Orthodoxie & levenservaring opdoen

voetwassingIn het eerste hoofdstuk van Genesis lezen we dat
de mens is gemaakt naar Gods beeld en geroepen is te zijn als Hij.
Dit godsbeeld wordt, zoals de Kerkvaders het formuleren, vooral vorm gegeven door onze
intelligentie en vrije wil.
Want alzo heeft God de wereld lief gehad, dat
Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat
een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar
eeuwig leven zal hebben“.
John.3: 16
We zijn ons nooit helemaal bewust van hoe God Zich in ons leven manifesteert,                                                                                                              hoe actief Hij in ons bestaan een rol speelt.
We weten dat Hij er is:
Want in Hem leven wij, bewegen wij ons en
zijn wij, gelijk ook enige van uw dichters hebben gezegd:
Want wij zijn ook van Zijn geslacht“.
Hand.17: 28
Wij zijn in Hem en Hij is in ons, maar we zijn ons er alleen nooit helemaal bewust van
hoe hij er is, en wat Zijn drijfveren voor ons leven betekenen.

De Oudvaders deze waarheid van Zijn “onbegrijpelijkheid” herkend en
hebben dit op verschillende wijzen uitgedrukt, herinneren ons eraan dat we het kunnen aanschouwen, zoals Paulus het uitdrukte: “Want nu zien wij nog door een spiegel, in raadselen“.
1Cor.13: 12
Wij kunnen het niet helemaal bevatten, we vragen ons in feite af of we Hem er niet toe kunnen bewegen te doen wat wij zelf willen.
We proberen een “deal” te maken: als dit gebeurt, zal ik dit of dat te doen.
We maken ons geloof soms voorwaardelijk, Geloof dient echter te worden aanvaard ondanks datgene wat er om ons heen gebeurt en niet vanwege datgene wat er gebeurt.

H. Doop en H. MyronzalvingAls we, zoals bij de doop, op Christus vertrouwen en onszelf door bekering
blijven reinigen, worden we in staat gesteld om het Licht van Christus te reflecteren.
Ons onophoudelijk gebed dient te zijn:
Heer Jezus Christus, Zoon van God,
heb medelijden met mij de zondaar
“.
We zijn schepselen, we bezitten geen onafhankelijk bestaan.
We zijn allen afhankelijk van God en door Zijn Genade
kunnen we het Licht van Christus ons laten verheffen.
Dit is een geestelijke werkelijkheid, welke
door onze Heer Jezus Christus Zelf werd geopenbaard.
De waarde hiervan is ondoorgrondelijk; dit is een realiteit en waarheid.
De Kerk wordt wel een ziekenhuis genoemd die onze zwakheden kan genezen,
opdat onze ziel gezuiverd kan worden en
het leven in Christus in ons kan plaatsvinden.

uit het paradijs verdrevenNa de eerste menselijke val zijn we voorbeschikt om egocentrische keuzes te maken;
we worden als het ware geleid door onze hartstochten [eigen zinnige oordelen]
in plaats van keuzes te maken op basis van liefde tot de ander [naastenliefde, agape].
De heilige Isaäc de Syriër houdt ons voor:
Toegeven aan het vlees [de menselijke                                                                                             tekortkomingen],                                                                                                                                     veroorzaakt in ons schandelijke driften en                                                                                       onbetamelijke fantasieën . . . . .“.                                                                                                         Philokalia
Hartstochten komen voort uit het hart van de persoon.
Jezus vertelde ons:
Want van binnenuit, uit het hart der mensen, komen de kwade overleggingen,
ontucht, diefstal, moord, echtbreuk, hebzucht, boosheid,
list, onmatigheid, een boos oog, godslastering, overmoed, onverstand.
Al die slechte dingen komen van binnen uit naar buiten en maken de mens onrein“.
Marc.7: 21-23
Paulus schreef hierover:
Want toen wij in het vlees waren, werkten de zondige hartstochten, die
door de wet geprikkeld worden, in onze leden, om voor de dood vrucht te dragen“.
Rom.7: 5
De hartstochten kunnen hetzij vóór het huwelijk of na de echtelijke vereniging opgewekt worden. In beide gevallen leiden ze tot een keuze van de Ik-gerichtheid, het afgezonderd zijn of de zelfgenoegzaamheid over een rechtvaardig gepast vereniging.

Passies kunnen een individu ontvankelijk maken tot tweedracht tussen God en de mensheid.
Paulus waarschuwing betreft de onlosmakelijk verbonden aanval van de “demon” met
God en de naaste:
Het is duidelijk, wat de werken van het vlees zijn:
ontucht, onreinheid, losbandigheid, afgoderij, toverij, veten, twist, afgunst,
uitbarstingen van toorn, zelfzucht, tweedracht, partijschappen, nijd,
dronkenschap, brasserijen en dergelijke, waarvoor ik u waarschuw,
zoals ik u gewaarschuwd heb, dat wie dergelijke dingen bedrijven,
het Koninkrijk Gods niet zullen beërven

Gal.5: 19-21
the demons of the nightDe kerkvaders schrijven dit toe aan de demon van elke passie die nooit zal aflaten de vereniging met God en de mensheid onderuit te halen.
Een voorbeeld van hoe dit werkt kan ons begrip vermeerderen.
De demon van lust kan, zoals de kerkvaders ons voorhouden, ons leven toe-eigenen. De moderne samenleving faciliteert deze ziekte. Seks wordt overal op ons afgevuurd onder vrijwel alle mogelijke communicatiemiddelen: kunst, mode, muziek, nieuws, pornografie [met name internet] en bij de verkoop van vrijwel elk product van schoonmaak- en levensmiddelen, van auto’s tot computers. De aards gebonden wereld toont ons niet te ontkennen naakte lichaamsdelen, overwegend de genitale gebieden.
De kerkvaders waren duizend jaar geleden al bekend met zulke verlokkingen.
H. Izaak syros-1De Heilige Isaac van Syriër schreef:
Passies worden hetzij door beelden of sensaties opgewekt die beelden en het geheugen gebruiken, die in eerste instantie niet begeleid worden door gepassioneerde bewegingen of gedachten, maar
die op een later ogenblik een bepaalde uitwerking tot gevolg hebben“.
Een manier om met deze passies om te gaan, zo vervolgt de Heilige Isaac:
Je dient je gedachten aan niets anders
te hechten dan aan je eigen ziel . . . . .
“.

De mens heeft de vrijheid gekregen een onafhankelijke ​​keuze tussen Christus en
de demon te maken. Paulus stelt daarom:
Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus?
Verdrukking of benauwdheid . . . of vervolging of honger . . . ,
of naaktheid . . . , of gevaar. . . , of het zwaard?
Gelijk geschreven staat:
Om Uwentwil worden wij de ganse dag gedood, wij zijn gerekend als slachtschapen.
Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem, die ons heeft liefgehad.
Want ik ben verzekerd, dat noch dood noch leven, noch engelen noch machten,
noch heden noch toekomst, noch krachten, noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel
ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Heer
“.
Rom.8: 35-39
Waakzaamheid en onderscheidingsvermogen zijn belangrijke deugden
die dienen te worden overgenomen door degenen die verlangen Christus inwoning in hen te doen plaatsvinden en om de macht van de passies overwinnen.
Ilias de Presbyter vertelt ons:
De demonen voeren in de eerste plaats
door middel van gedachten . . . . . oorlog tegen de ziel
“.
Philokalia
Idealiter plaatsen orthodoxe christenen een ‘spirituele woestijn’ voor zichzelf
teneinde zich af te zonderen van de “verlokkingen”, die
zo wijd verspreid worden in ons moderne leven.
De geestelijke dood treedt op
wanneer deze gedachten op het ‘Ik’ zijn gericht.

De Heilige Maximos de Belijder wist dit ook:
“Het liefde tot zichzelf en de slimheid van de mensen vervreemden zich van elkaar en
verdraaien de wet, Zij heeft onze enige menselijke natuur in vele stukken uiteengereten”.
De woorden van de Heilige Maximos zijn eens te meer van toepassing
wanneer we ons richten op de vereniging tussen God en onze hele mensheid.
Zonde veroorzaakt dat we ons buiten de gemeenschap plaatsen of
datgene wat de verdeeldheid met God en de naaste genoemd kan worden.
De Heilige Johannes Chrysostomus zegt:
“Heb je gezondigd begeef je naar de Kerk en belijdt je berouw voor je zonde, want hier is de arts, niet de rechter, hier wordt iedereen niet onderzocht, maar ontvangt vergeving van zonden van Hij, Die is, de Ene, waarachtige God”.

Wanneer de Kerk, als Lichaam van Christus,  de ‘arts’ is, dan dient daar de breuk met God en de naaste hersteld te worden, daar wordt de breuk hersteld en
wordt de mens weer gericht op God en Zijn Wil.
Zonde wordt aldus beschouwd een ziekte of gebrek zijn.
Door de genezing worden we weer naar een oude staat hersteld.

We weten dat deze genezing vindt plaats in de Heilige Doop, de Heilige Mysterie van Boete, De Heilige Ziekenzalving en het waardig ontvangen van de Heilige Eucharistie: het Heilige Lichaam en Bloed van Christus.
Johannes Chrysostomus herinnert ons in zijn Goddelijke Liturgie, van alles wat God voor ons deed: Hij neem ons vlees aan, het Kruis, het Graf en de Opstanding.
Het doel van dat alles is om ons met Hem te verzoenen:
Nadat wij gevallen waren hebt Gij onophoudelijk alles gedaan om ons in de hemel te leiden en hebt Gij ons weer doen opstaan
Άγιο ΠοτήριοWij worden er vervolgens aan  herinnerd dat Christus ons zei;
Neemt en eet, dit is Mijn Lichaam, Dat voor u gebroken wordt tot vergeving van zonden” en
Drinkt gij allen hieruit: Dit is Mijn Bloed van het Nieuw Verbond, Dat voor u en voor velen wordt vergoten, tot vergeving van zonden“.
Vergeving houdt in dat je je verzoent met Christus en de gehele mensheid.
De schrijver van de Blijde Boodschap Mattheus vertelt ons:
Maar Ik zeg u: Een ieder, die in toorn leeft tegen zijn broeder, zal vervallen aan het gerecht.
Wie tot zijn broeder zegt: Leeghoofd, zal vervallen aan de Hoge Raad, en
wie zegt: Dwaas, zal vervallen aan het hellevuur.
Wanneer gij dan uw gave brengt naar het altaar en u daar herinnert, dat
uw broeder iets tegen u heeft, laat uw gave daar, voor het altaar en
ga eerst heen, verzoen u met uw broeder en kom en offer daarna uw gave.
Wees vriendelijk jegens uw tegenpartij, tijdig, terwijl gij nog met hem onderweg zijt, opdat
uw tegenpartij u niet aan de rechter zal overleveren en de rechter aan zijn dienaar en
gij in de gevangenis wordt geworpen.
Voorwaar, Ik zeg u: Gij zult daar voorzeker niet uitkomen, voordat
gij de laatste penning hebt betaald
“.
Matth.5: 22-26

Het gaat om een ​​actieve gedragsinspanning in de richting van verzoening.
Trots is in deze een barrière tot bekering; Nederigheid daarentegen is de deur tot Berouw
– Heilige Johannes Climacos [van de Ladder] wijst erop:
“Trots zorgt er voor dat  we onze zonden vergeten . . . de herinnering aan hen leidt tot nederigheid”. – De Heilige Isaac de Syriër zegt dat: “de persoon die de kennis heeft bereikt van zijn eigen zwakheid de top van nederigheid heeft bereikt”.

Wanneer iemand die God of zijn naaste heeft beledigd dient hij zich te bekeren.
God en wij in navolging van Hem, dienen de berouwvolle zondaar met Gods eigen liefde te omarmen, teneinde hem te vergeven.
We dienen te bidden dat indien we of iemand ons of God heeft beledigd,
hij door Zijn Lichaam, de Kerk wordt verzoend met God en ons.
De basis van dit berouw is een gevoel van zijn ontrouw aan God en
de strafbaarstelling van ons, het berouw in het hart en de vastberadenheid dit te wijzigen,
het hebben van een metanoia, een fundamentele verandering van geest en hart
om niet weer in de fout te gaan en God daarmee te beledigen.
God onderkent het verschil tussen authentiek en onecht berouw.
Als deze kennis wordt misbruikt als rechtvaardiging voor de zonde, heeft er derhalve geen echte bekering plaatsgevonden, ongeacht hoeveel inzet er aan het gebed zou zijn besteed.
Wanneer de gevallen broeder echter als de dief aan het kruis tot Christus roept
zullen zij de vergeving van God verkrijgen.

belofte3Een wijs persoon heeft eens gezegd
dat  God niet kijkt waar we vandaan komen, maar waar we naartoe gaan.
Als het berouw voortkomt uit een verlangen naar een zuiver hart, zal de berouwvolle, ongeacht hoe vaak hij ook gefaald heeft,
God weten te vinden.
Zalig de reinen van hart,
want zij zullen God zien
“.
Matth.5: 8

Saint Silouan de Athoniet. fresco AthosDe Heilige Silouan heeft erop gewezen dat,
“degene die een hekel heeft aan z’n medemens en hem verwerpt is in verarmd.
Hij kent de ware God niet, Die immers
de allesomvattende Liefde is”.
De Heilige Apostel Petrus maakt ons duidelijk wat God ons heeft gegeven:
Zijn Goddelijke Kracht immers heeft ons met alles, wat tot leven en godsvrucht strekt,
begiftigd door de kennis van Hem, Die
ons geroepen heeft door zijn Heerlijkheid en Macht; hierdoor zijn wij met kostbare en
zeer grote beloften begiftigd, opdat
gij daardoor deel zoudt hebben aan de                                                                                               Goddelijke natuur en ontkomen zou aan                                                                                           het verderf, dat door de begeerte                                                                                                         in de wereld heerst
“.                                                                                                                           2Petr.1: 3-4
We proberen dit allemaal rationeel te begrijpen, met ons koppie maar zo werkt het niet.
We weten dat zulke dingen ons verstand te boven gaat;
wel weten we dat ze met ons hart – intuïtief – kunnen waarnemen, voelen, ervaren.
Dit is gevaarlijk, zoals we zullen zien en toch is dit echt de diepste soort van weten.
Maar zelfs met dit soort van weten, is het bestaan ​​van God in ons leven
nog slechts gedeeltelijk in ons bewustzijn te bevatten;
de rest vindt buiten ons bewustzijn plaats.
Natuurlijk, hoe meer we geestelijk volwassen worden, hoe
meer we Zijn energie in ons kunnen laten komen, in ons bewustzijn, alwaar
het vervolgens kan worden uitgedrukt in de daden in ons leven.
We zullen nooit helemaal deze mogelijkheid bereiken,
want er zal altijd meer zijn;
we zijn nooit helemaal ‘vervult’ met Gods energie.
De Heilige Gregorius van Nyssa wist dit toen hij zei dat:
onze zoektocht naar God een ‘eindeloos zoeken’ omvat“.
Hij bedoelde hiermee dat deze energie altijd naar ons zal komen,
onafgebroken actief in ons is, altijd toeneemt, maar
qua bevattingsvermogen zijn we ons er nauwelijks van bewust,
onderscheiden we het maar  gedeeltelijk.
Ons onderscheidingsvermogen van God in ons, hoewel bewust,
kan maar voor een heel klein gedeelte, maar kan zich slechts trachten
voortdurend leeg te maken voor Zijn Aangezicht.

bron van levenOmdat dit waar is, geloven we dat
God in de “diepte” van ons leven als bron functioneert en uit deze bron komen
heel wat zaken voort, die altijd Zijn aanwezigheid belichamen [incarneren].
Met dit in het vooruitzicht kunnen we niet rusten; dient ons reactievermogen niet te verslappen door de een of andere vermoeidheid.
De Heilige Gregorius van Nazianze wist dit:
Nu is het tijd, echt het is tijd, oh mijn ziel,                                                                                         ken jezelf en je lot . . .
                                                                                    Kijk naar jezelf, oh mijn ziel!                                                                                                                 Geef niet toe aan enige vermoeidheid“.
De Heilige Antonius de Grote zei verder: “Hij die zichzelf kent, weet alles” en
De Heilige Petrus van Damascus voegt hieraan toe,
Aan hem is gegeven die is zo ver gekomen is om zichzelf te kennen
is de kennis van alle dingen geschonken
“.

God schiep , , ,, druk op de knop.Dit gebeurt echter niet op oproep, met
één druk op de knop.
Wij, als levende en groeiende wezens, hebben een rol te spelen in het vervolmaken van onze persoon door beschikbaar te zijn en open staan ​​voor Gods aanwezigheid.
We dienen samen te werken – de vaders noemen dit “synergie” –
op een dusdanige wijze dat de energie van God en de energie van onze eigen Ikje samensmelten en ons continu op een nieuw niveau brengt.
In tegenstelling tot sommige van de meest voorkomende kwaliteiten welke
met het christendom verbonden zijn, bestaan er specifieke kwaliteiten op
onze zoektocht naar onze dieptes:
overgave, verkondiging, stilte, wachten, in de hoop op, gedenken, enz.
Het is door dergelijke kwaliteiten, die er voor zorgen [voor zover het ons wordt toevertrouwd] dat de volle omvang van Gods aanwezigheid [dat is Zijn aandeel) in
ons bewustzijn tot ontwikkeling komt.
Die beweging neemt verschillende vormen aan:
compassie, vergeving, liefde, zorg – heiligheid.
Op deze zoektocht in dergelijke ervaringen zullen we vooral bezig zijn met
onze deelname aan datgene wat we kunnen beschouwen als Gods aandeel in Zijn aanwas.
Uit deze “diepte” roept de psalmist in de ervaring van de onderdrukte neergang en een rommelig leven tot een bron van waaruit zulke een goddelijke rijkdom ontspruit.

Licht in de duisternisWe ervaren een zeker onbehagen, want
deze diepte is gevaarlijk, omdat we alles niet kunnen overzien wat er zich in bevindt.
We hebben inderdaad al eerder gewaarschuwd, in onze diepten bevindt zich de duivel zelf, de grote bedrieger.
We kunnen ons geen voorstelling maken van
de diepste uithoeken van onze ziel waar
hij weer niet op de loer ligt en steeds opnieuw met zijn kwade en donkere intenties
de stromen van de Goddelijke energieën blokkeert
De woestijnvaders wisten dat onze diepten door enorme krachten worden omgeven, zowel                                                                                          negatieve als positieve, die van de                                                                                                        duisternis en het Licht.
De donkere en negatieve dienen ook tot het bewustzijn worden gebracht en zij dienen als een ervaren ziekte worden beleden, worden bezworen en vervangen.
Maar dit dient de Kracht van het Licht van de menswording van Christus niet te weerhouden; de duivel dient ons er niet van weerhouden God te aanschouwen;
Het Licht is immers sterker dan de duisternis.
Zoek daarom de deur naar de binnenste kamer van je ziel, en
je zal de deur van het Koninkrijk der hemelen ontdekken
“.
H. Johannes Chrysostomus
De heilige Ephraïm de Syriër wist dat God bij de schepping al
het gehele Hemelse Koninkrijk” in de mens had geplaatst en dat deze
om dit te bereiken heel diep zou moeten graven.
Zulke mensen kennen deze eenvoudige waarheid:
de weg “naar boven” is de weg “naar binnen“.
En om de positieve eigenschappen hiervan te beklemtonen en te ervaren dienen we de noodzaak van het negatieve niet uit de weg te gaan.
Ons slagveld zal voor altijd gevormd worden door “te worstelen tegen zulke overheden“.
God wil dat we nu eenmaal méér uit ons leven halen en
dat we echt aan de slag gaan Hem uit te breiden.
Omdat Hij leeft niet alleen “in de hoogten“, maar ook in onze “diepten” leeft
dient onze inzet te zijn door te dringen in het contact met Hem en
ons in de diepte der diepten te begeven.
Deze diepten zijn niet een plaats in de ruimtelijke zin, maar de potentie die je op jouw weg hebt meegekregen het is er door een ander uitgezet, door de levende God Zelf,
de Schepper die “het ademende leven in het stof blaast” en
er Zijn eigen beeld er aan heeft meegegeven.
Hij is de Schepper, wij de schepselen . . . . .

Vreselijk is het, te vallen in de handen van de levende God!
Herinnert u de dagen van weleer, toen gij, na verlicht te zijn, zo
menigmaal lijden doorworsteld hebt,
– hetzij zelf een schouwspel van smaad en verdrukking,
– hetzij deelnemende aan het lot van hen, die in zulk een toestand verkeerden.
Want gij hebt met de gevangenen mede geleden en
de roof van uw bezit blijmoedig aanvaard, want
gij wist, dat gijzelf een beter en blijvend bezit hebt
“.
Hebr.10: 31-34

neiging om zelf de 'bouwmeester' te worden van ons spiritueel levenAls we ons eenmaal van dit juk hebben ontdaan, treedt een ander struikelblok op.
Want, vanaf het moment waarop men heeft geleerd onze kwellingen zonder ophouden aan God toe te vertrouwen, ontstaat er al vlug de neiging om zelf de ‘bouwmeester’
te worden van ons eigen spiritueel leven.
Wanneer je daarbij stil gaat staan, begint
alles weer op een heel ander niveau.
Het moeilijkste is hier niet tegen te strijden, maar iedere vorm van strijd op te schorten.
Of het nu gaat om het vasten of de regelmaat van je persoonlijk gebed, of bepaalde andere  voorschriften in acht nemen als een vorm van innerlijke hygiëne.
Dit alles is slechts stro vergeleken met het Goddelijk vuur.
De Goddelijke Liturgie en in haar schitterende hymnen vermaant ons om
alle aardse zorgen opzij te zetten; om de Koning van het heelal te ontvangen, onzichtbaar begeleid door Zijn lijfwacht van Engelscharen
CherubimDat betekent dat we vertrouwend op God al onze beslommeringen opzij dienen te zetten.
Of het nu gaat om relationele, familiaire professionele of zelfs spirituele problemen,
wij dienen alles aan God op te dragen,
om aldus een zekere beschikbaarheid te verwerven voor Zijn Heilige Geest.
Nog eerder dan een zintuiglijke gewicht  bestaat de traagheid van het vlees uit
een ongeordende knoop van onze gevoelens, van onze gedachten of nog meer van onze herinneringen.
Dit alles is op zich zeker niet slecht, maar het vertroebelt onze beschouwing.
Daarom is het noodzakelijk zich fundamenteel te leren ‘ont-doen’
[van nul af aan te (her-)beginnen] om alles te vergeten,
om klip en klaar te leren ‘geheel en al oog te zijn‘ [Abba Macarius] , want
door jezelf onder de loep te nemen, ontdekt de mens op mysterieuze wijze God.
De omvang van onze zorgen verhinderen onze geestelijke [weder-]geboorte;
zij houdt ons aan de oppervlakte van onszelf en ver verwijderd van
het goddelijk geheim in ons hart.
H. Mattheüs, EvangelistWeest niet bezorgd over uw leven,
wat gij zult eten of drinken, of over uw lichaam, waarmede gij het zult kleden.
Is het leven niet meer dan het voedsel en het lichaam meer dan de kleding?
Ziet naar de vogelen des hemels: zij zaaien niet en maaien niet en brengen niet bijeen in schuren en toch voedt uw hemelse Vader die; gaat gij ze niet verre te boven? Wie van u kan door bezorgd te zijn een el aan zijn lengte toevoegen?“.
Matth.6: 27
Oudvader Jacob heeft tot in de vroege uurtjes met God gestreden.
Ten slotte heeft hij gegriefd de goddelijkheid van                                                                             zijn tegenstrever erkend.
Hij ontving Gods zegen waaraan we het beeld van onszelf en ons leven in de geest
in zijn hoogste vorm kunnen herkennen.
Maar al te vaak strijden we in het geloof tegen God waardoor we onszelf verheerlijken.
Het is een vorm van mystiek activisme die zich verstart rondom ons ‘innerlijk schouwen’.
deze weg berooft ons van onszelf en we hebben het zelf niet eens in de gaten.
Jesus Christ Pantocrator BlessingWij kunnen God niet aanschouwen, zoals
de zon ons toelaat om de wereld te zien,
is God de glans die ons geweten toestaat om
Zich in waarheid te onthullen.
Er duikt nog een gevaar op door jezelf als bron
van het ‘spirituele leven’ te beschouwen.
Dit autisme maakt ons volledig ondoordringbaar.
Het sluit ons af, uit vrees voor het nieuwe en
belemmert het onbekende van de Wil van God.
De vrees om de teugels los te laten opdat God het reisgezelschap, de gemeenschap leidt,
stelt onze angst voor de woestijn op de proef.
Men neemt dan de tragische beslissing daar te gaan waar men het goed dunkt . . . .                                                                                                               mogelijke problemen uit de weg gaat . . . .                                                                                           vervolgens vecht men tegen de bedrieglijke schijn die                                                                     de woestijn ons in haar onmetelijkheid toont.
De aanvaarding is wellicht één van de minst aangename, want
dit zal ons in alle helderheid de roes doen aanvaarden die
het diepste bewustzijn van Gods Wil veroorzaakt.
Op het einde van de rit wil God slechts het goede, maar
wij weten nog steeds niet wat Hij voor ons nog
achter de hand hebben heeft en daar zit onze vrees.
Als remedie dienen wij door schade en schande wijs geworden
een ‘strategie van het onmogelijke’ aan te hangen;
door in vol vertrouwen dan alles maar bij God in handen te geven.
Het is geen onmogelijke weg,
maar het is het onmogelijke
welke de Koninklijke Weg vormt.

Orthodoxie & Hemelvaart, de aarde of ons Leven

de aarde of ons Leven
Ik herinner me als kind dat een vriend me verhalen vertelde
tijdens het  fietsen onderweg naar school
Op een dag vertelde hij hoe zijn grootvader, hem verhaalde over hoe het einde van de wereld zou zijn en de wereld zou worden vernietigd en dat al degenen die
in Jezus geloven in de Hemel zullen worden opgenomen naar.
Nadat de wereld is vernietigd zo ging hij verder zal er een nieuwe wereld en een nieuwe aarde komen.
Tijdens het fietsen waren we heel nieuwsgierig hoe die nieuwe wereld er dan uit zou zien.
Misschien zou het gras paars kleuren en de zon groen licht verspreiden en
de lucht rood kleuren, zo vroegen we ons af.

Dat gesprek is me door de jaren heen altijd bijgebleven, maar ik geef toe,
de kleuren van de nieuwe aarde voeden mijn nieuwsgierigheid
niet meer zo veel als toen ik jong was.
Dit gesprek komt elk jaar weer bij me op wanneer we de hemelvaart van onze Heer vieren.
Momenteel houdt ik mij meer met de vraag bezig hoe Jezus, Die voornamelijk in de Hemel geïnteresseerd was toch Zijn volgelingen leerde hoe op aarde te leven en
vervolgens Zijn discipelen op aarde met dat lerend werk opzadelt.
Dat toen Hij naar de hemel was opgevaren
– en Hij Zijn discipelen naar de hemel wilde voeren –
Hen toch ook niet met Zich mee heeft kunnen nemen?!?

De conclusie dient immers te zijn dat:
Op de dag dat Christus naar de hemel is opgevaren,
vertellen de engelen zelfs aan de apostelen 
[en ons] dat
we op dienen te houden naar de hemel te staren en
dat ons werk zich hier op aarde bevindt.
Wat we nodig hebben is niet de hemel, maar
de Heilige Geest opdat Jezus ééns terug zal komen!
Onze rol is om op aarde Gods Wil te doen
zoals dat eveneens in de hemel wordt gedaan,
hetgeen niet hetzelfde is als dat we nodig hebben om in de hemel Gods wil te doen.
We kunnen de periode hier op aarde of ons leven hier niet overslaan, maar zijn geroepen om Zijn werk en wil op deze planeet te doen:
– om Zijn getuigen te zijn,
– om niet alleen over de dood van Christus te praten,
– maar ook over Zijn Opstanding.
We dienen niet met ons hoofd in de wolken des hemels rond te lopen en
luchtkastelen op te bouwen om de zending van Christus op aarde te vervolmaken.
Veel meer is het feest van Hemelvaart een oproep tot ons allen om
Zijn dienaren van de Blijde Boodschap, van Zijn Kerk te zijn,
om in alle naties discipelen te maken door te getuigen van wat God
in en door Zijn Zoon, onze Heer Jezus Christus heeft gedaan
“.

Dit, denk ik, komt overeen met het hogepriesterlijk gebed waarbij
Jezus spreekt met Zijn Vader. . . . .
Wanneer Hij in Johannes 17: 14 – 23 zegt dat het niet alleen de discipelen zijn, die Hem dierbaar zijn,  dat het niet alleen Zijn volgelingen zijn die Hij in de hemel wil doen komen, maar inderdaad de gehele wereld! Alles en iedereen!
En als geregelde volgorde “wordt dan alles aangetrokken tot die hemel“;
alles – behalve als uitzondering die exclusieve zonde;
neem het wel goed waar – alles wordt naar de hemel getrokken en
de hemel komt het aardse in de omgekeerde richting tegemoet.
Hoewel er een groot onderling verlangen bestaat naar deze vereniging en de gemeenschap met elkaar blijft er altijd iets bestaan waarop dit niet bereikbaar blijkt,
waarbij je jezelf toch blijft afvragen ​
​welke kleur het gras zal hebben aan de andere kant van de heuvel.
Mens, wat staat gij daar en ziet op naar de hemel?” vraagt ons de engel [Hand.1: 11].
Ik ben er zeker van dat het iets met de menselijke nieuwsgierigheid te maken heeft,
die als we iets van onze katachtige vrienden kunnen leren
een gevaarlijke onderneming inhoudt.

Er zijn, zo lijkt het, veel belangrijker zaken om ons mee bezig te houden.
Namelijk onszelf te bevrijden van dat ene ding wat overblijft en
dat absoluut geen trekpleister oplevert tot de hemel en
dat is onze zonde.
Sterker nog door dit te overwinnen zal het ons
een plaats in het Hemelse Koninkrijk, bij God bezorgen.
Of beter gezegd, zoals onze Heer het ons Zelf voorhoudt:
Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon,
gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met Mijn Vader op Zijn troon.
Wie oren heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt
“.
Openb.3: 21

Christus in Zijn hemelvaart
Wat doet de Blijde Boodschap eigenlijk
wanneer we spreken over de Hemelvaart van Christus in de hemel?
Deze gelegenheid of dit ‘Mysterie’ is de vervulling van het manifestatie van de incarnatie van het Woord, de menswording van Christus als de Zoon van God.
Dit is het afsluitende of laatste hoofdstuk dat gaat over
zowel de goddelijkheid en menselijkheid van Christus.

Het verhaal ontwikkelt zich, aldus Marcus, nadat
Jezus aan Zijn discipelen verscheen was en
Hij beval de Blijde Boodschap en Haar verkondiging aan hen overdroeg:
De Heer [Jezus] dan werd, nadat Hij tot hen gesproken had,
opgenomen in de hemel en heeft Zich gezet aan de rechterhand Gods
“.
Marc.16: 19
De Verrezen, de Opgestane Heiland is,
in Zijn licht en met Zijn Verheerlijkt lichaam, mede- of co-tronend met de Vader
op een wijze die Hij, niet alleen door Zijn goddelijke natuur, maar ook
door Zijn Overwinnende en Vergoddelijkte Menselijke natuur,
mede-gelijk is aan de Vader.
Op dezelfde manier waar jij een ander mens in plaats van jezelf mede- of co-gelijk stelt
door hem een ​​zitje [zetel] aan uw rechterzijde aan te bieden,
zo heeft God de Vader, Zijn Opgestane Zoon, Christus gelijkgesteld met Zichzelf.

In het verslag van deze gebeurtenis  in Lucas werd Hij nadat Hij hen voor de laatste keer verscheen, werd hij op een zodanige wijze in de hemel opgenomen dat blijkt dat
Hemelvaart en Opstanding niet door een tijdsinterval werden gescheiden.
In het begin van de Handelingen van de Apostelen [welke eveneens door de Apostel Lucas werd beschreven] verscheen Hij hen gedurende veertig dagen en vervolgens
Hij leidde hen naar buiten tot bij Bethanië
[“Huis van lijden” of “Huis der behoeftigen, nooddruftigen”]
en Hij hief de handen omhoog en zegende hen.
En het geschiedde, terwijl Hij hen zegende, dat Hij van hen scheidde
“.
Luc.24: 50, 51
– en dit alles gebeurde nadat Hij hun de Heilige Geest beloofd had.
Voor mij zijn de veertig dagen een symbolisch getal.
Aantallen werden voornamelijk gebruikt in een theologische symboliek:
Dit was de hoeveelheid tijd,
die het volk van Israël doorgebracht in de woestijn van Sinaï
voordat ze het Beloofde Land bereikten.
Bijgevolg kunnen we deze parallel doortrekken tot de hemel,
welke Christus – in Zijn hemelvaart – bereikte, dat is
in feite onze Beloofde Land; met andere woorden,
dat het eerste een voorafbeelding was van dit laatstgenoemde.
Evenzo was “Mozes daar bij de Heer veertig dagen en veertig nachten,
brood at hij niet en water dronk hij niet en
Hij schreef op de tafelen de woorden van het Verbond, de Tien Woorden
“.
Ex.34: 28
Ook de profeet Elias bracht deze tijdseenheid door op zijn weg naar de Sinaï.
Het lijkt erop dat een symbolisch getal altijd voorafgaat aan
de transfiguratie [van gedaante veranderen];
met name in de hemelvaart is de menselijke natuur van Christus voor de laatste keer
getransfigureerd en wordt in staat gesteld om samen met God op de Troon plats te nemen.
Op dezelfde manier wandelde God in de menselijke natuur
door de vleeswording van Zijn Zoon, de mensheid maakt wandelingen in God
door de Hemelvaart van Christus.

De gebeurtenis vindt niet plaats binnen waarneembare tijd en afstand.
Het is de deelname van de menselijke natuur, die in Christus werd gezuiverd,
in het hart van God [de Goddelijke natuur]
– Deze twee naturen functioneren zonder verwarring,
– ze worden niet verdeeld of gescheiden, en
op geen enkel moment hebben ze een verandering ondergaan
[zoals bepaald op het 4e Oecumenisch Concilie (451 A.D.) van Chalcedon].
Dat, deze verandering al had plaatsgevonden in de incarnatie [bij de menswording] en
vindt op dezelfde manier plaats in de Hemelvaart.
De menselijke natuur in Christus verdwijnt niet of ontbindt Zich,
maar Zijn Eer en Glorie wordt tijdens Zijn hemelvaart geopenbaard [getransfigureerd].
Door te zeggen:
” En niemand is opgevaren naar de hemel,
dan die uit de hemel nedergedaald is de Zoon des mensen”
[John.3: 13], wordt niet de beweging in de ruimte aangeduid,
in beide situaties refereert Johannes hiernaar, hij probeert duidelijk te maken
dat er een kruising tussen de twee naturen was gekomen om dit te laten gebeuren.
De eeuwige Zoon wordt geïncarneerd [mens]
vanaf het moment van de verkondiging van de aartsengel Gabriël tot de Moeder Gods en
de Godheid neemt de menselijkheid van Christus aan vanaf het moment van
haar oprichting tot aan de vervulling
– in de dood en de Opstanding en de Openbaring van de Hemelvaart.

Hemelvaart is de uiting of openbaring van wat er komen te gebeuren,
vanaf het moment dat het Woord vleesgeworden was in de schoot van de Theotokos, Maria.
De Zoon heeft de tijd en ruimte in Zich en
heeft Zich vrijwillig aan hen overgegeven, maar Hij bevrijdt Zichzelf weer
door Zijn dood en Opstanding, zonder Zijn menselijke natuur op te geven,
Hij Die werd verheven [Zijn menselijke natuur] voorbij de gebondenheid van tijd en ruimte.
Het is alleen maar omwille van de gemeenschappelijke uitdrukking dat er werd gezegd:
“Hij is nedergedaald” of “Hij is opgevaren”.
Christus was hier op aarde omdat Hij ons mensen wilde genezen en bevrijden.
Na dit op Zijn wijze gedaan te hebben is Hij “opgevaren” naar de hemel.
De hemel is de plaats waarnaar de mens wordt aangetrokken,
maar de hemel is geen fysieke plaats.
De hemel is niet boven en de mens bevindt zich er niet onder.
God, Die in Zijn onnoemelijke Liefde de goddelijke staat van de mens in de hemel bewerkstelligt.
Het menselijk lichaam zal in de algemene Opstanding, met de goddelijke staat bekleed worden,
hetgeen wordt uitgedrukt als opgaan “in de hemel”.
Wanneer de Blijde Boodschap [de Heilige Schrift] de vervulling van Christus in de menselijke natuur wol uitdrukken wordt er melding gemaakt van: “Hij is opgevaren”.
In werkelijkheid wordt Christus – in Zijn Glorie – opgenomen in de Goddelijke uitgestrektheid of
wordt Hij veronderstelt zijn menselijkheid in deze uitgestrektheid te zijn overgegaan.
Christus heeft geen nood/behoefte aan een locatie, Hij is;  noch gaan we naar
een bepaalde locatie om aan te voldoen of met Hem in contact te treden, Hij is.
Hij komt tot ons in de Heilige Geest, welke Zich in ons is neergedaald  en
Hij neemt in ons een leefgebied voor Zichzelf.
Zijn hemel bevindt Zich in ons, Zijn Tempel zij wij.

Christus, zitten op hoge gloeit met de Heilige Geest.
Wanneer Ik niet weg zou gaan, zou de Helper niet tot u kunnen komen . . . . .
Echter wanneer Hij gekomen zal zijn, namelijk de Geest der waarheid,
zal Hij u in al de waarheid leiden . . . . .
maar ik zal jullie weer zien en uw hart zal zich verblijden
“.
[De afscheidsrede volgens Johannes de Theoloog].
Christus is fysiek verborgen [in het lichaam], maar
Hij is actief via de Goddelijke Geest.
Deze Geest verbeeldt Christus in de menselijke ziel.
Jezus is niet afwezig, maar de intimiteit van de relatie tussen Hem en ons is sterker dan
de relatie die bestond tussen Hem en Zijn discipelen.
We zijn altijd in een staat op Hem te wachten.
Zijn aangezicht staat gedraaid op ons gericht en wij naar Hem.

De mens wacht op de terugkeer van God en blijft in Hem en
God wacht op de terugkeer van de mens
door zijn bekering, zijn verlangen en zijn hoop.
De beklimming is de rechter in beide twee situaties;
Het is de openbaring, niet alleen van de verheerlijking van God,
maar ook van de transfiguratie [de verandering] van de mensen
die met God oplopen, Zijn weg gaan.

En God komt naar u terug zodat u een compleet mens mag blijven,
niet dat je je menselijke natuur zal dienen af te breken, maar
dat je deze tracht te herstellen op zuiverheid.
Uw God zal je niet annuleren, maar Hij zal zich in je “ten dienste zijn”;
Hij zal je niet in Zichzelf doen wegsmelten op de laatste Dag,
omdat je zal worden opgewekt en je zult je hele zelf voor Zijn ogen kunt behouden
nadat de Heilige Geest je beenderen weer tot leven heeft gebracht.
Deze ‘beweging’ naar God toe, komt in deze wereld en
verschijnt in de wereld door middel van heiligheid en gerechtigheid
en brengt geen verandering tot stand in je menselijke natuur op zich,
want oorspronkelijk bestaat je natuur alleen als
zijnde voortgekomen uit de Goddelijkheid van God Zelf.

En wanneer Hij op je wacht voor u, verwacht Hij dat je jezelf [aanbiedt] tot Hem zal verheffen
Hem al het werk van je geschiedenis als een offer aanbiedt.
Je bent alleen in staat om je creativiteit te uiten door Zijn inspiraties.
Hij motiveert in jou de schoonheid van je menselijke natuur.
Je bent mooier als hij Zijn woning bent en als je vooruitgaat [opstijgt,
met en tot Hem blijft oplopen en
je niets los laat van alles wat je oorspronkelijk
aan Zuiverheid, Glorie en Gerechtigheid bezat.

De woorden die je spreekt zijn niet echt prachtig,
wanneer ze niet afkomstig in het Licht dat God in je hart heeft geplaatst;
des te meer blijven deze woorden toch menselijk.
Elke grote woord dat werd uitgesproken in de tijden van de mensheid is een menselijk woord;
zelfs al was het tot hen nedergedaald uit het hart van God.
De Goddelijke “Wind” Die op jullie neerdaalt belemmert je niet op een creatieve niveau;
het wordt binnen in je een gouden taaldaad.
U bent niet slechts een cd-speler die Gods woorden weergeeft,
maar je bent een schepper van schoonheid, de opverende vorm in jezelf
– van je innerlijke ziel, die werd aangeraakt door God,
maar niet door Hem opgeheven of vervangen wordt.

Wanneer Hij de schoonheid was die in je is, dan dient Hij door jouw wereld heen te werken.
Hij zet Zijn Leven in je voort en werkt door je heen.
De wereld heeft geen bestaan ​​zonder jou, het valt niet uit elkaar zonder jouw bestaan.
De wereld is jouw kwadrant en jij bent de speeltuin.
Je wereld wordt in zijn omvang uitgedrukt, in het aangezicht van God.
Aangezien deze wereld Zijn schepping is,
zal het altijd blijven zoals Hij het in Zijn dood gedoopt heeft,
tot op de Laatste Dag, in Zijn ruime en eeuwige Licht.
God blijft verenigd in de materie, in geest en licht allemaal tezamen.
De wereld zal het opperkleed van uw Heer zijn op de wederkomst van Christus.

Vanuit deze visie is het christendom en het handwerk van de geschiedenis en
wordt het op hetzelfde moment in de eeuwigheid teruggegeven,
het mondiale en die van het universum met licht;
Christendom is verantwoordelijk in de tijd,
maar vrij van de slavernij.
Het [Christendom] is aanwezig in de materie en
vormt de motivatie van deze nering met de beweging van de geest.
Daarom bestaat het Christendom niet alleen in de tijd
maar wordt het omwille van de “liefdesrelatie” eeuwig,
is zij noch passief als een toeschouwer
die de gang van zaken slechts als onafhankelijk van de mens bekijkt.

De gelovige kan niet ontsnappen naar een onbewoond eiland
zelfs niet als het zijn kluis of hermitage zou worden
– want hij zal de gehele wereld in zijn hart en gebeden meenemen.
Sommigen van ons kunnen de eenzaamheid omwille van de vrede en rust nastreven,
maar ook de eenzaamheid is nooit verlaten; haar diepgang zal dieper worden
wanneer zij in het teken staat van de goddelijke aanwezigheid.

De wereld wordt en blijft volledig opgenomen in Christus’ redding plan.
Alles in de wereld maakt deel uit van Zijn geliefden met uitzondering van de zonde.
Alles in de wereld wordt tot de hemel getrokken.
Onze geest wordt tot de hemel aangetrokken, voor zover de geest ontwaakt en
liefdevol het voortbestaan knuffelt.
Maar het bewandelt nooit de weg, waarbij wij al het goede in onze wereld verafschuwen,
niet in de manier waarop we onverschillig zijn voor de wijze waarop zij is opgebouwd,
de wereld zou in onze ogen altijd nog verbeterd en gereorganiseerd dienen te worden.

We kunnen nooit zeggen dat deze wereld zich verheft door middel van haar eigen bevoegdheden, noch dat deze wereld automatisch naar de betere voortschrijdt.
Maar wij prediken dat God de mens en zijn omgeving verheft in Zijn liefdevolle zorg.
De wereld wordt weliswaar verhoogd  maar opstijgen door zichzelf op.
Het mat zichzelf af en stribbelt tegen, worstelt en
God accepteert het en lokt het naar Zichzelf toe, God heeft geduld.
Hij, die zit daar in de hoogte in Zijn breed-stralend Lichaam,
opent Zich en omarmt degenen die naar Hem verlangen.
Na de hemelvaart van Christus,
zal morgen het heelal, op haar beurt, worden opgesteld en ontvangst worden genomen.
Dit zijn de manieren waarop God aanhankelijk toont.

Cf de servisch vader Milovan Katanic wonende in de U.S.A,
hij combineert geschiedenis met de Traditie, ….

Orthodoxie & het Koninkrijk der Hemelen

Gezegend is het Koninkrijk . . .Koninklijke Deuren met afbeeldingen van de Annunciatie en de Vier EvangelistenDe Koninklijke Deuren wijzen ons de weg;
Hemel en aarde zijn door Christus weer bijeengebracht.
De icoon van de Verkondiging herinnert ons dat God als mens voor ons te wereld kwam.
De Moeder Gods maakte voor Christus de weg vrij om deze wereld te betreden en
voor ons demogelijkheid om de hemel te beërven.
De Iconen van de Vier Evangelisten herinneren ons dat we door
de onthulling van het Evangelie tot God komen.
In de Iconostasis zien we aan de rechterkant van de deuren de icoon van Christus met aan zijn linkerhand de icoon van de voorloper Johannes de Doper.
Aan de linkerkant van de deuren de icoon van de Zuivere Maagd met Christus als Kind met naast haar de icoon van de patroon                                                     van de betreffende parochiekerk.

Christ, iconostasis UtrechtIcoon-afbeeldingen hebben altijd een rol gespeeld in
het christelijk geloofsonderwijs van christenen.
Iconen zijn veel méér dan religieuze afbeeldingen.
Ze zijn een manier om op eenvoudige wijze de
mensen een aantal ingewikkelde christelijke begrippen duidelijk te maken; een wijze die bij iedereen die
ze ziet, zelfs een klein kind een herkenning meegeeft.
Iconen waren al in de vroegste dagen van de kerk
een hulpmiddel om christenen het Evangelie te verkondigen, ook voor hen, die misschien niet in
staat waren om zelf het Evangelie te lezen.
Christenen van de Orthodoxe Kerk beseffen dat
het onmogelijk is een indruk weer te geven hoe God eruit ziet. We hebben Hem immers nog nooit gezien, we kennen Hem nauwelijks, we kunnen Hem dus ook niet weergeven.
Echter, God kwam in deze wereld als een persoon, als mens.
Hij werd vlees en bloed, als Jezus Christus en dankzij de Apostel Lucas, de icoonschilder,
zijn wij in staat een weergave te geven van Zijn verschijning hier op de wereld.
Apostel Lucas schrijft een Icoon van de TheotokosDeze Apostel, zo vertelt ons de overlevering, schilderde Zijn Moeder, de Theotokos en
op die manier weten we ook
hoe Christus er uitgezien zou hebben.
De oudste afbeelding bevindt zich op de berg Sinaï – een icoon die in was is weergegeven.
Christ Pantocrator (Sinai) IconDat God mens werd
is een van de meest elementaire begrippen
in de christelijke leer.
We kunnen een beeltenis
van Christus op een icoon schilderen omdat Hij hier als persoon onder ons was.
Het woord “Icoon” betekent een indruk of afbeelding.
In eenvoudige bewoordingen is een icoon van Christus een afbeelding van Christus,
die iedereen laat zien dat God een mens werd.
Op een gewone afbeelding lijken dingen kleiner te worden zodat ze op afstand komen te staan.
Dit geeft de afbeelding een gevoel van diepte, hetgeen “perspectief” wordt genoemd.
Iconen zijn wat dat betreft afwijkend, bij veel van hen zul je zien dat
het beeld groter lijkt te worden naarmate het verder af staat
– het perspectief is van achteren naar voren, het “omgekeerd perspectief”.
Bij een gewoon schilderij kom je regelmatig de zon tegen, of
je kunt de licht- en schaduwwerking waarnemen.
Je zou het moment van de dag kunnen vaststellen, of kunnen zien dat het nacht is.
Dit soort kenmerken zul je op een icoon niet tegenkomen,
er zijn geen schaduwen of weergaven van  dag en nacht.
Een icoon toont een beeld van de hemel,
dus wordt deze verlicht door het onveranderlijk Licht van God.
Iconen zijn met een bepaald doel op deze manier geschilderd,
een icoon is een venster op de Hemel.
De verering van de Icoon wordt zo gezegd doorgeven aan
de Hemel en de daarop aanwezige afgebeelde persoon.
Het stuk hout met de afbeelding wordt niet zelf vereerd, maar
de Persoon die Zich in de Hemel bevindt.

God, in de persoon van Christus, afgebeeld als de Schepper der wereld, Monreale Sicilië [It]Het Oude Testament vertelt ons dat God wereld en de mensheid en alles wat er rondom ons bevindt geschapen heeft. Hij zag dat alle dingen die Hij gemaakt had goed waren en een lust voor het oog. Daarna gebeurde het dat de mens zich van God afwendde en
dat de gehele wereld daardoor onder de macht van de dood, het kwaad en de zonde kwam.
Met andere woorden, er was helemaal niets mis met de materie
met name omdat God het goed had gemaakt.

Het Nieuwe Testament leert ons dat God
zoveel van ons houdt dat Hij Zijn Zoon Christus
heeft gezonden om ​​mens te worden.
Icoon, Geboorte van Christus, Zoon van GodChristus is gekomen om ons te redden en
ons een kans te bieden weer tot God te kunnen komen.
Hij [Geest] werd stof [materie] zoals we zijn.
Omdat God in Christus mens is geworden, heeft deze fysieke wereld weer een begin gemaakt met de
Hemelse wereld herenigd te worden.
De materie [het stof] is begonnen
haar volle glorie te herwinnen.
Christus heeft ons laten zien dat
het menselijk vlees vervuld kan worden met God.
Hij was de fysieke materie waarbij
God tot de mensheid afdaalde.
Op dezelfde manier kan alle fysieke materie
met Gods aanwezigheid vervuld worden.
Dit overkomt de heiligen, vanwege het water van de doop, of door
het brood en de wijn bij het ontvangen van de Heilige Gaven in de Goddelijke Liturgie.
Het kan eveneens gebeuren door de ontmoeting met
de persoon die op het hout met verf op een icoon staat afgebeeld.

De Kerk gelooft dat Christus zowel God als mens is:
1.]. Hij verenigde door Zijn menswording Zijn Goddelijkheid met de materie van deze wereld.
2.]. In Christus werd de materie [het stof] met Zijn Hemelvaart vergoddelijkt.
Iedereen die verkondigt dat materie [stof] en God als goed en kwaad elkaars tegengestelden zijn vechten deze leer over Christus aan.
De christelijke Kerk aanvaardt dat het vóór Christus in de wereld onmogelijk was
om een ​​voorstelling van God  te maken: niemand had Hem immers gezien of was voldoende in staat Hem te begrijpen .
Echter zodra Christus op aarde kwam en hier onder ons verbleef,
was het mogelijk om ons een ​​beeld van God vormen, omdat Christus God was.
Iedereen die verkondigt dat je een beeld van God niet dient te vormen zoals
Christus was geeft in feite aan dat Christus ‘niet echt’ God was.
Christus in Zijn GlorieTot slot dient te worden opgemerkt dat
orthodoxe christenen geloven in de Opstanding
van Christus met een fysiek [stoffelijk] lichaam.
Wij geloven in een lichamelijke Opstanding voor
alle gelovigen, wanneer Christus in Zijn Volle Glorie en Majesteit terugkeert.
Wij geloven dat niet alleen onze geest zal overleven, of
zoals sommige aangeven dat we in een spookachtige spirituele vorm uit de dood zullen opstaan​​.
Zowel lichaam als ziel zal gered worden, materie en geest behoren bij elkaar en zullen dus ook gezamenlijk in de Opstanding in een Nieuwe Eenheid verbonden worden.
We geloven daarom ook dat lichaam en geest
gezamenlijk aan de eredienst deel dienen te nemen;
de geest en de materie dienen verenigd te zijn om God te prijzen.
Gezegend is het Koninkrijk, van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest . . .In de Orthodoxe diensten wordt deze leer van de Kerk in praktijk gebracht.
Decoraties van bloemen staan ​​naast iconen gemaakt van hout en tempera en geven de kleuren weer van de aarde.
Kaarsen met hun bruine gloed van de bijenwas vormen naast de gouden olijfolie in glazen lampen een eenheid.
De wierook gemaakt van hars en                                                                                           boomsappen stuwt haar rook van gouden wierook op.
De mensen, die hun beste kleding van katoen en linnen en wol van schapen dragen,
buigen hun hoofd, bekruisigen zichzelf, bidden in stilte of
verheffen hun stem in lof tot God.
Het aanbieden van het brood en de wijnHet aanbieden van het brood en de wijn, vol van zonneschijn en goedheid van de aarde worden op het altaar gelegd.
De gehele schepping danst voor
haar Schepper, al Gods goedheid wordt
aan God geofferd.
Het Mysterie van de Heilige Geest
daalt neer om te bevestigen dat dit werkelijk de Hemel op aarde is en dat Koninkrijk van God nu komt.
De priester opent de Goddelijke Liturgie dan ook met de woorden:
Gezegend is het Koninkrijk van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest,
  nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen“;
waarna het volk een Kruisteken maar, buigt, en volmondig uitroep:
Amen“.

Het is een groot goed om jezelf
over te geven aan de wil van God;
de Heer laat ons door de Heilige Geest
vele wonderbare dingen ervaren en
onthult ons Zijn grote Mysterieën.
Verbind je nu met God,
morgen is het misschien te laat.

Orthodoxie & de verkondiging van de Verrezen Heer in onze tijd

Duisternis over het gehele landEn toen het zesde uur aangebroken was
kwam er duisternis over het gehele land
tot het negende uur
“.
Marc.15: 33

duisternis >
                                           &                                                                              licht ˅

SONY DSC

En zeer vroeg op de eerste dag der week
gingen zij naar het graf,
toen de zon opging
Marc.16: 2

De Evangelist Marcus is vrij nauwkeurig wanneer hij verhaalt dat de Heer werd gekruisigd op het derde uur [Marc. 15: 25];
die duisternis viel over het land op het zesde uur [Marc.15: 33]; en dat Christus                                                                                                       stierf op het negende uur [Marc.15: 34].
Volgens de Joodse tijdrekening, zou dit betekenen dat de Heer aan
het Kruis hing vanaf ongeveer 9:00 [het “derde uur“] tot 15:00 [het “negende uur“]
op die eerste “Vrijdag” van de Grote en Heilige Week;
want daarna viel er de laatste drie uur duisternis over het gehele land“.
Dit is beslist geen weerbericht van de Evangelist.
Prophet AmosIntegendeel, deze onverwachte duisternis was de
vervulling van de profetie van Amos
[lees het Oude Testament
over het zesde uur over de Grote en Heilige Vrijdag] hetgeen
een “teken” van grote betekenis was voor de vroege Kerk toen men het “schandaal” van het Kruis begon te overdenken:
Te dien dage zal het geschieden,
luidt het woord van de Heer, onze God,
dat Ik op de middag de zon zal doen schuilgaan en
bij klaarlichte dag het land in het donker zal zetten.
Dan zal Ik uw feesten in rouw verkeren, en al uw liederen in klaagzang.
Dan zal Ik rouwgewaad brengen                                                    op alle heupen en kaalheid op elk hoofd.                                                                                            En Ik zal het maken als de rouw over                                                                                                  een enig geborene en het einde ervan als een bittere dag
“.                                                           Amos 8: 9-10
Christ at the Cross, GolgothaDe vervulling van deze Profetie
bleek de kosmische dimensie en de betekenis van
de dood van de Heer aan het Groot en Heilig Kruis:
de hele schepping rouwde
vanwege de dood van de Zoon van God.
Dit is waarachtig een geweldig Mysterie!
Toch ten tijde van de kruisiging
wordt met deze zeer diepe duisternis
de solemniteit van de dood van de Heer geïntensiveerd, maar
tevens versterkt het de ontstentenis
van Christus Zelf Die aan het Kruis hing te sterven
schijnbaar door iedereen verlaten, met inbegrip van Zijn hemelse Vader:
En op het negende uur riep Jezus met luide stem: ‘E’lo-i, E’lo-i, la’ma sabach-tha’ni’,
wat betekent: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?’

Marc.15: 34

Saint Longinus the centurionNogmaals, de indruk bestaat dat er op het tijdstip van duisternis aan het Kruis  niemand bij Jezus aanwezig was.
Toch verhaalt het Marcusevangelie
dat op het moment van Zijn dood en de schijnbare verlatenheid,
een heidense hoofdman de eerste mens was
die tot het besef kwam dat dit niet het geval was:
De hoofdman, die tegenover Hem stond,
zag, dat Hij zo de geest gegeven had en
hij zei: ‘Waarlijk, deze Mens was Gods Zoon!’
“.
Marc.15: 39

Daarnaast was er eigenlijk een stille aanwezigheid van diep sympathieke figuren binnen enkele nabijheid van het Kruis, die de Apostel Marcus voor zijn rekening neemt:
Er waren ook vrouwen, die uit de verte toeschouwden, onder wie
Maria van Magdala en Maria, de moeder van Jacobus, de jongere, en
Maria van Joses en Salo’me, die toen Hij in Galilea was,
Hem volgden en dienden; en ook vele andere vrouwen die
met Hem naar Jeruzalem kwamen
“.
Marc.15: 40-41

Apostles Peter and John running to the tombHun rol was van groot belang, want door hun waakzaamheid konden ze weten waar
het graf van de Heer zich bevond:
Maria Magdalena en Maria,
de moeder van Joses zagen
waar Hij werd neergelegd
“.
Marc.15: 47
De aanwezigheid van deze trouwe vrouwelijke volgelingen van de Heer,
de vrouwen die we heden ten dage
kennen en vereren als de Myrrhon-dragende vrouwen bereiden ons voor op de geweldige Openbaring die zal plaats vinden;
Zeer vroeg in de morgen op de eerste dag van de week“.
Marc.16: 2
The Angel at the tombZij leggen rekenschap af van de ontdekking van het lege graf;
de verkondiging door de Engel van de Opstanding van Christus aan de vrouwen bij het lege graf en de verbazing van de vrouwen wordt in vrij beknopte woorden door Marcus, de Evangelist verhaald
en hij gebruikt hier slechts acht verzen voor
[Marc.16: 1-8].
Toen de myrrhon-dragende vrouwen bij het graf aankwamen droegen zij hun specerijen                                                                                in de hoop het dode lichaam van Jezus te zalven,
de duisternis die binnenkort met de vreugde hun hart zal oplichten
werd al verdreven door een ander teken uit de wereld van de natuur, want                               de vrouwen arriveerden “toen de zon was opgegaan“.                                                                   Marc. 16: 2
De kosmos had vanwege de dood van de Zoon van God gerouwd;
maar zal zich nu verblijden door “de aankondiging van
de Opstanding van de Zon der gerechtigheid.
De beweging van de duisternis naar het Licht
is een krachtig motief door de gehele Blijde Boodschap heen.
De duisternis is het symbool van de zonde of de laatste gruwel van de dood.
Jezus Christus is de aanwezigheid van Licht, en
dat Licht is zo sterk dat noch zonde noch dood Zijn Kracht kan weerstaan.
De Myrondragende vrouwen aan het grafDit is niet alleen literair een “symbool”, maar een levende werkelijkheid.
Marcus verhaalt vervolgens
dat de vrouwen
door ontsteltenis waren bevangen“,
toen “zij na het graf ingegaan waren,
een jongeling zagen zitten aan de rechterzijde,
bekleed met een wit gewaad
“.
Marc.16: 5
Deze “jongeling” was overduidelijk een Engel.
En het is dit engelachtig schepsel wat als                           eerste de Opstanding van Christus met                             een definitieve helderheid zal aankondigen die               met een nuchter verstand niet kan worden begrepen:
Weest niet ontsteld.
Jezus zoekt gij, de Nazarener, de gekruisigde.
Hij is opgewekt, Hij is hier niet;
zie de plaats, waar zij Hem gelegd hadden
“.
Marc.16: 6

??????????De Jezus Die gekruisigd was is het,
de Jezus Die nu uit de dood werd opgewekt.
De Verrezen Jezus is
noch een “spookbeeld”, noch een “geest”.
De Gekruisigde is nu de Verrezen Heer,
Jezus de Christus en de Koning van Israël.
De Vader heeft Zijn Zoon niet verlaten, maar
getuigde Degene wiens Opstanding nu aan de andere Volgelingen/Apostelen zal worden verkondigd en
via hen aan de gehele wereld.
Zoals al de bijbelgeleerden het beschreven:
De door Jezus de aan God aan het kruis gestelde vraag
‘Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?” [Marc.15: 34] is nu beantwoord.
Jezus is niet in de steek gelaten
“.
Onvoorwaardelijk gehoorzaam aan de Wil van God de Vader [zie Marc.14: 36],
heeft Jezus de beker van het lijden aanvaard.
Aan het Leven-schenkende Kruis is Hij de Messias,
de Koning van Israël en de Zoon van God (zie 15:32, 39).
Gods onfeilbare aanwezigheid in Zijn gehoorzame Zoon
leidt tot de definitieve actie van God:
Hij is opgestaan!“.
De schijnbare mislukking van Jezus is
door de Goddelijke ingreep [werking] omgedraaid [gecanceld, afgezegd],
Jezus is uit de dood opgewekt

De vier EvangelistenMarcus en de andere Evangelisten
hebben de gebeurtenissen van Die Eerste
en Glorieuze Paasmorgen vastgelegd;
zij leggen ieder voor zich getuigenis af van de Opstanding van Christus.
Wij accepteren hun getuigenis en verkondigen door de Kerk
dezelfde “Blijde Boodschap” aan
de wereld van vandaag.
En we nodigen anderen uit dit met ons te delen dat het leven met inbegrip van “zij, die  ontucht bedrijven en de tollenaars“.
Maar net als de myrrhon-dragende vrouwen,
dienen we deze Opstanding in onszelf te ervaren
op een diep en persoonlijk niveau.
In en door het geloof, kan de “steen“, die de ingang van ons eigen hart bedekt
worden “weggerold” door de Genade van God en
een nieuwe dage-raad kan de duisternis van de zonde en de dood verdrijven, die
ons levenden tijdens het leven doorboort en
ons een leven verstoken van het Licht doet ervaren.
Het zien van dit Licht is het werk van God, hetgeen we Genade noemen.
Wanneer de Opstanding van Christus in
het diepst van ons wezen waarachtig wordt ervaren,
kunnen we in eerste instantie niets anders dan stil zijn,
omdat we door “siddering en ontzetting” worden bevangen.
Marc.16: 8
Maar als we onze stem weer terugvinden
kunnen we door ons geloof en ons leven
dit met vreugde delen met anderen:
– “Christus is Opgestaan! [3x]

Paasstichen
:
Mp3: : Paschale Canon – in verschillende talen en melodieën

De Opgestane Christus met Maria Magdalena1e Paashymne:
Dat God verrijze,
en dat Zijn vijanden worden verstrooid.
Pascha is ons heden geopenbaard:
Pascha, nieuw en heilig.
Pascha, het mystieke Offer; Pascha, het verheven Offer;
Pascha, waar Christus ons verzoent; Pascha, Offer zonder smet;
Pascha, boven alles groot; Pascha der gelovigen;
Pascha, dat ons het Paradijs weer openstelt;
Pascha, dat ons allen weer heiligt.
Zoals rook verdwijnt, mogen zij verdwijnen.
Komt van het schouwspel, gij Vrouwen, die de goede boodschap brengt en
zegt aan Sion:
ontvangt van ons het vreugdevolle Evangelie van Christus’ Opstanding.
Verheug u, dans en juich, Jerusalem, nu gij Christus, de Koning,
als een Bruidegom zag treden uit het graf.
Aldus zullen de boosdoeners vergaan voor Gods aangezicht, maar
mogen zich verheugen de Gerechten.
Toen de myrrhon-dragende vrouwen
’s-Morgens vroeg bij het graf van de Levenschanker kwamen,
vonden zij een Engel, zittend op een steen,
die haar aansprak en zei:
Wat zoekt gij de Levende te-midden van de doden?
Wat treurt ge over de Onbederflijke, als ware Hij aan het bederf onderworpen?
Gaat heen en verkondigt het aan Zijn Apostelen.
Dit is de Dag, die de Heer gemaakt heeft;
laten wij juichen en ons verheugen“.
2e Paashymne:
Pascha, heerlijk schoon: Pascha van ons Heer;
Pascha vol majesteit is voor ons verschenen;
Pascha! Laat ons elkaar vol vreugde om armen.
O Pascha, Gij verlossing uit de smart:
Want zoals een Bruidegom uit Zijn tent,
is Christus heden uit het graf gegaan:
Hij vervulde de Vrouwen met vreugde:
“Boodschapt het aan de Apostelen!”
Eer aan de Vader en aan de Zoon en aan de Heilige Geest;
nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. A-men.
3e Paashymne:
Dag der Opstanding!
Laat ons lichtstralend worden door de plechtigheid en
laat ons elkander omarmen.
Laat ons zeggen:
Broeders‘, ook tot degenen die ons haten;
laten wij alles vergeven omwille van de Verrijzenis en zo roepen:                                                         ‘Christus, verrezen uit de doden,                                                                                                           door Zijn dood vertreedt Hij de dood en                                                                                             schenkt weer het Leven aan hen in het graf! ‘[3x]”

En Hij heeft ons het eeuwige Leven geschonken.
Wij aanbidden Zijn Verrijzenis op de derde dag
.

5e Zondag van de Grote en Heilige Vasten – H. Maria van Egypte; goede voornemens en dode werken

Christ & the Theotokos - Extreme HumilityChristus, opgetreden als hogepriester der goederen, die gekomen zijn, is door de grotere en meer volmaakte tabernakel, niet met handen gemaakt, dat is, niet van deze schepping en dat niet met het
bloed van bokken en kalveren, maar 
met
Zijn eigen bloed eens voor altijd binnengegaan in
het heiligdom,
waardoor Hij een eeuwige verlossing verwierf.
Want als [reeds] het bloed van bokken en stieren en
de besprenkeling met de as der vaars hen, die verontreinigd zijn, heiligt,
zodat zij naar het vlees gereinigd worden,
hoeveel te meer zal het bloed van Christus,
Die door de eeuwige Geest 
Zichzelf als                                                                                               een smetteloos Offer aan God gebracht heeft,
                                                                  ons bewustzijn reinigen van dode werken, om                                                                                de levende God te dienen?“.
                                                              Hebr.9: 11-14

De Grote en Heilige Vasten loopt ten einde.
En wanneer de Grote Vasten een strijd over een bepaalde tijdspanne omvat, dan
is dit tevens het geval met ons ​​leven.
De spanwijdte van het leven wordt ons gegeven als een strijd en zal niet voor eeuwig voortduren. De mens kan dit leven nu eenmaal niet onbeperkt voortzetten, want
zoals het de mensen beschikt is,
eenmaal te sterven en daarna het oordeel
“.
Hebr.9: 27
Aan het einde van ons leven, zullen we teleurgesteld zijn als we ons realiseren
dat we onvoldoende gestreden hebben.
Vorige week hebben we gehoord over de geestelijke Ladder.
Zullen we dan teleurgesteld zijn wanneer we tot de slotsom komen dat we bij
het beklimmen van de geestelijke Ladder, niet de hoogten bereikt hebben, die we dienden te bereiken?  Zullen wij de uiteindelijke vragen tijdens een gewetensonderzoek positief kunnen beantwoorden?
De Grote en Heilige weekWe zijn de afgelopen weken gericht geweest
om tijdens deze korte tijdspanne van
de Grote Vasten ons voor te bereiden op
de vervolmaking en de ziel zoveel mogelijk op
te maken om de gebeurtenissen van het Lijden, sterven en  de Opstanding van onze Heer Jezus Christus, die binnenkort plaatsvinden  te
kunnen gedenken.
Op dit punt aangekomen stellen we ons nog wat laatste vragen:
Heb ik vooruitgang geboekt?
Sta ik wat steviger
[of hoger?] op de geestelijk Ladder dan voorheen?“.
Of kunnen we misschien tot onze verbazing                                                                                       vaststellen dat we toch                                                                                                                             enige spirituele vooruitgang hebben geboekt.
Dan volgt de vraag: “Hoe weet ik vast te houden wat mij deze weken gegeven is?
Hoe richt ik m’n leven zo in dat ik niet opnieuw nalatig zal blijken en
verloren laat gaan wat ik zojuist heb verkregen?
En wanneer we de afgelopen weken geen vooruitgang hebben geboekt,
zullen we dan in staat blijken te behouden wat we voorheen al verkregen hadden?

Easter history, 5 part-icon, russianWe hebben onze hoop op God gevestigd, dat
Hij onze geestelijke vooruitgang zal blijven ondersteunen, zodat we onze strijd kunnen voortzetten en tegelijkertijd onderkennen we
de ernstige twijfels, omdat we onszelf maar al te goed kennen. We kunnen onszelf niet vertrouwen.
Steeds weer opnieuw dienen we ons te verontschuldigen als gevolg van
onze menselijke zwakheid.
Of misschien hebben we onszelf de limiet gesteld dat er geen echte beperkingen zijn.
We kunnen meer doen, maar we willen onszelf niet “overbelasten“.
We vergeten wat er op het spel staat.
We vergeten wat God in Zijn oneindige mededogen, voor ons heeft gedaan.
Onze Heer Jezus heeft Zichzelf voor ons zondaars overgeleverd.
Hij offerde Zijn bloed, opdat wij gezuiverd konden worden, genezen konden worden van onze passies die ons zo gemakkelijk op een zijspoor brengen en
we ons op zondige wegen begeven.

De lezing van vandaagDe lezing van vandaag stelt duidelijk dat
we ons geweten dienen te reinigen.
Het maakt ons  duidelijk dat
redding door het bloed van onze Heer tot ons komt;
Het bloed van Christus, Die
door de eeuwige Geest Zichzelf als een smetteloos Offer aan God gebracht heeft
“.
Hebr.9: 12
Paulus gaat verder met te zeggen dat het bloed van Christus ons geweten aanspreekt en
Heeft kunnen reinigen van dode werken, om de levende God te dienen“.
Hebr.9: 14

Dode werken t.o.v. de Levende God.
We kunnen de Levende God niet dienen met “dode werken”, hetgeen betekent met zonden. Onze zonden maken ons ziek, veroorzaken de ​​dood in ons, maken ons tot een onvolledig mens. Onze dode werken – onze zonden – scheiden ons van God, Hij Die
uit het niets – alles wat bestaat heeft geschapen en nog steeds schept.
Ze stuwen ons in de richting van het ‘niet-zijn’, in de richting van het niets, en
in tegenstelling tot wat de wereld regelmatig oppert, is niets ons meer “menselijk” of
het is “een grotere realiteit”.
Onze dode werken kunnen ons niet tot volledige mens maken.
Ze maken ons onaf, niets waard, ziek.
Ze maken ons ongeschikt om de ware Liefde Die enkel van God komt te ontvangen.
We hebben daarom een schreeuwende behoefte aan spirituele genezing.
Maar dan dienen we ons geweten te reinigen en
te verlangen dat we gezuiverd worden van de resultaten van het kwaad;
dan dienen we eveneens een gezond verlangen op te bouwen
naar dingen die God welgevallig zijn.

De Kerkvaders leren ons dat we ziek worden door de dode werken van de zonden, omdat
onze voorkeur uitgaat naar datgene wat ziekmakend is.
Je zou op z’n minst dienen te onderkennen dat de door ons gekozen weg niet goed werkt.
De Apostel Paulus beschrijft deze ziekte in zijn brief aan de Romeinen,
wanneer hij zichzelf, in nederigheid, de plaats van het treurende toekent en zegt,
Wat ik uitwerk, weet ik niet; want ik doe niet wat ik wens, maar
waar ik een afkeer van heb, dat doe ik
“.
Rom.7: 15
We willen doen wat juist is, maar we vallen iedere keer weer opnieuw omlaag.
Het lijkt er haast op dat onze natuur ons gewoon dwingt om dode werken te doen,
dat we datgene doen wat God onwaardig is.
Onze verlangens zijn ziek. We wensen de verkeerde dingen.
We kunnen deze eigenschap alleen maar overwinnen wanneer we dit bewust bijstellen en
alleen datgene verlangen wat God welgevallig is.

Twee voorbeelden van zo’n ongezonde voorkeur worden ons vandaag in beeld gebracht.
>> De eerste wordt in het Evangelie van vandaag gelezen.
Christus en zijn discipelen zijn op weg naar Jeruzalem.
Nu genieten de discipelen van de drukte om hen heen,
de leraar spreekt tot hen en zij geven Zijn woorden aan ons door.
Christus spreekt over de gebeurtenissen van Zijn Lijdensweg,
hoe in Jeruzalem de hogepriesters en schriftgeleerden Hem zullen veroordelen en
Hem aan de heidenen zullen overleveren, die Hem ter dood zullen brengen.
Maar daarna, zal Hij, op de derde dag, ​​uit de dood opstaan.
De H. Schrift vermeldt dat de discipelen “verbaasd waren“.
Wat is dat, nu, wat Hij zegt? Zou er niet een nieuw Koninkrijk komen?
Zou onze Leraar niet de nieuwe koning zijn, Die
ons zou redden van de tirannie van de Romeinen?
Dood en vervolgens de Opstanding? Wat is dit allemaal?
Niet alleen zegt de H. Schrift dat de discipelen “verbaasd” waren, maar
ook dat ze “bang” waren. Ze konden dit niet bepaald woorden van troost noemen.
Niettemin, en nogal verrassend, horen we van twee leerlingen
– de broers Johannes en Jacobos – die zelfs een ongezond verlangen kenbaar maken.
Ondanks de bovenmaatse woorden die ze hebben allemaal gehoord hebben over
het komende Lijden van onze Heer Jezus, komen ze uit voor een sterk verlangen om
de voorrang boven hun broeder-discipelen te hebben.
In het aards Koninkrijk denken ze dat Christus spoedig zal opstaan,
ze willen de eervolle posities innemen, de één links en de ander rechts van de Meester.
In het Evangelie van Mattheus wordt ons duidelijk gemaakt dat bij deze manier van inbreng het de moeder van de discipelen was die Jezus had gevraagd om een bijzondere ereplaats aan haar zonen te verlenen.          [“Dat nu echt een Joodse moeder” zo heeft een joodse bekeerling tot de Orthodoxie mij ooit verduidelijkt].
De andere tien leerlingen zijn verbolgen wanneer ze kennis nemen dat
de twee de macht over hen zouden willen verkrijgen.

Vóór de roemrijke Opstanding en nog vóór de Neerdaling van de Heilige Geest met Pinksteren, zien we hoe onvolmaakt de discipelen wel niet waren.
We zien wat voor behoefte zij hadden aan de genezing van de ziel.
De Zoon des mensen legt ze echter onverstoord uit wat
het betekent om een ​​dienstknecht van Christus te zijn.
In de wereld is de piramidestructuur bekend welke
met een driehoekvorm wordt aangeduid.
Boven in het midden van de driehoek staan de leidinggevenden.
De managers hebben gezag over de vele ondergeschikten.
Maar boven de managers staan de top-managers en deze senior managers
heersen weer over de managers en zo verder tot de top van de driehoek.
In de kerk wordt deze machtsstructuur echter omgekeerd.
Hier staan de vele ondergeschikten aan de top en
de weinige aan de top bevinden zich hier aan de onderkant, want
Christus zegt: “Wie onder u groot wil zijn, zal aller dienaar zijn“.
Want de Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden,
maar om dienstbaar te zijn en zijn leven te geven als losgeld voor velen“.
Matth.20: 28; Marc.10: 44,45
Lucas maakt dat duidelijk in de ontmoeting van Martha en Maria met Christus, waarbij er
ook gekozen wordt voor het beste gedeelte.
Luc.10: 40,41
Gedurende de Grote en Heilige Vasten, hebben we het gebed van de H. Ephraïm de Syriër gebeden. “Heer en Meester van mijn leven” en hebben we gebeden, “geef mij niet een geest van heerszucht“. De geest van heerschappij houdt een verlangen in om macht over je broeders uit te oefenen.
Maar Christus leert ons dat christelijke leidinggevenden zichzelf dienen op te stellen als dienaren van hun collega-dienaren.

Daarom zullen wij wanneer onze veeleisende houding is genezen, gaan verlangen wat het beste is voor anderen en niet voor onszelf. “Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen …”.

>> Het tweede voorbeeld van een ongezond verlangen wordt ons voorgehouden met
de heilige Maria van Egypte, wiens synaxis wij vandaag vieren.
Heilige Zosimas ontmoet de H. Maria in de woestijn.
Het gebed van de H. Zosimas tot God was dat hem een monnik in het beoefenen van de extreme ascese zou worden getoond die naar de verlichting werd geleid.
Hij vroeg zich af of er geen monnik bestond, die hem
in zijn ascetische inspanning zou hebben overtroffen.
H. Maria van Egypte, vlucht na haar diepgetroffen bekering bij de Kerkdeur de woestijn in om daar een ascetisch leven te gaan leiden.En hier ontmoet hij deze heilige, die leeft alsof ze geen lichaam bezit, die terwijl zij bidt in de lucht zweeft, die door de H. Geest kent vele dingen kent en daardoor helderziend is.
Deze vrouw, die nog niet eens monnik is, wordt
het onverwachte antwoord op zijn gebed.
Hij smeekt haar om haar levensverhaal te vertellen, hoe ze in de woestijn verzeild is geraakt en hoe
het kwam dat God haar bezocht en haar tot een heilige [volwaardig mens, op God gericht] maakte. Was ze ook van een klooster afkomstig? Een maagd die in de woestijn had verbleven vanaf haar jeugd? Wat was haar levensverhaal?

De H. Maria van Egypte waarschuwt de H. Zosimas dat het verhaal betreffende haar verleden niet erg stichtelijk [Verheffend] is. De H. Zosimas is het hier beslist mee oneens.
Hij wil dat hem de waarheid duidelijk wordt gemaakt en hij smeekt haar er zelfs om.

Dan krijgt hij, bijna met tegenzin, het trieste verhaal te horen van het leven dat de H. Maria van Egypte geleid heeft.
We horen hoe ze de vleselijke verlangens van haar tienerjaren volgde, altijd deed wat haar vlees genoegens zou verschaffen, zonder dat ze maar een ogenblik rekening hield met Gods wet.
Hoe meer ze haar verlangens volgde, hoe meer ze probeerde om haar onverzadigbare hartstochten te bevredigen, hoe meer ze probeerde de lusten van haar ziel te vervullen, hoe zieker haar ziel werd.

Later bleven haar ongezonde verlangens haar in haar leven van berouw in de woestijn achtervolgen. Ze benoemt dit als dat ze “gek werd van haar verlangens:
” Geloof me, vader, in de zeventien jaar dat ik in deze woestijn verbleef heb ik als met wilde beesten gevochten – zo was ik van de verlangens en passies doordrongen.
Dus zelf in de troosteloze woestijn werd de H. Maria van Egypte verzocht door ongezonde verlangens die haar tot dode werken aangespoorden,
hoewel ze juist naar de eenzame woestijn was gekomen om de levende God te dienen.
Laat ons eens stil staan hoe ze met haar “gekke verlangens” omging.
Laat ons eens vernemen hoe haar ziel zich omkeerde [Gr. μετάνοια, haar oorspronkelijke levenshouding veranderde]  en zij zich kon verbeteren.

Maar wanneer zulke verlangens in mij opkwamen ik sloeg mezelf op de borst en
bracht mijzelf de gelofte in herinnering, die ik had afgelegd, toen ik de woestijn introk.
In mijn gedachten keerde ik terug naar de icoon van de Moeder Gods [de Theotokos], Die
mij had ontvangen en ik riep haar in gebed toe.
Ik smeekte haar om de gedachten weg te jagen waarop mijn ellendige ziel dreigde te bezwijken.
En na dit lange tijd huilend te hebben volbracht, mijzelf iedere keer weer opnieuw op de borst te slaan, kreeg ik eindelijk licht te zien wat op mij en overal om mij heen leek te schitteren.
En na die hevige storm is er een blijvende rust op mij neergedaald.

Vele jaren lang worstelde de H. Maria van Egypte in de woestijn en riep tot God en de Moeder Gods. Ze huilde en sloeg haar borst.
Ze volgde de heilige profeet Koning David die zegt:
Ik stort mijn gebed uit voor Uw aangezicht;
voor Uw aanschijn klaag ik mijn nood.
Mijn geest ging uit mij heen,
maar Gij, Heer, kent mijn wegen.
Op de weg die ik gaan moest
hadden zij een valstrik voor mij verborgen.
Tevergeefs wendde ik mij naar rechts om een verdediger,
maar er was niemand die mij wilde kennen.
Vluchten was mij onmogelijk;
er was niemand die zich om mijn leven bekommerde
“.
Psalm 141 [142]: 2 -6
En de vrede van God, die alle verstand te boven gaat,
heeft haar hart en gedachten in Christus Jezus behoed
“.
Phil.4: 7
Op deze, op de H. Schrift beschreven manier, werd haar verlangen genezen.
Door zichzelf met geweld aan de H. Geest te onderwerpen,
door haar hart en verlangens voor God en Zijn meest zuivere Moeder uit te storten,
verdween haar verlangen naar dode werken.
– Ze werd genezen, en zij verkreeg datgene wat “goed en verkwikkend is voor de ziel”.
– Ze wenste God met heel haar hart te dienen.
– Ze kreeg zo’n spirituele vooruitgang dat ze los kwam van de aarde en zweefde.
– Ze beklom gestaag de geestelijke ladder [van de H.  Climacos] en twijfelde niet, omdat
ze in haar streven en haar bedoelingen volhardend was gebleven.
– Zij heeft in eenzaamheid geworsteld en zij heeft gevast en gebeden.
– Ze bleef standvastig, want God gaf haar een nieuw verlangen welke haar “bizarre                   verlangens” overtroffen en haar ziekte werd overwonnen.
– Ze werd een nieuwe schepping en verlangde met geheel haar hart, datgene te doen wat       God van haar verlangde.
H Silouan, de AthonietZoals de heilige Silouan de Athonite hierover zegt:
De ziel die zo ver is gekomen om
God volledig te leren kennen,
verlangt niets anders meer en 
wil zich ook niet meer hechten aan alles wat zich op de aarde bevindt;
wanneer je hem een koninkrijk aan zijn voeten legt,
zou hij het niet wensen, want
de Liefde van God geeft zo’n zoetheid en vreugde aan
de ziel, dat 
zelfs het leven van een koning haar niet langer enige zoetheid kan schenken“.
H. Silouan, de Athoniet uitgeverij AXIOS
ISBN 90-72666-03-8

Dus waarom komt het dat we niet die dingen van God                                                                     kunnen aanvaarden zoals het hoort?
Waarom kunnen wij niet toegeven aan het ware en vurig verlangen om
God en onze naaste lief te hebben, om te bidden, te vasten,
te doen wat welgevallig is in de ogen van God ?
Heer. verander mijn hart . . .Waarom komen er niet steeds christelijke gedachten in ons op en doen we dingen waar we later spijt van krijgen?
Kortom, waarom zijn we dan niet in staat
de genezing van God te verkrijgen, waar
we zo naar verlangen?
Ons antwoord zal zeker dienen te zijn dat
we gewoon niet hard genoeg ons best doen.
We dienen een begin te maken.
Neem een voorbeeld aan
de heilige Maria van Egypte hoe zij tot
verandering kwam en hoe zij met haar leven een nieuw begin maakte.
Zij bevond zichzelf in Jeruzalem en zij wenste, in de overvolle menigte die er verzameld was, om alleen nog het Leven-schenkende Kruis van de Heer te aanbidden.
Maar toen ze probeerde de kerk binnen te komen, hield een onzichtbare kracht haar tegen.
Maar ze bemerkte dat ze niet opgaf.

>>> Voor een keer in haar leven maakte zij een goede keuze <<<

Ze wilde het Groot en Heilig Kruis met het Godsvolk aanbidden –
maar hoewel ze het keer op keer probeerde, werd haar de toegang tot de heilige tempel ontzegd. Daarop, bemerkte ze op een icoon de Moeder Gods en smeekte onder tranen:
O Vrouwe, Moeder van God, Die ontstond God het Woord in het vlees ontving,
weet dat ik, heel goed besef, dat er aan mij geen eer of lof valt te behalen.
Ik ervaar mijzelf als ontzettend onrein en verdorven wanneer ik naar uw icoon kijk ,
O aller-zuiverste maagd, die uw lichaam en geest in zuiverheid hadt bewaart om Hem te ontvangen. Terecht doe ik haat en walging opkomen voor het aangezicht van uw maagdelijke zuiverheid.
Maar ik heb gehoord dat God Die in U verwekt werd mens is geworden om
zondaars  tot bekering te roepen.
Kom mij redden, want ik heb geen andere hulp.
Verzorg dat de ingang tot de Kerk voor mij wordt geopend.
Sta mij toe om het eerbiedwaardige Hout, de levensboom, waarop Hij Die in het vlees heeft geleden en waarop Hij Zijn heilige Bloed vergoot voor de verlossing van zondaren en voor mij, onwaardig als ik ben.
Wordt mijn trouwe getuige voor uw zoon, dat ik nooit meer mijn lichaam zal bezoedelen door de onzuiverheid van de ontucht, maar dat ik zodra ik de Boom van het Kruis heb aanschouwd de wereld en haar verleidingen zal af zweren en zal gaan waar Gij mij zult heenleiden
“.
Daarna werd haar verzoek ingewilligd en kon zij de Kerk vrij, zonder tegenwerking betreden. De onzichtbare kracht die haar had tegengewerkt, werkte nu met haar mee.
Ze vereerde het kostbaar Hout van het Kruis met de andere christenen aldaar,
bezocht al de heilige plaatsen van Jeruzalem en vervolgde daarop, versterkt en verrijkt,
haar weg naar haar nieuwe berouwvolle leven aan de overkant van de rivier de Jordaan.

Via Maria van Egypte ontdekken we hoe we in de woestijn van ons leven
een nieuw begin kunnen maken.
We proberen het beter te doen en zullen ongetwijfeld falen.
We vallen en halen onszelf overeind.
call the Theotokos, Iviron icon on a stampMaar om aan de genezing, die afkomstig is van
werkelijke bekering, te beginnen, dienen we
tot God en tot de Allerheiligste Moeder Gods te roepen.
Het is zeer passend om in deze tijd aandacht te schenken aan de Al-heilige, Moeder Gods, de Theotokos, en altijd maagd Maria.
Toen de H. Maria van Egypte in Jeruzalem was, zagen
we hoe gemakkelijk de Moeder Gods het gebed van
Maria van Egypte onder de aandacht van de Jezus bracht.
We zien hoe vaak de H. Maria van Egypte in de woestijn, door de Al-heilige Maagd werd geholpen; hoe iemands gebeden tot Gods troon te laten doorklinken.
Door de voorspraak van de Moeder Gods, werd Maria van Egypte gered van een leven van zonde en verderf.
Zij zal ons ongetwijfeld net zo redden.
De Moeder van God ontfermt zich over ons zondaars.
Hebben de dode werken ons verziekt? Zijn we verdrietig? Zijn we moedeloos?
Hebben we het gevoel dat ons gebed niet wordt gehoord?
Ervaren we problemen met het om een goed verlangen om te bidden op te bouwen?
Zijn wij het die nog altijd in zonde vervallen?
Hebben we iemand nodig om een ​​nieuw begin te maken?
Bij deze genoemde punten, is het hoog tijd om de Moeder Gods aan te roepen!
Ze houdt van de mensen en zorgt voor de meest wanhopige zondaars en
Zij zal met tedere zorg voor u en mij zorg dragen.
En niet alleen de Allerheiligste Moeder Gods, maar ook al de heiligen, de engelen,
onze beschermengel, onze patroonheilige:
allen wachten ons op om ons bij vragen te hulp te snellen.
Dit is hoe we een begin kunnen maken:
<< door God om hulp te vragen via de Moeder Gods en de heiligen >>.
De Moeder van God hielp de heilige Maria van Egypte en Zij heeft mij kunnen helpen en
zal ook jou kunnen helpen. Laten we dat niet vergeten.

Nu de Grote Vasten ten einde loopt dienen we haar unieke mogelijkheid om
ons geestelijk leven opnieuw in te stellen niet uit het oog te verliezen,
want op een dag zal ook ons einde naderen net als voor een ieder van ons hier vandaag.
Het lijkt misschien niet gepast om te praten over een nieuw begin aan het einde van de Grote Vasten, maar vooral in het geval van je eigen geestelijk leven, is het beter laat dan nooit. Het laatste uur van ons leven komt iedere dag een stukje dichterbij.

Apolytikion         tn.8
In U, o Moeder, werd duidelijk gered Gods evenbeeld,
want nadat gij het Kruis aanvaard hebt om Christus na te volgen,
leerde gij door uw voorbeeld om het vergankelijk vlees te verachten,
maar te zorgen voor de ziel die onsterflijk is.
Daarom, o heilige Moeder Maria
verheugt zich uw geest met de Engelen“.

Orthodoxie & de H. altijd-Maagd-gebleven, Moeder Gods

Father John Hainsworth sermonVorige jaar gaf ik voorafgaand aan het feest van de Geboorte van Christus
een lezing over een van de grondslagen van het Christelijk geloof:
de Maagdelijke Geboorte van Christus.
Dit verliep allemaal vlekkeloos totdat
ik in aan de zinsnede kwam van de
altijd-Maagd-gebleven” onder verwijzing naar de Moeder van onze Heer.
Iemand stelde daarop de vraag:
Wat heeft u eigenlijk bedoeld met het feit dat  Maria na de geboorte van Jezus maagd is gebleven?“.
Ik zei ja, dat is wat de Orthodoxe Kerk ons leert.
De gezichten van het publiek betrokken en de blik van verraste verbijstering
was op ieders gezicht af te lezen
Het wonder van de Geboorte uit een Maagd is nog te begrijpen, maar
een levenslange onthouding van seksualiteit is ondenkbaar?
Dat zou onmogelijk zijn!

kloosterlingen en ascetenHet leven van kloosterlingen en asceten door de geschiedenis heen en die
over de gehele wereld verspreidt leefden
zijn een duidelijke getuigenis van het feit
dat dit uiteraard en natuurlijk mogelijk is.
Seksuele reinheid is slechts
één van de vele uitdagingen voor deze spirituele krijgers en voor velen en misschien wel de meeste van hen is
het nog niet eens de grootste.
De orthodoxe gelovigen hebben hier geen                                                                                           enkele moeite mee,
het altijd-Maagd-gebleven zijn van Maria een onontkoombaar feit en
een alternatief is gewoon ondenkbaar.
Maar waarom zou dit zo noodzakelijk worden geacht?
Waarom zouden wij niet op de gedachte komen dat Maria
[die net als iedereen getrouwd was]
niet een “normaal” huwelijksleven zou hebben gevolgd?

Een consistente en ononderbroken Traditie
De vraag kan ook worden omgekeerd.
Waarom zouden we niet geloven in haar altijd-gebleven-Maagdelijkheid?
De Oosterse Kerken is tweeduizend jaar lang standvastig geweest en
heeft onafgebroken getuigd van de eeuwige maagdelijkheid van de Theotokos,
sterker nog vertoont nog steeds geen tekenen van enige moeite met dit begrip.
In het Westen bleef dit idee tot laat in de Reformatie grotendeels onbetwist;
zelfs Luther en Calvijn hebben deze Traditie zonder discussie aanvaard.

Er zou uiteraard gesuggereerd kunnen worden:
a.]. dat de traditie over haar eeuwige maagdelijkheid
na de apostolische tijd had kunnen zijn ingevoerd;
b.]. dat deze traditie ongemerkt zou door de Kerk na de apostolische tijd zijn gegaan welke
in de greep van het onomstotelijk alles aanvaarde wat in het eerste millennium werd verkondigd;
c.]. dat dergelijke nieuwe traditie inconsequent genoeg was om zonder discussie voorbij kon gaan
voordat het als alom verkondiging diende te worden beschouwd en;
d.]. dat een dergelijke traditie geen waarneembare literaire of geografische herkomst zou dienen te hebben en toch heel vroeg in de geschiedenis van de Kerk universeel geaccepteerd zou zijn,
zou een zeer onwaarschijnlijke hypothese vormen.

Speciaal voor God bestemd
Het betoog tegen de eeuwige maagdelijkheid van Maria
is om een andere reden ongeloofwaardig, om nog niet te zeggen
ondenkbaar door iemand die alleen maar de indruk zou wekken:
> dat noch Maria noch haar beschermer, Joseph, het ongepast zouden hebben geacht
om een seksuele relatie te hebben na de Geboorte van God in het vlees.
> Dit nog afgezien van een tijdstip omtrent de volledige uniciteit van de
Menswording van de Tweede Persoon van de Drie-eenheid,
> Hierbij dient voor de geest te worden gehaald dat
het tot de praktijk voor vrome Joden in de oude wereld behoorde zich te onthouden van
seksuele activiteiten na iedere grote manifestatie van de Heilige Geest.

Philo of AlexandriaEen populair rabbijnse Traditie
uit  het begin van de eerste eeuw
[allereerst vastgelegd door Philo, die leefde van 20 vóór Chr. – 50 na Chr.]
> merkt op dat de profeet Mozes “zich afzonderde” van
zijn vrouw Zippora, toen hij terugkeerde van zijn ontmoeting met God in de brandende struik;
> Een andere rabbijnse Traditie, vertelt dat, met betrekking tot de keuze van de oudsten van Israël in Numeri 7, nadat God onder hen gewerkt had, een man uitriep: “Wee de vrouwen van deze mannen!“;
Ik kan me niet voorstellen dat de man links van hem hierop antwoordde:
Hé, Jan, Piet of Klaas wat bedoel je daarmee?“.
De betekenis van deze uitspraak zou voor iedereen onmiddellijk duidelijk zijn geweest.
Of deze verhalen betrekking hebben op werkelijke gebeurtenissen of niet,
ze geven uitdrukking aan de volks-devotie in Israël ten tijde van de Geboorte van Christus.
Die cultuur begrepen de maagdelijkheid en de onthouding niet louter als een afwijzing
van iets prettigs, iets wat aangenaam is – Maar de vraag is met welk doel? –
Het doel was dat als iets of iemand van nature in beslag wordt genomen door God,
dat de mens wiens leven door de Geest van de Heer [over de wateren]
werd ingewijd om als ​​schip te worden omgevormd als redding voor Gods Volk.
De tussenliggende eeuwen van sociale, religieuze en filosofische conditionering
hebben ons wantrouwen gevoed omtrent maagdelijkheid en kuisheid
op dusdanige wijze waarop het bij niemand maar dan ook werkelijk niemand
in de tijd van de Heer zou zijn opgekomen.

Maria ontmoet haar nicht Elisabeth, in de periode dat beiden zwanger zijnMaria werd als de draagster, het voertuig
voor de Glorierijke Heer Zelf beschouwd,
een vervoermiddel duizend maal duizend keer
grootser dan de Gouden Koets en
droeg Christus in het vlees,
Hij, Die de Hemel noch de aarde ooit zal kunnen bevatten.
Zou dit niet de grond aanvaardbaar maken om haar leven, met inbegrip van haar lichaam te overwegen, als
toegewijd zijn aan God en onze Heilige God,
Heilige Sterke en Heilige on-sterflijke alleen?
Of is het meer aannemelijk dat
wij dit allemaal aan de kant dienen te schuiven en
voort te gaan met het maar te houden op de
huis, tuin en keuken manier, wat
ons het meest gebruikelijk lijkt?

Tempelgang van de Moeder Gods, 21 NovemberDenk hierbij aan de poëtisch parallelle
gebeurtenis over de binnenkomst van  de Heer door de Oostelijke poort van de tempel
[in Ezechiël 43 en 44] waarbij
wij worden opgeroepen:
En de Heer zei tot mij:
Deze poort zal gesloten blijven;
zij zal niet geopend worden en niemand mag daardoor binnengaan, want
de Heer, de God van Israël,
is daardoor binnengegaan;
daarom moet zij gesloten blijven
“.
Ezechiël 44: 2

  1. Joseph, de Verloofde van de Moeder Gods.
    Saint Joseph, verloofde van de Moeder GodsEn dan is er nog de overweging van
    het karakter van de H. Joseph.
    Hij was overtuigd en zeker over het feit dat zijn verloofde een wonderbaarlijke conceptie en
    geboorte had ondergaan [welke door de engel in droom-visioenen werd bevestigd] en
    de aanblik van de vleesgeworden God in
    het gezicht van het kind Christus is voor hem méér dan genoeg geweest om hem ervan te overtuigen dat
    zijn huwelijk afwijkend van de norm
    dient te worden beschouwd.
    Binnen het door hem geliefde lichaam van Maria
    had de tweede Persoon van de Drie-eenheid Zijn woning gevonden.
    Als het aanraken van ‘de-ark-van-het-Verbond’ aan Uzza het leven heeft gekost en
    wanneer op die wijze de wetsrollen, de Psalmen en de Profeten zelfs werden vereerd,
    zou zeker Joseph, de godvrezende man, die hij was, niet hebben gedurfd noch
    hebben gewenst Maria ook maar seksueel te benaderen.
    Haar, Die de uitverkorene was van Israël, de Troon van God, benaderen
    om zijn menselijke “echtelijke rechten” op te eisen!

de broeders des Heren
H. Apostel Jacobos, broeder des Heren - 1e Patriarch van Jerusalem, 23 OctEr zijn verschillende vragen
die op basis van de Schrift regelmatig worden aangevoerd,
veelal door personen die nogal sceptisch doen over de leer van de altijd-Maagd-gebleven, Al-heilige Moeder Gods.
De eerste van deze betreft de passages waarin
expliciet wordt vermeld dat de Heer “broers” bezat.
Er zijn negen van deze passages:
John.2: 12 en 7: 3-5;
Matth.12: 46-47 en 13: 55-56;
Marc.3: 31-32 en 6: 3;
Luc. 8: 19-20;
Hand.1:14 en
1Cor.9: 5.

Het Griekse woord dat in al deze passages voorkomt en
in het algemeen vertaald wordt als “broeder” is αδελφός [adelphos].
De Septuagint, de Griekse vertaling van
de Hebreeuwse Geschriften van de apostelen [afgekort LXX]
bevat specifieke woorden voor “neef”, met name
αδελφίνος [adelphinos] en ανεψιός [anepsios],
maar deze worden zelden gebruikt.

Het minder specifiek woord αδελφίνος [adelphos],
wat “broer”, “neef”, “neef”, “geloofsgenoot” of “landgenoot” kan betekenen
wordt in de Septuagint consequent gebruikt, zelfs
wanneer de neef of bloedverwant duidelijk de beschreven relatie blijkt te zijn
[zoals in Gen.14: 14,16; 29: 12; Lev.25: 49; Jer.32: 8,9,12,Tob.7: 2, etc.].
Lot, bijvoorbeeld, die de neef was van Abraham [Gen.11: 27-31],
wordt zijn broer genoemd in Gen.13: 8 en 11: 14-16.
Het punt is dat het meest gebruikte Griekse woord voor een mannelijk familielid,
αδελφίνος [adelphos] kan worden vertaald als “neef” of “broer”,
indien er geen specifieke familie relatie zou zijn opgenomen.
Is er ergens een duidelijke verklaring in de Schrift om aan te nemen
dat de ‘broeders’ van Jezus als letterlijk
de kinderen van Maria kunnen worden beschouwd?
Een dergelijke verklaring bestaat gewoon niet.
Nergens wordt Maria expliciet vermeld als zijnde de moeder van Jezus ‘broers‘.
De formule om in het algemeen te spreken over de familie van de Heer is
“Zijn moeder en zijn broeders”.

In Marcus staat het bezittelijke voornaamwoord van αυτόν [=anavtou] – “van Hem”,
vóór beide “Zijn moeder” en “Zijn broeders” en maakt daardoor een duidelijk onderscheid.
In Handelingen 1:14, is het onderscheid nog duidelijker:
“ Maria, de moeder van Jezus, en Zijn broeders.”
Sommige manuscripten gebruiken het voorvoegsel συν [syn] – “ met, mede, in gezelschap van”,
op die manier wordt de tekst zo gelezen:
Maria, de moeder van Jezus, in gezelschap van Zijn broeders”
In ieder geval wordt Maria  nergens geïdentificeerd als de moeder van Jezus’ broeders
[noch zij als haar kinderen], maar enkel als de Moeder van Jezus.

De Betekenis van “Tot”
'En de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, zal uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren' [Phil 4, 7]Een ander bezwaar
tegen het idee van ‘de altijd-Maagd-gebleven’ is
dat de Schrift het woord “totdat” of “tot”
gebruikt in Matth.1: 25:
“…en hij had geen gemeenschap met haar,
voordat zij een zoon gebaard had”.
Waar in het nederlands het woord “tot, totdat, voordat” [gr.: έως, eos; ή, ou] gebruikt wordt betekent het, dat er daarna mogelijk iets verandert,
is dit in de oude talen van de Bijbel
helemaal niet het geval.
Als we bijvoorbeeld kijken in Deut.34: 5,6; 2Sam.6: 23; Ps.72: 7, en 110: 1 [door Jezus uitgelegd in Matth.22: 42-46], Matth.11: 23 en 28: 20, Rom.8: 22 en                                                                                    1Tim.4: 13,
om maar een paar voorbeelden te noemen, zullen we zien, dat
in deze teksten met het woord “tot” niet noodzakelijk een verandering aanduidt.
Als dat het geval zou zijn, dan is het blijkbaar zo zijn, dat Jezus op een gegeven ogenblik
op zal houden met aan de rechterhand van de Vader te gaan zitten
en dat Hij op een zekere ongelukkige dag in de toekomst
de Kerk aan haar lot zal overlaten!

Dus het gebruik van “voordat = tot” in Mattth. 1: 25, is zuiver en alleen om aan te tonen,
dat Christus door de Heilige Geest en Maria vleesgeworden is,
niet ontvangen door Jozef en Maria, aangezien
zij geen “gemeenschap” met elkaar hadden “voordat” zij een zoon gebaard had.
Als men deze vertaling  letterlijk neemt,
– dus dat Jozef en Maria’s maagdelijke verhouding na de geboorte veranderde – ,
dan ontstaat er een ander  groot probleem:
dan zou de lezer dienen te geloven, dat Mattheüs de mens uitnodigt
tot een her overweging van de sexuele echtelijke activiteiten.
Dit is op zijn minst gezegd zéér twijfelachtig.

De betekenis van de “eerstgeboren”
Jesus Christus Pantocrator, ''De Wijnstok''Een ander bezwaar kan gegrond zijn op
het woord de “eerstgeboren”,
in het grieks πρωτότοκος [prototokos].
Het probleem is hier ook weer, dat
de betekenis van het griekse woord niet identiek is
aan die van het nederlands en engels.
Het nederlandse “eerstgeboren” betekent
gewoonlijk [hoewel niet altijd], dat er nog
meer kinderen uit het huwelijk zijn voortgekomen.
Bij prototokos is die vanzelfsprekendheid er niet.
Bijvoorbeeld in Hebr. 1: 6 kan het woord prototokos met betrekking op de Vleeswording van het Woord van God niet betekenen, dat er ooit een tweede Woord van God
is geboren!

Nergens wordt de term gebruikt om er alleen maar
de opvolging van geboorten mee aan te tonen;
in tegendeel in Rom.8: 29; Col.1: 15,18; Hebr.11: 28 en 12: 23 en in Openbaring 1: 5 wordt
de titel gegeven aan Jezus als de bevoorrechte en wettelijke Erfgenaam van
het Hemels Koninkrijk is, op die manier wordt bevestigd, dat
Hij werkelijk “de eerste is in alle dingen”.
Voor onze moderne oren zou het misschien beter zijn om
het woord πρωτότοκος te vertalen met “erfgenaam”, welk
net zo zwijgzaam is over het onderwerp van meer kinderen en
dezelfde legale en poëtische kracht heeft als welke
wordt bedoeld met het het woord “eerstgeboren”.

Vrouw, zie uw zoon.
Hij droeg de zorg voor Zijn Moeder over aan JohannesOok dienen we rekening te houden met de ontroerende tekst van het Evangelie van Johannes. Waarin de Heer Zijn Moeder overgeeft in de handen van Johannes, terwijl Hij aan het Kruis sterft. Waarom zou Hij dat gedaan hebben, als zijzelf nog andere kinderen had, die
voor haar konden zorgen?
De Joodse gewoonte was, dat de zorg voor een moeder toekwam aan
het tweede kind als de eerstgeborene stierf, en
als de weduwe geen ander kind had, moest ze voor zichzelf zorgen.
Dus aangezien ze zonder kinderen is, geeft haar Zoon haar over aan
de zorg van Zijn geliefde discipel, Johannes de Theoloog.

De vrouwen aan het Kruis en de identiteit van de Broeders van de Heer.
Wie zijn dan precies “de broeders van de Heer”,
indien het geen kinderen zijn van Maria, Zijn Moeder?
[Hier kan ik gelukkig gebruik maken van wat vader Lawrence Farley
beschreven heeft in zijn boek Het Evangelie van Marcus, de lijdende dienstknecht.
Blz. 85-87, Conciliar Press, 2004]

Een nauwkeurige studie over de vrouwen aan het Kruis
levert een aannemelijk antwoord op.
> In Matth.27: 55-56 wordt gezegd, dat het waren:
1. Maria van Magdala [Magdalena];
2. De moeder van de zonen van Zebedeüs;
3. Maria, de moeder van Jacobus en Joses [een variant van de naam Joseph].
> In de paralleltekst in Marcus 15: 40 en 41, staat dat de vrouwen waren:
1. Maria van Magdala [Magdalena];
2. Salome;
3. Maria, de moeder van Jacobus de jongere en Joses.
> In Johannes 19: 25, staan de vrouwen te boek als:
1. Maria van Magdala [Magdalena];
2. De Moeder van Christus;
3. De zuster van Zijn moeder, Maria, de vrouw van Cleophas.
Voor onze doeleinden zouden we ons moeten concentreren op de vrouw , die
door Mattheüs Maria, de moeder van Jacobus en Joses genoemd wordt, en
door Marcus, Maria, de moeder van Jacobus de jongere en Joses en
door Johannes in zijn opsomming “Zijn moeders zuster, Maria, de vrouw van Cleophas”.

Woman at the CrossLet wel op dat in Mattheüs de namen “Jacobus en Joses” al eerder genoemd werden.
Inderdaad, de manier waarop Mattheüs “Maria moeder van Jacobus en Joses” noemt in Matth.27: 55 suggereert, dat hij deze Jacobus en Joses al eerder genoemd heeft, wat hij ook werkelijk deed.
In Matth. 13: 55 lezen we dat de “broeders” van onze Heer “Jacobus, Joses, Simon en Judas” zijn.
Op dezelfde manier worden ook in het Evangelie van Marcus “ Jacobus en Joses” genoemd
alsof we al weten wie dat zijn, en dat doen we ook uit Marc.6: 3, waar “Jacobus, Joses, Simon en Judas” beschreven staan.

Het lijkt zonder twijfel, dat de Maria bij het Kruis in Mattheüs en Marcus
de moeder is van de “broeders” van de Heer, “Jacobus en Joses”.
Ook is het ondenkbaar, dat Mattheüs en Marcus over
de Moeder van de Heer aan de voet van het Kruis zouden schrijven als
de moeder van Jacobus en Joses, maar er niet bij zeggen, dat
zij eveneens de Moeder van Jezus is!

Als dit het geval is, zoals de Schrift aangeeft, dat Maria, de vrouw van Cleophas, dezelfde
is als de moeder van Jacobus en Joses, volgt daaruit:
dat de Theotokos een “zuster” had, die getrouwd was met Cleophas en
die de moeder was van Jacobus en Joses, de “broeders” van onze Heer.
Hier behoort direct de vraag op te komen over de relatie van
de Theotokos met deze Maria: wat voor soort “zuster” is zij dan?

Nazarene Jewish ChristianityHegisippus, een joodse Christen, geschiedkundige,
die volgen Eusebius, “behoorde tot de eerste generatie
na de apostelen” en die vele Christenen uit die apostolische gemeente ondervroeg ten behoeve van zijn geschiedenis, schrijft, dat Cleophas de broeder was van Jozef, de beschermvader van Christus.
Als dit zo is [en Hegisippus wordt algemeen beschouwd als zéér betrouwbaar], dan is “Maria, de vrouw van Cleophas, de “zuster” van de Heilige Maagd,
haar schoonzuster.

Daarmee past de puzzel precies in elkaar.
Jozef trouwde met de Maagd Maria, de Theotokos, Die Christus baarde, Haar enige Kind,
Die Haar Maagdelijkheid behield en geen andere kinderen kreeg.
Joseph’s broeder, trouwde met een vrouw, die ook Maria heette, die
de kinderen Jacobus, Joses, Simon en Judas en ook nog dochters had.
Deze kinderen waren de “broeders” van onze Heer
[hier gebruiken we de uitdrukking van Israël, die zoals we gezien hebben,
geen verschil maakt tussen broeders en neven, maar ze allemaal “broeders” noemt]

Mattheüs en Marcus, die gericht zijn op de familie van de Heer
[Matth.13: 53 enz. en Marcus 6: 1 enz.] verwijzen
op een natuurlijke manier naar Cleophas’ vrouw Maria als
“de moeder van Jacobus en Joses”.
Johannes daarentegen wijst op de Moeder van onze Heer [John.2: 1 enz.] en
op dezelfde natuurlijke manier naar deze zelfde vrouw als
“Zijn moeders zuster, Maria, de vrouw van Cleophas”.
Maar het is duidelijk dat er door alle drie de Evangelieschrijvers
op dezelfde vrouw gewezen wordt.

Dit is de beste reconstructie, die er gemaakt kan worden,
met bewijsmateriaal uit de Schrift en de geschiedenis.
Hoewel er ook andere reconstructie bestaan,
vertonen die allen zéér zwakke plekken.

classical greek educationWaarom is het altijd-Maagd-gebleven zijn van
Maria, de Moeder Gods, de Theotokos zo belangrijk?
Sommige mensen zullen zeggen, dat ook al wordt het bewezen, het het altijd-Maagd-gebleven zijn van Maria niet van wezenlijk belang is voor het verkondigen van het Evangelie en dat is tot op zekere hoogte ook waar.
In wezen verkondigt de Orthodoxe Kerk
het Evangelie, de Blijde Boodschap van Jezus Christus.
Dit is onze boodschap, onze reden van bestaan, het beginsel van ons christelijk leven.
Leren over Maria is iets voor de ingewijden,
degenen, die het Evangelie al aangenomen hebben en
zichzelf aan Christus hebben overgegeven en dienstbaarheid betonen in Zijn Kerk.

Dit is zo omdat hetgeen Maria ons leert over de Vleeswording van het Woord van God,
ons vraagt eerst de vleeswording te accepteren.
En als we dat doen, dan wordt haar maagdelijkheid,
niet alleen na de geboorte, maar ook ervoor,
– en eigenlijk haar hele leven – op zichzelf al
een bron van lessen over leven in Christus en
de Glorie van God, die wij in onze diensten bezingen.
Annunciation, church of Saint Clement Ohrid, MacedioniaZelf heeft ze dat inderdaad ook gezegd.
Bij de vermelding dat
van nu af zullen alle geslachten mij zalig prijzen”,
was Maria niet ijdel en over haar bijzonderheid en
aan het opscheppen, maar zij verklaarde daarmee
het wonder, dat zich in haar leven voor altijd  en
tot in eeuwigheid heeft geopenbaard,
de Glorierijke overwinning van God in
Zijn Zoon Jezus Christus.

Wat we kunnen leren dat Maria’s
eeuwige maagdelijkheid na de geboorte van Jezus Christus, op zichzelf volkomen vervullend is.
Maria behoefde geen actief sexueel leven te hebben,                                                                      of meer kinderen, om compleet verzadigd te zijn.
Familie, carriére, geld, reputatie, succes en zelfs iedere soort gebrek,
zijn niet nodig om werkelijk gelukkig en een volkomen leven op aarde te hebben.
Christus is gekomen om ons – HET LEVEN – te schenken en
dat heeft Hij meer dan overvloedig gedaan.
Daarom wanneer wij Christus in ons leven geboren laten worden en
Hem volgen tot zelfs aan het Leven-schenkende Kruis toe,
zullen we begrijpen waarom Maria niet meer kinderen nodig had
of succes moest bereiken of een goede reputatie.
We zullen het begrijpen en meedelen in Maria’s ongeëvenaarde blijdschap.
We zullen zien dat haar eeuwige maagdelijkheid een uitdrukking is
van haar eeuwige vreugde – haar eeuwige maagdelijkheid,
haar eeuwige blijdschap, haar eeuwige vervulling.

Theotokos, zij die naar haar Zoon wijstMaria was niet toevallig een draagster [een ark] van God;
haar rol in onze Verlossing was zelfs al vanaf het begin van alle eeuwen voorbereid.
De  gehele geschiedenis van Israël, de Aartsvaders, de Psalmen, het geven van de Tien Geboden
– kwamen samen in een jonge vrouw, die
antwoordde op de manier waarop heel Israël altijd al had moeten antwoorden en
zoals van ons allemaal vanaf nu verwacht wordt:
Zie, de dienstmaagd des Heren,
mij geschiede naar Uw Woord”.

Maar haar doel in de geschiedenis van de Verlossing eindigde daar niet.
Zij werd niet weggestopt als een ding wat men ongebruikt terzijde laat liggen.
Haar hele wezen en leven zouden tot in eeuwigheid zonder dralen wijzen naar haar Zoon.
We zien dit op de iconen waar Maria haar Zoon als een kind vasthoudt:
Hij zegent ons en zij wijst naar Hem.
Op de bruiloft van Cana in Galilea horen we haar woorden:
Wat Hij jullie ook zegt, doe dat”.
John.2: 5
Tijdens de kruisiging van haar Zoon staat ze dicht aan de voet van het Kruis,
deze keer zonder woorden, maar door haar weigering van Zijn zijde te wijken,
ook wat bij de aanblik een onmogelijke nachtmerrie leek.
Als wij het op ons nemen om deze trouw aan het eeuwige wijzen op God,
te evenaren, zullen we beginnen te zien, dat
Maria’s eeuwige maagdelijkheid, in feite haar eeuwige dienstbaarheid is, die
dezelfde waarde heeft en dus het ideale voorbeeld voor
onze eigen dienstbaarheid is.

Theotokos vraagt H. Lucas haar Icoon te schilderen, Mosaic van het Kykkos kloosterHet is belangrijk om de juiste verering
van de Moeder Gods te herstellen,
waaraan de Kerk van de Apostelen Zich altijd gehouden heeft, niet omdat de
altijd-Maagd-gebleven Moeder Gods
de grote uitzondering is, maar omdat zij, zoals een Orthodox Theoloog eens zei,
Zij is en blijft ons Grootste Voorbeeld”.
Deze verering wordt heel mooi in
een Orthodoxe Hymne uitgedrukt,
het vertelt ons over de eerste ontmoeting van de Aartsengel Gabriël met de Maagd Maria,
Die op het punt stond de ark van het nieuwe Testament te worden,
de Troon van God, het menselijk vlees, dat vlees verschafte aan het Woord van God.
Vert. cf. Vader John Hainsworth

16 Maart – H. Christodoulos Latrinos van Patmos [Ὅσιος Χριστόδουλος ὁ ἐν Πάτμῳ – 1020-1093]

H. Christodoulos van PatmosJohannes [κατὰ κόσμο Ἰωάννης, Yannos], was de
zoon van eenvoudige landbouwers Theodore en Anna, en werd in 1020 geboren in Nicea van Bithynië
in Klein-Azië in de elfde eeuw.
Johannes was een autodidact, die een voorliefde voor boeken ontwikkeld had.
Als jonge man, volgde hij een ascetisch leven en
bracht zijn leven door als een kluizenaar op de
berg Olympus van Klein-Azië
evenals in de woestijn van Palestina.
Hierij veranderde hij overeenkomstig de monastieke gewoonte van naam en kreeg de naam Christodoulos [hetgeen in het Grieks “slaaf van Christus” betekent].
Hij diende vervolgens als abt van het klooster op de berg [Mount] Lamos in Caris in het westen van Klein-Azië.
Na de inval van de Saracenen in 1085 vluchtten abt Christodoulos en de monniken van het klooster naar het eiland Kos in het zuidoosten van de Egeïsche Zee.

verovering van Kreta door de SaracenenSaracenen en de term Sarakenoi [Grieks: Σαρακηνοί] werd al door klassieke schrijvers
in de 1e eeuw gebruikt voor een Noord-Arabisch volk dat zich lange tijd verzette tegen de Byzantijnse keizers en zich al vroeg [8e eeuw] bekeerde tot de islam. Gedurende de middeleeuwen werd de term uitgebreid naar alle moslims en later alle
tegenstanders van de christenen, of ze nu Arabisch, Perzisch of Turks waren.

Op Kos vestigde Abt Christodoulos een klooster gewijd aan de Moeder Gods.
Ook op Kos ontmoette Christodoulos een asceet, Arsenius Skinouris,
zoon en erfgenaam van een rijke landeigenaar van Kos, die een spiritueel kind van de abt werd.  Samen, droomde ze van het herstel van het monastieke leven op het nabijgelegen eiland Patmos,
dat ontvolkt was  als gevolg van de aanvallen van Saraceense machthebbers.
Tijdens de daarop volgende jaren vestigde Hegoume Christodoulos ook een klooster op het eiland Leros, welke werd toegewijd aan de H. Johannes de Theoloog.

In 1088 presenteerde Vader Christodoulos zich met Arsenius, aan het hof van keizer Alexius I Comnenos in Constantinopel en maakte zijn plan bekend om het eiland Patmos te herbevolken met kloosterlingen. De keizer stemde in met zijn verzoek.
Vadertje Christodoulos kreeg de soevereiniteit over het eiland Patmos,
met als tegenprestatie dat hij zijn activiteiten op Kos, die gebonden waren aan de erfenis van Arsenius, afstond.
In augustus 1088 nam vadertje Christodoulos bezit van het “verlaten en onbewoond eiland” van Patmos.

Orthodoxe Kerk ConstantinopelToen hij terugkwam vanuit Constantinopel, nam hij metselaars en andere ambachtslieden met zich mee en
begon in 1091 met de bouw van het klooster dat opnieuw werd toegewijd aan de H. Johannes de Theoloog.
Het nieuwe klooster werd gebouwd op de ruïnes van de Johannesbasiliek uit de 4e eeuw en een vroegere tempel aan de heidense godin Diana.
Het werd opgebouwd met een defensieve structuur die hij “de Vesting” noemde.
De structuur van zijn opgebouwde klooster is tot op de dag van vandaag in gebruik gebleven.

In 1093 echter werd vadertje Christodoulos en de monniken, door de invallen van Emir Dzaha op het eiland, gedwongen te vluchten naar het eiland Euboia.
Vadertje Christodoulos overleed daar op 16 maart 1093.
De monniken hebben het klooster een paar jaar later herwonnen en keerden naar Patmos terug.
Zij namen ongeschonden gebleven relikwieën van de H.  Latrinos van Patmos met zich mee, zodat hij aldaar in het klooster van de H. Johannes de Theoloog, onder hun hoede kon rusten.

 

December 9e – Icoon van de Allerheiligste Moeder Gods, onverwachte Vreugde

Vandaag is het de Orthodoxe traditie om dit verhaal te delen met
al de leden van de Kerk, volwassenen zowel als kinderen en ook de bezoekers.

Deze prachtige en krachtige Icoon weergave
toont de grootsheid van gebed, berouw en de liefde van de Moeder van God.
Het oorspronkelijke verhaal van de icoon wordt toegeschreven aan
de Heilige Demetrios van Rostov.
Op de Icoonafbeelding, zie je een man geknield voor een Icoon van
de Moeder Gods en haar Zoon.
Onder de afbeelding staan de beginwoorden van het verhaal geschreven.

Deze man, een zondaar, heeft elke dag voor de Icoon van de Moeder Gods gebeden.
Op zekere dag, voordat hij in zonde zou vervallen,
zag hij dat de Moeder Gods voor hem stond met haar Zoon in haar armen.
De handen en voeten van haar kind waren zojuist verwond en
het bloed stroomde nog uit de wond in Zijn zijde.
De zondaar vroeg in angst: “Wie heeft dit gedaan?“.
De Moeder van God antwoordde:
Iedere keer dat jij en anderen met opzet zonde bedrijven,
kruisig je mijn Zoon
“.

De zondaar brak in tranen uit en vroeg God om vergeving.
De Theotokos zei toen dat hoewel de man elke dag
voor haar Icoon gebeden had,
hij haar nog steeds beledigde en kwetste door zijn zonden.
Oh nee“, riep de zondaar.
Moge mijn fouten niet opwegen tegen uw grote goedheid en genade!
Vergeef me en bidt tot uw Zoon namens mij!
“.
Toen de Moeder Gods zag dat de man echt berouw had,
vroeg zij aan haar Zoon om hem te vergeven.
Omwille van Zijn moeder, verleent de Heer vergiffenis aan
de berouwvolle zondaar en de man leefde
de rest van zijn dagen als een vroom christen voort
Alheilige Moeder Gods, bidt tot Christus, Uw Zoon,
onze zielen te redden!
“.
Mp3:  Ave Maria, door Barbara Bonney
vrije vert:
Ave Maria! Zuivere Maagd!
Luister naar de smeking van een dienaar
vanaf deze grimmige en wilde aard-rots.
Mijn gebed heeft mij tot U gevoerd en
wij zullen tot de volgende morgen veilig slapen,
hoewel de mens blijkt zo wreed.
Oh Maagd, zie de nood van een van Uw dienaren,
oh Moeder, hoor Uw smekend kind.

Ave Maria, Zuivere Maagd!
Wanneer we op deze aard-rots
verblijven en sluimeren 
overschaduwt U ons.
De harde bodem doet ons zacht aan.
Wanneer U glimlacht,
ontwaren wij de geur van rozen
in deze duistere grot.
O Moeder, hoor de  smeking van een kind,
O Maagd, ‘t is een dienaar die dit vraagt!

Ave Maria! Zuivere Maagd!,
de demonen op de aarde om ons heen,
gaan er door Uw Heilige oogopslag weer vandoor en kunnen hier onmogelijk bij ons verblijven.
Wij dienen ons lot rustig te aanvaarden
omdat haar heilige troost ons omringt;
Mag al Gods Genade zich tot Zijn dienstknecht richten,
als tot het kind, dat tot Z’n Vader smeekt!“.

 

God, Die Zijn Heilige Geest in ons gegeven heeft

God wil uw heiliging,
dat gij u onthoudt van ontucht,
dat ieder van u in heiliging en eerbaarheid
zijn noodzakelijke behoeften zal weten te verwerven,
niet in hartstochtelijke begeerlijkheid, zoals
ook de heidenen, die van God niet weten en dat men zijn broeder niet slecht zal behandelen of in deze of gene zaak zal bedriegen,
want de Heer is wraakzuchtig in dit alles,
zoals wij u ook vroeger gezegd en nadrukkelijk betuigd hebben.
Want God heeft ons niet geroepen tot onreinheid, maar in heiliging.
Daarom, wie dit verwerpt, verwerpt niet een mens, maar God,
die u immers ook zijn Heilige Geest geeft“.
1Thess.4: 3-8

De menselijk ziel die trouw is aan de beoefening van de Liefde
en aanhankelijkheid toont aan God zoals eerder is beschreven,
is verbaasd te ervaren dat God geleidelijk aan bezit neemt van z’n gehele wezen:
het wordt een voortdurend gevoel van Gods aanwezigheid gewaar,
die als het ware een tweede natuur is geworden; en dit is,
evenals gebed het resultaat van gewoonte [geplogenheid].
De ziel voelt geleidelijk aan een ongewone rust welke in al haar onderdelen wordt verspreid
en deze stilte wordt nu de gesteldheid van geheel haar gebed;
terwijl God communiceert  via een intuïtieve Liefde,
welke het begin is van ‘onuitsprekelijke gelukzaligheid’.

We dienen er wel bij stil te staan dat
dit een hoge graad van gebed is
welke een Genade inhoud Die
de Geest van God ons verleent.
Het is als een zaak van het hoogste gegeven,
welk ontstaat bij het loslaten van ‘eigen’ inzet en inspanning,
op een dusdanige wijze
dat God Zich geheel alleen kan manifesteren,
kan handelen waarbij zoals door de mond van Zijn Profeet David wordt aangegeven
Hij zal de boog breken, de wapens verbrijzelen,
en de schilden [je verdediging] verbranden in vuur.
Wees Stil en Weet dat Ik God ben“.
Psalm 45: 9,10
Maar het schepsel is zo gespinsd op die Liefde en
is zo gehecht aan z’n eigen inbreng,
omdat het zich voorstelt
dat er van de overzijde helemaal niets wordt ondernomen,
wanneer het niet waargenomen kan worden en
al haar werkingen ook zichtbaar zijn geworden.
Het is onwetend van zijn onvermogen
van minutieus te observeren
de wijze van Gods beweging
welke wordt veroorzaakt
door de snelheid van de vooruitgang;
dat God handelt,
in de uitbreiding van en de verspreiding van Zijn invloed,
welke die van het schepsel absorbeert.
Sterren kunnen duidelijk gezien worden vóór zon opkomt;
echter zij bewegen met een zeer kleine beweging licht voort,
hun stralen worden geleidelijk geabsorbeerd en ze worden onzichtbaar,
niet uit de wil van dat sterrenlicht, uit zichzelf,
maar door de superieure uitstraling van de Schepper,
want zonder Hem was er totaal geen licht.

Bovenstaande is hiermee vergelijkbaar;
want er is een Sterk en universele Licht dat alle [kleine] lichtjes absorbeert,
welke onze ziel verlicht;
ze zwelt zwak aan en verdwijnt weer even snel
onder de Krachtige invloed, werkzaamheid en
is vervolgens niet meer te onderscheiden.
Veel mensen vergissen zich sterk, die
beschuldigen het gebed maar als een traag gedrag,
een lading die alleen kan ontstaan ​​uit onervarenheid.
Als we ons alleen maar een aantal inspanningen
voor de verwezenlijking van dit gebed zouden getroosten,
zouden ze al snel het tegendeel ervaren van wat verondersteld werd en
de beschuldiging ongegrond verklaren.

De uiterlijk verschijning van nietsdoen is inderdaad,
niet het gevolg is van de steriliteit of van willen,
maar van vruchtbaarheid en overvloed
die waargenomen zal kunnen worden door een ervaren ziel,
die bekend is met de ervaring dat stilte vol en zalvend kan zijn en
juist het omgekeerde bereikt wordt van apathie en onvruchtbaarheid.
Er zijn twee soorten mensen die van stilte houden;
de één omdat ze niets hebben om te berde te brengen,
de andere omdat ze veel te veel hebben te zeggen:
zo is het ook met de ziel in deze staat;
de stilte wordt veroorzaakt door de overvloed van materie,
te groot om er een uitspraak over te doen.

Nog een voorbeeld:
De verdrinkingsdood verschilt in grote mate
van het sterven van de dorst;
water kan, in zekere zin, beiden veroorzaken;
overvloed vernietigt in de ene situatie en
de behoefte eraan de andere.
Zo is in deze staat het gebrek en het overweldigd worden door Genade
nog steeds de activiteit van het zelf; en daarom
is het van het allergrootste belang om zo stil mogelijk te zijn en te blijven;
geen overvloed van woorden,
gewoon afwachten;
Uw Wil geschiedde“.

Het kind welke aan de borst van de moeder ligt
is een levendige illustratie van ons onderwerp:
het begint de melk op te wekken
door het bewegen van de kleine lipjes;
maar wanneer de Melk rijkelijk vloeit,
behoeft het kind slechts de inhoud
door te slikken en
zich te voeden.
Op dezelfde wijze dienen we om te gaan
met het begin van gebed,
door de gemoedsbeweging
van het oefenen met de lippen; maar zodra de melk van de Goddelijke Genade vrijerlijk stroomt,
behoeven we niets meer te doen,
dan in rust en  stilte te nuttigen;
en wanneer het ophoudt te stromen,
dienen we het weer te wakkeren
zoals een kind zijn lippen beweegt.
Wie anders handelt zal bij het bidden niet van deze Genade
gebruik kunnen maken, welke aan deze grondhouding verbonden is en
de ziel tot Zich trekt in de rust van de Liefde en
niet in de veelheid van het Zelf.

Denk dan gewoon eens aan een baby, die zachtjes en zonder beweging borstvoeding drinkt
Wie zou ooit geloven dat zo onze Goddelijke voeding dient te worden ontvangen?
Hoe rustiger het kind wordt gevoed, hoe beter het gedijt.
Wat gebeurd er uiteindelijk,
gevoed en voldaan valt het kind
zachtjes in slaap in de schoot van de Moeder, de Kerk.
De ziel, die is rustig en vredig in het gebed verzinkt in een mystieke sluimer,
waarin alle haar bevoegdheden zich in rust bevinden.
In dit proces wordt de ziel heel natuurlijk, zonder inspanning,
kunstgrepen, of studie op haar weg geleid.
Het Christelijk innerlijk is niet een bolwerk
welke door de storm en geweld wordt bewerkstelligd,
maar is een Koninkrijk van vrede, de Tempel Gods,
welke door Liefde alleen wordt bereikt.
Het is de Geest Gods, Die vuur en Liefde opwekt.

Wanneer deze smalle weg wordt nagestreefd
zal dit tot het intuïtief innerlijk gebed leiden.
God verwacht echt niets bijzonders, niets moeilijk;
integendeel, Hij is tevreden met
gewoon alledaags kinderlijk gedrag.
Kinderen Gods te zijn is het meest verheven doel en
dit doel wordt noodzakelijkerwijs heel eenvoudig bereikt.
Welke risico’s loop je,
je stelt enkel afhankelijk van God [Onze Vader] en
je draag jezelf volledig over aan Hem?
Hij zal je niet bedriegen, je niet teleur stellen,
tenzij je je verwachtingen te hoog stelt:
maar degenen die van alles verwachten
zullen onvermijdelijk worden misleid.

Heer, Die zegent wie U zegenen en
heiligt wie op U vertrouwen;
red Uw Volk en zegen Uw Erfdeel.
Behoed de volheid van Uw Kerk.
Heilige hen die de luister van Uw Huis liefhebben en
verheerlijk hen door Uw Goddelijke Kracht.
Verlaat ons niet die op U hopen.
Schenk vrede aan de wereld en geheel Uw Volk.
Want elke goede gave en
ieder volmaakte Gift komt van boven en
daalt tot ons neer van U, Vader van het Licht.
daarom zenden wij eer,
dankzegging en aanbidding op tot U:
Vader, Zoon en Heilige Geest;
nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen,
Amen
“.
Gebed achter het ambon

De Naam des Heren zij geloofd in de eeuwen der eeuwen [3x]”.
Goddelijke Liturgie van Johannes Chrysostomos

 

Mid-Pinksteren – Laat uw Kruis een Staf zijn

Uw kudde heeft de wolven gezien,
en zie! zij roepen het uit.
Ziet toch hoe bang zij zijn!
Laat Uw Kruis een Staf zijn,
hen uit drijven
die hen zouden verslinden!
H. Ephraïm de Syriër, uit de “Nisiben Hymnen” IV

De verzen in de dienst van vandaag zijn overvloedig gevuld
met bijbelse toespelingen, welke de heilige vaders hierin hebben doorgevoerd.
Wanneer gij vóór Uw Kostbaar Kruis en Uw Lijden Uw roemrijke wonderen voltooid had, zijt Gij verschenen op het Midden van het Feest de Wet,
om allen te roepen”:
Σταυρὸν καὶ θάνατον , παθεῖν ἑλόμενος.
Een taal van Iemand Die ontwapend, zoals we verderop zulle zien.

In het midden van de Schepping“,
wordt de Boom van het Kruis gekoppeld aan de Boom des Levens
in het midden van het Paradijs.
de Heer, onze God deed allerlei geboomte uit de aardbodem opschieten,
begeerlijk om te zien en goed om van te eten;
en de boom des levens in het midden van de hof,
benevens de boom der
kennis van goed en kwaad“.
Gen.2: 9

De parallel tussen de twee bomen is een populaire Patristische meditatie .
De boom des levens , die werd geplant door God in het paradijs gaf vooraf dit kostbaar en levenschenkende Kruis aan.
Want omdat de dood door een boom werd veroorzaakt,
achtte Hij passend dat het Leven en de Opstanding
door een boom geschonken diende te worden.
H. Johannes Damascinos [† 749 ], uit: “Een uiteenzetting van het Orthodoxe geloof“.

Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben,
heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deel
gekregen, opdat Hij door zijn dood hem, die de
macht over de dood had, de duivel, zou onttronen“.
Hebr.2: 14
Ook u heeft Hij, hoewel gij dood waart door uw overtredingen en onbesneden zijn naar het vlees, levend gemaakt met Hem, toen Hij ons al onze overtredingen kwijtschold,
door het bewijsstuk uit te wissen, dat door zijn inzettingen tegen ons getuigde en ons bedreigde.
En dat heeft Hij weggedaan door het aan het kruis te nagelen:
Hij heeft de overheden en machten ontwapend en openlijk tentoongesteld en zo over hen gezegevierd“.
Col.2: 13-15

De H. Gregorius van Nyssa schreef over de aanvallen en suggesties van de vijand:
WANNEER we ons bewust worden van de aanvallen van de tegenstrever,
dienen we de apostolische woorden in onszelf te blijven herhalen:
Wij allen, die in Christus zijn gedoopt, zijn in Zijn dood gedoopt“.
Rom.6: 3
Als wij nu dan deel hebben aan Zijn dood, is de zonde in ons voortaan zeker gedood [ontbonden],  welke doorboord is door de speer van het Heilig Doopsel .
uit: “Over het doopsel in Christus“.

Onze HEER zal echter de Toevlucht zijn van Zijn Volk
en de Sterkte van de kinderen van Israël.
En het was reeds ongeveer het zesde uur en
er kwam duisternis over het gehele land tot het negende uur,
want de zon werd verduisterd.
En het voorhangsel van de tempel scheurde middendoor.
En Jezus riep met luider stem:
Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest.
En toen Hij dat gezegd
had, gaf Hij de geest“.
Luc.23: 44-46

Dit is een aanwijzing van het besluit – in de tijd, en ook van de Hoop en de Genade,
zoals wij zien bij de profetie van Joël:
Menigten, menigten in het dal der beslissing,
want nabij is de dag des Heren in het dal der beslissing.
De zon en de maan worden zwart en de sterren trekken haar glans in.
En de Heer brult uit Sion en verheft zijn stem uit Jeruzalem,
zodat hemel en aarde beven.
Maar de Heer is een schuilplaats voor zijn volk en
een veste voor de kinderen van Israel
Joel 3: 14-16 . 

Zie eveneens:
“Terstond na de verdrukking dier dagen zal de zon verduisterd worden en
de maan zal haar glans niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en
de machten der hemelen zullen wankelen”.
Matth.24: 29
En Jezus riep wederom met luider stem en gaf de geest.
En zie, het voorhangsel van de tempel scheurde van boven tot beneden in tweeën, en
de aarde beefde, en de rotsen scheurden en
de graven gingen open en vele lichamen der ontslapen heiligen werden opgewekt.
En zij gingen uit de graven na zijn opstanding en
kwamen in de heilige stad waar zij aan velen verschenen“.
Matth. 27:50-53 .

Een der gehangen misdadigers lasterde Hem: Zijt Gij niet de Christus? Red Uzelf en ons!
Maar de andere antwoordde en zeide, hem bestraffende:
Vreest zelfs gij God niet, nu gij hetzelfde vonnis ontvangen hebt?
En wij terecht, want wij ontvangen vergelding, naar wat wij gedaan hebben, maar deze heeft niets onbehoorlijks gedaan.
En hij zei: Jezus, gedenk mijner, wanneer Gij in uw Koninkrijk komt.
En Jezus zei tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn“.
Luc.23: 39-43

Wij herinneren ons deze woorden uit het gebed ter voorbereiding aan de communie.
Zoon van God, neem mij heden op als deelgenoot van Uw Mystiek Avondmaal.
Want Uw vijanden zal ik voorzeker niet over dit Mysterie spreken.
Ik zal U geen kus geven zolas Judas;
maar evenals de Rover belijd ik mijn geloof in U:
gedenk mij, o Heer, in Uw Koninkrijk.
Heer, moge het deelnemen aan Uw heilige Mysteriën
mij niet worden tot een oordeel of tot verderf,
maar tot genezing van mijn ziel en van mijn lichaam
“.

**
Stavrotheotokion
In het Kruis van Uw Zoon, o Moeder Gods,
bezit Gij een Staf van geweldige kracht;
versla daarmee de woedende vijandschap en
bescherm hen die U met Liefde vereren.
Uit de Metten van de vrijdag van Mid-Pinksteren