6e Maandag ná Pinksteren – De Heer heeft geroepen – wees horende [niet doof] en ziende [niet blind], ‘Ook ik weet het en zwijg niet meer’.

van de hoed en de rand: – in de vroeg-christelijke kerk werd helemaal geen mitra gedragen – er bestond namelijk geen hiërarchie -, eerst ná 1600 is men een ‘hoed’  gaan dragen.

    En de discipelen kwamen en zeiden tot Hem:
Waarom spreekt Gij tot hen in gelijkenissen?
       Hij antwoordde hun en zei:
‘ Omdat het u gegeven is de geheimenissen van het Koninkrijk der Hemelen te kennen, maar hun is dat niet gegeven.
Want wie heeft, hem zal gegeven worden en hij zal overvloedig hebben; maar wie niet heeft, ook wat hij heeft, zal hem ontnomen worden.
Daarom spreek Ik tot hen in gelijkenissen, omdat zij ziende niet zien en horende niet horen of begrijpen.
En aan hen wordt de profetie van Isaiah vervuld, die zegt: Met het gehoor zult gij horen en gij zult het geenszins verstaan, en ziende zult gij zien en gij zult het geenszins opmerken; want het hart van dit volk is vet geworden, en hun oren zijn hardhorend geworden, en hun ogen hebben zij toegesloten, opdat zij niet zien met hun ogen, en met hun oren niet horen, en met hun hart niet verstaan en zich bekeren, en Ik hen zou genezen.
Maar uw ogen zijn zalig, omdat zij zien en uw oren, omdat zij horen.
Voorwaar, Ik zeg u:
Vele profeten en rechtvaardigen hebben begeerd te zien wat gij ziet, en zij hebben het niet gezien, en te horen wat gij hoort, en zij hebben het niet gehoord.
Gij nu, hoort de gelijkenis van de zaaier.
Bij een ieder, die het woord van het Koninkrijk hoort en het niet verstaat, komt de boze en rooft wat in zijn hart gezaaid is: dat is de langs de weg gezaaide.
De op steenachtige plaatsen gezaaide is hij, die het Woord hoort en het terstond met blijdschap aanneemt; maar hij heeft geen wortel in zich, doch is iemand van het ogenblik; wanneer echter verdrukking of vervolging komt om der wille van het woord, komt hij terstond ten val.
De in de dorens gezaaide is hij, die het woord hoort, en de zorg van de wereld en het bedrog van de rijkdom verstikt het woord en hij wordt onvruchtbaar.
De in goede aarde gezaaide is hij, die het woord hoort en verstaat, die dan ook vrucht draagt en oplevert, deels honderd -, deels zestig -, deels dertigvoudig Matth.13: 10-23.

    Want het Schriftwoord zegt tot Farao [Hebr.= ‘groot huis, zijn naaktheid’]:
‘ Daartoe heb Ik u doen opstaan, opdat Ik in u Mijn Kracht zou tonen en Mijn Naam verbreid zou worden over de gehele aarde.
Hij ontfermt Zich dus over wie Hij wil en Hij verhardt wie Hij wil.
Gij zult nu tot mij zeggen:
Wat heeft Hij dan nog aan te merken? Want wie wederstaat Zijn wil?
Maar gij, o mens! wie zijt gij, dat gij God zoudt tegenspreken?
Zal het geboetseerde soms tot Zijn boetseerder zeggen:
‘ Waarom hebt gij mij zo gemaakt?’.
Of heeft de pottenbakker niet de vrije beschikking over het leem om uit dezelfde klomp het ene voorwerp te vervaardigen tot eervol, het andere tot alledaags gebruik?
       En als God nu, zijn toorn willende tonen en Zijn Kracht bekend maken, de voorwerpen van de toorn, die ten verderve toebereid waren, met veel lankmoedig-heid verdragen heeft – juist om de Rijkdom van Zijn Heerlijkheid bekend te maken over de voorwerpen van ontferming, die Hij tot heerlijkheid heeft voorbereid?
En dat zijn wij, die Hij geroepen heeft, niet alleen uit de Joden, maar ook uit de heidenenRom.16: 17-24.

    Nadat hij vandaar gegaan was, trof hij Elisa [Hebr.= ‘God is redding, zijn behoud’aan, de zoon van Safat [Hebr.= ‘berecht òf hij heeft geoordeeld’], bezig te ploegen met twaalf span voor zich, terwijl hij zelf bij het twaalfde was. Toen Elia [Hebr.=‘mijn God is Heer’] hem voorbijging, wierp hij hem [Elisaios] zijn mantel toe. Daarop verliet hij de runderen, snelde Elia achterna en zei:
    Laat mij toch mijn vader en mijn moeder kussen, dan wil ik u volgen.
En hij zei tot hem: ‘Ga heen, keer terug, want wat heb ik u gedaan?’.
Toen keerde hij van achter hem terug, nam het span runderen, slachtte het en kookte ze op het ploeghout van de runderen; het vlees gaf hij aan het volk, en zij aten. Daarna maakte hij zich gereed, volgde Elia en diende hem1Kon.19: 19-21;
    Het geschiedde, toen de Heer Elia in een storm ten hemel zou opnemen, dat Elia met Elisa uit Gilgal ging en Elia zei tot Elisa:  ‘ Blijf toch hier, want de Heer heeft mij naar Betel gezonden.
Maar Elisaios zei: ‘ Zo waar de Heer leeft en gijzelf leeft, ik zal u niet verlaten’. Daarop begaven zij zich naar Betel’.
Toen kwamen de profeten van Betel naar Elisa en vroegen hem:
‘ Weet gij, dat de Heer heden uw heer boven uw hoofd zal wegnemen?’.
En hij antwoordde: ‘Ook ik weet het, zwijgt stil’.
En Elia zei tot hem:
  Elisa, blijf toch hier, want de Heer heeft mij naar Jericho gezonden.
Maar hij zei: Zo waar de Heer leeft en gijzelf leeft, ik zal u niet verlaten.
Zo kwamen zij te Jericho.
Toen naderden de profeten van Jericho tot Elisa en vroegen hem:
Weet gij, dat de Heer heden uw heer boven uw hoofd zal wegnemen?
En hij antwoordde: ‘ Ook ik weet het, zwijgt stil’.
En Elia zeide tot hem: Blijf toch hier, want de Here 
heeft mij naar de Jordaan gezonden. Maar hij zeide: Zo waar de Here leeft en gijzelf leeft, ik zal u niet verlaten. Zo gingen zij beiden verder.
Vijftig man van de Profeten waren ook gegaan, maar bleven op verre afstand staan, toen zij beiden aan de Jordaan stilstonden.
Daarop nam Elia zijn mantel, wond hem samen en sloeg op het water; en dit verdeelde zich herwaarts en derwaarts, zodat zij beiden door het droge overstaken.
En zodra zij overgestoken waren, zei Elia tot Elisa:
‘ Doe een wens. Wat zal ik voor u doen, eer ik van u word weggenomen?’.
En Elisa zei:  ‘ Zo moge dan een dubbel deel van uw geest op mij zijn.
En Elia zeide: ‘ Gij hebt een moeilijke zaak gewenst. Indien gij mij zult zien, terwijl
ik van u word weggenomen, dan zal het u aldus geschieden.
Maar indien niet, dan zal het niet geschieden.
En, terwijl zij voortgingen, al wandelende en sprekende, zie, een vurige wagen en vurige paarden! en die maakten scheiding tussen hen beiden.
Alzo voer Elia in een storm ten hemel.
En Elisa zag het en riep uit: ‘ Mijn vader, mijn vader! Wagens en ruiters van Israël!
En hij zag hem niet meer. Toen greep hij zijn klederen en scheurde ze in twee stukken. 
Daarop raapte hij de mantel van Elia op, die van hem afgevallen was, keerde terug en ging aan de oever van de Jordaan staan.
En hij nam de mantel van Elia, die van hem afgevallen was, sloeg op het water, en riep:  Waar is de Heer, de God van Elia, ja Hij?
Hij sloeg op het water en dit verdeelde zich herwaarts en derwaarts, zodat
Elisa kon oversteken.
De Profeten van Jericho, die op enige afstand stonden, zagen hem en zeiden:
‘ De geest van Elia rust op Elisa. En zij kwamen hem tegemoet en bogen zich voor hem ter aarde
”.2Kon.2: 1-15.

Het onzichtbare koninkrijk van God is in u, maar dat neemt niet weg dat het wel degelijk een zichtbare werkelijkheid zal zijn.

Christenen verwarren het koninkrijk van God vaak met het koninkrijk der hemelen. Maar indien je het Woord van de Blijde Boodschap ‘goed’ bestudeert,
zie je dat het twee verschillende zaken zijn.
    Het koninkrijk der hemelen is een aards koninkrijk, terwijl
    het Koninkrijk van God juist een Hemels Koninkrijk is.
Over het koninkrijk der hemelen staat in Isaiah dat
– de koe en de berin samen optrekken, tezamen weiden Isaiah 11: 7-16 en
– dat een kind z’n hand kan steken in het hol van een adder.
Dat is iets anders dàn het Koninkrijk van God, dat Hemels is en waar wedergeboren gelovigen naar uit mogen zien.
          Het is toch wel heel belangrijk om het volgende verschil in te zien [te weten]:
Het koninkrijk der hemelen betreft het Messiaanse vrede’s-rijk, waarover
veel Profeten in het Oude Testament hebben geprofeteerd en Israël [de Kerk] in het vooruitzicht hebben gesteld.
Dit vrede’s-rijk zal gaan samen vallen met de [weder-] komst van onze Heer en Verlosser naar de aarde en zal 1000 jaar duren.
Onze Heer zal als Koning plaatsnemen op Zijn Glorierijke Troon en in het gericht over de volkeren de schapen van de bokken scheiden, zoals dat in de Blijde Boodschap staat:
De schapen verkrijgen toegang tot het Vrederijk, de bokken wacht het oordeelMatth.25: 31-46.

Daarnaast lees je in Mattheus 13 dat de oprichting van dat rijk onderbroken wordt. Onze Heer sprak over het Koninkrijk der Hemelen, maar in Mattheus 12
kun je vinden je dat men Jezus beschuldigt dat Hij in de kracht van Beëlzebul wonderen doet. Op dàt punt bereikt de verwerping van onze Heer een climax, welke z’n grenzen niet kent.
Waar géén plaats is voor de Koning, is de tijd nog niet rijp voor het Koninkrijk!
Vanaf dat moment gaat onze Heer en Verlosser Zich tot de wereld wenden.
Omdat hij geen vruchten vond op de akker van Israël, gaat Hij zaaien op de akker van de wereld om dáár andere en nieuwe vruchten te kunnen oogsten.

Onze Heer en Verlosser is ook voor òns in ònze tijd met al het geharrewar in de Kerk heel duidelijk:
    Het Koninkrijk van God komt niet zo, dat het te berekenen is; 
ook zal men niet zeggen: zie, hier is het of daar! Want zie, het Koninkrijk Gods is bij u”. Met andere woorden waar maken wij ons druk om de grootschalige verdeling van het gelovige Volk over verschillende Christelijke geloof’s-uittingen – er is immers ‘één Heer’ en slechts ‘één is Heilig’ tot – Heerlijkheid van God, de Vader’ –.
Op de duidelijke uiteenzetting van het Koninkrijk van God vervolgt Christus tot Zijn directe navolgers, die Hem in den lijve hebben ontmoet:
    Er zullen dagen komen, dat gij zult begeren één van de dagen van de Zoon des mensen te zien en gij die niet zult zien. En men zal tot u zeggen:
    Zie,
dáár is het; zie, hìer is het! Gaat er niet heen, en loopt het niet ná Luc.17: 20-23.
Maak je niet druk over dit òf dàt Patriarchaat – wie er wel niet in al dat geharrewar gelijk zou hebben, zèlfs de oorspronkelijke opvolging wordt door belangengroeperingen beïnvloed.
En maar blijven strijden over ‘wie de eerste wel niet is onder gelijken’.
Ze bekijken het maar, onze Heer en Verlosser zegt:
Het is niet hier, het is niet daar, het Koninkrijk van God is bij u, in je hart”,
ga dáár op zoek en laat de boel de boel.
Indien ik Vader over zo’n stel broers zou zijn, zou ik zeggen:
ruim eerst de rotzooi op je eigen [binnen-]kamer maar eens op!
eerst dàn praten we wel verder!”.

Opvolging, in het belast zijn met taken:
Elisaios [Hebr.
אֱלִישַׁע (Elisha)= ‘God van de komende, God is zijn behoud’]
nam Elia’s [Hebr. Elia= mijn God is Heer’ òf ‘de Heer is mijn God’] mantel die
op hem was gevallen en hij sloeg deze tegen het water
. . . “.
Toen zei hij: “Waar is de Heer God van Elia Zelf?”.
En hij sloeg opnieuw het water en het verdeelde deze kant en
daarop stak Elisaios over
2Kon.2: 14.
Het dramatische relaas van de overgang van de Profeet Elia
naar God’s “schitterende stad” in de Hemelen bevestigt zijn verheerlijking door God evenals zijn eeuwige plaats als hoofd onder de door God geïnspireerde Profeten.
Dáár kunnen de huidige grote Patriarchen en hun vazallen nog een puntje aan zuigen, aan ’zo’n’ overgang in de opvolging van degenen, die belast zijn met taken. 

Het geeft de reden aan waarom ‘de Kerk, het Lichaam van Christus’ de gelovigen oproept‘ om
Onze stem verheffen in vrede en vreugde,
zeggende, verheug u, o aardse engel en hemelse mens,
Elia van grote naam!

uit de Vespers voor de profeet Eliah.

Bevrijding van mistoestanden
Verder is het verslag van Elia’s Opgang naar de Hemelen
een type van de dienaar’s-schap’s volgorde dat tot
op de dag van vandaag onder het ‘waarachtige God’s volk’ doorgaat.
Het bestaan op zichzelf dient een belichaming te zijn van
Goddelijke Liefde’, van het vermogen God uit te drukken.
Continuïteit in bediening is belichaamd in
de doctrine van Apostolische successie, die verzekert dat
het waarachtig Christelijke Geloof en leven van het Christendom
wordt overgedragen van de oorspronkelijke Kerk naar
de gemeenschappen en uiteindelijk de beminde gelovige bereikt.
Dit is een proces welke van generatie op generatie en van plaats tot plaats
wordt voortgezet, door de opeenvolging van de Heilige Traditie van de Kerk.
          Dááròm dient de scheppingskracht van God niet gepolitiseerd te worden door het zich laten leiden door politieke druk van boven, van links òf rechts, van oost en west, door de USA òf Russia òf welke mogendheid dan ook.
We weten maar al te goed dat dat gepolitiseer al vanaf Constantijn de Grote de ‘dood’s-steek is voor het voortbestaan van Het Lichaam van Christus.
          Daarvoor behoef je niet gestudeerd te hebben, geleerd te hebben hoe te manipuleren, hetgeen ze momenteel effectief leiderschap noemen, teneinde
voor ‘vòl’, deskundig en effectief te worden aangezien.
Een glimlach of het tonen van respect alleen al zou een stukje hemel op aarde kunnen creëren, geen sarcastisch glimlachje – zo een van ik weet wel beter, maar
een oprecht gemeende glimlach van hart tot hart,
d.w.z. geen spelletjes meer.
En juist ‘dìt’ is de droom van God, broeder-, zusterschap, daarin
– word je geboren en gedoopt als ontijdig geborenen.
– word je ook als prelaat bekleed

De Kerk is als een familie. Je kunt mijlen ver van je broeder of zuster af staan, maar je behoort wèl tot hetzelfde gezin.
Zelfs àl maak je ruzie, ben je het niet helemaal met elkaar eens, dan nog blijft je familie een bloedband. Zo is het ook met de Kerk; het Lichaam van Christus.
Onze Heer en Verlosser wil niet dat God’s kinderen elkaar afslachten,
elkaar voorbij trachten te streven om
te claimen wat ‘alleen Hij’ heeft kunnen [waar] maken.
De aarde en àl wat daar op is, bestaat om er te delen en àlles wat de aarde voortbrengt is God’s geschenk aan ons, aan ons allemaal,
niet alleen aan degenen, die zich nogal als ‘haantje de voorste’ gedragen.
Het onderscheid dat de mens maakt is de eigen tekortkoming van de mens;
het geeft aan hoe ‘onvolwassen‘ de mensheid nog is.
Politiek bedrijven, óók in de Kerk, is op angst gebaseerd, op onderdrukking waarbij het de mens verdeelt, niet verenigt.
Straf niet degene die fout doet, maar vergeef hen, omdat zij niet beter weten, zelfs wanneer zij van geen ophouden weten en maar door blijven drammen vanwege eigen gelijk.

          In de wijding van toezichthouders en spelleiders wordt gesproken over
Apostolische opvolging, wanneer deze opvolging gepolitiseerd wordt,
maakt dit de Kerk kapot; het ondergraaft de wijze waarop het oorspronkelijk dienaar’s-schap van Elia op Elisha, waarbij de leringen en gebruiken  van vader op zoon met de grootste aandacht en eerbied werd doorgegeven.
Het bestaan van de Kerk op Zichzelf dient een creatie te zijn van liefde, van het vermogen God uit te drukken. Waar geen plaats is voor Christus, als de enige koning, is de tijd nog niet rijp voor het koninkrijk!
Dàt vermogen om God uit te drukken begint bij jezelf vernederen, hetgeen een ascetische houding betreft; daarom  werd in de vroeg-christelijke kerk de voorkeur gegeven aan de keuze van bisschoppen uit ‘een doorleefd ascetische geslacht’.
Dit is gebaseerd op de ‘Vijftig man van de Profeten waren ook gegaan, maar
op verre afstand bleven staan, toen zij beiden aan de Jordaan stilstonden
2Kon.2: 7.
Ook ‘dìt’ is een scheppingsdaad van God die niet zonder het Woord geweest had kunnen zijn.
Onze gedachten vormen onze realiteit, ons handelen, degene, die zich laat leiden door slechte gedachten, creëert nog steeds opnieuw omstandigheden die de mensheid doen lijden.
Maar zij die handelen naar Liefde, een gegeven van God, creëert liefde om zichzelf en zijn omgeving [de Kerk] heen. Een glimlach of het tonen van respect kan al een stukje hemel op aarde creëren en juist ‘dìt’ is de droom van God.

Nogmaals en nogmaals onze Heer en Verlosser wil niet dat God’s kinderen elkaar afslachten om te claimen wat ‘alleen Hij’ heeft kunnen waar maken.
Een kind wat leert lopen en valt troost je, waarom troost je niet je naaste in
de wetenschap dat hij aan het leren is.
Ook het bieden van troost is een scheppingskracht van God, het is een schepping van het hart.
Laat je niet verleiden hij die je slaat terug te slaan, toon hem je hart want slechts door een voorbeeld te zijn – hoe het anders kan zal de mens leren.
Voed angst niet met angst, maar transformeer angst met door God gegeven Liefde en Vrede.

Slechts met ‘lege’, on-bevoordeelde handen kun je de handen ineen slaan;
omhels je broeder en zuster, laat ze niet alleen staan.
Maar geef ze ook de vrijheid jouw liefde af te wijzen; ze dienen God’s Liefde te vinden, daarin ligt de werkelijke bevrijding van het hart.

Waarachtige Opvolging
In de verheffing van Elia zijn wij allen getuige van het doorgeven van
waarachtig Geloof en leven aan de goddelijke Elisa – en daarna nog vele generaties.

De huidige lezing laat zien dat de opvolging in God’s bediening verankerd is in de waarneembare, oprechte eenheid onder degenen die Zijn Volk dienen. In het geval van Elia en Elisa, zien we dat Elia Elisa, zijn discipel,
in ‘eigen en besloten’ kring, alle gelegenheid geeft om met God’s hulp
zijn eigen’ weg te vinden zodra de Heer heeft geopenbaard dat
het “tijd is. . . om Elia naar de hemel te brengen2Kon.2: 1.
Niettemin, bedenkt Elisa driemaal:
Als de Heer leeft, en als uw ziel leeft, zal Ik u niet verlaten!2Kon.2: 2, 4, 6.

De eenheid tussen de twee grote Profeten werd wijd gedeeld met
een groep mensen die de “zonen van de profeten2Kon.2: 3, 5 werden genoemd, die leden waren van een ascetisch profetische orde.
Merk op dat de eenheid-in-bediening die ten grondslag ligt aan de opvolging voor het leven is en verder gaat dan dit huidige bestaan.
Elisa gaat met Elia de Jordaan over, wetende dat de Heer op het punt staat zijn meester te nemen, maar hij handhaaft hun eenheid in het aangezicht van de dood.
Na de verheffing van Elia naar de Hemelen roept Elisa “de Heer, de God van Elia” op 2Kon.2: 14, onthullend dat hij hun eenheid als bindend beschouwt, ondanks Elia’s intrede in de eeuwigheid.
Deze zelfde ‘herderlijke eenheid’ ligt van oorsprong ten grondslag aan de Apostolische successie die door de apostelen is voortgezet tot onze huidige bisschoppen.
Zoals bisschop Kallistos Ware uitlegt: “De Kerk is. . . gevormd door de gemeenschap van vele hiërarchen met elkaar, en van elke hiërarch met de leden van zijn kudde
uit: ‘The Orthodox Church’, Kallistos Ware, blz. 246.

De gemeenschap van bisschoppen laat zien dat de oorspronkelijke eenheid die
ten grondslag ligt aan de opvolging in de bediening een ‘geschenk van God’ is.
Na alles wat er bovenstaand bepleit is, zal het duidelijk zijn dat de huidige  wereldwijd ingeburgerde wijze van opvolging, welke van bovenaf geïnitieerd wordt, plaats zal dienen te maken voor de oorspronkelijke wijze van uitverkiezing.
God Zèlf is de bron van eenheid en verzekert via een door de plaatselijke gemeenschap van gelovigen en asceten gedragen voortdurende opvolging van degenen die in Zijn dienst zijn. Opvolging is niet het gevolg van menselijke [van bovenaf aangestuurde] keuzevrijheid, hoewel het uiteindelijk wordt uitgedrukt door menselijk handelen 2Kon.2: 8, 14;
het is eerder Mystiek van aard, door God geschonken.
De zegeningen die het Volk van God tijdens Elia’s leven heeft gekregen, worden zonder onderbreking voortgezet door Elisaios 2Kon.2: 4-9, 13.

Het ‘dubbele deel‘ van Elia’s geest 2Kon.2: 9 verwijst niet naar kwantiteit
– het is een Hebreeuws idioom dat de opeenvolging van Waarheid en actie aangeeft. Zó worden de Charismata van de Apostelen dubbel uitgebreid door
de waarachtig gevormde Apostolische bisschoppen van het Lichaam van Christus tot op de dag van vandaag.

Wij die de Cherubijnen op geheimnisvolle wijze verzinnebeelden en de leven schenkende Drieëenheid het driemaal heilig toezingen, laat ons nu alle aardse zorgen terzijde stellen

Gedenk, o Heer, [Patriarch . . ., Metropoliet . . ., onze Bisschop . . .  van Nederland,]
geef dat zij
[-‘in alle vrijheid, ongebonden’-] voor het welzijn van Uw heilige Kerken,
nog lang in Vrede, gezond en geëerd, ongedeerd mogen leven, en
het Woord van Uw Waarheid 
[-in het koninkrijk der hemelen, hier op aarderecht mogen verkondigen
uit: Gedachtenis na de Epiklese in de
Goddelijke Liturgie van de Heilige Basilius de Grote