Orthodoxie & persoonlijke voornemens tot veranderingen/metamorfoses

Ieder mens krijgt te maken met de een of andere meer persoonlijke verstoring van de normale gang van zaken in zijn/haar leven. Een situatie die diep ingrijpt, je gevoel van veiligheid behoorlijk verstoort en die een ongewenste verandering met zich meebrengt.

Leidende Engel,                      Salvador Dali

Wanneer je terugkijkt, zul je merken dat zo’n persoonlijke verandering ergens al lang in de lucht is blijven hangen, omdat er iets is scheefgegroeid en er broodnodig een correctie dient plaats te vinden.
Je blijft maar iets doen wat contraproductief blijkt te werken òf je blijft vasthouden aan datgene wat in beginsel gewoon niet langer als ‘gezond omgaan‘ met de problemen beschouwd kan worden.
Je bent blijkbaar zelf niet langer in staat met besef van ‘eigen‘ waarde en kwaliteiten een correctie door te voeren. Daarom zorgen je innerlijke bewegingen hiervoor; waaronder angst voor veranderingen dat je niet in beweging komt, dat je alles blijft doen zoals je het gewend bent, lekker veilig en overzichtelijk.
Een verstoring van jouw openbare orde dwingt je er in feite toe om veranderingen door te voeren die je eerder had kunnen/dienen door te voeren, maar hetgeen je in je opleidingsperiode constant uit de weg ging òf waarvan je het idee gewoon niet aan zou kunnen. Als je middenin een ogenblik van ommekeer beland bent, ervaar je het uiteraard als een heftige periode.
Toch behoeft een metamorfose niet alleen als een nare, zware periode beleefd te worden. Het kan immers ook een periode zijn waarin je dingen opnieuw gaat ontdekken en het eens van een andere kant gaat bekijken.
Je dient gewoon te ervaren dat je méér in huis hebt dan je dacht: je kunt en doet dingen die je nooit van jezelf gedacht had. De situatie zorgt ervoor dat je uit je comfort-zone stapt en dat blijkt ineens onverwacht veel op te kunnen opleveren.
Jij bent persoonlijk in staat, hoe gek dat ook mag klinken, er bewust voor kiezen om nu eens géén verzet meer te bieden tegen de verandering die er nu eenmaal dient plaats te vinden, maar eruit te halen wat erin zit.
Omdat, nu toch alles op z’n kop staat, je ongezonde gedachte- en levenspatronen onder de loep te nemen en rigoureus te veranderen. Je kunt dingen heel anders gaan doen, nieuwe dingen leren, ‘nieuwe‘ patronen laten inslijten.
De kunst is nu om tijdens een persoonlijke veranderingsproces niet weg te zakken in ‘zelfmedelijden‘ en ‘zelfbeklag‘, je oude zekerheden van het gezagswoord ‘nu eens niet‘ uit de kast te halen, maar samen met anderen te ontdekken wat al langere tijd vraagt om een ingrijpende metamorfose. Te ontdekken naar welke wake-up call dit persoonlijke veranderingsproces je wil doen laten luisteren!

Lege haven, rust

In onze hedendaagse wereld schijnt er maar weinig goed op elkaar aan te sluiten en dat kan nog wel eens tot problemen leiden. Veel van de opgaven, die je dient op te lossen zijn te herleiden tot een gebrek aan de zorg voor heel veel problemen, die maar zijn blijven liggen. Dit is te herleiden tot een tweedracht, onenigheid in de principes, die ‘jij zelf‘ hanteert – je had eerder tot een inzicht dienen te komen en in je opleidingsperiode je omgeving niet langer dienen te accepteren. Harmonie ervaren is geen doel op zich, maar een resultaat van een aantal bewuste stappen. Wees wie jij bent en doe je niet anders voor; schaam je niet voor waar je vandaan komt of wat achter je ligt. Doe, als het even kan, geen dingen die jij niet aankunt, waar je ‘totaal‘ geen talent voor hebt; je behoeft geen duizendpoot te zijn; laat dàt over aan een ander die er meer geschikt voor is.
Forceer je zelf niet en voorkom dat je dingen doet die totaal niet bij je passen; wees je bewust van wat voor jou een goede omgeving is.
Ben je iemand die actie en dynamiek nodig heeft, die gedijt bij reuring; zoek dan zo’n context vol met levendigheid op en slijt je uren niet op plaatsen waar deze elementen ontbreken; dan gedij je gewoon niet.  Heb je een rustige, prikkelarme omgeving nodig, zoek die zoveel mogelijk op; dat levert een bijdrage aan jouw gevoel van harmonie; zoek een omgeving die voedend ‘voor jou‘ is.
Werk aan het loslaten van gedachtes en denkbeelden over je zelf die je zelf klein houden en beperken en die niet overeenkomen met wat je kunt; sta waarderend in het leven en let op je taalgebruik.
Vergeef, sluit hoofdstukken af en ga verder; richt je op waar jouw invloed wèrkelijk ligt, waar je goed in bent. Laat gaan wat niet in je invloedssfeer ligt; dat wel doen is energieverlies.
Een perfecte staat van harmonie bereiken is waarschijnlijk geen staat die je als mens kunt bereiken. Je zelf meer in harmonie ervaren is wel degelijk mogelijk wanneer je werkelijk weet wat belangrijke ingrediënten zijn.

Voor het oplossen van complexe vraagstukken zie je dat er steeds meer gewerkt gaat worden met multi-disciplinaire teams. Teams waarin mensen met verschillende achtergronden, kwaliteiten en perspectieven/zienswijzen ‘samen’ [zonder ‘eerste zonder gelijken’] aan het werk gezet worden met als doel een werkende oplossing te vinden. Als een dergelijk team wordt samengesteld, is het bewustzijn er:
dat voor het aanpakken/oplossen van een complex probleem meerdere zienswijzen en verschillende disciplines noodzakelijk zijn om antwoorden te vinden;
dat het beter is om met meerdere mensen samen te werken in een georganiseerd verband dan in je uppie je tanden erin te zetten;
dat iedereen beperkt is in zijn/haar kunnen en kennen en dat door verschillende mensen samen te brengen van elkaar kan worden geleerd.

De praktijk laat zien dat dit soort teams productief zijn als ieder lid bereid is tot geven, tot delen, te leren van een ander met heel andere achtergrond en inbreng wordt aanvaard en tot meebewegen en  flexibiliteit wordt aangezet. Mensen die enthousiast zijn over het werken in zo’n setting geven aan dat ze hierdoor meer zicht hebben gekregen op wat ze zelf in huis hebben en veel geleerd hebben en beter weten wat er ‘nog meer’ beschik-baar is ‘buiten’ het ‘eigen’ domein.

In je persoonlijke leven kan een multi-dimensionaal team om je heen ondersteunend zijn. Want complexe persoonlijke problemen, waar jezelf altijd een onderdeel van bent, kun je niet eenvoudig in je uppie of in eigen kleine kring oplossen.
Dan zijn er nieuwe, frisse blikken nodig, mensen die vragen stellen die
nooit in jou op zouden komen of waartegen je opziet om ze te beantwoorden, terwijl ze wel nodig zijn om verder te komen.

beyond the rain‘, wood engraving by Richard Wagener

Zo’n team kan bestaan uit mensen die wat meegemaakt hebben in hun leven, die een geheel ‘eigen‘ levensvisie hebben, die ‘geen‘ schroom hebben om vragen te stellen en dingen te benoemen en die hoofd- en bijzaken uit elkaar kunnen halen, die communiceren. Daarnaast spelen aspecten als discretie, voldoende afstand, integriteit etc. een rol bij het kiezen van jouw teamleden.
Laat toch los het idee dat je al je complexe issues in je uppie of alleen met meest nabije mensen kunt of dient op te lossen. Vorm je eigen multi-dimensionale teams – desnoods met ieder een eigen specifiek werkgebied en vraag hen om je daadwerkelijk verder te helpen; geen doen alsof en tòch zèlf de beslissingen naar je toe blijven trekken of door te drukken.
Waar je mee omgaat word, je mee besmet’, is een oud en waar spreekwoord. Dit laat zien dat de omgeving waar je in verkeert, invloed op je heeft. Zwijg jij, dan verzwijgen zij [laten nimmer het achterste van hun tong zien], durf jij, dan durven zij eveneens. Méér dan je denkt, méér dan je wilt, ben jij een kuddedier. Dit kan een tegenstelling zijn met hoe je jezelf ervaart [of wilt zien!]: een zelfstandige, autonome persoonlijkheid die regie heeft over zijn/haar leven. Je kunt er vraagtekens bij zetten of dit klopt, of dit werkelijk wel zo is.
Je wilt niet buiten de boot vallen, je wilt niet opvallen, je wilt erbij horen.
Het is verstandig om als lid van de groep een beetje mee te bewegen, niet te moeilijk te doen. Daar heb je veel voor over, want niets lijkt zo erg dan [er] alleen [voor] staan.
Je kopieert onbewust van alles van een ander:  gedachtes, gewoonten, handelingen, voorkeuren en gedragingen. Door mee te gaan met de groep, de meerderheid, doe je meer dan je lief is geweld aan zaken die bij jou horen: je waarden, je opvattingen, je idealen.
Je hebt het idee dat je ‘eigen’ keuzes maakt, maar als je daar eerlijk en bewust naar kijkt, merk je hoe jij niet in je eentje keuzes maakt, maar hoe de situatie waarin je verkeert en je omgeving, mogelijk volstrekt onbewust, hier een grote rol in spelen. Méér dan je je realiseert bepalen de cultuur, de waarden en normen in je omgeving, de [griekse] tradities, de codes van de groep met wie je omgaat in je doen en je laten.
Je weliswaar ogenschijnlijk persoonlijke keuzes zijn minder vrij dan je denkt.
Wil je keuzes maken die passen bij je waarden, bij je visie, bij je levensbeschouwing dan is het beslist handig om onder ogen te zien dat je je net als de ander laat beïnvloeden door wat je om je heen ziet, door wat anderen doen. Dat je je realiseert dat je in de meeste gevallen de weg van de minste weerstand kiest en dat van onafhankelijke, individuele keuzes maar in beperkte mate sprake is.
Wanneer jij je realiseert dat dàt waarschijnlijk je realistische uitgangssituatie is,
weet je ook dat het nieuw gedrag vraagt om verandering te krijgen.
Het vraagt dat je je bij allerlei keuzes even afsluit van de wereld om je heen en
bij je zelf te rade gaat hoe je primaire impuls, òf je eerste reactie zich verhoudt tot de waarden die voor jóu belangrijk zijn, tot de doelen die jij hebt in je leven.
Stel dat je je primaire reactie volgt, past dat inderdaad bij jou als christen die je tenslotte wilt zijn?
Je zelf uit de situatie halen, je ontkoppelen en je terugtrekken in jezelf en toetsen of je impulsen passen bij wat voor jou belangrijk is en wat je wilt, kost tijd.
Het kan door je omgeving als lastig worden ervaren en er kan in je directe omgeving zelfs wrijving of frictie ontstaan.
Door dìt te doen maak je ‘bij jou‘ passende  keuzes.
Het zal niet zonder slag of stoot gaan, het zal goddelijke pijn doen, het zal als een kruis ervaren worden.
Je zult merken dat er veel ‘krachten’ van binnenuit en van buitenaf zijn die je vragen om jezelf aan te passen, om niet zo ingewikkeld te doen.
Je zult merken dat als je werkelijk autonome beslissingen neemt die werkelijk aansluiten bij jou als christen, het beslissingen zijn die niet altijd begrepen of gedragen zullen worden door je directe omgeving.
Autonome beslissingen zullen in een aantal gevallen van je vragen om je ìn te houden, já, of juist néé te zeggen, discipline te betrachten. Autonomie houdt niet in toch lekker doen wat ‘jij‘ persoonlijk wilt, maar keuzes maken die bijdragen aan hoe jij als christen wilt leven.
En dat kan betekenen:
regelmatig ‘ja’ of ‘nee’ zeggen tegen wat gangbaar is in je directe omgeving of
juist gewenst is voor de gehele geloofsgemeenschap, de Kerk.

Orthodoxie & een heilig vertrouwen

Voor een Orthodox Christen zijn er twee vaste principes [grondbeginselen]:
1.]. Allereerst zijn/haar identiteit. Hij/Zij is vast besloten om datgene, waarin hij/zij verschilt van anderen, ondanks alle moeilijkheden, oorlog, vernietiging en wat voor vernietiging je al dan niet zult ontmoeten vast te houden aan je oorspronkelijke basisregels. Hij/zij respecteert dat ook in de medemens, die hij/zij ontmoet.
2.]. De tweede is het open staan voor anderen, voor nieuwe ideeën – m.a.w. openhartigheid. Zij weigeren om door sociale overtuigingen of bloed en spirituele aansluitingen beperkt te worden. Zij hebben één wereldvisie; de wereld is hun thuis, wat men op die manier kan opvatten dat zij weliswaar ‘in‘ de wereld leven, maar niet ‘van‘ de wereld zijn. Zij hebben genoeg zelfvertrouwen om altijd open te staan voor veranderingen en om overal bij te horen. Voor hun maakt het niet uit hoe groot de wereld zich presenteert, want God is oneindig veel groter. De volgelingen waren aanvankelijk maar met z’n twaalven en toch hebben die twaalf -‘met de hulp van God‘- de gehele wereld veranderd.
Een bloem heeft zon nodig om bloem te worden en een mens heeft liefde nodig om mens te worden [en te blijven]; dit is een van de basisbehoeften, die dient te worden vervuld. Houdt daarom vast aan Wie Liefde doet en val niet af, Die je gehele leven met je op blijft lopen. Iemands gedrag wordt immers bepaald door de behoefte aan veiligheid en zekerheid, het deel uitmaken van een samenhangende sociale gemeenschap, die waardering heeft voor je prestaties.
Van wie denkt dat de mensen om hem/haar heen als vanzelfsprekend het goede doen, zal hiermee door elkaar geschud worden. Christus zegt echter voorafgaand aan Zijn Hemelvaart: ” Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde. Gaat dan heen en maakt al de volken tot Mijn volgelingen en doopt hen in de naam van de Vaders en van de Zoon en van de  Heilige Geest en leert hen onderhouden al wat Ik jullie bevolen heb. En zie, Ik ben met jullie al de dagen tot aan de voleinding van de wereldMatth.28: 18-20.

Opmerkelijke kenmerken van jonge wilde zonnebloemen, naast het feit dat ze groeien op ongastvrije grond, is hoe de jonge knop de zon aan de hemel volgt.

Hier komen we in het veld van vrijheid, van de volle vrijheid: “Wanneer iemand Mij volgt“, zegt de Heer. Het Christendom is de religie van vrije mensen en het is gebaseerd op de “Vrijheid waarmee Christus ons vrij heeft gemaakt; houdt dus stand en laat u niet opnieuw een slavenjuk opleggen” Gal.5: 1.
Het Evangelie van God is een Blijde Boodschap, maar niet zoals de reclame, waarmee wij -of we het nu willen of niet- dagelijks worden geconfronteerd.
Het is een boodschap die een uitnodiging bevat: ” Hier is redding, verlossing Heil, Zaligmaking. Maak het jezelf eigen “. Op het moment dat jij gaat geloven gebeuren er eigenlijk twee dingen.

De Goddelijke zegen, van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.

1.]. In de eerste plaats gaat God jou zien als Zijn kind “in Christus“. Dat betekent eigenlijk dat God, als Hij naar jou kijkt, niet jou ziet met al je verkeerde dingen, maar Hij ziet jou op dezelfde manier zoals Hij Jezus ziet, zonder zonden, helemaal perfect en goed.
Dat ben je niet, zoals jij jezelf ziet, maar God kijkt op die manier naar jou, omdat Jezus alles wat fout en zonde was, heeft weggenomen van jou.
In Christus kan God Zijn ogen niet van je afhouden, is Hij als een liefhebbende vader de gehele dag voor je in touw. In dat besef mag jij dan leren leven.
Jij mag leren leven op de manier zoals God naar jou kijkt; wat iedereen ook van je vindt, het wordt eigenlijk alleen nog maar belangrijk hoe God naar jou kijkt. En door het Geloof in Zijn Zoon, ziet God jou, als Zijn -door Christus verworven kind- als helemaal volmaakt.
2.]. Met Hemelvaart zegt Christus tegen Zijn volgelingen: “Degenen die geloven zullen dezelfde dingen doen als Ik“. Je wordt dus door onze Heer de wereld ingestuurd met de boodschap van De Blijde Boodschap.

Cross – houtsnijwerk van een aankomend monnik, I.M.Karakallou, Athos

Maar die boodschap is niet alleen de boodschap van redding, maar ook de boodschap van het Hemels Koninkrijk.
Jij hebt -in Christus- de macht gekregen over de duistere machten van satan en je krijgt Gods kracht om genezing uit te bewerkstelligen, te delen. Door jouw voorbeeld zul jij de zieken en zwakken onder ons -in Christus- het voorbeeld geven dat er genezing mogelijk is, wanneer je net als Christus verandering teweeg brengt, gewoon door als -christen, als Christus- te leven, het voorbeeld te geven, dat ‘Leven’ iets inhoudt wat vol waarde is, wat onbetaalbaar is.
Door de Kracht van “de Heilige, de Heilige Sterke, de Heilige Onsterflijke God“, zullen er daardoor zieken genezen worden.  Soms door een Mysterie, iets wat wij mensen niet kunnen begrijpen, een wonder, soms door een proces en in andere gevallen door innerlijke genezing.
En anders in ieder geval voor de gelovigen op het moment dat Jezus zal wederkomen, terugkomt om een nieuwe Hemel en een nieuwe aarde, Zijn Hemels Koninkrijk te vestigen. De aarde zoals we die nu kennen zal hersteld worden zoals het was bedoeld. En de gelovigen mogen dan leven op deze nieuwe aarde en in de hemel. Dat zal nog heerlijker zijn dan het Paradijs.
En tot die tijd, hebben wij de opdracht om alle mensen te vertellen van vergeving, overwinning over het kwade, de satan en over het Koninkrijk dat  ‘straks‘ volmaakt zal zijn en waar we ‘nu al‘ soms door ons te verwonderen iets van mogen zien.
Ben je dan volmaakt? Nee, dat zal een mens op aarde nooit lukken. Toch zul je merken, dat hoe méér je mèt Christus, als christen leeft, door te bidden, door het Woord [de Blijde Boodschap te lezen], je steeds meer verkeerde dingen zult  loslaten.
Dat komt ook door het tweede dat een rol speelt. Op het moment dat jij gelooft in onze Heer Jezus Christus, komt Gods Geest, de Heilige Geest, die de Heer ons heeft beloofd, in jou plaats nemen, in jouw Tempel, in jouw hart.
Gods Geest, òf de Heilige Geest, gaat op dat moment vanuit de Goddelijke Liefde, de samenwerking aan met jou eigen geest. Aan de ene kant zorgt dit dat je steeds meer op dezelfde manier gaat leven zoals onze Heer. En aan de andere kant krijg je ook de Genadegaven mee, Die Hij ons voorzegd heeft.
Geloven is -je op een risicovol pad begeven- en de kans lopen dat je jezelf voor gek voelt staan, maar als God Zijn kracht openbaart blijkt het goud waard te zijn.
De inzet, die van de kleine groep bevoorrechten gevraagd zal worden, de elite zal “hoger’ zijn dan die van de gewone man de ‘onzekere werkenden’, maar daarmee niet belangrijker. Want wat dit voor iemand vraagt die van gewone afkomst is zal fundamenteler zijn en vaak veel vindingrijker in het vinden van oplossingen.

Orthodoxie & wat de wereld te wachten staat

Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets doen. Wie in Mij niet blijft, is buiten geworpen als de rank en is verdord en men verzamelt ze en werpt ze in het vuur en zij worden verbrand.

Wanneer wij vanuit de Blijde Boodschap opnieuw een wonderverhaal horen,
voelen wij mensen van het computertijdperk ons min of meer ongemakkelijk.
Dat komt omdat onze gewone manier van denken uitgaat van de materiële werkelijkheid, die voor ons de echte en enig betrouwbare werkelijkheid lijkt; daaruit trachten wij dan spirituele gedachten af te leiden.
Bij de Goddelijke Boodschap, in Christus Pedagogie ligt dit juist precies andersom: de echte werkelijkheid die allereerst op de voorgrond treedt, is niet de materiële zichtbare werkelijkheid, maar de geestelijke ‘onzichtbare’ werkelijkheid.
        Het Geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet. Want door dit [Geloof] is aan de ouden een getuigenis gegeven. Door het Geloof verstaan wij, dat de wereld door het Woord Gods tot stand gebracht is, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare” Hebr.11: 1-3.

Wij vergeten maar al te vaak dat Gods Boodschap niet geschreven is om een materiële situatie uiteen te zetten, die vele duizenden jaren geleden heeft plaatsgevonden, maar om Jezus’ optreden aan te tonen in de geestelijke situatie van de Kerkelijke Gemeenschap waar dit ‘Woord” -hier en nu- gelezen wordt. Wanneer we dat van nu-af-aan voor ogen houden krijgt dit onderwijs een buitengewone spirituele kracht en vormt het een stimulans voor ons leven van vandaag de dag.

Psalm 50: 10

De Kerkvaders zeggen dat het lezen van het “Woord” altijd een actueel gebeuren is: het is alsof wij vandaag in het Heilig Land zouden staan luisteren naar de Zoon van God, Die die tot ons spreekt.
Daarom, gaan we ook staan wanneer het Evangelie gelezen en wordt er uitgeroepen: “Staat recht”.
Dit is vanaf de eerste christentijd [de Orthodoxe] algemeen gebruikelijk geweest: ‘Onze Heer en Verlosser spreekt er tot ons en wat heeft ons dat -hier en nu- te zeggen’. Wanneer Jezus verneemt dat Johannes de Doper tijdens het verjaardagsfeest van Herodes is vermoord, trekt Hij zich tijdelijk uit het openbaar terug en zoekt Hij de eenzaamheid op. Hij heeft hierbij het plotseling verlies van Johannes te verwerken en dan heeft iedereen rust en stilte nodig.
Het volk dat Hem genegen is komt daarmee in een situatie terecht waar Jezus niet meer in de openbaarheid gevonden kan worden.

In de loop der eeuwen zal die situatie onder het godsvolk, de Kerk, zich keer op keer herhalen, hetzij bij vervolgingen, hetzij bij algemene Geloofs-onverschilligheid. Dat is ook zo in onze tijd het geval, de situatie van vandaag-de-dag: God en de Pedagogie van Zijn Zoon, onze Heer Jezus Christus verdwijnen Beiden uit het openbaar leven.
God is weliswaar ‘-niet-dood-‘, maar Geloof is een privé-zaak geworden. En daarmee dient er ook door ons op zoek gegaan te worden naar God, Die slechts in de eenzaamheid gevonden kan worden.
In de stilte en die eenzaamheid kunnen we ook het best ‘door Hem’ genezen worden van onze beschavingsziekten als eenzaamheid, hopeloosheid, stress, depressie en moedeloosheid.
Jezus heeft immers ‘diep‘ medelijden met de grote menigte die Hem met hun ziekten achterna komen tot in de eenzaamheid.
De leerlingen, hoewel weinig, slechts een 70 in aantal, voelen zich overrompeld,
ze zouden zich gemakkelijk opsluiten in hun kleine groepje: zij weten zich niet bij machte om blijvend ‘in’ te blijven staan voor de geestelijke noden van zo’n grote massa. Wat hebben ze het volk nog te zeggen, wat kunnen zij hen voor-houden?

Wat hebben zij nog te bieden?
Gezien het feit dat de godsdiensten de menselijke problemen niet hebben opgelost, hebben de meeste ontwikkelde mensen in onze tijd het Geloof in een werkelijk bestaande God opgegeven. Dat is begrijpelijk – want de mensheid heeft zich van de ‘ware‘ religie afgekeerd, zij ervaren daar ‘niets‘ meer – die zijn alleen met hun eigen eigenaardigheden bezig.
De meeste religies -ook de christelijke- van deze wereld onderwijzen en handelen op een manier die volkomen in strijd is met de waarheid die in de Bijbel wordt geopenbaard, hetgeen zij verkondigen; zij worden als ‘schijnheilig‘ aangeduid .

Wie het ‘Woord’ leest, komt terecht in een wereld en een cultuur, die totaal anders is dan de onze; maar we ontmoeten daar tevens mensen, die voor dezelfde levensvragen staan als wij.
Mensen, die gevangen zitten in ingewikkelde sociale structuren, maar
die hun leven op orde willen krijgen en hun energie willen steken in wat werkelijk waardevol en verrijkend is.
Wat ons verbindt met de wijzen uit het verre verleden zijn ‘soms‘ de antwoorden, maar nog veel vaker de ‘vragen‘ die het dagelijks leven ‘ook hun‘ stelde.
Daarop reflecteren maakt de mens ‘wijs‘.

Diegenen die tégen de stroom in toch willen begrijpen kùnnen nog weten dat er werkelijk een God bestaat. Er is een grote Schepper en Bestuurder van het universum en Hij is bezig hier op aarde een groot doel te verwezenlijken.
Jij wordt persoonlijk in staat gesteld dat doel te begrijpen – indien je dat maar  werkelijk wilt.

In het Nieuwe Verbond inspireerde God de apostel Petrus te schrijven:
    En wij achten het profetische woord [daarom] des te vaster en
gij doet wel er acht op te geven als op een lamp, die
schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en
de morgenster opgaat in uw harten
” 2Petr.1: 19.

Wanneer jij je bereidheid toont, de feiten van de geschiedenis onder ogen te zien, kun je voor jezelf bewijzen dat de God van deze Blijde Boodschap inderdaad in het verloop van de grote gebeurtenissen van de menselijke geschiedenis -keer op keer- heeft ingegrepen.
Hij is een werkelijk bestaande Mystieke Persoonlijkheid, Die de opkomst en het verval van naties en wereldrijken leidt.
Koning Nebukadnezar van het oude Babylon was een van die machtigste vorsten in de geschiedenis, maar God liet hem letterlijk krankzinnig worden om hem – en ons – een belangrijke les te leren.
Waarom deed God dat? Hij antwoordt:
“ Dit bevel berust op het besluit van de wachters en deze zaak op het woord der heiligen, opdat de levenden mogen weten, dat de Allerhoogste Macht heeft over het koningschap van de mensen en dat geeft aan wie Hij wil, ja, zelfs de nederigste onder de mensen daarin aanstelt” Dan.4: 17.

God, de Schepper van onze wereld

Inderdaad, God grijpt in – wanneer Hij dat verkiest – om de zaken van de mens te leiden teneinde ‘Zijn’ uiteindelijk Goddelijk doel te bereiken.
En de algemene omstandigheden die Hij wenst te leiden worden geopenbaard in de gehele Blijde Boodschap – het geïnspireerde Woord van God.
De meeste christelijke kerken -behorend tot de hoofdstroom- begrijpen dit totaal niet.
Zij spreken simpelweg over een -‘Jezú lieve Heer’-, Die klaarblijkelijk ‘los’ staat van de wereldgebeurtenissen en van
de opkomst en val van naties.
Niettemin zegt God ons in zijn geïnspireerde Woord:
Het getuigenis van Jezus is … de geest van de Profetie” Openb.19: 10.
Want God inspireerde de Heilige Schrift door Jezus Christus – en meer dan een vierde van dit Heilig Boek is profetie!

Wij dienen dus inzicht te verkrijgen door dit te bestuderen.
Naarmate de naties en de menselijke instituten om ons heen
uiteen beginnen te vallen en veel van onze Hoop en dromen
in deze samenleving op niets beginnen uit te lopen, dienen wij ons richten op het enige werkelijke antwoord:
de zeer waarachtige God, Die Zich van het begin der mensheid heeft geopenbaard.

Want ‘Hij’, God zal ingrijpen -nog in het leven van de meesten van u- die dit Heilige Geschrift lezen.
Hij zal, als alleenheerser, als Pantocrator, een schitterende nieuwe wereld tot stand brengen – de Wereld van Morgen – een geheel nieuwe Hemel en een nieuwe Aarde die berust op Zijn Goddelijke Liefde, op Zijn Vreugde en Vrede.
Wanneer jij je werkelijk in dit Heilig Boek verdiept, het van kaft tot kaft bestudeert, zul je dit feit —keer op keer— geopenbaard en verklaard zien.
Let op hoe de geïnspireerde apostel Petrus ons in een van zijn eerste preken zegt dat God:
        En nu, broeders, ik weet, dat gij uit onkunde hebt gehandeld, gelijk ook uw oversten; maar zo heeft God in vervulling doen gaan wat Hij bij monde van alle profeten tevoren geboodschapt 
had, dat zijn Christus moest lijden. Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht des Heren, en Hij de Christus, Die voor u tevoren bestemd was, Jezus [met Kerst], heeft gezonden;  Hem moest de Hemel [op Hemelvaartsdag] opnemen tot de tijden van de wederoprichting aller dingen, waarvan God gesproken heeft bij monde van zijn heilige profeten, van oudsher” Hand.3: 17-21.

De ‘onder ons’ levende Christus zal spoedig de verheven overheden van onze door oorlog verscheurde wereld overnemen.
Aanvankelijk zullen de natiën en machthebbers van deze aarde Zijn volmaakte regering mogelijk weerstaan, maar Christus zal met alle Macht van God terugkeren om deze aarde Zijn Vrede op te leggen.
Christus zal terugkeren als hoogste Machthebber over alle regeringen en koningen van deze aarde, die Hem ondergeschikt zullen zijn:
“ Uit Zijn mond komt een scherp zwaard, om daarmede de heidenen te slaan. En Hijzelf zal hen hoeden met een ijzeren staf en Hijzelf treedt de persbak van de wijn der gramschap van de toorn Gods, des Almachtigen. En Hij heeft op zijn kleed en op zijn dij geschreven de Naam: ‘Koning der koningen en Heer over de heren’” Openb. 19: 15,16.
Honderden jaren vóór de menselijke Geboorte van Jezus Christus,
[welke wij met Kerst vieren] inspireerde God de profeet Isaiah ertoe
een profetie op te schrijven over wat Zijn taak uiteindelijk zou zijn:
Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op Zijn schouder. En men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst. Aan de uitbreiding van deze heerschappij en aan de vrede zal geen einde komen op de troon van David en over zijn koninkrijk, om het te grondvesten en het te ondersteunen door recht en gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid…” Isaiah 9: 5-6.

Wie zal er regeren onder Christus?
God leidde in elk geval Abraham op voor een toppositie met
grote verantwoordelijkheid in de komende wereld.
De Heilige Schrift noemt Abraham ”een erfgenaam van de wereld” Rom.4: 13.
God zal Abraham belonen voor zijn Geloof door hem een dienstverlenende positie over de hele wereld te geven.
In Ezechiël 37:15-28 laat God zien dat Hij Israël en Juda zal herenigen.
Over deze twee naties zegt Hij:
Ik zal hen tot één volk maken in het land, op de bergen van Israël. Zij zullen allen één Koning als koning hebben. Zij zullen niet langer als twee volken zijn, en niet langer nog in twee koninkrijken verdeeld zijn” Ezech. 37: 22.

Christus’ interactie met de Rijke Jonge Heerser                    – Η αλληλεπίδραση του Χριστού με τον Πλούσιο Νέο Χάρακα                                           – تفاعل المسيح مع ريتش الحاكم الشاب

Christus zal op een bijzonder rechtstreekse manier over de natiën van Israël [en de Kerk, Zijn Lichaam] regeren, omdat Zijn hoofdkwartier in Jeruzalem zal zijn.
Lees hoe specifiek er geschreven wordt over Zijn regering over het huis van Jacob. God riep dat huis, ook bekend als het huis Israël [de Kerk], om Zijn uitverkoren Volk te zijn en een Goddelijk Licht te vormen voor de rest van de wereld.
Zij werden uitverkoren, niet als favorieten, maar als mensen die een taak dienen te vervullen – iets waarin zij tot nog toe volkomen gefaald hebben.
Gedurende de komende duizendjarige regering van Christus zal het huis Israël worden herenigd met het huis Juda, en samen zullen zij de voornaamste natie op aarde zijn om onder Christus mee te helpen het voorbeeld te geven en Zijn regering over de hele aarde uit te voeren.

Onder Christus als Koning der koningen zal de opgestane koning David direct over het verenigd huis van Israël regeren:
En Mijn knecht David zal koning over hen zijn.
Voor hen allen zal er één herder zijn.
Zij zullen in Mijn bepalingen wandelen en
Mijn verordeningen in acht nemen en die houden
” Ezech. 37: 24.

Ook de christenen die in dit leven groeien in ‘Genade, vaardigheden en kennis‘, zullen in Christus Millennium functies onder Christus krijgen:
En wie overwint en wie Mijn werken tot het einde toe in acht neemt,
hem zal Ik macht geven over de heidense volkeren.
En hij zal hen hoeden met een ijzeren staf…
” Openb.2: 26-27.
En we zien dat “Christus ons voor onze God [heeft] gemaakt tot koningen en priesters, en wij zullen als koningen regeren over de aarde” Openb.5: 10.

Jezus gaf de Gelijkenis van de ponden om te laten zien dat Christenen in dit leven hun menselijke natuur dienen te overwinnen, hun tijd en talenten goed en in overeenstemming met Gods wetten dienen te gebruiken en zich dienen voor te bereiden op een positie van Macht en Verantwoordelijkheid in de spoedig komende regering van God op deze aarde.
Let op Zijn uitspraak tot de mens die het meest had overwonnen en tien ponden winst had gemaakt:
Goed gedaan, goede slaaf!
Wees, omdat u in het minste trouw bent geweest,
machthebber over tien steden
” Luc.19: 17.
Waarin zijn zij trouw geweest: Christus heeft hun opgedragen het toegewezen voedsel aan de mensen uit te reiken dat Jezus aan het Volk ter beschikking heeft gesteld.
Het weinige dat wij – ‘slechts onderlinge liefde’- Hem in onze armoede kunnen aanreiken, zal Jezus vermenigvuldigen met Zichzelf. Er zal iets gebeuren wat het vermogen van de apostelen [en hun opvolgers] absoluut te boven gaat.
Geheel het Volk van de kinderen van God wordt Jezus’ tafelgenoot, het Rijk der hemelen wordt ingewijd aan de dis van de Goddelijke Liturgie.
Voor ieder van de twaalf apostelen blijft er een volle korf over om mee naar de toekomst te gaan en dat brood zal niet opraken, want het is het onsterfelijk Woord. Jezus, onze Heer blijft Zich geven door de ‘ware’ bedienaren van Zijn Lichaam, de Kerk.

Met zijn slotnotitie drukt Matteüs nog eens door dat we de weergave van de broodvermenigvuldiging dienen te lezen vanuit de Goddelijke Liturgie, en niet de eucharistie vanuit de broodvermenigvuldiging. ‘Het waren ongeveer 5.000 mannen die gegeten hadden, vrouwen en kinderen niet meegerekend’, zegt hij. Hij telt hier overeenkomstig de manier van het Oude Testament, waar alleen de mannen van rechtswege lid waren van de gemeenschap.
Bij de christenen echter werden, vanaf den beginne, vrouwen en kinderen gedoopt en dus aangenomen als leden [mede-priester] van de gemeenschap. De eerste christenen hebben zich de vraag gesteld of ze niet geheel het Oude Testament overboord moesten gooien, met die wraakzuchtige God, met dat ‘oog om oog, tand om tand’, en met dat alles wat niet strookt met de Blijde Boodschap. Ze kwamen tot de conclusie dat het beter was het Oude Testament te behouden, maar het -overeenkomstig  de ontmoeting van de twee broeders op de weg naar Emmaüs- geheel te herlezen en te her-begrijpen vanuit Christus. Daarom wordt op de maandag na Pascha het Evangelie van de Emmaüs-gangers gelezen, daarom staat in de RK traditie de paaskaars naast de lezenaar: al de schriftlezingen dienen begrepen te worden in het Licht van de Opgestane/Verrezen Christus. Het verhaal van de broodvermenigvuldiging is een verhaal dat, zoals het Oude Testament, en dient begrepen te worden vanuit de Goddelijke Liturgie/ de Eucharistie, dat is de wenk die Mattheüs ons meegeeft.  Nog eens, de onzichtbare werkelijkheid, de geestelijke werkelijkheid van de de Goddelijke Liturgie/de Eucharistie, die broodvermenigvuldiging die doorheen de eeuwen blijft duren, staat zó centraal, dat de vier evangeliën er tot zesmaal toe een zichtbare afspiegeling van aangestipt hebben.
In de viering van de Goddelijke Liturgie ervaren wij onze Heer Jezus Christus als ‘de Levende’, in het ‘hier-en-nu’, God is onder ons, Hij is en zal zijn.
Wanneer wij, in navolging van Hem, brood breken en delen, ervaren wij dat Hij nog steeds Zijn Goddelijke Leven deelt, dat Hij de honger van hart en ziel stilt. Jezus blijft onder ons, Hij verzegelt Zijn Liefde met Zijn lichaam en bloed.
Hij verwezenlijkt de diepste droom van eenheid die wij koesteren met onze geliefde: ‘Hij in ons en wij in Hem‘.

”        Heer, onze Heer, hoe wonderbaar is Uw Naam over heel de aarde !
Want hoog boven de hemelen is Uw Heerlijkheid verheven.
Uit de mond van kinderen en zuigelingen hebt Gij U lof bereid.
En om Uw vijanden brengt Gij vijand en wreker ten verderve.
Als ik opzie naar de hemelen, het werk van Uw vingers: naar maan en sterren die Gij hebt gemaakt.
Wat is dan een mens, dat Gij hem gedenkt ? Wat is een mensenkind dat Gij acht op hem slaat ?   Toch hebt Gij hem slechts weinig beneden de Engelen geplaatst:  Gij hebt hem gekroond met glorie en eer.
Gij hebt hem over de werken Uwer handen gesteld: alles hebt Gij onder zijn voeten gelegd. Schapen en kudden van allerlei dieren; zelfs de dieren van het  veld. De vogels in de lucht en de vissen in de zee, die gaan langs de paden der zee.
Heer, onze Heer, hoe wonderbaar is Uw Naam over heel de aarde !“.
Psalm 8 vert. ROK ‘s-Gravenhage

8e Zondag na Pinksteren – het Mysterie van de Broodvermenigvuldiging

– Mysterie van de Broodvermenigvuldiging  – Μυστήριο του ψωμιού Πολλαπλασιασμός   – سر الخبز الضرب“     

En toen Hij uit het schip ging, zag Hij een grote schare, en Hij werd met ontferming over hen bewogen en genas hun zieken. Bij het vallen van de avond kwamen de discipelen tot Hem en zeiden: ‘De plaats [hier] is eenzaam en de tijd is reeds verstreken; zend dan de scharen weg, dan kunnen zij naar de dorpen gaan om spijzen voor zich te kopen’.
Maar Jezus zei tot hen: ‘Zij behoeven niet weg te gaan, geeft gij hun te eten’. Zij zeiden tot Hem: ‘Wij hebben hier niets dan vijf broden en twee vissen’. Hij zei: ‘Brengt Mij die hier’. En Hij beval de scharen, dat zij in het gras zouden gaan zitten, nam de vijf broden en de twee vissen, en Hij zag op naar de hemel, sprak de zegen uit, brak de broden en gaf ze aan zijn discipelen en de discipelen gaven ze aan de scharen. En zij aten allen en werden verzadigd en zij raapten het overschot der brokken op, twaalf manden vol. Zij, die gegeten hadden, waren ongeveer vijfduizend mannen, vrouwen en kinderen niet meegerekend.
En terstond dwong Hij de discipelen in het schip te gaan en Hem vooruit te varen naar de overkant, totdat Hij de scharen zou hebben weggezonden” Matth.14: 14-22

“     Doch ik vermaan u, broeders, bij de Naam van onze Heer Jezus Christus: weest allen eenstemmig en laten er geen scheuringen onder u zijn; weest vast aaneengesloten, een van zin en een van gevoelen.
Mij is namelijk omtrent u, mijn broeders, medegedeeld door de huis- [kerk-] genoten van Chloe, dat er twisten [onenigheden] onder u zijn. Ik bedoel dit, dat ieder uwer zijn leus heeft: Ik ben van Paulus! En ik van Apollos! En ik van Kefas! En ik van Christus!
Is Christus gedeeld?
Is Paulus dan voor u gekruisigd, of zijt gij in de naam van Paulus gedoopt? 
Ik ben dankbaar, dat ik niemand van u gedoopt heb dan Crispus en Gajus; zodat niemand kan zeggen, dat gij in mijn naam gedoopt zijt. Ook heb ik nog het gezin van Stefanas gedoopt; verder weet ik niet, dat ik nog iemand gedoopt heb. Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen, en dat niet met wijsheid van woorden, om niet het Kruis van Christus tot een holle klank te maken”  1Cor.1: 10-17.

alles wordt ‘Goed’ en ‘in orde” bevonden, de Mystieke icoon van de Heilige Kerk

     Jezus koos het schip niet omdat de andere kust ver weg was, maar omdat Hij alleen wilde reizen. Hij wilde met zijn volgelingen naar een eenzame en afgelegen  plaats. Hij wilde zijn kerkvolk toerusten.
Hij maakte zich daarom los van de scharen en voer naar het verderop gelegen woeste land van Betsaïda. Het was waarschijnlijk geen woestijn, want er was groen gras [Marc.6: 39]; die streek was de lievelingsregio van de Heiland. Daar lag ‘de berg’ [John.6: 3, Matth.14: 23 en Marc.6: 46]. Het is de omgeving van ‘de Bergrede‘ [Matth. hfdst. 5-7]. De duizenden volgden Christus te voet. Ze konden wel raden dat Hij nu naar ‘Zijn‘ bekende plaats van tijdelijke afzondering zou gaan om zich te bezinnen. Ze waren er –’lopend langs de oever‘– nog eerder dan de Heer, Die zich had ingescheept .

Er is nog een andere reden waarom Jezus zich terugtrekt. In John.6: 14 & 15 beschrijft Johannes de reactie van de mensen op het teken dat Jezus gedaan had. De duizenden zijn razend enthousiast over wat Jezus gedaan heeft bij de broodvermenigvuldiging. Hij is ongetwijfeld dè Profeet, Die komen zou.
Hun mondelinge reactie dreigt uit te monden in een daadwerkelijke actie. Zal deze door God gezonden mens net als Mozes het Volk [de Kerk] voorgaan op weg van de bevrijding?

Profeet Isaiah & de cherubijn                         – Προφήτης Ησαΐας & Χερουβείμ                 – إشعياء النبي والملاك

Het broodverhaal is in alle vier weergaven van de Blijde Boodschap zo belangrijk omdat de band tussen de Christus, de Zoon van God en de profeten uit het eerste Verbond sterk doet uitkomen: zoals Christus in sommige verhalen de indruk wekt een tweede Mozes te zijn, zo krijgt Hij hier de houding van een echte Profeet.
“         Toen Elisa naar Gilgal terugkeerde, was er honger in het land. Terwijl de profeten voor hem gezeten waren, zei hij tot zijn knecht: ‘Zet de grootste pot op en kook moes voor de profeten. Daarop ging er een naar het veld om groenten te plukken; en hij vond een wilde slingerplant en 
plukte daarvan wilde kolokwinten, zijn kleed vol. Toen hij teruggekomen was, sneed hij die in stukjes in de moespot; want zij kenden ze niet. Vervolgens schepte men voor de mannen op om te eten. Maar zodra zij van het moes hadden gegeten, schreeuwden zij het uit: ‘De dood is in de pot, man Gods!’ En zij konden het niet eten.
Doch hij zei: ‘Haal dan meel. En hij wierp het in de pot en zei: ‘Schep op voor het volk, opdat zij eten’. Toen was er niets kwaads meer in de pot.
Er was een man gekomen uit Baal-salisa; deze bracht de man Gods in zijn tas brood van de eerstelingen, twintig gerstebroden en vers koren.
En hij 
[Elisa] zei: ‘Geef het aan het volk, opdat zij eten’. 
Maar zijn dienaar zeide: Hoe kan ik dit aan honderd man voorzetten? En hij zei: ‘Geef het aan het volk, opdat zij eten. Want zo zegt de Heer: Men zal eten en overhouden’. Daarop zette hij het hun voor, en zij aten en hielden over, naar het woord des Heren” 2Kon.4: 38-44.

     Uit weinig eten of drinken een grote hoeveelheid te voorschijn halen is een veel voorkomend verhaalpatroon. Dezelfde Elisa laat uit een vaatje olie een hele reeks kruiken tappen, waarmee een arme weduwe en haar kinderen de hun schuldeisers kunnen betalen:  

Profeet Elisa, fresco XVII eeuw – Yaroslavl

“       Een van de vrouwen der profeten riep tot Elisa om hulp en zei: ‘Uw knecht, mijn man, is gestorven, en gij weet zelf, dat uw knecht de Heer vreesde. En nu is de schuldeiser gekomen om mijn beide kinderen als slaven voor zich weg te halen’. En Elisa vroeg haar: ‘Wat kan ik voor u doen? Vertel mij, wat gij in uw huis hebt’. En zij antwoordde: ‘Uw dienstmaagd heeft niets in huis behalve een kruikje olie’.
Toen zei hij: ‘Ga heen, vraag buitenshuis vaten van al uw buren, ledige vaten; laat het er niet weinige zijn. Ga dan naar binnen, sluit de deur toe achter u en uw zonen en giet in al die vaten; en wat vol is, moet ge laten wegzetten’.
Zij ging van hem weg, sloot de deur achter zich en haar zonen toe; dezen plaatsten steeds [de] vaten bij haar en zij goot steeds door. Toen de vaten vol waren, zei zij tot haar zoon: ‘Breng mij nog een vat’. Maar hij zei tot haar: ‘Er is geen vat meer’. Toen hield de olie op te stromen. Zij ging het de man Gods vertellen, en deze zei: ‘Ga heen, verkoop de olie en betaal uw schuld, en leef met uw zonen van het overige’” 2Kon.4: 1-7.
Op vraag van Mozes laat God Zelf 40 jaar, elke ochtend het Manna neerdalen in de woestijn.   Het Godsvolk leert hiermee hoe zij samen kunnen overleven, door de ‘gebruiksaanwijzing’ te leren respecteren: “brood blijkt alleen eetbaar wanneer je het deelt” oftewel wat ‘opgepot wordt, begint te stinken’. Dat geldt niet voor de situatie waarbij macht’s-wellustelingen het e.e.a. jarenlang ‘onder de pet’ houden en je laten verkommeren.  Een samenleving waarin eten genoeg is voor allen vraagt voortdurend ‘broodvermenigvuldiging’.

Heilige Arnoldus van het bier, uit: ‘over bierheiligen‘.

Heiligen’, zowel mannen als vrouwen blijken volgens de overlevering ‘via Christus‘ in staat om voedselwonderen te voltrekken. Er zijn de traditionele wijn- en bierwonderen [Mysteriën] door o.a. Arnold van Soissons [1040-1087], de patroon van de brouwers. Franciscus van Assisi [1181-1226] vermenigvuldigde brood voor hongerige passagiers op een schip onderweg naar Syrië. De Brigitta van lerland [451-523] abdis van Kildare deed hetzelfde met de melk van haar

Graanwonder‘,             H. Nicolaas van Myra

koeien; ook de Italiaanse Don Bosco [1815-1888], die zich het lot aantrok van de jongeren en wiens mand niet leeg raakte in het opvangtehuis voor kansarme kinderen. De Turkse bisschop de Heilige Nicolaas van Myra [280-352] zorgde eveneens voor een graanwonder voor arme kinderen, door een graanvoorraad [uit een boot] te herverdelen.
De kern van dit soort overleveringen is steeds dezelfde: De weergave van het Mysterie toont hoe mensen bekommerd zijn om de basisbehoeften van allen en hoe zij die problemen aanpakken en tot een oplossing komen.
Het gebaar van [eten en drinken] breken en delen met elkaar en met de zwaksten in de samenleving, is in de christelijke traditie uitgekozen als één van de meest sprekende gebaren van Jezus en zijn volgelingen, de christenen.
Het ritueel van de Goddelijke Liturgie, dat dagelijks/wekelijks de herinnering aan Jezus wil oproepen, roept ook telkens de droom en het verlangen wakker naar een solidaire wereld, waar eten en drinken is voor allen.  
Het Mysterie van de Goddelijke Liturgie’ is niet alleen de gedachtenis aan het lijden sterven en de Opstanding/Verrijzenis van Christus, het toont tevens de bereidheid tonen om zulk een solidaire samenleving mee te helpen verwezenlijken [mede te lijden] waar je kan.  
Dit veronderstelt dat christenen zich beoefenen in een houding van solidariteit, want tussen ‘schrokkers en hongerigen is samenleven onmogelijk‘ Dorothee Sölle † 2003, Dtslnd. 
Deze droom van ‘eten en drinken voor allen‘, blijft tot op de-dag-van-vandaag nog een visioen.

Dagelijks een portie lekker en gezond voedsel, dat is momenteel niet weggelegd voor 800 miljoen mensen. Volgens berekeningen van wetenschappers zijn wij in staat om alle wereldburgers te voeden, maar dan wel op voorwaarde dat de rijkste landen een versobering en een herverdeling doorvoeren.  Sommige vegetarische groeperingen zijn omwille van deze reden tegen het eten van vlees, omdat dieren zeer veel graan verorberen dat anders onder mensen kan verdeeld worden voor rechtstreekse consumptie. In de oudheid werd het als een ‘vorstelijk’ gebaar gezien als een koning ‘gratis brood‘ liet uitdelen!!
Daarom trekt Jezus zich terug op de berg in de eenzaamheid. De ware aard van zijn koningschap is totaal anders. Hij hoeft ook niet tot koning uitgeroepen te worden; Hij is reeds tot Koning gezalfd, Hij is immers Gods Gezalfde [ο Χρισμένος του Θεού].
Wanneer Christus op die plek aankomt varen, ziet het er zwart van mensen.
Ouders dragen hun verlamde zoon, vrouwen ondersteunen gehandicapte  gezinsleden, bejaarden strompelen voort op zelfgemaakte krukken.
Iedereen wil die Verlosser, de Immanuel [Hebreeuws 
עִמָּנוּאֵל “God (is) met ons“] zien.
Het zelfde tafereel zien we in Genésareth [Marc.6: 53]. Het gemoed van Jezus schiet vol, het gaat Hem door merg en  been [Marc.6: 34]. Hij wordt met ‘ontferming’ bewogen, omdat al die mensen ‘als schapen zonder herder zijn’. Ondertussen hebben de leerlingen nog steeds niet gegeten.  Zo druk was het. En een ogenblik van rust kennen ze al helemaal niet, moet je eens kijken wat een mensenmassa! En in dit verlaten oord kun je ook helemaal niets kopen.
Maar dan komt Jezus met een oplossing, die niet alleen voor de leerlingen bestemd is, maar voor die duizenden die van alle kanten zijn samengestroomd en tevens voor ons. Hij verricht het wonder van de broodvermenigvuldiging.

Bergrede‘, detail

Nu wordt ons in Marc.8: 1-10 door Marcus nog een tweede verhaal van de brood-vermenigvuldiging verteld; het gaat om dezelfde streek als die waarin het eerste verhaal zich afspeelt. Voor de tweede keer is Jezus met zijn leerlingen aangekomen “bij de berg”; de streek herinnert ons aan de feestelijke maaltijd voor 5.000 man enige tijd geleden.
Sommigen denken ‘daarom’ dat we in de twee verhalen met één broodvermenigvuldiging te maken hebben met het benadrukken van ‘het Woord’ – twee vormen, die hetzelfde betekenen; de ene gebeurtenis zou twee keer zijn verteld.  Ik heb deze indruk niet. Waarom niet? In de eerste plaats herinnert Jezus ‘later’ aan beide wonderen Marc.8: 19,20. In de tweede plaats worden deze wonderen ‘met hun verschillen’ nauwkeurig in de Evangeliën beschreven! Verder noteert Marcus dat Jezus direct na de maaltijd per schip vertrok naar Dalmanuta, waarschijnlijk een  regio aan de westelijke oever van het meer. Vandaar gaan ze nog Kafarnaüm Dat zijn allerlei verschillen bij beide broodvermenigvuldigingen.
Toch blijft het ‘die’ ene eenzame plek, waar Jezus bidt, waar Jezus spreekt, waar Jezus geneest en waar God zich openbaart.
        O, alle dorstigen, komt tot de wateren, en gij die geen geld hebt, komt, koopt en eet; ja komt, koopt zonder geld en zonder prijs wijn en melk. Waarom weegt gij geld af voor wat geen brood is en uw vermogen voor wat niet verzadigen kan?Hoort aandachtig naar Mij, opdat gij het goede eet en uw ziel zich in overvloed zal verlustigen. Neigt uw oor en komt tot Mij; hoort, opdat uw ziel zal leven; Ik zal met u een eeuwig Verbond sluiten: de betrouwbare Genadebewijzen van David. Zie, Ik heb hem tot een getuige voor de natiën gesteld, tot een vorst en gebieder der natiën.
Zie, een volk dat gij niet hebt gekend, zult gij roepen, en een volk dat u niet kende, zal tot u snellen ter wille van de Heer, uw God, en van de Heilige van Israël [de Kerk], omdat Hij u verheerlijkt heeft.
Zoekt de Heer, terwijl Hij Zich laat vinden; roept Hem aan, terwijl Hij nabij is.
De goddeloze verlate zijn weg en de ongerechte mens zijn gedachten en hij dient zich te bekeren tot de Heer, dan zal Hij Zich over hem ontfermen; en tot onze God, want Hij vergeeft veelvuldig. Want mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet mijn wegen luidt het Woord des Heren” Isaiah 55: 1-8.
In het licht van deze tekst uit het eerste Verbond, kan men er van uitgaan dat de tekst over de wonderbare broodvermenigvuldiging allereerst de weergave is van mensen die Jezus achterna gaan om zich te voeden met Zijn Woord.
Aldus wordt deze tekst het beeld van het stillen van de geestelijke honger van de mensen; de honger naar wat hun leven zinvol kan maken.
De broodvermenigvuldiging die wel 7 keer voorkomt in het Nieuwe Testament, zorgden ervoor dat  de eerste christenen er al heel vlug een beeld hebben gevormd van de betekenis van Jezus in hun leven. In de loop van de jaren hebben ze dit gebeuren verder gekneed en gevormd, zodat deze tekst in de catechese, het geloofsonderricht kon gebruikt.
De hoeveelheden brood, de hoeveelheid vis, de hoeveelheid overschot, werden aangepast aan wat men ermee wilde zeggen:
 twee vissen: zou kunnen verwijzen naar de twee delen van de bijbel [Oude en Nieuwe Testament]
 vijf broden: zou kunnen verwijzen naar de vijf boeken van Mozes [de Pentateuch], waarin het programma van God [De Wetten] te vinden zijn.
Dat Jezus het Kerkvolk overvloedig voedt met brood en vis, maar vooral met ‘Zijn bevrijdend Woord’, betekent dat de tijd van de Messias [“God (is) met (onder) ons”] is aangebroken.
Wortels in het eerste Verbond zorgen ervoor dat de broodvermenigvuldiging duidelijk maakt dat Jezus, net zoals God, Zijn Volk niet in de steek laat.
En het ‘groene gras‘ in de tekst [Marc.6: 39] heeft niets te maken met de mogelijkheid dat dit gebeuren zich afspeelde in de lente, maar is vóór alles een verwijzing naar:
            De Heer is mijn Herder, het ontbreekt mij aan niets. 
Op grazige [groeneweiden doet Hij mij verblijven; aan verkwikkende wateren heeft Hij mij geleid. Hij heeft mijn ziel bekeerd. Hij leidt mij langs het pad der gerechtigheid omwille van Zijn NaamZelfs al ga ik midden in de schaduw van de dood, dan vrees ik geen kwaad, want Gij zijt met mij. Uw staf en Uw stok, juist deze zijn mijn troost. Gij richt een tafel voor mij aan, voor de ogen van mijn verdrukkers. Met olie zalft Gij mijn hoofd: hoe heerlijk is Uw heilige Kelk! Uw barmhartigheid volgt mij van nabij, alle dagen van mijn leven. Ik mag wonen in het Huis des Heren, tot in lengte van dagen “Psalm 22[23] vert. ROK. ’s-Gravenhage.

  • De weergave van Mattheüs en Lucas wijdden niet verder uit over de vissen waarover Marcus en Johannes het hebben. Hierdoor trekken ze de aandacht met name op het brood dat een grote symbolische waarde heeft. Later hebben de eerste christenen die Grieks spraken, die vissen terug opgenomen in de beeldspraak.
    Elke letter van het Griekse woord voor vis [oud Grieks IXTUS, (nieuw Grieks ‘psári)] was de beginletter van vijf woorden, die de betekenis van Jezus weergeven: Jezus, Christus, Zoon van God, Redder.  Aan dit teken herkenden zij elkaar als broeders en zusters, als kinderen van God.
     Een andere historische symbolische weergave is het mozaïek uit de 4e eeuw wat in

    Tabgha, mozaiek

    Tabgha is ontdekt; dit kunstwerk verwijst naar die brood-vermenigvuldiging. Wat opvalt is dat de Byzantijnse mozaïeklegger ‘vier‘ broden en twee vissen afbeeldt, terwijl Johannes spreekt van vijf broden en twee vissen. Zo verwijst de kunstenaar symbolisch naar het vijfde brood, het eucharistisch brood tijdens de Goddelijke Liturgie op het altaar.
     Toen Christus in de woestijn door de tegenstrever in verleiding werd gebracht, verzocht werd [‘bekoord werd’] verkondigde Hij, leerde Hij ons: “ Er staat geschreven: Niet alleen van brood zal de mens leven, maar van alle woord, dat uit de mond Gods uitgaat”.
    Christus citeerde hier uit:
    “ Ja, God, Mijn Vader, heeft u Zijn Macht doen kennen, Hij deed u honger lijden en gaf u het manna te eten, dat gij niet kende en dat ook uw vaderen niet gekend hadden, om u te doen weten, dat de mens niet alleen van brood leeft, maar dat de mens leeft van alles wat uit de mond des Heren uitgaat. Het kleed dat gij draagt, is niet versleten en uw voet is niet gezwollen in deze veertig jaar. Erken dan van harte, dat de Heer, uw God, u vermaant, zoals een man zijn kind vermaant en onderhoud de geboden van de Heer, uw God, door in Zijn wegen te wandelen en Hem te vrezen. Want de Heer, uw God, brengt u in een goed land, een land van beken, bronnen en wateren, die in de dalen en op de bergen ontspringen; Een land van tarwe en gerst, van wijnstokken, vijgenbomen en granaatappelen; een land van olierijke olijfbomen en honig; een land, waarin gij niet in armoede uw brood zult eten, waarin gij aan niets gebrek zult hebben; een land, waarvan de stenen ijzer zijn en uit welks bergen gij koper zult houwen. Gij zult eten en verzadigd worden en de Heer, uw God, prijzen om het goede land dat Hij u gaf” Deut 8: 3-10.
    ⁌ Relationele moeilijkheden ontstaan vaak door onhandige omgang met de Waarheid. “Mij is namelijk omtrent u, mijn broeders, medegedeeld door de huis- [kerk-] genoten van Chloe, dat er twisten [onenigheden] onder u zijn” 1Cor.1; 11,12. Op geestelijk vlak is er de angst voor het onbekende, het ‘hopeloos‘ zoeken naar zin en het moeilijke gevecht om het schamele vlammetje van de Hoop ‘levendig‘ te houden.
    Er zijn niet alleen dingen die we nodig hebben als brood, maar ook het ‘Woord’ Hetgeen betekenis geeft aan “het leven van de mens”.
    De Hoop en het Geloof sterkt ons in tegenstelling tot het gebukt gaan
    onder angst om fouten te maken en bewogen te worden door de angst
    ons op te sluiten in:
     structuren die ons een valse bescherming bieden,
     in de normen die ons veranderen in onfatsoenlijke en onverzoenlijke rechters,
     in de gewoonten waarbij wij ons gerust voelen, terwijl er buiten een hongerige menigte is en onze Heer, Jezus Christus onophoudelijk tegen ons herhaalt:
    Geeft gij hun toch te eten” Marc.6: 37.
    Vergeet niet dat mensen wanneer zij iets ontzettend hard nodig hebben zeggen dat ze iets “broodnodig” hebben en dat wij in het gebed des Heren bidden : “geef ons heden ons dagelijks brood”, waarmee we aangeven dat wij ‘Gods’  Genadegaven en hulp ‘broodnodig’ hebben.
    ⁌ Christus geeft ons al vanaf het begin der tijden aan dat we de dingen, die
    we gebruikt hebben dienen te recycleren [het ‘her-te-gebruiken’].
    – Onze Heer vraagt Zijn leerlingen de resten van het brood te verzamelen; zij vullen twaalf manden met overschot. Hieruit kun je opmaken dat God vindt dat ‘niets verspild mag worden’, dat ‘alles en iedereen‘ in de ogen van God ‘waardevol’ is. 

  • Wij christenen zoeken naar nieuwe wegen om de inhoud van het geloof in deze tijd duidelijk te maken. Een ,,uitnodigend en creatief” aanbod van geloofs-onderricht moet inspelen op de religieuze beleving van de hedendaagse mens. Die geeft ‘zelf’ zijn overtuiging vorm en heeft minder behoefte aan een al-omvattende leer of moraal. Nieuwe vormen van catechese zijn nodig, omdat de
    Patriarch Pavle

    huidige generatie religie en spiritualiteit anders beleeft dan het voorgeslacht. ,,Mensen kiezen nu veeleer zelf hun eigen overtuigingen en de wegen die ze willen volgen op levensbeschouwelijk vlak” Tradities en instituties hebben niet langer zonder meer gezag, slechts zij die door ‘eigen gedrag’ laten zien dat hun Geloof en Overtuiging betekenis hebben voor het concrete leven en die tevens in hun ‘eigen‘ leven Geloof uitstralen, verwerven gezag. Onze tijdgenoten zijn ‘minder‘ aanspreekbaar op een alomvattende leer of een moraal, maar vragen naar ‘authentieke beleving en getuigenis‘ en dat blijkt uit de wijze waarop wij en met name onze voorgangers zich gedragen. Wanneer de behoefte aan daadwerkelijke ruimte tot gemeenschapsopbouw wordt ontnomen, zoeken de behoeftigen hun Heil ergens anders.

“     Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie gelooft, heeft eeuwig leven. Ik ben het brood des levens. Uw vaderen hebben in de woestijn het manna gegeten en zij zijn gestorven;  dit is het brood, dat uit de hemel nederdaalt, opdat wie ervan eet, niet zal sterven. Ik ben het levende brood, dat uit de hemel nedergedaald is. Indien iemand van dit brood eet, hij zal in eeuwigheid leven; en het brood, dat Ik geven zal, is mijn vlees, voor het leven der wereld” John.6: 47-51.

Orthodoxie is een ‘state of heart.

uitgegeven door Arch. Meletios Webber, priester van de parochie H. Nicolaas van Myra, Amsterdam

Jezus zegt tot drie keer toe dat Hij in Eigen Persoon het Brood is dat Leven geeft [John.6: 35, 48 en 51]. Brood staat daarbij voor de eerste levensbehoefte van mensen. Hij doet dat in een onderwijs-leergesprek dat volgt op de wonderbare broodvermenigvuldiging [6: 1-15]. Onze Heer, onze Pedagoog heeft oog voor de honger van de mensen die Hem volgen, en Hij vermenigvuldigt ‘Zijn ‘Leven’s-beschouwing’ totdat iedereen genoeg heeft gegeten.
Het verdeelde brood stilt de honger; maar voor Jezus is dit mirakel [Mysterie] vervolgens tevens aanleiding om nòg dieper te gaan.
Hij neemt het de mensen die alleen voor een nieuw broodmirakel komen [John.6: 25-27] 
‘kwalijk’ dat zij ‘niet vèrder‘ kijken, dan hun neus lang is.
Het voedsel dat vergaat heeft voorzeker een eigen plaats, maar er is méér: voedsel is ‘Zijn ‘Leven’s-beschouwing’ Die ‘niet‘ vergaat.
En dáár dient in geïnvesteerd te worden en ruimte aan gegeven te worden !!!
Een groot wonder, maar toch waren de mensen uiteindelijk gestorven [John.6: 49]. Jezus opent 
ons de ogen voor een volkomen nieuwe werkelijkheid: Hij is in ‘Eigen’, ‘Goddelijk’ – ‘Persoon’ het Brood dat ons het ‘Leven’ geeft, dat van de Vader neerdaalt uit de Hemel.
Wanneer je dit eet, ben ‘Ik in jou en jij in Mij’ en ontvang je het eeuwig leven.  
Wanneer onze Heer, als Pedagoog, dit broodbeeld gebruikt, klinken nog veel andere bijbelse motieven mee: toonbroden in de tabernakel, Bethlehem als broodhuis, de duivelse verzoeking aan/voor Jezus om van stenen brood te maken, de bede om ons dagelijks brood, de graankorrel [basis voor brood] die in de aarde valt en sterft.
Hoe brengen we mensen in aanraking met onze Heer, Jezus Christus, Die ons het Leven en de zaligheid geeft?
Hoe zijn wij christenen het brood dat leven geeft?
Wij christenen zijn als het brood dat bij de maaltijd van de Heer wordt genomen, gezegend, gebroken en gedeeld.
Vergelijk hierbij: “Jezus” –
1.]. “nam het brood“,
2.]. “sprak de zegenbede uit“,
3.]. “brak het” en
4.]. “gaf het aan zijn leerlingen” Luc.24:30 .
Wanneer wij christenen dàt toepassen op een werkzame grondhouding op
de komende weekdagen, waarbij het Heilige Brood en Wijn, Die Leven voortbrengen, dan mogen we het zo leren zien:
1.]. ‘We worden door God uitgekozen om Zijn leven te ontvangen: Hij heeft ons Lief in Christus‘.
2.]. ‘We worden door God gezegend om zijn leven door te geven: hij zegent ons in Christus‘.
3.]. ‘We worden door God gebroken om juist in en door onze kwetsbaarheid vrucht te leren dragen: hij gebruikt onze zwakheid om Christus’ Kracht te kunnen tonen‘.
4.]. ‘We worden door God uitgedeeld om dichtbij mensen te kunnen komen: hij verspreidt ons in deze wereld om brood te zijn dat leven geeft‘.

Apolytikion     tn.7
”     Door Uw Kruis zijt Gij de Overwinnaar van de dood
en hebt Gij het Paradijs geopend voor de rover.
De droefheid van de Myrondraagsters hebt Gij veranderd in Vreugde
en Gij hebt haar gezonden tot de Apostelen om te verkondigen,
dat Gij verrezen was, o Christus onze God,
om aan de wereld grote Genadegaven te schenken“.

Kondakion     tn.7
”     Niet langer houdt de onderwereld de gestorvenen vast,
want Christus is er afgedaald en heeft dienst kracht vernietigd.
De hades is geboeid; de Profeten jubelen en roepen:
De Verlosser is aan de gelovigen verschenen.
Verheft u in het Geloof, ter Opstanding“.

Theotokion     tn.7
”     Gij zijt de schatkamer van onze Opstanding, o Albezongene.
Voer daarom hen die op U vertrouwen, 
vanuit de poel en de afgrond van de zonden omhoog.
Want Gij hebt ons, die aan de zonden schuldig waren, verlost,
doordat gij de Verlosser gebaard hebt.
Voor deze Geboorte was U Maagd
en zijt na deze Geboorte Maagd gebleven“.

28e Juli , Heilige Irene afkomstig uit Chrysovalantou 9e eeuw

Heilige Irene, Hegoumena van het convent van Chrysovalantou

De Heilige Irene Chrysovalantou [Αγία Ιρένε Χρυσοβαλάντου] groeide op in de periode na de dood van de hebzuchtige keizer Theophilos I.
Na zijn overlijden betrad z’n echtgenote, de eerbiedwaardige en Godelievende Theodora de troon.
Keizerin Theodora steunde het Orthodoxe Geloof en herstelde de verering van de heilige iconen, evenals de Traditie binnen de Orthodoxe kerk van Byzantium.
Keizerin Theodora regeerde als voogd van haar zoon Michael, die nog niet de leeftijd had om de regering over het rijk te aanvaarden.
Toen Michael twaalf jaar oud was, probeerde Theodora voor hem een geschikte vrouw te vinden. Ze stuurde haar verkenners op een pad om een zowel schoon als nobel en deugdzaam meisje te vinden dat tevens waardig zou zijn om keizerin te worden.
In de binnenlanden van Cappadocië leefde zo’n mooie deugdzame deerne, die de dochter was van adellijke ouders en haar naam was Irene.
De verkenners onderkenden de deugdzaamheid en schoonheid van Irene en brachten haar snel onder de aandacht van de keizerin in de hoop dat ze ooit een keizerin zou worden. Irene had een zus die door de broer, ‘Vardis’ van de keizerin tot vrouw werd genomen.

H. Ioannikios, de Grote

Toen de scouts de eerlijke Irene naar Byzantium begeleidden, kwamen ze langs Olympus. Irene had gehoord van een man die op de berg Olympus een extreem ascetisch leven leidde, ene ‘Ioannikios de Grote’ en wist dat hij een heilig leven leidde die ze heel graag zou willen ontmoeten. Ze smeekte de verkenners om haar naar de heilige te begeleiden, zodat ze zijn zegen zou kunnen ontvangen. Ze kwam met haar begeleiders tot overeenstemming, maar de H. Ioannikios bleek slechts de waardigheid van het hart te bezitten.
Toen het gezelschap naderbij kwam herkende de H. Ioannikios de spirituele vooruitgang van het jonge meisje en riep uit: “Welkom Goddelijke dienares, Irene. begeef je naar de hoofdstad en verheug je voorafgaand bij het daar gelegen klooster, waar men jou te Chrysovalantou als maagd zal  opnemen”.
Irene was verbaasd te horen, dat deze heilige niet alleen haar naam, maar zelfs haar lot kende. Zij viel daarop voor hem neer en geraakte vervolgens in een diepgaand gesprek. Voordat ze op weg ging, gaf de H. Ioannikios haar geestelijk advies teneinde haar in haar voornemens te versterken.

Toen Irene uiteindelijk bij het hoofdstad aankwam, wachtte familieleden, die in de stad woonde, haar op om haar begroeten. Ze hadden allemaal hun eigen politieke achtergrond onder andere aan het hof. Zij kwamen met een aantal van hun notabele vrienden naar voren en begroetten haar met veel eer, zoals haar toekwam. De Koning der koningen echter, die alle dingen uit het niets heeft gemaakt, had bepaald dat de aardse huwelijkskandidaat een paar dagen daarvoor, reeds een ànder meisje had uitverkoren, voordat Irene zich zelfs maar had voorgesteld/vertoond. Irene was hier niet van op de hoogte, maar zij dankte God dat Deze de huwelijkskandidaat aangezet had een andere vrouw te kiezen.
Vele andere edelen en leiders, de rijkste mannen van Constantinopel, probeerden Irene, vanwege haar vanwege haar schoonheid en edelmoedigheid tot hun vrouw te krijgen. Zij wenste echter geen andere bruidegom dan de Hemelse Bruidegom. Ze verwierp -in haar door God verkregen wijsheid- alle tijdelijke en aardse zaken en zocht een rustige plaats om haar leven in alle rust, vreedzaam en aangenaam voor God door te brengen.
De woorden van de H. Ioannikios de Grote herinnerend, stuurde zij mensen naar het klooster van Chrysovalantou, zodat ze te weten kwam hoe het daar aan toe ging. Deze berichtten haar dat het klooster Chrysovalantou, een vrij mooie en rustige plek was met een verrassend goede gemeenschap monialen [nonnen].
Bij de hoorzitting waarbij de kloosterlingen de goede bekendheid opviel, was de H. Irene zo blij dat ze niet alleen al de dure kleding die haar ouders haar hadden gegeven aan de armen overdroeg, maar tevens alle kostbaarheden die de keizerin haar had toegeschreven. Ze gaf al haar bedienden en slaven de vrijheid, knipte de lange gouden lokken van haar haar af  en trad met alle jeugdige gretigheid toe in het klooster van Chrysovalantou.
Irene heeft iedere wereldse ijdelheid en elke wereldse manier van denken daadwerkelijk achter zich gelaten. Zij, de tedere, edele en mooiste, beklede zich -ondanks haar hoge afkomst- en verheugde zich bovenmatig toen ze het lichte juk van Christus, de Gezalfde en Meest Zoete Meester op zich nam. Ze heeft zich met een overweldigende nederigheid onderworpen aan alle mede-monialen en heeft zonder ooit tegen te spreken alle zorgvuldige en onvermoeibare behoeften van het klooster gediend.
Ze heeft zich nooit beroepen dat ze van een adellijke familie afkomstig was en toonde zich nimmer te goed voor zulk zwaar werk en bracht de meest vernederende diensten zonder klachten tot een einde. Haar uitstraling was helder en in haar ziel betrachtte ze boetvaardigheid naast gelukzaligheid. Ze beschouwde nooit dat ze van adellijke afkomst was en veel te goed voor zulk werk en de meest vernederende diensten voerde  zij zonder klachten uit. Haar voorkomen was stralend als licht in de morgenstond en in haar ziel bezat zij  boetvaardigheid naast gelukzaligheid. 

De Hegoumena – abdis van het klooster- was een deugdzame vrouw, stond bekend als een strijder bij de geestelijke beproevingen en zij zette haar medezusters aan tot goede werken. Irene had van God de genade ontvangen, die Zijn Mystiek geheel op haar deed afstralen. Deze zelfde genade leerde haar wat voor haar ziel zonder twijfel voordeel bracht, zoals de Heer Zelf zegt:
Ik ben de ware wijnstok en Mijn Vader is de landman. Elke rank aan Mij, die geen vrucht draagt, neemt Hij weg, en elke die wel vrucht draagt, snoeit Hij, opdat zij meer vrucht drage. Gij zijt nu rein om het Woord, dat Ik tot u gesproken heb; blijft in Mij, gelijk Ik in u. Evenals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, als zij niet aan de wijnstok blijft, zo ook gij niet, indien gij in Mij niet blijft.
Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets doenJohn.15: 1-5.
Zo heeft deze onvergetelijke, als goede en vruchtbare aarde, vrucht voor Christus voortgebracht in de ogen van God en heeft zij ten opzichte van de gehele zustergemeenschap van het klooster bevredigend geleefd en waren al haar medezusters onverwacht verwonderd door haar optreden.
Zo had daar zo het vertrouwen gekregen dat Irene van hen kreeg opgedragen  dat zij als penning-meesteres èn verantwoordelijk werd voor de inkopen van het klooster werd aangesteld èn de verzorging van de zilveren stukken van het klooster te verzorgen kreeg.
Ze deed ten opzichte van iedereen, die zij ontmoette, wat van haar verlangd werd, vertoonde grote nederigheid, en maakt nooit op pijnlijke wijze haar medezusters te schande. Ze was geliefd en werd door alle nonnen gerespecteerd. Irene was niet alleen in staat om al haar lichamelijke plichten te voldoen, maar deed dit nog meer op geestelijk vlak.

H. Arsenius de Grote [ca. 354-449], de Romein of diaken, woestijnvader

Ze ontbrak nooit in de kerkdiensten en ze las in haar cel de levensverhalen van eerbiedwaardige kloosterlingen en woestijnvaders, teneinde hun leven na te bootsen en haar mede-zusters te onderwijzen en hen te stimuleren tot soortgelijke inspanningen. Op zekere dag toen ze het leven van de H. Arsenios de Grote had gelezen en leerde dat hij tot de ochtenduren wakker bleef om te bidden, wilde ze deze manier van leven ook op zich nemen  en vroeg daarom toestemming van haar supervisor om deze geestelijke strijd te kunnen uitoefenen. De hegoumena aarzelde aanvankelijk om Irene haar zegen te geven om deze ascetische daad uit te voeren, omdat ze bang was dat zij ziek zou worden door overmatige uitputting, maar daar zij haar inzet, haar nederigheid en haar stabiliteit kende, koos zij de zijde van Irene en gaf haar de zegen om deze ascetische praktijk uit te voeren. Irene begon deze bovenmenselijke strijd, hoewel ze nog slechts een jaar in het klooster verbleef. De Goddelijke Genadegaven gaven haar de kracht en zij zou van ’s-avonds tot vroeg in de morgen als Mozes met haar handen opgeheven tot God staan te bidden. Vele andere keren zou ze hetzelfde doen van de vroege ochtend tot de volgende dag bij zonsopgang en andere keren zou ze de hele dag en nacht in gebed staan. De hegoumena kwam steeds meer onder de indruk van Irene’s vooruitgang.
Inmiddels waren er drie jaar versteken, en de H. Irene doorliep in deze tegen een grote ascetische strijd aan, tegen de aartsrivaal van al het goede, de duivel zelf, deze zag haar grote strijd en probeerde haar te overreden in overtreding te gaan;  het gelukte hem echter niet. De H. Irene ging niet op de beproevingen in en had zoveel veel zorg voor haar vlees ter wille van haar ziel dat ze alle fysieke dingen [eten, glorie, geld, kleding, macht en al dit soort aangelegenheden] heeft afgewezen en volledig verachtte. Ze had slechts één gewoonte aangenomen, het was haar gewoonte geworden haar kleding voor het eerst op Pascha te dragen en er één jaar lang in te blijven rondlopen, zonder het af te nemen of ooit te wassen. Eerst wanneer het Pascha naderde zou ze de nieuwe habijt aantrekken en haar oude aan de armen geven. Haar dieet bestond uit brood en water, eens per dag, misschien wel eens wat kruiden erbij. Ze was niet geneigd om als mens te leven en had haar notabele opvoeding totaal vergeten.
De demon, die er niet in slaagde om de H. Irene aan te zetten om zonde te bedrijven, riep in Irene’s gedachten op -door haar te herinneren aan het plezier van haar vroegere leven- en haar te te beroeren met vleeslijke verlangens. Hij, die de mens van God probeert af te houden, haatte haar tevergeefs, want ze herkende zijn aanval maar al te goed en ze weerstond zijn pogingen tegen haar, zodat ze aan de verleiding van deze demon zou ontkomen, en zij vervolgde haar strijd als voorheen. Op een avond, zoals zij normaal was, haar gebeden te doen, nam een duivel de vorm van een erg lelijke zwarte man aan die haar van verre stond te beledigen, uit zwakte wilde hij zo ver te gaan de dienaar van God de schrik aan te jagen. De duivel zei tegen haar: ‘Jij hoogmoedige en kwaad-aardige vrouw, jij vecht tegen mij zonder jezelf te realiseren wat ik wel niet ben en hoe groot mijn kracht wel niet is?’ Deze en andere beledigingen heeft deze meest achterbakse verleider haar voor de voeten geworpen, maar onze heilige heeft uit ontzag voor God het kruisteken gemaakt en de demon verdween onmiddellijk. Enige dagen later werd de H. Irene geteisterd met zware en donkere inbeeldingen. Hoewel deze haar gemoedsrust diep gestoord hadden, kwam ze moedig op tegen de passies van het vlees en gaf duidelijk blijk van de overwinning. Zij zou vaak op de grond vallen en met tranen bidden tot de Heer.
Zij riep regelmatig de alHeilige Moeder Gods, de Theotokos aan om hulp en tot de aartsengelen Michaël en Gabriël aan wie de kerk van het klooster was toegewijd.

Heilige Drieëenheid, toonbeeld van Goddelijke Liefde

Zij riep ook de hulp in van alle hemelse heiligen, om haar uit de strikken en onreine suggesties van de demonen te komen redden.
De H. Irene bad met behulp van deze woorden, “Al-heilige. Almachtige Drie-eenheid, door de gebeden van de Al-heilige Moeder Gods en de smekingen van de aartsengelen Michaël en Gabriël, en alle hemelse krachten en alle heiligen, kom mij te hulp in mijn beproevingen?”.
Wie deze heilige van God, deze Irene, aanschouwde, zag in haar het grote en heilige verlangen en haar vele van God-verkregen Genadegaven. Ze was het uitverkoren schip geworden, zoals de grote Apostel Paulus zegt en een hoeder van de Heilige Geest, welke in haar ziel, haar hart, de levende Christus, aanschouwt. Ze leefde niet meer in het vlees, maar in haar geest voor Christus, terwijl Christus in haar woonde, zoals de Heilige Apostel het beschrijft. Op deze manier werd de H. Irene totaal verlicht en leidde veel zielen naar het Licht der Waarheid. Het geschiedde dat mensen van alle klassen in rijen naar haar zouden toestromen. Zij heeft ze met plezier leren kennen en geleerd en met voorzichtigheid en zachtmoedigheid te benaderen en te adviseren.

Plotseling werd echter de hegoumena van het klooster erg ziek. Alle nonnen rouwden in hun cellen, omdat ze wisten dat ze het einde van haar aardse leven had bereikt. Aangezien de hegoumena zo deugdzaam was, waren zij bedroefd door haar dreigende vertrek. De nonnen rouwden, maar de nederige Irene treurde nog meer. De stervende zei tegen haar mede-zusters in de abdij met alle zachtmoedigheid: “Wees niet verdrietig over mij, want je hebt een goede opvolger, die bekwamer en veel wijzer is dan ik en blijf haar en jezelf allemaal gehoorzaam met hart en ziel”.
Deze woorden sprak zij over Irene, de dochter van het Licht, het lammetje van God, het schip van de Al-heilige Geest en kies voor jezelf daarom geen andere voorbeeld dan Irene. De gezegende kloosterling, die haar laatste uur bereikt had, zei tot slot tegen haar Heer en Meester: “Dankzij Uw Genade, o Heer, de eer komt U toe!”  Op deze manier gaf ze haar ziel over aan de engelachtige handen die op haar wachten en haar hemelwaarts voerden. 
De eerbiedwaardige Irene was niet aanwezig toen de hegoumena de aardse wereld verliet en ging hemelen. Evenzo vertelde geen van de nonnen Irene wat de hegoumena had gezegd, omdat zij Irene’s grote nederigheid kenden en hoe zij zich afwend van trots en ijdelheid, ze waren bang dat ze het klooster zou verlaten wanneer ze dergelijke woorden zou vernemen. Daarom begroeven zij de overledene hegoumena, omdat het passend was en zij gingen vervolgens naar de kerk om God te smeken, dat Hij hen zou komen verlichten.

H. Methodius, patriarch van Constantinopel [843 tot 847]

Op dat moment was Methodios, de patriarch van Constantinopel, geestelijk vader van het klooster. Tijdens de iconoclastische periode had deze heilige patriarch veel martelingen ondergaan en droeg op zijn lichaam de kenmerken van de prijs die hij voor de Orthodoxie betaald had. Hij  bezat de Genadegave van de Heilige Geest en kon in de toekomst schouwen. Toen de andere mede-zusters zich gereed hadden gemaakt voor een bezoek aan het patriarchaat, wilde Irene niet met hen mee gaan en had een groot skala aan redenen en obstakels om hen niet te volgen. De nonnen slaagde er echter  gezamenlijk in om Irene te dwingen.
Toen ze in de nederige stulp van de patriarch waren aangekomen en de zegen van hem hadden ontvangen, vroeg hij hen welke van alle nonnen zij zelf hadden overwogen als de nieuwe hegoumena, het is namelijk de gewoonte dat een Metropoliet of Patriarch de kloosterlingen ‘bijstaat‘ in deze benoeming.
Zij antwoordden dat zij voor ‘niemand’ de voorkeur hadden, maar eerder hun vertrouwen hadden ‘in God en in zijne heiligheid de patriarch’, daar hij in de Heilige Geest zijn leven leidde.
Daarom werd Hem gevraagd de beslissing te nemen, dat de Heilige Geest hem in deze beslissing zou zou leiden. De Goddragende antwoordde toen dat hij wist dat alle nonnen de eerbiedwaardige en zuivere Irene wilden en dat ook hun mening goed en aangenaam was voor onze Heer en God. De patriarch dankte daarop God en bedankte Hem dat Deze hem de deugdzame daden van zijn dienstmaagd Irene had geopenbaard.
De zusters waren verbaasd en eerden hem door te zeggen: “Waarlijk, God woont in uw rechtvaardige ziel en Hij heeft u geopenbaard en maakt dat verborgen dingen aan u bekend zijn”. Onmiddellijk stond het heilige patriarch van zijn ereplaats in hun midden op en zong de vereiste hymnen, zegende hen namens de Heer, en stelde Irene voor als geestelijk leider van de Grote Kerk, omdat zij door de Heilige Geest met schoonheid bekleed/begenadigd was. Hij las even later ‘de gebeden van de installatie van een hegoumena’, over haar uit. Hij gaf haar vervolgens nog instructies over hoe ze de begeleiding van haar mede-zusters zou dienen voort te zetten op de weg van hun redding en vrede. Hij dankte Irene evenals haar mede-zusters voor hun komst en stuurde ze terug naar hun klooster.
Irene huilde lang en vanuit het diepst van haar wezen; ze voelde zich onwaardig om zo’n positie te bekleden. De mede-zusters probeerden haar te troosten door te zeggen tegen haar: ‘Het geschiedde naar Gods Woord’. 
Toen ze bij het klooster aankwamen, droegen zij haar in haar functie aan God op en begeleidden Irene naar haar cel in het klooster.
Irene liet hen begaan en zij sloot de deur van haar nieuwe cel en viel op languit op de grond:
Meester, Heer Jezus Christus, Goede Herder, onze Gids en leraar, help Uw dienstmaagd en deze u toebehorende kleine schaapsstal en bevrijd ons uit de greep van de zielenwolf, want U kent onze zwakte en dat we niets goed kunnen doen zonder Uw hulp en Genade’.

Ze heeft heel lang op deze manier tot de Heer gebeden en zichzelf aangespoord door te zeggen: ‘En jij, armzalige Irene, weet je misschien wat een last die Christus op je schouders heeft gelegd voorstelt? Je neemt de verantwoordelijkheid voor zielen op je waarvoor God ons menselijk vlees heeft aangenomen, toen God mens werd en Zijn al-heilige en allerhoogste bloed heeft vergoten. Als jij ook maar één ziel verloren laat gaan, dan zal jij op de Goddelijke oordeelsdag je hierop dienen te verantwoorden. Jij ontvangt slechts de hel als beloning omdat je zelf de zorg op je hebt genomen zoveel zielen te begeleiden, wanneer jij je onverschillig gedraagt en één van deze zielen zal worden veroordeeld. De Heer Zelf zegt dat elke ziel méér waard is dan de gehele wereld. Wees daarom waakzaam, vast, bid en let op een dusdanig manier op en wees oplettend wat je doet opdat wanneer vanaf vandaag door jouw toedoen een van je mede-zusters iets overkomt waardoor deze haar ziel verloren zal gaan. Want zoals Christus Zelf gezegd heeft, een blinde begeleidt een blinde mens en veroorzaakt dat de twee in één kuil vallen. Laat dit niet in u verwezenlijkt worden’.

H. Irene Chrysovalantou

Irene worstelde harder dan ooit en bracht vele dagen in gebed en vasten.
Ze zou ook ’s-nachts neervallen en vele buigingen maken. Ze gaf haar lichaam nooit rust, opdat de Heer haar diepe strijd zou zien, zou Hij haar genadig kunnen zijn en haar wijsheid geven om haar kudde Gods op een aangename wijze leiding te geven.
Overeenkomstig haar verlangen gaf de Heer haar veel wijsheid en zij werd zij waardig bevonden om haar mede-zusters te begeleiden. Zij leerde in nederige wijsheid de grote leraren en retorici te  overtreffen.
Hierna treft u een kleine selectie aan van enkele van haar voorschriften en vermaningen:

 ‘We verlieten de charme van deze wereld en lieten ‘al het onjuiste‘ aan ons voorbij gaan, teneinde die ware en eeuwige zaken te kunnen beërven. Wanneer  wij ons derhalve in onze ellende niet aan Gods geboden houden, ellendig als wij zijn, dan zullen we deze voorbijgaande dingen verliezen, samen met de eeuwige dingen evenals de onverstandige maagden, zullen wij echt als onwaardig en dwaas beschouwd worden. Aangezien de ziel niet in twee delen kan worden verdeeld, is iemand die op zoek is naar genotzucht èn een temperament bezit van een hoogmoedig mens èn die zogenaamd nederig is en al onze werken totaal zal verafschuwen, moeite hebben om zulke wereldse verlangens uit onze ziel te verwijderen. Onze innerlijke gemoedstoestand dient gelijk te zijn aan onze uiterlijke staat en wij zijn in staat gesteld onszelf te richten op het bereiken van alle andere deugden. We houden ons aan de geboden van de Heer, ellendig als wij zijn en eerst dan zullen we deze voorbijgaande dingen achter ons laten en wanneer wij ons samen slechts met de eeuwige zaken verbinden zoals de onverstandige maagden, zullen wij pas echt onwaardig en dwaas zijn’.
⁌ ‘Onthoud dat de deugden van de ziel de voorkeur hebben aan de deugden van het lichaam. Vasten en waakzaamheid en de andere benauwenissen van het lichaam leveren ons bar weinig op wanneer de deugden van de H. Geest blijken te ontbreken. De deugden van de H.Geest zijn nederigheid, liefde, begrip, aalmoezen geven aan de armen en alle andere goede werken en God welbehagen schenkende daden. Na al deze dingen laten we ook werken aan de deugden van het vlees en laten we zo veel mogelijk aantrekkelijkheden van de wereld achter ons laten’.
Deze en anderen adviezen waren het, die de H. Irene haar kudde met moederlijke genegenheid voorhield. Haar spirituele kinderen zouden er alles aan doen om ze rond te vertellen en ze brachten veel geestelijk vruchten voort. Onze eerbiedwaardige Moeder Irene heeft, gezien het feit dat haar raad veel beloning voor de zielen van de mede-zusters opgebracht, zich hierover verheugt en trok op met de Heer van Wie zij naar lichaam en ziel heeft gehouden.
Met een onwrikbaar vertrouwen op God en een onmetelijke liefde voor haar mede-zusters durfde de H. Irene van God van een grote en bovennatuurlijke Gave te aanvaarden, het geschenk van geestelijke voorzienigheid. Zij wilde de geheime overtredingen van al haar mede-zusters weten, niet uit de menselijke nieuwsgierigheid, maar om ze te corrigeren, zodat ze uiteindelijk niet tot de hel veroordeeld zouden worden.

De Heer hoorde, gezien het feit dat haar doel goed was, onmiddellijk haar verzoek in en stuurde van haar vanuit de hemel een licht-dragende engel die haar bekleed heeft met een prachtig wit kledingstuk. Irene werd niet bang en geraakte niet gestoord bij de blik van de engel, maar was eerder verheugd. De engel begroette haar door te zeggen: “Aller trouwste en productieve dienstmaagd van God! De Heer heeft mij gestuurd om u te dienen volgens uw verzoek voor degenen die zijn bestemd om door u te worden gered. De Heer heeft mij bevolen om u altijd bij te staan en om de geheimen van ieder dagelijks  gebeuren verstandig te onthullen”. Dit gezegd hebbend, verdween de engel vooralsnog. Onze eerbiedwaardige moeder viel in vreugde op de grond, dankte de Heer en vanaf die tijd was deze engel haar altijd nabij. Deze engel leek haar aan te spreken, met haar als een vriend te spreken, elke keer wanneer het nodig was om een geheim te ontwaren. Dit geschenk werd haar niet alleen gegeven ten behoeve van al de nonnen, die aan haar geestelijke zorg waren toevertrouwd, maar ook voor de vele die tot haar kwamen om haar gouden woorden te vernemen. Wanneer Irene iemand zou zien die een verkeerde handeling had begaan, zou ze hem leren over de eeuwige verschrikking, waar alle diegenen die zich bewust distantieren van Gods Woord sterven, veroordeeld worden. De H. Irene zou op deze manier spreken of ze nu een geestelijk, gewijd iemand, een non of een leek haar niet aanstond. Ze heeft zich nooit voor wie dan ook behoeven te verontschuldigen, die zij voor eigen bestwil heeft gecorrigeerd. Zij heeft hen niet onrechtmatig vernederend, maar ze heeft de juiste manier gevonden om elke persoon tot inkeer, berouw te brengen.
De H. Irene zou van de vroege avond tot de tijd van de dienst van Orthros voor allen bidden, na de dienst zou even rusten/slapen totdat de zon opkwam. Zij zou dan naar de kerk gaan en de zusters een voor een tot bekentenis en ommekeer oproepen en wanneer een van hen niet alle ongerechtigheden openbaarde die zoal gepleegd werden, zou de H.Irene hen adviseren zoals de engel haar zou aangeven. Alle mede-zusters kwamen iedere morgen opnieuw om haar als een groot voorbeeld na te volgen en  te respecteren. De heiligheid van het klooster van Chrysovalantou werd al snel wijd en zijd bekend. Bij honderden kwamen de inwoners van de stad om deze eervolle en eerbiedwaardige persoonlijkheid te aanschouwen.
De mensen van adel, de politieke leiders, vrouwen, maagden, jong en oud, H. Irene leerde met zo’n wijsheid en innige vermurwing van het hart dat de naam van de heilige hegoumena van Chrysovalantou tot in onze tijd zo populair maakte. 
En in haar eenvoud bleef de H. Irene hardop en lang bidden. ’s-Nachts terwijl ze met haar handen, naar de hemel opgeheven, aan het bidden was kwamen de demonen in haar cel en begonnen met afschuwelijke stemmen te keer te gaan; zij spraken woorden, die niet voor mensenoren geschikt worden geacht en probeerden onze heilige moedertje van het gebed af te houden. Zij waren echter niet in staat deze heilige te overheersen. Desalniettemin bleven de demonen de H. Irene aanvallen en riepen door bewegingen van het gelaat en gebaren en door haar toe te roepen toe:
Onhandige Irene, uw verstijfde voeten houden u vast. Hoe lang zal u ons ras martelen, hoe lang brengt u ons met uw gebeden in verlegenheid en hoe lang zal u ons nog pijn doen en ons  verdrietig maken? “.

Onze eerbiedwaardige moeder bleef hier echter geen aandacht aan hen schenken. Deze duistere demon stootte vervolgens een vlam uit de ikonenlamp en deze zette de mantel en sluier van de heilige zelf in vuur en vlam. De vlammen kwamen tot op de grond en brandden niet alleen de kleding van de heilige, maar drong diep door  in de huid op haar schouders, borst en rug. Haar hele lichaam zou zeker verbrand  zijn wanneer dit niet door een van de mede-zusters werd opgemerkt en die haastte zich om het vuur uit te doven nadat ze het vanuit haar eigen cel in de gang was opgevallen. Het is niet te geloven dat de heilige door de hele gebeurtenis onaangedaan was blijven staan. Irene stond rechtop, de handen nog steeds in de lucht en bleef tot onze Heer in de hemelen bidden. ‘Mijn kind’, zo zei Irene tot haar mede-zuster om haar tegen de angst te wapenen, ‘waarom heb je zulke slechte dingen laten gebeuren en het goede terzijde geschoven? We dienen ons niet over de menselijke dingen druk te maken, maar liever bij de goddelijke dingen stil te staan. Er stond een engel voor mij, die een krans samenstelde van verschillende prachtige en geurige bloemen en toen hij zijn hand uitstrekte om deze krans op mijn hoofd te plaatsen, kwam jij, m’n mede-zuster binnen. Je dacht dat je een lofwaardige handeling pleegde, maar in plaats daarvan verrichtte je de meeste onbetamelijke  daad. De engel zag je en verliet mij. Je hebt me verdriet gebracht en er ging een geweldige mogelijkheid verloren
De mede-zuster begon te huilen toen ze de kledingrestanten van dit gebeuren van onze eerbiedwaardige moeder begon te verwijderen. Aldus werden de verwondingen en haar gedeeltelijk verbrand vlees aan de wereld openbaar en vastgelegd. Er kwam een glorieuze geur van haar af, deze geur was als goddelijke Myron, zoeter ruikend en krachtiger dan alle kostbare parfums die kunnen worden gekocht. De aroma van de Myron heeft het klooster vele dagen gevuld en de monialen verheerlijkten God omdat dit als een waarachtig Mysterie [wonder] werd beschouwd. De H. Irene had geen tweede kledingstuk en dus bracht haar celbediende haar een nieuwe. Binnen enkele dagen werden de wonden die de meeste mensen gedood zouden hebben, op wonderbaarlijk genezen door de Geneesheer van onze zielen en lichamen en deze heilige werd op deze wijze profetische Genadegaven toegekend.

Op zeker moment kwam een zekere eunuch van haar zus [de vrouw van Caesar Vardis] om de heilige te bezoeken. Irene stelde hem op de hoogte van een diep geheim en zei tegen hem: ‘Kyrillos, [dit was de naam van de eunuch], vertel mijn zus om haar hierop voor te bereiden, want binnen enkele dagen zal haar man sterven als gevolg van een samenzwering van koning Michaël. Na een tijdje zal deze koning ook zijn koninkrijk en zijn leven verliezen door een ander komplot tegen hem wegens zijn dwaze misdaden. Wees voorzichtig om tegen iemand maar iets hierover te zeggen. Niemand van onze familie zou durven opstaan tegen de nieuwe koning die hierna de troon zal bemachtigen. Ze zouden hem ook niet moeten afschrikken, zelfs niet wanneer deze de troon na een moord zal bemachtigen, want God heeft hem liefgehad omdat hij Hem vreest en God is hem nog genadig geweest’.
Nadat zij hier toch van op de hoogte werd gesteld, vertelde de zus van Irene haar man van de profetieën, die door haar liefde voor hem overwonnen werd. Haar man reageerde echter daarop in trots en dwaasheid, in plaats van met tranen naar de Heer te rennen en barmhartig af te smeken en bleef onverschillig. Hij was alleen geïnteresseerd te weten te komen wie de volgende koning zou worden en vele malen bood hij dienstbewijzen aan onze heilige moeder Irene aan om de naam van de toekomstige koning te weten te komen. Een paar dagen later werd hij in het militaire kamp vermoord. Koning Michael werd op dezelfde manier gedood en Basilios van Macedonië werd koning.

Een notabele, mooie vrouw uit Cappadocia, de geboortestad van de H.Irene, was verloofd met een bepaalde man. Later echter, bedacht zij zich en besloot daarentegen van een huwelijk af te zien. In plaats daarvan werd zij moniale in het beroemde klooster van Chrysovalantou. De demon bleef echter jaloers en vulde haar ex-verloofde met enorme seksuele passie. De man wist echter wel dat hij niet in het klooster kon komen. In plaats daarvan hield hij een machtige goochelaar aan, een van de bekwaamste dienaren van de duivel aan wie de ex-verloofde veel geld gaf voor de bevrijding van de vrouw die hij als zijn echtgenote wilde. De tovenaar heeft zijn slechte kunst in Cappadocia dusdanig ten uitvoer gebracht dat de vrouw in het klooster helemaal uit haar bol ging. Ze begon rond het klooster te rennen en ze schreeuwde de naam van haar ex-verloofde en vloekte en tierde dat wanneer haar mede bewoners de deuren van het klooster niet zouden openen, zij zichzelf zou verstikken. Onze eerbiedwaardige moeder hoorde de opkomst en schreeuwde: “Wee mij ellendige, wanneer ik door onverschilligheid als herder de wolven het schaap laat weghalen. Maar jouw inzet is tevergeefs, o duivelse tegenstander, omdat Christus dit niet zal toestaan, jij bent slechts gekomen om mijn lammetje te verslinden”. Zij riep de mede-zusters gezamenlijk op en gaf hen de opdracht om zich tegen de strikken van de demonen te verweren en ze beval hun allen om de hele week te vasten en elk van hen onder tranen per dag duizend grote metanieën [buigingen] te maken voor deze mede-zuster en ondertussen tot God te bidden hen van deze beproeving, die zij als klooster ondergingen, te verlossen. “Wee mij ellendige, wanneer deze wolven door onverschilligheid van haar herder de schapen laat weghalen. Maar tevergeefs werk jij, slim heerschap van een duivel, omdat Christus jou echt niet zal toelaten om mijn lammetje te verslinden”.

Basilius de Grote, genezing van de melaatsen

✥ Onze eerbiedwaardige moeder heeft daarop dagelijks in haar cel voor deze medezuster gebeden en op de derde dag zag zij de Heilige Basilios de Grote voor zich en deze zei tot haar:
Waarom toch, kom laat u ons, Irene, wanneer de zon opkomt, deze zieke volgeling van je meenemen en haar naar Vlachernae brengen en daar zal de moeder van onze Heer en Meester Jezus Christus, Die krachtig genoeg is, haar beter maken”. Dat gezegd hebbend, verdween de Heilige Basilios en de H. Irene nam de zieke mede-zuster samen met twee andere nonnen mee en kwam in de Kerk van Vlachernae aan, daar hebben ze de hele dag met tranen in hun ogen voor de icoon van de Theotokos [Pokrov] Haar Wonderlijke Bescherming voor het komend onheil afgesmeekt.
Omstreeks middernacht viel de H. Irene in slaap en zag ze in haar slaap een massa mensen in briljante gouden kleren gekleed en deze verzorgden de weg met de meest geurige bloemen en wierook. Onze eerbiedwaardige hegoumena vroeg daarop waarom er zoveel voorbereiding plaatsvond. Zij antwoordden dat de Moeder van Gods langs zou komen en hen gewaarschuwd had zichzelf op haar komst voor te bereiden opdat zij waardig zouden worden bevonden om de Moeder Gods, de Theotokos te vereren. Daarop kwam de Moeder van het Leven daar langs,  gevolgd door een enorme menigte. Het aangezicht van de Maagd straalde zo enorm, dat het niet mogelijk was om haar met ook maar een sterfelijke blik aan te kijken.  Onze-Lieve-Vrouwe heeft aan alle zieken die in de kerk waren verzameld aandacht besteed, zij keek eveneens naar de volgeling van de H. Irene. Onze eerbiedwaardige moeder Irene viel vol angst en beven voor de voeten van de vlekkeloze Moeder Gods.

H Anastasia, steun van de martelaren en genezeres van hen, die vergiftigd worden.

De Theotokos vroeg daaraan de H. Basilios de Grote wat deze eerbiedwaardige Hegoumena van haar verlangde en deze stelde haar precies wat de H. Irene nodig had. Hiervan horende antwoordde de Theotokos: “Roep hiertoe hier, de H. Anastasia aan!”
De God-barende was vertederd en zowel de H. Anastasia als de H. Basilios haasten zich vanuit de hemelse gewesten om deze opgedragen taak ten uitvoer te brengen. Onze eerbiedwaardige moeder Irene hoorde een stem en zei: “Ga naar je klooster terug en het zal allemaal goed komen”. Toen zij ontwaakte vertelde Irene aan haar medezusters wat zij in haar dromen meegemaakt had en vol vreugde keerden zij gezamenlijk huiswaarts. Toen ze bij het klooster aankwamen was het vrijdag tegen de tijd van Vespers en werden alle monialen in de kerk verzameld.
H. Irene zette allen uiteen wat haar was voorgespiegeld en verzocht hen allen de handen en ogen naar de hemel op te heffen en vanuit hart en ziel en brandend verlangen uit te roepen:
Heer, door de gebeden van de al-Heilige Moeder en de door haar aanbevolen heiligen, wees ons genadig!” Na lange tijd, toen de gehele in verdieping hiervan vervuld was en doordrongen was de tranen van de mede-zusters, verscheen de H. Basilius de Grote en de Grootmartelaar Anastasia onder hen en hoorden de zusters zeggen: “Wanneer zij de Goddelijke Liturgie hebben bijgewoond, dient de dienstdoende priester olie uit de ikonenlamp van de Heer en Verlosser te nemen en Gods menslievendheid zal als levend-schenkende kolen neerdalen”.
Na de Goddelijke Liturgie heeft de priester de zieke moniale met olie uit de betreffende ikonenlamp  op al haar zintuigen gezalfd. Daarop daalde Gods menslievendheid en levend-schenkende Kracht op haar neer. en werden haar zintuigen hersteld. En terwijl dit plaatsvond klonk er een dierlijk geluid hetgeen op varkens leek, die geslacht werden. De monialen keerden daarop naar het klooster terug en verheerlijkten God Die hen met zulke vreemde en prachtige dingen tegemoet was gekomen en bij het klooster aangekomen vertelden ze iedereen, die het maar horen wilde, wat hen overkomen was.
De eenvoudige Irene, veroordeelde zichzelf des te meer, daar zij gezien het feit dat zij voor haar heilige daden werd vereerd en er bleven onafgebroken tranen in haar ogen. Zij zou vooral tijdens de Heilige Liturgie tranen de vrije loop geven wanneer de priester God op het heilige altaar zou Zijn offer laten opofferen. Zij overwoog daarbij hoe de onzichtbare en onsterfelijke God door de mensen aanvaard diende te worden en omwille van de Liefde tot ons gekruisigd wordt en voor ons die Goddelijke Mysteriën heeft voorbereid, opdat wij ze zouden ontvangen wanneer wij ons via Zijn heilig Lichaam en Bloed met Hem verenigd weten. Overmand door wroeging, was zij niet in staat om haar verdriet nog langer in te houden haar verdriet en ze zou haar hoofd daarop diep buigen, opdat niemand haar huilen ook maar zou kunnen waarnemen, het gevoel dat ook zij slechts een dief en boosdoener kon worden beschouwd en grote wandaden had begaan.

De H. Irene stond er op dat het feest van de H. Basilios de Grote met grote toewijding gevierd werd omdat deze ook van Capadocië afkomstig was. Een zeker jaar hoorde ze na afloop van dit feest gedurende een nacht een stem, die haar liet weten dat zij de volgende dag een zeeman diende te verwelkomen.Haar werd duidelijk gemaakt dat deze ruwe bolster haar zou verrassen met wat fruit.
De volgende dag kwam er een zeeman en die bleef in de kerk tot na de Goddelijke Liturgie. Hij sprak de H. Irene aan en vertelde haar dat hij onlangs van Patmos was gekomen. Toen hij daar wilde afvaren wilde afvaren werd hij onderweg ondanks de goede wind opgehouden en een oude man kwam hem over het water lopend tegemoet. Deze oude man gaf de zeeman drie appels, die zo zei hij door God, de Vader, namens Zijn discipel Johannes “aan Zijn geliefde kind” deed toekomen.
De H. Irene heeft daarop met dank aan God voor dit prachtige cadeau een hele week een zware vasten ingelast. Vervolgens heeft zij veertig dagen elke dag kleine stukjes van de eerste appel gegeten, zonder iets anders te eten of te drinken. Op Grote en Heilige Donderdag in de Goede Week nadat de mede-zusters de Heilige Geheimen [de Communie] hadden ontvangen gaf ze hen ieder een stukje van de tweede appel. De monialen bemerkten een buitengewone zoetheid op en voelden zich alsof hun zielen met zaligheid werd gevoed.
Een engel liet daarop aan de Heilige Irene weten dat zij op de dag volgend op het feest van Panteleimon door de Heer zou worden opgeroepen om zich bij Hem te vervoegen en aangezien de feestdag van het klooster op 26 juli viel werd de H. Irene voorbereid door een gehele week vast feest te vieren. Ze nam daarop slechts een beetje water en kleine stukjes van de derde appel die haar door de H. Johannes de Theoloog namens God was toegestuurd. Gedurende deze hele periode was het klooster doordrongen van een hemelse geur.
Op 28 juli riep de H. Irene de nonnen samen om afscheid van hen te nemen. Ze liet daarbij ook weten dat zij haar mede-zuster Maria als haar opvolgster had uitverkoren, want deze zou hen op de smalle weg houden die tot het Leven leidt. Nadat ze God had gevraagd om haar kudde te beschermen tegen de kracht van de duivel, glimlachte ze toen zij de engelen zag die waren uitgezonden om haar te ontvangen. Toen sloot ze haar ogen en gaf haar ziel over aan God.
De Heilige Irene was meer dan 101 jaar oud toen ze stierf, maar haar gezicht had nog steeds een jonge en mooie uitstraling. Een grote menigte kwam op haar begrafenis en vele wonderen vonden plaats bij haar graf.
Door de gebeden van de H. Irene van het klooster te Chrysovalantou, Heer Jezus Christus, Zoon van God, heb medelijden met ons en red ons“.
Er zijn vrouwen, die op haar feestdag appels mee naar de kerk nemen om deze te laten zegenen in de hoop dat ze zwanger worden. Met name de kerkgemeenschappen, die aan de H. Irene zijn toegewijd houden deze traditie vanuit Griekenland in ere en geven ze aan al de mensen, vooral aan vrouwen die hulp nodig hebben. De appel is echter niet alleen voor vrouwen die zwanger willen worden, maar voor iedereen die tot de H. Irene Chrysovalantou bidt en daardoor Gods zegen voor goede werken wil verkrijgen.

MP3 [Gr.]:  Apolytikion van de H. Irene van het klooster te Chrysovalantou: 

vert. Apolytikion     tn.4
Onbewust heeft u het Hemels Koninkrijk op aarde gebracht,
maar Christus, uw mooiste Bruidegom,
heeft u daarop de hemelse kroon verleend 
en nu regeert u eeuwig als koningin bij hem.
Want u hebt zich met geheel uw ziel aan Hem toegewijd,
o Heilige Irene, ons rechtvaardig moedertje,
u prachtig geschenk uit Chrysovolantou
u machtige hulp van alle orthodoxe gelovigen“.

25 Juli – ontslaping van de Rechtvaardige Anna, moeder van de Alheilige Theotokos, grootmoeder van Christus

H. Anna, onstlaping

De Rechtvaardige Anna was de dochter van de priester Matthan, priester in de Tempel van Jeruzalem en zijn vrouw Maria. Zij was van de stam van Levi en Aäron. Volgens de traditie stierf ze in alle rust te Jeruzalem op de leeftijd van 79, voorafgaand aan de verkondiging door de Aartsengel Gabriël aan de Allerheiligste Theotokos.

Uit de traditie is ons overgeleverd dat de Rechtvaardige Anna, grootmoeder van van de Heer en Verlosser, Jezus Christus, onze God, negenenzestig jaar, en haar echtgenoot Joachim, tachtig is geworden. Uit een van de verklaringen blijkt dat Joachim twee jaar voorafgaand aan de Heilige Anna is overleden. Met gevolg dat de Theotokos reeds toen zij elf jaar oud was te Jeruzalem haar ouders heeft verloren en al weeskind werd en bij haar voogd de Heilige Zacharias werd ondergebracht.
De Heilige Anna wordt aangeroepen om de kinderen tijdens  hun bevalling bij te staan.

Tijdens het bewind van Keizer Justinianus werd er in de zesde eeuw begonnen met de bouw van een kerk te Deutera gebouwd. Keizer Justinian II voltooide deze kerk in de zevende eeuw en droeg haar op aan de Rechtvaardige Anna, nadat zijn vrouw zwanger bleek te zijn. Tegelijkertijd werden haar overblijfselen [relieken] en sluier overgebracht naar Constantinople.

H. Anna – γιαγιά [grootmoeder]

De rechtvaardige Anna wordt eveneens op 9 september, de dag na de geboorte van de Theotokos herdacht.
De oudste en meest gewaardeerde Skete op de berg Athos is gewijd aan “γιαγιά” [=grootmoeder], zoals de monniken in dez Skete van Agia Anna haar zeer zijn toegenegen.

Apolytiokion     tn.4
Rechtvaardige Anna, u heeft in uw schoot de reine Moeder Gods gedragen,
Die het leven aan ons leven gaf.
Daarom wordt u nu vreugdevol overgebracht tot uw erfdeel in de hemels gewesten,
naar de woonplaats van degenen die zich op de Glorie verheugen,
waar u vergeving van zonden verzoekt
voor hen die u verheffen, gezegende
”.

Kontaktion      tn.2

Wij vieren de herinnering aan de voorgangers van Christus,
en vanuit ons Geloof vragen wij hun om hulp,
dat de verlossing van alle verdrukking
toegekend mag worden aan degenen die roepen:
‘Wees met ons, o God, Die hen welgevallig verheerlijkt heeft’
”.

7e Zondag na Pinksteren – de Blinden en de [doof-]stomme

        En terwijl Jezus vandaar verder ging, volgden Hem twee blinden, al roepende en zeggende: ‘Heb medelijden met ons, Zoon van David!’ En toen Hij het huis was binnengegaan, kwamen de blinden tot Hem, en Jezus zei tot hen: ‘Gelooft gij, dat Ik dit doen kan?’.
Zij zeiden tot Hem: ‘Ja, Heer’. 
Toen raakte Hij hun ogen aan en zei: ‘U geschiede naar uw Geloof. En hun ogen gingen open. En Jezus verbood hun ten strengste en zei: ‘Ziet toe, niemand mag dit weten!’.
Maar zij gingen heen en maakten Hem in die gehele streek bekend. Terwijl zij heengingen, zie, men bracht een doofstomme bezetene bij Hem.
En nadat de boze geest was uitgedreven, sprak de doofstomme.
En de scharen verbaasden zich en zeiden: ‘Zo iets is nog nooit in Israël voorgekomen!’.
Maar de Farizeeen zeiden: ‘Door de overste van de boze geesten drijft Hij de geesten uit’. En Jezus ging alle steden en dorpen langs en leerde in hun synagogen en verkondigde het evangelie van het Koninkrijk en genas alle ziekte en alle kwaalMatth.9: 27-35.

de sterken‘, dienen de zwakken te dragen

        Wij, die sterk zijn, moeten de gevoeligheden van de zwakken verdragen en niet onszelf behagen.
Ieder van ons dient te proberen zijn naaste te behagen, ten goede, tot opbouwing, want ook Christus heeft Zichzelf niet behaagd, maar, gelijk geschreven staat:
       ‘De smaadwoorden van hen, die U smaden, kwamen op Mij neer’.
Al wat namelijk tevoren geschreven is, werd tot ons onderricht geschreven, opdat wij in de weg van de volharding en van de vertroosting overeenkomstig de Schriften de Hoop zouden vasthouden.
       ‘De God nu van de Volharding en van de Vertroosting moge u eensgezind geven van hetzelfde gevoelen te zijn naar [het voorbeeld van] Christus Jezus, opdat gij ééndrachtig uit een mond de God en Vader van onze Heer Jezus Christus moogt verheerlijken.
Daarom, aanvaardt elkander, zoals ook Christus ons aanvaard heeft tot Heerlijkheid van GodRom.15: 1-7.

Roeping van Mattheüs, Catharijne Convent, Utrecht

In hoofdstuk 9 van de weergave van Mattheüs wordt beschreven hoe hij geroepen werd en hij Christus met vele tollenaars [zondaars] in z’n huis ontving.
De Messias genas en vergaf de verlamde z’n zonden [zie vorige zondag] en deelt mee dat degenen, die ‘gezond zijn, geen geneesheer nodig hebben maar zij, die ziek zijn’.
Hij zegt vervolgens: “Gaat heen en leert, wat het betekent: ‘Barmhartigheid wil Ik en geen offerande; want Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars’.
             Sta er eens bij stil wat het betekent: “Barmhartigheid wil ik en geen offers”.
Onze Heer en Verlosser, Jezus Christus heeft mensen ‘nooit’ willen veroordelen;
dat is ‘nooit en te nimmer’ Zijn [Goddelijk] bedoeling geweest.
De wetten uit het eerste Verbond waren bedoeld om de Israëlieten als Zijn ‘Eigen‘ mensen te onderscheiden en hen te behouden ten opzichte van geestelijke en lichamelijke nadeel hetgeen zij ‘zelf’ veroorzaakten.
Wanneer mensen zich tegen Hem verzetten, hun eigen plan trekken, treurt God over die opstandigheid in plaats van op zoek te gaan hen te bestraffen voor hun zonde;
Hij hunkert er naar om herstel te bewerkstelligen.
Wanneer Jezus komt als Immanuël [Hebr.
עִמָּנוּאֵלGod (is) met ons“],  ‘beleert’ [onderwijst] Hij ons en laat Hij zien dat God ‘serieus’ zorg draagt over  het bereiken en verlossen van ‘opstandige’ zondaars.  

Ga maar na, Jezus en Johannes de Doper hebben ‘allebei’ méér succes
bij degenen die ‘zonder iets te verbergen’ onomwonden opstandig zijn, dan
bij degenen die zich door hun door de Wet van Mozes ingegeven religieuze debatten  trachten te op te werpen tot leraren van het Volk.
Jezus wierp Zich op voor ‘
de Verlorenen, de Gebrokenen en de Minsten’ onder het Volk, om hen te redden, te herstellen en hen in een bepaalde richting te leiden; Hij distantieert Zich van degenen, die met zichzelf ingenomen zijn – zichzelf boven de ander verheffen.

Zo zegt de Apostel Paulus hetzelfde: ‘Degene, die in Christus sterk wil zijn, dient zich het lot van de zwakken aan te trekken en niet uit te zijn op eigen eer en roem’.
Hij zegt: “Christus werd vanwege datgene wat Hij verkondigde gemeden, uitgescholden en al de scheldwoorden, die op ons bordje neerkomen als gevolg van Zijn Blijde Boodschap, Zijn Pedagogie, komen op Hem neer”. Als volgelingen van Christus dienen we ons [kleine] kruisje op te nemen en Hem te volgen in al wat Hij deed en dat is ‘de zelfgenoegzaamheid van de mens’ aan de kaak stellen. De volharding en de vertroosting mogen ons eensgezind hetzelfde gevoelen geven naar het voorbeeld van Christus Jezus omdat wij onze Vader ‘daarmee’ ver-Heerlijken.
Maar er is helemaal geen eendrachtigheid, niet in de wereldraad van Kerken, niet in de wereld van degenen, die zich volgelingen van Christus noemen, niet in de westerse kerken, niet in de oosterse. “God (is weliswaar) met ons”, maar wij mensen maken er een ‘gekostumeerde optocht’ van als pelgrims op weg naar het Hemels koninkrijk. Wat er van binnen heerst -stralen we niet uit- anders zou de wereld er kwaad van denken; zich er aan storen.
En Christus?; Die geneest en vergeeft ons net als de verlamde onze zonden en wanneer Hij ons huis, onze tempel, ons hart betreedt, vraagt Hij: ”Geloof je, dat Ik genezing kan bewerkstelligen?”.
‘Ja, Heer’, is ons antwoord, hoewel we ziende blind en horende doof zijn en gaan over tot de orde van de dag.
Er schijnen maar weinig Verlorenen, Gebrokenen en Minsten onder ons ChristenVolk te zijn, want we trekken ons eigen plan en God de Vader treurt over Zijn kinderen, net als over het Joodse Volk.

De zesde en laatste bede van het volmaakte gebed luidt: “Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze”. Dagelijks heeft een mens te maken met verzoekingen en de daarbij horende gevolgen want het gebeurt regelmatig dat deze verzoekingen aanzet geven tot het doen van zonde, niet overeenkomstig onze goddelijke gelijkenis, zoals God ons bedoeld heeft.Christus zegt in de hof van Gethsémani dan ook tegen Zijn discipelen “Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak”.

Christus trok zich terug op een eenzame plaats

Hoe vaak verklaar je of denk je niet, dat je iets wat eigenlijk niet kan ‘nooit meer‘ zult doen, terwijl je toch weer gewoon verder gaat en routinematig in dezelfde val wordt gelokt. Zo ook met de apostelen in de hof, zij wilden Christus bijstaan, maar toch lieten zij Hem in de steek. Je zou het idee kunnen hebben dat de tegenstrever er helemaal niets aan heeft om een bekeerd mens te verzoeken. Het tegendeel blijkt echter, de duivel probeert zelfs ‘gezalfden’ te verleiden, want we lezen opvallend veel over verzoekingen van Gods kinderen, zoals Job en Petrus en zelfs over de verzoeking van Christus Persoonlijk.
De meeste mensen, in de wereld levend, ervaren deze verzoekingen vaak helemaal niet zo en hebben ze vaak lief, genieten ervan, zwelgen er in. Kijk maar om je heen en zie hoe gemakkelijk het er allemaal aan toegaat! Door zijn verzoekingen probeert de duivel Gods kinderen dus tot wanhoop te brengen en een niet naar God zoekend mens brengt hij juist tot hoogmoed.

Door deze verzoekingen en vooral door ons eigen vlees [en bloed] lopen we dus regelrecht het verderf in; ieder mens, niemand uitgezonderd, is geneigd op verzoekingen in te gaan.
Doordat het volmaakte gebed, hetgeen onze Heer ons Zelf geleerd heeft, afgesloten wordt met “maar verlos ons van de boze” is er nog een mogelijkheid voor ons. Wij mogen bidden om vergeving en een voorbeeld aan Christus nemen wanneer wij verzocht worden. Hij onderwijst ons hoe we de verzoekingen kunnen weerstaan.
Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. En de Goddelijke Vrede, Die alle verstand te boven gaat, zal 
uw harten en uw gedachten behoeden in Christus JezusPhil.4: 6-7.
Bidden betekent dat je als kind aan je Vader alles mag zeggen wat je nodig hebt of denkt te 
hebben. Door te bidden weet je opnieuw dat God naar je kijkt en dat Hij bij je wil zijn.
Het gebed is een zeer belangrijke stimulans voor ieders Geloof, ook voor de niet-christelijke mensen. We mogen met onze Vader in gesprek zijn, met God praten; Hij wil naar ons luisteren!!
Zo wordt ‘steeds méér’ duidelijk dat je een Vader in de hemel hebt en dat Hij maar op ‘één gebed afstand’ van je vandaan staat.
In dit met Hem verbonden zijn heb je ook de kerk nodig, om als voorbeeld te ‘dienen’ leren over dit contact met God en tegelijk om de vrijmoedigheid te leren dat je ook zelf, met eigen gekozen woorden, bij God mag komen. De Kerk is bedoeld als ‘stimulans en als structuur, een duwtje in de rug èn een ‘gemeenschappelijk‘ gebed, waarin jij je kunt aansluiten.
Het “Onze” in het Onze Vader mag dan wel een bezittelijk voornaamwoord zijn, het gebruik van de meervoudsvorm toont dat ik die Vader met anderen zal dienen te delen.
Jezus nodigt mij meteen al uit om om ons heen te kijken, ‘anderen te betrekken in dit gesprek‘ – al was het maar in gedachten.
Dit kan een hele opgaaf betekenen voor een ‘op zichzelf gericht’ mens, voor een ‘eerste onder
‘on’-gelijken’. Niet, als ik oog hebt voor de meerwaarde van ál die broeders en zusters, die natuurlijk net als ik hun gebreken hebben, maar vooral ook hún rijkdom en dat is niet hun geld.
            Misschien zal Christus hen gebruiken om mij te helpen in mijn nood. Of misschien ben ik de ge[ver-]knipte diena[a]r[es] om die andere te bereiken. Ik kan niet in gesprek treden met m’n Vader, los van het besef dat ik verbonden ben met vele anderen, want Hij is ook de Vader van hen, ook al misdragen zij zich ten opzichte van velen.
Onze Vader” is de manier waarop men datgene formuleert, waarmee wij het vaderschap van God erkennen en dus ook het vaderlijk gezag. God gaf ons die godsdienstvrijheid: de Vrijheid om Hem al of niet als vader te aanvaarden, een Verbond met ons aan te gaan.
Door die Verbintenis behoort ons toe, maar ‘
niet’ zoals een ingehuurde uitzendkracht of zoals iemand waarmee je een spelletje speelt.
Wèl zoals een vader toebehoort aan z’n kind.  Ik kan Hem, als de “Heer en Meester van mijn leven” dus niet bevelen en niet “gebruiken” zoals het mij past.
Wanneer ik het OnzeVader bid, accepteer ik niet enkel dat Hij mijn Schepper is, ik erken dat Hij mijn Meerdere is op elk gebied, en alleen Hij, als mijn Vader en formeerder, gezag over mij mag uitoefenen.
En Hij neemt mij au sérieux, Hij begeleidt mij naar de volheid, naar de volwassenheid en gunt mij de vrijheid van een volwassen zoon/dochter, die zich verantwoordelijk weet om een leven uit te bouwen en daarbij gaandeweg ook mag beschikken over een erfdeel.
Hij wil voor mij zorgen, mij beschermen, mij liefhebben… in goede en kwade dagen, tot de dood aan toe. Hij heeft ons erkend als zijn kinderen en Hij zal voor ons door het vuur gaan!.

Terugkomend op de twee blinden en de doofstomme.
Een Vlaams grapje ‘Nen blinde en nen dove…’:

Emmaüsgangers onderweg

—Lucas en Cleophas zijn twee vrienden, op jacht het goede te bemachtigen en het kwaad te bestrijden; de één is echter doof en de ander blind. Het is zondagochtend en de twee maatjes gaan op pad . . .
In het bos is het zeer stil, enkel de vogeltjes fluiten vrolijk door de lichte ochtendmist . . .
Lucas, die doof is, heeft het geweer vast als Cleophas ineens iets hoort in het struikgewas. Ook Lucas ziet het dier en legt aan . . . KNAL!!!!
Cleophas [blind]: “Hebt ge het geraakt? Hebt ge het kwaad vernietigd?
Lucas [doof]: Heb ik het goede bemachtigd? Heb ik in de roos geschoten?? —
Wat wil ik hiermee zeggen – we mankeren allemaal wel iets, we zijn immers zondaars.
De weergave van de Blijde Boodschap volgens Marcus stelt onze Heer en Zaligmaker voor als de nederige Dienstknecht [υπηρέτης] , Die de kracht om te genezen ontleende Christus aan God; daarom vermeldt hij dat Jezus Zijn ogen opsloeg naar de hemel. Dat de Heer hierbij zuchtte, betekent dat het ‘leed van deze mens’ Hem diep raakte – niet dat het Hemzelf grote innerlijke krachtsinspanning kostte, zoals nog wel eens wel eens wordt uitgelegd.
Er is hier echter sprake van de Messias, de Verlosser voor ons ‘christenen’, die Hem navolgen.
Hoewel de Heer het ene na het andere teken voor de ogen van mensen verricht, weigeren vooral de leiders in Hem te geloven. In plaats van te geloven, begeren zij van Hem een teken uit de Hemel om Hem te verzoeken.
Marcus houdt ons voor dat Jezus direct na de maaltijd per schip vertrok naar Dalmanuta, waarschijnlijk een  regio aan de westelijke oever van het meer. Vandaar gaan ze nog Kafarnaüm waarbij de broodvermenigvuldiging plaatsvindt.
Toch verblijft Hij allereerst te Dalmanuta een eenzame plek, waarbij Hij bidt, waarna Hij vervolgens spreekt, waar Hij als Verlosser geneest en waar God Zich openbaart.
De doofstomme en de blinde is dan ook een beeld van het Gods Volk, Israël, de Kerk:
        Doet het Volk uitgaan, dat blind is, al heeft het ook ogen, en dat doof is, al heeft het ook oren.  Alle volken zijn samen vergaderd en de natiën hebben zich verzameld. Wie onder hen kondigt dit aan en doet ons het verleden horen? Laten zij hun [‘eigen’] getuigen voorbrengen, opdat zij in het gelijk gesteld mogen worden en men het hore en zegge: ’Het is Waarheid’.
Gij zijt, luidt het woord des Heren, Mijn getuigen, en Mijn knecht, die Ik verkoren heb, opdat gij het weet en in Mij gelooft en inziet, dat Ik dezelfde ben; voor Mij is er geen God geformeerd en na Mij zal er geen zijnIsaiah 43: 8-10.

Het Kerkvolk is doof voor de stem van Hem die “Immanuël” wordt genoemd, d.i. ‘God met ons’. Het is evenmin in staat om God met de stem te eren.
De Heilige die op de lofzangen van Israël troont is te midden van Zijn volk gekomen:
    God, mijn God, zie naar mij; waarom hebt Gij mij verlaten? Ik ben ver van mijn heil verwijderd door de woorden van mijn zonen. Mijn God, overdag roep ik tot U, maar Gij verhoort mij niet. Ik roep in de nachten het is mij geen dwaasheid. Gij woont toch in het Heiligdom, Gij zijt de roem van Israël [de Kerk]”Psalm 21[22]: 1-5. Ook Christus vertrouwde als mens op de stem van Zijn Voorvaderen, als Gods Zoon wist Hij wel beter.
Maar Hij werd uitgemaakt voor een vraatzuchtig mens en een wijndrinker [Matth.11: 19].
Dit is tot op de dag van vandaag de droevige toestand van het ongelovige Israël [de Kerk], maar óók van de natuurlijke op zichzelf gerichte mens als zodanig.
Onze Heer en Zaligmaker is echter Machtig om oren te openen ogen te openen en de tongen los te maken. In Genadegaven ontfermt Hij Zich over eenieder die het Goddelijke Heil bij Hem zoekt.
Te dien dage zullen de doven Schriftwoorden horen, en van donkerheid en duisternis verlost, zullen de ogen der blinden zienIsaiah 29: 18.
Dan zullen de ogen der blinden geopend en de oren der doven ontsloten worden; dan zal de lamme springen als een hert en de tong van de stomme zal jubelenIsaiah 35: 5-6a.
Het is ‘goed’ dat God ons regelmatig een spiegel voorhoudt.
Het is best wel eens goed om jezelf af te vragen, waarvoor ben ik blind, waarvoor ben ik doof? Ik kijk wel, maar zie ik ook? Ik hoor wel, maar luister ik ook?
Ik loop wel, maar welke weg ga ik eigenlijk?
Gij hebt wel veel gezien, maar gij hieldt het niet in gedachtenis;
gij hebt de oren wel open gehad, maar gij hebt niet gehoord
Isaiah 42: 20.

Apolytikion     tn. 6
De scharen der Engelen stonden aan Uw graf en
de wachters lagen als dood.
Bij het graf stond Maria Magdalena,
zoekend het alleruiterst Lichaam van haar Heer.
Gij hebt de hel overwonnen,
|zonder erdoor te worden aangetast.
Gij hebt de Maagd, ontmoet Levenschenkende,
Die uit de dood zijt opgestaan.
Heer, eer aan U”.

Kondakion     tn.6
Met Uw levenschenkende hand,
wekt Gij alle doden op uit het duistere dal,
o Levenschenker, Christus onze God,
Die aan het mensengeslacht de Opstanding gegeven hebt.
Gij zijt waarlijk onze Heiland,
onze Verrijzenis, ons Leven en de God van het heelal”.

Theotokion     tn. 6

Gij heb Uw Moeder de gezegende genoemd
en zijt vrijwillig tot het Lijden gekomen.
Gij zijt opgestraald aan het Kruis, om Adam te zoeken,
terwijl Gij tot de Engelen sprak:
Verheugt u met Mij,
want Ik heb de drachme teruggevonden die verloren was.
Gij, Die alles in Wijsheid hebt ingericht,
Heer, eer aan U
”.

6e Zondag na Pinksteren – genezing van de Verlamde en de vergiffenis

De alheilige wereldomvattende Kerk,     ‘een Mysterie’ – icoon

          En in een schip gegaan zijnde, stak Hij over en Hij kwam in zijn eigen stad. En zie, men bracht een verlamde, op een bed liggende, tot Hem.
            En daar Jezus hun Geloof zag, zei Hij tot de verlamde:
‘ Houd moed, mijn kind, uw zonden worden vergeven’.
En zie, sommige der schriftgeleerden zeiden bij zichzelf: ‘Deze lastert God.
            En daar Jezus hun overleggingen kende, zei Hij: ‘ Waarom overlegt gij kwaad in uw hart? Want wat is gemakkelijker, te zeggen: Uw zonden worden vergeven, of te zeggen: ‘Sta op en wandel?’.

genezing van de ‘verlamde’

Maar, opdat gij weten moogt, dat de Zoon van de mensen Macht heeft op aarde zonden te vergeven
            – toen zei Hij tot de verlamde: ‘Sta op, neem uw bed op en ga naar uw huis’.
En hij stond op en ging naar huis. Toen de scharen dit zagen, vreesden zij en zij verheerlijkten 
God, die zulk een macht aan de mensen gegeven hadMatth. 9: 1-8.

        Wij hebben nu gaven, onderscheiden naar de Genade, die ons gegeven is:
 Profetie, naar gelang van ons Geloof; wie dient, in het dienen; wie onderwijst, in het onderwijzen; wie vermaant, in het vermanen; wie mededeelt, in eenvoud; wie leiding geeft in ijver; wie barmhartigheid bewijst, in blijmoedigheid.
Uw liefde zij ongeveinsd. Weest afkerig van het kwade, gehecht aan het goede.
Weest in broederliefde elkander genegen, in eerbetoon elkander ten voorbeeld, in ijver onverdroten, vurig van geest, dient de Heer. Weest blijde in de hoop, geduldig in de verdrukking, volhardend in het gebed, bijdragend in de noden der heiligen, legt u toe op de gastvrijheid. Zegent wie u vervolgen, zegent en vervloekt nietRom.12: 6-14.

Slecht horen of anderen helemaal niet meer kunnen verstaan geeft een verstoorde communicatie en ontstaat er een communicatieprobleem; de normale omgang met andere mensen wordt bemoeilijkt.
Een onderling gesprek met het gelovige volk vertroebelt en het volk komt in een isolement terecht. Tegen beter weten in zijn we genoodzaakt op zoek te gaan naar andere vormen van communicatie en richten ons op elkaar. Het is bekend dat mensen heel wat kunnen zeggen zonder dat zij ook maar één woord spreken; je behoeft elkaar maar aan te kijken en je weet genoeg.

Zo is het eveneens met zien en ervaren, sommige mensen ervaren bepaalde dingen gewoon niet en hebben er totaal geen gevoel bij als zij iets ondernemen en niet stil staan bij de gevolgen voor anderen.
Paulus zegt ons vandaag dat wij in broederliefde elkander genegen, gunstig gezind dienen te zijn.

achterwaardse, neerwaardse buiging

Vanuit ons christelijke eerbied en ontzag voor het Hemels Koninkrijk -welke door ‘Christus‘ bestuurd wordt- dienen wij in dankbaarheid en onwankelbaar datgene te aanvaarden wat wij op onze weg tegenkomen om aldus God te dienen op een manier dat ‘Hij’ er behagen in schept. Dat ‘God’ Koning is van deze wereld is niet te zien. Toch verkondigen wij iedere Goddelijke Liturgie:
Eén is heilig, één is Heer, Jezus Christus tot Heerlijkheid van God de Vader”. Dat is alleen maar te dragen in aanvaarding en niet op grond van ‘eigen‘ enthousiast idealisme of ‘eigen‘ degelijk conservatisme, òf omdat je toch wát dienen te geloven. Het is enkel en alleen omdat Christus ‘Zelf‘ zegt dat Hij èn Koning èn Heer en Meester van ons leven is.
Je kunt niet in het Hemels Koninkrijk geloven, wanneer je niet gelooft dat ‘Hij de Machtige is, de Allerhoogste en Allergrootste‘. God gaat het maken [herscheppen] op Zijn ‘Eigen’ onnavolgbare manier. Het enige wat wij gelovigen kunnen doen is ons hoofd deemoedig te buigen om het vervolgens dankbaar op te heffen en Hem dankbaar aan te zien – en de gehele dag tot een verheffing aan te bieden voor Hem – dat is wat jij persoonlijk kunt doen voor jouw grote Koning.

Dit doen wij uit de Liefde, die wij vanuit de onderlinge liefdesband ervaren tussen de Goddelijke Drieëenheid. Liefde is het enige dat ons werkelijk ‘maakt’ wie we zijn. Liefde is niet voorbehouden aan een relatie hebben met een partner, ten opzichte van je kind òf je ouders.  Wanneer je jouw liefde werkelijk laat stromen, zul je deze naar àlles om je heen uitzenden: die kleine meid op de kinderfiets [Herman van Veen], het varken [zwijn] van de kudde en die grote oude vijgenboom [het eerste Verbond]; dát is scheppende Liefde.
Het maakt daarbij niet uit of je een partner of kinderen hebt, want liefde is universeel en gericht op alles om je heen. Liefde is het enige dat zich vermeerdert door het ‘weg te geven‘ en het komt altijd terug. Je kunt en wilt altijd liefhebben, het is namelijk de enige taak die we hebben hier op aarde. Wanneer jij dit niet zo ervaart of er moeite mee hebt, is er in jouw wezen iets geblokkeerd, waar aan gewerkt zal dienen te worden teneinde weer ‘heel‘ [‘heilig’] te worden.

hechtingstheorie, rotstekening

De hechtingstheorie vertelt ons dat we zijn geprogrammeerd om liefde en acceptatie na te jagen, wat onze angst voor afwijzing begrijpelijk maakt.
Maar er is misschien ook nog een andere angst die minder zichtbaar is:
de angst voor acceptatie’, ook deze maakt ons onzeker. 
De angst voor afwijzing klinkt nog logisch, wanneer we in het verleden [op jonge leeftijd] zijn bekritiseerd, beschaamd of beschuldigd dan leren we dat de wereld ‘niet‘ veilig is. Iets in ons beschermt ons hart tegen verder verdriet. Maar deze defensieve houding beschermt ons niet alleen tegen het vooruitzicht om afgewezen te worden, maar het beschermt ons tevens tegen acceptatie en verwelkoming.
Want deze antenne beschermt ons ‘niet alleen’ tegen gevaar, het geeft ons ‘ook niet’ altijd het juiste advies. Je weet hierdoor misschien toch ‘niet‘ hoe je om dient te gaan met complimenten of positieve aandacht.

Wat blokkeert je, wat heeft je in de tang?

Je gaat ‘op slot’ en blokkeert jezelf dusdanig dat anderen je niet kunnen zien. Wanneer je het toestaat om met iemand een connectie te krijgen, en als ze je na enige tijd niet langer accepteren, dan doet dat misschien pas ècht veel pijn. Dus kies je voor de in jouw ogen veiligste weg en houd je afstand tot anderen om zo ‘mogelijke’ pijn in de toekomst te vermijden en ervaart ‘eenzaamheid‘ in jouw geïsoleerde positie.
Wanneer jij ervan overtuigd bent dat niemand van jou -in jouw situatie- zal houden of dat relaties toch nooit werken, dan onderdruk jij mogelijk je eigen levenslust en plezier om voor ‘de werkelijk veilige weg’ te kiezen en ben je geblokkeerd, oftewel verlamd. Omdat je bang bent voor ‘mogelijke’ afwijzing – houd je automatisch afstand, omdat je bang bent dat een connectie of acceptatie tussen jou en de ander – ‘toch niet stand zal houden’. Om niet àl te veel op te vallen omring je jezelf met oude klasgenoten en ondergeschikten, die je nimmer zullen afvallen – zo zit je veilig in het omhulsel wat je zelf geformeerd hebt, je cocon en wanneer je daar in blijft zitten verteer je in je eigen onvermogen lief te hebben.

toename ‘eenzaamheid’

Om de angst voor acceptatie te overwinnen dienen we te onderzoeken wàt ons blokkeert en waaróm we verlamd raken en in onszelf blijven vastzitten. Dit kan inhouden dat je jouw zelfbeeld radicaal dient te wijzigen. Je dient jezelf meer positief te gaan bekijken -en de potentie om liefde te geven en te ontvangen positiever in te gaan schatten-; dit houdt dan in dat jij jouw leven de potentie geeft om te veranderen. En die verandering is dikwijls heel erg benauwend.
Het kan een afkeer oproepen om open te staan voor andermans pijn en de zorgen, die daar uit voortkomen en te accepteren dat dit ook een onderdeel is van het mens zijn onder de mensen, hetgeen de weg ‘opent‘ naar anderen.
Schaamte zorgt er veelal voor dat we onze ‘echte gevoelens’ niet zien of toestaan; het veroorzaakt een innerlijke strijd die ervoor zorgt dat we onszelf niet accepteren zoals we zijn.
We streven naar de ‘hoogst mogelijke’ perfectie, zodat we onszelf niet behoeven teleur te stellen en onszelf te schamen. We denken dat we ‘sterk’ dienen over te komen, op alle gebied deskundig en intelligent dienen te zijn, grappig of onverstoorbaar dienen te zijn om niet te worden afgewezen of beschaamd. Maar dit -‘door schaamte gedreven’- gedrag verbreekt ons van ons ‘oorspronkelijk bedoelde‘ zelf en isoleert ons.

Wanneer wij ons als mens realiseren dat we kwetsbaar zijn, kunnen we -‘net zoals iedereen’-  beginnen met zelfacceptatie. Onze schaamte begint te helen wanneer we dit onder ogen zien en we “liefdevol, communicatief en openhartig” dienen te zijn in plaats van onderkoeld, strakke regels hanterend, onbewogen hard.

Wanneer jij met iemand samen bent, wiens glimlach of lieve woorden suggereren dat hij jou respecteert of accepteert en je ervaart dat jij ‘boven hem/haar’ verheven bent of dat ‘zij‘ alleen maar vriendelijk zijn om bij jou in het gevlij te komen, van jou [‘financieel’] afhankelijk zijn- bedien, jij je omgeving -‘als eerste onder ‘on’gelijken’- je kunt op die wijze niet langer liefhebben.
Slechts een voortdurende – indringende begeleiding kunnen je misschien leren om weer ‘van jezelf en je omgeving’ te gaan genieten. Alleen degenen, die werkelijk met je begaan zijn, je werkelijke vrienden, zullen je als een verlamde, op een bed liggende, bij Christus aanbieden.

Liefde & Genegenheid

Wij christenen dienen ons op die genegenheid voor elkander toe te leggen, we dienen bij elkaar betrokken te zijn, elkander tot eerbetoon op te roepen en daarmee in ijver, onverdroten, [in de Heilige Geest] vurig van geest [bewogen] de Heer te dienen.
Vervolgens dien wij ons in Geloof te richten en opgewekt te zijn in de Hoop, dat alles vanuit het Goddelijk beginsel ‘goed’ zal komen.  Wij verlenen gastvrijheid aan iedereen [Abraham & de drie Engelen], zijn geduldig wanneer wij in de verdrukking komen [Abraham & Isaäk], volharden in het gebed en dragen bij aan de grote noden in gevaarlijke situaties van anderen. Zegenen, die ons ‘wreed‘ behandelen omdat
zij ‘anders’ zijn en vervloeken hen niet.
We laten ons in alle rust [geduldig] overheersen en zien wel waar het op uitloopt.
Waarachtige liefde voor jezelf, is ook Liefde voor de Schepper, Die immers alles volmaakt geschapen heeft, met alle innerlijke menselijke vermogens om lief te hebben. Deze liefde dient alleen maar aangeboord en geactiveerd te worden.
Door respect en liefde voor jezelf te hebben, ontstaat er als vanzelfsprekend een basis om ook anderen lief te hebben, en daar mee kwistig rond te strooien.
En daar Jezus hun Geloof zag, zei Hij tot de verlamde: “    Houd goede moed, m’n kind, jouw zonden worden je vergeven” en de Verlamde werd genezen.

Apolytikion     tn.6
De scharen der Engelen stonden aan Uw graf en de wachters lagen als dood.
Bij het graf stond Maria Magdalena zoekend het alleruiterst Lichaam van haar Heer.
Gij hebt de hel overwonnen, zonder erdoor te worden aangetast.
Gij hebt de Maagd ontmoet, Levenschenkende, Die uit de dood zijt opgestaan.
Heer, ere zij U
”.

Kondakion     tn.6
Met Uw levenschenkende Hand,
wekt Gij alle doden op uit het duistere dal,
O Levenschenkede, Christus onze God,
Die aan het mensengeslacht de Opstanding gegeven hebt.
Gij zijt waarlijk onze Heiland, onze Verrijzenis,
ons Leven en de God van het heelal
”.

6e – Orthodoxie & eenzaamheid

Christus spreekt in gelijkenissen;                     Ο Χριστός μιλά με παραβολές;                     المسيح يتكلم بأمثال

      Nog een gelijkenis sprak Hij tot hen:
Het Koninkrijk der Hemelen is gelijk aan een zuurdesem, welke een vrouw nam en in drie maten meel deed, totdat het geheel en al gezuurd was.
Dit alles zei Jezus in Gelijkenissen tot het Volk en zonder gelijkenis zei Hij niets tot hen, opdat vervuld zou worden het woord, gesproken door de profeet, toen deze zei:
‘Ik zal mijn mond opendoen met gelijkenissen, Ik zal verkondigen wat sinds de grondlegging der wereld verborgen gebleven is.
Op dat moment liet Hij het Volk gaan en ging naar huis
Matth.13: 31-36a.

      Maar, gelijk geschreven staat: ‘Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoorden wat in geen mensenhart is opgekomen, al wat God heeft bereid voor degenen, die Hem liefhebben’. Want ons heeft God het geopenbaard door de Geest. Want de Geest doorzoekt alle dingen, zelfs de diepten Gods.
Wie toch onder de mensen weet, wat in een mens is, dan des mensen eigen geest, die in hem is? Zo weet ook niemand, wat in God is, dan de Geest Gods.
Wij nu hebben niet de geest der wereld ontvangen, maar de Geest uit God, opdat wij zouden weten, wat ons door God in genade geschonken is.
Hiervan spreken wij dan ook met woorden, die niet door menselijke wijsheid, maar door de Geest geleerd zijn, zodat wij het geestelijke met het geestelijke vergelijken.
Doch een niet geestelijk ingesteld mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is.
Maar de geestelijke mens beoordeelt alle dingen, zelf echter wordt hij door niemand beoordeeld. Want wie kent de zin des Heren, dat hij Hem zou voorlichten? Maar wij hebben de zin van Christus.
En ik [Paulus], broeders, kon niet tot u spreken als tot geestelijke mensen, maar slechts als tot vleselijke, nog onmondigen in Christus. Melk heb ik u gegeven, geen vast voedsel, want dat konden jullie nog niet verdragen. Ja, dat kunt gij ook nu nog niet, want gij zijt nog vleselijk. Want als er onder u nijd en twist is, zijt gij dan niet vleselijk, en leeft gij niet als [onveranderde] mensen?Want wanneer de een zegt: Ik ben van Paulus; en de ander: Ik van Apollos; zijt gij dan niet [onveranderde] mensen?
Wat is dan Apollos? Of wat is Paulus? Dienaren, door wie gij tot Geloof gekomen zijt, en wel zoals de Heer dit aan een ieder geschonken heeft.
Ik [Paulus[ heb geplant, Apollos heeft begoten, maar God gaf de wasdom.
Daarom, noch wie plant, noch wie begiet, betekent iets, maar God, die de wasdom geeft.
Wie plant en wie begiet, staan gelijk; alleen zal elk zijn eigen loon krijgen naar zijn eigen werk
1Cor.2: 9-3: 8.

”    Heer, ik roep tot U; verhoor mij; verhoor mij, o Heer. Heer, ik roep tot U: verhoor mij; verhoor de stem van mijn smeking. Wanneer ik tot U roep, verhoor mij, o Heer.
Laat mijn gebed opstijgen, evenals wierook voor Uw Aangezicht. De opheffing van mijn handen zij een avondoffer; verhoor mij, o Heer.
Stel, Heer, een wacht aan mijn mond:
maak een gesloten deur van mijn lippen.
Neig mijn hart niet tot slechte woorden, om met uitvluchten mijn zonden te  verontschuldigen. Tezamen met mensen die goddeloosheid bedrijven;  ik wil geen deel hebben aan hun lusten.
Laat de rechtvaardige mij tuchtigen met erbarmen, dan zal hij mij van schuld overtuigen.
Maar sta niet toe, dat mijn hoofd gezalfd wordt door olie van zondaars; mijn gebed verzet zich tegen hun lusten.
Wanneer hun rechters vanaf de rots geworpen worden, zullen zij weten dat mijn woorden God aangenaam zijn.
Want als aardkluiten over het land, zo zijn hun beenderen verstrooid bij het graf.
Heer, op U zijn mijn ogen gericht; Heer, op U vertrouw ik: ontneem mij het leven niet. Bewaar mij voor de strik die zij tegen mij spannen, voor de struikelblokken der boosdoeners.
Laat de zondaars in hun eigen net vallen; 
al ben ik alleen, toch ga ik Uw weg
Psalm 140 vert. ROK ‘s-Gravenhage

Waar Paulus in en met het citaat ‘Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoorden wat in geen mensenhart is opgekomen, al wat God heeft bereid voor degenen, die Hem liefhebben’ op doelt is de Goddelijke Heerlijkheid zoals deze door de Heilige Drieëenheid van vóór de grondlegging van de wereld bedoeld is voor de mens in de Zoon Gods, Jezus Christus.
Een Heerlijkheid, Vreugde en Blijdschap – die de lijdende Christus, als leidsman en voleinder van het Geloof heeft aangespoord Zijn Kruisweg te gaan, dat wil zeggen tot het einde toe heeft volbracht [Hebr.12: 2]. Een Heerlijkheid, die in en door ‘de Opstanding uit de doden‘ een waarachtige Bron van Hoop is gebleken. Een Heerlijkheid als resultaat van ‘het alomvattende werk van God‘, samen te vatten in de Heilsbegrippen: ‘Bevrijding‘, ‘Verwezenlijkt worden‘ en de ‘Ver-Heerlijking‘.

Weest [daarom] onderling eensgezind, niet zinnende op ‘hoge‘ dingen, maar voegt u in het ‘eenvoudige‘. Weest niet ‘eigenwijs’Rom.12: 16.

Kluizenaarshut

Eenzaamheid verschilt van mens tot mens en dat geldt ook voor de oplossingen;
dat maakt eenzaamheid tegengaan echt maatwerk,
een dienst ten behoeve van degenen,
die daar ontvankelijk voor is,
die aanvoelt waar het om draait.
De oplossing begint bij degene die zich eenzaam voelt ‘zelf’.
Je dient ‘zelf‘ te besluiten dat je ‘iets’ tegen je eenzaamheidsgevoelens wilt doen.
Eerst ‘dan’ kun je kijken of je zelf actie dient te ondernemen of je daar ondersteuning bij wilt.
Belangrijk is te kijken naar de [mogelijke] oorzaken en je persoonlijke situatie. Wat is hèt probleem en wáár komt het vandaan?
Heb je last van emotionele eenzaamheid of sociale òf misschien van beiden wel.
Eenzaamheid kan een duidelijk aanwijsbare oorzaak hebben of
een combinatie van meerdere oorzaken. Dan dien je te bekijken wat voor activiteit mogelijk kan helpen eenzaamheid te doorbreken of te verminderen.
Welzijns- en maatschappelijke organisaties ontplooien een verscheidenheid aan activiteiten tégen eenzaamheid. Deze zijn zowel gericht op ontmoeting als netwerkversterking via het beoefenen van hobby’s en ‘persoonlijke‘ hulp.

Eenzaamheidsgevoelens zijn helaas ‘niet altijd‘ op te lossen; soms is het slechts enigszins te verminderen. Ook kan het voor jou een doel zijn om te leren ‘beter‘ met eenzaamheidsgevoelens om te gaan. Belangrijk is om eenzaamheid zoveel mogelijk te voorkomen en  ervoor te zorgen dat je sociale netwerk tegen een stootje kan, door diversiteit in je netwerk en in je activiteiten aan te brengen  
niet alles van hetzelfde en slechts in hetzelfde netwerk .
Maar ook met een ‘goed‘ sociaal netwerk kun je je eenzaam voelen.
Door het gemis of verlies van een klankbord, supervisie, belangeloze kritiek, een dierbare, hetgeen je ‘sociale netwerk’- wat als ‘klapvee‘ functioneert kan vervangen. 
Het thema eenzaamheid op allerlei niveaus krijgt steeds meer aandacht; van gehandicapten tot managers worden  -‘buiten de dagelijkse kring’- contactprocessen opgezet. Managers gaan incognito de werkvloer op, teneinde feeling met de werkelijkheid te krijgen; er blijkt dat zij totaal geen notie hebben hoe het dáár toegaat. Er wordt steeds meer ‘wetenschappelijk onderzoek‘ gedaan, waardoor we meer weten over oorzaken en gevolgen. En over wat wel en wat niet werkt. In meer en meer gemeenten neemt de overheid eenzaamheid op in het gezondheidsbeleid en werken organisaties samen aan een lokale aanpak om eenzaamheid te voorkomen en verminderen.

Eenzaamheid is je niet volledig verbonden ervaren met ‘de volheid van het leven.  Je ervaart een gemis aan een hechte, emotionele band met anderen; òf je hebt minder contact met andere mensen dan je wenst. Eenzaamheid gaat gepaard met kenmerken als negatieve gevoelens van leegte, verdriet, angst en zinloosheid en met lichamelijke of psychische klachten.
Eenzaamheid is een persoonlijke ervaring. De een heeft meer betekenisvolle relaties of een gewijzigd, groter sociaal netwerk nodig dan de ander.
Anderen kunnen moeilijk van buitenaf zien of je je eenzaam voelt; zij zien lang niet altijd dat je ontevreden bent over je contact met vrienden, familie of andere mensen; zelfs als kluizenaar levende personen vinden het moeilijk, zo niet onmogelijk om relaties te verbeteren.
Na langdurige omgang met de Heer, wordt een ‘verlatenheid‘ ervaren en wordt
zelfs de moed opgegeven [zie bijlage pdf zondag van de bezetene]; d
it maakt eenzaamheid zo moeilijk in te schatten.
Het is iets wat je alleen bij jezelf kunt ervaren; i
edereen voelt zich immers wel eens eenzaam, doch in veel gevallen  verdwijnt dat eenzame gevoel pas vanzelf als je weer ‘beter‘ in je vel zit.

gebruik van een gespecialiseerde keuken

Eenzaamheid is vooral een probleem voor mensen die het sterk of langdurig ervaren. Dan kan een er een negatieve spiraal -tot aan ‘een diepe depressie’ [burn-out] toe- ontstaan.
Eenzaamheid is het subjectief ervaren van een onplezierig of ontoelaatbaar gemis aan [de ‘kwaliteit’ van] bepaalde sociale relaties. Het kan zijn dat het aantal contacten dat men heeft met andere mensen geringer is dan men wenst. Het kan ook zijn dat de kwaliteit van de gerealiseerde relaties achterblijft bij de wensenProf. De Jong Gierveld.

Eenzaamheid is niet hetzelfde als alleen zijn – het kan wel samenvallen.
Wanneer iemand geen of nauwelijks sociale contacten heeft, spreken we van sociaal isolement. 
Sociale relaties met andere mensen zoals familieleden, vrienden en kennissen zijn belangrijke ‘hulpbronnen’ in het dagelijks leven.
Ze vormen het ‘sociale fundament’ van elk mens en dragen bij aan het gevoel van een zinvol leven.
Er rust nog steeds een taboe op eenzaamheid, alsof  het een schande is dat het jou overkomt.  Dit ondanks het feit dat het ‘iedereen‘ kan overkomen, daar hoef je je niet voor te schamen. Maar eenzaamheid kan ontzettend problematisch worden, zeker wanneer je in slechts -een en hetzelfde- kringetje ronddraait, dan
is het belangrijk er iets aan te doen.
Miljoenen mensen voelen zich overtuigd eenzaam.
Eenzaamheid is van alle leeftijden en komt voor onder alle lagen van de bevolking. Al loopt de één meer risico op eenzaamheid dan de ander, iedereen
kan op enig moment in zijn leven met eenzaamheid geconfronteerd worden.

in z’n diepste nood riep Jonah tot de Heer en hij werd gered

Lichamelijke geborgenheid en knuffelen wordt veelal aangegeven als zijnde ‘nooit ‘ècht‘ meegemaakt’, of inhoudelijke gesprekken voeren, met een ‘ècht‘ lieve man/vrouw, die nu eens geen behoefte heeft aan jouw lichaam. Ja, wel eens een knuffel en met iemand 1x platonisch [met iemand die ik ken eens een keertje geslapen], maar ‘ècht‘ een relatieve klik heb je achteraf toch nooit gehad. Voor de rest van het leven wordt dit als een groot gemis aan warmte en geborgenheid ervaren; ondanks het gezin waaruit je voortkomt.
Vader en moeder knuffelden niet, waren te druk met ‘eigen‘ activiteiten [etc.].
Eenzaamheid is vooral een probleem voor mensen die dit sterk of langdurig ervaren.  Kort gezegd, wanneer eenzaamheid je ongelukkig maakt òf het je belemmert in je functioneren.
Eenzaamheid is geen schande. Iedereen kan zich in zijn leven in sterke of lichte mate voor een periode eenzaam voelen. Dit kan bijvoorbeeld komen door veranderingen in je leven zoals een veel te snelle carrière, nadat iemand met pensioen is gegaan, een niet-aangeboren-fysieke beperking, het ontbreken/verliezen van een vaderfiguur. Eenzaamheid komt veel voor: in de BeNeLux is dit ongeveer 8 procent van de volwassen bevolking.

Eenzaamheid is iets dat je ervaart; dit houdt in dat je pas eenzaam bent
wanneer je jezelf  ‘bewust‘ wordt van je eenzaamheid; jij bent namelijk je eigen graadmeter.
Maar hoe ga je om met die eenzaamheid en hoe hoog liggen je verwachtingen?
Je kunt je eenzaam voelen omdat je met weinig mensen contact hebt: sociale eenzaamheid. Maar ook omdat je met niemand je ‘diepste‘ gevoelens kan delen: emotionele eenzaamheid. Het zegt dus iets over ‘de kwaliteit van de relaties’ die je hebt. 
Mensen, ook mensen op niveau, die zich langdurig en sterk eenzaam voelen, ervaren vaak een gevoel van ongeluk. Ze voelen zich in het geheel niet verbonden met anderen en  kampen met een negatief wereld- en zelfbeeld. Ze bewegen minder [auto], eten minder gezond [overvolle agenda] en
lopen een grotere kans op verslaving en blijven maar in hetzelfde kringetje ronddraaien.
Eenzaamheid kan mensen belemmeren in hun optimaal functioneren;
zij gaan sociaal contact uit de weg, trekken zich op een eilandje terug.
Daardoor kunnen ze vriendschappen kwijtraken, werk verliezen,
zorg gaan mijden uit beeld raken bij mensen, die juist hulp kunnen verlenen en daardoor steeds verder in een isolement terechtkomen.
Eenzaamheid zet zo mogelijk een zichzelf versterkende negatieve spiraal in werking. Onderzoek wijst uit dat eenzaamheid leidt tot verminderd welbevinden en een gevoel van algemene ontevredenheid over het leven. Gevolg kan zijn dat mensen de neiging hebben nog ongezonder te gaan leven; dan bestaat het gevaar dat problemen zich opstapelen.
Denk aan kokervisie, zelfverwaarlozing, de complete aandacht nog sterker op het werk richten, slaapproblemen, gezondheidsklachten, verslaving en het roekeloos nemen van beslissingen, waaronder het aangaan van schulden. Dat heeft weer een negatieve uitwerking op de zelfwaardering en tevredenheid met het leven in het algemeen. Vroegtijdig signaleren is hier een vereiste.

Natuurlijk geldt dit niet voor iedereen die eenzaamheid ervaart. Bovendien kan eenzaamheid zich in lichte of sterke mate voordoen. Maar ook als eenzaamheid niet zo sterk gevoeld wordt, is het belangrijk preventief stappen te ondernemen.  Zie het als ‘trek’, een licht signaal dat er iets niet in orde is.
Het is dan goed iets te eten voor je echt honger hebt.
Het is -‘o zo‘ -belangrijk om ‘zelf’ met het thema eenzaamheid aan de slag te gaan; veelal wordt je hier door je omgeving op geattendeerd – slechts ‘echte vrienden’ valt een emotionele verandering in je gemoedstoestand op.
Het kan al helpen meer te weten over eenzaamheid om dit voor jezelf een plek te kunnen geven; wanneer je behoefte hebt aan iemand met wie je kunt praten, dan dient dat iemand te zijn, die vanuit een christelijke visie daar beroepsmatig in gespecialiseerd zijn; er zijn maar ‘heel weinig‘ priesters [ik ken er slechts enkele] die hier hulp bij kunnen aanbieden.

Dit is beslist geen terrein waar je jezelf ‘onbevoegd’ – ‘na het lezen van een boekje‘- als ‘geestelijk vader‘ op kunt begeven. Ik heb op dit terrein diverse slachtoffers binnen de Orthodoxie ontmoet !!! ; als priester dien je mensen in deze situaties door te verwijzen en ‘beslist niet’ zelf maar te gaan experimenteren.

Wat is de mens, dat Gij hem gedenkt‘, detail Rembrandt Harmenszn van Rijn

Laten wij daarom met eerbied, dankbaarheid en ontzag het onwankelbare Hemelse Koninkrijk aanvaarden, om God en Zijn Lichaam [de Kerk] dusdanig te dienen, dat Hij er behagen in schept. Neen, wij hebben niet als Mozes voor een brandende braambos gestaan, zijn niet vernederd door het zand gekropen uit pure angst. Wij staan voor een prachtige Stad Gods, vol leven en vreugde, waar God gewoon midden tussen Zijn mensen woont.
God is nog steeds een verterend vuur – Hij wordt nooit een lieve oude man of een gezellige vriend; in Zijn Liefde blijft Hij altijd groots en huiveringwekkend – maar daarom ook zo diep te vertrouwen.
Want wanneer onze Heilige, Sterke en onsterfelijke God zegt dat Hij de mens wil liefhebben, dan dient dat ‘als bijzonder, Mystiek Waar‘ te worden beschouwd.

Juli 9e – Hieromartelaar Pancratius,  bisschop van Taormina op het eiland Sicilië [It.]

Hieromartelaar Pancratius van Taormina, Sicilië [It.]

Hiero-martelaar Pancratius werd geboren toen onze Heer Jezus Christus nog op aarde verbleef; de ouders van Pancratius waren inwoners van Antiochië.
Bij het horen van het goede nieuws over de werken van Jezus Christus, nam Pancratius’ vader zijn nog jonge zoon met zich mee en ging naar Jeruzalem om de grote Leraar zelf te ontmoeten en te zien. De wonderdaden deden hem versteld staan en toen hij de Goddelijke Blijde Boodschap en de pedagogie hoorde, geloofde hij onmiddellijk in Jezus Christus als de Zoon van God.

Hij werd bij de leerlingen van de Heer opgenomen, in het bijzonder door de heilige apostel Petrus. Het was tijdens deze bijzondere periode dat de jonge Pancratius de heilige apostel Petrus leerde kennen. Na de hemelvaart des Heren, onze Verlosser, kwam een van de apostelen naar Antiochië en doopte de ouders van Pancratius samen met geheel z’n huishouden.
Toen de ouders van Pancratius stierven, liet deze zijn geërfde bezittingen achter zich en ging op Pontus in een grot wonen, terwijl hij zijn dagen doorbracht in gebed en diepe spirituele contemplatie.
De heilige Apostel Petrus, bezocht Pancratius regelmatig op Pontus, wanneer hij op doorreis die contreien bezocht. Hij nam hem mee naar Antiochië, waar de heilige apostel Paulus toen verbleef. Tijdens hun gezamenlijk verblijf te Antiochië wijdden deze Heilige Apostelen Petrus en Paulus hem voor de verkondiging van de Blijde Boodschap tot bisschop en zonden hem uit naar Taormina op Sicilië.

De kerk van San Pancrazio, bisschop en martelaar, de patroonheilige van Taormina, staat op de ruïnes van de Griekse tempel van Jupiter Serapis

Sint Pancratius zette zich ijverig in voor de Christelijke verlichting onder het gewone volk. Binnen één maand bouwde samen met anderen – door eigen lichamelijke inzet – zonder een enkele kopercent, maar uit leem en stenen uit de omgeving, een kerk waar de Goddelijke kerkdiensten gevierd konden worden. Door zijn nederig voorbeeld groeide het aantal gelovigen enorm en al spoedig waren bijna alle inwoners van Taormina en de omliggende steden overgaan tot het christelijk geloof. Diep christelijk Geloof roept -door persoonlijk voorbeeld- het geloof bij anderen op.

De Heilige Pancratius behoedde zijn kudde voor vele jaren in alle rust.
Er verschenen echter heidenen, die op hun beurt anderen tegen de heilige opzetten en zij grepen een geschikt moment aan, waarop zij hem aanvielen en  stenigden tot de dood erop volgde.
Op deze wijze werd het leven van deze Heilige Pancratius beëindigd en werd  als heilig hiero- [=priester] martelaar vereerd.

De relieken van deze heilige zijn overgebracht naar Rome, waar zij in een kerk,  welke naar hem is vernoemd rusten, zijn gedachtenis is op 9 februari van de heiligenkalender.


Apolytikion     tn.8
Als een brandende pijl werd je verheven
om via het bisschopsambt Taormina te bevrijden van goddeloosheid
en de harten van de gewone gelovigen te verlichten.
Je bevestigde hen in het Geloof door het Woord van God.
En als je catechese was afgerond moest je lijden door bloedgetuige te worden, Hieromartelaar Pancratius,
bid voor iedereen die uw gedachtenis prijzen
”.
Apolytikion     tn.4
Door de weg van de apostelen te volgen,
werd je een opvolger van hun troon.
Door het beoefenen van de deugd,
vond je de weg tot goddelijke contemplatie,
zo inspireerde je de Liefde Goddelijke Drie-eenheid;
Door zonder misstappen het onderwijs van het Woord der Waarheid te bewaren, verdedigde je het christelijk Geloof,
zelfs door uw eigen bloed te vergieten.
Hieromartyr Pancratius smeek tot Christus God
onze zielen te redden
”.

object of art and veneration kept in the Saint Nicholas Cathedral of Taormina is the Byzantine Theotokos Icon

Kondakion     tn.8
Je was een stralende ster in Taormina,
O gezegende Pancratius 
en je werd aldaar hieromartelaar voor Christus.
Wij staan nu voor Zijn icoon,
terwijl je bidt voor degenen, die jou vereren
”.
Kondakion     tn. 4
Pancratius, je werd geopenbaard
als een stralende ster
voor de inwoners van Taormina;
je werd tevens voor ons getoond dat
je een lijdzaam volgeling voor Christus bent.
omdat je nu voor Zijn Troon mag staan, gezegende,
bid voor degenen die jou vereren
”.