6e Zondag ná Pinksteren – de rechte weg van de heiligen

De alheilige wereldomvattende Kerk, ‘een Mysterie’ – icoon

En in een schip gegaan zijnde, stak Hij over en Hij kwam in zijn eigen stad.
En zie, men bracht een verlamde, op een bed liggende, tot Hem.
En daar Jezus hun Geloof zag, zei Hij tot de verlamde:
‘Houd moed, mijn kind, uw zonden worden vergeven’.
En zie, sommige der schriftgeleerden zeiden bij zichzelf: Deze lastert God.
En daar Jezus hun overleggingen kende, zei Hij:
‘Waarom overlegt gij kwaad in uw hart?
Want wat is gemakkelijker, te zeggen: Uw zonden worden vergeven, of te zeggen: Sta op en wandel?
Maar, opdat gij weten moogt, dat  de Zoon des mensen Macht heeft op
aarde zonden te vergeven’
– toen zeide Hij tot de verlamde: ‘Sta op, neem uw bed op en ga naar uw huis’.
En hij stond op en ging naar huis.
Toen de scharen dit zagen, vreesden zij en  zij verheerlijkten God, die  zulk een macht aan de mensen gegeven had. En vandaar trok Hij verder
Matth. 9: 1- 8.

 

gaven van de Heilige Geest, mosaïc

    Wij hebben nu gaven, onderscheiden naar de Genade, Die ons gegeven is:
⁌   profetie, naar gelang van ons Geloof;
⁌   wie dient, in het dienen;
⁌   wie onderwijst, in het onderwijzen;
⁌   wie vermaant, in het vermanen;
⁌   wie mededeelt, in eenvoud;
⁌   wie leiding geeft in ijver;
[oprechte, niet zichzelf zoekend]
⁌   wie barmhartigheid bewijst, in blijmoedigheid.
De liefde zij ongeveinsd.
Weest afkerig van het kwade, gehecht aan het goede.
Weest in broederliefde elkander genegen,
in eerbetoon elkander ten voorbeeld, in ijver onverdroten,
vurig van geest, dient [slechts] de Heer.
Weest blij in de Hoop, geduldig in de verdrukking, volhardend in het gebed,
bijdragend in de noden der heiligen,
legt u toe op de gastvrijheid
Rom.12: 6-14.

Paulus gaat nog eventjes door:
  Zegent wie u vervolgen, zegent en vervloekt niet.
Weest blijde met de blijden, weent met de wenenden.Weest onderling eensgezind, niet zinnende op hoge dingen, maar
voegt u in het eenvoudige.
Weest niet eigenwijs.Vergeldt niemand kwaad met kwaad; hebt het goede voor met alle mensen.
Houdt zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, Vrede met alle mensen.
Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn, want
er staat geschreven:
Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden’, spreekt de Heer.
Maar, indien uw vijand honger heeft, geef hem te eten; indien
hij dorst heeft, geef hem te drinken, want
[op die manier] zult gij vurige kolen op zijn hoofd hopen.
Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goedeRom.12: 14-19.

Je kunt vervolgens niet anders dan onderwerpen aan de overheden, die boven je staan. Want er is geen overheid dan door God gegeven en die er zijn, zijn door God gesteld. Wie zich dus tegen de overheid verzet, weerstaat de instelling God’s, en wie dit doen, zullen een oordeel over zich brengen.
Want, als iemand goed handelt, behoeft hij niet bevreesd te zijn voor de overheid’s- personen, maar wèl, als hij verkeerd handelt.
Wil je dus zonder vrees voor de overheid zijn? Doe dan het [slechts de wil van die overheid, want dat is slechts het ➙ ???] goede, en je zult uiteindelijk lof van haar ontvangen. Je mag op z’n minst aannemen, dat zij in dienst staan van God, teneinde jou het goede te doen toekomen. Is dit niet het geval, vlucht dan met de velen, die voortvluchtig zijn en zoek een goed onderkomen.

 

Bijbelse Koning Salomo, koninklijk paleis op de dam, Amsterdam

    Want de Hoop van de goddelozen is als stof, door de wind verstrooid en gelijk een dunne rijm, door een storm verdreven en gelijk een rook door de wind verwaaid en gelijk men iemand vergeet, die slechts voor een dag gast geweest is;
Maar de rechtvaardigen zullen eeuwig leven en bij de Heer is hun loon en de Hoogste zorgt voor hen.
Daarom zullen zij een heerlijk rijk ontvangen en een schone kroon van de hand des Heren; want hij zal hen met Zijn rechterhand beschermen en met Zijn arm verdedigen.

  Hij zal zijn ijver nemen tot een harnassen zal de schepselen toerusten tot wraak over de vijanden.
  Hij zal Gerechtigheid aantrekken tot een borstharnas en zal het strenge oordeel opzetten tot helm.
  Hij zal Heiligheid nemen tot een onoverwinnelijk schild.
  Hij zal de strenge toorn wetten tot een zwaard; en de wereldbol met Hem ten strijde uittrekken tegen de onwijzen.
De bliksemschichten zullen juist treffen en zullen uit de wolken, als een stijf-gespannen boog, schieten naar het doelwit;
en dikke hagel zal uit de toorn van de donderslagen vallen.
Ook zal het water van de zee tegen hen woeden en de rivieren zullen hen onstuimig overstromen;
en er zal ook een sterke wind tegen hen opstaan en zal hen als een wervelwind verstrooien.
     Ongerechtigheid verwoest alle landen en een slecht leven stort de tronen der geweldigen [zogenaamde machtigen] omver.
     Hoort dan koningen en merkt op; leert, gij rechters der aarde.
Neemt ter ore, gij, die over velen heerst; gij die u verheft boven de volkeren; want
u is de oppermacht gegeven van de Heer en het gezag van de Hoogste:
Die zal vragen hoe gij handelt en onderzoeken wat gij instelt. Want gij zijt ambtslieden van Zijn Rijk, maar gij bedient uw ambt niet wèl en houdt geen recht en doet niet naar hetgeen de Heer ingesteld heeft
Wijsheid van Salomo 5: 15-6: 5.

⁌   Heiligen zoeken niet alleen naar een psychologisch evenwicht, maar
• trachten tevens de volheid van het leven te bereiken.
⁌   Heiligen ontwikkelen niet alleen religieuze ervaringen, maar
• trachten de vervulling van het leven te verwerven.
⁌   De mens is immers geschapen naar het beeld van God en
• dient derhalve het bereiken Zijn gelijkenis na te streven.
⁌   Het laatste doel, de doeloorzaak [Gr.= ἐντελέχεια] gaat
aldus Aristoteles
•  de stoffelijke-, de vormgevende- en de werkende oorzaak te boven.
⁌   Zolang dit verlangen niet verzadigd is en
• de mens vèr van God verwijderd is gebleven, lijdt hij des te meer.

De Heiligen van de Kerk
  Maar de rechtvaardigen zullen eeuwig leven en
bij de Heer is hun loon en de Hoogste zorgt voor hen
Wijsheid van Salomo 5: 15
Wanneer Salomo spreekt van de “rechtvaardigen“, doelt hij
op hen wier tegenhangers, in het Nieuwe Testament, heiligen worden genoemd.
In Orthodoxe geschriften worden de goddelijke personages van het Oude Testament
Profeten, zieners, voorvaderen en voormoeders 
•  gewoonlijk beschreven door de bijvoeglijke naamwoorden
rechtvaardig, heilig of gezegend.

Aangezien het lezen van deze passage uit de Wijsheid van Salomo
is voorgeschreven aan de Grote Vespers voor belangrijke feestdag van
heiligen zoals de Heilige Panteleimon, kunt u er zeker van zijn dat
de Kerk de term ‘Rechtvaardig‘ begrijpt om te verwijzen naar
degenen die wij kennen als heiligen.
Wij begrijpen heel goed dat God zijn na-volgers zal zegenen;
Hij doet dat telkenmale onafgebroken, o.a. tijdens de Goddelijke Liturgie,
maar Hij doet dat tevens door het gebed tot Hem, op verzoek van
Zijn heiligen vanwege de drie punten die de Wijze Salomo over hen stelt:
1]. dàt ze voor eeuwig leven;
2]. dàt hun beloning bij God ligt; en
3]. dàt de Allerhoogste voor hen zorgt Wijsheid van Salomo 5: 15.

het Hemels Jeruzalem

    Ten eerste onthult Salomo dat de rechtvaardigen ‘voor eeuwig leven‘.
Henoch, een van de rechtvaardigen, die in Genesis wordt genoemd:
En Henoch wandelde met God, en hij was niet meer, want God had hem opgenomenGen.5: 24.
    We kunnen aan deze verstandhouding het bijbelse verslag betreffende Elia toevoegen:
Toen hij en Elisa voor de laatste keer wandelden en spraken, “En, terwijl zij voortgingen, al wandelende en sprekende, zie, een vurige wagen en vurige paarden! en die maakten scheiding tussen hen beiden. Alzo voer Elia in een storm ten hemel 2Kon.2: 11.
      We leren van Melchizedek, een priester “voor altijd”, zowel in het Oude als het Nieuwe Testament:
⁌     Toen ging de koning van Sodom uit, hem tegemoet, nadat hij teruggekeerd was van het verslaan van Kedorlaomer en de koningen die met hem waren, naar het dal Sawe, dat is het Koningsdal. En Melchisedek, de koning van Salem, bracht brood en wijn; hij nu was een priester van God, de Allerhoogste. En hij zegende hem en zei: ‘ Gezegend zij Abram door God, de Allerhoogste, de Schepper van hemel en aarde, en geprezen zij God, de Allerhoogste, die uw vijanden in uw macht heeft overgeleverd. En hij gaf hem van alles de tiendenGen.14: 17-20.
⁌     Want deze Melchisedek, koning van Salem, priester van de allerhoogste God, die Abraham bij zijn terugkeer na het verslaan van de koningen tegemoet kwam en hem zegende, aan wie ook Abraham een tiende van alles gegeven heeft, is vooreerst, volgens de uitlegging [van zijn naam]: koning der gerechtigheid, vervolgens ook: koning van Salem, dat is: koning van de vrede; zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsregister, zonder begin van dagen of einde van het leven, en, aan de Zoon van God gelijkgesteld, blijft hij priester voor alle tijden  Hebr.7: 1-3.

Laten wij echter deze uitzonderlijke voorbeelden even terzijde schuiven, want Salomo beperkt zijn leringen over de rechtvaardigen niet tot het kleine aantal notabelen, de hoogwaardigheid’s-bekleders.
Integendeel, hij geeft een belangrijke les over het eeuwige leven voor al die heiligen, inclusief de meerderheid die, net als Mozes, kwamen te rustten en begraven werden.
⁌   Waarom zou de Kerk anders deze passage lezen op feesten van Martelaren, zoals Panteleimon, Euphemia en Charalampos, die stierven voor hun getuigenis?
Iedere ná-volger, ja elke ná-jager van Christus is immers een voorbeeld voor anderen, òf niet soms en kan zich als zodanig als martelaar en heilige beschouwen, als heilige onder de heiligen van alle tijden.
⁌   Waarom anders zou de heilige Johannes van Damascus in de begrafenisdienst
een pleidooi houden voor de ziel van elk van God’s dienstknechten, dat
zij gevestigd zijn:
    in het Paradijs, waar de koren der heiligen en de rechtvaardigen
schitteren als de sterren aan de Hemelen
”.

Salomo spreekt tot dit punt wanneer hij zegt dat de beloning van de rechtvaardigen . . . – “bij de Heer is” – . . .  Wijsheid van Salomo 5: 15.
       Hij bevestigt dat het eeuwige leven een geschenk van God is aan zijn heiligen
een van de vele goddelijke geschenken die buiten het vermogen van onze sterf-lijke zondaars ligt.
       Want terwijl we leren en ideeën verzamelen uit de woorden van andere mensen, weten we maar al te goed dat de Heer – ‘een heel ander soort kennis is toegedaan’ -;
    het is een ontmoeting met Christus, onze Heer en Die zal 
ons onzicht geven en ons het een en ander vroeg of laat duidelijk maken.
Er wordt niet voor niets verkondigd:
– ‘ onderzoekt alles en behoudt het goede‘ – ; God drenkt vrijelijk liefde en vele schatten over ons.
Wordt het ons nu nog niet duidelijk? Wij weten dat Christus, onze Heer en Verlosser om ons mensen geeft, Hij heeft de mensen lief, want zoals de heilige Johannes zegt:
    Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Z
ijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar
eeuwig leven zal hebbenJohn.3: 16.

       Hier vinden we bewijs van de Waarheid dat
inderdaad onze “zorg door de Allerhoogste” geleverd wordt.
Wijsheid van Salomo 5: 15.
We hebben de rand van een grote, uitgestrekte oceaan bereikt.
       Zoals de Heilige Romanos de Melode het uitzingt:
De zee wast de baksteen, de grote diepte baadt de klei, maar
lost haar samenstelling niet op, maar comprimeert haar substantie en
veegt haar vrije wil schoon.
⁌   Zie de houding van de Maker; kijk naar dat van de Schepper in de richting van Zijn schepselen.
⁌   Zij leunen aan tafel en Hij staat;
⁌   Zij worden gevoed en Hij voorziet;
⁌   Ze worden gewassen en hij veegt schoon envoeten van klei
worden niet gesmolten in de handen van het vuur.
Wees genadig, barmhartig, barmhartig voor ons,
U die geduldig bent met alles en wacht op allen

Kontakion uit ‘Over het leven van Christus’: blz. 118.

om de ‘levende’ Christus       
    Geef ons, Meester, nu wij slapen gaan, rust naar lichaam en ziel.
Behoed ons voor een duistere [zondige] slaap, en
voor iedere
[donkere en] nachtelijke begeerte.
Breng tot rust de aandrang van onzuivere neigingen:
doof de vurige pijlen van de boze, die in het geheim op ons afkomen.
Doe bedaren de opstandigheid van ons vlees, en
kalmeer iedere bezorgdheid door aardse en voorbijgaande dingen.
En Geef ons, o God, een waakzame geest, zuivere gedachten en
een nuchter hart, geef ons een lichte slaap, vrij van iedere fantasie.
Doe ons opstaan op de tijd van het gebed, gesterkt door Uw Geboden,
Uw Oordelen steeds gedenkend.
Maak dat wij U de gehele nacht in de geest mogen verheerlijken door
het bezingen, zegenen en loven van Uw heilige en alleenlijke Naam:
van de Vader, en van de Zoon en van de Heilige Geest,
nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. AMEN.
Hooggeprezen altijd-maagd en gezegende Moeder van Christus God,
breng ons gebed tot Uw Zoon, onze God, opdat Hij door U onze zielen zal mogen redden.
Mijn vertrouwen is de Vader, mijn toevlucht is de Zoon, mijn bescherming de Heilige Geest,
Alheilige Drieëenheid, ere zij U.
Ere zij U, Christus, onze hoop, ere zij U
”.
Avondgebed uit Horologion ROK ’s-Gravenhage blz. 344

NB. Over [schijn-]heiligheid als mededeling, in eenvoud.
Er wordt onder orthodoxen in onze wereld geen aanduiding
méér gebruikt of anders gezegd ‘misbruikt’ dan de term canoniek.
Men hoort eindeloze discussies over de “canoniciteit” òf de “niet-canoniciteit” van deze of gene bisschop, jurisdictie, priester, gemeenschap.
Is het op zichzelf geen aanwijzing dat er iets faliekant verkeerd is òf, althans,
twijfelachtig vanuit het canonieke oogpunt in onze hedendaagse wereld, dat
er een canoniek probleem bestaat waarvoor
een algehele analyse en oplossing op z’n plaats zou zijn?
Helaas wordt het bestaan van een dergelijk probleem zelden of nooit toegegeven.
Iedereen claimt simpelweg de volheid van canonaliteit voor z’n eigen positieen veroordeelt, ja veroordeelt zelfs in Naam van de Apostlische Kerk
de kerkelijke status van anderen als niet canoniek [It’s the toy of the boys].
En vervolgens verbaast men zich dan over het minderwaardig niveau en
het cynisme van deze ‘canonieke‘ gevechten waarin elke insinuatie, elke
vervorming is toegestaan zolang het de ‘zgn. vijand‘ schaadt.

iedere denominatie vist in een wereld, die onstuimig is; in ‘verschuivende’ rechtsgebieden’, de eenheid van de Kerk is vèr te zoeken

De zorg hier is niet vóór de Waarheid, maar voor het behalen van
wereldse overwinningen, in de vorm van parochies, bisschoppen, priesters
– “verschuivende” rechtsgebieden en toetreden tot de “canonieke”;
het zgn. ‘landjepik’.
Hiertoe worden zelfs doelbewust vazallen opgeleid teneinde op de wereld’s politiek belangrijke plaatsen, het doel van de één boven de ànder dienen te gaan bevorderen.
Het doet er niet toe dat dezelfde bisschop of priester gisteren veroordeelde wat
hij in de tegenwoordige tijd als canoniek prijst, dat de diepe beweegredenen achter al deze overdrachten zelden iets te maken hebben met canonieke overtuigingen; waar het om gaat, is overwinning [op wat? op wie?, op Christus?].
We leven in de vergiftigde atmosfeer van anathema’s en excommunicaties,
juridische geneuzel en rechtszaken, twijfelachtige toewijdingen van dubieuze bisschoppen, haat, laster, leugens!
Maar denken we wel eens na over de onherstelbare morele schade die dit alles
onze ná-volgers, ná-jagers van Christus, de goedgelovige mensen toebrengt?
Hoe kunnen de beminde gelovigen met al dat geharrewar de Hiërarchie en haar beslissingen respecteren? Welke betekenis kan het begrip canoniek voor hen nog hebben? Moedigen we ons met ons gepolitiseerd handelen de rechtvaardige navolgers niet aan om alle normen, alle voorschriften, alle regels als puur familieliair te beschouwen, zo de wind waait, waait m’n vestje?
Soms vraagt men zich af of de hiërarchie van de Kerk zich wel bewust zijn
van het schandaal van deze situatie, of ze ooit denken aan het cynisme dat dit alles in de harten van de gewone orthodoxen veroorzaakt en voedt.
Laat slechts degenen horen die het horen wil.
Als een vrij en verantwoordelijk lid van de kerk van Christus, wordt  twijfelachtige toewijding profetisch bestraft en indien noodzakelijk, in de huidige vorm bekritiseerd ook wanneer het gaat over oppervlakkige hedendaagse vormen van oecumenisme.
Sommige orthodoxen menen dat de orthodoxe kerk niets meer is dan de Russische of Griekse equivalent van de episcopale kerk; vanuit zo’n idee natuurlijk, zal men niet heel hard proberen om iemand tot het orthodoxe geloof te brengen.
Dit is de fout van de oecumenische beweging, die ontmoetingen en conferenties organiseert met niet-orthodoxe kerken, niet met het doel om hen tot het ware geloof van de orthodoxie te brengen, maar op basis van wereldse vriendschap, om te spreken over de secundaire dingen die we gemeen hebben met hen, en om
de verschillen te verdoezelen die ons scheiden en waarvan het bewustzijn hen gretig probeert het orthodoxe geloof te aanvaarden.
Dit wil niet zeggen dat alle ontmoetingen tussen orthodoxe en niet-orthodoxe christenen, ‘getuigenis af leggen’ van de niet-orthodoxe leefwijze, zoals ze zouden moeten zijn.
Met alle respect voor de opvattingen van de niet-orthodoxen, leven we niet op de  juiste manier met ons orthodoxe geloof als we anderen op de een of andere manier niet bewust maken van het grote verschil in Orthodoxie.
Dit hoeft niet te betekenen argumenten en polemieken over aspecten van het Geloof, hoewel deze kunnen ontstaan nadat anderen geïnteresseerd zijn in de Orthodoxie.
De manier waarop iemand zijn orthodoxe leven leidt, als men serieus bezig is met het nakomen van de verplichting om orthodox christen te zijn, is al een getuigenis voor anderen …
Nog een andere fout welke door de hedendaagse orthodoxie gemaakt wordt is
wat men de ‘vesting’s-mentaliteit‘ zou kunnen noemen:
‘wij’ hebben de waarheid in pacht, die van de Orthodoxie en de tijden zijn zo slecht dat onze voornaamste activiteit nu is om dit te verdedigen tegen de vijanden van alle kanten.
Vaak gaat deze mentaliteit overboord in het vinden van “verraders” en “ketters” temidden van de orthodoxe christenen zelf en heel vaak is het aldus bezig met zijn eigen “correctheid” en de “onjuistheid” van anderen dat er nog maar heel weinig kracht over is om de Blijde Boodschap en die van haar Verlossing zelfs aan de orthodoxen te prediken, laat staan aan degenen buiten de Kerk.

Na dit alles vermeld te hebben, neem van mij aan – voor mij persoonlijk – is de vroeg-christelijke orthodoxie inderdaad de juiste lering en de juiste aanbidding van God, maar dat neem niet weg dat wij als na-volgers van Christus als familieleden door hetzelfde bloed allemaal op weg zijn en wij allemaal in de Kerk van Christus zijn geplaatst;
  Daarin zijn wij geboren en zijn wij gedoopt – maar dat neemt niet weg dat wij persoonlijk verantwoording dienen af te leggen van de weg, die we in deze hebben gelopen ‘ook’ wat betreft het samengaan met gelijkgezindten.
  Iedereen die ijverig is voor het woord van God, dient ook onze ziel bevrijden van het voortdurende intellectuele streven om te bewijzen dat ze ongelijk hebben.
  De conclusie van dit alles is dat alleen diegene leeft, die in de Genade van onze Heer en Verlosser Jezus Christus, wordt geheiligd en werkt in de gerechtigheid die hij verworven heeft door het Geloof, in de hoop en uit liefde tot God en de naaste.
– welke wegen je ook gaat wij zijn mensen en overal is wel iets aan de hand,
maar houdt aan een ding ten allen tijde vast:
één is Heilig, één is Heer, Jezus Christus, tot Heerlijkheid van God, de Vader”,
indien wij dàt als het ‘waarachtige’ Geloof beschouwen,
  Veelal na onze eigen vaak moeilijke zoektocht -,
dan kunnen we niet anders dan anderen vragen het navolgen van Christus ‘daar-ìn’ te delen en dáár kan geen enkel mens tegenop en kunnen we met een gerust hart afwachten wat daar wèl niet van komt.
Neem van mij aan, dan zegt Christus tot ons verlamden:
•   “    Houdt moed, m’n kinderen, jullie zonden worden je vergeven”.

Apocalypse, I.M. Dionysiou, Athos

•   “    Blaast de bazuin op Sion en maakt alarm op mijn heilige berg! Dat alle inwoners des lands sidderen, want de dag des Heren komt. Want hij is nabij! 2 Een dag van duisternis en van donkerheid, een dag van wolken en van dikke duisternis. Als morgenrood uitgespreid over de bergen, is een talrijk en machtig volk; desgelijks is er van ouds niet geweest en zal er na hem niet meer zijn tot de tijd der verste geslachtenJoël 2: 1,2.
•   ”    Zie, de dag des Heren komt, meedogenloos, met verbolgenheid en brandende toorn, om de aarde tot een woestenij te maken en haar zondaars van haar te verdelgen.  Want de sterren en de sterrenbeelden des hemels doen hun licht niet stralen, de zon is bij haar opgang verduisterd en de maan laat haar licht niet schijnen. Dan zal ik aan de wereld het kwaad bezoeken en aan de goddelozen hun ongerechtigheid, en Ik zal de trots der overmoedigen doen ophouden en de hoogmoed der geweldenaars vernederen. Ik zal de stervelingen zeldzamer maken dan gelouterd goud en de mensen dan fijn goud van Ofir [Hebr.= ‘in as veranderen‘]” Isaiah 13: 9-12.
•   ”    De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte dag des Heren komt”   Joël 2: 31; ook Hand.2: 20.
•   “ De grote dag des Heren is nabij – en komt snel nabij ; want de Heer heeft een offermaal bereid; Hij heeft Zijn genodigden geheiligd. Het zal geschieden ten dage van het offermaal des Heren, dat Ik bezoeking zal doen over de vorsten en over de koningszonen en over allen die uitheemse kleding dragenZefanja 1: 7,8.
•   ” Nabij is de grote dag des Heren, nabij en hij nadert haastig. Hoort, de dag des Heren; bitter schreeuwt dan de held. Die dag is een dag van verbolgenheid, een dag van benauwdheid [geen lucht meer krijgen van de warme?] en van angst, een dag van vernieling en van vernietiging, een dag van duisternis en van donkerheid, een dag van wolken en van dikke duisternis [smog?]. Een dag van bazuingeschal en van krijgsgeschreeuw tegen de versterkte steden en tegen de hoge hoektorens.
Dan zal Ik
[de Heer over Hemel en aarde] de mensen benauwen, zodat zij gaan als blinden, want zij hebben tegen de Heer gezondigd, en hun bloed zal worden uitgestort als stof en hun ingewand als drek. Noch hun zilver, noch hun goud zal hen kunnen redden op de dag van de verbolgenheid des Heren. Door het vuur van zijn naijver zal de ganse aarde verteerd worden, want vernietiging, ja, een verschrikkelijk einde zal Hij alle inwoners der aarde bereiden” Zefanja 1: 14-18.
•   “   Maar wij verzoeken u, broeders, met betrekking tot de komst van onze Heer Jezus Christus en onze vereniging met Hem, dat gij niet spoedig uw bezinning verliest of in onrust verkeert, hetzij door een geestesuiting, hetzij door een prediking, hetzij door een brief, die van ons afkomstig zou zijn, alsof de dag des Heren [reeds] aanbrak. Laat niemand u misleiden, op welke wijze ook, want eerst moet de afval komen en de mens der wetteloosheid zich openbaren, de zoon des verderfs, de tegenstander, die zich verheft tegen al wat God of voorwerp van verering heet, zodat hij zich in de tempel God’s zet, om aan zich te laten zien, dat hij een god is. Herinnert gij u niet, dat ik, toen ik nog bij u was, u dit meermalen gezegd heb? En gij weet thans wel, wat Hem weerhoudt, totdat
Hij Zich openbaart op Zijn tijd” 2Thess.2: 1–6.

Apolytikion
tn.5.
  “    Komt laat ons bezingen en aanbidden
het met de Vader en de Geest mede-eeuwige Woord,
Dat om ons te verlossen uit de Maagd geboren is.
Want Hij heeft het op Zich genomen
Zijn Lichaam aan het Kruis te laten slaan en de dood te verduren,
Om door Zijn Roemrijke Opstanding
de doden op te wekken
”.

Kondakion
tn. 5.  
“   Ter helle zijt Gij neergedaald, mijn Heiland,
en in Uw Almacht hebt Gij de ijzeren poorten gebroken.
Al Schepper hebt Gij de gestorvenen opgewekt;
de prikkel des doods vernietigd,
en Adam van de vloek bevrijd, o Menslievende.
Daarom roepen wij U allen toe: Heer, red ons
”.

Theotokion
tn.5.  
   Gij zijt in Waarheid de Cherubijnentroon,
want in U heeft het Woord woning genomen Alreine
en is in het vlees uit U voortgekomen.
Om ons heeft Hij het Kruis ondergaan en
heeft Hij als God de Opstanding geschonken
Om onze natuur te verheerlijken.
Vraag voor ons om vergeving van zonden
”.