11e Zondag ná Pinksteren – Nieuwjaar, het Mysterie van de herinnering aan de Liefde van God voor de mensen.

1e openbare optreden van onze Heer en Verlosser in de Synagoge van Nazareth; 1st public performance of our Lord and Savior in the Synagogue of Nazareth.

    En hij kwam te Nazareth [Hebr.=‘bewaakte, afgezonderde], waar Hij
[als God-mens in dienst aan God, de Vader] opgevoed was, en Hij ging volgens Zijn gewoonte op de sabbatdag naar de synagoge en stond op om vóór te lezen.
En Hem werd het boek van de Profeet Isaiah ter hand gesteld en toen Hij het boek geopend had, vond Hij de plaats, waar geschreven is:
    De Geest des Heren is op Mij, daarom, dat Hij Mij gezalfd heeft, om aan armen het Evangelie [de Blijde Boodschap] te brengen; en Hij heeft Mij gezonden om aan gevangenen loslating te verkondigen en aan blinden het gezicht, om de mensen die verbroken zijn heen te zenden in vrijheid, om te verkondigen het aangename jaar des Heren’.
     Daarna sloot Hij het boek, gaf het aan de dienaar [de diakon] terug en ging zitten.
En de ogen van allen in de Synagoge waren op Hem gericht.
En Hij begon tot hen te zeggen:
    Heden is dit Schriftwoord voor uw oren vervuld’.
En allen betuigden hun instemming met Hem en zij verwonderden zich over
de Genaderijke woorden
” Luc.4: 16-22a.

Apostel Paulus: boodschapper, verkondiger; Apostel Paul: Messenger, Publisher.

    Ik vermaan u dan allereerst smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen te doen voor alle mensen, voor koningen en alle hooggeplaatsten, opdat wij een stil en rustig leven mogen leiden in alle godsvrucht en waardigheid.
      Dit is goed en aangenaam voor God, onze Heiland, Die wil, dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis der Waarheid komen.
Want er is één God en ook één Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus, Die Zich gegeven heeft tot een losprijs voor allen; en daarvan wordt getuigd te juister tijd.
      En ik ben daartoe als een verkondiger en een apostel gesteld – ik spreek waarheid en geen leugen – als een leermeester der heidenen in Geloof en Waarheid1Tim.2: 1-7.

    Zalig is de mens, die in verzoeking volhardt, want, wanneer hij de proef heeft doorstaan, zal hij de kroon des levens ontvangen, die Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben. Laat niemand, als hij verzocht wordt, zeggen:
    Ik word van Godswege verzocht, want God kan door het kwade niet verzocht worden en Hijzelf brengt ook niemand in verzoeking.
Maar zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit voort uit de zuiging en verlokking van zijn eigen begeerte. Daarna, als die begeerte bevrucht is, baart zij zonde; en als de zonde volgroeid is, brengt zij de dood voort. Dwaalt niet, mijn geliefde broedersJacobus 1: 12-16.

    Jullie zijn kinderen van de Heer, uw God; jullie zullen jezelf om een dode geen insnijdingen toebrengen, noch het haar boven uw voorhoofd wegscheren; want jullie zij een Volk, dat de Heer, uw God, heilig is, en jullie heeft de Heer [en Verlosser] uitverkoren om Hem een eigen Volk te zijn uit al de volkeren, die op de aardbodem wonen” Deut. 14: 1,2.

    Wanneer jullie komen in het land, dat de Heer, uw God, u
ten erfdeel geven zal en jullie het in bezit nemen en daarin wonen, d
an zullen jullie  van de eerstelingen van alle vruchten van de bodem, die jullie zult inzamelen van het land, dat de Heer, uw God, aan jullie geven zal, nemen, en in een mand doen en naar de plaats gaan, die de Heer, uw God, verkiezen zal om daar Zijn Naam te doen wonen.
En [aldaar] gekomen bij de priester, die er dan wezen zal, zult jullie tot hem zeggen: Ik verklaar heden voor de Heer, uw God, dat ik gekomen ben in het land, waarvan de Heer aan onze vaderen gezworen heeft, dat Hij het ons zou geven.
Dàn zal de priester de mand
[met uw offer] van u aannemen en die voor het altaar van de Heer, uw God, zetten. Daarna zullen jullie voor het aangezicht van de Heer, uw God, betuigen: Een zwervende Arameeër was mijn [voor-]vader; hij trok met weinige mannen naar Egypte en verbleef daar als vreemdeling, maar werd er tot een groot, machtig en talrijk VolkDeut. 26: 1-5.

De tekst waarmee Christus Zijn Openbare Leven inluidt is gebaseerd op:     Om blinde ogen te openen, om gevangenen uit de kerker te leiden, uit
de gevangenis wie in duisternis gezeten zijn
Isaiah 42: 7
    De Geest des Heren Heren is op Mij, omdat de Heer Mij gezalfd heeft;
Hij heeft mij gezonden om een blijde boodschap te brengen aan deemoedigen, 
om te verbinden gebrokenen van hart, om voor gevangenen vrijlating uit te roepen en
voor gebondenen opening van de gevangenis;
om uit te roepen een jaar van het welbehagen des Heren en een dag der wrake van onze God; om al de treurenden te troosten“; Isaiah 61:1 en 2
       Deze tekst gaat nog verder [zie ;],
want als een boven-talentvol Joods Leraar acht Christus dat
zijn toehoorders het vervolg automatisch in hun herinnering oproepen:
    Om over de treurenden van Sion [Hebr.=‘verdorde en verschroeide plaats’] te
beschikken, dat men hun zal geven hoofdsieraad in plaats van as, vreugde-olie in plaats van rouw, een lofgewaad in plaats van een kwijnende geest.
En men zal hen noemen:
Terebinten der Gerechtigheid
** , een planting des Heren, tot Zijn ver-Heerlijking.
Zij zullen de overoude puinhopen herbouwen, het verwoeste uit vroeger tijd doen herrijzen en de steden vernieuwen, die in puin liggen, die verwoest hebben gelegen van geslacht op geslacht.
Vreemden zullen gereed staan om voor u de kudden te weiden, vreemdelingen zullen uw akkerlieden en uw wijngaardeniers zijn; maar gij zult priesters des Heren heten, dienaars van onze God genoemd worden; gij zult het vermogen der volkeren genieten en u op hun heerlijkheid beroemen.
In plaats van uw schande gewordt u dubbele vergoeding en in plaats van smaad zullen zij jubelen 
over hun deel;
zullen zij dan in hun land dubbele vergoeding verkrijgen,
blijvende vreugde zal 
hun geworden.
Want Ik, de Heer, heb het recht lief.
Ik haat onrechtmatige roof,
Ik zal hun stipt hun loon geven en
een eeuwig Verbond met hen sluiten.
En hun nageslacht zal onder de volkeren vermaard zijn en
hun nakomelingschap te midden der 
natiën;
allen die hen zien, zullen erkennen, dat
zij het nageslacht zijn, dat
de Heer gezegend heeft
Isaiah 61: 3-9.

** Gerechtigheid is dé karaktereigenschap van God, die
verlangt van de mens inzicht in zijn/haar levensstijl
;
wat een eik is bij ons, al zinnebeeld voor als ‘het staat als een huis’,
is een terebint in Israël [de Kerk]. 

De mens en God
De hang van de mens naar God is vanaf de zondeval een messiaans teken geworden: het geeft de mensheid op een oppervlakkige manier al het voedsel dat
zelfs niet in haar verwachting lag.
Dit is de reden waarom de Satan vanaf de Theophanie bij de [toegestane] confrontatie van de openbaring van Christus zegt:
indien U in deze wereld als een god zult willen beheersen dan zullen deze stenen brood worden”, hetgeen aanduid dat
wanneer dàt plaats vindt, het op de een of andere manier ook
van de Schepper afkomstig dient te zijn.
Alleen God is immers in staat de mensheid uit stof te formeren.
         Toen echter de volheid van de tijd gekomen is, werd het brood onder de vijfduizend mensen vermenigvuldigd.
          Het Lichaam van Christus geeft z’n kinderen daarmee het voorschrift van het “eerste leven”, het waarachtige voedsel wat ons voor eens en voor altijd wordt aangeboden, waardoor dit zonder enig angst voor honger en dorst door
onze Heer Zelf wordt aangeboden aan degenen, die op Zijn roep tot Hem te komen, in Geloof gereageerd hebben:
”     Alle dingen zijn Christus, onze Heer, [immers] overgegeven door Zijn Vader en niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon en wie de Zoon het wil openbarenMatth.11: 27.

Het is immers allereerst God Zelf, die ons voedsel geeft te juister tijd, teneinde
in de wereld te kunnen voortbestaan. Overal over de wereld bevinden zich potentiële navolgers van Christus, de Zoon van God.
Het is Christus, die ons als Zoon van God heeft bijgebracht dat wij ‘God dienen lief te hebben en God in de naaste lief te hebben als onszelf‘.
Overal in de wereld bevinden zich dus mensen, die de Goddelijke Openbaring kunnen leren kennen door de ander. De apostel en Theoloog Johannes haalde daarom in de nadagen van ieder jaar dit Mysterie aan als een Christelijke sprekende gelijkenis van de Eucharistie, waarin onder andere wordt gezegd:
Want door deel te nemen eet je Mijn vlees”,
ieder dag, die God ons geeft.
Het is de wijsheid van de kerkvaders, die het teken van het Lichaam en Bloed Christus duiden als een ‘medicijn tegen de dood’ van de mensheid, omdat
alleen dìt voedsel alle menselijke behoeften van welke aard dan ook kan bevredigen.

‘Reddende Christus, Mysterie en Goddelijke Liturgie’; ‘Saving Christ, Mystery and Divine Liturgy’

De Liturgie van alle dag
De diaken zegt als voorbereiding bij de aanvang van iedere Liturgie:
    Het is tijd om voor de Heer te dienen Psalm118[119]: 126. Zegen Vader”,
waarop de priester en de diaken een kruisteken maken en zachtjes memoreren:
    Gezegend is onze God, immer, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen
diaken antwoord: “AMEN”.
De priester vervolgt:
    De Heer geleide uw schreden tot elk goed werkPsalm118[119]:105.
    Gedenk mij, Vader”.
    God, de Heer gedenkt u in Zijn Koninkrijk,
       immer nu en altijd en inde eeuwen der eeuwen”.
    AMEN” de diaken buigt, gaat de de noordelijke deur door en
stelt zich op voor de Koninklijke deuren, maakt drie x een buiging en zegt in zichzelf:
    Heer, open mijn lippen opdat mijn mond Uw Lof zal verkondigen” {3x] en
vervolgens luid en duidelijk:
Zegen, Meester”.
Dit is een wijze waarop iedere dag zou dienen te beginnen en
zo was dat voorheen ook, iedere dag in mijn jeugd
begon met een korte Eucharistische Liturgie, maar
de wereld heeft ons ook in dit opzicht overweldigd.

Het Mysterie van de Liefde van God

Goddelijke Liturgie

De volledige geschiedenis van God in onze ondermaanse tijd is die van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
God, Die onafgebroken schept, raakt betrokken bij Zijn schepping en is er deel van geworden in tijd, ruimte en geschiedenis om aldus de wereld te verlossen en tot herstel te brengen.  

Samengevat is dit wàt de door God aangegeven aanbidding doet:
Het ‘herdenkt‘ God’s werken in het verleden, het ‘anticipeert‘ op God’s Heerschappij over geheel de schepping en ‘actualiseert‘ zowel verleden als toekomst in het heden teneinde individuele mensen, gemeenschappen en uiteindelijk – ‘de gehele wereld te transformeren‘-.
Aanbidding vanuit de Blijde Boodschap gaat niet over mijzelf en mijn persoonlijke aanbidding, maar over het zien, het memoriseren, gedenken van God’s reddende handelen in de geschiedenis.
Aanbidding is onze menselijke reactie in Geloof op datgene wat God nog steeds doet en gedaan heeft.
Aanbidding verkondigt, maakt God ‘openlijk‘ bekend, bezingt en beeldt God’s bestaan in deze en de toekomende wereld uit.

Het is geen samengesteld en vervolgens ingevoerd programma.
Aanbidding gaat niet over ons. Aanbidding is een vertelling van God’s werken in deze wereld van haar oorsprong tot haar voleinding.
Hoe kan de wereld haar ‘eigen’ geschiedenis kennen tenzij wij deze historie verhalen in publieke aanbidding?
Aanbidding is geworteld in de Blijde Boodschap en deze is weer, al klinkt het vreemd, in onze eigen persoonlijke menselijke geschiedenis aanwezig.
       Het goede nieuws dat God niet alleen de zondaren verlost maar de gehele wereld terug brengt tot haar oorspronkelijke vorm, zoals Hij het als Schepper en formeerder bedoeld heeft en zag dat het goed was.

Heilige Drieëenheid

       Dit is het grote en ongelofelijke nieuws dat de Ene met Zijn twee eigen handen – het vleesgeworden Woord en de Heilige Geest – de Tuin [het Paradijs] in het Hemels Koninkrijk zal herstellen.

Aanbidding is samenkomen om dit grote verhaal van begin tot eind,
te zingen en  in het menselijk geheugen terug te roepen,
te herinneren.

De Vroeg-Christelijke herinnering
De kerkvaders van de Vroeg-Christelijke Kerk zagen de Goddelijke Liturgie niet als een herdenking of een leeg symbool, maar als het onthullen van Jezus Christus, in Wie we de verzoening ontwaren tussen God en mensen.
Hoe intenser we herinneren en zoals het tegenwoordig wordt genoemd ‘avondmaal’ meeleven, hoe standvastiger ons geestelijk leven door het vernemen van het Woord en  de daadwerkelijk deelname aan het Woord gevoed wordt.
De gemeenschap, de deelname aan God’s Lichaam en God’s Bloed verkondigt immers voor hen die ze ontvangen, de reiniging van hun ziel tot vergeving van zonden, tot gemeenschap met de Heilige Geest, tot volheid van het Koninkrijk der Hemelen, tot vrijmoedigheid tegenover God, maar niet [zoals maar al te vaak verkondigt is] tot vonnis of veroordeling.
Wij offeren onze dienst eveneens voor hen, die in Geloof ontslapen zijn en weten ons daarmee verbonden, voor elke geest, die in Geloof tot volkomenheid is gekomen.
Het is een uiting van dit Mysterie, weliswaar geeft het een beeld weer, maar
ze deze beelden zijn niet leeg dit Mysterie vertegenwoordigt een waarachtige realiteit, ze geven betekenis en voeren God’s aanwezigheid onder de mensen aan
en zijn ons tot zegen, want de hand des Heren heeft ons verheven:
Ik zal niet sterven, maar leven en
de werken des Heren in woord en daad verkondigen
”.

Indien we onze harten, ons verstand en onze wil openen teneinde ons zelf in de geschiedenis van onze Heer en Verlosser te plaatsen, denken we God’s gedachten ná, belichamen we God’s verhaal van Liefde, worden we gebroken brood en uitgegoten wijn voor anderen in een vleesgeworden, gekruisigd, verrezen/ opgestaan, en toekomstgericht leven.

Liturgische kalender
Op grond van het eerste Verbond [O.T.] wordt de schepping geacht te hebben plaatsgevonden 3761 jaar voor het begin van de christelijke jaartelling.
De godsdienstige kalender is gebaseerd op wat daarover in de Wet [Thora] door God aan Mozes en Aäron is opgedragen.
In Egypte zei God al tegen Mozes en Aäron:“   Voortaan dient deze maand bij jullie de eerste maand van het jaar te zijn” Ex.12: 1-2. Het nieuwe jaar begint onder het Joodse/met Israël verbonden Volk op Rosj Hasjana, een gewichtige tweedaagse periode van gebed en inkeer, en als zodanig is dit gebruik in het nieuwe Verbond, in Christus voortgezet en vormt het nieuwe jaar vanaf het [Romeinse] Nieuwe jaar 1 september een nieuw begin van de tijdscyclus.
De Apostelen hebben in navolging van Christus, deze belangrijke leidraad voor het gelovige leven voortgezet en de kerkvaders zijn uiteindelijk tot een jaar-indeling overeenkomstig de seizoenen van het jaar gekomen.
Een Liturgische kalender is dus niet – ‘zo maar‘- een leidraad, het is onderwijs op een gevarieerd steeds terugkerend en toch niet helemaal terugkerende her-innering, opdat wij de grote dankzegging via een tabel kunnen navolgen.
Hoe -‘intensiever’- je deze leidraad volgt, hoe dringender je de behoefte zult ervaren in het dagelijks gebruik en kan bij een volkomen wijze van hanteren,
recht doen aan de invulling van het Liturgisch leven van alle dag.
In de Orthodoxie worden verschillende kalenders gehanteerd, de oude en de nieuwe; de Gregoriaanse en de Juliaanse kalender; het verschil in de paasdatum met het westen is niet alleen het gevolg van het feit dat de Orthodoxe Kerk nog eeuwen na 1582 [het jaar waarin Rome haar kalender invoerde] de Juliaanse kalender heeft gebruikt, hoewel de paasdatum wel volgens de Juliaanse kalender wordt berekend. Lang daarvoor heeft de Orthodoxe Kerk al overwogen de berekening te hervormen, maar men wilde geen methode invoeren waardoor Pasen vóór òf op Pesach zou kunnen vallen.

                  In de Nederlandse taal mogen we dankbaar zijn aan de voormalige

Archimandriet Adriaan Korporaal

Benedictijn, Archimandriet Adriaan [Korporaal 1913- 2002], die in zijn leven onvermoeibaar steeds weer opnieuw, met veel geduld en toewijding, alle gegevens heeft verzameld en bewerkt om uiteindelijk tot de invulling van ons ‘Orthodoxe Liturgisch Leven’ te komen [zie Klooster ‘geboorte van de Heilige Johannes de Voorloper’,
Stichting Orthodoxe Kerk Nederland, ’s-Gravenhage;
http://www.johannesdevoorloper.nl/boeken.html.
                  Momenteel worden de oorspronkelijke uitgaven tevens bijgehouden door het Orthodox Klooster in de Peel [Asten (NB)],
[zie Stichting “Geboorte van de Moeder Gods” Asten;
http://www.orthodoxasten.nl/uitgaven.htm, orthodoxasten@gmail.com.

                  De liturgische teksten zijn in de Orthodoxie onveranderd gebleven,
het vindt immers z’n basis in de oorspronkelijke onveranderlijke leringen van de de vroeg-Christelijke Kerk; de Nederlandse vertalingen volgen daarom nadrukkelijk  de vertaling in het Nederlands van de oorspronkelijke door de vroeg-christelijke kerkvaders geformuleerde Liturgische teksten.
Dit alles om zoals de apostel Paulus ons vermaande daarmee:
    allereerst de smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen te doen
voor alle mensen, voor koningen en alle hooggeplaatsten, opdat
wij allen een stil en rustig leven mogen leiden in
alle godsvrucht en waardigheid
”.
Het toepassen van de oorspronkelijke principes heeft in iedere lokale en culturele setting in de loop van de menselijke geschiedenis een andere uitwerking gekregen, dit mag uiteindelijk de uitdaging en de reis blijken te zijn, die wij als christenen met elkaar mogen ondernemen.
Wij willen onze bloed’s-broeders in Christus geen norm voor schrijven, maar
ik hoop dat dit verslag aan het begin van het kerkelijk jaar tot gevolg mag hebben van een algehele ontdekkingstocht naar de principes van de vroeg-christelijke Kerk en dat een dergelijk onderzoek zal inspireren om de dienst als één geheel te zien, één geheel dat God’s Aanwezigheid onder de mensen mag openbaren.

Laat ons onszelf wel bewust blijven, dat Christus, Zijn Wil niet aan ons heeft opgelegd; Geloof dient -‘in alle vrijheid‘- te worden aanvaard en niet door het een of ander Constantijns hierarchiek systeem aan gelovigen worden opdrongen – indien je dàt probeert te doen breek je het Geloof bij de wortel af.
Daarop volgt een conclusie dat beleid van bovenaf heeft afgedaan, niet langer gedragen wordt door het christenvolk.
Geloof en alles wat daar vanuit canons uit voortvloeit dient door onderwijs
‘in vrijheid’ – aan onze kinderen te worden doorgegeven, opdat zij ‘zèlf’ in staat zijn een keuze te kunnen maken over de door God geleide inrichting van hun leven. Daartoe is dringende catechisatie nodig, niet alleen aan leeftijdsgroepen, maar ook in combinatie aan gezinnen.

Een stil en rustig leven leiden in
alle godsvrucht en waardigheid.
    Wees wèl-gegoed, met een goed humeur in tijd van voorspoed, maar 
denk op de kwade dag: ook deze heeft God gemaakt evenzeer als die; immers kan de mens van de toekomst niets ontdekken.
      Allerlei heb ik gezien in mijn ijdele dagen: er is een rechtvaardige, die ondanks zijn gerechtigheid te gronde gaat en er is een goddeloze, die ondanks zijn boosheid een lang leven heeft.
     Wees niet al te zeer rechtvaardig en gedraag u niet al te wijs; waarom zoudt gij uzelf tot verbijstering brengen? Prediker 7: 14-16.
                                 Zou er nog tijd voor handen zijn om te ervaren dat in het leven goed 
doen gerechtvaardigd is, feest te vieren, te rouwen om wie heen gingen, om je vervolgens vóór te bereiden op het onvermijdelijke?
Hoe meer ascese in het alledaagse leven wordt opgenomen, hoe heilzamer en minder overlastgevend het leven wordt ervaren en dat niet opgelegd aan het volk, maar door eigen doen en laten dient te worden onderwezen.
Wie zich uit liefde, in hevig God’s-verlangen, genoeg ontrukken kan aan aardse dingen en in voldoende vurigheid, om God, de mensen om zich heen steeds met  broeder- zusterliefde bijstond in hun geestelijke nood, zou hier op aarde reeds de Hemel kunnen leren kennen en beleven.
Wat de liefde het meest begeert, uiteraard met de kanttekening egocentrische lichamelijke lust vermijdend, zal een ieder die dit belijdt tot God’s-vrucht leiden.
Die leeft in Christus’ liefde; die zal de naastenliefde nastreven, wanneer dit ook geboden zal zijn: in blijde als in droeve dagen, bij sterkte of verslagenheid,
met raad en daad en troost verschaffend of vermanend.

Wanneer de rede – ‘God’ – vreest om Zijn Sterkte en Grootheid tegenover eigen kleinheid en daarom in staat God’s Sterkte [Macht] en Grootheid te verwerven, als zij hierdoor dan tevens gaat vrezen dat zij God’s liefste [heilige] niet kan worden omdat zij oordeelt dat zo’n edel wezen haar niet toekomt – want hierdoor geven velen het op. Het gaat veel eer om kleine dingen zwijgend groots te volbrengen, in plaats van groots te doen over kleine aangelegenheden.
Indien God’s liefde als voorwaarde bij een onderhandeling wordt bedongen – dan dwaalt hierin de rede en nog heel wat dingen meer.

Ommekeer, wedergeboorte

Door ijdele hoop op persoonsgerichte Goddelijke vergeving vergissen zich een aantal mensen. Want waren zij zeker van dat alles hun vergeven is, dan zouden zij God liefhebben en dit dan tevens dag-in-dag-uit in hun daden tonen. Zij rekenen er dus op hetgeen zij nimmer verwerven zullen. Want zijn zij lauw en laten zij ná hun schuld [in het Mysterie van de wedergeboorte] te kwijten tegenover God en Zijn Liefde, aan Wie men tot aan de dood schatplichtig is.
Maar hieromtrent heb ik u niet veel te verhalen; in naastenliefde dwaalt men vaak door onbezonnen dienstverlening, zoals wanneer men zonder noodzaak, dus louter uit eigen voorkeur, bestuurt, geeft of helpt en zich nodeloos uitput.
Het zijn immers dikwijls gevoelens van genegenheid wat men naastenliefde noemt.
Een levensregel bindt u soms aan dingen waarvan u vrij zou kunnen zijn; dus hierin kan de rede doelloos ronddwalen.
Een vurige geest van goede wil, diep in uw hart, doet méér dan enige regel kan bewerken.
Ook aardse tranen plengen is verkeerd: al houdt onze rede dan wel vóór
dat wij om wat ons toekomt, wenen, ’t is meestal eigenzinnig pruilen.
En hierin dwaalt men werkelijk veel.
Die uit zijn op verkeerde vroomheid, iets anders zoeken dus dan God, zijn afgedwaald van het goede pad.
Want Hem alléén zal men wensen te verlangen, blij aanvaarden wat Hij ons schenkt. Maar al te vaak ziet men mensen ronddwalen, die in gevoeligheid troost zoeken, dit immers, is slechts zinnelijk neigen tot God of tot de mensen.
Waar men veeleer uit slaafse vrees voor God en het beducht zijn voor Z’n straffen, dan wel uit liefde dingen doet of laat, daar faalt de rede.
Door aan te nemen wat men missen kan, hetzij uiterlijk of innerlijk, doet men de rede dwalen, zoals door het verwerven van allerlei bezittingen, het zich behaaglijk maken zonder last en door angstvallig steeds met God en alle mensen de goede lieve vrede te bewaren.
In het geven dwaalt men dikwijls, wanneer men voorbarig, volledig afstand van zichzelf wil doen, òf zich geheel beschikbaar stelt voor allerhande dingen waartoe men niet uit Liefde is bestemd.
En al zijn dure tijd besteed aan getob, verdriet, ofwel verpozing, aan ruziemaken en verzoenen, in lief en leed, is eveneens een dwaling van de rede.
Steeds maar weer ingaan dus, op al wat je beroert, verwart ten zeerste onze rede: hierin is al het vorige inbegrepen.
De rede faalt wanneer men onbeheerst – zoals het uitkomt – aan vrees en al die andere dingen toegeeft, òf slaafse angst òfwel vermetele hoop gaat koesteren, in affectieve neigingen [met jonge deernen vlijen wil] en al wat afwijkt van de volmaakte Liefde.
Wanneer ik verhaal dat rede faalt in al deze punten die de mensen vaak tot richt-snoer dienen, dan is het juist omdat ‘zij zelf’ zo belangrijk zijn en het de taak van de rede is ze elk, naar eigen aard en waardigheid, aan ons te duiden.  

Apolytikion
tn.2 
  Toen Gij, het onster’flijke Leven nederdaalde tot de dood,
hebt Gij de kracht der onderwereld gedood door de bliksem der Godheid.
En toen Gij de gestorvenen uit de onderwereld opwekte,
riepen alle Machten der Hemelen:
O Christus onze God, Schenker des Levens, eer aan U
“.

Kondakion
tn.2   
Gij zijt opgestaan uit het graf, Almachtige Verlosser,
en bij het aanschouwen van dit wonder stond de onderwereld verslagen.
De doden verrezen en heel Uw Schepping verheugt zich samen met U.
Ook Adan jubelt en het Heelal mijn Verlosser,
zingt U de lofzang zonder einde“.

Theotokion    
tn.2 
  Onbegrijpelijk en hoog-Heerlik zijn alle Mysteriën
Die aan u voltrokken zijn, o Moeder Gods.
Verzegeld in reinheid en vast in maagdelijkheid,
zijt gij waarlijk Moeder geworden
en hebt gij de Ware God gebaard.
Smeek tot Hem dat onze zielen worden verlost
”.