Januari de 6e – Theophanie van onze Heer en Verlosser Jezus Christus

    Toen kwam Jezus uit Galilea naar de Jordaan tot Johannes, om Zich door hem te laten dopen.
Maar deze trachtte Hem daarvan terug te houden en zei:
    Ik heb nodig door U gedoopt te worden en komt Gij tot mij?
Jezus echter antwoordde en zei tot hem:
    Laat Mij thans [gedoopt] geworden, want aldus betaamt het ons alle Gerechtigheid te vervullen.
Toen liet hij Hem [gedoopt] geworden.
Terstond nadat Jezus gedoopt was, steeg Hij op uit het water. En zie, de hemelen openden zich, en Hij zag de Geest van God neerdalen als een duif en op Hem komen.
En zie, een stem uit de Hemelen zei:
    Deze is Mijn Zoon, de Geliefde, in Wie Ik Mijn welbehagen heb’
Matth.3: 13-17.

    Want de Genade van God is verschenen, Heil [heelmaking] brengend voor alle mensen, om ons op te voeden, zodat wij, de goddeloosheid en wereldse begeerten verzakende, bezadigd, rechtvaardig en godvruchtig in deze wereld leven, verwachtende de zalige hoop en de verschijning van de Heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Christus Jezus, Die Zich voor ons heeft gegeven om ons vrij te maken van alle ongerechtigheid, en voor Zich te reinigen een eigen volk, volijverig in goede werken.

Vrucht dragen

Maar toen de goedertierenheid en mensenliefde van onze Heiland [en] God verscheen, heeft Hij, niet om werken van Gerechtigheid, die wij zouden gedaan hebben, doch naar Zijn ontferming ons gered door het bad van de wedergeboorte en van de vernieuwing door de Heilige Geest, Die Hij rijkelijk over ons heeft uitgestort door Jezus Christus, onze Heiland, opdat wij, gerechtvaardigd door Zijn Genade, erfgenamen zouden worden overeenkomstig de Hoop op het eeuwige levenTitus 2: 11-14; 3: 4-7.

Vanaf de eerste eeuw van de christelijke kerk is er altijd “feest van het Licht” geweest. In de diepte van het ‘midden-van-de-winternacht’ brak de Hemel open en werd met dit feest de komst van de Zoon van God in de wereld opgevoerd als Jezus Christus en de jaren van Zijn jeugd tot en met Zijn doopsel in de Jordaan, die het begin van de Openbaring van Christus’ levensopdracht op aarde aankondigde. Door de eeuwen heen werden de verschillende aspecten van Christus ‘jaren van Zijn jeugd’ op verschillende dagen in afzonderlijke feesten verdeeld: Zijn Geboorte, het bezoek van de Wijzen uit het oosten, Zijn Besnijdenis en Zijn opdracht met Simeon in de de Tempel – het nam een periode van 40 dagen in beslag.

Het getal 40 is de tijd van opvoeding, beproeving en regering in het leven
– van Mozes:      want de Heer, uw God, heeft u gezegend in al het werk van uw handen; Hij heeft uw tocht door deze grote woestijn gekend; deze veertig jaar was de Heer, uw God, met u, gij hebt aan niets gebrek gehadDeut.2: 7;
– van Jozua:      Veertig jaar was ik oud, toen Mozes, de knecht des Heren, mij van Kades-barnea uitzond, om het land te verspieden; en ik bracht hem nauwgezet verslag uitJoz.14: 7;
– van David:      Dertig jaar was David oud, toen hij koning werd; veertig jaar heeft hij geregeerd  2Sam.5: 4;
– van Salomo:      De tijd nu, die Salomo te Jeruzalem over geheel Israël geregeerd heeft, was veertig jaar.1Kon.11: 42;
– het Volk: de woestijnreis duurde 40 jaar;
– Elia: zijn verblijf in de woestijn was 40 dagen en veertig nachten;
– Christus; de verzoekingen in de woestijn waren 40 dagen- Matth.4: 1-11.

 

verzoeking van Christus, door Rembrandt Harmen’s-zoon van Rijn

Rembrandt Harmen’s-zoon van Rijn [1606-1669] had maar een pennestreken nodig om een diepe gelaagdheid van gevoelens van Christus in de woestijn uit te drukken. Zoals hier op de tekening ‘De verzoeking van Christus’ heeft hij maar aan een paar halen genoeg om te laten zien wat er allemaal in Jezus om gaat. Een paar grove streken en je ziet alle keuzes, verleidingen, alle twijfels en alle vastberadenheid langskomen. Een paar strepen op papier, maar in dat ene moment wat op papier is vastgelegd zie je bij wijze van spreken nu al de hele toekomst van Jezus. Het is maar één ogenblik, maar hier zie je Jezus Christus de Verlosser ‘geworden‘ Wie Hij is.
Over de tijds-eenheid van 40 dagen zijn nog meer voorbeelden te geven, zie zelf maar in  Gen.7: 4; 8: 6; 25: 20; 26: 34; Ex.2: 16; 24: 18; Num.14: 34;33: 38;1Sam.4: 18;1Kon.6: 17; Ezech.4: 6 en Jonah 3: 4.

In deze 40 dagen van Kerst vormt voor ons navolgers van Christus de belangrijkste gebeurtenis van het Lichtfeest – ‘het Doopsel van Christus’ – dat vanaf het begin van de Kerk nog steeds herdacht wordt op 6 januari.

Waarom is deze gebeurtenis zo belangrijk?
De gebeurtenis is beschreven in de verantwoording van Mattheüs, Marcus en Lucas; we lezen vandaag bovenstaand, die van de uit het jodendom afkomstige bekeerling Mattheus: Matth.3: 13-17.
Dit is dan de ‘Driekoningen’ [Openbaring] van de Heilige Drieëenheid, ook wel bekend als Theophany wat letterlijk een ‘openbaring van God’ betekent in het Grieks [Θεοφάνεια]; Russisch [Богоявление] en het betekent allemaal hetzelfde.
De paradox dat Jezus Christus als ‘God’ geopenbaard wordt door een doophandeling, de bediening van een eenvoudig mens, Johannes de Voorloper, die ons toeroept:
Bekeert u, [Metanoia, keer op je schreden terug] want het Koninkrijk der Hemelen is nabij
Hoewel Johannes, Christus, de Zoon van God, doopt, is het de eerste profeet, die op iconen gebogen wordt getoond in eerbied voor de laatste.
Op andere heilige afbeeldingen, iconen wordt Johannes getoond met zijn gezicht naar de Hemelen gericht en het wonder van de Theofanie aanschouwend;
hoe dan ook, ondanks dat hij de dader is, staat hij niet centraal in de afbeelding elke ons met Theophanie wordt voorgehouden.
Vlakbij Johannes staat een boom met een bijl die bij de wortel ligt, en herinnert Johannes zijn eigen prediking aan degenen die tot hem kwamen:
“En nu wordt ook de bijl aan de wortel van de bomen gelegd:
daarom is elke boom die geen goede vrucht voortbrengt,
uitgehouwen en in het vuur geworpen”
Matth.3: 10.
Dit is aanwezig in de heilige afbeelding van vandaag en toont al van-ouds aan dat, terwijl de Doper – hier en nu – als mens zal moeten buigen, opdat het Woord de boventoon kan voeren – ”hij moet afnemen zodat Christus kan toenemen”.
De Blijde Boodschap, datgene wat Johannes de Doper aan de Jordaan verkondigde wordt niet onder het woestijnzand verborgen – m.a.w. afgeschaft.

de Heilige Drieëenheid wordt geopenbaard !!!

Zijn rol in de geschiedenis wordt niet weggepoetst nu de Heilige Drieëenheid wordt geopenbaard, onthuld.
Aan de andere oever van de Jordaan wachten Johannes de Doper en de engelen uit de Hemelen, die Christus onzichtbaar begeleiden [zie Cherubijnenhymne] om de pasgedoopte Christus te ontvangen en Hem te kleden.
En zo zie je links de voorloper van Christus, Johannes, met zijn overgave van berouw, welke  vertegenwoordigd door de boom en de bijl;
aan de rechterkant wachten de drie Engelen met eerbied om
de pas geopenbaarde Zoon van God te aanvaarden.
In het midden – het moment van de Openbaring in eigen persoon.
Jezus Christus, wordt ondanks het feit dat Hij in de Jordaan is ondergedompeld,
door de [verstikkende] dood is heengegaan – wordt Hij getoond als ‘levend
[ -“ Hij is niet hier, Hij is verrezen “-] – Hij staat rechtop in het Leven en kijkt ons recht in het gezicht aan.
Zijn lichaam is afgebeeld als “sterk en onsterfelijk’ en is zoals dat in de klassieke schilder- en beeldhouwkunst wordt uitgebeeld, en op oudere iconen is Hij naakt.
Christus lijkt bijna net zo  breed als de rivier de Jordaan zelf;
inderdaad: het is Jezus Christus, Die de ‘Bron van het Leven‘ is,
in plaats van de rivier, die een strook door de rotsachtige wildernis,
de woestijn van het Leven in tweeën splijt.

Dìt is vanouds de ‘Icoon van de Theofanie’, evenals de afbeelding van ‘de Heilige Drieëenheid’.
Het geeft ook een antwoord op de vraag van Johannes de Doper:
ik moet door U worden gedoopt en komt U naar mij toe?”
Het antwoord is in wat Jezus met Zijn handen doet, een teken welke de Goddelijke zegen uitdrukt.
In de westerse kunst, zoals op het schilderij van Leonardo da Vinci wordt onze Heer en Verlosser getoond als onderwerping aan het gezag [van Johannes] – dit is een verkeerde voorstelling van zaken – een blasfemie.
Op Orthodoxe iconen worden de handen van Christus niet getoond in gebed, maar als teken van Zegen – “Vrede zij U”, God vraagt ons niets – God doet ons slechts het goede toekomen, Hij heeft de mensen lief.
In plaats van de wateren van de Jordaan die Christus reinigen, is het Christus Die de wateren reinigt, want Hij is de bron des Levens.
Dit is de reden waarom op de bodem van de meeste Theophany-iconen kleine wezens lijken te vluchten voor de voeten van Christus.
Dit is een weerspiegeling van de woorden van de psalmist met betrekking tot de Messias (Christus): “de zee zag het en vluchtte, de Jordaan week achterwaards”
Psalm 113[114]: 3, vert. ROK, ’s-Gravenhage.
Dit is de waarachtige diepte en diepgang van de doop van Christus;
het feest van de Lichten Die de Heilige Drieëenheid openbaren,
en de wateren van de doop zuiverden zodat
wij, zoals de vissen die in de icoon worden getoond,
in zuivere wateren mogen zwemmen.

Vanouds, de rivier de Jordaan.
Draaide terug voor Elisa’s mantel bij de hemelvaart van Elia.
De wateren waren gescheiden in tweeën
en de waterweg werd een droog pad.
Dit is echt een symbool van de doop
waarmee we door dit sterfelijk leven gaan.
Christus is in de Jordaan verschenen om de wateren te heiligen!

Theophanie, wat het [ver-]schijnen en manifesteren van God betekent.
De nadruk in de Goddelijke diensten van vandaag ligt op het verschijnen van Jezus als de menselijke Messias van Israël en de Goddelijke Zoon van God,
Één van de Heilige Drieëenheid met de Vader en de Heilige Geest.
  Dus, in de doop door Johannes in de Jordaan, identificeert onze Heer en Verlosser Zichzelf met zondaars als het “Lam van God dat de zonden van de wereld wegneemtJohn.1: 29;
de “Geliefde” van de Vader Wiens messiaanse taak het is om de mens van de zonden te bevrijden, conf. Luc.3: 21 en Marc.1: 35.
En Hij wordt zowel geopenbaard als Eén van de Goddelijke Drie-eenheid, waar de stem van de Vader en de Geest in de vorm van een duif getuigen van Zijn Aanwezig zijn: ‘Hij, Die is en zal zijn‘ tot in de eeuwen der eeuwen.
Dit is de centrale openbaring die wordt verheerlijkt in de belangrijkste hymnes van het feest:

Apolytikion     tn.1.
  Toen Gij, Heer, gedoopt werd in de Jordaan,
werd de aanbidding van de Drie-eenheid geopenbaard!
De Vader heeft van U getuigd, en noemde U Zijn geliefde Zoon.
En de Geest, in de gedaante van een duif, bevestigde de Waarheid van dit Woord.
Gij verschijnt ons, o Christus onze God en
hebt de wereld verlicht, eer aan U”
.

Kondakion     tn.4.
    Gij verschijnt heden aan de wereld en
Uw Licht, o Heer, is op ons afgetekend.
Wij erkennen en wij loven U,
Die gekomen en verschenen zijt:
het ongenaakbare Licht
”.

De heilige diensten in de Orthodoxe Kerk zijn met Theophanie precies zoals die van het Kerstfeest, hoewel het historisch gezien beslist het Kerstfeest was, die werd gemaakt om Driekoningen te imiteren zoals het later werd vastgesteld,
Opnieuw worden het Koninkrijk der Hemelen in de Goddelijke Liturgie van de Heilige Basilios de Grote gevierd samen met Vespers aan de vooravond van het feest; en de Vigilie bestaat uit Great Completen en de Metten.
De profetieën van Theophanie herhalen dat “God met ons is” van Isaiah en benadrukken
de voorspelling van de Messias evenals de voorafgaande komst van Zijn voorloper, Johannes de Doper:
– “     Hoor, iemand roept: Bereidt in de woestijn de weg des Heren, effent in de wildernis een baan voor onze God. Elk dal worde verhoogd en elke berg en heuvel geslecht, en het oneffene worde tot een vlakte en de rotsbodem tot een vallei. En de Heerlijkheid des Heren zal Zich openbaren en al het levende tezamen zal dit zien, want de mond des Heren heeft het gesproken“
Isaiah 40: 3-5.
      En hij kwam in de gehele Jordaanstreek en predikte de doop der bekering tot vergeving van zonden, gelijk geschreven staat in het boek der woorden van de profeet Isaiah: De stem van een, die roept in de woestijn: Bereidt de weg des Heren, maakt recht zijn paden. Alle kloof zal gevuld worden en alle berg en heuvel zal geslecht worden, en de krommingen zullen recht en de oneffen wegen vlak worden, en alle vlees zal het heil van God zien“
Luc.3: 4-6.

Opnieuw worden speciale psalmen gezongen om de Goddelijke Liturgie van het feest te beginnen, en de doophymne van Galaten 3: 27 vervangt het lied van het Trisagion:
Gij allen, dei in Christus zijt gedoopt, gij hebt u bekleed met Christus”.
En net als bij de [kinder-] doop volgt er een uitbundige processie met het Woord, het Evangelieboek. De Evangelische lezingen zijn zoals bovenstaand vermeld.

Het belangrijkste kenmerk van dit feest van Theophanie is de grote zegening van het water.
Het is voorgeschreven om zowel de goddelijke liturgie aan de vooravond van het feest als de goddelijke liturgie van de dag zelf te volgen.
Meestal gebeurt het eenmaal in parochiekerken op het moment dat de meeste mensen aanwezig kunnen zijn. Het begint met het zingen van speciale hymnes en het wijden van het water dat in het centrum van het kerkgebouw is geplaatst.
Omringd door kaarsen en bloemen staat dit water voor de prachtige wereld van Gods oorspronkelijke schepping en ultieme verheerlijking door Christus in het Koninkrijk van God.
Soms wordt deze zegening buitenshuis gedaan op een plaats waar het water op natuurlijke wijze stroomt:
Aplolytikion van de waterwijding     tn.8.
    De stem des Heren over de wateren:
Komt en ontvangt allen  de Geest van Wijsheid,
de Geest der kennis,  de Geest van de vrees voor God:
Christus, Die ons verschenen is”.
3x

    Heden wordt gewijd de natuur der wateren,
heden splijt de Jordan en houdt haar stroom terug,
nu haar Meester gedoopt wordt”.
2x

“ Als Mens komt Gij in de rivier, Koning Christus,
om uit de hand van de Voorloper
de doop der slaven [dienaren] te ontvangen, Algoede, omwille van onze zonden,
Gi, Die de mensen liefheeft”. 2x

Eer aan de Vader . . . nu en altijd . . .

De stem van een roepende in de woestijn:
Bereidt de weg voor de Heer.
Tien zijt Gij, Heer, gekomen in de gedaante van een slaaf [dienaar],
en Gij Die geen zonde kent, vraagt om de Doop>
De wateren zagen U en deinsden terug,
de Voorloper sidderde en riep luid:
‘ Hoe kan een slaaf [dienaar] de hand opleggen aan zijn Meester?
Verlosser, Die de zonden der wereld draagt,
heilig mij en de wateren”.

En dan volgen de lezingen Van Isaiah:
Isaiah 35: 1-10 waaronder” “      Laat de dorstige wildernis blij zijn, laat de woestijn zich verheugen, laat het bloeien als een roos, laat het bloeien, laat alles zich verheugen. . .
Isaiah 55: 1-11 waaronder: “      Ga naar dat water, o gij dorstigen, en zovelen als er geen geld is, laat hen eten en drinken zonder prijs, zowel wijn als vet. . . “ en
Isaiah 12: 3-6 waaronder:       Trek het water met vreugde uit de bronnen van de zaligheid. En op die dag zult u zeggen: Biecht de Heer op en roep zijn naam aan; verklaar zijn glorieuze daden. . . zijn Naam is verheven. . . Hymne de naam van de Heer. . . Verheug je en verheug jullie allemaal . . .”.

– Na de Paulus brief [1Cor.1: 10-14] en de Evangelie-lezing {Marc.1: 9-11] wordt de speciale grote litanie gezongen die de genade van de Heilige Geest oproept over het water en op degenen die ervan zullen genieten.
Het eindigt met het grote gebed van de kosmische verheerlijking van God waarin Christus wordt opgeroepen om het water, en alle mensen en de hele schepping, te heiligen door de manifestatie van zijn reddende en heiligende goddelijke aanwezigheid door de inwoning van de Heilige en Goede en Leven Geest schenken.
– Terwijl opnieuw het Apolytikion van het feest wordt gezongen, dompelt de celebrant het kruis driemaal in het water en gaat vervolgens door met het sprenkelen van het water in de vier richtingen van de wereld.
Vervolgens zegent hij de mensen en hun huizen met het geheiligde water dat staat voor de redding van alle mensen en de hele schepping die Christus heeft bewerkstelligd door zijn “Openbaring” in het vlees voor het leven van de wereld.

Soms denken mensen dat de zegen van water en de gewoonte om het te drinken en het over iedereen en alles te sprenkelen, een ‘heidense handeling’ is dat ten onrechte de christelijke kerk is binnen geslopen. We weten echter dat dit ritueel door het Volk van God in het Oude Testament werd beoefend en dat het in de Christelijke Kerken een heel speciale en belangrijke betekenis heeft:
– Het is het Christelijk Geloof dat sinds de Zoon van God het menselijk vlees heeft genomen en is ondergedompeld in de stromen van de Jordaan,
alle materie in Hem wordt geheiligd en zuiver gemaakt, gezuiverd van zijn dood-verhandelende eigenschappen geërfd van de duivel en de verdorvenheid van mensen.
– In de openbaring van de Heer wordt heel de schepping weer goed,
inderdaad ‘heel goed’, de manier waarop God het Zelf heeft gemaakt en
dit Zelf in het begin heeft verkondigd  [Hij zag dat het goed was],
toen ‘de Geest van God over het oppervlak van de wateren bewoogGen.1: 2 en
wanneer de “Levensadem” in de mens ademde en in alles wat God heeft geschapen [Gen.1: 30; 2: 7].

De wereld en alles erin is inderdaad “zeer goed” [Gen.1: 31] en
wanneer het vervuild, verdorven en dood wordt,
bewaart God het opnieuw door de “nieuwe schepping” in Christus,
Zijn Goddelijke Zoon en onze Heer door de Genade te bewerken van de Heilige Geest [conf. Gal. 6: 15.
– Dìt is wàt gevierd wordt over Theophanie, met name in de Grote Zegening van Wateren.
De wijding van de wateren op dit feest plaatst de hele wereld – door haar “belangrijkste element” van het besproeien van het perspectief van de kosmische schepping, heiliging en verheerlijking van het Koninkrijk van God in Christus en de Geest.
– Het vertelt ons dat de mens en de wereld inderdaad zijn geschapen en gered om “vervuld te zijn met al de volheid van God” [conf. Eph.3: 19],
de “volheid van hem die alles vult” [conf. Eph.1: 22].
Het vertelt ons dat Christus, in Wie in “de hele volheid van Godheid” lichamelijk woont,
“Is en waarlijk zal zijn” – “alles en in allen“ [conf. Kol.2: 9; 3: 11].
Het vertelt ons ook dat de “nieuwe hemelen en de nieuwe aarde” die
God beloofd heeft door Zijn profeten en apostelen [Isaiah 66: 2; 2Petr.3: 13; Openb.21: 1]
echt “bij ons” zijn zal nu in het Mysterie van Christus en Zijn Kerk.

Dus, de heiliging en besprenkeling van het Theophaniewater is geen heidens ritueel.
Het is de uitdrukking van het meest centrale feit van
de christelijke visie op de mens, zijn leven en zijn wereld.
Het is het liturgische getuigenis dat de roeping en bestemming van de schepping
vervuld dient te worden met al de Volheid van GodEph.3: 19.

Ook nu weer in Christus een zalig feest toegewenst.

Orthodoxie & degenen die gedoopt zijn in de dood van Christus

gedoopt worden in de Jordaan

Het 15e hoofdstuk van de brief van de Apostel Paulus aan de Corinthiërs
is het gedeelte uit zijn oeuvre, dat het begrip van de opstanding uit de doden,
welke Paulus in zijn christelijke boodschap het meest benadrukt
volledig tot z’n recht laat komen.
1.]. De eerste helft van het hoofdstuk bespreekt het belang van Christus’ Opstanding en hoe het onlosmakelijk verbonden is met de algemeen opstanding van de wereld,
niet alleen van menselijke personen, maar van ‘alles, wat maar bestaat’.
2.]. In de tweede helft van het hoofdstuk beschrijft Paulus, voor zover hij kan,
wàt de Opstanding van de mensheid en uiteindelijk van de gehele schepping inhoudt, voor ons betekent.
3.]. Het hoofdstuk sluit af met een hymne van overwinning op de dood, die de Apostel zeer aan het hart gaat.

Te midden van deze gehele uitwisseling van informatie geeft Paulus een reeks retorische voorbeelden als bewijs van de centrale plaats van de opstanding van de doden voor het Christelijk Geloof.
Dit was hoogst noodzakelijk, omdat niet alle joodse gelovigen, die de kern vormden van de toenmalige kerken die Paulus gegrondvest had, reeds eerder vanuit hun achtergrond een visie over de opstanding van de doden hadden opgebouwd.
Sommige Joodse afscheidingen deden dat, terwijl anderen dat in de 1e eeuw, evenals vandaag-de-dag juist niet deden.
De aanvaarding van de Opstanding van Christus, echter, betoogt Paulus, houdt het Geloof in de opstanding van de doden in:
    Indien nu van Christus gepredikt wordt, dat Hij uit de doden is opgewekt, hoe komen sommigen onder u ertoe te zeggen, dat er geen opstanding der doden is?       Indien er geen opstanding der doden is, dan is ook Christus niet opgewekt.
En   indien Christus niet is opgewekt, dan is immers onze prediking zonder inhoud, en zonder inhoud is ook uw Geloof.
Dàn blijken wij ook valse getuigen van God te zijn, want dàn hebben wij tegen God in getuigd, dat Hij de Christus opgewekt heeft, die Hij toch niet heeft opgewekt, indien er geen doden opgewekt worden.
       Immers, indien er geen doden opgewekt worden, dàn is Christus ook niet opgewekt; en indien Christus niet is opgewekt, dàn is uw geloof zonder vrucht, dàn zijt gij nog in uw zonden.
       Dàn zijn ook zij, die in Christus ontslapen zijn, verloren.
Indien wij alleen voor dit leven onze Hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen1Cor.15: 12-19.

Overwegen

Een van de voorbeelden van de Apostel Paulus in het bijzonder is in de Christelijke geschiedenis het onderwerp geweest van veel speculatie.
Paulus verwijst naar ‘die gedoopt zijn in de dood’: “     opdat God alles in allen is, wàt zullen zij anders doen, die zich voor de doden laten dopen? Indien er in het geheel geen ‘doden’ opgewekt worden, waarom laten zij zich nog voor hen dopen? 1Cor.15: 28b,29.
Als de doden [-‘ ook gedoopten, die door de doop ‘niet actief‘ worden’-]  niet tot leven zijn gewekt, heeft deze praktijk geen zin. 

Wat precies de praktijk is waarnaar Paulus verwijst, was echter niet het onderwerp van een consistente Christelijke leer.  Slechts een handjevol van de Kerkvaders laat dit commentaar van Paulus tot z’n recht komen en alle bestaande [Patristieke] commentaren op basis van de Kerkvaders daarop zijn het niet eens met alle andere opmerkingen.
Evenmin zijn er in deze kleine meningsverschillen over de nuancering, maar anderen verschillen  van elkaar en sluiten interpretaties buiten.
Dat gezegd hebbende, geen van de bestaande Patristieke commentaren op dit vers bevatten een uitgebreid commentaar en benoemen het vers slechts terloops.
Een zeer nauwe lezing van de tekst stelt ons echter in staat om enig idee te krijgen van wat deze praktijk nu werkelijk inhield.
Het is in feite een praktijk die op de dag-van-vandaag nog steeds voorkomt binnen de Orthodoxe kerk en ironisch genoeg werd deze zelfs toegepast door
de Patristieke commentatoren die deze specifieke connectie niet maakten.

Er staat letterlijk:
Wat zullen zij anders doen, zij die gedoopt zijn voor de doden?
Als de doden helemaal niet worden opgevoed, waarom
werden ze dan door hen gedoopt?
1Cor.15: 29.
Veel moderne lezingen en interpretaties van dit vers zijn meer gebaseerd op de dubbelzinnigheid, het hebben van meerder betekenissen van de westerse vertalingen, dan op een zorgvuldige analyse van de oorspronkelijke taal.
Veel van deze moderne interpretaties houden ook niet rekening met  de algemene context van de discussie van de Heilige Apostel Paulus in dit hoofdstuk, en gedurende de gehele brief aan de Corinthiërs.

Paulus verwijst naar ‘zij die in de dood, voor de doden zijn gedoopt‘, wat betekent dat hij verwijst naar een bepaalde groep. Er zijn sommigen die worden gedoopt voor de doden en anderen die worden gedoopt, maar niet ‘voor de dood’.
Het is belangrijk om in beide gebruiken in dit vers op te merken dat de ‘gedoopte‘ passief is.  Het zijn niet ‘zij die voor de doden dopen‘, maar ‘zij die voor de doden zijn gedoopt‘.
De actie die hier wordt beschreven, is iets dat wordt gedaan door degenen die worden gedoopt, niet door de doper.  Dus het feit dat Paulus naar ‘zij die‘ verwijst, betekent niet dat het een andere sekte betreft buiten het christendom.
Dit vers spreekt niet over mensen die een ander soort doop verrichten dan de christelijke doop, maar eerder naar een groep mensen die op een bepaalde manier de christelijke doop ontvangen.

De doop is, voor Paulus, niet alleen een handeling die bepaalde voordelen met zich meebrengt voor één persoon die het ontvangt.
Integendeel, de doop creëert een reeks relaties waarin de ontvanger door de actie tot activiteit wordt gebracht.
Zo kan de Apostel bijvoorbeeld spreken over degenen die:
    allen door de zee heengingen,
    allen zich in Mozes lieten dopen in de wolk en in de zee,
    allen hetzelfde geestelijke voedsel aten, en
    allen dezelfde geestelijke drank dronken, want
zij dronken uit een geestelijke rots, welke met hen meeging en die rots was de Christus1Cor.10: 1b-4.
⁌   Door zich in Mozes te laten dopen in de wolk en de zee, de Heilige Geest en water, brachten ze een relatie tot de Heer, de God van Israël, en die relatie werd bemiddeld door Mozes en door het Verbond dat door hem werd doorgegeven.
⁌  Evenzo spreekt Paulus over hen die de christelijke doop hebben ontvangen als degenen die in Christus zijn gedoopt en zo Christus hebben aangedaan, zich met Christus hebben bekleed conf. Gal 3:27.
Paulus, de Apostel onder de heidenen heeft ons al aan het begin van hoofdstuk 15 aan de inwoners Corinthe verwezen naar deze groep overleden heiligen,  direct voordat hij dit voorbeeld in vers 29 gebruikt. De apostel somt daarbij een groot aantal getuigen op van de Opstanding van Christus, inclusief de apostelen en in één richt hij zich op 500 mensen tegelijk.
Hiervan leven velen nog, maar zoals de heilige Paulus zegt, zijn sommigen in slaap gevallen [vers 6]. Het gebruik van ‘deze doden’ verwijst het meest natuurlijk naar die eerder vermeld in vers 6.
De Heilige Paulus spreekt over mensen die, wanneer ze worden gedoopt, worden gedoopt in de naam van een van deze overleden heiligen, de zo genaamde doop-heilige.

Samenvattend met Paulus ‘algemeen begrip van de doop’, kunnen we zien hoe iemand die de naam van een overleden Heilige bij het doopsel aanneemt, een relatie zou creëren met degene die wordt gedoopt en die Heilige die het best kan worden beschreven door het Romeinse begrip van mecenaat.
Een Romeinse patron werd gevestigd in een sociale positie binnen de Romeinse cultuur en zou vervolgens handelen in hun positie om iemand te helpen die aan het begin van hun openbare leven of carrière verbleef. In ruil daarvoor verwachtte de klant van de cliënt dat hij zijn patroon eer aan zou doen en ijverig zou werken om het soort status te bereiken dat zijn beschermheer had.
             In een vorige positie, de status die de Heiligen innamen, die men zag binnen het apostolisch christendom, werd besproken in relatie tot het Joodse begrip van God’s goddelijke raad. Dit begrip van de rol van de overledene Heiligen in het leven van de Kerk resulteerde natuurlijk in de vorming van dergelijke relaties met een patroonheilige op het moment van toegang tot de Christelijke Gemeenschap bij de doop.

Van Paulus kan dan worden gezegd dat in 1Cor.15: 29 wordt verwezen naar deze beoefening, die al in het midden van de jaren vijftig van de vorige eeuw begon af te takelen, van degenen die werden gedoopt om dat niet langer te doen op de naam van een patroonheilige.
Deze praktijk was nog niet ‘algemeen‘ aanvaard, maar zou universeel zijn in de Christelijke kerken. De verwijzing van de Apostel in deze – naar deze context – is om de realiteit van de Opstanding te demonstreren.
Als de doden niet worden opgewekt, kan er geen relatie met een patroonheilige bestaan, omdat die persoon in kwestie immers dood en verloren zou zijn en zou derhalve de doopbeoefening helemaal geen zin hebben.
De redenering van Paulus hier is ongeveer parallel aan het argument van Christus tegen de Farizeeën in:
        Wat nu de doden betreft, dat zij opgewekt worden, hebt gij niet gelezen in het boek van Mozes, bij de braamstruik, hoe God tot hem sprak, zeggende:
Ik ben de God van Abraham en de God van Isaäc en de God van Jaäcob?
Hij is niet een God van doden, maar van levenden. Gij dwaalt wel zeerMarc.12: 26-27 en
        Want zij kunnen niet meer sterven; immers, zij zijn aan de engelen gelijk en zij zijn kinderen van God, omdat zij kinderen van de Opstanding zijn.
Maar dat de doden opgewekt worden, heeft ook Mozes bij de braamstruik aangeduid, waar hij de Heer noemt de God van Abraham en de God van Isaäc en de God van Jaäcob. Hij is niet een God van doden, maar van levenden, want voor Hem leven zij allenLuc.20: 36-38.
God is de God van Abraham, Isaäc en Jaäcob en Hij is niet de God van de doden, maar van de levenden.
De Apostelen en de Getuigen van de Opstanding van Christus – die reeds in slaap was gevallen waren in de Heer – ten tijde van het schrijven van de brief aan de inwoners van Corinte, hadden zich bij de Opstanding aangesloten bij Abraham, Isaäc en Jaäcob.
Ze konden voorbede doen voor diegenen in de Kerk in deze wereld en vooral voor hen die een Geloofsleven in hun Naam leefden en eer aan hun nagedachtenis levend hielden.

➥➥➥ Waarom is het in deze moderne tijd belangrijk om dit te bespreken, omdat in navolging van wereldse gebruiken kinderen namen meekrijgen, die de totale verbintenis met de christelijke gebruiken door de ouders worden gekozen. Het is in onze tijd heel gewoon kinderen te vernoemen naar een of ander pop-idool, daarmee aangevend dat de wijze waarop deze personen hun leven hebben geleid als voorbeeld van het kind zou kunnen zijn –
helaas is in vele gevallen te betwijfelen of je je eigen kind een degelijk leven zou toewensen.
Laat òns dàn maar aan de al-oude praktijk vasthouden en hen een leven toewensen waarbij zij zijn aan de engelen gelijk en zij zijn kinderen van God, omdat zij kinderen van de Opstanding zijn.
Weinigen zijn echter nog bekend met “Wat zit er voor mij in een simpele naam?” In de vorm van een retorische vraag, is het het concept van de leiding nemen over je verlangens en doelen door agressief de beste prikkels te volgen om die doelen te bereiken.
U dient dit te doen terwijl u niet wordt misbruikt of door een derde partij wordt misbruikt, de weg naar de oorsprong verliest, wordt rond-be-stuurd.
Het sleutelwoord voor het begrijpen van “Wat zit er voor mij in een simpele naam?” zijn prikkels , zijn gewoon die dingen die iemand motiveren òf aanmoedigen een bepaalde lijn in het leven aan te houden.

 

Januari de 4e – De Apostelen van de 70

de apostelen met de 70 het fundament van het Geloof in Christus

De Blijde Boodschap van de hand van de heilige Apostel en Evangelist Lucas informeert ons in hoofdstuk 10 over de groep navolgers van Christus naast de uitverkoren eerstelingen die van de 12 uitverkorenen.
Christus heeft ook hen naast de Twaalf uitverkozen om Hem in Zijn werk bij te staan en van stad tot stad te trekken om Zijn komst voor te bereiden.
Zij mochten daarbij geen gelegenheid of moment verloren laten gaan.
Daarom drukt Christus hen op het hart dat ze in dit werk niet mochten wachten in het nemen van beslissingen en niemand uit grotere  genegenheid  [vriendjespolitiek] mochten begroeten. Eenieder diende voor hen gelijk te worden bejegend.

”     Want de Genade van God is [ons] verschenen, heilbrengend voor alle mensen, om ons op te voeden, zodat wij, de goddeloosheid en wereldse begeerten verzakende, bezadigd, rechtvaardig en godvruchtig in deze wereld leven, verwachtende de zalige hoop en de verschijning der heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Christus Jezus, Die Zich voor ons heeft gegeven om ons vrij te maken van alle ongerechtigheid, en voor Zich te reinigen een eigen volk, volijverig in goede werken. Maar toen de goedertierenheid en mensenliefde van onze Heiland (en) God verscheen, heeft Hij, niet om werken der gerechtigheid, die wij zouden gedaan hebben, doch naar Zijn Ontferming ons gered door het bad van de wedergeboorte en van de vernieuwing door de Heilige Geest, Die Hij rijkelijk over ons heeft uitgestort door Jezus Christus, onze Heiland, opdat wij, gerechtvaardigd door Zijn Genade, erfgenamen zouden worden overeenkomstig de Hoop op het eeuwige Leven”  Titus 2: 11-14; 3: 4-7.

Onze Heer en Verlosser beval hen slechts hun eenvoudige kleding te dragen, want slechts God’s staf [ondersteuning] en Zijn stok [Kruis] zijn voor christenen hun troost en zij dienden geen goud of zilver te bezitten [zich niet te verrijken].
Onze Heer beval de apostelen zich geen last of schuld met zich mee te dragen en zich aan niets anders op te trekken dan aan de Wil van God.
Dit deed Hij om hen te laten zien dat zij als strijders van de in Naam van Christus gedragen zelfverloochening dienden te beoefenen en gewoon te geraken aan elke vorm van ontbering. Daarmee werden de grote werken God’s openbaar en was totale overgave en gehoorzaamheid als vanzelfsprekend.

De Zeventig verrichtten hun opdracht disciplinair en met alle precisie in de periode dat Christus hun toezichthouder was, maar zelfs na Zijn Hemelvaart deden zij hun verplichtingen met zelf-verloochening en ijver.
Zij waren als het ware de voorlopers van de Apostelen, die de wereld introkken om het Woord van God in alle blijdschap en liefde tot de mensen te verkondigen.

De kerkvaders, met name, die van de vroeg-christelijke periode, probeerden hun persoonlijke levenswijze dusdanig te verbeteren dat zij de opdracht van Christus aan de hand van  het Nieuwe Testament zouden evenaren, met name vanuit het boek Handelingen en de brieven van Paulus. 

De eerste poging hiertoe werd in navolging van de 70 Apostelen ondernomen als reactie op de gnostici, die terecht of onterecht een reactie vormde op het bisschopsambt, die zich in hun functioneren beriepen op ‘de apostolische successie‘ en met ander woorden gericht was op de onbetwistbare religieuze autoriteit, die zij zich toe-eigenden, als rechtstreekse opvolgers van het werk van de twaalf Apostelen en zich onder dit begrip een verheven positie verwierven.

Vanaf ‘die tijd‘ begon het begrip “primaatschap” van de Paus van Rome vorm te krijgen welke ‘tot op de dag van vandaag’ een verbeten machtsstrijd vormt over wie nu wel de eerst onder gelijken zal zijn in de door mensen bedachte hun  ‘tot-god-verheven’ Hierarchie.
Uit de Blijde Boodschap is de beminde gelovige bekend dat Christus in het geheel niet gediend was van dit soort schermutselingen:
    Gij weet, dat zij, die regeerders van de volkeren heten, heerschappij over hen voeren, en hun rijksgroten oefenen macht over hen.
Zo is het echter onder u niet.
Maar wie groot wil worden onder u, zal uw dienaar zijn; en wie onder u de eerste wil zijn, zal slaaf van allen zijn.
Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om Zich te laten dienen, maar on te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velenMarc.10: 42-45.
Hoewel ieder van de Apostelen in de gedachtenis kalender een speciale dag toegewezen hebben gekregen, wordt op de dagen voorafgaande aan de doop van Christus in de Jordaan naast de 12 Apostelen [30 juni], die van de 70 speciaal genoemd.
Laten zij ons tot voorbeeld strekken, opdat de Blijde Boodschap ook onder gefrustreerde afvalligen een inspiratiebron mag blijven geven.

Apolytikion     tn.3.
   
Heilige zeventig Apostelen des Heren,
die met het net van het Goddelijk Geloof
de scharen der volkeren hebt gevangen
om hen te onderrichten in de Goddelijke Leer,
door de Genade die Jullie ontvangen hebben van de Heilige Geest;
bidt tot Christus God,
als de Ingewijden in de Goddelijke Mysteriën
voor ons om de grote Genade”.

Kondakion     tn.2.
    Laat ons heden, gelovigen,
de zeventig Leerlingen van Christus bezingen
met door God geïnspireerde Hymnen,
want door hen hebben wij allen geleerd
de ondeelbare [liefdesband van de] Drieëenheid te vereren,
brandend als fakkels van het Goddelijk Geloof”.

Theophanie & de gedachtenis aan onze eigen doop in Christus

“ – Christus is [nog steeds] in ons midden! Hij is en zal [altijd] zijn! -“

Door de doop worden wij medearbeiders van het werk van God, navolgers van Christus, wij zijn God’s akker, God’s bouwwerk geworden.
Paulus schrijft zowel aan ons als aan de christenen in Corinthe, die hij heeft gewonnen:
  Naar de Genade van God, Die mij verleend is, heb ik als een kundig bouwmeester het fundament gelegd, waarop een ander voortbouwt.
Maar eenieder 
dient wel toe te zien,
hoe hij daarop bouwt
” conf. 1Cor:3: 10.

de moed om je volledig bij Christus aan te sluiten, Paulus

Ten eerste dienen we deze zin in de context van de brief te plaatsen.

Paulus heeft ons gezegd dat we door de doop “het gebouw van God zijn” en de hele lezing gebruikt dit beeld van het bouwen op een fundament.
Aan het einde van zijn brief gaat Paulus zo ver om te zeggen:
Weet u niet dat u de Tempel van God bent1Cor:3: 16.
We zijn dus gebouwen, gebouwd voor de Heerlijkheid en Glorie van God – sterker nog, we bouwen onszelf op als de Tempel van God. Dit is een onafgebroken proces dat ons het hele Christelijk leven voor ogen zal blijven.
Het eerste wat wij behoren te doen wanneer wij een nieuwe structuur aan ons leven toekennen is het leggen van de fundering.
De woningen en kerken in veel gebieden in Noord en Zuid-Holland, waaronder die van Zaandam lopen ernstig gevaar omdat zij gefundeerd zijn op palen – door allerlei oorzaken is hierbij veelvuldig paalrot vastgesteld hetgeen deze bouwwerken tot ruïnes zal kunnen veranderen.

Paulus, de tenten-bouwer, weet maar al te goed wat dat inhoudt en hij maakt bij het opbouwen van een pril Geloof [ een Geloof’s-Gemeenschap] na de inwijding een vergelijking met het opbouwen van het Christelijk Geloof.

De basis voor ons gebouw is al gelegd, en dat fundament is Christus.
De basis van alles wat we doen en laten als menselijke wezens en als christenen wordt alleen in Christus gevonden, niet op eigen belangen, eigen voorkeuren.
Christus is de hoeksteen, dat ene stuk dat het hele gebouw in evenwicht houdt, ondersteunt, verdedigt.
En zelfs de inhoud van wat we dienen op te bouwen is zelfs helemaal in Christus te vinden. Hij kwam in de wereld als volledig God en volledig volmaakte mens – Hij openbaarde aan ons wat het betekent om echt mens te zijn [mens zoals God ons geschapen heeft om volmaakt mens te zijn], en Hij openbaart ons God.

Dus alle materialen die we nodig hebben, evenals onze eigen godsdienstige verheffing, zijn te vinden in Christus.
En dan, wanneer ons begrip dat deze fundering is gelegd, spreekt de Apostel Paulus die zeer rijke uitdrukking: “Laat een ieder opletten hoe hij daarop bouwt“.
We worden in Christus gedoopt, niet om als paradepaardjes te worden voor het een of ander Patriarchaat, maar 
wij hebben onszelf bekleed met Christus en zijn door de Myronzalving met de Heilige Geest als met een zegel op de Verbond’s-akte verzegeld en vervuld en eerst dàn beginnen we te bouwen. 

Het gebouw waar hierover gesproken wordt is het opbouwen van een volmaakt leven in navolging van Christus.
Dáár dragen wij persoonlijk de verantwoording over, door de keuzes, die wij maken.

De vaders van de Kerk leren ons, dat we ‘niets‘ van dit leven naar het volgende kunnen brengen, behalve de dingen die we doen en laten; de werkelijke inhoud van hoe we ons leven in de gevallen wereld hebben opgebouwd, zal ons zelfs tot in [ – in de eeuwige gedachtenis bij God – ] de dood volgen.
Het zijn de dingen die we doen en nalaten te doen, die ons in navolging van Christus verheffen en wij kunnen de verantwoordelijkheid hieromtrent niet afschuiven op een spelleider of een toezichthouder, de priesters en bisschoppen;
wij blijven ‘zelf verantwoordelijk en zullen bij de wederkomst van Christus verschijnen en persoonlijk verantwoording hebben af te leggen.
Bij het opbouwen van een Christelijk leven dienen wij derhalve heel voorzichtig te zijn in hoe wij ons leven opbouwen – welke persoonlijke keuzes wij maken, waar wij achteraan rennen en wie wij in het proces van volmaaktheid nastreven ons vertrouwen schenken. 

Wat voor soort christen wil je zijn?
Wij dienen ontzettend voorzichtig te zijn in die dingen,
die we onszelf toestaan te doen !!!

Christus zendt Paulus uit – Ο Χριστός του Παύλου μεταδόσεις – البث المسيح بول

Overweeg daarbij wat Paulus zei tegen net gedoopte christenen.
Hij zei: “Neem elkaar zoals eenieder is en vergeef elkaar.
Indien iemand zich over een ander beklaagt en dingen laat gebeuren, die nu eenmaal in de wereld plaatsvinden.
Vergeef die ander onvoorwaardelijk en bidt voor die ander,
zoals ook de Heer voor de mensheid gebeden heeft en ons vergeven heeft,
ook jou vergeven heeft”.
Vergeven wordt dàn als vanzelfsprekend – je behoeft geen vrienden te zijn en
een groot spel te spelen, maar bidt voor elkander.
Ons leven op aarde is weliswaar aandacht besteden aan wereldse bekommernissen, maar tegelijkertijd je blik gericht houden op de Allerhoogste, tot God, en dit onafgebroken volhouden, wetende dat ze niet beperkt blijven tot het plaatselijke aangelegenheden, maar ook aandacht voor Hemelse kwesties en daarbij de Almachtige God voor ogen te blijven houden.

Terwijl we leven, zelfs met Christus als onze basis, zijn er veel verschillende soorten gebouwen die we kunnen bouwen.
We hoorden voorbeelden van de materialen die we zouden kunnen gebruiken bij het lezen van de brief: ‘ – goud, zilver, edelstenen, hout, hooi en stro – ‘.
Maar in die laatste Grote Dag van het Oordeel des Heren zullen niet alle huizen en kerken overeind blijven staan. Degenen die zijn gebouwd op basis van de Blijde Boodschap van Christus, met hoogwaardig geestelijk materiaal zullen het weerstaan en hun bouwers zullen een eeuwige beloning ontvangen.
Zij, die geestelijk ‘goedkoop’ zijn gebouwd, misleid zijn op basis van hout, hooi en stro, zullen verbrand worden op die laatste dag, en de bouwers zullen grote verliezen lijden.

gebouwd met stro

Dit toont ons dat er veel dingen zijn die we in de loop van ons leven kunnen construeren:
1.]. – er zijn geestelijke gebouwen die hun fundering volledig onwaardig zijn, en die gebouwen zullen worden vernietigd en hun bouwers worden veroordeeld;
2.]. – er zijn er die geestelijk ‘zwak‘ zijn, en die gebouwen zullen ook niet overleven, maar [zoals Paulus aangeeft] de bouwers zullen echter nog steeds gered kunnen worden;
3.]. – en tenslotte zijn er die geestelijk ‘goed‘ in elkaar gestoken huizen, die tot in de eeuwigheid zullen voortbestaan en hun bouwers zullen een ‘grote‘ beloning ontvangen.

Deze aanwijzingen van Paulus bieden ons de gelegenheid om eens goed na te gaan denken en onszelf vragen te gaan stellen:
1.]. – wat voor type gebouw heb ik voor mijn Heer en Zaligmaker en mijn God opgebouwd ? en
2.]. – wat voor soort gebouw heb ik tot nog toe in elkaar gestoken in navolging van de Heer en Meester van mijn leven, van Wie ik mijn Redding verwacht ?
Is dat het gebouw van de een of andere wereldse gerichte idool, die mij enkel voor zijn eigen eer en glorie nodig heeft ?

♨︎         Ben ik wel zo serieus bezig in mijn gebedsleven om een relatie met onze Heer en zaligmaker op te bouwen? Òf loop ik enkel maar met de menigte mee en is er helemaal geen sprake van een serieuze relatie – dewelke ik bij mijn doop voor ogen heb gehad?
Heb ik mij  bij Christus aangesloten? Geloof ik in Hem, als mijn Koning en God en leef ik overeenkomstig de daaropvolgend uitgesproken Geloofsbelijdenis?
Dat betekent vervolgens dat ik mij ‘volledig‘ en niet maar’ half‘ òf ‘bij tijd en wijlen‘ aan Christus en Zijn Blijde Boodschap onderwerp. Dàt wordt hard werken en verdient onze volledige aandacht.
Wij Christenen willen onze Heer en Meester van ons leven geen kapot gemaakt, aan de wereld overgegeven leven aanbieden. Wij distantiëren ons in alles wat ons in verzoeking tracht te brengen en wanneer wij door ons gedrag van Hem zijn afgeweken – proberen we dit zo snel als mogelijk weer te herstellen.
Wij wensen helemaal geen onvolmaakt bouwwerk op basis van macht en financieel voordeel, welke aan alle kanten rammelt en stinkt. Wij willen niet dat dit ‘alles is’ wat we kunnen laten zien wanneer we het einde van ons aardse verblijf hebben bereikt.
Kun je jezelf een grotere vernedering voorstellen wanneer alles wat we hebben voor God aan te bieden, Die voor ons mensen en om onze verlossing in het vlees geleden heeft, gestorven is en begraven werd en daarmee ons Heil verwierf. Indien alles wat we hebben aan te bieden een vervallen hut is met een rieten dak – welke op instorten staat – òf – klaar staat om verbrand te worden?

♨︎         Wanneer we de inhoud van ons leven analyseren, zoals we dat altijd doen vóórafgaand aan de ontmoeting in de Goddelijke Liturgie. Telkenmale komen we onveranderlijk als we zijn – zwakheden, onvolmaaktheden en daadwerkelijke miskleunen – tegen, die we mogen opbiechten.
Dus als we zien dat we balen hooi aandragen en slechts proberen dàt materiaal te gebruiken als een offer dat de Heer waardig is
dàn – we weten dat we moeten stoppen,
dàn – weten we dat ons dienen te bekeren en
dàn – weten we dat we van richting dienen te veranderen.
We dienen ons deel van ons leven te heroriënteren in Christus, zodat
we heilige inhoud kunnen trekken en een waardig offer aan de Heer kunnen brengen.
Zo niet
dàn – doen we maar wat en proberen uit hoogmoed voor het oog van de mensen,
voordeel te behalen bij de mensen in plaats van bij God.
Door het materiaal waarmee je bouwt, zullen je goede en kwade werken duidelijk worden.
Die werken die geestelijk als zilver en goud en kostbare stenen zijn,
zullen een eeuwig huis bouwen – zij bieden weerstand aan de woestijnhitte, waarin wij verkeren.

Werken van stro en hooi zullen nooit mogen bestaan. We kunnen helaas momenteel niet in ongelooflijke diepte praten over welke werken bijvoorbeeld goud versus stro zijn.
Maar daarbij kan wel een zeer krachtig in het Nederlands vertaald werk worden aanbevolen [http://www.maranathahouse.info/home.html]:
– een citaat van Vader Zacharias [priestermonnik/ biechtvader] in het klooster van ouderling Sophrony in Engeland, hij zegt:

Het ‘Jezusgebed’ òfwel
het gebed van het hart
genoemd

De meest praktische manier om een [waardige] Tempel van God te worden is het aanroepen van de Heilige Naam van Jezus, omdat het een gebed en aanroep is dat altijd bij ons kan zijn”.
Ons heilig werk dient bij uitstek een werk van gebed te zijn, want
– dit gebed houd je dag en nacht bij de les, dit Jezusgebed, het gebed van het hart; en
– wanneer dit gebed voortdurend in onze gedachten, in ons hart en op onze lippen is, 
ben je scherpzinnig, maar voorzichtig bezig – het leven op te bouwen op het fundament van Christus dat wij vrijelijk verkregen hebben bij onze doop”.

We kunnen hutten bouwen die alleen maar tijdelijk brand-bestendig zijn,
òf prachtige geestelijke tempels van zilver en goud – de keuze is aan ons.
Mogen we altijd die dingen kiezen die
onze lieve Heer en Heiland, Jezus Christus onze God,
welgevallig zijn.

    Het volk dat in donkerheid wandelt, ziet een groot Licht; over hen die wonen in een land van diepe duisternis, straalt een Licht.
Gij [God] hebt het Volk vermenigvuldigd, zijn vreugde groot gemaakt; het verheugt zich voor uw aangezicht als met de vreugde bij de oogst, zoals men juicht bij het verdelen van de buit.
– Want het juk dat het drukte, en de stang op zijn schouder, de roede van zijn drijver, hebt Gij verbroken als op Midjan’s-dag.
– Want elke schoen die dreunend stampt, en elke mantel, in bloed gewenteld, zal verbrand worden, een prooi van het vuur.
– Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de Heerschappij rust op Zijn schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst.
Groot zal de heerschappij zijn en eindeloos de Vrede op de troon van David en over Zijn [Hemels]  Koninkrijk, doordat Hij het sticht en grondvest met Recht en Gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid.
– De ijver van de Heer der Heerscharen zal dit doen.
– De Heer heeft een Woord gezonden in Jaäcob [in de richting van de hielenlichter] en het is gevallen in Israël [de Kerk]“ Isaiah 9: 1-7.

Eer aan God in den hoge en Vrede op aarde
[en in de kerken onderling]
voor alle tijden!

Jan 1e – Besnijdenis van onze Heer en Verlosser Jezus Christus & feest van H. Basilios de Grote.

    En de herders keerden terug, God lovende en prijzende om alles wat zij hadden gehoord en gezien, gelijk het hun gezegd was.
       En toen acht dagen vervuld waren, zodat zij Hem moesten besnijden, ontving Hij ook de Naam Jezus, Die door de engel genoemd was, eer Hij in de moederschoot was ontvangen.
       Het kind groeide op en werd krachtig, en het werd vervuld met Wijsheid, en de Genade Gods was op Hem.
       En zijn ouders reisden elk jaar naar Jeruzalem, op het Paasfeest.
En toen Hij twaalf jaar was geworden en zij, zoals dit bij het feest gebruikelijk was, optrokken, en de feestdagen voleindigd hadden, bleef het kind Jezus bij hun terugreis te Jeruzalem achter, en Zijn ouders bemerkten het niet. Daar zij vermoedden, dat Hij bij het reisgezelschap was, gingen zij een dagreis ver en zochten Hem onder de verwanten en bekenden.
       En toen zij Hem niet vonden, keerden zij terug naar Jeruzalem, Hem zoekende.
       En het geschiedde na drie dagen, dat zij Hem vonden in de Tempel, waar Hij zat te midden der leraren, terwijl Hij naar hen hoorde en hun vragen stelde.
       Allen nu, die Hem hoorden, waren verbaasd over Zijn verstand en Zijn antwoorden.
En toen zij Hem zagen, stonden zij versteld en zijn moeder zei tot Hem:
       ‘Kind, waarom hebt Gij ons dit aangedaan? Zie, uw vader en ik zoeken U met smart!’
            En Hij zei tot hen:
‘ Waarom hebt gij naar Mij gezocht? Wist gij niet, dat Ik bezig moet zijn met de dingen van Mijn Vader?
En zij begrepen het woord niet, dat Hij tot hen sprak. En Hij ging met hen terug en kwam te Nazareth en was hun onderdanig. En zijn moeder bewaarde al deze woorden in haar hart.
            En Jezus nam toe in wijsheid en grootte en Genade bij God en mensen”.
Luc.2-20,21;40-52.

    Ziet toe, dat niemand u zal medeslepen door zijn wijsbegeerte en door ijdel bedrog in overeenstemming met de overlevering der mensen, met de wereldgeesten en niet met Christus,
want in Hem woont al de volheid der godheid lichamelijk; en gij hebt de volheid verkregen in Hem, die het hoofd is van alle overheid en macht.
       In Hem zijt gij ook met een besnijdenis, die geen werk van mensenhanden is, besneden door het afleggen van het lichaam van het vlees, in de besnijdenis van Christus, daar gij met Hem begraven zijt in de doop. In Hem zijt gij ook mede opgewekt door het Geloof aan de werking Gods, die Hem uit de doden heeft opgewektCol.2: 8-12.

 

Μια τριπλή σημείωση δεν μπορεί να διαχωριστεί εύκολα; Een drievoudig snoer kan niet gemakkelijk worden gescheiden; ملاحظة ثلاثية لا يمكن فصلها بسهولة

Waarom hebben jullie naar Mij gezocht?
Wisten jullie dan niet, dat Ik bezig moet zijn met de dingen van Mijn Vader?
    Kan iemand er een [enkeling] overweldigen,
twee zullen tegenover Hem kunnen standhouden; en
een drievoudig snoer wordt niet spoedig verbroken
Pred. 4: 12.

Waar staan ‘wij’ als Gemeenschap in Christus verbonden tegenover deze lezingen, die ons toch maar aangeboden worden in de hoogtijdagen van God’s Geboorte in het vlees.

De Geboorte van het Licht van de Wereld welke wij vieren, wat inhoudt dat wij hunkeren naar ‘een betere tijd’ en ons er persoonlijk toe aanzet – ‘nog vasthoudender’ ons best te doen – op de weg, die wij in de doop op ons hebben genomen.
              Wij hebben ons voorgenomen het vandaag en morgen beter te doen dan tot nu toe en hebben ons ondanks vallen en opstaan vast voorgenomen dat ‘hier en nu’ ten uitvoer te brengen.
In deze tijd van het jaar wordt onze geest voortdurende afgeleid door de wereldgeesten en als tegenactie in overeenstemming gebracht met Christus, want
in Hem’ woont àl de volheid van het Goddelijke lichamelijk en in Hem wordt de Volheid verkregen, Die het Hoofd is van alle overheid, de financiële en bestuurlijke macht van de wereld [de Kerk].

De wereld raast niets ontziend onder ‘hels kabaal’ opdringerig over ons heen en
het is mijn vaste overtuiging, dat wij slechts door gezamenlijk – ‘alsof we één zijn’ – op te treden tegen het geweld wat ons omringt;
hoe gek je er ook [ – ‘als dwaas om Christus’ – ] op wordt aangekeken.
            Eenheid in de Kerk wordt slechts bereikt in Christus en het is een goede tijd om dit door te brengen in het gezin, de gemeenschap waarin onze heiliging plaats vindt naast die door ons – persoonlijk uitgekozen – gemeenschap met de christenen buiten onze voordeur.
Wanneer je de lijdende moderne mens nader beschouwt en de geschiedenis van de mensheid kent, wordt zowel ‘de adel van zijn oorsprong‘ als ‘zijn decadentie‘ opgemerkt en vallen je de schellen van de ogen.
           Het toont immers aan dat het menselijk ras voor -‘iets beters’- uit het slijk der aarde werd gevormd.
          Wij worden als mens door alle perikelen van het alledaagse in beslag genomen dat er onderling maar weinig overblijft tot de werkelijkheid van het bestaan te komen en ons te verdiepen ‘in datgene wat ons drijft‘, wat ons bezielt, ons aanspreekt.
Wij laten ons door niemand meeslepen, die ons met wijsbegeerte en ijdel bedrog in overeenstemming brengt met de overlevering van de mensen, met de wereldgeesten en niet met Christus, al komen zij nog zo indrukwekkend over.

De meeste mensen worden afgeleid door de stroom van gedachten, die in de mensenwereld ronddwalen, zien geen kwaad in de stroom zelf en daarom wordt deze dag een betoog gehouden je daar maar eens overtuigend van te distantiëren.
            De wereld [óók de Kerk] zit vòl van manipulatie en eigen belang en tracht de mens achter een bepaald karretje te spannen. Het is een menselijke gewoonte, die in eeuwen is gegroeid – in de tijd voorafgaand en in de tijd volgend op de Geboorte in het vlees van onze Heer en Verlosser, we behoeven ons niet beter voor te doen dan de Farizeeën en Schriftgeleerden.  
            Het gebruik maken van de kuddegeest der mensen is ‘niet’ te rechtvaardigen noch te verdedigen, maar men probeert op een wereldse wijze de gedachten in dezelfde richting te leiden . . . . . en dàt is mensenwerk, dàt is ‘niet’ van God, dat is ‘niet’ de Wil van onze Vader, in de Hemelen.
God heeft van den beginne bevolen dat er maar ‘één Waarheid‘ is en toen bleek dat wij daar als mens niet toe in staat zijn:
    Heeft God, toen de volheid des tijds gekomen was, zijn Zoon uitgezonden geboren uit een 
vrouw, geboren onder de Wet, om hen, die onder de wet waren, vrij te kopen, opdat wij het recht van zonen zouden verkrijgen.      En, dat gij zonen zijt – God heeft de Geest van Zijn Zoon uitgezonden in onze harten, die roept: Abba, Vader. Wij zijn dus niet langer slaaf, doch kind; indien gij kind van God zijt, dan zijt gij ook erfgenaam door GodGal.4: 4-7.
            En wat gebeurt er vervolgens, het is de mens eigen, de stroom van gedachten wordt opnieuw dusdanig afgeleid dat een gewone gelovige – van de kudde des Heren – door de bomen het bos niet meer ziet, ‘de Waarheid wordt zeldzaam onder de mensen’.
            Ook wij zijn ons bewust geen heilige meer te zijn doch de heimwee naar God’s beeld en gelijkenis blijft in ons binnenste wroeten.
Zonder het nauwkeurig dóór te hebben, er inzicht in te hebben, worden ik weet niet hoeveel mensen aangetrokken tot de schoonheid van het Licht.
En wij kunnen ons regelmatig afvragen, wat wij hier in God’s Naam in dit tranendal komen doen.
Misschien is dit bij de schepping ontstaan en hebben wij als mens dat verlangen in Zijn Naam volmaakt te zijn van onze Schepper meegekregen; heeft Hij deze behoefte als het ware in onze genen verstopt. Wij zijn als de gehele natuur, die van het Licht afhankelijk is – zonder Licht is er 
immers geen groen, ja geen hoop meer, geen leven.

Laten we God daarom bedanken voor de Gave van Zijn dierbare Zoon en God slechts door de innige verbintenis in Liefde met elkander delen. Vaak staan mensen juist in deze Kerstperiode méér ópen en kláár om de Blijde Boodschap en het goede nieuws te horen. Er zit in deze periode gewoon verandering in de lucht, misschien komt dat wel doordat alles gewoon stil ligt.
De schoorstenen stoten hun vuiligheid niet meer uit waardoor de adem van de Heilige Geest beter tot ons doordringt, het rumoer van de straat neemt af, zodat onze oren beter horen en de mist trekt op zodat wij beter kunnen zien.
Já, er zit verandering in de lucht, het gevoel dat de dingen anders, lichter en vrolijker zal kunnen – indien ‘wij’ mensen maar gehoor geven aan de roep in de woestijn van het leven:
    Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; 
want Mijn juk is zacht en mijn last is lichtMatth.11: 28-30;
indien wij wèrkelijk het in onze verbintenis opgenomen juk opnemen en onze voornemens nakomen.

Sommige mensen voelen echter een zwaar gevoel, lijden aan gevoelens van eenzaamheid en depressie en zijn wanhopig op zoek naar de Blijde Boodschap over Gods liefde.
De Geboorte van onze Heer en Verlosser uit de maagd, de Theotokos, is en was wonderbaarlijk net als het leven dat onze Heer en Verlosser heeft geleefd !:

 

– ‘The-Morning-after-the-Deluge‘ [ochtend na de zondvloed]- painted by WilliamTurner; – ‘Licht-dat-ons-aanstoot-in-de- morgen‘ – composed by Huub Oosterhuis

    Licht dat ons aanstoot in de morgen, voortijdig licht waarin wij staan koud, één voor één, en ongeborgen, licht overdek mij, vuur mij aan. Dat ik niet uitval, dat wij allen zo zwaar en droevig als wij zijn niet uit elkaars genade vallen en doelloos en onvindbaar zijn”.

    Licht, van mijn stad de Stedehouder, aanhoudend Licht dat overwint. Vaderlijk Licht, steevaste schouder, draag mij, ik ben jouw kijkend kind. Licht, kind in mij, kijk uit mijn ogen of ergens al de wereld daagt waar mensen waardig leven mogen en elk Zijn Naam in Vrede draagt”.

    Alles zal zwichten en verwaaien wat op het Licht niet is geijkt. Taal zal alleen verwoesting zaaien en van ons doen geen daad beklijft. Veelstemmig Licht, om aan te horen zolang ons hart nog slagen geeft. Liefste der mensen, Eerstgeboren, Licht, laatste Woord van Hem Die leeft”.
Huub Oosterhuis

    Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en wij hebben Zijn Heerlijkheid aanschouwd, een Heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader, vol van Genade en Waarheid” John.1: 14.

Het besneden [gedoopte] Kind van het Verbond groeide op en werd krachtig, en het werd vervuld met Wijsheid, en de Genade van God was op Hem.
       En het gezegend Kind reisde, als Zoon van God, met Zijn ouders elk jaar naar Jeruzalem, op het Paasfeest.

Apolytikion     tn.1
    Ofschoon Gij van nature God waart,
boven alles medelijdende Heer,
hebt Gij zonder verandering te ondergaan,
de menselijke natuur op U genomen.
Om de Wet te vervullen hebt Gij de Besnijdenis verduurd,
opdat er een einde zou komen aan de duisternis en
ook om de zware sluier van ons [menselijke] driften weg te snijden.
Eer daarom aan Uw Goedheid,
Eer aan het Woord, uw onzegbare afdaling tot de mensen
”.

Troparion     tn.3
    Gij, Al-Beheerser, hebt de Besnijdenis ondergaan,
om onze overtredingen we te snijden, o Goede.
Daardoor schenkt Gij Verlossing aan heel de wereld.
En in den hoge verheugt zich ook de Hogepriester van de Schepper:
de lichtstralen verkondiger van Christus’ Mysteriën,
onze Heilige Vader Basilios [de Grote]
”.

De Heilige Basilios de Grote [329 -1 jan. 379], die vandaag eveneens gevierd wordt, is van ontzettend grote betekenis geweest voor het Orthodoxe monnikswezen.
Met de aanduiding monnikswezen wordt de beweging van personen bedoeld, die zich vanuit religieuze overtuiging bewust afkeren van de wereld en daarbij afzien van het stichten van een gezin. Zij kiezen bewust voor deze speciale levensinvulling om zich in hun leven geheel tot God te kunnen richten.
Nadat de moeder van Basilios, Emilia als martelares omkwam werd hij als oudste zoon met zijn 4 broers en 5 zusters opgevoed door zijn grootmoeder Macrina; ondanks de vervolging van de christenen hield deze hen staande in haar Christelijk Geloof. Op jeugdige leeftijd stak Basilios vèr boven zijn leeftijdgenoten uit, waarop hij naar Constantinople vertrok om aldaar filosofie te studeren.
Na verloop van 5 jaar aldaar vertrok hij voor ongeveer 5 jaar naar Athene om z’n studie af te ronden. In Athene ontmoette hij de H. Gregorius van Nazianze met wie hij een woning deelde en met wie hij een vriendschap ontwikkelde, waarbij zij als ‘één van geest‘ weerstand boden aan de latere keizer Julianus, die zich als christenvervolger ontpopte.

Heilige Basilios zette zich vooral in voor het gemeenschappelijk monniksleven, omdat dit ‘veel gemakkelijker‘ recht doet aan de grondgedachte van het Christen-zijn dan het individuele kluizenaarsleven.
Vanaf zijn 28e jaar tot aan zijn priesterwijding op zijn 40e was hij zelf monnik in het klooster van Annesi in Pontus. Maar vooral later, toen hij toezichthouder [bisschop] werd gewijd, schreef hij vele brieven aan allerlei klooster-gemeen-schappen naar aanleiding van kwesties betreffende zowel het geestelijk als het praktisch christelijk leven.
De verzameling van deze brieven wordt wel de ‘basilios-regel‘ genoemd en vormt de grondslag van het orthodoxe monnikswezen. Hij is eveneens bekend door zijn samenstelling van de Basilios-Liturgie, een wijze van Eucharistie vieren, die de Orthodoxe Kerk naast de hoogfeesten en ook zijn eigen feestdag steeds voltrekt, vooral op de Zondagen van de grote en Heilige vastenperiode.
Met name de tekst van de Eucharistische Canon onderscheidt zich in een bezielende taal, die heel de loop van he Goddelijk Heilswerk aan ons voorbij doet trekken.

Troparion     tn.1
Over de gehele aarde is uw roep uitgegaan toen
zij uw woord aannam, waardoor gij het wezen van de dingen hebt uitgelegd,
en de zeden van de mensen schoner hebt gemaakt.
Koninklijke priester, heilige Vader Basilios,
bid tot Christus God, om onze zielen te redden
”.

31e December – Orthodoxie & afscheid bij het naderend einde

    Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u,
wie niet door de deur de schaapskooi binnenkomt, maar
op een
andere plaats inklimt, die is een dief en een rover; maar
wie door de deur binnenkomt, is de herder van de schapen.
Voor hem doet de deurwachter open en de schapen horen naar Zijn stem en
Hij roept Zijn eigen schapen bij name en voert ze naar buiten.
Wanneer Hij Zijn eigen schapen alle naar buiten gebracht heeft,
gaat Hij voor ze uit en de schapen volgen Hem, omdat
zij Zijn stem kennen; maar een vreemde zullen zij voorzeker niet volgen,
doch zij zullen van hem weglopen, omdat
zij de stem van de vreemden niet kennen.
       In dit beeld sprak Jezus tot hen, maar zij begrepen niet, wat het was, dat Hij tot hen sprak.
Jezus zeide toen nogmaals:
      Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:
  Ik ben de deur voor de schapen. Allen, die voor Mij gekomen zijn,
zijn dieven en rovers, maar de schapen hebben naar hen niet gehoord.
  Ik ben de deur; als iemand door Mij binnenkomt, zal hij behouden worden; en
hij zal ingaan en uitgaan en weide vinden.
De dief komt niet dan om te stelen en te slachten en te verdelgen; Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed.
  Ik ben de goede herder. De goede herder zet Zijn leven in voor Zijn schapen, maar
wie huurling is en geen herder, wie de schapen niet toebehoren,
ziet de wolf aankomen, laat de schapen in de steek en vlucht
– en de wolf rooft ze en jaagt ze uiteen
– want hij is een huurling en de schapen gaan hem niet ter harte.
  Ik ben de goede herder en Ik ken de Mijne en de Mijne kennen Mij,
gelijk Mij de Vader kent en Ik de Vader ken, en Ik zet mijn leven in voor de schapen.
Nog andere schapen heb Ik, die niet van deze stal zijn; ook
die moet Ik leiden en zij zullen naar Mijn stem horen en het zal worden een kudde, een herder.
  Hierom heeft Mij de Vader lief, omdat Ik Mijn leven afleg om het weer te nemen.
  Niemand ontneemt het Mij, maar Ik leg het uit Mijzelf af.
Ik heb Macht het af te leggen en Macht het weer te nemen;
dit gebod heb Ik van Mijn Vader ontvangen.
Er ontstond opnieuw verdeeldheid onder de Joden om die woorden.
En velen van hen zeiden:
Hij is bezeten en waanzinnig; waarom luistert gij naar Hem?
Anderen zeiden:
Dit zijn geen woorden voor een bezetene, een boze geest kan toch de ogen van 
blinden niet openen?John10: 1-21.

    Toen de dagen van David’s sterven naderden, gebood hij zijn zoon Salomo:

Zoals Isäac zijn zoon Jaäcob zegent, zegent David zijn zoon Salomon – zo zegent de ouder z’n kind, al eeuwen lang

    Ik sta op het punt de weg der gehele aarde te gaan, wees gij nu sterk en toon u een man; en neem uw plicht jegens de Heer, uw God, in acht: wandel op Zijn wegen en onderhoud zijn inzettingen, geboden, verordeningen en getuigenissen, zoals geschreven staat in de Wet van Mozes, opdat gij voorspoedig volvoeren moogt alles wat gij doet en alles wat gij onderneemt, opdat de Heer het Woord gestand zal mogen doen, dat Hij aangaande mij gesproken heeft:
– Indien uw zonen op hun weg acht geven en in trouw, met hun gehele hart en met hun gehele ziel, voor mijn aangezicht wandelen, dan zal het u niet ontbreken aan een man op de troon van Israël.
Nu weet gij ook wel, wat Joab, de zoon van Seruja, mij aangedaan heeft, wat hij namelijk gedaan heeft aan de beide legeroversten van Israël, aan Abner, de zoon van Ner, en aan Amasa, de zoon van Jeter, hoe hij hen gedood en in vredestijd bloed vergoten heeft als was het oorlog, en dit bloed gebracht heeft aan de gordel om zijn middel en aan het schoeisel aan zijn voeten.
     Handel dan naar uw wijsheid, en laat zijn grijze haar niet in vrede in het dodenrijk neerdalen.
Doch aan de zonen van de Gileadiet Barzillai zult gij weldoen, zodat zij onder uw disgenoten zijn, want zo zijn zij mij tegemoet gekomen, toen ik voor uw broeder Absalom vluchtte.
En zie, bij u is Simi, de zoon van Gera, de Benjaminiet uit Bachurim; hij was het, die mij met een vreselijke vloek vervloekte, toen ik naar  Machanaim ging; hij was het ook, die mij tegemoet kwam naar de Jordaan; toen heb ik hem bij de Heer gezworen: Ik zal u niet met het zwaard doden.
     Maar nu moet gij hem niet ongestraft laten, want gij zijt een wijs man, en weet wel, wat gij hem doen moet om zijn grijze haar met bloed in het dodenrijk te doen nederdalen.
     Toen ging David te ruste bij zijn vaderen en werd begraven in de stad van David.
De tijd nu, die David over Israel geregeerd heeft, is veertig jaar; te Hebron regeerde hij zeven jaar, en te Jeruzalem regeerde hij drieëndertig jaar.
En Salomo zat op de troon van zijn vader David, en zijn koningschap werd zeer bevestigd” 1Kon. 2: 1-12.

‘ De Heer is Mijn Herder’

    De Heer is mijn Herder, het ontbreekt mij aan niets.
Op grazige weiden doet Hij mij verblijven; aan verkwikkende wateren heeft Hij mij geleid. Hij heeft mijn ziel bekeerd. Hij leidt mij langs het pad der gerechtigheid omwille van Zijn Naam.
Zelfs al ga ik midden in de schaduw van de dood, dan vrees ik geen kwaad, want Gij zijt met mij. Uw staf en Uw stok, juist deze zijn mijn troost.
Gij richt een tafel voor mij aan, voor de ogen van mijn verdrukkers.
Met olie zalft Gij mijn hoofd: hoe heerlijk is Uw heilige Kelk!
Uw barmhartigheid volgt mij van nabij, alle dagen van mijn leven.
Ik mag wonen in het Huis des Heren, tot in lengte van dagenPsalm 22[23] vert ROK ’s-Gravenhage.

Hoe kunnen wij op vreemde grond het lied des Heren zingen?
Als ik u ooit zou vergeten, Jerusalem, dan zal ook mijn rechterhand worden vergeten. Dat mijn tong aan mijn verhemelte zal kleven, wanneer ik u niet zou gedenken
” 
Psalm 136[137]: 4-6 vert. ROK ’s-Gravenhage.

Bezinning aan het eind van het jaar
Waarom zouden we wanneer wij afstand nemen van deze wereld onze kinderen niet zegenen, wat is er zo speciaal aan deze Joods-Christelijke traditie?

Geloof in de woestijn

Hoewel onze kinderen heden-ten-dage worden geboren in een heidense, afgodische humanistische cultuur [de woestijn van Egypte], ben je al blij wanneer ze trouw zijn gebleven aan de aanbidding van de God van Israël [de Kerk].
Dit is immers wat we verlangen naar onze kinderen toe – dat zij ondanks dat ze omringd zijn door een zee van twijfelachtige ethiek en moraliteit, ze zullen opgroeien tot een goed karakter, vasthouden aan het Geloof in de Ene Ware God, Hem aanbidden in de Geest en Waarheid, de Wet, Die is geschreven in de harten van degenen die onze Heer en Verlosser volgen.
Wanneer wij onze kinderen aan het eind van het jaar zegenen om als Ephraïm [Hebr.= ‘dubbel vruchtbaar’] en Manasse [Hebr.=‘doen vergeten’] te zijn, sporen we hen aan de negatieve groepsdruk en immoraliteit van de samenleving waarin ze leven te weerstaan, en in plaats daarvan trouw te blijven aan de waarden die wij hen op basis van het Woord van God hebben geleerd. Mogen zij rijkelijk gezegend zijn wanneer zij net als de volgelingen van Christus met ons het gedeelte van de Blijde Boodschap bestuderen dat ons dag-in-dag-uit in dienstbaarheid aan God in Christelijke Gemeenschappen over de hele wereld zal worden gelezen.

Apostel Paulus onderwijst
Christus’ Blijde Boodschap

En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt [hierdoor] getransformeerd door de vernieuwing van uw denken, zodat u kunt bewijzen wat de Wil van God is, wat goed, aanvaardbaar en perfect isRom.12: 2.

Wanneer we zegenen
– smeken we God’s kracht af, het is een gebed en gebed heeft de kracht niet alleen anderen – door gebeurtenissen te veranderen.
We kunnen zelf veranderen
wanneer we de Kracht van God aanroepen te werken in iemand die ons heeft vervloekt en/of ons pijn gedaan heeft en/of die persoon zal veranderen in een beter persoon.
Het zien van onze eigen vooruitgang en die van anderen helpt ons dóór te gaan om in ieder geval meer volmaakt te worden zoals onze Heer en Verlosser.
Maar zelfs wanneer mensen niet veranderen, verandert gebed ons wanneer wij onszelf aan God geven om Hem te dienen, Zijn Wil te aanvaarden.
We loven Hem voor de prachtige God die Hij is en de ongelooflijke dingen die Hij al gedaan heeft doordat wij onszelf in persoonlijk gebed open stellen voor het werk van de Heilige Geest.
God kan ons hart veranderen, 
indien we proberen Hem te eren, door te doen wat juist is.
In dit geval is het bidden voor degenen voor wie we van nature ‘niet’ zouden willen bidden.
Een dergelijk gebed is een daad van Geloof en onderwerping:
Vader, laat datgene wat bereikt is, uw Wil zijn en niet mijn wil”.
Hoewel dit gebed onnatuurlijk is, zijn we ook onnatuurlijk,  we zijn immers God’s geestelijke kinderen.
Het verlossen van diegenen die verloren gaan in haat, bitterheid, woede en boosheid is belangrijk voor ons.
Ons doel is dat degenen die ons mishandelden uiteindelijk hun weg vinden naar het Hemels Koninkrijk en onze broeder of zuster in Christus worden.
En daarom kunnen we niet anders dàn bidden!

God’s Genadegaven manifesteren zich in ons als een levend offer, heilig en aanvaardbaar voor God, hetgeen immers onze geestelijk aanbidding inhoudt.
Gebed is niet vrijblijvend
– het streven naar een moreel hoogstaand karakter in de Heer verplicht je tot iets;
– ten opzichte van jezelf en ten opzichte van anderen.
Een nieuwe weg komt niet aanwaaien, deze dient ondersteund te worden door de Genade van de Heilige Geest.
Liefde is een gebeuren van God en de mensen, die wederzijds is
– het een vraagt om het andere en dat komt voor de mens neer op
een overgave tot een offer.

Christus roept ons

Daarom doet Christus in Zijn Lichaam een beroep op God’s kinderen, dat wil zeggen er wordt een beroep op jou persoonlijk gedaan op basis van datgene wat eerder geweest is in de geschiedenis, die  begon met het feit dat God de mens schiep uit Liefde voor de mens; Hij had de mens, Zijn Schepping, lief – anders was Hij er niet aan begonnen.

En wanneer je iemand lief hebt dan schept dat verwachtingen,  die niet beschaamd mogen worden – want God heeft de mensen nimmer beschaamd.
Alles wat God richting de mens heeft ondernomen is als een Vader geweest, ter vervolmaking – een Vader heeft immers het beste met z’n kinderen voor.
En als Vader onderkende Hij dat wij mensen er niet uitkwamen en daarop stuurde Hij Zijn Zoon.
God is ons Genadig geweest door de dood en opstanding van Jezus Christus.
Vanwege Christus worden zij die in Hem geloven  gerechtvaardigd door Geloof en verzoend met God en hebben daar door de Hoop op de erfenis, de eeuwige vreugde.
Er is daarom geen veroordeling voor hen die in Christus Jezus zijn, wat
ze ook mogen uithalen – God is immers Barmhartig.

Bouw daarom je eigen Christelijk leven op, zoek een gemeenschap, die je hierbij tot steun is –  die eveneens het beste met jou vóór heeft, een christelijke gemeenschap, hoewel ook dit maar mensenwerk blijft.
Ook in een christelijke gemeenschap worden grove fouten gemaakt.
Maar dáár behoeven we – zó er respect en onderlinge vergeving bestaat
– niet in te blijven hangen; onderling respect betekent dat  je op basis van gelijkwaardigheid communiceert, werkelijk in elkaar geïnteresseerd bent.
Wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt getransformeerd door de vernieuwing van je geest, dat je door jezelf te testen kunt onderscheiden wat de Wil van God is, wat goed en aanvaardbaar en misschien wel perfect is.
Een dergelijke geestelijke weg vind je niet vanzelfsprekend, dàt vraagt geduld en wijsheid, dàt kan ook nog wel eens -‘ heel erg pijn doen‘ – want het betreft een weg, die gebouwd is op Christus en dat komt niet voort uit het niets doen, uit
het uit de weg gaan van confrontaties, uit hoogmoed.
Dergelijke keuzes hebben een wortel, welke gebaseerd is op een visie, een Goddelijk inzicht, welke beschreven staat in de Blijde Boodschap.

Christus, Verlosser

In de blijde Boodschap wordt de Goddelijke weg van de mens beschreven tot het Hemels Koninkrijk, datgene wat onbereikbaar blijkt maar goed is om er naar te streven.
Toon genade met opgewektheid. . . . Laat je liefde echt zijn. . . . Geef aan de heiligen, medereizigers. . . . Zegen degenen die je vervolgen. . . . Huil met degenen die huilen. . . .  Beschouw jezelf als de minste onder jullie. . . . Reageer op niemand door wraak te nemen. . . .  Indien je vijand honger heeft, geef hem dan te eten“.

Apostel Paulus in de Romeinse gevangenis, Rembrandt, Harmen’szoon van Rijn ca. 1627

    Daarom, al zou ik [Paulus] volle vrijmoedigheid in Christus hebben om u te gelasten wat betaamt, toch geef ik ter wille van de liefde de voorkeur aan een verzoek. Nu het zo met mij is, dat ik, Paulus, een oud man ben, thans bovendien een gevangene van Christus Jezus, kom ik u een verzoek doen voor mijn kind, dat ik in mijn gevangenschap verwekt heb, Onesimus [Hebr.=‘nuttig zijn, helpen, nut ontvangen, geholpen worden òf vreugde beleven aan]’, die vroeger onbruikbaar voor u was, maar nu zeer bruikbaar is, zowel voor u als voor mij. En ik zend hem, dat wil zeggen mijn hart, aan u terugFilémon [Hebr.=’iemand, die kust’] 1: 8-12.
     Een leven onder God’s gezag is een leven van aanbidding,
wat je modelleert, wat op het punt staat een levensopdracht voor je te worden.
Voordat je denkt dat het christelijke leven alles te maken heeft met
barmhartig zijn tegenover mensen, besef dàn dat het alles te maken heeft met
het eerbiedig zijn naar God toe.
Voordat wij onszelf genadig weggeven aan de mens,
geven wij onszelf weg in aanbidding tot God.

Dit is cruciaal om te zien.
     We dienen het christelijke leven nooit te laten afdwalen in slechts een ‘sociale agenda’, want als God buiten beschouwing wordt gelaten, zal onze genadegave slechts een slap aftreksel van sociale omgang betekenen.
Daarom gaat overgave in Christelijke zijn nèt een hele stap verder dan wat in de wereld als aanvaardbaar wordt geacht.
In de Joods-Christelijke cultuur vindt het ‘onwaarschijnlijke’ plaats, het kàn bijna niet waar zijn – het overstijgt het normaal-menselijke:
– dáárom dient er een kinderpardon plaats te vinden.
– dáárom offert de mens zich met hart en ziel op aan de minderbedeelden,
neemt de financiële agenda slechts een ondergeschikte plaats in.
– wordt er vanuit een vredelievende manier overleg gepleegd in plaats
van naar de wapens te grijpen.
– heeft men zorg voor elkaar.

Ik sluit deze laatste inbreng van het jaar af met nog twee verklaringen van de apostel Paulus, Zijn eigen getuigenis van verlangen en Zijn vermaning aan ons:
1.].    Want ik weet, dat dit mij tot behoud zal strekken door uw gebed en de bijstand van de Heilige Geest van Jezus Christus, naar mijn vurig verlangen en hopen, dat ik in geen enkel opzicht beschaamd zal staan, maar dat met alle vrijmoedigheid, zoals steeds, ook nu Christus zal worden grootgemaakt in mijn lichaam, hetzij door mijn leven, hetzij door mijn doodPhil.1: 20.
2.].     Weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, die in u woont, die gij van God ontvangen hebt, en dat gij niet van uzelf zijt? Want gij zijt gekocht en betaald. Verheerlijkt dan God met uw lichaam1Cor.6: 19-20.
Met andere woorden:
  Presenteer je lichamen als een levend offer, heilig en aanvaardbaar voor God, wat je spirituele aanbidding is.
  Laat de waarde van Christus zien door de manier waarop je je lichaam gebruikt.
    Rechtvaardigen juicht in de Heer; de gerechten past lofzang.
Belijdt den Heer op de harp, zingt een Psalm voor Hem op de tiensnaar.
Zingt voor Hem een nieuw lied, zingt goed het overwinningslied.
Want recht is het Woord des Heren, al Zijn werken zijn trouw.
De Heer bemint goedertierenheid en recht; de barmhartigheid des Heren vervult de aarde.
Door het Woord des Heren staan de Hemelen vast; door de adem van Zijn mond al hun krachten.
Als in een wijnzak verzamelt Hij het water der zee, in Zijn schatkamers bergt Hij de afgrond.
Dat heel de aarde de Heer vreze, dat voor Hem beven alle bewoners der wereld.
Want Hij sprak, en alles ontstond; Hij gebood, en het heelal werd geschapen.
De Heer verijdelt de plannen der heidenen, Hij verwerpt de gedachten der volkeren en de  voornemens der vorsten.
Maar het plan des Heren blijft in eeuwigheid; de gedachten van Zijn hart houden stand van  geslacht tot geslacht.
Zalig het Volk, wiens God de Heer zelf is: het Volk dat Hij Zich tot erfdeel verkiest.
De Heer ziet neer uit de Hemelen, Hij aanschouwt alle zonen der mensen.
Uit Zijn eeuwige woonplaats ziet Hij neer over allen die de aarde bewonen.
Hij vormt ieders hart afzonderlijk; Hij begrijpt al hun werken.
Een koning wordt niet gered door veel troepen, een reus niet door zijn overvloedige kracht. Onbetrouwbaar ten behoud is een paard, zelfs al zijn kracht brengt geen zekere redding.
Zie de ogen des Heren lichten over hen die Hem vrezen, die vertrouwen op Zijn Genade. Om hun ziel aan de dood te ontrukken, om hen te voeden ten tijde van gebrek. Onze ziel verbeidt de Heer, want Hij is onze Helper en Beschermer.
Want in Hem verheugt zich ons hart, wij vertrouwen op Zijn heilige Naam.
Heer, Uw barmhartigheid kome over ons, zoals wij vertrouwen op U”.
Psalm 32[33] vert. ROK, ’s-Gravenhage

Orthodoxie & gebed en inzet om bijstand

Logo AOKN

Wanneer God Zich voorbereidt om iets geweldigs en machtigs in ons leven te doen, komt het regelmatig voor dat de situatie nog een tijdje kan verslechteren.
Wanneer wij de goede kant op gaan – onze bestemming tegemoet treden, gaat de tegenstrever anderen extra ondersteunen teneinde ons te onderdrukken – zelfs de Satan, de spirituele vijand van onze ziel, die onze vrijheid weerstaat God op alle mogelijke manieren, die hem ter beschikking staan.
In dergelijke omstandigheden dienen we ons Geloof niet op te geven, want ‘te Zijner tijd’ zullen we zien hoe God’s Machtige hand en uitgestrekte arm ons op Zijn volmaakte manier en tijd zal verlossen.
Weest blij in de Hoop, geduldig in de verdrukking, volhardend in het gebed, bijdragend in de noden van de heiligen en legt u toe op gastvrijheidRom.12: 12,13.

In de laatste dagen waarin de Kerk onder de invloed wordt gebracht door de wereld – ‘degenen die verlangen haar te vernietigen’ – kan het ons toeschijnen dat Vrede en Bevrijding verloren zijn gegaan.
Bid alsjeblieft allen dat wij onze harten en ogen zullen openen om de Genadegave, van de  eeuwige vrede en redding in Christus mogen ontvangen, de wijze waarop wij onze gedachtengang ontwikkelen en ernaar verlangen dit eenieder te gunnen.

Als deelnemers aan dit proces kunt u – binnen uw gemeenschap – het verschil maken door de voortgang ook financieel te steunen en daarmee de Blijde Boodschap over geheel uw omgeving te brengen en de ontwikkeling van het kwetsbare begin van onze gemeenschap mogelijk te maken.
Want, broeders, opdat gij niet eigenwijs zoudt zijn, wil ik u niet onkundig laten van dit geheimenis; een gedeeltelijke verharding is over de Kerk gekomen, totdat de volheid der heidenen binnengaat en aldus zal geheel het gelovige Volk behouden worden, gelijk geschreven staat: De Verlosser zal uit Sion komen, Hij zal goddeloosheden van Jaäcob afwenden. En dit is Mijn Verbond met hen, wanneer Ik hun ongerechtigheden wegneemRom.11: 25-27.

Wij roepen u op het lidmaatschap aan de Antiocheens Orthodoxe Kerk in Nederland te bevestigen door met ingang van de komende maand,
maandelijks of in één keer jaarlijks over te maken
op NL82INGB0008428523 ten name van: Heilige Moeder Gods Parochie.
Bedenk daarbij dit – wilt u ‘het lijntje met bóven’ open houden, dàn
zult u nèt als uw [mobiele-] telefoonrekening  – uw bijdrage dienen te voldoen;
de Kerk stelt geen al te grote verwachtingen en
afhankelijk van uw inkomen mag u de bijdrage leveren, die voor uw portemonnee draagbaar is.
☛   Bijgaand het Lidmaatschapsformulier, opdat u het bedrag wat u overmaakt via de jaaropgave van de Belastingen kunt terugvragen, want wij zijn een voor de Nederlandse overheid een ANBI [Algemeen Nut Beogende Instelling)
Pdf: 
Lidmaatschapsform in de Antiocheens Orthodoxe Kerk in Nederland.
Geef je aan het goede doel, dan krijg je soms een flink belastingvoordeel cadeau via de aangifte inkomstenbelasting. Als je vooraf goed op de hoogte bent van de regels, pak je méér belastingvoordeel mee.

Dec.25e – Het Mysterie van de Geboorte van onze Heer en Verlosser in het vlees

Toen nu Jezus geboren was te Betlehem in Judea, in de dagen van koning Herodes, zie, wijzen uit het Oosten kwamen te Jeruzalem, en vroegen: Waar is de Koning der Joden, die geboren is?
Want wij hebben zijn ster in het Oosten gezien en wij zijn gekomen om Hem hulde te bewijzen.
          Toen koning Herodes hiervan hoorde, ontstelde hij en geheel Jeruzalem met hem. En hij liet al de overpriesters en schriftgeleerden van het volk vergaderen en trachtte van hen te vernemen, waar de Christus geboren zou worden. Zij zeiden tot hen: Te Betlehem in Judea, want aldus staat geschreven door de profeet:
          ‘En gij, Betlehem, land van Juda, zijt geenszins de minste onder de leiders van Juda, want uit u zal een leidsman voortkomen, die mijn volk Israel weiden zal’.
          Toen riep Herodes de wijzen in het geheim en deed bij hen nauwkeurig navraag naar de tijd, dat de ster geschenen had.
En hij liet hen naar Betlehem gaan, en zei: Gaat en doet nauwkeurig onderzoek naar dat kind; en zodra gij het vindt, bericht het mij, opdat ook ik hem hulde ga bewijzen.
          Zij hoorden de koning aan en reisden weg; en zie, de ster, die zij hadden gezien in het Oosten, ging hun voor, totdat zij kwam en stond boven de plaats, waar het kind was.
Toen zij de ster zagen, verheugden zij zich met zeer grote vreugde. En zij gingen het huis binnen en zagen het kind met Maria, zijn moeder, en zij vielen neder en bewezen hem hulde.
En zij ontsloten hun kostbaarheden en boden hem geschenken aan: goud en wierook en myron.
En van Godswege in de droom gewaarschuwd om niet tot Herodes terug te keren trokken zij langs een andere weg naar hun land terug” Matth.2: 1-12.

        Maar toen de volheid des tijds gekomen was, heeft God Zijn Zoon uitgezonden geboren uit een vrouw, geboren onder de Wet, om hen, die onder de wet waren, vrij te kopen, opdat wij het recht van zonen zouden verkrijgen.
En, dat gij zonen zijt – God heeft de Geest zijns Zoons uitgezonden in onze harten, die roept: Abba, Vader.
Gij zijt dus niet meer slaaf, doch zoon; indien gij zoon zijt, dan zijt gij ook erfgenaam door GodGal.4: 4-7.

        God heeft Zijn Zoon uitgezonden geboren uit een vrouw, geboren onder de Wet, om hen, die onder de wet waren, vrij te kopen, opdat wij het recht van zonen zouden verkrijgenGal.4: 4,5.

        En gij, Betlehem Efrata, al zijt gij klein onder de geslachten van Juda, uit u zal Mij voortkomen die een Heerser zal zijn over Israël en Wiens oorsprong is van ouds, van de dagen der eeuwigheid.
Daarom zal Hij hen prijsgeven tot de tijd, dat zij die baren zal, gebaard heeft.
Dan zal het overblijfsel van Zijn broeders terugkeren met de Israëlieten.
Dan zal Hij staan en hen weiden in de kracht des Heren, in de Majesteit van de Naam des Heren, van Zijn God;
en zij zullen rustig wonen, want nu zal Hij groot zijn tot aan de einden der aarde, en Hij zal vrede zijn
Micha 5: 2-5.

Als navolger van Christus dien je ervan doordrongen te zijn dat het hele leven van Christus een voortdurende voorstelling van lijden, een passie is geweest; gewone heiligen sterven als martelaren, maar Christus werd van het begin af aan als Martelaar geboren:
– Hij vond op aarde een Golgotha [een plaats van ondergang / een martelplaats, waar Hij zou worden gekruisigd].
– Ja, zelfs in Bethlehem, waar Hij, zoals wij vandaag vieren, werd geboren;
want tot Zijn tederheid waren de rietjes bijna net zo scherp als de doornen erachter en de kribbe was vanaf het begin [als een doodskist] net zo ongemakkelijk als Zijn Kruis.
– Zijn geboorte en Zijn dood waren slechts één onafgebroken gebeuren, één als maar voortdurende daad, en zowel Zijn Kerstdag en Zijn Goede Vrijdag zijn slechts de vooravond en de ochtendstond van één en dezelfde door God gegeven dag.
– En omdat zelfs Zijn Geboorte in het vlees, Zijn dood is, is elke actie en passage waarop Christus Zich vandaag aan ons laat zien, Zich aan ons manifesteert, zowel Zijn Geboorte, als Drie-koningen een en dezelfde manifestatie van Zijn lijden hier op aarde.

Hoewel de tegenwoordige [westerse] Kerk de twaalfde dag nu ‘Driekoningen‘ noemt, omdat
Christus op die dag aan de heidenen werd geopenbaard als Epifanie [= de plotselinge, verwarrende openbaring] vanwege de manier waarop de wijzen [van die tijd, ‘zij’, die het zouden dienen te weten] op die 12e dag kwamen om Hem te aanbidden.
Elf staat voor het tekort, het Bijbelse ideaal is twaalf.
Nochtans de oude Kerk noemde de 12e dag Theophanie omdat Christus, die dag door Johannes de Voorloper werd gedoopt in de Jordaan en
Christus als ‘Zoon van God‘ verscheen, waarbij God Zelf Hem als zodanig van Hem getuigde en Hem ‘Zijn geliefde Zoon‘ noemde.

Mozes & de Wet

Wij kennen allemaal de God’s-verschijning op de Sinaï,
waarbij God aan Mozes de Geboden gaf temidden van ontzagwekkende natuurverschijnselen: aardbeving en vuur en angst.
Elke manifestatie van Christus aan de wereld, aan de Kerk, aan een bepaalde ziel, is een God’s-verschijning, een Driekoningen, een Kerstdag, een Theophanie.

De ontmoeting met de Heer

Nu is er nergens een duidelijkere manifestatie van Christus dan
op het moment dat de dagen van Kerst na 40 dagen worden afgesloten in
datgene wat wij de ‘Opdracht in de Tempel‘ noemen en in westerse kringen ‘Maria Lichtmis‘, waarbij
de Zoon van God de oude vertegenwoordiger van Zijn Volk ontmoet, die zegt:
    Nu laat Gij, Heer, uw dienstknecht gaan in Vrede, naar uw Woord,
want mijn ogen hebben uw Heil aanschouwd [gezien], dat
Gij bereid hebt voor het aangezicht van alle volkeren:
‘Licht tot openbaring voor de heidenen en
Heerlijkheid voor uw volk IsraëlLuc.2: 29-32.
Het werd geopenbaard aan Simeon [wiens woorden dit zijn] dat
hij Christus zou dienen te zien voordat hij stierf;
en feitelijk, werkelijk, substantieel, in wezen, lichamelijk, uiterlijk, persoonlijk ‘ziet hij Hem‘; wel zó is het Simeon’s Driekoningen, Simeons Kerstdag; dus ook op deze dag, waarin we de algemene Driekoningen herdenken en vieren, de manifestatie van Christus aan de hele wereld in Zijn geboorte in het vlees,
alles wat wij naast onze interesse in de universele Driekoningen en manifestatie impliciet in deze dag ontvangen.

Laatste Avondmaal – ‘open je hart om de verrezen Christus te ontvangen, de geest van gebed te horen Zijn roep op onze weg naar Hem toe’ –

En deze dag, waarop wij dit Hoogfeest vieren, hebben wij eveneens een ontmoeting met
onze Heer en Verlosser, als gevolg van het Lichaam en het Bloed van Christus dat wij ontvangen in zijn Heilig en Gezegend Mysterie van de Goddelijke Liturgie.
Dit Mysterie van de ontmoeting houdt eveneens een Driekoningen in, alsnog een Kerstdag, een andere manifestatie van het Mysterie van de ontmoeting met Christus welke wij-‘zelf’ ondergaan. 

Zoals de Kerk voorafgaand aan Kerst via de vastenperiode onze toewijding heeft voorbereidt, die Christus als maar dichter en dichterbij tot ons heeft gebracht,
en ons steeds maar weer herhaald dat Hij komt en
vervolgens doorgaat met de gedachtenis van de Martelaren, de Moeder God’s, die Hem gebaard heeft [26e dec.],
Stephanos, aartsdiaken en proto-martelaar [27e dec.] de 2000 Martelaren van Nikodemië [28e dec.], de 14.000 onschuldige kinderen, die in de omstreken van Bethlehem zijn vermoord [29e dec.], Anysia de maagd van Thessaloniki en Filotheros z’n medemartelaren van Nikodemië [30e dec.] en
de tien maagd-martelaressen van Nikodemië en de Martelaar Zotik, de hoeder van de wezen [31e dec.].
Op deze wijze toont de Kerk ons dat wij slechts vrede en rust zullen vinden, wanneer wij ons leven  in navolging van Christus, onze toekomstige verwachtingen in handen leggen van God.

    Kom tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven;
neem Mijn juk op je en leer van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart,
en je zult rust vinden voor je ziel; want
Mijn juk is zacht en Mijn last is licht
Matth.11: 28-30.
Christus heeft ons geroepen navolgers te worden in Zijn lijden,
Hem te volgen in het Mysterie van het leven, zoals God dit heeft bereid.
De waardigheid van die mysterieuze daad, welke ons tot de waardige zaligheid leidt, heeft het gevaar in zich van onwaardige ontvangers, om
dat bewijs in Zijn Naam te benadrukken, onophoudelijk bewust te zijn.
Het stelt ons daarom voorafgaand in staat een verder onderzoek in te stellen òf
we wel waardig zijn onze gang naar Zijn kelk te vervolgen;
deze geboorte van Christus in onze kenmerkende ziel te ontvangen.

H. Climacos, abt van de Sinaï

Dit Hoogfeest op deze eerste Kerstdag, met aansluitend de 40 dagen tot aan de opdracht in de tempel, met
iedere dag wel weer een nieuwe Heilige of Martelaar bezorgt ons de Geboorte van Christus in onze eigen ziel;
Daarom wordt dit feest zó groots gevierd om dit als bewijs van onze overgave te laten gelden, dat wij ons open stellen onophoudelijk voor-te-bereiden op de weg naar het Hemels Koninkrijk, waar wij nu eenmaal allemaal naar op weg zijn.
Wordt je geboren, dan ga je onherroepelijk dood en
je kunt niet anders dan je hierop voorbereiden
– op de uiteindelijke ontmoeting met Christus boven aan de ladder van Climacos;
De voorbereiding tot deze ontmoeting vindt stapje voor stapje, trede voor trede plaats,
zodat je uiteindelijk waardig geacht kunt worden opgenomen worden in de Hemelse sferen.

Heer, laat uw dienaar nu in vrede naar Uw Woord vertrekken:
want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien

Luc.22: 29,30.

Hierin is de Liefde van God jegens ons geopenbaard, dat
God Zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat
wij zouden leven door Hem.
Hierin is de Liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar
dat Hij ons heeft liefgehad en Zijn Zoon gezonden heeft
als een verzoening voor onze zonden

1John.4: 9.

Troparion      tn.2 bij het “Heer ik roep. . . . . “, 
Grote Vespers, avond voorafgaand 25 dec
      Uw Koninkrijk, Christus God
is een rijk van alle eeuwen
en Uw Heerschappij van geslacht op geslacht.
Vleesgeworden door de Heilige Geest
en Mens geworden uit de altijd-Maagd Maria
zijt Gij bij de komst, voor ons allen een Licht opgestraald, Christus God
Licht uit Licht en Afglans van de Vader.
Gij hebt de gehele schepping verlicht
alles wat adem heeft looft u:
het Zegelbeeld van de Heerlijkheid van de Vader.
Gij Die zijt en tevoren waart:
God, Die uit de Maagd zijt opgestraald,
ontferm U over ons
“.

Apolytikion      tn. 4,     van de 25e december
Uw Geboorte, o Christus onze God
deed opgaan voor de wereld het Licht van Uw kennis.
Want het zijn de aanbidders der sterren
in die kennis onderwezen
om U te aanbidden:
de Zon der Gerechtigheid,
en U te kennen, De Opgang uit den Hoge,
Eer aan U, o Heer
“.
vert. klooster ‘Geboorte van de Moeder Gods’, Asten

Dec. 25e vader Païsios over de viering van Kerst

Monnik Païsios van de berg Athos, de Athonite

Verhef je vanuit hart en ziel om je met de Heilige en gezegende Maagd  in Bethlehem terug te vinden en al God’s zegeningen in ontvangst te nemen
Wanneer de menselijke geest haar Goddelijke oorsprong onderkent, volgt daar automatisch op dat zij anders reageert”.
Dat vindt eveneens plaats wanneer je jezelf voortdurend – door gebed en de eenvoud van leven – op God richt.
Wanneer je dagelijks de lezingen van de voorgeschreven kerkkalender volgt en de gebeurtenissen van elke dag – als feest – bestudeert, zul je van nature opgewonden raken en met grote eerbied tot gebed komen.
In de opeenvolgende beleving van de jaarcyclus wordt aangeleerd de dag te plukken en de steeds wisselende gezangen tot je te laten doordringen.
Wanneer de menselijke geest haar Goddelijke oorsprong onderkent,
volgt daar automatisch op dat zij in doen en laten anders reageert
”.
De menselijke geest is de landingsplaats van de Goddelijke Heilige Geest.

Wanneer de ouderling Païsios wordt gevraagd:
– “ Ouderling, waarom gaan we na de nachtvigilie van Kerst niet rusten?”,
antwoord hij in alle eenvoud:
– Kerstmis en slaap! Mijn moeder zei altijd: “Alleen de Joden slapen in deze heilige nacht”.
Bekijk het zo – in de nacht dat Christus werd geboren, was de wereld in diepe slaap verzonken,  de beheerders der aarde, die het idee hebben zich alles te kunnen veroorloven liggen op een oor. Maar de herders “waken”, na de ontmoeting door engelen opgewekt en de ontmoeting met hun Heer en Verlosser kunnen van alom verkregen vreugde geen oog dicht doen.
Ze hielden de wacht bij hun schapen en in de nacht weerklonk hun muziek van harp en fluit.
Begrijp je dat? De herders die toekeken zagen Christus, hoogstpersoonlijk.

– “ Ouderling en hoe was de grot?
• “ Het was een grot in een rots uitgehouwen en daar was een kribbe, als een dode omwikkeld lag onze Heer en Verlosser in een kribbe, als een doodskist.
• Dat is helemaal geen slechte toestand en hij had gezelschap van enkele van zijn dieren.
• De Maagd Maria was er met haar verloofde Jozef, omdat alle herbergen vol waren en
• Hij had geen kussen om Z’n hoofdje rust te gunnen.
• dat was het verblijf van onze Heer en Zaligmaker, toen Hij ter wereld kwam.
• Er was de os en de ezel, die in hun onschuld zo zichzelf waren dat zij Christus hebben opgewarmd!
Door hun in de eeuwigheid turende gedachten zijn de os en de ezel – De os en de ezel als de laagste van God’s schepping – tot steun zo laat de profeet Isaiah ons weten:   Een os kent zijn eigenaar en een ezel de krib van zijn meester;  maar Israël weet van niets, God’s uitverkoren Volk heeft geen begrip’ Isaiah 1: 3.
• En dit gaat niet over het hedendaagse Joodse Volk, maar over de gehele wereld,
die slechts eigenbelang najaagt en tevens over een groot deel van de huidige Kerk heersen – zij zien het kind, zij horen het gezang van engelen, maar “ze zijn ziende blind en horende doof”.

  Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want mijn juk is zacht en mijn last is lichtMatth.11: 28-30.
Het is vanzelfsprekend dat bij ziekte in welke vorm ook, gezocht wordt naar genezing. Er staat ook geschreven:
  Gaat heen en boodschapt Johannes [Hebr.= ‘de Heer heeft begunstigd’] wat gij hoort en ziet: blinden worden ziende en lammen wandelen, melaatsen worden gereinigd en doven horen en doden worden opgewekt en armen ontvangen het Evangelie [de Blijde Boodschap]. En zalig is wie aan Mij geen aanstoot neemtMatth.11: 4-6.
Hoewel ziekte ten goede aangewend kan worden door onze Heer en Verlosser, is zij in diepste wezen vijandig aan de oude zowel als aan de nieuwe schepping. Christus was te allen tijde met ontferming over de zieken bewogen.

Christus, Verlosser

De Heer genas niet opdat Zijn werk zich zou uitbreiden, maar Hij genas omdat de nood van deze mensen ‘Zijn nood‘ was en Hij innerlijk gedreven werd Zijn Handen uit te strekken.
Onze uiteindelijke bestemming is om aan Hem gelijkvormig te zijn. Wij zullen in de Opstanding zonder zonde, zonder ziekte en onsterfelijk zijn. Dit ontvangen wij door het offer van Jezus Christus aan het Kruis van Golgotha.
In de toekomende eeuw zal deze erfenis volkomen ons deel zijn. Wat wij in deze eeuw ontvangen is een slechts een voorsmaak [conf. Hebr.6: 5].

Wanneer wij als gelovigen ziek zijn, zijn daar voor ons de volgende wegen:
1.]. Gebed en het verzoek om ziekenzalving
Het roepen van de oudsten [de spelleiders] voor de zalving met olie, waarbij genoemd wordt het gebed van de rechtvaardige en de belijdenis van zonden. [conf. Jac.5: 14-16].
De zalving en handoplegging moeten echter niet gezien worden als een soort magische kracht waar we vrijblijvend maar gebruik van kunnen maken. Ook hier gaat het om de verhouding van de ziel tot God en is het gesprek daarbij zeer belangrijk.
De bediening vindt dus vooral in de gemeente plaats en is afhankelijk van het ambt van de spelleider. Het gaat hier vooral om de gehoorzaamheid aan het Woord van God, zowel van de zieken om de oudsten hiervoor te roepen als van de voorgangers en ouderlingen om vrijmoedig te bidden en te zalven ziende op Christus en de door Hem ingestelde ambten.
2.] de Genadegave aan Heiligen verleend om mensen weer gezond te maken.
Deze zijn niet afhankelijk van het plaatselijke ambt. Ik geloof dat wij dit in groter verband moeten zien. Zij zullen vooral openbaar worden op het gebied van zending en evangelisatie, als tekenen die de prediking begeleiden. Niet een ieder zal zich kunnen aanmatigen deze gaven te bezitten omdat hij een prediker is van het Evangelie, daar de Heilige Geest de geestelijke gaven uitdeelt aan een ieder zoals HIJ wil [conf. 1Cor.12: 11].
De nadruk zal hierbij vooral vallen op God’s uitstrekkende Hand door Zijn hiertoe geroepen dienstknechten.  Hoewel in de Schrift zeker niet alle zieken door directe aanraking genezen, wordt op verschillende plaatsen vermeld, dat God door de handen van de apostelen grote tekenen en wonderen verrichtte, [zie; Hand.5: 12, Hand.14: 3, Hand.19: 11].
Op deze dienstknechten rust grote verantwoordelijkheid en  niemand dient zich iets aan te matigen,  waartoe men niet is geroepen.
3.]. De geest beïnvloed het lichaam
De menselijke geest kan een enorme invloed uitoefenen op het lichaam,  zowel in negatieve als in positieve zin.
In algemene strekking ervaren we dit allen in het gewone dagelijkse leven.
Wanneer onze geest moe is, voelen we ons lichamelijk tevens moe en wanneer de geest fit is, uit zich dat ook in het lichaam.
Dit geldt ook voor de ziekte.
Wanneer we ons sterk zouden inbeelden ziek te zijn en hieraan zouden toegeven
dan zullen de lichamelijke gevolgen niet uitblijven.
Andersom kan door de geest ook ziekte worden tegengegaan en genezen worden.
Dit ligt alles nog zuiver op het menselijke vlak en is niet specifiek Christelijk.
Deze kracht is echter niet te ontkennen en wanneer op de juiste wijze toegepast,
is het alleszins geoorloofd dit te beoefenen.
Lange tijd is hieraan te weinig aandacht besteed doch in onze tijd heeft men als het ware deze dingen opnieuw ontdekt en is er aandacht aan gaan besteden.

Het is echt iets wonderlijks, dat mensen, die zo veel in geaardheid en karakter verschillen, toch in één punt overeenstemmen, namelijk in het verlangen om voortdurend iets te betekenen. Iedereen, groot en klein, arm en rijk, oud of jong komt dit in het hart tegen en bezit de neiging om minstens een beetje in achting bij de wereld om hem heen te zijn.

Iedereen wil méér schijnen dan hij is; iedereen wil de lakens uitdelen; niemand gehoorzamen.
Geen plaats, geen tijd, geen levensstaat, geen persoon bestaat er, waar het verschimmelende zaad van de hoogmoed niet steeds tracht te ontkiemen en zijn verderfelijke vrucht tracht voort te brengen.
Ja, zelfs onder de Apostelen in dienst van de Heer was de ware beoefening van de nederigheid niet veilig, want sommigen onder hen waren uit op de ereposten in het Koninkrijk en 
als zij het zelf niet deden dan was er wel de een of ander ouder, die het voor het kind bij de Heer trachtte te regelen.
Zij, die de wereld hadden verlaten, vaarwel hadden gezegd, kibbelden onder elkaar over de voorrang en de waardigheid, het lijkt de Kerk wel.

Velen verachten weliswaar de rijkdom en verafschuwen de wellust, doch hoe luttel is het getal van hen, die ereposten en waardigheden weigeren en die in hun hart niet enige neiging koesteren om in het oog van de wereld toch nog iets trachten te betekenen“. H. Johannes Chrysostomos [2e Homilie Eph. & Titus]

De lessen in nederigheid is niet alleen de eerste les, die Christus ons in Zijn Pedagogiek meegeeft, maar  deze deugd vormt ook de beslissende strijd, waarin we,
– door in ons het verlangen naar eer en roem neer te slaan,
– het bewijs dienen te leveren van onze edelmoedigheid in de dienst aan onze Heer.
Daarom zegt onze Heer tot ons;
Leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart” en vraag je jezelf af waarom, dan is Zijn antwoord: “en gij zult rust vinden voor uw zielenMatth.11: 29.
    Want als een loot schoot hij op voor Zijn aangezicht, en als een wortel uit dorre aarde; Hij had gestalte noch luister, dat wij Hem zouden hebben aangezien, noch gedaante, dat wij Hem zouden hebben begeerd. 
Hij was veracht en van mensen verlaten, een man van smarten en vertrouwd met ziekte, ja, als iemand, voor wie men het gelaat verbergt; hij was veracht en wij hebben hem niet geachtIsaiah 53: 2,3.
Als gelovigen dienen wij in de eerste plaats onze Heer en Verlosser te gaan zoeken en in dezelfde nederigheid onszelf over te geven en Hem te vragen ons tot herstel te laten komen, gelovende dat Hij ‘Heilig is en Sterk en onsterfelijk‘ is en daardoor de Macht bezit dàt te doen.
– Wij zullen onze omgeving vragen ons in gebed om genezing te ondersteunen.
– Wij zullen de spelleiders [de oudsten] vragen om zalving en gebed.
            Wanneer echter genezing uitblijft, zullen wij gebruik mogen maken van de middelen die ons vandaag ter beschikking staan, biddende dat de Heer deze medicijnen of medische ingrepen wil zegenen, want zo zegt Hij : “Mijn Genade is u genoeg”.

            Nu wij zo met elkaar hebben stilgestaan bij de verschillende oorzaken van ziekten en de geneeswijzen die toegepast kunnen worden is daar nog één vraag die blijft openstaan.
            Waarom genezen niet alle zieken en waarom blijft daar zoveel lijden in deze wereld?
Het is niet gemakkelijk hierop een antwoord te geven.
Kunnen we hier eigenlijk wel een pasklaar antwoord op geven?
We leven in een geschonden wereld die door de zonde van God is afgevallen.
            De gehele schepping zucht als in barensnood zijnde en ook wij als “kinderen van God” zuchten in onszelf, terwijl wij wachten op de verlossing van ons lichaam [conf. Rom.8: 22-23].

de plek waar Oudvader Païsios pelgrims, gasten ontving.

Het Geloof dat ons leven hier op aarde een leerschool is en wij hier stage lopen voor de eeuwigheid, kàn hierbij een steun zijn.
De uitwendige mens wordt wel verdorven, maar de inwendige mens kan vernieuwd worden van dag tot dag, [conf. 2Cor.4: 16].
God kan toelaten dat zéér moeilijke dingen en beproevingen in ons leven blijven.
Paulus bad onze Heer en Verlosser ernstig tot driemaal toe om de doorn in zijn vlees, die door satan bewerkt werd, te verwijderen.
De Heer antwoordde hem dat dit voor hem nodig was om niet tot verheffing [hoogmoed te vervallen] te komen, doch dat Zijn Genade voor hem genoeg was.

Zó mogen ook wij weten, wanneer de Heer de ziekte niet wegneemt,
dat ‘Zijn Genade’ beschikbaar is om ons te dragen en te ondersteunen, waarbij
het ziek zijn een totale verandering kan ondergaan en
tot zegen gesteld kan worden voor de zieke zelf en voor anderen.
Mijn Kracht – door God gekregen – wordt in zwakheid volbracht [conf. 2Cor.12: 7-11].
    Om Zijn moeitevol lijden zal Hij het zien tot verzadiging toe; door Zijn kennis zal Mijn Knecht, de Rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, en hun ongerechtigheden zal Hij dragen.
       Daarom zal Ik hem een deel geven onder velen en met machtigen zal hij de buit verdelen, omdat Hij Zijn leven heeft uitgegoten in de dood, en onder de overtreders werd geteld, terwijl Hij toch veler zonden gedragen en voor de overtreders gebeden heeftIsaiah 53: 11,12.

Zolang de Heer dus nog niet heeft gesproken, mogen wij Hem bidden voor genezing en is voor Hem geen ding onmogelijk, te wonderlijk.
    Hij heeft, juist doordat Hij in eeuwigheid blijft, een priesterschap, dat op geen ander kan overgaan. Daarom kan Hij ook volkomen behouden, wie door Hem tot God gaan, daar Hij altijd leeft om voor hen te pleiten.
       Immers, zulk een hogepriester hadden wij ook nodig: heilig, zonder schuld of smet, gescheiden van de zondaren en boven de hemelen verheven; die niet, gelijk de hogepriesters, van dag tot dag eerst offers voor zijn eigen zonden behoeft te brengen en daarna voor die van het volk, want dit laatste heeft Hij eens voor altijd gedaan, toen Hij Zichzelf ten offer brachtHebr.7: 24-27.
    Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u1Petr.5: 7;

Graf van Oudvader (Geronta) Païsios in Sourotí, nabij Thessaloniki.

    Om die reden herinner ik u eraan, de gave Gods aan te wakkeren, die door mijn handoplegging in u is. Want God heeft ons niet gegeven een Geest van lafhartigheid, maar van Kracht, van Liefde en van Bezonnenheid 2Tim.1: 6,7.

Orthodoxie & een Nieuwe Hemel en nieuwe Aarde

Na het Laatste Oordeel zal God een Nieuwe Hemel en een Nieuwe Aarde scheppen [of geschapen hebben] waar God onder de mensen zal wonen en
waar hemel en aarde in elkaar lijken over te vloeien.
Al in het Oude Testament werd voorzegd dat God eens een Nieuwe Hemel en Aarde zou scheppen:
Want zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; aan wat vroeger was, zal niet gedacht worden, het zal niemand in de zin komen. Maar gij zult u verblijden en juichen voor eeuwig over hetgeen Ik schep, want zie, Ik schep Jeruzalem tot jubel en zijn volk tot blijdschap. En Ik zal juichen over Jeruzalem en Mij verblijden over mijn volk. En daarin zal niet meer gehoord worden het geluid van geween of van geschreeuwIsaiah 65: 17-19.
Het Messiaanse Vredesrijk zal nog op de bestaande aarde worden gesticht en nog niet de volmaaktheid brengen. Er is een volledige nieuwe schepping nodig om het uiteindelijke woongebied voor al de schepselen Gods te realiseren, voor engelen en mensen.
”     Wij verwachten echter naar Zijn Belofte nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont2Petr.3: 13.
Met dezelfde scheppingskracht waarmee God de eerste hemel en aarde tot stand heeft gebracht [Gen.1] zal de Schepper en Herschepper vanaf Zijn Troon de Majestueuze woorden uitspreken:
“… Zie, Ik maak alles nieuw…” Openb.21: 5.
God zal spreken en het zal gebeuren, net als bij de eerste schepping [Gen.1].
Alle dingen zullen nieuw worden.
Er zal een Nieuwe Hemel en een Nieuwe Aarde komen, die op een unieke wijze in elkaar zullen overvloeien.
Dit zal de ultieme wedergeboorte van God’s schepping zijn.
De Blijde Boodschap geeft geen informatie over de Nieuwe Hemel, maar ongetwijfeld zal die minstens zo veel van God’s Heerlijkheid  weerspiegelen als de oorspronkelijke hemel.

De Nieuwe Aarde zal echt nieuw zijn.
Niets van de oude aarde zal hergebruikt [gerecycled] worden, maar God zal de aarde waarschijnlijk volgens een geheel nieuw concept vorm geven.
Verwacht dus niet dat de materie van de aarde en wat op de aarde zal leven uit dezelfde bouwstenen van moleculen en atomen zal bestaan, zoals de huidige aarde.
Alles -maar dan ook alles- kàn anders worden, en toch tot op zekere hoogte wel weer herkenbaar. Laten we niet te gering denken van God’s schepping’s-mogelijkheden.
God zal er ook geen miljarden jaren voor nodig hebben om via een evolutieproces vòl toevalligheden iets vanzelf te laten ontstaan.
Bij de eerste schepping had God er ook maar een paar dagen voor nodig.
God schept niet door toeval of via eindeloze processen van leven en dood.

Tweedeling onder de mensen op de Nieuwe Aarde
De mensen die behoren tot de ‘Bruid’ van Jezus [de ‘verbond’s, de ‘bruid’s’-mensen’] zijn hebben de Eerste Opstanding  meegemaakt aan het begin van het Messiaanse Vredesrijk.
Zij zullen het regerende volk zijn naast en onder leiding van Heer en Meester, de Koning Jezus, de Christus.
De andere mensen die bij het Laatste Oordeel begenadigd zijn en toegang krijgen tot de Nieuwe Aarde, hebben dan een lichamelijke opstanding meegemaakt die tot op zekere hoogte te vergelijken zal zijn met de Eerste Opstanding. 
We mogen dus een tweedeling veronderstellen onder de aardbewoners: de bruidsmensen en de overige mensen, die in Openbaring 21 de ‘volkeren’ worden genoemd.
Deze gedachten over de tweedeling van mensen op de Nieuwe Aarde worden door bijna niemand naar voren gebracht, maar toch is die geheel overeenkomstig de Blijde Boodschap.
Daardoor komen veel dingen over onze toekomstverwachting en over de eeuwige bestemming van mensen in een ander licht te staan. Het is een concept dat we bij alle tijdperken van God’s Koninkrijk tegenkomen:
– In de voorliggende tijd waren er mensen die God dienden en mensen die het niet deden.
– In de latere tijd van het Oude Testament was er het Volk Israël dat God diende en de overige volken die dat niet deden.
– In de tijd van het Nieuwe Testament zijn er mensen die in God geloven [Joodse mensen en christenen] en mensen die dat niet doen.
– In het Messiaanse Vrederijk zijn er de bruid’s-mensen die het regerende volk zullen zijn naast onze Heer en Verlosser Jezus Christus en de volkeren van de aarde over wie ze heerschappij zullen voeren.

Op de Nieuwe Aarde zullen zijn er weer dezelfde bruid’s-mensen die het regerende volk zullen zijn naast onze Heer en de volken [begenadigden na het Laatste Oordeel] over wie ze heerschappij zullen voeren.
In de Openbaringen van Johannes, de Theoloog lezen we dat ook in het hiernamaals de volkeren hun eigen identiteit zullen behouden:
Hierna zag ik dit: een onafzienbare menigte, die niet te tellen was, uit alle landen en volken, van elke stam en taal. In het wit gekleed en met palmtakken in hun hand stonden ze voor de troon en voor het Lam [= onze Heer]” Openb.7: 9.
Dat zal in het Messiaanse Vredesrijk en op de Nieuwe Aarde wel niet veel anders zijn.

Wat er niet op de Nieuwe Aarde zal zijn
De Nieuwe Aarde zal nog veel mooier en grootser zijn dan de oude aarde tijdens het Messiaanse Vrederijk. De Blijde Boodschap noemt een aantal dingen die er ‘niet‘ meer zullen zijn:
➻ Er zullen geen zeeën meer zijn.
”     Toen zag ik een nieuwe hemel en een Nieuwe Aarde; de eerste hemel en de eerste aarde waren verdwenen en de zee bestond niet meerOpenb.21: 1.
Dit is het eerste wat genoemd wordt over het uiterlijk van de Nieuwe Aarde.
De zee is iets wat bij de oude aarde hoort. In feite zijn de zeeën ontoegankelijk voor de mensen en brengen ze een scheiding aan tussen continenten.
➻ Er zal volmaakte harmonie zijn tussen de volkeren.
Alles en iedereen zal bereikbaar zijn. Er zal geen plaats zijn voor oceanen; mogelijk wel voor meren en rivieren.
➻ Er zal geen zon en geen maan meer zijn.
De stad [=Nieuw Jeruzalem] heeft het licht van zon en maan niet nodig, want de Heerlijkheid van God verlicht haar, en haar lamp is het Lam [= de Heer]” Openb.21: 23.
• Ik geloof dat deze lichtvoorziening voor de gehele Nieuwe Aarde zal gelden. Gedurende de eerste drie scheppingsdagen [Gen.1] was er ook geen zon, maar wel licht. Dat was naar mijn mening geen gewoon licht, want de hemellichamen werden pas op de vierde dag geschapen. Het is veel waarschijnlijker dat toen het Licht van God’s Heerlijkheid op aarde begon te schijnen, dat de Bron is van alles wat leeft. Hetzelfde Licht dus wat later op de Nieuwe Aarde de enige lichtbron zal zijn, zowel letterlijk als in geestelijke zin.
➻ Er zal geen nacht meer zijn.
Het zal er geen nacht meer zijn en het licht van een lamp of het licht van de zon hebben ze niet nodig, want God, de Heer, zal hun Licht zijnOpenb.22: 5.
Na de eerste schepping [Gen.1] wisselden nacht en dag elkaar af. Duisternis en Licht konden naast elkaar op aarde voorkomen. De satan had ook de toegang tot de aarde en de zonde kon zijn intrede doen.
➻ Duisternis is een symbool van het kwade en van de zonde. Geen spoor van duisternis zal meer voorkomen op de Nieuwe Aarde. De invloed van de satan als tegenstrever zal voorgoed verdwenen zijn. Er zal ook geen boom van het kwaad meer zijn, waarmee de mensheid kan worden verleid.
➻ Er zal geen verdriet meer zijn. Er zal ook geen rouw meer zijn, dus geen verdriet over gestorvenen, want vanaf dàt moment zal de dood geen macht meer hebben over de mensen.
Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbijOpenb.21: 4.

Wat er wel op de Nieuwe Aarde zal zijn
Het is te verwachten dat de Nieuwe Aarde veel kenmerken van het Messiaanse Vrederijk zal hebben, maar dan in ‘uiterste‘ volmaaktheid.
We mogen verwachten dat de Nieuwe Aarde adembenemend nieuw zal zijn, mogelijk in veel opzichten vergelijkbaar met de eerste aarde toen die pas geschapen was met een paradijsachtige natuur, die in volkomen harmonie is.
☛ De huidige aarde, zelfs in z’n oorspronkelijke vorm, zal slechts een schaduw zijn van de toekomstige Nieuwe Aarde. Het kan het heel goed zijn dat God in Zijn oneindige creativiteit geheel nieuwe dingen zal gaan scheppen, die ons huidige voorstellingsvermogen te boven zullen gaan. Wat zullen wij mensen door onze Schepper verrast worden!
☛ Er zal alle reden zijn om gelukkig te zijn op de Nieuwe Aarde.
Iedereen zal genoeg te eten hebben, want de aarde zal heel veel voortbrengen:
“Er zullen nederzettingen zijn in goede aarde, op de toppen der bergen; hun vrucht komt hoger dan de Libanon” Psalm 71[72]: 17.
☛ Rivier en levensgeboomte
• Onze Heer en Verlosser heeft eens gezegd:
” . . . Ik ben gekomen opdat zij leven hebben en overvloedJohn.10: 10.
Dit overvloedige leven van Jezus zal op de Nieuwe Aarde in volmaaktheid en zonder beperking beschikbaar zijn.
• In Openb.22 wordt dit zinnebeeldig voorgesteld als een rivier, die ontspringt uit een waterbron in het Nieuwe Jeruzalem, de stad op de berg.
Daardoor zal de gehele Nieuwe Aarde van levenswater worden voorzien:
Aan de oevers van de rivier zullen allerlei vruchtbomen opkomen, waarvan de bladeren niet zullen verwelken en de vruchten niet zullen opraken; elke maand zullen ze vrucht dragen. Het water stroomt immers uit het heiligdom. De vruchten zullen eetbaar zijn en de bladeren geneeskrachtigEzech.47: 12.
Aan beide zijden van de rivier stonden levensbomen die twaalf keer per jaar vrucht droegen, elke maand één keer. Hun bladeren brengen de volken genezingOpenb.22: 2.
• Een belangrijke zegen voor de volkeren is het levensgeboomte, dat aan weerszijden van de rivier(en) groeit. Deze bomen ontvangen het leven gevende water dat afkomstig is van Gods troon. Ik denk dat de mensen uit deze volken de vruchten van de levensbomen even hard nodig zullen hebben als Adam en Eva ze destijds nodig hadden om te [blijven] leven in het paradijs [Gen.3: 22].

Kerstfeest – hier en nu 
God heeft de mensen lief en God heeft bij de schepping alles goed geschapen [Gen. 1].
Maar de mens had wel een vrije wil. Ná de schepping kwam er een moment dat de mens zich van God afkeerde – hij kon het zelf, in z’n eentje, wel af – verhief zich als het ware ten opzichte van de Schepper van Hemel en aarde.
Was niet langer genegen naar God te luisteren, maar hij luisterde wel naar de wereld, de vijand van God, gesymboliseerd door de slang, de satan [de duivel], de tegenstrever.
De mens viel voor de verleiding om “ – te worden als God – ” Gen.3: 5, en dit wordt wel de zondeval genoemd.
Wanneer de mens van de boom van de ‘kennis van goed en kwaad‘ zou eten, zou de mens overmoedig, hoogmoedig worden en sterven, zo heeft Mozes dit proces vastgelegd in Gen.2: 17.
Dit hield niet alleen in dat de mens uiteindelijk lichamelijk zou sterven, nee, op het moment van de zondeval stierf de mens geestelijk!
Dit weten we onder andere omdat het Nieuwe Testament de mens oproept om wederom geboren te worden, met andere woorden: de mens dient opnieuw geboren worden, alleen dan geestelijk [conf. John.3: 6].
Maar hoe wordt die mens dan geestelijk geboren?
De Blijde Boodschap verhaalt ons ‘ons eigen leven‘, we zijn allemaal als Adam geneigd in de zonde te vervallen en daardoor ‘het leven in God‘ te verliezen, te sterven. Wij zijn immers allemaal afstammelingen van Adam, de eerste mens en bezitten dezelfde zondige natuur die tegen God opstaat [Rom.5: 12–21].
Het Kerstverhaal maakt ons duidelijk dat wij opnieuw geboren dienen te worden, ons leven weer op de ‘goddelijke’ rail dienen zien te krijgen en ons daartoe als de herders en de koningen dienen over te geven, dienen te buigen.
Eerst dàn zal ons leven weer ‘tot Leven’ komen, zullen wij kunnen opstaan in de opgestane Heer, in navolging van het lijden en sterven van onze Heer Jezus Christus.

Eerst dàn zullen de engelen zingen:
Eer aan God in den hoge en Vrede op aarde aan de mensen van goede wil”.

 

 

 

Orthodoxie & Geestelijke rust vinden bij God

In plaats van je te laten opslokken door al die aantrekkelijkheden van deze wereld, staat het je vrij te reageren op de oproep van onze Heer en Verlosser:
  Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust gevenMatth.11: 28.
Niemand kent God, Die in het verborgene is en Die slechts gekend kan worden door Zijn Zoon, want God wordt gekend aan wie de Zoon het wil openbaren.
De Blijde Boodschap leert ons overduidelijk dat de enige goddelijkheid in de mens, die van God is. God woont in het hart van wedergeboren gelovigen.
God’s geboden worden de mens bijgebracht omdat deze in het hart van de mens zijn gegrift – op die wijze zal de Zoon van God ons tot een God zijn en wij zullen Zijn Volk zijn [conf. Hebr. 8: 10]


Op die wijze zijn navolgers van Christus deelhebbers aan de Goddelijke Natuur en niet bezitters of wezenlijke inhoud [kenpunt] van de Goddelijke natuur:
•  “     Zijn Goddelijke Kracht immers heeft ons met alles, wat tot Leven en God’s-vrucht strekt, begiftigd door de kennis van Hem, Die ons geroepen heeft door Zijn Heerlijkheid en Macht; en door deze zijn wij met kostbare en zeer grote Beloften begiftigd, opdat wij [navolgers] daardoor deel zouden
hebben aan de Goddelijke Natuur, ontkomen aan het verderf, dat door de begeerte in de wereld heerst2Petr.3: 4;
•  “     Want in Christus, de Zoon van God woont al de volheid van de godheid lichamelijk; en wij hebben de volheid verkregen in Hem, Die het Hoofd is van alle Overheid en MachtCol.2: 9,10.

Christus laat Zich ook niet niet door mensenhanden dienen, alsof Hij nog iets nodig had, daar Hij ‘Zelf’ aan allen leven en adem schenkt en dit allemaal geeft opdat wij God zouden zoeken, òf wij Hem al tastende vinden mochten, hoewel Hij niet ver is van ons:
•  “     Want in Hem leven wij, bewegen wij ons en zijn wij, gelijk ook enige van de oude dichters hebben gezegd: ‘Want wij zijn ook van Zijn geslacht’. Daar wij dan van Gods geslacht zijn, moeten wij niet menen, dat de godheid gelijk is aan goud of zilver of steen door menselijke kunstvaardigheid gesneden of bedachtHand.18: 28-29.

  Wij navolgers, van welke rang of stand dan ook, erkennen geen hogere “zelf” als goddelijke kracht in ons:
      De Heer is mijn Helper en mijn Beschermer; op Hem heeft mijn hart vertrouwd en werd ik geholpen. Mijn vlees bloeit weer op; uit geheel mijn hart wil ik Hem belijden. De Heer is de Kracht van Zijn Volk, Hij is de Beschermer van het Heil van Zijn Gezalfde. Red Uw Volk, Heer [van de hoogmoedigen] en zegen Uw erfdeel, wees [U] onze Herder en verhef ons tot in eeuwigheidPsalm 27[28]: 7-9;
      Ik [Paulus] breng dank aan Hem, die mij kracht gegeven heeft, Christus Jezus, onze Heer, dat Hij mij getrouw geacht heeft, daar Hij mij in de bediening gesteld heeft, hoewel ik vroeger een godslasteraar en een vervolger en een geweldenaar was Maar mij is ontferming bewezen, omdat ik het in mijn onwetendheid, uit ongeloof, gedaan heb, en zeer overvloedig is de Genade van onze Heer geweest, met het Geloof en de Liefde in Christus Jezus1Tim.1: 12-14;
      er is verscheidenheid in werkingen, maar het is dezelfde God, Die alles in allen werkt1Cor.12: 6.
Wij mogen ons navolgers van Christus als God’s kinderen beschouwen, maar zijn daardoor niet als god geworden. De Goddelijke Drieëenheid zal en kan onmogelijk Zijn Wezen delen met het geschapene. Nooit en te nimmer spreekt de Blijde Boodschap over God, Die deel zou uitmaken van het geschapene.    

  • ➥ Het is zondig en hoogmoedig om te streven naar zelfrealisatie of zelfverlossing, om je te verheffen bóven de ànder – door te stellen dat je onder ons ‘de eerste‘ bent. Het is bovendien Christelijk ongepast [men wordt er onpasselijk van] wanneer je je als zodanig gedraagt – het zelfs ook maar in de mond durft te nemen.
    De mens bezit geen verborgen krachten die hem in staat stellen om via een eigen methodiek te komen tot de vereniging met het goddelijke. De mens wordt echter opgeroepen om juist ‘niet‘ positief over zichzelf te denken, zelfs een zeer hoog geacht apostel stelt:
        Maar de zonde heeft, opdat zij zou blijken zonde te zijn, door het goede mijn dood bewerkt, opdat de zonde bij uitstek zondig zou worden door het gebod.
    Wij weten immers, dat de wet geestelijk is; ik echter ben vlees, verkocht onder de zonde.

    Want wat ik uitwerk, weet ik niet; want ik doe niet wat ik wens, maar waar ik een afkeer van heb, dat doe ik. Indien ik nu wat ik niet wens, toch doe, stem ik toe, dat de wet goed is.
    Doch dan bewerk ik het niet meer, maar de zonde, die in mij woont.
    Want ik weet, dat in mij, dat wil zeggen in mijn vlees, geen goed woont. Immers, het wensen is wel bij mij aanwezig, maar het goede uitwerken, kan ik nietRom.7: 13-18.
  • Onze Heer geeft ons het voorbeeld en gaat ons voor op de smalle weg, die wij dienen te gaan:
        Laat ons oog daarbij [alleen] gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder van het Geloof, Die, om de vreugde, welke voor Hem lag, het Kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is aan de rechterzijde van de troon van God.
    Vestigt uw aandacht dan op Hem, die zulk een tegenspraak van de zondaren tegen Zich heeft verdragen, opdat gij niet door matheid van ziel verslapt.
    Jullie hebben nog niet ten bloede toe weerstand geboden in je worsteling tegen de zonde, en jullie hebben de vermaning vergeten, die tot jullie als tot zonen [kinderen God’s] spreekt: ‘ Mijn zoon, acht de tuchtiging des Heren niet gering, en verslap niet, als je door Hem bestraft wordt, want wie Hij liefheeft, tuchtigt de Heer, en Hij kastijdt iedere zoon, die Hij aanneemt’Hebr.12: 2-6.
    Deze weg geeft weliswaar geen ruimte aan een Christendom met eigen bedachte rituelen, maar is ontzettend trouw aan de instructies, die God ons persoonlijk meegegeven heeft in Zijn Woord.
    Het Koninkrijk der hemelen bevindt zich reeds temidden van hen die een geestelijke leven leiden.
    Want de spirituele persoon weet dàt in de Heilige Geest, dàt in Christus de Kerk zal komen met Kracht en Glorie voor alle mensen om aan het einde der tijden te aanschouwen.
    Want ook in het Oude Testament was bekend, hoewel de Wet door Christus tot een liefdeswet is verheven: “     dit Woord is zeer dicht bij u, in uw mond en in uw hart, om het te volbrengen“.

God spreekt tot ons in onze binnenkamer, ons hart en wanneer je de rust zoekt en aandacht besteedt aan je geestelijk leven zal God je leiden op de weg naar Zijn Hemels Koninkrijk.

En op het einde der tijden, dat elke ieder moment van de dag kan aanbreken, zal Christus opnieuw in het middelpunt staan en tot oordeel van alle mensen zijn.

Zijn aanwezigheid zal het oordeel zijn.
Nu kunnen mensen leven zonder de liefde van Christus in hun leven. Ze kunnen bestaan alsof er geen God is, geen Christus, geen Geest, geen Kerk, geen spiritueel leven.
Aan het einde der tijden is dit echter niet langer mogelijk.
Alle mensen zullen het aangezicht van Hem moeten aanschouwen Die
om ons mensen en om onze verlossing uit de hemel is nedergedaald,
en vlees heeft aangenomen door de  Heilige Geest uit de Maagd Maria 
en mens geworden is. Die voor ons onder Pontius Pilatus gekruisigd is, geleden heeft en begraven is …..” [uit de Geloofsbelijdenis].
Allen zullen wel ‘moeten opkijken’ naar Hem, Die zij gekruisigd hebben door hun zonden:
En wij vallen neer op ons aangezicht en aanbidden onze Heer en God en zeggen met de vierentwintig oudsten:
‘Wij danken U, Heer en God, Almachtige, Die is en Die was, dat Gij Uw grote Macht hebt 
opgenomen en het Koningschap hebt aanvaard; en de volkeren waren toornig geworden, maar uw toorn is gekomen en de tijd voor de doden om geoordeeld te worden en om het loon te geven aan uw knechten, profeten, en aan de heiligen en aan hen, die Uw Naam vrezen, aan de kleinen en de groten en om te verderven wie de aarde verderven’Openb.11: 16-18.

De Zoon des Mensen zal Zijn dienaren [Zijn engelen] zenden en zij zullen alle oorzaken van de zonde en alle kwaaddoeners verzamelen uit Zijn koninkrijk en ze in de oven van vuur werpen; daar zullen mensen wenen en knarsetanden. Dan zullen de rechtvaardigen schijnen als de zon in het Koninkrijk van hun Vader [conf. Matth.13: 41-43].

Volgens de heiligen is het “vuur” dat zondaars zal verteren bij de komst van het Koninkrijk van God hetzelfde “vuur” dat met glans in de heiligen zal schijnen.
Het is het “vuur” van God’s Liefde; het “vuur” van God ‘Zelf’, Die een en al Liefde is. Voor hen die God liefhebben en die de hele schepping in Hem liefhebben, zal het “verterende vuur” van God stralende gelukzaligheid en onuitsprekelijke vreugde zijn.
– Het is dus de spirituele lering van de Kerk dat God de mens ‘niet‘ straft door enig materieel vuur of fysieke kwelling.
– God openbaart zich eenvoudig in onze Heer Jezus Christus, Die is opgestaan uit de doden op een dusdanig heerlijke manier dat niemand kan nalaten Zijn Glorie te aanschouwen.
– Het is de aanwezigheid van God’s heerlijke Heerlijkheid en Liefde, Die de plaag is van degenen die zijn stralende kracht en licht verwerpen.
– Aan het einde van de tijden wordt God’s heerlijke Liefde geopenbaard voor iedereen om te aanschouwen in het aangezicht van onze Heer Jezus Christus.
– De eeuwige bestemming van de mens – hemel of hel, redding of verdoemenis – hangt alleen af van zijn reactie op deze ontzagwekkende Goddelijke Liefde voor de mensen.

Het koninkrijk der Hemelen
Wanneer Christus aan het einde der tijden in heerlijkheid zal komen, en
God ‘alles in allen‘ zal zijn, dàn zal de nieuwe hemel en nieuwe aarde komen,
En Hij die op de troon zat, zei: “Zie, ik maak alle dingen nieuw”.
Ook zei Hij: “Schrijf dit, want deze woorden zijn betrouwbaar en waar”.
En Hij zei tegen Johannes de Theoloog:
Het is klaar! Ik ben de Alpha en de Omega, het begin en het einde. 
Aan de dorstigen zal ik water zonder prijs geven uit de fontein van het water des levens. Wie overwint, zal deze erfenis hebben en ik zal zijn God zijn en hij zal mijn zoon zijn. 
Maar wat betreft de lafhartigen, de ongelovigen, de verontreinigden, wat betreft moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars, hun lot zal zijn in het meer dat brandt met vuur en zwavel, wat de tweede dood is”  Openb.21: 1- 8.
Zie, ik kom spoedig, en breng mijn beloning om iedereen te vergoeden voor wat hij heeft gedaan” Openb.22: 12.
Het verkrijgen van de “erfenis” van het Nieuwe Jeruzalem is de hele en enige zin van het leven, het enige doel van het ‘door God geschapen zijn‘ van de mens.
God, Die ten alle tijde overwint, zal deze erfenis met Zich meedragen.
En zoals Paulus ons heeft duidelijk gemaakt:
– ”    Wij zijn méér dàn overwinnaars door Hem die ons heeft liefgehad” Rom.8: 37.
– ”    Want ik ben er zeker van dat noch de dood, noch het leven,
noch engelen, noch overheden, noch aanwezige dingen, of toekomstige dingen,
noch machten, noch hoogte, noch diepte, of iets anders in de hele schepping,
ons zal kunnen scheiden van de Liefde van God in Christus Jezus onze Heer

Rom 8: 38-39.
– “         Dan zijn wij niet meer onmondig, op en neder, heen en weder geslingerd onder invloed van allerlei wind van leer, door het valse spel der mensen, in hun sluwheid, die tot dwaling verleidt, maar dan groeien wij, ons aan de Waarheid houdende, in Liefde in elk opzicht naar Hem toe, die het Hoofd is, Christus.
En aan Hem ontleent het gehele Lichaam [van de Kerk] als een wel-sluitend geheel en bijeengehouden door de dienst van al zijn geledingen naar de kracht, die elk lid op zijn wijze oefent, deze groei van het lichaam, om zichzelf op te bouwen in de Liefde.
Dit zeg ik dan en betuig ik in de Heer, dat gij niet langer moogt wandelen zoals ook de heidenen wandelen, in de ijdelheid van hun denken, verduisterd in hun verstand, vervreemd van het Leven van God om de onwetendheid, die in hen heerst, om de verharding van hun hart.
Zij hebben zich immers in hun verdoving overgegeven aan de losbandigheid om gretig winst te 
slaan uit allerlei onreinheidEph 3: 14-19.

Om ‘vervuld te zijn met al de volheid van God‘ – dit, en dit alleen, 
dáár gaat de Orthodoxe spiritualiteit over.

Het Paradijs is geen plaats, het is eerder een toestand van de ziel.
Net zoals de hel een lijden is vanwege de onmogelijkheid om lief te hebben, is het Paradijs een gelukzaligheid die voortkomt uit de overvloed van Liefde en Licht.
Hij die met Christus is verenigd, neemt volledig en volledig deel aan het Paradijs.
Het Griekse woord ‘παράδεισος’, paradeisos – betekent zowel de hof van Eden, waar de oermens werd geplaatst,
als de komende eeuw, waarin de mensen die verlost en gered zijn door Christus de eeuwige zegen smaken.
Het kan ook worden toegepast op de laatste fase van de menselijke geschiedenis,
wanneer de hele schepping zal worden getransformeerd en God ‘alles in allen’ zal zijn.
De zegening van het Paradijs wordt ook in de christelijke traditie
het Koninkrijk der hemelen‘, ‘het leven van de toekomende eeuw‘,
de achtste dag‘, ‘een nieuwe hemel‘, ‘het hemelse Jeruzalem‘ genoemd.
– Toetst daarom
in je leven slechts datgene
wat de Heer welbehagen schenkt
conf. Eph.5: 10, en dat doet altijd pijn.