Maandag in de 3e week na Pascha – Hoop ontstaat slechts door het Geloof

Genezing vanuit de Synagoge, fresco benedictijnenklooster, Lambach, Österreich, 1080

    En er was te Kapernaüm [Hebr.= ‘dorp van rust’] een hoveling, wiens zoon ziek was. Toen deze hoorde, dat Jezus uit Judea [Hebr.= jehoed (Aramees) het gebied van de stam voor wie de Heer God is] naar Galilea [Hebr.= ’kring’, ‘bron’] gekomen was, ging hij tot Hem en verzocht Hem te komen en zijn zoon te genezen; want deze lag op sterven.
       Jezus zei dan tot hem:
– ‘ Indien u lieden geen tekenen en wonderen ziet, zult ge niet geloven’.
De hoveling zei tot Hem: – ‘ Heer, kom af [van uw zetel], eer mijn kind sterft.
       Jezus zeide tot hem:
– ‘ Ga heen, uw zoon leeft!’
De man geloofde het Woord, dat Jezus tot hem sprak, en ging heen.
En reeds terwijl hij afdaalde, kwamen zijn dienaren hem tegemoet en zeiden, dat zijn kind leefde.
Hij vroeg hun naar het uur, waarop de beterschap was ingetreden;
zij zeiden tot hem:
– ‘ Gisteren op het zevende uur werd hij vrij van koorts.
De vader dan bemerkte, dat het dat uur was, waarop Jezus tot hem gezegd had Uw zoon leeft, en hij werd zelf gelovig en zijn gehele huis.
En dit deed Jezus weder als tweede teken, toen Hij uit Judea naar Galilea gekomen was“ John.4: 46b-54.

    En Stephanos [Hebr.= ‘gekroond’], vol van Genade en Kracht [van God], deed wonderen en grote tekenen onder het Volk.  Doch er stonden sommigen op van hen, die waren van de zogenaamde synagoge der Libertijnen [Hebr.= ‘iemand die van slavernij bevrijd is, een vrij-gelatene, of de zoon van een vrijgelatene’], van de Cyreneeers [Hebr.= ‘het oppergezag van de  teugel’] en van de Alexandrijnen [Hebr.=‘verdediger’] en van de Joden uit Cilicie en Asia en dezen redetwistten met Stephanos, en zij waren niet bij machte de Wijsheid en de Geest, waardoor hij sprak, te weerstaan.
       Toen schoven zij mannen naar voren, die zeiden: Wij hebben hem lasterlijke woorden tegen Mozes en God horen spreken. En zij brachten zowel het volk als de oudsten en de schriftgeleerden in opschudding; en op hem aandringende, sleepten zij hem mede en leidden hem voor de Raad, en voerden valse getuigen aan, die zeiden:
    Deze mens spreekt onophoudelijk lasterlijke woorden tegen deze heilige plaats en de wet, want wij hebben hem horen zeggen, dat deze Jezus, de Nazoreeër, deze plaats zal afbreken en 
de zeden veranderen, die Mozes ons heeft overgeleverd.
       En allen, die in de Raad zitting hadden, zagen, toen zij hem aanstaarden, zijn gelaat als het gelaat van een engel.
En de hogepriester zei: Is dat zo?
En hij [Stephanos] zei:
            ‘Gij, mannen broeders en vaders, hoort toe. De God der heerlijkheid is verschenen aan
            onze vader Abraham, toen hij nog in Mesopotamië was, voordat hij in Haran ging wonen,
            en Hij zei tot hem: ‘Verlaat uw land en uw bloedverwanten en kom herwaarts naar het land,
            dat Ik u wijzen zal. Toen vertrok hij uit het land der Chaldeeën en vestigde zich in Haran.
            En nadat zijn vader gestorven was, bracht Hij hem vandaar over naar dit land, waar gij nu
            woont; en Hij gaf hem geen erfdeel daarin, zelfs niet een voet, maar Hij beloofde het hem
            en zijn nakomelingschap tot een bezitting te geven, ofschoon hij geen kinderen had”.
          > >     Maar [eerst] Salomo [Hebr.=‘vol vrede’] bouwde Hem een huis. 
             De Allerhoogste echter woont niet in wat men met handen maakt, zoals de Profeet zegt:
             De hemel is Mij ten troon, en de aarde een voetbank voor mijn voeten. Wat voor huis zult gij Mij bouwen, zegt de Heer, òf wat is de plaats van Mijn rust?
             Heeft niet mijn hand dit alles gemaakt?
             Hardnekkigen en onbesnedenen van hart en oren, gij verzet u altijd tegen de Heilige Geest; gelijk uw [voor-]Vaderen, zo ook gij.
             Wie van de Profeten hebben uw vaderen niet vervolgd?
             Zelfs hebben zij hen gedood, die geprofeteerd hebben van de komst van de Rechtvaardige, van Wie jullie nu verraders en moordenaars geworden zijt, jullie, die de Wet ontvangen hebt op beschikking van engelen, doch haar niet hebt gehouden’.
                          Toen zij dit hoorden, sneed het hun door het hart en zij knersten de tanden tegen hem. Maar hij, vol van de heilige Geest, sloeg de ogen ten hemel en zag de Heerlijkheid God’s en Jezus, staande ter rechterhand Gods, en hij zei:
             Zie, ik zie de hemelen geopend en de Zoon des mensen, staande ter rechterhand God’s’.
Maar zij begonnen luidkeels te schreeuwen, stopte hun oren toe en stormden als een man op hem 
los; en zij wierpen hem de stad uit en stenigden hem.
En de getuigen legden hun mantels af aan de voeten van een jonge man, Saulus genaamd.
En zij stenigden Stephanos, die de Heer aanriep, zeggend:
            Heer Jezus, ontvang mijn geest.
En op de knieen vallende, riep hij met luider stem:
            Heer, reken hun deze zonde niet toe!
En met deze woorden ontsliep hij
Hand.6: 8-7: 5- 47-60.

            Heer mijn God, op U vertrouw ik: red mij van allen die mij vervolgen en bevrijd mij. Opdat hij mijn ziel niet wegrukt als een leeuw, terwijl er niemand is die mij vrijkoopt of die mij redt.
            Heer mijn God, als ik zoiets gedaan heb; als er onrecht is in mijn handen. Als ik hen die mij kwaad deden met kwaad heb vergolden, dan moge ik met recht ten prooi vallen aan mijn vijanden. Terecht is de vijand dan uit op mijn ziel, om mij te achtervolgen en te verslaan.Dan moge hij mijn leven vertrappen op aarde, en mijn eer neerhalen in het stof.
Sta op, o Heer, in Uw toorn; rijs op in het gebied van Uw vijanden.
Ontwaak, Heer mij God, want Gij hebt het gericht bevolen; dan omringt U de bijeenkomst der volkeren.
Heer, oordeel mij naar mijn gerechtigheid: doe met mij volgens mijn onschuld.
Maak een einde aan de boosheid van de zondaars en leid de gerechte: God, Die hart en nieren doorgrondt.
Mijn rechtvaardige hulp komt van God, Die de oprechten van hart verlost.
God is een rechtvaardige Rechter, Sterk en Grootmoedig: niet elke dag voltrekt Hij Zijn toorn.
Maar zo gij u niet bekeert, dan scherpt Hij Zijn zwaard; dàn spant Hij Zijn boog en legt aan. Een dodelijk wapen houdt Hij daarop gereed; Zijn pijlen maakt Hij tot vlammende schichten. Hij die van onrecht bevrucht is, ontvangt boosheid en baart misdaad. Hij heeft een valkuil gegraven en toegedekt, maar hij valt zelf in de put die hij groef. Zijn hoofd valt terug op zijn hoofd: op zijn eigen hoofd komt zijn onrecht neer.
Ik wil de Heer belijden om Zijn Rechtvaardigheid, en de Psalm zingen voor de Naam van de Heer,   de AllerhoogstePsalm 7 vert. ROK. ’s-Gravenhage.

Geloven in God betekent vertrouwen hebben in Degene, Die ons het eeuwige leven geeft, onze toekomst veilig stelt, om in Geloof de vervulling van ‘Zijn beloften’ af te wachten.
Een dergelijk Geloof houdt stand, wat er je ook gebeuren mag, niets staat een dergelijk Geloof in de weg.
Hoop komt voort vanuit een rotsvast Geloof, zoals een plantje uit het zaad opgroeit en de bron van Leven zoekt, om zich te verheffen en te vermeerderen.
Wij geloven dat God ‘goed en medelijdend’ is, dat Hij van ons houdt als een liefdevolle Vader en daarom alle goeds voor ons wil, ons ware geluk verlangt.
Hij is er altijd en overal, helemaal compleet en weet beter dan wij zelf wat
nuttig is en ons ten goede komt.
God is Almachtig, Hij kan ons op elk moment geven wat Hij maar wil, en aan datgene beantwoorden, ten uitvoer brengen, wat Hij ons ook heeft beloofd.
Hij is Heilig en Rechtvaardig, daarom zijn ‘al Zijn Woorden’ waar.
Zijn beloften zijn onweerlegbaar en onveranderlijk.

De engel Gabriël wordt vanuit de Hemelen met de Blijde Boodschap naar de Moeder Gods gezonden om haar te verkondigen dat zij zwanger zou worden en
de Verlosser van de wereld zou baren.

Het grootste bewijs van Zijn liefde voor de mens, is het feit dat Hij in Zijn overweldigende Genadegaven Zijn Zoon, volledig God, volledig mens deed worden en Hem voor ons aan de wereld overleverde om een schandelijk dood te ondergaan.
            God vernederde Zich tot de mens om ons te verlossen.
Vanaf dat ogenblik heeft Hij ons Geloof in onze Schepper oneindige Genade geschonken door ons onze ongerechtigheden kwijt te schelden en
Zijn Wijsheid, Almacht en Heiligheid te openbaren.
Vanaf dàt ogenblik zijn wij in staat ons leven voort te zetten zonder angst, zonder moeite in handen te nemen, en ons als een kind in Zijn armen beschut te weten, evenals Zijn Lichaam de Kerk ons vaste ankers biedt. Daarom is de mens welzalig,
“die God hem in van eeuw tot eeuw laat wonen op de plaats, in het land dat Hij aan onze
[voor-]Vaderen gegeven heeftJeremia 7: 7 en
  Zie, de mens vertrouwt op Zijn God, als z’n Helper en toevluchtPsalm 1: 1.
   Sta op, o Heer, in Uw toorn; rijs op in het gebied van Uw vijanden.
   Ontwaak, Heer mijn God, want U hebt het gericht bevolen;
   dàn omringt U de bijeenkomst der Volkeren
Psalm 7: 7,8.
conf. H. Johannes van Kronstadt.

”     Heer, Gij hebt Uw land gezegend, Gij hebt de gevangenen van Jaäcob teruggevoerd. Gij hebt de ongerechtigheden van Uw Volk vergeven, en al hun zonden bedekt. Gij hebt heel Uw gramschap volkomen gestild; U afgewend van Uw wrekende toorn.
Bekeer ons, God van ons heil: keer Uw toorn van ons af.
Blijf niet eeuwig op ons vertoornd; wilt Gij Uw gramschap doen duren van geslacht tot geslacht?
God, keer U tot ons, om ons te doen leven; dan zal Uw volk zich verblijden in U.
Toon ons, Heer, Uw barmhartigheid, en schenk ons Uw Heil.
Ik wil horen wat de Heer God in mij spreekt, want Hij spreekt Vrede tot Zijn Volk.
Evenals tot Zijn gewijden, die hun hart tot Hem hebben bekeerd. Ja, nabij is Zijn heil voor wie Hem vrezen: Zijn Heerlijkheid woont op onze aarde.
Barmhartigheid en waarheid hebben elkander ontmoet: Gerechtigheid en Vrede kussen elkaar. Waarheid ontspringt aan de aarde, en Gerechtigheid ziet neer uit de Hemelen. Want de Heer schenkt welwillendheid, opdat de aarde haar vruchten zal geven. Gerechtigheid zal voor Zijn aangezicht uitgaan, om op de weg Zijn schreden te richten” Psalm 84[84] vert. ROK, ‘s-Gravenhage.

      De Geest van de Heer der Heerscharen is op mij [Profeet Isaiah], omdat de Heer mij gezalfd heeft;  Hij heeft mij gezonden om een blijde boodschap te brengen aan ootmoedigen,
– om te verbinden de gebrokenen van hart,
– om voor gevangenen vrijlating uit te roepen en
voor gebondenen opening der gevangenis;
– om uit te roepen een jaar van het welbehagen des Heren en
een dag der wrake van onze God;
– om alle treurenden te troosten,
– om over de treurenden van Sion te beschikken, 
dat men hun geve hoofdsieraad in plaats van as, vreugdeolie in plaats van rouw, een lofgewaad in plaats van een kwijnende geest.
      En men zal hen noemen: Terebinten der gerechtigheid, een planting des Heren, tot Zijn Verheerlijking.
      Zij zullen de overoude puinhopen herbouwen, het verwoeste uit vroeger tijd doen herrijzen en de steden vernieuwen, die in puin liggen, die verwoest hebben gelegen van geslacht op geslacht.
      Vreemden zullen gereed staan om voor u de kudden te weiden, vreemdelingen zullen uw akkerlieden en uw wijngaardeniers zijn; maar
      gij zult priesters des Heren heten, dienaars van onze God genoemd worden;
      gij zult het vermogen der volken genieten en u op hun Heerlijkheid beroemen.
      In plaats van uw schande gewordt u dubbele vergoeding en in plaats van smaad zullen zij jubelen over hun deel; zo zullen zij dan in hun land dubbele vergoeding verkrijgen, blijvende vreugde zal hun geworden.
Want Ik, de Heer, heb het Recht lief.
Ik haat onrechtmatige roof,
Ik zal hun stipt hun loon geven en
een eeuwig verbond met hen sluiten.
En hun nageslacht zal onder de volken vermaard zijn en  hun nakomelingschap te midden der natiën; allen die hen zien, zullen erkennen, dat zij het nageslacht zijn, dat de Heer [hen] gezegend heeftIsaiah 61: 1-9.

Nogmaals en nogmaals:
De Geest van de Heer der Heerscharen is op Mij, waardoor Hij Mij zalfde.
Hij stuurde Mij om de Blijde Boodschap te verkondigen aan de armen,
om de gebroken mensen te genezen, om vrijheid te prediken aan de gevangenen en
om aan de blinde het zicht terug te doen krijgen . . .
”, zo spreekt de Profeet Isaiah tot ons.

Onze Heer en Meester als de “Leraar” van Kapernaüm [Hebr.= ‘dorp van rust’], by Guercino


🌈🎓🌈🎓🌈🎓            Wanneer onze ‘Heer en Verlosser’ als onze Pedagoog, deze passage van Isaiah in de Synagoge in Nazareth, Zijn oorspronkelijke woonplaats, voorhoudt, dàn doet Hij daarmee voor ons
zeven boekjes over open, zoals 📜📜📜📜📜📜📜wij
dat in de Nederlandse taal uitdrukken, òf om het anders uit de drukken:
Hij doet zeven ramen open, zodat 🔲🔲🔲🔲🔲🔲🔲
God’s Geest ♨︎ ♨︎ ♨︎ daar in Zijn plaatselijke Synagoge, luid en duidelijk kan rond waaien.
Hij opent zeven ramen voor degenen, die zich werkelijk inzetten om
datgene te zien wat er gezien dient te worden.
♨︎ ♨︎ ♨︎     Laten we daarom ons gesteund weten door de Heilige Geest, en daarop, Isaiah’s Profetie eens nauwkeurig raadplegen om nu eens
werkelijk te ontwaren, te zien wàt Christus, onze Verlosser hier in Zijn thuis-Synagoge onthult.

1.]. De woorden van deze passage zijn tweevoudig Profetisch.
Ze worden aan de Profeet Isaiah gegeven, omdat deze woorden betrekking hebben op
de komst van Christus – en dan, in de dagen van hun vervulling, worden
ze door de Heer onze Verlosser, de Zoon van God Zelf toegepast op hen die
Hij door alle tijden heen roept.
Dìt is wàt Christus ons door het eerste venster overduidelijk onthult.

2.]. Door het tweede venster te openen onthult onze Verlosser, de opgestane Christus, Die de dood vertreedt, vertrapt ​​door de dood, de troost voor “allen die treuren” Isaiah 61: 2:
de Genadegave van “hoofdsieraad in plaats van as, vreugdeolie in plaats van rouw, een lofgewaad in plaats van een kwijnende geest.”, welke transformeert ons in “Terebinten
[= de terpentijnboom; Hebr. elah, meervouw elim; Gri.: terébinthos] der Gerechtigheid, een planting van de Heer, tot Zijn VerheerlijkingIsaiah 61: 3. Zijn Lichaam, welke de Kerk vormt is gezegend om zelfs de dood te zien in het Licht van Zijn Glorie.
Met name de Terebint, de terpentijnboom werd zeer gewaardeerd vanwege de hars of terpentijn, die uit de bast vloeit.

3.]. Het derde venster Isaiah 61: 4 dat Christus opent, geeft ons een impuls omde woestijnsteden te vernieuwendie onze zonden hebben vernietigd. Daar is,alles stof, alles is as, alles zijn schaduwenMaar kom, laten we het hardop uitroepen, ja, schreeuwen “tot de onsterfelijke Koning” [Orthodoxe Begrafenisdienst], “Die de vernieuwing openbaart van wat al generaties lang verspild is” Isaiah 61: 4 indien wij in alle oprechtheid de Leven-schenker volgen, Die ons kan herstellen.

4.]. Door het vierde venster Isaiah 61: 5 onthult onze herrezen Heer ons ‘door Zijn verrezen Lichaam ons de nieuwe familieband, de Kerk’.
Onder ons bevinden zich velen, die niet van ons eigen bloed, taal of cultuur behoren. Ze komen voort uit elk ras, elke clan en elke samenleving ter wereld, maar we beschouwen ze niet langer als buitenlanders en buitenaardse wezens.
Zij zijn onze nieuwe familie, die naast ons is komen samenwerken
teneinde onze harten, zielen en levens te vernieuwen
ter ere van God als onze bloed-eigen broeders en zusters.

5.]. Vervolgens wijst Christus door het vijfde venster om te laten zien dat we Zijn samenkomst zijn, Zijn Kerk, “ allen priesters van de Heer en de dienaren van God” in Hem Isaiah 61: 6.
Als Zijn “koninklijke priesterschap” 1Petr. 2: 9, Openb.5:10 en hebben we daardoor alle reden Hem te prijzen die ons uit de duisternis roept.

6.]. Kijk nu door het zesde venster – wat onthult onze Heer?
Het “land” waarvan wij werden uitgesloten, wordt voor ons “voor de tweede maal geopend en zo zullen zij dan in hun land dubbele vergoeding verkrijgen, blijvende vreugde zal hun gewordenIsaiah 61: 7.
Ons wordt het Paradijs, het Hemels Koninkrijk als onze erfenis aangeboden
indien we ‘het woord van de goede moordenaar aan het Kruis uitspreken:
gedenk mij, o Heer in Uw Koninkrijk” Luc.23: 43 en
Christus onze God ook werkelijk – waar hartig ons in
Zijn Koninkrijk zal opnemen.

7.]. Tenslotte, neemt de opgestane Heer ons mee naar het zevende venster nadat Hij zijn glorieuze vooruitzicht door de eerste zes vensters aan ons heeft geopenbaard;  in de laatste verzen van deze passage openbaart Christus, onze God,  “de Heer, die de gerechtigheid liefheeft en de rooftochten der vergrijpen haat“,
-hier en nu- dat Hij de Macht heeft ons de buit te geven van hen die ons beroven
– om “hun arbeid aan de rechtvaardigen en. . . maak een eeuwig Verbond
met Zijn Lichaam, de Kerk Isaiah 61: 8.

Ons wordt de mogelijkheid aangeboden.
Doe het ‘graag of helemaal niet’ zoals wij dat in Nederland uitdrukken;
het staat jou persoonlijk vrij om de keuze te maken;
wat zullen we ‘in God’s Naam’ doen?
– Zullen we “onder de heidenen [de volkeren en naties van de wereld] bekend worden” zodat “iedereen die [ons] ziet zal weten dat dit het zaad is dat door God is gezegendIsaiah 61: 9 ???
– Onze Heer stelt deze visie vandaag de dag en ieder dag, die God ons geeft voor.

“Christus is verrezen/opgestaan”

Wanneer het Volk van God, Hem Christus, de Zoon van God, als Zijn Kerk dient, worden degenen die Genadegaven van God ontvangen inderdaad tot het ‘zó alom gezegend zaad.
Gedurende meer dan tweeduizend jaar heeft de ‘Verrezen Heer’ ons deze Waarheid keer op keer getoond. Nu is het aan ons, zijn wij aan de beurt, om daar antwoord op te geven en dit zal alleen plaats vinden als we ons open stellen en alleen maar willen.

En om het nog duidelijker te zeggen:
maak jezelf niets wijs, want er is absoluut geen Opstanding mogelijk zonder het Kruis de gaan dragen, want:
– “ Ja, Vader, want zo is het een welbehagen geweest voor U.  Alle dingen zijn Mij [Christus] overgegeven door Mijn Vader en niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon en wie de Zoon het wil openbaren.
Komt daarom tot Mij
[Christus], allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben 
zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want Mijn juk is zacht en Mijn last is lichtMatth.11: 26-30.
– De wijding tot het Mystieke [sacramentele] priesterschap is de kruinschering bij de doop en dit betekent een uitbreiding van de fundamentele deelname aan offeren en getuigen die al door het doopsel gegeven is. Ofschoon het ambtelijk priesterschap [de spelleider] een nieuwe functie toevoegt aan de vermogens die men in het doopsel [als deelnemer aan het spel van het Verbond] ontvangen heeft en zó dus inhoudelijk iets meer is dan het doopsel, hij gaat vóór in de Liturgische diensten en is het daar tegelijkertijd wezenlijk mee verbonden.
Het algemeen priesterschap van de gelovigen en het ambtelijk of hiërarchisch priesterschap zijn weliswaar uiteraard en niet alleen naar rangorde van elkaar verschillend, doch zij zijn op elkaar aangewezen en verantwoording verschuldigd, het ene zowel als het andere heeft op zijn bijzondere wijze deel aan Christus’ priesterschap.
– “     En komt tot Hem, de levende steen, door de mensen wel verworpen, maar bij God uitverkoren en kostbaar, en laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis, om één heilig priesterschap te vormen, tot het brengen van geestelijke offers, die aan God welgevallig zijn door Jezus Christus. Daarom staat er in een schriftwoord: Zie, Ik leg in 
Sion een uitverkoren en kostbare hoeksteen, en wie op hem zijn Geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen. U dan, die gelooft, geldt dit kostbare, maar voor de ongelovigen geldt: De steen, die de bouwlieden afgekeurd hadden, die is geworden tot een hoeksteen en een steen des aanstoots en een rots van de ergernis, voor hen, die zich daaraan, in hun ongehoorzaamheid aan het Woord, stoten, waartoe zij ook bestemd zijn. Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een Koninklijk priesterschap, een heilige natie, een Volk [ aan God] ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht1Petr.2: 4-9.

Crucifixion & Anastasis of Christ, Rabbula Gospels Early Christian, Florence, It.

    Christus vervulde de Vrouwen met Vreugde:
‘Boodschapt het aan de Apostelen’,

[Zijn Volgelingen, waar dan ook ter wereld].
Dit is de DAG van de OPSTANDING !!!
Laat ons lichtstralend worden door de Plechtigheid
[van onze dienst aan God, de Goddelijke Liturgie], en
laat ons elkander omarmen.
Laat ons zeggen: ‘Broeders, Zusters’,
  
ook tot degenen, die ons haten.
Laten wij alles vergeven omwille van de Opstanding, en zó roepen:
‘Christus, verrezen uit de doden:
door Zijn dood betreed Hij de dood, en
schenkt weer het Leven aan hen in het graf’
”.
Paasstichier