Augustus, de 20e Heilige profeet Samuel bleef ondanks alle tegenslagen met de Heer tot op z’n laatste levensjaren de Heer trouw.

Aan de doden wordt een Mysterie [een wonder] toegedaan, krachtens welke bevoegdheid doet Gij deze dingen?To the dead a Mystery [a miracle] is added, under what authority do You do these things?

      En toen onze Heer en Verlosser de tempel was binnengegaan, naderden de overpriesters en de oudsten van het Volk Hem, terwijl Hij leerde, en zij zeiden:
       Krachtens welke bevoegdheid doet Gij deze dingen? En wie heeft U deze bevoegdheid gegeven?
Jezus antwoordde en zei tot hen:
    Ik zal u ook een vraag stellen en indien gij Mij daarop antwoord geeft, zal Ik u ook zeggen, krachtens welke bevoegdheid Ik deze dingen doe.
      Vanwaar was de doop van Johannes? Uit de hemel of uit de mensen?’
En zij overlegden onder elkander en spraken: Indien wij zeggen:
      ‘ Uit de hemel, zal Hij tot ons zeggen: Waarom hebt gij hem dan niet geloofd?
      Doch indien wij zeggen: Uit de mensen, zijn wij bevreesd voor de schare, want
      zij houden allen Johannes voor een profeet.
En zij antwoordden en zeiden tot Jezus:
    Wij weten het niet.
Hij van zijn kant zei tot hen:
    Dàn zeg Ik u ook niet, krachtens welke bevoegdheid Ik deze dingen doe’

Matth. 21: 23-27.

 

Gelooft, het ware Evangelie; Believe, the true Gospel.

    Wat zullen anders zij doen, die zich voor de doden laten dopen? Indien er in het geheel geen doden opgewekt worden, waarom laten zij zich nog voor hen dopen?
Waarom zijn ook wijzelf van uur tot uur in gevaar?
Zowaar als ik, broeders, op u roem draag in Christus Jezus, onze Heer, ik sterf elke dag.
Indien ik te Epheze, naar de mens, met wilde dieren gevochten heb, wat baat het mij? Indien er geen doden worden opgewekt, laten wij eten en drinken, want morgen sterven wij. Misleidt uzelf niet; slechte omgang bederft goede zeden.
Komt tot de rechte nuchterheid en zondigt niet langer, want sommigen hebben geen besef van God. Tot uw beschaming moet ik dit zeggen.
Maar, zal iemand zeggen, hoe worden de doden opgewekt? En met wat voor lichaam komen zij?
Dwaas! Wat gij zelf zaait, wordt niet levend, of het moet gestorven zijn, en als gij zaait, zaait gij niet het toekomstige lichaam, maar slechts een korrel, bijvoorbeeld van koren, of van iets anders.
       Maar God geeft er een lichaam aan, gelijk Hij dat gewild heeft, en wel aan elk zaad Zijn eigen 
lichaam1Cor.15: 29-38.

Samuel [ Hebr: ‘Shamu’el’; Arab.: صاموئيل ‘Ṣamuʾil’] is de naam van de Profeet, wiens naam in het Hebreeuws שם האלוהים Shem HaElohim = “naam van God” of שמע אלוהים Sh’ma Elohim = “God hoorde” betekent.
Samuel was de laatste van de gezaghebbende rechters in het oude Testament; hij zegende Saul met olie tot eerste koning van Israël and later tevens koning David. Bij de hang naar de menselijk superieure houding ging ook het oude Israël ten gronde; de geschiedenis zal zich in het nieuwe met keizer Constantijn herhalen.

De Profeet van Israël
De profeet Samuel had kijk op [en inzicht in] mensen en sprak het Israëlische Volk erop aan dat het spijt diende te betuigen voor haar gedrag.
Het Volk werd hiertoe in de stad Gilgal [Hebr.=‘wiel of rollend’] opgeroepen door deze trouwe man die hen decennia lang als profeet en rechter had gediend.
Het zal overeenkomstig de moderne seizoenen mei of juni geweest zijn; het droge seizoen was zo goed als voorbij. De velden in de regio waren goudgeel met volle tarwe-aren welke klaar waren om geoogst te worden. Er viel een stilte over de mensenmassa. Hoe kon Samuël hun harten bereiken?

In het Koninkrijk der Hemelen zullen de blinden zien, de kreupelen lopen en de melaatsen rein worden; In the Kingdom of Heaven the blind will see, the lame walk, and the lepers will become clean.

De mensen begrepen totaal niet hoe ernstig hun situatie was.
Ze hadden er met kracht op aangedrongen dat een ‘menselijke koning’ over hen zou regeren, dat deze hen wel redding zou brengen in hun onmacht nog ‘iets’ te veranderen.
Zij begrepen niet dat zij hiermee een grove minachting jegens hun Heer hadden getoond, God was immers hun heil en toe-verlaat, hun God, Heer en Meester en
Samuel was slechts zijn woordvoerder, Zijn Profeet.
Hoe kan een menselijk systeem dan nog steeds het idee hebben ‘zelf’ iets aan de toestand in de wereld te veranderen?
Ze wezen hun Heer en God, met wie zij een Verbond hadden afgesloten eigenlijk af als hun Koning! Hoe kon Samuël hen tot inkeer, tot berouw brengen?

Samuels jeugd kan ons veel leren over het opbouwen van Geloof in God, aks Heer en Meester van je leven, ondanks slechte invloeden van buitenaf, van de wereld om je heen.

Waarom sprak Samuël dan nu over zijn jeugd?
Waarom is het gelovige voorbeeld van Samuël’s leven heden ten dage nog steeds een voorbeeld voor ons?
De Profeet Samuël sprak: “Ik ben oud en grijs geworden” zo hield hij z’n toehoorders voor. Zijn wit geworden haar voegde het benodigde gewicht toe aan zijn woorden. Vervolgens zei hij:
„Ik heb van mijn jeugd af aan tot op deze dag het vuur voor jullie uit mijn sloffen gelopen” 1Sam.11: 14,15; 12: 2.
Hoewel Samuel oud was, was hij heel helder, hij was zijn jeugd niet vergeten.
Zijn herinneringen aan die vroege dagen waren nog steeds levendig.
De beslissingen die hij toen als een opgroeiende jongen had genomen, hadden hem geleid tot een leven van geloof en toewijding aan God, zijn Heer.

Samuël heeft z’n Geloof in God dienen op te bouwen en te handhaven, hoewel hij keer op keer omringd werd door mensen die trouw en ontrouw waren.
In onze tijd is het nèt zo uitdagend om Geloof op te bouwen, want we leven in een trouweloze en omkoopbare wereld:
    de Heer zei: ‘Hoort, wat de onrechtvaardige rechter zegt.
Zal God dan zijn uitverkorenen geen recht verschaffen, die dag en nacht tot Hem roepen, en laat Hij hen wachten? Ik zeg u, dat Hij hun spoedig recht zal verschaffen.
Doch, als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het Geloof vinden op aarde?
Hij sprak ook met het oog op sommigen, die van zichzelf vertrouwden, dat zij rechtvaardig waren en al de anderen verachtten, de gelijkenis van de Farizeeër en de tollenaarLuc.18: 6-9.
Laten we eens in ogenschouw nemen wat we kunnen leren van bijvoorbeeld Samuel’s leven, te beginnen in zijn vroege jeugd.

In z’n jonge jaren ‘open staan voor de dienst des Heren’, als dienstknechtSam. 5,6.
    Een gezonde opvoeding is met name in onze tijd een voorwaarde voor een gezonde levenshouding op latere leeftijd.
Waren de kinderjaren van Samuel dan zo ongewoon, hoe wisten zijn ouders hier zo zeker dat hij beschut werd door de Allerhoogste?
Samuël had een ongewone jeugd, in ieder geval afwijkend van wat wij momenteel kennen.
Kort nadat hij was opgegroeid tot kleuter, en op driejarige leeftijd of iets meer,
begon hij al een leven van dienst in het heilige tabernakel van de Heer in
Silo [Hebr.=‘plaats van rust’] meer dan 20 mijl van zijn huis in Ramah [Hebr.=‘heuvel’]; de heen weg het dal in was voor hem eenvoudig, de terugweg naar de wereld moeilijk.
Zijn ouders, Elkanah [Hebr.=‘God heeft bezeten, van hetgeen God heeft geschapen’] en
Hannah [Hebr.=‘Genadegave’], droegen hun jonge kind op aan de Heer op een speciale manier in een gebedsdienst, waardoor Samuel voor het leven ‘een nazireeër* werd.
* Een Nazireeër betekent dat hij vanaf zijn geboorte aan God werd toegewijd,
ongesnoeid als een wijnstok in de wijngaard opgroeide – zo werd zijn haar niet ‘gesneden’/geknipt en onthield hij zich van alle genotsmiddelen.
Dit hield niet in dat Samuel werd afgewezen, onbemind werd door zijn ouders, maar dat zij God hiermee dankbaarheid toonden voor het geschenk dat zij van Hem een kind hadden gekregen.
Hij werd daarom opgedragen in de Tempel, en zij wisten dat hun zoon in Silo,
de plaats van rust’ zou worden verzorgd.
De hogepriester Eli hield ongetwijfeld toezicht op de zaken, want Samuel werkte nauw met hem samen. Er waren ook een aantal vrouwen die in enig verband rond de tabernakel dienden, kennelijk op een georganiseerde manier Sam.38: 8; Richt.11: 34-40.

Je kunt je hierbij nu de volgende vragen stellen:
     1.]. Hoe hebben Samuëls ouders hem jaar na jaar liefdevol aangemoedigd?
     2.]. Wat kunnen ouders tegenwoordig leren van de ouders van Samuel?
Bovendien vergaten Hannah en Elkana nooit hun geliefde eerstgeborene, zij waren dag-en nacht bij hem betrokken wiens geboorte een antwoord was op hun gebed. Hannah had God om een zoon gevraagd, en had beloofd de jongen aan God op te dragen in een leven van heilige dienstbaarheid.
Bij elk bezoek bracht Hannah Samuel een nieuwe mouwloze jas die ze had gemaakt voor zijn dienst in het tabernakel.
De kleine jongen heeft die bezoeken zeker gekoesterd, hield ontzttend veel van zijn ouders. Hij bloeide ongetwijfeld op vanwege de liefdevolle aanmoediging en
begeleiding van zijn ouders toen ze hem leerden wat een voorrecht het is om onze Heer de Schepper van Hemel en aarde op die unieke plek te dienen.
     Ouders zouden heden ten dage ondanks alle drukte van de wereld
veel kunnen leren van de wijze waarop Hannah en Elkanah met hun kind omgingen.  Het is in onze tijd gebruikelijk dat ouders al hun inspanningen op
het gebied van opvoeding concentreren op materiële zorgen, terwijl ze de  geestelijke behoeften veelal negeren.
     Maar Samuël’s ouders stelden geestelijke zaken voorop, en dàt had grote invloed op de vorming tot volwassene, zoals hun zoon opgroeide.
    Oefen de knaap volgens de eis van zijn weg,
ook wanneer hij oud geworden is,
zal hij daarvan niet afwijken
Spreuken 22: 6.
Zonder twijfel zal de jonge Samuel beïnvloed zijn geweest door zijn dagelijks verblijf op die heilige plaats – hij leerde aldaar verantwoordelijkheden op zich te nemen als spelleider en voorbeeld voor zijn geestelijk nageslacht;
ook vandaag nog kunnen wij ons de jonge man voorstellen die niet alleen in lichaamslengte toenam en zijn omgeving in de heuvels rond Silo, de ‘plaats van rust’ verkent. Rust; orde, netheid en regelmaat werd hem als het ware met de paplepel ingegeven terwijl hij naar stad en vallei keek die zich aan zijn zijde uitstrekten, zijn hart sprong op van vreugde rond het tabernakel, de door de Heer der heerscharen geschonken vreugde op die heilige plaats.
De tabernakel werd immers 400 jaar eerder opgebouwd als draagbaar heiligdom voor het Volk op hun tocht door de woestijn van het leven.

Ook nú nòg ervaren wij deze vreugde wanneer wij herhaald opgaan naar het huis des Heren; in de woorden die hij ons later deed toekomen omschrijft hij dit als: “Dat hij diende voor het aangezicht des Heren, als een jongen met een linnen lijfrok omgord1Sam.2: 18.
    Dat eenvoudige mouwloze kledingstuk gaf duidelijk aan dat Samuel de priesters hielp bij hun dienst in het heiligdom.
Hoewel hij niet van de priesterlijke klasse was, had Samuel plichten, zoals
het ‘s morgens openen van de deuren naar de binnenplaats van plaats van ontmoeting en het verzorgen van de oudere Eli.
Hoezeer hij de privileges ook genoot, na verloop van tijd werd zijn onschuldige hart onrustig. Er was iets vreselijk mis in het huis van God.

Zuiver blijven ook àl wordt je omgeven door een verraderlijke wereld.
Op jonge leeftijd was Samuel getuige van echte goddeloosheid en bederf,
dit is hetgeen in oude tijden reeds – ‘de wereld’ – werd genoemd.
Eli had namelijk twee zonen, genaamd Hophni [Hebr.=‘vuistvechter’] en Phinehas [Hebr.= ‘de bronskleurige’], “zij waren nietswaardige lieden; zij erkenden de Heer niet1Sam.2: 12.
De twee gedachten in dit vers gaan hand in hand, letterlijk “zonen van waardeloosheid”; zij hadden geen waarden en normen, hetgeen hun andere ongerechtigheden deed ontstaan, het een kwam voort uit het andere.
        Hophni en Phinehas laten ons de gevolgen zien welke een principiële tekortkoming kan veroorzaken.
De geboden van God geven specifiek de plichten van de priesters aan en de wijze waarop zij hun  offers dienden op te dragen in Zijn huis, Zijn heilige Tempel [het hart].
En deze geboden hebben een goed doel, zijn met een goede reden omkleed!
Die offers vertegenwoordigden de door God gegeven voorzieningen om onge-rechtigheden te voorkomen en te vergeven zodat mensen voor het aangezicht des Heren schoon en rein konden voortbestaan, en Hem in waardigheid tegemoet konden treden.
Maar het onrecht van Hophni en Phinehas brachten hun mede-priesters er ten langen leste, na een heel lange tijd, toe inzicht te verkrijgen de offergaven met groot respect te behandelen.
Wanneer wij gerechtigheid willen bewerkstelligen, indien dat zo is, doen wij er goed aan lessen te trekken uit het geduld de nederige en waarderende geest van de profeet Samuel:
      Evenzo gij, jongeren, onderwerpt u aan de oudsten.
Omgordt u allen jegens elkander met nederigheid, want God weerstaat de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft Hij Genade. Vernedert u dan onder de machtige hand van God, opdat Hij u te zijner tijd zal  verhogen. Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u. Wordt nuchter en waakzaam1Petr.5: 5-8a.

Het zout der aarde = vechten tegen een onzichtbare vijand; The salt of the earth = fighting an invisible enemy

Ons wordt op het hart gedrukt: “   Uw tegenpartij, de duivel, gaat [in onze wereld] rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden. Weerstaat hem, vast in het Geloof, wetende, dat aan uw broederschap in de wereld hetzelfde lijden wordt toegemeten1Petr.5: 8b,9

     Hoe worden ongetwijfeld ook in onze tijd voor de omgeving bekend staande
oprechte mensen getroffen door de goddeloosheid in het huis van God?
Hoe faalde Eli [Hebr.= ‘opgang tot de Heer’], immers in zijn tijd zowel als vader als als hogepriester?, we blijven immers maar mensen.
          Stel je daarom voor ogen, dat de jonge Samuel met grote ogen toekijkt, terwijl  grove mistoestanden ongecorrigeerd maar hun beslag kregen.
Hoeveel mensen ziet hij niet aan zich voorbij trekken – inclusief arme, nederige, onderdrukte mensen – die het heilige tabernakel naderden in de hoop wat spirituele troost en kracht te vinden, alleen om teleurgesteld, gekwetst of vernederd weer te vertrekken?
En hoe voelde hij zich toen hij hoorde dat Hophni en Phinehas ook nog God’s geboden inzake de seksuele moraal negeerden, omdat zij relaties hadden met enkele van de vrouwen die daar in het tabernakel dienden?:
      Eli nu was zeer oud. Wanneer hij hoorde, wat zijn zonen geheel Israël al niet aandeden en dat zij sliepen bij de vrouwen die dienst deden bij de ingang van de tent der samenkomst, z
ei hij tot hen: ‘Waarom doen jullie dergelijke dingen, dat ik het gehele volk over die wandaden van jullie hoor spreken? Dat gaat niet, mijn zonen. Het is geen goed gerucht, dat ik hoor: ‘zij brengen het volk des Heren tot overtreding. Indien de ene mens tegen de andere mens zondigt, dan zal God hem richten; maar indien een mens tegen de Here zondigt, wie zal dan voor hem tussenbeide treden?’.
Maar zij luisterden niet naar hun vader, want de Heer wilde hen doden
“ 1Sam.2: 22-25.
Vergis je niet, het is in onze tijd niet anders, zelfs bisschoppen [asketen?] kunnen hun handen niet thuishouden. Misschien kijk je net als Samuel hoopvol op naar Eli om er iets aan te doen.
Samuël dient net als vele oprechte navolgers van Christus diep verontrust te zijn geweest om de slechtheid van Eli’s zonen te zien. De toezichthouder Eli was in de beste positie om de groeiende ramp aan te pakken.
Als hogepriester was ‘hij’ immers verantwoordelijk voor wat er in de tabernakel het hart van de mensen plaatsvond.
Als vader had hij de plicht zijn zonen te corrigeren.
Tenslotte deden ze zichzelf en talloze anderen in het land van de wereld pijn.
De menselijke Eli faalt echter in beide opzichten, als vader en als hogepriester.
Hij bood zijn zonen slechts een flauw, zwak uitbrandertje aan, je ziet het heden ten dage toch om je heen.
Maar zijn zonen hebben ook in onze tijd een veel sterkere discipline nodig. Ze begingen zonden die de dood meer dan waard waren!
Onze Heer en Verlosser zendt ook in onze tijd een krachtige boodschap aan Eli, en hoe reageert Eli’s familie, de bloedverwanten van Christus op de waarschuwing?

De zaken in de wereld bereiken een dusdanig punt dat de Heer „een man van God”, een naamloze profeet, naar Eli zond met een krachtige oordeel’s-boodschap.
De Heer onze Verlosser zegt tegen de toezichthouder Eli:
„Je blijft je zonen meer eren dan ik [geboden heb]”.
God voorspelt dus dat de slechte zonen van Eli op dezelfde dag zouden sterven en dat het gezin van Eli zwaar zou lijden en zelfs zijn bevoorrechte positie in de priesterklasse [dynastie] zal verliezen – ‘je ziet het toch de kerken lopen leeg’.
Heeft deze krachtige waarschuwing een verandering in dat gezin teweeg gebracht? Het verslag onthult niet zo’n verandering van hart:

Ze zagen waar de Heer en Verlosser verblijf hield‘; ‘They saw where the Lord and Savior stayed‘ John.1: 35-42.

      Er kwam een man Gods tot Eli en zei tot hem:   Zo zegt de Heer: heb Ik Mij niet duidelijk aan het huis van uw vaders geopenbaard, toen dit in Egypte aan het huis van Farao onderworpen was?
En Ik heb hem uit alle stammen van Israël [de Kerk] Mij tot priester verkoren om mijn altaar te beklimmen, reukwerk te ontsteken en de efod te dragen voor Mijn aangezicht; aan het huis van uw vaders heb Ik alle vuuroffers van de Israeliëten [de Kerk] gegeven. Waarom verachten jullie Mijn slachtoffer en Mijn spijsoffer, die Ik in [Mijn] woning voorgeschreven heb, eren jullie je zonen boven Mij, en doet jullie je te goed aan het beste deel van elk spijsoffer van mijn volk Israël [de kerk]?
        Daarom, luidt het woord van de Heer, de God van Israël, Ik heb duidelijk gezegd: uw huis en het huis van uw vaders huis zullen voor altijd voor Mijn aangezicht wandelen, maar nu luidt het Woord des Heren:
       ‘ dit zij verre van Mij! Want wie Mij eren, zal Ik eren, maar wie Mij versmaden, zullen gering geacht worden.
Zie, de dagen komen, dat Ik uw kracht en die van het huis van uw vaders verbreken zal, zodat er geen oud man in uw huis zal zijn.
Jullie zullen de nood van [Mijn] woning moeten aanzien niettegenstaande alle weldaden, die Hij aan Israël [de Kerk] bewijst, en in uw huis zal er nooit een oud man zijn.
       Maar de enkeling, die Ik niet zal verdelgen van bij Mijn altaar, zal uw ogen verteren en uw leven doen verkwijnen; al wat uit uw familie stamt, zal op mannelijke leeftijd sterven.
       En wat uw beide zonen Hophni en Phinehas zal overkomen, zal u tot teken zijn: op een dag zullen zij beiden sterven.
       En Ik zal Mij een betrouwbaar priester aanstellen, die naar Mijn hart en in Mijn Geest handelt en Ik zal voor hem een duurzaam huis bouwen, zodat hij te allen tijde voor het aangezicht van Mijn gezalfde [Christus] wandelen zal.
       Wie dan nog in uw huis mocht overgebleven zijn, zal komen om zich voor Hem neer te buigen voor een zilverstukje of een brood, en zal zeggen: stel mij toch aan bij een van de priester- diensten, opdat ik een stuk brood te eten heb.
       De jonge Samuel was in de dienst des Heren onder toezicht van Eli. Nu was in die dagen het Woord des Heren schaars; gezichten waren niet talrijk1Sam.2: 27– 3: 1.

Hoe duidelijker dienen we het nog te krijgen mensen van deze tijd?
Wat lezen wij niet aan Nieuws over de voortgang van de jonge ascetisch levende Samuël, die ondanks al datgene wat er om hem plaatsvindt gewoon stand houdt,
misschien tegen beter weten in?  Vindt je deze vrije nieuwsgaring niet hartverwarmend?
Welke invloed heeft al de corruptie van de wereld op de jonge Samuël?
Van tijd tot tijd vinden we in dit donkere verslag heldere lichtstralen, de Blijde Boodschap verhaalt over de groei en vooruitgang van Samuel.
Bedenk dit we wanneer we lezen over Samuël, die getrouw ‘als dienaar des Heren voorde Heer diende‘. Zelfs op jonge leeftijd concentreerde Samuël z’n leven slechts in dienst ten opzichte van zijn enige Heer, onze God.
In vers 21 van hetzelfde hoofdstuk lezen we iets dat nog hartverscheurender is:
De jongen Samuël bleef de Heer nabij en groeide in wijsheid tot Hem op”.
Naarmate hij lichamelijk opgroeide, werd de band met zijn Hemelse Vader steeds maar sterker. Zo’n hechte persoonlijke relatie met de Heer, onze God is de zekerste beschutting onder Zijn vleugelen als bescherming tegen elke vorm van verval, corruptie. 
1Sam.2: 17,18.

    Uit de diepte, Heer, heb ik tot U geroepen: Heer, geef gehoor aan mijn stem.
Laat Uw oren aandacht schenken aan de stem van mijn smeking. Zo Gij op ongerechtigheden zoudt acht slaan, Heer; Heer, wie kan dat doorstaan ?
Maar bij U is vergeving; omwille van Uw Naam, Heer, heb ik U verbeid.
Mijn ziel verwacht Uw Woord; mijn ziel vertrouwt op de Heer.
Van de ochtendwake tot de nacht dient Israël te vertrouwen op de Heer.
Want bij de Heer is barmhartigheid; bij Hem is overvloedige Verlossing.
Ja, Hijzelf zal Israël verlossen, uit al zijn ongerechtigheden.
Heer, mijn hart is niet hoogmoedig; ik heb mijn ogen niet trots opwaarts geslagen.
Ik houd mij niet op met grote dingen, noch met wat te wonderbaar voor mij is.
Als ik niet nederig gezind was, òf zo ik mijn ziel had verheven.
Als een gespeend kind op de schoot van zijn moeder, zo had Gij mijn ziel vergolden.
Doch Israël [de Kerk] dient op de Heer te vertrouwen, van nu af tot in eeuwigheid
Psalm 129,130[130,131] vert. ROK ’s-Gravenhage:
lees tevens Psalm 118[119] in pdf, welke tot het nachtgebed behoort:
10e – Psalm 118[119] vert. ROK ’s-Gravenhage

Spreek Heer, Uw Woord volgt ons van nabij

Eli & Samuel

Hoe kunnen onze jeugdige navolgers van Christus Samuël’s voorbeeld navolgen?
Wanneer zij worden geconfronteerd met bederf van hun omgeving, waaruit blijkt dan dat Samuël de juiste koers heeft gekozen?
Het zou voor Samuël oh zo gemakkelijk zijn geweest om te redeneren dat indien de toezichthouder, de spelleider, de hogepriester en zijn zonen kunnen toegeven aan de zonde, hij dat net zo goed had kunnen doen en had kunen doen wat hij maar wilde.
Maar de bedorvenheid van anderen, inclusief degenen, die een gezag’s-posities bekleden, is nooit en te nimmer een excuus om te zondigen.
Tegenwoordig volgen veel christelijke jongeren het voorbeeld van Samuël en
blijven ‘in de Heer opgroeien‘ – zelfs als sommigen in hun omgeving geen goed voorbeeld geven.

Hoe kun je in deze tijd standvastig blijven in het Geloof; de enige mogelijkheid tot het bereiken van de Zaligheid?
We hebben het vandaag kunnen lezen:
Al die tijd werd de jongen Samuël groter en sympathieker, zowel
vanuit het standpunt van de Heer als vanuit dat van de mensen1Sam.2: 26.
Samuël was dus zéér geliefd, tenminste door degenen wier mening ertoe deed.
‘De Heer Zelf’ koesterde deze jongen als Zijn Vader vanuit de Hoge om zijn trouwe koers te behouden.
En Samuel wist zeker dat Zijn God en Vader zou handelen tegen alle slechtheid die in Silo [‘de plaats van rust’] aan het daglicht werd blootgesteld, maar misschien vroeg hij zich af ‘wanneer dàt zou plaatsvinden‘, zoals in onze tijd.
Op zekere nacht volgt op dergelijke vragen een antwoord:
Spreek, want uw dienaar luistert1Sam.3: 10.

In de avond en de nacht is Uw Woord mij nabij
Het was bijna ochtend maar nog steeds donker; het flikkerende licht van de grote lamp van de tent brandde nog. In de stilte hoorde Samuel een stem die zijn naam riep.
Hij dacht dat het Eli was, die nu heel oud en bijna blind was.
Samuel stond op en “rende” naar de oude man.  Kun je deze jongeman in gedachten zien, op blote voeten haasten om te zien wat Eli nodig had?
Het is ontroerend om op te merken dat Samuel Eli met respect en vriendelijkheid behandelde. Ondanks al zijn zonden was Eli nog steeds toezichthouder, spelleider, hogepriester des Heren.
Samuël maakte Eli wakker en zei:
Hier ben ik, want u riep mij”.
Welnu, hetzelfde gebeurde opnieuw en opnieuw!
Uiteindelijk besefte Eli wat er aan de hand was.
Het was zeldzaam geworden voor de Heer der Heerscharen om
een visioen of een profetische boodschap naar zijn volk te sturen, en
het is niet moeilijk te begrijpen waarom.
Maar Eli wist dat onze Heer weer sprak – nu tot deze jongen!
Eli zei tegen Samuel dat hij terug naar bed moest gaan en
vertelde hem hoe hij een goed antwoord diende te geven;
Samuel gehoorzaamde.
Al snel hoorde hij de stem roepen: “Samuel, Samuel !”.
De jongen antwoordde: “Spreek, want uw dienaar luistert1Sam.3: 1, 5-10.
Hoe kunnen wij vandaag de dag nog naar onze Heer en God luisteren en waarom
is het beslist de moeite waard om dat te doen?
Het gebod “Er is maar één God en buiten Hem kennen wij geen ander”
verbiedt de mens om ook maar “iets anders” belangrijker te vinden dan God.
Indien je eigen familie, je huis, je geld, je kleren, je speelgoed, vakanties, computers of mobiele telefoons òf wat dan ook het beste van je tijd, geld of energie kosten, dan zijn ze voor jou belangrijker dan God.
Dàn wijst het vingertje van je hart niet meer naar onze Heer en Zaligmaker, onze God, maar naar iets of iemand anders.
Dàn heb je bij wijze van spreken ‘Het eerste gebod‘ overtreden.
Natuurlijk is het noodzakelijk of om op vakantie te gaan, maar soms kan je zo druk zijn met alles, dat je vergeet om zelf je tijd te nemen voor het lezen van God’s Woord, om aandachtig tijd te nemen voor gebed…. dan doe je het misschien nog eventje vlug . . . . . er tussen door.
”   Maak haast, maak haast, maak haast, wij hebben ongelofelijke haast . . .” is onze voornaamste [Liturgische] Hymne geworden; de Goddelijke Liturgie kan gemakkelijk in 20 minuten, that’s it . . .
Onze Heer en Verlosser had uit eindelijk een knecht in Silo [‘de plaats van rust’] die luisterde.
Dàt werd het levenspatroon van Samuel en dàt kan ook jou overkomen;
het is namelijk in jou, in de tempel van het hart, je ‘stille, moment van rust’ en
dàn speelt tijd geen rol.
We behoeven echt niet in de nacht te gaan liggen wachten op een boven-natuurlijke stem om met ons te praten.  Tegenwoordig is God’s stem er in zekere zin altijd wanneer je je eigen pet er maar naar zet.
Het is daar in Zijn voltooide Woord en in het gebed, daarom dringen de kerkvaders, de oude asketen er op aan dat je bidt tijdens ‘het werk van je handen’ en dat je dagelijks Zijn Woord [aan de hand van de door hen opgestelde kerkelijke kalender] bestudeert.
Hoe meer wij de gelegenheid nemen naar God te luisteren en op Zijn Woord te reageren, hoe meer ons geloof zal groeien.
Zo was het ook met Samuël.

Ondanks zijn angst bracht Samuel de oordeel’s-boodschap des Heren etrouw door aan de toezichthouder, de spelleider, de priester Eli.
Ondanks het feit dat er in de tuin van God absoluut geen plaats is voor een koning, keizer of wat voor mens ook die macht en gezag naar zich toetrekt [teneinde politiek te bedrijven]; heeft God toegegeven aan hetgeen ten diepste zou leiden tot de scheiding tussen Kerk en staat hetgeen de mens in de wereld ongelukkig en eenzaam heeft gemaakt:
Verheffing en de ongenade
Samuël kreeg op aanwijzing van God de indruk om het goede in een koning, keizer of wat voor mens dan ook in dit geval koning Saul te zien; deze was toen nog een opmerkelijke mens: God gaf Saul namelijk iets mee waaraan hij uiteindelijk verantwoording kan, mag, ja móest afleggen ten opzichte van God.
. . . . . Dat was ‘toen nog’ voor koning Saul de manier om zelfrespect en eigen-waarde hoog te houden en soms ook tegen de stroom in te blijven gaan, omdat hij daarmee zeker wist dat hij op het juiste spoor zat:
’Hij was deemoedig, indrukwekkend en vindingrijk, aanvankelijk tevens eenvoudig en zeer bescheiden’ 1Sam.10: 22,23, 27.
Naast dergelijke gaven bezat koning Saul een kostbare eigenschap:
de vrije wil, het vermogen om zijn levensloop te kiezen en op basis van afwegingen zijn beslissingen te nemen:
      Ik neem heden de Hemel en de aarde tegen u tot getuigen; het leven en de dood stel ik u voor, de zegen en de vloek; kies dan het leven, opdat gij leeft, gij en uw nageslachtDeut.30: 19.
Uiteindelijk heeft Saul dàt kostbare geschenk, die Genadegave ‘niet goed gebruikt’ en toonde hij steeds verder groeiende, zijn gedrag waarbij hij zich steeds verder verheven voelde boven de andere mensen.
Wanneer een mens de warme gloed van nieuw verworven macht in zichzelf koestert, is bescheidenheid [deemoed] vaak de eerste kwaliteit die wegsmelt.
Het duurde dan ook niet lang òf Saul begon arrogant te worden; ‘hij’ koos, als BOBO []Bourgeois-bohème] er voor de bevelen van God te negeren die Samuël hem had doorgegeven; hij begon zich dusdanig te verheffen dat hij zich boven de anderen van het Volk stelde.
Eens werd Saul ongeduldig en offerde een offer dat Samuël van plan was te offeren; Samuël kon daarop niet anders of moest hem wel een sterke correctie toepassen en voorzegde Saul dat het koningschap niet in zijn dynastie, zijn familie zou blijven.
In plaats van te worden gekastijd door de discipline, beging Saul vervolgens nog ergere ongehoorzaamheid ten opzichte van God:
    Hij wachtte zeven dagen, tot de tijd die Samuel had bepaald. Maar toen Samuel niet naar Gilgal kwam, begon het volk van hem weg te lopen; Daarom zei Saul: Brengt mij het brandoffer en 
de vredeoffers. En hij offerde het brandoffer [zelf].
>     Samuel zei tot Saul: ‘ Gij hebt dwaas gehandeld; gij hebt niet in acht genomen het gebod van de Heer, uw God, dat Hij u geboden heeft, anders zou de Heer uw koningschap over Israël voor altijd bevestigd hebben. Maar nu zal uw koningschap niet bestendig zijn. De Here heeft Zich een mens uitgezocht naar Zijn hart [de koning en profeet David] en de Heer heeft hem tot een vorst over zijn volk aangesteld, omdat gij niet in acht genomen hebt wat de Heer u geboden had1Sam.13: 8,9,13,14.
Onze Heer riep de mensen vervolgens naar Gilgal, die al verscheidene malen eerder als verzamelplaats [en boodschap aan] voor het Volk heeft gediend, de plaats waar het Volk ná het verblijf in de woestijn de Jordaan zijn overgestoken, toen de ark van het Verbond aldaar het water beroerde.
Op die historisch belangrijke plaats bad Samuel in Geloof en de Heer en Verlosser antwoordde met een onweersbui [doopwater wordt wèl gezegd] en God de Vader stond Samuel daarmee bij Zijn Volk, dáár in Gilgal eindelijk de ernst van hun weerstand tegen God in te zien.
Laten we ons daarom weer bij de bestemming van het God’s-volk [de Kerk] voegen opdat wij net als zij ons aangesproken voelen tot het Woord van God [zoals bij onze doop].
Op dat moment herinnerde de oudere Samuël zich weer aan zijn integriteit en
vroeg voor zijn Volk [de Kerk] een onweer [een plens water] om hen te herinneren aan hun oorspronkelijke doelstelling:
Ik ben de Heer uw God en buiten Hem kennen wij niemand anders
Niet Samuël, maar zijn ‘Heer en God, van zijn leven’, onze Heer en Zaligmaker, had hun opstandige harten bereikt.
Van zijn jeugd af aan tot aan zijn oude dag vertrouwde Samuel op zijn God;
en de Heer beloonde hem.
Tot op de dag van vandaag is Onze God en Vader niet veranderd.
Hij ondersteunt nog steeds degenen die via Christus
het oorspronkelijk Geloof van Samuël navolgen.
De Israëlieten waren geboren zondaars, net zoals jij en ik.
Maar: hoe zondig we ook zijn, we denken nog altijd dat we God kunnen gehoorzamen.
Wij Christenen denken dat er op z’n minst nog wel ìets goeds in ons zit en
dat God daar wel tevreden mee zal zijn. Israël [de Kerk] is ervan overtuigd dat het Volk God kan gehoorzamen.
Ze roepen uit:
Alles wat de Heer gesproken heeft, zullen wij doen.
En onze spelleider, profeet, priester brengt  tijdens de Goddelijke Liturgie
deze woorden van het volk  weer aan de Heer over
conf. Ex.19: 8.

Kondakion
tn.8 
  Reeds voor uw ontvangenis was u als
een kostbare gave aan God toegewijd en
vanaf uw jeugd hebt U Hem als een engel gediend, Al-zalige.
U was geroepen om de toekomst te verkondigen;
daarom roepen wij u toe:
  Verheug u, Profeet van God,
grote Hogepriester Samuel !’
”.