De Profeet Jona[h] in de Lichte week – een terughoudende, tegenstribbelende profeet

Prophet Jonah, by Michelangelo di Lodovico Buanaroti Simoni, Cappella Sistina – Rome.

De 4e lezing tijdens de wake voor de grote en heilige zaterdag wordt eveneens in de Lichte week in de kloosters voor het voetlicht gesteld.
Jonah of zoals hij hier in de laaglanden genoemd wordt ‘Jonas’ [in de wallevis]
[Hebr. 
יוֹנָה Yônā = ‘duif] is in het grieks/latijn Ionas of Aramees, يونس ,Yūnus of يونان Yūnān.
Hij is een Profeet uit het Oude Testament en komt tevens in de Koran voor. Aan hem wordt traditioneel het gelijknamige boek Jonah uit de Blijde Boodschap, de Pedagogie van de Heer toegeschreven en is daarmee het vijfde in de serie van de twaalf kleine profeten.
Jonah [in de wallevis] is vooral legendarisch als de man die drie dagen in de buik van een vis overleefde.

Koran, Qoer’ān [Arab.: القرآن],  islamitisch heilige boek
Wat de Koran aangaat zijn er eveneens enige wetenswaardigheden over Jonas bekend geworden: De Koran vertelt immers dat [de Islamitische God] ‘Allah’ Yunus, zoals onze profeet Jonah aldaar wordt genoemd, naar heel grote stad werd gezonden als een waarschuwende profeet.
Deze stad zou Ninivéh geweest zijn [het huidige Mosoel in Irak]. De inwoners van Ninivéh waren Assyrische afgodendienaars en van het rechte pad afgedwaald. Er wordt aangenomen dat Yunus zijn volk 33 jaar lang tot bekering opriep, maar dat er slechts 2 mensen in ‘Allah’ geloofden. De standvastigheid in ongeloof van zijn volk wekte ‘woede en frustratie’ bij Yunus. God maakt deze situatie aan Yunus [Jonah] duidelijk en toen deze in toorn heenging dacht dat hij samen met God geen macht over het volk hadden, tot hij in duistere toestand, ontredderd uitriep:
Er is geen God dan Gij. Heilig zijt Gij. Ik behoorde inderdaad tot de onrecht-vaardigen”. 
In dezelfde aanhaling wordt Yunus door God aangesproken als, Zonnoen. Zonnoen betekent “eigenaar van vis“. God wijst ook in de Koran naar de ongeduldigheid van Yunus en het verlaten van zijn volk zonder de toestemming van God: “ Wees daarom geduldig [oh, Profeet] zoals de boodschappers, die mannen van karaktervastheid waren, en wees hieromtrent ten opzichte van hen niet haastig”. De Koran maakt hiermee duidelijk, als Yunus niet tot inkeer zou komen, dat hij tot de Dag des Oordeels in de buik van de vis zou blijven. Het volk van Ninivéh kwam uiteindelijk toch tot [Islamistisch] geloof.

 

A member of the Iraqi Counter Terrorism Service (CTS) stands next to the ruined Grand al-Nuri Mosque in the Old City of Mosul, Iraq July 20, 2017. Picture taken July 20, 2017. REUTERS/Thaier Al-Sudani – RC1CCB69E200

Ninivéh [Hebr.= ‘het nageslacht is blijvend’] is een ruïnestad in Irak, gelegen aan de oostelijke oever van de Tigris in de huidige stad Mosoel of Mosul [Syrisch: ܡܘܨܠ, Arabisch: الموصل, Al Mawsil, Koerdisch: Mûsil] is
de op twee na grootste stad van Irak, gelegen in het noorden van
het land, nabij de grens met Turkije. 

Wij Orthodoxen bidden als het goed is ieder morgen in ons ochtendgebed:
Heer, geef me om me geheel en al over te geven aan Uw heilige Wil;
laat ons niet verloren gaan vanwege de manier waarop wij leven
”.
Maar in plaats dat wij ons vervolgens rustig en kalm voortbewegen en de grote storm van de wereld over ons heen laten komen, vervallen wij al heel spoedig in onze alledaagse gewoonten. Wanneer het op de dagelijkse invulling van ons christelijk leven aankomt zijn we niet beter dan de profeet Jonah, die opgesloten in zijn wereldje tracht te ontkomen aan datgene wat onze Heer en Verlosser van Hem vraagt. In de Lichte week worden we gewezen op de profeet Jonah,
die -‘op stond’- om te vluchten naar naar Tarsis’ [Hebr.= ‘geelkleurige jaspis,
hetgeen staat voor het op het aardse gericht zijn, assertiviteit] maar
in ieder geval “ver weg van de tegenwoordigheid van de HeerJona 1: 3.

God had de Profeet Jonah opgeroepen om ‘vóór hem, namens Hem’ te gaan spreken tijdens de regering van Jerobeam II [793 -753 v.Chr.], die een van de
machtigste heersers van het noordelijke koninkrijk van Israël was.
Het geschrift van de Blijde Boodschap vermeldt dat Jerobeam – Damascus en Hamath van Juda – voor Israël redde [zie:4 Kon.14: 28] – en daarmee een aanzienlijk territorium herstelde, welke voorheen
deel uitmaakte van het Koninkrijk van David en
nu door Syrische overheersing werd bezet.
Het herstel van Jerobeam was echter geen toeval, maar was: “in overeenstemming met het Woord, zo sprak
de Heer onze God van Israël door Zijn dienaar Jona, de zoon van Amittai [Hebr.= ‘mijn waarheid’], de profeet van Gath Hepher [grensplaats van het Oude Israël (Hebr. Gath =‘ wijnpers”)] 4Kon.14: 25.

In het licht van deze geschiedenis lijkt het huidige verhaal verrassend, omdat
Jonah wordt afgeschilderd als een terughoudende profeet.
Wanneer God hem opdraagt ​​”op te staan ​​en naar Nineveh, de grote stad te gaan en daarin te predikenJona 1: 2, is hij met walging vervuld om deze missie te gaan vervullen. Blijkbaar heeft hij -‘totaal geen zin’- om de Ninevieten zich te laten bekeren en daardoor te ontkomen aan het goddelijke oordeel dat ze verdienen vanwege hun “slechte gedragingen”Jona 1: 2, want hij vat tweemaal een plan op om te vluchten “weg van de tegenwoordigheid van de Heer” Jona 1: 3 en een reis te ondernemen naar het vèr weg gelegen Tarsis, in Spanje.

Zoals velen van ons vandaag, zoekt de terughoudende Jonah wanhopig naar alle mogelijke manieren om aan God te ontsnappen. Hoeveel elektrisch aangedreven  apparaten gebruiken we wel niet in onze huidige samenleving om aan de claim van de Heer op ons leven te ontsnappen!
Onze toevluchtsoorden worden veel en gevarieerd aangeboden: zij strelen onze sensuele genoegens; stellen grote ideologieën in het vooruitzicht; Zij zijn juist het omgekeerde wat de Christelijke religie aanbiedt en zijn slechts ontworpen ‘goden’ die ons een zorgeloos leven beloven: rijkdom, macht en ander soortgelijke passies.
Tòch waakt God en beweegt God’s hand onafgebroken over ons, om ons te zegenen en ons Genadige Barmhartigheid te doen toekomen.

dreigende golven, boot met Jonah-aan-boord

Degene, die beter weet, die samen met de Profeet en de psalmist David
de Wijsheid erkent:
Want waar zou ik aan Uw Geest kunnen ontgaan [ontsnappen]?
Waarheen wegvluchten voor Uw Aangezicht?
Als ik zou opstijgen tot de Hemel, dan bent u daar; als ik zou afdalen in de hades, U bent daar aanwezig

Psalm 138[139]: 6-7, vert. ROK. ’s-Gravenhage.
De armzalige Jonah zou er goed aan hebben gedaan David’s nederige erkenning te volgen: “Al zou ik [in de dageraad] m’n vleugels uitslaan omhoog,
om neer te strijken aan het einde der zee,
ook dáár zou Uw hand mij geleiden:
Uw rechterhand zou mij vasthouden

Psalm 138[139]: 8-9, vert. ROK. ’s-Gravenhage.
Net als onze voorvader Adam probeert iedereen zoals Mozes het beschrijft zich op de een of ander manier telkenmale voor God te verbergen.
Onze strategieën falen echter, want
Al mijn wegen ziet U vooruit;
en dat er  geen ongerechtigheid is op mijn tong.
Zie, Heer, U weet alles:
de eerste en de laatste dingen . . . ;
. . . Voor u was mijn gebeente niet onzichtbaar,
toen U mij geformeerd hebt in het verborgene

Psalm 139[139]: 3,4-14, vert. ROK. ’s-Gravenhage.

De Profetie van Jonah is meer een getuigenis van –de volhardende ‘Wil van God’– dan dat het een verslag is van een mens die aan Zijn Goddelijke Wil zou ontsnappen. Geconfronteerd met dreigende golven en de benarde toestand van de onschuldige matrozen, erkent Jonah vrijelijk dat ‘hij’ de oorzaak is van hun probleem.
  Want de mensen wisten dat hij op de vlucht was voor
de tegenwoordigheid van de Heer, omdat hij het hun had verteld
Jonah 1: 10.
De tegenstrever gebruikt mensen en de wereld om ons van God af te doen geraken en dat overkomt zelfs de Profeten; merk daarbij op dat de zeelieden beter voorbereid zijn dan Jonah om de Genade en vergeving van God te aanvaarden!
Jonah vluchtte in de eerste plaats weg van God om te voorkomen dat hij God’s Genade en vergeving zou zien voor de Ninevieten.
De begenadigde zeelieden proberen daarentegen wanhopig om de tegenstribbelende en ongehoorzame Jonah te redden, maar  zijn niet in staat “terug te keren naar het land . . . want de zee rees hoog op en werd nog onstuimiger tegen henJonah 1: 13.

Laten we kijken hoe de profeet ontsnapt aan het web dat hij voor zichzelf heeft geweven door te vluchten voor God.
Hoewel Jonah de oorzaak van het probleem is, weet hij ook zelf best – diep van binnen- dat in hem de oplossing ligt: ​​hij dient aan zichzelf te sterven.
Hij zegt de zeevaarders eerlijk:  “Neemt mij op en werpt mij in de zee, en de zee zal ophouden tegen u te woeden. 
Want ik weet, dat door mijn schuld deze zware storm tegen u is opgestokenJonah 1: 12.
En zelfs wanneer ze zijn raad opvolgen en hem overboord gooien, blijven de zeelieden hun leven onderwerpen aan God: “Ach, Heer, laat ons toch niet vergaan om het leven van deze man en leg geen onschuldig bloed op ons, want 
Gij, Heer, hebt gedaan gelijk U behaagdeJonah 1: 14.

Lijden en de mens
Lijden is niet beneden de menselijke waardigheid.
ik bedoel: men kan menswaardig lijden en on-menswaardig lijden.
Ik bedoel: de meeste westerlingen verstaan de kunst van het lijden niet en
ze krijgen er duizend angsten voor in de plaats.
Dit is geen ‘leven’ meer, wat de meesten doen:
‘angst, berusting/gelatenheid, verbittering, haat en wanhoop . . .
Bij het leven hoort: een plaats geven aan het lijden . . .
Het komt erop aan, hoe men het draagt en òf men het
weet te rangschikken in het persoonlijke leven en tòch
het leven blijft aanvaarden.
Jede Gewalt in der Welt werkt fort, wie jede Tat.
Wir sind dazu da, um vom Leiden der Welt etwas
auf und zu nehmen, indem wir Gewalt tun.
Ich weisz, dasz Sie leiden und fühle Ihr Leiden mit Ihnen.
Seien Sie gütig gegen die Leiden, es wird gegen Sie gütig sein. Durch Wünsche mehrt es sich und durch Unwillen,
durch Milde schläft es ein wie ein Kind
”.
Ratenau, Deutscher Wissenschaftler und Philosoph.
En dìt is het grote lijden voor velen onder ons:
de volkomen innerlijke on-voorbereidheid, waardoor
mensen van onze tijd jammerlijk omkomen, voordat
ze ook maar een Kerk van binnen gezien hebben.

 

aangeslagen mens in nood

De aangeslagen en gewonde mens
  Tegenwoordig voelen mensen zich vaak verdrietig, wanhopig, ziek door uitputting, luiheid, apathie en allerlei andere satanische achtergronden,
ze zijn neerslachtig, ontevreden en melancholisch.
Ze negeren de mensen om zich heen, hun familie-relaties, geven enorme sommen uit aan psychoanalytici en nemen veelvuldig anti-depressiva tot zich.

H. Porphyrios [Bairaktaris] van Kafsokalivia

Mensen omschrijven dit als een gevoel van ‘on-veiligheid’.
De Orthodox Christelijke leer geeft navolgers van Christus aan dat dit soort aangelegenheden voortkomen uit de verleidingen van de tegenstrever; m.a.w. ze zijn satanisch.
Pijn is een psychologische kracht die God bij ons heeft ingeplant met de bedoeling ons goed te doen en ons naar liefde, vreugde en gebed te leiden.
In plaats daarvan slaagt de tegenstrever/ de duivel erin om deze kracht aan de opgeladen batterij van onze ziel te onttrekken/roven en deze in te zetten voor tegengestelde doeleinden, voor het kwaad te gebruiken.
Hij transformeert het tot depressie en brengt de ziel in een staat van lethargie [ziekte door uitputting] en apathie. Hij kwelt ons, neemt ons gevangen en maakt ons “
psychisch ziek”.
Er is echter een verborgen geheim.
  Verander de satanische energie in positieve energie, ten goede, tot God.
Dit is gemakkelijker gezegd dan gedaan, het is moeilijk en vereist nogal wat voorbereiding: — ‘de benodigde voorbereiding is nederigheid’–.
Met nederigheid trek je de Genadegaven van God aan; je geeft jezelf over aan de liefde van God, door aanbidding en aan gebed.
Maar zelfs als je alles overeenkomstig de wereld doet, bereik je niets indien je geen nederigheid hebt verworven. Alle kwade gevoelens, onzekerheid, wanhoop en ontgoocheling, die de controle over de ziel bemachtigen, verdwijnen met nederigheid.
De menselijke persoonlijkheid, die nederigheid mist, de zo-genoemde egoïst, kan het totaal niet hebben [verdragen] dat jij z’n verlangens in de weg loopt, kritiek op hem hebt of hem vertelt wat hij dient te doen, om de weg van God te gaan, zich positief ten opzichte van z’n omgeving op te stellen, het goede en de goede ontwikkelingen in z’n omgeving te bevorderen.
Die mens raakt van streek, geïrriteerd en reageert overmatig heftig, luid geschreeu en misbaar, zelfs in temidden van veel publiek in het openbaar en wordt uiteindelijk overweldigd door depressiviteit
[ – je herkent dit soort mensen onmiddellijk -, bidt daarom voor ze].

de Kelk van het Heil; το Δισκοπότηρο της Σωτηρίας; الكأس من الخلاص; the Chalice of Salvation.

Deze toestand wordt slechts genezen door Genadegaven van God.
De ziel dient zich te wenden tot de Liefde van God, die overal tegenwoordig is.
De remedie zal komen wanneer we God hartstochtelijk gaan liefhebben.
Veel van onze
[Orthodoxe] heiligen transformeerden depressie in vreugde met hun liefde tot/voor Christus.
Dat wil zeggen, zij namen deze kracht van de ziel die de duivel wilde vernietigen en
schonk deze aan God en transformeerden het op een dusdanige manier dat het in vreugde en uitbundigheid omsloeg/veranderde
[als water in wijn].
Gebed en aanbidding veranderen geleidelijk aan de depressie en maken er vreugde van, omdat de Goddelijke Genadegaven uiteindelijk effect heeft.
Hier dien je al de kracht, die je in je hebt op te richten, teneinde
de Genade van God aan te trekken die je zal helpen om met Hem verenigd te zijn.
Daarvoor is een totale omwenteling vereis te vergelijken met een onmogelijke kunstgreep.
Wanneer je jezelf aan God overgeeft en één met hem wordt,
vergeet je de boze geest die je van achteren meesleept, en
deze geest zal, wanneer hij wordt geminacht, met de noorderzon vertrekken.
En hoe meer je je toewijdt aan de Geest van God, hoe
minder je achterom zult kijken om de geest te ontwaren die
je naar beneden aan het sleuren is.
Wanneer Genade je aantrekt, zul je verenigd zijn met God.
En wanneer je je verenigt met God en jezelf aan Hem overgeeft,
verdwijnt al het andere en wordt dit achter je gelaten, vergeten en ben je gered.
De grote kunst, het grote geheim, om jezelf te ontdoen van depressie en
alles wat maar negatief is, het is jezelf overgeven aan de Liefde van God.
Iets dat iemand die depressief is kan helpen, is het werk weer oppakken, interesse in het leven hernemen. De tuin omspitten, bloemen – bomen planten, het platteland opgaan [wandelen, fietsen], een wandeling in de open lucht geeft je levensadem;

Engels ISBN. 9789607120199

– al deze dingen scheuren een persoon weg van een staat van inactiviteit en doen andere interesses ontwaken.
Dit soort activiteiten gedragen zich als medicijnen.
Jezelf bezig houden met de kunst en met muziek etc. is eveneens heel nuttig.
Wat ik bovenaan de lijst zet, is echter de her-interesse in de Kerk, het geeft niet welke christelijke stroming het betreft, maar ga vooral lezen in de Heilige Schrift/de Blijde Boodschap en woon de diensten bij – met name die nogal lang duren, zoals de Orthodoxe diensten, die je rust zullen geven doordat al je zintuigen daar worden aangesproken. Terwijl je de woorden van God bestudeert en in de diensten op je laat inwerken, ben je genezen zonder je ervan bewust te zijn
”.
          Conf.: ‘Wounded love’ van de doodgewone monnik Porphyrios [Bairaktaris] in het afgelegen kloostertje op de zuidpunt van de berg Athos,
Kafsokalivia in Griekenland, die leefde van 1906-1991.

  God, luister naar mijn gebed en veracht mijn smeken niet; geef acht op mij en verhoor mij. Ik ben bedroefd in mijn gedachten, ik ben ontsteld door het schreeuwen van mijn vijand en de verdrukking door de zondaar. Want zij hebben mij overladen met ongerechtigheid, vol woede strijden zij tegen mij.
Mijn hart is in mij ontsteld, doodsangst heeft mij overvallen.Vrees en ontzetting zijn over mij gekomen, duisternis heeft mij bedekt.
Daarom zeg ik: wie geeft mij vleugels als een duif [Jonah Hebr. יוֹנָה Yônā = ‘duif] een duif, om weg te vliegen en rust te vinden? Zie, ik zou ver weg vluchten, om te gaan wonen in de woestijn. Daar zou ik God verwachten, Die mij redt van kleinmoedigheid en uit de storm.

Onze Heer en Verlosser, Die een weg door de zee maakte, een pad door machtige wateren.

Werp hen in zee, o Heer, verdeel hun tongen, want ik zie onrecht en tegenspraak in de stad. Dag en nacht gaan zij rond op haar muren, onrecht en slagen zijn in haar midden, en onrecht-vaardigheid; geweld en bedrog wijken niet van haar straten.
Zo het de vijand was die mij verwenste, dat zou ik verdragen. En als hij die mij haat, hoogmoedig over mij had gesproken, dan had ik mij voor hem verborgen.
Maar gij, mens, mijn tweede ik, die mij leidde, mijn vertrouweling !
Die door uw bijzijn de maaltijd verzoette, die eensgezind met mij wandelde in het Huis van God !
Dat de dood over hem zal komen, dat zij levend in de hades storten, want misdadigheid woont midden in hun huizen.
Ik heb tot God geroepen en de Heer heeft mij verhoord.
s’ Avonds en s’morgens en s’middags zal ik het zeggen en verkondigen; dan zal Hij mijn stem verhoren. Hij zal mijn ziel in vrede bevrijden van hen die mij benauwen, want met velen omringen zij mij. God zal mij verhoren en hen vernederen, Hij die is voor alle eeuwen.
Voor hen is er geen losgeld, daar zij God niet vrezen, Hij strekt zijn hand uit ter vergelding. Zij hebben Zijn Verbond [met de mens] onteerd: nu zijn zij verdeeld door de toorn van Zijn gelaat, en hun harten zijn in benauwdheid. Hun woorden schenen zachter dan olie, maar het waren schichten.
Werp uw zorg[en] op de Heer en hij zal u er doorheen dragen; Hij zal in eeuwigheid niet toelaten dat de gerechte wankelt.
Hen echter God, haalt Gij neer in de kuil van het verderf. De mensen van bloed en bedrog bereiken nog niet de helft van hun dagen, maar ik, Heer, wil vertrouwen op U”. Psalm 54[55], vert. ROK. ’s-Gravenhage.

De vooruitzichten van de Profeet Jonah aan het einde van het eerste deel van deze Profetie lijken onvermijdelijk – hij komt òm met de dood door verdrinking tòt gevolg. Dit lot wordt echter vermeden nadat hij wordt opgeslokt door een groot schepsel uit de zee, een walvis Jonah 2: 1.
Deze gebeurtenis blijkt een uitstel te zijn op bevel van God, tot wie hij bidt:
U hoorde de roep van mijn stemJonah 2: 3.

Het belangrijkste deel van het tweede hoofdstuk van Jonah
bestaat uit de uitingsvorm van David’s Psalm van lofprijs en dankzegging aan God en begint onmiddellijk na het korte openingsverhaal Jonah 2: 1,2.
Zijn dankbaarheid wordt vrijelijk vermeld als hij de Heer erkent, Die zijn stem hoort Jonah 2: 3.
Jona erkent eerlijk gezegd oprecht de hopeloosheid van zijn toestand wanneer
hij bemerkte dat hij in zee was geworpen Jonah 2: 4-7a.
Hierna volgt zijn roep om hulp, die zijn beschrijving van Gods bevrijding omvat Jonah 2: 7b,8.
De profeet besluit zijn hymne van lofprijzing met een verzoek tot een nieuw leven. Hij verwerpt de valse manier van zelf-redzaamheid die bijna resulteerde in zijn vernietiging en plechtig beloof hij zijn leven daarna voort te zetten in lof en dankzegging:”Maar met een stem van dankzegging en lof zal ik U offerenJonah 2: 9,10.
Je bemerkt dat Jonah psalm 54[55] punctueel volgt, in feite is de psalm het volledige verhaal van deze Profeet en versterkt dit onze waardering voor het Boek van Jonah als geheel.
De Blijde Boodschap in de Psalm, die los staat van het verhaal van het boek,
tekent zich af als een mooi betoog van lof om iedereen te heiligen die het op zijn lippen neemt in tijden van beproeving.
Waarachtig, de Profeet Jonah biedt een geestelijke nalatenschap aan diegenen die worden geconfronteerd met vernietiging en dood
– zowel fysiek als spiritueel of wanneer beide situatie samenvallen – en
wij die redding kunnen vinden in de Genadegaven van God.
                                            Vergelijk de manier waarop Jona over God spreekt in het eerste hoofdstuk met die de manier waarop hij in de tweede toespraak tot hem spreekt:
Ik ben een dienaar van de HeerJonah 1: 9 ten opzichte van “de Heer, mijn GodJonah 2: 3; “De Heer, de God van de hemel” Jonah 1: 9 versus “zo veel als ik beloofde, zal ik u, aan u, de Heer der Verlossing, aanbieden” Jonah 2: 10.
Nu lijkt alle onthechting aan God verdwenen
– nu spreekt de profeet rechtstreeks tot de Heer in een persoonlijk dankgebed.

Da ist Eine Rose entsprungen aus einem Wurzelstamm

                               De ware hoofdrolspeler, de kampvechter voor de mens in dit Boek van Jonah is echter – God de Heer der Heerscharen.
Hij biedt ons Zijn reddende boodschap aan door de typering [het voor ogen stellen] van Zijn aarzelende dienaar, de Profeet, Jonah.
We worden uitgenodigd om Jonah’s woorden op onze eigen lippen te nemen,  om er onze Paas-hymnen van lof van te maken.
Wanneer het boek Jona tijdens de Grote Wake voor Pascha wordt voorgelezen, verbindt Jonah 2: 1 ons direct met de drie dagen waarin onze Heer en Verlosser in het graf ligt en onze verwachting van Christus’ Heilige Verrijzenis zich verdiept en steeds verder opgevoerd wordt.
In de zesde ode van de Paas-canon horen we:
Voorwaar, o Christus, in de diepste afgrond van de aarde, daalde
U neer en brak de eeuwigdurende en eeuwige tralies die de mensen gevangen hielden; en op de derde dag stond u uit het graf op als Jona van de walvis
”.
Vergelijk deze triomfantelijke kreet met de woorden van de profeet:
Ik ben afgedaald in de aarde, waarvan de tralies eeuwige barrières zijn; maar
laat mijn leven opstijgen vanuit het bederf, o Heer, mijn God
vers 7.
Mogen wij, die zijn opgestaan ​​in de Heer, zich nu
bij Jonah voegen en gezamenlijk tot onze Heiland uitroepen:

‘ . .laat ons gebed opstijgen . . ‘

Moge mijn gebed tot U gebracht worden,
in Uw heilige Tempel
vers 8.
Mogen wij nooit de ijdelheid en leugens volgen en
[onze] eigen Genadegaven verlatenvers 9.
Laat alle terughoudendheid worden weggevaagd
met een stem van dankzegging en lofvers 10.
Als Liturgische mensen bieden we in de Eucharistie offers van lof en dankzegging onszelf aan en leggen we daarmee onze geloften af aan de Heer der Verlossing vers 10.
Kom, verheerlijk Christus, Die is opgestaan ​​uit de dood!” –
O Christus Redder, wij waren gisteren nog met U begraven, en wij zullen met U opstaan ​in Uw Wederopstanding;
Verheerlijk ons ​​met U in Uw Hemels Koninkrijk
”.
De bondige stijl van het boek Jonah  dwingt de lezer als het ware zich de ontwikkelingen voor ogen te stellen die zich tussen de grote gebeurtenissen afspelen.
Er wordt ons bijvoorbeeld met vrijwel geen woord gerept over de daadwerkelijke prediking van Jonah in Ninevé, alleen dat hij sprak “overeenkomstig de [Blijde] Boodschap” de opdracht, die God hem al eerder gaf Jonah 3: 2.
We herinneren ons dat God Jonah opdroeg: “Sta op en ga naar Ninevéh [Hebr.= ‘het nageslacht is blijvend’], de grote stad, en predik aldaar; want de roep van haar boosheid is tot Mij opgekomenJonah.1: 2.
Nadat Jonah uiteindelijk de stad binnengaat, roept hij uit: “Nog zullen drie dagen en Nineveh zal worden omver geworpenJonah 3: 4.

Het verkorte verhaal benadrukt het eenvoudige Geloof van de Ninevieten, want
En de mannen van Ninevé geloofden God.
Ze riepen een vasten uit en rolden zich in
[jute] zakken, van  de grootste onder hen tot aan de geringsteJonah 3: 4.
De Ninevieten reageren op de profetie van Jonah met een waarachtig en aan God-aangenaam berouw.
Ze bevestigen dat God’s oordeel over hun geestelijke staat juist is Jonah 3: 5.
Ze blijken oprecht verdriet te hebben over hun fouten Jonah 3: 5-7,  huilen vurig vanwege hun zonden Jonah 3: 8. en beëindigen effectief hun wandaden: “Ze keerden elk terug van hun slechte gewoontenJonah 3: 8.
De Ninevieten nemen bij het aanhoren van het Woord van Jonah dus de volledige verantwoordelijkheid op zich voor de door hen zelf begane wandaden Jonah 3: 8.
Zij kijken dus God er niet op aan dat deze hun maar liet begaan, maar geven zichzelf daarentegen over aan God’s Wil Jonah 3: 9.
God laat zich niet misleiden door hun gedrag, hij slaat acht op het feit dat de Ninevieten zich werkelijk hebben bekeerd, zich van hun boze wegen hebben afgewend en onderkenden dat Hij Zijn Hand zou verheffen opdat Hij met Zijn veroordeling de Ninevieten zou treffen.
Sla acht op datgene wat het Boek Jonah ons voorhoudt, ons laat zien.
Het is niet zo dat de mensen op Jonah vertrouwen, maar  zij stellen hun vertrouwen geheel op God.
De Profeet doet niets anders dan zijn plicht door als spelleider en door God aangewezen naar de grote stad te gaan en God’s Woord aan het tot heidendom vervallen volk te verduidelijken –  hij is als spelleider slechts instrument en zij geloven in God.
Er doet zich geen enkel gerucht voor van wat voor discussie tussen Jonah en de Ninevieten dan ook; zij onderwerpen zich als dienaren aan het gezag en het Geloof in God.
Dat het ooit zo ver zal mogen komen  dat wij ons bekeren, zoals  de Ninevieten dit deden!

Het orthodoxe christelijke leven wordt nog altijd gekenmerkt door bekering,
indachtig haar niet aflatend aanroepen van de Heer om Zijn Barmhartige ontferming.
Zelfs temidden van de vreugde van het feest der feesten klinkt het door in de Hymnen van Pascha.
Wij worden net als de Ninevieten voor eeuwig weggeroepen van
onze meedogenloze en slechte gewoonten en van de wandaden van onze handen.
Laten we nu we verlicht worden elkander omhelzen.
Laat ons zeggen : Broeders ook tot degenen die ons haten;
laten wij alles vergeven omwille van de Opstanding en
zo roepen: “Christus, verrezen uit de doden”
[3x]
Indien we verstandig en voorzichtig genoeg zijn dienen we niet  het idee te hebben dat we elkaar woordeloos voorbij kunnen lopen en het idee hebben dat God alleen maar diep onder de indruk zal zij van onze plaatselijke en tijdgebonden viering van het Grote en Heilige Pascha;
we lopen dan immers het gevaar de door de Blijde Boodschap gegeven
Pedagogie te missen.

Waarom geloven de Ninevieten blindelings op God?
Omdat ze maar al te goed weten dat God in de harten van de mens kijkt.
Mogen wij, net als zij, ons bekeren en gered worden!

    Maak ons ​​waardig, Heer en Meester, die
de gehele mensheid liefheeft, om deel te hebben aan
Uw vreeswekkende Mysteriën,  tot vergeving van zonden,
de vergeving van onze overtredingen en
het beërven van het Koninkrijk der Hemelen
uit: de Goddelijke Liturgie.
God bereidt immers een mens voor om het Mysterie van Zijn genade bekend te maken, …. Wanneer wij weigeren ons tot de Heer te wenden verharden wij ons in onze trotse gewoonten … d.w.z. dat al onze zonden worden  vergeven wanneer we deze oprecht aan Hem hebben beleden. …
wie dit doet en leert, die zal groot heten
in het Koninkrijk der Hemelen.

donkere bitterheid van de depressie

Prophet Jonah, russian icon

In het laatste hoofdstuk van Jonah wordt het gebrekkige [menselijk] karakter van
de zoon van Amittai volledig ontmaskerd.
We zien een donkere bitterheid in het hart van God’s terughoudende Profeet.
Wanneer hij vlucht in plaats van te prediken in de Assyrische stad Ninevéh [Mosul], vergeeft God zijn ongehoorzaamheid.
Hij redt hem van de verdrinking door een groot wezen te sturen dat Jonah opslokt [totaal in beslag neemt] en hem op wonderbaarlijke wijze op het droge land werpt.
Na dàt alles gaat Jona naar Ninevéh waar God zijn prediking met succes beloont/zegent. Toch blijft hij ‘boos‘, ‘nors‘ en ‘bedroefd‘.
We lezen het Boek van Jonah derhalve als een waarschuwing om niet in deze fout van de profeet te vervallen. God verlost van Zijn behoefte om Nineveh ten val te brengen wanneer Hij ziet dat het volk van de stad “zich heeft afgekeerd van hun boze wegenJonah 3: 10.
Maar toch blijft, Jonah, zoals de openingszin van dit hoofdstuk aangeeft,  “diep bedroefd en had problemenJonah 4: 1.
Is het niet vreemd dat een mens die door God zo gezegend is/wordt, zó overstuur kan geraken wanneer zijn missie slaagt?
Laten we het eerste couplet van hoofdstuk 4 eens meer in detail gaan bekijken,
met name de werkwoorden lupe [bedroefd] en synecho [verontrust].
Hoewel לופה/lupe verdriet uitdrukt, kan het ook “ergernis” en “woede” suggereren. Evenzo impliceert סינכו/synecho “verwarring” of “frustratie“.
Vertalingen gebaseerd op de Hebreeuwse tekst verkiezen sterk “boze frustratie
– bijvoorbeeld de herziene standaardversie luidt:
Het kwam Jonah buitengewoon ontevreden voor en hij was boos”. Hij is geïrriteerd en aangeslagen, omdat het resultaat van zijn prediking niet naar zijn zin is.
Onze Septuagint-tekst beschrijft vervolgens de profeet die  een nabijgelegen heuvel beklimt om de wacht te houden “Jonah nu was buiten de stad gegaan en had zichten oosten van de stad neergezet; hij had daar voor zich een hut gebouwd en was daaronder gaan zitten in de schaduw, totdat hij zou zien wat er met de stad zou gebeurenJonah 4: 5.
Hij gaat omhoog, hij gaat zitten – en hij ‘gromt.
Jonah’s toorn is duidelijk wanneer hij God uitscheldt:
Ach, Heer, heb ik het u niet gezegd, toen ik nog in mijn land was?.
Daarom heb ik het willen voorkomen door naar Tarsis te vluchten, want
ik wist, dat U een Genadige en Barmhartige God zijt, lankmoedig,
groot van goedertierenheid en berouw hebbend over het kwaadJonah 4: 2.
We kunnen ons voorstellen dat hij zich tegen de Heer verzette:
Natuurlijk vergaf je hen! Hoe kon U de Ninevieten, van alle mensen vergeven?”.
Jonah heeft geen liefde noch mededogen voor de Ninevieten, maar God wel.
De ontevreden profeet weerspiegelt een gemeenschappelijk standpunt onder het volk van Israël, dat zichzelf herhaaldelijk beschadigd voelde onder de naderende macht van het Assyrische rijk.
Zijn uitbarsting komt overeen met de roep van de Psalmist tot God:
Hef uw hand op tegen hun grenzeloze hoogmoed, om al wat de vijand goddeloos heeft aangericht in Uw heiligdom, Uw heilige plaats . . .
God, hoe lang nog, zal de vijand honen, smaad-heden uiten,
zal de tegenstander Uw Naam tot het uiterste tergen?
Psalm 73[74]: 4,11, vert. ROK. ’s-Gravenhage.
Dit laatste is de klap op de vuurpijl,
dit slaat echt alles: hetgeen de profeet in de schaduw zet
totdat deze door een worm wordt opgegeten en
het versterkt ons gevoel voor Jonah’s bitterheid.

Jonah onder de wonderboom/loofhut

    En de Heer God beschikte een wonderboom, die boven Jonah opschoot om tot schaduw te zijn boven zijn hoofd, ten einde hem van zijn misnoegdheid af te brengen. En Jonah verheugde zich zeer over de wonderboom.
Maar de volgende dag, bij het aanbreken van de morgenstond, beschikte God
een worm, die de wonderboom stak, zodat deze verdorde.
En het geschiedde, zodra de zon opging, dat God een gloeiende
oostenwind beschikte en de zon stak op het hoofd van Jonah, zodat
hij amechtig
[= ‘buiten adem’] neerzonk en wenste dat hij sterven mocht, zeggend:
‘Het is mij beter te sterven dan te leven’.
Maar God vroeg Jonah: ‘Ben je nu terecht vertoornd over de wonderboom?’.
En hij antwoordde: ‘Terecht ben ik vertoornd, ten dode toe’.
Toen zei de Heer: ‘Jij wilde de wonderboom sparen, waarvoor
jij je geen moeite hebt gegeven en die jij niet hebt doen groeien, die
in een nacht is ontstaan en in een nacht is vergaan?
Jonah 4: 6-10.
Zie nu nog eens terug op Jonah en zijn manier van doen en laten:
eerst vlucht hij naar Tarsis om aan de medeplichtigheid van God’s mededogen en barmhartigheid jegens de Assyriërs te ontkomen, die hij tenslotte volslagen weerzinwekkend vindt. Vervolgens ontvangt hij zelf God’s mededogen en genade, die hem ertoe brengt om zich te onderwerpen en te prediken zoals God hem heeft opgedragen [Jonah 3: 1-11], maar toch houdt hij vast aan zijn afkeer van Assyriërs.
Ten slotte maakt God Zijn boodschap expliciet:
Zou Ik dan Ninevéh niet sparen, de grote stad, waarin meer dan honderd-twintigduizend mensen zijn, die het onderscheid niet kennen tussen
hun rechterhand en hun linkerhand,

benevens veel vee?Jonah 4: 11.

De Heer geeft ons de opdracht om hen te vergeven die ons haten.
Heilige Gregorius van Nyssa vraagt:
”        Wilt u dat uw schulden door God worden vergeven?
Vergeef hen dan zelf en God zal het bekrachtigen.
Want uw oordeel over uw naaste, die in uw macht is,
zal de overeenkomstige zin over u oproepen.
Wat u zelf beslist, wordt bevestigd door
het Goddelijk Oordeel  preek over het Onze Vader.

Onze Vader,
vergeef ons onze schulden zoals
ook wij vergeven onze schuldenaren
”.

Zo iemand vroom en God-minnend is,
laat hij genieten van de schone en
stralende plechtigheid van het Pascha,
opdat deze nog een lange tijd mag naklinken in uw hart.
Christus is opgestaan” – “Hij is waarlijk opgestaan”.

5 mei 2019
, bevrijdingsdag in Nederland.