4e Zondag ná Pinksteren – wijze en doorleefde Kerkvaders bekijken het Hemels Koninkrijk  voordat de navolgers van Christus Zijn weg betreden.

Christus Verlosser

    Verblijdt u en verheugt u, want uw loon is groot in de Hemelen; want alzo hebben zij de Profeten voor u vervolgd.
Jullie zijn het zout der aarde; indien nu het zout zijn kracht verliest, waarmee zal het [dan] gezouten worden? Het deugt nergens meer toe dan om weggeworpen en door de mensen vertreden te worden.
>     Jullie [navolgers] zijn het licht van de wereld. Een stad, die op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. Ook steekt men geen lamp aan en zet haar onder de korenmaat, maar op de standaard, en zij schijnt voor allen, die in het huis zijn.
Laat op die manier uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de Hemelen is, verheerlijken.
Meent niet, dat Ik gekomen ben om de [oude] Wet òf de Profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen.
       Want voorwaar, Ik zeg u:
  Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet een jota of een tittel vergaan van de Wet, eer alles zal zijn geschied.
Wie dan een van de kleinste dezer geboden ontbindt en de mensen zo leert, zal zeer klein heten 
in het Koninkrijk der hemelen; doch wie ze doet en leert, die zal groot heten in het Koninkrijk der Hemelen’Matth.5: [12]14-19.

    Dit is een getrouw Woord en ik wil, dat gij op dit punt een krachtig getuigenis geeft, opdat zij, die hun vertrouwen op God gebouwd hebben, ervoor zorgen vooraan te staan in goede werken. Die zijn schoon en voor de mensen nuttig; maar dwaze vragen, geslachtsregisters, twist, en strijd over de wet moet gij ontwijken, want dat is nutteloos en doelloos.
       Een mens, die scheuring maakt, moet gij, na hem een en andermaal terecht gewezen te hebben, afwijzen; gij weet immers, dat zo iemand het spoor geheel bijster is, en dat hij zondigt, terwijl hij zichzelf veroordeelt.
       Doe uw best, zodra ik Artemas [Hebr.=‘gave van volledig licht; bedwongen stroom’] of Tychikus [Hebr.=‘noodlottig’] tot u zend, tot mij te komen te Nikopolis [Hebr.=‘stad van de overwinning’], want ik heb besloten daar de winter door te brengen.
Help Zenas [Hebr.=‘Jupiter, een vader van hulp’], de wetgeleerde, en Apollos [Hebr.=‘gegeven door Appollo, god van muziek, dichtkunst, liefdesavonturen met nimfen’]  met alle ijver voort, opdat hun niets zal ontbreken.
En laten ook de onzen leren voor te gaan in goede werken, ter voorziening in hetgeen noodzakelijk is, opdat zij niet onvruchtbaar zijnTitus 3:8-15.

 

‘the Meeting of Abraham and Melchizedek’, Sir Peter Paul Rubens – 1626

    Toen Abram [Hebr.=‘verheven vader’] hoorde, dat zijn broeder als gevangene was weggevoerd, bracht hij zijn geoefenden, degenen die in zijn huis geboren waren, in de strijd, driehonderd achttien man, en achtervolgde hen tot Dan [Hebr.=‘rechter’]toe.
       En zij verdeelden zich des nachts tegen hen in troepen, hij en zijn slaven, en versloegen hen en achtervolgden hen tot Choba [Hebr.=‘bergplaats’] toe, dat ten noorden van Damascus [Hebr.=‘de zakkenwever zwijgt’] ligt.
       En hij bracht al de have [= bezit] terug, en ook zijn broeder Lot [Hebr.=‘sluier of bedekking’] en diens have bracht hij terug, evenals de vrouwen [is dus geen bezit, have] en het volk.
       Toen ging de koning van Sodom [Hebr.=‘branden(d)’] uit, hem tegemoet, nadat hij teruggekeerd was van het verslaan van Kedorlaomer [Hebr.=‘handvol schoven’] en de koningen die met hem waren, naar het dal Sawe [Hebr.=‘vlakte of effen vlakte’], dat is het Koningsdal.
       En Melchisedek [Hebr.=‘koning der Gerechtigheid’], de koning van Salem [Hebr.=‘Vrede’], bracht brood en wijn; hij nu was een priester van God, de Allerhoogste.
       En hij zegende hem en zeide: ‘  Gezegend zij Abram door God, de Allerhoogste, de Schepper van Hemel en aarde, en geprezen zij God, de Allerhoogste, die Uw vijanden in Uw macht heeft overgeleverd.
En hij
[Abram] gaf hem van alles de tiendenGen.14: 14-20.

Wanneer je de kwalificaties van Abram in Genesis onderverdeeld
kom je in grote lijnen uit op:
hfdst.13: ”Abram had veel te verliezen”;
hfdst.14: “Abram had veel te winnen” en
hfdst.15: “Abram had veel te winnen”.
            Wanneer je het hedendaagse nieuws bekijkt en zeker, die door de overheid wordt gedicteerd dan gaat het vooral over de feiten en cijfers, de details en beschrijvingen van de gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden [een overheid reageert immers altijd achteraf en te laat]. Verduidelijking voor de manier waarop een overheid optreedt zijn bijna altijd humanistisch en economisch van aard.
Oppervlakkig gezien zijn reacties op incidenten slechts omgord met lokale, nationale of internationale machtsstrijd om de economisch oppergezag te verzekeren door de controle over cruciale routes die bewandeld worden te blijven behouden
– wat dat aangaat verschilt de houding van de publieke en geestelijke overheid niet zo veel.
            Het wordt echter een probleem wanneer het publieke en het geestelijke elkaar gaat verdringen/wegdringen; dan ontstaan er religieus en op de lange duur werelds gezien vreemde uitwassen, welke het vertrouwen van God, waarop velen hun hoop gebouwd hebben schade oploopt.
In termen van de Blijde Boodschap noemen wij volgelingen van Christus, dit zonde en niet zo’n klein beetje ook. Het gaat zelfs zovèr dat een begrip als de Joods-Christelijke achtergrond van onze hedendaagse cultuur systematisch weggezuiverd dreigt te worden.
Dàn ontstaat er geestelijke genocide en daar komt een tweestrijd, een burgeroorlog uit voort.
Het gaat in wezen om de menselijke conditie. Ik beschrijf hier niet alleen de gang van zaken in een klein landje, dit gaat om universele problemen, de psychologie achter een wereld-conflict. Want vandaag is het midden-Oosten, de Levant aan de beurt, misschien zij wij het morgen.
God verhoedde het, maar je weet maar nooit, het duivel’s-bloed kruipt waar het niet gaan kan.
Wanneer je vluchtelingen van her-en-der spreekt, hoe kan het anders in een door migratie omkleedde, met onrust bedekte tijdsperiode, wordt het je duidelijk dat er een genocide aan de gang is, die de rest van de wereld zich zou dienen aan te trekken.
Veel mensen vinden het misschien lastig te begrijpen, maar er worden in de huidige wereld andersdenkenden vanwege hun religie vermoord, op grond van hun christelijke identiteit.
Af en toe slaat bij ons de angst om het hart, wanneer het te dichtbij komt door de een of andere aanslag, maar we zijn hard op weg weer terug te keren naar de vroeg-christelijke tijd waarin navolgers van Christus nog Martelaren, lijdend en doorleefde navolgers, die zich in de holen der aarde terugtrokken, vanwege het naderend einde.

            Dit is geen doemdenken, dit is realiteit – hoeveel aandacht is er onder onze jongeren niet over de aandacht van de Apocalyps, het einde der tijden beschreven in het Boek Openbaringen.
Een van de dingen, die ik zo langzamerhand ga begrijpen is dat wij doelbewust op een escalatie – een eindpunt afstevenen.
            Christenen zijn in het defensief gedreven. Er is dringend behoefte aan actie. De problemen waarmee wij hier te lande mee te maken hebben,
beïnvloeden niet alleen Europa, maar ook de rest van de wereld, die
wij navolgers van Christus in de naam van de Drie-ene God te onderwijzen hebben.
            Waar het om gaat is een manier te vinden om een christelijke tegencultuur op te bouwen in het licht van de wortels van ons Geloof. Het is een uitdaging voor de kerken in onze directe omgeving en voor elk individu.
Het is beslist niet de bedoeling een politiek programma op te gaan zetten, dit
heeft al op diverse fronten een averechtse uitwerking laten zien, ook
gaat het niet alleen om beoefening van spiritualiteit, maar
het gaat om het gezamenlijk optreden in onze directe omgeving,
de manier waarop wij als gelijkgerichte navolgers van Christus op
een creatieve manier samenwerken en daardoor in staat zijn om
ons Geloof in God op een Joods-christelijke vreugdevolle wijze
tegen-cultureel, tegen de bestaande orde in te beleven.
De basis hiervoor is als christenen in de verscheidenheid openlijk samen te werken. Dit is de enige mogelijkheid om het juiste pad te bewandelen
in tijden dat er fundamentele beslissingen genomen dienen te worden.
Het gaat mij hier niet om de maskerade van de Oecumene, waarbij heel vroom met de mond het een en ander wordt beleden – veel wordt vergaderd – in werkelijkheid trekt ieder zich op z’n eigen eilandje terug.

    Abram had veel te verliezen, Abram had veel te winnen, Abram had veel te winnen”; je kunt momenteel een willekeurige veehouder of agrariër spreken – er gaat werkelijk een wereld voor je open.
In processie loopt de overheid [politiek, zowel in de wereld- als geestelijk] achter elkaar aan, politici zijn voor het merendeel baantjesjagers en uit op persoonlijk gewin of gewin voor de eigen bloedgroep.
Zij hebben slechts een korte termijn visie, want morgen zit er weer een ander op het pluche en wie dan ziet, die dan zorgt.

eikenprocessierups, rupsje-nooit- genoeg

Het is net als de hedendaagse invasie van de eiken-processie-rups, rupsje-nooit-genoeg, pas wanneer het getij niet meer te keren valt, gaat  men onderzoeken hoe de ‘duivel en consorten’ zó ernstig heeft kunnen toeslaan.
Wanneer je het euvel nader gaat onderzoeken komen ecologen er achter dat de mens zelf met haar groenbeleid de veroorzaker zijn van de eiken-processie-rups, rupsje-nooit-genoeg, we maaien maar en vernietigen elk evenwicht weg.
De aandacht van hetgeen men concilie noemt is gericht op ‘eigen belang’ – ‘macht op- en uitbouwen’.
In plaats dat de aandacht is gericht op de navolgers van Christus en
dat gaat heel vèr over de kerkelijke belangen en grenzen heen,
blijft men bezig met ‘landje-pik’ en geraakt men in een belangenstrijd.

John. 5: 39 ev.

Dit heeft niets meer te maken met het oorspronkelijk uitgangspunt:
    Laat uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de Hemelen is, verheerlijken’.
Wat werd er vervolgens gesteld?
‘ Zijn zij als toezichthouders het zout der aarde; indien nu het zout zijn kracht verliest, waarmee zal het [dan] gezouten worden?
Het deugt nergens meer toe dan om weggeworpen en door de massa, de mensen van de wereld vertreden te worden.
Ja, dàt is wàt er dàn plaatsvindt
het zegt de mensen niets meer, het doet ze niets meer,
door al dat geharrewar, die opgeroepen chaos,
worden de kerken niet langer meer serieus genomen.

 

Christus en de twaalf Apostelen

Het Koninkrijk der Hemelen, het Beloofde Land is overvloedig
Andreas, de eerstgeroepene en broer van Petrus; Jaäcobus, de zoon van Zebedeüs; 
Johannes de Theoloog, Broer van Jaäcobus; Philippos uit Bethsaida; Thomas, de tweeling; Bartholomeüs predikte samen met Philippos’ Mattheüs deTollenaar, Broer von Jaäcobus;
Jäacobus, zoon van  Alpheüs, Broer van Mattheüs; Simon de Zelote, in het Johannes-Evangelie Nathanael genoemd; Judas, niet die van Iskarioth; Matthias, later ter vervanging van Judas Iskarioth aan de Apostelen toegevoegd, Marcus, geestelijk kindvan de Apostel Petrus en  Lucas, leerling en navolger van de Apostel Paulus zijn de eerste navolgelingen van Christus.
Net als Christus, Zijn discipelen, zijn ‘na-volgers’ rond zich verzamelde
heeft dit eveneens in het eerste Verbond plaats gevonden:
Toen zond Mozes hen heen uit de woestijn Paran [Hebr.=‘plaats van spelonken’],
overeenkomstig het bevel des Heren; waren al die mannen hoofden der Israëlieten en
dit zijn hun namen
:
1.].   van de stam Ruben [Hebr.=’zie, een zoon’] Sammua [‘beroemd’], de zoon van Zacchur [‘opmerkzaam’];
2.].   van de stam Simeon [Hebr.=’luisterend’, ‘gehoord’] Safat [‘wachttoren’], de zoon van Chori [‘holbewoner’];
3.]. Van de stam Juda [Hebr.=‘geprezen’] Kaleb [‘hond’, misschien een denigrerende naam, die verwees naar zijn afkomst. Hij hoorde niet bij het volk van God. Hij was één van de ‘trouwe’, ‘onverschrokken’ mensen die aten van de kruimels die van de tafel afvielen, zoals
een heidense vrouw later van zichzelf zou zeggen tegen de Heer Matth.15: 27’],
de zoon van Jefunne [‘omgedraaid’];
4.]. Van de stam Issakar [Hebr.=‘beloning’] Jigal [‘Hij redt’], de zoon van Josef [‘de Heer heeft toegevoegd’];
5.]. Van de stam Efraïm [Hebr.’dubbel vruchtbaar’] Hosea [Hebr.=‘redding’], de zoon van Nun;
6.]. Van de stam Benjamin [Hebr.=‘zoon van Geluk, de rechterhand’] Palti [‘mijn bevrijding’], de zoon van Rafu [‘genezen’];
7.]. Van de stam Zebulon[Hebr.=‘verheven, bewoning’’] Gaddiel [‘de Heer is mijn fortuin’], de zoon van Sodi [bekende’];
8.]. Van de stam Jozef [Hebr.=’de Heer heeft toegevoegd’], van de stam Manasse [‘doen vergeten’] Gaddi [‘mijn fortuin’], de zoon van Susi [‘mijn paard’];
9.]. Van de stam Dan [Hebr.=‘rechter’] Ammiel [‘de Heer is mijn bloedverwant’], de zoon van Gemalli [‘kameeldrijver’];
10.]. Van de stam Aser [Hebr.=‘een stap’] Setur [‘verborgen’], de zoon van Michaël [‘wie is als God?’];
11.]. Van de stam Naftali [Hebr.=‘worstelend’] Nachbi [‘verborgen’], de zoon van Wofsi [‘rijk’];
12.]. Van de stam Gad [Hebr.=‘heer van fortuin, troep’] Geuel [‘majesteit van de Heer’], de zoon van Maki [‘afname’].
            Dit zijn de namen der mannen, die Mozes uitzond om het land te bespieden;  [om zich te (her-)oriënteren] en Mozes noemde  Hosea [Hebr.= ’redding’], de zoon van Nun [Hebr.= ’redding’], Jozua [de Heer brengt redding].
”           Mozes dan zond hen uit om het land Kanaän [Hebr.=‘laagland’] te bespieden en zei tot hen:
‘Trekt hier het Zuiderland in en trekt op naar het bergland en ziet,
– hóe het land is,
– en òf het volk dat erin woont, stèrk is of zwàk, klein of talrijk;
– en òf het land, waarin het woont, goed is of slècht, hoe de steden zijn, waarin
het woont, of het in legerplaatsen woont dan wel in vestingen,
– en òf het land vet is of schraal, of er bomen op staan òf niet.
Weest moedig en neemt van de vrucht van het land mee. Het was toen juist de tijd van de eerste druiven
Numeri 13: 3-20

           God gaf Mozes dus opdracht om één stamhoofd uit elk van de 12 stammen van Israël te sturen om het land Kanaän te verkennen; de diversiteit werd tot eenheid gesmeed.  Onder de bespieders was Hosea [Hebr.= ’redding’], de zoon van Nun [Hebr.= ’nageslacht’] uit  de stam van Efraïm [Hebr.’dubbel vruchtbaar’]; een periode later veranderde Mozes de naam van Hosea in Jozua
[‘de Heer brengt redding]..
Toen Mozes de verspieders uitzond, was het het seizoen van de eerste rijpe druiven.
– Ze moesten moedig ingaan en een staal van de vrucht van het land terugbrengen.
– Ze moesten ook de kenmerken van de bewoners, de vesting van de steden en
het bestaan van bomen, kortom hun directe omgeving beoordelen.

Kalebs getuigenis:
            Omdat het Volk het vertrouwen in de Heer opzegt [verdeeld is], eindigt het geduld van onze God en Vader met deze volwassen Israëlieten/kerkgangers en  bepaalt Hij dat iedereen van 20 jaar en ouder  het beloofde land nooit en te nimmer zal bereiken, maar in de woestijn zal sterven.
Om dit alles in vervulling te laten gaan, zal de woestijnreis 38 jaar ‘langer’ gaan duren.
Dat volgt als vanzelfsprekend wanneer er sprake is van verdeeldheid !!! 
Alleen Jozua en Kaleb worden van dit oordeel uitgesloten.
            Kaleb [uit Juda] en Jozua [uit Efraïm] vertegenwoordigen samen
het voortbestaan van het gehele Joodse Volk, hetgeen
wat later vaak wordt samengevat als Juda en Efraïm [bijv. Hos.5: 12-14; 6: 4].
           Er wordt ten minste één generatie ‘ tussenuit geknipt’… die gaat verloren !!!
Dit is zo’n stevige ingreep van de Heer, dat dit een blijvend thema in de Blijde Boodschap wordt [zie o.a.: Ps.94[95]; 1Cor.10; Hebr. 3].
Blijkbaar kent Gods schijnbaar eindeloos geduld met de mens ook een einde.

Lelijk eendje

Op dit moment in Israëls geschiedenis komen we voor het eerst  het vreemde eendje Kaleb tegen, een vreemde-[ vluchte-]ling.
Hij gaat de stam van Juda vertegenwoordigen en wordt een leider genoemd binnen zijn stam Num.13:  1, 6;34: 19.
Kalebs vader wordt een Keneziet genoemd Num.32: 12; Joz.14: 6,14.
Sommigen denken dat hieruit zelfs een verwantschap blijkt met Ezau.
De naam Keneziet Joz.14: 6,14 zou dan terug te voeren zijn op Kenaz,
de kleinzoon van Ezau Gen.36: 11; 1Kron.1: 36.
Anderen verwijzen naar de Kenezieten waarover in Gen.15: 19 gesproken wordt.
Aannemelijk is dat Kaleb of zijn voorouders vanwege hun erkenning van de God van Israël [de kerk] binnen het volk Israël [de kerk] waren opgenomen Joz.6: 25; Matth.1: 5.
Opvallend is in dit verband de betekenis van de naam Jefunne: ‘omgedraaid‘.
Kalebs naam [keleev] betekent ‘hond’ of ‘trouw’ en ‘onverschrokken’.
Kaleb doet in deze geschiedenis zijn naam eer aan, omdat hij blijft vertrouwen op Gods beloften met betrekking tot het beloofde land Num.14: 24; 32: 12 en Deut.1: 36. Hij was hierin ten opzichte van de Heer  zo trouw als een hond‘.

Waarom zo’n uitgebreide oud-Testamentische inleiding tot het door God verzamelde college van bestuur in Israël [de kerk].
Ik ben zo langszamerhand cynisch geworden door al dat gemier van afgelopen concilies, zowel
die van het Rooms-Katholieke Vaticaan als die van het pan-Orthodox concilie op Kreta; het leek allemaal héél wàt – handjes geven, hoogdravende gesprekken,
praten, praten, praten, een hoop papier, boekenkasten vol en  het gevolg is een steeds kleiner wordende groep Christenen, die blijft schreeuwen om waarachtig Christelijk navolgers Geloof en opnieuw teleurgesteld achterblijft.
Wat hebben ze bereikt hoogmoedig als zij waren over hetgeen zij gepresteerd hadden.
William Shakespeare heeft het ons al voorgehouden:
    Trots is eet zichzelf op: trots is zijn eigen spiegel, zijn eigen trompet,
zijn eigen kroniek; en wat zichzelf slechts in de daad prijst, verslindt zichzelf in de lof”.

Een heilige die zichzelf superieur vindt ten opzichte van de z’n broeder, verbeurt zijn heiligheid en wordt als maar slechter.
            Voor mijzelf was het een fase, want cynismen zo heb ik vaak genoeg ontmoet, het spant zich niet graag in, heeft weinig zin de handen uit de mouwen te steken, is niet productief.
Veel eerder zijn er vóórvaderen, die omdat de wereld verder moet, het tot hun taak stelden mensen een stem te geven, wèrkelijk geschiedenis te schrijven, zoekenden op te leiden, de publieke opinie te beïnvloeden, bewustwording te kweken. Die kennen het woord kerkelijke genocide niet, maar grijpen terug op aloude ervaringen, en lopen het gevaar als Profeten in de vergetelheid te geraken.
            Ik heb het over Solovjov’s religieuze metafysica en zijn filosofische onderbouwing die einde negentiende eeuw [reeds] in het [‘oosters’] christendom tegengewicht gaf aan eenzijdigheid in de stromingen van het materialisme, positivisme en de denkwijze waarbij het algemeen nut of welzijn van de mens het uitgangspunt is, kortom het utilitarisme.
Solovjov ging aan de slag met de Platoonse triade van ‘Schoonheid, Waarachtigheid en Rechtvaardigheid’.
Het weer menselijke maken van de samenleving, waarin het principe Schoonheid schuil gaat, wordt in gezuiverde vorm  „integrale creativiteit‟.
Het menselijke kennen, dat verwijst naar het principe Waarheid,
vindt zijn voltooiing in „integrale kennis‟.
• Het menselijke doen en laten, cirkelt rond het principe Rechtvaardigheid, geeft in ultieme vorm de „integrale samenleving‟.
Deze drie integriteiten verenigen elk in zich nog eens drie ondergeschikte entiteiten:
„integrale creativiteit‟ verenigt mystieke ervaring,
artistieke kunst en technische kunst;
„integrale kennis‟ verenigt theologie, filosofie en wetenschap;
„integrale samenleving‟ verenigt kerk, staat en de economie.
De triade „zijn, weten en willen‟ kan men betrekken op respectievelijk de verpersoonlijking van Dimitri, Ivan en Aljosja uit het boek van ‘De gebroeders Karamazov’ van Dostojewski.
Dimitri’ leeft vooral naar wat zijn instincten hem ingeven, en
existeert op het niveau van het brute zijn.
Ivan’ is een ontwikkeld intellectueel die op een rationele manier
tracht tot kennis te komen over onder meer het bestaan van God.
Aljosja’ verlaat op verzoek van zijn leermeester starets Zosima het klooster,
hij trekt de wijde wereld in en stelt zo een ‘wil’s-act’.
De natuurtoestand tussen mensen en de toestand van internationaal ‘recht’ waar, zoals we kunnen constateren helemaal geen recht bestaat zijn gelijksoortige situaties.
Zowel mensen als staten [en religieuze rechtstaten] dienen als vanzelfsprekend een rechtstoestand op te richten. Het is niet alleen zo dat ze beiden een rechtstoestand dienen op te richten, ze dienen dat ook op dezelfde manier te doen [niet alleen woorden, maar ook daden]. 
We dienen als navolgers van Christus, de grote Verlosser van mens en staten,
van staten [en religieuze rechtstaten] juist hetzelfde te eisen als van mensen.
De wereldstaat dient één staat van burgers te zijn die iedere mens zijn/haar basisrechten waarborgt. 
Dat betekent niet dat de staat [en de religieuze rechtstaat] geen enkele rol meer kan spelen, wèl dat mensen evenzeer en misschien zelfs méér burger van de wereldstaat [verenigde kerkstaat] zijn. Aldus wordt vorm gegeven aan de Apostolische grondbeginselen, welke in de vroeg-christelijke  periode al werden gepraktiseerd.

Welke lessen kunnen we uit bovenstaande lezingen trekken?
Wij kunnen wel vaststellen dat wij ondanks al onze menselijke bemoeienissen
zowel individueel als op wereld niveau nog steeds in een chaos leven.
1.]. Wij mensen dienen primair waarachtig gelovige mensen te zijn, niet op basis van een instituut, maar op basis van de ‘oer’-roep tot ‘hulp‘ aan God, wij kunnen het zelf namelijk niet bolwerken.
We dienen onszelf te zien als zonen en dochters van de Koning der Koningen en Heer der Heerscharen – en dat wij niet langer kleine sprinkhanen zijn, die verpletterd worden onder de voet van de wereldse macht, de machtigen der aarde, onze tegenstrever.

IC XC  NI KA [monastieke afbeelding]
We dienen een heilig Geloof te ontwikkelen dat het niet uitmaakt voor welke uitdaging we vandaag staan, maar dat we ‘maar al te goed’ in staat zijn om de wereld ‘met Gods hulp’ te overwinnen.

Dàt is het soort Geloof dat God behaagt.
Zònder dàt is het onmogelijk om Hem te behagen:
    Het Geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet. Want door dit [Geloof] is aan de ouden een getuigenis gegeven.
• Door het Geloof verstaan wij, dat
de wereld door het Woord van God tot stand gebracht is, zodat
het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare.
• Door het Geloof heeft Abel aan God een beter offer gebracht dan Kain; hierdoor werd van hem getuigd, dat hij rechtvaardig was, dáár God getuigenis gaf aan zijn gaven, en hierdoor spreekt Hij nog, nadat hij gestorven is.
• Door het Geloof is Henoch weggenomen zodat hij de dood niet zag, en hij werd niet meer gevonden, want God had hem weggenomen. Want voordat hij werd weggenomen, is van hem getuigd, dat hij aan God welgevallig was geweest; maar
zonder geloof is het onmogelijk [Hem] welgevallig te zijn.
Want wie tot God komt, dient te geloven, dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken.
• Door het Geloof heeft Noach, nadat hij een godsspraak ontvangen had
over iets, dat nog niet gezien werd, eerbiedig de ark toebereid
tot redding van zijn huisgezin; en door dat [Geloof] heeft hij de wereld veroordeeld en is hij een erfgenaam geworden der Gerechtigheid, die
aan het Geloof beantwoordtHebr.11: 1-7.

2.]. Als gelovige mensen dienen we het vermogen om te spreken te bewaken en
met Geloof gevulde woorden te spreken.
Waarom stierf de hele gemeenschap van Israël in de wildernis?
Ze plukten de vrucht van hun trouweloze, angstige woorden.
Het volk zei vele malen: “We zullen zeker in deze woesternij sterven”, het noodlot was hen nabij en God stond hen toe op die manier over hun eigen toekomst in het bestaan te spreken.
Zeg tot hen:” terwijl ik leef” zegt de Heer,
  precies  zoals u hebt gesproken in Mijn oren, zo zal ik u doen:
de kadavers van u die tegen Mij hebben geklaagd
zullen in deze wildernis vallen,
u allen die volgens uw gehele getal zijn geteld
vanaf twintig jaar en ouder
Num.14: 28-29.

3.]. We dienen ons te bekeren van ons ongeloof en een begin te maken te vertrouwen op God, op een andere manier zal het ons onmogelijk blijken nog vooruitgang te boeken.
En soms kan ons gebrek aan Geloof [door slechts lippendienst te verrichten]
ons beletten om vooruit te gaan op een bepaald gebied, zelfs
nadat we ons hebben bekeerd.
De Israëlieten hadden plotseling berouw over hun gedrag en verzamelden de moed om het land in te gaan, maar het was al te laat.
Mozes waarschuwde hen:
” Ga niet naar boven, want de Heer is niet bij u, opdat
u niet voor uw vijanden wordt neergeslagen
“,
maar zij rebelleerden opnieuw,
zij gingen in hun overmoed zelfstandig omhoog en
werden daarom verslagen door de Amalekieten [stamvader is Amalek; Amal (Hebr.=‘kwaad’)]
en de Kanaänieten [de bewoners van het oorspronkelijk gebied wat
het zinnebeeld werd van de hogere wereld].

Ook de tien spionnen die het slechte bericht van het oorspronkelijk Land
hadden teruggebracht,  werden door de Heer neergeslagen in een plaag, maar
Joshua en Kaleb, ja, die uit den vreemde, die vluchteling,
werden levend achtergelaten.

God had zijn definitieve beslissing genomen;
ze waren nuniet in staat“, nèt zoals ze over zichzelf hadden gesproken.

4.]. We dienen een nederig volk te zijn; iets wat uitnodigt om nagevolgd te worden, door familieleden en door vreemden, bij ons is arrogantie hetzelfde als
een overvloed aan  zelfvertrouwen bezitten.
Mogen wij daarom allen zijn zoals Mozes, die om Genade smeekte namens zijn Volk.

Ons persoonlijk Geloof is belangrijk voor God!
Het Geloof van de Heilige Katholieke en Apostolische Kerk rust op de Pedagogie van de Heer, d.w.z. op de Blijde Boodschap, zoals  het dak van de Kerk bescherming biedt door op de pilaren te steunen.
Door het Geloof hebben wij het Woord van God op de lippen, en verkondigen dat leven slechts kan ontstaan door lijden en sterven heen en dat we in zekere zin deze woorden ‘als dagelijks voedsel’ beschouwen Spr.18: 21.
Wij weten dat het door onze woorden is dat we worden vrijgesproken en door onze woorden zullen we worden veroordeeld Matth.12: 37.  Mogen we daarom in de woorden die we over onszelf en anderen spreken,  behoedzaam zijn en ons Geloof weloverwogen doorgeven.
Mag onze Heer en Verlosser behagen hebben in de woorden van mijn mond , de gedachten van mijn hart liggen open voor Zijn ogen Psalm 18[19]:14.
Wij hebben de Heer en onze naasten lief, omdat De Heer ons eerst heeft liefgehad.
In liefde bestaat er geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees uit want
de vrees houdt verband met straf en wie vreest, is niet volmaakt in de liefde 1John.4: 18,19.

  • De hand des Heren was op hem – το χέρι του Κυρίου ήταν εκεί πάνω του – كانت يد الرب عليه – The hand of the Lord was upon him.

    ‘  De hand des Heren begeleidt ons als waterbeken, Hij leidt het overal heen, waar het Hem behaagt. Onder luid geween zullen wij komen en onder smeking zal de Heer ons begeleiden;
    Hij zal ons voeren naar waterbeken op een effen weg, waarop wij niet struikelen.
    Want Hij is ons tot een Vader, en Efraïm, is Zijn eerstgeborene. Hoort daarom het Woord van de Heer, o volkeren, verkondigt het in verre kustlanden en zegt: ‘Hij, Die Israël [de Kerk] verstrooide, zal het verzamelen en het behoeden als een Herder, Zijn kuddeJeremia 31: 9,10.

Apolytikion
Tn.3.    Dat hemelse en aardse wezens zich verheugen en jubelen
want de Heer heeft de Kracht van Zijn arm getoond.
Door Zijn dood heeft Hij de dood vertreden
en werd Hij de Eerstgeborene uit de doden.
Hij heeft ons verlost uit de diepten der hel
en aarde wereld grote Genade geschonken”.

Kondakion
Tn.3.    Heden zijt Gij, Barmhartige, opgestaan uit het graf,
en hebt ons verlost uit de poorten des doods,
Heden jubelt Adam en Eva verheugt zich;
en de Profeten en Patriarchen bezingen zonder einde
de Goddelijke Macht van Uw Heerschappij


Theotokion    
Tn.3.    Gij zijt Middelaarster geweest bij de Verlossing van ons geslacht,
daarom prijzen wij U, o Moeder Gods en Maagd.
Want in het vlees dat Hij aannam uit uw schoot,
heeft uw Zoon, onze God,
het lijden van het Kruis ondergaan.
En heeft Hij ons uit het verderf verlost
als de Menslievende
”.