Orthodoxie & met ‘onze Heer en Meester van ons leven’ voor ogen.

In Christus verbonden kinderen, ‘Al-Bushra Kids’.

    Iemand uit de schare zei tot Christus, onze Heer en Verlosser:
  Meester, zeg tot mijn broeder, dat hij de erfenis met mij dient te delen.
Christus zei echter tot hem:
    Mens, wie heeft Mij tot rechter of scheidsman over u aangesteld?
Hij zeide tot hen:
    Ziet toe, dat gij u wacht voor alle hebzucht, want ook als iemand overvloed heeft, behoort zijn leven niet tot zijn bezit.
En Hij zeide tot zijn discipelen:
‘ Daarom zeg Ik u: Weest niet bezorgd over uw leven, wat gij zult eten of over uw lichaam, waarmede gij u zult kleden. Want het leven is meer dan het voedsel en het lichaam meer dan de kleding. Let op de raven, zij zaaien niet en zij maaien niet, zij hebben geen voorraadkamer of schuur, en toch voedt God ze. Hoe ver gaat gij de vogelen te boven!
Wie van u kan door bezorgd te zijn een el aan zijn lengte toevoegen?
Indien gij dan zelfs het geringste niet kunt, wat zult gij u bezorgd maken om het overige?
Let op de leliën, hoe zij spinnen noch weven, en Ik zeg u, dat zelfs Salomo in al zijn heerlijkheid niet bekleed was als een van deze.
Indien nu God het gras op het veld, dat er heden is en morgen in de oven geworpen wordt, zo bekleedt, hoeveel te meer u, kleingelovigen? En gij, zoekt niet wat gij eten of drinken zult en weest niet verontrust, want naar al deze dingen gaat het zoeken van de volkeren der wereld uit. Doch uw Vader weet, dat gij deze dingen behoeft.
Maar zoekt zijn Koninkrijk, en die dingen zullen u bovendien geschonken wordenLuc.12:13-15, 22-31.

      Wie is onze hoop of blijdschap of erekrans voor onze Heer Jezus bij Zijn komst, wie anders dan jullie [mijn toehoorders]?
Ja, jullie zijt onze eer en blijdschap.
➻       Daarom hebben wij, – want wij konden het niet langer uithouden, – besloten alleen te Athene achter te blijven en wij hebben Timotheüs, onze broeder, en een medewerker Gods in het evangelie van Christus, gezonden om u te versterken en u te vermanen inzake uw Geloof, dat niemand zou wankelen onder deze verdrukkingen. Jullie weten immers zelf, dat wij daartoe bestemd zijn; want ook toen wij bij u waren, zeiden wij u reeds, dat wij zouden verdrukt worden, zoals gij ook weet, dat geschied is.
       Daarom kon ik het ook niet langer uithouden en zond hem om mij te vergewissen van uw Geloof, of de verzoeker u misschien verzocht had en onze inspanning vruchteloos zou geworden zijn.
♥︎       Maar thans, nu Timotheüs van u tot ons teruggekeerd is en ons goede tijding gebracht heeft van uw Geloof en uw Liefde, en dat gij ons te allen tijde in goede herinnering houdt, even verlangend om ons te zien als wij u, zijn wij dan ook, broeders, bij al onze nood en druk, vertroost over u door uw Geloof, want nu leven wij, als gij staat in de Heer1Thess.1: [19]20 – 3:8.

Joab brengt Abner om het leven en de minder fraaie kant, die
koning David, de geliefde naar God’s hart,
eveneens toont , zoiets als ‘Me=too’.
            En zie, de manschappen van David [Hebr.= ‘geliefde’] en Joab [Hebr.=‘De Heer is vader‘] keerden van een strooptocht terug en brachten een rijke buit mee. Abner [Hebr.= ‘mijn vader is een licht’] nu was niet meer bij David in Hebron [Hebr.=‘vereniging‘], want hij had hem in Vrede laten vertrekken.
Toen Joab en het gehele leger dat bij hem was, waren teruggekeerd, deelde men Joab mee: Abner, de zoon van Ner [Hebr.=‘ lamp‘], is bij de koning gekomen en hij heeft hem in vrede laten gaan.
       Daarop ging Joab naar de koning en zei: Wat hebt gij gedaan? Zie, Abner is bij u gekomen; waarom hebt gij hem dan laten gaan, zodat hij ongehinderd kon vertrekken?
Gij kent Abner, de zoon van Ner. Hij is gekomen om u te bedriegen en op de hoogte te komen van uw doen en laten en van wat gij van plan zijt te ondernemen.
Daarna ging Joab van David weg en zond Abner boden achterna, die hem deden terugkeren van de put Sira [Hebr.=‘ de draai’]. Maar David wist er niets van.
       Toen Abner in Hebron terugkeerde, nam Joab hem binnen in de poort ter zijde, alsof hij vertrouwelijk met hem wilde spreken; en hij stak hem daar in het onderlijf zodat hij stierf, om het bloed van zijn broeder Asaël [Hebr.=‘ God-gemaakt‘].
       Toen David dit later hoorde, zei hij:
‘ Ik en mijn koningschap zijn voor altijd tegenover de Heer onschuldig aan het bloed van Abner, de zoon van Ner. Moge het neerkomen op het hoofd van Joab en op zijn gehele familie; moge er nooit in het huis van Joab iemand ontbreken, die een vloeiing heeft, melaats is, op een stok moet steunen, door het zwaard valt of broodsgebrek heeft’.
Zo hebben Joab en zijn broeder Abisai [Hebr.=‘ mijn vader is een gave (‘Jesse, rijk’)’] Abner omgebracht, omdat hij hun broeder Asaël te Gibeon [Hebr.=’ heuvelstad‘]in de strijd had gedood.
       En David zei tot Joab en tot al het volk dat bij hem was:
Scheurt uw klederen, omgordt u met rouwgewaden en gaat weeklagend voor Abner uit.
Koning David ging achter de baar.
Toen men Abner in Hebron begroef, verhief de koning zijn stem en weende bij het graf van Abner en al het volk weende.
De koning hief dit klaaglied aan over Abner: ‘ Moest Abner sterven zoals een dwaas sterft?. Uw handen waren niet gebonden en uw voeten waren niet in ketenen geklonken. Gij zijt gevallen, zoals men door booswichten valt’. En al het volk weende nog meer over hem.
    Al het volk kwam bij David aandringen, nog diezelfde dag iets te eten, maar David zwoer: ‘Zo moge God mij doen, ja nog erger, indien ik voor zonsondergang brood of wat dan ook proef’.
    Al het volk bemerkte dit en keurde het goed, zoals het alles goedkeurde, wat de koning deed.
Toen begreep al het volk en geheel Israël op die dag, dat het niet van de koning was uitgegaan, Abner, de zoon van Ner, te doden.
De koning zei tot zijn dienaren:
‘ Weet gij niet, dat er deze dag een vorst, een groot man, gevallen is in Israël?’
2Sam.3: 22-39.

Bovenstaand Zowel Het Evangelie als de Apostellezing van maandag 4 november [New style calendar, Orth. Fellowship ‘Saint John the Baptist’, £4.00, ofsjbcalendar@gmail.com].
Deze lezingen volgend op die van gisteren, welke ging over de Lazaros en de Rijke en past tevens in de aloude westerse gewoonte begin november AlleHeiligen en Allerzielen te vieren. 

Nu is de kerk, ook die [niet-Orthodoxe] bij jou in de buurt, een plaats van ontmoeting met God en met onze medemens, voor jong en oud.
De ontmoeting in de Kerk en het je verdiepen in Spiritualiteit is daar orde van de dag. Geestelijk leven, de gerichtheid op datgene wat uitgaat ‘boven’ de eindige wereld, die men met de zintuigen kan waarnemen, is een breed begrip voor een ervaringsgebied waarvan de hoogte, de breedte en de diepte niet te peilen zijn.
Christelijke spiritualiteit bestaat eruit dat je ‘alle‘ facetten van je leven
[leeftijd, persoonlijke geschiedenis, afkomst, inkomen, diepe gedachten, relaties, werk, passies, hobby’s] vanuit God laat plaatsvinden en op God afstemt,
want ‘in Hem bewegen we, leven we en zijn we’.
Het heeft te maken met je manier van in het leven staan, en hoe je naar de dingen kijkt.

➥➥➥     Het is haast onmogelijk om aan een ander de vreugde van het Christelijk Geloof in woorden duidelijk te maken, vooral omdat het een ervaring betreft, je dient het te ondergaan wil je er de unieke ervaring te ondervinden.

Wanneer onze Heer en Verlosser terugkomt – en zo te zien aan al die conflicten in de wereld en de bijbehorende chaos, zal dat niet lang meer duren – willen wij niet met lege handen voor de rechterstoel verschijnen.
Paulus zegt daarom tegen de Griekse navolgers van Christus in Thessaloniki:
Wie is onze erekrans wanneer we vóór Jezus, onze Heer, staan bij zijn komst? Wie anders dan u?”.
Hij herhaalt deze woorden in zijn brief aan de gemeente te Philippi:
Mijn geliefde broeders, naar wie mijn verlangen uitgaat, mijn blijdschap en kroonPhil. 4: 1.
Het Griekse woord dat Paulus gebruikt voor ‘kroon’ is Στέφανος [Stephanos]. Hij verwijst naar de erekrans die werd verleend aan de overwinnaar van een wedstrijd of aan iemand die in de oorlog de overwinning heeft behaald.
Vaak was in deze krans goud verwerkt of was hij zelfs helemaal uit goud vervaardigd. In het laatste geval was er dan sprake van een kroon.
Wanner onze Heer en Verlosser terugkomt wil Paulus niet met lege handen staan. Hij wil de Koning der koningen bij zijn wederkomst kronen met een gouden kroon.
De strijd en het werk van de handen van de Zoon van God zijn gelukkig niet zonder vrucht gebleven. De christenen uit Thessaloniki en Philippi zijn de kroon op Paulus’ harde werken in het Koninkrijk de Hemelen, de tuin van God.
Tezamen vormen zij een erekroon:
Paulus’ geschenk voor Jezus Christus als Hij terugkomt op aarde‘.

                                tiid tot een besluit

Ik ben van mening dat het een hoop mensen in onze samenleving ontgaat dat zij
– ‘hier en nu’ – d.w.z. vandaag ‘nog‘ een belangrijke ‘beslissing‘ dienen te nemen, die het leven in deze wereld aanzienlijk zal veranderen.
En indien dat gebeurd, zal er sprake zijn van een “nieuwe hemel en een nieuwe aarde”, datgene waar we allen zo naar verlangen, of niet soms?
Indien iedereen met mij besluit om vanaf vandaag
✥  vóór de dag dat Jezus terugkomt – werkelijk naar Waarheid dient te gaan leven, dan ga je vanaf nu heel anders met je tijd, geld en mogelijkheden om.
Dan zie je elke dag als een kans om aan jouw erekroon voor Jezus te werken, opdat je niet met lege handen voor Zijn Troon zult staan.
Iedere persoon die je tot – ‘onze Heer en Verlosser‘ – leidt is een parel in jouw kroon voor Hem.
Elke liefdegave die je offert is een diadeem aan jouw kroon voor Jezus.
Elke daad van barmhartigheid zal als een diamant zichtbaar worden in jouw kroon voor de Koning der koningen.
Alles wat je uit liefde voor Jezus doet heeft eeuwigheidswaarde en wordt zichtbaar wanneer Jezus terugkomt.

Ik ben me hiervan best bewust, maar tracht hier – ook al erken ik dat ik hiertoe absoluut ‘onwaardig‘ ben – toch enige gestalte aan te geven.
Het is bovendien een plaats, die mij de gelegenheid geeft mijn ervaringen dusdanig te formuleren dat anderen er kennis van kunnen nemen.
De vreugde van deze combinatie ervaar ik als de realisatie van de Gave.
Wanneer je een geschenk voor iemand probeert te vinden, lijkt het me het moeilijkste om iets te bedenken dat de unieke plaats, de unieke waarde en de speciale affectie communiceert die je hebt.
Geschenken kunnen zo algemeen zijn, maar geen mens is generiek; mijn gevoel bij deze Gave is dat het volkomen bijzonder en uniek is.
Wat God geeft, is nooit “mijn maat past iedereen“.
Verlossing is de genezing en vervulling van een persoon en kan onmogelijk – van de een in relatie met de ander ‘hetzelfde‘ zijn.
En in tegenstelling tot alles wat er in ons leven plaatsvindt zijn we allemaal geschapen en daarmee gevormd “naar het beeld en de gelijkenis van God”.
Dat we niet allemaal hetzelfde zijn blijkt wel uit de conflicten die zich in ons leven voordoen, maar er bestaat wat dat aangaat een gezegde.

Het aloude Joodse gezegde “ מענטש טראַכט, גאָט לאַכט“, is in de Nederlandse taal geworden tot ‘de mens wikt, maar God beschikt’; echter in de Duitse vertaling wordt het helderder omschreven: ‘Der Mensch tracht, Gott lacht’.
             In het Duits gaan ze nog een stapje verder wanneer zij zeggen: ‘Keiner zet nisht zayn eigenerm hoyker’, hetgeen letterlijk vertaald wordt in: ‘Niemand kan zijn eigen bochel zien’. Met andere woorden: “ Mensen willen hun eigen fouten liever niet onder ogen komen“ in tegenstelling tot het feit elk schepsel ieder moment dat het leeft, meer levenservaring dient op te doen.
Friedrich Nietzsche, die leefde van 1844 tot 1900 zegt hierover dat “wanneer de mens in de afgrond kijkt, de afgrond ook in jou kijkt”.

Het is in die zin dat we elke zondag, de dood en Opstanding van Christus, de schepping en geboorte is van ieder mens in God, vieren.
Dit is niet alleen de schepping en geboorte van de mensheid, maar van elke werkelijk unieke persoon. Iedere Evangelie is daarom mijn verhaal [en dat van jou].

Deze unieke realiteit die ons ware ‘zelf’ vormt, is, in zijn meest fundamentele aspect een ‘Genadegave’.
We “creëren nooit onszelf”, wij zijn niet de makers van onze eigen realiteit.
Er zit zo’n geweldige bevrijding in wanneer we dit ‘echt‘ gaan begrijpen.
Wij brengen onszelf niet tot leven, noch vormen we en creëren we onze wereld.
Onze huidige realiteit is niet het gevolg van een reeks beslissingen en consequenties.
Zo’n naïef reductionisme [vaak gepropageerd door veel religieuze mensen]
slaagt er simpelweg niet in om zelfs het kleinste deel van onze realiteit en
dàt wat terecht wordt aangeduid als ‘het zelf‘ adequaat te beschrijven.

Het moderne verhaal van het zelfbeeld beschouwt mensen als absurd verantwoordelijk voor hun leven. Die kleine fractie van onze levens die wordt beïnvloed door onze beslissingen, wordt gecrediteerd voor de creatie van het geheel. Het is een vertekening die alleen nuttig is bij het afdwingen van onze overeenkomst met en medewerking aan de onrechtvaardigheid van de huidige wereldorde.

De diepe Waarheid van ons wezen is echter dat we een kruispunt zijn van vele dingen, een bijna oneindige aaneenschakeling. Het is veel nauwkeuriger om het ‘zelf‘ als een  getuige te beschrijven, het  onderwerp  dat getuigt van de aaneenschakeling van gebeurtenissen die ons op unieke wijze door God zijn  geschonken.

Zeggen dat “ik onwaardig ben” is een accurate getuige te zijn. Niets van wat ik op dit moment ben, zelfs in dit leven, is eindelijk mijn eigen maken.
Het kan niet worden beschreven in termen van [hoogmoedige] waardigheid.
In de kern is de ervaring van onwaardigheid de erkenning van het geschenk, en heeft dus het aanbieden van dank als gevolg.

Rechtop staan bij de Opstanding, staat uiteindelijk aan het einde van alle dingen, het begin van alle dingen, en dus aan het begin en het einde van ons leven.
Het is het aanschouwen van Christus, dat ons in staat stelt de Genade[gave], het geschenk te zien en te begrijpen dat dit ‘de Openbaring‘ is van ons eigen leven.
Het is ook waar dat wanneer we de dingen goed zien, de unieke getuige die ons leven is, deze unieke samenkomst van gebeurtenissen, op zichzelf de Opstanding van Christus is.

De Heilige Johannes Chrysostomus zegt in zijn grote homilie:
Christus is Opgestaan’ en niet één dode is in het graf achtergelaten”.
Elk leven wordt niet alleen als een leven,  maar ook als “Opgestaan” geopenbaard.
Christus is opgestaan is het lied van onze ware menselijkheid.
Op ditzelfde moment staan en voor God erkennen:
Ik ben juist hiertoe geschapen“, staat in de Opstanding van Christus.

Eer aan God in de hoge‘ voor deze Genadegave.

In de huidige tijd tracht de mens voor radicale hervormingen teneinde de assimilatie volledige aanpassing van de diverse [heersende]  bevolkingsgroepen te vergemakkelijken. Van groter belang is echter de vraag naar de ‘relatie tussen religie en verlichting‘ òf ‘Rede en de Openbaring‘ is de manier waarop bewoners van de Lage Landen, zoals in alle andere Europese landen haast per definitie overtuigd zijn van het belang van hun Godsdienst, hun dienst aan God – het gestalte geven aan het nieuwe burger-ideaal.
Burgerschap betekent als vanouds ‘religieus burgerschap‘ en impliceert op z’n minst drie deugden, namelijk beschaving, mondigheid en liefde van de omgeving.
1.]. Beschaving kwam neer op het vermogen zelfstandig te denken, nuttige conversaties te voeren en beminnelijk met elkaar om te gaan.
Burgerschap vereist openhartigheid of mondigheid. Alleen in een vrijmoedig en open gesprek lieten alle mogelijke interpretaties van de Blijde Boodschap en de natuur zich rationeel tegen elkaar afwegen.
2.]. Mondigheid, door openhartige discussies kunnen echter niet plaatsvinden onder dreiging of geestelijke dwang. Indien het geweten dat voorschrijft [aldus de gangbare redenering] dienen burgers publiekelijk en ongestraft te kunnen afwijken van het door kerkelijke formulieren en religieuze gezagsdragers voorgeschreven standpunt. Deze vrijheid van religieuze meningsuiting stond haaks op het oude streven naar confessionalisering – of zo men wil aan het geloof of de christelijke inspiratie dezelfde betekenis is blijven hechten.
En niet alleen het systeem van religieuze bevoorrechting staat ter discussie.
Oók de leer en de organisatie van de publieke Kerk blijken voor verbetering vatbaar, gewoon omdat de oude maatschappij, waarbij een aantal [oude] mannen de baas zijn niet meer in onze tijd past. Ook God heeft in deze geen voorkeur uitgesproken, doch man en vrouw als metgezellen op weg gestuurd.
3.]. In de derde plaats vereist religieus burgerschap liefde tot de omgeving.
Was er in de 20e eeuw nog sprake van nationaal gerichte vaderlandsliefde – door de mondialisering van de samenleving in de 21e eeuw is samenwerking met en voor de ontwikkeling geen ‘nationaal‘ gebeuren meer, maar wordt mede onder invloed van de communicatie wetenschappen vaderlandsliefde verheven tot liefde voor de ‘mondiale‘ samenwerking en ontwikkeling.
Oók de Kerk komt hier niet onderuit en zal in de vaart der volkeren mee dienen te ontwikkelen tot de Éne Waarachtige Religie – het kan niet anders, want in een aantal jaren heeft zelfs de meest eenvoudige burger de beschikking over, welke informatie die ook maar wenst en zal de angst voor totale leegloop van de verschillende confessionele bloedgroepen ‘geen enkel‘ verschil meer maken.
Paulus zegt daarover dat hij apostel is:
    Niet vanwege mensen, noch door een [of ander] mens, maar door Jezus Christus, en God, de Vader, die Hem opgewekt heeft uit de doden . . . . . Vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus, Die Zichzelf gegeven heeft voor onze zonden, om ons te trekken uit de tegenwoordige boze wereld, naar de Wil van onze God en Vader, aan Wie de Heerlijkheid zij in alle eeuwigheid! AmenGal.1: 1-5.

‘bestevaer’

            De Kerk is het Lichaam van Christus, de Zoon van God en wordt door de mens ervaren als een God’s-geschenk, een Genadegave waarmee Christus ons als mens geroepen heeft.
Dàt Lichaam is niet te institutionaliseren tot een machtsinstrument om de mens haar keuze vrijheid te ontnemen. De verschillende instituten veroorzaken chaos, verwarring ten aanzien van de Blijde Boodschap, die Christus ons brengt. Zodra Christus dié verwarring, dié chaos heeft zien ontstaan heeft Hij voorafgaand aan Zijn Lijden en Opstanding, het gehele tempelplein en al haar handelaren met Zijn Hemels ‘heupkoord‘ schoongeveegd.
Hoe Hij dit in onze tijd bewerkstelligt, mag om ons heen blijken er heeft nog nooit zo’n grote Exodus plaatsgevonden.
God geeft ons in alle tijden spelleiders [priesters, herders] die we nodig hebben. De Geloofsgemeenschap wacht ‘in Christus‘ op rust, omdat zij vermoeid en belast zijn en dat óók de Kerk haar kruis opneemt en ‘schoon schip‘ maakt, uitgaande van sociale gelijkheid, onderlinge verdraagzaamheid en vrede.
De Blijde Boodschap dient opnieuw een daadkrachtig ‘Christelijk Engagement‘ te zijn en zich niet te laten afschrikken door bedreiging of vervolging.
Dat Deze Boodschap van de eeuwen der eeuwen van ‘Vrede en Liefde‘ niet alleen gehoord mag worden, maar ook daadwerkelijk mag leiden tot inzet voor elkaar.

 

Granaatappel

ALS DE ZIELE LUISTERT.
”   Als de ziele luistert
spreekt het al een taal dat leeft,
‘t lijzigste gefluister
ook een taal en teken heeft:
blaren van de bomen
kouten met malkaar gezwind,
baren in de stromen
klappen luide en welgezind,
wind en wee en wolken,
wegelen van Gods heiligen voet,
talen en vertolken
‘t diep gedoken Woord zo zoet …
als de ziele luistert!
Uit ‘Kleengedichtjes’ van Guido Gezelle, 1881.

 

23e Zondag na Pinksteren – Orthodoxie – Christus en de slaaf – de dienstknecht

Lazaros & de RijkeΟ Λάζαρος και οι πλούσιοιLazaros and the rich – لازاروس والأغنياء.

“ En er was een rijk man, die gekleed ging in purper en fijn linnen en elke dag schitterend feest hield. En er was een bedelaar, Lazarus genaamd, vol zweren, neergelegd bij zijn voorportaal, die verlangde zijn honger te stillen met wat van de tafel van de rijke afviel; zelfs kwamen de honden zijn zweren likken.
Het geschiedde, dat de arme stierf en door de engelen gedragen werd in Abrahams schoot. Ook de rijke stierf en hij werd begraven.
En toen hij in het dodenrijk zijn ogen opsloeg onder de pijnigingen, zag hij Abraham van verre en Lazarus in zijn schoot.
En hij riep en zei: ‘Vader Abraham, heb medelijden met mij en zend Lazarus opdat hij de top van zijn vinger in water zal dopen en mijn tong zal verkoelen, want ik lijd pijn in deze vlam’.
Maar Abraham zei: ‘Kind, herinner u, hoe gij het goede tijdens uw leven hebt ontvangen en insgelijks Lazarus het kwade; nu wordt hij hier vertroost en gij lijdt pijn. En bij dit alles, er is tussen ons en u een onoverkomelijke kloof, opdat zij, die van hier tot u zouden willen gaan, dit niet zouden kunnen, en zij vandaar niet aan onze kant zouden kunnen komen’.
Doch hij zei:
Dan vraag ik u, vader, dat gij hem naar het huis van mijn vader zendt, want ik heb vijf broeders. Laat hij hen dan ernstig waarschuwen, dat ook zij niet in deze plaats der pijniging komen.
Maar Abraham zei: ‘Zij hebben Mozes en de profeten, naar hen moeten zij luisteren’.
Doch hij zei:
‘Neen, vader Abraham, maar indien iemand van de doden tot hen komt, zullen zij zich 
bekeren’.
Doch hij zei tot hem:
‘ Indien zij naar Mozes en de profeten niet luisteren zullen zij ook, indien iemand uit de doden opstaat, zich niet laten gezeggen’
” Luc.16:19-31.

“ God echter, die rijk is aan erbarmen, heeft, om zijn grote liefde, waarmee Hij ons heeft liefgehad, ons, hoewel wij dood waren door de overtredingen mede levend gemaakt met Christus, – door Genade zijt gij behouden – en heeft ons mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten, in Christus Jezus, om in de komende eeuwen de overweldigende rijkdom van Zijn Genade te tonen naar [Zijn] Goedertierenheid over ons in Christus Jezus.
Want door Genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; niet uit werken, opdat niemand zal roemen. Want Zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen” Eph.2: 4-10.

de Kerk als brug van barmhartigheid

“ Woedt [= razen en tieren], o volkeren, en weest verslagen; ja, neemt ter ore, alle verre streken der aarde; gordt u aan en weest verslagen; gordt u aan en weest verslagen.
Beraamt een plan, maar het wordt verbroken; spreekt een woord, maar het zal niet tot stand komen, want God is met ons.
Want aldus heeft de Heer tot mij gezegd, toen Zijn hand mij overweldigde en Hij mij waarschuwde niet op de weg van dit volk te gaan:     Gij zult geen samenzwering noemen alles wat dit volk een samenzwering noemt en voor hetgeen zij vrezen, zult gij niet vrezen noch schrikken. De Heer der heerscharen, Hem zult gij heilig achten en Hij moet het voorwerp van uw vrees en Hij moet het voorwerp van uw schrik zijn.
[Eerst] Dàn zal Hij tot een heiligdom zijn, en tot een steen, waaraan men zich stoot, en tot een rotsblok, waarover men struikelt, voor de beide huizen van Israël, tot een klapnet en tot een valstrik voor de inwoners van Jeruzalem“ Isaiah 8: 9-14.

Wees maar blij, want wij zijn medeburgers geworden van het Hemels Koninkrijk,  want Zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen . . . . . werken van Barmhartigheid.
  Ben je ziek? . . . . . ga er dan niet onder gebukt, maar wees gelukkig, want ieder kind, dat onze Heer en Verlosser aanneemt heeft Hij Lief en wie Hij liefheeft, tuchtigt en kastijdt de Heer, teneinde hem/haar te leren”. conf.  Hebr.12: 6.
  Ben je arm of behoeftig? Laat je ziel in vrede tevreden blijven, want de Genadegaven, zoals aan de arme Lazarus zijn gegeven, wachten op jou.
  Belasteren en minachten zij jou omwille van Christus?
Je bent gezegend, want datgene wat je aantrekkelijk maakt zullen de engelen in Hemelse Glorie omzetten.
  Ben je iemand, die een ander – als slaaf, dienaar – dient te gehoorzamen?
Wees God toch maar dankbaar, want juist daarom zul je altijd bij Hem als uitverkorene worden beschouwd, want onze God heeft de voorkeur voor degenen ‘die het meest door andere mensen‘ worden vernederd.
Dank Hem, want je bent in een betere toestand verzeild geraakt, dan wie dan ook,  omdat je noch in dwangarbeid werd uitgezonden of jezelf daarmee beschadigd hebt.
Indien God jou ‘onafgebroken‘ kent, indien Hij nooit ver van je verwijderd kan zijn, zelfs al zijn er onafgebroken valkuilen op je pad, dan kan het niet anders
òf er overkomt je op hetzelfde moment moet iets: met een vooropgezet doel, met betrekking tot de eerste beginselen, niet aan verandering onderhevig, zelfs wanneer je nieuwe dingen aanleert, van gedachten verandert en als maar voort-groeit èn word je Zijn dienstknecht [diena(a)r(es)].
conf. Heilige Basilius de Grote

In voorgaande artikelen, welke voornamelijk gebaseerd zijn op de Blijde Boodschap zijn we tegengekomen dat menselijke tekortkomingen leiden tot ongeloof en afgoderij, ja tot de onderbouwing van de te vormen gelijkvormige wereldgerichte [= globalisering, iedereen dezelfde] religie.
Tegelijkertijd zagen we dat onzorgvuldige nieuwe vertalingen het bewijs vormen van de tekenen van deze tijd.
De grote Apostel waarschuwt hier al voor:
      Laat niemand u misleiden, op welke wijze ook, want eerst moet de afval komen en de mens van de wetteloosheid zich openbaren, de zoon van het verderf, de tegenstander, die zich verheft tegen al wat God of voorwerp van verering heet, zodat hij zich [zelfs] in de tempel God’s zet, om aan zich te laten zien, dat hij een god is2Thess.2: 3,4.

Dat is iets waar we – ‘midden in’ – leven.
Mensen willen wel religieus zijn en in de “levende God” geloven, maar  dat God’s  Woord Waarheid is, dàt valt volgens hen nog te betwijfelen.
Ze lopen liever als makke schapen achter de kudde aan en geloven het wel –
nou ja, de boodschap die de Kerk ervan gemaakt heeft . . . . .,  daar kan men
soms nog wel wàt in zien [En die is voor iedereen anders . . . . .!, of niet soms? – zet maar eens duizend orthodoxen op een rij – ze geloven allemaal iets anders].
We waren gewoon nog niet klaar voor dit verdriet, deze erkenning dat we op het punt staan te verliezen, wat we immers altijd al hebben gekend; dat we tot nog toe gelukkig zijn geweest met de mogelijkheid voort te leven op basis van tegenstrijdigheden en nu staan we op het punt de sleutel in de goede richting om te draaien – dat wil zeggen ‘principieel te veranderen‘.

Is het Geloof dat God’s Woord slechts de Waarheid is. . . . . van Alfa tot Omega, van A tot Z, van kaft tot kaft . . . . . is dat nog mogelijk voor de mens anno 2018?
Toch hebben we ook gezien hoe een aantal vertalingen, die gevonden zijn en terug gaan tot ca. 70 en ca. 300 na Chr. èn nog eerder, laten zien dat de tekst die wij hebben in de Statenvertaling en de vooroorlogse NBG [Naardense vertaling] toch ècht wèl de tekst van de eerste Christenen is?
God heeft Zijn Woord voor ons door de eeuwen heen bewaard, exact zoals Hij beloofd heeft in Zijn Woord.
We ontdekken dat God ons niet in verzoeking leidt, zoals wij dagelijks bidden, maar dat alleen Hij, als God in staat is ons daarvan via Zijn Genadegaven te bevrijden.
In dit artikel zullen we, in het kader van de hiervoor genoemde studies, stilstaan bij het thema “Slaaf of dienstknecht”.
We gaan zien wat God’s Woord over dit onderwerp zegt en we gaan zien
wat er gebeurt als we vervolgens het Hebreeuwse of Griekse woordenboek gaan raadplegen . . . . . en wàt dàt zegt over deze woordenschat?
Opnieuw zullen we zien dat we God’s Woord vinden in de oude Statenvertaling en in de vertalingen, die er werkelijk toe doen, die zich bewust zijn van de oorspronkelijke tekst.
Nieuwe vertalingen spreken over “slaven van Christus”:
    Weet gij niet, dat wien gij uzelven stelt tot dienstknechten ter gehoorzaamheid, gij dienstknechten zijt van degenen, dien gij gehoorzaamt, of der zonde tot den dood, of der gehoorzaamheid tot gerechtigheid? Maar aan God zij dank, dat gij wel dienstknechten van de zonde zijt geweest, maar dat gij nu van harte gehoorzaam geworden zijt aan het voorbeeld der leer, tot hetwelk gij overgegeven zijt; En vrijgemaakt zijnde van de zonde, zijt gemaakt dienstknechten van de GerechtigheidRom.6: 16-18.
Ja, ik weet dat het soms wel ouderwets Nederlands is, maar in de Statenvertaling lezen we over dienst-knechten van de zonde en over dienstknechten van de gerechtigheid, òf zoals even verder op over dienstknechten van God [Rom.6: 22].
En vergeet niet dat Lucas spreekt over: . . . . . “zie de dienstmaagd des Heren, mij geschiedde naar Uw WoordLuc.1: 38.
In veel nieuwe vertalingen worden in tegenstelling tot de dienstmaagd als de Moeder Gods vaak geschreven en weergegeven door het woord “slaaf”.
bijvoorbeeld in het volgende: “We zijn bevrijd uit de macht van de zonde. We zijn nu slaven van de God, Die ons wil reddenRom.6: 18.
En dat zien we op meer plaatsen gebeuren.
Zo lezen we in de juiste vertaling van het Woord van God het volgende:
“  Niet naar ogendienst, als mensen-behagers, maar
– als dienstknechten van Christus, doende
– de Wil van God van harte
Eph.6: 6.
Hiervan wordt tegenwoordig gemaakt:
niet met uiterlijk vertoon om bij de mensen in de gunst te komen, maar
als slaven van Christus die van harte alles doen wat God wil
”.
En elders leest je:
Wees niet schijnheilig, en gehoorzaam je meester niet alleen als hij je ziet.
Maar gedraag je als een slaaf van Christus.
En doe met heel je hart wat God van je vraagt
”.
Hier zien we dus hoe men ons “slaven van Christus” noemt.

Er is echter een huizenhoog verschil tussen slaven en dienstknechten [maagden] . . . . .
Maar deze verandering, dat gelovigen “slaven van Christus” zouden zijn,
is in feite een heel betreurenswaardige verandering.
Want het woord slaaf laat niet zien dat wij ‘uit vrije wil’ in Hem zijn gaan geloven. Een slaaf is gevangen genomen,
hij/zij wordt vaak onder hele wrede omstandigheden gedwongen,
om arbeid te verrichten.
En dat terwijl er zoals reeds vermeld is staat dat wij,
“dienstknechten van Christus” zijn, “van harte doen wat de Wil van God is;
[de King James 1611 zegt: “from the heart” =  vanuit het hart].
En onze Heer Jezus Christus  heeft uitgesproken:
Indien dan de Zoon u vrijgemaakt zal hebben, zo zult gij waarlijk vrij zijnJohn.8: 36.
Een slaaf doet zijn/haar werk niet uit vrije wil, niet vanuit het hart, maar
omdat hij/zij daartoe gedwongen wordt.
Dit verschil is zelfs zichtbaar in een woordenboek.
In Wolters’ handwoordenboek lezen we bij “dienstknecht”: “ondergeschikte, trouwe dienaar van God en betrachter [in acht doen nemen] van Zijn Geboden” [Groningen, 27e druk, 1985].
En bij het woord “dienaar” lezen we:
iem. die een ander dient tegen loon: de dienaren der kroon, ministers; iem. die een ander vrijwillig en nederig diensten en hulde bewijst” [Groningen, 27e druk, 1985].
Terwijl we bij “slaaf” vinden:
lijfeigene, die geen persoonlijke rechten heeft; iem. wiens vrijheden sterk beknot zijn, die aan een vreemde overheerser is onderworpen, die in harde dienstbaarheid verkeert” [Groningen, 27e druk, 1985].

dienstknechten onder het juk

leer de dienaren van de toekomst te ontsnappen aan de wereld; teach the servants of the future to escape the world.

Het probleem zit er natuurlijk in dat hetzelfde Griekse woord voor dienstknecht, “δούλος” [doulos], soms ook gebruikt zou kunnen worden voor “slaaf”.
In 1 Tim. 6 : 1 lezen we bijvoorbeeld: “De dienstknechten, zovelen als er onder het juk zijn, zullen hun heren alle eer waardig achten, opdat de Naam van God, en de leer niet gelasterd zal worden”.
Ik heb juist deze tekst uitgekozen, omdat hier heel duidelijk gesproken wordt over “onder het juk” zijn. Dat duidt niet op vrije wil.
Zo spreekt Paulus elders over de “dienstknechten van de zondeRom.6: 16.
En als dienstknechten van de zonde zijn de ongelovigen overgeleverd aan de “overste van de macht der lucht [innerlijke neigingen]”, waardoor zij “de wil van het vlees” doen.
  En u heeft Hij mede levend gemaakt, daar gij dood waart door de misdaden en de zonden, in welke gij eertijds gewandeld hebt naar de eeuw dezer wereld, naar de overste van de macht der lucht, van de geest, die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid, onder welke ook wij allen eertijds verkeerd hebben in de begeerlijkheden van ons vlees, doende de wil van het vlees en van de gedachten, en wij waren van nature kinderen van de toorn, gelijk ook de anderenEph. 2: 1-3. Mensen zijn van nature [opvoeding] dus overgeleverd aan de wil van het vlees, doordat zij leven onder heerschappij van “de god van deze eeuw”.
Hij, de tegenstrever, die ons allen misleidt, heeft ons namelijk verblind:
    ongelovigen, wier overleggingen de god van deze eeuw met blindheid heeft geslagen, zodat zij het schijnsel niet ontwaren van het Evangelie van de Heerlijkheid van Christus, Die het beeld van God is2Cor.4: 4.
Van nature is de duivel dan ook hun vader [Joh.8: 44].
En schrijft Paulus het volgende:
Daarom dat het bedenken van het vlees vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich aan de Wet van God niet; want het kan ook niet. En die in het vlees zijn, kunnen God niet behagenRom.8: 7,8.
Of de mensen dit nu willen of niet, door de zondeval is dit de enige realiteit en daardoor zijn de mensen “dienstknechten der zonde”. En dit zou je dan ook eventueel “slavernij” kunnen noemen.

Over Verlossing
Maar… Uit de slavernij is ook de term “vrijkopen” bekend.
Een slaaf kon “vrijgekocht” worden.
Ook de Blijde Boodschap kent dit principe en dàn hebben we het over “verlossing”.
Het betekent in feite “iets terug kopen” of “bevrijding uit de macht van een ander, door betaling van een losprijs”.
Voorbeelden hiervan vinden we al in het Eerste Verbond:
Daarom zult gij, in het ganse land uwer bezitting, lossing voor het land toelaten. Wanneer uw broeder verarmd zal zijn, en iets van zijn bezitting verkocht zal hebben, zo zal zijn losser, die zijn nabestaande is, komen, en zal het verkochte van zijn broeder lossenLev.25: 24,25.
En iets verderop:
Indien nog vele van die jaren zijn, naar die zal zal hij tot zijn lossing van het geld, waarvoor hij gekocht is, teruggeven. En indien er nog weinige van die jaren overgebleven zijn, tot aan het jubeljaar, zo zal hij met hem rekenen; naar zijn jaren zal hij zijn lossing teruggeven Lev.15: 51,52.
We zien dus dat lossing inhoudt, dat men iets terug koopt wat ooit al eigendom is geweest.
In het Oude Testament was dat principe al in de Wet verwerkt!
We zien ook dat er sprake kan zijn van een Losser!
Een losser die iets of iemand terugkoopt, of die nageslacht voor een broer verwekt [Deut.25: 5,6]. We zien dat onder andere bij de geschiedenis van Ruth.
Naomi, die met haar man en zoons naar Moab trekt, vanwege de hongersnood in Bethlehem. In Moab komen haar man en zoons om het leven, en Naomi keert met haar Moabitische schoondochters terug naar Bethlehem. Althans, de ene schoondochter keert alsnog om naar Moab, maar Ruth gaat met Naomi mee. In Bethlehem lost Boaz de bezittingen van de man van Naomi, en huwt Ruth, zodat door lossing er toch nageslacht is voor Elimelech, de man van Naomi
[zie boek Ruth].

Onze Heer en Verlosser Jezus Christus heeft ons vrijgekocht!
En omdat de mens van nature “een dienstknecht der zonde” is, en overgeleverd is aan de “overste van de macht van de lucht”, is de Heer Jezus gekomen en heeft Zijn bloed voor ons vergoten aan het kruis van Golgotha.
Bij Paulus lezen we: “Want er is één God, er is ook één Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus; Die Zichzelf gegeven heeft tot een losprijs voor allen, zijnde de getuigenis te zijner tijd1Tim.2:5,6.
Of in de tekst: “Gij zijt duur gekocht, wordt geen dienstknechten van mensen1Cor.7: 23.
Een vrijgekochte slaaf is vrij, en is geen slaaf meer, in Christus zijn wij vrij – en alleen aan Christus verantwoording verschuldigd!

Daarom lezen we het volgende: “Want die in de Heer geroepen is, een dienstknecht zijnde, die is een vrijgelatene van de Heer; evenzo ook, die vrij zijnde geroepen is, die is een dienstknecht van Christus” 1Cor.7: 22.

Ook hier spreken sommige vertalingen over “slaven in Christus”! Wat dus helemaal niet kan, want een vrijgelatene is geen slaaf!
Maar een vrijgelatene kan wel een dienstknecht [dienstmaagd] zijn!
Iemand, die vrij is, kan in dienst zijn van iemand anders.
Vaak is dat dan voor loon. In ieder geval hebben we bovenstaand gezien dat we dan als dienstknechten “de Wil van God van harte doenEph.6 : 6.

En daar zie je het verschil. ‘Uit vrije wil‘ willen we Hem dienen!
En voor de uitoefening van die plicht danken wij Hem:
Maar God zij dank, dat gij wel dienstknechten van de zonde waart, maar dat gij nu van harte gehoorzaam geworden zijt aan het voorbeeld der leer, waartoe gij overgegeven zijtRom.6: 17.

In Navolging van Christus, je Kruis opnemen

Een gelovige, die aan Christus’ oproep voldoet Hem te volgen neemt vrijwillig zijn kruis op en is vrij in het Hem te dienen.
Wij zijn weliswaar gekocht door onze Heer en Verlosser, maar wij zijn wel vrij.
De ongelovige is gebonden aan de zonde, en kan de Heer geen plezier doen.
En hier hebben we een verschil met de gelovige.
De gelovige is in zijn leven vrij om een keus te maken in het dienen van de Heer.
Hierbij wordt gesproken over de werken van het vlees en de vruchten van de Geest: “En ik zeg: ‘Wandelt door de Geest en volbrengt de begeerlijkheid van het vlees niet’Gal.5: 16.
En wordt gezegd: “Indien wij door de Geest leven, zo laat ons ook door de Geest wandelenGal.5: 25.
Hieruit blijkt dus dat wij een keuze hebben. Omdat wij opnieuw geboren zijn [door de Geest leven] hebben wij de mogelijkheid om ons dienstbaar te onderwerpen aan de Heer en naar Zijn Geest te wandelen. Dan zullen we ook vrucht dragen [Gal.5: 22].
Natuurlijk geeft onze Heer en Verlosser de gevolgen van ons handelen aan:
– We ontvangen loon en kroon als we Hem dienen [1Cor.3: 14],
– we zullen schade lijden als we naar ons vlees leven [1Cor.3: 15], maar
behouden zijn we, want we zijn en blijven kinderen van God.
We hebben dus heus wel iets te verliezen.
Maar wij zijn vrijgemaakt van de zonde, en hoeven de zonde niet meer te gehoorzamen.
Daarom roept Christus ons als volgt op:
Laat dan de zonde niet langer als koning heersen in uw sterfelijk lichaam, zodat gij aan zijn begeerten zoudt gehoorzamen, en stelt uw leden niet langer als wapenen der ongerechtigheid ten dienste van de zonde, maar stelt u ten dienste van God, als mensen, die dood zijn geweest, maar thans leven, en stelt uw leden als wapenen der gerechtigheid ten dienste van GodRom.6: 12,13.
Die gevolgen, die zijn duidelijk in Zijn Pedagogie, maar de keuze hoe we daarmee omgaan, hoe we leven, is wel aan onszelf !!!
En op die manier wordt duidelijk dat wij, hoewel, dat is wel te hopen,
van harte dienstbaar zijn aan de Heer’ [Eph.6 : 6] en
wel degelijk oprecht vrij zijn, zoals we al eerder zagen: “Indien dan de Zoon u zal vrijgemaakt hebben, zo zult gij waarlijk vrij zijnJohn.8 : 36.

Het Griekse woord “δούλος” [doulos]

δούλος, by M. katsaros

Ook al zou het Griekse woord voor “dienstknecht”, “doulos”, soms “slaaf” kunnen betekenen [als dat al zo is, want er wordt niet voor niets gesproken over “dienstknechten … onder het juk” 1Tim.6: 1; slaven zijn immers  altijd “onder het juk”; maar dat laten we nu buiten beschouwing], voor de gelovige in relatie tot onze Heer en Verlosser gaat dit zeker niet op!
Het woord “δούλος” kan dus meerdere betekenissen hebben.
Het Oude Testament, ging weliswaar niet uit van het Grieks, maar vanuit het Hebreeuws en geeft hier een mooi voorbeeld van:
Maar van de Israëlieten maakte Salomo niemand tot slaaf; zij waren echter krijgslieden, zijn knechten, hovelingen [Hebr. עָ֫בֶד (ebed)], zijn vorsten, zijn hoofdlieden en oversten van zijn wagens en van zijn ruiters1Kon.9: 22
We zien hier dat in het eerste deel van de zin “geen slaaf” staat.
In het deel van de zin, dat beschrijft wat er onder de kinderen van Israël wel wordt verstaan en wordt hetzelfde Hebreeuwse woord gebruikt. Aangezien zij dat niet werden, moet ditzelfde woord hier een andere betekenis hebben.
En daar hebben we dan het verschil tussen “slaaf” en “dienstknecht” geïllustreerd.
Overigens ook in onze taal weten we dat één woord soms meerdere betekenissen kan hebben. U zou kunnen denken aan de zin: “De vorst [= koning] loopt over de door vorst [= vriezen] bevroren vijver”. Dit soort woorden worden homoniemen genoemd en zijn ook in onze taal een bekend verschijnsel.
We hebben gezien hoe het kind van God waarlijk vrij is.
Dat betekent dat de nieuwe vertalingen dus niet correct vertalen, wanneer zij het er over hebben dat gelovigen “slaven van God” en/of “slaven van Christus” zouden zijn.

NB; wordt God’s Woord in de praktijk door de eeuwen heen bewaard?
Volgens de ‘New Age’- beweging zijn Christenen slaven van God!
En het wordt nog schrijnender wanneer we beseffen dat men in de New Age-beweging Christenen omschrijft als slaven van hun God!
In het werk van Helena Blavatsky, een bekend occultiste in New Age kringen, lezen we bijvoorbeeld:
“   Het is het geloof in God en Goden dat tweederde van de mensheid tot slaven maakt van een handjevol die hen verleiden onder de valse claim hen te redden” [‘Unity of the World’s Religions’, Blavatsky Theosophy Group UK, The Teachings of H.P. Blavatsky & The Masters , http://blavatskytheosophy.com/unity-of-the-worlds-religions/].
Zij heeft ook het volgende uitgesproken:
“   Ik wil nog geen slaaf van God Zelf zijn, laat staan van mensen” [‘Theosophy: A Historical Analysis and Refutation’, James Skeen, Quodlibet Journal, Volume 4 Number 2-3, Summer 2002, bron: http://www.quodlibet.net/articles/skeen-theosophy.shtml#_ednref21].
Dit zijn slechts enkele uitspraken van een occultiste en haar New Age organisatie, die geloven dat satan de werkelijke god is! Zo was er bij een politie-onderzoek in California naar Satanische groepscriminaliteit en het ritueel doden het één en ander in beslag genomen.
Daarbij waren ook notities, waarin het volgende te lezen was:
Alle gelovigen in god zullen slaven worden van hun nieuwe meester. Omdat zij slaven zijn, is Christus de Koning van de slaven. […] Christus’ toekomst is de verwachting van het koude staal dat hem zal onthoofden, voor de ogen van al zijn huiverende volgelingen, allen die in zijn naam goed hebben gedaan. Satan zit op de troon van God, hij heft zijn met bloed gekleurde zwaard op en roept zichzelf uit als nieuwe heerser van het universum” [‘Demon Possession: 1986’, Paul Ries, Passport Magazine, Oct./Nov. 1986, pp. 12/13. Geciteerd in: ‘New Age Bible Versions’, G.A. Riplinger, A.V. Publications Corporation, Ararat, USA, 1993, 1999, blz. 222].

Kortom: In de New Age-beweging ziet men Christenen als slaven van hun God.
En nu verschijnt er in de nieuwe vertalingen steeds vaker dat wij “slaven van Christus” zouden zijn! De nieuwe vertalingen worden klaarblijkelijk aangepast aan de leer van de New Age !!! 
En aangezien de meeste Bijbelgenootschappen [in het kader van de Oecumenische beweging] aansturen op de aanpassing van Gods Woord aan de één-wereldreligie, zoals we in andere studies gezien hebben, hoeft ons dit niet te verbazen.
Wij dienen bij het gebruik van diverse moderne bijbelvertalingen alert te zijn op tekstverandering, die de lading van de oorspronkelijke Pedagogie van onze Heer en Verlosser absoluut niet dekt.
Met name de Oecumenische beweging verleidt de mensenmassa tot globalisering [eenheidsworst].
Eenheid in Geloof is een ‘onmogelijkheid‘, denk alleen maar aan het feit dat al die verschillende hoogmoedige toezichthouders hun ‘óh zo begeerde en verworven’ positie dienen op te geven.
Eenheid betekent het accepteren van de verscheidenheid van ieder mens en denk nu heus niet dat al die Orthodoxen, die zich baseren op het vroeg-christelijk Geloof – allemaal hetzelfde geloven.
Geloven in Vrijheid als dienstknecht van de heer betekent dat we allen zoals we geschapen zijn naar het Beeld van God, het ideaal beeld van Zijn Zoon nastreven en daar te Zijner tijd verantwoording over dienen af te leggen.
Wij zijn geen slaven, maar vrijgekochten van onze Heer en Verlosser en wij mogen Hem van harte dienen, wat ons ook nog eens ‘loon en kroon’ naar werken in het eeuwige leven zal geven.
Het gaat in de ‘apostolische’ verkondiging om:
het oorspronkelijk Geloof, het opwekken tot dit Geloof; het kennis dragen van de Waarheid;
het zoeken er naar en die verkondigen en mensen tot een godvruchtig leven te leiden.
Mogen wij hopen dit oprecht aan te wakkeren en daar in toe te nemen; de Hoop op het eeuwige leven.
Eerst dàn zal er sprake zijn van alom heersende éénheid in Geloof en zullen wij zicht hebben op de tijden van God.
Gezegend is Hij die komt in de naam van de Heer! Hallelujah! Psalm 117: 26.
Psalm mp4 in het Arabisch, zoals het bij de Antiochenen klinkt: 

    We waren gewoon nog niet klaar voor dit verdriet, deze erkenning dat we op het punt staan te verliezen, wat we immers altijd al hebben gekend; dat we tot nog toe gelukkig zijn geweest met de mogelijkheid voort te leven op basis van tegenstrijdigheden en nu staan we op het punt de sleutel in de goede richting om te draaien – principieel te veranderen.
Wij zijn – alleen nog maar dienstbaar – aan onze Heer, Jezus Christus.
Laat ieder van u er vanaf dit ogenblik er zijn eigen mening op na houden;
voor mijzelf lijkt het geschikt het kostbaarste te dienen als Heer en Meester van mijn leven.
Het lijkt mij daarbij voldoende een zuivere ziel te handhaven; het is voor mij passender dan 
de kostbaarste edelstenen, die momenteel voor miljoenen bij Christies worden geveild.
Met andere woorden men dient het offer aan de Heer op te dragen vol innerlijke zuiverheid en edelmoedigheid, in moreel opzicht vanuit een hoogstaand karakter.
De Kerk, het Lichaam van de Heer, dient, naast eredienst, een plaats van verstilling te zijn met ruimte voor onderlinge aandacht en plaats van gesprek, geen persoonlijke ambitie maar een aansporing voor de gehele wereld om haar heen.

De hand des Heren was op hem – το χέρι του Κυρίου ήταν εκεί πάνω του – كانت يد الرب عليه – The hand of the Lord was upon him.

    En God, de Barmhartige Heilige Drieëenheid doet ons – als een liefdevolle Vader, nieuwe verzoekingen toekomen en wacht af tot we – ook in Zijn Huis, de Kerk – uiteindelijk van “Zijn nederige Barmhartigheid” hebben geleerd:
✥   Hij geeft wereldleiders nog grotere problemen, die onoplosbaar lijken, wanneer er op de aloude manier vanuit werken dienen te worden uitgevoerd waartoe men eigenlijk totaal niet in staat is. Werp je een dam op in de vorm van een muur, dan komt de massa in beweging en komt deze ontwikkelingshulp ‘halen’ en daar kan geen leger met geweld tegenop.
✥   Hij geeft in Zijn Huis [hoofd-]toezichthouders lessen, waarbij nog meer mensen zich afscheiden, teneinde hen allen aan te geven dat slechts één benadering “in Liefde” – het Mysterie – kan doen ontstaan.
Je kunt elkaar niet ‘vanuit de hoogte‘ ontwikkelingen opleggen, je veroorzaakt alleen nog maar meer chaos.
Vanuit de hoogte bereik je met al je stoere gedrag namelijk niets, je zult alleen nog maar meer ellende op je hals halen:
”     Nadat ‘Hij’ nu van de berg was ‘af’-gedaald, volgden Hem vele scharen. 
En zie, een melaatse [Lazaros en de rijke] kwam tot Hem en viel voor Hem neer, zeggend: ‘Heer, indien Gij wilt, kunt Gij mij [ons] reinigen‘. 
En Hij strekte [als God] de hand uit en raakte hem aan en zei:
‘Ik wil het, word rein’.
En terstond werd hij rein van zijn melaatsheid. 
En Jezus zei tot hem:
‘Zie toe, dat gij het aan niemand zegt, maar ga heen toon u aan de priester
en offer de gave, die Mozes heeft voorgeschreven, hun tot een getuigenis’Matth.8: 1-4.

Apolytikion     tn.6.
“ De scharen der Engelen stonden aan Uw graf en de wachters lagen als dood.
Bij het graf stond Maria Magdalena zoekend het alleruiterst Lichaam van haar Heer.
Gij hebt de hel overwonnen, zonder erdoor te worden aangetast.
Gij hebt de Maagd ontmoet, Levenschenkende, Die uit de dood zijt opgestaan.
Heer, ere zij U
”.

Kondakion     tn.6.
“ Met Uw levenschenkende Hand,
wekt Gij alle doden op uit het duistere dal,
O Levenschenkede, Christus onze God,
Die aan het mensengeslacht de Opstanding gegeven hebt.
Gij zijt waarlijk onze Heiland, onze Verrijzenis,
ons Leven en de God van het heelal
”.

Theotokion      tn.6.
  Gij hebt Uw Moeder de gezegende genoemd
en zijt vrijwillig tot het lijden gekomen.
Gij zijt opgestraald aan het Kruis, 
om Adam te zoeken,
terwijl Gij tot de Engelen sprak:
Verheugt u met Mij,
want Ik heb de drachme teruggevonden die verloren was.
Gij, Die alles in Wijsheid hebt ingericht,
Heer, eer aan U
”.

November 1e – De heiligen Cosmas en Damianos de onbaatzuchtige artsen met hun moeder H. Theodota.

Anargyri Cosmas en Damianos

Dit zijn wel de bekendste, maar zij worden naast anderen gerekend tot de onbaatzuchtige geneesheren/artsen.
Deze artsen waren veelal vrome christenen, die niet alleen lichamen genazen, maar ook de zielen en daarmee brachten zij velen tot Christus en in plaats van het gebruik van zijn medicijnen maakten zij bij hun genezing door gebed gebruik van de Krachten uit den Hoge.
Zij benaderden hun patiënten regelmatig met de woorden: ‘Indien je jouw ziekte  wilt overwinnen, zorg dan dat je niet zondigt, want maar al te vaak is ziekte het gevolg van een zondig bestaan, dat je zelf hebt opgebouwd‘.
Wij kennen dat gegeven in onze tijd maar al te goed, te veel eten, te veel [alcohol of zoet- en kleurstoffen] drinken, kortom alles waar ‘te veel’ gehanteerd wordt is schadelijk voor de gezondheid.

H. Theodota & de Anargyri

De heiligen Cosmas en Damian waren broeders uit Mesopotamië (Azië). Hun vader was een heiden, terwijl hun moeder, Theodota, een christen was.
Zij werd al vroeg weduwnaar en leidde een vroom leven en leerde haar kinderen hetzelfde te doen. Ze instrueerde hen strikt in deugd en kende hen de Heilige Schrift en de kerkelijke leer.
Van kinds af aan toonden Cosmas en Damian gehoorzaamheid, zachtmoedigheid en een goed karakter. Het is opvallend dat het vaak heilige vrouwen zijn, die bekende heiligen aanzetten tot hoogstaande prestaties.
Om anderen tot nut / van dienst te zijn, bestudeerden zij medicijnen en de helende eigenschappen van kruiden en werden expert-artsen. Niet hoogdravend, – zij deden immers eenvoudig hun werk – en daarop zegende de Heer deze vriendelijke artsen en verleende hun de macht om ziekten op wonderbaarlijke wijze te helen en de boze geesten te verdrijven.
Ze gaven niet alleen hulp aan mensen, maar ook aan dieren.
Deze heilige broeders, die zichzelf en hun kennis ten dienste van anderen ter beschikking stelden, zochten bewust geen wereldse roem, noch rijkdom, en namen nooit geld aan voor hun werkzaamheden. Hiervoor gaf de Kerk deze altruïstische broeder/artsen de naam van onbaatzuchtigen.
Onbaatzuchtig wil zeggen niet gericht op eigen belang, niet met de bedoeling er zelf beter van te worden, het behoort tot een van de ascetische eigenschappen van een mens.

H. Theodota -2e Januari

De Heilige moeder Theodota wordt al heel vroeg in het jaar herdacht op 2 Januari.
Na een vreedzaam leven te hebben geleid, stierven deze broeders ook vreedzaam en na hun dood werden zij door de Heer verheerlijkt door vele wonderen.
Zo ging bijvoorbeeld tijdens de oogst een van de bewoners van die streken naar zijn velden. Omdat deze zich zwak voelde door de hitte van de zon en verlangde rust te nemen, ging hij liggen onder een eik en viel in slaap.
Terwijl hij sliep, glipte er bij hem een slang zijn open mond binnen. Bij het ontwaken voelde de boer niet meteen pijn en zette zijn werk voort. Toen hij echter ‘s avonds thuiskwam en op het bed ging liggen na het avondeten, voelde hij een vreselijke pijn omdat de slang zijn darmen begon te verscheuren. De boer, die niet in staat was om zo’n vreselijk lijden te ondergaan, begon te gillen en zijn gezin wakker te maken.
Zijn familieleden kwamen binnenrennen, maar konden hem op geen enkele manier helpen, omdat ze niet eens wisten wat er met hem aan de hand was.
Toen bad de zieke met z’n huisgenoten om hulp tot de heiligen Cosmas en Damian.
De heiligen reageerden onmiddellijk:
de boer viel snel in slaap en terwijl hij sliep, kroop de slang uit zijn mond.
Iedereen die het wonder zag, werd onder de indruk en verheerlijkte de heiligen.
Nadat de slang tevoorschijn kwam, ontwaakte de boer onmiddellijk en dankzij de hulp, die deze onbaatzuchtige heiligen van God afsmeekten kwam alles toch weer volkomen goed.

Een andere man met de naam Malchus woonde in de buurt van een kerk ter ere van de heiligen Cosmas en Damianos.
Hij bereidde zich voor op een lange reis, nam zijn vrouw mee naar de kerk en vertrouwde haar toe aan de heilige onbemiddelden, met de belofte later een vertrouwde persoon voor haar te sturen.
Een paar dagen later nam de duivel de gedaante aan van een van hun kennissen en kwam bij de vrouw, die aanbood haar naar haar man te brengen.
Bovendien zwoer de duivel met de naam van Saints Cosmas en Damian om haar onderweg niet te schaden.
Bij het horen van een dergelijke eed geloofde de vrouw de bedrieglijke duivel en ging met hem mee. Toen nam de duivel haar mee naar een kale en verlaten plek en probeerde haar te verkrachten en vermoorden.
De vrouw, die zichzelf in zo’n wanhopige situatie zag, riep de heilige onbaatzuchtigen aan en smeekte hen om hulp. En de heiligen verschenen onmiddellijk.
Zodra hij ze zag, verliet de duivel de vrouw en koos het hazenpad;
hij bereikte een hoog voorgebergte, van waaruit hij sprong en verdween in een afgrond, terwijl de heiligen de vrouw terugleidden naar haar huis.
Aldus staan deze heiligen door hun gebed tot God allen bij die hen in Geloof aanroepen.

Nu zal het voor nuchtere westerlingen, die wij zijn moeilijk geven om dit soort Mysteriën  te accepteren. Het is een bovennatuurlijk gegeven en een Mysterie lijkt voor velen maar vreemd.
“Hoe kan Christus ons door gebed naar lichaam en ziel genezen, ons geestelijk voeden?”. Dat deden diverse omstanders die deze bovennatuurlijke gebeurtenissen zagen – zij werden bang en verzochten hem de stad te verlaten.
En velen van hen verlieten Hem op dat moment en volgden Hem niet en hadden het idee met een charlatan van doen te hebben.
Onze Heer en Verlosser toonde daarmee aan dat Hij niemand dwingt om tot Hem te komen, dat Hij exclusief op vrijwillige basis – op basis zijn roep of door mensen – dient te worden gevolgd.
En wat zei hij over de ontmoeting met Hem, die Hem nabij kwamen in Zijn heilige communie?
Tenzij gij het Vlees van de Zoon des mensen eet en Zijn Bloed drinkt, hebt u geen leven in u.
Een ieder die Mijn lichaam eet en Mijn Bloed drinkt, heeft het eeuwige leven;
en Ik zal hem [persoonlijk] opwekken op de laatste dag
” John.6: 53-54.
Waar maakt een mens zich dàn nog zorgen over;
Christus zegt tevens: “Je Geloof heeft je gered” – doe dat dan!

En laten we daarnaast onze ongerechtigheden onder ogen zien
in overeenstemming met de woorden van diezelfde Heilige Schrift.
Vergeef ons, Heer, ten eerste, 
– dat we onszelf niet dag en nacht in de wet van God onderwijzen, 
– dat we de vermaningen van de Heer niet graag horen of lezen,
– dat vrome gesprekken ons vaak maar saai lijken,
– dat het vaak moeilijk is voor ons om in de kerk te staan, waar
een veelvoud van Gods geboden wordt verkondigd en uitgelegd”.
Heb berouw voor God en moedig je slaperige ziel aan wakker te worden en
wees blij en aandachtig naar elk woord van God te luisteren; sterker nog,
dit in uw hart te bewaren,  net als de Moeder van God of de andere gezegende Maria, die aan de voeten van Jezus zat, om  Zijn Woord te horen.
En wees niet eenvoudigweg koele en confabulerende [iets wat vergeet-achtige]  luisteraars, maar zij die houden van de woorden van de Heer:
      Kinderkens, laten wij liefhebben niet met het woord of met de tong, maar met de daad en in 
waarheid leven1John.3: 18.

Kondakion     tn.2.
”    U hebt de [Genade-] gave van genezingen ontvangen
om gezondheid te schenken aan de zieken,
wonderdadige artsen Cosms en Damianos.
Door uw tussenkomst verslaat u de hoogmoedige vijand
en geneest de wereld door uw wonderen“.

Oktober 30e – Heilige David, de ouderling [ο Γερων]

Osios David, de ouderling;
Saint David, the elder

De heilige David werd is in de eerste helft van de 16e eeuw
in het plaatsje Gardenitsa in Viotia geboren, de naam David betekent in het Hebreeuws ‘Geliefde’.
Toen “kleine David” 3 jaar oud was, werd hij op zeker moment vermist en zijn ouders waren uiteraard in paniek. Toen hij 6 dagen later nog vermist was, dachten ze dat hij verongelukt was en nooit meer zou terugkeren,
maar hij werd teruggevonden in een klein kerkje nabij zijn eigen huis.
Toen ze hem gevonden hadden vertelde hij dat hij met Johannes de Doper was meegegaan, omdat hij het hem had gevraagd.

Osiou David, van het heilige klooster te Evia;
Saint David from the Holy Monastery at Eva
I.M.Evia

Dit was een voorteken dat David niet zomaar een kind was en dat bleek ook zo te zijn, want toen hij 15 geworden was ging hij naar een klooster in het departement Magnisia, en gaf daar officieel te kennen dat hij monnik wilde worden.
Omdat hij altijd als volgeling van Christus heel serieus met het Geloof bezig was, dwong hij het respect af van  alle mensen in zijn omgeving en daarom
kreeg hij de naam David de ouderling [ο Γερων] wat letterlijke David de Oudere betekent, refererend aan zijn serieuze gedrag.

Monastery ο ύπνος της Θεοτόκου located in northern Evia [Gr.]
De eerste tijd was hij monnik maar later was hij van 1520-1532 Hegoumen van het klooster Παναγίας Βαρνάκοβας in Nafpaktos, toegewijd aan de Ontslaping van de Moeder God’s.
Vergeet niet dat de H. David in het I.M. Varnakovas leiding gaf tijdens de Ottomaanse overheersing en er van buitenaf behoorlijke tegenwerking werd uitgeoefend.
Nafpaktos” betekent letterlijk: bouw van schepen.
        Dit komt weer omdat reeds in de oudheid hier schepen werden gebouwd.
Tijdens de Romeinse bezetting was Nafpaktos erg welvarend, dat kwam mede door de ligging, recht tegenover Peloponnesos.

Theotokos Varnakova -[ ‘Vernikova’= ‘in de lak’]
        Zijn vaardigheid als Hegoumen blijkt wel uit de duidelijke begrenzing, die
hij aangeeft in de ontwikkeling van een hoogstaande bibliotheek.
        Tevens werd hij daarbij ondersteund vanwege het verblijf van Nicodemos van Kavasila, een monnik/leraar [1595-1652].
Er wordt een enorme ontwikkeling geboekt, waarna het klooster in 1578 ongeveer uit 200 monniken bestaat.
In latere perioden [tegen 1900] was in dit klooster tevens een alom bekende kloosterschool gevestigd.

onderweg, zoals wij allen

God wordt gekend en de eer toegebracht in zijn Heiligen, en dat blijkt ook wanneer wij in ons leven gewag maken van die ene dag, de Zondag, welke een ‘Opstanding’s-dag’ is – een dag, die we zonder ellende van de wereld trachten door te brengen.
We leven net als David de geliefde, de ouderling, als ballingen in de woestijn aan de oever van een doorwaadbare plaats [Amer’s voorde/ U- ‘trecht, ‘tricht] en wij behoren tot een groep zoekende christenen. We staan niet alleen en werpen ‘door ons boven het volk te verheffen’, geen dam op, waardoor het water aan de lippen stijgt, teneinde handel te drijven en aldus het Hemels Koninkrijk af te dwingen in een ‘zogenaamde‘ hoofdstad.
We staan daarmee niet alleen, veel mensen, – [ook ‘christenen’ blijven] – zoeken zin en spiritualiteit en het overgrote gedeelte blijkt uit onderzoek [CBS] zich niet langer te binden aan zoiets als kerk en geloof.
En tòch blijft er hoop, want er speelt zich een intense spirituele zoektocht af en soms een krachtige ‘geloofsstrijd met God‘ – hetgeen vooral ook een gevecht met onszelf inhoudt, het roepen houdt niet op, voor niemand.

Ook de profeten van het ‘eerste Verbond’ maakten dit mee:

Prophet Ezekiel; النبي حزقيال; Προφήτη Ιεζεκιήλ.

”     In het dertigste jaar, in de vierde maand, op de vijfde der maand, toen ik [Ezechiël (Hebr.= ‘God maakt sterk‘)] te midden der ballingen aan de rivier de Kebar [Hebr.= ‘ver-weg‘] was, werd de hemel geopend en zag ik gezichten van Godswege.  Op de vijfde der maand [het was het vijfde jaar der ballingschap van koning Jojakin (Hebr.= ‘De Heer vestigt‘)] kwam het woord des Heren tot de priester Ezechiël, de zoon van Buzi [Hebr.= ‘mijn verachting‘], in het land der Chaldeeen [Hebr.= ‘als kluitenbrekers‘], aan de rivier de Kebar [Hebr.= ‘ver-weg‘]; de hand des Heren was daar op hemEzech.1: 1-3.
De ‘Hemel’ opende zich – een klein ‘ascetisch levend’ mens mag naar binnen kijken bij de Al-Machtige . . . . .Wat een eer!‘.
En let wèl, . . . . . dit is dan ook nog een mensje dat door God ‘Zelf’ weggeslingerd is uit zijn eigen land, . . . . . van God en al de mensen verlaten.
Totaal alleen gelaten dient hij nu te wonen aan zo’n griezelig breed stroompje, een zijrivier van de Eufraat [Hebr.= ‘de goede en overvloedige rivier‘] – in een vlak en verlaten land, zoals de ‘Lage landen‘ met riet en boten.
En . . . . . in zijn dertigste jaar na z’n wijding,
– net als ieder dopeling heeft hij reeds de kruinschering ondergaan, teken van het priestergeslacht, waarbij blijkt dat iedere gedoopte navolger van Christus tot het priestergeslacht behoort –
krijgt hij, onze Ezechiël [Hebr.= ‘God maakt sterk‘] een visioen.

De poort des Hemels, omringd door Engelen, het Phiale van het I.M.Groot Lavra, Athos [Gr.]
Hij komt uit een priestergeslacht, dan word je pas op je dertigste jaar tot de priester-dienst gewijd, eerst dien je ‘gepokt en gemazzeld‘ te worden in de ascese, het leven aan den lijve te hebben ondervonden. Eerst dàn bestaat de mogelijkheid, dat je wèrkelijk tot priester gewijd wordt – dat is nog steeds de gewoonte op de Berg Athos [Gr.] en daar wordt onmogelijk van afgeweken.
Je wordt niet op slag [‘onmiddellijk’] met uitverkiezing priester, daar gaat een lange voorbereidingsperiode aan vooraf – al is het alleen maar om grote ongelukken en verwondingen te voorkomen.
Voor velen wordt het dan ook tot een kwelling, want je dient vooraf een ellenlange voorbereiding te ondergaan – dertig jaar diende Ezechiël te wachten, alvorens God hem ‘sterk’ maakte.
Het was voor hem een dubbele kwelling om ver van de tempel [het gebedshuis, de tempel] te moeten wonen. Wat moest hij nog met z’n leven, hij had enkel het gebed van het hart, z’n binnenkamer, z’n stille hoekje?
En dan, . . . . . na dertig jaar kommernis,
. . . . . gaat de Hemel open!
met dank aan ‘Stilgezet’  – ND, 29-10-2018.

 

Oktober 30e – Heilige Cleophas, Apostel van de 70

De Heilige Apostel Cleophas [Hebr.=‘van een beroemde vader’] was een  jongere broer van Joseph [Hebr.=‘De Heer heeft toegevoegd’], de Verloofde van de Moeder Gods, Maria [Hebr=‘hun opstand’].
In zijn weergave van de Blijde Boodschap schrijft de heilige Lucas dat Cleophas een van de twee discipelen was met wie de Heer op weg was naar Emmaüs [[Hebr.=‘warme baden’ – Thermen genoemd in onze tijd] en dat vond plaats ná Zijn Opstanding.
Lucas [Hebr.=‘lichtgevend’] was de andere apostel van de 70, hoewel hij zijn eigen naam niet noemt. Cleophas werd vervolgens door de Joden gedood vanwege het prediken van Christus, de moord die plaatsvond in het huis waar de verrezen Heer door hem bekend was geworden bij het breken van het brood.

Onze samenleving wordt steeds individualistischer.
Steeds meer mensen komen elkaar tegen op straat en kijken liever naar het mobieltje in de hand dan naar elkaar.
De berichtjes die we elkaar versturen zijn vluchtig en de enige emotie die we eraan toe kunnen voegen is een smiley. In feite ontkennen we de ander op die manier en zijn niet in het huis waar – ‘de Opgestane Heer Zich bekend maakte’ – door het breken van het Brood.
Bij onze Heer werkt dat allemaal anders, Hij kijkt over onze schouder mee, ziet ons komen en gaan, ons doen en laten, kortom is betrokken, opdat het ons welgaat.
Waarom ziet onze samenleving er zo uit? Vinden we het fijner zo?
Redden we onszelf wel? Wat vind je dan van het gezegde: “ . . . alleen ga je sneller, maar samen kom je verder”?
Oog hebben voor een ander betekent dat je het ziet wanneer iemand moeilijk ter been is en voor hem of haar jouw plaats afstaat in de bus.
Vaak is het alleen niet zo letterlijk. Iemand kan ontzettend de behoefte hebben om zijn hart te luchten, maar merk je dat ook? En ga je ervoor zitten en blijf je rustig luisteren?
Hoe belangrijk is het om aandacht te krijgen? En hoe belangrijk is het dan om aandacht te geven?
Bijna dagelijks worden we geconfronteerd met klein en groot leed in de wereld.
Vaak doen we wat niet christenen doen onderweg – we zien het wel, maar handelen niet. Soms sluiten we zelfs de ogen.
Voor christenen is dat natuurlijk geen optie.
Geheel naar het voorbeeld van Christus zoeken wij de zwakken en kwetsbaren in de samenleving op en doen wat ze kunnen om hen sterker en weerbaarder te maken. Zo lukte het ze om bergen te verzetten.

Of dat nou het eventjes opvangen betreft of in de huishouding bij het schoonmaken of afwassen in de kerk.
De slechts korte en vrij gekozen minuten worden gevuld met een handje toesteken.
Het gaat niet altijd even gemakkelijk – je dient jezelf – voor kortere of langere tijd opzij te zetten. Het navolger van Christus zijn is niet altijd gebed, lof aan God, maar ook aandacht voor de mensen om je heen.
Daarom worden eenzamen, zieken en gevangenen en minder bedeelden bezocht en wordt zonder ophouden getracht dienstbaar te zijn aan de medemens.
Alleen op die manier bouwen we aan een nieuwe Hemelen en een nieuwe aarde en zo bezorgen we iedereen een warme douche, ‘een warm bad‘ – Emmaüs dus,
zo wordt de zorg voor elkaar in deze wereld, vrij en toegankelijk.

Orthodoxie & als een vis in het water van het Koninkrijk der Hemelen

Laten we naar de ander kant van het meer gaan

Nogmaals, het Koninkrijk der Hemelen is
als een net dat in de zee werd gegooid en vis van elke soort verzamelde.
Toen het vol was, trokken mannen het aan de wal, gingen zitten en sorteerden het goede in grote bakken, maar gooiden het slechte weg
”.
Matth.13: 47-48.

Zie toch wat u hier eventjes duidelijk wordt gemaakt:
De hier beschreven scheiding is niet tussen de vissen die ‘niet‘ gevangen werden in het net van het Koninkrijk der Hemelen en degenen die dat ‘wel‘ deden. Dat is niet het punt van deze gelijkenis.
De scheiding is hier tussen twee soorten mensen die ‘in’ het net van het Koninkrijk worden opgenomen. Daartoe verleidt wordt ‘één soort‘ bewaard terwijl ‘de ander‘ werden afgedankt.
Deze werden weer in zee geworpen als voedsel voor de monsters, die daar spelen.

koepel van de H. Marcus Basiliek Venetië, It

Dus ‘het Mysterie van het Koninkrijk‘ is niet alleen dat het Koninkrijk aanvankelijk beperkt is in zijn omvang en zijn effect in de wereld [het is een mosterdzaadje], maar ook het Mysterie van het Koninkrijk is dat de mensen die onder ‘de Macht van God’ komen Zijn Koninkrijk zijn, zoals we zeggen, een gemengde zaak. Sommigen zijn ware discipelen en volgen nauwgezet het Woord, de Pedagogie van Christus. Anderen zijn daarop hypocrieten, zij ergeren zich aan het Woord en doen vroom alsof en spelen tegen ‘eigen wil en dank‘ slechts het grote spel mee.
De Orthodoxie heeft geleden – met name in de westerse georiënteerde wereld- onder culturele onzichtbaarheid.
Het wordt eenvoudigweg niet geregistreerd op de meeste van onze culturele radarschermen. Sommigen verwarren het met het [Rooms-] Katholicisme.
Maar de Orthodoxie onderscheidt zich van het Katholicisme en  geniet een unieke Geschiedenis en Theologie.  De Russisch-Orthodoxe theoloog Vladimir Lossky [overleden in 1958] verwees ooit naar de ‘dogmatische ongelijkheid’ tussen het christelijke Oosten en het christelijk Westen.

Wij van ‘de Traditie’, die zich in tegenstelling tot de in westen ontwikkelde mensen, ‘niet’ gewend [verwend] zijn geraakt slechts gebruik te maken van de methode die ons door onze toezicht-houders worden voorgehouden. Deze methoden hebben zij ‘zelf’ aan de hand van westerse maatstaven vastgesteld.
De methoden kunnen weliswaar per regio, per hoofdtoezichthouder verschillen, maar het doel dient overeenkomstig hetzelfde te blijven:
– inzicht in de relatie met God verkrijgen en
– die naar ‘eigen’ bevinden begrenzen/inkapselen/limiteren.
De mens is en blijft ‘zelf’ verantwoordelijk en aanspreekbaar voor zijn/haar doen en laten. Het Nieuwe Verbond, het bekleed zijn met Christus, is een beperking die de Vrijheid, die Christus, voor de kinderen God’s heeft bedongen.
Methoden en opgelegde verplichtingen verminderen de reikwijdte van de Blijde Boodschap, de Pedagogie, Die onze Verlosser ons heeft voorgehouden.
De deelname hieraan is beperkt tot gelovigen, die de ‘één of andere  doop hebben ondergaan en leggen de mens derhalve nogal wat beperkingen op.
In feite is het een belediging van de roep van Christus:
    Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielenMatth.11: 28,29.
Wanneer teleurstellingen om je heen en in het leven zich opstapelen, lijkt het soms alsof niemand zich nog aan z’n eigen beloften, z’n Verbintenis met God,  houdt. Maar dat is niet waar.
Anderen breken hun beloften misschien, maar onze Heer en Verlosser, de Zoon van God doet dat nooit. Wij dienen ons derhalve te heroriënteren en te richten op hoe Hij als Zoon van God en onze Verlosser ons heeft beloofd dat Hij:

Christus, de Goede Herder, detail mozaïek in San Lorenzo fuori le mura, Rome

– ‘mèt je zal zijn’,
– ‘je zal leiden’,
– ‘je zal helpen’ en
– ‘je zal dragen’.
God regeert over mensen zoals Hij het wil en dat is beslist niet zoals de wereld het zou willen òf de toezichthouders binnen Zijn organisatie.
    Men zal u verstoten uit de gemeenschap van de mensen en uw verblijf zal wezen bij het gedierte van het veld; men zal u gras te eten geven als de runderen en u door de dauw van de Hemelen laten bevochtigen; en zeven tijden zullen over u voorbijgaan, totdat u erkent, dat de Allerhoogste macht heeft over het Koningschap van de mensen  en dat geeft aan wie Hij wilDaniël.4: 25.

In het verre verleden – in het Vroeg-Christelijke – werd ‘kwaliteit’ gezien als synoniem voor het halen van een certificering. Deze certificering werd meestal vereist door de volgelingen van Christus, die zich pertinent afzijdig van van de wereld opstelden.
De letterlijke betekenis van Antiochië is ‘pertinent tegen [=anti-] de wereld’, dus vóór Christus en als zodanig werden degenen, die Christus volgden in Antiochië ‘voor het eerst‘ Christenen genoemd.
De deelnemers aan het Lichaam van Christus, een Christelijke organisatie hebben zich verenigd om aan te tonen dat de geleverde producten of diensten voldoen aan datgene wat vooraf door Christus is vastgesteld – is gespecificeerd.
Processen, procedures en werkinstructies worden gezien als waarborg voor het verkrijgen van producten of diensten die aan de door Hem, als Zoon van God, gestelde eisen voldoen.
Hoewel dit klip en klaar in de Blijde Boodschap is vastgelegd worden de beschrijvingen en instructies bijgehouden, een organisatie, ook die van het Lichaam van Christus, is immers continu aan verandering onderhevig.
Kwaliteit is het voldoen aan en het liefst overtreffen van de verwachtingen die van Christus afkomstig zijn en niet van mensen, dat is voorzeker een belangrijk aspect aan kwaliteit.
Kwaliteit wordt echter niet langer onderkent als iets wat alleen belangrijk is/was voor intern gebruik in de organisatie, maar de blik ten aanzien van kwaliteit wordt tegenwoordig door de individuele mens naar binnen gericht.
Het gaat immers om de waarachtige volgeling van Christus te zijn en indien we dit goed doen gaat het resultaat, het optimaal streven naar het Koninkrijk der Hemelen ook omhoog.
Is er geen sprake van kwaliteit – dan zal er slechts een wortelstomp van de boom overblijven – tot: wordt erkent dat het Hemelse uitgangspunt de Heerschappij bezit en vanaf dat moment zal God’s Koningschap weer bestendig zijn [conf. Daniël 4: 26]. 

Gebed voor het slapengaan
    Wanneer ik roep, verhoor mij, God van mijn gerechtigheid: schenk mij ruimte in de benauwing.
Ontferm U over mij, luister naar mijn gebed.
Kinderen van de mensen, hoelang nog zijt jullie zwaarmoedig ?
Waarom beminnen jullie ijdelheid en zoeken jullie leugen ?
Weet dan, dat de Heer Zijn gewijde wonderbaar heeft verheven: de Heer heeft mij [David] verhoord toen ik tot Hem riep.
Wordt toornig, maar zondig niet, wat ge zegt in uw hart, betreur dat op uw rustbed.
Draag een rechtvaardig offer op en vertrouw op de Heer, velen zeggen:
‘Wie zal ons het goede doen zien ?’.
Heer, het licht van Uw aanschijn is een teken over ons.
Gij schenkt vreugde in mijn hart. om de overvloedige vrucht van tarwe, wijn en olie.
Heer, in vrede leg ik mij te ruste om te gaan slapen.
Want al ben ik eenzaam, Gij doet mij wonen in vertrouwenPsalm 4, vert. ROK ’s-Gravenhage

 “Een persoon is waar zijn gedachten zijn”, we zijn allemaal wel eens even in gedachten verzonken, maar gedachten zijn geen absolute waarheden, zeker niet waar we aan denken als we gaan slapen – en daarom dienen op zo’n moment van de dag de gedachten bewust op God gericht te worden.
Wanneer u door een Kerkgemeenschap onderwezen wordt, maar met uw gedachten ergens anders vertoeft, dan bent in werkelijkheid ergens anders; u neemt niet langer deel aan het Koninkrijk. Het zijn geen vreemde gedachten, maar het zijn uw eigen gedachten in uw hoofd.
In Psalm 4 houdt de oud-testamentische Koning David [Hebr.=‘geliefde’] zich bezig met deze problematiek.
David wordt nagezeten door zijn zoon Absalom [Hebr.= ‘mijn vader is vrede’].
De opstand van Absalom krijgt steun van de bevolking; het lijkt alsof de bevolking onder-gedompeld is in een fantasie dat als David [de geliefde van God] uit het beeld verdwijnt,
de Joodse bevolking om hem heen, die van het eerste Verbond met God,
zijn zich gaan vereenzelvigen met de heidense wereld om hen heen en
een luxueus, beter leventje  gaan leiden.

David richt zich tot de leiders, de toezichthouders:
Gij mannen, hoe lang is mijn eer tot versmading, hoe lang hebt gij ijdelheid lief, jaagt gij de leugen na?”. David richt zich niet tot de gewone man, maar tot de leiders, toezichthouders.
Zij dienen toch beter te weten. Met hun lege fantasieën en het gericht zijn op werelds genot: geld, macht en aanzien – denken ze dat de heidense wereld beter aan hun behoeften tegemoet komt.
Maar ze zullen bedrogen uitkomen, God, de Vader, Die in de Hemelen huist, zal uiteindelijk naar de geliefde luisteren. Niet naar de mens, die God terzijde stelt en daarmee op het punt staat te gaan  zondigen.

Athos, de Berg van het zwijgen

De geliefde van God zegt tegen de mannen die hem als dienaar God’s vervolgen dat ze zich dienen te onderhouden vanuit hun ziel – wanneer ze gaan slapen en niet met voornemens, die de heidense wereld nastreeft.
Dit is wat de rechtvaardigen verkondigen, sluit je af van het materialistische leven – neem een ascetische houding aan, bekleed je met Christus.
Creëer daarmee een oase van rust, al is het alleen maar in je bed.
Luister naar de stilte en bid dan.
Heer, het licht van Uw aanschijn is een teken over onsPs.4: 7, want Gij alleen, o Heer, doet mij veilig wonen

De geliefde eindigt de Psalm met de woorden: “want Gij alleen, o Heer, doet mij veilig wonen”  Slechts wanneer we alleen wonen is er veiligheid, dat wil niet zeggen fysiek apart wonen.
We hebben een hogere roeping, we zijn de zonen van Abraham, Isaäc en Jaäcob en we dienen als zodanig zo te handelen. Alleen door onze harten en gedachten af te stemmen op het Woord van Zijn Zoon, onze Heer Jezus Christus kunnen we fatale percepties vermijden.
Door Zijn Liefdesgebod met geheel ons hart te volgen kunnen we zeggen,
zoals Koning David deed, dat onze Heer en Verlosser de druk van materialisme – hetgeen ons omringt- zal verminderen.
Indien wij ons met hart en ziel tot God verheffen, is dat hart Zijn altaar. Sleutel tot bidden is verheffing van het hart in verlangen naar God, Die immers liefde is en de harten in vuur verwondt en met pijlen doorpriemt.

Geef ons, Meester, nu wij slapen gaan, rust naar lichaam en ziel.
Behoed ons voor een duistere [zondige] slaap en voor iedere [donkere en] nachtelijke begeerte.
Breng tot rust de aandrang van onzuivere neigingen:
– doof de vurige pijlen van de boze, die in het geheim op ons afkomen.
– doe bedaren de opstandigheid van ons vlees  en kalmeer iedere bezorgdheid voor aardse en voorbijgaande dingen.
En geef ons, o God, een waakzame geest, zuivere gedachten een nuchter hart,
geef ons een lichte slaap, vrij van iedere fantasie.
Doe ons opstaan op de tijd van het gebed, gesterkt door Uw geboden, Uw oordelen steeds gedenkend.
Maak dat wij U de gehele nacht in de geest mogen verheerlijken door
het bezingen, zegenen en loven van Uw heilige en al-heerlijke Naam: van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen, Amen.
Hooggeprezen altijd-maagd en gezegende Moeder van Christus God,
breng ons gebed tot Uw Zoon, onze God, opdat
Hij door U onze zielen moge redden.
Mijn vertrouwen  is de Vader, mijn toevlucht is de Zoon,
mijn bescherming de Heilige Geest,
AlHeilige Drieëenheid, eer aan U.
Eer aan U, Christus, onze hoop, eer aan U
”.

en vlak voor het slapen gaan:

In Uw Handen, o Heer Jezus Christus, beveel ik mijn lichaam en geest;
zegen me, behoedt me, en verleen me het eeuwige leven. Amen”.

22e Zondag na Pinksteren – Het Woord van God is voor alle tijden geschreven, uw Geloof heeft u behouden, ga heen in Vrede.

tot de Dochter van Jaïrus, overste van de synagoge, zei Christus: ‘Meisje, Ik beveel je, sta op!’

      En zie, er kwam een man, genaamd Jaïrus, en deze was een overste der synagoge. En hij viel neer aan de voeten van Jezus en smeekte Hem naar zijn huis te komen, omdat zijn enige dochter, die ongeveer twaalf jaar oud was, op sterven lag.
Terwijl Hij erheen ging, drongen de scharen op Hem aan.
       En een vrouw, die sinds twaalf jaren aan bloedvloeiing leed en door niemand kon genezen worden, kwam van achteren tot Hem en raakte de kwast van zijn kleed aan, en terstond hield haar vloeiing op. En Jezus zei: ‘Wie is het, die Mij heeft aangeraakt?’.
En terwijl allen het ontkenden, zei Petrus: Meester, de scharen drukken en verdringen U.
Maar Jezus zei:
‘Iemand heeft Mij aangeraakt, want Ik heb kracht van Mij voelen uitgaan’.
Toen de vrouw zag, dat zij niet onopgemerkt bleef, kwam zij bevende nader, viel voor Hem neer en verhaalde Hem, voor al het volk, om welke reden zij Hem aangeraakt had en dat zij terstond beter was geworden.
En Hij zei tot haar:
‘Dochter, uw Geloof heeft u behouden, ga heen in Vrede’.
Terwijl Hij nog sprak, kwam er iemand van de overste der synagoge met de boodschap: ‘Uw dochter is gestorven, val de Meester niet meer lastig!’.
Maar Jezus hoorde het en antwoordde hem:
‘ Wees niet bevreesd, geloof alleen, en zij zal behouden worden’.
Toen Hij aan het huis gekomen was, stond Hij niemand toe met Hem naar binnen te gaan dan Petrus, Johannes en Jakobus en de vader van het kind en de moeder.
Allen nu weenden en weeklaagden over haar. Doch Christus sprak:
‘Weent niet; zij is niet gestorven, maar zij slaapt’.
En zij lachten Hem uit, omdat zij wisten, dat zij gestorven was. Maar Hij vatte haar hand en riep, zeggende:
‘Kind, sta op!’.
En haar geest keerde terug en zij stond dadelijk op en Hij beval, dat men haar te eten zou geven.
En haar ouders stonden versteld, maar Hij verbood hun tot iemand te spreken over hetgeen geschied was“ Luc.8: 41-56.

oren, die niet horen en ogen, die niet zien;     αυτιά που δεν ακούν και μάτια που δεν βλέπουν; الآذان التي لا تسمع والعينين التي لا ترى; ears that do not hear and eyes that do not see.

      Ziet, met hoe grote letters ik u eigenhandig schrijf!
Allen, die zich uiterlijk goed willen voordoen, trachten u te dwingen tot de besnijdenis, alleen om niet vervolgd te worden ter wille van het kruis van Christus Jezus.
Want zij, die zich laten besnijden, houden zelf niet eens de wet, doch zij willen, dat gij u laat besnijden, opdat zij op uw vlees roem kunnen dragen.
Maar ik moge ervoor bewaard blijven te roemen anders dan in het Kruis van onze Heer Jezus Christus, door wie de wereld mij gekruisigd is en ik aan de wereld. 

De ‘heiligen’ onthullen de echt vrije persoon; The ‘saints’ reveal the truly tree person; Οι «Άγιοι» αποκαλύπτουν τον πραγματικά ελεύθερο άνθρωπο; يكشف “القديسين” الشخص الحر الحقيقي.

Want besneden zijn of niet besneden zijn betekent niets, maar of men een nieuwe schepping is.
En allen, die zich naar die regel zullen richten – vrede en barmhartigheid zal over hen komen en ook over het Israël van God.
Overigens dient niemand mij lastig te vallen, want ik draag de littekenen van Jezus in mijn lichaam. De Genade van onze Here Jezus Christus zij met uw geest, broeders! Amen“ Gal.6: 11-18.

Heer, Gij hebt Uw land gezegend, Gij hebt de gevangenen van Jaäcob teruggevoerd.
Gij hebt de ongerechtigheden van Uw volk vergeven, en al hun zonden bedekt.
Gij hebt heel Uw gramschap volkomen gestild; U afgewend van Uw wrekende toorn.
Bekeer ons, God van ons heil: keer Uw toorn van ons af.
Blijf niet eeuwig op ons vertoornd; wilt Gij Uw gramschap doen duren van geslacht tot geslacht?
God, keer U tot ons, om ons te doen leven; dan zal Uw volk zich verblijden in U.
Toon ons, Heer, Uw barmhartigheid, en schenk ons Uw Heil.
Ik wil horen wat de Heer God in mij spreekt, want Hij spreekt vrede tot Zijn volk.
Evenals tot Zijn gewijden, die hun hart tot Hem hebben bekeerd.
Ja, nabij is Zijn Heil voor wie Hem vrezen: Zijn heerlijkheid woont op onze aarde.
Barmhartigheid en Waarheid hebben elkander ontmoet: gerechtigheid en vrede kussen elkaar.
Waarheid ontspringt aan de aarde, en gerechtigheid ziet neer uit de hemel.
Want de Heer schenkt welwillendheid, opdat de aarde haar vruchten zal geven.
Gerechtigheid zal voor Zijn aangezicht uitgaan, om op de weg Zijn schreden te richtenPsalm 84 [85] vert. ROK ’s-Gravenhage.

Sociale transactie
Twee keer begint de lezing van vandaag met “ en zie . . . . .”.
Wat is er te zien – een illusionist, die de mens vermaakt met z’n Mysterieuze trucjes, handige trucjes door – het laten lijden van z’n dienaren – en hen vervolgens weer tot leven wekken?
Iemand liet mij weten dat zij naar de kerk kwam omdat zij er zo’n heerlijk gevoel aan overhield – een spiritueel hoogstandje, welke lijkt op een hemelse gewaarwording.
Maar Christus geeft ons ‘geen‘ tijdelijke gewaarwording – een gerichtheid, die boven het dagelijks leven uitgaat – Christus probeert ons een nieuwe werkelijkheid bij te brengen en dat vindt alleen plaats wanneer je met beide benen op de grond staat.
Christus geeft ons geen spirituele confrontatie, noch doet Hij ons een manier toekomen, die ons leven plotsklaps beter/en zonder gebreken zal maken. De persoon in kwestie vertelde me dat  spiritualiteit “lijkt op een hemelvaart, om die reden ging ze naar de kerk”.

 

ΙΣ ΧΣ ζωοδοτισ – Christus, de levende

Christus is weliswaar gelieerd aan spiritualiteit – maar huldigt een ‘nieuwe’ werkelijkheid en die is voor ieder mens verschillend – het zou anders erg eentonig worden.

Indien iedereen deze realiteit oppakt en het als voorhoede gebruikt van zijn ‘eigen’ zaken, is datgene wat hij/zij gelooft een verheffen boven de ander, het is als het opdoen van viezigheid welke in eigen ogen de werkelijkheid omzeilt, die aan allen eenzelfde leven belooft – dat wil zeggen ‘globalisering’ [de activiteit wordt eenduidig over de wereld verspreid, ieder mens gelooft hetzelfde].

uit -fim ‘Scream’ OUES Craven 2011

Het is als de vraag, die de mens aan God  wordt gesteld: “Heb ik u gevraagd, Maker, van mijn leem om mij te vormen tot mens? Heb ik u gevraagd mij vanuit de duisternis te promoten?” [Paradise Lost . 1667. Boek X, 743-45].
Het zijn vragen, die Adam [Eva] aan God stelt na het verlies van het Paradijs in Milton’s Paradise Lost. Opmerkelijk genoeg roepen deze regels ook verschillen op tussen de twee verhalen van Adam over de schepping van Adam:
– in Genesis 2 wordt Adam gevormd uit het stof van de aarde (klei) en verteld om de tuin te dienen;
– in Genesis 1 wordt hem verteld de aarde te domineren. 

In de ‘nieuwe’ werkelijkheid kunnen niet zeggen dat we van Christus zijn en aan de andere kant in ons eigen ‘kennen en kunnen’ geloven.  Christus wordt geopenbaard wanneer Hij ons voorlegt “hé, kinderen van God, Wie zeg jij dat Ik ben”.

Dit is precies zoals Christus/God is, “niet zoals de mens wil, dat Hij dient te zijn”.
Als we Christus willen zien, zoals ‘wij’ willen, dan willen we hetzelfde als de Joden, die een aardse koning in hem zagen. God komt bij ons tot uiting in de Glorie van het Martelaarschap.
Het Kruisbeeld achter het altaar in onze kerk draagt de inscriptie in top, welke duidelijk maakt dat Christus de “Koning der Glorie” is en dat onderstaand openbaart . . .
Maar wat is Glorie, aan Wie komt de lof toe? “Deze is genageld aan het Hout!”.
Zo paradoxaal is God in werkelijkheid, òf niet soms?

De vernedering is Zijn Heerlijkheid en dit is een schandaal voor de wereld en de wereld beschouwt het gewoon als domheid en laat het langs de kant van de weg liggen.
Zonder de Door Christus verkondigde ‘heilige nederigheid’ zullen wij nimmer in niet deze ‘nieuwe realiteit van het Hemels Koninkrijk’ leven. En in die ‘heilige nederigheid’ past onmogelijk “mijn eigen, mijn eigen spiritualiteit”; in eigengereidheid past niets wat ons fris en gezond maakt, een goede christelijke conditie doet toekomen.
Niets van ons mensen is als navolger van Christus in goede christelijk conditie.
Hier past alleen de Waarheid: ‘Onze dwaasheid om Christus wil maakt ons bescheiden en arren-moedig. Hoe kunnen we ons leven dusdanig vereenvoudigen teneinde Hem te ontmoeten? Laten we beginnen luxe te vermijden en vervolgens ons ego aan God aan te bieden.
Zoals in het ‘Axion Estin; wordt aangegeven, dat geeft precies aan zoals het is en niet zoals wij het zouden willen zien òf “onszelf oppept . . .”:
    “Waarlijk, u zalig te prijzen dienen wij, o Moeder van onze God, altijd gebenedijd [= gezegend]; u ongeschonden Moeder van onze Heer en God, u eerbiedwaardiger dan de cherubijnen en onvergelijkelijk glorierijker dan de Serafijnen. Ongerept hebt U het Woord gebaard: u bent waarachtig de Moeder Gods. U vereren wij”.

Vervolg het dochtertje van Jaïrus in pdf: het Dochtertje van Jaïrus, overste van de synagoge

➥  Maar nu gaan we een stap verder in het hier en het nu – in onze tijd, in het jaar des Heren ‘oktober’ 2018:
We hebben allemaal vernomen van de spanningen, die zijn ontstaan tussen het Patriarchaat van Moskou en het Oecumenisch Patriarchaat van Constantinopel en ook dat doet pijn, ontzettend veel pijn; temeer omdat er wordt opgeroepen dat ook hier de inter-communie van de gelovigen, – ‘de persoonlijke ontmoeting met de Heer‘ – te misbruiken als macht’s-wapen.

Christus‘, de enige Hogepriester

Hoe is het mogelijk dat de prelaten van de Kerk zich ‘opnieuw’ hebben laten misleiden diep gelovige navolgers van Christus, te misbruiken in hun Liefdeloos macht’s-spel?
Waarom Heer, onze God, waarom grijpt U niet in‘,  – zo wordt er alom gebeden;
bidden dat deze verdrietige situatie niet te lang mag duren.
Maar gebed blijkt velen ‘niet genoeg‘ – de Kerk dient zich als gevolg van deze verzoeking te gaan bezinnen – te gaan bezinnen waarom het in deze ‘opnieuw’ zo faliekant de verkeerde kant op heeft kunnen gaan en de mens van zich afstoot.

Ga en doet gij evenzo‘, icoon van de barmhartige samaritaan

De wereld, zo weten wij beschouwt dit als een incident, een management’s-probleem; in de wereld wordt het gewoon als domheid beschouwd en laat men het, als de beroofde mens, gewoon langs de kant van de weg liggen, waar zelfs de geestelijke wereld aan voorbij gaat. De geestelijke wereld kijkt naar de hiërarchische structuur en verwacht àldáár een definitieve oplossing.
Maar zo werkt dit bij de Hogepriester niet, Die is een Barmhartige Samaritaan, Die naar het slachtoffer kijkt – niet alleen, die van vandaag, maar die vanaf het groteske begin, waarin de Kerk macht’s-bewustzijn ontwikkelde, oftewel, ‘ik ben beter dan jij‘, want ‘ik heb het voor het zeggen‘, want daar heb ‘ik’ in mijn ego voor gestudeerd en is het “Axios, Axios, Axios” over mij uitgeroepen.
Maar Christus heeft niet gestudeerd, Die is de Wijsheid en Liefde van God toegedaan en begaat andere wegen, de ‘Ascetische‘ zonder comfort en genoegens. Ook de Apostelen waren niet van dàt houtje gesneden, slechts de Apostel Paulus was als voormalig farizeeër, ingevoerd in de leer van de dienst aan God.

Theotokos, zwanger – Onvoorwaardelijke overgave; Theotokos, pregnant – Uncondational surrender; Θεοτόκος, έγκυος – Άδεια άνευ όρων; Богородицы, беременные – Безусловная капитуляция.

Tot de Dochter van Jaïrus [Hebr.= ‘God verlicht hem‘], overste van de synagoge, zei Christus: ‘Meisje, Ik beveel je, sta op!
Maar wie is dat meisje, die dochter van de overste van het Eerste Verbond; wie zouden wij als navolgers van Christus als dat meisje kunnen waarnemen?
Wie anders is de grote dochter van het Eerste Verbond, Die zo’n grote rol heeft  gespeeld en de hoedster is van de Kerk?
Precies, ik ken er maar één Vrouwe, Die daarvoor in aanmerking komt, de Theotokos, de Moeder God’s.
Spreekt Christus en de Evangelisten verhalen ons hetzelfde in Zijn doen en laten niet in parabels; nu een parabel [Gr. παραβολή] betekent “vergelijking” en dit Woord wordt gewoonlijk gesitueerd in het dagelijks leven, dat dient om een religieus, moreel of filosofisch idee te illustreren.
De Kerk zit op dit punt gewoon te slapen, en Christus wekt haar door haar te verzoeken gewoon op – doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg, stel je niet aan met je hooghartig gedoe.

⁌     En tot de hogere geestelijkheid dit:
”     Van uw ontelbare slechte werken wilt u dit niet openbaar gemaakt hebben“; kortom dat ook maar ‘iemand‘  daarvan op de hoogte wordt gesteld.
⁌     En een beetje liefdevolle raad aan ieder volgeling van Christus overeenkomstig het advies van Christus Zelf:
”     “Wie zonder zonde is dient de eerste steen te werpen”, een gezonde mate van ijdelheid daarentegen kan een simpel mens zeker helpen beter te presteren. Iemand die wat harder zijn best doet om goed voor de dag te komen, onder-scheidt zich nu eenmaal van de massa
Is het niet genoeg dat dit goede werk bekend is en door God wordt verwelkomd? Anderen maken een veelheid aan goede doelen: zij geven hun bezittingen aan de armen, verlichtten de wereld, redden vele zielen. En toch schepten ze niet op over dit alles. En u, die iets niet geweldigs gedaan hebt, schaamt u zich je voor niets? Waarom verlang je van anderen om je te prijzen voor een goede werk? Goed blijft nog steeds goed, zelfs als niemand het prijst.
Het kwaad blijft slecht, zelfs als geen hond iemand de schuld geeft. Indien alle mensen u prijzen, krijgt u niets. Indien niemand u prijst, zult u nergens van worden beroofd.
U doet het goede immers niet voor de mensen, maar voor God. Dus u wordt voldoende geacht om de beloning van God te ontvangen.
Indien u omringd wordt en uzelf verheugt en vereerd voelt door de mensen, wees dan niet enthousiast. En wanhoop niet indien u ongelukkig en veracht wordt. In zowel de eerste als de tweede Pedagogie van de Heer, in Zijn Blijde Boodschap, toonde Christus ons de gematigdheid en voorzichtigheid, omdat in het huidige leven ‘alles‘ variabel is. Vóór alles prijs je God en aanvaard je alles als afkomstig van Hem en Zijn Heilige Wil.
conf. H. Dimitrios Rostov.

Ben ik m’n broeders hoeder?: Είμαι ο φύλακας του αδερφού μου?; Я хранитель моего брата?; هل أنا حارس أخي؟; Am I my brother’s keeper?.

Wilt u desondanks een advies – wacht niet af tot Christus het gehele tempel-, kerk-plein komt schoonvegen; zoek een definitieve oplossing voor de gehele christelijke kerkfamilie.
Zet de politieke agenda met het gebod van de intercommunie in z’n geheel overboord; wij herkennen elkaar immers allen ‘in het breken van het Brood en drinken uit dezelfde beker‘. De eigen Orthodoxe bloedgroep is tot nog toe op uw aanwijzen ‘onveranderd‘ gebleven – door dit incident zijn de ogen echter opengegaan, zij worden als politiek middel gebruikt.
Hoofdtoezichthouders [Patriarchen] toezichthouders [bisschoppen] dienen zich bij hun oorspronkelijke Apostolische opdracht terug te trekken en slechts toezicht te houden op de uitvoering. Zij dienen hiertoe slechts toezicht te houden op hun spelleiders in de verschillende christelijke gemeenschappen, waar

In Jezus Christus proberen we alles te weerstaan – de verleidingen, de stormen en orkanen, het lijden, de zonde, de dood en de tegenstrever; In Jesus Christ we try to resist everything – the temptations, the storms and hurricanes, the suffering, the sin, the death and the adversary.
volgelingen van Christus wekelijks bij elkaar komen en hun spelleiders niet als herdershond behandeld wensen te worden.
De verschillende christelijke gemeenschappen worden door elkaar respecterende bestuursleden bestuurd, onder voorzitterschap van een eerste onder gelijken en de gemeenschap geeft in vergadering bijeen het uiteindelijke akkoord. Op die wijze bestaan er geen specifieke beperkingen en kiest ieder lidmaat de gemeenschap, die het meest bij z’n eigen doelstellingen past.
De doelstelling van de navolger van Christus is niet om anderen te behagen, maar om God te dienen en hier en in het hiernamaals geluk te ondervinden.
De gevolgen van uw conflicten kunt u waarnemen, er zijn diverse lidmaten, die zich ‘niet meer‘ gebonden weten door één specifieke gemeenschap, die zij met de regelmaat van de klok bezoeken. De volgende stap is dat zij elders gaan ‘shoppen’ en het eind van het liedje is dat zij zich ‘in het geheel niet meer‘ met de Kerk gebonden weten.
Ga bedachtzaam te werk maar verspil geen energie aan nog meer regeltjes, breek ze eerder af, de mens is uiteindelijk ‘zelf’ verantwoordelijk en door Christus aanspreekbaar voor doen en laten.
Verspil geen materiaal, tijd en kosten, gebruik elkanders gebedsruimten, dat deed Christus en de Apostelen ook.  Zodra het uiterlijk te gekunsteld wordt of te veel tijd in beslag neemt, zit u op het verkeerde pad en wordt u er uiteindelijk op afgerekend.

Prokimen in de 5e toon.
Lezer: ”   Gij Heer, bewaar ons tegen dit geslacht tot in alle eeuwigheid
Volk herhaalt.
Lezer: “Red mij, Heer, er is geen Heilige meer”, de Waarheid wordt zeldzaam  onder de Volkeren
Volk: ”   Gij Heer, bewaar ons tegen dit geslacht tot in alle eeuwigheid
Lezer: ” Gij Heer, bewaar ons tegen dit geslacht“;
Volk: ”   tot in alle eeuwigheid !!!“.

Apolytikion      tn.5.
Komt laat ons bezingen en aanbidden
het met de Vader en de Geest mede-eeuwige Woord,
Dat om ons te verlossen uit de Maagd geboren is.
Want Hij heeft het op Zich genomen
Zijn Lichaam aan het Kruis te laten slaan en de dood te verduren,
Om door Zijn Roemrijke Opstanding
de doden op te wekken”.

Kondakion      tn. 5.
Ter helle zijt Gij neergedaald, mijn Heiland,
en in Uw Almacht hebt Gij de ijzeren poorten gebroken.
Als Schepper hebt Gij de gestorvenen opgewekt;
de prikkel des doods vernietigd,
en
Adam van de vloek bevrijd, o Menslievende.
Daarom roepen wij U allen toe: Heer, red ons”.

Theotokion      tn.5.
Gij zijt in waarheid de Cherubijnentroon,
want in U heeft het Woord woning genomen Alreine
en is in het vlees uit U voortgekomen.
Om ons heeft Hij het kruis ondergaan en
heeft Hij als God de Opstanding geschonken
Om onze natuur te verheerlijken.
Vraag voor ons om vergeving van zonden”.

22e Zondag na Pinksteren – Orthodoxie en de verering van de Moeder Gods

De Moeder god’s,                                de leven-schenkende bron;         Θεοτόκος, πηγή ζωής;                       Theotokos, the life-giving source 

  Terwijl Christus met Zijn Apostelen op reis waren, kwam Hij in een zeker dorp.
En een vrouw, Martha geheten, ontving Hem in haar huis.
En deze had een zuster, genaamd Maria, die, aan de voeten des Heren gezeten naar zijn woord luisterde.
Martha echter werd in beslag genomen door het vele bedienen. En zij ging bij Hem staan en zei:
“ Heer, trekt Gij het U niet aan, dat mijn zuster mij alleen laat dienen? Zeg haar dan, dat zij mij komt helpen.
Maar de Heer antwoordde en zei tot haar:
Martha, Martha, gij maakt u bezorgd en druk over vele dingen, maar weinige zijn nodig of slechts een; want Maria heeft het goede deel uitgekozen, dat van haar niet zal worden weggenomen.
En het geschiedde, toen Hij deze dingen sprak, dat een vrouw uit de schare haar stem verhief en tot Hem zei:
Zalig de schoot, die U heeft gedragen, en de borsten, die Gij hebt gezogen.
Maar Christus zei:
‘Zeker, zalig, die het woord Gods horen en het bewaren’
”.
Luc.10: 38-42; 11: 27-28.

    Nu had ook wel het eerste [Verbond] bepalingen voor de eredienst en een heiligdom voor deze wereld. Want er was een tent ingericht, de voorste, waarin de kandelaar en de tafel met de toonbroden stonden; deze werd het heilige genoemd; en achter het tweede voorhangsel was een tent, genaamd het heilige der heiligen, met een gouden reukofferaltaar en de ‘ark des verbond’s’, rondom met goud overtrokken, waarin zich bevonden een gouden kruik met het manna, de staf van Aäron, die gebloeid had, en de tafelen des verbond’s; daarboven waren de cherubs van de heerlijkheid, die het verzoendeksel overschaduwen; hierover kunnen wij nu niet in bijzonderheden treden.
Dit was dan aldus ingericht, en de priesters kwamen bij het vervullen van hun diensten voortdurend in de voorste tent, maar in de tweede alleen de hogepriester, eenmaal in het jaar, niet zonder bloed, dat hij offerde voor zichzelf en voor de zonden door het volk in onwetendheid bedreven
Hebr.9: 1-7.

    Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, die, in de gestalte God’s zijnde, het aan God gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen en aan de mensen gelijk geworden is. En in zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood aan het Kruis.
Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de Naam boven alle naam geschonken, opdat in de naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn en alle tong zou belijden:
‘ Jezus Christus is Heer, tot eer van God, de Vader! Phil.2: 5-11.

 

H. Porphyrios [Bairaktaris] of Kafsokalivia

Tegenwoordig proberen mensen geliefd te worden en  dàt is hetgeen waarom ze tekort schieten. Christelijke rechtvaardigheid is namelijk niet in je geïnteresseerd
indien de mensen van je houden, maar alleen wanneer jij onze Heer Jezus Christus lief hebt en in het verlengde van je naasten houdt.
Slechts op die wijze zal de ziel met het goddelijke vervuld worden
“.
H. Porphyrius Kafsokalyvitis

De term ‘Jom Kippoerim’ staat in het Hebreeuws altijd in het meervoud en betekent letterlijk ‘Dag van verzoeningen’. Het is een van de belangrijkste dagen in het Joods religieuze leven en staat centraal in de Tempeldienst van het oude Israël.
Dit was dan aldus ingericht, en de priesters kwamen bij het vervullen van hun diensten voortdurend in de voorste tent, maar in de tweede alleen de hogepriester, eenmaal in het jaar, niet zonder bloed, dat hij offerde voor zichzelf en voor de zonden door het volk in onwetendheid bedrevenHebr.9: 6-7.
  Aäron zal met het bloed van het zondoffer der verzoening eenmaal per jaar op zijn hoornen verzoening doen; eenmaal per jaar zal hij er verzoening op doen voor uw geslachten; allerheiligst is het voor de HeerEx.30: 10.
Aansluitend lezen we hoe God Mozes opdraagt de Israëlieten van ‘twintig jaar‘ en ouder te tellen en voor ieder van hen een offer van een halve sjekel als losprijs voor hun zielen te laten betalen.
    Wanneer gij het getal der Israëlieten bij de telling opneemt, dan zullen zij, ieder voor zijn leven, aan de Heer een zoengeld geven, wanneer men hen telt, opdat er onder hen geen plaag zij bij de telling. Dit zal ieder die tot de getelden gaat behoren, geven: een halve sikkel, gerekend naar de heilige sikkel [deze sikkel is twintig gera]; een halve sikkel is de heffing voor de Heer. Ieder die tot de getelden gaat behoren van twintig jaar oud en daarboven, zal de heffing voor de Heer geven.
De rijke zal niet meer noch de arme minder dan een halve sikkel opbrengen, om die te geven als heffing voor de Heer ter verzoening voor uw leven.
En gij zult het geld der verzoening van de Israëlieten nemen en het bestemmen voor de dienst in de tent der samenkomst; het zal voor de Israëlieten tot een gedachtenis zijn voor het aangezicht van de Heer ter verzoening voor hun levenEx. 30: 11-16.
Het is duidelijk dat er een verband is tussen Jom Kippoer en de in de tekst genoemde verzoening voor levens [letterlijk: de zielen]. In deze omstandigheden was losgeld het enige middel om aan een plaag [straf] te ontkomen, het was een hefoffer voor verzoening.
Het Hebreeuwse woord voor losprijs כופר [Hebr. kopher= ‘losprijs’] is afgeleid van het Hebreeuwse werkwoord קפחר [Hebr. kaphar], wat letterlijk ‘bedekken’ betekent.
We vinden dit woord voor het eerst tegen in: “Maak voor uzelf een ark van goferhout. In vakken ingedeeld moet u deze ark maken en hem van binnen en van buiten met pek bestrijkenGen.6: 14.

Voor een dienst in de synagoge is een minjan, oftewel tenminste tien mannen nodig.  Om er zeker van te zijn dat het aantal mannen voldoende is, wordt er een telling gedaan.  Het betreft dan geen telling van personen of namen, maar van benen. De som wordt dan door tweeën gedeeld waarmee het aantal aanwezigen is vastgesteld.
Aanleiding voor deze, voor ons vreemde manier van doen, is het verschrikkelijke oordeel dat David over het volk bracht, toen hij Israël en Juda telde zonder de instelling van de losprijs in acht te nemen. “ Maar deze zaak was kwaad in Gods ogen, en Hij sloeg Israël.
Toen zei David tot God: ‘Ik heb zwaar gezondigd, doordat ik dit gedaan heb; nu dan, doe toch 
de ongerechtigheid van uw knecht weg, want ik heb zeer dwaas gehandeld1Kron.21: 7,8.
David had berouw over zijn ongerechtigheid, beleed zijn zonde en sprong net als Mozes op de bres voor zijn volk.
Maar toch diende er nog steeds losgeld te worden betaald om de plaag die over het volk was gekomen tot stilstand te brengen: “Toen zei de engel van de Heer tegen Gad dat hij tegen David moest zeggen dat David de heuvel op moest gaan om voor de Heer op de dorsvloer van Ornan, de Jebusiet, een altaar op te richten1Kron.21: 18.
De prijs voor de dorsvloer was 600 sikkel goud [1Kron.21: 25].
“Vervolgens bouwde David daar voor de Heer een altaar, en bracht brandoffers en dankoffers. Toen hij de Heer aanriep, antwoordde Hij hem door vuur uit de hemel, op het brandofferaltaar. Daarna zei de Heer tegen de engel dat hij zijn zwaard weer in zijn schede moest steken” 1Kron.21: 26, 27.
Hoewel het volk niet rechtstreeks schuldig was aan Davids overtreding, kwam het wel onder de vloek. En dàt illustreert hoe de verzoening van de zonde van onwetendheid werkt en hoe het losgeld weer ten dienste staat van de herstelde relatie en ontmoeting tussen de Heer en Zijn volk: “U moet het geld ter verzoening van de Israëlieten nemen en het bestemmen voor de dienst van de tent van ontmoetingExod.30: 16.
Wie het idee mocht krijgen dat het offer tot verzoening van alle zonden kon leiden, vergist zich. Offers mochten alleen gebracht worden voor zonden die onopzettelijk en dus in onwetendheid bedreven waren [Lev.4: 2; 5: 15,18; 22: 14; Num.15: 24-29; 35: 11,15].
Voor zonden ‘met opgeheven hand’, die het karakter van een bewuste, openlijke opstand tegen de Heer droegen, was geen verzoening mogelijk [Num.15: 30].
Op tal van vergrijpen, zoals het bedrijven van afgoderij, het vervloeken van z’n ouders en echtbreuk stond de doodstraf. De offerdienst ging niet over dergelijke zware vergrijpen, maar was gericht op verzoening van zonden, die in dwaling begaan en daarom minder zwaar aan te rekenen waren. We mogen aannemen dat zoenoffers vaak gebracht werden zodra men zich van dergelijke ongerechtigheden bewust werd [Lev.4: 13]. Maar voor wie dit niet gold, was er eens in het jaar Grote Verzoendag, waarop voor ieder een zondeoffer gebracht diende te worden.

Voorop ging de hogepriester met zijn familie [Lev.16 ; 6]; zelfs een ‘heilig’ mens als hij kon niet blijven leven zonder zondoffer. Er werd dus een zondoffer gebracht door achtereenvolgends de hogepriester, de gehele gemeenschap van Israël, de leider van het volk en vervolgens de ‘gewone’ man uit het volk [Lev.4: 3vv, 13vv, 22vv en 27vv].

de eerste Liefde

Het inwijdingsritueel -de priesterwijding van de [hoge-]priesters in Leviticus 8 geeft wèl aan hoe gewichtig de heiliging en heiligheid voor de priesters was.
Zij moesten verzoend worden voorafgaand aan het moment dat zij ‘hun arbeid‘ konden aanvangen [Lev.8: 34]. Daarom bidden priesters voorafgaand aan de Goddelijke Liturgie een vrijwaring’s-gebed.

Geboorte van onze Heer & Verlosser, Jezus Christus

Christus Jezus, is de mensgeworden Zoon van God. Wie onze Heer Jezus Christus aanneemt wint daardoor tegelijk de geneugten van het kind van God, waarbij God, de Vader van de mensheid wordt beschouwd.
De Heilige Geest reageert op onze overgave en doet ons opnieuw geboren worden. Wanneer men de deur van z’n hart ontsluit, de Tempel ‘in’ onszelf, dan
komt de Heer ook werkelijk binnen.
Christus klopt niet voor niets aan de deur van ons hart. Hij wil niets liever dan bij ons binnenkomen dan dat wij persoonlijk bereid zijn Hem binnen te laten.
Soms lijkt het opnieuw geboren worden op een zware bevalling, als de overgave maar zó-zó [= vaag] is of als er bepaalde ongerechtigheden niet opgeruimd worden.
Maar wordt men ‘radicaal‘, dan breekt het ‘Licht’ in volle kracht door.
Christus zal ons tot duizelingwekkende hoogte voeren en ons in Hem mede een plaats geven in het Koninkrijk der Hemelen.
En wat dienen wij hier tegenover te stellen?
Niets, helemaal niets.
“       God echter, Die rijk is aan erbarmen, heeft, om Zijn grote Liefde, waarmee Hij ons heeft liefgehad, ons, hoewel wij dood waren door de overtredingen mede levend gemaakt met Christus, – door Genade zijt gij behouden – en heeft ons mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten, in Christus Jezus, om in de komende eeuwen de overweldigende Rijkdom van Zijn Genadegaven te tonen naar [Zijn] Goedertierenheid over ons in Christus Jezus. Want door Genade zijt gij behouden, door het Geloof en dat niet uit uzelf: het is een Gave van God; niet uit werken, opdat niemand zal roemen. Want Zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen” Eph.2: 4-10.


Dit wordt echter niet door iedereen gewaardeerd, het afgesneden zijn van God en het slechts voor de wereld [het gaan voor ‘onbeperkt genot‘ en slechts ‘leven, gericht op de wereld‘] betekent de dood en dàt kàn ons nog wel heel eens erg gaan opbreken en in de weg gaan zitten.
Ook Koning David onderkende dit en sprak: “     Heer, hoe talrijk zijn mijn verdrukkers; hoevelen staan tegen mij op ! Velen zeggen over mijn ziel: Er is geen verlossing voor hem bij zijn God. Maar Gij, Heer, zijt mijn beschermer: mijn Glorie, die mij het hoofd doet verheffen. Met mijn stem roep ik tot de Heer en Hij verhoort mij vanaf Zijn heilige berg. Ik had mij neergelegd om te slapen: ik kon weer opstaan, omdat de Heer mij beschermt. Ik heb geen vrees voor de duizenden uit het volk, die mij van alle kanten omringen” Psalm 3: 1-6.

Logo AOKN

De Geboorte van Christus is een Trinitaire verzoening:
Met God; Met Onszelf en Met de Anderen” [citaat ‘Antiocheense’ Orthodoxe Kerk in Nederland].
De Ark van het Verbond is bij uitstek de typering van “Christus Geboorte“.
De komst van de Messias heeft immers tot doel gehad God Zijn zetel te laten innemen in het Hemels Jeruzalem.
De weg daar naar toe wordt echter door ongehoorzaamheid, al struikelend en
door vergrijp onderbroken, daarom is het goed jezelf in samenhang met de anderen in je omgeving te verzoenen.
het Boek der Wijsheid van Salomo laat zien dat heiliging, heiligdom en de heiligen bekend zijn, manifest en vervuld worden in het Koninkrijk van God.
De boodschap herinnert ons eraan dat “de Allerhoogste voor hen zorgt” door Zijn Goddelijke Voorzienigheid stort Hij Genadegaven en gunsten uit over Zijn Kerk.
Dit geschenk wordt aangeboden aan alle mensen, met inbegrip degenen, die zich als wij, [orthodoxe] christenen noemen – in Genadegaven maakt God echt geen onderscheid.
In de Goddelijke Liturgie, neemt de priester, aan het einde van anaphora, het Lam in beide handen en maakt daarmee het teken van het kruis over de diskos, zeggende: “Het Heilige voor de heiligen”, hetgeen een uitnodiging is tot zelfonderzoek: “ Wie dus op onwaardige wijze het brood eet of de beker des Heren drinkt, zal zich bezondigen aan het Lichaam en Bloed des Heren.
Maar ieder dient zichzelf te beproeven en dient eerst dan van het brood te eten en uit de beker te drinken. Want wie eet en drinkt, eet en drinkt tot zijn eigen oordeel, als hij het lichaam niet onderscheidt. Daarom zijn er onder u velen zwak en ziekelijk en er ontslapen niet weinigen.
Indien wij echter onszelf beoordeelden, zouden wij niet onder het oordeel komen.
Maar onder het oordeel des Heren worden wij getuchtigd, opdat wij niet met de wereld zouden veroordeeld worden
” 1Cor.11: 27-32.
De mensen, het God’s-Volk reageren:
” Eén is heilig, één is Heer: Jezus Christus, tot heerlijkheid van God de Vader. Amen”.

— Theotokos van het teken —

Wanneer de Ark van het verbond al niet aan bederf onderhevig was/is,
hoeveel te meer dient ‘de Theotokos’ de Moeder Gods onvergankelijk te zijn;
degene die in zich de Schepper van het Leven heeft gedragen kon het bederf van het graf niet ervaren.
De intocht van de ark naar Jeruzalem, de heilige stad was voor haar inwoners al een reden voor een feestje, derhalve diende het feest van de ontslaping en de daaropvolgende opname in de Koninkrijk der Hemelen een herhaald Hoogfeest worden waarbij grote vreugde geuit werd.
In het Evangelie van het hoogfeest van de Ontslaping van de Moeder Gods wordt in de beschrijving van Lucas aan de hand van verschillende verwijzingen duidelijk gemaakt dat de Theotokos – de ‘ware’ Ark van het Verbond is.
“     Maria dan maakte zich op in die dagen en reisde met spoed naar het bergland naar een stad van Juda. En zij ging het huis van Zacharias binnen en groette Elisabeth. En toen Elisabeth de groet van Maria hoorde, geschiedde het, dat het kind opsprong in haar schoot, en Elisabeth werd vervuld met de Heilige Geest.
En zij riep uit met luider stem en sprak: ‘Gezegend zijt gij onder de vrouwen en gezegend is de Vrucht van uw schoot. En waaraan heb ik dit te danken, dat de moeder van mijn Heer tot mij komt? Want zie, toen het geluid van uw groet in mijn oren klonk, sprong het kind van vreugde op in mijn schoot. En zalig is zij, die geloofd heeft, want wat vanwege de Heer tot haar gezegd is, zal volbracht worden’.
En Maria zei: ‘Mijn ziel maakt groot de Heer en mijn geest heeft zich verblijd over God, mijn Heiland, omdat Hij heeft omgezien naar de lage staat van zijn dienstmaagd. Want zie, van nu aan zullen mij zalig prijzen alle geslachten, omdat grote dingen aan mij gedaan heeft de Machtige. En Heilig is Zijn Naam en Zijn Barmhartigheid van geslacht tot geslacht voor wie Hem vrezen. Hij heeft een krachtig werk gedaan door zijn arm en Hij heeft hoogmoedigen in de overlegging van hun harten verstrooid; Hij heeft machtigen van de troon gestort en eenvoudigen verhoogd, hongerigen heeft Hij met goederen vervuld en rijken heeft Hij ledig weggezonden. Hij heeft Zich Israël, Zijn knecht, aangetrokken, om te gedenken aan barmhartigheid, – gelijk Hij gesproken heeft tot onze vaderen – voor Abraham en Zijn nageslacht in eeuwigheid’.
En Maria bleef ongeveer drie maanden bij haar en keerde terug naar haar huis
“ Luc.1: 39-56.

Het Mysterie van de Tempel – het wonen van God hier op aarde, de ontmoeting van God met de mens – heeft Zich ‘in‘ Maria, hoedster van het Lichaam van Christus vervult. God woont werkelijk in de mens en is in/met ons tegenwoordig op de aarde. De Theotokos is ons voorbeeld en wordt derhalve de ark, “Tent van God”… genoemd.
De heilige Augustinus zegt: “Nog voordat zij de Heer in haar lichaam ontving, had zij Hem reeds in haar ziel ontvangen”. Zij had voor Hem reeds haar ziel geopend en werd aldus de waarachtige Tempel, waarin God als Mens op deze aarde tegenwoordig kwam.

Kerk van mensen

   Op deze wijze is in de Moeder Gods, Gods woning onder de mensen, reeds zijn eeuwige woonplaats voor altijd voorbereid.
De Theotokos is “eeuwig gelukkig [gisteren, hier en nu en in het hiernamaals]”, omdat zij – op volmaakte wijze met ziel en lichaam – de woning van de Heer is geworden…
De Moeder Gods geleidt ons, wijst ons de weg door het leven, toont ons hoe wij zalig kunnen worden en de weg naar de Hemelse Grootheid en de Kracht en de ‘Heer’-lijkheid kunnen vinden.
⁌  Dit is de ‘enige’ reden waarom wij [Orthodoxe] Christenen het feest van de ontslaping van de Theotokos vieren; los van het feit dat de Griekse geestelijkheid dit feest heeft doen omslaan naar een nationaal ‘bevrijding’s’-feest, vanwege de overwinning op de Moren.

‘υψώστε-την-ελληνική-σημαία-παντού’- ‘hef overal de Griekse vlag op’, óké, echter doe dat in je ‘eigen land’ en niet in de Kerk – het bevorderd alleen maar het nationalistisch gevoel binnen de Kerk !!! – en dat is nu juist ‘niet‘ de bedoeling.

Niet-Grieken beschouwen dit als een oneigenlijk ‘mis’-bruik van dit Hoogfeest vanuit politieke overwegingen en ergeren zich mateloos wanneer na afloop van de Liturgie politici worden ontvangen en onder hevig vlag-vertoon het Griekse Volkslied wordt gezongen. Nationalisme en al haar machtsvertoon heeft de Kerk, het Lichaam van Christus verziekt/verontreinigd.
Christus heeft ons in deze geboden: “Zeker, zalig, die het Woord God’s horen [bestuderen] en het bewaren! Luc.11: 28.
Wanneer we dit realiseren, zullen ook wij delen in dezelfde glorieuze Hemelse zaken als die de Theotokos ten deel zijn geworden.
Dus “  zoekt eerst Zijn [Hemels] Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden” Matth.6: 33.
De Kerk en haar diensten zijn er om het volk te onderwijzen en laat je a.u.b. niet in de war brengen door nationale voorkeuren.
⁌  De Apostelen werden uitgezonden tot degenen, die zij als priester hadden aangesteld en hebben daarbij slechts een gedeeltelijke bevoegdheid ontvangen.
Ze kregen daarbij ‘niet’ de macht om de bijzondere genadegaven eenzijdig naar zich toe te trekken, die God, door de Heilige Geest, slechts aan diep gelovigen onder hen verleent en datgene verstrekt wat hen ten dienste staat om de zending van Christus te bewerkstelligen en het opbouwen van het Rijk Gods apostolaat te sturen – en niet om dit te doorkruisen en in verwarring te brengen.
De gekoesterde nalatenschap van de Apostelen, die normaliter de ‘Apostolische Successie’ wordt genoemd, is slechts de overdracht van de Genadegaven van het priesterschap, die de Heilige Geest op Pinksteren heeft doen neerdalen.
Het vermogen wat hen via de ‘Apostolische Successie’ is toebedeeld is slechts het toezicht deze staat van het werk van de apostelen en de Heiland Genadig [door de Heilige Geest ondersteund] voort te zetten, d.w.z. toezicht op de heiliging en de daarbijbehorende prediking van de Kerk en daartoe voor de wereld de pastorale autoriteit te vormen.
De geestelijkheid heeft via haar [Mystieke] wijding de taak/macht van de Waarheid van het Geloof onveranderd te houden en is te toetsen aan de Waarheid, dewelke door de menswording van Christus en Zijn Blijde Boodschap is geopenbaard.
Het is derhalve beslist niet de bedoeling dat degenen, die als toezichthouder zijn aangesteld, zich met bestuurlijke aangelegenheden van de individuele christelijke  gemeenschap gaan bezighouden, dat is de bevoegdheid van de priester in samenspraak met het gemeenschapsbestuur.
Dat er in de tegenwoordige tijd Patriarchaten en bisschoppen zijn, die zich al dan niet laten financieren door de staat of hier zelfs eigenmachtig financiële leningen voor afsluiten is derhalve geheel in strijd met de hun toegewezen bevoegdheden!!! Dat is hun wereldse toegeëigende natuur en niet van ‘God’ afkomstig.

kerk van mensen

– De Kerk wordt via verzamelde gelovigen, de potentiële dragers van het Allerheiligste, in door hen opgezette gemeenschappen opgebouwd en vervolgens voorzien van een geestelijk bewindvoerder [priester, met een, door het volk gekozen, bestuur] en niet van bovenaf geïnitieerd. De door wereldse machthebbers [ Constantijn (Oost) en Charlemagne (West)] ingevoerde institutionalisering is slechts een hulpmiddel geweest welke van bovenaf werd aangereikt om te komen waar we ‘hier en nu‘ anno 2018 zijn aangekomen – hetgeen echter in de ‘harten van de gelovige mensen‘ als achterhaald wordt beschouwd! Het Kerkvolk heeft genoeg van politieke agenda’s en machtsvertoon, wordt dit niet de rug toegekeerd, dan volgt een nog grotere massale leegloop en trekt de mens zich terug in ‘huiskamerbijeenkomsten’.
⁌ De Kerk speelt een Heil’s-bemiddelende rol tussen God enerzijds en de mensen anderzijds, gelovigen en ongelovigen; dit is de oorspronkelijke ecclesiologie en communion, welke aansluit bij de heilige Traditie en de canonieke praktijk van de Orthodoxe Kerk !!!
      Maak er ernst mee u wel beproefd ten dienste van God te stellen, als een arbeider, die zich niet behoeft te schamen, doch rechte voren trekt bij het brengen van het Woord der Waarheid“ 2Tim.2: 15.
En het geschiedde, toen Hij deze dingen sprak, dat een vrouw uit de schare haar stem verhief en tot Hem zei:  Zalig de schoot, die U heeft gedragen, en de borsten, die Gij hebt gezogen. 
Maar Christus zei:  ‘Zeker, zalig, die het woord Gods horen en het bewaren’Luc.11: 27-28.

Apolytikion     tn.4.
“     Heden viert het Orthodoxe Volk heet stralend feest van uw komst.
En staande voor uw reine Icoon roepen wij smekend tot u:
Verlos ons uit alle nood en
bid tot Uw Zoon, Christus God,
om onze zielen te redden”.

Kondakion     tn.3.
“    Heden staat de Maagd voor het altaar,
om onzichtbaar met alle heiligen voor ons te bidden tot God.
De Engelen buigen samen met de Hogepriesters
en de Apostelen juichen met de Profeten.
Want zij, uit wie God geboren is,
smeekt tot God, Die is voor alle eeuwen”.

Oktober de 26e Heilige Dimitrios de Myronvloeiende van Thessalonika

De Heilige Dimitrios is weliswaar een heilige jongeling, die in zijn stad op handen wordt gedragen, maar er is nog meer.
Echter eerst een korte levensbeschrijving – wie meer wil weten dient de vorige jaargangen er maar op na te slaan:
De H. Dimitri werd zo rond 280/284 na Christus geboren en ging  ± 303/305 na Christus hemelen. 
Dimitri was een afstammeling van voorname afkomst en werd al vroeg opgenomen in het machtige leger van de keizer, zodat hij op 22 jarig leeftijd reeds de rang verkreeg van kapitein in het Romeinse leger.
Hij begon zijn aanzienlijke carrière onder keizer Galerius Maximianus en nam in die periode kennis van de Blijde Boodschap van onze Heer Jezus, onze Verlosser. Hij had dus al vroeg inzicht dat er geen heil en zegen te behalen valt in uiterlijk machtsvertoon, mooie kleding en aanzien.
Hij legde zich erop toe zich de Goddelijke Leer eigen te maken en dit toe te passen in zijn manier van omgang met z’n ondergeschikten; hij had het dus niet ‘hoog in de bol’, zoals men dat tegenwoordig noemt.
Hij ging hier zover mee dat hij weigerde zich als officier ondergeschikt op te stellen aan z’n despota*, de keizer, die werd opgevolgd door Diocletianus, bekend om zijn Christenvervolging.
* Despotisme is een regeringsvorm waarbij één persoon of een kleine groep personen de absolute macht heeft, die naar willekeur kan worden toegepast. Het gaat hierbij dus om een autocratie, oligarchie, tirannie of dictatuur.
                   U ziet het al aankomen, ook hij onderging het martelaarschap en werd gevangen gezet teneinde zijn inzichten de kop in te drukken.
Uit de geschiedschrijving en de mondelinge overlevering [traditie] is bekend geworden dat hij in de gevangenis zijn leerling Nestor zegende en dat die daarop de heidense worstelaar Lyeos versloeg de oogappel van de Keizer.
Je ziet het aloude thema ook dezer dagen terugkeren opper-toezicht-houders, zoals de keizer omringen zich van lievelingetjes, die hen alle lof toezwaaien en voor hem als despoot, de hete kolen uit het vuur halen.
De gramschap was derhalve alom – Nestor werd onthoofd en Dimitri legde het loodje als gevolg van een doodsstek in het hart.

In Thessaloniki werd de heiligenverering, die in latere eeuwen hierop volgde aangevoerd door de H. grootmartelaar Eustathios [Άγιος Ευστάθιος, 20 sept], de H. theoloog van het Hesychasme Gregory Palamas [Άγιος Γρηγόριος Παλαμάς, 14 Nov] en de geestelijke Byzantijns politicus en  Theoloog en astronoom Dimitrios Chrysoloras [Δημήτριος Χρυσολόρας]. Al deze niet te versmaden wetenschappers luisterden naar de ons bekende door Christus verkondigde nieuwe en boeiende openbaring:
        Je zult lijden aan datgene wat Job in de oude dagen geleden heeft, maar uiteindelijk zul je de tegenstrever en zijn trawanten verslaan … je zult het gevecht aangaan op de weg van deugd.
Laat daarom slechts de Wil van de Heer, uw God boven alles geschieden
”.
In de strijd om de Waarheid lieten zij zich alles gebeuren, zij droegen stilzwijgend de last van het lijden [het Kruis] – bestreden aldus vreselijke misvormingen [ziekten] en brachten de mens terug naar het oorspronkelijk beeld van hun Schepper. Hoewel zij tijdens hun leven gewond en beproefd  overleefden, bleven zij het kleed van Christus, verkregen bij hun doop moedig dragen en staken daarbij af ten opzichte van hun rijke, onervaren overheersers, die arm en zielig op afstand bleven van het grote geluk, hetgeen Christus ons biedt wanneer wij standvastig zijn in de leer.

christelijke heilsgeschiedenis [zakformaat]

Doorheen de geschiedenis met de mensheid bouwt God aan een steeds sterkere tegenwoordigheid van Hemzelf op aarde, onder de mensen. Hij begon met Zich aan een enkel individu bekend te maken: Abraham. Daarna sprak God tot enkele profeten, waaronder Mozes en Elia. Daar bleef het bij. Slechts een zeer kleine groep ingewijden kenden God persoonlijk. Zelfs het volk Israel kende God niet. Hij bleef altijd op een afstand van hen; zij zagen Zijn wonderen, maar hadden geen hart’s-relatie met Hem. Dit was het begin van Gods werk op aarde: Hij openbaarde Zich aan enkele Profeten. Maar doorheen die Profeten voorspelde Hij dat er een tijd zou komen dat Hij Zijn Geest zou uitstorten over alle mensen en dat iedereen Hem heel persoonlijk zou kunnen leren kennen. Zo kondigde Christus aan dat Hij niet langer in stenen gebouwen zou wonen, maar in elke mens die Hem liefheeft. Zo daalde Jezus Christus op aarde neer en maakte ons mensen duidelijk dat God van alle mensen houdt en de Vader van alle volkeren wil worden. Hij zei tegen de Joden dat afstamming van Abraham iemand niet tot een kind van God maakt, maar gehoorzaamheid aan God.
Hij zei: “Mijn moeder en mijn broeders [zusters] zijn zij die naar het Woord van God luisteren en ernaar levenLuc.8: 19. Tegen de Joodse leiders die er prat op gingen dat ze Abraham als aartsvader hadden, zei Jezus zelfs:
De duivel is uw vader en wat uw vader wil, wilt u ook graag doenLuc.8: 44.
Onze Heer en Verlosser maakte duidelijk dat alleen gehoorzaamheid aan God iemand tot kind van God maakt en niet onze natuurlijke afstamming. Zo opende Christus, de Zoon van God de hart’s-relatie met God voor alle mensen ter wereld. Onze Heer Jezus Christus stierf vervolgens als Verlosser voor alle mensen en baande zó de weg voor iedereen om verlossing en vergeving te ontvangen en een kind van God te worden. Dat is het begin geworden van Gods grote plan met de gehele mensheid.

Terug naar de verering van de Heilige Dimitrios de Myronvloeiende van Thessalonika. Zijn later levende naamgenoot Dimitrios Chrysoloras, maakte

Crypte van Sint Demetrius, in de kerk gewijd aan de martelaar

bekend dat het lichaam van de heilige Dimitrios werd begraven op de plaats waar de H. Dimitrios het martelaarschap onderging en dat zijn graf daarop werd opgehemeld vanuit  een diepe put [een bron, zoals die van de vrouw aan de bron, Photini/Svetlana] die Myron voortbracht, vandaar dat de naam Dimitrios verbonden wordt met het vloeien van Myron, daarom is het ‘Myron-vloeiende’ aan de naam van deze Heilige toegevoegd.
Op Byzantijnse iconen en hedendaagse iconografie wordt Agios Dimitrios daarop meerdere malen als een ruiter op een rood paard uitgebeeld, die de ongelovige Lyeos, een vechtmachine verslaat.
De gelijknamige kerk is in zijn woon- en verblijfplaats gelegen boven het graf, in de kelder kun je de bron, de myronvloeiende put bewonderen..

Saint Dimitrios, de Myronvloeiende met zijn medebroeders de heiligen Lupus & Nestor

De 26e Oktober is de belangrijkste dag voor Thessaloniki, want het feest van de beschermheilige van deze stad is in de vorige eeuw tevens verbonden met de bevrijding van de stad in 1912.  De twee Balkanoorlogen in de vroege 20e eeuw hebben Griekenland in staat gesteld hun vrijheid te heroveren en op sommige plaatsen hun vroegere grondgebied sterk uit te breiden.
Een daarbij ontstaan fenomeen is de belangrijkste verwezenlijking en behorend tot het “natuurlijk kapitaal” van Thessaloniki, het gebied van Macedonië.
De stad neemt hierin een opmerkelijke strategische positie in, die tot op de dag van vandaag een belangrijke rol speelt in het eergevoel en de geschiedenis van de Grieken. alleen al de naam Macedonië roept bij vaderlandslievende grieken hevige emoties op.

Toch is het niet alleen in Thessaloniki van het huidige Griekenland waar Mystieke [wonderbaarlijke, bovennatuurlijke] dingen plaats vinden.
Dit mag blijken uit het hetgeen wordt vermeld in het tijdschrift “Moldavië ortodoxă” [“Orthodox Moldavië”. Dit toch ver van Thessaloniki verwijderd en min of meer onder Roemenië beschouwd wordend, maar afgescheiden land richting de Oekraïne bevindende land, maakt nieuws met het volgende:
Een fresco van de Heilige Dimitrios verandert onafgebroken op Mystieke [wonderbaarlijk, bovennatuurlijke] wijze“.
De fresco, die de H. Dimitrios voorstelt werd meerdere eeuwen geleden geschreven [geschilderd] als hagiografisch eerbetoon in het KURK-klooster van Moldavië, gelegen in het orgeëvskom-gebied, 40 km ten noorden van de hoofdstad Chisinau.
Herhaaldelijk is geprobeerd de beeltenis aan het oog te onttrekken, daartoe werd het in de Sovjettijd geheel zwart gemaakt door het met pek te besmeuren.
De Heilige Dimitrios  staat aan de buitenkant van de monastieke ommuring afgebeeld en staat daarom bloot alle wind, regen, sneeuw en de zon. En desondanks heeft de natuur weinig invloed op het uiterlijk van de muurschildering.
Net als andere fresco-creaties is de beeltenis van de H. Demetrios gewoon geschreven [geschilderd] vanuit een ruwe pleisterlaag, die in water is aangemaakt. Natuurlijk zijn de sporen van de tijd zichtbaar, maar er zijn slechts kleine scheurtjes en en een licht verkleuring van de gebruikte pigmentverf.
De H. Demetrios zou de gelovigen vanuit de bedekkende duisternis blijven danken voor hun gebed in de periode dat het Sovjetbewind de boventoon voerde.
Aan het eind van de jaren vijftig vond in Moldavië een enorme vervolging plaats, waarbij kloosters en gebedshuizen met de grond gelijk werden gemaakt. Aan dit trieste lot kon ook dit klooster van Kurk niet ontkomen. De monniken en iconen, evenals de rest van al wat het klooster aan bezit had, verdween naar onbekende streken. En het klooster werd ingericht tot een ziekenhuis voor geesteszieken en voor alcohol-verslaafden.
Maar muurschildering was op natuurlijke wijze onmogelijk te verwijderen en daarom werd het met pek aan het oog onttrokken.
En dit had tot gevolg dat het overheersende regiem er niet in geslaagd is de H. Dimitrios, ‘de Myronvloeiende’ – ‘vanuit de duisternis’ zal deze grote heilige zonder twijfel degenen, die belast en beladen in het ziekenhuis verbleven, hebben bijgestaan.
– in de jaren zestig werd de pek eerst nog met een zwarte verf van onbekende oorsprong overdekt, zo verklaart de momenteel in het klooster verblijvende monnik Abraham.
En op de plaats van de beeltenis werden allerlei affiches betreffende plaatselijke evenementen op- geplakt, het werd een commerciële reclamezuil.
Maar na een lange tijd niet gebruikt te zijn begonnen deze affiches te verbleken en bleef slechts de zwarte verf als herinnering over – om te voorkomen dat het geen gezicht meer was namen de 
atheïsten/niet-in-God gelovigen borstels om het nog enigszins aantrekkelijk en schoon te houden.
Maar na verloop van een paar jaar, begon het silhouet van de martelaar periodiek zichtbaar te worden – wanneer er ’s-avonds auto’s met hun koplampen de zwarte plek beschenen en werd deze heilige keer op keer waargenomen.
Men probeerde het opnieuw te bedekken, doch de beeltenis kwam telkens weer terug, weliswaar verdekt opgesteld een beetje wazig, maar toch kon je zijn gekleurde rode kleding waarnemen.
Er zijn nog twee fresco’s van heiligen in het gebied van het gebedshuis van het klooster, die ze eveneens hebben overschilderd. Volgens de waarnemingen an de omwonende bevolking waren ook deze met pek bewerkt om ze te “verstoppen”, maar die waren in de loop der tijd opgelost, totaal verdwenen, waarschijnlijk door de inwerking van de pek.
Maar deze afbeelding had daar geen enkele moeite mee en kwam net zo gemakkelijk door de zwarte smurrie heen alsof hij net geschreven [geschilderd] was. Het is zelfs zo dat eenieder die momenteel langskomt de beeltenis van de H. Dimitrios, de Myronvloeiende in alle Glorie van de almachtige God kan waarnemen.
De sterk gelovige monnik Abraham verklaart:
De werking van deze fresco is een Mysterie, een bovennatuurlijk God’s-wonder; het is God, Die dit soort dingen mogelijk maakt.
Het feit dat de beeltenis – keer op keer- aan de oppervlakte kwam, ondanks de kwalijke bedoelingen van het volk, betekent maar één ding:
de plaats van deze beeltenis heeft dankzij God rust gevonden bij de ingang van dit klooster.
De beeltenis en de kracht van het getuigenis van de H. Dimitrios kunnen zijn grote voorbeeld aan de wereld onmogelijk vernietigen. Zelfs toen de icoon van deze heilige bijna volledig van de buitenwereld afgesloten was is hij niet opgehouden de belaste en beladen zieken te genezen,
de eer komt onze Heer en Verlosser, Jezus Christus toe.
Deze fresco is een bloedeloze getuigenis, zij voegt iets aan de getuigenis van de Heilige Dimitrios toe. De stilte van deze getuigenis aan de wereld, laat daarom ook heden-ten-dage onmiskenbaar de kracht van God zien“.

Apolytikion     tn.3.
    In u heeft de wereld gevonden
een machtige verdediger uit elk gevaar.
En zoals gij Lyeos hoogmoed in de arena hebt neergehaald
door Nestor te bezielen met uw moed,
Grootmartelaar Dimitrios, smeek voor ons om grote Genadegaven
”.

Kondakion     tn.2.
    Door de stroom van uw bloed
hebt u de Kerk met kostbaar purper getooid
heilige Martelaar Dimitrios.
De Heer heeft u onoverwinnelijke macht geschonken,
bewaar daarom uw woongemeenschap ongedeerd,
want U bent onze toevlucht
”.

Orthodoxie & vrijheid van keuze om in ieder geval iets te ondernemen

          – Iιησούς Xρήστος, κυρίως να μην διώχνουμε τον Xριστό;                                                  – Jezus Christus, Heer en Meester, Die niet te verloochenen is.

    En het geschiedde, terwijl Hij ergens in gebed was, dat een van zijn volgelingen, toen Hij ophield, tot Hem zei:
       Heer, leer ons bidden, zoals ook Johannes zijn discipelen geleerd heeft.
Hij zei tot hen: Wanneer gij bidt, zegt:
‘Vader, Uw Naam dient geheiligd te -worden; uw Koninkrijk zal komen;
geef ons elke dag ons dagelijks brood; en  vergeef ons onze zonden, want
ook wijzelf vergeven een ieder, die ons iets schuldig is;  en leid ons niet in verzoeking’.

En Hij zei tot hen: ‘Wie van u zal een vriend hebben, die midden in de nacht bij hem komt en tot 
hem zegt: Vriend, leen mij drie broden, want een vriend van mij is op zijn reis bij mij aangekomen en ik heb niets om hem voor te zetten; en dat dan hij, die binnen is, zou antwoorden en zeggen: Val mij niet lastig, de deur is reeds gesloten en mijn kinderen en ik zijn naar bed; ik kan niet opstaan om ze u te geven.
Ik zeg u, zelfs al zou hij niet opstaan en ze geven, omdat hij zijn vriend was, om zijn onbeschaamdheid zou hij opstaan en hem geven, zoveel hij nodig heeft.
En Ik zeg u: Bidt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en u zal opengedaan worden.
Want een ieder, die bidt, ontvangt en wie zoekt, vindt en wie klopt, hem zal opengedaan worden’Luc.11: 1-10.

      Indien gij met Christus afgestorven zijt aan de wereldgeesten, waartoe laat gij u, alsof gij in de wereld leefde, geboden opleggen: raak niet, smaak niet, roer niet aan; dat alles zijn dingen, die door het gebruik teloorgaan, zoals het [nu eenmaal] gaat met voorschriften en leringen van mensen.
     Dit toch is, al staat het in een roep van wijsheid met zijn eigendunkelijke godsdienst, zijn nederigheid en zijn kastijding van het lichaam, zonder enige waarde [en dient slechts] tot bevrediging van het vlees.
        Indien gij dan met Christus [door de doop met de Heilige Geest] opgewekt zijt, zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand van God.
        Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn. Want gij zijt gestorven en uw leven is verborgen met Christus in GodCol.2: 20-3: 3.

Mocht u allen nog steeds de indruk bezitten dat er geen Goddelijke Voorzienigheid bestaat – lees dan bovenstaande lezingen uit de kalender van vandaag.

Als vanouds bezitten wij nog steeds de rustdag, de dag van de Opstanding van Christus, welke gevierd wordt met de Goddelijke Liturgie voorafgegaan door de Vespers en de Metten. Daar hebben wij wekelijks de mogelijkheid door te communiceren een Heilige ontmoeting met onze Heer en Verlosser te genieten.
        Het geheel wordt ingezet door de oproep “ Gezegend is het Koninkrijk, van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen  en is er sprake van een heilige samenkomst.

        Al vanaf onze voorvaderen Abraham [Hebr.= ‘vader/aanvoerder van een menigte’],  Isaäc [Hebr.= ‘hij lacht’] en Jaäcob [Hebr.= ‘hij die de hiel vastgrijpt, onderkruiper’] vindt er een offer plaats. Wij herinneren ons immers allen de indrukwekkende geschiedenis van Abraham, die opdracht kreeg zijn zoon Isaäc te offeren.
Ons wordt een voorvader voorgehouden, die al heel snel klaarstaat om terug te keren naar een kind-offer,  Abraham was immers bekend met de manier waarop zijn naaste volkeren de Moloch Baal [‘de God van het vuur aan wie kinderen werden opgeofferd‘], die de wereldse god aanbaden.
     We slaan een zucht van verlichting wanneer door de ingreep van de Engel dit kind-offer voorkomen werd.
        Later vecht Isaäc met dezelfde engel en dit wordt eveneens opgevat als een gevecht met God.  Na de invoering van het onbloedige offer van de Goddelijke Liturgie bleef onder het volk onbewust een herinnering aan de bloedige offers van hun voorvaderen bestaan, al dan niet met de gedachte aan verzoening met de één of andere godheid die voorheen werd gediend.
        In dit soort en bovenstaande lezingen vereenzelvigen wij ons met de hoofdpersonen en beseffen maar al te goed dat we een zondig en idolaat volk zijn, die de voorkeur geven aan het overleven in de wereld om ons heen – in plaats van God, de plaats te geven die Hem toekomt als Heer en Meester van ons leven.

        Enerzijds geeft het ons een gevoel van tevredenheid en blijheid wanneer wij belast en beladen zijn en we desondanks rust kunnen vinden – anderzijds hebben we geen behoefte aan troost en blijven met vragen rond het Mysterie achter.
       En slechts heel langzaam dringt de waarachtige stem van God tot ons door, Die zegt: “Ik wil niet dat je jouw kind [dat simpel gelovige kind in je] voor Mij doodt”.
En je mag  je vervolgens afvragen: is het mes daar nog steeds?
Hangt dat mes van Damocles niet onophoudelijk boven ons hoofd? Zijn we nog steeds in de ban van de stem van dubieuze goden die ons verleiden tot het plegen van vreselijke acties tegen het kind in ons.

       Laten we kijken wat zich in onze handen bevindt, hebben wij nog steeds het mes vast? Zadelen wij onze kinderen niet op met de gruwelen van onze tijd als de verschrikkingen van volwassenen die kinderen verzoeken?
Er loopt een rode draad door de Blijde Boodschap, je ondervindt tijdelijke troost en blijft met vragen zitten. Wat weet ik van de gruwelen van onze tijd – is het mij dan niet bekend hoeveel kinderen er sterven, van wie er velen het voorschoolse tijdperk nog niet hebben bereikt?
       Wie roepen er hier om genezing, kiezen ervoor slechts naar de stem van de Ware God te luisteren en laten het onrecht over aan de Goddelijke voorzienigheid?
Abraham slaagt er in ondanks al de schijnbare absurditeit in ‘niet’ aan de verzoeking toe te geven en uiteindelijk te luisteren naar hetgeen hem door de Boodschapper God’s werd ingegeven.
God’s nadruk op de Liefde van Abraham voor Isäac [ -‘hij lacht’- ] onderstreept de emotionele verwoesting die de voorvader onvermijdelijk zal ondergaan.
Op het hoogtepunt van het verhaal verklaart de engel: ” Strek uw hand niet uit naar de jongen en doe hem niets, want nu weet Ik, dat gij godvrezend zijt, en uw zoon, uw enige, Mij niet hebt onthoudenGen.22: 12.

Onze God is een egoïstische God, Die van de mens verwacht dat deze door zijn/haar manier van handelen  laat zien dat hij/zij zijn/haar God serieus neemt.
In situaties waar ik belast en beladen wordt en rust zoek, bid ik en wacht af òf Hij mij laat zien wat ik in mijn situatie dien te doen. Je maakt er ernst mee en stelt je ten tijde van beproeving ondergeschikt als arbeider op ten dienste van je Heer en Meester [van je leven] zodat je jezelf voor niemand ter wereld behoeft te schamen, doch rechte voren trekt bij het brengen van het Woord der Waarheid.
       Met dit als fundament staan we immers vast en zeker, niet aan het wankelen te brengen, want:
    De Heer kent de zijnen en een ieder, die de naam des Heren aanroept, dient te breken met de ongerechtigheid2Tim.2: 19.
       Het heeft echter geen zin om te gaan zitten treuren over m’n zwakheid en tekortkomingen en dan maar te hopen dat er ‘zonder meer’ iets zal gaan gebeuren.

De Verzoeking en de Genadegave

Onze Heer en Verlosser onderging dezelfde zwakheid  toen Hij hier op aarde leefde; Hij kende de ernst van elke situatie. Hij wist dat Hij de dingen niet maar oppervlakkig kon benaderen indien Hij in staat wilde zijn om te overwinnen.  Zo heeft ook Christus Zichzelf niet de eer toegekend hogepriester te worden maar Hij, Die tot Hem sprak:
    Mijn Zoon zijt Gij; Ik heb U heden verwekt” en
    Ook Hij heeft gebeden -tijdens zijn dagen in het vlees- en heeft smekingen onder sterk geroep [‘met Kracht’ = ‘Dynamis‘] geuit en onder tranen aan de Vader geofferd, Die Hem uit de dood kon redden en Hij is verhoord uit Zijn angst” conf. Hebr.5: 5 en 7. Hij werd net als wij verzocht door de neiging om te zondigen door zijn menselijke natuur, maar daaraan gehoorzaamde Hij niet – Hij zondigde Nooit!
En hoe handelde Hij vervolgens, wèl geheel in de stijl van de Traditie van Zijn voorvaderen: God heeft ons van oudsher al dit Gebod opgelegd, hetgeen niet te moeilijk voor ons is en niet ver weg.
Hij heeft ons het Woord doen horen opdat wij het volbrengen:
      Dit Woord is zeer dicht bij u, in uw mond en in uw hart, om het [daadwerkelijk, door handelen] te volbrengenDeut.30: 14, want God houd ons het Leven voor en het Goede, maar ook de dood en het kwade.
God gebiedt ons Hem – als God – lief te hebben door in Zijn wegen te wandelen en Zijn Geboden, inzettingen en verordeningen te onderhouden, opdat wij [als volgelingen van Christus] leven en talrijk worden en de 
Heer, onze God, ons kan zegenen in het land, dat wij in bezit gaan nemen.
Broeders, onze Heer en Verlosser neemt al onze verzoeken met de meeste hoogachting in ontvangst. Hij maakt onderscheid en zal de tegenstrever verzoeken te vertrekken, want Hij zal Zijn plicht nakomen – Zich nimmer afkeren van Zijn Eigen Blijde Boodschap.

Bij verzoekingen luiden veelal de klokken,  zij zijn de Voorbode van een nieuw tijdperk, dus laten de partijen, die elkaar in de haren zitten zich met elkaar verzoenen – in plaats van elkaar te bedreigen.
Christus zal -en dat is voorzeker- vroeg of laat de barrières die ons scheiden wegnemen, teneinde ons in Hem te verenigen God te prijzen in alle eeuwigheid.
Laat ons daarom elkaar de familiaire vrijheid gunnen en de specifieke belemmeringen die men ons tracht op te leggen negeren, laten wij daar tevens ‘open’ over zijn, opdat de wereld zal erkennen dat er maar een Heilig is, een Heer, Jezus Christus tot Heerlijkheid van God, de Vader.
        Kom, Heilige Geest, vervul de harten van uw gelovigen, en ontsteek in hen het vuur van uw liefde.
Met andere woorden zend Uw Geest uit en alles zal herschapen worden.
Aldus daalde de Heilige Geest ‘met Kracht’ – ‘Dynamis‘ – neer op Zijn navolgelingen, zo begon de zending van de Kerk in de wereld en zal haar Verlossing over haar worden gerealiseerd.

Apolytikion     tn.4.
Over de gehele wereld is Uw Kerk
getooid met het bloed van Martelaren
als met byssos en purper
en door hen roept zij tot U, Christus God:
Zend over Uw Volk Uw Barmhartigheid neer;
schenk Vrede aan Uw wereld en aan onze zielen de grote Genade“.

byssos, het goud uit de zee

NB. byssos / byssus betreft een Grieks / Latijnse term voor fijn wit doek van plantaardige oorsprong, vandaag de dag verwijst het meestal naar zeezijde, een vezel afgeleid van het lange, zijdeachtige gloeidraad afgescheiden door het mediterrane tweekleppige schelpenschelp weekdier Pinna nobilis , waarmee het zichzelf hecht aan [ver-]harde oppervlakken.
– purper is een purperrode verfstof die in de Griekse Oudheid door Kretenzers, Feniciërs, Hebreeërs, Romeinen en Grieken werd gewonnen uit twee in zee levende slakkensoorten, de brandhoren [Bolinus brandaris].