indien nu eens een geest tot hem heeft gesproken, of een engel!
En toen er grote tweedracht ontstond, vreesde de overste, dat Paulus door hen zou worden verscheurd, en hij liet de soldaten komen om hem uit hun midden weg te halen en naar de kazerne te brengen.
En de volgende nacht stond de Heer bij hem en zei:
Houd moed, want zoals gij te Jeruzalem van Mij getuigd hebt, moet gij ook te Rome getuigen’
’’ Hand. 23: 1-11.

Mozes en de brandende braambos

      Neemt u er dan terdege voor in acht
[want gij hebt generlei gedaante gezien op de dag dat de Heer op Horeb tot u sprak uit het midden van het vuur].
       Dat gij niet verderfelijk handelt door u
– een gesneden beeld te maken in  de gedaante van enige afgod:
– een afbeelding van een mannelijk of vrouwelijk wezen;
– een afbeelding van een of ander dier op de aarde;
– een afbeelding van een of ander gevleugeld gevogelte, dat langs de hemel vliegt;
– een afbeelding van een of ander gedierte, dat op de aardbodem kruipt;
– een afbeelding van een of andere vis, die in het water onder de aarde is;
En dat gij ook uw ogen niet opslaat naar de hemel, en de zon, de maan en de sterren, het gehele heer [aanzien] aan de Hemelen, aanziet en u laat verleiden u voor dat [geschapen geheel] neer te buigen en hen te dienen, die de Heer, uw God, heeft toebedeeld aan alle volkeren onder de ganse hemel;
terwijl de Heer u genomen is en uit de ijzeroven, uit Egypte, geleid heeft om voor Hem te zijn tot een eigen volk, zoals dit heden het geval is.

de grote tragiek van Mozes’ dood

      Maar de Heer werd toornig op mij [Mozes] om uwentwil en Hij zwoer, dat ik de Jordaan niet zou over-trekken en in het goede land niet zou komen, dat de Heer, uw God, het u tot een erfdeel geven zal.
Want ik zal in dit land sterven, ik zal de Jordaan niet overtrekken; maar gij zult die overtrekken en dat goede land in bezit nemen.
Neemt u ervoor in acht, dat gij het Verbond van de Heer, uw God, dat Hij met u gesloten heeft, niet vergeet en u een beeld maakt in de gedaante van iets, dat de Heer, uw God, u verboden heeft. Want de Heer, uw God, is een verterend vuur, een naijverig GodDeut.4: 15-24.

 

Jaäcobus de oudere, apostel, door Rembrandt van Rhijn

Gebedsverhoring
”   
Uit de diepte, Heer, heb ik tot U geroepen: Heer, geef gehoor aan mijn stem.
Laat Uw oren aandacht schenken aan de stem van mijn smeking.
Zo Gij op ongerechtigheden zoudt achtslaan, Heer; Heer, wie kan dat doorstaan ?Maar bij U is vergeving; omwille van Uw Naam, Heer, heb ik U verbeid.
Mijn ziel verwacht Uw Woord; mijn ziel vertrouwt op de Heer.
Van de ochtendwake tot de nacht vertrouwe Israël [de Kerk] op de Heer.
Want bij de Heer is barmhartigheid;
bij Hem is overvloedige Verlossing.

Ja, Hijzelf zal Israël [de Kerk] verlossen, uit al zijn ongerechtigheden
Psalm 129[130] vert ROK. ‘s-Gravenhage.

Wat betekent: ‘vanuit de diepten’?
Gebed wordt niet alleen voortgebracht door de mond of door onze tong, daar menselijke woorden nu eenmaal een einde kennen. 
Wanneer onze gedachten nog steeds pervers zouden zijn, maar het gebed 
vanuit de diepten van ons hart, met veel zorg en bereidwilligheid,
vanuit deze grondslagen van ons intellect ontsnapt, dan
komt het voort uit een klagen. 

Want dat treft de uiterste roerselen van de ziel van hen die in smart leven, ze geraken het gehele hart, God roepend met veel toewijding, en natuurlijk het kan niet anders of dit gebed wordt gehoord.
Dit gebed vanuit de diepte van het hart heeft grote kracht,
ze worden niet omver geblazen zoals afgelopen weken krachtige bomen het begaven, terwijl zij zich toch met hun  wortels breed en diep in de aarde hadden verspreid en zich in de grond [de aarde] hadden vastgeklonken, bestand zouden dienen te zijn tegen elk krachtmoment van de wind, terwijl de bomen die hun wortels heeft slechts aan het oppervlak van de aarde vastgrijpt door slechts een klein briesje wordt omgeblazen en hevig door elkaar worden geschud, totdat zij het begeven. 

Heilige Ephraïm de Syriër, miniature

Hetzelfde gebeurt met het gebed, dat uit de diepten van de ziel voortkomt en vanuit de diepste diepten oprijst, zal de ontelbare gedachten die opkomen en zelfs indien de hele duivelschare de orde verstoort, dan blijft het gebed vanuit de diepte van het hart  stand houden en is onomkeerbaar, zonder zich terug te trekken.
Het gebed van het hart komt weliswaar uit de mond en over lippen en
door de diepten van het hart zou God toch niet onverschillig zijn ten opzichte van het gebed van Zijn kindconf. Ephraïm de Syriër.

Vereren van God, Die isals een verterend vuur, naijverig * want Hij gunt niemand enige macht over hetgeen slechts Hem toekomt.
          Dat Christus zo snel tot een eigennaam kon worden heeft te maken met de universele opvatting van de joodse Messias [Hebr. = Gr. Χριστός, Lat. Christus, Ndlnds. ‘Gezalfde’]. Deze universele opvatting gaat ervan uit dat de komst van de Messias niet alleen het herstel van de troon van David komt brengen en daarmee het herstel van Israël, maar dat de komst van de Messias voor iedereen [ook niet-joden!] de mogelijkheid biedt van een herstelde relatie met God. Het gaat niet langer meer alleen om een koninkrijk in Palestina maar
om het Koninkrijk der Hemelen, hetgeen van God is.
Heel belangrijk  voor deze opvatting vormt de uitleg van de begin regels van David’s Psalm:
De Heer sprak tot mijn Heer:
‘neem plaats aan mijn rechterhand, tot
ik van je vijanden een bank voor
je voeten heb gemaakt’
Psalm 110[111].
Dit citaat vinden we, al dan niet in gedeelten, door het gehele Nieuwe testament heen. Soms ook gecombineerd met:
Hij heeft alles onder Zijn voeten gelegdPsalm 8: 7b.
Onze Heer en Verlosser Zelf gebruikt deze Psalm om aan te geven dat er meer dan alleen een nazaat uit het geslacht van David wordt verwacht Marc.12: 35 e.v. Petrus sluit er zelfs zijn 1e toespraak met Pinksteren mee af Hand.2: 36. 

”      Ik wil U belijden, Heer, uit heel mijn hart; [zoals Paulus] in de raad der gerechten, op hun bijeenkomst.
Groot zijn de werken des Heren, uitgelezen naar al Zijn welbehagen.
Belijdenis en luister is Zijn werk, Zijn gerechtigheid blijft in de eeuwen der eeuwen; Hij houdt ze in gedachtenis door Zijn wonderen.
Barmhartig en medelijdend is de Heer, Hij schenkt voedsel aan wie Hem vrezen; 
Zijn Verbond zal hij eeuwig gedenken.
De Kracht van zijn werken verkondigt Hij aan Zijn volk, door hun het erfdeel der heidenen te schenken.
De werken van Zijn handen zijn Waarheid en Recht; getrouw zijn al Zijn geboden. Zij zijn opgericht tot in de eeuwen der eeuwen, om te doen naar Waarheid en Recht.
Hij heeft bevrijding gezonden aan Zijn volk, voor eeuwig Zijn Verbond gehouden: Heilig en ontzagwekkend is Zijn Naam.
Het begin van de wijsheid is de vreze des Heren: goed begrip hebben allen die er naar handelen. Zijn lof moge blijven tot in de eeuwen der eeuwen“.
Psalm 110[111] vert. ROK. ‘s-Gravenhage.

Ja, zelfs met dezelfde eerste regels van Psalm 110 om vervolgens te concluderen: “Laat het gehele volk van Israël er daarom van overtuigd te zijn dat Jezus, die u gekruisigd hebt, door God tot Heer [kurios in het grieks] en Messias [Christus is aangesteld”.  In één adem wordt hier de Christus gelijk gesteld aan de Heer uit deze Psalm.
Zó kan Paulus er ook over schrijven: ” 
Ja, broeder, laat mij dit voordeel van u hebben in de Heer, verkwik mijn gemoed, in ChristusPhilémon 1: 20.
Waar het dus om gaat is dat de verwachte messias veel méér is dan een zoon van David die komt om Israël van zijn onderdrukkers te bevrijden.
Hij is de Verhevene, de Verhoogde Die zit aan de Rechterhand van God en regeert over de gehele wereld, ja al je haren zijn geteld.
De identificatie van Jezus met deze Christus en Heer met behulp van Psalm 110
gaf aan mensen in Antiochië die toch al geïnteresseerd waren in het joodse geloof, de mogelijkheid om zonder zelf Jood te zijn zich toch deelgenoot te voelen van de beloften voor dit Volk en dezelfde God te aanbidden.
Geen wonder dat de volgelingen van onze Heer en Verlosser in Antiochië [een stad’sgemeente, die pertinent tégen de wereld is] de mond vol hadden van Christus en daardoor blijven opvallen.

Het aanbidden of vereren van afgoden
    Wees dus uiterst behoedzaam om je zielen te behoeden voor kwaad en schade, want je zag niet hoe hij er uit ziet toen de Heer tot je sprak op Horeb op de berg vanuit het midden van het vuur.
Handel niet wetteloos en zorg voor jezelf als een welgevormd beeld met een gelijkenis aan god niet gelijkend op welk beeld dan ook. . . “ conf. Deut.4: 15-16.

Er bestaat in de lezingen van vandaag een opvallende parallel tussen de leer van Mozes en de leer van Sint Paulus in zijn brief aan de Romeinen.
We beginnen het onderzoek naar deze parallel met de volgende samenvatting aan de landgenoten de van het door Rome gestichte rijk:
Sinds de schepping van de wereld zijn [Gods] onzichtbare eigenschappen duidelijk te zien. . . door de dingen die gemaakt zijnRom.1: 20.
Mannen . . . onderdruk de waarheid in ongerechtigheid . . .Rom.1: 18.
Hoewel zij God kenden, verheerlijkten zij Hem niet als God, noch waren zij dankbaarRom.1: 21.
“ [maar] verruilde de Waarheid van God voor de leugen en aanbad en diende het schepsel in plaats van de SchepperRom.1: 25.
                                Zowel de profeet als de apostel beginnen met de onzichtbare natuur van God en volgen vervolgens de opkomst van afgoderij tot zijn bron:
de aanvaarding van de corrupte leugen dat men schepselen kan dienen en aanbiddenDeut.4:16; Rom.1: 25.
Beide leraren sommen verschillende fysieke entiteiten op [Deut.4: 16-19; Rom.1: 23] die objecten van toewijding kunnen worden in plaats van
de Heer [Die] tot u sprak op HorebDeut.4: 15 en
u brachten” uit. . . Egypte, om Zijn volk te zijn, een erfenis, zoals u deze dag bent” Deut.4: 20, “want de HEER, uw God, is een verterend vuur, een naijverige GodDeut.4: 24.

Eerbied voor materiële dingen is op zich
een gezonde en natuurlijke beweging van hart en geest.
Hoe groot zijn uw werken, o Heer!
In wijsheid hebt Gij ze allemaal gemaakt;
de aarde is vervuld met uw schepping “ Psalm 103 [104]: 26.
Problemen beginnen wanneer we “de waarheid van God ruilen voor de leugenRom.1: 25. Mensen en met name die van onze huidige generaties beginnen te geloven dat de schepping [het Humanisme] de allerhoogste waarde heeft en dat slechts de geschapen dingen onze hoogste eerbied en toewijding verdient. Je ziet dat in de op de eigengereidheid van de mens gerichtte wetsvoorstellen.
Hier vinden we de bron van afgoderij, dat doodlopende punt waarnaar de tegenstrever/ de duivel ons voortdurend uitnodigt.
We zien precies wat er mis is met de seculiere cultuur om ons heen:
een opperste toewijding aan en aanbidding van materiële dingen met
uitsluiting van al het andere.

Tegenwoordig zijn veel secularisten er zelf bovenmatig trots op
vrij‘ van religie te zijn, ze zien echter de dood voor ogen zonder het te beseffen.
Ze werpenzich op natuurlijke wijze elke toewijding tot partijgerichte patronen
in
“de gelijkenis van elk vee op aarde [dierenpartij], of
de gelijkenis van een gevleugelde vogel [natuurfreeks] die onder de hemel vliegt ,
de gelijkenis van alles wat op de grond kruipt, of
de gelijkenis van welke vis dan ook in de wateren eronder de aarde“ Deut.4: 17-18.
Hoe zijn de mensen in hemel’s naam mensen geworden die “hen zijn gaan aanbidden en dienen” – politici worden immers tot goden verheven Deut.4: 19?
Zij hebbne heden ten dage de Macht in handen en spinnen er goed garen bij.
Merk echter op dat de kern van het probleem ligt in de dienst van
het schepsel in plaats van de SchepperRom.1: 25, hetgeen
de centrale fout van het secularisme is.

De apostel Paulus vervolgt zijn leer door de dienst van dingen aan de gevangenneming van de mens te koppelen door “gemene hartstochtenRom.1: 26.
Bijvoorbeeld: “vrouwen ruilden het natuurlijke gebruik voor wat tegen de natuur is. Evenzo brandden ook de mannen, het natuurlijke gebruik van de vrouw achterlatend, in hun lust voor elkaar Rom.1: 26-27.
Er is een voorspelbaar verband tussen het dienen van dingen en het vereren van idolen , in plaats van God, en het leven van morele decadentie.

Mozes waarschuwt zijn Volk tegen dergelijke problemen door voorbeelden te gebruiken van de losbandigheid van de cultus van de Baal Peor Deut.4: 3.
Gods profeet roept ons op om de onzichtbare, onzichtbare en altijd aanwezige Heer en God,
Die in tijd en geschiedenis voor Zijn Volk handelt te aanbidden,
Die ons neemt om de zijne te zijn en ons voortbrengt “uit de ijzeren oven [van onze hartstochten] , uit Egypte [de denkwijze van het aanbidden van dingen], om
Zijn volk te zijn, tot een erfenisDeut.4: 20.
We dienen ons ten diepste af te vragen hoe het komt dat we zijn gekomen om
de rijkdommen van Zijn goedheid, verdraagzaamheid en lankmoedigheid te minachtenRom. 2: 4.
om materiële doelen te dienen als onze eerste liefde,
om zelfs God aan de kant te schuiven?

Ontvang mij, een slaaf van genoegens,
o Bron des Leven’s Die
de zonde van de wereld wegneemt“.
uit het gebed van Basilios de Grote voorafgaand aan de communie.

”            Alle volkeren klapt in de handen, juicht voor God met vreugde kreten.
Want de Heer is verheven, ontzagwekkend; Hij is een Koning, groot over heel de aarde. Hij heeft volkeren aan ons onderworpen, heidenen onder onze voeten gebracht.
Hij heeft ons als Zijn erfdeel gekozen, de schoonheid van Jacob die Hij liefhad.
God is omhooggestegen onder gejuich, de Heer onder bazuingeschal.
Zingt een Psalm voor onze God, zingt Hem; zingt voor onze Koning: zingt een Psalm. Want de Koning over heel de aarde is God: zingt de Psalm met verstand.
God heerst over de volkeren, God zet zich neder op Zijn heilige troon.
De vorsten der volkeren zijn vergaderd voor de God van Abraham.
Want de sterken der aarde behoren aan God: zeer hoog zijn zij verheven”
Psalm 46[47] vert. ROK. ‘s-Gravenhage.

Apostichen vespers
tn.6.  ”   Verheug u, Adam, tezamen met Eva, want
Hij Die u zo wonderbaar geschapen heeft,
maar u in het Paradijs met bederf bekleden moest, toen
jullie de onbederflijkheid zelff wilden [be]grijpen;
Hij heeft u geheel tot Zich genomen, en
uw bederf in onbederflijkheid veranderd.
Hij heeft u met Zichzelf verheven en 
u tot het uiterste verheerlijkt
door in uw vlees te tronen bij de Vader“.

tn.6.  ”   Hij, Die in Zijn Goddelijke Kracht
de afvallige vijand in de hel had neergeworpen, 
heeft zonder verandering te ondergaan, mijn natuur op Zich genomen,
zonder vermenging en toch onscheidbaar,
wat menselijke kortzichtigheid daarover ook moge denken.
gelovigen, laat ons Hem met toewijding verheerlijken“.

tn.6.  ” Heden aanschouwen de Hemelse machten hoe de menselijke natuur
op wonderbare wijze omhoog stijgt, en
vol verbazing roepen zij tot elkander:
‘   Wie is deze die daar komt?
Maar hun eigen Meester ziend, bevalen zij de Hemelse Poorten te verheffen.
Met hen bezingen ook wij U zonder ophouden, Die in Uw vlees van daar zult weerkeren, als Rechter van het heelal, de Al-Machtige God“.

 

Hemelvaart, donderdag in de 6e week van Pascha, het Feest van Hemelvaart van Onze Heer en Verlosser Jezus Christus.

    En terwijl zij hierover spraken, stond Hij Zelf in hun midden; en zij werden ontzet en verschrikt en meenden een geest te aanschouwen. Doch Hij zei tot hen:
    Waarom zijt gij ontsteld en waarom komen er overwegingen op in uw hart? Ziet mijn handen en mijn voeten, dat Ik het Zelf ben; betast Mij en ziet, dat een geest geen vlees en beenderen heeft, zoals gij ziet, dat Ik heb.
En bij dit woord toonde Hij hun zijn handen en voeten.
En toen zij het van blijdschap nog niet geloofden en zich verwonderden, zei Hij tot hen:
    Hebt gij hier iets te eten?
Zij reikten Hem een stuk van een gebakken vis toe. En Hij nam het en at het voor hun ogen. Hij zei  tot hen:
    Dit zijn Mijn woorden, die Ik tot u sprak, toen Ik nog bij u was, dat alles wat over Mij geschreven staat in de wet van Mozes en de profeten en de psalmen moet vervuld worden.
Toen opende Hij hun verstand, zodat zij de Schriften [de Blijde Boodschap] begrepen.
En Hij zei tot hen:
    Aldus staat er geschreven, dat de Christus moest lijden en ten derden dage opstaan uit de doden, en dat in zijn naam moest gepredikt worden bekering tot vergeving der zonden aan alle volken, te beginnen bij Jeruzalem. Gij zijt getuigen van deze dingen.
     En zie, Ik doe de Belofte van Mijn Vader op u komen.
     Maar gij moet in de stad blijven, totdat gij bekleed wordt met kracht uit den hoge’.
En Hij leidde hen naar buiten tot bij Bethanië [Hebr.= ‘huis van dadels òf huis van ellende’] en Hij hief de handen omhoog en zegende hen.
– En het geschiedde, terwijl Hij hen zegende, dat Hij van hen scheidde.
En zij keerden terug naar Jeruzalem met grote blijdschap, en zij waren voortdurend in de tempel, lovende GodLuc. 24: 36-47.

En hij [Paulus kwam te Caesarea, ging aan land en groette de gemeente en ging naar Antiochië. En toen hij daar een tijd lang geweest was, ging hij weer weg en doorreisde achtereenvolgens het land van Galatie en Frygie om al de discipelen te versterken.
En een zekere Jood, genaamd Apollos, geboortig uit Alexandrië, een geleerd man, doorkneed in de Schriften, kwam te Epheze.
Deze was ingelicht omtrent de weg des Heren en, vurig van geest, sprak en leerde hij nauwkeurig hetgeen op Jezus betrekking had, ofschoon hij alleen wist van de doop van Johannes [de Doper].
En deze begon vrijmoedig op te treden in de Synagoge.
En toen Priscilla en Aquila hem hoorden, namen zij hem tot zich en legden hem de weg Gods nauwkeuriger uit.
En toen hij naar Achaje wilde oversteken, moedigden de broeders hem daartoe aan en schreven aan de discipelen, dat zij hem vriendelijk moesten ontvangen.
Deze, daar aangekomen, was door (Gods) Genade van veel nut voor hen, die geloofden.
Want onvermoeid bestreed hij de Joden in het openbaar” Hand.18: 22-28a.

lezing uit Vespers op de vooravond van Hemelvaart

Jeruzalem [Hebr.- ‘maak dubbel Vrede’]
    Trekt, trekt door de poorten, bereidt de weg voor het Volk, baant, baant de weg, zuivert hem van stenen, heft een banier omhoog boven de volkeren.
> Ik zal de gunstbewijzen des Heren vermelden, de roemrijke daden des Heren, naar alles wat de Heer ons heeft gedaan en naar de grote goedheid jegens het huis van Israël [de Kerk], welke Hij het betoond heeft naar Zijn Barmhartigheid en naar Zijn vele gunstbewijzen.
Hij zei: ‘ Zij zijn toch Mijn volk, kinderen, die niet trouweloos worden, en Hij werd hun tot een 
Verlosser. In al hun benauwdheid was ook Hij benauwd, en de Engel van Zijn aangezicht heeft hen gered. In Zijn Liefde en in Zijn mededogen heeft Hij Zelf hen verlost en Hij hief hen op en droeg hen al de dagen van ouds’
Isaiah 62: 10 – 63: 3,7-9.
De Heer gaf al zijn volgelingen de opdracht:
Verlaat Jeruzalem [de stad, waar je dubbel Vrede maakt] niet, maar wacht op het geschenk dat Mijn Vader [jullie] heeft beloofdHand.1: 4.
Het is te hopen dat dit verzoek wordt opgevolgd:
•  Christenen volgen immers de innerlijke Vrede na en doen dat niet als gebod, maar spontaan met grote vreugde.
•  Zij zijn tevens bij voortduring in de Tempel [in de stilte van het hart] en loven God.
Inderdaad in alles wordt het christelijk voorbeeld van de leerlingen en de Moeder God’s nagevolgd, zoals het in de Handelingen van de apostelen staat:
    En zij keerden terug naar Jeruzalem met grote blijdschap, en zij waren voortdurend in de Tempel, lovende GodHand. 24: 52-53.
Wanneer we deze passages interpreteren, waarin we zowel het gebod van Christus als de gehoorzaamheid van de discipelen kunnen zien, kunnen we enkele interessante punten waarnemen.

Christus,
op de Olijfberg.

1.]. De eerste navolgers verlieten de Olijfberg [waar smart, droefheid en tranen hen de adem ontnam] met grote vreugde. Hoewel Christus hen vanaf dat moment aan de wereld overleverde, waren ze buitengewoon blij, met name omdat zij de verzekering hadden gekregen dat zij de Heilige Geest zouden gaan ontvangen en eerst dàn zouden zij ledematen zijn van Zijn Lichaam [de Kerk].
Het was een zegen om van Christus in het vlees beroofd te zijn, omdat ze in alle vrijheid een nieuwe en zelfstandige keuze tot gemeenschap en eenheid met Hem zouden bereiken [in leven en werken].
Bovendien had Christus hun verzekerd: “En wanneer Ik van de aarde verhoogd ben, zal Ik allen 
tot Mij trekkenJohn.12: 32.
De vreugde van de eerste navolgers was dus tweeledig: ten eerste de hoop deel te hebben aan de Heilige Geest en ten tweede, het feit dat ze als persoonlijke oog- en oor-getuigen werden toegelaten tot zulk een groot skala aan Mysteriën [wonderbaarlijke gebeurtenissen].
2.]. Tussen Hemelvaart en Pinksteren was er een periode van gebed, smekingen en stilte, hesychia [stilte] van lichaam en ziel.
            * Nepsis [Gr.= ‘νῆψις’ is een toestand van waakzaamheid of soberheid die wordt verkregen na een lange periode van kátharsis [Gr.=‘κάθαρσις’ “emotionele zuivering”]. Misschien wel het meest geassocieerd met het orthodoxe klooster-leven, worden ontelbare verwijzingen naar nepsis  gemaakt in de Philokalia [een verzameling van beschrijvingen van hetgeen de Neptische Vaders beleven].
➙     Niemand kan deelnemen aan de Heilige Geest  tenzij hij in een staat van gebed en innerlijke nepsis* is.  Bovendien bereidt het praktische leven, dat is het houden van de geboden van Christus, de basis voor wat het zuivere gebed wordt genoemd, en  gebed is de basisvoorwaarde voor het verwerven en
deelnemen aan de Genadegave van de Heilige Geest.
3.]. De eerste navolgers van Christus zijn voortdurend bij elkaar, met de Panagia [de allerheiligste moeder van God] volhardend in gebed in hun midden.
Dit toont de waarde van de aanbidding van de Kerk, omdat in het kern, het Lichaam van Christus, het uitgangspunt daarvan is dat het individu aldaar het meest geliefd is voor Christus, de gemeenschap van Heiligen en de Panagia.
De Theotokos, de moeder God’s claimt geen enkele autoriteit of functie in de Kerk, maar zij was en is in het middelpunt van de eredienst, de kostbaarste schat die de kerk had en heeft;
Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en overwoog ze bij zichzelf
Luc.2: 19.
Je mag je dus [even terzijde] gerust eens afvragen waarom de Moeder God’s voor de kinderen van Fatima [Arab.= Fāţimah ‘
فاطمة ‘ “Zij die speent”] beweert: “Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis”, terwijl de Theotokos nimmer zo’n uitspraak heeft gedaan, toen zij nog onder ons was – haar [stief-]zoon, Johannes de Theoloog en Lucas, die haar icoon schilderde zouden daar voorzeker melding van hebben gemaakt.
4.]. We dienen als navolgers altijd de geboden van Christus te gehoorzamen, omdat ze een goed en heilig gevolg voor ons leven in de wereld hebben.
Indien de eerste leerlingen niet naar Jeruzalem waren teruggekeerd, indien zij zich in hun benauwdheid ieder naar hun eigen huis waren vertrokken, zouden zij niet de grote Genadegave hebben verkregen om de Heilige Geest te ontvangen en daarmee ledematen van het Lichaam van Christus zijn geworden.
Zij hielden zich dus niet eenvoudig aan hetgeen hen geboden was, maar ze werden er tevens door beschermd. Wat er in het leven van Christus plaatsvond, zou ook in het leven van de christenen dienen plaats te vinden, volledige overgave aan de wil van God.
Bovendien is de navolging van Christus niet alleen uiterlijk in overeenstemming met sommige voorschriften en externe geboden,  maar is tevens de volledige deelname aan Christus; je bent niet alleen na het ontvangen van het Mysterie van de Eucharistie [het Lichaam en Bloed van Christus] ‘Christophoros, Christusdragend, maar in de algehele aanwezigheid onder de mensen.
Wij dienen Christus ‘passie’, dat wil zeggen Zijn Lijden, Kruis en Opstanding in ons eigen leven te ondervinden …:
        Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt Mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen;  want Mijn juk is zacht en Mijn last is lichtMatth.11: 28-30.
Wij dienen te proberen onszelf als mens tot God’s niveau te verheffen, daar te gaan waar Christus is en genieten van Zijn Hemelvaart, met behulp van actie en visie van God. De inzet is zuivering van het hart door de bevelen van Zijn Pedagogie van de Blijde Boodschap te onderhouden, het vooruitzicht is ‘verlichting van de nous * ‘ en haar beklimming naar geestelijke visioenen van God.
          * ’ Nous’ [Gr.=νούς of νόος], is de Oudgriekse term voor geest of intellect. Met ‘Nous’ wordt de hoogste vorm van denken, een bijna goddelijk denken bedoeld. Het is de soort intellectuele intuïtie die aan het werk is wanneer je definities, concepten ineens begrijpt, plots ‘ziet‘, als bij een goddelijke ingeving
conf. preek van toezichthouder/aartsbisschop Hierotheos van Nafpaktos en Saint Vlassios

Isaiah profeteert:

Christus in de wijnpers, glas-in-lood

    Ik heb de pers alleen getreden en van de volkeren was niemand bij mij, Ik trad hen in mijn toorn en vertrad hen in mijn grimmigheid; toen spatte hun bloed op mijn klederen en ik bezoedelde mijn ganse gewaad.
> Ik zal de gunstbewijzen des Heren vermelden, de roemrijke daden des Heren, naar alles wat de Heer ons heeft gedaan en naar de grote goedheid jegens het huis van Israël [Zijn Kerk], welke Hij het betoond heeft naar Zijn barmhartigheid en naar Zijn vele gunstbewijzenIsaiah 63: 3 en 7.
       Wat Isaiah de Volkeren in de tijd duidelijk maakt is dat hij bij de verkondiging van het Woord des Heren onder de volkeren zijn kleren bezoedelt door het bloed van zijn toehoorders.
       Hij stelt dat de Heer onze God in Zijn grote Barmhartigheid ons – geen mens uitgezonderd – desondanks telkens weer opnieuw vergoed voor wat ons eigenlijk totaal niet toekomt.
De Heer is een rechtvaardige rechter voor het huis van Israël [de Kerk] en
Hij behandelt ons volgens Zijn overweldigende Genade, ja, overeenkomstig de veelheid van Zijn Gerechtigheid.
Zelfs de hemelse Gewestwn wn al die zich daar bevinden zien met verbazing op
wanneer God de Zoon van Zijn Hemelse troon is neergedaald en Zichzelf ontledigd heeft:
    Christus, Die, in de gestalte God’s zijnde, het aan God gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, 
maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden isPhil.2: 6,7.    Wat een wonderbaar Mysterie is onze God!

De heilige Johannes Damascinos drukt de verbijstering van de aartsengel Gabriël uit over de Menswording, de Incarnatie:

– De engel Gabriël wordt vanuit de hemelen met de Blijde Boodschap naar de Moeder Gods gezonden om haar te verkondigen dat zij zwanger zou worden en de Verlosser van de wereld zou baren –

Heden werd de Aartsengel Gabriël gezonden om aan de Maagd de ontvangenis te verkondigen.
Aangekomen in Nazareth dacht hij vol verbazing na over het Mysterie.
‘Hoe Hij, de Onvatbare uit den Hoge uit een Maagd geboren wordt.
Hij, Die de Hemel tot troon en de aarde als voetbank heeft,
treed binnen in de schoot van een vrouw.
Hij tot wie de zes-vleugelogen hun vele ogen niet durven opheffen,
wil door een enkel Woord het vlees aannemen uit haar!
Het Woord God’s Zelf is aanwezig.
Daarom sta ik hier en zeg tot de Maagd:
‘ Verheug u, onschuldige Maagd’.
‘ Verheug u, nooit gehuwde Bruid’.
‘ Verheug u, Moeder des Levens, want
gezegend is de Vrucht van uw schoot’”.
Hymne bij ‘Heer ik roepVespers van de Verkondiging.

Wanneer de Heer nu Zijn triomfantelijke weerkeren in de hoogte maakt,
worden wij geconfronteerd een een ander wonder de engelen:
Christus zet de menselijke natuur
•   voor eeuwig samen met de Vader,
   voor eeuwig verbindt hij de mens met het schepsel tot de Godheid.
Hoewel hij nooit afgescheiden was van Zijn eeuwige troon, keert de Heer nu als een Heilige en Sterke mens naar de Hemelen terug, met een ontzagwekkend rechtschapen uiterlijk.
Zijn kledingstukken zijn nu rood gekleurd van de vertreding van Zijn Passie in de wijnpers. Dit alles draagt ​​Hij als een uitstraling van energie naar de Hemelen als 
teken van Zijn overwinning aan het Kruis, want Hij overwon onze grootste vijanden, de zonde en de Satan, en vernietigde de dood door Zijn dood.

Isaiah brengt al deze beelden voor ons bijeen in
een korte verzen-lezing voor het Feest van de Hemelvaart.
    Hij ontvouwt voor onze ogen een beeld van de terugkerende “Strijdende Verlosser”,
die in een triomfantelijke processie, Zijn plaats weer inneemt op
Zijn rechtmatige Hemelse troon.
Deze verbale Icoon van deze profeet omvat dit bevel van de Heer namens Zijn Kerk:
    Trekt, trekt door de poorten, bereidt de weg voor het Volk,
baant, baant [u] de weg, zuivert hem van stenen, heft
een banier omhoog boven de volkeren

Isaiah 62: 10.

Serbian Patriarchate and Patriarchs of Antioch call for Pan Orthodox Unity,          4-6-’19

Dat dit Woord wordt opgevolgd blijkt uit het heuglijke nieuws van dit moment dat de ‘kleine‘ Patriarchaten bijeen op het Servisch Patriarchaat en de
gezamenlijke Patriarchen van Antiochië oproepen tot Pan-Orthodoxe Eenheid;
en zij verklaren dat zij
      verenigd zijn in de Liefde en Geloof in Onze Heer, Jezus Christus en streven naar wederzijdse eenheid – niet alleen in woorden maar in serieuze daden op weg naar volledige eenheid op alle gebied”.
    De lezingen van vandaag bevatten ook een voortschrijdend antwoord op de overpeinzingen van de engel en wordt afgesloten met een profetische reflectie op de Hemelvaart zelf:
    En laat Hem geen rust, totdat Hij Jeruzalem grondvest en het stelt tot een lof op aarde. De Heer heeft gezworen bij Zijn rechterhand en bij Zijn sterke arm:
  Nooit zal Ik uw koren meer aan uw vijanden tot spijze geven en
nooit zullen vreemdelingen meer de most drinken, waarvoor gij gezwoegd hebt; maar 
zij die het oogsten, zullen het eten en de Heer loven, en zij die Hem inzamelen, zullen Hem drinken in de voorhoven van mijn heiligdomIsaiah 62: 7-9.
    De profetie van Isaiah onthult eerst dat de aardse bediening van de Heer vanaf het moment van Zijn Incarnatie uit de Maagdelijke schoot, voor de Kerk, bestemd is, ”de dochter van SionIsaiah 62: 11., die de Heer Mijn Volk noemt.
Hij zal niemand toestaan als obstakel om op onze weg naar de hemel te staan:
Gooi de stenen van de weg en verhef een standaard voor de heidenen” conf. Isaiah 62: 10.

Hier is een standaard om alle volkeren van de aarde te verzamelen, niet alleen het oude Israël, hetgeen de reden aangeeft waarom Hij de eerste leerlingen, de Apostelen de opdracht geeft “maakt discipelen van alle natiënMatth.28: 19.
Valt je tevens op dat de Kerk hier betiteld wordt als: “Het heilige Volk, De Verlosten des Heren; en gij zult genoemd worden: Begeerde, Niet verlaten StadIsaiah 62:12.
Onze Heer en Verlosser  geeft Hoogstpersoonlijk antwoord op de overpeinzingen van de engelen in deze profetie.
Geen andere menselijk persoon zou de mensheid hebben kunnen verlossen, maar Christus zegt:

En de vrede van God, die alle verstand te boven gaat zal uw hart en gedachten in – Christus, Jezus – bewaren, Phil.4: 7

    Ik heb de pers alleen getreden en van de volkeren was niemand bij Mij, Ik trad hen in mijn toorn en vertrad hen in mijn grimmigheid; toen spatte hun bloed op mijn klederen en ik bezoedelde Mijn ganse gewaadIsaiah 63: 3.
Isaiah drukt zijn ontzag uit over God’s Openbaring:
Ik zal de gunstbewijzen des Heren vermelden,
de roemrijke daden des Heren, naar alles wat de Heer ons heeft gedaan en naar de grote goedheid jegens het huis van Israël, welke Hij
het betoond heeft naar zijn barmhartigheid en naar zijn vele gunstbewijzen

Isaiah 63: 7.
Evenzo omarmen de gelovigen hun Verlosser, want we weten het dat Christus Zelf hun redding is:
  Schouw uit de hemel en zie uit uw heilige en luisterrijke woning. Waar zijn uw ijver en uw machtige daden? Uw innerlijke bewogenheid en uw ontferming hebben zich jegens mij niet laten geldenIsaiah 63: 8.
Niet een oudste of een engel, maar de Heer ‘Zelf’ redde ons:
  Gij immers zijt onze Vader; want Abraham weet van ons niet en Israël kent ons niet; Gij, Heer, zijt onze Vader, onze Verlosser van oudsher is Uw Naam”, omdat
Hij van ons mensen houdt en ons spaart Isaiah 63: 9.
Hij verloste ons en nam [ons] mee omhoog en  tilde [ons] op in alle dagen vanoudsIsaiah 63: 9.

  Heer, Toen Uw Apostelen aanschouwden hoe
U op de wolken ten Hemel voer, Levenschenker Christus,
waren zij van droefheid vervuld, en
onder tranen riepen zij wenend uit:
Meester, laat niet ons als wezen achter, die
U als Uw dienaren, Barmhartige,
vol medelijden hebt liefgehad;
maar zend ons, zoals U beloofd hebt,
Uw Alheilige Geest,
de Verlichter van onze zielen
”.
uit: – Vespers voor Hemelvaart -.

Maandag in de 6e week van Pascha – samenzweringen om Christus te doden en de wijsheid van de Christelijke gemeenschap

Christ Pantocrator enthroned with four Evangelists

  De overpriesters en de Farizeeën dan riepen de Raad samen en zeiden:
‘Wat doen wij, want deze mens doet vele tekenen?
Als wij Hem zo laten geworden, zullen allen in Hem geloven en
de Romeinen zullen komen en ons zowel onze plaats als ons volk ontnemen’.
Maar een van hen, Kajafas, de hogepriester van dat jaar, zeide tot hen:
‘ Gij weet niets, en gij beseft niet, dat het in uw belang is, dat een mens sterft voor het volk en niet het gehele volk verloren gaat’.
Doch dit zeide hij niet uit zichzelf, maar als hogepriester van dat jaar profeteerde hij, dat Jezus zou sterven voor het volk, en niet alleen voor het volk, maar om ook de verstrooide kinderen God’s bijeen te vergaderen.
Sinds die dag dan beraadslaagden zij om Hem te doden.
Jezus dan bewoog Zich niet meer vrij onder de Joden, maar vertrok vandaar naar de landstreek 
dicht bij de woestijn, naar een stad, Efraim genaamd, en Hij bleef daar met Zijn discipelenJohn.11: 47-54.

  En hun weg nemende over Amfipolis [handelsstad nabij natuurlijke hulpbronnen] en Apollonia [stad vernoemd naar godin van de zon], kwamen zij te Thessalonica [hoofdstad regio Centraal-Macedonië], waar een synagoge van de Joden was.
En Paulus ging, zoals hij gewoon was, daar binnen en behandelde drie sabbatten achtereen met hen gedeelten uit de Schriften, door aanhalingen uitleggende, dat de Christus moest lijden en opstaan uit de doden, en dat deze de Christus is, die Jezus, die ik [zo zei hij] u predik.
En enigen van hen lieten zich overtuigen en sloten zich bij Paulus en Silas aan, en ook een grote menigte Grieken, die God vereerden, en tal van voorname vrouwen.
Maar de Joden werden afgunstig en namen enkelen van het minste straatvolk te hulp, veroorzaakten een oploop, en brachten de stad in rep en roer; en zij stormden op het huis van Jason aan met de bedoeling hen voor de volksvergadering te brengen.
Maar toen zij hen niet vonden, sleurden zij Jason en enige broeders voor de stadsbestuurders, en schreeuwden:
Dezen, die de wereld in opschudding gebracht hebben, zijn ook hier gekomen, en Jason heeft hen in zijn huis opgenomen. En zij handelen allen in strijd met de geboden van de keizer door te beweren, dat er een andere koning, Jezus, is.
En zij maakten de bevolking en de stadsbestuurders, die dit hoorden, ongerust.
Doch toen dezen van Jason en de anderen een borgtocht hadden ontvangen, lieten zij hen vrijHand.17: 1-9.

Onze Heer en Verlosser predikte het Koninkrijk God’s en had bevestigd dat Hij de te verwachten Messias was, hetgeen Hij nog eens bekrachtigd had door Lazaros uit de doden op te wekken.
Het gehele personeel van de Tempel dreigde z’n baantje te verliezen omdat
zij vreesden dat de Romeinen zouden ingrijpen.
Zij zagen in onze Heer en Verlosser een concurrerende partij, die
onrust veroorzaakte en wanneer de Romeinen zouden ingrijpen
dreigden zij hun lucratieve baantjes te verliezen.
Het is dus niet verwonderlijk dat zij zich gingen beraden over
hetgeen Gods doel voor de wereld is om een volk voor zichzelf te behouden en
de wereld voor dat volk te vernieuwen,
impliceert Zijn koninklijke heerschappij
een reddende en verlossende activiteit
ten behoeve van hen?
Dit is waarom de komst van het Koninkrijk in het Nieuwe Testament
de Blijde Boodschap, het Goede Nieuws wordt genoemd .
In en door onze Heer en Verlosser komt God, als de Heer,
de koning van het heelal, op een nieuwe manier naar de wereld om
Zijn behoudende Heerschappij te vestigen.
1.]. In de harten van Zijn God’s-volk en in de manier waarop Zijn onderdanen en dingen met elkaar samenhangen – waardoor de zonde onder de mensen, de Satan en de dood overwonnen wordt.
2.]. Door de uitoefening van Zijn Macht als Alpha & Omega, begin en eind, verzamelt Hij Zich een God’s-volk als een huwelijk’s Verbond onder de mensen, die leven als burgers van een nieuw Koninkrijk waaraan zij zich blijvend verbonden weten en zich distantiëren van wereldse aangelegenheden
3.]. Christus zal een tweede keer weerkomen en zal alsdan de heerschappij voltooien door een nieuwe hemel en een nieuwe aarde te vestigen. Deze Heerschappij over al wat leeft is nog niet bereikt, maar zal eens gevestigd worden.
Wanneer Christus Zijn Pedagogie in samenhang met het Hemels Koninkrijk uiteenzet laat Hij ons het vooruitzicht zien van datgene dat zowel aanwezig is maar in de menselijke tijd nog niet gerealiseerd is.
Het Koninkrijk der Hemelen is een Mysterie, welke zich reeds onder ons bevindt – het is een aanwezigheid, die geen einde kent.
De toekomstige dimensie van het koninkrijk der Hemelen is overduidelijk in het gebed des Heren,  het Onze Vader te horen: “Uw koninkrijk kome” Matth.6: 10.
We zouden dit elke dag dienen te bidden: “   Heer, breng ons het Koninkrijk”.
Momenteel is het niet zoals wij het zouden willen, maar:
Breng ons Uw Koninkrijk, Heer.
Laat het Koninkrijk over ons neerdalen, neem de overhand in het leven van de mensen.  Vestig uw Overmacht en neem het leven van de mensen volledig in Uw hand. ‘Kom, Heer Jezus, Kom in mijn leven, in de wereld’, want
onze Heer is opgevaren ten Hemel, maar de Heilige Geest lijkt
na een periode van aanwezigheid, uit de Lage Landen verdwenen“.

    Want de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te zoeken en te redden. Toen zij daarnaar luisterden, sprak Hij nog een gelijkenis uit, omdat Hij dicht bij Jeruzalem was en zij meenden, dat het Koninkrijk Gods terstond openbaar zou wordenLuc.19: 10-11.
De Heerschappij van de gekruisigde en Verrezen Christus zou
vandaag de bovenhand moeten voeren, de nadruk dienen te krijgen.
Maar onze Heer en Verlosser wist dat het niet ‘meteen’ zou komen òf
zoals in onze tijd zonder slag of stoot zou blijven bestaan!!!.
Het koninkrijk van God zal niet onmiddellijk verschijnen, en
tòch zegt onze Heer herhaaldelijk:
    Het Koninkrijk is nabij. Heb berouw, want het Koninkrijk van God is nabij”.
In feite heeft onze Heer het hier duidelijker naar voren gebracht dan in:
    Maar indien Ik door de vinger Gods de boze geesten uitdrijf, dan is het Koninkrijk Gods over u 
gekomenLuc.11: 20.
Nog duidelijker stelt Onze Heer het als antwoord op de vraag van de Farizeeën in:
    Het Koninkrijk Gods komt niet zo, dat het te berekenen is; ook zal men niet zeggen: zie, hier is het of daar! Want zie, het Koninkrijk Gods is bij uLuc.17: 20,21.

Hoe kan het Koninkrijk van God zowel ‘wel als niet’ aanwezig zijn en toch al aanwezig zijn?
Onze Heer maakt ons eigenlijk duidelijk:
    Bidt erom. Het komt eraan. Het is er nog niet. Het zal niet onmiddellijk zijn, en
toch is het al in jullie midden aanwezig, bij jou, onder handbereik
”.

Hoe kan Christus dat allemaal zeggen?
Het antwoord is:
het Koninkrijk van God is ‘God’s Heerschappij’,
– Zijn Soevereine handelen in de wereld om
een volk te verlossen en te bevrijden en
om deze verlossing/bevrijding op
een later tijdstip af te maken en
Zijn Volk en het universum
volledig te vernieuwen.

de christen draagt Christus’ Kruis

Je Kruis opnemen in plaats van jezelf op een troon plaatsen
    Zo is het een welbehagen geweest voor de Vader.
Alle dingen zijn [aan] Mij [Christus] overgegeven door Mijn Vader en niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon en wie de Zoon het wil openbaren. Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want Mijn juk is zacht en Mijn last is lichtMatth.11: 26-30.
Waarom komt de term Koninkrijk der Hemelen in de Pedagogie van de Heer Zelf méér vóór dàn klaarblijkelijk in de van Paulus en de anderen het geval is?
Je zou je kunnen voorstellen dat de weg van onze Heer en Zijn openbaring dat Hij de Zoon van God is enerzijds een smalle marge bevat ten opzichte van de anderzijds daadwerkelijke aanwezigheid van Zijn Koningsschap een dilemma vormde aangezien Hij Zich niet tot een wereldgericht koning wilde laten bestempelen [zoals het volk in Johannes 6 voornemens was te gaan doen].

Het volk stond immers klaar om Hem als koning te gaan benoemen.
Je herinnert je hoe Jezus herhaaldelijk tegen mensen zei om
anderen niet te vertellen wat ze hadden gezien Matth.17: 9, Marc. 7: 36.
Dat komt omdat er zo’n wijdverbreid misverstand over de aard van Zijn koningschap zou ontstaan, hetgeen een politieke opstand zou kunnen veroorzaken, indien het volk Hem op de troon probeerde te dwingen, zoals in Johannes 6 .

Neen, Christus is op aarde gekomen om Zijn Kruis op Zich te nemen en
door lijden en sterven onze verlossing te bewerkstelligen, dat
was immers waarom Hij in de wereld gekomen was; dat
is van het begin af aan de Wil van de Vader geweest.

Hij kwam om te sterven en [nog] niet op een troon verheven te worden.
Hij zou het koning’s-schap alleen verwerven door Zijn Kruisiging en de Opstanding.
Dat was [en is] voor zijn navolgelingen nauwelijks te bevatten.

De Opgestane/Verrezene is Heer
Ná Zijn Opstanding zie je nu kristalhelder datgene, wàt de discipelen
tijdens Zijn leven – ‘niet’ – konden doorgronden.
Namelijk, dat het Koninkrijk der Hemelen, het Koninkrijk God’s eerst
het meest Glorieus onthuld kon worden in een gekruisigde en opgestane Koning.
Daarom doet dàt op geen enkele manier iets af aan de verschuiving
die plaats vindt ten opzichte van Zijn verkondiging over het Koninkrijk
tijdens het leven van Zijn Openbare leven.
De Pedagogie, de werkelijke inhoud blijft dezelfde, er vindt wel een verschuiving in de Openbaring plaats – eerst nú begrijp je de woorden van voorheen..
Het legt nu de overweldigende nadruk op de koning zelf als
‘ de gekruisigde, opgestane Heer’ van het universum.
  God is Heer en Hij is ons verschenen als Licht” is
bijna synoniem in de brieven met “de koning is gekomen”.
Alles heeft een gelijke betekenis gekregen:
“ de koning is gekomen” – ‘ de Heerschappij is ge[be-]vestigd
Het is niet alleen dat Hij gekomen is, Hij zal komen.
Het zou goed zijn òm dit voor ogen te stellen wanneer wij
onze diensten beginnen met:
Gezegend is het Koninkrijk, van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest;
nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. AMEN
”.
Waarmee wij beginnen met te verkondigen dat:
onze leer de smaak heeft van de apostolische toepassing van
de Heerschappij van onze Heer en Verlosser in Zijn Kerk en in de wereld;
het is de Heerschappij van de gekruisigde en verrezen Christus,
Die hier en nu en voor altijd de benadrukt zal dienen te worden.

Wat is Wijsheid?
Het boek Wijsheid van Salomon is geschreven tussen 50 v. Chr. en 30 na Chr en is waarschijnlijk geschreven door een tijdgenoot van Philo te Alexandrië; het wordt door de Orthodoxe en Roomse Kerken tot de Canonieke Boeken van de Blijde boodschap gerekend. Dit werk is geschreven in het Grieks en komt dus niet voor in de Joodse heilige geschriften, die immers allen in het Hebreeuws of Aramees zijn opgetekend. In Protestantse kringen wordt dit boek aangeduid als een ‘apocrief‘ geschrift: wel nuttig, maar niet gezag- hebbend [Maarten Luther, 1534]. De vroeg-christelijke Kerk beschouwt het boek Wijsheid van Salomon als gezaghebbend en meer dan dat, lees maar:

               Ik wist anders dat ik niet zelfbeheersing zou krijgen, tenzij God mij wijsheid gaf, en het was een teken van onderscheiding om te weten wiens gave zij was – dus smeekte ik de Heer en smeekte Hem. . . met heel mijn hart: O God van onze vaderen en Genaderijke Heer, Die alle dingen door Uw Woord heeft gemaakt en in Uw Wijsheid mens heeft geformeerd Die door U Heer en Meester is van al wat geschapen is. . . .Wijsheid van Salomon 8: 21:8- 9: 1,2.

Hierotheos Vlachos , Grieks Metropoliet [Aartsbisschop] en theoloog legt uit dat:
Waar de Orthodoxie op de juiste manier en in de Heilige Geest wordt beleefd,
het een gemeenschap van God en mensen is,
van Hemelse en aardse dingen, van de levenden en de doden.
In deze gemeenschap worden alle problemen die
zich in ons leven voordoen echt opgelost
“ .
uit Orthodoxe Psychotherapie, blz. 25.

            In zijn boek Wijsheid wijst Salomo op
de waarachtige “gemeenschap van God en mensen“, want
hij prijst de wijsheid
“wetende dat ze me goede raad en aanmoediging zal geven
in tijden van zorgen, kommer en kwel” Wijsheid van Salomon 8: 9.

            In onze hedendaagse opvoeding, die wij eigen [aan deze tijd] ‘modern’ noemen, biedt daarentegen alleen intellectuele verworvenheden wijsheid en wordt God systematisch uitgezuiverd als de betrouwbare bron van ware wijsheid.
In het beste geval levert het [geloofs- en op de Jood’s-Christelijk cultuur georiënteed] onderwijs een verdienstelijk werk op in het geval van het opdoen van een noodvoorraad aan menselijke kennis,
het wordt slechts beschouwd als bijzaak in het vergroten van het intellect en
het verscherpt de waarneming van de mens binnen een ondergeschikt kader.
In het slechtste geval biedt het alleen toegang tot een professioneel gespecialiseerd gebied en produceert het [gewijd]  toezichthouders en spelleiders leiders die niet veel met wijsheid ophebben om de blijvende problemen van het leven aan te pakken.
Salomo verheerlijkt Wijsheid als “vanuit haar nobele geboorte levend met God” Wijsheid van Salomon 8: 3,
zijnde het “ tot een ingewijde behoren van de kennis van GodWijsheid van Salomon 8: 4.
Ze is niet beschikbaar tenzij God haar geeft Wijsheid van Salomon 8: 21,
maar Salomo openbaart ook dat Wijsheid
gaat over het zoeken van degenen die haar waardig zijnWijsheid van Salomon 6: 16.
Hier is de wijze Salomo een heraut die ons roept om het ware christendom te omhelzen, dat ieder van ons
deelgenoot  van de gemeenschap en daardoor deel heeft aan de dood en de Opstanding van Christus onze Goduit dienst van het Mysterie [Sacrament] van de doop.
Want alleen in Jezus Christus, onze Heilige Wijsheid, leren we
‘zelfbeheersing, onderscheidingsvermogen, gerechtigheid en moed:
      Indien iemand van gerechtigheid houdt, zijn de producten van gerechtigheid de deugden. Want Wijsheid leert zelfbeheersing, onderscheidingsvermogen, gerechtigheid en moed, over welke dingen er niets waardevoller is in het leven van de mensWijsheid van Salomon 8: 7.
    
Je vindt dit eveneens terug in:
      Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid 
en dit alles zal u bovendien geschonken worden. Maakt u dan niet bezorgd tegen de dag van morgen,want de dag van morgen zal zijn eigen zorgen hebben; elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad Matth.6: 33,34 en
      Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing. Tegen zodanige mensen is de wet nietGal.5: 22,23.
Toezichthouder, aartsbisschop Hierotheos herinnert ons eraan dat:
Waar het menselijke woord machteloos was, kwam daar het goddelijk-menselijke Woord. . . Christus. . . het levende Woord van God”.

             Eerst nú beginnen we het grote contrast te zien tussen wàt het seculiere onderwijs tegenwoordig wel niet allemaal biedt [lees: ontkent en kapot tracht te maken] en wàt onze christelijke kerken en kloosters bieden:
het leven in Christus’.
                          We willen uiteraard dat onze geliefden een goede opleiding, professionele vaardigheden en intellectuele ontwikkeling opdoen, maar
indien ze niet toegerust zijn/worden voor de “hitte van de dag” en
bewapend worden met de overtuigingen van ons Geloof,
zullen zij in het leven enorme belemmeringen ondervinden.
                        Joseph Stalin, die aan een orthodox seminarie studeerde, wendde
zich niettemin tot de wijsheid van het marxisme en
werd een barbaarse onderdrukker van de Heilige Kerk.
Hij heeft nooit en tenimmer de Wijsheid waargenomen,
Die “op [Zijn] troon zit”:
      Geef mij de Wijsheid die bij Uw troon zit en wijs mij niet af als een van Uw dienaren, want Ik ben [, Die ben, Die is] Uw dienaar en de Zoon van Uw dienstmaagd” Wijsheid van Salomon 9: 4 en regeert met de Vader.

Kijk naar wàt Christus, de wáre Wijsheid van God, ons allemaal biedt.
Wanneer we ernaar streven ons te bekeren door gebed en ascese, geeft
Hemelse Wijsheid ons een waarneming die “stralend en niet-ontvankelijk” is Wijsheid van Salomon 6: 12.
Wijsheid Zelf stelt diegenen die worstelen in staat
de perfectie van het onderscheidingsvermogen” te bereiken en
vrij van zorgen te wezenSalomon 6: 15.

Hoewel de maatschappij om ons heen aan het wegzakken is, als maar slechter wordt,
is “ Christus is onder ons, Hij is en zal zijn” uit de Goddelijke liturgie,
anders gezegd Christus onze God is nog steeds onder ons en
doet ons genadevol kennis toekomen die niet faalt.
Hijzelf is Wijsheid die “het kwaad niet kan overwinnen” Salomon 7: 30.,
inclusief de ondeugd in de media, op de werkplek en bij sociale bijeenkomsten.
Christus geeft genade die “gerechtigheid liefheeft” Salomon 8: 7 en
vindt “goede raad en aanmoediging in zorgen en zorgen” Salomon 8:9.

Terwijl de wereld dronken wordt van zelfgenoegzaamheid en vluchtige prestaties,
verzekert Christus de Wijsheid van God de ziel.
Hij is “aanwezig met mij
“. . . opdat ik zou weten wat Hem welbehaaglijk is “Wijsheid van Salomon 8:10.
Hij raadt ons aan “na te denken over wat de Heer wil” Wijsheid van Salomon 8: 13 en
leidt ons “wijselijk in [onze] handelingen” Wijsheid van Salomon 8: 11.

“ O, God van onze vaders en de Heer van genade. . .
Geef mij de Wijsheid Die bij Uw troon zit en
wijs mij niet af onder Uw dienaren”
Wijsheid van Salomon 9: 1,4.

 

In het Koninkrijk der Hemelen zullen de blinden zien, de kreupelen lopen en de melaatsen rein worden

Uit ‘Heer ik roep – Vespers maandag na de Blindgeborene
tn.5.  ”     Een waar standbeeld van heldenmoed heeft de genezen blinde voor zichzelf opgericht, door de trouw van zijn inzicht, waarmee hij zo hoog de zienden overtrof.
Want hij, die eerst blind was, erkende de Maker Die hem geschapen had, en Die
het heelal tot het zijn heeft gebracht, omdat hij de macht ervoer van het Mysterie [Wonder], dat met speeksel genezing schonk aan zijn lichtloze ogen.
Hij zah Hem als de Zoon van God, en als de Heer van de wereld.
Maar zij die lichamelijk goede ogen bezaten, waren blind door de ziekte van de afgunst, en zagen niets in Hem, ofschoon zij zulke geweldige krachten in Hem konden aanschouwen, Die met een enkel woord zulke wonderen deed

6e Zondag na Pascha – Zondag van de Blindgeborene, die dienaar wordt die z’n weg de berg opwaarts kiest

      En voorbijgaande zag onze Heer en Verlosser een mens, die sedert zijn geboorte blind was. En zijn discipelen vroegen Hem en zeiden: ‘ Rabbi, wie heeft gezondigd, deze of zijn ouders, dat hij blind geboren is?’. Jezus antwoordde: ‘ Noch deze heeft gezondigd noch zijn ouders, maar de werken Gods moesten in hem openbaar worden.
Wij moeten werken de werken doen van Degene, Die Mij gezonden heeft, zolang het dag is; er komt een nacht, waarin niemand werken kan. Zolang Ik in de wereld ben, ben Ik het licht der wereld’.
        Na dit gezegd te hebben, spuwde Hij op de grond en maakte slijk van dit speeksel en Hij legde hem het slijk op de ogen en zeide tot hem:
        ‘Ga heen, was u in het badwater Siloam’, hetgeen vertaald wordt door: uitgezonden worden.
Hij dan ging heen, waste zich en kwam ziende terug.
De buren dan en zij, die hem vroeger als bedelaar gekend hadden, zeiden: ‘Is hij dat niet, die zat te bedelen?’.

Genezing, inclusief hun gaven, mogelijkheden en beperkingen. Daarom zul je in de omgang en communicatie met hen op zoek moeten gaan naar passende vormen!

Sommigen zeiden: ‘Hij is het; anderen zeiden: Neen, maar hij gelijkt op hem’.
Hij zei [zelf]: ‘Ik ben het’.
Zij dan zeiden tot hem: ‘Hoe zijn dan uw ogen geopend?’.
Hij antwoordde: ‘De mens, die Jezus genoemd wordt, maakte slijk, streek het op mijn ogen en zei tot mij: ‘Ga heen naar Siloam
[Hebr.= uitgezonden worden] en was u. Ik ging dan heen en toen ik mij gewassen had, werd ik ziende’.
En zij zeiden tot hem: ‘Waar is Hij? Hij zeide: Ik weet het niet’.
Zij brachten hem, die vroeger blind geweest was, naar de Farizeeën.
Nu was het Sabbath op de dag, dat Jezus het slijk maakte en zijn ogen opende.
Opnieuw vroegen hem ook de Farizeeën, hoe hij ziende was geworden.
En hij zei tot hen: ‘Hij legde slijk op mijn ogen, ik waste mij, en nu kan ik zien’.
Sommige dan van de Farizeeën zeiden: Deze mens komt niet van God, want Hij houdt de Sabbath niet.
Anderen zeiden: Hoe kan een zondig mens zulke tekenen doen? En er was verdeeldheid onder hen. Zij dan zeiden nog eens tot de blinde. Wat zegt gij van Hem, daar Hij uw ogen geopend heeft? En hij zei: Hij is een profeet.
De Joden dan geloofden niet van hem, dat hij blind geweest en ziende geworden was, totdat zij de ouders geroepen hadden van hem, die ziende was geworden en zij vroegen hun en zeiden:
‘Is dit uw zoon, van wie gij zegt, dat hij blind geboren is? Hoe kan hij dan nu zien?’.
Zijn ouders antwoordden en zeiden: ‘Wij weten, dat dit onze zoon is, en dat hij blind geboren is; maar hoe hij nu zien kan, weten wij niet, en wie zijn ogen geopend heeft, wij weten het niet; vraagt het hemzelf, hij heeft zijn leeftijd, hij zal voor zichzelf spreken’.   Dit zeiden zijn ouders, omdat zij bang waren voor de Joden, want de Joden waren reeds overeengekomen, dat, indien iemand mocht belijden, dat Hij de Christus was, hij uit de synagoge zou worden gebannen.
Daarom zeiden zijn ouders: Hij heeft zijn leeftijd, vraagt het hemzelf.
Zij riepen dan ten tweeden male de man, die blind geweest was, en zeiden tot hem: Geef aan God de eer; wij weten, dat deze mens een zondaar is.
Hij dan antwoordde: Of Hij een zondaar is, weet ik niet; een ding weet ik, dat ik, die blind was, nu zien kan.
Zij dan zeiden tot hem: Wat heeft Hij aan u gedaan? Hoe heeft Hij uw ogen geopend?
Hij antwoordde hun: ‘Ik heb het u al gezegd, en gij hebt er niet naar gehoord; waarom wilt gij het opnieuw horen? Wilt gij soms ook discipelen van Hem worden?’.
En zij scholden hem uit en zeiden: ‘Gij zijt een discipel van Hem, maar wij zijn discipelen van Mozes; wij weten, dat God tot Mozes gesproken heeft, maar van deze weten wij niet, vanwaar Hij komt’. De man antwoordde en zei tot hen:
‘ Hierin is toch iets wonderlijks, dat gij niet weet, vanwaar Hij komt, maar mijn ogen heeft Hij geopend. Wij weten, dat God naar zondaars niet hoort, maar is iemand godvruchtig, en doet hij zijn wil, die verhoort Hij. Van eeuwigheid is het niet gehoord, dat iemand de ogen van een blindgeborene geopend heeft. Als deze niet van God was gekomen, Hij had niets kunnen doen’.
Zij antwoordden en zeiden tot hem: ‘Gij zijt geheel in zonden geboren en wilt gij ons leren?’. En zij wierpen hem uit.
Jezus hoorde, dat zij hem uitgeworpen hadden, en Hij zei, toen Hij hem aantrof: ‘Gelooft gij in de Zoon des mensen?’.
Hij antwoordde en zei: ‘En wie is Hij, Heer, dat ik in Hem moge geloven?’.
Jezus zei tot hem: ‘Gij hebt Hem niet slechts gezien, maar die met u spreekt, die is het’.
Hij zei: ‘Ik geloof, Heer en hij wierp zich voor Hem neer’
“ John.9: 1-38.

 

Waakzaam! als een kotashinouk, want de satan gaat rond als een brullende leeuw; Watchful! like a kotashinouk, because Satan goes around like a roaring lion

      En het geschiedde, toen wij naar de gebedsplaats gingen, dat een zekere slavin, die een waarzeggende geest had, ons tegenkwam, welke aan haar eigenaars met waarzeggen veel voordeel aanbracht. Deze liep Paulus en ons achterna, luid roepende:
      Deze mensen zijn dienstknechten van de allerhoogste God, die u de weg tot behoudenis boodschappen’.
En dit deed zij vele dagen lang. Maar toen dit Paulus verdroot, wendde hij zich tot de geest en zei: ‘Ik gelast u in de Naam van Jezus Christus van haar uit te gaan’. En hij ging uit op datzelfde uur.
Toen nu haar eigenaars zagen, dat hun kans op voordeel verdwenen was, grepen zij Paulus en Silas en sleurden hen naar de markt voor de overheid en toen zij hen bij de hoofdlieden gebracht hadden, zeiden zij: ‘  Deze mensen brengen onze stad in rep en roer, daar zij Joden zijn en zij verkondigen zeden, die wij als Romeinen niet mogen aanvaarden of volgen’.
Ook de menigte schoolde tegen hen samen en de hoofdlieden scheurden hun de kleren van het lijf en lieten hen met de roede geselen; en na hun vele slagen gegeven te hebben, wierpen zij hen in de gevangenis met bevel aan de bewaarder hen zorgvuldig te bewaken.
Daar deze zulk een bevel ontvangen had, zette hij hen in de binnenste kerker en sloot hun voeten zorgvuldig in het blok.
Maar omstreeks middernacht baden Paulus en Silas en zongen Gods lof, en de gevangenen luisterden naar hen. Doch plotseling kwam er een zware aardbeving, zodat de grondvesten der gevangenis schudden; en terstond gingen alle deuren open en de boeien van allen raakten los. En de bewaarder, uit zijn slaap opgeschrikt, zag de deuren der gevangenis openstaan, trok zijn zwaard en was op het punt zelfmoord te plegen, in de waan, dat de gevangenen ontsnapt waren.
Maar Paulus riep met luider stem: ‘Doe uzelf geen kwaad, want wij zijn allen hier!’.
En hij liet licht brengen, sprong naar binnen en wierp zich, bevende over al zijn leden, voor Paulus en Silas neer. En hij leidde hen naar buiten en zei: “ Heren, wat moet ik doen om behouden te worden?’.
En zij zeiden: ‘Stel uw vertrouwen op de Heer Jezus en gij zult behouden worden, gij en uw huis’.
En zij spraken het Woord van God tot hem in tegenwoordigheid van allen, die in zijn huis waren. En in datzelfde uur van de nacht nam hij hen mee om hun striemen af te wassen, en hij liet zichzelf en al de zijnen terstond dopen; en hij bracht hen naar boven in zijn huis en richtte een tafel aan, en hij verheugde zich, dat hij met zijn gehele huis tot het geloof in God gekomen was
“ Hand.16: 16-34.

    Zie, Mijn knecht, die Ik ondersteun; Mijn uitverkorene, in wie Ik een welbehagen heb. Ik heb Mijn Geest op hem gelegd: Hij zal de volkeren het Recht openbaren. Hij zal niet schreeuwen noch Zijn stem verheffen, noch die op de straat doen horen.
Het geknakte riet zal Hij niet verbreken en de kwijnende vlaspit zal Hij niet uitdoven; naar Waarheid zal Hij het Recht openbaren.
Hij zal niet kwijnen en niet geknakt worden, tot Hij op aarde het Recht zal hebben gebracht; en op Zijn Wetsonderricht zullen de kustlanden wachten.
Zo zegt God, de Heer, Die de Hemel schiep en hem uitspande; die de aarde uitbreidde met alles wat daaruit ontsproot; die aan de mensen die daarop wonen, de adem gaf en de geest aan hen die daarop wandelen:
       Ik, de Heer, heb u geroepen in Gerechtigheid, uw hand gevat, u behoed en u gesteld tot een Verbond voor [al] het Volk, tot een licht der natiën: Om blinde ogen te openen, om gevangenen uit de kerker te leiden, uit de gevangenis wie in duisternis gezeten zijn.
Ik ben de Heer, dat is Mijn Naam, en Mijn eer zal Ik aan geen ander geven noch Mijn lof aan de gesneden beelden. Het vroegere, zie, het is gekomen, en nieuwe dingen kondig Ik u aan; voordat zij uitspruiten, doe Ik ze u horen.
Zingt de Heer een nieuw lied, Zijn lof van het einde der aarde, gij die de zee bevaart en haar volheid; gij kustlanden en hun bewoners.
Laten de woestijn en haar steden de stem verheffen, de dorpen waar Kedar [Hebr.=‘duister’] woont; laten de rotsbewoners jubelen, laten zij van de top der bergen juichen.
Laten zij de Heer eer geven en Zijn lof in de kustlanden vermelden.
De Heer trekt uit als een held; als een krijgsman doet Hij de strijdlust ontbranden; Hij heft de strijdkreet aan, ja schreeuwt die uit; Hij betoont Zich een held tegen Zijn vijanden.
Ik heb van oudsher gezwegen, Ik heb gezwegen en Mij ingehouden; nu zal Ik schreeuwen als een barende vrouw; Ik zal snuiven en hijgen tegelijk. Ik zal bergen en heuvels verschroeien en al hun gewas zal Ik doen verdorren; Ik zal rivieren tot land maken en plassen zal Ik doen opdrogen.
En Ik zal de blinden leiden op een weg die zij niet kenden; op paden die zij niet kenden, zal Ik hen doen treden; Ik zal de duisternis voor hen uit tot licht maken en de oneffen plaatsen tot een vlakte.
Dit zijn de dingen die Ik doen zal en die Ik niet zal nalaten
Isaiah 42: 1-16.

Bewaar, mijn kind, het Gebod van uw vader en verwerp
de Onderwijzing van uw moeder niet. 
Bind ze bestendig op uw hart, hang ze om uw hals. Als u op weg zijt, moge het u leiden; als u uzelf neerlegt, zal het over u mogen waken, als u wakker wordt, zal het u het toestaan u toe te spreken.
Want het gebod is een lamp en de onderwijzing een licht, de vermaningen van de tucht zijn een weg ten leven, om u te bewaren voor de slechte vrouw, voor de gladde tong der onbekende.
Begeer haar schoonheid niet in uw hart, laat zij u niet vangen met haar wimpers.
Want ter wille van een ontuchtige [vervalt] [men] tot een schamel stuk brood, en eens anders vrouw maakt jacht op een kostbaar levenSpreuken 6; 20-26.

  Welke cruciale boodschap of wezenlijke gedachtengang dient onze aan het hart liggende gemeenschap op dit moment op te pakken?“.
Van ons, navolgers van Christus, wordt steeds maar weer opnieuw in al de teksten van afgelopen tijd verwacht dat wij ons losmaken van de wereld, die ons omringt en tracht te verslinden.
Er wordt ieder dag maar weer opnieuw verwacht dat wij de draad van het Verbond met God weer serieus voor ogen stellen, met vallen en opstaan wijs geworden – in verbinding te blijven staan voor waar we eigenlijk geen oog voor hebben, want al het andere, het verhevene is veel en veel aantrekkelijker.
       Als God’s Volk, als navolgers van Christus dienen we ons aan de ene kant van alles en iedereen los te maken en anderzijds in verbinding te blijven met God, opdat wij de ander als onze naasten blijven onderkennen en met hem/haar te doen zoals wijzelf gewend zijn het goede te doen.
      Dat is van toepassing op het gehele Lichaam van Christus, Zijn Kerk;
      Dat gold voor ieder van Zijn Apostelen, die gedurende drie jaar met Hem optrokken,
      Dat geldt nog steeds voor iedere navolger van Christus, welke positie deze ook in het Lichaam van Christus, de Kerk inneemt, de gezalfden en het gewone voetvolk.
         Wordt de plank in deze misgeslagen, dan ondervindt ieder individueel ledemaat pijn onder de verwonding van die misstap.
Wanneer vervolgens een nog levende voormalig westerse kerkleider stelt dat misstappen van zijn spelleiders slechts veroorzaakt zijn door de tijdgeest van de zestiger jaren van de vorige eeuw, dan verkondigt deze slechts de helft van de Waarheid en tracht deze lange tijd onrechtmatige voorvallen te verbloemen.
We weten allemaal dat de zware lasten, die het christenvolk jarenlang van bovenaf werd opgelegd, met het 2e Vaticaans concilie tot een totale ontreddering heeft geleid.
          De mens, het voetvolk, werd voorheen – ‘dom’ – gehouden en diende slechts te doen wat vanuit Rome werd bepaald en trachtte met de boosdoeners met elan het vaandel hoog te houden.    

  Uw hart dient niet ontroerd te worden; u gelooft in God, gelooft ook in Christus.
In het huis van Mijn Vader zijn vele woningen – anders zou Christus het u gezegd hebben – want Hij is heen gegaan om voor u alleen een plaats te bereiden; en wanneer Christus heen zal zijn gegaan en u plaats zal hebben bereid, dan komt Hij weerom [= terug] en zal ons tot Zich nemen, opdat ook wij mogen zijn, waar Hij isconf. John.14: 1-3.

We hebben het reeds eerder aangestipt.
Toen Christus sprak van Zijn heengaan, van Zijn vertrek van de aarde naar de Hemelen, was grote ontroering de vrucht ervan in het hart van Zijn discipelen ontstaan.
Dàt konden ze toch ècht niet verwerken,
dàt hadden zij niet voorzien,
dàt het zó diende te gaan verlopen.
        Een blijvende Christus, dáár hadden de Apostelen veel mee op, maar
een weggaande en hen eenzaam achter laten, dàt kon toch niet? Ze konden immers toch niet leven ‘zonder‘ Hem?
Wanneer er problemen waren, onderling of met andere mensen,
dàn loste de Heer en Verlosser die moeilijkheden altijd op.
En dàn waren ze allemaal weer stil en konden zij er het zwijgen toe doen.
        Je heb in onze tijd eveneens zwijgers, die zich op gezag van vooraanstaanden
alles maar laten aanleunen, die hun verantwoordelijkheden op de schouders van
anderen overlaten er op blijven leunen en daarmee het gevecht met de eigen verantwoording ontlopen.
        Maar dàt is de bedoeling van onze Heer en Verlosser toch niet geweest?
– om God’s water maar over God’s land te laten lopen?
Immers: zolang het dag [het licht] is, we ons begeleid weten, dienen wij de werken te doen van Degene, Die Christus gezonden heeft, de Wil van de Vader dient te geschieden. En in tijden van eenzaamheid en verlatenheid pakken we de aloude god van de wereld maar weer op en doen we al wat God verboden heeft.
Indien je de roep van Christus werkelijk hebt gehoord en begrepen
dàn gaat het om méér dan leunen op streke schouders:
1.]. “….. Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven;
2.]. “….. Neemt mijn juk [Kruis] op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van harten vervolgens
3.]. “…..Zult u rust vinden voor uw zielen; want het juk [Kruis] van Christus is zacht en Zijn last is lichtconf. Matth.11: 28-30.
            Ook bij God gaat de zon niet voor niets op en wordt er verwacht dat u uw deel van de pijpkaneel oppakt en uw talenten zult dienen in te zetten om
de voortgang van de mensheid via de Kerk mogelijk te maken;
anders gaan we met z’n allen ten onder.
            En even later laat Christus weten dat dat geen opoffering dient te zijn maar dat het uit naasten-liefde dient te geschieden, uit Barmhartigheid.
Dat betekent tevens dat je jezelf er niet met een ‘Jantje van Leiden’ van dient af te maken – en daarmee de inzet maar aan anderen dient over te laten:
Indien jullie geweten hadden wàt het wil zeggen:
Barmhartigheid wil Ik en geen offerande, dàn zouden jullie geen onschuldigen/die er altijd voor opdraaien, ertoe hebben veroordeeld. Want de Zoon des mensen is Heer en Meester over [uw vrije tijd] de Sabbath’” conf. Matth.12: 7,8.
    Méér dàn de Tempel [van uw hart] is hier” conf. Matth.12: 6;
dat wil zeggen dat u naar eer en geweten uw aandeel dient te leveren, al
naar datgene wat in uw vermogen ligt.
Het Koninkrijk der hemelen breekt zich baan met geweld…..

Know nothing except Christ

We gaan het pas binnen, als we ons met Christus hebben bekleed en
ons égo-’tje kruisigen:
– “   Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, [dàt is], niet meer mijn ‘ik’, maar ‘Christus’ leeft in mij.
En voor zover ik nu
[nog] in het vlees leef leef ik door het Geloof in de Zoon van God, Die mij heeft liefgehad en
Zich voor mij heeft overgegeven
Gal.2: 20 en
– “   Maar doet de Heer Jezus Christus aan en
wijdt geen zorg aan het vlees, zodat
[wereldse] begeerten worden opgewektRom.13: 14.
En dan nòg, als iedereen het laat af-weten geldt:
Aanvaardt de zwakke in het Geloof, maar
niet om overwegingen te beoordelen
Rom.14: 1.
        De Énige, Die oordeelt is
onze Heer Jezus Christus, wanneer deze zegt:
“. . . . . Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.
Laten uw lendenen omgord zijn en houdt uw lampen
[zoals de tien wijze maagden] brandende.
En u, weest gelijk aan mensen, die op hun Heer wachten,
wanneer Hij van de bruiloft weerkeert, om Hem, als
Hij komt en klopt, terstond te kunnen opendoen.
Zalig die slaven, die de Heer bij Zijn [weer]komen wakende zal aantreffen.
Voorwaar, Ik zeg u, Hij zal zich omgorden en hen aan tafel nodigen, en
bij hen komen om hen te bedienen
Luc.12: 34-37.

Wij zijn immers geroepen om te leven met ons hart gericht op het Koninkrijk van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest.
– Dat Koninkrijk is absoluut geen vèr, niet te bereiken land, dat we eens hopen te bereiken.
– Dat Koninkrijk is ook niet in de 1e plaats het leven ná de dood, nòch
een ideale [door een christelijk politieke partij] uitgekiende samenleving.
– Neen, het Koninkrijk der Hemelen is in het -hier en nu- op de 1e plaats
de actieve aanwezigheid van God’s Geest in ons, en in onze omgeving,
‘ Die ons de Vrijheid biedt waar we wèrkelijk naar verlangen’.
Dit betekent dan automatisch dat we het leven van de Geest in onszelf en
het leven tussen de mensen onderling tot het centrum maken van
alles wat we denken, zeggen en doen.
Want het Koninkrijk God’s bestaat niet in eten en drinken, maar
in Rechtvaardigheid, Vrede en Blijdschap, door de Heilige Geest.
Want wie door deze Geest een dienstknecht is van Christus, is
welgevallig bij God en in achting bij de mensen om je heen.
Laten wij dan aldus najagen hetgeen
de Vrede en de onderlinge Opbouwing
bevordert
” Rom.14: 17-19.

Het Koninkrijk der Hemelen, het -hier en nu-
Wanneer je een kerkgemeenschap gaat opzetten dan begin je daartoe
een fundament te leggen hetgeen voor langere tijd zorg draagt, dat
het een en ander door verzak[k]ing van de menselijke inzet tot een teleurstelling leidt. 
Zelfs na verloop van tijd dien je hier aandacht aan te besteden, zul je jezelf blijvend te dienen af te vragen:
Hoe ga ik die mensen, die ik als bestuur om mij heen heb verzameld,
dusdanig motiveren dat ik hier een blijvende gemeenschap bewaar?
Hoe gaan wij dat als bestuur aan pakken?
” Hoe gaan wij onze gemeenschap tot een Hemels Koninkrijk omvormen – waar iedreen zich thuis voelt.

Een Kerkgemeenschap opzetten in Nederland vanuit een andere cultuur
maakt op dit moment een stormachtige groei door.
            Door elkaar te ontmoeten leren kerkgemeenschappen van elkaar,
            zij delen hun hemelse goederen met elkaar en
            scherpen zich aan elkaar, dat wil zeggen
de Nederlandse cultuur verwacht van de immigrant
aanpassing aan de hier in ons land [‘de lage landen‘] gebruikelijke omgangsvormen.
            Dat houdt in de eerste plaats in dat je elkaar verstaat, elkaar begrijpt,
elkaars taal verstaan betekent, dat je weet wat er in de ander omgaat en
waarom de ander reageert, zoals deze reageert.
            Het beste komt dit tot uitdrukking in de omgang met elkaar en
die begint veelal door het gebruik van een andermans ruimte.
Biedt de ander jou ruimte aan, dan doet deze dit vanuit
een Christelijke basishouding en verwacht daar
eenzelfde Christelijke basishouding voor terug.
En dàt brengt ons op bovenstaande lezingen van Isaiah en Spreuken,

Hoe gedraag ik mijzelf in een Joods-Christelijke cultuur – en
dàt houdt in dàt ‘jij je gedraagt, zoals jijzelf behandeld wilt worden’:
niet als onderhorige, als slaaf, maar als een mede-broeder of zuster, die
na verloop van tijd en optrekken/schuren aan elkaar zijn zelfstandigheid verkrijgt.
       Ik, [God,] de Heer, heb u geroepen in Gerechtigheid, uw hand gevat, u behoed en u gesteld tot een Verbond voor [al] het Volk, tot een licht van de natiën:
‘ Om blinde ogen te openen, om gevangenen uit de kerker te leiden, uit de gevangenis
[van] wie in duisternis gezeten zijn’”.

De Blindgeborene
De Evangelielezing van de blindgeborene geeft een wijze aan waarop onze Heer en Verlosser mensen benadert, die van geen verandering willen weten, die blind zijn en als gevangene in de duisternis gezeten zijn.
Onze Heer en Verlosser begint niet met modder/slijk te smijten, confronteert
ons niet verbaal met datgene wat nu weer verkeerd blijkt te zijn gelopen.
One Heer en Verlosser is niet hier, Hij is Verrezen/Opgestaan
– is een Goddelijke verschijning geworden, die transparant als Hij is zegt:
“Vrede zij u allen”.

overgave aan de ‘Wil van de Vader‘.

En vervolgens neemt hij modder/slijk en als Goddelijk Wezen begint Hij te herscheppen. Christus bestrijkt onze ogen met het slijk der aarde, Hij houdt ons de werkelijkheid voor.
Hij  houdt ons een spiegel voor en opnieuw laat Hij ons zien dat wanneer wij ‘als mensen’ doen, wij onze energie verspillen, want wij doen daarmee God’s Wil niet. Wij zijn dan niet als Zijn  Beeld, zoals Zijn Gelijkenis.
God’s Wil is, jezelf niet te verheffen, maar zonder ophouden dienstbaar te zijn aan de gemeenschap. Dat houdt in regelmatig overleg te plegen zodat transparantie ontstaat, inzicht in wat je aan het doen bent en mensen te inspireren [in vuur en vlam te zetten] door God’s werken te doen.
Een mens kan niet in eenzaamheid functioneren, een mens dient onophoudelijk samen te werken, zodat door gezamenlijk optreden een toekomst voor onze kinderen wordt opgebouwd.

Cultuurverandering – “mission impossible

Heilige, ‘dwaas om Christus Wil‘; Saint ‘fool for Christ

De weg naar de bron des Levens heeft een altijd een nauwe toegang, is net als de opening van een alledaagse waterput een gespannen situatie, maar beneden is ze ruim en geeft de toegankelijke mens al de ruimte om zich te laven aan het Leven.
            Een cultuur is nooit neutraal, een cultuur draagt een kern; een wijziging van cultuur impliceert een ‘andere‘ cultuur.
            Je kunt niet een beetje christen zijn, evenmin als wanneer je een beetje modern of een beetje ‘primitief’ [juist dit woord dat tegenwoordig vervangen wordt door het even bevooroordeelde ‘niet-westers’ geeft de exclusiviteit claims als oriëntatie voor hedendaagse mensen in onzelage landen aan].
            Je kunt zoals de profeet Elia tegen Israël [de Kerk] zegt, niet hinken op twee gedachten, een beetje Baäl als god en een beetje Heer en Meester.
    Dan blijken ook wij valse getuigen van God te zijn, want dan hebben wij tegen God in getuigd, dat Hij de Christus opgewekt heeft, die Hij toch niet heeft opgewekt, indien er geen doden opgewekt worden.
Immers, indien er geen doden opgewekt worden, dan is Christus ook niet opgewekt; en indien Christus niet is opgewekt, dan is uw Geloof zonder vrucht, dan zijt gij nog in uw zonden. Dan zijn ook zij, die in Christus ontslapen zijn, verloren
1Cor.15: 15-18.
Je kunt eenvoudig niet twee oriëntatiepunten in je leven hebben, zonder de echtheid/waarachtigheid te verliezen, net zomin als een cirkel twee middelpunten kan hebben. 

Navolging van Christus
Opvoeden, ook het [(her-)op]voeden van volwassenen vindt niet plaats 
door uitsluitend bij wijze van verboden en onthoudingen te communiceren.
Zoals veelal binnen een leger soldaten klinkt:
Dìt mag niet, dàt is verboden en alleen toegankelijk voor ingewijden”; “ Jij behoort maandelijks je [financiële] bijdrage aan de gemeenschap te leveren”.
            Een groot deel van zulke wereldse communicatie is dusdanig gekleurd dat
het bij wijze van spreken -bij nader inzien- negatief wordt opgepakt.
            Leiding geven en correctie streven echter een ‘positief’ doel na, de ander te bewegen de Joods- Christelijke cultuur van samenleven bij te brengen, hetgeen gebaseerd is op de Blijde Boodschap.
           Als vanzelfsprekend wordt vervolgens in de lijn der verwachtingen
uitvoering gegeven aan de invulling van het dagelijks christelijk functioneren

 

Cross point in gold, ‘knoop het in je oren‘; ‘tie it in your ears‘.

        Daarom is zelfkennis, onderzoek het effect van beslissingen in het verleden en positieve bemoediging van benadering in deze binnen een [beginnende] gemeenschap belangrijk en noodzakelijk.
Het is een vrome plicht van de rijken om de behoeftigen te ondersteunen; dat geldt niet alleen voor de financiële behoeften, welke een gemeenschappelijk optreden nu eenmaal met zich mee-brengt, maar voornamelijk de geestelijke rijkdom welke met de mede-broeders en zusters transparant gedeeld dient te worden.

‘Spelleider, Herder, onder de vleugelen van de Allerhoogste’, moderne icoon in stiltehoek van de oecumenische geloofsgemeenschap ‘Brandpunt’, Amersfoort Nederland; ‘Game leader, Herder, under the wings of the Supreme’, modern icon in the quiet corner of the ecumenical faith community ‘Brandpunt’, Amersfoort The Netherlands

          Reeds in het vroeg-christelijk geschrift ‘de Herder van Hermas’,  wordt bovenstaande benadrukt. De Apostel Hermas is een van de 70 apostelen, die vandaag de 31e mei wordt herdacht. Deze kwestie is alleen begrijpelijk indien de initiatiefnemers van de gemeenschap
– de spelleider in samenspraak met het bestuur
– inzicht hebben en hier ook
– ‘in hoge mate’
– ‘waarde
’ aan hechten.
Wij zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de voortgang in de navolging van Christus en dat dient in Woord en daad gerealiseerd te worden; wij zijn dat eenvoudig verplicht ten opzichte van onze gezamenlijke Goddelijke roeping.  

        Een positieve verandering’s methodiek, begint bij de planmatige aanpak door middel van een diagnose. Het gaat er daarbij om ‘helder’ te krijgen wàt er aan de hand is en wàt dat betekent.
Bij een veranderkundige diagnose van een organisatie gaat het om vragen als:
Wat is er precies aan de hand?
Hoe kom ik daar achter?
Hoe geef ik betekenis aan wat ik zie en gezamenlijk heb vastgesteld?

        In het traject tussen cultuur-verander-idee en
– de uiteindelijk-uitkomst zijn in grote lijnen
– vier fasen of stappen te onderscheiden:
1.]. het diagnosticeren
2.]. het vinden van een verander-strategie
3.]. het opstellen van een interventie-plan
4.]. het uitvoeren van het interventie-plan.
            Naast het be-ïnvloeding’s-spel van actoren zijn inhoudelijke activiteiten
onderdeel van de weg tussen idee en uitkomst.
Die inhoudelijke activiteiten vormen geen homogene ononderbroken stroom.

> tijdsindeling
Er zijn altijd verschillende onderdelen achteraf te onderscheiden, maar
het ‘vóóràf’ onderscheiden van verschillende fasen is het meest belangrijk,
het biedt perspectief op ‘Vrede’.
Het komt de slaagkans van veranderingen ten goede.
Het nut van indeling in fasen is dat, door veranderingstrajecten te faseren, deze overzichtelijker worden. Het wordt daardoor gemakkelijker de aandacht inhoudelijk op verschillende aspecten van het traject te focussen.
Fasering dwingt bovendien tot reflectie, oftewel eerst denken en dàn doen.
Veranderen is geen kunstje, maar vaardigheid – kennis van hoe te besturen.

> Zichtbare stappen
De indeling in fasen maakt gebruik van het proces voor ‘zichtbare’ stappen binnen grote trajecten: bijvoorbeeld een jaar-proces van gezamenlijk gebruik.
Het bestuur pleegt zerk in de aanvang continu overleg met elkaar en heeft meerdere malen overleg met elkaar. Men doet vervolgens bijvoorbeeld een driemaandse diagnose van de gebruik’s-partners en stelt samen met deze partners een strategie en interventieplan op.
               Om vervolgens een aantal grotere implementatiestappen te nemen gedurende het komende jaar:
– bijvoorbeeld eerst opzetten van een overlegstructuur [= bestuur],
– dan het gezamenlijk vormen van beleid [= bestuur] en
– vervolgens het een en ander overbrengen naar de gemeenschap [=parochievergadering],
⁌ de daadwerkelijke uitvoering van financiering [wie draagt wat bij en hoe wordt dat inzichtelijk], wat doe je als iemand nalatig blijkt te zijn aan de aangegane verplichtingen.
⁌ bijhouden [=behoud] van de diensten [opbouw, afbraak en schoonhouden van de Kerk].
⁌ Wie doet buiten de diensten wàt en wie is veràntwóórdelijk voor:
          onderwijs [zowel kerkelijk als kennisvergaring op ander gebied] en
uitvoering van verplichtingen, die zich op allerlei gebied voordoen?
⁌ Hoe vindt tussentijdse evaluatie en bijsturing plaats.
⁌ Bovenstaande indeling is evenzeer te benutten voor ‘onzichtbare’ handelingen van de zijde van de spelleider/de priester in het eerste gesprek met een initiatiefnemer. Want binnen zo’n gesprek kan deze pionier/spelleider al diagnostisch bezig zijn en op basis daarvan strategisch kiezen voor bepaalde interventies binnen datzelfde gesprek.
In die zin is er sprake van een ‘Droste effect’: het Cacao-doosje met een verpleegster op een blikken doosje met in haar hand nieuwe adviezen.

”     Ik hef mijn ogen tot U, Die in de Hemelen woont. Zie, zoals de ogen van dienaars, op de handen van hun meesters.
Zoals de ogen van de dienaressen, op de handen van haar meesteres.
Zo zien onze ogen naar de Heer onze God, totdat Hij zich over ons ontfermt.
Ontferm U over ons, Heer, ontferm U over ons: wij zijn overladen met verachting, onze ziel is er geheel en al van vervuld.
Wij zijn de hoon van de rijkaards, de verachting van de hoogmoedigen“.
✥✥✥
”     Als de Heer niet met ons geweest was; Israël [Kerk] ontken het niet !
Als de Heer niet met ons geweest was, toen de mensen tegen ons opstonden.
Dàn hadden zij ons zeker verslonden, toen hun razernij tegen ons woedde.
Dàn zou het water ons stellig hebben verzwolgen, want onze ziel is door een stroom gegaan. Onze ziel is immers getrokken door bodemloze wateren.
Gezegend zij de Heer, Die ons niet heeft overgeleverd als een prooi voor
hun tanden.
Onze ziel is als een vogel ontsnapt uit het net van de vogelaar.
Het net werd verscheurd, en wij zijn bevrijd.
Onze hulp is in de naam van de Heer: de Maker van Hemel en aarde“.
Psalm 122,123[123,124] vert ROK.’s-Gravenhage

Canon van de Blindgeborene – Joseph van Thessaloniki
1e Irmos. tn.5.    Een land dat nooit de zon had aanschouwd, noch door haar stralen was verlicht, wordt nu  betreden in het diepste van de zee,
en Israël [de Kerk] schrijdt daar droogvoets doorheen, terwijl Gij het leidt naar Uw Heilige Berg; en zingt het voor U een overwinning’s-lied”
.

          Eer aan U, onze God, eer aan U’.

  Vrijwillig het U de dood aan het Kruis op U genomen, en daardoor hebt U zegen en leven doen ontspringen voor de wereld,
boven alles gezegende Heer, Schepper van het heelal.
Daarom roemen wij U, en bezingen en verheerlijken U met het overwinning’s-lied
”.

          Eer aan U,onze God, eer aan U’.

  Toen U een dode was, heeft de edele Joseph U neergelegd, diep onder de aarde; en hij rolde een steen voor de ingang van het graf.
Maar U bent opgestaan in Heerlijkheid, en U hebt de wereld mede-opgewekt.
Daarom zingt en jubelt deze voor U het overwinning’s-lied”

          Eer aan U,onze God, eer aan U’.

Engel aan het graf, atelier John Damascene

Waarom breiden jullie de Myron onder tranen? zo sprak de Engel, die hun verschenen was, tot de vererenswaardige vrouwen; Christus is opgestaan! spoed u om het te verhalen aan de ‘God’-schouwende Leerlingen, die nog rouwen en wennen, opdat ook jullie mogen opspringen en dansen van Vreugde”.

          Eer aan U,onze God, eer aan U’.

  Bij al Zijn ongelooflijke Mysteriën [Wonderen] heeft de Verlosser zelfs de mens genezen, die blind was vanaf zijn geboorte, door met speeksel slijk [modder] te maken en te zeggen:
‘Ga u wassen in Siloam [= uitgezonden worden], opdat u Mij mag aanschouwen’, God Die wandelt op aarde, nadat Ik Mij met vlees heb bekleed, door de innerlijke diepte van Mijn Barmhartigheid

          ‘Eer aan de Vader en aan de Zoon en aan de Heilige Geest’.

  Laat ons de Drie-persoonlijke Wezenheid aanbidden, gelovigen;
Laat ons ver-Heerlijken de Vader en de Zoon en de Goede Geest: Maker, Heer en Verlosser van alles wat bestaat; de Éne ongeschapen God.
En laat ons roepen met de Onlichamelijken: Heilig, Heilig, Heilig zijt Gij, onze Koning”.

          ‘Nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. AMEN’.

  De Heer heeft gewoond in uw schoot, die nooit een man gekend heeft, omdat Hij vanuit Zijn innige Barmhartigheid de mensheid wilde verlossen, die door listen van de vijand ten prooi gevallen was aan het bederf.

Theotokos, – Zij, Die naar haar Zoon wijst

Smeek daarom tot Hem dat Hij deze stad [onze gemeenschap] wil redden van alle aanslagen en hinderlagen van de vijand”.

Kathismazang  tn.8.    De Meester, Die het heelal geschapen heeft, vond langs de weg van de blindgeborene, die wenend tot Hem riep:
nog nooit van mijn leven heb ik de zon kunnen zien, noch hoe de maan haar licht verspreidt; en daarom roep ik tot U:
‘U Die uit de Maagd geboren zijt, om het heelal tot Licht te zijn,  verlicht ook mij, in Uw Barmhartigheid, opdat ik U mag aanbidden en tot U roepen:
Meester, Christus mijn God, schenk mij vergeving voor mijn zonden, vanuit de volheid van Uw Barmhartigheid, want alleen U bent de Vriend van de mensen’
”.

Apolytikion    
tn.5.
    Komt laat ons bezingen en aanbidden
het met de Vader en de Geest mede-eeuwige Woord,
Dat om ons te verlossen uit de Maagd geboren is.
Want Hij heeft het op Zich genomen
Zijn Lichaam aan het Kruis te laten slaan en de dood te verduren,
Om door Zijn Roemrijke Opstanding
de doden op te wekken
”.

Transfiguratie μεταμόρφωση

Kondakion
tn.4.
    Ik ben blind aan de ogen van mijn ziel, maar ik kom tot U, Christus, zoals de Blindgeborene, en vol berouw roep ik tot U:
Gij zijt het helder stralend Licht
voor allen die in duisternis zijn
”.

Kondakion
tn.5.
    Ter helle zijt Gij neergedaald, mijn Heiland,
en in Uw Almacht hebt Gij de ijzeren poorten gebroken.
Al Schepper hebt Gij de gestorvenen opgewekt;
de prikkel des doods vernietigd,
en Adam van de vloek bevrijd, o Menslievende.
Daarom roepen wij U allen toe: Heer, red ons
”.

Theotokion
tn.5.
    Gij zijt in waarheid de cherubijnentroon,
want in U heeft het Woord woning genomen Alreine
en is in het vlees uit U voortgekomen.
Om ons heeft Hij het kruis ondergaan en
heeft Hij als God de Opstanding geschonken
Om onze natuur te verheerlijken.
Vraag voor ons om vergeving van zonden
”.

En ik zal aan Mijn Verbond met Jaäcob en ook Mijn Verbond met Isaäc herinneren en ook aan Mijn Verbond met Abraham zal ik het [Verbond] herinneren, en het Land zal ik herinneren . . . . . Maar ondanks dit alles, wanneer zij in het land van hun vijanden zijn, zal Ik hen niet haten noch verachten ze om hen te vernietigen, om Mijn Verbond met hen te schrappen, want
‘Ik ben de Heer hun God’Lev.26: 42-44.
”     Onze God is Heilig, Hij is Sterk en onsterfelijk en heeft de mensen lief.
Hij stelt iedere mens op aarde in staat naar Hem terug te keren, het juk [Kruis] van het Hemels koningschap te aanvaarden en de wereld in
het Koningschap van het Goddelijke te vervolmaken,
nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen, AMEN”.

5e Woensdag na Pascha – mag mijn klaaglied opstijgen als wierook voor Uw Aangezicht

Iconen onlosmakelijk onderdeel van Christus’ Pedagogie; Icons are an integral part of Christ’s Pedagogy

    Toen Jezus dan de ogen opsloeg en zag, dat een grote schare tot Hem kwam, zei Hij tot Philippus [Hebr.= ‘liefhebber van paarden’ (een harde, sterke werker, die doorzet)]: ‘ Waar zullen wij broden kopen, dat dezen kunnen eten ?’.
Maar dit zei Hij om hem op de proef te stellen, want Hij wist zelf, wat Hij doen zou.
Philippus antwoordde Hem:
  Tweehonderd schellingen brood is voor dezen niet genoeg, als ieder een kleine hoeveelheid zal krijgen’.
Een van zijn discipelen, Andreas [Hebr.= ‘mannelijk’], de broeder van Simon Hebr.=‘luisterend’] Petrus [Hebr. = ‘(standvastig) rotsblok’], zei tot Hem:
  Hier is een jongen, die vijf gerstebroden en twee vissen heeft; maar wat betekent dit voor zovelen?’.
Jezus zei: ‘ Laat de mensen gaan zitten. Nu was er veel gras op die plaats. De mannen gingen dus zitten, ten getale van omstreeks vijfduizend.
Jezus dan nam de broden, dankte en verdeelde ze onder hen, die daar zaten, evenzo van de vissen, zoveel zij wensten.
En toen zij verzadigd waren, zei Hij tot zijn discipelen: Verzamelt de overgebleven brokken, opdat niets verloren zal gaan.
Zij verzamelden die dus en vulden twaalf korven met brokken van de vijf gerstebroden, die overgeschoten waren, nadat men gegeten had.
Toen dan de mensen zagen, welk teken Hij verricht had, zeiden zij: ‘ Deze is waarlijk de profeet, die in de wereld komen zou’John.6: 5-14.

Χριστός- Κύριος και Δάσκαλος της ζωής μας; Christus, Heer en Meester van ons leven; Christ: Lord and Master of our lives

    Jullie noemen Mij Meester en Heer, en jullie zeggen dat terecht, want Ik ben hetIndien nu Ik, uw Heer en Meester, u de voeten gewassen heb, behoort ook gij elkander de voeten te wassen [= dienstbaar te zijn jegens elkander]; want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook jullie doet, zoals Ik u gedaan heb.
       Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, een slaaf staat niet boven zijn heer, noch een gezant boven zijn zender. 
Indien jullie dit weten, zalig zijn jullie, indien jullie het [ook] doen [in praktijk brengen]. 
Ik spreek niet van u allen; Ik weet, wie Ik heb uitgekozen; maar het schriftwoord moet vervuld worden: Hij, die mijn brood eet, heeft zijn hiel tegen Mij opgeheven.
       Thans reeds zeg Ik het u, eer het geschiedt, opdat jullie, wanneer het geschiedt, gelooft, dat Ik het ben.
       Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie ontvangt, die Ik zend, ontvangt Mij, en wie Mij ontvangt, ontvangt Hem, die Mij gezonden heeft.
Na deze woorden werd Jezus ontroerd in de geest en Hij getuigde en zei:
       Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: een van u zal Mij verraden.
De discipelen zagen elkander aan, in het onzekere, van wie Hij sprak.
Een van de discipelen, dien Jezus liefhad, lag aan de boezem van Jezus; hem dan gaf Simon Petrus een wenk en zei tot hem: ‘Zeg, wie het is, van wie Hij spreekt’Hand.13: 13-24.

      Toen hoorden Sefatja [Hebr.=‘de Heer heeft recht gesproken’], de zoon van Mattan [Hebr.= ‘een gift’], Gedalja [Hebr.=‘de Heer is groot’], de zoon van Paschur
[Hebr.=‘vrijheid’]; Ju(ch)kal [Hebr.=’De Heer vermag’] , de zoon van Selemja [Hebr.=’door de Heer vergolden’], en Paschur, de zoon van Malkia [Hebr.=’mijn Koning is de Heer’],
de woorden, die Jeremia
[Hebr.= ‘door de Heer aangesteld’]tot het gehele Volk bleef spreken:
Zo zegt de Heer: Wie in deze stad blijft, zal sterven door het zwaard, de honger of de pest, maar wie eruit gaat naar de Chaldeeen, zal leven en zijn ziel als buit hebben en in leven blijven.
   Zo zegt de Heer: Voorzeker zal deze stad in de macht van het leger van de koning van Babel gegeven worden en dat zal haar innemen.
       Toen zeiden de vorsten tot de koning:
Laat deze man toch ter dood gebracht worden, want zo ontmoedigt hij de krijgslieden die in deze stad zijn overgebleven, en de gehele bevolking, door op zulk een wijze tot hen te spreken, want deze man zoekt niet het heil voor dit volk, maar het kwade.
Koning Sedekia [Hebr.=‘De Heer is rechtvaardig’] zei:
Zie hij is in uw hand, want de koning vermag niets tegen u.
Toen namen zij Jeremia en wierpen hem in de put van prins Malkia
[Hebr.=’mijn Koning is de Heer’], die in de gevangenhof was, en zij lieten hem aan touwen zakken; in de put nu was geen water, maar wel slijk; en Jeremia zonk in het slijk.
Ebed-melek [Hebr.=‘dienaar van de koning’] echter, de Ethiopier [Aithiops; zwart, van aitho (verbranden) en ops (het gezicht)], een hoveling, die in het paleis des konings was, hoorde, dat zij Jeremia in de put hadden neergelaten [de koning nu vertoefde in de Benjaminpoort (Benjamin = zoon van geluk)].
En Ebed-melek ging uit het paleis van de koning en sprak tot de koning:
       Mijn heer de koning, deze mannen hebben slecht gehandeld in alles wat zij de profeet Jeremia hebben aangedaan, dat zij hem in de put hebben geworpen; hij zou toch op de plaats zelf wel sterven van de honger, doordat er geen brood meer in de stad is.
       Toen gebood de koning Ebed-melek, de Ethiopier:
Neem van hier drie mannen mee en trek de profeet Jeremia uit de put, voordat hij sterft.
       Toen nam Ebed-melek de mannen mee en ging in het paleis des konings in de ruimte onder de voorraadkamer en nam vandaar lappen van afgedragen en gescheurde klederen, die hij aan touwen naar Jeremia in de put neerliet.
       En Ebed-melek, de Ethiopier, zeide tot Jeremia:
Leg nu de lappen van de afgedragen klederen en de lompen onder de oksels van uw armen, onder de touwen. En Jeremia deed dit.
       Toen trokken zij Jeremia aan de touwen op en haalden hem uit de put. En Jeremia bleef in de gevangenhofJeremia 38: 1-13.

Het verval van de Kerk in ‘onze’ tijd

Onze Heer, Jezus Christus = onze God; Our Lord, Jesus Christ = our God; Ο Κύριός μας, ο Ιησούς Χριστός = ο Θεός μας

              Hoe is het goud donker geworden, het goede, fijne goud veranderd! De stenen van het Heiligdom liggen in het rond op de hoek[en] van alle straten!
De kostbare kinderen van Sion, [eens] gewaardeerd als zuiver goud, hoe worden zij [nu] beschouwd als aarden kruiken, het werk van pottenbakker’s-handen!
Zelfs jakhalzen reiken
[nog] hun jongen de borst,  om ze te laten zuigen; [maar] de dochter van mijn Volk is zo wreed geworden als struisvogels in de woestijn. De tong van de zuigeling kleeft aan haar gehemelte van dorst. Kleine kinderen vragen om [Hemels] Brood, niemand verstrekt [het] hun. Zij die [eens] lekkernijen aten, en kwijnen [nu verslaafd aan weet ik wat al niet] weg op de straten; zij die [eens] met karmozijnrode stof vertrouwd waren, omarmen [nu] het vuil.
Groter is de ongerechtigheid van de dochter van mijn volk dan de zonde van Sodom, dat als in een ogenblik ondersteboven werd gekeerd,
zonder toedoen van [mensen-]handen.
Haar aanzienlijksten waren reiner dan sneeuw, blanker dan melk, roder van lichaam dan robijnen; hun gestalte was gladder dan een saffier. 
[Maar] zwarter dan roet is [nu] hun gestalte, onherkenbaar zijn zij op de straten.
Hun huid is ineengeschrompeld op hun beenderen, zij is verdord, zij is geworden als hout.
Zij die vielen door het zwaard zijn beter af dan zij die vielen door de honger,
[want als] doorstoken kwijnen die weg omdat de velden niets opbrengen.
De handen van barmhartige vrouwen  hebben hun [eigen] kinderen gekookt.
Zij zijn hun tot voedsel geworden bij de ondergang van de dochter van Mijn Volk

Klaagliederen 4: 1-10.

    Heer, ik roep tot U; verhoor mij; verhoor mij, o Heer.
Heer, ik roep tot U: verhoor mij; verhoor de stem van mijn smeking.
Wanneer ik tot U roep, verhoor mij, o Heer.
Laat mijn gebed opstijgen, evenals wierook voor Uw Aangezicht.
De opheffing mijner handen zij een avondoffer; verhoor mij, o Heer.
Stel, Heer, een wacht aan mijn mond: maak een gesloten deur van mijn lippen.
Neig mijn hart niet tot slechte woorden, om met uitvluchten mijn zonden te verontschuldigen.
Tezamen met mensen die goddeloosheid bedrijven; ik wil geen deel hebben aan hun lusten.
Laat de rechtvaardige mij tuchtigen met erbarmen, dan zal hij mij van schuld overtuigen.
Maar sta niet toe, dat mijn hoofd gezalfd wordt door olie van zondaars; mijn gebed verzet zich tegen hun lusten. Wanneer hun rechters vanaf de rots geworpen worden, zullen zij weten dat mijn woorden God aangenaam zijn. Want als aardkluiten over het land, zo zijn hun beenderen verstrooid bij het graf.
Heer, op u zijn mijn ogen gericht; Heer, op U vertrouw ik: ontneem mij het leven niet.
Bewaar mij voor de strik die zij tegen mij spannen, voor de struikelblokken der boosdoeners.
Laat de zondaars in hun eigen net vallen; al ben ik alleen, toch ga ik Uw weg.
Met mijn stem heb ik tot de Heer geroepen; met mijn stem heb ik tot de Heer gebeden.
Ik stort mijn gebed uit voor Zijn aangezicht; voor Zijn aanschijn klaag ik mijn nood.
Mijn geest ging uit mij heen, maar Gij, Heer, kent mijn wegen.
Op de weg die ik gaan moest, hadden zij een valstrik voor mij verborgen.
Tevergeefs wendde ik mij naar rechts om een verdediger, maar er was niemand die mij wilde kennen. Vluchten was mij onmogelijk; er was niemand die zich om mijn leven bekommerde.
Toen heb ik tot U geroepen, heer; ik zei: Gij zijt mijn hoop, Gij zijt mijn deel in het land der levenden. Luister naar mijn gebed, want ik ben ten uiterste vernederd.
Bevrijd mij van mijn vervolgers, want zij hebben mij overmeesterd.
Voer mijn ziel uit de kerker, opdat ik Uw naam moge belijden.
De gerechten zien uit, tot Gij mij vergeldt
                                                                     ✥✥✥
    Heer, verhoor mijn gebed, luister naar mijn smeking in Uw waarachtigheid.
Verhoor mij in Uw rechtvaardigheid, en treed niet in het gericht met Uw dienaar.
Immers, niemand der levenden, kan zich rechtvaardigen voor Uw aangezicht.
De vijand heeft mijn ziel vervolgd; mijn leven vernederd tot op de grond.
Hij doet mij neerzitten in het duister, evenals de doden van eeuwigheid.
Nu is mijn geest in mij beangst; mijn hart is bevreesd in mijn binnenste.
Maar ik herinner mij de dagen vanaf den beginne; ik overweeg al Uw werken.
Ik denk aan de daden van Uw handen; Ik strek mijn handen naar U uit.
Mijn ziel dorst naar U, als een land zonder water; verhoor mij spoedig, Heer, mijn
geest versmacht.
Wend Uw aangezicht niet van mij af, anders wordt ik gelijk aan wie afdalen in het graf.
Doe mij in de ochtend Uw barmhartigheid horen, want op U heb ik mijn vertrouwen gesteld.
Heer, doe mij de weg kennen die ik moet gaan, want tot U heb ik mijn ziel verheven.
Bevrijd mij van mijn vijanden, heer, want tot U heb ik mijn toevlucht genomen.
Leer mij Uw wil te doen, want Gij zijt mijn God.
Uw goede Geest geleide mij in een vruchtbaar land; Heer, doe mij leven, omwille van Uw Naam.
Gij voert mijn ziel uit de verdrukking, in Uw rechtvaardig­heid;
Gij verstrooit mijn vijanden, in Uw barmhartigheid.
Gij verdelgt allen, die mijn ziel verdrukken: ik ben immers uw dienaar.
Verhoor mij in Uw rechtvaardigheid, en treed niet in het gericht met Uw dienaar;
Uw goede Geest geleide mij in een vruchtbaar land
Psalm140,141[141,142] vert. ROK ’s-Gravenhage.

Jeremia, by Ernst Alt.

Jeremia, zonder brood in de Put:
    En zij wierpen Jeremia in de put van van prins Malkia [Hebr.= ‘mijn Heer is Koning’], de zoon van de koning, die in het voorhof van de gevangenis was.
Ze lieten Jeremia [Hebr.=‘door de Heer aangesteld’] in de put vallen waar geen water was, behalve modder; aldus was hij in de modder [in het slijk der aarde]“.
De belegering van Jeruzalem duurde van januari 588 tot aan juli van 587 vóór Christus, n de zomer van 588 voor een korte tijd onderbroken. Op dat moment werden de Babyloniërs gedwongen te onthechten om te handelen met een Egyptisch leger oprukkende tegen hen.
Tijdens die korte onderbreking in de gevechten werd Jeremia gearresteerd en vastgehouden.
De functionarissen van Juda die de voorkeur gaven aan
een pro-Egyptische politiek, hebben de overhand: ‘de stad moet standhouden’.
Ze beschouwen Jeremia niet als een Profeet; in plaats daarvan
demoraliseert hij de troepen van het leger terwijl
ze zich verzetten tegen de Babylonische aanval op de stad.
Ze roepen:
“Laat die man [Jeremia] ter dood worden gebracht, want door te spreken . . .
door zulke woorden te uiten worden de handen van de strijdende mannen verzwakt die in de stad zijn achtergelaten en ondermijnt dit tevens de inzet van alle mensen” Jeremia 38: 4.

De zwakzinnige koning Zedekia heeft weinig feitelijke macht, dus
geeft hij de functionarissen toestemming om met Jeremia te doen wat ze willen Jeremia 38: 5.
Tijdens de hete zomer is het water in de stortbak in het huis van de koningszoon uitgeput, dus laten ze Jeremia in deze waterloze put vallen om
te sterven temidden van de insecten die in de modder gedijen Jeremia 38: 6.

Let erop dat de Profeet gedurende deze opeenvolging van gebeurtenissen niets zegt, hij laat alles stilzwijgend over zich heenkomen.
Nèt als Christus die in handen van Pontius Pilatus was overgeleverd Luc. 23,
blijft Jeremia diep in de put zwijgen, het enige wat te horen is, is de zwerm insecten, die luid te keer gaan en zich tegoed doen aan zijn bloed.
Is de stem van de Heer Die Zich tegen de wereldse wijsheid verzet eveneens niet meer te horen? Kan het woord van God alleen verstikt worden door zijn Profeet
in een modderige stortbak te laten wegkwijnen?

gebed, “Heer, ontferm U”.

O God,  gedenk ons westerlingen in Uw Genade over zulke zelfverzekerde overheersende gedachten en daden!
We weten tot op het bot dat het Woord des Heren nooit uit wordt gevaagd,
gemuilkorfd of verborgen kan worden als
gevolg van een simpel fiat, een potloodstreep van een ambtenaar,
door het fiat van gewone stervelingen.
Laten we nooit de andere kant opkijken, zoals koning Zedekia doet Jeremia 38: 7
en zwijgzaam toekijken, terwijl anderen van plan zijn het Woord van God om zeep te helpen. Boze mensen mogen concluderen dat hun ideeën beter zijn dan
die van God, maar wee degenen die zich voorstellen dat ze de stem des Heren kunnen doen verstommen!

Heilige Andreas van Salos, ‘dwaas om Christus Wil’; Saint Andreas of Salos, ‘fool for Christ’

Een buitenlander – een vluchteling, zoals in onze tijd,
een slaaf in het huishouden van de koning,
een ontkracht iemand die geen macht heeft
– is [nog] de enige mens die tot in z’n hart geroerd is
door Jeremia’s benarde situatie.
Deze gemarginaliseerde bevolkingsgroep doet ook in onze tijd [veelal tegen het wettelijk minimum loon of een bijstandsuitkering] drie simpele dingen die iemand kan doen die onaangename Waarheid aan het Licht zou willen brengen;
ook in onze tijd in ons Missieland.
Ten eerste doet hij een beroep op iemand die in staat is
de onrechtvaardigheid om te keren en roept “Heer, ontferm U” Jeremia 38: 8,9.
Vervolgens gaat hij verder met het nemen van de nodige stappen om degene die de Waarheid spreekt uit de put te verheffen Jeremia 38: 11-13.
Ten slotte probeert hij bij het uitvoeren van het reddingsplan de persoon die hij wil helpen niet te schaden Jeremia 38: 12.

We hebben altijd de mogelijkheid om nog te spreken wanneer de Waarheid uit het zicht verdwenen is. Mogen we altijd en eeuwig de moed vinden om diegenen aan te spreken die in staat zijn om een ​​fout te corrigeren wanneer de Waarheid in de kiem wordt gesmoord.
Elke genoegdoening van grieven begint wanneer iemand blootlegt wat er gebeurt met degenen die aan de macht zijn, òf het nu gaat om plaatselijk aangestelde of zichzelf verheven [tot goden verheven] hebbende functionarissen,
spelleiders, toezichthouders, koningen, prinsen, directeuren,
managers of eigenaren,
allen, die hun macht en aanzien
misbruiken.
Deze leiders zijn in een positie om
onze persoonlijk beredeneerde oproepen
namens God’s Waarheid te vernemen,
òf zij er iets mee doen is een tweede.
Het blijkt in de praktijk steeds maar weer ‘mis’ te gaan, want
ook zij doen de dingen ‘in zonde’, d.w.z. ‘zonder God’ en
komt er geen mentaliteitsverandering op gang.
De mens kàn de mens niet veranderen, dat is slechts in de handen van ‘GOD”, Die is De Éne, Énige Waarachtige, Die ons in staat kan stellen ons te doen opstaan.

Terwijl anderen helpen, stelt de Ethiopische eunuch
een paar “oude lompen en oude touwen” [uit de kringloop]
samen tot een hef-gelegenheid Jeremia 38: 11 en
wendt ze aan om de profeet die in het slijk der aarde is gestrand,
tot een menswaardig bestaan te verheffen.
Dàn trekken hij en de dertig [gelijkgezindte] mannen Jeremia er op uit.
Ebed-Melech doet wat hij kan.
Ook wij zijn in staat ons in te spannen met
alle middelen die ‘God’ ons ter beschikking stelt, je dient er alleen maar inzicht in zien te verkrijgen en dáár ontbreekt het veelal aan.

Merk op dat de eunuch in de loop van de redding
oh zó voorzichtig is om Jeremia niet te verwonden, noch
ook maar iets toe te voegen aan zijn ongemak.
De oude vodden [uit de kringloop] vangen de oksels
van de profeet op
terwijl de mannen hem optillen,
hem bevrijdend vanuit de modder verheffen en
hem doen herstellen
voor ‘het Licht en het Leven‘,
voor God’s aangezicht Jeremia 38: 12.
En God zag dat het goed [=’tov’] was

‘Talendon’, oproep tot gebed op de botten van Adam; ‘Talendon’, call for prayer on the bones of Adam

Hoe zal ik beginnen de werken van mijn armzalig leven te bewenen.
Hoe zal ik een begin maken, Christus, met deze klaagzang?
Schenk mij toch, Barmhartige, vergeving van mijn zonden
Eph.1: 7.

Kom, ongelukkige ziel, in uw lichaam:
belijd uw zonden aan de Schepper van het heelal.
Onthoudt u voortaan van uw vroegere redeloosheid, en
breng aan God tranen van berouw
”.

  Adam, de eerst-geschapene, heb ik voorbijgestreefd in zijn overtreding, en
toen bemerkte ik dat ik van God ontbloot ben, en
van het eeuwig Koninkrijk en haar genietingen, door mijn zonden
Gen.3: 7.

Wee mij, ongelukkige ziel!
Waarom hebt gij uzelf gelijk gemaakt aan de eerste Eva?
Want gij keek met begeerte en ge werd bitter gewond.
Gij raakte de boom aan en proefde onbezonnen van de bedrieglijke vrucht
Gen.3: 5.

  In plaats van de zichtbare Eva is
een zinnebeeldige Eva in mij opgestaan:
de hartstochtelijke gedachte in mijn vlees.
Deze toont mij het zoete genot, maar
laat mij steeds proeven van het bittere voedsel
Gen.3: 7.

  Terecht werd Adam uit Eden weggejaagd, Verlosser, omdat
hij Uw éne gebod niet onderhouden had; hoe
zal het mij dan vergaan, die steeds weer
Uw leven-brengende woorden verwerp?Gen.3: 24.

  Vrijwillig heb ik de bloedige moord van Kaïn nagevolgd, en
werd ik een moordenaar voor het geweten van mijn ziel.
De vleselijke begeerten heb ik doen opleven, en
met mijn slechte daden ben ik tegen haar ten strijde getrokkenGen.4: 8.

  Ik leek niet op Abel in zijn rechtvaardigheid, o Heer:
nooit heb ik U welgevallige gaven gebracht, noch
aan God welgevallige werken, noch
reine offeranden, noch een onberispelijk leven
Gen.4: 4.

  Net als Kaïn, ongelukkige ziel, hebben ook wij
onreine werken aan de Schepper van het heelal opgedragen,
een verwerpelijk offer en een nutteloos leven:
daarom werden wij dan ook veroordeeld
Gen.4: 5.

  Als Pottenbakker hebt Gij van leem
een levende gestalte geboetseerd en
Gij voorzag mij van vlees en gebeente, adem en leven.
Gij, mijn Schepper, mijn Verlosser en Rechter,
neem mij aan nu ik berouw heb
Rom.9: 21; Gen.2: 7; Jer.18: 6; Hand.17:5. 

  Voor U, mijn Redder, belijd ik de zonden die ik heb begaan en
de wonden van mijn ziel en van mijn lichaam, die
mij zijn toegebracht door mijn moordende gedachten als door rovers”
Luc.10: 30.

  Ook al heb ik gezondigd, o Heiland, toch weet ik dat Gij menslievend zijt:
Gij tuchtigt met medelijden en zijt barmhartig met warme liefde:
gij slaat acht op tranen, en snelt toe als Vader, Die de verloren Zoon terugroeptLuc.15: 20. 

  In mijn ouderdom heb ik mij neergeworpen voor Uw poorten, o Heiland.
Verwerp mij niet zonder meer in de hades, maar
geef mij vóór het einde vergiffenis van mijn zonden,
als Menslievende
Luc.16: 20; Psalm 70 [71]: 9.

uit: de Canon van Andreas van Kreta,
triodion donderdag 5e week,
belijdenis van berouw voor
onze Heer en Verlosser.