Jan 1e – Besnijdenis van onze Heer en Verlosser Jezus Christus & feest van H. Basilios de Grote.

    En de herders keerden terug, God lovende en prijzende om alles wat zij hadden gehoord en gezien, gelijk het hun gezegd was.
       En toen acht dagen vervuld waren, zodat zij Hem moesten besnijden, ontving Hij ook de Naam Jezus, Die door de engel genoemd was, eer Hij in de moederschoot was ontvangen.
       Het kind groeide op en werd krachtig, en het werd vervuld met Wijsheid, en de Genade Gods was op Hem.
       En zijn ouders reisden elk jaar naar Jeruzalem, op het Paasfeest.
En toen Hij twaalf jaar was geworden en zij, zoals dit bij het feest gebruikelijk was, optrokken, en de feestdagen voleindigd hadden, bleef het kind Jezus bij hun terugreis te Jeruzalem achter, en Zijn ouders bemerkten het niet. Daar zij vermoedden, dat Hij bij het reisgezelschap was, gingen zij een dagreis ver en zochten Hem onder de verwanten en bekenden.
       En toen zij Hem niet vonden, keerden zij terug naar Jeruzalem, Hem zoekende.
       En het geschiedde na drie dagen, dat zij Hem vonden in de Tempel, waar Hij zat te midden der leraren, terwijl Hij naar hen hoorde en hun vragen stelde.
       Allen nu, die Hem hoorden, waren verbaasd over Zijn verstand en Zijn antwoorden.
En toen zij Hem zagen, stonden zij versteld en zijn moeder zei tot Hem:
       ‘Kind, waarom hebt Gij ons dit aangedaan? Zie, uw vader en ik zoeken U met smart!’
            En Hij zei tot hen:
‘ Waarom hebt gij naar Mij gezocht? Wist gij niet, dat Ik bezig moet zijn met de dingen van Mijn Vader?
En zij begrepen het woord niet, dat Hij tot hen sprak. En Hij ging met hen terug en kwam te Nazareth en was hun onderdanig. En zijn moeder bewaarde al deze woorden in haar hart.
            En Jezus nam toe in wijsheid en grootte en Genade bij God en mensen”.
Luc.2-20,21;40-52.

    Ziet toe, dat niemand u zal medeslepen door zijn wijsbegeerte en door ijdel bedrog in overeenstemming met de overlevering der mensen, met de wereldgeesten en niet met Christus,
want in Hem woont al de volheid der godheid lichamelijk; en gij hebt de volheid verkregen in Hem, die het hoofd is van alle overheid en macht.
       In Hem zijt gij ook met een besnijdenis, die geen werk van mensenhanden is, besneden door het afleggen van het lichaam van het vlees, in de besnijdenis van Christus, daar gij met Hem begraven zijt in de doop. In Hem zijt gij ook mede opgewekt door het Geloof aan de werking Gods, die Hem uit de doden heeft opgewektCol.2: 8-12.

 

Μια τριπλή σημείωση δεν μπορεί να διαχωριστεί εύκολα; Een drievoudig snoer kan niet gemakkelijk worden gescheiden; ملاحظة ثلاثية لا يمكن فصلها بسهولة

Waarom hebben jullie naar Mij gezocht?
Wisten jullie dan niet, dat Ik bezig moet zijn met de dingen van Mijn Vader?
    Kan iemand er een [enkeling] overweldigen,
twee zullen tegenover Hem kunnen standhouden; en
een drievoudig snoer wordt niet spoedig verbroken
Pred. 4: 12.

Waar staan ‘wij’ als Gemeenschap in Christus verbonden tegenover deze lezingen, die ons toch maar aangeboden worden in de hoogtijdagen van God’s Geboorte in het vlees.

De Geboorte van het Licht van de Wereld welke wij vieren, wat inhoudt dat wij hunkeren naar ‘een betere tijd’ en ons er persoonlijk toe aanzet – ‘nog vasthoudender’ ons best te doen – op de weg, die wij in de doop op ons hebben genomen.
              Wij hebben ons voorgenomen het vandaag en morgen beter te doen dan tot nu toe en hebben ons ondanks vallen en opstaan vast voorgenomen dat ‘hier en nu’ ten uitvoer te brengen.
In deze tijd van het jaar wordt onze geest voortdurende afgeleid door de wereldgeesten en als tegenactie in overeenstemming gebracht met Christus, want
in Hem’ woont àl de volheid van het Goddelijke lichamelijk en in Hem wordt de Volheid verkregen, Die het Hoofd is van alle overheid, de financiële en bestuurlijke macht van de wereld [de Kerk].

De wereld raast niets ontziend onder ‘hels kabaal’ opdringerig over ons heen en
het is mijn vaste overtuiging, dat wij slechts door gezamenlijk – ‘alsof we één zijn’ – op te treden tegen het geweld wat ons omringt;
hoe gek je er ook [ – ‘als dwaas om Christus’ – ] op wordt aangekeken.
            Eenheid in de Kerk wordt slechts bereikt in Christus en het is een goede tijd om dit door te brengen in het gezin, de gemeenschap waarin onze heiliging plaats vindt naast die door ons – persoonlijk uitgekozen – gemeenschap met de christenen buiten onze voordeur.
Wanneer je de lijdende moderne mens nader beschouwt en de geschiedenis van de mensheid kent, wordt zowel ‘de adel van zijn oorsprong‘ als ‘zijn decadentie‘ opgemerkt en vallen je de schellen van de ogen.
           Het toont immers aan dat het menselijk ras voor -‘iets beters’- uit het slijk der aarde werd gevormd.
          Wij worden als mens door alle perikelen van het alledaagse in beslag genomen dat er onderling maar weinig overblijft tot de werkelijkheid van het bestaan te komen en ons te verdiepen ‘in datgene wat ons drijft‘, wat ons bezielt, ons aanspreekt.
Wij laten ons door niemand meeslepen, die ons met wijsbegeerte en ijdel bedrog in overeenstemming brengt met de overlevering van de mensen, met de wereldgeesten en niet met Christus, al komen zij nog zo indrukwekkend over.

De meeste mensen worden afgeleid door de stroom van gedachten, die in de mensenwereld ronddwalen, zien geen kwaad in de stroom zelf en daarom wordt deze dag een betoog gehouden je daar maar eens overtuigend van te distantiëren.
            De wereld [óók de Kerk] zit vòl van manipulatie en eigen belang en tracht de mens achter een bepaald karretje te spannen. Het is een menselijke gewoonte, die in eeuwen is gegroeid – in de tijd voorafgaand en in de tijd volgend op de Geboorte in het vlees van onze Heer en Verlosser, we behoeven ons niet beter voor te doen dan de Farizeeën en Schriftgeleerden.  
            Het gebruik maken van de kuddegeest der mensen is ‘niet’ te rechtvaardigen noch te verdedigen, maar men probeert op een wereldse wijze de gedachten in dezelfde richting te leiden . . . . . en dàt is mensenwerk, dàt is ‘niet’ van God, dat is ‘niet’ de Wil van onze Vader, in de Hemelen.
God heeft van den beginne bevolen dat er maar ‘één Waarheid‘ is en toen bleek dat wij daar als mens niet toe in staat zijn:
    Heeft God, toen de volheid des tijds gekomen was, zijn Zoon uitgezonden geboren uit een 
vrouw, geboren onder de Wet, om hen, die onder de wet waren, vrij te kopen, opdat wij het recht van zonen zouden verkrijgen.      En, dat gij zonen zijt – God heeft de Geest van Zijn Zoon uitgezonden in onze harten, die roept: Abba, Vader. Wij zijn dus niet langer slaaf, doch kind; indien gij kind van God zijt, dan zijt gij ook erfgenaam door GodGal.4: 4-7.
            En wat gebeurt er vervolgens, het is de mens eigen, de stroom van gedachten wordt opnieuw dusdanig afgeleid dat een gewone gelovige – van de kudde des Heren – door de bomen het bos niet meer ziet, ‘de Waarheid wordt zeldzaam onder de mensen’.
            Ook wij zijn ons bewust geen heilige meer te zijn doch de heimwee naar God’s beeld en gelijkenis blijft in ons binnenste wroeten.
Zonder het nauwkeurig dóór te hebben, er inzicht in te hebben, worden ik weet niet hoeveel mensen aangetrokken tot de schoonheid van het Licht.
En wij kunnen ons regelmatig afvragen, wat wij hier in God’s Naam in dit tranendal komen doen.
Misschien is dit bij de schepping ontstaan en hebben wij als mens dat verlangen in Zijn Naam volmaakt te zijn van onze Schepper meegekregen; heeft Hij deze behoefte als het ware in onze genen verstopt. Wij zijn als de gehele natuur, die van het Licht afhankelijk is – zonder Licht is er 
immers geen groen, ja geen hoop meer, geen leven.

Laten we God daarom bedanken voor de Gave van Zijn dierbare Zoon en God slechts door de innige verbintenis in Liefde met elkander delen. Vaak staan mensen juist in deze Kerstperiode méér ópen en kláár om de Blijde Boodschap en het goede nieuws te horen. Er zit in deze periode gewoon verandering in de lucht, misschien komt dat wel doordat alles gewoon stil ligt.
De schoorstenen stoten hun vuiligheid niet meer uit waardoor de adem van de Heilige Geest beter tot ons doordringt, het rumoer van de straat neemt af, zodat onze oren beter horen en de mist trekt op zodat wij beter kunnen zien.
Já, er zit verandering in de lucht, het gevoel dat de dingen anders, lichter en vrolijker zal kunnen – indien ‘wij’ mensen maar gehoor geven aan de roep in de woestijn van het leven:
    Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; 
want Mijn juk is zacht en mijn last is lichtMatth.11: 28-30;
indien wij wèrkelijk het in onze verbintenis opgenomen juk opnemen en onze voornemens nakomen.

Sommige mensen voelen echter een zwaar gevoel, lijden aan gevoelens van eenzaamheid en depressie en zijn wanhopig op zoek naar de Blijde Boodschap over Gods liefde.
De Geboorte van onze Heer en Verlosser uit de maagd, de Theotokos, is en was wonderbaarlijk net als het leven dat onze Heer en Verlosser heeft geleefd !:

 

– ‘The-Morning-after-the-Deluge‘ [ochtend na de zondvloed]- painted by WilliamTurner; – ‘Licht-dat-ons-aanstoot-in-de- morgen‘ – composed by Huub Oosterhuis

    Licht dat ons aanstoot in de morgen, voortijdig licht waarin wij staan koud, één voor één, en ongeborgen, licht overdek mij, vuur mij aan. Dat ik niet uitval, dat wij allen zo zwaar en droevig als wij zijn niet uit elkaars genade vallen en doelloos en onvindbaar zijn”.

    Licht, van mijn stad de Stedehouder, aanhoudend Licht dat overwint. Vaderlijk Licht, steevaste schouder, draag mij, ik ben jouw kijkend kind. Licht, kind in mij, kijk uit mijn ogen of ergens al de wereld daagt waar mensen waardig leven mogen en elk Zijn Naam in Vrede draagt”.

    Alles zal zwichten en verwaaien wat op het Licht niet is geijkt. Taal zal alleen verwoesting zaaien en van ons doen geen daad beklijft. Veelstemmig Licht, om aan te horen zolang ons hart nog slagen geeft. Liefste der mensen, Eerstgeboren, Licht, laatste Woord van Hem Die leeft”.
Huub Oosterhuis

    Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en wij hebben Zijn Heerlijkheid aanschouwd, een Heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader, vol van Genade en Waarheid” John.1: 14.

Het besneden [gedoopte] Kind van het Verbond groeide op en werd krachtig, en het werd vervuld met Wijsheid, en de Genade van God was op Hem.
       En het gezegend Kind reisde, als Zoon van God, met Zijn ouders elk jaar naar Jeruzalem, op het Paasfeest.

Apolytikion     tn.1
    Ofschoon Gij van nature God waart,
boven alles medelijdende Heer,
hebt Gij zonder verandering te ondergaan,
de menselijke natuur op U genomen.
Om de Wet te vervullen hebt Gij de Besnijdenis verduurd,
opdat er een einde zou komen aan de duisternis en
ook om de zware sluier van ons [menselijke] driften weg te snijden.
Eer daarom aan Uw Goedheid,
Eer aan het Woord, uw onzegbare afdaling tot de mensen
”.

Troparion     tn.3
    Gij, Al-Beheerser, hebt de Besnijdenis ondergaan,
om onze overtredingen we te snijden, o Goede.
Daardoor schenkt Gij Verlossing aan heel de wereld.
En in den hoge verheugt zich ook de Hogepriester van de Schepper:
de lichtstralen verkondiger van Christus’ Mysteriën,
onze Heilige Vader Basilios [de Grote]
”.

De Heilige Basilios de Grote [329 -1 jan. 379], die vandaag eveneens gevierd wordt, is van ontzettend grote betekenis geweest voor het Orthodoxe monnikswezen.
Met de aanduiding monnikswezen wordt de beweging van personen bedoeld, die zich vanuit religieuze overtuiging bewust afkeren van de wereld en daarbij afzien van het stichten van een gezin. Zij kiezen bewust voor deze speciale levensinvulling om zich in hun leven geheel tot God te kunnen richten.
Nadat de moeder van Basilios, Emilia als martelares omkwam werd hij als oudste zoon met zijn 4 broers en 5 zusters opgevoed door zijn grootmoeder Macrina; ondanks de vervolging van de christenen hield deze hen staande in haar Christelijk Geloof. Op jeugdige leeftijd stak Basilios vèr boven zijn leeftijdgenoten uit, waarop hij naar Constantinople vertrok om aldaar filosofie te studeren.
Na verloop van 5 jaar aldaar vertrok hij voor ongeveer 5 jaar naar Athene om z’n studie af te ronden. In Athene ontmoette hij de H. Gregorius van Nazianze met wie hij een woning deelde en met wie hij een vriendschap ontwikkelde, waarbij zij als ‘één van geest‘ weerstand boden aan de latere keizer Julianus, die zich als christenvervolger ontpopte.

Heilige Basilios zette zich vooral in voor het gemeenschappelijk monniksleven, omdat dit ‘veel gemakkelijker‘ recht doet aan de grondgedachte van het Christen-zijn dan het individuele kluizenaarsleven.
Vanaf zijn 28e jaar tot aan zijn priesterwijding op zijn 40e was hij zelf monnik in het klooster van Annesi in Pontus. Maar vooral later, toen hij toezichthouder [bisschop] werd gewijd, schreef hij vele brieven aan allerlei klooster-gemeen-schappen naar aanleiding van kwesties betreffende zowel het geestelijk als het praktisch christelijk leven.
De verzameling van deze brieven wordt wel de ‘basilios-regel‘ genoemd en vormt de grondslag van het orthodoxe monnikswezen. Hij is eveneens bekend door zijn samenstelling van de Basilios-Liturgie, een wijze van Eucharistie vieren, die de Orthodoxe Kerk naast de hoogfeesten en ook zijn eigen feestdag steeds voltrekt, vooral op de Zondagen van de grote en Heilige vastenperiode.
Met name de tekst van de Eucharistische Canon onderscheidt zich in een bezielende taal, die heel de loop van he Goddelijk Heilswerk aan ons voorbij doet trekken.

Troparion     tn.1
Over de gehele aarde is uw roep uitgegaan toen
zij uw woord aannam, waardoor gij het wezen van de dingen hebt uitgelegd,
en de zeden van de mensen schoner hebt gemaakt.
Koninklijke priester, heilige Vader Basilios,
bid tot Christus God, om onze zielen te redden
”.

31e December – Orthodoxie & afscheid bij het naderend einde

    Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u,
wie niet door de deur de schaapskooi binnenkomt, maar
op een
andere plaats inklimt, die is een dief en een rover; maar
wie door de deur binnenkomt, is de herder van de schapen.
Voor hem doet de deurwachter open en de schapen horen naar Zijn stem en
Hij roept Zijn eigen schapen bij name en voert ze naar buiten.
Wanneer Hij Zijn eigen schapen alle naar buiten gebracht heeft,
gaat Hij voor ze uit en de schapen volgen Hem, omdat
zij Zijn stem kennen; maar een vreemde zullen zij voorzeker niet volgen,
doch zij zullen van hem weglopen, omdat
zij de stem van de vreemden niet kennen.
       In dit beeld sprak Jezus tot hen, maar zij begrepen niet, wat het was, dat Hij tot hen sprak.
Jezus zeide toen nogmaals:
      Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:
  Ik ben de deur voor de schapen. Allen, die voor Mij gekomen zijn,
zijn dieven en rovers, maar de schapen hebben naar hen niet gehoord.
  Ik ben de deur; als iemand door Mij binnenkomt, zal hij behouden worden; en
hij zal ingaan en uitgaan en weide vinden.
De dief komt niet dan om te stelen en te slachten en te verdelgen; Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed.
  Ik ben de goede herder. De goede herder zet Zijn leven in voor Zijn schapen, maar
wie huurling is en geen herder, wie de schapen niet toebehoren,
ziet de wolf aankomen, laat de schapen in de steek en vlucht
– en de wolf rooft ze en jaagt ze uiteen
– want hij is een huurling en de schapen gaan hem niet ter harte.
  Ik ben de goede herder en Ik ken de Mijne en de Mijne kennen Mij,
gelijk Mij de Vader kent en Ik de Vader ken, en Ik zet mijn leven in voor de schapen.
Nog andere schapen heb Ik, die niet van deze stal zijn; ook
die moet Ik leiden en zij zullen naar Mijn stem horen en het zal worden een kudde, een herder.
  Hierom heeft Mij de Vader lief, omdat Ik Mijn leven afleg om het weer te nemen.
  Niemand ontneemt het Mij, maar Ik leg het uit Mijzelf af.
Ik heb Macht het af te leggen en Macht het weer te nemen;
dit gebod heb Ik van Mijn Vader ontvangen.
Er ontstond opnieuw verdeeldheid onder de Joden om die woorden.
En velen van hen zeiden:
Hij is bezeten en waanzinnig; waarom luistert gij naar Hem?
Anderen zeiden:
Dit zijn geen woorden voor een bezetene, een boze geest kan toch de ogen van 
blinden niet openen?John10: 1-21.

    Toen de dagen van David’s sterven naderden, gebood hij zijn zoon Salomo:

Zoals Isäac zijn zoon Jaäcob zegent, zegent David zijn zoon Salomon – zo zegent de ouder z’n kind, al eeuwen lang

    Ik sta op het punt de weg der gehele aarde te gaan, wees gij nu sterk en toon u een man; en neem uw plicht jegens de Heer, uw God, in acht: wandel op Zijn wegen en onderhoud zijn inzettingen, geboden, verordeningen en getuigenissen, zoals geschreven staat in de Wet van Mozes, opdat gij voorspoedig volvoeren moogt alles wat gij doet en alles wat gij onderneemt, opdat de Heer het Woord gestand zal mogen doen, dat Hij aangaande mij gesproken heeft:
– Indien uw zonen op hun weg acht geven en in trouw, met hun gehele hart en met hun gehele ziel, voor mijn aangezicht wandelen, dan zal het u niet ontbreken aan een man op de troon van Israël.
Nu weet gij ook wel, wat Joab, de zoon van Seruja, mij aangedaan heeft, wat hij namelijk gedaan heeft aan de beide legeroversten van Israël, aan Abner, de zoon van Ner, en aan Amasa, de zoon van Jeter, hoe hij hen gedood en in vredestijd bloed vergoten heeft als was het oorlog, en dit bloed gebracht heeft aan de gordel om zijn middel en aan het schoeisel aan zijn voeten.
     Handel dan naar uw wijsheid, en laat zijn grijze haar niet in vrede in het dodenrijk neerdalen.
Doch aan de zonen van de Gileadiet Barzillai zult gij weldoen, zodat zij onder uw disgenoten zijn, want zo zijn zij mij tegemoet gekomen, toen ik voor uw broeder Absalom vluchtte.
En zie, bij u is Simi, de zoon van Gera, de Benjaminiet uit Bachurim; hij was het, die mij met een vreselijke vloek vervloekte, toen ik naar  Machanaim ging; hij was het ook, die mij tegemoet kwam naar de Jordaan; toen heb ik hem bij de Heer gezworen: Ik zal u niet met het zwaard doden.
     Maar nu moet gij hem niet ongestraft laten, want gij zijt een wijs man, en weet wel, wat gij hem doen moet om zijn grijze haar met bloed in het dodenrijk te doen nederdalen.
     Toen ging David te ruste bij zijn vaderen en werd begraven in de stad van David.
De tijd nu, die David over Israel geregeerd heeft, is veertig jaar; te Hebron regeerde hij zeven jaar, en te Jeruzalem regeerde hij drieëndertig jaar.
En Salomo zat op de troon van zijn vader David, en zijn koningschap werd zeer bevestigd” 1Kon. 2: 1-12.

‘ De Heer is Mijn Herder’

    De Heer is mijn Herder, het ontbreekt mij aan niets.
Op grazige weiden doet Hij mij verblijven; aan verkwikkende wateren heeft Hij mij geleid. Hij heeft mijn ziel bekeerd. Hij leidt mij langs het pad der gerechtigheid omwille van Zijn Naam.
Zelfs al ga ik midden in de schaduw van de dood, dan vrees ik geen kwaad, want Gij zijt met mij. Uw staf en Uw stok, juist deze zijn mijn troost.
Gij richt een tafel voor mij aan, voor de ogen van mijn verdrukkers.
Met olie zalft Gij mijn hoofd: hoe heerlijk is Uw heilige Kelk!
Uw barmhartigheid volgt mij van nabij, alle dagen van mijn leven.
Ik mag wonen in het Huis des Heren, tot in lengte van dagenPsalm 22[23] vert ROK ’s-Gravenhage.

Hoe kunnen wij op vreemde grond het lied des Heren zingen?
Als ik u ooit zou vergeten, Jerusalem, dan zal ook mijn rechterhand worden vergeten. Dat mijn tong aan mijn verhemelte zal kleven, wanneer ik u niet zou gedenken
” 
Psalm 136[137]: 4-6 vert. ROK ’s-Gravenhage.

Bezinning aan het eind van het jaar
Waarom zouden we wanneer wij afstand nemen van deze wereld onze kinderen niet zegenen, wat is er zo speciaal aan deze Joods-Christelijke traditie?

Geloof in de woestijn

Hoewel onze kinderen heden-ten-dage worden geboren in een heidense, afgodische humanistische cultuur [de woestijn van Egypte], ben je al blij wanneer ze trouw zijn gebleven aan de aanbidding van de God van Israël [de Kerk].
Dit is immers wat we verlangen naar onze kinderen toe – dat zij ondanks dat ze omringd zijn door een zee van twijfelachtige ethiek en moraliteit, ze zullen opgroeien tot een goed karakter, vasthouden aan het Geloof in de Ene Ware God, Hem aanbidden in de Geest en Waarheid, de Wet, Die is geschreven in de harten van degenen die onze Heer en Verlosser volgen.
Wanneer wij onze kinderen aan het eind van het jaar zegenen om als Ephraïm [Hebr.= ‘dubbel vruchtbaar’] en Manasse [Hebr.=‘doen vergeten’] te zijn, sporen we hen aan de negatieve groepsdruk en immoraliteit van de samenleving waarin ze leven te weerstaan, en in plaats daarvan trouw te blijven aan de waarden die wij hen op basis van het Woord van God hebben geleerd. Mogen zij rijkelijk gezegend zijn wanneer zij net als de volgelingen van Christus met ons het gedeelte van de Blijde Boodschap bestuderen dat ons dag-in-dag-uit in dienstbaarheid aan God in Christelijke Gemeenschappen over de hele wereld zal worden gelezen.

Apostel Paulus onderwijst
Christus’ Blijde Boodschap

En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt [hierdoor] getransformeerd door de vernieuwing van uw denken, zodat u kunt bewijzen wat de Wil van God is, wat goed, aanvaardbaar en perfect isRom.12: 2.

Wanneer we zegenen
– smeken we God’s kracht af, het is een gebed en gebed heeft de kracht niet alleen anderen – door gebeurtenissen te veranderen.
We kunnen zelf veranderen
wanneer we de Kracht van God aanroepen te werken in iemand die ons heeft vervloekt en/of ons pijn gedaan heeft en/of die persoon zal veranderen in een beter persoon.
Het zien van onze eigen vooruitgang en die van anderen helpt ons dóór te gaan om in ieder geval meer volmaakt te worden zoals onze Heer en Verlosser.
Maar zelfs wanneer mensen niet veranderen, verandert gebed ons wanneer wij onszelf aan God geven om Hem te dienen, Zijn Wil te aanvaarden.
We loven Hem voor de prachtige God die Hij is en de ongelooflijke dingen die Hij al gedaan heeft doordat wij onszelf in persoonlijk gebed open stellen voor het werk van de Heilige Geest.
God kan ons hart veranderen, 
indien we proberen Hem te eren, door te doen wat juist is.
In dit geval is het bidden voor degenen voor wie we van nature ‘niet’ zouden willen bidden.
Een dergelijk gebed is een daad van Geloof en onderwerping:
Vader, laat datgene wat bereikt is, uw Wil zijn en niet mijn wil”.
Hoewel dit gebed onnatuurlijk is, zijn we ook onnatuurlijk,  we zijn immers God’s geestelijke kinderen.
Het verlossen van diegenen die verloren gaan in haat, bitterheid, woede en boosheid is belangrijk voor ons.
Ons doel is dat degenen die ons mishandelden uiteindelijk hun weg vinden naar het Hemels Koninkrijk en onze broeder of zuster in Christus worden.
En daarom kunnen we niet anders dàn bidden!

God’s Genadegaven manifesteren zich in ons als een levend offer, heilig en aanvaardbaar voor God, hetgeen immers onze geestelijk aanbidding inhoudt.
Gebed is niet vrijblijvend
– het streven naar een moreel hoogstaand karakter in de Heer verplicht je tot iets;
– ten opzichte van jezelf en ten opzichte van anderen.
Een nieuwe weg komt niet aanwaaien, deze dient ondersteund te worden door de Genade van de Heilige Geest.
Liefde is een gebeuren van God en de mensen, die wederzijds is
– het een vraagt om het andere en dat komt voor de mens neer op
een overgave tot een offer.

Christus roept ons

Daarom doet Christus in Zijn Lichaam een beroep op God’s kinderen, dat wil zeggen er wordt een beroep op jou persoonlijk gedaan op basis van datgene wat eerder geweest is in de geschiedenis, die  begon met het feit dat God de mens schiep uit Liefde voor de mens; Hij had de mens, Zijn Schepping, lief – anders was Hij er niet aan begonnen.

En wanneer je iemand lief hebt dan schept dat verwachtingen,  die niet beschaamd mogen worden – want God heeft de mensen nimmer beschaamd.
Alles wat God richting de mens heeft ondernomen is als een Vader geweest, ter vervolmaking – een Vader heeft immers het beste met z’n kinderen voor.
En als Vader onderkende Hij dat wij mensen er niet uitkwamen en daarop stuurde Hij Zijn Zoon.
God is ons Genadig geweest door de dood en opstanding van Jezus Christus.
Vanwege Christus worden zij die in Hem geloven  gerechtvaardigd door Geloof en verzoend met God en hebben daar door de Hoop op de erfenis, de eeuwige vreugde.
Er is daarom geen veroordeling voor hen die in Christus Jezus zijn, wat
ze ook mogen uithalen – God is immers Barmhartig.

Bouw daarom je eigen Christelijk leven op, zoek een gemeenschap, die je hierbij tot steun is –  die eveneens het beste met jou vóór heeft, een christelijke gemeenschap, hoewel ook dit maar mensenwerk blijft.
Ook in een christelijke gemeenschap worden grove fouten gemaakt.
Maar dáár behoeven we – zó er respect en onderlinge vergeving bestaat
– niet in te blijven hangen; onderling respect betekent dat  je op basis van gelijkwaardigheid communiceert, werkelijk in elkaar geïnteresseerd bent.
Wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt getransformeerd door de vernieuwing van je geest, dat je door jezelf te testen kunt onderscheiden wat de Wil van God is, wat goed en aanvaardbaar en misschien wel perfect is.
Een dergelijke geestelijke weg vind je niet vanzelfsprekend, dàt vraagt geduld en wijsheid, dàt kan ook nog wel eens -‘ heel erg pijn doen‘ – want het betreft een weg, die gebouwd is op Christus en dat komt niet voort uit het niets doen, uit
het uit de weg gaan van confrontaties, uit hoogmoed.
Dergelijke keuzes hebben een wortel, welke gebaseerd is op een visie, een Goddelijk inzicht, welke beschreven staat in de Blijde Boodschap.

Christus, Verlosser

In de blijde Boodschap wordt de Goddelijke weg van de mens beschreven tot het Hemels Koninkrijk, datgene wat onbereikbaar blijkt maar goed is om er naar te streven.
Toon genade met opgewektheid. . . . Laat je liefde echt zijn. . . . Geef aan de heiligen, medereizigers. . . . Zegen degenen die je vervolgen. . . . Huil met degenen die huilen. . . .  Beschouw jezelf als de minste onder jullie. . . . Reageer op niemand door wraak te nemen. . . .  Indien je vijand honger heeft, geef hem dan te eten“.

Apostel Paulus in de Romeinse gevangenis, Rembrandt, Harmen’szoon van Rijn ca. 1627

    Daarom, al zou ik [Paulus] volle vrijmoedigheid in Christus hebben om u te gelasten wat betaamt, toch geef ik ter wille van de liefde de voorkeur aan een verzoek. Nu het zo met mij is, dat ik, Paulus, een oud man ben, thans bovendien een gevangene van Christus Jezus, kom ik u een verzoek doen voor mijn kind, dat ik in mijn gevangenschap verwekt heb, Onesimus [Hebr.=‘nuttig zijn, helpen, nut ontvangen, geholpen worden òf vreugde beleven aan]’, die vroeger onbruikbaar voor u was, maar nu zeer bruikbaar is, zowel voor u als voor mij. En ik zend hem, dat wil zeggen mijn hart, aan u terugFilémon [Hebr.=’iemand, die kust’] 1: 8-12.
     Een leven onder God’s gezag is een leven van aanbidding,
wat je modelleert, wat op het punt staat een levensopdracht voor je te worden.
Voordat je denkt dat het christelijke leven alles te maken heeft met
barmhartig zijn tegenover mensen, besef dàn dat het alles te maken heeft met
het eerbiedig zijn naar God toe.
Voordat wij onszelf genadig weggeven aan de mens,
geven wij onszelf weg in aanbidding tot God.

Dit is cruciaal om te zien.
     We dienen het christelijke leven nooit te laten afdwalen in slechts een ‘sociale agenda’, want als God buiten beschouwing wordt gelaten, zal onze genadegave slechts een slap aftreksel van sociale omgang betekenen.
Daarom gaat overgave in Christelijke zijn nèt een hele stap verder dan wat in de wereld als aanvaardbaar wordt geacht.
In de Joods-Christelijke cultuur vindt het ‘onwaarschijnlijke’ plaats, het kàn bijna niet waar zijn – het overstijgt het normaal-menselijke:
– dáárom dient er een kinderpardon plaats te vinden.
– dáárom offert de mens zich met hart en ziel op aan de minderbedeelden,
neemt de financiële agenda slechts een ondergeschikte plaats in.
– wordt er vanuit een vredelievende manier overleg gepleegd in plaats
van naar de wapens te grijpen.
– heeft men zorg voor elkaar.

Ik sluit deze laatste inbreng van het jaar af met nog twee verklaringen van de apostel Paulus, Zijn eigen getuigenis van verlangen en Zijn vermaning aan ons:
1.].    Want ik weet, dat dit mij tot behoud zal strekken door uw gebed en de bijstand van de Heilige Geest van Jezus Christus, naar mijn vurig verlangen en hopen, dat ik in geen enkel opzicht beschaamd zal staan, maar dat met alle vrijmoedigheid, zoals steeds, ook nu Christus zal worden grootgemaakt in mijn lichaam, hetzij door mijn leven, hetzij door mijn doodPhil.1: 20.
2.].     Weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, die in u woont, die gij van God ontvangen hebt, en dat gij niet van uzelf zijt? Want gij zijt gekocht en betaald. Verheerlijkt dan God met uw lichaam1Cor.6: 19-20.
Met andere woorden:
  Presenteer je lichamen als een levend offer, heilig en aanvaardbaar voor God, wat je spirituele aanbidding is.
  Laat de waarde van Christus zien door de manier waarop je je lichaam gebruikt.
    Rechtvaardigen juicht in de Heer; de gerechten past lofzang.
Belijdt den Heer op de harp, zingt een Psalm voor Hem op de tiensnaar.
Zingt voor Hem een nieuw lied, zingt goed het overwinningslied.
Want recht is het Woord des Heren, al Zijn werken zijn trouw.
De Heer bemint goedertierenheid en recht; de barmhartigheid des Heren vervult de aarde.
Door het Woord des Heren staan de Hemelen vast; door de adem van Zijn mond al hun krachten.
Als in een wijnzak verzamelt Hij het water der zee, in Zijn schatkamers bergt Hij de afgrond.
Dat heel de aarde de Heer vreze, dat voor Hem beven alle bewoners der wereld.
Want Hij sprak, en alles ontstond; Hij gebood, en het heelal werd geschapen.
De Heer verijdelt de plannen der heidenen, Hij verwerpt de gedachten der volkeren en de  voornemens der vorsten.
Maar het plan des Heren blijft in eeuwigheid; de gedachten van Zijn hart houden stand van  geslacht tot geslacht.
Zalig het Volk, wiens God de Heer zelf is: het Volk dat Hij Zich tot erfdeel verkiest.
De Heer ziet neer uit de Hemelen, Hij aanschouwt alle zonen der mensen.
Uit Zijn eeuwige woonplaats ziet Hij neer over allen die de aarde bewonen.
Hij vormt ieders hart afzonderlijk; Hij begrijpt al hun werken.
Een koning wordt niet gered door veel troepen, een reus niet door zijn overvloedige kracht. Onbetrouwbaar ten behoud is een paard, zelfs al zijn kracht brengt geen zekere redding.
Zie de ogen des Heren lichten over hen die Hem vrezen, die vertrouwen op Zijn Genade. Om hun ziel aan de dood te ontrukken, om hen te voeden ten tijde van gebrek. Onze ziel verbeidt de Heer, want Hij is onze Helper en Beschermer.
Want in Hem verheugt zich ons hart, wij vertrouwen op Zijn heilige Naam.
Heer, Uw barmhartigheid kome over ons, zoals wij vertrouwen op U”.
Psalm 32[33] vert. ROK, ’s-Gravenhage

Orthodoxie & gebed en inzet om bijstand

Logo AOKN

Wanneer God Zich voorbereidt om iets geweldigs en machtigs in ons leven te doen, komt het regelmatig voor dat de situatie nog een tijdje kan verslechteren.
Wanneer wij de goede kant op gaan – onze bestemming tegemoet treden, gaat de tegenstrever anderen extra ondersteunen teneinde ons te onderdrukken – zelfs de Satan, de spirituele vijand van onze ziel, die onze vrijheid weerstaat God op alle mogelijke manieren, die hem ter beschikking staan.
In dergelijke omstandigheden dienen we ons Geloof niet op te geven, want ‘te Zijner tijd’ zullen we zien hoe God’s Machtige hand en uitgestrekte arm ons op Zijn volmaakte manier en tijd zal verlossen.
Weest blij in de Hoop, geduldig in de verdrukking, volhardend in het gebed, bijdragend in de noden van de heiligen en legt u toe op gastvrijheidRom.12: 12,13.

In de laatste dagen waarin de Kerk onder de invloed wordt gebracht door de wereld – ‘degenen die verlangen haar te vernietigen’ – kan het ons toeschijnen dat Vrede en Bevrijding verloren zijn gegaan.
Bid alsjeblieft allen dat wij onze harten en ogen zullen openen om de Genadegave, van de  eeuwige vrede en redding in Christus mogen ontvangen, de wijze waarop wij onze gedachtengang ontwikkelen en ernaar verlangen dit eenieder te gunnen.

Als deelnemers aan dit proces kunt u – binnen uw gemeenschap – het verschil maken door de voortgang ook financieel te steunen en daarmee de Blijde Boodschap over geheel uw omgeving te brengen en de ontwikkeling van het kwetsbare begin van onze gemeenschap mogelijk te maken.
Want, broeders, opdat gij niet eigenwijs zoudt zijn, wil ik u niet onkundig laten van dit geheimenis; een gedeeltelijke verharding is over de Kerk gekomen, totdat de volheid der heidenen binnengaat en aldus zal geheel het gelovige Volk behouden worden, gelijk geschreven staat: De Verlosser zal uit Sion komen, Hij zal goddeloosheden van Jaäcob afwenden. En dit is Mijn Verbond met hen, wanneer Ik hun ongerechtigheden wegneemRom.11: 25-27.

Wij roepen u op het lidmaatschap aan de Antiocheens Orthodoxe Kerk in Nederland te bevestigen door met ingang van de komende maand,
maandelijks of in één keer jaarlijks over te maken
op NL82INGB0008428523 ten name van: Heilige Moeder Gods Parochie.
Bedenk daarbij dit – wilt u ‘het lijntje met bóven’ open houden, dàn
zult u nèt als uw [mobiele-] telefoonrekening  – uw bijdrage dienen te voldoen;
de Kerk stelt geen al te grote verwachtingen en
afhankelijk van uw inkomen mag u de bijdrage leveren, die voor uw portemonnee draagbaar is.
☛   Bijgaand het Lidmaatschapsformulier, opdat u het bedrag wat u overmaakt via de jaaropgave van de Belastingen kunt terugvragen, want wij zijn een voor de Nederlandse overheid een ANBI [Algemeen Nut Beogende Instelling)
Pdf: 
Lidmaatschapsform in de Antiocheens Orthodoxe Kerk in Nederland.
Geef je aan het goede doel, dan krijg je soms een flink belastingvoordeel cadeau via de aangifte inkomstenbelasting. Als je vooraf goed op de hoogte bent van de regels, pak je méér belastingvoordeel mee.

Dec.25e – Het Mysterie van de Geboorte van onze Heer en Verlosser in het vlees

Toen nu Jezus geboren was te Betlehem in Judea, in de dagen van koning Herodes, zie, wijzen uit het Oosten kwamen te Jeruzalem, en vroegen: Waar is de Koning der Joden, die geboren is?
Want wij hebben zijn ster in het Oosten gezien en wij zijn gekomen om Hem hulde te bewijzen.
          Toen koning Herodes hiervan hoorde, ontstelde hij en geheel Jeruzalem met hem. En hij liet al de overpriesters en schriftgeleerden van het volk vergaderen en trachtte van hen te vernemen, waar de Christus geboren zou worden. Zij zeiden tot hen: Te Betlehem in Judea, want aldus staat geschreven door de profeet:
          ‘En gij, Betlehem, land van Juda, zijt geenszins de minste onder de leiders van Juda, want uit u zal een leidsman voortkomen, die mijn volk Israel weiden zal’.
          Toen riep Herodes de wijzen in het geheim en deed bij hen nauwkeurig navraag naar de tijd, dat de ster geschenen had.
En hij liet hen naar Betlehem gaan, en zei: Gaat en doet nauwkeurig onderzoek naar dat kind; en zodra gij het vindt, bericht het mij, opdat ook ik hem hulde ga bewijzen.
          Zij hoorden de koning aan en reisden weg; en zie, de ster, die zij hadden gezien in het Oosten, ging hun voor, totdat zij kwam en stond boven de plaats, waar het kind was.
Toen zij de ster zagen, verheugden zij zich met zeer grote vreugde. En zij gingen het huis binnen en zagen het kind met Maria, zijn moeder, en zij vielen neder en bewezen hem hulde.
En zij ontsloten hun kostbaarheden en boden hem geschenken aan: goud en wierook en myron.
En van Godswege in de droom gewaarschuwd om niet tot Herodes terug te keren trokken zij langs een andere weg naar hun land terug” Matth.2: 1-12.

        Maar toen de volheid des tijds gekomen was, heeft God Zijn Zoon uitgezonden geboren uit een vrouw, geboren onder de Wet, om hen, die onder de wet waren, vrij te kopen, opdat wij het recht van zonen zouden verkrijgen.
En, dat gij zonen zijt – God heeft de Geest zijns Zoons uitgezonden in onze harten, die roept: Abba, Vader.
Gij zijt dus niet meer slaaf, doch zoon; indien gij zoon zijt, dan zijt gij ook erfgenaam door GodGal.4: 4-7.

        God heeft Zijn Zoon uitgezonden geboren uit een vrouw, geboren onder de Wet, om hen, die onder de wet waren, vrij te kopen, opdat wij het recht van zonen zouden verkrijgenGal.4: 4,5.

        En gij, Betlehem Efrata, al zijt gij klein onder de geslachten van Juda, uit u zal Mij voortkomen die een Heerser zal zijn over Israël en Wiens oorsprong is van ouds, van de dagen der eeuwigheid.
Daarom zal Hij hen prijsgeven tot de tijd, dat zij die baren zal, gebaard heeft.
Dan zal het overblijfsel van Zijn broeders terugkeren met de Israëlieten.
Dan zal Hij staan en hen weiden in de kracht des Heren, in de Majesteit van de Naam des Heren, van Zijn God;
en zij zullen rustig wonen, want nu zal Hij groot zijn tot aan de einden der aarde, en Hij zal vrede zijn
Micha 5: 2-5.

Als navolger van Christus dien je ervan doordrongen te zijn dat het hele leven van Christus een voortdurende voorstelling van lijden, een passie is geweest; gewone heiligen sterven als martelaren, maar Christus werd van het begin af aan als Martelaar geboren:
– Hij vond op aarde een Golgotha [een plaats van ondergang / een martelplaats, waar Hij zou worden gekruisigd].
– Ja, zelfs in Bethlehem, waar Hij, zoals wij vandaag vieren, werd geboren;
want tot Zijn tederheid waren de rietjes bijna net zo scherp als de doornen erachter en de kribbe was vanaf het begin [als een doodskist] net zo ongemakkelijk als Zijn Kruis.
– Zijn geboorte en Zijn dood waren slechts één onafgebroken gebeuren, één als maar voortdurende daad, en zowel Zijn Kerstdag en Zijn Goede Vrijdag zijn slechts de vooravond en de ochtendstond van één en dezelfde door God gegeven dag.
– En omdat zelfs Zijn Geboorte in het vlees, Zijn dood is, is elke actie en passage waarop Christus Zich vandaag aan ons laat zien, Zich aan ons manifesteert, zowel Zijn Geboorte, als Drie-koningen een en dezelfde manifestatie van Zijn lijden hier op aarde.

Hoewel de tegenwoordige [westerse] Kerk de twaalfde dag nu ‘Driekoningen‘ noemt, omdat
Christus op die dag aan de heidenen werd geopenbaard als Epifanie [= de plotselinge, verwarrende openbaring] vanwege de manier waarop de wijzen [van die tijd, ‘zij’, die het zouden dienen te weten] op die 12e dag kwamen om Hem te aanbidden.
Elf staat voor het tekort, het Bijbelse ideaal is twaalf.
Nochtans de oude Kerk noemde de 12e dag Theophanie omdat Christus, die dag door Johannes de Voorloper werd gedoopt in de Jordaan en
Christus als ‘Zoon van God‘ verscheen, waarbij God Zelf Hem als zodanig van Hem getuigde en Hem ‘Zijn geliefde Zoon‘ noemde.

Mozes & de Wet

Wij kennen allemaal de God’s-verschijning op de Sinaï,
waarbij God aan Mozes de Geboden gaf temidden van ontzagwekkende natuurverschijnselen: aardbeving en vuur en angst.
Elke manifestatie van Christus aan de wereld, aan de Kerk, aan een bepaalde ziel, is een God’s-verschijning, een Driekoningen, een Kerstdag, een Theophanie.

De ontmoeting met de Heer

Nu is er nergens een duidelijkere manifestatie van Christus dan
op het moment dat de dagen van Kerst na 40 dagen worden afgesloten in
datgene wat wij de ‘Opdracht in de Tempel‘ noemen en in westerse kringen ‘Maria Lichtmis‘, waarbij
de Zoon van God de oude vertegenwoordiger van Zijn Volk ontmoet, die zegt:
    Nu laat Gij, Heer, uw dienstknecht gaan in Vrede, naar uw Woord,
want mijn ogen hebben uw Heil aanschouwd [gezien], dat
Gij bereid hebt voor het aangezicht van alle volkeren:
‘Licht tot openbaring voor de heidenen en
Heerlijkheid voor uw volk IsraëlLuc.2: 29-32.
Het werd geopenbaard aan Simeon [wiens woorden dit zijn] dat
hij Christus zou dienen te zien voordat hij stierf;
en feitelijk, werkelijk, substantieel, in wezen, lichamelijk, uiterlijk, persoonlijk ‘ziet hij Hem‘; wel zó is het Simeon’s Driekoningen, Simeons Kerstdag; dus ook op deze dag, waarin we de algemene Driekoningen herdenken en vieren, de manifestatie van Christus aan de hele wereld in Zijn geboorte in het vlees,
alles wat wij naast onze interesse in de universele Driekoningen en manifestatie impliciet in deze dag ontvangen.

Laatste Avondmaal – ‘open je hart om de verrezen Christus te ontvangen, de geest van gebed te horen Zijn roep op onze weg naar Hem toe’ –

En deze dag, waarop wij dit Hoogfeest vieren, hebben wij eveneens een ontmoeting met
onze Heer en Verlosser, als gevolg van het Lichaam en het Bloed van Christus dat wij ontvangen in zijn Heilig en Gezegend Mysterie van de Goddelijke Liturgie.
Dit Mysterie van de ontmoeting houdt eveneens een Driekoningen in, alsnog een Kerstdag, een andere manifestatie van het Mysterie van de ontmoeting met Christus welke wij-‘zelf’ ondergaan. 

Zoals de Kerk voorafgaand aan Kerst via de vastenperiode onze toewijding heeft voorbereidt, die Christus als maar dichter en dichterbij tot ons heeft gebracht,
en ons steeds maar weer herhaald dat Hij komt en
vervolgens doorgaat met de gedachtenis van de Martelaren, de Moeder God’s, die Hem gebaard heeft [26e dec.],
Stephanos, aartsdiaken en proto-martelaar [27e dec.] de 2000 Martelaren van Nikodemië [28e dec.], de 14.000 onschuldige kinderen, die in de omstreken van Bethlehem zijn vermoord [29e dec.], Anysia de maagd van Thessaloniki en Filotheros z’n medemartelaren van Nikodemië [30e dec.] en
de tien maagd-martelaressen van Nikodemië en de Martelaar Zotik, de hoeder van de wezen [31e dec.].
Op deze wijze toont de Kerk ons dat wij slechts vrede en rust zullen vinden, wanneer wij ons leven  in navolging van Christus, onze toekomstige verwachtingen in handen leggen van God.

    Kom tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven;
neem Mijn juk op je en leer van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart,
en je zult rust vinden voor je ziel; want
Mijn juk is zacht en Mijn last is licht
Matth.11: 28-30.
Christus heeft ons geroepen navolgers te worden in Zijn lijden,
Hem te volgen in het Mysterie van het leven, zoals God dit heeft bereid.
De waardigheid van die mysterieuze daad, welke ons tot de waardige zaligheid leidt, heeft het gevaar in zich van onwaardige ontvangers, om
dat bewijs in Zijn Naam te benadrukken, onophoudelijk bewust te zijn.
Het stelt ons daarom voorafgaand in staat een verder onderzoek in te stellen òf
we wel waardig zijn onze gang naar Zijn kelk te vervolgen;
deze geboorte van Christus in onze kenmerkende ziel te ontvangen.

H. Climacos, abt van de Sinaï

Dit Hoogfeest op deze eerste Kerstdag, met aansluitend de 40 dagen tot aan de opdracht in de tempel, met
iedere dag wel weer een nieuwe Heilige of Martelaar bezorgt ons de Geboorte van Christus in onze eigen ziel;
Daarom wordt dit feest zó groots gevierd om dit als bewijs van onze overgave te laten gelden, dat wij ons open stellen onophoudelijk voor-te-bereiden op de weg naar het Hemels Koninkrijk, waar wij nu eenmaal allemaal naar op weg zijn.
Wordt je geboren, dan ga je onherroepelijk dood en
je kunt niet anders dan je hierop voorbereiden
– op de uiteindelijke ontmoeting met Christus boven aan de ladder van Climacos;
De voorbereiding tot deze ontmoeting vindt stapje voor stapje, trede voor trede plaats,
zodat je uiteindelijk waardig geacht kunt worden opgenomen worden in de Hemelse sferen.

Heer, laat uw dienaar nu in vrede naar Uw Woord vertrekken:
want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien

Luc.22: 29,30.

Hierin is de Liefde van God jegens ons geopenbaard, dat
God Zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat
wij zouden leven door Hem.
Hierin is de Liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar
dat Hij ons heeft liefgehad en Zijn Zoon gezonden heeft
als een verzoening voor onze zonden

1John.4: 9.

Troparion      tn.2 bij het “Heer ik roep. . . . . “, 
Grote Vespers, avond voorafgaand 25 dec
      Uw Koninkrijk, Christus God
is een rijk van alle eeuwen
en Uw Heerschappij van geslacht op geslacht.
Vleesgeworden door de Heilige Geest
en Mens geworden uit de altijd-Maagd Maria
zijt Gij bij de komst, voor ons allen een Licht opgestraald, Christus God
Licht uit Licht en Afglans van de Vader.
Gij hebt de gehele schepping verlicht
alles wat adem heeft looft u:
het Zegelbeeld van de Heerlijkheid van de Vader.
Gij Die zijt en tevoren waart:
God, Die uit de Maagd zijt opgestraald,
ontferm U over ons
“.

Apolytikion      tn. 4,     van de 25e december
Uw Geboorte, o Christus onze God
deed opgaan voor de wereld het Licht van Uw kennis.
Want het zijn de aanbidders der sterren
in die kennis onderwezen
om U te aanbidden:
de Zon der Gerechtigheid,
en U te kennen, De Opgang uit den Hoge,
Eer aan U, o Heer
“.
vert. klooster ‘Geboorte van de Moeder Gods’, Asten

Orthodoxie & een Nieuwe Hemel en nieuwe Aarde

Na het Laatste Oordeel zal God een Nieuwe Hemel en een Nieuwe Aarde scheppen [of geschapen hebben] waar God onder de mensen zal wonen en
waar hemel en aarde in elkaar lijken over te vloeien.
Al in het Oude Testament werd voorzegd dat God eens een Nieuwe Hemel en Aarde zou scheppen:
Want zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; aan wat vroeger was, zal niet gedacht worden, het zal niemand in de zin komen. Maar gij zult u verblijden en juichen voor eeuwig over hetgeen Ik schep, want zie, Ik schep Jeruzalem tot jubel en zijn volk tot blijdschap. En Ik zal juichen over Jeruzalem en Mij verblijden over mijn volk. En daarin zal niet meer gehoord worden het geluid van geween of van geschreeuwIsaiah 65: 17-19.
Het Messiaanse Vredesrijk zal nog op de bestaande aarde worden gesticht en nog niet de volmaaktheid brengen. Er is een volledige nieuwe schepping nodig om het uiteindelijke woongebied voor al de schepselen Gods te realiseren, voor engelen en mensen.
”     Wij verwachten echter naar Zijn Belofte nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont2Petr.3: 13.
Met dezelfde scheppingskracht waarmee God de eerste hemel en aarde tot stand heeft gebracht [Gen.1] zal de Schepper en Herschepper vanaf Zijn Troon de Majestueuze woorden uitspreken:
“… Zie, Ik maak alles nieuw…” Openb.21: 5.
God zal spreken en het zal gebeuren, net als bij de eerste schepping [Gen.1].
Alle dingen zullen nieuw worden.
Er zal een Nieuwe Hemel en een Nieuwe Aarde komen, die op een unieke wijze in elkaar zullen overvloeien.
Dit zal de ultieme wedergeboorte van God’s schepping zijn.
De Blijde Boodschap geeft geen informatie over de Nieuwe Hemel, maar ongetwijfeld zal die minstens zo veel van God’s Heerlijkheid  weerspiegelen als de oorspronkelijke hemel.

De Nieuwe Aarde zal echt nieuw zijn.
Niets van de oude aarde zal hergebruikt [gerecycled] worden, maar God zal de aarde waarschijnlijk volgens een geheel nieuw concept vorm geven.
Verwacht dus niet dat de materie van de aarde en wat op de aarde zal leven uit dezelfde bouwstenen van moleculen en atomen zal bestaan, zoals de huidige aarde.
Alles -maar dan ook alles- kàn anders worden, en toch tot op zekere hoogte wel weer herkenbaar. Laten we niet te gering denken van God’s schepping’s-mogelijkheden.
God zal er ook geen miljarden jaren voor nodig hebben om via een evolutieproces vòl toevalligheden iets vanzelf te laten ontstaan.
Bij de eerste schepping had God er ook maar een paar dagen voor nodig.
God schept niet door toeval of via eindeloze processen van leven en dood.

Tweedeling onder de mensen op de Nieuwe Aarde
De mensen die behoren tot de ‘Bruid’ van Jezus [de ‘verbond’s, de ‘bruid’s’-mensen’] zijn hebben de Eerste Opstanding  meegemaakt aan het begin van het Messiaanse Vredesrijk.
Zij zullen het regerende volk zijn naast en onder leiding van Heer en Meester, de Koning Jezus, de Christus.
De andere mensen die bij het Laatste Oordeel begenadigd zijn en toegang krijgen tot de Nieuwe Aarde, hebben dan een lichamelijke opstanding meegemaakt die tot op zekere hoogte te vergelijken zal zijn met de Eerste Opstanding. 
We mogen dus een tweedeling veronderstellen onder de aardbewoners: de bruidsmensen en de overige mensen, die in Openbaring 21 de ‘volkeren’ worden genoemd.
Deze gedachten over de tweedeling van mensen op de Nieuwe Aarde worden door bijna niemand naar voren gebracht, maar toch is die geheel overeenkomstig de Blijde Boodschap.
Daardoor komen veel dingen over onze toekomstverwachting en over de eeuwige bestemming van mensen in een ander licht te staan. Het is een concept dat we bij alle tijdperken van God’s Koninkrijk tegenkomen:
– In de voorliggende tijd waren er mensen die God dienden en mensen die het niet deden.
– In de latere tijd van het Oude Testament was er het Volk Israël dat God diende en de overige volken die dat niet deden.
– In de tijd van het Nieuwe Testament zijn er mensen die in God geloven [Joodse mensen en christenen] en mensen die dat niet doen.
– In het Messiaanse Vrederijk zijn er de bruid’s-mensen die het regerende volk zullen zijn naast onze Heer en Verlosser Jezus Christus en de volkeren van de aarde over wie ze heerschappij zullen voeren.

Op de Nieuwe Aarde zullen zijn er weer dezelfde bruid’s-mensen die het regerende volk zullen zijn naast onze Heer en de volken [begenadigden na het Laatste Oordeel] over wie ze heerschappij zullen voeren.
In de Openbaringen van Johannes, de Theoloog lezen we dat ook in het hiernamaals de volkeren hun eigen identiteit zullen behouden:
Hierna zag ik dit: een onafzienbare menigte, die niet te tellen was, uit alle landen en volken, van elke stam en taal. In het wit gekleed en met palmtakken in hun hand stonden ze voor de troon en voor het Lam [= onze Heer]” Openb.7: 9.
Dat zal in het Messiaanse Vredesrijk en op de Nieuwe Aarde wel niet veel anders zijn.

Wat er niet op de Nieuwe Aarde zal zijn
De Nieuwe Aarde zal nog veel mooier en grootser zijn dan de oude aarde tijdens het Messiaanse Vrederijk. De Blijde Boodschap noemt een aantal dingen die er ‘niet‘ meer zullen zijn:
➻ Er zullen geen zeeën meer zijn.
”     Toen zag ik een nieuwe hemel en een Nieuwe Aarde; de eerste hemel en de eerste aarde waren verdwenen en de zee bestond niet meerOpenb.21: 1.
Dit is het eerste wat genoemd wordt over het uiterlijk van de Nieuwe Aarde.
De zee is iets wat bij de oude aarde hoort. In feite zijn de zeeën ontoegankelijk voor de mensen en brengen ze een scheiding aan tussen continenten.
➻ Er zal volmaakte harmonie zijn tussen de volkeren.
Alles en iedereen zal bereikbaar zijn. Er zal geen plaats zijn voor oceanen; mogelijk wel voor meren en rivieren.
➻ Er zal geen zon en geen maan meer zijn.
De stad [=Nieuw Jeruzalem] heeft het licht van zon en maan niet nodig, want de Heerlijkheid van God verlicht haar, en haar lamp is het Lam [= de Heer]” Openb.21: 23.
• Ik geloof dat deze lichtvoorziening voor de gehele Nieuwe Aarde zal gelden. Gedurende de eerste drie scheppingsdagen [Gen.1] was er ook geen zon, maar wel licht. Dat was naar mijn mening geen gewoon licht, want de hemellichamen werden pas op de vierde dag geschapen. Het is veel waarschijnlijker dat toen het Licht van God’s Heerlijkheid op aarde begon te schijnen, dat de Bron is van alles wat leeft. Hetzelfde Licht dus wat later op de Nieuwe Aarde de enige lichtbron zal zijn, zowel letterlijk als in geestelijke zin.
➻ Er zal geen nacht meer zijn.
Het zal er geen nacht meer zijn en het licht van een lamp of het licht van de zon hebben ze niet nodig, want God, de Heer, zal hun Licht zijnOpenb.22: 5.
Na de eerste schepping [Gen.1] wisselden nacht en dag elkaar af. Duisternis en Licht konden naast elkaar op aarde voorkomen. De satan had ook de toegang tot de aarde en de zonde kon zijn intrede doen.
➻ Duisternis is een symbool van het kwade en van de zonde. Geen spoor van duisternis zal meer voorkomen op de Nieuwe Aarde. De invloed van de satan als tegenstrever zal voorgoed verdwenen zijn. Er zal ook geen boom van het kwaad meer zijn, waarmee de mensheid kan worden verleid.
➻ Er zal geen verdriet meer zijn. Er zal ook geen rouw meer zijn, dus geen verdriet over gestorvenen, want vanaf dàt moment zal de dood geen macht meer hebben over de mensen.
Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbijOpenb.21: 4.

Wat er wel op de Nieuwe Aarde zal zijn
Het is te verwachten dat de Nieuwe Aarde veel kenmerken van het Messiaanse Vrederijk zal hebben, maar dan in ‘uiterste‘ volmaaktheid.
We mogen verwachten dat de Nieuwe Aarde adembenemend nieuw zal zijn, mogelijk in veel opzichten vergelijkbaar met de eerste aarde toen die pas geschapen was met een paradijsachtige natuur, die in volkomen harmonie is.
☛ De huidige aarde, zelfs in z’n oorspronkelijke vorm, zal slechts een schaduw zijn van de toekomstige Nieuwe Aarde. Het kan het heel goed zijn dat God in Zijn oneindige creativiteit geheel nieuwe dingen zal gaan scheppen, die ons huidige voorstellingsvermogen te boven zullen gaan. Wat zullen wij mensen door onze Schepper verrast worden!
☛ Er zal alle reden zijn om gelukkig te zijn op de Nieuwe Aarde.
Iedereen zal genoeg te eten hebben, want de aarde zal heel veel voortbrengen:
“Er zullen nederzettingen zijn in goede aarde, op de toppen der bergen; hun vrucht komt hoger dan de Libanon” Psalm 71[72]: 17.
☛ Rivier en levensgeboomte
• Onze Heer en Verlosser heeft eens gezegd:
” . . . Ik ben gekomen opdat zij leven hebben en overvloedJohn.10: 10.
Dit overvloedige leven van Jezus zal op de Nieuwe Aarde in volmaaktheid en zonder beperking beschikbaar zijn.
• In Openb.22 wordt dit zinnebeeldig voorgesteld als een rivier, die ontspringt uit een waterbron in het Nieuwe Jeruzalem, de stad op de berg.
Daardoor zal de gehele Nieuwe Aarde van levenswater worden voorzien:
Aan de oevers van de rivier zullen allerlei vruchtbomen opkomen, waarvan de bladeren niet zullen verwelken en de vruchten niet zullen opraken; elke maand zullen ze vrucht dragen. Het water stroomt immers uit het heiligdom. De vruchten zullen eetbaar zijn en de bladeren geneeskrachtigEzech.47: 12.
Aan beide zijden van de rivier stonden levensbomen die twaalf keer per jaar vrucht droegen, elke maand één keer. Hun bladeren brengen de volken genezingOpenb.22: 2.
• Een belangrijke zegen voor de volkeren is het levensgeboomte, dat aan weerszijden van de rivier(en) groeit. Deze bomen ontvangen het leven gevende water dat afkomstig is van Gods troon. Ik denk dat de mensen uit deze volken de vruchten van de levensbomen even hard nodig zullen hebben als Adam en Eva ze destijds nodig hadden om te [blijven] leven in het paradijs [Gen.3: 22].

Kerstfeest – hier en nu 
God heeft de mensen lief en God heeft bij de schepping alles goed geschapen [Gen. 1].
Maar de mens had wel een vrije wil. Ná de schepping kwam er een moment dat de mens zich van God afkeerde – hij kon het zelf, in z’n eentje, wel af – verhief zich als het ware ten opzichte van de Schepper van Hemel en aarde.
Was niet langer genegen naar God te luisteren, maar hij luisterde wel naar de wereld, de vijand van God, gesymboliseerd door de slang, de satan [de duivel], de tegenstrever.
De mens viel voor de verleiding om “ – te worden als God – ” Gen.3: 5, en dit wordt wel de zondeval genoemd.
Wanneer de mens van de boom van de ‘kennis van goed en kwaad‘ zou eten, zou de mens overmoedig, hoogmoedig worden en sterven, zo heeft Mozes dit proces vastgelegd in Gen.2: 17.
Dit hield niet alleen in dat de mens uiteindelijk lichamelijk zou sterven, nee, op het moment van de zondeval stierf de mens geestelijk!
Dit weten we onder andere omdat het Nieuwe Testament de mens oproept om wederom geboren te worden, met andere woorden: de mens dient opnieuw geboren worden, alleen dan geestelijk [conf. John.3: 6].
Maar hoe wordt die mens dan geestelijk geboren?
De Blijde Boodschap verhaalt ons ‘ons eigen leven‘, we zijn allemaal als Adam geneigd in de zonde te vervallen en daardoor ‘het leven in God‘ te verliezen, te sterven. Wij zijn immers allemaal afstammelingen van Adam, de eerste mens en bezitten dezelfde zondige natuur die tegen God opstaat [Rom.5: 12–21].
Het Kerstverhaal maakt ons duidelijk dat wij opnieuw geboren dienen te worden, ons leven weer op de ‘goddelijke’ rail dienen zien te krijgen en ons daartoe als de herders en de koningen dienen over te geven, dienen te buigen.
Eerst dàn zal ons leven weer ‘tot Leven’ komen, zullen wij kunnen opstaan in de opgestane Heer, in navolging van het lijden en sterven van onze Heer Jezus Christus.

Eerst dàn zullen de engelen zingen:
Eer aan God in den hoge en Vrede op aarde aan de mensen van goede wil”.

 

 

 

Orthodoxie & Liefde leidt naar het Hemels Koninkrijk

Wanneer heiligen in de orthodoxie geëerd worden, worden ze met liefde omringd; zij hebben immers alles wat het leven hen heeft aangeboden opgeofferd om lief te hebben.
De meest wezenlijke waarde in het leven is immers ‘de ware Liefde’ te bezitten.
Een niet-gelovige – een mens, die slechts op het natuurlijke is gericht, zoals een humanist – kan heel veel bezitten, maar juist dát wezenlijke missen. We kunnen kennis bezitten of tot grote opofferingsgezindheid bereid zijn en tòch de Liefde missen.
Laat iemand bezitten wat z’n hartje begeert en laat hem doen wat hij wil
– het betekent in het geheel niets wanneer ‘de Liefde’ ontbreekt.

Wie heel de wereld lief zou hebben en toch God niet liefheeft, heeft niet werkelijk lief. De liefde tot God en de mens zijn geen twee verschillende liefdes.
Nee, deze liefde is een eenheid, ze is allesomvattend.
       En dàt komt omdat ‘Christelijke naastenliefde’ gericht is op God.
En al het andere wat we naast God liefhebben, is op een of andere manier aan God gerelateerd.
– We hebben mede-christenen lief omdat het kinderen van God zijn.
– We hebben medemensen lief omdat het schepselen van God zijn.
Wie dus God liefheeft, heeft ook alles lief wat aan God gerelateerd is.
Liefde is allesomvattend, vormt een eenheid.
Een niet-christen kan weliswaar liefhebben, alleen zal diens liefde nooit een eenheid vormen. Het vormt gefragmenteerde liefde, verdeelde liefde, maar bij een Christen komt alle liefde uit dezelfde bron, uit God, voort.
Christelijke liefde is gefundeerde liefde en komt voort uit de Heilige Geest en de Heilige Geest, Die in christenen is komen wonen is een Geest van liefde.
Daar waar de Heilige Geest Zijn intrek neemt, daar komt de liefde binnen.
Dat betekent dat men -‘zonder de Heilige Geest’-  niet’ in staat is om waarachtig lief te hebben.
Ook een niet-christen, een humanist kan liefhebben, maar deze liefde is altijd onvolkomen omdat ze zich altijd maar tot één aspect van de werkelijkheid beperkt.
Zolang God ‘niet’ de Bron van onze liefde is, zal onze liefde altijd gefragmenteerd zijn.
Alleen de wedergeboorte via het Mysterie van de doop maakt de liefde zoals God deze bedoelt heeft, mogelijk. 

De Apostel zegt dan ook: “    de hoop beschaamt niet, omdat de Liefde van God in onze harten uitgestort is door de Heiligen Geest, Die ons is gegevenRom.5: 5.
Indien wij slechts wel gegrond en standvastig blijven in het Geloof en ons niet [door de tegenstrever en zijn wereld] laten afbrengen van de Hoop van de Blijde Boodschap, Die wij gehoord hebben en die verkondigd is in de ganse schepping onder de Hemelen, waarvan wij door de doop dienaren geworden zijn conf.Col.1: 23.

Toen vele van Zijn Volgelingen zich van Christus afkeerden en niet langer met Hem optrokken zei onze Heer en Verlosser tot de twaalf:
Gij wilt toch ook niet weggaan?
Simon Petrus antwoordde Hem: Heer, tot wie zullen wij heengaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven; en wij hebben geloofd en erkend, dat Gij zijt de Heilige van God
John.6: 66-69.
Voorafgaand aan het lijden, toen de vervolging om hen heen zich begon af te tekenen, hielden vele van Zijn Volgelingen het allemaal maar voor gezien.
            In de huidige tijd is spreken over lijdzaamheid binnen noch buiten het christendom gangbaar, laat staan populair. In dat opzicht is er geen verschil met de eerste eeuwen na Christus: zowel ‘in‘ als ‘buiten‘ de Kerk geldt lijdzaamheid als een nastrevenswaardige deugd.
Misschien moet men ook wel onderkennen, dat:
de burger in de oudheid is bekend met schaarste, belangen-tegenstellingen, ziekte en tragiek en beschouwt de filosofie als een waardevolle hulp om te midden van die omstandigheden toch een waardig leven te kunnen leiden.
Bekend is het spreken in termen van de vier zogeheten kardinale deugden: ‘voorzichtigheid, rechtvaardigheid, zelfbeheersing en dapperheid’.
Aansluitend bij die laatste sprak men over een vijfde deugd: de patientia, het geduld, de lijdzaamheid.
Een mens moet immers ook dapper blijven als dat langdurig van hem wordt gevraagd. Maar waar je je bij dapperheid iets actiefs voorstelt, is het bijzondere bij de patientia [geduld] dat het onderliggende werkwoord patior [Ik ‘ben’] een zogeheten passivum is, dat je zou kunnen vertalen met: ‘geleden worden’.
Lijdzaamheid slaat dus ook op het vermogen om níét actief te zijn en de dingen, zo lang als nodig is, vooral maar te láten gebeuren.
Een lijdzaam mens is iemand, die zich door het lijden dat hem treft, niet uit het veld laat slaan.

Wij dienen toezichthouders, opzichters, die slechts politiek bedrijven te laten inzien dat geesteswetenschappen van belang zijn.
Dat er nog steeds mensen zijn, die zich bezig houden met de geestesproducten van de mens: ‘talen, zowel als de linguïstiek van elke taal, geschiedenis, filosofie, muziekwetenschap, cultuurwetenschap, kunstgeschiedenis en theologie, die cultuur levend en draaiend houden’.
En dat je ook voor exacte metingen en bedrijfsvoering, ook voor de instandhouding van welvaart mensen nodig hebt, die kritisch kunnen denken.
Dàt je niet alleen mensen nodig hebt, die data kunnen manipuleren en verzamelen, maar ook mensen, die cultuur kunnen interpreteren en duiden.
                      Mensen die de gelaagdheid van betekenissen kunnen ontwarren en doorgronden, in taal en in denken, in metaforen, in nieuwe en oude denkfiguren, in verhalen, in leven . . .
Gelovigen zijn geen domme blondjes, die lijdzaam toezien dat het mooiste wat zij als christenen bezitten, onze geestelijke verrijking, de uitdaging om ànders te denken dan de doorsnee wereldburger gewend is, het leren van denkpatronen is en waar die vandaan komen . . .
                      Dàt willen ze niet verliezen! Ze kunnen niet lijdzaam toezien hoe toezichthouders ons leven een wending geven waar zij niet voor kiezen – een beweging, die enkel gemotiveerd wordt door financiële en machtsbelangen.
                      Dàt kunnen we niet langer accepteren en zo ze niet gehoord worden – haken ze af – of gaat de Kerk aan onvoorzichtigheid, onrechtvaardigheid, en het ontbreken aan zelfbeheersing van de hoogmoed en dapperheid om dit te weerstaan ten gronde.

Maar zult u zeggen de Kerk, het Lichaam van Christus blijft eeuwig bestaan.
Dat klopt, maar daarbij gaat het niet om de instituties, die de mens van het Lichaam gemaakt heeft, maar het gaat hierbij om de liefdesband, de band van broederschap, het fundament van Vrede, de standvastigheid en Kracht van de eenheid:
Zij is vele malen groter dan zowel de Hoop als het Geloof; zij munt uit in zowel goede werken als lijden om het geloof en als een eeuwige deugd zal zij altijd bij ons zijn in het Koninkrijk der Hemelen.
                   Neem het geduld van het christenvolk weg en het zal niet bestendigen.
Neem weg het beginsel van verdraagzaamheid en toelating en het heeft geen wortel of Goddelijke Kracht meer.
Zó verbond óók de apostel, toen hij sprak van de Liefde, de lijdzaamheid of het geduld daarmee, toen hij zei:
    De Liefde is lankmoedig, de Liefde is goedertieren, zij is niet afgunstig, de liefde praalt niet, zij is niet opgeblazen, zij kwetst niemands gevoel, zij zoekt zichzelf niet, zij wordt niet verbitterd, zij rekent het kwade niet toe.
Zij is niet blijde over ongerechtigheid, maar zij is blijde met de Waarheid. Alles bedekt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles verdraagt zij.
De liefde vergaat nimmermeer; maar profetieën, zij zullen afgedaan hebben; tongen, zij zullen verstommen; kennis, zij zal afgedaan hebben.
Want onvolkomen is ons kennen en onvolkomen ons profeteren. Doch, als het volmaakte komt, zal hetgeen onvolkomen is afgedaan hebben1Cor.13: 4-10.
De apostel bewijst dus dat noch Eenheid noch Vrede betracht kan worden
zònder dat broeders elkaar liefhebben door met ‘wederkerig geduld’ en
de band van eenheid’ te bewaren, met behulp van de lijdzaamheid en het geduld

Voor Christus, de Zoon van God komt de liefde voor de naaste voort uit de liefde tot God, Die de mens heeft geschapen naar Zijn Beeld en Gelijkenis.
Daarom kun je God niet liefhebben wanneer je zijn schepselen niet liefhebt.
Hij houdt ons voor:
– Wee jullie, die hypocriet politiek bedrijven;
– Wee jullie, die beloofd hebt mijn overgebleven navolgers te dienen, maar je laat leiden door machthebbers en je beslissingen laat afhangen van geldschieters;
– Wee jullie, die hypocriet politiek bedrijven, zonder je ooit hard te hebben gemaakt voor de minderbedeelden, geen sociaal voorbeeld zijn geweest, maar tot op het bot verrot zijn door valse idolen voorrang geven om er zelf voordeel uit te halen;
– Wee jullie hypocriete politici, die Mijn vaderland te gelde maken, zonder anderen daar in te kennen, zogenaamd om Mij te redden, terwijl jullie weten dat jullie einde nadert . . . . .;
– Wee jullie, leugenachtige journalisten, die informatie omtrent de Waarheid dienen te verzamelen, teneinde daarmee de samenleving te informeren, die slechts valse idolen creëren teneinde plaats te maken voor corruptie in plaats van ze te bekritiseren.
            Ik denk dat we onszelf niet voor de gek moeten houden.
De huidige vorm van de Kerk, en ik bedoel niet het gebouw, is méér dan vervallen, je ervaart de crisissymptomen overduidelijk.
            De spelleider [de voorganger, de priester] omschrijft Christus op zondag:
De kerk is niet alleen van stenen gemaakt. Kerk zijn, dat is de gemeenschap van gelovigen. En de hoeksteen van dit gebouw is Jezus Christus Zelf”.
  Daarom zal God niet eerst ervaren worden in stenen kerken, maar door mensen die het idee van het Lichaam van Christus, dat wil zeggen onder elkaar, werkelijkheid laten worden.
  Daarom zal God niet eerst ervaren worden in stenen kerken, maar door mensen die het idee van Kerk, dat wil zeggen onder elkaar, werkelijkheid laten worden.
De volgende woorden komen van Mahatma Ghandi: als een hongerige persoon je vraagt: “Waar is God?”, geef hem dan brood en zeg: “Hier is God”.
God woont slechts dáár, waar jij Hem binnenliet, wordt verteld in de verhalen van Hasidim.  Dus vroeg Rabbi Menachem Mendel ooit aan wetenschappelijk georiënteerde Omstanders:
“Waar woont God?”              
Toen lachten ze hem uit: “Waar heb je het over ? De wereld is vòl van Gods Glorie”.
Maar hij beantwoordde zijn eigen vraag: “God leeft slechts dáár waar jij Hem binnenlaat”. God leeft op die plaats, waar jij Hem hebt binnengelaten.
Het dagelijks lezen van de lezingen uit de kerkelijke jaarkalender kàn een manier zijn om ‘dàt‘ opnieuw te begrijpen, lees maar:
            En bij Zijn komst heeft Christus Vrede verkondigd aan u, die veraf waart,
en Vrede aan hen, die dichtbij waren; want
door Hem hebben wij beiden in een Geest de toegang tot de Vader.
Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is. In Hem wast elk bouwwerk, goed ineensluitend, op tot een tempel, heilig in de Heer, in Wie ook gij mee opgebouwd wordt tot een woonstede van God in de GeestEph.2: 18-22.
              Wij dan, gerechtvaardigd uit het Geloof, hebben Vrede met God door onze Heer Jezus Christus, door Wie wij ook de toegang hebben verkregen [in dit Geloof] tot deze Genade, waarin wij staan, en roemen in de Hoop op de Heerlijkheid van God.
En niet alleen [hierin], maar wij roemen ook in de verdrukkingen, daar wij weten, dat  de verdrukking volharding uitwerkt, en de volharding beproefdheid, en de beproefdheid Hoop; en de Hoop maakt niet beschaamd, omdat de Liefde van God in onze harten uitgestort is door de heilige Geest, Die ons gegeven is, zo zeker als Christus, toen wij nog zwak waren, te zijner tijd voor goddelozen is gestorven.
Want niet licht zal iemand voor een rechtvaardige sterven – maar misschien heeft iemand nog de moed voor een goede te sterven
  God echter bewijst Zijn Liefde jegens ons, doordat Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is.
Veel meer zullen wij derhalve, thans door Zijn Bloed gerechtvaardigd, door Hem behouden worden van de toorn.
Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood van Zijn Zoon, zullen wij veel meer, nu wij verzoend zijn, behouden worden, doordat Hij leeft; en dát niet alleen, maar wij roemen zelfs in God door onze Heer Jezus [Christus], door Wie wij nu de Verzoening ontvangen hebben
Rom.5: 1-11.

Blijft allen ook in onze dagen standvastig onder alle beproevingen.

Dec. 20e – Heilige Ignatios, de Goddrager, bisschop van Antiochië [† 107].

    En zij kwamen te Kapharnaüm [Hebr.= ‘dorp van rust’].
En toen Hij thuis gekomen was, vroeg Hij hun: Waarover waren jullie onderweg in gesprek?
       En zij zwegen, want zij hadden onderweg met elkander erover gesproken, wie de meeste was.
       En Hij ging zitten, riep de twaalven en zei tot hen:
            Indien iemand de eerste wil zijn, die zal de allerlaatste zijn en aller dienaar.
En Hij nam een kind en plaatste dat in hun midden, omarmde het en zei tot hen:
Wie een van zodanige kinderen ontvangt in Mijn Naam, die ontvangt Mij. En wie Mij ontvangt, ontvangt niet Mij, maar Hem, die Mij gezonden heeft.
            Johannes zei tot Hem: ‘ Meester, wij hebben iemand, die ons niet volgt, in Uw naam boze geesten zien uitdrijven, en wij wilden het hem beletten, omdat hij ons niet volgde.
            Doch Jezus zei:
                Belet het hem niet; want er is niemand, die een kracht doen zal in Mijn Naam en 
kort daarna smadelijk van Mij zal kunnen spreken. Want wie niet tegen ons is, is voor ons.
Want wie u een beker water te drinken geeft, in de Naam van Christus, omdat gij (discipelen) van Hem zijt, voorwaar, Ik zeg u, dat hem zijn loon voorzeker niet zal ontgaanMarc.9: 33-41.

    Herinnert u de dagen van weleer, toen gij, na verlicht te zijn, zo menigmaal lijden doorworsteld hebt, hetzij zelf een schouwspel van smaad en verdrukking, hetzij deelnemende aan het lot van hen, die in zulk een toestand verkeerden.
       Want je hebt met de gevangenen mee geleden en de roof van uw bezit blijmoedig aanvaard, want je wist, dat jijzelf een beter en blijvend bezit hebt.
Geeft dan uw vrijmoedigheid niet prijs, die een ruime vergelding heeft te wachten.
Want gij hebt volharding nodig, om, de Wil van God doende, te verkrijgen hetgeen beloofd is.
       Want nog een korte, korte tijd, en Hij, die komt, zal er zijn en niet op Zich laten wachten, en Mijn rechtvaardige zal uit Geloof levenHebr.10: 32-38a.

Geef dan uw uitgesproken mening niet prijs:

H. Ignatios, bisschop van Antiochië

      Je bent [immers] Mijn knecht, Ik heb jou uitverkoren en je niet versmaad; vrees niet, want Ik ben met je; zie niet angstig rond, want Ik ben jouw God. Ik sterk je, ook help Ik je, ook ondersteun Ik je met mijn heilrijke rechterhand.
Zie, allen die tegen jein woede ontstoken zijn, staan beschaamd en worden te schande; de mannen die je bestrijden, worden als niets en komen om; jij zult hen zoeken, maar niet vinden, de mannen die je bestoken; zij worden als niets, ja vernietigd worden de mannen die tegen jou oorlog voeren
Isaiah 41: 9b-12.
       In zijn tijd werd de heilige Ignatios van deze dag – een discipel en als bisschop van Antiochië, opvolger van de Apostel Petrus – gemarteld als navolger van Christus
Als bisschop van Antiochië schreef hij 7 brieven aan vele gemeenschappen van de Kerk en tevens aan de heilige Polycarpus, de hieromartelaar van Smyrna, waarin hij een speciaal onderwerp behandelde.
Hij week niet af van de Pedagogie van de Heer en net als de overige Apostolische Vaders werd hij tot diep in het hart door de Genade van Heilige Geest getroffen en dit Geloof manifesteerde zich in het vlees. Onophoudelijk bleef hij het Woord van Christus verkondigen en is als zodanig tot voorbeeld geworden voor velen.
    Het Woord, God’s geboden [de Wet van mozes] mag niet wijken uit uw mond, maar overpeins ze dag en nacht, opdat je nauwgezet handelt overeenkomstig alles wat daarin geschreven is, want dan zul jij op je wegen je doel bereiken en je zult voorspoedig zijn. Heb Ik je niet geboden: ‘ wees sterk en moedig? Sidder niet en word niet verschrikt, want de Heer, jouw God, is met je, overal waar je maar gaat’ “ Jozua 1: 8,9.
    Wij weten nu, dat God alle dingen doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben, die volgens Zijn voornemen Geroepenen zijn” Rom.8: 28.

Thuis komen [= uit Geloof leven]:
Tegenwoordig word je net als toen door de doop navolger van Christus, Zijn leerling.
Geen enkel schepsel, zichtbaar of onzichtbaar, belemmert je om je bij Jezus Christus aan te sluiten… Zelfs wanneer de wreedste verzoekingen jou omlaag proberen te trekken, dan wil je slechts de icoon van onze Heer Jezus Christus zien te bereiken.
Wat zouden de heerlijk aantrekkelijke verleidingen van deze wereld en de keizerrijken van de aarde, jou nog kunnen schelen?
Het is mooier om voor onze Heer Jezus Christus te sterven dan te heersen over de gehele wereld. Hem dien je te zoeken, Hij die gestorven is voor ons; naar Hem dient je verlangen uit te gaan, Hij Die voor ons verrezen is.

. . . . . Jouw wedergeboorte komt nabij . . . . . ; laat het -geheel zuivere- Licht jou omkleden. Pas wanneer je daarin succesvol bent zul je volledig mens geworden zijn.
Wij mensenkinderen zullen Hem zoeken en niet vinden, en: Waar Hij is, kunnen wij mensen-kinderen niet komen?
Maar op de laatste, de grote dag van het feest, stond onze Heer en Verlosser op en riep, zeggend:
    Indien iemand dorst heeft, hij dient tot Mij te komen en zal drinken! Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. Dit zei Hij van de Heilige Geest, welke zij, die tot geloof in Hem zouden komen, zouden ontvangen; want de Heilige Geest was er toen nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt wasconf. John.7: 36-39.
Christus is immers verheerlijkt, Hij is opgestaan en heeft Zijn Heilige Geest tot ons gezonden.
Aanvaard dan als navolger het lijden van onze God
– . . . indien ons aardse verlangen wordt gekruisigd en in ons is niet meer het vuur om materie lief te hebben,
– . . . maar Zijn levend water, dat in ons ruist en fluistert in ons hart:
– . . . komt allen tot de Hemelse Vader.
– . . . het vergankelijke voedsel of de zoetheid van het leven, biedt ons dan geen vreugde meer.
– . . . eerst dàn hebben wij honger naar het brood van God, het Lichaam van onze Heer Jezus Christus en als drank drinken wij Zijn Bloed, welke de onvergankelijke Liefde is.

Wij leven echter in een vergankelijke wereld en worden beproefd en zeggen:
Red mij, God, want de wateren zijn in mijn ziel binnen gedrongen.
Ik zink weg in diep slijk, er is geen grond onder mijn voeten.
Ik ben geraakt in de diepte der zee, de stormvloed heeft mij overstroomd.
Ik ben uitgeput door het roepen, mijn keel is hees, mijn ogen begeven het, terwijl ik toch vertrouw op mijn God.

Talrijker dan de haren op mijn hoofd zijn zij die mij haten zonder reden; mijn vijanden hebben de overhand, die mij ten   onrechte vervolgen.
Hoewel ik niets geroofd had, moest ik toch vergoeding geven.
God, Gij kent mijn dwaasheid; mijn overtredingen zijn voor U niet verborgen.

Heer, laat hen die U verbeiden niet over mij beschaamd staan, Heer der heerscharen.
Laat hen die U zoeken, God van Israël; niet omwille van mij te schande worden.
Want om U word ik versmaad, schaamrood overdekt mijn gezicht.
Ik ben een vreemdeling voor mijn broeders, een onbekende voor de zonen van mijn moeder.
Want de ijver voor uw Huis heeft mij verteerd; de versmading van hen die U smaden is op mij gevallen.

Toen ik mijn ziel door vasten vernederde, werd het mij tot smaad;
toen ik mij hulde in een boetekleed, gebruikten zij mij als spreekwoord.
Die in de poort zitten belasteren mij; de wijndrinkers zingen een spotlied over mij.
Maar ik richt mijn gebed tot  U, Heer; nu is het tijd om genadig te zijn.
God, verhoor mij in de volheid van Uw Barmhartigheid, in de Waarheid van Uw verlossing.
Red mij uit het slijk, opdat ik er niet in zal wegzinken; bevrijd mij van hen die mij haten, uit de diepte van de wateren.
Laat de stormvloed mij niet overstromen; noch de afgrond mij verzwelgen; laat de kuil zich niet boven mij sluiten.
Verhoor mij Heer, want Uw Barmhartigheid is goed; zie op mij neer volgens de menigte van Uw ontferming.
Wend Uw aangezicht niet af van Uw dienaar,  verhoor mij haastig wanneer ik gekweld word.
Kom tot mijn ziel om haar te verlossen, bevrijd mij van mijn vijanden.
Gij kent immers mijn smaad en mijn schande, hoe het schaamrood mij overdekt.
Voor Uw ogen zijn allen die mij kwellen: mijn ziel verwacht smaad en ellende.
Ik wacht op een medelijdende, maar er is er geen; op een trooster, maar ik heb niemand gevonden.
Voor spijs gaven zij mij gal; in mijn dorst drenkten zij mij met azijn.
Hun tafel wordt hun tot strik, tot vergelding en struikelblok.
Hun ogen worden verduisterd, zodat zij niet meer zien; hun rug is voor altijd gekromd.
Want Gij giet Uw toorn over hen uit, Uw grimmige woede zal hen grijpen.
Hun woonstee veranderd in verlatenheid, er is niemand meer om te wonen in hun tenten.
Want hen die Gij geslagen had, hebben zij vervolgd; en aan de pijn van hun wonden hebben zij nog toegevoegd.
Daarom voegt Gij zonde bij hun zonden; zij zullen niet ingaan in Uw gerechtigheid.
Zij worden gewist uit het Boek der levenden, en niet ingeschreven met de rechtvaardigen.

Ik ben ellendig en vol pijn; God, laat Uw heil mij opnemen.
Dan zal ik de Naam van God loven met een lied; ik zal Hem verheffen met lofzang.
Dat zal God meer behagen dan een jong kalf met horens en hoeven.
Mogen de armen het zien en zich verheugen: zoekt God, dan zal uw ziel gezocht worden.
Want de Heer heeft de arme verhoord; Hij heeft Zijn gevangenen niet gering geacht.
Dat hemel en aarde Hem loven, de zee en alles wat zich daarin beweegt.
Want God zal Sion verlossen, de steden van Judea zullen weer opgebouwd worden.
Men zal daar wonen en ze ontvangen als erfdeel.
Het zaad van Uw dienaren zal ze bezitten; wie Uw Naam liefhebben, zullen daarin wonen”. Psalm 69[69] vert. ROK ’s-Gravenhage.

Thuis komen [= uit Geloof meeleven]
In de 2e eeuw van onze jaartelling schreef ene Mathetus in een brief aan Diognetus het volgende over de christenen om hem heen:
”                  Christenen vallen niet op door hun nationaliteit, taal of gewoontes. Ze wonen niet in aparte steden, spreken geen vreemd dialect, volgen geen bizarre gewoontes.
Ze volgen gewoon de gewoontes van de stedelingen en de streek waar ze toevallig wonen. En toch is er iets buitengewoons aan hun leven.
            Ze wonen in hun land alsof ze er tijdelijk zijn.
            Ze vervullen hun rol als burgers, maar ze hebben last van dezelfde beperkingen als vreemdelingen. Ieder land kan hun vaderland zijn, maar waar ze ook zijn:     het land is vreemd voor hen.
Net als anderen trouwen ze en krijgen ze kinderen, maar ze leggen ze niet te vondeling.
Ze delen hun maaltijden, maar niet hun vrouwen. Ze laten zich niet door het lichamelijke beheersen.
Ze leven hun leven op aarde als burgers van de Hemel.
ze gehoorzamen de wetten, maar op een niveau dat iedere wet overstijgt.
Ze leven in armoede, maar verrijken velen.
ze zegenen wanneer ze uitgescholden worden en reageren hoffelijk op beledigingen.
Als ze afgestraft worden, verheugen ze zich, alsof ze nieuw leven ontvangen”.

Thuis komen is ons ‘tot zaad’ voor anderen.
Misschien leven we ook in onze tijd in zware tijden, òf is dat altijd zo en afhankelijk van de wijze waarop iemand in het leven staat en natuurlijk waar iemand zich bevindt.
Wij blijven God echter danken voor de gaven die voortkomen uit de Komst in deze wereld van Zijn eniggeboren Zoon.
Wij delen dezelfde Traditie van het eerste millennium van het Christendom. Het vroege christendom is een bijzondere periode in het denken over lijden en ondanks dàt lijden blijven volhouden.
Jezus Christus, Die wij navolgen, is bekend geworden vanwege het feit dat Hij overal waar Hij kwam mensen genas. Deze zelfde Jezus sterft een ellendige en gewelddadige dood, één die geen tragische vergissing is, maar is voorzien; die niet wordt ontlopen en die het mogelijk maakt dat anderen gered worden.
Zijn volgelingen vraagt Christus om bereid te zijn om mee te lijden én mee te genezen.
De getuigen van deze Traditie zijn de Allerheiligste Moeder van God, de Maagd Maria, en de heiligen die wij vereren. Hieronder zijn ontelbare martelaren die getuigenis hebben gegeven van hun trouw aan Christus en het “zaad van de Christenen” zijn geworden.
De getuigen spreidden buitengewone zorg en onderlinge menselijke liefde ten toon.  Ze spaarden zichzelf niet, maar zorgden voor elkaar; voortdurend hielpen zij elkaar.
Ze dienden de zieken in Christus en met hen lieten ze in blijdschap dit leven los.
Soms kregen ze de ziekte van anderen, liepen die van hun naasten op. […]
Velen waren er die zelf stierven na anderen te hebben verpleegd en genezen.
Zo haalden zij zichzelf de dood op de hals. […]
De grootsten onder onze Getuigen zijn op deze manier gestorven,
spelleiders, diakenen en mensen uit het kerkvolk, worden om deze reden hogelijk geprezen.
Deze manier van sterven leek niet minder waard te zijn dan het martelaarschap,
door de grote Vroomheid en het vurige Geloof die ermee gepaard gingen.
    Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben“ John.3: 16.

Thuis komen is ontberen
Waarom wil diegene die zijn vertrouwen stelt op de materie niet vertrouwen op God?  Tatianus [ca.120-180] waarschuwt tegen het ongebreideld vertrouwen op de geneeskunst en op geneeskrachtige stoffen:
“ . . . . . Waarom nadert u niet tot de veel machtiger Heer, maar probeert u uzelf te genezen als een hond met gras, een hert met een adder, een zwijn met een rivierkrab of een leeuw met apen? Waarom vergoddelijkt u het natuurlijke? En waarom wordt u, die uw naaste geneest, een weldoener genoemd? Geef u over aan de Macht van het Woord”.
Lichamelijk lijden kan ons volgens Tatianus helpen om op God te vertrouwen en de oppermachtige geneeskunst kàn dat vertrouwen juist in de weg staan.
Toch, als mensen zich tot de geneeskunst wenden en daardoor genezen worden, keurt Tatianus dat niet af, mits zij zich na hun genezing tot God wenden, Hem voor hun genezing danken, het resultaat aan Hem toeschrijven en zich stellen onder de Heilige Geest:
  En al wordt u genezen door medicijnen [ik geef die mogelijkheid beleefdheidshalve toe], dan past het u om getuigenis af te leggen dat God het is die genezen heeft”.      Toch betekent dit niet dat lijden maar moet worden verdragen.
Net zoals lijden kan duiden op een dieperliggend euvel bij de mensheid, kan ook genezing boven zichzelf uit wijzen, namelijk naar de reddende nabijheid van Jezus Christus die we hebben leren kennen als de ‘grote Geneesheer’.
Ondanks afwijzende geluiden overweegt in de vroegchristelijke kerk de acceptatie van medisch handelen.
             Ondanks alle overeenstemming gaan het christendom en de omringende cultuur op het punt van de lijdzaamheid nogal eens in discussie. Een belangrijk kritiekpunt van de vroege kerk op de visie van de filosofen op lijdzaamheid is dat zij haar als vorm van individuele levenskunst interpreteren.
In correctie daarop, en in navolging van Christus, legt de vroege kerk een directe verbinding tussen de lijdzaamheid en de liefde.
Cyprianus van Carthago [200-258], die een heel werk aan de lijdzaamheid besteedt, wijst erop dat we de boom aan de vruchten kennen en dus ook de deugd:
  … niet in woorden maar in daden. Wij tonen onze wijsheid niet door middel van onze kleding maar door waarachtig te zijn; wij kennen de deugden door ze in praktijk te brengen in plaats van er hoog van op te geven; wij spreken niet van grote dingen, maar we leven ze uit”
Volgens Cyprianus kunnen lijdzaamheid en menslievendheid niet zonder elkaar:
Liefde is de band van gemeenschap, het fundament van vrede, de standvastigheid en kracht van de eenheid: zij is groter dan zowel Hoop als Geloof; zij munt uit in zowel goede werken als lijden om het Geloof en als een eeuwige deugd zal zij altijd bij ons zijn in het koninkrijk der Hemelen. Neem het geduld weg en het zal niet bestendigen. Neem weg het beginsel van verdraagzaamheid en toelating en  het heeft geen wortel of kracht meer
.
Zo verbond ook de Apostel, toen hij zijn loflied uitsprak, de lijdzaamheid of het geduld daarmee, toen hij zei:
    De liefde is lankmoedig, de liefde is goedertieren, zij is niet afgunstig, de liefde praalt niet, zij is niet opgeblazen, zij kwetst niemands gevoel, zij zoekt zichzelf niet, zij wordt niet verbitterd, zij rekent het kwade niet toe.
Zij is niet blije over ongerechtigheid, maar zij is blij met de Waarheid.
Alles bedekt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles verdraagt zij1Cor.13: 4-7.Het hedendaags martelaarschap
‘Het opnemen van je persoonlijke Kruis’ is geen populair gegeven in onze moderne samenleving. We proberen het lijden juist te ontvluchten, verbannen het uit ons bestaan, lopen er met een wijde bocht omheen.
We leven heden-ten-dage in een consumentencultuur. We streven naar een gelukkig leven en willen het bereikte en nagestreefde geluk met alle mogelijke [technische] middelen bewaren. Ondanks een met de mond beleden failliet van het maakbaarheidsdenken uit de vorige eeuw is ons vertrouwen in menselijke mogelijkheden nog springlevend, misschien wel tegen beter weten in. ‘Kruis dragen’ kan allereerst slaan op de navolging van Christus; de gehoorzaamheid aan Gods geboden, ondanks krachtige tegenstand. ‘Kruis dragen’ krijgt hier al snel de kleur van het martelaarschap in de geest van de Bergrede.
    Zalig de vervolgden omwille van de Gerechtigheid, want aan hun is het Koninkrijk der Hemelen. Zalig gen je, wanneer men jou smaadt en vervolgt en liegende allerlei kwaad van je  spreekt om MijnentwilMath.5: 10,11.

Verblijd jezelf en verheug jezelf, want je loon zal groot zijn in de Hemelen; want alzo hebben zij de profeten voor u vervolgd:
    Want Ik weet, welke gedachten Ik over u koester, luidt het woord des Heren, gedachten van Vrede en niet van onheil, om u een hoopvolle toekomst te geven.
⁌ Dan zult jij Mij aanroepen en heengaan en tot Mij bidden en Ik zal naar jou horen;
⁌ Dan zul jij Mij zoeken en vinden, wanneer je naar Mij vraagt met uw ganse hart.
⁌ Dan zal Ik Mij door u laten vinden, luidt het Woord des Heren, en in uw lot een keer brengen;
⁌ dan zal Ik jullie verzamelen uit alle volkeren en van alle plaatsen waarheen Ik jullie verstoten heb, luidt het woord des Heren, en jullie terugbrengen naar de plaats vanwaar Ik je in ballingschap heb doen wegvoerenJeremia 29: 11-14.
➥           Maar in het geseculariseerde Nederland balanceren velen tussen Geloof en ongeloof, onwillig om zich te binden aan normen en waarden die [op z’n minst schijnbaar] hun vrijheid en hun zoektocht naar geluk inperken.
De stijl van het Hemels Koninkrijk staat kritisch tegenover deze vaak eendimensionale en snelle belevingscultuur. Die kritiek, en het daaruit voortkomende zoeken naar een ‘tegenovergestelde  positie’, wordt door veel christenen als een hedendaagse vorm van navolging en dragen van het persoonlijk kruis gezien.
    Maar jij, spreek mijn woorden tot hen, of zij horen dan wel het nalaten, want zij zijn weerspannig. En jij, mensenkind, hoor wat Ik tot je zeg; wees niet weerspannig gelijk het weerspannige geslacht; doe je mond open en eet wat ik je geefEzechiël 2: 7,8.

De alheilige wereldomvattende Kerk, ‘een Mysterie’ – icoon

De Kerk, die de op aarde voortlevende Christus, dat is de gemeenschap van de gelovigen, die verzameld rond de toezichthouder als opvolger van de Apostelen met de spelleiders en hun dienaren [de priesters en diakenen] , samen de Goddelijke Mysteriën vieren:
– niet alleen in de dienst, maar als voorbeeld voor anderen in hun leven, door ‘alle‘ onderlinge onenigheid en naijver ‘te bekritiseren’ en ‘uit te bannen’ en vervolgens samen te laten klinken als een grote symfonie.
     Hoe zwaar de reis naar Rome het onze Ignatios ook gemaakt werd, beladen met boeien en onophoudelijk opgejaagd door een cohort ‘Romeinse’ soldaten, leek het soms een triomftocht:
van alle kanten kwamen Christenen naar hem toe om afscheid te nemen van hun geliefde ‘Antiocheense‘ bisschop.
Soms werd er zelfs ‘een dreigende houding aangenomen’ en werd met wereldse normen de degens gekruist, maar Ignatios kalmeerde de gemoederen en vroeg dringend de naderende dood ‘niet‘ te verhinderen:
    Sta me toe een navolger in Christus te zijn in het lijden van onze God . . .
Laat mij maar voedsel zijn voor [het journaille] de wilde dieren, want daardoor zal ik God vinden.
Ik ben het tarwe van Christus, die gemalen wordt door de tanden der leeuwen,
om zuiver brood te worden voor onze Heer en Verlosser, Jezus Christus
”.

Apolytikion     tn.4.
Zoals gij opvolger zijt op de troon van de Apostelen,
hebt gij ook hun levenswandel nagevolgd;
en wat gij als Waarheid had beschouwd,
hebt ge in daden volbracht, door God bezield.
Recht hebt gij gesneden het Woord der Waarheid en
om het Geloof hebt ge zelfs uw bloed vergoten.
Bidt daarom tot Christus God,
bisschop, martelaar Ignatios,
opdat onze zielen mogen worden gered
”.

Troparion.    tn.3.
De lichtende dag van uw stralende strijd
kondigt de Goddelijke Geboorte aan.
Want in dorstende liefde aan Hem deel te hebben,
hebt gij u gehaast om door wilde dieren te worden verslonden.
Daarom wordt gij terecht Goddrager genoemd,
roemrijke hiëromartelaar Ignatios
”.

30e Zondag na Pinksteren – Zondag voorafgaand aan de Geboorte van Christus, waarbij wij de Rechtvaardigen gedenken, die God aangenaam zijn geweest, van Adam tot/met Joseph, de verloofde van de Theotokos; het Voorfeest van Kerst.

    Geslachtsregister van Jezus Christus, de zoon van David, de zoon van Abraham.
Abraham verwekte Isaäc, Isaäc verwekte Jaäcob, Jaäcob verwekte Juda en zijn broeders, Juda verwekte Peres en Zerach bij Tamar, Peres verwekte Chesron, Chesron verwekte Aram,
Aram verwekte Amminadab, Amminadab verwekte Nachson, Nachson verwekte Salmon,
Salmon verwekte Boaz bij Rachab, Boaz verwekte Obed bij Ruth, Obed verwekte Isai,
Isai verwekte David, de koning. David verwekte Salomo bij de vrouw van Uria,
Salomo verwekte Rechabeam, Rechabeam verwekte Abia, Abia verwekte Asa,
Asa verwekte Josafat, Josafat verwekte Joram, Joram verwekte Uzzia,
Uzzia verwekte Jotam, Jotam verwekte Achaz, Achaz verwekte Hizkia,
Hizkia verwekte Manasse, Manasse verwekte Amon, Amon verwekte Josia,
Josia verwekte Jechonja en diens broeders ten tijde van de Babylonische ballingschap.
     Na de Babylonische ballingschap verwekte Jechonja Sealtiel, Sealtiel verwekte Zerubbabel,
Zerubbabel verwekte Abihud, Abihud verwekte Eljakim, Eljakim verwekte Azor,
Azor verwekte Sadok, Sadok verwekte Achim, Achim verwekte Eliud,
Eliud verwekte Eleazar, Eleazar verwekte Mattan, Mattan verwekte Jakob,
Jaäcob verwekte Jozeph, de man van Maria, uit wie Jezus geboren is, die Christus genoemd wordt.
Al de geslachten dan van Abraham tot David zijn veertien geslachten en van David tot de Babylonische ballingschap veertien geslachten en van de Babylonische ballingschap tot de Christus veertien geslachten.
De geboorte van Jezus Christus geschiedde aldus.
Terwijl zijn moeder Maria ondertrouwd was met Jozeph, bleek zij, voordat zij gingen samenwonen, 
zwanger te zijn uit de heilige Geest.
Daar nu Joseph, haar man, rechtschapen was en haar niet in opspraak wilde brengen, was hij van zins in stilte van haar te scheiden.
     Toen die overweging bij hem opkwam, zie, een engel des Heren verscheen hem in de droom en zei:
    Jozef, zoon van David, schroom niet Maria, uw vrouw, tot u te nemen, want wat in haar verwekt is, is uit de heilige Geest. Zij zal een zoon baren en gij zult Hem de naam Jezus geven. Want Hij is het die Zijn Volk zal redden van hun zonden.
       Dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden hetgeen de Heer door de profeet gesproken heeft, toen hij zeide:
      Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon baren, en men zal Hem de naam Immanuel geven, hetgeen betekent: God met ons.
   Toen Jozef uit zijn slaap ontwaakt was, deed hij, zoals de engel des Heren hem bevolen had en hij nam zijn vrouw tot zich. En hij had geen gemeenschap met haar, voordat zij een zoon gebaard had. En hij gaf Hem de naam JezusMatth.1: 1-25.

    Door het Geloof heeft Hij vertoefd in het land van de Belofte, als in een vreemd land, waar hij in tenten woonde met Isaäc en Jaäcob, die mede-erfgenamen waren van dezelfde belofte; want hij verwachtte de stad met fundamenten, waarvan God de ontwerper en bouwmeester is.
En wat moet ik nog verder aanvoeren?
Immers, de tijd zou mij ontbreken, als ik ging verhalen van 
Gideon, Barak, Simson, Jefta, David en Samuël en de profeten, die door het geloof koninkrijken onderworpen, gerechtigheid geoefend, de vervulling der belofte verkregen hebben, muilen van leeuwen dichtgesnoerd, de kracht van het vuur gedoofd hebben.
Zij zijn aan scherpe zwaarden ontkomen, in zwakheid hebben zij Kracht ontvangen, zij zijn in de oorlog sterk geworden en hebben vijandige legers doen afdeinzen.
Vrouwen hebben haar doden uit de opstanding terugontvangen, anderen hebben zich laten folteren en van geen bevrijding willen weten, opdat zij aan een betere opstanding deel mochten hebben.
Anderen weder hebben hoon en geselslagen verduurd, daarenboven nog boeien en gevangenschap.
Zij zijn gestenigd, op zware proef gesteld, doormidden gezaagd, met het zwaard vermoord; zij 
hebben rondgezworven in schapevachten en geitevellen, onder ontbering, verdrukking en mishandeling – de wereld was hunner niet waardig –
zij hebben rondgedoold door woestijnen, en gebergten, in spelonken en de holen der aarde.
Ook deze allen, hoewel door het Geloof een getuigenis aan hen gegeven is, hebben het beloofde niet verkregen, daar God iets beters met ons voor had, zodat zij niet zonder ons tot de volmaaktheid konden komenHebr.11: 9-10, 32-40.

Met de eerste twee Griekse woorden, biblos geneseōs [lett. ‘boek van de oorsprong’] in de weergave van de Blijde Boodschap naar Mattheüs wordt het boek Genesis in herinnering geroepen en een verband gelegd met de eerste hoofdstukken van de Bijbel.
Het kan dus zijn dat Mattheüs hier spreekt over het ‘boek van de geschiedenis’ en daarmee het hele hierna volgende Evangelieboek bedoelt. Maar aangezien alle geschreven teksten ‘boeken’ werden genoemd, kan het ook ‘geslachtslijst’ betekenen en dan heeft Mattheüs hier de lijst van zijn 1e hoofdstuk vers 2-17 op het oog.
In beide gevallen wordt echter een verband gelegd met de eerste hoofdstukken van de Blijde Boodschap.
De schepping van hemel en aarde [Gen.2: 4] en de schepping van de mens [Gen.5:  1] wordt met de ‘Geschiedenis’ van Jezus Christus in verband gebracht.
Via deze Joodse man, de Zoon van David, de Zoon van Abraham, zal de oorspronkelijke bedoeling van God met de Schepping, de mensheid en geheel Israël [incl. de Kerk] hersteld worden: 
    Gaat dan heen en maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heiligen Geest en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb. En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding van de wereldMatth.28: 19-20.
Deze inleiding is te vergelijken met het prachtige begin van het Evangelie naar Johannes de Theoloog.

In het leven van onze Heer Christus Jezus nemen vrouwen een bijzondere plaats in. Maar dat begint al direct in de allereerste verzen van het eerste Evangelie in het Nieuwe Testament. Daar treffen we het geslachtsregister van Jezus Christus aan. Vrouwen in het geslachtsregister van de grote Koning. Een grotere revolutie binnen de cultuur van die tijd kon vrijwel niet.
We gaan er dus naar kijken.

Er is een heel concreet onderscheid tussen het geslachtsregister in Lucas en dat in Mattheus. Veel theologen worstelen met de verschillen die ze terugvinden in deze registers.
De belangrijkste oorzaak ligt in het feit dat ze niet opmerken dat elk Evangelie zijn eigen invalshoek heeft om het leven van Christus te belichten.
Zo tekent Lucas onze Heer als de Zoon des mensen.
    Vandaar dat het geslachtsregister van Lucas begint met de aardse naam Jezus en dan terugloopt in de geschiedenis naar de eerste mens: Adam. In deze menselijke lijn wordt – geen enkele keer – een vrouw vermeld.
      Mattheüs tekent Christus als de Koning. Het geslachtsregister welke hij optekent werkt vooruit in de geschiedenis, maar begint niet bij de eerste mens, maar bij Abraham. De eerste aan wie de beloften van het komende Koninkrijk gedaan zijn. Mattheus tekent de lijn vanaf Abraham naar Joseph, maar dan staat er in tegenstelling tot het geslachtsregister van Lucas bij dat hij de man was ‘van Maria, de Moeder God’s’.
       Het is zeer opvallend dat in de menselijke lijn geen vrouw genoemd wordt, maar juist als die lijn getekend wordt die recht geeft op de troon van David er -‘vier vrouwen’- vermeld worden.
Het was zo-wie-zo al heel apart dat er vrouwen vermeld worden in een geslachtsregister; dat deed men niet. Nu juist in die hoge lijn, waar het recht op de troon uit zal blijken, worden er maar liefst -‘vier vrouwen’- vermeld.

Letterlijk vertaald, begint Mattheüs met de woorden: ‘het boek van de ‘Genesis’ van Jezus …’. Daarna volgt een lange lijst met namen. Veel mensen hebben dan de neiging om dat saaie stukje maar over te slaan. Toch hebben zelfs de stambomen ons iets te vertellen.

De Joodse schrijver Mattheüs, bouwt zijn boek op volgens het model van de Thora [de Wet], die met Genesis begint. Genesis betekent ‘oorsprong, voortbrengsel’, maar ook ‘stamboom’.
Zo heeft Mattheüs zelfs het inleidende zinnetje uit Genesis 5:1 geleend, dat begint met: ‘Dit is het boek van de Genesis van Adam’.

Zowel in Mattheüs 1 als in Genesis 5 volgt er dan een stamboom. 
Mattheüs gebruikt in zijn geslacht’s-register het getal 14. Het getal 10 drukt de verantwoordelijkheid van de mens uit tegenover God: de tien woorden van de Wet; het getal 4 duidt op de volheid in de schepping van deze wereld.
Mattheüs gebruikt 3 maal het getal 14, omdat er 3 maal 14 pleisterplaatsen waren waar Israël tijdens de uittocht verbleef [Numeri 33]. Het getal 42 [3×14] spreekt over de weg van de slavernij naar de Verlossing.
In navolging van de 42 pleisterplaatsen in Numeri 33, worden de meeste Thora-rollen zo geschreven dat er op ieder vel 42 regels onder elkaar staan, verdeeld in drie kolommen.

Iēsous is de Griekse vorm van het Hebreeuwse jēsjūa’, hetgeen ‘de Heer is redding’ betekent. Christos, (gezalfde) is Grieks voor ‘messias’, de persoon over Wie de profeten profeteerden en die Israël verwachtte. Jezus is de eigennaam en ‘Messias’ de ambtsnaam of titel.
Zoon van David’ was de meest gangbare messiaanse titel onder de Joden [vgl. Psalmen van Salomo, hfst.17]: de Messias zou voortkomen uit het geslacht van David, dat de belofte van een eeuwig koningschap had ontvangen [2Sam.7: 12-13; Isaiah.9: 6]. Deze benaming spreekt primair van Heil voor Israël [voor de Kerk].

Jezus was, evenals David, ook een nakomeling van Abraham [vs.2-16].
Abraham, zelf een heiden van geboorte, was de eerste die een messiaanse belofte ontving, die sprak over heil voor de volkeren [Gen.12: 3; 18: 18; 22: 18].
Deze belofte zal uiteindelijk in Jezus vervuld worden [vgl. Matth.8: 11-12; 28:19; Rom.4 :1-25; Gal.3: 6-29].

In de samenstelling van beide lijsten vindt men getallensymboliek.
Het duidelijkst is dit bij Mattheüs 1: 17. Hij noemt 3 x 14 generaties tussen Abraham en Jezus.
Maar ook bij Lucas komen we dit impliciet tegen. Hij plaatst Jezus in de wereld-geschiedenis die met Adam begint. ‘God’ niet meegeteld, geeft hij 77 namen, d.w.z. 11 x 7.
In de joodse literatuur komen we op verschillende plaatsen het verschijnsel tegen, dat ofwel de wereldgeschiedenis [vanaf Adam], ofwel de geschiedenis van Israël [vanaf Abraham] wordt ingedeeld in weken.
Een periode van zeven geslachten vormde in de apocalyptische tijdrekening een wereldweek. Men rekende wel met twaalf wereldweken.
Jezus staat zo gezien aan het einde van de elfde wereldweek, dat betekent dat met Hem een nieuw tijdperk begint, de twaalfde wereldweek.
De laatste wereldperiode, de tijd van het messiaanse Heil is met Hem aangebroken.
Na deze korte en krachtige typering van de persoon van Jezus volgt de geslachtslijst.
Het gaat er in de geslachtsregisters dus niet alleen om de exacte afkomst van Jezus te geven, maar veeleer om Hem te doen uitkomen als het hoogtepunt in een door God geleide historische ontwikkeling.
Het gaat er in de geslachtsregisters dus niet alleen om de exacte afkomst van Jezus te geven, maar veeleer om Hem te doen uitkomen als het hoogtepunt in een door God geleide historische ontwikkeling.

Hoe lang nog?, dat Hij wederkomt.
    Zie, Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij om een ieder te vergelden, naar dat zijn werk isOpenb.22: 12.
Wanneer is spoedig?
Als iets met spoed verstuurd moet worden of doorgegeven moet worden, dan dient het op korte termijn, zo snèl mogelijk plaats te vinden.
Maar spoedig, dat betekent dat het op korte termijn zal gebeuren.
Er wordt niet bij verteld op welk moment precies, maar het duurt niet lang meer.

            Onze Heer en Verlosser Jezus zegt tegen ons:
zie, Ik kom spoedig!” Het duurt niet lang meer, de tijd is gekomen.
Natuurlijk heeft onze Heer dat 2000 jaar geleden aan Johannes laten weten, maar
het zal niet lang meer duren.
Hoe lang nog?
Dat weten we niet, want tegen de engel schrijft in Openbaringen [3: 1-13] aan de
Geloofsgemeenschap van Sardis [Hebr.= Sered ‘vrees’ tot God]:
”    Ik kom als een dief in de nacht, u zult niet weten welk moment dat is“.
We kunnen niet zomaar zeggen op welk moment Jezus terugkomt, dat
is niet voor ons mensen weggelegd.

Tòch zijn er bepaalde zaken die aangeven dat de tijd dichterbij komt.

giro 555

         Onze Heer en Meester geeft Zelf de tekenen aan als Hij spreekt over hongersnood en ziektes, natuurrampen en oorlogen. We zien het allemaal om ons heen gebeuren en het lijkt steeds sneller na elkaar op te volgen en aan de natuurrampen blijken we zèlfs nog mee te werken ook. Daarnaast komen we ook weer terug bij het woordje spoedig, dat kan elk moment zijn. Het zijn allemaal tekenen dat Christus terug zal komen en Hij komt zeker!

We hebben twee kerstdagen en die mogen we allebei gebruiken.
We mogen deze gebruiken voor twee zaken:
1.]. Het gedenken en vieren van de komst van onze Heer en Verlosser Jezus, de Christus in het Vlees hier op aarde. Hij is naar ons toegekomen om de dood te overwinnen.
2.]. We mogen uitzien naar Zijn wederkomst.
Het moment dat alles ten einde loopt hier op aarde, dat het gewoon afgelopen is.
Die dag nadert met rasse schreden en het duurt niet lang meer, Hij komt spoedig.

Op die dag krijgen we ons loon, we krijgen ons loon naar onze werken.
– Wat hebben we voor Christus gedaan en
– hoe hebben we onze tijd hier op aarde besteed?
De kinderen van God krijgen hun loon, dat is niet zoals wij dat kennen.
Het gaat op God’s manier en hoe dat precies zal zijn, dàt weten we niet.
Onze Drie-ene God weet het en deze oproep staat er zodat we ons gereedmaken.
We moeten niet in slaap sukkelen, maar verwachten.
We dienen er helemaal klaar voor te staan.
En als ik dan om me heen kijk, dàn zie ik de tekenen van het einde.
Maar ik zie ook veel slapende mensen, ze doen maar wat en
leven bijna zònder God.
          Begrijp me goed, ik ben niets beter dan ieder ander, sterker nog ik ben de grootste zondaar en deze oproep geldt voor ons allemaal, maar we dienen waakzaam te zijn! Laten we dat daarom samen doen, elkaar hierin bevestigen!

Wat een heerlijk moment als Hij komt.
De pijn is weg en ook het verdriet, het zal goed zijn.
Niet zo ‘goed’ zoals wij het op aarde kennen, maar ontzagwekkend ‘goed’ zoals God het kent.
Dàt kennen wij nu nog niet, maar straks zullen we leren wat goed is.
Hij komt spoedig, laten we ons klaarmaken!

Hypakoi     tn.8.
Een engel maakte voor de Jongelingen het vuur koel als dauw;
zoals deze ook tot de Myrondraagsters sprak:
Waarom brengen jullie Myron? Wie gaan jullie zoeken in het graf?
Christus is opgestaan, want Hij is
het Leven en de Verlossing van het geslacht der mensen
”.

Apolytikion     tn.4.
“ Maak u gereed, Bethlehem [Hebr.= ‘huis van brood’ (voedsel)]
want nu is Eden [Hebr.= ‘ genoegen’] voor allen geopend.
Verheug u, Efrata [Hebr.= ‘ashoop: plaats van vruchtbaarheid’],
want de Boom des Levens is in de grot opgebloeid uit de Maagd.
Haar schoot was het geestelijk Paradijs, waarin
Zich de Goddelijke Spruit bevond.
En wanneer wij daarvan eten, zullen wij leven en niet zoals Adam sterven.
Want Christus wordt vlees om de gevallen icoon weer op te richten”.

Kondakion     tn.3.
    Ziet reeds  nadert de Maagd, om
het Woord dat voor de eeuwen is op
onuitsprekelijke wijze in een grot te baren.
Jubel, o wereld, nu jullie dit hoort;
roemt met de engelen en de herders voor
Hem, Die als een Kind ons verschijnen wil:
onze God, Die is voor alle eeuwigheid
”.

Hier kan zelfs Albert Einstein met al z’n wetenschappelijk optreden niet tegen op
– een deze dagen is zijn brief met bevindingen over iedere vorm van Godsdienst, welke als ‘primitief’ wordt afgedaan voor bijna 2,9 miljoen dollar verkocht.
In plaats van een loopjongen een fooi te geven gaf hij deze arme drommel de brief, die nù geveild werd. Heb je ooit een grotere aanval van de Humanisten op het Christelijk Geloof meegemaakt???
Laten wij ‘met God‘ wijzer zijn – wijzer, dan de wijzen, met hun macht en het geld van deze wereld:
    Gedenk hoe wij mensen ‘het Leven” ontvangen hebben!
Is dàt in ons leven ook al gebeurd, in de gemeenschap van navolgers van Christus?
Hebben wij de boeteprediking ook al op die manier ontvangen, zodat we
in plaats van onszelf te verschonen, in plaats van onze zonden te bagatelliseren, te verkleinen, voor God in mochten vallen en zeggen:
Amen, het is waar. Heer, U bent rein in Uw spreken; 
‘Ik heb Uw Thora, Uw Wet geschonden. Ik heb gedaan wat kwaad was in Uw ogen’“.
    Gedenk hoe wij mensen ‘het Leven’ van oudsher ontvangen hebben!
In Sardis werd niet alleen de Wet gepredikt. Neen, ook de Blijde Boodschap van het evangelie werd daar verkondigd!
De blijde boodschap, die spreekt van ‘het Lam Gods Dat de zonden der wereld wegneemt‘, is ook daar in Sardis gebracht.
Hij is hun gepredikt, Die ons zo vriendelijk uitnodigt:
    Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven;
neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen;
want Mijn juk is zacht en Mijn last is lichtMatth.11: 28-30.
De Vrucht van die prediking was dat er ook in Sardis mensen waren gekomen, die hun rein-making en zaligheid buiten zichzelf gingen zoeken.
Mensen voor wie onze Heer en Verlosser, Jezus Christus dierbaar is geworden;
die hebben leren verstaan wat de Bruid’s-Kerk van Hem getuigt in het Hooglied:
Mijn Liefste is blank en rood, Hij draagt de banier boven tienduizendHooglied 5: 10.
Zulk een is Mijn Liefste; ja, zulk een is Mijn VriendHooglied 5: 16.
Dat hartelijk aanroepen van de Naam des Heren:
U Heer Jezus Christus, Zoon van God, heb medelijden met de mens, die U zo zeer hebt liefgehad?” {gebed van het hart].
Uw Zoon, uit het geslacht van Abraham, van Isaäc en Jaäcob en vervolgens Koning David, ontferm U toch over ons”;
“ U bent toch gegeven, o Heer, tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking, ja tot een volkomen verlossing”.
    Gedenk hoe wij mensen ‘het Leven’ ontvangen hebben!
Is dat ook in ons leven àl gebeurd?
Heeft bij ons die koersverandering al plaatsgevonden, om – zij het in beginsel – alle hulp en Kracht van Hem, van die Profeet, Priester en Koning te leren verwachten?
  Gedenk hoe jij ‘het Leven in Christus‘ ontvangen hebt!

Onze alledaagse ingesleten gewoonten dragen een verschrikkelijk groot gevaar met zich mee.

Een heilige plaats is die gelegenheid waar je jezelf opnieuw kunt vinden. We dienen ons als mens regelmatig terug te trekken uit het dagelijks leven en onszelf te bezinnen en vervolgens verfrist en bewuster tot onszelf te komen.
Het is als een rustplaats onderweg op de reis van ons leven en spiritueel bijtanken om te overleven. Indien je lange tijd niet gegeten hebt, gaat de honger pijn doen als een geheugensteun, dat je onderhoud nodig hebt. We krijgen onvermijdelijk spiritueel trek tenzij wij als mens regelmatig de ziel voeden. Veel mensen noemen dit gebed, anderen beoefenen meditatie, omdat het gedaan wordt door je zintuigen van de omgeving af te sluiten, er rustig voor gaat zitten en diep naar binnen te gaan.
Het mag klinken als een serieuze inspanning, waarbij je uit alle macht probeert steeds meer te ontwaken, je tot je innerlijke roep te richten. De innerlijke afweging heeft geen reden of doel op zich. Waarom staat er dan geschreven dat bidden een dialoog met God is, terwijl we in werkelijkheid fysiek gezien alleen spreken?

      Alles bijeengenomen, alles overziend, is het uiteindelijk een dialoog, omdat God Degene is Die luistert naar onze woorden, onze gebeden.
Wanneer we met Iemand praten, de Ander, Die luistert, instemt en goedkeurt wat we zeggen. Echter, van tijd tot tijd luistert God niet naar ons gebed. Maar ook dit is een antwoord van Zijn kant. Òf luister ernaar en het is nog steeds een dialoog, een communicatie, een gemeenschap met Hem. Soms wil ons hart graag zingen tot God, met behulp van eigen woorden. Hoe kunnen we bidden terwijl we met iemand anders zijn of in een kleine groep?
      Alles overwegend concluderen we dat een verhoogd gebed in een groep God zeer behaagt. We mogen daarbij in overweging nemen dat op het ogenblik dat de spelleider Petrus werd gearresteerd en gevangen gezet, ergens in een huis veel mensen samen kwamen om voor hem te bidden. Zijn omgeving heeft indertijd de gedachten op God gericht, op dezelfde wijze als met welke vurige pijlen, die men afvuurt – om aandacht te trekken. In zijn omgeving hadden de gelovigen allemaal hetzelfde verlangen, dezelfde hoop, hetzelfde gebed … Iedereen smeekte om dezelfde reden: dat deze steenrots in de branding zou worden bevrijd van de dood, want de volgende dag zouden ze hem in het openbaar ombrengen, voor de ogen van het volk van Jeruzalem. Die christenen vroegen dan dat deze  heilige Petrus uit de gevangenis werd bevrijd, uit de dood. En omdat ze allemaal baden met dezelfde vurigheid en dezelfde intentie in gedachten, beantwoordde God hun gebeden. Dus wanneer een groep mensen bidt, ‘s ochtends of’ s nachts – zoals we het vroeger bijvoorbeeld op school deden en één van ons om beurten uit de Blijde Boodschap voorlas, terwijl de anderen luisterden, het is iets heel moois … maar de enige voorwaarde is dat iedereen aandachtig is voor de woorden van het gebed.
      Het specifiek innerlijk gebed is beter, vanuit mijn gezichtspunt, omdat wanneer mijn geest uiteenvalt en ik de aandacht verlies van wat ik net heb gezegd, ik terug kan gaan en het kan herhalen.
Ik keer me in gedachten om, maak m’n excuses aan God voor mijn onoplettendheid en keer terug naar de oprechtheid van het gebed. Ik kan dit perfect doen als ik alleen ben. Maar als er meer mensen bij me zijn, kan ik niet iedereen vertellen om te stoppen en kunnen we teruggaan naar het punt waarop ik afgeleid werd.
Dat is de reden waarom ik verkondig dat groepsgebed erg goed is, wanneer iedereen volledig gefocust is en aandachtig is op datgene wat er gezegd wordt.
Maar zoals ik al zei, overkomt mij regelmatig, dat ik in gezamenlijk gebed afgeleid wordt en is naar mijn mening het persoonlijk gebed in je binnenkamer het beste: dat eenieder afzonderlijk bidt, en op ieders persoonlijk wijze gehoord wordt in het Mysterie van zijn leven.
       Ontwaken is als een los komen, bevrijden va datgene wat je als alledaagse last met je meedraagt. In dit opzicht is het iets anders dan al de andere dingen die we doen, behalve misschien muziek en ons op de muziek voortbewegen. We laten ons als het ware meedragen op de eeuwigheid – buiten de tijd. We zijn iet langer gericht op het bereiken van een bepaalde plek, positie of anderszins – het is als vliegen op de wind.
Gebed, een ontmoeting met het Mysterie is de ontdekking dat ‘leven’ altijd wordt bereikt in het -hier en nu- los van plaats, omstandigheden en het zelf. Het is als muziek en kunst, je laat je meevoeren naar hemelse sferen buiten jezelf, zoadat je als Petrus zegt: “Heer, laat ons hier drie tenten bouwen, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia”.
Daar op de berg, die verhoging en verheffing zagen de apostelen een glimp van Christus’  Heerlijkheid terwijl Hij aan het bidden was. Zijn gebed is een gesprek met Mozes en Elia,  zij spraken over Zijn lijden en dood. Het kan niet anders dan dat het een gesprek is geweest, dat dicht op de huid zit; het gaat immers over de verdere afwikkeling van ons christelijk leven. Heeft ons stil-staan en het tot jezelf komen daar niet iets van weg?
Het aanzien, het gelaat van onze Heer en Verlosser transfigureerde, was heel ‘anders’, ook Zijn kleding schitterde. Wij weten dat wij als gelovigen in die Heerlijkheid van onze Heer zullen delen. Het is zoals de spelleider ‘Paulus’ ons duidelijk maakt:
    Thans verblijd ik mij over hetgeen ik om uwentwil lijd, en vul ik in mijn vlees aan wat ontbreekt aan de verdrukkingen van Christus, ten behoeve van Zijn Lichaam, dat is de [christelijke] Gemeenschap.
Haar dienaar ben ik geworden krachtens de bediening, die mij door God is toevertrouwd, om onder u het Woord van God tot Zijn volle recht te doen komen, het Geheimenis
[Mysterie], dat eeuwen en geslachten lang verborgen is geweest, maar thans geopenbaard aan Zijn heiligen.
Hun heeft God willen bekendmaken, hoe rijk de Heerlijkheid van dit Geheimenis is onder de heidenen: ‘
Christus onder u, de Hoop der Heerlijkheid’. Hem verkondigen wij,  wanneer wij ieder mens terechtwijzen en ieder mens onderrichten in alle Wijsheid, om ieder mens in Christus volmaakt te doen zijnCol.1: 24-28.
De berg Thabor, de verheffing/verhoging van uzelf in gebed is nog steeds een heilige plaats, waar wij als goddelijk kind geboren worden. Het is een Theophanie, God toont Zichzelf.
Laat je op momenten zoals deze in herinnering blijven, dat je telkenmale werd opgenomen in intimiteit met God, en die opname mocht ervaren die gepaard gaat met intimiteit.
We staan onszelf vaak niet meer toe om te wennen aan de Goddelijke Liturgie of de Hemelse zang me de engelen, of de Glans van het Leven, of …  de beker van het leven te drinken, om er maar niet aan gewend te raken, want het kan bitter blijken te zijn.
Om ontzag te hebben wanneer de grootse actie van het leven plaatsvindt; met veel opwinding, bewustzijn en dankbaarheid naar God òm te kijken, aandacht te hebben voor het Goddelijke in ons leven.
Kunnen we altijd weer opnieuw als voor de eerste keer en misschien wel de laatste keer de Goddelijke Liturgie zo aanschouwen, als een werkelijke ontmoeting met onze Heer en Verlosser?
Welnu, in de gewoonte, in datgene wat we gewend zijn te doen, in hetgeen inslijt, daarin zit het grootste gevaar.
Bij de les blijven, op je ‘qui
vive’ blijven en in het persoonlijk gebed en
in de Goddelijke Liturgie en, en, en …
            Wanneer we als christen leven in het perspectief van ons Kruis, onze onafwendbare dood, dan maakt het niet langer uit                                                            hoe onaangenaam anderen bij ons zijn, hoeveel zij ons laten lijden, omdat we alert dienen te blijven op onze eigen ziel.
Stilte, gebed en tot jezelf komen zijn in dat soort situaties het enige goede wat ons nog overblijft.
Laten wij het kwaad overwinnen met vriendelijkheid, medelijden en liefde
Wanneer iemand Zijn Heer en Verlosser, in gebed of in de [lichamelijke] ontmoeting tijdens de Goddelijke liturgie geheel nabij probeert te ervaren – zich de Heer dicht nabij te voelen en zijn ideaal probeert te leven, is het nooit en te nimmer een gewoonte.
Maar, en dat is laten we het zo uitdrukken, niet te voorkomen,
om er een vaste regel van te maken, zoals de Kerkelijke Wet voorschrijft,
doet regeren de meeste mensen niet veel goed,
als een gebod optimale netheid, schoonheid, en onvoorwaardelijke overgave aan God in het leven in te bouwen, is ons als mens niet gegeven, dat hebben we onophoudelijk de Genadegaven van de Heilige Geest bij nodig.
Wees op die wijze de komende dagen bij ons aanwezig –
verheug u met uw komst in de overvolle kerken en
ervaar onze geest en onze manier van denken en
aandacht voor God en ervaar dat God daar bij ons is.
God heeft de mensen lief,
God is ons mensen allen genadig,
Hij zegent ons, geeft ons vrede,
zegen daarom de Heer en
heilig slechts Hem.

Orthodoxie & wanhoop niet, wat je ook overkomt

Een spelleider – een bekleder van het ambt van voorganger wordt opgeroepen de spiritualiteit van het navolgeling-schap in de gelovigen te stimuleren.
Gelovigen hebben eveneens een medeverantwoordelijkheid in de kerkgemeenschap – het bestaat niet alleen uit financiële bijdragen aan de gemeenschap, het samen in gebed zijn en onderhorigheid.
De spiritualiteit van Christus  wordt begroet door het samen op weg zijn en gezamenlijk het ‘Kruis van Christus‘ te dragen.

    Allen, die zich uiterlijk goed willen voordoen, trachten u te dwingen tot de besnijdenis, alleen om niet vervolgd te worden ter wille van het kruis van Christus Jezus. Want zij, die zich laten besnijden, houden zelf niet eens de wet, doch zij willen, dat gij u laat besnijden, opdat zij op uw vlees roem kunnen dragen.
        Maar ik [Paulus, spelleider] moge ervoor bewaard blijven te roemen anders dan in het Kruis van onze Heer Jezus Christus, door Wie de wereld mij gekruisigd is en ik van de wereld.
      Want besneden zijn of niet besneden zijn betekent niets, maar of men een nieuwe schepping is. En allen, die zich naar die regel zullen richten – Vrede en Barmhartigheid zal over hen komen, en ook over het Israël van GodGal.6: 12-16.

Paulus was een spelleider en wat voor een; hij ging door dik en dun wanneer dit het navolgeling-schap van Christus betrof.
Maar waarom hield hij bovenstaande tekst aan de vroege christenen voor, aan  hen, die afkomstig uit het Joodse Geloof en zich door de doop bij Christus hadden aangesloten.
Het ging om de vraag of zij werkelijk in de praktijk brachten hetgeen zij bij hun doop hadden voorgenomen:
– “   Heb jij je verzaakt aan de satan en al zijn werken en al zijn geesten en al zijn diensten en al zijn pracht en praal“
– “ Heb jij je daad-werkelijk bij Christus aangesloten?, “Geloof je met hart en ziel in Hem?
”.
        Zovelen blijken uit verlangen een ​​goede vertoning in het vlees te maken, zich uiterlijk [te laten besnijden/dopen] voor te doen, maar gaan iedere gelegenheid, waarbij het Kruis in beeld komt uit de weg.
Maar God verhoede dat je zou moeten opscheppen, dan behalve in het Kruis van onze Heer Jezus Christus, door wie de wereld gekruisigd is en wij afgesneden zijn van de wereld.
      Ook in de tijd van Paulus waren er al mensen, die zich slechts uiterlijk als christenen voordeden, tienden betaalden, gezamenlijk in gebed waren, maar wat de onderhorigheid aan het Kruis betreft – distantieerden zij zich.

De dubbelzinnigheid van de mens
We hebben heden-ten-dage veel van dit soort mensen in de Kerk.
Mensen met twee petten op, met twee gezichten, zij zijn dubbelzinnig:
      Zij richten zich enerzijds op het Geloof in Onze Heer, Jezus Christus en anderzijds op de wereld om zich heen; in bepaalde opzichten trekt het ascetische, het monastieke hen misschien wel aan, maar aan de andere kant stellen zij zich ondergeschikt op aan de leiders van de wereld [òf aan de op de wereld gerichte leiders van de kerk].
Zij gaan gebukt onder de onvermijdelijke dubbelzinnigheid, waarvan de tegenstrever maar al te graag gebruik van maakt, omdat de ‘Kracht van het Kruis‘ in hun ontkennen verstrikt is geraakt.
Zij zoeken het gemak en het comfort; en juist ‘dìt’ vormt de grootste ketterij van onze tijd: een  Christendom zònder het Kruis; een christendom zònder opoffering; een christendom 
zònder ascese; blijkt een Christendom te zijn zònder liefde voor het vak!
We praten vandaag de dag over liefde, we horen – de hele tijd – over liefde, en meestal heeft het toch niets te maken met de liefde van God, doch betreft het de liefde voor het ‘zèlf’, welke overheerst!
En daardoor blijf je gevangen zitten in zelfvoldoening:
    wij [christenen] zijn goed en we leven [volgens iedereen om ons heen] overeenkomstig de wet, het vervullen ervan; we zijn gewoon goed in de ogen van God [en] wij, ja ‘wij‘ geloven.
Wij hebben het zo ontzettende getroffen met onszelf, met onze gemeenschap, met onze identiteit, maar ten opzichte van de liefde van Christus, ‘de liefde van Zijn Kruis’ hebben wij onszelf vèr van Hem verwijderd.
Mensen, die in de schaduw van de liefde tot zichzelf blijven hangen, uit zelfgenoegzaamheid, zijn levende slachtoffers binnen de kerk en verstoren het christelijke wereldbeeld, het φρόνημα [Gr. = , de christelijke ethos].
De Orthodoxe geest, het bemachtigen van het Hemels Koninkrijk, de staat van verheerlijking is een kwestie waarop het ware Orthodoxe Geloof wordt beoefend [= de ‘Orthopraxie’].
Of ze nu op de geestelijke weg -links of rechts- afwijken het maakt niet uit, ze blijven op de wereld gericht.  Zij blijken niet in staat te zijn de grootsheid van ‘het geestelijk leiderschap van Christus’ te onderkennen en dienen slechts als uiterlijke vertoning, voor de Wet, voor ‘zoals het volgens de mensen hoort‘ en vergeten
‘Wàt’ voor hun zielenheil als eerste voorop gesteld dient te worden.

          Het draait bij God in de eerste plaats om het navolgen van Christus, Zijn Zoon, Die ons via de Blijde Goddelijke Boodschap duidelijk heeft gemaakt dat wij ons Kruis dienen op te nemen en Hem via ons persoonlijke kruis dienen te volgen.

‘En dient zijn kruis op te nemen en Mij te volgen‘, Marc.8: 34

Eerst, Christus, eerst, het Kruis, en eerst dàn al het andere, inclusief onze wereldse identiteit, en alleen in Christus, en alleen in het Kruis,
alleen ‘Dàt’ geeft rust en heeft betekenis, diepte en regeneratie [geestelijke wedergeboorte].
Wij mensen zijn geprogrammeerd in vormen van geschiedenis, persoonlijke identiteit, nationaal denken, maar in plaats dat wij gered worden, verliezen we alles, omdat we ‘Christus en Zijn Blijde Boodschap‘ zijn kwijtgeraakt!
Alleen Christus kan het Volk, de mensen redden, alleen Hij kan de Kerk redden, alleen Hij wil en kan òns redden.
En wanneer we het offer van het Kruis ontkennen, ontkennen we de Genade van het Heil, de Vrijheid, Die op de Genadegave volgt.

En omdat ze twee heren proberen te dienen – spannen zij het paard achter de wagen – plaatsen de Heer, achter de wereld.  Je hebt daarbij de leidinggevenden, die zich niet inzetten voor nauwkeurigheid van het Geloof, het onderkennen van de menselijke tekortkomingen [zonden] – en zij die dìt doen noemen wij fundamentalisten, zeloten. Ze spreken van ‘updaten’, maar wat ze bedoelen is veranderen, perverteren, vervormen, het compromis met de wereld, omdat zij  Paulus niet navolgen en met hem weigeren te verkondigen dat:
    God verbiedt me dat ik mijzelf op de eerste plaats stel, in alles – behalve in het Kruis, wat  ik mij in Christus heb beloofd te zullen dragen‘ !
Ze maken het ascetisme bespottelijk, ze bespotten de onthouding, ze hebben ijver voor de uiterlijkheden, zij hebben geen ijver voor de nauwkeurigheid van het Geloof.  Ze proberen er zo voordeling mogelijk op de voorgrond te treden en als belangrijke personen de eerste plaats in te nemen in de ogen van de buiten-wereld, van die onbekeerden en beweren dat slechts ‘zij‘ de tradities van de voorvaders hebben verlaten.
Dat wil zeggen, ze zochten compromis met de geest van de wereld en het ongeloof van de Joden, met de vijanden van het Kruis !,
teneinde een compromis te sluiten om een hervorming uit de weg te gaan, omdat ze –‘niet werkelijk’– geloofden.  Onder al dit -op de wereldse werkelijkheid- gericht zijn, komt uiteindelijk deze weerstand klip en klaar naar voren en blijkt een gebrek aan vertrouwen te zijn in het offer van onze Heer en Verlosser.
Zij wilden ‘hèt hoof-item’, ‘hun’ Kruis zo veel mogelijk ontwijken!

‘Petrus verdrinkt’, byzantine mosaïc.

De geschiedenis van de kerk zit vol met zulke mensen, tot op de dag van vandaag aan toe en het lijkt wel of we er in onze tijd mee overweldigd worden- door veel van zulke valse, verraderlijke christenen.
De Heilige Johannes Chrysostomos zegt dat ze Christus liever beledigen en zelfs verwerpen, aangenaam zijn voor mensen; liever beledigen ze God om de mensen te behagen !
Ze behagen slechts de mens en haar vijandelijk tegenstanders van het Kruis.
Het leven van de Kruis vereist opoffering; Christus eist van ons offers, omdat
opoffering ‘liefde tot God en de naasten’ inhoudt.
Indien we onszelf niet opofferen, houden we niet van God en wanneer wij ons daarvan verwijderen, kunnen wij onmogelijk verenigd worden met God, Die onvoorwaardelijk ‘Liefde‘ is.
Het Kruis is ons pad, onze opening tot het leven van liefde met de Meester, het Eeuwige leven waar we allemaal naar op zoek zijn.
Indien we het Kruis opzij zetten, wijken we af van de weg naar God; want we leggen de liefde opzij. Als we het kruis verloochenen, ontkennen we het offer, wij ontkennen de kruisiging van ons intellect.

Wanneer een mens in zonde valt, in welke zonde dan ook, dient hij echter de Liefde en Genegenheid van de Hemelse Vader voor Zijn kinderen niet vergeten.
Als we God’s Barmhartige Liefde tot de mensen vergeten, dan komen wij òm in een verscheidenheid van strafbare feiten, verwaarlozen wij het goede en wijken af van de voorgenomen geestelijke weg.
Omgekeerd wanneer we ons inzetten de tegenstand te weerstaan door òp te staan en te vechten tegen God’s vijanden, en iedere dag opnieuw proberen ons Kruis op te nemen en het beschadigde weer te herstellen en afstand nemen van degene wat de wereld ons voorhoudt, vormen wij het evenbeeld van de profeet, die zegt:
Verblijd u niet over mij, mijn vijanden: al ben ik gevallen, ik zal weer opstaan;
al zit ik in het duister, de Heer zal mij tot Licht zijn
Micha 7: 7-9.
We zijn in geen geval daarom in staat om de oorlog te stoppen en dienen daarom standvastig te blijven de gevolgen van een definitieve nederlaag te voorkomen en onze ziel in Christus, zolang Hij in ons leeft en ademt, proberen te redden.
Zelfs indien de drager van onze ziel elke dag te kort schiet en zijn geestelijke goederen verliest,
behoeven wij onze Hoop op redding niet te verliezen.
Het Geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt, en een bewijs van de zaken die men niet zietHebr.11: 1.
Wie het Woord veracht, zal te gronde gericht worden, maar wie het gebod vreest, hem zal dat vergolden wordenSpr.13: 13.
Wij worden in alles verdrukt, maar niet in het nauw gebracht; wij zijn in twijfel, maar niet vertwijfeld2Cor.4: 8.
Want in de Hoop zijn wij zalig geworden. Hoop nu die gezien wordt, is geen hoop. Immers, wat iemand ziet, waarom zou hij dat nog hopen?Rom.8: 24.
Tenslotte:
En dàn is er onze Heer en Verlosser, Die in Zijn strijd met ons mee lijdt en  Hij ziet wat voor ongelukje jou is overkomen en Hij zal in al Zijn Barmhartigheid jou de Kracht geven om geduldig te zijn en de agressieve vijandelijke pijlen tegen te werken.
Dàt is de Wijsheid, Die God de mens verleent en de mens is slechts een wijze zieke, wanneer deze zijn Hoop niet heeft verloren.
Het is beter om weerstand te bieden aan slechts een paar fouten, die we hebben gemaakt en die we niet wisten te corrigeren,  dan om onze strijd volledig te staken. 
H. Isaäc de Syriër

Orthodoxie – Heiligen hebben een -‘ander leven’- dan ‘het huidige’ voor ogen

Bereid jezelf voor op de reis van je leven. Het is niet onze bedoeling jouw leven zorgeloos te laten verlopen door al je problemen maar even op te lossen.
Wèl proberen we je een beetje op weg te helpen, je tot de weg ter vervolmaking te verleiden, die vrij is van smet of schuld.
Het is namelijk bekend dat je zonder smet of schuld te ervaren een hoop van je problemen van je af kunt laten glijden. In feite zul je door het nastreven van volmaakt mens zijn soms verbijsterd raken door, ook geïntrigeerd. Door opgewekte nieuwgierigheid zul je jezelf liefdevol vragen gaan stellen en dolblij worden, doordat je verleid bent uit de mist van verstandsverbijstering en de doofheid door platte afgezaagde beweringen. 

Heiligen denken en leven heel erg ‘Zwart-Wit’, zij zijn navolgers van onze Heer Jezus Christus, de Zoon van God.
In ons land zijn er vandaag de dag nog maar weinig mensen over, die nog enigszins op de hoogte zijn van onze Heer en Verlosser en zijn Pedagogie.
Ondanks de overvloedige Genadegaven wordt onze aandacht telkenmale afgeleid door wereldse ervaringen. 
En indien ons Heer en Meester ons met Zijn gaven niet als een goede Herder de goede kant op geleid had waren wij door de tegenstrever verslonden.
Ik vermeld hierbij de Genadegaven des Heren, en het is voor mij als een tweede natuur geworden om hierover melding te maken, omdat de menselijke ziel de Heer in de Heilige Geest herkent en op de hoogte is, hoeveel Hij wel niet van mensen houdt. De overvloed van Zijn liefde en Zijn deugd zal onze persoonlijke zonden niet in herinnering houden. Mijn geest verlangt gaandeweg nietsvermoedend of ze bidt of schrijft of praat over God, en op wereldse aangelegenheden zit mijn ziel in het geheel niet meer te wachten – vanaf den beginne [in principe] wil de mens dat helemaal niet horen of zien, in het geheel niet tegenkomen.

En het zijn er nog minder, die weten hoe betrouwbaar en relevant Zijn Woorden zijn.  Onze Heer en Verlosser heeft zo’n uniek Woord gesproken en voorzeggingen gedaan, dat Hij onherroepelijk door de mand zou vallen wanneer  ook maar een טיטל [Hebr.= tittel] niet zouden kloppen.
De tittel en de jota zijn de twee kleinste tekens uit het Hebreeuwse alfabet.
Neem alleen al Zijn uitspraak over ‘de Waarheid‘. Hij zegt niet alleen dat Hij de waarheid spreekt, maar ook dat Hij de waarheid ‘is’ !  In de weergave van Zijn Blijde Boodschap door Johannes de Theoloog staat vermeld:
    Thomas [de ongelovige, Hebr.= ‘ tweeling‘ ] zei tot Hem:
‘ Heer, wij weten niet, waar Gij heengaat; hoe weten wij dan de weg
[die wij moeten gaan]?’.
Jezus zei [daarop] tot hem:
    Ik ben de weg en de waarheid en het leven;
niemand komt tot
[God] de Vader dan door Mij.
Indien jullie
[apostelen, navolgers] Mij kende,
zouden jullie ook Mijn Vader gekend hebben.
Vanaf nu af aan kennen jullie Hem en hebben jullie Hem gezien.
Philippus [Hebr.= ‘liefhebber’, die van ‘ik zag u onder de vijgenboom’]
zei
[daarop] tot Hem:
‘Heer, toon ons de Vader en het is ons genoeg’.
Jezus zei tot hem:
Ben Ik zolang bij je, Philippus
[‘liefhebber’], en ken je Mij niet?
Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien; hoe zeg je dan: ‘Toon ons de Vader?’.
Geloven jullie niet, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is?
De woorden, die Ik tot jullie spreek, zeg Ik uit Mijzelf niet; maar
de Vader, die in Mij blijft, doet zijn werken.
Gelooft Mij, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is: of anders, gelooft om de werken zelf.
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook doen, en grotere nog dan deze, want Ik ga tot de Vader; en wat jullie ook vragen in Mijn naam, Ik zal het doen, opdat de Vader in de Zoon verheerlijkt zal worden.
Indien jullie Mij iets vragen in Mijn naam, Ik zal het doen. Wanneer jullie Mij liefhebben, zullen jullie  Mijn Geboden bewarenJohn.14: 5-14.

Hiermee stelt onze Heer en Verlosser Zich heel kwetsbaar op.
Want indien Hij inderdaad ‘de Waarheid’ is, dan moeten al Zijn woorden,  inclusief datgene wat Hij voorzegd heeft, ook waar zijn.
Zou men Hem op ook maar één leugen of onwaarheid betrappen, dan  zouden al zijn aanspraken krachteloos worden.
Het bijzondere feit doet zich dan ook voor, dat wij onze Heer en Meester nog
nooit op een leugen of onwaarheid hebben kunnen betrappen.
Zijn uitspraken houden al zo’n tweeduizend jaar onwankelbaar stand en
Zijn voorzeggingen komen één voor één uit.
Dat Zijn Woord ook nu nog steeds van Kracht zouden zijn heeft Hij trouwens ook voorzegd:
      Zij [de uitverkorenen] zullen De Zoon des mensen zien komen op de wolken, met grote Macht en Heerlijkheid. En dan zal Hij Zijn engelen uitzenden en Zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken, van het uiterste van de aarde tot het uiterste van de Hemelen.
Leert dan van de vijgenboom deze les: ‘Wanneer zijn hout reeds week wordt en de bladeren doet uitspruiten, weet gij daaraan, dat de zomer nabij is’.
Zo moet gij ook, wanneer gij dit ziet geschieden, weten, dat het nabij is, voor de deur. 
Voorwaar, Ik zeg u, dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, voordat dit alles geschiedt. De Hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen niet voorbijgaanMarc.13: 26-31.

Jezus belooft Zijn volgelingen de Trooster.
Vlak voordat Hij -‘als onze Heer en Meester van ons leven’-  zou worden gedood, opgewekt en opgenomen;  deed Hij nog een andere voorzegging.
Hij beloofde Zijn Volgelingen, dat Hij een andere Trooster zal sturen.
Hij doelt daarbij op de Heilige Geest.
Deze zal de lege plaats van onze Heer en Verlosser op aarde innemen.
Het grote voordeel van de Geest is, dat Hij niet alleen ‘bij’ maar ook ‘in’ de gelovige zal zijn.
God heeft ons dit via onze Heer en Verlosser kenbaar gemaakt:
    Doch Ik zeg u de waarheid: Het is beter voor u, dat Ik heenga. Want indien Ik niet heenga, kan de Trooster niet tot u komen, maar indien Ik heenga, zal Ik Hem tot u zendenJohn.16: 7.
    Indien je mij liefhebt, houd je dan aan mijn geboden. Dan zal ik de Vader vragen jullie een andere pleitbezorger te geven, die altijd bij je zal zijn: de Geest van de waarheid. De wereld kan hem niet ontvangen, want ze ziet hem niet en kent hem niet. Jullie kennen hem wel, want hij woont in jullie en zal in jullie blijvenJohn.14: 15-17.

Akathist – alles draait om de Geboorte van Christus en bekijkt alles vanuit de goddelijke menswording

Het huis van God, de tempel dat zijn wij ‘zelf’.
Indien wij ‘zelf’ het huis van God zijn, worden wij -‘hier en nu’- in deze tijd gebouwd om aan het einde der tijden te worden ingewijd.
Het gebouw, of liever het bouwen zelf betekent zware inspanning, de inwijding hiertoe, door de doop, betekent slechts het begin van één groot feest – een  wedergeboorte.
Wat hier gebeurt wanneer het gebouw van het onvoorwaardelijk Geloof verrijst, vindt ook plaats, wanneer gelovigen in gemeenschap ‘in Christus’ bij elkaar komen. Want door het Geloof van christenen, de navolgers van Christus, worden zij als bouwmateriaal, hout en stenen, uit de bossen en de bergen. En eerst dàn worden zij onderwezen in het Geloof en gedoopt en ontvangen zij de Myronzalving, worden zij door de kruinschering tussenpersoon tussen God en henzelf.
Het is alsof ze door timmerlieden en metselaars worden bewerkt en rechtgemaakt en bijgeschaafd. 
Toch kunnen ze het huis van de Heer alleen maar bouwen indien  zij het ‘in Liefde tot God en elkaar’ in elkaar zetten.
⁌  Wanneer de balken en stenen zich niet hechten op de juiste wijze en in de voorgeschreven volgorde,
⁌  Wanneer ze zich niet vreedzaam verbinden en zich niet liefdevol aan elkaar hechten, dan zou niemand daar naar binnen gaan.
Inderdaad, wanneer je ziet dat in een bouwwerk, in een gemeenschap de stenen en balken zich goed hechten, ga je met een ‘veilig‘ gevoel naar binnen en ben je niet bang dat het zal instorten of vergaan.
Omdat Christus de Heer naar binnen wilde en in ons wilde wonen,  zei Hij alsof Hij aan het bouwen was:
Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief.
Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben
John.13: 34.
Ik geef jullie een nieuw gebod…
Jazeker, jullie waren oud en vervallen,
jullie waren nog geen huis voor Mij aan het bouwen,
jullie lagen in je eigen bouwval.
Dus om bevrijd te worden uit die vervallen,
vernietigde bouw, die bouwval
dienen jullie elkaar lief te hebben, als jezelf.
    Hieraan zullen allen weten, dat jullie volgelingen van Mij zijt, indien gij liefde hebt onder elkander.
Simon Petrus zei
[daarop] tot Hem:
Heer, waar gaat Gij heen?     Jezus antwoordde:
Waar Ik heenga, kunt gij Mij nu niet volgen, maar gij zult later volgen.
Petrus zei [daarop] tot Hem:
Heer, waarom kan ik U thans niet volgen? Ik zal mijn leven voor U inzetten!
Onze Heer en Verlosser antwoordde: ‘ Uw leven zult gij voor Mij inzetten?
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, de haan zal niet kraaien, eer jij Mij driemaal verloochend hebt
John.13: 35-38.
Dit is de beweegreden waarmee onze Heer en Verlosser ons geneest, met de woorden:
“    Hou goed moed, hou ondanks je vallen en opstaan vol, want je Geloof heeft je gered”; ga dit maar na -ook bij de heiligen- wordt bij al hun genezingen gevraagd:
    Heer, Jezus Christus, Zoon van de levende God, ontferm u over mij, arme zondaar”.
God, onze Vader, in de Hemelen heeft Zijn kinderen nimmer voorgehouden dat
zij ‘niet’ zullen worden overweldigd door verdrukkingen of beproevingen, maar
Hij zegt dat Hij mèt hen zal zijn en dat ze niet in verval zullen geraken, zullen verteren of verbranden.
Als Vader belooft God niet dat Hij zijn kinderen altijd om de moeilijke omstandigheden heen leidt, maar Hij heeft wel beloofd Zijn kinderen te bewaren, te bemoedigen en te beschermen.
Als Vader bemoedigt Hij ons en zegt ons als Zijn kinderen die door beproevingen en andere hete vuren moeten gaan:
Ik heb jullie verlost, Ik heb je bij je naam geroepen, jullie zijn van Mij.
Wanneer jullie door het water trekken, ben Ik met jullie;
gaan jullie door rivieren, zij zullen je niet wegspoelen;
als jullie door het vuur gaan, zullen jullie niet verteren en
zal de vlam u niet verbranden
” Isaiah 43: 1-2.
Paulus herhaalt en bevestigt dit later door te zeggen:
Het Koninkrijk van God [der Hemelen] bestaat niet in woorden, maar in Kracht.
Wat wilt gij? Moet ik met de roede tot u komen, òf met Liefde en
in een geest van zachtmoedigheid?
1Cor.4: 20,21; en vervolgens:
God is trouw en zal niet toestaan dat u boven uw krachten wordt beproefd:
hij geeft u mét de beproeving ook de uitweg, zodat u haar kunt doorstaan

1Cor.10: 13.

Ik wens jullie veel wijsheid en sterkte in de strijd op de geestelijke weg,  waarbij je door hete vuren en diepe duisternis wordt geleid.
Met en in Christus zàl je overwinnen want “‘Hij’ is overwinnaar, de Pantocrator!”  Onthoud dat wanneer je omringt wordt door duisternis dat het nooit van God is want in Hem is geen duisternis [1John.1: 5],
jij zult persoonlijk tot de ontdekking komen, dat de Waarheid in Zijn Licht altijd overwint.
”  
Zalig de mens, die niet gaat naar de raad van goddelozen.
Die niet stil houdt op de weg van zondaars, noch plaatsneemt in de zitting van wie een ‘pest’ zijn.
Maar die vreugde vindt in de Wet des Heren: die Zijn Wet overweegt bij dag en bij nacht.
Hij/zij staat als een boom, aan stromend water geplant; die te zijner tijd vrucht draagt.
Zijn/haar loof valt niet af, en al wat hij doet zal voorspoedig gelukken
Psalm 1: 1-5, vert.ROK ‘s-Gravenhage