Dinsdag na de Zondag van Maria van Egypte, voorafgaand aan Lazaros Zaterdag/Palmzondag

    Belijdt de Heer, want Hij is goed, want eeuwig duurt Zijn Barmhartigheid.

Christus op het meer van Galilea, by Eugène Delacroix

Getuigt dit, gij die bevrijd zijt door de Heer; die Hij bevrijd heeft uit de hand van uw vijand.
Want Hij heeft hen bijeengebracht uit alle streken: vanuit het oosten, het zuiden, het noorden en de zee.
Sommigen verdwaalden in de woestijn, in waterloos land, en vonden geen weg naar een bewoonde plaats. 
Zij leden honger en dorst: hun ziel bezweek in hun binnenste.
Zij riepen tot de heer in hun beproeving, en Hij verloste hen uit de nood.
Hij leidde hen naar een goede weg, zodat zij aankwamen in een bewoonde streek.
Dat zij de Heer belijden om Zijn barmhartigheid om Zijn wonderen voor de kinderen der mensen. Want Hij heeft de smachtende ziel verzadigd, en de hongerige met goederen vervuld.
Anderen waren gezeten in het duister, in de schaduw des doods, ellendig, in de boeien geslagen. Want zij hadden Gods woorden bitter gemaakt, de raad van de Allerhoogste geminacht. Toen werd hun hart door kwelling vernederd; zij werden zwak, en er was niemand die hielp.
Maar zij riepen tot de Heer in hun beproeving, en Hij verloste hen uit hun nood.
Hij voerde hen weg uit het duister van de schaduw des doods; Hij verbrak hun boeien. Dat zij de Heer belijden om Zijn barmhartigheid, om Zijn wonderen voor de kinderen der mensen.
Hij heeft immers de bronzen poorten verbrijzeld de ijzeren grendels verbroken.
Hij heeft hen opgeheven van de weg hunner boosheid, want om hun ongerechtigheden waren zij vernederd.
Hun ziel walgde van elke spijs, zij stonden reeds voor de poorten des doods.
Maar zij riepen tot de Heer in hun beproeving, en Hij verloste hen uit hun nood.
Hij zond Zijn woord uit om hen te genezen; Hij ontrukte hen aan hun ondergang.
Dat zij de Heer belijden om Zijn barmhartigheid om Zijn wonderen voor de kinderen der mensen. Dat zij Hem opdragen een offer van lof; dat zij met blijdschap Zijn werken bejubelen.
In schepen kozen weer anderen zee, zij deden hun werk op de grote wateren.
Zij zagen de werken des Heren: Zijn wonderdaden in de geweldige diepte.
Hij sprak, en een stormwind stak op: de golven werden opgezweept.
Zij vlogen omhoog naar de hemel, en vielen omlaag in de diepte: hun ziel kromp ineen van ellende. Zij schudden en slingerden als waren zij dronken al hun bedrevenheid schoot tekort.
Toen riepen zij tot de Heer in hun beproeving, en hij ontrukte hen aan hun nood.
Want Hij gaf bevel aan de storm, en die werd tot kalmte; Hij deed de golven bedaren. Hoe verheugden zij zich over die rust, terwijl Hij hen voerde naar de verlangde haven.
Dat zij de Heer belijden om Zijn barmhartigheid om Zijn wonderen voor de kinderen der mensen. Dat zij hem verheffen in de bijeenkomst van het Volk, hem loven in de zitting der oudsten.
Ook maakte Hij stromen tot een woestijn, waterlopen tot dorstig land. Vruchtbare grond tot een zoutmoeras, om de slechtheid van die daar woonden. Maar ook heeft Hij woestijn in plassen veranderd in de dorre grond stroomt nu water.
Daar deed Hij de hongerigen wonen; zij bouwden daar steden tot hun verblijf.
Zij zaaiden akkers en plantten wijngaarden; deze droegen rijkelijk vrucht.
Hij zegende hen, en zij vermenigvuldigden zich uitermate; ook hun vee maakte Hij talrijk.
Dan weer werd hun aantal gering, zij werden gekweld door verdrukking, ellende en smart. Verachting kwam neer op hun vorsten: Hij deed hen verdwalen in ongebaande streken.
Maar de arme hielp Hij uit zijn gebrek: Hij maakte zijn gezin tot een kudde.
Mogen de oprechten dit zien en zich verheugen; moge alle ongerechtigheid de mond worden gestopt.
Wie is wijs om dit alles te houden ? Wie wil de barmhartigheden van de Heer verstaan ?” Psalm 106[107] vert. ROK. ’s-Gravenhage

Prokimen [Vespers]
tn.7.    Wees verheven boven de Hemelen, o God;
overheen de aarde zij Uw Heerlijkheid”

Heiligt het menselijk doel de middelen, die hij/zij inzet?
    Gerechtigheid en recht doen, is de Heer welgevalliger dan offers. Trotsheid van ogen en opgeblazenheid van hart; de glans der goddelozen is zonde.
De plannen van de vlijtige strekken tot louter overvloed, maar al wie overijlt, komt slechts tot gebrek.
Schatten verwerven met bedrieglijke tong is een verwaaiende nevel, dodelijke valstrikken. De gewelddaad der goddelozen sleurt hen mee, want zij weigeren recht te doen. Kronkelend is de weg van de bedrieger, maar een eerlijk man is recht in zijn doen. Beter te wonen op een hoek van het dak dan met een twistzieke vrouw in een gemeenschappelijke woning. De begeerte van de goddeloze gaat uit naar het kwaad; zijn naaste draagt hij geen genegenheid toe.
Straft men de spotter, dan wordt de onverstandige wijs; onderricht men de wijze, hij zal kennis verwerven. De Rechtvaardige let op het huis van de goddeloze en stort de goddelozen in het verderf.
Wie zijn oor gesloten houdt voor het hulpgeroep van de geringe, zal, als hij zelf roept, geen antwoord ontvangen. Een heimelijke gave doet de toorn bedaren, een geschenk in de buidel hevige gramschap.
Recht doen is een vreugde voor de rechtvaardige, maar een verschrikking voor de bedrijvers van ongerechtigheid. Een mens die afdwaalt van de weg van het verstand, zal tot rust komen in de vergadering der schimmen.
Wie van vermaak houdt, zal gebrek lijden; wie olie en wijn liefheeft, wordt niet rijk.
De goddeloze is een losprijs voor de rechtvaardige, en de trouweloze komt in de plaats van de oprechten.
Het is beter te wonen in een woestijn dan met een twistzieke en gramstorige vrouw.
In de woning van de wijze is kostelijke voorraad en olie, maar een dwaas van een mens brengt het door.
Wie gerechtigheid en liefde najaagt, vindt Leven, Gerechtigheid en Eer
Spreuken 21: 3-21.

Kathisma [metten]
tn.6.    Weggeteerd door de ziekte der zonde
lig ik op het leger [bed] der wanhoop,
Geneesheer van zieken bezoek mij daarom in Uw Menslievendheid,
sta niet toe dat ik inslaap in de verschrikkelijke dood, opdat
ik U vurig mag toeroepen Menslievende”

U, Die alle Genade schenkt, ‘Heer ere zij U’”.     [herh.]

  Eer aan de Vader en aan de Zoon en aan de Heilige Geest,
Nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen
”.

tn.6.    De Engelengroet van Gabriël aan de Maagd is het begin van onze Verlossing,
want bij het horen van het ‘Verheug u’ ontweek zij de begroeting niet,
zij twijfelde niet zoals Sara in de tent van Abraham,
maar antwoordde uit geheel haar hart:
Zie de Dienstmaagd des Heren, mij geschiedde naar uw woord
”.

tn.5.    Sinds gisteren is Lazaros ziek, zo meldden zijn zusters aan Christus;
Bethanië, bereid u met vreugde voor om
Uw Meester en Koning als Gast te ontvangen;
en roep met ons: ‘Heer ere zij U’
    [herh.]

  Eer aan de Vader en aan de Zoon en aan de Heilige Geest,
Nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen
”.

tn.5.    Alheilige Moeder Gods, schutsmuur der Christenen,
bevrijd uw volk dat dringend tot U roepen:
  Sta ons bij in onze strijd tegen onze slechte en hoogmoedige gedachten,
opdat wij mogen roepen tot u:
Verheug u, die altijd Maagd zijt gebleven
”.

Het lied van Mozes bij de Rietzee

Lied van Mozes

2e Irmos
tn.6.    Ziet, ziet, Ik ben Uw God, Die in de woestijn manna deed regenen voor Mijn Volk, en water deed opwellen uit de rots, door de kracht van Mijn rechterhand

Christus, Die van nature boven alles rijk zijt, Gij zijt vrijwillig arme geworden, Gij, Die aan al wat leeft hun voedsel schenkt, hebt uit vrije wil honger geleden.
Verzadig mij, die honger naar Uw Genade, O Woord, en
maak mij deelgenoot van Uw Hemelse Dis”.

Maak mij Christus, zoals Lazarus tot iemand, die arm aan zonden is en
verstrooi de rijkdommen die ik ten onrechte heb vergaard
[geld en daaruit voortvloeiende macht vrijwillige heb aanvaard].
Doch maak mij rijk aan volmaakte liefde tot U, Medelijdende en
bevrijd mij van de angstwekkende straf der hel.

Het vasten heeft de Jongelingen van Babylon zo gehard
[door het vuur van de Heilige Geest]

Wordt niet moe hen na te volgen, mijn ziel,
dan zult ge het vuur der begeerten blussen
door de verkwikkende dauw van de Heiige Geest.

Theotokos of ‘The Akathist’ – Icon

Theotokion – Tot u, die onze Vreugde in uw schoot gedragen hebt, roepen wij, verheug u, Hoog-Begenadigde, Moeder God’s en Maagd.
Smeek tot God, Die u geboren hebt doen worden, dat wij die u steeds weer bezingen, verlost worden van gevaar en bederf.

2e Irmos
tn.5.    Ziet, ziet, dat Ik God ben, Die Mij met vlees heb bekleed in Mijn vrijwillig raadsbesluit,
om Adam, die door de slang in overtreding gevallen was uit de dwaling te redden
”.

Ziet, ziet, dat Ik God ben: Ik ben gebleven aan de overzijde van de Jordaan,
hoewel Ik gehoord had dat Lazarus zwaar ziek was;
Ik heb gezegd dat hij niet zou sterven, maar dat dit geschiedde tot Mijn Heerlijkheid.

De zusters van Lazarus zonden onder tranen bericht over Lazaros’ ziekte aan U, Die alles [al] weet.
Maar U blijft nog enige tijd daar, om het wonder groter te doen zijn, en
aan Uw Leerlingen [en ons] ontzagwekkende gebeurtenissen te doen zien.

Eer aan de Vader en aan de Zoon en aan de Heilige Geest,

Eenheid in Drie Personen, Die dezelfde Macht bezit;
Éen-wezenlijke Koninklijke Heerlijkheid,
Die Uw Heerschappij uitstrekt over heel de tijd [en ruimte]:
heel de menigte der Engelen verheerlijkt U, tezamen met het menselijk geslacht,
als de Vader en de Zoon en de Heilige Geest”.

Nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen”.

Wie zou niet vol bewondering zien hoe de Schepper in u, Maagd,
de gevallen Adam herschept en in onzegbare eenwording uit u in het vlees geboren wordt omwille van onze Verlossing, zonder daarbij verandering te ondergaan?

Ere aan U, onze God, eer aan U”.

Maak u nu gereed, Bethanië, om vol vreugde de Koning van het Heelal te ontvangen.
Want Hij komt tot u om te laten zien hoe Lazaros terugkomt vanuit het bederf naar het Leven.

Hymne van de Drie Jongelingen

8e Irmos
tn.6.
    Temidden van de vlammengloed deed U dauw [de doop] neerdalen voor de Gerechten.
En Nehemia’s offer
hebt U door water ontstoken;
want Gij, o Christus
hebt alles alleen door Uw Wil geschapen:
U verheffen wij in alle eeuwigheid
”.

Wanneer ik denk aan de talloze overtredingen, dan word ik gewond in het diepst van mijn geweten: ik, ellendige. lijd pijn als door een schroeiende vlam.
Woord van God, ontferm U over mij in Uw Genade.

Zonder acht te slaan op de edele leven’s-wijze van Lazaros, heb ik die van de harteloze Rijke nagevolgd.
Barmhartige God, bekeer mij, opdat ik U mag ver-Heerlijken in alle eeuwen.

Zwaar benig aangetast door de ziekten van mijn ziel;
mij wacht de dood van de wanhoop.
Hoezeer heb ik Uw zorg nodig, Die hen weer Levend maakt, die roepen tot U.

theotokion Alheilige Maagd, behoud mij en kom mij te hulp in mijn ziekte;
want u hebt Hem Die de Barmhartigheid liefheeft gebaard.
Hem verheffen wij in alle eeuwen.

9e Irmos
tn.5. 
  Verheug u, Isaiah, want de Maagd heeft ontvangen in haar schoot en
Emmanuël de God-mens gebaard. Zijn Naam is: Opgang van het Licht,
Hem ver-Heerlijken wij en u o Maagd, bezingen wij”.

Bereid uw doodsgewaden voor, wijze Lazaros, want
u zult het leven verlaten en morgen sterven;
en zie naar het graf dat u zult bewonen.
Maar Christus zal u weer tot Leven brengen, wanneer
Hij u zal opwekken op de vierde dag.

Reidans van Vreugde, Bethanië, want Christus komt tot u om
aan u een groot en ontzagwekkend Mysterie [RK. Wonder] te verrichten:
Hij zal de dood  in boeien slaan en als God van het heelal
zal Hij Lazaros opwekken die gestorven is en zijn Schepper verheft.

“Eer aan de Vader en aan de Zoon en aan de Heilige Geest”,

U bezing ik, in Wezen Éne, beginloze Drieheid,
Heilige en ongedeelde Eenheid, ‘Oorsprong van alle Leven’
U, de door niemand voorgebrachte Vader;
U, Woord en Zoon uit de Vader;
en U, Heilige Geest.
red ons, die u in hymnen bezingen.

“ Nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen”.

Uw moederschap gaat het begrip taboven, Moeder God’s, want
zonder man hebt u ontvangen, maagdelijk hebt u gebaard, en
het Kind is God.
Hem verheffend, prijzen wij u zalig.

     Eer aan U, onze God, eer aan U.
Komt, laten wij ons voorbereiden om de Heer
tegemoet te gaan met de palmtakken van onze deugden.
Dan ontvangen wij Hem in onze ziel
als in de stad Jerusalem, terwijl
wij Hem aanbidden en bezingen.

Apolytikion van de Profetie
tn.5 “ De Maagd, die U gebaard heeft, hebt U ons geschonken als onoverwinnelijke muur:
ontruk door haar onze zielen aan de aanvallen die ons rondom bedreigen.

Prokimen uit Psalm 108
tn.8.    Help mij, Heer mijn God, en
red mij volgens Uw Barmhartigheid
”.

God blijf niet zwijgen bij mijn lofzang, want de mond van zondaar en bedrieger is wijd tegen mij geopend:
zij strijden tegen mij zonder reden.

Hij vervolgde armen en bedroefden en
[degenen] van wie het hart gebroken was bracht hij ter dood;
hij hield van vervloeking: deze zal over hemzelf komen;
hij wilde geen zegen: deze zal ver van hem blijven.

U Heer, doe met mij volgens Uw Naam, want
goedertieren is Uw Barmhartigheid; bevrijd mij, want
wat ik ben bedroefd en arm,
mijn hart is beangst in mijn binnenste.

Profeet Isaiah & de cherubijn – Προφήτης Ησαΐας & Χερουβείμ – إشعياء النبي والملاك

    Hij zegt dan: Het is te gering, dat gij Mij tot een knecht zoudt zijn om
de stammen van Jaäcob weer op te richten en de bewaarden van Israël [de Kerk] terug te brengen;
Ik stel u tot een licht der volkeren, opdat Mijn Heil zal reiken tot het einde der aarde. 
Zo zegt de Heer, Verlosser van Israël [de kerk], zijn Heilige,
tot de diep verachte, de bij het volk verafschuwde, de knecht van heersers:
Koningen zullen dit zien en opstaan; vorsten, en zich neerbuigen,
ter wille van de Heer, Die getrouw is, de Heilige van Israël  [de Kerk], Die u [uit-]verkoren heeft.
Zo zegt de Heer:
    Ten tijde van het welbehagen heb Ik u verhoord, en
ten dage van het Heil heb Ik u geholpen;
Ik zal u behoeden en u stellen tot een verbond voor het volk om het land weer te herstellen, om verwoeste eigendommen weer tot een erfdeel te maken,
Om tot de gevangenen te zeggen: Gaat uit!
tot hen die in de duisternis zijn: Komt te voorschijn!
Aan de wegen zullen zij weiden, op alle kale heuvels zal hun weide zijn;
Zij zullen hongeren noch dorsten, woestijngloed noch zonnesteek zal hen treffen,
want hun Hij, Die Zich over hen Ontfermt,
zal hen leiden en hen voeren aan waterbronnen

Isaiah 49: 6-10.

Harp van David

    De Heer zegt tot mijn Heer: zit neer aan mijn rechterhand.
Opdat Ik uw vijanden make tot een steun onder uw voeten.
Een scepter van Kracht zal de Heer u zenden vanuit Sion: heer, temidden van uw vijanden.
Bij U is heerschappij op de dag van uw kracht, in de stralende luister van uw heiligen.
Uit de schoot heb ik U voortgebracht vóór de morgenster.
De Heer heeft gezworen, onveranderlijk: Gij zijt de priester in eeuwigheid, volgens de orde van Melchisedek.
De Heer is aan uw rechterhand; Hij verbrijzelt koningen op de dag van Zijn toorn.
Hij oordeelt de volkeren, maakt talrijk de gevallenen; de hoofden van velen verplettert Hij op de grond.
Uit een beek onderweg zal Hij drinken, en dan het hoofd verheffen
Psalm 109[110] vert. ROK. ’s-Gravenhage

    Ik wil U belijden, Heer, uit heel mijn hart; in de raad der gerechten, op hun bijeenkomst. Groot zijn de werken des Heren, uitgelezen naar al Zijn welbehagen.
Belijdenis en luister is Zijn werk, Zijn Gerechtigheid blijft in de eeuwen der eeuwen;
Hij houdt ze in gedachtenis door Zijn  wonderen [Genadige Mysteriën].
Barmhartig en medelijdend is de Heer, Hij schenkt voedsel aan wie Hem vrezen; Zijn Verbond zal hij eeuwig gedenken.
De kracht van zijn werken verkondigt Hij aan Zijn volk, door hun het erfdeel der heidenen te schenken.
De werken van Zijn handen zijn Waarheid en Recht; getrouw zijn al Zijn geboden.
Zij zijn opgericht tot in de eeuwen der eeuwen, om te doen naar waarheid en recht.
Hij heeft bevrijding gezonden aan Zijn volk, voor eeuwig Zijn Verbond gehouden:
Heilig en ontzagwekkend [Groot] is Zijn naam.
Het begin van de Wijsheid is de vreze des Heren: goed begrip hebben allen die er naar handelen.
Zijn lof moge blijven tot in de eeuwen der eeuwen
Psalm 110[111] vert. ROK. ’s-Gravenhage


Rechtvaardigheid bij God,
de bedrieger onderkent dat ook hijzelf bedrogen is
.

Jaäcob met de dochters van Laban – by Louis Gauffier

    Toen zeide de Heer tot Jaäcob:
    Keer terug naar het land uwer vaderen en naar uw maagschap, en Ik zal met u zijn’. 
Daarop liet Jaäcob Rachel en Lea roepen naar het veld, bij zijn kleinvee, en zei tot haar:
    Ik bemerk, dat het gezicht van uw vader jegens mij niet is als gisteren en eergisteren, maar de God van mijn vaderen is met mij geweest.
Ook weet u zelf, dat ik met al mijn kracht uw vader gediend heb.
Maar uw vader heeft mij bedrogen en mijn loon tienmaal veranderd, doch God heeft hem niet toegelaten mij te benadelen.
Wanneer hij zei:
de gespikkelde zullen uw loon zijn, dan wierp al het kleinvee gespikkelde jongen; en
wanneer hij zei:
de gestreepte zullen uw loon zijn, dan wierp al het kleinvee gestreepte jongen.
          Zó heeft God de kudde van uw vader weggenomen en mij gegeven.
Het gebeurde eens in de tijd, toen het kleinvee bronstig was, dat ik mijn ogen opsloeg en ik zag in de droom, en zie,
         de bokken die het kleinvee besprongen, waren gestreept, gespikkeld en gevlekt.
En de Engel Gods zei tot mij in de droom: ‘Jaäcob’. En ik zei: ‘Hier ben ik’.
En Hij zei:
Sla toch uw ogen op en zie toe: al de bokken die het kleinvee bespringen, zijn gestreept, gespikkeld en gevlekt, want Ik heb gezien alles wat Laban u aandoet.
Ik ben de God van Betel, waar gij een opgerichte steen gezalfd hebt, waar gij Mij een gelofte gedaan hebt; welnu, maak u reisvaardig,  ga uit dit land weg en keer naar het land uwer maagschap terug.
Toen antwoordden Rachel en Lea en zeiden tot hem:
          Hebben wij nog deel of erfenis in het huis van onze vader?
Zijn wij door hem niet als vreemden geacht, omdat hij ons verkocht heeft? Ook heeft hij ons geld geheel en al opgemaakt.
Doch al de rijkdom, die God van onze vader weggenomen heeft, die behoort ons en onze kinderen; nu dan, doe al wat God u gezegd heeftGen.31: 3-16.

terugkeer uit de tempel en hereniging met zijn ouders, ets Rembrandt

Indien wij doen wat ons gevraagd wordt – terug te keren naar onze oorspronkelijke schoonheid, het evenbeeld van God, terugkeren naar het land van onze voor-Vaderen, onze verwantschap aan het Rechtschapene, het Goddelijke weer oppakken, dan zal God, de Boetseerder/de Schepper met ons zijn. De ascetische Genadegave omvat alle genadegaven en is de basis van het Christendom.
De navolging van Christus blijkt onlogisch – het is ons door onze Heer en Verlosser, Jezus Christus overgeleverd, als Pedagogie/levenswijze meegegeven. Het is de meest on-logische weg, die je voor jezelf maar in het leven kunt bedenken en daarom is het het meest waarachtige Geloof. Alle andere religies zijn logisch, terwijl het onze boven de logica uitstijgt. Wij zijn het niet die dit feit beoordelen, maar wanneer wij het aanvaarden, dàn schenkt het ons de innerlijke zekerheid van hèt Leven. Daarom is het Christendom in alle tijden en in alle omstandigheden een dwaasheid gebleken in de ogen van de wijsheid van deze wereld. De ascetische gehoorzaamheid aan het Geloof, het vuur waarmee wij gedoopt zijn en de wijze waarop wij aan dit Geloof vast blijven houden, bepaalt ons toekomstige Leven.
Naarmate we het einde van de Grote en Heilige vastenperiode naderen – bepalen wij zelf of wij de koers, die Christus heeft voorgehouden, die Hij heeft uitgezet, vast blijven houden.
Christus is onder ons, Hij is en zal zijn”, al de dagen van ons leven: “   Zijn Heil zal reiken tot het einde der aarde“.
Hij reist Zelf met ons mee op de pelgrimstocht van het leven en
zal ons ook daarna niet ‘los’ laten, maar zal ons begeleiden naar/in
het eeuwige Leven – hoe dat blijft een Mysterie en het is aan God, hoe dat zal worden ingericht.
Gods plan omarmt de hele geschiedenis en biedt redding voor iedereen.
De verlossing zal niet beperkt blijven tot de oude stammen van Jaäcob,
zelfs niet tot het overblijfsel van het oude Israël [de Kerk]:
En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo
dient ook de Zoon des mensen verhoogd te worden, opdat
een ieder, die gelooft, in Hem eeuwig leven zal hebben.
Want alzo Lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon
gegeven heeft, opdat eenieder, die in Hem gelooft,  niet verloren zal gaan, maar eeuwig Leven zal hebben
John 3: 14-16.
God wil dat alle mensen gered worden, redding is niet beperkt tot een uitgelezen publiek
    Ik vermaan u dan allereerst smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen te doen voor alle mensen[, niet voor de hotemetoten en degenen, die het zo goed met zichzelf getroffen hebben], opdat alle mensen [, de gehele mensheid] een stil en rustig leven mogen leiden in alle godsvrucht en waardigheid.
Dit is goed en aangenaam voor God, onze Heiland, Die wil, dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis van de Waarheid komen. Want er is een God en ook een Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus, Die Zich gegeven heeft tot een losprijs voor allen; en daarvan wordt getuigd te juister tijd1Tim.1-6.
Om dieper inzicht te krijgen in de pelgrimstocht op aarde, ‘die we tenslotte met Hem maken’, dienen we de Blijde Boodschap ieder dag, die God ons geeft, aandachtig te bestuderen.
Het leven van Onze Heer en Verlosser Zelf,
Isaiah, de Profeten en de levens van Heiligen en Martelaren
onthullen ons een middel of een manier waarop
wij genezing kunnen verkrijgen en als
waarachtig mens vrucht kunnen dragen
tot lof en eer aan God.
Door de geschiedenis heen hebben vele heilige asceten zich
op een vroegtijdig tijd-stip vernederd.

Christus maakte hen koning in hun rijk/
het leven zonder de wereld, waar zij zelf voor gekozen hadden.
De minderwaardige, de verschoppeling is inderdaad
de Koning der koningen, die boven alle koningen is.

Toen Christus van de Vader kwam, kwam Hij voor iedereen.
De Evangeliën leggen Zijn afwijzing van de wereld nauwkeurig vast,
Zijn Lijden, sterven en Opstanding/ Verrijzenis, maar we treffen tevens het objectief bewijs aan in de tweeduizend jaar daaropvolgende geschiedenis van Zijn Lichaam [de Kerk].
    Wij Christenen zijn als navolgers van Christus het zout der wereld;
indien nu het zout zijn kracht verliest, waarmee zal de wereld dan gezouten worden? 
Het deugt nergens meer toe dan om weggeworpen en door de mensen vertreden te worden.
Wij Christenen, zijn in Christus,  het licht der wereld.
Een stad God’s, die op een berg ligt, kan niet verborgen blijven.
Ook steekt men geen lamp aan en zet haar onder de korenmaat, maar
op de standaard, en zij schijnt voor allen, die in het huis zijn.
Laat daarom Christenen uw licht zo schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de Hemelen is, verheerlijken” conf. Matth.5: 13-16.
God’s Kracht is meer dan voldoende om  een ​​ieder van ons in staat te stellen
deze vastenperiode goed af te sluiten.

Zelfverloochening:
    ‘Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet Mijn wegen’ [zo] luidt het Woord des Heren.
‘ Want zoals de Hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen en Mijn gedachten dan uw gedachten’Isaiah 55: 8,9.
                Hetgeen het meeste schokt is het afleggen van elk logisch begrip van
omwille van het Geloof in het gebod en dat wij onszelf daaraan overleveren.
We zien dat de strijd erin bestaat het goddelijk leven en de goddelijke Wil te ontdekken en wij ontdekken telkenmale dat wij daartoe niet toereikend zijn in de gevallen staat waarin wij ons bevinden.
wordt in wezen datgene wat van buitenaf dwaasheid lijkt, door het Geloof voor ons tot Wijsheid en  de reden dat wij de Kracht van God ontvangen.
Wanneer wij onze eigen wilsverlangens achterlaten, onze eigen gedachten en verlangens, dan leggen wij kleine en onbruikbare zaken af, doch wat ons in ruil daarvoor geschonken wordt is oneindig groot.
             De moed van de [opper-]toezichthouders en hun aanhangers zou hen in deze dienen te verheffen. De moeilijkheden in het ascetisch leven zouden – ‘hier en nu’ – vooral vermeld en gedragen dienen te worden door de [opper-]toezichthouder en zijn trawanten daar waar zij door zalving het Mysterie van de monniks- en hegoumen’s-wijding voltrekken.
Ons gehele aardse leven hebben wij de afgelopen decennia niet anders mee-gemaakt dan regelmatig overvallen te worden door de nacht der zonde, duisternis en dichte mist.
Maar omdat Onze Heer en Verlosser, de redder der mensheid is, heeft Hij ons als een kind – de dageraad Zijn Blijde Boodschap – openbaar gemaakt.
conf. 5e Ode, Grote Canon van Andreas van Kreta.

              De Kerk is Het Lichaam van Christus en daarin is: slechts “ Één Heilig, één Heer, tot Heerlijkheid van God, de Vader” en
daar kan geen mens iets aan veranderen.
Bidt daarom onophoudelijk voor de toekomst van het instituut van de Kerk, opdat zij in alle nederigheid in overleg met de navolgers van Christus voor altijd vrucht mag dragen.
♨︎ ➥ ♨︎           “ De ladder” van de heilige Johannes Climacos bevat het volgende verhaal:
Over Isidore [Gr. Ισόδωρος =Geschenk van God]
Een zekere heerser uit Alexandrië ging naar dat ideale coenobium dat Johannes in zijn boek voorstelt, om daar het monastieke leven te gaan leiden.
Nadat hij een week lang in het Klooster had doorgebracht en de enkelgelijke leefwijze van de vaders had gezien, vroeg de hegoumen hem of hij monnik wilde worden.
Verwaand en hard, zoals rijken gewoonlijk zijn, antwoordde hij hem dat hij zich aan hem overleverde, zoals ijzer is overgeleverd aan het aanbeeld van de smid. De herder van het coenobium was tevreden met dit voorbeeld en gaf hem een ascese.
Hij maakte hem poortwachter van het klooster en vroeg hem om een diepe buiging te maken voor ieder die daar inging en uitging, en hem om hun gebeden te vragen en te zeggen dat hij epileptisch was. Deze mens was niet epileptisch.
Logisch gezien lijkt dit een monsterlijk gebod, maar hij aanvaardde dit.
Hij deed zijn hart geweld aan en in het begin was het alsof hij bloed vergoot.
Doch na het verstrijken van één of twee jaar geloofde hij niet alleen wat hij zei, maar verwierf een nog nederiger gedachte. Hij boeg zijn lichaam naar omlaag en zijn gedachte nog lager, en beschouwde zichzelf geheel onwaardig voor de omgang met de heilige vaders van het klooster.
uit: Arch. Zacharias [Zacharou],
het zegelbeeld van Christus in het hart van de mens
uitg. Orthodox Logos, Tilburg [NL] 
.

Maandag na de Zondag van Maria van Egypte, voorafgaand aan Lazaros Zaterdag/Palmzondag

God roept iedereen!

    Zo zegt de Heer, uw Verlosser, de Heilige van Israël [de Kerk]:
Ik ben de Heer, uw God, Die u leert, opdat het u wel zal gaan; Die u de weg doet betreden, die gij dient te gaan.
      Och, dat jullie naar mijn Geboden zouden luisteren; dan zou jullie Vrede zijn als een rivier en uw Gerechtigheid als de golven van de zee; dan zou jullie nageslacht zijn als het zand en jullie nakomelingschap als de korrels daarvan; hun naam zou niet uitgeroeid noch verdelgd worden voor Mijn Aangezicht.
      Trekt uit Babel[on], ontvlucht de Chaldeëen.
Verkondigt het met jubelgeklank, doet dit horen, verbreidt het tot aan het einde der aarde; zegt: de Heer heeft Zijn knecht Jaäcob verlost.
  Zij leden geen dorst, toen Hij hen door de woestijnen leidde;
  Hij deed voor hen water uit de rots stromen;
  Hij toch spleet de rots, zodat het water vloeide.
      De goddelozen, zegt de Heer, hebben geen vrede.

toezichthouder Egberti met z’n spelleiders, Stad’s bibliotheek Trier [Duitsland].

Hoort naar Mij, gij kustlanden [Lage Landen] en luistert, jullie natiën in de verte.
De Heer heeft mij geroepen van moeders lijf aan, van de schoot van
mijn moeder af aan heeft Hij mijn naam vermeld.
  En Hij maakte mijn mond als een scherp zwaard;
  in de schaduw van Zijn Hand verborg Hij mij.
  Hij maakte mij tot een puntige pijl, in Zijn pijlkoker stak Hij mij.
  En Hij zei tot mij: – Gij zijt mijn knecht, Israël, in wie Ik Mij zal verheerlijken -.
Doch ik zei: – Tevergeefs heb ik mij afgemat, voor niets en vruchteloos mijn kracht verbruikt -.
Evenwel, mijn recht is bij de Heer en mijn vergelding is bij Mijn God – Isaiah 48: 17- 49: 4.

Isaäc zegent Jaäcob Rijksmuseum

    Toen Isaäc oud geworden was, werden zijn ogen zo verzwakt, dat hij niet zien kon. Hij riep zijn oudste zoon Esau en zeide tot hem: Mijn zoon. En deze zei tot hem: Hier ben ik.
      En hij zei: Zie toch, ik ben oud geworden, ik weet de dag van mijn dood niet.
Nu dan, neem toch uw wapentuig, uw pijlkoker en uw boog, en ga uit, het veld in en schiet voor mij een stuk wild; bereid mij dan een smakelijk gerecht, zoals ik het gaarne heb, en breng het mij, opdat ik zal eten; dan zal ik u zegenen, eer ik sterf.
      Rebekka had geluisterd, toen Isäac tot zijn zoon Esau sprak.
Nadat Esau het veld ingegaan was om een stuk wild te schieten en het [zijn] [vader] te brengen, zei Rebekka tot haar zoon Jaäcob: Zie, ik heb uw vader horen spreken tot uw broeder Esau:
Breng mij toch een stuk wild en bereid mij een smakelijk gerecht, opdat ik zal eten, en ik zal u voor mijn dood zegenen voor het aangezicht des Heren.
       Nu dan, mijn zoon, luister naar mij in wat ik u gebied. Ga naar de kudde, haal mij vandaar twee geitenbokjes, dan zal ik die tot een smakelijk gerecht voor uw vader bereiden, zoals hij het gaarne heeft. Breng dit dan aan uw vader om te eten, opdat hij u zal zegenen voor zijn dood.
Maar Jaäcob zei tot zijn moeder Rebekka: Zie, mijn broeder Esau is een ruig man, en ik ben een onbehaard man.
Misschien zal mijn vader mij betasten; dan zal ik in zijn ogen zijn als iemand, die de spot met hem drijft, en ik zal vloek over mij brengen en geen zegen.
Maar zijn moeder zei tot hem: Uw vloek zij op mij, mijn zoon; luister nu naar mij en ga ze mij halen.
– Toen ging hij ze halen en bracht ze aan zijn moeder, en zijn moeder bereidde een smakelijk 
gerecht, zoals zijn vader het gaarne had. Ook nam Rebekka de beste klederen van haar oudste zoon Esau, die bij haar in huis waren, en liet ze haar jongste zoon Jaäcob aantrekken. En de vellen der geitenbokjes trok zij over zijn handen en over zijn gladde hals.
– Toen stelde zij het smakelijk gerecht en het brood, dat zij bereid had, haar zoon Jaäcob ter hand.
       Daarop kwam hij bij zijn vader en zei:
Mijn vader. En deze zei: Hier ben ik; wie zijt gij, mijn zoon?
       En Jaäcob zei tot zijn vader:
Ik ben Esau, uw eerstgeborene; ik heb gedaan zoals gij tot mij gesproken hebt. Richt u op, ga zitten en eet van mijn wildbraad, opdat gij mij moogt zegenen.
Daarop zeide Isaak tot zijn zoon: Wat hebt gij het spoedig gevonden, mijn zoon! En Jaäcob zei: Omdat de Heer, uw God, mij deed slagen.
– Toen zei Isaäc tot Jaäcob: Kom toch dichterbij, opdat ik u betaste, mijn zoon, of gij inderdaad 
mijn zoon Esau zijt of niet. Jaäcob dan kwam dichterbij tot zijn vader Isaäc, en deze betastte hem. En hij zeide: De stem is Jaäcob’s stem, maar de handen zijn Esaus handen. Doch hij herkende hem niet, omdat zijn handen behaard waren evenals de handen van zijn broeder Esau. En hij wilde hem zegenen en zei: Zijt gij inderdaad mijn zoon Esau zelf? En hij zei: Ja.
– Toen zei Isaäc: Zet het dicht bij mij, dan wil ik eten van het wildbraad van mijn zoon, opdat ik u zegene. Toen zette hij het dicht bij hem, en hij at; ook bracht hij hem wijn, en hij dronk.
– Daarna zei zijn vader Isaäc tot hem: Kom toch dichterbij en kus mij, mijn zoon.
En hij kwam dichterbij en kuste hem. Toen hij de geur van zijn klederen rook, zegende hij hem en zei: Zie, de geur van mijn zoon is als de geur van het veld, dat de Here gezegend heeft.
              God zal u geven van de dauw van de hemelen en van de vette streken der aarde, en overvloed van koren en most. Volkeren zullen u dienen, en natiën zich voor jou neerwerpen; wees heerser over jouw broederen, en de zonen van jouw moeder zullen zich voor jou nederbuigen.
Wie jij vervloekt, zij vervloekt, en wie jij zegent, zij gezegend’.
– Toen Isaäc geëindigd had Jaäcob te zegenen en Jaäcob nog maar nauwelijks van zijn vader Isaäc naar buiten was gegaan, kwam zijn broeder Esau van de jacht.
Ook hij bereidde een smakelijk gerecht en bracht dat aan zijn vader. En hij zei tot zijn vader: ‘Mijn vader richte zich op en zal eten van het wildbraad van zijn zoon, opdat gij mij zegent’.
– En zijn vader Isaäc zei tot hem: Wie zijt gij? En hij zei: Ik ben uw eerstgeboren zoon Esau.
– Toen schrok Isaak geweldig en hij zei: Wie was het dan toch, die het wild geschoten en mij gebracht heeft? En ik heb van alles gegeten, eer jij tot mij  kwam en heb hem gezegend; ook zal hij gezegend zijn.
Zodra Esau de woorden van zijn vader hoorde, gaf hij een luide en bittere schreeuw, en hij zeide tot zijn vader: Zegen mij, ook mij, mijn vader!
– Toen zeide deze: Uw broeder is met bedrog gekomen en heeft uw zegen weggenomen.
En hij zei: Noemt men hem niet terecht Jaäcob, omdat hij mij nu al tweemaal bedrogen heeft? Mijn eerstgeboorterecht heeft hij weggenomen, en zie, nu heeft hij mijn zegen weggenomen. En hij zei: Hebt gij voor mij geen zegen overgehouden?
– Toen antwoordde Isaäc en zei tot Esau: ‘Zie, ik heb hem tot een heerser over jou gesteld, en al zijn broederen heb ik hem tot knechten gegeven, en van koren en most heb ik hem voorzien; wat kan ik dan voor jou doen, mijn zoon?’.
Daarop zei Esau tot zijn vader: Hebt gij slechts deze ene zegen, mijn vader? Zegen mij, ook mij, mijn vader! En Esau verhief zijn stem en weende.
Toen antwoordde zijn vader Isaäc en zei tot hem:
Zie, ver van de vette streken der aarde zal jouw woonplaats zijn, en zonder dauw des hemels 
van boven. Maar van uw zwaard zult gij leven en jouw broeder zult jij dienen. En het zal geschieden, wanneer jij je krachtig inspant, dat jij zijn juk van jouw hals zult afrukken.
En Esau koesterde wrok tegen Jaäcob om de zegen, waarmee zijn vader hem gezegend had, en Esau zei bij zichzelf:
De dagen van de rouw over mijn vader zijn aanstaande; dan zal ik mijn broeder Jaäcob doden
Genesis 27: 1-41.

onderweg-naar-god, de-pelgrim

Ja, vandaag wordt nog eens nadrukkelijk datgene herhaald hetgeen gisteren over de navolger van Christus werd gezegd, opdat het in uw hart zal beklijven:
Een navolger van Christus is iemand die zoekt en telkenmale door de Heer wordt gezocht, iemand die luistert en naar wie geluisterd wordt.
Hij/Zij weerspiegelt zijn tijd en staat er toch buiten, een navolger van Christus is altijd alert en nooit onverschillig.
Hij/Zij is zowel boodschapper van God voor de mensen als de boodschapper van de mensen bij God.
In zijn/haar (half-)slaap/gebed verneemt hij/zij z’n/haar opdrachten, op het eerste gezicht maar een tragisch eenzaam figuur:
– Hij/Zij probeert de hoogste graad van zelfverwerkelijking te bereiken.
– Hij/Zij geeft zich totaal over aan God.
– Hij/Zij weet alles [door gebed] uit de Eerste Hand;
– Hij/Zij wordt daardoor God’s klankbord en daardoor heeft hij/zij de kenmerken:
– Hij/Zij treedt nimmer juichend van blijdschap op,
zelfs niet in zijn/haar triomf.
– Hij/Zij valt niet op ondanks z’n/haar krachtig uiterlijk en welluidende stem.
– Hij/Zij is fysiek sterk maakt daardoor indruk op z’n/haar omgeving.
– Hij/Zij komt op als een legende voor en wordt weer tot een legende.
– Hij/Zij is een tijdgenoot van iedereen komt onverwacht uit de hoek.
– Hij/Zij draagt eenvoudige kleding met ’n lederen een gordel om zijn lenden.
– Hij/Zij heeft weinig balast als bagage, soms een stok in de hand, soms lang haar,
soms geitenharen sokken en sandalen.
– Hij/Zij is werkloos [vrijgesteld], dakloos en daardoor veelal niet gehuwd, dan wel is hij/zij gehuwd als beeltenis van zijn/haar Verbond met God.
– Hij/Zij komt met weinig of niets rond.
– Hij/Zij is taai, stormachtig, meedogenloos, kortaangebonden, onbuigzaam,
hoewel hij/zij zeer vredelievend van aard is.
– Hij/Zij luistert heel goed naar iemand.
– Hij/Zij geeft met korte overduidelijk zinnen te kennen wat hij/zij bedoelt.
– Hij/Zij is de eenzaamste mens ter wereld, leeft met de onzichtbare God.
– Hij/Zij heeft een afkeer van zwakte en compromissen.
– Hij/Zij roept vrees en afschuw op.
De trotsen dienen naar zijn/haar mening te buigen; de nederigen zullen altijd worden bemoedigd. Hij/Zij strijdt tegen onrecht/ en Hij/zij verbindt zich met alle joods-, christelijke stromingen.
– Hij/Zij behoort slechts toe aan God.

Basilica van Constantijn de Grote, Trier [Duitsland]
En volgend op het mooie relaas van de Profeet Isaiah worden we opnieuw geconfronteerd met Kerkelijk historische intriges; de strijd om wie wel niet de eerst zal zijn – wie ontvangt God’s zegen en zie opnieuw wordt de zegen door list ontvangen.
Je hebt immers de eeuwen door haantjes de voorste voortgebracht, die macht en invloed najagen, ja zelfs het hoogste – de zegen van ‘God de Vader‘ – gebruiken om maar persoonlijke winst en roem te behalen.
“ . . . Bij ons in huis [de Kerk] doen wij het niet op die manier
– jullie weten dat het er in de wereld anders aan toe gaat, dáár kom je toezichthouders tegen en regenten der volkeren aan wie zij door de eeuwen heen onderhorig zijn geweest, die gezamenlijk optrokken en gezamenlijk heerschappij over anderen voeren en degenen die boven de navolgers van Christus gesteld zijn oefenen nog steeds macht over hen uit.
Maar . . . . . als het aan Mij [Christus] ligt, en
Ik neem aan dat dàt nagevolgd wordt,
zal degene die groot wil zijn,
groot zijn in het dienen en
zich van al wat in de wereld gebruikelijk is distantiëren
’.
    Maar laat ons dit alles terzijde stellen, wij navolgers weten de Waarheid aan onze zijde en de uitdrukking ‘iets op je kerfstok hebben’ gebruiken we nog steeds om aan te geven dat een bepaald persoon verkeerde dingen heeft gedaan.
De uitdrukking is afkomstig uit de vroegere herberg, waar echte kerfstokken werden gebruikt.
Wie veel op zijn kerfstok had, diende dè grote Dienstverlener, de herbergier nog heel wat terug betalen, dus ònze tijd zal het wel duren.
En zo zou het eveneens gebeuren bij aartsvader Jaäcob, maar  daarover later, uiteindelijk zou ook deze ondanks z’n slinkse wegen worden verlost en zou
opgenomen worden in de kring der Heiligen.

rotsen zee wolken duisternis

De getrouwen lijden geen dorst, wanneer de Heer en Verlosser hen door de woestijnen heen leidt; Hij doet voor hen water uit de rots stromen; Hij toch splijt de rots, zodat het water zal vloeien.
      De goddelozen, zegt de Heer, hebben geen vrede“.
We gaan nu met z’n allen de laatste week van de Grote en Heilige Vasten in.
Degenen die ijverig hebben gewerkt, kunnen de knopen van hun strijd tegen het kwaad tellen, hun lichamelijke en spirituele verworvenheden op een rijtje zetten
en God danken voor de hen verleende Genadegaven.
Maar wees er niet verlegen om wanneer je het Vasten niet in alle perfectie hebt kunnen volbrengen, onze Heer en Verlosser is geen krentenweger, Die kijkt naar het hart. Hij kijkt niet naar uiterlijkheden, maar kent als geen ander de goede bedoelingen en de strijd die je voert.
Onze Heer en Verlosser riep ons op tot de hoogste hoogten en heeft begrip voor het feit dat je het weer niet hebt gehaald. 
Je bent echter nog in de gelegenheid de draad weer op te pakken, kijk vooruit en laat het verleden rusten
– het einde van de grote en Heilige Vasten is nabij –
verman jezelf en geef nog een aardige eindspurt; gebruik de resterende tijd om  mogelijk onvermogen te maskeren.
Ter aanmoediging geeft de Heer ons bovenstaande lezing van Isaiah teneinde onze ijver te versterken en onze vastberadenheid te vernieuwen. 
God leidde de Vaders van het Oude Verbond, zelfs Jaäcob, die in het geniep Esau’s zegening verwierf. Onze Verlosser laat ons nu zien hoe we verder kunnen; Hij zet opnieuw de koers voor ons uit, aan Hem komt immers het richtsnoer toe.
Indien het er in de voorafgaande periode aan innige vrede, gerechtigheid en
vruchtbare voordelen van de strijd ontbrak,  herinnert onze genadige Heer 
ons nu aan de wonderbare zegeningen die voortvloeien uit het onderhouden van Zijn geboden. Hij richt Zich notabene rechtstreeks tot ons in de Lage Landen:
    De Heer heeft mij geroepen van moeders lijf aan, van  de schoot van mijn moeder af aan heeft Hij mijn naam vermeld.
En Hij maakte mijn mond als een scherp zwaard; in de schaduw van Zijn Hand verborg Hij mij.
Hij maakte mij tot een puntige pijl, in Zijn pijlkoker stak Hij mij.
En Hij zei tot mij:  Gij zijt mijn knecht, Israël [Kerk],
in wie Ik Mij zal verheerlijken“.

Prophet Isaiah, fresco – 15th cnt, Church of the Holy Cross, Paleochorio, Cyprus

Vanaf Isaiah 41 wordt er over de ‘knecht’ van de Heer gesproken.
Oorspronkelijk was het boek Isaiah één aaneensluitend geheel; de onder-verdeling is door de georganiseerde kerkelijke gebruikers aangebracht, die toezichthouders hadden behoefte aan structuur.
    Maar gij, Israël, mijn knecht, Jaäcob, die Ik uitverkoren heb, nakroost van mijn vriend Abraham, gij, die Ik gegrepen heb van de einden der aarde en geroepen uit haar uithoeken, tot wie Ik zeide: Gij zijt mijn knecht, Ik heb u uitverkoren en u niet versmaadIsaiah 41: 8,9.
In het vervolg op bovenstaande wordt de term gebruikt voor Isaiah in eigen  persoon, het is overduidelijk dat hier met ‘de knecht van de Heer’ Isaiah i.p.v. Israël wordt bedoeld.
      Maar nu zegt de Heer der Heerscharen, de Eeuwige, Die mij van de moederschoot 
aan vormde tot Zijn knecht, om Jaäcob tot Hem terug te brengen en om Israël [het Volk] tot Hem vergaderd te doen worden [en ik werd geëerd in de ogen des Heren en mijn God was mijn sterkte].
Hij zegt dan: ‘     Het is te gering, dat gij Mij tot een knecht zoudt zijn om de stammen van Jaäcob weer op te richten en de bewaarden van Israël [de Kerk] terug te brengen; Ik stel u tot een licht van de volkeren, opdat Mijn heil zal reiken tot het einde van de aarde’Isaiah 49: 5,6.
Isiaiah noemt zich hier ‘een knecht van de Heer’ die de taak heeft het volk Israël [de Kerk] weer tot de oorspronkelijke weg, de weg van God [de Geboden]  terug te brengen.
Vervolgens kan het  naast de betekenis van het volk Israël ook de Heer Zelf, als de Zoon van God,  [de door Isaiah verwachte Messias] betekenen. Maar dan zeker niet alleen als de Zoon van God, maar tevens voor als de navolgers van Christus als onderdeel van het volk Israël [de Kerk].
De taak van de Christus wordt immers tot eer en heil van God – in het hier en nu – verwezenlijkt door ons, hoewel wij zondaars zijn trekken wij nu de kar tot Heerlijkheid van God de Vader.
    Zie, Mijn knecht, die Ik ondersteun; Mijn uitverkorene, in Wie Ik een wel-behagen heb.  Ik heb Mijn Geest op hem gelegd:
Hij zal de volkeren het recht openbaren. Hij zal niet schreeuwen noch Zijn stem verheffen, noch die op de straat doen horen. Het geknakte riet zal hij niet verbreken en de kwijnende vlaspit zal Hij niet uitdoven; naar Waarheid zal Hij het recht openbaren. 
Hij zal niet kwijnen en niet geknakt worden, tot Hij op aarde het recht zal hebben gebracht; en op Zijn wetsonderricht zullen de kustlanden [de Lage Landen] wachtenIsaiah 42: 1-4.
Gaat het hier in de persoon van Isaiah niet om de Messias, Die hij verwacht en heeft hij het eveneens niet over degenen, die Christus zullen navolgen, de Christenen.

Weg door de woestijn

Vanaf de tocht door de woestijn welke het God’s Volk uit de slavernij in Egypte heeft geleid, verzekerd God ons dat Hij ons individueel zal begeleiden;
indien wij Christus navolgen in God’s geboden verlaat Hij ons niet ondanks onze ongerechtigheden;
God weet dat wij mensen zijn en Hij begeleid ons als een liefdevolle Vader.
Hij spoort ons aan om het Babylon van onze passies te ontvluchten – om de genotzucht van de wereld uit de weg te gaan door de Verlossing in de Verlosser, Zijn Zoon te omhelzen en volgens de voorschriften ervan te leven Isaiah 48: 20-21.
En Hij waarschuwt ons dat de goddelozen het leven niet zullen beërven Isaiah 48: 22.
De Almachtige God, de Heer der Heerscharen, de Eeuwige spoort ons verder aan,
Zijn volk van het Nieuwe Verbond, acht te slaan op onze Verlosser,
De Gekozen Dienaar van God, Degene die voortkwam uit de schoot van de Maagd, belichaamt in Zichzelf het gehele ware Israël [de Kerk].
Hoewel Zijn Passie tevergeefs een arbeid lijkt, herinnert Christus ons eraan dat
de beloning van God bij Hem is, de Opgestane, de Verrezene Isaiah 49: 1-4.
Merk op dat God ons ertoe aanzet om ons te herinneren dat onze inspanningen,
als Zijn pelgrims, een door God geplande Pedagogische aanwijzing zijn:
”       Ik ben jouw God, die jou heeft laten zien hoe je de weg kunt vinden waarin je moet lopen” Isaiah 48: 17.
Indien we ons aan het vasten houden en worstelen vanuit ons onvermogen en berouw tonen zullen we het Hemels Koninkrijk [God’s heilige onderkomen, Zijn Huis] binnengaan “in Geloof, eerbied en vrees voor God”.
Onze “Vrede [zal] zijn als een rivier en [onze] Gerechtigheid als een golf van de zee “ Isaiah 48: 18.
God verlangt dat ons vasten ons vruchtbaar maakt als gevolg van rechtschapen gedachten en daden, zodat “[ons] zaad ook als het zand zou zijn  Isaiah 48: 19.
En het zal God aangenaam zijn en leven’s-vervullende resultaten opleveren
voor degenen die de strijd aangaan en alles in het werk stellen om waarachtig getrouw te zijn.

Amsterdam, knieling bij uitdragen vooraf-gewijde-gaven

Schenk daarom aandacht en wees je bewust van de Vrede, Die vanuit je hart vloeit wanneer je tijdens de vasten een van de vele diensten bijwoont.
Probeer als het enigszins kan deel te nemen aan de aangeboden dienst van de voor-af-gewijde gaven en ontmoet in een verduisterde Kerk heel intiem het Lichaam en het Bloed van onze Heer en Verlosser.
Wees je bewust van de reiniging die vasten en het gebed je hart vervult.
Wees je bewust van de kleine stukjes vooruitgang [op de ladder van Climacos] en de momenten van goedgunstigheid welke deze periode van het jaar ons toch maar gegeven wordt.
Wees je ten diepste bewust van de uitroep van de heilige Johannes Chrysostomos:
Laat niemand rouwen dat hij/zij steeds maar weer opnieuw is gevallen;
want de vergeving komt voort uit het graf en de Opgestane Heer​​“ [preek van Pasen].
God beveelt ons “Trekt uit Babel[on], ontvlucht de ChaldeeënIsaiah 48: 20.
Broeders, zusters, die met ons Christus navolgen, die overtuigd zijn dat wij Christus navolgen, Die is Opgestaan/Verrezen, want “de Heer heeft Zijn dienaar Jaäcob bevrijdIsaiah 48: 20.
Christus is onder ons, Hij is en zal zijn”, Hij is aanwezig en leidt ons door de woestijn Isaiah 48: 21.
  Leg de oude mens af en bekleed je met de nieuwe mens; alleen de goddelozen die zich van Christus afkeren, hun eigen hooghartige weg gaan zal het ontbreken van de Vreugde hun verraad kenbaar maken Isaiah 48: 22.
  Christus Zelf spreekt ons vervolgens persoonlijk aan:
Luister naar mij. . . . Hij riep jou mij bij je naam vanaf jouw geboorte uit de moederschoot” 
Isaiah 49: 1.
  En Hij maakte “Mijn mond [mijn pen] als een scherp zwaardIsaiah 49: 2.
Als een lijdend mens, vervulde de Heer en Verlosser de taak van het oude Israël [de Kerk].
  Daarom zegt God tot Hem:
Gij, Mijn Zoon, bent Mijn dienaar, o Israël [Kerk],  in Wie ik zal worden verheerlijktIsaiah 49: 3.

       Christus is inderdaad Opgestaan/Verrezen!
”          Belijdt de Heer, want Hij is goed, want eeuwig duurt Zijn Barmhartigheid.
Getuigt dit, gij die bevrijd zijt door de Heer; die Hij bevrijd heeft uit de hand van uw vijand.
Want Hij heeft hen bijeengebracht uit alle streken: vanuit het oosten, het zuiden,

Petrus [lopend over het water] wordt gered, Codex Egberti – fol. 27v

het noorden en de zee. Sommigen verdwaalden in de woestijn, in waterloos land, en vonden geen weg naar een bewoonde plaats.
Zij leden honger en dorst: hun ziel bezweek in hun binnenste.
Zij riepen tot de heer in hun beproeving, en Hij verloste hen uit de nood.
Hij leidde hen naar een goede weg, zodat zij aankwamen in een bewoonde streek.
Dat zij de Heer belijden om Zijn barmhartigheid om Zijn wonderen voor de kinderen der mensen.
Want Hij heeft de smachtende ziel verzadigd, en de hongerige met goederen vervuld.
Anderen waren gezeten in het duister, in de schaduw des doods, ellendig, in de boeien geslagen.
Want zij hadden God’s woorden bitter gemaakt, de raad van de Allerhoogste geminacht.
Toen werd hun hart door kwelling vernederd; zij werden zwak, en er was niemand die hielp.

Christus geeft voedsel aan de Volkeren, Codex Egberti – Fol047

Maar zij riepen tot de Heer in hun beproeving, en Hij verloste hen uit hun nood. Hij voerde hen weg uit het duister van de schaduw des doods; Hij verbrak hun boeien.
Dat zij de Heer belijden om Zijn barmhartigheid, om Zijn wonderen voor de kinderen der mensen. Hij heeft immers de bronzen poorten verbrijzeld de ijzeren grendels verbroken.
Hij heeft hen opgeheven van de weg hunner boosheid, want om hun ongerechtigheden waren zij vernederd.
Hun ziel walgde van elke spijs, zij stonden reeds voor de poorten des doods.
Maar zij riepen tot de Heer in hun beproeving, en Hij verloste hen uit hun nood.

Genezing van de Blindgeborene bij Jericho, Codex Egberti – Fol 031

Hij zond Zijn woord uit om hen te genezen; Hij ontrukte hen aan hun ondergang.
Dat zij de Heer belijden om Zijn barmhartigheid om Zijn wonderen voor de kinderen der mensen.
Dat zij Hem opdragen een offer van lof; dat zij met blijdschap Zijn werken bejubelen.
In schepen kozen weer anderen zee, zij deden hun werk op de grote wateren.
Zij zagen de werken des heren: Zijn wonderdaden in de geweldige diepte.
Hij sprak, en een stormwind stak op: de golven werden opgezweept.
Zij vlogen omhoog naar de hemel, en vielen omlaag in de diepte:  hun ziel kromp ineen van ellende.

de doop, bekleed worden met Christus

Zij schudden en slingerden als waren zij dronken al hun bedrevenheid schoot tekort. Toen riepen zij tot de Heer in hun beproeving, en hij ontrukte hen aan hun nood. Want Hij gaf bevel aan de storm, en die werd tot kalmte; Hij deed de golven bedaren. Hoe verheugden zij zich over die rust, terwijl Hij hen voerde naar de verlangde haven.
Dat zij de Heer belijden om Zijn barmhartigheid om Zijn wonderen voor de kinderen der mensen.
Dat zij hem verheffen in de bijeenkomst van het volk, hem loven in de zitting der oudsten.
Ook maakte Hij stromen tot een woestijn, waterlopen tot dorstig land.
Vruchtbare grond tot een zoutmoeras, om de slechtheid van die daar woonden. Maar ook heeft Hij woestijn in plassen veranderd in de dorre grond stroomt nu water.
Daar deed Hij de hongerigen wonen; zij bouwden daar steden tot hun verblijf.
Zij zaaiden akkers en plantten wijngaarden; deze droegen rijkelijk vrucht.
Hij zegende hen, en zij vermenigvuldigden zich uitermate; ook hun vee maakte Hij talrijk.
Dan weer werd hun aantal gering, zij werden gekweld door verdrukking, ellende en smart.
Verachting kwam neer op hun vorsten: Hij deed hen verdwalen in ongebaande streken.
Maar de arme hielp Hij uit zijn gebrek: Hij maakte zijn gezin tot een kudde.
Mogen de oprechten dit zien en zich verheugen; moge alle ongerechtigheid de mond worden gestopt.
Wie is wijs om dit alles te houden ? Wie wil de barmhartigheden van de Heer verstaan ? Psalm 106 [107] vert. ROK. ’s-Gravenhage.

slot Vespers 6e maandag
Gezegend zij de Heer, God van Israël van eeuwigheid tot in de eeuwen der eeuwen.
Wees verheven boven de Hemelen, o God; over heel de aarde zij Uw Heerlijkheid

Mijn hart is bereid, o God, mijn hart is bereid:
ik wil zingen en psalmodiëren in Uw Heerlijkheid.
Ontwaak mijn lofzang, ontwaak psalter en harp;
ik wil opstaan in de vroege morgen
”.

Ik wil U belijden onder de volkeren, aan allen, die mij omgeven, Heer,
en psalmzingen voor U onder de heidenen; want groot boven de Hemelen is Uw Barmhartigheid, tot aan de wolken reikt Uw Waarheid”.
Opdat Uw geliefden bevrijd mogen worden:
schenk redding door Uw rechterhand en verhoor mij:
God heeft gesproken in Zijn Heiligdom:
ik zal mij verheffen
”.

Salomo & Boek Spreuken

    Wie het gebod bewaart, bewaart zijn leven; maar wie niet let op zijn wandel, zal sterven. Wie zich over de arme ontfermt, leent aan de Heer; Hij zal hem zijn weldaad vergelden.
Kastijd uw zoon, wanneer er nog hoop is, maar laat u niet verleiden hem te doden.
Een doldriftige moet boeten, want als gij helpen wilt, maakt gij het erger.
Luister naar raad en neem vermaning aan, opdat gij ten slotte wijs wordt.
Vele zijn de overleggingen in het hart des mensen, maar de raad des Heren, die zal bestaan. Het aantrekkelijke van de mens is zijn welwillendheid; beter is een arme dan een leugenachtig mens.
De vreze des Heren is ten leven; men overnacht verzadigd, door het kwaad niet bezocht.
Al heeft de luiaard zijn hand in de schotel gestoken, hij brengt ze niet eens aan de mond.
Slaat gij de spotter, dan wordt de onverstandige schrander, tuchtigt gij de verstandige, hij put er kennis uitSpreuken 19: 16-25.

bij de Apostichen:
tn.4.    Bevrijd ons, Verlosser, van de ziel-beschadigende hebzucht,
en maak ons tot metgezel van de arme Lazaros in de schoort van Abraham.
Want Gij Die rijk zijt in barmhartigheid, zijt vrijwillig arm geworden voor ons.
Gij hebt ons vanuit het bederf omhoog gevoerd tot de onvergankelijkheid,
als medelijdende en menslievende God
    [herh.]

tn.4.   Gij Die het dulden der Heilige Martelaren aanvaard hebt,
neem ook onze hymnen aan, Menslievende,
en schenk ons omwille van hun gebeden
de grote Barmhartigheid
”.

  Eer aan de Vader en aan de Zoon en en aan de Heilige Geest,
nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.     Amen
”.

tn.4.   Verlos ons uit onze noden, Moeder van Christus, onze God,
die de Schepper van de kosmos bewaard hebt,
opdat wij altijd roepen tot u:
verheug u, Beschermster van onze zielen
”.

5e Zondag van de Grote en Heilige Vasten – gedachtenis van de H. Maria van Egypte.

Maria van Egypte, by Dr. Stéphane René

    En wederom nam Hij [onze Heer en Verlosser] de twaalven terzijde en begon tot hen te spreken over hetgeen over Hem zou komen:
           Zie, wij gaan op naar Jeruzalem en de Zoon des mensen zal overgeleverd worden aan de overpriesters en de schriftgeleerden en zij zullen Hem ter dood veroordelen. En zij zullen Hem overleveren aan de heidenen, en zij zullen Hem bespotten en Hem bespuwen en Hem geselen en doden, en na drie dagen zal Hij opstaan.
            En Jaäcobus en Johannes, de twee zonen van Zebedeus, kwamen tot Hem en zeiden tot Hem: Meester, wij wilden wel dat Gij ons deedt, wat wij U zullen vragen.
Hij zei tot hen:
‘Wat wilt gij, dat Ik u doen zal?”.
Zij zeiden tot Hem:
‘ Geef ons, dat wij de een aan uw rechterzijde en de andere aan uw linkerzijde mogen zitten in uw Heerlijkheid.
Doch Jezus zei tot hen:
‘ Gij weet niet, wat gij vraagt. Kunt gij de beker drinken, die Ik drink, of met de doop gedoopt worden, waarmee Ik gedoopt word?
Zij zeiden tot Hem:
‘ Wij kunnen het’.
Jezus zei tot hen:
‘ De beker, die Ik drink, zult gij drinken en met de doop, waarmede Ik gedoopt word, zult gij 
gedoopt worden, maar het zitten aan mijn rechterzijde of linkerzijde, staat niet aan Mij te geven, maar het is voor hen, voor wie het bereid is.
                     En toen de tien dit hoorden, begonnen zij het Jaäcobus en Johannes kwalijk te nemen.
En Jezus riep hen tot Zich en zei tot hen:
                     Gij weet, dat zij, die regeerders der volken heten, heerschappij over hen voeren, en hun rijksgroten oefenen macht over hen. Zo is het echter onder u niet.
                     Maar wie groot wil worden onder u, zal uw dienaar zijn; en wie onder u de eerste wil zijn, zal aller slaaf zijn.
Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om Zich te laten dienen, maar on te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velenMarc.10: 32b-45.

Christus tronend, de Theotokos en Johannes de Doper by Ann Chapin

    Maar Christus, opgetreden als hogepriester der goederen, die gekomen zijn, is door de grotere en meer volmaakte tabernakel, niet met handen gemaakt, dat is, niet van deze schepping, en dat niet met het bloed van bokken en kalveren, maar met zijn eigen bloed eens voor altijd binnengegaan in het heiligdom, waardoor Hij een eeuwige verlossing verwierf.
Want als [reeds] het bloed van bokken en stieren en de besprenging met de as der vaars hen, die verontreinigd zijn, heiligt, zodat zij naar het vlees gereinigd worden,  hoeveel te meer zal het bloed van Christus, die door de eeuwige Geest Zichzelf als een smetteloos offer aan God gebracht heeft, ons bewustzijn reinigen van dode werken, om de levende God te dienen?Hebr.9: 11-14.

  Staat recht, let op,
kom dan zo vaak als in je mogelijkheden ligt tezamen om God te danken om Hem
Zijn lof te doen toekomen.
Want wanneer je elkaar regelmatig op dezelfde plaats ontmoet, worden de machten van de tegenstrever/de satan vernietigd, want de vernietiging waar deze onderkruiper naar streeft
wordt voorkomen door de eenheid van jullie gezamenlijk Geloof
”.
Heilige Ignatius van Antiochië

Heilige Zosimas [haar biechtvader] en de heilige Maria van Egypte

De zondag van de gedachtenis van de Heilige Maria confronteert ons met een verhaal/legende welke ons is overgeleverd door Patriarch Sophronius, die het uit de tweede hand heeft, hij vernam deze ‘leven’s-legende, welke gestoeld is op datgene wat de Heilige Zosimas, een biechtvader heeft beleefd, heeft ervaren:
– het is dus in het geheel niet zeker dat de H. Maria van Egypte werkelijk heeft bestaan maar dat deze Heilige gebaseerd is op het leven van de Heilige Maria van Magdala bij wie door de Heer ‘Zelf‘ 12 duivelen zijn uitgedreven; dit levensverhaal heb ik reeds eerder gepubliceerd, daarom vandaag een thema, welke hier zeer nauw mee samenhangt, ‘de Goddelijke Liturgie‘.

Onze Heer zei tegen zijn volgelingen “ga” en dat is exact wat zij de eeuwen door hebben gedaan, ‘de Blijde Boodschap’ overbrengen naar iedereen, die het maar horen wil.

            Christus is in het Evangelie van vandaag onderweg, opgaande naar Jeruzalem en zoals gebruikelijk ging de Heer hen vooruit.
Hij nam het voortouw en zij waren verbaasd en zij, die volgden, waren bevreesd: “    Wat hing hen nu weer boven het hoofd”, want zij gingen het onheil tegemoet, immers de Farizeeërs en Sadduceeërs hadden geen beste plannen met Hem, zij bedreigden hem en dat wisten Christus’ volgelingen maar al te goed.
          Waar Christus vervolgens over spreekt – ondanks het feit dat hij de twee baantjes-jagers op hun plaats zet met de mededeling:
. . . Bij ons in huis [de Kerk] doen wij het niet op die manier – jullie weten dat het er in de wereld anders aan toe gaat, dáár kom je toezichthouders, regenten der volkeren tegen, die heerschappij over anderen voeren en degenen die boven hen gesteld zijn oefenen macht over hen uit.
Maar . . . . . als het aan Mij [Christus] ligt, en Ik neem aan dat dàt nagevolgd wordt, zal degene die groot wil zijn, groot zijn in het dienen en zich van al wat in de wereld gebruikelijk is distantiëren
”.
                 Nu we weten allemaal wat daaruit voortgekomen is, de Kerk is als de wereld geworden en de een is baas over de ander baas, dus ruzie en onenigheid in de Kerk alom.
Maar lòs daarvan gaat onze Heer vèrder met dàtgene wat Hij zich voorgenomen had: “    Hij had immers de twaalf wederom terzijde genomen en had hen willen verkondigen begon tot hen te spreken over hetgeen Hem de komende periode zou overkomen”.

                 En vervolgens onthult onze Heer de geschiedenis, die wij allen kennen uit de gebeurtenissen van de grote en Heilige week.
Onze Heer was als Zoon van God op de hoogte dat Hij nu Hij zou opgaan naar Jeruzalem Hij daar zou gaan lijden en sterven; we kennen dit allemaal want wij beleven dit ieder zondag of door-de-weekse- dagen wanneer er een Goddelijke Liturgie is.
Maar ook de Profeten hebben het een en ander reeds jaren daarvoor voorzegd – en onze Heer, wist dat uiteraard – als mens en joods pedagoog/leraar kende Hij de Schrift van kaft tot kaft.

Het laatste oordeel, koorbank Bolsward

“     Die dag [de Dag des Oordeel’s]  zal zeker komen, brandend als een oven.
Wie hoogmoedig zijn of wie zich goddeloos gedragen, zullen slechts stoppels zijn die door de hitte van de dag worden verschroeid – zegt de Heer der Heerscharen. Geen wortel of tak zal er van hen overblijven.
Maar voor jullie die ontzag voor Mijn Naam hebben zal de zon stralend opgaan, de zon die Gerechtigheid brengt en genezing in haar vleugels draagt. Huppelend als kalveren die op stal hebben gestaan zullen jullie naar buiten komen. Dan vertrappen jullie de wettelozen; op die dag die Ik heb voorbereid, zullen zij niet meer zijn dan stof onder jullie voeten, zegt de Heer der Heerscharen.
Houd je aan het onderricht van Mozes, mijn dienaar, aan wie Ik op de berg Horeb regels en wetten heb gegeven, die gelden voor geheel Israël [de Kerk].
Voordat de dag des Heren aanbreekt, die groot is en ontzagwekkend, stuur ik Elia, en hij zal ervoor zorgen dat ouders zich verzoenen met hun kinderen en kinderen zich verzoenen met hun ouders. Anders zou ik het land volledig moeten vernietigenMaleachi 3: 19-24.

Het Oude zoals het Nieuwe testament eindigt met de dag des Oordeel’s.
In profetische geschriften zoals Maleachi, wordt het oordeel afgeschilderd als een dag van goddelijke verbranding tegen “allen die goddeloos handelen”: Die dag
    zal zeker komen, brandend als een oven. Wie hoogmoedig zijn of wie zich goddeloos gedragen, zullen slechts stoppels zijn die door de hitte van de dag worden verschroeid – zegt de Heer der Heerscharen. Geen wortel of tak zal er van hen overblijvenMaleachi 3: 19.
            Toch wordt het ook beschreven als een dag van “genezing” en rechtvaardiging voor de rechtvaardigen, voor hen die de naam van de Heer vrezen:
      Maar voor jullie die ontzag voor Mijn Naam hebben zal de zon stralend opgaan, de zon die Gerechtigheid brengt en genezing in haar vleugels draagt. Huppelend als kalveren die op stal hebben gestaan zullen jullie naar buiten komen“ Maleachi 3: 20.
Vandaar dat Maleachi elke generatie aanspoort om te leven in overeenstemming met de Wet van de Heer, zoals eerst aan Mozes gegeven:
      Houd je aan het onderricht van Mozes, mijn dienaar, aan wie Ik op de berg Horeb regels en wetten heb gegeven, die gelden voor geheel Israël [de Kerk]“.
        We dienen uit ontzag voor God’s Naam bij voortduring in al ons doen en laten de Blijde Boodschap te raadplegen, ons doen en laten te toetsen aan de Pedagogie van de Heer, Maleachi 3: 19,20, willen we enige vooruitgang boeken op onze geestelijke weg.

Elia, de Voorloper

               Dàn zal degene die ontzag hebben voor God’s Naam [-het Jezusgebed-] de zon iedere dag stralend zien opgaan, de Zon, Die Gerechtigheid en genezing onder haar vleugels [Psalm 90(91)] voortbrengt.
        Maleachi houdt zijn Volk [en ons] voor dat de Profeet Elia de laatste dag zal aankondigen, komende om het hart van ‘
de Vader naar zijn zoon’ te keren en het hart van ‘een mens naar zijn naasteMaleachi 3: 23. Dat is de reden dat het Joodse volk op de sederavond nog altijd een stoel open laat om Elia te verwelkomen.

                            Teneinde de boodschap van het geestelijk ‘vuur en verbranding’ van Maleachi op ‘deze laatste grote dag’ te begrijpen, wenden we ons tot de waarschuwing van Paulus:

Apostel Paulus, als een asceet in de gevangenis, Rembrandt, Harmenszoon van Rijn ca. 1627

Ziet dan toe, dat gij Hem, die spreekt, [onze Heer en Verlosser, de middelaar van een nieuw Verbond] niet afwijst. Want als genen niet ontkomen zijn, toen zij Hem afwezen, die Zijn God’s-spraak op aarde deed horen, hoeveel te minder wij, als wij ons afwenden van Hem, Die uit de hemelen [spreekt]. Toen heeft Zijn stem de aarde doen wankelen, doch thans heeft Hij een Belofte gegeven, zeggend: ‘Nog eenmaal zal Ik niet slechts de aarde, maar ook de Hemelen doen beven.
       Dit: nog eenmaal, doelt op een verandering der wankele dingen als van iets, dat slechts geschapen is, opdat zal blijven, wat niet wankel is. Laten wij derhalve, omdat wij een on-wankelbaar Koninkrijk ontvangen, dankbaar zijn en hierdoor God vereren op een Hem welbehaaglijke wijze met eerbied en ontzag, want onze God is een verterend vuurHebr.12: 25- 29.

Wat betekent het om te zeggen dat “God een verterend vuur is?”.
       Waarom wuift Maleachi onze harten met beelden van een grote brandende wind terwijl de Heer menselijke wezens vernietigt die naar Zijn eigen beeld zijn gemaakt – in vlammen doet opgaan?
       In Rooms- katholieke kringen wordt met Pinksteren gezongen:
  Geest, Die Vuur en Liefde zijt, Geest die leeft van eeuwigheid,
voortkomt van de Zoon en Vader
[Philioque],
leid, o Heer, ons altijd nader
door uw Liefde, door Uw Licht,
tot Uw heilig aangezicht
”.
       Daarmee wordt verkondigt dat iedereen Die van God houdt, dit herkent.
God is liefde, dus God is vuur.
En vuur verteert allen die niet zelf vuur zijn en maakt helder en glanzend allen die zelf vuur zijn“.
       Degenen die God helder en stralend maakt, hebben, zoals de
heilige Johannes van Climacos van de berg Sinaï zegt:
       een ziel die ‘verlangt en broedt tot de Heer
        met het vuur van liefde
” uit de Ladder stap 30.
Toch vernietigt God de zonde.
In het gebed tijdens de Goddelijke Liturgie voorafgaand aan  de Orthodoxe ontmoeting met onze Heer en Verlosser vraagt  de Byzantijnse hagiograaf
Συμεών Μεταφραστής [Simeon Metaphrastes (de vertaler)] Zijn Schepper:

Maria van Egypte en de beker van het Heil

       Zie, ik nader tot de Goddelijke gaven [Communie].
Verschroei mij niet, mijn Schepper door deze gemeenschap.
Gij zijt immers een vuur, dat de onwaardigen verteert.
Maar reinig mij van alle smet.
        Huiver, sterveling, bij het aanschouwen van het Goddelijk Bloed.
Het is een vuur, dat de onwaardigen verbrandt.
Maar het Goddelijk Lichaam maakt ook mij tot God[-dragend], en is mijn voedsel.
Het neemt mijn geest op in God, en
voedt wonderbaar mijn verstand
”.

       Dit bovenstaande dient tot op het bot te worden ervaren en daarom kent de Orthodoxie niet, hoewel het ook ons pijn doet, zoals andere christelijke kerken een praktijk van “eucharistische gastvrijheid” – wordt in de Russische traditie stelselmatig het Mysterie van de Biecht afgenomen, voorafgaand aan het communiceren. Daarom ontvangt een kind, dat zo juist gedoopt is als volwaardig lid en navolger van Christus, het Lichaam en Bloed van Christus.
       In dit gebed klinkt de aloude roep door:
      Hoor, Israël, de Heer, onze God, de Heer is een, en
gij zult de Heer, uw God, liefhebben 
uit geheel uw hart en
uit geheel uw ziel en uit 
geheel uw verstand en uit geheel uw krachtMarc.12: 30.
Wij Orthodoxen smeken op onze blote knieën, net als het Joodse Volk en de Heilige Simeon, dat onze Heer en Heiland ons reinigt.
We zijn absoluut overtuigd dat de “Zon der gerechtigheid” is Opgestaan en dat wij beschutting vinden onder zijn vleugelen
– beschutting betekent dat wij als vanzelfsprekend genezing/ reiniging van onze zonden verkrijgen – ​​”met genezing onder zijn vleugelsMaleachi 3: 30.

Iedereen die [bij de doop] gezalfd is “tot genezing van lichaam en ziel” door “het horen van het Geloof“, heeft zich met “Christus bekleed”, heeft Christus aangedaan – is navolger van Christus geworden.
Wanneer deze zijn kledingstuk van onvergankelijkheid zuiver en ongeschonden heeft bewaard, dankzij de Goddelijk ontvangen Genadegaven – kàn niet anders dan – dankbaar zijn voor de overvloed aan Liefde, Die hij/zij uit de hoge mag ontvangen.
De vier Evangeliën staan vol met verslagen over de genezingen die door onze Heer en Verlosser tot stand zijn gebracht. Talloze gelovigen zijn teruggebracht tot hun juiste gedachten en in hun harten gevestigd door Zijn Genadige aanraking.

De grote dag van de Heer zal worden aangekondigd door de terugkeer van Elia de profeet: “die vóór zijn verwekking geheiligd was. . . engel van lichaam en vurige intelligentie. Die Hemelse ascetische mens en voorloper van de wederkomst van Christus.
“Johannes de Doper waarschuwt zijn generatie in de geest en kracht van Elia” Luc.1:17 dat de Messias komt om te leggen Zijn bijl “aan de wortel van de bomen“, want “elke boom die geen goede vrucht draagt, wordt omgehakt en in het vuur gegooid Matth.3: 10.
Christus vergelijkt op zijn beurt Johannes de Doper met Elia:
Maar ik zeg u dat Elia ook is gekomen, en
zij deden met hem wat zij wilden,
zoals van hem geschreven is
Marc. 9:13.
Laten we daarom de morele wetten gedenken die door God zijn gegeven door zijn dienaar Mozes.
De verordeningen die Hij op Horeb bevolen heeft zijn voor heel Israël [Kerk]
– de mensen van het Oude en het Nieuwe Verbond.

Navolger van Christus

Navolger van Christus en welbevinden

Een navolger van Christus is iemand die zoekt en telkenmale door de Heer wordt gezocht, iemand die luistert en naar wie geluisterd wordt.
Hij/Zij weerspiegelt zijn tijd en staat er toch buiten, een navolger van Christus is altijd alert en nooit onverschillig.
Hij/Zij is zowel boodschapper van God voor de mensen als
de boodschapper van de mensen bij God.
In zijn/haar (half-)slaap/gebed verneemt hij/zij z’n/haar opdrachten, op het eerste gezicht maar een tragisch eenzaam figuur:
Hij/Zij probeert de hoogste graad van zelfverwerkelijking te bereiken.
Hij/Zij geeft zich totaal over aan God.
Hij/Zij weet alles [door gebed] uit de Eerste Hand;
Hij/Zij wordt daardoor God’s klankbord e
n daardoor heeft hij/zij de kenmerken:
Hij/Zij treedt nimmer juichend van blijdschap op,
zelfs niet in zijn/haar triomf.
Hij/Zij valt niet op ondanks z’n/haar krachtig uiterlijk en welluidende stem.
Hij/Zij is fysiek sterk maakt daardoor indruk op z’n/haar omgeving.
Hij/Zij komt op als een legende voor en wordt weer tot een legende.
Hij/Zij is een tijdgenoot van iedereen komt onverwacht uit de hoek.
Hij/Zij draagt eenvoudige kleding met ’n lederen een gordel om zijn lenden.
Hij/Zij heeft weinig balast als bagage, soms een stok in de hand, soms lang haar,
soms geitenharen sokken en sandalen.
Hij/Zij is werkloos, dakloos en daardoor veelal niet gehuwd, danwel is hij/zij gehuwd als beeltenis van zijn/haar Verbond met God.
Hij/Zij komt met weinig of niets rond.
Hij/Zij is taai, stormachtig, meedogenloos, kortaangebonden, onbuigzaam,
hoewel hij/zij zeer vredelievend van aard is.
Hij/Zij luistert heel goed naar iemand.
Hij/Zij geeft met korte overduidelijk zinnen te kennen wat hij/zij bedoelt.
Hij/Zij is de eenzaamste mens ter wereld, leeft met de onzichtbare God.
Hij/Zij heeft een afkeer van zwakte en compromissen.
Hij/Zij roept vrees en afschuw op.
De trotsen dienen naar zijn/haar mening te buigen; de nederigen zullen altijd worden bemoedigd.
Hij/Zij strijdt tegen onrecht/ en Hij/zij verbindt zich met alle joods-, christelijke stromingen.
Hij/Zij behoort slechts toe aan God.

4e ode van het Triodion van Josef, metten 5e donderdag:
  In onthouding hebben de door Christus verlichte Apostelen samengeleefd.
Door hun Goddelijke Voorspraak maken zij ons vasten licht
”.

  Het door God geïnspireerde koor der navolgers van Christus
deed het lied van de Verlossing weerklinken als een 12-snarige harp en
verbrak daardoor de toverzangen van den boze
”.

  Door de stormvloeden van de Heilige Geest hebt U, o Heer en Meester van ons leven,
al wat onder de zon is beproefd.
Daardoor hebt Gij de dorheid van het veelgodendom verdreven
”.

Theotokion
  Schenk mij nederigheid, Alreine en
red mij uit mijn hoogmoedig leven:
gij hebt immers Hem gebaard, Die
de vernederde natuur
weer heeft verheven

Triodion van Theodorus
  Eerbiedwaardige Apostelen, smeek tot de Schepper van de kosmos
dat Hij Zich ontfermt over ons, die u bezingen
”.

  Als arbeiders van Christus, gij heilige navolgers van Christus, hebben jullie
heel de akker der wereld bewerkt door jullie onderricht en
daarin het Goddelijk Woord geplant.
Voortdurend brengen jullie Hem de vruchten en zijt daardoor zelf wijngaard geworden
voor Hem die jullie zo zeer beminnen;
en de wijn van de Heilige Geest hebben jullie doen vloeien voor heel de wereld
”.

  Eer aan de Vader en aan de Zoon en aan de Heilige Geest”.

  Beginloze, Uzelf gelijkende, Heilige Almachtige Drieëenheid:
Vader, Woord en Heilige Geest; God, Licht en Leven:
behoed Uw kuddeke
”.

  Nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.   Amen“.

Akathist Hymn tot de Theotokos

  Verheug u, Vlammen-troon;
verheug u, licht-dragende Kandelaar;
verheug u, berg van heiliging;
gij zijt de ark van het Leven,
de Heilige tent van het Leven
”.

Woensdag ná Zondag van Johannes Climacos – vooràfgaand aan Zondag van H. Maria van Egypte

God respects our freedom and does not force us to love or follow Him

    Wie heeft dit bewerkt en tot stand gebracht?
Hij, Die de geslachten van de aanvang af heeft geroepen;
Ik, de Heer, Die de eerste ben, en bij de laatsten ben Ik dezelfde.
De kustlanden [de Lage Landen?] zagen het en werden bevreesd; de einden der aarde sidderden, zij naderden en kwamen nabij; de een hielp de ander en zei tot zijn makker: ‘Houd moed!’.
De werkman bemoedigt de goudsmid; wie met de hamer plet, bemoedigt degene die op het aambeeld slaat, en hij zegt van het soldeersel: ‘Het is goed’. Daarop bevestigt hij het met spijkers, opdat het niet wankele.
       Maar gij, Israël, Mijn knecht, Jaäcob, die Ik verkoren heb, nakroost van mijn vriend Abraham,
Gij, die Ik gegrepen heb van de einden der aarde en geroepen uit haar uithoeken, tot wie Ik zei:
‘ Gij zijt mijn knecht, Ik heb u verkoren en u niet versmaad; vrees niet, want Ik ben met u; zie niet angstig rond, want Ik ben uw God. Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met mijn heilrijke rechterhand. Zie, allen die tegen u in woede ontstoken zijn, staan beschaamd en worden te schande; de mannen die u bestrijden, worden als niets en komen om; gij zult hen zoeken, maar niet vinden, de mannen die u bestoken; zij worden als niets, ja vernietigd, de mannen die tegen u oorlog voeren.
       Want Ik, de Heer, uw God, grijp uw rechterhand vast; die tot u zeg: Vrees niet, Ik help u.
Vrees niet, gij wormpje Jaäcob, gij volkje Israël! Ik ben het, Die u help, luidt het Woord des Heren, en uw Verlosser is de Heilige van Israël.  Zie, Ik stel u tot een scherpe, nieuwe dors-slede met dubbele sneden; gij zult bergen dorsen en verbrijzelen, en heuvelen zult gij tot kaf maken“ Isaiah 41: 4-14.

Abram een met God rondtrekkende nomade by Francesco Bassano

    Toen Abram negenennegentig jaar oud was, verscheen de Heer aan Abram en zei tot hem:
      Ik ben God, de Almachtige, wandel voor Mijn aangezicht, en wees onberispelijk; Ik zal Mijn Verbond tussen Mij en u stellen, en u uitermate talrijk maken.
  Toen wierp Abram zich op zijn aangezicht en God sprak tot hem:
      Wat Mij aangaat, zie, Mijn Verbond is met u, en gij zult de vader van een menigte volken worden; en gij zult niet meer Abram genoemd worden, maar uw naam zal zijn Abraham, omdat Ik u tot een vader van een menigte volken gesteld heb. Ik zal u uitermate vruchtbaar maken en u tot volken stellen, en koningen zullen uit u voortkomen. Ik zal Mijn Verbond oprichten tussen Mij en u en uw nageslacht in hun geslachten, tot een eeuwig Verbond, om u en uw nageslacht tot een God te zijn. Ik zal aan u en uw nageslacht het land, waarin gij als vreemdeling vertoeft het ganse land Canaän, tot een altoosdurende bezitting geven, en Ik zal hun tot een God zijn.
Voorts zei God tot Abraham:
‘En wat u aangaat, gij zult Mijn Verbond houden, gij en uw nageslacht, in hun geslachten
“ Gen.17: 1-9.

    Een wijs zoon verheugt de vader, maar een dwaas van een mens veracht zijn moeder.
Dwaasheid is vreugde voor de verstandeloze, maar een mens van verstand houdt de rechte weg.
Plannen ‘mislukken’ bij gebrek aan overleg, maar door de veelheid van raadgevers komt iets tot stand.
Iemand heeft vreugde, als hij een gepast antwoord geeft, en hoe goed is een woord op zijn tijd!
Het pad des levens gaat voor de verstandige opwaarts, opdat hij ontwijke het dodenrijk beneden.
Het huis der hoogmoedigen breekt de Heer [systematisch] af, maar Hij maakt de grenspaal der weduwe vast.
De plannen van de boze zijn de Heer een gruwel, maar liefelijke woorden zijn rein.
Wie hunkert naar onrechtmatige winst, vernielt zijn eigen huis [kerk]; maar wie geschenken haat, zal leven.
Het hart van de rechtvaardige overweegt, wat hij zal antwoorden, maar de mond der goddelozen stort boosheden uit.
Ver is de Heer van de goddelozen, maar het gebed der rechtvaardigen hoort Hij.
Vriendelijk stralende ogen verheugen het hart; een goede tijding verkwikt het gebeente.
Het oor, dat luistert naar de terechtwijzing die ten leven is, zal vertoeven te midden der wijzen.
Wie de tucht in de wind slaat, veracht zijn leven; maar wie naar terechtwijzing luistert, verkrijgt verstand.
De vreze des Heren voedt op tot wijsheid, en deemoed gaat vooraf aan de eer.
De mens heeft overleggingen des harten, maar het antwoord der tong is van de Heer.
Al iemands wegen zijn rein in zijn ogen, maar de Heer toetst de geesten.
Beveel de Heer uw werken, dan zullen uw voornemens gelukken.
De Heer heeft alles gemaakt voor zijn doel, ja, zelfs de goddeloze voor de dag des kwaads.
Iedere hooghartige is de Heer een gruwel; voorwaar, hij blijft niet ongestraft.
Door liefde en trouw wordt de ongerechtigheid verzoend, door de vreze des Heren wijkt men van het kwaad.
Als iemands wegen de Heer behagen, doet Hij zelfs diens vijanden vrede met hem maken.
Beter een weinig met gerechtigheid, dan grote inkomsten met onrecht.
Het hart des mensen overdenkt zijn weg, maar de Heer bestiert [bestuurt] zijn gang“ Spreuken 15: 20;16: 9.

    Rechtvaardigen juicht in de Heer; de Gerechten past lofzang.
Belijdt den Heer op de harp, zingt een Psalm voor Hem op de tiensnaar.
Zingt voor Hem een nieuw lied, zingt goed het overwinningslied.
Want recht is het Woord des Heren, al Zijn werken zijn trouw.
De Heer bemint goedertierenheid en recht; de barmhartigheid des Heren vervult de aarde.
Door het Woord des Heren staan de hemelen vast; door de adem van Zijn mond al hun krachten. Als in een wijnzak verzamelt Hij het water der zee, in Zijn schatkamers bergt Hij de afgrond. Dat heel de aarde de Heer zal vrezen, dat voor Hem beven alle bewoners der wereld.
Want Hij sprak, en alles ontstond; Hij gebood, en het heelal werd geschapen.
De Heer verijdelt de plannen der heidenen, Hij verwerpt de gedachten der volkeren en de   voornemens der vorsten.
Maar het plan des Heren blijft in eeuwigheid; de gedachten van Zijn hart houden stand van
geslacht tot geslacht.
Zalig het Volk, wiens God de Heer Zelf is: het Volk dat Hij zich tot erfdeel verkiest.
De Heer ziet neer uit de hemel, Hij aanschouwt alle zonen der mensen.
Uit Zijn eeuwige woonplaats ziet Hij neer over allen die de aarde bewonen.
Hij vormt ieders hart afzonderlijk; Hij begrijpt al hun werken.
Een koning wordt niet gered door veel troepen, een reus niet door zijn overvloedige kracht. Onbetrouwbaar ten behoud is een paard, zelfs al zijn kracht brengt geen zekere redding.
Zie de ogen des Heren lichten over hen die Hem vrezen, die vertrouwen op Zijn Genade[-gaven]. Om hun ziel aan de dood te ontrukken, om hen te voeden ten tijde van gebrek. Onze ziel verbeidt de Heer, want Hij is onze Helper en Beschermer.
Want in Hem verheugt zich ons hart, wij vertrouwen op Zijn heilige Naam.
Heer, Uw Barmhartigheid zal over ons komen, zoals wij vertrouwen op U
Psalm32[33] vert. ROK. ’s-Gravenhage.

 

‘Komt allen tot Mij en Ik zal u rust geven’

Heeft God wel een uitverkoren Volk?
Het antwoord op deze vraag kunnen we alleen maar vinden in de Blijde Boodschap, de Heilige Schrift welke de Goddelijke Pedagogie heeft vastgelegd.
Wanneer je dit onderwerp bestudeert in het licht van de Blijde Boodschap, welke door God geïnspireerde mensen is geschreven dan zal je ontdekken dat het misschien in tegenspraak is met wat je hebt tot nog toe hebt geleerd.
Of je nu Nederlander bent Griek, Rus, Roemeen, Serviër of Syriër, die allemaal op de een of ander manier wel behoorlijk nationalistisch geïndoctrineerd zijn – kijk maar bij voetbalwedstrijden en de Olympische spelen.
Wat betekent de uitdrukking “uitverkoren” eigenlijk?
Velen denken dan onmiddellijk aan Israël en klopt dit wèl helemaal, want ook de Israëliërs laten van zich spreken, al is het alleen maar ten opzichte van de Palestijnen. De Blijde Boodschap is heel wat genuanceerder, Die zegt;
    Wanneer de Heer, uw God, u in het land gebracht zal hebben, dat gij in bezit gaat nemen, en Hij voor u uit vele volken verdreven zal hebben, de Hethieten, de Girgasieten, de Amorieten, de C
anaänieten, de Perizzieten, de Chiwwieten, en de Jebusieten, zeven volken, talrijker en machtiger dan gij, en de Heer, uw God, hen aan u overgeleverd zal hebben, zodat gij hen [geestelijk of in werkelijkheid onderdrukt] verslaat, dan zult gij hen volkomen met de ban slaan [ja, zij zullen in de ban vallen en ook jullie God aanbidden]; gij zult met hen geen Verbond sluiten [geen enkel compromis, geen gepolder] en hun [hierin] geen Genade verlenen.
Gij zult u ook met hen niet verzwageren
[familieverbanden met hen aangaan]; uw dochters zult gij aan hun zonen niet geven, noch hun dochters nemen voor uw zonen; want zij zouden uw zonen van Mij doen afwijken, zodat zij andere goden zouden dienen, en de toorn des Heren tegen u zou ontbranden en Hij u weldra zou verdelgen.
Maar aldus zult gij met hen doen: hun altaren [datgene wat zij als god, als idolen hebben] zult gij afbreken, hun gewijde stenen verbrijzelen, hun gewijde palen  omhouwen en hun gesneden beelden met vuur verbranden.
Want gij zijt een Volk, dat [slechts] de Heer, uw God, heilig is; u heeft de Heer, uw God, uit alle volken op de aardbodem uitverkoren om zijn eigen volk te zijn [God is dus dè God boven àl de wereldse goden]. Niet, omdat gij talrijker waart dan enig ander volk, heeft de Heer Zich aan u verbonden en u uitverkoren; veeleer zijt gij het kleinste van alle volkenDeut 7: 1-7.

  • Voor alle Volkeren der aarde, for all the People of the World

        “Want gij zijt een volk, dat de Heer, uw God, Heilig is; ú heeft de Heer, uw God, uit alle volkeren op de aardbodem uitverkoren om Zijn Eigen Volk te zijn”                  – tegen wie was dit gesproken?

  •     Hoor dan, Israël [Kerk], en onderhoud ze [al Zijn inzettingen en geboden] naarstig, opdat het u wèl ga, en opdat gij zeer talrijk wordt, zoals de Heer, de God van uw vaderen, u heeft toegezegd, in een land, vloeiende van melk en honig. Hoor, Israël: de Heer is onze God; de Heer is één!Deut.6: 3,4.
    Het laat dus zien dat God als de Énige God van Hemel en aarde gezien dient te worden en dat dit is uitgesproken tegen Israël [de Kerk]. In die tijd bestond Israël uit een volk dat met Mozes uit Egypte [uit de woestijn kwam], uit de ellende, toen zij “  vermoeid en belast waren, en God hen slechts rust kon komen verlenen
    Ja, ook zij dienden als God’s Volk “Zijn juk op zich te nemen en van God te leren van Mij, want alleen Hij is en zal Zachtmoedig en Nederig zijn van hart en op die wijze zullen zij rust vinden voor hun zielenMatth.11: 27,28.
    Daarom heeft God hen uitverkoren om voor Hem een eigen Volk te zijn uit al de volkeren, die op de aarde wonen.
    Wanneer je dit weet valt het begrip in de tekst van Isaiah op z’n plaats – zelfs voor ‘ Benjamin Netanyahu’ de president van het huidige Israël en al z’n voorgangers; het is ook hier het oude liedje – het is de schuld van de hang naar Macht, naar het kapitaal.
          O Jaäcob, O Israël [nog] weinig [van over] in getal, Ik zal je helpen, en Ik zal u verlossen, o Israël” zo zegt God. Tijdens een intense vervolging van de nieuw gevormde kerken in Klein-Azië, schreef ook de apostel Petrus dit om zijn belegerde gemeenten aan te moedigen en herinnerde hen eraan dat
    zij uitverkorenen waren, van het nieuwe Verbond in Christus, de Zoon van God”.

    Wilde stier op de Ishtar poort van Babylon

    Dit wordt nog eens dunnetjes herhaald in de bisschoppelijke dienst, wanneer de toezichthouder uit roept:
    Heer, ontferm U, over uw Gemeenschap, Die Gij vanaf den beginne hebt gegrondvest
    oftewel: ” Heer, red a.u.b. Uw Gemeenschap uit de mùil van de léeuw, bescherm ons tegen de horens van de wilde stier
    [De wilde stier (Hebr.= תְּאוֹ) wordt ook wel met “wilde os“, of in oudere vertalingen met “eenhoorn” vertaald. Tegenwoordig gaat men ervan uit dat het om de uitgestorven oeros (Bos primigenius) gaat],
    Wie heeft de eenhoorn zijn vrijheid gegeven, wie heeft hem van zijn banden bevrijd?Job 39: 9-13.
    Want Christus Zelf geeft ons heden ten dage het antwoord op deze dringende oproep:
    ➥➥➥ ” Hij heeft de Almacht van de Vader gekregen om eeuwig leven te schenken”. Dit is -hier en nù- “ het eeuwige leven, dat zij [de volkeren] U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt”.
    En wat dàt aangaat komen zowel wij als christenen met de Joodse bevolking en al de arabische volkeren op één lijn uit, want ook zij hebben in oorsprong in ‘Die Éne God’. Wanneer je de Blijde Boodschap bestudeert kom je uiteindelijk bij de Waarheid uit en laat je jezelf niet meer voor het een of het andere karretje spannen.
        Gij, zaad van Abraham, Zijn dienaren; zonen van Jaäcob, Zijn uitverkorenen”      Hij voerde Zijn Volk uit met gejubel, Zijn uitverkorenen met blijdschapPsalm 104[105]: 6,43 vert. ROK. ’s-Gravenhage.

God roept iedereen, niemand uitgezonderd

Net als in de dagen van Isaiah en Petrus, zijn we met die andere volkeren -nòg stééds- het Volk van God, we laten ons alleen door “de horens van de wilde stier”, de machtigen der aarde, ophitsen. Zij spinnen goed garen bij de chaos, die zij zelf met hun [wapen-]handel en mooie praatjes in stand houden.
Merk op dat de Profetieën van Isaiah dezelfde essentiële boodschap dragen als de brief van de heilige Petrus. God geeft deze geïnspireerde geschriften om Zijn Volk aan te moedigen. Beide mannen schreven terwijl vijanden tegen hen streden.
Beiden verzekerden God’s Volk dat ‘zij’ de uitverkorenen van God waren en dat de Heer hen zou verlossen van elke aanval.

Christus en de twaalf Apostelen

De mensen moesten en moeten niet bang zijn maar eerder op Hem vertrouwen.
Wij putten hier ook moed uit in onze strijd van deze vastentijd, want we zijn ook leden van de uitverkorenen mensen van God.
Laten we luisteren naar de boodschap van de profeet Isaiah.
Andere mensen kunnen afhankelijk zijn van allianties, maar wij behoeven dat in het geheel niet te doen, want:
– God is met ons – “.
Vijanden van de Kerk en van de mensheid tellen uiteindelijk voor niets, want God Zelf verlost 
ons.

Isaiah wist dat de naties aan de oostelijke Middellandse Zee ontregeld werden door opeenvolgende invasiegolven en veroveringen. Ze vreesden de grote rijken die ten oosten van Mesopotamië lagen, tussen de Tigris en de Eufraat rivieren, zie Isaiah 41: 5. Als een profeet stelt Isaiah de vraag van de Heer aan Zijn uitverkoren Volk in het land Juda en aan ons:
    Wie heeft deze invasies ‘
bewerkt en uitgevoerd’, en deze rijken
vanaf het begin van de geschiedenis in het leven geroepen?Isaiah 41: 1-4.
En op deze vraag geeft Isaiah het antwoord van God Zelf:
Ik, God, ben de eerste en in de toekomst ben IkIsaiah 41: 4.

Onze Heer en Verlosser, Die een weg door de zee maakte, een pad door machtige wateren.

Isaiah onderzoekt de manier waarop de mensen van  de kustgebieden reageren op deze bedreigingen en vondsten:
Een ieder die voor zijn buurman oordeelt, dat hij zijn broer zou kunnen helpenIsaiah 41: 6. Met andere woorden, ze vertrouwden daar op allianties en een beroep op afgoden om hen te redden.
Ambachtslieden en hun toezichthouders maakten er immers afgoden en tempels [kerken] van:
ze zijn vastgemaakt met spijkers. Ze regelden ze en ze zullen niet worden verplaatst” Isaiah 41: 6.
Met andere woorden, ze vertrouwden op ‘hun eigen inspanningen’ om het Volk te redden.
De ware bron van moed voor God’s Volk is echter in elke omstandigheid de Heer en Verlosser, Die ons persoonlijk heeft uitgekozen als erfgenamen van Zijn belofte aan Abraham Isaiah 41: 8.
Wat ons ook overkomt, we dienen altijd te luisteren naar het gegeven Woord,
de Blijde Boodschap, net zoals die overleden priester van afgelopen zaterdag
– altijd en immer een bijbeltje bij de hand had om in welke situatie dan ook
alles wat je tegen komt te toetsen aan het Woord van God.
Wij mensen zijn ‘niet’ degenen die onze zaken regelen Isaiah 41: 9, want God zegt ons:
Ik zal helpen en beveilig je” tegen Isaiah 41: 10, lees daar maar.
Voel jij je zwak en verlaten? Ben jij vermoeid en belast? . . . . . Hij verzekert je dat
al je tegenstanders beschaamd en te schande gemaakt zullen wordenIsaiah 41: 10
Loop dus niet gebukt en gebogen, kruip niet in het rond op zoek naar hulp,
maar bid in alle omstandigheden tot de Heer onze God en luister naar Hem die zegt: “
zij zullen allen worden als niets, alsof ze niet bestondenIsaiah 41: 11.
Allerlei dagelijkse gebeurtenissen kunnen ons tot waanzin brengen en dreigen ons te overweldigen, maar – ‘God is met ons’ – .
Wij, uitverkorenen hebben “één God, Die Heilig is, tot Heerlijkheid van God de Vader“, Die ons door alles heen kan dragen in dit leven, zelfs de dood.
Onze ergste vijanden zijn onze eigen angsten en de influisteringen van de boze die ons ertoe aanzet om te sidderen en te beven, om ons heilige Geloof in God op te geven en om alles als een aantrekkelijke oplossing aan te nemen – behalve God.
De Heer, onze God en Verlosser belooft ‘Zijn uitverkoren Volk‘ dat de machten van
uw tegenstanders beschaamd zullen worden en onteerd” door onze Heer en Verlosser Zelf Isaiah 41: 11.
Laat al die hoogwaardigheidsbekleders dus maar begaan, de tijd zal het leren.
Aanslagen op Gods volk – in de vorm van ziekte, het ‘systeem’, de ‘stijgende prijzen‘, ‘het verlies van dierbaren‘, ‘armoede‘, ‘kommer en kwel‘ – “zullen zijn alsof ze niet bestondenIsaiah 41: 12.
De waarachtige strijd om jouw Trouw en behoudt van het Geloof speelt zich af in je hart. “God houdt jouw rechterhand vast en zegt tegen jou: ‘Vrees niet’Isaiah 41: 13.
Luister en Geloof terwijl Hij verklaart:
O Jaäcob, Israël weinig in aantal, ik zal u helpen en ik zal u verlossen
tegen Isaiah 41: 14, lees maar.
Weet wèl, dat hèt doel van jouw uitverkiezing de dienstbaarheid aan God is en
wanneer de dienstbaarheid haar betekenis verliest en dus faalt . . . . . dàn kan de Kerk wel inpakken en de deuren sluiten.

“     Doch het zal geschieden, wanneer de Heer zijn gehele werk op de berg Sion en in Jeruzalem voleindigd heeft, dat
Ik de vrucht der hooghartigheid van de koning van Assur bezoeken zal en
de trots van zijn hovaardige ogen, omdat hij gedacht heeft:
‘     Door de kracht van mijn hand heb ik het gedaan en door mijn wijsheid, want ik ben verstandig; daarom wis ik de grenzen der volken uit, plunder hun voorraden en stoot als een stier de inwoners neer. Ja, mijn hand greep naar het vermogen der volkeren als naar een vogelnest, en zoals men verlaten eieren opraapt, raapte ik de ganse aarde weg, en er was niet een die een vleugel verroerde, de snavel opendeed of piepte’
Isaiah 10: 12-14 [uit de lezing van vorige week woensdag]

Apolytikion
tn.1.
    Heer, red Uw Volk en zegen Uw erfdeel;
en bescherm Uw Gemeenschap door Uw Kruis
”.

Dinsdag na Zondag van Johannes Climacos – voorafgaand aan Zondag van H. Maria van Egypte

    Met wie dan wilt gij God vergelijken en welke vergelijking op Hem toepassen?
Een vakman giet het beeld en een goudsmid overdekt het met goud en smeedt er zilveren ketenen voor.
Wie te arm is voor een wij-geschenk, kiest een stuk hout dat niet verrot; hij zoekt zich een kundige vakman om een beeld op te richten, dat niet wankelt.
Weet gij het niet? Hebt gij het niet gehoord? Is het u van de aanvang niet verkondigd? Hebt gij geen begrip van de grondvesten der aarde?
Hij troont boven het rond der aarde, en haar bewoners zijn als sprinkhanen; Hij breidt de hemel uit als een doek en spant hem uit als een tent waarin men woont.
Hij geeft de machthebbers over ter vernietiging,
Hij maakt de regeerders der aarde tot ijdelheid;
– nauwelijks zijn zij geplant, nauwelijks gezaaid,
– nauwelijks wortelt hun stek in de aarde, òf
Hij 
blaast reeds op hen, zodat zij verdorren, en een storm neemt ze op als stoppels.
Met wie dan wilt gij Mij vergelijken, dat Ik hem zou gelijk zijn? zegt de Heilige.
Heft uw ogen naar omhoog en ziet: wie heeft dit alles geschapen? Hij, die het heer daarvan in groten getale uitleidt en elk daarvan bij name roept door de Grootheid van Zijn Sterkte en omdat Hij geweldig van Kracht is; er blijft niet een achter.
Waarom zegt gij, o Jaäcob, en spreekt, o Israël [ Kerk]:
mijn weg is voor de Heer verborgen en mijn recht gaat aan mijn God voorbij?
Weet gij het niet, hebt gij het niet gehoord?
Een eeuwig God is de Heer, Schepper van de einden der aarde.
Hij wordt noch moede noch mat, zijn verstand is niet te doorgronden.
Hij geeft de moede kracht en de machteloze vermeerdert Hij sterkte.
Jongelingen worden moede en mat, zelfs jonge mannen struikelen, maar wie de Heer verwachten, putten nieuwe kracht; zij varen op met vleugelen als arenden; zij lopen, maar worden niet moede; zij wandelen, maar worden niet matIsaiah 40: 18-31.

Abram een met God rondtrekkende nomade door Francesco Bassano

    Hierna kwam het Woord des Heren tot Abram in een gezicht:
‘ Vrees niet, Abram Ik ben uw schild; uw loon zal zeer groot zijn’.
En Abram zei:
‘Heer der Heerscharen, wat zult Gij mij geven, daar ik kinderloos heenga en de bezitter van mijn 
huis, dat zal deze Damascener Eliezer zijn.
En Abram zei:
‘ Zie, mij hebt Gij geen nakroost gegeven, en nu moet een onderhorige mijn erfgenaam zijn.
       En zie, het Woord des Heren kwam tot hem:
‘Deze zal uw erfgenaam niet zijn, maar uw lijfelijke zoon, die zal uw erfgenaam zijn.
     Toen leidde Hij hem naar buiten, en zei:
‘Zie toch op naar de hemel en tel de sterren, indien gij ze tellen kunt; en Hij zeide tot hem: Zo zal uw nageslacht zijn.
En Abram geloofde in de Heer, en Hij rekende het hem toe als gerechtigheid.
En Hij zei tot hem:
‘ Ik ben de Heer, Die u uit Ur der Chaldeeën heb geleid om u dit land in bezit te geven.
En Abram zei:
‘ Heer der Heerscharen, waaraan zal ik weten, dat ik het bezitten zal?
En Hij zei tot hem:
‘ Haal mij een driejarige jonge koe, een driejarige geit, een driejarige ram, een tortelduif en een jonge duif.
Abram haalde die alle voor Hem, deelde ze middendoor en legde de stukken tegenover elkander, maar het gevogelte deelde hij niet.
Toen de roofvogels op de dode dieren neerstreken, joeg Abram ze weg.
Toen de zon op het punt stond onder te gaan, viel een diepe slaap op Abram. En zie, hem overviel een angstwekkende, dikke duisternis.
En Hij [de Heer] zei tot Abram:
‘ Weet voorzeker, dat uw nakomelingen vreemdelingen zullen zijn in een land, dat het hunne niet is, en dat zij hen dienen zullen, en dat die hen zullen verdrukken, vierhonderd jaar. Doch ook het volk, dat zij zullen dienen, zal Ik richten, en daarna zullen zij met grote have uittrekken. 
Maar gij zult in vrede tot uw vaderen gaan; gij zult in hoge ouderdom begraven wordenGenesis 15: 1-15.

doorzien worden, door de mand vallen‘ – uit ‘De Spreekwoorden’ van Pieter Bruegel 1559, ‘met de billen bloot’.

    De lippen der wijzen strooien kennis uit, maar het hart der dwazen is niet recht.
Het offer der goddelozen is de Here een gruwel, maar aan het gebed der oprechten heeft Hij welgevallen.
De weg van de goddeloze is de Heer een gruwel, maar wie gerechtigheid najaagt, heeft Hij lief.
Gestrenge tuchtiging treft hem die het rechte pad verlaat; wie terechtwijzing haat, zal sterven.
Dodenrijk en verderf liggen open voor de Heer, hoeveel te meer de harten der mensenkinderen!
De spotter houdt er niet van, dat men hem terechtwijst; tot de wijzen zal hij niet gaan.
Een blij hart maakt het aangezicht vrolijk, maar door harte-leed wordt de geest verslagen.
Het hart van de verstandige zoekt kennis, maar de mond der zotten houdt zich met dwaasheid bezig.
Al de dagen van de ellendige zijn boos, maar voor de blijmoedige is het altijd feest.
Beter is een weinig in de vreze des Heren, dan een grote schat en [een hoop] onrust daarbij.
Beter een schotel groente, waar liefde heerst, dan een gemeste os en haat daarbij.
Een opvliegend mens verwekt twist, maar een lankmoedige doet de strijd bedaren.
De weg van de luiaard is als een doornhaag, maar het pad der oprechten is welgebaand“  Spreuken 15: 7-19.

Niet toeschietelijk zijn, terughoudend gedrag
Want waarom zegt u, o Jaäcob, en spreekt, o Israël, zeggende:
‘Mijn weg is verborgen voor God, en mijn God nam mijn oordeel weg en vertrok? ‘
Isaiah 40: 27.
Met deze vraag daagt de profeet Isaiah zowel het oude en nieuwe Volk van het Verbond uit, die klagen dat God zich niet met hun problemen bezig houdt.
Ze concluderen dat God onverschillig staat tegenover Zijn kinderen, Hij verwaarloost ze bij wijze van spreken!
Maar kunnen de gebeurtenissen van Zijn volk voor God verborgen blijven?
De bewering van het Volk onthult hun ‘niet-verbonden-zijn‘, de afstand, die gegroeid is, tussen de Schepper en Zijn schepsel.
Voor degenen die op deze manier over God spreken, komt boven water dat God in feite niet bestaat, dat God dood is. Ze verwachten niets van Hem, horen zijn roep niet en verwachte in het geheel niets van Hem – gaan Hem het liefst uit de weg.

Het is daarom hoogst noodzakelijk ‘de leer van de universele Kerk’ in zichtbare aanwezigheid door daden om te zetten, m.a.w. het concrete leven van de parochies en Christengemeenschappen onder de aandacht te brengen van het grote publiek.
De vraag wordt gesteld òf men wel bereid is ervaring op te doen de Kerkelijke realiteit dusdanig voor het voetlicht te krijgen dat er sprake is van het feit dat Christenen tot Één Lichaam behoren, het Lichaam van Christus en
dat wij allen -‘hoewel verdeeld‘- een eenheid vormen als navolgers van Christus?
Eén Lichaam dat alles wat God verlangd heeft ons te geven, zowel in de Genade-gaven, Die wij zowel ontvangen als delen?
Eén Lichaam dat zijn zwakste, armste en kleinste leden met name kent en er tevens zorg voor draagt? Òf verschuilen wij ons achter een ‘Universele Liefde’, Die Zich slechts inzet voor een wereld vèr weg, maar vergeten is dat Lazarus aan onze eigen gesloten deur zit te verkommeren?
Zijn wij als Christelijke gemeenschap als ‘heer des huizes’ in het purper en linnen gekleed
⁌   en wordt iedere dag, die God ons geeft, als een feest in ons midden ervaren?
Om te ontvangen wat God ons geeft en het ten volle vrucht te laten dragen, dient men de grenzen van de zichtbare Kerk in twee richtingen te overschrijden.
1.]. Enerzijds, door ons in gebed te verenigen met de Kerk in de Hemel.,
2.]. Anderzijds door ons werkelijk tot op het bot te verenigen met de Kerk om ons heen, onze naasten.
1.]. Wanneer de Kerk op aarde bidt, komt een gemeenschap van wederzijdse dienstbaarheid en welzijn tot stand tot in God’s aanwezigheid. Met de heiligen die hun volheid in God gevonden hebben, maken wij deel uit van deze gemeenschap waarin -iedere onverschilligheid ten opzichte van de naasten-
door de van God verkregen Lliefde overwonnen is.
De Kerk van de Hemel is niet triomferend omdat zij het leed van de wereld de rug heeft toegekeerd en Zich op haar eentje verblijdt.
In tegendeel, de heiligen kunnen reeds -hier en nu- aanschouwen en genieten vanwege het feit dat zij door de dood en Opstanding/Verrijzenis van haar Heer en Verlosser, onverschilligheid, verharding van het hart en de daaruit voortvloeiende afstand en haat definitief hebben overwonnen.
Zolang deze overwinning van de liefde de gehele [Christelijke] wereld niet doordringt, gaan de heiligen echt nog niet met ons, pelgrims, op weg.
Vertrouw er derhalve niet op werkloos in het Koninkrijk des Heren rond te lopen en verlang er slechts naar jezelf onophoudelijk voor de Kerk en de haar toegewezen zielen in te zetten.
Ook ‘wij’ hebben deel aan de verdiensten en vreugde van de heiligen en
degenen die in onze strijd met ons optrekken en verlangen naar Vrede en verzoening. Het geluk en de Vreugde, die zij genieten, ervaren ze door de overwinning welke de opgestane/verrezen Heer via Zijn Kracht ons doet toekomen om de vele vormen van onverschilligheid en verstening van de harten te overstijgen.
2.]. Anderzijds is elke Christengemeenschap geroepen de drempel te over-schrijden, die haar in relatie brengt met de samenleving die haar omringt,
met de armen dichtbij en zij die veraf zijn.
De Kerk is van nature in doen en laten werkzaam in  de verkondiging van het Woord en niet op zichzelf gericht, maar is tot alle Volkeren uitgezonden.
Zie toch hoe deze ‘niet’ tot één enkele religieuze orde behorende weergave
past in de situatie van de Kerk van deze tijd.
Ja we hebben onze mond vol van Oecumene, maar beseffen tot op het bot, dat geen van de prelaten ooit z’n functie zal neerleggen ten behoeve van het hogere doel, geen enkele bloedgroep wil buigen/onderdoen voor de ander, het is immers je broodwinning.
Ik hoor zelfs verkondigen dat we lang kunnen wachten en dat eerst bij de wederkomst door ingrijpen van onze Heer en Verlosser sprake zal zijn van verbroedering tot één heilige Katholieke en Apostolische Kerk.
Ook vele christelijke mensen -van hoog tot laag- nemen beslissingen en handelen daarbij zonder inmenging of verwijzing naar God. Vind je het dan verwonderlijk dat beweerd wordt dat God niet meetbaar noch tastbaar aanwezig is, dat God dood is?
Isaiah berispt zijn toehoorders, waaronder ons, vandaag met deze feiten, met dit soort pessimisme. Indien de mensheid in navolging van Christus, met recht Zijn Naam zou willen dragen, zoals de voorvader Jaäcob zijn naam Israël ontving, na het gevecht met de engel ? – Ja, dan zou de wereld nog eens staan te kijken, waar die Christenen wel niet toe un staat zijn.
Dan zou blijken dat de Christenen hun Blijde Boodschap werkelijk door een verkondigend voorbeeld zouden verkondigen.

Waarom zijn wij Christenen zo negatief, waarom zo pessimistisch wanneer het gaat om de opdracht die wij allen hebben meegekregen: Gaat en verkondig de Pedagogie des Heren, de Blijde Boodschap onder alle volkeren – doopt hen vervolgens en doe hen leven in God’s Naam?

⁌   De naam Christen zou een eretitel dienen te zijn in de hedendaagse samenleving – maar wij hebben ons werk laten versloffen – wij weten niet meer wat wij doen;
”   de Waarheid wordt zeldzaam onder de mensen“.
⁌   Wij houden ons bezig met belangrijk zaken als onderlinge invloed’s-uitbreiding, politiek gewin, richten stichtingen op, zodat de overheid geïmponeerd wordt door ‘ons’ [lees Orthodoxen]
⁌   dat wij daarop -door diezelfde overheid- ingepakt en [fiscaal] bestolen worden laten we maar even buiten beschouwing. Wij worden gedwongen ons privé- leven door belastingaftrek te grabbel te gooien, alles en iedereen dient geregistreerd te worden.
⁌   
Wie heeft de Macht in de Kerk, aan Wie hebben wij verantwoording af te leggen; ja, geef aan de keizer, wat aan de keizer toebehoort zult u zeggen, maar ondertussen worden wij ‘Christelijke’  kerkgemeenschappen mondiaal aan banden gelegd.
✥≈✥ Isaiah nodigt ons vandaag uit, die door deze woorden ontmoedigd worden, om de Heer te vergelijken met die goden die gevormd zijn door menselijke handwerkslieden.  Sommige van deze idolen werden opgemaakt van goud, zilver of “hout dat niet zal rottenIsaiah 40: 18-20, zodat ze eeuwenlang zouden kunnen blijven bestaan. Dit blijkt wel uit de kerkgebouwen, die wij momenteel aan de hoogste bieder aan ontwikkelingsmaatschappijen verkwanselen.
In de eerste drie verzen van de huidige lezing, richt Isaiah zich op afgoderij – in het opgaan in de dingen om ons heen, terwijl wij onze hoofdopdracht terzijde schuiven.
Is God voor ons verworden “tot een idoolIsaiah 40: 18,19, waar we een leuk baantje aan overhouden?
Is Hij niet “dè Heer van de mens en Heerser over alle natiënIsaiah 40: 21-24?
Is Hij het niet die de wereld onophoudelijk “vormt en bestuurt” 
bij de schepping die Hij heeft gevormd en bestuurd Isaiah 40: 25-26?.
God heeft Zich niet teruggetrokken; wij hebben ons laten beetnemen door het pluche; in plaats dat wij onze toezichthouders duidelijk maken dat ‘wij‘, het gewone God’s-volk waarachtig wachten op het moment dat “Hij zal worden vernieuwdIsaiah 40: 31. Wij dienen als Kerk onze Christelijke Naam te hernieuwen, door ieder van ons persoonlijk het gevecht met de engel aan te gaan. Wij dienen ons te distantiëren van al dat gedoe en geneuzel op ‘hoog?’- niveau, wij het gewone gelovige godsvolk wenden ons tot de Heer en roepen:
        Heer ontferm U, redt ons alstublieft – het is hoog tijd om ons te redden”.

Nog langer investeren van onze primaire levensenergie in ge-engageerde gecreëerde dingen is waanzin! Het is datgene wat onze Heer en Verlosser keer op keer herhaalt:
        Want wat zal het een mens baten
indien hij/zij de hele wereld wint, en
zijn eigen ziel verliest?Marc.8: 36.
Vervolgens berispt Isaiah zijn pessimistische landgenoten met de woorden:
Kent u de grondslagen van de aarde? “ – de Kosmos? Isaiah 40: 21.
God Zelf “bezit hetgeen zich rond de cirkel van de aarde bevindtIsaiah 40: 22.
Hij maakt de heersers tot wie Hij zich richt tot regel om ‘als niets’ te zijnIsaiah 40: 23; ” wanneer Hij op hen blaast, zullen zij verdorren en de wervelwind zal hen wegnemen zoals stoppelsIsaiah 40: 24.
Isaiah geeft ons een inkijkje van ‘God’s kijk’ op toezichthouders, met name de hoog-dravend optredende, hoog-tronende leidinggevenden: “ze duren slechts een seizoen” [Hoogmoed komt immers vóór de val].
Daarentegen vestigt hij als grote Profeet onze aandacht op ‘God’s werk als Schepper’:
”     Heft uw ogen naar omhoog en ziet: Wie heeft dit alles geschapen?
Hij, die het heer daarvan in groten getale uitleidt en
elk daarvan bij name roept door ‘de Grootheid van Zijn Sterkte’ en
omdat Hij [als God] geweldig van Kracht is’;
er blijft niet een achter [niets ontsnapt aan Zijn kennisgeving]” Isaiah 40: 26.
Hij heeft daartoe geen slaafse volgelingen, vazallen nodig, geen klokkenluiders, die Hem verwittigen wanneer er iets mis dreigt te gaan:
Hij weet alles bij voorbaat – Hij ziet de ontwikkelingen van de wereldgerichte Kerk en wacht Zijn tijd wel af.

Zie hoe Isaiah 40: 27, geciteerd in de openingszin, de sleutel is tot deze gehele profetie. Zodra de uitdaging is vastgesteld vat Isaiah vervolgens in zijn laatste verzen datgene samen wat hij zijn lezers heeft voorgehouden teneinde dit punt nogmaals in overweging te nemen.

tijd tot een besluit

Weet gij het nu [nog niet], hebt gij het niet gehoord? Een eeuwig God is de Heer, de Schepper van de einden der aarde: “ Een eeuwig God is de Heer, Schepper van de einden der aardeIsaiah 40: 28.
De Eeuwige vervlakt niet, valt niet ‘in zwijm’ [flauw] als een mens; eerder geeft Hij kracht aan degenen, die zwak zijn, niet in staat zich [met de tongriem of via WWW-geschrift] de zwakkeren te verdedigen Isaiah 40: 28..
Zijn begrip maakt geen gebruik van menselijke middelen Isaiah 40: 28;
het beste wat overblijft is dat we “op God wachten“, want eerst dàn zullen de machtelozen  vermeerderd worden en zij: “zullen rennen, en niet moe zijn. . . lopen en geen honger hebben Isaiah 40: 31.

Het menselijk ras vervalt in pessimisme – hetzij in de tijd van Isaiah, hetzij als in onze tijd – wanneer de mens niet langer in staat is te wachten op God.
Mogen we opgeven ons aan de wereldse constateringen van onze aardgebonden, waarnemingen en vaststellingen bevrijd weten en ons alleen nog maar richten op de Heer onze God, Die Hemel en aarde gemaakt heeft.
Heer, Gij hebt Uw land gezegend,
Gij hebt de gevangenen van Jaäcob teruggevoerd.
Gij hebt de ongerechtigheden van Uw volk vergeven, en al hun zonden bedekt.
Gij hebt heel Uw gramschap volkomen gestild;
U afgewend van Uw wrekende toorn.
Bekeer ons, God van ons heil: keer Uw toorn van ons af.
Blijf niet eeuwig op ons vertoornd;
wilt Gij Uw gramschap doen duren van geslacht tot geslacht?
God, keer U tot ons, om ons te doen leven;
dan zal Uw volk zich verblijden in U.
Toon ons, Heer, Uw barmhartigheid, en schenk ons Uw Heil.
Ik wil horen wat de Heer God in mij spreekt,
want Hij spreekt vrede tot Zijn volk.
Evenals tot Zijn gewijden, die hun hart tot Hem hebben bekeerd.
Ja, nabij is Zijn Heil voor wie Hem vrezen: Zijn heerlijkheid woont op onze aarde.
Barmhartigheid en Waarheid hebben elkander ontmoet:
Gerechtigheid en Vrede kussen elkaar.
Waarheid ontspringt aan de aarde, en gerechtigheid ziet neer uit de hemel.
Want de Heer schenkt welwillendheid, opdat de aarde haar vruchten zal geven.
Gerechtigheid zal voor Zijn aangezicht uitgaan,
om op de weg Zijn schreden te richten
Psalm 84 [85] vert. ROK ’s-Gravenhage.

Christus geeft ons absoluut ‘geen‘ tijdelijke gewaarwording – een gerichtheid, die boven het dagelijks leven uitgaat – Christus probeert ons ‘een nieuwe werkelijkheid‘ – bij te brengen en dat vindt alleen plaats wanneer je met beide benen op de grond staat.
Christus geeft ons geen spirituele confrontatie, noch doet Hij ons een manier toe-komen, die ons leven plotsklaps beter/en zonder gebreken zal maken.
Een eenvoudig gelovige vrouw vertelde me eens dat  spiritualiteit “lijkt op een Hemelvaart, alleen om die reden ging zij naar haar kerk”.

ΙΣ ΧΣ ζωοδοτισChristus, de levende

Christus is weliswaar gelieerd aan spiritualiteit
– maar Hij huldigt een ‘nieuwe’ werkelijkheid en  die is voor ieder mens verschillend – het zou anders erg eentonig worden.
Indien iedereen deze realiteit oppakt en dit als voorhoede gebruikt van zijn ‘eigen’ zaken, is datgene wat hij/zij gelooft een zich verheffen boven de ander, het is als het opdoen van viezigheid welke ‘in eigen ogen’ de werkelijkheid omzeilt, die aan allen eenzelfde leven belooft
– dat wil zeggen ‘globalisering’ [de activiteit wordt eenduidig over de wereld verspreid, ieder mens gelooft hetzelfde].
Het is als de vraag, die de mens aan God  wordt gesteld:  “Heb ik u gevraagd, Maker, van mijn leem om mij te vormen tot mens?
Heb ik u gevraagd mij vanuit de duisternis te promoten?
” [Paradise Lost . 1667. Boek X, 743-45].
Het zijn vragen, die Adam [en Eva] aan God stelt na het verlies van het Paradijs in Milton’s Paradise Lost.
Opmerkelijk genoeg roepen deze regels tevens verschillen op tussen de twee verhalen van Adam over de schepping van Adam:
– in Genesis 2 wordt Adam gevormd uit het stof van de aarde [klei/leem] en door wordt de Pottenbakker verteld om de tuin te dienen;
– in Genesis 1 wordt hem verteld de aarde te domineren. 

In de ‘nieuwe’ werkelijkheid kunnen niet zeggen dat we van Christus zijn en aan de andere kant in ons eigen ‘kennen en kunnen’ geloven. 
Christus wordt geopenbaard wanneer Hij ons voorlegt “hé, kinderen van God, Wie zeg jij dat Ik ben?”.

Prokimen in de 5e toon.
Lezer: ”   Gij Heer, bewaar ons tegen dit geslacht tot in alle eeuwigheid
Volk herhaalt.
Lezer: “Red mij, Heer, er is geen Heilige meer” . . . . .  “de Waarheid wordt zeldzaam  onder de Volkeren
Volk: ”   Gij Heer, bewaar ons tegen dit geslacht tot in alle eeuwigheid
Lezer: ” Gij Heer, bewaar ons tegen dit geslacht“;
Volk: ”   tot in alle eeuwigheid !!!“.

Apolytikion
tn.5.
  “   Komt laat ons bezingen en aanbidden
het met de Vader en de Geest mede-eeuwige Woord,
Dat om ons te verlossen uit de Maagd geboren is.
Want Hij heeft het op Zich genomen
Zijn Lichaam aan het Kruis te laten slaan en de dood te verduren,
Om door Zijn Roemrijke Opstanding
de doden op te wekken
”.

Kondakion
tn. 5. 
“   Ter helle zijt Gij neergedaald, mijn Heiland,
en in Uw Almacht hebt Gij de ijzeren poorten gebroken.
Als Schepper hebt Gij de gestorvenen opgewekt;
de prikkel des doods vernietigd en
Adam van de vloek bevrijd, o Menslievende.
Daarom roepen wij U allen toe: Heer, red ons
”.

Theotokos en de profeten;
Θεοτόκος και οι προφήτες;
ثيوتوكوس والأنبياء.

Theotokion
tn.5. 
  Gij zijt in Waarheid de Cherubijnentroon,
want in u heeft het Woord woning genomen Alreine
en is in het vlees uit u voortgekomen.
Om ons heeft Hij het kruis ondergaan en
heeft Hij als God de Opstanding geschonken
Om onze natuur te verheerlijken.
Vraag
[Hem] voor ons om vergeving van zonden”.

Maandag na Zondag van Johannes Climacos – voorafgaand aan Zondag van H. Maria van Egypte

    Daarom, zo zegt de Heer van de koning van Assur [Hebr.= ‘een stap‘] :
hij zal in deze stad niet komen; hij zal geen pijl daarin schieten, geen schild daartegen opheffen en geen wal daartegen opwerpen.
Langs de weg die hij gekomen is, zal hij terugkeren, maar in deze stad zal hij niet komen, luidt het Woord des Heren.
En Ik [de Heer] zal deze stad beschutten om haar te verlossen om Mijnentwil en ter wille van Mijn knecht David.
Toen ging de Engel des Heren uit en sloeg in het leger van Assur honderd-vijfentachtig-duizend man. Toen men vroeg in de morgen opstond, zie, zij allen waren lijken.
Dus brak Sanherib, de koning van Assur, op en aanvaardde de terugtocht; en hij bleef te Nineve.
       Eens, toen hij zich neerboog in de tempel van zijn god Nisrok, doodden zijn zonen, Adrammelek en Sareser, hem met het zwaard; doch zij ontkwamen naar het land Ararat.
Zijn zoon Esarhaddon werd koning in zijn plaats.
       In die dagen werd Hizkia ten dode toe ziek. Toen kwam de Profeet Isaiah, de zoon van Amoz, tot hem en zei tot hem:
  Zo zegt de Here: tref beschikkingen voor uw huis, want gij zult sterven en niet herstellen’.
Toen keerde Hizkia [Hebr.=’ de Heer is mijn kracht’]zijn gelaat naar de wand en bad tot de Heer en zei:
Ach, Heer, gedenk toch, dat ik voor uw aangezicht in trouw en met een volkomen toegewijd
hart gewandeld heb en gedaan heb wat goed is in uw ogen. En Hizkia weende luid.
Toen kwam het Woord van de Heer tot Isaiah:
       Ga en zeg tot Hizkia: zo zegt de Heer, de God van uw vader David: Ik heb uw gebed gehoord, Ik heb uw tranen gezien; zie, Ik zal aan uw levensdagen vijftien jaar toevoegen, en Ik zal u en deze stad uit de macht van de koning van Assur redden en deze stad beschuttenIsaiah 37: 33- 38: 6.

Abram een met God rondtrekkende nomade by Francesco Bassano

    Abram bleef wonen in het land Canäan en Lot vestigde zich in de steden van de Streek, en sloeg zijn tenten op tot bij Sodom.
       De mannen van Sodom nu waren zeer slecht en zondig tegenover de Heer.
En de Heer zei tot Abram, nadat Lot zich van hem gescheiden had:
      ‘ Sla toch uw ogen op, en zie van de plaats, waar gij zijt, naar het noorden, zuiden, oosten en westen, want het gehele land, dat gij ziet, zal Ik u en uw nageslacht voor al de tijden geven.
En Ik zal uw nageslacht maken als het stof van de aarde, zodat, indien iemand het stof der aarde zou kunnen tellen, ook uw nageslacht te tellen zou zijn.
Sta op, doorwandel het land in zijn lengte en breedte, want u zal Ik het geven’.
       Daarna sloeg Abram zijn tenten op en ging wonen bij de terebinten van Mamre bij Hebron, en hij bouwde daar een altaar voor de HeerGen.13: 12-18.

Life-Giving Spring, with Christ & the Theorokos invisibly sanctifying the waters

    De vreze des Heren is een bron des levens, om de strikken van de dood te ontwijken.
In de menigte van Volk is de heerlijkheid van de koning Heerlijkheid, maar in gebrek aan onderdanen ligt de ondergang van de machthebber.
De lankmoedige is groot van verstand, maar wie kortaangebonden is, hoopt dwaasheid op.
Een zachtmoedig hart is leven voor het vlees, maar jaloersheid is vertering voor de beenderen.
Wie de behoeftige verdrukt, smaadt diens Maker; maar wie zich over de arme ontfermt, eert Hem.
In zijn rampspoed wordt de goddeloze geveld, maar de rechtvaardige vindt zelfs in zijn dood een schuilplaats. In het hart van de verstandige rust de wijsheid, zelfs te midden der zotten wordt zij onderkend. Gerechtigheid verhoogt een volk, maar zonde is een schandvlek van de natiën.
Het welgevallen van de koning valt een verstandig dienaar ten deel, maar hem die zich schandelijk gedraagt, treft zijn verbolgenheid.
Een zacht antwoord keert de grimmigheid af, maar een krenkend woord wekt de toorn op. De tong der wijzen brengt degelijke kennis voort, maar de mond der zotten stort dwaasheid uit.
De ogen des Heren zijn aan alle plaatsen, opmerkzaam acht gevend op kwaden en goeden.
Zachtheid van tong is een boom des levens, maar valsheid in haar is een verderf in de geest“  Spreuken 14: 27-15: 4.

    Onze God is toevlucht en kracht, Hij is een Helper in de beproevingen die zo hevig over ons zijn gekomen.
Daarom vrezen wij zelfs niet tijdens een aardbeving,
⁌   als de bergen geworpen worden in het hart van de zee.
⁌   als de wateren brullen en woest dooreen woelen,
⁌   als de bergen geschokt worden door Zijn macht.
Het zwellen van de rivier verblijdt de stad Gods: de Allerhoogste heiligt Zijn woontent.
God is in haar midden, zodat zij niet wankelt; God helpt haar bij het eerste ochtendlicht.
De natiën ontstelden, koninkrijken storten ineen; de Allerhoogste liet Zijn stem weerklinken, de aarde wankelde. 
De Heer der krachten is met ons; onze Beschermer is de God van Jaäcob [/Israël (Kerk)].
Komt en aanschouwt Gods werken: de wonderen die Hij op aarde verricht.
Hij doet oorlogen ophouden tot aan de grenzen der aarde.
Hij zal de boog breken, de wapens verbrijzelen, en de schilden verbranden in het vuur.
Leert en weet dat Ik God ben:
Ik wordt verheven onder de volkeren, verheven over de aarde.
De Heer der krachten is met ons; onze Beschermer is de God van Jaäcob
Psalm45[46] vert. ROK. ’s-Gravenhage.

God zal onze stad beschermen, om het te redden voor ons eigen bestwil en omwille van Zijn dienaar David.
Onze Heer en Verlosser geeft ons de moed om en blijft ons moed inspreken, zelfs in het midden van overweldigende omstandigheden, onze beproevingen en kwellingen.  Ondanks alle tegengestelde doeleinden en plannen van de mensen, geeft Hij een sterke zekerheid.
Alles wat ons overkomt wanneer wij ons in de gekste omstandigheden in de handen van mensen bevinden, gebeurt uiteindelijk voor/tot winst en tot eer van God”, Zo luidt een van de uitspraken van de Servische toezichthouder Nikolaj Velimirović Николај Велимировић] in de proloog van Ochrid.
Laten wij ontwaken en ons onophoudelijk openstellen voor voor de aan-houdende, niet-aflatende liefderijke Goedheid die we elk moment van de dag en bij elke draai in ons leven maar weer van God ontvangen.
Wanneer je bovenstaande passage van de Profeet Isaiah leest, neem je voorzeker de Blijde Boodschap ter harte:
God ondersteunt Zijn Volk ten alle tijde, omdat Hij van ons houdt“.
Zijn Verbond met Zijn Christelijke Gemeenschap – en met elk individueel lid ervan – zal standhouden tot en met de einden der tijden, tot in de eeuwen der eeuwen.

Isaiah verhaalt ons dat de stad Jeruzalem uit de belegering door het Assyrische leger werd bevrijd toen de dood het Assyrisch kamp in de nacht overviel, ​​waarschijnlijk als gevolg van een verwoestende pest.
Er waren geen alternatieven voor hem:
”  Sanherib [Hebr.= doorn, klei of dofheid], vertrok en keerde terug naar Nineve” [Hebr.= ‘ verblijf van Ninus, de stichter van het Assyrische rijk],
de koning van de Assyriërs rijk, welke vele volkeren aan zich onderwierp en woonde daar”. Hoe en waarom kon deze ommekeer gebeuren?
God legt het via de Profeet Isaiah uit:
Ik zal deze stad beschermen, om het te redden voor Mijn eigen bestwil en omwille van Mijn dienaar David“.

Jerusalem, miniatur der stadt im jahre 33

We weten dat Jeruzalem, het onneembare bastion van het oude verbondsvolk, later werd verwoest en haar burgers worden tot slaaf gemaakt door de Babyloniërs.
Maar we weten ook dat zelfs in de vorige eeuw, toen grote segmenten van de Kerk  in Oost Europa onder het communisme werden gemarteld en gedood, God zijn Christelijke gemeenschap bleef  verdedigen, want Hades “zal het niet overwinnenMatth.16: 18.
Het Christelijk Geloof bleef via de oude vrouwtjes het vertrouwen in God behouden, velen hadden de Kerk de rug toegekeerd en als bij een wonder werd de voortgang van de Kerk aldaar gespaard.
Niet dat het momenteel allemaal rozengeur en maneschijn is, de sikkel waart nog steeds in de kerk rond, maar toch er is hoop tegen al het machtsgedoe van de mens in.

Ook Mozes verklaart De volgelingen van hun Heer: “Daar is niemand als God, o Jesurun [Hebr.= ‘de Oprechte’]; Hij rijdt langs de hemel als uw helper en in zijn hoogheid over de wolken. . . . Welzalig zijt gij, Israël [Kerk]; wie is aan u gelijk? Een Volk, verlost door de Heer, Die het schild van Uw hulp en het zwaard van Uw hoogheid is. Daarom zullen Uw vijanden veinzen U hulde te brengen, en gij zult op hun hoogten tredenDeut.33: 26 . . .29.

Heilige Theodore, de rekruut

Wanneer wij tegen beledigingen aanlopen, aanvallen of zelfs de dood naderen,
laten we de woorden van Jezus aan de martelaar Theodore the Rekruut herinneren:
Vrees niet, Mijn dienaar Theodore, want Ik ben met jou“. En Theodore was beslist geen rekruut van het een of andere Patriarchaat, die wel even orde op zaken zou komen stellen.
Het is de Heer der Heerscharen, Die de toekomst van het christendom in de Lage Landen bepaalt: ‘de mens is slechts een gereedschap in Zijn handen‘.
”        Of heeft de pottenbakker niet de vrije beschikking over het leem om uit dezelfde klomp het ene voorwerp te vervaardigen tot eervol, het andere [slechts] tot alledaags gebruik? En als God nu, Zijn toorn willende tonen en Zijn kracht bekend maken, de voorwerpen van Zijn toorn, die ten verderve toebereid waren, met veel lankmoedigheid verdragen heeft –  juist om de rijkdom van Zijn Heerlijkheid bekend te maken over de voorwerpen van ontferming, die Hij tot Heerlijkheid heeft voorbereid?Rom.9: 21-23. Indien de Orthodoxe identiteit verwordt tot het opzetten van een stichting, waar van bovenaf aan de knoppen gedraaid wordt, dan wordt het onveilig en voelt er zich geen mens thuis. 

De Profeet Isaiah onthulde al dat God bezorgd is over alle kwellingen die wij ondergaan. God stuurt een schijnbaar onomkeerbare boodschap aan koning Hizkia [Hebr.= ‘de macht is van de Heer’], de 12e koning van Juda, die Hij zijn aanstaande dood aankondigde, maar toch wendde de koning zich nog steeds tot hem als tegen een muur en bad tot de Heer:
En God antwoordt. Aldus, zegt de Heer, de God van David, uw vader: ‘Ik heb je gebed gehoord, ik zie je tranen’Isaiah 38: 4.
Omdat Hizkia op God vertrouwde en vertrouwde op zijn relatie met Hem, bad de koning en weende buiten schaamte. Wetende dat hij “voor God [in waarheid en met een waarachtig hart”] wandelde“, kon hij wenen om het Woord van de Heer.
Hoe kan dan ‘God, Die altijd dezelfde isPsalm 101[102]: 27, “Die met hem was en geen van Zijn woorden ter aarde liet vallen1Sam.3: 19, “ God is geen mens, dat Hij liegen zou; of een mensenkind, dat Hij berouw zou hebben. Zou Hij zeggen en niet doen, of spreken en niet volbrengen?Num.23: 19.

” . . . . . Mij geschiede naar Uw Woord . . . . .”

Zonder twijfel test de Heer zijn zonen en dochters. Hij plaatst ons harde feiten en woorden voor ogen. Hij toont ons de waarschijnlijke uitkomsten en vervolgens de consequenties van onze acties.
Waarom? Zodat we tot tranen toe zullen ‘wenen‘ [de Belgische uitdrukking van ‘tranen met tuiten huilen‘] en ons zullen bekeren en onze manier van doen en laten zullen veranderen.
Er worden door onze geneesheren slechts -‘vage diagnoses gesteld en hoge rekeningen gedeclareerd. Onvermijdelijke doemt de dood op.
Woeden en sporen we ons tegen de Heer in – òf zorgen we dat we ons gezicht naar de muur keren, biddend en wenend, onze zonden belijdend, Zijn Grootheid onder ogen zien en erkennen dat ons zwak bestaan slechts afhankelijk van God haar bestaan leidt?
Als de HEER het huis [de Kerk] niet bouwt, vergeefs zwoegen de bouwers; als de HEER de stad niet bewaakt, vergeefs doet de toezichthouder/de wachter zijn rondeconf. Psalm 126[127]: 1.

Profeet job

In dit leven is zelfs de kracht van de dood beperkt.
De HEER zal u bewaken; de Heer is uw beschutting ter rechterzijdePsalm 120 [121]: 7.  
Werp uw zorgen op de Heer en Hij zal u er doorheen dragen” en ook “ Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u” 1Petr.5: 7, en wees met de rechtvaardige Job stoutmoedig genoeg 
om te zeggen:
Wil Hij mij doden, ik blijf op Hem hopen; ja, mijn wandel
wil ik voor Hem rechtvaardigen. Hij toch zal mij tot Heil zijn, maar een God-vergetene zal voor Hem niet verschijnenJob 13: 15,16.
En bidden wij niet dagelijks: ‘. . . . . Uw Wil geschiede . . . . .’ en geef ons dagelijks kruimels van Uw Brood . . . . .

Christ Pantocrator [Sinaï]

”     Hoor, Israël [Kerk]: de HEER is onze God; de HEER is één!
Gij zult de HEER, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht.
Wat Ik u heden gebied, zal in uw hart zijn,  gij zult het uw kinderen inprenten en daarover spreken, wanneer gij in uw huis zit, wanneer gij onderweg zijt, wanneer gij neerligt en wanneer gij opstaat.
Gij zult het ook tot een teken op uw hand binden en het zal u een voorhoofd’s-band tussen uw ogen zijn, en gij zult ze schrijven op de deurposten van uw huis en aan uw poortenDeut.6: 4-9.
      Hoort naar Mij, huis van Jaäcob en geheel het overblijfsel van het huis Israël [de Kerk], Die door Mij gedragen zijt van moeders lijf aan, opgenomen van de moederschoot af.
Tot de ouderdom ben Ik dezelfde en tot de grijsheid toe zal Ik u
[allen] torsen;
Ik heb het gedaan en Ik zal dragen, Ik zal
[u allen] torsen en redden.
Met wie zou je Mij willen vergelijken en gelijkstellen, aan wie Mij gelijk achten, dat wij elkander zouden gelijk zijn?
Isaiah 46: 3-4.

Triodion van Josef [metten 5e maandag]
Hij Die eens de wateren haar grenzen wees door de Macht van Zijn hand en
Die de Rode Zee verdeelde voor het Volk Israël.
Hij is onze God en Hij is verheerlijkt.
Hem bezingen wij, want Hij heeft Zich verheerlijkt
”.

Wij hebben onze geest hernieuwd met de goddelijke ploegschaar der ascese:
laat ons nu vruchtdragend, het koren der deugden uit de door God ingezaaide vasten.
Dan zullen wij in eeuwigheid geen honger meer hebben, maar
vol blijdschap de onvergankelijke Vreugde genieten
”.

Hartnekkige hartstochten houden mijn binnenste in
slavernij en verduisteren mijn armzalige ziel.
Met vermorzeld hart werp ik mij neer voor
Uw onoverwinnelijke Macht, tijdeloos Woord
van de beginloze Vader en ik bid U:
heb medelijden met mij en red mij
”.

Het weldadige Vasten voedt de harten en
begunstigt aan God welgevallige gedachten, terwijl
het de bodemloze zee der hartstochten drooglegt.
Met regen der rouwmondigheid reinigt het ons, die
in Geloof de lof zingen van de Al-beheerser
”.

Theotokion:
Namenrijke bruid, verheug u, maagd Maria, die God gebaard hebt.
Gij zijt de roem van de gelovigen,
de verlossing van de vloek, de ladder die naar de Hemel voert,
het ondoorgrondelijk Mysterie, het braambos dat niet verbrandde,
het onbezaaide land
”.

4e Zondag van de vasten – Zondag van de H. Johannes Climacos, de ladder naar de Hemelse gewesten

Bergrede, juiste relatie met Christus

    En de Heer volgden vele scharen uit Galilea en Dekapolis en Jeruzalem en Judea en het Overjordaanse.
       Toen Christus nu de menigte zag, ging Hij de berg op en nadat Hij Zich had neergezet, kwamen Zijn discipelen tot Hem. En Hij opende Zijn mond en leerde hen, zeggende:
  Zalig de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
  Zalig die treuren, want zij zullen vertroost worden.
  Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven.
  Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
  Zalig de barmhartigen, want hun zal barmhartigheid geschieden.
  Zalig de reinen van hart, want zij zullen God zien.
  Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
  Zalig de vervolgden omwille van de Gerechtigheid, want hunner is het Koninkrijk der Hemelen.
  Zalig zijt gij, wanneer men u smaadt en vervolgt en liegende allerlei kwaad van u spreekt om Mijnentwil.
            Verblijdt u en verheugt u, want uw loon is groot in de Hemelen; want alzo hebben zij de Profeten voor u vervolgdMatth.4: 25-5-12.

    Want de vrucht des lichts bestaat in -, en toetst wat door de Heer als goed beschouwd wordt. En neemt geen deel aan de onvruchtbare werken der duisternis, maar ontmaskert ze veeleer, want het is zelfs schandelijk om te noemen, wat heimelijk door hen wordt verricht; maar als dat alles door het Licht wordt ontmaskerd, komt het aan de dag; want al wat aan de dag komt is licht.
Daarom heet het: ‘ Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden en Christus zal over u lichten’.
Ziet dus nauwlettend toe, hoe gij wandelt, niet als onwijzen, doch als wijzen, u de gelegenheid ten nutte makende, want de dagen zijn kwaad.
Weest daarom niet onverstandig, maar tracht te verstaan, wat de Wil des Heren is.
En bedrinkt u niet aan wijn, waarin bandeloosheid is, maar wordt vervuld met de Geest en spreekt onder elkander in Psalmen, Lofzangen en geestelijke liederen, en zingt en jubelt de Heer van harteEph.5:9-19.

1.]. het leven als navolger van Christus
          Een Christen is iemand die zijn of haar hart heeft verloren aan Christus.
De kernboodschap die onze Heer en Meester heeft gebracht is de komst van Zijn Hemels Koninkrijk. Na door de satan te zijn verzocht begon onze Heer en Verlosser Zijn Blijde Boodschap, de Pedagogie van God te prediken met de woorden:
    De tijd is vervuld en het Koninkrijk God’s is nabijgekomen.
Bekeert u en gelooft het Evangelie
Marc.1: 14,15.
Deze oproep tot bekering heeft ons geraakt en is beslissend geworden voor ons leven.
Het Gezegende Koninkrijk van God, dus het verwachten van God’s toekomst en
het nu al leven naar Gods wil, heeft de absolute voorrang in ons leven gekregen.

“ . . . . . slechts uit de verte hebben de voorvaderen het Geloof gezien en begroet en zij hebben beleden, dat zij vreemdelingen en bijwoners waren op aarde. Want wie zulke dingen zeggen, geven te kennen, dat zij een vaderland zoeken. En als zij gedachtig geweest waren aan het vaderland, dat zij verlaten hadden, zouden zij gelegenheid gehad hebben terug te keren; maar nu verlangen zij naar een beter, dat is een hemels, vaderland. Daarom schaamt God Zich voor hen niet hun God te heten, want Hij had hun een stad bereidHebr.11: 13b-16.     

Wat hier gezegd wordt van oudtestamentische gelovigen geldt net zo goed voor de nieuwtestamentische gelovigen: zij zijn vreemdelingen en bijwoners op de aarde en verlangen naar een Hemels Vaderland, want God heeft overeenkomstig een nieuw Verbond ook voor hen een stad gereed gemaakt.
       Dit betekent dat christenen zich als vreemdelingen ten opzichte van de wereld beschouwen.
➥ Opmerkelijk in het Oude Testament is het omvattende van de heilsverwachting. Er is een onlosmakelijke samenhang tussen het uiterlijke en het innerlijke, het natuurlijke en het geestelijke, het nationale en het universele. Het gaat om herstel van het land, herbouw van Jeruzalem en de andere steden, om het leven ”onder de vijgenboom en bij de wijnstok”.
Maar ook om een nieuw verbond met God, om geestelijke herleving, om een diepe spiritualiteit. Voor de oudtestamentische gelovige is juist vanuit
de verwachting van het komende vredesrijk het leven hier en nu rijk en zinvol.
➥✥➥ In het Nieuwe Testament overheerst het besef dat het beslissende gebeuren van de eindtijd is opgetreden en dat het laatste der dagen is ingegaan door de komst van Jezus de Christus.
Het Koninkrijk God’s is reeds aangebroken!
Dat brengt een enorme spanning tussen ”-hier en nu-” en ”nog niet” met zich mee.  Gelovigen bevinden zich in het spanningsveld tussen ”de toekomst van het heden” en ”het heden van de toekomst”.

De christelijke Hoop is  – als verdieping en vernieuwing van de oudtestamentische hoop – te vergelijken met een brug die gespannen is tussen twee pijlers.
• De eerste pijler is het volbrachte werk van Christus, de heilsfeiten van Goede Vrijdag en Pasen, van Hemelvaart en Pinksteren.
• De andere pijler is de wederkomst van Christus.

       Gedragen door de Heilige Geest kan de christelijke gemeenschap de spanning van de verwachting volhouden. Ongetwijfeld heeft de eerste generatie christenen, onder wie de apostel Paulus, lange tijd de dag van de wederkomst van Christus verwacht nog mee te maken.
Maar het betekent kennelijk geen des-illusie wanneer langzamerhand duidelijk wordt dat de dag des Heren veel langer op zich zal laten wachten.
Bij God bestaat geen tijd, dus was er ook geen berekening van termijnen aan de wederkomst des Heren verbonden.
In de nieuw-testamentische uitspraken over de nabijheid van het voltooide Koninkrijk drukt zich de zekerheid van die verwachting –een nieuwe Hemel en een nieuwe aarde– uit.
Zo bezien behouden deze uitspraken ook ná twintig eeuwen nog ten volle hun geldigheid. 
Maar is dit allemaal niet te hoog gegrepen? We zijn in onszelf gebrekkige, zondige mensen.
De liefde tot Jezus zal ons motiveren om het goede te zoeken voor deze wereld, want onze wereld behoort aan God toe.  Maar de liefde tot de wereld mag nooit in mindering worden gebracht op de liefde tot onze Heer en Verlosser Jezus, de Christus.
Is dat laatste niet het acute gevaar dat ons bedreigt?
Dat er weinig verlangen meer is naar een beter vaderland dan hier op aarde ooit te vinden is?  We hebben ons als westerse christenen immers genesteld in een comfortabel bestaan. We zijn in veel gevallen welvarender dan onze eigen ouders ooit geweest zijn, om maar te zwijgen van onze grootouders.
We leven langer, maar hebben veelal het uitzicht op de eeuwigheid verloren.
Hoe kunnen we in deze tijd als Christenen dan toch nog spreken van:
” –Kom Heer Jezus kom– “ als afsluiting van dit aardse tranendal.
Christenen zijn en blijven per definitie als de maagden, die hun lamp brandende houden, omdat zij immers de bruidskerk vormen die uitziet naar de Bruidegom.
Hoe krijgt dit in ons leven gestalte?

2.]. Het uitzien naar de Bruidegom en
de wijze waarop de Christen dit in z’n/haar leven waar maakt.
Uitzien naar de wederkomst des Heren, de Bruidegom houdt in dat wij als bruid van Christus onze hele liefde dienen te geven.
Wie ooit van deze smaak in contemplatie zal proeven en de ladder beklimt die tot in de Hemelen reikt, dient in dit leven in het ondermaanse als Jaäcob [Hebr.= ‘hielenlichter, onderkruiper’] te zijn.
Dit houdt in dat hij/zij alles in het werk dient te stellen om te doen wat hem/haar tot bruid van Christus tot Zijn Volgeling maakt, Zijn Naam draagt.
Wanneer je als man of vrouw je hart hebt verloren aan Christus, dien je alles te doen om je ‘los’ te maken van deze wereld; je vertrapt de wereldse rijkdom en betreedt alle dwaasheid en zonden van de wereld met ferme voet, want hoe meer een mens zich ter aarde buigt voor onze Heer, hoe meer deze hem/haar bijstaat omhoog te klimmen en voorgang op de geestelijke weg te boeken.

icxc monastieke afbeelding

En éérst dàn zal zijn/haar naam worden veranderd in ‘Israël‘, hetgeen in gewoon Nederlands heet ‘als God, Die hij/zij zal zien’ oftewel ‘ [Hebr.= ‘zie, God heeft de overhand, God overwint’];
door welk Licht en inzicht hij/zij vervuld zal worden met de Sympathie,
Die -zonder enige twijfel- àl het àndere ver te boven gaat.
Van deze Jaäcob wordt in het boek Genesis aangegeven dat de engel met Jaäcob worstelde en heel lang worstelde om dit meesterschap te verkrijgen.
Maar Jaäcob [Hebr.= ‘hielenlichter, onderkruiper’] ontpopt zich als machtige stalknecht en doorstond het gevecht en verkreeg het meesterschap.
Toen de engel inzag dat hij niet mocht doorgaan, raakte deze de heup van Jaäcob aan en droogden op die plaats z’n zenuwen en vanaf dat ogenblik werd hij kreupel aan die ene voet.
En zó werd z’n ene voet verdoofd, werd hij kreupel en werd zijn naam van Jaäcob veranderd in Israël. Kreeg hij als mens het inzicht dat ” God de overhand heeft, dat God altijd zal overwinnen’.
Hiermee wordt Jaäcob als een mens dusdanig verheven dat hij hoog op de menselijke ladder van de contemplatie wordt verheven/opgetild.
Wanneer hij zich – uit alle [onmenselijke] macht – inzet om God te leren kennen worstelt hij daarmee met de engel;
maar een dergelijke -haast onmenselijke- inzet kennen wij alleen maar in de ascese, welke onmogelijk is te vergelijken met de huidige universitaire studies.
De mens kan weliswaar door studie, door z’n denkwerk, met z’n koppie het een en ander overdenken, maar een ‘totaal liefde-verlangen vanuit het hart‘ om te onderkennen Wie God werkelijk is is slechts door ervaring, door diepe contemplatie te bereiken.
De egocentrische houding van de mens dient te worden overwonnen door de Sympathie voor Degene, Die de mens heeft geformeerd, tot Degene, Die hem in het Paradijs heeft geplaatst om te heersen over Zijn schepselen, maar de afgunst van de tegenstrever blijkt hem te hebben bedrogen, waarop de mens werd veroordeeld om weer veranderd te worden tot een wereld’s gericht wezen,
te worden als een aards gericht wezen, waaruit hij genomen was.

Ten einde dit te kunnen overwinnen wordt de mens in ascese door God, door Goddelijke Genade in staat gesteld zichzelf te overwinnen en alle rijkdom van de wereld teniet te doen en zich slechts te richten op God.
Dat is de reden van dit aloude gegeven dat de mens op aanwijzing van God, geroepen door onze Heer en Meester, de innerlijke strijd aangaat met z’n engel, met zichzelf.
Omdat de Almachtige God alle dingen kan bewerkstelligen, wanneer Hij Zijn Genade op Zijn  geliefden doet neerdalen; door de door hen ontvangen Genadegaven komt de mens tot het besef dat onder de pezen alle vleselijke verlangens en andere ondeugden worden omvat.
Dus neemt God er een en maakt deze verdord, alsof deze dood is.
En zij die zich daarvoor nog met beide voeten op de grond voortbewogen,
– die zowel op God als op de wereld hun vertrouwen stelden –
worden door die gekwetste hiel, die ene voet herinnert aan het feit dat zij slechts door  contemplatie de alomvattende zoetheid hebben gevonden, de liefde tot God is leven-schenkend, maakt ons als mens gezond en steeds sterker.
Slechts met een voet gericht op de Blijde Boodschap verkrijgt men inzicht in de waarachtige liefde tot God.
Blijf derhalve op je hoede, wees als God’s geliefde waakzaam en begrijp op welke manier God Zich van je terugtrekt, als jouw geliefde Echtgenoot.
Onderken de absolute Waarheid, dat Hij Zich niet van je terugtrekt, hoewel je Hem nooit van aangezicht tot aangezicht zult aanschouwen.
Maar Hij kijkt op ons neer – Hij zien geliefden – en wat er ook maar in de wereld gebeurt.
Tracht jij iets voor Hem te verbergen, Hij heeft zijn dienaren, als de engelen, die dag en nacht over u waken omdat u Zijn bruid bent met wie Hij een Verbond heeft gesloten.
Jouw echtgenoot is onze God en Die is jaloers op je, indien je een andere liefde najaagt of vooruitgang boekt bij een ander, zal Hij je spoedig verlaten en Zich van je afwenden, Zichzelf van je wegnemen totdat je weer echt van Hem houdt, want hij zal geen enkele mede-minnaar accepteren.
Hij verwacht alles of niets, een waarachtige echtgenoot is Heerlijk, Nobel en oprecht voor al degenen die ooit uit een moeder zijn voortgekomen.

Daarom wil Hij niets anders dan datgene wat eveneens Heerlijk en eerlijk is.
Indien Hij ook maar iets in jou van het kwaad ziet, keert Hij Zijn kostbare gelaat van jou af, want Hij mag geen onreinheid of lijden ontwaren.
Daarom, wanneer je jouw Verbond’s-partner wilt behouden en jezelf in Hem mag verheugen, dan dien je bescheiden en schoon te zijn.

3.]. Jezelf uit de wereld terugtrekken om je leven aan God te wijden.
Vroeg of laat wordt ieder mens geroepen, door de Heer aangesproken tijdens z’n  dagelijkse bezigheden. Er doet zich iets voor waardoor je gaat nadenken over de hogere [-spirituele-]  waarden van de mens, gelukzaligheid komt niet uit het niets voort.
Het besef ontstaat dat je van stof bent en tot stof zult terugkeren, omdat de mens geen vat heeft op zichzelf in relatie tot de tijd.
Dit is de ascetische lijn als waardeverdeling, die je doet ontdekken dat je maar klein bent ten opzichte van de grote werkelijkheid.
Dit is hetgeen monniken verheft – optrekt, – weg van al hetgeen de aarde te bieden heeft tot de Hemel, op een berg, een Heilige berg [ zoals, Athos, Griekenland].
Dit fenomeen wordt in de geschiedenis van de mensheid in al haar gelederen [volkeren en naties] al waargenomen in haar vroege aardse bestaan; evenals de mens zich in haar bestaan ontwikkeld heeft, heeft ook dìt proces een grote vooruitgang geboekt.
Onze Heer en Verlosser, welke ons roept: “ Komt allen tot mij [als tot een alomvattende Geneesheer] en Ik zal jullie mensen rust gevenMatth.11: 28, want er komt een moment in het leven van de mens dat deze ervaart dat hij alles moe is en het leven hem/haar belast.
Dat is al zo oud als de mens bestaat en de mens gaat op zoek naar z’n oorsprong en z’n toekomst. In onze tijd noemen wij dat hij/zij gaat lezen, zoekt hij/zij het gehele WWW af [lectio], daarna komt de mens tot meditatie, vervolgens tot gebed en ten slotte tot contemplatie.
               Het opgetrokken worden opgetrokken van de aarde naar de Hemel, wordt van oudsher eigenlijk gevormd door slechts deze paar stappen en over-brugt als een ladder van Jaäcob de  immense en ongelooflijke hoogte, waarvan het onderste deel op de grond rust, terwijl de bovenste tot in de wolken doordringt en de geheimen van de Hemel, het Goddelijke, openbaart.

Deze stappen van ontwikkeling behoren tot het aangeboren gevoel van de mens en stellen hem/haar in volgorde en belangrijkheid in staat de Waarheid  van het Leven te achterhalen.
Indien iemand zorgvuldig de eigenschappen en functies onderzoekt die elk van hen op ons uitoefent, hoe ze verschillen en hun hiërarchieke plaats innemen,
zal hij/zij het werk en de toepassing die in dit onderzoek wordt gebruikt, kort en gemakkelijk inschatten tot wat voor groot nut en zoetheid het de mens aanbiedt.
Meditatie het is een ijverige activiteit van de geest, die de kennis van verborgen waarheden zoekt, met behulp van zijn eigen reden. Dit is de [Goddelijke] oproep aan de rede om de betekenis te begrijpen die verborgen is onder het oppervlak van hetgeen zich om ons heen bevindt, datgene wat wij lichamelijk waarnemen.
Vervolgens ontstaat er een vurig verlangen [noem het gebed] naar het Hogere om het kwaad af te weren en het goede te verkrijgen.
Zo wordt iedere dag die het Hogere [God] ons geeft een uitdaging en is waakzaamheid geboden en wordt het Geloof gevormd met de Hoop als basis.

4.]. Monastiek leven

Cross [backsite], houtsnijwerk aankomend monnik Karakallou, Athos

Het monastieke leven, zoals we het heden ten dage kennen, werd op basis van de Voorvaderlijke overlevering en de Profeten – feitelijk in Egypte gesticht, tijdens de 3e eeuw en het verspreidde zich van daar naar Syrië en Palestina, Mesopotamië en Turkije, en vervolgens via het gehele Christendom in het oosten naar het westen.
Het ontstond in een tijd dat men voelde dat het lichaam en de ziel met elkaar in conflict waren en dat de ontbering toenam was hetgeen nodig was om iemands spiritualiteit te vergroten.
Op dit moment ontstonden twee soorten kloosterleven: cenobitisch en anchoritisch.
Cenobitische monastieken [waar men tegenwoordig aan denkt bij monniken en monialen] leven samen als leden van een gemeenschap, welke zich onderwerpen aan een abt of geestelijk spelleider.
Anchorieten [of eenvoudiger, heremieten] leven daarentegen alleen of in kleine groepen, veelal  vanuit andere plaatsen of in de omgeving van kloosters.
Deze laatsten zijn minder geïnteresseerd in de wisselvalligheden van het dagelijks leven en hebben de neiging om nog meer ascetisch te leven dan de meeste cenobieten; zij leiden een leven met weinig slaap, kleden zich met afgedragen kledingstukken, gebruiken weinig of minder goed voedsel [over datum] en werken hard.  Voorlopers van het leven van de heremiet zijn we al tegen gekomen in de Vita van de Profeten, waaronder Elias, van Johannes de Doper, van Christus toen Deze Zich als Zoon van God in de woestijn bevond en de Apostel Paulus.
Tegen de 4e eeuw waren er veel monniken en monialen, waarvan de meesten in een zich in de woestijn bevindende gemeenschap verbleven en gezamenlijk hun weg tot het Hogere, tot God] vorm gaven. Deze worden vaak de woestijn-vaders en moeders genoemd.
Onder de vroege kluizenaars/heremieten in de woestijn bevonden zich de Heilige Antonius de Grote [Gr. = Ἀβᾶς Ἀντώνιος, 251 – 356], met zijn tijdgenoot Paulus van Thebe, de Heilige Basilius, de Grote, de Heilige Gregorius van Nazianze en  Johannes Chrysostomus.
Extreme voorbeelden van heremiet-leven manifesteerde zich op verschillende sobere manieren – zo leefden er op zuilen [zgn. styliten] of in de open lucht en degenen die nimmer hun cel verlieten.
De Vita, hun geschriften en korte uitspraken beschrijven de ascetische spirituele groei. ‘Geestelijke opgedane, ervaren kennis’ speelt hierbij de centrale rol: kennis van de eigen geestelijke natuur, haar vervreemding door de zonde en van alle genadegaven van God.
De eerste stap op de heilsweg is de bewustwording van onze ware geestelijke aard, die alle redelijke wezens gemeen hebben. Het is niet zo dat het begaan van de heilsweg en de geestelijke groei in hoofdzaak afhangen van een ‘zelf’ door studie bewerkt bewustwordingsproces.
De komst van Christus dient de kennis van zichzelf en van de onderscheiding van  het persoonlijk ervaren kwaad en goed. Christus is vooral leraar en voorbeeld en Hij wil ‘geestelijk’ door eigen ervaring gekend worden.
De Apostel Paulus zegt hierover: “ . . . . . Al hebben wij Christus naar menselijke maatstaven beoordeeld (lett. gekend naar het vlees), vanaf nú niet meer! 2Cor.5: 16. ‘Kennen naar het vlees’ is het begrip als ‘bij de uiterlijke verschijning van Christus blijven steken’. De opnieuw geestelijk geworden mens ziet daar dwars door heen.

H. Johannes Climacos [van de Ladder]

5.]. de Ladder naar de Hemelse gewesten
De heilige Johannes Climacos [van de Ladder] welke op deze 4e zondag van de vasten in de spotlights wordt gezet is een heilige geweest voor wie een zeer sterke toewijding in de Orthodoxe Kerken bestaat. De exacte levensduur van John Climacus is niet bekend; wel is echter bekend dat hij heeft geleefd aan het einde van de 6e eeuw en de eerste helft van de 7e [ca. 570-650].
Hij werd monnik op ongeveer 20 jarige leeftijd en verbleef in Egypte aan de voet van de berg Sinaï in de Sinaï-woestijn.
Egypte was in die tijd door het Romaanse/ Byzantijnse Rijk bezet, welke was gesticht onder de potentaat, Constantijn de Grote, zodat het een deel werd van Zijn Rijk en werd vervolgens een  steeds overwegender Christelijk land.
Het werd geen Arabische staat en geen moslim staat totdat het in 642 CE werd veroverd door een moslim leger. De islam was echter in die tijd erg tolerant ten opzichte van andere religies, dus het christendom bleef een gerespecteerde religie in de het land en de kloosters mochten samen met arabische moskeeën functioneren [tot nu toe is er nog steeds een goede verstandhouding].

stammen van Israël verzameld rond de Ark van het Verbond in de woestijn bij de berg Sinaï

Het feit dat de Heilige Johannes Climacos aan de voet van de berg Sinaï woonde, is zeker van  belang geweest. Er dient aan herinnerd te worden dat de berg [Mount] Sinai de plaats is waar de Profeet Mozes God ontmoette. De eerste keer was toen hem werd opgedragen de Israëlieten [Israël, Hebr.= ‘zie, God heeft de overhand, God zegeviert’] uit de slavernij te leiden [de brandende braambos] en de tweede keer was toen deze Profeet de tafelen kreeg met de Tien Geboden. Het heeft dus door de eeuwen heen een heilige plaats ingenomen voor alle drie monotheïstische / Abrahamitische tradities – het Jodendom, het Christendom en Islam.
De Byzantijnse keizer Justinianus I gaf in de tweede helft van de 6de eeuw opdracht tot de bouw van dit klooster toegewijd aan de Heilige Catharina op die bijzondere plek. En dit klooster is tot op heden uitgegroeid tot een belangrijke bewaarplaats van vroeg-Christelijke iconen, boeken en andere heilige kunstvoorwerpen.

Het boek dat deze Johannes Climacos [van de Ladder] schreef is gericht aan cenobitische monniken.
Pdf:       THE LADDER OF DIVINE ASCENT by John Climacos
Maar dit is ironisch, want de Heilige Johannes Climacos was het grootste deel van zijn leven een asceet, die als kluizenaar alleen woonde in Tholas, een paar kilometer van het hoofdklooster. Hij bezocht een cenobitisch klooster in de buurt van Alexandrië en was onder de indruk van de wederzijdse liefde en gebedspraktijk van de monniken. En zijn wijze van geestelijk leven werd alom bekend en gerespecteerd.
Een abt, de spelleider van het klooster van Raithu, welke eveneens gelegen is op het Sinaï-schiereiland, aan de Golf van Suez, vroeg Saint John om een ​​boek te schrijven over de spiritualiteit van het monnik’s-leven.
De correspondentie tussen deze abt Johannes van het klooster in Raithu met de Heilige Johannes Climacos heeft geleid tot een nauwe onderlinge band en vervolgens tot het uiteindelijke boek van de ladder en staat vol  verwijzingen naar Mozes waarin Johannes van Raithu Johannes Climacus vraagt ​​om een tweede Mozes voor de monniken te worden door “door God geïnspireerde teksten” te schrijven om de  nieuwe Israëlieten’ [ Israël, Hebr.= ‘zie, God heeft de overhand, God zegeviert’] te instrueren,
dat wil zeggen, de nieuwe monastieken, die hen de weg zal aangeven op de Jaäcob-gelijkende ladder naar de Hemel.
Zó is ons Christenen behorende tot de Orthodoxe Kerken deze leidraad tot de Hemelse geneugten overgeleverd geworden.

Bergrede

Niet voor niets wordt op deze zondag het Evangelie van de Bergrede voorgehouden, alsmede de aansporing van de Apostel Paulus aan de inwoners van Ephese van alles wat door de Heer als goed beschouwd wordt en geen deel te nemen aan de onvruchtbare werken van de duisternis.
De heilbrengende stap is méér dan ooit nodig tot de komst van Christus in het innerlijk dan bekendheid over de komst van de Heer in de wereldgeschiedenis. Het geeft ruimte voor een rol van de heilige Geest in de aanname van de mens als ‘kinderen van God’ en ‘na-volgers, minre-broeders van Zijn Zoon‘.
Het motief van de terugkeer naar de ongerepte natuur van de mens vindt men ook in de grote plaats waar het schip van Christus, Zijn Lichaam en allen, die daartoe behoren voor anker kunnen gaan en rust in het Leven kunnen vinden.

Ja, Hij Zelf, zal Israël [Hebr.= ‘zie, God heeft de overhand, God zegeviert’] verlossen, uit al zijn ongerechtigheden.

Apolytikion
tn.8.
    De stroom van uw tranen heeft de onvruchtbare woestijn doen bloeien, en door uw zuchten uit de diepte heeft uw arbeid honderdvoudig vrucht gedragen.
Zo zijt gij, onze heilige vader Johannes Climacos, een ster geworden,
die heel de wereld verlicht door God’s wonderen,
bidt tot Christus onze God, om onze zielen te redden“.

Kondakion
tn.4.
    Op de bergtop der onthouding heeft de Heer u geplaatst,
als waarachtige ster die niet tot dwaling verleidt en
de straalt tot aan de einden der aarde,
wegwijzer Vader Johannes Climacos”.

Zaterdag voorafgaand aan de Zondag van de Ladder – eveneens een zaterdag van alle zielen

Wie Mijn Woord hoort en Hem gelooft, Die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven en komt niet in het oordeel

    Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie Mijn Woord hoort en Hem gelooft, Die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven en komt niet in het oordeel, want hij is overgegaan uit de dood in het leven.
       Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, de ure komt en is nu, dat de doden naar de stem van de Zoon van God zullen horen, en die haar horen, zullen leven.
       Want gelijk de Vader leven heeft in Zichzelf, heeft Hij ook de Zoon gegeven leven te hebben in Zichzelf. En Hij heeft Hem ‘macht’ gegeven om gericht te houden, omdat Hij de Zoon des mensen is.
       Verwondert u hierover niet, want de ure komt, dat allen, die in de graven zijn, naar zijn stem zullen horen, en zij zullen uitgaan, wie het goede gedaan hebben, tot de Opstanding ten Leven, wie het kwaad bedreven hebben, tot de opstanding ten oordeel.
       Ik kan van Mijzelf niets doen; gelijk Ik hoor, oordeel Ik, en Mijn oordeel is Rechtvaardig, want Ik zoek niet Mijn wil, doch de Wil van Hem, Die Mij gezonden heeftJohn.5: 24-30.

De Hooiwagen, Hieronymus Bosch

    De eerste mens is uit de aarde, stoffelijk, de tweede mens is uit de Hemel.
Gelijk de stoffelijke is, zijn ook de stoffelijken, en zoals de Hemelse is, zijn ook de Hemelsen. En gelijk wij het beeld van de stoffelijke gedragen hebben, zo zullen wij het beeld van de Hemelse dragen.
Dit spreek ik evenwel uit, broeders:
‘ vlees en bloed kunnen het Koninkrijk Gods niet beërven en het vergankelijke beërft de on-vergankelijkheid niet.
Zie, ik deel u een geheimenis [Mysterie] mee.
‘ . . . . . Allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, bij de laatste bazuin, want de bazuin zal klinken en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden en wij zullen veranderd worden.
Want dit vergankelijke moet onvergankelijkheid aandoen en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen.
En zodra dit vergankelijke onvergankelijkheid aangedaan heeft, en dit sterfelijke onsterfelijkheid aangedaan heeft, zal het woord werkelijkheid worden, dat geschreven is:
    De dood is verzwolgen in de overwinning.
      Dood, waar is uw overwinning?
      Dood, waar is uw prikkel?
De prikkel van de dood is de zonde en de kracht van de zonde is de wet.
Maar God zij dank, Die ons de overwinning geeft door onze Heer Jezus Christus
1Cor.15: 47-57.

Zaterdag van alle zielen:
“‘O God, sla Uw Vleugelen toch om mij heen’, ‘behoed mij in Uw Genadegaven’”.

wat nu volgt is conf. [een niet-professionele vertaling vanuit het arabisch]
een preek
bij de begrafenis van een van de spelleiders, z’n ondergeschikte priester, George Khoury, waar hij als toezichthouder over was aangesteld
– bij monde van Metropoliet George [Khodr] over Byblos & Batroun [Mount Lebanon] van het Antiocheens Patriarchaat.

    Geacht familieleden en alle overige broeders en zusters in Christus’,
1.]. Wat verstopt God toch tussen Zijn Vleugelen, wat houdt Hij voor ons verborgen?
Hij doet dit allereerst om onze zonden weg-te-wassen, teneinde ze in het vuur van Zijn Liefde te weg te laten smelten, te vergeten.
Wat verbrand dus onze zonden? Het is ‘Zijn‘ oneindige Liefde voor ons, Die ons in het verborgene is geopenbaard.

Christ Pantocrator [Sinaï]

Wanneer wij Hem via een icoon voor de geest halen kunnen wij daar in de geest van een ontmoeting geraken tot onze geest daar zoals wij dat psychologisch omschrijven toe wordt aangetrokken. Wanneer wij een mens zien zien wij een mengeling van goed en kwaad, maar wij als Zijn volgelingen, Zijn heiligen onderkennen daar het Licht dat God in het menselijk gelaat daar sinds de schepping op het gezicht heeft aangebracht. En dat geschapen Licht laat z’n sporen achter. Indien iemand van ons tot de Genade van God overgaat hebben wij het recht om dit licht op z’n gezicht van zijn afkomst, waar iemand vandaan komt, waartoe iemand behoort, af te lezen.
Ik ben zelf al meer dan zestig jaar in een van de steden in het noorden van dit land [libanon] woonachtig geweest. En zie hier vlak voor je in een kist een jonge man [ten opzichte van de eeuwigheid is iedereen jong] die mij een keertje aansprak.
Ik vroeg hem: ‘Wie ben jij?’ Hij zei : ‘Ik ben George Khoury’ [de overleden priester].
Ik zei: ‘Wie is George Khoury?’
Hij antwoordde: ‘Ik ben een jongeling uit een dorp, welk in de streek ‘al-Koura’  als een gehucht wordt bestempeld.
Hij zei:’Kom met mij mee‘ en ik ging met hem mee.
En hij plaatste mij temidden van alle jonge mensen van dit dorp en
hij zei tegen mij: ‘spreek’, ‘open je mond en verkondig de Blijde Boodschap’.

Nu had ik naar gewoonte een Bijbeltje bij me, die wij als Christenen altijd en overal raadplegen. De mensen zeggen hierover: dit zijn lezers van een boek dat ‘de Bijbel’ wordt genoemd, ondanks het feit dat ze tot een religieuze groepering behoren die niets leest.
Wij hebben die groepering, die gemeenschap aangeboden het Evangelie te verkondigen en het Woord [de Pedagogie] van onze Heer en Verlosser tot een overbrugging van ons leven naar het toekomstige leven te maken.
En wij trekken hier rond en tot in de uiterste uithoeken, in de buitenwijken.

En deze eenzame man, deze mens, die hier opgebaard ligt, bleef hier volgens een vaste regel [steevast] tot de laatste dagen van zijn leven. Hij zegt tegen de dwaas, die hij op z’n weg ontmoet: ‘Je hebt jouw leven te danken, het bestaan hier op aarde, op grond van wat in dit Boek beschreven staat en niet op basis van datgene wat in al de overige Boeken van de gehele wereld, in welke bibliotheek dan ook, staat beschreven.
Je bent van God afkomstig en zo niet, dan sterf je‘.
En ieder weldenkend mens zei vervolgens: ‘Wij willen niet dood’.
En deze eenvoudige mens, waarvan zijn stoffelijke resten hier voor u liggen zei tegen hen:
Daarom dien je dit Boek wèl degelijk te lezen en op de inhoud daarvan te blijven kauwen [mediteren], totdat de inhoud je ‘eigen’ wordt, en jij wordt nu al een klein beetje, onsterflijk, als God”.

2.]. Vervolgens ben ik George Khoury een beetje uit het zicht geraakt, tot ik hem als priester tegenkwam druk doende met zijn werk tussen de arbeiders van een fabriek in Beiroet.
Ik zei tegen hem: “ Heb je mij hier uitgenodigd om het Woord te verkondigen of om het aan den lijve te ondervinden – waarom ga je niet naar de plaats, die hiervoor is aangewezen, het kerkgebouw om mensen aan te trekken?
En ik zag hem twijfelen daar in z’n zwarte werkpak/‘overall’ over onze aanwezigheid op die plek en hij gaf te kennen dat dit juist ‘een ladder naar God’ blijkt te zijn. Christus was immers ook God-mens onder de gewone mensen en trok met hen op. Hij was tot deze slotsom gekomen op basis van argumenten omdat wij mensen God in de kleinste dingen behoren te ontmoeten.
Daarna scheidden onze wegen zich weer een beetje vanwege de omstandigheden van het leven.
Maar op een dag stuurde ik een van mijn ondergeschikten naar het gebied waar hij nog steeds woonde en deze kwam daar een dorpsbewoner tegen.
En deze ontmoette een van die mensen uit die streek en zei tegen hem:
Wat doe jij hier?“, hij zag er namelijk -‘in zijn dagelijkse kloffie’- niet uit.
En deze mens onder de mensen zei:
‘ . . . . . Ik werd priester van de Allerhoogste God en was hier ten dienste van de mensen met de Kracht van het Woord dat tot mij kwam en verzwolg het.
. . . . .Ik liet het Woord van God bij de mensen achter en het volk slikte God’s Woord in en genoot er met volle teugen van.
. . . . . Mij werd de afgelopen jaren duidelijk gemaakt dat een priester een parochie gemeenschap werkelijk dient -‘lief’- te hebben, omdat deze mensen kinderen van God, van -‘onze Heer en Meester’- zijn.
. . . . . Deze mensen kennen alleen onze Heer en Verlosser en deze gemeenschap wil zich aan Hem houden totdat Hij een van hen wordt, zoals menselijke wezens Christus enkel en alleen door het aangezicht van de priester zullen herkennen.
. . . . . Een priester, die hen reeds tientallen jaren ten dienste staat, weet wàt er in hen omgaat en ‘blijft voortdurend proeven‘ wat er van hen overblijft, hoe zij gegroeid zijn en met wat voor moeilijkheden zij geconfronteerd zijn.
. . . . . En op deze manier, door deze benaderingswijze, heb je helemaal geen behoefte aan een kerkgebouw, want de tempel bevindt zich in het hart van de mensen.
Zó wordt de Kerk, een begrip onder de navolgers van Christus,
Zó word je -‘mèt Hem ìn Hem’- en ‘wordt Zijn Naam geprezen‘ en probeert de mens, die klein is groot te worden en
Òp ‘deze wijze’ probeer de mens in Christus volwassen te worden.
        Deze mensen lijden, zo zei hij steeds maar weer: ‘Geloof is zwak en blijft zwak onder de mensen‘.
Wat ik met de mensen doe?
Hoe kan ik ze naar de gezegende ‘Heer van het Leven’ brengen?
Hoe kan ik met hen ‘het Leven’ vieren?
Hoe kunnen zij leven zonder Christus in hun hart te ervaren, harten van vlees en bloed?
Hoe leven ze? Waar wonen ze?
Ik probeer hen te troosten en hen te vertellen: “ Onze Heer en Heiland is geduldig met ons mensen, óók als Hij hen kwelt, beproeft“. Maar Hij heeft ons priesters geschreven: “ U bent voor altijd een priester naar de orde van Melchizedek”.
Je bent voor hier en nu en voor altijd een priester in de Hemelen en zal niet net als mensen worden gedoopt. Maar jou worden bovendien de handen opgelegd, dat wil zeggen, de twaalf zegeningen van de Apostelen kwamen over jou als mens teneinde voor jouw kudde, met jouw gemeenschap te sterven op dezelfde manier als Hij als Heer en Meester, als formeerder van de mens, in Liefde voor hen gestorven is.
Wij zullen niet sterven, niemand van ons, want Hij is iedere dag van ons eeuwig bestaan onder ons aanwezig en Hij doet onze zonden onder Zijn Vleugelen wegsmelten.
En onze onderlinge menselijke liefde tot God en onze naasten straalt, daalt van deze Goddelijke vleugels af, teneinde onze zonden te verbranden.
Het is overweldigend als priester -‘mèt Hem en ìn Hem’- met Hem op te trekken en op deze wijze probeer je ‘zelf’ als eenvoudig mens groter te worden, volwassen te worden in Zijn Naam. 
        Deze mensen lijden, zo zei hij steeds maar weer: Geloof is zwak en blijft zwak onder de mensen.
Wat ik met deze mij toegewezen mensen doe?
Hóe kan ik ze naar de gezegende ‘Heer van het Leven’ brengen?
Hoe kan ik met hen ‘het Leven’ vieren?
Hoe kunnen zij leven zonder Christus in hun hart te ervaren, harten van vlees en bloed?
Hoe leven ze? Waar wonen ze?
Ik probeer hen te troosten en hen te vertellen: “ Onze Heer en Heiland is geduldig met ons mensen, óók als Hij hen toetst door hen te kwellen beproeft.
Ik probeer Hem aan hen duidelijk te maken en over Zijn leven als God-Mens te vertellen en ik doe dit uit liefde voor de Heiland en uit liefde tot deze mensen.
En de situatie waarin de mens zich bevindt is altijd en overal hetzelfde, geen plaats ter wereld is daarvan uitgezonderd.
En ben je voornemens hen te bekeren? Zó is mij dit in Christus duidelijk geworden ik weet dat dit uiteindelijk zal gebeuren; ikbehoehoef mij alleen maar te vernederen en God doet de rest.

3.]. Ik heb m’n leven geleefd, zoals ik gedaan heb, uit liefde tot mijn Heiland en mijn naasten. En ik stel vast dat ik moe wordt, -‘pijntje hier, pijntje daar’- en neem van mij aan, ik heb grote fouten gemaakt, dat overkomt ieder mens, maar ik wilde het beste uit mijzelf halen en wat nu?
Zó werd dit mij pas een poosje geleden door Hem als Heer en Meester duidelijk gemaakt:
Ik heb je geroepen en Ik ben ‘Zelf’ door dik en dun aan jou geopenbaard, maar je bent vergeten Mij volledig in jou op te nemen”.
Ik gaf daarop ten antwoord: ‘    Maar ik ben het niet vergeten, ik weet dat de Vader, en de Zoon en de Heilige Geest Zich vanuit de hoogste Hemelen geopenbaard heeft’.
Hij liet mij daarop weten dat ik: ‘ net als Hem m’n Kruis diende op te nemen – dus onderhorig te zijn aan m’n levensweg, zodat je door het lijden heen het aangezicht van de heiligen aan de mensen kunt laten zien, alvorens je hen voor de laatste keer ontmoet en afscheid van hen neemt‘.
Maar toch zullen de mensen blijven zeggen:
Wie ben jij? Ben jij voortgkomen uit/van die farizeeërs,  een priester, die zoals al die anderen is, die slechts prat op zichzelf zijn, die het zo goed met zichzelf getroffen hebben? Ben jij dat?“.
En ik kan dan alleen maar zeggen: ” Ik ben niets, ik hield slechts van en probeerde mijzelf ten doop te geven aan degenen van wie ik hield. Ik ga naakt rond en op blote voeten terug naar de plaats van waar ik gekomen ben, zoals ik uit de schoot van mijn moeder kwam.
De dagen van mijn geboorte liggen ver achter mij en ik sta op het punt van sterven, maar ik hoop dat God mij in Zijn herinnering opneemt, mij opwacht en mij omhelst. Ik hoop het trauma van het leven achter mij te laten en mijn wonden door Zijn geboorte, sterven en Opstanding, genezen te weten.
Hij neemt mij op als een doek en doopt deze in het water, als een infuus stroomt Hij Zelf door mij heen en aldus worden al mijn zonden door de Goddelijke Genade van de Heilige Geest opgelost, zijn zij verdwenen”.

Ons nabestaanden wacht slechts het geduld van de lange tocht tot zuiverheid en we mogen ons verheugen, want het Kerstfeest is op komst en het feest Pascha zal ieder jaar opnieuw terugkeren, als vanouds tot het einde der wereld.
Wij zijn hier gekomen voor de vele zielen, die zijn overgegaan, die bij de poort van het Koninkrijk de stem van de Vader vernemen die tot hen zegt:
    Komt, gij gezegenden, beërft het Koninkrijk, dat u bereid is van de grondlegging van de wereld af. Want Ik heb honger geleden en gij hebt Mij te eten gegeven. Ik heb dorst geleden en gij hebt Mij te drinken gegeven, Ik ben een vreemdeling geweest en gij hebt Mij gehuisvest, naakt en gij hebt Mij gekleed, ziek en gij hebt Mij bezocht; Ik ben in de gevangenis geweest en gij zijt 
tot Mij gekomenMatth.25: 34-36.
            In al uw en onze gebeden weerklinkt de Hoop dat de poorten van het Paradijs open zijn voor deze overledenen en dat de heiligen zich verheugen wanneer Hij hem en hen ontvangt en deze Zijn troon nadert/naderen.
Maar nu voor U, o Vader, Zoon en Heilige Geest, verheerlijkt zij Uw Naam voor altijd en eeuwig in de rechtvaardigen, Amen.

O God, sla Uw Vleugelen toch om ons heen
en behoed ons in Uw Genadegaven”.

NB. Gebed in moeilijke perioden van ons leven
Wanneer het tegenzit, schiet bidden er namelijk nogal gemakkelijk bij in.

Nogal wat mensen stoppen met bidden als ze in moeilijk vaarwater terechtkomen. Of ze vinden het ten minste moeilijk om te bidden als de wind tegenzit. Waarom laat God toe dat ik ongelukkig ben?
Waarom brengt Hij geen verandering in deze situatie?

1.]. aandacht voor je lichaam
Wij mensen hebben niet alleen een lichaam, wij zijn ook lichaam.
Bidden doe je per definitie met je hele wezen.
Met je hart, je verstand, je ziel. Èn met je lichaam.
Een gespannen lichaam is daarom niet bevorderlijk om tot gebed te komen.

Bidden vraagt immers dat je tot op zekere hoogte stil valt, tot jezelf komt.
Je trekt jezelf terug in je ‘stille hoek’, opdat je de externe prikkels
verminderd worden om toegang te krijgen tot je innerlijkheid.
De daarmee gepaard gaande stilte kan je
des te scherper confronteren met de spanningen in je lijf.
Onaangenaam, en dus een reden om te stoppen met bidden.

Door méér thuis te komen in je lichaam,
kun je het makkelijker openen voor Gods aanwezigheid.

Om dit vroegtijdige afhaken te voorkomen, kan het zinvol zijn
tijd te nemen om te bidden met je lichaam.
Door meer thuis te komen in je lichaam, kun je het makkelijker openen voor
Gods aanwezigheid en het toevertrouwen aan zijn liefdevolle blik.
Dat begint met rustig in- en uitademen.
Een voor een de verschillende lichaamsdelen aanspannen en ontspannen.
Wat ook kan is traag wandelen in de natuur en
bijzondere aandacht geven aan wat je hoort, ziet, voelt, ruikt…

Deze lichaamsoefeningen zijn absoluut geen verloren tijd.
In de mate waarin je probeert ze te doen in verbondenheid met God,
kunnen ze een volwaardig gebed zijn.

2.]. Zet je probleem in de wacht, laat ze afkoelen, ‘time-out’.
Wie geconfronteerd wordt met moeilijkheden,
heeft vaak spontaan de reflex om
die moeilijkheden een grote plaats te geven in het gebed.
Dat is helemaal niet vreemd.
Bidden is in belangrijke mate je gewone leven voor God brengen.
Maar het is geen denkbeeldig gevaar dat
het gebed snel gaat overheersen, geheel in beslag genomen wordt door het probleem.
Je gaat je als het ware verplicht voelen alle tijd, energie en aandacht die je aan het gebed besteedt, te richten op die ene vraag, situatie, relatie, persoon, enzovoorts.

In plaats van je vooruit te helpen, kàn zo’n gebedstijd je eerder van God verwijderen. Het probleem komt tussen jou en God te staan.
Bovendien, hoe dringend dit probleem voor jou ook is,
God heeft jou op dit ogenblik misschien iets anders te zeggen.

Daarom kan het zinvol zijn de moeilijkheden bewust niet in het gebed in te brengen. Je kunt ze simpelweg even benoemen aan het begin van het gebed, om
er vervolgens bewust voor te kiezen ze los te laten en aan God toe te vertrouwen.

De ervaring leert dat het nogal eens gebeurt dat je na verloop van tijd vaststelt dat de vraag, die als time-out hebt ontweken, intussen vanzelf een antwoord heeft gekregen.
Je bent er anders naar gaan kijken, de vraag werd geleidelijk aan minder dringend of allesoverheersend, de negativiteit is verminderd, enzovoorts.

3.]. Houd je innerlijke gerichtheid open
Wie het moeilijk heeft, zoekt doorgaans naar verlichting, ook in het gebed.
Je hoopt op een antwoord op je vraag,
de oplossing voor een probleem, licht in de duisternis.
Dit is niet meer dan normaal.
En daar dreigt het gebed spaak te lopen. Immers,
God laat zich niet opsluiten in onze kaders.
Hij antwoordt wel, maar vaak totaal tegengesteld en
anders of op een nadere plaats dan wij gehoopt hadden.

Het probleem hierbij kan zijn dat we in ons gebed
vaak niet alleen een vraag stellen, maar
tevens de neiging hebben God ook het antwoord in te fluisteren.

Hier ligt een grote spirituele uitdaging voor wie bidt in moeilijke omstandigheden:
de innerlijke gerichtheid bewust open te houden.
Om te onderscheiden waar en hoe de Geest in het gebed elementen van antwoord aanreikt.
Meer in het bijzonder betekent dat vaak:
bereid zijn om oog te hebben voor de subtiele en discrete
ervaringen van vreugde, rust, vertrouwen en hoop, zoals
die zich aanbieden in het gebed.

Ook al wijzen die gevoelens een andere richting uit dan verwacht.
Het zijn immers de richtingwijzers naar het leven waartoe God je vandaag uitnodigt.
Dit vraagt een reële innerlijke vrijheid en openheid.
Maar ook de Genadegave van het Geloof dat God
jou blijvend nabij is en voor je zorgt, wat er je ook overkomt.

Woensdag na Kruisverheffing – voorafgaand aan Zondag Climacos.

    Want zie, de Heer verlaat Zijn plaats om de ongerechtigheid der bewoners van de aarde aan hen te bezoeken; dan zal de aarde het op haar vergoten bloed aan het licht brengen en haar verslagenen niet langer bedekken.
       Te dien dage zal de Heer met zijn fel, groot en sterk zwaard bezoeking brengen over de Leviatan
[Hebr.
לִוְיָתָן – “de kronkelende”], de snelle slang, over de Leviatan, de kronkelende slang, en Hij zal het monster in de zee doden.
       Te dien dage zal er een wijngaard zijn, die bruisende wijn voortbrengt; zingt van hem in beurtzang.
       ‘Ik, de Heer, zijn behoeder, zal hem aldoor drenken; opdat niets hem zal beschadigen, zal Ik hem nacht en dag behoeden.
Ik voed geen grimmigheid; vond Ik maar dorens en distels, strijdend zou Ik dan daarop lostrekken, ze tezamen in brand steken, tenzij men mijn bescherming aangrijpt, met Mij vrede maakt, vrede met Mij maakt.
       In de komende dagen zal Jacob [Hebr. Jaäcob = ‘hij zal beschermen’, ‘hij greep de hiel’, ‘hij verdrong’, ‘bedrieger’] wortel schieten, Israël bloeien en uitspruiten, zodat zij de wereld met vruchten vervullen.
Heeft Hij hen geslagen, zoals degene geslagen werd, die hen sloeg?
Zijn zij gedood, zoals hun gedoden gedood werden?
       Door te verjagen, te verdrijven hebt Gij ze bestreden; Hij heeft ze verwijderd door zijn harde wind ten dage van de oostenwind.
       Daarom zal hierdoor de ongerechtigheid van Jaäcob [‘de bedrieger’] verzoend worden, en hierin zal de volle vrucht van de verwijdering van zijn zonde bestaan, dat hij alle altaarstenen tot verbrijzelde kalkstenen maakt, en dat geen gewijde palen en wierookaltaren overeind blijven staan “ Isaiah 26: 21- 27:9.

Noach en zijn zonen – Nuremberg chronicles

    De zonen van Noach, die uit de ark gegaan waren, waren Sem [Hebr.= naam, goede naam, aanzien], Cham [Hebr, חָם = ‘verbrand’, ‘zwart’ of ‘heet’] en Jafet [Hebr, יֶפֶת = ‘uitbreiding’].
Cham was de vader van Kanaän [zinnebeeld van de hogere wereld].
Deze drie waren de zonen van Noach, en uit dezen is de gehele aarde bevolkt.
En Noach werd een landman en plantte een wijngaard. Toen hij van de wijn gedronken had, werd hij dronken en hij ontblootte zich in zijn tent.
Toen zag Cham, de vader van Kanaän, zijns vaders naaktheid en hij vertelde het aan zijn beide broeders buiten.
Daarop namen Sem en Jafet een mantel, legden die op hun beider schouders, liepen achterwaarts en bedekten huns vaders naaktheid, terwijl hun aangezicht afgewend was, zodat zij huns vaders naaktheid niet zagen.

Was hast du getan, um die vielen Kreaturen zu versorgen, während sie in der Arche waren?“; ” What did you do to feed the many creatures while they were in the ark?”

Toen Noach uit zijn roes ontwaakte en vernam, wat zijn jongste zoon hem aangedaan had, zei hij: Vervloekt zij Kanaan, een knecht der knechten zij hij voor zijn broeders.
Voorts zei hij: ‘ Geprezen zij de Here, de God van Sem, maar Kanaan zij hem tot knecht.
God breide Jafet uit, en hij wone in de tenten van Sem, en Kanaan zij hem tot knecht.
En Noach leefde na de vloed driehonderd vijftig jaar; zo waren al de dagen van Noach negenhonderd vijftig jaar; en hij stierf. Dit zijn de nakomelingen der zonen van Noach: Sem, Cham en Jafet; hun werden namelijk zonen geboren na de vloedGen.9:18-10: 1.

quote by a theological consumer

    Een vervulde begeerte is zoet voor de ziel, het is de dwazen een gruwel van het kwaad af te wijken. Wie met wijzen omgaat, wordt wijs; maar wie met dwazen verkeert, wordt slecht. Het kwaad vervolgt de zondaren, maar de rechtvaardigen vergeldt Hij het goede.
De goede doet zijn kindskinderen erven, maar het vermogen van de zondaar wordt weggelegd voor de rechtvaardigen.
Het pas ontgonnen land der armen kan overvloed van spijzen leveren, maar soms gaat deze door onrecht teloor.
Wie zijn roede spaart, haat zijn zoon; maar wie hem liefheeft, tuchtigt hem reeds vroeg. De rechtvaardige eet tot verzadiging toe, maar de buik der goddelozen zal gebrek lijden.
De wijsheid der vrouwen bouwt haar huis, maar de dwaasheid breekt het af met haar eigen handen. Wie in oprechtheid wandelt, vreest de Heer; maar hij wiens wegen verkeerd zijn, veracht Hem. 3 In de mond van de dwaas ligt een roede voor zijn hovaardij, maar de lippen der wijzen bewaren hen.
Als er geen runderen zijn, blijft de kribbe leeg, maar door de kracht van de ploegos is er een rijke opbrengst.
Een betrouwbaar getuige liegt niet, maar wie leugens uitblaast, is een vals getuige.
Een spotter zoekt naar wijsheid, doch tevergeefs, maar voor de verstandige is kennis gemakkelijk te verkrijgenSpreuken 13: 19- 14: 6.

Het Laatste oordeel komt God toe, als onze Formeerder

The Power of Truly Believing in the Maker of Heaven and Earth

            Daarom zal hierdoor de ongerechtigheid van Jacob verzoend worden, en hierin zal de volle vrucht van de verwijdering van zijn zonde bestaan, dat hij alle altaarstenen tot verbrijzelde kalkstenen maakt, en dat geen gewijde palen en wierookaltaren overeind blijven staan” Isaiah 27: 9.

Onze menselijke weerspiegelingen, onze luchtkastelen, -ballonnen zullen uiteenspatten en alles wat wij om ons heen hebben opgebouwd zal als een veraf-gelegen bos omver gehakt worden; er zal geen gewijd kerkgebouw met haar wierookvaten overeind blijven staan.
Zou je niet denken, niet waar, wij Christenen, die zich zó ontzettend druk maken om het behoud van datgene wat wij rond de Blijde Boodschap van Christus om ons heen hebben opgebouwd en
toch hoe gek het ook klinkt het is allemaal voorzegd.

Bodruzhal, kerk van de H. Nicholas – het laatste oordeel Kruis en de Goddelijke Liturgie

Isaiah houdt ons hier vandaag overduidelijk het Laatste Oordeel van God voor en daarom is het een plechtige waarschuwing dat het Koninkrijk van God op handen is, zoals Christus ons eveneens voorhoudt:
“Het koninkrijk van God is nabij isLuc.21: 31.
Wij mensen leven in een tijd waarin: “Er zullen tekenen zijn aan zon en maan en sterren en op de aarde radeloze angst onder de volkeren vanwege het bulderen van zee en branding, terwijl de mensen bezwijmen van vrees en angst voor de dingen, die over de wereld komen. Want de machten der hemelen zullen wankelenLuc.21: 25,26.
Isaiah beschrijft dat wij ons er voortdurend van bewust dienen te zijn dat
deze gebeurtenissen voorafgaan aan de eindtijd en de finale van de geschiedenis geeft ieder van ons aan dat God’s oordeel ieder moment van de dag kan worden uitgesproken en voorzeker zal aanbreken op het moment dat wij het tijdelijke zullen verlaten en de eeuwigheid tegemoet treden, wanneer wij sterven.

tijd tot een besluit

Bij God bestaat geen tijd, dus wanneer wij uit de  -door de mensen gedefinieerde tijd- stappen en onmiddellijk tegenover onze formeerder staan, Die alles wat bestaat gemaakt heeft.
    Het kwaad vervolgt de zondaren, maar de rechtvaardigen vergeldt Hij het goedeIsaiah 26: 21.
En als vanzelfsprekend zal daarop volgen dat God zegt: “ . . . . .  Wat hebt gij gedaan? Hoor, het bloed van uw broeder roept tot Mij van de aardbodem. En nu, vervloekt zijt gij, ver van de bodem, die zijn mond heeft opengesperd om het bloed van uw broeder van uw hand te ontvangenGen.4: 10,11
Z
o zal ook op de dag van het Laatste Oordeel
De aarde zijn bloed blootleggen en zijn verslagenen niet bedekkenIsaiah 26: 21.
Alles komt aan het licht; geen getuige van de hedendaagse geschiedenis, al wat er om ons heen plaats vindt, zal nog verrast zijn over God’s toorn welke Gericht [Rechtspraak] is op de wrede broedermoord van de mensheid en al het eigen-zinnig hooghartig geweld.

Perverse dragondragon – Cardiff, GB

De tweede daad van Gods oordeel zal gericht zijn tegen de satan, die hier de perverse drakendraak” genoemd of gewoon “dé draak”.
De Heilige Basilius de Grote voegt hier nog aan toe dat:  “het zwaard van God tegen de draak wordt opgeheven, de kromme slang, die vele wendingen maakt in z’n voortgang; waarschuwt daarvoor, niet één keer, maar onophoudelijk”;
diegene, die de slang volgt, laat zien dat zijn leven krom, ongehoord en vol tegendraadse dwaasheid is” uit Homilie 15 betreffende  Psalm 32.

    Rechtvaardigen juicht in de Heer; de gerechten past lofzang.
Belijdt den Heer op de harp, zingt een psalm voor Hem op de tiensnaar.
Zingt voor Hem een nieuw lied, zingt goed het overwinningslied.
Want recht is het Woord des Heren, al Zijn werken zijn trouw.
De Heer bemint goedertierenheid en recht; de barmhartigheid des Heren vervult de aarde. Door het woord des Heren staan de hemelen vast; door de adem van Zijn mond al hun krachten.
Als in een wijnzak verzamelt Hij het water der zee, in Zijn schatkamers bergt Hij de afgrond. Dat heel de aarde de Heer vreze, dat voor Hem beven alle bewoners der wereld.
Want Hij sprak, en alles ontstond; Hij gebood, en het heelal werd geschapen.
De Heer verijdelt de plannen der heidenen, Hij verwerpt de gedachten der volkeren en de  voornemens der vorsten [hoogmoedigen].
Maar het plan des Heren blijft in eeuwigheid; de gedachten van Zijn hart houden stand van  geslacht tot geslacht.
Zalig het volk, wiens God de Heer zelf is: het volk dat Hij zich tot erfdeel verkiest.
De Heer ziet neer uit de hemel, Hij aanschouwt alle zonen der mensen.
Uit Zijn eeuwige woonplaats ziet Hij neer over allen die de aarde bewonen.
Hij vormt ieders hart afzonderlijk; Hij begrijpt al hun werken.
Een koning wordt niet gered door veel troepen, een reus niet door zijn overvloedige kracht. Onbetrouwbaar ten behoud is een paard, zelfs al zijn kracht brengt geen zekere redding.
Zie de ogen des Heren lichten over hen die Hem vrezen, die vertrouwen op Zijn Genade. Om hun ziel aan de dood te ontrukken, om hen te voeden ten tijde van gebrek. Onze ziel verbeidt de Heer, want Hij is onze Helper en Beschermer.
Want in Hem verheugt zich ons hart, wij vertrouwen op Zijn heilige Naam.
Heer, Uw barmhartigheid kome over ons, zoals wij vertrouwen op U
Psalm 32[33], vert. ROK ’s-Gravenhage.

De beeldtaal van de profeet Isaiah is door de eeuwen heen in overeenstemming met die van Johannes de Theoloog wanneer hij spreekt over een oordeel tegen de satan:
En wanneer de duizend jaren voleindigd zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten, 
en hij zal uitgaan om de volkeren aan de vier hoeken der aarde te verleiden Gog en Magog,
[een fabelachtige vorst en volk genoemd in Ezechiël 38. Gog is de heerser van het land, Magog die de uiteindelijke strijd zal voeren tegen het volk van God]
om hen tot de oorlog te verzamelen en hun getal is als het zand der zee. En zij kwamen op over de breedte der aarde en omsingelden de legerplaats der heiligen en de geliefde stad; en vuur daalde neder uit de hemel en verslond hen, en de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel, waar ook het beest en de valse profeet zijn, en zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheden.

Vanaf nu zult u de Hemelen geopend zien‘; ‘From now on you will see the heavens open John.1: 52.

En ik zag een grote witte troon en Hem, die daarop gezeten was, voor wiens aangezicht de aarde en de hemel vluchtten, en geen plaats werd voor hen gevonden.
En ik zag de doden, de groten en de kleinen, staande voor de troon, en er werden boeken geopend. En nog een ander boek werd geopend, het [boek] des levens; en de doden werden geoordeeld op grond van hetgeen in de boeken geschreven stond, naar hun werkenOpenb. 20: 7-12.

Na deze korte opmerkingen over het laatste oordeel gemaakt te hebben, richt Isaiah zich vervolgens op de bestemming van het uitverkoren Volk van God [Israël, de Kerk].

Church = Sermon of the Mount

Hij keert terug naar het vroegere beeld van de wijngaard van de Heer, Isaiah 5: 1-7 en vergelijkt de kerk met een ‘mooie’ wijngaard, Isaiah 27: 2.
Eeuwenlang heeft de Kerk gestaan ​​als “een sterke stad, een belegerde stad” tegen “Nu dan, inwoners van Jeruzalem en mannen van Juda, spreekt toch recht tussen Mij en Mijn wijngaard, tegenover de draakIsaiah 5: 3.
Het onvermogen van Satan om de overhand te hebben op het Volk van de Heer inspireert Isaiah om over de Kerk te zingen:
Ik wil van mijn geliefde zingen, het lied van mijn beminde over zijn wijngaard. Mijn geliefde had 
een wijngaard op een vruchtbare heuvel; Hij spitte hem om, zuiverde hem van stenen, beplantte hem met edele wijnstokken, bouwde daarin een toren en hieuw ook een perskuip daarin uit. En hij verwachtte, dat de wijngaard goede druiven zou voortbrengen, maar hij bracht wilde druiven voortIsaiah 5: 1,2.
Maar Isaiah’s profetische lied neemt een onverwachte wending.
Zelfs de Kerk zal ‘s nachts worden ingenomen, en haar de muur valt overdag:
. . . . . Nu dan, inwoners van Jeruzalem en mannen van Juda, spreekt toch recht tussen Mij en mijn wijngaard. Wat was er nog aan mijn wijngaard te doen, dat Ik er niet aan gedaan heb? Waarom verwachtte Ik, dat hij goede druiven zou voortbrengen, en bracht hij wilde druiven voort? Nu dan, Ik wil u doen weten, wat Ik met mijn wijngaard ga doen: zijn doornhaag wegnemen, opdat hij verwoest zal worden; zijn muur doorbreken, opdat hij vertrapt zal worden; Ik zal hem tot een wildernis maken, hij zal gesnoeid noch behakt worden, zodat er dorens en distels opschieten; en Ik zal de wolken gebieden, dat zij op hem geen regen doen vallenIsaiah.5: 3-6.
. . . . . Gods Volk zal niet alleen kwetsbaar zijn voor krijgers, maar zelfs voor vrouwen en gelijksoortigen; de Kerk zal worden gedecimeerd en achtergelaten als “stro in een veld” nadat het is gekortwiekt, gemaaid.
. . . . . Om die reden deed de Heer, onze God alle dingen over ons heen komen,
die Hij bevolen had, maar zoals Christus zegt,
“ . . . . . zullen de poorten van Hades niet zegevierenMatth.16: 18.

Gewoon in de analen/de boeken een [Orthodoxe] Geloofsgemeenschap
opgenomen zijn zal niet genoeg zijn op de Dag van het Oordeel.
Dan zullen we onze jaren ‘in vrede en bekering’ dienen te voltooien,
werkelijk navolgen en waarachtig deelnemen aan Christus ‘Heilige Mysteriën’,
worstelend in onze harten om de ascetische volheid van het Geloof te bewaren en samen met onze medemensen op een aan God behagende manier
voortgang te boeken op de geestelijke weg.
“ . . . . . Welnu, de wijngaard van de Heer der heerscharen is het huis van Israël [de Kerk], en de mannen van Juda [de navolgers van Christus] zijn de planten waarin Hij [God] vreugde heeft;
Hij [God] verwachtte goed bestuur, maar zie, het was bloedbestuur;
Hij [God] verwachtte rechtsbetrachting, maar zie, het was recht’s-verkrachtingIsaiah 5: 7.
“ . . . . . Wee hun die huis [kerkgebouw] aan huis [kerkgebouw] voegen, akker [parochie] aan akker [parochie] trekken [invloedssfeer uitbouwen], totdat er geen plaats meer is, en gij alleen de gezeten lieden zijt in het land [want ieder wel-denkend mens distantieert zich van dit soort machtsspelletjes]” Isaiah 5: 8.
Want  . . . . .
zoals Hij de mensen sloeg, zal Hij niet aldus worden geslagen?
Zoals Hij doodde, zal Hij niet aldus worden gedood?
Indien we in de kerkstructuur zó doorgaan met elkaar vliegen af te vangen, elkaar te bevechten en elkaar over en weer verwijten te maken,
zal Hij [God] ons voorzeker ‘wegsturen‘.
God kijkt in de geest waarmee we anderen behandelen – hoe wij vanuit de tempel van ons hart persoonlijke voortgang boeken, het instituut Kerk is in deze niet ter zake doend – is zwaar ondergeschikt, houdt slechts toezicht op God’s kinderen.
Als wij, hoewel navolgers van Christus, ‘hard‘ zijn van geest over het doden van hen in een geest van woede, zal Hij [als Heer en Meester van ons Leven] onze altaren in fijn stof vernietigen totdat onze afgoderij is afgesneden.
Niemand zal aan God’s toorn tegen de zonde ontsnappen, maar indien wij de weg des leven’s van de Heer zoeken in dit huidige leven zal de wetteloosheid van Jaäcob [Hebr.= ‘de bedrieger’] worden verwijderd.
Gods uiteindelijke Wil is voor ons meer dan goed.

Gezangen bij het ‘Gezegend zijt Gij’ [uit dienst der Overledenen]

Poor man’s Bible, Canterbury Cathedral, window upper half

De schare der Heiligen vond de Bron des Levens en de poort van het Paradijs.
Laat ook mij de weg vinden door inkeer: Ik ben het verloren schaap; roep mij terug, o Redder en red mij“.

Gezegend zijt Gij, o Heer, leer mij Uw voorschriften“. 

Gij Heiligen, die het Lam god’s hebt verkondigd, en als schapen zijt geslacht, en overgebracht zijt naar het onvergankelijk leven, Gij Martelaren, smeekt dringend tot Hem, dat ons kwijtschelding van schulden wordt verleend“.

Gezegend zijt Gij, o Heer, leer mij Uw voorschriften

Gij allen die de nauwe weg hebt bewandeld, een levensweg vol beproevingen; gij die het Kruis als juk hebt opgenomen, en die Mij in geloof gevolgd zijt: komt genieten van de beloningen die Ik voor u bereid heb, en ontvangt de hemelse kransen“.

Gezegend zijt Gij, o Heer, leer mij Uw voorschriften

Ik ben de icoon van Uw onuitsprekelijke heerlijkheid, al draag ik de wonden-tekenen van mijn zonden. Heb medelijden, Heer, met Uw schepsel, en reinig mij in Uw Barmhartigheid. Schenk mij het Vaderland, waarnaar ik zozeer verlang, en doe mij thuiskomen in het Paradijs“.

Gezegend zijt Gij, o Heer, leer mij Uw voorschriften“.

Gij hebt mij eens geschapen uit het niets, en mij waardig geacht Uw icoon te zijn. Maar nu moet ik om de overtreding van het gebod terugkomen tot de aarde waaruit ik genomen was. Breng die gelijkenis weer in mij terug en hervorm mij tot de oorspronkelijke schoonheid“.

Gezegend zijt Gij, o Heer, leer mij Uw voorschriften“.

Schenk rust, God, aan Uw dienaren en acht hen waardig voor het Paradijs, waar de koren der Heiligen en rechtvaardigen, Heer, als sterren stralen.
Schenk rust aan Uw ontslapen dienaren, en vergeef hun al hun zonden“.

Eer aan de Vader en aan de Zoon en aan de heilige Geest“.

Bezingen wij de drievoudige glans van de ene Godheid, en laat ons eerbiedig roepen; Heilig zijt Gij, beginloze Vader en Gij beginloze Zoon, en Gij goddelijke geest: verlicht ons die U gelovig aanbidden en ontruk ons aan het eeuwige vuur“.

Nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen“.

Verheug u, Verhevene, die God in het vlees hebt gebaard, voor de verlossing van allen en door Wie het geslacht der mensen redding vond. Mogen wij door u het Paradijs weer vinden, o reine, gezegende Moeder Gods“.

alles draait om de Geboorte van Christus in het vlees, bekijk derhalve alles vanuit de Goddelijke menswording

Alleluja, alleluja, alleluja, eer aan U, o God“.       3x

Dinsdag na Kruisverheffing – voorafgaand aan Zondag Climacos

    O Heer, Gij zijt mijn God, U zal ik verheffen, Uw Naam loven, want Gij hebt wonderen gedaan, raadsbesluiten uit een ver verleden in Waarheid en Trouw volvoerd.
       Want Gij hebt de stad tot een steenhoop gemaakt, de versterkte veste tot een bouwval, de burcht der vreemden tot wat geen stad meer is; in eeuwigheid zal deze niet herbouwd worden.
Daarom zal een sterke natie U eren, de veste van gewelddadige volken zal U vrezen; want
⁌  Gij zijt voor de geringe een sterkte geweest,
⁌  een Sterkte voor de arme toen hij benauwd was,
⁌  een Schuilplaats [schutter’s-putje] tegen de stortbui,
⁌  een Schaduw tegen de hitte.
Want het briesen der geweldenaars is als een stortbui tegen een muur, als hitte in een dorre streek.
Het rumoer der vreemden onderdrukt Gij; als hitte door de schaduw van een wolk wordt het 
gezang der geweldenaars gedempt.
       En de Heer der heerscharen zal op deze berg voor alle volken een feestmaal van vette spijzen aanrichten, een feestmaal van belegen wijnen: van mergrijke, vette spijzen, van gezuiverde, belegen wijnen.
       En Hij zal op deze berg de sluier vernietigen, die alle natiën omsluiert, en de bedekking, waarmee alle volkeren bedekt zijn.
       Hij zal voor eeuwig de dood vernietigen, en de Heer der Heerscharen zal de tranen van alle aangezichten afwissen en de smaad van Zijn Volk zal Hij van de gehele aarde verwijderen, want de Heer heeft het gesproken.
       En men zal te dien dage zeggen: Zie, deze is onze God, van Wie wij hoopten, dat Hij ons zou verlossen; dit is de Heer, op Wie wij hoopten; laten wij juichen en ons verblijden over de verlossing die Hij geeftIsaiah 25: 1-9.

    En God zei tot Noach en tot zijn zonen met hem:
. . . . . Zie, Ik richt Mijn Verbond op met u en met uw nageslacht, en met alle levende wezens die bij u zijn: het gevogelte, het vee en het wild gedierte der aarde bij u, allen, die uit de ark gegaan zijn, alle gedierte der aarde. Ik dan richt mijn verbond met u op, dat voortaan niets dat leeft, meer door de wateren van de zondvloed zal worden uitgeroeid, en dat er geen zondvloed meer wezen zal, om de aarde te verderven.
       En God zei: ‘Dit is het teken van het Verbond, dat Ik geef tussen Mij en u en alle levende wezens, die bij u zijn, voor alle volgende geslachten: Mijn boog stel Ik in de wolken, opdat die tot een teken zij van het Verbond tussen Mij en de aarde. Wanneer Ik dan wolken over de aarde breng en de boog in de wolken verschijnt, zal Ik Mijn Verbond gedenken, dat tussen Mij en u en alle levende wezens van alle vlees bestaat, zodat de wateren niet weer tot een vloed zullen worden om al wat leeft te verderven. Als de boog in de wolken is, dan zal Ik hem zien, zodat Ik Mijn eeuwig Verbond gedenk tussen God en alle levende wezens van alle vlees, dat op aarde is.
En God zei tot Noach:
‘ Dit is het teken van het Verbond, dat Ik heb opgericht tussen Mij en al wat op de aarde leeft’
Gen.9: 8-17.

 

‘Vanaf nu zult u de Hemelen geopend zien’; ‘From now on you will see the heavens open’ John.1: 52.

    Naar de mate van zijn verstand wordt een mens geprezen, maar een verkeerde van hart komt in verachting.
Het is beter onaanzienlijk te zijn en een knecht te hebben, dan zich groot voor te doen bij broodgebrek.
De rechtvaardige weet wat toekomt aan zijn vee, maar de barmhartigheid der goddelozen is wreed.
Wie zijn akker bewerkt, zal zich met brood verzadigen; maar wie ijdele dingen najaagt, is verstandeloos.
De goddeloze begeert de vangst van boze dingen, maar de wortel der rechtvaardigen geeft [vrucht].
In de overtreding der lippen ligt een boze valstrik, maar de rechtvaardige ontkomt aan de benauwdheid.
Van de vrucht van zijn mond wordt iemand met het goede verzadigd; wat eens mensen handen volbrengen, keert weer tot hem.
De weg van de dwaas is recht in zijn ogen, maar wie naar raad luistert, is wijs.
Een dwaas maakt zijn ergernis aanstonds bekend, maar een schrandere bedekt de smaad.
Wie Waarheid spreekt, deelt mee wat recht is, maar een leugenachtig getuige bedrog.
Er zijn er, wier gepraat werkt als dolksteken, maar de tong der wijzen brengt genezing aan.
Een waarachtige lip bestaat voor altijd, maar een leugenachtige tong slechts voor een ogenblik.
Bedrog is in het hart van wie kwaad smeden, maar voor wie tot Vrede raden, is er Vreugde.
De rechtvaardige zal generlei onheil treffen, maar de goddelozen zijn vol van rampspoed.
Leugenlippen zijn de Heer een gruwel, maar wie trouw handelen, zijn Hem welgevallig“ Spreuken 12: 8-22.

 

David noemt God Heer‘; ‘David calls God Lord‘, Utrechts Psalter, blz 52

God is de HEER van de schepping.
Gebruik de schepping daarom zorgvuldig, met voorkoming van uitputting en overproductie.
Breng in gedachten bij alles wat je doet, wat je gebruikt, dank onze Heer en Schepper en ga vervolgens over tot het gebruik van de middelen, die ons als mens aangeboden worden, maak een persoonlijke keuze bij wat je wel en niet doet.

God, onze Heer en Meester regeert de wereld[-politiek],
Hij is de Alpha en de Omega, het begin en het einde,  heerst dus ook over het einde. Heb God lief en niet het geld.  Verslinger je niet aan idolen.
Winst is een levensmiddel geen levensdoel.
Wees geen slaaf van geld en goederen, die je eigenlijk -op de keper beschouwd- niet nodig hebt.
Het eigen ego is een afgod – verhef je nooit en te nimmer boven de ander en zeker niet op kerkniveau.
Breng offers aan God, niet aan jouw ‘zakelijk’ instinct je carrière.
Bouw voor jezelf geen torens van Babel, bouwwerken die  in pyramide-vorm ter verering van afgoden tot tempel dienen.

Afgoden en afgoderij zijn woorden die wij in ons taalgebruik nauwelijks nog kennen; zij hebben immers haast geen inhoud meer.
Primitieve volkeren en culturen in de Oudheid vereerden afgoden. De Romeinen en Grieken bijvoorbeeld verpersoonlijkten bepaalde factoren van het leven en maakten uit allerlei dingen goden. Zij kenden bijvoorbeeld Mars, de god van de oorlog; Eros, de god van de liefde; Cupido, de god van het plezier; Venus, de god van de schoonheid; Narcissus, de god van de zelfverheerlijking; Bacchus, de God van de wijn en de drank.

voormalige Mariakerk Utrecht, afb. Saenredam, Honderden kerkgebouwen worden gesloopt en het einde is nog niet in zicht.

Wij bezitten weliswaar geen geordende lijst meer van goden, maar de van oudsher bestaande afgoden sterven nooit.
Zij zijn er nog steeds; zij verwisselen alleen maar van masker en niet zo’n heel klein beetje ook, je dient er op gewezen te worden wil je ze herkennen.
Zij keren terug met nieuwe, verbeterde technieken om de mensen te misleiden en er hun vrijheid aan op te dragen, te verkwanselen:
de halfgoden van de carrière, van sport, van computerspelletjes, van popmuziek en vergeet de politiek niet, maar ook het eten en het drinken waar velen aan verslaafd zijn geraakt.
Of de sterren aan het firmament van de cinema, de televisie, de reclame en de mode. De mens heeft haast een ingewortelde hang naar idolen, naar iemand een product of zo maar iets waarmee men kan dwepen en achter wiens vaandel men zó gemakkelijk en kritiekloos aanloopt.
Voor sommigen is de uitstraling en de aantrek­kingskracht zó groot dat ze helemaal in hun greep dreigen te geraken. Maar besef dat ook dìt afgoden zijn: dingen die een mens totaal in beslag nemen en helemaal opeisen.
Zo kunnen status, aanzien, carrière, succes, macht en eer, winst en eigenbelang, ja zelfs de bouw van een kerkgebouw het middelpunt worden waar alles om draait. Dit éne facet wordt gekoesterd, soms tot elke prijs.
Het kan een mens zó in de greep houden, dat een mens zijn vrijheid verliest, aan die éne zaak wordt alles, ook ten koste van anderen opgeofferd . . . . . 
Denk maar aan de fascinerende god ‘welvaart’ die het hoogste goed wordt in een mensenleven.  Het verlangen om iets te bezitten is vanzelfsprekend een waardevol streven. Het kan de mens immers bijstaan om tot een persoonlijke en volwaardige ontplooiing te komen.
Maar het kan met die honger naar bezit en macht ook gaan als met een gezwel: goede cellen gaan zich zodanig ontwikkelen dat ze een kwaadaardig ziekte worden;  ‘bezit hebben‘ wordt dan een ‘bezeten zijn’ je moet en zal het verkrijgen door dik en dun heen.
Zelfs gezondheid kan een gevaarlijke afgod worden, die  zoveel mensen bedreigt en bedriegt, terroriseert en tiranniseert.
Die god maakt je wijs dat veel hébben en altijd maar méér geld, macht, mensen onder je, hebben geluk betekent.
En dàn is er nog ‘het systeem‘ waaronder wij met z’n allen gebukt gaan. Het lijkt wel alomtegenwoordig; het is onpersoonlijk en er staat geen enkele naam op, je betaalt er alleen belasting aan, welke de overheid het recht verschaft ongebreideld te stelen.
Het is de onge­schreven wet die dicteert dat het altijd om méér gaat.
Het kan altijd beter, vlugger, steeds perfecter, je moet alsmaar hoger.
Hogere verkoopcijfers, hogere kijkcijfers, een record aantal deelnemers.
Het beste is niet goed genoeg.
Er dient altijd maar weer vooruitgang gemaakt worden, stilstand is verlies.

De God van de Blijde Boodschap heeft heel die santekraam, die godenwinkel van de wereld ‘failliet’ verklaard en ontmaskerd:
Ik ben diegene die jullie bevrijd, ook van je moderne goden.
Ik nodig je uit naar een beter en vrijer menszijn.
En alles wat hiertegen ingaat, is afgod.
Bedrieg jezelf toch niet.
Je zelfgemaakte goden zijn niet je totale aandacht waard.
Verkoop er je vrijheid niet aan
”.
Centraal staat de vraag: ‘Hoe kijk je naar de dingen om je heen? Hoe ga je ermee om? Wat verwacht je ervan? Wat staat er centraal in je leven?’ Want waaraan je hart zich hecht, dàt is je god!

  Het blijkt dat wij mensen, maar ook de kerk [zie de belangen van Constantinopel in de Oekraïne en de reactie daarop van het Russisch Patriarchaat] ten aanzien van onze eigen belangen wel overal rekening mee houden en slechts met God’s belangen voorzover het in onze [hun] eigen kraam te pas komt.
De Kerk zou met diezelfde vastberadenheid eveneens de geest van het eerste gebod dienen te implanteren in de kerkelijke leven-stijl, de manier waarop zij opereert.
Toen God begon de Tien Geboden uit te spreken
– begon Hij Zijn volk de levenswetten te openbaren, die  leiden tot waarachtig Succes en Geluk en tot Vrede met God èn de naaste in welke land of invloed’s-gebied van de Kerk dan ook.
  In deze tijd van menselijk redeneren, van globalisatie, voort-sluipende ‘progressiviteit‘ en ‘vernieuwing‘ [we leven immers toch in het -‘hier en nu’- de tijd is aan ons], is het belangrijk op te merken dat de Almachtige in de eerste plaats spreekt, niet over ‘solidariteit met de mens‘, maar over gehoorzaamheid en eerbetoon aan God de Schepper, als Bestuurder en Onderhouder van Hemel en aarde
– de God van degenen die Hem dienen en gehoorzamen!

Onze Heer Jezus Christus de God-mens

    Toen sprak God al deze woorden:
‘ . . . . . Ik ben de Heer, uw God, Die jullie uit het land van Egypte, uit het slavenhuis, geleid heb.
Gij zult geen andere goden voor Mijn Aangezicht hebben.
Gij zult u geen gesneden beeld maken, [waar u uw macht aan ontleent] noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is.
Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen want Ik, de Heer, uw God, ben een naijverig God, die de ongerechtigheid van de vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde geslacht van hen die Mij haten, en
♨︎ ♨︎ ♨︎ Die [slechts] Barmhartigheid doe aan duizenden van hen die Mij liefhebben en Mijn geboden onderhouden” Exodus 20: 1-6.

Volle musea, Lege kerken‘; ‘Full museums, empty churches

Dit is het eerste en belangrijkste gebod.
Bestudeer hooggeplaatsten, oppertoezichthouders de woorden van dit Gebod nu eens een keertje nauwgezet.
En wanneer wij vervolgens de kracht en de macht onder ogen hebben gekregen,
waarmee God Zich openbaarde toen Hij vanaf de berg Sinaï de Tien Geboden uitsprak, zullen wij bestuderen hoe elk van deze geboden op allen van ons navolgers persoonlijk van toepassing is.
Want indien ook maar iemand pretendeert of beweert navolger van Christus te zijn, dan dient deze of het nu de Paus, de Patriarch of Metropoliet is te bedenken dat Jezus Christus, als Heer en Meester van ons leven, de grondlegger is van het christendom, Die verkondigd heeft dat je ‘naar ieder Woord van God’ dient te leven.
“ . . . . . En de verzoeker [de Satan] kwam en zei tot Christus:
‘Indien Gij Zoon van God zijt, zeg dan, dat deze stenen broden worden.
Maar Christus antwoordde daarop en zei:
  Er staat geschreven: ‘Niet alleen van brood zal de mens leven, maar
van alle Woord, dat uit de mond van God voortkomt
Matth.4: 3,4.
En inderdaad behoor je ook al ben je aangesteld over velen – met Gods hulp – overeenkomstig de geboden van de Almachtige God te leven indien je het eeuwige leven wilt binnengaan.
– “ . . . . . En zie, iemand kwam tot Hem en zei: Meester, wat voor goed moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven? En Christus zei tot hem: ‘ Wat vraagt gij Mij naar het goede? Één is de Goede. Maar indien gij het leven wilt binnengaan, onderhoud de geboden. En je jongeling zei  tot Hem: Welke? Jezus zei: ‘ . . . . . Deze: Gij zult niet doodslaan, gij zult niet echtbreken, gij 
zult niet stelen, gij zult geen vals getuigenis geven, eer uw vader en uw moeder, en gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.
De jongeling zei [daarop] tot Hem: ‘ . . . . . Dat alles heb ik in acht genomen; waarin schiet ik nog te kort?‘.
Jezus zei tot hem: ‘ . . . . . Indien gij volmaakt wilt zijn, ga heen, verkoop uw bezit en geef het aan de armen, en gij zult een schat in de hemelen hebben en kom hier, volg MijMatth.19: 16-21.

Waar zien we nog prelaten, die zich slechts als toezichthouders ten opzichte van het kerkvolk gedragen? Waar zien we de navolgers van de ascetische levenswijze? Hoe is dáár dan het eerste gebod van toepassing?
Ik ben de Heer, uw God” zegt de Schepper.
Is de God van de schepping, de God van Israël [de Kerk], de God van de Blijde Boodschap, inderdaad de Kerk-omvattende God, Die gediend en gehoorzaamd wordt?
Óf wordt hier – in deze huidige kerkelijke situatie – een eigen valse ‘god‘ of ‘goden‘ aangeroepen als levensdoel?
Óf wordt onze Almachtige God hier slechts gediend volgens de leerstellingen van vrijgestelde, hooggeplaatste mensen?
“ . . . . . de Farizeeen en de schriftgeleerden vroegen Hem:
‘ Waarom wandelen uw discipelen niet naar de overlevering der ouden, maar eten zij met 
onreine handen hun brood?
Maar Christus zei tot hen:
Terecht heeft Isaiah van u, huichelaars, geprofeteerd, zoals er geschreven staat:
    Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is verre van Mij.
Tevergeefs eren zij Mij, omdat zij leringen leren, die geboden van mensen zijn.
Gij verwaarloost het gebod van God en houdt u aan de overlevering van de mensen [die slechts wereldse belangen nastreven]. En Hij zei tot hen:
‘ Het gebod van God stelt gij wèl fraai buiten werking om uw overlevering in stand te houden’” Marc.7: 5-9.  

Met de leer van dit soort prelaten vereer je God tevergeefs. Dit zijn dingen die je ten diepste dient te overwegen!
Tot de waarachtige christen zegt God dat:
Hij Degene is Die ons uit het land Egypte, uit het slavenhuis heeft geleid”.
In de Blijde Boodschap, de alomvattende pedagogie van de Heer wordt Egypte als een zinnebeeld van zonde gebruikt.
Alle niet-bekeerde mensen zijn slaaf van het georganiseerde, heidense systeem van deze wereld, en van hun eigen persoonlijke begeerten.
Wanneer mensen zich wèrkelijk bekeren, verlost God hen uit die slavernij
– en hij laat die wereld bereidwillig en met blijdschap achter zich!
Je dient voor jezelf na te gaan of je al dan niet de valse tradities en wegen van deze wereld hebt losgelaten en berouw hebt gehad over je eigen persoonlijke begeerten en zonden.
God gebiedt: “Gij zult geen andere goden voor Mijn Aangezicht hebben”.
Heb je iets anders in de plaats van God gesteld?
Worden jouw tijd, jouw belangstelling, jouw activiteiten méér in beslag genomen door iets ànders dan ‘de wáre God‘?
Welke afgod heb jij dan gesteld tussen je zelf en de ware God, de bestudering van Zijn Woord en de naleving ervan?
God zegt: ” De Hemelen verhalen de Heerlijkheid van God, het uitspansel verkondigt het werk van Zijn handen.
Elke dag openbaart een woord aan de volgende dag;
van nacht tot nacht wordt kennis verkondigd.
Niet met gesproken woorden, er wordt geen klank vernomen.
Toch klinkt over heel de aarde hun Boodschap,
tot aan de grenzen der wereld hun woorden
Psalm 18[19]: 1-4.
God is Het Die aan ‘alle‘ schepselen leven en adem geeft [Gen. hfdst.1].
Beschouw je en aanbid je God wèrkelijk als ook jóuw Schepper, aan Wie je èlke ademtocht te danken hebt?
Zo zou het moeten zijn, want dàt maakt deel uit van de manier waarop je de ware God vereert, zonder valse goden voor Zijn aangezicht te hebben!
De grootste misleiding van deze tijd is niet het atheïsme, maar de valse, heidense leer van de ontwikkeling, die door de valse god van de wetenschap wordt gepredikt.
Ontwikkeling is een poging de schepping te verklaren buiten de Schepper om.
Deze leer loochent de waarachtige God en Zijn aard en ambt!
Het is de grondslag van het grootste deel van het onderwijs van deze wereld!
Maar de wijsheid van deze wereld is dwaasheid voor God.
Want het woord des kruises is wel voor hen, die verloren gaan, een dwaasheid,
maar voor ons, die behouden worden, is het een Kracht van God.
   Want er staat geschreven: Verderven zal Ik de wijsheid der wijzen, en het verstand der verstandigen zal Ik verdoen.
   Waar blijft de wijze? Waar de schriftgeleerde? Waar de redetwister van deze tijd?
Heeft God niet de wijsheid der wereld tot dwaasheid gemaakt?
   Want daar de wereld in de wijsheid van God door haar wijsheid
God niet gekend heeft, heeft het aan God behaagd door
de dwaasheid der prediking te redden hen die [werkelijk] geloven
1Cor.1: 18-21.
In de Blijde Boodschap wordt God ons niet alleen als de Schepper geopenbaard,
maar ook als degene die Zijn schepping onderhoudt en bestuurt
– die tussenbeide komt om Zijn dienstknechten te leiden, te zegenen en te verlossen.
Laten wij standvastige gelovigen ons in deze netelige situatie richten tot God.
Vestigt hierbij uw aandacht dan op Hem, Die zulk een tegenspraak van de zondaren tegen Zich heeft verdragen, opdat wij niet door matheid van ziel verslappen.
Wij hebben nog niet tot bloedens toe weerstand geboden in onze worsteling tegen de zonde, en wij hebben de vermaning vergeten, die tot ons als kinderen spreekt:
‘ Mijn kind, acht de tuchtiging des Heren niet gering, en verslap niet, als gij door Hem bestraft wordt, want wie Hij liefheeft, tuchtigt de Heer, en Hij kastijdt eenieder van zijn kinderen, die Hij heeft aangenomen. Als tuchtiging hebt gij dit te dragen:
God behandelt u als Zijn kinderen.
Want is er wel een kind, die door zijn/haar vader niet getuchtigd wordt?
Blijft gij echter vrij van de tuchtiging, welke allen ondergaan hebben, dan
zijt gij bastaards, en geen kinderen van Die Éne Vaderconf. Hebr.12: 3-8.

Het is God’s plan en doel dat wij ‘allen‘ uiteindelijk zullen worden als Hij:
wij weten, dat, als Hij geopenbaard zal zijn, wij Hem gelijk zullen wezen”.
God de Vader is bezig Zichzelf op Zijn wijze te vermenigvuldigen!
Het is Zijn plan dat degenen die, door de hulp van Zijn in hen wonende heilige Geest, in dit leven de menselijke natuur overwinnen en leren Zijn volmaakte wetten te houden, aan Hem gelijk worden.
De hedendaagse wetenschap -ook de Theologie- tracht op niets ontziende niet-ascetische doch wetenschappelijke wijze de mens een macht te verschaffen die zijn mentale en geestelijke vermogens om zulke krachten te hanteren verre te boven gaat!
De wetenschap schijnt op het punt te staan ons als haar laatste geschenk de macht te verschaffen het menselijk leven van deze planeet weg te vagen.
Sommige ‘zogenaamde wetenschappers‘ menen zelfs de formule gevonden te hebben om de mens een eeuwig fysiek bestaan te geven.
Zonder zich ook maar te bekommeren om de formule voor Vrede,  het voorkomen van geweld, honger, verkrachting, haat, nijd, afgunst, ziekte, onderdrukking, etc. Een eeuwig leven in zo’n wereld?
Ook wetenschapsmensen – zich ervan bewust dat hetgeen zij tot dusverre hebben gepresteerd uitloopt op de vernietiging van deze aarde – werken koortsachtig om het heelal binnen te dringen!
En hier op aarde handhaaft onze beschaving haar heidense leer dat de mens de hoogste rechter is bij het vaststellen van wat goed of kwaad en zij stelt de mens geheel in de plaats van God en Zijn wetten!
Of wij het ons realiseren of niet, deze vleselijke gezindheid – deze God-verwerpende houding – doordringt elke fase en elk facet van onze huidige samenleving!
“ . . . . . Weet gij niet, dat gij hem, in wiens dienst gij u stelt als slaven ter gehoorzaamheid,  ook dient te gehoorzamen als slaven,
hetzij dan van de zonde tot de dood, hetzij van de gehoorzaamheid tot gerechtigheid?
Maar God zij dank:
gij waart slaven der zonde, doch gij zijt van harte gehoorzaam geworden aan die vorm van onderricht, die u overgeleverd is; en, vrijgemaakt van de zonde, zijt gij in dienst gekomen van de gerechtigheid.
Paulus zegt dit van menselijk standpunt om de zwakheid van ons vlees. Want gelijk wij onze leden 
hebben gesteld ten dienste van de onreinheid en van de wetteloosheid tot wetteloosheid, zo stellen wij nu onze leden ten dienste van de gerechtigheid tot heiligingconf. Rom.6: 16-19.
Thans, zijn wij gewone gelovigen vrijgemaakt van de zonde.
In dienst van God gekomen, hebben wij tot vrucht de heiliging van de mensheid en als einde het eeuwige leven. Want het loon, dat de zonde ons geeft, is de dood, maar de Genadegave, Die God ons doet toekomen, is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Heerconf. Rom.6: 22,23.

Onze Heer en Verlosser heeft ons een nieuw gebod gegeven:
– Voor ons geldt de eis van de Liefde, daar moeten we naar wandelen Rom.14: 15.
– We zijn aan Hem verschuldigd om lief te hebben Rom.13: 8.
Wij moeten doen slechts datgene wat de apostelen ons in het Nieuwe Testament hebben voorgeschreven.
– “Wie God kent hoort naar ons [de apostelen]; wie uit God -‘niet is’- hoort naar ons niet1John.4: 6.
  Wat noemt gij mij Here Heer en doet niet hetgeen Ik zegLuc.6: 46.
Indien we onze Verlosser ‘Heer en Meester’ noemen dan verwacht
deze Heer en Meester tevens dat we Hem als Heer gehoor­zamen.
We dienen “daders van het Woord te zijn’ zoals geschreven in Jacobus 1: 22.
En geen slap aftreksel, die in onnozelheid niet weet wat zij wel niet allemaal aanrichten.

Leer daarom van hoog tot laag God lief te hebben en te eren boven alles.
Iedere gave, die goed, en elk geschenk, dat volmaakt is,
daalt van boven neder, van de Vader der lichten,
bij Wie geen verandering is of zweem van ommekee
r” Jacobus 1: 17.

Dit is het wat waarachtige aanbidding betekent!
Dit is de manier om het eerste gebod,
het grootste gebod, te onderhouden!

Apolytikon [dinsdag]
tn.2.  ”     Het aandenken der Gerechten wordt gevierd met hymnen.
Maar Gij hebt het getuigenis des Heren, o Voorloper,
want gij zijt in waarheid de grootste der Profeten,
omdat gij Hem Die gij gepredikt had voor de waarheid, mocht dopen in de wateren,
hebt gij ook vol vreugde het Evangelie gebracht in de hades: dat God in het vlees is verschenen, om
de zonden van de wereld weg te nemen, en
ons de grote ontferming te schenken“.

Kondakion [dinsdag]
tn.2.  ”   God’s Profeet en Voorloper der Genade:
Johannes, geboren uit de onvruchtbare,
is de vervulling van alle Profeten.
Want toen hij Hem, die de Profeten hadden verkondigd,
in de Jordaan met de hand aanraakte,
toonde hij zich als een Profeet, verkondiger en Voorloper van
het Goddelijk Woord“.