11e zaterdag ná Pinksteren Augustus, de 31 – De plaatsing van de Gordel van de Alheilige Moeder Gods in een kerk in het district Chalcoprateia van Constantinopel.

      Terwijl zij op reis waren, kwam Hij in een zeker dorp.
En een vrouw, Martha geheten, ontving Hem in haar huis. En deze had een zuster, genaamd Maria, die, aan de voeten des Heren gezeten naar Zijn Woord luisterde.
Martha echter werd in beslag genomen door het vele bedienen.
En zij ging bij Hem staan en zei:
‘       Heer, trekt Gij het U niet aan, dat mijn zuster mij alleen laat dienen?’.
‘       Zeg haar dan, dat zij mij komt helpen’.
Maar de Heer antwoordde en zei tot haar:
‘       Martha, Martha, jij maakt je bezorgd en druk over vele dingen,
        . . . . . maar weinige zijn nodig of slechts één; want
‘       Maria heeft het goede deel uitgekozen, dat
       van haar niet zal worden weggenomen’
En het geschiedde, toen Hij deze dingen sprak, dat
een vrouw uit de schare haar stem verhief en
tot Hem zei:
‘       Zalig de schoot, die U heeft gedragen, en de borsten, die Gij hebt gezogen.
Maar Hij zei:
‘       Zeker, zalig, die ‘het Woord God’s horen en het bewaren’

Luc.10:38-42; 11: 27,28.

PdfAKATHIST van de heilige Moeder Gods

stammen van Israël [de Kerk] verzameld rond de Ark van het Verbond in de woestijn bij de berg Sinaï

    Nu had ook wel het eerste [Verbond] bepalingen voor de eredienst en een heiligdom voor deze wereld. Want er was een tent ingericht, de voorste, waarin de kandelaar en de tafel met de toonbroden stonden; deze werd het heilige genoemd; en  achter het tweede voorhangsel was een tent, genaamd het heilige der heiligen, met een gouden reukofferaltaar en de ark van het Verbond, rondom met goud overtrokken, waarin zich bevonden een gouden kruik met het manna, de staf van Aäron, die gebloeid had, en de tafelen van het Verbond [de Thora, de Wet]; daarboven waren de cherubijnen der Heerlijkheid, die het verzoendeksel overschaduwen; hierover kunnen wij nu niet in bijzonderheden treden.
Dit was dan aldus ingericht, en de priesters kwamen bij het vervullen van hun diensten voort-durend in de voorste tent, maar in de tweede alleen de hogepriester, eenmaal in het jaar, niet zonder bloed, dat hij offerde voor zichzelf en voor de zonden door het volk in onwetendheid bedrevenHebr. 9: 1-7.

  Gehoorzaamheid is God behagen en op alles wantrouwen, hoe
goed het ook is, tot het einde van iemands leven

H. Johannes van de Ladder. Gehoorzaamheid is als de Theotokos
antwwordde op God’s oproep: ” Zie de dienstmaagd des Heren, mij geschiedde naar Uw Woord“.
Er zijn er velen onder de mensen, die zich navolger van Christus noemen, die
slechts zicht hebben op het feit dat Christus mens onder ons is geworden teneinde ons te redden.
Zij gaan er daarbij echter niet langer vanuit dat hen eenmaal ook nog een oordeel staat te wachten; de eerste keer kwam Hij om ons te redden,
de tweede keer komt hij echter om te oordelen.
Bij zijn tweede komst zal Hij ons hartelijk ontvangen, doch zal Hij als een rechtvaardige rechter oordelen over datgene wat wij tijdens ons leven zoal gedaan hebben.

De eerste keer kwam Hij om ons te redden,
de tweede keer komt hij om te oordelen.
Dàt is de gehele Waarheid over onze Heer en Verlosser.

Ja, wij verkondigen dat wij gered zijn door Zijn Bloed, maar Johannes de Theoloog houdt ons tot slot van de Blijde Boodschap het boek Openbaring voor.

De bergen roken

Dáár staat dat mensen zich zullen verstoppen en tot de bergen, die roken zullen roepen: ‘Val op ons!’ Men wil zich tegen die tijd verbergen voor het aangezicht des Heren.
Mensen zullen in shock zijn wanneer ze erachter komen dat, wat ze tijdens hun leven in een catechese hebben ondervonden van de Heilige, de Sterke en onsterfelijke God, die ook over hun doen en laten een oordeel zal vellen.
Onze Heer zal uiteindelijk afrekening houden met
Zijn vijanden, daar heeft Hij als ‘Heer en Meester’ het recht toe,
wij hebben immers als mens de eeuwigheid verontreinigd.
De boeken zullen worden geopend, alles
wat we hebben gedaan, wordt openbaar
”.
Zelfs onze diepste geheimen zullen van de daken worden geschreeuwd.
Dàt is de dag van het Laatste Oordeel.
Wie zal worden vrijgesproken?
Ik geef het je op een briefje, niemand.
Niemand kan zich onttrekken aan z’n tekortkomingen, ook ik niet.

Op de dag dat God’s boek wordt geopend, gaan alle andere boeken dicht. Vervolgens dien je maar nederig af te wachten of je naam vermeld staat in het boek des levens van het Lam,
dàn vormt die dag immers niet langer een bedreiging voor je.
Maar hoe krijg je je naam in het boek van het Lam?
Om in het boek te komen, dienen je on-gerechtigheden, je tekortkomingen,  je zonden door Zijn Bloed te zijn weggewassen.
Omdat onze Heer en Verlosser voor je is gestorven en op die manier voor je zonden heeft betaald,
kun je worden vrijgesproken en als rechtvaardig worden beschouwd in God’s ogen.
Dàn kom je in Zijn boek, in Zijn eeuwige gedachtenis, herinnering’s boek terecht.

De Ceintuur  [de ‘riem’, ‘sjerp’ of ‘gordel, Gr.= ‘zone’] van de Theotokos is een reliek van de  Heilige Maagd Maria, welke momenteel bewaard wordt in het I.M. Vatopedi op de berg Athos.
Volgens de heilige traditie van de Orthodoxe Kerk
werd de Theotokos voorafgaand aan de door Christus gewenste opname in de Hemel [feest van 15 aug] in
Jeruzalem door de twaalf  apostelen begraven.
Drie dagen later arriveerde Thomas de apostel, die
vertraagd was en niet in staat was om de begrafenis bij te wonen en deze vroeg om een laatste aanschouwing van het lichaam van de Moeder God’s.
Toen hij en de andere apostelen bij het graf van Maria aankwamen, ontdekten ze dat haar lichaam verdwenen was.
Uit de overlevering is ons bekend dat de Maagd Maria hem destijds verschenen is en  dat zij de apostel Thomas haar gordel [Gr.= ‘ζώνη, van ‘zone’] overhandigde.
Er is geen daadwerkelijk bewijs van deze gebeurtenis, noch is deze reliek onderwerp van een of ander uitspraak van de vaders tijdens de Concilies geweest. Tòch doet deze geschiedenis de ronde in  de overlevering van gelovige christenen en werd deze gordel [‘zone’], die door de Moeder God’s zelf uit kameelhaar was vervaardigd in Jeruzalem bewaard, totdat deze tegelijk met haar mantel in de 5e eeuw naar Constantinopel werd overgebracht en ter verering werd aangeboden in de kerk van de Theotokos Blachernae.
Deze relikwie werd vervolgens door keizerin Zoe, de vrouw van keizer Leo VI , uit dankbaarheid voor een wonderbaarlijke genezing met gouddraad geborduurd.
De keizerin had een visioen dat ze van ‘haar zwakheid zou worden genezen’ indien de riem van de moeder God’s over haar heen zou worden gelegd.
Já, óók de groten der aarde kunnen wanneer zij zich ervoor ‘open’ stellen,
onderkennen dat zij ten opzichte van hun Schepper slechts ‘zwak’ staan.
De keizer vroeg toen de Patriarch om de koffer te openen, waarop de Patriarch het zegel verwijderde en de koffer opende waarin deze reliek werd bewaard.
De gordel van de Moeder van God’s bleek door de tijd volledig heel en onbeschadigd te zijn gebleven.
De Patriarch plaatste de gordel om de – als ‘ziek’ zijn ervaren keizerin en
onmiddellijk werd ze bevrijd van haar zwakheid.
Zij zongen gezamenlijk de Hymne van dankzegging tot de Allerheiligste Moeder God’s en vervolgens plaatsten zij de eerbiedwaardige ‘Zone’ terug in de houder en verzegelden deze.
De houder dient vervolgens enige malen te zijn open gemaakt en opnieuw verzegeld te zijn, want er bevinden zich gedeeltes in het Vatopedi-klooster op de Heilige berg Athos, de kloosters van Trier [Germ.] en te Georgië.

Je zult je afvragen waarom deze reliek op de laatste dag van het kerkelijk jaar onze aandacht vraagt.
Wèl in de Blijde Boodschap wordt er slechts vier keer over het boek der Rechtvaardigen gesproken en in drie van de vier gevallen worden er ook namen uit dit boek geschrapt.
Omdat onze Heer en Verlosser voor jou is gestorven en op die manier voor je zonden heeft betaald, kun je worden vrijgesproken en rechtvaardig  worden bevonden in God’s ogen.
Eerst dàn kom je in het goede boek terecht, aangrijpend niet?
Net als de keizerin gaan wij christenen gebukt onder de menselijke zwakheid;
dit blijft knagen en wij zouden maar àl te graag worden genezen, van de verwondingen wanneer de tegenstander ons heeft verslagen en ons duidelijk maakt dat slechts zijn verblijfplaats, de hel, je einde zou zijn. Nu is de hel, het niet langer verkeren in God’s nabijheid, welke als vreselijk brandende koude wordt ervaren [vandaar de gelijkenis met het vuur].
In de devotie, de innige verering van de Christenheid, het gewone volk, speelt de Moeder Gods een grote rol als bemiddelaarster bij Haar Zoon, onze Heer.
Het is niet voor niets dat de Moeder God’s Thomas in zijn menselijke onvolkomenheid te hulp schiet, zelfs nog ná haar overlijden.
Op een plaats waar de hemel buigt en de aarde raakt wordt de gordel gekoesterd
opdat de sluier tussen deze wereld en de volgende dun en doorzichtig wordt.
Aldus wordt je gedragen op de vleugels van de asceten in de woestijn van de berg Athos, in kloosters van Trier [Germ.] en Georgië.
Daarom wordt deze gordel van de Moeder God’s op het eind van het kerkelijk jaar onder de aandacht gebracht, opdat zij voor ons zondaars nu en in het uur van onze dood tot onze Heer en Verlosser mag bidden dat Hij ons terwille mag zijn.

The feast of the Holy Belt, the feast of Chastity and Obedience, I.M. Vatoppedi, Athos.

Door heiliging blijf je vermeld in het boek van God, je hebt zowel een leven nodig dat is ingesteld op God’s wil, als de vergeving van zonden. Vergeving en heiliging zijn de twee meest belangrijke zaken die een mens hier op aarde nodig heeft. Beide dingen wil God ons zonder meer geven en zeker wanneer de Moeder God’s voor ons pleit. Met die twee zaken zijn we klaar voor God’s nieuwe hemel en nieuwe aarde.
Neem van mij aan de Orthodoxie behaald de overwinning op de dood niet door aantallen, de overwinning wordt alleen door het Geloof in de Opstanding van de Zoon van God bereikt.
Door de Opstanding heeft onze Heer Jezus Christus de dood overwonnen en schenkt Hij het leven aan degenen, die in de graven verblijven.
Tot mijn grote schrik dien ik aan het einde van een christelijk leven te bekennen, dat er nog maar weinig gelovigen om mij heen over zijn die deze Waarheid onder- schrijven/kennen. De overgrote en de immense stroming van het ongeloof, de afwijzing van geloof door diegene die langzaam maar zeker
is afgeweken van het oorspronkelijke geloof.
Geloof in de Opstanding vereist niet alleen strijdbaarheid en vrijmoedigheid, maar ‘voor al’ het vasthouden aan aloude principes van onze voor vaderen:

Het laatste oordeel en herstel
    Roept dit uit onder de volken: Heiligt de oorlog, doet de helden opstaan; dat alle krijgslieden aantreden, oprukken!
♨︎  Smeedt uw ploegscharen tot zwaarden en uw snoeimessen tot speren; de zwakke zegge: Ik ben een held.
♨︎  Maakt u op en komt, alle volken van rondom, en verzamelt u. Doe, o Heer, uw helden daarheen afdalen.
♨︎  Laat de volkeren opstaan en oprukken naar het dal van Josaphat [Hebr.= ‘de Heer spreekt recht’], want daar zal Ik zitten om alle volkeren van rondom te richten.
♨︎  Slaat de sikkel erin, want de oogst is rijp. Komt, treedt, want de perskuip is vol; de wijnbakken stromen over. Want hun boosheid is groot.
♨︎  Menigten, menigten in het dal der beslissing, want nabij is de dag des Heren in het dal der beslissing.
♨︎  De zon en de maan worden zwart en de sterren trekken haar glans in.
✥  En de Heer brult uit Sion [Hebr.= ‘ruïne, verschroeide plaats’] en verheft Zijn stem uit Jeruzalem, zodat hemel en aarde beven. Maar de Heer is een schuilplaats voor Zijn Volk en een veste voor de kinderen van Israël [de Kerk].
✥  En jullie zullen weten, dat Ik, de Heer, uw God ben, Die woont op Sion, Mijn heilige berg, en Jeruzalem zal een heiligdom zijn, en vreemdelingen zullen er niet meer doortrekken.
            Te dien dage zal het geschieden, dat de bergen van jonge wijn zullen druipen en de heuvelen van melk zullen vloeien en alle beken van Juda van water zullen stromen; een bron zal ontspringen uit het huis des Heren en zal het dal van Sittim [Hebr.= ‘van de acacia’s’] drenken.
Egypte zal tot een woestenij worden, en Edom [Hebr.=‘rood’] tot een woeste wildernis, vanwege het geweld de kinderen van Juda aangedaan, in wier land zij onschuldig bloed hebben vergoten.
Maar Juda zal blijven tot in eeuwigheid, en Jeruzalem van geslacht tot geslacht.
En Ik zal hun bloed onschuldig verklaren, dat Ik niet onschuldig verklaard had.
En de Heer zal blijven wonen op Sion
Joël 3: 9-21.

    zie, nu reis ik, gebonden door de Geest, naar Jeruzalem, niet wetende wat mij daar overkomen zal, behalve dat de Heilige Geest mij van stad tot stad betuigt en zegt, dat mij boeien en verdrukkingen te wachten staan.
Maar ik tel mijn leven niet en acht het niet kostbaar voor mijzelf, als ik slechts mijn loopbaan mag 
ten einde brengen en de bediening, die ik van de Heer Jezus ontvangen heb om het Evangelie van de Genade van God te betuigenHand.20: 22-24.
Met klem wordt ons telkenmale in de Joods- Christelijke cultuur voorgehouden waar het in het leven van de mens om draait; velen horen het, maar luisteren niet omdat ze veel te druk zijn met eigen wereldse eigenaardigheden.
Nogmaals:
    Laat de volkeren opstaan en oprukken naar het dal van
Josaphat
[Hebr.= ‘De Heer is rechtvaardig en spreekt recht’], want
dáár zal Ik zitten om alle volkeren van rondom te richten
[te berechten]”.
Het Volk van God [Israël, Juda] en de Kerk delen een voortdurende geschiedenis, waarbij  elke generatie God’s oproep tot gemeenschap òf weerstaat òf omhelst.
Aanvallen tegen ons weten van geen ophouden en vredige tijden zijn zeldzaam.
De wreedheid van de aanval varieert, want de oorlogvoering wordt zowel in
onze ziel als extern ervaren in de vorm van veldslagen en totale oorlog.
               De onderliggende oorzaak van dit oneindige conflict is het kwaad en de  zonde, de voornaamste en onophoudelijke dodelijke ziekte van de mens.
               We weten echter met zekerheid dat God ons nooit zal loslaten en
alleen laat gaan in de voortdurende oorlogvoering, die tegen ons wordt gevoerd.
               Hij handelt door te oordelen, te corrigeren, te verdedigen en te redden, zoals Hij ons openbaart door Zijn Kruis en Zijn Verrijzenis.
    Het was immers niet mogelijk dat de Oorsprong van het Leven onder de macht zou komen van het bederf. Zo werd Hij als Eersteling van de ontslapenen ook de eerstgeborene uit de doden, opdat Hij van allen en in alles de Eerste zou zijn”,
uit: Goddelijke Liturgie van de H. Basilios.

           Indien Joël als Profeet van de Allerhoogste verklaart dat God
zal aanzitten om alle naties rondom te oordelenJoël 3: 12 op een door Hem bepaalde tijd en, ten slotte, op “de dag des Heren . . . in de vallei van het oordeel” Joël 3: 14.
De Heer handelt altijd om “Zijn Volk te beschermen en. . . versterk de zonen van Israël [de Kerk] “ Joël 3: 16.
Joël registreert ook deze belofte:
U zult weten dat Ik de Heer, uw God, degene ben,
Die in Zion op mijn heilige berg woontJoël 3: 17.
Vergis je niet:
Want Hij is onze God en wij zijn
het Volk van Zijn weide,
de kudde van Zijn hand

Psalm 94[95]: 7, vert. ROK. ’s-Gravenhage.

Temidden van het tumult van de wereld en de beproevingen van onze huidige dag, en elke keer in de geschiedenis, is de Heer de ware Toevlucht aan Wie we ons vastklampen. Verdrukkingen hebben en zullen, zolang de aarde is, bestaan: ​
Want er zal dan een grote verdrukking zijn, zoals
er niet geweest is van het begin der wereld tot nu
toe en ook nooit meer wezen zal.
En indien die dagen niet ingekort werden, zou
geen vlees behouden worden; doch
ter wille van de uitverkorenen zullen
die dagen worden ingekort
Matth. 24: 21,22.
In feite is de Heer en Zaligmaker ons ter wille, want Hij maakt ons duidelijk dat het niet te lang zal duren “tenzij die dagen werden ingekort, geen vlees zou worden gered”.
Vanwege de grote goddeloosheid die tegen Gods volk is begaan, voorspelt Joël dat verwoesting over hele naties zal komen
vanwege de wandaden tegen het volk van Juda [en de Kerk], vanwege
het onschuldige bloed dat in hun land is vergoten
Joël 3: 19.
Onze Heer en Verlosser
zal hun bloed wreken en het niet ongestraft latenJoël 3: 21.
De heiligen, de serieuze navolgers van de Heer zullen gerechtvaardigd worden
en de Kerk zal zien ‘vreemdelingen zullen er niet meer. . . ‘er niet meer’ doortrekken Joël 3: 17.
De Kerk zal niet langer meer geïntimideerd worden door oost of west, door geld en macht’s-spelletjes. Het bloed van de Martelaren en asketen zal worden gerekend tot degenen die hen hebben gedood.
Daarom wees eveneens gereed,” raadt de Heer ons aan,
want de Mensenzoon komt op een uur dat u niet verwachtMatth.24: 44.

Vijanden van het volk van God en elke onderdrukker van de Kerk
zullen een verlatenheid wordenJoël 3: 19. Zij zullen in de kou staan, buiten de Heerlijkheid van God.

Maar laten wij rechtvaardigen ons verheugen, want alles wat wij ervaren is geen strijd en pijn. De Heer verzekert ons dat het conflict zal eindigen en
dat Zijn waarachtige heiligen hun beloning zullen ontvangen:
  De bergen zullen zoetheid druipen en melk zal uit de heuvels stromen, en
alle beken van Juda zullen met water stromen.
En een fontein zal uit het huis des Heren stromen en
het zal
[leven’s-]water leverenJoël 3: 18.
  Christus is onze Énige, onze eeuwige fontein en
giet nu Zijn herstel uit.
De Kerk zal voor altijd door heiligen bewoond worden . . .
van generatie op generatie
Joël 3: 20.

Christus, Licht der Waarheid

De levenschenkende Christus is opgestaan ​​als de zon,
precies hetzelfde als de profeet Joël dit beloofde.
We behoeven niet naar de vallei van Josaphat te komen om als Zijn vijanden beoordeeld te worden.
Wij kunnen ons bekeren en gereinigd worden bij
Zijn fontein – onze enige toevlucht – en
deelnemen aan de waarachtige redding in Hem.

    Geef ons, Meester, nu wij slapen gaan, rust naar lichaam en ziel.
Behoed ons voor een duistere [zondige] slaap, en voor iedere [donkere en] nachtelijke begeerte.
Breng tot rust de aandrang van onzuivere neigingen:
doof de vurige pijlen van den boze, die in het geheim op ons afkomen.
Doe bedaren de opstandigheid van ons vlees en kalmeer iedere bezorgdheid voor aardse en voorbijgaande dingen.
En geef ons, o God, een waakzame geest, zuivere gedachten en een nuchter hart;
geef ons een lichte slaap, vrij van iedere fantasie.
Doe ons opstaan op de tijd van het gebed, gesterkt door Uw Geboden, Uw oordelen steeds gedenkend.
Maak dat wij U de gehele nacht in de geest mogen verheerlijken door het bezingen, zegenen en loven van Uw Heilige en alleenlijke Naam:
van de Vader, en van de Zoon en van de Heilige Geest,
nu en altijd en inde eeuwen der eeuwen. AMEN.
Hooggeprezen altijd-maagd en gezegende Moeder van Christus God,
breng ons gebed tot Uw Zoon, onze God, opdat Hij door U onze zielen moge redden.
Mijn vertrouwen is de Vader, mijn toevlucht de Zoon, mijn bescherming is de Heilige Geest,
Al-heilige Drieëenheid, eer aan U,
Eerst aan U, Christus, onze Hoop,
eer aan U
”.

fresco: Theotokos, ‘ruimer dan de hemelen’; Platytera.

Een opmerkelijk en on
begrijpelijk gebeuren.
De Theotokos leeft in de hemelen en
aanschouwt onophoudelijk de Glorie van God, maar zij veronachtzaamt ons achtergelaten mensen niet en
zij omhelst in haar mededoden de gehele aarde en alle gelovigen.
Deze smetteloze moeder, die haar Zoon ons heeft gegeven.
Zij is onze vreugde en onze hoop!
Heilige Moeder God’s, bescherm ons!
H. Silouan, de Athoniet.