Orthodoxie & De mens is niets zonder zijn oorspronkelijk  bewustzijn.

Oud graan dat opgroeit tussen het onkruid;
الحبوب القديمة التي تنمو بين الأعشاب الضارة;
Old grain that grows up between the weeds.

Christenen in het westen zijn doorkneed in het fundamentalistisch materialistisch  denkpatroon; van jongs-af-aan worden wij uitgedaagd ons prestatieniveau op te voeren om te voldoen aan de eisen van de consumptiemaatschappij.

In alles wat wij inademen klinkt de dominantie van het materialistisch bewustzijn’s-paradigma en mensbeeld door. Het aloude gedachtegoed van de Joods- christelijke cultuur wordt als afgedaan beschouwd en welke moderne varianten van een oeroud weten ook aangedragen worden systematisch wordt het voorouderlijk bewustzijn afgewezen.

Andersdenkenden worden belachelijk gemaakt, bekritiseerd door hen te confronteren met zwakheden van enkelingen en ingezet om mogelijke critici de mond te snoeren.
Juist hun werk, als de moderne variant van een oeroud weten over bewustzijn’s-werkelijkheden, kan alleen worden verstaan vanuit de aanname van de multidimensionale aard waar werkelijkheid en mens mee zijn begiftigd. Het lijkt erop dat deze wijsheid niet tot het geïnstitutionaliseerde westelijk stoffelijk bewustzijn kan doordringen.
Ook sommige onderlinge kerkelijke acties en conflicten , waarbij aloude verdeeldheid ‘ook’ onder christenen breed wordt uitgemeten, doen de geloofwaardigheid van de Heilige  Geest de das om, worden als het ware in de kiem gesmoord. Daarmee wordt eveneens het het impliciete godsbeeld ondergraven. Het Christelijk Godsbeeld wordt daarbij niet alleen personalistisch, maar ook wordt steeds meer ontweken dat het ook een God betreft die via Zijn Zoon onze Heer, de van nature zondige mens, verlossing kan worden verschaft.
Genade, het vergeven wat iemand heeft misdaan en waarmee hij een mogelijke straf ontloopt wordt ontkent en de mens staat in z’n humanistisch denkpatroon alleen.

De invloed van eenzaamheid is groot. Zeker als het langdurig aanhoudt, leidt eenzaamheid tot gezondheidsrisico’s, minder meedoen in de samenleving en een gevoel dat welzijn of geluk tekortschiet. Eenzaamheid verhoogt zelfs de kans op voortijdig overlijden. Er kan een vicieuze cirkel ontstaan waarbij gevolgen de eenzaamheid versterken. Onderzoek toont aan dat eenzaamheid fysieke uitwerking heeft: eenzaamheid kan, net als stress, een negatieve invloed hebben op het immuunsysteem.
Eenzaamheid maakt ongelukkig. Mensen zijn sociale wezens.
Je hebt elkaar nu eenmaal praktisch en emotioneel nodig, al is het alleen maar om steun te bieden als het even wat minder gaat, om gevoelens te delen, om inhoudelijke gesprekken te voeren. Eenzaamheid geeft een gevoel van leegte en algemene ontevredenheid over het leven. Het gevaar bestaat dat een negatieve spiraal ontstaat doordat je minder goed voor jezelf zorgt.
Eenzaamheid kan ertoe leiden dat je je terugtrekt. Omdat je weinig sociale contacten hebt, denk je dat anderen je niet leuk vinden, waardoor je sociale gelegenheden uit de weg gaat.
Òf je weet niet wie je kan vragen om samen iets te ondernemen, dan wel heb je door je eenzaamheidsgevoelens simpelweg geen zin om de deur uit te gaan.
Eenzaamheid kan ertoe leiden dat je je terugtrekt met als gevolg een tekort aan sociale contacten, denk je dat anderen je niet leuk vinden.
Hierdoor ga je ga weer je sociale gelegenheden uit de weg, òf je weet niet wie je kan vragen om samen iets te ondernemen. Misschien heb je door je eenzaamheidsgevoelens simpelweg geen zin om de deur uit te gaan.
Eenzaamheid is iets dat je ervaart. Dit betekent dat je pas eenzaam bent wanneer je jezelf eenzaam voelt. Jij bent je eigen graadmeter.

Onze Heer en Verlosser wordt niet beperkt door plaats of tijd, Hij is daar waar wij Hem niet verwachten, wanneer wij als mens maar reikhalzend naar Hem uitkijken; Our Lord and Savior is not limited by place or time, He is there where we do not expect Him, when we as human beings look forward to Him eagerly.

Want hoe ga je om met je eenzaamheid, en hoe hoog liggen je verwachtingen – er wordt je immers door de samenleving slechts een beeld van succes en ongelooflijk maakbaarheid van menselijk vermogen voorgehouden?
  Maar de mens wordt tot moeite geboren, gelijk de vonken omhoog vliegen” Job 5: 7. Anders gezegd onze menselijke mogelijkheden vervliegen als spranken van vurige kolen boven het crematorium.
Hij, Die de mensen liefheeft zegt met Zijn Blijde Boodschap best mooie en wijze dingen. De mens maakt bij het Woord van den beginne de verkeerde beslissing:
God, de Algoede kàn eenvoudig niet onrechtvaardig handelen, dus dient de mens vroeg of laat wel te lijden als straf op z’n zonde. Met andere woorden door principieel verkeerde keuze te maken, bouwt de mens zijn eigen hel op.
Indien we diep genoeg in onszelf graven, ons hart laten spreken, weten we best wel dat wij in onze hoogmoed ernstige vergissingen begaan. De Heer heeft immers Zelf gezegd dat Hij met de mens handelt zonder oorzaak, God laat ons vrij in onze keuzes, die wij maken.
Het probleem van de mens is dat zijn vrienden hem met hun redeneringen in de weg staan en dat de mens zelf niet meer weet waar z’n heil moet zoeken. Ik geef toe de kerken maken het hem in hun chaotisch aanbod, de grote verdeeldheid onder hen niet gemakkelijk. Maar het is de beste, ja de enige weg: zoeken naar Degene, Die jou werkelijk liefheeft, je hart uitstorten voor Zijn aangezicht.
God, en wat voor God opkomt heeft jou immers nog nooit gezegd:
Zoek Mij tevergeefs’.
Wie met vrijmoedigheid nadert tot God, zal op Zijn tijd Genade vinden en geholpen worden. Wanneer u in zo’n situatie verkeert, vergeet dan de rest en luister niet langer naar de raad van goddelozen; maar:
Ik zou naar God gaan zoeken; Die grote dingen doet’.

We geven deze woorden dan ook graag door wanneer iemand verdriet heeft òf
er helemaal door overweldigd wordt en het niet meer ziet zitten.
      Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven;
neemt Mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart,
en u zult rust vinden voor uw zielen; want  Mijn juk is zacht en Mijn last is licht
Matth.11: 28-30.
Dit is een Woord vol troost en die vindt je nog maar weinig om je heen,
dit is het Woord, waarvan de vroeg-christelijke kleine Orthodoxe minderheid
zich aan vast houdt tussen de spanningen van de huidige seculiere meerderheid.

Sept 1e – Kerkelijk Nieuwjaar

kaarslicht – gebed tot de Heer;                    candle light – prayer to the Lord;                    ضوء الشموع – الصلاة للرب;                                        φως κεριών – προσευχή στον Κύριο.

Heer, wees genadig, want de mensheid weet niet wat het doet“.
Aan al mijn lijdende broeders in de Arabische wereld:
blijf volhouden en blijf sterk!
De Heer Jezus Christus is immers met ons allemaal.
Welgemeende liefde voor jullie allemaal.

Gelukkig nieuwjaar en moge God u en heel uw gezin zegenen.
Lucas

“يا رب ، كن رحيماً ، لأن البشرية لا تعرف ماذا تفعل”. إلى كل أشقائي الذين يعانون في العالم العربي : حافظوا على قوتكم وأبقوا أقوياء! بعد كل شيء ، الرب يسوع المسيح هو معنا جميعاً. حب صادق لكم جميعا.
كل عام وأنتم بخير وعائلتك. لوكاس

Κύριε, να είστε έλεος, γιατί η ανθρωπότητα δεν ξέρει τι κάνει“.
Σε όλους τους αδελφούς μου που υποφέρουν στον αραβικό κόσμο:
συνεχίστε και παραμείνετε δυνατοί!
Εξάλλου, ο Κύριος Ιησούς Χριστός είναι μαζί μας όλους.
Μια ειλικρινή αγάπη για όλους εσάς.
Ευτυχισμένο νέο έτος και μπορεί ο Θεός να σας
ευλογεί και όλη την οικογένειά σας.
Lucas

Lord, be merciful, because mankind does not know what it does”.
To all my suffering brothers in the Arab world: keep up and stay strong!
After all, the Lord Jesus Christ is with us all.
A sincere love for all of you.
Happy new year and may God bless you and all your family.
Lucas

Herr, sei barmherzig, weil die Menschheit nicht weiß, was sie tut”.
An alle meine leidenden Brüder in der arabischen Welt:
Bleib dran und bleib stark!
Schließlich ist der Herr Jesus Christus bei uns allen.
Eine aufrichtige Liebe für euch alle.
Frohes neues Jahr und möge Gott Sie und Ihre ganze Familie segnen.
Lucas

Seigneur, sois miséricordieux, car l’humanité ne sait pas ce qu’elle fait”.
A tous mes frères qui souffrent dans le monde arabe:
continuez et restez fort!
Après tout, le Seigneur Jésus-Christ est avec nous tous.
Un amour sincère pour vous tous.
Bonne année et que Dieu vous bénisse, vous et toute votre famille.
Lucas

 

14e Zondag na Pinksteren – velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren

      Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een Koning, die voor Zijn Zoon een bruiloft aanrichtte.
En hij zond zijn slaven uit om de ter bruiloft genodigden te roepen, doch zij wilden niet komen.
Opnieuw zond Hij andere slaven uit, met de boodschap:
‘Zegt de genodigden: Zie, ik heb mijn maaltijd bereid, mijn ossen en gemeste beesten zijn geslacht en alles is gereed; komt tot de bruiloft’.
Maar zij sloegen er geen acht op en gingen heen, de een naar zijn akker, de ander naar zijn zaken.
De overigen grepen Zijn slaven, en zij mishandelden en doodden hen. En de Koning werd toornig, en hij zond Zijn legers uit en verdelgde die moordenaars en stak hun stad in brand. Toen zei hij tot Zijn slaven:
‘De bruiloft is wel gereed, maar de genodigden waren het niet waard. Gaat daarom naar de kruispunten der wegen en nodigt allen, die jullie aantreffen tot de bruiloft’.
          En die slaven gingen naar de wegen en verzamelden allen, die zij aantroffen zowel slechten als goeden. En de bruiloftszaal werd vol met hen, die aanlagen.     Toen de koning binnentrad om hen, die aanlagen, te overzien, zag hij daar iemand, die geen bruiloftskleed aanhad. En hij zei tot hem:
‘Vriend, hoe zijt gij hier gekomen zonder bruiloftskleed?’ En hij verstomde. Toen zei de  Koning tot de bedienden:
‘Bindt hem aan handen en voeten en werpt hem uit in de buitenste duisternis; daar zal het geween zijn en het tandengeknars. Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren’
Matth.22: 2-14.

Paulus onderwijst ons, die in Antiochië als eerste Christenen genoemd werden.

      Hij nu, Die ons met u bevestigt in de Gezalfde en ons heeft gezalfd, is God, Die ook Zijn zegel op ons gedrukt en de Geest tot onderpand in onze harten gegeven heeft. Maar ik roep God aan tot getuige over mijn ziel, dat ik om u te sparen niet meer naar Corinthe ben gekomen. Niet, dat wij heerschappij voeren over uw Geloof; neen, wij zijn medewerkers aan uw blijdschap, want door het Geloof staat gij vast .
. . . . .  Dit heb ik mij echter stellig voorgenomen: niet weer in droefheid tot u te komen. Want indien ik het ben, die u bedroefd maak, wie anders kan mij dan blijde stemmen dan hij, die door mij in droefheid verkeert?
En nu was dit juist de bedoeling van mijn schrijven, dat ik bij mijn komst niet droevig gestemd 
zou worden door hen, over wie ik mij moest verblijden. Immers, ik vertrouw van u allen, dat mijn blijdschap ook u aller blijdschap is.
Want in zware druk en beklemdheid des harten heb ik onder vele tranen u geschreven, niet opdat gij zoudt bedroefd worden, maar opdat gij de Liefde zoudt kennen, Die ik in overvloedige mate voor u koester2Cor.1: 21-24;2: 1-4.

respect, betekent eerbied of waardering, die men heeft voor [of ontvangt van] iemand vanwege zijn kwaliteiten, prestaties of vaardigheden;
respect, means reverence or appreciation that one has for [or receives from] someone because of his qualities, achievements or skills
Onze Heer, Jezus Christus sprak in gelijkenissen en Paulus tracht dit in de Apostel-lezing van vandaag enigszins te verduidelijken. Hij geeft aan dat degene, die ons tot het Geloof heeft gebracht, ons nimmer zal dwingen het Geloof vast te houden, dat dienen wij zelf te doen door vast te blijven houden aan onze Verbintenis van de Doop, wat er ook gebeuren zal. Dus al wordt de gehele wereld om je heen uit zijn verband getrokken, jij blijft standvastig vertrouwen op de Heer onze God.
Hoewel Christus, als Zoon van God, Heer en Meester is over de Schepping en voor de mensheid het beste voor heeft, –
‘ Hij heeft de mensen immers lief’ -, zal Hij niemand door geweld of macht te gebruiken laten doen wat Zijn Wil is; God’s Liefde wordt immers in vrijmoedigheid [frank en vrij] aangeboden.
Het belangrijkste in het leven is respect te hebben voor elkaar en elkaars denkbeelden – het is, denk ik goed, in alles wat je op Geloofsgebied ontmoet in de eerste plaats naar jezelf te kijken. Zèlf heb je misschien een leven in een vertrouwde gemeenschap met vertrouwde gewoonten, een veilig leven, hetgeen je de ànder ook zó graag gunt en dat je dèsondanks tòch samen met elkaar van mening kunt verschillen [geen gelovige van welke nominatie dan-ook gelooft hetzelfde, óók dàt is een Mysterie, Oecumene als versmelting in elkaar zal eerst in het Hemels Koninkrijk plaatsvinden].
Je kunt jezelf maar al te goed voorstellen dat je het als een vorm van ontrouw ervaart dat je iemand op de bruiloft van het leven ontmoet, die voorheen met je optrok en helemaal geen  bruiloftskleed meer aanheeft; het is een verlies van een droom, die je voor jezelf en je omgeving voor ogen hebt en die niet langer beleefd wordt, maar dàn haak je toch niet af – zelfs al is het alleen maar voor de Wet.
Ook dàt is Respect en Geloof in elkaar, dat alles ‘goed’ komt, misschien niet onmiddellijk, want zo werkt God niet, Die verzoekt ons als Vader om er iets van te leren!

De Nederlanden, de Lage Landen, België… In het begin van de nieuwe tijd bedoelt men hier drie keer hetzelfde mee. Het is het mondingsgebied van Rijn, Maas en Schelde, vruchtbare landbouw-grond waarvan een niet onbelangrijk deel gewonnen werd op de zee.

We leven in onze landen in een geloofscrisis – wat voorheen in stad en platte land de boventoon voerde – kerktorens torende op elke afbeelding boven de bebouwing uit – zien we nu als torens van Babel verworden, product van de investeringsmaatschappijen. Ook kerkgebouwen worden met de grond gelijk gemaakt teneinde grove winsten op te strijken; het streven van de consumptiemaatschappij.
Misschien wil God de relatie met de mens ook hier op de proef stellen – daar zien we in de Blijde Boodschap immers genoeg voorbeelden van.
Tevens wordt door Hem een ruimte gecreëerd om de mens ‘een onzeker pad‘ te laten gaan – de mensheid opnieuw een [‘laatste ??’] kans te geven vorm te geven aan een uniek pad.
Het is de Heilige Geest, Die ons leidt en hoe en welke richting Hij opwaait kan niemand voorspellen – wèl dienen wij de samenleving vanuit onze Christelijke achtergrond te blijven steunen in dit moeizaam proces. Je mag er op vertrouwen dat God iets ‘goed’s’ met de mens voorheeft en dat de voortgang niet onze verantwoordelijkheid is. Hoe wij als gelovigen met niet-gelovigen samenleven en dat we gezamenlijk veranderen – lijkt mij onvermijdelijk. Je leven samen en met je eigen ]fysieke òf geestelijke-] kinderen gaat eveneens veranderen want ook dàt lijkt mij onvermijdelijk. De taak van de volgelingen van Christus is een bruggenbouwer te worden tussen onszelf en de gemeenschap, die ons omgeeft.
Zèlf betrouwbaar en biddend te zijn voor je omgeving en erop te vertrouwen dat de mensheid zich in God’s hand bevindt, Die allen de ‘goede kant‘ opleidt.
Misschien gaat er ook voor ons Christenen wèl een wereld open waar wij in kunnen groeien en 
waarin het Geloof een nòg grotere verdieping kan krijgen.
Die norm heb wij Christenen als mensen niet zelf hebben verzonnen; het is het Woord, de woorden van Jezus Christus onze Heer, alsmede de concrete uitwerking in de brieven van Paulus. De basis van het Christendom is dat God, Zijn Zoon naar de wereld gezonden heeft om de mensheid te redden.
De mensheid is zondig, iedere mens is zondig, niemand van ons is ‘goed genoeg‘ om op eigen kracht het Koninkrijk der Hemelen te verwerven.
Elke dag begaan wij mensen zonden, ieder mens is door de zonde van God verwijderd. Daarom heeft onze Heer en Verlosser onze zonden op Zich genomen zodat wij ons weer tot God kunnen richten en ons met Hem in onze nabijheid beschermd mogen weten.
God is inderdaad ook Rechter over levenden en doden en er zal een laatste oordeel komen.  Daar geloven wij in, God kan immers alleen maar rechtvaardig zijn maar de mens is dat voorzeker niet.
Paulus is droevig gestemd over degenen over wie hij zich juist zou moeten verblijden; hij ervaart een zware druk en beklemdheid des harten.
De navolgers van Christus vragen derhalve om een zuivere verkondiging van het Woord – met name de jongeren, die tobben over vragen rond voorspoed, geluk, welzijn – redding en verlossing dienen van ons een ‘zuiver‘ antwoord te krijgen over wat God ècht van hen vraagt.
Telkens kom je hen als spelleider tegen op je pastorale weg: jongeren die vastlopen in hun Geloof, of beter gezegd in hun poging om te geloven.
Bedenk dit, wij ouderen, hebben het Geloof ook niet als vanzelfsprekend gekregen en vastgehouden.
Het komt voor dat jongeren er op stille momenten, vaak ’s nachts mee bezig zijn, dat het zo lastig is om aan de oproep tot bekering te voldoen, omdat je niet weet of je wèl of niet uitverkoren bent.
Moedeloosheid overheerst, omdat de dagelijkse gebeden om bekering niet verhoord lijken te worden. En hoe kun je nou weten of je genoeg zondebesef hebt – teneinde het Koninkrijk God’s te mogen betreden.

Moderne, Byzantijnse orthodoxe weergave van het wonderbaarlijke icoon van Panagia Giatrissa [“de Genezeres”]

Uit de gesprekken met jongeren kun je opmaken, dat de noodzaak tot Bekering en Geloof oprecht wordt ervaren, maar dat de mogelijkheid hiertoe voor hun gevoel afgesloten is. Dit komt doordat ze, zoals ze zelf aangeven, door de wereld worden opgeslokt, in hun aandacht opgeëist worden – zij dienen te voldoen aan de normen van deze tijd:
studeren, goede baan, woning met een vervoermiddel voor de deur, een vaste relatie – een gelukkige toekomst – niet aan de typeringen voldoen waaraan een Gelovige in de eerste plaats aan zou dienen te denken.
Want God zegt ons: Wat maak je je druk, kijk naar de vogelen aan de Hemel . . . etc. 
Heel schrijnend vind ik het om steeds weer te moeten merken dat een groot aantal jongeren Gods aangeboden Genade blijft verwerpen. Dit komt voornamelijk doordat aan hen niet verteld lijkt te zijn, hen niet voorgehouden is,  dat ze de oproep tot Bekering dienen te plaatsen zoals deze vanuit Gods Woord tot hen komt. En ook doordat ze het idee hebben gekregen dat God eerst iets heel bijzonders moet laten gebeuren in hun leven; gewoon mens als kind van God zijn is niet goed genoeg.
Ga jezelf nu niet afvragen òf je dàt wel diep genoeg ervaart, want dat doe je niet – vraag jezelf ook niet af of je wel verdrietig genoeg bent, dat ben je namelijk evenmin.
Je bent geneigd er op lòs te leven, jezelf iedere dag kostelijk vermaken – tot verdriet van je ouders. De alom aanvaarde grenzen worden ruimschoots overschreden – alcohol, stimulerende middelen, tot verslavingen er aan toe.
Alles wat God geboden en verboden heeft wordt uitgeprobeerd. Je verneemt in de Blijde Boodschap, God’s Woord dat dit zondig is.
Zondige mensen hebben Jezus nodig om tot God te kunnen komen.
Jezus Christus, de Zoon van God, Die Zich over ons zondaar ontfermt.
Hij, Die uit zo veel Goddelijke Liefde naar deze wereld gezonden is, om in even zoveel Liefde ook voor jouw zonden te sterven.
Dàt geloven en dáárop vertrouwen, dàt is wat God van ons opeist.
Dàt is het juiste antwoord geven op de oproep die tot je komt:
  Niemand kent de Zoon dan [God] de Vader, en niemand kent de [God] Vader dan de Zoon en wie God, de Zoon het wil openbaren”.
Deze klopt op de deur van ons hart en zegt:
Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal jullie rust geven; neemt Mijn juk op je [schouders] en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en jullie zullen rust vinden voor je zielen; want Mijn juk is zacht en Mijn last is lichtMatth.11: 27b-30.
Anders gezegd: “Bekeer je!” òf “Keer om!“.

Apolytikion     tn.5.
Komt laat ons bezingen en aanbidden
het met de Vader en de Geest mede-eeuwige Woord,
Dat om ons te verlossen uit de Maagd geboren is.
Want Hij heeft het op Zich genomen
Zijn Lichaam aan het Kruis te laten slaan en de dood te verduren,
Om door Zijn Roemrijke Opstanding
de doden op te wekken
”.

Kondakion     tn. 5.
Ter helle zijt Gij neergedaald, mijn Heiland,
en in Uw Almacht hebt Gij de ijzeren poorten gebroken.
Al Schepper hebt Gij de gestorvenen opgewekt;
de prikkel des doods vernietigd,
en Adam van de vloek bevrijd, o Menslievende.
Daarom roepen wij U allen toe: Heer, red ons
”.

Theotokion     tn.5.
  Gij zijt in waarheid de Cherubijnen-troon,
want in U heeft het Woord woning genomen Al-reine
en is in het vlees uit U voortgekomen.
Om ons heeft Hij het Kruis ondergaan en
heeft Hij als God de Opstanding geschonken
om onze natuur te verheerlijken.
Vraag voor ons om vergeving van zonden
”.

Orthodoxie & bekend zijn met goed en kwaad

‘een gekruisigde Christus, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid’.

Daarna ging Paulus na verloop van veertien jaar weer naar Jeruzalem met Barnabas en nam ook Titus mee; en Hij ging op grond van een Openbaring.
En hij legde hun het evangelie voor, dat hij onder de heidenen verkondigd had, afzonderlijk echter aan hen, die in aanzien waren, opdat hij niet vruchteloos liep of gelopen had.
Maar zelfs Titus, die bij hem was, werd, ofschoon hij een Griek was, toch niet gedwongen zich te laten besnijden; en dat met het oog op de binnengedrongen valse broeders, lieden, die waren binnengeslopen, om onze vrijheid, die wij in Christus Jezus hebben, te bespieden, en zo ons tot slavernij te brengen.
Zij zijn als navolgers van Christus voor hen geen ogenblik gedwee uit de weg gegaan, opdat de waarheid van het Evangelie ook verder bij hen zou blijven.  Maar wat hen betreft, die in zeker aanzien waren – wat zij vroeger geweest [ook geweest] mogen zijn, het doet er voor hem niets toe: God ziet de persoon niet aan – Paulus immers hebben zij, die in aanzien waren, verder niets opgelegd” conf. Gal.2: 1-6.

Zonder Waarheid geen Verzoening
Het hart en de ogen zijn twee tussenpersonen van de zonde, zoals geschreven staat: “      Mijn zoon, geef Mij uw hart, laten uw ogen behagen hebben in Mijn wegen“ Spreuken 23: 26.
Indien jij Christus, [God, de Zoon] je hart en je ogen geeft,
zal God [de Vader] weten dat jij van Hem bent.
Nederlandse spreekwoorden: ‘Het hart op de rechte plaats hebben’ en
‘Met m’n hand op m’n hart’; ‘ Door het oog van de naald kruipen’ en
‘Een doorn in het oog zijn’.

“Door de mand vallen” van de hand van Pieter Bruegel, de Oude

    Hoort dit toch, gij dwaas en verstandeloos volk, dat ogen heeft zonder te zien en oren zonder te horen:     Wilt gij Mij niet vrezen, luidt het woord des Heren, of voor Mij niet beven, die het zand gesteld heb tot grens voor de zee, een altoosdurende beperking, die zij niet zal overschrijden; al rollen haar golven, zij vermogen niets; al bruisen zij, zij overschrijden haar niet’.
       Maar dit volk heeft een weerbarstig en weerspannig hart, zij zijn afgeweken en heengegaan, zij hebben niet bij zichzelf gezegd: ‘Laat ons toch de Heer, onze God, vrezen, Die regen geeft, de vroege en late regen, op zijn tijd, die de vaste oogstweken ons bewaart’Jeremia 5: 21-24.

Niemand doet alleen het goede’ – doch zonder Waarheid geen verzoening.
Voor veel buitenstaanders bewijst het Mysterie van de Biecht dat de Kerk nogal luchtig omgaat met waarheid en leugen. Dit is nogal plat, afgezaagd en ongeïnteresseerd omgaan met datgene wat tot onze Christelijke cultuur behoort.

NPO logo voor show’s

De Nederlandse Publieke Omroep, bakermat van de Nederlandse journalistiek, houdt vast aan haar besluit in haar programma’s minder aandacht te besteden aan informatievoorziening, met name voor het Geloof. De oude op cultuur gerichte maatschappij daalt in niveau, maar het leed is nog lang niet geleden – straks klaagt men over het feit dat de mens als een robot achter de feiten aanloopt en niet meer zelfstandig in staat is onderscheid te maken tussen waarheid en leugen. De politiek zal er wèl bij varen.

Werken totdat Hij komt

Indien je met geheel je hart en ziel hebt besloten de Heer te dienen en overeenkomstig je voornemens  het Verbond met God te handelen dan dient elke dood-lopende weg en elke onzinnige behoefte vermeden te worden. Door Genadegaven word je in staat gesteld Hem te stellen boven al datgene wat je vlees je ingeeft. Op die manier ben je gericht op het Geloof en keert jouw toewijding zich slechts tot Hem en ben je er zeker van dat je zowel geestelijk als in je dagelijkse bekommernissen Hem genegen zult zijn. Dàt is de wijze waarop je zult groeien in het Christelijk Geloof.

Het is buitengewoon om te beseffen dat je zonder God tot niets in staat bent en dat je nadat je dit hebt voorgenomen en dit hebt weten te realiseren je tot Hem je toevlucht neemt en voorzeker kunt vertrouwen op Zijn hulp.
Deze kennis van jezelf en je omgeving dient je ziel op de juiste manier te begeleiden en haar onfeilbaar in wat je ook overkomt te informeren over het goede.
Maar dit kan onmogelijk worden gepresteerd als niet alles door Zijn Goddelijke handen zijn gegaan en datgene wat je ontmoet niet helder is en verlicht wordt.
Laten we ons daarom een schoonmaak houden en blijven streven naar de vervulling van de Geboden des Heren, welke het hart verlichten van de hartstochten. Laat in alles het Goddelijk ~ Licht ~ ons begeleiden vanuit de zorgvuldige afweging van het Woord van de Blijde Boodschap.         Van daaruit die dingen begrijpen waarmee we ons geweten gerust kunnen stellen teneinde aan Gods Heilige Wil te gehoorzamen
”.
conf. H. Theophanos de Belijder
In de Orthodoxe kerk verwijst de titel Belijder naar een volgeling van Christus, die getuigenis heeft afgelegd van het Christelijke Geloof en daarvoor heeft geleden [meestal marteling, maar ook andere vormen van ontbering], maar niet tot het punt van de dood en dus onderscheidt deze mens zich van een Martelaar.

Het door het journaille als banaal gepropageerde beeld van de biecht is typerend voor een rekkelijke omgang met waarheid en leugen. Met de zegen de Kerk zou de gelovige er door-de-weeks op lòs leven, in de wetenschap dat hem met het Mysterie van de Biecht altijd wèl vergiffenis wacht. Deze karikatuur miskent de wezenlijke betekenis van dit Mysterie. ‘God haat de zonde maar bemint de zondaar, in de woorden van kerkvader Augustinus. God zal je als Vader over al Zijn kinderen derhalve altijd vergeving schenken, óók om jou te tonen dat ook jij in het leven geroepen bent om overeenkomstig Zijn Beeld en Gelijkenis, lief te hebben, om liefdevol te zijn voor God en voor je naaste. ‘Jouw goede daden beginnen met het bewustzijn van jouw slechte‘.
Niettemin dient de Kerk Zich het onbegrip voor haar denken en handelen wel aan te trekken en bereid zijn tot zelfkritiek. ‘Het Waarheidsdenken is gebaseerd op Christus’ Pedagogie‘, waarbij Hij stelt dat Hij niet is gekomen om de Wet van Mozes af te schaffen, maar die te vervolmaken.
Een wettelijke benadering van een kind ten opzichte z’n vader zou de onderlinge liefdesverhouding kapot maken. In het ouderwets Joods denken acht een niet-geschoold empathie-loos journalist een liefdesverhouding die onze Heer en Verlosser, Zoon van God, voorstaat als  hopeloos ouderwets en volkomen achterhaald. Het journaille kampt net als het gros van de voorheen gelovige Christenen met een groeiend onvermogen de door Christus nagestreefde Goddelijke Ethiek op een positieve wijze voor het voetlicht te plaatsen.
De positieve benadering van Waarheid en Verzoening zou het menselijk hart weer gaan raken en daar zitten de humanistisch ingestelde persoonlijkheden niet op te wachten – die streven dodelijke vrijheid van denken en streven dit ná, met alle gevolgen van dien.

Alles wat de Allerhoogste ons heeft geleerd hebben wij nodig om de Heilige Geest en het Hemels Koninkrijk te verwerven. De Blijde Boodschap – Zijn Pedagogie geeft ons niets anders dan datgene waar je ‘niet zonder’ kunt. Waarom doet de mens het allemaal toch op z’n eigen wijze en blijft daarin volharden?
Omdat de mens zich -door zijn eenzijdige westerse  opvoeding niet bewust is gemaakt/geworden van het uiteindelijke doel in hun leven; de bestemming van de Goddelijke  weg door het leven naar het Hemels Koninkrijk.
Waarom worden sommige mensen overbelast door zinloze verplichtingen en
verspillen zij energie aan zaken waardoor ze zich niet vrij kunnen bewegen en
gaan zij gebukt onder het gewicht van hun verplichtingen?
Zo men maar wil en zich omkeert van verkeerd gebaande wegen, zullen zij de opvallende aanwezigheid van het “Licht” herkennen, welke hen te wachten staat wanneer zij de wereld de rug toekeren.
Het Koninkrijk der Hemelen, Welk het enig noodzakelijke Doel is in het leven – maakt het beslist nodig [onontbeerlijk] de verstrooide gedachten te onderkennen teneinde zowel het hart als de ziel  te genezen dat verscheurd is.
God roept je en probeert je van je ongecontroleerd doen en laten af te helpen door je te laten zien dat er maar één doel in het leven noodzakelijk is.

Om de belangrijkste misleiding aan de verstrooide gedachten op een rij te krijgen dient het verscheurde hart van de mens te genezen en zal het zich ingaan zetten  de ongecontroleerde macht van de satan buiten te sluiten.
Eerst dan blijkt dat er slechts een enkel doel noodzakelijk is, het nastreven van het Koninkrijk der Hemelen, het Rijk van God.
⁌  In welke moeilijkheden verkeert het leven van een mens, die worstelt met de verschillende, chaotische doelen die hij/zij in deze tijd nastreeft?
⁌  In welke omstandigheden bevindt zich menig gebroken hart?
⁌  Welke Kracht heeft de mens wel niet nodig om zich daaraan te ontworstelen?
➻  Er bestaat slechts één Mogelijkheid – het vraagt omslechts één stap in de goede richting – het omvat een menselijke inspanning je te richten tot het Koninkrijk van God. Christus probeert ons inzicht te verschaffen, ons de ogen te openen en al de menselijke aandacht te richten op dàt doel.
Degenen die dàt inzicht aanvaarden, zich ondergeschikt aan God’s Wil opstellen, hebben maar één doel. Deze ‘Zoon van God’ roept op tot sympathie, roept op tot Liefde tot God en voor de mensen. Een soort lichte heimwee naar het oorspronkelijke, welke ons dichter tot God brengt.
Welzalig is de mens, die die handelt naar de raad van goddelozen.
Die niet staat op de weg van de zondaars en
die niet neerzit op de zetel van de verderfelijkheid.
Maar die vreugde vindt in datgene wat ons godsbesef ons voorhoudt;
die Zijn Geboden overweegt bij dag en bij nacht
conf. Psalm 1.
Gezegend is degene die Deze normen weet te hanteren, deze maat weet te bereiken. Deze mens is het brandpunt geworden die de tsunami van de zee in zich op- neemt om met behulp van God een vuur te creëren.
De woorden die Christus zei tegen Martha: ”     Martha, Martha, je maakt je bezorgd en druk over vele dingen, maar weinig is nodig of slechts éénLuc 10; 41,42a.
Dit betreft eigenlijk slechts één aandachtspunt, een houvast, een waarschuwing aan de gehele wereld.
      Een ieder dan, die Mij belijden zal voor de mensen, hem zal ook Ik belijden voor Mijn Vader, Die in de Hemelen is; maar al wie Mij verloochenen zal voor de mensen, die zal ook Ik verloochenen voor Mijn Vader, Die in de Hemelen isMatth.10 32,33.

In alles wat de Heer en Verlosser, hier tijdens Zijn verblijf onder de mensen gedaan heeft, was Hij Heer en Meester over dit gegeven.
Allen, die door Hem geraakt zijn – pelgrims, die zwerven rond de ravijnen en de wervelwind van het voorbijgaande leven – zijn ‘in Zijn Licht’ opgenomen en verzameld om binnen te treden in Zijn Hemels Koninkrijk.
Alles wat de Allerhoogste doet, is onontbeerlijk voor de mens; het blijkt in alles wat wij tegenkomen het Énige doel te zijn.
Het is daarom uiterst noodzakelijk te doen wàt je bij jezelf [eertijds in navolging van je voorouders] hebt voorgenomen – Volgeling te zijn van Christus.
Er bestaat helemaal niet zoiets als een reden of een behoefte aan werk.
Hoe vruchtbaar waren Zijn woorden en Zijn werk wel niet onder de mensen!
Hoeveel miljoenen mens-personen hebben hierin niet een oproep herkend
elke beweegrede en hebben elk van Zijn daden mede-op-zich genomen, welke
Hij als God-manes gedurende drie dagen heeft gedragen!
Hoe zoet, opgewonden en levendmakend is deze schat, die ons wordt voorgehouden!

Verzoeking van Christus [San Marco, Venetië (It.)]
Waarom veranderde de Heer de stenen niet in brood toen hij om Satan vroeg?
In twee opeenvolgende gevallen:
1.]. toen er zich een hongerige menigte om Hem heen verzamelde,
vermenigvuldigde hij het aanwezige brood tot een enorme hoeveelheid en
nadat de menigte van het brood gegeten had, liet hij meer brood achter dan het eerst was.
2.]. de verleiding door de duivel wees Christus zonder meer af.
Bij de eerste ontmoeting met het Kwaad [de afwijzing van de verleiding tot het veranderen van de stenen in brood] was het een oprechte beslissing dat dit als ongepast diende te worden gezien. De ontmoeting met de menigte mensen [de wonderbaren brood-vermenigvuldiging] was daarentegen hoogst noodzakelijk en passend.
Omdat onze Heer en Verlosser ‘niet’ aan het verzoek van de Farizeeën ‘teken uit de Hemel‘ voldeed; gaf Hij geen Mysterieus Hemels signaal af, zoals het Mysterie van de genezing van zieken, melaatsen, bezeten, en liet Hij geen dode opgestaan.
Elke zicht op machtsvertoon ten opzichte van de Farizeeën beschouwde Christus als ongeschikt, ongepast en overmatig;
in alle andere gevallen, waar medemenselijkheid de boventoon voerde, beschouwde Christus Zijn handelen als wenselijk, noodzakelijk en passend.
Laten wij dàn eveneens “Hem als God’s Zoon” belijden voor de mensen, opdat Hij ook ons zal belijden voor Zijn Vader, Die in de Hemelen is.
De zegen van Christus moge ons leven dusdanig bevruchten, dat we niet vertwijfeld mogen blijven ronddwalen, dit is hetgeen we Hem in Geloof afsmeken. conf. Heilige Nikolai Velimirovich of Ohrid and Žiča [1920-1956].

Niet “wat waar is?” maar “wat werkt?” is de meest urgente vraag geworden. Het beeld van God’s Barmhartigheid is een heilzaam element in onze Joods-Christelijke cultuur.
God houdt de weg naar Zichzelf altijd open, wat er ook gebeurd is.
Het mooie in de gelijkenis van “de Verloren Zoon” is dat zijn Vader hem in de armen sluit, nog vóór hij de kans heeft de schuldbelijdenis die hij heeft ingestudeerd uit te spreken.
Dat is een indrukwekkend, troostend verhaal, over de onvoorwaardelijke Liefde van God voor de mensen. Hoezeer mijn leven wellicht ook in puin ligt, God blijft nog altijd voor mij beschikbaar. Ook waneer we de geschiedenis van de mens bekijken, met al die explosies van het kwaad, is het een troostende gedachte dat God deze wereld nooit zal afschrijven.

 

Augustus, de 29e – Orthodoxie & profeten – op het feest van de onthoofding van Johannes de Doper

αποκεφαλισμό του Ιωάννη του Βαπτιστή – onthoofding van Johannes de Doper – beheading of John the Baptist – قطع رأس يوحنا المعمدان

      En koning Herodes hoorde van Hem, want Zijn Naam was bekend geworden; en men zei:
‘Johannes de Doper is opgewekt uit de doden en daarom werken die krachten in Hem’.
       Anderen zeiden: ‘Het is Elia, weer anderen: Een profeet als een van de profeten’.
Toen dan Herodes van Hem hoorde, zei hij: ‘Johannes, die ik onthoofd heb, die is opgewekt’.
       Want hij, Herodes, had Johannes laten grijpen en geboeid gevangen gezet, ter wille van Herodias, de vrouw van zijn broeder Filippus, omdat hij haar tot vrouw genomen had.
       Want Johannes had tot Herodes gezegd: Gij moogt de vrouw van uw broeder niet hebben.
Herodias had het op hem voorzien en wilde hem doden, doch zij kon dit niet, want Herodes had ontzag voor Johannes, daar hij wist, dat hij een rechtvaardig en heilig man was; en hij beschermde hem en als hij hem gehoord had, was hij in grote verlegenheid, maar hij hoorde hem gaarne.
       En toen er een gelegen dag gekomen was en Herodes op zijn geboortefeest een maaltijd aanrichtte voor zijn hoogwaardigheidsbekleders, zijn legeroversten en de voornaamsten van Galilea, en de dochter van Herodias binnenkwam en danste, behaagde zij Herodes en hun, die mede aanlagen.
En de koning zei tot het meisje: ‘Vraag van mij, wat gij maar wilt en ik zal het u geven. En hij zwoer haar: Wat gij mij ook maar vragen zult, zal ik u geven, tot de helft van mijn koninkrijk.
       En zij ging heen en zei tot haar moeder: ‘Wat zal ik vragen?’
       En deze [moeder] zei: ‘Het hoofd van Johannes de Doper.
En terstond ging zij haastig naar binnen tot de koning en vroeg, zeggende: Ik wil, dat gij mij onmiddellijk op een schotel geeft het hoofd van Johannes de Doper.
En ofschoon de koning zeer bedroefd werd, wilde hij het haar om zijn eden en om hen, die aanlagen, niet weigeren.
En terstond zond de koning een scherprechter met de opdracht het hoofd te brengen. En deze ging heen en onthoofdde hem in de gevangenis, en hij bracht het hoofd op een schotel en gaf het aan het meisje en het meisje gaf het aan haar moeder.
       En toen zijn discipelen het hoorden, kwamen zij en namen zijn lijk weg en legden het in een graf. 
       En de apostelen kwamen weer samen bij Jezus en berichtten Hem al wat zij gedaan en geleerd hadden. En Hij zei tot hen: ‘Komt hier en gaat [met Mij] alleen naar een eenzame plaats en rust een weinig. Want er waren velen, die kwamen en gingen, en zij hadden zelfs geen tijd om te eten
Marc.6: 14-30,31

      En toen hij zijn loopbaan volbracht, zei Johannes [de Doper]:
Wat gij meent, dat ik ben, ben ik niet, maar zie, na mij komt Hij, wie ik niet waardig ben het schoeisel van zijn voeten los te maken.
        Mannen broeders, zonen van het geslacht van Abraham, en vereerders van God onder u, tot ons is deze Heil’s-Boodschap gezonden.
Want die te Jeruzalem wonen en hun oversten hebben Hem niet erkend en zij hebben de uitspraken der profeten, die elke sabbat worden voorgelezen, door hun oordeel vervuld, en hoewel zij geen grond voor doodstraf konden vinden, hebben zij Pilatus gevraagd Hem ter dood te brengen; en toen zij alles volbracht hadden, wat van Hem geschreven stond, namen zij Hem af van het hout en legden Hem in een graf.
        Maar God heeft Hem uit de doden opgewekt; en Hij is gedurende vele dagen verschenen aan hen, die met Hem van Galilea naar Jeruzalem opgegaan waren, die thans getuigen van Hem zijn bij het Volk
        En wij verkondigen u, dat God de belofte, die aan de Vaderen geschied is, aan ons, hun kinderen, vervuld heeft door Jezus op te wekken, gelijk in de tweede psalm geschreven staatHand.13: 25-33a.

De pasteitjes van de Lage Landen, Οι πλατφόρμες των Κάτω Χώρων, فطائر الدول المنخفضة, The patties of the Low Countries.

“ . . . . . er waren velen, die kwamen en gingen, en zij hadden zelfs geen tijd om te etenMarc.6:  31 en
“ . . . . .  mijn zoon zijt Gij; Ik heb U heden verwekt. En dat Hij Hem uit de doden heeft opgewekt, zonder dat Hij weer tot ontbinding zal weerkeren, heeft Hij aldus gezegd: Ik zal U het heilige van 
David geven, dat betrouwbaar is; en daarom zegt Hij ook in een andere Psalm: Gij zult uw Heilige geen ontbinding doen zienHand.13: 33b-35.

Het leven beweegt zich vaak in een meedogenloos tempo voort.
Door onszelf deadlines te stellen voeren we de druk op, dagen gaan als een waas voorbij.  Voor veel Gelovigen, waaronder ikzelf, biedt de gepensioneerde periode een mogelijkheid terug te kijken op je leven en de broodnodige gelegenheid om tot zelfinzicht te komen. Je gaat naar buiten, schakelt je telefoon uit en probeert aan de dagelijkse eisen van deze tijd te ontkomen.
Het is niet alleen de kunst van het [door-]zien, hetgeen je aanspreekt, maar tevens de wijze waarop je met je bestaan omgaat en even op adem kunt komen.
Door inzicht te verkrijgen in – de rode draad van je leven – neem je de tijd om je persoonlijke  landschap te verkennen en te bestuderen, je bent in staat op deze wijze een fractie mentale ruimte voor jezelf te creëren.
Het is moeilijk om je gestrest te voelen wanneer je in de wildernis van deze wereld ontloopt en je op het strand van Zandvoort eens lekker te laten uitwaaien.

  • voor jezelf en degene met wie je optrekt [Christus?] doemen fascinerende beelden op  •
    iconische beelden, die een gevoelige snaar aanraken.
    een bibliotheek aan persoonlijk geheugen, welke ergens diep van binnen ligt opgeslagen. 
    Het is niet alleen de kunst kijken, maar die van gevoelsmatigheden die zo aansprekend blijken te zijn.
    Zelfreflectie is totaal anders dan àndere sociale disciplines – het grootste deel van de afgelopen decennia ben ik bezig geweest mezelf via de anderen te vinden.
    Nù op deze leeftijd de rust van de eenvoud van leven is binnengedrongen heb ik enkel behoefte aan het notitieblok in m’n telefoon, teneinde de vaak snel bewegende gedachten vast te houden, formuleringen met afbeeldingen te verbinden, artikelen te schrijven, fotograferen van menselijke landschappen is nu eenmaal totaal ànders dan andere fotografische disciplines.
    Het grootste deel van de afgelopen 20 jaar ben ik mijn wereldje rondgereisd met een notitieblok en een camera, van hot naar her, vaak snel bewegend, met foto’s, artikelen schrijven, dit alles sorterend en desondanks in contact blijven met mede-gelovigen onderweg naar het Hemels Koninkrijk.
    Ook het vastleggen van mijn eigen ervaringen kan wel eens snel gebeuren, onder invloed van een spoor van adrenaline. Als een brombeer, die door de gevaar-lopende regenwouden van de wereld ook af-en-toe best wel eens een steek laat vallen; struikel ik dàn zal ik heus niet zo uniek zijn en al was dat zo, dan probeer ik me in een volgend artikel te herpakken; je hebt veelal maar één moment tot de sluitertijd om het beeld vast te houden en dàt maakt nu juist allemaal deel uit van mijn opwinding. Het blijkt dat de Blijde Boodschap ook mij na een heel leven lezen, studeren en navorsen nog héél wàt te leren kan hebben.
De Nederlanden, de Lage Landen, België… In het begin van de nieuwe tijd bedoelt men hier drie keer hetzelfde mee. Het is het mondingsgebied van Rijn, Maas en Schelde, vruchtbare landbouw-grond waarvan een niet onbelangrijk deel veroverd werd op de zee.

Evenzo, heb je het als je taak opgenomen, om chaotische, door traangas doordrenkte gebeurtenissen in de Christelijke Gemeenschap vast te leggen.
Naast je avond- en ochtendgebeden, dien je alert te zijn op het ‘moment suprème’ en de unieke, vluchtige beelden vast te leggen wanneer ze zojuist hebben plaats gehad.
Het is ‘de Geest, Die waait waarheen Hij wil’ – ook al zou je best wel eens willen dat mens en natuur er toe neigt bepaalde poses aan te nemen, hetgeen veelal  niet leidt tot de meest boeiende literatuur.
Je kunt het beschouwen als een profetisch gebeuren, je weet bij alles wat je doet dat je hoofd er een beetje afgaat, wanneer je de Waarheid laat doorklinken.
Het is een niet onwaarschijnlijke ontwikkeling, je kunt de klok hierop gelijk zetten. Ook beroepsmatig ben ik als in het ‘maatschappelijk werk‘ altijd een andere en tot op zekere hoogte moeilijke, soort hulpverlener, voorloper en verslaggever geweest. Dit komt voort uit het feit dat je religie ook in je dagelijks leven serieus neemt en daarbij kun je de wereld mee tegen je in het harnas jagen.
Religie is geen kunstgreep, geen manier om de wereld middels de Kerk, het Lichaam van Christus te ontvluchten, maar om dieper in zijn hoeken en gaten te gaan graven, met gevolg dat het schrijven een realistische proza wordt.
De formulering en de zinsconstructies zijn nauw verbonden met het spirituele van alledag, veelal wordt geschreven aan de hand van de ‘Calendar & Lectionary’ van het “Orthodox Fellowship of Saint john the Baptist” [te bestellen voor £ 4.00 bij ofsjbcalendar@gmail.com].
Toch maak je jezelf als schrijver zorgen over semi-dubbele-spitsvondigheden en zijn de Cherubijnen en Serafijnen van groot nut voor de onrustige momenten, die het leven in de wereld nu eenmaal biedt.
Tevens dien je de tijd en de rust te nemen, te onderzoeken, te kijken en meestal gewoon af te  wachten. Het is te vergelijken met een vorm van een godsdienstige overdenking.
Als publicist probeer je over te brengen wat je ziet, hoe je de dingen in de Gemeenschap om je heen ziet en wat je erbij ervaart. Wat dien je te ondernemen om bij je medereiziger en mede-aan-schouwer een gevoel van Christelijke Liefde voor het menselijk bestaan op te roepen.

Profetie
Het gegeven van Profetie is gevallen en het feit dat je de kans loopt onthoofd te worden – op z’n minst met de nek aangekeken te worden, is nu voor allen klip en klaar. Dus kijk me niet veront-waardigd aan wanneer je me tegenkomt – een verkondiger kàn nu eenmaal niet anders,
het is H. Geest, Die mij daartoe aanspoort.
Maar hoe zit dat dan: waarom lopen profeten constant het gevaar gedood te worden?
Het leven kan moeilijk zijn, houdt daarom je geest erbij en laat je niet overweldigen; indien je jouw persoonlijke vrijheid verliest, dan ga je zeker dood.
Analyses krijgen al snel de woorden mee: ‘Dit is om een ander even een spiegel voor te houden’. Gevolgd door: ‘Doe er je voordeel mee’.
Maar het werkt tevens omgekeerd ‘Je houdt jezelf een spiegel voor’ – je bent God niet, je bent ook maar een mens, dus een zondaar [en wàt voor een].
Volgens Wikipedia is een spiegel ‘een voorwerp dat licht [en andere soorten elektromagnetische straling, w.o WIFI] en weerkaatst volgens de wet “hoek van inval = hoek van terugkaatsing”’.
Volgens deze definitie wordt het karakter ervan bepaalt door de wijze van weerkaatsing. Interessant, de ene spiegel is de andere dus niet en hoe je de spiegel vasthoudt maakt alles uit. Wandel je door de ruim 25 definities, die nog meer aan het fenomeen spiegel worden opgehangen, dan wordt het al snel heel fysiek en gaat het om de oppervlak waar op gespiegeld wordt.
Leuker wordt het weer als je het opeens over de ‘spiegel van de ziel’ in zich mag krijgen. Van elke definitie kan wel weer een nieuwe definitie van de metafoor worden gemaakt, maar meest opwindend word ik door het uitdiepen en  onderzoek naar het beeld om iets uit te drukken.
Ik begin bij voorkeur met een eerste korte blik in de spiegel – ‘kijk, dit is wat ik van de mens weet’ en eindig dan graag met een uitgebreide blik in de spiegel: ‘na alles wat wee hebben gezien, is dit de spiegel die ik ons allen voor wil houden’.
Met daarachter al-dan-niet de woorden:
Het is aan u om daar wel of niet wat mee te doen’.

Hoofd van de H. Johannes de Doper;

           Dit is profetisch niet alleen verantwoord, het is ook gewenst.
Keurig wordt de verantwoordelijkheid bij de ander gelaten, een ander die ook nog eens de tijd krijgt om te checken wat de kijker, de consultant, de profeet nu eigenlijk van de kwestie vindt.
Nog beter; door twee keer òf nog méér de spiegel voor te houden, wordt als het ware de voortgang in het inzicht gemeten.

icoon van Ivana Krstitelja, een wonder; icon of Ivana Krstitelja, a miracle; εικονίδιο της Ιβάνα Κρίστιτελγια, ένα θαύμα; أيقونة إيفانا Krstitelja ، معجزة.

Wanneer er groei, wasdom is, komt die in beeld – wordt er daarentegen gefaald, dan wordt het beeld van dat falen scherper.
Hoe dan ook; als de blik in de spiegel de tweede keer méér laat zien dan de eerste keer, wordt dat door de profeet doorgaans en terecht geïnterpreteerd als waardevolle ‘winst’.
Allereerst voor mijzelf: om mijzelf te waarschuwen voor de valkuil van een
te gemakkelijk geplaatst beeld om iets uit te drukken. In de tweede plaats voor mijn medereizigers, mijn mede-Emmaüsgangers, medezoekers en hoogvliegers teneinde het Koninkrijk der Hemelen te bereiken:
‘blijf nadenken, blijf meekijken’.

Hoofd van de H. Johannes de Doper;                                              Head of St. John the Baptist;            Επικεφαλής του Αγίου Ιωάννη του Βαπτιστή;                                    رأس القديس يوحنا المعمدان.

Een broertje van elk effect is een neveneffect en dat dàn weer – voor je het weet –
leidt tot ruzie tussen broeder òf zuster, òf welk familielid dan ook.
Zoiets zal het zijn en is het dan, ja dàn gaat in de op de wereld berichtte samenleving je kop eraf.

“ . . . . . Er kwamen enige Farizeeën, die Hem zeiden: ‘Ga heen en vertrek vanhier, want Herodes wil U doden. En Hij zei [daarop] tot hen:
‘ . . . . . Gaat heen’
en zegt onze grote Veldheer: ‘Zie, Ik drijf boze geesten uit en volbreng genezingen, heden en morgen, en op de derde dag ben Ik gereed. Doch Ik moet heden en morgen en de volgende dag reizen, want het gaat niet aan, dat een Profeet buiten Jeruzalem omkomt’Luc.13: 31-33.
Het zijn deze woorden, die hout snijden.
Onze Heer spreekt ze op weg naar de stad Jeruzalem, Zijn einddoel, op weg naar het Groot en Heilig Kruis.
Sympathiek gebaar van deze farizeeën, toch of toch niet? Is Herodes dit echt van plan of is het alleen maar een vorm van verbale intimidatie?
Wat in ieder geval duidelijk is: ‘Onze Heer en Verlosser laat Zich niet van de wijs brengen. Hij gaat net zolang door tot Zijn werk in Galilea, het gebied van Herodes, gereed is en reist vervolgens verder in de richting Jeruzalem’.

Is onze Heer en Verlosser [en wij met Hem] nu blind voor het gevaar?
In het gebied van Herodes, Galilea, loopt Hij eigenlijk geen gevaar, voor zo’n bedreiging behoeft Hij niet bang te zijn. Het echte gevaar dreigt in Jeruzalem, dat in Judea ligt. Jeruzalem heeft immers een reputatie op het gebied van het uit de weg ruimen van profeten.
Lichamelijk en Geestelijk schokkend, ontroerend. Uitgerekend vanuit de stad waar de Tempel zich bevindt, het hart van het religieus bewustzijn, van de openbaring van God, wordt een ontzettend negatief imago opgebouwd.
Religie gaat de wereld immers niet aan‘.
Kijk derhalve dáár naar de geschiedenis. Zo is het toch telkens gegaan, tot op de dag van vandaag?
. . . . .  Daarom zegt ook de wijsheid Gods: “Ik zal tot hen zenden profeten en apostelen en van hen zullen zij sommigen doden en vervolgen, opdat van dit geslacht afgeëist zal worden het bloed van al de profeten, dat vergoten is sinds de grondvesting der wereld, van het bloed van Abel tot het bloed van Zacharias, die omgebracht is tussen het altaar en het tempelhuis. Ja, Ik zeg u, het zal afgeëist worden van dit [mensen-]geslacht. Wee u, wetgeleerden, want gij hebt de sleutel der kennis weggenomen; zelf zijt gij niet binnengegaan en hen, die trachtten binnen te gaan, hebt gij tegengehoudenLuc.11: 49-52.

Waarschijnlijk is deze Zacharia [Hebr.= ‘de Heer herinnert Zich’] de zoon van de priester Jojada [Hebr.= ‘de Heer kent, weet’].
“ . . . . .  Toen vervulde de Geest Gods Zekarja, de zoon van de priester Jojada, en hij ging tegenover het Volk staan en zei tot hen:
        Zo zegt God: waarom overtreedt gij de geboden des Heren en wilt gij niet voorspoedig zijn? Omdat gij de Heer verlaten hebt, heeft Hij u verlaten.
        Maar zij maakten een samenzwering tegen hem en stenigden hem op bevel van de koning in de voorhof van het huis des Heren.
        Koning Joas hield de trouwe hulp, die zijn vader Jojada hem betoond had, niet in gedachtenis, maar doodde zijn zoon. En, toen deze stierf, zei hij:
        ‘ De Heer zal het zien het en zal wraak nemen!
Bij de wisseling van het jaar trok het leger van Aram [hoog, verheven] tegen hem op. Zij drongen door tot Juda en Jeruzalem en verdelgden alle volksoversten onder het volk en zonden de gehele buit aan de koning van Damascus.
        Hoewel het leger van Aram met een gering aantal mannen kwam, gaf de Heer toch een zeer talrijk leger in hun macht, omdat zij [de Judeeërs] de Heer, de God van hun vaderen, hadden verlaten. En zij voltrokken aan Joas [Hebr.= gegeven, geschonken door de Heer] strafgerichten2Kron.24: 20-24.
De Blijde Boodschap, gebaseerd op God’s Waarheid stuit altijd op verzet.
Een profeet wordt gedood in de voorhof van het huis des Heren, ja, ‘ìn’ de Kerk.
In het hart van Jeruzalem dus, de tempel van het hart van het religieus besef.
Onze Heer en Verlosser zegt dat het bloed van Zacharia [Hebr.= ‘de Heer herinnert Zich’], evenals het bloed van Abel [adem, de ijdelheid van het leven], afgeëist zal worden van dit geslacht.
Deze toevoeging van onze Heer en Meester sluit aan bij de laatste woorden die van Zacharia staan opgetekend: ‘Moge de Heer het zien en vergelding eisen2Kron.24: 22b.
“ . . . . .  Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt, en stenigt wie tot u gezonden zijn, hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens onder haar vleugels, en gij hebt niet gewild. Zie, uw huis wordt aan u overgelaten. Maar Ik zeg u, gij zult Mij niet meer zien tot het ogenblik komt, dat gij zegt: ‘Gezegend Hij, Die komt in de Naam des Heren!Luc.13: 34,35.
Van àlles wàt je ziet, kun je datgene van jezelf nog het minste zien.
Terwijl ik die tik zie, zie ik de tik op mijn vingers, het toetsenbord trilt ervan, ja, zelfs mijn handen beginnen te trillen en wanneer ik verder de waarheid onder ogen zie begin ik vanuit m’n onderlijf te shaken.
Het allerbelangrijkste waarbij het bij communicatie om gaat – is de manier waarop je het onder ogen krijg – zie je jezelf dan nooit direct in de ogen?
Indien  ik méér wil zien, heb ik méér hulp nodig, “Heer, ontferm U”.
Een spiegel laat je dingen zien over jezelf, die je niet uit jezelf kunt zien.
Er is wel een prijs: afhankelijkheid van God.
Vandaag de dag is ieder van ons omringd door spiegels en het worden er nog steeds meer – je wordt dag en nacht als vanzelfsprekend gevolgd en iedereen weet waar je uithangt, of je jezelf misdraagt òf wat dan ook, zelfs op het privé-kamertje ben je niet meer veilig.
Van de ouderwetse ovale spiegel, met ingeslepen randje in de hal tot de grote vierkante in de badkamer en het kleine vierkante van je telefoon wordt als het ware een selfie van je gemaakt; “o ‘Heer en mijn God’“, wij zijn zo verslaafd aan hulpmiddelen geworden, dat je het zelf in het geheel niet meer beseft – totdat.
Ja, totdat je mensen ontmoet, die je niet of nauwelijks kent en die je zomaar informatie onder de neus duwen waarvan ze zeggen dat jij dìt bent; dat dìt in jou wordt weerspiegelt, dat iedereen je zó door en door kent en ziet, met al je mogelijkheden en onmogelijkheden.
Mocht dit dàn onverhoopt niet kloppen, berg je dan maar.
Dan komt dat gevoel van afhankelijkheid opeens terug en vertaalt zich dan in de uitspraak: ‘Hierin herken ik mijzelf niet!!!’.
Doorgaans gecombineerd met een zware ondertoon:
Wie ben jij wel niet, dat je denkt mij zomaar de spiegel te kunnen voorhouden?’ en
de daarop volgend reactie is van doorslaggevend, cruciaal belang; geen enkele interventie is zonder gevaar.
Het is vooral een kwestie van ervaring, van een doorleefde ervaring, als van een oude monnik.
Dàt leer je niet op een theologische opleiding, dat leer je vanuit een door God gegeven levenswijsheid.
Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de mooiste in het Lage land?”.
De originele voor het merendeel van de gelovigen onzichtbare bewegingen, doen de oude trein van de Kerk op haar fundamenten beven, de belangrijkste stroming biedt de hedendaagse zoekende mens een oude, maar weer tot leven geroepen expressie, op een bredere schaal dan ooit te voren.

Apolytikion     tn.2.
”     Het aandenken der Gerechten wordt gevierd met hymnen.
Maar gij hebt het getuigenis des Heren, o Voorloper, want gij zijt in waarheid de grootste der Profeten,
omdat gij Hem, Die gij gepredikt had, mocht dopen in de wateren.
Nadat gij getreden had voor de Waarheid
hebt gij ook vol vreugde het Evangelie gebracht in de hades:
Dat God in het vlees is verschenen
om de zonden van de wereld weg te nemen,
en de grote ontferming te schenken“.

Kondakion     tn.5.
”     De onthoofding van de roemrijke Voorloper
is opgenomen in de goddelijke Heilsorde,
want zo heeft Johannes de [weder-] komst van de Verlosser voorzegd
aan hen die in de hades zijn.
Zo werd [en wordt] de goddeloze moord een teken tot eeuwig Leven“.

Orthodoxie & één naar lichaam en één naar geest

  In die tijd [onze tijd] openbaarde Jezus Zich opnieuw aan de volgelingen bij de zee van Tiberias en Hij openbaarde Zich aldus.
Daar waren bijeen Simon Petrus, Thomas, genaamd Didymus, Natanaël van Cana in Galilea, de zonen van Zebedeus en nog twee van Zijn discipelen. Simon Petrus zei tot hen: ‘Ik ga vissen’. Zij zeiden tot hem: ‘Wij gaan met je mee’. Zij vertrokken en gingen scheep, en in die nacht vingen zij niets.
Toen het reeds morgen werd, stond Jezus aan de oever; de discipelen wisten echter niet, dat het Jezus was.
Jezus zei tot hen:
    Kinderen, hebt gij ook enige toespijs?’. Zij antwoordden Hem: ‘Neen’.
Hij nu zei tot hen:
    Werpt jullie net uit aan de rechterzijde van het schip en je zult vinden’.
Zij wierpen het [net] uit en konden het niet meer trekken vanwege de menigte der vissen.
Die discipel dan, dien Jezus liefhad, zei tot Petrus:
    Het is de Herr. Simon Petrus dan, toen hij hoorde, dat het de Heer was, sloeg zijn opperkleed om, want hij was ongekleed, en wierp zich in zee; maar de andere discipelen kwamen met het schip, want zij waren niet ver van het land, slechts ongeveer  tweehonderd el, en zij sleepten het net met de vissen.
     Toen zij dan aan land gekomen waren, zagen zij een kolenvuur liggen en vis daarop en brood. Jezus zei tot hen:
    Brengt van de vissen, die jullie thans gevangen hebben.
Simon Petrus ging aan boord en sleepte het net aan land, vol grote vissen, honderd drieënvijftig; en hoewel er zovele waren, scheurde het net niet.
Jezus zei tot hen:
Komt en houdt de maaltijd.
Niemand van de discipelen durfde Hem de vraag stellen:
‘Wie zijt Gij? Want zij wisten, dat het de Heer was.
Jezus kwam en Hij nam het brood en gaf het hun en evenzo de vis.
Dit was reeds de derde maal, dat Jezus na zijn opwekking uit de doden Zich aan zijn volgelingen geopenbaard heeft
John.21: 1-14.
[= 9e Opstandingsevangelie van de Metten].

Komt en houdt de maaltijd.

– Laatste Avondmaal – open je hart om
de verrezen Christus te ontvangen,
de geest van gebed te horen
Zijn beroep op onze weg naar Hem toe

Indien we werkelijk zouden willen zouden we met ingang van vandaag allemaal in vuur en vlam staan voor datgene wat wij nastreven, voor het goddelijke wat ons voor ogen staat.
Paulus en met hem z’n getuigen hebben de Christelijke verkondiging als volgt weergeven:
    Al weet ik ook dat het zo móét zijn dat aan Christus, die immers gezet is tot een ergernis en tot een teken dat wedersproken zal worden, velen zich stoten en vallen terwijl anderen door Hem zullen opstaan”.
Anders geformuleerd: ‘ We komen tot een lichamelijke vereniging met Christus in die mate dat we deel hebben aan Zijn Heilig vlees en bloed’.
Over dit grote Mysterie, waaraan wij – voor zover het vanwege inter-communie mogelijk is – in de Orthodoxe kerken mogen deelnemen, hetgeen niet wegneemt dat wij andere richtingen van het Christendom niet respecteren [ook wíj lijden aan deze Kerkregel],
zegt Paulus, dat dit door de Geest aan zijn heilige Apostelen en Profeten is geopenbaard.
Vervolgens was dit voor niemand in de vorige generaties onbekend: het houdt in dat wij,  heidenen nu dezelfde erfenis delen en dat zij die dit delen van hetzelfde lichaam zijn, en dat dezelfde belofte aan hen is gedaan, in Jezus Christus.

De Heilige Geest brengt de verbinding van iedere afzonderlijke geest in ieder van ons tot standH. Cyril van Alexandrië.
In Christus zijn we allemaal aan elkaar verwant, want we zijn onderling in Christus verbonden – niet alleen met elkaar, maar met Hem Die, door gemeenschap met Zijn vlees, feitelijk in ons is – zijn we dàn niet allemaal duidelijk één met elkaar en één met Christus? Want Christus is de band die ons verenigt, zijnde tegelijk God en Mens.
Dezelfde gedachtengang vervolgend kunnen we dit zeggen over geestelijke eenheid: we ontvangen allemaal één en dezelfde Geest, de ene Heilige Geest, waarmee de Heilige Geest bedoeld wordt.
Dus op een bepaalde manier worden we met elkaar door elkaar gehusseld en tegelijkertijd met God. Hoewel we slechts individuen zijn en Christus, de Geest van de Vader en zijn eigen Geest, in ieder van ons individueel woont, is de Geest toch echt één en ondeelbaar. En dus verbindt die éne Geest, de gescheiden geesten van ieder van ons, zodat gezien kan worden dat we één zijn, tezamen verbonden in Christus.
– Net zoals de kracht van het heilige vlees van Christus in één lichaam iedereen maakt in wie het bestaat, op dezelfde manier als de Geest van God, die ondeelbaar is, de geesten verbindt waarin zij woont.
Jezus liet de menigte [schare] achter Zich en ging met zijn volgelingen een berg op en Hij opende Zijn mond en onderwees hen. Hij zei: ‘Zalig zijn de armen van geest, want van hen is het Koninkrijk der hemelen’Matth.5: 2,3.
Dit is het eerste van de negen verzen die we de Zaligsprekingen of de Bergrede noemen, Die we iedere Goddelijke Liturgie in de Woorddienst uitbundig zingen.
– Paulus onderstreept dit gegeven eveneens, wanneer hij zegt:
      Verdraagt elkanders moeilijkheden; zo zult gij de[liefdes-]wet van Christus vervullen. Want indien iemand zich verbeeldt, dat hij iets is, en het niet is, dan vergist hij zich zeer. Ieder dient zijn eigen werk te toetsen; dan zal hij/zij slechts voor zichzelf stof tot roem hebben en niet voor een ander. Want ieder zal zijn eigen last dragenGal.6: 2-5.
Nogmaals, hij benadrukt dit punt: draag met elkaar liefdadigheid, in volledige onzelfzuchtigheid, vriendelijkheid en geduld. We dienen àl het mogelijke te doen om de éénheid van de H. Geest te bewaren door de Vrede die je samenbindt.
Er is één lichaam, één Geest, net zoals jullie allemaal in één werden geroepen en tot dezelfde Hoop toen er bij je op de deur werd geklopt.
Er is één Heer, één Geloof, één Doop en één God, Die de Vader is van alles, in het algemeen, door alles en in allen. Zoals de éne Geest in ons verblijft, zal de énige God en Vader met ons zijn door de énige Zoon, Die degenen leidt die de H. Geest in éénheid met elkaar en met zichzelf delen.
– Er is nog een andere manier om te laten zien dat we verenigd zijn door te delen in de Heilige Geest. Als we het leven als ‘slechts loutere dieren‘ [Darwin] opgeven en ons volledig overgeven aan de wetten van de Geest, staat het buiten kijf dat door ons eigen leven effectief te ontkennen en de transcendente gelijkenis, uitstijgend boven de wereld, die wij kunnen waarnemen, vanwege de Heilige Geest die met ons is toegetreden, op ons te nemen, we praktisch getransfigureerd [opgehemeld] worden in een andere natuur. We zijn niet langer alleen maar mensen, maar zonen van God en hemelbewoners, door deel te hebben aan de Goddelijke natuur.
            We zijn derhalve allemaal één in de Vader en in de Zoon en in de Heilige Geest; één omdat we dezelfde relatie hebben, één omdat we hetzelfde Leven van Gerechtigheid leven, en één in het ontvangen van het heilige vlees van Christus en in het delen van de éne Heilige Geest.
conf. H. Cyril of Alexandria in z’n commentaar op het Evangelie van Johannes.

Richt je op zelfverwijt
      Naar de Kerk komen en deelnemen aan de maaltijd is een Goddelijke Voorzienigheid; het is geen eigen verdienste, je bent geroepen en hebt door de H. Geest gesteund en aangewakkerd de stap naar de Orthodoxe Gemeenschap gemaakt.
       Het is zoals de Heer de gevangenen naar Sion [Zijn Koninkrijk] deed weerkeren, alwaar zij werkelijk getroost worden. Toen werd onder de heidenen gezegd; de Heer heeft grote dingen met hen gedaan. Ja, onze Heer heeft grote dingen met ons gedaan; daarom zijn wij met grote Vreugde verzadigdconf. Psalm 125[126].
      Door de H. Geest gesteund is de een bij deze en de ander bij de andere christelijke nominatie terecht gekomen – niet om het een of ander, maar dat is toch gewoon zo gegaan om vàn elkander te leren, of niet soms?
      Naast het memoreren/herinneren van de Goddelijke Voorzienigheid, adviseren de vaders en oudvaders gelovigen ook om ‘zelfverwijt’ te gebruiken als fundamenteel gegeven om tot een bepaalde opvatting te komen.
Dit wordt zo gesteld om te voorkomen dat anderen – die [net als wij] zondigen worden beoordeeld en om onrust, woede en trots te voorkomen.

H. Dorotheüs van Gaza

Wanneer bijvoorbeeld de heilige Dorotheos van Gaza [een Grieks-christelijk schrijver] zou opmerken dat een broeder op de een of andere manier faalt in het leiden van een christelijk leven, zou hij tegen zichzelf zeggen: “Wee mij, hij vandaag en voorzeker ben ik morgen, degene, die valt”.
Op die wijze zal wanneer waarneming eerder schade dan voordeel zou brengen, de geroepene dienen te streven naar het goede/heilige en behendig over te schakelen van een kritische waarnemer’s module naar een berouwvolle innerlijke waarneming en gemoedstoestand in zichzelf.
Op deze wijze formuleerde deze proza-schrijver een vrij eenvoudig schema, die achtereenvolgens gehanteerd dienen te worden voor het interpreteren van de wisselvalligheden van het leven:
  Indien er iets goed’s/heilig’s plaatsvindt, is het door Gods voorzienigheid [οικονομία]; en wanneer er iets kwaad’s/erg’s gebeurt, is dat vanwege onze menselijke zonden.
Zoals in andere morele voorvallen in de werken van Abba Dorotheos, is het doel van deze rubriek niet om simplistische antwoorden te geven op de complexiteit van het leven, maar om trekken van dankbaarheid en nederigheid aan te moedigen telkens wanneer door – wat cognitieve theoretici zouden omschrijven als een fundamentele verandering in kernovertuigingen of schemata over het zelf en de buitenwereld.
In het geval van beledigingen en waargenomen misstanden, zou Abba Isaiah de monniken voorhouden hun eigen geweten te doorzoeken wanneer een broeder onvriendelijk tegen hen spreekt, want ergens hebben zij in God’s ogen gezondigd.
Als vuistregel raadt archimandrite Païsios, de onlangs heilig verklaarde monnik van de berg Athos, de gelovigen aan om altijd na te denken over hoeveel ze ‘zelf’ schuldig zijn, in plaats van hoeveel hun naaste hen onrecht heeft aangedaan.
En de Heilige Johannes Cassianos [360-435], een woestijnmonnik suggereert dat de geïrriteerde asceet zichzelf eraan herinnert hoe hij van plan was om al zijn slechte eigenschappen te verbeteren en hoe een zacht briesje veroorzaakt door een verontrustend woord zijn hele deugdelijk huis deed sidderen.
Met andere woorden, het verontrustende woord of aangelegenheid biedt ons een mogelijkheid tot eenvoud, in nederige eerlijkheid, die de basis vormt van waarachtige  zelfkennis. Tot slot nog beveelt Abba Dorotheos de bedroefde bovendien nog eens aan niet langer te piekeren over al hun grieven en zich opnieuw te concentreren op stilte, de oprechte bekering en het gebed van het hart.

God is de formeerder
De Zoon van God is met de opbouw van de Kerk begonnen bij “het begin van de wereld“. “
En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelenGen.3: 15.
Dat was toen Hij de in zonde gevallen Adam en Eva in hun angst en verbijstering opving.
Terwijl de slang [de tegenstrever, de slang] werd vervloekt, beloofde God aan Adam en Eva en hun nageslacht de verlossing: Het vrouwenzaad [Christus] zou de kop van de slang vermorzelen en zó Zijn volk verlossen uit de macht van de duivel.
Dat was het prille begin van de Heilige Katholieke [=wereldomvattende] Kerk.
We geloven dat, omdat God ons het in Zijn Woord openbaart.
Van die Kerk wordt later de eerste publieke samenkomst vermeld; dat samenraapsel van wat wij de Christelijke Kerk noemen zal doorgaan tot “het eind van de wereldgeschiedenis”.
      En ook aan Set werd een zoon geboren, en hij noemde hem Enos. Toen begon men de Naam des Heren aan te roepenGen.4: 26. en in Openbaringen 20 wordt de voorspelling gedaan dat Jezus Christus terugkomt op aarde.
Ook dàt is een kwestie van vertrouwen en Geloof. De Zoon van God is nog altijd bezig Zijn Gemeenschap te verzamelen en zal deze als Zijn erfdeel doen zegevieren.
Ook over het eind daarvan heeft God ons iets geopenbaard:
      Daarna zag ik, en zie, een grote menigte [schare], die niemand tellen kon, uit alle volk en stammen en natiën en talen stonden voor de troon en voor het Lam, bekleed met witte gewaden en met palmtakken in hun handenOpenb.7: 9.
Johannes heeft op het eiland Patmos in visioenen de voltooiïng gezien van het vergaderwerk van de Zoon van God, dat de eeuwen omspant.
De Kerk is klein begonnen: met maar twee mensen. Ze zal eindigen:
      En een tempel zag ik in haar niet, want de Heer God, de Almachtige, is haar tempel, en het Lam. En de stad heeft de zon en de maan niet van node, dat die haar beschijnen, want de Heerlijkheid van God verlicht haar en haar lamp is het LamOpenb.2: 22,23.
In de laatste hoofdstukken van Openbaring beschrijft Johannes de voltooide kerkstad. Ze is zó indrukwekkend en Heerlijk, dat Johannes nauwelijks woorden kan vinden om het allemaal op te schrijven. Ook dat alles zien we nog niet.
We geloven het, omdat God het zo zegt. Daarom: “Ik geloof in één Heilige, Katholieke [= algemene] en Apostolische Kerk” en daar beschouwen we al de kerkgemeenschappen onder, die zich op basis van de Blijde Boodschap van Christus en de verkondiging van de Apostelen op weg zijn naar het Hemels Koninkrijk.
      En er kwam een van de zeven engelen met de zeven schalen, die vol waren van de laatste zeven plagen, en hij sprak met mij, zeggende: ‘Kom hier, ik zal u tonen de bruid, de vrouw van het Lam. En hij voerde mij weg in de geest op een grote en hoge berg en toonde mij de heilige stad, Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God; en zij had de heerlijkheid Gods, en haar glans geleek op een zeer kostbaar gesteente, als de kristalheldere diamantOpenb.21: 9-11 en vervolgens probeert Johannes die Heerlijkheid onder woorden te brengen. De glans van de stad lijkt op een zeer kostbaar gesteente, als de kristalheldere diamant, een edelsteen met verschillende blinkende vlakken, welke één geheel van stralende schoonheid vertegenwoordigen.
Vandaag de dag, nu de Gemeenschap rond Christus nog steeds geformeerd, vergaderd wordt, is er jammer genoeg [en terecht] nog genoeg kritiek op haar en haar leden te leveren. Maar wanneer de niet-aflatende-schepping door Christus van Zijn Lichaam voltooid is, en ook de laatste smet zal zijn weggenomen, is alles nieuw gemaakt.
      En Hij, Die op de troon gezeten is, zei: ‘Zie, Ik maak alle dingen nieuw.
En Hij zei: Schrijf
[maar op journaille, publiceer het maar], want deze woorden zijn getrouw en waarachtig.
En Hij sprak tot mij: ‘Zij zijn geschied. Ik ben de Alfa en de Omega, het begin en het einde. Ik zal de dorstige geven uit de bron van het water van het Leven om niet.
Wie overwint, zal deze dingen beërven, en Ik zal hem een God zijn en hij zal Mij een zoon zijn
Openb.21: 5-7.
         De eenheid, die de Oecumene nastreeft en die de Raad van Kerken voor ogen heeft zal derhalve plaatsvinden, wanneer God het wil en dat zal zijn bij Zijn voltooing van de schepping op het eind der tijden.
Daar ontbreekt dan niets meer aan, alles is in harmonie, het werk van Christus is helemaal áf: “      Ik ben de goede Herder en Ik ken de mijne en de mijne kennen Mij, gelijk Mij de Vader kent en Ik de Vader ken, en Ik zet Mijn Leven in voor de schapen. Nog andere schapen heb Ik, die niet van deze stal zijn; ook die moet Ik leiden en zij zullen naar mijn stem horen en het zal worden één kudde, één herderJohn.10: 14-16.
Ieder mens in deze wereld zal zijn leven, zijn denken, z’n persoonlijkheid, z’n ego dienen te herzien en te achterhalen wat er wèrkelijk bedoelt wordt met God, wàt Deze met hem voorheeft en wèlke weg hij dient te gaan.
Wat ontbreekt er aan de mens, zodat hij liefdevol met Christus kan communiceren?
Indien wij onszelf oprecht en nauwkeurig onderzoeken, opent juist dìt het pad van de eeuwigheid zich wijd voor ons.
Wees echter in dit ondermaanse op alles voorbereid:
De wereld zal je eerst negeren, vervolgens lachen ze je uit, daarna gaan ze het gevecht met je aan, maar met de hulp van God zul je altijd overwinnen”.

Orthodoxie & Geloof, in alle omstandigheden ‘vertrouwen op God hebben’

Nachtmerries, nightmares, εφιάλτες, الكوابيس.

In deze tijd, die toch aan alle kanten aan de eindtijd doet denken wordt ons voorgehouden:
Hij die op de Troon zit heeft gezegd: ‘Alles maak ik nieuw!
– Ik hoorde zeggen:
Schrijf het [toch] op, want wat hier wordt gezegd is
betrouwbaar en waar
Openb.21: 5.

Ja, en wij zingen bij elk begin van een kerkdienst:
“ Hemelse Koning, Trooster Geest der Waarheid,
Gij, Die alles vervult, Schenker van het Leven,
kom en verblijf in ons, zuiver ons van alle smet en
zuiver onze zielen, o AlGoede
”.

Vertrouwen is een gewaardeerde karaktereigenschap.
Maar dàt is waar het in de wereld van vandaag de dag aan ontbreekt,
wij westers ingestelde mensen gaan meer op eigen bevindingen af,
daar zijn wij met z’n allen [door eenzijdige voorlichting] op afgestudeerd.
Hoewel onze ouden op die wijze reeds zongen [zie Jozua 1:9; Samuel 7: 28; David in diverse Psalmen en de spreuken van de wijze Salomon] geven wij in onze hoogmoed ‘niet thuis’. In deze hoogmoed gaan wij zo ver, dat wij bij het minste of geringste de moed opgeven, blind varen op eigen bevindingen en zelfs huwelijksbeloften ten opzichte van elkaar naast ons neerleggen.
We zijn opgevoed als verwende kinderen – krijgen alles wat ons hartje begeerd – en laten het bij moeilijkheden al gauw afweten, gooien het bijltje erbij neer.
Er is geen burcht meer voor de verdrukte, geen ‘uit’-‘terug’-valbasis in tijden van nood.  Wij hebben geleerd te vertrouwen op filosofen en psychologen, dat is pas wetenschap, dat we ondertussen als de rest van de Humanisten gevoelloos zijn geworden nemen we op de koop toe.
Ons gevoel, welke het schild en de kracht dient te bezorgen schuiven we gewoon-weg aan de kant. De tegenstrever, de duivel lacht zich rot: ‘Ik heb hem verslagen en juicht als onze belager dat wij bezwijken’.

Getsemani, vol indrukwekkende olijfbomen

Maar onze Joods- Christelijke cultuur houdt ons voor:
‘ In de meest ‘angstige uren’, zelfs in doodsnood  God vast-te-houden, op God te vertrouwen,
Wiens Woord wij bezingen, angst niet te bevestigen, ons door niets en niemand van de wijs te laten brengen en te vertrouwen op God; wat kan een sterveling ons immers aandoen?’.

Onze Heer en Zaligmaker heeft ons een nieuwe Hemel en een nieuwe aarde beloofd en Zijn woorden zullen zeker in vervulling gaan.

Onze Heer en Verlosser gebiedt ons dus, net als Zijn voorvader:
    Wees vastberaden en standvastig, laat je door niets weerhouden of ontmoedigen, want waar je ook gaat, de Heer, uw God, staat je bijJosh.1: 9.
Er is ons een grootse toekomst beloofd, alleen de Heer is onze God, zijn woorden zullen voorzeker in vervulling gaan.

“ Schep daarom vreugde in de Heer, Hij vervult het verlangen van Uw [aan God gelijke] hart.
Openbaar [in uw gebeden] uw weg aan de Heer en vertrouw op Hem, [Hij zal u er doorheen dragen] want Hij zal het doen. [Eerst] Dàn zal Hij jouw gerechtigheid doen stralen als licht, jouw oordeel als de zon op de middag” Psalm 36[37] : 4-6.
“Wie vertrouwt op eigen kunnen is als een blad dat afvalt,
terwijl een rechtvaardige tot bloei komt” Spr. 28: 26.
Lees dit alles in de Blijde Boodschap, hetgeen een beschrijving is van ons persoonlijk leven;
de weg, die je daarmee gaat, wordt menselijke kennis, vàn God en dóór God.
      Mijn Volk gaat te gronde door het gebrek aan kennis.

Omdat gij de [ waarachtige] kennis verworpen hebt, verwerp Ik u, dat gij geen priester meer voor Mij zult zijn; daar gij de Wet van uw God vergeten hebt, zal ook Ik [God ook] uw zonen vergeten” Hosea 4: 6.

Pinokkio, bij de neus genomen worden; Pinocchio, to be taken at the nose.

Dáár dien je tranen van in de ogen te krijgen – in plaats van een betraand Humanistisch politicus te volgen.  Hoe talrijker zij worden, des te meer zondigden zij tegen God. Hun eer zal Hij in schande verkeren. Van de zonde van God’s Volk eten zij en op hun ongerechtigheid zetten zij hun zinnen.
De aandacht van iedere Joods- Christelijke persoonlijkheid, dient in de ervaring van het Woord de overhand te krijgen en hierop dient zoals wij dat in onze tijd noemen psychologisch effect te volgen.

Evenals onze eigen verbintenis in het huwelijk dient het Verbond met God een fundament van vorming te zijn voor het Joods- Christelijk leven en dient dit uit te stralen naar alle kanten van het menselijk bestaan.
Soms is de enige manier om het leven te leiden overeenkomstig God’s Wil, dat we leven door ons te distantiëren [af te scheiden] van de slechte invloeden die ons omringen en ons maar blijven meesleuren.
Dat werkt het beste wanneer we een worden met Christus als dienaar, een andere verslaving aannemen – iets anders voor de wereld in de plaats gaan nastreven: 
Indien iemand zich nu van de wereld gereinigd heeft, zal deze mens een voorwerp zijn met eervolle bestemming, geheiligd, bruikbaar voor de eigenaar, voor iedere goede taak gereed. Schuw [derhalve] de begeerten van de jeugd en jaag naar Gerechtigheid, naar Trouw, naar Liefde en Vrede met hen, die de Heer aanroepen vanuit een rein hart2Tim.2: 21,22.

En dàt te doen – in al de omstandigheden, die je dagelijks tegenkomt – is helemaal niet gemakkelijk, veelal zeg je in eerste instantie: ‘Ja, maar?’.
Op de vlucht voor de kwade verlangens die op ons afkomen, betekent dit veel tijd besteden [investeren] aan het roepen tot God en op Hem leunen. Maar onze Schepper belooft onze toewijding aan Hem uiteindelijk te honoreren indien we het kwaad mijden:
Dit zal uw lichaam gezond maken en uw botten voedenSpr.3: 8.
Indien we onze Heer en Verlosser najagen, vinden we het leven vol van het Leven. Voor de meesten van ons is het absoluut niet vanzelfsprekend om maar weg te rennen van het kwade en God na te jagen.
Het is echter God, Die ons hoop geeft, in dàt Geloof geraken wij met vreugde en vrede in vuur en vlam, zodat onze Hoop overvloedig zal zijn “door de Kracht van de Heilige Geestconf. Rom.15: 13.
Gehoorzaamheid aan God raakte de plaats van de Christen in de wereld.
God’s Woord zweefde immers niet boven de grond, sloeg niet even kort in en bleef ook niet opgesloten in het hart, maar zocht de aarde, deze wereld en dit concrete leven.

Wandelen met God is echter ‘heel iets anders‘ dan de voorstelling die wij er meestal van maken: een heilig leven ver van de met kwaad en boosheid bewoonde wereld. Ook profeet Henoch was een mens, die in samenhang met God leefde, gebonden aan het Woord, met een persoonlijk Geloof, maar blijven vasthouden aan zijn persoonlijke verantwoordelijkheid voor de samenleving.
Aldus heeft God ook elke geschapen mens niet ‘een paradijselijk hofje‘ beloofd te midden van een door stormen bevlogen wereld, opdat de mens hier bij de gratie God’s eenzaam, met God gemeenzaam, de plaats waar hij leefde zou vergeten, alsmede het moment suprême van de dag en zijn/haar levensvervulling.
Een profeet als Henoch staat midden in zijn tijd; hij draagt de anti-these in zich, hij heeft z’n tijd beleefd, met het oog gericht op de eeuwigheid.

Christus daalt af in de Hades en verkondigt Zijn Blijde Boodschap

Met God wandelen – dat is de vreugdevolle smart van een brandend hart – in die zin was Henoch al een navolger van Christus. Hij verzette zich tegen een ideaal van navolging dat zich slechts concentreerde op de lijdende Christus en wees op de Opgestane, Verheerlijkte Christus, de Heer over Hemel en aarde. ‘Wij dienen ‘ìn’ de wereld te staan [te verblijven], als waren wij niet ‘vàn’ de wereld’, wij zijn ‘door Christus gekocht [ingehuurd] en betaald’ en op die wijze is de rekening van onze onvolkomenheden voldaan en worden wij gered.

In de ‘navolging van Christus‘, is Christus totaal niet te imiteren, want Hij is de Zoon van God, onze Middelaar. Maar Hij is wèl ná-te-volgen in die zin, dat wij Hem, Die het Licht van de wereld is, trachten na te streven. Eerst dàn komt de wereld tot zijn volste recht [‘in beeld‘] en staan wij in het christelijk leven en ontvangt de christelijke gemeenschappen ons met de armen wijd open.
Wij zijn geroepen om medearbeiders van God te zijn; Christus navolgend hebben wij Die ‘Heilige Geest meegekregen bij de doop en in eerbiedige gehoorzaam-heid aan dàt Verbond, díe Verbintenis, dàt Huwelijk, kun je als gelovige in de wereld staan en dienen wij gezamenlijk vanuit de kerkgemeenschap de wereld naar een nieuwe Hemel en een nieuwe aarde te begeleiden.
Dat vraagt opoffering, jezelf wegcijferen, anderen voorrang geven boven het eigen belang, je Kruis dragen en dit Licht dusdanig in de wereld te doen uitstralen, dat de medemens in volle verbazing uitroept: ‘oh, zijn dàt christenen, zijn dàt navolgers van Christus‘.
Door deze zegen uit te spreken over de gehele mensheid en ook in de praktijk tot uiting brengen vormt dit de getuigenis aan de wereld van de “Heerschappij van God” over al wat bestaat.

Dàn zegt de profeet Daniël: “  Mijn God heeft Zijn Engelen gezonden en leeuwenmuilen de mond gesnoerd. Ze hebben mij geen kwaad gedaan, omdat God mij onschuldig acht; maar ook aan U,  Majesteit, heb ik niets misdaanDan. 6: 23.
Vervolgens zegt Johannes, de Theoloog: “     Uw hart dient niet ontroerd te worden; gij gelooft in God, gelooft ook in Mij. In het huis van mijn Vader [en uw Vader] zijn vele woningen – anders zou Ik het u gezegd hebben – want Ik ga heen om u plaats te bereiden; en wanneer Ik heengegaan ben en u plaats bereid heb, kom Ik weer en zal u tot Mij nemen, opdat ook jullie mogen zijn, waar Ik benJohn.14: 1-3.

Apolytikion     tn.3.
  Dat hemelse en aardse wezens zich verheugen en jubelen
want de Heer  heeft de Kracht van Zijn arm getoond.
Door Zijn dood heeft Hij de dood vertreden
en werd Hij de Eerstgeborene uit de doden.
Hij heeft ons verlost uit de diepten der hel
en aarde wereld grote Genade geschonken
”.

Kondakion     tn.3.
  Heden zijt Gij, Barmhartige, opgestaan uit het graf,
en hebt ons verlost uit de poorten des doods,
Heden jubelt Adam en Eva verheugt zich;
en de Profeten en Patriarchen bezingen zonder einde
de Goddelijke Macht van Uw Heerschappij
”.

Theotokion     tn.3.
  Gij zijt Middelaarster geweest bij de Verlossing van ons geslacht,
daarom prijzen wij U, o Moeder Gods en Maagd.
Want in het vlees dat Hij aannam uit uw schoot,
heeft uw Zoon, onze God,
het lijden van het Kruis ondergaan.
En heeft Hij ons uit het verderf verlost
als de Menslievende
”.

13e Zondag na Pinksteren – Bekeert u, want het Koninkrijk der Hemelen is nabijgekomen.

      Toen zei Jezus tot hem:
Ga weg, satan! Er staat immers geschreven: De Heer, uw God, zult gij aanbidden en Hem alleen dienen.
       Toen liet de duivel Hem met rust en zie, engelen kwamen en dienden Hem.
Toen Hij vernam, dat Johannes overgeleverd was, trok Hij Zich terug naar Galilea. En Hij verliet Nazareth en ging wonen te Kapharnaüm, aan de zee, in het gebied van Zebulon en Naftali, opdat vervuld zou worden het woord, door de profeet Jesaja gesproken, toen hij zei:
Het land Zebulon en het land Naftali, aan de zeeweg, over de Jordaan, Galilea der heidenen: het volk, dat in duisternis gezeten is, heeft een groot licht gezien, en voor hen, die gezeten zijn in het land en de schaduw des doods, is een Licht opgegaan”.
Van toen aan begon Jezus te prediken en te zeggen:
Bekeert u, want het Koninkrijk der Hemelen is nabijgekomen.

de Ware wijnstok, synaxis van de Heilige Apostelen

Toen Hij nu langs de zee van Galilea ging, zag Hij twee broeders, Simon, die Petrus genoemd wordt, en Andreas, diens broeder, een net in zee werpen; want zij waren vissers. En Hij zei tot hen: ‘Komt achter Mij en Ik zal u vissers van mensen maken’.
Zij nu lieten terstond hun netten liggen en volgden Hem.
En vandaar verder gegaan zijnde, zag Hij nog twee broeders, Jaäcobus, de zoon van Zebedeüs, en Johannes, zijn broeder, in het schip met hun vader Zebedeüs, terwijl ze bezig waren hun netten in orde te brengen, en Hij riep hen.
Zij lieten dan terstond het schip en hun vader achter en volgden Hem.
En Hij trok rond in geheel Galilea en leerde in hun Synagogen en verkondigde het Evangelie van het Koninkrijk en genas alle ziekte en alle kwaal onder het VolkMatth.4: 10-23.

      Daarom heb ik een welbehagen in zwakheden, smaad-heden [beledigingen in het openbaar], noden, vervolgingen, benauwenissen ter wille van Christus, want als ik zwak ben, dan ben ik machtig. Ik ben onverstandig geworden; gij hebt mij ertoe genoodzaakt, want ik had door u aanbevolen moeten worden. Immers, in geen enkel opzicht heb ik ondergedaan voor die onvergelijkelijke apostelen, ook al ben ik niets.
De tekenen van een Apostel zijn bij u verricht met alle volharding, door tekenen, wonderen en krachten.
Want waarin zijt gij achtergesteld bij de overige gemeenten, dan alleen hierin, dat ik u niet persoonlijk ben lastig gevallen? Vergeeft mij dit onrecht.
Zie, het is nu de derde maal, dat ik gereed sta tot u te komen, en ik zal u niet lastig vallen; want het is mij niet om het uwe, maar om uzelf te doen.
Immers, kinderen behoren niet voor hun ouders te sparen, maar ouders voor hun kinderen.
Ik voor mij zal zeer gaarne offers brengen, ja, mijzelf opofferen voor uw zielen. Ontvang ik soms minder liefde, naarmate ik u meer liefheb?
Het zij zo; tot overlast ben ik u niet geweest, ik ben nu eenmaal sluw, met list heb ik u gevangen.
Heb ik mij dan ten koste van u bevoordeeld door iemand van hen, die ik tot u zond?
Ik heb Titus verzocht (te gaan) en die broeder met hem meegezonden. Heeft Titus zich dan ten koste van u bevoordeeld? Hebben wij niet in dezelfde geest, in hetzelfde spoor gewandeld?
Reeds lang meent gij, dat wij ons bij u willen verdedigen. Maar wij spreken voor het aangezicht van God in Christus, en dat alles, geliefden, tot uw opbouwing2Cor.12: 10-19.

Metropoliet George Khodr van het Aartsbisdom van Byblos en Batroun

Spelleiders spreken omdat ze er diep overtuigd zijn dat God ‘ook’ in onze tijd spreekt. Zij spreken omdat zij weten dat God vanuit het Heiligdom spreekt door de “Blijde Boodschap”.
Zij preken omdat zij geloven dat God via de “Blijde Boodschap” spreekt en dat de “Heilige Geest” hen de woorden geeft met het vooruitzicht op een nieuwe Hemel en een nieuwe aarde.
Zij spreken vanuit een buurgemeente en meten zich het voorrecht aan vanuit de Hoofdstad te spreken – hoe geloofwaardig ben je dan nog?
De God, Dié ons christenen doet spreken en waarover in alle tijden gesproken dient te worden – is niet een God vanuit de natuurlijke godskennis, met machtige toekomstdromen, voortkomend uit een optimistisch vooruitgang’s-Geloof en vertrouwen in wetenschap en techniek.
Die theorie wordt namelijk door de wereld aan het Kruis genageld door steden met de grond gelijk te maken en niets ontziend de bevolking met hun kinderen op de meest afschuwelijk wijze het leven te ontnemen. 
➥➥➥ Maar het is Dié God, Die “in Jezus Christus in de duisternis van onze geschiedenis is ingegaan”. – Het is Dié God, Die ons “door Zijn wet ter verantwoording roept en die in Christus aan het Kruis van Golgotha neerdaalde in het falen van onze verantwoordelijkheid”.
➥➥➥ Het is Dié God, Die “ in Zijn Zoon is meegegaan tot in het diepst van onze val”. Op het punt waar wíj als mens onze van onze totale menselijkheid zijn kwijtgeraakt, die de schaamte voorbij zijn gegaan – worden wij getroffen door de roep van God in Zijn Zoon Jezus, de Christus, die ons Verlossing aanbiedt.
Het Godsvraagstuk is verbonden met de problematiek van de mens, vanuit onze ellende wordt  God één met de mensen.
Hij, Die ons problematisch mens-zijn, onze ellende serieus neemt door ons de Wet te hebben gegeven. Wij herkennen de ellende – uit datgene wat ons aan goddelijkheid bij de schepping is meegegeven, diep in onze genen is ingebakken en uit datgene wat ons door Hem via de Profeet Mozes en Zijn menswording is geopenbaard, in de Wet der Liefde van Zijn Blijde Boodschap.

†††     Een andere God kennen wij niet en van een andere God spreken wij christenen niet; Deze God laat ons niet anders doen dan Zijn Boodschap overbrengen. Onze zelf-cultivatie, onze zelf-verheerlijking., onze hoogmoed heeft alleen maar nood en leegheid opgeleverd.
     Daar waar het Woord van God de mens vormt naar Zijn beeld – wordt de mens vergoddelijkt.
In alle stormen, in alle nood zal God [ook] jou persoonlijk komen beschermen, want God is Heilig, God is Heer, Jezus Christus, tot Heerlijkheid van God, de Vader.
In onze tijd wordt de ‘Δοξολογίων’ [Gr.], het ‘Velikoje slavoslovije’[Slav.], de dankzegging van het ‘eer aan God in den Hoge’ steeds minder gezongen, met gevolg dat de filosofen de mens eren door God ‘dood’ te verklaren, zal door ons -‘met name in onze tijd’- over God gesproken dienen te worden als dè ‘Bron van het Al-Goede’.
♥︎♥︎♥︎     De Doxologie is als een hartslag, een gebed tot lofprijzen; het is als het aanbieden van een offer om aan te geven dat het lichaam en bloed van Christus het gezamenlijk menselijk offer weergeeft.
In naam van de gemeenschap, biedt de spelleider, in de Heilige Geest, het offer van Jezus, Christus, de Zoon van God aan Zijn Vader dit kort gebed aan.
In deze doxologie is daarom het hoogtepunt de trinitaristisch uitroep tot de Drieëenheid een “woord van Glorie”.
De Orthodoxe definitie is dan ook: “de daad van het verheerlijken of erkennen van de Glorie of Heiligheid van God; een liturgische formule, aan de Vader en aan de Zoon en aan de Heilige Geest’ van lof voor God en erkenning van Zijn Drieëne Glorie“.
Daarom wordt de Doxologie ook gezongen aan het eind van de plechtige Metten in de vroege ochtend, dit vanuit bovenstaande wetenschap dat de duivel ons – ‘in Christus’ – met rust laat en zie, de engelen kwamen en dienen Hem [Cherubijnenhyme] in de Goddelijke Liturgie:

Doxologie:
    Eer aan God in den hoge en vrede op aarde, in de mensen een welbehagen. Wij bezingen U, wij zegenen U, wij aanbidden U, wij verheerlijken U,  wij danken U om Uw grote heerlijkheid. Heer, hemelse Koning, God, Vader, Al-beheerser; Heer, eniggeboren Zoon, Jezus Christus, en Heilige Geest;
Heer God, Lam Gods, Zoon van de Vader, Die wegneemt de zonde van de wereld, ontferm U over ons.
Die wegneemt de zonden van de wereld, aanvaard onze bede;
Die zetelt aan de rechterhand van de Vader, ontferm U over ons.
Want Gij alleen zijt heilig, Gij alleen zijt Heer, Jezus Christus, tot heerlijkheid van God de Vader. Amen.
Elke dag zal ik U zegenen en Uw Naam loven tot in eeuwigheid en in de eeuwen der eeuwen.
Heer, Gij zijt ons een toevlucht geworden van geslacht tot geslacht.
Ik zei: Heer, ontferm U over mij, genees mijn ziel, want tegen U heb ik gezondigd.
Heer, tot U ben ik gevlucht: leer mij Uw wil te doen, want Gij zijt mijn God. Want bij U is de bron van het Leven en in Uw Licht zullen wij het Licht zien.
Strek Uw barmhartigheid uit over wie U kennen.
Acht ons waardig, Heer, dat wij deze dag zonder zonden doorbrengen.
Gezegend zijt Gij, Heer God van onze vaderen, en geloofd en verheerlijkt is Uw Naam tot in de eeuwen. Amen.
Moge, Heer, Uw barmhartigheid over ons komen, zoals wij op U gehoopt hebben.
Gezegend zijt Gij, Heer, leer mij Uw voorschriften.
Gezegend zijt Gij, Meester, geef mij inzicht in Uw voorschriften.
Gezegend zijt Gij, Heilige, verlicht mij door Uw voorschriften.
Heer, Uw Barmhartigheid is in eeuwigheid, veronachtzaam de werken van Uw handen 
niet.
U komt toe de lof, U komt toe de hymne, U komt toe de heerlijkheid:
Vader, Zoon en Heilige Geest, nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen“.

De mens is zondig en staat op een onoverbrugbare afstand van God.
Door onze Heer, Jezus Christus wordt als Zoon van God, die kloof overbrugd,
kun je tot God komen en is het koninkrijk der Hemelen bereikbaar geworden.
Niemand, die gebonden is door vleselijke begeerte en genot, is waardig zo dicht te naderen en voor God, Koning der Heerlijkheid, de Goddelijke Liturgie te vieren. Dienst voor God te doen is groot en vreeswekkend, zelfs voor de Hemelse Krachten. Zonder verandering of vermenging te ondergaan, is Christus in Zijn onzegbare en onmetelijke mensenliefde Mens geworden, om onze Hogepriester te zijn. En als Meester van het heelal heeft Hij ons de dienst van het liturgisch en onbloedig Offer toevertrouwd . . .
. . . Daarom roept de priester, to God, de alleen Goede, Die bereid is naar ons mensen te luisteren:
      zie op mij neer, Uw zondige en nutteloze dienaar;
reinig mijn ziel en mijn hart van slechte gedachten;
en stel mij. die Gij door de Kracht van de Heilige Geest met het priesterschap hebt bekleed, in staat hier voor Uw heilig Altaar te staan, om Uw Heilige smetteloos Lichaam en kostbaar Bloed te offeren met gebogen hoofd kom ik [als priester] tot U en smeek ik U:
’wend Uw Aangezicht niet van mij af en verstoot mij niet uit het getal van Uw dienaren. Veroorloof mij, zondige en onwaardige dienaar, U deze Gaven aan te bieden.
Gij, Christus onze God, zijt het immers Die offert en geofferd wordt, Die ontvangt en ontvangen wordt. Daarom zeggen wij onze lof tot U, evenals tot Uw beenloze Vader en Uw al-heilige, goede en levendmakende Geest; nu en altijd een in de eeuwen der eeuwen, Amen-
”.

Cherubijnen-hymne:
    Wij die de cherubijnen geheimnis-vol uitbeelden, en de levenschenkende Drieëenheid het Driemaal-Heilig toezingen . . .
. . . Laat ons nu alle aardse zorgen terzijde stellen.
Om de Koning van het heelal te ontvangen, onzichtbaar begeleid door engelenscharen. Alleluja, alleluja, alleluja
uit: de Goddelijke Liturgie van Johannes Chrysostomos.

De “Blijde Boodschap” is ons gegeven tot onze redding en scherpt onze aandacht op onze menselijke tekortkomingen, op de bekering, de verdeemoediging en het steeds weer ‘opnieuw beginnen’ – het opstaan na het vallen.
Het roept je òp om af te rekenen met zonde, het richt je aandacht op jezelf en
hoe zwak je als mens wel niet bent.
Daartegenover staat:
De “Blijde Boodschap” van het Koninkrijk der Hemelen, welke je blik richt op onze Heer, Jezus Christus als Voorbeeld, dat je wilt navolgen.
Hij is niet alleen je persoonlijke Verlosser, maar ook je persoonlijke Koning van de Hemelen.
Je wordt uitgedaagd om op Hem te gaan lijken, je te verheffen -‘door te trachten’- gelijk te worden aan Zijn Beeld en Gelijkenis en je als kind van God, als Koningskind in te zetten voor anderen.
De uitdaging is juist om door de Kracht van de Geest een sterke vertegenwoordiger te zijn van God Zelf.
Daarom dienden de Apostelen [de 12 en de 70 met hen] en dienen wijzelf het leven in de Apostolische opvolging door te zeggen:
Het Koninkrijk der Hemelen is nabijgekomen”.
Door hun en onze aanwezigheid in de wereld wordt het Koninkrijk van God [der Hemelen] op nieuwe plaatsen gebracht.
      Alle [deze] dingen zijn Christus overgegeven door Zijn Vader en niemand kent de Zoon [beter] dan de Vader, en  niemand kent de Vader [beter] dan de Zoon en
aan wie de Zoon het wil openbaren.
‘ Komt [daarom] tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart en gij zult rust vinden voor uw zielen; want Mijn juk is zacht en Mijn last is lichtMatth.11: 27-30.
Op de vraag;
Wie is nu wel de grootste in het Rijk der Hemelen?” gaf Christus ten antwoord:
Als jullie [Mijn Volgelingen, Christenen] niet opnieuw wordt als de kleine kinderen,  zullen jullie het Rijk der Hemelen voor zeker niet binnengaanMatth.18: 3. Waarom had Jezus een voorliefde voor de kinderen?
Omdat een kind, zolang en in de mate waarin het vrij blijft van de invloeden van de wereld, eenvoudig en oprecht is in zijn Liefde en Geloof en vrij is van elk spoor van hoogmoed.

Apolytikion     tn.4
  Nadat zij de Blijde Boodschap van de Opstanding
en van de Bevrijding van de veroordeling van de Stamhouders 
uit de mond van de Engel gehoord hadden, riepen de Myrondraagsters jubelend tot de Apostelen:
Vernietigd is de dood, Christus de Heer is opgestaan, en heeft aan de wereld grote Genade geschonken
”.

Kondakion     tn.4
  Mijn Heiland en Verlosser
heeft als Barmhartige God de aardgeborenen opgewekt,
uit de ketenen van het graf.
Hij heeft de poorten van de hel verbrijzeld
en is als Gebieder na drie dagen verrezen
”.

Theotokion     tn.4
  Het van eeuwigheid verborgen en aan de Engelen onbekende Mysterie,
is door U aan de aardbewoners openbaar geworden, Moeder Gods:
in onvermengde eenheid is God vlees geworden
en heeft Hij om ons het Kruis op Zich genomen.
Daardoor heeft Hij de Eerst-geschapene weer opgewekt
en onze zielen uit de dood verlost
”.

Orthodoxie & de Tekenen van de tijd – de eindtijd

          Er zijn mensen die alles van het huidige Israël als het ware verheerlijken.
Het is zó overweldigend wat er allemaal wel niet met God’s Volk gebeurt…!
En natuurlijk is het geweldig om te zien dat Israël sinds 1948 weer op de wereldkaart staat, en daarmee is het tevens geweldig om te zien dat de Heer er aan werkt om Zijn Woord in vervulling te laten gaan!
Maar het huidige Israël leeft met de Kerk nog steeds in ongeloof!; doet wel wat, maar is er niet met hart en nieren bij betrokken.
Zij en wij hebben nog steeds niet aangenomen Degene die zij doorstoken hebben:
      Ik zal over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem uitgieten de Geest van de Genade en van de gebeden; zij zullen Hem aanschouwen, Die zij doorstoken hebben, en over Hem een rouwklacht aanheffen als de rouwklacht over een enig kind, ja, 
zij zullen over hem bitter leed dragen als het leed om een eerstgeborene.
Te dien dage zal in Jeruzalem [, het God’s Rijk]  de rouwklacht groot zijn, zoals de rouwklacht van Hadadrimmon in het dal van Megiddo [Hebr. = plaats van de menigten]; het land zal een rouwklacht aanheffen, alle geslachten afzonderlijk; het geslacht van het huis van David [de koningen] afzonderlijk en hun vrouwen [koninginnen] afzonderlijk, het geslacht van het huis van Natan [de gulle gevers] afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk, het geslacht van het huis van Levi [de spelleiders] afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk; het geslacht van Simi [Hebr.= de als goed bekend staande, met goede reputatie] afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk; Alle overige geslachten, alle geslachten afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijkZach.12: 10-14.
We dienen niet vergeten dat en het huidige Israël en zelfs het merendeel van de Christelijke Kerk  een verbond met de antichrist zal sluiten.
        Zeventig weken zijn bepaald over Uw Volk en Uw Heilige stad, om de overtreding te voleindigen, de zonde af te sluiten, de ongerechtigheid te verzoenen en om eeuwige gerechtigheid te brengen, gezicht en profeet te bezegelen en iets allerheiligst te zalven.
         Weet dan en versta: vanaf het ogenblik, dat het Woord uitging om Jeruzalem te herstellen en te herbouwen tot op een gezalfde, een vorst, zijn zeven weken; en tweeënzestig weken lang zal het hersteld en herbouwd blijven, met plein en gracht, maar in de druk der tijden.
En na de tweeënzestig weken zal een gezalfde worden uitgeroeid, terwijl er niets tegen hem is; en het volk van een vorst die komen zal, zal de stad en het heiligdom te gronde richten, maar zijn einde zal zijn in de overstroming; en tot het einde toe zal er strijd zijn: verwoestingen, waartoe vast besloten is Dan.9: 24-26.
     En Vervolgens wordt er gesproken over de zevenjarige Grote Verdrukking [de Blijde Boodschap spreekt over de zeventig weken: “     En hij zal het verbond voor velen zwaar maken, een week lang; in de helft van de week zal hij slachtoffer en spijsoffer doen ophouden; en op een vleugel van gruwelen zal een verwoester komen, en wel tot aan de voleinding toe, en waartoe vast besloten is, dat zal zich uitstorten over wat woest isDan.9: 27.
Wij weten, onder andere van Paulus: “     Laat niemand u misleiden, op welke wijze ook, 
want eerst moet de afval komen en de mens der wetteloosheid zich openbaren, de zoon des verderfs, de tegenstander, die zich verheft tegen al wat God of voorwerp van verering heet, zodat hij zich in de tempel God’s zet, om aan zich te laten zien, dat hij een god is2Thess.2 : 3, 4.
In Dan.9 : 24–27 lezen we dus hoe dat zal gebeuren en is het niet zo dat wij het voor onze ogen zien gebeuren???
Er zal een verbond met Israël, de Kerk en de wereld komen, wat hij zal verbreken door onder andere het offeren in de tempel te laten stoppen.
Maar… er ‘is’ helemaal geen Tempel in Jeruzalem.
Neen, nog niet, maar weet u dat de voorbereidingen voor de herbouw van de tempel, vaak de derde tempel genoemd, niet ver verwijderd zijn, zodat ook dit in de nabije toekomst zal kunnen gebeuren?! Afgelopen jaar is er in Israël zelfs een Hogepriester aangewezen.
Het blijkt dat deze ‘voorlopig’ zijn functie niet aanvaard heeft, omdat de tempel er nog niet daadwerkelijk is. Maar als de tempel er zal zijn, dan is de Hogepriester er ‘dùs’ ook. En zó zijn eigenlijk alle voorbereidingen voor de Tempeldienst rond. En in die tempel [waaronder in eenheid met de Oecumene] zal de antichrist zich gaan laten vereren…!  Eerst ‘dàn’ zal Christus als Messias weerkeren en Zijn oordeel over Kerk, gaan uitspreken.

Je kunt het zien zoals je het zelf wilt, maar hoe kunnen wij vol lof zijn over wat er nu in Israël gebeurt, als we weten dat de Heer het huidige Jeruzalem als volgt noemt: “ Dezen hebben de macht de hemel te sluiten, zodat er geen regen valt gedurende de dagen van hun profeteren; en zij hebben macht over de wateren, om die in bloed te veranderen en om de aarde te slaan met allerlei plagen, zo dikwijls zij willen.
En wanneer zij hun getuigenis zullen voleindigd hebben, zal het beest, dat uit de afgrond opkomt, hun de oorlog aandoen en het zal hen overwinnen en hen doden. En hun lijk (zal liggen) op de straat der grote stad [Jeruzalem], die geestelijk genaamd wordt Sodom en Egypte, alwaar ook hun Heer gekruisigd werd?Openb.11 : 6-8?

Hoe is de Bijbelse Blijde Boodschap door de tijd heen niet verdraaid …, teneinde het goedgelovige Volk een rad voor de ogen te draaien.
Laten we wèl zijn . . . . .
Het was ‘dìt’ Volk Israël dat offers in de Tempel bracht en ‘dàt’ de apostelen en de eerste Christenen vervolgde, voordat de stad Jeruzalem in 70 na Chr. verwoest werd.
Het is Paulus die daarover het volgende zegt:
      Ik voor mij was tot de slotsom gekomen, dat ik tegen de Naam van Jezus, de Nazoreeër, fel moest optreden, wat ik dan ook gedaan heb te Jeruzalem; en ik heb vele van de heiligen in gevangenissen opgesloten, waartoe ik de macht van de overpriesters ontvangen had; en als zij zouden omgebracht worden, heb ik mijn stem eraan gegeven.
       En in alle synagogen trachtte ik hen dikwijls door toepassing van straffen tot lastering te dwingen en in tomeloze woede tegen hen heb ik hen vervolgd  tot zelfs in de buitenlandse steden. En toen ik onder die omstandigheden naar Damascus reisde met volmacht en opdracht der overpriesters  zag ik, o koning, midden op de dag onderweg een [Thabor-] Licht
Hand.26: 9–13.
En… waar in de brieven aan de Gemeente lezen we dat wij als kinderen God’s ervoor dienen te zorgen dat Israël [en de Kerk] weer naar haar oorsprong dient terug te gaan? Dat staat nergens vermeld, maar het spreekt voor zich dat ook de Kerk in deze wereld sterk is afgedwaald.
En wanneer Paulus een inzameling houdt, dan is dat niet voor de Joden, die de Christenen vervolgen, maar dan is dat voor de noodlijdende gelovigen in Jeruzalem!
      Wat nu de inzameling voor de heiligen betreft, doet ook gij, evenals ik het in de gemeenten van Galatië geregeld heb: ‘elke’ eerste dag der week legge ieder van u naar 
vermogen thuis iets weg, en dient dit op te sparen, opdat er niet eerst na mijn komst inzamelingen moeten gehouden worden. Wanneer ik dàn aangekomen ben, zal ik hen, die gij daarvoor geschikt acht, met brieven zenden om uw liefdegave te Jeruzalem af te dragen1Cor.16: 1-3.
Ergens anders zegt onze Heer en Verlosser via de mond van de apostel Paulus:
Bedenkt daarom dat jullie, die vroeger heidenen waren naar het vlees en onbesneden genoemd werden door de zogenaamde besnijdenis, die werk van mensenhanden aan het vlees is, dat jullie te dien tijde zonder Christus waren, uitgesloten van het burgerrecht van Israël en vreemd aan de verbonden der belofte, zonder hoop en zonder God in de wereld.
Maar thans in Christus Jezus zijt gij, die eertijds veraf waart, dichtbij gekomen door het bloed van Christus.
Want Hij is onze vrede, die de twee een heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft, doordat Hij in Zijn Vlees de Wet van de  Geboden, in inzettingen bestaande, buiten werking gesteld heeft, om in Zichzelf, vrede makende, de twee tot een nieuwe mens te scheppen en de twee, tot een lichaam verbonden, weer met God te verzoenen door het Kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeft. En bij Zijn Komst heeft Hij vrede verkondigd aan u, die veraf waart, en vrede aan hen, die dichtbij waren; want door Hem hebben wij beiden in een Geest de 
toegang tot de Vader. Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers van de Heiligen en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de Apostelen en Profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen isEph.2: 11 – 20.

Onze roeping als Christenen is en blijft dus het principe om goed te doen aan alle mensen[!], maar toch wel in de eerste plaats aan onze broeders en zusters!
Het Volk van God, Israël, heeft daar op de één of andere manier geen aparte plaats in! Zelfs in de brieven die geschreven zijn na de verwoesting van Jeruzalem in 70 na Chr., de brieven van de apostel Johannes, en het boek Openbaring, die dateren uit omstreeks 90 na Chr. , vinden we absoluut geen opdracht aan de Gemeente om Jeruzalem of de oorspronkelijke tempel aldaar te herbouwen!
Sterker nog, heeft de Heer niet, juist in het kader van Israëls zonde en herstel, aangegeven dat Hij geen offers wil, maar weldadigheid en kennis Gods?:
. . . . . uw Liefde is als een morgenwolk, en als een dauw, die in de vroegte vergaat. 
Daarom heb Ik er door de Profeten op ingehouwen, heb Ik hen gedood door de woorden van Mijn mond. De oordelen over u waren een doorbrekend licht.
Want in liefde heb Ik behagen en niet in slachtoffer, in kennis van God en niet in brandoffersHos.6: 4-6.

Heeft onze Heer en Verlosser niet Zelf het voorhangsel van de wereldse tempel ‘van boven tot beneden’ – in tweeën doen scheuren? zie Matth.27:  51.
En nu gaat het “geestelijk Sodoma en Egypte” nu de tempel herbouwen en daar de offers weer brengen . . . . .
Ja, de tempel zal er zijn, ja, de tempel dient er te zijn en te blijven, zo laten de diverse profetieën zien, maar dan de tempel met haar altaar, die zich in uw persoonlijke hart bevinden. Dàt is de alomvattende Tempel, Die op het punt van herbouw dient te staan  en een  alomvattend teken dient te zijn van deze tijd.
En ja, onze Heer en Verlosser werkt ook nu ‘door èn om’ de wereldleiders heen, zoals bijvoorbeeld blijkt uit het boek Daniël, om Zijn Woord in vervulling te doen gaan.
En toch wordt ons als Christenen door de verkondiging van diverse organisaties vaak een schuldgevoel aangepraat, omdat Christenen achter alles, wat het huidige Israël doet, zouden moeten staan . . . . . En dat is ontzettend vreemd, maar het past wel binnen de tekenen van de tijd, binnen de afval van het Geloof en als onderdeel daarvan past het binnen de terugkeer van veel Christenen naar de Wet.

Wat kan ons allemaal niet overkomen onderweg!

Je kunt verdwalen en honger lijden, levend verslonden worden door wilde dieren te land en in de zee, door mensen bespot en beroofd worden, je kunt vallen en verdrinken.
Ik heb mijn ogen geheven naar de bergen; vanwaar zal mijn hulp komen?”.

Ook al leven we in de Lage Landen, we kennen allemaal het begrip ergens als een berg tegenop zien. Wat gebeurt er als je op je weg geblokkeerd raakt, de voortgang onbegaanbaar lijkt. Red je het dan wel alleen?

Mijn hulp komt van de Heer, de Schepper van hemel en aarde.
Hij moge uw voet niet doen wankelen; Uw bewaker moge niet slapen.
Zie, Hij zal niet sluimeren noch slapen, de Bewaker van Israël [de Kerk]”.

Daarom herinneren we ons de na-oorlogse tijd, dat de kerken barstensvol zaten en niet alleen op zondag. Generaties later blijken we vergeten te zijn dat heel de aarde door God bestuurd wordt [‘God bestiert alles, het gehele wereldse huishouden‘ – zo formuleren de reformatoren dat nog steeds].
Er zou nergens op aarde een begaanbare weg zijn, geen grond onder de menselijke voeten. Hemel en aarde komen Hem toe, een eindeloze ruimte welke de schuilplaats vormt voor wie niet weten waar ze het zoeken moeten.
          Ook wie onderweg is, wie op de vlucht is voor geweld, kan zich bij Hem thuis voelen en zeker zijn van beschutting.
  Wie onder de schutse van de Allerhoogste verblijft, en onder de bescherming woont van God in de Hemelen.
Hij mag zeggen tot de Heer: Gij zijt mijn Beschermer en mijn Toevlucht;
Gij zijt mijn God, op Wie ik vertrouwPsalm 90[91]: 1-3 vert. ROK, ’s-Gravenhage.
Jezelf thuis voelen en onder de schutse des Allerhoogste verblijven in de schaduw die God is, is zekerheid in het weten dat ‘Hij’ bij je is, zelfs als de grond [door mortierbommen] onder je wegzakt en de adem je [door gifgasbommen] wordt ontnomen. Ergens zijn waar je je vast kunt blijven houden bevindt zich in de Blijde Boodschap een Genade [een Gave Gods].
De verhalen het begin van het Oude Verbond zijn ontstaan in een periode en een gebied waarin volkeren rondtrokken met hun families, hun vee, hun hele ‘hebben en houden’ met zich meenamen. Een [tweede] vaderland waar je thuis kunt zijn, waar je jezelf kunt zijn, waar je onbekommerd kunt verblijven, was een nieuw gegeven, dat is/was een weelde, een overvloed.
  Zij echter die tevergeefs mijn ziel hebben belaagd, zullen ingaan in het diepste der aarde. Zij worden overgeleverd aan het geweld van het zwaard en vallen ten prooi aan de vossenPsalm 62[63]: 10,11.
  Te raadplegen was Ik voor hen die naar God niet vroegen, te vinden voor hen die Hem niet zochten; Ik zei tot een volk dat Mijn Naam niet aanriep:
‘Hier ben Ik, hier ben Ik’.
De ganse dag breidde Ik Mijn armen uit naar een opstandig volk, dat volgens eigen overleggingen  wandelde op een weg, die niet goed is;
⁌ Een volk, dat Mij bestendig openlijk krenkt door te offeren in de hoven en offers te ontsteken op de tichelstenen;
⁌ Die in de graven zitten en op verborgen plaatsen overnachten; die vlees van zwijnen eten en in wier vaatwerk verfoeilijk voedsel is;
⁌ Die zeggen: Blijf daar, nader Mij niet, want Ik ben voor u ongenaakbaar. Dezen zijn een rook in Mijn neus, een vuur dat de ganse dag brandt.
  Zie, het staat voor Mij geschreven, Ik zal niet zwijgen, voordat Ik het vergolden heb; ja, Ik zal hun de vergelding in de schoot werpen.
Voor uw ongerechtigheden en de ongerechtigheden van uw vaderen tezamen, zegt de Heer; omdat zij offers hebben ontstoken op de bergen, en op de heuvels Mij hebben gehoond, daarom zal Ik hun allereerst het loon in hun schoot toemeten.
  Zo zegt de Heer:
Zoals men, wanneer er nog sap in een druiventros gevonden wordt, zegt:
‘Verderf hem niet, want er ligt een zegen in’;
Zo zal Ik doen ter wille van Mijn knechten, dat Ik niet alles zal verderven”.
Isaiah 65: 1-8.
Onze Heer en Verlosser zal naar de bergen van Israël afdalen, om Zijn volk uiteindelijk te verlossen!
Is het niet mooi om te zien hoe Gods Woord gewoon letterlijk klopt?!
En dan zal ook in onze dagen vervulling gaan wat er geschreven staat:
    De Heer zal u bewaken; de Heer is uw beschutting ter rechterzijde.
Overdag zal de zon u niet branden, noch de maan u schaden s’nachts.
De Heer moge u behoeden tegen alle kwaad; de Heer moge uw ziel behoeden.
De Heer behoede uw komen en gaan, van nu af, en tot in eeuwigheid“  Psalm 120[121] :7, 8.
Tot nu toe heeft het God’s Volk buiten Israël in verstrooiing geleefd, en zelfs zij, die nu terug zijn, zodat God’s Profetieën in vervulling kunnen gaan, leven we nog steeds in onzekerheid; en uiteindelijk zal zelfs de tijd van benauwdheid voor Jaäcob nog over hen heen gaan:
      Op die dag zal het gebeuren, luidt het woord van de Heer der heerscharen, dat Ik het juk van hun hals zal verbreken en hun banden zal verscheuren; vreemden zullen hen niet meer knechten.
Maar zij zullen de Heer, hun God, dienen en David, hun koning, die Ik hun verwekken zal.
Gij dan, vrees niet, mijn knecht Jaäcob, luidt het Woord des Heren, en wees niet verschrikt, Israël, want zie, Ik verlos u uit verre streken, uw nakroost uit het land van hun  gevangenschap; Jaäcob zal terugkeren en rustig en veilig zijn, door niemand opgeschriktJer.30 : 8-10.
Uiteindelijk komt uit wat zullen de Profeet Zacharia heeft gezegd:
      Want zo zegt de Heer der heerscharen: Zoals Ik Mij voorgenomen had u kwaad te doen, toen uw vaderen Mij vertoornden, zegt de Heer der heerscharen en het Mij niet berouwde, zo heb Ik in deze dagen Mij weer voorgenomen Jeruzalem en het huis van Juda wel te doen; vreest niet!Zach.8: 14,15.

En “deze dagen” zijn op dit moment dus nog steeds verleden, heden en toekomst.

Orthodoxie & Gaat van mij weg, die onrecht bedrijft

Zacchaeus’ sycamore boom in Jericho

“En de menigte [om Hem heen] schare bestrafte hen, dat zij zwijgen zouden.
Maar zij riepen te meer zeggend: Heer, heb medelijden met ons, Zoon van David!
En Jezus stond stil, riep hen en zei: ‘ Wat wilt gij, dat Ik u doen zal?’.
Zij zeiden tot Hem: ‘ Heer, dat onze [ons de] ogen geopend worden’.
Jezus werd met ontferming bewogen en raakte hun ogen aan en terstond werden zij ziende en zij volgden HemMatth.20: 29-34.

Onze generatie kan niet kiezen tussen nederigheid van hart en orthodoxie van overtuiging – we hebben beide nodig.         We kunnen de Waarheid hoog houden zonder mensen te onderdrukken

      Ziet slechts, broeders/zusters, wat gij waart, toen gij geroepen werdt: niet vele wijzen naar het vlees, niet vele invloedrijken, niet vele aanzienlijken.
Integendeel, wat voor de wereld dwaas is, heeft God uitverkoren om de wijzen te beschamen, en wat voor de wereld zwak is, heeft God uitverkoren om wat sterk is te beschamen; en wat voor de wereld onaanzienlijk en veracht is, heeft God uitverkoren, dat, wat niets is, om aan hetgeen wel iets is, zijn kracht te ontnemen, opdat geen vlees zou roemen voor God.
       Maar uit Hem is het, dat gij in Christus Jezus zijt, die ons van God is geworden: wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing, opdat het zij, gelijk geschreven staat: Wie roemt, dient te roemen in de Heer.
Ook ben ik, toen ik tot u kwam, broeders, niet met schittering van woorden of wijsheid u het getuigenis van God komen brengen. Want ik had niet besloten iets te weten onder u, dan Jezus Christus en die gekruisigd.
Ook kwam ik in zwakheid, met veel vrezen en beven tot u; mijn spreken en mijn prediking kwam ook niet met meeslepende woorden van wijsheid, maar met betoon van geest en kracht, opdat uw Geloof niet zou rusten op wijsheid van mensen, maar op kracht van God1Cor. 1: 26-2: 5.

nederigheid is de poort, die de Goddelijke Genade doorlaat

De weg die God met een mens aanhoudt, is altijd hem te brengen tot nederigheid.
En de weg die de mens met God houdt, is altijd om zichzelf te verheffen.
Dit alles heeft immers Mijn hand gemaakt en zo is dit alles ontstaan, luidt het Woord des Heren; op zulken sla Ik acht: op de ellendige, de verslagene van geest en wie voor Mijn Woord beeftIsaiah 66: 2.

Leid daarom een biddend leven, bij nacht en overdag.
• Wanneer je wakker bent, bidt.
• Wanneer je naar bed gaat, vraag de Heer of Hij, wanneer je opstaat, met jou wil zijn.
• Leid een zoekend, onderzoekend, doorzoekend leven.
• Verwonder u veel en wees een gelukkig mens, die zich verwonderen kan, zich verwonderen kan over de grootheid en de Heerlijkheid van God.
• Leid daarop een dankend leven, dank God iedere dag dat Hij je niet wilde overlaten aan jezelf, dat  “ . . . . . . . Hij je met mensenbanden voortgetrokken heeft, met koorden van liefde; Hij was ons als degenen die het juk van hun kinnebak hieven. Hij neigde Zich tot ons en gaf ons te eten” Hos. 11: 4.
• Wees daarom op de weg, die je gaat, een navolger van Onze Heer , ook op een weg waar eigenlijk geen weg is, want dit zijn doorgaans de beste wegen.
• We dienen allen onafgebroken God’s Wijsheid voor ogen te houden, deze Genadegave in ons hart en op de lippen te bewaren en met onze handen om het te doen, conf. Deut. 30: 14.
• Je tong dient recht te spreken, evenals de wijze waarop je op anderen reageert, God’s Geboden dien je van harte, als vanzelfsprekend, te vervullen.
Vandaar dat de Blijde Boodschap ons leert:
            De toorn des Heren zou [anders] tegen u ontbranden en Hij zou de hemel toesluiten, zodat er geen regen komt, de bodem zijn opbrengst niet geeft en gij weldra te gronde gaat in het goede [beloofde] land, dat de Heer u geven zal.
              Maar gij zult deze mijn woorden in uw hart en in uw ziel leggen; gij zult ze tot een teken op uw hand binden en zij zullen een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn.
Gij zult ze uw kinderen leren en daarover spreken, wanneer gij in uw huis zit en wanneer gij onderweg zijt, wanneer gij neerligt en wanneer gij opstaat;
Gij zult ze schrijven op de deurposten van uw huis en aan uw poorten, opdat gij en uw kinderen in het land, waarvan de Heer uw vaderen gezworen heeft, dat Hij het hun zou geven, zo lang leeft, als de hemel boven de aarde staat.
          Want indien gij heel dit gebod, dat ik u heden opleg, zeer naarstig onderhoudt, de Heer, uw God, liefhebt, in al zijn wegen gaat en Hem aanhangt, dan zal de Heer al deze volken voor u wegdrijven, zodat gij het gebied van volken, groter en machtiger dan gij, in bezit zult nemen.
• Elke plaats die uw voetzool betreedt, zal van u zijn; van de woestijn af tot de Libanon, van de rivier af, de rivier de Eufraat, tot de westelijke zee toe zal uw gebied zich uitstrekken.
• Niemand zal voor u standhouden; de Heer, uw God, zal schrik en vrees voor u leggen op het gehele land dat gij betreedt, zoals Hij u heeft toegezegd.
Zie, ik houd u heden zegen en vloek voor:
”         Zegen, wanneer gij luistert naar de geboden van de Heer, uw God, die ik u heden opleg; maar vloek, indien gij naar de geboden van de Heer, uw God, niet luistert en afwijkt van de weg die ik u heden gebied, door het achterna lopen van andere goden, die gij niet gekend hebt.
                  Wanneer nu de Heer, uw God, u gebracht zal hebben in het land, dat gij in bezit gaat nemen, dan zult gij de zegen uitspreken op de berg Gerizzim en de vloek op de berg Ebal; liggen zij niet aan de overzijde van de Jordaan achter de westelijke heerbaan, in het land der Kanaänieten, die in de vlakte wonen, tegenover Gilgal bij de terebinten van More?
                  Want gij staat op het punt de Jordaan over te trekken om het land in bezit te gaan nemen, dat de Heer, uw God, u geven zal, en gij zult het in bezit nemen en daarin wonen; dan zult gij naarstig onderhouden al de inzettingen en de verordeningen, die ik u heden voorhoudDeut. 11: 17-32.

Kinderen en dwazen kunnen verrassend uit de hoek komen.
Een voorbeeld van een Alzheimerpatiënt, die onafgebroken roept:
ga, weg – ga, weg” en “ik ben bang – ik ben bang
steeds maar weer herhalend alsof er een grammofoonplaat blijft hangen.
De patiënt is/was diepgelovig Christen en bedoelt zonder twijfel:
ga weg van mij Satan, ga weg – ‘ik ben bang – ik ben bang voor je, want je bedrijft onrecht’’.
Zonder twijfel zal de toorn des Heren niet over haar ontbranden en zal de Hemel voor haar niet dichtgedaan worden, zij zal in mijn ogen met open armen ontvangen worden.
Wanneer zij een leven heeft geleidt waarbij zij naar de geboden van de Heer, onze God luisterde, zal Hij voorzeker Zijn Genaderijke zegen op haar leggen.
Wanneer wij in het Jezusgebed, het gebed van het hart onze Heer en Verlosser aanroepen:
Heer Jezus Christus, Zoon van God, ontferm U over mij, zondaar
spreken wij Hem aan op de Goddelijke Wijsheid, want Hij is Wijsheid, Hij is het Woord, het Woord inderdaad van God de Vader.

De eenvoud als sleutel is de zoektocht tot God’s Hart
Er wordt ons eveneens voorgehouden: “Open je lippen en mijn tong zal Uw lof verkondingen” Psalm 50[51]: 17; ‘wij houden daarmee onszelf God’s Woord voor ogen’.
Gods woord wordt geuit door diegenen, die de Pedagogie van de Heer in zichzelf herhalen en over zijn uitspraken blijven mijmeren.
Laat dìt Woord altijd tot je spreken – door het steeds maar weer te herhalen tot je te laten doordringen.
Wanneer we over Wijsheid spreken, spreken we over de H. Geest, “Die voortkomt uit de Vader, Die met de Vader en de Zoon tezamen wordt aanbeden en verheerlijkt, Die door de Profeten gesproken heeft”.
Wanneer we over ‘goed-zijn’ spreken, spreken we over God alleen, Die in Zijn Zoon Christus is geopenbaard.
Wanneer we over Gerechtigheid spreken, spreken we over “Degene, Die geen zonde gekend heeft en Die de Vader voor ons tot zonde [mens] heeft gemaakt, opdat wij Gerechtigd zouden worden in Hem”. Hij is met ons mens geworden, echter zonder te zondigen.
Wanneer we het over Vrede hebben, spreken we over het verkrijgen van Vrede, Die Christus ons doet toekomen.
Wanneer we spreken over Waarheid, Leven en Verlossing, spreken we over Christus.
“Open uw lippen”, zegt de Blijde Boodschap, en laat Gods Woord in je doorklinken. Het is aan jou om je mond in Liefde tot God te openen, het is aan Hem om gehoord te worden; het gebed in ons hart te laten neerdalen en ons in handen te geven om te doen wat Zijn Wil is.

David, de Profeet

David, onze voorzanger zegt: ”  Ik zal horen wat de Heer in mij zegt“.
De eigenlijke Zoon van God zegt: “  Open je lippen en mijn tong zal Uw lof verkondingen”.
Niet iedereen kan de perfecte Wijsheid bereiken, zoals koning Solomon of de Profeet Daniël, maar de Geest van Wijsheid wordt ons geopenbaard overeen-komstig het simpele vermogen van de Heiligen, die Zijn Woord reciteren, in stilte in zichzelf blijven herhalen. Wanneer je gelooft, ontvang je op deze manier de Geest der Wijsheid.

Reciteer, herhaal dàn ìn stilte
– te allen tijde over de dingen van God – en
– spreek de dingen van God uit -, wanneer je in je huis zit.
Bij een thuis kunnen we de kerk of ‘het stille moment’ in onszelf verstaan,
zodat we ìn onszelf kunnen spreken.
Herhaal Het Woord met zorg, in de juiste formulering – voorzichtig, als in een porselein-kast, om te voorkomen dat je in verzoeking wordt gebracht, zoals door overmatig te praten.
Wanneer je in je binnenste binnenkamer zit, spreek tegen jezelf alsof je een rechter bent, beoordeel jezelf oprecht.
Wanneer je langs de weg wandelt, spreek dan om nooit stil te gaan zitten. Je spreekt onderweg zoals je gelijk de Emmaüs-ganger tot Christus spreekt, want Christus is de weg.
Wanneer je onderweg bent, spreek dan tegen jezelf, als Christen spreek je tot Christus: ‘
Hoor Hem‘, zeg je: ‘ ik verlang dat overal waar mensen bidden, heilige handen worden opgeheven zonder opkomende boosheid of ruzie, die op de loer ligt‘.
  Wanneer je gaat liggen, spreek dan op die manier, dat de slaap van de dood je niet overvalt en de Genade van je wegneemt.  Luister en leer hoe je dient te spreken als je gaat liggen;
Ik zal mijn ogen niet inslapen of naar mijn oogleden sluimeren tot ik een plaats voor de Heer vind, een verblijfplaats voor de God van Jaäcob”.
Het behoeft helemaal geen omhaal van woorden te zijn, maar doe het.
  Wanneer je opstaat of weer opstaat, spreek dan als Christen over Christus, teneinde te vervullen wat Hij je bevolen heeft.
Luister en leer hoe Christus je uit de slaap dient te wekken.
Je ziel zegt: “ ik hoor mijn broeder/zuster aan de deur kloppen“.
Dan zegt Christus tot jou:
Open de deur voor mij, mijn Geliefde, Mijn echtgenote”.
Luister en leer hoe je Christus kunt wekken.
Je ziel zegt: “ Ik bezweer je, dochters van Jeruzalem, ontwaak of wek
de Liefde van het hart in mij op en doet mij ontwaken uit de slaap.
Christus is Die onvoorstelbare, oneindige Goddelijke Liefde,
voor jou, voor mij en wie je maar kunt voorstellen”.
H. Ambrosius van Milaan – ‘Uitleg van de Psalmen’.

Onze Heer en Verlosser
Onze Heer en Verlosser begint met het Geloof te bewerken en Hij gaat in je diepste binnenste voort met het Geloof te bewerken.
Dikwijls memoreren wij:
Ik heb mijn ogen opgeheven naar de bergen: vanwaar zal mijn hulp komen?
Mijn hulp komt van de Heer, de Schepper van Hemel en aarde
Psalm. 120[121]: 1,2 vert. ROK ’s-Gravenhage.
Zo is het ook met betrekking tot het steeds maar weer opnieuw scheppen.
indien dit niet zo zou zijn, zou de Goddelijke Genadegave in ons weer te gronde gaan. Zonder deze te onderhouden, bij te houden in haar ontwikkeling, kan de Kosmos niet bestaan; het behoeft maar in een klein radertje mis te gaan en wij zijn allen verloren. Onderhield God ‘niet’ wat Hij gemaakt heeft, het zou weerkeren tot niets.
Maar God’s Genadegaven dienen ook in stand gehouden te  worden, door de radertjes te smeren, van olie te voorzien door onophoudelijk gebed, het gebed van het hart, het Jezusgebed.
Vlees en bloed doet het niet; vlees en bloed beërft het Koninkrijk der Hemelen niet.
De volgeling, die de sleutel van het Koninkrijk in de hand draagt, houdt ons de God-verheerlijkende belijdenis voor: “Gij zijt”, zo sprak hij, “dè Christus, de Zoon van de Levenden God”.
En onze Heer en Verlosser gaf als antwoord:
Zalig zijt gij, Simon
[Hebr.= woestijn, luisterend, rotsblok of steen], Bar-Jona [zoon van Jona (Hebr.= duif)];
want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar
Mijn Vader, Die in de Hemelen is
Matth.16: 16,17.
Dat heeft ‘nooit en nimmer’ te maken gehad met degenen, die streven naar macht en onder ons volgelingen de eerste onder gelijken wensen te zijn.
Maar de in de onophoudelijk tot stand gebrachte Genadegave gebeurt dit ook niet!  Dat is de rede dat onze Heer en Verlosser in de dagen van Zijn verblijf hier op aarde gezegd heeft: “Want zonder Mij kunt gij niets doenJohn.15 :5.
Een mens laat immers geen steen heel, geen steen op de ander, verwoest z’n eigen omgeving en wendt zich vervolgens als een kind in alle onschuld tot de bergen.
Vàn onze God is niet ‘alleen’ het begin, maar ook de continuïteit, de onophoudelijk samenhang van het Leven. Het is de mens geheel uit de hand genomen; het is de Heilige Geest aan Wie het werk is opgedragen.
Daarom staat er: “ Want allen, die door de Geest Gods geleid worden, zijn kinderen van GodRom.8: 14.
En daaraan voorafgaand in diezelfde brief van de apostel komen we tegen:
Indien iemand echter de Geest van Christus niet heeft, die behoort Hem niet toeRom.8: 9.
En ook tot anderen: “ Daarom maak ik u bekend, dat niemand, door de Geest Gods sprekende, zegt: Vervloekt is Jezus; en dat niemand kan zeggen: Jezus is Heer, dan door de Heilige Geest” 1 Cor.12: 3.
Met de meest eenvoudige troost-gevende woorden schreef de apostel Paulus tot zijn gemeente:
  Hiervan toch ben ik ten volle overtuigd, dat Hij, die in u een goed werk is begonnen, dit ten einde toe zal voortzetten, tot de dag van Christus Jezus. Zo van u allen te denken spreekt voor mij dan ook vanzelf, omdat ik u op het hart draag, daar gij allen, zowel bij mijn gevangenschap als bij mijn verdediging en bevestiging van het evangelie, deelgenoten zijt van de mij verleende GenadePhil.1: 6,7.

Waardoor onderhoudt God het goede werk?

TORAH

Door de regels, die Hij als Hoogste Macht heeft vastgesteld, de Wet en door het Evangelie; de Wet en de Blijde Boodschap welke altijd met elkaar verbonden zijn.
Daarom dient men nooit van het Woord af te wijken; voor ons dient het gegeven Woord bewaard te worden!, want Het Woord doet alles.
– Wij dienen niet in onze verwaandheid te denken dat de mens het doen moet.
– Wij kunnen het niet doen en wij zullen het niet kunnen doen, hèt Woord doet het!
Een gelovige is opgehouden te leven, is de dood tegemoet getreden en ziet dit onder ogen.
Zou het anders zijn geweest, dan zou hij/zij geen volgeling van Christus, geen gelovige kunnen worden genoemd.
Een gelovige is gestorven: zijn/haar verstand, zijn/haar wil, wat een mens zich ook ten doel stelt, zijn wensen en begeerten.
Een gelovige is aan de wereld gestorven, de volgeling van Christus is aan de zonde gestorven, althans aan de overheersende kracht van de zonde.
Hij is aan zichzelf gestorven, dat hij in vele dingen nog iets ziet, bijvoorbeeld in de kleine vreugden van het leven, ten koste van en zonder de verkregen Blijd-schap in God, ook dát is hem nog tot het verkeerde, het kwaad dat hij begaan heeft!
Maar in het heden is de volgeling van Christus nog ‘niet helemaal’ gestorven.
Was het maar zo! Maar zover komt het hier nog niet.
Het zal wezen in de Hemel, maar nog niet op de aarde, het zal zijn daar waar Zijn wil geschiede.
En dìt is hetgeen een Christen, samen op weg met anderen doet:
‘verlangen naar de eeuwigheid’, “kom Heer Jezus, kom!“.
Een Blijde Boodschap, een blij vooruitzicht, verlost te zijn van dit mens-onterende leven!
Er wordt hier niet verkondigd, dat het leven afschuwelijk is, maar het leven dat, en voor zover het een leven in de zonde is, dat is afschuwelijk.
Wie hieraan blijft hangen, geeft daarmee het bewijs dat hij het ‘andere’ leven niet kent.
En omdat nu de gelovige niet geheel gestorven is, is er nog het verstand waar hij/zij op af gaat, want als volgeling van Christus weet hij/zij welzeker wàt hèt betekent:
De wetsovertreder besluit bij zichzelf om te zondigen, want er is geen vrees tot God in zijn ogen. Hij huichelt voor Zijn aangezicht, dat hij onrecht zou opsporen en haten.
De woorden van zijn mond zijn wetteloosheid en bedrog, hij wil niet verstandig zijn om het goede te doen. Hij beraamt onrecht op zijn bed, hij staat opbleek slechte weg; van boosheid heeft hij geen afkeerPsalm 35[36]: 1-4 vert ROK ’s-Gravenhage.
In ons menselijk verstand zit de grootste boosheid, wordt de ergste vijandschap tegen de Heer gevonden. De volgeling van Christus heeft daar naast nog goede voornemens, vooral heeft hij die wanneer hij het eens dat het met hem op de een of andere manier misgegaan is.
En aldus vertrouwt hij door inzicht op eigen kracht, op zichzelf, hij/zij zou dit niet doen indien hij geheel gestorven zou zijn.
Er is niet één begenadigde, die dit niet ondervonden heeft tot z’n schande en grote droefheid.
Onze Heer en Verlosser Jezus Christus, Die de mens ‘door en door’ kent,  sprak daarom eens in één van de gewichtigste ogenblikken van Zijn aardse leven:
Waakt en bidt, opdat jullie niet in verzoeking worden gebracht;
de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwakMarc.14: 38.