8e dinsdag van Pascha – de derde dag, van de Heilige Drieëenheid.

    En de Heer en Verlosser trok rond in geheel Galilea en leerde in hun synagogen en verkondigde het evangelie van het Koninkrijk en genas alle ziekte en alle kwaal onder het Volk.
En het gerucht van Hem drong door tot in geheel Syrië; en men bracht tot Hem allen, die ernstig ongesteld waren, gekweld door allerlei ziekten en pijnen, bezetenen en maanzieken en verlamden, en Hij genas hen. En Hem volgden vele scharen uit Galilea en Dekapolis en Jeruzalem en Judea en het Over-Jordaanse.
Toen Hij nu de menigte mensen zag, ging Hij de berg op en nadat Hij Zich had neergezet, kwamen zijn discipelen tot Hem.
En Hij opende zijn mond en leerde hen, zeggende:
    Zalig de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
   Zalig die treuren, want zij zullen vertroost worden.
   Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven.
   Zalig die hongeren en dorsten naar de Gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
   Zalig de barmhartigen, want hun zal Barmhartigheid geschieden.
   Zalig de reinen van hart, want zij zullen God zien.
   Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
   Zalig de vervolgden om der gerechtigheid wil, want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
   Zalig zijt gij, wanneer men u smaadt en vervolgt en liegende allerlei kwaad van u spreekt om Mijnentwil.
Verblijdt u en verheugt u, want uw loon is groot in de Hemelen; want alzo hebben zij de profeten voor u vervolgd.
Jullie zijt het zout der aarde; indien nu het zout zijn kracht verliest, waarmede zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer toe dan om weggeworpen en door de mensen vertrapt te worden“ Matth.4: 23- 5: 13.

Apostel Paulus onderwijst

    Paulus, een dienstknecht van Christus Jezus, een geroepen Apostel, afgezonderd tot verkondiging van het Evangelie, de Blijde Boodschap van God, dat Hij tevoren door Zijn Profeten beloofd had in de heilige Schriften – aangaande Zijn Zoon, gesproten uit het geslacht van David naar het vlees, naar de Geest der Heiligheid door Zijn Opstanding uit de doden verklaard God’s Zoon te zijn in Kracht, Jezus Christus, onze Heer, door wie wij Genade en het Apostelschap ontvangen hebben om Gehoorzaamheid van het Geloof te bewerken voor Zijn Naam onder al de heidenen, tot welke ook gij behoort, geroepenen van Jezus Christus –  aan alle geliefden van God, geroepen Heiligen, die te Rome zijn: “ Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus.
>      Doch ik stel er prijs op, broeders, dat gij weet, dat ik dikwijls het voornemen heb opgevat tot u te komen – waarin ik tot nu toe verhinderd ben – om ook onder u enige vrucht te hebben, evenals onder de andere heidenen.
Van Grieken en niet-Grieken, van wijzen en onwetenden ben ik een schuldenaar.
Vandaar mijn bereidheid om ook u te Rome het Evangelie, de Blijde Boodschap te brengen.
Want ik schaam mij vanwege het Evangelie, de Blijde Boodschap van God niet; want het is een Kracht van God tot behoud voor een ieder die gelooft, eerst voor de Jood, maar ook voor de Griek. Want Gerechtigheid van God wordt daarin geopenbaard uit Geloof tot Geloof, gelijk geschreven staat: De Rechtvaardige zal uit Geloof leven“ Rom.1: 1-7,13-17.

    Dit nu is het Gebod, dit zijn de Inzettingen en Verordeningen, Die de Heer, uw God, bevolen heeft u te leren om die na te komen in het land, waarheen gij zult trekken om het in bezit te nemen, opdat gij de Heer, uw God, vreest door al Zijn Inzettingen en Geboden te onderhouden, Die ik u opleg, gij en uw zoon en uw kleinzoon, al de dagen van uw leven, en opdat gij lang zal mogen leven.
Hoor dan, Israël {Kerk], en onderhoud ze ijverig, opdat het u wel ga, en opdat gij zeer talrijk wordt, zoals de Heer, de God van uw vaderen, u heeft toegezegd, in een land, vloeiende van melk en honing.
Hoor, Israël [Kerk]: de Heer is onze God; de Heer is één! Gij zult de Heer, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht.
Wat ik u heden gebied, zal in uw hart zijn,  Gij zult het uw kinderen inprenten en daarover spreken, wanneer gij in uw huis zit, wanneer gij onderweg zijt, wanneer gij neerligt en wanneer gij opstaat.
Gij zult het ook tot een teken op uw hand binden en het zal u een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn, en gij zult ze schrijven op de deurposten van uw huis en aan uw poorten“ Deut.6: 1-9.

“De triomf van de Drie-eenheid” beeldt
de perfecte eenheid in de gemeenschap van de mensheid uit.

Het leven in de wereld is als een samenleving en heeft als resultaat de intimiteit van de relatieve met de ander.
Een mens kan niet overleven zonder de ander, niet als individu, maar ook niet als groep van individuen.

De doctrines van de Kerk, als Lichaam van Christus, van navolgers van Christus, haar leerstellige Pedagogie,  is geen theoretische formaliteit betreffende God, maar ze geeft aan God en alles wat met God samenhangt op een menselijke manier uitdrukking.
De Kerk, het Lichaam van Christus maakt daarbij gebruik van de menselijke rede, haar ervaringen in het leven en de historie van de Kerkelijke Gemeenschap.
De kerk is niet alleen een historisch, religieus instituut dat de religieuze ervaring van een volk bewaart, maar het dringt in het leven van de wereld door, in de schepping, in de mens en in zijn relaties, het leven en de Waarheid, kortom de Essentie van de Drie-enige God.
De Kerk is een vergadering van mensen, die dezelfde weg gaan, Die Zich actief inzetten voor de wederopbouw van de wereld en de mens vanuit het bestaan en leven van de Drie-enige God.
Het leven van de Drie-enige God werd aan ons geopenbaard, is aan ons geopenbaard, ons gegeven door het feit dat Christus, door Zijn incarnatie is Hij mens gewordein, heeft Hij Zijn Kruis ondergaan, en heeft daarop volgend Zijn Opstanding verworven zodat wij allen zijn gered en is Hij vervolgens door Zijn Hemelvaart naar de Vader teruggekeerd.

Christus wordt ons in de Kerk gegeven door de aanwezigheid, het handelend optreden en energie van de Heilige Geest, Die “het instituut van de Kerk verzamelt en bijeen houdt” tot één vrijwillig toegankelijke existentiële
[met betrekking tot het bestaan van] gemeenschap van vrijheid.
God is leven en dit uit zich in het Leven van de Drie-enige God, de relatie en de gemeenschap van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, welke de mens kan ontmoeten door het Mysterie en de daadwerkelijke deelname aan de Goddelijke Liturgie.
Hierin herkennen we God als de Vader, we aanvaarden de gave van onze aanname als kind van God door Zijn Zoon en delen in de overweldigende Genadegaven van de Heilige Geest.
We krijgen het als geschenk en tegelijkertijd vormt het de opdracht om
zowel in onszelf als in de wereld te getuigen van het leven als een samenleving en relatie, als co-existentie, als overwinning en acceptatie, welke zich uit als een
samen delen in een huwelijk ter bevestiging van het Verbond wat men met God “is” aangegaan.

In een wereld van eenzaamheid, existentiële impasses, van egocentrisme en overconsumptie, geeft Pinksteren de manifestatie weer van de Heilige Drie-eenheid en is een dynamische uitdaging en uitnodiging overschrijding van onszelf en de toegankelijkheid van het leven van de Drie-ene God, in het bijzijn van zijn medemens, als zodanig wordt respect en bescherming van de schepping geopenbaard.
Als de Kerk dit beslissend moment, dit “zout der aarde (van het leven)” verloren laat gaan zal zelfs het eenvoudig onderhouden van een instelling – zoals zij religieus is ingesteld, door slechts te voldoen aan de instinctieve menselijke neiging om zich religieus te uiten -,  haar de kans ontnemen om deel te nemen aan het leven van de drie-enige God door in liefde te leven, en als samenleving te delen.

De Icoon van de Heilige Drie-eenheid welke door de monnik Andrej Roebljov voor het eerst werd geschreven, geeft uiting van een God’s aanschouwing en geeft met vorm, kleur en stijl op de meest expressieve en dynamische manier uitdrukking over de drie Engelen welke in de gastvrijheid van Abraham werden aanvaard en geven uitdrukking van bovengenoemde Waarheid in dit Geloof, dit Leven van de Kerk.

Het bestaan van God en de mens als een overwinning van de individualiteit,
als een samengaan en leven en acceptatie van de Ander, als een leven met de ander [de naaste].

De weergave van de Personen, die van de Zoon en de Heilige Geest welke Zich tot de Vader wenden, Zich naar Hem toe bewegen, geeft de “bron van het leven” weer, welke wij “Abba“, “Vader” mogen noemen.
Ieder levend mens  ervaart dat hij/zij slechts leeft voor anderen.
Niemand kan worden gezien als gescheiden van de andere twee Personen.
Iedereen leeft het leven van anderen en geeft zich volledig over aan anderen op
een dusdanige wijze dat elk van de personen als de Drie-eenheid gelijk is aan de anderen.
De mens, die door het hun gegeven Woord in Christus gelooft, 
opdat
alle mensen één zijn, gelijk Gij, Vader, in Christus en Christus in de Vader,
dat ook wij in Hen zijn; opdat de wereld zal geloven,  dat de Vader Christus gezonden heeft
conf. John. 17; 20,21.

De overweldigde Heilige Drievuldigheid, stelt slechts voor ieder mens  roem, eer en glorie in het vooruitzicht, Het Koninkrijk der Hemelen.

Het scheppingsverhaal in Genesis geeft in woorden een omschrijving van God, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest [Gen.1: 1,2 etc.; in Job 26: 13; 33: 4; Psalm 104[105]: 29,30; en Psalm 33[34]: 6] wordt de actieve ondersteunende rol van de Heilige Geest in de bovennatuurlijke schepping van de aarde weergegeven.
Terwijl de Blijde Boodschap, de Schrift, de Bijbel duidelijk God de Vader en Zijne Goddelijke Zoon, Jezus Christus, als actief in de schepping van de wereld vermeldt [Jesaja 64: 8, Col.1: 16, 17], is ook de Heilige Geest aanwezig, hoewel op een subtielere manier.
De Geest verschijnt niet als de centrale speler in de weergave van de schepping.
In plaats daarvan “zweeft” Hij over de leegte, en door Zijn bewegende Gestalte is Hij aanwezig bij het  ontstaan ​​van het leven op deze aarde.
Het Hebreeuwse woord
מרההפת [Merahepeth] voor “‘óver’-gaan” of “zweven” voorbij het oppervlak van de aarde dat in Gen.1: 2 wordt gebruikt is hetzelfde woord dat wordt gebruikt in Deut.32: 11, waar God wordt vergeleken met een arend die zweeft over zijn nest jonge dieren.
De Heilige Geest is nauw betrokken bij het creëren van leven op deze aarde en zorgt voor de nieuw gecreëerde levende wezens zoals een arend zou doen voor zijn jeugd.
Allen verwachten van U, dat U hun voedsel geeft te rechter tijd.
U geeft het hun en zij zamelen in; U opent Uw genaderijke hand en
vervuld alles wat leeft met zegen.
Maar als U Uw aangezicht afwendt, dan worden de mensen verbijsterd,
U neemt hun adem weg en zij bezwijken; zij keren terug tot hun stof.
U zendt Uw Geest uit en zij worden herschapen: U maakt nieuw het aanschijn van de aarde
” Psalm 103[104]: 28-30.
Dit wekt de geestelijke voorstelling op dat de schepping alleen mogelijk is/was en zo zal blijven plaats vinden door het werk van de Heilige Geest en dat Deze tijdens dit proces een actieve rol speelde, speelt en zal blijven spelen.

Vervolgens kennen wij allemaal de grote opdracht aan de mens:
Gij zult de Heer, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod. Het tweede, daaraan gelijk is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelfMatth.22: 37,38.
Onder vrome Joden is de bekendste regel van de Blijde Boodschap, van de Schrift;
Hoor, Israël [de Kerk], de Heer, onze God, is een Heer.
Je zult de Heer, je God, liefhebben vanuit je hele hart, vanuit
je hele ziel en [vanuit alle macht] vanuit je hele krachtDeut.6: 4-9;11: 13-21, en Num.15: 37-41, hetgeen het Sjema wordt genoemd.
Ze vormen een belangrijke liturgische tekst van de synagoge-eredienst en
kunnen in het Hebreeuws met slechts vijf woorden worden weergegeven:
Heer, onze God, Heer, echad“.
Het laatste Hebreeuwse woord, יחד, echad, heeft minstens drie betekenissen:
‘één’, ‘alleen’ en ‘uniek’.
Vanwege deze verschillende betekenissen [en omdat het Hebreeuws geen tegenwoordige-tijdvorm heeft van het werkwoord “zijn”], zijn er veel mogelijke vertalingen van de Sjema, die allemaal in het Hebreeuws worden geïmpliceerd.
Een hedendaagse rabbijnse geleerde biedt deze vertaling:
De Heer is onze God, en de Heer alleen;
de Heer is onze God, één ondeelbare Heer;
de Heer onze God is een unieke Heer;
de Heer is onze God, de Heer is uniek
Plaut, The Torah, blz. 1369.
Deze zelfde geleerde noemt de Shema
“een kostbaar juweel, in die zin dat het Licht van het Geloof
zijn woorden liet sprankelen met een rijke schittering van gevarieerde kleuren”.

Voor christenen is de tweede helft van de hierboven aangehaalde Deuteronomium-passage zelfs beter bekend, omdat deze in verschillende evangeliënpassages voorkomt [zie Matth.22: 37 en Luc.10: 27].
Het belangrijke punt, bij het vergelijken van al deze versies, is deze:
–  ‘liefde tot God’ is opgelegd aan Zijn Volk, zowel voor de Jood als de Christen en
deze liefde dient actief te worden uitgedrukt doormiddel van tastbaar gedrag.
Vandaar dat wanneer de Heilige Apostel en Evangelist Lucas Deut. 6: 5 citeert, de passage dient als de inleiding tot de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan van Luc.10:  25-37.
– een verhaal dat laat zien hoe Liefde tot God op een tastbare manier aan anderen tot uitdrukking wordt gebracht.

Cruciaal voor een juiste toepassing van de Shema en het grote Gebod om lief te hebben is het vers dat volgt:
Deze woorden die ik je vandaag gebied,
zullen in je hart en in je ziel zijnDeut.6: 6.
De logica van Het Woord van God dicteert dat “de liefde van God zonder gehoorzaamheid aan God geen liefde is“.

God verwacht zeker van ons dat we handelen naar Zijn Geboden. Daarom eist onze Heer en Verlosser van ons een op het hart gericht, voortdurend besef van Zijn Geboden.
Als de liefde van God echt is gevestigd in onze harten en zielen, zal dit ons zeker leiden om God’s gebod te gehoorzamen om van je naaste te houden als jezelf [Lev.19: 18; Luc.10: 27].

Overweeg deze gedachten aan de hand een andere Joods geleerde, die in de traditie van de leer van de Heer Jezus zijn:
Natuurlijk kan liefde niet worden bevolen.
Geen enkele derde partij kan dit bevelen of afpersen.
Geen derde partij kan, maar de Goddelijke is in staat.
Het gebod om lief te hebben kan alleen voortkomen uit
de mond van de Minnaar.
Alleen de minnaar kan en zegt:      Love Me!  ‘ – en dat doet hij echt.
In Zijn mond is het gebod om lief te hebben geen vreemd,
vreemd woord of gebod; het is niemand minder dan de stem van de liefde zelf!
The Torah, blz. 1374-5.
Ja en derhalve spreekt Christus ons aan met de stem van Liefde.

Tot slot, komt de vraag op, hoe zullen wij Orthodoxe Christenen de Profetische eis dienen te vervullen om:
    de geboden van de Heer aan uw kinderen te onderwijzen, en
. . . hierover met hen hierover te spreken wanneer je in je huis zit,
. . . òf terwijl je onderweg loopt
Deut.6: 7?
Waar je mee praat is je verstand of
ook wel je ‘onechte zelf‘ genoemd.

We zijn in water en in Geest geregenereerd en proberen dit vast te houden‘; ‘ We have been regenerated in water and in Spirit and are trying to hold onto this‘.

Indien echter deze woorden vanuit ons hart worden gesproken, zullen we ze zeker met onze kinderen delen op een manier die het verschil maakt, van hart tot hart.
Dan verwijzen wij niet langer de confrontatie vermijdend naar
het zwakke onderwijssysteem, maar nemen ‘zelf’ het initiatief!
Wij gaan samen aan tafel zitten en bestuderen met ons gezin het Woord!
Alleen op deze manier kunnen God’s geboden nog worden overgebracht met een zuiver en duurzaam resultaat. Alleen woorden uit het hart kunnen een ander hart binnengaan en zich daar vestigen.
Anders zal onze bespreking van Gods geboden slechts “hoofd [verstand’s] – praat” zijn en onze kinderen niet in staat stellen de woorden van het leven te omhelzen.
Dan hebt U behagen in de woorden van mijn mond;
de gedachten van mijn hart liggen open voor Uw ogen,
Heer, U bent mijn helper, en mijn Verlosser
Psalm 18[19]: 14,15 vert. ROK. ’s-Gravenhage.