Woensdag in de 3e week na Pascha – de Getuigenis van de Vader en de Zoon is van oudsher in de H. Geest, de Waarheid

    Jezus zei tot hen [tot ons]: Ik ben het Brood van het Leven; wie tot Mij komt, zal nimmermeer hongeren en wie in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten.       Maar Ik heb u gezegd, dat gij niet gelooft, ook al hebt gij Mij gezien.
Alles wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen, en wie tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.
Want Ik ben van de Hemelen nedergedaald, niet om Mijn wil te doen, maar de Wil van Hem, Die Mij gezonden heeft.
       En dit is de wil van Hem, die Mij gezonden heeft, dat Ik van alles wat Hij Mij gegeven heeft, niets verloren zal laten gaan, maar het zal opwekken ten jongsten dage“ John.6: 35-39.

Handoplegging van de Apostelen

    En toen Simon zag, dat door de handoplegging van de Apostelen de Geest werd gegeven, bood hij hun geld aan, en zei:
      Geef ook mij deze macht, opdat, als ik iemand de handen opleg, hij de Heilige Geest zal  ontvangen.
Maar Petrus zei tot hem:
      Uw geld zal met u ten verderve leiden, daar gij gemeend hebt de Gave van God voor geld te kunnen verwerven.
Gij hebt part noch deel aan deze zaak, want uw hart is niet recht voor God.
Bekeer u van deze uw boosheid en bid de Heer, opdat deze toeleg van uw hart aan u vergeven zal      worden; want ik zie, dat gij gekomen zijt tot een gal van bitterheid en een warrig net van on-gerechtigheid.
Doch Simon antwoordde en zei:
      Bidt gij voor mij tot de Heer, dat mij niets zal mogen overkomen van hetgeen gij gezegd hebt.
Toen zij dan het Woord des Heren betuigd en gesproken hadden, keerden zij terug naar Jeruzalem en verkondigden het Evangelie [de Blijde Boodschap] aan vele dorpen van de SamaritanenHand.8: 18-39.

Terugkomen tot God
Kom nog een keer terug tot God.
Kom door persoonlijk gebed terug tot God.
Maar wat bid je dan?
       Stort je hart uit voor God en zeg tegen Hem:
O Heer, ik wil U. Ik wil bij U terug komen.
Red me alsjeblieft uit mijn vervallen staat en
leidt me opnieuw terug naar U.
Zonder U ben ik niets.
Toen ik U kwijtraakte, verloor ik m’n leven.
Ik verloor mijn geluk en vreugde.
Mijn leven werd zonder betekenis of enige interesse

Stort je gehele hebben en houden voor God uit en zeg:
Ik wil bij U terug komen, o Heer, maar
m’n vijanden zijn sterker dan ik ben
” Psalm 38: 9.
Velen zijn er die tot mij zeggen:
Er is geen hulp voor hem in/bij zijn God
” Psalm 3: 2.
Keer terug naar God en zeg:
Heer, U draagt mij.
En breng me a.u.b.
nog een keer terug tot U

Zeg hem:
Ik verloor mijn kracht toen ik ver
van U verwijderd geraakte.
Geef me wat van Uw Kracht.
Geef me alsjeblieft Uw Goddelijke hulp
om mij op Uw weg terug te helpen

Pope Shenouda III 1923-2012,
Pope of Alexandria and the Patriarch of All Africa on
the Holy Apostolic See of Saint Mark
the Evangelist of the Coptic Orthodox Church of Alexandria.

      Maar zij waren weerspannig en bedroefden zijn heilige Geest; daarom veranderde Hij voor hen in een vijand. Hij zelf streed tegen hen. Maar Hij dacht aan de dagen van ouds, aan Mozes, aan zijn volk.
        Waar is Hij, die de herders zijner kudde voerde uit de wateren? Waar is Hij, die zijn heilige Geest in hun binnenste gaf?
  Die zijn luisterrijke arm aan de rechterhand van Mozes deed gaan;
  Die voor hen de wateren kliefde om Zich een eeuwige naam te maken;
  Die hen deed gaan door de waterdiepten?
Evenmin als een paard in de woestijn struikelden zij; als aan het vee, dat afdaalt in de vallei, gaf de Geest des Heren hun rust. Zo hebt Gij uw volk geleid om U een luisterrijke Naam te maken.
>>   Och, dat U de Hemelen zou doen scheuren, dat U zou nederdalen, dat voor Uw aangezicht de bergen wankelden, zoals vuur rijshout in vlam zet, zoals vuur water doet overkoken; om uw tegenstanders Uw Naam te doen kennen, zodat de volkeren voor Uw aangezicht sidderen,
       Daar U geduchte daden verricht, die wij niet verwachtten; dat U  nederdaalde, zodat de bergen voor uw aangezicht wankelden!
      Ja, van oudsher heeft men het niet gehoord noch vernomen, geen oog heeft gezien een God buiten U, die optreedt ten behoeve van wie op Hem wacht.
      U komt hem tegemoet, Die met Vreugde Gerechtigheid doet, hun die op uw wegen aan U denken.

Profeet Isaiah, van de hand van grootmeester schilder, Raphaël-It

      Zie, U bent toornig geweest, omdat wij zondigden; in die toestand verkeerden wij lange tijd, en zouden wij dan verlost worden?Isaiah 63: 10-64: 5.

Laat het goed tot ons doordringen, de woorden die Isaiah zo’n 750-700 v.Chr. reeds verkondigde;
wie zijn wij mensen van deze tijd dat wij onze hoop en geloof slechts op aardse zaken richten;
je mag er – ook in deze tijd van overtuigd zijn – dat
je in deze Kerk, het Lichaam van Christus je toekomst kunt verwezenlijken.
Toen herinnerde hij zich de dagen vanouds,
Hij die de herder van Zijn schapen uit het land grootbracht.
Waar is Hij, Die Zijn Heilige Geest in hen plaatste?

                 In deze verzen giet de Profeet Isaiah een serie brandende vragen over ons uit, die de Grote Profeet diep verontrusten;
                het zijn vragen, die ook onze spelleiders en toezichthouders verontrusten;
ja, zij lijden eraan en dragen het Kruis wat hen -door God- is opgelegd.
                Tegelijkertijd presenteert Isaiah ons een Vreugdevolle en
Profetisch icoon van de Opstanding.
                 Hij kan niet anders, want David en Salomon
waren hem reeds voor met de woorden;
                Wat kunnen we tevens leren van David’s en Salomo’s
prestaties en hun persoonlijke zwakheden die ons zullen adviseren
voorspoedig en succesvol te zijn in ons leven:
      Ik hef mijn ogen tot U, Die in de Hemelen woont.
Zie, zoals de ogen van dienaars, op de handen van hun meesters.
Zoals de ogen van de dienaressen, op de handen van haar meesteres.
Zo zien onze ogen naar de Heer onze God, totdat Hij zich over ons ontfermt.
Ontferm U over ons, Heer, ontferm U over ons: wij zijn overladen met verachting, onze ziel is er geheel en al van vervuld.
Wij zijn de hoon van de rijkaards, de verachting van de hoogmoedigen.
>>     Als de Heer niet met ons geweest was; Israël ontken het niet !
Als de Heer niet met ons geweest was, toen de mensen tegen ons opstonden.
Dan hadden zij ons zeker verslonden, toen hun razernij tegen ons woedde.
Dan zou het water ons stellig hebben verzwolgen, want onze ziel is door een stroom gegaan. Onze ziel is immers getrokken door bodemloze wateren.
Gezegend zij de Heer, Die ons niet heeft overgeleverd als een prooi voor hun tanden.
Onze ziel is als een vogel ontsnapt uit het net van de vogelaar.
Het net werd verscheurd, en wij zijn bevrijd.
Onze hulp is in de naam van de heer: de Maker van Hemel en aarde
Psalm122,123 [123,124] vert. ROK. ’s-Gravenhage.

    Opdat gij de weg der goeden bewandelt en de paden der rechtvaardigen bewaart.
Want de oprechten zullen het land bewonen en de vromen zullen daarin overblijven, aar de goddelozen zullen uit het land worden uitgeroeid en de trouwelozen zullen eruit worden weggerukt” Spreuken 2: 20-22.
Deze Grote Profeet lijdt, draagt Zijn Kruis en vraagt ​​God hoe Hij,
Die “Mozes leidde met Zijn rechterhand, de arm van Zijn GlorieIsaiah 63: 12,
Zijn uitverkoren volk zo in de diepte kon laten vallen.
Waar zijn Uw ijver en Uw kracht; waar is
de veelheid van Uw genade en Uw mededogen,
om geduldig met ons te zijn?
Isaiah 63: 15.
Hij vervolgt:
Waarom hebt u ons op een dwaalspoor gebracht, o Heer,
van Uw pad en onze harten verhard om niet bang voor U te zijn?
Isaiah 63: 17.
Hoewel Isaiah in de openingsverzen twijfelt aan de vraag
hoe God Zijn volk in God’s Naam kan verlaten,
onthoudt hij zich niet van het smeken van de Heer om
omwille van Uw stammen, omwille van de stammen van Uw erfdeel,
terug te keren, dat wij een klein deel van jouw heilige berg
Isaiah 63: 17-18.
Alsof hij de Heer aan dit feit wil herinneren,
vermeldt de Profeet dat God volledig in staat is om
te handelen zoals Hij vanouds deed.
Mocht God ervoor kiezen om
de Hemelen te openen, dan zal de beving de bergen vóór u grijpenIsaiah 63: 20.
Uiteindelijk geeft Isaiah toe dat,  ja, ook hij [is ook maar een mens]:
We hebben gezondigd; daarom dwaalden wij af “Isaiah 64: 4,
maar vervolgens hij roept uit:
” Van oudsher hebben wij U niet gehoord, noch
hebben onze ogen enige God gezien dan U en
Uw werken die U zult doen voor hen die wachten op Uw Genade.
Want Genade zal een ontmoeting hebben met
degenen die gerechtigheid doen
Isaiah 64: 3,4.

De Heilige Kerkvaders merken op dat de vragen die in het hart van Isaiah branden volledig werden beantwoord door de komst van Christus.
            Luister bijvoorbeeld naar Theodoret van Cyrus:
De profetische tekst. . . maakt melding van de gebeurtenis die de overtocht van de zee was: heeft voorzien dat [het oude Israël] de Goddelijke zorgzaamheid zou worden onthouden. . . volgens de voorspelling “dat God” [Zijn] wijngaard zou verlatenIsaiah 5: 6.
            Toch beweert Theodoret dat de gestelde vragen de gelovigen in Christus ertoe moeten brengen zich te realiseren dat
Net zoals de mensen, die door Farao en de Egyptenaren achtervolgd werden,
onder leiding van Mozes door de zee zijn gegaan, en dat dit dezelfde manier is, wanneer de duivel en de demonen, die oorlog voeren,
Christus, onze Meester, de poorten des doods heeft doen vernietigen,
Hij overwon hen hoogst Persoonlijk en leidt nu de menselijke aard naar de Vrijheid
”.
Vandaar dat, zo vervolgt Theodoret:
de goddelijke apostel deze woorden toepast op Christus: ‘De God nu van de Vrede, Die onze Heer Jezus, de grote herder der schapen door het bloed van een eeuwig Verbond heeft terug-gebracht uit de dodenHebr.13: 20.
Isaiah spoort ons als Profeet en spelleider aan om te bemerken dat Mozes zelf de dienaar en het type was, en nu is de Heer en Verlosser, de Zoon van God gekomen als  “de waarachtige” Herder Die Zijn Leven gaf voor de schapen”.
Vestig je aandacht tevens op de vragen, die Isaiah namens de gelovigen stelt en die worden beantwoord indien we erkennen dat ze een verbaal weergegeven icoon van de Opstanding des Heren vormen:
Hij overmeesterde het water door Zijn aanwezigheidIsaiah 63: 12 komt overeen met het graf en de dood. Christus Jezus, de ware Herder is opgestaan ​​uit de dood.
Isaiah vraagt: “Waar is Hij die Zijn Heilige Geest in hen stak?Isaiah 63: 11.
Wij antwoorden: “Christus is in ons midden; Hij is en Hij zal zijn”, want
Hij doopt de Zijnen met water en de Heilige Geest.  Aan de zee: “Hij bracht hen door de diepte als een paard door de woestijn, maar ze werden niet moeIsaiah 63: 13.

Het Pinkstervuur ​​van “de Geest daalde neer van de Heer” om ons te leiden Isaiah 63: 14. Dus, de Heer leidt Zijn Volk, Zijn Lichaam nog steeds, en
maakt voor zichzelf “een Glorierijke NaamIsaiah 63: 14.
Als God-geïncarneerde openbaart Hij Zijn ijver en Kracht Isaiah 63: 15.
Hij toont ons de “veelheid van [Zijn] Genade en [Zijn] Mededogen, door
geduldig met ons te zijn
Isaiah 63: 15.
  Dat God zal verrijzen en dat Zijn vijanden worden verstrooid [dat U ze uit elkaar doet gaan].
Dat zij die Hem haten, mogen vluchten voor Zijn aangezicht.
Dat zij verdwijnen zoals rook verdwijnt; zoals [bijen-]was smelt voor het vuur.
Zó moge de zondaars ten verderfenis [de ondergang tegemoet] gaan voor het aanschijn van God.
Maar dat de rechtvaardigen zich mogen verheugen en mogen juichen voor Gods aangezicht,  buiten zichzelf van blijdschap
conf. Psalm 67[68]: 1-5, de basis van onze Paas-stichier.

Vooral in het alledaagse leren we leven en liefde tot God en elkaar.
Wat we zó graag willen leren en wat je ieder mens gunt,
is zien hoe prachtig het gewone en alledaagse is.
Onze alledaagse levens met idem alledaagse overwinningen en nederlagen
zijn nèt zó waardevol als het grootse overwinningen en nederlagen.
Het is juist dáár dàt wij de Liefde, Vrede en Vreugde leren kennen en laten groeien.
En het nèt zo goed dáár, dat God Zijn Blijde Boodschap met ons deelt.

Apostichen 3e Woensdag
tn.2.    Hoe kan de Verlosser opgenomen zijn onder de doden?
zo riepen de Myron-draagsters, de vrouwelijke navolgers van Christus;
en zij klaagden wenend: is de Heerlijke Zon nog steeds onder de aarde of
is Hij opgegaan, zoals Hij voorzegd heeft? En terwijl zij zo klaagden
riep de Engel uit het graf tot hen, met waarlijk Goddelijke Vreugde:
Christus is opgestaan; haast u om aan allen te verkondigen
Zijn Goddelijke Opstanding uit het graf
”.

      Nabij is Zijn Heil voor wie Hem vrezen: Zijn Heerlijkheid woont op onze aarde

tn.2.    Nadat zij gereed waren met het bereiden van de Heilige Myron,
terwijl het nog donker was op de eerste dag van de week,
kwamen de Myron-draagsters bij Uw graf, o Christus,
voor de balseming van Uw onbevlekt en Goddelijk Lichaam.
Maar toen zij dat de Boodschap hoorden van Uw Opstanding,
haastten zij zich om de tijding [het bericht] te brengen aan Uw Ingewijden, dat
U hun ten antwoord had gegeven vanuit het graf,
en in Uw groot medelijden had geroepen: ‘Verheug u’
”.

    Waarheid ontspringt aan de aarde, en Gerechtigheid ziet neer uit de Hemelen”.

tn.2.    Toen God, de Allerhoogste, in de aarde begraven was als een gestorvene,
haastten Zijn vrouwelijke navolgers zich daarheen om Hem met gewijde kruiden te balsemen.
Maar toen zagen zij in het graf een onbekende Jongeling zitten in een stralend gewaad, en
zijn verschijning was als een bliksemschicht, zodat zij van verwondering ontstelden.
Zó vernamen zij de Opstanding van het Goddelijk Woord uit het graf op de derde dag; en zij brachten die tijding [dat bericht] aan de Apostelen”.

    Eer aan de Vader en aan de Zoon en aan de Heilige Geest,
nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen”.

tn.5.    U, Die Uzelf met Licht bekleed als met een gewaad,
werd door Joseph en Nicodemos afgenomen van het Hout.
Toen hij U zó zag: dood, naakt en onbegraven, hief hij in
zijn medelijden klagend een treurlied aan:
Wee mij, zoetste Jesus, de zon die U zojuist aan het Kruis hangen zag,
bekleedde zich met duisternis.
De aarde beefde van vrees en de voorhang van de Tempel scheurde.
En hij, die nu zie hoe U vrijwillig voor mij gestorven zijt, hoe kan ik U dienen?
Hoe kan ij U begraven? Hoe kan ik U wikkelen in het lijnwaad?
Met wat voor handen kan ik Uw zuiverst Lichaam aanraken?
Wat kan ik U toezingen op Uw laatste weg, Barmhartige?
Ik prijs Uw Lijden;
Ik belijd Uw begrafenis,
maar ook Uw Opstanding en roep:
Heer, eer aan U
”.

bij: ‘Heer ik roep . . .’ Vespers 3e Woendag
tn.2.    Toen zij de woorden van de vreugde hadden vernomen,
uit de mond van de Engelen in het graf van het Woord,
werden de vrouwen met grote ijver vervuild.
Niet langer behoefden zij de Myron te dragen, maar
nu kregen zij het ambt van Boodschapster, om
de Opstanding bekend te maken vanuit de verborgenheid van de onderwereld, van
Hem Die om ons Zich had gehuld in het mensenkleed;
en zij verkondigden dit aan Zijn Ingewijden”.

tn.2.  Reeds voor de morgen aanbrak,
kwamen de Myron-draagsters bevreesd bij het graf, om
voor Christus, de Leven-schenker de Myron te bereiden, want
onder de doden bevond Zich Hij Die de hades doodt.
Doch daar stond een Goddelijke Engel en riep tot haar:
Wat zoekt gij onder de doden de Leven-brenger, Die Levend is?
Gaat heen en verkondigt Zijn Opstanding”

tn.2.    Het Woord, Dat op de Cherubijnen troont, hebt u als
een andere zegewagen op uw schouders gedragen, zalige Joseph en Nicodemos.
Hij, Die Mensgeworden en gedood was,
heeft ons, die dood waren, weer Levend gemaakt.
Verheugt u dan, heilige Myron-draagsters,
nu jullie Zijn Opstanding ziet, al hebben jullie allen
eerst Zijn dood moeten bewenen”.

    Nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen, AMEN”.

tn.1.    Magdalena en de ander Maria kwamen bij het graf om de Heer te zoeken;
daar zagen zij de bliksem-stralende Engel, die op de steen zat en tot haar zei:
‘Wat zoeken jullie de Levende onder de doden?
Hij is opgestaan zoals Hij gezegd heeft;
Jullie zullen Hem vinden in Galilea.
Laat ook ons tot Hem roepen:
Gij zijt uit de doden opgestaan,
Heer, eer aan U”.


    De hemelen verhalen de heerlijkheid Gods, het uitspansel verkondigt het werk van Zijn handen. Elke dag openbaart een woord aan de volgende dag; van nacht tot nacht wordt kennis verkondigd.
Niet met gesproken woorden, er wordt geen klank vernomen. Toch klinkt over heel de aarde hun boodschap, tot aan de grenzen der wereld hun woorden.
Hij heeft een tent gemaakt voor de zon, die als een bruidegom uit zijn bruidsvertrek treedt.
Hij juicht als een reus om zijn baan te doorlopen; hij gaat op aan het einde des hemels.
Zijn loop gaat op tot het einde; niemand kan zich verbergen voor zijn gloed.
De Wet des Heren is onbevlekt, en bekeert de zielen.
Het getuigenis des Heren is waar, en geeft wijsheid aan de kleinen.
De oordelen des Heren zijn recht, zij verblijden het hart.
Het gebod des Heren is stralend, het verlicht de ogen.
De vreze des Heren is rein, en blijft in de eeuwen der eeuwen.
De gerechtigheden des Heren zijn waar, gerechtvaardigd in zichzelf.
Begerenswaard boven goud en edelgesteente; zoeter dan honing en raat.
Uw dienaar onderhoudt dan ook Uw geboden, want dat schenkt grote vergelding.
Wie kent al zijn overtredingen ? Reinig mij van mijn verborgen kwaad, en behoed Uw dienaar voor vreemde zonde. Als die mij niet overheersen, dan ben ik onbevlekt; en word ik gereinigd van grote zonde.
Dan hebt Gij behagen in het woord van mijn mond: de gedachten van mijn hart liggen open voor Uw ogen. Heer, Gij zijt mijn Helper, en mijn Verlosser
Psalm 18[19] vert. ROK. ’s-Gravenhage.

Apostichen Vespers 3e Woendag
tn.2.    Uw Opstanding, Christus Verlosser, heeft de gehele wereld verlicht, en
U heeft Uw eigen schepsel tot U teruggeroepen:
Al-Machtige Heer, eer aan U”.

    Over heel de aarde klinkt hun Boodschap: tot aan de grenzen der wereld hun woorden”.

tn.2.    Christus, U hebt groot gemaakt de naam van Uw Apostelen in deze wereld, want zij hebben ons geleerd Uw onzegbare Mysterie2n uit de Hemelen.
Zelfs hun schaduw schonk ons genezing; zij waren vissers, maar deden grote wonderen;
zij waren Joden maar verkondigden over de gehele wereld de Godsleer van de Genade.
Schenk door hen ook aan ons, Barmhartige, de grote Genade”.

    Wonderbaar is God in Zijn heiligen: de God van Israël [de Kerk]“.

tn.2.    Groot is de Heerlijkheid die u verworven heeft, door uw Geloof, jullie Heiligen!
Want in tijden hebben jullie niet slechts de vijand overwonnen, maar
ook ná uw dood verjagen jullie de boze geesten, schenken jullie kracht aan de zwakken, en genezen jullie onze zielen en lichamen.
Bidt tot de Heer dat onze zielen mogen worden gered”.

sta op wereld, aanschouw uw Heil

    Eer aan de Vader en aan de Zoon en aan de Heilige Geest,
nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen”.

tn.2.    Onder tranen brachten de Vrouwen
de Myron naar Uw graf, maar
daar werd hun mond vervuld van Vreugde,
zodat zij riepen:
De Heer is opgestaan ’ – ”.