Woensdag na Thomas Zondag, Eerbetoon, Doxologie van Christus aan de Vader en van het Oude & Nieuwe Verbond aan onze God, de enig menslievende

Eerbetoon, Doxologie van Christus aan Zijn Vader
    Maar Christus antwoordde hun:
Mijn Vader werkt tot nu toe en ik werk ook. Hierom dan trachtten de Joden des te meer Hem 
te doden, omdat Hij niet alleen de sabbat schond, maar ook God Zijn eigen Vader noemde en Zich dus met God gelijkstelde.
Jezus dan antwoordde en zei tot hen:
       Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, de Zoon kan niets doen van Zichzelf, of Hij moet het de Vader zien doen; want wat Deze doet, dat doet ook de Zoon evenzo.
       Want de Vader heeft de Zoon lief en toont Hem al wat Hij zelf doet, en Hij zal Hem grotere werken tonen dan deze, opdat gij u verwondert.
       Want gelijk de Vader de doden opwekt en doet leven, zo doet ook de Zoon leven, wie Hij wil.
       Want ook de Vader oordeelt niemand, maar heeft het gehele oordeel aan de Zoon gegeven, opdat allen de Zoon eren gelijk zij de Vader eren.
       Wie de Zoon niet eert, eert ook de Vader niet, die Hem gezonden heeft.
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie Mijn Woord hoort en Hem gelooft, Die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven en komt niet in het oordeel, want hij is overgegaan uit de dood in het levenJohn.5: 17-24.

Eerbetoon, Doxologie van de Apostelen aan zowel de Vader als de Zoon van God
    Toen zij nu de vrijmoedigheid van Petrus en Johannes zagen en bemerkt hadden, dat zij ongeletterde en eenvoudige mensen uit het volk waren, verwonderden zij zich, en zij herkenden hen, dat zij met Jezus geweest waren; en daar zij de genezene bij hen zagen staan, konden zij er niets tegen inbrengen.
       En na hun geboden te hebben buiten de raadzaal te gaan, overlegden zij met elkander, en zij zeiden: Wat moeten wij met deze mensen beginnen? Want dat er een kennelijk wonderteken door hen verricht is, is duidelijk aan allen, die te Jeruzalem wonen, en wij kunnen het niet loochenen; maar om te voorkomen, dat het nog meer onder het Volk verbreid wordt, laat ons hun dreigend gebieden tot niemand meer te spreken op gezag van deze Naam.
       En toen zij hen binnengeroepen hadden, bevalen zij hun in het geheel niet meer te spreken over òf te leren op gezag van de Naam van Jezus.
       Maar Petrus en Johannes antwoordden en zeiden tot hen:
                        Beslist zelf, of het recht is voor God, meer aan u dan aan God gehoor te geven;  want wij kunnen niet nalaten te spreken van wat wij gezien en gehoord hebben.
       Maar zij dreigden nog meer, doch lieten hen vrij, daar zij geen vorm konden vinden om hen te straffen – en wel om het volk; want allen verheerlijkten God om hetgeen er geschied was; want de mens, aan wie dit teken der genezing verricht was, was boven de veertig jaarHand.4: 13-22.

Eerbetoon, Doxologie van David aan God
    De Hemelen verhalen de heerlijkheid Gods, het uitspansel verkondigt het werk Zijner handen.
Elke dag openbaart een woord aan de volgende dag; van nacht tot nacht wordt kennis verkondigd. Niet met gesproken woorden, er wordt geen klank vernomen.
Toch klinkt over heel de aarde hun boodschap, tot aan de grenzen der wereld hun woorden.
Hij heeft een tent gemaakt voor de zon, die als een bruidegom uit zijn bruidsvertrek treedt. Hij juicht als een reus om zijn baan te doorlopen; hij gaat op aan het einde des hemels.
Zijn loop gaat op tot het einde; niemand kan zich verbergen voor zijn gloed.
De Wet des Heren is onbevlekt, en bekeert de zielen.
Het getuigenis des Heren is waar, en geeft wijsheid aan de kleinen.
De oordelen des Heren zijn recht, zij verblijden het hart.
Het gebod des Heren is stralend, het verlicht de ogen.
De vreze des Heren is rein, en blijft in de eeuwen der eeuwen.
De gerechtigheden des Heren zijn waar, gerechtvaardigd in zichzelf.
Begerenswaard boven goud en edelgesteente; zoeter dan honing en raat.
Uw dienaar onderhoudt dan ook Uw geboden, want dat schenkt grote vergelding.
Wie kent al zijn overtredingen ? Reinig mij van mijn verborgen kwaad, en behoed Uw dienaar voor vreemde zonde. Als die mij niet overheersen, dan ben ik onbevlekt; en word ik gereinigd van grote zonde.
Dan hebt Gij behagen in het woord van mijn mond: de gedachten van mijn hart liggen open voor Uw ogen.
Heer, Gij zijt mijn Helper, en mijn VerlosserPsalm 18[19], vert. ROK.’s-Gravenhage

 

Mozes ontmoet de Heer in het brandende braambos – miniature

    Toen zag Israël [de Kerk], welk een Machtige daad de Heer tegen Egypte gedaan had; en het [Kerk-]Volk vreesde de Heer en zij geloofden in de Heer en in Mozes, Zijn knecht.
       Toen zong Mozes met de Israeliëten [de Kerk] de Heer dit lied en zij zeiden:
  Het lied en eerbetoon, Doxologie, van Mozes aan de menslievende:
Ik wil de Heer zingen, want Hij is hoog verheven, het paard en zijn ruiter stortte 
Hij in de zee.
De Heer is Mijn Kracht en mijn Psalm, Hij is mij tot Heil geweest. Hij is mijn God, Hem verheerlijk ik, de God van mijn vader, Hem prijs ik.
De Heer is een Krijgsheld; Heer is Zijn Naam.
De wagens van Farao en zijn legermacht wierp Hij in de zee; de keur van zijn wagenhelden werd in de Schelfzee gedompeld. Watervloeden overdekten hen; in de diepte zonken zij als een steen.
Uw rechterhand, Heer, Heerlijk door Kracht, uw rechterhand, Heer, verpletterde de vijand.
In uw grote Majesteit vernietigde Gij wie tegen U opstonden; Gij liet uw toorn-gloed los, hij verteerde hen als stoppels. Door de adem van uw neus werden de wateren opgestuwd; als een dam stonden de stromen; de watervloeden stolden in het hart der zee.
De vijand zei: Ik achtervolg, haal in, deel de buit; ik koel mijn lust aan hen, trek mijn zwaard; mijn hand roeit hen uit. Gij bliest met uw adem, de zee overdekte hen; als lood zonken zij in geweldige wateren.
Wie is als Gij, onder de goden, Heer, wie is als Gij, Heerlijk in Heiligheid vreselijk in roemrijke daden, Wonderbaar in Uw doen?
Gij strekte Uw rechterhand uit; de aarde verzwolg hen.
Gij leidde in Uw Goedertierenheid het Volk dat Gij verlost hebt;
Gij leidde het door Uw Kracht naar Uw Heilige Woonstede.
Volkeren hoorden het, zij sidderden; beving greep de bewoners van Filistea aan. Toen verschrikten Edoms stamhoofden, huivering greep Moabs machtigen aan; alle bewoners van Kanaän sidderden. Ontzetting en schrik overviel hen, door Uw geweldige arm verstarden zij als een steen, terwijl Vw Volk, Heer, doortrok, Uw Volk, dat Gij U hebt verworven, doortrok.
Gij brengt hen en plant hen op de berg die Uw erfdeel is; de plaats die Gij, Heer, tot Uw Woning gemaakt hebt; het Heiligdom, Heer, door Uw hand gesticht.
De Heer regeert voor altijd en eeuwig.
Toen Farao’s paarden met zijn wagens en en ruiters in de zee gekomen waren, deed de Heer de wateren der zee over hen terugvloeien, maar de Israëlieten gingen op het droge midden door de zeeExodus 14: 31-15: 19 

Dit lied van Mozes is pure, onbegrensde lofprijzing en aanbidding aan God.
De Profeet, zowel als ziener leggen het vreugdevolle lied vast van degenen die de afgelopen tijdsperiode verlost zijn uit de slavernij van de tegenstrever, van de dood – de kinderen van Israël [de Kerk].
Door Zijn eigen hand slingert God paard en ruiter de zee in ter verdediging van Zijn uitverkoren Volk, Die Hij heeft geleid naar een nieuwe bestemming in een nieuwe en Heilige Woning van Zijn keuze.

Da ist Eine Rose entsprungen aus einem Wurzelstamm

❖ Eerbetoon, Doxologie van de Moeder God’s, de Theotokos, de God-barende:
”     Mijn ziel verheft de Heer, en gejuicht heeft mijn geest in God, mijn
Redder. Want Hij heeft neergezien op de geringheid van Zijn dienstmaagd, want zie, van nu af zullen alle geslachten mij zalig prijzen. Want de Machtige heeft grote dingen aan mij gedaan en heilig is Zijn Naam” .

Eerbetoon, Doxologie van de Orthodoxe Kerk aan de Menslievende
    Eer aan God in den Hoge en Vrede op aarde, in de mensen een welbehagen.
Wij bezingen U, wij zegenen U, wij aanbidden U, wij verheerlijken U, wij danken U om Uw grote Heerlijkheid.
Heer, Hemelse Koning, God, Vader, Al-beheerser; Heer, eniggeboren Zoon, Jezus Christus, en Heilige Geest;
Heer God, Lam Gods, Zoon van de Vader, Die wegneemt de zonde van de wereld, ontferm U over ons.
Die wegneemt de zonden van de wereld, aanvaard onze bede;
Die zetelt aan de rechterhand van de Vader, ontferm U over ons.
Want Gij alleen zijt heilig, Gij alleen zijt Heer, Jezus Christus, tot heerlijkheid van God de Vader. Amen.
Elke avond zal ik U zegenen en Uw Naam loven tot in eeuwigheid en in de eeuwen der eeuwen. Heer, Gij zijt ons een toevlucht geworden van geslacht tot geslacht.
Ik zei: Heer, ontferm U over mij, genees mijn ziel, want tegen U heb ik gezondigd.
Heer, tot U ben ik gevlucht: leer mij Uw wil te doen, want Gij zijt mijn God.
Want bij U is de bron van het leven en in Uw licht zullen wij het Licht zien.
Strek Uw barmhartigheid uit over wie U kennen.
Acht ons waardig, Heer, dat wij deze nacht zonder zonden doorbrengen.
Gezegend zijt Gij, Heer God van onze vaderen, en geloofd en verheerlijkt is Uw Naam tot in de eeuwen. Amen.
Moge, Heer, Uw barmhartigheid over ons komen, zoals wij op U gehoopt hebben.
Gezegend zijt Gij, Heer, leer mij Uw voorschriften.
Gezegend zijt Gij, Meester, geef mij inzicht in Uw voorschriften.
Gezegend zijt Gij, Heilige, verlicht mij door Uw voorschriften.
Heer, Uw ontferming is in eeuwigheid, veronachtzaam de werken van Uw handen niet.
U komt toe lof, U komt toe de hymne,
U komt toe de heerlijkheid:
Vader, Zoon en Heilige Geest,
nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. AMEN
”.

De Grote Doxologie van de Orthodoxe Kerk heeft veel gemeen met het Lied van Mozes, zij volgt daarbij in de eerste plaats Christus, maar ook Zijn type van het Oude Testament en David, zowel als de Apostelen en de Theotokos. Allen zijn spontane uitbarstingen van vreugde van dankbare harten.
Het Lied van Mozes diende het oude Israël op een manier die vergelijkbaar is met die waarin de Grote Doxologie de Kerk vandaag dient.
Alle lof wordt aan God gegeven en Zijn uitverkoren daden worden verkondigd.
Er worden beloften gedaan aan God als Heer, smeekbeden worden aangeboden voor zijn voortdurende hulp tegen vijanden.
Het essentiële verschil tussen de twee liederen ligt in de mate van God’s Zelfopenbaring, Die de waterscheiding is die de Oude en Nieuwe Verbonden scheidt.

‘Practice your presence on earth’.

Maar vergeet ook niet het geheel van de voor ons geschapen natuur en met name in de ochtend God’s lof – ieder morgen hoor je de lofzang van de vogels, zie je de natuur om je heen schitteren.
Het is maar dat je het ziet en hoort en niet voor niets luid de orthodoxe Kerk met haar klokken bij deze natuurlijke lofzang aan door bij de  afsluitende Hymne van de Metten luidt te weerklinken en kondigt dit het gegeven aan dat wij dankzij het Beloofde Land, het Koninkrijk God’s ervaren.
Het is tevens een appèl aan de wereld zorg te dragen voor de Schepping en deze niet te laten aftakelen, hoewel je ook hier de naderende wederkomst des Heren in kunt ontwaren.

Het Lied van Mozes schenkt glorie aan God door het uitstorten van ongeremde lofprijzing voor wonderen Exodus 15: 11, een roeping Exodus 15: 13, verlossing Exodus 15: 13 en een toekomstig Heiligdom.
Maar die Glorie is altijd verbonden met roem – de glorie van deze wereld.
Hij wordt vergeleken met de goden van de naties, die niet zoals de Heer zijn Exodus 15: 11.
Zijn faam brengt de volken van Moab, Edom, Philistia en Kanaän tot schrik Exodus 15: 14-15.
Daarentegen verbindt de Grote Doxologie van de Kerk deze Glorie met Licht:
Glorie voor U Die ons het Licht heeft getoond
Zijn woorden drukken het Mysterie van het Nieuwe Verbond uit zoals
beschreven door de heilige Makarios van Egypte als
de Gloed van Hemels Licht in de visie en Kracht van de Geest “.
Mozes neemt de Glorie van God wáár in krachtige daden zoals
het instorten van vijanden in de zee Exodus 15: 4,
het verzamelen van de wateren Exodus 15: 8 en
het leiden van Zijn Volk “in Kracht” [Gr.= ‘Dynamis’] Exodus 15: 13.

 

Het heilige Licht
ΑΓΙΟ ΦΩΣ
النور الإلهي

De Doxologie leert, in de geest van de heilige vaders, dat
we ‘in God’s Licht hèt Licht zullen zien‘.
Het verschil tussen de twee liederen weerspiegelt de beperkingen van het eerste Verbond, zelfs als het verwijst naar de grenzeloze mogelijkheden van het christelijke Mysterie.

De Grote Doxologie roemt God omdat Hij de zonde van de wereld wegneemt, Ontferming met ons heeft en liefdevol onze gebeden ontvangt.
De wonderen van het Nieuwe Verbond weerspiegelen de Goddelijke Genade, waarmee God zielen geneest van hen die tegen Hem gezondigd hebben, Hij heeft de mensen ondanks alles lief.
We zijn geroepen om onze Hoop op God te vestigen.
Onze verlossing is van de zonde, een zegen die onuitsprekelijk is bereikt door
het Lam van God dat de zonden van de hele wereld wegneemt.
De Evangelie-vreugde is de waarachtige Belofte van God dat
Hij de Bron van leven en onze toevlucht zal zijn van generatie op generatie.

Mozes beveelt het Volk van Israël [en als Type de Kerk] om
zich bij hem te voegen in een Belofte aan God, om
altijd voor de Heer te zingen zie Exodus 15: 1,
geleid te worden als Zijn volk Exodus 15: 3, en
de Heer te worden op de berg te planten
het Heiligdom, Heer, door God’s hand gesticht Exodus 15: 18.
Wanneer we de Grote Doxologie op onze lippen nemen,
beloven we tevens aan God dat we ons zullen onderwerpen aan
Zijn leer, Zijn wil doen, genezing van Hem zoeken en
Hem kennen als onze Heilige, Sterke en On-Sterfelijke God,
Wiens Naam voor eeuwig wordt geprezen en verheerlijkt .

het Mysterie van de Doop

Help ons om de vurige geest
zuiver en onbezoedeld te bewaren
tot de dag van de ontmoeting,
de Wederkomst met Christus!“, uit: het Doopgebed.

Lofpsalmen Metten – 2e woensdag na Pascha
tn.1. “  U Die op het Kruis was vastgehecht, waardoor U ons het Leven schenkt, willen wij steeds weer [opnieuw] als
onze Verlosser en Meester

tn.1.    U hebt de onderwereld leeggeroofd en
de mens weer doen opstaan door Uw Opstanding;
schenk ons nu ook, o Christus om
U met een rein hart te prijzen en te verheerlijken
”.

tn.1.    Geen kwelling noch verdrukking, geen uithongering, vervolging of geseling,
niet de verscheurende woede van de wilde dieren, geen zwaard noch
brandend vuur waren in staat om u van God af te scheiden, roemrijke Martelaren; maar
zij versterkten juist uw liefde tot Hem, en zo hebben jullie gestreden alsof
het niet jullie eigen lichaam ws wat zó lijden moest.
Nu zijn jullie waardige geworden om het loon van de kwellingen te ontvangen en
zijn jullie bewoners geworden van het koninkrijk der Hemelen.
En omdat jullie vrijmoedigheid [geen verlegenheid meer] verworven hebben bij
God, Die de Minnaar van de Mensen is, bidt tot Hem om
Vrede voor de wereld en voor onze zielen om
de Grote Genade
[gaven]”.

  Eer aan de Vader en aan de Zoon en aan de Heilige Geest,
nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. AMEN

tn.8.    Toen de Leerlingen de deuren hadden gesloten van
de bovenzaal waar zij samen verbleven,
verscheen de Verlosser in hun bijeenkomst; en
terwijl Hij in hun midden stond sprak Hij tot Thomas:
‘zie en betast de wonden van de nagelen;
strek uw aanduidt en leg die in Mijn zijde, en
wees niet langer ongelovig, maar
verkondig in Geloof Mijn Opstanding uit de doden
”.

Apostichen
tn.2.
    Hoe groot is het Mysterie [wonder] en heoe onbegrijpelijk!
Hoe was het mogelijk dat het gras niet verbrand werd toen
de Apostel zijn hand mocht leggen in
het vuur van Christus Godheid
”.

  Over heel de aarde klinkt hun Boodschap: tot aan de grenzen van de wereld hun woorden”.

tn.2.   Laten ook wij onze handen heiligen door
ons te onthouden van onze hartstochten, dàn
mogen ook wij met Thomas aanraken
de heilige zijde van de Meester
”.

de Hemelen verhalen de Heerlijkheid van God: het uitspansel het werk van Zijn handen”.

tn.2.    Vernieuw mijn ziel, de zinnen van uw geest, en
richt ze op het schouwen van wat Goddelijk is, want
dat is waarnaar Christus verlangt:
dat wij geheel en al geheiligd zouden zijn
”.

  Eer aan de Vader en aan de Zoon en aan de Heilige Geest,
nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. AMEN

tn.2.  “  Leer mij, heilige Moeder Gods [de Theotokos, de God-barende], dat
de rijkdommen van deze wereld slechts waardeloze bladeren zijn, en
dat ik alleen door deugden geestelijke vruchten kan dragen
”.

uit de Vespers bij Heer ik roep . . .
tn.2.  “  Het feest dat wij vieren is het Pascha:
het Mystieke Pascha; het door God geschonken Pascha;
het verlossende Pascha; het Pascha dat ons tot het onsterfelijke Leven voert;
het Pascha dat alle droefheid uit ons midden verjaagt;

het Pascha dat aan de Leerlingen [Zijn navolgers] de vreugdevolle Genade schenkt.
daarom riep Thomas uit: ‘Gij zijt mijn Heer en mijn God, Die
het rijk van de onderwereld hebt leeggeroofd
”.

  Eer aan de Vader en aan de Zoon en aan de Heilige Geest,
nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. AMEN
”.

 

Thomaszondag [Αντίπασχα]

tn.4.    Hoe wonderbaar is dit Mysterie!!!
Ongeloof is veranderd in gloeiend Geloof!
Want nadat Thomas gezegd had:
‘tenzij ik het zelf zie, zal ik niet geloven’, mocht
hij aanraken de zijde en toen kreeg hij inzicht over
de vleesgeworden Zoon van God:
hij erkende dat Die geleden had in het vlees, en
tegelijk verkondigde hij Hem als de God, Die is opgestaan, en
hij riep uit met Heerlijke stem:
‘Mijn Heer en mijn God’
”.

  Christus is opgestaan” – “  Hij is waarlijk Opgestaan” [3x] en Hij heeft ons het Leven geschonken, wij aanbidden Zijn Verrijzenis op de derde dag.