2e Zondag ná Pinksteren – Komt Heiligen aller landen verenigt u op ascetische wijze rond Christus

Christ, ‘waiting for you’

            En onze Heer en Verlosser ging de Berg op en riep tot Zich, wie
Hij zelf wilde, en zij kwamen tot Hem.
En Hij stelde er twaalf aan, opdat zij met Hem zouden zijn en opdat Hij hen zou uitzenden om te prediken, en om macht te hebben boze geesten uit te drijven.
En Hij stelde de twaalven aan, en aan Simon
[Hebr.= ‘luisterend, woestijn’] gaf Hij de bijnaam Petrus [Hebr.= ‘rotsblok of steen’], en Jaäcobus, de zoon van Zebedeus [Hebr.=‘mijn gave’], en Johannes, de broeder van Jaäcobus [Hebr.=‘onderkruiper, hielenlichter‘], en Hij gaf hun de bijnaam Boanerges, [Hebr.= ‘zonen van de donder’], en Andreas [Hebr.= ‘mannelijk’] en Philippus [Hebr.=‘liefhebber van paarden(-kracht)’] en Bartholomeüs [Hebr.= ‘zoon van Tolmai (= ‘van de Vorentrekker’)] en Mattheüs [Hebr.= ‘gave van de Heer’] en Thomas [Hebr.=‘tweeling, twijfelaar’] en Jaäcobus, de zoon van Alpheüs [Hebr.= ‘veranderend’] en Thaddeus [Hebr.= ‘ruimhartig, moedig’] en Simon de Zeloot en Judas [Hebr.=’geprezen‘ of ‘bewonderd‘] Iskariot [Hebr.= ‘uit Kerioth’ (Kariot = steden)’], die Hem ook verraden heeftMarc.3: 13-19.

oldest painting of Paul

            Want het schijnt mij toe, dat God ons, apostelen, de laatste plaats heeft aangewezen als ten dode gedoemden, want wij zijn een schouwspel geworden voor de wereld, voor engelen en mensen.
Wij zijn dwaas om Christus’ Wil, maar gij zijt verstandig in Christus; wij zijn zwak, maar gij zijt sterk; gij zijt in aanzien, maar wij zijn niet in ere.
Tot op dit ogenblik verduren wij honger, dorst, naaktheid, vuistslagen en een zwervend leven;
wij verrichten zware handenarbeid; worden wij gescholden, wij zegenen; worden wij vervolgd, wij verdragen; worden wij gelasterd, wij blijven vriendelijk;
wij zijn als het uitvaagsel der wereld geworden, als aller voetveeg, tot op dit ogenblik toe.
             Dit schrijf ik niet om u beschaamd te maken, maar om u als mijn geliefde kinderen terecht te wijzen. Want al hadden jullie duizenden opvoeders in Christus, jullie hebben niet vele vaders Immers, ik heb u in Christus Jezus door het Evangelie verwekt.
Ik vermaan u dus:
‘volgt mijn voorbeeld’1Cor.4: 9-16.

Geloof met hoop als basis
Volgt het voorbeeld van Paulus – we hebben het vorige week al gehoord toen alle Heiligen en hun heiligheid aan het Licht werden gesteld; hetgeen begint door aan God te belijden dat je slechts als ‘een zandkorrel’ bent , d.w.z. niet van ‘wàt-vóór’ betekenis dan ook en dat je voor de al-Machtige God en voor de gehele mensheid belijdt, dat je gezondigd hebt.
Het doel van de christen is immers om de gezegende staat van de vergoddelijking te bereiken.
De vergoddelijking is identiek met ‘gelijkenis’, dat wil zeggen, proberen als Zijn Icoon, zoals God te zijn.
Echter, om die gelijkenis te bereiken, om de visie van God te bereiken, en
om deze visie niet een verterend vuur maar een levengevend licht te laten zijn,
dient er van te voren een zuivering te hebben plaatsgevonden.
Deze zuivering en genezing is de inzet en de opdracht van de Kerk.
Wanneer je als navolger van Christus deelneemt aan de eredienst aan
welke dienst van welke denominatie dan ook ‘zònder’ een levengevende reiniging te ondergaan
– en bovendien deze daden van aanbidding ook gericht zijn op de reiniging van de mens
– dan leeft hij niet ècht, niet waarachtig in de kerk.
Het christendom zonder zuivering is een utopie.
Deze zuivering is in feite onze reiniging van haat
teneinde een beetje liefde en aandacht te verkrijgen omdat God slechts Liefde is.
Dit is het doel van de geboden om ons te leren hoe we lief dienen te hebben.

DO NOT WEEP‘ – Theotokos & John Theologian

                                Broeders, zusters, we zijn nu God’s kinderen van één Vader en wat we zullen zijn is nog niet verschenen; maar we weten dat wanneer ‘Hij’ verschijnt, we
op ‘Hem’ zullen gelijken, omdat
we ‘Hem’ zullen zien zoals Hij is.
Dit is wat de Kerk ons leert op basis van:
            Geliefden, nu zijn wij kinderen God’s en het is nog niet geopenbaard, wat
wij zijn zullen;
[maar] wij weten, dat, als Hij geopenbaard zal zijn,
wij Hem gelijk zullen wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is.
En een ieder, die deze Hoop op Hem heeft, reinigt zich, gelijk Hij rein is.
Ieder, die de zonde doet, doet ook de wetteloosheid, en de zonde is wetteloosheid.
En jullie weten allemaal
[niemand uitgezonderd], dat Hij geopenbaard is, opdat Hij de zonden zou wegnemen, en in Hem is geen zonde1John.3: 2-5.

Wat zit ons dan dwàrs, wat zit ons op onze hobbelige weg [vol stoppels]
– in de weg – op onze tocht naar het Hemels Koninkrijk, de
nieuwe Hemel en de nieuwe aarde, die wij als navolgers verwachten?
☦️ Ook ‘dàt’ is vorige week al aan de orde geweest, want
– zoals het Petrus dwars zit dat hij tijdens het vissen van de nacht niets had gevangen, Luc.5: 5 dan had hij de dag daarop [door de Genade God’s] eveneens niets gevangen.
– zoals Paulus in Damascus geen lichamelijke blindheid had ervaren, zou
hij [door de Genade God’s] geen geestelijk inzicht verkregen hebben, Hand.9: 8.
– zoals Stephanos niet als lasteraar was belasterd, zou hij [door de Genade God’s] de Hemelen niet hebben zien opengaan en naar God niet hebben [om-]gekeken, Hand.6: 15;7: 56.
Zoals werk volgens God in de gehele samenleving een deugd wordt genoemd, zo wordt een onverwachte aandoening een beproeving, een test van God’s weg genoemd.
God ‘beproefde Abraham’, Gen.22: 1-14, dat wil zeggen, God heeft hem voor eigen gewin getroffen, niet om te leren wat voor soort mens Abraham was – want Hij kende hem, omdat Hij alle dingen kent ‘vóór ze tot stand komen’
– maar om hem als Aartsvader kansen te geven om het volmaakte Geloof te tonen.
Elke aandoening beproeft, onderzoekt onze wil en toont of deze -door en door – geneigd is tot goed òf het kwaad.
Dit is de reden waarom een ​​onvoorziene aandoening
een beproeving wordt genoemd, omdat
het een mens in staat stelt om
zijn verborgen verlangens te onderzoeken en
zich ten goede te keren.
☦️ De angst voor [het ontzag voor] God dwingt ons om tegen het kwaad te vechten; en wanneer we tegen het kwaad vechten,
vernietigt de Genade van God het zonder meer – conf. H. Marcus, de asceet.
De omzwervingen die de mens in de geest maakt dient voor ons een signaal te zijn een teken van . . . . . God, ter bewustwording.
Indien je merkt dat je geest voortdurend afdwaalt naar verschillende klusjes die je moet doen, dien je jezelf te realiseren dat het spiritueel niet goed met je gaat, en dit zou jou er persoonlijk op dienen te wijzen – er dient een alarmbel af te gaan, dat je afstand van God hebt genomen.
Wees daarom onophoudelijk dankbaar, want een dankbare geest is een bron van vreugde – conf. H. Païsios, de Athoniet.
☦️ Indien je rijk wilt worden, dien je eerst ‘alles‘ te verliezen, achter je te laten en bittere armoede te ervaren.
Eerst dàn zul je rijkdom ervaren in alles wat je op je weg ontmoet;
indien je arm van geest bent zal er geen bezit en eigendom meer op je weg komen, want alles behoort aan God toe, Die jou ongevraagd een voldaan gevoel, een ervaring van intens geluk en rijkdom zal schenken.
Het is niet het bezit en eigendom dat je rijk maakt, maar de geest.
Er is een kleine groep, 5 % van de wereldbevolking, die 90% van het vermogen van de beurs bezit. Wij dienen voor hen te bidden, want zij vernederen zichzelf temidden van overvloedige rijkdommen.
Wij dienen oh, zo correct en voorzichtig te handelen, want voordat je het weet
ben je zelf in de muil van de tegenstrever beland.
Want de wet van de wereldse natuur is rijk genoeg voor iedereen en
overeenkomstig die wet kun je al snel meer dan genoeg voor jezelf vinden.
Maar de lust voor de overvloed van rijkdom
is ten alle tijde nog altijd een bittere armoede geweest.
Armoede bevindt zich dus niet in de menselijke natuur, maar
is een kwestie van onze hoogstpersoonlijke ‘eigen’ gevoelens.

rupsje ‘nooit genoeg’;The ‘Very Hungry’ Caterpillar

Het is gemakkelijk voor de wereldse natuur om in zichzelf rijkdom te ervaren, te vinden, maar het heeft de grote beproeving van de lust -‘naar steeds maar meer‘- tot gevolg en
daar kun je – kijk maar om je heen – nooit genoeg van krijgen,
de mensheid gaat eraan ten onder.
Hoe meer een mens wint, hoe meer hij wil winnen, en
hij verbrandt zichzelf als gevolg van een soort verslaving,
dronkenschap aan zijn lusten – conf. H. Leo de Grote [paus van Rome].
☦️  Over de menselijke gedachten,
het onderscheidingsvermogen en de waarachtige kennis.
Er was eens iemand bij wie een gedachte opkwam en
die mens accepteerde die gedachte zonder deze verder te onderzoeken.
Een ander kreeg diezelfde gedachte en testte de waarheid ervan.
Wie van hen handelde met meer mensenkennis, eerbied?
Op basis van deze omgang met gedachten, of die nu goed of slecht uitpakken,
wordt geduldig de waarachtige kennis opgebouwd om verdriet te accepteren en
niet om anderen [heel kortzichtig maar] de schuld te geven van onze eigen tegenslagen.
Daar tegen over staat degene, die iets ‘goed’ doet en daar een beloning voor verwacht, die dient niet God, maar zijn eigen wil, terwijl een zondaar
niet aan vergelding kan ontsnappen, behalve dan door ten opzichte van God, dusdanig berouw te tonen, die past bij zijn/haar overtreding – conf. H. Marcus, de asceet.
☦️  Liefde is in wezen de verbanning van elke vorm van tegengestelde gedachte, want liefde is zich van geen kwaad bewust.
Daarom dienen we ieder ander mens lief te hebben zoals ze zich aan ons voordoen, al is het de grootste misdadiger en niet zoals wij willen dat ze zijn,
overeenkomstig onze eigen zelfzuchtige verlangens.
We kunnen voor hen bidden, we kunnen hen ons goede voorbeeld geven, we kunnen ze zelfs bijstaan met onze goede raadgevingen, luisteren ze niet, dan hou je er vroeg of laat ‘zelf’ wel mee op. [- een bedrijfsarts zei mij zelfs een keer, ‘je verandert nog geen poes‘]
Maar we dienen ten alle tijd te voorkomen dat we onze woede op hen richten; bidt daarom voor die ander – God weet wel wat goed voor hem/haar is.
God is namelijk één-èn-àl ‘Liefde’ en woede jegens andere personen, onze naasten, die eveneens in het beeld van God zijn, maakt God toornig/boos, behalve
de situatie waarin God ons laat zien dat we niets ander kunnen dan actie te ondernemen.

H. Johannes Climacos [van de Ladder]

Maar zelfs in dit geval zou onze woede niet tot na zonsondergang dienen te duren. Dus, wanneer je het idee bij je op voelt komen
– dat je in uitzonderlijke situaties boos [of teleurgesteld] op anderen mag zijn,
denk dan opnieuw:
God is Liefde, en degene op wie je jouw liefde richt,
op de naaste, die je ondanks alles blijft liefhebben,
blijft in God en God in hem/haar – – conf. H. Johannus Climacos van de Sinaï,
uit het boek ‘de Ladder’] èn conf. Johannus de Theoloog.
☦️  Het is in feite hetzelfde zoals mensen [als het goed en gezond is] geen oorlog ontketenen om van de oorlog te gaan genieten, maar om juist van de oorlog te worden gered, zo gaan wij deze aan over-consumptie en genot verslavende wereld niet in om daar maar eens gezellig van te gaan genieten, maar om van het verslaafd zijn aan deze wereld gered te worden.
Mensen trekken ten strijde omwille van iets dat groter is dan oorlog.
Dus gaan we ook dit tijdelijke leven binnen omwille van iets groters:
om het eeuwige leven te bereiken‘.
En zoals soldaten met vreugde vooruitkijken en nadenken over hun terugkeer naar huis, hebben wij navolgers van Christus ons ook onophoudelijk het einde van ons leven en de bijbehorende terugkeer naar hun hemelse vaderland voor ogen.
Het belangrijkste doel van ons leven is om in gemeenschap met God te leven.
Hiertoe is de Zoon van God mens/vlees geworden [geïncarneerd], om
ons terug te brengen naar deze gemeenschap met God, die verloren is gegaan door de zondeval, de trots/hoogmoed van de mens [zich tot God te willen verheffen].
Door Jezus Christus, de Zoon van God, komen we in gemeenschap met de Vader en bereiken op die wijze ons doel.
conform H. Nicholas Velimirovic en H. Theophanos de kluizenaar.

Zoals de afgelopen week van Hemelvaart tot en met Pinksteren duidelijk is gemaakt:
Christus’ Hemelvaart is onze verheffing”.
Als bewerker van het heelal, de Kosmos heeft Hij de heiligmaking van de zielen van de mensen met Zijn Woord, Zijn Pedagogie bewerkt.
Uit Hem is alles’; uit dit is alles ‘uit’ de Vader,
door de Zoon uit de Heilige Geest voortgekomen.
Telkenmale zegt onze Heer en Verlosser door
de liefdesband met de Vader en de Heilige geest
is alles tot stand voortgekomen.
Na Zijn Hemelvaart is voor ons het verwerven van de H.Geest – conf. Seraphim van Sarov. onlosmakelijk een noodzakelijk iets verkrijgen door
er moeite voor te doen geworden
– door dit grote Mysterie van die Liefdesband ontvangen wij door
deMysteriën [deSacramenten] en door van jongs-af-aaan deel te nemen
hebben we deel aan die liefdesband.
Het verwerven van de Heilige Geest [God’s Genade is ons genoeg] is
dus ons einddoel om het Koninkrijk God’s te kunnen binnengaan.
Zo ook voltooit en vervolmaakt Hij, Die God’s Goedheid is en
de Liefde Zelf van de Vader en de Zoon tot elkander,
door Zijn krachtige en zachte stuwing de verheven werken voor
het eeuwige Heil van alle mensen,
in Hem is alles’; in Hem is de Heilige Geest.

Het Mysterie, houdt uw lampen brandend, The Mystery, keep your lamps burning

           Hoe zullen wij sterke mensen worden?
  God zij dank, de levenskracht is reeds in ons’,
diep in ons is een goddelijk Mysterie.
Maar we dienen haar te verlossen uit haar banden met de wereld, opgraven uit ongekende schachten van ons leven, wekken, want ze slaapt.
     Nu zijn er hulpmiddelen, die we kunnen aangrijpen, om tot sterkte op te staan.
Eén grote gedachte brengt éénheid, rechte lijn, inspiratie in ons leven.
De daad, die wij verrichten, ondersteunt onszelf.
De natuur kan haar stroom van krachten in ons ontsluiten.Als je maar wil en antwoordt geeft op die intens liefdevolle roep van God.
  Ja, want zo is het een welbehagen geweest voor de Vader. Alle dingen zijn de Zoon overgegeven door onze Vader en niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon en wie de Zoon het wil openbaren”.
Want Hij roept:
  Komt tot Mij, jullie allen, die vermoeid en belast zijn, en Ik zal jullie rust geven; nemen jullie Mijn juk op je en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en jullie zullen rust vinden voor jullie zielen; want Mijn juk is zacht en Mijn last is lichtMatth.11: 26-30.
Laat ook ons hart dan ook met Hem opstijgen.
Luisteren wij naar de Apostel die zegt:
  Indien gij dan met Christus opgewekt zijt,
zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is,
gezeten aan de rechterhand van God.
Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn.
Want jullie zijn gestorven en je leven is verborgen met Christus in God.
Wanneer Christus verschijnt, Die ons leven is,
zullen ook jullie met Hem verschijnen in Heerlijkheid 
Hij is opgestegen, maar niet van ons heengegaan.
Zo zijn ook wij al dáár met Hem, terwijl
in ons lichaam nog niet gebeurd is wat ons beloofd wordt
Col.3: 1-4.
Hij is al boven de hemelen verheven, maar toch
ondergaat Hij op aarde al het lijden dat
wij als zijn ledematen te verduren hebben.
Hiervan getuigde Hij toen Hij vanuit de hemel in Damascus riep:
  Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij?” Hand.9: 4, en
eveneens met de woorden:
  Ik had honger, en jullie hebt Mij te eten gegevenMatth.25: 35.
Waarom doen ook wij niet zó ons best op aarde, dat
wij door Geloof, Hoop en Liefde, waardoor
wij met Hem verbonden zijn,
ook reeds met Hem van de rust genieten in de hemelen?

‘Reddende Christus, Mysterie en Goddelijke Liturgie’; ‘Saving Christ, Mystery and Divine Liturgy’

     Hoewel Hij dáár is, is Hij ook mèt ons, en terwijl wij hier zijn, zijn wij ook mèt Hem.
     Hij is mèt ons door Zijn Godheid,
Zijn Macht en Zijn Liefde.
     Wij kunnen niet bij Hem aanwezig zijn door de godheid zoals Hij bij ons, maar wij kunnen dit door de Liefde,
door de liefde tot Hem.
God liefhebben is de eerste, de enige en grote kans op redding door Zijn Zoon, onze Verlosser.
Indien we God bóven alles houden, worden Zijn geboden als
wapens die ons helpen in onze ongeziene oorlogsvoering, die
onophoudelijke veldslagen in en voor de ziel van
elke navolger van Christus.
     God’s inzettingen [geboden] zijn levenslijnen van de Heer.
Onze Barmhartige God voorziet de intenties van
de demonen en de zwakte van ons vlees.
     Hij geeft Zijn gestrafte kinderen de geboden [inzettingen] om
de demonen aan het Licht te brengen en ons in staat te stellen
controle te krijgen over onze passies.
     Indien je met de hulp van de Heer door middel van
nauwgezette waakzaamheid je innerlijke roerselen bewaakt voor
dwaling en de aanvallen van de demonen en
hun streken in strikken verweven in jouw fantasie observeert,
zul je uit ervaring zien dat dit het is waar alles om draait
” – De H. Philotheos van de berg Sinaï verzekert ons daarmee van de doeltreffendheid van het houden aan God’s geboden.
    Maak ons waardig, Heer deze dag voor de zonde te worden bewaard. Gezegend zijt Gij, Heer, god van onze Vaderen en geloofd en geprezen zij Uw Naam in de eeuwen der eeuwen, AMEN.
      Moge Uw Barmhartigheid over ons komen, Heer, want in U stellen wij ons vertrouwen.
            Gezegend zijt Gij, Heer, leer mij Uw Gerechtigheid.
            Gezegend zijt Gij, o Koning, geef mij inzicht door Uw Gerechtigheid.
            Gezegend zijt Gij, o Heilige, verlicht mij door Uw Gerechtigheid.
Heer, Uw Barmhartigheid is eeuwig, zie niet voorbij aan het werk van Uw handen.
            Aan U komt de lof toe, U past een Hymne, aan U de eer.
Aan de Vader, en aan de Zoon, en aan de Heilige Geest,
nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen, AMEN
uit: Doxologie.

Specificatie
Het is heel belangrijk om niet alleen te luisteren naar wat er expliciet gezegd wordt. Wanneer mensen argumenten gebruiken, liggen daar allerlei
[o.a. cultureel gevoedde] gevoelens onder.
Uiteraard is het op Kerkelijk [algemeen Christelijk niveau] ontzettend kwetsbaar om gevoelens met elkaar te delen, maar daardoor ontstaat er wel onderling begrip, zeker wanneer je zoekt naar de Bron van alle dingen.
Het kan een mens helpen om andere culturen toe te voegen aan de ervaring van het ‘Noaberschop’ [Twents] of ‘naoberschap’ [Achterhoeks, Drents en Sallands] – òf gewoon Nederlands: nabuurschap;
– Er wordt bij gelegenheden van Goed Nabuurschap
veel traditioneel eten gekookt en gedeeld met buren om
een goede verstandhouding te bevorderen; maar
niet iedereen in de Lage Landen houdt van patatje – stoofvlees in donkere bier, de appelstroop, mosterd en kruiden en zeker wanneer deze nog eens gemengd wordt met Tzatziki, gyros, souvlaki moussaka – spanakopita en Dolmatiki’s.
Voor enkele keren is het vaak zeer sprankelend om een derde toe te voegen aan een conversatie/gesprek, om gedachten en ervaringen uit te wisselen hetgeen het algemeen christelijk onderwerp raakt.

Vreemde eend?

Maar een andere cultuur laat zich niet overheersen door sneukelingen [gewesteljke ‘gouden’ aren] en zeker niet wanneer deze door vreemde populariteit’s-grafieken wordt gemanipuleerd.
In de jaren negentig – waande Nederland zich nog in een oase van verdraagzaamheid, een voorbeeld voor de wereld.
            Dàt mocht de wereld weten – een gemeenschap die ogenschijnlijk veel tolereerde, maar die in feite vooral bestond uit individuen die elk hun eigen waarheden als het allerhoogste goed beschouwden.
          Dat blijkt wel uit de hymne op het lied:
    Het land wars van betutteling, geen uniform is heilig,
een zoon die noemt z’n vader Jan, Klaas of Piet, een fiets staat nergens veilig
’.
Het refrein is:
      zoveel miljoen mensen op dat hele kleine stukje aarde, die
schrijf je niet de wetten voor, die laat je in hun waarde
’.
          Dàt is de nationale icoon, het zelfportret van christelijk Nederland, – dáár past dus absoluut géén indoctrinatie en vriendjespolitiek in; – dáár wordt recht toe recht aan verzet aangetekend tegen dit soort overheersing.
In Nederland wordt onomwonden getoond dat zelfs in het OKIN het verschil-beginsel direct wordt aangepakt en is al duidelijk gemaakt dat een overheersende aanpak niet getolereerd wordt; hoever dient men te gaan om afwijkend gedrag te corrigeren?

Tronende Christus” – alleenheerser, tussen Engelen en Heiligen

Heiligen aller landen is een ‘nieuwe realiteit’, een Hemelse Kerk van Heiligen, dáár voedt je elkaar op voorbij het gewone biologisch wereldse.
Het leven van de mens leek vroeg-christelijk het leven van de mens de ‘Zoon van God’.
Vanaf Pinksteren maakt immers de Heilige Geest de gelovigen ledematen van het Lichaam van Christus, die de Kerk vormen.
De Kerk van Christus is gelijktijdig zichtbaar en onzichtbaar, is het Mystieke  Lichaam des Heren, door Christus geleidde hiërarchische instelling en sociale gemeenschap;
ik ben bang, neen, ik ben ervan overtuigd dat samen ‘uit en thuis’, welke ons als ideaal, als Oecumene wordt voorgehouden, slechts eerst bij Christus Wederkomst gerealiseerd zal worden.
Vorm het Goddelijke en het menselijke element één enkele Theandrische ** realiteit, één Lichaam in Christus Rom.12: 15.
                          
**Theandrisme’ is gelieerd aan het woord ‘Theocratie’ en is de klassieke, traditionele naam voor die vertrouwelijke en volledige eenheid tussen het goddelijke en het menselijke, dat op zich is een voorbeeld in Christus en dat is het uiteindelijke doel waarop alles in deze wereld bestaat en wordt bestierd [= ‘bestuurd’] door Christus en de Heilige Geest.
                           Deze verbinding tussen het Hemelse en het menselijke deel leidt tot aan de Engelen en de Heiligen, Die pleitbezorgers zijn voor de levenden en de oproepen van de gebeden van degenen die leven en het volle leven [‘in Christus’] nastreven.
                           Heiligen aller landen hebben wel degelijk een belangrijke plaats in
de Orthodoxe spiritualiteit, maar dat bereik je niet met praten, praten, praten, en
stapels oud Papier, boekenkasten vol, dàt bereik je slechts door het leven ‘in en met God’ in je binnenkamer te be-oefenen en ná te streven.
               Op de zondagen ná Pinksteren wordt heel nadrukkelijk  het feest van “Allerheiligen” op de gehele wereld gevierd, zowel in Azië, in Syrië en Libië, tot aan China en Japan toe, Australië, Europa, Amerika van het noorden en zuiden.
Dit is zondag van het feest van ‘dè’ Volheid van de Kerk; de perfecte Kerk van de drie-eenheid eindigt in de perfecte Kerk van heiligen van alle dag, slechts in het hart, misschien in het huisgezin en in de onderlinge samenhang welke in de wijken van de steden plaatsvindt.
De betekenis van dit festival en het synaxarion van deze periode houdt ons de redenen voor van  haar viering op deze zondagen en geeft een gedetailleerde uitleg:
“ Onze goddelijke, ascetisch geschoolde vaders hebben bevolen dat
    ná de nederdaling van de Heilige Geest’ welke wij met Pinksteren ieder jaar hebben te vieren hebben dit opvolgende feest als ware het een hoogfeest te vieren in navolging van Christus’ en
tevens in navolging van de ‘eenvoud’ van de eerste toezichthouders ‘Petrus en Paulus’, die in Antiochië het fundament van het Christendom hebben gelegd.
             Dáár was geen sprake van naijver, als van ‘eerste onder [on-]gelijken’;
nakomelingen van de Heilige Geest hadden zoveel Mystieke ervaringen
grote wonderen  veroorzaakt dat zij van hetzelfde deeg dat wij hebben en in de Goddelijke Liturgie opheffen,
– geheiligd en wijs [= ‘niet dom gehouden’] gemaakt waren;
– dat ze werden gebruikt in plaats als te ‘verworden’ tot ‘bestierder’ in de Kerk, die slechts  aan Christus toebehoort, doorheen heel de tijden slechts door de dood van Jezus Christus werd geleid tot God;
– die door het martelaarschap en ascese, het Bloed, anderen tot deugdzaam leven op te roepen, omdat de Heilige Geest de Mystieke wonderen verricht en door Christus hun taak werd vervuld.
             Aan de ene kant vieren we met vele anderen door de wereld dit feest
– hetgeen, hoewel men deugdzaam tracht te zijn door deugdzaamheid,
– even vergeten, misschien wel geen weet hebben [= dom gehouden worden];
– maar nu wel ontzettend véél van de eer aan God mogen genieten.
            Anderzijds waren er velen aanwezig die ‘op God en het Goddelijke gericht’ waren; die goddelijk waren in India, Egypte, Arabië, Mesopotamië, de Zwarte Zee en overal in het Westen, zelfs tot aan de Britse Eilanden; kort geformuleerd, zij leefden tussen -Oost en West-, wiens herinnering volgens nationalistisch gestoelde invloed altijd al de doorslag had gegeven.
            Dáár waaide nog een wind, t’ is altijd zo geweest en ‘t zal ’t altijd wel zo blijven.
Volgens de gewoonte van de geïnstitutionaliseerde kerk van de tirannieke heersers was het niet eenvoudig om het dit feest in veel-kleurigheid te vieren
– want dàn kon je als de minderheid niet langer jouw wil aan de meerderheid opleggen,
           dàn liep het gezag van de eerste onder [on-]gelijken gevaar.
Al werd het gewone volk overal op aarde volgens gewoonte door de Kerk voorgehouden slechts degenen die godvruchtig  waren na te volgen
zij beschouwden in commissie ‘wie’ die heiligen waren en veelal werd de rebelse houding van een heilige tegen eigen overheid angstvallig uit de publiciteit gehouden.
           Tòt aan 325 toen martelaren en werkelijke asceten in de heiligen-stand werden verheven bepaalden hoogstaand heilige en ascetische vaders, ‘wie’ van de heiligen als toekomstige heiligen werden beschouwd;
           ná die periode werd dit, kreeg dit een wetenschappelijke tintje en werden allerlei nevenvoorwaarden in de benoemingsvoorwaarden opgenomen
– het is zelfs zó sterk dat belangrijke denominaties onlangs een grote schoonmaak hebben gehouden en uiteindelijk is het Sinterfeest aangepast en
werd de bekende Nicolaas ontheiligd terwijl de alombekende ketter Luther in ere zou zijn hersteld.
Belangrijk bij de beoordeling blijft niet zo zeer meespelen
wàt voor propaganda door nationale bevolkingsgroepen op dit vlak wordt ingezet, máár is de godsvrucht over de gehele aarde en de door de heilige als voorbeeld van de grote gemeenschap van gelovigen/heiligen gestelde beïnvloeding van de Heilige Geest in de ballotagecommissie van de elite het hoofd-item.
            Individuele feesten worden ook steeds meer in gezamenlijkheid met de anderen op die dag gevierd, zeker waar er sprake is van internationaal optreden, zodat van de – eerste tot de laatste – heiligen wordt aangegeven of ze nu bekend zijn of niet, dat zij, die door de Heilige Geest op Mystieke wijze [als wonder-doend] worden beschouwd en op de fundamentele grond in de Heiligen-stand worden verheven.
           Enkel ‘zij’ bevochten allen op dezelfde wijze de deugd op de tegenstrever en dienden daarbij veelal de bestaande hiërarchie van de kerk stilzwijgend te ontwijken.
           Zij waren allen dienaren van en navolgers van dezelfde God en
werden op die grond verheven en alom geeerd of gekroond, nooit op grond van
hun vooraanstaande positie in kerk of koninkrijk.
Daarom bevreemd het dat wèl de mensenvriend als Nicolaas uit de gelederen werd verwijderd, terwijl grote tirannen en dictators, waaronder Constantijn hun positie bleven behouden.
           Heiligen vormden de Kerk, zij hervormden de wereld van god- en mensonterende praktijken, hadden reeds lang afscheid genomen van de wereld en roepen ons nog steeds op tot hetzelfde gevecht, hetgeen verschilt van de wijze waarop je het probleem vanuit de huidige multi-culturaliteit benaderd.
    De Heer sprak tot Mozes: Spreek tot Aäron en zeg tot hem:
    Wanneer gij de lampen [Hebr. ‘
בְּהַעֲלֹתְךָ’ – bahaalotecha] opstelt, moeten deze zeven lampen haar licht doen vallen op de voorzijde van de kandelaar’. En Aäron deed alzo; aan de voorzijde van de kandelaar stelde hij de lampen daarvan op, zoals de Heer dit Mozes geboden hadNum.8: 1-3.
God is vuur en wordt dit door alle geïnspireerde geschriften genoemd, terwijl de ziel van ieder van ons een lamp is.

Een lamp is voordat deze haar vlam ontvangt en wordt aangestoken, volledig in het duister.

Nu is een lamp, voordat hij een vlam ontvangt en is verlicht, volledig in het duister, zelfs als hij vol met olie is gevuld of met andere brandbare stoffen.
Op dezelfde manier, is de ziel , tenzij zij goddelijk Licht ontvangt en door God begenadigd is met alle deugden – dat wil zeggen tenzij hij deel heeft aan de Goddelijke Essentie en Gods Licht – in staat onzeker als zij blijft, God’s weg te gaan. Alles dient getoetst te worden en zich in God’s Licht te manifesteren.
Op dezelfde wijze spreekt de Apostel Paulus:
    Daarom, mijn geliefden, gelijk jullie te allen tijde gehoorzaam zijn geweest,
blijft, niet alleen zoals in mijn tegenwoordigheid, maar nu des te meer bij mijn afwezigheid, uw behoudenis bewerken met vreze en beven, want God is het, Die om Zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt.
Doet alles zonder morren of bedenkingen, opdat jullie onberispelijk en onbesmet mogen zijn, onbesproken kinderen van God te midden van een ontaard en verkeerd geslacht, waaronder jullie schijnen als lichtende sterren in de wereld, ‘het Woord van het Leven’ vasthoudende, mij ten roem tegen de dag van Christus, dat
ik niet vruchteloos [mijn wedloop] gelopen, noch vruchteloos mij ingespannen heb
Phil.2: 12-16.

De stap die gezet dient te worden
Maak de stap terug tot het oorspronkelijk Christelijk Geloof om terug te keren naar het land van onze voorvaderen, Abraham, Isaäc en Jaäcob, hetgeen een overdaad is vanuit de vroeg-christelijke spirituele verheffing.
Volgens de aloude Joods- christelijke cultuur staat zeven voor perfectie of voltooiing, daarom krijgt Mozes ook de opdracht tot zeven lampen.
Het boek Openbaringen spreekt eveneens over zeven gouden kandelaren
in een visioen dat God aan Johannes gaf:
Ik kwam in vervoering van de Geestes op de dag des Heren, en
ik hoorde achter mij een luide stem, als van een bazuin, zeggende:
‘ Hetgeen gij ziet, schrijf dat in een boek en zend het aan de zeven gemeenten: naar Epheze
[Hebr.= ‘toegestaan’], en naar Smyrna ‘ [Hebr.= ‘mirre of bitterheid’], en naar Pergamum [Hebr.= ‘hoogte’], en naar Tyatira [Gr.= ‘Θυάτειρα’ vermoedelijk van van Lydische origine], en naar Sardes [Hebr.= ‘robijn (rode kleur)’], en naar Philadelfia [Hebr.= ‘broederlijke liefde’] en naar Laodicea [Hebr.= ‘gerechtigheid van het volk’].
En ik keerde mij om, ten einde de stem te zien, die met mij sprak.
En toen ik mij omkeerde, zag ik zeven gouden kandelaren, en
te midden van de kandelaren iemand als een mensen zoon,
bekleed met een tot de voeten reikend gewaad, en
aan de borsten omgord met een gouden gordel; en
zijn hoofd en zijn haren waren wit als witte wol, als sneeuw, en
zijn ogen als een vuurvlam; en
zijn voeten waren gelijk koperbrons, als in een oven gloeiend gemaakt, en
zijn stem was als een geluid van vele wateren
Openbaring 1: 10-15.
Deze zeven gouden kandelaren vertegenwoordigen
de zeven gemeenten in Klein-Azië Openbaring 1: 10-11, 20.
God waarschuwde dat Hij de kandelaar van een gemeente [van een gemeenschap]
zou kunnen verwijderen als ze doorgaan met zondigen en weigeren zich te bekeren.
Zoals onze Heer en Verlosser de gemeente in Efeze [Hebr.= ‘toegestaan’] vertelde:
Gedenk dan, van welke hoogte gij gevallen zijt en bekeer u en
doe [weer] uw eerste [vroeg-christelijke] werken.
Maar zo niet, dan kom Ik tot u en
Ik zal uw kandelaar van zijn plaats wegnemen, indien gij u niet bekeert.
Doch dit hebben jullie, dat
jullie de werken van de Nikolaieten [de antichrist, merkteken van het beest]
de valshaat
[=tegen de liefde], welke ook Ik haat.
Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt.
Wie overwint, hem zal Ik te eten geven van de boom des levens, hetgeen
in het Paradijs van God is
Openbaring.2: 5-7.
             Degenen die Christus’ volgelingen zijn, groeien voortdurend in gehoorzaamheid aan de oorspronkelijk Joods-Christelijke leer, de liefde tot God en de naaste, de vreugde en de vrede en worden steeds méér als navolgers gelijk aan Christus. Die liefde, vreugde en vrede schijnt door tot in een donkere en sombere wereld als een baken van hoop. Het maakt dat anderen de Bron van die goedheid begeren.

Apolytikion van de koren der Heiligen
tn.2.    Apostelen, Martelaren en Profeten,
Hiërarchen, Heiligen en Gerechten, die
de goede strijd voleindigd en
het [oorspronkelijk Christelijk] Geloof bewaard hebt,
Gij hebt toegang tot de Verlosser.
Smeek tot Hem, als de Goede, voor ons, opdat
onze zielen mogen worden gered
”.