2e Zaterdag na Pinksteren – Juni, 30e – de Glorieuze en alom-geprezen spirituele herders van de Apostelen, Petrus en Paulus

‘raadsel’– wapen van Vaticaanstad:  “riddle” – coat of arms of Vatican City.

De sleutels
    Toen Jezus in de omgeving van Caesarea Philippi gekomen was, vroeg Hij zijn discipelen en zei:
           Wie zeggen de mensen, dat de Zoon des mensen is?
En zij zeiden:
           Sommigen: Johannes de Doper; anderen: Elia; weer anderen: Jeremia, of één van de P
rofeten.
Hij zei tot hen:                  Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben?
Simon Petrus antwoordde en zei:
         Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God!
Jezus antwoordde en zei:
         Zalig zijt gij, Simon Barjona, want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is. En Ik zeg u, dat gij Petrus zijt, en op deze petra zal Ik mijn gemeente bouwen en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet overweldigen.
Ik zal u de sleutels geven van het Koninkrijk der Hemelen, en wat gij op aarde binden zult, zal gebonden zijn in de hemelen, en wat gij op aarde ontbinden zult,
zal ontbonden zijn in de hemelen“ Matth.16: 13-19.

Mijn Genade is u genoeg; oftewel niet geleden, dan ook niet geleefd
        Nageslacht van Abraham zijn zij? Ik ook.
Dienaren van Christus zijn zij? – ik spreek tegen mijn verstand in – ik nog meer:
         in moeiten veel vaker, in gevangenschap veel vaker, in slagen maar al te zeer, in doodsgevaren menigmaal.
Van de Joden heb ik vijfmaal de veertig-min-eenslagen ontvangen, driemaal ben ik met de roede gegeseld, eens ben ik gestenigd, driemaal heb ik schipbreuk geleden, een etmaal heb ik doorgebracht in volle zee; telkens op reis, in gevaar door rivieren, in gevaar door rovers, in gevaar door volksgenoten, in gevaar door heidenen, in gevaar in de stad, in gevaar in de woestijn, in gevaar op zee, in gevaar onder valse broeders;
in moeite en inspanning, tal van nachten zonder slaap, in honger en dorst, tal van dagen zonder eten, in koude en naaktheid; [en dan], afgezien van de dingen, die er verder nog zijn, mijn dagelijkse beslommering, de zorg voor al de gemeenten.
Indien iemand zwak is, zou ik het dan niet zijn?
Indien iemand aanstoot neemt, zou ik dan niet in brand staan?
Moet er geroemd worden, dan zal ik van mijn zwakheid roemen.
       De God en Vader van onze Here Jezus, geprezen zij Hij in eeuwigheid, weet, dat ik niet lieg.
Te Damascus liet de stadhouder van koning Aretas de stad der Damasceners bewaken, om mij te grijpen, en door een venster in de muur werd ik in een mand neergelaten en ik ontkwam aan zijn handen.
Er moet geroemd worden; het dient wel tot niets, maar ik zal komen op gezichten en openbaringen des Heren.
Ik weet van een mens in Christus, veertien jaar is het geleden – of het in het lichaam was, weet ik niet, of dat het buiten het lichaam was, weet ik niet, God weet het – dat die persoon weggevoerd werd tot in de derde hemel.
En ik weet van die persoon – of het in het lichaam of buiten het lichaam was, weet ik niet, God weet het – dat hij weggevoerd werd naar het paradijs en onuitsprekelijke woorden gehoord heeft, die het een mens niet geoorloofd is uit te spreken.
Over die persoon zal ik roemen, maar over mijzelf zal ik niet roemen, of het moest zijn in mijn zwakheden.
Want als ik wil roemen, zal ik niet onverstandig zijn, want ik zal de waarheid zeggen; maar ik onthoud mij ervan, opdat men mij niet meer zal toekennen dan wat men van mij ziet en hoort, en ook om het buitengewone van de openbaringen.
Daarom is mij, opdat ik mij niet te zeer zou verheffen, een doorn in het vlees gegeven, een engel van de satan, om mij met vuisten te slaan, opdat ik mij niet te zeer zou verheffen.
Driemaal heb ik de Here hierover gebeden, dat hij van mij zou aflaten.
En Hij heeft tot mij gezegd: Mijn genade is u genoeg, want de kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid. Zeer gaarne zal ik dus in zwakheden nog meer roemen, opdat de kracht van Christus over mij zal komen2Cor.11:21b-12: 9.

Petrus ontvangt de sleutels

Peter & the keys ‘already given away‘, Vatican City

De Sleutels van het Koninkrijk’ beelden de bevoegdheid uit om de weg te openen voor de mensen teneinde dat zij ‘het koninkrijk God’s kunnen binnen tredenMatth.16: 19; Hand.14: 22.
Jezus gaf ‘de sleutels van het Koninkrijk der Hemelen’ aan Petrus.
Dat betekent dat Petrus de bevoegdheid ontving om openbaar te maken hoe door middel van God’s Heilige Geest de mensen door het Geloof, het voorrecht konden krijgen het Koninkrijk der Hemelen binnen te treden.
Petrus heeft van die bevoegdheid ook gebruik gemaakt:
hij heeft voor drie groepen mensen de weg vrijgemaakt om
het Koninkrijk de Hemelen te openen en
er ook binnen te kunnen gaan;
hij heeft de sleutels dus niet meer in zijn bezit en kan er ook geen rechten aan ontlenen;
Hij heeft ze immers weggegeven !!! :
1.]. Joden en joodse bekeerlingen. Kort na Jezus’ dood moedigde Petrus een groep Joodse gelovigen aan om Jezus te aanvaarden als degene die door God was uitgekozen om in het Koninkrijk te regeren. Petrus vertelde ze wat ze moesten doen om gered te worden. Zo opende hij voor hen de weg om het Koninkrijk binnen te gaan, en duizenden namen zijn woorden aan Hand.2: 38-41.
2.]. Samaritanen. Later werd Petrus naar de Samaritanen gestuurd.
Opnieuw gebruikte hij een sleutel van het Koninkrijk, toen hij, samen met de apostel Johannes, voor hen bad ‘dat zij de Heilige Geest mochten ontvangen’ Hand.8: 14-17.
Dàt opende voor de Samaritanen de weg om het Koninkrijk binnen te gaan.
3.]. Heidenen. Drie en een half jaar na Jezus’ dood onthulde God aan Petrus dat ook de heidenen [de niet-Joden] de mogelijkheid zouden krijgen het Koninkrijk binnen te treden.
Als reactie daarop gebruikte Petrus een van de sleutels door tot heidenen te prediken, waarmee hij voor hen de deur opende om heilige geest te ontvangen,
christenen te worden en toekomstige leden van het Koninkrijk te worden
Hand.10: 30-35,44,45.
           
Petrus beslist absoluut niet wie er in de hemel mag komen.
De Blijde Boodschap leert immers dat Christus, onze Heer en Verlosser en niet Petrus:
‘de levenden en de doden zal oordelen’ 2Tim.4: 1,8; John.5: 22.
En Petrus heeft zelf gezegd dat Jezus, de Christus:
‘Degene is Die door God als Rechter over levenden en doden is aangesteld’ Hand.10: 34,42.
Toen One Heer en verlosser het over de sleutels van het Koninkrijk had, zei hij tegen Petrus:
  Al wat je op aarde bindend verklaart zal ook in de hemel bindend zijn, en al wat je op aarde ontbindt zal ook in de hemel ontbonden zijn” Matth.16: 19,
Sommigen mensen hebben hier theologisch de conclusie uitgetrokken dat
Petrus de beslissingen nam en dat de Hemelen zijn beslissingen zouden volgen.
Maar de werkwoorden in de oorspronkelijke Griekse taal laten zien dat
het precies andersom was:
de beslissingen werden in de Hemelen genomen  en Petrus volgde die beslissingen.
Andere gedeelten uit de Blijde Boodschap bevestigen dat Petrus aan de Hemelen  onderworpen was toen hij de sleutels van het Koninkrijk gebruikte.
Hij gebruikte bijvoorbeeld de derde sleutel als reactie op instructies, die
hij tevoren van God had gekregen Hand.10: 19,20.
Zo laat De Heilige Nicolaos Velimirovic ons betreffende het bovenstaande
het volgende weten:
”En eensklaps kwam er uit de hemel een geluid als van
een geweldige windvlaag en vulde het gehele huis, waar
zij gezeten waren” Hand. 2: 2.
De Heilige Geest is niet zoals een [intimiderend] mens het veelal doet,
die [manipulerend] geweld gebruikt om ongevraagd een vreemd huis binnen te stappen.

Sefanja 3: 17

De Geest God’s komt alleen maar bij degenen op bezoek,
die bereidwillig zijn en met open armen
hun hart [hun deuren] open stellen.
God komt binnen bij degenen, die
iets dierbaars verwachten,
als een bezoeker waar
al tijden lang op gewacht wordt.

De doorn in het vlees van Paulus
Onafgebroken gebed welke zelf tranen en lijden kan oproepen bouwt nederigheid op. Dit onophoudelijk en beroep doen op God om hulp verhindert ons gek [dwaas] genoeg – te gaan vertrouwen op onze eigen kracht en wijsheid, en onszelf boven anderen te stellen.
Dit zijn gevaarlijke ziekten [ten dode] van de passie van de hoogmoed, van de arrogantie en trots.

H. Maximos, de Belijder [580-662]

Christus ging nooit op pad om indruk te maken en wonderen te doen aan de machtige leiders of degenen met autoriteit of ten einde achting om wereldlijke roem te verkrijgen, maar eerder vervolgde hij in stilte Z’n weg voor de zachtmoedige en nederige zielen.
Laten we hetzelfde doen ten einde mede opgewekt te worden met Christus.
conform: H Maximos de Belijder.

            Hoewel de aard van de ‘doorn van Paulus’ intrigerend is en sommige vreemde suggesties meer aandacht verdienen dan andere,
is ‘zekerheid hieromtrent onbereikbaar‘ en misschien wel opzettelijk.
Door de volledige uitleg onuitgesproken te laten, creëert Paulus immers
een universeel aspect aan zijn lijden, waaruit
wij navolgers van Christus verschillende praktische
en theologische toepassingen kunnen putten.

1.].           De eerste van deze toepassingen is dat alle gelovigen, zowel in de historie tot nu toe las de hedendaagse mensen, de een of andere vervolmaking’s aard dienen te verwachten, een ervaring terwille van Christus,
“de zegen van God komt alleen volgend op tijden van tegenspoed”
2.].           Ten tweede, de doorn van Paulus in z’n vlees, is afgezien van de werkelijke aard van de doorn, voor hem zoals hij doet blijken
een persoonlijk verlossende functie geweest om zijn trots in toom te houden,
en om de vleselijke neiging van Paulus te onderdrukken om ‘op eigen titel
zijn bediening uit te voeren, als glorie voor Paulus als mens. Paulus zegt met nadruk dat deze doorn hem met een doel werd gegeven 2Cor.12: 7, hetgeen impliceert dat het niet zozeer aangedaan was dat dit gegeven
om Paulus’ bestwil  aan hem als kruis was opgelegd.
Paulus heeft immers gebeden deze doorn van hem te verwijderen
– niet met het doel de doorn kwijt te raken -, maar
hij bad om de Genade het allemaal te kunnen dragen en
dat de Kracht van Christus derhalve doelbewust en noodzakelijk was, omdat
dit hem duidelijk maakte – wanneer hij door persoonlijke in z’n aard liggende omstandigheden tot zwakheid [de val van de arrogante trots] zou kunnen komen te vervallen.
Wanneer de pijn toeneemt worden z’n zwakheden des te meer waarneembaar.

opkomende zon in Nederland vroeg-christelijk Geloof en realisme; rising sun in the Netherlands early Christian Faith and realism

Het is immers niet altijd God’s plan om ons te genezen, maar
we kunnen het lijden dusdanig verdragen indien we ons,
net als Paulus, herinneren, dat ons huidige lijden slechts tijdelijk is en
slechts de bedoeling heeft om ons persoonlijk op het rechte pad te houden.

Er zijn zo is vast te stellen driemaal een parallel te onderscheiden tussen Paulus’ gebeden en het verzoek van Christus dat de Vader de beker [de dood door het Kruis] van hem afneemt.
In beide gevallen beantwoordde God de gebeden met iets dat nog meer noodzakelijk was. Paulus gelooft dat hij in vol vertrouwen tot God kan bidden, wetende dat God ons als Wijze en Barmhartige Vader, als goede God
datgene zal geven, noodzakelijkerwijs niet wat we vragen, maar
wat het beste voor ons is.
Er bestaat een uiteenlopende theorie als zou Paulus een van de krachtigste Goddelijke ondersteuning hebben ondervonden als gevolg van zijn lichamelijke ziekte of het feit dat hij geestelijke vervolging onderging en dat dit in wezen de metaforische overweging zou zijn geweest tot de uitdrukking van de “doorn in het vlees”, in de context van de 2e brief aan de Corinthiërs geeft zijn omschrijving van het Geloof de mogelijke verwijzing naar de menselijke tegenstanders, die Paulus ervaart.
Het is eenvoudigweg onmogelijk om met absolute zekerheid de exacte aard van Paulus ‘doorn in het vlees’ aan te wijzen – hetgeen zoals al eerder is opgemerkt, zijn opzet kan zijn geweest.

Dit gebrek aan zekerheid is echter voor hedendaagse theologen en alle christenen met hen geen belemmering, om kracht te putten uit het voorbeeld van Paulus ten aanzien van al zijn beproevingen. Hoewel we vervolging of een belemmering in de voortgang als een proces van God kunnen beschouwen kunnen we – zeker in onze tijd – de terugval van het Geloof in onze streken als bemoedigend beschouwen en met Paulus verkondigen:
          Dat wij dus zeer gaarne in zwakheden nog meer roemen, opdat
de Kracht van Christus over ons zal komen”.
Tegen de stroom van de tegenstand in
besef je namelijk des te meer
waar je het allemaal voor doet
– ons werk maakt ons sterk –
zongen we vroeger bij de christelijke scouts en
het Geloof gaat daardoor nooit verloren.

Geboden, Die ons op het hart geschreven zijn
    En Mozes bewerkte opnieuw twee stenen tafelen gelijk de eerste en
schreef op de tafelen met hetzelfde schrift als de eerste maal, de Tien Woorden,
Die de Heer op de berg tot u gesproken had uit het midden van het vuur
op de dag van de samenkomst; en de Heer gaf ze hem“.
In deze passage herinnert Mozes zich het moment en het gegeven dat de Heer hem de geboden op de berg Sinaï had overgeleverd, ons eraan herinnerend dat we gezegend zijn:
    Welk Groot Volk is er namelijk, dat inzettingen en verordeningen
heeft zo rechtvaardig, als heel deze Wet, Die God ons heden heeft voorlegd? Deut.4: 8.
Hij dringt er bij ieder van ons op aan
“aandacht aan jezelf te schenken en ijverig je ziel te bewaken, opdat je alle dingen en gebeurtenissen niet vergeet, die je ogen zagen en opdat ze niet van je hart zullen wijken” Deut.4: 9.
God zet zijn geboden voor ons op schrift, in
permanente fysieke vorm, als een zegen.
Hij “spreekt” tot ons in de geboden, en v
ervolgens spreekt Hij, met de komst van Jezus Christus, onze Verlosser
door “de Geest van de levende God,
niet op stenen tafelen maar op tafelen van vlees,
dat is, van het hart
2Cor.3: 3.
Gods geboden zijn geen vreemde,
door een vreemde hoogdravende externe autoriteit, opgelegd, Die
ons slechts tot slaaf maakt.

Saint Peter, supervisor of Damascus, in de periode dat de Levant door Islamistische overheersing werd belaagd.

Zoals de heilige Petrus van Damascus uitlegt, omvat
natuurlijke kennis die ons door God is gegeven,
òf dit nu door de Schrift gebeurt, door menselijke keuzevrijheid, òf door middel van de
[bescherm-] Engel Die ons in de Mystiek, Goddelijke doop wordt meegegeven op ons levenspad
om de ziel van elke gelovige te bewaken,
om op te treden als zijn geweten en
om hem te herinneren aan
de goddelijke geboden van Christus

conf. Philokalia, deel 3, blz. 76.
Volgens de heilige Maximos, heeft
de biechtvader, slechts als functie
de geboden van “het intellect” te ontdoen, t
e bevrijden van dissipatie [= onvermijdelijke menselijke bewegingsprocessen die zowel irreëel als wezenlijk bij de mens voorkomen en die resulteren in een verlies van “nuttige” energie/Genade]
en uitmonden in haat, en deze te begeleiden naar de liefde tot zichzelf en de naaste” conf Philokalia, Deel 2, blz. 107.

God liefhebben is niet eenvoudig dit is ‘het eerste en grootste gebodMatth.6: 5; Matth.22: 36-37.
Het is de doorslaggevende leven-schenkende reactie van het hart dat gelooft, welke op die wijze de geboden omvormen ‘van last naar Genade‘.
             Vandaar dat, zoals de heilige Makarios van Egypte zegt:
          de hoogste elementen van onze lichamelijke gesteltheid
– het intellect, het geweten is de liefhebbende kracht van de ziel –
welke aanvankelijk als een heilige offer aan God dient te worden opgedragen,
als een heilig geschenk dient te worden geofferd” Philokalia, Deel 3, p. 290.
    Indien iemand van Mij houdt, zal hij Mijn Woord houden”, zegt
ons Heer Jezus, Christus,
“en Mijn vader zal hem liefhebben, en Wij zullen tot hem komen en
ons huis met Hem maken” John.14: 23.

 

Dutch renaissance

            God liefhebben is de belangrijkste en de grootste mogelijkheid tot Leven, die ons voor ogen dient te staan.
            Indien wij God boven alles verheffen, worden Zijn geboden als wapens die ons helpen in onze ongeziene oorlogsvoering, die onophoudelijke veldslagen in en voor de ziel van iedere navolger van Christus.
God’s inzettingen zijn levenslijnen op het pad van de Heer.
Onze Barmhartige God voorziet de intenties van de demonen en
daartegenover de zwakte van ons vlees.
Hij geeft Zijn gestrafte kinderen de geboden om
de demonen aan het daglicht te brengen en ons in staat te stellen
controle te krijgen over onze passies.
          De Heilige Philotheos Kokkinos [1300-1379] van de berg Sinai verzekert ons van de doeltreffendheid van de geboden:
Indien je met de hulp van de Heer door middel van nauwgezette waakzaamheid je nous [νούς] ** bewaakt voor dwaling en de aanvallen van de demonen en hun strikken verweven in fantasie observeert,
zul je uit ervaring zien dat dit de oorzaak is van alle ellende
Philokalia, deel 3, blz. 18.
**  [Oud-Grieks: νούς of νόος, is de term voor geest of intellect. Met Nous wordt de hoogste vorm van denken, een bijna goddelijk denken bedoeld. Het is de soort intellectuele intuïtie die aan het werk is als je definities, concepten ineens begrijpt, plots ‘ziet‘, als bij een goddelijke ingeving.
            We dienen onophoudelijk in gedachten te houden dat er een direct verband bestaat tussen de geboden en onze passies.
Elk gebod heeft een overeenkomstige passie waartegen dat gebod zorgt voor verdediging en overwinning.

gewoon ‘Orthodox‘ zijn

De eerste vier helpen ons weerstand te bieden aan zelfrespect, eerwaardigheid en trots, zodat we ons Kruis opnemen en begraven worden met Christus.
Het gebod tegen moord weerhoudt woede Matth.5: 21-24, terwijl dat tegen overspel de lust reguleert Matth.5: 27-28.
We controleren hebzucht door het gebod tegen diefstal en begeerte te gehoorzamen, en liegen en de andere kwaadaardige impulsen van de tong te vermijden door geen valse getuigenis af te leggen.
Mogen wij dan, net als Mozes, deze heilige geboden opnemen en met de vreze God’s in de heilige ark van onze harten plaatsen!

”     Gezegend zijt Gij, o Heer; leer mij Uw inzettingen.
Gezegend zijt gij, o meester; laat me Uw inzettingen begrijpen.
Gezegend zijt Gij, O Heilige; verlicht mij door Uw inzettingen”.
– uit: Doxologie

Apolytikion
tn.4. 
”   Gij Eersttronenden van de Apostelen, en 
leraren van de wereld,
bidt tot de Meester van het Heelal,
om aande wereld ‘Vrede’ te schenken, en
aan onze zielen de grote Genade“.

Kondakion
tn.2.  ”   De trouwe Verkondigers van God,
de eersten van de Apostelen, hebt Gij, o Heer,
deelachtig gemaakt van Uw goederen, en
doen binentreden in de eeuwige rust.
Want hun zwoegen en sterven was
kostbaar voor U boven alle offers, 
omdat U alleen de harten kent“.