Vrijdag in de Grote en Heilige week, Goede Vrijdag – de grootsheid van het Lijden, het sterven aan het Kruis, kortom de Heilige Passie van de Godmens

In de avond voorafgaand aan Goede Vrijdag, dus de donderdagavond
is er een samengesteld gedeelte uit de Blijde Boodschap;
aangezien vandaag acht wordt geslagen op diverse hoogtepunten bestaande
uit de kruisiging van de Godmens.
De 12 Evangeliën,
Die de Heilige Passie beschrijven worden gelezen:

korte weergave:
Jezus laatste vermaningen aan zijn discipelen …
Houd van God en van de mensen [de naasten] als van uzelf“.
Het laatste afscheid; het Gebed van Jezus.
Zijn verraad door Judas gevolgd door de arrestatie van de Heer.
Overbrenging naar – Van Annas naar Kajafas- en de berechting van Jezus door de overpriesters.
Petrus’ verloochening [“de haan zal niet kraaien, eer gij Mij driemaal verloochend hebt”].
Voor Pilatus, in het Pretoro, zijn poging om de Heer vrij te spreken, maar dit wordt door de vastberadenheid van de Farizeeërs onmogelijk gemaakt.
Veroordeling van Christus” Pilatus, vertegenwoordiger van de toenmalige Macht van de wereld “wast zijn Handen in onschuld“.
Judas terechtgewezen geeft de “dertig zilverlingen” aan de tempeldienaren terug, die ze in de Corvana [het Tempelfonds] hebben gestopt en er een bloedakker voor kopen.
Door het gehele Jodendom veroordeeld. De lijdensweg naar de Calvary-berg, alwaar de Kruisiging van Jezus.
Jezus geeft de geest aan het Kruis; de twee mede-veroordeelden aan het kruis. Verzoek van één van hen, de vraag aan Christus om hem te herinneren wanneer Hij in Zijn Koninkrijk der Hemelen komt.
Jozef van Aramithea vraagt Pilatus Jezus’ Lichaam om het in Zijn graf te begraven.
Begrafenis van Jezus en de verzegeling van Zijn Graf door de hoofden van het Volk en de Farizeeën.

Griekse icoon Kruisiging van Christus

Vandaag hangt aan het schandhout, 
de Rechter van ‘leven en dood’ laat Zich vrijwillig kruisigen.
De koning der engelen wordt gekroond met de engelenkroon.
Vaal paars is in de wolken rond de hemel waarneembaar.
Christus wordt verslagen door het helse zwaard, in het graf sluit men Hem,
Die de Hades berooft en de Heer geeft hiermee Adam z’n vrijheid terug, bevrijdt hem van de vloek.
U verbindt Zich als Bruidegom aan de Kerk.
De menselijke overblijfselen worden verwelkomd, als de Zoon van de Maagd.
Wij prijzen u, Pasha, de Christus; Gij zijt m’n broeder/zuster, waarachtig Zoon van God de Vader en wij kijken uit naar Uw erfdeel”.

Avondcanon
Completen, 4e Irmos – triodion van H. Andreas van Kreta
  De Profeet hoorde van Uw Komst, dat Gij uit de Maagd geboren wilde worden,
om aan de mensen te tonen en hij sprak:
‘ik heb de tijding aangaande U vernomen en ik werd bevreesd:
Ere zij Uw Kracht o Heer
”.

  De toebereide bovenzaal nam U op, o Schepper, tezamen met Uw Ingewijden.
Daar hebt Gij het Pascha voltrokken en de Mysteriën voltooid,
nadat door de twee leerlingen voor U het Pascha was bereid
”.

    De Alwetende had tevoren aan Zijn apostelen bevolen naar die bepaalde man te gaan.
Zalig is wie de Heer met Geloof opneemt in de toebereide bovenzaal van zijn hart, met als maaltijd de vreze God’s
”.

    Hoezeer heeft de [hoogmoedige] gierigheid u verleid en tot welk een wanhoop zijt gij daardoor geraakt, dwaze Judas! Slechts aan de buidel waart Gij gehecht en [zonder enig overleg] hebt gij u afgekeerd van elke menselijkheid. Gij hebt uw harde hart gesloten en Hem verraden, Die alleen Barmhartigheid is”.

    De wens der God’s-moordenaars vond gehoor bij de [hoogmoedige] gierigaard. Zij overlegden hoe zij Hem gevangen konden nemen, en reeds bood hij zich aan, terwille van de zilverlingen. Tenslotte koos hij de strik in plaats van het berouw, en zo verloor hij op ellendige wijze zijn leven”.

  Hoe verraderlijk is de kus die door zijn grote het zwaard aanvoerde. De lippen spraken woorden van eenheid terwijl het hart op uiteenscheuren zon. Vol arfklist hebt ge uw Weldoener overgeleverd aan de bloeddorstigen”.

    Hij kust terwijl hij verkoopt, hij omhelst en aarzelt niet om de Omhelsde te verraden. Wie haat terwijl hij kust? Wie verkoopt voor geld wie hij omhelst? Hier is het uiterste bereikt aan verraderlijke schaamteloosheid”.

Eer aan de Vader . . .

    Gij zijt ondeelbaar in Uw Wezen, onvervangbaar in de Personen: zó belijd ik U, drievoudige, éne Godheid, gelijk in macht op dezelfde troon.
Tot U zing ik de grootste zang, de drievoudige hymne uit den hoge
“.

Nu en altijd . . .

Onzegbaar is uw ontvangen, Moeder Gods, wonderbaar Uw baren. Want het is gebeurd door de Geest en niet vanuit het vlees; het was daarom onttrokken aan de wetten van de natuur en ging het wezen van elke geboorte te boven. Want het kind dat zij baarde, was de oneindige God”.

Metten grote en Heilige Vrijdag op donderdagavond:
Opening van deze lezingendienst voorafgegaan door de vredeslitanie:

P. Alleluia, Alleluia, Alleluia.

“Uit de nacht ontwaakt mijn geest vroeg tot U, o God, want
Uw Geboden stralen als Licht over de aarde”
conform: “ Van ganser harte verlang ik naar U in de nacht, ja, uit het diepst van mijn gemoed zoek ik U; want wanneer uw gerichten op de aarde zijn, leren de inwoners der wereld gerechtigheid.
Al wordt de goddeloze Genade bewezen, hij leert geen gerechtigheid; hij handelt slecht in een land van recht en de Majesteit des Heren ziet hij niet. Heer, uw hand is verheven, maar zij beseffen het niet; zij zullen het echter beseffen en beschaamd staan over uw ijver voor het volk. Ja, het vuur over uw tegenstanders zal hen verteren. Heer, Gij zult vrede over ons beschikken, want ook
al onze daden hebt Gij voor ons verricht. Heer, onze God, andere heren dan Gij hebben over ons geheerst; uw naam alleen huldigen wij.
Doden herleven niet, schimmen staan niet op; daarom hebt Gij hen bezocht en verdelgd en alle 
gedachtenis aan hen uitgeroeid. Gij hebt het volk vermeerderd, Heer, het Volk vermeerderd, U zelf verheerlijkt, alle grenzen van het land verwijd. Heer, in de nood heeft men U gezocht, een verzuchting geslaakt, toen uw tuchtiging trof. Zoals een zwangere die in barensnood raakt, ineenkrimpt en onder haar weeën schreeuwt, zo waren wij voor Uw aangezicht, Heer. Wij waren zwanger, wij krompen ineen; maar het was, als baarden wij wind; wij brachten het land geen verlossing aan en wereldbewoners werden niet geboren. Herleven zullen uw doden (ook mijn lijk), opstaan zullen zij. Ontwaakt en jubelt, gij, die woont in het stof! Want uw dauw is een dauw van Licht; en de aarde zal aan de schimmen het Leven hergeven. Kom, Mijn Volk, ga in uw binnenkamers, en sluit uw deuren achter u; verberg u een korte tijd, tot de gramschap over is.
Want zie, de Heer verlaat Zijn plaats om de ongerechtigheid van de bewoners van de aarde aan hen te bezoeken; dan zal de aarde het op haar vergoten bloed aan het licht brengen en haar verslagenen niet langer bedekkenIsiaiah 26: 9-21.

Alleluia,Alleluia,Alleluia.
“Leert Gerechtigheid, bewoners van de aarde”.
         Alleluia,Alleluia,Alleluia.
“ Een niet onderricht Volk, wordt door naijver bevangen; reeds nu verslindt het vuur de tegenstanders”
         Alleluia,Alleluia,Alleluia.
“Breng kwaad over hen, Heer, breng kwaad over hen bijeen: over al de hoogmoedigen der aarde”.
         Alleluia,Alleluia,Alleluia.

Troparion.     tn.8.
    Terwijl de roemrijke Leerlingen bij de voetwassing verlicht werden, werd Judas ziek van geest, verduisterd, en U, de rechtvaardigste Rechter, leverde hij over aan wetteloze rechters. Gij die door geldzucht zijt bevangen, zie op hem die zich daardoor de beulsdood heeft verworven. Ontvlucht de gierigheid die tot zulk een verraad aan de Leraar geraakte.
O Goede boven alles, heer, ere zij U
”.       [wordt driemaal gezongen]

Kleine Litanie, waarna:
“Want aan U is de Kracht, het Koninkrijk, de Macht en de Heerlijkheid: Vader Zoon en Heilige Geest; nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen; Amen.

P.   “En dat wij waardig mogen zijn om te luisteren naar het Heilige Evangelie, Laat ons de Heer bidden”.
Kyrië eleïson, Kyrië eleïson, Kyrië eleïson.
      “ Wijsheid. Staat op. Laat ons luisteren naar het Heilige Evangelie.
         Vrede aan allen”.    “En met uw geest”
D.   “ Lezing uit het heilige Evangelie volgens  . . . . . . . .
V.    “ Ere zij Uw lankmoedigheid [= toegevendheid], o Heer”

1e.].    Toen hij dan heengegaan was, zei Jezus:
Nu is de Zoon des mensen verheerlijkt en God is in Hem verheerlijkt.
Als God in Hem verheerlijkt is, zal God ook Hem in Zich verheerlijken, en Hem terstond verheerlijken.
Kinderkens, nog een korte tijd ben Ik bij u; gij zult Mij zoeken en, gelijk Ik de Joden gezegd heb:
Waar Ik heenga, kunt gij niet komen, zo spreek Ik thans ook tot u.Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat gij ook elkander liefhebt.
Hieraan zullen allen weten, dat gij discipelen van Mij zijt, indien gij liefde hebt onder elkander.
Simon Petrus zei tot Hem: Heer, waar gaat Gij heen? Jezus antwoordde: Waar Ik heenga, kunt gij 
Mij nu niet volgen, maar gij zult later volgen.
     Petrus zei tot Hem: Heer, waarom kan ik U thans niet volgen? Ik zal mijn leven voor U inzetten!
Jezus antwoordde: Uw leven zult gij voor Mij inzetten? Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, de haan zal niet kraaien, eer gij Mij driemaal verloochend hebt. Uw hart dient niet ontroerd te worden; gij gelooft in God, gelooft ook in Mij. In het huis van Mijn Vader zijn vele woningen – anders zou Ik het u gezegd hebben – want Ik ga heen om u plaats te bereiden; en wanneer Ik heengegaan ben en u plaats bereid heb, kom Ik weer en zal u tot Mij nemen, opdat ook gij zijn moogt, waar Ik ben.
En waar Ik heenga, daarheen weet gij de weg.
     Thomas zei tot Hem: Heer, wij weten niet, waar Gij heengaat; hoe weten wij dan de weg?
Jezus zei tot hem: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij. Indien gij Mij kende, zoudt gij ook Mijn Vader gekend hebben. Van nu aan kent gij Hem en hebt gij Hem gezien.
     Philippos zei tot Hem: Heer, toon ons de Vader en het is ons genoeg. Jezus zei tot hem: Ben Ik zolang bij u, Philippus en kent gij Mij niet? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien; hoe zegt gij dan: Toon ons de Vader? Gelooft gij niet, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is? De woorden, die Ik tot u spreek, zeg Ik uit Mijzelf niet; maar de Vader, die in Mij blijft, doet zijn werken. Gelooft Mij, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is: of anders, gelooft om de werken zelf. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook doen, en grotere nog dan deze, want Ik ga tot de Vader; en wat gij ook vraagt in Mijn Naam, Ik zal het doen, opdat de Vader in de Zoon verheerlijkt zal worden. Indien gij Mij iets vraagt in Mijn Naam, Ik zal het doen. Wanneer gij Mij liefhebt, zult gij mijn geboden bewaren. En Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven om tot in eeuwigheid bij u te zijn, de Geest der waarheid, die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet maar gij kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn.
Ik zal u niet als wezen achterlaten. Ik kom tot u. Nog een korte tijd en de wereld ziet Mij niet meer, maar gij ziet Mij, want Ik leef en gij zult leven. Te dien dage zult gij weten, dat Ik in mijn Vader ben en gij in Mij en Ik in u. Wie mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en wie Mij liefheeft, zal geliefd worden door mijn Vader en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbaren.
     Judas, niet Iskariot, zei tot Hem: Heer, en hoe komt het, dat Gij Uzelf aan ons zult openbaren en niet aan de wereld?
Jezus antwoordde en zei tot hem: Indien iemand Mij liefheeft, zal hij Mijn Woord bewaren en Mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en bij hem wonen.
Wie Mij niet liefheeft bewaart mijn woorden niet; en het Woord, dat gij hoort, is niet van Mij, maar 
van de Vader, die Mij gezonden heeft. Dit heb Ik tot u gesproken, terwijl Ik nog bij u verblijf; maar de Trooster, de Heilige Geest, die de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren en u te binnen brengen al wat Ik u gezegd heb. Vrede laat Ik u, Mijn Vrede geef Ik u; niet gelijk de wereld die geeft, geef Ik hem u. Uw hart dient niet ontroerd of versaagd [= de moed verliezen] te worden.
Gij hebt gehoord, dat Ik tot u gezegd heb; Ik ga heen en kom tot u. Indien gij Mij liefhadt, zoudt gij u verblijd hebben, omdat Ik tot de Vader ga, want de Vader is meer dan Ik.
En nu heb Ik het u gezegd, eer het geschiedt, opdat gij geloven moogt, wanneer het geschiedt.
Niet veel zal Ik meer met u spreken, want de overste van de wereld komt en heeft aan Mij niets, maar de wereld moet weten, dat Ik de Vader liefheb en zo doe, als Mij de Vader geboden heeft. Staat op, laten wij vanhier gaan.
– Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de landman. Elke rank aan Mij, die geen vrucht draagt, neemt Hij weg, en elke die wel vrucht draagt, snoeit Hij, opdat zij meer vrucht mag dragen.
Gij zijt nu rein om het Woord, dat Ik tot u gesproken heb; blijft in Mij, gelijk Ik in u.
Evenals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, als zij niet aan de wijnstok blijft, zo ook gij niet, indien gij in Mij niet blijft.
Ik ben de Wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets doen.
Wie in Mij niet blijft, is buiten geworpen als de rank en is verdord, en men verzamelt ze en werpt ze in het vuur en zij worden verbrand.
Indien gij in Mij blijft en mijn woorden in u blijven, vraagt wat gij maar wilt, en het zal u geworden.
Hierin is Mijn Vader verHeerlijkt, dat gij veel Vrucht draagt en gij zult Mijn discipelen zijn.
Gelijk de Vader Mij heeft liefgehad, heb ook Ik u liefgehad; blijft in Mijn Liefde.
Indien gij Mijn geboden bewaart, zult gij in Mijn liefde blijven, gelijk Ik de geboden van Mijn Vader bewaard heb en blijf in Zijn Liefde.
Dit heb Ik tot u gesproken, opdat Mijn Blijdschap in u zij en uw blijdschap vervuld zal worden.
Dit is Mijn gebod, dat gij elkander liefhebt, gelijk Ik u heb liefgehad.
Niemand heeft grotere Liefde, dan dat hij zijn leven inzet voor zijn vrienden.
Gij zijt Mijn vrienden, indien gij doet, wat Ik u gebied.
Ik noem u niet meer slaven, want de slaaf weet niet, wat zijn heer doet; maar u heb Ik vrienden genoemd, omdat Ik alles, wat Ik van Mijn Vader gehoord heb, u heb bekend gemaakt.
Niet gij hebt Mij, maar Ik heb u uitgekozen en u aangewezen, opdat gij zoudt heengaan en vrucht dragen en uw vrucht zou blijven, opdat de Vader u alles geve, wat gij Hem bidt in Mijn Naam.
Dit gebied Ik u, dat gij elkander liefhebt.
Indien de wereld u haat, weet dan, dat zij Mij eer dan u gehaat heeft.
Indien gij van de wereld waart, zou de wereld het hare liefhebben, doch omdat gij van de wereld niet zijt, maar Ik u uit de wereld uitgekozen heb, daarom haat u de wereld.
Gedenkt het Woord, dat Ik tot u gesproken heb:
Een slaaf staat niet boven zijn heer. Indien zij Mij vervolgd hebben, zij zullen ook u vervolgen; indien zij Mijn Woord bewaard hebben, zij zullen ook het uwe bewaren.
Maar dit alles zullen zij u aandoen om Mijn Naam, want zij kennen Hem niet, die Mij gezonden heeft.
Indien Ik niet gekomen was en tot hen gesproken had, zij zouden geen zonde hebben, maar nu hebben zij geen voorwendsel voor hun zonde. Wie Mij haat, haat ook Mijn Vader.
Indien ik niet de werken onder hen gedaan had, die niemand anders gedaan heeft, zouden zij geen zonde hebben; maar nu hebben zij, hoewel zij ze gezien hebben, toch Mij en Mijn Vader gehaat.
Maar het Woord moet vervuld worden, dat in hun Wet geschreven is:
‘ Zij hebben Mij zonder reden gehaat’.
Wanneer de Trooster komt, die Ik u zenden zal van de Vader, de Geest der Waarheid, Die van de Vader uitgaat, zal Deze van Mij getuigen; en gij moet ook getuigen, want gij zijt van het begin aan met Mij.
  Dit heb Ik tot u gesproken, opdat gij niet ten val komt. Men zal u uit de Synagoge bannen; ja, de ure komt, dat een ieder, die u doodt, zal menen aan God een heilige dienst te bewijzen.
En dit zullen zij doen, omdat zij noch de Vader, noch Mij kennen.
Maar deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat, wanneer hun uur komt, gij u moogt herinneren, dat Ik ze u gezegd heb.
Doch dit heb Ik u niet van het begin aan gezegd, omdat Ik bij u was.
En nu ga Ik heen tot Hem, die Mij gezonden heeft, en niemand van u vraagt Mij: Waar gaat Gij heen? Maar omdat Ik dit tot u gesproken heb, heeft droefheid uw hart vervuld.
Doch Ik zeg u de waarheid: Het is beter voor u, dat Ik heenga.
Want indien Ik niet heenga, kan de Trooster niet tot u komen, maar indien Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden. En als Hij komt, zal Hij de wereld overtuigen van zonde en van Gerechtigheid en van Oordeel;
• van zonde, omdat zij in Mij niet geloven;
• van Gerechtigheid, omdat Ik heenga tot de Vader en gij Mij niet langer ziet;
• van oordeel, omdat de overste dezer wereld geoordeeld is.
Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het thans niet dragen; doch wanneer Hij komt, de Geest der Waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle Waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen.
Hij zal Mij verheerlijken, want Hij zal het uit het Mijne nemen en Dit u verkondigen.
Al wat de Vader heeft, is het Mijne; daarom zei Ik:
Hij neemt uit het Mijne en zal het u verkondigen. 
Nog een korte tijd en gij ziet Mij niet meer, en nogmaals een korte tijd en gij zult Mij zien.
Sommige van Zijn discipelen dan zeiden tot elkander:
Wat betekent dit, dat Hij tot ons zegt: Nog een korte tijd en gij ziet Mij niet en nogmaals een korte tijd en gij zult Mij zien? En: Ik ga heen tot de Vader?
Zij zeiden dan: Wat is dit, dat Hij zegt: Nog een korte tijd? Wij weten niet, wat Hij bedoelt.
Jezus bemerkte, dat zij Hem iets wilden vragen en zei tot hen:
Redeneert gij hierover met elkander, dat Ik zei:
Nog een korte tijd en gij ziet Mij niet en nogmaals een korte tijd en gij zult Mij zien?
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, gij zult schreien en weeklagen, maar de wereld zal zich verblijden; gij zult u bedroeven, maar uw droefheid zal tot blijdschap worden.
Een vrouw, die baart, heeft droefheid, omdat haar uur gekomen is; maar wanneer zij het kind ter wereld heeft gebracht, denkt zij niet meer aan haar benauwdheid, uit vreugde, dat een mens ter wereld is gekomen.
Ook gij hebt dan nu wel droefheid, maar Ik zal u weerzien en uw hart zal zich verblijden en niemand ontneemt u uw blijdschap.
En te dien dage zult gij Mij niets vragen.
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, als gij de Vader om iets bidt, zal Hij het u geven in Mijn Naam.
Tot nog toe hebt gij niet om iets gebeden in Mijn Naam;
bidt en gij zult ontvangen, opdat uw blijdschap vervuld zij.
Dit heb Ik in beelden tot u gesproken; er komt een ure, dat Ik niet meer in beelden tot u zal spreken, maar u vrijuit over de Vader spreken zal.
Te dien dage zult gij in Mijn Naam bidden en Ik zeg u niet, dat Ik de Vader voor u vragen zal, want de Vader zelf heeft u lief, omdat gij Mij hebt liefgehad en geloofd hebt, dat Ik van God ben uitgegaan.
Ik ben van de Vader uitgegaan en in de wereld gekomen; Ik verlaat de wereld weder en ga tot de Vader.
Zijn discipelen zeiden: Zie, nu spreekt Gij vrijuit, zonder beeldspraak te gebruiken.
Nu weten wij, dat Gij alles weet en niet nodig hebt, dat iemand U vraagt; hierom geloven wij, dat Gij van God zijt uitgegaan.
Jezus antwoordde hun: Gelooft gij thans?
Zie, de ure komt en is gekomen, dat gij verstrooid wordt, een ieder naar het zijne en Mij alleen laat. En toch ben Ik niet alleen, want de Vader is met Mij.
Dit heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij vrede hebt.
In de wereld lijdt gij verdrukking, maar houdt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen.
– Dit sprak Jezus en Hij hief Zijn ogen ten Hemel en zei:
Vader de ure is gekomen; verheerlijk Uw Zoon, opdat uw Zoon U verheerlijke, gelijk Gij Hem macht hebt gegeven over alle vlees, om aan al wat Gij Hem gegeven hebt, eeuwig leven te schenken.
Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt.
Ik heb U verheerlijkt op de aarde door het werk te voleindigen, dat Gij Mij te doen gegeven hebt.
En nu, verHeerlijk Gij Mij, Vader, bij Uzelf met de Heerlijkheid, Die Ik bij U had, eer de wereld was.
Ik heb Uw Naam geopenbaard aan de mensen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij behoorden U toe en Gij hebt hen Mij gegeven en zij hebben Uw Woord bewaard.
Nu weten zij, dat al wat Gij Mij gegeven hebt, van U komt, want de woorden, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven en zij hebben ze aangenomen en in Waarheid erkend, dat Ik van U ben uitgegaan, en zij hebben geloofd, dat Gij Mij gezonden hebt.
Ik bid voor hen; niet voor de wereld bid Ik U, maar voor hen, die Gij Mij gegeven hebt, want zij zijn van U, en al het Mijne is het Uwe en het Uwe is het Mijne, en Ik ben in hen verheerlijkt.
En Ik ben niet meer in de wereld, maar zij zijn in de wereld en Ik kom tot U. Heilige Vader, bewaar hen in Uw Naam, welke Gij Mij gegeven hebt, dat zij één zijn zoals Wij.
Zolang Ik bij hen was, bewaarde Ik hen in Uw Naam, welke Gij Mij gegeven hebt, en Ik heb over hen gewaakt en niemand uit hen is verloren gegaan, dan de zoon des verderfs, opdat de Schrift vervuld werd.
Maar nu kom Ik tot U en Ik spreek dit in de wereld, opdat zij ten volle Mijn Blijdschap in zichzelf mogen hebben.
Ik heb hun Uw Woord gegeven en de wereld heeft hen gehaat, omdat zij niet uit de wereld zijn, gelijk Ik niet uit de wereld ben.
Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart voor de boze.
Zij zijn niet uit de wereld, gelijk Ik niet uit de wereld ben.
Heilig hen in Uw Waarheid; Uw Woord is de Waarheid.
Gelijk Gij Mij gezonden hebt in de wereld, heb ook Ik hen gezonden in de wereld; en Ik heilig Mijzelf voor hen, opdat ook zij geheiligd mogen zijn in Waarheid.
En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen, die door hun Woord in Mij geloven, opdat zij allen één zijn, gelijk Gij, Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons zijn; opdat de wereld zal geloven, dat Gij Mij gezonden hebt.
En de Heerlijkheid, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, opdat zij één zijn, gelijk Wij één zijn:
Ik in hen en Gij in Mij, dat zij volmaakt zijn tot één, opdat de wereld zal erkennen, dat Gij Mij gezonden hebt, en dat Gij hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt.
Vader, hetgeen Gij Mij gegeven hebt – Ik wil, dat, waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn, om Mijn Heerlijkheid te aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt, want Gij hebt Mij liefgehad voor de grondlegging van de wereld.
Rechtvaardige Vader, de wereld kent U niet, maar Ik ken U, en dezen weten, dat Gij Mij gezonden hebt; en Ik heb hun Uw Naam bekend gemaakt en Ik zal Hem bekend maken, opdat de Liefde, Waarmede Gij Mij liefgehad hebt, in hen zij in Ik in hen.
  Na dit gezegd te hebben, ging Jezus met Zijn discipelen naar de overzijde van de beek Kidron, waar een hof was, die Hij met zijn discipelen binnengingJohn.13: 31- 18: 1.

2e.].      Na dit gezegd te hebben, ging Jezus met Zijn discipelen naar de overzijde van de beek Kidron, waar een hof was, die Hij met zijn discipelen binnenging.
En ook Judas, zijn verrader, wist die plaats, omdat Jezus daar dikwijls was samengekomen met zijn discipelen.
Judas dan kwam daar, die een afdeling soldaten tot zijn beschikking had gekregen en dienaars van de overpriesters en de Farizeeën, voorzien van lantaarns, fakkels en wapenen.
Jezus dan, alles wetende, wat over Hem komen zou, kwam naar voren en zeide tot hen:  Wie zoekt gij?
Zij antwoordden Hem: Jezus de Nazoreeër. Hij zei tot hen: ‘Ik ben het’.
En ook Judas, zijn verrader, stond bij hen.
Toen Hij dan tot hen zei:
Ik ben het, deinsden zij terug en vielen ter aarde.
Wederom dan stelde Hij hun de vraag:
Wie zoekt gij?
En zij zeiden: Jezus, de Nazoreeër.
Jezus antwoordde:
‘Ik zeide u, dat Ik het ben. Indien gij dan Mij zoekt, laat dezen heengaan; 
opdat het Woord vervuld werd, dat Hij gesproken had:
Wie Gij Mij gegeven hebt, uit hen heb Ik niemand laten verloren gaan.
Simon Petrus dan, die een zwaard had, trok het, en hij trof de slaaf van de hogepriester en sloeg hem het rechteroor af; de naam van nu van de slaaf was Malchus.
Jezus dan zei tot Petrus:
‘Steek het zwaard in de schede;  de beker, die de Vader Mij gegeven heeft, zou Ik die niet drinken?’.
De afdeling soldaten dan en de overste en de dienaars der Joden namen Jezus gevangen, boeiden Hem, en brachten Hem eerst voor Annas, want hij was de schoonvader van Kajafas, die dat jaar hogepriester was; en Kajafas was het, die de Joden de raad had gegeven:
‘Het is nuttig, dat een mens sterft ten behoeve van het Volk’.
En Simon Petrus en een andere discipel volgden Jezus. En die discipel was een bekende van de hogepriester en hij ging met Jezus het paleis van de hogepriester binnen, maar Petrus stond buiten aan de poort. De andere discipel dan, de bekende van de hogepriester, kwam naar buiten, en hij sprak met de portierster en bracht Petrus binnen.
De slavin dan, die portierster was, zei tot Petrus:
‘Gij behoort toch ook niet tot de discipelen van deze mens?’.
Hij zeide: Ik niet!
De slaven en de dienaars stonden zich te warmen bij een kolenvuur, dat zij aangelegd hadden, want het was koud, en ook Petrus stond zich bij hen te warmen.
De hogepriester dan vroeg Jezus naar zijn discipelen en naar zijn leer.
Jezus antwoordde hem:
Ik heb vrijuit tot de wereld gesproken; Ik heb voortdurend in de Synagoge geleerd en in de Tempel, waar al de Joden bijeenkomen, en in het verborgen heb Ik niets gesproken.
Waarom vraagt gij Mij? Vraag hun, die gehoord hebben, wat Ik tot hen gesproken heb; zie, dezen weten, wat Ik gezegd heb.
En toen Hij dit zei, gaf een van de dienaars, die erbij stond, Jezus een slag in het gelaat en zei:
‘Antwoordt Gij zo de hogepriester?’.
Jezus antwoordde hem:
‘ Indien Ik verkeerd gesproken heb, geef aan wat verkeerd was, maar indien het goed was, waarom slaat gij Mij?’.
Annas dan zond Hem geboeid naar Kajafas, de hogepriester.
En Simon Petrus stond zich te warmen. Zij zeiden dan tot hem:
‘Gij behoort toch ook niet tot zijn discipelen?’.
Hij ontkende het en zei: ‘Ik niet!’.
Een van de slaven van de hogepriester, een verwant van hem, wiens oor Petrus had afgeslagen, zei: ‘Zag ik u niet in de hof met Hem?’.
Petrus dan ontkende het wederom en terstond daarop kraaide een haan.
Zij brachten Jezus dan van Kajafas naar het gerechtsgebouw.
En het was vroeg in de morgen; doch zelf gingen zij het gerechtsgebouw niet binnen, om zich niet te verontreinigen, maar het Pascha te kunnen eten

John.18: 1-28.

3e.]. Matth.26: 57-75.
4e.]. John.18: 28-19: 16.
5e.]. Matth.27: 3-32.

13e Antifoon     tn.6
De scharen der Joden eisten van Pilatus om U te kruisigen, o Heer;
en ofschoon deze geen schuld in U gevonden had,
lieten zij de schuldige Barabas vrij,
maar u, de Rechtvaardige, veroordeelden zij ter dood, en
riepen Uw Bloed af over zichzelf en overhun kinderen.
Maar door dit Bloed hebt Gij ons allen verlost van onze ongerechtigheden,
in Uw Liefde tot de mensen“.
6e.]. Marc.15: 16-32c.

Zaligsprekingen:
” Zalig de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
Zalig die treuren, want zij zullen vertroost worden.
Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven.
Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
Zalig de barmhartigen, want hun zal barmhartigheid geschieden.
Zalig de reinen van hart, want zij zullen God zien.
Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden.
Zalig de vervolgden om der gerechtigheid wil, want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
Zalig zijt gij, wanneer men u smaadt en vervolgt en liegende allerlei kwaad van u spreekt om Mijnentwil.
Verblijdt u en verheugt u, want uw loon is groot in de hemelen; want alzo hebben zij de profeten vóór u vervolgd“.

7e.]. Matth.27: 33-54.
Psalm 50[51]
”  O
ntferm U mijner, O God, volgens Uw grote barmhartigheid.
En volgens de overvloed van Uw ontferming, delg mijn ongerechtigheid uit.
Was mij schoon van mijn onrecht; reinig mij van mijn zonde.
Want ik erken dat ik onrecht gedaan heb: mijn zonde is steeds voor mijn ogen.
Tegen U alleen heb ik gezondigd; ik heb kwaad gedaan voor Uw aanschijn.
Zodat Gij gerechtvaardigd wordt in Uw uitspraak en zult winnen in Uw oordeel.
Want zie, in ongerechtigheid ben ik geboren; mijn moeder ontving mij in zonde.
Want zie, Gij bemint de Waarheid; Uw onzichtbare en verborgen wijsheid hebt Gij mij geopenbaard.
Besprenkel mij met hyssop, dan word ik rein; was mij, dan word ik witter dan sneeuw.
Doe mij vreugde en blijdschap horen, opdat mijn vernederd gebeente kan juichen.
Keer Uw aangezicht af van mijn zonden; delg al mijn ongerechtigheid uit.
God schep in mij een zuiver hart; vernieuw in mijn binnenste de rechte geest.
Verwerp mij niet van voor Uw aangezicht; neem Uw Heilige Geest niet van mij weg.
Geef mij de vreugde terug van Uw heil, sterk mij met Uw besturende Geest.
Dan zal ik de ongerechten Uw wegen leren; de goddelozen zullen zich tot U bekeren.
God, bevrijd mij van bloedschuld: Gij zijt de God van mijn heil; mijn tong zal over uw gerechtigheid juichen.
Heer, open mijn lippen, opdat mijn mond Uw lof verkondige.
Wilt Gij een offer, dan zou ik het brengen, maar in brandoffers schept Gij geen behagen.
Een offer voor God is een berouwvolle geest: God, Gij versmaadt geen vermorzeld en nederig hart.
Doe goed, Heer, in Uw welwillendheid aan Sion; laat de muren van Jeruzalem weer opgebouwd worden.
Dan hebt Gij behagen in offers van gerechtigheid, gaven en brandoffers, dan zal men kalveren op Uw altaar leggen“.

Synaxarion:
Op deze Grote en Heilige Vrijdag vieren wij het Heilig, Verlossend en ontzagwekkend Lijden dat onze Heer, God en Verlosser Jezus Christus voor ons heeft ondergaan:
      het bespuwen, de slagen, de geseling, de beledigingen, de bespottingen, de purperen mantel, de rietstok, de spons met azijn, de nagels, de lans; en Bovenal het Kruis en de dood.
      Dit alles is op deze Vrijdag gebeurd. Maar ook de verlossende belijdenis op het Kruis van de goede Rover, die met Hem gekruisigd was.
      Door dit medelijden, dat de krachten der natuur te boven gaat, en dat niemand anders voor ons had kunnen hebben be halve Gij, Christus onze God, ontferm U over ons.       Amen
”.

8e.]. Luc.23: 32-49.

9e.]. John.19: 25-37.
10e.]. Marc.15: 43-47.

11e.]. John.19: 38-42.

12e]. Matth.27: 62-66.

Donderdag in de Grote en Heilige week – de grootsheid van het Goddelijke Mysterie

Vandaag is er een samengesteld gedeelte uit de Blijde Boodschap; aangezien vandaag acht wordt geslagen op diverse hoogtepunten bestaande uit het wassen van de voeten van de volgelingen door Christus, het Laatste Avondmaal, het gebed in de hof van Olijven [Gethsemane] en het verraad van Judas:

➻ “      Gij weet, dat het over twee dagen Paasfeest is, en alsdan wordt de Zoon des mensen overgeleverd om gekruisigd te worden.
Toen kwamen de overpriesters en de oudsten van het Volk bijeen in het paleis van de hogepriester, genaamd Kajafas en zij beraamden een plan om Jezus door list in handen te krijgen en te doden.
Maar zij zeiden: ‘Niet op het feest, opdat er geen opschudding ontsta onder het Volk’.
Toen Jezus te Bethanië was, in het huis van Simon de melaatse, kwam een vrouw tot Hem met een albasten kruik vol kostbare Myron en goot die uit over Zijn hoofd, terwijl Hij aanlag. Toen de discipelen dit zagen, waren zij verontwaardigd en zeiden: ‘Waartoe die verkwisting?’. Want deze [Myron] had duur verkocht en aan de armen gegeven kunnen worden. Maar Jezus merkte het op en zei tot hen: ’Waarom valt gij deze vrouw lastig? Want zij heeft een goede daad aan Mij verricht. De armen hebt gij immers altijd bij u, maar Mij hebt gij niet altijd.
Want toen zij deze Myron over Mijn lichaam uitgoot, heeft zij dat gedaan om Mijn begrafenis voor te bereiden.
       Voorwaar, Ik zeg u, overal waar dit evangelie verkondigd zal worden in de gehele wereld, zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden van wat zij gedaan heeft’.
Toen ging een van de twaalven, genaamd Judas Iskariot, naar de overpriesters en hij zei: ‘Wat wilt gij mij geven? Dan zal ik Hem u overleveren’
En zij stelden hem dertig zilverlingen ter hand. En 
van toen af zocht hij een goede gelegenheid om Hem over te leveren.
       Op de eerste dag van het feest der ongezuurde broden, kwamen de discipelen bij Jezus en zeiden: ‘Waar wilt Gij, dat wij toebereidselen maken voor U om het Pascha te eten?
Hij zei: Gaat naar de stad tot die-en-die en zegt tot hem: De Meester zegt: Mijn tijd is nabij; bij u houd Ik met mijn discipelen het Pascha.
En de discipelen deden, zoals Jezus hun had opgedragen, en zij maakten het Pascha gereed.
Toen het avond geworden was, lag Hij aan met de twaalf discipelenMatth.26: 2-20;
➻ “        Christus stond, wetende, dat de Vader Hem alles in handen had gegeven en dat Hij van God uitgegaan was en tot God heenging, van de maaltijd op en Hij legde Zijn klederen af en nam een linnen doek en omgordde Zich daarmee. Daarna deed Hij water in het bekken en begon de 
voeten der discipelen te wassen, en af te drogen met de doek, waarmede Hij omgord was.
Hij kwam dan bij Simon Petrus. Deze zei tot Hem: ‘Heer, wilt Gij mij de voeten wassen?’. Jezus antwoordde en zei tot hem: ‘Wat Ik doe, weet gij nu niet, maar gij zult het later verstaan’. Petrus zei tot Hem: ‘Gij zult mijn voeten niet wassen in eeuwigheid! Jezus antwoordde hem: ‘Indien Ik u niet was, hebt gij geen deel aan Mij’.
Simon Petrus zei tot Hem: ‘Heer, niet alleen mijn voeten, maar ook de handen en het hoofd!’. Jezus zei tot hem: ‘Wie gebaad heeft, behoeft zich alleen de voeten te laten wassen, want hij is geheel rein; en gijlieden zijt rein, doch niet allen’. Want Hij wist, wie Hem verraden zou; daarom zei Hij: ‘Gij zijt niet allen rein’.
Toen Hij dan hun voeten gewassen had en zijn klederen aangedaan en weer plaats genomen had, zei Hij tot hen: ‘Begrijpt gij wat Ik u gedaan heb?. Gij noemt Mij Meester en Heer, en gij zegt dat terecht, want Ik ben het. Indien nu Ik, uw Heer en Meester, u de voeten gewassen heb, behoort ook gij elkander de voeten te wassen; want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook gij doet, gelijk Ik u gedaan heb.
       Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, een slaaf staat niet boven zijn heer, noch een gezant boven zijn zender. Indien gij dit weet, zalig zijt gij, als gij het doet. Ik spreek niet van u allen; Ik weet, wie Ik heb uitgekozen; maar het schriftwoord moet vervuld worden: Hij, die mijn brood eet, heeft zijn hiel tegen Mij opgehevenJohn.13: 3-17;
➻ “        En terwijl zij aten, zei Hij: ‘Voorwaar, Ik zeg u, dat een van u Mij verraden zal. 
En zeer bedroefd, begonnen zij, een voor een, tot Hem te zeggen: ‘Ik ben het toch niet, Heer? Hij antwoordde hun en zei: Die zijn hand met Mij in de schotel heeft gedoopt, die zal Mij verraden.
           De Zoon des mensen gaat wel heen gelijk van Hem geschreven staat, doch wee die mens, door wie de Zoon des mensen verraden wordt. Het ware voor die mens goed geweest, als hij niet geboren was.
Judas, zijn verrader, antwoordde en zei: ‘Ik ben het toch niet, Rabbi?’.  Hij zei tot hem: ‘Gij hebt het gezegd’.
       En terwijl zij aten, nam Jezus een brood, sprak de zegen uit, brak het en gaf het aan zijn discipelen en zei: ‘Neemt, eet, dit is Mijn Lichaam’. En Hij nam een beker, sprak de dankzegging uit en gaf hun die en zei: ‘Drinkt allen daaruit. Want dit is het bloed van Mijn Verbond, Dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden. Doch Ik zeg u, Ik zal van nu aan voorzeker niet meer van deze vrucht van de wijnstok drinken, tot op die dag, dat Ik haar met u nieuw zal drinken in het Koninkrijk van Mijn Vader’.
       En na de lofzang gezongen te hebben vertrokken zij naar de Olijfberg.
Toen zei Jezus tot hen:
‘Gij zult allen aan Mij aanstoot nemen in deze nacht. Want er staat geschreven: Ik zal de herder slaan en de schapen der kudde zullen verstrooid worden. Doch nadat Ik zal zijn opgewekt, zal Ik u voorgaan naar Galilea.
Petrus antwoordde en zei tot Hem: ‘Al zouden allen aanstoot aan U nemen, ik nooit!’. Jezus zei  tot hem: ‘Voorwaar, Ik zeg u, in deze nacht, eer de haan kraait, zult gij Mij driemaal verloochenen’.
Petrus zei tot Hem: ‘Zelfs al moest ik met U sterven, ik zal U voorzeker niet verloochenen’. Zo spraken ook al de discipelen.
       Toen ging Jezus met hen naar een plaats, genaamd Getsemane, en Hij zeide tot de discipelen: ‘Zet u hier neder, terwijl Ik heenga om daar te bidden’.
En Hij nam Petrus en de twee zonen van Zebedeus mee en Hij begon bedroefd en beangst te worden.
       Toen zei Hij tot hen: ‘Mijn ziel is zeer bedroefd, tot stervens toe; blijft hier en waakt met Mij’.
En Hij ging een weinig verder en Hij wierp Zich met het aangezicht ter aarde en bad, zeggend:
‘Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat deze beker Mij voorbijgaan; doch niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wiltMatth.26: 21-39;
➻ “        En Hem verscheen een engel uit de hemel om Hem kracht te geven. En Hij werd dodelijk beangst en bad des te vuriger. En zijn zweet werd als bloeddruppels, die op de aarde vielen.
En Hij stond op van het gebedLuc.22: 43-45a;
➻ “        En Hij kwam bij zijn discipelen en vond hen slapende, en Hij zei tot Petrus:
‘Waart gijlieden zo weinig bij machte een uur met Mij te waken? Waakt en bidt, dat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak’.
       Wederom, ten tweeden male, ging Hij heen en bad, zeggende: ‘Mijn Vader, indien deze beker niet kan voorbijgaan, tenzij dan dat Ik die zal drinken, uw wil geschiede!’.
En toen Hij terugkwam, vond Hij hen slapende, want hun ogen waren bezwaard.
       En Hij liet hen daar en ging wederom heen en bad ten derden male, opnieuw dezelfde woorden sprekende.
Toen kwam Hij bij de discipelen en zei tot hen:
‘ Slaapt nu maar en rust. Zie, de ure is nabijgekomen, en de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen van zondaren. Staat op, laten wij gaan. Zie, die Mij overlevert, is nabij.
       En terwijl Hij nog sprak, zie, daar was Judas, een van de twaalven, en met hem een grote schare met zwaarden en stokken, gezonden vanwege de overpriesters en oudsten van het Volk. En die Hem overleverde had hun een teken gegeven, zeggend: ‘Die ik zal kussen, die is het; grijpt Hem’. En terstond trad hij op Jezus toe en zei: ‘Wees gegroet, Rabbi, en hij kuste Hem.
        Maar Jezus zeide tot hem: ‘Vriend, waartoe zijt gij hier?’.
Toen traden zij toe, sloegen de handen aan Jezus en grepen Hem. En zie, een van die bij Jezus waren, strekte zijn hand uit, trok zijn zwaard en hij trof de slaaf van de hogepriester en sloeg hem het oor af. Toen zei Jezus tot hem:
‘Breng uw zwaard weer op zijn plaats, want allen, die naar het zwaard grijpen, zullen door het zwaard omkomen. Of meent gij, dat Ik mijn Vader niet kan aanroepen en Hij zal Mij terstond meer dan twaalf legioenen engelen terzijde stellen? Hoe zouden dan de Schriften in vervulling gaan, die zeggen, dat het aldus moet geschieden?’.
       Op dat ogenblik sprak Jezus tot de scharen:
‘Als tegen een rover zijt gij uitgetrokken met zwaarden en stokken om Mij gevangen te nemen? Dagelijks zat Ik in de tempel te leren, maar gij hebt Mij niet gegrepen. Doch dit alles is geschied, opdat de schriften van de Profeten in vervulling zouden gaan’.
Toen lieten al de discipelen Hem alleen en vluchtten.
Die nu Jezus gegrepen hadden, leidden Hem weg naar Kajafas, de hogepriester bij wie de schriftgeleerden en oudsten bijeengekomen waren.
       En Petrus volgde Hem van verre tot aan de hof van de hogepriester, en binnengekomen zijnde, ging hij tussen de dienaars zitten om de afloop te zien.
De overpriesters en de gehele Raad trachtten een vals getuigenis tegen Jezus te vinden om Hem ter dood te brengen, maar zij vonden er geen, hoewel er vele valse getuigen optraden.
Maar ten laatste traden er twee op, die verklaarden: ‘Deze heeft gezegd: Ik kan de tempel Gods afbreken en binnen drie dagen opbouwen’.
En de hogepriester stond op en zei tot Hem: ‘Geeft Gij geen antwoord; wat getuigen dezen tegen U?’.
Maar Jezus bleef zwijgen. En de hogepriester zei tot Hem:
‘ Ik bezweer U bij de levende God, dat Gij ons zegt, of Gij zijt de Christus, de Zoon van God’.
       Jezus zei tot hem:
‘ Gij hebt het gezegd. Doch Ik zeg u, van nu aan zult gij de Zoon des mensen zien, gezeten aan de rechterhand der Macht en komende op de wolken van de hemel.
Toen scheurde de hogepriester zijn klederen en zei:
‘Hij heeft God gelasterd! Waartoe hebben wij nog getuigen nodig? Zie, nu hebt gij de godslastering gehoord. Wat dunkt u?’.
Zij antwoordden en zeiden: ‘Hij is des doods schuldig’.
Toen spuwden zij Hem in het aangezicht en sloegen Hem met vuisten; anderen sloegen Hem in het gelaat en zeiden:
‘ Profeteer ons, Christus, wie is het, die u geslagen heeft?’.
Petrus zat buiten in de hof en er kwam een slavin naar hem toe, die zei:
‘Ook gij waart bij Jezus, de Galileeër’.
Maar hij loochende het ten aanhoren van allen en zei: ‘Ik weet niet, wat gij zegt’.
Toen hij naar het portaal ging, zag een andere hem en zij zei tot hen, die daar waren:
‘ Die man was bij Jezus, de Nazoreeër.
En wederom loochende hij het met een eed: ‘Ik ken de mens niet’.
Even later kwamen zij, die daar stonden, naar Petrus toe en zeiden:
‘ Waarlijk, ook gij behoort tot hen, want ook uw uitspraak verraadt u’.
Toen begon hij zich te vervloeken en te zweren: ‘Ik ken de mens niet’.
En terstond kraaide een haan.
En Petrus herinnerde zich het woord, dat Jezus gesproken had:
‘Eer de haan kraait, zult gij Mij driemaal verloochenen’. En hij ging naar buiten en weende bitter.
       Toen het nu morgen geworden was, namen al de overpriesters en de oudsten van het Volk het besluit tegen Jezus om Hem te doden. En zij boeiden Hem, leidden Hem weg en zij leverden
Hem over aan Pilatus, de stadhouderMatth.26: 40-27: 2.

NB.: is er sprake van een voetwassing dan wordt John.13: 3-11 tijdens de voetwassing gelezen en John.13: 12-17 erna.

Apostellezing:
        Want zelf heb ik bij overlevering van de Here ontvangen, wat ik u weder overgegeven heb, dat de Here Jezus in de nacht, waarin Hij werd overgeleverd, een brood nam, de dankzegging uitsprak, het brak en zei: ‘Dit is Mijn Lichaam voor u, doet dit tot Mijn Gedachtenis.
Evenzo ook de beker, nadat de maaltijd afgelopen was, en Hij zei:
‘ Deze beker is het Nieuwe Verbond in Mijn bloed, doet dit, zo dikwijls gij die drinkt, tot Mijn Gedachtenis. Want zo dikwijls gij dit brood eet en de beker drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, totdat Hij komt.
Wie dus op onwaardige wijze het brood eet of de beker des Heren drinkt, zal zich bezondigen aan het lichaam en bloed des Heren.
Maar ieder dient zichzelf te beproeven en dient te eten dan van het brood en te drinken uit de beker. Want wie eet en drinkt, eet en drinkt tot zijn eigen oordeel, als hij het lichaam niet onderscheidt. Daarom zijn er onder u velen zwak en ziekelijk en er ontslapen niet weinigen.
Indien wij echter onszelf beoordeelden, zouden wij niet onder het oordeel komen. Maar onder het oordeel des Heren worden wij getuchtigd, opdat wij niet met de wereld zouden veroordeeld worden
1Cor.11: 23-32.

Schrijf dit op voor het volgend geslacht: Ook het Volk dat nog niet geboren is, zal de Heer loven. Want onze Heer en Meester ziet neer uit Zijn verheven Heiligdom, onze God ziet uit de Hemel neer op de aardePsalm 101[102]: 19-21.
uit: het gebed van iemand die bijna sterft van ellende; de mens vertelt hier aan de Heer hoe ongelukkig deze is: ‘Heer, verhoor ons gebed, laat ons roepen tot U komen;  wend Uw aangezicht niet van ons af, om het zuchten en steunen van uw dienaren, die gevangen zijn te horen, om vrij te laten, die de dood nabij zijn‘.

Dàt het Lichaam van Christus het medicijn tegen de zonde is en Zijn Bloed de enige manier is waarop een mens van zijn pijn afkomt en van zijn zondelast verlost wordt.
Het lichaam van Christus is uitgegroeid tot een schat van goddelijke perfectie en wast altijd rein van alle zonde en rechtvaardigheid.
Met uitzondering van iedere hooghartige verkondiger, die predikt dat de Vader, de Zoon en de Heilige Geest onder de mensen onbekend zal blijven tot het moment dat zij zich eerst met Hem kunnen verenigen.
Hij predikte Christus weliswaar in woord en maar vergeet de daad; dat het nuttigen van het Lichaam en Bloed méér is.
Dat het lijden en sterven aan het Groot en Heilig Kruis méér is dan een rituele slachting, die wij herdenken.
➻ Wij offeren met dit onbloedig offer van Brood en wijn onszelf temidden van het vlees en het bloed, waaruit wij zelf bestaan
– “wij bevelen aan Chrisus God onszelf, elkaar en geheel ons leven aan”, in de Heilige Geest bieden wij De moeder Gods en alle heiligen gedenkend aan God ons gehele leven aan. “Aan U, o Heer!” wordt in de vragende Litanie gebeden.
➻ Wij bieden als Christenen ons leven aan ter slachting aan het kruis, dat wij mèt Christus dragen, mèt het bijbehorend verdriet en het leed en de kwelling toen Hij het tijdstip naderde om ná gebed en vasten temidden van zweet van bloed geofferd te worden.
Judas verraadde Hem en liet Hem door de tegenstander grijpen en deze mens was door zijn doen en laten met handen en voeten gebonden aan zijn boosdoeners [de wereld] en hij getuigde daarmee eveneens voor Pilatus, zoals de apostel Paulus zegt. Vanwege zijn grote getuigenis draagt hij eveneens bij aan de dood, de dood aan het kruis.
      Jezus dan, alles wetende, wat over Hem komen zou, kwam naar voren en zeide tot hen:
‘Wie zoekt gij?’
Zij antwoordden Hem: Jezus de Nazireeër. Hij zeide tot hen: Ik ben het.
En ook Judas, zijn verrader, stond bij hen.
Toen Hij dan tot hen zeide: ‘Ik ben het, deinsden zij terug en vielen ter aarde’.
Wederom dan stelde Hij hun de vraag:
Wie zoekt gij? En zij zeiden: Jezus, de Nazireeër.
Jezus antwoordde: Ik zeide u, dat Ik het ben. Indien gij dan Mij zoekt, laat dezen heengaan; opdat het Woord vervuld werd, dat Hij gesproken had: ‘Wie Gij Mij gegeven hebt, uit hen heb Ik niemand laten verloren gaan’John.18: 4-9

➻ Draag als christen dit lichaam dat gegeten wordt de huid, de door nagels doorboorde handen en aanvaard het doorboord worden door de speer, het gestoken worden met een bajonet in de zijde en aanvaard de lijfelijke pijn als Zijn grote pijn en lijden dat Hij gedragen heeft – en bovenal de pijn toen hij genageld aan het kruis hing en uitriep “ God, mijn God, waarom hebt Gi mij verlaten”.
➻ 
Dit is het Heilig Lichaam en het Heilig Bloed, het Bloed van Christus dat vergoten is, tot vergeving van de zonden der mensen, welke wij mede-ervaren in ons christelijk leven in deze wereld.
Daarop verduisterde God, de Schepper van Hemel en aarde, de zon en beefde de aarde en wordt de gehele wereld en de kosmos gezuiverd uit de gruwel van de zonde.
➻ De letterlijke Wet – de Wet van het Oude Testament – bezat geen macht om degenen te dusdanig te vormen dat zij tot volmaaktheid konden komen, want het is een onvolmaakte wet, een menselijke wet.
Het was nodig om de wet van de Heilige Geest, de Liefde tot de mensen tot het uiterste te openbaren, de volledige en bekwame nieuwtestamentische wet van de Goddelijke Liefde tot de mensen en de onderlinge liefde van de mens, die de mens tot volmaaktheid brengt.
➻ 
De pijn en het leed, de kwellingen, die door christenen wordt gedragen en het bloed, zweet en tranen, die als offer aan God daaruit voorkomen verdienen het om opnieuw gezegend te worden.
Hetgeen de mens door zijn hoogmoed veroorzaakt heeft, de verwijdering van God, heeft zij verloren als gevolg van de zonden, die hen ook na de doop niet ten goede komt als iets wat mensen teniet gedaan hebben en
dit wordt als gevolg van het bloed van het Nieuwe Testament en het lichaam van Christus, die aan het kruis geofferd is opgeheven.
➻ 
Dit is het geheim van dankzegging – het grote Mysterie dat wacht op de gerechtigheid van God, degenen die hebben erkend dat Isaäc zich tot God heeft gewend met hun zonden. God heeft ons volgelingen van Christus onze zonden vergeven; deze vorm van vergeving noemen wij indirecte vergeving.
      En na dit gezegd te hebben toonde Hij hun Zijn handen en Zijn zijde. De discipelen dan waren verblijd, toen zij de Heer [na Zin Opstanding] zagen. Jezus dan zei nogmaals tot hen: “Vrede zij u!’ ‘Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u’.
En na dit gezegd te hebben, blies Hij op hen en zei tot hen: ‘Ontvangt de Heilige Geest. Wie gij hun zonden kwijtscheldt, die zijn ze kwijtgescholden; wie gij ze toerekent, die zijn ze toegerekend’John.20:20-23.

• Indien je ooit iemand barmhartig bent, zal genade aan je getoond worden.
• Indien je mededogen toont aan iemand die lijdt (en dit is natuurlijk geen grote daad), word je tot de martelaren gerekend.
• Indien u iemand vergeeft die u heeft beledigd, dan zullen niet alleen al uw zonden worden vergeven, maar u zult een kind van de hemelse Vader worden.
• Indien je bidt vanuit je hele hart voor redding – zelfs een beetje – zul je gered worden.
• Indien je jezelf bestraft, je beschuldigt en jezelf voor God veroordeelt voor je zonden, met een gevoelig geweten, zelfs voor deze zul je gerechtvaardigd zijn.
H. Moses van Optina 

➻ Wij blijken keer op keer Gods vertrouwen te verkrijgen, maar toch vervallen wij in onze ongerechtigheden, omdat wij als mensen fouten maken en om ons te ontdoen van onze herhaalde zondeval en vergeving te verkrijgen is het essentieel, dat we haast om onszelf te bekeren en de strijd tegen de zonde aan te gaan. Door regelmatig het Lichaam en Bloed van Christus te ontvangen, worden wij genezen hetgeen het medicijn is voor de genezing van het menselijk kwaad blijkt te zijn.
conf. Heilige Nicholas Cabasilas

”     Een rechtvaardig mens, verstoten van wijsheid, die
is als een lamp in volle zon.
Het gebed van degene, zich beledigingen herinnerend, die
is als een zaad dat op de rots is geworpen.
Een asceet, zonder barmhartigheid, die
is als een onvruchtbare boom.
Een verwijt dat voortkomt uit het begeren, dat
is als een vergiftigde pijl.
Een lofbetuiging voortkomend uit dubbelhartigheid , dat
is een verborgen valkuil.
Een onredelijke raadgever blijkt een blinde leider te zijn.
De kring van de spotters breekt het hart.
Geregeld een wijs mens bezoeken is als een verfrissende bron.
Een wijze raadgever is een veilige schutsmuur.
Een onredelijke vriend, verstoten van wijsheid, is een vat vol onheil.
Het is beter een huis in rouw te zien dan een wijze die een dwaas volgt.
Het is beter bij wilde dieren te verblijven dan met begerige lieden rond te dolen.
Het is beter in een graf te verblijven dan met verdorven mensen op te trekken.
Verkies eerder te leven met gieren dan met hebzuchtige en onverzadigbare mensen.
Verkies liever een moordenaar als gezel dan een ruziemaker.
Verkies het gezelschap van een zwijn boven dat van een gulzigaard, want
de pens van een zwijn past beter in de mond van een gulzigaard.
Verkies het gezelschap van melaatsen boven dat van trotsen
Isaäc de Syriër [van Ninivé] .

➻ Er waren joodse christenen onder de bekeerlingen, christenen, die gebonden bleven, gebonden aan de Wet en de joodse waarnemingen van de Wet, de perceptie.
Zij onderwezen de christenen in Galatië om de Wet te houden, inclusief de besnijdenis en  ze betekenden de ceremoniële Wet, die vervuld was in Christus, en die vervangen was door de vrijheid van de Genadegaven van de Heilige Geest en  hierin onderwezen zij een heel ander Evangelie, zoals de Apostel Paulus elders zegt:
      Och, verdroegt gij een weinig onverstand van mij! Maar dat doet gij ook. Want met een ijver Gods waak ik over u, want ik heb u verbonden aan een man om u als een reine maagd voor Christus te stellen. Maar ik vrees, dat misschien, zoals de slang met haar sluwheid Eva verleidde, uw gedachten van de eenvoudige en loutere toewijding aan Christus afgetrokken zullen worden. 
Want indien de eerste de beste een andere Jezus predikt, die wij niet hebben gepredikt, of gij een andere geest ontvangt, die gij niet hebt ontvangen, of een ander Evangelie, dat gij niet hebt aangenomen, dan verdraagt gij dat zeer wel2 Cor. 11: 1-4.
➻ Deze joodse christenen bleven in hun joodse traditie hangen, in de schaduw van het christendom en het menselijke, dat ‘niet verlost’, wat mensen als creaties in Christus – naar het evenbeeld van de Schepper ‘niet nieuw maakt’.
Dit zijn degenen, die Paulus aanspreekt in de brief die we via de overlevering vernemen, laten we dit fragment nog maar een keertje horen waar hij zegt:
          Allen, die zich uiterlijk goed willen voordoen, trachten u te dwingen tot de besnijdenis, alleen om niet vervolgd te worden ter wille van het kruis van Christus Jezus. Want zij, die zich laten besnijden, houden zelf niet eens de wet, doch zij willen, dat gij u laat besnijden, opdat zij op uw vlees roem kunnen dragen. Maar ik zal ervoor bewaard mogen blijven te roemen anders dan in het Kruis van onze Heer Jezus Christus, door wie de wereld mij gekruisigd is en ik van de wereld
Gal.6: 12-14.
➻ Daarop wordt gewezen wanneer wij in de Goddelijke Liturgie voorafgaand aan de Epiclese [aanroeping] horen – wanneer wij de Heilige Geest aanroepen:
Neemt en eet” en ‘drinkt uit deze Beker’.
Dàt dient onze dagelijkse spirituele maaltijd te zijn – als volgelingen van Christus volgen wij Hem geïnspireerd door de Heilige Geest dàgelijks door ons Kruis op te nemen.
➻ Zovelen om ons heen verlangen om hier een ​​goede vertoning in het vlees van te maken, uiterlijke schijn, deze zouden je dwingen weliswaar aangesneden te worden, maar niet genuttigd te worden; alleen opdat ze niet aan het [mede-] lijden deelachtig zullen worden; de vervolging vanwege het kruis van Christus.
Want zelfs niet degenen die aangesneden zijn bewaren de onvoorwaardelijke Goddelijke Liefdeswet, maar zij verlangen om u te laten besnijden, opdat zij mogen roemen in uw vlees.
➻ En luister hiernaar, dit is de sleutel:
      Maar God verhoede dat ik zou moeten opscheppen, behalve in het Kruis van onze Heer Jezus Christus, door wie de wereld heeft gekruisigd voor mij en ik voor de wereld”.
Wat de ontrouw bewijst is datgene wat Paulus aldus beschrijft:
        Maar het dient zo te blijven; God is waarachtig en ieder mens leugenachtig, gelijk geschreven staat: Opdat Gij gerechtvaardigd wordt in uw woorden [in Zijn Woord] en overwint in uw rechtsgedingen [Zijn Rechtsgeding].
Maar indien onze onrechtvaardigheid Gods rechtvaardigheid staaft, wat zullen wij dan zeggen? Is 
God, Die zijn toorn doet voelen – ik spreek op menselijke wijze – soms onrechtvaardig?
Volstrekt niet! Hoe zal God anders de wereld oordelen?Rom.3: 4-6.

➻ De vraag is nu waarom de Joodse christenen dit leerden? Waarom hebben ze zich gezocht [zich zo thuis gevoeld] om bij ‘de oude Wet’ van Mozes te blijven hangen . . . . .
om gevangen te blijven zitten in de mentaliteit, waar we nog altijd in verblijven – in het type, wachtend in de schaduw [d.w.z. ‘niet in het Licht van Christus] op de vervulling.
Ze proberen er in op te vallen en uit te blinken de ogen van die onbekeerde Joden,
• die beweerden dat ook de joden bekeerlingen hadden,
• die de Tradities van hun voorvaderen hadden verlaten.
Dat wil zeggen, ze zochten het compromis met de geest van de wereld en
het ongeloof van de Joden, met de vijanden van het Kruis!
•  Ten einde een ​​compromis te sluiten, om
te voorkomen een uitdrukking van schuld of afkeuring op te lopen;
verwelkomden zij Christus met het milde verwijt Hem vervolgens
met het opnemen van het Kruis ‘alleen’ te laten, omdat ze ‘niet’ werkelijk geloofden.
•  Onder al deze wereldsheid was deze weerstand uiteindelijk
een gebrek aan vertrouwen in het offer van onze Heer.
Blijkbaar hadden geen vertrouwen, maar het had een zweem van
spirituele,  geestelijke vernieuwing – wedergeboren worden was er niet bij.
Uit al hun doen en laten blijkt dat zij vervolging wilden vermijden,
zij wilden het Kruis ontlopen, vermijden!
Zij misten het charisma, de ‘Genadegaven‘ van de Heilige Geest.
Je kent misschien wel het woord ‘charisma’, uitstraling:
      Want aan de een wordt door de Geest gegeven met wijsheid te spreken, en aan de ander met kennis te spreken krachtens dezelfde Geest; aan de een Geloof door dezelfde Geest en aan de ander Gaven van genezingen door die ene Geest; aan de een werking van Krachten, aan de ander Profetie; aan de een het onderscheiden van geesten, en aan de ander allerlei tongen, en aan weer een ander vertolking van tongen. Doch dit alles werkt een en dezelfde Geest, die 
een ieder in het bijzonder toedeelt, gelijk Hij [God het] wil1Cor.12: 8-11.
•  
De geschiedenis van de Kerk zit vol van zulke mensen, tot  op de dag van vandaag en in onze tijd hebben we  misschien veel te veel van zulke valse, verraderlijke christenen.
De Heilige Johannes Chrysostomos zegt dat we Christus liever beledigen en
zelfs verwerpen we aangenaam te zijn voor de mensen;  liever beledigen we God om de mensen te behagen!
We zijn mensen, die mensen behagen, medewerkers, die samenwerken met de vijanden [de satan en z’n trawanten] van het Kruis.
Het leven van de Kruis vereist opoffering.
Christus eist offers van ons, omdat opoffering liefde tot God en medemenselijkheid en liefde tot de mens [onze naaste] inhoudt.
• Indien we ons niet opofferen, houden we hier allemaal niet van.
•  Indien we niet van onze naasten houden – kunnen we onmogelijk
verenigd worden met de God, Die slecht Liefde is.

➻  Het Kruis opnemen en Christus volgen is onze levensweg,
ons pelgrimspad, onze opening naar het leven in liefde tot/met de Meester,
het Eeuwige leven dat we allemaal nastreven en zoeken.
➻  Indien we het Kruis opzij zetten, het omzeilen,
gaan we de verkeerde kant op,
zijn we niet op weg naar het Hemels Koninkrijk,
de weg naar God, want we zetten de Liefde van God op een zijpad.
➻  Alleen degenen die het Kruis van Christus verheffen
worden in de vrijheid van God Genadegaven binnengeleid.
➻  Christus volgen is de kunst van -‘buit te maken’- door je Kruis op te nemen en
uit Liefde tot God en de naaste Christus op Zijn weg hier op aarde te volgen.
Indien we het Kruis verloochenen, ontkennen we het offer,
dan ontkennen wij de kruisiging van ons intellect.
➻  Dàn blijven we de slaven van de wereld, zoals
we door de verlokkingen van de wereld verworden zijn,
we blijven zoals we -‘voor onze Doop en Myronzalving’ waren en
nemen niet deel aan de versmelting met onze Heer Jezus Christus.
➻  Wij nuttigen het Lichaam en Bloed niet,
wij doen maar wat en blijven in de schaduw van de dood,
terwijl er vanuit de schaduw – de grootsheid van de Blijde Boodschap,
aan ons bestaan een Heilig en `Groots doel in ons bestaan wordt aangeboden;
waarmee we kunnen overleven.

Is dat niet geweldig !!!
➻  
Dit is het grote Geheim dat in ons christelijk leven dient ten worden waargemaakt, gerealiseerd:
➻ 
Het is de Genadegave van de Heilige Geest en de Kracht van redding, Die overwinning biedt.
➻ Het inzicht en de beheersing van het Christelijk Geloof, is Christus,
God, Die ons door alles heen draagt in de Heilige Geest tot in de Tempel van het hart.
      Wij weten, dat wij uit God zijn en de gehele wereld in het boze ligt.
Doch wij weten, dat de Zoon van God gekomen is en ons inzicht gegeven heeft om de Waarachtige te kennen; en wij zijn in de Waarachtige, in Zijn Zoon Jezus Christus.
Dit is de waarachtige God en het eeuwige leven”.
Daarom zegt Johannes de Theoloog:
Kinderkens, wacht u voor de afgoden1John.5: 19-21.
Waar God, via de mens in Christus aanwezig is, ontstaat er “leven”.
Het leven is je overgeven aan de dood, omdat de mens die de dood proeft
– en ik spreek over zijn smaak van de dood, niet alleen op het niveau van het lichamelijke,  maar op geestelijk niveau van de Goddelijke Waarheid, Die door God gecreëerd is, 
Die Hij schiep – in feite volledig vervreemd is van de liefde van God.
➻  
Het kan alleen maar zijn dat de vervreemding van God compleet is.
Daarom is het Woord van on ze Heer en Meester:
Ik ben de Opstanding en het leven; wie in Mij gelooft zal leven, ook al is hij gestorven, 
en een ieder, die leeft en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet stervenJohn.11: 25,26.
•  Hier spreekt hij met Maria, de zuster van Lazaros over de dood van het lichaam, dat bij de tweede komst tot heerlijkheid zal worden hersteld.
      Draag mij als een zegel op je hart, als een zegel op je arm.
Sterk als de dood is de liefde, beklemmend als het dodenrijk de hartstocht.
De liefde is een vlammend vuur, een laaiende vlamHooglied 6: 8.
•  Hier wordt gesproken over de mens die vol liefdevol leven is, omdat hij vol is van liefde tot God. Een mens die van God houdt, is een mens die de dood ‘uit’-drukt als of er een slaper voorbij komt. Dit is waar de dood ‘overwonnen’ wordt genoemd. Hier spreekt hij over de dood van het lichaam, dat bij de tweede komst tot heerlijkheid zal worden hersteld.
Wie in Mij gelooft, als hij sterft, zal hij leven. 
Hij die levend is en veilig in Mij, zal de dood voor eeuwig niet zien”.
•  Hier spreekt hij over de mens die vol liefdevol leven is, omdat
deze mens vol is van liefde voor God!
Een mens die van God houdt,
is een mens die de dood ‘uit’-drukt, die
slechts als een slaper voorbijtrekt.

Woensdag in de Grote en Heilige Week – opgaand naar de Bron van Liefde

Wat waardeert God – Wat waardeert Hij?
Hij heeft ons veel geboden gegeven, maar wat is de kern daarvan?
What appreciates God – What does He value?
He has given us many commandments, but what is the essence?

      Toen Jezus te Bethanië was, in het huis van Simon de melaatse, kwam een vrouw tot Hem met een albasten kruik vol kostbare mirre en goot die uit over zijn hoofd, terwijl Hij aanlag.
Toen de discipelen dit zagen, waren zij verontwaardigd en zeiden: Waartoe die verkwisting?
Want deze Myron had duur verkocht en aan de armen gegeven kunnen worden.
        Maar Jezus merkte het op en zei tot hen: Waarom valt gij deze vrouw lastig? Want zij heeft een goede daad aan Mij verricht. De armen hebt gij immers altijd bij u, maar Mij hebt gij niet altijd. Want toen zij deze Myron over Mijn lichaam uitgoot, heeft zij dat gedaan om Mijn begrafenis voor te bereiden.

De vrouw giet Myron olie over de voeten van Christus; The woman pours Myron oil over the feet of Christ.

        Voorwaar, Ik zeg u, overal waar dit evangelie verkondigd zal worden in de gehele wereld, zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden van wat zij gedaan heeft.
        Toen ging een van de twaalven, genaamd Judas Iskariot, naar de overpriesters, en hij zei: Wat wilt gij mij geven? Dan zal ik Hem u overleveren. En zij stelden hem dertig zilverlingen ter hand. En van toen af zocht hij een goede gelegenheid om Hem over te leverenMatth.26: 6-16.

Mijn ziel zegent de Heer, ziet de Bruidegom komt!
– Christus mededogen stelt ons schadeloos –

De albasten kruik met mijn tranen
giet ik als Myron over Uw hoofd, o Heiland,
en ik roep tot U zoals de zondares die om genade vroeg.
U bied ik mijn smeekbede aan,
en ik smeek om vergeving te ontvangen“.

De overspelige, mijn ziel, hebt gij niet nagestreefd,
die de albasten kruik met Myron nam,
en onder tranen de voeten van de Heer zalfde;
en ze droogde met haar haren de voeten af van Hem
Die de schuldbrief van haar vroegere misdrijven voor haar verscheurde“.
uit: 8e ode Grote Canon  H. Andreas, Herder van Kreta

Dit is de dag, die de Heer heeft voorbeschikt om de goede daad door de zonda[a]r[e]s aan Hem verricht in het daglicht te stellen.
De zonda[a]r[e]s gaat/gaan Myron over Zijn lichaam uitgieten en zij doet/doen dit om Zijn begrafenis voor te bereiden. Christus heeft het voorzegd:
    overal waar dit evangelie verkondigd zal worden in de gehele wereld, zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden van wat zij gedaan heeft“.

Het pad van de Biecht;
The path of Confession.

         Wat kan er dan nog op tegen zijn om allereerst onze zonden [in de Biecht] te belijden en vervolgens eveneens met heilige olie te worden gezalfd, teneinde waardig het Groot en Heilig Pascha tegemoet te treden.
Deze twee Mysteriën [sacramenten] staan ons vandaag voor ogen en kunnen derhalve alleen door gedoopte Orthodoxen [mede-] ondergaan worden.
Onze ziel zegent de Heer, want ziet de Bruidegom komt!’ – en dankzij Zijn mededogen worden wij schadeloos gesteld.
        In de Orthodoxe Kerk hebben we het over de kruisiging van Christus in verband met Zijn Grote en Heilige Opstanding. Dit omdat het Kruis zonder Wederopstanding een wrede en oneerbiedige realiteit is en de Wederopstanding zonder het Kruis als een valse en emotionele toestand wordt beschouwd.
Wanneer we spreken over de redding van het menselijk ras, bedoelen we het niet in een bepaalde vorm, die men zelf niet kan ondergaan en een nadenkend en voorzichtig bedenksel, maar als een realiteit – iets wat werkelijk bestaat- om de mens te verlossen van de tirannie en de vreselijke gevangenis van dood, de zonde en de tegenstrever [de satan].
Mèt Christus ‘Kruis en Wederopstanding’ heeft Christus de dood overwonnen, de zonde en de veroorzaker, de tegenstrever en gaf Hij ons in Zijn mededogen aldus de gelegenheid om deze drie vijanden te overwinnen.
Bovenal dienen we er een besluit over te nemen dat we in het offer van Christus en Zijn opstanding onze sterfelijkheid en ons natuurlijk vooruitzicht [de dood] kunnen overwinnen.
. . . . . vanaf het ogenblik dat we immers als mens geboren worden, heeft de dood zich in vele vormen in ons biologische wezen gemanifesteerd, zoals ziekte, lichaamsslijtage, onzekerheid, toenemende leeftijd, passies van zelfbehoud, verdriet, etc. Dit onomkeerbaar groeiproces tot de dood vormt zich bij iedere mens op de achtergrond een bedreiging op ons menselijk leven.
Het kind op de leeftijd van 8-10 begrijpt al dat de dood onomkeerbaar is.
De tiener ziet de marteling van de dood voor ogen.
De mens van middelbare leeftijd ziet de jaren zonder doel of betekenis voorbij vliegen en
gepensioneerden gaan door een vreselijke crisis, welke uiteindelijk leidt tot de onherroepelijke dood.
De Orthodoxe Kerk maakt plaats voor de existentiële leegte van de mens en legt daarom de nadruk van de Opstanding. Wij zingen weliswaar op woensdag en vrijdag:
Heer, red Uw Volk en zegen Uw Erfdeel; en bescherm Uw Gemeente door Uw Kruis“, maar …
wij beseffen iedere week dat Zondag de Opstanding wordt gevierd en bezingen dat in 8 tonen [melodieën] opdat wij er van overtuigd zijn dat God volgens Zijn heilig raadsbesluit ons is komen verlossen door ons door Zijn Roemrijke Opstanding uit de doden op te wekken.
De Bruidegom van de Kerk, de Bruidegom van onze ziel, is één van ons; sterker nog is onafgebroken “onder ons”, “Hij is immers en blijft”.
Dag na dag naderen we Zijn Goddelijke Genade en Zijn oneindige liefde tot de mensen – Hij is ons tot voorbeeld in de naastenliefde.
Degenen die deze woensdagavond voorafgaand aan Zijn Lijden en Opstanding samenkomen, stellen onszelf een vraag: “ In welke toestand zal Christus ons aantreffen wanneer we Hem  boven aan de Lader [van Climacos] ontmoeten? Hij vertrouwde ons, Hij gaf ons alles, Hij droeg elke pijn omwille van ons. Verdienen we zo’n opoffering? Zijn wij een dergelijk groot vertrouwen waard?

De wereld om ons heen maakt haar keuzes en zal ongetwijfeld de gevolgen daarvan ondergaan; de wereld om ons heen wendde haar gezicht af van de bron des Levens, van Liefde en Gerechtigheid en heeft zich in haar bestaan koude rillingen bezorgd.
Wij Orthodoxen kijken dagelijks uit naar het moment dat wij mèt hen samen kunnen leven, ons kunnen verenigen door de mentaliteit en methoden van de wereld te verzoenen met die van de Bruidegom.
Aan zulke dagen ontbreekt het hen echter: “het is immers onmogelijk dat duisternis het Licht in de duisternis verslaat”.
      in Zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood aan het Kruis. Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de Naam boven alle naam geschonken, opdat in de Naam van Jezus [Christus] zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en alle tong zou belijden: Jezus Christus is Heer, tot eer van God, de Vader!Phil.2: 8-11.
Laten we naar Hem opzien en moed en geduld betrachten, want de strijd tegen de duisternis is noch pijnloos, noch ongestraft. En inderdaad, het is een strijd met kwade valstrikken die de wereld goed weten te bedriegen.
Geen duisternis kan met het Licht de strijd aangaan of ook zij wordt verlicht.
Maar de wereld om ons heen weet de duisternis dusdanig te verdonkeremanen dat de wereldse  duisternis als licht en aantrekkelijk overkomt.
De wereld weet precies hoe zij de mens met aantrekkelijke [veelal kortdurende] pleziertjes tot zich kan trekken – in slaap sust -, hoe wij mensen radicale veranderingen uit dienen te stellen, hoe zij de mens kan bedriegen met beloften, die niet zijn wat zij lijken te zijn.

Daardoor hebben wij onze ziel onhandelbaar, onbeheerd en onbeheersbaar achtergelaten, en ondergaan ongehinderd alle fouten, die de wereld ons voorhoudt. We hebben het beslissende kenmerk, de voorwaarden waar wij als mens in het beeld van God aan dienen te voldoen, het criterium van goed en kwaad, van moreel en immoreel, verloren laten gaan.

uit: metten Grote Woensdag
Kathismazangen
tn.3.
  De zonda[a]r[e]s gaat/gaan tot u en goot Myron en tranen over Uw voeten, Menslievende.
Toen werd zij, op Uw bevel, van de slechte geur van haar zonden bevrijd,
maar de ondankbare leerling [volgelingen] die in Uw Genade[gaven] ademen mocht[en],
heeft [hebben] deze Genade[gaven] verworpen en in zijn [hun] geldzucht bevlekte hij [zij] zich met het slijk van verraad. Eer aan U, o Christus in Uw Barmhartigheid
            [herhalen]

Eer . . . nu en altijd . . .

    God, blijf niet zwijgen bij mijn lofzang, want de mond van de zondaar en bedrieger is wijd  tegen mij geopend. Zij spreken tegen mij met valse tong, zij omsingelen mij met hatelijke woorden, zij strijden tegen mij zonder reden.
Inplaats van mij lief te hebben, leveren zij mij over; ik echter bid.
Zij vergelden mij kwaad voor goed, en antwoorden met haat op mijn liefde.
Stel een zondaar over hem aan, doe een aanklager staan aan zijn rechterhand.
Hij zal veroordeeld worden in het gericht; zijn gebed zal worden tot zonde. Dat zijn dagen weinig zijn; zijn bisschopsambt dient aan een ander toe te komen. Zijn kinderen worden tot wezen, zijn vrouw weduwe.
Zwervers en bedelaars worden zijn zonen: verdreven vanuit hun woning.
Dat de woekeraar zijn hand leggen op al zijn bezit dat vreemden zijn arbeid roven.
Niemand zij er om hem te helpen, of om barmhartig te zijn voor zijn wezen.
Dat zijn kinderen ten onder gaan; dat in één geslacht zijn naam zal verdwijnen.
De ongerechtigheid van zijn vaderen worden herinnerd voor de Heer; dat de zonde van zijn moeder onuitgewist zal blijven. Laat dit de Heer altijd voor ogen staan, zodat zijn gedachtenis van de aarde verdwijnt. Want hij dacht er niet aan om barmhartig te zijn. Hij vervolgde armen en bedroefden, en wier hart gebroken was, bracht hij ter dood. Hij hield van vervloeking: deze zal over hemzelf komen.
Hij wilde geen zegen: deze zal verre van hem blijven. Hij trok vervloeking aan als een kleed: als water in zijn binnenste en als olie in zijn beenderen.
Laat die hem dån zijn als een mantel die hem geheel overdekt: als een gordel die hij altijd moet dragen. Dit moge de Heer doen gebeuren aan hen die mij belasteren: aan wie kwaad spreken tegen mijn ziel.
Maar Gij, Heer doe met mij volgens Uw Naam, want goedertieren is Uw barmhartigheid. Bevrijd mij, want ik ben behoeftig en arm; mijn hart is beangst in mijn binnenste. Ik verdwijn als een lengende schaduw; ik word weggevoerd als een sprinkhanen-zwerm. Mijn knieën zijn verzwakt door het vasten; mijn vlees is vervallen, door onthouding van olie. Ik ben hun tot versmading geworden; zij zien mij hoofdschuddend aan. Help mij, Heer, mijn God: red mij volgens Uw Barmhartigheid. Doe het weten dat dit alles Uw hand was: dat Gij, Heer, dit zelf hebt gedaan. Al vloeken zij, Gij zult mij zegenen, beschaam hen die tegen mij opstaan, maar laat Uw dienaar zich verheugen. Die mij belasteren, bekleed hen met schaamte: dat hun schande hen als een mantel zal bedekken. Ik wil de Heer belijden met luide stem; ik wil Hem loven in de grote menigte. Want Hij stond de arme terzijde, om mijn ziel te redden van mijn vervolgers

Psalm 108[109] vert. ROK ’s-Gravenhage.

tn.4.
Door geldzucht gedreven, overwoog de bedrieglijke Judas,
U, Heer, de Schat des Levens, te verraden door list.
Als een roes snelt hij naar de Joodse Raad en zegt tot de wettelozen:
wat geeft u mij, wanneer ik Hem in uw handen overgeef om hem te kruisigen
” [herhalen]

Eer . . . nu en altijd . . .

All people will be blessed through us

    Gelukkig is de mens die de Heer vreest, die Zijn geboden vurig liefheeft.
Zijn zaad zal machtig zijn op aarde, het geslacht der gerechten zal gezegend zijn.
Heerlijkheid en rijkdom zijn in zijn huis; zijn gerechtigheid blijft in de eeuwen der eeuwen. In de duisternis is het licht op-gegaan voor de oprechten; de Liefderijke Barmhartige en Rechtvaardige. Goed is de mens, die zich ontfermt en te leen geeft.
Hij overweegt zijn woorden met oordeel, zodat hij niet wankelt in eeuwigheid.
In eeuwige Gedachtenis staat de rechtvaardige; hij vreest niet als hij slechte tijding hoort. Want zijn hart is bereid, en hij vertrouwt op de Heer. Zijn hart is standvastig en zonder vrees, zelfs wanneer hij zijn vijanden aanschouwt. Hij deelt uit en geeft aan de armen; zijn gerechtigheid blijft in de eeuwen der eeuwen. Zijn hoorn wordt verheven in Heerlijkheid; de zondaar ziet het tot zijn woede. Hij knarst met de tanden, maar verdwijnt, want elk zondig verlangen vergaat
”.

    Gij, Zijn dienaren, looft de Heer; looft de Naam des Heren. De Naam des Heren zij gezegend, van nu af tot in eeuwigheid. Van zonsopgang tot zonsondergang, zij de Naam des Heren gezegend. Hoogverheven boven alle Volkeren is de Heer; boven alle hemelen is Zijn Heerlijkheid. Wie is als de Heer onze God? Hij woont in de hoge, maar ziet neer op het  geringe van hemel en aarde. Hij richt de arme op van de grond, Hij heft de behoeftige op uit het slijk. Om hem te doen zitten bij vorsten, bij de vorsten van Zijn Volk. En de onvruchtbare doet Hij wonen in een huis, als blijde moeder der kinderen” Psalm 111[112] en 112[113] vert. ROK ’s-Gravenhage.

tn.1.
    Terwijl zij in vurige liefde Uw ongeschonden voeten afdroogde met de haren van haar hoofd,
riep[en] de Zonda[a]r[e]s zuchtend en wenend vanuit de grond van haar hart:
Verstoot mij niet, Medelijdende, verafschuw mij niet, mijn God;
maar aanvaard mij in mijn berouw, en red mij, U enig Menslievende”. [herhalen]

Eer . . . nu en altijd . . .

Maak je belofte aan de Redder der Levens waar, zondaar en leg het jezelf op als
dwingend gebod aan zo’n schitterend kleinkind van het Grote lied:
Mijn ziel, kruipt verlangend op naar de Opstanding uitroepend:
‘Heilig, Heilig, Heilig is onze God.
Door de gebeden van de Moeder Gods,
Heer wees ons zondaars genadig’“.
Denk daarbij opnieuw aan de waakzaamheid, die vorm van waakzaamheid welke onze beschouwende Kerkvaders, die vanaf oudsher tot de dag van vandaag, die in voortdurend gebed en vastende zelfkastijding systematisch de menselijke ziel hebben bewaakt, als vlijtige bijen hun korf van de ziel beschermend tegen elke aanvaller.
– Waakzaamheid, de controle van de ziel,
– Waakzaamheid, de beschermheilige van alle geestelijke arbeid,
– Waakzaamheid, de slapeloze bewaker van ons hart heeft onze Heer en Zaligmaker daar Zelf met onze doop geïnstalleerd.
Bij het ontbreken van deze waakzaamheid verworden wij tot een mengeling van omstandigheden en invloeden. Wij kronkelen onszelf in onze zelfzucht en
verworden tot de nietigheid welke deze wereld ons aandoet. We kunnen niet langer meer vreugde vinden, geraken gevangen in spijt, nutteloosheid en pessimisme en ontstaan er momenten waarop we ervaren dat we geen eigen wil geen zelfrespect bezitten; wij verworden tot buitenlanders in ons eigen lichaam.
– De Bruidegom nodigt ons uit om ons te doen herleven, teneinde de controle over onszelf te herwinnen.
– De Bruidegom, Die ons liefheeft onthult in Eigen Persoon onze mentale krachten.
– En bovenal werkt onze Bruidegom aan de vernieuwing van onze vrijheid.
De vrijheid van die teniet werd gedaan toen onze voorouders deze misbruikten om zich van de Schepper te verwijderen.
‘Weer Opgestaan’, noemen wij hetgeen onze ziel dan ervaart; we verlangen er opnieuw naar, vrij en levend te zijn, dicht bij Hem te zijn, Die ons met Zijn Genadegaven nooit heeft laten varen, zelfs niet toen Hij ons Zijn zoete blik afwendde.
Hij kwam, komt en blijft ons roepen en staat erop dat we herwinnen wat ons door onze zonde is afgenomen.
Hij kwam om ons Zichzelf aan te bieden, geheel en al, zonder aarzeling en trok ons verlossend weg van neerslachtigheid en losbandigheid.

De Kerk roept ons vandaag op om de Myron van onze liefde als Christus over alles en iedereen uit te storten.
” . . . . . de geur van de Myron verspreidde zich door het gehele huisJohn 12: 3, werd gezegd over het huis waar God verblijft – het betreft onze Kerk en niet alleen de Orthodoxe Kerk, maar het verspreid zich van alle kerken, die Christus navolgen. Door alle eeuwen heen hebben de Heiligen [Zij, Die Christus in hun hart meedragen], deze zoete geur van Myron om Zich heen verspreid.
Zij hebben dit op een dusdanige wijze gedaan, dat de Genadegaven van Christus, Die de Kerk -ook vandaag de dag- nog steeds verspreidt, de onvergankelijke Myron van het leven wordt genoemd, deze welriekende Myron vloeit zelfs soms als een Mysterie uit Orthodoxe iconen.

Heavenly Jeruzalem, ‘You see this city? Here God lives among men. He will make his home among them; they shall be his people….’ Apocalypse 21: 1-5. jpg

Laten wij allen vanavond onze ziel en levendige dankbaarheid verheffen, klaar om het uit te roepen:
Heilig, Heilig, Heilig bent U, o Heer, Sabaoth” [Sabaoth = Heer aller heerscharen, God van alle werelden], onze uitroep is alles wat ons verenigt.
Prijst de Heer, Die geduldig is , niet ontmoedigd is door onze menselijke tekort-komingen, maar onze Bruidegom komt als de bewaker van ons eeuwige leven.
Deze heilige God en Heer van alles, Hij is de Heilige, de enige Sterke, de enig Onsterflijke, Die in staat is om de listen van de tegen-strever [de Satan] te verslaan.
Hij, de Heilige, de enige onsterfelijke en Leven-schenker, de overwinnaar van de dood door het leven en
        Hij gaat ons bij door ons te overweldigen in Zijn Licht.
Wij reageren op Christus’ oproep, Heer, bevrijdt ons van de lusteloosheid als gevolg van de ziekelijk zonde, laat ons door de overgave aan Uw ondoorgrondelijk Grote Liefde voor de mensen het leven weer ter hand nemen – dankzij het geven dat U ons als uw dienaren aanvaard!

En wanneer we ons voorbereiden gereed maken, strekt onze Heer dezelfde uitnodiging uit aan ons zoals Hij Zich tot Jacobus en Johannes wendde.
Voor ieder van ons die Zijn Glorie willen zien, die ernaar verlangt aan Zijn zijde te verblijven bij het Groot en Heilig Pascha, zegt Christus eerst tot jou en tot mij:
” . . . . . Maar ben jij in staat en bereid om de beker te drinken waarvan ik drink? 
Ben jij in staat met mij deze Grote en Heilige Week op te trekken?
Ben jij bereid aan Mijn zijde te staan ​​en het door God, onze Vader aangeboden Kruis met Mij te dragen en daarmee werkelijk Mijn Volgeling te zijn?
Christus verlangt dat je volmondig ‘ja’ zult zeggen.
En de Kerk hoopt daarbij dat het groot en Heilig Pascha niet alleen een zondag is waarop christenen, als Zijn Volgelingen komen opdagen, want ieder Zondag van het jaar dat volgt wordt Zijn Opstanding volmondig in de hymnen, de Apolytikia
bezongen.

 

Grote en Heilige Week, de dinsdag – houdt uw lampen branden

”     Doch van die dag en van die ure weet niemand, ook de engelen der hemelen niet, ook de Zoon niet, maar de Vader alleen.
Want zoals het was in de dagen van Noach, zo zal 
de komst van de Zoon des mensen zijn.
Want zoals zij in die dagen voor de zondvloed waren, etende en drinkende, huwende en ten huwelijk gevende, tot op de dag, waarop
Noach in 
de ark ging en zij niets bemerkten, eer de zondvloed kwam en hen allen wegnam, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn.
    Dan zullen er twee in het veld zijn, een zal aangenomen worden en een achtergelaten worden;
    twee vrouwen zullen aan het malen zijn met de molen, een zal aangenomen worden, en een achtergelaten worden.
                Waakt dan, want gij weet niet, op welke dag uw Heer komt” Matth.24: 36-42.

”      Dan zal het Koninkrijk der hemelen vergeleken worden met tien maagden, die haar lampen namen en uittrokken, de bruidegom tegemoet.
En vijf van haar waren dwaas en vijf waren wijs.
       Want de dwaze namen haar lampen mede, maar geen olie;
doch de wijze namen olie in haar kruiken, met 
haar lampen.
Terwijl de bruidegom uitbleef, werden zij allen slaperig 
en sliepen in.
En midden in de nacht klonk een geroep:
De bruidegom, 
zie, gaat uit hem tegemoet!
Toen stonden al die maagden op en brachten haar lampen in orde. En de dwaze zeiden tot de wijze: Geeft ons van uw olie, want onze lampen gaan uit. Maar de wijze antwoordden en zeiden: Neen, er mocht niet genoeg zijn voor ons en voor u; gaat liever naar de verkopers en koopt voor uzelf.
Doch terwijl ze heengingen om te kopen, kwam de bruidegom, en die gereed waren, gingen met hem de bruiloftszaal binnen, en de deur werd gesloten.
       Later kwamen ook de andere maagden en zeiden:

       ” Heer, heer, doe ons open!”.
Maar hij antwoordde en zei:
“Voorwaar, ik zeg u, 
ik ken u niet’.
 
Waakt dan, want gij weet de dag noch het uur”. Matth.25: 1-13

Matth. 24:36 – 26-2.
Wanneer we de gelijkenis van de tien maagden goed bekijken, dienen we van tevoren vast te stellen dat er veel discussie is geweest over de betekenis van deze woorden van onze Heiland. Ten minste één aspect van deze gelijkenis kan met absolute zekerheid bekend zijn. De bruidegom is Jezus Christus en deze gelijkenis beschrijft Zijn wederkomst.
In het eerste Verbond met Israël beeldt God Zichzelf uit als de “echtgenoot” – “Hij, Die is en altijd zal zijn” van Israël:
”     
Vrees niet, want gij zult niet beschaamd staan; word niet schaamrood, want gij zult niet te schande worden; ja, gij zult de schande van uw jeugd vergeten en aan de smaad van uw weduwschap niet meer denken. 
Want uw man is uw Maker, Heer der Heerscharen is zijn naam; en uw losser is de Heilige van Israël, God van de ganse aarde zal Hij genoemd worden. Want als een verlaten en diep bedroefde vrouw heeft u de Heer geroepen, als een vrouw uit de jeugdtijd, nadat zij versmaad werd, zegt uw God ” Isaiah 54: 4-6; en
”     Men zal u niet meer noemen: Iemand, die Verlaten is en men zal uw land niet meer noemen: Woestenij; maar gij zult genoemd worden: Mijn Welgevallen, en uw land: Gehuwde. Want de Heer heeft een welgevallen aan u, en uw land wordt ten huwelijk genomen. Want zoals een jongeling een maagd huwt, zullen uw zonen u huwen, en zoals de bruidegom zich over de bruid verblijdt, zal uw God Zich over u verblijden” Isaiah 62: 4-5 ; alsmede bij:
”     Ik zal u Mij tot bruid werven voor eeuwig: Ik zal u Mij tot bruid werven door gerechtigheid en recht, door goedertierenheid en ontferming;  Ik zal u Mij tot bruid werven door trouw; en gij zult de Heer kennenHosea 2: 19,20.
In de nieuwe verbintenis van de Blijde Boodschap van Christus wordt deze afgebeeld als de bruidegom van de Kerk:
”     Johannes antwoordde en zei: ‘Geen mens kan iets aannemen, of het moet hem uit de Hemel[en] gegeven zijn. Gij kunt zelf van mij getuigen, dat ik gezegd heb: Ik ben de Christus niet, maar ik ben voor Hem uit gezonden.  Die de bruid heeft, is de bruidegom; maar de vriend van de bruidegom, die erbij staat en naar hem luistert, verblijdt zich met blijdschap over de stem van de bruidegom. Zo is dan deze mijn blijdschap vervuld” John. 3: 27-30;
”     Jezus zeide tot hen: Kunnen soms bruiloftsgasten treuren, zolang de bruidegom bij hen is? Er zullen echter dagen komen, dat de bruidegom van hen weggenomen is, en dan zullen zij vastenMatth.9 : 15 en op dezelfde wijze
”     En Jezus zei tot hen: Kunnen bruiloftsgasten dan vasten, terwijl de bruidegom bij hen is? Zolang zij de bruidegom bij zich hebben, kunnen zij niet vasten. Er zullen echter dagen komen, dat de bruidegom van hen weggenomen is en dan zullen zij vasten, te dien dageMarc 2: 19-20;
terwijl Paulus de Kerk beschrijft en op gelijk niveau stelt als een Verbonds-huwelijk dat wordt afgesloten als de bruid van Christus:
”      Mannen, hebt uw vrouw lief, evenals Christus zijn gemeente heeft liefgehad en Zich voor haar overgegeven heeft om haar te heiligen, haar reinigende door het waterbad met het woord en zo zelf de gemeente voor Zich te plaatsen, stralend, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zo dat zij heilig is en onbesmet. Zo zijn ook de mannen verplicht hun vrouw lief te hebben als hun eigen lichaam. Wie zijn eigen vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief;  want niemand haat ooit zijn eigen vlees, maar hij voedt het en koestert het zoals Christus de gemeente, omdat wij leden zijn van zijn lichaam. Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot een vlees zijn. Dit geheimenis is groot, doch ik spreek met het oog op Christus en op de gemeenteEph.5: 25-32.

Wat gebeurt er als alles wat Geloof aangaat om je heen verandert?
Wanneer we deze vraag ernstig nemen begrijpen we plotseling dat deze ogenschijnlijk zo ver afgelegen tekst heel actueel wordt, omdat dat precies inhoudt waar we vandaag de dag op een dramatische manier mee geconfronteerd worden: – de transformatie van al datgene wat met religie van doen heeft – ; de scheiding tussen kerk en staat is een kenmerk van de westerse samenleving geworden. Nationalisme blijkt in de moderne tijd de religie te hebben vervangen voor het sacrale, datgene wat onmisbaar is en waarvoor we willen sterven – niets lijkt meer te zijn van wat het voorheen was.
Ouders ervaren hoe zij hun kinderen de taal van de Blijde Boodschap, de taal van de Kerk, niet meer over kunnen brengen – het lijkt of je tegen een muur oploopt. Er zijn nog lichtpunten onder sommige jongeren, maar hoewel er steeds meer mensen zich totaal in de wereld verliezen, lijken de verschillende bloedgroepen van de Kerk zich zelfs niet af te vragen wat er van deze mensen zal worden.
Wel worden ze herhaald opgetrommeld wanneer het ergens uit de hand lijkt te lopen – bij echtscheiding, ongeluk en verslavingen aan de meest vreemde producten van de wereld.
De voorheen grote gemeenschappen zien het aantal teruglopen en worden gedwongen hun onroerend goed van de hand te doen – het is niet meer op te brengen en de Geloofsgemeenschappen zelf worden achtervolgt door steeds hogere schulden.
Waar ga je heen met je problemen – de verzorgingsstaat loopt vast en blijkt ontoereikend te zijn de maatschappelijke problemen op te lossen. Het enige wat je ziet is dat rijken nog rijker worden en een kleine groep top-figuren het totale vermogen van de samenleving in handen hebben. Wat kan de generatie die opgroeit nog doen – loonslaven, de massa van de samenleving worden armlastig en vallen terug op het minimum – leuk vooruitzicht of niet soms?
Waar ga je heen? Wat is het alom heersend bezwaar tegen de ontoereikendheid waarmee het gewone volk niet meer in overeenstemming kan komen met aloude begrippen, welke in de Blijde Boodschap wordt onderwezen.
Het zijn niet slechts vijf maagden, die hun lamp niet brandend hebben weten te houden – de mensen zijn totaal niet ontvlamd en we keren terug naar de tijd van de Apostelen waarbij slechts een kleine groep Volgelingen van Christus de werkelijke Boodschap heeft ervaren.

Ogenschijnlijk beschrijft Johannes in historisch opzicht wat hij heeft beleefd, toen Hij door de Heer geroepen werd als een god die God in het achterhoofd achterliet. Dan komt Jezus met Zijn discipelen naar het land van Judea en het is alsof Johannes zich nog een laatste keer wil binden aan de religie waarin hij zelf is opgegroeid. In een terugkeer zou het vertrek van het volkomen nieuwe zich opnieuw in het verleden moeten wortelen.
Christus doopte naar mijn verwachting ook, evenals Zijn voorloper Johannes de Doper in tegenstelling tot de opmerking: ”     – ofschoon Jezus niet zelf doopte, maar zijn discipelen -” John.4: 2.  Alleen al omdat de toekomst opnieuw is versmolten met het verleden.
Om zeker te zijn, lijken Johannes historische uitspraken een aanfluiting.
Religie, dat betekent opnieuw zoals in het vroege christendom – in je gewone kloffie – de straat op en mensen opnieuw motiveren door aan te geven waarom zij in de wereld vastlopen en moeilijkheden ondervinden op allerlei vlakken.
De toekomst van het Christendom blijkt zich opnieuw  dienen te versmelten met het verleden.
Religie, dat betekent gewoon najagen mensen te bekeren en te dopen zoals Johannes de doper deed; hoewel Christus Zelf niet doopte; Onze Heer klopte slechts aan bij de mensen en maakte op die wijze volgelingen:

de vrouw aan de bron

”     Toen nu de Heer vernam, dat de Farizeeën gehoord hadden, dat Jezus meer discipelen maakte en doopte dan Johannes,  – ofschoon Jezus niet zelf doopte, maar zijn discipelen –  verliet Hij Judea en vertrok weer naar Galilea.
En Hij moest door Samaria gaan. Hij kwam dan in een stad van Samaria, genaamd Sichar, dicht bij het veld, dat Jaäcob aan zijn zoon Jozeph gegeven had; daar was de bron van Jaäcob. Jezus nu was vermoeid van de tocht en bleef zo bij de bron zitten; het was ongeveer het zesde uur. Er kwam een vrouw uit Samaria om water te putten. Jezus zei tot haar: ‘Geef Mij te drinken’John.4: 1-7.
Onze Heer klopt dus heel subtiel bij de mensen aan en vindt aldus Zijn volgelingen. Dit betekent dat de Kerk Zich eveneens in de puur uiterlijke dingen dient te manifesteren en pas in de tweede plaats met het doopwater op de proppen dient te komen. Om de uiterlijke vertoning van de geïnstitutionaliseerde religie op een dusdanige manier terug te brengen dat je met overeenkomstige middelen je eigen identiteit waarmaakt – waarmee je jezelf als Kerk karakteriseert en markeert en daarmee ‘getuigt’ dat ‘de Kerk’, het Lichaam van Christus, onlosmakelijk met het leven verbonden is – dat houdt in dat we terug naar de bron zullen dienen te gaan!  De bron van Abraham, Isaäc en Jaäcob, dus trek uit je voorland, je toekomstig lot. Wanneer onze jongeren opnieuw gemotiveerd willen worden – hun leven in te zetten voor verandering van het bestaan en zich daarbij gesteund weten dat zij dat doen in de naam van God, met Christus als voorbeeld, dan zou dat tot gevolg hebben dat zij een middenvinger leren op te steken tegen de minachting waarmee onze religie in de wereld behandeld wordt. Een waarachtige innerlijke ervaring komt voort uit het tot op het bot geroerd geraken en hoe kan dit anders dan het opheffen van geïsoleerde ivoren torens en je richten op de primaire behoeften van de mens.

primaire behoeften
Veel lichamelijke basisbehoeften zijn er vooral om in leven te blijven en de soort te laten voortbestaan. Eten, drinken, seks en de behoefte aan veiligheid, zijn onze grootste verlangens en zijn daarom door Maslow terecht als basis van zijn piramide opgenomen. Erkenning en waardering ontvangen is ook een belangrijke basisbehoefte, maar daaraan denken we niet zolang we honger hebben of voor ons leven vrezen. Behoeftes kennen nu eenmaal een prioriteit. Indien we honger hebben denken we niet langer aan onze veiligheid, en nemen we risico’s om aan eten te komen voor ons en onze kinderen. Maar met volle maag willen we vervolgens eerst een veilig gevoel voordat we zin in seks hebben. Ieder mens wil van jongs af aan waardering voor geleverde prestaties, hard werken, studie, ontwikkeling inzicht, aanleg, en allerlei andere goede eigenschappen. Maar we willen ook erkenning voor onze tekortkomingen, bij de pech die we hadden, het leed dat ons is overkomen. Indien dergelijke complimenten, respectievelijk armen over de schouders uitblijven, tast dat onze gezondheid aan zowel in geestelijk als in lichamelijk opzicht.
We breken dan misschien de banden met bekenden, raken gefrustreerd, zijn boos. We rusten niet totdat we schadevergoeding, excuses hebben gekregen etc.
Maslow spreekt niet over onze allergrootste behoefte, namelijk het constant inademen van zuurstofrijke lucht en schoon water, terwijl het tevens ook een bewezen feit is dat de behoefte aan jezelf kunnen uiten in kunst, muziek en humor, bij de mens eveneens bijzonder sterk is, ook al is het geen essentiële basisbehoefte. Zonder vloed geen eb, zonder ziekte geen gezondheid en zonder ongeluk geen geluk. Het is triest dat ellende en verdriet (van anderen) nodig zijn om ons prettig en dankbaar te voelen op de momenten dat we zelf geen hinder van dergelijk onheil ondervinden.
De term basisbehoeften heeft in de economie een nauwe relatie met de begrippen als schaarste en het ‘alternatief‘ aanwenden van middelen.
Alternatief betekent -‘niet gebaande wegen‘ volgen; vanuit je Geloof in de medemens [de naasten] door je voorbeeld en adviezen oplossingen bieden, waardoor zij weer lucht krijgen. Hoe kun je de mensen op een andere manier weer een gevoel van  onschuld terug geven, weer in harmonie e komen met zichzelf, zich weer in z’n leven onaantastbaar te kunnen voelen? Een mens, die ziek is, het leven weer mogelijkheden te bieden dit te [ver-]dragen; armoede en verslavingen overwinnen, opdat het zelfrespect weer een bloei kan doormaken; gevangenen en oorlogsslachtoffers bevrijden en opnieuw mogelijkheden aan te bieden teneinde van hun weg richting de ondergang te geraken; kort samengevat de slachtoffers van de menselijke samenleving [de wereld] weer opvangen.

gelijkenis van de Maagden [coptische icoon]

De maagden, die vol verwachting de komst van de Heer afwachten [competitie]
En natuurlijk breekt er vervolgens een onmiddellijk strijd uit onder degenen, die  bepalen welke kant de gemeenschap opgaat en er ontstaat onrust.
Er ontstaat onmiddellijk een puur kwalitatieve en kwantitatieve rivaliteit welke oud-gedienden nog wel “succesvol” blijken te zijn.
Maar de onenigheid, die nu ontstaat – het geschil – heeft een algemeen dogmatisch thema: het mindere maakt plaats voor het meerdere, dat wil zeggen het kan niet anders of er vindt een schoonmaak plaats.
Dit is helemaal niet erg – het werkt vernieuwend – en zal eerst na enige decennia z’n nut bewijzen – zo niet, dan zal een hele generatie verloren gaan.
Uitgangspunt zal echter wèl dienen te zijn dat er onderling gecommuniceerd wordt – zònder communicatie absoluut geen gemeenschap; en de hiërarchische structuur zal behoorlijk dienen in te binden en zich zoals in de vroeg-christelijke Kerk alleen met het toezicht dienen te bemoeien.
De Kerk wordt niet voor niets al vanaf z’n prille begin in de voorvaderlijke oudheid vergeleken met een huwelijk, een huwelijk is alleen mogelijk op basis van wederzijds respect.
Het haast vervallen menselijk Lichaam van Christus duidt op een stervensproces en de Kruisdood zal allereerst dienen te worden ondergaan voordat er sprake kan zijn van leven; van een opstanding – van een herleven – dit proces heeft zich in de kerkelijke geschiedenis al meermalen bewezen.
Hetgeen betekent reiniging van de mensen, van het Lichaam van Christus – het gaat erom de mens van deze tijd weer te beroeren – het overbrengen van de oorspronkelijke ontroering, iedere oorspronkelijke betekenis van het navolgen van Christus dient weer zin te krijgen – iets van ons eigen leven te weerspiegelen. De breuk tussen de vroeg christelijke Kerk en het jodendom is onderbouwd met bewijzen, terwijl in de formuleringen van het getuigenis van Johannes parallellen worden getrokken.
Vertrek van het principe dat alle mensen gelijk geschapen zijn- en pas dat toe.
En doe een beroep op de gulden regel, zoals Confucius het formuleerde: “leg anderen niet op wat je zelf niet verlangt, maar overleg en kom tot overeenstemming met vernieuwende initiatieven.
De wereld doet dit voortdurend: met financiële en militaire macht zaken opleggen aan anderen die we zelf echt niet zouden verlangen.
De wereld blijft geen bewoonbare plek, tenzij we alle mensen, of we hen nu graag hebben of niet, of ze onze belangen dienen of niet, echt gelijk gaan behandelen en daar dient de Kerk het voortouw in te nemen.
De Kerk – dat is een historische ontmoetingsplek – al van het begin van de schepping af waar we nog steeds toegang toe hebben.
Er worden verschillende ontwikkelingsassen gevormd en slechts één moet door God worden gecertificeerd; iedereen wordt opzij geschoven.
Dit is momenteel het historische thema: ‘vormen van religie in competitie met elkaar‘. Maar wat ècht op het spel staat, is iets heel anders met dit onderwerp;
Wàt er op het spel staat, is de knagende vraag wat religie kan en zou dienen te  zijn. Het verandert, zoveel is neem ik aan nu wel duidelijk, maar waarom?
Vanuit welke krachten dient ze te veranderen? Wat gebeurt er als het verandert?
Als het goed is heb – ontzettend veel water uit de geestelijke Bron – beschikbaar en dat trekt grote menigten te blijven?
Om het verhaal compleet te maken:
religie,  op een zodanige wijze is identiek aan de overeenkomstige binnenkomende middelen, ze “getuigt” door hun gemarkeerd interesse in massabewegingen!
In één zin zodanig kan het verlies worden beschreven geen echte innerlijke ervaring nauwelijks duidelijker dan hier gebeurt.
En natuurlijk breekt er onmiddellijk strijd uit in de nabijheid van zo’n religie. Onmiddellijk gaat het niet over een puur kwantitatieve rivaliteit, maar over welke groepen mensen “succesvol” zullen zijn is relatieve competentie.
Kwaliteit is een dogmatisch thema, hetgeen inhoudt een grote totale aanpak en schoonmaak van het christendom. Hoe kun je anders  aan de mensen een gevoel van hun onschuld teruggeven, want de harmonie met zichzelf, omvat de integriteit van hun leven.

Completen 8e ode
tn.2.

Mozes en de brandende braambos

Hem, Die in de braambos op de berg Sinaï,
aan Mozes het wonder van de Maagd heeft vóóraf gebeeld, prijst en verheft Hem in alle eeuwigheid“.

Hoewel voor Hem, Die de tijden beheerst,
het einde van de tijd niet onbekend kan zijn,
heeft Hij toch voorzegd dat Hij als mens die dag niet wist, om te doen zien binnen welke grenzen wij in deemoed gebonden zijn“.

Wanneer Gij als Rechter zult zetelen om, zoals U voorzegd hebt, als een Herder de bokken af te scheiden van de schapen, ontzeg ons dan niet, Verlosser, het staan aan Uw Goddelijke rechterzijde“.

Gij zijt ons Pascha Dat, als Lam en offer en Verzoening
voor de zonden voor allen geslacht wordt.
Daarom verheffen wij in alle eeuwen Uw goddelijk Lijden, o Christus“.

Heel ons aardse leven heeft Christus samengevat in die woorden over de molen, de akker en het huis. Verwerf u daarom een hart dat gereed is voor God, zodat het niet met het vlees in verderf opgaat“.

Woman & the Myron by Victor Wolfvoet

Niet alleen godsdienstigen, zoals Simon de Farizeeër, hebt Gij voor Uw maaltijd waardig geacht, Verlosser, maar ook tollenaars en zondaressen mogen deelnemen aan Uw Barmhartigheid“.

Bij het uitgieten van de Myron werd Judas, de door geldzucht bevangen verrader, op de gedachte gebracht de Meester te verkopen. Hij ging naar de wettelozen en kwam de prijs overeen“.

Zalig zijn de handen en de haren en de lippen van de zo wijze zondares! Want daarmee heeft zij de Myron over Uw voeten uitgegoten, Verlosser, en die afgedroogd en steeds weer gekust“.

Toen U bij de maaltijd aanlag, o Woord, kwam een vrouw bij Uw voeten staan.
Wenend goot zij een kruik met Myron  uit over Uw hoofd, Verlosser, Die Zelf de onsterfelijke Myron zijt“.

Nu en altijd . . .
Zegenen wij de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, de Heer.
Met de Vader verheerlijken wij de Zoon en de Heilige Geest:
de Heilige Drieëenheid in één Godheid.
en wij roepen: Heilig, Heilig, Heilig, zijt Gij in alle eeuwigheid“.

Zingen, zegenen en aanbidden wij de Heer,
Hem lovend en prijzend in alle eeuwigheid

Hem, Die in de braambos op de berg Sinaï,
aan Mozes het wonder van de Maagd heeft vóóraf gebeeld,
prijst en verheft Hem in alle eeuwigheid“.

Grote en Heilige Week, de dinsdag – De Heilige Geest neemt uit het Mijne en zal het u verkondigen

Bergrede, juiste relatie met Christus; Sermon on the Mount, right relationship with Christ; موعظة على الجبل ، العلاقة الصحيحة مع المسيح; Ομιλία στο Όρος, σωστή σχέση με τον Χριστό.

      Toen sprak Jezus tot de scharen en tot zijn discipelen, zeggende:
De schriftgeleerden en de Farizeeën hebben zich gezet op de stoel van Mozes.
Alles dan, wat zij u ook zeggen, doet dat en onderhoudt dat, maar doet niet naar hun werken, want zij zeggen het wel, maar doen het niet.
Zij binden zware lasten bijeen en leggen die op de schouders der mensen, maar zelf willen zij ze met hun vinger niet verroeren.  Al hun werken doen zij om in het oog te lopen bij de mensen, want zij maken hun gebedsriemen breed en hun kwasten groot, zij houden van de eerste plaats bij de maaltijden en van de erezetels in de Synagogen en van de begroetingen op de markten en om door de mensen rabbi genoemd te worden. Gij zult u niet rabbi laten noemen; want één is uw Meester en gij zijt allen broeders.
                                     En gij zult op aarde niemand uw vader noemen, want Één is uw Vader, Hij, Die in de Hemelen is. Laat u ook geen leidslieden noemen, want één is uw Leidsman, de Christus.
                                   Maar wie de grootste onder u is, zal uw dienaar zijn. Al wie zichzelf zal verhogen, zal vernederd worden en al wie zichzelf zal vernederen, zal verhoogd worden.
      Maar wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, gij huichelaars, want gij sluit het Koninkrijk der Hemelen toe voor de mensen. Immers, gij gaat er niet binnen en die trachten binnen te gaan, laat gij niet toe daarin te komen.
⁌       [Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, gij huichelaars, want gij eet de huizen der weduwen op, terwijl gij voor de schijn lange gebeden uitspreekt. Daarom zult gij zwaarder oordeel ontvangen].
⁌       Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, gij huichelaars, want gij trekt zee en land rond, om een bekeerling te maken, en wanneer hij het wordt, maakt gij van hem een kind van de hel, tweemaal zo erg als gij het zelf zijt.
⁌       Wee u, blinde wegwijzers, die zegt: Heeft iemand bij de Tempel gezworen, dat betekent niets; maar heeft iemand bij het goud van de Tempel gezworen, dan is hij gebonden. Gij dwazen en blinden, wat toch is meer, het goud of de Tempel, die het goud geheiligd heeft? En heeft iemand bij het altaar gezworen, dat betekent niets; maar heeft iemand bij de [Genade]gave, die daarop ligt, gezworen, dan is hij gebonden. Gij blinden, immers, wat is meer, de [Genade]gave of het altaar, dat de [Genade]gave heiligt? Wie dus gezworen heeft bij het altaar, zweert daarbij en bij alles, wat erop ligt. En wie gezworen heeft bij de Tempel, zweert daarbij en bij Hem, Die erin woont. En wie gezworen heeft bij de Hemel, zweert bij de Troon God’s en bij Hem, Die daarop gezeten is.
⁌       Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, gij huichelaars, want gij geeft tienden van de munt, de dille en de komijn en gij hebt het gewichtigste van de Wet verwaarloosd: het Oordeel en de  Barmhartigheid en de Trouw. Dit moest men doen en het andere niet nalaten. Gij blinde wegwijzers, die de mug uitzift, maar de kameel doorzwelgt.
⁌       Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, gij huichelaars, want gij reinigt de buitenzijde van de beker en van de schotel, maar van binnen zijn zij vol roof en onmatigheid. Gij blinde Farizeeër, reinig eerst de inhoud van de beker; dan zal hij ook van buiten rein worden.
⁌       Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, gij huichelaars, want gij gelijkt op gewitte graven, die van buiten wel schoon schijnen, maar van binnen vol zijn van doodsbeenderen en allerlei onreinheid. Zo ook gij, van buiten schijnt gij de mensen wel rechtvaardig, doch van binnen zijt gij vol huichelarij en wetsverachting.
⁌       Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, gij huichelaars, want gij bouwt de grafsteden van de  Profeten en verfraait de gedenktekenen der rechtvaardigen en gij zegt: Indien wij geleefd hadden in de dagen van onze vaderen, zouden wij met hen geen gemene zaak gemaakt hebben ten opzichte van het bloed van de Profeten. Gij getuigt dus van uzelf, dat gij zonen zijt van de moordenaars der Profeten.  Maakt ook gij de maat van uw vaderen vol! Slangen, adderengebroed, hoe zult gij ontkomen aan het oordeel van de hel? Daarom, zie, Ik zend tot u Profeten en Wijzen en Schriftgeleerden. Van hen zult gij sommigen doden en kruisigen en van hen zult gij anderen geselen in uw Synagogen en vervolgen van stad tot stad, opdat over u zal komen al het rechtvaardige bloed, dat vergoten werd op de aarde van het bloed van Abel, de rechtvaardige, tot het bloed van Zacharias, de zoon van Berekja, die gij vermoord hebt tussen het tempelhuis en het altaar.

      Voorwaar, Ik zeg u: Al deze dingen zullen komen over dit geslacht.
       Jeruzalem, Jeruzalem, dat de Profeten doodt, en stenigt, Wie tot u gezonden zijn, hoe dikwijls heb
       Ik uw kinderen willen vergaderen, gelijk een hen 
haar kuikens onder haar vleugels vergadert, en gij hebt niet gewild.
Zie, uw huis wordt aan u overgelaten.
      Want Ik zeg u, gij zult Mij van nu aan niet meer zien, totdat gij zegt: Gezegend Hij, Die komt in de Naam des Heren!Matth.23: 1-39.

Deze ochtend [avond] wordt gelezen: Matth.22: 15 – 23: 39;
het zal u opvallen dat deze week ochtend en avond door elkaar gehaald  worden, alsof de Kerk de weg een beetje kwijt is – wees niet verontrust wanneer u ‘s-avonds een Metten meemaakt of ‘s-ochtends een completen,
dat is in deze periode heel gewoon.

Er is sprake van een langzaam proces dat naar de lastering voert:
☦️ irritaties van de joodse leidslieden, zij, die het allemaal zo goede geleerd hebben en het mogen weten, tegenover Jezus, conflicten.
Daarom gaat onze zachtmoedige Heer vandaag zo tekeer tegen de schriftgeleerden en Farizeeën.

Wanneer een blinde en stom mens bij Jezus wordt gebracht, die bovendien een prooi van de tegenstrever [de satan] is, geneest en verlost Jezus hem.
De satan verliest en de mensen weten niet wat ze zien.
Maar dan komen de Farizeeën naar voren, die dit waarachtig werk van de Heer als duivelswerk karakteriseren, tegen beter weten in.
In dat verband klinkt deze ernstige waarschuwing van onze Heer en verkettert Hij dit gedrag.
De lastering van de Heilige Geest bestaat in een bewust, tegen beter weten in, uit de haat ten opzichte van de H. Geest en Zijn werk. Zij lasteren en degenen die uit Hem geboren zijn, bespotten zij – zij ervaren zich vèr boven het Volk verheven.
De lastering tegen de Zoon des mensen is nog vergeeflijk, wanneer die uit zwakheid of onwetendheid plaatsvond.
☦️ Weet wel dat dit een zonde betreft, die alleen door kerkmensen bedreven kan worden;
☦️ zonde tegen de Blijde Boodschap en niet tegen de Wet – kan niet bedreven worden door ware gelovigen.
Deze zonde bestaat uit een definitieve afval van God en van de Kerk en wordt gekenmerkt door bewuste haat tegen God, Zijn Woord en Zijn volk; zij wordt zichtbaar in een onomkeerbare verharding. Iemand die ‘angst heeft’ de zonde tegen de Heilige Geest bedreven te hebben, draagt daarmee het bewijs in zich dat hij deze zonde ‘niet’ bedreven heeft.
Heer Gij hebt mij op Uw pad gezet en mij de toegang tot Uw Koninkrijk niet ontzegd !“.
Iemand die deze afschuwelijke zonde heeft begaan, heeft de mens tekort gedaan, zal er nooit last van krijgen, maar er in ten onder gaan.
Vandaar dat datgene wat onze Heer hier zegt; dienen we op te vatten als een waarschuwing; neem ieder mens, die je ontmoet – en jou iets zegt – bij voorbaat serieus ! [je kunt er alleen maar van leren]:

De Heilige Geest:

de ‘Trooster’, Geest der Waarheid

      En nu ga Ik heen tot Hem, die Mij gezonden heeft en niemand van u vraagt Mij: ‘Waar gaat Gij heen? Maar omdat Ik dit tot u gesproken heb, heeft droefheid uw hart vervuld.
Doch Ik zeg u de Waarheid: Het is beter voor u, dat Ik heenga. Want indien Ik niet heenga, kan de Trooster niet tot u komen, maar indien Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden.
En als Hij komt, zal Hij de wereld overtuigen van zonde en van Gerechtigheid en van Oordeel;
☦️   van zonde, omdat zij in Mij niet geloven;
☦️   van gerechtigheid, omdat Ik heenga tot de Vader en gij Mij niet langer ziet; 
☦️   van oordeel, omdat de overste van deze wereld geoordeeld is.
Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het thans niet dragen;
doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen
tot de volle Waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar
al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen.
Hij zal Mij verheerlijken, want Hij zal het uit het Mijne nemen en het u verkondigen.
Al wat de Vader heeft, is het Mijne; daarom zei Ik:
‘Hij neemt uit het Mijne en zal het u verkondigen
’’’ John.16: 5-15.

In de “afscheidsredes” van onze Heer en Zaligmaker Jezus Christus probeert de Blijde Boodschap van de hand van Johannes de Theoloog de vraag te beantwoorden wat er vervolgens zou moeten gebeuren – in het voortdurend groeien en biedt ons daarmee de oriëntatie en de ondersteuning in de navolging van Christus op onze levensweg.
Grotere verscheidenheid, variatie door middel van dagelijkse op- en neerwaardse beweging en veelvoudig aanpassen van onze waardeverhoudingen, bevorderen op deze manier door de persoon van Christus, Die in dit proces een actieve rol speelt en waardepunten aangeeft,  de weg naar het Hemels Koninkrijk. In het steeds toenemend tijdsverschil tot periode dat de boodschap werd verkondigt – en de oplossing, die Christus geopenbaard heeft – is Hij nooit geaarzeld in contact met ons te blijven.
Het draait er niet om een historisch correct bewijs te leveren van wat onze Heer twee, drie of ik weet niet hoeveel generaties in het verleden te zeggen had, het is van het hoogste belang om te verstaan – wat Hij ons innerlijk heeft mede te delen wat Hij ons – hier en nu – vanuit Zijn eeuwige heden te zeggen heeft; wat voor ons van belang is wat heeft God ons via Zijn Geest van de Zoon des mensen vandaag de dag te vertellen.
Op die manier begrijpen wij veel beter wat Zijn leven voor ons betekend heeft en dit verklaart het grote contrast met de huidige ‘wereld’.
Via de Zoon stelt God ons immers iedere dag weer dezelfde vraag: “Wie zeggen de mensen dat Ik ben”, oftewel waar geloven wij ècht in: Jagen wij de wereld na of zijn wij navolgers van Christus, de Zoon van God?

We weten donders goed dat er maar één vorm van echte ‘zonde’ is, van echt gedrag, welke bedoeld is om alles wat mooi is kapot te maken, de hopeloosheid en wanhoop, die daaruit voortkomt: – wanneer wij alles maar accepteren zoals ze ons voorgeschoteld wordt of zoals ze nu eenmaal zijn.

“ • Mensen zijn nu eenmaal zo – “; dat betekent dat we nog steeds [of opnieuw] in de verdediging gaan, d.w.z. oorlogspantsers, soldaten en slagvelden nodig hebben.
De geschiedenis leert het ons”, d.w.z. “het gelijk hebben, het juiste is altijd sterker” en “wee degenen die zwak is”, “men dient daarom met de wolven mee te huilen” en: “als we dat niet doen, dan  zullen de anderen dat wel voor ons doen“.
Dit alles betekent: “Dat je als individu, als een persoonlijkheid nergens meer een oordeel over hebt“; “en het ontbreken van een oordeel brengt een net zo groot nutteloos gevaar met zich mee“; en dat is dan wat je doet:
•  zodra je weigert bevelen te geven, afziet van gehoorzaamheid, je meerderen tegenspreekt en je trouw blijft aan de Waarheid
•  in feite verdwaal je temidden van de ‘wereld‘ waarin je de moed hebt om de zogenaamde machtigen uit te dagen of ze op hun plaats te zetten.
Maar dàt is nu precies zoals onze Heer was, die mens uit Nazareth, het plaatsje waar niets goeds uit voort kon komen.
Dat is nu precies wat onze Heer en Zaligmaker deed en dàt is precies hoe Hij in onze harten blijft spreken!
De niet aflatende vraag van onze Heer Jezus Christus is:
Wat is er zo slecht aan dat iemand verzandt alleen maar omdat hij trouw is?
Het was goed, zelfs voor Jezus persoonlijk, om eens ‘niet’ toe te geven aan
de angst en de volharding wanneer in deze wereld ‘eerlijkheid en oprecht gedrag
bestraft wordt met buitensluiten of met de dood.

Vreest hen dan niet, want er is niets bedekt, of het zal geopenbaard worden en
verborgen, of het zal bekend worden. Wat Ik u zeg in het donker, zegt het in het licht; 
wat gij u in het oor hoort fluisteren, predikt het van de daken.
En weest niet bevreesd voor hen, die wel het lichaam doden, maar
de ziel niet kunnen doden; weest veeleer bevreesd voor Hem, die
beide, ziel en lichaam, kan verderven in de he
l” Matth.10: 26-28.
En dit gebeurt, ook in de Kerk, met name door kerkmensen !!!

de tollenaar; the tax collector; του φορολογουμένου; جامع الضرائب.

Hoe langer of het duurt, hoe méér je begint te begrijpen wat Christus daarmee bedoelde en al Zijn woorden spreken hier heel helder en duidelijk over tot ons. Om waarachtige Vrede met God te ervaren is het ontzettend veel méér waard dan al het applaus tot de kerkelijke troon en het kerkelijk altaar.
Alle ‘duivelse bokkensprongen’ in deze “wereld” zijn gebaseerd op een
ontmoediging van de hoop dat een “andere” wereld – een
nieuwe Hemel en een nieuwe aarde”op zijn minst mogelijk is.
Er is een bepaalde vorm van ‘herkenbare werkelijkheid’ die uiteindelijk
tot de ondergang dient te voeren. Een God-mens als Jezus lijkt geen enkele poot meer aan de grond te krijgen; absoluut geen mogelijkheden meer te worden,
⤽ Hij wordt buitengesloten in plaats van omarmd !!! .

Maar de Bergrede werkt helemaal niet“, zo verkondigde een voormalig politicus in een discussie, “en we moeten nú iets doen – we kunnen onmogelijk wachten tot het Koninkrijk der Hemelen verschijnt”.
En dàt is nu precies waar het hier om gaat – de Bergrede werkt wèl, als je maar wilt en je er voor inzet.
Het “Hemels Koninkrijk, het rijk van God” behoeft helemaal niet te komen, zo verklaart de Blijde Boodschap overeenkomstig Johannes de Theoloog; de Goddelijke Waarheid is zó eenvoudig en de énige vraag is òf we het nog langer pikken òf dat we ondanks alles doorgaan.

Wie de Geest van onze Heer Jezus Christus ontvangt, wie zich mèt Hèm bekleed, wie gedoopt wordt en Zìjn Leer aanvaardt, zal ‘de wereld’ ontdekken, die is gebaseerd is op drie cruciale punten:
➥ Het is “zonde” [niet gericht op God’s goedheid], omdat ze hun gehechtheid aan hun angst en het daarbij behorende geweld niet loslaten,
➥ omdat zij weigeren om de Pedagogie van de mens uit Nazareth serieus te nemen. Door deze Pedagogie systematisch af te wijzen ontstaat dat ze nooit tot een “rechtvaardig leven voor God” kunnen komen
• te komen tot een “rechtvaardigheid” die zij niet willen afstaan;
• pertinent afwijzen van hun eigen rechten af te zien of dit af te laten dwingen
• maar stelselmatig proberen te worden gerechtvaardigd door een “goed en aangenaam leven voor God” ten koste van de behoeften van anderen;
en daarmee dus zelf gedoemd zijn te mislukken, aan het eigen gecreëerde ‘hof’, omdat ze met deze manier van doen alleen maar dood en geweld zaaien in plaats van dat zij ‘het leven’ van Christus schenken.

In de taal van het Evangelie van Matteüs is Jezus Pedagogie van het Koninkrijk van God en Zijn  spreken voor ‘allen die er slecht aan toe waren‘ het Ultieme middelpunt:
  En het gerucht van Hem drong door tot in geheel Syrië en men bracht tot Hem allen, die ernstig ongesteld waren, gekweld door allerlei ziekten en pijnen, bezetenen en maanzieken en verlamden en Hij genas henMatth.4: 24.

Het is het uiteindelijke centrum van een visie tot verandering van het leven en deze visie is niet  alleen mogelijk, maar absoluut noodzakelijk om de wereld haar menswaardige Goddelijke vorm [terug] te geven.

Op basis hiervan is het eigenlijk niets anders dan een excuus om te zeggen: “De Bergrede werkt niet“, want zonder de Christelijke Kerk zouden we nooit in de wereldse maatschappij in de hoffelijke “functie” zijn gebracht?

En hoe heeft het huidige [wereld-] beleid en de “menselijke rede” gewerkt?
De ene oorlog was altijd nog barbaarser dan de vorige, de productie van “wapens” is “geoptimaliseerd” tot de neutronenbom aan toe, de stelling dat zelfs miltvuur, pest en cholera misschien zelfs wel een welkome “munitie” zou vormen is al sociaal aanvaardbaar;
•                  dit alles heeft nooit en te nimmer een morele barrière op geworpen. laat staan gevonden.
De exploitatie van de Derde Wereld en de vernietiging van de leefomgeving drijven de mensheid op dit ogenblik -hier en nu- wereldwijd naar de rand van vernietiging.
Wat wij werkelijk dienen te beseffen is dat er alleen maar één keuze over blijft:
om te leven vanuit de bewijzen van de menselijkheid welke onze Heer en God Jezus  Christus de mensheid heeft voorgehouden.
Het alternatief loert om de hoek – het is het duivels dilemma –
de wereld op grote schaal “naar de hel te laten gaan”.
Alleen dient de vraag gesteld te worden:
als dit nu eenmaal zo is, wat dient dan toch nog de aarzeling te zijn?
Zoveel dient toch overduidelijk te zijn:
de betekenis van de persoon van de mens uit Nazareth kan alleen maar groeien,
➥      alles wat Hij, als God-mens belichaamt, blijkt de laatste kans te zijn, als het enige serieuze alternatief.
Utopisten” [mensen met onuitvoerbare plannen] zijn niet de mensen
die slechts geloven in de sfeer waarin Hij, als Heer ‘en Meester van het Heelal’
ons in geloofwaardigheid wil overtuigen.
Utopisten” blijken vandaag de dag nog steeds de mensen te zijn die zichzelf voor de gek houden, ze kunnen slechts slagen door te blijven zoals ze alles tot nu toe altijd al gedaan hebben.
In zekere zin laat het “vaarwel” van onze Heer en Zaligmaker daarom alleen maar zien,
hoe dicht Hij bij ons aanwezig is en hoe Hij innerlijk met ons verbonden is en voor ons opkomt,
indien wij waarachtig proberen spiritueel te leven en ons leven geestelijk, zinrijk in te delen.

De woorden van de ‘afscheidstoespraken’ van onze Heer en Verlosser bevestigen datgene wat de vroege Kerk reeds is overkomen:
• ze worden uit de Synagoge gezet, buitengesloten en door de gehele toenmalige wereld [het hele Romeinse rijk] vervolgt.
• Desalniettemin is het niet mogelijk teksten zoals deze tot een bepaalde tijd te beperken en ze van buiten te leren – en daardoor op een afstand te houden – als ware het documenten uit een ver verleden.
➥ Indien wij deze teksten op deze manier begrijpen, wordt de Waarheid, Die er in verkondigd wordt  alleen van de buitenkant begrepen; de inhoudt wordt omzeild.
➥ Deze toespraken vertegenwoordigen het middelpunt van de fundamentele beslissing betreffende elke cultuur en elke religie, de vraag of u zich wil verdiepen in de Waarheid.
➥ Het gaat niet om het buitenaanzicht het gaat er om dat wij willen begrijpen
òf dat wij willen doordringen tot op het bot en proberen van hieruit ons leven in te richten.
➥ Het draait hier om het maken van keuzes:
  òf wij verdiepen ons in – en geven miljarden uit – om kennis te vergaren in buitenaardse wezens en schaffen ons telescopen en ruimtevaartconstructies aan.
  òf wij verdiepen ons tot in uitersten in onze werkelijke waarachtige God, een keuze die Israël sinds haar ontstaan al diende te maken.


Dit was het essentiële bevel dat God op de berg Sinaï openbaarde:

Ik ben de Heer, uw God, Die u uit het land Egypte, uit het diensthuis, geleid heb. Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.
Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is“ Ex.20: 2-4.
  Wees trouw aan de God van uw vader en voorvaderen.

Maar zelfs dit gebod kan uiterlijk worden begrepen.
      Nu dan, u geldt, o priesters, deze aanzegging:

Indien gij niet hoort, en indien gij het niet ter harte neemt Mijn Naam eer te geven,
zegt de Heer der heerscharen, dan zal Ik onder u een vloek zenden en uw zegeningen in vloek verkeren; ja, Ik heb ze reeds in vloek verkeerd, omdat gij het niet ter harte genomen hebt.
        Zie, Ik zal uw nakroost bedreigen en vuil op uw gelaat werpen, het vuil uwer feesten, ja, men zal u daarheen slepen. Dan zult gij inzien, dat Ik u deze aanzegging gezonden heb, opdat mijn verbond met Levi besta, zegt de Heer der heerscharen.
        Mijn verbond met hem was: leven en vrede; Ik heb ze hem gegeven tot godsvrucht, opdat hij Mij zou vrezen en voor Mijn Naam beven. Betrouwbaar onderricht in de Wet was in zijn mond en ongerechtigheid werd op zijn lippen niet gevonden. In Vrede en in Oprechtheid wandelde hij met Mij en velen bracht hij van ongerechtigheid terug.
       Want de lippen van de priester bewaren kennis en uit zijn mond zoekt men onderricht in de Wet, want een bode van de Heer der heerscharen is hij.
Gij evenwel zijt van de weg afgeweken; gij hebt door het onderricht in de wet velen doen struikelen; gij hebt het verbond met Levi verdorven, zegt de Heer der heerscharen.
       Zo maak Ik u ook tot verachten en vernederden voor het gehele volk, omdat gij mijn wegen niet onderhoudt en bij het onderricht in de wet de persoon aanziet.
       Hebben wij niet allen een Vader? Heeft niet een God ons geschapen? Waarom zijn wij dan trouweloos tegenover elkander en ontheiligen het Verbond van onze vaderen?
– Juda is trouweloos geweest en een gruweldaad is bedreven in Israël en in Jeruzalem, want Juda heeft het Heilige des Heren, dat Hij liefheeft, ontheiligd, en heeft de dochter van een vreemde god getrouwd. De Heer zal de mens uitroeien, die zulks doet, wie hij ook zal zijn, uit de tenten van Jaäcob, ook al brengt hij offer aan de Heer der heerscharen.
– In de tweede plaats doet gij dit: gij bedekt met tranen het altaar des Heren, onder geween en gezucht, omdat Hij Zich niet meer tot het offer wendt, noch het uit uw hand aanneemt als Hem welgevallig. En dan zegt gij: Waarom? Omdat de Heer getuige geweest is tussen u en de vrouw uwer jeugd, aan wie gij ontrouw geworden zijt, terwijl zij toch uw gezellin en uw wettige vrouw is.

       Niet een doet zo, die voldoende geest bezit, want wat zoekt die ene? Het zaad Gods? Weest dan op uw hoede voor uw hartstocht, en dat men niet ontrouw dient te worden aan de vrouw van  zijn jeugd. Want Ik haat de echtscheiding, zegt de Heer, de God van Israël, en dat men zijn gewaad met geweldpleging overdekt, zegt de Heer der heerscharen.

Daarom, weest op uw hoede voor uw hartstocht en weest niet ontrouw.

Gij vermoeit de Heer met uw woorden. En dan zegt gij: Waarmee vermoeien wij Hem? Doordat gij zegt: Ieder die kwaad doet, is goed in de ogen van de Heer en aan hen heeft Hij een welgevallen; waar is anders de God van het Recht?Maleachi 2: 1-17.

Het gaat hier om ‘de belijdenis van een uitverkoren Volk‘ van een onfeilbare Goddelijke Openbaring, het beste karakteriseert dit Volk boven alle anderen en tot absolute Gehoorzaamheid aan deze Éne God, moet degene zijn koper  rechtvaardigen in een overvloed aan bijzondere wetten, toegewijde tradities en regelgeving. In feite heeft Jezus, teneinde de boodschap van de vrijheid, de menselijkheid en de liefde te weerleggen, dit geschil over leven en dood aangepakt. 
Het conflict was en is onvermijdelijk.

conflict is onvermijdelijk; conflict is inevitable.

In een religie van uitwendigheid en de buiten-wereldse besturing vallen alle zaken van de Waarheid blijkbaar verkeerd, institutioneel wordt alles goed beschermd en bewaakt men een ritueel, gewoon door van buitenaf te worden voorgeschreven met een goedkoop tarief en komt men aldus tot overeenstemming en bepaald dat het nog functioneel is ook. Alle dingen lijken er blijkbaar in òp te gaan ​​en te zorgen dat àlle mogelijke twijfels worden vermeden, men doet op deze wijze àlle zorgen voor elk individu in de organisatie verdwijnen en een dergelijk religieus systeem heeft daarmee àlles, maar dan ook àlles in zijn geestelijke greep, en aangezien er geen vragen meer zijn, wordt voorkomen dat alles niet zou beantwoorden aan de bestaande Traditie.

Eigenlijk moest alles gewoon voortgezet worden en wee de herrieschoppers, die dat zouden willen voorkomen! Zo’n religie ligt daar als een witte lappendeken over het [drassig] winterlandschap onder de sneeuw. Ze is schoon en opgeruimd; overal is de aarde hard en koud bevroren; zelfs de meren en rivieren kunnen veilig worden bewandeld en de hemel wordt door het ijs weerspiegeld onder de noordenwind; een en al verkilling.
Niets ademt nog een spoor van de drassige bodem, de koude en verharding transformeert de grond van slijk en moeras, voorkomt dat rivieren overstromen,
opent mogelijkheden voor zee en de bevroren meren, totdat er niets meer waarneembaar is, overduidelijk gemarkeerd en op het eerste gezicht duurzaam lijkt. Is de menselijke vrijheid volgens deze beschrijving geen chaos,
een vreselijk aanzicht voor alle fatsoenlijke mensen, die voor de gek worden gehouden?
Maar juist deze lentewind wenste onze Heer en Verlosser, ja, Hij belichaamde die geestelijke wind. Hij heeft er zelfs nog iets aan toegevoegd:
Hij beschouwt Zichzelf, zijn hele levensopdracht, als een Vuur dat uit de hemel komt en uiteindelijk zal ontbranden, met alle passie en de daarbij behorende consumerende sintels.
      Vuur ben Ik komen werpen op de aarde en wat is Mijn Wil, als het reeds ontstoken is?
Ik moet gedoopt worden met een doop, en hoe beklemt het Mij, totdat het volbracht is. Meent gij, dat Ik gekomen ben om vrede op aarde te brengen?
Neen, zeg Ik u, veeleer verdeeldheid
Luc.12: 49-51.
      Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt. Ik heb U verheerlijkt op de aarde door het werk te voleindigen, dat Gij Mij te doen gegeven hebt.
       En nu, verheerlijk Gij Mij, Vader, bij Uzelf met de Heerlijkheid, Die Ik bij U had, eer de wereld was. Ik heb uw naam geopenbaard aan de mensen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt.
Zij behoorden U toe en Gij hebt hen Mij gegeven en zij hebben uw Woord bewaard.
       Nu weten zij, dat al wat Gij Mij gegeven hebt, van U komt, want de woorden, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven en zij hebben ze aangenomen en in waarheid erkend, dat Ik van U ben uitgegaan, en zij hebben geloofd, dat Gij Mij gezonden hebt.
       Ik bid voor hen; niet voor de wereld bid Ik U, maar voor hen, die Gij Mij gegeven hebt, want zij zijn van U en al het Mijne is het Uwe en het Uwe is het Mijne en Ik ben in hen verheerlijktJohn.17: 3-10.

“Heer, Gij hebt mij op Uw pad gezet en mij de toegang tot Uw Hemels Koninkrijk niet ontzegd”.

David noemt God Heer; Utrechts Psalter, blz 52; Ο Δαβίδ καλεί το Θεό του Θεού Utrecht Psalter, σελ. 52; David calls God Lord; Utrecht Psalter, p. 52; 46/5000
داود يدعو الله رب. أوترخت مزامير ، صفحة 52.

Barmhartigheid en recht wil ik voor U zingen, Heer; ik wil psalmzingen en wijs zijn op een vlekkeloze weg.
Wanneer zult Gij tot mij komen? Ik heb gewandeld in de onschuld van mijn hart in het midden van mijn huis.
Geen slechte daden duld ik voor mijn ogen: die overtredingen begaan heb ik steeds gehaat.
Geen bedorven hart hangt mij aan: die van mij afwijkt naar het kwaad wil ik niet
kennen.
Wie heimelijk zijn naaste belastert, die heb ik uitgedreven.
Wie trots zijn van oog en onverzadiglijk van hart, met hen houd ik geen maaltijd.
Mijn ogen zijn op de getrouwen van het land; ik doe hen bij mij wonen.
Wie wandelt op de vlekkeloze weg, die mag mijn dienst verrichten.
In het midden van mijn huis mag niemand wonen die hoogmoed bedrijft, wie onrecht spreekt geldt niet als recht in mijn ogen.
Reeds s’morgens heb ik alle zondaars van het land gedood, om uit de stad des Heren allen die onrecht doen te verdelgenPsalm 100[101] vert. ROK ‘s-Gravenhage.

Bij ‘Heer, ik roep’ van de Vespers:
tn.6.
Komt gelovigen, laat ons vol ijver werken voor de Meester,
want Hij verdeelt rijkdommen onder Zijn dienaren [slaven]
Laat ieder van ons het hem geschonken talent naar vermogen vermeerderen,
zodat de een door goede werken wijsheid verwerft, terwijl
de ander uitblinkt door Liefde tot de naaste;
laat de gelovige het Woord meedelen aan wie nog niet is ingewijd;
laat een ander zijn rijkdommen uitstrooien onder de armen.
Want zo vermenigvuldigen wij wat ons geleend is en
zullen wij, als trouwe rentmeesters der Genadegaven,
waardig worden geacht voor de Vreugde van de Meester.
Verleen ons dàt Christus God, als de Menslievende“.  [herhalen]

tn.6.
Wanneer Gij in heerlijkheid zult komen, met de machten der Engelen
en zult zetelen , Heer, op de rechterstoel:
zonder mij niet af, Goede Herder;
bij U zijn immers de wegen aan de rechterhand, maar die ter de linkerzijde zijn verkeerd.
Laat mij, die door zonde hard geworden ben, niet met de bokken verloren gaan,
maar tel mij bij de schapen aan Uw rechterhand,
en red mij in Uw menslievendheid“.

Eer . . . nu en altijd . . .
tn.7.
Zie mijn ziel, het talent dat de Meester jou toevertrouwt:
ontvang de Genadegaven met bevreesdheid.
Leen aan Hem, Die ze jou geschonken heeft,
en doe wel aan de armen om de Heer tot Vriend te maken;
op jij moogt staan aan Zijn rechterhand wanneer hij komt in Heerlijkheid,
opdat je de zalige stem mag horen zeggen:
Trouwe dienaar [slaaf] ga binnen in de Vreugde van uw Heer.
Acht mij daartoe waardig, hoewel ik ben afgedwaald,
Verlosser, in Uw Grote Genadegaven“.

Grote en Heilige Week, de maandag – de Vader, Die Mij heeft gezonden, heeft Zelf aan Mij een Gebod gegeven.


      ’s-Morgens vroeg, bij Zijn terugkeer naar de stad, werd Christus hongerig. En daar Hij een vijgenboom aan de weg zag staan, ging Hij erheen, doch Hij vond niets daaraan, dan 
alleen bladeren. En Hij zeide tot hem: Nooit zal aan u enige vrucht meer groeien, in eeuwigheid! En terstond verdorde de vijgenboom.
        En toen de discipelen dat zagen, verwonderden zij zich en zeiden: Hoe is de vijgenboom zo terstond verdord?
        Maar Jezus antwoordde en zei tot hen:

– meer aandacht te besteden aan de onrijpe vijgen van de vijgenboom –

Voorwaar, Ik zeg u, indien gij geloof hebt en niet twijfelt, zult gij niet alleen doen wat met de vijgenboom is gebeurd, maar zelfs indien gij tot deze berg zegt: Hef u op en werp u in de zee, het zal geschieden. En al wat gij in het gebed gelovig vragen zult, zult gij ontvangen.
        En toen Hij de Tempel was binnengegaan, naderden de overpriesters en de oudsten van het Volk Hem, terwijl Hij leerde, en zij zeiden: ‘Krachtens welke bevoegdheid doet Gij deze dingen? En wie heeft U deze bevoegdheid gegeven?’.
        Jezus antwoordde en zei tot hen:

Ik zag je onder de vijgenboom

Ik zal u ook een vraag stellen en indien gij Mij daarop antwoord geeft, zal Ik u ook zeggen, krachtens welke bevoegdheid Ik deze dingen doe. Vanwaar was de doop van Johannes? Uit de hemel of uit de mensen?
En zij overlegden onder elkander en spraken:
‘ Indien wij zeggen: Uit de hemel, zal Hij tot ons zeggen: Waarom hebt gij hem dan niet geloofd? Doch indien wij zeggen: Uit de mensen, zijn wij bevreesd voor de schare, want zij houden allen Johannes voor een profeet. En zij antwoordden en zeiden tot Jezus: Wij weten het niet.
Hij van Zijn kant zeide tot hen:  
        Dan zeg Ik u ook niet, krachtens welke bevoegdheid Ik deze dingen doe. Wat dunkt u? Iemand had twee kinderen. Hij ging naar de eerste en zei: ‘Kind, ga en werk vandaag 
in de wijngaard. En hij antwoordde en zei: Ja, heer, maar hij ging niet. Hij ging naar de tweede en sprak evenzo. En deze antwoordde en zei: Ik wil niet, maar later kreeg hij berouw en ging toch.  Wie van de twee heeft de Wil van Zijn Vader gedaan?
Zij zeiden: De laatste.
        Jezus zei [daarop] tot hen:
Voorwaar, Ik zeg u, de tollenaars en de hoeren gaan u voor in het Koninkrijk Gods. Want Johannes heeft u de weg der gerechtigheid gewezen en gij hebt hem niet geloofd. De tollenaars en de hoeren echter hebben hem geloofd, doch hoewel gij dat zag, hebt gij later geen berouw gekregen en ook in hem geloofd.
        Hoort een andere gelijkenis.

Parabel tot de werkers in de Wijngaard

Er was een heer des huizes, die een wijngaard plantte, en er een heg omheen zette, en er een wijnpers in groef en een toren bouwde; en hij verhuurde die aan pachters en ging naar het buitenland.
        Toen nu de tijd der vruchten naderde, zond hij zijn slaven naar die pachters om zijn vruchten in ontvangst te nemen.
        Maar de pachters grepen zijn slaven, sloegen de een, doodden de andere en stenigden een derde. Hij zond weer andere slaven, nog meer dan eerst, en zij behandelden hen op dezelfde wijze.
        Ten laatste zond hij zijn zoon tot hen, zeggend: ‘Mijn zoon zullen zij ontzien’.
Maar toen de pachters de zoon zagen, zeiden zij tot elkander:
Dit is de erfgenaam, komt, laten wij hem doden om zijn erfenis aan ons te brengen. En zij grepen hem en wierpen hem buiten de wijngaard en doodden hem.
Wanneer nu de heer van de wijngaard komt, wat zal hij met die pachters doen
Zij zeiden tot Hem: ‘Een kwade dood zal hij die kwaden doen sterven en de wijngaard zal hij verhuren aan andere pachters, die hem de vruchten op tijd zullen afleveren’.
        Jezus zei [daarop] tot hen:
‘ Hebt gij nooit gelezen in de Schriften: De steen, die de bouwlieden afgekeurd hadden, deze is tot een hoeksteen geworden; van de Heer is dit geschied, en het is wonderlijk in onze ogen?
Daarom, Ik zeg u, dat het Koninkrijk Gods van u zal weggenomen worden en het zal gegeven worden aan een volk, dat de vruchten daarvan opbrengt“
Matth.21: 18-43.

Een van de rollen van een spelleider is om een goed verteller te zijn, om de identiteit van de Geschiedenis, de Identiteit, de Waarden, Normen en de Emoties van de mensen [door alle tijden] te benadrukken. Christus, onze Heer en Verlosser echter ging nog een stap verder door niet alleen het verhaal van de mensen te vertellen, maar tevens door hen dit voor te leven:

“Er waren onder hen enige Grieken [en anderstalige Joden] onder hen, die opgingen om op het feest [Pascha] te aanbidden dezen dan gingen tot Philippos, die van Bethsaida [“Huis der Barmhartigheid”, ontzorgen] in Galilea was, en vroegen hem en zeiden:
        ‘Heer, wij zouden Jezus wel willen zien’.
Philippos ging en zei het aan Andreas; Andreas en 
Philippos gingen en zeiden het aan Jezus.
        Maar Jezus antwoordde hun en zei:
‘ De [Het] uur is gekomen, dat de Zoon des mensen verheerlijkt moet [dient te] worden.
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, indien de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft zij op zichzelf; maar indien zij sterft, brengt zij veel vrucht voort.
Wie zijn leven liefheeft, maakt dat het verloren gaat, maar wie zijn leven haat in deze wereld, zal het bewaren ten eeuwigen leven. Indien iemand Mij wil dienen, hij volge Mij, en waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn. Indien iemand Mij dienen wil, de Vader zal hem eren. Nu is mijn ziel ontroerd, en wat zal Ik zeggen?
Vader, verlos Mij uit deze ure! Maar hiertoe ben Ik in deze ure[n] gekomen. Vader, verheerlijk Uw naam! Toen kwam een stem uit de hemel[en]: ‘Ik heb hem verheerlijkt, en Ik zal hem nogmaals verheerlijken!’.
De schare dan, die daar stond en toehoorde, zei, dat er een donderslag geweest was; anderen zeiden: Een engel heeft tot Hem gesproken.
        Jezus antwoordde en zei:
‘ Niet om Mij is die stem er geweest, maar om u. Nu gaat er een oordeel over deze wereld; nu zal de overste van deze wereld buiten geworpen worden; en als Ik van de aarde verhoogd ben, zal Ik allen tot Mij trekken.
        En dit zei Hij om aan te duiden, welke dood Hij sterven zou.
De schare dan antwoordde Hem:
Wij hebben uit de Wet gehoord, dat de Christus tot in eeuwigheid blijft; hoe kunt Gij dan zeggen, dat de Zoon des mensen moet verhoogd worden? Wie is deze Zoon des mensen?
        Jezus dan zei tot hen:
‘Nog een korte tijd is het licht onder u. Wandelt, terwijl gij het licht hebt, opdat de duisternis u niet zal overvallen; en wie in de duisternis wandelt, weet niet, waar hij heengaat. Gelooft in het licht zolang gij het licht hebt, opdat gij kinderen des lichts moogt zijn.
        Dit sprak Jezus en Hij ging heen en verborg Zich voor hen.
En hoewel Hij zovele tekenen voor hun ogen gedaan had, geloofden zij niet in Hem, opdat het woord van de profeet Isaiah vervuld werd, dat hij sprak:
        Heer, wie heeft geloofd, wat hij van ons hoorde? En aan wie is de arm des Heren geopenbaard?
Hierom konden zij niet geloven, omdat Isaiah elders gezegd heeft:
        Hij heeft hun ogen verblind en hun hart verhard, dat zij niet met hun ogen zien, met hun hart verstaan en zich bekeren, en Ik hen zal genezen.
Dit zei Isaiah, omdat hij Zijn Heerlijkheid zag en van Hem sprak.
En toch geloofden zelfs uit de oversten velen in Hem, maar ter wille van de Farizeeën kwamen zij er niet voor uit, om niet uit de Synagoge te worden gebannen; want zij waren gesteld op de eer der mensen, meer dan op de eer van God.
        Jezus riep en zei:
Wie in Mij gelooft, gelooft niet in Mij, maar in Hem, Die Mij gezonden heeft; en wie Mij aanschouwt, aanschouwt Hem, die Mij gezonden heeft. Ik ben als een licht in de wereld gekomen, opdat een ieder, die in Mij gelooft, niet in de duisternis zal blijven. En indien iemand naar mijn woorden hoort, maar ze niet bewaart, Ik oordeel hem niet, want Ik ben 
niet gekomen om de wereld te oordelen, doch om de wereld te behouden. Wie Mij verwerpt en Mijn Woorden niet aanneemt, heeft een, die hem oordeelt het Woord, Dat Ik heb gesproken, dat zal hem oordelen ten jongsten dage. Want Ik heb niet uit Mijzelf gesproken, maar de Vader, die Mij heeft gezonden, heeft zelf Mij een Gebod gegeven, wat Ik zeggen en spreken moet. En Ik weet, dat Zijn Gebod eeuwig Leven is. Wat Ik dan spreek, spreek Ik zo als de Vader Mij gezegd heeftJohn.12: 20-50.

Zaaien, indien de Graankorrel sterft, brengt zij veel Vrucht voort; Σπορά, εάν ο σπόρος του σιταριού πεθαίνει, παράγει πολλά φρούτα; البذر ، إذا ماتت حبة القمح ، فإنها تنتج الكثير من الفاكهة’; Sowing, if the grain of wheat dies, it produces much fruit

Bij Christus neemt Zijn Vader tot getuige wanneer Hij zegt:
indien de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft zij op zichzelf; maar indien zij sterft, brengt zij veel vrucht voort. Wie zijn leven liefheeft, maakt dat het verloren gaat, maar wie zijn leven haat in deze wereld, zal het bewaren ten eeuwigen leven. Indien iemand Mij wil dienen, hij volge Mij, en waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn. Indien iemand Mij dienen wil, de Vader zal hem eren”.
Paulus volgt Christus zijn grote voorbeeld op de voet en zegt: “      Want hiertoe is Christus gestorven en levend geworden, opdat Hij en over doden en over levenden Heerschappij zou voeren
Rom.14: 9 en
      Dwaas! Wat gij zelf zaait, wordt niet levend, of het moet gestorven zijn, 
en als gij zaait, zaait gij niet het toekomstige lichaam, maar slechts een korrel, bijvoorbeeld van koren, of van iets anders. Maar God geeft er een lichaam aan, gelijk Hij dat gewild heeft, en wel aan elk zaad zijn eigen lichaam1Cor.15: 36-38.
En de tollenaar, die Hem volgde verkondigt:
      Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vindenMatth.10: 39 en “      Want ieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar ieder, die zijn leven verloren 
heeft om Mijnentwil, die zal het vinden. Want wat zou het een mens baten, als hij de gehele wereld won, maar schade leed aan zijn ziel? Of wat zal een mens geven in ruil voor zijn leven? Want de Zoon des mensen zal komen in de Heerlijkheid van Zijn Vader, met zijn engelen, en dan zal Hij een ieder vergelden naar zijn dadenMatth.16: 25-27.

Nu wordt ons Christelijk gevoel, het Christelijk ego, totaal overhoop gehaald. 
Christus zei tot hen: “Mijn ziel is zeer bedroefd, tot sterven aan toe; blijft hier en waakt met Mij.  En Hij ging een weinig verder en Hij wierp Zich met het aangezicht ter aarde en badMatth.26: 38, 39a en “     Mijn ziel is uiterst beangst; Hoe lang wacht Gij, o Heer? Wend U tot mij, Heer; bevrijd mijn ziel; red mij, omwille van Uw erbarmen. Want in de dood is er niemand die U gedenkt: wie kan U belijden in de hades? Ik ben afgetobd door zuchten, elke nacht schrei ik mijn bed nat: ik besproei mijn rustplaats met tranen Mijn oog is dof van verdriet; ik ben oud geworden onder al mijn vijandenPsalm 6: 4-8.
En moet ik dan nu zeggen [bidden]: “Vader, verlos mij van dit uur?”. Neen, daarom ben ik [zover gekomen] naar dit uur gegaan! Vader, verheerlijk Uw NaamJohn.12: 27,28 en
      Als Ik Mijzelf eer, betekent mijn eer niets; mijn Vader is het, die Mij eert, van wie gij zegt: Hij is onze God, en gij kent Hem niet, maar Ik ken Hem. En indien Ik zei: Ik ken Hem niet, dan zou Ik u gelijk zijn, een leugenaar; doch Ik ken Hem en Zijn Woord bewaar ikJohn.8: 54,55 en “      Ik heb U verheerlijkt op de aarde door het [Uw] Werk te voleindigen, dat Gij Mij te doen gegeven hebt. En nu, verheerlijk Gij Mij, Vader, bij Uzelf met de Heerlijkheid, die Ik bij U had, eer de wereld was. Ik heb Uw Naam geopenbaard aan de mensen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij behoorden U toe en Gij hebt hen Mij gegeven en zij hebben uw woord bewaardJohn.17: 4-6 !!!
En “     Toen kwam een stem uit de hemel[en]: ‘Ik heb hem verheerlijkt, en Ik zal hem nogmaals verheerlijken!’conf.    Toen Judas dan heengegaan was, zei Jezus: ‘Nu is 
de Zoon des mensen verheerlijkt en God is in Hem verheerlijktJohn.13: 31 en bij de doop in de Jordaan “      En zie, de hemelen openden zich, en hij zag de Geest Gods nederdalen als een duif en op Hem komen. En zie, een stem uit de hemelen zei: ‘Deze is mijn Zoon, de geliefde, in wie Ik mijn welbehagen heb’Matth. 3: 16,17 en op de berg Thabor terwijl Petrus nog sprak: “ zie, daar overschaduwde hen een lichtende wolk, en zie, een stem uit de wolk zei: ‘Deze is mijn Zoon, de Geliefde, in Wie Ik Mijn welbehagen heb; hoort naar Hem!Matth.17: 5

          De schare dan, die daar stond en toehoorde, zei, dat er een donderslag geweest was; anderen zeiden: Een engel heeft tot Hem gesproken.
        Jezus antwoordde en zei:
‘ Niet om Mij is die stem er geweest, maar om u. Nu gaat er een oordeel over deze wereld; nu zal de overste van deze wereld buiten geworpen worden; en als Ik van de aarde verhoogd ben, zal Ik allen tot Mij trekken’.
        En dit zei Hij om aan te duiden, welke dood Hij sterven zouJohn.12: 29-33.

En daarop antwoord[t]de de schare [de wereld]:
Wij hebben van de Wet gehoord dat de Christus [de Messias] voor eeuwig blijft.
      de slaaf blijft niet eeuwig in het huis, de Zoon [Zonen] blijft [blijven] er eeuwig. Wanneer dan de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult gij werkelijk vrij zijn“ John.5: 35,36 en
    Mijn Waarheid en Mijn Barmhartigheid zullen met hem zijn; in Mijn Naam verheft hij zijn hoornPsalm 88[89]: 37 en “     Bij U is heerschappij op de dag van Uw Kracht, in de stralende luister van Uw heiligenPsalm 109[110]: 4 en “      En Mijn knecht [uit het huis van] David zal Koning over hen wezen; een Herder zal er voor hen allen zijn. Zij zullen naar Mijn verordeningen wandelen en naarstig Mijn inzettingen onderhoudenEzechiël 37: 24 en “      En Hem werd Heerschappij gegeven en eer en Koninklijke macht, en alle volkeren, natiën en talen dienden Hem. Zijn Heerschappij is een eeuwige Heerschappij, Die niet zal vergaan, en Zijn Koningschap is een, dat onbederfelijk isDaniël 7: 14.  
En Johannes de Theoloog gaat verder en verkondigt aan de hand van Zijn Blijde Boodschap: “ Hoe kunnen jullie dan zeggen, dat de Zoon des mensen moet verhoogd worden? Wie is deze Zoon des mensen?”, want hij neemt de woorden van de Heer ter hand: “ ‘ Nog een korte tijd is het Licht onder u. Wandelt, terwijl gij het Licht hebt, opdat de duisternis u niet zal overvallen; en wie in de duisternis wandelt, weet niet, waar hij heengaat. Gelooft in het Licht zolang gij het Licht hebt, opdat jullie kinderen van het Licht mogen zijnJohn.12: 35,36.

Bij de doop wordt ons het Levende Water -hetgeen de Heilige Geest symboliseert – Welke ons na Christus’ dood aan het kruis en Zijn Opstanding is beloofd, ter ver-Heerlijking gegeven

Het Licht is slechts een korte tijd onder ons mensen.
Mensen, ga toch op je pelgrimstocht door het leven, wanneer je het Licht hebt, zorg dan dat de duisternis je absoluut niet inhaalt. Zoals Christus bij de opwekking van Lazaros zei:
      Gaan er geen twaalf uren in een dag? Als iemand overdag loopt, stoot hij zich niet, omdat hij het licht van deze wereld kan zien; maar wanneer iemand bij nacht loopt, stoot hij zich, omdat het licht niet in hem isJohn.11: 9,10.
Dus wanneer je het Licht hebt bemachtigd, geloof dan in het Licht, opdat jullie zonen van het Licht moogt zijn: “     Want jullie waren vroeger duisternis, maar thans zijn jullie Licht in de Heer; wandelt als kinderen van het Licht, – want de vrucht van het Licht bestaat in louter Goedheid en Gerechtigheid en Waarheid – en toetst wat de Heer welbehaaglijk is  Eph.5: 8-10 en “      Maar gij, broeders, zijt niet in de duisternis, zodat die dag u als een dief zou kunnen overvallen: ‘want jullie  zijn allen kinderen van het Licht en kinderen van de dag. Wij behoren niet aan nacht of duisternis toe; laten wij dan ook niet slapen gelijk de anderen, doch wakker en nuchter zijn. Want die slapen, slapen ’s-nachts en die zich bedrinken, zijn ’s-nachts dronken, maar laten wij, die de dag toebehoren, nuchter zijn, toegerust met het harnas van Geloof en Liefde en met de helm van de Hoop op de zaligheid; want God heeft ons niet gesteld tot toorn, maar tot het verkrijgen van zaligheid door onze Heer Jezus Christus, Die voor ons gestorven is, opdat wij, hetzij wij waken, hetzij wij slapen, tezamen met Hem zouden leven1Thess.5: 4-10.
Dat is wat Jezus zei; toen ging hij weg en verborg zich voor hen – net zoals toen zij Hem bedreigden: “      Zij namen dan stenen op om naar Hem te werpen; maar Jezus verborg Zich en verliet de TempelJohn.8: 59.

Het diepste wat we kunnen doen in iemands leven en het laatste wat we aan het einde van een leven voor elkaar kunnen doen, is bidden.
Elke sterke liefde zal de limiet bereiken van wat we kunnen krijgen, maken en voor elkaar kunnen doen. Voor een eindig en beperkt wezen, zoals we zijn, is het enige wat overblijft dan om de ander waarvan je houdt, vrij te laten in het rijk van het oneindige en voor hem te bidden vanuit het hart.
Dus daarom kijken we uiteindelijk naar de afscheidsrede van Jezus in het evangelie van Johannes met een gebed:
Op het kruispunt van ons leven, aan het einde van alle menselijke mogelijkheden, hebben we geen andere keuze dan dicht bij elkaar voor God te verzamelen en om voor elkaar te pleiten, net zoals Johannes de Theoloog het in zijn weergave van de Blijde Boodschap weergeeft. Op dit ogenblik van ons laatste ‘niet-langer-weten-vermogen’ blijft ons niets anders over dan ons tot het oneindige, tot God te wenden – althans blijft ons niets anders over dan de oneindig troostende gelegenheid tot een diep gebed voor de ander teneinde voor hem/haar het eeuwig leven binnen te stappen en rust te vinden bij de Schepper.
      Alles wat we in onze liefde diep verlangen is precies dit:
dat de ander eeuwig kan zijn in heel zijn/haar bestaan, dat is van God, en in God kan hij/zij 
voor altijd gelukkig zijn; deze gebeden komen voort uit liefde.
Indien je van iemand houdt, kun je hem/haar dit alleen maar voor altijd toewensen.

Je vraagt in feite om zoveel mogelijk, oneindig goddelijk geluk; dat wil zeggen, men hoopt voor hem/haar dat hij/zij God in zijn/haar eigen hart mag ervaren op zo’n manier dat God zijn/haar hele leven innerlijk kan vervullen en de eeuwigheid in leiden. Het leven is immers voltooid, wanneer God de regie over het leven volledig overneemt.
Het is niet voor niets dat dit gebed aan het einde van de afscheidsrede van onze Heer en Verlosser Jezus Christus het Hoog Priesterlijk gebed wordt genoemd – in de allerhoogste mate terecht, want iets anders verdient het niet “priester” genoemd te worden en bij de doop hebben we ‘allemaal’ de priesterlijke kruinschering ontvangen!.
Christus gaat ons als ‘spelleider’ vóór op de pelgrimstocht van het leven, zoals het gebed tot heil en zegen voor de naasten [de anderen] tot God teneinde tot goddelijke zuiverheid, bescherming en waarheid te komen.   
De woorden  en de vragen, die onze Heer en Verlosser stelt aan Zijn Vader voor ieder van ons, tonen hoe uniek Zijn Blijde Boodschap is en hoe Christus God’s volledig Beeld en gelijkenis aan ons voorhoudt.
Dit is precies wat Jezus ons in alles wat hij deed wilde laten zien; met betrekking tot Zijn volgelinge is Zijn gebed daarom een ​​dankgebed. Maar omdat we nog steeds in de wereld leven lopen wij [door de tegenstrever] gevaar en met het oog op onze pelgrimstocht betreft het ook een voorbede, dat God ons zal beschermen zoals onze weg een aanvang nam door ons antwoord op de roep van de persoon van Jezus van Nazareth.

Dit gebed is derhalve  een gebed van onze Heer en Meester van ons leven uit dankbaarheid en vertrouwen, en in elk woord is het een gebed van vertrouwen.
“Vader” – zo begint het gebed – alles wat Jezus aan ons heeft toevertrouwd en als erfenis
heeft overgedragen wordt in dit gebed tot de Vader ten behoeve van Zijn kinderen uitgedrukt.
Temidden van deze wereld – die als een woestenij wordt ervaren – willen we ons veilig en zeker voelen onder de vaderlijke [moederlijke] vleugels van de Allerhoogste, onszelf in ons kleine bestaan ​​verenigd weten als deelnemer aan Gods heerlijkheid; we willen onszelf ontdekken als iets dat bijdraagt ​​aan de grootsheid van God.
Daarom wanneer wij in de ons omgevende vertrouwelijke ruimte bidden,  kunnen we alleen maar met geheel ons hart verlangen dat we deelgenoot mogen zijn in dit eeuwige gebed met de Heer de Troon in de hemelse gewesten en dat onze Vader ons net als de verloren zoon ons tegemoet komt en innig omarmt.
Laten wij dan bidden, dat ieder van degenen om ons heen – in onze wereld – mag de roep mag erkennen en absolute kennis mag verkrijgen Wie de man van Nazareth is – uit de stad waar niets goeds uit voort kon komen – en wat Hij wel niet allemaal voor ons mensen betekent. Het omvat een erkenning dat ons leven voor God iets is wat waarachtig is en dat welbewust in ons bestaan en het plan van God wordt verenigd.

Voor ieder van ons is Christus’ Woord gericht – hetgeen verkondigd wordt in de Blijde Boodschap tot de verlamde mens, die totaal hulpeloos en eenzaam bij het bad van Bethsaida [“Huis der Barmhartigheid”, ontzorgen]  doorbracht: na tientallen jaren van verlatenheid werd hij/zij zich bewust van de ogen van Christus, die op hem/haar gericht waren en de hartelijke begroeting, dat hij/zij zelf een neem eigen krachtig standpunt diende in te nemen en zelf eigen stappen in het leven diende te maken, zodat hij zijn brancard op de sabbath naar zijn/haar huis kon dragen [John.5: 1-18.
Mogen we bidden dat de genezende handen van onze Heer ook onze ogen mogen aanraken en open zullen gaan staan ​​voor het Licht:
      De mens, die Jezus genoemd wordt, maakte slijk, streek het op mijn ogen en 
zei tot mij: Ga heen naar Siloam en was u. Ik ging dan heen en toen ik mij gewassen had, werd ik ziende. En zij zeiden tot hem/haar: Waar is Hij? Hij zei: Ik weet het niet.
Zij brachten hem/haar, die vroeger blind geweest was, naar de Farizeeën.
Nu was het sabbat op de dag, dat Jezus het slijk maakte en zijn/haar de ogen opende.
Opnieuw vroegen hem/haar ook de Farizeeën, hoe hij/zij ziende was geworden. En hij/zij  zei tot hen: ‘Hij legde slijk op mijn ogen, ik waste mij en nu kan ik zien’
Sommige dan van de Farizeeën zeiden: ‘Deze mens komt niet van God, want Hij houdt de sabbath niet’. Anderen zeiden: ‘Hoe kan een zondig mens zulke tekenen doen? En er was verdeeldheid onder hen’. Zij dan zeiden nog eens tot de blinde. Wat zegt gij van Hem, daar Hij uw ogen geopend heeft? En hij/zij zei: ‘Hij is een Profeet’John.9: 11-17.
Inderdaad, ons gehele leven kan uit de duisternis van de dood te voorschijn komen in de eeuwige glorie van de dag – zoals bij de opwekking van Lazaros [zie John.11: 28-54].
Hierbij zullen wij onszelf en onze naasten als zonnetjes ervaren en kan gelden wat onze  Heer en Verlosser ons heeft vóór geleefd als Zijn levensopdracht en Zijn werk: dat HijZelf ons voedsel, ons brood is:
      Ik ben het brood des levens; wie tot Mij komt, zal nimmermeer hongeren
en wie in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten
John.6: 35.
Maar ons hele leven zal net als onze Meester gericht dienen te zijn op God, Die wij als realiteit èn -het uiteindelijk weten- èn -als enige herkennen-, 
waar wij als kinderen van God echt uit bestaan.

Grote en Heilige week – de maandag in de Goede week

Juda met Tamar is de patrilineaire voorouder in de opvolging tot koning David, Constantin Flavitsky

      Dit nu zijn de namen der zonen van Israël, die met Jaäcob naar Egypte gekomen zijn; zij kwamen er ieder met zijn gezin: Ruben, Simeon, Levi en Juda; Issakar, Zebulon en Benjamin; Dan en Naftali, Gad en Aser. De afstammelingen van Jaäcob waren zeventig zielen in het geheel.
Jozef echter was reeds in Egypte.
En Jozef stierf, benevens al zijn broeders en dat gehele geslacht.

oseph[Patriarch] was the first son of Jacob by his second wife Rachel, and the eleventh son Jacob had fathered

De Israëlieten nu waren vruchtbaar en breidden zich snel uit; zij vermenigvuldigden zich en werden uitermate talrijk, zodat het land met hen vervuld werd.
       Toen kwam er een nieuwe koning over Egypte, die Jozef niet gekend had. Deze nu zei tot zijn volk: Zie, het volk der Israëlieten is groter en talrijker dan wij. Welnu, laten wij met beleid tegen hen optreden, opdat zij zich niet vermenigvuldigen en zich, als wij in oorlog komen, bij onze tegenstanders aansluiten, tegen ons strijden en uit het land wegtrekken.
       Daarom stelde men opzichters van herendiensten over hen aan om hen door de hun opgelegde dwangarbeid te onderdrukken: zij moesten voor Farao voorraadsteden bouwen, Pitom en Raämses. Maar hoe meer men hen onderdrukte, des te meer vermenigvuldigden zij zich en breidden zij zich uit, zodat men bevreesd werd voor de Israëlieten. Toen lieten de Egyptenaren de Israëlieten onder mishandeling werken; ja, zij maakten hun het leven bitter door harde slaven-arbeid met leem en tichelstenen en door allerlei arbeid op het veld. Alle werk, waartoe zij hen onder mishandeling als slaven gebruikten.
       Ook beval de koning van Egypte de vroedvrouwen der Hebreeuwse vrouwen, van wie de een Sifra heette en de ander Pua: ‘Wanneer gij de Hebreeuwse vrouwen bij de bevalling helpt, dan moet gij goed toezien bij de verlossing; indien het een zoon is, dan moet gij hem doden, maar indien het een dochter is, mag zij blijven leven’. De vroedvrouwen echter vreesden God en deden niet wat de koning van Egypte haar gezegd had, maar lieten de jongens in leven.
Toen ontbood de koning van Egypte de vroedvrouwen en zei tot haar: ‘Waarom hebt gij dit gedaan en de jongens laten leven? En de vroedvrouwen zeiden tot Farao: ‘De Hebreeuwse vrouwen zijn niet als de Egyptische; zij zijn sterk: voordat een vroedvrouw bij haar komt, hebben zij al gebaard’.  En God deed de vroedvrouwen wel; het volk vermenigvuldigde zich en werd zeer talrijk’Ex.1: 1-20.

Profeet Job en zijn vrienden

      Er was in het land Us* een man, wiens naam was Job, en die man was vroom en oprecht, godvrezend en wijkende van het kwaad. Hem werden zeven zonen en drie dochters geboren.
Zijn bezit bestond uit zevenduizend stuks kleinvee, drieduizend kamelen, vijfhonderd span runderen, vijfhonderd ezelinnen en een zeer grote slavenstoet, zodat deze man de rijkste was van alle bewoners van het Oosten.
Zijn zonen nu plachten een feestmaal aan te richten, ieder op zijn beurt in eigen huis, en nodigden dan hun drie zusters uit met hen te eten en te drinken.
Telkens wanneer de dagen van het feestmaal om waren, ontbood Job hen en heiligde hen; hij stond dan des morgens vroeg op en bracht voor ieder van hen een brandoffer, want Job dacht:
‘ Misschien hebben mijn kinderen gezondigd en in hun hart God vaarwel gezegd’.
Zo deed Job altoos weer.
       Op zekere dag nu kwamen de zonen Gods om zich voor de Heer te stellen, en onder hen kwam ook de satan.
En de Heer zei tot de satan: Vanwaar komt gij?
En de satan antwoordde de Heer: Van een zwerftocht over de aarde, die ik doorkruist heb.
Toen zei de Heer tot de satan: Hebt gij ook acht geslagen op mijn knecht Job? Want niemand op aarde is als hij, zo vroom en oprecht, godvrezend en wijkende van het kwaad.
En de satan antwoordde de Heer: Is het om niet, dat Job God vreest? Hebt Gij zelf niet hem en zijn huis en al wat hij bezit aan alle kanten beschut? Het werk van zijn handen hebt Gij gezegend, en zijn bezit is zeer toegenomen in het land. Strek daarentegen uw hand uit en tast alles aan wat hij bezit; of hij U dan niet openlijk zal vaarwel zeggen!
       En de Heer zei tot de satan: Zie, al wat hij bezit, zij in uw macht; alleen tegen hemzelf zult gij uw hand niet uitstrekken. Toen ging de satan van des Heren aangezicht heenJob 1: 1-12.

  • Us betekent niet de United States.
    Waar lag Us? We hoeven daarover niet onzeker te zijn. De streek Us lag ten zuiden en zuidoosten van de Dode Zee. Us lag in het land van de Edomieten [ Hebr: 
    אֱדוֹם ‘Edôm – vermoedelijk rood, afgeleid van de haar kleur van stamvader Esau en de kleur van de grond]. Us lag in Arabia Petraea, de beroemde kloof bij Petra.
take away the stone

      Toen Christus op de Olijfberg gezeten was, kwamen Zijn discipelen alleen tot Hem en zeiden: ‘     Zeg ons wanneer zal dat geschieden, en wat is het Teken van Uw Komst en van de Voleinding van de wereld?’.
En Jezus antwoordde en zei tot hen: ‘ Ziet toe, dat niemand u verleide! Want velen zullen komen onder mijn naam en zeggen: Ik ben de Christus, en zij zullen velen verleiden. Ook zult gij horen van oorlogen en van geruchten van oorlogen. Ziet toe, weest niet verontrust; want dat moet geschieden, maar het einde is het nog niet. Want volk zal opstaan tegen volk, en koninkrijk tegen koninkrijk, en er zullen nu hier, dan daar, hongersnoden en aardbevingen zijn. Doch dat alles is het begin der weeën. Dan zullen zij u overleveren aan verdrukking en zij zullen u doden, en gij zult door alle volken gehaat worden omwille van Mijns Naam. En dan zullen velen ten val komen en zij zullen elkander overleveren en elkander haten. En vele valse profeten zullen opstaan en velen zullen zij verleiden.  En omdat de wetsverachting toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen’Matth.24: 3-12.

thema
1.]. Het leven van aartsvader Josef de Rechtvaardige, die enthousiast met zijn broeders optrok en die hem vooralsnog toch maar in een diepe put gooiden en daarmee hun vader hebben bedrogen met behulp van een met bloed-doordrongen kledingstuk die hem zogenaamd door een beest zou zijn aangedaan. Ze verkochten hem vervolgens voor dertig zilverstukken aan kooplieden, die hem bij de koning van de koning in Egypte neerlegden.
2.]. De vruchteloze vrucht van de vijgenboom, die de Heer heeft aangeduid welke onmiddellijk was opgedroogd uit Matth.21: 19; Marc.11: 13. Het symboliseert zowel de Joodse Synagoge, die geen geestelijke vruchten voortbracht, en tevens iedere mens die geestelijke vruchten mist, de  deugden. De Heer heeft Zijn macht getoond in de levenloze boom en heeft daarmee de mens  laten zien dat Hij als God-mens in deze wereld niet alleen de macht in bezit waar iedereen profijt van kan trekken, maar ook in staat is om een oordeel te vellen en te straffen.

‘learn to pray the Prayer Mercy with every breath you take and every beat of your heart’.

Toen de Heer Jezus Christus Zijn volgelingen voorbereidde op Zijn Laatste heldhaftige strijd in Zijn aardse bestaan en Zijn opdracht ten einde liep, sprak Hij met zijn volgelingen over de dingen die in de laatste dagen zouden komen en leverde een even duidelijke boodschap:
Ik kom [terug] op een moment dat je het totaal niet verwacht”.
Hoewel deze verzen in een Mysterie gehuld zijn en maar moeilijk te onderscheiden zijn, maken ze de werkelijke gebeurtenissen bekend, die zich op deze aarde zullen voordoen voorafgaand aan de wederkomst van Christus.
Er zal een intense vervolging komen over degenen die in Christus geloven, maar God zal ook Zijn toorn uitstorten op deze aarde vanwege de zonde en goddeloosheid die de wereld op dat moment heeft doordrongen.
Het is duidelijk dat dit een vreselijke tijd zal zijn voor iedereen die op de aarde verblijft.
De mensen op deze wereld bezitten van huis uit een natuurlijk verlangen
  naar betere dagen [alles zal ten allen tijde goed komen],  zij verlangen al
  vanaf het begin van de mensheid naar een tijd van vrede en harmonie tussen de volkeren,
  een grotere economische stabiliteit en minder criminaliteit,
  het onder de knie krijgen van ziekte en tweedracht.
Maar de Schrift is duidelijk dat, ondanks tijdelijke perioden van verbetering [in opgaande en neergaande lijn], zijn alle dingen/zaken bestemd om veel erger te worden voordat ze permanent beter worden; vandaar de golfbeweging in dit soort processen.
De menselijke samenleving staat voor ogen dat er een tijd zal komen, die
rampzaliger zal zijn dan ooit tevoren . . . . . 
De Verdrukking zal de gehele wereld omvatten, maar zich tevens richten op de natie en het volk van Israël [de Kerk]. Het zal het begin betekenen van de laatste dagen en het einde van de mensheid, waarna onze Heer en Verlosser zal heersen met Macht en Majesteit.
De antichrist – dienaar van de Satan zal tijdens de komende Verdrukking op het wereldtoneel verschijnen en een verwoesting en vernietiging op de aarde veroorzaken.
Hij is in het boek Daniël voorzegd en wordt tevens geopenbaard in het boek Openbaringen.
      En hem werd een mond gegeven, die grote woorden en godslasteringen spreekt; en hem werd macht gegeven dit tweeënveertig maanden lang te doen. En [het beest] opende zijn mond tot lasteringen tegen God, om zijn naam te lasteren en zijn tent en hen, die in de hemel wonen.
En hem werd gegeven om tegen de heiligen oorlog te voeren en hen te overwinnen; en hem werd macht gegeven over elke stam en natie en taal en volk. En allen, die op de aarde wonen, zullen het (beest) aanbidden, ieder, wiens naam niet geschreven is in het boek des levens van het Lam, dat geslacht is sedert de grondlegging der wereldOpenb. 13: 5-8.
Onze Heer Jezus Christus waarschuwde voorafgaand aan Zijn Lijden voor de tijd dat de antichrist op de heilige plaats zou worden gevonden.
Dit zal daadwerkelijk het moment zijn waarop de ware identiteit en agenda van anti-Christus zal worden onthuld, maar we hebben ook ondersteunende Schriftgedeelten die veel onthullen over de omstandigheden in die tijd.

We ‘weten‘ dat er:
1.]. Sociale verdorvenheid zal komen
   De eindtijd zal worden gekenmerkt door het volledig verwerpen van
waarheid en rechtvaardigheid voor de lust van het vlees.
De meerderheid zal op die dag geen verlangen meer kunnen opbrengen naar de wegen van God, en is alleen nog op zoek naar het bevredigen van eigen wellustige verdorvenheid.
Paulus waarschuwde hier al voor waarbij hij sprak over het klimaat dat
de wereld in de laatste dagen zal verzieken:
    de mensen zullen zelfzuchtig zijn, geldgierig, pochers, vermetel, kwaadsprekers, aan hun [voor-]ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, liefdeloos, trouweloos, lasteraars, onmatig, onhandelbaar, afkerig van het goede, verraderlijk, roekeloos, opgeblazen, met meer liefde voor genot dan voor God, die met een schijn van godsvrucht de kracht daarvan verloochend hebben; houd ook dezen op een afstand2Tim.3: 1-5.
Het is allemaal al lang bekend – ook al worden in onze tijd opnieuw waarschuwingen in dezelfde stijl afgegeven en leeft eenieder in hetzelfde tempo gewoon door – kijken we bewust de andere kant op.
2.]. Spirituele afvalligheid zal komen
⁌  –  We weten ook dat de eindtijd zal worden gekenmerkt door een grote afval, de mens zal dekkers en haar waarheid van de Blijde Boodschap massaal de rug toekeren:
      Laat niemand u misleiden, op welke wijze ook, want eerst moet de afval komen en de mens der wetteloosheid zich openbaren, de zoon des verderfs, de tegenstander, die zich verheft tegen al wat God of voorwerp van verering heet, zodat hij zich in de tempel Gods zet, om aan zich te laten zien, dat hij een god is.
Herinnert gij u niet, dat ik, toen ik nog bij u was, u dit meermalen gezegd heb?2Thess.2: 3-5.
Je ziet het toch met eigen ogen:
onze kerkgebouwen worden massaal verkwanseld en voor andere doelen misbruikt – het door onze [voor-]ouders met stuivers en dubbeltjes bijeengebracht geld voor de bouw van godshuizen wordt verkwanseld aan investeringsmaatschappijen – geld is de kerkelijke god geworden.
De waarheden van het Evangelie, de gerechtigheid van God en de voorrang  welke onze Heer Jezus Christus toekomt wordt te grabbel gegooid en het lijkt  haast of dit bewust met een vooropgezet plan wordt voortgezet:
      Want het geheimenis der wetteloosheid is reeds in werking; wacht slechts totdat hij, die op het ogenblik nog weerhoudt, verwijderd is. Dan zal de wetteloze zich openbaren; hem zal onze
Heer Jezus Christus doden door de adem van Zijn mond en machteloos maken door Zijn verschijning, als Hij komt“.
Het is al een realiteit en dat duidt op de Verdrukking, want velen roepen het onomwonden rond dat het de hel is, die losbreekt en dat is dan ook letterlijk het geval.
Kun je jezelf nog een wereld voorstellen waarin de Geest van God niet actief is en
men alle zeilen dient bij te zetten om de tegenstrever [de satan] en het kwaad te bedwingen?
3.]. De uitstraling van één persoon, die zich voordoet als de redder van de wereld.
⁌  –  Ook dit dient ter sprake te worden gebracht er zal zich een persoon opwerpen, die het idee heeft, dat alleen hij/zij de wereld nog kan redden.
Deze persoonlijkheid zal hoewel deze bij de grote staten zal [ook door de Kerk] worden omarmd als de grootste leider, die de wereld ooit heeft gekend.
Hij zal succesvol zijn in het bewerkstelligen van wat wordt gezien als politieke, sociale en financiële hervorming. De mensheid zal snel deze nieuwe gedoodverfde wereldleider omarmen en zijn wereldwijde agenda ondersteunen.
De Blijde Boodschap onthult:

  • Hij zal de Naties en de wereldeconomie verenigen:
        En ik zag uit de zee een beest opkomen met tien horens en zeven koppen; en op zijn horens tien kronen en op zijn koppen namen van godslastering. En het beest, dat ik zag, was een luipaard gelijk, en zijn poten als van een beer en zijn muil als de muil van een leeuw. En de draak gaf hem zijn kracht en zijn troon en grote macht” Openb.3: 1,2.
          En het maakt, dat aan allen, de kleinen en de groten, de rijken en de armen de vrijen en de slaven, een merkteken gegeven wordt op hun rechterhand of op hun voorhoofd en dat niemand kan kopen of verkopen, dan wie het merkteken, de naam van het beest, of het getal [nummer] van zijn naam heeft“ Openb.13: 16-17. Je ziet de Voortekenen en de agenda van de antichrist al jaren verder opkomen en we omarmen het als nuttig, overal om ons heen.
  • Hij zal voor een korte periode de wereldvrede brengen: “      En hij zal het verbond voor velen zwaar maken, een week lang; in de helft van de week zal hij slachtoffer en spijsoffer doen ophouden; en op een vleugel van gruwelen zal een verwoester komen en wel tot aan de voleinding toe, en waartoe vast besloten is, dat zal zich uitstorten over wat woest isDan.9: 27.

      Laat niemand u misleiden, op welke wijze ook, want eerst moet de afval komen en de mens van de wetteloosheid zich openbaren, de zoon van het verderf, de tegenstrever, die zich verheft tegen al wat God of voorwerp van verering heet, zodat hij zich in de tempel van God zet, om aan zich te laten zien, dat hij een god is. Herinnert gij u niet, dat ik, toen ik nog bij u was, u dit meermalen gezegd heb?2Thess.2: 3-5.
    Maar deze wereld draait maar door;
    We verorberen deze vreselijke Octopus door ons keelgat en spoelen het met Ouzo, het gastronomisch water van Kreta of met Wodka de Russische equivalent weg en benevelen onszelf, het idee inbeeldend dat wij het zo goed hebben!  De campagne van dood en vernietiging zal in alle ernst losbarsten en de anti-christ zal ontelbare heilige kinderen van God over de gehele wereld trachten te vernietigen, inclusief iedereen die weigert hem te aanbidden:
          En hem werd gegeven om tegen de heiligen oorlog te voeren en hen te overwinnen; en hem werd macht gegeven over elke stam en natie en taal en volk. En allen, die op de aarde wonen, zullen het [beest] aanbidden, ieder, wiens naam niet geschreven is in het boek des levens van het Lam, dat geslacht is sedert de grondlegging der wereld“.
    En Jezus heeft het ons voorafgaand aan Zijn lijdensweg voorzegd:
          Ziet toe, dat niemand u zal verleiden!
    Want velen zullen komen onder Mijn Naam en zeggen:
    Ik ben de Christus, en zij zullen velen verleiden.
    Ook zullen jullie horen van oorlogen en van geruchten van oorlogen.
    Kijk toe, zie het gebeuren en wees niet verontrust; want dit dient te geschieden,
    maar het einde is het nog niet.
    Want volk zal opstaan tegen volk, en koninkrijk tegen koninkrijk, en
    er zullen nu hier, dan daar, hongersnoden en aardbevingen zijn.
    Doch dit alles is slechts het begin van de weeën.
    Dan zullen zij jullie overleveren aan verdrukking en zij zullen jullie doden, en
    jullie zullen door alle volkeren gehaat worden omwille van van Mijn Naam.
    En dan zullen velen ten val komen en zij zullen elkander overleveren en elkander haten.
    En vele valse profeten zullen opstaan en velen zullen zij verleiden. 
    En omdat de wetsverachting toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen’

    Matth.24: 4-12.

Hoe moeilijk dit ook is om te overwegen, dit zijn ontnuchterende gebeurtenissen om te overwegen, zeker in onze tijdsperiode en je ziet het allemaal werkelijkheid worden. Iedereen die de reddende Genadegaven door de H. Geest, welke ons via de doop zijn verleend, zal –blijven- verwerpen, zal worden geconfronteerd met het oordeel en de toorn van God.
Zelfs degenen die vóór de Verdrukking zonder Christus gestorven zijn, zullen voor de Heer staan bij het Oordeel van de Grote Witte Troon en veroordeeld worden voor hun overtredingen.
Allen die zonder bekleed te zijn met Christus sterven, zullen daar zijn en
de woede van een rechtvaardige God onder ogen zien.

Ik dien jullie daarom te vragen en je te blijven inspannen om Christus te herkennen als je persoonlijke hulp en toeverlaat, je Redder.
Wordt allen gered door Zijn Genadegaven, want dit is de ‘enige’ ontsnapping aan de toorn van God. Indien je nog niet gered bent, dan vraag ik je dringend om vandaag nog te reageren terwijl de Geest leidt. Stel het niet uit tot het eeuwig te laat is, opdat je met de profeet Elia kunt zeggen:
    Heer, Gij hebt mij bekoord en ik heb mij door U laten bekoren1Kon.19: 13.
Je zou dan alleen nog kunnen beweren dat je -tot die tijd- hebt zitten afwachten en eerst dàn gered hoopt te worden; dàt laat je jezelf toch niet gebeuren. 

uit: ‘Heer ik roep’ Vespers Palmzondag

tn.3.
    Vreeswekkend is het in handen te vallen van de levende God:
Hij is Rechter over de herinneringen en gedachten van ons hart.
Laat niemand uit nieuwgierigheid binnentreden in deze Heilige Week,
Maar ertoe naderen met Geloof en ontzag voor Christus,
opdat wij erbarmende ontvangen en Genade vinden te rechter tijd

Allen einden red aarde
aanschouwen het Heil van onze God
Psalm 97[98]: 5.

tn7.
    Ontsteek uw lamp, Jeruzalem,
want de Heer komt als Bruidegom te middernacht,
om het Verbond [met de mensheid] te hernieuwen met U, het nieuwe Sion,
die de erfgenaam zijt van het oude.
Want Hij, Die door de Vader gezonden is,
moet binnen uw muren lijden en sterven, om
de profetieën in vervelling te doen gaan:
daarom hebben de kinderen tot Hem geroepen:
‘ Hosanna de Zoon van David,
gezegend Hij Die komt in de Naam des Heren
”.

Orthodoxie & Pascha, Pasen overeenkomstig de Orthodoxe Traditie [overzicht]

Het woord “Πασχα”, Pasen in het Grieks,
komt voort uit de Joodse “Pasah”, wat “Pascha” betekent.
Het Joodse Volk en hun nakomelingen vieren tot op de dag van vandaag “Pasah” om hun bevrijding van de Egyptenaren en de doorgang van de Rode Zee te herdenken, terwijl christenen de opstanding van Christus de Verlosser vieren en de overgang van dood naar leven.
Het overeenkomstige Griekse woord voor “Pascha” is “Λαμπρη” [Lambri = stralend] omdat de dag van de Opstanding van Christus vanaf het begin van de Kerk [met Pinksteren] als een dag vol van vreugde en opwinding wordt ervaren. We zijn immers verlost van het zware juk van de onontkoombare menselijke dood; Christus heeft ons verlost en wij roepen uit “Christus is opgestaan” ; ja, ‘Hij is waarlijk opgestaan” en dit vieren we ‘elke zondag‘, maar met Pascha in het bijzonder.
Pasen is een van oudsher een vakantieperiode – in ons land onder invloed van niet-gelovigen teruggebracht tot twee dagen. In de wereld vieren ze liever lentevakantie en dat schijnt hun goed recht te zijn, zij ontkennen hun christelijke achtergrond en de opvoeding van hun voorouders.
De viering valt op de eerste zondag na de volle maan van de lente-equinox [het punt in de baan van de zon om de aarde waarop zij de evenaar raakt], wanneer je nu naar buiten kijkt zie je dat het volle maan is, derhalve is het in 2018 dus eerst op 8 April Orthodox Pascha – in tegenstelling tot de westerse kalender.
Pasen is verreweg de heiligste en grootste van de Orthodoxe feestdagen, maar het is ook het meest vreugdevolle, een viering van de lente, van onze wedergeboorte in zijn letterlijke en figuratieve zin.

vasten
De 40 dagen van de vastentijd, beginnend na vergeving’s-zondag [8weken maal 5 dagen]  wordt op de schone maandag voortgezet als de voorbereidingsperiode voor Pasen. Tijdens deze periode bereiden orthodoxe mensen zich voor op de Heilige Dag van de Opstanding van Christus, het orthodoxe ‘Pascha’.
De 40 dagen vasten zijn een oefening voor lichaam en geest. Veel tradities met betrekking tot deze periode geven een heel speciaal karakter aan het Pasen.
Wanneer orthodoxe kinderen opgroeien, stellen zij zich de vastenperiode voor als een dame met 7 voeten, zonder mond, symbool voor de vastenperiode waar geen vlees, melk, eieren of vis gegeten zal worden en soms zelfs geen olijfolie op woensdag en vrijdag.
Aan het einde van elke week snijden we een voet en de laatste voet is voorafgaand aan de Grote en Heilige week.
De enige dag dat we ronduit vis eten, is 25 maart, de dag dat Engel Gabriël de Theotokos [de Moeder Gods] de maagd Maria aankondigde dat zij Christus zou baren. Deze dag wordt jammergenoeg in een enkele dag overschaduwd als viering van een nationale bevrijdingsdag, omdat deze dag op 1821 de Grieken een oorlog begonnen voor onafhankelijkheid van Turken. Voor ons westerlingen is dit een misbruik van een feestdag met een veel diepere betekenis, waarop een veel grotere bevrijding wordt gevierd en roept de herinnering aan een oorlog alleen maar ergernis op, maar ergernis dienen we met name in de vasten af te leggen.
Onafhankelijk van de datum dat we “Pascha” vieren, valt de vastentijd voor een deel in maart en zeggen we: “maart is nooit afwezig in de vastentijd“. Deze uitdrukking wordt gebruikt voor mensen die bij elke belangrijke gebeurtenis aanwezig willen zijn en dank geen dienst in de vastentijd missen. In de vastentijd worden er indrukwekkende diensten gehouden, zoals de dienst van de vooraf-gewijde gaven en de dienst rond de hymne aan de Moeder Gods, de Akathist. Tijdens de vastentijd worden er in de orthodoxe Kerk absoluut geen bruiloften ingezegend. 

Zaterdag van Lazaros
De laatste dag voorafgaand aan de Grote en Heilige Week is de zaterdag van Lazaros. Lazaros was een zeer goede vriend van Christus en zijn opwekking uit de dood  door Christus is een teken voor Christus’ Eigen Opstanding een week later.
Op deze dag bakken vrouwen, in sommige dorpjes, kleine broden met de vorm van een menselijk lichaam, de “lazarakia” en gaan kinderen van huis tot huis, zingend over Lazaros en zijn opwekking uit de dood.
Op vrijdag voorafgaand aan de zaterdag van Lazaros worden de scholen in Orthodoxe landen voor twee weken gesloten!

De Grote en Heilige Week – Μεγάλη Εβδομάδα [Megali Evdomada]

Palmzondag [Κυριακή τον Βαΐων – Βαϊοφόρος]
Palmzondag is het begin van de Grote en Heilige Week. In de ochtend bieden alle kerken palmbladeren uit, die herinneren aan de triomfantelijke intocht van Christus in Jeruzalem vóór Zijn lijden.
We mogen, die dag vis eten; gewoon om wat kracht op te doen om het vasten nog 6 dagen voort te zetten. Weet wèl dat het vasten een vrijwillige voorbereiding is, welke ieder gelovige voor zichzelf invult [soms in overleg met de biechtvader] kinderen, zieken en ouderen mogen zelfs niet vasten, teneinde hun lichamelijke behoeften niet tekort te doen. Vasten draait niet alleen om het ‘niet’-eten, je kunt je op allerlei wijzen voorbereiden op het Pascha [bijv. door geen tv of andere elektronische apparatuur te gebruiken òf door eens wat minder te converseren [onnodig kletsen], opdat je beter geconserveerd [verduurzaamd] zult worden met het oog op Pascha.
De middag van Palmzondag en elke middag van de Heilige Week gaan mensen naar kerken om de “Ακολουθία του Νυμφίου” bij te wonen, een speciale dienst voor de bruidegom. 

Heilige maandag [Μεγάλη Δευτέρα]
We gaan uitgebreid inkopen doen teneinde de goederen in huis te halen die we de volgende dagen gaan bereiden. Het lammetje, de eieren, etc.
’s-Avonds gaan we allemaal naar de kerk [de lezingen van de diensten in deze week zijn erg belangrijk en zullen de komende dagen in het voetlicht worden gesteld].

Heilige dinsdag [Megali Triti]
De voorbereidingen beginnen en het vasten gaat door.
’s-Avonds luisteren we in de kerken naar de χυμνέ Κασσιανή [hymne van Kassiani].

Heilige woensdag [Μεγάλη Τετάρτη]
Op de grote en heilige woensdag wordt de dienst van de heilige zalving uitgevoerd [ dit is een Mysterie [=Sacrament] en derhalve alleen voor Orthodox gelovigen te ondergaan.

Genezing wordt slechts via Jezus Christus bewerkstelligd – Geloof het en neem het in ontvangst; Healing comes through Jezus Christ, believe it & receive!

Het is hetzelfde als de ziekenzalving, welke hier in het westen veelal voorafgaand aan het stervensproces wordt voltrokken
Terwijl de gelovigen knielen wordt doorgaans na een voorafgaande biecht – in een speciale dienst een heilige oliezalving door de priesters [indien aanwezig 7x]  gegeven,  om vergeving van misstappen te ontvangen.  ’s-Avonds wordt in sommige [veelal bisschoppelijke kerken of kloosters],  het middelpunt van de ceremonië en de diensten eveneens het “Wassen van de voeten van de discipelen” voltrokken. Op het eiland Patmos bijvoorbeeld, is er een platform opgericht op het plein van de hoofdstad, dat voor deze gelegenheid altijd druk bezocht wordt.
Tijdens de ceremonie, die ongeveer anderhalf uur duurt, wast de bisschop, die ‘de rol van Christus‘ op zich neemt, de voeten van twaalf monniken – de discipelen – in navolging van de handeling van Christus vóórafgaand aan Zijn kruisiging.

Heilige donderdag [Μεγάλη Πέμπτη]
De voorbereidingen voor de viering van de Opstanding beginnen op grote en heilige donderdag. Op die dag bereiden de huisvrouwen traditioneel τσουρέκια [waar onze uitdrukking zoete broodjes bakken vandaan komt], αυγοκουλουρα [koekjes met meel en eieren], ούζου [koekjes met bloem en de drank ouzo] en worden de eieren met speciale rode kleurstoffen gekleurd.
Al sinds de oudheid symboliseert het ei de vernieuwing van het leven en symboliseert de rode kleur het bloed van Christus. Vroeger plaatsten mensen het eerste rode ei op het naambordje van het huis om boze geesten uit te drijven.
In sommige dorpen markeerden ze tevens de kop en de achterzijde van kleine lammeren met dezelfde rode kleurstof die voor het verven van de eieren werd gebruikt [zij hadden immers het Pasen overleefd].
Ze gebruikten ook een van de grote ronde Μεγάλη Πέμπτη-broden [met ingebakken rood ei] in de gezins-gebedshoek, de iconenhoek om de leden van de familie te beschermen tegen kwade invloeden.

Op de ochtend van de heilige donderdag bezoeken groepen kinderen alle buurten van de stad, ze dragen manden, zingen en verzamelen bloemen om de επιτάνιων [een icoon van Christus in het graf, veelal een prachtig geborduurd kunstwerk] de doodsbaar van Christus te versieren.
De epitaphion-processie vindt plaats in de vroege ochtenduren op vrijdag, na de Crucifixion-ritus, waarna het ook gebruikelijk is dat vrouwen in de kerk blijven om de traditionele klaagzangen te zingen.
’s- Avonds in kerken vindt de dienst van de Twaalf Evangeliën en de uitvoering van Christus’ kruisiging plaats.
De gelovigen brengen uit dankbaarheid aan Christus’ offer bloemen kransen, welke vóór en áán het kruis worden opgedragen.

Heilige Vrijdag [Μεγάλη Παρασκευή]
Vrijdag is de meest indrukwekkende en aandoenlijke dag van de grote en Heilige Week, de dag van het hoogtepunt van de passie van Christus waarbij Christus [letterlijk] van het  het kruis wordt verwijderd en de begrafenisdienst van Christus plaatsvindt.
Dit is dezelfde dienst als de begrafenisdienst van een priester.
In Orthodoxe landen zijn de winkels en alle soorten voorzieningen tot 12 uur gesloten, het einde van de “Αποκαθήλωση”, de rouwende processie die ’s-ochtends [in verband met d economia veelal ’s-avonds] een icoon van het lichaam van Christus op de dodenbaar [
Επιταφιων] door het dorp, de wijk of binnenstad wordt rondgedragen.
Tijdens het moment dat het lichaam van Christus van het kruis wordt verwijderd, wordt de afbeelding onafgebroken vereerd met rozenblaadjes en op uiteindelijk na de hele processie-ceremonie het Heilige Altaar [achter de iconostase] geplaatst, waar tot aan Hemelvaart de Liturgie op de de dodenbaar [
Επιταφιων] gevierd wordt.
De gehele dag luiden de kerkklokken met een diep-doordringend sonoor rouwend geluid. Omdat het een dag van rouw is, doen huisvrouwen geen klusjes meer in huis, zelfs het koken wordt vermeden en wordt er streng gevast.
Vrouwen en kinderen gaan naar de kerk om de baar [veelal een groot houtsnijwerk] van Christus te versieren met bloemen die ze verzamelen hebben of eerder aangeschaft hebben.

De Klaagliederen worden ‘s avonds tevens nog vervolgd  en afgesloten door de processie van de Epitafen die in processie met drie rondes over het plaatselijk kerkhof. De doden treuren vanuit hun plaats ergens in de eeuwigheid mee met de gelovigen van de Kerk. Soms verzamelen de verschillende Epitaphions van de parochies zich in grote dorpen of steden met meer dan één kerk op het hoofdplein en zingen alle mensen en priesters de Klaagliederen.

Heilige [stille] Zaterdag [Μεγαλο Σαββατο]
Op de heilige zaterdag wordt ochtendgebeden [metten] uitgevoerd.
Tijdens de dienst verwisselen de priesters hun kledij van zwart naar wit en  strooien basilicumbladeren en rozenblaadjes rond, terwijl de kerkklokken keihard de voorvreugde rondbazuinen en de hymnes worden gezongen ter ere van God.
In veel streken is men gewend het lawaai van een ‘aardbeving’ te evenaren. Dit is een soort weer laten plaatsvinden van de aardbeving die plaatsvond na de Wederopstanding, zoals beschreven in de Blijde Boodschap, waarbij Christus in de hades is afgedaald en de doden uit het graf verrijzen.
De menigte gelovigen slaan op ritmisch wijze [van de talendon] op de kerkbanken [oproepend tot gebed en dank aan God], terwijl buiten een chaos de overhand neemt, met [militair] geweervuur, knal- en vuurwerk.
Dit is een onderdeel van de ceremonie ‘Eerste opstanding’, waarbij heel zachtjes de hymne van het Χριστος ανεστη [‘Christus is opgestaan’] klinkt.

Laat in de [zaterdag-]avond, om ongeveer 11 uur, verzamelt iedereen zich op het kerkplein – voorafgaand wordt veelal nog in de kerk, de handelingen van de Apostelen gelezen tot het 11 uur is.  In alle Orthodoxe landen vindt de ceremonie plaats op een platform vóór de kerkdeur. Iedereen houdt een kaars die later pas wordt aangestoken door het heilig Licht [van Christus].
Vóór middernacht worden alle lichten van elke kerk uitgeschakeld en verschijnt de priester aan de koninklijke of de kerkdeur die het heilig licht aan ieders kaars aanbiedt. De priester roept uit: “δευτέ λάβετε φως” [defte lavete fos, hetgeen betekent: “komt allen en neemt het Heilige Licht].
Deze unieke vlam komt rechtstreeks van de Heilige Graf van Christus in Jeruzalem en dit Licht ontstaat daar in de grafkerk op Mysterieuze [wonderbaarlijke] wijze – zonder enige menselijke betrokkenheid. Een helicopters en vliegtuigen vetrekken vanaf Jeruzalem om het Heilige Licht op alle bereikbare plaatsen te verspreiden.
Zodra mensen het Goddelijk Licht ontvangen hebben, precies om middernacht, neemt de priester de heilige icoon van de Opstanding en stapt hij op het speciale platform buiten de kerk.
De tweede Opstanding vindt plaats zodra de priester uitroept: ‘Χρήστος Ανέστη’ of in welke taal van de wereld dan ook, hetgeen betekent dat dat “Christus is Opgestaan”, en vervolgens begint een enorm en prachtig vreugdevuur.
Iedereen schudt elkaar de hand, kruipt in elkaars armen en wenst een Heilig [=Heel] Pasen voor iedereen om hen heen en wordt de zogenaamde “vredeskus” uitgewisseld. Het wordt als een geluk beschouwd om thuis te komen terwijl je kaars nog steeds brand! Met dit “Heilige Licht” van de kaarsen maken mensen driemaal [een blakerend] het teken van het kruis op de deurpost boven de voordeur van hun huizen hetgeen voor het komend jaar geluk zal brengen.

Orthodoxie & de intocht in Jeruzalem: ‘ Hosanna, gezegend Hij, Die komt in de Naam des Heren!’.

    De volgende dag, toen de grote menigte, die voor het feest gekomen was, hoorde, dat Jezus naar Jeruzalem kwam, namen zij palmtakken, gingen uit Hem tegemoet, en riepen:
Hosanna, gezegend Hij, die komt in de naam des Heren! en: De koning van Israel!

En Jezus vond een jonge ezel en Hij ging erop zitten, gelijk geschreven is:
‘Wees niet bevreesd, dochter Sions, zie, uw Koning komt, gezeten op het veulen van een ezel’.
        Dit begrepen zijn discipelen aanvankelijk niet, maar toen Jezus verheerlijkt was, toen herinnerden zij zich, dat dit met het oog op Hem geschreven was en dat zij dit met Hem gedaan hadden.
De schare dan, die bij Hem was geweest, toen Hij Lazarus uit het graf geroepen en hem uit de doden opgewekt had, getuigde daarvan.
Daarom ging de schare Hem ook tegemoet, omdat zij gehoord hadden, dat Hij dit teken gedaan had.
De Farizeeën dan zeiden tot elkander: ‘ Gij ziet voor uw ogen, dat gij niets bereikt; zie, de gehele wereld loopt Hem na’ ’John.12: 12-19.

De zondag voor Pasen wordt Palmzondag genoemd.
Dit heeft alles te maken met wat er op deze dag gebeurde met de palmtakken.
Het is traditioneel de start van de grote en stille week ofwel de Goede Week; de ‘belangrijkste’ week uit het leven op aarde van onze Heer, Jezus Christus voorafgaand aan Zijn lijden, gevogld door Zijn glorieuze Verrijzenis met Pascha.
Hoewel de discipelen van Jezus niet wisten dat wat er hen allemaal boven het hoofd hing,
waren ze er zich wel degelijk van bewust dat de spanning rondom Jezus toenam; de religieuze leiders zagen in onze Heer en Verlosser een steeds groter gevaar. Ze hadden de grootste moeite hoe Hij zich presenteerde en de indringende waarheidsgetrouwe uitspraken die Hij deed; daarnaast bleek Jezus ook politiek een groter probleem te worden.
Wanneer steeds meer mensen Jezus als de Messias zouden volgen,
werd mogelijk het gevaar dat de Romeinen zouden ingrijpen steeds groter.
Dit wil niet zeggen dat Christus was doordrongen van het feit dat macht
inherent is aan het kwaad en daarom vermeden diende te worden.
Hij was er als – Zoon van God – en toch geheel mens er simpelweg van overtuigd dat er maar één wezen is – God – waartoe de absolute Macht toebehoort.
God zou deze Macht kunnen hanteren, omdat Hij alleen waarachtig de noodzaak
kan zien en begrijpen  van het kwaad en het daaruit voorkomende menselijk lijden in de grote reikwijdte van de geschiedenis.
Menselijke wezens, Zijn schepselen, zijn hiertoe niet in staat, noch,
zo beleefde Christus dit als mens, indien ze dat nog zo graag wilden en nastreven. Tenslotte is de menselijke afwijzing en wanhopig verzet tegen het lijden, zelfs als dergelijke gevoelens vanuit het perspectief van de eeuwigheid misplaatst zijn.
Christus leert ons allen te waken onze menselijke gesteldheid te verliezen, het geestelijke na te streven en verzette zich als zodanig tegen elke vorm van macht en het misbruik daarvan.-

Macht versus zwakte
Job heeft het met zijn eigen ogen gezien, zijn oren hebben het gehoord en hij heeft het in zich opgenomen. Van hetgeen wij ons allen bewust zijn, weet hij ook, hij doet voor ons niet onder:
      Bij Hem [God, onze Heer] is Wijsheid en Sterkte, Hij heeft raad en doorzicht.
Breekt Hij af, er wordt niet opgebouwd; sluit Hij iemand op, er wordt niet ontsloten;
Houdt Hij de wateren terug, zij verdrogen; laat Hij ze gaan, zij woelen de aarde om.
        Bij Hem is Kracht en beleid, Zijn’s [van Hem] is de misleide en de misleider.
Raadsheren zendt Hij barrevoets heen, en rechters maakt Hij tot dwazen.
– Boeien, door koningen aangelegd, slaakt Hij en Hij bindt een band om hun lendenen.
– Priesters zendt Hij barrevoets heen en wie vast staan, stort Hij neer.
– Hij beneemt de spraak aan hen op wie men vertrouwen stelt, en neemt het onderscheidingsvermogen van de ouden weg.
– Hij giet smaad uit over edelen en maakt de gordel van machtigen los.
– Hij legt de diepten uit de donkerheid bloot en brengt de diepe duisternis aan het licht.
– Hij maakt de volkeren groot en richt hen te gronde, breidt volkeren uit en voert hen weg.
– Hij beneemt de hoofden van het Volk van het land het verstand, en doet hen ronddwalen in ongebaande wildernis. Zij tasten rond in lichtloze duisternis, en Hij doet hen dwalen als een beschonkeneJob 12: 13-25.

 

Mijn Genadegave is u genoeg, want kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid’ 2Cor.12: 9.

Toon je zwakte dan toon je ook je kracht. Diep in ons gloeit een eeuwig Licht; indien alles om ons heen duister wordt, is er altijd nog die niet te doven Bron.
Alleen met je hart kun je goed zien, het wezenlijke is voor de ogen onzichtbaar. Indien je met je gezicht naar het verleden staat, sta je met je rug naar de toekomst – je behoeft geen geld te bezitten om waardig te zijn, soms bestaan onze grootste Genadegaven uit datgene wat we niet hebben aanvaard/gekregen/ datgene wat ons ontbreekt.
Macht is een spiegel van onmacht. Zwakte is niet licht te aanvaarden — maar macht vernietigt de machtelozen en de machtigen onderdrukken de ene terwijl ze de andere bederft.
Vooral mensen die hoge eisen aan zichzelf stellen en nogal prestatiegericht zijn, zijn bang dat anderen vinden dat ze het niet goed doen. Binnen zo’n patroon past het slecht om anderen om steun te vragen. Dat wordt dan al gauw gezien als een teken van zwakte of incompetentie.
In zo’n geval lopen mensen dubbel risico: door de jachtige en prestatiegerichte leefstijl èn door hun neiging om nooit gebruik te maken van de steun van anderen. Het kan ook gebeuren dat deze mensen juist extra behoefte hebben aan sociale steun, bijvoorbeeld mensen met faalangst en mensen voor wie sociaal contact erg belangrijk is. Met name diegene is wijs, die van een ander wil leren.

“Ziet, met hoe grote letters ik u eigenhandig schrijf! Allen, die zich uiterlijk goed willen voordoen, trachten u te dwingen tot de besnijdenis, alleen om niet vervolgd te worden ter wille van het kruis van Christus Jezus . . . . . . .” Gal.6: 11-18

De Blijde Boodschap heeft als uitgangspunt dat God, in de Heilige Drieëenheid, het ontstaan van de wereld aan ons wil duiden. De Boodschap stelt dat alleen God de wereld heeft geschapen en zodoende orde in de chaos heeft gebracht. Zolang de mens leeft naar Zijn Richtlijnen blijft deze orde gehandhaafd. Het uitgangspunt is dus openbaring.
Er waren eens twee gevangenen, die in een kleine cel zaten, waar behalve door een minuscuul klein raampje een meter boven ooghoogte geen licht binnenkwam.
beide gevangenen brachten overeenkomstig hun veroordeling [en welke zondaar komt dat niet toe] heel wat tijd door met het kijken naar dat raampje.
Eén van hen zag de tralies – dat waren maar al te duidelijk aanwezige, lelijke, metalen herinneringen aan de werkelijkheid. Elke dag geraakte hij meer ontmoedigd, verbitterd, boos en hopeloos.
De andere gevangene daarentegen keek overdag door het raampje naar het licht en hoorde de vogeltjes fluiten en ’s-nachts zag hij de maan z’n ronde doen en de sterren voorbij trekken.
Beide gevangenen keken naar hetzelfde raam, maar de een zag de tralies terwijl de andere de sterren zag. En het verschil van kijken maakte een geweldig verschil in hun leven
”.
          Zo is het ook met onze samenleving – er zijn een heleboel rechttoe rechtaan mensen actief – mensen, die precies doen wat hun [in het onderwijs, opvoeding] geleerd is en precies op de manier waarop het hun voorgeleefd is – niet meer en niet minder. Er is [daardoor] een overvloed ontstaan aan ‘robots’ en wanneer we niet uitkijken laten we ons er ook nog door [mis-]leiden, maar er zijn maar weinig mensen, die open staan voor ideeën.
De wereld heeft mensen nodig met verbeeldingskracht, creativiteit en die
overuren maken in de verbinding tussen hun hart en verstand, die
manieren vinden voor verbetering en effectiviteit’s-vergroting.
Ook binnen onze christelijke gemeenschappen zijn wij niet gediend van spelleiders, die alleen maar de bestaande situatie in de Kerk handhaven – we zijn op zoek naar mensen, die inzicht hebben en zien hoe het in de toekomst verder dient te gaan.
Dit vereist pioniersschap, losbreken uit conventionele denkpatronen.
Het vereist vertrouwen en lef om met het risico van mislukking een nieuw idee of een nieuwe ervaring uit te proberen. Risico’s nemen is iets wat de meeste mensen absoluut niet aandurven – zeker wanneer zij regelmatig van bovenaf zonder overleg ‘overruled’ worden; daarom voelen zij zich liever veilig en geborgen en bestendigen dagen wat al eeuwen voor hen als [‘dood-!’] normaal werd beschouwd. Iedere vorm van ontwikkeling en creatieve scheppingskracht wordt hiermee ondergraven.   

Lijdensweg

Agony in the Garden – Gethsemane

Onder de intocht van onze Heer Jezus Christus wordt verstaan de intocht in Jeruzalem. In diepere zin is het ook de intocht via de lijdensweg van van onze Heer, die eigenlijk al begint in de olijfboomgaard  Getsemane.
Zijn gang naar Getsemane is te vergelijken met het binnengaan van de hogepriester in de duisternis van het binnenste Heiligdom van Tempel [het hart].
      Het Bloed van het Verbond, dat God u [ons] heeft voorgeschreven.
En ook de tabernakel en al het gereedschap voor de eredienst besprenkelde hij evenzo met Bloed.
En nagenoeg alles wordt volgens de wet met Bloed gereinigd, en zonder bloedstorting geschiedt er geen vergeving. Noodzakelijk moesten dus hiermee de afbeeldingen van de Hemelse dingen gereinigd worden, maar de Hemelse dingen Zelf met betere offeranden dan deze.
      Want Christus is niet binnengegaan in een Heiligdom met handen gemaakt, een afbeelding van het ware, maar in de Hemel zelf, om thans, ons ten goede, voor het aangezicht Gods te verschijnen; ook niet om Zichzelf dikwijls te offeren, gelijk de hogepriester jaarlijks met ander bloed dan het zijne in het heiligdom gaat, want dan had Hij dikwijls moeten lijden sinds de grondlegging van de wereld; maar thans is Hij eenmaal, bij de voleinding der eeuwen, verschenen om door Zijn offer de zonde weg te doenHebr. 9: 20-26.

Het wordt voor Christus vandaag duisternis, een donkere nacht om ons te verheffen tot kinderen van het Licht, te doen opgaan tot het Hemels Koninkrijk.
De intocht van onze Heer en Zaligmaker in Jeruzalem is totaal anders dan de intocht die Titus, jaren later, als zoon van keizer Vespasianus, in Jeruzalem zal houden.
Een herinnering daaraan kun je tot op de dag van vandaag nog zien op de zogenoemde ‘Titus’-boog in Rome. Die boog is gebouwd op het hoogste punt van de Via  Sacra. Hij is opgetrokken toen de Romeinse legioenen de stad veroverd hadden in 71 en totaal hebben verwoest, vond de triomfantelijke intocht van Titus plaats in Jeruzalem.
⁌ Wanneer we de intocht van Christus vergelijken met de intocht van Titus in het jaar 70, constateren we een mijlen groot verschil. Jezus wilde beslist op een ezeltje de heilige stad binnenrijden. Titus kwam Jeruzalem binnen op een tweewielig wagentje getrokken door een vierspan. Hij kwam om door de overwinningsgodin Victoria gelauwerd te worden. Het optreden van Titus was uiterst gewelddadig, wreed en moorddadig. Ontelbaar veel militaire machthebbers hebben tot op de dag van vandaag zijn voorbeeld gevolgd.
Maar onze Pedagoog heeft ons voorgehouden:
Neemt Mijn juk op u, en leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielenMatth.22: 16.
Hij kreeg geen lauwerkrans van Victoria, maar een omhelzing van zijn hemelse Vader.

De intocht van Titus was eenmalig. En toen hij stierf was het gedaan met zijn macht; de intocht van onze Voorganger heeft zich voortgezet in de loop der eeuwen. Hij heeft zijn intrede gedaan in duizenden harten door de Heilige Geest. Hij wil nog steeds gedragen worden door mensen die zich klein en afhankelijk voelen. Mensen die net zo klein, dienstbaar zijn als een ezel en voor Hem Hosanna roepen.

  Wanneer onze Heer vandaag in Jeruzalem verschijnt, heeft Hij schoon schip gemaakt. De tafels van de geldwisselaars keert Hij om en Hij jaagt de mensen die voor business naar de tempel komen weg. Schreeuwen, schelden, schimpen, loven en bieden. Geen stilte om te bidden?
De tempel dient een huis van Gebed te zijn’ zo houdt Hij ons voor.

  Wanneer onze Heer en Meester ‘Zijn intrede’ doet in de Kerk, vindt er een hervorming plaats; Hij wil dat we onze persoonlijke afgodsbeelden opruimen.
De Koning van deze Palmzondag gaat bouwen aan ‘een nieuwe tempel’, ‘een nieuwe gemeenschap’ en dat doet Hij door Zijn Heilige Geest te zenden.
Hij is de basis van die nieuwe tempel; Hij is het fundament — de steen die door de tempelbouwers werd geweigerd, werd hoeksteen en fundament.
Laat u zich derhalve gebruiken als levende bouwstenen voor de bouw van een geestelijk huis en niet door hemelse bespiegelingen van uw spelleiders”.

Borstkruis van een spelleider

  Wanneer Christus al die schreeuwende investeringsmaatschappijen, en degenen die hen in de kaart spelen heeft weggejaagd, komen de blinden en verlamden in Zijn tempel [het hart] naar Hem toe. Hij geneest hen allemaal – conf. Matth.21: 4.

Christus is de ware tempel van God. Overal waar Jezus zijn intrede doet, verrijst het onzichtbare gebouw van ‘de nieuwe Tempel’; het eeuwig Jeruzalem, het Hemels Koninkrijk.
Dáárom ging de schare Hem ook tegemoet, omdat  zij gehoord hadden, dat Hij dit teken gedaan had.
De Farizeeën dan zeiden tot elkander [hun aanmatiging is enorm]:
‘ Gij ziet voor uw ogen, dat gij niets bereikt; zie, de gehele wereld loopt Hem na’  è
n
de gevolgen hiervan zien we de komende week.

Apolytikion tn.1.
Als een belofte van de gemeenschappelijke Opstanding
Hebt Gij voor Uw Lijden Lazaros uit de doden opgewekt,
o Christus God.
En daarom mogen ook wij, evenals de kinderen,
de symbolen dragen van de zegepraal,
en tot U roepen als Overwinnaar van de dood:
Hosanna in den Hoge;
Gezegend Hij, Die komt in de Naam des Heren
”.

Ik zal niet sterven maar leven en
de werken des Heren verkondigen
” [herh. Apolytikion]

Houdt nu een feestdag en draagt groene takken
tot aan de hoornen van het Altaar
  [herh. Apolytikion]

Eer …..

Kondakion     tn.6.

In de Hemel gezeten op een Troon,
maar op aarde op een lastdier,
hebt Gij, o Christus God,
de hymnen van de engelen en het gezang van kinderen aanvaard,
die U toeriepen:
Gezegend Hij Die komt, om Adam weer te roepen
”.


voorafgaand aan Apostellezing:

Gij allen, die in Christus zijt gedoopt, u hebt U bekleed met Christus”.

Lazaroszaterdag, de opwekking van Lazaros – ‘Ik ben de Opstanding en het leven; wie in Mij gelooft zal leven’

      Er was iemand ziek, Lazarus van Bethanië, het dorp van Maria en haar zuster Martha.
Maria was het, die de Heer gezalfd had met Myron en Zijn voeten met haar haren had afgedroogd. En haar broeder Lazarus was ziek.
De zusters dan zonden Hem bericht: ‘Heer, zie, die Gij liefhebt, is ziek’.
Toen Jezus het hoorde, zei Hij: ‘ Deze ziekte is niet ten dode, maar ter ere Gods, opdat de Zoon van God erdoor verheerlijkt zal worden.
Jezus nu had Martha en haar zuster en Lazarus lief. Toen Hij dan hoorde, dat hij ziek was, bleef Hij daarop nog twee dagen ter plaatse, waar Hij was; daarna echter zei Hij tot zijn discipelen: ‘Laten wij weer naar Judea gaan’.
De discipelen zeiden tot Hem: ‘ Rabbi, onlangs trachtten de Joden U te stenigen en gaat Gij weer daarheen?’.
Jezus antwoordde: ‘Gaan er geen twaalf uren in een dag? Als iemand overdag loopt, stoot hij zich niet, omdat hij het licht van deze wereld kan zien; maar wanneer iemand bij nacht loopt, stoot hij zich, omdat het licht niet in hem is’.
        Zo sprak Hij en daarna zei Hij tot hen: ‘Lazarus, onze vriend, is ingeslapen, maar Ik ga daarheen om hem uit de slaap te wekken’.
De discipelen zeiden dan tot Hem: ‘Heer, als hij slaapt, zal hij herstellen’.
        Doch Jezus had het bedoeld van zijn dood; zij echter meenden, dat Hij het van de rust van de slaap bedoelde. Toen zei Jezus ronduit tot hen: Lazarus is gestorven en het verblijdt Mij om u, dat Ik daar niet geweest ben, opdat gij tot Geloof komt; maar laten wij tot hem gaan.
Thomas dan, genaamd Didymus, zei tot zijn medediscipelen: ‘Laten wij ook gaan om met Hem te sterven’.
Toen Jezus dan aankwam, bevond Hij, dat hij reeds vier dagen in het graf lag.
Bethanië nu was dicht bij Jeruzalem gelegen, op een afstand van ongeveer vijftien stadiën.
Vele uit de Joden waren tot Martha en Maria gekomen om haar te troosten over haar broeder. Toen nu Martha hoorde, dat Jezus kwam, ging zij Hem tegemoet, doch Maria bleef in huis zitten.
Martha dan zei tot Jezus: ‘Heer, indien gij hier geweest waart, zou mijn broeder niet gestorven zijn. Ook nu weet ik, dat God U geven zal al wat Gij van God begeert’.        Jezus zei tot haar: ‘Uw broeder zal opstaan’. Martha zei tot Hem: ‘Ik weet, dat hij zal opstaan bij de opstanding ten jongsten dage’.
       Jezus zei tot haar: ‘Ik ben de Opstanding en het leven; wie in Mij gelooft zal leven, ook al is hij gestorven en een ieder, die leeft en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven; gelooft gij dat?’.
Zij zei tot Hem: ‘Ja, Heer, ik heb geloofd, dat Gij zijt de Christus, de Zoon van God, die in de wereld komen zou’. En na deze woorden ging zij heen en riep haar zuster Maria in stilte en zei:
‘ Daar is de Meester en Hij roept u. En toen zij dat hoorde, stond zij ijlings op en ging tot Hem; 
Jezus echter was nog niet in het dorp gekomen, maar bevond Zich nog op de plaats, waar Martha Hem ontmoet had. De Joden dan, die met haar in het huis waren en haar troostten, zagen Maria ijlings opstaan en naar buiten gaan en zij volgden haar, vermoedende, dat zij naar het graf ging om daar te wenen.
        Toen Maria dan kwam, waar Jezus was en Hem zag, viel zij Hem te voet en zei tot Hem: Heer, indien Gij hier geweest waart, zou mijn broeder niet gestorven zijn.
        Toen Jezus haar dan zag wenen en ook de Joden, die met haar meegekomen waren, zag wenen, werd Hij ontstemd in de geest en diep ontroerd en Hij zei:
Waar hebt gij hem gelegd? Zij zeiden tot Hem: Heer, kom en zie.
        Jezus weende.
De Joden dan zeiden: ‘Zie, hoe lief Hij hem had!’. Maar sommigen van hen zeiden: ‘Had Hij, die de ogen van de blinde heeft geopend, niet kunnen maken, dat ook deze niet stierf?’.
        Jezus dan, wederom bij Zichzelf ontstemd, ging naar het graf; dit nu was een spelonk en er lag een steen tegenaan.
        Jezus zeide: Neemt de steen weg! Marta, de zuster van de gestorvene, zei tot Hem: Heer, er is reeds een lijklucht, want het is al de vierde dag.
        Jezus zei tot haar: ‘Heb Ik u niet gezegd, dat gij, indien gij gelooft, de heerlijkheid Gods zien zult? Zij namen dan de steen weg.
        En Jezus sloeg de ogen opwaarts en zei: ‘Vader Ik dank U, dat Gij Mij verhoord hebt. Zelf wist Ik, dat Gij Mij altijd verhoort, maar ter wille van de schare, die rondom Mij staat, heb Ik 
gesproken, opdat zij geloven, dat Gij Mij gezonden hebt’.        En na dit gezegd te hebben, riep Hij met luider stem:
‘Lazarus, kom naar buiten!’.
De gestorvene kwam naar buiten, de voeten en de handen gebonden met grafdoeken, en er was een zweetdoek om zijn gelaat gebonden.
Jezus zei tot hen: ‘Maakt hem los en laat hem heengaan’.
Vele der Joden dan, die tot Maria gekomen waren en aanschouwd hadden wat Hij gedaan had, 
geloofden in Hem; maar sommigen van hen begaven zich naar de Farizeeën en zeiden hun, wat Jezus gedaan had. De overpriesters en de Farizeeën dan riepen de Raad samen en zeiden: Wat doen wij, want deze mens doet vele tekenen? Als wij Hem zo laten geworden, zullen allen in Hem geloven en de Romeinen zullen komen en ons zowel onze plaats als ons volk ontnemen.
Maar een van hen, Kajafas, de hogepriester van dat jaar, zeide tot hen: Gij weet niets en gij beseft niet, dat het in uw belang is, dat een mens sterft voor het volk en niet het gehele volk verloren gaat’. Doch dit zei hij niet uit zichzelf, maar als hogepriester van dat jaar profeteerde hij, dat Jezus zou sterven voor het volk en niet alleen voor het volk, maar om ook de verstrooide kinderen Gods bijeen te vergaderen. Sinds die dag dan beraadslaagden zij om Hem te doden.
       Jezus dan bewoog Zich niet meer vrij onder de Joden, maar vertrok vandaar naar de landstreek dicht bij de woestijn, naar een stad, Ephraïm genaamd, en Hij bleef daar met zijn discipelenJohn.11: 1-54.

        Ik ben uitgegoten als water; al mijn beenderen zijn ontwricht.
Mijn hart is geworden als vloeibare was in het midden van mijn borst.
Mijn kracht is verdroogd als een potscherf, mijn tong kleeft aan mijn gehemelte.
Gij hebt mij gebracht in het stof van de dood.
Want een menigte honden heeft mij omringd,  
een bende boosdoeners houdt mij omsingeld.
Zij hebben Mijn handen en voeten doorboord, al Mijn beenderen hebben zij geteld.
Zij bekijken Mij en staren Mij aan, zij hebben  mijn klederen [al] onder elkander verdeeld, en over Mijn lijfrok [reeds] het lot geworpen.Psalm 21: 15-21.

Lazaros [Hebr. ‘God helpt hem’] van Bethanië [Hebr. ‘huis van dadels of huis van het kermen’] is ernstig ziek en vanaf het prille begin wordt begrepen dat dit een ziekte is, die onherroepelijk tot de dood leidt.
In de visie van onze Verlosser is een ziekte is immers méér voor de ziel dàn vóór het lichaam en behoeft het niet de dood tot gevolg te hebben.
Maar tussen deze twee niveaus, tussen binnen en buiten, verandert deze tekst steeds weer opnieuw, het komt misleidend, verhelderend, verwarrend en leidt je af.  Wat doen we wanneer de dierbaarste mens onze levensgezel, kan worden achtervolgd door de voorboden van dood, door ziekte, kwetsbaarheid, sterfelijkheid in welke vorm dan ook?
Het is problematisch voor de mensen, die hiermee iedere dag opnieuw aan het bed worden geconfronteerd en het is voor eenieder die van een ander houdt min of meer hetzelfde.
Alles wat we doen is zo volkomen onhandig, verouderd en we kunnen zelf helemaal niets ondernemen, de wapens zijn ons uit de handen geslagen.
Een arts kan ernaar streven het einde van een leven van een vrouw met drie kinderen te voorkomen of het leven van een man die verantwoordelijk is voor zijn gezin – maar òf deze arts erin zal slagen het leven, met de mogelijkheden die er vandaag zijn, nog te redden, wie zal het weten?

Menselijke onmacht

Lazaros, temidden van zijn zusters Maria en Martha

Uiteindelijk wacht ons allemaal een lot dat we niet langer in handen hebben.
Maar de vraag wordt op zo’n moment des te belangrijker: wat doet God? Waar is God op zo’n onfortuinlijk ogenblik?
En het zijn verschrikkelijke uren, twee in hoge mate afschuwelijke dagen, waarin de hemel zich als het ware voor deze twee mensen sloot: over Maria en Martha.
Er komen de vreemdste vragen op: “Waarom” – “waarom bij ons, hier en nu?“.
Ik voel me derhalve geroepen om te schrijven, om nog dieper in te gaan op wat ik onmogelijk kan bevatten – om nog verder te onderzoeken wat ik aan het ontdekken ben. Verschrikkelijke uren – afschuwelijke dagen maken een mens klein, ontzettend klein, je weet niet meer wáár je het nog zoeken kunt.
Het lijkt onbegrijpelijk in dit verhaal dat Christus, in plaats van Zich te haasten naar het ziekbed van Z’n eigen vriend, wacht en maar blijft wachten en niets onderneemt, alsof Hij de menselijke ellende tot het uiterste wil dragen.
Het lijkt alsof Hij ons in de ontkenningsfase wil laten komen, òns in de afgrond wil laten afdalen teneinde òns te laten inzien wat Hij ‘de verheerlijking God’s‘ noemt, alsof Hij wil bewijzen dat Hij, de Boodschapper, de Zoon van God is, het Leven Zelf is, het Licht.
Daar komen we het opnieuw tegen – deze niet-aflatende Johannitische verduidelijking: àlles achterwege laten, onmogelijk te omschrijven datgene wat we anders ‘het Leven’ zouden noemen.
Johannes, de Theoloog, de grote openbaarder ten opzichte van de ongelovige wereld, waarin Christus naar voren komt als de Grote Gerechtvaardigde in de wereld, Die is veroordeeld vanwege de zonde, met de dood tot gevolg.

wij zijn op het hart van het Geloof te vinden – door voor Uw Kruis een diepe buiging te maken; we can be found in the heart of the Faith – by making a deep bow for Your Cross

We kennen dit soort fases van aarzeling om er als een normaal gegeven mee om te gaan. Misschien bevindt onze eigen vriend, onze bloedeigen levensgezel zich in een ernstige crisis; we willen natuurlijk helpen, maar tegelijkertijd begrijpen we dat er niets aan te doen is.
Alles wat we inbrengen zou nu niets meer dan een afleiding zijn. Om wat te bedenken en de ander te vertellen: “Maar je moet dit nu eens laten of dat doen, probeer dàt eens, dàt alternatief en als je dat niet doet, kun je niet beter worden”.
En wanneer je het niet meer weet dient het maar van binnenuit te gebeuren.
Onze ziel gedraagt zich ​​in dit opzicht niet veel anders dan onze lichamen, op zo’n moment blijft er . . .  eigenlijk niets over wat goed voor hen is, en dient het Leven zich te herpakken te reorganiseren, door rust.  Slaap is eigenlijk niets meer dan een poging om het lichaam en de ziel tot zichzelf te laten komen, om te herstellen wat hen effectief tegemoet komt na uitputting, na zwakte, na ziekte.
Heer, indien hij zich heeft neergelegd om te rusten, zeiden de leerlingen tot Christus, zal hij gered worden; deze mens doet het dan ook goed voor zichzelf.

sleep & his halfbrother by John William Waterhouse [1874]

Maar de slaap is ook de broeder van de dood, hetgeen een oud mythisch beeld is. Het is schokkend om alles slechts puur volgens de schepping te verklaren, zó zijn wij immers allemaal in deze wereld: met tussenpozen van ten minste zestien uur en na alles wat we dienden te doen, vraagt ons lichaam om rust, dienen wij te gaan slapen.
Mensen kunnen zo verschillend zijn onder elkaar. Vaak hebben ze zoveel angst onder elkaar opgebouwd, omdat de een als crimineel en gevaarlijk wordt beschouwd, de andere voor kwaadaardig en geraffineerd, een derde zal telkenmale als behulpzaam en nuttig worden beschouwd – we onderscheiden hen in categorieën en scheiden goed en kwaad volk op die manier ver uit elkaar. We beschouwen iemand, die bevelen geeft echter als iemand, die bij de politie hoort, maar eenmaal in slaap als bij een weerloos, onschuldig kind, zijn we ineens gewend terug te vallen voorbij alle morele en juridische zinsbegoochelingen en overvalt ons allen een gevoel en inzicht welke ons duidelijk maakt wat het betekent om in ​​wezen, tot op het bot, afhankelijk te zijn en ontstaat er een behoefte tot medelijden en het besef dat het ons aan mogelijkheden ontbreekt  om hulp te bieden en nog langer menselijk te reageren.
Dan zeggen we met Martha tot Jezus:
Heer, indien gij hier geweest waart, zou mijn broeder niet gestorven zijn. Ook nu weet ik, dat God U geven zal al wat Gij van God begeert”.

The Sleepers & The One, Who watcheth, by Simeon Solomon

        En Jezus zegt tot haar [tot ons]: “ Uw levensgezel zal opstaan” En wij zeggen met Martha tot Hem: “ Wij weten, dat hij/zij zal opstaan bij de Opstanding op de jongste dag”.

‘Heb goede moed, uw Geloof heeft u behouden’ Luc.8: 48.


Christus zegt ons: “Ik ben de Opstanding en het Leven; wie in Mij gelooft zal leven, ook al is hij 
gestorven en een ieder, die leeft en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven; gelooft gij dat?”.

Kunnen wij dàn samen met Martha zeggen: ‘Ja, Heer, ik heb geloofd, dat Gij zijt de Christus, de Zoon van God, die in de wereld komen zou”.
    Verwondert u hierover niet, want de ure komt, dat allen, die in de graven zijn, naar Zijn stem zullen horen en zij zullen uitgaan, wie het goede gedaan hebben, tot de Opstanding ten leven, wie het kwaad bedreven hebben, tot de opstanding ten oordeel”
John.5: 28,29;
      Want dit is de Wil van Mijn Vader, dat een ieder, die de Zoon aanschouwt en in Hem gelooft, eeuwig leven zal hebben en Ik zal hem opwekken op de jongste dag”
John.6: 40 en
     
Jezus antwoordde en zei tot enige Sadduceeën: “Gij dwaalt, want gij kent de Schriften niet noch de Kracht van God. Immers, in de Opstanding huwen zij niet en worden zij niet ten huwelijk genomen, maar zij zijn als engelen in de hemel. Wat nu de Opstanding van de doden betreft, hebt jullie niet gelezen, wat door God tot u gesproken is, toen Hij zei: ‘ Ik ben de God van Abraham, en de God van Isaäc, en de God van Jaäcob? Hij is niet een God van doden, maar van levenden. 
En de scharen, die dat hoorden, stonden versteld over zijn leer” Matth.22: 29-33.

En vervolgens terugkomend op de perikoop van vandaag zei Jezus: “Ik ben de Opstanding en het [onvergankelijke] leven. Hij die op Mij vertrouwt, zelfs als hij sterft, zal leven. En iedereen die leeft en op Mij vertrouwt; nee, hij sterft niet”
Hij sterf niet — voor altijd:      Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, indien iemand Mijn Woord bewaard heeft, hij zal de dood in eeuwigheid niet aanschouwen“ John.8: 51.

Kun je hier op vertrouwen?
Simon Petrus vertrouwde Hem antwoordde en getuigt:
    Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God! Jezus antwoordde hem en zei: ‘ Zalig zijt gij, Simon Barjona
[Zoon van Jonah (de duif, de Heilige Geest)], want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is” Matth.16: 16.

De perikoop van vandaag vervolgt toen Martha Christus als Zoon van God had verkondigt:
    Ging zij weg en riep Maria, haar zuster; zacht zei ze: ‘de Leraar is daar; Hij roept je’.
Maar zij [Maria], toen zij dàt hoorde, stond snel op en kwam naar Hem toe. Jezus echter was nog niet in het dorp gekomen, maar bevond Zich nog op de plaats, waar Martha Hem ontmoet had.
De Joden dan, die met haar in het huis waren en haar troostten, zagen Maria ijlings opstaan en naar buiten gaan en zij volgden haar, vermoedende, dat zij naar het graf ging om daar te wenen.

        Toen Maria dan kwam, waar Jezus was en Hem zag, viel zij Hem te voet en zei tot Hem: ‘Heer, indien Gij hier geweest zou zijn, zou mijn broeder niet gestorven zijn’.

        Toen Jezus haar dan zag wenen en ook de Joden, die met haar meegekomen waren, zag wenen, werd Hij ontstemd in de geest en diep ontroerd.
Jezus was later nogmaals ontroerd in de geest toen Hij getuigde en zei:
“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: één van jullie zal Mij verraden.
De discipelen zagen elkander [toen] aan, in het onzekere,
van wie Hij sprak”
John.13: 21.
Nu zei Hij:
‘Waar hebt gij hem gelegd?.
Zij zeiden tot Hem: ‘Heer, kom en zie’.
        Jezus weende.

De Joden dan zeiden: ‘Zie, hoe lief Hij hem had!’. Maar sommigen van hen zeiden: ‘Had Hij, die de ogen van de blinde heeft geopend, niet kunnen maken, dat ook deze niet stierf?’ zie John 9: 1 ev.

        Jezus dan, ‘nogmaals’ bij Zichzelf ontstemd, ging naar het graf; dit nu was een spelonk en er lag een steen tegenaan.

take away the stone‘ – “Who wil take away the stone?“.

        Jezus zeide: Neemt de steen weg! Martha, de zuster van de gestorvene, zei tot Hem:
‘Heer, er is reeds een lijklucht, want het is al de vierde dag’.

        Jezus zei tot haar: ‘Heb Ik u niet gezegd, dat gij, indien gij gelooft, de heerlijkheid Gods zien zult? Zij namen dan de steen weg’”.
“Een grote steen voor de ingang van het graf werd weg gewenteld”
Matth.27: 60.
        En Jezus sloeg de ogen opwaarts en zei:
‘Vader Ik dank U, dat Gij Mij verhoord hebt. Zelf wist Ik, dat Gij Mij altijd verhoort, maar ter wille van de schare, die rondom Mij staat, heb Ik gesproken, opdat zij geloven, dat Gij Mij gezonden hebt’.
“ Hoe kan iemand het huis van de sterke
[tegenstrever] binnengaan en zijn huisraad roven, als hij niet eerst die sterke [tegenstrever] heeft gebonden? Dan zal hij zijn huis plunderen.

Wie met Mij [met God] niet is, die is tegen Mij [tegen God], en wie met Mij niet bijeenbrengt, die verstrooit” Matth.12: 29-30.

        “En na dit gezegd te hebben, riep Hij met luider stem: ‘Lazarus, kom naar buiten!’.

De gestorvene kwam naar buiten, de voeten en de handen gebonden met grafdoeken, en er was een zweetdoek om zijn gelaat gebonden. Jezus zei tot hen: Maakt hem los en laat hem heengaan”.

“En de overpriesters en de Farizeeërs verzamelden het Sanhedrin, Synhedrion [oudGr. συνέδριον, Synhédrion, Hebr. סנהדרין sanhedrin, zitting van de raad]; 
    Toen kwamen de overpriesters en de oudsten van het Volk bijeen in het paleis van de hogepriester, genaamd Kajafas en zij beraamden een plan om Jezus door list in handen te krijgen en te doden. Maar zij zeiden: Niet op het feest, opdat er geen opschudding ontsta onder het Volk Matth.26: 3-5;
De overpriesters en de Farizeeën dan riepen de Raad samen en zeiden: ‘ Wat doen wij, want deze mens doet vele tekenen? Als wij Hem zo laten geworden, zullen allen in Hem geloven en de Romeinen zullen komen en ons zowel onze plaats als ons volk ontnemen’. Maar een van hen, Kajafas, de hogepriester van dat jaar, zeide tot hen: ‘Gij weet niets en gij beseft niet, dat het in uw belang is, dat een mens sterft voor het volk en niet het gehele volk verloren gaat’.
Doch dit zei hij niet uit zichzelf, maar als hogepriester van dat jaar profeteerde hij, dat Jezus zou sterven voor het Volk en niet alleen voor het Volk, maar om ook de verstrooide kinderen Gods bijeen te vergaderen. Sinds die dag dan beraadslaagden zij om Hem te doden”
John.11: 47-53.
        Kajafas
[Hebr. 
כג׳פס = als bevallig], die dat jaar hogepriester was; was het, die de Joden de raad had gegeven: Het is nuttig, dat een mens sterft ten behoeve van het Volk” John.18: 14.

De moed om te zijn
De Blijde Boodschap van de hand van Johannes, de Theoloog probeert op eigen manier de dood en de Opstanding van onze Heer Jezus Christus, zowel Goede Vrijdag als Pascha uit te leggen.
Het vindt op een dusdanige wijze plaats dat zowel gebeuren een plaats krijgt temidden van ons leven en dat deze gebeurtenissen en ervaringen in ons bestaan ​​een plaats gaan vormen om te begrijpen wat er op Golgotha ​​gebeurde.

Dit gedeelte uit Blijde Boodschap van de hand van Johannes, de Theoloog is volgens de Russische schrijver Fjodor Dostojevski om er een beeld van te krijgen en sympathiek genoeg om als vanzelfsprekend te worden beschouwd.

Het Evangelie van Johannes zal zoals het op natuurlijk inschikkelijke wijze wordt weergegeven voorzeker onder de westers georiënteerde gelovigen bèter begrepen worden; zéker wanneer de Verkondiging van God en het Geloof in God; de Geloofsbeleving door bepaalde wereldse mistoestanden [ook in de Kerk] -min of meer- op de achtergrond is geraakt.

Van oudsher zijn er pogingen ondernomen God buiten de orde, onscherp en aan de hand van de schoonheid van de wereld, te bewijzen.
Alòm wordt het echter als ononderbroken, betrouwbaar en solide beschouwd
-over God- als de Schepper van het zichtbare en onzichtbare te spreken.
De mens echter, die het Evangelie van Johannes de Theoloog in eerste instantie serieus neemt, zal hoewel hij/zij het Geloof afwijzen, “de Schepping” compleet noemen en slechts – tot voor de Troon van Christus, wanneer zij de Godmens uit Nazareth onder ogen komen, uit de nacht merrie ontwaken.

Dit geldt wat betreft het Johannes Evangelie alleen voor het Licht, voor het Leven, voor het Brood en de wijn . . . . .
De Theoloog Paul Tillich [1886-1965] heeft eens op deze wijze de katholieke manier van vroom zijn en de protestantse biecht voorschriften naast elkaar tegenover God geplaatst.
Met zijn boek ‘  -‘De moed om te zijn‘ –   ‘ gaf hij een menselijke dimensie aan het godsdienstige perspectief op de grote levensvragen. Zowel kerkelijken als niet-kerkelijken herkenden zijn zoektocht op het snijvlak van filosofie en theologie, van liberalisme en neo-orthodoxie, van socialisme en christendom, en eveneens op dat van protestantisme en katholicisme.
De moed om te zijn was de reden dat deze geleerde ‘theoloog voor theologen‘ bij een groot publiek bekend werd als ‘apostel van de intellectuelen‘.
Wie déze moed, déze kracht in een daad van Mystiek of Geloof deelachtig wordt,
is zich bewust van de bron van zijn moed om te zijn.

En wie dat niet deelachtig wordt?

De mens behoeft niet noodzakelijk besef van deze Bron te bezitten. In toestanden van cynisme en onverschilligheid is hij er zich niet van bewust. Maar deze Bron werkt in hem zolang hij de moed handhaaft om z’n eigen angsten op zich te nemen. In de daad van de moed om te zijn, bevindt zich de macht van het zijn effectief in ons, of wij haar nu herkennen of niet.

Dus in de moed om te leven openbaart zich het ware zijn.

Troparion     tn.1.
    Als een Belofte van de gemeenschappelijke Opstanding
hebt Gij voor Uw Lijden Lazaros uit de doden opgewekt, o Christus God.
En daarom mogen wij, evenals de kinderen, de symbolen dragen van de zegepraal,
en tot U roepen als de Overwinnaar van de dood:
 Hosanna in de hoge:
gezegend Hij, die komt in de Naam des Heren’
”.

Kondakion     tn.2.
    De Christus, de Vreugde van allen, de Waarheid,
het Licht, het Leven en de Opstanding van de wereld,
is in Zijn goedheid aan de aardbewoners verschenen.
Hij is het Voorbeeld van de Opstanding en
Hij verleent aan allen God vergiffenis
”.