5e Maandag ná Pinksteren – een onhandig mens wordt toch genezen al wordt de dag ontheiligd

Zeer grote uitslaande brand in Hengelose kerk [vorige week maandag, 1 juli 2019]

    En Hij vertrok van die plaats en ging in hun synagoge.
En zie, daar was een mens met een verschrompelde hand.
En zij legden Hem de vraag voor, of het geoorloofd is op de Sabbath te genezen,
teneinde Hem te kunnen aanklagen.
      Maar Hij zei tot hen: ‘ Wie zou er onder u zijn, die een schaap heeft en die, als dit op een Sabbath in een put valt, het niet grijpen zal en eruit trekken?
      Hoeveel gaat niet een mens een schaap te boven?
Derhalve is het geoorloofd op de Sabbath wèl [goed] te doen’.
Toen zei Hij tot die mens:  ‘Strek uw hand uit‘.
En hij strekte haar uit en zij werd weer gezond gelijk de andere
Matth.12: 9-13.

    Want, gelijk wij in een lichaam vele leden hebben, en de leden niet alle dezelfde werkzaamheden hebben, zó zijn wij,  hoewel velen, een lichaam in Christus, maar ieder afzonderlijk leden ten opzichte van elkander.
> Weest blij met degenen, die blij zijn, weent met de wenenden.
Weest onderling eensgezind, niet zinnende op hoge dingen, maar voegt u in het eenvoudige. Weest niet eigenwijs. Vergeldt niemand kwaad met kwaad; hebt het goede voor met alle mensen.
Houdt zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, ‘Vrede met alle mensen’.
Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn, want
er staat geschreven: Mij komt de wraak toe,
Ik zal het vergelden, spreekt de Heer.
Maar, indien uw vijand honger heeft, geef hem te eten;
indien hij dorst heeft, geef hem te drinken, want
zo zult gij vurige kolen op zijn hoofd hopen.
Laat u niet overwinnen door het kwade, maar
overwin het kwade door het goedeRom.12: 4-5,15-21.

    Wanneer gij komt in het land, dat de Heer, uw God, u ten erfdeel
geven zal en gij het in bezit neemt en daarin woont, dàn zult gij van
de eerstelingen van alle vruchten van de bodem, die gij zult inzamelen van het land, dàt
de Heer, uw God, u geven zal, nemen, en in een mand doen en naar de plaats gaan, die
de Heer, uw God, verkiezen zal om daar Zijn Naam te doen wonen.
En gekomen bij de priester, die er dan wezen zal, zult gij tot hem zeggen:
       ‘ Ik verklaar heden voor de Heer, uw God, dat ik gekomen ben in het land, waarvan de Heer aan onze vaderen gezworen heeft, dat Hij het ons zou geven.
       Dàn zal de priester de mand van u aannemen en die voor het altaar van de Heer, uw God, zetten.
Daarna zult gij voor het aangezicht van de Heer, uw God, betuigen:
Een zwervende Arameeër
[Hebr.= ‘verhevene’was mijn vader; hij trok met weinige mannen naar 
Egypte en verbleef daar als vreemdeling, maar werd er tot een groot, machtig en talrijk volk.
Toen de Egyptenaren ons mishandelden en verdrukten en ons harde slavenarbeid oplegden, riepen wij tot de Heer, de God van onze vaderen, en  de Heer hoorde onze stem en zag onze ellende, moeite en verdrukking.
Toen leidde ons de Here uit Egypte met een sterke hand, een uitgestrekte arm en grote verschrikking, door tekenen en wonderen; Hij bracht ons naar deze plaats en gaf ons dit land, een land, vloeiende van melk en honing.
En nu, zie, ik breng de eerstelingen van de vrucht van het land, dat
Gij, Heer mij gegeven hebt.
Gij zult ze neerzetten voor het aangezicht van de Heer, uw God;
gij zult u voor het aangezicht van de Heer, uw God, neerbuigen, en
gij zult u verheugen over al het goede dat
de Heer, uw God,  u en uw huis gegeven heeft:
gij, de Leviet
[Hebr.= ‘met wie je je verbonden hebt’] en
de vreemdeling, die in uw midden is
Deut.26: 1-11.

Wat wordt er dus gezegd:
Je mag jouw spelleider, priester en gemeenste ‘zelf’ uitkiezen,
je geeft hem de eerstelingen van de vruchten, die je plukt in het land waar
God je leidt en je zult je verheugen in al datgene wat God jou en je huis schenkt,
jij en je Leviet [met wie je je verbonden hebt] en de inwonende vreemdeling onder jullie.
De geboden welke de profeet Mozes aan het oude God’s-volk meegaf
kunnen ons alleen maar verrijken.
Wij kennen Israël [de Kerk] daarom als een God’s-volk dat
– wàt er ook gebeuren mag – altijd bleef streven naar
de overwinning van het kwaad.
En in dat geval zul je dus elke verzoeking accepteren;
al brandt de gehele kerk waar je gehuisvest bent tot de grond toe af.
Je haalt diep adem, zegt: ‘Heer, ontferm U’ en je begint weer van voor-af-aan met het pionierswerk dat God je opgedragen heeft in dat vreemde Nederland.
Dat is de letterlijke opdracht, want Christus blijkt als Verlosser
een onverbeterlijke middelaar in geval van menselijk onvermogen:
    Jij parochiaan van de AOiN zult de eerstelingen neerzetten
voor het aangezicht van de Heer, jouw God;
jij zult je voor het aangezicht van de Heer, uw God, neerbuigen, en
jij zult je verheugen over al het goede dat  de Heer, uw God, 
jou en jouw huis gegeven heeft: jij, de Leviet en
de vreemdeling, die in uw midden is”.
Het is zoals de heilige Athanasios de Grote aandringt:
de schaduwzijde van het leven heeft zijn vervulling ontvangen
[het is, zoals het is, ga niet bij de pakken neerzitten] een kwestie kan namelijk
in de ogen van God als een voorbeeld zijn gegeven en
hetgeen je van God in je schoot geworpen krijgt dien
je met vreugde te ontvangen, en gaat dus voort en zing een nieuw loflied
conf. de feestelijke oproep in zijn brief [NPNF Second Series, deel 4, blz. 516].
               De Blijde Boodschap spreekt er inderdaad meer dan eens over, dat
God Zijn kinderen kastijdt door hen te beproeven.
We vinden dat bijvoorbeeld in:
⁌  “  Erken dan van harte, dat de Heer, uw God, u vermaant, zoals een man zijn zoon vermaant, en onderhoud de geboden van de Heer, uw God, door in zijn wegen te wandelen en Hem te vrezen. Deut.8: 5,6.
⁌  “ Veracht, mijn zoon, de tuchtiging des Heren niet en keer u niet met weerzin af van zijn bestraffing. Want de Heer bestraft Wie Hij liefheeft, ja, gelijk een vader een zoon, aan wie hij welgevallen heeft” Spr. 3:11,12.
⁌  “ Mijn zoon, acht de tuchtiging des Heren niet gering, en verslap niet, als gij door Hem bestraft wordt, want wie Hij liefheeft, tuchtigt de Heer, en Hij kastijdt iedere zoon, die Hij aanneemt. Als tuchtiging hebt gij dit te dragen: God behandelt u als zonen. Want is er wel een zoon, die door zijn vader niet getuchtigd wordt? Blijft gij echter vrij van de tuchtiging, welke allen ondergaan hebben, dan zijt gij bastaards, en geen zonen.
> Want zij hebben ons voor luttele dagen naar hun beste weten getuchtigd, maar
de Heer en Verlosser doet het tot ons nut, opdat
wij deel verkrijgen aan Zijn Heiligheid“ Hebr. 12: 6-8, 10 en
⁌  “ Allen, die Ik liefheb, bestraf Ik en tuchtig Ik; wees dan ijverig en bekeer u. Zie, Ik sta aan uw  deur en Ik klop. Indien iemand naar Mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden en hij met MijOp. 3:19,20.

Het kastijden heeft ‘opvoedkundige’ waarde; het is positief en corrigerend gericht. Een vader die zijn kind niet corrigeert is immers geen goede vader!
En vervolgens zegt Hij, Die ons lief heeft:
Wanneer we dan naar de Goddelijke Liturgie komen om Christus onze God te vieren,  volgen we de richtlijnen van Mozes in zekere zin, want  wij:
⁌  “ nemen een deel van de eerste van alle producten . . . die
de Heer uw God ons heeft gegevenDeut.26: 2.
⁌  “ De priester [de leviet, ‘met wie wij ons verbonden hebben’]
plaatst het neer voor het altaar van de Heer, onze GodDeut.26: 4 en
“roept de Heer aan’ Deut.26: 2 en
verklaart dat “alles wat de Heer heeft gedaan” Deut.26: 3
goed is en wie weet wat er nog op zal volgen.

⁌  “ Wij verheugen ons in al het goede wat de Heer, onze God, ons doet toekomen
aan ons en aan onze huisgezinnen Deut.26: 11.
⁌  “ 
We verheugen ons om deel uit te maken van  “de Kerk van de ‘levende’ God” 1Tim.3: 5, Die
⁌  Zich aanbiedt, hymnes zingt, zegent en God looft, Die
‘onuitsprekelijk, ondenkbaar, onzichtbaar, onbegrijpelijk, altijd  blijft bestaan en voor eeuwig ‘De en Hetzelfde‘ is.
⁌  
Wij danken voor “de datgene wat Hij voor ons deelt” dat Christus
het waarachtige Licht, de Hemelse Geest, vervulde en dat
wij ons verheugen in het ware Geloof dat we hebben gevonden
door “de onverdeelde Drie-eenheid te aanbidden: want Hij heeft ons gered
uit: Goddelijke Liturgie van de Heilige Johannes Chrysostomos.

Mozes gaf instructies om “de eerste van alle producten” van onze arbeid
te nemen en “het in een mandje stoppen“, en “naar de plaats te gaan”, welke
door God is gezegend voor aanbiddingDeut.26: 2.
Ga naar iemand die priester is” die “die de mand uit je handen zal aannemen en
deze zal plaatsen vóór het altaar van de Heer, uw GodDeut.26: 3-4).
Deze daden zijn een duidelijke voorbode van het offertorium van de goddelijke liturgie. We brengen broden die onszelf en onze arbeid vertegenwoordigen.
Van een van de broden het neemt de priester een deel dat het Lam genoemd wordt en plaatst het op de diskos “ter nagedachtenis aan onze Heer en God en Verlosser, Jezus Christus
Bij de grote intocht wordt deze offerande naar het altaar gedragen en aan God geofferd.
De liturgie dient als het voornaamste middel waarmee de Kerk op aarde Zich met de hemelse gastheren verbindt en een beroep doen op de naam van de Heer Deut.26: 2.

MP3 : “Hemelse Koning trooster Geest der Waarheid [Arab] – ايها الملك السماوي”.
Ja, de Heer heeft dit kinderlijk eeenvoudige voorrecht zelfs tot ons uitgebreid, zodat we het kunnen wagen om Hem aan te roepen, als “de Hemelse Koning”,
in woorden die het gebed van Mozes te boven gaan, het:
Onze Vader, Die in de hemelen zijt, heilig is Uw Naam . . .”.
De gebeden en hymnes van de liturgie spreken van dat wat
‘de Heer onze vaderen heeft gezworen ons te zullen geven’ Deut.26: 3, hetgeen
het aardse vèr te boven gaat.
God de Vader geeft Zijn eniggeboren Zoon aan alle volkeren,
opdat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar
eeuwig leven heeftJohn.3: 16.
Door het Kruis, de Wederopstanding, de Hemelvaart, en de tweede en glorieuze wederkomst van Christus: de Levengevende Drie-eenheid tilt ons weer op,
brengt ons terug naar de Hemelen;
begiftigd ons . . . met het [Zijn] Koninkrijk, Wat zal komen”.

Logo AOKiN

In onze aanbidding zijn we gezegend met tal van gelegenheden om
ons als OKiN en met al de navolgers van Christus te verheugen
in alles wat goed is, de Heer, onze God ‘ons’ gaf” Deut.26: 11.
Dus, met goede reden zingen we in vervoering:
⁌  “ Wij prijzen U, wij prijzen U, wij aanbidden U, wij verheerlijken U, wij danken U voor Uw grote eer.
O Heer, hemelse Koning, God de Vader Almachtig;
O Heer, de eniggeboren Zoon, Jezus Christus; en de Heilige Geest
Doxology.

⁌  “ Zoon van God, neem mij heden op aan Uw Mystiek Avondmaal;
want Uw vijanden zal ik voorzeker niet over dit Mysterie spreken.
Ik zal U geen kus geven zoals Judas;
maar evenals de Rover belijd ik mijn Geloof in U:
Gedenk mij o Heer, in Uw Koninkrijk.
Moge het deelnemen aan Uw heilige Mysteriën,
mij niet worden tot een oordeel of verderf,
maar tot genezing van mijn ziel en van mijn lichaam
”.
Gebed voorafgaand aan de communie