10e Zondag ná Pinksteren – in Christus Jezus verwekt door de Blijde Boodschap.

Het Mysterie van de herinnering aan de Liefde van God voor de mensen; The Mystery of the memory of the Love of God for the people

    Er kwam iemand tot Hem, knielde voor Hem neer, en zei:
‘Heer, heb medelijden met mijn zoon, want hij is maanziek en hij is er slecht aan toe; want dikwijls valt hij in het vuur en dikwijls in het water.
En ik heb hem naar uw discipelen gebracht en zij hebben hem niet kunnen genezen’.
Jezus antwoordde en zei:
Breng hem Mij hier’.
En Jezus bestrafte hem en de boze geest ging van hem uit, en de knaap was genezen van dat ogenblik af.
Toen kwamen de discipelen bij Jezus en zeiden, toen zij met Hem alleen waren:
‘Waarom hebben wij hem niet kunnen uitdrijven?’
Hij zei tot hen: ‘Vanwege uw kleingeloof.
Want voorwaar, Ik zeg u, indien gij een geloof hebt als een mosterdzaad,
zult gij tot deze berg zeggen:
Verplaats u vanhier daarheen en hij zal zich verplaatsen
en niets zal u onmogelijk zijn.
Maar dit geslacht vaart niet uit dan door bidden en vasten’.
Terwijl zij samen in Galilea verkeerden, zei Jezus tot hen:
‘De Zoon des mensen zal overgeleverd worden in de handen der mensen,
en zij zullen Hem ter dood brengen en ten derden dage zal Hij opgewekt worden’.
En zij werden zeer bedroefd”
Matth.17: 14b-23b.

 

de apostelen konden niet genezen; the apostles could not heal.

    Want het schijnt mij toe, dat God ons, apostelen, de laatste plaats heeft aangewezen als ten dode gedoemden, want wij zijn een schouwspel geworden voor de wereld, voor engelen en mensen.
Wij zijn dwaas om Christus’ wil, maar gij zijt verstandig in Christus; wij zijn zwak, maar gij zijt sterk; gij zijt in aanzien, maar wij zijn niet in ere.
Tot op dit ogenblik verduren wij honger, dorst, naaktheid, vuistslagen en een zwervend leven;
wij verrichten zware handenarbeid;
worden wij gescholden, wij zegenen; worden wij vervolgd, wij verdragen; worden wij gelasterd, wij blijven vriendelijk; wij zijn als het uitvaagsel der wereld geworden, als aller voetveeg, tot op dit ogenblik toe.
Dit schrijf ik niet om u beschaamd te maken, maar om u als mijn geliefde kinderen terecht te wijzen. Want al hadden jullie duizenden opvoeders in Christus, jullie hebben niet vele vaders. Immers, ik heb u in Christus Jezus door het Evangelie verwekt.
Ik vermaan u dus: volgt mijn voorbeeld
1Cor 4: 9-16.

Blijf bij mij Heer, want d’ avond is nabij; ‘Stay with me, Lord, for the evening is near‘; ‘Μείνετε μαζί μου, Κύριε, γιατί το βράδυ είναι κοντά‘;’ ابق معي يا رب لأن المساء قريب‘.

    Bewaar mij Heer, want ik vertrouw op U en zeg: Gij zijt mijn God, mijn goederen hebt Gij niet nodig.
Voor de heiligen in Zijn land heeft de Heer al Zijn wonderen gedaan.
Zij waren van zwakheid vervuld, maar met Zijn hulp werden zij snel.
Ik wil niet deelnemen aan hun bloed-bijeenkomsten, noch hun naam met mijn lippen gedenken.
De Heer is mijn erfdeel, mijn deel aan de kelk: Gij toch hebt mij hersteld in mijn erfdeel.
Het meetsnoer viel voor mij in het vruchtbaarste land; als erfdeel kreeg ik het beste.
Ik wil de Heer zegenen die mij tot inzicht heeft gebracht: zelfs in de nacht onderricht Hij mijn hart.
ik heb de Heer gedurig voor ogen: Hij staat naast mij, opdat ik niet wankel.
Daarover verheugt zich mijn hart en juicht mijn tong; zelfs mijn vlees zal wonen in vertrouwen.
Want Gij geeft mijn ziel niet prijs aan de hades; Gij zult Uw gewijde het bederf niet doen zien. 
Gij hebt mij de wegen des levens doen kennen, door Uw Aanschijn hebt Gij mij met vreugde  vervuld. De genietingen aan Uw rechterhand duren tot in eeuwigheid”. Psalm 15[16] vert. ROK. ’s-Gravenhage.
” Abide with me” [Hymn]:
https://www.youtube.com/watch?v=EfwaS05wg5Q

Streven naar het allerhoogste

-‘blijven vissen’-, in een wereld, die onstuimig is

Onze Almachtige Heer en Verlosser is de enige Die in ons leven de Kracht, de Macht en het Recht toekomt Zich het vermogen toe te eigenen Zich als een alleen-Heerser [Pantocrator] te gedragen. Hij heeft er echter nimmer voor gekozen Zich als zodanig te gedragen, omdat het Zijn doel niet was ons ook maar iets op te leggen, ons ergens toe te dwingen. Christus wilde ons veeleer tot voorbeeld zijn en Zijn Al-Machtig-heid dusdanig in te zetten om ons uit de dood, de afgrond van onze wanhoop, te doen verheffen.
We dienen ervan doordrongen te zijn dat God geen absolute Macht inzet, omdat
macht slechts wordt gedefinieerd als eenheid van een geestelijke of lichamelijke
activiteit in de eenheid van tijd.
Omdat God boven de tijd staat en kan doen wat Hij wil, is de Almacht van onze Heer en Verlosser niet juist in de zin van het woord.
Zijn absolute kracht is slechts Zijn uitdrukking tegenover ons in het dagelijks leven en deze absolute kracht wordt tegenover ons uitgedrukt als iets wat absoluut als –‘zalig’ – wordt beschouwd.
God, onze Heer en Meester, gebruikt Zijn almachtige natuur immers om ons te helpen naar Hem toe te komen, dat wil zeggen om persoonlijk te trachten een eeuwige perfectie te bereiken, maar dan zonder onze vrijheid te ondermijnen.
Hij behandelt ons met de grootst mogelijke voorzichtigheid, zoals een gigantische hijskraan die een kleine baby in de lucht probeert op te tillen zonder
hem/haar enige schade te berokkenen.
Indien onze Heer en Verlosser dus geen alleen-Heerser [Pantocrator] is, maar zegt:  “Geef Mij de gelegenheid jou te onderwijzen,
neem Mijn juk op je en leert van Mij, want
Ik ben zachtmoedig en nederig van hart en
al doende zul je rust vinden voor je ziel
conf. Matth.11: 29.
Waarom proberen we dan voortdurend méér dan onze Heer te bereiken en
onszelf meer Macht en vermogens toe te eigenen om anderen en daarmee onze ziel te onderdrukken, hetgeen zich nu eenmaal vèr boven ons niveau bevindt en
ons onvermogen alleen maar bevestigt? Het is immers een weg zonder einde.
Onze Almachtige Heer bewees dat Hij helemaal geen despoot was, al
was dat alleen al door Zijn Opstanding!
Leven in navolging van Christus is een hoog ideaal, maar weinigen onder ons brengen dàt tot een goed einde.
Daarom zijn er regels nodig vanwege de tegenstrijdige praktische uitvoering.
Christus zegt wanneer Hij zieken geneest en wij niet in staat zijn ons wereldse Hoogmoedig gedrag te veranderen:
    Oh, ‘ongelovig en verkeerd geslacht’, hoelang zal Ik nog bij u zijn?
Hoelang zal Ik u nog verdragen? Breng de patiënt bij Mij’.
En Jezus, onze geneesheer, bestraft de mens en de boze geest
ging van de mens uit, doch de mens was genezen van dat ogenblik af
”.
      Ben je ìn Christus, dan ben je met Hem bekleed, dan ga je in dat proces volledig op, dan doe je geen zonden meer.
     De situatie blijkt echter anders te zijn, de geest is gewillig, het vlees is zwak.
Wanneer je zondigt als je in Christus bent is dat aanstootgevend.
Je zielenheil hangt niet af van verkeerde besluiten; je wilt het wèl zo goed mogelijk doen, maar slechts door onafgebroken gebed en vasten [ascese], zijn wij enigszins in staat onszelf van het kwaad te bedwingen.
Paulus noemt dàt het fundament, en dàt is leven in Christus.
Wie daarop bouwt met hout of steen wordt bewaard, als door vuur heen.
Er is dus wel enig verschil, echter iedereen wordt ge-vrij-waard.
Wie in Christus is doet wel zonde, maar wil het niet meer.

reverse side if an icon. Ι(ησοῦ)C Χ(ριστὸ)C Ν(ι)(Κ(ᾷ) — Jesus Christ Conquers                      Φ(ῶς) Χ(ριστοῦ) Φ(αίνει) Π(ᾶσιν) — The light of Christ shines for all CT(αυρῷ) CT(αυρωθεὶς) Δ(όξα) Π(ατρός) — Crucified on the Cross You are the Glory of the Father              (Χ)ριστὸς (Χ)ριστιανοῖς (Χ)αρίζει (Χ)άριν — Christ Grants Grace to Christians

 

Waarom dan tòch:
Heer, bewaar en behoed ons tegen dit zondig geslacht?
Vermaningen zijn tijdelijk geldig, maar op de lange duur werkt het niet.
Wanneer je echter onafgebroken [door gebed en vasten, ascese] in Christus bent,  je daadwerkelijk mèt Christus hebt bekleed, heb je de wet en de regels als het ware niet meer nodig – je leidt dàn als vanzelf een ‘Geestelijk’ Leven.
Maar je mag dàn geen andere dingen meer meedelen of doen dan in de ‘Blijde Boodschap‘ worden aangegeven, anders ga je alsnog ten onder en dan blijken ook monastiek levenden slechts mensen te zijn.
Paulus zegt nergens dat zijn vermaningen tijdelijk zijn.
De regels in het Nieuwe Verbond [NT] zijn in feite herhalingen van wat al in het Eerste Verbond [OT] als bekend wordt verondersteld.
De mens dient het echter steeds maar weer herhaald op z’n bordje te krijgen, ook als je het al lang wist, opdat het Verbond met God niet verslapt, achteruitgaat en verkommert.
Voor een navolger van Christus dient groei nooit los gezien te worden van de ‘Blijde Boodschap‘.
Het is verstandig en wijs je geestelijke ervaringen hieraan te toetsen, òf iets in de Geest van God is of de geest van het verderf is.

Christus drijft de duivel uit in aanwezigheid van Joden en Apostelen.

Voorstellingen en onthullingen
Wat men in gedachten voor zich ziet en het bekend worden van de feiten gaan nooit tegen God in, groei brengt je altijd dichter bij God.
Herhalen, herhalen en nog eens herhalen hebben lichaams- en geestelijke kracht tot gevolg en geen sleur. De aparte vermeldingen zijn niet alleen bedoeld voor die tijd en die omstandigheden.                    Hoe ga je zelf om met nogal gevoelige teksten?
Bijvoorbeeld overmatig eten en drinken? Intermenselijke relaties?
Is er een standaardregel voor welke teksten nu opgevolgd dienen te worden en welke niet? Belangrijk is de relatie met de scheppingsorde.
Zo is de mens en zijn omgeving geschapen en bedoeld, alles dient in evenwicht te zijn – door zowel het individu als z’n omgeving gedragen te worden.
De schepping dient uitgangspunt te zijn [schepping’s-orde], niet de werkelijkheid alle dag van de dag, van het hier en het nu, van boven- en ondergeschikt.
Vanaf de schepping is het de verkeerde kant op gegaan, de mens besliste hooghartig ‘zelf‘, ging aan God en de medemens voorbij.
Dàn komt Christus, de tweede Adam.
Ook kun je duidelijkheid krijgen door de bestudering van de geschiedenis en
hoe andere mensen in andere werelddelen bij voorbeeld met  deze vraagstukken omgaan, lees maar:

Statenbijbel uit 1729, gedrukt door Pieter & Jacob Keur, Dordrecht

      Het woord des Heren, dat kwam tot Joël [Hebr.=‘voor wie de Heer God is’], de zoon van Petuel [Hebr.=‘verschijning van God’].
         Hoort dit, gij oudsten, en neemt ter ore, alle inwoners van het land.
Is zo iets geschied in uw dagen of in de dagen van uw vaderen?
Vertelt daarvan aan uw kinderen; laten uw kinderen het aan hun kinderen vertellen en hun kinderen weer aan het volgende geslacht.
Wat het knaagdier had overgelaten, heeft de sprinkhaan afgevreten; wat de sprinkhaan had overgelaten, heeft het beest dat verslindt afgevreten; en wat het beest dat verslindt had overgelaten, heeft de het beest dat kaalvreet afgevreten.
Wordt wakker, jullie dronkaards en huilt, en jammert allen, jullie wijndrinkers, om de jonge wijn, want deze is van uw mond weggerukt [jullie uit de hand geslagen].
Want een volk is tegen Mijn land opgetrokken, machtig en ontelbaar; zijn tanden zijn leeuwen-tanden en het heeft hoektanden van een leeuwin.
Het heeft Mijn wijnstok tot een voorwerp van ontzetting en Mijn vijgenboom tot een geknakte stam gemaakt; het heeft de schors geheel en al afgeschild en weggeworpen; zijn ranken zijn wit geworden.
Weeklaag als een maagd, met een rouwgewaad omgord, wegens de verloofde van haar jeugd.
Spijsoffer en plengoffer zijn ontrukt aan het huis des Heren; de priesters, de dienaren des Heren, treuren.
Verwoest is het veld; de aardbodem treurt, want het koren is verwoest, de most verdroogd,
de olie weggeslonken.
De landbouwers zijn verslagen, de wijngaardeniers jammeren, over de tarwe en over de gerst, want de oogst van het veld is verloren gegaan.
De wijnstok is verdord en de vijgenboom is verwelkt; granaatappelboom, ook palm en appel-boom, alle bomen van het veld zijn verdord.
Voorwaar, de blijdschap is beschaamd van de mensenkinderen weggevlucht.
Omgordt u en weeklaagt, gij priesters; jammert, gij dienaren van het altaar; komt, overnacht in rouwgewaden, gij dienaren van mijn God, want aan het huis van uw God zijn spijsoffer en plengoffer onthouden.
Heiligt een vasten, roept een plechtige samenkomst bijeen; vergadert, gij oudsten, alle inwoners des lands, tot het huis van de Here, uw God, en roept luid tot de Heer
Joël 1: 1-14.

Ultieme fileer-klem, welke je vis zeker en vast, veilig vasthoudt.

Wanneer je een milieu-freek/klimaat-fanaat bent en let op de ons omringende levenssfeer zul je ‘zeker en vast’ [Ndlnd’s, vast en zeker] door bovenstaande tekst worden aangesproken.
Maar wanneer je hoort dat de ‘wijnstok’ verschrompelt en de ‘vijgenbomen’ schaars in aantal zijn dan dient er een licht bij je op te gaan, want dàt is een belangrijk signaal.
☦️   Dàn gaat het om de ‘Kerk’ en het Israël [Hebr.=‘ God heeft de overhand, God zegeviert’] en dat gaat wèl een niveau dieper dan het materiële voortbestaan van de wereld.
☦️   Dàn dient de Profeet van stal gehaald te worden zoals Jonah, die naar Nineveh [Hebr.= ‘het nageslacht is blijvend’] en die zei: “Ik wil niet”.
Inderdaad onze profeten, de meeste van onze huidige toezichthouders willen niet, die zijn te druk met onderlinge conflicten en vechten elkaar de tent uit [Je wilt niet weten, wat de strijdende partijen elkaar rond het conflict ‘Rue-da-Rue’ allemaal naar het hoofd slingeren en welke zgn. vriendschap’s bezoekjes er worden afgelegd].
Zij hebben hiermee de vreugde van de mensenkinderen beschaamd gemaakt en deze haken massaal af, je ziet het om je heen.
Omgord daarom uzelf daarom met een zak, as en jammer, [“  Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder –‘niet zonder’– onze Heer”] u die gewijd zijt voor God’s aangezicht. Doe alom uw rouwkleed aan, u die op het altaar dient.
Ga in tot een ascetisch bestaan, u die God zegt te dienen . . . . .
Laat af uzelf te verlagen tot wereldse manier van doen en
onttrek u aan de slachtpartijen
” – achtervolg uw omgeving, – met uw Blijde Boodschap -, die immers van Christus afkomstig dient te zijn.
Brutale hooggeplaatsten ontketenen wrede oorlogen, terreur en bloedige revoluties, ja, ook in de Kerk worden in de ‘naam van religie’ grote tweestrijd ontketend.
Tegelijkertijd gaat de wereld ten onder aan door de mens veroorzaakte gewelddadige  omwentelingen van de natuur, welke hun eigen rampspoed veroorzaakt.
Dergelijke plagen kunnen het hart doen wankelen, immers alles lijkt ‘van God los’.  Hoe kunnen we dan nog enig begrip opbrengen bij dergelijke hoogmoedige kwaden die plaatsvinden in de schepping van de God, Die liefheeft en Wiens voorzienigheid vele zegeningen schenkt en zegeningen die nog mogen voort-komen uit de natuur, uit de kunst van mensen en vrouwen en van de bevindingen van de hedendaagse wetenschap?
Profeten leren ons ‘om acht te slaan op God’s oordeel‘ in onze tijden van ramp-spoed en tegelijkertijd: ‘blij te blijven zijn en ons te verheugen in de Heer, onze GodJoël 2: 23.
Joel richt zich in het bijzonder op de activiteit van de Heer in het weefsel van de geschiedenis, van “het bloed en vuur en damp van rook” Joël 3: 3 tot “ de zoetheid en melk . . . van de heuvelsJoël 3: 18.
In de opening, beschrijft Joël een natuurramp – zwermende sprinkhanen – die door het land Juda raast, het leven verwoest en alles ervoor consumeren Joël 3: 1. Hordes insecten verslinden het graan in de velden en strippen de wijngaarden en fruitbomen kaal. De indringers zijn woest in hun vernietigende uitwerking.
Joël spoort zijn luisteraars aan om ‘al uw kinderenhierover te vertellen, en uw kinderen aan hun kinderen naar de volgende generatieJoël 3: 3, want hij kan zich zoiets niet herinneren dat tijdens of vóór zijn leven plaatsvond Joël 3: 2.
Wij leren onze menselijke, natuurlijk ingebakken destructiviteit alleen maar te begrijpen door te leven in, door en nabij de rampen in deze wereld,
pas – ‘dàn’ – gaat de mens een ‘licht’ op, dat het anders kàn.
De profeet instrueert elke mens ‘om wakker te worden’,  door ‘het Woord van de Heer‘ te ontvangen Joël 3: 1 en gezegend te worden.
Wij zouden catastrofes moeten veroorzaken om ons te wekken, net zoals de sprinkhanenplaag Joël wakker maakt.
Leer vanuit de authentieke geschiedenis van hem en verminder tragische gebeurtenissen niet tot een louter dagelijks ‘nieuwsbericht’.
Immers een nieuwbulletin trekt voor één momentje je aandacht en vervolgens  zet je je lieve leventje weer voort alsof het allemaal een ’ver-van-m’n-bed-show’ betreft.
Zie en neem waar wat er allemaal om je heen gebeurt met méér dan vleselijke ogen
➥   laat ons daarom horen wat de Geest des Heren zegt Openbaring 2: 7 !
Hoor dit, u oudsten, [toezichthouders en spelleiders] en luister, gij allen die het land bewoontJoël 1: 2.
Laten we vanuit het hart aandacht schenken aan wat de Heer zegt en ons innerlijke oog openen voor de diepere spirituele niveaus van het bestaan, tot een visie op geschiedenis, naties en volkeren zoals deze gezien wordt door God’s ogen.
Als we [als de dood zijn] dood worden door routine en door het constante genot van de goede dingen van het leven, kunnen we merken dat we ‘alle‘ innerlijke zegen missen.
Wij worden virtuele dode zielen die rondlopen in stervende lichamen.
Zo ja, luister dan naar de woorden van Joel:
Word nuchter, jij die dronken bentJoël 1: 5 !!!.
De levensomstandigheden veranderen vaak van de ene dag op de andere en raken ons onbewust.
Sprinkhanen verwoesten een hele regio; de kerken verdwijnen en er is algemene afval; HIV, Ebola en vreselijke ziekten infecteren de helft of meer van de bevolking van een natie. Een jaarlijkse fysieke routine, die woedende kanker in het lichaam vaststelt; op een vrijdag namiddag brengt een roze slip met onze laatste salaris. Een briefje op de keukentafel vermeldt doodleuk: ‘Ik heb je verlaten en ben weggegaan. Ik zal niet terugkomen. Knuffel de kinderen voor mij’.
Oh, ja, hoe gemakkelijk kan vreugde en blijdschap [worden] en
zich verwijderen uit je mondJoël 1: 5, wanneer we dit
het minst verwachten wordt elk Verbond met de voeten getreden !!!
We zijn misschien niet klaar om vreselijke dingen te accepteren na het wonen in tijdelijke genoegens. Het is goed dan het boek Joël eens aandachtig te lezen en  acht te slaan op zijn waarschuwing.
De waarschuwingen komen niet uit de lucht vallen, maar komen als Genadegaven van God, die de profeet duidelijk maakt
opent het verstand dat dit voortkomt uit ervaring;
profeten zijn ervaringsdeskundigen, die hebben daar ècht niet voor gestudeerd.
Hij biedt een wake-up call zodat we niet zullen wanhopen over neergangen en calamiteiten.
We doen er goed aan om te rouwen Joël 1: 8, “omgord [onszelf] met een zak en een gejammerJoël 1: 13 terwijl we
de vastenperioden van de Kerk en
de [maandag-] woensdag en vrijdag  en de zaterdag voorafgaand aan de ontmoeting met de Heer door onthouding heiligen. Een gebalanceerd spiritueel dieet en het neerzinken op onze blote knieën dient van nu af vooraf te gaan aan genezende tijden van zelfonderzoek, berouw en bekentenis als onderdeel van onze disciplines omvatten teneinde spirituele groei een kans te geven.
Kom uit je comfort-zone allemaal, toezichthouders, spelleiders en de gehele christelijke gemeenschap, want de tijd is nabij !!!
”     Sta ons allen toe, o Heer Jezus Christus,
    dat wij de tijd van het leven, die ons nog overblijft, in vrede  en boetvaardigheid mogen voleindigen;
    dat het einde van ons leven christelijk, smarteloos, zonder reden tot schaamte en vredig zal mogen zijn;
    en om een goede verdediging voor de ontzagwekkende rechterstoel van Christus;
    om éénheid van Geloof en gemeenschap met de Heilige Geest smeken,
    bevelen wij onszelf, elkaar, en geheel ons leven aan.
Want Meester, alleen aan U vertrouwen wij heel ons leven toe en onze Hoop.
Wij roepen U aan , wij bidden en smeken U:
maak ons waardig om met een zuiver geweten deel te hebben aan Uw Hemelse, ontzagwekkende Mysteriën van het gewijd en geestelijk Altaar; tot vergeving van onze ongerechtigheden, en kwijtschelding van onze fouten;
tot gemeenschap met de Heilige Geest;
tot erfdeel van het Koninkrijk der Hemelen;
tot vrijmoedigheid tegenover U; Maar niet tot vonnis of veroordeling“.
”     En maak ons waardig, Meester, dat wij vrijmoedig, zonder vrees voor een oordeel, het wagen U, Hemelse God en Vader aan te roepen en te zeggen”:
    Onze Vader, Die in de Hemelen zijt,
Uw Naam wordt geheiligd
Uw Koninkrijk komt
Uw Wil geschiede zoals in de Hemel, zo ook op aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij onze schuldenaren vergeven en leid ons niet in verzoeking,
maar verlos ons van de boze
”.
En àls horen wij het de Heer Jezus Christus Zelf als opwekking zeggen:
    Want van U is het Koninkrijk,
       de Kracht en de Heerlijkheid:
       van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest,
      nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen
“.
waarop wij dan volmondig kunnen antwoorden: “AMEN”.
uit: liturgie van de H. Johannes Chrysostomos.

Apolytikion 
tn.1  “  

Engel aan het graf, atelier John Damascene

Terwijl de steen door de Joden verzegeld was en de soldaten Uw alleruiterst Lichaam bewaakten,
zijt Gij na drie dagen opgestaan, o Verlosser,
om aan de wereld Leven te schenken.
Daarom riepen de Hemelse Machten U Toe, o Levenschenker:
Ere zij Uw Opstanding, o Christus.
Ere zij Uw Koninkrijk:
Ere zij Uw Voorzienigheid o enige Menslievende
”.

Kondakion    
tn.1
  “  Als God zijt Gij opgestaan uit het graf in Heerlijkheid
en de wereld hebt Gij mede opgewekt.
De mensennatuur bezingt U als God
en de dood is teniet gedaan.
adam jubelt o Meester
en Eva, uit haar noemen bevrijd, verheugt  zich en roept uit:
Gij zijt het, o Christus,
Die aan allen de Opstanding schenkt
”.

Theotokion    
tn.1
  “   Toen Gabriël tot U o Maagd het ‘verheug u’ sprak, nam de Schepper van het heelal in U het vlees aan.
Toen werd gij ‘de Heilige Ark’, waarover David sprak, meer omvattend dan de Hemelen.
Eer zij Hem, Die in U woning nam,
Eer aan Hem, die uit u tevoorschijn trad.
Eer aan Hem, Die ons door uw baren heeft bevrijd
”.