Januari de 4e – De Apostelen van de 70

de apostelen met de 70 het fundament van het Geloof in Christus

De Blijde Boodschap van de hand van de heilige Apostel en Evangelist Lucas informeert ons in hoofdstuk 10 over de groep navolgers van Christus naast de uitverkoren eerstelingen die van de 12 uitverkorenen.
Christus heeft ook hen naast de Twaalf uitverkozen om Hem in Zijn werk bij te staan en van stad tot stad te trekken om Zijn komst voor te bereiden.
Zij mochten daarbij geen gelegenheid of moment verloren laten gaan.
Daarom drukt Christus hen op het hart dat ze in dit werk niet mochten wachten in het nemen van beslissingen en niemand uit grotere  genegenheid  [vriendjespolitiek] mochten begroeten. Eenieder diende voor hen gelijk te worden bejegend.

”     Want de Genade van God is [ons] verschenen, heilbrengend voor alle mensen, om ons op te voeden, zodat wij, de goddeloosheid en wereldse begeerten verzakende, bezadigd, rechtvaardig en godvruchtig in deze wereld leven, verwachtende de zalige hoop en de verschijning der heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Christus Jezus, Die Zich voor ons heeft gegeven om ons vrij te maken van alle ongerechtigheid, en voor Zich te reinigen een eigen volk, volijverig in goede werken. Maar toen de goedertierenheid en mensenliefde van onze Heiland (en) God verscheen, heeft Hij, niet om werken der gerechtigheid, die wij zouden gedaan hebben, doch naar Zijn Ontferming ons gered door het bad van de wedergeboorte en van de vernieuwing door de Heilige Geest, Die Hij rijkelijk over ons heeft uitgestort door Jezus Christus, onze Heiland, opdat wij, gerechtvaardigd door Zijn Genade, erfgenamen zouden worden overeenkomstig de Hoop op het eeuwige Leven”  Titus 2: 11-14; 3: 4-7.

Onze Heer en Verlosser beval hen slechts hun eenvoudige kleding te dragen, want slechts God’s staf [ondersteuning] en Zijn stok [Kruis] zijn voor christenen hun troost en zij dienden geen goud of zilver te bezitten [zich niet te verrijken].
Onze Heer beval de apostelen zich geen last of schuld met zich mee te dragen en zich aan niets anders op te trekken dan aan de Wil van God.
Dit deed Hij om hen te laten zien dat zij als strijders van de in Naam van Christus gedragen zelfverloochening dienden te beoefenen en gewoon te geraken aan elke vorm van ontbering. Daarmee werden de grote werken God’s openbaar en was totale overgave en gehoorzaamheid als vanzelfsprekend.

De Zeventig verrichtten hun opdracht disciplinair en met alle precisie in de periode dat Christus hun toezichthouder was, maar zelfs na Zijn Hemelvaart deden zij hun verplichtingen met zelf-verloochening en ijver.
Zij waren als het ware de voorlopers van de Apostelen, die de wereld introkken om het Woord van God in alle blijdschap en liefde tot de mensen te verkondigen.

De kerkvaders, met name, die van de vroeg-christelijke periode, probeerden hun persoonlijke levenswijze dusdanig te verbeteren dat zij de opdracht van Christus aan de hand van  het Nieuwe Testament zouden evenaren, met name vanuit het boek Handelingen en de brieven van Paulus. 

De eerste poging hiertoe werd in navolging van de 70 Apostelen ondernomen als reactie op de gnostici, die terecht of onterecht een reactie vormde op het bisschopsambt, die zich in hun functioneren beriepen op ‘de apostolische successie‘ en met ander woorden gericht was op de onbetwistbare religieuze autoriteit, die zij zich toe-eigenden, als rechtstreekse opvolgers van het werk van de twaalf Apostelen en zich onder dit begrip een verheven positie verwierven.

Vanaf ‘die tijd‘ begon het begrip “primaatschap” van de Paus van Rome vorm te krijgen welke ‘tot op de dag van vandaag’ een verbeten machtsstrijd vormt over wie nu wel de eerst onder gelijken zal zijn in de door mensen bedachte hun  ‘tot-god-verheven’ Hierarchie.
Uit de Blijde Boodschap is de beminde gelovige bekend dat Christus in het geheel niet gediend was van dit soort schermutselingen:
    Gij weet, dat zij, die regeerders van de volkeren heten, heerschappij over hen voeren, en hun rijksgroten oefenen macht over hen.
Zo is het echter onder u niet.
Maar wie groot wil worden onder u, zal uw dienaar zijn; en wie onder u de eerste wil zijn, zal slaaf van allen zijn.
Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om Zich te laten dienen, maar on te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velenMarc.10: 42-45.
Hoewel ieder van de Apostelen in de gedachtenis kalender een speciale dag toegewezen hebben gekregen, wordt op de dagen voorafgaande aan de doop van Christus in de Jordaan naast de 12 Apostelen [30 juni], die van de 70 speciaal genoemd.
Laten zij ons tot voorbeeld strekken, opdat de Blijde Boodschap ook onder gefrustreerde afvalligen een inspiratiebron mag blijven geven.

Apolytikion     tn.3.
   
Heilige zeventig Apostelen des Heren,
die met het net van het Goddelijk Geloof
de scharen der volkeren hebt gevangen
om hen te onderrichten in de Goddelijke Leer,
door de Genade die Jullie ontvangen hebben van de Heilige Geest;
bidt tot Christus God,
als de Ingewijden in de Goddelijke Mysteriën
voor ons om de grote Genade”.

Kondakion     tn.2.
    Laat ons heden, gelovigen,
de zeventig Leerlingen van Christus bezingen
met door God geïnspireerde Hymnen,
want door hen hebben wij allen geleerd
de ondeelbare [liefdesband van de] Drieëenheid te vereren,
brandend als fakkels van het Goddelijk Geloof”.

Theophanie & de gedachtenis aan onze eigen doop in Christus

“ – Christus is [nog steeds] in ons midden! Hij is en zal [altijd] zijn! -“

Door de doop worden wij medearbeiders van het werk van God, navolgers van Christus, wij zijn God’s akker, God’s bouwwerk geworden.
Paulus schrijft zowel aan ons als aan de christenen in Corinthe, die hij heeft gewonnen:
  Naar de Genade van God, Die mij verleend is, heb ik als een kundig bouwmeester het fundament gelegd, waarop een ander voortbouwt.
Maar eenieder 
dient wel toe te zien,
hoe hij daarop bouwt
” conf. 1Cor:3: 10.

de moed om je volledig bij Christus aan te sluiten, Paulus

Ten eerste dienen we deze zin in de context van de brief te plaatsen.

Paulus heeft ons gezegd dat we door de doop “het gebouw van God zijn” en de hele lezing gebruikt dit beeld van het bouwen op een fundament.
Aan het einde van zijn brief gaat Paulus zo ver om te zeggen:
Weet u niet dat u de Tempel van God bent1Cor:3: 16.
We zijn dus gebouwen, gebouwd voor de Heerlijkheid en Glorie van God – sterker nog, we bouwen onszelf op als de Tempel van God. Dit is een onafgebroken proces dat ons het hele Christelijk leven voor ogen zal blijven.
Het eerste wat wij behoren te doen wanneer wij een nieuwe structuur aan ons leven toekennen is het leggen van de fundering.
De woningen en kerken in veel gebieden in Noord en Zuid-Holland, waaronder die van Zaandam lopen ernstig gevaar omdat zij gefundeerd zijn op palen – door allerlei oorzaken is hierbij veelvuldig paalrot vastgesteld hetgeen deze bouwwerken tot ruïnes zal kunnen veranderen.

Paulus, de tenten-bouwer, weet maar al te goed wat dat inhoudt en hij maakt bij het opbouwen van een pril Geloof [ een Geloof’s-Gemeenschap] na de inwijding een vergelijking met het opbouwen van het Christelijk Geloof.

De basis voor ons gebouw is al gelegd, en dat fundament is Christus.
De basis van alles wat we doen en laten als menselijke wezens en als christenen wordt alleen in Christus gevonden, niet op eigen belangen, eigen voorkeuren.
Christus is de hoeksteen, dat ene stuk dat het hele gebouw in evenwicht houdt, ondersteunt, verdedigt.
En zelfs de inhoud van wat we dienen op te bouwen is zelfs helemaal in Christus te vinden. Hij kwam in de wereld als volledig God en volledig volmaakte mens – Hij openbaarde aan ons wat het betekent om echt mens te zijn [mens zoals God ons geschapen heeft om volmaakt mens te zijn], en Hij openbaart ons God.

Dus alle materialen die we nodig hebben, evenals onze eigen godsdienstige verheffing, zijn te vinden in Christus.
En dan, wanneer ons begrip dat deze fundering is gelegd, spreekt de Apostel Paulus die zeer rijke uitdrukking: “Laat een ieder opletten hoe hij daarop bouwt“.
We worden in Christus gedoopt, niet om als paradepaardjes te worden voor het een of ander Patriarchaat, maar 
wij hebben onszelf bekleed met Christus en zijn door de Myronzalving met de Heilige Geest als met een zegel op de Verbond’s-akte verzegeld en vervuld en eerst dàn beginnen we te bouwen. 

Het gebouw waar hierover gesproken wordt is het opbouwen van een volmaakt leven in navolging van Christus.
Dáár dragen wij persoonlijk de verantwoording over, door de keuzes, die wij maken.

De vaders van de Kerk leren ons, dat we ‘niets‘ van dit leven naar het volgende kunnen brengen, behalve de dingen die we doen en laten; de werkelijke inhoud van hoe we ons leven in de gevallen wereld hebben opgebouwd, zal ons zelfs tot in [ – in de eeuwige gedachtenis bij God – ] de dood volgen.
Het zijn de dingen die we doen en nalaten te doen, die ons in navolging van Christus verheffen en wij kunnen de verantwoordelijkheid hieromtrent niet afschuiven op een spelleider of een toezichthouder, de priesters en bisschoppen;
wij blijven ‘zelf verantwoordelijk en zullen bij de wederkomst van Christus verschijnen en persoonlijk verantwoording hebben af te leggen.
Bij het opbouwen van een Christelijk leven dienen wij derhalve heel voorzichtig te zijn in hoe wij ons leven opbouwen – welke persoonlijke keuzes wij maken, waar wij achteraan rennen en wie wij in het proces van volmaaktheid nastreven ons vertrouwen schenken. 

Wat voor soort christen wil je zijn?
Wij dienen ontzettend voorzichtig te zijn in die dingen,
die we onszelf toestaan te doen !!!

Christus zendt Paulus uit – Ο Χριστός του Παύλου μεταδόσεις – البث المسيح بول

Overweeg daarbij wat Paulus zei tegen net gedoopte christenen.
Hij zei: “Neem elkaar zoals eenieder is en vergeef elkaar.
Indien iemand zich over een ander beklaagt en dingen laat gebeuren, die nu eenmaal in de wereld plaatsvinden.
Vergeef die ander onvoorwaardelijk en bidt voor die ander,
zoals ook de Heer voor de mensheid gebeden heeft en ons vergeven heeft,
ook jou vergeven heeft”.
Vergeven wordt dàn als vanzelfsprekend – je behoeft geen vrienden te zijn en
een groot spel te spelen, maar bidt voor elkander.
Ons leven op aarde is weliswaar aandacht besteden aan wereldse bekommernissen, maar tegelijkertijd je blik gericht houden op de Allerhoogste, tot God, en dit onafgebroken volhouden, wetende dat ze niet beperkt blijven tot het plaatselijke aangelegenheden, maar ook aandacht voor Hemelse kwesties en daarbij de Almachtige God voor ogen te blijven houden.

Terwijl we leven, zelfs met Christus als onze basis, zijn er veel verschillende soorten gebouwen die we kunnen bouwen.
We hoorden voorbeelden van de materialen die we zouden kunnen gebruiken bij het lezen van de brief: ‘ – goud, zilver, edelstenen, hout, hooi en stro – ‘.
Maar in die laatste Grote Dag van het Oordeel des Heren zullen niet alle huizen en kerken overeind blijven staan. Degenen die zijn gebouwd op basis van de Blijde Boodschap van Christus, met hoogwaardig geestelijk materiaal zullen het weerstaan en hun bouwers zullen een eeuwige beloning ontvangen.
Zij, die geestelijk ‘goedkoop’ zijn gebouwd, misleid zijn op basis van hout, hooi en stro, zullen verbrand worden op die laatste dag, en de bouwers zullen grote verliezen lijden.

gebouwd met stro

Dit toont ons dat er veel dingen zijn die we in de loop van ons leven kunnen construeren:
1.]. – er zijn geestelijke gebouwen die hun fundering volledig onwaardig zijn, en die gebouwen zullen worden vernietigd en hun bouwers worden veroordeeld;
2.]. – er zijn er die geestelijk ‘zwak‘ zijn, en die gebouwen zullen ook niet overleven, maar [zoals Paulus aangeeft] de bouwers zullen echter nog steeds gered kunnen worden;
3.]. – en tenslotte zijn er die geestelijk ‘goed‘ in elkaar gestoken huizen, die tot in de eeuwigheid zullen voortbestaan en hun bouwers zullen een ‘grote‘ beloning ontvangen.

Deze aanwijzingen van Paulus bieden ons de gelegenheid om eens goed na te gaan denken en onszelf vragen te gaan stellen:
1.]. – wat voor type gebouw heb ik voor mijn Heer en Zaligmaker en mijn God opgebouwd ? en
2.]. – wat voor soort gebouw heb ik tot nog toe in elkaar gestoken in navolging van de Heer en Meester van mijn leven, van Wie ik mijn Redding verwacht ?
Is dat het gebouw van de een of andere wereldse gerichte idool, die mij enkel voor zijn eigen eer en glorie nodig heeft ?

♨︎         Ben ik wel zo serieus bezig in mijn gebedsleven om een relatie met onze Heer en zaligmaker op te bouwen? Òf loop ik enkel maar met de menigte mee en is er helemaal geen sprake van een serieuze relatie – dewelke ik bij mijn doop voor ogen heb gehad?
Heb ik mij  bij Christus aangesloten? Geloof ik in Hem, als mijn Koning en God en leef ik overeenkomstig de daaropvolgend uitgesproken Geloofsbelijdenis?
Dat betekent vervolgens dat ik mij ‘volledig‘ en niet maar’ half‘ òf ‘bij tijd en wijlen‘ aan Christus en Zijn Blijde Boodschap onderwerp. Dàt wordt hard werken en verdient onze volledige aandacht.
Wij Christenen willen onze Heer en Meester van ons leven geen kapot gemaakt, aan de wereld overgegeven leven aanbieden. Wij distantiëren ons in alles wat ons in verzoeking tracht te brengen en wanneer wij door ons gedrag van Hem zijn afgeweken – proberen we dit zo snel als mogelijk weer te herstellen.
Wij wensen helemaal geen onvolmaakt bouwwerk op basis van macht en financieel voordeel, welke aan alle kanten rammelt en stinkt. Wij willen niet dat dit ‘alles is’ wat we kunnen laten zien wanneer we het einde van ons aardse verblijf hebben bereikt.
Kun je jezelf een grotere vernedering voorstellen wanneer alles wat we hebben voor God aan te bieden, Die voor ons mensen en om onze verlossing in het vlees geleden heeft, gestorven is en begraven werd en daarmee ons Heil verwierf. Indien alles wat we hebben aan te bieden een vervallen hut is met een rieten dak – welke op instorten staat – òf – klaar staat om verbrand te worden?

♨︎         Wanneer we de inhoud van ons leven analyseren, zoals we dat altijd doen vóórafgaand aan de ontmoeting in de Goddelijke Liturgie. Telkenmale komen we onveranderlijk als we zijn – zwakheden, onvolmaaktheden en daadwerkelijke miskleunen – tegen, die we mogen opbiechten.
Dus als we zien dat we balen hooi aandragen en slechts proberen dàt materiaal te gebruiken als een offer dat de Heer waardig is
dàn – we weten dat we moeten stoppen,
dàn – weten we dat ons dienen te bekeren en
dàn – weten we dat we van richting dienen te veranderen.
We dienen ons deel van ons leven te heroriënteren in Christus, zodat
we heilige inhoud kunnen trekken en een waardig offer aan de Heer kunnen brengen.
Zo niet
dàn – doen we maar wat en proberen uit hoogmoed voor het oog van de mensen,
voordeel te behalen bij de mensen in plaats van bij God.
Door het materiaal waarmee je bouwt, zullen je goede en kwade werken duidelijk worden.
Die werken die geestelijk als zilver en goud en kostbare stenen zijn,
zullen een eeuwig huis bouwen – zij bieden weerstand aan de woestijnhitte, waarin wij verkeren.

Werken van stro en hooi zullen nooit mogen bestaan. We kunnen helaas momenteel niet in ongelooflijke diepte praten over welke werken bijvoorbeeld goud versus stro zijn.
Maar daarbij kan wel een zeer krachtig in het Nederlands vertaald werk worden aanbevolen [http://www.maranathahouse.info/home.html]:
– een citaat van Vader Zacharias [priestermonnik/ biechtvader] in het klooster van ouderling Sophrony in Engeland, hij zegt:

Het ‘Jezusgebed’ òfwel
het gebed van het hart
genoemd

De meest praktische manier om een [waardige] Tempel van God te worden is het aanroepen van de Heilige Naam van Jezus, omdat het een gebed en aanroep is dat altijd bij ons kan zijn”.
Ons heilig werk dient bij uitstek een werk van gebed te zijn, want
– dit gebed houd je dag en nacht bij de les, dit Jezusgebed, het gebed van het hart; en
– wanneer dit gebed voortdurend in onze gedachten, in ons hart en op onze lippen is, 
ben je scherpzinnig, maar voorzichtig bezig – het leven op te bouwen op het fundament van Christus dat wij vrijelijk verkregen hebben bij onze doop”.

We kunnen hutten bouwen die alleen maar tijdelijk brand-bestendig zijn,
òf prachtige geestelijke tempels van zilver en goud – de keuze is aan ons.
Mogen we altijd die dingen kiezen die
onze lieve Heer en Heiland, Jezus Christus onze God,
welgevallig zijn.

    Het volk dat in donkerheid wandelt, ziet een groot Licht; over hen die wonen in een land van diepe duisternis, straalt een Licht.
Gij [God] hebt het Volk vermenigvuldigd, zijn vreugde groot gemaakt; het verheugt zich voor uw aangezicht als met de vreugde bij de oogst, zoals men juicht bij het verdelen van de buit.
– Want het juk dat het drukte, en de stang op zijn schouder, de roede van zijn drijver, hebt Gij verbroken als op Midjan’s-dag.
– Want elke schoen die dreunend stampt, en elke mantel, in bloed gewenteld, zal verbrand worden, een prooi van het vuur.
– Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de Heerschappij rust op Zijn schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst.
Groot zal de heerschappij zijn en eindeloos de Vrede op de troon van David en over Zijn [Hemels]  Koninkrijk, doordat Hij het sticht en grondvest met Recht en Gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid.
– De ijver van de Heer der Heerscharen zal dit doen.
– De Heer heeft een Woord gezonden in Jaäcob [in de richting van de hielenlichter] en het is gevallen in Israël [de Kerk]“ Isaiah 9: 1-7.

Eer aan God in den hoge en Vrede op aarde
[en in de kerken onderling]
voor alle tijden!

Jan 1e – Besnijdenis van onze Heer en Verlosser Jezus Christus & feest van H. Basilios de Grote.

    En de herders keerden terug, God lovende en prijzende om alles wat zij hadden gehoord en gezien, gelijk het hun gezegd was.
       En toen acht dagen vervuld waren, zodat zij Hem moesten besnijden, ontving Hij ook de Naam Jezus, Die door de engel genoemd was, eer Hij in de moederschoot was ontvangen.
       Het kind groeide op en werd krachtig, en het werd vervuld met Wijsheid, en de Genade Gods was op Hem.
       En zijn ouders reisden elk jaar naar Jeruzalem, op het Paasfeest.
En toen Hij twaalf jaar was geworden en zij, zoals dit bij het feest gebruikelijk was, optrokken, en de feestdagen voleindigd hadden, bleef het kind Jezus bij hun terugreis te Jeruzalem achter, en Zijn ouders bemerkten het niet. Daar zij vermoedden, dat Hij bij het reisgezelschap was, gingen zij een dagreis ver en zochten Hem onder de verwanten en bekenden.
       En toen zij Hem niet vonden, keerden zij terug naar Jeruzalem, Hem zoekende.
       En het geschiedde na drie dagen, dat zij Hem vonden in de Tempel, waar Hij zat te midden der leraren, terwijl Hij naar hen hoorde en hun vragen stelde.
       Allen nu, die Hem hoorden, waren verbaasd over Zijn verstand en Zijn antwoorden.
En toen zij Hem zagen, stonden zij versteld en zijn moeder zei tot Hem:
       ‘Kind, waarom hebt Gij ons dit aangedaan? Zie, uw vader en ik zoeken U met smart!’
            En Hij zei tot hen:
‘ Waarom hebt gij naar Mij gezocht? Wist gij niet, dat Ik bezig moet zijn met de dingen van Mijn Vader?
En zij begrepen het woord niet, dat Hij tot hen sprak. En Hij ging met hen terug en kwam te Nazareth en was hun onderdanig. En zijn moeder bewaarde al deze woorden in haar hart.
            En Jezus nam toe in wijsheid en grootte en Genade bij God en mensen”.
Luc.2-20,21;40-52.

    Ziet toe, dat niemand u zal medeslepen door zijn wijsbegeerte en door ijdel bedrog in overeenstemming met de overlevering der mensen, met de wereldgeesten en niet met Christus,
want in Hem woont al de volheid der godheid lichamelijk; en gij hebt de volheid verkregen in Hem, die het hoofd is van alle overheid en macht.
       In Hem zijt gij ook met een besnijdenis, die geen werk van mensenhanden is, besneden door het afleggen van het lichaam van het vlees, in de besnijdenis van Christus, daar gij met Hem begraven zijt in de doop. In Hem zijt gij ook mede opgewekt door het Geloof aan de werking Gods, die Hem uit de doden heeft opgewektCol.2: 8-12.

 

Μια τριπλή σημείωση δεν μπορεί να διαχωριστεί εύκολα; Een drievoudig snoer kan niet gemakkelijk worden gescheiden; ملاحظة ثلاثية لا يمكن فصلها بسهولة

Waarom hebben jullie naar Mij gezocht?
Wisten jullie dan niet, dat Ik bezig moet zijn met de dingen van Mijn Vader?
    Kan iemand er een [enkeling] overweldigen,
twee zullen tegenover Hem kunnen standhouden; en
een drievoudig snoer wordt niet spoedig verbroken
Pred. 4: 12.

Waar staan ‘wij’ als Gemeenschap in Christus verbonden tegenover deze lezingen, die ons toch maar aangeboden worden in de hoogtijdagen van God’s Geboorte in het vlees.

De Geboorte van het Licht van de Wereld welke wij vieren, wat inhoudt dat wij hunkeren naar ‘een betere tijd’ en ons er persoonlijk toe aanzet – ‘nog vasthoudender’ ons best te doen – op de weg, die wij in de doop op ons hebben genomen.
              Wij hebben ons voorgenomen het vandaag en morgen beter te doen dan tot nu toe en hebben ons ondanks vallen en opstaan vast voorgenomen dat ‘hier en nu’ ten uitvoer te brengen.
In deze tijd van het jaar wordt onze geest voortdurende afgeleid door de wereldgeesten en als tegenactie in overeenstemming gebracht met Christus, want
in Hem’ woont àl de volheid van het Goddelijke lichamelijk en in Hem wordt de Volheid verkregen, Die het Hoofd is van alle overheid, de financiële en bestuurlijke macht van de wereld [de Kerk].

De wereld raast niets ontziend onder ‘hels kabaal’ opdringerig over ons heen en
het is mijn vaste overtuiging, dat wij slechts door gezamenlijk – ‘alsof we één zijn’ – op te treden tegen het geweld wat ons omringt;
hoe gek je er ook [ – ‘als dwaas om Christus’ – ] op wordt aangekeken.
            Eenheid in de Kerk wordt slechts bereikt in Christus en het is een goede tijd om dit door te brengen in het gezin, de gemeenschap waarin onze heiliging plaats vindt naast die door ons – persoonlijk uitgekozen – gemeenschap met de christenen buiten onze voordeur.
Wanneer je de lijdende moderne mens nader beschouwt en de geschiedenis van de mensheid kent, wordt zowel ‘de adel van zijn oorsprong‘ als ‘zijn decadentie‘ opgemerkt en vallen je de schellen van de ogen.
           Het toont immers aan dat het menselijk ras voor -‘iets beters’- uit het slijk der aarde werd gevormd.
          Wij worden als mens door alle perikelen van het alledaagse in beslag genomen dat er onderling maar weinig overblijft tot de werkelijkheid van het bestaan te komen en ons te verdiepen ‘in datgene wat ons drijft‘, wat ons bezielt, ons aanspreekt.
Wij laten ons door niemand meeslepen, die ons met wijsbegeerte en ijdel bedrog in overeenstemming brengt met de overlevering van de mensen, met de wereldgeesten en niet met Christus, al komen zij nog zo indrukwekkend over.

De meeste mensen worden afgeleid door de stroom van gedachten, die in de mensenwereld ronddwalen, zien geen kwaad in de stroom zelf en daarom wordt deze dag een betoog gehouden je daar maar eens overtuigend van te distantiëren.
            De wereld [óók de Kerk] zit vòl van manipulatie en eigen belang en tracht de mens achter een bepaald karretje te spannen. Het is een menselijke gewoonte, die in eeuwen is gegroeid – in de tijd voorafgaand en in de tijd volgend op de Geboorte in het vlees van onze Heer en Verlosser, we behoeven ons niet beter voor te doen dan de Farizeeën en Schriftgeleerden.  
            Het gebruik maken van de kuddegeest der mensen is ‘niet’ te rechtvaardigen noch te verdedigen, maar men probeert op een wereldse wijze de gedachten in dezelfde richting te leiden . . . . . en dàt is mensenwerk, dàt is ‘niet’ van God, dat is ‘niet’ de Wil van onze Vader, in de Hemelen.
God heeft van den beginne bevolen dat er maar ‘één Waarheid‘ is en toen bleek dat wij daar als mens niet toe in staat zijn:
    Heeft God, toen de volheid des tijds gekomen was, zijn Zoon uitgezonden geboren uit een 
vrouw, geboren onder de Wet, om hen, die onder de wet waren, vrij te kopen, opdat wij het recht van zonen zouden verkrijgen.      En, dat gij zonen zijt – God heeft de Geest van Zijn Zoon uitgezonden in onze harten, die roept: Abba, Vader. Wij zijn dus niet langer slaaf, doch kind; indien gij kind van God zijt, dan zijt gij ook erfgenaam door GodGal.4: 4-7.
            En wat gebeurt er vervolgens, het is de mens eigen, de stroom van gedachten wordt opnieuw dusdanig afgeleid dat een gewone gelovige – van de kudde des Heren – door de bomen het bos niet meer ziet, ‘de Waarheid wordt zeldzaam onder de mensen’.
            Ook wij zijn ons bewust geen heilige meer te zijn doch de heimwee naar God’s beeld en gelijkenis blijft in ons binnenste wroeten.
Zonder het nauwkeurig dóór te hebben, er inzicht in te hebben, worden ik weet niet hoeveel mensen aangetrokken tot de schoonheid van het Licht.
En wij kunnen ons regelmatig afvragen, wat wij hier in God’s Naam in dit tranendal komen doen.
Misschien is dit bij de schepping ontstaan en hebben wij als mens dat verlangen in Zijn Naam volmaakt te zijn van onze Schepper meegekregen; heeft Hij deze behoefte als het ware in onze genen verstopt. Wij zijn als de gehele natuur, die van het Licht afhankelijk is – zonder Licht is er 
immers geen groen, ja geen hoop meer, geen leven.

Laten we God daarom bedanken voor de Gave van Zijn dierbare Zoon en God slechts door de innige verbintenis in Liefde met elkander delen. Vaak staan mensen juist in deze Kerstperiode méér ópen en kláár om de Blijde Boodschap en het goede nieuws te horen. Er zit in deze periode gewoon verandering in de lucht, misschien komt dat wel doordat alles gewoon stil ligt.
De schoorstenen stoten hun vuiligheid niet meer uit waardoor de adem van de Heilige Geest beter tot ons doordringt, het rumoer van de straat neemt af, zodat onze oren beter horen en de mist trekt op zodat wij beter kunnen zien.
Já, er zit verandering in de lucht, het gevoel dat de dingen anders, lichter en vrolijker zal kunnen – indien ‘wij’ mensen maar gehoor geven aan de roep in de woestijn van het leven:
    Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; 
want Mijn juk is zacht en mijn last is lichtMatth.11: 28-30;
indien wij wèrkelijk het in onze verbintenis opgenomen juk opnemen en onze voornemens nakomen.

Sommige mensen voelen echter een zwaar gevoel, lijden aan gevoelens van eenzaamheid en depressie en zijn wanhopig op zoek naar de Blijde Boodschap over Gods liefde.
De Geboorte van onze Heer en Verlosser uit de maagd, de Theotokos, is en was wonderbaarlijk net als het leven dat onze Heer en Verlosser heeft geleefd !:

 

– ‘The-Morning-after-the-Deluge‘ [ochtend na de zondvloed]- painted by WilliamTurner; – ‘Licht-dat-ons-aanstoot-in-de- morgen‘ – composed by Huub Oosterhuis

    Licht dat ons aanstoot in de morgen, voortijdig licht waarin wij staan koud, één voor één, en ongeborgen, licht overdek mij, vuur mij aan. Dat ik niet uitval, dat wij allen zo zwaar en droevig als wij zijn niet uit elkaars genade vallen en doelloos en onvindbaar zijn”.

    Licht, van mijn stad de Stedehouder, aanhoudend Licht dat overwint. Vaderlijk Licht, steevaste schouder, draag mij, ik ben jouw kijkend kind. Licht, kind in mij, kijk uit mijn ogen of ergens al de wereld daagt waar mensen waardig leven mogen en elk Zijn Naam in Vrede draagt”.

    Alles zal zwichten en verwaaien wat op het Licht niet is geijkt. Taal zal alleen verwoesting zaaien en van ons doen geen daad beklijft. Veelstemmig Licht, om aan te horen zolang ons hart nog slagen geeft. Liefste der mensen, Eerstgeboren, Licht, laatste Woord van Hem Die leeft”.
Huub Oosterhuis

    Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en wij hebben Zijn Heerlijkheid aanschouwd, een Heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader, vol van Genade en Waarheid” John.1: 14.

Het besneden [gedoopte] Kind van het Verbond groeide op en werd krachtig, en het werd vervuld met Wijsheid, en de Genade van God was op Hem.
       En het gezegend Kind reisde, als Zoon van God, met Zijn ouders elk jaar naar Jeruzalem, op het Paasfeest.

Apolytikion     tn.1
    Ofschoon Gij van nature God waart,
boven alles medelijdende Heer,
hebt Gij zonder verandering te ondergaan,
de menselijke natuur op U genomen.
Om de Wet te vervullen hebt Gij de Besnijdenis verduurd,
opdat er een einde zou komen aan de duisternis en
ook om de zware sluier van ons [menselijke] driften weg te snijden.
Eer daarom aan Uw Goedheid,
Eer aan het Woord, uw onzegbare afdaling tot de mensen
”.

Troparion     tn.3
    Gij, Al-Beheerser, hebt de Besnijdenis ondergaan,
om onze overtredingen we te snijden, o Goede.
Daardoor schenkt Gij Verlossing aan heel de wereld.
En in den hoge verheugt zich ook de Hogepriester van de Schepper:
de lichtstralen verkondiger van Christus’ Mysteriën,
onze Heilige Vader Basilios [de Grote]
”.

De Heilige Basilios de Grote [329 -1 jan. 379], die vandaag eveneens gevierd wordt, is van ontzettend grote betekenis geweest voor het Orthodoxe monnikswezen.
Met de aanduiding monnikswezen wordt de beweging van personen bedoeld, die zich vanuit religieuze overtuiging bewust afkeren van de wereld en daarbij afzien van het stichten van een gezin. Zij kiezen bewust voor deze speciale levensinvulling om zich in hun leven geheel tot God te kunnen richten.
Nadat de moeder van Basilios, Emilia als martelares omkwam werd hij als oudste zoon met zijn 4 broers en 5 zusters opgevoed door zijn grootmoeder Macrina; ondanks de vervolging van de christenen hield deze hen staande in haar Christelijk Geloof. Op jeugdige leeftijd stak Basilios vèr boven zijn leeftijdgenoten uit, waarop hij naar Constantinople vertrok om aldaar filosofie te studeren.
Na verloop van 5 jaar aldaar vertrok hij voor ongeveer 5 jaar naar Athene om z’n studie af te ronden. In Athene ontmoette hij de H. Gregorius van Nazianze met wie hij een woning deelde en met wie hij een vriendschap ontwikkelde, waarbij zij als ‘één van geest‘ weerstand boden aan de latere keizer Julianus, die zich als christenvervolger ontpopte.

Heilige Basilios zette zich vooral in voor het gemeenschappelijk monniksleven, omdat dit ‘veel gemakkelijker‘ recht doet aan de grondgedachte van het Christen-zijn dan het individuele kluizenaarsleven.
Vanaf zijn 28e jaar tot aan zijn priesterwijding op zijn 40e was hij zelf monnik in het klooster van Annesi in Pontus. Maar vooral later, toen hij toezichthouder [bisschop] werd gewijd, schreef hij vele brieven aan allerlei klooster-gemeen-schappen naar aanleiding van kwesties betreffende zowel het geestelijk als het praktisch christelijk leven.
De verzameling van deze brieven wordt wel de ‘basilios-regel‘ genoemd en vormt de grondslag van het orthodoxe monnikswezen. Hij is eveneens bekend door zijn samenstelling van de Basilios-Liturgie, een wijze van Eucharistie vieren, die de Orthodoxe Kerk naast de hoogfeesten en ook zijn eigen feestdag steeds voltrekt, vooral op de Zondagen van de grote en Heilige vastenperiode.
Met name de tekst van de Eucharistische Canon onderscheidt zich in een bezielende taal, die heel de loop van he Goddelijk Heilswerk aan ons voorbij doet trekken.

Troparion     tn.1
Over de gehele aarde is uw roep uitgegaan toen
zij uw woord aannam, waardoor gij het wezen van de dingen hebt uitgelegd,
en de zeden van de mensen schoner hebt gemaakt.
Koninklijke priester, heilige Vader Basilios,
bid tot Christus God, om onze zielen te redden
”.

31e December – Orthodoxie & afscheid bij het naderend einde

    Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u,
wie niet door de deur de schaapskooi binnenkomt, maar
op een
andere plaats inklimt, die is een dief en een rover; maar
wie door de deur binnenkomt, is de herder van de schapen.
Voor hem doet de deurwachter open en de schapen horen naar Zijn stem en
Hij roept Zijn eigen schapen bij name en voert ze naar buiten.
Wanneer Hij Zijn eigen schapen alle naar buiten gebracht heeft,
gaat Hij voor ze uit en de schapen volgen Hem, omdat
zij Zijn stem kennen; maar een vreemde zullen zij voorzeker niet volgen,
doch zij zullen van hem weglopen, omdat
zij de stem van de vreemden niet kennen.
       In dit beeld sprak Jezus tot hen, maar zij begrepen niet, wat het was, dat Hij tot hen sprak.
Jezus zeide toen nogmaals:
      Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:
  Ik ben de deur voor de schapen. Allen, die voor Mij gekomen zijn,
zijn dieven en rovers, maar de schapen hebben naar hen niet gehoord.
  Ik ben de deur; als iemand door Mij binnenkomt, zal hij behouden worden; en
hij zal ingaan en uitgaan en weide vinden.
De dief komt niet dan om te stelen en te slachten en te verdelgen; Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed.
  Ik ben de goede herder. De goede herder zet Zijn leven in voor Zijn schapen, maar
wie huurling is en geen herder, wie de schapen niet toebehoren,
ziet de wolf aankomen, laat de schapen in de steek en vlucht
– en de wolf rooft ze en jaagt ze uiteen
– want hij is een huurling en de schapen gaan hem niet ter harte.
  Ik ben de goede herder en Ik ken de Mijne en de Mijne kennen Mij,
gelijk Mij de Vader kent en Ik de Vader ken, en Ik zet mijn leven in voor de schapen.
Nog andere schapen heb Ik, die niet van deze stal zijn; ook
die moet Ik leiden en zij zullen naar Mijn stem horen en het zal worden een kudde, een herder.
  Hierom heeft Mij de Vader lief, omdat Ik Mijn leven afleg om het weer te nemen.
  Niemand ontneemt het Mij, maar Ik leg het uit Mijzelf af.
Ik heb Macht het af te leggen en Macht het weer te nemen;
dit gebod heb Ik van Mijn Vader ontvangen.
Er ontstond opnieuw verdeeldheid onder de Joden om die woorden.
En velen van hen zeiden:
Hij is bezeten en waanzinnig; waarom luistert gij naar Hem?
Anderen zeiden:
Dit zijn geen woorden voor een bezetene, een boze geest kan toch de ogen van 
blinden niet openen?John10: 1-21.

    Toen de dagen van David’s sterven naderden, gebood hij zijn zoon Salomo:

Zoals Isäac zijn zoon Jaäcob zegent, zegent David zijn zoon Salomon – zo zegent de ouder z’n kind, al eeuwen lang

    Ik sta op het punt de weg der gehele aarde te gaan, wees gij nu sterk en toon u een man; en neem uw plicht jegens de Heer, uw God, in acht: wandel op Zijn wegen en onderhoud zijn inzettingen, geboden, verordeningen en getuigenissen, zoals geschreven staat in de Wet van Mozes, opdat gij voorspoedig volvoeren moogt alles wat gij doet en alles wat gij onderneemt, opdat de Heer het Woord gestand zal mogen doen, dat Hij aangaande mij gesproken heeft:
– Indien uw zonen op hun weg acht geven en in trouw, met hun gehele hart en met hun gehele ziel, voor mijn aangezicht wandelen, dan zal het u niet ontbreken aan een man op de troon van Israël.
Nu weet gij ook wel, wat Joab, de zoon van Seruja, mij aangedaan heeft, wat hij namelijk gedaan heeft aan de beide legeroversten van Israël, aan Abner, de zoon van Ner, en aan Amasa, de zoon van Jeter, hoe hij hen gedood en in vredestijd bloed vergoten heeft als was het oorlog, en dit bloed gebracht heeft aan de gordel om zijn middel en aan het schoeisel aan zijn voeten.
     Handel dan naar uw wijsheid, en laat zijn grijze haar niet in vrede in het dodenrijk neerdalen.
Doch aan de zonen van de Gileadiet Barzillai zult gij weldoen, zodat zij onder uw disgenoten zijn, want zo zijn zij mij tegemoet gekomen, toen ik voor uw broeder Absalom vluchtte.
En zie, bij u is Simi, de zoon van Gera, de Benjaminiet uit Bachurim; hij was het, die mij met een vreselijke vloek vervloekte, toen ik naar  Machanaim ging; hij was het ook, die mij tegemoet kwam naar de Jordaan; toen heb ik hem bij de Heer gezworen: Ik zal u niet met het zwaard doden.
     Maar nu moet gij hem niet ongestraft laten, want gij zijt een wijs man, en weet wel, wat gij hem doen moet om zijn grijze haar met bloed in het dodenrijk te doen nederdalen.
     Toen ging David te ruste bij zijn vaderen en werd begraven in de stad van David.
De tijd nu, die David over Israel geregeerd heeft, is veertig jaar; te Hebron regeerde hij zeven jaar, en te Jeruzalem regeerde hij drieëndertig jaar.
En Salomo zat op de troon van zijn vader David, en zijn koningschap werd zeer bevestigd” 1Kon. 2: 1-12.

‘ De Heer is Mijn Herder’

    De Heer is mijn Herder, het ontbreekt mij aan niets.
Op grazige weiden doet Hij mij verblijven; aan verkwikkende wateren heeft Hij mij geleid. Hij heeft mijn ziel bekeerd. Hij leidt mij langs het pad der gerechtigheid omwille van Zijn Naam.
Zelfs al ga ik midden in de schaduw van de dood, dan vrees ik geen kwaad, want Gij zijt met mij. Uw staf en Uw stok, juist deze zijn mijn troost.
Gij richt een tafel voor mij aan, voor de ogen van mijn verdrukkers.
Met olie zalft Gij mijn hoofd: hoe heerlijk is Uw heilige Kelk!
Uw barmhartigheid volgt mij van nabij, alle dagen van mijn leven.
Ik mag wonen in het Huis des Heren, tot in lengte van dagenPsalm 22[23] vert ROK ’s-Gravenhage.

Hoe kunnen wij op vreemde grond het lied des Heren zingen?
Als ik u ooit zou vergeten, Jerusalem, dan zal ook mijn rechterhand worden vergeten. Dat mijn tong aan mijn verhemelte zal kleven, wanneer ik u niet zou gedenken
” 
Psalm 136[137]: 4-6 vert. ROK ’s-Gravenhage.

Bezinning aan het eind van het jaar
Waarom zouden we wanneer wij afstand nemen van deze wereld onze kinderen niet zegenen, wat is er zo speciaal aan deze Joods-Christelijke traditie?

Geloof in de woestijn

Hoewel onze kinderen heden-ten-dage worden geboren in een heidense, afgodische humanistische cultuur [de woestijn van Egypte], ben je al blij wanneer ze trouw zijn gebleven aan de aanbidding van de God van Israël [de Kerk].
Dit is immers wat we verlangen naar onze kinderen toe – dat zij ondanks dat ze omringd zijn door een zee van twijfelachtige ethiek en moraliteit, ze zullen opgroeien tot een goed karakter, vasthouden aan het Geloof in de Ene Ware God, Hem aanbidden in de Geest en Waarheid, de Wet, Die is geschreven in de harten van degenen die onze Heer en Verlosser volgen.
Wanneer wij onze kinderen aan het eind van het jaar zegenen om als Ephraïm [Hebr.= ‘dubbel vruchtbaar’] en Manasse [Hebr.=‘doen vergeten’] te zijn, sporen we hen aan de negatieve groepsdruk en immoraliteit van de samenleving waarin ze leven te weerstaan, en in plaats daarvan trouw te blijven aan de waarden die wij hen op basis van het Woord van God hebben geleerd. Mogen zij rijkelijk gezegend zijn wanneer zij net als de volgelingen van Christus met ons het gedeelte van de Blijde Boodschap bestuderen dat ons dag-in-dag-uit in dienstbaarheid aan God in Christelijke Gemeenschappen over de hele wereld zal worden gelezen.

Apostel Paulus onderwijst
Christus’ Blijde Boodschap

En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt [hierdoor] getransformeerd door de vernieuwing van uw denken, zodat u kunt bewijzen wat de Wil van God is, wat goed, aanvaardbaar en perfect isRom.12: 2.

Wanneer we zegenen
– smeken we God’s kracht af, het is een gebed en gebed heeft de kracht niet alleen anderen – door gebeurtenissen te veranderen.
We kunnen zelf veranderen
wanneer we de Kracht van God aanroepen te werken in iemand die ons heeft vervloekt en/of ons pijn gedaan heeft en/of die persoon zal veranderen in een beter persoon.
Het zien van onze eigen vooruitgang en die van anderen helpt ons dóór te gaan om in ieder geval meer volmaakt te worden zoals onze Heer en Verlosser.
Maar zelfs wanneer mensen niet veranderen, verandert gebed ons wanneer wij onszelf aan God geven om Hem te dienen, Zijn Wil te aanvaarden.
We loven Hem voor de prachtige God die Hij is en de ongelooflijke dingen die Hij al gedaan heeft doordat wij onszelf in persoonlijk gebed open stellen voor het werk van de Heilige Geest.
God kan ons hart veranderen, 
indien we proberen Hem te eren, door te doen wat juist is.
In dit geval is het bidden voor degenen voor wie we van nature ‘niet’ zouden willen bidden.
Een dergelijk gebed is een daad van Geloof en onderwerping:
Vader, laat datgene wat bereikt is, uw Wil zijn en niet mijn wil”.
Hoewel dit gebed onnatuurlijk is, zijn we ook onnatuurlijk,  we zijn immers God’s geestelijke kinderen.
Het verlossen van diegenen die verloren gaan in haat, bitterheid, woede en boosheid is belangrijk voor ons.
Ons doel is dat degenen die ons mishandelden uiteindelijk hun weg vinden naar het Hemels Koninkrijk en onze broeder of zuster in Christus worden.
En daarom kunnen we niet anders dàn bidden!

God’s Genadegaven manifesteren zich in ons als een levend offer, heilig en aanvaardbaar voor God, hetgeen immers onze geestelijk aanbidding inhoudt.
Gebed is niet vrijblijvend
– het streven naar een moreel hoogstaand karakter in de Heer verplicht je tot iets;
– ten opzichte van jezelf en ten opzichte van anderen.
Een nieuwe weg komt niet aanwaaien, deze dient ondersteund te worden door de Genade van de Heilige Geest.
Liefde is een gebeuren van God en de mensen, die wederzijds is
– het een vraagt om het andere en dat komt voor de mens neer op
een overgave tot een offer.

Christus roept ons

Daarom doet Christus in Zijn Lichaam een beroep op God’s kinderen, dat wil zeggen er wordt een beroep op jou persoonlijk gedaan op basis van datgene wat eerder geweest is in de geschiedenis, die  begon met het feit dat God de mens schiep uit Liefde voor de mens; Hij had de mens, Zijn Schepping, lief – anders was Hij er niet aan begonnen.

En wanneer je iemand lief hebt dan schept dat verwachtingen,  die niet beschaamd mogen worden – want God heeft de mensen nimmer beschaamd.
Alles wat God richting de mens heeft ondernomen is als een Vader geweest, ter vervolmaking – een Vader heeft immers het beste met z’n kinderen voor.
En als Vader onderkende Hij dat wij mensen er niet uitkwamen en daarop stuurde Hij Zijn Zoon.
God is ons Genadig geweest door de dood en opstanding van Jezus Christus.
Vanwege Christus worden zij die in Hem geloven  gerechtvaardigd door Geloof en verzoend met God en hebben daar door de Hoop op de erfenis, de eeuwige vreugde.
Er is daarom geen veroordeling voor hen die in Christus Jezus zijn, wat
ze ook mogen uithalen – God is immers Barmhartig.

Bouw daarom je eigen Christelijk leven op, zoek een gemeenschap, die je hierbij tot steun is –  die eveneens het beste met jou vóór heeft, een christelijke gemeenschap, hoewel ook dit maar mensenwerk blijft.
Ook in een christelijke gemeenschap worden grove fouten gemaakt.
Maar dáár behoeven we – zó er respect en onderlinge vergeving bestaat
– niet in te blijven hangen; onderling respect betekent dat  je op basis van gelijkwaardigheid communiceert, werkelijk in elkaar geïnteresseerd bent.
Wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt getransformeerd door de vernieuwing van je geest, dat je door jezelf te testen kunt onderscheiden wat de Wil van God is, wat goed en aanvaardbaar en misschien wel perfect is.
Een dergelijke geestelijke weg vind je niet vanzelfsprekend, dàt vraagt geduld en wijsheid, dàt kan ook nog wel eens -‘ heel erg pijn doen‘ – want het betreft een weg, die gebouwd is op Christus en dat komt niet voort uit het niets doen, uit
het uit de weg gaan van confrontaties, uit hoogmoed.
Dergelijke keuzes hebben een wortel, welke gebaseerd is op een visie, een Goddelijk inzicht, welke beschreven staat in de Blijde Boodschap.

Christus, Verlosser

In de blijde Boodschap wordt de Goddelijke weg van de mens beschreven tot het Hemels Koninkrijk, datgene wat onbereikbaar blijkt maar goed is om er naar te streven.
Toon genade met opgewektheid. . . . Laat je liefde echt zijn. . . . Geef aan de heiligen, medereizigers. . . . Zegen degenen die je vervolgen. . . . Huil met degenen die huilen. . . .  Beschouw jezelf als de minste onder jullie. . . . Reageer op niemand door wraak te nemen. . . .  Indien je vijand honger heeft, geef hem dan te eten“.

Apostel Paulus in de Romeinse gevangenis, Rembrandt, Harmen’szoon van Rijn ca. 1627

    Daarom, al zou ik [Paulus] volle vrijmoedigheid in Christus hebben om u te gelasten wat betaamt, toch geef ik ter wille van de liefde de voorkeur aan een verzoek. Nu het zo met mij is, dat ik, Paulus, een oud man ben, thans bovendien een gevangene van Christus Jezus, kom ik u een verzoek doen voor mijn kind, dat ik in mijn gevangenschap verwekt heb, Onesimus [Hebr.=‘nuttig zijn, helpen, nut ontvangen, geholpen worden òf vreugde beleven aan]’, die vroeger onbruikbaar voor u was, maar nu zeer bruikbaar is, zowel voor u als voor mij. En ik zend hem, dat wil zeggen mijn hart, aan u terugFilémon [Hebr.=’iemand, die kust’] 1: 8-12.
     Een leven onder God’s gezag is een leven van aanbidding,
wat je modelleert, wat op het punt staat een levensopdracht voor je te worden.
Voordat je denkt dat het christelijke leven alles te maken heeft met
barmhartig zijn tegenover mensen, besef dàn dat het alles te maken heeft met
het eerbiedig zijn naar God toe.
Voordat wij onszelf genadig weggeven aan de mens,
geven wij onszelf weg in aanbidding tot God.

Dit is cruciaal om te zien.
     We dienen het christelijke leven nooit te laten afdwalen in slechts een ‘sociale agenda’, want als God buiten beschouwing wordt gelaten, zal onze genadegave slechts een slap aftreksel van sociale omgang betekenen.
Daarom gaat overgave in Christelijke zijn nèt een hele stap verder dan wat in de wereld als aanvaardbaar wordt geacht.
In de Joods-Christelijke cultuur vindt het ‘onwaarschijnlijke’ plaats, het kàn bijna niet waar zijn – het overstijgt het normaal-menselijke:
– dáárom dient er een kinderpardon plaats te vinden.
– dáárom offert de mens zich met hart en ziel op aan de minderbedeelden,
neemt de financiële agenda slechts een ondergeschikte plaats in.
– wordt er vanuit een vredelievende manier overleg gepleegd in plaats
van naar de wapens te grijpen.
– heeft men zorg voor elkaar.

Ik sluit deze laatste inbreng van het jaar af met nog twee verklaringen van de apostel Paulus, Zijn eigen getuigenis van verlangen en Zijn vermaning aan ons:
1.].    Want ik weet, dat dit mij tot behoud zal strekken door uw gebed en de bijstand van de Heilige Geest van Jezus Christus, naar mijn vurig verlangen en hopen, dat ik in geen enkel opzicht beschaamd zal staan, maar dat met alle vrijmoedigheid, zoals steeds, ook nu Christus zal worden grootgemaakt in mijn lichaam, hetzij door mijn leven, hetzij door mijn doodPhil.1: 20.
2.].     Weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, die in u woont, die gij van God ontvangen hebt, en dat gij niet van uzelf zijt? Want gij zijt gekocht en betaald. Verheerlijkt dan God met uw lichaam1Cor.6: 19-20.
Met andere woorden:
  Presenteer je lichamen als een levend offer, heilig en aanvaardbaar voor God, wat je spirituele aanbidding is.
  Laat de waarde van Christus zien door de manier waarop je je lichaam gebruikt.
    Rechtvaardigen juicht in de Heer; de gerechten past lofzang.
Belijdt den Heer op de harp, zingt een Psalm voor Hem op de tiensnaar.
Zingt voor Hem een nieuw lied, zingt goed het overwinningslied.
Want recht is het Woord des Heren, al Zijn werken zijn trouw.
De Heer bemint goedertierenheid en recht; de barmhartigheid des Heren vervult de aarde.
Door het Woord des Heren staan de Hemelen vast; door de adem van Zijn mond al hun krachten.
Als in een wijnzak verzamelt Hij het water der zee, in Zijn schatkamers bergt Hij de afgrond.
Dat heel de aarde de Heer vreze, dat voor Hem beven alle bewoners der wereld.
Want Hij sprak, en alles ontstond; Hij gebood, en het heelal werd geschapen.
De Heer verijdelt de plannen der heidenen, Hij verwerpt de gedachten der volkeren en de  voornemens der vorsten.
Maar het plan des Heren blijft in eeuwigheid; de gedachten van Zijn hart houden stand van  geslacht tot geslacht.
Zalig het Volk, wiens God de Heer zelf is: het Volk dat Hij Zich tot erfdeel verkiest.
De Heer ziet neer uit de Hemelen, Hij aanschouwt alle zonen der mensen.
Uit Zijn eeuwige woonplaats ziet Hij neer over allen die de aarde bewonen.
Hij vormt ieders hart afzonderlijk; Hij begrijpt al hun werken.
Een koning wordt niet gered door veel troepen, een reus niet door zijn overvloedige kracht. Onbetrouwbaar ten behoud is een paard, zelfs al zijn kracht brengt geen zekere redding.
Zie de ogen des Heren lichten over hen die Hem vrezen, die vertrouwen op Zijn Genade. Om hun ziel aan de dood te ontrukken, om hen te voeden ten tijde van gebrek. Onze ziel verbeidt de Heer, want Hij is onze Helper en Beschermer.
Want in Hem verheugt zich ons hart, wij vertrouwen op Zijn heilige Naam.
Heer, Uw barmhartigheid kome over ons, zoals wij vertrouwen op U”.
Psalm 32[33] vert. ROK, ’s-Gravenhage

Orthodoxie & gebed en inzet om bijstand

Logo AOKN

Wanneer God Zich voorbereidt om iets geweldigs en machtigs in ons leven te doen, komt het regelmatig voor dat de situatie nog een tijdje kan verslechteren.
Wanneer wij de goede kant op gaan – onze bestemming tegemoet treden, gaat de tegenstrever anderen extra ondersteunen teneinde ons te onderdrukken – zelfs de Satan, de spirituele vijand van onze ziel, die onze vrijheid weerstaat God op alle mogelijke manieren, die hem ter beschikking staan.
In dergelijke omstandigheden dienen we ons Geloof niet op te geven, want ‘te Zijner tijd’ zullen we zien hoe God’s Machtige hand en uitgestrekte arm ons op Zijn volmaakte manier en tijd zal verlossen.
Weest blij in de Hoop, geduldig in de verdrukking, volhardend in het gebed, bijdragend in de noden van de heiligen en legt u toe op gastvrijheidRom.12: 12,13.

In de laatste dagen waarin de Kerk onder de invloed wordt gebracht door de wereld – ‘degenen die verlangen haar te vernietigen’ – kan het ons toeschijnen dat Vrede en Bevrijding verloren zijn gegaan.
Bid alsjeblieft allen dat wij onze harten en ogen zullen openen om de Genadegave, van de  eeuwige vrede en redding in Christus mogen ontvangen, de wijze waarop wij onze gedachtengang ontwikkelen en ernaar verlangen dit eenieder te gunnen.

Als deelnemers aan dit proces kunt u – binnen uw gemeenschap – het verschil maken door de voortgang ook financieel te steunen en daarmee de Blijde Boodschap over geheel uw omgeving te brengen en de ontwikkeling van het kwetsbare begin van onze gemeenschap mogelijk te maken.
Want, broeders, opdat gij niet eigenwijs zoudt zijn, wil ik u niet onkundig laten van dit geheimenis; een gedeeltelijke verharding is over de Kerk gekomen, totdat de volheid der heidenen binnengaat en aldus zal geheel het gelovige Volk behouden worden, gelijk geschreven staat: De Verlosser zal uit Sion komen, Hij zal goddeloosheden van Jaäcob afwenden. En dit is Mijn Verbond met hen, wanneer Ik hun ongerechtigheden wegneemRom.11: 25-27.

Wij roepen u op het lidmaatschap aan de Antiocheens Orthodoxe Kerk in Nederland te bevestigen door met ingang van de komende maand,
maandelijks of in één keer jaarlijks over te maken
op NL82INGB0008428523 ten name van: Heilige Moeder Gods Parochie.
Bedenk daarbij dit – wilt u ‘het lijntje met bóven’ open houden, dàn
zult u nèt als uw [mobiele-] telefoonrekening  – uw bijdrage dienen te voldoen;
de Kerk stelt geen al te grote verwachtingen en
afhankelijk van uw inkomen mag u de bijdrage leveren, die voor uw portemonnee draagbaar is.
☛   Bijgaand het Lidmaatschapsformulier, opdat u het bedrag wat u overmaakt via de jaaropgave van de Belastingen kunt terugvragen, want wij zijn een voor de Nederlandse overheid een ANBI [Algemeen Nut Beogende Instelling)
Pdf: 
Lidmaatschapsform in de Antiocheens Orthodoxe Kerk in Nederland.
Geef je aan het goede doel, dan krijg je soms een flink belastingvoordeel cadeau via de aangifte inkomstenbelasting. Als je vooraf goed op de hoogte bent van de regels, pak je méér belastingvoordeel mee.

Dec.25e – Het Mysterie van de Geboorte van onze Heer en Verlosser in het vlees

Toen nu Jezus geboren was te Betlehem in Judea, in de dagen van koning Herodes, zie, wijzen uit het Oosten kwamen te Jeruzalem, en vroegen: Waar is de Koning der Joden, die geboren is?
Want wij hebben zijn ster in het Oosten gezien en wij zijn gekomen om Hem hulde te bewijzen.
          Toen koning Herodes hiervan hoorde, ontstelde hij en geheel Jeruzalem met hem. En hij liet al de overpriesters en schriftgeleerden van het volk vergaderen en trachtte van hen te vernemen, waar de Christus geboren zou worden. Zij zeiden tot hen: Te Betlehem in Judea, want aldus staat geschreven door de profeet:
          ‘En gij, Betlehem, land van Juda, zijt geenszins de minste onder de leiders van Juda, want uit u zal een leidsman voortkomen, die mijn volk Israel weiden zal’.
          Toen riep Herodes de wijzen in het geheim en deed bij hen nauwkeurig navraag naar de tijd, dat de ster geschenen had.
En hij liet hen naar Betlehem gaan, en zei: Gaat en doet nauwkeurig onderzoek naar dat kind; en zodra gij het vindt, bericht het mij, opdat ook ik hem hulde ga bewijzen.
          Zij hoorden de koning aan en reisden weg; en zie, de ster, die zij hadden gezien in het Oosten, ging hun voor, totdat zij kwam en stond boven de plaats, waar het kind was.
Toen zij de ster zagen, verheugden zij zich met zeer grote vreugde. En zij gingen het huis binnen en zagen het kind met Maria, zijn moeder, en zij vielen neder en bewezen hem hulde.
En zij ontsloten hun kostbaarheden en boden hem geschenken aan: goud en wierook en myron.
En van Godswege in de droom gewaarschuwd om niet tot Herodes terug te keren trokken zij langs een andere weg naar hun land terug” Matth.2: 1-12.

        Maar toen de volheid des tijds gekomen was, heeft God Zijn Zoon uitgezonden geboren uit een vrouw, geboren onder de Wet, om hen, die onder de wet waren, vrij te kopen, opdat wij het recht van zonen zouden verkrijgen.
En, dat gij zonen zijt – God heeft de Geest zijns Zoons uitgezonden in onze harten, die roept: Abba, Vader.
Gij zijt dus niet meer slaaf, doch zoon; indien gij zoon zijt, dan zijt gij ook erfgenaam door GodGal.4: 4-7.

        God heeft Zijn Zoon uitgezonden geboren uit een vrouw, geboren onder de Wet, om hen, die onder de wet waren, vrij te kopen, opdat wij het recht van zonen zouden verkrijgenGal.4: 4,5.

        En gij, Betlehem Efrata, al zijt gij klein onder de geslachten van Juda, uit u zal Mij voortkomen die een Heerser zal zijn over Israël en Wiens oorsprong is van ouds, van de dagen der eeuwigheid.
Daarom zal Hij hen prijsgeven tot de tijd, dat zij die baren zal, gebaard heeft.
Dan zal het overblijfsel van Zijn broeders terugkeren met de Israëlieten.
Dan zal Hij staan en hen weiden in de kracht des Heren, in de Majesteit van de Naam des Heren, van Zijn God;
en zij zullen rustig wonen, want nu zal Hij groot zijn tot aan de einden der aarde, en Hij zal vrede zijn
Micha 5: 2-5.

Als navolger van Christus dien je ervan doordrongen te zijn dat het hele leven van Christus een voortdurende voorstelling van lijden, een passie is geweest; gewone heiligen sterven als martelaren, maar Christus werd van het begin af aan als Martelaar geboren:
– Hij vond op aarde een Golgotha [een plaats van ondergang / een martelplaats, waar Hij zou worden gekruisigd].
– Ja, zelfs in Bethlehem, waar Hij, zoals wij vandaag vieren, werd geboren;
want tot Zijn tederheid waren de rietjes bijna net zo scherp als de doornen erachter en de kribbe was vanaf het begin [als een doodskist] net zo ongemakkelijk als Zijn Kruis.
– Zijn geboorte en Zijn dood waren slechts één onafgebroken gebeuren, één als maar voortdurende daad, en zowel Zijn Kerstdag en Zijn Goede Vrijdag zijn slechts de vooravond en de ochtendstond van één en dezelfde door God gegeven dag.
– En omdat zelfs Zijn Geboorte in het vlees, Zijn dood is, is elke actie en passage waarop Christus Zich vandaag aan ons laat zien, Zich aan ons manifesteert, zowel Zijn Geboorte, als Drie-koningen een en dezelfde manifestatie van Zijn lijden hier op aarde.

Hoewel de tegenwoordige [westerse] Kerk de twaalfde dag nu ‘Driekoningen‘ noemt, omdat
Christus op die dag aan de heidenen werd geopenbaard als Epifanie [= de plotselinge, verwarrende openbaring] vanwege de manier waarop de wijzen [van die tijd, ‘zij’, die het zouden dienen te weten] op die 12e dag kwamen om Hem te aanbidden.
Elf staat voor het tekort, het Bijbelse ideaal is twaalf.
Nochtans de oude Kerk noemde de 12e dag Theophanie omdat Christus, die dag door Johannes de Voorloper werd gedoopt in de Jordaan en
Christus als ‘Zoon van God‘ verscheen, waarbij God Zelf Hem als zodanig van Hem getuigde en Hem ‘Zijn geliefde Zoon‘ noemde.

Mozes & de Wet

Wij kennen allemaal de God’s-verschijning op de Sinaï,
waarbij God aan Mozes de Geboden gaf temidden van ontzagwekkende natuurverschijnselen: aardbeving en vuur en angst.
Elke manifestatie van Christus aan de wereld, aan de Kerk, aan een bepaalde ziel, is een God’s-verschijning, een Driekoningen, een Kerstdag, een Theophanie.

De ontmoeting met de Heer

Nu is er nergens een duidelijkere manifestatie van Christus dan
op het moment dat de dagen van Kerst na 40 dagen worden afgesloten in
datgene wat wij de ‘Opdracht in de Tempel‘ noemen en in westerse kringen ‘Maria Lichtmis‘, waarbij
de Zoon van God de oude vertegenwoordiger van Zijn Volk ontmoet, die zegt:
    Nu laat Gij, Heer, uw dienstknecht gaan in Vrede, naar uw Woord,
want mijn ogen hebben uw Heil aanschouwd [gezien], dat
Gij bereid hebt voor het aangezicht van alle volkeren:
‘Licht tot openbaring voor de heidenen en
Heerlijkheid voor uw volk IsraëlLuc.2: 29-32.
Het werd geopenbaard aan Simeon [wiens woorden dit zijn] dat
hij Christus zou dienen te zien voordat hij stierf;
en feitelijk, werkelijk, substantieel, in wezen, lichamelijk, uiterlijk, persoonlijk ‘ziet hij Hem‘; wel zó is het Simeon’s Driekoningen, Simeons Kerstdag; dus ook op deze dag, waarin we de algemene Driekoningen herdenken en vieren, de manifestatie van Christus aan de hele wereld in Zijn geboorte in het vlees,
alles wat wij naast onze interesse in de universele Driekoningen en manifestatie impliciet in deze dag ontvangen.

Laatste Avondmaal – ‘open je hart om de verrezen Christus te ontvangen, de geest van gebed te horen Zijn roep op onze weg naar Hem toe’ –

En deze dag, waarop wij dit Hoogfeest vieren, hebben wij eveneens een ontmoeting met
onze Heer en Verlosser, als gevolg van het Lichaam en het Bloed van Christus dat wij ontvangen in zijn Heilig en Gezegend Mysterie van de Goddelijke Liturgie.
Dit Mysterie van de ontmoeting houdt eveneens een Driekoningen in, alsnog een Kerstdag, een andere manifestatie van het Mysterie van de ontmoeting met Christus welke wij-‘zelf’ ondergaan. 

Zoals de Kerk voorafgaand aan Kerst via de vastenperiode onze toewijding heeft voorbereidt, die Christus als maar dichter en dichterbij tot ons heeft gebracht,
en ons steeds maar weer herhaald dat Hij komt en
vervolgens doorgaat met de gedachtenis van de Martelaren, de Moeder God’s, die Hem gebaard heeft [26e dec.],
Stephanos, aartsdiaken en proto-martelaar [27e dec.] de 2000 Martelaren van Nikodemië [28e dec.], de 14.000 onschuldige kinderen, die in de omstreken van Bethlehem zijn vermoord [29e dec.], Anysia de maagd van Thessaloniki en Filotheros z’n medemartelaren van Nikodemië [30e dec.] en
de tien maagd-martelaressen van Nikodemië en de Martelaar Zotik, de hoeder van de wezen [31e dec.].
Op deze wijze toont de Kerk ons dat wij slechts vrede en rust zullen vinden, wanneer wij ons leven  in navolging van Christus, onze toekomstige verwachtingen in handen leggen van God.

    Kom tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven;
neem Mijn juk op je en leer van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart,
en je zult rust vinden voor je ziel; want
Mijn juk is zacht en Mijn last is licht
Matth.11: 28-30.
Christus heeft ons geroepen navolgers te worden in Zijn lijden,
Hem te volgen in het Mysterie van het leven, zoals God dit heeft bereid.
De waardigheid van die mysterieuze daad, welke ons tot de waardige zaligheid leidt, heeft het gevaar in zich van onwaardige ontvangers, om
dat bewijs in Zijn Naam te benadrukken, onophoudelijk bewust te zijn.
Het stelt ons daarom voorafgaand in staat een verder onderzoek in te stellen òf
we wel waardig zijn onze gang naar Zijn kelk te vervolgen;
deze geboorte van Christus in onze kenmerkende ziel te ontvangen.

H. Climacos, abt van de Sinaï

Dit Hoogfeest op deze eerste Kerstdag, met aansluitend de 40 dagen tot aan de opdracht in de tempel, met
iedere dag wel weer een nieuwe Heilige of Martelaar bezorgt ons de Geboorte van Christus in onze eigen ziel;
Daarom wordt dit feest zó groots gevierd om dit als bewijs van onze overgave te laten gelden, dat wij ons open stellen onophoudelijk voor-te-bereiden op de weg naar het Hemels Koninkrijk, waar wij nu eenmaal allemaal naar op weg zijn.
Wordt je geboren, dan ga je onherroepelijk dood en
je kunt niet anders dan je hierop voorbereiden
– op de uiteindelijke ontmoeting met Christus boven aan de ladder van Climacos;
De voorbereiding tot deze ontmoeting vindt stapje voor stapje, trede voor trede plaats,
zodat je uiteindelijk waardig geacht kunt worden opgenomen worden in de Hemelse sferen.

Heer, laat uw dienaar nu in vrede naar Uw Woord vertrekken:
want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien

Luc.22: 29,30.

Hierin is de Liefde van God jegens ons geopenbaard, dat
God Zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat
wij zouden leven door Hem.
Hierin is de Liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar
dat Hij ons heeft liefgehad en Zijn Zoon gezonden heeft
als een verzoening voor onze zonden

1John.4: 9.

Troparion      tn.2 bij het “Heer ik roep. . . . . “, 
Grote Vespers, avond voorafgaand 25 dec
      Uw Koninkrijk, Christus God
is een rijk van alle eeuwen
en Uw Heerschappij van geslacht op geslacht.
Vleesgeworden door de Heilige Geest
en Mens geworden uit de altijd-Maagd Maria
zijt Gij bij de komst, voor ons allen een Licht opgestraald, Christus God
Licht uit Licht en Afglans van de Vader.
Gij hebt de gehele schepping verlicht
alles wat adem heeft looft u:
het Zegelbeeld van de Heerlijkheid van de Vader.
Gij Die zijt en tevoren waart:
God, Die uit de Maagd zijt opgestraald,
ontferm U over ons
“.

Apolytikion      tn. 4,     van de 25e december
Uw Geboorte, o Christus onze God
deed opgaan voor de wereld het Licht van Uw kennis.
Want het zijn de aanbidders der sterren
in die kennis onderwezen
om U te aanbidden:
de Zon der Gerechtigheid,
en U te kennen, De Opgang uit den Hoge,
Eer aan U, o Heer
“.
vert. klooster ‘Geboorte van de Moeder Gods’, Asten

Dec. 25e vader Païsios over de viering van Kerst

Monnik Païsios van de berg Athos, de Athonite

Verhef je vanuit hart en ziel om je met de Heilige en gezegende Maagd  in Bethlehem terug te vinden en al God’s zegeningen in ontvangst te nemen
Wanneer de menselijke geest haar Goddelijke oorsprong onderkent, volgt daar automatisch op dat zij anders reageert”.
Dat vindt eveneens plaats wanneer je jezelf voortdurend – door gebed en de eenvoud van leven – op God richt.
Wanneer je dagelijks de lezingen van de voorgeschreven kerkkalender volgt en de gebeurtenissen van elke dag – als feest – bestudeert, zul je van nature opgewonden raken en met grote eerbied tot gebed komen.
In de opeenvolgende beleving van de jaarcyclus wordt aangeleerd de dag te plukken en de steeds wisselende gezangen tot je te laten doordringen.
Wanneer de menselijke geest haar Goddelijke oorsprong onderkent,
volgt daar automatisch op dat zij in doen en laten anders reageert
”.
De menselijke geest is de landingsplaats van de Goddelijke Heilige Geest.

Wanneer de ouderling Païsios wordt gevraagd:
– “ Ouderling, waarom gaan we na de nachtvigilie van Kerst niet rusten?”,
antwoord hij in alle eenvoud:
– Kerstmis en slaap! Mijn moeder zei altijd: “Alleen de Joden slapen in deze heilige nacht”.
Bekijk het zo – in de nacht dat Christus werd geboren, was de wereld in diepe slaap verzonken,  de beheerders der aarde, die het idee hebben zich alles te kunnen veroorloven liggen op een oor. Maar de herders “waken”, na de ontmoeting door engelen opgewekt en de ontmoeting met hun Heer en Verlosser kunnen van alom verkregen vreugde geen oog dicht doen.
Ze hielden de wacht bij hun schapen en in de nacht weerklonk hun muziek van harp en fluit.
Begrijp je dat? De herders die toekeken zagen Christus, hoogstpersoonlijk.

– “ Ouderling en hoe was de grot?
• “ Het was een grot in een rots uitgehouwen en daar was een kribbe, als een dode omwikkeld lag onze Heer en Verlosser in een kribbe, als een doodskist.
• Dat is helemaal geen slechte toestand en hij had gezelschap van enkele van zijn dieren.
• De Maagd Maria was er met haar verloofde Jozef, omdat alle herbergen vol waren en
• Hij had geen kussen om Z’n hoofdje rust te gunnen.
• dat was het verblijf van onze Heer en Zaligmaker, toen Hij ter wereld kwam.
• Er was de os en de ezel, die in hun onschuld zo zichzelf waren dat zij Christus hebben opgewarmd!
Door hun in de eeuwigheid turende gedachten zijn de os en de ezel – De os en de ezel als de laagste van God’s schepping – tot steun zo laat de profeet Isaiah ons weten:   Een os kent zijn eigenaar en een ezel de krib van zijn meester;  maar Israël weet van niets, God’s uitverkoren Volk heeft geen begrip’ Isaiah 1: 3.
• En dit gaat niet over het hedendaagse Joodse Volk, maar over de gehele wereld,
die slechts eigenbelang najaagt en tevens over een groot deel van de huidige Kerk heersen – zij zien het kind, zij horen het gezang van engelen, maar “ze zijn ziende blind en horende doof”.

  Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want mijn juk is zacht en mijn last is lichtMatth.11: 28-30.
Het is vanzelfsprekend dat bij ziekte in welke vorm ook, gezocht wordt naar genezing. Er staat ook geschreven:
  Gaat heen en boodschapt Johannes [Hebr.= ‘de Heer heeft begunstigd’] wat gij hoort en ziet: blinden worden ziende en lammen wandelen, melaatsen worden gereinigd en doven horen en doden worden opgewekt en armen ontvangen het Evangelie [de Blijde Boodschap]. En zalig is wie aan Mij geen aanstoot neemtMatth.11: 4-6.
Hoewel ziekte ten goede aangewend kan worden door onze Heer en Verlosser, is zij in diepste wezen vijandig aan de oude zowel als aan de nieuwe schepping. Christus was te allen tijde met ontferming over de zieken bewogen.

Christus, Verlosser

De Heer genas niet opdat Zijn werk zich zou uitbreiden, maar Hij genas omdat de nood van deze mensen ‘Zijn nood‘ was en Hij innerlijk gedreven werd Zijn Handen uit te strekken.
Onze uiteindelijke bestemming is om aan Hem gelijkvormig te zijn. Wij zullen in de Opstanding zonder zonde, zonder ziekte en onsterfelijk zijn. Dit ontvangen wij door het offer van Jezus Christus aan het Kruis van Golgotha.
In de toekomende eeuw zal deze erfenis volkomen ons deel zijn. Wat wij in deze eeuw ontvangen is een slechts een voorsmaak [conf. Hebr.6: 5].

Wanneer wij als gelovigen ziek zijn, zijn daar voor ons de volgende wegen:
1.]. Gebed en het verzoek om ziekenzalving
Het roepen van de oudsten [de spelleiders] voor de zalving met olie, waarbij genoemd wordt het gebed van de rechtvaardige en de belijdenis van zonden. [conf. Jac.5: 14-16].
De zalving en handoplegging moeten echter niet gezien worden als een soort magische kracht waar we vrijblijvend maar gebruik van kunnen maken. Ook hier gaat het om de verhouding van de ziel tot God en is het gesprek daarbij zeer belangrijk.
De bediening vindt dus vooral in de gemeente plaats en is afhankelijk van het ambt van de spelleider. Het gaat hier vooral om de gehoorzaamheid aan het Woord van God, zowel van de zieken om de oudsten hiervoor te roepen als van de voorgangers en ouderlingen om vrijmoedig te bidden en te zalven ziende op Christus en de door Hem ingestelde ambten.
2.] de Genadegave aan Heiligen verleend om mensen weer gezond te maken.
Deze zijn niet afhankelijk van het plaatselijke ambt. Ik geloof dat wij dit in groter verband moeten zien. Zij zullen vooral openbaar worden op het gebied van zending en evangelisatie, als tekenen die de prediking begeleiden. Niet een ieder zal zich kunnen aanmatigen deze gaven te bezitten omdat hij een prediker is van het Evangelie, daar de Heilige Geest de geestelijke gaven uitdeelt aan een ieder zoals HIJ wil [conf. 1Cor.12: 11].
De nadruk zal hierbij vooral vallen op God’s uitstrekkende Hand door Zijn hiertoe geroepen dienstknechten.  Hoewel in de Schrift zeker niet alle zieken door directe aanraking genezen, wordt op verschillende plaatsen vermeld, dat God door de handen van de apostelen grote tekenen en wonderen verrichtte, [zie; Hand.5: 12, Hand.14: 3, Hand.19: 11].
Op deze dienstknechten rust grote verantwoordelijkheid en  niemand dient zich iets aan te matigen,  waartoe men niet is geroepen.
3.]. De geest beïnvloed het lichaam
De menselijke geest kan een enorme invloed uitoefenen op het lichaam,  zowel in negatieve als in positieve zin.
In algemene strekking ervaren we dit allen in het gewone dagelijkse leven.
Wanneer onze geest moe is, voelen we ons lichamelijk tevens moe en wanneer de geest fit is, uit zich dat ook in het lichaam.
Dit geldt ook voor de ziekte.
Wanneer we ons sterk zouden inbeelden ziek te zijn en hieraan zouden toegeven
dan zullen de lichamelijke gevolgen niet uitblijven.
Andersom kan door de geest ook ziekte worden tegengegaan en genezen worden.
Dit ligt alles nog zuiver op het menselijke vlak en is niet specifiek Christelijk.
Deze kracht is echter niet te ontkennen en wanneer op de juiste wijze toegepast,
is het alleszins geoorloofd dit te beoefenen.
Lange tijd is hieraan te weinig aandacht besteed doch in onze tijd heeft men als het ware deze dingen opnieuw ontdekt en is er aandacht aan gaan besteden.

Het is echt iets wonderlijks, dat mensen, die zo veel in geaardheid en karakter verschillen, toch in één punt overeenstemmen, namelijk in het verlangen om voortdurend iets te betekenen. Iedereen, groot en klein, arm en rijk, oud of jong komt dit in het hart tegen en bezit de neiging om minstens een beetje in achting bij de wereld om hem heen te zijn.

Iedereen wil méér schijnen dan hij is; iedereen wil de lakens uitdelen; niemand gehoorzamen.
Geen plaats, geen tijd, geen levensstaat, geen persoon bestaat er, waar het verschimmelende zaad van de hoogmoed niet steeds tracht te ontkiemen en zijn verderfelijke vrucht tracht voort te brengen.
Ja, zelfs onder de Apostelen in dienst van de Heer was de ware beoefening van de nederigheid niet veilig, want sommigen onder hen waren uit op de ereposten in het Koninkrijk en 
als zij het zelf niet deden dan was er wel de een of ander ouder, die het voor het kind bij de Heer trachtte te regelen.
Zij, die de wereld hadden verlaten, vaarwel hadden gezegd, kibbelden onder elkaar over de voorrang en de waardigheid, het lijkt de Kerk wel.

Velen verachten weliswaar de rijkdom en verafschuwen de wellust, doch hoe luttel is het getal van hen, die ereposten en waardigheden weigeren en die in hun hart niet enige neiging koesteren om in het oog van de wereld toch nog iets trachten te betekenen“. H. Johannes Chrysostomos [2e Homilie Eph. & Titus]

De lessen in nederigheid is niet alleen de eerste les, die Christus ons in Zijn Pedagogiek meegeeft, maar  deze deugd vormt ook de beslissende strijd, waarin we,
– door in ons het verlangen naar eer en roem neer te slaan,
– het bewijs dienen te leveren van onze edelmoedigheid in de dienst aan onze Heer.
Daarom zegt onze Heer tot ons;
Leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart” en vraag je jezelf af waarom, dan is Zijn antwoord: “en gij zult rust vinden voor uw zielenMatth.11: 29.
    Want als een loot schoot hij op voor Zijn aangezicht, en als een wortel uit dorre aarde; Hij had gestalte noch luister, dat wij Hem zouden hebben aangezien, noch gedaante, dat wij Hem zouden hebben begeerd. 
Hij was veracht en van mensen verlaten, een man van smarten en vertrouwd met ziekte, ja, als iemand, voor wie men het gelaat verbergt; hij was veracht en wij hebben hem niet geachtIsaiah 53: 2,3.
Als gelovigen dienen wij in de eerste plaats onze Heer en Verlosser te gaan zoeken en in dezelfde nederigheid onszelf over te geven en Hem te vragen ons tot herstel te laten komen, gelovende dat Hij ‘Heilig is en Sterk en onsterfelijk‘ is en daardoor de Macht bezit dàt te doen.
– Wij zullen onze omgeving vragen ons in gebed om genezing te ondersteunen.
– Wij zullen de spelleiders [de oudsten] vragen om zalving en gebed.
            Wanneer echter genezing uitblijft, zullen wij gebruik mogen maken van de middelen die ons vandaag ter beschikking staan, biddende dat de Heer deze medicijnen of medische ingrepen wil zegenen, want zo zegt Hij : “Mijn Genade is u genoeg”.

            Nu wij zo met elkaar hebben stilgestaan bij de verschillende oorzaken van ziekten en de geneeswijzen die toegepast kunnen worden is daar nog één vraag die blijft openstaan.
            Waarom genezen niet alle zieken en waarom blijft daar zoveel lijden in deze wereld?
Het is niet gemakkelijk hierop een antwoord te geven.
Kunnen we hier eigenlijk wel een pasklaar antwoord op geven?
We leven in een geschonden wereld die door de zonde van God is afgevallen.
            De gehele schepping zucht als in barensnood zijnde en ook wij als “kinderen van God” zuchten in onszelf, terwijl wij wachten op de verlossing van ons lichaam [conf. Rom.8: 22-23].

de plek waar Oudvader Païsios pelgrims, gasten ontving.

Het Geloof dat ons leven hier op aarde een leerschool is en wij hier stage lopen voor de eeuwigheid, kàn hierbij een steun zijn.
De uitwendige mens wordt wel verdorven, maar de inwendige mens kan vernieuwd worden van dag tot dag, [conf. 2Cor.4: 16].
God kan toelaten dat zéér moeilijke dingen en beproevingen in ons leven blijven.
Paulus bad onze Heer en Verlosser ernstig tot driemaal toe om de doorn in zijn vlees, die door satan bewerkt werd, te verwijderen.
De Heer antwoordde hem dat dit voor hem nodig was om niet tot verheffing [hoogmoed te vervallen] te komen, doch dat Zijn Genade voor hem genoeg was.

Zó mogen ook wij weten, wanneer de Heer de ziekte niet wegneemt,
dat ‘Zijn Genade’ beschikbaar is om ons te dragen en te ondersteunen, waarbij
het ziek zijn een totale verandering kan ondergaan en
tot zegen gesteld kan worden voor de zieke zelf en voor anderen.
Mijn Kracht – door God gekregen – wordt in zwakheid volbracht [conf. 2Cor.12: 7-11].
    Om Zijn moeitevol lijden zal Hij het zien tot verzadiging toe; door Zijn kennis zal Mijn Knecht, de Rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, en hun ongerechtigheden zal Hij dragen.
       Daarom zal Ik hem een deel geven onder velen en met machtigen zal hij de buit verdelen, omdat Hij Zijn leven heeft uitgegoten in de dood, en onder de overtreders werd geteld, terwijl Hij toch veler zonden gedragen en voor de overtreders gebeden heeftIsaiah 53: 11,12.

Zolang de Heer dus nog niet heeft gesproken, mogen wij Hem bidden voor genezing en is voor Hem geen ding onmogelijk, te wonderlijk.
    Hij heeft, juist doordat Hij in eeuwigheid blijft, een priesterschap, dat op geen ander kan overgaan. Daarom kan Hij ook volkomen behouden, wie door Hem tot God gaan, daar Hij altijd leeft om voor hen te pleiten.
       Immers, zulk een hogepriester hadden wij ook nodig: heilig, zonder schuld of smet, gescheiden van de zondaren en boven de hemelen verheven; die niet, gelijk de hogepriesters, van dag tot dag eerst offers voor zijn eigen zonden behoeft te brengen en daarna voor die van het volk, want dit laatste heeft Hij eens voor altijd gedaan, toen Hij Zichzelf ten offer brachtHebr.7: 24-27.
    Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u1Petr.5: 7;

Graf van Oudvader (Geronta) Païsios in Sourotí, nabij Thessaloniki.

    Om die reden herinner ik u eraan, de gave Gods aan te wakkeren, die door mijn handoplegging in u is. Want God heeft ons niet gegeven een Geest van lafhartigheid, maar van Kracht, van Liefde en van Bezonnenheid 2Tim.1: 6,7.

Orthodoxie & Geestelijke rust vinden bij God

In plaats van je te laten opslokken door al die aantrekkelijkheden van deze wereld, staat het je vrij te reageren op de oproep van onze Heer en Verlosser:
  Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust gevenMatth.11: 28.
Niemand kent God, Die in het verborgene is en Die slechts gekend kan worden door Zijn Zoon, want God wordt gekend aan wie de Zoon het wil openbaren.
De Blijde Boodschap leert ons overduidelijk dat de enige goddelijkheid in de mens, die van God is. God woont in het hart van wedergeboren gelovigen.
God’s geboden worden de mens bijgebracht omdat deze in het hart van de mens zijn gegrift – op die wijze zal de Zoon van God ons tot een God zijn en wij zullen Zijn Volk zijn [conf. Hebr. 8: 10]


Op die wijze zijn navolgers van Christus deelhebbers aan de Goddelijke Natuur en niet bezitters of wezenlijke inhoud [kenpunt] van de Goddelijke natuur:
•  “     Zijn Goddelijke Kracht immers heeft ons met alles, wat tot Leven en God’s-vrucht strekt, begiftigd door de kennis van Hem, Die ons geroepen heeft door Zijn Heerlijkheid en Macht; en door deze zijn wij met kostbare en zeer grote Beloften begiftigd, opdat wij [navolgers] daardoor deel zouden
hebben aan de Goddelijke Natuur, ontkomen aan het verderf, dat door de begeerte in de wereld heerst2Petr.3: 4;
•  “     Want in Christus, de Zoon van God woont al de volheid van de godheid lichamelijk; en wij hebben de volheid verkregen in Hem, Die het Hoofd is van alle Overheid en MachtCol.2: 9,10.

Christus laat Zich ook niet niet door mensenhanden dienen, alsof Hij nog iets nodig had, daar Hij ‘Zelf’ aan allen leven en adem schenkt en dit allemaal geeft opdat wij God zouden zoeken, òf wij Hem al tastende vinden mochten, hoewel Hij niet ver is van ons:
•  “     Want in Hem leven wij, bewegen wij ons en zijn wij, gelijk ook enige van de oude dichters hebben gezegd: ‘Want wij zijn ook van Zijn geslacht’. Daar wij dan van Gods geslacht zijn, moeten wij niet menen, dat de godheid gelijk is aan goud of zilver of steen door menselijke kunstvaardigheid gesneden of bedachtHand.18: 28-29.

  Wij navolgers, van welke rang of stand dan ook, erkennen geen hogere “zelf” als goddelijke kracht in ons:
      De Heer is mijn Helper en mijn Beschermer; op Hem heeft mijn hart vertrouwd en werd ik geholpen. Mijn vlees bloeit weer op; uit geheel mijn hart wil ik Hem belijden. De Heer is de Kracht van Zijn Volk, Hij is de Beschermer van het Heil van Zijn Gezalfde. Red Uw Volk, Heer [van de hoogmoedigen] en zegen Uw erfdeel, wees [U] onze Herder en verhef ons tot in eeuwigheidPsalm 27[28]: 7-9;
      Ik [Paulus] breng dank aan Hem, die mij kracht gegeven heeft, Christus Jezus, onze Heer, dat Hij mij getrouw geacht heeft, daar Hij mij in de bediening gesteld heeft, hoewel ik vroeger een godslasteraar en een vervolger en een geweldenaar was Maar mij is ontferming bewezen, omdat ik het in mijn onwetendheid, uit ongeloof, gedaan heb, en zeer overvloedig is de Genade van onze Heer geweest, met het Geloof en de Liefde in Christus Jezus1Tim.1: 12-14;
      er is verscheidenheid in werkingen, maar het is dezelfde God, Die alles in allen werkt1Cor.12: 6.
Wij mogen ons navolgers van Christus als God’s kinderen beschouwen, maar zijn daardoor niet als god geworden. De Goddelijke Drieëenheid zal en kan onmogelijk Zijn Wezen delen met het geschapene. Nooit en te nimmer spreekt de Blijde Boodschap over God, Die deel zou uitmaken van het geschapene.    

  • ➥ Het is zondig en hoogmoedig om te streven naar zelfrealisatie of zelfverlossing, om je te verheffen bóven de ànder – door te stellen dat je onder ons ‘de eerste‘ bent. Het is bovendien Christelijk ongepast [men wordt er onpasselijk van] wanneer je je als zodanig gedraagt – het zelfs ook maar in de mond durft te nemen.
    De mens bezit geen verborgen krachten die hem in staat stellen om via een eigen methodiek te komen tot de vereniging met het goddelijke. De mens wordt echter opgeroepen om juist ‘niet‘ positief over zichzelf te denken, zelfs een zeer hoog geacht apostel stelt:
        Maar de zonde heeft, opdat zij zou blijken zonde te zijn, door het goede mijn dood bewerkt, opdat de zonde bij uitstek zondig zou worden door het gebod.
    Wij weten immers, dat de wet geestelijk is; ik echter ben vlees, verkocht onder de zonde.

    Want wat ik uitwerk, weet ik niet; want ik doe niet wat ik wens, maar waar ik een afkeer van heb, dat doe ik. Indien ik nu wat ik niet wens, toch doe, stem ik toe, dat de wet goed is.
    Doch dan bewerk ik het niet meer, maar de zonde, die in mij woont.
    Want ik weet, dat in mij, dat wil zeggen in mijn vlees, geen goed woont. Immers, het wensen is wel bij mij aanwezig, maar het goede uitwerken, kan ik nietRom.7: 13-18.
  • Onze Heer geeft ons het voorbeeld en gaat ons voor op de smalle weg, die wij dienen te gaan:
        Laat ons oog daarbij [alleen] gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder van het Geloof, Die, om de vreugde, welke voor Hem lag, het Kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is aan de rechterzijde van de troon van God.
    Vestigt uw aandacht dan op Hem, die zulk een tegenspraak van de zondaren tegen Zich heeft verdragen, opdat gij niet door matheid van ziel verslapt.
    Jullie hebben nog niet ten bloede toe weerstand geboden in je worsteling tegen de zonde, en jullie hebben de vermaning vergeten, die tot jullie als tot zonen [kinderen God’s] spreekt: ‘ Mijn zoon, acht de tuchtiging des Heren niet gering, en verslap niet, als je door Hem bestraft wordt, want wie Hij liefheeft, tuchtigt de Heer, en Hij kastijdt iedere zoon, die Hij aanneemt’Hebr.12: 2-6.
    Deze weg geeft weliswaar geen ruimte aan een Christendom met eigen bedachte rituelen, maar is ontzettend trouw aan de instructies, die God ons persoonlijk meegegeven heeft in Zijn Woord.
    Het Koninkrijk der hemelen bevindt zich reeds temidden van hen die een geestelijke leven leiden.
    Want de spirituele persoon weet dàt in de Heilige Geest, dàt in Christus de Kerk zal komen met Kracht en Glorie voor alle mensen om aan het einde der tijden te aanschouwen.
    Want ook in het Oude Testament was bekend, hoewel de Wet door Christus tot een liefdeswet is verheven: “     dit Woord is zeer dicht bij u, in uw mond en in uw hart, om het te volbrengen“.

God spreekt tot ons in onze binnenkamer, ons hart en wanneer je de rust zoekt en aandacht besteedt aan je geestelijk leven zal God je leiden op de weg naar Zijn Hemels Koninkrijk.

En op het einde der tijden, dat elke ieder moment van de dag kan aanbreken, zal Christus opnieuw in het middelpunt staan en tot oordeel van alle mensen zijn.

Zijn aanwezigheid zal het oordeel zijn.
Nu kunnen mensen leven zonder de liefde van Christus in hun leven. Ze kunnen bestaan alsof er geen God is, geen Christus, geen Geest, geen Kerk, geen spiritueel leven.
Aan het einde der tijden is dit echter niet langer mogelijk.
Alle mensen zullen het aangezicht van Hem moeten aanschouwen Die
om ons mensen en om onze verlossing uit de hemel is nedergedaald,
en vlees heeft aangenomen door de  Heilige Geest uit de Maagd Maria 
en mens geworden is. Die voor ons onder Pontius Pilatus gekruisigd is, geleden heeft en begraven is …..” [uit de Geloofsbelijdenis].
Allen zullen wel ‘moeten opkijken’ naar Hem, Die zij gekruisigd hebben door hun zonden:
En wij vallen neer op ons aangezicht en aanbidden onze Heer en God en zeggen met de vierentwintig oudsten:
‘Wij danken U, Heer en God, Almachtige, Die is en Die was, dat Gij Uw grote Macht hebt 
opgenomen en het Koningschap hebt aanvaard; en de volkeren waren toornig geworden, maar uw toorn is gekomen en de tijd voor de doden om geoordeeld te worden en om het loon te geven aan uw knechten, profeten, en aan de heiligen en aan hen, die Uw Naam vrezen, aan de kleinen en de groten en om te verderven wie de aarde verderven’Openb.11: 16-18.

De Zoon des Mensen zal Zijn dienaren [Zijn engelen] zenden en zij zullen alle oorzaken van de zonde en alle kwaaddoeners verzamelen uit Zijn koninkrijk en ze in de oven van vuur werpen; daar zullen mensen wenen en knarsetanden. Dan zullen de rechtvaardigen schijnen als de zon in het Koninkrijk van hun Vader [conf. Matth.13: 41-43].

Volgens de heiligen is het “vuur” dat zondaars zal verteren bij de komst van het Koninkrijk van God hetzelfde “vuur” dat met glans in de heiligen zal schijnen.
Het is het “vuur” van God’s Liefde; het “vuur” van God ‘Zelf’, Die een en al Liefde is. Voor hen die God liefhebben en die de hele schepping in Hem liefhebben, zal het “verterende vuur” van God stralende gelukzaligheid en onuitsprekelijke vreugde zijn.
– Het is dus de spirituele lering van de Kerk dat God de mens ‘niet‘ straft door enig materieel vuur of fysieke kwelling.
– God openbaart zich eenvoudig in onze Heer Jezus Christus, Die is opgestaan uit de doden op een dusdanig heerlijke manier dat niemand kan nalaten Zijn Glorie te aanschouwen.
– Het is de aanwezigheid van God’s heerlijke Heerlijkheid en Liefde, Die de plaag is van degenen die zijn stralende kracht en licht verwerpen.
– Aan het einde van de tijden wordt God’s heerlijke Liefde geopenbaard voor iedereen om te aanschouwen in het aangezicht van onze Heer Jezus Christus.
– De eeuwige bestemming van de mens – hemel of hel, redding of verdoemenis – hangt alleen af van zijn reactie op deze ontzagwekkende Goddelijke Liefde voor de mensen.

Het koninkrijk der Hemelen
Wanneer Christus aan het einde der tijden in heerlijkheid zal komen, en
God ‘alles in allen‘ zal zijn, dàn zal de nieuwe hemel en nieuwe aarde komen,
En Hij die op de troon zat, zei: “Zie, ik maak alle dingen nieuw”.
Ook zei Hij: “Schrijf dit, want deze woorden zijn betrouwbaar en waar”.
En Hij zei tegen Johannes de Theoloog:
Het is klaar! Ik ben de Alpha en de Omega, het begin en het einde. 
Aan de dorstigen zal ik water zonder prijs geven uit de fontein van het water des levens. Wie overwint, zal deze erfenis hebben en ik zal zijn God zijn en hij zal mijn zoon zijn. 
Maar wat betreft de lafhartigen, de ongelovigen, de verontreinigden, wat betreft moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars, hun lot zal zijn in het meer dat brandt met vuur en zwavel, wat de tweede dood is”  Openb.21: 1- 8.
Zie, ik kom spoedig, en breng mijn beloning om iedereen te vergoeden voor wat hij heeft gedaan” Openb.22: 12.
Het verkrijgen van de “erfenis” van het Nieuwe Jeruzalem is de hele en enige zin van het leven, het enige doel van het ‘door God geschapen zijn‘ van de mens.
God, Die ten alle tijde overwint, zal deze erfenis met Zich meedragen.
En zoals Paulus ons heeft duidelijk gemaakt:
– ”    Wij zijn méér dàn overwinnaars door Hem die ons heeft liefgehad” Rom.8: 37.
– ”    Want ik ben er zeker van dat noch de dood, noch het leven,
noch engelen, noch overheden, noch aanwezige dingen, of toekomstige dingen,
noch machten, noch hoogte, noch diepte, of iets anders in de hele schepping,
ons zal kunnen scheiden van de Liefde van God in Christus Jezus onze Heer

Rom 8: 38-39.
– “         Dan zijn wij niet meer onmondig, op en neder, heen en weder geslingerd onder invloed van allerlei wind van leer, door het valse spel der mensen, in hun sluwheid, die tot dwaling verleidt, maar dan groeien wij, ons aan de Waarheid houdende, in Liefde in elk opzicht naar Hem toe, die het Hoofd is, Christus.
En aan Hem ontleent het gehele Lichaam [van de Kerk] als een wel-sluitend geheel en bijeengehouden door de dienst van al zijn geledingen naar de kracht, die elk lid op zijn wijze oefent, deze groei van het lichaam, om zichzelf op te bouwen in de Liefde.
Dit zeg ik dan en betuig ik in de Heer, dat gij niet langer moogt wandelen zoals ook de heidenen wandelen, in de ijdelheid van hun denken, verduisterd in hun verstand, vervreemd van het Leven van God om de onwetendheid, die in hen heerst, om de verharding van hun hart.
Zij hebben zich immers in hun verdoving overgegeven aan de losbandigheid om gretig winst te 
slaan uit allerlei onreinheidEph 3: 14-19.

Om ‘vervuld te zijn met al de volheid van God‘ – dit, en dit alleen, 
dáár gaat de Orthodoxe spiritualiteit over.

Het Paradijs is geen plaats, het is eerder een toestand van de ziel.
Net zoals de hel een lijden is vanwege de onmogelijkheid om lief te hebben, is het Paradijs een gelukzaligheid die voortkomt uit de overvloed van Liefde en Licht.
Hij die met Christus is verenigd, neemt volledig en volledig deel aan het Paradijs.
Het Griekse woord ‘παράδεισος’, paradeisos – betekent zowel de hof van Eden, waar de oermens werd geplaatst,
als de komende eeuw, waarin de mensen die verlost en gered zijn door Christus de eeuwige zegen smaken.
Het kan ook worden toegepast op de laatste fase van de menselijke geschiedenis,
wanneer de hele schepping zal worden getransformeerd en God ‘alles in allen’ zal zijn.
De zegening van het Paradijs wordt ook in de christelijke traditie
het Koninkrijk der hemelen‘, ‘het leven van de toekomende eeuw‘,
de achtste dag‘, ‘een nieuwe hemel‘, ‘het hemelse Jeruzalem‘ genoemd.
– Toetst daarom
in je leven slechts datgene
wat de Heer welbehagen schenkt
conf. Eph.5: 10, en dat doet altijd pijn.

Dec. 20e – Heilige Ignatios, de Goddrager, bisschop van Antiochië [† 107].

    En zij kwamen te Kapharnaüm [Hebr.= ‘dorp van rust’].
En toen Hij thuis gekomen was, vroeg Hij hun: Waarover waren jullie onderweg in gesprek?
       En zij zwegen, want zij hadden onderweg met elkander erover gesproken, wie de meeste was.
       En Hij ging zitten, riep de twaalven en zei tot hen:
            Indien iemand de eerste wil zijn, die zal de allerlaatste zijn en aller dienaar.
En Hij nam een kind en plaatste dat in hun midden, omarmde het en zei tot hen:
Wie een van zodanige kinderen ontvangt in Mijn Naam, die ontvangt Mij. En wie Mij ontvangt, ontvangt niet Mij, maar Hem, die Mij gezonden heeft.
            Johannes zei tot Hem: ‘ Meester, wij hebben iemand, die ons niet volgt, in Uw naam boze geesten zien uitdrijven, en wij wilden het hem beletten, omdat hij ons niet volgde.
            Doch Jezus zei:
                Belet het hem niet; want er is niemand, die een kracht doen zal in Mijn Naam en 
kort daarna smadelijk van Mij zal kunnen spreken. Want wie niet tegen ons is, is voor ons.
Want wie u een beker water te drinken geeft, in de Naam van Christus, omdat gij (discipelen) van Hem zijt, voorwaar, Ik zeg u, dat hem zijn loon voorzeker niet zal ontgaanMarc.9: 33-41.

    Herinnert u de dagen van weleer, toen gij, na verlicht te zijn, zo menigmaal lijden doorworsteld hebt, hetzij zelf een schouwspel van smaad en verdrukking, hetzij deelnemende aan het lot van hen, die in zulk een toestand verkeerden.
       Want je hebt met de gevangenen mee geleden en de roof van uw bezit blijmoedig aanvaard, want je wist, dat jijzelf een beter en blijvend bezit hebt.
Geeft dan uw vrijmoedigheid niet prijs, die een ruime vergelding heeft te wachten.
Want gij hebt volharding nodig, om, de Wil van God doende, te verkrijgen hetgeen beloofd is.
       Want nog een korte, korte tijd, en Hij, die komt, zal er zijn en niet op Zich laten wachten, en Mijn rechtvaardige zal uit Geloof levenHebr.10: 32-38a.

Geef dan uw uitgesproken mening niet prijs:

H. Ignatios, bisschop van Antiochië

      Je bent [immers] Mijn knecht, Ik heb jou uitverkoren en je niet versmaad; vrees niet, want Ik ben met je; zie niet angstig rond, want Ik ben jouw God. Ik sterk je, ook help Ik je, ook ondersteun Ik je met mijn heilrijke rechterhand.
Zie, allen die tegen jein woede ontstoken zijn, staan beschaamd en worden te schande; de mannen die je bestrijden, worden als niets en komen om; jij zult hen zoeken, maar niet vinden, de mannen die je bestoken; zij worden als niets, ja vernietigd worden de mannen die tegen jou oorlog voeren
Isaiah 41: 9b-12.
       In zijn tijd werd de heilige Ignatios van deze dag – een discipel en als bisschop van Antiochië, opvolger van de Apostel Petrus – gemarteld als navolger van Christus
Als bisschop van Antiochië schreef hij 7 brieven aan vele gemeenschappen van de Kerk en tevens aan de heilige Polycarpus, de hieromartelaar van Smyrna, waarin hij een speciaal onderwerp behandelde.
Hij week niet af van de Pedagogie van de Heer en net als de overige Apostolische Vaders werd hij tot diep in het hart door de Genade van Heilige Geest getroffen en dit Geloof manifesteerde zich in het vlees. Onophoudelijk bleef hij het Woord van Christus verkondigen en is als zodanig tot voorbeeld geworden voor velen.
    Het Woord, God’s geboden [de Wet van mozes] mag niet wijken uit uw mond, maar overpeins ze dag en nacht, opdat je nauwgezet handelt overeenkomstig alles wat daarin geschreven is, want dan zul jij op je wegen je doel bereiken en je zult voorspoedig zijn. Heb Ik je niet geboden: ‘ wees sterk en moedig? Sidder niet en word niet verschrikt, want de Heer, jouw God, is met je, overal waar je maar gaat’ “ Jozua 1: 8,9.
    Wij weten nu, dat God alle dingen doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben, die volgens Zijn voornemen Geroepenen zijn” Rom.8: 28.

Thuis komen [= uit Geloof leven]:
Tegenwoordig word je net als toen door de doop navolger van Christus, Zijn leerling.
Geen enkel schepsel, zichtbaar of onzichtbaar, belemmert je om je bij Jezus Christus aan te sluiten… Zelfs wanneer de wreedste verzoekingen jou omlaag proberen te trekken, dan wil je slechts de icoon van onze Heer Jezus Christus zien te bereiken.
Wat zouden de heerlijk aantrekkelijke verleidingen van deze wereld en de keizerrijken van de aarde, jou nog kunnen schelen?
Het is mooier om voor onze Heer Jezus Christus te sterven dan te heersen over de gehele wereld. Hem dien je te zoeken, Hij die gestorven is voor ons; naar Hem dient je verlangen uit te gaan, Hij Die voor ons verrezen is.

. . . . . Jouw wedergeboorte komt nabij . . . . . ; laat het -geheel zuivere- Licht jou omkleden. Pas wanneer je daarin succesvol bent zul je volledig mens geworden zijn.
Wij mensenkinderen zullen Hem zoeken en niet vinden, en: Waar Hij is, kunnen wij mensen-kinderen niet komen?
Maar op de laatste, de grote dag van het feest, stond onze Heer en Verlosser op en riep, zeggend:
    Indien iemand dorst heeft, hij dient tot Mij te komen en zal drinken! Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. Dit zei Hij van de Heilige Geest, welke zij, die tot geloof in Hem zouden komen, zouden ontvangen; want de Heilige Geest was er toen nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt wasconf. John.7: 36-39.
Christus is immers verheerlijkt, Hij is opgestaan en heeft Zijn Heilige Geest tot ons gezonden.
Aanvaard dan als navolger het lijden van onze God
– . . . indien ons aardse verlangen wordt gekruisigd en in ons is niet meer het vuur om materie lief te hebben,
– . . . maar Zijn levend water, dat in ons ruist en fluistert in ons hart:
– . . . komt allen tot de Hemelse Vader.
– . . . het vergankelijke voedsel of de zoetheid van het leven, biedt ons dan geen vreugde meer.
– . . . eerst dàn hebben wij honger naar het brood van God, het Lichaam van onze Heer Jezus Christus en als drank drinken wij Zijn Bloed, welke de onvergankelijke Liefde is.

Wij leven echter in een vergankelijke wereld en worden beproefd en zeggen:
Red mij, God, want de wateren zijn in mijn ziel binnen gedrongen.
Ik zink weg in diep slijk, er is geen grond onder mijn voeten.
Ik ben geraakt in de diepte der zee, de stormvloed heeft mij overstroomd.
Ik ben uitgeput door het roepen, mijn keel is hees, mijn ogen begeven het, terwijl ik toch vertrouw op mijn God.

Talrijker dan de haren op mijn hoofd zijn zij die mij haten zonder reden; mijn vijanden hebben de overhand, die mij ten   onrechte vervolgen.
Hoewel ik niets geroofd had, moest ik toch vergoeding geven.
God, Gij kent mijn dwaasheid; mijn overtredingen zijn voor U niet verborgen.

Heer, laat hen die U verbeiden niet over mij beschaamd staan, Heer der heerscharen.
Laat hen die U zoeken, God van Israël; niet omwille van mij te schande worden.
Want om U word ik versmaad, schaamrood overdekt mijn gezicht.
Ik ben een vreemdeling voor mijn broeders, een onbekende voor de zonen van mijn moeder.
Want de ijver voor uw Huis heeft mij verteerd; de versmading van hen die U smaden is op mij gevallen.

Toen ik mijn ziel door vasten vernederde, werd het mij tot smaad;
toen ik mij hulde in een boetekleed, gebruikten zij mij als spreekwoord.
Die in de poort zitten belasteren mij; de wijndrinkers zingen een spotlied over mij.
Maar ik richt mijn gebed tot  U, Heer; nu is het tijd om genadig te zijn.
God, verhoor mij in de volheid van Uw Barmhartigheid, in de Waarheid van Uw verlossing.
Red mij uit het slijk, opdat ik er niet in zal wegzinken; bevrijd mij van hen die mij haten, uit de diepte van de wateren.
Laat de stormvloed mij niet overstromen; noch de afgrond mij verzwelgen; laat de kuil zich niet boven mij sluiten.
Verhoor mij Heer, want Uw Barmhartigheid is goed; zie op mij neer volgens de menigte van Uw ontferming.
Wend Uw aangezicht niet af van Uw dienaar,  verhoor mij haastig wanneer ik gekweld word.
Kom tot mijn ziel om haar te verlossen, bevrijd mij van mijn vijanden.
Gij kent immers mijn smaad en mijn schande, hoe het schaamrood mij overdekt.
Voor Uw ogen zijn allen die mij kwellen: mijn ziel verwacht smaad en ellende.
Ik wacht op een medelijdende, maar er is er geen; op een trooster, maar ik heb niemand gevonden.
Voor spijs gaven zij mij gal; in mijn dorst drenkten zij mij met azijn.
Hun tafel wordt hun tot strik, tot vergelding en struikelblok.
Hun ogen worden verduisterd, zodat zij niet meer zien; hun rug is voor altijd gekromd.
Want Gij giet Uw toorn over hen uit, Uw grimmige woede zal hen grijpen.
Hun woonstee veranderd in verlatenheid, er is niemand meer om te wonen in hun tenten.
Want hen die Gij geslagen had, hebben zij vervolgd; en aan de pijn van hun wonden hebben zij nog toegevoegd.
Daarom voegt Gij zonde bij hun zonden; zij zullen niet ingaan in Uw gerechtigheid.
Zij worden gewist uit het Boek der levenden, en niet ingeschreven met de rechtvaardigen.

Ik ben ellendig en vol pijn; God, laat Uw heil mij opnemen.
Dan zal ik de Naam van God loven met een lied; ik zal Hem verheffen met lofzang.
Dat zal God meer behagen dan een jong kalf met horens en hoeven.
Mogen de armen het zien en zich verheugen: zoekt God, dan zal uw ziel gezocht worden.
Want de Heer heeft de arme verhoord; Hij heeft Zijn gevangenen niet gering geacht.
Dat hemel en aarde Hem loven, de zee en alles wat zich daarin beweegt.
Want God zal Sion verlossen, de steden van Judea zullen weer opgebouwd worden.
Men zal daar wonen en ze ontvangen als erfdeel.
Het zaad van Uw dienaren zal ze bezitten; wie Uw Naam liefhebben, zullen daarin wonen”. Psalm 69[69] vert. ROK ’s-Gravenhage.

Thuis komen [= uit Geloof meeleven]
In de 2e eeuw van onze jaartelling schreef ene Mathetus in een brief aan Diognetus het volgende over de christenen om hem heen:
”                  Christenen vallen niet op door hun nationaliteit, taal of gewoontes. Ze wonen niet in aparte steden, spreken geen vreemd dialect, volgen geen bizarre gewoontes.
Ze volgen gewoon de gewoontes van de stedelingen en de streek waar ze toevallig wonen. En toch is er iets buitengewoons aan hun leven.
            Ze wonen in hun land alsof ze er tijdelijk zijn.
            Ze vervullen hun rol als burgers, maar ze hebben last van dezelfde beperkingen als vreemdelingen. Ieder land kan hun vaderland zijn, maar waar ze ook zijn:     het land is vreemd voor hen.
Net als anderen trouwen ze en krijgen ze kinderen, maar ze leggen ze niet te vondeling.
Ze delen hun maaltijden, maar niet hun vrouwen. Ze laten zich niet door het lichamelijke beheersen.
Ze leven hun leven op aarde als burgers van de Hemel.
ze gehoorzamen de wetten, maar op een niveau dat iedere wet overstijgt.
Ze leven in armoede, maar verrijken velen.
ze zegenen wanneer ze uitgescholden worden en reageren hoffelijk op beledigingen.
Als ze afgestraft worden, verheugen ze zich, alsof ze nieuw leven ontvangen”.

Thuis komen is ons ‘tot zaad’ voor anderen.
Misschien leven we ook in onze tijd in zware tijden, òf is dat altijd zo en afhankelijk van de wijze waarop iemand in het leven staat en natuurlijk waar iemand zich bevindt.
Wij blijven God echter danken voor de gaven die voortkomen uit de Komst in deze wereld van Zijn eniggeboren Zoon.
Wij delen dezelfde Traditie van het eerste millennium van het Christendom. Het vroege christendom is een bijzondere periode in het denken over lijden en ondanks dàt lijden blijven volhouden.
Jezus Christus, Die wij navolgen, is bekend geworden vanwege het feit dat Hij overal waar Hij kwam mensen genas. Deze zelfde Jezus sterft een ellendige en gewelddadige dood, één die geen tragische vergissing is, maar is voorzien; die niet wordt ontlopen en die het mogelijk maakt dat anderen gered worden.
Zijn volgelingen vraagt Christus om bereid te zijn om mee te lijden én mee te genezen.
De getuigen van deze Traditie zijn de Allerheiligste Moeder van God, de Maagd Maria, en de heiligen die wij vereren. Hieronder zijn ontelbare martelaren die getuigenis hebben gegeven van hun trouw aan Christus en het “zaad van de Christenen” zijn geworden.
De getuigen spreidden buitengewone zorg en onderlinge menselijke liefde ten toon.  Ze spaarden zichzelf niet, maar zorgden voor elkaar; voortdurend hielpen zij elkaar.
Ze dienden de zieken in Christus en met hen lieten ze in blijdschap dit leven los.
Soms kregen ze de ziekte van anderen, liepen die van hun naasten op. […]
Velen waren er die zelf stierven na anderen te hebben verpleegd en genezen.
Zo haalden zij zichzelf de dood op de hals. […]
De grootsten onder onze Getuigen zijn op deze manier gestorven,
spelleiders, diakenen en mensen uit het kerkvolk, worden om deze reden hogelijk geprezen.
Deze manier van sterven leek niet minder waard te zijn dan het martelaarschap,
door de grote Vroomheid en het vurige Geloof die ermee gepaard gingen.
    Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben“ John.3: 16.

Thuis komen is ontberen
Waarom wil diegene die zijn vertrouwen stelt op de materie niet vertrouwen op God?  Tatianus [ca.120-180] waarschuwt tegen het ongebreideld vertrouwen op de geneeskunst en op geneeskrachtige stoffen:
“ . . . . . Waarom nadert u niet tot de veel machtiger Heer, maar probeert u uzelf te genezen als een hond met gras, een hert met een adder, een zwijn met een rivierkrab of een leeuw met apen? Waarom vergoddelijkt u het natuurlijke? En waarom wordt u, die uw naaste geneest, een weldoener genoemd? Geef u over aan de Macht van het Woord”.
Lichamelijk lijden kan ons volgens Tatianus helpen om op God te vertrouwen en de oppermachtige geneeskunst kàn dat vertrouwen juist in de weg staan.
Toch, als mensen zich tot de geneeskunst wenden en daardoor genezen worden, keurt Tatianus dat niet af, mits zij zich na hun genezing tot God wenden, Hem voor hun genezing danken, het resultaat aan Hem toeschrijven en zich stellen onder de Heilige Geest:
  En al wordt u genezen door medicijnen [ik geef die mogelijkheid beleefdheidshalve toe], dan past het u om getuigenis af te leggen dat God het is die genezen heeft”.      Toch betekent dit niet dat lijden maar moet worden verdragen.
Net zoals lijden kan duiden op een dieperliggend euvel bij de mensheid, kan ook genezing boven zichzelf uit wijzen, namelijk naar de reddende nabijheid van Jezus Christus die we hebben leren kennen als de ‘grote Geneesheer’.
Ondanks afwijzende geluiden overweegt in de vroegchristelijke kerk de acceptatie van medisch handelen.
             Ondanks alle overeenstemming gaan het christendom en de omringende cultuur op het punt van de lijdzaamheid nogal eens in discussie. Een belangrijk kritiekpunt van de vroege kerk op de visie van de filosofen op lijdzaamheid is dat zij haar als vorm van individuele levenskunst interpreteren.
In correctie daarop, en in navolging van Christus, legt de vroege kerk een directe verbinding tussen de lijdzaamheid en de liefde.
Cyprianus van Carthago [200-258], die een heel werk aan de lijdzaamheid besteedt, wijst erop dat we de boom aan de vruchten kennen en dus ook de deugd:
  … niet in woorden maar in daden. Wij tonen onze wijsheid niet door middel van onze kleding maar door waarachtig te zijn; wij kennen de deugden door ze in praktijk te brengen in plaats van er hoog van op te geven; wij spreken niet van grote dingen, maar we leven ze uit”
Volgens Cyprianus kunnen lijdzaamheid en menslievendheid niet zonder elkaar:
Liefde is de band van gemeenschap, het fundament van vrede, de standvastigheid en kracht van de eenheid: zij is groter dan zowel Hoop als Geloof; zij munt uit in zowel goede werken als lijden om het Geloof en als een eeuwige deugd zal zij altijd bij ons zijn in het koninkrijk der Hemelen. Neem het geduld weg en het zal niet bestendigen. Neem weg het beginsel van verdraagzaamheid en toelating en  het heeft geen wortel of kracht meer
.
Zo verbond ook de Apostel, toen hij zijn loflied uitsprak, de lijdzaamheid of het geduld daarmee, toen hij zei:
    De liefde is lankmoedig, de liefde is goedertieren, zij is niet afgunstig, de liefde praalt niet, zij is niet opgeblazen, zij kwetst niemands gevoel, zij zoekt zichzelf niet, zij wordt niet verbitterd, zij rekent het kwade niet toe.
Zij is niet blije over ongerechtigheid, maar zij is blij met de Waarheid.
Alles bedekt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles verdraagt zij1Cor.13: 4-7.Het hedendaags martelaarschap
‘Het opnemen van je persoonlijke Kruis’ is geen populair gegeven in onze moderne samenleving. We proberen het lijden juist te ontvluchten, verbannen het uit ons bestaan, lopen er met een wijde bocht omheen.
We leven heden-ten-dage in een consumentencultuur. We streven naar een gelukkig leven en willen het bereikte en nagestreefde geluk met alle mogelijke [technische] middelen bewaren. Ondanks een met de mond beleden failliet van het maakbaarheidsdenken uit de vorige eeuw is ons vertrouwen in menselijke mogelijkheden nog springlevend, misschien wel tegen beter weten in. ‘Kruis dragen’ kan allereerst slaan op de navolging van Christus; de gehoorzaamheid aan Gods geboden, ondanks krachtige tegenstand. ‘Kruis dragen’ krijgt hier al snel de kleur van het martelaarschap in de geest van de Bergrede.
    Zalig de vervolgden omwille van de Gerechtigheid, want aan hun is het Koninkrijk der Hemelen. Zalig gen je, wanneer men jou smaadt en vervolgt en liegende allerlei kwaad van je  spreekt om MijnentwilMath.5: 10,11.

Verblijd jezelf en verheug jezelf, want je loon zal groot zijn in de Hemelen; want alzo hebben zij de profeten voor u vervolgd:
    Want Ik weet, welke gedachten Ik over u koester, luidt het woord des Heren, gedachten van Vrede en niet van onheil, om u een hoopvolle toekomst te geven.
⁌ Dan zult jij Mij aanroepen en heengaan en tot Mij bidden en Ik zal naar jou horen;
⁌ Dan zul jij Mij zoeken en vinden, wanneer je naar Mij vraagt met uw ganse hart.
⁌ Dan zal Ik Mij door u laten vinden, luidt het Woord des Heren, en in uw lot een keer brengen;
⁌ dan zal Ik jullie verzamelen uit alle volkeren en van alle plaatsen waarheen Ik jullie verstoten heb, luidt het woord des Heren, en jullie terugbrengen naar de plaats vanwaar Ik je in ballingschap heb doen wegvoerenJeremia 29: 11-14.
➥           Maar in het geseculariseerde Nederland balanceren velen tussen Geloof en ongeloof, onwillig om zich te binden aan normen en waarden die [op z’n minst schijnbaar] hun vrijheid en hun zoektocht naar geluk inperken.
De stijl van het Hemels Koninkrijk staat kritisch tegenover deze vaak eendimensionale en snelle belevingscultuur. Die kritiek, en het daaruit voortkomende zoeken naar een ‘tegenovergestelde  positie’, wordt door veel christenen als een hedendaagse vorm van navolging en dragen van het persoonlijk kruis gezien.
    Maar jij, spreek mijn woorden tot hen, of zij horen dan wel het nalaten, want zij zijn weerspannig. En jij, mensenkind, hoor wat Ik tot je zeg; wees niet weerspannig gelijk het weerspannige geslacht; doe je mond open en eet wat ik je geefEzechiël 2: 7,8.

De alheilige wereldomvattende Kerk, ‘een Mysterie’ – icoon

De Kerk, die de op aarde voortlevende Christus, dat is de gemeenschap van de gelovigen, die verzameld rond de toezichthouder als opvolger van de Apostelen met de spelleiders en hun dienaren [de priesters en diakenen] , samen de Goddelijke Mysteriën vieren:
– niet alleen in de dienst, maar als voorbeeld voor anderen in hun leven, door ‘alle‘ onderlinge onenigheid en naijver ‘te bekritiseren’ en ‘uit te bannen’ en vervolgens samen te laten klinken als een grote symfonie.
     Hoe zwaar de reis naar Rome het onze Ignatios ook gemaakt werd, beladen met boeien en onophoudelijk opgejaagd door een cohort ‘Romeinse’ soldaten, leek het soms een triomftocht:
van alle kanten kwamen Christenen naar hem toe om afscheid te nemen van hun geliefde ‘Antiocheense‘ bisschop.
Soms werd er zelfs ‘een dreigende houding aangenomen’ en werd met wereldse normen de degens gekruist, maar Ignatios kalmeerde de gemoederen en vroeg dringend de naderende dood ‘niet‘ te verhinderen:
    Sta me toe een navolger in Christus te zijn in het lijden van onze God . . .
Laat mij maar voedsel zijn voor [het journaille] de wilde dieren, want daardoor zal ik God vinden.
Ik ben het tarwe van Christus, die gemalen wordt door de tanden der leeuwen,
om zuiver brood te worden voor onze Heer en Verlosser, Jezus Christus
”.

Apolytikion     tn.4.
Zoals gij opvolger zijt op de troon van de Apostelen,
hebt gij ook hun levenswandel nagevolgd;
en wat gij als Waarheid had beschouwd,
hebt ge in daden volbracht, door God bezield.
Recht hebt gij gesneden het Woord der Waarheid en
om het Geloof hebt ge zelfs uw bloed vergoten.
Bidt daarom tot Christus God,
bisschop, martelaar Ignatios,
opdat onze zielen mogen worden gered
”.

Troparion.    tn.3.
De lichtende dag van uw stralende strijd
kondigt de Goddelijke Geboorte aan.
Want in dorstende liefde aan Hem deel te hebben,
hebt gij u gehaast om door wilde dieren te worden verslonden.
Daarom wordt gij terecht Goddrager genoemd,
roemrijke hiëromartelaar Ignatios
”.

30e Zondag na Pinksteren – Zondag voorafgaand aan de Geboorte van Christus, waarbij wij de Rechtvaardigen gedenken, die God aangenaam zijn geweest, van Adam tot/met Joseph, de verloofde van de Theotokos; het Voorfeest van Kerst.

    Geslachtsregister van Jezus Christus, de zoon van David, de zoon van Abraham.
Abraham verwekte Isaäc, Isaäc verwekte Jaäcob, Jaäcob verwekte Juda en zijn broeders, Juda verwekte Peres en Zerach bij Tamar, Peres verwekte Chesron, Chesron verwekte Aram,
Aram verwekte Amminadab, Amminadab verwekte Nachson, Nachson verwekte Salmon,
Salmon verwekte Boaz bij Rachab, Boaz verwekte Obed bij Ruth, Obed verwekte Isai,
Isai verwekte David, de koning. David verwekte Salomo bij de vrouw van Uria,
Salomo verwekte Rechabeam, Rechabeam verwekte Abia, Abia verwekte Asa,
Asa verwekte Josafat, Josafat verwekte Joram, Joram verwekte Uzzia,
Uzzia verwekte Jotam, Jotam verwekte Achaz, Achaz verwekte Hizkia,
Hizkia verwekte Manasse, Manasse verwekte Amon, Amon verwekte Josia,
Josia verwekte Jechonja en diens broeders ten tijde van de Babylonische ballingschap.
     Na de Babylonische ballingschap verwekte Jechonja Sealtiel, Sealtiel verwekte Zerubbabel,
Zerubbabel verwekte Abihud, Abihud verwekte Eljakim, Eljakim verwekte Azor,
Azor verwekte Sadok, Sadok verwekte Achim, Achim verwekte Eliud,
Eliud verwekte Eleazar, Eleazar verwekte Mattan, Mattan verwekte Jakob,
Jaäcob verwekte Jozeph, de man van Maria, uit wie Jezus geboren is, die Christus genoemd wordt.
Al de geslachten dan van Abraham tot David zijn veertien geslachten en van David tot de Babylonische ballingschap veertien geslachten en van de Babylonische ballingschap tot de Christus veertien geslachten.
De geboorte van Jezus Christus geschiedde aldus.
Terwijl zijn moeder Maria ondertrouwd was met Jozeph, bleek zij, voordat zij gingen samenwonen, 
zwanger te zijn uit de heilige Geest.
Daar nu Joseph, haar man, rechtschapen was en haar niet in opspraak wilde brengen, was hij van zins in stilte van haar te scheiden.
     Toen die overweging bij hem opkwam, zie, een engel des Heren verscheen hem in de droom en zei:
    Jozef, zoon van David, schroom niet Maria, uw vrouw, tot u te nemen, want wat in haar verwekt is, is uit de heilige Geest. Zij zal een zoon baren en gij zult Hem de naam Jezus geven. Want Hij is het die Zijn Volk zal redden van hun zonden.
       Dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden hetgeen de Heer door de profeet gesproken heeft, toen hij zeide:
      Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon baren, en men zal Hem de naam Immanuel geven, hetgeen betekent: God met ons.
   Toen Jozef uit zijn slaap ontwaakt was, deed hij, zoals de engel des Heren hem bevolen had en hij nam zijn vrouw tot zich. En hij had geen gemeenschap met haar, voordat zij een zoon gebaard had. En hij gaf Hem de naam JezusMatth.1: 1-25.

    Door het Geloof heeft Hij vertoefd in het land van de Belofte, als in een vreemd land, waar hij in tenten woonde met Isaäc en Jaäcob, die mede-erfgenamen waren van dezelfde belofte; want hij verwachtte de stad met fundamenten, waarvan God de ontwerper en bouwmeester is.
En wat moet ik nog verder aanvoeren?
Immers, de tijd zou mij ontbreken, als ik ging verhalen van 
Gideon, Barak, Simson, Jefta, David en Samuël en de profeten, die door het geloof koninkrijken onderworpen, gerechtigheid geoefend, de vervulling der belofte verkregen hebben, muilen van leeuwen dichtgesnoerd, de kracht van het vuur gedoofd hebben.
Zij zijn aan scherpe zwaarden ontkomen, in zwakheid hebben zij Kracht ontvangen, zij zijn in de oorlog sterk geworden en hebben vijandige legers doen afdeinzen.
Vrouwen hebben haar doden uit de opstanding terugontvangen, anderen hebben zich laten folteren en van geen bevrijding willen weten, opdat zij aan een betere opstanding deel mochten hebben.
Anderen weder hebben hoon en geselslagen verduurd, daarenboven nog boeien en gevangenschap.
Zij zijn gestenigd, op zware proef gesteld, doormidden gezaagd, met het zwaard vermoord; zij 
hebben rondgezworven in schapevachten en geitevellen, onder ontbering, verdrukking en mishandeling – de wereld was hunner niet waardig –
zij hebben rondgedoold door woestijnen, en gebergten, in spelonken en de holen der aarde.
Ook deze allen, hoewel door het Geloof een getuigenis aan hen gegeven is, hebben het beloofde niet verkregen, daar God iets beters met ons voor had, zodat zij niet zonder ons tot de volmaaktheid konden komenHebr.11: 9-10, 32-40.

Met de eerste twee Griekse woorden, biblos geneseōs [lett. ‘boek van de oorsprong’] in de weergave van de Blijde Boodschap naar Mattheüs wordt het boek Genesis in herinnering geroepen en een verband gelegd met de eerste hoofdstukken van de Bijbel.
Het kan dus zijn dat Mattheüs hier spreekt over het ‘boek van de geschiedenis’ en daarmee het hele hierna volgende Evangelieboek bedoelt. Maar aangezien alle geschreven teksten ‘boeken’ werden genoemd, kan het ook ‘geslachtslijst’ betekenen en dan heeft Mattheüs hier de lijst van zijn 1e hoofdstuk vers 2-17 op het oog.
In beide gevallen wordt echter een verband gelegd met de eerste hoofdstukken van de Blijde Boodschap.
De schepping van hemel en aarde [Gen.2: 4] en de schepping van de mens [Gen.5:  1] wordt met de ‘Geschiedenis’ van Jezus Christus in verband gebracht.
Via deze Joodse man, de Zoon van David, de Zoon van Abraham, zal de oorspronkelijke bedoeling van God met de Schepping, de mensheid en geheel Israël [incl. de Kerk] hersteld worden: 
    Gaat dan heen en maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heiligen Geest en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb. En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding van de wereldMatth.28: 19-20.
Deze inleiding is te vergelijken met het prachtige begin van het Evangelie naar Johannes de Theoloog.

In het leven van onze Heer Christus Jezus nemen vrouwen een bijzondere plaats in. Maar dat begint al direct in de allereerste verzen van het eerste Evangelie in het Nieuwe Testament. Daar treffen we het geslachtsregister van Jezus Christus aan. Vrouwen in het geslachtsregister van de grote Koning. Een grotere revolutie binnen de cultuur van die tijd kon vrijwel niet.
We gaan er dus naar kijken.

Er is een heel concreet onderscheid tussen het geslachtsregister in Lucas en dat in Mattheus. Veel theologen worstelen met de verschillen die ze terugvinden in deze registers.
De belangrijkste oorzaak ligt in het feit dat ze niet opmerken dat elk Evangelie zijn eigen invalshoek heeft om het leven van Christus te belichten.
Zo tekent Lucas onze Heer als de Zoon des mensen.
    Vandaar dat het geslachtsregister van Lucas begint met de aardse naam Jezus en dan terugloopt in de geschiedenis naar de eerste mens: Adam. In deze menselijke lijn wordt – geen enkele keer – een vrouw vermeld.
      Mattheüs tekent Christus als de Koning. Het geslachtsregister welke hij optekent werkt vooruit in de geschiedenis, maar begint niet bij de eerste mens, maar bij Abraham. De eerste aan wie de beloften van het komende Koninkrijk gedaan zijn. Mattheus tekent de lijn vanaf Abraham naar Joseph, maar dan staat er in tegenstelling tot het geslachtsregister van Lucas bij dat hij de man was ‘van Maria, de Moeder God’s’.
       Het is zeer opvallend dat in de menselijke lijn geen vrouw genoemd wordt, maar juist als die lijn getekend wordt die recht geeft op de troon van David er -‘vier vrouwen’- vermeld worden.
Het was zo-wie-zo al heel apart dat er vrouwen vermeld worden in een geslachtsregister; dat deed men niet. Nu juist in die hoge lijn, waar het recht op de troon uit zal blijken, worden er maar liefst -‘vier vrouwen’- vermeld.

Letterlijk vertaald, begint Mattheüs met de woorden: ‘het boek van de ‘Genesis’ van Jezus …’. Daarna volgt een lange lijst met namen. Veel mensen hebben dan de neiging om dat saaie stukje maar over te slaan. Toch hebben zelfs de stambomen ons iets te vertellen.

De Joodse schrijver Mattheüs, bouwt zijn boek op volgens het model van de Thora [de Wet], die met Genesis begint. Genesis betekent ‘oorsprong, voortbrengsel’, maar ook ‘stamboom’.
Zo heeft Mattheüs zelfs het inleidende zinnetje uit Genesis 5:1 geleend, dat begint met: ‘Dit is het boek van de Genesis van Adam’.

Zowel in Mattheüs 1 als in Genesis 5 volgt er dan een stamboom. 
Mattheüs gebruikt in zijn geslacht’s-register het getal 14. Het getal 10 drukt de verantwoordelijkheid van de mens uit tegenover God: de tien woorden van de Wet; het getal 4 duidt op de volheid in de schepping van deze wereld.
Mattheüs gebruikt 3 maal het getal 14, omdat er 3 maal 14 pleisterplaatsen waren waar Israël tijdens de uittocht verbleef [Numeri 33]. Het getal 42 [3×14] spreekt over de weg van de slavernij naar de Verlossing.
In navolging van de 42 pleisterplaatsen in Numeri 33, worden de meeste Thora-rollen zo geschreven dat er op ieder vel 42 regels onder elkaar staan, verdeeld in drie kolommen.

Iēsous is de Griekse vorm van het Hebreeuwse jēsjūa’, hetgeen ‘de Heer is redding’ betekent. Christos, (gezalfde) is Grieks voor ‘messias’, de persoon over Wie de profeten profeteerden en die Israël verwachtte. Jezus is de eigennaam en ‘Messias’ de ambtsnaam of titel.
Zoon van David’ was de meest gangbare messiaanse titel onder de Joden [vgl. Psalmen van Salomo, hfst.17]: de Messias zou voortkomen uit het geslacht van David, dat de belofte van een eeuwig koningschap had ontvangen [2Sam.7: 12-13; Isaiah.9: 6]. Deze benaming spreekt primair van Heil voor Israël [voor de Kerk].

Jezus was, evenals David, ook een nakomeling van Abraham [vs.2-16].
Abraham, zelf een heiden van geboorte, was de eerste die een messiaanse belofte ontving, die sprak over heil voor de volkeren [Gen.12: 3; 18: 18; 22: 18].
Deze belofte zal uiteindelijk in Jezus vervuld worden [vgl. Matth.8: 11-12; 28:19; Rom.4 :1-25; Gal.3: 6-29].

In de samenstelling van beide lijsten vindt men getallensymboliek.
Het duidelijkst is dit bij Mattheüs 1: 17. Hij noemt 3 x 14 generaties tussen Abraham en Jezus.
Maar ook bij Lucas komen we dit impliciet tegen. Hij plaatst Jezus in de wereld-geschiedenis die met Adam begint. ‘God’ niet meegeteld, geeft hij 77 namen, d.w.z. 11 x 7.
In de joodse literatuur komen we op verschillende plaatsen het verschijnsel tegen, dat ofwel de wereldgeschiedenis [vanaf Adam], ofwel de geschiedenis van Israël [vanaf Abraham] wordt ingedeeld in weken.
Een periode van zeven geslachten vormde in de apocalyptische tijdrekening een wereldweek. Men rekende wel met twaalf wereldweken.
Jezus staat zo gezien aan het einde van de elfde wereldweek, dat betekent dat met Hem een nieuw tijdperk begint, de twaalfde wereldweek.
De laatste wereldperiode, de tijd van het messiaanse Heil is met Hem aangebroken.
Na deze korte en krachtige typering van de persoon van Jezus volgt de geslachtslijst.
Het gaat er in de geslachtsregisters dus niet alleen om de exacte afkomst van Jezus te geven, maar veeleer om Hem te doen uitkomen als het hoogtepunt in een door God geleide historische ontwikkeling.
Het gaat er in de geslachtsregisters dus niet alleen om de exacte afkomst van Jezus te geven, maar veeleer om Hem te doen uitkomen als het hoogtepunt in een door God geleide historische ontwikkeling.

Hoe lang nog?, dat Hij wederkomt.
    Zie, Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij om een ieder te vergelden, naar dat zijn werk isOpenb.22: 12.
Wanneer is spoedig?
Als iets met spoed verstuurd moet worden of doorgegeven moet worden, dan dient het op korte termijn, zo snèl mogelijk plaats te vinden.
Maar spoedig, dat betekent dat het op korte termijn zal gebeuren.
Er wordt niet bij verteld op welk moment precies, maar het duurt niet lang meer.

            Onze Heer en Verlosser Jezus zegt tegen ons:
zie, Ik kom spoedig!” Het duurt niet lang meer, de tijd is gekomen.
Natuurlijk heeft onze Heer dat 2000 jaar geleden aan Johannes laten weten, maar
het zal niet lang meer duren.
Hoe lang nog?
Dat weten we niet, want tegen de engel schrijft in Openbaringen [3: 1-13] aan de
Geloofsgemeenschap van Sardis [Hebr.= Sered ‘vrees’ tot God]:
”    Ik kom als een dief in de nacht, u zult niet weten welk moment dat is“.
We kunnen niet zomaar zeggen op welk moment Jezus terugkomt, dat
is niet voor ons mensen weggelegd.

Tòch zijn er bepaalde zaken die aangeven dat de tijd dichterbij komt.

giro 555

         Onze Heer en Meester geeft Zelf de tekenen aan als Hij spreekt over hongersnood en ziektes, natuurrampen en oorlogen. We zien het allemaal om ons heen gebeuren en het lijkt steeds sneller na elkaar op te volgen en aan de natuurrampen blijken we zèlfs nog mee te werken ook. Daarnaast komen we ook weer terug bij het woordje spoedig, dat kan elk moment zijn. Het zijn allemaal tekenen dat Christus terug zal komen en Hij komt zeker!

We hebben twee kerstdagen en die mogen we allebei gebruiken.
We mogen deze gebruiken voor twee zaken:
1.]. Het gedenken en vieren van de komst van onze Heer en Verlosser Jezus, de Christus in het Vlees hier op aarde. Hij is naar ons toegekomen om de dood te overwinnen.
2.]. We mogen uitzien naar Zijn wederkomst.
Het moment dat alles ten einde loopt hier op aarde, dat het gewoon afgelopen is.
Die dag nadert met rasse schreden en het duurt niet lang meer, Hij komt spoedig.

Op die dag krijgen we ons loon, we krijgen ons loon naar onze werken.
– Wat hebben we voor Christus gedaan en
– hoe hebben we onze tijd hier op aarde besteed?
De kinderen van God krijgen hun loon, dat is niet zoals wij dat kennen.
Het gaat op God’s manier en hoe dat precies zal zijn, dàt weten we niet.
Onze Drie-ene God weet het en deze oproep staat er zodat we ons gereedmaken.
We moeten niet in slaap sukkelen, maar verwachten.
We dienen er helemaal klaar voor te staan.
En als ik dan om me heen kijk, dàn zie ik de tekenen van het einde.
Maar ik zie ook veel slapende mensen, ze doen maar wat en
leven bijna zònder God.
          Begrijp me goed, ik ben niets beter dan ieder ander, sterker nog ik ben de grootste zondaar en deze oproep geldt voor ons allemaal, maar we dienen waakzaam te zijn! Laten we dat daarom samen doen, elkaar hierin bevestigen!

Wat een heerlijk moment als Hij komt.
De pijn is weg en ook het verdriet, het zal goed zijn.
Niet zo ‘goed’ zoals wij het op aarde kennen, maar ontzagwekkend ‘goed’ zoals God het kent.
Dàt kennen wij nu nog niet, maar straks zullen we leren wat goed is.
Hij komt spoedig, laten we ons klaarmaken!

Hypakoi     tn.8.
Een engel maakte voor de Jongelingen het vuur koel als dauw;
zoals deze ook tot de Myrondraagsters sprak:
Waarom brengen jullie Myron? Wie gaan jullie zoeken in het graf?
Christus is opgestaan, want Hij is
het Leven en de Verlossing van het geslacht der mensen
”.

Apolytikion     tn.4.
“ Maak u gereed, Bethlehem [Hebr.= ‘huis van brood’ (voedsel)]
want nu is Eden [Hebr.= ‘ genoegen’] voor allen geopend.
Verheug u, Efrata [Hebr.= ‘ashoop: plaats van vruchtbaarheid’],
want de Boom des Levens is in de grot opgebloeid uit de Maagd.
Haar schoot was het geestelijk Paradijs, waarin
Zich de Goddelijke Spruit bevond.
En wanneer wij daarvan eten, zullen wij leven en niet zoals Adam sterven.
Want Christus wordt vlees om de gevallen icoon weer op te richten”.

Kondakion     tn.3.
    Ziet reeds  nadert de Maagd, om
het Woord dat voor de eeuwen is op
onuitsprekelijke wijze in een grot te baren.
Jubel, o wereld, nu jullie dit hoort;
roemt met de engelen en de herders voor
Hem, Die als een Kind ons verschijnen wil:
onze God, Die is voor alle eeuwigheid
”.

Hier kan zelfs Albert Einstein met al z’n wetenschappelijk optreden niet tegen op
– een deze dagen is zijn brief met bevindingen over iedere vorm van Godsdienst, welke als ‘primitief’ wordt afgedaan voor bijna 2,9 miljoen dollar verkocht.
In plaats van een loopjongen een fooi te geven gaf hij deze arme drommel de brief, die nù geveild werd. Heb je ooit een grotere aanval van de Humanisten op het Christelijk Geloof meegemaakt???
Laten wij ‘met God‘ wijzer zijn – wijzer, dan de wijzen, met hun macht en het geld van deze wereld:
    Gedenk hoe wij mensen ‘het Leven” ontvangen hebben!
Is dàt in ons leven ook al gebeurd, in de gemeenschap van navolgers van Christus?
Hebben wij de boeteprediking ook al op die manier ontvangen, zodat we
in plaats van onszelf te verschonen, in plaats van onze zonden te bagatelliseren, te verkleinen, voor God in mochten vallen en zeggen:
Amen, het is waar. Heer, U bent rein in Uw spreken; 
‘Ik heb Uw Thora, Uw Wet geschonden. Ik heb gedaan wat kwaad was in Uw ogen’“.
    Gedenk hoe wij mensen ‘het Leven’ van oudsher ontvangen hebben!
In Sardis werd niet alleen de Wet gepredikt. Neen, ook de Blijde Boodschap van het evangelie werd daar verkondigd!
De blijde boodschap, die spreekt van ‘het Lam Gods Dat de zonden der wereld wegneemt‘, is ook daar in Sardis gebracht.
Hij is hun gepredikt, Die ons zo vriendelijk uitnodigt:
    Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven;
neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen;
want Mijn juk is zacht en Mijn last is lichtMatth.11: 28-30.
De Vrucht van die prediking was dat er ook in Sardis mensen waren gekomen, die hun rein-making en zaligheid buiten zichzelf gingen zoeken.
Mensen voor wie onze Heer en Verlosser, Jezus Christus dierbaar is geworden;
die hebben leren verstaan wat de Bruid’s-Kerk van Hem getuigt in het Hooglied:
Mijn Liefste is blank en rood, Hij draagt de banier boven tienduizendHooglied 5: 10.
Zulk een is Mijn Liefste; ja, zulk een is Mijn VriendHooglied 5: 16.
Dat hartelijk aanroepen van de Naam des Heren:
U Heer Jezus Christus, Zoon van God, heb medelijden met de mens, die U zo zeer hebt liefgehad?” {gebed van het hart].
Uw Zoon, uit het geslacht van Abraham, van Isaäc en Jaäcob en vervolgens Koning David, ontferm U toch over ons”;
“ U bent toch gegeven, o Heer, tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking, ja tot een volkomen verlossing”.
    Gedenk hoe wij mensen ‘het Leven’ ontvangen hebben!
Is dat ook in ons leven àl gebeurd?
Heeft bij ons die koersverandering al plaatsgevonden, om – zij het in beginsel – alle hulp en Kracht van Hem, van die Profeet, Priester en Koning te leren verwachten?
  Gedenk hoe jij ‘het Leven in Christus‘ ontvangen hebt!

Onze alledaagse ingesleten gewoonten dragen een verschrikkelijk groot gevaar met zich mee.

Een heilige plaats is die gelegenheid waar je jezelf opnieuw kunt vinden. We dienen ons als mens regelmatig terug te trekken uit het dagelijks leven en onszelf te bezinnen en vervolgens verfrist en bewuster tot onszelf te komen.
Het is als een rustplaats onderweg op de reis van ons leven en spiritueel bijtanken om te overleven. Indien je lange tijd niet gegeten hebt, gaat de honger pijn doen als een geheugensteun, dat je onderhoud nodig hebt. We krijgen onvermijdelijk spiritueel trek tenzij wij als mens regelmatig de ziel voeden. Veel mensen noemen dit gebed, anderen beoefenen meditatie, omdat het gedaan wordt door je zintuigen van de omgeving af te sluiten, er rustig voor gaat zitten en diep naar binnen te gaan.
Het mag klinken als een serieuze inspanning, waarbij je uit alle macht probeert steeds meer te ontwaken, je tot je innerlijke roep te richten. De innerlijke afweging heeft geen reden of doel op zich. Waarom staat er dan geschreven dat bidden een dialoog met God is, terwijl we in werkelijkheid fysiek gezien alleen spreken?

      Alles bijeengenomen, alles overziend, is het uiteindelijk een dialoog, omdat God Degene is Die luistert naar onze woorden, onze gebeden.
Wanneer we met Iemand praten, de Ander, Die luistert, instemt en goedkeurt wat we zeggen. Echter, van tijd tot tijd luistert God niet naar ons gebed. Maar ook dit is een antwoord van Zijn kant. Òf luister ernaar en het is nog steeds een dialoog, een communicatie, een gemeenschap met Hem. Soms wil ons hart graag zingen tot God, met behulp van eigen woorden. Hoe kunnen we bidden terwijl we met iemand anders zijn of in een kleine groep?
      Alles overwegend concluderen we dat een verhoogd gebed in een groep God zeer behaagt. We mogen daarbij in overweging nemen dat op het ogenblik dat de spelleider Petrus werd gearresteerd en gevangen gezet, ergens in een huis veel mensen samen kwamen om voor hem te bidden. Zijn omgeving heeft indertijd de gedachten op God gericht, op dezelfde wijze als met welke vurige pijlen, die men afvuurt – om aandacht te trekken. In zijn omgeving hadden de gelovigen allemaal hetzelfde verlangen, dezelfde hoop, hetzelfde gebed … Iedereen smeekte om dezelfde reden: dat deze steenrots in de branding zou worden bevrijd van de dood, want de volgende dag zouden ze hem in het openbaar ombrengen, voor de ogen van het volk van Jeruzalem. Die christenen vroegen dan dat deze  heilige Petrus uit de gevangenis werd bevrijd, uit de dood. En omdat ze allemaal baden met dezelfde vurigheid en dezelfde intentie in gedachten, beantwoordde God hun gebeden. Dus wanneer een groep mensen bidt, ‘s ochtends of’ s nachts – zoals we het vroeger bijvoorbeeld op school deden en één van ons om beurten uit de Blijde Boodschap voorlas, terwijl de anderen luisterden, het is iets heel moois … maar de enige voorwaarde is dat iedereen aandachtig is voor de woorden van het gebed.
      Het specifiek innerlijk gebed is beter, vanuit mijn gezichtspunt, omdat wanneer mijn geest uiteenvalt en ik de aandacht verlies van wat ik net heb gezegd, ik terug kan gaan en het kan herhalen.
Ik keer me in gedachten om, maak m’n excuses aan God voor mijn onoplettendheid en keer terug naar de oprechtheid van het gebed. Ik kan dit perfect doen als ik alleen ben. Maar als er meer mensen bij me zijn, kan ik niet iedereen vertellen om te stoppen en kunnen we teruggaan naar het punt waarop ik afgeleid werd.
Dat is de reden waarom ik verkondig dat groepsgebed erg goed is, wanneer iedereen volledig gefocust is en aandachtig is op datgene wat er gezegd wordt.
Maar zoals ik al zei, overkomt mij regelmatig, dat ik in gezamenlijk gebed afgeleid wordt en is naar mijn mening het persoonlijk gebed in je binnenkamer het beste: dat eenieder afzonderlijk bidt, en op ieders persoonlijk wijze gehoord wordt in het Mysterie van zijn leven.
       Ontwaken is als een los komen, bevrijden va datgene wat je als alledaagse last met je meedraagt. In dit opzicht is het iets anders dan al de andere dingen die we doen, behalve misschien muziek en ons op de muziek voortbewegen. We laten ons als het ware meedragen op de eeuwigheid – buiten de tijd. We zijn iet langer gericht op het bereiken van een bepaalde plek, positie of anderszins – het is als vliegen op de wind.
Gebed, een ontmoeting met het Mysterie is de ontdekking dat ‘leven’ altijd wordt bereikt in het -hier en nu- los van plaats, omstandigheden en het zelf. Het is als muziek en kunst, je laat je meevoeren naar hemelse sferen buiten jezelf, zoadat je als Petrus zegt: “Heer, laat ons hier drie tenten bouwen, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia”.
Daar op de berg, die verhoging en verheffing zagen de apostelen een glimp van Christus’  Heerlijkheid terwijl Hij aan het bidden was. Zijn gebed is een gesprek met Mozes en Elia,  zij spraken over Zijn lijden en dood. Het kan niet anders dan dat het een gesprek is geweest, dat dicht op de huid zit; het gaat immers over de verdere afwikkeling van ons christelijk leven. Heeft ons stil-staan en het tot jezelf komen daar niet iets van weg?
Het aanzien, het gelaat van onze Heer en Verlosser transfigureerde, was heel ‘anders’, ook Zijn kleding schitterde. Wij weten dat wij als gelovigen in die Heerlijkheid van onze Heer zullen delen. Het is zoals de spelleider ‘Paulus’ ons duidelijk maakt:
    Thans verblijd ik mij over hetgeen ik om uwentwil lijd, en vul ik in mijn vlees aan wat ontbreekt aan de verdrukkingen van Christus, ten behoeve van Zijn Lichaam, dat is de [christelijke] Gemeenschap.
Haar dienaar ben ik geworden krachtens de bediening, die mij door God is toevertrouwd, om onder u het Woord van God tot Zijn volle recht te doen komen, het Geheimenis
[Mysterie], dat eeuwen en geslachten lang verborgen is geweest, maar thans geopenbaard aan Zijn heiligen.
Hun heeft God willen bekendmaken, hoe rijk de Heerlijkheid van dit Geheimenis is onder de heidenen: ‘
Christus onder u, de Hoop der Heerlijkheid’. Hem verkondigen wij,  wanneer wij ieder mens terechtwijzen en ieder mens onderrichten in alle Wijsheid, om ieder mens in Christus volmaakt te doen zijnCol.1: 24-28.
De berg Thabor, de verheffing/verhoging van uzelf in gebed is nog steeds een heilige plaats, waar wij als goddelijk kind geboren worden. Het is een Theophanie, God toont Zichzelf.
Laat je op momenten zoals deze in herinnering blijven, dat je telkenmale werd opgenomen in intimiteit met God, en die opname mocht ervaren die gepaard gaat met intimiteit.
We staan onszelf vaak niet meer toe om te wennen aan de Goddelijke Liturgie of de Hemelse zang me de engelen, of de Glans van het Leven, of …  de beker van het leven te drinken, om er maar niet aan gewend te raken, want het kan bitter blijken te zijn.
Om ontzag te hebben wanneer de grootse actie van het leven plaatsvindt; met veel opwinding, bewustzijn en dankbaarheid naar God òm te kijken, aandacht te hebben voor het Goddelijke in ons leven.
Kunnen we altijd weer opnieuw als voor de eerste keer en misschien wel de laatste keer de Goddelijke Liturgie zo aanschouwen, als een werkelijke ontmoeting met onze Heer en Verlosser?
Welnu, in de gewoonte, in datgene wat we gewend zijn te doen, in hetgeen inslijt, daarin zit het grootste gevaar.
Bij de les blijven, op je ‘qui
vive’ blijven en in het persoonlijk gebed en
in de Goddelijke Liturgie en, en, en …
            Wanneer we als christen leven in het perspectief van ons Kruis, onze onafwendbare dood, dan maakt het niet langer uit                                                            hoe onaangenaam anderen bij ons zijn, hoeveel zij ons laten lijden, omdat we alert dienen te blijven op onze eigen ziel.
Stilte, gebed en tot jezelf komen zijn in dat soort situaties het enige goede wat ons nog overblijft.
Laten wij het kwaad overwinnen met vriendelijkheid, medelijden en liefde
Wanneer iemand Zijn Heer en Verlosser, in gebed of in de [lichamelijke] ontmoeting tijdens de Goddelijke liturgie geheel nabij probeert te ervaren – zich de Heer dicht nabij te voelen en zijn ideaal probeert te leven, is het nooit en te nimmer een gewoonte.
Maar, en dat is laten we het zo uitdrukken, niet te voorkomen,
om er een vaste regel van te maken, zoals de Kerkelijke Wet voorschrijft,
doet regeren de meeste mensen niet veel goed,
als een gebod optimale netheid, schoonheid, en onvoorwaardelijke overgave aan God in het leven in te bouwen, is ons als mens niet gegeven, dat hebben we onophoudelijk de Genadegaven van de Heilige Geest bij nodig.
Wees op die wijze de komende dagen bij ons aanwezig –
verheug u met uw komst in de overvolle kerken en
ervaar onze geest en onze manier van denken en
aandacht voor God en ervaar dat God daar bij ons is.
God heeft de mensen lief,
God is ons mensen allen genadig,
Hij zegent ons, geeft ons vrede,
zegen daarom de Heer en
heilig slechts Hem.