Zondag van de tollenaar en de farizeeër – begin van het Triodion

de tollenaar en de farizeeër

      Christus sprak ook met het oog op sommigen, die van zichzelf vertrouwden, dat zij rechtvaardig waren en al de anderen verachtten, deze gelijkenis:
      Twee mensen gingen op naar de Tempel om te bidden; de een was een Farizeeër, de ander een tollenaar.
  De Farizeeër stond en bad dit bij zichzelf: ‘ O God, ik dank U, dat ik niet zo ben als de andere mensen, rovers, onrechtvaardigen, echtbrekers, of ook als deze tollenaar; ik vast tweemaal per week, ik geef tienden van al mijn inkomsten.
  De tollenaar stond van verre en wilde zelfs zijn ogen niet opheffen naar de hemel, maar hij sloeg zich op de borst en zei: ‘O God, wees mij, zondaar, genadig!’.
Ik zeg u: Deze keerde, in tegenstelling met de ander, gerechtvaardigd naar huis terug. Want een ieder, die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden, doch wie zichzelf vernedert, zal verhoogd wordenLuc.18: 9-14.

      Gij daarentegen hebt volle aandacht geschonken aan mijn onderricht, wijze van doen, bedoeling, Geloof, lankmoedigheid [toegevendheid], Liefde, volharding, vervolgingen en lijden, zoals mij getroffen hebben te Antiochië, te Ikonium en te Lystra.
Al die vervolgingen heb ik
[in Christus] doorstaan en de Heer heeft mij uit alle gered. Trouwens, allen, die in Christus Jezus godvruchtig willen leven, zullen vervolgd worden.
      Maar slechte mensen en bedriegers zullen van kwaad tot erger komen; zij verleiden en worden verleid.
            Blijf gij echter bij wat u geleerd en toevertrouwd is, wel bewust van wie gij het hebt geleerd en dat gij van kindsbeen af de heilige schriften kent, die u wijs kunnen maken tot zaligheid door het Geloof in Christus Jezus2Tim.3: 10-15.

Slechts Onze Heer en Verlosser,
Jezus Christus vormt voor ons het begin van redding & bevrijding, omdat wij nogal kortzichtig zijn sprak Hij eveneens  met het oog op sommigen, die van zichzelf vertrouwden, dat zij rechtvaardig waren en al de anderen verachtten.  Als Zoon van de liefdevolle Vader wil Hij bereiken dat de mens zich slechts voor Hèm openstelt,  teneinde het doel in het proces van verzoening, het doel van Zijn levensproject, te bereiken.
Moge God zowel voor jouw als voor mij, de grootste zondaar, de weg vereffenen, de weg naar “onze Vader”, Die ons het Hemels Koninkrijk binnenleidt en reeds van verre staat op te wachten.

Het Triodion, welke vandaag begint en tot Grote en Heilige Zaterdag duurt staat bekend als de weg tot het Licht. Deze voorbereidingsperiode op Pascha bestaat uit drie fasen:
1.]. de eerste periode is om je voor te bereiden op de vastenperiode.
2.]. de tweede periode de werkelijke periode van het vasten. 
3.]. de derde periode, de laatste week, die van de lijdensweek.
De Orthodoxe Kerk wijdt de eerste zondag van de voorbereidingsfase aan het thema van de tollenaar en de Farizeeër – de boodschap richt zich op de beoefening van de nederigheid.
Gebrek aan nederigheid is te herleiden tot trots, de wortel van het ontstaan van de zonde. Dat is herkenbaar, wie trots is, denkt immers in termen van wij-zij, goeden tegenover de slechten; je voelt je in elke geval beter dan die ander, je bent je in het geheel niet bewust van de blunders, die je maakt.
De ander wordt vervolgens buitengesloten; ‘Ik wil daar immers in het geheel niet meer mee te maken hebben’ – òf – ‘Ik ga alleen met je om als je nèt zo wordt als ik’, – òf – ‘Als je mijn culturele gewoonten niet overneemt, dien je er niet gek van òp te kijken, dien je niet te klagen als er vreemd tegen je wordt aangekeken en je er bij mij niet meer ‘in’ komt en je bijvoorbeeld ‘minder snel een baan krijgt’. Je sluit je op in je culturele vriendenkring en poetst je gezwollen ikheid [ego] op en sluit de rest van de wereld op jouw ‘nivo’ uit. 

De tijd van het Triodion is een periode, die deze zondag begint en eindigt op Stille Zaterdag; het is een tijdgebonden periode waarin de mens z’n/haar best doet terug te keren tot zichzelf en zich tot God wendt met het verzoek hem/haar tot een nieuw mens om te vormen.
Het woord Triodion is een Grieks woord en betekent drie Oden, van elk drie hymnen, het woord ωδή betekent lof, hetgeen uitgevoerd wordt door αείδώ [= zingen]. Het is een periode van zelfzuivering onder de aanroep: “ O, God wees mij genadig, ik ben een zondaar”.
Dit lezen we eigenlijk al aan het begin van Synaxarion op de eerste dag: “ O Schepper van al wat boven en beneden is, U aanvaardt de Hymne van het Trisagion van de Engelen: Neem ook aan het Triodion uit mijn mond, uit de mond van een mens”.

‘Open voor mij, o Leven-schenker, de poorten tot boete’?

Hoe goed past bij deze zondag de bijna juichende boetezang: “De deur der boete open mij, o Leven-schenker”, welke ons de komende weken zal begeleiden.
mp3:   فتح أبواب التوبة بالنسبة لي  = ‘open the repent doors for me’;

 

In de dagen van Christus rondgang op aarde waren farizeeërs mensen met passie voor geloofsopvoeding.
Zij zetten zich in om de rijke traditie van Mozes en de profeten te bewaren en over te leveren.
Zij willen niets liever dan voorkomen dat de mensen God zouden vergeten.
Het werkte echter in de hand dat het volk geleidelijk aan van God vandaan zou geraken, farizeeërs dàt waren immers dè schatbewaarders, zij waren immers geroepen om de enorme rijkdom aan Wijsheid en het Geloof te bewaren, daar kon het gewone volk niet bij.
En in het licht van die kostbare en rijke Traditie zijn ze niet enthousiast over nieuwigheidjes op geloofsgebied; zij onderstrepen dat het volgen van leefregels je slechts beschermt tegen afval, de buitenkant is slechts belangrijk. En zij zien een volstrekte sabbatsrust als een belangrijke – wekelijkse weg tot God; de spelleiders van het volk, de farizeeërs waren echter doorgeslagen in hun goede bedoelingen. Zij gingen zó vèr in hun ijver voor de Traditie en zij waren zó afgeknapt op de onverschilligheid van de gewone mensen, dat er iets verbetens en boosaardigs binnen was geslopen – zo werkt de tegenstrever.
Ze hadden het eigenlijk vooral nog over ‘de Wet van Mozes’ en het daarop volgend oordeel Gods; zij verloren daarbij Gods Liefde en Barmhartigheid uit het oog. Zij communiceerden niet meer met het gewone volk en concentreerden zich zo sterk op vormen en uiterlijkheden dat ze vergaten dat God het hart aanhangt en ziet wat er wèrkelijk van binnen plaatsvindt.

Wij, die onszelf, in eigen ogen, zulke brave christenen beschouwen, kunnen ons eigenlijk heel goed vinden in dat beeld van die farizeeër, wanneer we daar maar niet de tegenwoordige betekenis van “huichelaar” aan verbinden, want die betekenis hindert ons.
Maar wanneer wij ons bewust worden dat wij eigenlijk ‘net zo’ over onszelf denken als die mens uit de parabel, die over zichzelf dacht:
Wij komen netjes onze verplichtingen na, we bidden regelmatig, en we houden ons aan de wekelijkse en jaarlijkse Vastenregels; we doen eigenlijk nooit iemand kwaad; en wanneer we met iemand niet goed kunnen opschieten, dan is die ander toch gewoon ‘een volkomen onmogelijk mens’.
We zien maar al te goed hoe àndere mensen regelmatig tekort schieten en al zeggen we het niet met zulke mooie woorden, we zijn er toch innerlijk van overtuigd dat we ‘in God ogen‘ eigenlijk heel wat méér waard zijn dàn de meeste mensen, die zich immers nèrgens iets van aantrekken.
Wat hebben wij orthodoxen het toch goed met elkaar getroffen, òf niet soms? Ja, het gebeurt zelfs dat er openlijk vanaf het ambon verklaard wordt, dat je trots kunt zijn tot een bepaald Patriarchaat te behoren. 

    Doch sommigen van hen [de joden en de farizeeën] zeiden:
‘ Door Beëlzebub, de overste der boze geesten, drijft Hij de geesten uit’. Anderen begeerden, om Hem te verzoeken, van Hem een teken uit de hemel.
      Maar Christus kende hun gedachten en zei tot hen:
‘ Ieder koninkrijk, dat tegen zichzelf verdeeld is, gaat ten onder, en het ene huis valt op het andere.
Indien ook de satan tegen zichzelf verdeeld is, hoe zal zijn koninkrijk kunnen standhouden? Want jullie zeggen, dat Ik door Beëlzebub de boze geesten uitdrijf. Indien Ik door Beëlzebub de boze geesten uitdrijf, door wie doen uw zonen het dan? Daarom zullen zij rechters over u zijn.
      Maar indien Ik door de vinger Gods de boze geesten uitdrijf, dan is het Koninkrijk Gods over u gekomen.  Wanneer een sterke, goed gewapende man zijn eigen hof bewaakt, is zijn bezit in veiligheid. Maar wanneer iemand, die sterker is dan hij, hem aanvalt en hem overwint, rooft deze zijn wapenrusting, waarop hij vertrouwde, en verdeelt zijn buit.
          Wie met Mij niet is, die is tegen Mij en wie met Mij niet bijeenbrengt, die verstrooit.
Zodra de onreine geest van de mens is uitgevaren, gaat hij door dorre plaatsen om rust te zoeken, en als hij die niet vindt, zegt hij: Ik zal terugkeren naar mijn huis, waar ik ben uitgevaren. En als hij komt, vindt hij het geveegd en op orde. Dan trekt hij heen en neemt zeven andere geesten mee, bozer dan hij zelf; en zij komen binnen en wonen daar. En het wordt met die mens in het einde erger dan in het begin’.
En het geschiedde, toen Hij deze dingen sprak, dat een vrouw uit de schare haar stem verhief en tot Hem zei:
‘ Zalig de schoot, die U heeft gedragen, en de borsten, die Gij hebt gezogen’.
Maar Christus zei:
                ‘ Zeker, zalig, die het Woord Gods horen en het bewaren.
Toen de scharen te hoop liepen, begon Hij te zeggen:
                ‘ Dit geslacht is een boos geslacht. Het begeert een teken, maar het zal geen teken ontvangen dan het teken van Jona. Want gelijk Jona voor de Ninevieten ten teken geworden is, zo zal ook de Zoon des mensen het zijn voor dit geslacht. De koningin van het Zuiden zal in het oordeel optreden met de mannen van dit geslacht en hen veroordelen, want zij is gekomen van de einden der aarde om de wijsheid van Salomo te horen, en zie, meer dan Salomo is hier. De mannen van Nineveh zullen in het oordeel opstaan met dit geslacht en het veroordelen, want zij hebben zich bekeerd op de prediking van Jona en zie, méér dan Jona is hier
Luc.11: 15-32.

      Farizeeër                    en    de tollenaar

En dan is daar die andere figuur, daar achterin, achter die pilaar.
We hebben al snel een zwak voor hem, maar laten we van hem geen knuffel-tollenaar maken, hij heeft als mens net als wij terecht allerlei redenen om zich te schamen. Wanneer hij in de spiegel kijkt ziet hij niet bepaald de mens die hij altijd had willen worden. Hij is bepaald geen zegen geweest voor de gemeenschap, hij heeft niet veel licht en warmte verspreid; anderen niet erg gelukkig gemaakt, slechts gezegd waar het op stond. Hij heeft er geen levenslange vriendschappen aan overgehouden; wèl waren er erg veel conflicten, altijd spanning rond hem heen; veel donkere bladzijden in zijn leven; heel wat mensen heeft hij op hun ziel getrapt en pijnlijk bezeerd achter gelaten. Het verschil met de man daar voorin is, dat deze mens in de spiegel durft te kijken.
Hij is -‘niet’- blij is met wat hij daar in z’n rugzakje, zijn eigen hart aantreft.
Hij durft z’n blik -‘niet’- naar de hemel te richten.

farizeeër en de tollenaar, door Fabritius

Door deze passage van de Blijde Boodschap leren wij tevens het belang van het onophoudelijk gebed, het gebed van het hart en onderkennen we nog een vereiste om onze gebeden voor God  aanvaardbaar te doen zijn, dat wij kunnen bidden als waren wij de grootste dichters, die niet in staat zijn met de mooiste woorden Gods aandacht te trekken, we blijven mensen, die slechts van binnen dienen te beseffen, dat wij in ons doen en laten niets te ‘verdienen’ hebben.
Er blijft ons niets anders over en niet in staat iets anders te vragen dan Gods Genadegave: “O God, ontferm U over mij, zondaar“, alleen dàt blijft nog óver voor Gods genadige weg. Het belangrijkste in deze gelijkenis is dat Christus de menselijke bekering verbonden heeft met nederigheid. De H. Schrift laat duidelijk zien dat het de trots was die Satan deed vallen.
Nederigheid doet de mens zich in zichzelf terugtrekken om te erkennen dat hij ‘altijd maar weer‘ ongelijk heeft en dat hij op God dient te vertrouwen.
Het is het gebed van deze tollenaar welke de Kerk heeft gebracht tot  het gebed van het hart, het Jezusgebed – ‘Heer Jezus Christus, Zoon van God, ontferm U over mij, zondaar‘ en het komt dan ook in alle gebeden van de Kerk terug en wij blijven dit gebed maar onophoudelijk herhalen: ‘Heer ontferm U‘.
De laatste woorden -‘ontferm U‘- van dit gebed ten opzichte van onze Heer, toont de menselijke nederigheid en zelfopoffering en is het thema van de periode die op deze zondag begint en aan het einde van onze pelgrimstocht op aarde ‘de Opstandingsdag‘, ‘het Licht‘ van het Hemels Koninkrijk in het vooruitzicht stelt. De mens, hij/zij buigt zich voorover, slaat zich op zijn/haar borst en zegt: ‘Heer, wees mij, zondaar, genadig’.

    De deemoedige gezindheid van de Tollenaar werd voor hem een ladder, die hem deed opstijgen tot de Hemelse Gewesten [Hoogten]. Maar doordat de Farizeeër zichzelf verhief in de lichtzinnigheid van zijn ijdelheid, viel hij gebroken neer tot in de kerker van de hel. Vanuit een hinderlaag berooft de bedrieger de gerechten door ijdelheid. Hij vangt zondaars in de strik van de wanhoop. Maar laat ons de Tollenaar navolgen, om zo van beide kwaden te worden bevrijd7e Irmos

Ikos     tn.3.
   
Laten wij onszelf verdeemoedigen, broeders en zusters, en met klagend zuchten ons geweten slaan, zodat wij zonder schuld mogen staan in het eeuwige Gericht, daar wij dan vergeving hebben ontvangen. Dat is in waarheid de Rust, smeek dat wij deze mogen aanschouwen, waar kwelling noch smart meer worden gevonden, en wij niet meer behoeven te zuchten uit de diepte. Want dan zijn wij in het wonderbaar Paradijs, dat geschapen is door Christus, onze God, zonder begin, evenals de Vader”.

Kondakion      tn.4.
Laat ons vluchten de hoogmoedige grootspraak van de farizeeër,
maar navolgen de grootheid van de deemoed van de Tollenaar.
En laat ons rouwmoedig roepen tot de Verlosser;
Wees U ons genadig, Die alleen Verzoening wilt
”.

Kondakion      tn.3.
Laat ons, zondaars, aan de Heer opdragen
het zuchten van de Tollenaar en voor Hem neervallen,
want Hij is onze Meester.
Hij wil de Verlossing van alle mensen
en schenkt vergiffenis aan allen, die boete doen.
Want terwille van ons is Hij vlees geworden,
terwijl Hij God is;
zonder begin, evenals de Vader
”.

Theotokion     t.3.
  Wij erkennen u als de wonderbaarlijke heilige ladder,
welke eens door Jacob in de droom was aanschouwd,
en die vanuit de diepte tot in de hoogste hemelen reikt, Al-reine.
Want gij hebt God vanuit den hoge neergetrokken in het vlees
en hebt daardoor de sterflijken omhooggevoerd
”.

Orthodoxie & de geboren buitenstaander, nadat wij uit de duisternis zijn opgestaan.

Christus, vol Genade en Waarheid

      Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven zal hebben . . . . .
         Dit is het oordeel, dat het Licht in de wereld gekomen is en de mensen de duisternis liever gehad hebben dan het Licht, want hun werken waren boos
John.3: 16&19.

Met de wereld wordt de mensheid in het algemeen bedoeld.

      En Christus zei tot hen: ‘jullie zijn van beneden, Ik ben van boven; jullie zijn van deze wereld, Ik ben niet van deze wereld. Ik heb jullie dan gezegd, dat jullie in je eigen zonden zult sterven; want indien jullie niet geloven, dat Ik het ben, zullen jullie in je zonden stervenJohn.8: 23,24.

Christus behoorde dus weliswaar tot de wereld, waartoe Hij met God’s Opdracht was nedergedaald, maar Hij behoorde ‘niet  tot de mensenmaatschappij die er bestaat en daarmee gaf Hij aan dat Hij [als Zoon van God, afkomstig uit het Hemels Koninkrijk] onmogelijk een bepaalde zonde kon uitoefenen en noemde Hij de Satan de heerser van deze wereld.

nachtelijke wandeling

      Nu gaat er een oordeel over deze wereld; nu zal de overste van deze wereld ‘buiten’ geworpen worden; en als Ik van de aarde verhoogd ben, zal Ik allen tot Mij trekken. En dit zei Hij om aan te duiden, welke dood Hij sterven zou“ John.12: 31-33.

Mozes benoemt het volk van Israël [de Kerk] als buitenstaanders van de wereld, die zich van de “massa” dienden te distantiëren:
      Jullie dienen de meerderheid:
in het kwade niet te volgen, noch in
een rechtsgeding getuigenis afleggen met de meerderheid mee, om het recht te buigen.
Ook zullen jullie een onaanzienlijke niet voortrekken in zijn rechtsgeding.
Wanneer je een verdwaald rund of ezel van uw vijand aantreft, zult je ze hem zeker terugbrengen.
Wanneer je de ezel van je vijand onder zijn last ziet bezwijken, zul je dit niet onverschillig aan hem overlaten. Je zult hem zeker helpen met afladen.
Je zult het recht van de arme onder jullie in zijn rechtsgeding niet buigen.
Van een bedrieglijke zaak dient je je vèr te houden. De onschuldige en de rechtvaardige mag je niet doden, want Ik verklaar de schuldige niet rechtvaardig.
Een geschenk zult je niet aannemen, want een geschenk maakt zienden blind en verdraait de zaak van de onschuldigen.
De vreemdeling dien je niet te benauwen, want je kent de gemoedsgesteldheid van de vreemdeling, omdat jullie zelf vreemdelingen zijn geweest in het land EgypteEx.23: 2-23.

Er bestaan dus wel méér omgangsvormen, dan in de ‘tien woorden’ [de tien Geboden] aan het Godsvolk werden mee-gegeven, die  beschreven staan en waar wij ons als Christenen eveneens aan dienen te houden; het “doel” van de “constitutie” die God aan het Godsvolk heeft geopenbaard en opgelegd.
Uit bovenstaande opsomming worden we tevens ingevoerd in de bijbehorende betekenis: het raamwerk van menselijke omstandigheden waarin iemand wordt geboren en waarin hij leeft en het overgrote deel van de mensen “de massa” welke vermeden dient te worden.
Sommige Bijbelvertalingen gebruiken het Griekse woord κόσμος [kosmos], maar ook drie andere Griekse woorden Γη [ge=aarde];αιων [ai′on=eeuw]; οικουμενε [oikoumene=we herkennen elkaar] en vijf verschillende Hebreeuwse woorden [ʼארץ eretz, van Eretz Jisrael, beloofde land; חאדהל; כילודה che′ledh, als een kind] en op sommige plaatsen wordt het met “wereld” weergegeven. Soms ook door het met allerlei andere dingen te verbinden.

Over de toekomst van de wereld wordt gezegd, dat deze wereld ‘absoluut zeker‘ voorbij gaat:
      Hebt de wereld niet lief en hetgeen in de wereld is. Indien iemand de wereld liefheeft, de Liefde van de Vader is niet in hem. Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en een hovaardig leven, is niet uit de Vader, maar uit de wereld. En de wereld gaat voorbij en haar begeren, maar wie de Wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid
1John.2: 15-17 en
    Vernedert u dan onder de machtige hand Gods, opdat Hij u zal verhogen te zijner tijd. Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u1Petr.5: 6,7.
Petrus heeft deze oproep uit het Hooglied en het slaat op de uitroep:
      Sta op, word verlicht, want uw licht komt en
de Heerlijkheid des Heren gaat over u op.
Want zie, duisternis zal de aarde bedekken en donkerheid de natiën, maar over u zal de Heer opgaan en Zijn Heerlijkheid zal over u gezien wordenIsaiah 60: 1,2.
En Elihu wijst ons erop dat God Degene is,
Die alles heeft geschapen en Zijn Schepping in stand houdt. In Hem leven we en bewegen we en hebben ons bestaan te danken. Hij heeft en houdt de controle over onze bestemming:
    Indien jullie verstandig zijn, luister hiernaar, leen het oor aan het geluid van Mijn woorden. 
Kan iemand, die het recht haat, leidsman zijn en wilt gij de Rechtvaardige, de Geweldige, veroordelen, Hem, Die tot een koning zegt: Nietswaardige, tot edelen: gij goddelozen; die vorsten niet naar de ogen ziet, de aanzienlijke niet voortrekt boven de geringe, omdat zij allen het maaksel van Zijn [Gods] handen zijn? In een oogwenk sterven zij, ja, midden in de nacht, het volk wordt opgeschrikt en vergaat en de Machtige doet het verdwijnen, niet door mensenhand. Want Zijn ogen gaan over de wegen van de en Hij ziet al z’n schreden; Geen donkerheid is er, noch diepe duisternis, waarin de bedrijvers van ongerechtigheid zich kunnen verbergenJob 34: 16-22.
De mensheid heeft de neiging de tijd waarin zij leven te benoemen in superlatieven. Wanneer er hun gevraagd wordt de wereld waarin zij leven te omschrijven karakteriseren zij het veelal als ‘het beste‘ of ‘het slechtste‘ wat een mens ooit heeft meegemaakt. Dergelijke oordelen zijn meestal van weinig waarde. Elke generatie kan een duidelijk verschil vertonen met de voorgaande, maar de onderlinge verwantschap van een gewone mensheid bindt hen onlosmakelijk samen.

De eenheid van de Kerk, de verbondenheid van het Lichaam met Christus wordt als véél en véél groter en glorieuzer ervaren. Door haar lange voorgeschiedenis, die tot voor Abraham teruggaat bezit zij de invloed, die uitgaat  van veranderende situaties.
Met een geweldig vertoon van zowel voorspoed als minder goede tijden kunnen we in het algemeen van een gestage ontwikkeling spreken, van expansie en terugval, van warme spiritualiteit en van onaangename wereldlijke gerichtheid.
Maar te midden van de verschuivende getijden in haar levensloop, is de Kerk door de Heilige Geest, Die er heerst samengevoegd tot een zevenvoudige eenheid. ” Er is sprake van één Lichaam en een Geest, gelijk wij ook geroepen zijn in de ene Hoop van onze roeping, één Heer, één Geloof, één doop, één God en Vader van allen, Die is bóven allen en dóór allen en ìn allenEph.4: 4-6.
In essentie blijft de Kerk in elk tijdperk hetzelfde, want zij is het Lichaam van Christus, de Gemeenschap van gelovigen, Die geroepen is om zich gezamenlijk te verheffen [heiligen] en gezamenlijk een getuigenis van Gods Genadegaven te vormen in Christus Jezus voor alle volkeren.

Omdat de Kerk door de inwonende Geest, de Blijde Boodschap, de Pedagogie van de Heer heeft meegekregen en in dit Woord, deze Waarheid bewaard is gebleven, blijft haar Boodschap voor elk generatie in principe hetzelfde. Individuen kunnen verschillen in de radicalisering qua begrip en de toe-eigening van deze waarheid. Grote delen van de georganiseerde Kerk kunnen afwijken en qua geloof defect raken dat voor ‘eens en voor altijd’ aan de ‘heiligen is overgeleverd‘.
Maar zelfs -‘op z’n best‘- kent de Kerk in deze wereld zichzelf in de kern slechts gedeeltelijk en profeteert daarin slechts gedeeltelijk:
      Want ‘on’-volkomen is ons kennen en ‘on’-volkomen ons profeteren.
Doch, als ‘het Volmaakte’ komt, zal datgene wat onvolkomen is afgedaan hebben. Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, voelde ik als een kind, overlegde ik als een kind. Nu ik een volwassen ben geworden, heb ik afgelegd wat kinderlijk was. Want nu zien wij nog door een spiegel, in raadselen, doch straks van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik onvolkomen, maar dan zal ik ten volle kennen, zoals ik zelf gekend ben
1Cor.13: 9-12.

      In de dagen van die koningen zal de God des Hemels een Koninkrijk oprichten, dat in eeuwigheid niet zal te gronde gaan en waarvan de Heerschappij op geen ander volk meer zal overgaan: het zal al die koninkrijken verbrijzelen en daaraan een einde maken, maar Zelf zal het bestaan in eeuwigheidDan.2: 44.
De Goddelijke Waarheid in Christus, blijkt altijd voller, groter en rijker dan enige vertegenwoordiging daarvan en aldus blijft de getuigenis van de Kerk voor de wereld ongewijzigd.
Dit is de onvervreemdbare erfenis die aan de Kerk door de Goddelijke Genadegaven is meegegeven. Dit soort zaken dienen wij altijd voor ogen te houden en te herinneren, wanneer er over het leven van de Kerk in onze tijd gesproken wordt – in ‘betere‘ tijden en in ‘minder goede‘ tijden.
     Het kan voorkomen dat Christus de hand blijkt te hebben in de slechte dagen, die ons overkomen, waarop wij slechts op gepaste wijze dienen te bekennen, dat
wij slechts een zondig mens zijn en ‘God‘ het beste met ons voor heeft.
     De geschiedenis van de Kerk kan uit dit alles onvoldoende geheimenis in haar leven ontlenen. Door uitverkoren Liefde van God in Christus heeft zij door de Heilige Geest nieuw leven gekregen, hetgeen gecommuniceerd wordt, overeenkomstig dit nieuwe leven draagt zij door alle eeuwen deze getuigenis met zich mee; zij bezit geen andere Boodschap.

Goddelijke Liturgie, Grote intocht

     Op basis van dit Geloof smeekt zij dagelijks [tijdens de Grote intocht] voor alle gelovigen:
  Gedenke de Heer ons in Zijn Koninkrijk, immer, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen”.
Vervolgens zet de priester al knielend de Kelk en de disk op het antimention en bidt, terwijl hij de velums weg neemt van de disk en kelk:
  De rechtvaardige Joseph nam Uw aller-zuiverst Lichaam van het Kruis. Hij wikkelde het in een zuiver linnen doek met reukwerk en legde Het in een nieuw graf”. de priester bewierookt de aër en legt deze over de gaven en bidt:
  In het graf was U in Uw vlees; in de onderwerp met Uw ziel, maar als God in het Paradijs met de Rover.
En op de Troon, o Christus, met de Vader en de Geest, vervelt U alles, o Onbeschrijflijke.
Leven-brengend en schoner dan het Paradijs, en waarlijk stralender dan het schoonste koningspaleis: zo is voor ons Christus, Uw graf, de bron van onze Opstanding
”.
     De band die de leden van de Kerk samenbindt als heilige Gemeenschap is overeenkomstig het Heilig Evangelie, de Blijde Boodschap van haar redding in Christus.

de Kerk legt getuigenis af van onze voorvaderen

Om ervoor te zorgen dat zij terecht door de mensheid begrepen wordt, getuigt de Kerk dagelijks overeenkomstig haar Belofte teneinde dit kostbare erfgoed, de Kerk, adequaat te blijven verdedigen behoudt zij de band die haar verbindt met de heiligen, die zij heeft voortgebracht en is trouw aan de vorige generaties, de voorouders.
In die tijden werd de Kerk eveneens verstoord door ketterij en scheuringen door schisma’s; zowel met als zonder vijanden werd de Kerk van binnenuit als om haar heen meedogenloos in haar voortbestaan aangevallen. Tijdens vervolgingen is het niet gelukt haar te verleiden tot een verraad aan de waarheid, zij werd ze bedreigd door bepaalde vormen van uitleg van haar evangelische Boodschap.
Maar zij is voorzichtig gebleven en heeft onafgebroken gewaakt over degenen die Christus had verlost door Zijn bloed en riep Zijn Vader tot Getuige:
    Ik heb hun Uw Woord gegeven en de wereld heeft hen gehaat, omdat zij niet uit de wereld zijn, gelijk Ik niet uit de wereld ben. Ik bid niet, dat U hen uit de wereld wegneemt, maar dat U hen bewaart voor de boze. Zij zijn niet uit de wereld, gelijk Ik niet uit de wereld ben. Heilig hen in Uw [Goddelijke] Waarheid; Uw Woord is de Waarheid. Gelijk U Mij [als Uw Zoon] gezonden hebt in de wereld, heb ook Ik hen gezonden in de wereldJohn.17: 14-18.
Iedere volgeschreven bladzijde uit de Geschiedenis van de Kerk getuigt van de Goddelijke Aanwezigheid en Macht, van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest. We zouden ons daarom schuldig maken aan grove oppervlakkigheid en slechts ondankbaarheid betonen, wanneer wij de stem van de geschiedenis zouden verwaarlozen.
Wat Gods mensen uit vorige generaties geloofden en predikten, is vandaag eveneens van betekenis voor ons; hun inzichten zijn bewaard gebleven om ons leven te verrijken. Hun verdediging van Blijde Boodschap, de Pedagogie van de Heer is een arsenaal van waaruit we ons in de strijd kunnen bewapenen en die ons alleen maar goed van pas zullen komen.
De trouw aan de Heiland van onze voorvaderen juicht -ondanks het zicht op grote ellende en 
afvalligheid- niet alleen ons hart toe maar moedigt ons ook aan om Christus loyaal trouw te blijven, Die ons mensen liefheeft en Zichzelf overgegeven heeft voor onze redding.
Laten we derhalve -als buitenstaanders van de wereld- Zijn Opstanding uit de doden bezingen.

Apolytikion     tn.1
“   Terwijl de steen door de Joden verzegeld was
en de soldaten Uw alleruiterst Lichaam bewaakten,
zijt Gij na drie dagen opgestaan, o Verlosser,
om aan de wereld Leven te schenken.
Daarom riepen de Hemelse Machten U Toe, o Levenschenker:
Ere zij Uw Opstanding, o Christus.
Ere zij Uw Koninkrijk:
Ere zij Uw Voorzienigheid o enige Menslievende
”.

Kondakion     tn.1
“   Als God zijt Gij opgestaan uit het graf in Heerlijkheid
en de wereld hebt Gij mede opgewekt.
De mensennatuur bezingt U als God
en de dood is teniet gedaan.
adam jubelt o Meester
en Eva, uit haar noemen bevrijd, verheugt  zich en roept uit:
Gij zijt het, o Christus,
Die aan allen de Opstanding schenkt
”.

Theotokion     tn.1
“   Toen Gabriël tot U o Maagd het ‘verheug u’ sprak,
nam de Schepper van het heelal in U het vlees aan.
Toen werd gij ‘de Heilige Ark’, waarover David sprak,
meer omvattend dan de Hemelen.
Eer zij Hem, Die in U woning nam,
Eer aan Hem, die uit u tevoorschijn trad.
Eer aan Hem, Die ons door uw baren heeft bevrijd
”.

33e Zondag na Pinksteren – Zacheüs’-zondag

      En Hij kwam Jericho binnen en ging erdoor. En zie, er was een man, Zacheüs geheten, die oppertollenaar was, en hij was rijk. En hij trachtte te zien, wie Jezus was, en slaagde er niet in vanwege de schare, want hij was klein van gestalte. En hij liep hard vooruit en klom in een wilde vijgenboom om Hem te zien, want Hij zou daarlangs komen.
En toen Jezus bij die plaats kwam, keek Hij naar boven en zei tot hem:
‘Zacheüs, kom vlug naar beneden, want heden dien Ik een tijdje in uw huis te verblijven’.
En hij kwam vlug naar beneden en ontving Hem met blijdschap.
En toen zij het zagen, morden zij allen en zeiden:
‘ Hij is bij een zondig man binnengegaan om zijn intrek te nemen.
Maar Zacheüs ging staan en zei tot de Heer:
‘ Zie, de helft van mijn bezit, Heer, geef ik de armen, en indien ik iemand iets heb afgeperst, vergoed ik het viervoudig’.
En Jezus zei tot hem:
‘Heden is aan dit huis redding geschonken, omdat ook deze een zoon van Abraham is. 
Want de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te zoeken en te reddenLuc.19: 1-10.

      Dit is een betrouwbaar woord en alle aanneming waard. Ja, hierom getroosten wij ons moeite en grote inspanning, omdat wij onze hoop gevestigd hebben op de levende God, die een Heiland is voor alle mensen, inzonderheid voor de gelovigen.
Beveel en leer dit.
Niemand schatte u gering om uw jeugdige leeftijd, maar wees een voorbeeld voor de gelovigen in woord, in wandel, in liefde, in geloof en in reinheid.
In afwachting van mijn komst moet gij u toeleggen op het voorlezen, het vermanen en het leren.
Veronachtzaam de gave in u niet, die u krachtens een woord als die van de profeten geschonken is onder handoplegging van de gezamenlijke oudsten.
Behartig deze dingen, leef erin, opdat aan allen mag blijken, dat gij vooruitgaat1Tim.4: 9-15.

Evangelieboek & Kruis op de plaats, waar gebiecht wordt !

Wij, christenen, zijn ons allen bewust dat wij zondaars zijn, het zondaar-schap komt in onze beste kringen voor, zelfs onder spelleiders, priesters, wij schamen ons niet onszelf zondaars te noemen, er is immers geen mens die niet leeft zonder te zondigen.
Daarom roemen wij ons door alle generaties heen op het Groot en Heilig Kruis, want ons kruis wat wij in Christus liefdevol met ons meedragen is de roem van alle Christenen.

Grote buiging

Na het oude Verbond is de nieuwe tijd aangebroken, wij hebben de besnijdenis, de oude ceremoniële Joodse Wet achter ons gelaten en hebben deze door Christus vervangen door de vrijheid van de Genade en onderwijzen een andere Boodschap, de Blijde Boodschap van de Zoon van God, welke gerealiseerd wordt in de Liefde tot God, onszelf en de ander [de naaste].
Wij, christenen, onderwijzen in navolging van Christus, onze Heer en Verlosser een ander Evangelie! Niets minder dan een ander Blijde Boodschap, omdat wij met de vervulling van het Heil voor ogen een andere [ketterse] leer weigeren te aanvaarden en wij blijven niet langer bij het type, die zich slechts in de schaduw bevinden, van het puur menselijke, hetgeen ‘
niet’ verlost, hetgeen mensen ‘niet’ nieuw maakt tot prachtige iconen in Christus, onze Heer.
De geschiedenis van de Kerk zit vol met zulke mensen, tot op de dag van vandaag en in onze tijd en misschien hebben we veel – veel van zulke ‘valse’, ‘verraderlijke’ christenen onder ons.
  De Heilige Johannes Chrysostomos zegt dat ze Christus liever beledigen en zelfs verwerpen aangenaam zijn voor mensen; liever beledigen ze daarmee God om de mensen te behagen!
Ze zijn mensen, die slechts behaagd willen worden, medewerkers met de vijanden van het Kruis.
Het leven van het Kruis vereist opoffering, jezelf kwetsbaar durven opstellen, openhartig zijn over hoe je over bepaalde dingen denkt.
Christus eist van ons offers, omdat opoffering liefde is. Wanneer wij Christenen onszelf niet opofferen, houden we niet van de mensen, wanneer we niet van onszelf en de naasten houden en daarmee onze redding bewerkstelligen, kunnen we niet verenigd worden met de God, Die slechts Liefde is, tot de naaste en onszelf.
  De Heilige Johannes van Kronstadt zegt; “dat Christus ons leven schenkt, zodat wij ons met geheel ons hart tot God zouden keren, voor onze zuivering en ter correctie; wees je hiervan bewust en corrigeer jezelf. Waarom voegt onze Heer dag in dag uit, jaar na jaar aan ons bestaan toe?  Zodat we geleidelijk zouden wegtrekken en het kwaad van onze zielen opzij zouden zetten”.
Hij zegt dit aan de hand van : “      Wast u, reinigt u, doet uw boze daden uit Mijn ogen weg; houdt op kwaad te doen; Leert goed te doen, tracht naar recht, houdt de geweldenaar in toom, doet recht aan de wees, verdedigt de rechtszaak van de weduwe” Isaiah 1: 16,17; “eenieder dient in eigen persoon een gezegende eenvoud aan te leren; zodat we bijvoorbeeld zouden kunnen worden als zachtmoedige lammetjes, zoals eenvoudige baby’s. Ons aardse leven zou onder alle omstandigheden een constante hoop in de Heer dienen te zijn, want alles wat wij bezitten bekomen wij van de Heer”, aldus deze grote Russische spelleider, priester te Kronstadt.

Zacheüs [Aramees, ‘rein’, ‘zuiver’], die oppertollenaar was, was rijk en was dit niet alleen lichamelijk, maar toonde zich tevens geestelijk klein, vernederde zich en klom in een vijgenboom.
De vijgenboom [ficus] wordt bij vele volkeren als heilige boom vereerd.
Deze boom is naast de olijfboom en de druivenstruik symbool van vruchtbaarheid, overvloed en ontwaken. Wij komen hem vooral tegen in de Indiase godsdienst waar een vanuit de hemel omlaag groeiende vijgenboom symbool van de wereld is. 
Wanneer op aarde Christus neerdaalt schaft Hij de inwijding van de vijgenboom af.  Op een heel bijzondere manier staat dit beschreven in de Heilige Schrift:
Twee leerlingen die zelf krachtens hun naam duidelijk de kentekenen dragen van een innerlijk-hoge geestelijke rang, converseren en zeggen, dat de Messias, waarover men zoveel duizenden jaren heeft gesproken, thans op aarde gekomen moet zijn”.
Het zijn de leerlingen Philippos en Nathanaël.
– Philippos, een Griekse naam, samengesteld uit ‘Φίλος, Philos’ en ‘Υπός, Hipos’ betekent: vriend van het paard. Het is Christus, onze Verlosser, Die in het boek Openbaring, de Apocalyps [hfdst.19] op een wit paard ten strijde trekt en …
– De andere naam is ‘Nathanaël’; ‘Nath [
נתח] is het Hebreeuwse woord voor de nacht, Nathan is een ‘zoon van de nacht’, van de Mysteriën, het verborgene. En wat doet hij in het nacht-bewustzijn? Nathanaël, hij woont in ‘El’, in Hem, de Grote, in de godheid; ‘De zoon van het Mysterie in God’.
Philippus, de vriend van de Mysterieuze Zoon van God, is in gesprek met Nathanaël en zegt: ‘Laten wij Hem gaan zien’. Wanneer zij Hem naderen, zegt de Christus: “Ziedaar een Israëliet, in wie geen smet noch vlek is”. En terecht vraagt Nathanaël: “Heer, vanwaar kent gij mij?”. Hoe kan Jezus van Nazareth, die Nathanaël ziet aankomen, weten, dat hij zonder smet of vlek is?
En daarop antwoordt de Christus: “Eer gij hier waart, ken ik u van onder de vijgenboom!”.  Met andere woorden: ‘Ik heb u met vanuit mijn hoge positie, de geestelijke kennis overgedragen,  ‘Ik was bij u’.

 

Christus, vol Genade en Waarheid

Dit is geen teken van machtsvertoon van de zijde van de Messias; maar ieder die nadenkt begrijpt, dat de Messias geen gewoon wezen is, maar de Zoon van de levende God. Wanneer wij onze gebeden doen – waarschijnlijk is het warm, de magen knorren – zijn er momenten dat ons ‘ego‘ een barstje zal vertonen, dat het alledaagse ‘wel weten wie we zijn’ even wegvalt, of wanneer wij die paar keer door de knieën gaan en ons voorhoofd het stof op de grond raakt. Misschien is er dàn even zicht op of een bewogenheid door iets oneindig groots, waartegenover wij oneindig klein zijn.
Mag hierbij dan worden verklaard waarom Zacheüs, belastinginner in de grensstad Jericho hier door Lucas afgeschilderd wordt als een nederig mens, die in een vijgenboom klimt om de Heer te zien. 
Paulus zegt elders, dat hij en de spelleiders, die als gelijkgestemden onder zijn supervisie vallen,  hebben een ‘ander‘ een ‘nieuw‘ Evangelie onderwezen! Niets minder dan een andere Blijde Boodschap, Evangelie, gebruikt om ‘het goede’, de leer van God te bestuderen, omdat ze verlost zijn, en tot ‘nieuwe’ mens g emaakt zijn, naar het beeld en de gelijkenis van God Zelf.

Vijgenboom

Maar de vijgenboom, doet tevens denken aan de vijgenbladeren waarmee Adam en Eva hun schaamte probeerden te bedekken. Er zijn immers mensen die de neiging hebben in hun boom te klimmen, zich a.h.w. verstoppen voor Christus, maar aan de andere kant toch nog wel een glimp van Hem willen opvangen.
      Allen, die zich uiterlijk goed willen voordoen, trachten u te dwingen tot de besnijdenis, alleen om niet vervolgd te worden ter wille van het Kruis van Christus Jezus. Want zij, die zich laten besnijden, houden zelf niet eens de wet, doch zij willen, dat gij u laat besnijden, opdat zij op uw vlees roem kunnen dragen. Maar ik moge ervoor bewaard blijven te roemen anders dan in het Kruis van onze Heer Jezus Christus, door Wie de wereld mij gekruisigd is en ik der wereldGal.6: 12-14.
Daarom roept Christus  -nadat de anderen het laten afweten- [‘het zo goed met zichzelf getroffen hebben’], de armoedzaaiers en zieken van de straten en  pleinen ten einde bij Hem aan te komen zitten in het Hemels Koninkrijk, want alleen zij staan nog open voor verandering:
      Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt Mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want mijn juk is zacht en mijn last is lichtMatth.11: 28-30.
Dit zegt Onze Heer, Jezus Christus, Die ons hier zo van harte uitnodigt; 
De Zoon des mensen is gekomen, wel etende en drinkende, en zij [hier] zeggen:
‘Zie, een vraatzuchtig mens en een wijndrinker, een vriend van tollenaars en zondaars. En de Wijsheid is gerechtvaardigd op grond van haar werken
Matth.11: 19; en vervolgens:
      Wee u, Chorazin [=rokende oven], wee u, Betsaida [=vergevingsgezinde]! Want indien in Tyrus [= stenen, benauwend] en Sidon [= opjagend] die krachten waren geschied, welke in u geschied zijn, reeds lang zouden zij zich in zak en as bekeerd hebben“ Matth.11: 21.

Paulus, ‘Apostel der heidenen’.

Paulus zegt ons vandaag: “Dit is een betrouwbaar Woord en alle aanneming waard . . . . . Beveel en leer dit.
Niemand schatte u gering om uw jeugdige leeftijd, maar wees een voorbeeld voor de gelovigen in woord, in wandel, in liefde, in geloof en in reinheid.
In afwachting van mijn komst moet gij u toeleggen op het voorlezen, het vermanen en het leren. Veronachtzaam de gave in u niet, die u krachtens een woord als die van de profeten geschonken is onder handoplegging van de gezamenlijke oudsten.
Behartig deze dingen, leef erin, opdat aan allen mag blijken, dat gij vooruitgaat“.
Net zoals wij eerder te horen kregen:
Maar aan ieder van ons werd Genade gegeven volgens de Gave Die Christus uitdeelt …  En Hij gaf sommigen om apostelen te zijn, sommigen om profeten te zijn, sommigen om evangelisten te zijn, en sommige voorgangers en leraren.
Ze zouden de heiligen toerusten voor het werk van dienstbetoon om het lichaam van Christus op te bouwen, totdat we allemaal de eenheid van het geloof en de kennis van de Zoon van God bereiken, tot de maat van de volwassen bevolking van de volheid van Christus
” Eph.4: 7,11-13.

Logo AOKN

In mijn thuiskerk wordt naar deze passage gekeken en realiseren Christenen van Antiochië ons dat niet alleen de apostelen en profeten buitengewoon zeldzaam zijn in het Westen, maar wanneer ze zo-af-en-toe opduiken, nog verschijnen, worden de mensen doodsbang, krijgen het [‘spaans’-] benauwd want het Christendom heeft consequenties, verwacht trouw te zijn aan de oorspronkelijke Traditie.
Vooral wanneer je jezelf apostel of profeet durft te noemen. Dit komt waarschijnlijk voort uit een [westers, protestantse] aandoening, een [ziek] verschijnsel dat [naar hun mening] de Genadegaven van de Heilige Geest zijn opgehouden – dat het einde van het apostolische tijdperk een einde zou hebben gemaakt aan Mysteriën en wonderen die met dat tijdperk verband hielden; dit is in tegenstelling aan het continuationisme, welke leert dat de Heilige Geest op ‘elk moment van de dag’ de Genadegaven kan geven aan andere personen dan de oorspronkelijke twaalf apostelen en hun opvolgers.
Sterker nog soms berust het leergezag van de Kerk juist bij de slachtoffers, als de ‘me-too’-beweging. Zij vormen een even stil als krachtig bewijs voor dat de ‘ecclesia docens’ [= de Hierarchiek onderrichtende Kerk, dus van bovenaf] juist in de soms schrijnende werkelijkheid van de Kerk niet gevormd wordt door het leerambt. Zij wordt meer en meer gevormd door slachtoffers, die alles en iedereen uitnodigen of zelfs dwingen tot compassie en steun, begrip en ‘het nieuw Verbond‘, hetgeen voornamelijk bestaat uit waarachtige liefde tot God en de naasten. Zij blijven de Kerk onafgebroken voorhouden dat zij lerend dient te blijven: ‘ecclesia discens’ [= de lerende Kerk van onderaf] dus.
Wie ook in deze of welke hoedanigheid tot de Kerk behoort, hij of zij zal altijd leerling van hen dienen te zijn en zich dienstbaar dienen op te opstellen.
De strikte rolverdeling is echter theologisch ongezond.
De gehele Kerk wordt onderwezen door de Heilige Geest; zowel de hiërarchie als de leken leren binnen de Ecclesia.
Er zijn dè twéé aspecten van de éne gemeenschap; het zijn twee adjectieven die twee gelijkwaardige praktijken van de hele gemeenschap beschrijven.

Grote Versplintering

Het zijn geen twee zelfstandige naamwoorden die de gemeenschap splitsen. . . . . er is één wederzijdse leer in de Kerk. . . . . de hiërarchie wordt gelijkwaardig lid van de ‘Ecclesia discens’ en de leken worden gelijkwaardig lid van de ‘Ecclesia docens’.
Lukt dat niet, dan zal de Kerk weliswaar blijven bestaan, maar in elke geval niet als “Licht onder de Volkeren”.
In afwachting van de wederkomst des Heren dienen wij ons derhalve toe te leggen op het voorlezen, het vermanen en het leren. 
Veronachtzaam de gave in u niet, die u krachtens een woord als die van de profeten geschonken is onder handoplegging van de gezamenlijke oudsten. Behartig deze dingen, leef erin, opdat aan allen mag blijken, dat gij vooruitgaat”.

Apolytikion     tn.8.
  Uit den Hoge zijt Gij neergedaald, o Barmhartige,
en zijt drie dagen in het graf gebleven,
om ons van het lijden te bevrijden.
Gij zijt ons Leven en onze Verrijzenis;
Heer, eer aan U
”.

Kondakion     tn.8.
  Nadat Gij zijt opgestaan uit het graf,
hebt Gij de doden opgewekt,
en Adam weer doen opstaan.
De einden der wereld jubelen
over Uw ontwaken uit de doden,
O Albarmhartige
”.


Theotokion     tn.8.
  Om ons zijt Gij uit de Maagd geboren,
en hebt Gij het Kruis ondergaan, o Goede.
Door Uw dood hebt Gij de dood overwonnen
en ons als God de Opstanding getoond.
Veracht het werk van Uw handen niet;
toon ons Uw mensenliefde, o Barmhartige.
Verhoor haar die U gebaard heeft:
de Moeder Gods, die voor ons bidt
en verlos Verlosser het wanhopige Volk
”.

Orthodoxie & Geloof en zelfheiliging

    O, onverstandige volgelingen van Christus [Galaten], wie heeft u in de huidige toestand gebracht [betoverd], aan wie Jezus Christus toch als gekruisigde voor de ogen gesteld [geschilderd] is? Dit alleen zou ik van jullie willen weten: Hebben jullie de Geest ontvangen ten gevolge van werken van de Wet [op basis van de voorschriften, of van de prediking van het geloof [op basis van het vertrouwen en liefde in God?
Zijn jullie zo onverstandig? Jullie zijn begonnen met de [Liefde en het Vertrouwen vanuit] Geest, eindigt gij nu met het vlees?
Was het dan tevergeefs, dat jullie zoveel hebt ondervonden?
Ware het [dan] slechts tevergeefs! . . . . .
. . . . . Indien er een wet gegeven was, die levend kon maken, dan zou inderdaad uit
een wet de gerechtigheid voortgekomen zijn.
Neen, de Schrift heeft alles besloten onder de zonde, opdat ten gevolge van het Geloof [en het Vertrouwen] in Jezus Christus de belofte het deel zou worden van hen, die geloven.
Doch voordat dit Geloof kwam, werden wij onder de wet in verzekerde bewaring gehouden met het oog op het Geloof, Dat geopenbaard zou worden.
De Wet is dus een tuchtmeester voor ons geweest tot Christus, opdat wij uit Geloof [en het Vertrouwen] Gerechtvaardigd zouden worden. Nu echter het Geloof gekomen is, zijn wij niet meer onder de tuchtmeester.
Want gij zijt allen kinderen van God, door het Geloof, in Christus Jezus. Want gij allen, die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleedGal. 3: 1-4, 21-27.

  Wees niet bezorgd over wat je hebt, maar over wat je bent …
Heilige Gregory van Nyssa;
  Het gaat er niet om dat je grote dingen doet, maar dat je datgene wat je doet ‘groots’ doetAlphons Ariëns [1860-1928], franciscaner priester, Twente;
”   In Genadegaven groeien wij, in dienstbaarheid, die wij met betrekking tot God ontwikkelen en door Zijn Liefde tot Hem en onze naasten, wordt de innerlijke opbouw versterkt” Patriarch van Antiochië Johannes X.

De wereld houdt ons voor en misleidt ons met:
Zou het niet geweldig zijn om jezelf je gehele leven maar te ontspannen, lol te hebben, goed te eten, niets ontziend van het heerlijke leventje te genieten?
Een gelukkig, comfortabel, een op jezelf toegesneden leventje.

Zo op het eerste gezicht klinkt het goed . . . . . maar zou het werkelijk zo goed zijn?
Sinds de dag, dat Christus stierf aan het Groot en Heilig Kruis krijgt de Wet van God de ene aanval na de andere te verduren.
Waarom zo zwaar op de hand, zo onderdrukkende en hard voor jezelf, kan dat nu eigenlijk niet anders, is dat nou goddelijk?
En daarop gaan sommige kerken, sinds de dagen van de apostelen, zóvèr om de normen en waarden dàn maar áán te passen, te hèrschrijven naar de vleselijke verlangens van de mens.
Paulus waarschuwde in zijn dagen de Thessalonicenzen al dat het geheimenis der wetteloosheid in de wereld om ons heen werkzaam is.
      Want het geheimenis der wetteloosheid is reeds in werking; (wacht) slechts totdat hij, die op het ogenblik nog weerhoudt, verwijderd is2Thess.2: 7.
En wanneer we de geschiedenis van de Kerk gaan bekijken zien we dat de Goddelijke Wetten altijd ‘hèt’ middelpunt zijn geweest van verzet en onafgebroken aangevallen werd.

Kelk, avondsmaalbeker
barock Schreibmayr [Sw.]
Maar tòch bestaat er nog steeds zo iets als een godsdienstig juk van dienstbaarheid, hetgeen feitelijk gelijk staat met een vorm van slavernij, men noemt dat het wetticisme.
Het is beslist een misleiding van de tegenstrever, met de bedoeling om ons opnieuw te binden. Met wetticisme wordt bedoeld, een godsdienst die alleen maar bestaat uit wetten en reglementen. 
Wanneer je dus het gevoel hebt dat jouw godsdienst, òf jouw kerk òf jouw geloofsrichting; je vooral bindt en dwingt, is er toch iets grondig, naar grond smakend, mis.
Deze misleiding houdt in, dat mensen in een kerk of gemeente soms regels en wetten maken, om vervolgens te doen alsof het bepalingen zijn van God.
De Blijde Boodschap is ‘niet‘ een lijstje met geboden en verboden, waar je verplicht bent aan te gehoorzamen.
God heeft ons in Christus juist wedergeboren doen worden en Zijn geboden a.h.w. in ons hart geschreven.
Dat betekent dat iemand die Christus dankbaar is voor de verlossing en vergeving van zijn zonden, als vanzelfsprekend bereid zal zijn om Hem ook te dienen. God ‘dwingt‘ ons in ieder geval nooit, maar nodigt ons daarentegen wèl uit om Hem uit Liefde te gehoorzamen.

Paulus richt zich tot christenen die gedoopt zijn in de heilige Geest en zegt:
Want u hebt niet de Geest van slavernij ontvangen, die opnieuw tot angst leidtRom.8: 15.
Paulus waarschuwt gelovigen hier voor een vorm van godsdienstige slavernij, waarbij we eerst verlost zijn van de slavernij van satan om daarna weer in een nieuwe slavernij terecht te komen.
We praten vandaag de dag over Liefde in Christus, we horen het onophoudelijk, de gehele tijd maar door over de liefde, en meestal heeft dit dàn ook niets te maken met de liefde tot God, maar veeleer tot de liefde voor onszelf!
Wij blijven maar gevangen zitten in zelfvoldoening: wij hebben het zó met onszelf getroffen, zijn zó tevreden met onszelf, wíj zijn zó goed en wíj leven overeenkomstig de wettelijke maatstaven, volgen zoals de meesten onder ons de wet, het vervullen ervan;  we zijn gewoon goed in de ogen van God, want we geloven immers.
We zijn ontzettend tevreden met onszelf, met onze op nationalisme gebaseerde geloofs-gemeenschap, met de identiteit, die we daaraan ontlenen, maar de Liefde van Christus is:
de Liefde van Zijn Kruis en deze is vèr, ja, mijlen-vèr van ons verwijderd.
Deze mensen, die in de schaduw, die in zelfliefde blijven hangen,
in zelfgenoegzaamheid zijn ze levende gevallenen binnen de Kerk en
ze verstoren het Christelijke wereldbeeld, het Πρόνεμμα  του πνευματος [= de profetie van de Heilige Geest] en daarmee de Christelijke ethos.

Grote Versplintering

Of ze nu naar links of naar rechts neigen te vallen, het maakt weinig uit,
ze houden zich op in de schaduw, in de stilte van de wereld.
Dit is een aspect, een gebied, waar velen niets meer zien en . . . en vervolgen na een moeilijk leerproces in hun hoogmoed, het uiteindelijk resultaat mislopen.

Er zijn mensen, die zich aan de rechterkant van de samenleving bevinden en in de verleiding zijn van diezelfde rechterkant.
Mensen, die zich blindelings, maar op een onverdraagzame wijze  inzetten voor de christelijke ideeën, die het slechts voor de buitenkant doen, de verpakking, die voor de vorm met ons oplopen vanwege de Wet, het secundaire, het tertiaire of zelfs het tegenovergestelde.
Dit soort mensen bevinden zich op vele fronten,
zij, die het idee hebbend dat ze hierin gespaard of gered zullen worden en toch van de wereld zijn en slechts offeren uit [zelf-]liefde.
Ze zijn niet in staat om de dingen in z’n juiste verhouding te zien, teneinde ze in de juiste volgorde te plaatsen. Ze herkennen de Bron niet langer van al het goede en de zegeningen, die hen tegemoetkomt.
Alles in Liefde tot Christus, tot het opnemen van je kruis en dan al het andere, inclusief onze wereldse identiteit afleggen; alleen maar op basis van liefde tot Christus je Kruis op nemen en Hem volgen, geeft rust en geeft heeft betekenis, diepte en regeneratie.
Alleen in liefde tot Christus en in liefde tot Zijn Groot en Heilig Kruis!
Veel individuen kunnen momenteel hun sociale verplichtingen niet meer nakomen en blijven alleen overeind door voedselbanken en het aanvaarden van liefdadigheid.
Ten alle tijden blijven de solidariteitsverplichting gelden: de mens dient de noodlijdenden helpen.
Dit wordt momenteel concreet gerealiseerd door…het verbod om te stelen te ontwijken, door zelfverrijking ten koste van anderen.
Bij diefstal spelen verschillende motieven een rol: macht, geldingsdrang [een ziekelijke neiging], afgunst, hebzucht, genotzucht, egoïsme.
Tegenwoordig wordt diefstal vaak niet meer gezien als een vergrijp, maar veeleer als een onbelangrijk delict. Plannen bedenken die ingaan tegen de economische existentie van de medemens, legaal en onrechtmatig schenden het recht van eigendom en zijn tegenwoordig aan de orde van de dag in het economische leven.
En aldus verliezen we ‘alles’, wanneer we niet meer in staat om de dingen in z’n juiste verhouding te zien en de hiërarchie opbouw van de dingen om ons heen naast ons neer te leggen;
’t is er wel, maar het is er ook niet, want je doet alsof het niet bestaat en loopt er met een grote bocht omheen.
Wij hebben het idee gekregen dat we voor de vorm, voor de buitenkant,
de geschiedenis, de identiteit, de natie kunnen redden, maar in plaats daarvan verliezen we ‘alles’, omdat we ‘Christus’ en Zijn Blijde Boodschap zijn kwijtgeraakt!

Ins Blaue hinein

Alleen Hij kan de Christelijke Verenigde Gemeenschap, alleen Hij kan de mensen redden, alleen Hij kan de Kerk redden, alleen Hij kan òns mensen redden.
En wanneer wij het offer van het Kruis ontkennen, ontkennen we de heilsgenade van het Groot en Heilig Kruis, de vrijheid die met de Genadegave op de koop toe komt . . . . .
We spannen het paard achter de wagen, zetten de wagen voor het paard en uiteindelijk gaan we nergens heen . . . . . ‘ins blauwe hinein’.

En mensen, die zich aan de linkerkant van de samenleving bevinden vallen eveneens: omdat ze twéé heren proberen te dienen, de wereld en de Heer der Heerscharen.
Dus je hebt de wereld, de modernisten, de vernieuwers, die de kruisiging van hun geest en van hun lichaam en van hun leven [in deze wereld] ontkennen.
Het Lichaam van Christus doet derhalve niet aan politiek, Christus staat bóven
de politiek en haar macht, want Christus is de Opperstalmeester, de Opperherder van de stal.
Mensen, die het ascetisme bespottelijk maken, die de vasten en de onthouding bespotten, ze beijveren zich enkel voor de uiterlijkheden, zij hebben geen ijver voor de nauwkeurigheid van het Geloof, van het Geloof in een oprechte Biecht en zij die dat doen, worden aanhangers genoemd van een fundamentalistische richting.
Ze spreken van aanpassen aan de hedendaagse tijd, van updaten, maar wat ze bedoelen is veranderen, perverteren, vervormen, als  compromis met de wereld, omdat ze niet met Paulus kunnen zeggen dat:
      Of weet gij niet, dat onrechtvaardigen het Koninkrijk Gods niet zullen beërven?1Cor.6: 9 en
      Geliefde, ik bid, dat het u in alles wel ga en gij gezond zijt, gelijk het uw ziel wel gaat3John.1: 2.

H.Martinus, patroonheilige van de stad Utrecht

Kunnen zij dàt zeggen? Kunnen wij dàt echt oprecht verklaren?
Òf verheffen we onszelf, in onze prestaties, in onze vermeende aangename verplichtingen. Dit is op persoonlijke niveau: veel van ons zullen dat kunnen herkennen – de arrogantie, de ijdelheid, de trots in onszelf; niet eenieder van ons, maar sommigen onder ons òf toch velen onder ons, kunnen zich zó gedragen.
Kunnen we de andere soort herkennen?
Dat we trots zijn op een identiteit, die werelds en aards is, en we denken dat dit ons zal redden… dat we tot de giganten van de geredden behoren?
Maar ik moge ervoor bewaard blijven te roemen anders dan in het Kruis van onze Heer Jezus Christus, door Wie de wereld mij gekruisigd is en ik der wereldGal.6: 14 [zowel rechts als links].
En dan zegt Paulus:  Gij allen zijt immers één in Christus Jezus. Indien gij nu van Christus zijt, dan zijt gij zaad van Abraham, en naar de belofte erfgenamen“; en we kunnen toevoegen zoals we verder hoorden zeggen
Hierbij is geen sprake van Jood of Griek, van slaaf of vrije, van mannelijk en vrouwelijk“, noch Grieks, noch Russisch noch Nederlands Orthodox, noch Holebi; geen van allen besneden of onbesneden heeft iets anders, maar alleen een Nieuwe schepping leidt tot herkenning bij God.

Kruis, Willibrordskerk, Utrecht

Worden we gerégénereerd? Hebben we de passies overwonnen? Zijn we ‘vrij’ geworden van de passies, de wanen van deze tijd, de identiteit van de wereld?
De overweldigende identiteit van de wereld!
Velen van ons denken dat er redding in is onze wereldlijke identiteit.
Broeders en zusters, in de hemel is er geen Grieks Orthodoxe, geen Russisch-orthodoxe, geen Nederlands, Lage Landen -orthodoxe ziel-.
Er is enkel een ouderwetse [orthodox, vroeg-christelijke] christelijke ziel, die zijn leven heeft geleefd in Europa [oost- of west], of in Amerika [noord- of zuid], het [midden- of verre] Oosten, Azië, Australië, Nieuw Zeeland, Afrika, noord- of zuid. 

Er zijn geen identiteiten van deze wereld in de volgende wereld, daar is maar ‘één en hetzelfde‘ Vaderland en dat is het Koninkrijk Gods.

Laten we dit tijdelijke, snelle voorbijgaande leven en onze identiteit daarin niet verwarren, met de  wedergeboorte, met het Kruis van Christus, met opoffering en liefde!
Zij zijn twee verschillende dingen.
We kunnen slechts één ding bezitten, Christus en het Kruis en de gehele santekraam kan op de schroothoop, kan geregenereerd worden.
Dàt is de Glorie van de geschiedenis van de Kerk, het Lichaam van Christus!
Dàt is Christus, Die kwam en voor ons het Kruis op Zich nam en wij door Zijn Opstanding mede werden opgewekt en vernieuwd en gered en grootgebracht naar de hemelse gewesten en hier op aarde enkel heilige  menselijke inspanningen mogen verrichten of het nu in de kunsten, in de literatuur en muziek, of als gewoon werknemer is, wanneer je ”     datgene wat je doet maar ‘groots’ doet”.

Wij zijn op het hart van het Geloof te vinden – door voor Uw Kruis een diepe buiging te maken

In de eerste plaats Christus en Zijn Kruis en eerst dàn deze wedergeboorte en dàn deze nieuwe creatie, zoals Paul zegt.
En hij geeft ons één belangrijke geloofsregel mee; hij geeft ons deze geloofsregel wanneer hij zegt: “      wanneer de Geest der Waarheid komt, zal Hij u de weg wijzen tot de volle Waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen. Hij zal Mij [God, de Vader in Christus, de Zoon van God] verheerlijken, want Hij zal het uit het Mijne [de Blijde Boodschap] nemen en het u verkondigen“ John.16: 13-14.
Zo velen als er zullen wandelen volgens deze regel van wedergeboorte, van kruisiging van de geest, van de kruisiging van de huidige wereldse identiteit, rust en genade zal op hen komen en op het Israël [de Kerk] van God!.

‘een gekruisigde Christus, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid’

De Christelijke Gemeenschap heeft de corrigerende Waarheid van de Galaten vandaag de dag evenzeer nodig als dat het nodig was in de dagen van Paulus.
Niet alleen is de rechtvaardiging van de zondaar slechts door Geloof en los van de werken van de Wet, maar zo is óók de heiliging, òf de vervolmaking, van de heilige door de prediking van het Geloof, los van de werken der Wet:
      Dit alleen zou ik van u willen weten: Hebt gij de Geest ontvangen ten gevolge van werken der wet, of van de prediking van het Geloof?
Zijt gij zo onverstandig? Gij zijt begonnen met de Geest, eindigt gij nu met het vlees?
Gal.3: 2,3.
Hij zegt [dit] aan de fyletisten [afstammelingen van een gemeenschappelijke voorouder] van zijn tijdsperiode, voor hen die gevangen zitten in de identiteit van deze wereld, de Joden, die al duizenden jaren een monopolie hadden opgebouwd rond de komst van Christus en de heidenen.
Wie zou kunnen beweren dat hun cultuur, hun identiteit, de identiteit zou dienen te zijn van iedereen op de aarde, dan behalve de Joden, waaruit onze Redder voortkwam?
Kunnen zij dit opeisen, dit claimen?
Neen, dat konden ze niet.
De tijd, die hen voorafgang, was slechts een schaduw die naar ‘Het Licht’ leidde!
Dus zegt Paulus tot Zijn mede-Joden, ‘Vrede en Genade zij met u’, wanneer u overeenkomstig 
deze regel uw weg voortzet; wanneer je [echter] in deze wereld blijft [of dit nu rechtsom of linksom plaatsvindt maakt weinig uit], wanneer je een buitenstaander een vreemdeling blijft voor het Kruis en de bijbehorende offerande, dan ben je verloren!
Je dient, zo zegt Hij, je Kruis op te nemen en het te dragen – en hiermee eindigt Hij – dat zijn de kenmerken van onze Heer Jezus Christus.

Mogen wij ook, Paulus navolgend, waardig worden gemaakt om de kenmerken van onze Heer te dragen; Jezus Christus, de kruisiging van ons intellect, de kruisiging van onze wereldse identiteit!
En in de oude Kerk toen ze vervolgd werden, wat zeiden de christenen toen?;
en wat zeggen de Antiochenen, die het eerst Christen genoemd werden nu nog steeds?
Propageren zij, hoor je ze ooit zeggen: “Ik ben een Christen uit Antiochië en niet uit Moskou of Athene? . . . . .
Neen, ze zeiden en zeggen het nu nog steeds: “Ik ben een Christen “, . . . . . “Na alles wat ik meegemaakt heb ben ik nog steeds een Christen”,
. . . . . “Ik draag de kenmerken van onze Heer Jezus Christus, ik kruisig mijzelf en geef mijn leven voor het Hemels Koninkrijk van God!”.
En dit zeggen zij ook nog steeds tegen hun vervolgers en daarom vallen er zoveel martelaren in het Midden-Oosten.
Dit is waar wij in deze laatste dagen in het westen behoefte aan hebben;
aan zulke christenen hebben wij hier in het westen ‘schreeuwend’ behoefte . . . . .
mogen we waardig zijn, mogen wij christenen hier in de Lage Landen waardig worden gemaakt . . . . . op die wijze het Hemels Koninkrijk te betreden.
Heer, Jezus Christus, ontferm u over mij, zondaar”.
Soms komen wij christenen tegen en horen hen zeggen hoe God ons eerst dàn een gemakkelijke leven zal geven zolang we er maar voor bidden.
Maar wij dienen beter te weten: dat het leven als christen je maar al te zwaar en moeilijk zal kunnen vallen en het is goed wanneer we elkaar als christenen daarin bijstaan.
Vraag het maar aan Paulus, die in de voetsporen van Christus liep!
Hij had honger, hij verduurde pijn, Hij voelde zich verloren en alleen gelaten, werd voor de gek gehouden, in de gevangenis gestopt en op nog vele andere wijzen beproefd; het leven was voor hem alles behalve gemakkelijk.

‘Kerkbankbijbel’ naar de Statenvertaling

Als christenen weten we dat God van ons houdt en dat Hij wil dat we gelukkig zijn.  Maar laten we onthouden dat God ons met Christus voor altijd het vreugdevolle, comfortabele, pijnvrije leven zal willen geven . . . . . in het Hemels Koninkrijk!

Bid elke dag tot God:
      Indien jullie in Mij blijven en Mijn woorden in u blijven, vraagt wat jullie maar willen, en het zal u gewordenJohn.15: 7;
Lees iedere dag in de Schrift de Blijde Boodschap:
    Deze broeders onderscheidden zich gunstig van die te Thessaloniki,
daar zij het Woord met alle bereidwilligheid aannamen en dagelijks de Schriften nagingen of deze dingen zo waren
Hand.17: 11 en begin met het de woorden uit het Evangelie van Johannes:
Gehoorzaam God altijd:
      Wie Mijn Geboden heeft en ze bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en wie Mij liefheeft, zal geliefd worden door Mijn Vader en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbarenJohn.14:  21;
Wees een getuige van Christus in woord en daad :
      Christus zeide tot hen [ons]: Komt achter Mij en Ik zal u vissers van mensen maken“ Matth.4: 19;
      Hierin is Mijn Vader verheerlijkt, dat jullie veel vrucht draagt en jullie zullen Mijn discipelen zijnJohn.15: 8;
Vertrouw God elk detail van uw leven toe:
      Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u1Petr.5: 7;
Laat uw dagelijks leven leiden door de Heilige Geest, om in Zijn kracht elke dag een goede getuige van Christus te kunnen zijn:
      Dit bedoel ik: wandelt door de Geest en voldoet niet aan het begeren van het vlees. Want het begeren van het vlees gaat in tegen de Geest en dat van de Geest tegen het vlees – want deze staan tegenover elkander – zodat gij niet doet wat gij maar wenstGal.5: 16,17;
      Jullie zullen Kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over julie komt, en jullie zullen Mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde  Hand.1: 8.
Aldus belijden wij ons Geloof en weten wat ons te doen staat.

32e Zondag na Pinksteren – Zondag na Theophanie & afscheid van Theophanie

    Toen Hij vernam, dat Johannes overgeleverd was, trok Hij Zich terug naar Galilea. En Hij verliet Nazareth en ging wonen te Kapharnaüm, aan de zee, in het gebied van Zebulon en Naftali, opdat vervuld zou worden het woord, door de profeet Isaiah gesproken, toen hij zei:
      ‘Het land Zebulon en het land Naftali, aan de zeeweg, over de Jordaan, Galilea der heidenen: het volk, dat in duisternis gezeten is, heeft een Groot Licht gezien en voor hen, die gezeten zijn in het land en de schaduw des doods, is een Licht opgegaan.
     Van toen aan begon Jezus te prediken en te zeggen: ‘

Christus is de levende Waarheid‘;                       ‘Ο Χριστός είναι η ζωντανή Αλήθεια‘;                ‘المسيح هو الحقيقة الحية

Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen’Matth.4: 12-17.             Maar aan een ieder van ons afzonderlijk is de Genade gegeven, naar de mate, waarin Christus haar schenkt.
Daarom heet het: ‘opgevaren naar den hoge voerde Hij krijgsgevangenen mee, Gaven gaf Hij aan de mensen’.
Wat betekent dit: ‘Hij is opgevaren, anders dan dat Hij ook neergedaald is naar de lagere, aardse gewesten?
       Hij, die nedergedaald is, Hij is het ook, die is opgevaren ver boven alle hemelen, om alles tot volheid te brengen.
En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars, om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen de eenheid van het Geloof en van de volle kennis van de Zoon van God bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom van de volheid van ChristusEph.4: 7-13.

De oudere – ‘Arsenios’ onderwijst de jongere ‘Paisios’                                    كبار السن – ‘أرسينيوس’ يعلم الصغار ‘بايسيوس’

Er vallen ons twee zaken op in deze lezingen:
1.]. ‘ Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen’ en
2.].Het toerusten van de Heiligen tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen de eenheid van het Geloof en van de volle kennis van de Zoon van God bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom van de volheid van Christus’.

De Evangelielezing van ‘het afscheid van Theophanie’ is een herhaling:   Jezus uit Galilea kwam naar de Jordaan tot Johannes, om Zich door hem te laten dopen . . . . .  En zie, de hemelen openden zich, en hij zag de Geest Gods neerdalen als een duif en op Hem komen. En zie, een stem uit de hemelen zei: Deze is Mijn Zoon, de Geliefde, in Wie Ik Mijn welbehagen heb” Matth.3: 13; 16b,17.
En de Apostel van ‘het afscheid van Theophanie’:
    Want de Genade Gods is verschenen, heilbrengend voor alle mensen, om ons op te voeden, zodat wij, de goddeloosheid en wereldse begeerten verzakende, bezadigd,
rechtvaardig en godvruchtig in deze wereld leven, verwachtende de Zalige Hoop en de Verschijning van de Heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Christus Jezus, Die Zich voor ons heeft gegeven om ons vrij te maken van alle ongerechtigheid en voor Zich te reinigen een eigen volk, volijverig in goede werken.  Want vroeger waren ook wij verdwaasd, ongehoorzaam, dwalende, verslaafd aan velerlei begeerten en zingenot, levende in boosheid en nijd, hatelijk en elkander hatende. Maar toen de goedertierenheid en mensenliefde van onze Heiland [en] God verscheen, heeft Hij, niet om werken der gerechtigheid, die wij zouden gedaan hebben, doch naar zijn ontferming ons gered door het bad der wedergeboorte en der vernieuwing door de Heilige Geest, die Hij rijkelijk over ons heeft uitgestort door Jezus Christus, onze Heiland, opdat wij, gerechtvaardigd door zijn genade, erfgenamen zouden worden overeenkomstig de Hoop van het eeuwige  levenTit.2: 11-14;3: 4-7.

Paulus was een van de eersten die de verwrongen concepten van de God van de Vader en de Zoon van God later op Jezus Christus introduceerde in de leringen van Jezus.

Dankzij de Genadegaven van God is ons, die gezeten zijn in het land en de schaduw van de dood via de Heilige Geest een Licht opgegaan in de duisternis. Voorheen waren wij heiligen immers ook verdwaasd, ongehoorzaam, dwalende, verslaafd aan velerlei begeerten en zingenot, levende in boosheid en nijd, hatelijk en elkander hatende.
Maar nu wij door de doop met de Heilige Geest toegerust zijn tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen de eenheid van het Geloof en van de volle kennis van de Zoon van God bereikt hebben, zouden wij de mannelijke rijpheid en de maat van de wasdom van de volheid van Christus kunnen bereiken.

Ons doel, als volgelingen van Christus, is te wandelen in de volheid van de Heilige Geest en tot de eenheid van de volmaakte mens te komen.
Deze woorden betrekken ons in datgene waar iedere gelovige van doordrongen dient te zijn. Zoals wij ons als gemeenschap in Christus verenigd hebben streven wij naar eenheid van het Geloof en de volle kennis van de Zoon van God.
Het woord “volheid” in deze passage komt van het Griekse woord πληρότητα en betekent: “wie niets mist, perfectie nastreven, de taak compleet maken teneinde de volheid te bereiken“.
Dat is de taak die God ons heeft gegeven: de volheid van de zegen van Christus in ons persoonlijke leven na te jagen.
Paulus gaat hier verder over door als hij schrijft:
Er is…. één Heer, één Geloof, één Doop, één God en Vader van allen, Die is boven allen en door allen en in allenEph.4: 4-6.
Ik heb u in een vorig schrijven al kenbaar gemaakt dat Ephese een rijke handelsstad was, die bewoond werd door tal van rijke jongelingen, die in overvloed leefden. Op den duur bevredigt dit een mens niet en hij/zij loopt tegen zichzelf op, geraakt in een crisis en bidt de vellen van de Hemel om verlost te worden. God bepaalt wanneer het zover is, daar helpt geen lieve moedertje aan.

God de Vader en de Zoon en de Heilige Geest verblijven in al Gods kinderen en daarvan is niemand op deze wereld uitgezonderd, je dient het alleen te aanvaarden. Christus, onze Verlosser beloofde toen Hij nog onder ons was:
Indien iemand Mij liefheeft, zal hij Mijn Woord bewaren en Mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en bij hem wonenJohn.14: 23.

verloren zekerheid, samen me Paulus op zoek naar de weg

Paulus maakt ons duidelijk dat we allemaal dezelfde toegang tot de Vader hebben. Daarom hebben we allemaal een zelfde mogelijkheid om Zijn steeds groter wordende Zegen/Genadegaven van boven te verkrijgen.
Inderdaad, onze levens zouden steeds meer in de “Genadegaven van Christus” dienen toe te nemen.
Bedenk hoe de mate van de Genadegaven van Christus was in het leven van Paulus. Ondanks zijn vroeger strijd tegen het Christendom ontving deze mens persoonlijk openbaringen van Jezus. Hij schrijft dat Christus Zichzelf in hem openbaarde.
Natuurlijk wist Paulus dat hij nog niet perfect was; maar hij wist ook, dat er niets in zijn leven was dat de stroom van de Genadegaven van Christus verhinderde, daar was geen twijfel mogelijk. Daarom kon Paulus zeggen:
En ik weet, dat ik bij mijn komst onder de uwen met een volle Zegen van Christus zal komen. Maar, broeders, ik vermaan u bij onze Heer, Jezus Christus en bij de Liefde  van de Heilige Geest, ‘om samen met mij’ te worstelen in de gebeden voor mij tot God, 
opdat ik behoed zal worden voor de weerspannigen in mijn omgeving en dat mijn dienstbetoon voor het land waar ik ben neergezet gunstig zal worden opgenomen door de heiligenconf. Rom.15: 29-31.
Als toezichthouder en hoeder van de spelleiders had Paulus een heilig vertrouwen in zijn wandel met Christus.
Hij verzekerde z’n omgeving: ” En hierin oefen ik mijzelf, altijd een onergerlijk geweten te hebben voor God en de mensen. En na verloop van vele jaren ben ik gekomen om aalmoezen voor mijn volk te brengen en offeranden, waarmede men mij, geheiligd zijnde, in de tempel bezig vond, zonder volksoploop of opschuddingHandelingen 24:16-18.

Hier valt een bijzonder Nederlands woord op: “een onergerlijk geweten” hebben voor God en de mensen.
We bezitten allemaal een geweten daarvoor behoef je heel eenvoudig maar in gedachten een bepaalde herinnering op te roepen, waarover jij je momenteel schaamt. Paulus zegt hierover aan z’n geestelijk kind:
    Alles is rein voor de reinen, maar voor hen, die besmet en onbetrouwbaar zijn, is niets rein. Maar bij hen zijn zowel het denken als het geweten besmet.
Zij belijden wel, dat zij God kennen, maar met hun werken verloochenen zij Hem, daar zij verfoeilijk en ongehoorzaam zijn en niet deugen voor enig goed werk
Tit.1: 15-,16.
In de Blijde Boodschap zie ik in handelingen twee mensen tegenover elkaar staan.  Een groot, haast onoverbrugbaar contrast!
1.]. We zien Felix op zijn troon. Zijn naam betekent: gelukkig, gefeliciteerd; Hij is machtig en rijk; Hij heeft carrière gemaaktHij is opgeklommen.
Hij is de rechter, maar hij heeft een slecht geweten, want als er gesproken wordt van rechtvaardigheid en matigheid en het toekomende oordeel, dan wordt deze ‘gelukkige’ ongelukkig en zéér bevreesd.
2.]. Tegenover hem staat de apostel Paulus.
Hij is gevangen en waarschijnlijk ook geboeid.
Ik zie hem daar voor het gerecht staan, met de kettingen aan de handen en voeten, zoals hij in het volgende hoofdstuk zegt tegenover Festus: “Ik wenste wel dat u in alle dingen was zoals ik, uitgenomen deze banden, deze boeien”.
Zo staat hij daar; als een veroordeelde, als een crimineel, opgepakt door de sterke hand.
Vals beschuldigd.
En toch in het hart van Paulus…. is geen spoortje vrees. Hij staat daar vrij, want hij heeft een goed geweten!
Hij formuleert het ook: “Daarin beoefen ik mijzelf, om altijd een onergerlijk geweten te hebben, voor God en de mensen”.
“Waar ze me ook van beschuldigen”, zo zegt Paulus, “daar ben ik van op de hoogte, dit weet ik, maar ik sta hier als een vrij man, met een goed geweten”.

Wie is er hier nu eigenlijk de gevangene? Paulus of Felix?
Paulus is vrij! En Felix? Die zit gevangen in z’n structuren, moet naar de pijpen dansen van z’n hogergeplaatsten en kan niet anders dan datgene uitvoeren wat zijn superieuren in deze -‘van God verlaten‘- wereld hem opdragen.
Zoals één van de streng protestantse richting in Engeland [de Puriteinen] het in woorden uitdrukte: “Een kwaad geweten is een gevangenis, waaruit je nooit meer kunt ontsnappen”.
Ons persoonlijk geweten -ook die van ‘hoog aangestelde plaatsbekleders‘ van de wereldse macht is een door de zonde bevlekt geweten en het is daarom niet per definitie zo dat de gewetensstem de stem van God is.
Wel kan God door middel van het geweten tot de mens spreken, waardoor een mens -‘door Christus Bloed‘-, want er zal een flinke strijd voor nodig zijn, tot een Genadevol inzicht kan komen en kan omkeren op de hem/haar zo vertrouwde weg.
Hoeveel te meer zal het Bloed van Christus, Die door de eeuwige Geest Zichzelf als een smetteloos offer aan God gebracht heeft, ons bewustzijn reinigen van dode werken, om -de levende God- te dienen? En daarom is Christus de middelaar van een nieuw Verbond, opdat, nu Hij de dood had ondergaan, om te bevrijden van de overtredingen onder het eerste Verbond, de geroepenen de belofte der eeuwige erfenis ontvangen zouden.
Want waar een testament is, moet noodzakelijk van de dood van de erflater melding gemaakt worden; een testament toch wordt alleen van kracht, indien er iemand gestorven is, daar het nog geen gevolg heeft, zolang de erflater leeftHebr.9:14-17.

Het onderwijs, de pedagogie, die de Heer Zijn Lichaam, de Kerk heeft meegegeven is ‘zó ontzèttend’ belangrijk; soms mis je echter de directe toepassing in de praktijk en lijkt het niet compleet.
En wanneer je de hoofdstukken gelezen hebt tussen de tekst, die
gisteren en vandaag en morgen in de kerkelijke kalender werd voorgeschreven,
dan blijft het maar gaan over het Volmaakte Offer en het onvolmaakte offer.
En het gaat dan telkens over dat we Mozes, de profeten en via Christus’  voetsporen Paulus, dus Gods Wil dienen te volgen.
Maar wanneer je al deze Pedagogie van De Heer hebt laten binnenkomen, en op één lijn plaatst, het binen laat komen, dan kunnen we slechts één conclusie trekken.
Wanneer je gelooft en belijdt dat Jezus, Christus, de Zoon van God,
het ware Offer is dat ons echt met God verzoend en
dat Jezus als Koning en Priester ons weer terugbrengt in de gemeenschap met God, dan is je hart gereinigd van je slechte geweten.
Door het Geloof wordt van Godswege door Christus het menselijk geweten hersteld. Ervaar je dat altijd zo? Neen, maar dit is wel de Waarheid die Gods Woord ons geeft.

Mijn Lichaam en  Mijn Bloed

En hoe méér je in dit Geloof leeft en het beleeft, hoe méér je geweten gezuiverd wordt. Dàt is de Mysterieuze Kracht van het Bloed van onze Heer Jezus Christus.
Er wordt aldoor om ons heen gezegd dat we zondaars blijven tot onze laatste snik en we overwinnen de zonden nooit, of niet soms?
Dat is een leugen, er zullen altijd zonden blijven, maar
door de “nieuwe en levende” weg naar het Hemels Koninkrijk, van het lijden en de verzoening van onze Heer Jezus Christus te gaan, breken wij mensen -beetje bij beetje- de zonden in ons leven af.
Dat is de absolute Kracht van Christus als Hogepriester.

Maar daardoor mag je ook zeker weten dat je waarachtig mag naderen tot God.
Iedereen is helemaal welkom, wanneer je over ‘deze Weg’, ‘deze Ladder‘ die nieuwe en levende Weg, samen met onze Heer over de Weg tot God naar het Hemels Koninkrijk gaat.
En dàn mag je geweten je niet meer aanklagen, want
dàn weet je door je persoonlijk Geloof dat God
geen zonden meer ziet in jouw leven.
Hij ziet het niet eens meer, omdat je volgeling van Zijn Zoon bent.
En soms dien je er misschien wel heel concreet om vragen
of God je geweten ècht wil reinigen en je wil wegleiden
van al datgene wat je tot verkeerde dingen aanzet.
Maar dat is dàn voor jouw persoonlijke beleving
omdat er zonden op je netvlies staan die niet weg willen.
Maar vanuit God mag je wèrkelijk naderen met
een schoon geweten en een rein hart.

Er is namelijk maar één Hogepriester, één kerkelijke Opperspelleider met al de eigenschappen van de afgelopen dagen Die met Zijn Eigen lichaam door het voorhangsel is gegaan.
God was/is onzichtbaar, maar door Onze Heer en Verlosser is de weg naar het Vaderhart opengescheurd.
God verscheurde het Zelf, vanwege het leven van Christus, ging het voorhangsel [in de Koninklijke deuren] open; van Boven naar beneden.
      Thans  bent u allen in Christus Jezus, die eertijds veraf waren, dichtbij gekomen door het Bloed van Christus. Want Hij is onze Vrede, Die de twee een heeft gemaakt en de tussenmuur [het voorhangsel], die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft, 
doordat Hij in Zijn Vlees de Wet van de geboden, in inzettingen bestaande, buiten werking gesteld heeft, om in Zichzelf, Vrede makende, de twee tot een nieuwe mens te scheppen, en de twee, tot een Lichaam verbonden, weer met God te verzoenen door het Kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeftEph.2: 13-16.
Met alles wat je bezighoudt, mag je daarom opgaan tot het heiligdom [het ambon],  tot in het Vaderhart van God en Hem ontvangen door Christus, onze Heer.

Apolytikion     tn.7.
  Door Uw Kruis zijt Gij de Overwinnaar van de dood
en hebt Gij het Paradijs geopend voor de Rover.
De droefheid der Myrondraagsters hebt Gij veranderd in vreugde,
en Gij hebt haar gezonden tot de Apostelen om te verkondigen,
dat Gij waart verrezen, o Christus onze God,
om aan de wereld grote Genade te schenken
”.

Kondakion     tn.7.
  Niet langer houdt de onderwereld de gestorvenen vast,
want Christus is er afgedaald,
en heeft dienst kracht vernietigd.
De hades is geboeid;
de Profeten jubelen en roepen:
de Verlosser is aan de gelovigen verschenen.
verheft u in het Geloof, ter Opstanding
“.

Theotokion     tn.7.
Gij zijt de schatkamer van onze Opstanding, o Albezongene.
Voer daarom hen die op U vertrouwen,
vanuit de poel en de afgrond omhoog.
Want Gij hebt ons,
die aan de zonden schuldig waren, verlost,
doordat gij de Verlossing gebaard hebt.
Voor deze Geboorte waart Gij Maagd,
en in die Geboorte waart Gij Maagd
en zijt na deze Geboorte Maagd gebleven
”.

 

32e Zaterdag na Pinksteren – Heer, geef ons meer Geloof

Christus sprak

De Heer heeft gezegd:
    ‘Ziet toe op uzelf! Indien uw broeder zondigt, bestraf hem en indien hij berouw heeft, vergeef hem’.
En zelfs indien hij zevenmaal per dag tegen u zondigt ten zevenmaal tot u terugkomt en zegt: ‘Ik heb berouw, zult gij het hem vergeven’.
En de apostelen zeiden tot de Heer: ‘Geef ons meer Geloof’.
De Heer zei daarop: ‘Indien gij een Geloof hadt als een mosterdzaad, gij zoudt tot deze moerbeiboom zeggen: Word ontworteld en in de zee geplant, en hij zou u gehoorzamen.
Wie van u zal tot zijn slaaf, die voor hem ploegt of het vee hoedt, als hij van het land thuiskomt, zeggen: Kom terstond hier aan tafel?
Zal hij niet veeleer tot hem zeggen:
Maak mijn maaltijd gereed, schort uw kleren op en bedien mij, tot ik klaar ben met eten en drinken, en daarna kunt gij eten en drinken?
Zal hij de slaaf soms danken, omdat hij deed wat hem bevolen was?
Zo moet ook gij, nadat gij alles gedaan hebt wat u bevolen is, zeggen: Wij zijn onnutte slaven; wij hebben slechts gedaan, wat wij moesten doen’Luc.17: 3-10.

De ‘schijnbare’ . . . “afwezigheid” van God is altijd een zware test geweest voor alle grote zielen die op Hem hebben vertrouwd.
Vroeg of laat zullen allen de martelende aanvallen ervaren – God lijkt te ‘verdwijnen‘ of impotent te worden op het moment dat Zijn interventie het hardst nodig lijkt.
⁌ De profeet Habakuk heeft het ervaren:
      Hoelang, Heer, roep ik om hulp, en Gij hoort niet; schreeuw ik tot U; met geweldige overtuigingskracht! en Gij verlost niet?
Waarom doet Gij mij ongerechtigheid zien en aanschouwt U ellende? Ja, onderdrukking en 
geweld zijn voor mijn ogen, en er is twist, en tweedracht verheft zichHab.1: 2-3;
⁌ dat deed Jeremia ook:
      U hebt mij overreden, Heer, en ik heb mij laten overreden; U bent mij te sterk geweest en hebt overmacht. Ik ben tot een bespotting geworden de gehele dag, allen honen zij mij. Want telkens wanneer ik spreek, moet ik het uitschreeuwen, van geweld en onderdrukking roepen;
want het woord des Heren is mij geworden tot smaad en spot de gehele dag.
Maar zo zei ik: ‘Ik wil aan Hem niet denken en in Zijn Naam niet meer spreken, dan werd het in mijn hart als brandend vuur, opgesloten in mijn gebeente; wel matte ik mij af om het in te houden, maar ik kon het niet. Want ik heb gehoord het gemompel van velen [schrik van rondom!]: Brengt iets aan, opdat wij hem aanbrengen. Alle lieden met wie ik bevriend ben, loeren op mijn val: wellicht zal hij zich laten verlokken, zodat wij hem overweldigen, ten onder brengen en wraak op hem kunnen nemen.
         Vervloekt zij de dag waarop ik geboren ben; de dag waarop mijn moeder mij baarde, zij niet gezegend. Vervloekt zij de man die mijn vader de blijde boodschap bracht: U is een jongen geboren, waarmee hij hem zozeer verblijdde; die man zij als de steden die de Heer onderstboven 
heeft gekeerd, zonder dat het Hem berouwde; hij zal horen ’s-morgens geschreeuw en ’s-middags krijgsrumoer, omdat Hij mij niet deed sterven in de moederschoot, zodat mijn moeder mijn graf zou zijn geworden en haar schoot voor immer zwanger gebleven. Waarom toch ben ik uit de moederschoot voortgekomen om moeite en kommer te aanschouwen en opdat mijn dagen in schande ten einde spoeden?Jer. 20: 7-10.14-18;
en zelfs Jezus Christus, op het hoogtepunt van zijn lijden op Golgotha:
      Omstreeks het negende uur riep Jezus met luide stem, zeggende: ‘Eli, Eli, lama sabachtani?’. Dat is: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?’”. Matth.27: 46 en “   Ik ben ver van mijn heil verwijderd door de woorden van mijn zonden. Mijn God, overdag roep ik tot U, maar U verhoort mij nietPsalm 21:  2-3.

Door de eeuwen heen, tot aan onze dagen, is het – ‘niet handelen‘ van God – bitter en afgekeurd gevoeld.

In de kwellingen van de martelingen die zijn toegebracht aan onschuldige mensen [vaak vanwege hun Trouw aan hun Geloof); in de verschrikkingen van concentratiekampen, of de stalinistische ‘goelags‘; of de gruweldaden gepleegd door de Rode Khmer onder leiding van Pol Pot; of in de “etnische zuiveringen” die zelfs in onze dagen in verschillende delen van de wereld plaatsvinden; of in de huilende ellende van de conglomeraat van kraker-slaapplekken, vol vuiligheid, dampen, modder. . . zonder beschutting, elektriciteit en medische zorg; of in veel psychiatrische ziekenhuizen, in de prostitutie holen; in de landen of regio’s waar mensen slechts een “arbeidskracht” zijn die door de staat of de plaatselijke magnaat wordt uitgebuit. . .
Men vraagt daar: “Waar is God hier?
En “Waarom maakt Hij Zijn aanwezigheid en gerechtigheid niet ?!

Geen mens, met zijn beperkte intellectuele en morele middelen, kan dergelijke vragen met zekerheid en overtuigend beantwoorden.
Alleen God Zelf kan het.
De profeet Habakuk verzekert ons dat God een antwoord heeft en het zeker zal geven.  Maar Hij zal dat op Zijn Eigen tijd doen.
    Want wel wacht het gezicht nog tot de bestemde tijd, maar het spoedt zich zonder falen naar het einde; als het vertoeft, verbeid het, want komen zal het gewis; uitblijven zal het nietHab.2: 3.
Want God heeft Zijn Eigen ritme, Zijn Eigen wegen, Zijn Eigen plannen. En zo vaak zijn ze anders dan de onze.
      Want mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet mijn wegen luidt het woord des Heren. Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen en Mijn gedachten dan uw gedachten. Want zoals de regen en de sneeuw van de hemel neerdaalt en daarheen niet weerkeert, maar door-, bevochtigt eerst de aarde en maakt haar vruchtbaar en doet haar uitspruiten en geeft zaad aan de zaaier en brood aan de eter, op dezelfde wijze zal Mijn Woord, dat uit Mijn mond uitgaat, ook zijn; het zal niet ledig tot Mij wederkeren, maar het zal doen wat Mij behaagt en dat volbrengen, waartoe Ik het zendIsaiah 55: 8-11.

Alleen degenen die de Genadegave van het Geloof hebben, kunnen blijven geloven in Gods actieve aanwezigheid, zelfs in de donkerste momenten van de menselijke geschiedenis en van hun leven.
Het is het Geloof dat hen/ons de unieke zekerheid geeft dat God aanwezig en actief is, zelfs als hun/onze zwakke geest niet kan bevatten of vaststellen waar en hoe.

“Heer, ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp”       – يا رب، أنا أصدق الكفر

Vaak beginnen we na jaren te begrijpen waarom God bepaalde vreselijke gebeurtenissen heeft toegestaan.
Het was voor een zuivering, of om een veel groter goed naar voren te brengen. . . .
We kunnen ook beginnen te begrijpen hoe God aanwezig en actief was in het mededogen dat Hij inspireerde,
in de vrijgevigheid en naastenliefde die Hij bij velen aanbracht . . . in ons zelf misschien.
In veel gevallen zullen we deze Mysteries alleen in het hiernamaals kunnen ‘begrijpen‘.
Dan zullen we kunnen begrijpen dat God aanwezig en actief was, zelfs in de meest treurige gebeurtenissen, omdat Hij aanwezig is in het duistere geheim onder de oppervlakte van de velden waar Hij het zaad laat rotten om de spruit te laten barsten en de harde korst van de grond tot de rijkdom van een nieuwe oogst. . . .
                          God is Liefde en heeft de mensen lief en is te allen tijde aanwezig en actief. Overal.
Wij mensen, dienen op Hem te vertrouwen, omdat Hij weet wat Hij doet en wil dat we ons best blijven doen om te leven volgens de morele principes die Hij ons heeft gegeven:
– om zorgzame, genereuze en liefhebbende mensen te zijn.
– Hij behandelt ons als verantwoordelijke volwassenen van wie wordt verwacht dat ze hun best doen om de problemen op te lossen.
– Hij zou alles Zelf kunnen doen, maar meestal geeft Hij ons het voorrecht en de uitdaging om de ‘instrumenten‘ te zijn van Zijn zorg, Zijn zorg, Zijn macht.
Dit is zo vaak gebeurd in de geschiedenis.
– Het gebeurt nu overal, vooral waar Hij mensen vindt die het Geloof hebben dat platanen kan verplanten en bergen kan verzetten, en de nederigheid om dat te herkennen.
– Hij is de kracht achter alles, terwijl zij/wij slechts vervangbare dienaren zijn.
      Bidt en u zal gegeven worden;
zoekt en gij zult vinden;
klopt en u zal opengedaan worden.
Want een ieder, die bidt, ontvangt, en wie zoekt, vindt, en wie klopt, hem zal opengedaan worden.
Of welk mens onder u zal, als zijn zoon hem om brood vraagt, hem een steen geven?
Of als hij een vis vraagt, zal hij hem toch geen slang geven?
Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader in de hemelen het goede geven aan hen, die Hem daarom bidden“ Luc.7: 7-11.

31e Zondag na Pinksteren – Nafeest Theophanie & Synaxis van de Heilige Glorieuze Profeet en Voorloper Johannes de Doper.

      De volgende dag zag Johannes de Doper Jezus tot zich komen en zei:
‘Zie, het lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt. Deze is het, van wie ik zei: ‘Na mij komt een man, die voor mij geweest is want Hij was eer dan ik.
       En zelf wist ik niet van Hem, maar opdat Hij aan Israël zou geopenbaard worden, daarom kwam ik dopen met water.
     En Johannes getuigde en zei: ‘Ik heb aanschouwd, dat de Geest nederdaalde als een duif uit de hemel, en Hij bleef op Hem. En ik kende Hem niet, maar Hij, die mij gezonden had om te dopen met water, die had tot mij gezegd: Op wie gij de Geest ziet nederdalen en op Hem blijven, deze is het, die met de heilige Geest doopt. En ik heb gezien en getuigd, dat deze de Zoon van God is’John.1: 29-34.

      En terwijl Apollos te Corinte was, geschiedde het, dat Paulus, na door de bovenlanden gereisd te zijn, te Ephese kwam, en daar enige discipelen vond.
       En hij zei tot hen: ‘Hebt gij de Heilige Geest ontvangen, toen jullie tot het Geloof kwamen?’. Doch zij zeiden tot hem: ‘Wij hebben zelfs niet gehoord, dat er een Heilige Geest is’.
       En hij zei tot hen: ‘Waarin zijt gij dan gedoopt?’.
En zij zeiden: ‘In de doop van Johannes’.
Maar Paulus zei:
     ‘ . . . . . Johannes doopte een doop van bekering en zei tot het volk, dat zij moesten geloven in Hem, Die na hem kwam, dat is in Jezus’.

‘uit water èn geest’

En toen zij dit hoorden, lieten zij zich dopen in de Naam van de Heer Jezus
En toen Paulus hun de handen oplegde, kwam de Heilige Geest over hen en zij spraken in tongen en profeteerden. En het waren in het geheel ongeveer twaalf mannen.
En Paulus ging naar de synagoge en trad drie maanden lang vrijmoedig op, om hen door besprekingen te overtuigen aangaande het Koninkrijk GodsHand.19:1-8.

Drie maanden lang trad Paulus, de Apostel van de heidenen vrijmoedig in de synagoge op, om hen door besprekingen te overtuigen. Drie maanden, dat is 65 dagen, ieder morgen opnieuw, ging Hij het Joods gebedshuis binnen, werd aldaar dus getolereerd om de Blijde Boodschap aangaande het Koninkrijk Gods te verkondigen.
Epheze was in de oudheid een grote Ionische haven- en handelsstad aan de westkust van Klein-Azië in de huidige provincie Izmir in Turkije, tegenover het eiland Samos.
De zondag van de 30e zondag na Pinksteren is weggevallen, door al het feestgedruis, maar dit was een stad van ‘rijke Jongelingen’, die zich aan de kust van klein-Azië een liederlijk leven konden veroorloven.
Een schril contrast met Johannes de Doper, een dwaas om Christus Wil, die, al was hij een neef van Jezus, het fijne zelf niet van Hem wist, maar opdat Hij aan Israël zou geopenbaard worden, daarom kwam hij in de Jordaan dopen met water.
Hij kende z’n eigen neef niet, zoals Jezus eigenlijk was, maar God, Die hem gezonden had om te dopen met water, Die hem naar de Jordaan geroepen had,
Die had hem gezegd:
Op wie jij de Geest ziet nederdalen en op Hem blijven, Deze is het, Die met de heilige Geest doopt. En Hij heeft het gezien en getuigt hier van Hem, dat Deze de Zoon van God isconf john.1: 33-34.
Is dit niet een grotere getuigenis dan de getuigenissen uit het oude- en nieuwe Verbond, die op deze site met Kerst aan u werd voorgehouden.
Johannes was een profeet, een dwaas om God’s Wil, hij was gekleed met kameelhaar en met 
een lederen gordel om zijn lendenen, en hij at sprinkhanen en wilde honing; en hij doopte in de Jordaan de doop der bekering tot vergeving van zonden; en het gehele Joodse land liep tot hem uit en alle inwoners van Jeruzalem;   en zij lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan onder belijdenis van hun zonden . . . . .
Als dit nog geen goddelijke getuigenis is, wie zal ons dan nog overtuigen?

Nogmaals brengt de Blijde Boodschap voor ons het onderwerp van rijkdom, materiële goederen, het dagelijkse leven, voor ogen, omdat zij in ons botsen met ons eeuwige verlangen om het ware geluk te vinden dat niet ver van God ligt.
Het avontuur van het rijke ‘nieuwe‘ van het offer van vandaag en het pad dat Christus opent, geeft ons de gelegenheid om te genieten van de grote problemen, de dood en het leven om ons heen.
De grenzen van onze beschaving worden ons hier getoond: de rijke jongeling, met alle provocaties van het dagelijks leven, in de volheid van materiële goederen, voelt zich langzamerhand wegzinken, verdrinken.
Daarom vraagt deze ooggetuige om adem [Πνεύμα]; de mens stikt haast in de geneugten van deze wereld. Christus
 vraagt om een andere geest, een andere bezieling, Hij vraagt om de Heilige Geest, de Άγιο Πνεύμα.
Vanaf het begin dat de jongeling uit vreemde landen, de vluchteling hier in de Lage Landen neerstrijkt, blijkt de buitenkant, het aanlokkelijke van deze wereld, de omlijsting, heel anders dan hij/zij in z’n/haar midden-oosterse, christelijke wereld heeft meegekregen. Hij/zij blijkt zich niet helemaal verbonden te voelen met het alledaagse leven hier om zich heen.
. . . . . . . . . . De vluchteling heeft heel andere interesses en diepe bezorgdheid slaat deze, door de ellende in het midden-oosten verjaagde, mens om het hart.
Hij wendt zijn blik naar de Hemelen en zoekt -als van huis-uit-gewend- naar de betekenis van het leven in de Lage Landen. Reizen door de wildernis, de woestijn van het leven, is essentieel voor de spirituele groei en zo ontmoet elke vluchteling de bezorgdheid van de Heer onze God.
Via de oorspronkelijke Blijde Boodschap, die ingebakken zit in iedere mens, gaat hij zijn moedigste prepositie [verdrongen vorm, datgene waaruit de mens gevormd is] zoeken: Het Goddelijke in de mens doet de mens weten z’n bezittingen te verkopen, z’n geld aan de armen te geven en Christus te volgen!

Zó komen wij  mensen tot verheffing, tot Hemelse adel, tot waarachtige volmaaktheid, het hoogste niveau van de deugd; natuurlijk niet beperkt tot een autonome, individuele ‘spiritualiteit’, maar ééntje, die Christus-gecentreerd is, die ons veilig leidt naar het Hemelse Koninkrijk Gods.
Zo’n keuze is [en was] hier op aarde helemaal niet gemakkelijk, daar is strijd en je kruis dragen voor nodig. In het dilemma, de normaal in de wereld aanvaarde òf de Hemelse waardevolle bezittingen, die door de Heer beloofd zijn, dient de mens binnen het Christendom te verkiezen boven al het andere, wat aangeboden wordt in de wereld om je heen.
De Kerkvaders hebben, als èchte herders, alle mensen in liefde omarmd en hun leven doorgebracht, door ons het lijden van Christus voor ogen te stellen.
In navolging van Christus, en de Apostelen, zijn zij nooit opgehouden de hoogmoed en de bijbehorende macht en hebzucht, als afgodendienst, te veroordelen.   Zij stellen de heersende klasse-maatschappij ter discussie, een gevolg van de door de wereld opgelegde  ziekte”, die de mens ongevoelig maakt voor de noden en ons afleid van onze oorspronkelijke bestemming. 

Dicht bij je oorspronkelijke bestemming blijven
Hoe dichter we bij onszelf blijven, des te gelukkiger we ons voelen.
Hoe verder we ons laten verleiden tot gedrag dat niet bij ons past,
des te minder zullen wij ons geluk ervaren:
1.]. Heb de moed om tevreden te zijn.
Het is in de wereld oh, zo verleidelijk om altijd méér te willen, om steeds méér te hebben.  Om steeds weer te verlangen naar iets nieuws, iets beters, iets duurders.
Maar juist een gevoel van tevredenheid geeft je voldoening en houdt je dicht bij jezelf. 
Want wanneer je tevreden bent, bevestig je aan jezelf dat je leven prima is zoals het is. Jij bent goed zoals je bent, en je leven is goed zoals het is. En dat voelt heerlijk.
2.]. Probeer niet te oordelen.
Wanneer je anderen veroordeelt, dan veroordeel je eigenlijk ook een stukje van jezelf.  Vaak veroordelen we namelijk in anderen die eigenschappen die we in onszelf zo haten. Eigenschappen die ons maken wie we zijn.
  Je worstelt met je sociale vaardigheden en je veroordeelt mensen die
                hier helemaal geen kaas van gegeten hebben.
  Je bent bezig met een gezonder eetpatroon en je veroordeelt ineens
                mensen die niet gezond eten.
  Je doet je best om duurzamer te leven en je wordt verontwaardigd
                waneer je ziet hoe andere mensen geen aandacht hebben voor het milieu.
•   Je doet je best inzicht te krijgen in kerkelijke structuren en verworden samenlevingen en ziet dat je gewoon overvallen wordt.
Besef dat je een ander niet kunt beoordelen, omdat je nooit het gehele verhaal kent.  Laat dingen maar gaan zoals ze gaan, en betrek niet alles op jezelf, je verandert nog geen poes, laat staan een ander mens of ingebakken structuren.  Probeer je oordeel om te buigen naar een gevoel van compassie.
Precies, dat voelt al een stuk prettiger en je komt er ook een stuk verder mee.
3.]. Stop met te vragen naar zelfbevestiging.
Ieder mens wil graag bevestigd worden. Goedkeuring geeft je een gevoel van geliefd zijn, het gevoel dat je erbij hoort en dat je ertoe doet.
Hoe onzekerder je jezelf voelt, des te meer goedkeuring je van anderen nodig hebt om je goed te voelen. Maar deze hunkering naar goedkeuring kan je ook uit de tent lokken, het kan ervoor zorgen dat je je anders voor gaat doen dan wie je werkelijk bent.
Allemaal in de hoop dat mensen je leuk zullen vinden.  Maar dat is het niet waard:
  Wanneer jij je anders voordoet dan je bent, dan
                leren mensen nooit de ‘echte’ ik kennen.
  Het kan zijn dat ze je de goedkeuring geven die je verlangt, maar
                ze gaan ook houden van iemand die je ‘niet’ bent.
  Jezelf zijn en blijven is soms lastiger.
               Maar je trekt wel mensen aan die van je houden om wie je echt bent.
Blijf bij jezelf, geef jezelf goedkeuring. Je bent goed zoals je bent, en dat hoeft niet door anderen constant bevestigd te worden. Wanneer je dit moeilijk vindt, schroom dan niet om aan je zelfvertrouwen te gaan werken.
Want hoe meer zelfvertrouwen je hebt, des te makkelijker dit wordt.
4.]. Wees dankbaar.
Dankbaarheid is als een waarheidsserum.
Je kunt deze emotie altijd activeren en zo je complete gemoedstoestand in één ogenblik totaal omdraaien – omkeren op je oorspronkelijke weg, zoals dat in Christelijke termen heet.
Door je regelmatig dankbaar te voelen kom je dichter bij wie je bent.
Want door intens van je leven te genieten verdwijnt de neiging om jezelf te bewijzen, je anders voor te doen en te vragen om goedkeuring.
Vraag jezelf gewoon maar eens af:
• Wat gaat er allemaal goed in mijn leven?
• Wat is er goed en mooi aan mij?
• Waar kan ik vandaag dankbaar voor zijn – hoe klein het ook is?
Ervaar dat je dankbaar en gelukkig kunt zijn, waardeer je persoonlijke eigenschappen en je unieke karakter. Wees dankbaar voor het leven dat je gegeven is en merk hoe makkelijk je bij jezelf kunt blijven.
5.]. Wees buigzaam en soepel, zowel voor jezelf als anderen.
Wat je doet en wie je bent zijn twee verschillende dingen.
Wanneer je dicht bij jezelf wilt blijven, dan hoeft dat niet te betekenen
dat je altijd principieel hoeft te zijn.
Wees buigzaam; gedraag je niet als een boorplatform, maar als een schip; laat je rustig meedeinen op de golven, de ups en downs van je leven.
Het is namelijk heel goed mogelijk om jezelf te blijven in woelige tijden;
sterker nog, hoe dichter je bij jezelf blijft, des te makkelijker je over je tegenslagen heen komt.
6.]. Open je hart, speel open kaart, zowel voor jezelf als anderen.
Pas als je echt van jezelf houdt, kun je echt van anderen houden.
Wanneer je dicht bij jezelf staat dan houd je van jezelf en kun je je hart openstellen voor anderen, zowel vreemden als bekenden.
Geef je liefde niet weg, maar laat liefde door jou heen stromen.
Open je hart voor alle mensen, durf liefde te ontvangen en durf het te delen.
7.]. Accepteer je verleden en probeer het los te laten
Alles wat er in het verleden is fout gegaan is niet meer terug te draaien.
Het verleden kun je niet veranderen; het heden ook niet.
Het enige waar je invloed op hebt, is de toekomst.
Dus accepteer je verleden en laat het los.
Dat is niet altijd makkelijk, maar je kunt het stap voor stap doen.
Alles wat er is gebeurd is onderdeel van wie jij bent geweest.
Bepaal van-nu-af-aan; telkens weer hier-en-nu, wie jij in de toekomst wilt zijn en
richt daar al je hebben en houden, al je vermogens op.
8.]. Volg de hoofdstroom, de rode lijn van je leven.
Leef niet in je hoofd, maar leef in het moment.
Wanneer je dicht bij jezelf wilt blijven dan kun je dat letterlijk doen
door je aandacht in het hier en nu te brengen.
Het hier en nu is namelijk de enige plek waar jij je op dit moment bevindt.
Blijf niet eindeloos rondjes draaien in je hoofd, laat je gedachten niet op hol slaan.  Leef hier-en-nu, in het bewustzijn dat je geleid wordt door je schepper.
Gebruik je zintuigen, ervaar je ademhaling, de warmte van de zon en de frisheid van een lentebui.
Laat het leven een beetje over je heen komen, volg je directe ervaringen en
maak je niet al te druk over de toekomst.  Het leven komt en gaat met de hoofdstroom van je leven en  ervaar hoe licht en gelukkig je je kunt voelen.
Jij bent een geweldig mens, dus blijf dicht bij wie je bent;  dat maakt jouw leven een stuk gemakkelijker en gelukkiger.

      Wie Mijn Geboden heeft en ze bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en wie Mij liefheeft, zal geliefd worden door Mijn Vader en Ik zal hem [als Zijn kind] liefhebben en Mijzelf aan hem openbaren. Indien iemand Mij liefheeft, zal hij Mijn Woord bewaren en Mijn Vader zal hem [als Zijn kind] liefhebben en Wij zullen tot Hem komen en bij Hem wonen.
Wie Mij niet liefheeft bewaart Mijn Woorden niet; en het Woord, dat gij hoort, is niet van Mij, maar van de Vader, die Mij gezonden heeft.
       Dit heb Ik tot u gesproken, terwijl Ik nog bij u verblijf; maar de Trooster, de Heilige Geest, die de Vader zenden
[als aan Zijn kind] zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren en u te binnen brengen al wat Ik u gezegd hebJohn.14: 21-26.

De oneindige Hemelen kunnen samen met de andere schepselen de Schepper niet bevatten; alleen de ziel van de Gelovige mens is Zijn woning en zetel en dit alleen door de Liefde, Die trouweloze mensen missen.

Christus sprak

Want zo spreekt de Waarheid:
“. . . . . Wie Mij liefheeft, zal door Mijn Vader bemind worden; en ook Ik zal hem als Zijn kind beminnen en Wij zullen tot Hem komen en woning bij Hem maken . . . . .”;
Blijf derhalve in Mij, zoals Ik in jouw blijf”.
Wanneer wij rekening houden met het pad dat macht en geld in de geschiedenis van de mensheid gespeeld heeft, valt het ons op dat het slechts rituelen betreft, die zich telkens inzetten voor het verwerven van meer daarvan, het beheersen en overheersen van de medemens, maar ook het veelvuldig misbruik maken van zowel de Hemel [– ja, ook van de Kerk-] als de aarde en al wat zich daarop bevindt.
Wanneer wij rekening houden met het oorspronkelijke onderwijs van Christus en de oorspronkelijke Traditie van onze Kerk, Zijn Lichaam, heeft de mens ‘totaal géén recht op‘ daarin voorkomende, overheersende gedachten, die de Wil van onze Heer en Verlosser vertroebelen, ja, trachtten uit te wissen.
Wij gelovige mensen, vragen ons af, wànnéér zal de enorme ongelijkheid en de eindeloze drama’s, die daarvan het gevolg zijn, verdwijnen; de vernietiging van de economie en de sociale & ecologische samenhang, die we eigenlijk tollereren – maar door de hebzucht van maniakale “kredietverstrekkers” en speculanten ontstaan. En inderdaad, hoe onverschillig en meedogenloos rekenen zij zich rijk en doen zij alsof ze de zegen van de Almachtige God hebben!
Hoeveel machthebbers [- ja, óók in de Kerk] rekenen zich onbekommerd God’s macht toe? We krijgen -ook in de Lage Landen- haast spijt van de door hun verkondigde “Blijde Boodschap” en we zien al onze geliefden in die gemeenschappen lijden.
Maar laten we ons daarbij afvragen, hoeveel kansen we wel niet verliezen wanneer onze Heer veel kleinere offers van ons vraagt. Laat de Machthebbers hun macht en de kredietverstrekking hun geld, laat hen financiële malversaties plegen zo veel ze willen en zich via spelleiders de [‘kerkelijke’] macht toe-eigenen.
Hierbij worden wij geconfronteerd met het gevaar om vast te houden aan macht en materiële goederen en daardoor onverschillig geraken aan onze persoonlijke spirituele behoeften.
Laat het wèl tot ons doordringen en stel je medemens ervan op de hoogte, opdat wìj daardoor de goede weg naar het Hemels koninkrijk blijven bewandelen, welke ons en onze naasten immers voortdurend uitnodigt en laat horen, de goede en rechte weg te blijven vervolgen.
Deze prachtige “Winter”-periode, met alle moeilijkheden en doorgangen, begunstigt de zoektocht naar de wáre persoonlijkheid in Christus, die ons allemaal met de ‘Kerk’ roept “volg Mij”.
Alleen zó kunnen wij worden gered door wáre spelleiders, die zich slechts beheerders voelen en gelovigen niet gebruiken om ons en anderen te misleiden. In onszelf, echter, zoals het beeld zich aan ons voordoet, worden persoonlijke beslissingen gevraagd en keuzes aan onszelf overgelaten.

– • Doordrongen zijn van het besef van Gods Liefde is een voorwaarde om God lief te hebben. We kunnen niet houden van wat uiteindelijk niet liefdevol is. Onszelf onvoorwaardelijk te laten liefhebben is God in ons te laten wonen, toestaan dat Hij door ons heen straalt. Zijn aanwezigheid in ons zal verschijnen als een geest van geweldloosheid, rechtvaardigheid, barmhartigheid en liefde voor de armen.
– • De Heilige Geest, de Bondgenoot en Geest van onze Heer Jezus Christus, de Verlosser blijft bij ons doorheen ons leven. Hij bewaart de woorden van de Heer in onze geest en helpt ons ze meer en meer te begrijpen, zodat wij ze kunnen toepassen in de steeds veranderende situaties waarin wij ons bevinden.
– • Heer en Verlosser, dikwijls voel ik dat mijn leven vormeloos en doelloos is, maar U benadrukte herhaaldelijk het belang van het beluisteren van het Woord en om het te vervullen in een leven dat zijn dienstbare liefde weerspiegelt. Kom wonen in mijn armzalig hart en breng als het U belieft tot uw Vader. Dank U voor de gave van de Geest Die mij nabij is, Die mij verdedigt, Die mij troost en Die mij de wegen van de liefde leert; “Kom, Heilige Geest en ontsteek in mij het vuur van de Liefde”.
– • Deze 12 Kerstdagen herinneren ons aan het wachten van de eerste apostelen op de komst van Gods Heilige Geest. Vreugdevol denken wij aan de zegeningen van vandaag, tevens overwegen wij wat voor waardevols God ons in de Paas- en Pinkstertijd heeft gegeven.

➥ . . . . . . . . . De Heilige Geest werkt reeds in ons leven: wanneer wij herinnerd worden aan Gods Woord voor ons persoonlijk, wanneer wij aangemoedigd worden om te handelen zoals Christus dit Zelf deed. Het volstaat reeds dat wij bidden om ons meer te mogen toevertrouwen aan Gods Geest, dat Hij in ons aanwezig zal blijven.
Heer onze Heer, wij smeken U, verhoor ons“.

Apolytikion     tn.6
“ De scharen der Engelen stonden aan Uw graf en de wachters lagen als dood.
Bij het graf stond Maria Magdalena zoekend het alleruiterst Lichaam van haar Heer.
Gij hebt de hel overwonnen, zonder erdoor te worden aangetast.
Gij hebt de Maagd ontmoet, Levenschenkende,
Die uit de dood zijt opgestaan, Heer, ere zij U
”.

Kondakion     tn.6
“ Met Uw levenschenkende Hand,
wekt Gij alle doden op uit het duistere dal,
O Levenschenkede, Christus onze God,
Die aan het mensengeslacht de Opstanding gegeven hebt.
Gij zijt waarlijk onze Heiland, onze Verrijzenis,
ons Leven en de God van het heelal
”.

Theotokion      tn.6.
  Gij hebt Uw Moeder de gezegende genoemd
en zijt vrijwillig tot het lijden gekomen.
Gij zijt opgestraald aan het Kruis, om Adam te zoeken,
terwijl Gij tot de Engelen sprak: Verheugt u met Mij,
want Ik heb de drachme teruggevonden die verloren was.
Gij, Die alles in Wijsheid hebt ingericht, Heer, eer aan U
”.

Januari 6e – de Heilige Theophanie van onze Heer en Zaligmaker Jezus Christus.

      Toen kwam Jezus uit Galilea naar de Jordaan tot Johannes, om Zich door hem te laten dopen. Maar deze trachtte Hem daarvan terug te houden en zei: ‘Ik heb nodig door U gedoopt te worden en komt Gij tot mij?’.
       Jezus echter antwoordde en zei tot hem: ‘Laat Mij thans geworden, want aldus betaamt het ons alle gerechtigheid te vervullen’. Toen liet hij Hem geworden.
       Terstond nadat Jezus gedoopt was, steeg Hij op uit het water. En zie, de hemelen openden zich, en hij zag de Geest Gods nederdalen als een duif en op Hem komen.       En zie, een stem uit de hemelen zei: ‘Deze is Mijn Zoon, de Geliefde, in Wie Ik Mijn welbehagen hebMatth.3: 13-17.

      Want de Genade van God is verschenen, Heilbrengend voor alle mensen, om ons op te voeden, zodat wij, de goddeloosheid en wereldse begeerten verzakende, bezadigd, rechtvaardig en godvruchtig in deze wereld leven, verwachtende de zalige hoop en de Verschijning van de Heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Christus Jezus, Die Zich voor ons heeft gegeven om ons vrij te maken van alle ongerechtigheid, en voor Zich te reinigen een eigen volk, volijverig in goede werken.
       Want vroeger waren ook wij verdwaasd, ongehoorzaam, dwalende, verslaafd aan velerlei begeerten en zingenot, levende in boosheid en nijd, hatelijk en elkander hatende. Maar toen de goedertierenheid en mensenliefde van onze Heiland [en] God verscheen, heeft Hij, niet om werken der gerechtigheid, die wij zouden gedaan hebben, doch naar Zijn ontferming ons gered door het bad van de Wedergeboorte en van de Vernieuwing door de Heilige Geest, Die Hij rijkelijk over ons heeft uitgestort door Jezus Christus, onze Heiland, opdat wij, gerechtvaardigd door Zijn Genade, erfgenamen zouden worden overeenkomstig de Hoop op het Eeuwigen Leven
Tit.2: 11-14;3: 4-7.

God, wees ons barmhartig en
zegen ons; doe Uw aangezicht over ons lichten en ontferm u over ons.
Opdat wij Uw weg mogen kennen op aarde, Uw Heil onder de volkeren.
Mogen de volkeren U belijden, God,
mogen alle volkeren U belijden“.
Psalm 66: 1-3 vert. ROK ‘s-Gravenhage

”  Wast u, reinigt u, doet uw boze daden uit Mijn ogen weg;
houdt op kwaad te doenIsaiah 1: 16;
”  O, alle dorstigen, komt tot de wateren, en
gij die geen geld hebt, komt, koopt en eet;
ja komt, koopt zonder geld en zonder prijs wijn en melk” Isaiah 55: 1;
”   Dan zult u met vreugde water scheppen uit de bronnen van het Heil.
En u zult te dien dage zeggen:
‘Looft de Heer, roept Zijn Naam aan,
maakt onder de volkeren Zijn daden bekend,
vermeldt, dat Zijn Naam verheven is“. Isaiah 12: 3,4.

De Apostel Paulus geeft Titus en ons vandaag een aantal concrete richtlijnen voor een gezond christelijk  gemeenschapsleven, waarbij het principe is dat de oudere de jongere leert. Over twee sporen wordt het normale christelijke gemeenteleven overgedragen. Via de oude vrouwen aan de jonge vrouwen en voor wat betreft de mannen is dit ook weer via de ouderen, naar de jongeren toe.
Daarbij wordt nog een extra beroep gedaan op Titus [als spelleider, zijn naam betekent, ‘eervol’, ‘als een wilde duif‘] om juist voor de mannen een voorbeeld te zijn. Dit niet alleen in doen en laten, maar ook in gezonde prediking.
            Want vroeger waren ook wij verdwaasd, ongehoorzaam, dwalende, verslaafd aan velerlei begeerten en zingenot, levende in boosheid en nijd, hatelijk en elkander hatende“ en vervolgens wordt het leerproces in een algemeen kader geplaatst van de Goddelijke Genadegaven, Die ons mensen het Heil [de heiliging, de heelwording] doen zien.
We zullen in dat verband ook dienen stil te staan bij de reikwijdte van de verzoening. Dit hele hoofdstuk van de brief van Paulus eindigt met een oproep aan Titus om nadrukkelijk over de gezonde en goede dingen van het Christelijke leven te spreken. Het Christelijke Geloof ontleent namelijk haar bestaansrecht niet aan het zich afzetten tegen andere religies, maar vanwege haar exclusieve aanspraak op het Heil in Christus is haar Blijde Boodschap uniek en onvervangbaar.
Thema’s die hier nadrukkelijk aan de orde  komen zijn: de gezonde leer; de coaching door ouderen van jongeren; wat zijn de goede werken; wat is gezonde verkondiging; wat is de reikwijdte van de verzoening voor allen; hoe dient men elkaar te vermanen en aan te sporen om zich beter te gedragen /de onderlinge zelfdiscipline van de gemeenschap.
Tot onze verrassing zullen we in dit ogenschijnlijk korte hoofdstuk weer opnieuw talloze praktische raadgevingen vinden, om als spelleiders en mededienaren in de christelijke gemeenschap goed te kunnen functioneren.

Wat in het Evangelie van Theophanie opvalt is dat onze Heer Zelf tot Johannes de Doper toetrad naar de Jordaan [Hebr.: נהר הירדן, nhar hajarden – Arab.: نهر الأردن, nahr aloerdoen, Jordaan waarschijnlijk afgeleid van Yored mei-ha-Dan, wat betekent “daalt af van Aramees ‘yardeen’ – Dan” = snelstromend water] bij Betsaïda [Hebr. Bet sajjáda “huis van het vissen”- en van de genezing van een ‘blinde’].
Paulus begon ook nogal direct: “Maar gij, loopt allen uit [u spreekt u uit] voor hetgeen met de gezonde [zonder vermenging met andere dingen] leer [doctrine, voorschriften] strookt [wat past, wat betaamt, wat schittert].
Christus stelt zich nederig en bescheiden ten opzichte van de “bode voor Zijn aangezicht  Johannes op, Zijn Voorloper, Die
Zijn weg vóór Hem heeft bereid”.
Hij riep de mensen op “òm te keren en zij belijden als vanzelfsprekend hun zonden”. 
Johannes doopte in de woestijn en doopte met water de doop van de bekering tot vergeving van zonden – maar na hem zou komen Hij, Die sterker is dan hem, wiens schoenriem hij niet waardig is, neer-bukkende, los te maken.
Johannes, de Voorloper van Christus, de Doper heeft het Volk gedoopt met water, maar Christus zal ons [doen] dopen met de Heilige Geest, want Hij is groter, Hij is de Zoon van God.
Dit blijkt uit het feit dat terstond, toen Christus uit het water opsteeg, Hij de hemelen zag openscheuren en de Geest als een duif op Zich zag nederdalen. En een stem [kwam] uit de hemelen: “Gij zijt Mijn Zoon, de Geliefde; in U heb Ik Mijn welbehagen”.
En zo heeft God, de Vader eveneens welbehagen in degenen, die Zich met Christus in de doop, in Zijn dood met Hem laten bekleden.

Bij de doop van Christus

H. Johannes Chrysostomos

Er bestaat ook nog een preek van Johannes Chrysostomos “Bij de doop van Christus” waarin uitdrukkelijk ontkend wordt dat de naam Theophany op Kerstmis van toepassing is .

         De Oratie zelf bevat echter bewijsmateriaal om aan te tonen dat het Feest van de Geboorte van onze Heer op de vroegere datum werd gehouden ; want even later memoreert  de prediker : “een tijdje later zult gij Christus herkennen in de zuivering van het reinigende water van de rivier de Jordaan. En er volgt nog een mondeling bewijs in de Sancta Lumina, bij Zijn Geboorte hebben we ons terdege gehouden aan het “ -festival-”, zowel ik als de [spel-]leider van het “feest” als uzelf en nu zijn wij toegekomen tot een ander verslag uit het leven van ‘Christus’ en een ander “Mysterie” [Geloofswaarheid, waarvan men niet of slechts onvolmaakt de Volheid kan begrijpen].
I.].
Christus is ons geboren, verheerlijk Hem.
Christus uit de Hemelen, ga uit om Hem te ontmoeten.
Christus op aarde; wees verheven;
Zing tot de Heer over de hele aarde;
en dat ik in één woord kan deelnemen,
laat de Hemelen zich verheugen,
en laat de aarde blij zijn voor Degene, Die uit de Hemelen en van de aarde is voortgekomen.
Christus is in het vlees geboren, verheug je met beven en vreugde;
met beven vanwege je zonden, met vreugde vanwege je Hoop.
Christus uit de Maagd geboren; O U maakt ons leven als maagden,
dat we mogelijk dragers van Christus mogen zijn.
Wie aanbidt Hem niet, dat wat is van den beginne?
Wie verheerlijkt Hem niet, dat we volgen tot de laatste mens aan toe?
II.].
Vanaf den beginne is de duisternis [Tohu va vohu (
תֹ֙הוּ֙ וָבֹ֔הוּ)] verdreven; wordt het Licht weer ontstoken;
opnieuw wordt Egypte gestraft met duisternis; opnieuw is Israël [de Kerk] verlicht door een pijler .
    En het geschiedde tussen het leger der Egyptenaren, en tussen het leger van Israel; en het was een wolk en duisternis voor hen, maar het gaf licht ‘s nachts aan deze: zodat die de hele nacht niet bij de ander kwamExodus 14: 20.
De mensen die in de duisternis van onwetendheid zaten, wordt het Grote Licht van de volle kennis getoond.
    Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven; en de Heerschappij zal op Zijn schouder liggen; en Zijn Naam zal ‘de Wonderbare heten’, “de raadsman’, ‘de sterke God’, ‘de eeuwige Vader’, ‘de Vredevorst’Isaiah 9: 6.
Oude dingen zijn verleden hebben het leven gelaten, zie, alles is ‘nieuw’ geworden.
      Doet het oude zuurdeeg weg, opdat gij een vers deeg moogt zijn; gij zijt immers ongezuurd. Want ook ons paaslam is geslacht: Christus1Cor.5: 7.
De schuldbrief is verscheurd, de Genadegaven van de Heilige Geest komen boven. De schaduwen vluchten weg, de Waarheid komt over hen.
De periode van Melchisedec is afgesloten; Hij die zonder moeder was wordt zonder vader [zonder moeder van zijn vroegere staat, zonder vader van zijn tweede]. De wetten van de natuur zijn ontsteld; de wereld van boven dient te worden vervuld. Christus heeft het bevolen, laten we ons niet tegen Hem opstellen; Oh klapt in je handen al de gehele mensheid tezamen:
    Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven; en de Heerschappij zal op Zijn schouder liggen; en Zijn Naam zal ‘de Wonderbare heten’, “de raadsman’, ‘de sterke God’, ‘de eeuwige Vader’, ‘de Vredevorst’ Isaiah 9: 6.
Laat ons als Johannes de mensheid al roepend overtuigen: “Bereidt de weg des Heren!”. “      Hij toch is het, van Wie door de profeet Isaiah gesproken werd, toen hij zei: ‘De stem van een, die roept in de woestijn: Bereidt de weg des Heren, maakt recht zijn paden’Matth.3: 3.
Ik zal ook vanwege de Kracht van deze dag in huilen uitbarsten. Wie niet vleeslijk is, is geïncarneerd; de Zoon van God wordt de Zoon des mensen:
Jezus Christus is aldoor Dezelfde, gisteren, heden en tot in eeuwigheid” Hebr.13: 8.
      doch wij prediken een gekruisigde Christus, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid, maar voor hen, die geroepen zijn, Joden zowel als Grieken, [prediken wij Christus, de Kracht van God en de Wijsheid van God“ 1Cor.1: 23.
Laat de Joden zich dan maar beledigd en laat de Grieken zich vernederd voelen, maar laat de ketters maar praten tot hun tong pijn doet.
Eerst dàn zullen zij geloven, wanneer zij Hem zullen zien opstijgen naar de Hemelen; en zo niet, dan zullen zij Hem eerst herkennen wanneer ze Hem zien uit de Hemelen zien wederkomen en  als Opperrechter over de mensheid zien zitten aan de rechterhand van de Vader.
III.].
Van deze en bij toekomstige gelegenheden; want het heden is zowel het feest van Theophanie als de Geboortedag van onze Heer en Zaligmaker, want beide titels worden gegeven aan dat enige wat heeft plaats gevonden; want God werd immers door de geboorte in het vlees aan de mens  geboren. Enerzijds heeft God voor altijd en voor eeuwig in Zijn Eeuwig Wezen bestaan, is boven de oorzaak en het woord verheven, want er was géén Woord voorafgaand aan het Woord; en aan de andere kant om ook aan ons gelijk te worden, heeft Hij, Die ons het Leven geeft, ons het Goddelijk Wezen gegeven, omdat Hij ons ook ons welzijn kan geven, of liever door Zijn Incarnatie [Zijn wording in het vlees] ons kan herstellen, toen wij als gevolg van de goddeloosheid het welzijn hadden verloren. De naam Theophany wordt eraan toegekend aan de hand van Zijn manifestatie in de Heilige Geest en die van de verjaardag ten aanzien van zijn geboorte in het Vlees.
IV.].
Dit is ons huidig geestelijk festival; hetgeen we vandaag vieren, de komst van God aan de Mens, opdat we vooruitgang kunnen boeken, of liever [want dit is de meest juiste uitdrukking] dat we weer terug zouden keren naar God – dat we de oude mens afleggen en we misschien de aanzet geven ons met de nieuwe te bekleden; en dat wij zoals wij in Adam zijn afgestorven, in Christus zouden kunnen herleven:
      Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. 
Maar ieder in zijn eigen rangorde: Christus als eersteling, vervolgens die van Christus zijn bij zijn komst; daarna het einde, wanneer Hij het koningschap aan God de Vader overdraagt, wanneer Hij alle Heerschappij, alle Macht en Kracht [op aarde] onttroond zal hebben“ 1Cor.15: 22-24.
    In Hem zijt gij ook met een besnijdenis, die geen werk van mensenhanden is, besneden door het afleggen van het lichaam van het vlees, in de besnijdenis van Christus, daar gij met Hem begraven zijt in de doop. In Hem zijt gij ook mede-opgewekt door het Geloof aan de werking van God, Die Hem uit de doden heeft opgewektCol.2: 11,12.
Want ik dien de prachtige bekering te ondergaan, en als dit pijnlijke volbracht/geslaagd is, het meest gelukzalige, zo moet het meest gelukkige uit het pijnlijke voortkomen.
      Maar de Wet is er bijgekomen, zodat de overtreding toenam; waar evenwel de zonde toenam, is de Genade[gave] meer dan overvloedig geworden, opdat, gelijk de zonde als koning heerste in de dood, zo ook de Genade zou heersen door Rechtvaardigheid ten eeuwigen leven door Jezus Christus, onze HeerRom.5: 20,21.
Want waar de zonde overvloedig is, is Gods Genadegaven nog overvloediger en zoals hetgeen ons veroordeelde ons smaakte [nogal beviel, ’t is zo lekker], des te meer zal het Lijden van ons in Christus Zijn Komst rechtvaardigen?
Laat ons daarom dit Goddelijk Feest vieren, niet overeenkomstig de manier waarop een heiden het aanpakt [door brasserijen en drinkgelagen], maar op een Goddelijk toekomende wijze; niet overeenkomstig de weg van de wereld, maar op een manier die de wereld te boven gaat; niet als onze eigen feestje, maar als feest dat aan Hem toebehoort, Die de onze is, of liever als onze Heer en Meester; niet tot menselijke zwakheid, maar tot genezing; niet overeenkomstig onze menselijke, wereldse schepping , maar tot een wederopbouw van onszelf.
V.].
En hoe zal dit dan plaats dienen te vinden?
Laat ons datgene, wat wij ons als portie toe-eigenen niet hoog opstapelen en buitenissig versieren, noch grote danspartijen met harde ons aangename wereldse muziek doen toekomen,  of ons huis en de straten overdadig versieren; laten we niet feesten om op te vallen, het oog te strelen, noch het oor betoveren met muziek, noch de neusgaten met parfum oppeppen, noch de smaak laten misbruiken door exquise gerechten, noch van aanrakingen genieten, die wegen die zo gevoelig zijn en ons aanzetten tot kwaad en een ingangen vormen voor de zonde;  laten we ons niet in zachte kledij steken en als was worden, want schoonheid bestaat enkel in haar nutteloosheid, noch met het glinsterende van edelstenen of de glans van goud.
      Laten wij, als bij lichte dag, eerbaar wandelen, niet in brasserijen en drinkgelagen, niet in wellust en losbandigheid, niet in twist en nijd! Maar doet de Heer Jezus Christus aan en wijdt 
geen zorg aan het vlees, zodat begeerten worden opgewektRom.13: 13,14.

‘De Intrigue’, door James Ensor [1890]

of de maskerades van kleur, die de schoonheid van de natuur beroven en slechts uitgevonden zijn om ondanks onze oorspronkelijkheid ons doen afwijken van het beeld naar God; niet in rebellie, maar in dronkenschap, waarmee je vertroebeld raakt, niet meer weet wat goed is, onzin uitkramen, omdat dit soort voorbeelden slechte leraren doen ontstaan, slechts schadelijk zijn; of liever gezegd slechts gevaarlijke zaken opleveren want waardeloos gezaaid zaad roept dingen op die niet voeden.  Laten we ons niet ‘hoog‘ voordoen en ons ‘anders‘ opstellen, dan we in ‘werkelijkheid‘ zijn, waardoor de buik tot heiligdom wordt verheven van wat slechts aan de ontbering toebehoort. Laten we het Bouquet van hoogstaande wijnen niet beoordelen, de hoogstandjes van onze kokkerellen, de hoge kosten van de liflafjes.  Laat zowel land en zee ons niet hun kostbaarheden als mest tot geschenk zijn, want aldus heb ik slechts geleerd om de luxe in te schatten; en laten we niet streven om elkaar te overtreffen in ontembare zaken, die elkaar overtreffen [want naar mijn mening levert alle overvloed slechts overmoed op en alles wat boven de absolute basisbehoefte wordt beschouwd], en dit terwijl anderen hongerig achterblijven terwijl zij toch uit dezelfde wil van de mens geboren zijn en van dezelfde klei waarop zij in de handen van God zijn gevormd.
VI.].
Laten we dit alles dan aan de heidense Grieken overlaten en aan de manier waarop zij zich uitlaten en feesten vieren, die in de naam van wereldse goden wezens oproepen die zich verheugen in een reeks aan offers [ten koste van anderen, veelal behoeftigen] en die voortdurend hun eigen buik tegemoet komen; het zijn de bedenkers van het kwaad en aanbidders van kwade demonen.
Maar wij christenen, volgelingen van Christus, stellen ons ten doel de aanbieding van Degene van Wie het ware Woord is en wanneer we op de een of andere manier behoefte hebben aan luxe, laten we het dan in woord en daad in praktijk brengen, en overeenkomstig de Goddelijke Wet en overeenkomstig Zijn Historie Zij Geschiedenis blijven navolgen; laat dit vooral het fundament zijn waarop dit feest gevierd wordt; dat onze luxe er aan verwant is en ons niet ver van Hem verwijderd, Die ons allen tezamen heeft geroepen.
Of zoals u wenst voor vandaag ben ik degene, die u onderhoudt (uw ‘entertainer’)], die u overdondert met mijn goede eigenschappen en u zo overvloedig met de beste bedoelingen, die Ik kan opbrengen, verslag uitbrengt.

U weet wellicht hoe een buitenlander de  bevolkingsgroep van een land kan voeden, en een plattelandsbevolking van de stad, eentje die nu eens niet om luxe maalt, degenen die er plezier in hebben, arm en dakloos te zijn, die rijk zijn door ‘werkelijke’ rijkdom [in Christus] te bezitten?
We zullen vanaf dit punt beginnen; en laat mij vragen van u die zich in dergelijke zaken verheugen  om uw geest en uw oren en uw gedachten te reinigen, vanwege het feit at onze redevoering van  God afkomstig is en derhalve Goddelijk dient te zijn; dat wanneer u van hier vertrekt, u misschien genoegdoening en het genot heeft ontvangen die niet echt verdwijnt, in uw geest verloren gaat. En deze zelfde discussie zal tegelijkertijd zowel volkomen waarachtig als zeer beknopt zijn, dat u ook niet ontevreden mag worden door mogelijke tekortkomingen, noch ongemakkelijk vindt doordat u verzadigt bent.
VII.].
God is, was er altijd en zal altijd en eeuwig bestaan.
Of liever kort uitgedrukt: “God is altijd”.
Want was en zullen zijn fragmenten van onze tijd en van een veranderlijke natuur , maar Hij is een  eeuwig wezen. En dit is de Naam, Die Hij aan Zichzelf geeft wanneer hij deze uitspraak vanuit Zijn Goddelijke Inspiratie aan Mozes op de berg geeft.
Want in zichzelf vat Hij alles samen en bevat alles Zijn Wezen,
Die in het verleden geen begin hebben, noch in het vervolg zijn;
net zoals een zee groot kan zijn, [-voor die tijd-] onbegrensd en onbeperkt,
Die overeenkomstig alle opvatting van tijd en natuur overschrijdt,
waar alleen de menselijke geest afschuw van heeft en dat is zeer zwak en scherp … niet door zijn essentie, maar door zijn immense omvang;
één beeld werd van de ene bron en de andere van de andere gekomen en gecombineerd in een soort presentatie van de Waarheid die ons menselijk vermogen te boven gaat voordat we het hebben opgepakt/beseft/gevangen en vervliegt voordat we het ontvluchten, die bij ons invalt en die ons liefheeft, zelfs wanneer we verontreinigd zijn. Als een bliksemflits die niet zonder ophouden, dit doet Hij voor ons … in een volgorde zoals ik me er slechts een beeld van kan krijgen, door dat deel van hetgeen we kunnen bevatten, trekt Hij ons tot Zichzelf.
[want wat al helemaal onbegrijpelijk is ligt buiten de grenzen van onze hoopvolle verwachtingen en niet binnen het kompas van de richting, die wij mensen zoeken]
Voor dat deel waarvan wij ons geen voorstelling kunnen maken teneinde ons te laten verwonderen en als een onderwerp maakt van iets wat bovennatuurlijke wijze tot stand komt een Mysterie dat meer een onderwerp van verlangen blijkt te zijn geworden, dat we onszelf willen zuiveren en door ons te zuiveren ons als godgelijke willen worden; zodat wij wanneer we aldus zoals Hijzelf mogen zijn geworden, God in staat is, om een gewaagde uitdrukking te gebruiken, met ons als goden er toe brengt met Hem in gesprek te gaan, ons met elkaar verenigd en dat Hij misschien in dezelfde mate waarop Hij alwetend is degenen naar Hem toetrekt – Hem doet leren kennen.
      Ik ben de goede herder en Ik ken de mijne en de mijne kennen Mij, gelijk Mij de Vader kent en Ik de Vader ken, en Ik zet Mijn Leven in voor de schapenJohn.10: 14,15
De Goddelijke natuur blijft dan onbeperkt en moeilijk te begrijpen; en alles wat we van Hem kunnen begrijpen is Zijn onvoorstelbare grenzeloosheid;
en hoewel wij als mens dat kunnen bedenken, omdat Hij eenvoudig onze natuur heeft aangenomen is Hij is daarom ook naast helemaal onbegrijpelijk ook volkomen begrijpelijk.
Want indien wij verdere nagaan wat hierdoor zonder dat het gezegd wordt ons betrekt in de eenvoudige aard van deze kwestie. ”Want het is vrijwel zeker dat deze eenvoud niet zelf Zijn aard betreft, net zoals de samenstelling niet op zich de essentie van de samengestelde wezens is.

Tot zover onze Heilige Vader Johannes Chrysostomos, want zoals destijds gebruikelijk gaat hij nog 17 hoofdjes met allerlei verwijzingen door.
De essentie van dit feest mag met het voorgaande overduidelijk zijn:
Het feest Theophanie omvat naast het Kerstfeest [gedurende 12 dagen] de Godsverschijning, zowel in het vlees als in de Geest. Op het ogenblik dat Christus door Johannes de doper in de Jordaan eer gedoopt werd de aanbidding van de Heilige Drieëenheid geopenbaard. Sinds het Oude Testament wordt de meester van het heelal als triades [groep van drie bij elkaar behorende personen ‘in een God’] geopenbaard, God in Zijn Almacht verschijnt als de Vader en de mens, wordt hier geconfronteerd met “de glorie van de enige Zoon van de Vader“, ziet de goddelijke natuur om zichzelf onthuld:
De theologie als een weergave van God zelf wordt mogelijk: “Het vlees is geboren”.
Dan begint de economie die passend is voor de Zoon, die de geschiedenis van de wereld binnentreedt. “Farsus” is dus de ultieme grens van incarnatie: niet alleen de ziel maar ook het lichaam is betrokken bij het Woord. Het is de totaliteit van de menselijke natuur die hier wordt bedoeld door het woord “fart“.
En het ‘Woord’ werd ‘vlees’ – werd toegevoegd aan de volheid van het goddelijke wezen, het grote schandaal van de metafysica.
De Zoon blijft God in de kern van de ongewijzigde Drieëenheid.
Maar er wordt iets aan Zijn Goddelijkheid toegevoegd: Hij wordt een mens.
Een onbegrijpelijke paradox: het Woord, zonder enige verandering in Zijn goddelijke natuur, die niet kan worden gereduceerd helemaal niet, volop bezig met onze eigen situatie, voor zover deze en zelfs de dood te accepteren.

Een hoogste uitdrukking van Liefde, kan alleen in termen van de persoonlijke levenssfeer dit Mysterie niet worden benaderd, omdat de Persoon van de Zoon de grenzen overstijgt van de transcendentale en de alomtegenwoordigheid en kan worden betrokken in de menselijke geschiedenis.
Dit ‘is geworden’ gaat verder dan de categorieën van de goddelijke natuur, eeuwig, onveranderlijk, maar in de hypostase blijkt het niet hetzelfde te zijn, het is om die reden dat Christus mens is zonder dat de andere personen van de Drieëenheid te lijden of gekruisigd dienen te worden, en daarom dient men te spreken van de economie die geschikt is voor de Zoon. 
Natuurlijk behoort de economie aan de Goddelijke Wil en dit is één in de Drie-eenheid; natuurlijk is de redding van de wereld de enige Wil van de Drie‘ en Degene, Die het Mysterie van de Opstanding initieert, het is het doel waarvoor God alles in het begin heeft geschapen“.
Heilige Maximos de Belijder.
Maar deze gemeenschappelijke Wil is verschillend voor elke persoon:
de Vader stuurt, de Zoon gehoorzaamt, de Geest begeleidt en helpt,
en door hem komt de Zoon in de wereld.
De Wil van de Zoon is die van de Drieëenheid, maar bestaat vooral uit gehoorzaamheid.
Het is de Drieëenheid Die ons redt, maar het is de Zoon die wordt uitgezonden om het werk tot de Zaligheid in de wereld uit te voeren. 

Troparion     tn.1
Toen Gij, Heer, gedoopt werd in de Jordaan, werd de aanbidding van de Heilige Drieëenheid geopenbaard;
de Vader heeft van U getuigd en noemde U Zijn geliefde Zoon; de Geest, in de gedaante van een duif, bevestigde de Waarheid van dit Woord. Gij verschijnt ons, o Christus God en hebt de wereld verlicht, eer aan U
”.

Kondakion     tn.4
Gij verschijnt heden aan de wereld en Uw Licht, o Heer, is op ons afgetekend.
Wij erkennen en loven U, Die gekomen en verschenen zijt:
Het Ongenaakbaar Licht”.

Januari 2e – Voorfeest van Theophanie, voorfeest der Lichten

Christus sprak het Woord van God

      En Hij daalde met hen af en bleef staan op een vlakke plaats en [daar] was een grote schare van Zijn discipelen en een grote menigte van volk uit het gehele Joodse land en Jeruzalem en van Tyrus en Sidon aan de zee, die gekomen waren om Hem te horen en genezen te worden van hun ziekten; en die gekweld werden door onreine geesten werden genezen.
En de gehele schare trachtte Hem aan te raken, omdat er
Kracht van Hem uitging en Hij allen genas.
En Hij hief zijn ogen op naar zijn discipelen en zei:
‘Zalig, gij armen, want uwer is het Koninkrijk Gods.
Zalig, gij, die nu hongert, want gij zult verzadigd worden.
Zalig, gij, die nu weent, want gij zult lachen.
Zalig zijt gij, wanneer u de mensen haten en
wanneer zij u uitstoten, en smaden en uw naam als
slecht verwerpen ter wille van de Zoon des mensen.
Verblijdt u te dien dage en springt op van vreugde, want,
zie, uw loon is groot in de hemelen’
Luc.6: 17-23a.

      De Vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid [toegevend, in staat om veel te vergeven voor men boos wordt], vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.
Tegen zodanige mensen is de wet niet. Want wie Christus Jezus toebehoren, hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd.
Indien wij door de Geest leven,  laten wij ook door de Geest het spoor houden.
Wij dienen niet praalziek te zijn, elkander tartend, elkander benijdend.
Broeders, zelfs indien iemand op een overtreding betrapt wordt, helpt gij, die geestelijk zijt, hem terecht in een geest van zachtmoedigheid,  ziende op uzelf; gij mocht ook eens in verzoeking komen.
Verdraagt elkanders moeilijkheden;  zo zult gij de Wet van Christus vervullenGal.5: 22-6 :2.

In een wereld die zelfgenoegzaamheid predikt en beweert dat een levenswijze, die het genot boven alles stelt -een mensenrecht is-, dienen we bedacht te zijn dat beoefenen van zelfbeheersing te maken heeft met ons kruis te dragen door hard aan onszelf te werken.
In het Paradijs, de Hof van Eden leerden we dat we alles konden hebben indien we ons maar zouden onderwerpen aan onze liefhebbende en onlosmakelijke Heilzame God. Indien we ons aan God onderwerpen, kunnen we alles hebben wat goed en geweldig is.
Mp3: het [Medieval Carol] lied van de ‘Twee koninkskinderen’ welke afscheid nemen van de wereld en naar de Hemel gaan.

Maar zonder God en door onszelf te aanbidden, zullen we alleen maar illusies en verstoringen hebben.
De wereld noemt de christelijke vorm van wijsheid een waanidee, maar wij christenen weten dat wat de wereld ons voorhoudt slechts ijdelheid en dwaasheid is.
Ben jijzelf wel een vreselijk uit je slof geschoten [verbaal dan] en ben je daarmee over de schreef gegaan? Dat overkomt je, maar achteraf, veelal na een minuut of vijftien, heb je niet het idee dat dat echt heeft geholpen en je voelt je dan inderdaad daarna ook nog heel schuldig. Na een poos merk ik dat de boosheid wat in verdriet begint over te gaan en dan kun je maar beter trachten de ander af gaan leiden door met hem/haar naar iets “interessants” gaan kijken, naar buiten of zo. Tja, ’t blijft ook gewoon een beetje een zoektocht in ons menselijk leven vrees ik, hoe je hier het beste mee om kan gaan.
Zo ook voor Christus Volgelingen en een grote menigte uit het Volk, niet alleen voor die uit het uitverkoren Volk, maar ook die van de wereld, die toch twintig kilometer van Israël en wel twee dagen van elkaar lopen als Tyrus en Sidon aan de zee benoemd wordt.
Christus laat ons allen zien hoe geheel de schare tracht God aan te raken, Hem en Zijn Woord bij je dagelijks leven en zorgen te betrekken.
Wat er dàn naar voren komt is het Woord van God, het verlangen naar je verheven Ziel en Zaligheid – een Woord dat verder reikt dan ònze wereld, het is een gelovig, een Geloof’s-woord.

In deze is de intuïtieve reactie stèrker dàn wetenschappelijk kennis en het idee van maakbaarheid; dàn komt ons Geloof, de Hoop en Liefde, het God’s-vertrouwen om de hoek kijken.
Dat kinderlijk vertrouwen heb je mogelijk bij je moeder of Grootmoeder opgedaan, die je als gelovige vrouw heeft voorgeleefd dat God er is bij alles wat je meemaakt. Je kunt mensen van jongs-af-aan van alles leren en ze zaken in woorden uitleggen. Maar in Geloof’s-opvoeding gaat het verder; wanneer je zèlf leeft vanuit je Geloof, zal elk kind dàt aan jou zien en dieper worden geraakt.
Het kaarsje opsteken is -niet voor niets- een prachtige manier om verbinding te zoeken met God en met de naaste aan wie je denkt.
Door het dansteken van een kaars, een godslampje voor de icoon, ben je verbonden met de persoon voor wie je dat doet, maar deel je ook jouw zorgen met God, je spreekt ze uit en daarmee wordt het draaglijk.

Als ik roep, antwoord mij, God van mijn Gerechtigheid, schenk mij ruimte in de benauwdheid; Ontferm U over mij luister naar mijn gebed.
Kinderen van de mensen, hoelang nog zijn jullie zwaarmoedig, waarom beminnen jullie ijdelheid en zoekt de leugen? [sela]
Weet dan, dat de Heer Zijn gewijde wonderbaar heeft verheven [afgezonderd]; de Heer heeft mij verhoord toen ik tot Hem riep.
Wordt toornig, maar zondigt niet;  wat je zegt in je hart  betreur dat op uw rustbed [leger] en zwijgt. [sela]
Draagt een rechtvaardig offer op en vertrouwt op de Heer; velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien?
Heer, het Licht van Uw Aanschijn is een teken over ons!
Gij schenkt vreugde in mijn hart, om de overvloedige vrucht van tarwe, wijn en olie. Heer, in vrede kan ik mij te ruste begeven en aanstonds inslapen,  want al ben ik eenzaam, Gij doet mij wonen in vertrouwen!” Psalm 4  [Grote Completen, Avondgebed].

Hoe ziet de wereld van God er uit? door Giovanni di paolo

De Heer gaf ons via Mozes de twee stenen tafelen, beschreven met de vinger Gods, waarop al de [tien] Woorden stonden, die de Heer op de berg tot ons gesproken heeft uit het midden van het vuur, op de dag van de samenkomst.
Na verloop van veertig dagen en veertig nachten gaf de Heer Mozes de twee stenen tafelen, de tafelen van het Verbond.
Toen zei de Heer tot ons via Mozes:
Sta op, daal haastig van hier naar beneden, want uw Volk, dat je uit Egypte geleid hebt, heeft het verdorven; zij hebben zich gehaast om af te wijken van de weg, die Ik hun geboden heb” conf. Deut.9: 9-12.
Ik denk dat de meesten dit wel herkennen. En ik had ook nog wel eens de gedachte: “Wie heeft me hier ingeluisd?“.
Onder de mensen om je heen zie en hoor ik het ook niet veel dat ook volwassen mensen zo driftig kunnen doen; het wordt immers vermeden hier over te spreken, maar het komt toch in de beste kringen voor.
Daarom is het goed dat hier in de Kerk aandacht aan besteed wordt, dat boos worden een wereldse reactie is en dat onze Heer ons Zijn reactie geeft, dat doet een mens al heel veel goed.
Weet dan, dat de Heer Zijn gewijde wonderbaar heeft verheven [afgezonderd]; de Heer heeft jou verhoord toen je tot Hem riep. Wordt toornig, maar zondigt niet;  wat je zegt in je hart  betreur dat op uw rustbed [leger] en zwijgt [sela]”.
➥ Sela is Hebreeuws voor
סלה en dient als markering voor een rustpunt. Misschien is het afgeleid van het gelijkluidende maar in het Hebreeuws anders geschreven woord “Sel’a“, wat steil oprijzend geluid [echo] op de rotsen betekent. Dan zou het woord Sela in feite letterlijk echo of refrein betekenen. Het woord wordt in de Psalmen vaak na belangrijke of veelzeggende verzen geplaatst, die hiermee dan nog eens herhaald [kunnen] worden.
Het geeft een náklank aan, die in ons hart dient door te kinken als een echo.
In het Heilige, het Zalige kunnen we iets van verzoening bereiken mèt en in ons  eigen wezen en met de mensen, een verzoening met ontbering en met het lot, met lukken en mislukken.

Wanneer we vandaag het Voorfeest van Theophanie, het voorfeest der Lichten vieren, kan daarmee de Hoop in ons mensen groeien, dat er zoiets als zin en orde, regel en wet in het leven in de wereld bestaat. En waar zou je feesten kunnen vieren, als dat niet bij [Orthodoxe] Christenen kan? Waar zou men nog kunnen laten zien op welke manier en volgens welke regels het leven kan slagen? Waar zou men de glans van de heilige God nog kunnen beleven, wiens heiligheid in de Blijde Boodschap met ‘Heerlijkheid’ en ‘vuur’, met ‘lichtstraal’ beschreven wordt?

Doop in de Jordaan door Elena Cheraksova

Waar zou de glans van de Opstanding de doodsangst dienen weg te nemen, als dat hier niet kan? Waar zou een feest van gemeenschappelijk denken, spelen, dansen, eten, drinken [en het onthouden van dit alles] samenzijn, een feest van overvloed en vrede gevierd dienen te worden, als dat niet onder christenen kan?
      Wij, orthodoxe christenen dienen in onze diensten de spelleiders, de dansmeesters weer terug te vinden. Zij die de spelen [zoals, die van de vroegchristelijke Kerk, die het geënsceneerd heeft] navolgen, is de geest van de stabiele evenwichtige en harmonische eenheid of de bewogen en uitbundige Kracht van het zout der aarde dan bij ons Orthodoxen verloren gegaan en tussen hemel en aarde aan he werk zijn?
We dienen weer te leren wat er tussen ons en God gebeurd is nog steeds plaatsvindt, feestelijk te vieren zodat het [kruis-]hout snijdt, als er nog iets van de overlegvering van onze christelijke feesten in onze tegenwoordige tijd wil overblijven.
     Ik vind het onvergetelijk; ik stond op Theophanie aan de kade van de zee in Thessaloniki met ongeveer vijf en twintig duizend orthodoxe, meest jonge mensen, om met hen samen het feest van Theophanie, het feest van de doop des Heren te vieren.
Het geheel begint voorafgaand met ellenlange diensten, maar er wordt vooruitgekeken naar het slot; de massale duik in het koude water van de zee, waarbij het groot en Heilig Kruis wordt opgedoken – waar zie je dat nog gebeuren in het westen? Waar worden we nog ondergedompeld in de oorspronkelijke gebruiken van onze Orthodoxe Traditie? Waar wordt degene, die het Kruis opduikt, de komende periode tot aan de vasten nog als een held, als “prins van het Geloof” behandeld? Daar draait de menigte, een grote schare van Zijn discipelen en wordt een grote menigte opgevangen en meegetrokken in een Krachtige extase voorafgegaan door de kerkelijke spelleiders [de voorgangers, de presbyters].
Vervolgens wordt er feest gevierd in kringen van tien of twintig en wordt er naast brood en in plaats van wijn druiven uitgedeeld – niemand wordt overgeslagen. Jonge mensen gaan van kring naar kring en kijken of er voor iedereen gezorgd is – dáár wordt iets ervaren wat wij christenen eigenlijk met het woord feest bedoelen – dáár tracht de gehele schare Hem aan te raken, omdat er
Kracht van Hem uitgaat en Hij allen geneest.

Troparion tn.4
Bereid u voor Zabulon, en maak u gereed Neftali.
Weerhoud vol vreugde uw wateren, Jordaan,
om de Heer te ontvangen,
Die komt om Zich in u te laten dopen.
Adam, verheug u, tezamen met ons alle moeder:
gij behoeft u niet meer te verbergen zoals eens in het Paradijs.
Hij, Die uw naaktheid gezien heeft
verschijnt om u weer
te bekleden met uw oorspronkelijke Schoonheid:
Christus is verschenen om heel de schepping te hernieuwen
”.

Kondakion tn.4
Aangekomen in de golven der Jordaan,
roept de Heer tot Johannes:
vrees niet om Mij te dopen,
want Ik ben gekomen
om Adam de Eerst-geschapene te verlossen
”.

Священный Серафим Саровский

n.b. het is niet voor niets dat de H. Seraphim van Sarov [☦️ 1833 ] vandaag zijn feestdag heeft,
zijn leven is de vorige jaren al op deze site beschreven.

Januari 1e – Heilige Basilius de Grote, [Gr. Άγιος Βασίλειος ο Μέγας] – ]bisschop van Caesarea te Capadocië [329-379]

H. Basilius de Grote werd in 329 geboren in Caesarea in een familie welke al een

Heilige Basilius de Grote

aantal martelaren had gekend, zowel aan zijn vaders als zijn moeders kant; hij werd naar zijn vader ‘Basileus’ vernoemd, hetgeen in het Grieks ‘het koninkrijk’ betekent

Zijn grootmoeder van vaders kant, de Heilige Macrina de Oudere, welke ondanks de vervolging haar Geloof behield, trof hem aan toen zijn moeder Emilia de marteldood stierf. Basilius was de oudste zoon van een gezin dat uit 10 kinderen bestond, vijf jongens en vijf meisjes. Een broer ontviel hem  gedurende zijn jeugd [Enkeratios], terwijl de drie anderen zich naast Basilios als bisschop van Caesarea onder de Cappadociërs, eveneens als Gregorius van Nyssa en Petros bisschop van Sebastia werden geroepen, de grootste onder hen was de naar haar grootmoeder vernoemde Makrina de Jongere, die iedereen aanspoorde om een deugdzaam leven te leiden.

De heilige Basilius groeide op onder de hoede van zijn grootmoeder Macrina in een dorp in de buurt van de nieuwe Caesarea, waar hij ter ere van zijn moeder een tempel bouwde toegewijd aan de veertig martelaren die gemarteld werden in Sebaste

Op jonge leeftijd werd hij naar een keizersstad in Capadocië gestuurd, waar hij mensen ontmoette waaronder de Heilige Gregory van Nazianz
De Heilige Basilios blonk uit door zijn deugdzaam leven  

Hij verhuisde naar Constantinopel, waar hij Theologie en Philosofie studeerde en daarna vertrok na vijf jaar [351 AD] naar Athene om daar na ongeveer vijf jaar om zijn studies af te ronden en daar heeft hij zijn vriend [H.] Gregory van Nazianze leerde kennen, waar hij met hem in het centrum van Athene in gelijke geest in een samenwoonde.

Daar ontmoetten ze ook Julianus, de latere keizer die hoogmoedig het geloof zou gaan onderdrukken

Zonder maar een ogenblik te twijfelen aan de in hem ontstoken vlam van het geloof – doorliep  Basilius de studierichtingen, Philosofie, Astronomie, Techniek en Geneeskunde en ondervond hij bij de verkondiging van het Goddelijk Woord veel nut bij zijn verdieping in de menswetenschappen. 

Terugkeer naar huis:
Hij weigerde elke aanbieding van zijn kameraden om in Athene te blijven en keerde in 356 terug naar zijn thuisbasis om zich daar gedurende twee jaar te bekwamen in het behalen van een onderwijsbevoegdheid en werd daardoor populair en ontving aantrekkelijke aanbiedingen, maar zijn voorbeeldige zuster Makrina behield hem het juiste pad; nog geen jaar later werd tot lezer gewijd.

Zijn ascetische leven:
Hij voelde zich echt op z’n gemak, vooral toen zijn grootmoeder en zus na de dood van zijn vader een kloostergemeenschap stichtten te Annesi aan de rivier Iris, waarmee ze jonge dames uit de grootste families in Capadocië aantrokken.
Basilius zette zijn studie voort en in 358 n.Chr. is hij nog jonger dan 30en hoewel hij de sheikhs van Alexandrië, Opper-Egypte, Palestina, Syrië en Mesopotamië kent, verkocht hij al zijn bezittingen en verdeelde die onder de armen en zocht zich een eenvoudige woonplaats niet ver van zijn grootmoeder en zus in de omgeving van Arnesie in Pontus.

Hij geniet van de schoonheid van de natuur en begint te schrijven
Eeuwige God, beginlood en ontoegankelijk Licht, formeerder van de gehele schepping
Bron van Barmhartigheid, zee van  goedheid en onpeilbare oceaan van liefde voor de mensen
O, Heer, het Licht van Uw aanschijn zij over ons afgetekend
Straal in onze harten, geestelijke Zon van Gerechtigheid; vervul onze zielen met Uw Vreugde
Leer ons, altijd aan u te denken en Uw oordelen te verkondigen en U zonder ophouden te belijden als onze Meester en Weldoener
Geleid de werken van onze handen volgens Uw Wil en richt onze schreden op de weg van Uw welgevallen, opdat ook door ons, onwaardigen, verheerlijkt moge worden Uw Heilige
Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest als de éne Godheid en het éne Koningschap, waarin toekomt alle Heerlijkheid, Eer en Aanbidding in alle eeuwigheid”.     Amen   

Ieder begin van de dag spant hij zich in tot het menselijke gebed en lof aan de Schepper door middel van zijn lofzangen en geestelijke liederen, en met de zonsopgang ging ook zijn werk gepaard met gebeden waar hij ook ging, al zijn doen en laten was doordrongen van lof aan God; hetgeen hem alleen maar op hoger plan brengt
Bij het aanbreken van de nacht bidt hij:
Hooggeprezen zijt Gij, Heer, Almachtige Meester, Die de dag met zonlicht doorstraalt en de nacht licht maakt door het vuur. Gij hebt ons doen trekken door heel deze dag en nu naderen wij het begin van de nacht
Verhoor onze gebeden; vergeef ons onze bewuste en onbewuste fouten; aanvaard ons avondgebed en zend de volheid van Uw genadige Barmhartigheid over Uw erfdeel
Omgeef ons met Uw heilige Engelen. Omgord ons met de schutsmuur van Uw Waarheid
Bewaak ons met Uw Macht
Red ons uit alle hinderlagen van de vijand
Geef dat deze avond en nacht gelukkig, heilig, vreedzaam, vrij van zonde en aanstoot
mogen zijn en ook alle verdere dagen van ons leven
Amen

De stilte om hem heen vormt een onderdeel op zichzelf en kan als het begin

H. Basilios de Grote

worden beschouwd van zelfreinigend gebed en inderdaad zo wordt de menselijke geest niet gestoord door andere dingen; je zintuigen worden niet afgeleid door de wereld, je valt steeds weer terug naar hetzelfde in je gebedshouding stijg je in gedachten op naar God
Basilios was voor zichzelf hard wat betreft het dagelijks geheel van zijn gewoonten, hij legde zich toe op ascese, het bestuderen van de Blijde Boodschap, het gebed en de aanbidding  en  verzamelde een gemeenschap om zich heen van ‘God’-zoekers uit Pontus en Cappadocië
Basilius wordt beschouwd als een van de grondleggers van het monastiek leven van de Orthodoxe Kerk.

Zijn werk en aanwezigheid Kerk:
Onder de bisschop van Caesarea werd Basilius in het jaar 365 priester gewijd, zette zich in voor het bewaren van het ware Geloof en weerlegde elke ketterse Ariaanse leer welke met het Geloof in strijd was.
In plaats van dat de ketter Arianus op z’n  fouten terugkwam weerlegde hij deze ketter door zich samen met de Kerk te verenigen in de Geloofsbelijdenis van Nicea, die de eenheid benadrukt van de Zoon met de Vader. De ster van Basilius begon te schijnen en zijn bisschop wendde zich tot Hem en verzocht hem bij zijn terugkeer om assistentie.
In 370 stierf Eusebius, bisschop van Caesarea, en Basil werd gekozen om hem op te volgen. Caesarea was een belangrijke bisdom en de bisschop was, ambtshalve , exarch van de grote bisdom Pontus. Hoewel enigszins opgewonden en in mindere mate hoogmoedig  was Basil ook vrijgevig en sympathiek. Zijn ijver voor orthodoxie verblindde hem niet voor wat goed was in een tegenstander; en omwille van vrede en liefdadigheid was hij tevreden om af te zien van het gebruik van orthodoxe terminologie wanneer het zonder overgave van waarheid kon worden losgelaten.
Met al zijn kracht verzette hij zich tegen keizer Valens, die ernaar streefde om het Arianisme in zijn bisdom te introduceren, en de keizer zo sterk imponeerde dat hij, hoewel hij geneigd was om de onhandelbare bisschop te verbannen, hem ongemoeid liet. Voor een keizerlijke prefect, verbaasd over de wreedheid van Saint Basil, zei hij: “Misschien bent u nog nooit eerder op een bepaalde wijze met een echte bisschop omgegaan”. Om de kerk te redden van het Arianisme, ging Basil een verbinding aan met het Westen en met de hulp van Athanasius probeerde hij zijn wantrouwende houding jegens de Homo-ousians te overwinnen.
De moeilijkheden waren te overzien toen de vraag naar de essentie van de Heilige Geest werd aangekaart. Hoewel Basilius objectief de consubstantialiteit van de Heilige Geest met de Vader en de Zoon bepleitte, behoorde hij tot degenen die, trouw aan de Oosterse traditie, het predikaat homoousios niet aan de eerste zouden toestaan; daarvoor werd hij reeds in 371 door de orthodoxe zeelieden onder monniken verweten, en Athanasius verdedigde hem.
Ook zijn relatie met Eustatius werd behouden ondanks dogmatische verschillen en veroorzaakten verdachtmakingen. Aan de andere kant werd Basilius zwaar beledigd door de extreme aanhangers van het Homoousianisme, die hem de Sabelliaanse ketterij verweten.

Basilius leefde niet lang genoeg om het einde mee te maken van de onaangename confrontaties alsmede het succes van zijn voortdurende inzet ten behoeve van de verhoudingen tussen Oost [Byzantium] en West [Rome].
Rust werd hem niet gegund, hij leed aan een leveraandoening en zijn overdreven ascese leek hem tot een vroege dood te hebben bespoedigd.
Hij ging terug naar de stad waar hij priester werd gewijd en nam ook daar de strijd op tegen de Mariaanse ketterij. Reeds toen zag meeneem als een de eigenlijke bestuurder van de Kerk in Ceasarea en na de dood van bisschop bisschop Eusebios in 370 was Basilios de aangewezen opvolger. Met een enorme energie heeft hi de resterende negen jaren van zijn leven gewerkt. Hij is een van de geweldigste, eigenwijze figuren onder de Kerkvaders door de diepte van zijn Theologisch inzicht, door zijn doorzettingsvermogen en grote geleerdheid die zich uitstrekte over tal van terreinen van de menselijke kennis, door de ernst en de vasthoudendheid waarmee hij deze inzichten ook in zijn eigen leven tot gelding bracht, door zijn organisatorisch inzicht en door zijn meeslepende welsprekendheid.

Een blijvend monument van zijn bisschoppelijke en zorg voor de

Want Ik had honger geleden en jullie hebben Mij te eten gegeven

minderbedeelden was het grote instituut voor de poorten van Caesarea, dat werd gebruikt als armenhuis, ziekenhuis en hospice, werkinrichtingen, gasthuizen, kerken en woningen in zulk een omvang, dat men sprak over de ‘Basiliusstad’. Zijn intense bestudering van de Blijde Boodschap kwam tot leven in zijn preken en commentaren, tegelijk populair en wetenschappelijk. Zijn beroemde toespaken over de Schepping, de Hexameron [‘het zesdagenwerk’], leert ons veel over de stand van de natuurwetenschappen in die tijd. Zijn brieven en raadgevingen werden overgeschat en en overal verspreid en worden ook nu nog uitgegeven of er wordt uit geciteerd. Hij was Metropoliet in de juiste zin van het woord over geheel Capadocië, met nog vijftig kleine bisdommen onder zich en ook daardoor had hij veel invloed als dienaar van de Allerhoogste.

 Het menselijk leven omvat maar een korte tijdsspanne. ‘ Alle vlees is gras en al zijn schoonheid is als een bloem op het veld. Evenals het gras verdort zo ook de bloem en valt af, wanneer de adem des Heren daar overheen waait’ Isaiah 40: 6  Laten we vasthouden aan de ons voorgehouden Goddelijke Geboden en de onwerkelijke aardse gebondenheid, die voorbijgaat, verachtenH. Basilius de Grote

Vanwege zijn sterfdag wordt de gedachtenis van de Heilige Basilios gevierd op 1 januari; hij wordt ook herinnerd op 30 januari als een van de Drie Heilige Hierarchen. Volgens de Griekse traditie bezoekt hij ieder jaar op 1 januari de kinderen om hen geschenken te geven . Dit festival wordt ook gekenmerkt door het bakken van het ‘Basilius’-brood [Gr. Vasilópita], waarin een zwezerik met een munt is verborgen.

Troparion     tn.1
Over de gehele aarde is uw roep uitgegaan
toen zij uw woord aannam,
waardoor gij het wezen der dingen hebt uitgelegd,
en de zeden der mensen schoner gemaakt.
Koninklijk priester, heilige Vader Basilios,
bid tot Christus God,
om onze zielen te redden”.

Kondakion     tn.5
“Gij hebt u de onwankelbare grondenteun van de Kerk vertoond
door aan alle sterflijken
het onontvreemdbare Rijk aan te bieden
en door het te bezegelen met uw leerstellingen
gij, die de Hemelen getoond hebt, Heilige vader Basilios