8e Maandag van Pascha – dag van de Heilige Geest, bij God ‘thuis’ komen.

Pinksteren: « de Hemel komt vandaag naar de aarde »; Pentecost: «Heaven is coming to earth today» ;Πεντηκοστή: «Ουρανός ημίν γέγονε σήμερον η γη»

    Ziet toe, dat gij niet een dezer kleinen veracht.
Want Ik zeg u, dat hun engelen in de Hemelen voortdurend het aangezicht zien van Mijn Vader, Die in de hemelen is.
[Want de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te behouden.]
Wat dunkt u?
Indien een mens in het bezit is gekomen van honderd schapen en een ervan raakt verdwaald, zal hij dan niet de negenennegentig op de bergen laten en heengaan om het dwalende te zoeken?
En gebeurt het, dat hij het vindt, voorwaar, Ik zeg u, dat hij zich over dat ene meer verblijdt dan over de negenennegentig, die niet verdwaald waren.
Zo bestaat bij uw Vader, Die in de Hemelen is, de Wil niet, dat een van deze kleinen verloren gaat.
Indien uw broeder zondigt, ga heen, bestraf hem onder vier ogen.
Indien hij naar u luistert, hebt gij uw broeder gewonnen.
Indien hij niet luistert, neem dan nog een of twee met u mede, opdat op de verklaring van twee getuigen of van drie elke zaak vaststa.
Indien hij naar hen niet luistert, zeg het dan aan de Gemeente. Indien hij naar de Gemeente niet luistert, dan zij hij u als de heiden en de tollenaar.
Voorwaar, Ik zeg u, al wat gij op aarde bindt, zal gebonden zijn in de Hemel, en al wat gij op aarde ontbindt, zal ontbonden zijn in de Hemel.
Wederom, voorwaar Ik zeg u, dat, als twee van u op de aarde iets eenparig zullen begeren, het hun zal ten deel vallen van Mijn Vader, Die in de Hemelen is.
Want waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in hun midden“ Matth.18: 10-20.

    Thans zijt gij licht in de Heer; wandelt als kinderen van het Licht,
– want de vrucht van het Licht bestaat in louter Goedheid en Gerechtigheid en Waarheid -,
– en toetst wat de Heer wel behaaglijk is;
– en neemt geen deel aan de onvruchtbare werken van de duisternis,
> maar ontmaskert ze veeleer, want het is zelfs schandelijk om te noemen,
> wat heimelijk door hen wordt verricht;
– maar als dat alles door het Licht ontmaskerd wordt,
– komt het aan de dag;
– want al wat aan de dag komt is licht.
Dááròm heet het:
    Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten.
    Ziet dus nauwlettend toe, hoe gij wandelt, niet als onwijzen, doch als wijzen, u de gelegenheid ten nutte makende, want de dagen zijn kwaad.
    Weest daarom niet onverstandig, maar tracht te verstaan, wat de Wil des Heren is.
    En bedrinkt u niet aan wijn, waarin bandeloosheid is, maar wordt vervuld met de Geest,
    en spreekt onder elkander in Psalmen, Lofzangen en geestelijke Liederen,
    en zingt en jubelt de Heer van harte
Eph.5: 8b-19.

    Daarom, zeg tot het huis van Israël:
‘ Zo zegt de Heer der Heerscharen: niet om uwentwil doe Ik het,
o huis van Israël [Lichaam van Christus, de Kerk], maar om Mijn Heilige Naam, Die gij ontheiligd hebt onder de volken in wier gebied gij gekomen zijt.
Ik zal Mijn grote Naam
Die onder de volkeren ontheiligd is,
Die gij te midden van hen ontheiligd hebt, heiligen; en
de volkeren zullen weten, dat Ik de Heer ben,
luidt het Woord van de Heer der Heerscharen,
wanneer Ik Mij voor hun ogen aan u de Heilige zal betonen.
       Ik zal u weghalen uit de volkeren en u bijeen vergaderen uit alle landen, en
       Ik zal u brengen naar uw eigen land;
       Ik zal rein water over u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinheden en van al uw afgoden zal Ik u reinigen;
Een nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest in uw binnenste; het hart van steen zal Ik uit uw lichaam verwijderen en Ik zal u een hart van vlees geven.
Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar mijn inzettingen wandelt en naarstig mijn verordeningen onderhoudt.
Gij zult wonen in het land dat Ik uw vaderen gegeven heb; gij zult Mij tot een volk zijn en Ik zal u 
tot één God zijnEzech.36: 22-28.

Ik zal u weghalen uit de volkeren en
u bijeen vergaderen uit alle landenEzech.36: 24.
Dit grote verlangen zal menig verkondiger van de ‘Blijde Boodschap’ doen opspringen, terwijl deze een zucht van verlichting uit het diepst van het hart doet ontspringen.
      Heer, redt Uw Volk en zegen Uw Erfdeel en
bescherm Uw Gemeenschap door Uw Kruis
”.

Het verlangen van Joodse Gemeenschap over de gehele wereld voor een permanent vaderland is deels een gevolg van het Profetische werk van Ezechiël, die zijn leven in ballingschap in Babylon beëindigde.
De moderne zionistische beweging ontstond
halverwege de negentiende eeuw en
probeerde het land te beveiligen voor
Joodse kolonisten in Palestina.
Zij werden hierbij gesteund door de westerse mogendheden, hetgeen
tot veel misbaar in het Midden Oosten heeft geleid.
In het begin deden zionisten niet veel meer dan een paar geïsoleerde Joodse landbouw nederzettingen in Palestina.
Nadat het gebied een Brits mandaat werd, werd echter meer land aangekocht en
nam de immigratie toe.
Van 1929 tot 1936 leidden protesten van Palestijnse Arabieren – zowel christenen als moslims – tot het idee van opdeling.
Na de Tweede Wereldoorlog en twee lokale oorlogen kreeg Israël de volledige status. Grootschalige immigratie volgde en etnische spanningen namen alleen maar toe.

Het ‘nieuwe‘ Israël, de Kerk

Hoe begrijpen orthodoxe christenen, die het ‘nieuwe’ Israël [de Kerk] zijn,
het ware volk van God, de profetie van Ezechiël?
Hoe interpreteren wij’ “brengen u in uw land” Ezech.36: 24;
wanneer wij een wereldwijd volk zijn dat in veel landen leeft? Hoewel de eerste en laatste verzen van deze profetie spreken over land, houdt de Profetie zich in de eerste plaats bezig met Gods belofte om de harten van Zijn volk te transformeren door de Heilige Geest.
Het werk van de Geest in onze harten is wat ons in staat stelt
om ” in [Zijn] behoeften te wandelen. . .
bewaar [Zijn] oordelen en. . .
wees [Zijn] MensenEzech.36: 27-28.

Hemelse Koning, wij zijn het zout der aarde; Heavenly King, we are the salt of the earth.

Het gebed “Hemelse koning” is het openingsgebed bij veel van onze orthodoxe diensten, en
verklaart dat de Heilige Geest
“overal aanwezig is en alle dingen vult”.
Elk land valt onder de soevereiniteit van God; niets is meer dan Zijn Heerschappij en Voorzienigheid.
Waar we ook zijn, het land van de Heer is ons verplicht om de vervulling van de Geest te zoeken en  te trachten Gods genadige bestuur te volgen en te onderhouden.
Bovenal begrijpen we dat ‘àl het land‘ binnen het Koninkrijk van God ligt, dat
niet van deze wereld” is John.18: 36.
We betreden de grenzen van dit Koninkrijk
– wanneer we ons verzamelen als kerkgemeenschap;
– wanneer we verzameld zijn als Zijn volk, staat de Geest als bekend:
kom en verblijf [woon] in ons en
reinig ons van elke smet van de zonde“, zoals
dit gebed verder onthult.
In feite, als God ons ‘niet‘ reinigt en in ons woont, zijn wij niet de Kerk,
Die Zijn Blijde Boodschap verkondigt, Zijn Wil nastreeft.
Zijn vernieuwende en zuiverende werk wordt het duidelijkst in het Mysterie [Sacrament] van de Doop, want daardoor schenkt God ons
een nieuwe geboorte door water en de Geest“.
Door Zijn activiteiten zijn we in staat afgoden en valse goden van ons af ​​te stoten die onze harten vervuilen en scheiden wij van God,
ons verlaten om blindelings te tasten in het koninkrijk van buitenaardse wezens.

Levend Water, Living Water, Ζωτικό νερό, ليفند المياه.

De Mysteriën [Sacramenten] Die in de Kerk worden ontvangen, zijn ‘hèt’ middel waardoor God ons een hart van vlees geeft en Zijn Geest in ons plaatst Ezech.36: 26-27.
Dááròm bidden we bij elke viering van de Goddelijke Liturgie de Heer om
Uw Heilige Geest neer te zenden
– niet alleen over de “gaven die hier worden verspreid“, maar óók “op ons“. . . tot de gemeenschap van de Heilige Geest,
tot de vervulling van het Koninkrijk der hemelen,
tot vrijmoedigheid jegens U, en
niet tot oordeel of tot veroordeling.
Alleen op deze manier kunnen wij uw oordelen bewaren en doenEzech.36: 27.

Terwijl de Joden nog steeds proberen hun “eigen land” hier op aarde te
vestigen door middel van menselijke kracht, zijn
‘wij’ als ná-volgers van Christus, gezegend om het Koninkrijk in onze harten te kennen, waar God regeert, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.
Wij worden door de kracht van de Geest in staat gesteld:
te wonen in het land [dat God] aan onze vaderen heeft gegeven“, want
Wij zijn Zijn Volk en Hij is onze God Ezech.36: 28,
de hele Heilige Geest, die voortkomt uit de Vader en
door de Zoon op ons komt, redt en heiligt allen die
u kennen als God, Leven en Leven-schenker
”.
uit: Hymnen van Pinksteren

Uiteraard zijn er soms echter problemen, die wij niet alleen kunnen overwinnen.
Hoe hard wij ook strijden en het opnieuw proberen, wij kunnen maar niet tot
een oplossing komen.
Gelukkig, kunnen wij op zulke momenten,  gerust op God vertrouwen.
Maar wat kan het Geloof in de praktijk voor iemand doen?
Geloof nu is zekerheid èn ‘zekerheid is Kracht [uit den Hoge]!’.

Wij kunnen dit constateren door de problemen, waar
men tegen aan loopt door gebrek aan zekerheid:
* Negatieve gedachtes en gevoelens.
* Niet in staat zijn om belangrijke beslissingen te nemen.
* Niet zeker zijn van eigen zaak.
* Geen zelfvertrouwen uitstralen.
* Minderwaardigheidscomplex.
En dergelijke.

Onze Heer en Verlosser sprak over deze innerlijke Kracht:
Maar gij zult Kracht ontvangen
wanneer de Heilige Geest over u komt
“ Hand.1: 8.

Indien iemand zich dàn bij jou afvraagt:
Heb je de Heilige Geest ontvangen?’,
dàn mogen jouw ogen gaan schitteren van blijdschap,
dàn mag jouw hart gloeien van overtuiging en zekerheid.
Dàn mag je uitspreken: ‘Ja, dat mag ik, God zij dank, wèl zeggen:
Ja, ik geloof in de Heer, als mijn Koning en mijn God!”’
Dat kan alleen maar omdat de Heilige Geest in je woont en
die jou de Geloof’s-belijdenis steeds weer opnieuw in jouw oren fluistert
en jouw lippen daarmee aanraakt.
Dàn is er wel iets bijzonders aan de hand met de mensen die Paulus ontmoet in Ephese.
We lezen in Handelingen dat Paulus daar in contact komt met enkele leerlingen,
bij wie hij aanleiding vindt om de vraag te stellen:
    En hij zei tot hen: “   Hebben jullie de Heilige Geest ontvangen, toen jullie tot het Geloof kwamen? Doch zij zeiden tot hem: Wij hebben zelfs niet gehoord, dat er een Heilige Geest is“ Hand.19: 2.
In het gesprek met deze mensen is voor hem duidelijk geworden dat
ze vanuit het perspectief van het christen-zijn ergens halverwege zijn blijven steken.
Ze waren al een eindje op weg, maar waren in een voorportaal gestrand. 

Dàt is toch eigenlijk wèl een beetje verwarrend.
Ze zijn ‘volgelingen van Christus’ en ‘hebben het Geloof aanvaard’,
staat er in de tekst en toch ontbreekt er iets.
Paulus ontdekt dat er lacunes in hun kennis zijn.

in alle eenvoud je kruis dragen

Zij blijken niet op de hoogte te zijn van een aantal cruciale zaken.
En met dat woord cruciaal duid ik inderdaad op de oorsprong van dat woord: “crux, kruis“.
Ze weten niet van Jezus’ Kruis en Opstanding‘ en van alle gebeurtenissen die daarna hebben plaatsgevonden zoals de uitstorting van de Heilige Geest.
Het blijken volgelingen van Christus, door Johannes de Doper en hebben de doop van Johannes ondergaan, een doop tot bekering van zonden.
Zij hebben zich destijds gecommitteerd om weer aan God toegewijd te zijn,
de weg der gerechtigheid te bewandelen en waren Johannes de Doper gevolgd tot diens gewelddadige onthoofding door Herodes.
Natuurlijk hadden ze van Johannes gehoord dat Jezus de Messias was die komen zou. En dat Christus de mensen zou dopen met vuur en in de Heilige Geest.
Dus over de Geest hadden ze wel degelijk ‘iets’ gehoord. Johannes had bovendien onze Heer en Meester aangewezen als het Lam dat de zonde der wereld wegneemt. Dus had Johannes de Doper niet nagelaten om Christus naar voren te schuiven. Johannes had gezegd:
Hij moet groter worden en ik moet kleiner worden’;
Ik ben niet waard om Zijn schoenriemen vast te maken…
Maar ná de dood van Johannes de Doper was hen mogelijk de schrik om het hart geslagen. Zij hebben misschien ook al de gevoelens van afwijzing bemerkt tegenover Christus en waren beducht zich bij Hem aan te sluiten.
Omdat ze voor hun ‘vrije en blijde leventje’ vreesden, zijn
zij op de vlucht geslagen en misschien na allerlei omzwervingen in
Ephese terechtgekomen, waar ze als een geïsoleerde groep van
ongeveer twaalf mannen een teruggetrokken bestaan hebben geleid, totdat
ze met Paulus in aanraking kwamen.
Duidelijk is in ieder geval wel dat Paulus hen nader moet onderrichten in
alles wat zich heeft voorgedaan in Gods heilsplan na de dood van Johannes de Doper.
Dàn volgt voor hen de waterdoop in de Naam van Jezus Christus, de Zoon van God, waarmee ze het ‘hele waarachtige‘ heilswerk van de Heer omarmen en bij de doop en Myronzalving  daalt de Heilige Geest op hen neer.
Wat er dàn gebeurt, doet denken aan de Pinksterdag in Jeruzalem.
Ze spreken in de taal van het hart en gaan profeteren. Wat een manifestatie van de Geest! Het Geloof in onze Heer en Verlosser, Jezus de Christus, onze Verlosser leidt onmiddellijk tot het ontvangen van de Heilige Geest.
Dit was in Ephese een soort van ‘klein’ Pinksteren!
De gave van de Heilige Geest is ten nauwste verbonden met het Geloof in onze Heer en Verlosser. Als de betekenis van Zijn Heilswerk in Kruis en Opstanding tot mensen doordringt en
zij dàt ook persoonlijk aanvaarden als betekenisvol voor henzelf,
dàn is het proces in volle werking dat zij de Heilige Geest ontvangen.
Dat is dan niet een ‘second opinion’ die pas na enige tijd, als
iemand allang tot bekering is gekomen op een Gelovige neerdaalt.
Neen, iemand ontvangt van meet af aan de ‘Genadegave van de Heilige Geest‘ en
is volledig ‘Christen’ en in staat al de Mysteriën te ontvangen.
De Heilige Geest werkt naar mijn bescheiden mening vanuit de oorspronkelijke getuigenis van de Apostelen niet in etappes.

    Meester neem dan onze smeekbeden aan en schenk de rust aan al onze vaders en moeders, broeders en zusters, onze kinderen en onze verwanten,
aan hen die met ons verbonden waren en aan alle ontslapenen in de hoop op van de Opstanding tot de het eeuwige Leven.
Schrijf hun namen in het boek des Levens.
Die welke hun zielen rusten in de schoot van Abraham, Isaäc en Jaäcob, in het Land der Levenden, in het Koninkrijk der Hemelen, in het Paradijs der geneugten.
Leid hen in Uw heilige woningen door de bediening van Uw stralende Engelen,
en doe ook hun lichamen opstaan op de vastgestelde dag,
volgens Uw Heilige en onfeilbare Beloften.
Want voor Uw dienaren, Heer, is er geen werkelijke dood wanneer
wij van ons lichaam scheiden en opgaan tot U, onze God.
Het is eerder een overgang vanuit het droevigst verdriet naar alles wat het hart kan verheugen:
Het is een opgaan in de Vrede en de Blijdschap.
En al hebben wij tegen U gezondigd, wees ons genadig,
want er is niemand zonder vlek voor Uw aangezicht, al had hij/zij nog zo kort geleefd.
Immers U alleen heeft zonder zonde op deze aarde geleefd, onze Heer Jezus Christus,
en wij hopen dat U medelijden met ons zult hebben en onze zonden zult willen vergeven.
God God, Vriend van de mensen, vergeef ons toch onze overtredingen die wij vrijwillig en onvrijwillig, bewust of onbewust, openlijk of in het verborgen, in daden en woorden of in gedachten, in ons gedrag of door onze geesteshouding hebben begaan.
Schenk kwijtschelding en vergeving aan hen die ons zijn voorafgegaan.
Zegen ons die hier tegenwoordig zijn;
verleen aan ons en aan heel Uw Volk een gelukkige  en vredige voleinding.
Toon ons Uw medelijden en mensenvriendschap op de dag van Uw verheven en angstaanjagende Wederkomst,
en maak ons dàn waardig om deel te hebben aan Uw Koninkrijk

uit: de kniel-gebeden uit de Vespers van Pinksteren.

De wereldse geest gaat overheersen
De wereldse geesten namen de hegemonie, het overwicht over van de kerkelijke machten; de Heilige Geest werd als het ware geleidelijk aan opzij geduwd.
Toezichthouders over de geloofsgemeenschappen welke als Apostolische opvolgers van de Kerk werden beschouwd, werden vanaf keizer Constantijn de Grote niet langer gekozen vanuit de ascetisch doorleefde abten van kloosters.
Steunde de vroeg-christelijke kerken op de grote Martelaren en de ascetisch levende monniken, die de basis vormden voor het toezichthoudend keurvorstendom van de Kerk, geleidelijk aan vormde de elite uit wereldse [wetenschap en machthebbers] de boventoon.
In de eerste eeuwen waren er vijf grote Patriarchaten: Alexandrië, Jeruzalem, Antiochië, Rome en Constantinopel. Gaandeweg werden er twee van hen belangrijker: Rome, omdat het de keizerlijke stad was en omdat haar ‘patriarch’  de directe apostolische afstamming van de heilige Petrus opeiste, met Constantinopel, die onder keizer Constantijn de nieuwe keizerlijke stad werd,
de zetel van regering voor het Romeinse Rijk.
Toen de keizer Rome verliet om naar Constantinopel te gaan, ging zijn gezag geleidelijk over naar de bisschop van Rome, die nu alleen stond voor orde en traditie in het westelijke deel van het rijk dat aan de barbaren uit het noorden was overgeleverd. Constantinopel, ondertussen, werd heel natuurlijk het grote centrum van het Oosten.
Deze twee grote aanzienlijken waren perfect in overeenstemming tijdens de strijd tegen de ketterijen en bij het samenstellen van de Geloofsbelijdenis van Nicea, waaraan tot op de dag van vandaag beide vasthouden.
Zij trokken echter de Apostolische hiërarchie naar zich toe en alle grote dogma’s van het Geloof.
Beider vervreemding kwam eerder voort uit politieke dan uit dogmatische verschillen, hoewel deze later [in 1045] als argument werden gebruikt tot de definitieve scheiding. De belangrijkste van de dogmatische discussies concentreerden zich rond het Filioque in de Geloofsbelijdenis:
[De westerse kerk verkondigt: “Wij geloven in de Heilige Geest die voortkomt uit de Vader en de Zoon …“;
terwijl de oosterse kerk verkondigt: “… De Heilige Geest gaat uit van de Vader en wordt aanbeden met de Vader en de Zoon”].
Het schisma kwam niet plotseling of met speciaal geweld tot stand, hoewel
er aan beide kanten veel betreurenswaardig en onchristelijk gedrag was.
Niemand kan eigenlijk een datum aan het schisma toevoegen.
Sommigen plaatsen het in 1054; anderen 400 jaar later in 1439, ná de mislukte conferentie van Florence.
Het is misschien een van de grote catastrofes van het christendom dat Oost en West uit elkaar vielen. De opmars van het grote moslimimperium was hier deels verantwoordelijk voor.
Bijna 500 jaar lang beweerde het Oost-Europa voor zichzelf, dat miljoenen zielen overspoelde en effectief scheidde van hun westerse broeders.

Dit is slechts een zeer korte schets van de historische feiten.
Maar de verklaring van de scheiding is niet alleen in de geschiedenis te vinden.
De oorzaken ervan liggen veel dieper, in de wederzijdse cultuur, de aard en mentaliteit van Oost en West, en in de verschillende interpretaties die ieder van hen dezelfde grondslagen aan van het Christelijk Geloof geeft.
De gewone gelovigen nemen echter niet langer genoegen met het beleid en het sturen van bovenaf. Men is niet tevreden met de inbreng van de ‘groten’, welke slechts praten, praten en nog eens heel formeel blijven praten – de stapels papier met wederzijdse commentaren stapelen zich op en compromissen worden ontzettend breed uitgemeten [stapels papier, boeken zijn er over volgeschreven]. Heel beleefd vinden onderling vergaderingen plaats, waarbij toch opnieuw de ‘groten’ zich als opnieuw van procesbeïnvloeding blijken te bedienen, maar zo werkt het niet bij de Heilige Geest in het Lichaam van Christus.
De Geest waait van onder af – daar blijkt zich veel méér onderlinge ‘nestwarmte’, onderlinge verbondenheid te bevinden, dan de grote heren ooit hebben kunnen vermoeden. Door op een ‘transparante’ wijze in de volkswijken samen te werken blijkt de dienst van God zich aan de wereld te openbaren.

Avondloos Licht, thuis komen

Hoor, Israël [Kerk], De Heer is onze God, de Heer is één . . .

Als Christenen lijken we vaak op wilde dieren die in gevangenschap zijn opgegroeid, uiteindelijk weer in de wildernis worden losgelaten en geen flauw idee hebben hoe wij – zelf – eten dienen te verzamelen en dus gaan wachten totdat iemand ons voedt.
Tot nog toe heeft de spelleider, de herder er uit mede-menselijke overwegingen voor gekozen om z’n christus-návolgers, z’n kudde in een blijvende afhankelijkheid relatie aan zich te koppelen.
Het enige wat hij voor ‘de toegewezen kudde‘ hiervoor behoefde te doen, was ervoor te kiezen dat zijn kudde afhankelijk zou blijven van de individueel gekozen bloedgroep.
Uit angst voor – ‘
shoppen’ – werd het aan de bloedgroep verbonden onderwijs gegeven en hun niet de middelen en toerusting gegeven om ‘zichzelf‘ te voeden.
Dat is geen moeilijke weg om te bewandelen en het streelt de ego en maakt gebruik van het gegeven dat mensen inherent ‘luie kudde-dieren‘ zijn en kiezen voor de gemakkelijkste en comfortabelste weg.
Het is vanzelfsprekend gemakkelijker en comfortabeler afhankelijk te zijn van een professional en slechts te luisteren,
dàn dat je je eigen verantwoordelijkheid op je neemt en zelf je eigen voedsel leert verzamelen.
Kort door de bocht kun je stellen dat we binnen de huidige -‘bloedgroepen-Kerk‘- vooral bezig zijn om mensen klein en afhankelijk van ons te houden. We geven ze zondag’s een woordje/een preek mee die ze halverwege de week grotendeels weer zijn vergeten, zodat ze elke zondag weer opnieuw hunkeren naar goddelijk voedsel.
Maar zó was het ‘niet’ in de vroeg-christelijke Kerk, de vroeg-Christelijke Kerk was een waarachtig navolger’s-schap van Christus van Martelaren en ascetisch ingestelde christenen. Dáár was de zondag’s-plicht niet vervuld ná de wegzending op het ambon [altaar, preekgestoelte].
In de de vroeg-Christelijke Kerk was het navolger’s-schap onafgebroken verbonden met de Blijde Boodschap, de Pedagogie van de Heer.
Dáár werd onafgebroken onderwijs gegeven door de dagelijkse Metten, de uren, de Vespers en de Completen; van de ochtend-ontwaken tot het avond-slapen-gaan werd de mens geïnspireerd en bij ‘de les‘ gehouden.
Op die wijze werd door de Kerkvaders, opvolgers van de oud-testamentische profeten,  de doorleefde asceten aan de navolgers van Christus geleerd hoe ze het Woord van Christus, Zijn Blijde Boodschap, Zijn Pedagogie zouden kunnen omzetten in daden.
Naast het feit dat zij zich bedienden van het reciteren van het Woord en de Psalmen hadden zij in de aanbidding totaal geen behoefte aan wereldse instrumenten als ‘het orgel’ of als er ‘een goede band of koor‘ op het podium staat;
de menselijke stem is hoe slecht het soms ook klinkt het beste instrument in God’s ogen.
Zij leerden de Christenen datgene wat zij dagelijks – van uur tot uur – nodig hebben om te kunnen over-‘leven’; de voorgeschreven teksten van de diensten en hymnen gaven het benodigde onderwijs.
Natuurlijk gebeurt het afwijken van de oorspronkelijke gedragslijn heden-ten-dage niet bewust ook dàt is historisch door menselijke bemoeienis [zie boven] gegroeid.
In geen enkele christelijke gemeente is men zo vals/gemeen dat er een jaarlijkse vergadering van de leiding wordt gehouden waarin ze mèt en ònder elkaar nieuwe plannen bedenken om mensen klein en afhankelijk te houden.
We doen dit echt niet bewust, maar soms – ‘doen‘ – we dit helaas – ‘wèl‘ – en hoe is het mogelijk dat dit fenomeen onder zulke hooggeplaatste heren stand heeft kunnen houden?     

Transfiguratie – μεταμόρφωση

De Heilige Geest waait waarheen Hij wil; de Heilige Geest volgt in de Blijde Boodschap van de mensgeworden Zoon God’s wil; Het is God een welbehagen geweest alle dingen die de mens-geworden Zoon door de Vader is overgegeven de Vader te leren kennen en niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon en wie de Zoon het wil openbaren.
Geef ons heden ons dagelijks Brood” bidden wij en
de Zoon roept en blijft doorlopend, niet-aflatende roepen:
    Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt Mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en jullie zullen rust vinden voor uw zielen; want Mijn juk is zacht en Mijn last is lichtMatth.11: 26-30.
Onze Heer Jezus Christus, de Zoon [mensgeworden] van God laat als
een gestalte vóór ons allen horen:
Jullie zullen léven! “.
Jullie hebben niet het recht blind te zijn als de ijdelheid van de Prediker, noch lijdelijk te wezen als een Boeddha; Deze bekenden onder ons hebben de sluier van het leven niet gelicht.
Het leven is geen ijdelheid – het heeft een zin, die jullie persoonlijk kunnen ontdekken.
Het leven is ‘niet‘ een lijden ‘alleen‘ – het is een taak, die je te volbrengen hebt,
een zegen, een Genadegave, die je dient te beseffen, te veroveren.
Leven is strijden – òm te overleven,òm te overwinnen.
            De Geest van Christus dult geen levensmoeheid geen levensontkenning, geen achterover leunen in een prettig opgebouwd wereld’s leventje.
Jullie zullen léven!.
       Christus ontdekt ons leven in onszelf.
De zin van het leven is niet vreugde of smart, niet geluk of ongeluk, niet ons lot en onze ondervindingen, niet de wereld en wat zij ons geeft en neemt, niet de tijd, die komt en gaat.
Het leven ligt – ‘in’ – onszelf; het leven is geest, het leven is ziel.
Ons geestelijk vermogen, onze ziel, ons hart is het koninkrijk van ons leven.
       En hebben jullie nu, aldus de cynische Prediker, ‘de Stem niet gehoord, die in jullie spreekt?
Hebben jullie de schrille schreden van de Liefde niet gehoord?`
Hebben jullie het vuur, de heilige drift, van de Geest niet ervaren?
Hebben jullie de Hemel niet – ‘ópen‘ –  gezien?
     Op die tijd, op dàt moment heeft God jullie
het léven getoond!.
Het leven – dat is het leven in onszelf, dat is toch méér dan wij,
– in ons uppie, in onze voortdobberende – ‘bloedgroep’ – ervaren?
Het leven is niet gebonden aan de tijd, die vergaat, het vindt geen einde in de dood, het is eeuwig.
Jullie zullen léven! “.
       Dit zegt Christus ook tot hen, die verlost willen zijn van het leven, omdat het lijden is.
Jullie zullen leven dóór de smart heen, bóven de wereld en haar ellende uit.
       Dìt is het overweldigende van het Christendom, het
zegt tegen het leven niet: ‘neen’, maar volmondig – -.
Het Christendom is geweldig, het ontvlucht het leed niet, noch ontkent het, het aanvaardt het en dráágt het en overwint het als Licht in de duisternis.
Het aanvaardt het als een beproeving van God’s weg ter loutering, ter verdieping, ter versterking van het leven . . .
Zo is het Christendom, -‘de‘- godsdienst van het léven!
Jullie zullen léven!.

‘ sta op wereld, aanschouw uw Heil’

Koop dan de tijd, gebruik ieder ogenblik van de dag, want dit is heilig;
dit is de poort tot het Hemels Koninkrijk, dit is een stukje van het eeuwige leven.
Jullie zullen léven! “.
Durf dan de strijd aan te gaan, tegen jezelf, tegen de wereld en haar duistere machten.
Ga in de strijd gesterkt door de Genadegaven van de Heilige Geest.
Jullie zullen léven! “.
Zit dan niet neer als een lijdend voorwerp, wachtend tot de herademing/ de beademing  van de komende zondag, maar ‘sta op’ en ga, met ingespannen geestelijke inspiratie en een eeuwige veerkracht je weg door het leven.
Jullie zullen léven! “.
Stel jezelf en al datgene wat je bezit, al datgene wat je hebt en mist, al wat je doet en laat, stel het allemaal in het Licht van de Eeuwigheid.
De Eeuwigheid – dat is God en Zijn Wil. Wie God kent en Zijn Wil doet, zal leven.
Ja, dit is het diepste geheim van het leven: wie het geeft aan God, zal het vinden,
wie zich overgeeft, is zichzelf geworden.
🌈     Wie op die manier leeft, heeft macht, alle gebondenheid ten spijt.
Hij/zij is een vrij mens geworden, Hij/zij is eeuwig jong.
Hij/zij heeft vertrouwen in het leven en dankt God voor dit leven;
Jullie zullen waarachtig léven!.
    Ziet toe, dat gij niet een van deze kleinen veracht.
Want Ik zeg u, dat hun engelen in de Hemelen
voortdurend het aangezicht zien van Mijn Vader, 
Die
in de hemelen is.
[Want de Zoon des mensen is gekomen om
het verlorene te behouden]
Matth.18: 10,11.