11e donderdag nà Pinksteren, 29e Augustus – de onthoofding van de Heilige, glorieuze Profeet, voorloper en doper Johannes.

De rechtvaardige zal zich verblijden in de HEER, en op Hem vertrouwen‘; ‘The righteous shall rejoice in the LORD, and trust in Him.

    En koning Herodes hoorde van Hem [Christus], want Zijn Naam was bekend geworden; en men zei:
Johannes de Doper is opgewekt uit de doden en daarom werken die krachten in Hem. Anderen zeiden: Het is Elia, weer anderen: Een profeet als een van de profeten.
Toen dan Herodes van Hem hoorde, zei hij: Johannes, die ik onthoofd heb, die is opgewekt.
Want hij, Herodes, had Johannes laten grijpen en geboeid gevangen gezet, ter wille van Herodias, de vrouw van zijn broeder Filippus, omdat hij haar tot vrouw genomen had.
Want Johannes had tot Herodes gezegd: Gij moogt de vrouw van uw broeder niet hebben.
Herodias had het op hem voorzien en wilde hem doden, doch zij kon dit niet, want Herodes had ontzag voor Johannes, daar hij wist, dat hij een rechtvaardig en heilig man was; en hij beschermde hem en als hij hem gehoord had, was hij in grote verlegenheid, maar hij hoorde hem gaarne.

Paranoïde Herodes

      En toen er een gelegen dag gekomen was en Herodes op zijn geboortefeest een maaltijd aanrichtte voor zijn hoogwaardigheidsbekleders, zijn legeroversten en de voornaamsten van Galilea, en de dochter van Herodias binnenkwam en danste, behaagde zij Herodes en hun, die mede aanlagen.
En de koning zei tot het meisje: ‘ Vraag van mij, wat gij maar wilt en ik zal het u geven’. En hij zwoer haar: ‘  Wat gij mij ook maar vragen zult, zal ik u geven, tot de helft van mijn koninkrijk.
En zij ging heen en zei tot haar moeder:
‘ Wat zal ik vragen?’ En deze zei: ‘Het hoofd van Johannes de Doper’.
En terstond ging zij haastig naar binnen tot de koning en vroeg, zeggend: ‘     Ik wil, dat gij mij onmiddellijk op een schotel geeft het hoofd van Johannes de Doper’.
En ofschoon de koning zeer bedroefd werd, wilde hij het haar om zijn eden en om hen, die aanlagen, niet weigeren.
En terstond zond de koning een scherprechter met de opdracht het hoofd te brengen. En deze ging heen en onthoofdde hem in de gevangenis, en hij bracht het hoofd op een schotel en gaf het aan het meisje en het meisje gaf het aan haar moeder.
     En toen zijn discipelen het hoorden, kwamen zij en namen zijn lijk weg en legden het in een graf.
     En de apostelen kwamen weer samen bij Jezus en berichtten Hem al wat zij gedaan en geleerd hadden
Marc.6: 14-30.

John the Baptist

    En toen hij zijn loopbaan volbracht, zei Johannes:
Wat gij meent, dat ik ben, ben ik niet, maar zie, ná mij komt Hij, wie ik niet waardig ben het schoeisel van Zijn voeten los te maken.
Mannen broeders, zonen van het geslacht van Abraham, en vereerders van God onder u, tot ons is deze heilsboodschap gezonden.
      Want die te Jeruzalem wonen en hun oversten hebben Hem niet erkend en zij hebben de uitspraken der profeten, die elke sabbat worden voorgelezen, door hun oordeel vervuld, en hoewel zij geen grond voor doodstraf konden vinden, hebben zij Pilatus gevraagd Hem ter dood te brengen;  en toen zij alles volbracht hadden, wat van Hem geschreven stond, namen zij Hem af van het hout en legden Hem in een graf.
Maar God heeft Hem uit de doden opgewekt; en Hij is gedurende vele dagen verschenen aan hen, die met Hem van Galilea naar Jeruzalem opgegaan waren, die thans getuigen van Hem zijn bij het Volk.
     En wij verkondigen u, dat God de Belofte, die aan de vaderen geschied is, aan ons, hun kinderen, vervuld heeft door Jezus op te wekken, gelijk in de tweede psalm geschreven staat“ Hand.13: 25-33a

Vanitas- [ijdelheid-]   verwijzing, Gerrit Dou
    Waarom woeden de heidenen ? Waarom zinnen de volken op ijdelheid ? In opstand zijn de koningen der aarde; de vorsten zijn samengeschoold.
Zij zijn in opstand tegen de Heer en tegen Zijn Gezalfde.
Zij zeggen: Laat ons hun boeien verbreken, laat ons hun juk van ons afwerpen. Maar die in de Hemelen woont lacht hen uit: ‘de Heer bespot hen’.
Dan spreekt Hij tot hen in Zijn toorn, in Zijn gramschap brengt Hij hen in verwarring. Doch ik ben door Hem als koning gesteld, over Sion, Zijn heilige berg.
Om de bevelen des Heren bekend te maken en te verkondigen. De Heer toch zei tot mij:
‘Gij zijt
[slechts] mijn zoon; heden heb Ik u verwekt.
Vraag Mij, dan geef Ik u volkeren tot erfdeel; de einden der aarde tot uw bezit. Gij zult hen weiden met ijzeren staf, hen stukslaan als aardewerk.
Nu dan, koningen, wees wijs: wordt onderricht, gij allen die de aarde oordeelt.
Dient de Heer in vreze, juicht Hem toe met ontzag.
Aanvaardt onderricht, opdat de Heer niet zal toornen, en gij niet verloren gaat van de gerechte weg, wanneer straks Zijn toorn ontbrandt. Gelukzalig zijn allen, die op Hem hebben vertrouwd” Psalm 2, vert. ROK. ’s-Gravenhage.

Johannes de Doper [Oudgrieks: Ἰωάννης ὁ βαπτιστής,
de persoonsnaam afgeleid van het Hebreeuwse 
יוחנן, Jochanan,
de Heer heeft Genade getoond”],  is in het Christendom, maar zeker in het op de ascese gestoelde Orthodoxe Christendom, maar ook bij het Gnostisch Mandeïsme en de Islam een Profeet van de Allerhoogste.
Hij leefde zo ongeveer 7 jaar voor Christus, was Zijn neef en werd vóór onze Heer aan het Kruis stierf en ná 3 dagen opstond, dus vóór het jaar 30, onthoofd.
Johannes heeft omstreeks het jaar 30 in de provincie Judea gepredikt Luc.3: 1,2.
De oudste bronnen over zijn leven zijn de werken van Flavius Josephus en
de vier Evangeliën in het Nieuwe Testament. Ook in verschillende apocriefen van het Nieuwe Testament komt Johannes voor.
In de Koran wordt Johannes de Doper ‘Yahya’ genoemd.

Wie is deze Johannes de Doper?
    Troost, troost mijn volk, zegt uw God. 
Spreekt tot het hart van Jeruzalem, roept het toe, dat zijn lijdenstijd volbracht is, dat zijn ongerechtigheid geboet is, dat het uit de hand des Heren dubbel ontvangen heeft voor al zijn zonden.  Hoor, iemand roept:
‘ Bereidt in de woestijn de weg des Heren, effent in de wildernis een baan voor onze God.
> Klim op een hoge berg, vreugdebode Sion; verhef uw stem met kracht, vreugdebode Jeruzalem; verhef ze, vrees niet; zeg tot de steden van Juda:
> De ellendigen en de armen zoeken naar water, maar het is er niet, hun tong verdroogt van dorst; 
Ik, de Heer, zal hen verhoren;
Ik, de God van Israël
[van de Kerk], zal hen niet verlaten.
Ik zal op kale heuvels rivieren doen ontspringen en bronnen te midden der valleien; Ik zal de woestijn tot een waterplas maken en het dorre land tot waterbronnen.
> Druppelt, hemelen, van boven en laten de wolken gerechtigheid doen neerstromen; de aarde 
zich zal openen, opdat het heil zal ontluiken en zij daarbij gerechtigheid zal doen uitspruiten;
Ik, de Heer, heb dit geschapen.
> Trekt uit Babel, ontvlucht de Chaldeeën.
Verkondigt het met jubel-klanken, doet dit horen, verbreidt het tot aan het einde der aarde; zegt:
‘ De Heer heeft zijn knecht Jaäcob verlost. Zij leden geen dorst, toen Hij hen door de woestijnen 
leidde; Hij deed voor hen water uit de rots stromen; Hij toch spleet de rots, zodat het water 
vloeide’.
> Jubel, gij onvruchtbare, die niet gebaard hebt; breek uit in gejubel en juich, gij die geen weeën gekend hebt, want de kinderen der eenzame zijn talrijker dan de kinderen der gehuwde, zegt de HeerIsaiah 40: 1-3, 9; 41: 17-18; 45: 8; 48: 20-21; 54: 1.
Wij hebben jaren voor zijn wonderlijke aankondiging via Isaiah van hem gehoord, de meesten onder ons kennen zijn oproep welke verzegd is door Isaiah:
Bereidt de weg des Heren, maakt recht uw wegen voor onze God” wij weten van zijn geboorte uit ouders, die op hoge leeftijd en daardoor onvruchtbaar waren, Zacharias, een priester, en Elizabeth, uit de dochters van Aäron, de broer van Mozes en de eerste hogepriester.
Wij navolgers van Christus hebben allen reden om
de Voorloper, bekend als groter dan de profeten, te bekronen met lofliederen en vooral zelf te worden als een de apostelen; want zijn profeten hoofd was afgesneden voor de wet des Heren
conf. exaposteilarion.
Johannes de Doper wordt een glorieuze Martelaar voor Gods Wet [de Thora],
is getuige namens de heiligheid van het Verbond’s-huwelijk en
dringt er bij iedereen op aan zich uit berouw diep voor de Heer te buigen.
Wij zijn het niet meer gewend, in de war geraakt door vernieuwende praktijken in de Kerk, maar Johannes roept op Boete te doen alvorens
een ontmoeting met onze Heer en Verlosser te hebben.
Ja, wij dienen in zak en as te zitten vanwege onze ongehoorzaamheid
ten opzicht van onze Heer en Schepper.

Wie is deze mens die we Voorloper van Christus en de doper van de Heer noemen? Christus onze Heer Zelf leert ons dat hij:
Onder degenen die uit vrouwen zijn geboren, er niemand is, die groter
geworden is dan Johannes de DoperMatth.11: 11.
Hij is net als de andere der Profeten, hij gaat de weg om uitgeworpen, miskend te worden.
De vaders van de Kerk, het Lichaam van onze Heer, Jezus Christus, voor-zien ons van een zorgvuldig geselecteerde en uitgebalanceerde reeks  van instructieve verzen van Isaiah aan  de vooravond van de herdenking van de onthoofding van Johannes.
Deze verzen leren in de eerste plaats dat Johannes als een priester optrad,
iemand die zich verbindt, zich uitslooft voor God’s Volk Isaiah 40: 2.
Hij wordt beschreven als een stem in de woestijn, in onze wereld, die
verworden is tot een wildernis, waar mensen door eigengereidheid zijn vervallen tot een wrede en zondige wereld Isaiah 40: 3.
We leren tevens dat hij een boodschapper is die
de goede tijdingen brengt voor Zion
– dat wil zeggen voor de Kerk van God – want 
bij
het zien van Christus Jezus roept hij uit: “Zie uw God!Isaiah 40: 9.
Door naar de Heer Jezus Christus te wijzen, geeft zowel de profeet als de Doper Johannes aan dat de Godmens datgene  zal doen opspringen dat “armen en behoeftigen zich buitengewoon zullen verheugen; want wanneer zij water zullen zoeken, maar er niemand is en hun tongen zijn uitgedroogd van dorst, zal Ik, de Heer uw God, hen [ver-]horen;  Ik, de Heer God van Israël [de Kerk], zal hen niet verlatenIsaiah 41: 17.
Christus bevestigt deze profetie wanneer Hij zegt: “Wie van het water drinkt dat Ik hem zal geven, zal nooit dorst hebbenJohn.4: 14.

De Doper bereidt dus op unieke wijze menselijke de harten voor om Christus de Heer te zien als de God die mensenlevens omvormt [transformeert] door
“  rivieren in de bergen en fonteinen midden in de vlakte te openen.
Ik zal de woestijn tot een waterplas maken en het dorre land tot waterbronnenIsaiah 41: 18.
Zonder de Heer, onze God aan je zij ben je kansloos; Hij leert ons om ons tot Christus te wenden als Degene Die waarachtig is en dorstige harten lest, indien we ons maar met Hem zouden verenigen en onze waanzinnige en zinloze arrogante inspanningen om deze wereld om ons heen onze dorst te laten lessen.
Onze wereld snakt en hunkert naar ware gerechtigheid en wordt overgoten door een uitstorting van gezegende Genadegaven.
We hebben onze buik er vol van en hebben er meer dan genoeg van dat wij door de wereld slechts bedrogen uitkomen, de wereld die ons slechts geweld en immoraliteit aanbiedt.
We komen slechts bedrogen uit wanneer wij ons op de wereld verlaten; dat blijkt niet één keer, dat komen we dagelijks op onze weg tegen.

Wat een vriendelijke dienst verricht Johannes de Doper dan voor ons ondergeschikte menselijke ras, terwijl hij ons op de Heer, Jezus Christus wijst!
De Voorloper weet dat de wolken in de hemel “Gerechtigheid kunnen neer plenzen, uitgieten”, opdat de aarde ‘bekering’ ondergaat, die “gezamenlijk gerechtigheid zal voortbrengen” 
Isaiah 45: 8 hetgeen de mensheid de Verlossing en redding zal doen toekomen.
Wij mensen blijven echter slaven in het Babylon, in de verwarring van deze wereld, zolang wij de slavernij van deze wereld als onze natuurlijke staat accepteren.
De Voorloper dringt er echter bij ons op aan “Babylon [Hebr.=’verwarring‘] te verlaten” en “van de Chaldeeërs [Hebr.=’ kluitenbrekers, zij, die ons in verwarring brengen‘] weg te vluchten“. We dienen “een stem van blijdschap’ de laten weerklinken en het iedereen, die het maar horen wil hiervan te doordringen.
Verkondig het tot aan het einde der aarde en zeg:
    De Heer heeft Zijn dienaar verlostIsaiah 48: 20.
Laat je niet langer in met het geharrewar om
je heen en kies voor de ascetische weg,
Johannes de Doper onthult ons dat alleen Christus ons door de woestijn van het leven kan leiden en
  water kan veroorzaken; dit [uit] de rots kan slaan en laten stromen . . . . .  Hij zal de rots splitsen [en] het water zal stromenIsaiah 48: 21, zodat onze onuitblusbare dorst zal worden gelest.
Dus geen vriendschappelijke bezoekjes meer, die toch alleen maar uitlopen op het aloude
‘achterklap’ en kwaadspreken, zelfs met de Mitra nog op.
We hebben een Heiland om ons uit onze diepste pijn te verlossen, al is de gehele wereld inclusief de uitzinnigen in de Kerk op drift geraakt van eigen dunk en hooghartig wedervaren, zo onthult ons de Heilige Johannes de Doper.

Laten we onszelf onderzoeken en vragen: “   Waarom ben ik niet langer verheugd? Waarom ben ik onvruchtbaar en draag ik geen vruchten meer in het [kerkelijk] leven?”.
De Heilige Johannes de Doper schreeuwt het ons van de daken toe:
Jubel, gij onvruchtbare, die niet gebaard hebt; 
breek uit in gejubel en juich, gij die geen weeën gekend hebt [op uw lauweren rust], want de kinderen der eenzame
zijn talrijker dan de kinderen der gehuwde, zegt de Heer
Isaiah 54: 1.
    Omdat u een praktiserend leraar van zuiverheid bent, en een reddende gids tot bekering, smeekt u, a.u.b, Doper en Voorloper bij Christus, onze God om  ons te verlossen van de vernedering van onze hartstochten
Uit, verzen van de Litie voor dit feest

Midden onder u staat Hij, Die jullie niet kennen‘, mosaic; ‘In the midst of you is He, Who you do not know‘, mosaïc.

God en profeet:
  Zie, Ik zend Mijn bode, die voor Mijn aangezicht de weg bereiden zal; plotseling zal tot Zijn tempel [van het hart] komen de Heer, die jullie zoeken, namelijk de Engel van het Verbond, die
jullie begeren.
Zie, Hij komt, zegt de Heer der heerscharen. Doch wie kan de dag van zijn komst verdragen, en 
wie zal bestaan, als Hij verschijnt? Want Hij zal zijn als het vuur van de smelter en als het loog van de blekers. Hij zal zitten, het zilver smeltend en reinigend.
Hij zal de zonen van Levi [Hebr.=‘verbonden’, zij die zich verbonden weten’] reinigen, Hij zal hen louteren als goud en als zilver, opdat zij de Heer in gerechtigheid offer brengen.
>  Dan zal het offer van Juda en van Jeruzalem de Heer aangenaam zijn als in de dagen van ouds en als in vroegere jaren.
Ik zal tot u ‘ten gerichtenaderen; Ik zaleen snelle aanklagerzijn tegen de tovenaars, tegen de echtbrekers, tegen de meinedigen, tegen hen die het loon van de dagloner drukken, weduwe en wees verdrukken, en de vreemdeling terzijde dringen, maar Mij niet vrezen, zegt de Heer der Heerscharen.
Voorwaar, Ik, de Heer, ben niet veranderd, en gij kinderen van Jaäcob, zijt niet verteerd. Van de dagen van uw vaderen af zijt gij afgeweken van mijn inzettingen en hebt ze niet onderhouden.
Keert terug tot Mij, dan zal Ik tot u terugkeren, zegt de Heer der heerscharen.
En dan zeggen jullie: In welk opzicht dienen ‘wij’ terug te keren?
> Breng uw gehele tiende naar de voorraadkamer, opdat er spijze zal zijn in Mijn huis; beproeft Mij toch daarmee, zegt de Heer der heerscharen, òf Ik dàn niet voor u de vensters van de hemel zal openen en zegen in overvloed over u uitgieten.
Dan zal Ik, u ten goede, de kaal-vreter dreigen, opdat hij de vrucht van uw land niet zal verderven en opdat de wijnstok op het veld voor u niet zonder vrucht zal zijn, zegt de Heer der heerscharen. En alle volkeren zullen u gelukkig prijzen, omdat jullie een land van welbehagen zijn, zegt de Heer der H
eerscharen.
> En nu, wij prijzen de overmoedigen gelukkig; niet alleen worden zij gebouwd, terwijl zij goddeloosheid bedrijven, maar ook verzoeken zij God, en ontkomen.

[Eerst] Dàn spreken zij die de Heer vrezen, onder elkander, ieder tot zijn naaste:
De Heer, Die bemerkte het toch en hoorde het en er werd een gedenkboek voor Zijn aangezicht geschreven, ten goede van hen die de Heer vrezen en Zijn Naam in ere
[hebben ge-]houden. Zij zullen Mij ten eigendom zijn, zegt de Heer der heerscharen, op de dag die Ik bereiden zal. En Ik zal hen sparen, zoals iemand zijn zoon spaart, die hem dient.
Dàn zullen jullie tot inkeer komen en het onderscheid zien tussen de rechtvaardige en de goddeloze; tussen wie God dient, en wie Hem niet dient” Maleachi 3: 1-3, 4-7, 10-12, 15-18.
Met deze tekst voor ogen kun je toch niet langer zeggen, “Oh, Das war in jener Zeit, das war damals“.
        Zie, Hij komt eraan . . . . als een identificatie van de persoon (of personen) aan naar wie Maleachi in deze verzen verwijst, dient ons toch wel enige moeilijkheden op te leveren.
De meeste angstvallige lezers zijn het erover eens dat de uitdrukking “Mijn boodschapper, zoals hierboven is geciteerd weliswaar verwijst naar Johannes de Voorloper, maar zij doen dat niet allemaal.
Het Woord van God en Zijn Pedagogie is immers ook ‘tot ons’ gericht, ook tot onze tijd.
       De meeste kerkvaders van ons lezen de derde zin van Maleachi als
een verwijzing naar Christus’ Weder-komst, en met name de Heilige Cyril van Jeruzalem pakt het hele bestaan, ‘het zijn’ op als zorgwekkend en heeft hij het over de Heer, Die komt als zijnde in Zijn twee verschijningen. 
Hij zegt: “de profeet Maleachi spreekt over twee verschijningen:

En plotseling zal er naar de tempel [van het hart] komen Heer, wie U zoekt“;
dat was de eerste komst van onze Heer, maar onze heer heeft op de Olijfberg al gesproken over welke de voortekenen zullen zijn voor Zijn wederkomst:
“     Jezus antwoordde hun: ‘Pas op dat niemand jullie misleidt, want er zullen velen komen die Mijn Naam gebruiken en zeggen: ‘Ik ben de Messias’ en ze zullen veel mensen misleiden’Matth.24: 4,5.

“ Als iemand dan tegen jullie zegt: “Kijk, dit is de messias” òf: “Daar is hij” in het Oosten of het Westen, bij de een of de andere hoogwaardigheids-bekleder, geloof dat dan niet.”Matth.24: 23.

“ Jullie zullen berichten horen over oorlogen en oorlogsdreiging. Laat dàt je dàn niet verontrusten, die dingen moeten namelijk gebeuren, al is daarmee het einde nog niet gekomen” Matth.24: 6.

  Het ene volk zal tegen het andere ten strijde trekken en het ene koninkrijk tegen het andere, en overal zullen er hongersnoden uitbreken en zal de aarde beven: dat alles is het begin van de weeënMatth.24: 7-8.
Dat is dus het begin van [de ellende] het einde. Sommige christenen hebben het hier in dit verband ook over ‘de laatste generatie‘ vóór de laatste wederkomst des Heren. Ze wijzen daarbij op:

Leer van de [natuur] vijgenboom deze les: zo gauw zijn takken uitlopen en in blad schieten, weet je dat de zomer in aantocht is. Zo moeten jullie ook weten, wanneer je dat alles ziet, dat het einde nabij isMatth.24: 32,33.
De “vijgenboom” is in de Pedagogie van de Heer een symbool voor het land Israël en in haar verlengde ‘de Kerk’:

Dan zal men jullie onderdrukken en doden, en jullie zullen door alle volken worden gehaat omwille van Mijn NaamMatth.24: 9, en tevens de grote afval van gelovigen:

Velen zullen dan ten val komen, ze zullen elkaar verraden en elkaar gaan hatenMatth.24: 10.
     Vele mensen vallen dus van hun geloof af en de wetteloosheid neemt toe, de onderlinge liefde bekoelt:

En doordat de wetteloosheid toeneemt, zal bij velen de liefde bekoelenMatth.24: 12.
Over de tweede wederkomst zegt Maleachi:
  ‘En de Boodschapper van het Verbond, naar Wie je verlangt, ja, Hij komt eraan’ zo zegt de Heer der heerscharen”.
Nu hoe duidelijke wil je het nog hebben ?, we hebben het over het hier en het nu.  conf. Catechetical Lecture 15, NPNF Second Series, vol. 12, p. 104.

We merken daarbij op dat in de oorspronkelijke Griekse tekst als het woord angelos twee keer voorkomt in Maleachi 3: 1.
Het eerste gebruik is suggestief voor Johannes de Voorloper:
Ik zend Mijn boodschapper uit” [kleine letters].
De tweede keer dat het verschijnt, staat het met een hoofdletter:
zelfs de Boodschapper van het Verbond”.
Met andere woorden, zelfs de vertalers van de Orthodoxe studiebijbel volgen
de Heilige Cyril van Jeruzalem, die de eerste angelos als de Voorloper Johannes interpreteert en de tweede Angelos als een verwijzing naar Jezus Christus, de Zoon van God en Zijn wederkomst.
Deze interpretatie wordt versterkt door de volgende verzen.
We herinneren ons misschien dat de engel Gabriel de boodschapper van God was aan de Theotokos Luc.1: 26 en aan Zacharias, de vader van Johannes Luc.1: 19.
Als een door God aangestelde boodschapper lijkt de Heilige Johannes de Doper veel op een engel die, wanneer hij spreekt nauwkeurig God’s vertegenwoordiger is. In zijn zuiverheid, anders zijn dan anderen en Gerechtigheid draagt, kortom ​​Johannes de Voorloper heeft een gelijkenis met God Zelf.
Daarom dienen wij ook niet verbaasd te staan dat we meningsverschillen tegenkomen over de identiteit van de ‘Boodschappers‘ die voorkomen in de profetie van Maleachi [it’s the devil, who is causing confusion].
Zowel in woord als in actie vinden we veel overeenkomsten tussen de God-mens en Johannes, Zijn doper, profeet en voorloper.
We kunnen zowel Christus als Johannes gemakkelijk als angelos beschouwen, of als de boodschappers van God.
Johannes de Doper en de Heer Jezus spreken ‘in vuur en vlam‘ van de Heilige Geest hun woorden uit – tegen – “de zonen van Levi” [vers. 3 (weet u het nog, Levi ‘Hebr.=‘verbonden’, zij die zich verbonden weten’)] en de Sadduceeën, de elite van de Tempel [welgesteld en bekleedden machtige functies, inclusief die van de voornaamste priesters en hogepriester], zie Matth.3: 7 en Matth.21: 23].
Evenzo veroordelen zowel Johannes als Jezus hun zonde en slechtheid [zie Luc.3: 3 en Luc.13: 1-5], inclusief enkele van de specifieke kwaden genoemd in de profetie van Maleachi Mal. 3: 5.
Evenzo verkondigen zowel de Voorloper als onze Heer Jezus Christus mededogen voor de onderdrukten en de vreemdeling/ de buitenlanders, die Malachi even-eens voorspelt Mal.3: 5.
Johannes de Doper aarzelt niet om iemand te dopen die de Meester bekent in zonden en berouw en voor de Heer buigt Marc.1: 4.
De Heer Jezus Christus, roept als Zoon van God de zondaars tot bekering, èn zuivert hen ook; Hij stuurt ze vervolgens erop uit om
Zijn bediening van bekering voort te zetten Marc.2: 13-17.

Mogen wij die verenigd zijn met de Heer Jezus als onze Koning en God
en Zijn en onze geloofsgemeenschap in zendingsopdracht en liefde omarmen;
als de bediening welke door de profeet en Doper Johannes wordt gedeeld met zijn neef,  Heer en Meester, onze Heiland, Jezus Christus.
[Eerst] Dàn zullen we als ware navolgers Christus kunnen volgen zoals Johannes de Doper aangeeft, want hij appelleert ons op het feit dat:
Het is genoeg voor de discipel te worden als Zijn Heer en Meester, en
voor de slaaf als Zijn HeerMatth.10: 24, want zoals Johannes de Doper mogen wij dàn waarachtige navolgers van Christus worden om vervolgens vast te stellen dat:
      Indien men aan de heer des huizes de naam Beëlzebul heeft gegeven, hoeveel te meer aan zijn huisgenoten!
Vreest hen dan niet, want er is niets bedekt, òf het zal geopenbaard worden en verborgen, òf het zal bekend worden.

Wat Ik u zeg in het donker, zegt het in het licht; wat gij u in het oor hoort fluisteren, predikt het van de daken.
En weest niet bevreesd voor hen, die wel het lichaam doden, maar de ziel niet kunnen doden; weest veeleer bevreesd voor Hem, die beide, ziel en lichaam, kan verderven in de hel
Matth.10: 25-28.
Predikt dus eveneens jouw ongenoegen van de daken !!! en blijf niet massaal zwijgen en gedwee meelopen met de massa, doch durf ‘zelf’ ascetische wegen te bewandelen.

    O Christus, onze God, gehoorzaam aan Uw bevelen,
hebben Uw Leerlingen vol Geloof al het aardse van zich afgestoten. Zó
[op die manier] hebben de roemrijken de gehele aarde licht gemaakt,
door het Licht van Uw Genadegaven, toen zij
U als de Blijde Boodschap verkondigden
”.
Canon 1e ode van alle Heiligen.

    Alsdàn zal de rechtvaardige met grote vrijmoedigheid staan tegen degenen, die hem bedroefd hebben en die zijn arbeid en inzet verworpen hebben. Wanneer dezen dit dàn [in-]zien, zullen zij ijselijk verschrikken voor zulk een zaligheid die zij niet vermoed hadden; en zij zullen met naberouw onder elkaar spreken en van angst de geesten verzuchten: ‘Deze is het, die wij veeleer tot een spot hadden en tot een smadelijke beschimping
Wijsheid van Salomon 5. 1-3,
Vanuit de grond van ons hart bevestigen wij dat
onze Heer en Verlosser zal wederkomen in heerlijkheid om levenden en doden te oordelen en aan Wiens Rijk geen einde zal zijngeloofsbelijdenis.
> De rechtvaardige, al mocht hij vroegtijdig sterven, is toch in rust”;
> Want de gestorven rechtvaardige veroordeelt de levende goddelozen en de schielijk volkomen jeugd het lange leven van de onrechtvaardigen Zij zien wel het einde van de wijzen, maar zij merken niet wat de Heer over hem bedenkt, en waarom hij hem bewaard heeft
> En Hij zal hen onvoorzien neer laten storten en zal hun uit de grond rukken, dat zij geheel ten onder gaan; en zij zullen in angst zijn en hun nagedachtenis zal verloren zijn
> En of zij een tijd lang aan de takken groeien, terwijl zij geheel los staan, worden zij toch van de wind bewogen en door de sterke wind uitgeroeid. En de ontijdige takken worden gebroken; en hun vrucht is niet van nut, onrijp om te eten en nergens toe deugend. Want kinderen, die uit onechte bijslaap geboren worden, dienen, wanneer men hen vraagt, te getuigen van de boosheid tegen de ouderen

Wijsheid van Salomon 5: 7; 4: 7, 16-17, 19-20; 5: 4-6.

De verklaring, zoals de hierboven wordt geciteerd uit de Wijsheid van Salomon, voert ons vèr voorbij het rijk van het dagelijkse leven.
Overeenkomstig deze manier van denken neemt het ons mee naar een dimensie die niet wordt begrensd door tijd en ruimte, een dimensie die dwars door elke tijd heen loopt.  Het moment zegent op zich alle goede daden en weent over elke zonde.  Dwaas zijn zij die alleen voor het hier en nu kunnen leven en niet [in-] zien hoe hun acties zullen voort klinken en een eeuwig gevolg hebben.

Salome met het hoofd van Johannes de Doper voor koning Herodes, by Gilliam Forchondt

Herodes Antipas, die verantwoordelijk was voor de afschuwelijke wijze waarop de Voorloper vermoord werd, vertoont deze dwaasheid.
Die mens, die Johannes onthoofde, kon het rijk van deze heilige en zijn stralende Genadegave die hem verleend was niet waarnemen, want hij werd verblind door een wolkenlaag die hem omringde van lust en trots, de sensualiteit waaraan hij zich had overgeleverd en de verheven vakkundigheid die hij in z’n hoogmoed nastreefde.
Uiteindelijk zijn deze passies voor hem tot een “onbegaanbare woestijn” geworden. De mensen uit zijn omgeving [uit de eerste eeuw] waren bekend met de misdaden van Herodes Antipas en zijn vrouw Herodias, wiens schendingen van God’s wetten de executie van de heilige, profeet en doper Johannes tot resultaat had ; het ‘onrecht‘ onder de mensen blijft namelijk nimmer verborgen.
Een paar jaar later begon Herodes een rampzalige oorlog met zijn voormalige schoonvader, koning Aretas, en zijn eigen leger werd vrijwel compleet met de grond gelijk gemaakt, vernietigd.
Hij vroeg vervolgens om de titel van koning van de Romeinse keizer, die het
bevel gaf tot een grondig, keizerlijk onderzoek.
Herodes en Herodias werden kort samengevat door de rechtbank veroordeeld en
uit Palestina naar het verre binnenland van het Romeinse Gallië verbannen.
Deze twee stierven daarop in eenzame ballingschap nabij Lyon.
Misschien bracht hun deportatie naar Gallië Herodes en Herodias ertoe te erkennen dat ze zich ernstig misdragen hadden, verontreinigd als zij waren op ‘de paden van de wetteloosheid’, maar het lijkt ons onwaarschijnlijk.
Hun vrome tijdgenoten zagen de hand van God in de bittere omkering die hen overkwam.
Allen die Christus als Heer en Meester belijden en Johannes de Doper vereren
als een heilige mens en volwaardig dienaar van God begrijpt dat
in de eeuwigheid een veel ergere ballingschap Herodes en Herodias stond te  wachten. Als we ons iemand proberen voor te stellen aan wiens lippen een klaagzang over deze lezing van toepassing is, dan schiet het lot van Herodes en Herodias ons gemakkelijk te binnen.

Koning Herodes de Grote, wie z’n neus schendt, die schendt z’n aangezicht.

Maar, met name de flagrante zonden van Herodes dienen ons tot berouw op te roepen. Door God’s Genade verrijkt weten wij dat ieder mens, die door het leven wandelt, zonden begaat. Wat we ons niet realiseren is dat onze zonde zich niet beperkt tot onze menselijke periode , waarin de tijd heerst, maar het speelt zich ook af in de dimensie van de eeuwigheid !!!
Johannes de Doper en Voorloper mag dan misschien vèr vóór zijn tijd gestorven zijn,  hij leeft en zal voor eeuwig bij de Heer leven.
Zoals de Heilige Johannes Chrysostomos opmerkt:
‘   In onze eigen dagen en door alle toekomstige tijden heen,
blijft Johannes Herodes over de hele wereld weerstaan,
beiden zowel voor zichzelf als voor anderen
conf. voorzienigheid van God, ACCS New Testament 2, pg. 87).
Ja, zonde heeft consequenties die door de geschiedenis weerklinken, nagalmen, maar -, nog ontnuchterend is het feit dat zonde de eeuwigheid vervuilt.
De eeuwige dimensie geeft immers een dringende noodzakelijkheid aan het menselijk leven, met name voor wat betreft de zonde.
God zal de goddelozen in verdeeldheid brengen en
hen hardnekkig verpletteren en sprakeloos te gronde richten en
hen op hun grondvesten laten schudden.
Zij  zullen tot het einde toe droog en onvruchtbaar blijven;
zij zullen pijn lijden en hun herinnering zal vergaan” zie vers 4: 19.
Doch daarentegen zal de rechtvaardige, die
de Heer heeft bekend, tot de zonen van God worden gerekend . . .
en . . . deel uitmaken van Zijn trouwe dienaren onder de heiligen ” zie vers 5: 5.
Moge God ons genadig zijn om voor altijd
in angst en beven de keuze van berouw en ommekeer te mogen maken!
”       Maar God zij gedankt, Die ons te allen tijde in Christus doet zegevieren en de reuk van zijn kennis allerwegen door ons verspreidt, want wij zijn voor God een geur van Christus onder hen, die gered worden, en onder hen, die verloren gaan;  voor dezen een doodslucht ten dode, voor genen een levensgeur ten leven.
En wie is tot zulk een taak bekwaam? Want wij zijn niet als zovelen, die winst maken uit het Woord van God, maar wij spreken in Christus uit zuivere bedoelingen, ja, op Gezag van God en voor God’s aangezicht
2Cor.2: 14-17.

Kondakion
tn.8.
  Gij zijt in waarheid de grootste onder de Martelaren,
terwijl ik méér gezondigd heb dan zelfs de wettelozen,
maar ik mag de hymne voor u zingen, Johannes.
U hebt de vrijmoedigheid bij de Heer,
bevrijd mij van alle onheil, opdat
ik tot u zal mogen roepen:
  Verheug u, aankondiger van de Genade
’”

    Johannes, prediker van Berouw en Bekering,
u heiligde de aarde toen uw hoofd werd afgehakt.
En daar u in de gunst valt bij de Heer,
smeek a.u.b. onophoudelijk tot Hem
om de redding van onze zielen
”.
Hymne van het feest,
de Onthoofding van Johannes de Voorloper.