7e donderdag ná Pinksteren – verering van het Eerbiedwaardige Hout van het leven-schenkende Kruis van onze Heer en Verlosser.

Koor & Heilig Kruis, iconostase dienst AOKiN, in de Ansfriduskerk, Amersfoort

    Toen dan de overpriesters en hun dienaars Hem zagen, schreeuwden zij en zeiden: Kruisig Hem, kruisigen!
Pilatus zeide tot hen: Neemt gij Hem en kruisigt Hem: want ik vind geen schuld in Hem.
De Joden antwoordden hem: Wij hebben een wet en naar die wet moet Hij sterven, want Hij heeft Zichzelf Gods Zoon gemaakt.
Toen Pilatus dan dit woord hoorde, werd hij nog meer bevreesd, en hij ging weer het gerecht’s-gebouw binnen en zei tot Jezus:
‘Waar zijt Gij vandaan?’.
Maar Jezus gaf hem geen antwoord.
Pilatus dan zeide tot Hem:
‘ Spreekt Gij niet tot mij? Weet Gij niet, dat ik macht heb U los te laten, maar ook macht om U te kruisigen?
Jezus antwoordde:
‘ Gij zoudt geen macht tegen Mij hebben, indien het u niet van boven gegeven zou zijn: daarom 
heeft hij, die Mij aan u heeft overgeleverd, groter zonde’.
>    Pilatus dan hoorde deze woorden en hij liet Jezus naar buiten brengen en zette zich op de rechterstoel, op de plaats, genaamd Litostrotos, in het Hebreeuws Gabbata. En het was Voorbereiding voor het Pascha, ongeveer het zesde uur, en hij zeide tot de Joden:
  Zie, uw koning!’.
Zij dan schreeuwden: Weg met Hem! Weg met Hem! Kruisig Hem!
Pilatus zei tot hen:
    Moet ik uw koning kruisigen?
De overpriesters antwoordden:
    Wij hebben geen koning, alleen de keizer!
Toen gaf hij Hem aan hen over om gekruisigd te worden.
Zij dan namen Jezus, en Hij, zelf zijn kruis dragende, ging naar de zogenaamde 
Schedel-plaats, in het Hebreeuws genaamd Golgotha, waar zij Hem kruisigden en met Hem twee anderen, aan weerszijden een, en Jezus in het midden.
En Pilatus liet ook een opschrift schrijven en op het kruis plaatsen; er was geschreven:
Jezus, de Nazireeër, de Koning der Joden.
Dit opschrift dan lazen vele der Joden, want de plaats, waar Jezus gekruisigd werd, was dicht bij de stad, en het was geschreven in het Hebreeuws, in het Latijn en in het Grieks.
En bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder en de zuster zijner moeder, Maria van Cleophas en Maria van Magdala.
Toen dan Jezus zijn moeder zag en de discipel, die Hij liefhad, bij haar staande, zeide Hij tot zijn moeder: ‘ Vrouw, zie, uw zoon’. Daarna zeide Hij tot de discipel: ‘Zie, uw moeder’.
En van dat uur af nam de discipel haar bij zich in huis.
Hierna wist Jezus, dat alles reeds volbracht was.
>     Toen Jezus dan de zure wijn genomen had, zei Hij:
Het is volbracht! En Hij boog het hoofd en gaf de geest.
De Joden dan, daar het Voorbereiding was en de lichamen niet op Sabbath aan het kruis mochten blijven – want de dag van die Sabbath was groot – vroegen Pilatus, dat hun benen gebroken en zij weggenomen zouden worden.
De soldaten dan kwamen en braken de benen van de eerste en van de andere, die met Hem gekruisigd waren; maar toen zij bij Jezus gekomen waren en zagen, dat Hij reeds gestorven was braken zij zijn benen niet, maar een van de soldaten stak met een speer in zijn zijde en terstond kwam er bloed en water uit.
En die het gezien heeft, heeft ervan getuigd en zijn getuigenis is waarachtig en hij weet, dat hij de Waarheid spreekt, opdat ook gij gelooft”.
John.19:6-11,13-20,25-28a,30-35

” Die Zich geopenbaard heeft in het vlees, is gerechtvaardigd door de Heilige Geest, is verschenen aan de engelen, is verkondigd onder de heidenen, geloofd in de wereld, opgenomen in Heerlijkheid”.

    Want het Woord van het Kruis is wel voor hen, die verloren gaan, een dwaasheid, maar voor ons, die behouden worden, is het een kracht van God.
Want er staat geschreven:
‘ Verderven zal Ik de wijsheid der wijzen, en het verstand der verstandigen zal Ik verdoen’. 
Waar blijft de wijze? Waar de schriftgeleerde? Waar de redetwister van deze tijd?
Heeft God de wijsheid van de wereld niet tot dwaasheid gemaakt?
Want daar de wereld in de Wijsheid God’s door haar wijsheid God niet gekend heeft, heeft het 
aan God behaagd door de dwaasheid van de prediking te redden hen die geloven.
Immers, de Joden verlangen tekenen en de Grieken zoeken wijsheid, doch wij prediken een gekruisigde Christus, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid, maar voor hen, die geroepen zijn, Joden zowel als Grieken, [prediken wij] Christus, de Kracht van God en de Wijsheid van God1Cor.1:18-24.

Het groot en Heilig Kruis van Christus, onze Verlosser

‘Vanwege de ziekten die in augustus voorkomen, was het in vroegere tijden gebruikelijk om het Eerbiedwaardige Hout van het Kruis in processie [optocht] door de straten en pleinen van Constantinopel te voeren.
Dit werd zo gedaan ter bescherming en heiliging van de stad, als ook
ter verlichting van de gevolgen van de ziekte, het afwenden van de dood.
Aan de vooravond van 1 Augustus werd op 31 juli het kostbaar hout [een reliekschrijn] uit de keizerlijke schatkamer gehaald en op het altaar van
de Grote Kerk van de Hagia Sophia [de Wijsheid van God] gelegd.
Vanaf dit ogenblik tot aan het feest van de Ontslaping van de Moeder God’s werd:
✥   een periode van vasten afgeroepen en
✥   werd het kruis ter verering door de stad gedragen, opdat het volk dit kon vereren.
Dit fenomeen is uitgegroeid tot de jaarlijkse vasten van 1-15 augustus voor de Moeder God’s en is ook de basis van het feest van vandaag op 1 Augustus’.
          Maar waarom werden en worden de mensen rond 1 Augustus zo ziek, Juli is wat ons aangaat toch het vooruitzicht op ontspanning en vakantie
✥   Ziek zijn en ziek worden is een aloude uiting van rupsje nooit genoeg.
Je wordt ziek van de welvaart, raakt de weg kwijt en dat was in oude tijden, de periode dat de oogst werd binnen gehaald, dat zelfs de armen het goed hadden, want er was overvloed.
Wanneer je met overvloed niet kunt omgaan, ga je jezelf te buiten en dat heeft onheil, met ziekte, onheil en verderf tot gevolg.
Kijk maar om je heen: ‘ alles is mogelijk, iedereen doet waar hij zin in heeft, de ‘hel’ is los’; iedereen is van God los, Wie kent ons en wie ziet ons?.

Daarom, zie, Ik ga voort wonderlijk met dit Volk te handelen, wonderlijk en wonderbaar: de wijsheid van zijn wijzen zal teniet gaan en het verstand van zijn verstandigen zal schuilgaan.
Wee hun die een plan diep voor de Heer verbergen, wier werk in de duisternis geschiedt en die zeggen: ‘   Wie ziet ons en wie kent ons?
O, deze verkeerdheid van u! Of moet de boetseerder op een lijn gesteld worden met het leem, zodat het maaksel van zijn maker zou kunnen zeggen:
    Hij heeft mij niet gemaakt? en het boetseersel van zijn boetseerder: Hij heeft geen verstand?
Is het niet nog een korte tijd, totdat de Libanon in een gaarde verandert en de gaarde een woud gelijkt?
      Te dien dage zullen de doven Schriftwoorden horen, en van donkerheid en duisternis verlost, zullen de ogen der blinden zien. En ootmoedigen zullen steeds meer vreugde hebben in de Heer, en de armsten onder de mensen zullen juichen in de Heilige van Israël.
      Want het zal gedaan zijn met de geweldenaar, en de spotter zal vergaan en allen die op boosheid zinnen, zullen uitgeroeid worden, zij die een mens om een woord schuldig verklaren en valstrikken leggen in de poort voor wie opkomt voor het recht, en die met ijdele beweringen terzijde dringen wie het recht aan zijn zijde heeft.
Daarom, zo zegt de Heer, die Abraham verloste, tot het huis van Jaäcob: Jaäcob zal nu niet meer 
beschaamd staan en zijn aangezicht zal niet meer verbleken.
Want wanneer hij en zijn kinderen het werk van Mijn handen in hun midden zien, dan zullen zij Mijn Naam heiligen en zij zullen de Heilige van Jaäcob heiligen en voor de God van Israël [de Kerk] ontzag hebben. Ook de dwalenden van geest zullen inzicht kennen en zij die morren zullen lering aannemenIsaiah 29: 14-24.

Wij Christenen van het Westen, die zwelgen in de luxe van de dag, blijken onmachtig te zijn geworden om in creatieve trouw de Blijde Boodschap van het Evangelie over te dragen en maar nauwelijks te onderkennen, ondanks en samen met zijn mens- en kerk-kritische aspecten; het lijkt wel de grondreden te zijn waarom onze kerken leeglopen.
Wij vergeten en masse wàt de historische boodschap van onze Heer en Zalig-maker is geweest, een gebeuren dat uitliep op Zijn arrestatie en terechtstelling, om  ons vervolgens af te vragen hoe het totaal gebeuren van oud en Nieuwe Testament als heil voor onze tijd zal kunnen worden ervaren.
Hoe lang duurt het nog dat in het westen de vraag op komt, hoe wij, ook in onze tijd, heil kunnen ervaren uit de Pedagogie, die ons door onze Heer en Verlosser is voorgehouden.

Want niet alleen Isaiah maar ook andere profeten als Zacharia maken gewag van
een komende eindtijd, welke in het boek Openbaringen wordt aangekondigd:
    Luister, hogepriester Jozua, jij en je priesters die voor je zitten en die in staat zijn om tekenen, die zich voordoen uit te leggen.
Ik zal mijn dienaar sturen, de telg aan de stam van David.
Ik leg een steen voor je neer, Jozua, één enkele steen, waarop zeven ogen rusten.
Ikzelf zal daarin een inscriptie graveren
✥   spreekt de HEER van de hemelse machten
✥   en in één enkele dag zal ik dit land reinigen van alle schuld
Zacharia 3: 8-9.
        En de stem, die ik gehoord had uit de hemel, [hoorde ik] opnieuw  met mij spreken en zij zei: ‘   Ga heen, neem het boek, dat geopend ligt in de hand van de engel, die op de zee en op de aarde staat.
      En ik ging heen tot de engel en zei tot hem, dat hij mij het boekje zou geven. En hij zei tot mij:
      ‘ Neem het en eet het op, en het zal uw buik bitter maken, maar in uw mond zal het zoet zijn als honing.
      En ik nam het boekje uit de hand van de engel en at het op, en het was in mijn mond zoet als honing, maar toen ik het gegeten had, werd mijn buik bitterOpenb.10: 8-10.

De éne enkel steen staat symbool voor onze Heer en Verlosser.
    “ Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen” Matth.5: 7.
    Wees elkaar niets schuldig, behalve liefde, want wie de ander liefheeft, heeft de gehele wet vervuld. Pleeg geen overspel, pleeg geen moord, steel niet,  zet uw zinnen niet op wat van een ander is’
deze en alle andere geboden worden samengevat in deze ene uitspraak:
‘Heb uw naaste lief als uzelf’.
De liefde berokkent uw naaste geen kwaad, dus
de wet vindt zijn vervulling in de Liefde
Rom.13: 8-10.

Onze Heer en Verlosser kwam niet om de Wet van Mozes af te schaffen, te schrappen, maar om er vervulling aan te geven, oftewel ons allen de Wet van de Goddelijke Liefde bij te brengen.
De steen welke de profeten aanhalen symboliseert dus
✥   enerzijds  die Liefde en Genade van God en
✥   anderzijds de harde en rechtvaardige kant van de Wet,
de Thora aanduidt.
God geeft “de mens” een keuze:
✥   Òf je kiest voor Zijn liefdevolle, genadige kant,
✥   Òf voor Zijn harde, rechtvaardige kant, maar die steen gaat komen!
Het beeld van de mens die wordt gestenigd, symboliseert dus drie zaken:
1.]. De zondeval van de mens, welke perfect is geschapen maar het plegen van zonden ter dood wordt veroordeeld en “tot stof weerkeert”;
2.]. De profetie van de huidige en komende wereldrijken tot aan de voltooiing van het Koninkrijk van God, vanaf het moment van de droom van Nebukadnezzar [606 vóór Chr.];
3.]. De keuze die God geeft aan de mens: Je kiest voor God met Zijn liefde en Zijn genade, of  je kiest voor jezelf en ontvangt daarmee geen genade maar de kei-harde Wet die eenieder veroordeeld.

Oog hebben voor kwaliteit, verborgen mogelijkheden
In onze westerse wereld knutselen mensen nogal wat af, vooral wanneer het gaat bij de inrichting van ons menselijk samenleven. Je ziet het aan de manier waarop zij omgaan met de natuur om zich heen, alles wordt achteloos òf de lucht in geblazen òf zo maar terzijde geworpen – wie dan leeft, dan zorgt. Eigen keuze vinden we in deze samenleving, je kunt ook zeggen: ‘eigen onmacht’.
De samenleving is weliswaar geen bouwpakket, maar er wordt gewoon verwacht dat anderen, waaronder de overheid, het wel zullen overnemen en die laat het uit winstbejag of uit stembejag ten dele ook steeds weer opnieuw afweten.
Het wordt nog erger wanneer de leidinggevenden, de toezichthouders zich gedragen in de droom van de machthebbers – òf zich voor eigen gewin voor hun karretje laten spannen.
De stem van de roepende in de woestijn wordt niet meer gehoord, òf men zet het geluid gewoon wat zachter.
Waar de stem wèl wordt gehoord, is het feit dat je wilt overleven een natuurlijk proces geworden.
Maar natuurlijke processen zijn niet altijd heilig [dat is alleen God]; en bovendien is ze op menselijke wijze doortrokken geraakt van het kwaad.
Wanneer het de mens goed gaat, zoals in het westen, strijdt zij tegen natuurlijk kwaad door dijken langs rivieren te bouwen, en tegen moreel kwaad door misdadigers op te sluiten.
Wanneer wij als christenen nadenken over ‘natuurlijk’ is, dienen wij dus altijd met twee woorden te spreken – ‘goed’ èn ‘kwaad’/schepping èn zondeval – daar ontkomt geen mens aan.
Wanneer is menselijk ingrijpen in het algemeen de bestrijding van het kwaad èn wanneer doet dat ingrijpen God’s goede schepping, zijn schepselen, zijn navolgers geweld aan?
Overstromingen voorkomen met dijken vindt eigenlijk iedereen een voorbeeld van het eerste, ziekten en het tegengaan van afwijkend gedrag van gezagsdragers vinden sommige christenen een voorbeeld van het tweede, dat dient God maar te doen.
Moraal in dit verhaal is:  Westerse Christenen nemen de natuurlijke gang van zaken heel serieus en dat is nogal gemakkelijk vanuit je luie stoel.
Je dient goede redenen te hebben om ervan af te wijken [en hoe dichter je bij het menselijk leven komt, hoe betere die redenen dienen te zijn]. Maar de menselijke natuur is niet heilig; er zit ook een heleboel kwaad in, dat naar vermogen aangepakt dient te worden.
Maar ja, daar hebben wij onze overheden voor – daar hebben wij diverse instanties voor in het leven geroepen; neem de NaVo, de Verenigde Naties, het Internationaal Hof van Justitie.
Hele mooie uitgangspunten, welke door menigeen op het schild werd verheven;
maar ze werken voor geen meter – oorlog en mens-onterend gedrag zijn orde van de dag – en niemand, die er iets aan doet, het blijft bij een beetje stoom afblazen.

Het regiem van Syrië kan gewoon z’n gang gaan, terwijl iedereen zich in deze oorlog zich geheel of gedeeltelijk beroept op de ‘Sophia’ van God; men claimt een monopolie op Zijn Wijsheid òf verdedigt Hem. Iedereen is hier Zijn woord-voerder of vertegenwoordigt Hem. Maar dat heeft veelal te maken met de vraagstelling naar de effectiviteit van God, naar zijn aanwezigheid bij de mensen in de donkere, kwade kant van de oorlog.
God Zelf kan immers niet worden beschuldigd van sluwheid en het bezit van paleizen. De aard van deze vragen en hun beperkte antwoorden en overtuiging’s-kracht leiden ons naar de aard van het Geloof in het politieke krachtenveld, zoals gelovigen dat zien en beleven.
✥   Werkt dat in de Levant, het Midden-Oosten hetzelfde als in het in overvloed verkerende westen?

  • Werkt dat?  is de dictatuur aldaar op dezelfde manier als in een open en vrije samenleving als in Nederland?
    Zeker niet! Onder het gezag van onderdrukkende regimes wordt God altijd afgeschilderd als een ànder gezicht van de dictator zelf, dat is al vanaf Nebukadnezzar [606 vóór Chr.] zo.
    En de mensen, die onder dictator’s juk leven hebben niet het vermogen tegen zo’n totaliserend regime in te gaan zonder op z’n minst minimale schade opte lopen. De gewone mensen kunnen zich lange tijd stil houden over de misdaden van dit regiem en over de dagelijkse belemmeringen die het regime hen heeft

    ‘Daarom wil Hij van Zijn Geest ook in ons leven getuigen van dat Hij de Heer is van hemel en aarde, die ons leven in Zijn hand heeft’

    opgelegd om hen te straffen. Op het moment dat zij opstaan tegen deze onrechtvaardigheden, is hun lot het platbranden van de oogst en het lot de dood [dood gas uit de hemel] en ontheemding – zoals met de God uit het Oude Testament die boos werd op het volk dat Hij verloren waant, bedreigt.
    Het Geloof wordt dàn een vloek in plaats van een zegen.
    In een goedwerkende democratie manifesteert God’s Wil Zich in de wensen van individuen zelf en in hun vermogen het juiste‘, het goede te doen voor hen en voor de hen omgevende samenleving als geheel. De vraag naar de plaats en het vermogen van God wordt een kwestie van hoeveel elk individu God kan vertegenwoordigen in z’n dagelijkse zoektocht naar Waarheid, Gerechtigheid en schoonheid.
    God, de beschuldigde in het eerste geval, wordt een onschuldige in het tweede geval. De mens blijft immers zelf verantwoordelijk.
    De vraag gaat niet zozeer over de aard van het Geloof en de aard van het systeem waarin de mens leeft. Hoe groter de mogelijkheid in een systeem of samenleving om naar elkaar om te zien, er voor elkaar te zijn en voor elkaar iets te betekenen, te werken naar algehele participatie en gelijkheid van iedere deelnemer, hoe meer de kwestie van goddelijke verantwoordelijkheid vervangen dient te worden door de kwestie van individuele verantwoordelijkheid, die de duidelijke manifestatie is van het Geloof en wat geloof voor de mens betekent.

    • De wereld van de Syrische bevolking wordt getekend door  mensen die niet leven voor Gerechtigheid, Gelijkheid en mensenrechten, zij hebben steeds te maken met bloed, puinhopen en angst voor wat er hen ‘nú wel weer niet’ boven het hoofd hangt. En de wereld rond dit bloedbad, die zich in dit land en alle landen die zich afzijdig houden, raken zichzelf , hun belangen en ‘de belangen van de rest van het daar nog verblijvende volk’.
      Want het daar nog verblijvende volk, je zou er toch ‘alles’ voor over hebben om daaraan te ontsnappen. In deze omstandigheden blijkt het gesprek over God’s Wil en verantwoordelijkheid in relatie tot de politieke acties van het westen vooral een manier om je als Pilatus – omtrent de ander, jouw ‘naaste’ in onschuld te handen schoon te wassen.
      Dit Volk, de mensheid op deze aarde draagt een kruis een onmenselijk kruis en ook wij blijken in onze omgeving een onmenselijk kruis te dragen door ondanks eigen onvermogen iets aan onze eigen gezondheid te doen.
      De afgelopen weken is de wereld veranderd in een vuurbal. Het normale bestaan wordt de adem ontnomen – de samenleving functioneert niet meer;
      zelfs sportwedstrijden worden ingekort omdat de voortgang wordt geblokkerd door de klimaatveranderende omstandigheden.
      En wij als mensen – verwend zoals we zijn gaan maar door met spuiten, spuiten en nog eens spuiten. We vervuilen onze eigen omgeving, benemen ons de eigen adem door fabriekspijpen, uitlaatgassen van allerlei aard; we weten het maar doen niets – we voeren de quota van het vliegverkeer nog verder op, want onze economie dient draaiende te blijven.
      Hetzelfde item van ‘rupsje nooit genoeg’ is hier aan de orde, wanneer komt de mens terug op z’n besluit van ‘over’-consumptie, van het voortjagen naar meer, hetgeen niet te stuiten valt in onze samenleving – we worden er met z’n allen ziek van.
      Ook daarom roept de Kerk, het Lichaam van Christus ons op
      -‘hier en nu’- . . . . . – ‘een pàs op de plaats’– te gaan maken;
      te gaan ‘consum-minderen’;
      een ascetische houding aan te gaan nemen;
      kortom ‘te gaan vasten‘.
      Wij worden met z’n allen door onze Heer en Zaligmaker opgeroepen:
      Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; 29 neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; 30 want mijn juk is zacht en mijn last is lichtMatth.11: 28-30.
      Probeer het maar, ”t is even wennen, maar het valt best mee.Kruis dragen is moeilijk, dat weten we allemaal.
      En het valt ook niet gemakkelijk daarover te spreken.
      Toch is het goed, wanneer je het wel doet, want je merkt dan dat je niet de enige bent die een kruis te dragen heeft.
      Als we eens achter al die mooie voordeuren konden kijken . . . . .
      Zegt het spreekwoord niet: elk huisje heeft zijn kruisje? Het is denk ik vooral goed om dat vanuit de Blijde Boodschap te doen, praten en nadenken over het kruis. Omdat er dan Licht schijnt vanaf het Groot en Heilig Kruis, dat Christus voor ons gedragen heeft.  Troostrijk Licht op al die kleine kruisjes van ons, hoe groot ze ons ook toeschijnen!
      Wat verstaan we eigenlijk onder “kruis”? Allerlei zaken, die we liever niet hebben.
      ✥   We denken net zoals de inwoners van het vroegere Constantinopel aan ziekte en dood, aan teleurstelling, pijn in het hart.
      ✥   We denken daarbij ook aan verlatenheid, eenzaamheid, je bedrogen voelen, ongelukkig zijn. Soms komt het door je zelf, eigen schuld.
      ✥   Soms komt het heel langzaam aansluipen, maar het kan er ook direct zijn, van het ene op het andere moment, verbijsterend als een vloedgolf. Je verliest je man of vrouw, een kind, je krijgt een hersenbloeding, je raakt gehandicapt, je verliest je baan.
      ✥   Het leed komt overal, in duizend vormen. We zijn er niet blij mee, integendeel. We vluchten er voor weg en moeten er maar liever niet aan denken. Maar er is geen ontkomen aan. En nu draag ik het met me mee, een groot kruis. “Hoe lang nog?” denk ik dan. En ik ben niet de enige, gelukkig maar. Ik zie het aan alle kanten om me heen.
      ✥   “‘Want wij weten dat de hele schepping tezamen zucht en tezamen in
      barensnood is tot nu toe’. ‘En ook wijzelf zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam’. ‘En evenzo komt ook de Geest onze zwakheid te hulp; want de Geest Zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen’.” zegt Paulus al in de achtste Romeinenbrief.
      Nood leert bidden. Hebben we dat niet vaak gehoord?
      Van mensen moet je ’t toch niet hebben, dat is allemaal stukwerk. Van de dieren dan, van de bomen en de vogels? Die kunnen niet spreken. Niemand antwoordt op mijn klagen.
      Maar God dan? Overal klinkt de roep omhoog: God, waarom toch? Eerst zuchtend, dan roepend, tenslotte schreeuwend en vloekend.
      “          Zoals een hert naar waterbronnen smacht, zo smacht mijn ziel naar U, o God. Mijn ziel dorst naar de sterke God, de  Levende; wanneer mag ik verschijnen voor Gods aanschijn?
      Mijn tranen strekken mij tot brood bij dag en bij nacht, omdat men mij elke dag opnieuw zegt: waar is uw God? Als ik daaraan denk, dan smelt mijn ziel in mij weg. Hoe ik opging naar de plaats van de wonderbare tent, naar het Huis van God. Met juichende stem en belijdenis, met het geluid der feestvierenden.
      Waarom zijt gij zo treurig, mijn ziel ? 
      Hij is het heil van mijn aangezicht, Hij is mijn  God.
      Vertrouw op God, want ik zal Hem belijden; *
      Hij is het heil van mijn aangezicht, Hij is mijn God.
      Mijn ziel is ontsteld in mijzelf, daarom wil ik  denken aan U; vanuit het land der Jordaan en van Hermon, het lage gebergte.
      Afgrond roept tot afgrond, met het geluid van Uw watervallen; al Uw hoog opgezweepte stortvloeden komen over mij heen.
      Maar overdag gebiedt de Heer Zijn barmhartigheid; in de nacht is mijn lofzang een gebed tot de God van mijn leven.
      Ik mag tot God zeggen: Gij zijt mijn Helper. Waarom hebt Gij mij dan vergeten?
      Waarom ga ik treurig voort onder de slagen van mijn vijand, terwijl mijn beenderen worden verbrijzeld? Wie mij slaan bespotten mij en zeggen mij elke dag opnieuw: Waar is toch uw God?
      Waarom zijt gij zo treurig, mijn ziel? Waarom verontrust ge mij?
      Vertrouw op God, want ik zal Hem belijden: Hij is het heil van mijn aangezicht; Hij is mijn God” Psalm 41[42], vert ROK. ‘s-Gravenhage
      “       Heer, Gij zijt ons een toevlucht van geslacht tot geslacht. Eer de bergen ontstonden, of aarde en wereld werden gevormd, bestaat Gij, God, van eeuwigheid tot eeuwigheid.
      Keer de mens niet af in vernedering, Gij hebt immers gezegd: “Bekeer u kinderen der mensen”.
      Want duizend jaar, Heer, zijn in Uw ogen gelijk aan de dag van gisteren, die voorbij is.
      Als een nachtwake, zo gering worden die jaren geschat.
      ‘s Morgens verwelkt hij als gras, hij bloeit
      ‘s morgens en verwelkt; ‘s avonds valt hij af, verdort.
      Want wij bezwijken onder Uw toorn, wij zijn geheel ontsteld door Uw gramschap. Gij hebt U onze boosheid voor ogen gesteld; onze levenswijze staat in het licht van Uw aanschijn.
      Daarom gaan al onze dagen tegronde; wij bezwijken onder Uw toorn.
      Onze jaren zijn vluchtig als spinrag: de dagen van ons leven zijn zeventig jaren. Bij de sterken duren zij tachtig jaar, maar het meeste ervan is moeite en leed. Want dan komt de zwakheid over ons; dan worden wij gekweld.
      Wie kent de macht van Uw toorn?  Wie weet in vreze voor U, Uw gramschap te
      meten?
      Maak mij Uw rechterhand bekend; onderricht onze harten in wijsheid.
      Keer U om, Heer. Hoe lang nog? Wees een Trooster voor Uw dienaren.
      Heer, vervul ons s’morgens met Uw barmhartigheid; dan zullen wij juichen en ons verheugen. Geef dat wij ons mogen verheugen over al onze dagen.
      Ook over de dagen dat Gij ons vernederd hebt: over de jaren, waarin wij rampen zagen. Zie toch neer op Uw dienaren, op Uw werk, en leid Uw kinderen. Moge de luister van de Heer onze God over ons stralen.  
      Maak voor ons recht het werk van onze handen; ja, maak recht het werk van onze handenPsalm 89[90] vert. ROK. ‘s-Gravenhage.
      Ja, nood leert bidden. Maar zou het wel helpen? Soms merk je daar zo weinig of niets van, van die hulp van God.
      Zou God me wel horen? God is vaak zo verborgen, zo onzichtbaar.
      En toch zegt de Blijde Boodschap, dat Hij de God van mensen is, dat Hij de mensheid lief heeft,
      van het volk Israël van het Lichaam van Christus, de Kerk houdt ,
      door Zijn Zoon, onze Verlosser houdt Hij van al die mensen die op Zijn Zoon vertrouwen.
      We dienenn Hem maar vast te houden en niet opte houden met bidden. Vroeger konden we met zo veel overtuiging zingen:
      “       Uit de diepte, Heer, heb ik tot U geroepen: Heer, geef gehoor aan mijn stem. Laat Uw oren aandacht schenken aan de stem van mijn smeking.
      Zo Gij op ongerechtigheden zoudt achtslaan, Heer; Heer, wie kan dat doorstaan ?
      Maar bij U is vergeving; omwille van Uw Naam, Heer, heb ik U verbeid.
      Mijn ziel verwacht Uw Woord; mijn ziel vertrouwt op de Heer.
      Van de ochtendwake tot de nacht vertrouwe Israël op de Heer.
      Want bij de Heer is barmhartigheid; bij Hem is overvloedige Verlossing.
      Ja, Hijzelf zal Israël verlossen,
      uit al zijn ongerechtighedenPsalm 129[130] vert. ROK. ‘s-Gravenhage.

      Apolytikion
      tn.1.  ”   Heer, red Uw Volk en zegen Uw erfdeel, en
      bescherm Uw Gemeenste door Uw Kruis”.

      Kathisma
      tn.6.   ”   Toen het hout van Uw Krruis in de aarde werd geplant, o Heer Christus, werden de fundamenten van het dodenrijk geschokt.
      Hem Die de hades zo gretig verzwolgen had, gaf het vol vreze terug.
      Gij hebt ons Uw Heil getoond, o Heilige, en wij vereren U.
      Zoon van God, heb medelijden met ons”     [herhalen]

      ”   Eer aan de vader en aan de Zoon en aande Heilige Geest, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. AMEN“.

      tn.6.  ”   Heden is het profetenwoord in vervulling gegaan, want zie,
      wij aanbidden op de plaats waar UW voeten stilhielden, o Heer.
      Wij hebben geproefd de Vrucht van de Boom van het Heil en
      zijn daardoor bevrijd van de hartstocht van de zonde, door de gebeden van de Moeder Gods, alleen Menslievende”.

      Prijslied:
      ”     Wij prijzen, wij prijzen U, levenschenekr Christus, en vereren Uw heilig Kruis, waardoor Gij ons uit de slavernij van de vijand hebt gered“.

      ”     Houdt gericht, Heer, over wie mij onrecht doen;
      bestrijdt hen die mij bestrijden’.

      ”     Omgord U met wapeen en schild, sta op om mij te helpen.
      Zeg tot mijn ziel: Ik ben uw Redding’.

      ”     Al mijn beeenderen roepen uit:
      Heer, o Heer, wie is gelijk aan U?’.

      ”   Mijn tong zal over Uw Gerechtigheid spreken en
      heel de dag Uw lof bezingen’.

      ”   Hij beschermt allen die op Hem vetrouwen;
      want wie is God buiten de Heer, wie is God buiten onze God?“.