Hemelvaart, donderdag in de 6e week van Pascha, het Feest van Hemelvaart van Onze Heer en Verlosser Jezus Christus.

    En terwijl zij hierover spraken, stond Hij Zelf in hun midden; en zij werden ontzet en verschrikt en meenden een geest te aanschouwen. Doch Hij zei tot hen:
    Waarom zijt gij ontsteld en waarom komen er overwegingen op in uw hart? Ziet mijn handen en mijn voeten, dat Ik het Zelf ben; betast Mij en ziet, dat een geest geen vlees en beenderen heeft, zoals gij ziet, dat Ik heb.
En bij dit woord toonde Hij hun zijn handen en voeten.
En toen zij het van blijdschap nog niet geloofden en zich verwonderden, zei Hij tot hen:
    Hebt gij hier iets te eten?
Zij reikten Hem een stuk van een gebakken vis toe. En Hij nam het en at het voor hun ogen. Hij zei  tot hen:
    Dit zijn Mijn woorden, die Ik tot u sprak, toen Ik nog bij u was, dat alles wat over Mij geschreven staat in de wet van Mozes en de profeten en de psalmen moet vervuld worden.
Toen opende Hij hun verstand, zodat zij de Schriften [de Blijde Boodschap] begrepen.
En Hij zei tot hen:
    Aldus staat er geschreven, dat de Christus moest lijden en ten derden dage opstaan uit de doden, en dat in zijn naam moest gepredikt worden bekering tot vergeving der zonden aan alle volken, te beginnen bij Jeruzalem. Gij zijt getuigen van deze dingen.
     En zie, Ik doe de Belofte van Mijn Vader op u komen.
     Maar gij moet in de stad blijven, totdat gij bekleed wordt met kracht uit den hoge’.
En Hij leidde hen naar buiten tot bij Bethanië [Hebr.= ‘huis van dadels òf huis van ellende’] en Hij hief de handen omhoog en zegende hen.
– En het geschiedde, terwijl Hij hen zegende, dat Hij van hen scheidde.
En zij keerden terug naar Jeruzalem met grote blijdschap, en zij waren voortdurend in de tempel, lovende GodLuc. 24: 36-47.

En hij [Paulus kwam te Caesarea, ging aan land en groette de gemeente en ging naar Antiochië. En toen hij daar een tijd lang geweest was, ging hij weer weg en doorreisde achtereenvolgens het land van Galatie en Frygie om al de discipelen te versterken.
En een zekere Jood, genaamd Apollos, geboortig uit Alexandrië, een geleerd man, doorkneed in de Schriften, kwam te Epheze.
Deze was ingelicht omtrent de weg des Heren en, vurig van geest, sprak en leerde hij nauwkeurig hetgeen op Jezus betrekking had, ofschoon hij alleen wist van de doop van Johannes [de Doper].
En deze begon vrijmoedig op te treden in de Synagoge.
En toen Priscilla en Aquila hem hoorden, namen zij hem tot zich en legden hem de weg Gods nauwkeuriger uit.
En toen hij naar Achaje wilde oversteken, moedigden de broeders hem daartoe aan en schreven aan de discipelen, dat zij hem vriendelijk moesten ontvangen.
Deze, daar aangekomen, was door (Gods) Genade van veel nut voor hen, die geloofden.
Want onvermoeid bestreed hij de Joden in het openbaar” Hand.18: 22-28a.

lezing uit Vespers op de vooravond van Hemelvaart

Jeruzalem [Hebr.- ‘maak dubbel Vrede’]
    Trekt, trekt door de poorten, bereidt de weg voor het Volk, baant, baant de weg, zuivert hem van stenen, heft een banier omhoog boven de volkeren.
> Ik zal de gunstbewijzen des Heren vermelden, de roemrijke daden des Heren, naar alles wat de Heer ons heeft gedaan en naar de grote goedheid jegens het huis van Israël [de Kerk], welke Hij het betoond heeft naar Zijn Barmhartigheid en naar Zijn vele gunstbewijzen.
Hij zei: ‘ Zij zijn toch Mijn volk, kinderen, die niet trouweloos worden, en Hij werd hun tot een 
Verlosser. In al hun benauwdheid was ook Hij benauwd, en de Engel van Zijn aangezicht heeft hen gered. In Zijn Liefde en in Zijn mededogen heeft Hij Zelf hen verlost en Hij hief hen op en droeg hen al de dagen van ouds’
Isaiah 62: 10 – 63: 3,7-9.
De Heer gaf al zijn volgelingen de opdracht:
Verlaat Jeruzalem [de stad, waar je dubbel Vrede maakt] niet, maar wacht op het geschenk dat Mijn Vader [jullie] heeft beloofdHand.1: 4.
Het is te hopen dat dit verzoek wordt opgevolgd:
•  Christenen volgen immers de innerlijke Vrede na en doen dat niet als gebod, maar spontaan met grote vreugde.
•  Zij zijn tevens bij voortduring in de Tempel [in de stilte van het hart] en loven God.
Inderdaad in alles wordt het christelijk voorbeeld van de leerlingen en de Moeder God’s nagevolgd, zoals het in de Handelingen van de apostelen staat:
    En zij keerden terug naar Jeruzalem met grote blijdschap, en zij waren voortdurend in de Tempel, lovende GodHand. 24: 52-53.
Wanneer we deze passages interpreteren, waarin we zowel het gebod van Christus als de gehoorzaamheid van de discipelen kunnen zien, kunnen we enkele interessante punten waarnemen.

Christus,
op de Olijfberg.

1.]. De eerste navolgers verlieten de Olijfberg [waar smart, droefheid en tranen hen de adem ontnam] met grote vreugde. Hoewel Christus hen vanaf dat moment aan de wereld overleverde, waren ze buitengewoon blij, met name omdat zij de verzekering hadden gekregen dat zij de Heilige Geest zouden gaan ontvangen en eerst dàn zouden zij ledematen zijn van Zijn Lichaam [de Kerk].
Het was een zegen om van Christus in het vlees beroofd te zijn, omdat ze in alle vrijheid een nieuwe en zelfstandige keuze tot gemeenschap en eenheid met Hem zouden bereiken [in leven en werken].
Bovendien had Christus hun verzekerd: “En wanneer Ik van de aarde verhoogd ben, zal Ik allen 
tot Mij trekkenJohn.12: 32.
De vreugde van de eerste navolgers was dus tweeledig: ten eerste de hoop deel te hebben aan de Heilige Geest en ten tweede, het feit dat ze als persoonlijke oog- en oor-getuigen werden toegelaten tot zulk een groot skala aan Mysteriën [wonderbaarlijke gebeurtenissen].
2.]. Tussen Hemelvaart en Pinksteren was er een periode van gebed, smekingen en stilte, hesychia [stilte] van lichaam en ziel.
            * Nepsis [Gr.= ‘νῆψις’ is een toestand van waakzaamheid of soberheid die wordt verkregen na een lange periode van kátharsis [Gr.=‘κάθαρσις’ “emotionele zuivering”]. Misschien wel het meest geassocieerd met het orthodoxe klooster-leven, worden ontelbare verwijzingen naar nepsis  gemaakt in de Philokalia [een verzameling van beschrijvingen van hetgeen de Neptische Vaders beleven].
➙     Niemand kan deelnemen aan de Heilige Geest  tenzij hij in een staat van gebed en innerlijke nepsis* is.  Bovendien bereidt het praktische leven, dat is het houden van de geboden van Christus, de basis voor wat het zuivere gebed wordt genoemd, en  gebed is de basisvoorwaarde voor het verwerven en
deelnemen aan de Genadegave van de Heilige Geest.
3.]. De eerste navolgers van Christus zijn voortdurend bij elkaar, met de Panagia [de allerheiligste moeder van God] volhardend in gebed in hun midden.
Dit toont de waarde van de aanbidding van de Kerk, omdat in het kern, het Lichaam van Christus, het uitgangspunt daarvan is dat het individu aldaar het meest geliefd is voor Christus, de gemeenschap van Heiligen en de Panagia.
De Theotokos, de moeder God’s claimt geen enkele autoriteit of functie in de Kerk, maar zij was en is in het middelpunt van de eredienst, de kostbaarste schat die de kerk had en heeft;
Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en overwoog ze bij zichzelf
Luc.2: 19.
Je mag je dus [even terzijde] gerust eens afvragen waarom de Moeder God’s voor de kinderen van Fatima [Arab.= Fāţimah ‘
فاطمة ‘ “Zij die speent”] beweert: “Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis”, terwijl de Theotokos nimmer zo’n uitspraak heeft gedaan, toen zij nog onder ons was – haar [stief-]zoon, Johannes de Theoloog en Lucas, die haar icoon schilderde zouden daar voorzeker melding van hebben gemaakt.
4.]. We dienen als navolgers altijd de geboden van Christus te gehoorzamen, omdat ze een goed en heilig gevolg voor ons leven in de wereld hebben.
Indien de eerste leerlingen niet naar Jeruzalem waren teruggekeerd, indien zij zich in hun benauwdheid ieder naar hun eigen huis waren vertrokken, zouden zij niet de grote Genadegave hebben verkregen om de Heilige Geest te ontvangen en daarmee ledematen van het Lichaam van Christus zijn geworden.
Zij hielden zich dus niet eenvoudig aan hetgeen hen geboden was, maar ze werden er tevens door beschermd. Wat er in het leven van Christus plaatsvond, zou ook in het leven van de christenen dienen plaats te vinden, volledige overgave aan de wil van God.
Bovendien is de navolging van Christus niet alleen uiterlijk in overeenstemming met sommige voorschriften en externe geboden,  maar is tevens de volledige deelname aan Christus; je bent niet alleen na het ontvangen van het Mysterie van de Eucharistie [het Lichaam en Bloed van Christus] ‘Christophoros, Christusdragend, maar in de algehele aanwezigheid onder de mensen.
Wij dienen Christus ‘passie’, dat wil zeggen Zijn Lijden, Kruis en Opstanding in ons eigen leven te ondervinden …:
        Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt Mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen;  want Mijn juk is zacht en Mijn last is lichtMatth.11: 28-30.
Wij dienen te proberen onszelf als mens tot God’s niveau te verheffen, daar te gaan waar Christus is en genieten van Zijn Hemelvaart, met behulp van actie en visie van God. De inzet is zuivering van het hart door de bevelen van Zijn Pedagogie van de Blijde Boodschap te onderhouden, het vooruitzicht is ‘verlichting van de nous * ‘ en haar beklimming naar geestelijke visioenen van God.
          * ’ Nous’ [Gr.=νούς of νόος], is de Oudgriekse term voor geest of intellect. Met ‘Nous’ wordt de hoogste vorm van denken, een bijna goddelijk denken bedoeld. Het is de soort intellectuele intuïtie die aan het werk is wanneer je definities, concepten ineens begrijpt, plots ‘ziet‘, als bij een goddelijke ingeving
conf. preek van toezichthouder/aartsbisschop Hierotheos van Nafpaktos en Saint Vlassios

Isaiah profeteert:

Christus in de wijnpers, glas-in-lood

    Ik heb de pers alleen getreden en van de volkeren was niemand bij mij, Ik trad hen in mijn toorn en vertrad hen in mijn grimmigheid; toen spatte hun bloed op mijn klederen en ik bezoedelde mijn ganse gewaad.
> Ik zal de gunstbewijzen des Heren vermelden, de roemrijke daden des Heren, naar alles wat de Heer ons heeft gedaan en naar de grote goedheid jegens het huis van Israël [Zijn Kerk], welke Hij het betoond heeft naar Zijn barmhartigheid en naar Zijn vele gunstbewijzenIsaiah 63: 3 en 7.
       Wat Isaiah de Volkeren in de tijd duidelijk maakt is dat hij bij de verkondiging van het Woord des Heren onder de volkeren zijn kleren bezoedelt door het bloed van zijn toehoorders.
       Hij stelt dat de Heer onze God in Zijn grote Barmhartigheid ons – geen mens uitgezonderd – desondanks telkens weer opnieuw vergoed voor wat ons eigenlijk totaal niet toekomt.
De Heer is een rechtvaardige rechter voor het huis van Israël [de Kerk] en
Hij behandelt ons volgens Zijn overweldigende Genade, ja, overeenkomstig de veelheid van Zijn Gerechtigheid.
Zelfs de hemelse Gewestwn wn al die zich daar bevinden zien met verbazing op
wanneer God de Zoon van Zijn Hemelse troon is neergedaald en Zichzelf ontledigd heeft:
    Christus, Die, in de gestalte God’s zijnde, het aan God gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, 
maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden isPhil.2: 6,7.    Wat een wonderbaar Mysterie is onze God!

De heilige Johannes Damascinos drukt de verbijstering van de aartsengel Gabriël uit over de Menswording, de Incarnatie:

– De engel Gabriël wordt vanuit de hemelen met de Blijde Boodschap naar de Moeder Gods gezonden om haar te verkondigen dat zij zwanger zou worden en de Verlosser van de wereld zou baren –

Heden werd de Aartsengel Gabriël gezonden om aan de Maagd de ontvangenis te verkondigen.
Aangekomen in Nazareth dacht hij vol verbazing na over het Mysterie.
‘Hoe Hij, de Onvatbare uit den Hoge uit een Maagd geboren wordt.
Hij, Die de Hemel tot troon en de aarde als voetbank heeft,
treed binnen in de schoot van een vrouw.
Hij tot wie de zes-vleugelogen hun vele ogen niet durven opheffen,
wil door een enkel Woord het vlees aannemen uit haar!
Het Woord God’s Zelf is aanwezig.
Daarom sta ik hier en zeg tot de Maagd:
‘ Verheug u, onschuldige Maagd’.
‘ Verheug u, nooit gehuwde Bruid’.
‘ Verheug u, Moeder des Levens, want
gezegend is de Vrucht van uw schoot’”.
Hymne bij ‘Heer ik roepVespers van de Verkondiging.

Wanneer de Heer nu Zijn triomfantelijke weerkeren in de hoogte maakt,
worden wij geconfronteerd een een ander wonder de engelen:
Christus zet de menselijke natuur
•   voor eeuwig samen met de Vader,
   voor eeuwig verbindt hij de mens met het schepsel tot de Godheid.
Hoewel hij nooit afgescheiden was van Zijn eeuwige troon, keert de Heer nu als een Heilige en Sterke mens naar de Hemelen terug, met een ontzagwekkend rechtschapen uiterlijk.
Zijn kledingstukken zijn nu rood gekleurd van de vertreding van Zijn Passie in de wijnpers. Dit alles draagt ​​Hij als een uitstraling van energie naar de Hemelen als 
teken van Zijn overwinning aan het Kruis, want Hij overwon onze grootste vijanden, de zonde en de Satan, en vernietigde de dood door Zijn dood.

Isaiah brengt al deze beelden voor ons bijeen in
een korte verzen-lezing voor het Feest van de Hemelvaart.
    Hij ontvouwt voor onze ogen een beeld van de terugkerende “Strijdende Verlosser”,
die in een triomfantelijke processie, Zijn plaats weer inneemt op
Zijn rechtmatige Hemelse troon.
Deze verbale Icoon van deze profeet omvat dit bevel van de Heer namens Zijn Kerk:
    Trekt, trekt door de poorten, bereidt de weg voor het Volk,
baant, baant [u] de weg, zuivert hem van stenen, heft
een banier omhoog boven de volkeren

Isaiah 62: 10.

Serbian Patriarchate and Patriarchs of Antioch call for Pan Orthodox Unity,          4-6-’19

Dat dit Woord wordt opgevolgd blijkt uit het heuglijke nieuws van dit moment dat de ‘kleine‘ Patriarchaten bijeen op het Servisch Patriarchaat en de
gezamenlijke Patriarchen van Antiochië oproepen tot Pan-Orthodoxe Eenheid;
en zij verklaren dat zij
      verenigd zijn in de Liefde en Geloof in Onze Heer, Jezus Christus en streven naar wederzijdse eenheid – niet alleen in woorden maar in serieuze daden op weg naar volledige eenheid op alle gebied”.
    De lezingen van vandaag bevatten ook een voortschrijdend antwoord op de overpeinzingen van de engel en wordt afgesloten met een profetische reflectie op de Hemelvaart zelf:
    En laat Hem geen rust, totdat Hij Jeruzalem grondvest en het stelt tot een lof op aarde. De Heer heeft gezworen bij Zijn rechterhand en bij Zijn sterke arm:
  Nooit zal Ik uw koren meer aan uw vijanden tot spijze geven en
nooit zullen vreemdelingen meer de most drinken, waarvoor gij gezwoegd hebt; maar 
zij die het oogsten, zullen het eten en de Heer loven, en zij die Hem inzamelen, zullen Hem drinken in de voorhoven van mijn heiligdomIsaiah 62: 7-9.
    De profetie van Isaiah onthult eerst dat de aardse bediening van de Heer vanaf het moment van Zijn Incarnatie uit de Maagdelijke schoot, voor de Kerk, bestemd is, ”de dochter van SionIsaiah 62: 11., die de Heer Mijn Volk noemt.
Hij zal niemand toestaan als obstakel om op onze weg naar de hemel te staan:
Gooi de stenen van de weg en verhef een standaard voor de heidenen” conf. Isaiah 62: 10.

Hier is een standaard om alle volkeren van de aarde te verzamelen, niet alleen het oude Israël, hetgeen de reden aangeeft waarom Hij de eerste leerlingen, de Apostelen de opdracht geeft “maakt discipelen van alle natiënMatth.28: 19.
Valt je tevens op dat de Kerk hier betiteld wordt als: “Het heilige Volk, De Verlosten des Heren; en gij zult genoemd worden: Begeerde, Niet verlaten StadIsaiah 62:12.
Onze Heer en Verlosser  geeft Hoogstpersoonlijk antwoord op de overpeinzingen van de engelen in deze profetie.
Geen andere menselijk persoon zou de mensheid hebben kunnen verlossen, maar Christus zegt:

En de vrede van God, die alle verstand te boven gaat zal uw hart en gedachten in – Christus, Jezus – bewaren, Phil.4: 7

    Ik heb de pers alleen getreden en van de volkeren was niemand bij Mij, Ik trad hen in mijn toorn en vertrad hen in mijn grimmigheid; toen spatte hun bloed op mijn klederen en ik bezoedelde Mijn ganse gewaadIsaiah 63: 3.
Isaiah drukt zijn ontzag uit over God’s Openbaring:
Ik zal de gunstbewijzen des Heren vermelden,
de roemrijke daden des Heren, naar alles wat de Heer ons heeft gedaan en naar de grote goedheid jegens het huis van Israël, welke Hij
het betoond heeft naar zijn barmhartigheid en naar zijn vele gunstbewijzen

Isaiah 63: 7.
Evenzo omarmen de gelovigen hun Verlosser, want we weten het dat Christus Zelf hun redding is:
  Schouw uit de hemel en zie uit uw heilige en luisterrijke woning. Waar zijn uw ijver en uw machtige daden? Uw innerlijke bewogenheid en uw ontferming hebben zich jegens mij niet laten geldenIsaiah 63: 8.
Niet een oudste of een engel, maar de Heer ‘Zelf’ redde ons:
  Gij immers zijt onze Vader; want Abraham weet van ons niet en Israël kent ons niet; Gij, Heer, zijt onze Vader, onze Verlosser van oudsher is Uw Naam”, omdat
Hij van ons mensen houdt en ons spaart Isaiah 63: 9.
Hij verloste ons en nam [ons] mee omhoog en  tilde [ons] op in alle dagen vanoudsIsaiah 63: 9.

  Heer, Toen Uw Apostelen aanschouwden hoe
U op de wolken ten Hemel voer, Levenschenker Christus,
waren zij van droefheid vervuld, en
onder tranen riepen zij wenend uit:
Meester, laat niet ons als wezen achter, die
U als Uw dienaren, Barmhartige,
vol medelijden hebt liefgehad;
maar zend ons, zoals U beloofd hebt,
Uw Alheilige Geest,
de Verlichter van onze zielen
”.
uit: – Vespers voor Hemelvaart -.