Melchisedek, priester van God, de Allerhoogste

Melchizedek, koning & priester van de allerhoogste God

  Nu is het onweersprekelijk, dat het mindere door het meerdere wordt gezegend.
En hier ontvangen sterfelijke mensen tienden, doch dáár Iemand, van Wie wordt getuigd, dat Hij leeft.
Ja, om zo te zeggen, is zelfs Levi, die tienden heft, door Abraham aan het tiendrecht [van een ander] onderworpen, want hij was nog in de lendenen van zijn vader, toen Melchisedek deze tegemoet kwam.
   Indien nu het Levitische priesterschap ‘het volmaakte’ gebracht had, immers, daaronder heeft het Volk de Wet ontvangen – waarom was het dàn nog nodig, dat een àndere Priester naar de ordening van Melchisedek opstond, van Wie niet gezegd werd, dat Hij naar de ordening van Aäron is?
   Want uit een verandering van priesterschap volgt noodzakelijk ook een verandering van Wet.
Want Hij, van Wie aldus wordt gesproken, heeft behoord tot een andere stam, waaruit niemand met het altaar te doen had:
   het is immers duidelijk, dat onze Heer uit Juda is gesproten, ten aanzien van welke stam Mozes met geen woord van priesters gerept heeft. En nog veel duidelijker wordt het, als naar het evenbeeld van Melchisedek een andere Priester opstaat, Die dit niet geworden is krachtens een Wet met een voorschrift betreffende vleselijke [afkomst], maar krachtens een onvernietigbaar Leven.
   Want van Hem wordt getuigd:
Gij zijt Priester in eeuwigheid naar de ordening van Melchisedek
Hebr.7: 1-17.

God staat niet zo maar buiten de tijd, afwezig ergens aan de overkant. Maak voor jezelf alsjeblieft geen beeld van God, want dan schiet je altijd schromelijk tekort, God is een Mysterie en gaat ons verstand vèr te bóven.
Wordt Hij juist niet de Eeuwige genoemd om Hem van al het menselijke te onderscheiden?
Tegelijkertijd tasten we niet dankzij Christus niet volstrekt in het duister over de onderlinge relatie tussen tijd en eeuwigheid, God’s samenwerken met de mens.
    De Heer zegt tot mijn Heer: zit neer aan Zijn rechterhand.
Opdat Ik uw vijanden zal maken tot een steun onder uw voeten.
Een scepter van Kracht zal de Heer u zenden vanuit Sion:
Heer, temidden van uw vijanden.
Bij U is heerschappij op de dag van uw kracht, in de stralende luister van uw heiligen.
Uit de schoot heb ik U voortgebracht vóór de morgenster.
De Heer heeft gezworen, onveranderlijk:  Gij zijt de priester in eeuwigheid, volgens de orde van Melchisedek.
De Heer is aan uw rechterhand; Hij verbrijzelt koningen op de dag van Zijn toorn.
Hij oordeelt de volkeren, maakt talrijk de gevallenen; de hoofden van velen verplettert Hij op de grond.
Uit een beek onderweg zal Hij drinken, en dan het hoofd verheffenPsalm 109[110], vert. ROK ’s-Gravenhage.

 

Christus Pantokrator

Toen onze Heer en Verlosser, vanwege het onvermogen van de mens om de kloof tussen God en mens te overbruggen, als mens tijdelijk op aarde kwam, liet Hij ons zien Wie de Eeuwige is. En ook over een tijdje in onze begrippen, want bij God bestaat geen tijd.
Ook dàn zal er steeds de herinnering, ‘de eeuwige gedachtenis‘, aan onze tijd zijn.
Het Lam – ‘de Koning van Rechtvaardigheid’ – zal eerst dàn het centrum zijn van de nieuwe wereld en de nieuwe aarde.
Eerst dàn zal de historische noodzaak van Christus’ Offer ons tot God’s Glorie eeuwig voor ogen staan.
Hij is Almachtig en sluit alles aaneen.


Melchisedek [Hebr.:
מַלְכִּי־צֶדֶק, “koning van rechtvaardigheid” of “mijn koning is rechtvaardig”] was volgens de traditie in de Hebreeuwse Bijbel ten tijde van aartsvader Abraham de “koning van Salem” en “priester van God, de Allerhoogste”.
In Genesis ontmoet Abraham na een succesvolle slag Melchisedek, die
als koning van Salem en priester van de Allerhoogste God (El-Eljon) wordt geïntroduceerd. Hij brengt Abraham brood en wijn en spreekt daarna een zegenspreuk over Abram uit en daarna over de Allerhoogste God:
Gezegend zij Abram door God, de Allerhoogste,
Schepper van hemel en aarde.
Gezegend zij God, de Allerhoogste:
uw vijanden leverde Hij aan u uit
Daarna gaf Abram Melchisedek een tiende van alles wat hij tijdens succesvolle slag buit had gemaakt.
De succesvolle slag van Abram gaat over de slag met de koning van Sodom, waarbij Melchisedek niet optreedt Gen.14:17,21.
En in de verzen 18-20 is van de koning van Sodom geheel geen sprake. Deze verzen 18-20 dienen dan ook moeten dan ook specifiek in de betekenis van de oorzaak te worden geïnterpreteerd. De plicht om tienden af te dragen aan de Tempel in Jeruzalem af te dragen, werd gelegitimeerd door het verhaal over Abraham.
De aanduiding “Salem” wordt verder alleen parallel gebruikt met Zion:
Daar heeft God de kracht gebroken van boog, schild en zwaard: Hij maakt een eind aan de oorlogPsalm 75 [76]:3

Hierdoor wordt Salem al sinds de antieke en vroegmiddeleeuwse exegese geïdentificeerd als Jeruzalem. Dit werd versterkt door de verwantschap van “Salem” met “Sjalom” [= Vrede].

Buiten Genesis wordt Melchisedek in de Joodse vertaling van de 1e Verbondstekst alleen nog genoemd in bovenstaande zogenoemde “koningspsalm”, Psalm 109[110]:
  De Heer heeft gezworen, onveranderlijk: 
Gij zijt de priester in eeuwigheid, volgens de orde van Melchisedek“.
Hier grijpt de auteur van de Psalm terug op een figuur uit de voorgeschiedenis van Israël,  om deze de koning, naar wie hier wordt verwezen, als een goed, navolgen’s- waardig voorbeeld voor te houden. Het gebruik van een dergelijk legendarisch figuur is – niet gebruikelijk- in de Hebreeuwse Bijbel, maar niet in de poëzie van het begin van de hellenistische periode.
Om de toegezongen koning een groot aanzien te geven, waarin het “prototype van het priesterschap” als streven wordt voorgesteld, waar deze zich naar dient toe te ijveren.
De  exegese van de Orthodoxe Kerkvaders ziet Melchisedek hierin vooral in het licht van bovenstaande tekst Hebr.7:  3:
Hij heeft geen vader of moeder,
geen stamboom, geen oorsprong of levenseinde en
lijkt op de Zoon van God — hij is priester voor altijd
”.
Verder zijn geen van Hebreeën onafhankelijke tradities of interpretaties bewaard gebleven.
Alleen het gebruik van brood en wijn bij het Laatste Avondmaal en de doorwerking in de Eucharistie kunnen eventueel worden herleid tot Melchisedek, aangezien in het verhaal over de uittocht uit Egypte en het hiernaar verwijzende Pesach alleen van ongezuurde broden sprake is, niet van wijn.
  In de latere literatuur Melchisedek [NHC IX.I] is een gnostisch geschrift, dat in een Coptische vertaling onderdeel was van de vondst van de Nag Hammadi geschriften in 1945. De oorspronkelijk Griekse tekst dateert van omstreeks 200.
Hierin ontvangt Melchisedek twee openbaringen.
In de eerste wordt een rol voor Melchisedek geprofeteerd in een strijd “aan het eind van de tijden“. Hij wordt daarbij aangesproken als degene van wie alle stammen en volkeren van U, de Heilige Hogepriester de Hoop en de gaven van het leven hebben ontvangen.
In de tweede openbaring is net als in de eerste de Kruisiging en Opstanding van onze Heer en Verlosser het centrale thema. Door de vele lacunes in de tekst is het niet duidelijk of Christus en Melchisedek in dit deel van de tekst wèl of niet met elkaar geïdentificeerd worden.
Op het theologisch vakgebied verschillen de opvattingen ook hierover.
Wel wordt gezegd, dat de overwinning van Jezus Christus de overwinning van Melchisedek is.

de Allerhoogste God
Melchisedek wordt priester van de Allerhoogste God genoemd.
Bijbelwetenschappers zijn het er niet over eens of dit refereert aan de God van Abraham, namelijk deHeer [JHWH], òf dat dit een referentie is naar een Canaänitische god.
Voor de interpretatie van het verhaal maakt dit veel verschil.
– Vanuit de (Joodse) Bijbel geredeneerd zou de Allerhoogste JHWH, de God van Mozes, moeten zijn [de God van Abraham was El/Elyon/El-Sjaddai, aan Wie JHWH later gelijk is gesteld].  Melchisedek was echter priester van Salem.
Daarom is het waarschijnlijk, dat Melchisedek de opperpriester was van Salem, de Kanaänitische god.  Melchisedek als Hogepriester van Elyon/JHWH?
Als Elyon/JHWH de God is die het Verbond met Abram sluit, ligt het niet voor de hand dat Abram ondergeschikt is aan Melchisedek.
Het zou eerder andersom zijn geweest. Van welk volk Melchisedek de priester-koning is, wordt niet vermeld. Hij is koning van Salem.
Kennelijk geen Hebreeër. Zo wordt Abram benoemd, niet Melchisedek. (Israëlieten of Judeërs waren er toen uiteraard nog niet).
Naar de tekst van het O.T. waren de Jebusieten ten tijde van David de bewoners van Jeruzalem. Gezien het grote tijdsverschil dat ligt tussen Abraham en David is het echter niet zeker dat Melchisedek een Jebusiet was.

N.B. de Kerkvaders roepen op tot bewustzijn, de tijd is aan jou.
Streef de deugd na, besteedt daar al je tijd aan
– in plaats van al het andere            : “ Zie erop toe dat je eerbied leert opbrengen voor de schoonheid om je heen, leer de werkelijk te bevatten door deze te onderscheiden van de misleidingen” Ephraïm de Syriër
            Zo wordt in een hedendaagse levensfilosofie [Urantia] geprobeerd een opvatting te construeren op basis van de uitgebreide, geïntegreerde opvattingen van kosmische waarheid, de universum-schoonheid en de goddelijke Goedheid.
Hierin wordt de persoon van Melchisedek gezien als een godsverschijning.
Het Urantia Boek stelt dat Melchisedek deel uitmaakt van een bepaalde geestelijke orde, halverwege de ladder tussen mens en God, de Melchisedeks, en
dat de missie van Melchisedek destijds was om het proces van vergeestelijking op aarde, ingezet met de komst van de ouders van het violette ras, ook wel Adam en Eva genoemd [34.000 jaar voor Melchisedek], weer nieuw leven in te blazen.

De Genadegave
Het belangrijkste Woord in de Blijde Boodschap draait om de relatie tussen God en Zijn Volk, ook wel het Verbond genoemd, het ‘Oude’ [Israël] en het ‘Nieuwe’ [de Kerk].
Dàt kernwoord onderstreept dat God gezien wordt als een persoon, die een relatie kan aangaan met anderen.
Een Verbond wordt gesloten tussen twee personen of partijen, met rechten en plichten aan beide kanten. Het Hebreeuwse woord voor ‘verbond’ heeft meestal betrekking op een verbond dat een machtig persoon, bijvoorbeeld een koning, als een priester in eeuwigheid, aanbiedt of oplegt aan een zwakker persoon of partij. Bij het verbond met Israël [O.T.] en de Kerk [N.T] neemt God, als Machtige, hogere en ‘Sterkere’, als ‘Onsterflijke’ het initiatief. Hij biedt Zijn Bescherming aan en bepaalt Zelf de plichten van het Verbond.
Maar God heeft respect voor de ‘vrijheid’ van de mens en daarom wordt het Verbond door God niet dwingend aan de mens opgelegd, de mens heeft de vrijheid zelf een keuze te maken op Zijn aandringen, Zijn roep:
Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven;
neemt mijn juk op u [in Passie samenwerken] en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want mijn juk [in Passie samenwerken] is zacht en mijn last is lichtMatth.11: 28-30 en
  Begrijpt gij niet, dat àl wàt de mond binnengaat, in de buik komt en te zijner plaatse verdwijnt? 
Maar wat de mond uitgaat, komt uit het hart, en dàt maakt de mens onrein.
Want uit het hart komen boze overleggingen, moord, echtbreuk, hoererij, diefstal, leugenachtige 
getuigenissen, godslasteringen. Dàt zijn de dingen, die een mens onrein maken, maar het eten met ongewassen handen maakt een mens niet onreinMatth.15: 17-20.
En Petrus zei: verklaar U nader?
En onze Heer antwoordde: “ Zijn ook jullie [Mijn directe volgelingen] nog steeds onwetend?; Zijn jullie dan ook nog onverstandig?conf. Matth.15: 16.
En vervolgens volgt het Evangelie wat wij op de 37e Zondag gaan lezen:
➽➽➽ – “
Het brood voor de honden en de Canaänitische Vrouw” –
Wij krijgen als een Genadegave het Verbond aangeboden, een unieke kans waarvoor je in alle Vrijheid mag kiezen.
Afwijzing van het Verbond betekent wèl afwijzing van ‘hèt Mysterie van het Leven’, God’s Zegen, en dàn kies je gewoonweg in feite voor de vloek.
Op God’s weg worden wij niet gedwongen, maar onze keuzes zijn er nooit neutraal of vrijblijvend.
Op de berg Sinaï belooft onze Heer en Verlosser eeuwige trouw aan Israël, wat er ook gebeuren mag – trouw wordt vaak beproefd, maar nooit opgezegd.
En vele scharen kwamen tot Hem en onder hen kreupelen, blindgeborenen en doofstommen en Hij genas hen allen. Die Belofte van trouw gaat samen met de opdracht voor Israël/de Kerk om te leven volgens God’s Geboden, met name die op de tafelen welke diep in ons hart zijn gegrift.
God belooft Zijn Trouw en van ons wordt die trouw eveneens verwacht, zodat het Verbond een tweezijdig karakter van vriendschap en wederzijds vertrouwen krijgt.
Daarmee is het Verbond niet alleen een Goddelijke Genadegave, maar ook een opgave, vaak een zware verplichting, die de mens lang niet altijd kan waarmaken en waaronder hij/zij soms bezwijkt.

Heer, Jezus Christus,
Zoon van de levende God,
heb medelijden met ons,
arme zondaars
”.

Februari 8e – de Profeet Zacharias [ca 500 voor Chr.]

Zacharias, profeet

  In die dagen, toen er weer een grote mensen-menigte bijeen was en zij [opnieuw] niets te eten hadden,
riep Hij Zijn discipelen tot Zich en zei tot hen:
  Ik heb medelijden met de mensen, want zij zijn nu reeds drie dagen bij Mij gebleven en hebben niets te eten; en indien Ik hen zonder voedsel naar huis laat gaan, zullen zij onderweg bezwijken, en sommigen van hen zijn van ver weg.
En Zijn discipelen antwoordden Hem: Vanwaar zal iemand dezen hier in een eenzame streek met broden kunnen verzadigen?
En Hij vroeg hun: Hoeveel broden hebt gij? Zij zeiden: Zeven.
En Hij gaf aan de mensenmenigte bevel op de grond te gaan zitten. En Hij nam de zeven broden, dankte, brak ze en gaf ze aan zijn discipelen om ze hun voor te zetten, en zij zetten ze voor aan de mensen. En zij hadden enkele visjes; en nadat Hij daarbij de zegen had uitgesproken zei Hij, dat zij ook die moesten voorzetten.
En zij aten en werden verzadigd en zij raapten het overschot der brokken op – zeven korven. En het waren er ongeveer vierduizend en Hij zond hen weg. En terstond ging Hij met zijn discipelen in het schip en kwam in het gebied van Dalmanuta [Hebr.= ‘langzaam brandend stuk (Kruis-)hout]” Marc.8: 1-10.

    Wetende, dat gij niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, zijt vrijgekocht van uw ijdele wandel, die [u] van de vaderen overgeleverd is,
maar met het kostbare bloed van Christus, als van 
een onberispelijk en vlekkeloos Lam.
     Hij was van tevoren gekend, voor de grondlegging van de wereld, doch is bij het einde der tijden geopenbaard ter wille van u, die door Hem gelooft in God, die Hem opgewekt heeft uit de doden en Hem heerlijkheid gegeven heeft, zodat uw geloof tevens hoop is op God.
        Nu gij uw zielen door gehoorzaamheid aan de Waarheid gereinigd hebt tot ongeveinsde broeder-liefde, hebt dan elkander van harte en bestendig lief, als wedergeboren, en niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en blijvende Woord van God.
     Want: Alle vlees is als gras en al zijn heerlijkheid als een bloem in het gras; het gras verdort en de bloem valt af, maar het Woord des Heren blijft in der eeuwigheid.
     Dit nu is het Woord, dat u als Evangelie verkondigd is:
Legt dan af alle kwaadwilligheid, alle bedrog, huichelarij, afgunst en alle kwaadsprekerij,  en verlangt als pasgeboren kinderen naar de redelijke, onvervalste melk, opdat gij daardoor moogt 
opwassen tot zaligheid, indien gij geproefd hebt, dat de Heer goedertieren is.
En komt tot Hem, de levende steen, door de mensen wel verworpen, maar bij God uitverkoren en kostbaar, en laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis, om een heilig 
priesterschap te vormen, tot het brengen van geestelijke offers, die aan God welgevallig zijn door Jezus Christus.
➥➥➥  Daarom staat er in een schriftwoord:
        Zie, Ik leg in Sion een uitverkoren en kostbare hoeksteen, en wie op Hem zijn Geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen.
U dan, die gelooft, geldt dit kostbare, maar voor de ongelovigen geldt: De steen, die de bouwlieden afgekeurd hadden, die is geworden tot een hoeksteen en een steen des aanstoots en een rots der ergernis, voor hen, die zich daaraan, in hun ongehoorzaamheid aan het Woord, stoten, waartoe zij ook bestemd zijn.
          Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk [ aan God] ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar Licht: u, eens niet Zijn volk, nu echter God’s volk, eens zonder ontferming, nu in zijn ontferming aangenomen1Petr.1: 18-2: 10.

De vandaag geëerde profeet Zacharias was, de elfde van de twaalf minder belangrijke profeten en de auteur van het Boek van Zacharia uit het eerste Verbond .
Hij was net als de profeet Ezechiël voortgekomen uit de priesterlijke traditie.
Hoewel Berechiah [Hebr.=‘de Heer zegent’] de vader van Zacharias was noemt het boek Ezra hem de zoon van zijn grootvader Iddo [Hebr.= ‘Zijn getuige’], misschien omdat deze de grootste invloed op hem heeft gehad in z’n verdere leven.

Niettemin begon Zacharias [זְכַרְיָה] volgens de overlevering zijn profetische loopbaan in het tweede jaar van Darius , de koning van Perzië [d.i. 520 jaar vóór Christus].
Hij profeteerde in de dagen van Haggaï – zijn aandacht ging het meest uit naar de bouw van de 2e Tempel. Deze profeet wordt door onze Heer en Verlosser genoemd als zijnde vermoord [in de kiem gesmoord] door opstandige en ongehoorzame Joden van zijn tijd, zie Matth.23: 35.
Z’n naam is afgeleid van het Hebreeuwse woord Zakhar, hetgeen betekent: de ‘Heer herinnert Zich’, d.w.z ‘om te onthouden’ en aandacht aan te besteden. Z’n graf zou zich net als die van de profeten Haggai en Maleachi bevinden op de bovenste helling van de olijfberg te Jeruzalem.

De aandacht van deze profeet Zacharias ging voornamelijk uit naar de bouw van de Tempel. De Apostel Paulus leert ons dat de Tempel ons binnenste binnen is, het hart.

Daar waar de inwoning van de Heilige Geest gerealiseerd is, daar beleven gelovigen de invloed, de werking, de Heerschappij van de Heilige Geest. De gelovige in wiens hart de Geest woont, is in de Geest en dat betekent verblijven onder de Genadige Heerschappij van de Heer, van Zijn Heilige Geest.
Deze profeet is om die reden door opstandige en ongehoorzame Joden van zijn tijd vermoord [in de kiem gesmoord].

Reeds vijf eeuwen voordat het in de tijd plaats vond, heeft deze profeet Zacharias allerlei tekenen uit het Lijden van onze Heer en Verlosser voorspeldt.
  Hij beschrijft de intocht in Jerusalem, het verraad van Judas voor dertig zilverlingen, het vluchten van de Apostelen en Hoe Hij doorboord werd aan het Kruis.
  Jubel luid, gij dochter Sion, juich dochter Jerusalem! Zie, uw Koning komt tot u, rechtvaardig en zegevierend; Hij is deemoedig, Hij is gezeten op een ezel, op een veulen, het jong van een lastdierZach.9: 9; John.20: 15.
  En zij telden Mijn loon uit, dertig zilverstukken . . . de prijs waarop Ik door hen geschat ben. En Ik nam de dertig zilverstukken en wierp ze in het huis van God, voor de pottenbakkerZach.11: 12,13; Matth.26: 15.
  Zo luidt de godsspraak van God, de Heer der Heerscharen: Sla de herder, dan zullen de schapen verstrooid worden” Zach. 13: 7; Marc.14: 27.
  Over het huis van David en de bevolking van Jerusalem zal Ik een Geest van mededogen uitstorten. Die hen tot bidden aanzet. Dan zullen ook zij opzien naar Hem, Die zij doorstoken   hebben “ Zach.12: 10; John.19: 37; Hand.1: 7.

Een profeet spreekt met het oog op zijn eigen tijd, ook als hij uitspraken doet over de toekomst. Bepaalde profetische thema’s kunnen als het ware, in een nieuwe context, wel weer actueel worden. `

Soms kun je dan spreken van ‘vervulling’, als profetische verwachtingen door bepaalde gebeurtenissen of personen alsnog werkelijkheid worden.
Op die manier hebben christenen in onze Heer en Verlosser de vervulling gezien van alle profetische uitspraken over de Messias.
‘   Onze Heer en Verlosser Die komen zou’ . . . . . en dit werd door onze Heer Zelf nog eens bevestigd in het gesprek na Zijn Opstanding met de twee volgelingen onderweg naar Emmaus.
        Het is kenmerkend voor de profeet uit de Blijde Boodschap, dat hij op het openbare toneel verschijnt in een tijd dat godsdienst èn politiek steeds weer bepaald worden door instituten en toezichthouders met macht en invloed.
Een overvloed aan macht leidt namelijk gemakkelijk tot misbruik en corruptie en dááròm stuurt God profeten als een kritisch geluid tegenover van koningen en priesters.
Een kenmerk van de ware profeet is immers zijn vrijheid en onafhankelijkheid;
hij is een dissident die alleen durft te staan en laat zich door niets en niemand  gebruiken, zelfs niet door de gevestigde macht.
Profeten die optreden in dienst van het hof zijn er ook, maar dat zijn meestal meelopers, die op profijt uit zijn en derhalve valse profeten die hun koning naar de mond praten. De echte profeet is een onafhankelijk verkondiger van het vrije Woord en nemen alles wat daarop volgt voor lief.
Profeten roepen weerstand op, getergde reacties van leiders, toezichthouders of groepen mensen, die niet zittende wachten op iemand die de mensen laten nadenken over datgene ‘wat wèrkelijk plaats vindt‘, m.a.w. ‘ hen onrustig’ maakt.
Meestal worden ze eerst genegeerd, vervolgens tegengesproken, bedreigd met maatregelen en als dat niet meer lukt wordt hen soms hardhandig het zwijgen opgelegd.
Elia moest daarom vluchten voor zijn doodvonnis, Jeremia wordt gewoonweg in een put gegooid en onze Heer en Verlosser wordt gekruisigd.

Het is soms wel begrijpelijk, dat mensen zich ergeren, geïrriteerd raken door profeten met hun scherpe pen/computer/tong, die op een vervelende manier blijven aandringen omdat zij ‘verandering’ verlangen, de wereld gaat anders ten onder en schreeuwt immers om ‘ander‘ voedsel. 
Je zult maar koning, oppertoezichthouder of handlanger van de toezichthouders zijn, waarvan verwacht wordt dat zij leiding geven in moeilijke tijden van crisis.
Tòch zijn het de profeten, die de ‘Blijde Boodschap‘ verkondigen, zij zin geen kritische buitenstaanders met goedkope praatjes en schone handen.
Profeten treden op tégen bestaande constituties, tégen het eigen volk, waarmee zij zich met hart en ziel verbonden voelen; zij lijden ook zèlf aan het onrecht en de nood die zij aanwijzen. Bovendien beroepen de profeten zich op het Verbond als gevolg de Doop en het daaropvolgende ontvlammen door de Goddelijke Geest, waarop koningen, priesters en geheel het Volk aanspreekbaar zou dienen te zijn.
Juist òmdát de profeet zich zo sterk verbonden voelt met zijn eigen volk als -‘het Volk van het Verbond’-, is hij zo kritisch en gedreven.
Ook in de hedendaagse tijd blijft er een taak weggelegd voor de profeten.
Die taak begint in de  eigen kring van de Kerk, waar principieel ruimte dient te zijn voor kritische tegenspraak. Kerken dienen op hun beurt in het debat de democratische rechten en spelregels altijd nadrukkelijk te respecteren – gebeurt dit niet dan verliest en de koning, de oppertoezichthouder of handlanger van de toezichthouders ‘steeds méér‘ aan gezag.
Daarbij zal blijken dat het in het geheel geen bezwaar behoeft te zijn, dat kerkgemeenschappen [en anderen] laten zien vanuit welke levensbeschouwing zij de democratische grondbeginselen met volle overtuiging steunen. Christenen [of andere gelovigen] mogen absoluut niet met een profetisch beroep op God de boventoon gaan voeren, het alleenrecht opeisen en op die wijze de democratie uithollen. Wèl kunnen ze vanuit eigen inspiratie en overtuiging de democratie volgen en versterken. Dat is niet alleen goed voor de samenleving, maar ook voor de vitaliteit van de Kerk Zelf. Met je Geloof publiekelijk en soms kritisch voor de dag komen behoeft de democratie niet te bedreigen, maar kan die juist versterken. Die overtuiging vindt steun in het feit, dat we de normen en waarden van de democratie en mensenrechten voor het merendeel te danken hebben aan de Joods-Christelijke Traditie. De profetische rijkdom van die Traditie lijkt mij eerder ‘een levensvoorwaarde’ dan een bedreiging van de democratie.

De wijze koning Salomo zei: “ Op Zijn tijd heeft God alles  voortreffelijk gemaakt; Hij heeft de eeuwigheid in ons hart geplant Prediker 3:11a.

In ons hart weten we dat ‘het heden’ – ‘niet alles is wat er is en daardoor kunnen wij als christenen ons ‘vrij’ vechten en toch onderling ‘in liefde’ verbonden blijven.
Dat is herkenbaar. . . Is ons Geloof houdbaar?
Het is een uitdaging om niet bitter te worden, niet cynisch, om te blijven leven vanuit God’s Liefde, Zijn Barmhartigheid. Altijd kom je dan weer uit bij wat je overeind houdt en regelmatig gaat dan het zinnetje van Paulus door je heen:
Ik leef, beweeg en ben in U”.
Wie is nu tevreden met de gedachte dat ons vluchtig bestaan  het een en het al zou zijn?
Wie kent niet de heimwee naar een verloren Paradijs dat eeuwig is?
Met de Liefde staat God namelijk niet zomaar buiten de tijd, ‘afwezig’ ergens aan de overkant.
Neen, hoe méér wij zijn ondergedompeld in de Liefde, hoe meer God voor ons ‘realiteit is’ en we ‘nu reeds’ in de eeuwigheid leven.

erosie en vergankelijkheid van het menselijk bestaan; erosion and impermanence of human existence; τη διάβρωση και την εξώθηση της ανθρώπινης ύπαρξης; تآكل وعدم ثبات الوجود البشري.

Ik heb vertrouwen en Geloof in God’s hand in de geschiedenis
• durf ook als Kerk inzicht te krijgen in wat God’s bedoeling is.
Mij is altijd voorgehouden dat samen Kerk zijn geen democratisch gebeuren is, de realiteit van alle dag is anders. God gaat ons verstand immers vèr te boven
• ook die van kerkleiders, toezicht-houders en hun handlangers.
Wat kunnen wij zeggen over de steeds opnieuw voorkomende massale uitroeiing van mensen, wat beoogde God met de val van de Berlijnse muur, met het aan de macht komen van diverse despoten als wereldleider.
Is het niet zo dat de Liefde voor het Lichaam van Christus algehele verontwaardiging doet opkomen bij de scheiding binnen sommige bloed-groepen, bij het misbruik van jonge kinderen. Dankzij Christus en Zijn Liefdegebod tasten we ‘totaal niet’ in het duister over de relatie tussen tijd en eeuwigheid.
Toen onze Heer en Verlosser als mens tijdelijk Zijn plaats op aarde innam,
heeft Hij ons laten zien ‘Wie’ de Eeuwige is.
Ook voor onze kinderen zal Dit altijd blijven gelden en zal Hij als Lam het centrum van een nieuwe wereld en een nieuwe aarde zijn.
De historische noodzaak van het offer van God’s Zoon zal ons tot God’s Glorie eeuwig voor ogen staan.

Daarom begint iedere Orthodoxe Liturgische Samenkomst met de openingsgebeden:
⁌ “Gezegend is het Koninkrijk van de Vader, en van de Zoon en van de Heilige Geest;
nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.  Amen”
⁌ “ Laat ons daarom de Heer in vrede bidden” – “Heer, ontferm U”.
⁌ “ Om de Hemelse Vrede [Orde] en de redding van onze zielen” – – “Heer, ontferm U”.
⁌ “ Om Vrede voor de gehele wereld, het welzijn van de heilige Kerken God’s en
om de Eenheid van allen ” – – “Heer, ontferm U”.
⁌ “ Voor dit heilige Godshuis, en voor hen die er met Geloof, eerbied en vreze Gods binnentreden” – – “Heer, ontferm U”.
⁌ Voor onze Patriarchen, voor Metropolieten, voor onze [Aarts-]bisschop, voor de eerbiedwaardige priesters, het diaconaat  in Christus, voor geheel de geestelijkheid, en voor geheel het rondom staande Volk” – – “Heer, ontferm U”.
⁌ “ Voor onze Koning, voor onze Koningin, en voor de Regering van ons land” – – “Heer, ontferm U”.
⁌ “ Voor deze stad, en voor alle steden en dorpen, en voor alle gelovigen die er wonen” – – “Heer, ontferm U”.
⁌ “ Voor goed weer en overvloed van de vruchten der aarde, en om vredige tijden” – – “Heer, ontferm U”.
⁌ “ Voor de reizigers op zee, te land en in de lucht; voor de zieken en lijdenden; voor de gevangenen en hun redding” – – “Heer, ontferm U”.
⁌ “ Om bevrijding uit alle verdrukking, toorn, gevaar en nood” – – “Heer, ontferm U”.
“ Help en red ons, wees barmhartig en bescherm ons,
o God, door Uw Genade” – – “Heer, ontferm U”.
⁌ “ Onze al-heilige, ongeschonden, hoog-gezegende, roem-rijke Koningin, God’s Moeder en altijd Maagd Maria, met alle Heiligen gedenkend, bevelen wij aan Christus God onszelf, elkaar en geheel ons leven aan“ – – “Aan U o Heer”
.
➻➻➻ Maak alsjeblieft geen beeld van God, maar herken Hem in de onderlinge Liefde en saamhorigheid van het Volk dat tot Hem bidt;
doe je anders dan schiet je in je hoogmoed schromelijk tekort.
God gaat ons verstand immers mijlen-vèr te boven;
wordt Hij niet juist de Eeuwige genoemd om
Hem van al het menselijk geneuzel te onderscheiden?

Een profeet verhaalt – na een ascetisch leven – zijn eigen geschiedenis met God;
en door zich te uiten brengt hij dank en lof aan God voor al Zijn Genadegaven en daarmee schudt hij de wereld wakker, want de wereld heeft opnieuw niets te eten!
Hij roept opnieuw Zijn navolgers tot Zich en zegt tot hen:
  Ik heb medelijden met de mensen, want zij zijn nu
al die dagen bij Mij gebleven en hebben niets te eten;
en indien Ik hen zonder voedsel naar huis laat gaan,
zullen zij onderweg bezwijken en
sommigen van hen zijn van ver weg’”.

Kondakion
tn.4.   ” Verlicht door de Heilige Geest,
is uw zuiver hart een woonplaats geworden van de profetie;
want nog verre gebeurtenissen hebt gij als tegenwoordig geschouwd,
daarom vereren wij u,
roemrijk Profeet, gezegende Zacharias“.

”    Gelukkig is de mens die de Heer vreest, die Zijn geboden vurig liefheeft.
Zijn zaad zal machtig zijn op aarde, het geslacht der gerechten zal gezegend zijn.
Heerlijkheid en rijkdom zijn in zijn huis; zijn gerechtigheid blijft in de eeuwen der eeuwen.
In de duisternis is het licht opgegaan voor de oprechten; de liefderijke Barmhartige en Rechtvaardige.
Goed is de mens, die zich ontfermt en te leen geeft.
Hij overweegt zijn woorden met oordeel, zodat hij niet wankelt in eeuwigheid.
In eeuwige gedachtenis staat de rechtvaardige; hij vreest niet als hij slechte tijding hoort.
Want zijn hart is bereid, en hij vertrouwt op de heer.
Zijn hart is standvastig en zonder vrees, zelfs wanneer hij zijn vijanden aanschouwt.
Hij deelt uit en geeft aan de armen; zijn gerechtigheid blijft in de eeuwen der
eeuwen.
Zijn hoorn wordt verheven in heerlijkheid; de zondaar ziet het tot zijn woede.
Hij knarst met de tanden, maar verdwijnt, want elk zondig verlangen vergaat”.
Psalm 11[112] vert. ROK ‘s-Gravenhage.

Februari 2e – Ontmoeting in de Tempel van onze Heer en Verlosser Jezus Christus

    En toen de dagen van hun reiniging naar de Wet van Mozes vervuld waren, brachten zij Hem naar Jeruzalem om Hem aan de Heer voor te stellen, gelijk geschreven staat in de Wet des Heren: ‘     Al het eerstgeborene van het mannelijke geslacht zal heilig heten voor de Heer, en om een offer te brengen overeenkomstig hetgeen in de Wet des Heren gezegd is, een paar tortelduiven of twee jonge duiven.       En zie, er was een man te Jeruzalem, wiens naam was Simeon, en deze man was rechtvaardig en vroom, en hij verwachtte de vertroosting van Israël, en de Heilige Geest was op hem. En hem was door de Heilige Geest een godsspraak gegeven, dat hij de dood niet zou zien, eer hij de Christus des Heren gezien had.
     En hij kwam door de Geest in de tempel.
     En toen de ouders het kind Jezus binnenbrachten om met Hem te doen overeenkomstig de gewoonte van de Wet, nam ook hij het in zijn armen en hij loofde God en zei:
            Nu laat Gij, Heer, Uw dienstknecht gaan in Vrede, naar uw Woord, want mijn ogen hebben Uw Heil gezien, dat Gij bereid hebt voor het aangezicht van alle volkeren: Licht tot Openbaring voor de heidenen en Heerlijkheid voor Uw Volk Israël’Luc.2: 25-32.

    Nu is het onweersprekelijk, dat het mindere door het meerdere wordt gezegend.
En hier ontvangen sterfelijke mensen tienden, doch daar iemand, van wie wordt getuigd, dat hij  leeft.
Ja, om zo te zeggen, is zelfs Levi, die tienden heft, door Abraham aan het tiendrecht [van een ander] onderworpen, want hij was nog in de lendenen van zijn vader, toen Melchizedek deze tegemoet kwam.
Indien nu het Levitische priesterschap het volmaakte gebracht had, immers, daaronder heeft het Volk de Wet ontvangen – waarom was het dan nog nodig, dat een andere priester naar de ordening van Melchizedek opstond, van wie niet gezegd werd, dat hij naar de ordening van Aaron is?
Want uit een verandering van priesterschap volgt noodzakelijk ook een verandering van Wet.
Want Hij, van wie aldus wordt gesproken, heeft behoord tot een andere stam, waaruit niemand met het altaar te doen had: ‘ het is immers duidelijk, dat onze Heer uit Juda is gesproten, ten aanzien van welke stam Mozes met geen woord van priesters gerept heeft.
En nog veel duidelijker wordt het, als naar het evenbeeld van Melchizedek een andere priester opstaat, die dit niet geworden is krachtens een Wet met een voorschrift betreffende vleselijke [afkomst], maar krachtens een onvernietigbaar leven.
Want van Hem wordt getuigd:
‘ Gij zijt priester in eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek’
Hebr.7: 7-17.

Melchizedek zou indien hij niet in de brief van Paulus
was aangehaald niet veel meer zijn  dan een interessante voetnoot in commentaren op het boek Genesis, een verbijsterend moment in het leven van Abraham wanneer deze schimmige figuur heel even in het leven verschijnt om Abraham te zegenen, slechts om vervolgens terug te keren naar het Rijk waar nog geen mens weet van heeft.
Paulus hemelt deze flagrante persoonlijkheid van het boek Genesis op door hem het evenbeeld te verlenen naast de komst van Christus, onze Heer en Verlosser.
     Onze Heer uit Juda gesproten, ten aanzien van welke stam Mozes met geen woord van priesters is gesproken brengt een verandering teweeg.
Want Hij, van Wie aldus wordt gesproken, heeft behoord tot een andere stam, waaruit niemand met het altaar van doen had; en daarom wordt er hier een omslag gemaakt in het Verbond met de Vader.
Onze Heer en Verlosser is in staat om ‘onszelf als offer’ aan te bieden als bemiddelaar van een ‘nieuw Verbond‘, omdat Hij al priester is.
Christus is een Hogepriester, omdat Hij tot de orde van Melchizedek behoort.
Als christenen delen we door de doop en de zalving van God’s Heilige Geest als navolgers in Christus en zijn door ons met Hem te bekleden ook gezalfd als profeten, priesters en koninklijken.
De identiteit en status van Melchizedek is niet relevant, behalve dat hij weet dat hij groter is dan Abraham: ‘hij ontvangt tienden‘.
Als de hogepriester in de orde van Melchizedek biedt onze Heer en Verlosser Zichzelf voor eens en voor altijd aan als een offer:
Hij is in staat om hen, die God naderen, geheel en al te verlossen, omdat Hij altijd leeft om voor ons te pleitenHebr.7: 25;
Zo’n Hogepriester mogen wij hebben, Die Heilig is, zonder schuld, en verheven boven de HemelenHebr.7: 26
en Die
geen offers hoeft te brengen, dag in dag uit … Hij offerde zich voor eens en altijd op voor hun zonden toen Hij Zichzelf aanboodHebr.7: 27.

Paulus herkent in dit kind het Goddelijke, zoals  dit eveneens aan de grijsaard Simeon is voorzegd.

Het punt waarnaar in dit gehele hoofdstuk naar wordt verwezen, is de priesterlijke rol van onze Heer en Verlosser en de rol die Hij speelt als de Hogepriester, Die offers kan brengen, maar om dáár te komen, van òns vereist dat we dóór de Opstanding heengaan. Het is zoals Christus na diverse Genezingen te berde brengt: “ Uw Geloof heeft u gered!”
Hiertoe is dit kind, dat in de Joodse Tempel aan God voorgehouden wordt, toe in staat en vormt als zodanig de Blijde Boodschap van de gehele 40-daagse Kerst-periode.

  In de Orthodoxe Traditie wordt voorafgaand aan
de ‘persoonlijke ontmoeting’ met de Heer gebeden:
    Heer, ik geloof en belijd dat Gij de Christus zijt; de Zoon van de levende God; in de wereld gekomen om zondaars, onder wie ik de eerste ben te verlossen. Ook geloof ik dat dit Uw vlekkeloos Lichaam is en dàt Uw kostbaar Bloed. Daarom bid ik U: ontferm U over mij, en vergeef mij mijn zonden, die vrijwillig en onvrijwillig, in woord en daad, bewust en onbewust heb begaan. En maak mij waardig om aan Uw vlekkeloze Mysterie2n deel te hebben, niet ten bederve, maar ter vergeving van mijn zonden en ten eeuwige leven.
Zoon van God, neem mij heden op als deelgenoot van uw Mystiek Avondmaal. Want Uw vijanden zal ik voorzeker niet over dit Mysterie spreken, Ik zal U geen kus geven zoals Judas; maar evenals de rover belijd ik mijn Geloof in U:
Gedenk mij o Heer in Uw Koninkrijk.
Heer moge het deelnemen aan Uw Heilige Mysteriën mij niet worden tot een oordeel of tot bederf, maar tot genezing van mijn ziel en van mijn lichaam
”.
– In de Roomse Tradtie :
    Heer, doe geen moeite, want ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak komt;  daarom heb ik ook mijzelf niet waardig geacht tot U te komen, maar spreek [slechts] een Woord en Uw dienaar zal herstellenLuc.7: 6b,7.
De ontmoeting met de Heer, het smaken en zien dat de Heer goed is, maakt de mens zalig, die bij Hem schuilt – daarop zegt de spelleider, de priester:
”      Het kostbaar en Heilig Lichaam en Bloed van onze Heer en God en Verlosser Jezus Christus wordt gegeven aan de dienaar/dienares . . . . . tot vergeving van zonden en tot het eeuwig leven“.
En vervolgens mogen wij mèt Simeon, de oude grijsaard van de ontmoeting in de Tempel zeggen:
  Nu laat Gij, Heer, Uw dienstknecht gaan in Vrede, naar uw Woord, want mijn ogen hebben Uw Heil gezien, dat Gij bereid hebt voor het aangezicht van alle volkeren: Licht tot Openbaring voor de heidenen en Heerlijkheid voor Uw Volk Israël”.
Allen die God zoeken buiten onze Heer Jezus Christus en zich houden bij de natuur, zullen:   òf geen Licht zien/ datgene vinden dat hen werkelijk kan bevredigen,

  • òf zij zullen er toe komen een middel te vinden om God te kennen en Hem te dienen zonder Verlosser, en daardoor  zullen zij vervallen in het atheïsme of het deïsme, beiden evenzeer door de Christelijke Godsdienst verafschuwd.
  • Zonder Jezus Christus als één met de Heilige Drieëenheid zou de wereld niet bestaan; want dan zou zij òf verwoest moeten worden, òf zij zou ons tot een hel zijn.
  • Indien de wereld zou bestaan om de mens over God te onderrichten, zou Zijn Goddelijkheid stralen op een onmiskenbare wijze; doch daar de wereld alleen bestaat door Christus als God ,
    èn voor Jezus Christus als onze Hogepriester
    èn om de mensen te leren hoe verdorven zij zijn
    èn hoe zij verlost worden, straalt alles van de bewijzen voor die twee waarheden.
  • Wat er te zien is, is geen algehele uitsluiting, nòch een klaarblijkelijke aanwezigheid van Zijn goddelijkheid, maar de aanwezigheid van een God, Die Zich verbergt. Als wat bestaat draagt dit karakter.
  • Het is dus waar, dat alles wat de mens over zijn toestand onderricht,
    doch men dient het wèl goed te verstaan: want het is niet waar dat God alles aantoont, en het is niet waar dat alles God verbergt.
    Doch het is tegelijk waar, dat Hij Zich verbergt voor hen die Hem verzoeken, en dat Hij Zich laat ontdekken aan hen die Hem zoeken, omdat de mensen tegelijkertijd onwaardig en geschikt zijn om God te ontvangen; onwaardig door hun bederf, en geschikt door hun oorspronkelijke natuur.

Feest-Apolytikion Vespers:
tn.1.
Verheug u, Hoogbegenadigde, Moeder God’s en Maagd,
want uit u is opgegaan de Zon der Gerechtigheid, Christus onze God,
om hen te verlichten, die in duisternis gezeten zijn.
Verheug u ook, rechtvaardige Grijsaard,
want in uw armen hebt gij gedragen
de Bevrijder van onze zielen,
Die ons ook de Opstanding schenkt
”.

Lied na Psalm 50[51] in de Metten:
tn.6.
  Heden wordt de Poort van de Hemelen geopend, want het Woord van de Vader, is Zijn bestaan begonnen in de tijd, zonder gescheiden te worden van Zij Godheid.
Uit vrije Wil doet Hij Zich dragen naar de Tempel van de Wet, als een kind van 40 dagen uit Zijn Moeder. De oude Simeon neemt Hem in zijn armen.
‘Laat mij in vrede heengaan’, zo roept de dienaar tot Zijn Meester,
‘want mijn ogen hebben Uw Heil aanschouwd’
Gij, Die in de wereld gekomen zijt om het menselijk geslacht te verlossen,
Heer, eer aan U
”. 


troparia van Canon – de megalynaria 9e ode:
Trop.
tn.3.
    De Ouden hadden een paar tortels of jonge duiven,
maar in plaats daarvan dienden
de goddelijke Grijsaard en de wijze Profetes Anna.
Zij bezongen Hem, Die uit de Maagd geboren was,
als de Zoon, de Gelijke van de Vader,
Die kwam in de Tempel
van Zijn Heerlijkheid”.

Trop.
tn.3.
  Gij hebt mij de vreugde van Uw Heil weer gegeven, o Christus,
zo riep Simeon uit:
‘ik ben vermoeid van de voorafschaduwing,
maak mij tot een heraut van Uw Genade,
om U in hymnen te verheerlijken’
”.


Trop.
tn.3.
  Tolk van goddelijke Wil was Anna,
de wijze en vererenswaardige Heilige.
Met luide stem beleed zij de Heer in de Tempel,
terwijl zij alle aanwezigen opripe,
om de Moeder God’s te verheffen”.

Exapostilarion
tn.3a.
  Door de Geest naar de Tempel geleid
mocht de grijsaard de Meester der Wet in zijn armen ontvangen,
terwijl hij uitriep:
‘Bevrijd mij nu in vrede van de boei van mijn vlees,
zoals Gij gezegd hebt,
want met mijn eigen ogen heb ik mogen aanschouwen
de Openbaring van de Volkeren
en de verlossing van Israël
” [de Kerk].

36e zondag na Pinksteren – zondag van de Talenten – hebben wij met de van God ontvangen talenten Zijn heilsplan uitgevoerd?

    Want het is als bij een mens, die bij zijn vertrek naar het buitenland zijn slaven [dienaren] riep en hun zijn bezit toevertrouwde.
✥✥✥   En de een gaf hij vijf talenten, een ander twee, een derde een, een ieder naar zijn bekwaamheid, en hij reisde buitenslands.
Terstond ging hij, die de vijf talenten ontvangen had, op weg, en hij deed er zaken mede en verdiende er vijf bij.
Evenzo verdiende hij, die de twee talenten had, er twee bij.
Maar hij, die het ene talent ontvangen had, ging heen en groef een gat in de grond en verborg het geld van zijn heer.
            En na lange tijd kwam de heer van die slaven en hield afrekening met hen.
En die de vijf talenten ontvangen had, trad toe en bracht nog vijf talenten bovendien, zeggende: ‘ Heer, vijf talenten hebt gij mij toevertrouwd: zie, ik heb er vijf talenten bij verdiend’. Zijn heer zei  tot hem. ‘Wel gedaan, gij goede en getrouwe slaaf, over weinig zijt gij getrouw geweest, over veel zal ik u stellen; ga in tot het feest van uw heer.
Die met de twee talenten trad ook toe en zei:
‘ Heer, twee talenten hebt gij mij toevertrouwd; zie, ik heb er twee talenten bij verdiend. Zijn heer zeide tot hem: ‘Wel gedaan, gij goede en getrouwe slaaf, over weinig zijt gij getrouw geweest, over veel zal ik u stellen; ga in tot het feest van uw heer.
Nu kwam ook hij, die het ene talent ontvangen had, en zei:
‘ Heer, ik wist van u, dat gij een hard mens zijt, die maait, waar gij niet gezaaid hebt, en die bijeenbrengt van plaatsen, waar gij niet hebt uitgestrooid. En ik was bevreesd en ben heengegaan en heb uw talent in de grond verborgen hier hebt gij het uwe. En zijn heer antwoordde en zei tot hem: ‘ Gij slechte en luie slaaf, wist gij, dat ik maai, waar ik niet gezaaid heb en bijeenbreng van plaatsen, waar ik niet heb uitgestrooid? Dan hadt gij mijn geld aan de bankiers moeten geven en ik zou bij mijn komst mijn eigendom met rente opgevraagd hebben. Neemt hem dan het talent af en geeft het aan hem, die de tien talenten heeft. Want aan een ieder, die heeft, zal gegeven worden en hij zal overvloedig hebben. Maar wie niet heeft, ook wat hij heeft, zal hem ontnomen worden. En werpt de onnutte slaaf uit in de buitenste duisternis. Daar zal het geween zijn en het tandengeknars
Matth.25: 14-30.

    Maar als medewerkers [van God] vermanen wij u ook de Genade van God niet tevergeefs te ontvangen,  want Hij zegt: ‘ ten tijde van het welbehagen heb Ik u verhoord en ten dage van het Heil ben Ik u te hulp gekomen; zie, nu is het de tijd van het welbehagen. Zie, nu is het de dag van het Heil’.
Wij geven in geen enkel opzicht enige aanstoot, opdat onze bediening niet gesmaad zal worden, maar wij doen onszelf in alles kennen als dienaren van God:
‘ in veel dulden, in verdrukkingen, in noden, in benauwdheden, in slagen, in gevangenschappen, in oproeren, in moeiten, in nachten zonder slaap, in dagen zonder eten, in reinheid, in kennis, in lankmoedigheid, in rechtschapenheid, in de Heilige Geest, in ongeveinsde liefde, in de prediking van de waarheid, in de Kracht van God; met de wapenen van de Gerechtigheid in de rechterhand en in de linkerhand; onder eer en smaad, in kwaad gerucht en goed gerucht; als verleiders en toch betrouwbaar; als niet bekend en toch wel bekend; als stervend en zie, wij leven; als getuchtigd, maar niet ten dode; als bedroefd, maar altijd blijde; als arm, maar velen rijk makend; als niets hebbend en toch alles bezittend2Cor.6: 1-10.

Wat is de mens, dat Gij hem hebt grootgemaakt?
Of dat Gij Uw aandacht op hem vestigt?
Dat Gij hem bezoekt tot aan de vroege morgen en
hem oordeelt tot aan zijn rust?
LXX Job 7: 17-18.

God is Degene,
Die de harten van de mensen schept, elk op zich;
Hij begrijpt al hun werken”

Psalm 32[33]: 15.

Is het Woord van God van u afkomstig, is het bij u begonnen? Of heeft het u alleen maar bereikt?
            Indien iemand meent een Profeet of een geestelijk [geïnspireerd] mens te zijn, laat hij dan wel weten, dat hetgeen ik [Paulus] u schrijf, ‘een gebod des Heren’ is.
Maar indien iemand hier geen rekening mee houdt, dan wordt er ook met hem/haar geen rekening gehouden. Zo dan, mijn broeders, streeft ernaar te profeteren en belemmert [elkaar] het spreken [op basis van de Heilige Geest] in tongen niet. Laat alles netjes, zoals het hoort en in goede orde [verlopen] geschieden” conf. 1Cor.14: 36b-40.
In simpele bewoording weergegeven verkondigt Paulus, dat
alles binnen de Kerk fatsoenlijk [volgens de regels van het spel] gedaan zou moeten worden” en juist dit geeft exact en onomwonden aan ‘wàt‘ de limieten van de werking van de kerkelijke gemeenschap inhouden.
Daarom is iedere activiteit, operatie of actie binnen en buiten de grenzen van de kerkelijke orde, niet alleen een probleem voor het Leven van het ‘Lichaam van Christus de Kerk, maar ook een navolging of een overtreding van de Blijde Boodschap van Christus en het Apostolisch Gebod, kortom het Evangelie.
Elke afwijkende activiteit welke wij als Christen aan de dag leggen beïnvloedt het gehele leven van de kerkelijke gemeenschap voor zover het zijn historische continuïteit aangaat en vormt op deze manier, de evolutie van het verloop van de kerkelijke voortgang, de uiteindelijke uitwerking tot behoud van God’s Heilsplan.

Hoeveel mensen hebben hun talenten niet ingezet en zich verzet tegen pauselijke/patriarchale innovaties binnen de Kerk en hebben in plaats daarvan de weg van de ballingschap gekozen.
Hoeveel pauselijke/patriarchale ingrepen hebben niet een onrust teweeg gebracht en problemen opgeworpen voor de voortgang van het Leven van het ‘Lichaam van Christus de Kerk.
Gevolgd door hun vijand, de inquisitie vonden ze momenten van respijt in het onderwijzen van de mensen om vol te houden in vroomheid door de leringen van de Heilige Vaders te handhaven. Zij volgenden het Woord en de daden van de vroeg-Christelijke Kerk, waarbij geen sprake was van ‘aanzien des persoons’ [= zonder iemand voor te trekken; zonder er rekening mee te houden om wie het gaat]. In alle oprechtheid verdedigden zij het waarachtige Geloof en ondervonden zij bij voortduring de uitwerking van hun krachtige religieuze geweten en de kracht tot aanvaarding van het martelaarschap als gevolg van hun overtuigingen.
In alle orthodoxe diensten en bijeenkomsten wordt begonnen met het aanroepen van de Heilige Geest – òf er vervolgens ook aandacht aan besteed wordt valt te betwijfelen. Òf het moet zó zijn dat de Heilige Geest bewust chaotische winden doet waaien teneinde ons waarachtig Geloof te beproeven. In de strijd om de ware orthodoxie te verdedigen, wekt zowel Christus, als Paulus in ons een het besef dat er gevochten dient te worden voor de integriteit van de ‘Orthodoxie in het algemeen, en het behoud van het Leven van het ‘Lichaam van Christus de Kerk in het bijzonder.

Hoe kan het morele tekort in organisaties worden verminderd en
het morele handelen van toezichthouders en spelleiders worden bevorderd?

Er is sprake van een mogelijk gebrek aan morele leerprocessen,  gebrek aan integriteit en daarbij dient onderscheid te worden gemaakt tussen persoonlijke en professionele integriteit. Centraal bij persoonlijke integriteit staat de vraag:
Wat is voor de persoon in kwestie ‘het goede’ in het leven?
Bij professionele integriteit gaat het om de vraag: ‘hoe goed’ doet de persoon in kwestie z’n werk?

Door de scheiding van deze begrippen en het loskoppelen van de centrale vragen: ‘wat is voor mij het goede leven?’ en ‘wat is bij goed [samen-]werken?’ onhoudbaar?
Het uitoefenen van een beroep is deel van een groter geheel, van een persoonlijk en maatschappelijk leven waarin een persoon niet alleen ‘zijn opgeblazen-ik-gevoel‘ volop de ruimte geeft, òf, in het andere uiterste, zich slaafs conformeert aan de waarden van zijn beroep of functie.
Professionele integriteit houdt voor navolgers van Christus ‘niet op’ bij het goed uitoefenen van een beroep, maar impliceert het inbrengen van persoonlijke idealen, waarden en commitments. Dat vergt de kunst om te balanceren op het koord dat gespannen is tussen persoonlijke integriteit en beroepsmatige integriteit en de daaraan verbonden idealen, worden deze verminderd of wordt het morele handelen van toezichthouders en spelleiders bevorderd?

Toezichthouders en spelleiders en in hun kielzog binnen de verschillende gemeenschappen de navolgers van Christus dienen zich –‘in alles’– te doen kennen als: “     ‘dienaren van God’:
in veel dulden, in verdrukkingen, in noden, in benauwdheden, in slagen, in gevangenschappen, in oproeren, in moeiten, in nachten zonder slaap, in dagen zonder eten, in reinheid, in kennis, in lankmoedigheid, in rechtschapenheid, in de Heilige Geest, in ongeveinsde liefde, in de prediking van de waarheid, in de Kracht van God; met de wapenen van de Gerechtigheid in de rechterhand en in de linkerhand; onder eer en smaad, in kwaad gerucht en goed gerucht; als verleiders en toch betrouwbaar; als niet bekend en toch wel bekend; als stervend en zie, wij leven; als getuchtigd, maar niet ten dode; als bedroefd, maar altijd blijde; als arm, maar velen rijk makend; als niets hebbend en toch alles bezittend’“.

Waarden drukken een beoordeling uit en verwijzen meestal op een meer algemene wijze naar aspecten van het leven die we belangrijk vinden en waardoor we ons in ons handelen laten leiden. ’Waarden geven richting aan het denken, doen en laten’.
Het zijn middelen om te waarderen:
Zonder waarden zouden mensen niet in staat zijn tot
een persoonlijk oordeel of iets goed of kwaad is,
gewenst of ongewenst, mooi of lelijk”.

Christus kijkt toe

De voornaamste persoon is “Christus, maar daarnaast ook onze medemensen. De omstandigheden waarover de Apostel Paulus spreekt gaan alle navolgers van Christus aan en dezen dienen zich -‘in alles’- te doen kennen als: “     ‘dienaren van God’”.

Hoe kunnen wij dienaren van God zijn indien wij de door ons verkregen Genadegaven slechts gebruiken voor eigen paradepaardjes, ondergeschikten zonder overleg confronteren met vaststaande, niet meer te veranderen feiten en totaal geen overleg plegen over hoe de plaatselijke  gemeenschap haar weg gaat?
Wij worden een persoon zoals Christus wanneer wij de twee geboden der Liefde tot de enige Wet van ons bestaan maken. Dit kan alleen plaats vinden in gemeenschap met Christus en met respect en liefde tot gewone beminde gelovigen van de plaatselijke gemeenschap. Wij dienen God lief te hebben met geheel ons hart en door onze daden te bewijzen dat wij God met geheel ons hart liefhebben door onze broeders en zusters méér lief te hebben als onszelf. Eerst dan wordt ‘onze broeder ons leven’, zoals de Heilige Silouan van de berg Athos het formuleerde.
In de Kerk van Christus gaan wij om met het “overgankelijk zaad  het Woord van God in ons te ontvangen. Wij hebben dit zaad ontvangen als ‘het Mysterie van de Heilige Geest’ bij onze doop.
Bij het aangaan van het Verbond met God onze Schepper werden wij met Christus bekleed – ons hart werd ‘de akker, de aarde‘, die zich opent tot groei, tot leven‘ zoals oudvader Sophrony [Sakharov], geestelijk kind van de Heilige Silouan het noemde.

Door de jaren heen kan dit zaad, deze verkregen talenten, onvruchtbaar in de aarde liggen. En zoals we bovenstaand horen zal onze meester reageren met:
    Gij slechte en luie slaaf, wist gij, dat ik maai, waar ik niet gezaaid heb en bijeenbreng van plaatsen, waar ik niet heb uitgestrooid?” Hij zal dan het talent afnemen en geven aan degenen, die er wel iets meer doen.
  Want aan een ieder, die heeft, zal gegeven worden en hij zal overvloedig hebben. Maar wie niet heeft, ook wat hij heeft, zal hem ontnomen worden“.
Door de jaren heen kan tijdens ons [werkbare] leven het zaad onvruchtbaar in de aarde liggen, totdat onze Heer iemand vindt, die als navolger mee wil lijden en werken, zodat het zaad ontspruit en werkelijk vrucht draagt.
Daarop zegt Paulus wanneer hij zich over de voorgang van de Kerkopbouw zorgen maakt:
Mijn kinderen, ter wille van wie ik opnieuw weeën doorsta, totdat
Christus in u Gestalte verkregen heeft
Gal.4:  19.
Waarden behoren tot de meest fundamentele drijfveren van mensen. Ze motiveren tot handelen en geven richting aan het handelen. We kunnen waarden omschrijven als duurzame overtuigingen over ‘wat’ in ons handelen nastrevenswaardig is, ‘wat’ een bepaalde levenswijze waardevol maakt [het tot een goed leven maakt] en ‘welke‘ ideale eigenschappen van mensen waardevol en nastrevenswaardig zijn.
Dit is het algemeen priesterschap van de navolgers van Christus.
De Blijde Boodschap zegt hierover:
  Het Koninkrijk der Hemelen is gelijk aan een koopman, die schone parelen zocht.
Toen hij een kostbare parel gevonden had, ging hij heen en verkocht al wat hij had, en kocht dieMatth.13: 45,46.
Daarbij gaat het beslist niet om een schatrijke [Oost- en West] kerkgemeenschap, die politiek macht gebruikt om z’n eigen zin door te drijven. Dit betekent om de menselijke hartstochten te beheersen en het hart te reinigen.
Eerst dàn zullen wij gezamenlijk als Kerk, als navolgers van Christus, worden overstelpt door Genadegaven, zodat de Parel, Die ons bij het Mysterie van de Doop geschonken is, weer volop onder ons mogen stralen. Dit is het werk van de Kerk, van alle navolgers van het Lichaam van Christus en dat kan alleen door het afschrikwekkende Kruis op te nemen en de weg naar het hemels Koninkrijk te vervolgen.

Apolytikion    
tn.3.
  Dat hemelse en aardse wezens zich verheugen en jubelen
want de Heer  heeft de Kracht van Zijn arm getoond.
Door Zijn dood heeft Hij de dood vertreden
en werd Hij de Eerstgeborene uit de doden.
Hij heeft ons verlost uit de diepten der hel
en aarde wereld grote Genade geschonken
”.

Kondakion    
tn.3. 
Heden zijt Gij, Barmhartige, opgestaan uit het graf,
en hebt ons verlost uit de poorten des doods,
Heden jubelt Adam en Eva verheugt zich;
en de Profeten en Patriarchen bezingen zonder einde
de Goddelijke Macht van Uw Heerschappij

Theotokion    
tn3.
  Gij zijt Middelaarster geweest bij de Verlossing van ons geslacht,
daarom prijzen wij U, o Moeder Gods en Maagd.
Want in het vlees dat Hij aannam uit uw schoot,
heeft uw Zoon, onze God,
het lijden van het Kruis ondergaan.
En heeft Hij ons uit het verderf verlost
als de Menslievende
”.

Januari de 28e – Orthodoxie – tijd en stilte – H. Ephraïm de Syriër.

      En de Heer, onze Verlosser daalde met hen af en bleef staan op een vlakke plaats en [daar] was een grote menigte van Zijn Volgelingen en een grote menigte van Volk uit het gehele Joodse land en Jeruzalem en van Tyrus en Sidon aan de zee, die gekomen waren om Hem te horen en genezen te worden van hun ziekten; en die gekweld werden door onreine geesten werden genezen.        En de gehele schare trachtte Hem aan te raken, omdat
er Kracht van Hem uitging en Hij allen genas.
       En Hij hief zijn ogen op naar Zijn aanhangers en zei:
– Zalig, gij armen, want uwer is het Koninkrijk Gods.
– Zalig, gij, die nu hongert, want gij zult verzadigd worden.
– Zalig, gij, die nu weent, want gij zult lachen.
– Zalig zijt gij, wanneer u de mensen haten en wanneer zij u uitstoten, en smaden en uw naam als slecht verwerpen ter wille van de Zoon des mensen.
Verblijdt u te dien dage en springt op van vreugde, want, zie, uw loon is groot in de Hemelen
Luc. 6: 17-23a lezing 28 januari [gedenkdag van H. Ephraïm de Syriër

God is niet dood, Hij heeft wèl de Heilige Geest gegeven!

Maar de Vrucht van de Geest is Liefde, Blijdschap, Vrede, Toegevendheid, Vriendelijkheid, Goedheid, Trouw, Zachtmoedigheid, Zelfbeheersing.
     Tegen zodanige mensen is de Wet [en haar rechtvaardigheid’s-besef] niet.
Want wie Christus Jezus toebehoren, hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd. Indien wij door de Geest leven, laten wij ook door de Geest het spoor houden. Wij moeten niet praalziek zijn, elkander tartend, elkander benijdend.
     Broeders, zelfs indien iemand op een overtreding betrapt wordt, helpt gij, die geestelijk zijt, hem terecht in een geest van zachtmoedigheid, ziende op uzelf; gij mocht ook eens in verzoeking komen. Verdraagt elkanders moeilijkheden; zo zult gij de Wet van Christus vervullen”. Gal.5: 22-6: 2

Kunnen wij door ‘inzet in Christus’, onszelf in deze tijd nog verwonderen?
Er gaat een Kracht uit van de Heer, onze Verlosser en
Hij geneest ‘allen, die in Hem geloven‘.

Geloven doe je niet alleen, daar heb je elkaar voor nodig.

 

Welke Psalmen lees je in de ochtend?

    Belijdt [daarom] de Heer, want Hij is goed, want eeuwig duurt Zijn Barmhartigheid.
Getuigt dit, jullie die bevrijd zijn door de Heer; die Hij bevrijd heeft uit de hand van uw vijanden.
Want Hij heeft jullie bijeengebracht uit alle streken: vanuit het oosten, het zuiden, het noorden en de zee. Sommigen verdwaalden in de woestijn [de wereld], in een waterloos land en vonden geen weg naar een bewoonde plaats. Zij leden honger en dorst; hun ziel bezweek in hun binnenste.
Zij riepen tot de Heer in hun beproeving, en Hij verloste hen uit hun nood.
Hij leidde hen naar een goede weg, zodat zij aankwamen in een bewoonde streek.
Dat zij de Heer beiden om Zijn Barmhartigheid
om Zijn Mysteriën
[wonderen] voor de kinderen der mensen.
Want Hij heeft de smachtende ziel verzadigd en de hongerige met goederen vervuld
”.
Psalm 106[107]: 1-9 vert. ROK ’s-Gravenhage.

Daarom nemen leden van de Kerk standaard deel aan gezamenlijke bijeenkomsten in het land.
Daarom nemen leden van de Kerk standaard deel aan bijeenkomsten in hun directe omgeving, aan zogenaamde huiskringen, die verspreid plaatsvinden over het geheel land.
✥ ✥ ✥ Dit vormt als vanouds de ruggengraat van de christelijke gemeenschap, teneinde de zorgen van alledag te kunnen dragen. Geloven dat doe je niet alleen, daar heb je elkaar voor nodig.
Geloven dat doe je ‘niet’ via jouw 
WhatsApp, Linkedin of Facebook;
Geloven doe je door elkaar in elkaars huis te ontmoeten, eerst dàn
voorkom je dat je onderweg in de beproeving van eenzaamheid geraakt.
Neem daarom in ‘jouw eigen‘ omgeving het initiatief en nodig anderen, die in jouw omgeving wonen bij je thuis uit. Er is genoeg om over te praten en ga je daarbij verdiepen hoe je de christelijke weg gaat en dit weet vol te houden.
Een huiskring bestaat uit een groep van zes tot tien mensen, die eens in de twee weken bij elkaar komt. Daar leer je nieuwe mensen kennen, duik je samen de Blijde Boodschap van de Heer in en is er ruimte om door te vragen, om je kwetsbaar op te stellen en om zo samen de diepte in te gaan.
   Daar beleef je dat ‘God Goed is’ en dat je er niet alleen voor staat.
Alleen reizen op een door lotgenoten verlaten weg leidt tot eenzame beproeving, gezamenlijk optrekken is het enige dat je werkelijk rijkdom doet ervaren.
Huiskringen zijn de ruggengraat van de christelijke gemeenschap; dáár leer je reisgenoten kennen op weg naar het Hemel’s Koninkrijk.
   Daar ontstaat een groep van gemeenschapsleden, die voor elkaar zorgt en op elkaar betrokken is. Het accent ligt daar niet alleen op het onderwijs en de bijbelstudie, maar ook op de onderlinge zorg.
Lief en leed wordt daar gedeeld, er is geestelijke toerusting en gebed, kortom iedereen draagt zorg voor elkaar.  Het doel van de huiskring is onderlinge gemeenschap, geestelijke intimiteit en geloofsgroei.

Je kunt pas krachtige onderlinge gemeenschap beleven, wanneer deze in de kleine groep wordt uitgewerkt.
De zondagse samenkomst is bij uitstek een plaats voor gelovigen om samen God te aanbidden en je in de Kerk, ‘het Lichaam van Christus’ ontvangen te weten. Dáár vinden de Goddelijke Mysteriën plaats, Die je geestelijk ondersteunende  Kracht vertrekken om ondanks tegenslagen toch dóór te gaan.
Maar de onderlinge relatie komt daar minder tot zijn recht.
In een kleine groep kun je veel beter elkaar bemoedigen, troosten en versterken.
Door de deelname ontstaat er vriendschap en is er zorg voor elkaar.

In de vroeg-Christelijke Kerk speelde het leven van de gemeente zich voor een groot deel af in de huizen van de gemeenteleden:
      Zij dan, die Zijn woord aanvaardden, lieten zich dopen en op die dag werden ongeveer drieduizend zielen toegevoegd. En zij bleven volharden bij het onderwijs van de Apostelen en de gemeenschap, het breken van het brood en de gebedenHand.2: 41-46;
      En Paulus vertrok vandaar en kwam in het huis van iemand, genaamd Titius Justus, die God vereerde, wiens huis naast de synagoge stond”;
      En toen wij op de eerste dag van de week samengekomen waren om brood te breken hield Paulus een toespraak tot hen en, daar hij van plan was de volgende dag te vertrekken, zette hij zijn rede voort tot middernacht. En er waren verscheidene lampen in de bovenzaal, waar wij vergaderd waren“;
    Hoe Paulus al die tijd onder u verkeerd heeft, dienende de Heer met alle besef van nederigheid, onder tranen en beproevingen, die hem overkwamen door de aanslagen van de Joden; hoe hij niets nagelaten heeft van hetgeen nuttig was om u te verkondigen en te leren in het openbaar en binnenshuisHand.18: 7, 20: 8 en 20: 18b-20;
      Ik beveel Phoebe, onze zuster, tevens dienares van de gemeenschap te Kenchreeen, bij u aan, dat jullie haar ontvangen in de Heer op een wijze, de heiligen waardig, en haar bijstaat, indien zij u in het een of ander mocht nodig hebben. Want zij zelf heeft velen, ook mij persoonlijk, bijstand verleend.
Groet Prisca en Aquila, mijn medearbeiders in Christus Jezus, mensen, die voor mijn leven hun hals gewaagd hebben. Niet ik alleen ben hun dankbaar, maar ook al de gemeenschappen der heidenen. Groet insgelijks de gemeenschap bij hen aan huis. Groet mijn geliefde Epenetus de eersteling voor Christus uit Asia [en nog vele anderen
Rom.16: 1-5;
      Stelt u dan ook onder zulke mensen en onder ieder, die meewerkt en arbeidt. Ik verblijd mij over de komst van Stephanas, Fortunatus en Achaicus, want hetgeen van uw kant nog ontbrak, hebben dezen aangevuld; want zij hebben mijn geest en de uwe verkwikt. Erkent dan zulke mensen. U groeten de gemeenten van Asia. Vele groeten in de Heer van Aquila en Prisca en van de gemeenschap bij hen aan huis. U groeten al de broeders. Groet elkander met de heilige kus1Cor.16: 16-20;
      Jezus genaamd Justus, de enigen uit de besnedenen, die een van mijn medewerkers is voor het Koninkrijk Gods, en die mij dan ook tot troost is geweest. Epafras laat u groeten, die een van de uwen is, een dienstknecht van Christus Jezus, altijd in zijn gebeden voor u worstelende, dat gij moogt staan, volmaakt en verzekerd bij alles wat God wil. Want ik [Paulus] kan van hem getuigen, dat hij zich vele moeite heeft gegeven voor u en voor hen, die te Laodicea en te Hierapolis zijn. De geliefde geneesheer Lucas en ook Demas laten u groeten. Groet de broeders te Laodicea; ook Nymfa met de gemeenschap bij haar aan huis. En wanneer deze brief bij u is voorgelezen, zorgt dan, dat hij ook in de gemeenschap te Laodicea voorgelezen wordt en dat ook gij die van Laodicea u laat voorlezen“ Col.4: 11-16.

Mocht je aanvullende en/of andere vragen willen behandelen in je huiskring, dan kan de volgende indeling in soorten vragen je wellicht helpen:
1.]. Verwerkings- of begripsvragen [het lezen van de lezingen van de dag, de zondag en deze  bespreken]: wat staat er?
2.]. Belevingsvragen [of motivatie-vragen}: wat ervaar ik hierbij?
3.]. Toepassingsvragen: wat wil/kan ik ermee doen [een beslissing nemen]?

Bovenstaande driedeling kun je ook zien als: ‘hoofd – hart – handen’ of:
snappen – wil/kan ik? – wat ga ik doen?
Denk vooraf biddend na welke vragen je in ieder geval op de avond/middag van de huiskring wilt bespreken.
Neem de tijd voorafgaand om – in stilte – naar boven te halen wat jou in de dienst heeft geraakt en hoe God daarin tot je heeft gesproken.
Mocht je tijdens de dienst aantekeningen hebben gemaakt, neem ze erbij.
             NB. Indien je de dienst hebt gemist of je geheugen wilt opfrissen: op deze blog/website vind je de lezingen van de zondag behandeld.

Wissel uit wat jou in de het geheel met name aansprak.
Indien je daarin hebt ervaren dat de Heer tot je sprak, hoe
zou je dan Zijn woord aan jou in eigen bewoordingen kunnen samenvatten?
Wat betekent deze periode van het Kerkelijk jaar voor jou persoonlijk?
Deel dit in de kring en zie hoe ieders antwoord elkaar tot hulp en inspiratie kan zijn.

De gezindheid van Christus… Betrap je jezelf wel eens op een gezindheid die niet de gezindheid van Christus is? Zo ja, wat doe je dan? Hoe kan dit gedeelte je helpen? 
In Phil.2: 1-11 ligt de nadruk op de gezindheid van Christus; toch betrekt Paulus juist ook de Vader en de Geest in zijn oproep. Het gedeelte is dus Trinitarisch.
Dat wil zeggen Paulus spreekt vanuit de Drie-eenheid van Vader, Zoon en Heilige Geest. Dit zie je ook terugkomen in Rom.8: 5,6 waar Paulus spreekt over de gezindheid van de Geest.
De Geest wil in ons een werk doen waardoor we steeds meer op Jezus lijken en Zijn gezindheid ontvangen. Paulus zet de gezindheid van de Geest tegenover de gezindheid van het vlees.
Kun je aangeven waar dat in je eigen leven kan ‘botsen’? Hoe ga je daarmee om?
. . . . . [Neem tijd om samen te bidden dat Gods Geest ons het verlangen geeft Zijn gezindheid steeds meer te krijgen].

Welke zinnen uit de gelezen teksten die nog niet zijn besproken, vielen jou extra op/spraken jou extra aan? Kun je onderling delen waarom?
Leren die zinnen jou persoonlijk iets over God, de Vader, over Jezus, als Zijn Zoon en de Heilige Geest? Zo ja, wat met name? [Hoe] kan dat je helpen in je eigen leven?

  In Phil.2: 8 worden de vernedering van onze Heer en Verlosser en Zijn gehoorzaamheid in één adem genoemd. In hoeverre horen ze bij elkaar; kunnen ze ook los van elkaar staan?
Kun je iets delen van wat hierover in je eigen leven [in de Kerk] speelt of speelde?

De bereidheid van onze Heer en Verlosser om de hemel te verlaten mag ons ook inspireren en motiveren om het tijdseigene van deze periode te delen met hen die Jezus nog niet kennen.
Deel met elkaar hoe je deze periode benut om over je Geloof te spreken.
Deel je ervaringen en bid samen voor hen die uit nieuwsgierigheid zijn gekomen en als deelnemers aan de huiskring uitgenodigd zijn.

Onze Heer en Verlosser, onze God in Drieëenheid, mogen we net als de vroeg – Christelijke Gemeenschap dankbaar zijn voor het Mysterie dat de Hemel onder ons bewerkt.
Mag de Genade van onze Heer Jezus Christus,
de Zoon van God, Die Zich over ons zondaars ontfermen zal
ons de Liefde  toekomen van onze Vader, in de gemeenschap met Zijn Heilige Geest,
met ons zijn en blijven, tot in eeuwigheid.

Troparion van de H. Ephraïm de Syriër
tn.8. 
De stroom van uw tranen heeft de onvruchtbare woestijn doen bloeien,
en door uw zuchten uit de diepte heeft uw arbeid honderdvoudig vrucht gedragen.
Zo zijt Gij, onze heilige Vader Ephaïm, tot een ster geworden,
die heel de aarde verlicht door uw wonderen.
Bid tot Christus onze God, om onze zielen te redden
.

Kondakion van de H. Ephraïm de Syriër
tn.2. 
Gij hebt voortdurend het uur van het Oordeel voor ogen gehad
en uzelf in diepe droefheid beweend.
Gij hebt de stilte liefgehad, heilige Ephraïm,
en door uw ascese zijt gij onze leraar geweest.
Zie in uw goedheid op ons neer
en wek onze onverschillige harten tot rouw-moedig-heid
.

– abuna Ephraïm de Syriër –

De heilige vader Ephraïm de Syriër, [arabisch: الاب المقدسة افرايم السوري, alab almuqadasat afraym alsuwriu] werd geboren in 306 in de stad Nisibis [nu Nusaybin in Turkije], in het betwiste grensgebied tussen Sassanid Assyrië en Romeins Mesopotamië , toen recentelijk door Rome verworven.
Hij wordt als een groot tekstdichter beschouwd in de Kerk van de hedendaagse multi-culturele en multi-religieuze samenleving, welke een ongekende historische rijkdom en een buitengewoon mooie natuur kent.

Pas sinds 1920 wordt deze heilige door de westerse [lees RK] Kerk vereerd als kerkleraar; dat kwam met name via Frankrijk en Engeland, welke een grote invloed hadden in deze streken van het Midden-Oosten.
Eén van de opvallendste aspecten van ‘de Levant’ is de ongeëvenaarde culturele en archeologische rijkdom. Opgravingen hebben aangetoond dat dit gebied al duizenden jaren constant bewoond is !!!   De oudste sporen van menselijke aanwezigheid dateren uit 80.000 voor Christus. De oudste belangrijke beschaving van deze streek, de Phoeniciërs, ontstond in het derde millennium voor Christus, hun opvallendste kenmerk was hun handelsgeest.
Bij de splitsing van het Romeinse Rijk kwam het gebied in 395 onder Constantinopel te staan welke Syrië tot in de 7e eeuw bestuurde. Vervolgens is er een niet aflatende ‘vreemde’ overheersing gevolgd door Omajjaden, Abbasiden, Seltsjoeken, de kruistochten, de mongolen en de opkomst van het Ottomaanse Rijk. De volkerenbond [Fransen en Engelsen] heeft geleid tot een kortstondige overheersende zekerheid tot rust, maar vanaf de onafhankelijkheidsstrijd [1916-1920, het Sykes-Picotverdrag] is het in ‘de Levant’ tot de dag van vandaag onrustig  gebleven.
Het gevaar van de multi-religieuze samenleving was voor Rome en Constantinopel [ook toen konden ze het al erg goed met elkaar vinden] aanleiding de Antiocheens Orthodoxe Kerk van de 18e tot het einde van de 19e eeuw ‘onder curatele‘ te stellen van de autofecale kerk van Athene. In de officiële tenaamstelling is dit nog af te lezen: ‘Grieks-orthodox Patriarchaat van Antiochië’.

In de dagen van Ephraïm de Syriër werden er in de stad Nisibis talloze talen gesproken, afgeleide  dialecten van het Aramees, de christelijke gemeenschap gebruikte een Syrisch dialect. Ephraïm werd reeds op jeugdige leeftijd en was binnen een vroeg-Christelijk wijze van monastiek leven vrijwel zeker een ‘zoon van het Verbond met God‘.  Jacob, de tweede bisschop van Nisibis stelde Ephraïm aan als leraar [Syrisch malp̄ānâ, Arabisch muealam], een titel die nog steeds veel respect oproept onder Syrisch Orthodoxe Christenen. Hij werd tot lezer, subdiaken en vervolgens tot diaken gewijd en begon kerkelijke Hymnes te componeren en bijbelse commentaren te schrijven als onderdeel van zijn in Christus gegeven stijl gegeven pedagogisch onderwijs.
In zijn Hymnes verwijst hij soms naar zichzelf als een ‘herder‘, naar zijn toezichthouder als ‘de herder‘ en naar zijn gemeenschap als een ‘kudde’.
De heilige Ephraïm wordt algemeen beschouwd als de stichter van de Theologische School van Nisibis, die in latere eeuwen uitgroeide tot het centrum van het onderwijs van de Antiocheens Orthodoxe Kerk.
  Ik werd weliswaar op de weg naar de Waarheid geboren: hoewel ik in mijn puberjaren de grootsheid van deze Genade niet onderkende, werd ik hierin eerst onderwezen toen de beproevingen kwamenconf. Adversos Haereses, XXVI.
Hij leefde eenzaam in afzondering en werd nimmer tot priester gewijd.
Na de verovering van Nisibis door Perzië in 363, vestigde Ephraïm zich in het Romeinse Edessa waar hij de hymnen componeerde, die tot op de dag van vandaag in de Antiocheens Orthodoxe Kerk  worden gebruikt.
Zijn composities werden vertaald in het Armeens en het Grieks, en via de laatstgenoemde taal overgezet in het Latijn en Slavisch. Vele werken in deze westerse vertalingen, die aan hem worden toegeschreven, zijn, nochtans, niet werkelijk van zijn hand.
Veel van Ephraïm’s exegetische, dogmatische en ascetische werken zijn in versvorm.
Hij schreef verscheidene polemische werken om de ketterijen van Marcion,  Bardaisan, Mani, het Arianisme, de gnostische Borboriten en de Anomeanen te weerleggen. Hij schreef brede beschouwende commentaren op de Blijde Boodschap, waaronder over Genesis en een samengestelde chronologische weergave van de vier Evangeliën [Diatessaron].
Zijn geschriften bevatten omvangrijke typologieën en symboliek.
Meer dan 500 hymnen zijn bewaard gebleven.
Zijn poëzie bevat twee genres: als ‘Hymnen‘ en als ‘Preken‘ in versvorm.
Na zijn dood werden de hymnen in hymnen-cycli geplaatst, hiervan zijn de bekendste het Geloof [incl. die van de ‘vijf over de Parel van het Geloof‘),
het Paradijs en Nisibis [vooral de 2e helft:
de Afdaling van Christus in Hades/ de Sheol.
Zijn liturgische poëzie had een geweldige invloed liedkunst zowel voor ‘de Levant’ als die van Griekenland. In de christelijke Geloof’s-gemeenschappen van de Levant wordt hij in navolging van de Psalmdichter David geëerd als ‘de harp van  de Heilige Geest‘.
Met name één hymne, welke als niet identiek wordt beschouwd, is:
    Ik, Efraïm ben stervende en schrijf mijn nalatenschap.
Moge het een getuigschrift zijn voor hen, die na mij komen;
Bidt dag en nacht, uw gehele leven lang.
Zoals een ploeger, dag in dag uit, zijn grond omploegt.
Een ploeger, is de trouw aan zijn dagelijkse bezigheden;
hij is bewonderenswaardig en doet geen slechte dingen;
wees niet zoals luiaards van wie de velden
met doornen overwoekerd zijn.
Bidt zonder ophouden, want hij die het gebed liefheeft, zal
zowel hier op aarde als in de Hemelen God’s hulp en bijstand genieten”.”

Uiteraard kan dit resumé van zijn leven niet afgesloten worden zonder
het onder Orthodoxen bekende gebed van Ephraïm de Syriër, welke
in de grote en heilige vastenperiode gebeden wordt en
voor de lenigen onder ons begeleid wordt door lichamelijke oefeningen:
Heer en Meester van mijn leven,
Bewaar mij voor een geest van luiheid, moedeloosheid, heerszucht en ijdel gepraat.  *
Maar schenk mij, uw dienaar, een geest van ingetogenheid, nederigheid, geduld en liefde. *
Ja mijn Heer en mijn Schepper, doe mij mijn eigen fouten zien en niet mijn broeder veroordelen;
want gij zijt gezegend in de eeuwen der eeuwen. 
Amen“. *
* [
Grote buiging]
Heer reinig mij van mij zonden“. [afsluitend, + Kleine buiging, 10 x].

Orthodoxie & jezelf in je doen en laten werkelijk, waarachtig en vrij richten op God.

    Richt u op en heft uw hoofden omhoog, want uw Verlossing genaakt [komt dichterbij].
En Hij sprak een gelijkenis tot hen: Let op de vijgenboom en op al de bomen. Zodra zij uitlopen, weet gij uit uzelf, omdat gij het ziet, dat de zomer reeds nabij is.
      Zo moet ook gij, wanneer gij dit ziet geschieden, weten, dat het Koninkrijk Gods nabij is.
Voorwaar, Ik zeg u, dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, voordat alles geschiedt.
De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaanLuc.21: 28b-33.

You only know what you want to change, when you know where your resistance is.

    Weet wel [dit], mijn geliefde broeders: ieder mens moet snel zijn om te horen, langzaam om te spreken, langzaam tot toorn; want de toorn van een man brengt geen gerechtigheid voor God voort.
      Legt dus af alle vuilheid en alle uitwas van boosheid en neemt met zachtmoedigheid het in u geplante Woord aan, dat uw zielen kan behouden.
      En weest daders van het Woord en niet alleen hoorders: dan zoudt gij uzelf misleiden.
Want wie hoorder is van het Woord en niet dader, die gelijkt op een mens, die het gelaat, waarmee hij/zij  geboren is, in een spiegel beschouwt; want hij/zij heeft zich beschouwd, is heengegaan en heeft terstond vergeten, hoe hij er uitzag.
     Maar wie zich verdiept in de volmaakte wet, die van de Vrijheid, en daarbij blijft, niet als een vergeetachtige hoorder, doch als een werkelijk dader, die zal zalig zijn in zijn doen.
     Indien iemand meent godsdienstig te zijn en daarbij zijn tong niet in toom houdt, maar zijn hart misleidt, diens dienst aan God is waardeloos.
Zuivere en onbevlekte godsdienst voor God, de Vader, is: omzien naar wezen en weduwen in hun 
druk en zichzelf onbesmet van de wereld bewarenJac.1: 19-27.

Mozes aanvaardt de wet – Parijs psalter

Er zijn slechts twee beweegredenen waarom de mens doet en laat, zoals hij/zij doet:
uit angst òf uit vrij gekozen Liefde.
Telkens wanneer je iets overkomt in het leven voel je hier iets bij. Er kruipt een emotie bij je omhoog als reactie op die gebeurtenis.
Dit kan een emotie zijn die je als positief ervaart, zoals dankbaarheid, blijdschap, troost of geluk. Je kunt ook een emotie ervaren die negatief voelt, zoals jaloezie, haat, verdriet, teleurstelling of afgunst.
Hoewel we in de meeste gevallen denken geen invloed te hebben op de gevoelens die we ervaren, is juist het tegendeel waar.
We kunnen onze emoties sturen, en zelf bepalen welke gevoelens we ervaren naar aanleiding van iedere gebeurtenis.
Zoals al vaker is uiteengezet heeft een gebeurtenis geen betekenis totdat jij die eraan toekent. Jij kiest hoe je wilt reageren op iets dat je overkomt. En hoewel we meestal functioneren op de automatische piloot, heb je wel degelijk zelf een keus in de reactie die een gebeurtenis in jouw lichaam teweeg brengt.

Waarom is dit zo interessant te kiezen je eigen emotie?
Voornamelijk omdat we deze vrije keuze kunnen gebruiken om ons leven mooier te maken. Wanneer ons iets ‘vervelends’ overkomt kun je zelf bepalen hoe je hier op reageert.
Goed en slecht‘ bestaan niet en zo het bestaat, zal God daar wel over oordelen, dus niets ligt van tevoren vast. Wie zegt ons dat deze of gene gebeurtenis per definitie slecht is?
Je kunt ‘zelf‘ kiezen welk gevoel je eraan wilt koppelen, en deze vrijheid geeft je de kans om je leven mooier te maken en daarom kun je kiezen tussen angst en liefde.

Wanneer je kijkt naar de gevoelens die je ervaart, komt het spectrum van emoties voort uit slechts twee basis emoties: angst en liefde. Dit zijn de twee basisgevoelens van waaruit we allemaal handelen.
    Angst is de emotie van afkeer, afzondering, haat, vluchten, afstoten, jaloezie, afgunst en alle andere negatieve gevoelens.
    Liefde is de emotie van vasthouden, samen zijn, samenwerken, blijdschap en alle andere positieve gevoelens.
In iedere situatie in je leven reageer je in essentie vanuit één van deze twee emoties. Je reageert vanuit liefde of vanuit angst. Veel mensen reageren automatisch vanuit angst.
Ze zijn bang om iets kwijt te raken, of iets te ervaren dat ze niet willen.
Je hebt echter zelf de keus vanuit welke emotie je wilt reageren.
    Angst houdt je gevangen en maakt je leven minder fijn.
Zoals je begrijpt is leven vanuit gevoelens van angst op de lange termijn niet prettig. Wie zijn leven inricht rondom angst baseert zijn leven op negatieve emoties, en de angst om deze emoties te ervaren.
Hoe meer angst je in je leven brengt, des te meer reden je zult krijgen om angstig te zijn. Je gevoelswereld zal worden gedomineerd door negatieve gevoelens, met alle gevolgen van dien.
    Liefde maakt je vrij en je leven een stuk aantrekkelijker, mooier.
Wanneer je je leven baseert op gevoelens van Liefde zul je je leven op de lánge èn kòrte termijn mooier maken. Hoe meer Liefde je voelt, des te meer Liefde je zult kunnen ervaren. Je kunt ervoor kiezen om Liefde te voelen bij alles wat je overkomt, zelfs wanneer iemand je aanvalt.
Je kunt kiezen voor een positieve energie in je leven die doorwerkt in alle gebieden van je leven.

Zo kies je in alle openheid voor het gevoel van Liefde
Wanneer je voor een keuze staat, beoordeel je eigen emotie:
òf je reageert vanuit vrij gekozen Liefde òf vanuit de ineengekrompen gevangenschap van de angst.
      Wanneer je wilt gaan reageren vanuit een gevoel van angst [jaloezie, afwijzing, teleurstelling of bijvoorbeeld haat), sta dan even stil, en vraag jezelf af hoe je kunt reageren als je vanuit liefde zou handelen.
      Uiteraard is dit in veel gevallen makkelijker gezegd dan gedaan. Je dient dan ook niet te verwachten dat je vanaf -‘hier en nu’- de keuze kunt maken om alleen nog maar vanuit Liefde te reageren.
      Wel kun je je steeds bewuster worden van je reacties en je gedachten.
Je kunt jezelf langzamerhand trainen om steeds vaker te leven vanuit Liefde, en het leven vanuit angst achter je te laten. Dit doe je stap voor stap, niet van de een op de andere dag.
  Je bent moedig wanneer je je angsten ervaart en het tóch uit Liefde doet, gewoon om ‘zelf‘ frank en vrij over de brug te komen en je te uiten. Moed gaat niet over door uit Liefde geen angst voelen, want indien je geen angst voelt om Lief te hebben, dan heb je ook geen moed nodig.
– Vrij zijn van angsten komt vanzelf, maar pas nadat je de moed hebt opgepakt en los komt uit het verleden.
– Moedig zijn draait om het volgen van je hart, je doet wat je wilt en kunt doen zonder je te laten belemmeren door je angsten.
Maar je ervaart je Liefde voor de ander ondanks de angst wel degelijk. En je besluit er toch voor te gaan, je zegt gewoon waar het op staat.
–  Indien je dit niet doet – en dus je angsten niet overwint – dan gaan je angsten je leven dicteren en blijf je gevangen zitten in afkeer, afzondering, haat, vluchten, afstoten, jaloezie, afgunst en alle andere negatieve gevoelens en stijg je onmogelijk boven de situatie uit.

De Kracht van waarachtige Liefde schuilt niet in het vasthouden maar in het loslaten van het oude [van de Wet], van de  gevangenschap. Je wereld gaat er heel anders uitzien wanneer je in een relatie elkaar met respect behandelt, elkaar durft laten zijn, die je bent, zonder de ander te overheersen.
Dat houdt in dat je elkaar de vrijheid geeft om ‘helemaal‘ jezelf te zijn. Wanneer deze onzekerheid zich uit in een relationele wurggreep, kan dit een relatie ernstig beschadigen; er is dan geen sprake meer van vertrouwen.
Negatieve energie binnen de relatie, zoals egoïsme, jaloezie, afgunst, wantrouwen etc., staat in de weg van waarachtige Liefde.

Wanneer je een relatie met God wilt ontwikkelen kan de vraag ontstaan hoe je jouw gebed vorm kunt geven.
De discipelen hadden deze vraag ook. Zij vroegen aan Jezus: “leer ons bidden”.
Toen leerde onze Heer en Verlosser hen het Onze Vader.  Christus gaf ons hiermee aan dat de relatie met God intiem kan zijn, als met jouw Vader, een familie-relatie – een grote rijkdom aan principes en mag dus ook een soort ‘basis zijn‘ van onze gesprekken met God.
Er zijn er veel psalmen , klaagliederen en proclamaties in de Blijde Boodschap voorhanden, die je een krachtige impuls aanbieden voor je gebedsleven.
Wil je een gedienstig leven met God opbouwen, dan vraagt dat om een relatie, om intimiteit en daar zul je ook aandacht en tijd in steken.
Wij geloven in de navolging van Christus, Die heel vrijmoedig sprak over Zijn relatie met God, de Vader. We maken van daaruit [bewuste en onbewuste] keuzes, we leven vanuit een soort agenda, proberen aan de eisen van Zijn wereld te voldoen en ook af en toe nog een beetje te ontspannen.
Maar op een gegeven moment willen we ook in ons hart ervaren dat ‘God’ werkelijk aanwezig is, Hem ervaren en een relatie met Hem opbouwen.
Een relatie waarin wij Hem alles kunnen vertellen en waarin ook Hij de ruimte krijgt om te spreken en vervolgens zaken aan Hem kunnen overlaten.
Liefde kan niet van een kant komen en al helemaal niet wanneer ons een dreigende God voor ogen staat. Ideaal gesproken is dit de basis van ons hele bestaan, de Liefde tot God en onze naasten. De band met onze ouders en familieleden is er – als het goed is – een, die gebaseerd is op Liefde.
Er kan enorm veel in de weg zitten om de liefde van God te herkennen. Verkeerde denkbeelden, angst, woede en andere onverwerkte emoties kunnen als obstakels in de weg zitten.
Toch staat er in de Blijde Boodschap dat de Liefde sterker is dan de dood.
Vele wateren kunnen haar niet blussen, zij is een verterend [begeesterend] vuur, en met deze Heilige Sterkte en overweldigende Kracht houdt God van ons mensen.

Christus klopt aan jouw deur

Indien wij de deur voor Hem open zetten, zal Hij niet rusten tot we snappen ‘Wie’ Hij voor ons wil zijn.
Daar mogen we op wachten en daar mogen we steeds op hopen.
Deze liefde van God bouwt op, bemoedigt, verandert omdat het ons doet groeien.
Dit is wat onze Heer ons heeft geleerd en hetgeen ons in Zijn Geest
door zijn opvolgers is overgedragen al 20 eeuwen lang.
Mensheid richt u daarom op en heft uw hoofden omhoog,
want uw Verlossing komt dichterbij.

Troparion H. Apostelen [donderdag]
tn.3. “   Heilige Apostelen,
bidt tot de Barmhartige God,
dat Hij de vergeving van zonden
moge schenken aan onze zielen”.

Kondakion H. Apostelen [donderdag]
tn.2.
  De trouwe Verkondigers van God, Uw uitgelezen Leerlingen,
hebt gij, o Heer, deelachtig gemaakt aan Uw goederen,
en doen binnentreden in de eeuwige rust.
Want hun zwoegen en sterven
was kostbaar voor U boven offers,
omdat Gij alleen de harten kent
”.

Theotokoion [donderdag]
tn.3.
  Uit U bezitten wij het Woord van de Vader,
Christus onze God, in het vlees,
Moeder God’s en maagd,
alleen zuivere en enig gezegende.
Daarom willen wij u zonder ophouden bezingen en verheffen
”.

Kondakion H. Nicolaas [donderdag]
tn.4. “   Als richtsnoer van het Geloof,
voorbeeld van zachtmoedigheid,
en leraar der onthouding
zo heeft de waarheid van uw daden
U aan Uw kudde getoond.
Door nederigheid hebt gij het verhevene gewonnen;
door armoede de rijkdom.
Vader en aartsbisschop Nicolaas bidt tot Christus God
onze zielen te redden”.

Orthodoxie & gelukzaligheid in de wereld

    En toen sommigen van de tempel zeiden, dat hij met schone stenen en wijgeschenken versierd was, sprak Hij:
      Wat gij daar aanschouwt – er zullen dagen komen, waarin geen steen op de andere zal gelaten worden, die niet zal worden weggebroken.
      En zij vroegen Hem en zeiden: ‘ Meester, wanneer zal dit dan geschieden? En wat is het teken, dat deze dingen zullen gebeuren?
Hij zei:
      Ziet toe, dat gij u niet laat verleiden.
  Toen zei Hij tot hen:

Petrus’ banden [boeien] verbroken

Volk zal opstaan tegen volk en koninkrijk tegen koninkrijk, en er zullen grote aardbevingen, en nu hier, dan daar pestziekten en hongersnoden zijn, en ook vreselijke dingen en grote tekenen van de hemel.
  Zodra gij nu Jeruzalem door legerkampen omsingeld ziet, weet dan, dat zijn verwoesting nabij is. Laten dan die in Judea zijn, vluchten naar de bergen, en die binnen de stad zijn, de wijk nemen, en die op het land zijn, er niet binnengaan, want dit zijn de dagen van vergelding, waarin alles wat geschreven is, in vervulling gaat. Wee de zwangeren en de zogenden in die dagen!
Want er zal grote nood zijn over het land en toorn over dit volk, en zij zullen vallen door de scherpte van het zwaard en als gevangenen weggevoerd worden onder alle heidenen, en Jeruzalem zal door heidenen vertrapt worden, totdat de tijden der heidenen zullen vervuld zijnLuc.21: 5-8a- 10-11, 20-24.

H. Jacobus, 1e toezichthouder te Jeruzalem

    Jacobus, een dienstknecht van God en van de Heer Jezus Christus, groet de twaalf stammen in de verstrooiing.
     Houdt het voor enkel vreugde, mijn broeders, wanneer gij in velerlei verzoekingen valt, want gij weet, dat het beproefd worden van uw Geloof volharding uitwerkt.
⁌       Maar die volharding moet volkomen doorwerken, zodat gij volkomen en onberispelijk zijt en in niets te kort schiet.
⁌      Indien echter iemand van u in wijsheid te kort schiet, dan dient hij God daarom te bidden, die aan allen geeft, eenvoudigweg en zonder verwijt; en zij zal hem gegeven worden. Maar hij moet bidden in geloof, in geen enkel opzicht twijfelende, want wie twijfelt, gelijkt op een golf der zee, die door de wind aangedreven en opgejaagd wordt.
      Want zulk een mens moet niet menen, dat hij iets van de Heer zal ontvangen, innerlijk verdeeld als hij is, ongestadig op al zijn wegen.
      Laat de geringe broeder roemen in zijn hoogheid, maar de rijke in zijn geringheid, want als een bloem in het gras zal hij vergaan. Want de zon komt op met haar hitte en doet het gras verdorren, en zijn bloem valt af en de schoonheid van haar uiterlijk verdwijnt; zo zal ook de rijke met zijn ondernemingen verwelken.
      Welzalig is de mens, die in verzoeking volhardt, want, wanneer hij de proef heeft doorstaan, zal hij de kroon des levens ontvangen, die Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben.
      Laat niemand, als hij verzocht wordt, zeggen: Ik word van Godswege verzocht.
Want God kan door het kwade niet verzocht worden en Hijzelf brengt ook niemand in verzoeking. 
Maar zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit voort uit de zuiging en verlokking van zijn eigen begeerte. Daarna, als die begeerte bevrucht is, baart zij zonde; en als de zonde volgroeid is, brengt zij de dood voort.
      Dwaalt niet, mijn geliefde broeders. Iedere gave, die goed, en elk geschenk, dat volmaakt is, daalt van boven neder, van de Vader der lichten, bij Wie geen verandering is of zweem van ommekeer.
Naar Zijn raadsbesluit heeft Hij ons voortgebracht door het Woord der Waarheid, om in zekere zin eerstelingen te zijn onder zijn schepselen
Jac.1: 1-18.

Naar Zijn raadsbesluit heeft God ons voortgebracht door het Woord der Waarheid, om in zekere zin eerstelingen te zijn onder Zijn schepselen.
Paulus verschafte de mensen een nieuwe openbaring over zaken waar Jezus niet uitdrukkelijk over gesproken heeft. Hoe uitgebreid de bediening van Jezus ook was, Hij heeft niet al het denkbare ten aanzien van het Christelijke leven uitgelicht. Daarom zond Hij Zijn volgelingen uit om Zijn bediening voort te zetten na Zijn Hemelvaart, en daarom hebben wij allen een door God geïnspireerde Blijde Boodschap gekregen, “zodat een dienaar van God voor zijn taak berekend is en voor elk goed doel volledig is toegerust2Tim.3: 17.
Die onthullingen zijn uiteindelijk afkomstig van de Heilige Geest en worden Mysteriën genoemd. Het woord “Mysterie” is een theologisch-technische term, Die doelt op een vooraf onbekende Waarheid, Die -‘hier en nu‘- onthuld wordt, zoals dat de Kerk bestaat uit Joden en heidenen [conf. Rom.11: 25]
òf het moment waarop de bazuin het einde inluidt, wanneer de doden onvergankelijk opgewekt zullen worden en wij zullen onherroepelijk ten goede veranderd worden [conf. 1Cor.15: 51-52].
Vandaag wordt ons hetzelfde voorgeschoteld door de broeder des Heren, James/Jacobus., die eveneens een volgeling van Christus werd.

Het Evangelie van vandaag begint met de tempel en dan gaat het niet over dat gebouw – gebouwen zijn slechts ontstaan uit uiterlijke beweegredenen van mensen, meestal als project van deze of gene, die zichzelf ontzettend belangrijk heeft gevonden.  Je ziet dat overal om je heen – mensen, die zich zo nodig dienen te manifesteren als zijnde, zie mij eens.
Er wordt daarbij vergeten dat wij slechts stof zijn en tot stof zullen weerkeren.

Neen, het gaat hier vandaag om ‘die andere tempel‘, waar de Paulus over gesproken heeft.

Weet u het nog?
De tempel is de plaats van de ontmoeting met God: ‘het huis van … God‘ is Hem ontmoeten in de tempel van ons innerlijk, in ‘de tempel van ons hart’ en
waneer we dáár naar binnen kijken is het meestal zo dat we het erg met onszelf getroffen hebben – met schone stenen en wijgeschenken versierd.
Wat ons rest is dat we met de hulp van God uit ‘onze gevangenschap‘ komen – het verbreken van de ‘oh-zo-kostelijke’ kettingen waarmee wij door herodes weggehouden worden van het enige wat ons als volgelingen van Christus kan redden.
Welzalig is de mens, die in verzoeking volhardt, want, wanneer hij de proef zal doorstaan, op die wijze zal de mens de kroon van het Leven ontvangen, Die onze Heer en Meester beloofd heeft aan wie Hem liefhebben.
Navolging van Christus houdt niet anders in dan in zekere zin het
met onze Heer te streven om als mensen
eerstelingen te zijn onder God’s schepselen.

MP3: ‘Welzalig is de mens, die niet wandelt naar de raad der goddelozen‘ – Ormylia Monastery

Kruis – houtsnijwerk van een aankomend monnik, I.M.Karakallou, Athos

Tropaar van het Heilig Kruis [woensdag en Vrijdag]
tn.1. “   Red, Heer, Uw volk, en zegen Uw erfdeel;
schenk aan de rechtgelovigen de overwinning over de vijanden,
en bescherm Uw Gemeenschap door Uw Kruis”.

Kondakion [woensdag en Vrijdag]
tn.1.  Gij, Die U vrijwillig op het Kruis hebt verheven,
o Christus God,
schenk Uw ervaringen aan Uw nieuwe Gemeente,
die naar U genoemd is.
En verblijd ons met Uw Kracht
in de strijd tegen de vijand.
Want gij zijt onze helper door het onoverwinnelijke Vredeswapen van Uw Kruis
”.

Theotokion [woensdag en Vrijdag]
tn.1.  Wij allen die uw bescherming ondervinden, Al-reine,
en die door uw speling van onze tegenstanders zijn bevrijd:
wij worden bewaakt door het Kruis van Uw Zoon;
daarom willen wij u vroom verheffen
”.

Kondakion [Petrus’ banden (boeien)] 16 januari
tn.2. “   Christus, de Rots, verheerlijkt
de stralende rots van het Geloof,
de Eerst-tronende van de Volgelingen,
want Hij roept allen samen
voor het feest van Petrus’ ketenen
en Hij verleent ons vergeving van onze zonden
”.

Orthodoxie & de dood van een machtssysteem en de wederopstanding

‘de dood’, ascetische afbeelding van het open graf van de Keizer ‘Alexander de Grote’

      Maar vóór dit alles zullen zij de handen aan u slaan en u vervolgen, door u over te leveren in de synagogen en gevangenissen, en u voor koningen en stadhouders te leiden omwille van Mijn Naam. Het zal voor u hierop uitlopen, dat gij zult getuigen.
       Neemt u daarom in uw hart voor, niet vooraf te bedenken, hoe gij u zult verdedigen. Want Ik zal u mond en wijsheid geven, welke al uw tegenstanders niet zullen kunnen weerstaan of weerleggen.
       En gij zult overgeleverd worden zelfs door ouders en broeders en verwanten en vrienden, en zij zullen sommigen van u doden en gij zult door allen gehaat worden omwille van Mijn Naam.
Doch geen haar van uw hoofd zal teloor gaan; door uw volharding zult gij uw leven verkrijgenLuc.21: 12-19 

      Ziet dan toe, dat gij Hem, die spreekt, niet afwijst.
Want als genen niet ontkomen zijn, toen zij Hem afwezen, die zijn godsspraak op aarde deed horen, hoeveel te minder wij, als wij ons afwenden van Hem, Die uit de Hemelen [spreekt].
Toen heeft Zijn stem de aarde doen wankelen, doch thans heeft Hij een belofte gegeven, zeggend: Nog eenmaal zal Ik niet slechts de aarde, maar ook de Hemel doen beven.
       Dit: nog eenmaal, doelt op een verandering van de wankele dingen als van iets, dat slechts geschapen is, opdat zal blijven, wat niet wankel is.
      Ik vermaan u, broeders, houdt mij dit woord van vermaning ten goede, want ik schrijf u maar kort. Weet, dat onze broeder Timotheus
[Hebr.= ‘God vererend’] in vrijheid gesteld is; als hij spoedig komt, zal ik met hem u bezoeken.
Groet al uw voorgangers en al de heiligen. De broeders uit Italië laten u groeten. De Genade zij met u allenHebr.12: 25-27:13: 22-25 [lezingen van dinsdag 15 januari].

Broeders, zusters, de Genadegaven van onze Heer en Verlosser zij met u allen, maar weet dat degenen, die God vereren, die Zijn godsspraak op aarde deed horen, zijn ‘vrijgesteld’.

De huidige globaliserende wereld

Globalisering leidt tot verbrokkeling

Omdat ons lot onzeker en onze natuur onbetrouwbaar is, hoeveel
eerbiedwaardiger en beter is het dan om de leer van onze voorouders als meesteres in de Waarheid te aanvaarden,
de overgeleverde godsdienstige gebruiken in ere te houden, de goden, die je door je ouders als kind intiem hebt leren aanbidden, te vrezen in plaats van hen nader te leren kennen; hoeveel eerbiedwaardiger en beter is het dan om de ouden te geloven dan zich over de goddelijke wezens een ‘eigen’ mening te willen vormen

uit: de Apology ‘Spectaculis’ van Tertullianus [ca. 150–222 na Chr.]

Wilt u werkelijk historische inzicht verkrijgen lees dan het volgende:
Pdf:  De wereld waarin de eerste Christenen leefden

⁌⁌⁌          Weet dan dat er tegen het einde van de 21e eeuw in onze globaliserende wereld misschien nog geen tienduizend christenen zullen overblijven, een uitermate kleine minderheid dus.
Wij, Christenen zullen door allen gehaat worden omwille van de Naam Van onze Heer Jezus Christus: “ De wereld zal de handen aan u slaan en u vervolgen,
door u over te leveren in jullie gebedshuizen en hun gevangenissen, en
u voor koningen en stadhouders
[toezichthouders] te leiden omwille van Mijn Naam. Het zal er voor u op uitlopen, dat jullie persoonlijk zult dienen te getuigen”.

de dood van een aards imperium

De Macht en de Opstanding komt slechts onze Heer en Verlosser toe
Of de Apostel Petrus ooit echt in Rome is geweest en daar de leiding heeft genomen over de vroege Christelijke gemeenschap is onduidelijk, wel is bekend dat deze Apostel, deze rots, toezichthouder, bisschop was in Antiochië.
Wat tevens bekend is dat de vroegste Christelijke gemeenschappen helemaal geen niet bekend centrale leider kende in de vorm van een paus of patriarch.
Zij waren losjes georganiseerd omdat de eerste Christenen in de veronderstelling leefden dat Christus spoedig zou terugkeren op aarde.
Pas toen rond het begin van de tweede eeuw bleek dat die terugkeer nog wel even op zich liet wachten ontstond er de menselijke behoefte aan meer hiërarchie en organisatie.

Zo ontstonden lokale leiders in de vorm van bisschoppen [Latijn = ‘Episcopus, toezichthouder’].                Terwijl de gemeenschappen groeiden en de Christelijke heilsleer zich door het steeds instabieler wordende Romeinse Rijk verspreidde, kregen de bisschoppen steeds meer macht en invloed.
Op de eerste grote kerkvergadering, welke in het jaar 325 door keizer Constantijn de Grote bijeengeroepen werd, was er geen paus of patriarch aanwezig – er waren slechts toezichthouders, die in onderlinge liefde, overleg pleegden.
Na de val van het Oost- en West-Romeinse rijk ontstond er een machtsvacuüm en begon de strijd om een door ‘werelds denken‘ beïnvloede bevoorrechte positie, welk tot op de dag van vandaag leidde tot een hang naar Macht.
De Macht in de Kerk, het Lichaam van Christus komt slechts God toe.
Alvorens een inter-collegiaal besluit te nemen, die door ‘alle’ toezichthouders aanvaard en vervolgens door het Christenvolk in het hart gedragen zou worden, werd daarom de Heilige Geest aangeroepen [‘het Hemelse Koning‘], Christus is immers het hoofd van de Kerk.
Wie zich derhalve blijft opwerpen als eerste onder gelijken dient zich bewust te zijn dat dit slechts een menselijke weeffout is en dient zich overtuigen dat de waarheid niet door ‘drammen’ of ‘onwaarheden te verkondigen’ opgedrongen kan worden, de Geest waait immers waarheen God dat wil. De tijd speelt hierin een grote rol en daarom wordt ieder gebed tot onze Heer en zaligmaker ook afgesloten met “in de eeuwen der eeuwen, Amen [bij God, zo zij het]”.


De woestijn van ons leven
       “Jij bent die mens in de woestijn!”

De woestijn en de plaats waar de weg ingezet wordt tot verdoemenis is een van de belangrijkste factoren in de ontwikkeling van zelfconcentratie en gebed tot God.  Wij zijn dit al eerder tegengekomen in het leven van de profeten en
de laatste onder hen Johannes de Doper.
Daar is het niet bij gebleven, dit is eveneen duidelijk waar te nemen in het leven van de Heiligen Paulus van Thebe, Antonius de Grote en de drie H Hierarchen, die deze maand in de [Orthodoxe] Kerkkalender met heiligen zijn opgenomen

Heilige Anthonius de Grote met Paulus van Thebe in de woestijn van Egypte

            De Heilige Paulus van Thebe kwam voort uit een rijke familie van Neder-Thiva in Egypte. Toen de Romeinse keizer Decius [249-251] zijn vreselijke vervolging tegen christenen inzette, verloor deze Paulus [Hebr.= ‘klein’], slechts 15 jaar oud, zijn ouders.
Met een door de Heilige Geest ingegeven hoogwaardige motivatie gaat hij de weg uit de wereld vandaan, hij trekt zich terug in zijn binnenkamer om maar niet overgeleverd te worden aan de [over-]heersende aanvallen van de tijd, welke de christenen vervolgt, teneinde zich te kleden voor de komende Bruidegom, Die hem de Opstanding, de Overwinning op de dood heeft voorzegd.
Hij trekt zich terug in een onherbergzame streek, ver van de bewoonde wereld, in de woestijn en roept Zijn Heer en Meester aan [Psalm 90[91] als zijn enig overgebleven toevlucht.
Daar, in de stilte van de natuur, vond hij tijd voor systematische studie en gebed.
Toen de vervolging van Decia voorbijging en de vrede terugkeerde, leeft Paulus nog steeds in de woestijn en besluit hij er in feite permanent te blijven.
Niet voor het eerst in de geschiedenis had de woestijn z’n intellectuele superioriteit bewezen en de mens ten opzichte van onze Heer nederigheid bijgebracht.
Deze hoogstaande bewustwording spreekt vele mensen aan, die vermoeid en belast zijn en rust zieken voor hun ziel. Massa’s mensen kwamen om van zijn inzichten te leren, naar hem te luisteren en hem in hun moeilijkheden te raadplegen.
Zijn reputatie bereikte Anthonius de Grote, die zich om weg begaat om hem uiteindelijk in een atmosfeer van onuitsprekelijke vreugde te ontmoeten; zij herkenden elkaar in hun streven naar de ontmoeting met onze Heer en Verlosser. Toen de heilige Antonius een paar maanden daarna opnieuw Paulus van Thebe wilde vereren met een bezoek vond hij hem dood en twee leeuwen bewaakten het graf, welke zij met hun nagels in de woestijn uitgegraven hadden.
De grote kluizenaar was toen 113 jaar oud.
Vele monniken en monialen hebben deze levenswijze, welke ver vóór Christus de mens reeds tot de hoogste hoogte voerde, nagevolgd. De Goddelijke Wijsheid wordt aldaar gekoesterd.
Aldus wordt in de Kerk ‘God’ vereerd en wordt de wijsheid van de Godsspraak, ‘de Blijde Boodschap’ over de gehele aarde gehoord en zijn zij in de holen en spelonken der aarde ‘vrijgesteld’.

Troparion H. Johannes de Doper [dinsdag]
tn.2. “   De gedachtenis van een rechtvaardige
wordt gevierd met hymnen,
maar u volstaat het getuigenis des Heren, o Voorloper,
want gij toonde u waarlijk eerbiedwaardiger dan de Profeten,
omdat gij Hem, Die gij predikte mocht dopen in de wateren.
En nadat gij geleden had voor de Waarheid,
hebt gij vol vreugde de Blijde Boodschap gebracht in de Hades,
dat God in het vlees is verschenen.
Die de zonde van de wereld wegneemt
en ons de grote Genade verleent“.

Orthodoxie & het navolgen van Christus

Theophany, Transfiguration & Opstanding van Lazaros, Sinaï-icon

Wat is uiteindelijk het doel van het Christelijk Geloof ?
De goddelijke maat van de levensweg, die wij ons hebben voorgenomen en die we enkele dagen geleden gevoerd hebben als de “Godsverschijning’ de Theophanie van Christus.
Dáár wáár God Zich overduidelijk als Heilige Drieëenheid heeft geopenbaard:
”        Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb” als de enige “Zoon” Die is zoals God het behaagt en waarvan God Zelf, door Zijn stem uit de Hemelen oproept: “Luistert naar Hem!!!
Woorden van gelijke strekking klinken uit de mond van de Zoon, wanneer Hij zegt:
    Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; 
want mijn juk is zacht en mijn last is licht  Matth.1: 28-30.

Monnik in Beeld

            Het is het belangrijkste vers uit het Evangelie voor de gedachtenis van heilig verklaarde monniken, het wordt immers door allen erkent die in navolging van Christus hun kruis opnemen. We hebben voor kort nog bij de Apostel Paulus gelezen dat ‘zonder‘ werken omwille van God de doop geen enkele zin heeft.
God ter wille zijn, behulpzaam zijn waar je je ook bevindt houdt in dat je een handje toesteekt – al naar gelang je kunt onder het motto: ‘beter iets, dan helemaal niets‘, waarmee je in staat wordt gesteld in welke mate het leed dat ons omringt tot gerechtigheid God’s kan leiden.
Het komt hierop neer dat we gevolg geven aan het Woord dat wij horen en vervolgens voor lief nemen dat het lijden daar onlosmakelijk aan verbonden is.
Dat blijkt uit het leven van de grootste der profeten, Johannes de Doper, die oproept: “ bekeert u want het Koninkrijk der Hemelen is nabij” en wat voor leven heeft deze doper niet doorlopen, voordat zijn hoofd eraf ging op verzoek van een wulps meisje.
De auteurs van de commentaren op de Blijde Boodschap steken het niet onder stoelen of [kerk-]banken: ‘het lijden is het gevolg van het leven in een gevallen wereld’ – echter dit lijden wordt ook in de westerse kerken niet al te zeer benadrukt, omdat ‘er misschien dàn’ helemaal geen hond meer naar de diensten zou komen.

Ladder van Armando, Amersfoort

De meeste christenen in het Westen hebben ook weinig of geen ervaring met vervolging en zó het plaats vindt wordt het gesprek daarover slim gemeden. Bij vervolging op basis van godsdienst wordt naar het verleden of andere streken gekeken – het liefst vèr van ons vandaan en in het uiterste geval wordt je aangesproken door de schrijnende beelden welke ons via het nieuws worden voorgehouden en dan wordt ‘vol emotie‘ de portemonnee getrokken waarmee de afschuw wordt weggedrukt en de pijn wordt afgekocht.
Situaties van algemeen fysiek, psychologisch en geestelijk lijden worden – zo wie zo – weggedrukt en predikers dienen daar niet al te vaak over beginnen want dan worden ze voor melancholisch versleten of als depressief beschouwd.
Maar toch spreken de teksten van de Blijde Boodschap voor Zich, die richten zich specifiek op lijden en gerechtigheid in een omgeving waar er weinig of geen vervolging is.

 

Maar is dat wel zo? Klopt die bewering wel?
De wijze waarop er in onze samenleving met lijden en gerechtigheid wordt omgegaan heeft ook invloed op hoe mogelijke christenen in het Geloof staan.
Hoeveel jongeren sluiten hun middelbare school periode niet af en zijn er dàn nog van overtuigd dat zij in een gevallen wereld leven en God werkelijk nodig hebben.
Ja dat er inzet en doorzettingsvermogen nodig is om de hoogste hoogten voor artiesten, sportlieden en carrièrejagers en dat dàt juist offers vraagt dat gaat er nog wel in, maar dat ‘ieder’ mens – vroeg of laat – een beroep op die uiterste inzet zal dienen te doen komt pas aan de orde wanneer het lichamelijk of geestelijk ‘niet‘ zo goed gaat en bij velen van ons is dit eerst op het einde van ons leven.
Je kunt ook niet anders verwachten, denk ik, aangezien de meeste christenen in het Westen weinig of geen ervaring hebben met pijn en vervolging op zich.
Dit wordt wel algemeen erkend door degenen die onder de vervolgde christenen werken en zij die onder christenen bevinden, die zich in de Kerk aan de rand van de samenleving ophouden. Er zijn weliswaar pogingen ondernomen om een ​​Christelijke Theologie van vervolging te ontwikkelen. Maar meestal bestaan deze pogingen ​​uit geselecteerde teksten die thematisch zijn gerangschikt en die, hoewel behulpzaam en beter zijn dan helemaal niets, maar het laat niet zien in welke mate leed vóórafgaand aan gerechtigheid in de tekst aan de orde komt.

In die omstandigheden zetten wij onze reis in de zoektocht voort om via de Blijde Boodschap een toepassing hierop te vinden voor ons dagelijks leven.

Het Koninkrijk der Hemelen is nabij

Rabboeni‘ [= ‘Meester‘] by Rembrandt Hermenszn van Rijn [1606-1669]

De omgang met Christus, het samen met Hem optrekken in je leven is je bevinden in het Koninkrijk der Hemelen.
Christus is de Zoon van God en degenen die met Hem optrekken, in Zijn Geest leven, worden ingewijd in de wereld van de komst van de Heilige Geest, welke
uitmondt in het Koninkrijk der Hemelen.
Daar wáár Christus is en hetgeen men doet of laat in Zijn Geest verricht, dáár  wordt de kiem gelegd van het Koninkrijk der Hemelen. Als mens kunnen wij echter onmogelijk onafgebroken Christus en het leven in Zijn Geest in ons leven opnemen, daar zijn de verleidingen van de wereld te groot voor. Daartoe is inzicht nodig, die oproept tot bekering, Mετάνοια , eenvoudig uitgedrukt – ‘keer het leven van de wereld de rug toe‘.
Bekering is de basisvoorwaarde; zolang de mens niet-bekeerd op aarde rondgaat,
z’n ego niet heeft gehard door z’n kruis op te nemen en Christus te volgen,
Christus als God-mens niet aanvaard, de Genadegaven van de Heilige Geest afwijst, leeft hij als heiden – als niet-tot-God-bekeerde, goddeloos, dus zondaar.
Immers al datgene wat wij zonder god-geïnspireerde-intentie doen is zonde.
Vandaar dat de Heilige grote Profeet van de woestijn ons oproept:
    Bekeert U, want het Koninkrijk der Hemelen is nabij gekomen”.

Indien wij maar met het idee blijven rondlopen dat wij perfect zijn naar geest, lijf en leden – geen berouw, geen bekering nodig hebben, zijn wij in hoogmoed vervallen. Dit heeft tot gevolg dat het de Genade van God, Die op ons blijft inwerken, wordt onderdrukt – we hebben ons als het ware voor God en alles wat daarmee samenhangt, gewoonweg afgezonderd, afgeschermd.
Bewust of onbewust wordt ieder mens door God geroepen.    Oprechte bekering is niet alleen de pijn die we daardoor ervaren, omdat wij de Wil van God in ons leven niet vervullen, maar ook de beslissing om te vechten voor onze bevrijding van die roep, hetgeen God betreurt.
We zien het om ons heen – hoeveel opinieonderzoeken gaan niet over het hoogmoedig verzet tegen het goddelijke, het Geloof in ‘het goede‘ wat God met de mens voor heeft.
De mens kan niet tegen de dubbelzinnigheid, – ‘ben ik dit, of ben ik dat’ –, die hij/zij in het leven ervaart; er dienen keuze gemaakt te worden over wat goed en kwaad is en de mens probeert nu eenmaal de diamant van het leven tot in detail te begrijpen en er vat op te krijgen.
Zo goed en kwaad als de mens kan worden er keuzes gemaakt en o, wee, wanneer blijkt dat de omgeving hem/haar afwijst als niet behoorlijk.
De mens is en blijft echter ‘zelf’ verantwoordelijk voor hetgeen hij doet of laat en zal er – zo wordt dit door het overgrote deel van de mensheid aanvaard – te zijner tijd op worden beoordeeld.
Het leven draait dus om het goed doen en ontbreken van angst om daarin een vrije keuze te maken.

Christus zegt: “Niemand is goed dan God alleen”  Luc.18: 19; Marc.10: 18.
Daarbij dient te worden opgemerkt dat Hij ‘niet‘ zegt: “Ik ben God niet” !!!
Christus is de Zoon van God en maakt deel uit van God, als één van de Heilige Drieëenheid en geeft bovenstaand opmerking als antwoord op de vraag van de Rijke Jongeling:
“     Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwig leven te beërven? En Hij antwoordde daarop: Waarom noem je Mij goed? Niemand is goed dan God alleen”.
In plaats van de jongeling te corrigeren, wat voor Hem als God een makkie is, komt Hij met een waarom-vraag, waarmee de ander wordt uitgedaagd ‘zelf’ een afweging te maken, ná te gaan denken over de woorden die Hij uitspreekt; over Zijn Pedagogie.
Het gaat er hierbij niet zo zeer om het waarheid’s-gehalte, doch het doel van de waarom-vraag is de rijke jongeling te toetsen òf deze wel wist Wie hij voor zich had.
M.a.w. de jongeling bewust te maken van de volle betekenis van het Woord, het Licht, God, Die mens geworden is, teneinde de wereld iets wijzer te maken.
Het is in deze dus heel geloofwaardig dat God, als de Zoon van de Heilige Drieëenheid de mens ook eens wat ‘bescheidenheid‘ bijbrengt.
Het blijkt namelijk in de publieke opinie om ons heen dat de mens zichzelf namelijk als ‘goed’ [‘god’] beschouwt, aangezien zij zich in de situatie meent te bevinden dat zij zich aan de “Goddelijke geboden”, het alom-goede aanhouden.
Onze Heer en Verlosser laat hier de mens zien wàt waarachtige goedheid is, namelijk die goedheid van God. Daarmee toont hij aan dat je als mens ‘zonder’ God te volgen, zoveel geboden kunt houden als je wilt, maar dat het je dàn niet zal baten.
DE mens is namelijk, genomen naar de standaard van God, ‘niet’ goed en heeft het nodig om God te volgen, kan ‘onmogelijk’ zònder God, wàt de publieke opinie er in de wereld om ons heen ook van blijkt te maken.
En Wie kan het beter weten dan de Zoon van God, Die deel uitmaakt van de Heilige Drieëenheid en Die ons als opperste Rechter straks op te wachten staat aan het einde der tijden.

De wijze waarop Christus, de Verlosser hier optreedt, is Die, welke wij kennen als ‘de Goede Herder’, Die in alle rust Zijn onderdanen, de goede richting wijst aan de hand van de Blijde Boodschap.
Dat de Zoon van God goed is en derhalve God, valt dus niet te ontkennen; de  kwalificatie van de Goede Herder heeft betrekking op God.
Want het Oude Testament identificeert zowel God als de Messias herhaaldelijk als herder.
Dat zien we bijvoorbeeld in Psalm 22[23]: 1-2, 76[77]: 20, 77[78]: 52, 79[80]: 1, Isaiah 40: 11, 49: 9-10 en Ezechiël 37:4.  
Er kan dus een sterke zaak worden gemaakt voor het idee dat Jezus Christus, onze Verlosser Zich God noemt wanneer Hij aan Zichzelf refereert als de Goede Herder.

Wie moeten we volgen in al die debatten?
Natuurlijk weten we dat de rijke jongeling [de mens van vandaag] onze Heer en Verlosser op dat moment en ‘hier en nu’ niet helemaal begrijpt,  aangezien hij en de debatters uiteindelijk onbevredigd vertrekken, maar dat betekent niet dat onze Christelijke visie ‘verworpen‘ dient te worden.
Het gaat erom wat onze Heer en Verlosser iemand leert, niet wat zij daarvan begrepen hebben of opvolgen. Dit geldt met name voor gesprekken met andere mensen [het journaille] dan Zijn eigen volgelingen, die Hij dikwijls van een toelichting voorziet wanneer zij daar maar om blijven vragen, want ergens wringt er toch een schoen.   

In de Blijde Boodschap is er een duidelijk verband aanwezig tussen vervolging en de navolging van Christus. Inderdaad, er kan geen volgeling zijn zonder vervolging; Christus volgen is een levensweg, die dwars staat op datgene wat de wereld ons voorhoudt, het draait namelijk om de inzet en het doorzetting’s-vermogen de wereld om ons heen te verzoenen met de God, de Vader, in de Heilige Geest van Zijn Zoon.
Dat deze reis [zelfs in de Kerk] in de context van conflicten terecht komt is als vanzelf-sprekend, hetgeen al voortkomt uit de zinspeling in den beginne, waarbij zelfopoffering en lijden als onlos-makelijk aan het goddelijk leven aangegeven wordt:
    En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelenGen.3: 15.
Onze Heer en Verlosser gaf ons toen al aan dat het oordeel van Satan is volbracht 
door menselijke verwachting dat een goede prestatie zal leiden tot
de gewenste uitkomsten en bevrijding teweeg zal brengen aan de nakomelingen van de 
vrouw, maar het zal plaatsvinden in een proces van blauwe plekken en pijn.  Bevrijding zal slechts ontstaan door de kop van de slang [de tegenstrever] te verbrijzelen, maar in deze strijd zal de hiel, de Achillespees van de mens gewond raken.
Deze waarheid wordt vanaf het begin al geopenbaard in de wijze van aanbidding van Kaïn [Hebr. = ‘maker, letterlijk smid‘] ten opzichte van Abel [Hebr. = ‘adem, ijdelheid’] en het offer dat door God verworpen wordt ten opzichte van dat wat wèl aanvaard wordt. Het tekent de familiestrijd van deze dagen onder gelijkgezindten.
Onze Heer en Verlosser zag de dood van Abel als een daad van martelaarschap:
    opdat over u zal komen al het rechtvaardige bloed, dat vergoten werd op de aarde van het bloed van Abel, de rechtvaardige, tot het bloed van Zacharias, de zoon van Berekja [Hebr. = ‘de Heer zegent’], die gij vermoord hebt tussen het tempelhuis en het altaar. Voorwaar, Ik zeg u:Al deze dingen zullen komen over dit geslacht [der mensen]“ Matth. 23: 35,36.

Kaïn dood Abel, Lambert Lombard [1505-1566] Musée des Beaux -Arts de Liège, Luik

De moord op Abel wordt gelijk getrokken met het resultaat van een rivaliteit tussen broeders en zusters, een familieruzie, die uit de hand is gelopen.
Johannes legt uit dat de dood van Abel is ontstaan door de daden van Kaïn in een context van Martelaarschap, een resultaat van het conflict tussen de wereld en degenen die God toebehoren:

    Verwondert u niet, broeders, wanneer de wereld u haat. Wij weten, dat wij overgegaan zijn uit de dood in het leven, omdat wij de broeders liefhebben.
Wie niet liefheeft, blijft in de dood. Een ieder, die zijn broeder haat, is een mensenmoordenaar 
en gij weet, dat geen mensenmoordenaar eeuwig leven blijvend in zich heeft1John.3: 13-15.
            Willen wij als Christenen de perfectie van de goddelijke verschijning aanbidden en de menselijke perfectie [”de Opstanding van Christus vervullen”] willen bereiken ‘laat ons dan aandachtig zijn‘ en dit Woord van onze Heer en Verlosser ter harte nemen, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.

Januari de 6e – Theophanie van onze Heer en Verlosser Jezus Christus

    Toen kwam Jezus uit Galilea naar de Jordaan tot Johannes, om Zich door hem te laten dopen.
Maar deze trachtte Hem daarvan terug te houden en zei:
    Ik heb nodig door U gedoopt te worden en komt Gij tot mij?
Jezus echter antwoordde en zei tot hem:
    Laat Mij thans [gedoopt] geworden, want aldus betaamt het ons alle Gerechtigheid te vervullen.
Toen liet hij Hem [gedoopt] geworden.
Terstond nadat Jezus gedoopt was, steeg Hij op uit het water. En zie, de hemelen openden zich, en Hij zag de Geest van God neerdalen als een duif en op Hem komen.
En zie, een stem uit de Hemelen zei:
    Deze is Mijn Zoon, de Geliefde, in Wie Ik Mijn welbehagen heb’
Matth.3: 13-17.

    Want de Genade van God is verschenen, Heil [heelmaking] brengend voor alle mensen, om ons op te voeden, zodat wij, de goddeloosheid en wereldse begeerten verzakende, bezadigd, rechtvaardig en godvruchtig in deze wereld leven, verwachtende de zalige hoop en de verschijning van de Heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Christus Jezus, Die Zich voor ons heeft gegeven om ons vrij te maken van alle ongerechtigheid, en voor Zich te reinigen een eigen volk, volijverig in goede werken.

Vrucht dragen

Maar toen de goedertierenheid en mensenliefde van onze Heiland [en] God verscheen, heeft Hij, niet om werken van Gerechtigheid, die wij zouden gedaan hebben, doch naar Zijn ontferming ons gered door het bad van de wedergeboorte en van de vernieuwing door de Heilige Geest, Die Hij rijkelijk over ons heeft uitgestort door Jezus Christus, onze Heiland, opdat wij, gerechtvaardigd door Zijn Genade, erfgenamen zouden worden overeenkomstig de Hoop op het eeuwige levenTitus 2: 11-14; 3: 4-7.

Vanaf de eerste eeuw van de christelijke kerk is er altijd “feest van het Licht” geweest. In de diepte van het ‘midden-van-de-winternacht’ brak de Hemel open en werd met dit feest de komst van de Zoon van God in de wereld opgevoerd als Jezus Christus en de jaren van Zijn jeugd tot en met Zijn doopsel in de Jordaan, die het begin van de Openbaring van Christus’ levensopdracht op aarde aankondigde. Door de eeuwen heen werden de verschillende aspecten van Christus ‘jaren van Zijn jeugd’ op verschillende dagen in afzonderlijke feesten verdeeld: Zijn Geboorte, het bezoek van de Wijzen uit het oosten, Zijn Besnijdenis en Zijn opdracht met Simeon in de de Tempel – het nam een periode van 40 dagen in beslag.

Het getal 40 is de tijd van opvoeding, beproeving en regering in het leven
– van Mozes:      want de Heer, uw God, heeft u gezegend in al het werk van uw handen; Hij heeft uw tocht door deze grote woestijn gekend; deze veertig jaar was de Heer, uw God, met u, gij hebt aan niets gebrek gehadDeut.2: 7;
– van Jozua:      Veertig jaar was ik oud, toen Mozes, de knecht des Heren, mij van Kades-barnea uitzond, om het land te verspieden; en ik bracht hem nauwgezet verslag uitJoz.14: 7;
– van David:      Dertig jaar was David oud, toen hij koning werd; veertig jaar heeft hij geregeerd  2Sam.5: 4;
– van Salomo:      De tijd nu, die Salomo te Jeruzalem over geheel Israël geregeerd heeft, was veertig jaar.1Kon.11: 42;
– het Volk: de woestijnreis duurde 40 jaar;
– Elia: zijn verblijf in de woestijn was 40 dagen en veertig nachten;
– Christus; de verzoekingen in de woestijn waren 40 dagen- Matth.4: 1-11.

 

verzoeking van Christus, door Rembrandt Harmen’s-zoon van Rijn

Rembrandt Harmen’s-zoon van Rijn [1606-1669] had maar een pennestreken nodig om een diepe gelaagdheid van gevoelens van Christus in de woestijn uit te drukken. Zoals hier op de tekening ‘De verzoeking van Christus’ heeft hij maar aan een paar halen genoeg om te laten zien wat er allemaal in Jezus om gaat. Een paar grove streken en je ziet alle keuzes, verleidingen, alle twijfels en alle vastberadenheid langskomen. Een paar strepen op papier, maar in dat ene moment wat op papier is vastgelegd zie je bij wijze van spreken nu al de hele toekomst van Jezus. Het is maar één ogenblik, maar hier zie je Jezus Christus de Verlosser ‘geworden‘ Wie Hij is.
Over de tijds-eenheid van 40 dagen zijn nog meer voorbeelden te geven, zie zelf maar in  Gen.7: 4; 8: 6; 25: 20; 26: 34; Ex.2: 16; 24: 18; Num.14: 34;33: 38;1Sam.4: 18;1Kon.6: 17; Ezech.4: 6 en Jonah 3: 4.

In deze 40 dagen van Kerst vormt voor ons navolgers van Christus de belangrijkste gebeurtenis van het Lichtfeest – ‘het Doopsel van Christus’ – dat vanaf het begin van de Kerk nog steeds herdacht wordt op 6 januari.

Waarom is deze gebeurtenis zo belangrijk?
De gebeurtenis is beschreven in de verantwoording van Mattheüs, Marcus en Lucas; we lezen vandaag bovenstaand, die van de uit het jodendom afkomstige bekeerling Mattheus: Matth.3: 13-17.
Dit is dan de ‘Driekoningen’ [Openbaring] van de Heilige Drieëenheid, ook wel bekend als Theophany wat letterlijk een ‘openbaring van God’ betekent in het Grieks [Θεοφάνεια]; Russisch [Богоявление] en het betekent allemaal hetzelfde.
De paradox dat Jezus Christus als ‘God’ geopenbaard wordt door een doophandeling, de bediening van een eenvoudig mens, Johannes de Voorloper, die ons toeroept:
Bekeert u, [Metanoia, keer op je schreden terug] want het Koninkrijk der Hemelen is nabij
Hoewel Johannes, Christus, de Zoon van God, doopt, is het de eerste profeet, die op iconen gebogen wordt getoond in eerbied voor de laatste.
Op andere heilige afbeeldingen, iconen wordt Johannes getoond met zijn gezicht naar de Hemelen gericht en het wonder van de Theofanie aanschouwend;
hoe dan ook, ondanks dat hij de dader is, staat hij niet centraal in de afbeelding elke ons met Theophanie wordt voorgehouden.
Vlakbij Johannes staat een boom met een bijl die bij de wortel ligt, en herinnert Johannes zijn eigen prediking aan degenen die tot hem kwamen:
“En nu wordt ook de bijl aan de wortel van de bomen gelegd:
daarom is elke boom die geen goede vrucht voortbrengt,
uitgehouwen en in het vuur geworpen”
Matth.3: 10.
Dit is aanwezig in de heilige afbeelding van vandaag en toont al van-ouds aan dat, terwijl de Doper – hier en nu – als mens zal moeten buigen, opdat het Woord de boventoon kan voeren – ”hij moet afnemen zodat Christus kan toenemen”.
De Blijde Boodschap, datgene wat Johannes de Doper aan de Jordaan verkondigde wordt niet onder het woestijnzand verborgen – m.a.w. afgeschaft.

de Heilige Drieëenheid wordt geopenbaard !!!

Zijn rol in de geschiedenis wordt niet weggepoetst nu de Heilige Drieëenheid wordt geopenbaard, onthuld.
Aan de andere oever van de Jordaan wachten Johannes de Doper en de engelen uit de Hemelen, die Christus onzichtbaar begeleiden [zie Cherubijnenhymne] om de pasgedoopte Christus te ontvangen en Hem te kleden.
En zo zie je links de voorloper van Christus, Johannes, met zijn overgave van berouw, welke  vertegenwoordigd door de boom en de bijl;
aan de rechterkant wachten de drie Engelen met eerbied om
de pas geopenbaarde Zoon van God te aanvaarden.
In het midden – het moment van de Openbaring in eigen persoon.
Jezus Christus, wordt ondanks het feit dat Hij in de Jordaan is ondergedompeld,
door de [verstikkende] dood is heengegaan – wordt Hij getoond als ‘levend
[ -“ Hij is niet hier, Hij is verrezen “-] – Hij staat rechtop in het Leven en kijkt ons recht in het gezicht aan.
Zijn lichaam is afgebeeld als “sterk en onsterfelijk’ en is zoals dat in de klassieke schilder- en beeldhouwkunst wordt uitgebeeld, en op oudere iconen is Hij naakt.
Christus lijkt bijna net zo  breed als de rivier de Jordaan zelf;
inderdaad: het is Jezus Christus, Die de ‘Bron van het Leven‘ is,
in plaats van de rivier, die een strook door de rotsachtige wildernis,
de woestijn van het Leven in tweeën splijt.

Dìt is vanouds de ‘Icoon van de Theofanie’, evenals de afbeelding van ‘de Heilige Drieëenheid’.
Het geeft ook een antwoord op de vraag van Johannes de Doper:
ik moet door U worden gedoopt en komt U naar mij toe?”
Het antwoord is in wat Jezus met Zijn handen doet, een teken welke de Goddelijke zegen uitdrukt.
In de westerse kunst, zoals op het schilderij van Leonardo da Vinci wordt onze Heer en Verlosser getoond als onderwerping aan het gezag [van Johannes] – dit is een verkeerde voorstelling van zaken – een blasfemie.
Op Orthodoxe iconen worden de handen van Christus niet getoond in gebed, maar als teken van Zegen – “Vrede zij U”, God vraagt ons niets – God doet ons slechts het goede toekomen, Hij heeft de mensen lief.
In plaats van de wateren van de Jordaan die Christus reinigen, is het Christus Die de wateren reinigt, want Hij is de bron des Levens.
Dit is de reden waarom op de bodem van de meeste Theophany-iconen kleine wezens lijken te vluchten voor de voeten van Christus.
Dit is een weerspiegeling van de woorden van de psalmist met betrekking tot de Messias (Christus): “de zee zag het en vluchtte, de Jordaan week achterwaards”
Psalm 113[114]: 3, vert. ROK, ’s-Gravenhage.
Dit is de waarachtige diepte en diepgang van de doop van Christus;
het feest van de Lichten Die de Heilige Drieëenheid openbaren,
en de wateren van de doop zuiverden zodat
wij, zoals de vissen die in de icoon worden getoond,
in zuivere wateren mogen zwemmen.

Vanouds, de rivier de Jordaan.
Draaide terug voor Elisa’s mantel bij de hemelvaart van Elia.
De wateren waren gescheiden in tweeën
en de waterweg werd een droog pad.
Dit is echt een symbool van de doop
waarmee we door dit sterfelijk leven gaan.
Christus is in de Jordaan verschenen om de wateren te heiligen!

Theophanie, wat het [ver-]schijnen en manifesteren van God betekent.
De nadruk in de Goddelijke diensten van vandaag ligt op het verschijnen van Jezus als de menselijke Messias van Israël en de Goddelijke Zoon van God,
Één van de Heilige Drieëenheid met de Vader en de Heilige Geest.
  Dus, in de doop door Johannes in de Jordaan, identificeert onze Heer en Verlosser Zichzelf met zondaars als het “Lam van God dat de zonden van de wereld wegneemtJohn.1: 29;
de “Geliefde” van de Vader Wiens messiaanse taak het is om de mens van de zonden te bevrijden, conf. Luc.3: 21 en Marc.1: 35.
En Hij wordt zowel geopenbaard als Eén van de Goddelijke Drie-eenheid, waar de stem van de Vader en de Geest in de vorm van een duif getuigen van Zijn Aanwezig zijn: ‘Hij, Die is en zal zijn‘ tot in de eeuwen der eeuwen.
Dit is de centrale openbaring die wordt verheerlijkt in de belangrijkste hymnes van het feest:

Apolytikion     tn.1.
  Toen Gij, Heer, gedoopt werd in de Jordaan,
werd de aanbidding van de Drie-eenheid geopenbaard!
De Vader heeft van U getuigd, en noemde U Zijn geliefde Zoon.
En de Geest, in de gedaante van een duif, bevestigde de Waarheid van dit Woord.
Gij verschijnt ons, o Christus onze God en
hebt de wereld verlicht, eer aan U”
.

Kondakion     tn.4.
    Gij verschijnt heden aan de wereld en
Uw Licht, o Heer, is op ons afgetekend.
Wij erkennen en wij loven U,
Die gekomen en verschenen zijt:
het ongenaakbare Licht
”.

De heilige diensten in de Orthodoxe Kerk zijn met Theophanie precies zoals die van het Kerstfeest, hoewel het historisch gezien beslist het Kerstfeest was, die werd gemaakt om Driekoningen te imiteren zoals het later werd vastgesteld,
Opnieuw worden het Koninkrijk der Hemelen in de Goddelijke Liturgie van de Heilige Basilios de Grote gevierd samen met Vespers aan de vooravond van het feest; en de Vigilie bestaat uit Great Completen en de Metten.
De profetieën van Theophanie herhalen dat “God met ons is” van Isaiah en benadrukken
de voorspelling van de Messias evenals de voorafgaande komst van Zijn voorloper, Johannes de Doper:
– “     Hoor, iemand roept: Bereidt in de woestijn de weg des Heren, effent in de wildernis een baan voor onze God. Elk dal worde verhoogd en elke berg en heuvel geslecht, en het oneffene worde tot een vlakte en de rotsbodem tot een vallei. En de Heerlijkheid des Heren zal Zich openbaren en al het levende tezamen zal dit zien, want de mond des Heren heeft het gesproken“
Isaiah 40: 3-5.
      En hij kwam in de gehele Jordaanstreek en predikte de doop der bekering tot vergeving van zonden, gelijk geschreven staat in het boek der woorden van de profeet Isaiah: De stem van een, die roept in de woestijn: Bereidt de weg des Heren, maakt recht zijn paden. Alle kloof zal gevuld worden en alle berg en heuvel zal geslecht worden, en de krommingen zullen recht en de oneffen wegen vlak worden, en alle vlees zal het heil van God zien“
Luc.3: 4-6.

Opnieuw worden speciale psalmen gezongen om de Goddelijke Liturgie van het feest te beginnen, en de doophymne van Galaten 3: 27 vervangt het lied van het Trisagion:
Gij allen, dei in Christus zijt gedoopt, gij hebt u bekleed met Christus”.
En net als bij de [kinder-] doop volgt er een uitbundige processie met het Woord, het Evangelieboek. De Evangelische lezingen zijn zoals bovenstaand vermeld.

Het belangrijkste kenmerk van dit feest van Theophanie is de grote zegening van het water.
Het is voorgeschreven om zowel de goddelijke liturgie aan de vooravond van het feest als de goddelijke liturgie van de dag zelf te volgen.
Meestal gebeurt het eenmaal in parochiekerken op het moment dat de meeste mensen aanwezig kunnen zijn. Het begint met het zingen van speciale hymnes en het wijden van het water dat in het centrum van het kerkgebouw is geplaatst.
Omringd door kaarsen en bloemen staat dit water voor de prachtige wereld van Gods oorspronkelijke schepping en ultieme verheerlijking door Christus in het Koninkrijk van God.
Soms wordt deze zegening buitenshuis gedaan op een plaats waar het water op natuurlijke wijze stroomt:
Aplolytikion van de waterwijding     tn.8.
    De stem des Heren over de wateren:
Komt en ontvangt allen  de Geest van Wijsheid,
de Geest der kennis,  de Geest van de vrees voor God:
Christus, Die ons verschenen is”.
3x

    Heden wordt gewijd de natuur der wateren,
heden splijt de Jordan en houdt haar stroom terug,
nu haar Meester gedoopt wordt”.
2x

“ Als Mens komt Gij in de rivier, Koning Christus,
om uit de hand van de Voorloper
de doop der slaven [dienaren] te ontvangen, Algoede, omwille van onze zonden,
Gi, Die de mensen liefheeft”. 2x

Eer aan de Vader . . . nu en altijd . . .

De stem van een roepende in de woestijn:
Bereidt de weg voor de Heer.
Tien zijt Gij, Heer, gekomen in de gedaante van een slaaf [dienaar],
en Gij Die geen zonde kent, vraagt om de Doop>
De wateren zagen U en deinsden terug,
de Voorloper sidderde en riep luid:
‘ Hoe kan een slaaf [dienaar] de hand opleggen aan zijn Meester?
Verlosser, Die de zonden der wereld draagt,
heilig mij en de wateren”.

En dan volgen de lezingen Van Isaiah:
Isaiah 35: 1-10 waaronder” “      Laat de dorstige wildernis blij zijn, laat de woestijn zich verheugen, laat het bloeien als een roos, laat het bloeien, laat alles zich verheugen. . .
Isaiah 55: 1-11 waaronder: “      Ga naar dat water, o gij dorstigen, en zovelen als er geen geld is, laat hen eten en drinken zonder prijs, zowel wijn als vet. . . “ en
Isaiah 12: 3-6 waaronder:       Trek het water met vreugde uit de bronnen van de zaligheid. En op die dag zult u zeggen: Biecht de Heer op en roep zijn naam aan; verklaar zijn glorieuze daden. . . zijn Naam is verheven. . . Hymne de naam van de Heer. . . Verheug je en verheug jullie allemaal . . .”.

– Na de Paulus brief [1Cor.1: 10-14] en de Evangelie-lezing {Marc.1: 9-11] wordt de speciale grote litanie gezongen die de genade van de Heilige Geest oproept over het water en op degenen die ervan zullen genieten.
Het eindigt met het grote gebed van de kosmische verheerlijking van God waarin Christus wordt opgeroepen om het water, en alle mensen en de hele schepping, te heiligen door de manifestatie van zijn reddende en heiligende goddelijke aanwezigheid door de inwoning van de Heilige en Goede en Leven Geest schenken.
– Terwijl opnieuw het Apolytikion van het feest wordt gezongen, dompelt de celebrant het kruis driemaal in het water en gaat vervolgens door met het sprenkelen van het water in de vier richtingen van de wereld.
Vervolgens zegent hij de mensen en hun huizen met het geheiligde water dat staat voor de redding van alle mensen en de hele schepping die Christus heeft bewerkstelligd door zijn “Openbaring” in het vlees voor het leven van de wereld.

Soms denken mensen dat de zegen van water en de gewoonte om het te drinken en het over iedereen en alles te sprenkelen, een ‘heidense handeling’ is dat ten onrechte de christelijke kerk is binnen geslopen. We weten echter dat dit ritueel door het Volk van God in het Oude Testament werd beoefend en dat het in de Christelijke Kerken een heel speciale en belangrijke betekenis heeft:
– Het is het Christelijk Geloof dat sinds de Zoon van God het menselijk vlees heeft genomen en is ondergedompeld in de stromen van de Jordaan,
alle materie in Hem wordt geheiligd en zuiver gemaakt, gezuiverd van zijn dood-verhandelende eigenschappen geërfd van de duivel en de verdorvenheid van mensen.
– In de openbaring van de Heer wordt heel de schepping weer goed,
inderdaad ‘heel goed’, de manier waarop God het Zelf heeft gemaakt en
dit Zelf in het begin heeft verkondigd  [Hij zag dat het goed was],
toen ‘de Geest van God over het oppervlak van de wateren bewoogGen.1: 2 en
wanneer de “Levensadem” in de mens ademde en in alles wat God heeft geschapen [Gen.1: 30; 2: 7].

De wereld en alles erin is inderdaad “zeer goed” [Gen.1: 31] en
wanneer het vervuild, verdorven en dood wordt,
bewaart God het opnieuw door de “nieuwe schepping” in Christus,
Zijn Goddelijke Zoon en onze Heer door de Genade te bewerken van de Heilige Geest [conf. Gal. 6: 15.
– Dìt is wàt gevierd wordt over Theophanie, met name in de Grote Zegening van Wateren.
De wijding van de wateren op dit feest plaatst de hele wereld – door haar “belangrijkste element” van het besproeien van het perspectief van de kosmische schepping, heiliging en verheerlijking van het Koninkrijk van God in Christus en de Geest.
– Het vertelt ons dat de mens en de wereld inderdaad zijn geschapen en gered om “vervuld te zijn met al de volheid van God” [conf. Eph.3: 19],
de “volheid van hem die alles vult” [conf. Eph.1: 22].
Het vertelt ons dat Christus, in Wie in “de hele volheid van Godheid” lichamelijk woont,
“Is en waarlijk zal zijn” – “alles en in allen“ [conf. Kol.2: 9; 3: 11].
Het vertelt ons ook dat de “nieuwe hemelen en de nieuwe aarde” die
God beloofd heeft door Zijn profeten en apostelen [Isaiah 66: 2; 2Petr.3: 13; Openb.21: 1]
echt “bij ons” zijn zal nu in het Mysterie van Christus en Zijn Kerk.

Dus, de heiliging en besprenkeling van het Theophaniewater is geen heidens ritueel.
Het is de uitdrukking van het meest centrale feit van
de christelijke visie op de mens, zijn leven en zijn wereld.
Het is het liturgische getuigenis dat de roeping en bestemming van de schepping
vervuld dient te worden met al de Volheid van GodEph.3: 19.

Ook nu weer in Christus een zalig feest toegewenst.