35e na Zondag Pinksteren – Zacheüs-zondag

    En Onze Heer en Verlosser kwam Jericho [Hebr.=‘stad van lieflijke geur’] binnen en ging erdoor.
En zie, er was een man, Zacheüs [Hebr.= ‘zuiver’] geheten, die oppertollenaar was, en hij was rijk.
En hij trachtte te zien, wie Jezus was, en slaagde er niet in vanwege de schare, want hij was klein van gestalte.
En hij liep hard vooruit en klom in een wilde vijgenboom om Hem te zien, want Hij zou daarlangs komen.
En toen Jezus bij die plaats kwam, keek Hij naar boven en zei tot hem:
    Zacheüs, kom vlug naar beneden, want heden moet Ik in uw huis vertoeven.
En hij kwam vlug naar beneden en ontving Hem met blijdschap.
En toen zij het zagen, morden zij allen en zeiden:
    Hij is bij een zondig man binnengegaan om zijn intrek te nemen.
Maar Zacheüs ging staan en zei tot de Heer:
    Zie, de helft van mijn bezit, Heer, geef ik de armen, en indien ik iemand iets heb afgeperst, vergoed ik het viervoudig.
En Jezus zei tot hem:
    Heden is aan dit huis redding geschonken, omdat ook deze een zoon van Abraham
[Hebr.= ‘vader van een menigte’] is.
Want de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te zoeken en te reddenLuc.19:1-10.

    Dit is een betrouwbaar Woord en alle aanneming waard.
Ja, hierom getroosten wij ons moeite en grote inspanning, omdat wij onze hoop gevestigd hebben op de levende God, die een Heiland is voor alle mensen, in het bijzonder voor de gelovigen.
Beveel en leer dit.
       Niemand schatte u gering om uw jeugdige leeftijd, maar wees een voorbeeld voor de gelovigen in Woord, in wandel, in Liefde, in Geloof en in reinheid.
In afwachting van mijn komst moet gij u toeleggen op het voorlezen, het vermanen en het leren.
Veronachtzaam de gave in u niet, die u krachtens een profeten-woord geschonken is onder handoplegging van de gezamenlijke oudsten.
Behartig deze dingen, leef erin, opdat aan allen zal blijken, dat gij vooruitgaat1Tim.4:9-15.

Christus zendt Paulus uit – Ο Χριστός του Παύλου μεταδόσεις – البث المسيح بول

  Alles wat God geschapen heeft, is goed en niets daarvan is verwerpelijk, als het met dankzegging aanvaard wordt: want het wordt geheiligd door het Woord van God en door gebed.
Wanneer gij dit de broeders voorhoudt, zult gij een goed dienaar van Christus Jezus zijn, wel onderlegd in de woorden van het Geloof en van de goede leer, die gij gevolgd zijt; maar wees afkerig van onheilige oude-vrouwen-praat.
Oefen u in de Godsvrucht. Want de oefening van het lichaam is van weinig nut, doch de godsvrucht is nuttig tot alles, daar zij een belofte inhoudt van leven, in heden en toekomst” 1Tim.4: 4b-8.

De Blijde Boodschap, het Woord is op vele manieren samen te vatten.
Een kernbetekenis is b.v. dat God van Zijn kant ‘gemeenschap met ons zoekt’ [‘contact zoekt’] door onder ons Zijn woning te stichten [de tempel in ons hart] en ons toegang te verschaffen door Jezus Christus:
    Daar wij dan, broeders, volle vrijmoedigheid bezitten om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus, langs de nieuwe en levende weg, die Hij ons ingewijd heeft, door het voorhangsel, dat is, zijn vlees, en wij een grote priester over het huis Gods hebben, laten wij toetreden met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid van het Geloof, met een hart, dat door besprenging gezuiverd is van besef van kwaad, en met een lichaam, dat gewassen is met zuiver water. Laten wij de belijdenis van hetgeen wij hopen onwankelbaar vasthouden, want Hij, die beloofd heeft, is getrouwHebr.10: 19-23.

Diezelfde gedachte van gemeenschap zoeken wordt in de bijbel ook naar voren gebracht wanneer verkondigd wordt, dat God in ons huis, ons leven wil komen.
Dat is de kern van de geschiedenis van Zacheüs: “Heden dien Ik in uw huis te vertoeven” .
Die geschiedenis wordt in de laatste zin nog eens samengevat:
De Zoon des Mensen is gekomen om het verlorene te zoeken en te redden“.
De wijze waarop de Apostel en Icoon-schrijver Lucas ons deze ‘verloren-gewaande’ omschrijft doet ons denken aan ‘de verloren penning’, ‘de verloren zoon’.  Onze Heer en Verlosser is gekomen om het verlorene, de verloren gewaande mens te zoeken
dàt is de Blijde Boodschap volgens Lucas.
Christus in de eerste plaats ‘in mij’, als zondaar Zijn overvloedige geduldige verdraagzaamheid komen bewijzen tot een voorbeeld voor hen, die later ten eeuwigen leven op Hem zouden komen  vertrouwen.
Ook Paulus, die door Lucas in zijn verkondiging werd vergezeld laat ons dit weten:
    Dit is een getrouw Woord en alle aanneming waard, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om zondaren te behouden, onder welke ik een eerste plaats inneem1Tim.1: 15.
Ja, Christus heeft ontzettend veel geduld met ons, wanneer Hij ons zo ziet voort-modderen, want het is toch zo dat wij haast omkomen in ons eigen onvermogen nog iets van het leven te maken.

Onze Heer en Verlosser is gekomen om ‘te zoeken’ en ‘te redden’, dat zijn Zijn twee belangrijkste activiteiten in deze historische, maar ook hedendaagse wereld.

Wanneer je diep in de tekst doordringt bemerk je dat Zacheüs al vanaf den beginne ècht aan het zoeken was, dat is echt niet zo eenvoudig wanneer je door een grote menigte [Kerk-]mensen ondergesneeuwd wordt. Door de imponerende wijze waarop de menigte zich manifesteert, maakt een beminde gelovige gewoon geen kans meer Hem te ontmoeten!

Je neemt immers aan dat eenieder, die zich om je heen bevindt, zich beter heeft voorbereid en zich dusdanig gedragen heeft dan ‘jij‘, ooit zult kunnen, als de toezichthouder, de spelleider, de dienaren, de koorleden. zangers, gelovigen.

Zacheüs was een tollenaar, een ‘opper’-tollenaar nog wel – hij had kennelijk z’n draai gevonden in dat aardse beroep; een man, die zich in dienst had gesteld van de vijand [de Romeinen] en z’n volksgenoten uit te persen en zich aldus verrijkte ten koste van zijn broeders en zusters. Komt in de beste kringen voor, niet waar?
Zelfs in de Kerk proberen sommigen de boventoon te voeren.
Probeer je jezelf eens voor te stellen hoe het zou zijn om omgeven te zijn door mensen die afgunstig zijn vanwege jou manier van optreden.
Jij, die over wereldse eigenschappen of bezittingen beschikt, waar men op zich ‘zelf’ afgunstig door zou worden?
Het blijkt dat op hetzelfde moment de mens fysieke pijn ervaart, een bepaalt gevoel, die in het brein wordt geregistreerd en vervolgens de ander ‘buiten‘ sluit.

Zó stond deze opper-belastinginner van de overheid hier tussen al die gelijken,
die zoekenden zijn in de woestijn van het leven.

Kijk maar, hij doet het alweer, wat een schurk.
Daarom hadden de Joden hem volkomen afgeschreven:
met hèm, die zondaar, daar behoefde je geen rekening mee te houden.
Zacheüs moest er dus een heleboel voor over hebben om onze Heer te zien en
klom in de hoogste regionen door, klom in de bomen, een olijfboom [een kyrië- eleïson-boom].
Hij dient toch wel als een behoorlijke doorzetter worden beschouwd, bij het zoeken. Maar wanneer onze Heer en Verlosser bij die boom des levens voorbij komt, dan vindt er ineens een merkwaardige verschuiving plaats.
Zacheüs was op zoek, maar ‘wórdt’ gevonden.
De rollen worden als vanzelfsprekende precies omgekeerd.
Zo gaat dat wanneer wij naar God gaan zoeken,… dan blijkt dat God ons al lang gevonden heeft.

Wij reageren een millimeter op de roep van onze Heer en Meester en
Hij komt ons een meter tegemoet.

Bij een zondig mens,
ja, inderdaad, want onder al die mensen:
neem ik een eerste plaats in”.

Daar begrijp je helemaal niets van
– alleen wanneer je de persoon van Zacheüs maar voor ogen houdt.

Pas dàn kun je slechts een dergelijke confrontatie verklaren;
wanneer je aandacht schenkt aan de Liefde van God voor de mensen en
Zijn Barmhartigheid, die in de persoon van onze Heer en Verlosser gestalte krijgt.
De overvloedige Genade van God, Die ons zonder voorwaarden vooraf tegemoet komt.

Indien ons Heer en Zaligmaker in dát huis moest zijn, bij mij binnen treedt, dan betekent dat meteen, dat alle onrecht de deur uit, het huis uit dient te worden gezet.
Onze Heer en Verlosser, de schenker van het Leven toelaten in jouw tempel, in jouw leven, dat heeft duidelijke gevolgen.

Zacheüs begrijpt dat: wanneer het met God weer goed is gekomen, dan kan het niet anders of dat moet z’n weerslag hebben in de verhouding tussen de mensen onderling.
En Zacheüs blijkt zoveel mogelijk weer goed te hebben gemaakt met z’n medemensen; hij vergoedt meer, dan Mozes ooit heeft voorgeschreven:
    Het is een schuldoffer; hij heeft de Heer zijn schuld volkomen geboetLev.5: 19. èn
Wanneer iemands rund het rund van zijn naaste stoot, zodat het sterft, dan zal men het levende 
rund verkopen en zijn prijs verdelen en ook het dode dier zal men verdelen. Of als het bekend was, dat het rund reeds vroeger stotig was, en als zijn eigenaar het desondanks niet bewaakte, dan zal hij volledig rund voor rund vergoeden, doch het dode dier zal zijn eigendom zijnEx.21: 35,36.

En eerst dàn klinkt het God’s-Woord ‘redden‘.
Redding en behoud is er alleen, indien we daadwerkelijk consequenties trekken uit God’s Belofte van Zijn Genade-gaven.

Omdat hij een zoon van Abraham is”, en wat betekent dàt nu weer?

de Hand van God met de geredde zielen – Resava [Manasija] Servië

God trekt Zacheüs, laat hem toe in Zijn gemeenschap, omdat hij tot Abraham, tot het Verbond behoort. Zacheüs is kind van het Verbond, is besneden, is gedoopt,  een verbintenis is aangegaan.
Misschien niet bewust, het overkwam hem immers reeds als kind.
Maar dàt zijn/waren zijn omstanders allang weer vergeten òf niet soms?
Is ieder van ons zich hier nog dagelijks, in het – hier en nu – van bewust, dat hij/zij een verbintenis is aangegaan met God, ja, ook u daar binnen deze menigte van mensen?

Maar dìt is/was volgens ons/hen voor een tollenaar, een verrader, een buiten-geslotene, niet meer geldig, outcast. Wij mensen zijn gewend de ongerechtigheden van een ander eerder te onderkennen, dan de zonden van onszelf. En het is al een hele levenskunst om dat te onderkennen: “ Doe ik dàt nu al weer?”.

Maar hier wordt zichtbaar, dat God, het goddelijke in ons dìt niet vergeet.
Hier blijkt, dat God inderdáád trouw, onwrikbaar trouw is aan Zijn Verbond met de mensen.
Lucas toont ons hier in zijn schrijfkunst: je mag tollenaars, d.w.z. Kerk-verlaters, Verbond’s-verlaters niet over één kam scheren; onder hen zijn namelijk zoekers, zoals Zacheüs.

We mogen hen niet in de weg staan. We moeten juist oog voor hen hebben en hen uitzicht op onze Heer en Verlosser, op het Leven en de Opstanding blijven bieden, – wat er ook gebeuren mag.
En vergeet niet, extremen komen niet alleen binnen religies voor, óók onder andere extremen, zowel links, als rechts-georiënteerden.

We herhalen dit nog maar een keer, dan valt het misschien op, maar ook Paulus onderkent dit.
In het andere schrijven van Lucas, de handelingen van de Apostelen verhaalt deze verkondiger dat zij die tot de oude leer van Mozes behoren altijd eerst afgaat op zichzelf, z’n volksgenoten, zij die zich Joods noemen en de verweerders van de dienst aan God. Immers verbeter de wereld en begin bij jezelf.

Voor Paulus zijn mensen, die afstand hebben genomen van de Leer, zij die zich buiten de gemeente, buiten de gebaande sporen hebben begeven, geen egaal grijze massa.
Ook zij, die naar zij verkondigen, de Godsdienst achter zich hebben gelaten, weet hij te vinden.

Wij kennen allemaal wel van die mensen, die ooit het teken van God’s verbintenis hebben ontvangen, maar die hun eigen weg zijn gegaan.
Wij mogen ze niet afschrijven, ook niet, als hun leven zo duidelijk spreekt van afkeer van alles wat met religie te maken heeft; we mogen ze niet op één hoop gooien – ook zij zijn zoekend.
Er zijn er onder hen, die zoekers zijn, ook al leiden ze een leven, dat veel vraagtekens en misschien ook wel weerzin oproept.
Dat neemt niet weg dat wij alles wat met afschuwelijke overtredingen van humane en goddelijke wetten aangaat resoluut dienen af te wijzen, doch de mens daarachter niet dienen af te schrijven.

Dit is hetgeen Christus en Paulus ons vandaag tot beter gedrag willen aansporen, willen onderwijzen.

Christus is verrezen/opgestaan

Apolytikion
tn.2 
  Toen Gij, het onster’flijke Leven
nederdaalde tot de dood,

hebt Gij de kracht der onderwereld gedood
door de bliksem der Godheid.

En toen Gij de gestorvenen uit de onderwereld opwekte,
riepen alle Machten der Hemelen:
O Christus onze God, Schenker des Levens, ere zij U“.

Kondakion     tn.2
Gij zijt opgestaan uit het graf, Almachtige Verlosser,
en bij het aanschouwen van dit wonder stond de onderwereld verslagen.
De doden verrezen en heel Uw Schepping verheugt zich samen met U.
Ook Adan jubelt en het Heelal mijn Verlosser,
zingt U de lofzang zonder einde“.

Theotokion     tn.2
Onbegrijpelijk en hoogHeerlik zijn alle Mysteriën
Die aan u voltrokken zijn, o Moeder Gods.
Verzegeld in reinheid en vast in maagdelijkheid,
zijt gij waarlijk Moeder geworden
en hebt gij de Ware God gebaard.
Smeek tot Hem dat onze zielen worden verlost
”.

Orthodoxie & De koren der heiligen volgen in Waarheid het Woord van God

. . . . .’ Het is gelijk aan een mosterdzaadje, dat iemand nam en in zijn tuin zaaide, en het groeide en werd een boom, en de vogelen van de Hemelen nestelden in Zijn takken’.
En nogmaals sprak Hij [Christus]: ‘Waarmee zal Ik het Koninkrijk van God vergelijken?
‘ Het is gelijk aan een zuurdesem, welke een vrouw nam en in drie maten meel deed, totdat het geheel doorzuurd was’.
En Hij trok verder langs steden en dorpen, predikende en reizende naar Jeruzalem.
En iemand zeide tot Hem:
Heer, zijn het weinigen, die behouden worden?
Hij zei tot hen:
    Strijdt om in te gaan door de enge poort, want velen, zeg Ik u, zullen trachten in te gaan, doch het niet kunnen. Van het ogenblik af, dat de heer des huizes is opgestaan en de deur gesloten heeft, zult gij beginnen buiten te staan en aan de deur te kloppen zeggend:
Heer, doe ons [toch] open, en Hij zal antwoorden en tot u zeggen:
    Ik weet niet, vanwaar gij zijt’.
Dan zult gij beginnen te zeggen: Wij hebben voor uw ogen gegeten en gedronken en in onze straten hebt Gij geleerd.
En Hij zal tot u spreken, zeggende:
    Ik weet niet, vanwaar gij zijt; gaat weg van Mij, alle gij werkers van de  ongerechtigheid.
Daar zal het geween zijn en het tandengeknars, wanneer gij Abraham en Isaäc en Jaäcob zult zien en al de Profeten in het Koninkrijk Gods, maar uzelf buiten-geworpen. En zij zullen komen van oost en west en van noord en zuid en zullen aanliggen in het Koninkrijk van GodLuc.13: 19-29.

    Paulus, door de Wil van God een Apostel van Christus Jezus, en Timoteüs onze broeder, aan de heilige en gelovige broeders in Christus te Colosse:
‘ Genade en Vrede zij u van God, onze Vader.
Wij danken God, de Vader van onze Here Jezus Christus, te allen tijde bij ons bidden voor u, daar wij gehoord hebben van uw Geloof in Christus Jezus en van de Liefde, Die gij al de heiligen toedraagt, om de Hoop, die voor u is weggelegd in de Hemelen.
Daarvan hebt gij tevoren gehoord in de prediking van de Waarheid, het Evangelie, dat tot u gekomen is. Immers, in de gehele wereld draagt het vrucht en wast het op, zoals ook bij u, sedert de dag, dat gij het gehoord hebt en de Genade van God in Waarheid hebt leren kennenCol.1: 1-6 [lezingen van zaterdag 17 januari 2019].

Gezegend is het Koninkrijk van de Vader, en van de Zoon en van de Heilige Geest;
nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen, Amen.
  Naar zijn raadsbesluit heeft God ons [als een mosterdzaadje] voortgebracht door het Woord der Waarheid, om in zekere zin eerstelingen [het voorbeeld, naar God’s beeld en gelijkenis] te zijn onder zijn schepselenconf. Jac.1: 18.

In navolging van het Woord, volgenden de Apostelen
De Apostel Paulus is met Petrus uitgegroeid tot één van de kopstukken van de Kerk, beiden worden dan ook op dezelfde dag gevierd: 29 juni.
Paulus heeft zoveel gereisd in dienst van de verkondiging van de Blijde Boodschap, dat hij de eretitel van ‘De Apostel‘ heeft meegekregen.
Toch heeft hij onze Heer en Verlosser niet persoonlijk gekend, eerst na diens Hemelvaart heeft hij zich bij Zijn leerlingen gevoegd en dat was echt niet vanzelfsprekend.
Paulus kwam uit Tarsis en moet als jongeling reeds naar Jeruzalem zijn verhuisd.
Hij heeft nog als leerling aan de voeten gezeten van de beroemde leermeester Gamaliël.
Zo was hij uitgegroeid tot een vurige Rabbi, een wet’s-getrouwe jood, die niets moest hebben van de vrijzinnige sekte van Jezus van Nazareth.
We horen voor het eerst van hem, als Stephanos, de diaken, op last van de Joodse overheden wordt gestenigd. Dan leggen de beulen hun mantels neer aan de voeten van Saulus.
Het was hem er dan ook voor zijn roeping alles aan gelegen om het Christendom uit te roeien,  daartoe had hij zelfs volmachten gekregen van de Hoge Raad te Jeruzalem. Ze gaven hem het recht om huizen van verdachten binnen te dringen en te controleren of er geen volgelingen van Jezus woonden…
Op latere leeftijd betreurt Saulus zijn jonge jaren ten zeerste:
“ . . . . . Mijn geweten betuigt mij dit mede door de Heilige Geest: Ik heb een grote smart en een voortdurend hartzeer. Want zelf zou ik wel wensen van Christus verbannen te zijn ten behoeve van mijn broeders, mijn verwanten naar het vleesRom.9: 1b-3.
Maar niet veel hedendaagse Joodse afstammelingen en zij die Christenen uit de heidenen worden genoemd beseffen hoezeer Paulus Joods bleef nadat hij door God was geroepen om het goede nieuws naar de heidenen te brengen.  
Zelfs toen het Joodse volk probeerde hem in de val te lokken en hem te doden, bleef hij trouw aan zijn broeders en de leringen van God’s instructies [de Wet], de Profeten en zijn Joodse achtergrond. 

De levensweg van Paulus
Paulus werd geboren als Sha’ul [Hebr.=‘gevraagd of af-gebeden]. Zoals we uit zijn eigen woorden zullen zien, reisde Sha’ul  als apostel Paulus door het Romeinse Rijk, waarbij hij zowel Joden als heidenen onderwees over de redding van Messias Yeshua [Jezus] door uit de diepten van zijn hart, ziel en geest te spreken als een Joodse Rabbijn.
Maar Paulus zei: ‘ Ik ben een Jood uit Tarsus, burger van een welbekende stad in Cilicië; ik vraag u verlof tot het volk te mogen sprekenHand.21: 39.
En er is dus veel in zijn levensgeschiedenis waar wij van kunnen leren.
Door ons te verdiepen in zijn standvastige verkondiging van Christus’ Blijde Boodschap mogen wij hopen dat zowel de Joden als de heidenen, ja de gehele mensheid wordt gered.
Bedenk wel dat: “     Niet een ieder, die tot Mij zegt: Heer, Heer, zal het Koninkrijk der Hemelen binnengaan, maar wie doet de Wil van Mijn Vader, Die in de Hemelen is. Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Heer, Heer, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd en in Uw Naam boze geesten uitgedreven en in Uw Naam vele Krachten gedaan?
En dan zal Ik [Christus, de uiteindelijke Opperrechter] hun openlijk zeggen: ‘ Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid’Matth.7: 21-23.

Echter iedere waarachtige Christen zal werkelijk met onze Heer en Verlosser over het water willen lopen en uitroepen: ‘Heer, redt mij’. Wat hiermee bedoeld wordt is niets meer dan dat wij navolgers van Christus dagelijks een verlangen ervaren in een relatie met onze Heer en Verlosser door het leven te gaan. Wij willen Hem trouw dienen, Hem onvoorwaardelijk vertrouwen en Hem onophoudelijk behagen. Je dient daarbij te begrijpen dat de toepassing van God’s Wil voor elke gelovige anders is en wij laten het uiteindelijk oordeel dan ook aan Hem over.

Johannes, Mattheüs, Marcus en Petrus, Lucas en de andere volgelingen waren drie jaar bij Christus, maar Sha’ul, alleen “hoorde” Hem ooit tot zich spreken – onzichtbaar, bovennatuurlijk op weg naar Damascus!
… Op weg naar Damascus werd hij als een donderslag bij heldere hemel getroffen en op de grond geworpen. Verblind door het felle licht tastte hij hulpeloos in het duister.  Een stem vroeg hem:
Sha’ul [Hebr.= ‘gevraagd of af-gebeden] waarom vervolg je mij?”
Een leerling van Jezus, Ananias [Griekse vorm Hebr. Hananiah= ‘de Heer is genadig’], overwon zijn weerzin en nam hem bij zich in huis.
Paulus was als een blad aan een boom omgedraaid [μετάνοια, omkeren, van gedachten veranderen].
Van nu af zou hij de meeste fanatieke verdediger van de Pedagogie van Onze Heer en Verlosser worden: De Blijde Boodschap is er immers voor eenieder die hulpeloos in het duister rond tast, ongeacht of men tot het uitverkoren Joodse Volk behoorde of niet.
Drie jaar lang bereidde Paulus zich in het verborgene voor op zijn zending. Toen trad hij uit de schaduw en ondernam minstens vier grote reizen.
Intussen schreef hij een onbekend aantal brieven, waarvan er veertien in het Nieuwe Testament van de Bijbel zijn opgenomen.

Paulus had tevens het geluk om geboren te worden in de hoofdstad van de Romeinse provincie Cilicia – Tarsus, hetgeen een “vrije stad” was; als zodanig gaaf dit hem het Romeins staatsburgerschap bij zijn geboorte: “ En de overste ging erheen en zei tot hem: ‘Zeg mij, zijt gij een Romein?’. En hij zei: ‘Ja’.  En de overste antwoordde: ‘Ik heb dit burgerrecht voor een grote som verkregen’. Maar Paulus zei: ‘Doch ik bezit het door geboorte’Hand.22: 27,28. Het staatsburgerschap hielp Paul om een vreselijke geseling en geseling te voorkomen, hetgeen illegaal was om een Romeinse burger zonder een eerlijk proces te treffen.
Maar Paulus rept ook na zijn bekering over zijn achtergrond:
    Ik ben een Jood, te Tarsus in Cilicië geboren, doch in deze stad opgevoed, aan de voeten van Gamaliel opgeleid met nauwgezette inachtneming van de Wet van onze vaderen, een ijveraar voor God evenals gij allen heden zijt. En ik heb deze weg ten dode toe vervolgd door mannen en vrouwen in boeien te slaan en gevangen te zetten, gelijk ook de hogepriester van mij getuigen kan en de gehele Raad der oudstenHand.22: 3-5a. en vervolgens verhaalt hij de wonderlijke gebeurtenis van zijn bekering tot het Christendom.

Zowel Paulus als Christus [zie, de verkondiging aan de Emmaüsgangers] verkondigen de Blijde Boodschap op basis van de Joodse voorgeschiedenis.
Paulus vertrok na zijn voorbereiding in het verborgene naar Jeruzalem, waar de discipelen en apostelen aanvankelijk hem niet accepteerden vanwege zijn recente verleden als een vijand van het Geloof. Hij verliet Israël en begon de Blijde Boodschap aan de volken [de heidenen] te verspreiden.

De meeste spelleiders in onze gemeenschappen zullen u zeggen dat Paulus zich bekeerde tot een ‘nieuwe‘ religie, het christendom genaamd, op de dag dat hij verblind werd door God’s Licht.
Maar waar Sha’ul [Hebr.=‘gevraagd of de af-gebedene] zich werkelijk in bekeerde was een hart en een geest vervuld met de Geest van God, tot het oude wat overvloeide, evolueerde in het nieuwe.
Hij schreef vaak over God’s Liefde die hem ingeven door de Heilige Geest vanaf die wonderlijke gebeurtenis vervulde:
➥➥➥ ”     Weest in broederliefde elkander genegen, in eerbetoon elkander ten voorbeeld, in ijver onverdroten, vurig van geest, dient de Heer.
Weest blijde in de Hoop, geduldig in de verdrukking, volhardend in het gebed, bijdragend in de noden der heiligen, legt u toe op de gastvrijheid. Zegent wie u vervolgen, zegent en vervloekt niet.
Weest blijde met de blijden, weent met de wenenden. Weest onderling eensgezind, niet zinnende op hoge dingen, maar voegt u in het eenvoudige.
Weest niet eigenwijs. Vergeldt niemand kwaad met kwaad; hebt het goede voor met alle mensen.
Houdt zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, Vrede met alle mensen. Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, spreekt de Heer” Rom.12: 10-19.

Paulus toonde deze liefde zelfs aan degenen die hem vervolgden. Toen God bijvoorbeeld de deuren van de gevangenis opende om te ontsnappen, maakte hij zich meer zorgen over de redding van de bewaker dan over zijn eigen vrijheid. In deze maken Petrus [verering Petrus’ banden] en Paulus hetzelfde mee, op wonderbare wijze worden zij [door een engel] bevrijd uit een gevangenschap, die hen vanwege de verkondiging van de Blijde Boodschap overkomt.
Beiden verkondigen de Blijde Boodschap, die zegt:
    Maar, indien uw vijand honger heeft, geef hem te eten; indien hij dorst heeft, geef hem te drinken, want zo zult gij vurige kolen op zijn hoofd hopen. Laat u niet overwinnen door het kwaad, maar overwin het kwade door het goedeRom.12: 20,21.
Aldus verkondigen alle apostelen dezelfde Blijde Boodschap, Die zich over de gehele wereld verspreidt:
    Naar Zijn raadsbesluit heeft Hij [Onze Heer Jezus Christus, de Zoon van de levende God] ons voortgebracht door het Woord der Waarheid, om in zekere zin eerstelingen te zijn onder zijn schepselenJac. 1: 18.

Mp3 – Δόξα αίνων Ζ Ιανρίου-(Προδρόμου)-ΠΕΤΡΟΥ-[Μετόχι Ι.Μ Σινά:

Troparion de koren der Heiligen [zaterdag]
tn.2.     “ Apostelen, Martelaren en Profeten,
Hiërarchen, Heiligen en Gerechten,
Die de goede strijd voleindigd en het Geloof bewaard heb,
gij hebt toegang tot de Verlosser.
Smeekt tot Hem, als de Goede, voor ons,
opat onze zielen mogen worden gered.

Kondakion [zaterdag]
tn.8.    Als eerstelingenoffer der natuur
offert de wereld U, de Heer en Schepper van het heelal,
de Goddragende Martelaren.
bewaar om hun gebeden Uw Kerk in diepe Vrede,
door de Moeder God’s, Barmhartige“.

Theotokion [zaterdag]
tn.2.
    Heilige Moeder van het ontoegankelijk Licht,
wij vereren U met de hymnen der engelen
om U vroom te verheffen”.

Troparion de gestorvenen [zaterdag]
tn.2.  Gedenk, Heer, in Uw Goedheid de dienaren en dienaressen,
en vergeef hun wat zij in dit leven hebben gezondigd.
Want niemand is zonder zonde, buiten U,
Die de Macht bezit om ook aan hen,
die overgegaan zijn, de rust te verlenen.

Kondakion de gestorvenen [zaterdag]
tn.8.  Met Uw Heiligen laat rusten o Christus,
de zielen van Uw dienaren en dienaressen,
waar geen smart, droefheid noch tranen zijn
doch waar Leven is, zonder einde”.

Orthodoxie & jezelf in je doen en laten werkelijk, waarachtig en vrij richten op God.

    Richt u op en heft uw hoofden omhoog, want uw Verlossing genaakt [komt dichterbij].
En Hij sprak een gelijkenis tot hen: Let op de vijgenboom en op al de bomen. Zodra zij uitlopen, weet gij uit uzelf, omdat gij het ziet, dat de zomer reeds nabij is.
      Zo moet ook gij, wanneer gij dit ziet geschieden, weten, dat het Koninkrijk Gods nabij is.
Voorwaar, Ik zeg u, dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, voordat alles geschiedt.
De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaanLuc.21: 28b-33.

You only know what you want to change, when you know where your resistance is.

    Weet wel [dit], mijn geliefde broeders: ieder mens moet snel zijn om te horen, langzaam om te spreken, langzaam tot toorn; want de toorn van een man brengt geen gerechtigheid voor God voort.
      Legt dus af alle vuilheid en alle uitwas van boosheid en neemt met zachtmoedigheid het in u geplante Woord aan, dat uw zielen kan behouden.
      En weest daders van het Woord en niet alleen hoorders: dan zoudt gij uzelf misleiden.
Want wie hoorder is van het Woord en niet dader, die gelijkt op een mens, die het gelaat, waarmee hij/zij  geboren is, in een spiegel beschouwt; want hij/zij heeft zich beschouwd, is heengegaan en heeft terstond vergeten, hoe hij er uitzag.
     Maar wie zich verdiept in de volmaakte wet, die van de Vrijheid, en daarbij blijft, niet als een vergeetachtige hoorder, doch als een werkelijk dader, die zal zalig zijn in zijn doen.
     Indien iemand meent godsdienstig te zijn en daarbij zijn tong niet in toom houdt, maar zijn hart misleidt, diens dienst aan God is waardeloos.
Zuivere en onbevlekte godsdienst voor God, de Vader, is: omzien naar wezen en weduwen in hun 
druk en zichzelf onbesmet van de wereld bewarenJac.1: 19-27.

Mozes aanvaardt de wet – Parijs psalter

Er zijn slechts twee beweegredenen waarom de mens doet en laat, zoals hij/zij doet:
uit angst òf uit vrij gekozen Liefde.
Telkens wanneer je iets overkomt in het leven voel je hier iets bij. Er kruipt een emotie bij je omhoog als reactie op die gebeurtenis.
Dit kan een emotie zijn die je als positief ervaart, zoals dankbaarheid, blijdschap, troost of geluk. Je kunt ook een emotie ervaren die negatief voelt, zoals jaloezie, haat, verdriet, teleurstelling of afgunst.
Hoewel we in de meeste gevallen denken geen invloed te hebben op de gevoelens die we ervaren, is juist het tegendeel waar.
We kunnen onze emoties sturen, en zelf bepalen welke gevoelens we ervaren naar aanleiding van iedere gebeurtenis.
Zoals al vaker is uiteengezet heeft een gebeurtenis geen betekenis totdat jij die eraan toekent. Jij kiest hoe je wilt reageren op iets dat je overkomt. En hoewel we meestal functioneren op de automatische piloot, heb je wel degelijk zelf een keus in de reactie die een gebeurtenis in jouw lichaam teweeg brengt.

Waarom is dit zo interessant te kiezen je eigen emotie?
Voornamelijk omdat we deze vrije keuze kunnen gebruiken om ons leven mooier te maken. Wanneer ons iets ‘vervelends’ overkomt kun je zelf bepalen hoe je hier op reageert.
Goed en slecht‘ bestaan niet en zo het bestaat, zal God daar wel over oordelen, dus niets ligt van tevoren vast. Wie zegt ons dat deze of gene gebeurtenis per definitie slecht is?
Je kunt ‘zelf‘ kiezen welk gevoel je eraan wilt koppelen, en deze vrijheid geeft je de kans om je leven mooier te maken en daarom kun je kiezen tussen angst en liefde.

Wanneer je kijkt naar de gevoelens die je ervaart, komt het spectrum van emoties voort uit slechts twee basis emoties: angst en liefde. Dit zijn de twee basisgevoelens van waaruit we allemaal handelen.
    Angst is de emotie van afkeer, afzondering, haat, vluchten, afstoten, jaloezie, afgunst en alle andere negatieve gevoelens.
    Liefde is de emotie van vasthouden, samen zijn, samenwerken, blijdschap en alle andere positieve gevoelens.
In iedere situatie in je leven reageer je in essentie vanuit één van deze twee emoties. Je reageert vanuit liefde of vanuit angst. Veel mensen reageren automatisch vanuit angst.
Ze zijn bang om iets kwijt te raken, of iets te ervaren dat ze niet willen.
Je hebt echter zelf de keus vanuit welke emotie je wilt reageren.
    Angst houdt je gevangen en maakt je leven minder fijn.
Zoals je begrijpt is leven vanuit gevoelens van angst op de lange termijn niet prettig. Wie zijn leven inricht rondom angst baseert zijn leven op negatieve emoties, en de angst om deze emoties te ervaren.
Hoe meer angst je in je leven brengt, des te meer reden je zult krijgen om angstig te zijn. Je gevoelswereld zal worden gedomineerd door negatieve gevoelens, met alle gevolgen van dien.
    Liefde maakt je vrij en je leven een stuk aantrekkelijker, mooier.
Wanneer je je leven baseert op gevoelens van Liefde zul je je leven op de lánge èn kòrte termijn mooier maken. Hoe meer Liefde je voelt, des te meer Liefde je zult kunnen ervaren. Je kunt ervoor kiezen om Liefde te voelen bij alles wat je overkomt, zelfs wanneer iemand je aanvalt.
Je kunt kiezen voor een positieve energie in je leven die doorwerkt in alle gebieden van je leven.

Zo kies je in alle openheid voor het gevoel van Liefde
Wanneer je voor een keuze staat, beoordeel je eigen emotie:
òf je reageert vanuit vrij gekozen Liefde òf vanuit de ineengekrompen gevangenschap van de angst.
      Wanneer je wilt gaan reageren vanuit een gevoel van angst [jaloezie, afwijzing, teleurstelling of bijvoorbeeld haat), sta dan even stil, en vraag jezelf af hoe je kunt reageren als je vanuit liefde zou handelen.
      Uiteraard is dit in veel gevallen makkelijker gezegd dan gedaan. Je dient dan ook niet te verwachten dat je vanaf -‘hier en nu’- de keuze kunt maken om alleen nog maar vanuit Liefde te reageren.
      Wel kun je je steeds bewuster worden van je reacties en je gedachten.
Je kunt jezelf langzamerhand trainen om steeds vaker te leven vanuit Liefde, en het leven vanuit angst achter je te laten. Dit doe je stap voor stap, niet van de een op de andere dag.
  Je bent moedig wanneer je je angsten ervaart en het tóch uit Liefde doet, gewoon om ‘zelf‘ frank en vrij over de brug te komen en je te uiten. Moed gaat niet over door uit Liefde geen angst voelen, want indien je geen angst voelt om Lief te hebben, dan heb je ook geen moed nodig.
– Vrij zijn van angsten komt vanzelf, maar pas nadat je de moed hebt opgepakt en los komt uit het verleden.
– Moedig zijn draait om het volgen van je hart, je doet wat je wilt en kunt doen zonder je te laten belemmeren door je angsten.
Maar je ervaart je Liefde voor de ander ondanks de angst wel degelijk. En je besluit er toch voor te gaan, je zegt gewoon waar het op staat.
–  Indien je dit niet doet – en dus je angsten niet overwint – dan gaan je angsten je leven dicteren en blijf je gevangen zitten in afkeer, afzondering, haat, vluchten, afstoten, jaloezie, afgunst en alle andere negatieve gevoelens en stijg je onmogelijk boven de situatie uit.

De Kracht van waarachtige Liefde schuilt niet in het vasthouden maar in het loslaten van het oude [van de Wet], van de  gevangenschap. Je wereld gaat er heel anders uitzien wanneer je in een relatie elkaar met respect behandelt, elkaar durft laten zijn, die je bent, zonder de ander te overheersen.
Dat houdt in dat je elkaar de vrijheid geeft om ‘helemaal‘ jezelf te zijn. Wanneer deze onzekerheid zich uit in een relationele wurggreep, kan dit een relatie ernstig beschadigen; er is dan geen sprake meer van vertrouwen.
Negatieve energie binnen de relatie, zoals egoïsme, jaloezie, afgunst, wantrouwen etc., staat in de weg van waarachtige Liefde.

Wanneer je een relatie met God wilt ontwikkelen kan de vraag ontstaan hoe je jouw gebed vorm kunt geven.
De discipelen hadden deze vraag ook. Zij vroegen aan Jezus: “leer ons bidden”.
Toen leerde onze Heer en Verlosser hen het Onze Vader.  Christus gaf ons hiermee aan dat de relatie met God intiem kan zijn, als met jouw Vader, een familie-relatie – een grote rijkdom aan principes en mag dus ook een soort ‘basis zijn‘ van onze gesprekken met God.
Er zijn er veel psalmen , klaagliederen en proclamaties in de Blijde Boodschap voorhanden, die je een krachtige impuls aanbieden voor je gebedsleven.
Wil je een gedienstig leven met God opbouwen, dan vraagt dat om een relatie, om intimiteit en daar zul je ook aandacht en tijd in steken.
Wij geloven in de navolging van Christus, Die heel vrijmoedig sprak over Zijn relatie met God, de Vader. We maken van daaruit [bewuste en onbewuste] keuzes, we leven vanuit een soort agenda, proberen aan de eisen van Zijn wereld te voldoen en ook af en toe nog een beetje te ontspannen.
Maar op een gegeven moment willen we ook in ons hart ervaren dat ‘God’ werkelijk aanwezig is, Hem ervaren en een relatie met Hem opbouwen.
Een relatie waarin wij Hem alles kunnen vertellen en waarin ook Hij de ruimte krijgt om te spreken en vervolgens zaken aan Hem kunnen overlaten.
Liefde kan niet van een kant komen en al helemaal niet wanneer ons een dreigende God voor ogen staat. Ideaal gesproken is dit de basis van ons hele bestaan, de Liefde tot God en onze naasten. De band met onze ouders en familieleden is er – als het goed is – een, die gebaseerd is op Liefde.
Er kan enorm veel in de weg zitten om de liefde van God te herkennen. Verkeerde denkbeelden, angst, woede en andere onverwerkte emoties kunnen als obstakels in de weg zitten.
Toch staat er in de Blijde Boodschap dat de Liefde sterker is dan de dood.
Vele wateren kunnen haar niet blussen, zij is een verterend [begeesterend] vuur, en met deze Heilige Sterkte en overweldigende Kracht houdt God van ons mensen.

Christus klopt aan jouw deur

Indien wij de deur voor Hem open zetten, zal Hij niet rusten tot we snappen ‘Wie’ Hij voor ons wil zijn.
Daar mogen we op wachten en daar mogen we steeds op hopen.
Deze liefde van God bouwt op, bemoedigt, verandert omdat het ons doet groeien.
Dit is wat onze Heer ons heeft geleerd en hetgeen ons in Zijn Geest
door zijn opvolgers is overgedragen al 20 eeuwen lang.
Mensheid richt u daarom op en heft uw hoofden omhoog,
want uw Verlossing komt dichterbij.

Troparion H. Apostelen [donderdag]
tn.3. “   Heilige Apostelen,
bidt tot de Barmhartige God,
dat Hij de vergeving van zonden
moge schenken aan onze zielen”.

Kondakion H. Apostelen [donderdag]
tn.2.
  De trouwe Verkondigers van God, Uw uitgelezen Leerlingen,
hebt gij, o Heer, deelachtig gemaakt aan Uw goederen,
en doen binnentreden in de eeuwige rust.
Want hun zwoegen en sterven
was kostbaar voor U boven offers,
omdat Gij alleen de harten kent
”.

Theotokoion [donderdag]
tn.3.
  Uit U bezitten wij het Woord van de Vader,
Christus onze God, in het vlees,
Moeder God’s en maagd,
alleen zuivere en enig gezegende.
Daarom willen wij u zonder ophouden bezingen en verheffen
”.

Kondakion H. Nicolaas [donderdag]
tn.4. “   Als richtsnoer van het Geloof,
voorbeeld van zachtmoedigheid,
en leraar der onthouding
zo heeft de waarheid van uw daden
U aan Uw kudde getoond.
Door nederigheid hebt gij het verhevene gewonnen;
door armoede de rijkdom.
Vader en aartsbisschop Nicolaas bidt tot Christus God
onze zielen te redden”.

Orthodoxie & gelukzaligheid in de wereld

    En toen sommigen van de tempel zeiden, dat hij met schone stenen en wijgeschenken versierd was, sprak Hij:
      Wat gij daar aanschouwt – er zullen dagen komen, waarin geen steen op de andere zal gelaten worden, die niet zal worden weggebroken.
      En zij vroegen Hem en zeiden: ‘ Meester, wanneer zal dit dan geschieden? En wat is het teken, dat deze dingen zullen gebeuren?
Hij zei:
      Ziet toe, dat gij u niet laat verleiden.
  Toen zei Hij tot hen:

Petrus’ banden [boeien] verbroken

Volk zal opstaan tegen volk en koninkrijk tegen koninkrijk, en er zullen grote aardbevingen, en nu hier, dan daar pestziekten en hongersnoden zijn, en ook vreselijke dingen en grote tekenen van de hemel.
  Zodra gij nu Jeruzalem door legerkampen omsingeld ziet, weet dan, dat zijn verwoesting nabij is. Laten dan die in Judea zijn, vluchten naar de bergen, en die binnen de stad zijn, de wijk nemen, en die op het land zijn, er niet binnengaan, want dit zijn de dagen van vergelding, waarin alles wat geschreven is, in vervulling gaat. Wee de zwangeren en de zogenden in die dagen!
Want er zal grote nood zijn over het land en toorn over dit volk, en zij zullen vallen door de scherpte van het zwaard en als gevangenen weggevoerd worden onder alle heidenen, en Jeruzalem zal door heidenen vertrapt worden, totdat de tijden der heidenen zullen vervuld zijnLuc.21: 5-8a- 10-11, 20-24.

H. Jacobus, 1e toezichthouder te Jeruzalem

    Jacobus, een dienstknecht van God en van de Heer Jezus Christus, groet de twaalf stammen in de verstrooiing.
     Houdt het voor enkel vreugde, mijn broeders, wanneer gij in velerlei verzoekingen valt, want gij weet, dat het beproefd worden van uw Geloof volharding uitwerkt.
⁌       Maar die volharding moet volkomen doorwerken, zodat gij volkomen en onberispelijk zijt en in niets te kort schiet.
⁌      Indien echter iemand van u in wijsheid te kort schiet, dan dient hij God daarom te bidden, die aan allen geeft, eenvoudigweg en zonder verwijt; en zij zal hem gegeven worden. Maar hij moet bidden in geloof, in geen enkel opzicht twijfelende, want wie twijfelt, gelijkt op een golf der zee, die door de wind aangedreven en opgejaagd wordt.
      Want zulk een mens moet niet menen, dat hij iets van de Heer zal ontvangen, innerlijk verdeeld als hij is, ongestadig op al zijn wegen.
      Laat de geringe broeder roemen in zijn hoogheid, maar de rijke in zijn geringheid, want als een bloem in het gras zal hij vergaan. Want de zon komt op met haar hitte en doet het gras verdorren, en zijn bloem valt af en de schoonheid van haar uiterlijk verdwijnt; zo zal ook de rijke met zijn ondernemingen verwelken.
      Welzalig is de mens, die in verzoeking volhardt, want, wanneer hij de proef heeft doorstaan, zal hij de kroon des levens ontvangen, die Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben.
      Laat niemand, als hij verzocht wordt, zeggen: Ik word van Godswege verzocht.
Want God kan door het kwade niet verzocht worden en Hijzelf brengt ook niemand in verzoeking. 
Maar zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit voort uit de zuiging en verlokking van zijn eigen begeerte. Daarna, als die begeerte bevrucht is, baart zij zonde; en als de zonde volgroeid is, brengt zij de dood voort.
      Dwaalt niet, mijn geliefde broeders. Iedere gave, die goed, en elk geschenk, dat volmaakt is, daalt van boven neder, van de Vader der lichten, bij Wie geen verandering is of zweem van ommekeer.
Naar Zijn raadsbesluit heeft Hij ons voortgebracht door het Woord der Waarheid, om in zekere zin eerstelingen te zijn onder zijn schepselen
Jac.1: 1-18.

Naar Zijn raadsbesluit heeft God ons voortgebracht door het Woord der Waarheid, om in zekere zin eerstelingen te zijn onder Zijn schepselen.
Paulus verschafte de mensen een nieuwe openbaring over zaken waar Jezus niet uitdrukkelijk over gesproken heeft. Hoe uitgebreid de bediening van Jezus ook was, Hij heeft niet al het denkbare ten aanzien van het Christelijke leven uitgelicht. Daarom zond Hij Zijn volgelingen uit om Zijn bediening voort te zetten na Zijn Hemelvaart, en daarom hebben wij allen een door God geïnspireerde Blijde Boodschap gekregen, “zodat een dienaar van God voor zijn taak berekend is en voor elk goed doel volledig is toegerust2Tim.3: 17.
Die onthullingen zijn uiteindelijk afkomstig van de Heilige Geest en worden Mysteriën genoemd. Het woord “Mysterie” is een theologisch-technische term, Die doelt op een vooraf onbekende Waarheid, Die -‘hier en nu‘- onthuld wordt, zoals dat de Kerk bestaat uit Joden en heidenen [conf. Rom.11: 25]
òf het moment waarop de bazuin het einde inluidt, wanneer de doden onvergankelijk opgewekt zullen worden en wij zullen onherroepelijk ten goede veranderd worden [conf. 1Cor.15: 51-52].
Vandaag wordt ons hetzelfde voorgeschoteld door de broeder des Heren, James/Jacobus., die eveneens een volgeling van Christus werd.

Het Evangelie van vandaag begint met de tempel en dan gaat het niet over dat gebouw – gebouwen zijn slechts ontstaan uit uiterlijke beweegredenen van mensen, meestal als project van deze of gene, die zichzelf ontzettend belangrijk heeft gevonden.  Je ziet dat overal om je heen – mensen, die zich zo nodig dienen te manifesteren als zijnde, zie mij eens.
Er wordt daarbij vergeten dat wij slechts stof zijn en tot stof zullen weerkeren.

Neen, het gaat hier vandaag om ‘die andere tempel‘, waar de Paulus over gesproken heeft.

Weet u het nog?
De tempel is de plaats van de ontmoeting met God: ‘het huis van … God‘ is Hem ontmoeten in de tempel van ons innerlijk, in ‘de tempel van ons hart’ en
waneer we dáár naar binnen kijken is het meestal zo dat we het erg met onszelf getroffen hebben – met schone stenen en wijgeschenken versierd.
Wat ons rest is dat we met de hulp van God uit ‘onze gevangenschap‘ komen – het verbreken van de ‘oh-zo-kostelijke’ kettingen waarmee wij door herodes weggehouden worden van het enige wat ons als volgelingen van Christus kan redden.
Welzalig is de mens, die in verzoeking volhardt, want, wanneer hij de proef zal doorstaan, op die wijze zal de mens de kroon van het Leven ontvangen, Die onze Heer en Meester beloofd heeft aan wie Hem liefhebben.
Navolging van Christus houdt niet anders in dan in zekere zin het
met onze Heer te streven om als mensen
eerstelingen te zijn onder God’s schepselen.

MP3: ‘Welzalig is de mens, die niet wandelt naar de raad der goddelozen‘ – Ormylia Monastery

Kruis – houtsnijwerk van een aankomend monnik, I.M.Karakallou, Athos

Tropaar van het Heilig Kruis [woensdag en Vrijdag]
tn.1. “   Red, Heer, Uw volk, en zegen Uw erfdeel;
schenk aan de rechtgelovigen de overwinning over de vijanden,
en bescherm Uw Gemeenschap door Uw Kruis”.

Kondakion [woensdag en Vrijdag]
tn.1.  Gij, Die U vrijwillig op het Kruis hebt verheven,
o Christus God,
schenk Uw ervaringen aan Uw nieuwe Gemeente,
die naar U genoemd is.
En verblijd ons met Uw Kracht
in de strijd tegen de vijand.
Want gij zijt onze helper door het onoverwinnelijke Vredeswapen van Uw Kruis
”.

Theotokion [woensdag en Vrijdag]
tn.1.  Wij allen die uw bescherming ondervinden, Al-reine,
en die door uw speling van onze tegenstanders zijn bevrijd:
wij worden bewaakt door het Kruis van Uw Zoon;
daarom willen wij u vroom verheffen
”.

Kondakion [Petrus’ banden (boeien)] 16 januari
tn.2. “   Christus, de Rots, verheerlijkt
de stralende rots van het Geloof,
de Eerst-tronende van de Volgelingen,
want Hij roept allen samen
voor het feest van Petrus’ ketenen
en Hij verleent ons vergeving van onze zonden
”.

33e Zondag na Pinksteren – het land der heidenen heeft een groot Licht gezien

Hoofd van de H. Johannes de Doper

  Toen de Heer vernam, dat Johannes overgeleverd was, trok Hij Zich terug naar Galilea.   En Hij verliet Nazareth en ging wonen te Kapernaüm [Hebr.=’dorp van rust’], aan de zee, in het gebied van Zebulon [Hebr.= [‘bewoning’] en Naftali [Hebr.= ‘worsteling’], opdat vervuld zou worden het woord, door de profeet Isaiah gesproken, toen hij zei:
    Het land Zebulon en het land Naftali, aan de zeeweg, over de Jordaan, Galilea der heidenen:
het volk, dat in duisternis gezeten is, heeft een groot licht gezien, en voor hen, die gezeten zijn in het land en de schaduw des doods, is een licht opgegaan.
Van toen aan begon Jezus te prediken en te zeggen:
    Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomenMatth.4: 12-17.

 

Verslag van ooggetuigen; Report of eyewitnesses; Αναφορά των αυτόματων μαρτύρων; تقرير شهود العيان.

    Maar aan een ieder van ons afzonderlijk is de Genade gegeven, naar de mate, waarin Christus haar schenkt. Daarom heet het: opgevaren naar den hoge voerde Hij krijgsgevangenen mede, Gaven gaf Hij aan de mensen.
Wat betekent dit:
Hij is opgevaren, anders dan dat Hij ook nedergedaald is naar de lagere, aardse gewesten? Hij, Die neergedaald is, Hij is het ook, Die is opgevaren ver boven alle hemelen, om alles tot volheid te brengen.
En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars, om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen de eenheid van het Geloof en van de volle kennis van de Zoon van God bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom van de volheid van Christus“ Eph.4: 7-13.

Weinig symbolen zijn beter bekend dan licht en duisternis.

‘Licht’-schakelaar

Hoewel ons modern vermogen om de duisternis te laten verdwijnen met een klik van een schakelaar de intensiteit van ons bestaand begrip van duisternis veranderd heeft, bestaat het nog steeds.
De meeste misdaden vinden plaats in het verborgene, omsluierd, tijdens duisternis.
We voelen ons vaak niet op ons gemak wanneer zaken zich in het verborgene, onttrokken aan onze opmerkingsvermogen plaatsvinden, in donkere straten.  

Toen Jezus naar de aarde kwam, was de wereld gevangen in geestelijke duisternis. De hoop van Zijn Volk, de mensen, die Hij vanaf den beginne liefhad, lag verbrijzeld in de duisternis van hun eigen falen en het onvermogen om het juk van honderden jaren van ‘dominante‘ verenigde organisaties af te gooien.
Op het gebied van religie was God’s volk verzonken in diepe duisternis.
God’s volk werd geleid door corrupte toezichthouders, voor-gangers:
– de Sadduceeën, die met de tegenstrever samenwerkten; en
– strenge Farizeeën, die te veeleisend waren, vaak hypocriet en
een levensstijl hadden buiten het bereik voor de meeste gewone mensen.  

De Nederlanden, de Lage Landen, België… In het begin van de nieuwe tijd bedoelt men hier drie keer hetzelfde mee. Het is het mondingsgebied van Rijn, Maas en Schelde, vruchtbare landbouw-grond waarvan een niet onbelangrijk deel gewonnen werd op de zee.

Levendig persoonlijk Geloof onder de gewone mensen heeft ook in onze tijd een verre herinnering gekregen, het is overstemd door de wereld en een verscheiden-heid aan richtingen, waar geen normaal mens vat op kan krijgen. Geen stem van ‘een ware profeet’ kan gehoord worden.
Toen Johannes gearresteerd werd, ging onze Heer en Verlosser naar een land in duisternis om daar Licht te brengen.
Hij ging naar het meest uiteenlopende raciaal gebied van Israëlitisch invloed, Galilea, om het zaad te zaaien van een Koninkrijk der Hemelen, voor ‘alle‘ naties. Meer dan alleen maar het begin van Jezus’ Hemels Koninkrijk, horen we de hoop van de profeet Isaiah
gerealiseerd in de hedendaagse Blijde Boodschap: 

Het volk [der mensheid] dat in donkerheid wandelt, ziet een groot licht;
over hen die wonen in een land van diepe duisternis, straalt een licht.
Gij hebt het volk [der mensheid] vermenigvuldigd, zijn vreugde groot gemaakt;
het verheugt zich voor Uw Aangezicht als met de vreugde bij de oogst,
zoals men juicht bij het verdelen van de buit.
Want het juk dat het drukte, en de stang op zijn schouder,
de roede van zijn drijver, hebt Gij verbroken als op Midjansdag.
Want elke schoen die dreunend stampt, en elke mantel,
in bloed gewenteld, zal verbrand worden, een prooi van het vuur
Isaiah 9: 1-4.
In korte woorden weergegeven:

Zie, God is mijn heil, ik vertrouw en vrees niet, want mijn sterkte en mijn psalm is de Heer der Heerscharen en Hij is mij tot heil geworden Isaiah 12: 2.

  Het Woord is vlees geworden en
Het heeft onder ons gewoond en
wij hebben Zijn Heerlijkheid aanschouwd

John.1: 14.

Ik zie achter de horizon van ons hedendaags lijden
het begin van elke nieuwe dag een herinnering van God’s glorieuze Genadegave in de persoon van
onze Heer en Verlosser Jezus Christus.
Alleen het Woord, dat wij resterende Christenen nog volgen kan ons door vervolging heen overtuigen.
Door vervolging verwijderd onze Heer en Zaligmaker de duisternis uit ons hart,
in ons land en in onze wereld.
Het enige wat ons overblijft is de ijver om deze Hoop te delen met diegenen die wij ontmoeten; Zij die behoefte hebben aan het schijnen van God’ Licht in hun duisternis.
En in de Naam van van onze heer Jezus Christus,
het Licht van de wereld bid ik:
Heer, Jezus Christus, Zoon van de Levende God,
ontferm u over mij, zondaar
”.

Apolytikion     tn.8.
  Uit den Hoge zijt Gij neergedaald, o Barmhartige,
en zijt drie dagen in het graf gebleven,
om ons van het lijden te bevrijden.
Gij zijt ons Leven en onze Verrijzenis;
Heer, eer aan U
”.

Kondakion     tn.8.
  Nadat Gij zijt opgestaan uit het graf,
hebt Gij de doden opgewekt,
en Adam weer doen opstaan.
De einden der wereld jubelen
over Uw ontwaken uit de doden,
O Albarmhartige

Theotokion     tn.8.
  Om ons zijt Gij uit de Maagd geboren,
en hebt Gij het Kruis ondergaan, o Goede.
Door Uw dood hebt Gij de dood overwonnen
en ons als God de Opstanding getoond.
Veracht het werk van Uw handen niet;
toon ons Uw mensenliefde, o Barmhartige.
Verhoor haar die U gebaard heeft:
de Moeder Gods, die voor ons bidt
en verlos Verlosser het wanhopige Volk
”.

Orthodoxie & de wasdom van de volheid van Christus

Verzoeking van Christus [San Marco, Venetië (It.)]

    Toen werd Jezus door de Geest naar de woestijn geleid om verzocht te worden door de duivel.
       En nadat Hij veertig dagen en veertig nachten gevast had, kreeg Hij ten laatste honger.
En de verzoeker kwam en zei tot Hem:
‘Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg dan, dat deze stenen broden worden’.
Maar Hij antwoordde en zei:
‘Er staat geschreven: Niet alleen van brood zal de mens leven, maar van alle Woord, dat uit de mond van God uitgaat’.
Toen nam de duivel Hem mede naar de heilige stad en hij stelde Hem op de rand van het dak van de Tempel en zei tot Hem:
‘Indien Gij Gods Zoon zijt, werp Uzelf dan naar beneden; er staat immers geschreven: Aan zijn engelen zal Hij opdracht geven aangaande u, en op de handen zullen zij u dragen, opdat gij uw voet niet aan een steen stoot’.
Jezus zei tot hem:
‘Er staat ook geschreven: Gij zult de Heer, uw God, niet verzoeken’.
Wederom nam de duivel Hem mede naar een zeer hoge berg en hij toonde Hem al de koninkrijken der wereld en hun heerlijkheid, en zei tot Hem:
‘ Dit alles zal ik U geven, indien Gij U neerwerpt en mij aanbidt.
Toen zei Jezus tot hem: Ga weg, satan! Er staat immers geschreven:
‘De Heer, uw God, zult gij aanbidden en Hem alleen dienen’.
Toen liet de duivel Hem met rust en zie, engelen kwamen en dienden Hem“.
Matth.4: 1-11 [lezingen 12 januari 2019 nieuwe stijl kalender].

“  Voorts, weest krachtig in de Heer en in de Sterkte van Zijn Macht.
Doet de wapenrusting Gods aan, om te kunnen standhouden tegen de verleidingen des duivels; want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten. 
Neemt daarom de wapenrusting Gods, om weerstand te kunnen bieden in de boze dag en om, uw taak geheel vervuld hebbende, stand te houden.
Stelt u dan op, uw lendenen omgord met de Waarheid, bekleed met het pantser der gerechtigheid, de voeten geschoeid met de bereidvaardigheid van het Evangelie van de Vrede; neemt bij dit alles het schild van het Geloof ter hand, waarmee gij al de brandende pijlen van de boze zult kunnen doven; en neemt de helm van het heil aan en het zwaard van de Geest, dat is het Woord van God“ Eph.4: 7-13.

Er staat geschreven:
uit de mond van de Heer:
– ‘Niet alleen van brood zal de mens leven, maar van alle Woord, dat uit de mond van God uitgaat’;
– ‘Gij zult de Heer, uw God, niet verzoeken’.
– ‘De Heer, uw God, zult gij aanbidden en Hem alleen dienen’.
en bij Paulus:
– ‘Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars, 
om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen de eenheid van het Geloof en van de volle kennis van de Zoon van God bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom van de volheid van Christus’.
– De Gemeenschap in Christus met God bepaalt bij de ‘roeping waarmee de leden van het Lichaam geroepen zijn’.
    De Gemeenschap in Christus met God wordt ingeleid in de ‘eerste beginselen’ [de principes], met name waar het betrof de Doop in de heilige Geest en wel vooral bij:
En toen Paulus hun de handen oplegde, kwam de heilige Geest over hen en zij spraken in tongen en profeteerden
*.
De volgelingen van Christus hadden/ hebben hun Geloof derhalve gericht op de Persoon, de Gedachten en het Werk van onze Heer Jezus Christus, hun Verlosser en waren/zijn gedoopt in water en vervolgens gedoopt in de heilige Geest.
Dit is het begin van Gods grote Plan met ieder mens, met iedere gelovige.
* Tongen: Hiermee worden bedoeld: de door de heilige Geest geïnspireerde manier waarop gelovigen, die in God’s Geest gedoopt zijn, hun gedachten en gevoelens tot uitdrukking brengen.  Er is een ‘verscheidenheid aan tongen’, dat wil zeggen: er zijn meerdere [- inmiddels ontzettend veel -] geestelijke talen mogelijk. We staan hierbij dus voor een keus: 

⁌ ‘ Aanvaard ik deze uitspraken van God als richtinggevend voor mijn leven en mijn Geloof of … reken ik liever met de ‘menselijke’ logica, die ons aangeboden wordt?’.
⁌ ‘ En/òf houd ik mij voor alle zekerheid (..) maar aan de ideeën en leerstellingen die mij door de ‘Vaderen overgeleverd zijn’,
⁌  òf wijk ik daarvan af door één instituut met toezicht-houders [bisschoppen], die ook maar mensen zijn en ons blijken te manipuleren, te blijven volgen?’.
Velen houden geen of nauwelijks rekening met God’s manier van denken, met de Gedachten van Onze Heer en Zaligmaker.  Helaas, ontzettend jammer!
God wil ons juist overtuigen het ‘met Hem te wagen’, ‘vanuit Hem te leven’ en via Genadegaven gebruik te maken van Zijn mogelijkheden.
Eerst dàn zijn en worden alle dingen mogelijk voor wie gelooft!  Alle dingen die nodig zijn om volop te kunnen participeren in het Plan van God.

Metropoliet Job van  Telmessos [Oecumenisch Patriarchaat]

➥➥➥  Nu doet zich het opmerkelijk verschijnsel voor dat er personen en instituten zijn, die de boventoon proberen te voeren – sterker nog in de jaren 90 van de vorige eeuw toezichthouders heeft gerekruteerd om binnen de Kerk politiek te gaan bedrijven en zich – gebruik makend van de eenvoud van beminde gelovigen – een plaats trachten te verwerven tegen de conciliaire eenheid, waar Christus Zelf ons oproept.
Maar wat ‘wàs en is‘ nu het uiteindelijk het doel van het Christelijk Geloof ?
De goddelijke maat van de levensweg, die wij ons hebben voorgenomen en
die we enkele dagen geleden gevoerd hebben als de “Godsverschijning” de Theophanie van Christus.
Dáár wáár God Zich overduidelijk als Heilige Drieëenheid heeft geopenbaard:
”        Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb” als de enige “Zoon” Die is zoals God het behaagt en waarvan God Zelf, door Zijn stem uit de Hemelen oproept: “Luistert naar Hem”!!!
Woorden van gelijke strekking klinken uit de mond van de Zoon,
wanneer Hij zegt:
“     Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want mijn juk is zacht en mijn last is licht  Matth.1: 28-30.

‘Verzoeking van Christus’, door Rembrandt Harmen’s-zoon van Rijn

Het zal ieder duidelijk zijn dat er een ‘diepe werking’ van God voor nodig is om ons om te vormen naar het Beeld van Zijn Zoon, onze Heer Jezus Christus.
Zonder de steeds verder gaande vervulling met de Heilige Geest gaat dit niet!
Als gevolg van de doop [- het ondergedompeld worden en daardoor gevuurd worden -] in de heilige Geest krijgen we kracht en worden we juist toegerust voor onze taak.
Let hierbij op de woorden van de Heer Jezus Zelf:
Zoals U Mij gezonden hebt, heb Ik hen gezonden;
opdat zij één zijn, zoals U, Vader in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons zijn;
en de Heerlijkheid, Die U Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven,
opdat zij één zijn, zoals Wij één zijn; 
Ik in hen en U in Mij, dat zij volmaakt zijn tot éénJohn.17: 18-23.

  • schaduw op je levensweg

    Hiervoor ging onze Heer en Verlosser Zijn levensweg, via Golgotha, om
    het fundament van de overwinning te leggen en
    de mogelijkheid van een leven zonder schuld en zonden te bewerken voor de gelovigen, ná Zijn Verheerlijking, zodat
    de heilige Geest Zich kon gaan verbinden met de gelovigen, opdat
    wij zouden zijn zoals Hij is: ”één met de Vader!”.

  • Het is heel duidelijk dat deze volmaaktheid ‘niet’ uit óns is,
    niet een prestatie van ònze kant.
    Het is een daad van Gód, door Jezus Christus.
    Het gaat er bij Geloof dus om òf jij God wil toestaan deze daad aan jou te voltrekken?
    M.a.w. Laat jij je leiden door God en Zijn Blijde Boodschap òf
    laat jij je als een mak schaap leiden door personen, die door een of ander systeem opgeleid zijn om jou voor hun karretje te spannen, die politiek bedrijven met het Geloof, teneinde er hun machtsbelangen mee te dienen?
    Nu zijn er mensen die op de hoogte zijn van de woorden van Jezus; sommigen kennen de begrippen al een hele tijd, vaak al vanaf dat ze kind zijn.
    De schrijver van de brief aan de Hebreeën noemt ze:
    – Ze kennen de woorden.
    – Ze kennen de weg.
    – Ze doen er alleen niet zoveel mee!
    Ze laten God, als het ware, maar praten:
    ze laten zijn Woord voor wat het is . . .
    . . . . . en gaan hun eigen weg.
    Hoe lang is de levensduur van een mens?
    In het spraakgebruik van de Blijde Boodschap spreken we graag van honderd-en-twintig jaar.  Het getal 12 geeft aan de volmaaktheid in het goddelijk bestuur en
    x 10, spreekt de verantwoordelijkheid aan van de mens uit tegenover God:
    de tien woorden van de Wet’, hetgeen door Christus uitgedrukt wordt in de simpele Liefde tot God en de mensen om ons heen.
    Maar hoe zit het met de levensduur van de invloed van één mens, één instituut ?
    Terwijl honderdtwintig jaar véél langer is dan de directe invloed van de meeste mensen, zijn we gewoon, dat er maar ‘weinigen‘ in staat zijn om een werkelijk  gigantische schaduw te werpen op de geschiedenis van het Geloof.
    Het Woord der Waarheid’, ‘het Licht der kennis’, ‘de volheid van de Heerlijkheid van God’ heerst over de eeuwen en zweeft over de wateren – óók in Nederland:
    Uitnodiging Ontmoetingsdag 16.02.2019
    Het bevreemd mij, dat één van de handlangers van het Patriarchaat, dat de lakens binnen de Orthodoxie probeert uit te delen – na een ‘mislukt‘ Pan-Orthodox concilie, tijdens een vriendschappelijke Ontmoetingsdag opnieuw tracht de boventoon te voeren onder het motto: “ Oecumenisch & Orthodox in deze tijd”. Het enige wat ik hierover kan zeggen: ‘Beminde gelovigen weet uit welke hoek deze wind waait’.
  • Het zal u duidelijk zijn dat ik niet van plan ben door mijn aanwezigheid mijn deelname te betuigen aan dergelijke praktijken:
    Hiervoor ging onze Heer en Verlosser Zijn levensweg, via Golgotha, om
    het fundament van de Overwinning te leggen en
    de mogelijkheid van een leven  zonder schuld en zonden te bewerken
    voor de gelovigen, ná Zijn Verheerlijking, zodat
    de Heilige Geest Zich kon gaan verbinden met de gelovigen, opdat
    wij allen zouden zijn zoals Hij is: ”één met de Vader!”.
    Toen wij nog kinderen waren, zagen wij alles letterlijk voor ons:
    Daar zat de maagd en moeder in de erker voor het raam en zij werkte daar aan het bruid’s-kleed en zo nu en dan wierp zij een blik naar buiten om te kijken, wie daar in Nazareth over straat liep – wie weet zou Jozef straks na het werk nog wel op bezoek komen.

    – Jaarkring van opmerkelijke vriendelijkheid –

    En toen was er plotseling iemand, die tegen haar sprak:
    Wees gegroet, Maria, vol van Genade, de Heer is met U,
    gij zijt de gezegende onder de vrouwen,
    en gezegend is Jezus, de Vrucht van uw schoot.
    Heilige Maria, Moeder van God, bid voor ons, zondaars,
    nu en in het uur van onze dood. Amen”.

Orthodoxie & degenen die gedoopt zijn in de dood van Christus

gedoopt worden in de Jordaan

Het 15e hoofdstuk van de brief van de Apostel Paulus aan de Corinthiërs
is het gedeelte uit zijn oeuvre, dat het begrip van de opstanding uit de doden,
welke Paulus in zijn christelijke boodschap het meest benadrukt
volledig tot z’n recht laat komen.
1.]. De eerste helft van het hoofdstuk bespreekt het belang van Christus’ Opstanding en hoe het onlosmakelijk verbonden is met de algemeen opstanding van de wereld,
niet alleen van menselijke personen, maar van ‘alles, wat maar bestaat’.
2.]. In de tweede helft van het hoofdstuk beschrijft Paulus, voor zover hij kan,
wàt de Opstanding van de mensheid en uiteindelijk van de gehele schepping inhoudt, voor ons betekent.
3.]. Het hoofdstuk sluit af met een hymne van overwinning op de dood, die de Apostel zeer aan het hart gaat.

Te midden van deze gehele uitwisseling van informatie geeft Paulus een reeks retorische voorbeelden als bewijs van de centrale plaats van de opstanding van de doden voor het Christelijk Geloof.
Dit was hoogst noodzakelijk, omdat niet alle joodse gelovigen, die de kern vormden van de toenmalige kerken die Paulus gegrondvest had, reeds eerder vanuit hun achtergrond een visie over de opstanding van de doden hadden opgebouwd.
Sommige Joodse afscheidingen deden dat, terwijl anderen dat in de 1e eeuw, evenals vandaag-de-dag juist niet deden.
De aanvaarding van de Opstanding van Christus, echter, betoogt Paulus, houdt het Geloof in de opstanding van de doden in:
    Indien nu van Christus gepredikt wordt, dat Hij uit de doden is opgewekt, hoe komen sommigen onder u ertoe te zeggen, dat er geen opstanding der doden is?       Indien er geen opstanding der doden is, dan is ook Christus niet opgewekt.
En   indien Christus niet is opgewekt, dan is immers onze prediking zonder inhoud, en zonder inhoud is ook uw Geloof.
Dàn blijken wij ook valse getuigen van God te zijn, want dàn hebben wij tegen God in getuigd, dat Hij de Christus opgewekt heeft, die Hij toch niet heeft opgewekt, indien er geen doden opgewekt worden.
       Immers, indien er geen doden opgewekt worden, dàn is Christus ook niet opgewekt; en indien Christus niet is opgewekt, dàn is uw geloof zonder vrucht, dàn zijt gij nog in uw zonden.
       Dàn zijn ook zij, die in Christus ontslapen zijn, verloren.
Indien wij alleen voor dit leven onze Hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen1Cor.15: 12-19.

Overwegen

Een van de voorbeelden van de Apostel Paulus in het bijzonder is in de Christelijke geschiedenis het onderwerp geweest van veel speculatie.
Paulus verwijst naar ‘die gedoopt zijn in de dood’: “     opdat God alles in allen is, wàt zullen zij anders doen, die zich voor de doden laten dopen? Indien er in het geheel geen ‘doden’ opgewekt worden, waarom laten zij zich nog voor hen dopen? 1Cor.15: 28b,29.
Als de doden [-‘ ook gedoopten, die door de doop ‘niet actief‘ worden’-]  niet tot leven zijn gewekt, heeft deze praktijk geen zin. 

Wat precies de praktijk is waarnaar Paulus verwijst, was echter niet het onderwerp van een consistente Christelijke leer.  Slechts een handjevol van de Kerkvaders laat dit commentaar van Paulus tot z’n recht komen en alle bestaande [Patristieke] commentaren op basis van de Kerkvaders daarop zijn het niet eens met alle andere opmerkingen.
Evenmin zijn er in deze kleine meningsverschillen over de nuancering, maar anderen verschillen  van elkaar en sluiten interpretaties buiten.
Dat gezegd hebbende, geen van de bestaande Patristieke commentaren op dit vers bevatten een uitgebreid commentaar en benoemen het vers slechts terloops.
Een zeer nauwe lezing van de tekst stelt ons echter in staat om enig idee te krijgen van wat deze praktijk nu werkelijk inhield.
Het is in feite een praktijk die op de dag-van-vandaag nog steeds voorkomt binnen de Orthodoxe kerk en ironisch genoeg werd deze zelfs toegepast door
de Patristieke commentatoren die deze specifieke connectie niet maakten.

Er staat letterlijk:
Wat zullen zij anders doen, zij die gedoopt zijn voor de doden?
Als de doden helemaal niet worden opgevoed, waarom
werden ze dan door hen gedoopt?
1Cor.15: 29.
Veel moderne lezingen en interpretaties van dit vers zijn meer gebaseerd op de dubbelzinnigheid, het hebben van meerder betekenissen van de westerse vertalingen, dan op een zorgvuldige analyse van de oorspronkelijke taal.
Veel van deze moderne interpretaties houden ook niet rekening met  de algemene context van de discussie van de Heilige Apostel Paulus in dit hoofdstuk, en gedurende de gehele brief aan de Corinthiërs.

Paulus verwijst naar ‘zij die in de dood, voor de doden zijn gedoopt‘, wat betekent dat hij verwijst naar een bepaalde groep. Er zijn sommigen die worden gedoopt voor de doden en anderen die worden gedoopt, maar niet ‘voor de dood’.
Het is belangrijk om in beide gebruiken in dit vers op te merken dat de ‘gedoopte‘ passief is.  Het zijn niet ‘zij die voor de doden dopen‘, maar ‘zij die voor de doden zijn gedoopt‘.
De actie die hier wordt beschreven, is iets dat wordt gedaan door degenen die worden gedoopt, niet door de doper.  Dus het feit dat Paulus naar ‘zij die‘ verwijst, betekent niet dat het een andere sekte betreft buiten het christendom.
Dit vers spreekt niet over mensen die een ander soort doop verrichten dan de christelijke doop, maar eerder naar een groep mensen die op een bepaalde manier de christelijke doop ontvangen.

De doop is, voor Paulus, niet alleen een handeling die bepaalde voordelen met zich meebrengt voor één persoon die het ontvangt.
Integendeel, de doop creëert een reeks relaties waarin de ontvanger door de actie tot activiteit wordt gebracht.
Zo kan de Apostel bijvoorbeeld spreken over degenen die:
    allen door de zee heengingen,
    allen zich in Mozes lieten dopen in de wolk en in de zee,
    allen hetzelfde geestelijke voedsel aten, en
    allen dezelfde geestelijke drank dronken, want
zij dronken uit een geestelijke rots, welke met hen meeging en die rots was de Christus1Cor.10: 1b-4.
⁌   Door zich in Mozes te laten dopen in de wolk en de zee, de Heilige Geest en water, brachten ze een relatie tot de Heer, de God van Israël, en die relatie werd bemiddeld door Mozes en door het Verbond dat door hem werd doorgegeven.
⁌  Evenzo spreekt Paulus over hen die de christelijke doop hebben ontvangen als degenen die in Christus zijn gedoopt en zo Christus hebben aangedaan, zich met Christus hebben bekleed conf. Gal 3:27.
Paulus, de Apostel onder de heidenen heeft ons al aan het begin van hoofdstuk 15 aan de inwoners Corinthe verwezen naar deze groep overleden heiligen,  direct voordat hij dit voorbeeld in vers 29 gebruikt. De apostel somt daarbij een groot aantal getuigen op van de Opstanding van Christus, inclusief de apostelen en in één richt hij zich op 500 mensen tegelijk.
Hiervan leven velen nog, maar zoals de heilige Paulus zegt, zijn sommigen in slaap gevallen [vers 6]. Het gebruik van ‘deze doden’ verwijst het meest natuurlijk naar die eerder vermeld in vers 6.
De Heilige Paulus spreekt over mensen die, wanneer ze worden gedoopt, worden gedoopt in de naam van een van deze overleden heiligen, de zo genaamde doop-heilige.

Samenvattend met Paulus ‘algemeen begrip van de doop’, kunnen we zien hoe iemand die de naam van een overleden Heilige bij het doopsel aanneemt, een relatie zou creëren met degene die wordt gedoopt en die Heilige die het best kan worden beschreven door het Romeinse begrip van mecenaat.
Een Romeinse patron werd gevestigd in een sociale positie binnen de Romeinse cultuur en zou vervolgens handelen in hun positie om iemand te helpen die aan het begin van hun openbare leven of carrière verbleef. In ruil daarvoor verwachtte de klant van de cliënt dat hij zijn patroon eer aan zou doen en ijverig zou werken om het soort status te bereiken dat zijn beschermheer had.
             In een vorige positie, de status die de Heiligen innamen, die men zag binnen het apostolisch christendom, werd besproken in relatie tot het Joodse begrip van God’s goddelijke raad. Dit begrip van de rol van de overledene Heiligen in het leven van de Kerk resulteerde natuurlijk in de vorming van dergelijke relaties met een patroonheilige op het moment van toegang tot de Christelijke Gemeenschap bij de doop.

Van Paulus kan dan worden gezegd dat in 1Cor.15: 29 wordt verwezen naar deze beoefening, die al in het midden van de jaren vijftig van de vorige eeuw begon af te takelen, van degenen die werden gedoopt om dat niet langer te doen op de naam van een patroonheilige.
Deze praktijk was nog niet ‘algemeen‘ aanvaard, maar zou universeel zijn in de Christelijke kerken. De verwijzing van de Apostel in deze – naar deze context – is om de realiteit van de Opstanding te demonstreren.
Als de doden niet worden opgewekt, kan er geen relatie met een patroonheilige bestaan, omdat die persoon in kwestie immers dood en verloren zou zijn en zou derhalve de doopbeoefening helemaal geen zin hebben.
De redenering van Paulus hier is ongeveer parallel aan het argument van Christus tegen de Farizeeën in:
        Wat nu de doden betreft, dat zij opgewekt worden, hebt gij niet gelezen in het boek van Mozes, bij de braamstruik, hoe God tot hem sprak, zeggende:
Ik ben de God van Abraham en de God van Isaäc en de God van Jaäcob?
Hij is niet een God van doden, maar van levenden. Gij dwaalt wel zeerMarc.12: 26-27 en
        Want zij kunnen niet meer sterven; immers, zij zijn aan de engelen gelijk en zij zijn kinderen van God, omdat zij kinderen van de Opstanding zijn.
Maar dat de doden opgewekt worden, heeft ook Mozes bij de braamstruik aangeduid, waar hij de Heer noemt de God van Abraham en de God van Isaäc en de God van Jaäcob. Hij is niet een God van doden, maar van levenden, want voor Hem leven zij allenLuc.20: 36-38.
God is de God van Abraham, Isaäc en Jaäcob en Hij is niet de God van de doden, maar van de levenden.
De Apostelen en de Getuigen van de Opstanding van Christus – die reeds in slaap was gevallen waren in de Heer – ten tijde van het schrijven van de brief aan de inwoners van Corinte, hadden zich bij de Opstanding aangesloten bij Abraham, Isaäc en Jaäcob.
Ze konden voorbede doen voor diegenen in de Kerk in deze wereld en vooral voor hen die een Geloofsleven in hun Naam leefden en eer aan hun nagedachtenis levend hielden.

➥➥➥ Waarom is het in deze moderne tijd belangrijk om dit te bespreken, omdat in navolging van wereldse gebruiken kinderen namen meekrijgen, die de totale verbintenis met de christelijke gebruiken door de ouders worden gekozen. Het is in onze tijd heel gewoon kinderen te vernoemen naar een of ander pop-idool, daarmee aangevend dat de wijze waarop deze personen hun leven hebben geleid als voorbeeld van het kind zou kunnen zijn –
helaas is in vele gevallen te betwijfelen of je je eigen kind een degelijk leven zou toewensen.
Laat òns dàn maar aan de al-oude praktijk vasthouden en hen een leven toewensen waarbij zij zijn aan de engelen gelijk en zij zijn kinderen van God, omdat zij kinderen van de Opstanding zijn.
Weinigen zijn echter nog bekend met “Wat zit er voor mij in een simpele naam?” In de vorm van een retorische vraag, is het het concept van de leiding nemen over je verlangens en doelen door agressief de beste prikkels te volgen om die doelen te bereiken.
U dient dit te doen terwijl u niet wordt misbruikt of door een derde partij wordt misbruikt, de weg naar de oorsprong verliest, wordt rond-be-stuurd.
Het sleutelwoord voor het begrijpen van “Wat zit er voor mij in een simpele naam?” zijn prikkels , zijn gewoon die dingen die iemand motiveren òf aanmoedigen een bepaalde lijn in het leven aan te houden.

 

Jan 1e – Besnijdenis van onze Heer en Verlosser Jezus Christus & feest van H. Basilios de Grote.

    En de herders keerden terug, God lovende en prijzende om alles wat zij hadden gehoord en gezien, gelijk het hun gezegd was.
       En toen acht dagen vervuld waren, zodat zij Hem moesten besnijden, ontving Hij ook de Naam Jezus, Die door de engel genoemd was, eer Hij in de moederschoot was ontvangen.
       Het kind groeide op en werd krachtig, en het werd vervuld met Wijsheid, en de Genade Gods was op Hem.
       En zijn ouders reisden elk jaar naar Jeruzalem, op het Paasfeest.
En toen Hij twaalf jaar was geworden en zij, zoals dit bij het feest gebruikelijk was, optrokken, en de feestdagen voleindigd hadden, bleef het kind Jezus bij hun terugreis te Jeruzalem achter, en Zijn ouders bemerkten het niet. Daar zij vermoedden, dat Hij bij het reisgezelschap was, gingen zij een dagreis ver en zochten Hem onder de verwanten en bekenden.
       En toen zij Hem niet vonden, keerden zij terug naar Jeruzalem, Hem zoekende.
       En het geschiedde na drie dagen, dat zij Hem vonden in de Tempel, waar Hij zat te midden der leraren, terwijl Hij naar hen hoorde en hun vragen stelde.
       Allen nu, die Hem hoorden, waren verbaasd over Zijn verstand en Zijn antwoorden.
En toen zij Hem zagen, stonden zij versteld en zijn moeder zei tot Hem:
       ‘Kind, waarom hebt Gij ons dit aangedaan? Zie, uw vader en ik zoeken U met smart!’
            En Hij zei tot hen:
‘ Waarom hebt gij naar Mij gezocht? Wist gij niet, dat Ik bezig moet zijn met de dingen van Mijn Vader?
En zij begrepen het woord niet, dat Hij tot hen sprak. En Hij ging met hen terug en kwam te Nazareth en was hun onderdanig. En zijn moeder bewaarde al deze woorden in haar hart.
            En Jezus nam toe in wijsheid en grootte en Genade bij God en mensen”.
Luc.2-20,21;40-52.

    Ziet toe, dat niemand u zal medeslepen door zijn wijsbegeerte en door ijdel bedrog in overeenstemming met de overlevering der mensen, met de wereldgeesten en niet met Christus,
want in Hem woont al de volheid der godheid lichamelijk; en gij hebt de volheid verkregen in Hem, die het hoofd is van alle overheid en macht.
       In Hem zijt gij ook met een besnijdenis, die geen werk van mensenhanden is, besneden door het afleggen van het lichaam van het vlees, in de besnijdenis van Christus, daar gij met Hem begraven zijt in de doop. In Hem zijt gij ook mede opgewekt door het Geloof aan de werking Gods, die Hem uit de doden heeft opgewektCol.2: 8-12.

 

Μια τριπλή σημείωση δεν μπορεί να διαχωριστεί εύκολα; Een drievoudig snoer kan niet gemakkelijk worden gescheiden; ملاحظة ثلاثية لا يمكن فصلها بسهولة

Waarom hebben jullie naar Mij gezocht?
Wisten jullie dan niet, dat Ik bezig moet zijn met de dingen van Mijn Vader?
    Kan iemand er een [enkeling] overweldigen,
twee zullen tegenover Hem kunnen standhouden; en
een drievoudig snoer wordt niet spoedig verbroken
Pred. 4: 12.

Waar staan ‘wij’ als Gemeenschap in Christus verbonden tegenover deze lezingen, die ons toch maar aangeboden worden in de hoogtijdagen van God’s Geboorte in het vlees.

De Geboorte van het Licht van de Wereld welke wij vieren, wat inhoudt dat wij hunkeren naar ‘een betere tijd’ en ons er persoonlijk toe aanzet – ‘nog vasthoudender’ ons best te doen – op de weg, die wij in de doop op ons hebben genomen.
              Wij hebben ons voorgenomen het vandaag en morgen beter te doen dan tot nu toe en hebben ons ondanks vallen en opstaan vast voorgenomen dat ‘hier en nu’ ten uitvoer te brengen.
In deze tijd van het jaar wordt onze geest voortdurende afgeleid door de wereldgeesten en als tegenactie in overeenstemming gebracht met Christus, want
in Hem’ woont àl de volheid van het Goddelijke lichamelijk en in Hem wordt de Volheid verkregen, Die het Hoofd is van alle overheid, de financiële en bestuurlijke macht van de wereld [de Kerk].

De wereld raast niets ontziend onder ‘hels kabaal’ opdringerig over ons heen en
het is mijn vaste overtuiging, dat wij slechts door gezamenlijk – ‘alsof we één zijn’ – op te treden tegen het geweld wat ons omringt;
hoe gek je er ook [ – ‘als dwaas om Christus’ – ] op wordt aangekeken.
            Eenheid in de Kerk wordt slechts bereikt in Christus en het is een goede tijd om dit door te brengen in het gezin, de gemeenschap waarin onze heiliging plaats vindt naast die door ons – persoonlijk uitgekozen – gemeenschap met de christenen buiten onze voordeur.
Wanneer je de lijdende moderne mens nader beschouwt en de geschiedenis van de mensheid kent, wordt zowel ‘de adel van zijn oorsprong‘ als ‘zijn decadentie‘ opgemerkt en vallen je de schellen van de ogen.
           Het toont immers aan dat het menselijk ras voor -‘iets beters’- uit het slijk der aarde werd gevormd.
          Wij worden als mens door alle perikelen van het alledaagse in beslag genomen dat er onderling maar weinig overblijft tot de werkelijkheid van het bestaan te komen en ons te verdiepen ‘in datgene wat ons drijft‘, wat ons bezielt, ons aanspreekt.
Wij laten ons door niemand meeslepen, die ons met wijsbegeerte en ijdel bedrog in overeenstemming brengt met de overlevering van de mensen, met de wereldgeesten en niet met Christus, al komen zij nog zo indrukwekkend over.

De meeste mensen worden afgeleid door de stroom van gedachten, die in de mensenwereld ronddwalen, zien geen kwaad in de stroom zelf en daarom wordt deze dag een betoog gehouden je daar maar eens overtuigend van te distantiëren.
            De wereld [óók de Kerk] zit vòl van manipulatie en eigen belang en tracht de mens achter een bepaald karretje te spannen. Het is een menselijke gewoonte, die in eeuwen is gegroeid – in de tijd voorafgaand en in de tijd volgend op de Geboorte in het vlees van onze Heer en Verlosser, we behoeven ons niet beter voor te doen dan de Farizeeën en Schriftgeleerden.  
            Het gebruik maken van de kuddegeest der mensen is ‘niet’ te rechtvaardigen noch te verdedigen, maar men probeert op een wereldse wijze de gedachten in dezelfde richting te leiden . . . . . en dàt is mensenwerk, dàt is ‘niet’ van God, dat is ‘niet’ de Wil van onze Vader, in de Hemelen.
God heeft van den beginne bevolen dat er maar ‘één Waarheid‘ is en toen bleek dat wij daar als mens niet toe in staat zijn:
    Heeft God, toen de volheid des tijds gekomen was, zijn Zoon uitgezonden geboren uit een 
vrouw, geboren onder de Wet, om hen, die onder de wet waren, vrij te kopen, opdat wij het recht van zonen zouden verkrijgen.      En, dat gij zonen zijt – God heeft de Geest van Zijn Zoon uitgezonden in onze harten, die roept: Abba, Vader. Wij zijn dus niet langer slaaf, doch kind; indien gij kind van God zijt, dan zijt gij ook erfgenaam door GodGal.4: 4-7.
            En wat gebeurt er vervolgens, het is de mens eigen, de stroom van gedachten wordt opnieuw dusdanig afgeleid dat een gewone gelovige – van de kudde des Heren – door de bomen het bos niet meer ziet, ‘de Waarheid wordt zeldzaam onder de mensen’.
            Ook wij zijn ons bewust geen heilige meer te zijn doch de heimwee naar God’s beeld en gelijkenis blijft in ons binnenste wroeten.
Zonder het nauwkeurig dóór te hebben, er inzicht in te hebben, worden ik weet niet hoeveel mensen aangetrokken tot de schoonheid van het Licht.
En wij kunnen ons regelmatig afvragen, wat wij hier in God’s Naam in dit tranendal komen doen.
Misschien is dit bij de schepping ontstaan en hebben wij als mens dat verlangen in Zijn Naam volmaakt te zijn van onze Schepper meegekregen; heeft Hij deze behoefte als het ware in onze genen verstopt. Wij zijn als de gehele natuur, die van het Licht afhankelijk is – zonder Licht is er 
immers geen groen, ja geen hoop meer, geen leven.

Laten we God daarom bedanken voor de Gave van Zijn dierbare Zoon en God slechts door de innige verbintenis in Liefde met elkander delen. Vaak staan mensen juist in deze Kerstperiode méér ópen en kláár om de Blijde Boodschap en het goede nieuws te horen. Er zit in deze periode gewoon verandering in de lucht, misschien komt dat wel doordat alles gewoon stil ligt.
De schoorstenen stoten hun vuiligheid niet meer uit waardoor de adem van de Heilige Geest beter tot ons doordringt, het rumoer van de straat neemt af, zodat onze oren beter horen en de mist trekt op zodat wij beter kunnen zien.
Já, er zit verandering in de lucht, het gevoel dat de dingen anders, lichter en vrolijker zal kunnen – indien ‘wij’ mensen maar gehoor geven aan de roep in de woestijn van het leven:
    Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; 
want Mijn juk is zacht en mijn last is lichtMatth.11: 28-30;
indien wij wèrkelijk het in onze verbintenis opgenomen juk opnemen en onze voornemens nakomen.

Sommige mensen voelen echter een zwaar gevoel, lijden aan gevoelens van eenzaamheid en depressie en zijn wanhopig op zoek naar de Blijde Boodschap over Gods liefde.
De Geboorte van onze Heer en Verlosser uit de maagd, de Theotokos, is en was wonderbaarlijk net als het leven dat onze Heer en Verlosser heeft geleefd !:

 

– ‘The-Morning-after-the-Deluge‘ [ochtend na de zondvloed]- painted by WilliamTurner; – ‘Licht-dat-ons-aanstoot-in-de- morgen‘ – composed by Huub Oosterhuis

    Licht dat ons aanstoot in de morgen, voortijdig licht waarin wij staan koud, één voor één, en ongeborgen, licht overdek mij, vuur mij aan. Dat ik niet uitval, dat wij allen zo zwaar en droevig als wij zijn niet uit elkaars genade vallen en doelloos en onvindbaar zijn”.

    Licht, van mijn stad de Stedehouder, aanhoudend Licht dat overwint. Vaderlijk Licht, steevaste schouder, draag mij, ik ben jouw kijkend kind. Licht, kind in mij, kijk uit mijn ogen of ergens al de wereld daagt waar mensen waardig leven mogen en elk Zijn Naam in Vrede draagt”.

    Alles zal zwichten en verwaaien wat op het Licht niet is geijkt. Taal zal alleen verwoesting zaaien en van ons doen geen daad beklijft. Veelstemmig Licht, om aan te horen zolang ons hart nog slagen geeft. Liefste der mensen, Eerstgeboren, Licht, laatste Woord van Hem Die leeft”.
Huub Oosterhuis

    Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en wij hebben Zijn Heerlijkheid aanschouwd, een Heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader, vol van Genade en Waarheid” John.1: 14.

Het besneden [gedoopte] Kind van het Verbond groeide op en werd krachtig, en het werd vervuld met Wijsheid, en de Genade van God was op Hem.
       En het gezegend Kind reisde, als Zoon van God, met Zijn ouders elk jaar naar Jeruzalem, op het Paasfeest.

Apolytikion     tn.1
    Ofschoon Gij van nature God waart,
boven alles medelijdende Heer,
hebt Gij zonder verandering te ondergaan,
de menselijke natuur op U genomen.
Om de Wet te vervullen hebt Gij de Besnijdenis verduurd,
opdat er een einde zou komen aan de duisternis en
ook om de zware sluier van ons [menselijke] driften weg te snijden.
Eer daarom aan Uw Goedheid,
Eer aan het Woord, uw onzegbare afdaling tot de mensen
”.

Troparion     tn.3
    Gij, Al-Beheerser, hebt de Besnijdenis ondergaan,
om onze overtredingen we te snijden, o Goede.
Daardoor schenkt Gij Verlossing aan heel de wereld.
En in den hoge verheugt zich ook de Hogepriester van de Schepper:
de lichtstralen verkondiger van Christus’ Mysteriën,
onze Heilige Vader Basilios [de Grote]
”.

De Heilige Basilios de Grote [329 -1 jan. 379], die vandaag eveneens gevierd wordt, is van ontzettend grote betekenis geweest voor het Orthodoxe monnikswezen.
Met de aanduiding monnikswezen wordt de beweging van personen bedoeld, die zich vanuit religieuze overtuiging bewust afkeren van de wereld en daarbij afzien van het stichten van een gezin. Zij kiezen bewust voor deze speciale levensinvulling om zich in hun leven geheel tot God te kunnen richten.
Nadat de moeder van Basilios, Emilia als martelares omkwam werd hij als oudste zoon met zijn 4 broers en 5 zusters opgevoed door zijn grootmoeder Macrina; ondanks de vervolging van de christenen hield deze hen staande in haar Christelijk Geloof. Op jeugdige leeftijd stak Basilios vèr boven zijn leeftijdgenoten uit, waarop hij naar Constantinople vertrok om aldaar filosofie te studeren.
Na verloop van 5 jaar aldaar vertrok hij voor ongeveer 5 jaar naar Athene om z’n studie af te ronden. In Athene ontmoette hij de H. Gregorius van Nazianze met wie hij een woning deelde en met wie hij een vriendschap ontwikkelde, waarbij zij als ‘één van geest‘ weerstand boden aan de latere keizer Julianus, die zich als christenvervolger ontpopte.

Heilige Basilios zette zich vooral in voor het gemeenschappelijk monniksleven, omdat dit ‘veel gemakkelijker‘ recht doet aan de grondgedachte van het Christen-zijn dan het individuele kluizenaarsleven.
Vanaf zijn 28e jaar tot aan zijn priesterwijding op zijn 40e was hij zelf monnik in het klooster van Annesi in Pontus. Maar vooral later, toen hij toezichthouder [bisschop] werd gewijd, schreef hij vele brieven aan allerlei klooster-gemeen-schappen naar aanleiding van kwesties betreffende zowel het geestelijk als het praktisch christelijk leven.
De verzameling van deze brieven wordt wel de ‘basilios-regel‘ genoemd en vormt de grondslag van het orthodoxe monnikswezen. Hij is eveneens bekend door zijn samenstelling van de Basilios-Liturgie, een wijze van Eucharistie vieren, die de Orthodoxe Kerk naast de hoogfeesten en ook zijn eigen feestdag steeds voltrekt, vooral op de Zondagen van de grote en Heilige vastenperiode.
Met name de tekst van de Eucharistische Canon onderscheidt zich in een bezielende taal, die heel de loop van he Goddelijk Heilswerk aan ons voorbij doet trekken.

Troparion     tn.1
Over de gehele aarde is uw roep uitgegaan toen
zij uw woord aannam, waardoor gij het wezen van de dingen hebt uitgelegd,
en de zeden van de mensen schoner hebt gemaakt.
Koninklijke priester, heilige Vader Basilios,
bid tot Christus God, om onze zielen te redden
”.

Dec.25e – Het Mysterie van de Geboorte van onze Heer en Verlosser in het vlees

Toen nu Jezus geboren was te Betlehem in Judea, in de dagen van koning Herodes, zie, wijzen uit het Oosten kwamen te Jeruzalem, en vroegen: Waar is de Koning der Joden, die geboren is?
Want wij hebben zijn ster in het Oosten gezien en wij zijn gekomen om Hem hulde te bewijzen.
          Toen koning Herodes hiervan hoorde, ontstelde hij en geheel Jeruzalem met hem. En hij liet al de overpriesters en schriftgeleerden van het volk vergaderen en trachtte van hen te vernemen, waar de Christus geboren zou worden. Zij zeiden tot hen: Te Betlehem in Judea, want aldus staat geschreven door de profeet:
          ‘En gij, Betlehem, land van Juda, zijt geenszins de minste onder de leiders van Juda, want uit u zal een leidsman voortkomen, die mijn volk Israel weiden zal’.
          Toen riep Herodes de wijzen in het geheim en deed bij hen nauwkeurig navraag naar de tijd, dat de ster geschenen had.
En hij liet hen naar Betlehem gaan, en zei: Gaat en doet nauwkeurig onderzoek naar dat kind; en zodra gij het vindt, bericht het mij, opdat ook ik hem hulde ga bewijzen.
          Zij hoorden de koning aan en reisden weg; en zie, de ster, die zij hadden gezien in het Oosten, ging hun voor, totdat zij kwam en stond boven de plaats, waar het kind was.
Toen zij de ster zagen, verheugden zij zich met zeer grote vreugde. En zij gingen het huis binnen en zagen het kind met Maria, zijn moeder, en zij vielen neder en bewezen hem hulde.
En zij ontsloten hun kostbaarheden en boden hem geschenken aan: goud en wierook en myron.
En van Godswege in de droom gewaarschuwd om niet tot Herodes terug te keren trokken zij langs een andere weg naar hun land terug” Matth.2: 1-12.

        Maar toen de volheid des tijds gekomen was, heeft God Zijn Zoon uitgezonden geboren uit een vrouw, geboren onder de Wet, om hen, die onder de wet waren, vrij te kopen, opdat wij het recht van zonen zouden verkrijgen.
En, dat gij zonen zijt – God heeft de Geest zijns Zoons uitgezonden in onze harten, die roept: Abba, Vader.
Gij zijt dus niet meer slaaf, doch zoon; indien gij zoon zijt, dan zijt gij ook erfgenaam door GodGal.4: 4-7.

        God heeft Zijn Zoon uitgezonden geboren uit een vrouw, geboren onder de Wet, om hen, die onder de wet waren, vrij te kopen, opdat wij het recht van zonen zouden verkrijgenGal.4: 4,5.

        En gij, Betlehem Efrata, al zijt gij klein onder de geslachten van Juda, uit u zal Mij voortkomen die een Heerser zal zijn over Israël en Wiens oorsprong is van ouds, van de dagen der eeuwigheid.
Daarom zal Hij hen prijsgeven tot de tijd, dat zij die baren zal, gebaard heeft.
Dan zal het overblijfsel van Zijn broeders terugkeren met de Israëlieten.
Dan zal Hij staan en hen weiden in de kracht des Heren, in de Majesteit van de Naam des Heren, van Zijn God;
en zij zullen rustig wonen, want nu zal Hij groot zijn tot aan de einden der aarde, en Hij zal vrede zijn
Micha 5: 2-5.

Als navolger van Christus dien je ervan doordrongen te zijn dat het hele leven van Christus een voortdurende voorstelling van lijden, een passie is geweest; gewone heiligen sterven als martelaren, maar Christus werd van het begin af aan als Martelaar geboren:
– Hij vond op aarde een Golgotha [een plaats van ondergang / een martelplaats, waar Hij zou worden gekruisigd].
– Ja, zelfs in Bethlehem, waar Hij, zoals wij vandaag vieren, werd geboren;
want tot Zijn tederheid waren de rietjes bijna net zo scherp als de doornen erachter en de kribbe was vanaf het begin [als een doodskist] net zo ongemakkelijk als Zijn Kruis.
– Zijn geboorte en Zijn dood waren slechts één onafgebroken gebeuren, één als maar voortdurende daad, en zowel Zijn Kerstdag en Zijn Goede Vrijdag zijn slechts de vooravond en de ochtendstond van één en dezelfde door God gegeven dag.
– En omdat zelfs Zijn Geboorte in het vlees, Zijn dood is, is elke actie en passage waarop Christus Zich vandaag aan ons laat zien, Zich aan ons manifesteert, zowel Zijn Geboorte, als Drie-koningen een en dezelfde manifestatie van Zijn lijden hier op aarde.

Hoewel de tegenwoordige [westerse] Kerk de twaalfde dag nu ‘Driekoningen‘ noemt, omdat
Christus op die dag aan de heidenen werd geopenbaard als Epifanie [= de plotselinge, verwarrende openbaring] vanwege de manier waarop de wijzen [van die tijd, ‘zij’, die het zouden dienen te weten] op die 12e dag kwamen om Hem te aanbidden.
Elf staat voor het tekort, het Bijbelse ideaal is twaalf.
Nochtans de oude Kerk noemde de 12e dag Theophanie omdat Christus, die dag door Johannes de Voorloper werd gedoopt in de Jordaan en
Christus als ‘Zoon van God‘ verscheen, waarbij God Zelf Hem als zodanig van Hem getuigde en Hem ‘Zijn geliefde Zoon‘ noemde.

Mozes & de Wet

Wij kennen allemaal de God’s-verschijning op de Sinaï,
waarbij God aan Mozes de Geboden gaf temidden van ontzagwekkende natuurverschijnselen: aardbeving en vuur en angst.
Elke manifestatie van Christus aan de wereld, aan de Kerk, aan een bepaalde ziel, is een God’s-verschijning, een Driekoningen, een Kerstdag, een Theophanie.

De ontmoeting met de Heer

Nu is er nergens een duidelijkere manifestatie van Christus dan
op het moment dat de dagen van Kerst na 40 dagen worden afgesloten in
datgene wat wij de ‘Opdracht in de Tempel‘ noemen en in westerse kringen ‘Maria Lichtmis‘, waarbij
de Zoon van God de oude vertegenwoordiger van Zijn Volk ontmoet, die zegt:
    Nu laat Gij, Heer, uw dienstknecht gaan in Vrede, naar uw Woord,
want mijn ogen hebben uw Heil aanschouwd [gezien], dat
Gij bereid hebt voor het aangezicht van alle volkeren:
‘Licht tot openbaring voor de heidenen en
Heerlijkheid voor uw volk IsraëlLuc.2: 29-32.
Het werd geopenbaard aan Simeon [wiens woorden dit zijn] dat
hij Christus zou dienen te zien voordat hij stierf;
en feitelijk, werkelijk, substantieel, in wezen, lichamelijk, uiterlijk, persoonlijk ‘ziet hij Hem‘; wel zó is het Simeon’s Driekoningen, Simeons Kerstdag; dus ook op deze dag, waarin we de algemene Driekoningen herdenken en vieren, de manifestatie van Christus aan de hele wereld in Zijn geboorte in het vlees,
alles wat wij naast onze interesse in de universele Driekoningen en manifestatie impliciet in deze dag ontvangen.

Laatste Avondmaal – ‘open je hart om de verrezen Christus te ontvangen, de geest van gebed te horen Zijn roep op onze weg naar Hem toe’ –

En deze dag, waarop wij dit Hoogfeest vieren, hebben wij eveneens een ontmoeting met
onze Heer en Verlosser, als gevolg van het Lichaam en het Bloed van Christus dat wij ontvangen in zijn Heilig en Gezegend Mysterie van de Goddelijke Liturgie.
Dit Mysterie van de ontmoeting houdt eveneens een Driekoningen in, alsnog een Kerstdag, een andere manifestatie van het Mysterie van de ontmoeting met Christus welke wij-‘zelf’ ondergaan. 

Zoals de Kerk voorafgaand aan Kerst via de vastenperiode onze toewijding heeft voorbereidt, die Christus als maar dichter en dichterbij tot ons heeft gebracht,
en ons steeds maar weer herhaald dat Hij komt en
vervolgens doorgaat met de gedachtenis van de Martelaren, de Moeder God’s, die Hem gebaard heeft [26e dec.],
Stephanos, aartsdiaken en proto-martelaar [27e dec.] de 2000 Martelaren van Nikodemië [28e dec.], de 14.000 onschuldige kinderen, die in de omstreken van Bethlehem zijn vermoord [29e dec.], Anysia de maagd van Thessaloniki en Filotheros z’n medemartelaren van Nikodemië [30e dec.] en
de tien maagd-martelaressen van Nikodemië en de Martelaar Zotik, de hoeder van de wezen [31e dec.].
Op deze wijze toont de Kerk ons dat wij slechts vrede en rust zullen vinden, wanneer wij ons leven  in navolging van Christus, onze toekomstige verwachtingen in handen leggen van God.

    Kom tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven;
neem Mijn juk op je en leer van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart,
en je zult rust vinden voor je ziel; want
Mijn juk is zacht en Mijn last is licht
Matth.11: 28-30.
Christus heeft ons geroepen navolgers te worden in Zijn lijden,
Hem te volgen in het Mysterie van het leven, zoals God dit heeft bereid.
De waardigheid van die mysterieuze daad, welke ons tot de waardige zaligheid leidt, heeft het gevaar in zich van onwaardige ontvangers, om
dat bewijs in Zijn Naam te benadrukken, onophoudelijk bewust te zijn.
Het stelt ons daarom voorafgaand in staat een verder onderzoek in te stellen òf
we wel waardig zijn onze gang naar Zijn kelk te vervolgen;
deze geboorte van Christus in onze kenmerkende ziel te ontvangen.

H. Climacos, abt van de Sinaï

Dit Hoogfeest op deze eerste Kerstdag, met aansluitend de 40 dagen tot aan de opdracht in de tempel, met
iedere dag wel weer een nieuwe Heilige of Martelaar bezorgt ons de Geboorte van Christus in onze eigen ziel;
Daarom wordt dit feest zó groots gevierd om dit als bewijs van onze overgave te laten gelden, dat wij ons open stellen onophoudelijk voor-te-bereiden op de weg naar het Hemels Koninkrijk, waar wij nu eenmaal allemaal naar op weg zijn.
Wordt je geboren, dan ga je onherroepelijk dood en
je kunt niet anders dan je hierop voorbereiden
– op de uiteindelijke ontmoeting met Christus boven aan de ladder van Climacos;
De voorbereiding tot deze ontmoeting vindt stapje voor stapje, trede voor trede plaats,
zodat je uiteindelijk waardig geacht kunt worden opgenomen worden in de Hemelse sferen.

Heer, laat uw dienaar nu in vrede naar Uw Woord vertrekken:
want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien

Luc.22: 29,30.

Hierin is de Liefde van God jegens ons geopenbaard, dat
God Zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat
wij zouden leven door Hem.
Hierin is de Liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar
dat Hij ons heeft liefgehad en Zijn Zoon gezonden heeft
als een verzoening voor onze zonden

1John.4: 9.

Troparion      tn.2 bij het “Heer ik roep. . . . . “, 
Grote Vespers, avond voorafgaand 25 dec
      Uw Koninkrijk, Christus God
is een rijk van alle eeuwen
en Uw Heerschappij van geslacht op geslacht.
Vleesgeworden door de Heilige Geest
en Mens geworden uit de altijd-Maagd Maria
zijt Gij bij de komst, voor ons allen een Licht opgestraald, Christus God
Licht uit Licht en Afglans van de Vader.
Gij hebt de gehele schepping verlicht
alles wat adem heeft looft u:
het Zegelbeeld van de Heerlijkheid van de Vader.
Gij Die zijt en tevoren waart:
God, Die uit de Maagd zijt opgestraald,
ontferm U over ons
“.

Apolytikion      tn. 4,     van de 25e december
Uw Geboorte, o Christus onze God
deed opgaan voor de wereld het Licht van Uw kennis.
Want het zijn de aanbidders der sterren
in die kennis onderwezen
om U te aanbidden:
de Zon der Gerechtigheid,
en U te kennen, De Opgang uit den Hoge,
Eer aan U, o Heer
“.
vert. klooster ‘Geboorte van de Moeder Gods’, Asten

Orthodoxie & een Nieuwe Hemel en nieuwe Aarde

Na het Laatste Oordeel zal God een Nieuwe Hemel en een Nieuwe Aarde scheppen [of geschapen hebben] waar God onder de mensen zal wonen en
waar hemel en aarde in elkaar lijken over te vloeien.
Al in het Oude Testament werd voorzegd dat God eens een Nieuwe Hemel en Aarde zou scheppen:
Want zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; aan wat vroeger was, zal niet gedacht worden, het zal niemand in de zin komen. Maar gij zult u verblijden en juichen voor eeuwig over hetgeen Ik schep, want zie, Ik schep Jeruzalem tot jubel en zijn volk tot blijdschap. En Ik zal juichen over Jeruzalem en Mij verblijden over mijn volk. En daarin zal niet meer gehoord worden het geluid van geween of van geschreeuwIsaiah 65: 17-19.
Het Messiaanse Vredesrijk zal nog op de bestaande aarde worden gesticht en nog niet de volmaaktheid brengen. Er is een volledige nieuwe schepping nodig om het uiteindelijke woongebied voor al de schepselen Gods te realiseren, voor engelen en mensen.
”     Wij verwachten echter naar Zijn Belofte nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont2Petr.3: 13.
Met dezelfde scheppingskracht waarmee God de eerste hemel en aarde tot stand heeft gebracht [Gen.1] zal de Schepper en Herschepper vanaf Zijn Troon de Majestueuze woorden uitspreken:
“… Zie, Ik maak alles nieuw…” Openb.21: 5.
God zal spreken en het zal gebeuren, net als bij de eerste schepping [Gen.1].
Alle dingen zullen nieuw worden.
Er zal een Nieuwe Hemel en een Nieuwe Aarde komen, die op een unieke wijze in elkaar zullen overvloeien.
Dit zal de ultieme wedergeboorte van God’s schepping zijn.
De Blijde Boodschap geeft geen informatie over de Nieuwe Hemel, maar ongetwijfeld zal die minstens zo veel van God’s Heerlijkheid  weerspiegelen als de oorspronkelijke hemel.

De Nieuwe Aarde zal echt nieuw zijn.
Niets van de oude aarde zal hergebruikt [gerecycled] worden, maar God zal de aarde waarschijnlijk volgens een geheel nieuw concept vorm geven.
Verwacht dus niet dat de materie van de aarde en wat op de aarde zal leven uit dezelfde bouwstenen van moleculen en atomen zal bestaan, zoals de huidige aarde.
Alles -maar dan ook alles- kàn anders worden, en toch tot op zekere hoogte wel weer herkenbaar. Laten we niet te gering denken van God’s schepping’s-mogelijkheden.
God zal er ook geen miljarden jaren voor nodig hebben om via een evolutieproces vòl toevalligheden iets vanzelf te laten ontstaan.
Bij de eerste schepping had God er ook maar een paar dagen voor nodig.
God schept niet door toeval of via eindeloze processen van leven en dood.

Tweedeling onder de mensen op de Nieuwe Aarde
De mensen die behoren tot de ‘Bruid’ van Jezus [de ‘verbond’s, de ‘bruid’s’-mensen’] zijn hebben de Eerste Opstanding  meegemaakt aan het begin van het Messiaanse Vredesrijk.
Zij zullen het regerende volk zijn naast en onder leiding van Heer en Meester, de Koning Jezus, de Christus.
De andere mensen die bij het Laatste Oordeel begenadigd zijn en toegang krijgen tot de Nieuwe Aarde, hebben dan een lichamelijke opstanding meegemaakt die tot op zekere hoogte te vergelijken zal zijn met de Eerste Opstanding. 
We mogen dus een tweedeling veronderstellen onder de aardbewoners: de bruidsmensen en de overige mensen, die in Openbaring 21 de ‘volkeren’ worden genoemd.
Deze gedachten over de tweedeling van mensen op de Nieuwe Aarde worden door bijna niemand naar voren gebracht, maar toch is die geheel overeenkomstig de Blijde Boodschap.
Daardoor komen veel dingen over onze toekomstverwachting en over de eeuwige bestemming van mensen in een ander licht te staan. Het is een concept dat we bij alle tijdperken van God’s Koninkrijk tegenkomen:
– In de voorliggende tijd waren er mensen die God dienden en mensen die het niet deden.
– In de latere tijd van het Oude Testament was er het Volk Israël dat God diende en de overige volken die dat niet deden.
– In de tijd van het Nieuwe Testament zijn er mensen die in God geloven [Joodse mensen en christenen] en mensen die dat niet doen.
– In het Messiaanse Vrederijk zijn er de bruid’s-mensen die het regerende volk zullen zijn naast onze Heer en Verlosser Jezus Christus en de volkeren van de aarde over wie ze heerschappij zullen voeren.

Op de Nieuwe Aarde zullen zijn er weer dezelfde bruid’s-mensen die het regerende volk zullen zijn naast onze Heer en de volken [begenadigden na het Laatste Oordeel] over wie ze heerschappij zullen voeren.
In de Openbaringen van Johannes, de Theoloog lezen we dat ook in het hiernamaals de volkeren hun eigen identiteit zullen behouden:
Hierna zag ik dit: een onafzienbare menigte, die niet te tellen was, uit alle landen en volken, van elke stam en taal. In het wit gekleed en met palmtakken in hun hand stonden ze voor de troon en voor het Lam [= onze Heer]” Openb.7: 9.
Dat zal in het Messiaanse Vredesrijk en op de Nieuwe Aarde wel niet veel anders zijn.

Wat er niet op de Nieuwe Aarde zal zijn
De Nieuwe Aarde zal nog veel mooier en grootser zijn dan de oude aarde tijdens het Messiaanse Vrederijk. De Blijde Boodschap noemt een aantal dingen die er ‘niet‘ meer zullen zijn:
➻ Er zullen geen zeeën meer zijn.
”     Toen zag ik een nieuwe hemel en een Nieuwe Aarde; de eerste hemel en de eerste aarde waren verdwenen en de zee bestond niet meerOpenb.21: 1.
Dit is het eerste wat genoemd wordt over het uiterlijk van de Nieuwe Aarde.
De zee is iets wat bij de oude aarde hoort. In feite zijn de zeeën ontoegankelijk voor de mensen en brengen ze een scheiding aan tussen continenten.
➻ Er zal volmaakte harmonie zijn tussen de volkeren.
Alles en iedereen zal bereikbaar zijn. Er zal geen plaats zijn voor oceanen; mogelijk wel voor meren en rivieren.
➻ Er zal geen zon en geen maan meer zijn.
De stad [=Nieuw Jeruzalem] heeft het licht van zon en maan niet nodig, want de Heerlijkheid van God verlicht haar, en haar lamp is het Lam [= de Heer]” Openb.21: 23.
• Ik geloof dat deze lichtvoorziening voor de gehele Nieuwe Aarde zal gelden. Gedurende de eerste drie scheppingsdagen [Gen.1] was er ook geen zon, maar wel licht. Dat was naar mijn mening geen gewoon licht, want de hemellichamen werden pas op de vierde dag geschapen. Het is veel waarschijnlijker dat toen het Licht van God’s Heerlijkheid op aarde begon te schijnen, dat de Bron is van alles wat leeft. Hetzelfde Licht dus wat later op de Nieuwe Aarde de enige lichtbron zal zijn, zowel letterlijk als in geestelijke zin.
➻ Er zal geen nacht meer zijn.
Het zal er geen nacht meer zijn en het licht van een lamp of het licht van de zon hebben ze niet nodig, want God, de Heer, zal hun Licht zijnOpenb.22: 5.
Na de eerste schepping [Gen.1] wisselden nacht en dag elkaar af. Duisternis en Licht konden naast elkaar op aarde voorkomen. De satan had ook de toegang tot de aarde en de zonde kon zijn intrede doen.
➻ Duisternis is een symbool van het kwade en van de zonde. Geen spoor van duisternis zal meer voorkomen op de Nieuwe Aarde. De invloed van de satan als tegenstrever zal voorgoed verdwenen zijn. Er zal ook geen boom van het kwaad meer zijn, waarmee de mensheid kan worden verleid.
➻ Er zal geen verdriet meer zijn. Er zal ook geen rouw meer zijn, dus geen verdriet over gestorvenen, want vanaf dàt moment zal de dood geen macht meer hebben over de mensen.
Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbijOpenb.21: 4.

Wat er wel op de Nieuwe Aarde zal zijn
Het is te verwachten dat de Nieuwe Aarde veel kenmerken van het Messiaanse Vrederijk zal hebben, maar dan in ‘uiterste‘ volmaaktheid.
We mogen verwachten dat de Nieuwe Aarde adembenemend nieuw zal zijn, mogelijk in veel opzichten vergelijkbaar met de eerste aarde toen die pas geschapen was met een paradijsachtige natuur, die in volkomen harmonie is.
☛ De huidige aarde, zelfs in z’n oorspronkelijke vorm, zal slechts een schaduw zijn van de toekomstige Nieuwe Aarde. Het kan het heel goed zijn dat God in Zijn oneindige creativiteit geheel nieuwe dingen zal gaan scheppen, die ons huidige voorstellingsvermogen te boven zullen gaan. Wat zullen wij mensen door onze Schepper verrast worden!
☛ Er zal alle reden zijn om gelukkig te zijn op de Nieuwe Aarde.
Iedereen zal genoeg te eten hebben, want de aarde zal heel veel voortbrengen:
“Er zullen nederzettingen zijn in goede aarde, op de toppen der bergen; hun vrucht komt hoger dan de Libanon” Psalm 71[72]: 17.
☛ Rivier en levensgeboomte
• Onze Heer en Verlosser heeft eens gezegd:
” . . . Ik ben gekomen opdat zij leven hebben en overvloedJohn.10: 10.
Dit overvloedige leven van Jezus zal op de Nieuwe Aarde in volmaaktheid en zonder beperking beschikbaar zijn.
• In Openb.22 wordt dit zinnebeeldig voorgesteld als een rivier, die ontspringt uit een waterbron in het Nieuwe Jeruzalem, de stad op de berg.
Daardoor zal de gehele Nieuwe Aarde van levenswater worden voorzien:
Aan de oevers van de rivier zullen allerlei vruchtbomen opkomen, waarvan de bladeren niet zullen verwelken en de vruchten niet zullen opraken; elke maand zullen ze vrucht dragen. Het water stroomt immers uit het heiligdom. De vruchten zullen eetbaar zijn en de bladeren geneeskrachtigEzech.47: 12.
Aan beide zijden van de rivier stonden levensbomen die twaalf keer per jaar vrucht droegen, elke maand één keer. Hun bladeren brengen de volken genezingOpenb.22: 2.
• Een belangrijke zegen voor de volkeren is het levensgeboomte, dat aan weerszijden van de rivier(en) groeit. Deze bomen ontvangen het leven gevende water dat afkomstig is van Gods troon. Ik denk dat de mensen uit deze volken de vruchten van de levensbomen even hard nodig zullen hebben als Adam en Eva ze destijds nodig hadden om te [blijven] leven in het paradijs [Gen.3: 22].

Kerstfeest – hier en nu 
God heeft de mensen lief en God heeft bij de schepping alles goed geschapen [Gen. 1].
Maar de mens had wel een vrije wil. Ná de schepping kwam er een moment dat de mens zich van God afkeerde – hij kon het zelf, in z’n eentje, wel af – verhief zich als het ware ten opzichte van de Schepper van Hemel en aarde.
Was niet langer genegen naar God te luisteren, maar hij luisterde wel naar de wereld, de vijand van God, gesymboliseerd door de slang, de satan [de duivel], de tegenstrever.
De mens viel voor de verleiding om “ – te worden als God – ” Gen.3: 5, en dit wordt wel de zondeval genoemd.
Wanneer de mens van de boom van de ‘kennis van goed en kwaad‘ zou eten, zou de mens overmoedig, hoogmoedig worden en sterven, zo heeft Mozes dit proces vastgelegd in Gen.2: 17.
Dit hield niet alleen in dat de mens uiteindelijk lichamelijk zou sterven, nee, op het moment van de zondeval stierf de mens geestelijk!
Dit weten we onder andere omdat het Nieuwe Testament de mens oproept om wederom geboren te worden, met andere woorden: de mens dient opnieuw geboren worden, alleen dan geestelijk [conf. John.3: 6].
Maar hoe wordt die mens dan geestelijk geboren?
De Blijde Boodschap verhaalt ons ‘ons eigen leven‘, we zijn allemaal als Adam geneigd in de zonde te vervallen en daardoor ‘het leven in God‘ te verliezen, te sterven. Wij zijn immers allemaal afstammelingen van Adam, de eerste mens en bezitten dezelfde zondige natuur die tegen God opstaat [Rom.5: 12–21].
Het Kerstverhaal maakt ons duidelijk dat wij opnieuw geboren dienen te worden, ons leven weer op de ‘goddelijke’ rail dienen zien te krijgen en ons daartoe als de herders en de koningen dienen over te geven, dienen te buigen.
Eerst dàn zal ons leven weer ‘tot Leven’ komen, zullen wij kunnen opstaan in de opgestane Heer, in navolging van het lijden en sterven van onze Heer Jezus Christus.

Eerst dàn zullen de engelen zingen:
Eer aan God in den hoge en Vrede op aarde aan de mensen van goede wil”.